__MAIN_TEXT__

Page 1


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zic h interesseren voor internationale politiek. In e lk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek v raagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een arti kel schrijven . Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548. Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg m et de redactie. REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Hans Paul Andriessen. Aldrik Gierveld. Alex Krijger. Chiel de Leeuw. Onno Maliepaard. Gert-Jan Stempher. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: H. P . Th . Coebergh. Vice-voorzitter: C. K. Weiland. Secretaris: M. Cantarella. Penningmeester: G. Vogels. Public Affairs: G. Frings. Fundraiser: A. van Dedem. Algemene Zaken: F. J. J. Princen. ALGEMEEN BESTUUR Mr. F .C.M. Caris. Mr. P .H. Goedhart. Drs. M.C.A.M Huisman. Drs. R Hillebrand. Drs. A.M. Knaapen. F .J . Marcus. RH. van der Meer . H .C. van Olden. E.C.H.M. van de Pas. Drs. J .C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES Prof. dr. W. Dekker, voorzitter. J .Th.H.J. van den Berg. J.M. Bik. Prof. mr. J .F. Glastra van Loon. Drs. G.J.J.M. Hayen . C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels. Mr. J .G.N. de Hoop Scheffer. RD. Praaning. Drs. W.K .N. Schmelzer. Prof. dr. A, van Staden . Prof. dr. H. W. Tromp. Prof. dr. P.M.E. Volten. Drs. L. Wecke. ISSN 0165-8336

INHOUDSOPGAVE. REDACTIONEEL. PAG. 1 VEILIGHEID, CONFUCT, SAMENWERKING: VASTE ELEMENTEN IN BEWEGEND BEELD. Dr. H. W. Houweling over theorie en theorievorming rond veiligheid, conflict en samenwerking. PAG. 2 ZUID-AFRIKA KAN AKKOORD OP DRIE PUNTEN BLOKKEREN. Interview met Volkskrant-redacteur Martin Sommer, door Hans Paul Andriessen en Chiel de Leeuw. PAG. 8 AKKOORD OVER AFGHANISTAN BLAUWDRUK VOOR DE VREDE? Chiel de Leeuw, redactielid van Jason Magazine, interviewt freelance-journalist en Afghanistan-expert Joris Versteeg. PAG. 11 ROL VAN VERENIGDE NATIES BIJ REGIONALE CONFUCTEN. Dick A. Leurdijk, verbonden aan "Clingendael", over het functioneren van de Verenigde Naties. PAG. 14 VREDE EN VEILIGHEID ZIJN NIET IDENTIEK. Onno Maliepaard, redacteur van Jason Magazine, interviewt drs. L. Wecke, polemoloog aan de Universiteit van Nijmegen. PAG. 17


1

1988, jaar van de vrede Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er meer dan honderd gewapende conflicten tussen landen geweest, en nog eens ontelbare locale uitbarstingen van geweld. De kranten staan er bol van en elk actualiteitenprogramma heeft wel een onderwerp gerelateerd aan oorlog, conflicten en geweld. Elke dag. In elk deel van de wereld. Die wereld wordt dezelfde dag al de onze, doordat satellietsignalen het allerlaatste nieuws op de telex en beelschermen laten verschijnen. Zijn wij immuun voor de verschrikkingen van oorlog geworden en misschien blind voor het intreden van de vrede? Er wordt vaak gesuggereerd dat berichtgeving over geweld en oorlog "sensationeel" is en daarom ook de kluit van internationaal nieuws vormt. Ofschoon Jason Magazine zich zou kunnen onttrekken aan berichtgeving over oorlog en conflict, zou dat niet alleen irreëel zijn, maar ook indruisen tegen de plicht onze abonnees van alle internationele vraagstukken op de hoogte te houden. Ook in dit laatste nummer van 1988 verzuimt de redactie geenzins de gebeurtenissen van het afgelopen jaar in bredere verbanden te brengen. Het is aan Jason Magazine niet onopgemerkt voorbijgegaan dat 1988, in het kielzog van het INF-akkoord, het jaar is geweest waarin de Russen een begin hebben gemaakt met hun vertrek uit Afghanistan, in het Golfconflict de wapens tot zwijgen zijn gebracht en in de kwesties Angelo en Namibië toenadering is ontstaan. Mag er echter gesproken worden van "het uitbreken van de vrede"? Hebben positieve structurele veranderingen op mondiaal niveau plaatsgevonden? Is de wereld een nieuwe weg ingeslagen? Kunnen we deze Kerstmis met recht spreken van "Vrede op aarde"? Voor deze vragen zoeken wij een antwoord. De redactie heeft met het oog op Kerstmis een veelzijdig en licht verteerbaar "vredes"-nummer gemaakt, inhoudelijk variërend van een artikel over polemologische theoretische benaderingen van conflict en samenwerking, tot interviews met journalisten die het buitenland tot hun werkterrein hebben gemaakt. Stichting Jason wenst u allen een prettig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar, en hoopt u ook in 1989 over alle internationale vraagstukken te kunnen informeren. O.M.H.~PAARD


2

Veiligheid, conflict, samenwerking: vaste elementen in bewegend beeld Het is genoegzaam bekend dat in de eerste helft van de twintigste eeuw het veiligheidsbeleid van staten die handhaving van de status quo nastreefden bepaald niet succesvol genoemd kan worden. Landen die in deze periode trachtten met geweld de internationale orde omver te werpen, hebben evenmin hun doelstellingen bereikt. Het resultaat staat bekend als de Europese zelfvernietiging. Desondanks wordt in handboeken over internationale betrekkingen en diplomatie "veiligheid"heel vaak als een primitief begrip behandeld; dat wil zeggen dat de auteur de begripsbetekenis bekend veronderstelt.

De auteur van dit artikel, dr. H. W. HouweJing, is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam . Onlangs is h ij, samen met dr. J. G. Siccama, gepromoveerd op "Studie of War " (M. Nijhoff, Dordrecht 1988). Hij geeft in deze bijdrage een blik op th eorie en theorievorming rond veiligheid, conflict en samen werking.

Met de begrippen conflict en samenwerking is iets anders aan de hand; heel vaak worden zij als een tegenstelling gedefinieerd. Door de beide begrippen als een tegenstelling te definil!ren, is het bijvoorbaat onmogelijk vat te krijgen op samenwerkingsconflicten tussen vrienden of op samenwerking tussen vijanden, bijvoorbeeld ter beperking van escalatie van het wederkerig conflictgedrag. Door deze tekortkomingen maakt de literatuur over nationale veiligheid vaak een even rommelige indruk als het veiligheidsbeleid van staten dat wordt bestudeerd. In het onderstaande wordt getracht helderheid te verschaffen in een belangrijk onderdeel van de leer der internationale betrekkingen. VEILIGHEID Het begrip "onveilig" is verbonden met de aanwezigheid van gevaar en het besef daarvan; alles wat gevaar oplevert of kan opleveren noemen we gevaarbronnen. Een zinvolle omschrijving van "onveiligheid" zal daarom tenminste de volgende drie elementen dienen te bevatten: - de aanwezigheid van bepaalde gevaarbronnen en de kans op het optreden daarvan; dit is de objectieve dimensie van het begrip "onveilig"; - het besef van een actor dat bepaalde gevaarbronnen in zijn omgeving aanwezig zijn en zijn inschatting van de kans op het optreden daarvan; dit

...

Lege hulzen herinneren aan hevige beschietingen in de oorlog Iran-Irak.


3

Kinderen zIjn altIjd en overal de slachtoffers van het oorlogsgeweld.


4

is de subjectieve dimensie van onveiligheid; - de objecten of zaken van de actor "at risk". Een actor is in gevaar wanneer voor hem essentiële zaken een grote kans lopen te worden getroffen door een of meer nader bepaalde gevaarbronnen; bij "essentil!le zaken" kan men denken aan ongeschonden overleven en de kwaliteit daarvan. Een actor is veilig met betrekking tot bepaalde gevaarbronnen en objecten wanneer (I) de betreffende gevaarbronnen afwezig zijn en de actor zich hiervan rekenschap heeft gegeven, of (Il) het veiligheidsbeleid van de actor de betreffende gevaarbronnen neutraliseert, respectievelijk de objecten die gevaar lopen beschermt tegen de uitwerkingen van de betreffende gevaarbronnen. Het onderscheid tussen gevaarbron en de actor's besef daarvan resulteert in vier mogelijke situaties. De onderstaande vierveldentabel vat deze samen. Gevaarbron Aanwezig Afwezig

:::

:::<

!:l Hoog

.~

Onveilig 1

Obsessie 2

til

Valse veiligheid 3

Veilig 4

.a

. Ol

> Laag

Ó

Enkele voorbeelden: 1. Polen in de zomermaanden van 1939; 2. De VS ten tijde van de "red scare", beginjaren 1920 en Nederland ten tijde van de grote vredesdemonstraties in de beginjaren 1980; 3. Nederland, bij de afwezigheid van grote vredesdemonstratie, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog; de Sovjet-Unie aan de vooravond van de Duitse aanval; 4. De landen van West-Europa tussen het einde van de Korea Oorlog en het aantreden van president Reagan. Het veiligheidsbeleid van een actor is geslaagd, dat wil zeggen, de benaming "veiligheidsbeleid" waard, wanneer diens "objecte at risk" van toestand 1 overgaan in toestand 4, on-

der vermijding van de obsessie en de valse veiligheid. Hoewel gevaarbronnen in allerlei soorten en gewrichten voorkomen, ontbreekt in de literatuur een min of meer algemeen aanvaarde klassificatie. In het onderstaande beperk ik me tot één gevaarbron: door mensen geïnitieerd geweld en het verweer daartegen. In de volgende paragraaf wordt instrumenteel geweld besproken en het verweer daartegen. In paragraaf 3 gaat het om existentieel geweld en het voorkomen daarvan. MENSEUJK GEWELD Oppervlakkige waarneming leert al dat mensen in staat zijn, en onder sommige omstandigheden ook bereid, geweld te gebruiken; de geweidsoptie behoort tot het menselijk gedragsrepertoire. Waar zij vandaan komt en hoe zij in het gedragsrepertoire is beland, of sprake is van een ontwerpfout, of misschien van een constructiefout, of dat zij gevolg is van de evolutionaire ontwikkeling die de soort heeft doorgemaakt, blijft in deze bijdrage onbesproken. Omdat mensen in het bezit zijn van de geweldsoptie vormen zij een potentiële bedreiging voor elkaar; zij zullen dan ook zoeken naar wegen ter beveiliging tegen het potentiële gevaar dat zij voor elkaar vormen. In het geheel van menselijke gedragsmogelijkheden zijn, naast geweld, twee andere opties prominent aanwezig: (wederkerige) ruil van goederen en diensten en het vermogen integratieve verhoudingen aan te gaan. Voor mensen vormen gebruik van geweld, de wederkerige ruil en het aangaan van integratieve relaties alternatieve wijzen van verkrijging van datgene wat nodig is om te overleven; het zijn de overlevingsstrategiën die aan individuen en groepen ter beschikking staan. Het gegeven dat naast geweld, mensen twee andere overlevingsstrategiën kunnen volgen, lijkt me van belang voor een goed begrip van vrede. Door aanwezigheid van alternatieven voor de gewelddadige verwerving, kan vrede méér zijn dan een periode van digestie en herstel tussen twee oorlogen. Tot nu toe hebben we gesproken over "individuen". Tot op zekere hoogte is dit woordgebruik misleidend, want bij geweld en veiligheid,

in het bijzonder in internationaal verband, gaat het om meer dan individueel gedrag. STAMVERBAND De integratieve verhouding is in haar oudste vorm te vinden in de als familie- of stamverband levende verwantengroep. Zulke op afstamming gebaseerde groepen zijn naar binnen toe gepacificeerd, dat wil zeggen dat de leden het onderscheid kennen tussen geweld als delict en geweld als sanctie, hoewel gespecialiseerde organen als wetgevers, rechters en politie ontbreken. Regulering van individueel geweldgebruik binnen integratieve groepen resulteert in zowel pacificatie van verhoudingen als mobilisatie van de geweldsoptie van individuele leden ten behoeve van de groep, met als resultaat dat de groep tot drager wordt van de geweldsoptie. Groepen die tot drager zijn geworden van de geweldsoptie vormen een potenti!~le bedreiging voor elkaar. Met het proces van staatsvorming in West-Europa, tussen laten we zeggen de Honderjarige en Dertigjarige Oorlog, treden interne pacificatie, mobilisatie en individuen en hulpbronnen ten behoeve van het veiligheidsbeleid van staten, buiten het kader van vorstenhuizen en hun huismacht. Maar de integratieve groep stagneert op het niveau van familie- en verwantschapsgroepen. Schaal vergroting van het proces van interne pacificatie, in het organiseren van aanval en verdediging naar buiten toe, de groei van productie- en handelsketens, maar stagnatie van de integatieve groep op het niveau van naaste verwanten (zij het met een uitloper naar de nationale verzorgingsstaat), illusteren de bijzondere organisatorische kracht van respectievelijk de roof-geweld en de rui1strategie. Niet voor niets spreken we in de huidige tijd van wereldeconomie en wereldstatenorde. Matrices I en II illustreren enkele aspecten van de eerste stap in de eeuwenoude ontwikkelingsgang die in onze dagen is uitgelopen op de vestiging van één wereldsysteem. Matrix I geeft de situatie weer in de verhouding tussen twee groepen voordat in het gebied dat zij bewonen een geweldmonopolie is gevestigd.


