__MAIN_TEXT__

Page 1

JAARGANG 12 NOVEMBER 1987 NUMMERS

Magazine voor Internationale

F


J ason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikel schrijven. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. P ostgiro: 3561025. Bank: 456855548. Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie.

REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Gervaise Frings Chiel de Leeuw, Sam Muller, Eugèn van de Pas, Gert-Jan Stempher, Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: P . H. Coebergh. Vice-voorzitter: R. v.d. Meer. Secretaris: M. Cantarella. Penningmeester: F. v.d. Heuvel. Public Affairs: C. Weiland. Algemene Zaken: S. Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.C.M. Caris. Mr. P.H. Goedhart. Mr. M.C. de Groene. Drs. M.C.A.M Huisman. Drs. R. Hillebrand . Drs. A.M. Knaapen. F .J . Marcus. H.C. van Olden. Drs. A.M. van der Togt Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES J .M. Bik Prof. dr. W. Dekker Prof. mr. J .F . Glastra van Loon Drs. G.J.J.M. Hayen Dr. A.M.C.Th. van Heel-Kasteel. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels Mr. J.G.N. de Hoop Scheffer Drs. W.K.N. Schmelzer R. C. Spinosa Cattela. Prof. dr. A, van Staden Prof. dr. H. W. Tromp Prof. dr. P.M.E. Volten Drs. L. Wecke ISSN 0165·6336

INHOUDSOPGAVE REDACTIONEEL. Pag. 1 BERUJN VAN HOOFDSTAD TOT ZONE-STAD: 1937-1987. Willem Melching, wetenschappelijk medewerker aan de Rijks Universiteit Leiden over de geschiedenis van Berlijn. Pag. 2 DIRECTEUR VAN GOETHE-INSTITUUT: "CULTUUREXPORT GEEN SMEERMIDDEL". Interview met directeur Dobiess van het Goethe-instituut in Amsterdam. Pag. 9 DUITSE ROL IN EUROPA: FRONT ÈN BRUG TUSSEN OOST EN WEST. Door Dhr. D. Kolster, Internationaal Secretaris van het CDA. Pag. 11 DUITSE VRAAGSTUK IS PRIMAIR EEN LIBERAUSERINGSPROBLEEM. Door Maarten Huyink, student aan de Universiteit van Amsterdam. Pag. 14 "DE MUUR IS GEEN HINDERNIS VOOR ONZE WIL OM EÈN STAD TE ZIJN". Chiel de Leeuw op reportage in een verdeelde stad. Pag. 18


1

Voor eens en altijd verdeeld? In 1983 werd in de DDR de vijfhonderstegeboortedag herdacht van Maarten Luther. Een opmerkelijke gebeurtenis, vooral als men bedenkt dat Karl Marx, wiens beginselen de basis vormen van de Duitse boeren- en arbeidersstaat, van mening was dat godsdienst opium is voor het volk. Van nog meer belang dan Luther, zullen echter de grote hervormingen van deze tijd zijn. Berlijn, het teken van tweespalt, bestaat dit jaar in Oost en West 750 jaar. Dat roept de vraag op in hoeverre het over twee steden verdeelde volk, dat één vergelijkbare cultuur heeft, ooit weer de handen ineen zal slaan en de politieke tegenstellingen zal verdringen voor een gezamenlijk bestaan. In dit nummer echter geen futuristisch maatschappijbeeld voor de beide Duitslanden, maar een meer beschouwend beeld over de werkelijkheid van vroeger en nu. We staan stil bij ons grootste buurland, dat zich van een gevreesde vijand heeft ontwikkeld tot een goede vriend. Geen rechtstreeks antwoord op de vragen rond glasnost, perestroika en de invloed van het INF -akkoord, maar meer een beeld van de wegen die daar naar toe hebben geleid. In dat verband een veelzeggend citaat van Willy Brandt uit 1976: "Für mich ist es darum gegangen und muss es weiterhin darum gehen, die Rahmenbedingungen des Ost-West Konflikte so zu verändern, dass Spannungen reduziert, tragfähige Formen der Kooperation entwickelt und so die Chanzen des Friendens gestärkt werden können". HUIB VAN OLDEN


2

Berlijn van hoofdstad tot zone-stad: 1937-1987 Jaartallen in themanununers worden altijd geacht symbolisch te zijn. 1937 en 1987 slaan wat dat betreft geen slecht figuur. In 1937 benoemde Hitler zijn favoriete architect Albert Speer tot Generalbauinspektor für die Reichshauptstadt. Afbraak en vervolgens wederopbouw in de beste Germaanse tradities moesten Berlijn omvormen tot de hoofdstad van het ,,Nieuwe Europa". VJjftig jaar later reist Honecker, Vorsitzender des Staatsrats der DDR, naar de Bondsrepubliek. Ook al voorzag het protocol in slechts zes motorrijders in plaats van de gebruikelijke twaalf, het was een ontvangst een belangrijk buitenlands staatshoofd waardig.

Deze bijdrage is van de hand van Willem Melching, wetenschappelijk medewerker aan de Rijks Universiteit L eiden.

Slechts een halve eeuw scheiden Speers benoeming en de (voorlopige) bezegeling van de Duitse deling. Het Groot-Duitse rijk is uiteengevallen in twee staten en de voormalige Reichshauptstadt wordt gedeeld door een Muur. De ironie wilde dat over het lot van Duitsland beslist werd door Hitlers vijanden: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Berlijn, de voormalige hoofdstad en vier-zone stad midden in de DDR, was regelmatig inzet van de politieke conflicten tussen beide supermachten. Als geen andere plek in Europa was de situatie in Berlijn een indicatie voor hoogte- en dieptepunten in de Koude Oorlog en de détente.

Reicbshauptstadt De geschiedenis van Berlijn, de voormalige hoofdstad van Duitsland, is nauw verweven met de turbulente Duitse geschiedenis van de laatste honderd jaar. In tegenstelling tot hoofdsteden als Londen en Parijs was de Pruisische hoofdstad lange tijd niet veel meer dan een uit de kluiten gewassen garnizoensstad. Het waren de Duitse eenwording van 1870/ '71 en de industrialisatie die van Berlijn definitief een wereldstad maakten. De explosieve groei van de Duitse industrie vond voor een belangrijk deel in Berlijn plaats. Moderne industriel!n als de elektrotechniek en de chemie vestigden zich in de

Berlijn, augustus 1963. Onder bewak ing van Vopo's wordt de Muur gebouwd.

hoofdstad, daarnaast groeide het overheidsapparaat van de Reichshauptstadt. De bevolking nam in razend tempo toe. Tussen 1871 en 1920 groeide de bevolking van 800.000 tot ruim vier miljoen. In deze tijd verrezen de huurkazernes van Kreuzberg, Prenzlauerberg en Neuköln, de elegante woonwijken rondom de Kurftirstendamm en werd het S-Bahn-

net aangelegd. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog ging deze groei onverminderd voort. Berlijn werd hèt symbool voor de moderne stad: Berlin, Symphonie einer Grosstadt. Na de samenvoeging tot Gross-Berlin besloeg de stad een totaaloppervlak van maar liefst 850 km2. In dezelfde tijd werd Parijs door Berlijn verdrongen als culturele


3

Berlijn in 1928. President Von Hindenburg ontvangt de Afghaanse k oning Aman U11ah.

hoofdstad van Europa. De culturele bloei van de jaren twintig, de zogenaamde Weimarculture, was in hoofdzaak een Berlijnse aangelegenheid.

Centrale positie Ook in het Derde Rijk nam Berlijn een centrale positie in. Door de afschaffing van de traditionele Länder en een sterke centralisatiepolitiek werd de toch al overheersende positie van de hoofdstad nog sterker. Daarbij kwam nog dat Hitler door middel van decreten en verordeningen regeerde. Direkte toegang tot de FUhrer was voor zijn volgelingen noodzaak om de eigen positie te kunnen behouden. In de oude regeringswijk van Berlijn verrezen in nazi-klassicisme opgetrokken ministeries: Goerings Reichsluftfahrtrninisterium en Goebbels Propagandaministerium. Ze staan er n08, vlak bij de Muur. De in dezelfde tijd opgetrokken Reichskanzlei is verdwenen, alleen een klein heuveltje in het niemandsland tussen Oost en West geeft nog de plaats aan van de FUhrerbunker. Goebbels maakte van de filmstad Babelsberg het hoofdkwartier van zijn propagandaslag. Dat door de massale vlucht van kunstenaars en geleerden Berlijn allang niet meer de culturele hoofdstad van Europa was, leek de nazi-bonzen niet veel te kunnen schelen. Aan de Wannsee werden de villa's van de oude elites van het Keizerrijk en de Republiek van Weimar betrokken door de kopstukken van de NSDAP. Rond 1937 was Hitlers positie in het buiten- en binnenland buitengewoon sterk. Duitsland was na een

wat moeizame aanloop weer algemeen geaccepteerd in de Europese politiek. De Olympische Spelen in Berlijn waren voorbeeldig verlopen,. Hitier leek een betrouwbare steunpilaar in de strijd tegen het communisme en Engeland en Frankrijk hadden zich neergelegd bij Hitlers eigenhandige aanpassingen van het Verdrag van Versailles. De concentratiekampen voor zijn politieke vijanden leken vergeten. In deze jaren was Hitler buitengewoon populair bij zijn eigen bevolking: de werkloosheid daalde heel wat sneller dan in de aangrenzende democratiei!n. Spectaculaire projecten zoals de Reischsautobahnen bewezen dat Duitsland er helemaal boven op was. Het antisemitisme van de nazi's zou pas tijdens de Reichskristallnacht in 1938 zijn agressieve gezicht tonen.

Grimmige wijze Ook in de Tweede Wereldoorlog behield Berlijn zijn centrale positie, maar nu wel op zeer grimmige wijze. Vanuit de OKH, het hoofdkwartier van alle strijdkrachten, werd de Blitzkrieg uitgestippeld. In de Prinz Albrechtstrasse kwamen de draden van de Gestapo tezamen en obscure bureaucraten van de Abteilung IVB4 organiseerden vanuit hun Berlijnse hoofdkwartier de Endlösung. Vanaf het Gtiterbahnhof Moabit werd de grote Joodse gemeenschap van Berlijn afgevoerd naar de vernietigingskampen in het Oosten. De voormalige jeugdgevangenis Plötzensee werd de laatste verblijfplaats voor verzetsstrijders uit Duitsland en de bezette gebieden. De stad zelf werd al vroeg in de oorlog door de geallieerden gebombar-

deerd. Hitlers strategie om tot het laatste moment door te vechten resulteerde in een enorme verwoesting van de Duitse hoofdstad. Voorafgaand aan het laatste offensief van het Sovjet-leger werd de stad onafgebroken door de Engelsen en de Amerikanen gebombardeerd. Wijk voor wijk, straat voor straat, huis voor huis moest Berlijn door de Russische troepen veroverd worden. Aan het eind van de oorlog gingen de laatste Duitse reserves per S-Bahn naar het front! Op 2 mei 1945 capituleerde Berlijn: de hoofdstad lag voor een groot deel in puin.

