__MAIN_TEXT__

Page 1

J,

JAARGANG 12 MAARTt987 NUMMERt

Magazine voor Intema"'.路,.

J ......IL4...

~

Vraagstukken


J ason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie behoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname, met uitzondering van op persoonlijke titel geschreven artikelen. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Alexanderstraat 2, 2514 JL Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548.

Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie.

REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Hans-Paul Andriessen, Chiel de Leeuw, Sam Muller, Eugèn van de Pas, Gert-J an Stempher, Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: Piet Hein Coebergh. Vice-voorzitter: Raymond van der Veer. Secretaris: Willemijn van Sandick. Penningmeester: Frank Marcus. Fundraiser: Frank van den Heuvel. Public Affairs: Christian Weiland. Algemene Zaken: Simone Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. H.M.P. van Campenhout. F.C.M. Caris. Mr. P.H. Goedhart. Mr. M.C. de Groene. M.C.A. Huisman. Drs. R. Hillebrand. A.M. Knaapen. H.C. van Olden. Drs. A.M. van der Togt Drs. J.C. de Vries. J . P. Westhoff. Drs. D. H. Zandee.

Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur. RAAD VAN ADVIES H. J. M. Aben. Dr. A. M. C. Th. van Heel-Kasteel. C. C. van den Heuvel. R. C. Spinosa Caltela. Drs. E. J. van Vloten. Drs. M. A. van Drunen Liltel.

INHOUDSOPGAVE

JIHAD VEEL RIJKER BEGRIP DAN ALLEEN GEWAPENDE STRIJD OF HEILIGE OORLOG. Drs. G. A. Wiegers over de achtergronden van het begrip jihad. PAG. 2 ISLAM MOET WERELDWIJD HET GOEDE OVER HET KWADE LATEN ZEGEVIEREN. Dr. NecmeHin Erbakan, voorzitter van de Thrkse National Salvation Party en voormalige vice-premier van Thrkije, over de doelstellingen van de islam. PAG. 8 OORLOG IRAN-IRAK ONVERMIJDELIJK GEVOLG VAN TEGENSTELLING PERZEN-ARABIEREN. NRC-redacteur Michiel Stein beschrijft de achtergronden van de oorlog Iran-Irak. PAG. 15 THEORIE VAN DE ISLAM KENT GEEN VERSCHIL TUSSEN KERK EN STAAT. Dr. Herman Beck over "islamitische" landen, waar staat en godsdienst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. PAG. 17 ISLAMITISCH FUNDAMENTALISME SPREEKT VOORAL JONGEREN AAN. Interview met Midden-Oostendeskundige dr. L. C. Biegel, door Chiel de Leeuwen Hans-Paul Andriessen. PAG. 22


1

De macht van de islam Het niet uitzenden door de VARA van de televisiegrap van Rudi Carrell, uit angst voor mogelijke ernstige gevolgen voor Nederlanders in Iran, is een staaltje van invloed van een islamitisch land via normale diplomatieke kanalen. Nu de islam zich verbreidt over vele landen en sommige landen wederom in haar greep krijgt, zoals bijvoorbeeld Iran, kan men zich afvragen waar de grenzen liggen van de macht en invloed van de islam. Met name in het Midden-Oosten zijn uitingen waarneembaar van een hernieuwd islamitisch bewustzijn, dat wordt gekenmerkt door een anti-westerse houding. Die opstelling is te verklaren als een reactie op de westerse dominantie vanaf 1800. Sindsdien hebben zich twee zeer opmerkelijke ontwikkelingen voorgedaan: 1. de snelle sociale veranderingen in de traditionele islamitische

samenlevingen, 2. politieke hervormingen die leiden tot de vestiging van moderne islamitische staten. Dat sommige bevolkingen dergelijke snelle veranderingen niet altijd kunnen en willen bijbenen heeft het lot van het Iran van de sjah duidelijk bewezen. Zo'n bevolking valt in een periode van chaos terug op het belangrijkste verbindende element, namelijk de islam (letterlijk: onderwerping). Het is een levensovertuiging die als grootste kracht heeft dat van alle gelovigen wordt gevraagd te belijden dat alleen Allah God is en Mohammed zijn profeet. Het is een geloof dat de mensen vraagt vijf maal daags te bidden, aalmoezen te geven, overdag te vasten tijdens de heilige maand Ramadan, zo mogelijk ĂŠĂŠn maal ter bedevaart naar Mekka te gaan en voorts Gods wegen te bewandelen zoals die geopenbaard zijn in de koran. De vraag of alle verschillende islamitische groeperingen, zoals de soennieten, de sji'ieten en de Indonesische islamieten dezelfde inhoud geven aan dat" verbindende element" moet ontkennend worden beantwoord, getuige de vele conflicten, waarvan de Golfoorlog het duidelijkste bewijs is.