5

Amerikaanse schepen in de Perzische Golf

MatrixII

Matrix I W W

80,50

B

B

W

S

W

75, 45

25,40

S

70, 15

10, 0

S 30, 70 A

A S

100, 20

40,30

In deze matrix kiezen rijspeler A en kolomspeler B uit twee strategiĂŞn: werken (w) en stelen (s). Indien beide werken, produceren zij resp. 80 en 50 zakken graan; indien beide naast werken tevens elkaars gebieden plunderen dalen de opbrengsten tot 40, respectievelijk 30 zakken. De beste uitkomst voor elke speler is stelen terwijl de ander werkt, te weten 100 en 70 zakken graan. In Matrix I domineert s strategie w, want s levert meer op dan w, ongeacht wat de ander doet. Het belangenconflict tussen beide blijkt uit de voorkeursordening van beide, waarin combinatie stelen-werken het meest, de combinatie werken-stelen het minst krijgt. Na vestiging van een geweldmonopolie in het gebied waarin beide actief zijn wordt stelen belast met een straf van 25 zakken graan; bovendien moeten beide partijen belasting betalen, elk 5 zakken graan. Matrix II geeft de opbrengsten in de nieuwe situatie weer. In deze pay-off matrix domineert w strategie s, want werken is altijd beter, zelfs als de ander steelt, en ook nog belasting moet worden betaald. Volgens Matrix II hebben partijen belang bij het geweldmonopolie,

want de uitkomsten van het strategiepaar w-w zijn hoger dan van s-s in Matrix I, ongeacht de belastingheffing. Inderdaad hebben contractstraattheoretici zoals Locke en Hobbes beweerd dat mensen door doelbewuste organisatie van het sociale levendoor het instellen van een staat of souverein - zich kunnen ontdoen van de sociale gevolgen van de aanwezigheid van de geweldsoptie in hun gedragsrepertoire. Volgens de contractstaatleer zou het instellen van een souverein een kwestie van rationeel inzicht zijn en zonder veel complicaties kunnen geschieden. Hoewel de werkelijkheid van de staatsvorming, en ook die van onze tijd, anders leert, is in de politieke theorie het optimisme van de contractstaattheoretici ten onrechte nimmer geheel verstomd. GEEN OVERLEG Staatsvorming in West-Europa is immers geenszins het resultaat geweest van overleg tussen betrokkenen en het instellen van een geweldmonopolie met het oog op de hogere opbrengsten van wederkerige samenwerking uit Matrix IT. In feite verkochten wapenbezitters aan hun cliĂŞnten bescherming tegen andere

wapenbezitters; sommige eigenaren van wapentuig wisten winst te maken, terwijl voor de cliĂŞnten onderling geweld een delict werd. Bovendien verkochten sommige wapenbezitters hun bescherming ook ongevraagd; in zulke gevallen zijn staten begonnen als organisaties die lijken op de huidige maffia. Dat in de Westeuropese regio deze praktijken zouden uitlopen op nationale staten met een kapitalistische economie en parlementaire besluitvorming is eerder een Godswonder, dan het resultaat van planning en overleg, laat staan vooruitzicht en bedoeling. Het resultaat van de schaalvergroting in pacificatie en concentratie van wapenrnacht is paradoxaal. Enerzijds komt er steeds meer vrede, want de bewoners van in omvang groeiende gebieden raken ontwapend. Voor hen resten slechts arbeid, misdaad of de welvaartsstaat. Maar tegelijkertijd groeien de legers in omvang en wordt de vernietigingskracht van de arsenalen tot het uiterste opgevoerd, met als resultaat een explosieve groei in slachtofferproductie tijdens oorlogen. Aanwending van de huidige arsenalen van de supermachten zal het vuurwerk dat tijdens de beide wereldoorlogen werd afgetrokken doen verbleken. WEDERKERIGHEID Bovenstaande redenering voert tot de conclusie dat oorlog en vrede elkaar wederkerig versterken, dat pacificatie hand in hand gaat met extractie van hulpbronnen en mobilisatie van mensen ten behoeve van de strijd tussen de resterende wapenbezittende groepen. Concentratie van wapenrnacht in steeds minder handen wordt voor de Westeuropese regio bevestigd door uitkomsten van historisch onderzoek. Volgens Charles Tilly telde WestEuropa rond 1500 ongeveer 500 zelfstandige, wapen bezittende groepen. Aan het einde van de 1ge eeuw is dit aantal gereduceerd tot ongeveer 20. Na de Tweede Wereldoorlog worden de strijdmachten van het merendeel van de staten in Europa gemobiliseerd ten behoeve van de strijd tussen de twee supermachten. Sommige auteurs menen dat pacifiatie van verhoudingen door concentratie van gewapende macht ook optreedt in de


6

verhoudingen tussen staten. In hun beschouwingen is een hegemoniale staat, indien deze aanwezig is, het functionele equivalent van een regering op nationaal niveau. De onderstaande, aan Gilpin ontleende, tabel vat het verband samen tussen verval van hegemonie in de statenorde, stagnatie in groei van de wereldeconomie en het optreden van plundering door staten (bron: Robert Gilpin. The politica! economy of inter national relations. Princeton: Princeton Universit Press 1987 blz. 103). Pas nadat Duitsland en Japan waren verslagen zouden zij uitgroeien tot 's werelds grootste handelaren en producucenten. Maar in de oorlogen die zij daaraan voorafgaand ontketenden, ging het om meer dan de objecten die slechts door verovering konden worden bemachtigd. Dit brengt mij bij het thema van het existentiële geweld.

EXISTENTIEEL GEWELD Indien de menselijke geweldsoptie slechts het element "roof" of "plunder" zou omvatten, dan is de verwachting gerechtvaardigd dat stijging van arbeidsproductiviteit en gelijktijdige toename van de kosten van oorlog haar uit de markt prijzen. In de laatste 150 jaar is de arbeidsproductiviteit fenomenaal gestegen. De economische-historicus Patel heeft berekend dat als de zesduizend jaar geciviliseerd menselijk bestaan vóór 1850 op de lengte van één dag wordt gesteld, de laatste 130 jaar ongeveer een half uur beslaat; in dit laatste halve uur is meer geproduceerd dan in de voorafgaande zesduizend jaar. De kosten van oorlogvoeren in het pré-nucleaire tijdperk zijn eveneens tot astronomische hoogte opgelopen. Slechts één aspect van deze kostenstijging behoeft hier te worden vermeld: de bevolkingsverliezen. Demografen hebben uitgerekend dat het bevolkingseffect van de Eerste Wereldoorlog, met inbegrip van gemiste babies, de slachtoffers van de griepepidemie en honger en burgeroorlog na afloop van de gevechten, 60 miljoen bedraagt, waarvan ongeveer 9 miljoen directe slagvelddoden. In het nucleaire tijdperk is een vergelijkbaar resultaat reeds binnen enkele uren bereikbaar. Desondanks heeft oorlogvoering zich niet uit de markt geprijsd. Deze toe-

stand illustreert op pijnlijke wijze het gelijk van Nico Tinbergen dat "man has become a misfit in his own society". Volgens sommige waarnemers is de kwaliteit van de besluitvorming niet echt verbeterd. Een krantekop "Kruisrakettendebat bevatte nauwelijks veiligheidsanalyses" (J. M. Bik in NRC-Hbl. 27 augustus van dit jaar) baarde geen opzien. Welke andere bestanddelen, behalve roof of plunder, bevat de menselijke geweldsoptie nog meer? In het onderstaande beperk ik me tot één ander onderdeel, existentieel geweld. Twee p;rrtijen zijn in existentieel geweId gewikkeld wanneer zij trachten elkaar te elimineren. Zij voeren een overlevingsstrijd, in de meest letterlijke zin van het woord, hoewel het resultaat dat zij bereiken - in het bijzonder wanneer zij tegen elkaar zijn opgewassen - uit wederzijdse destructie bestaat. In instrumenteel geweld wordt escalatie begrensd door de waarde die partijen hechten aan de objecten die zij elkaar betwisten; in existentieel geweld ontbreekt een grens aan de bereidheid van partijen te investeren in geweld. INBREKER Existentieel geweld doet zich op zeer uiteenlopende niveaus van sociale organisatie voor. Een voorbeeld van existentieel geweld op het laagst denkbare niveau levert de bewapende inbreker die- voor beiden onverwacht - op de bewapende bewoner van het betreffende pand stuit. Op het moment dat beiden elkaar in het vizier krijgen, verliezen de objecten die zij elkaar bewisten hun regulerend karakter op het gewelddadig gedrag waarmee zij elkaar confronteren. Dan gaat het om het redden van het vege lijf, en beiden zouden hebben geschoten indien de ene partij de andere niet een slag was voor geweest. Op een meer omvattend niveau van sociale organisatie treffen we existentieel geweld aan bij staatsvorming. Wat historici, achteraf, staatsvorming noemen, kwam voor betrokkenen veelal neer op een eliminatiestrijd. Op staten-in-wording is de categorie "nationale veiligheid" niet van toepassing omdat de objecten van beveiliging (regering, regeringsstelsel en burgers die een bepaald grondgebied bewonen) nog

onvoldoende zijn uit gekristalliseerd. In dergelijke gevallen valt nationale veiligheid samen met de veiligheid van de regering, terwijl veiligheid van de regering samenvalt met de veiligheid van personen die claimen dat zij de regering zijn. Sommige delen van de Derde Wereld, in het bijzonder in Afrika, verkeren in deze pre- of halfstatelijke toestand. Aan gevallen van geslaagde staatsvorming is gewoonlijk natievernietiging vooraf gegaan, zij is voorwaarde voor het ontstaan van nationale staten geweest. In nationale staten zijn sociale barrières geslecht die staatsmacht belemmerden door te dringen in de verste uithoeken van de samenleving. In zulke gel!galiseerde en gehomogeniseerde bevolkingen kan het vermogen van het staatsapparaat tot extractie van hulpbronnen en mobilisatie van mensen voor oorlogvoering tot volle ontplooiing komen. Nationale staten zijn de wegbereiders van existentieel geweld op het meest omvattende niveau van sociale organisatie, namelijk de volkerenkrijg in wereldoorlogen. Motiverend tot existentieel geweld is de voorkeursordening van de deelnemers: elke partij prefereert zonodig zelf ten onder te gaan - in de hoop de ander zo ver mogelijk te kunnen meeslepen op de weg der vernietiging - boven terugkeer naar col!xistentie uit vrees dat deze toestand tot alleen de eigen ondergang zal leiden.