Na de oorlog De situatie in Berlijn was in 1945 niet veel beter dan in de rest van Duitsland. De economie stagneerde volkomen, de fabrieken waren door gebrek aan grondstoffen praktisch stilgelegd, het aantal werklozen liep in de miljoenen, voedsel was schaars. De Reichsmark was waardeloos: sigaretten waren het voornaamste betaalmiddel geworden. Deze problemen werden nog eens vergroot door de stroom vluchtelingen uit de voormalige Duitse gebieden in Polen en Rusland. Volgens afspraak van de geallieerden werd Duitsland in vier bezettingszones verdeeld, ten aanzien van Berlijn was in september 1944 in Londen afgesproken dat de hoofdstad als een apart gebied, "a special Berlin area", bestuurd zou worden. Berlijn werd, ondanks haar ligging midden in de Sovjetische Besatzungszone (SBZ) ook in zones verdeeld. Overigens werd deze oplossing ook toegepast op Oostenrijk en de hoofdstad Wenen. Op 1 juli 1945 trokken de Amerikanen, die bij de verovering van Duitsland diep waren doorgedrongen in de Russische sector, zich terug in hun eigen sector. De Sovjet-Unie op haar beurt ontruimde het westelijke deel van Berlijn en gaf dit deel van de stad over aan de intussen met Frankrijk uitgebreide drie westelijke geallieerden. Deze zoneverdeling zou, zo was in Jalta en Potsdam afgesproken, van tijdelijke aard zijn. In afwachting van een definitieve regeling werd Duitsland bestuurd door de vier geallieerden. De zetel van dit bestuur, de Allierte Kontrollrat, werd in Berlijn gevestigd. Specifiek Berlijnse proble-


4

men zouden bij unanieme beslissing in de vergadering van de vier zonecommandanten, de Berliner Kommandantur, opgelost kunnen worden. Over de toegangswegen naar Berlijn over land en water werden geen afspraken gemaakt. De westelijke geallieerden gingen (en gaan) er van uit, dat zij door de Duitse nederlaag een natuurlijk recht op toegang hadden verkregen. Over het luchtverkeer werden w茅l duidelijke afspraken gemaakt. Drie luchtcorridoren werden de westelijke geallieerden ter beschikking gesteld. Van de gezamenlijke organen is de verkeersleiding overigens het enige dat nog functioneert. De verplichting om boven Oostduits grondgebied niet hoger dan 3000 meter te vliegen, voor moderne vliegtuigen wat achterhaald, stamt dan ook nog uit deze tijd.

Koude oorlog De confrontaties tussen de SovjetUnie en de Verenigde Staten in de Koude Oorlog speelden zich in de eerste na-oorlogse jaren vooral in Duitsland af. Veel van deze conflicten zijn te herleiden tot de buitengewoon problematische status van Berlijn. Vaak was Berlijn het terrein waar deze conflicten voor het eerst tot uiting kwamen. Juist in een stad waar tot de bouw van de Muur in 1961 open verkeer tussen beide stadsdelen mogelijk was - dit in tegenstelling tot de rest van Duitsland konden conflicten tussen Oost en West snel uit de hand lopen. Ondanks de plechtige beloftes in Jalta en Potsdam dat de deling slechts van tijdelijk aard zou zijn, bleken de verschillende bezettingsmachten een geheel eigen politiek te volgen. De vormgeving van politieke en economische wederopbouw vereiste een aantal principii!le keuzen, die er toe konden leiden dat de verschillende zones al snel uit elkaar groeiden. Konrad Adenauer, van 1949 tot en met 1963 bondskanselier, liet zich reeds in oktober 1945 pessimistisch uit over de toekomst van Duitsland. Hij schreef: "Rusland trekt zich steeds meer terug uit de samenwerking met de andere geallieerden en regeert in de bezette gebieden geheel naar eigen goeddunken. In de door Rusland bezette gebieden heersen nu al geheel andere economische en po-

Berlijn, maart 1933. Een anti-oorlogsmuseum is veanderd in een "SA-Heim ".

litieke toestanden dan in het overige deel van Europa. Daardoor is de scheiding van Oosteuropa, het Russische deel en Westeuropa een feit".

Gruppe Ulbricht Zo bleek al snel dat de Sovjets in hun bezettingszone de positie van de Kommunistische Partei Deutschlands probeerden te versterken. Nog v贸贸r de capitulatie, op dertig april 1945, arriveerde de eerste delegatie van de KPD, de Gruppe Ulbricht, uit Moskou in Berlijn. Onder het t0eziend oog van de Sovjetautoriteiten kregen de partijleden de sleutelfuncties in de wederopbouw en het bestuur van de SBZ in handen. Een tweede stap op de weg naar een volksdemocratie was de fusie tussen de sociaal-democratische SPD en de KPD. Onder verwijzing naar de tragiek van de verdeeldheid van de Duitse arbeidersklasse in de jaren dertig, riep de KPD op tot vorming

van een eenheidsfront dat een wederopstanding van het nationaal-socialisme voorgoed onmogelijk zou maken. Berlijn en ook andere industriesteden in de SBZ behoorden tot de traditionele SPD-bolwerken. Het uitschakelen van deze oppositie middels een Verschmelzung leek de Sovjets en de KPD de aangewezen weg om hun posities te verzekeren. De opzet slaagde. Met steun van de Sovjets werd een open politieke discussie gesaboteerd en een deugdelijke stemming voorkomen. Alleen in het westelijk stadsdeel van Berlijn kon onder de SPD-leden een correcte stemming worden georganiseerd, 82 procent stemde tegen de fusie. Ondanks dit "schoonheidsfoutje" werd de nieuwe partij, de Sozia1istische Einheitspartei Deutschland, de dominerende politieke partij in de SBZ. Dat de stemming zich tegen de SED keerde werd nogmaals bevestigd bij


5

de verkiezingen voor het voorlopige stadspariement in oktober 1946. De SPD haalde ruim 48 procent; de SED kwam in de vier zones niet verder dan 19,9 procent.

Andere economie Uit de wederopbouwmaatregelen bleek dat ook de economie in de SBZ voortaan anders georganiseerd zou gaan worden. Zo werd een aantal grondbezitters onteigend, de privésector in handel en industrie werd zo veel mogelijk beperkt en vakbondsactiviteiten kwamen onder toezicht van de communistische partij. Deze maatregelen brachten een nieuwe stroom vluchtelingen op gang, ditmaal binnen Duitsland van de SBZ naar de westelijke zone's. De Amerikanen waren er van overtuigd dat zonder een goed functionerende Duitse economie het herstel van de Europese economie en de Duitse democratie onmogelijk konden lukken. Generaal Clay, bevelhebber van de Amerikaanse sector, nam het initiatief om tot een bundeling van de herstelpogingen van de Britten en de Amerikanen te komen. Bizonië was de naam van de, onder Russisch èn Frans protest, in september 1946 samengevoegde sectoren. Al eerder was het tot een AmerikaansRussisch conflict gekomen. Clay had de Russische eis dat de herstelbetalingen voor een deel uit de Amerikaanse sector moesten komen afgewezen. Volgens Clay leverden de Russen geen bijdrage aan de oplossing van de gezamenlijke economische problemen. De verhoudingen tussen de westelijke geallieerden en de Sovjets waren eind 1946 aardig verslechterd door de economische maatregelen in de SBZ, de politieke monopoliepositie van de communistische SED, het stoppen van herstelbetalingen en de oprichting van Bizonië. De jaren 1947 en 1948 zouden een verdere verslechtering van de verhoudingen te zien geven.

Berlijnse Luchtbrug De Amerikaanse president Harry Truman kondigde op 12 maart 1947 in een redevoering tot het Amerikaanse Congres een nieuw Amerikaans buitenlands beleid aan. Het uitgangspunt van dit beleid, ook wel Truman-doctrine genoemd, hield in dat er geen sprake zou zijn van een

Gedenkteken voor een vluchteling, die op zljn vlucht van Oost naar West

werd neergeschoten.

terugkeer naar het traditionele Amerikaanse isolationisme. Door de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog was volgens Truman het machtsevenwicht veranderd; het was noodzakelijk geworden democratieën overal ter wereld terzijde te staan en te steunen tegen het offensief van de Sovjet-Unie. Deze redevoering wordt wel beschouwd als het moment waarop de Koude Oorlog overging van kleine conflicten naar rechtstreekse confrontaties. Steun tegen het communisme kon volgens de Amerikanen echter alleen succes hebben, wanneer de levensomstandigheden in Europa zouden verbeteren. Minister van buitenlandse zaken Georg Marshalllegde de basis voor een grootscheepse hulpcampagne voor alle Europese landen. In principe was deze hulp dus ook beschikbaar voor de Oosteuropese landen. Dit European Recovery Plan, beter bekend als Marshallhulp, stuitte op groot verzet van de Sovjet-Unie en de SED. Zij vonden het Amerikaanse aanbod een ongewenste inmenging in de binnenlandse ontwikkeling van hun landen en zagen het Marshallplan als een voorbeeld van agressief Amerikaans "dollarimperialisme",

Eerste stap Eindjuni 1947 vond in Moskou een confrontatie plaats om het Amerikaanse aanbod verder uit te werken in onderling overleg. De ministers van buitenlandse zaken van de vier geallieerden konden het op geen enkele wijze eens worden over de economische en politieke toekomst van Duitsland en Oost-Europa. De Marshallhulp werd namelijk alleen gegeven op voorwaarde dat de ontvangende landen nauw konden samen-

werken. In de praktijk zou dit een zekere integratie van de SBZ en Bizonië betekenen. De Sovjet-Unie ging op het Amerikaanse aanbod niet in en verliet uit protest in maart 1948 de Allierte Kontrollrat. Dit was de eerste stap in de richting van de definitieve deling van Duitsland. Om de Marshallhulp enige kans van slagen te geven, moest er in Bizonië eerst een geldhervorming worden doorgevoerd. Op 18 juni 1948 werd al het geld dat nog in omloop was ongeldig verklaard en per persoon kreeg men 40 nieuwe marken, de Deutsche Mark. De voorraaden die speciaal voor dit moment achter waren gehouden vulden plotsklaps de winkels. Uit historisch onderzoek blijkt dat deze impuls werkte: de Duitse economie kwam weer op gang. Op 21 juni voegde Frankrijk zijn zone toe, de geldhervorming werd ook hier ingevoerd.

Luchtbrug De Sovjet-Unie reageerde op 23 juni met een verbod op het gebruik van het nieuwe geld in de SBZ en héél Berlijn, dus inclusief de westelijke sectoren. De volgende dag betrokken de Britten, de Fransen en de Amerikanen ook hun zones in Berlijn bij de geldhervorming. De geldhervorming betekende de economische scheiding van de westelijke zone's en de SBZ. Omdat de toegangswegen over land naar Berlijn nooit in enige officiële afspraak waren geregeld, konden de Sovjets onder het excuus van "technische moeilijkheden" de wegen over land en water afsluiten voor elk verkeer. Dit gebeurde op 24 juni, enkele dagen na de geldhervorming in Trizonië. Eén van de mogelijke reacties van de Amerikanen en de Engelsen was het recht op vrije doorgang af te dwingen door militaire voertuigen op te laten rukken naar Berlijn. Clay wees deze mogelijkheid als zijnde te gevaarlijk van de hand. Gekozen werd voor een luchtbrug. Amerikaanse en Britse vliegtuigen bevoorraadden Berlijn. In totaal werden er rond de 200.000 vluchten uitgevoerd ofwel zo'n 150 per dag. De vrije toegang tot WestBerlijn werd de inzet van een prestigestrijd tussen Oost en West. De Sovjet-Unie durfde geen oorlog te riske-


6

met de Verenigde Staten en Frankrijk van West-Duitsland een hoeksteen van het "vrije Westen" te maken. De DDR, in de jaren vijftig en zestig door Westduitse politici steevast met die sogenannte DDR of kortweg "DDR" aangeduid, moest zoveel mogelijk worden geïsoleerd omdat iets anders dan een hereniging onaanvaardbaar zou zijn. Controle aan de Duits-Duitse grens.

ren en liet de vliegtuigen ongemoeid naar Berlijn gaan.