H.C.V.O.


2

Jihad veel rijker begrip dan alleen gewapende strijd of Heilige Oorlog In de berichtgeving over de islamitische wereld komt men dikwijls het begrip jihad tegen, een Arabisch woord, dat doorgaans vertaald wordt met "Heilige Oorlog" . Zo treft men onder de groeperingen die zich verantwoordelijk stellen voor bomaanslagen en gijzeling van buitenlanders in Libanon de ,,islamitische jihad voor de bevrijding van Palestina" aan. De Afghaanse verzetstrijders noemen zich moedjahedien: ,,strijders in de Heilige Oorlog". In dit artikel zal ik nader ingaan op de achtergronden van dit begrip. Jihad betekent feitel.ijk: ,,zich tot het uiterste inspannen om een bepaald doel te bereiken". In de klassiek-moslimse wetboeken wordt het begrip jihad gebruikt als term voor de strijd tegen de ongelovigen, die als doel heeft de verbreiding, versterking of verdediging van de islam. De jihad wordt hierbij gezien als een fysieke strijd. Er bestaan echter ook opvattingen van de jihad als een spirituele strijd, namelijk die strijd, die de gelovige in zijn innerlijk voert tegen lagere aandriften of de strijd die hij voert tegen de duivel. Deze vorm van jihad wordt wel de "grotere" jihad genoemd, dit dan in tegenstelling tot de fysieke opvatting van de jihad, die de "kleinere" genoemd wordt. Dit onderscheid wordt toegeschreven aan de Profeet Mohammed, aan wie op deze manier tevens een voorkeur voor een bepaalde vorm van jihad in de mond gelegd wordt. Ook worden wel vier manieren onderscheiden waarop de jihad kan worden bedreven: met het hart, met de tong, met de hand en met het zwaard. De jihad bedreven met hart is de boven beschreven strijd van het innerlijk. De jihad bedreven met de tong en de hand kunnen gekenschetst worden met het algemene principe: het opwekken tot het behoorlijke en afhouden van het verwerpelijke (soera 3, vers 110). Zo kan men hieronder verstaan het nemen van disciplinaire maatregelen tegen wetsovertreders, het bedrijven van missie of andere maatregelen ter versterking of zuivering van de islam. De ji-

had bedreven met het zwaard is de gewapende strijd. Het is dus niet zo dat het begrip jihad altijd het best vertaald kan worden met "Heilige Oorlog".

Veldtocht Maar omdat men het meest met het begrip jihad in deze laatste betekenis geconfronteerd wordt, besteden we allereerst aandacht aan deze vorm van jihad en beschrijven deze zoals hij uit de klassieke wetboeken naar voren komt. • De jihad is een religieuze plicht en neemt onder de moslimse religieuze

Dit artikel is geschreven door drs. G.A. Wiegers, onderzoeksmedewerker in dienst van de Stichting voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek aan de Rijksuniversiteit van Leiden. HJĂŻ is verbonden aan de vakgroep

Godsdienstgeschiedenis en Vergelijkende Godsdienstwetenschap.

plichten een zeer belangrijke plaats in. Sommige groeperingen binnen de islamitische wereld rekenen de jihad zelfs tot een van de zuilen van de islam. Deze zuilen zijn: de geloofsbelijdenis, het gebed, de religieuze belasting, de pelgrimage naar Mekka en het vasten tijdens de maand Ramadan. De jihad is tevens een collectie-

De herdenking van de dood in 680 na Chr. van Husayn, de kleinzoon van de Profeet,

wordt nog elk jaar herdacht door de sji'ieten. Daarbij slaan zij zjch tot bloedens toe.