7

paren van grote mogendheden, en de stabiliteit daarvan. Uit empirisch onderzoek naar het ontstaan van oorlogen is bekend dat in paren van grote mogendheden de kans op oorlog substantieel groter wordt wanneer in dit paar het ene land het andere passeert in relatief vermogen. Machtsovergangen in paren van grote mogendheden ondergraven uit gekristalliseerde verwachtingen over gebruik van geweld en de gemeenschappelijk aanvaarde praktijken die hieraan ten grondslag liggen.

Veiligheid of valse veiligheid: minsters van de supermachten schudden elkaar in elk geval de hand.

Het is merkwaardig dat mensen, hoewel zij zijn uitgerust met het vermogen in existentieel geweld verwikkeld te raken, slecht in staat zijn het gevaar van existentieel geweld tijdig te onderkennen. Indien zij daarin niet slagen kunnen zij Clausewitz nazeggen: "Niemand WUrde fUr mรถglich halten was jetzt von allen erlebt ist". Hij noemt terecht de vaststelling van de aard van het geweld waarin partijen zich begeven "Der erste, der grossartigste, der entscheidenste Akt des U rteil welchen der Straatsmann und Feldherr ausUbt." Slaagt wetenschappelijk onderzoek waar partijen falen? ONZEKERHEID In het onderstaande beperk ik me tot twee zaken die mijns inziens van belang zijn voor het al of niet optreden van existentieel geweld, te weten onzekerheid en risiconemend gedrag in verliessituaties. Wanneer in het verkeer tussen de grote mogendheden gemeenschappelijk aanvaarde praktijken voor het gebruik van geweld ontbreken, dan verkeren zij in onzekerheid over een zaak die voor hen van levensbelang is. In zulke gevallen is onzekerheid een bron van onveiligheid; in de Duitse taal heeft "Unsicherheit" trouwens beide betekenissen. In het

eerder genoemde voorbeeld van de ontmoeting tussen de gewapende huiseigenaar en zijn inbreker is het gebruik van geweld niet gereguleerd. In de ontmoeting tussen ongewapende burger en gewapende politie op straat, is gebruik van geweld wel gereguleerd. Het gevolg van dit verschil is dat inbreker en huiseigenaar elkaar als bron van gevaar beschouwen, en - in normale tijden - het publiek de politie als bron van veiligheid ervaart. Op dezelfde wijze ervaart de voetganger op het trottoir de voorbij snellende tientonner niet als een dodelijke bedreiging, tenzij de chauffeur te veel heeft gedronken en zichtbaar slingert. Wanneer lopen in de statengemeenschap de IQ-tonners het risico uit de koers te raken en aldus een gevaar te worden voor zichzelf en alle omstanders? Wanneer slagen zij er in gemeenschappelijk aanvaarde praktijken over het gebruik van geweld te ontwikkelen, waardoor onzekerheid over gebruik van geweld verdwijnt? Theorievorming en empirisch onderzoek vestigen de aandacht op twee cruciale variabelen, (I) de mate waarin hulpbronnen voor het uitoefenen van macht en geweld in de statenorde zijn geconcentreerd, en de stabiliteit daarvan, en (II) de verdeling van hulpbronnen voor het uitoefenen van macht en geweld in

ESCALATIE Wanneer escaleert dyadisch geweld tot wereldoorlogen? Volgens velen neemt het gevaar van escalatie toe wanneer in de club van grote mogendheden de machtsconcentratie verloopt van hoog naar laag. In zulke gevallen breken wereldoorlogen uit omdat niemand ze tegen kan houden. Maar er is meer aan de hand. Uit onderzoek van Tversky en Kahneman is bekend dat factoren die kiezen uit opties die alle winst beloven, doch in verschillende mate en met uiteenlopende kansen, risico mijdend zijn. Winstmaximeerders zijn geneigd op zeker te spelen; zij geven de voorkeur aan een zekere, hoewel kleinere winst, boven een hogere verwachte winst. Verliesreducenten kiezen uit opties die alle tot verlies leiden, zij het in verschillende mate en met verschillende kansen. In tegenstelling tot winstmaximeerders kiezen verliesreducenten juist risiconemend. Zij vluchten in een groot, maar onzeker, gevaar teneinde aan een nadeel dat zeker is te kunnen ontsnappen. Ik vermoed dat de instabiliteit van de wereldpolitiek in de eerste helft van de twintigste eeuw is terug te voeren op de combinatie van risiconemend gedrag, machtsovergangen in dyaden van grote mogendheden bij een afnemende graad van concentratie in de verdeling van hulpbronnen voor het uitoefenen van macht en geweld waarover de grote mogendheden beschikten.

Zie hiervoor Henk Houweling en Jan Siccama. Studies of war. Dordrecht: Martinus Nijhoff 1988, chapter 9, " Power transitions as a cause of war'; pp.161-174.


8

Zuid-Afrika kan akkoord op drie punten blokkeren Wat tot voor kort voor onmogelijk werd gehouden is toch gelukt: in december hebben Angola, Cuba en Zuid-Mrika een akkoordondertekendoverdeafiOOchtvandeCu~

Interview met Volkskrant-redacteur Martin Sommer, door Hans PauJ Andriessen en ebiel de Leeuw.

militairen uit Angola en de onafhankelijkheid van Namibil!. Op 1 april moet met de uitvoering daarvan worden begonnen. In het zuiden van Afrika heerst dan ook een sfeer van voorzichtig optimisme. Chiel de Leeuwen Hans hul Andriessen spraken hierover met Martin Sommer, Afrikadeskundige van de Volkskrant. Martin Sommer werkt al twee jaar bij de Volkskrant op de redactie buitenland. Zijn speciale taak is Zuidelijk Afrika: alles ten zuiden van de Sahara. De bulk van zijn werk behelst Frontlijnstaten. Samen met de correspondent van de krant in Johannesburg, Matesion, met wie hij dagelijks contact houdt, verzorgt Sommer de berichtgeving over die regio. De afgelopen jaren maakte hij twee reizen naar dit gebied: eenmaal naar Angola en eenmaal naar Zuid-Afrika.

..•

Merkteje op je reis in Angola nog veel van het Portugese kolonialisme? Sommer: "Wat opvalt is de Portugese architectuur en het enorme gebrek aan kader en infrastructuur. Alle kaderfuncties tot 1975 waren in handen van Portugezen. Dit betekent dat ook een straatveger tot het kader behoorde. Bij de onafhankelijkheid van Angola in 1975 nam het hele kader de benen. De nieuwe Angolese regering heeft alles van de grond af opnieuw moeten opzetten want er was niets, niets meer. Tja er waren in '75 twee Angolese artsen en één piloot, in die termen moet je denken, alles was ingestort". "Er waren toendertijd drie grote verzetsbewegingen die tegen de Portugezen vochten. De MPLA in het gebied van de hoofdstad Luanda, de UNITA in het midden en het oosten en tenslotte de FLNA in het noorden van Angola. De MPLA van Neto had

BURGEROORLOG "Vanaf 1975 woedt er in Angola een burgeroorlog tussen de MPLA en de verzetsbeweging UNITA van Jonas Savimbi. Op verzoek van de MPLA mengden de Cubanen zich in 1975 in de strijd, waardoor de UNITA naar het zuiden van Angola werd verdreven en de MPLA de macht steviger in handen kon nemen. De UNITA wil een regeringsvorm die op kapitalistische leest geschoeid is. Ze wordt niet voor niets zo gesteund door de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Savimbi moet de clubs waar de centen vandaan komen tevreden stellen. Hij roept dus het hardst voor democratie en ondernemerschap".

Wekt het feit dat Savimbi door ZuidAfrika gesteund wordt geen afschuw bij de Angolese bevolking?

Zuidafrikaanse troepen op dl: terugweg uit

Angola, als onderdeel van bet vredesakkoord.

de mazzel dat ze haar basis in Luanda had, want wie de hoofdstad in handen heeft, heeft Angola. De MPLA pleegde een soort traditionele staatsgreep en haar regering werd al snel door het buitenland erkend. De MPLA wil van Angola een communistisch land maken, en ontvangt sindsdien militaire en economische steun uit de Sovjetunie en uit Cuba".

Sommer: "Savimbi zegt dat hij noodzakelijkerwijs een pact met de duivel heeft gesloten. Het feit dat hij wapens uit Zuid-Afrika ontvangt wil niet zeggen, dat hij het apartheidsregime steunt. V oor mensen hier in Nederland is dat moeilijk te scheiden. Zijn strijdmethoden kosten Savimbi wel aanhang. Bij tijd en wijle hanteert hij terreurmethodes zoals het leggen van mijnen op weggetjes en akkers. Zijn strategie luidt als volgt: eerst wil hij het platteland schoonvegen met terreurmethodes, zodat de mensen gedwongen worden naar de steden te vluchten. Nu zal er in de steden geen hap te eten zijn omdat de


9

UNITA het platte land beheerst en de toelevering van voedsel. Op den duur zal er in de steden zo'n crisissituatie ontstaan, dat de bevolking zelf tegen de MPLA in opstand komt. Ik vind dit geen frisse methode".

dat wil. Ook de Verenigde Staten en de Sovjetunie zijn in deze regio betrokken. De Kaap is strategisch van enorm belang". "Wie de Kaap in handen heeft, beheerst ook de olieroute van de Golf naar Europa. In Angola zelf zitten Hoe is op het moment de krachtsontzettend veel delfstoffen in de verhouding tussen de MPLA en grond, die tot op heden nauwelijks UNITA? geëxploiteerd worden. Voor de kust van Angola wordt ook olie gewonnen, door een Amerikaanse olieSommer: "Dat is ontzettend moeilijk te peilen. Er wordt gezegd dat Samaatschappij. De Amerikaanse regevimbi ongeveer 40.000 mensen in het ring onderhoudt echter paradoxaal veld heeft, van wie heel veel in helgenoeg geen diplomatieke banden met de regering in Luanda". persbaantjes. Het regeringsleger telt eveneens 40.000 man, maar als je "De Sovjetunie heeft in de koloniale door Luanda loopt, hebben bijna alle periode een groot aantal onafhankemannen een uniform aan. Dus dat le- lijkheidsbewegingen in Afrika geger heeft ook enorm veel helpers, steund, zo ook de MPLA in Angola. half burger, half soldaat. Dan heb je In hoeverre je dat moet opvatten als het exporteren van de wereldrevoluook nog de Cubanen, dat zijn naar schatting 50.000 man. Savimbi zegt tie is nog maar de vraag. Een feit is dat hij, als de Cubanen vertrokken dat in veel landen in Afrika er een zijn, de MPLA zo kan uitschakelen. communistisch bewind is gekomen met nauwe banden met Moskou. Dat De MPLA daarentegen beweert dat het de UNITA zo het land uit kan heeft ook een ideologische kant. Je schoppen, als de steun van Zuid-Afri- merkt in Angola erg veel van de ka stopt. Het merkwaardige is datje communistische propaganda, op elke niet zoveel van die Cubanen merkt. muur staan wel leuzen geschilderd". Ze zijn moeilijk herkenbaar, ze dra"De Angolese regering zit nog erg gen het gewone uniform van het An- vast aan het idee van de plan-econogolese leger en ook hun huidskleur mie. De distributie van goederen verschilt niet veel van de Angolezen. wordt van bovenaf geregeld en dit Je ziet de Cubanen dus niet maar je werkt voor geen meter. Gevolg is hoort wel ontzettend veel over ze. De een enorme zwarte markt. De voedmeeste van deze verhalen hebben selsituatie is slecht. In Luanda valt een racistisch karakter, in de trend het nog mee. Het is een mirakel waar dat Cubanen arrogant en agressief die stad zijn voedsel vandaan haalt. zijn". Luanda is gebouwd voor 350.000 mensen, nu wonen er vanwege al die FIDEL CASTRO vluchtelingen ongeveer 2,5 miljoen. De VN geeft veel voedselhulp maar Voelen de Angolezen zich bezet? dat komt in het binnenland nauwelijks aan, als gevolg van de oorlogsSommer: "Bezet is te sterk uitgetoestand die daar heerst. De mensen drukt, maar de mensen zijn absoluut gaan daar dood van de eenzijdige niet overtuigd van,de noodzaak van voeding en van de kou. Van de totale zoveel Cubanen in hun land. Er bevolking van Angola van tien milheerst een sfeer vJ,: verdomme we joen mensen, is ongeveer de helft op lossen het zelf wel op, we moeten die de vlucht geslagen. In de gebieden waar gevochten wordt tussen regerot-Cubanen niet!" ringstroepen en de UNITA is het hele "Men is ook bang dat de Cubanen niet meteen weg zullen gaan. Onleven ontregeld". danks het akkoord dat gesloten is, speelt dit nog steeds. De Cubanen BELANG V AN NAMIB~ moeten weg in 27 maanden. Maar het is nog steeds de vraag in hoeverre de Wat is het belang van Namibië voor Angolese regering dit soeverein kan het conflict in Angola? bepalen. Nog geen jaar geleden heeft Fidel Castro gezegd dat de Cubanen, Sommer: "De UNITA krijgt steun van Zuid-Afrika via Namibië. Voor alleen Angola zullen verlaten, als hij

Angola is het belang van het pas gesloten akkoord evident: in plaats van voor haar achterdeur staat het Zuidafrikaans leger dan 1500 km verderop".