Versnelde deling De deling van Duitsland, versneld door de blokkade, vond zijn voorspel in de politiek-administratieve deling van Berlijn. De samenwerking tussen de verschillende zones in het gemeentebestuur ging weliswaar steeds moeizamer, maar had min of meer gefunctioneerd. Kort na de afkondiging van de blokkade ontstonden in het Berlijnse Raadhuis, gelegen in de Oostzone, regelmatig problemen. Ongehinderd door de Volkspolizei konden SED-aanhangers rellen tegen de stadsbestuurders ontketenen. Op zes september 1948 moest vanwege rellen in de raadszaal de zitting worden geschorst. Met instemming van een meerderheid van de raad werd de zitting naar het westelijke stadsdeel verplaatst. Hierop besloot een vergadering van de SED en aan de partij geallieerde Massenorganisationen de raad voor afgezet te verklaren en koos op 30 november een eigen demokratische Magistrat. Dit bestuur, dat zich uitdrukkelijk tot het oosten van Berlijn beperkte, werd door de Sovjets erkend. Berlijn was als eerste deel van Duitsland definitief gedeeld. Nog tijdens de blokkade waren in Oost èn West voorbereidingen op gang gebracht om een grondwet aan te nemen. Op 23 mei 1949, enkele dagen na beëindiging van de blokkade, werd de grondwet van de BRD aangenomen. Bonn zou Berlijn tijdelijk als hoofdstad vervangen De relatie tussen West-Berlijn en de BRD is sindsdien buitengewoon ingewikkeld. In het kort komt het er op neer dat Berlijnse afgevaardigden in de Bundestag alleen een adviserende stem hebben. De wetten van de Bondsrepubliek kunnen alleen in

West-Berlijn worden ingevoerd na goedkeuring door de drie geallieerde commandanten. Zij zijn immers het hoogste gezag in de stad. Op enkele punten wijkt het "wetboek" van West-Berlijn dan ook af. Zo is het Berlijners verboden wapens te dragen. Jongelieden in de dienstplichtige leeftijd maken dan ook graag van deze gelegenheid gebruik om door een verhuizing naar WestBerlijn op eenvoudige wijze hun diensttijd te ontlopen. Dat zij Westberlijners zijn en geen Wessi's blijkt maar al te duidelijk uit het feit dat ze slechts een Berlijns Behelfsmässiger Personalausweis hebben.

DDR-grondwet De DDR, die de grondwet ook klaar had, wachtte tot oktober 1949 met het afkondigen van de eigen constitutie. Ondanks de heftige protesten van de westelijke geallieerden is Oost-Berlijn in de loop der jaren meer en meer ge'integreerd in de DDR. Zo hebben de Berlijnse afgevaardigden wel volledig stemrecht in de Volkskammer en is in 1968 Berlijn uitgeroepen tot Haupstadt der DDR, of kortweg Die Hauptstadt. De regering van de DDR werd in eerste instantie nog niet in de stad zelf, maar in de villawijk Pankow gevestigd. Ook de verschillende ministeries zijn in de loop der jaren naar het oude centrum, Berlin Mitte, verplaatst. Pankow werd de luxe-residentie van Oostduitse functionarissen, bij de bevolking staat het ook wel bekend als Bonzograd of Volvorad. De beide Duitslanden werden na de deling opgenomen in de blokken die in Europa waren ontstaan. De binnenlandse politiek en het buitenlandse beleid in de Bondsrepubliek werden bepaald door de eDU van Konrad Adenauer. Zijn beleid was er op gericht in nauwe samenwerking

"Wirt.schaftswunder" Adenauer sloot vriendschapsverdragen met de Duitse "erfvijand" Frankrijk. Beide landen waren de drijvende krachten achter de oprichting van de EGKS en later de EEG. In 1955 werd de BRD toegelaten tot de NAVO en werd de Westduitse herbewapening ter hand genomen. Economisch ging het de Bondsrepubliek voor de wind, het Duitse Wirtschaftswunder maakte van de grote verliezer van de Tweede Wereldoorlog een van de welvarendste landen ter wereld. Ook in de DDR werd de economische opbouw ter hand genomen, volgens Russisch model lag de nadruk op de zwarte industrie ten koste van de produktie van consumptiegoederen. De strakke leiding, de politieke onderdrukking en de in vergelijking met de Bondsrepubliek geringe welvaart leidden tot steeds grotere ontevredenheid en een grote stroom vluchtelingen. Tussen 1949 en 1953 verlieten meer dan een miljoen mensen de DDR. Een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie en herbewapening voltooide de integratie in het Oostblok. Na de dood van Stalin in 1953 raakte niet alleen de leiding in de SovjetUnie het zelfvertrouwen kwijt. Ook Walter Ulbricht, de onbetwiste leider in de DDR, was onzeker over de nieuwe koers. Juist in deze tijd moesten de arbeiders in het kader van het economisch plan meer gaan produceren voor minder loon. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen.

Berlijnse opstand De Oostduitse opstand begon op 16 juni 1953 met een staking van Oostberlijnse bouwvakarbeiders, een dag later, de 17e juni brak er een algemene staking uit in het gehele land. De opstand moest met behulp van tanks van het Sovjetleger worden onder-


7

drukt. De DDR-leiding gaf na afloop een offici!!le verklaring uit waarin zij het betreurde dat de arbeidende klasse het vertrouwen van de regering zo beschaamd had. Bertold Brecht reageerde hierop met een spottend gedicht. Hij schreef "dat de regering zich dan maar een ander volk moest kiezen". Door de merkwaardige status van de stad was in Berlijn vrij verkeer tussen de verschillende zones mogelijk. Honderdduizenden Oostduitsers en Oostberlijners verlieten met een simpel S-Bahnkaartje de DDR. In totaal verlieten tussen 1949 en 1961 ruim twee!!nhalf miljoen mensen de DDR, een fikse aderlating op een bevolking van circa 15 miljoen. Bovendien had de Oostduitse economie te kampen met een uitgebreide zwarte markt. Inwoners van Oost-Berlijn die in de westelijke zones werkten, konden profiteren van de kunstmatig laag gehouden prijzen en hun luxe-artikelen eenvoudig meebrengen uit het Westen. Pogingen van de Sovjet-Unie het Berlijnse probleem op te lossen door in november 1958 een ultimatum te stellen bleven zonder resultaat. Chroetsjov stelde voor dat Berlijn geneutraliseerd zou worden en dat vervolgens vrije verkiezingen uit zouden worden geschreven. Dit werd door de westelijke geallieerden niet aanvaard. Het dreigement om de afspraken van Londen eenzijdig op te zeggen voerde hij echter niet uit. Ulbrichts dilemma om een einde te maken aan de vluchtelingenstroom en de economische problemen zonder de westelijke geallieerden teveel te provoceren, werd dus niet opgelost. In overleg met Moskou werd besloten de grens in Berlijn hermetisch af te sluiten. Op 13 augustus 1961 verschenen er prikkeldraadversperringen tussen beide stadsdelen. Soldaten bewaakten deze grens terwijl er een muur werd gebouwd. Omdat de actie beperkt bleef tot de Sovjetzone besloten de Verenigde Staten niet in te grijpen, tot grote verontwaardiging van veel Duitsers in West en Oost. In de Oostduitse schoolboekjes wordt de bouw van de Muur voorgesteld als een verdediging tegen een op handen zijnde inval van Westduitse "revanchisten", die de DDR gewapenderhand wilden bezetten. De Muur werd in de westerse wereld

~SMRK

RLLER ZEITeN

den een tweetal verdragen gesloten. In de eerste plaats regelden de ambassadeurs van de bezettingsmachten de status van de stad en garandeerden de toegangswegen. Dit verdrag, bekend als Viermächteabkommen, werd in 1972 van kracht. Voortaan zou de controle het verkeer over de Transitstrecke nog slechts zeer oppervlakkig gebeuren en de Oostduitsers zouden hun volledige medewerking geven aan een vlotte afwikkeling van het verkeer.

Kapitalistisch eiland Een cynische tekst op de Muur: het grootste "kunstwerk " aller tijden ...

het symbool van de Koude Oorlog en het onderdrukkende karakter van het Oosteuropese systeem.

Berlijn en Détente De eerste stappen tot Duits-Duitse ontspanning werden gezet door Willy Brandt, de burgemeester van Berlijn, die in 1963 een bezoekersregeling wist te treffen met de Oostduitse autoriteiten. Westberlijners konden nu, mits voorzien van een speciaal pasje, hun familie en vrienden in het oostelijk deel van de stad bezoeken. Ondanks deze eerste concessies bleef de situatie tamelijk gespannen. Het probleem verschoof zich naar de verbindingswegen met Berlijn, de wgenaamde Transitstrecken. Vanuit drie punten in de Bondsrepubliek lopen snelwegen door de DDR, die tezamen komen op de Berliner Ring. Dit is in feite de navelstreng die WestBerlijn in leven houdt. De controles en chicanes bij de doorlaatposten maakten dat een reis naar Berlijn een tamelijk vermoeiende aangelegenheid werd. De bedoeling was duidelijk, langzaam maar zeker moest West-Berlijn zoveel mogelijk vervreemd worden van het "moederland", de Bondsrepubliek. Het was pas in de sfeer van Détente van de vroege jaren zeventig, dat de problemen rond Berlijn min of meer opgelost konden worden. Willy Brandts Ostpolitik, ontplooid in de luwte van de Amerikaans-Russische ontspanning, nam de voornaamste spanningen tussen de Bondsrepubliek en Oosteuropese staten weg. Als sluitstuk van de Ostpolitik wer-

Deze regeling bleek overigens voor de DDR uiterst lucratief te zijn. Met Westduitse steun werden de snelwegen gemoderniseerd, bovendien verdient de DDR jaarlijks vele tientallen miljoenen aan verkeersboetes, de belastingvrije Intershops en het Strassenbenutzungsgebtihr. Een autotocht over deze weg geeft een goede indruk van de ingewikkelde status van West-Berlijn, een kapitalistisch eiland midden in de socialistische DDR. De weg wordt gebruikt door Oostduitse families in hun Trabantjes, Oostduitse regeringsfunctionarissen in Volvo's, Westberlijners, toeristen, en kolonnes van het Russische, Amerikaanse, Engelse en Franse leger. Allen onder het oog van de Vopo's, die er op toe zien dat de maximum snelheid van 100 km niet wordt overschreden én dat geen Westerling deze weg verlaat. Ook de toegang tot het oostelijk deel van de stad werd in dit Viermächteabkommen geregeld. Het aantal doorgangen werd aanzienlijk uitgebreid en ook Westberlijners konden nu zonder al te veel problemen regelmatig de grens over. In ruil voor een verplichte omwisseling van DM 6.50 en de aankoop van een visum kon een ieder zich "druben" verpozen. Het aantal bezoekers nam explosief toe, van enkele tienduizenden tot circa vier miljoen per jaar. Typerend voor de nog steeds gespannen situatie is echter dat de DDR de onverwacht hoge bezoekersaantallen flink wist in te dammen door in 1981 de zogenaamde Zwangsumtausch te verhogen tot maar liefst 25 DM! Uiteraard geldt de bezoekregeling niet voor Oostberlijners, ondanks zeer recente verruimingen van het


8

reisverkeer is het bezoeken van West-Berlijn en de BRD hoofdzakelijk toegestaan aan bejaarden en in bijzondere familieomstandigheden.

<*én buitenland De tweede component in de fundamentele verandering van de Deutsch-Deutsche Beziehungen is het Grundlagenvertrag van 1972. In dit verdrag worden de relaties tussen beide staten geregeld, echter met één essentieel voorbehoud: de DDR wordt door de Bondsrepubliek wèl feitelijk erkend als zelfstandige staat, maar wordt uitdrukkelijk niet als buitenland beschouwd. In de grondwet van de BRD is namelijk vastgelegd dat "Duitsland" meer is dan de westelijke zones, namelijk het Duitsland binnen de grenzen van 1937. Dit betekent dat de DDR strikt genomen geen buitenland is. Zo zijn bijvoorbeeld de wederzijdse diplomatieke vertegenwoordigingen geen ambassades maar "permanente vertegenwoordigingen". Hieruit blijkt dat ook de DDR de praktische waarde van het verdrag boven het principe van een volledige erkenning van de DDR door de BRD heeft gesteld. Overigens heeft dit ook als consequentie dat de DDR een vrij gemakkelijke toegang heeft tot de EEG. Na de ondertekening van dit verdrag konden beide landen bovendien in 1973 tot de Verenigde Naties toetreden. Opmerkelijk is dat de beide Duitse staten, ook na Afghanistan en het dubbelbesluit, vrij goede contacten zijn blijven onderhouden. Duitse politici uit Oost en West wezen erop dat juist in een tijd van hernieuwde spanningen zij de dialoog gaande moesten houden.