3

toegang tot het Paradijs. Zo wordt in de koran gesteld: ,,0 gij, die gelooft, zal ik u leiden naar een handel, die u zal redden van een pijnlijke bestraffing? Dat gij gelooft in God en Zijn Boodschapper en ijvert op de weg Gods met uw bezit en uw persoon. Dat is beter voor u lieden, indien gij het wist. Hij zal u dan uw boosheden vergeven en u doen binnengaan in Gaarden, onder welke rivieren stromen, en welaangename woonverblijven in de Gaarden van 'Adn. Dat is de ontzaglijke gelukzaligheid".

Kloosterwezen

Omslag van de Iraanse brochure II An introduction to jihad-e-sazandegi':

ve plicht, hetgeen zeggen wil dat hij rust op de moslimse gemeenschap als geheel. Dit betekent ook dat de jihad in zekere zin een staatsaangelegenheid is. Het afkondigen van de jihad ligt dan ook in handen van de hoogste leider van de moslimse gemeenschap, de Imam. Wordt door een aantal leden van de moslimse gemeenschap aan deze plicht voldaan, dan rust zij niet op de overigen. Door het collectieve karakter van de plicht tot jihad blijven bijvoorbeeld blinden, zieken en kreupelen daarvan gevrijwaard. Aan de grenzen met het gebied van de ongelovigen en wanneer de moslims bedreigd worden, komt dit anders te liggen. Dan wordt het een plicht die op ieder lid van de moslimse gemeenschap komt te rusten. Ieder jaar dient de Imam een veldtocht naar het gebied der ongelovigen te ondernemen. Wanneer de Imam de jihad wegens een gebrek aan militaire kracht minder opportuun acht, kan hij daarvan echter afzien. In de moslimse wetgeschriften wordt het gebied waar de moslimse wetten gelden aangeduid als het "Gebied van de islam", terwijl het gebied der ongelovigen, waar de wetten der ongelovigen gelden, wordt aangeduid als het "Gebied van de oorlog".

Buitenland Elders in dit nummer (zie de bijdrage

Als dienst aan God, als devotionele plicht, is dejihad vergelijkbaar met het monastische ideaal binnen het christendom. Daarom luidt een bekend gezegde dat de jihad het kloosterwezen van de islam is. Resulteert de jihad in de verovering van vijandelijk gebied, dan staan er voor de bewoners daarvan, de ongelovigen, de niet-moslims, afhankelijk van hun godsdienst verschillende mogelijkheden open. Volgens de Goddelijke wet, de shari'a, kan de aanwezigheid van joden en christenen in het Gebied van de islam getolereerd worden, wanneer zij zich onderwerpen aan het politieke gezag van de islam en wanneer zij bepaalde belastingen betalen. Voldoen zij aan hun verplichtingen, dan vervalt tegen hen de jihad en worden ze tot protégé's, dhimmi's (Ar. dhimma = bescherming). Zij mogen op deze dhirnmi-status aanspraak maken omdat zij beschouwd worden als aanhangers van religies met heilige boeken (Ar. ah! al-kitäb = lieden van het Boek). Voor de polythelSten bestaat deze mogelijkheid niet: zij hebben de keuze tussen het zwaard (de jihad) en bekering tot de islam. Naast het dhimmi-statuut bestaat nog een tweede mogelijkheid voor een nietmoslim om op tolerantie aanspraak te maken: de vrijgeleide. Dit houdt in dat de ongelovige voor E'~n bepaalde periode in het gebied van de islam verblijven mag, zonder belasting te hoeven betalen. Verblijft hij er te lang, dan wordt hij schatplichtig.