Hoe is de situatie in Namibië ontstaan? Sommer: "Namibië was een kolonie van de Duitsers, die daar flink hebben huisgehouden. Na de Eerste Wereldoorlog is het land door de Volkenbond als mandaatgebied toegewezen aan Zuid-Afrika. Die situatie is heel lang blijven bestaan, met dien verstande dat de Volkenbond na de Tweede Wereldoorlog is overgegaan naar de Verenigde Naties. In 1966 is het mandaat door de VN ingetrokken. Vanaf toen is bepaald dat Zuid-Afrika illegale bezetter was. Dit is later bevestigd door een aantal uitspraken van het Internationale Hof te Den Haag. In 1967 is de VNraad voor Namibië opgericht. Deze raad bevindt zich in een vreemde volkenrechtelijke positie: aan de ene kant is het bedoeld als een soort regering in ballingschap, maar het is een regering die regeert over een gebied waarover ze niets te zeggen heeft. Daarnaast is het een toewijzing van de VN aan een eigen lichaam en niet aan Namibiërs. In de VN-raad zitten gewoon een aan tal VN-functionarissen", "Deze raad moet de onafhankelijkheid van Namibië bespoedigen. Het is een soort lobby-lichaam. In 1978 heeft de VN in resolutie 435 de gang naar die onafhankelijkheid van Namibië vastgelegd. Wat er moet gebeuren vanaf het moment dat ZuidAfrika bereid is zich terug te trekken tot het moment dat Namibië helemaal onafhankelijk is, en er een voor de VN acceptabel bewind zit. Resolutie 435 is dus een kookboek voor de onafhankelijkheid van Namibië". "Zuid-Afrika heeft al een aantal malen toegestemd met die regeling. Wat nu speelt is niet nieuw, maar telkens als het puntje bij het paaltje kwam was er wel een of andere reden voor Zuid-Afrika om niet mee te werken", "In 1980 is in de Verenigde Staten

Reagan aan het bewind gekomen met zijn onderminister voor buitenlandse zaken Jesse Crocker. Daarvoor was hij een belangrijke Afrika-


10

deskundige aan Harvard. Deze Crocker heeft in 1980 in een artikel in het blad Foreign Affairs het voorstel van de beroemde "linkage" gelanceerd: de onafhankelijkheid van Namibië wordt een ruil voor het vertrek van de Cubanen uit Angola. Deze linkage is onderdeel van de nieuwe lijn in de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten onder Reagan die "constructive engagement" wordt genoemd. Reagan probeert door middel van een soort "appeasment" van Zuid-Afrika, dat wil zeggen door debat en overreding, tot verandering te komen. Dit in tegenstelling tot Carter, die maar eindeloos bleef hameren op de mensenrechten". RUSSISCHE DRUK "De problematiek heeft jarenlang muurvast gezeten, omdat dit voorstel voor de Angolezen een onacceptabele inbreuk op hun soevereiniteit betekende. In hun ogen had de onafhankelijkheid van Namibië niets te maken met aanwezigheid van Cubanen te maken. De laatste tijd is deze opvatting langzaam aan op de achtergrond geraakt. De "linkage" is door Zuid-Afrika met enthousiasme omarmd. Het land ziet hierin vooral de mogelijkheid om het communistisch regime in Angola te verzwakken". "Toen er na enkele jaren in mei van dit jaar te Londen weer besprekingen plaatsvonden, bleek dat de Russen grote druk op Angola en Cuba hadden uitgeoefend om met de "linkage" in te stemmen. De Sovjetunie is niet meer bereid om Angola met grote sommen geld te ondersteunen. Vooral nadat Zuid-Afrika de opstand in 1984 in eigen land met veel militair geweld had neergeslagen, is de Sovjetunie de hopeloosheid van een geweldadige strijd tegen het apartheidsregime gaan inzien. Een oplossing zal bereikt moeten worden door onderhandelingen. Ook het ANC moet de geweldadige strijd maar overboord zetten en om de tafel gaan zitten, aldus Moskou. Aan de kant van de Verenigde Staten en ZuidAfrika heeft zich ook een verschuiving voorgedaan. De pressie op ZuidAfrika is enorm toegenomen. Er is in de Verenigde Staten een zeer strenge sanctiewet tegen Zuid-Afrika aange-

nomen", "Het is Zuid-Afrika duidelijk geworden dat de pressie nog groter zal wor-

Strijders van de Swapo, de Namibische bevrijdingsorganisatie, in de schoolbanken.

den als ze geen stap vooruit zal zetten. Het land zit te springen om ook eens een diplomatiek succes te boeken en om de Verenigde Staten vriendelijk te stemmen. Dit zijn de belangrijkste elementen die tot het akkoord hebben geleid".

Wat houdt het akkoord in? Sommer: "Het vertrek van de Cubanen binnen 27 maanden vanaf 1 april 1989 en de onafhankelijkheid van Namibië op de voorwaarde van resolutie 435. Dit zal geschieden in verschillende fases. Op 1 april 1989 zal er een aantal VN-troepen Namibië binnenkomen om het land van Angola te scheiden. Vervolgens moet ZuidAfrika haar leger op 1500 man na uit Namibië terugtrekken, waarna de Zuidafrikaanse administrateur-generaal Pinar vrije verkiezingen in Namibië moet voorbereiden. De onafhankelijkheidsbeweging SWAPO zal die verkiezingen waarschijnlijk met grote overmacht winnen". DRIE PUNTEN "Tussen het in werking treden van 435 en het moment van onafhankelijkheid van Namibië zijn er nog veel momenten waarop Zuid-Afrika de boel kan blokkeren. Ik voorzie al drie punten waarop Zuid-Afrika waarschijnlijk moeilijk zal doen. Ten eerste wil Zuid-Afrika zijn geld terug voor de investeringen die het in Namibiê gedaan heeft. Zuid-Afrika zal door haar geannexeerde Walvisbaai

niet zomaar aan Namibië teruggeven. Dit is van groot belang omdat het voor Namibië de enige diepzeehaven is. Ten tweede is de ontbinding van het leger van Namibië dat in handen is van Zuid-Afrika nog niet geregeld. Tenslotte is het maar de vraag of Zuid-Afrika een onafhankelijk Namibië met rust zal laten. In Zuidafrikaanse legerkringen hoor je geluiden als "wanneer de SWAPO iets doet wat ons niet bevalt, gaan we zo weer het land binnen". Op dat gebied heeft Zuid-Afrika een traditie op te houden".

De laatste tijd zijn opvaJlend veel vredesakkoorden gesloten, denk maar aan het INF-akkoord, de vrede in Afghanistan en het akkoord over Namibi{!. Ziet u hier een verband tussen? Sommer: "Ik zei al dat Gorbatsjov meer succes voor minder geld in het buitenland wil hebben. Vijf jaar geleden was er nog geen denken aan dat iemand in het Kremlin opruiming in eigen huis zou gaan houden. De Sovjetunie stelt zich nu soepeler op. Daarnaast nemen de Verenigde Staten ten opzichten van Zuid-Afrika een strakkere houding aan. Je kunt het ook achter de persoonlijke relatie tussen Reagan en Gorbatjov zoeken. Ik denk dat het zeker een rol speelt dat die twee het redelijk goed met elkaar kunnen vinden. Ze hebben misschien iets van "dit zaakje moeten we

samen klaren".


11

Akkoord over Afghanistan blauwdruk voor de vrede? In april van dit jaar is in Genève na zeven jaar onderhandelen

het akkoord over Afghanistan getekend Met deze ondertekening lijktheteindeinzicht tekomen vaneen slepend conflict, dat begon toen de Sovjet-Unie rond Kerstmis 1979 het in het nauw gedreven communistische regime in Kaboel te hulp kwam. Het belangrijkste onderdeel van het akkoord is de terugtrekking van de Sovjettroepen uit Afghanistan binnen negen maanden na 15 mei 1988. Verder bevat het twee bilaterale overeenkomsten tussen Pakistan en Afghanistan, een over de terugkeer van Afghaanse vluchtelingen naar hun thuisland en een over het niet inmengen en niet ingrijpen in elkaars binnenlandse aangelegenheden. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hebben internationale garanties gegeven voor de uitvoering van het akkoord Hoewel hij in principe over alle landen tussen India en Turkije schrijft, heeft de oorlog in Afghanistan de afgelopen jaren beslag gelegd op het grootste deel van de journalistieke werkzaamheden van Joris Versteeg. Sinds 1980 is hij een vijftal keren met het verzet op stap geweest. Dit jaar heeft hij voor de eerste keer een kijkje bij de tegenpartij kunnen nemen. Tot voor kort stuitte dit op allerlei moeilijkheden. "In grote lijnen is het zo dat de Sovjet-Unie en het bewind in Kaboel het conflict altijd zoveel mogelijk van de publiciteit afgeschermd wilden houden. Tot 1985 werd heel incidenteel wel eens een journalist of wetenschapper uitgenodigd, van wie zij hoopten dat hij hun gunstig gezind zou zijn. Zij hebben echter gemerkt dat deze politiek toch vrij contra-productief werkte, omdat de berichtgeving zich sterk richtte op Peshawar, waar het verzet zetelt. Vanaf 1986 zijn zij daarom meer journalisten gaan uitnodigen. Er is echter een taboe gebleven op het verlenen van visa aan mensen die met het verzet zijn meegeweest, omdat die gezien hebben wat voor een politiek de Sovjet-Unie op het platteland voert. Een politiek van verschroeide aarde. Ik ben dus een van de weinigen die de

Chiel de Leeuw, redactielid van Jason Magazine, interviewde freelance-journalist Joris Versteeg, die zich de afgelopen jaren veel heeft beziggehouden met de oorlog in Afghanistan.