Duitse hereniging? Voor beide landen was er veel aan gelegen de betrekkingen verder uit te bouwen. De Bondsrepubliek hoopte door middel van kredieten en concessies verbeteringen op humanitair gebied in de DDR te bewerkstelligen. De DDR heeft, naast financieeleconomische belangen, een groot binnenlands belang bij goede relaties met de Bondsrepubliek. Het feit dat Honecker benaderd wordt als een serieuze gesprekspartner heeft de geloofwaardigheid van het regime aanzienlijk vergroot.

In het jaar dat de Muur 25 jaar bestaat, bezocht een van de architecten ervan, DDR-partijleider Erich Honecker, de bondsrepubliek.

Wat de Muur en repressie niet hadden kunnen bewerkstelligen bleken onderhandelingen en staatsbezoeken wel te kunnen: het winnen door Honecker van enig vertrouwen bij de Oostduitse bevolking. De hartelijke innerduitse betrekkingen bleven niet onopgemerkt bij de bondgenoten en riepen de vraag op of beide landen zich op enigerlei wijze losmaakten van hun bondgenoten, dit ten gunste van hun eigen specifiek Duitse belang. In het Westen, met name in Frankrijk en ltalil!, doemde het spookbeeld van een Duitse hereniging op. Ondanks de lippendienst van de NAVO-bondgenoten aan het Westduitse ideaal van hereniging, kan menigeen zich nog steeds het beste vinden in de oude uitspraak "Ik houd w van Duitsland, dat ik blij ben dat er twee van zijn". Immers, het gedeelde Duitsland is sinds 1949 het uitgangspunt van alle calculaties omtrent de machtsverhoudingen in Europa. De neutraliteitsscenario's die in de Bondsrepubliek de ronde doen worden dan ook met het uiterste wantrouwen bekeken. Ook de reacties van de zijde van de Sovjet Unie waren duidelijk afkeurend. De DDR werd duidelijk gemaakt dat de marges voor een eigen buitenlands beleid toch wel heel klein zijn. Moskou waarschuwde de DDR in ernstige bewoordingen voor het verkwanselen van hun socialistische principes in ruil voor aantrekkelijke kredietregelingen. Het is illustratief dat het bewek van Honecker herhaalde malen werd afgezegd. Pas

nadat de betrekkingen tussen beide supermachten verbeterd waren, kon Honecker zijn lang geplande bezoek aan Bonn brengen.

Erkenning De normalisatie van de Duits-Duitse verhoudingen en de tegeling van de status van Berlijn heeft van de beide Duitslanden volwaardige mogendheden gemaakt. Door de Ostpolitik van Willy Brandt verdween een deel van de loden last van Hitlers erfenis: vanaf 1973 kon West-Duitsland zijn economische macht ook vertalen in politieke macht. Het zelfbewuste optreden van Schmidt en Kohl was zonder deze Ostpolitik ondenkbaar geweest. Ook de DDR heeft geprofiteerd van de Détente en de Duits-Duitse toenadering. Het was Honecker duidelijk geworden dat de weg naar erkenning van de DDR via Bonn liep. Wereldwijde erkenning van de DDR, iets wat Ulbrichts Muur niet had kunnen bewerkstelligen, volgde kort na de ondertekening van het Grundlagenvertrag. Honecker had van "de zieke man van het moderne Europa een volwaardig gesprekspartner kunnen maken. Ook al staat hereniging wel erg laag op de politieke agenda genoteerd, toch is de verhouding tussen beide Duitslanden uiteraard nog steeds niet die van twee willekeurige buren. Of zoals een Westduits politicus het formuleerde: "Zolang de Brandenburger Tor gesloten is, zal de Duitse vraag open blijven".


9

Directeur van Goethe-instituut: "Cultuurexport geen smeermiddel" Ineen monumentaal pand aan de Herengracht in Amsterdam spraken Gervaise Frings en Huib van Olden met de heer Dobiess, sinds anderhalf jaar directeur van het GoetheInstituut te Amsterdam. Het gesprek ging vooral over de .. DuitseCultuur".DeheerDobiess: ..Nal945vielerindeDuitse culturele ontwikkeling een enorm gat. Vele Duitse k1U1Stenaars waren door de oorlog weggevallen. Men moest aan een culturele renovatie beginnen. Toch is er geen sprake geweest van een extreme reactie na de oorlog. Want al eeuwen kan men spreken van een Duitse cultuur, waardoor er sprake isvaneenculturelestabiliteit. Ook al heeft de oorlog voor enige verschrikkelijke jaren gezorgd, de Duitse cultuur als zodanig is toch behouden gebleven. Men bouwde voort op de kennis en mogelijkheden van voor 1933". "Het buitenland was na de oorlog, begrijpelijk, nogal huiverig voor Duitse invloeden. Dit ging in Oostenrijk, waar men Duits spreekt, bijvoorbeeld zover dat er op de scholen niet meer gesproken werd van Duitse les maar van landstaal". "Het begrip "Duitse cultuur" ligt wat moeilijk. Zeker, naar buiten toe is er sprake van een Duitsland als een culturele eenheid. Toch, 't klinkt paradoxaal, kenmerkt de Duitse Bondsstaat zich juist door haar pluriformiteit. Culturele zaken worden hier, in tegenstelling tot in Nederland, niet landelijk geregeld. Iedere deelstaat heeft zijn eigen minister van cultuur, die een eigen beleid voert. Zo hecht men in het traditionele Beieren veel belang aan cultuur. In de redelijke nieuwe en kunstmatig geformeerde staat Nordrhein-Westfalen leeft het culturele bewustzijn echter minder sterk. Dit komt tot uiting in de begrotingen die beide deelstaten voor cultuur hebben".

Relatie met DDR "Hoe de culturele relatie is met de DDR? Cultuur en politiek zijn niet los van elkaar te zien, zeker niet in dit geval. Behalve met een stenen muur hebben we nog te maken met een psychische barrière. Wij hebben een-

Dit artikel is geschreven door Gervaise Frings en Huib van Olden, redactieleden van Jason Magazine.

Berlijn 750 jaar.

zelfde verleden achter ons. Pas na '45 zijn we ons verschillende kanten uit gaan ontwikkelen. Tijdens de Koude Oorlog was de relatie met de DDR dan ook erg slecht. Veel literatuur uit West-Duitsland mocht daar bijvoorbeeld niet gelezen worden. Tegen-

woordig is er echter een liberalisering in het beleid te constateren. Onlangs is er zelfs een cultureel verdrag tussen de beide Duitslanden gesloten. De plaats van Berlijn was in een mogelijk verdrag altijd de steen des aanstoots. Nu echter is er een formu-


10

Schloss Charlottenburg, een van de herinneringen aan het rijke Duitse verleden.

lering voor dit probleem gevonden waar beide Duitslanden zich mee kunnen verenigen".

"Over de culturele ontwikkeling van de DDR gesproken; je kunt daar in zekere zin spreken van een culturele ontwikkeling op twee niveau's. Aan de ene kant is er de officiële cultuur, door de staat geaccepteerd en gestimuleerd. Aan de andere kant is er ook een "underground" cultuur. Deze komt echter niet veel verder dan de huiskamers van familieleden en bekenden. De kunstenaars van de "underground" moeten het veelal doen zonder tentoonstellingen en officiële erkenning, tenzij ze, met hun kunst, het land verlaten. Vaak gebeurt het dan dat deze mensen gedesoriënteerd raken en dat hun creatieve prestaties aan kwaliteit inboeten. Sommige kunstenaars komen al-

leen in een vijandige omgeving goed tot ontwikkeling. Hun produktie slaagt niet in een vrije omgeving waar men geen weerstand ontmoet". "De kunstenaars van de "vrije" cultuur in Oost-Duitsland zijn wel goed geïnformeerd over de culturele gang van zaken in West-Duitsland. Reizen kun je tegenhouden, maar communicatie veel moeilijker. We spreken dezelfde taal: er vindt kennisoverdracht via de televisie plaats. Je kunt het mensen niet verbieden mee te denken en mee te ontwikkelen".

Begrip kweken "De contacten met landen zoals Nederland is weer een ander verhaal. Na de oorlog waren de Duitse cultuur en taal in veel landen nagenoeg een taboe. Ik heb al gesproken over Oostenrijk, maar in bijvoorbeeld Noor-

wegen, Frankrijk en Nederland was de antipathie nog veel sterker. Duits was de taal van de bezetters geweest. De confrontatie ermee had vaak nare herinneringen tot gevolg. Maar zonder de Duitse taal wordt de communicatie en daarmee het begrip voor elkaar alleen maar moeilijker. Daarom is op particulier initiatief in Beieren, begin jaren vijftig, het GoetheInstituut opgericht. De oprichters waren voornamelijk academici, weer terug uit het buitenland, die sympathie voor de Duitse cultuur wilden opwekken. Het begon met Duitse taalcursussen. Tegenwoordig zit het Goethe-Instituut in 65 landen, is niet meer in particuliere handen en heeft zich ontwikkeld tot een heus cultuurcentrum. Behalve de Duitse taal verspreiden wil het ook de internationale culturele samenwerking bevorderen en verstrekt het informatie over Duitse culturele aangelegenheden", "Deze export van de Duitse cultuur na de oorlog heeft echter nooit missionaire bedoelingen gehad. Ook heeft het Goethe-Instituut nooit commerciële bedoelingen gehad. Maar men kan het natuurlijk niet uitsluiten dat een instituut als het onze atmosferische bijwerkingen heeft. Dat zullen wij dan ook niet tegenhouden. Zo verzorgen wij samen met de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel een Duitse taalcursus, die op de handelswereld gericht is. Want het onderricht in Duits op de scholen hier laat vaak nogal wat te wensen over".

"Minister Brinkman heeft eens gezegd dat cultuurexport een smeermiddel voor de economische betrekkingen is. Nu, zo is het Goethe-Instituut zeker niet bedoeld. De positieve uitstraling die het Goethe-Instituut op de handel heeft is hoogstens een neveneffect. Voor ons is cultuur geen middel om een einddoel te bereiken. Daarvoor vinden wij Duitsers cultuur veel te belangrijk. Ik heb het idee dat de Nederlanders cultuur ook belangrijk vinden, maar dat het gezien binnen de eeuwenlange traditie van handelsvolken wellicht een andere plaats inneemt. Dat heeft natuurlijk ook met het religieuze verschil tussen onze landen te maken, denkend aan de theorieën van de socioloog Max Weber over het calvinisme",


11

Duitse rol in Europa: Front èn brug tussen Oost en West Wat moet er nog gezegd worden over de Duitse positie in Europa? Er is zoveel over geschreven en de meningen lopen ver uiteen. Een paar punten zijn wel aan te geven. Er is in de loop van de Duitse geschiedenis heel wat afgehandeld met de Russen. Frederik de Grote van Pruisen werd door de Russen gered en kon in 1762 zijn troon behouden Bismarck sloot in 1887 een soort rugdekkingsverdrag. Molotoven von Ribbentrop sloten in 1939 een niet-aanvalspact, en Adenauer trof in 1955 ook een bijwndere regeling met de Russen. Deze korte opsonuninggeeft al aan, dat historische Duits-Rnssische controversen klaarblijkelijk de wens van beide zijden niet in de weg stond om tot een akkoord te komen

Deze bijdrage is van de hand van Dick K olster. Dhr. Kolster is Internationaal Secretaris van het CDA.