van H . L. Beek) wordt over de nauwe verbondenheid in de islam van godsdienst en staat gesproken. Deze verbondenheid heeft voor de buitenlandse betrekkingen van islamitische landen een aantal gevolgen. De aanspraak van de islam op universele en eeuwige (d.w.z. tot de dag der 0pstanding durende) geldigheid heeft hierdoor niet alleen betrekking op de godsdienst maar ook op het territorium. Hierdoor speelt de jihad een belangrijke rol in de betrekkingen tussen islamitische en niet-islamitische staten. Vrede tussen die staten kan slechts een tijdelijk karakter hebben, omdat het uiteindelijke doel de onderwerping is van de gehele wereld aan Gods heerschappij. Men zou dus beter kunnen spreken van wapenstilstand dan van vrede. Anders gezegd: de universele aanspraken van de islam gelden niet alleen de godsdienst, maar ook het territorium. Zo stelt de koran (soera 2 vers 193): "En bestrijdt hen (nl. de ongelovigen, G W) tot er geen beproeving meer is, en de godsdienst aan God toebehoort". Samenvattend: de jihad volgens de klassieke opvatting is een doctrine die een permanente staat van oorlog inhoudt, maar Onderscheid niet noodzakelijkerwijs een werkelij- In de Goddelijke wet worden dus ke oorlogssituatie impliceert. verschillende vormen van ongeloof Wie sterft tijdens de jihad is een mar- . onderscheiden. De islam wordt door telaar en daardoor verzekerd van de -..de moslims gezien als de volmaakte


4

openbaring van dezelfde God die zich eerder aan de joden en christenen heeft geopenbaard. Deze godsdiensten hebben daardoor in zekere zin deel aan de Goddelijke Waarheid en dit plaatst hun belijders in een andere positie dan de polythe誰sten. In de loop van de geschiedenis werden echter ook andere godsdiensten, zoals bijvoorbeeld het HindoelSme, getolereerd in het gebied van de islam. Ook onder de moslims zelf zijn groepen aanwijsbaar, die elkaar beschuldigen van het aanhangen van meer of minder heterodoxe geloofsopvattingen. De belangrijkste twee groepen binnen de islamitische wereld zijn de soennieten en sji'ieten. De vele verschillen tussen deze groepen gaan terug op een verschillende opvatting met betrekking tot de staatsvorm. Na de dood van de profeet Mohammed in 632 na Chr. rees er binnen de jonge moslimse gemeenschap verschil van mening over wie er het meest voor het hoogste leiderschap in aanmerkingkwam. Sommigen meenden dat de opvolgers van Mohammed, de kaliefen, afstammelingen van de Profeet behoorden te zijn. Door een meerderheid echter werd de afstamming van de Profeet niet als een voorwaarde gezien voor het kalifaat. Deze groep verkreeg na Mohammeds dood de macht, terwijl de partij die zich sterk maakte voor nakomelingen van de Profeet via diens neef en schoonzoon Ali bij een reeks gewelddadige confrontaties steeds het onderspit dolf. Gaandeweg ontwikkelen de sji'ieten (Ar. shi'a = parij) een geheel eigen opvatting van het Imamaat (het hoogste leiderschap). Volgens hen werd via de erfopvolging niet alleen de wereldlijke macht overgeleverd maar ook de geestelijke: zij meenden dat Mohammeds religieuze kennis aan zijn nakomelingen werd doorgegeven. Aldus kwam de leerstelling van het onfeilbare imamaat tot ontwikkeling: de hoogste wereldlijke leider is in de sji'a tevens de hoogste geestelijke leider.

Zesdezuil Het geloof in de onfeilbare Imam kreeg voor de sji'ieten het karakter van een zesde zuil. In de soennitische islam onstond tegenover de kalifaat echter een leidende geestelijke klas-

"Het beeld van de islam in de westerse wereld tot in deze eeuw: wreedheid, wellust en fanatisme ".

se: die der geleerden. Het leergezag nu kwam bij deze geleerden te liggen, terwijl het wereldlijk gezag daarentegen bij de kalief kwam te berusten (zie ook het artikel van Beek). De strijd tegen de soennieten werd door de sji'ieten gezien als een jihad en de gevallenen als martelaren. Hun graven dienen nog altijd als doel van pelgrimages; de herdenking van hun dood is aanleiding tot het opvoeren van passiespelen. De belangrijkste sji'itische martelaar is Husayn, een kleinzoon van de Profeet. Deze Husayn vond in het jaar 680 na Chr. bij Kerbela (in het tegenwoordige Irak) de dood. Uit het voorgaande blijkt dat de jihad niet alleen de strijd tegen de ongelovigen is. De beroemde geleerde alMawardi, die leefde in de elfde eeuw na Chr. maakt een onderscheid tussen de jihad tegen gelovigen en jihad tegen ongelovigen en onderscheidt daarbij drie vormen van jihad tegen