Afghaanse verzetstrijders tonen hun moderne wapens.

beide kanten van de strijd hebben gezien", PARADOX "De moeilijkheden in Afghanistan zijn voor de Russen pas goed begonnen, toen de communisten daar aan de macht kwamen. Dat klinkt paradoxaal, maar als je de situatie vanaf ongeveer 1955 beziet, dan concludeer

je dat ze altijd goede relaties hebben gehad met eerst koning Zahir Sjah en later met zijn opvolger Daoud. Gedurende een lange periode heeft de Sovjet-Unie grote belangen in Afghanistan opgebouwd. Die investeringen gebeurden in overeenstemming met de toenmalige monarchie. Dit alles dreigde binnen anderhalf jaar te verdwijnen, toen in 1978 in


12

Kaboel het communistische regime aan de macht kwam. Het regime had namelijk niets nagelaten zichzelf in een zo kort mogelijke periode impopulair te maken, niet gehinderd als zij was door enige kennis van het Afghaanse platteland. Overal braken volksopstanden uit en het zou een kwestie van tijd zijn geweest voor het regime zou zijn verdwenen. De directe reden voor de Sovjet-Unie om in te grijpen was het redden van het regime en de eigen investeringen", aldus Versteeg. "Gedurende zes jaar sleepte de strijd zich voort zonder dat een van de partijen in staat was de ander een beslissende slag toe te brengen, en zonder dat er uitzicht was op een vreedzame oplossing van het conflict. Weliswaar waren er in 1981 onder auspici~n van de Verenigde Naties al onderhandelingen begonnen, maar daarin was jarenlang geen enkele vooruitgang te

bespeuren". "De Russen werkten daaraan mee, omdat ze het regime in Kaboel wilden stabiliseren via militaire, politieke en diplomatieke middelen. Genève, waar de gesprekken werden gehouden, diende voor het laatste. Tot 1985, 1986 hebben ze gedacht dat die stabilisatie zou lukken. Toen zij uiteindelijk dat idee hebben opgegeven, kwam er meer beweging in Genève. De Afghaanse oorlog is Moskou de keel gaan uithangen en zo is Genève uiteindelijk voor de Sovjet-Unie een gezichtsreddend akkoord geworden. Ze wilden met zo weinig mogelijk gezichtsverlies uit Afghanistan vertrekken", GORBATSJOV "Het was geen toeval dat de omwenteling in het Afghanistanbeleid van de Sovjet-Unie plaatsvond in de periode dat Gorbatsjov aan de macht kwam. Een nieuwe leiding in het Kremlin was nodig om de grondlijnen van dat beleid, die nog door Brezjnev waren ontworpen, te veranderen. Veranderingen in de binnenlandse politiek maakten veranderingen in de buitenlandse politiek mogelijk. Een herori~ntering op de situatie was overigens bittere noodzaak geworden. Het verzet is consequenter en intenser geweest dan men verwacht had. De schuldvraag wordt nu gesteld en er wordt gewezen naar Brezjnev en

zijn adviseurs. Dan is daar de reactie van de wereldopinie. Elk jaar wordt het optreden van de Sovjet-Unie veroordeeld in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. En tenslotte is het verzet de laatste twee, drie jaar ook beter geholpen met substantiëlere wapenleveranties, ondermeer Stingers, waarmee men voor het eerst de Russische luchtmacht serieus kon bedreigen. Men kwam zo tot de conclusie, dat er met militaire middelen niet gewonnen kon worden. Dus streeft men sindsdien naar een politieke oplossing". Versteeg: "Deze politieke oplossing moet dus het gezicht redden van de Sovjet-Unie. De beschuldigingen die men heden ten dage uit aan het adres van Pakistan, hebben hetzelfde doel. Zo hebben ze vast een zondebok voor wanneer het regime in Kaboel valt. De Sovjet-Unie zal proberen het bestaan van dit regime te rekken tot na 15 februari 1989 als de terugtrekking van haar troepen is volbracht. Hieruit is ook de tijdelijke stopzetting van die terugtrekking te verklaren. Men wil niet, zoals destijds de Amerikanen in Vietnam, met helikopters van het dak van de ambassade vertrekken", DESILLUSIE Versteeg gaat ervan uit dat nadat de terugtrekking van de Sovjet-troepen is volbracht, er in Kaboel een wisseling van de wacht zal zijn. Maar na verloop van tijd zal de Sovjet-Unie weer banden met het nieuwe bewind aanknopen. De haat in Afghanistan is weliswaar groot, maar het land is economisch in sterke mate afhankelijk van de Sovjet-Unie. "Het bewind van de Afghaanse leider Nadjibullah, dat het formeel voor het zeggen heeft in Kaboel, loopt trouw aan de leiband van de SovjetUnie. De eigen inbreng is marginaal. Toch heeft de Sovjet-Unie nooit een volledige controle over de communistische partij van Afghanistan kunnen krijgen. Ik herinner mij bijvoorbeeld een uitspraak van Nadjibullah tegenover tegenstanders in zijn partij, die op de Sovjet-Unie zaten te schelden. Hij maakte hen uit voor mensen die aan de tak zaten te zagen, waarop zij zelf zaten. Dat zegt genoeg. Maar de Sovjet-Unie heeft nooit een volledige controle over de Afghaanse comunistische partij kunnen krijgen,

omdat het een afghaanse partij is met een Afghaans normen-en-waardenstelsel en vele rivaliserende groepen. Hetzelfde als je in het verzet ziet, zie je ook in de partij. Daar hebben de Sovjets altijd hun hoofd over gebroken", Na de val van het regime voor de deur staat is de fractiestrijd binnen de partij steeds groter geworden. Geruchten over pogingen tot een staatsgreep doen de ronde. Naar buiten toe probeert men de schijn hoog te houden. "Ik heb Nadjib in mei, toen ik daar was, horen zeggen dat het verzet er niet in zou slagen een provinciehoofdstad in te nemen. Inmiddels hebben ze er acht ingenomen". Versteeg schildert Kaboel als een belegerde stad. Binnen een paar kilometer rond de stad kan men zich vrij bewegen. Het regime blijft echter een totale controle op de pers uitoefenen. De wind wordt eronder gehouden met een geheime dienst, die alom vertegenwoordigt is en waar de mensen bang voor zijn. "Het partijkader houdt overdag een facade op van "wij zullen winnen". Ik heb zelf echter meegemaakt dat ze daar niet in geloven. Als je onder een paar borrels met ze doorpraat, vertellen ze heel andere verhalen. Steeds meer mensen beginnen de stad te verlaten. Wie het kan betalen, stuurt zijn familie naar India of Pakistan. Voor het eerst in de oorlog zijn er weer mensen terug naar het platteland gegaan". ROL VAN AMERIKA De Verenigde Staten hebben nooit grote belangen in Afghanistan gehad. In de regio waren het vooral het Iran van de sjah en Pakistan die gekoesterd werden. Versteeg: "De val van de sjah is een belangrijke factor geweest in de regio. Iran viel weg voor de Verenigde Staten. Het belang van Pakistan is daardoor toegenomen. Pakistan krijgt nu na Israel en Egypte de meeste steun". Toen de Sovjet-Unie Afghanistan was binnengevallen was men in het Westen vooral bang voor een Russische poging om door te stoten naar de Perzische Golf. Pakistan zou dan het volgende slachtoffer zijn. Tegenwoordig zijn deze geluiden niet of nauwelijks meer te horen. Versteeg: "Vaak werden daarbij de


13

interne Afghaanse verhoudingen over het hoofd gezien. Er werd veel gezegd: ze kunnen doorstoten naar de Golf. Ik denk dat dat laatste zeker niet de directe reden voor de Russen geweest is. Maar stel dat ze Afghanistan gepacificeerd zouden hebben, dan zou de druk op Pakistan zeker zijn toegenomen". "De Verenigde Staten hebben vanaf de Russische inval het verzet gesteund. Maar op beperkte schaal. Zij hebben steeds signalen gegeven aan de Sovjet-Unie dat als zij het conflict niet verder zouden laten escaleren, de steun aan het verzet beperkt zou blijven. Dit heeft te maken met het beeld van het verzet in het Westen. In 1980 dacht men dat het verzet snel onderworpen zou zijn. Toen dat niet het geval bleek, heeft men de Olympische Spelen van Moskou afgewacht. Na die spelen zouden de Russen het eindoffensief wel inzetten. Dat ging jaar in jaar uit niet op. Het verzet werd sterker en een aantal commandanten begonnen zich steeds duidelijker te profileren". Rond 1985 volgden er een paar grote offensieven van de Sovjet-Unie. Het verzet had het zwaar en grote delen van de bevolking werden weggebom bardeerd naar Iran en Pakistllg. Toch kreeg het verzet ook toe1"1!fiiet de nekslag. "In de Verenigde Staten is toen het inzicht doorgebroken dat het verzet een lange levensduur had. Men zag nu de kans om de Sovjet-Unie on the run te krijgen. De oude roll-back-politiek begon men in Afghanistan toe te passen. Niet in de zin dat het verzet in staat zou zijn de Russen over de grens te jagen. Maar men verwachtte wel dat de kosten van de bezetting tot onaanvaardbare hoogte kon worden opgejaagd. Dat is gebeurd. Het Amerikaanse Congres was in diezelfde periode verdeeld over steunverlening aan de Contra's in Nicaragua en de Unita in Angola. Om niet soft te lijken tegenover de Sovjet-Unie is men het toen wel eens geworden over de levering van Stingers aan Afghanistan. Het valt niet te verwachten dat de Verenigde Staten zich in de toekomst meer met Afghanistan zuIlen gaan bemoeien. Ze zullen niet proberen daar bases te krijgen of zich met de regering bezig houden. Strategisch gezien is het land van weinig belang en ze hebben kunnen zien

Het eeJ"Ste Russische konvooi op de terugweg uit Afghanistan.

hoe slecht het de Sovjet-Unie ver-

gaan is", LEVEN IN GROTTEN Gedurende verscheidene perioden heeft Joris Versteeg de strijd in Afghanistan van nabij meegemaakt op zijn trips met het verzet door het land. "Als je echt het land in wilt, zijn dat trips van drie maanden met soms bergpassen van 4000 meter hoogte. Dus het vereist nogal wat. Je komt in gebieden die helemaal verlaten zijn, waar de irrigatiesystemen kapot zijn en waar geen landbouw meer is. Gedurende de hele oorlog hebben de Sovjets en het regime maar ongeveer vijftien procent van het land in handen gehad. De strijd heeft zich voornamelijk afgespeeld in de strategische gebieden langs de belangrijkste wegen. In een groot deel van het land ging het leven dan ook min of meer normaal door. Daar waar het verzet was, kon je echter regelmatig bombardementen verwachten. Tijdens mijn verblijf in het Pansjirdal moesten de mensen de hele dag in grotten blijven. Pas aan het eind van de dag kon men naar huis gaan". Vers teeg: "Er is geen alternatieve maatschappij gekomen met z'n eigen revolutionaire coöperatieven of

vrouwencomiteS, dingen die links altijd zo aansprak in Vietnam. Het is een traditionele maatschappij gebleven die extra geïsoleerd is geraakt, omdat het contact met Kaboel wegviel. De regering in Kaboel werd altijd al als een buitenstaander gezien, die eigenlijk alleen maar kwam voor de belastingen en recruten voor het leger". Het verzet heeft nooit willen deelnemen aan het overleg in Genève omdat het de regering in Kaboel niet als gesprekspartner accepteert. Versteeg: "In het Westen onderkent men dat niet genoeg. Je leest steeds weer dat de optie van een verzoening wordt opengehouden. Daar is geen sprake van",

In het verzet leven zeer verschillende ideeën over hoe de toekomstige regering van het land eruit moet gaan zien. Ruwweg kan men twee modellen onderscheiden: een gematigd seculier model, waarbinnen de gegoede families een vooraanstaande rol zuIlen spelen, en een radicaalfundamentalistisch model. Welke van deze twee modellen de overhand zal krijgen is nog onduidelijk. Versteeg: "Ik verwacht een chaotische overgangssituatie waaruit op de lange termijn vrede kan ontstaan".