Meestal gingen de overeenkomsten niet verder dan het tegengaan van de gevolgen van tegengestelde belangen, maar er was voortdurend een opening om "zaken" te doen. Blijkt uit de geschiedenis dus reeds dat Duitsland een centrale positie heeft ingenomen tussen Oost en West; de jongste geschiedenis bevestigt dit. Ook nu is Duitsland èn frontstaat èn brugstaat tussen Oost en West. Zie naar de 1500 kilometer lange demarcatielijn met prikkeldraad en mijnenvelden, zie ook naar de steeds behoedzame reacties van de Bondsrepubliek op onrust in Polen of Tsjechoslowakije.

Houding DDR Eenzelfde houding zien we bij de DDR. Men reageert gereserveerd op de glasnost in de Sovjet-Unie, en het bijna on-russisch aandoende reclamegeweld van de heer Gorbatsjov. Het is niet alleen de Chroetsjov-ervaring die Honnecker en zijn regering dwingt tot afwachten, het is ook om te zien wat men "meer" kan bereiken in Moskou. Anderzijds gebruikt de DDR wel de openingen van Gorbatsjov om meer greep op Bonn te krijgen, waar het intussen economisch afhankelijk van geworden is. En deze afhankelijkheid is weer van belang voor de economie in de DDR, die nog steeds zijn oorlogsschulden

De Muur: front tussen Oost en West.

moet afbetalen aan de Sovjet-Unie. Duitsland ligt in het midden van Europa. Het heeft steeds verschuivende grenzen gehad. Het was ten tijde van Bismarck te groot en werd een bedreiging voor de buren. Maar het was te klein om een wereldmacht te worden. Kortom: Duitsland is voor de Europese stabiliteit Of te zwak Of te sterk geweest.

Dit heeft vele gevolgen gehad in het verleden. Zo heeft Bismarck het gepresteerd om erfvijanden als Frankrijk, En?eland en Rusland gezamenlijk in één kamp te jagen. Om van Hitler nog maar niet te spreken. De grote vraag die zich dan opdringt, is hoe een nieuwe ronde van dergelijke calamiteiten kan worden voorkomen. Een vraag die zich ook vele


12

4. Het individu kan dienstweigeren, maar de staat mag zich niet onttrekken aan de landsverdediging. 5. Een nationale Alleingang is onmogelijk en onverantwoord. Een verantwoorde landsverdediging is slechts mogelijk binnen het Atlantisch Bondgenootschap. 6. Het gevaar om als stootblok te gaan fungeren tussen de twee supermachten gaat alleen toenemen, Bondspresident Richard von Weizs채cker. wanneer de CDU zou proberen af te haken en zich tussen de geweldige Duitsers stellen. Een vraag die tevens wapenarsenalen van de supermachten neutraal gaat opstellen. de belangrijkheid van Duitsland 7. Onveranderd blijft overeind het (beide Duitslanden) onderlijnt. Harmel-rapport, waarin stond: Verdediging en ontspanning zijn onafCDU-concept scheidelijke middelen om de vrede Een Duitse Alleingang wordt veilig te stellen. gevreesd in het Europees kamp. Be8. Maar verdediging is geen doel in grijpelijk vanuit het historisch kader, zichzelf, het gaat niet alleen om het begrijpelijk ook vanuit nogal wat zwijgen van de wapens, maar ook om ontwikkelingen in de laatste tijd. de inhoud van de vrede zelf, om de Ik beperk me hier tot het vrede- en veiligheidsbeleid. Het is belangrijk te waardigheid en de rechten van de mens. Aktieve politiek moet zich in weten dat Heiner GeisIer, de zeer indeze richting bewegen. telligente partijsecretaris van de 9. Op de voorgrond staan de relaties CDU die praktisch als voorzitter van met de Sovjet-Unie. Men kan van de partij functioneert, in juli van dit hen niet alleen concessies verlangen jaar enige zeer belangrijke uitspraen tegelijkertijd alle andere contacken heeft gedaan. ten weigeren. Op militair gebied is de Voor de Bundesparteitag van 1988 Sovjet-Unie sterk, op alle andere zal de Duitse buitenlandse politiek een van de twee themata zijn. En bin- terreinen ligt ze ver achter en is ze op samenwerking aangewezen. nen deze politiek noemt hij twee prioriteiten: de ontwapening en de In dienst van de vrede verhouding tussen Oost en West. Deze negen punten omvatten in feite Welnu, hiervoor hebben twee woordvoerders zeer belangrijke lijWest-Berlijn. nen uitgezet. Wat de ontwapening betreft: GeissIer grijpt terug op de 31. Bundesparteitag in Hamburg. Een van de belangrijkste sprekers, met de meeste bijval, was de huidige Bondspresident dr. Richard von Weisz채cker. Wanneer men zijn rede naleest - en men vindt al deze themata praktisch ieder moment terug in zijn zeer vele zeer goede redevoeringen - komt hij tot een CDU-concept dat er volgens mij als volgt uitziet: 1. Energiek voortgaan op de weg naar ontwapeningscontrole. 2. Geen "limitation" maar t,reduction't van wapens en wapensystemen. 3. Het gaat om een steeds dichter bijkomende gelijkheid in de bewapening. De leuze "Frieden schaffen ohne Waffen" laat wel het probleem zien, niet de oplossing.

een heel program voor ontwapening, maar in dienst van de vrede. Geissler grijpt dus terug op dat congres van Hamburg om in 1988 dit thema weer op te pakken. Die inleiding van Von Weisz채cker was een wezenlijke bijdrage tot de discussie en weerspiegelt min of meer de midden-koers van de CDU. Met betrekking tot de Oost-West verhouding is de belangrijkste woordvoerder in de Bondsdag Volker RUhe, die onlangs een bezoek bracht aan het CDA en daar met fractie, partij, de minister-president en de minister van buitenlandse zaken gesproken heeft. Zijn opvattingen over de Oost-West betrekking zijn samen te vatten in vier punten. Deze zijn daarom zo belangrijk,omdathijvanuitdefractie juist op deze gebieden de mening van de CDU moet formuleren. Dat zijn autoriteit onaangevochten is blijkt wel uit het voorzitterschap van de Internationale Commissie van de Internationale Democratische Unie, een partijfederatie waar niet alleen de CDU /CSU, maar ook Margaret Thatcher's Conservatives, George Bush' Republikeinen en Nakasone's Liberalen toe behoren.

Europa in de NAVO Volker RUhe's mening kan kortheidshalve als volgt worden samengevat: 1. Er is een gemeenschappelijke vei-


13

ligheid nodig in het Bondgenootschap, dat wil zeggen: interne stabiliteit door het verbeteren van onderlinge consultatie, militaire kracht, consensus over democratie en recht. 2. Afschrikking en verdediging moeten geloofwaardig blijven en wel als aanvulling op de bestaande afschrikkingsstrategie. Noodzaak van moderne raketsystemen, maar ook controle op de naleving van de verdragen blijft bestaan. 3. Het verbeteren van de Europese pijler in het Bondgenootschap: a. militair: hier zal Europa de verantwoording moeten nemen. b . meer Europees zelfbewustzijn op politiek economisch en wetenschappelijk gebied. c. verbetering van de Duits-Duitse relatie. d. versterken van ASEAN, OECD, Wereldbank etc. 4. De Bondsrepubliek moet een heldere en berekenbare veiligheidspolitiek voeren. Dus een Duitse Ostpolitik kan alleen in het kader van de Alliantiepolitiek plaatsvinden. West-Europa zal de Verenigde Staten en Japan duidelijk moeten maken dat de Brusselse verklaring van 12-12-1986 een serieuze zaak is. De Sovjet-Unie zal dus conventionele bewapening moeten verminderen.

Duitsland in de NAVO In de Bondsrepubliek zijn soldaten gelegerd uit Nederland, Frankrijk, Engeland en de VS. Een aanval vanuit het Oosten op de Bondsrepubliek is een aanval op het Bondgenootschap. De geopolitieke ligging van de BRD is dus voor de NAVO essentieel, en van uiterst vitaal belang. Maar wat wezenlijk is in deze situatie is, dat het Bondgenootschap ook in de Duitse politiek centraal staat. Zeker de CDU maakt duidelijk dat zij de band met het Bondgenootschap niet kwijt willen. Toch zijn er ook enige invloeden die deze door de CDU beleden verkochtheid aan het Bondgenootschap kunnen gaan aantasten. Zo wordt niet alleen het buitenlands beleid, maar ook de defensiestrategie mede bepaald door minister Genscher. De FDP heeft bc路..~ndien de buitenlandse economie in handen gelegd van minister Bangemann. Deze zware portefeuilles betekenen dan ook dat hun beider doen en laten een zware

De Alexanderplatz, waar het hart van Oost-Berlijn klopt.

claim legt op het buitenlands beleid van de BRD. Zo zijn er uitlatingen van Genscher waarin hij schijnt te opteren voor een driedubbele nuloptie, na de dubbele nuloptie voor de middellange afstandsraketten met een bereik van 1500-5000 kilometer en kortere afstandsraketten met een bereik van 500-1500 kilometer. Ook schijnt Genscher met de gedachte te spelen om de 88 raketten van de 150/ 500systemen op Westduitse bodem te ruilen tegen de 1300 van die systemen op Oostduitse bodem. Dat zou inderdaad wel eens tot ont-Amerikanisering van de BRD en dus ook van Europa kunnen leiden. En als de FDP niet zijn zin krijgt en de CDU blijft verliezen bij de deelstaat verkiezingen met name aan de FDP, dan kunnen de geruchten over een nieuwe FDP-SPD-coalitie wel eens bewaarheid worden. De SPD is echter een voor de Amerikanen onberekenbare partij. En een onberekenbare Bondsrepubliek is voor de samenhang in het Bondgenootschap op zijn zachtst gezegd nogal remmend.

Gevoeligheid Volker ROhe heeft over de SPD het volgende gezegd: "Sollten Sie eines Tages Regierungsverantwortung tragen mOssen, entweder ihre jetzigen

Verhandlungspartner vor den Kopf stossen mOssen, wenn sie dann wieder zu den NATO-Position zurtickkehren sollte, oder sie wird im Bundnisse mit dieser anti-NATO Politik isoliert dastehen und damit deutschen Sicherheits interessen schaden ... Die SPD in der Ostpolitik nicht Problemlosungen an, sondern bietet Problemen". En niet alleen voor de Bondsrepubliek, denk ik dan. Want ook in de NAVO geldt dat de huidige Bondsregering medespeler in de wereldpolitiek is met een gevoeligheid voor de "Grosswettervrage der wereldpolitik", Soms slaat die gevoeligheid om in overgevoeligheid, maar dat kan ook wel liggen aan de ambiguiteit van de Duitse positie, de daarmee verbonden belangen en de wat eenzijdige kijk van de bondgenoten naar de BRD. Met graagte heb ik gebruik gemaakt van: - "Denkend aan Duitsland", WRR, 1983 - Intermediair, no 44, 1987 - Richard von Weisz盲cker, "Die Deutsche Geschichte geht weiter" , DTV - Volker ROhe, "Gemeinsame Sicherheit in der Allianz, der Grundlage fUr gegenseitige Sicherheit zwischen Ost un West', Verlag Bonn.