gelovigen: de jihad tegen diegenen die van de islam afvallig geworden zijn (apostaten), de jihad tegen diegenen, die er heterodoxe opvattingen op na houden en de jihad tegen diegenen, die zich hebben afgescheiden van de gemeenschap der moslims, zoals bijvoorbeeld struikrovers. De strijd tussen sji'ieten en soennieten behoort tot de tweede categorie. Het cruciale punt bij deze tweede categorie was de erkenning van de legitieme Imam. Wanneer die zich door een heterodoxe groepering bedreigd waande of de facto bestreden werd, werd de jihad als juist beschouwd. Wanneer heterodoxe groepen zijn leiderschap de facto aanvaarden, werden zij dikwijls niet bevochten.

Bredere betekenis We hebben nu verschillende aspecten van het begrip jihad onder een min of meer theoretisch gezichtspunt


5

-

•

~

Iraanse soldaat b1ĂŻ een vernietigde Iraakse tank.

1. De jihad volgens de modernisten In de negentiende eeuw leidde de kolonia1isatie van grote delen van de islamitische wereld tot het omgekeerde van datgene waarin de klassiekejihad-leer voorzag: de moslims moesten dulden dat niet de Goddelijke wet de hoogste was, maar dat de ongelovige overheersers hun eigen wetten in islamitisch gebied boven de Shari'a stelden. In eerste instantie werd de jihad dikwijls als een mobiliserende kracht gebruikt in haar strijd tegen de aanvallers. Daarbij

.' , "10 '

.'~:-\

.. ~ -"'

,

\

"

beschouwd. Twee zaken vallen hierbij op. Ten eerste heeft de jihad een veel bredere betekenis dan alleen gewapende strijd: ook vreedzame manieren om de islam te verspreiden of te versterken, zijn vormen vanjihad. Ten tweede is de jihad niet alleen gericht op de ongelovigen, omdat ook de strijd tussen verschilIe moslimse groepen soms als jihad kan gelden. De verschillende aspecten van het begrip jihad wil ik nu aan de hand van een drietal historische ontwikkelingen illustreren.

'.

werd dan gebruik gemaakt van de klassieke opvatting van de jihad. Wanneer deze strijd echter verloren was veroorzaakte de suprematie van politiek en wetten van de overheerser dikwijls een herinterpretatie van het begrip jihad. In het India van de negentiende eeuw werd bijvoorbeeld na een opstand onder de moslims voor overheidsdienst de voorkeur gegeven aan Hindoes, omdat de Britse machthebber de plicht tot jihad die op de moslims rustte als een hinderpaa1 voor hun loyaliteit aan het koloniale bestuur beschouwde. Een bepaalde moslimse stroming die aansluiting zocht bij Westerse denkbeelden stelde in antwoord hierop, dat de jihad een defensieve oorlog was, die slechts in bepaalde omstandigheden was toegestaan. Zo mocht de jihad volgens een Indiase moslim slechts gevoerd worden tegen diegenen, die niet alleen ongelovigen waren, maar daarnaast ook de moslims de uitoefening van hun godsdienst verhinderden.

I'

, ~

. "-

Afhouden Daarbij werd verwezen naar de koranische uitspraak (Soera 47 vers 1): "Zij, die ongelovig zijn en afhouden van de weg Gods, hun daden doet Hij teloor gaan". Dit afhouden van de weg Gods gold volgens deze auteur uitsluitend de religieuze verplichtingen: de zuilen van de islam moesten daarbij aangetast worden. Anders gezegd: voorwaarde voor de jihad was een flagrante aanval op deze zuilen. Met die opvatting van jihad brachten deze modernisten, zoals ze genoemd worden, in zekere zin een scheiding aan tussen politiek en religie. Naast dit antwoord op de koloniale overheersing, waarbij de islam vooral voor westers ogen als een redelijke, niet aggressieve godsdienst wordt voorgesteld, bestaat er e~n tweede antwoord, dat der fundamenta1isten. Dit antwoord vindt men onder meer bij de nu volgende groeperingen. 2. De jihad volgens de moordenaars van Sadat. De islamologie verkeert in de gelukkige omstandigheid zeer nauwkeurig ingelicht te zijn over de beweegredenen van de Egyptenaren, die de


6

Afbeelding van een razzia onder leiding van HamZ8, oom van de Profeet. Dergelijke expedities worden wel gezien als een vroege vorm van jihad.