14

Rol van Verenigde Naties bij regionale conflicten De politieke ontwikkelingen van de afgelopen maanden hebben de aandacht gevestigd op de Verenigde Naties, en meer in het bijmnder op de mogelijke rol van de volkerenorganisaties bij de regeling van regionale conflicten. In korte tijd werd de Secretaris-Generaal van de VN door het gezaghebbende Franse dagblad Le Monde uitgeroepen tot "de held van de zomer van 1988" en werd de Nobelprijs voor de vrede 1988 toegekend aan de VN-vredesmachten. In beide oordelen lag de erkenning besloten van de bijdrage die de VN kon spelen als bemiddelaar bij een reeks van regionale conflicten die in de maanden juli en augustus in een stroomversnelling was geraakt. In hoeverre was dit nu een verdienste van de VN? De toenadering tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, die zich in het midden van de jaren tachtig begon af te tekenen, heeft in hun onderlinge betrekkingen een nieuwe fase ingeluid, met duidelijke "externe effecten" in het bredere verband van de internationale politiek. December vorig jaar bereikten de supermachten overeenstemming over de eliminatie van de categorie raketten voor de middellange afstand (het zg. INF-akkoord); de daarmee verband houdende verificatiebepalingen vormden op zichzelf al een doorbraak. De ingetreden ontspanning kwam eveneens tot uitdrukking op het vlak van de bestaande regionale conflicten. Deze maakten al vanaf het begin van 1985 deel uit van de politieke agenda voor de contacten tussen beide supermogendheden. Op ambtelijk en diplomatiek niveau werd overleg gevoerd over Afghanistan, Cambodja, Nicaragua, Angola, EthiopiĂŞ, het Midden-Oosten, zuidelijk Afrika, Latijns-Amerika en het CaraĂŻbisch gebied. VREEDZAME MIDDELEN Kennelijk waren beide partijen tot de conclusie gekomen dat zij belang hadden bij het nagaan van de moge- lijkheden voor samenwerking bij het

Dit artikel is van de hand van Dick A. Leurdijk. Hlj is verbonden aan de afdeling onderzoek van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen " Clingendael" in Den Haag. Hij houdt zich bezig met het functioneren van de Verenigde Naties en publiceert daar regelmatig over.

Jarenlang hebben de VN-onderhandelaars geijverd voor de Russische terugtrekking uit Afghanisum.


15

oplossen - "met vreedzame middelen" - van regionale conflicten. Het ging er daarbij om alle betrokkenen - de strijdende partijen, de VS, de Sovjet-Unie en de andere regionale belanghebbenden - bij onderhandelingen te betrekken. Een eerste resultaat van dit streven naar regionale openingen betrof de unanieme aanvaarding door de Veiligheidsraad van resolutie 598 inzake de Golfoorlog, juli 1987. De Akkoorden van Genève van april dit jaar, waar de beide supermogendheden voor het eerst zich garant stelden voor de regeling van de kwestie Afghanistan, vormde een tweede illustratie van het gemeenschappelijk optrekken van de beide wereldleiders. De jongste zomer leidde tenslotte tot de doorbraak. Onder auspici~n van de Verenigde Naties kwam het tot een staakt-het-vuren in de Golfoorlog, onder gelijktijdige stationering vaneen VN-waarnemersteam. Daarmee was ook de weg g~ffend voor diplomatieke onderhandelingen die zouden moeten uitmonden in de poli-

tieke regeling van het conflict. In dezelfde periode kwam er beweging in conflicten die zich jarenlang in een impasse hebben bevonden: de kwestie-Kampuchea, de westelijke Sahara, de kwestie-Cyprus en het vraagstuk Namibi~. Bij al deze situaties was een bemiddelende rol weggelegd voor de VN, de Secretaris-Generaal in het bijzonder. De VN wonnen hierdoor weer aan geloofwaardigheid. De bekroning kwam met de toekenning van de Nobel-vredesprijs 1988 aan de VN-vredesrnachten, die de publicitaire schijnwerpers richtte op een onderdeel van het instrumentarium waarmee de organisatie een bemiddelende rol speelt in de wereldpolitiekal is die rol jarenlang onderbelicht gebleven. MARGES De suggestie als zou de SecretarisGeneraal in de afgelopen jaren met zijn armen over elkaar hebben zitten toekijken, is natuurlijk ongefundeerd. De gang van zaken heeft nog weer eens geĂŻllustreerd binnen welke marges een organisatie als de VN moet opereren in de internationale politiek. Regionale conflicten werden tot voor kort gezien als "wars by proxy" (oorlogen bij volmacht) tussen de supermogendheden, waarbij de regionale partners voor hen het vuile werk opknapten. Zolang de supermachten de conflicten zagen in het kader van hun rivaliteit (het Oost-West-conflict), waren oplossingen geblokkeerd. De beweging die nu valt te constateren is dan ook gestoeld op de overweging, dat beide mogendheden gemeenschappelijke belangen hebben die hen binden. Voor beide speelt het probleem van de "overstretch" , een overdaad aan verplichtingen die hen politiek, militair en financieel duur zijn komen te staan. De behoefte om zich uit een aantal wespennesten terug te trekken vormt dan ook een belangrijk motief voor het ontstaan van een situatie, waarin beide ook een functie voor de VN als neutrale bemiddelaar zagen weggelegd. Gorbatsjov's denkbeelden over een opwaarderen van de rol van de VN in de wereldpolitiek sluiten daar ook geheel op aan. Zelfs in het Amerikaanse Congres is de afgelopen

maanden erkend dat de volkerenorganisatie een nuttige functie te vervullen heeft bij regionale conflictbeheersing, waarvoor Amerika dan ook financi~le middelen zou moeten vrijmaken. IRAN EN IRAK Het in augustus van dit jaar bereikte staakt-het-vuren in de oorlog tussen de aartsrivalen Iran en Irak was overigens niet de verdienste van de VN, maar het gevolg van een samenstel van factoren. Beide partijen waren tot het inzicht gekomen dat een militaire overwinning er niet meer in zat, maar ook politiek en economisch waren zij de oorlog beu. Iran trok die conclusie een jaar na Irak. Toen pas werd ook duidelijk welke rol de VN zouden kunnen spelen. Resolutie 598, die er inmiddels een jaar lag, bood het politieke kader voor een mogelijke vredesregeling. De stationering van een VN -waarnemersteam droeg bij tot het effectueren van het staakt-het-vuren. De bereidheid de wapens neer te leggen effende de weg voor het aangaan van trilaterale vredesbesprekingen tussen Iran, Irak en de Secretaris-Generaal van de VN. Najaren van oorlogvoering waren de VN het enige nog overgebleven internationale orgaan, dat kon zorgen voor een doorbraak in de politieke en militaire patstelling. Aanvankelijk trok de oorlog overigens weinig internationale aandacht. De bemoeienis van VN-zijde bleef beperkt tot oproepen van de Veiligheidsraad de vijandelijkheden stop te zetten. Zelfs de tankeroorlog, de aanvallen op koopvaardijschepen (met name tankers) in de Golf sinds de tweede helft van 1984, bleef onderbelicht. Daar kwam pas verandering in vanaf het moment dat op 17 mei 1987 bij een raketaanval op een Amerikaans oorlogsschip 37 Amerikaanse zeelieden om het leven kwamen. Die gebeurtenis vormde voor voor de VS tevens de aanleiding om in te gaan op het veel eerder gedane Koeweitse verzoek aan de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten om koopvaardijschepen bij hun doortocht door de Golf bescherming te bieden, te "escorteren", De door Koeweit beoogde internationalisering van de Golfoorlog werd vervolgens volledig, nadat het Wes-


16

ten, onder aanvoerine van Amerika, besloot tot opvoering van de maritieme presentie in de Golf. Vanaf dat moment voerden de VS een tweesporenbeleid. Enerzijds het nastrevenmet behulp van westerse marines - van Amerikaanse politieke, economische, militaire en strategische belangen. Anderzijds een beleid, via de Veiligheidsraad van de VN, gericht op het isoleren van Iran en het instellen van een eenzijdig tegen Iran gericht wapenembargo. VN-RESOLUTIE De betrokkenheid van de VN bij de Golfoorlog had een belangrijke impuls gekregen met de unanieme aanvaarding door de Veiligheidsraad van resolutie 598, op 20 juli 1987. In de resolutie werden van Iran en Irak een staakt-het-vuren g~ist en een terugtrekking van de troepen tot achter de internationaal erkende grenzen. Voorts voorzag de tekst in bepalingen inzake de uitwisseling van krijgsgevangenen, in onderhandelingen over alle "outstanding issues", in de instelling van een orgaan dat een onderzoek zou instellen naar de verantwoordelijkheid voor het conflict en in een oproep tot bijdragen aan de wederopbouw en in bemiddeling via de Secretaris-Generaal. Iran aanvaardde de resolutie, Iran wilde haar noch verwerpen, noch aanvaarden. Daarmee was het sein gegeven voor een hele reeks consultaties tussen Bagdag, Teheran en New Vork, zonder dat dit tot enig resultaat leidde. De oorlog ging ondertussen door, ondanks een grotere westelijke aanwezigheid in de Golf, ondanks bemiddelingsinspanningen van de kant van de VN en ondanks het streven in de Veiligheidsraad een vervolgresolutie aanvaard te krijgen, die zou voorzien in sancties (een wapenembargo tegen Iran). De Iraanse opstelling werd uitgelegd als een vertragingstactiek die erop gericht was tijd te winnen om een "winteroffensief" te beginnen. Zover is het niet gekomen. Na een reeks militaire nederlagen in de oorlog tegen Irak, na enkele militaire botsingen met de Verenigde Staten in de Golf, na een aanpassing van de militaire strategie en de benoeming van een nieuwe militaire bevelhebber en na het neerschieten van het Iraanse

Een Iraanse begraafplaats voor Iraakse(vijande11ïke) gevallenen. De VN zlïn nauw betrokken bij de totstandkoming van het staakt-het-vuren.

verkeersvliegtuig met 290 passagiers aan boord door een Amerikaanse raket, maakte Theheran op 18 juli van dit jaar bekend resolutie 598 onvoorwaardelijk te accepteren. WAPENS ZWIJGEN Het duurde nog een maand voor het staakt-het-vuren kon ingaan, maar inmiddels was wel een VN-waarnemersteam van 350 man gelegerd aan de grens tussen Iran en Irak, met als opdracht toe te zien op de naleving van het bestand. Op 25 augustus jl. begonnen vervolgens de onderhandelingen tussen Iran en Irak via bemiddeling van Pérez de Cuéllar voor

een "vredesregeling", waarvoor resolutie 598 het politieke kader aangaf. Tot op heden is het staakt-het-vuren nageleefd; dat is geen geringe winst na acht jaar oorlog, het verlies van anderhalf miljoen mensenlevens, het gebruik van chemische wapens, een

"tankeroorlog", een "stedenoorlog", een ontredderde economie en oorlogsmoeheid bij de beide bevolkingen. De aandacht verlegde zich nu naar de onderhandelingstafel. Nu bleek opnieuw hoe inventief de beide partijen zijn bij het opwerpen van blokkades in de besprekingen over de uitvoering van de resolutie. Zij biedt daartoe voldoende aanknopingspunten: in elk van de tien punten van het operatieve gedeelte van resolutie 598 gaat het om zeer omstreden kwesties, die voor een deel ook al speelden in de periode voor het uitbreken van de oorlog. Zo zegt de resolutietekst bijvoorbeeld

niets over de onderlinge samenhang van de tien punten. Evenmin is duidelijk wat nu de "internationaal erkende grenzen" zijn, waarachter de militaire eenheden zich zouden moeten terugtrekken. Hoe wordt het orgaan samengesteld dat moet gaan onderzoeken hoe het conflict zich heeft ontwikkeld, en met welke opdracht wordt het belast? Moet de Shatt-al Arab, de grensrivier tussen beide landen, eerst worden ontruimd alvorens andere punten kunnen worden besproken? Tot dusver heeft zich alleen enige toenadering voorgedaan met betrekking tot de uitwisseling van een beperkt aantal zieke en gewonde krijgsgevangenen. Voor het overige liggen alle conflictpunten nog steeds op de onderhandelingstafel. Er zal van de VN-bemiddelaar een uiterste aan geduld, behendigheid en inventiviteit worden g~ist om een doorbraak te forceren in een situatie, die wordt gekenmerkt door groot wantrouwen over en weer. De vraag rijst dan ook hoe lang een wapenstilstand het houdt, zolang er geen schot zit in de onderhandelingen. En bovendien veronderstelt een wapenstilstand een gezamenlijke inspanning van de Sovjet Unie en de Verenigde staten bij de betrokkenen om een politieke regeling te treffen. En dat veronderstelt weer dat de ontspanning in de verhouding tussen de beide supermachten aanhoudt. Er is dus alle reden om vooral niet te vroeg te juichen. Er staat veel op het spel: voor Iran, voor Irak, voor de regio, voor de VS, voor de Sovjet-Unie èn voor de Verenigde Naties.