14

Duitse vraagstuk is primair een liberaliseringsprobleem Begin september bracht de Oostduitse partijleider en

staatshoofd, Erich Honecker, een bezoek aan de Bondsrepubliek. Het was de eerste maal dat een leider van de DDR de andere Duitse staat bezocht en als zodanig kan men dan ook over een historisch bezoek sprekelL De reis van Honecker maakte duidelijk dat de betrekkingen tussen beide Duitse staten in belangrijke mate als geformaliseerd zijn te beschouwelL Het is echter nog niet mogelijk van genormaliseerde betrekkingen te sprekelL Daarop wezen zowel een aantal uiterlijkheden van het bezoek, alsmede de inhoud van politieke stellingnames en gesprekken. Het niet volkenrechtelijk erkennen van de DDR door de Bondsrepubliek kwam bijvoorbeeld tot uiting in het feit, dat het bezoek niet als een staatsbezoek, maar als een "officieel werkbezoek" werd aangemerkt. Ondanks het feit dat de ontvangst en behandeling van Honecker die van een staatshoofd was. Zo was ook de minister van buitenlandse zaken, Genscher, niet bij de ontvangst op het Bundeskanzleramt aanwezig. Daarmee nogmaals onderstrepend dat de DDR in de ogen van de Bondsregering geen buitenlandse staat zoals bijvoorbeeld Nederland is. Tijdens de politieke gesprekken en redevoeringen bleek telkens weer dat de beide staten, ondanks de principit!le bereidheid tot het verbeteren van de betrekkingen, in het streven naar normalisatie stuiten op fundamentele meningsverschillen, die normale betrekkingen uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk maken. Terwijl de Bondsrepubliek blijft vasthouden aan haar streven naar hereniging en haar Duitslandpolitiek in het kader van het bewaren van de eenheid van de Duitse natie stelt, weert de DDR elke discussie over hereniging af. Het argument is dat het volk van de DDR reeds haar nationale zelfbeschikking heeft gerealiseerd en dat daarmee een eigen socialistische DDR-natie is ontstaan, die de Bondsrepubliek dient te erkennen.

Dit artikel is geschreven door Maarten Huyink, student aan de Universiteit van Amsterdam.

Kruisen langs de Muur herinneren aan slachtoffers die bij hun vlucht zijn gevallen.

Internationale dimensie Dat de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de DDR nog niet zijn genormaliseerd heeft niet alleen interne, Duits-Duitse redenen. Het

Duitse vraagstuk kent eveneens internationaal politieke dimensies. In Potsdam kwamen de geallieerde mogendheden overeen de Duitse gebieden ten westen van de Oder-Neisse-


15

van de onafhankelijk geworden staten. Teneinde een dreigend isolement te voorkomen deed de regering Kiesinger/ Brandt(CDU/ CSU en SPD) afstand van de Hallsteindoktrine en begon zij met het aanknopen van betrekkingen met Oostbloklanden. Een regeling van de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de DDR kwam pas in 1972 tot stand.

De betrekkingen tussen de BRD en de DDR zijn nog niet genormaliseerd. Toch kwam DDR-leider Honecker dit jaar op bezoek in Bonn.

grens in bezettingszones op te delen, terwijl de gebieden ten oosten van deze grens onder Pools respectievelijk Russisch bestuur kwamen. Voor Berlijn werd een afzonderlijk bezettings- en bestuurssysteem in het leven geroepen. Het gedachte gemeenschappelijk bestuur van Duitsland heeft echter nauwelijks gefunctioneerd als gevolg van de zich snel verslechterende relatie tussen de SovjetUnie en de westerse mogendheden en de fundamentele meningsverschillen omtrent de politieke, economische en maatschappelijke organisatie van een verenigde Duitse staat. De deling van Duitsland werd aanvankelijk als een kunstmatige, onnatuurlijke en slechts tijdelijke aangelegenheid gezien. Daarvan getuigen de grondwetten van de Bondsrepubliek en de DDR, zoals die in 1949 werden opgesteld. In de grondwet van de DDR werd Duitsland een "ondeelbare democratische republiek gevormd door de Duitse deelstaten" genoemd. In de Westduitse grondwet kwam het provisorische en transitorische karakter van de gevormde staatkundige organisatie nog sterker naar voren. Het gehele Duitse volk heeft, aldus de preambule van de grondwet, de blijvende taak in vrije zelfbeschikking de eenheid en vrijheid van Duitsland te voltooien (1). De centrale begrippen democratie en vrijheid werden dusdanig geïnterpreteerd, dat het politieke en maatschappelijke systeem van de andere Duitse staat er niet mee kon worden

De vroegere bondskanselier, wijlen K onrad Adenauer.

geïdentificeerd. Daarmee ontzegde men de ander de democratische legitimatie en achtte men uitsluitend zichzelf gerechtigd het Duitse volk te vertegenwoordigen. Deze "Alleinvertretungsanspruch", gecombineerd met de gespannen internationale situatie als gevolg van de Koude Oorlog en de positie van de beide staten in de respectievelijke bondgenootschappen, maakte communicatie onmogelijk en creëerde een situatie van steeds groter wordend isolement.

Adenauer Het streven van Adenauer was er op gericht het socialistische bewind onder leiding van Ulbricht zowel nationaal te isoleren, door het elke vorm van legitimiteit te ontzeggen, alsmede in een internationaal geïsoleerde positie te manoeuvreren. Elke staat die diplomatieke betrekkingen met de DDR wilde aanknopen, kreeg te horen dat de betrekkingen met de Bondsrepubliek verbroken zouden worden. Deze "Hallsteindoktrine" had in eerste instantie succes. In de loop van de jaren zestig bleek deze politiek zich echter meer en meer tegen de Bondsrepubliek zelf te richten. De bouw van de Muur in Berlijn in 1961 veroorzaakte een situatie, waarin niet alleen communicatie tussen de regeringen maar ook tussen Duitsers onderling welhaast onmogelijk gemaakt werd. Tegelijk werd het door de op gang komende dekolonisatie voor de Bondsrepubliek steeds moeilijker aan de Hallsteindoktrine vast te houden, gezien de houding

Toenadering Anders dan voor de christendemocraten, voor wie de eenheid primair een staatkundig karakter had, zagen de sociaal-democraten en de liberalen de Duitse eenheid eveneens gewaarborgd in een situatie, waarin er weliswaar twee Duitse staten bestonden, maar de Duitsers zoveel mogelijk met elkaar in contact konden komen. Een natie was in deze visie dan ook niet zozeer een, in één staat georganiseerde, gemeenschap, doch veeleer een groep, die zich bewust is van een gemeenschappelijke cultuur, taal en verleden en derhalve de wil tot uiting brengt bij elkaar te horen en te komen. De politiek van de regering Brandt! Scheel betekende geen erkenning van de deling van Duitsland noch een erkenning van de staat DDR. Zij erkende de grenzen in Midden-Europa en de DDR als een bestaand feit, waaraan niets zou worden veranderd met middelen van geweld. De Duitslandpolitiek werd door Brandt in een ontspanningspolitiek geheel geïntegreerd, daarmee zowel de Duitslandpolitiek een ongekende dynamiek gevend, de westerse mogendheden geruststellend en de instemming van de Sovjet-Unie winnend. Dit laatste was van fundamenteel belang om de weerstand van de DDR te breken. Weerstand die voornamelijk berustte op de principi!!le niet-erkenning van de DDR door de Bondsrepubliek, hetgeen voor Ulbricht de absolute prioriteit bezat. Honecker De DDR ging pas serieus in op de toenaderingspogingen van de Bondsrepubliek, nadat Ulbricht was vervangen door Honecker en de Duitslandpolitiek van de DDR drastisch was gewijzigd. In de tweede grondwet van de DDR van 1967 werd de DDR nog als een "socialistische staat van


16

wijze te regelen) en een regeling van het grensverloop van de Elbe (de Duits-Duitse grens is de voormalige zĂśnegrens en loopt een bepaald gedeelte niet in het midden, maar aan de rechteroever van de Elbe. De Bondsrepubliek heeft tot nu toe geweigerd om in deze kwestie tot een nieuwe regeling van de grens te komen, gezien de status als zĂśnegrens, waarover zij naar eigen zeggen geen zeggenschap heeft.

Berlijn Het Rijksdaggebouw op de grens, die de graadmeter is voor de betrekkingen tussen Oost en West. de Duitse natie" genoemd. Sinds de toenadering van de regering Brandt/ Scheel werd het idee van de eenheid van de Duitse natie herzien en ontwikkelde men de Zwei-Nationen-Theorie. Tegenover de burgerlijke en kapitalistische natie van de Bondsrepubliek staat de socialistische natie van de DDR. Weliswaar spelen de factoren geschiedenis, cultuur, taal nog altijd een rol in het nieuwe DDR-natiebegrip, zij zijn echter secundair aan de sociaal-economische grondslag van de maatschappij. Het Grundlagenvertrag (Basisverdrag), dat in 1972 werd ondertekend, bood dan ook geen regeling van het nationale vraagstuk. Het verdrag heeft als doel de praktische betrekkingen tussen beide staten een verdragrechtelijke basis te geven en tevens de nationale doeleinden zo goed als mogelijk te verwezenlijken. Zo bood het verdrag de DDR de feitelijke erkenning van haar bestaan door de Bondsrepubliek. Dat bood de mogelijkheid tot internationale erkenning. De Bondsrepubliek meende op deze wijze de eenheid van de natie te kunnen bewaren, door de Duitsers de mogelijkheid te bieden weer tot elkaar te komen, zonder dat daarvoor de DDR volkenrechtelijk hoefde te worden erkend. In de jaren volgende op het Grundlagenvertrag werden op tal van gebieden overeenkomsten en verdragen gesloten, die met name betrekking hadden op het personen- en goederenverkeer, maar ook zaken als gezondheid, betalingsverkeer of sportbetrekkingen regelden.

Stagnatie Na 1978 stagneerde echter de ontwikkeling van de betrekkingen. Omtrent de redenen daartoe bestaat de nodige onduidelijkheid. De toenemende spanning tussen Moskou en Washington, (Afghanistan, Polen, kruisraketten) heeft waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld. Maar even groot lijkt het belang te zijn van de interne meningsverschillen. Terwijl men in de Bondsrepubliek teleurgesteld was in het uitblijven van een liberalisering van het reisverkeer richting West-Duitsland en in het voortdurende autoritaire karakter van het socialistisch bewind, wekten de gevolgen van de niet-erkenningspolitiek van Bonn duidelijke irritaties op bij de machthebbers in Oost-Berlijn. Het meest concreet kwam de Oostduitse wrevel in 1980 naar voren, toen Erich Honecker in een redevoering in Gera een viertal eisen aan de Bondsrepubliek stelde: erkenning van het staatsburgerschap van de DDR (De Bondsrepubliek houdt vast aan het Duitse staatsburgerschap en erkent het staatsburgerschap van de DDR volkenrechtelijk niet); opheffen van de "Erfassungsstelle" in Salzgitter (hier worden Oostduitse misdaden tegen hun burgers geregistreerd, zoals het neerschieten van vluchtende DDR-burgers aan de grens, teneinde bij de hereniging deze daders verantwoordelijk te kunnen stellen); het omvormen van de permanente vertegenwoordigingen in ambassades (als gevolg van de niet-erkenning is men in het Grundlagenvertrag overeengekomen de diplomatieke betrekkingen op deze

Een afzonderlijk probleem vormt de kwestie Berlijn. Voor de Duits-Duitse betrekkingen staat daarbij met name de vraag centraal, welke de relatie is tussen de Bondsrepubliek en West-Berlijn. Is West-Berlijn een zelfstandige politieke eenheid, dat noch deel uit maakt van de Bondsrepubliek noch door haar mag worden geregeerd, zoals de DDR beweert? Of hebben de vier voor Berlijn verantwoordelijke mogendheden hun uitdrukkelijke instemming met de bindingen tussen West-Berlijn en de Bondsrepubliek betuigd? Naar de letter van het Vier-MächteAbkommen gaat het om beide, maar bij de Duits-Duitse onderhandelingen vormt het vraagstuk of en op welke wijze West-Berlijn bij de overeenkomst moet worden betrokken een remmende factor. De laatste jaren zit er duidelijk weer beweging in de ontwikkeling van de betrekkingen. Najaren van moeizame onderhandelingen heeft men vorigjaar een Kulturabkommen kunnen afsluiten en onlangs is er een overeenkomst omtrent milieuvraagstukken ondertekend. Niet alleen de wijze waarop het bezoek van Honecker plaats vond, maar eenvoudigweg het feit dat het plaats vond, is eveneens een indicatie, dat de relaties zijn verbeterd. De oorzaken daarvoor moet men niet alleen zoeken in de verbeterde OostWest verhouding van de afgelopen jaren, maar dient eveneens gezocht te worden in de wederzijdse bereidheid tot het doen van concessies. Tegenover de vergaande erkenning van de DDR staat een toenemende vrijheid van reizen naar het Westen voor burgers van de DDR. Mochten in 1985 nog maar 66.000 Oostduitsers naar de Bondsrepubliek in verband met "dringende farnilieaangelegen-


17

\

heden", in 1986 betrof het reeds 500.000 DDR-burgers en voor dit jaar schat men het aantal Oostduitsers die de Bondsrepubliek zullen bezoeken op circa 900.000. Bij deze cijfers zijn niet inbegrepen de gepensioneerde Oostduitsers, die reeds sinds langere tijd de Bondsrepubliek kunnen bezoeken. Hun aantal bedraagt naar schatting een miljoen (2).