Egyptische president Anwar Sadat in oktober 1981 met geweld om het leven brachten. De moordenaars blijken hierover voor het tijdstip van de moord omstandig in geschrifte te hebben uitgewijd, dit echter zonder de naam Sadat te noemen. Over dit geschrift verscheen onlangs een studie van de hand van de arabist J. J. G. Jansen onder de titel "The neglected duty. The creed of Sadat's assassins and Islamic resurgence in the Middle East". De plicht waarop in de titel gedoeld wordt is de jihad. Het geschrift is een islamitische verdediging van de beweegredenen van de activisten en geeft een goed inzicht in het denken van moslim-extremisten. Centraal in het geschrift staat het denkbeeld van de stichting van een islamitische staat.

islamitische staat, het stichten daarvan een plicht is. Is die stichting slechts mogelijk door middel van geweid, dan is ook het gebruik van geweid een plicht. De vraag of Egypte een islamitische staat is, wordt door de opsteller negatief beantwoord. Hij is van mening dat hij in een niet-islamitische staat leeft, omdat deze niet geregeerd wordt volgens de Goddelijke wet, de Shari'a. Op grond van bovengenoemd koranvers beschouwt hij de machthebbers als afvalligen (apostaten), aangezien zij immers als moslims geboren zijn en nu overduidelijk ongelovigen zijn geworden. Op apostasie staat volgens de Shari'a de doodstraf. De opsteller roept dan ook op tot het nakomen van een sinds lang verwaarloosde plicht, de jihad.

'Oordelen'

Jihad is volgens de auteur de hoogste devotionele verplichting na de vijf zuilen. De jihad, zo weet de auteur, is een collectieve plicht, die slechts in een een aantal gevallen tot een individuele plicht wordt. Hij meent echter dat in de gegeven situatie, waarin de vijand zich onder de moslims bevindt, de jihad een individuele plicht is. Hij verzet zich daarbij tegen vreedzame opvattingen van jihad. De jihad, zo stelt hij, is gewapende strijd. Daarbij wijst hij op hetgeen de koran

Het stichten daarvan is een plicht om twee redenen. Ten eerste vanwege de koranische uitspraak (soera 5 vers 48) "Maar wie niet oordelen volgens wat God heeft neergezonden, die zijn de ongelovigen". Dit "oordelen" wordt door de auteur van het geschrift uitgelegd als "regeren". Ten tweede stelt het geschrift dat als aan de religieuze verplichtingen van de islam in hun totaliteit niet voldaan kan worden zonder de steun van een

(soera 2 vers 193) stelt: "En bestrijdt hen (nl. de ongelovigen, GW) tot er geen beproeving meer is, en de godsdienst aan God toebehoort". De opsteller verwerpt dan ook de authenticiteit van de uitspraak van de Profeet Mohammed, waarin deze over de grotere en de kleinere jihad spreekt (zie boven). Ook de opvatting dat de jihad slechts als defensieve oorlog toegestaan is wordt door de auteur met grote felheid afgewezen. Als meestgeĂŠigende doelwit van de jihad zagen deze activisten, zo leert niet alleen dit geschrift, maar ook de geschiedenis, de machthebber in Egypte. Deze beschouwden zij als de hinderpaal voor de totstandkoming van een islamitische staat. Eenmaal verwijderd, zo hoopten ze, zou God zelf ingrijpen. Daarmee zou dan een rechtvaardige, op Gods wet gefundeerde staat zijn intrede doen.