17

Vrede en veiligheid zijn niet identiek Het "uitbreken van vrede" is iets waar de meeste mensen instinctief wat sceptisch tegenoverstaan, "Rustig afwachten en dan zien we wel verder" is de lijfspreuk van de koel berekenende Nederlander. Zelfs idealisten onder ons hadden niet durven dromen dat 1988 een nieuw vredestijdperk zou inluiden. Maar wat mag de wereld verwachten van de toch wel opmerkelijke ontwikkelingen van het afgelopen jaar? Hoe beziet een polemoloog als Wecke de vredesinitiatieven en processen van het afgelopen jaar?

Interview van Onno Maliepaard, redacteur van Jason Magazine, met drs. L. Wecke. Drs. Wecke is als polemoloog verbonden aan de Universiteit van Nijmegen.

Wecke: "Een beetje argwanend. Alleen al bij de woorden vredesproces en vredesinitiatief rijst het probleem, wat men met hiermee bedoelt. Ook bij vredesdeskundigen bestaan hierover verschillende definities. Als men het heeft over vredesprocessen en -initiatieven, dan gaat men uit van de veronderstelling dat veiligheid ongeveer identiek is aan vrede of omgekeerd dat vrede identiek is aan veiligheid. Vrede betekent in feite een situatie waarin ook de oorzaken van oorlogen zijn weggenomen. Dat is heel wat anders dan het treffen van een regeling inzake vermindering van kernwapens of terugtrekking van Sovjet-troepen uit Afghanistan. Waar mensen al snel geneigd zijn te zeggen dat de vrede is uitgebroken denk ik, dat je hooguit kunt zeggen dat er meer veiligheid in de wereld is uitgebroken. Overigens is er zelfs voor het begrip veiligheid geen eenduidige definitie. Men onderscheidt sociale, politieke, economische en militaire veiligheid. In het geval waar wij het over hebben, betreft het de militaire en politieke veiligheid. Dat zegt echter nog niets over hoe men de oorzaken van een manifest conflict (oorlog geheten) weg kan nemen".

waarneembaar".

Vindt u het niet frappant dat juist 1988 zoveel positieve ontwikkelingen op dit gebied heeft laten zien? Wecke: "Ik denk dat het ene wel enigszins met het andere te maken heeft, maar dat de ontwikkelingen deels ook voorspelbaar waren. Het

GORBATSJOV

In hoeverre heeft de persoon Gorbatsjov hierop invloed gehad?

t,I~t..:--\. • . -~

-•

De beëindiging van de oorlog tussen Iran en Irak kwam niet uil de lucht vallen: beide partijen toonden zich oorlogsmoe.

feit dat het in de Golf niet meer onweert was te voorspellen, gezien de tekenen van uitputting en oorlogsmoeheid bij de strijdende landen. Dat er een INF -accoord aan zou komen, was ook te voorspellen. Bekijken we de situatie in Latijns-Amerika dan kan men zeggen dat een matiging van het geweld ook daar niet uit de lucht is komen vallen. En dat de Russen uit Afghanistan weg wilden, hebben ze al veel eerder te kennen gegeven. Nu kunnen we misschien wel constateren dat in dit ene jaar een aantal zaken manifest zijn geworden en daardoor voor een groter publiek

Wecke: "Beantwoording van deze vraag hangt af van twee benaderingen. Ofwel de "deterministische" benadering. Die zegt dat de omstandigheden bepalend zijn voor een historische gebeurtenis. Ofwel de "voluntaristische" benadering, waarbij de persoon bepalend is. Ik ga uit van de eerste benadering en ben dus van mening dat de persoon altijd secundair is. Ik denk bijvoorbeeld niet dat je de stelling kunt verdedigen dat de Napoleontische oorlogen zijn ontstaan uitsluitend vanwege Napoleon . Er zijn tal van omstandigheden die de tijd ergens rijp voor maken. Dan kan één persoon wel de emmer doen overlopen. Ik denk dat Gorbatsjov de omstandigheden mee heeft. Voor zijn aanhangers, maar ook voor zijn vijanden, is duidelijk geworden dat de Sovjet-Unie niet op dezelfde weg door kan gaan, dat er fundamentele veranderingen moeten plaatshebben. In feite had Gorbatsjov de tijd ook mee, gezien het feit dat zelfs door het leger is ingezien dat de SovjetUnie haar rol als supermacht zou kunnen verliezen, als hervormingen uitblijven". "Natuurlijk is de Sovjet-Unie afhankelijk van westerse technologie, investeringen en andere innovaties om de hervormingen te ondersteunen. Van hieruit is dan ook weer een INF-


18

" Misschie n was he l ve rkeerd aJle ge neraaJ s le rusilleren"

akkoord te verklaren, in die zin dat de vermindering van de middellange afstandsraketten meer een politiekpsychologische hindernis was voor normalisering van betrekkingen, dan dat de Sovjet-Unie de raketten meteen kwijt wilde om op die manier veel geld te besparen. Dat kan pas als er wordt verminderd op de veel duurdere conventionele wapens". "Het INF -akkoord is niet te verklaren uit een pacifistische bevlieging van Gorbatsjov, maar primair uit een economische noodzaak, die direct gekoppeld is aan technologische afhankelijkheid van het Westen. Hiermee is ook gezegd dat de raketten-vermindering niet is afgedwongen door het kordate vasthouden van de NAVO aan het dubbel-besluit. Evenmin is het een vrucht van een vreedzame bevlieging van Reagan, noch van de inzet van de vredesbeweging. Men zal dan zien dat de economieeen structurele, niet zozeer een subjectieve factor is - in hoge mate zal bepalen welke wapensystemen we later nog zullen hebben en welke we niet meer zullen zien".

Als we de invloed van economische factoren op de internationale relaties bekijken, dan kunnen we zien dat economische en veiligheidsbelangen nauw met elkaar zijn verbonden. Maar hoe verhouden deze zich tot elkaar bij daadwerkelijke conflictbeslechting? Wecke: "Deze twee elementen verhouden zich tot elkaar op een nogal complexe manier. Daar is moeilijk over te generaliseren en ligt verschil-

lend van land tot land. Voorontwikkelingslanden kan het betekenen dat als men bijzonder veel waarde hecht aan politieke veiligheid, en die koste wat het kost met militaire middelen wil garanderen, dat land in feite middelen wordt onthouden die noodzakelijk zijn om de eigen economie op te bouwen. Dan is het door u genoemde verband dodelijk". "Economische, politieke en militaire veiligheid hangen wel nadrukkelijk samen. Je kunt zelfs aan de hand van je politieke of wetenschapsopvatting zeggen, dat in veel gevallen het economische element bepalend is voor het politieke en daarmee ook voor het militaire. Anderen zullen dat weer omkeren en zeggen dat niet het economische, maar juist het politieke bepalend is voor wat wordt aangeschaft aan wapens". REGIONALE KWESTIES

Laat ik de vraag wat toespitsen op concretere situaties. Denken aan Angola en Namibii!, Afghanistan, de Golf. Zijn hier politieke of economische factoren bepalend geweest voor het zoeken naar een toenadering? Wecke: "Die vraag is niet te beantwoorden met exacte verwijzingen naar politieke of economische factoren. Er zijn natuurlijk meerdere factoren die een rol spelen. Landen kunnen gedwongen worden af te zien van oorlogvoeren, omdat de middelen daartoe ontbreken. Dit heeft te maken met het economische draagvlak en de mate waarin een land "self supporting" is. Vaak is het

zo dat bijvoorbeeld ontwikkelingslanden niet in staat zijn zelf wapensystemen te repareren. AIs de externe ondersteunende factoren niet meer bereid zijn deze steun voort te zetten, dan raakt de pot leeg. Zo ziet men dat de Golfoorlog niet veellanger doorgezet kon worden omdat de VS en de Sovjet-Unie beide het conflict graag beeindigd zagen. De grote mogendheden hebben bij locale conflicten belangen. Deze belangen kunnen echter door nog belangrijkere belangen overschaduwd worden. Dat wil niet zeggen dat ze niet meer geĂŻnteresseerd zijn in de afloop van die conflicten. Maar ze stellen gewoon prioriteiten. In dit verband kan men zien dat de Sovjet-Unie meer belang hecht aan een normalisering van Oost-West betrekkingen, dan aan het al dan niet steunen van een bepaald regime in Kabul. Dit geldt ook voor Zuid-Afrika, dat begrepen heeft dat de internationale druk op haar systeem wat verlicht wordt, als zij wat "good wilI" zou tonen. Uit deze optiek kun je Zuidafrikaanse motieven verklaren met betrekking tot de onderhandeling over de kwesties Namibii! en Angola".

Verandert de houding van de supermogendheden ais gevolg van de noodzaak hun invloed overal voelbaar te maken? Wecke: "De grote mogendheden zullen natuurlijk altijd proberen hun eigen belangen in derde landen te laten gelden. Maar het is interessant te zien dat in de dĂŠtente-periode de bewapeningsmotor van de Sovjet-Unie en de VS nog harder liep dan in de tijd van feitelijke spanning. Dat zouje dan nu ook kunnen verwachten, zij het dat met name de Sovjet-Unie het in haar eigen belang acht niet meer betrokken te raken bij conflicten ver van het eigen bed, die uiteindelijk bij een kosten-baten-analyse weinig politiek-economisch nut opleveren. Een belangrijke theorie die in het verleden zijn geldigheid min of meer heeft bewezen stelt dat wanneer ergens in de wereld een machtsvacuUm ontstond, een van beide grootmachten er in zou springen. Dit zou echter alleen plaatsvinden wanneer de grootmachten ervan overtuigd waren, dat de andere partij niet snel van leer zou trekken. Deze houding


19

is waarschijnlijk in de laatste jaren

veranderd van een offensief ingrijpen naar een defensief ingrijpen. Dat wil zeggen dat slechts in die gevallen werd ingegrepen, waar niets doen nadeliger was dan wel wat doen. Vanuit die benadering heeft de Sovjet-Unie in Afghanistan geopereerd. Maar dat is nu dus ook voorbij. Kennelijk zijn de grote mogendheden op een andere koers gaan varen. Het tij is veranderd, men zal in de toekomst in mindere mate geconfronteerd worden met het militair ingrijpen van grote mogendheden, ver buiten hun eigen machtsbereik". CHINA EN INDIA

Ziet u een rol weggelegd voor de kleinere mogendheden, zoals China en India? Wecke: "Dat hangt in de eerste plaats af van het vermogen van deze landen een economische macht te worden. Als deze macht ontbreekt, dan is geen grote politieke rol voor ze weggelegd. Hoe langer hoe meer zien we trouwens, dat economische verwikkelingen een concurrerende en vijandige dimensie krijgen. Deze worden dan ook bron van wrijving in de toekomst. Politiek-militaire verhoudingen zullen steeds minder een bron van fricties zijn. China zal zich zeker tot een economische macht gaan ontwikkelen. Met India is dit moeilijker te voorspellen".