Duitse denken Tegenover de stilstand in de voortgang van de betrekkingen vanaf 1978 was er juist in het denken over Duitsland en de eigen Duitse identiteit de nodige beweging te constateren, zowel in de Bondsrepubliek als in de DDR. In de DDR bezon men zich, na de scherpe ideologische en nationale afgrenzing van de Bondsrepubliek, op het Duitse element van de DDR. Het meest duidelijk komt deze heroriE!ntatie waarschijnlijk tot uiting in het herziene geschiedbeeld van de DDR. Niet langer concentreert men zich uitsluitend op die momenten in de Duitse geschiedenis die als voorgeschiedenis van de socialistische samenleving kunnen worden aangemerkt, maar men stelt zich nu voor de gehele Duitse geschiedenis. Voorheen verguisde vaderlanders, zoals de "verrader van de Boerenrevolutie" Maarten Luther, worden groots herdacht. Pruisenkoning Frederick de Grote is niet alleen in het geschiedbeeld, maar ook in het straatbeeld teruggekeerd. Historisch cultuurgoed wordt met veel moeite en geld herbouwd. Ondanks de gewijzigde visie op de eenheid van de Duitse natie blijft men zich in de DDR zeer bewust van de Duitse nationaliteit. In de Bondsrepubliek wordt nu al weer bijna tien jaar lang een intensieve discussie gevoerd omtrent de Duitse identiteit en de positie van Duitsland in de internationale politiek. Geldig voor de officiE!le politiek is de in 1970 geformuleerde stelling, dat de Bondsrepubliek als doel van haar politiek heeft een vredessituatie in Europa te bewerkstelligen, waarin het Duitse volk in vrije zelfbeschikking zal kunnen worden verenigd. Deze politiek, die de nationale doeleinden koppelt en afhankelijk maakt van het verwezenlijken van het in-

De Brandenburger Tor.

ternationale doel, wordt door zowel de SPD en FDP als door de CDU / CSU gedragen. Ofschoon de diverse politieke partijen verschillende accenten leggen en elkander met grote regelmaat heftig bekritiseren, bewegen zij zich binnen de genoemde formule. Het langdurig vasthouden aan een dergelijke standaardformule veroorzaakt de nodige politieke inunobiliteit, hetgeen wederom reacties en kritiek teweeg brengt. Zo vinden sommige linkse en rechtse publicisten en wetenschappers elkaar in het primair stellen van het nationale belang. Het gaat hier te ver om gedetailleerd in te gaan op de uiteenlopende en wijdlopende ideeE!n van deze neo-nationalisten. Gemeenschappelijk hebben zij echter dat zij de vrede in Europa niet als te realiseren zien zonder tot een zekere vorm van hereniging te komen. Of daarbij de beide Duitse staten als vredesbuffer tussen de machtsblokken dienen te fungeren of dat de nationale drang van de Duitsers dient te worden bevredigd, is daarbij secundair. Zonder Duitsland gaat het niet!

Europese onwil Tegenover allerhande neonationalistische "konkrete utopien" staat de houding van een groeiende groep Westduitse intellectuelen en publicisten. Zij gaan uit van de realiteit van de deling, het zich ontwikkelende staats- en nationaalbewustzijn in de Bondsrepubliek, het primaat van de vrijheid voor burgers in de DDR en de niet of nauwelijks uitgesproken maar wel degelijk aanwezige onwil van de Europese landen om met een herenigd Duitsland in te stemmen.

Exemplarisch voor deze denkrichting is een artikel van Theo Sommer, chefredacteur van het gerenommeerde weekblad "Die Zeit", in dezelfde krant, waarin hij stelde: "Zoals wij voor onszelf de vrijheid boven de eenheid stellen, zo zouden wij dit eveneens voor de zeventien miljoen DDR-burgers dienen te doen".(3) Die vrijheid voor de Oostduitsers is volgens Sommer gediend met het opgeven van het streven naar eenheid. Dat zou tegelijkertijd een einde betekenen van de spanning die er bestaat tussen de officiele herenigingspoli tiek en het politiek mogelijke in de reE!le wereld, alsmede een einde aan het wantrouwen van het buitenland. Noch het erkennen van de realiteit van de deling, noch het realiseren van de vrijheid voor de Oostduitsers valt op korte termijn te verwachten. Noch de reactie van Honecker op glasnost en perestroijka, noch de reactie vanuit Bonn op dergelijke realistische voorstellen wijzen in die richting. Het gaat in de Bondsrepubliek om het vinden van een consensus voor een politiek, die het zelfbeeld van de Bondsrepubliek als tijdelijke instantie radicaal zal wijzigen. Desalniettemin is de richting, zoals die onder meer door Sommer wordt aangegeven, de juiste. Het Duitse vraagstuk is primair een liberaliseringsprobleem, zowel voor de Duitsers als voor Europa.

Note n 1. Vgl. JOrgen C. Hess, "Ve rleden , heden e n toekomst va n de Duitse natie", in: Inte rna tio nale Spectator 36 (1982), blz. 253-259. 2. Zie Rob Mei nes. "G rote belangste ll ing voor eerste bezoek leide r DDR", in: NRC Handelsblad 7 september 1987, blz. 5.

3. Theo Sommer, "Die Einheit gegen Freiheit tausche n", in: die Zeil 26 jun i 1987, blz. I.


18

"De Muur is geen hindernis voor onze wil om één stad te zijn" November 1987, het grootste deel van het feestprogramma zit erop. Zowel in het westelijk als in het oostelijk deel van Berlijn kijkt men terug op een geslaagde viering van het zevenhonderdvijftigjarig bestaan van de stad. Maar heeft deze in tweei!n gedeelde stad, die algemeen als symbool gezien wordt van de deling van Duitsland en Europa wel zoveel reden om te vieren? Eberhard Diepgen, de CDU-burgemeester van West-Berlijn onderkent het probleem...In 1987 heeft Berlijn twee keer zijn verjaardag gevierd in het Westen en in het Oosten. Eén stad in twee werelden, alleen dat al is uitzonderlijk".

Chiel de Leeuw, redactielid van Jason Magazine, reisde naar Oost- en WestBerlijn, waar deze zomer het 750-jarig bestaan van de stad werd herdacht. Hij keek er rond en sprak met burgemeester Diepgen van West-Berlijn en dr. Rolf Diebold, hoofd persafdeling van het stadhuis van Oost-Berlijn.

"In de beide delen van Berlijn wordt over het verleden en de toekomst nagedacht en wel zoals dat in de twee verschillende systemen in Oost- en West-Berlijn de gewoonte is. Jammer genoeg kunnnen de Berlijners niet samen feestvieren . De muur deelt Berlijn, maar niet het gevoel en de wil van de burgers eéó stad te

zijn". In de stad van Diepgen is het jubileum groots gevierd met velerlei tentoonstellingen op het gebied van de kunst en de geschiedenis van zowel de stad als van Duitsland. Gastspelers uit de gehele wereld hebben optredens verzorgd. In Oost-Berlijn is het zevenhonderdvijftigjarig bestaan van de stad ook herdacht. Maar in de Berliner Zeitung, 's ochtends in een kiosk op de Alexanderplatz gekocht, gaat de aandacht begin november vooral uit naar een ander feest. De krant besteedt maar liefst drie volle pagina's aan de toespraak van Michael Gorbatsjov ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de Oktoberrevolutie. Ook Oost-Berlijn maakt kennis met de ideet!n over Perestroika en Glasnost.

Minder grauw Het centrum van Oost-Berlijn ziet er heel wat verzorgder en aantrekkelijker uit dan tijdens mijn laatste bezoek, nu zeven jaar geleden. De grauwheid van toen is nu op meerdere plaatsen doorbroken. Een goed

Kerstmis in West-Berlijn.

voorbeeld hiervan is het Nicolaikwartier, het oudste gedeelte van Berlijn, dat geheel in stijl weer is opgebouwd. Deze uiterlijke veranderingen zijn echter nog niet het gevolg van de frisse wind in het Kremlin, zij waren een bijdrage aan de festiviteiten in Berlijn. Tussen het Nicolai-kwartier en de Alexanderplatz staat het stadhuis

van Oost-Berlijn, dat na de oorlog in rode baksteen is herrezen. Binnen heb ik afspraak met dr. Rolf Diebold, hoofd van de persafdeling van het stadsbestuur. Op de vraag hoe OostBerlijn het zevenhonderdvijftigjarig bestaan van de stad heeft gevierd antwoord hij: "We wilden bewijzen dat Berlijn, hoofdstad van de DDR, een gerenommeerde internationale


19

cultuurstad is. Hiervoor hebben we een representatief programma samengesteld met vele gasten uit binnen- en buitenland. Daarnaast hebben we voor de bevolking grote volksfeesten georganiseerd. Maar het jubileum is voor ons veel meer geweest dan concerten en volksfeesten. Het moest ook blijvende waarde voor de stad hebben. We hebben veel geld gemvesteerd in de ontwikking van de stad om haar zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor haar burgers en de toeristen". Het is duidelijk dat de burgers van Oost-Berlijn veel voordeel hebben gehad bij de viering van het jubileum. Aan de huisvesting is veel aandacht besteed en de winkels liggen voller dan ooit tevoren.