Maar alleen al de enorme legers die China en India op de been kunnen krijgen impliceren toch al politieke macht? Wecke: "Het staten-paradigma stelt dat nationale staten de factoren zijn die de internationale politiek bepalen. Vanuit die redenering vergroot een krachtig leger natuurlijk de beleidsmogelijkheden van staten. Ik geloof echter dat de nationale staat als unitaire actor niet meer een geldig begrip is voor de huidige internationale verhoudingen. In tegenstelling tot het staten-paradigma, betrekt de theorie van de complexe interdependentie verscheidene andere factoren bij het verklaren van internationale relaties. Deze theorie stelt dat niet alleen staten, maar ook multinationals, non-gouvernemente-

Michail Gorbatsjov: belangrijk maar niet allesbepalend voor het " vredesbeeld" van 1988.

Ie organisaties, internationale organisaties etc. verbanden leggen tussen volkeren, die wederzijdse afhankelijkheid afdwingen. Hierdoor wordt veiligheid gecrei!erd. Niet door militaire kracht, wederzijdse afschrikking of door machtsevenwicht. Veiligheid dus, door middel van samenwerking en het noodzakelijke participeren in gemeenschappelijke verbanden. In zo'n wereld, waarin ook de Sovjet-Unie en de VS een plek hebben, lijkt het mij niet waarschijnlijk dat India of China militair iets zou willen ondernemen. De wereld van de toekomst ontwikkelt zich naar steeds verdergaande samenwerking. Problemen zoals vervuiling, grondstofuitputting, economische knelpunten kunnen alleen zĂ opgelost worden. Ik denk trouwens niet dat China de grootste bedreiging is. Als we het over vijanden hebben dan denk ik, dat naar bepaalde maatstaven gemeten Japan een grotere vijand van het Westen is dan bijvoorbeeld de Sovjet-Unie".

VIJANDBEELD

Veel misverstanden die spanningen veroorzaken en zelfs tot oorlog kunnen leiden zijn te herleiden tot een verkeerde perceptie van de intenties van de opponent(en). Gelooft u dat een wederzijdse verandering in deze zgn. vijandbeelden hebben bijgedragen aan het vredesklimaat? Wecke: "Het beeld dat de VS en de Sovjet-Unie van elkaar hebben is natuurlijk een steeds wijzigend beeld. Het probleem ligt bij hen, die die vijandbeelden hebben. Er zijn namelijk talloze beelden; iedere groep, iedere organisatie, iedere staat, eigenlijk ieder persoon heeft zijn eigen vijandbeeld. Elk weer met een andere intensiteit en andere functies. In een onderzoek waar ik laatst nog aan mee deed werd bijvoorbeeld duidelijk dat het ministerie van buitenlandse zaken en dat van defensie ge-


20

Afghaanse vluchtelingen, wachten op de vrede die nog niet is uitgebroken.

heel verschillende vijandbeelden hebben. Maar ik denk inderdaad dat wat betreft de supermogendheden de opvattingen op een aantal niveaus aan het veranderen zijn, dus van de regering, van semi-overheidsinstellingen en ook van de burgers over en weer. Waar tien jaar geleden de Westerse bevolkingen de Sovjet-regering als een opgelegde tirannie beschouwden, kan hedendaags zelfs gezegd worden dat Gorbatsjov in Nederland vijf maal zo goed voor de dag komt als Reagan. Dit alles neemt echter nog niet weg, dat het vijandbeeld in algemene zin overeind blijft. Mensen zijn nu eenmaal in onze cultuur uitgerust met het inbeeldingsvermogen een vijand levendig voor te stellen. Wat natuurlijk ook overeind blijft zijn de fundamentele tegenstellingen tussen het communisme en het kapitalisme, tegenstellingen die hooguit geneutraliseerd worden door meer begrip over en weer te kweken, door bijvoorbeeld meer samenwerking. Die weg beginnen we nu pas af te leggen". Betekent dit nu dat het Westen een assertief beleid moet voeren gericht op steeds meer samenwerking met het Oostblok? Schuilen er geen gevaarlijke addertjes onder het gras, bijvoorbeeld het onverhoopt terugdraaien van de op gang gekomen

hervormingen aldaar?

den die de laatste tijd gesloten zijn?

Wecke: "Ontwikkelingen zijn per definitie bijna niet terug te draaien. Er is een structurele economische factor in het spel gekomen, die zich nu nadrukkelijk heeft aangediend en waarvan ook de VS zich in toenemende mate rekenschap van zullen moeten geven. Op een gegeven moment zullen de VS graan moeten verkopen en het overheidstekort terugdringen. Er zit niets anders op! Het Westen moet twee wegen tegelijk bewandelen. Veiligheid moet nog in de eerste plaats militair verzekerd kunnen worden, maar moet in de toekomst een toenemend defensief karakter krijgen. De andere weg naar veiligheid is door middel van samenwerking. Daarmee kan het wantrouwen worden weggenomen, dat aan de veiligheidsverzekering door middel van afschrikking ten grondslag ligt".

Wecke: "Dit soort fora leveren zeker een bijdrage, maar zijn vaker een expressie van een gevolg van nieuwe initiatieven, dan dat zij oorzaak van dergelijke initiatieven zijn".

VERENIGDE NATIES Internationale fora zoals de Verenigde Naties, Helsinki, Madrid, krijgen een steeds permanenter karakter in dearena van internationale betrekkingen. Ook waar het gaat om wapenvermindering lijkt dit soort fora bijnageinstitutionaliseerd te zijn. Heeft dit bijgedragen aan de akkoor-

Maar de Verenigde Naties kunnen toch in veel gevallen katalysator zijn om vredesprocessen aan de gang te krijgen, gezien haar hoog aanzien bij het publiek?

Wecke: "Ondanks de kwaliteit van onze democraties is het niet door publieke opinie dat iets bepaald wordt. Er zijn krachten die machtiger zijn. Dit neemt niet weg datje in de toekomst de VN aan gezag zult zien winnen, naarmate zij doeltreffend blijken te functioneren bij het oplossen van al die problemen tussen Oost en West, die de grote mogendheden 6Ăłk als grote problemen aanmerken. Maar ja, je ziet wel hoe nu, doordat ĂŠĂŠn grote mogendheid zijn contributie niet wil betalen, het reilen en zeilen van de hele organisatie in gevaar komt. Of de VN ooit zullen kunnen uitgroeien tot een wereldregering betwijfel ik. Maar uitbreiding van speciale bevoegdheden in speciale gevallen kan alleen maar positief zijn. Ik denk dat dit ook wel de ontwikkeling is, die gaande is".


WAT IS JASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. J ason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. Jason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren China, vluchtelingen, internationale wapenhandel en buitenlandse correspondenten in Nederland. Ten tweede informeert Jason door het organiseren van tal vanactiviteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: AMSTERDAM: Jur Botter Ve莽htstrnat 176-2 1079 JV 020-444343

TILBURG: Harry Raymakers Wilheiminapark 27 5041 EB 013-433200

DELFT: Steven Kroon V. Bleyswyck. strnat 66 2613 RT 015-126765

NIJMEGEN: Bart Driessen V. Oldenbamevelt路 strnat 24 6512 Al( 080-241051

DEN HELDER: Allard Wagemaker Marinapark 189 1785 DE 02230-32519

ROTTERDAM: John Meier Heer Gillesstrnat 26 010-4525484

EINDHOVEN: Eric Jansen Jan Tooropstrnat 18 5642 AK 040-817510 GRONINGEN: Patricia Alma Coehoomsingel 7 9711 BM 050-146348

De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers.

LEIDEN: Erwin Flipse Houtstrnat 3 071-140851

Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

UTRECHT: Petra van Hilst Kapelstrnat 64 3572 CN 030-733327

Jeroen Boot Heemskerkstrnat I04-B 010-4659221 NlJENRODE: Jan Hein Alfrink Nieuw Nijenrode 48 3621 MC Breukelen 03462-625888 BREDA Amaud Dupont Pasbaan II路f 4811 GM 076-229283

r--------------------------------------------------------------------------. 88 / 6 Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam:

Adres: Postcode/Woonplaats: .................................................................... . Telefoon: ............................................................. ........ ... ....... ... .. . (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1988 88/1. INF路AKKOORD: GESCHIEDENIS VAN DE TOEKOMST. Dr. Hylke Tromp:

INF -akkoord : triomf, nederlaag, misverstand of echt keerpunt? "INF-akkoord is ronduit slecht en brengt Europa in gevaar". Prol Yuri Davydov: Het INF-verdrag nu en in de toekomst. M. F.1ber en G. Berkhof:Het succes van de vredesbeweging en Reagan

interview Siccama:

als een "super-Faber", Interview prof. Lammers:

"INF-akkoord is een resultaat van interne zwakte van Amerika" .

Drs. R. Vierhout:

Toch nog een toekomst voor de Europese Defensie Gemeenschap?

88/2. Milieu en de verdrukking. Ad MeJkert:

(interview)

Mr. S. Lederer:

"Geweld van de IRA versterkt positie van de protestanten".

Anton SeeJen: (interview)

"Britten moeten goedschiks of kwaadschiks weg uit Ierland".

Frits Beuriek: (interview)

"Jongeren naar Nederland halen om elkaar echt te leren kennen".

AJlan Reeve: (interview)

"Het is alti~d geoorloofd om RUC-Ieden dood te schieten '.

88/4. De binnenkant van Buitenlandse Zaken. Chie/ de Leeuw:

Van gezant aan 't hof tot moderne diplomaat.

Drs. F. van der Dunk:

Het "diplomatieke recht" en de Weense Conventie van 1961.

"Elke menselijke activiteit aanslag op milieu",

(interview)

Dhr. Berent:

J . TayJor: (interview)

Ch. de Leeuwen " Milieuwetgeving EG mag wel strenger worden" .

H.p. Andriessen:

Een diplomaat zit niet alleen prettig aan rand (interviews)

van zwembad.

(interview)

"Beter milieu-onderwijs noodzaak voor Europa".

A . Gierveld:

De Nederlandse diplomatie tussen traditie en ambitie.

J . van Huizen: (interview)

"Groter milieu-bewustzijn gevolg acties Greenpeace"

A. Krijger:

Bij de diplomatie gaat het om de manier waarop je het zegt.

Prof. Th. G. Drupstee/l: "Op ~et terrein van milieurecht nog veel te doen .

88/5. De race naar het Witte Huis, zonder make-up bekeken. Dr. G. lrwin en dr. R. Andeweg:

Hans Schmir: (interview)

"Toekomstbeeld Nederland: sinaasappelbomen in polder.

s.J. Tromp:

Milieuvervuiling heeft ingrijpende medische gevolgen.

Dr. E. van de Bilt:

Macht en de onmacht van de Amerikaanse president.

Dr. A. Wiggers: (interview)

"Bedrijven hebben heden wel degelijk oog voor milieu".

Dr. A. Lammers:

Ruzi毛nd op de achterbank. Amerikaanse kiezers en kandidaten in 1988.

M . Kraatlen en A. Krijger:

Reportage over Hoechst: bedrijven, overheid en milieu.

Onno Maliepaard:

Republikeinen en Democraten: Waar staan ze voor in 19BB?

88/3. Noord路lerland: Toekomst zonder toekomst?

Enkele kanttekeningen bij wedloop naar Witte Huis.

Sam Muller:

Verlammend verleden houdt Noord-Ierland diep verdeeld.

Hans-PauJ Andriessen en Aldrik Gierve/d: Verhouding met Europa speelt in campagnes geen grote rol.

A/ex Krijger:

Noord-Ierland arme uithoek van Europese Gemeenschap.

Mr. Y. van Rooy:

Brian Bennet: (interview)

"Zolang er geweld is, blijven de troepen in Noord-Ierland".

Amerika en de angst voor het "Fortress Europe".

,-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHAAG

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 6  

Jason magazine (1988), jaargang 13 nummer 6  

Advertisement