Etalage Noemt men West-Berlijn de etalage van de Bondsrepubliek, Oost-Berlijn kan zeker als de etalage van de DDR gezien worden. De rest van het land heeft hier een flinke veer voor moeten laten, wat nogal wat onrust onder de daar wonende burgers heeft veroorzaakt. Zo verschenen in de Westduitse pers berichten over bewoners van Oost-Berlijn, wier auto's in de provincie besmeurd waren. Rolf Diebold hierover: "Ik ken deze berichten. Veel bouwvakkers komen uit de rest van het land om mee te bouwen aan de stad. Het is nu eenVrolijk straatbeeld in West-Berlijn.

de Humboldtuniversiteit speelt hierbij een belangrijke rol. Schijnbaar gaat het nogal goed met de economische ontwikkeling van de stad. Officil!le DDR-cijfers spreken over een jaarlijkse economische groei van negen procent. Westerse economen zullen bij dit cijfer waarschijnlijk hun vraagtekens zetten. De aanwezigheid van de staatopera, het paleis van de revolutie en de vele musea onderstrepen op hun beurt de culturele betekenis. In Oost-Berlijn bevinden zich tevens de voornaamste staatorganen van de DDR. Burgemeester Diepgen van West-Berlijn.

maal een hoofstad. Ook in andere landen moet de rest van het land vaak bijdragen aan de opbouw van de hoofdstad". Oost-Berlijn is met zijn 1.250.000 inwoners veruit de grootste stad van de DDR. Zowel op economisch, cultureel als op politiek gebied is zij het belangrijkste centrum van het land. Het economische belang van de stad is echter niet af te lezen aan de industrieĂ?e produktie die er plaatsvindt. Volgens Rolf Diebold is dat slechts zes procent van de landelijke produktie. In Oost-Berlijn vindt men echter veel voor de DDR hoogwaardige technologische industriel!n. De nabijheid van de wetenschap, met name

Aantrekkingskracht Maar ook in West-Berlijn waren er bepaalde wijken, die het jubileum niet zo uitbundig vierden. Met name in Kreuzberg, een wijk voornamelijk bevolkt door gastarbeiders, studenten en mensen uit de laagste inkomensklassen, had men liever gezien dat er wat meer geld uitgegeven was aan de nijpende sociale problemen. "West-Berlijn heeft niet meer of minder problemen dan andere grote steden. Ik wil echter deze problemen niet verdoezelen. We doen veel aan stadontwikkeling en aan opleidingen voor Duitse en buitenlandse jongeren", aldus burgemeester Diepgen, die het gezien zijn volgende woorden toch allemaal niet zo somber inziet. "Ik nodig iedereen uit Kreuzberg te bezoeken, eĂŠil van onze mooiste en traditierijkste stadswijken". Het belang dat de Bondsrepubliek hecht aan West-Berlijn is groot, vooal in politiek opzicht. Ieder jaar spendeert het land elf miljard mark aan de stad. Zij is dan ook nog steeds de grootste industriestad van de Bondsrepubliek en tevens eĂŠil van de belangrijkste centra op het gebied van wetenschap, onderzoek en economische innovatie. Diepgen: "Berlijns aantrekkingskracht voor conservatieven en alternatieven, voor studenten, voor ondernemers en arbeiders duurt voort". Bij bepaalde groepen mensen. De gl!isoleerde ligging van de stad midden in de DDR schrikt ook vele bevolkingsgroepen af. Vooral mensen in de leeftijdsgroep tussen de 30 en de 50 jaar verlaten West-Berlijn. Zij zien meer mogelijkheden in andere delen van de Bondsrepubliek.


20

"Waar het volk aan de macht is, is de vrede in veilige handen'; aldus het bord aan de oostelijke kant van de Potzdammer Platz.

Graadmeter Berlijn is een merkwaardige stad. Eens de hoofdstad van één Duitsland, nu een door de Muur in tweeën gedeelde stad in een in tweeën gedeeld Duitsland. Zowel de socialistische arbeidersstaat in het oosten als ideologische tegenpool in het westen heeft zijn eigen gezicht. Deze situatie, ontstaan als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, heeft Berlijn "een graadmeter en een seismograaf voor de Oost-West-betrekkingen in het algemeen, en voor de betrekkingen tussen de beide Duitse staten in het bijzonder gemaakt", aldus de woorden van Eberhard Diepgen. "Berlijn is als hoofdstad van de Duitse natie de stad van de Duitse hoop en verwachtingen op het overwinnen van de deling". De situatie in Berlijn is merkwaardig, niet alleen omdat zij de enige gedeelde stad in Europa is. Berlijn is tevens de enige nog officieel bezette stad. "Maar de Westberlijners zijn blij met de aanwezigheid van de drie westelijke geallieerden in hun stadsdeel. Hun strijdkrachten verzekeren de vrijheid van de westelijke sectoren. Dat weten de Berlijners", aldus Diepgen. Die indeling van Berlijn in vier bezettingszones is in feite het startpunt geweest van waaruit de definitieve deling is ontstaan. Op 13 augustus 1961 werd de deling nog definitiever gemaakt door de bouw van wat later het symbool van de vijandschap tus-

sen Oost en West is geworden, de Muur. Terug in Oost-Berlijn zegt Diebold: "Er zijn genoeg feiten die aantonen dat de DDR voor de bouw van de Muur economisch schade leed. Daarom is zij opgetrokken. Hoe lang de Muur blijft hangt af van de wederzijdse betrekkingen. Aan de andere kant zijn er krachten die niet zo dol zijn op onze maatschappijvorm. Zij willen er alles aan doen om onze maatschappij op hun manier te veranderen. Ook recentelijk zijn er nog bommen aan de grens gelegd". Aan de westelijke kant ziet men de muur als een onrechtmatige inperking van de vrijheid van de DDRburger, een schending van de mensenrechten. De DDR dreigde leeg te lopen, omdat vooral de hoog opgeleide personen vertrokken. De Muur was een wanhoopsdaad om de DDR voor doodbloeden te behoeden.

Verbetering? De herdenking van het rijke verleden van één stad, de binnenkort te sluiten wapenakkoorden en de schijnbare versoepeling in het Kremlin in de vorm van Perestroika en de Glasnost; kan onder dergelijke omstandigheden sprake zijn van een verbetering van de betrekkingen tussen Oost- en W est-Berlijn? Diepgen: "Het feest kwam misschien voor velen te vroeg. Maar mijn aanzet tot een versoepeling van de betrekkingen is wel richtgevend voor de toekomst gebleken. De laatste ja-

ren heb ik de heer Honecker tweemaal ontmoet. Ik ben regelmatig in Oost-Berlijn. Vooral dit jaar heb ik vele concerten en tentoonstellingen bezocht. Ik zou wensen dat de Oostberlijners even gemakkelijk het westelijk deel van de stad zouden kunnen bezoeken. De internationale politieke ontwikkelingen hebben ook hun invloed op de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de DDR, zeker in Berlijn. Als Berlijn 800 jaar bestaat is de situatie niet meer als vandaag." Diebold is negatiever: "De toenadering tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten heeft natuurlijk zijn uitwerking. Honecker is in Bonn op bezoek geweest en heeft daar een nieuw hoofdstuk in de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de DDR ingeluid. We hopen dat de verhoudingen hierdoor verbeteren. Naar mijn idee blijven de betrekkin gen met West-Berlijn bij deze ontwikkeling achter. Men blijft ons beledigen doordat men de statusdiscussie, die volledig door de realiteit is achterhaald, wil voortzetten. De kranten van het Springerconcern zetten het woord burgemeester, als ze over onze burgemeester Krack schrijven, nog steeds tussen aanhalingstekens, net als zij doen met het woord DDR. Wij zijn voor een constructieve verhouding met WestBerlijn. Aan de andere kant moet men de realiteit erkennen en ophouden de DDR te beledigen". Hij bevestigt wel dat Diepgen vaak in OostBerlijn komt. "Maar dan vooral om bier te drinken".

Wateren vuur Intussen blijft de verhouding tussen beide stadsdelen droevig stemmen. Van echte wederzijdse toenadering is nauwelijks sprake. Het is misschien maar goed dat de feesten gescheiden georganiseerd zijn. Er was immers geen gemeenschappelijke reden om echt blij te zijn. Diepgen: "Of Berlijn ooit weer een stad zal zijn? Wanneer Berlijn weer verenigd zal zijn weet ik niet. Ik weet echter wel dat de onnatuurlijke deling van de stad, de Muur en het DDR schietbevel niet eeuwig zullen blijven bestaan". Diebold op zijn beurt: "Socialisme en kapitalisme zijn als water en vuur. Zolang dat verschil bestaat, is er een grens".


WAT IS JASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. J ason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren "Verkiezingenen veiligheidsbeleid", Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West", "Internationaal terrorisme", en de "Atlantische betrekkingen", Ten tweede informeert J ason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezi?gen, studiedagen, simulatiespelen, wtwisselingen en de buitenland-borrel.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: Amsterdam: Madeleine de Bree 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-126939. Den Haag: Mariano Cantarella 070-834278. '

~2~~~~~~~~~ Pieter Blank, Eindhoven: Robert van den Heuvel 040-833147. ' Groningen: Patricia Alma, 05906-1404 . Leiden: Henri-Paul Schreinemachers, 071-120236. Utrecht: Yvonne Abraharnsen 030-432190. ' Willem Fukkink, 030-430897

De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overZicht wenst van de activiteiten van J ason ligt op het secretariaat van J ason informatie-materiaal gereed.

r--------------------------------------------------------------------------. 87 /5 Ik al?Onneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van J 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam:

Adres: ................................. .............. ......... ... .. ... ........ .... ..... .. ... .. .. PostcodefWoonplaats: ... ....... .... .... .... ... .. ... .... ........ .... .. ... ..... ...... ...... . Telefoon: (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1986

Jnterview:

86/6. De Atlantische betrekkingen: Hoe breed is de oceaan?

Interview:

Drs. A. W.M. Gerrits: Breuk in Westen zou voor Kremlin ook veel nadelige gevolgen hebben. Dr. P,M.E. Volten : Gebrek aan vertrouwen staat betere (interview) samenwerking in de weg. Drs. J.J.M. Penders:

V rees voor akkoorden "over Europa maar zonder Europa". Alan Jury / Kevin Harris: " Europa moet eerst orde op (interview) eigen zaken stellen", WjlJjam Stott:

What Americans think about western Europe. Gert路Jan Stempher: Verslag van conferentie over internationaal terrorisme.

87/1. De strijd tegen het kwade: Ideaal en macht van de islam. G.A. Wiegers:

Jihad veel rijker begrip dan alleen gewapende strijd of Heilige Oorlog.

Dr. NecmeHin Erbakan: Islam moet wereldwijd het goede over het kwade路 laten zegevieren. MichaeJ Slein:

Oorlog Iran-Irak onvermijdelijk gevolg van tegenstelling Perzen-Arabieren.

Dr. Herman Beek:

Theorie van de islam kent geen verschil tussen kerk en staat.

Dr. L.C. BiegeJ:

Islamitisch fundamentalisme spreekt vooral jongeren aan.

Wicher SJagter:

H. Kalmann: Gert-Jan Stempher:

Een supermacht die eigenlijk geen supermacht wil zijn. Campagne tegen bourgeois-liberalisme kan hervorm ingen niet terugdraaien. Zakendoen in China, kwestie van veel geduld en veel inspanning. Einde van het schoudervulling-loze tijdperk in het Hemelse Rijk. VS en West-Europa onderhandelen in nonnenklooster in Veldhoven. Verslag van Jason-simulatiespel.

87/3. Vluchten kan niet meer.

Justitie en het grote probleem van de stroom van asielzoekers.

Interview:

ChieJ de Leeuw en Hans-Paul Andriessen: Schiphol-Oost: "Tijdelijk" verblijf voor vluchtelingen zonder papieren. Hans -PauJ Andriessen: Europarlement wil van EG-landen ruimhartiger vluchteli ngenbeleid. Interview:

Oplossen politieke problemen helpt aantal vluchtelingen te verklei nen.

Interview:

Vluchtelingenwerk maakt werk van opvang en integratie vluchtelingen.

Liesbelh Laman Trip:

Traiskirchen, droevig symbool van Europees gesol met vluchtelingen.

87 /4. Internationale wapenhandel: veel geld weinig principes. bert-Jan Stempher: Interview: Interview:

87/2. China: isolationisme of openheid.

Interview:

Drs. W.L. van WoerkomPolitieke klimaat na de dood van Mao: Chong: Opklaringen met hier en daar een hui.

Interview:

In de wapenhandel gaan zaken boven principes. Nederland gaat hij aanschaf van materiaal niet over 茅茅n nacht ijs. "Wapenhandel de hardste handel die er bestaat". "Voor de kleine handelaren valt er niet veel meer te verdienen". " Nederlandse wapenindustrie moet niet nog groter worden ".

-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2501 WBDENHAAG

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 5  

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 5  

Advertisement