Iran-Irak 3. De jihad in de oorlog Irak-Iran. De heersende richting in het huidige Iran is de Twaalver shi'a, een vorm van de shi'a die haar naam ontleend aan het feit dat zij een twaalftal opeenvolgende Imams als legitieme Imams erkent. Volgens de leer echter van de Twaalver shi'a is de twaalfde Imam in het jaar 878 na Chr. door God verborgen om op een door Hem te bepalen moment weer terug te keren op aarde. Bij zijn te-


7

Ayatollah Khomeiny tijdens een toespraak tot volgelingen.

rugkeer zal hij de jihad hervatten en zijn rechtmatige plaats innemen. Vanaf het moment van zijn verborgenheid was er op aarde geen enkel contact met de Imam meer mogelijk en vanaf dat moment kon de jihad niet meer gevoerd worden. We hebben immers gezien dat de Imam degene was die de jihad afkondigt en tevens dat de Imam in de shi'a een centrale rol voor de gelovige inneemt. Dit "gezagsvacuUm" droeg lange tijd bij tot een zekere depolitisering van de Twaalver-shi'a. Al snel echter werd de jihad, ondanks de afwezigheid van de Imam, toelaatbaar geacht door sji'tische wetgeleerden wanneer deze een defensief doel diende. Nog later stelde man dat de jihad ook afgekondigd kon worden door een persoon die daartoe was "aangesteld" dOOF de Imam. Deze gedachten culmineerden in de negentiende eeuw in het leerstuk van de "algemene delegatie", waarin uitgedrukt wordt dat de geestelijkheid een belangrijk gedeelte van de autoriteit van de Imam op aarde vertegenwoordigt. Parallel hieraan ontwikkelde zich een zeer sterke hi~r足 achie binnen die geestelijkheid. De top hiervan werd gevormd door ayatollah's (lett. teken van God) en grootayatollah's. De islamitische revolutie van 1979 bracht, zo zou men kunnen zeggen,

in Iran de geestelijkheid aan het bewind. De oorlog Irak-Iran, die op 22 september 1980 begon wordt door deze geestelijkheid zeer nadrukkelijk gepresenteerd als een jihad. Een citaat uit de propagandandistische brochure "An introduction to jihade-sazandegi" (januari 1983, blz. 40): "What stimulaties the Iranian battle fronts today is not the power of weapons, it is the strength of faith in God that has been the cause of the victories over the enemies of Islam. The Islamic unity and resistance that exist among the Muslim nation of Iran can only be created by God Himself. This is not a war between two countries, it is a war between schools of thought, that is between Islam on one side and atheism, polytheism and hypocrisy on the othter side".

Ondersteunen De betekenis van ,jihad-e-sazandegi" is jihad voor Constructie. Het gaat

hier om een organisatie die op alle mogelijke manieren de islamitische revolutie tracht te ondersteunen. Daartoe behoren blijkens de bovengenoemde brochure bijvoorbeeld niet alleen het bouwen van scholen, het bebouwen van land, ontwikkelingswerk en onderwijs in de breedste zin van het woord (bijv. ook religieuze propaganda behoort hiertoe), maar ook tal van oorlogsondersteunende activiteiten. In de propaganda-literatuur van Iraanse zijde wordt echter niet zozeer de tegenstelling shi'a /soenna naar voren gebracht als wel de specifiek fundamentalistische visie dat de Iraakse machthebbers niet regeren volgens de Goddelijke wet, de Shari's. Vanuit die achtergrond wordt de oorlog dan ook als de strijd tegen het atheisme en het polytheisme afgeschilderd. Met het bovenstaande hoop ik duidelijk te hebben gemaakt dat jihad een veel rijker en genunaceerder begrip is dan alleen gewapende strijd tegen de ongelovigen of Heilige Oorlog.

Literatuur: Haar, J. G. J. ter: De shi'a als minderheid in de wereld van de islam. in: De Arabische wereld en haar minderheden. Herman Beck en Fred Ros (ed). Katwijk 1985. blz. 79-94. Jansen, J. J. G.: The Neglected Duty. The creed of Sadat's Assassins and Islamic Resurgence in the Middle East. New Vork, London 1986. Khadurri, M.: War and Peace in the Law of Islam. Baltimore 1962 (3e druk). Koningsveld, P. S. van: De islam. Een eerste kennismaking met geloofsleer, wet en geschiedenis. Utrecht z.j. Peters, R.: Islam and Colonioalism. The cotrine of Jihad in Modern History. Diss. Amsterdam. 's-Gravenhage 1979.


8

Islam moet wereldwijd het goede over het kwade laten zegevieren De islam is een goddelijke boodschap voor de gehele mensheid. Het omvat een volledige levenscode die niet door tijd of ruimte be誰nvloed wordt. Door zijn veelomvattendheid houdt de islam zich bezig met alle levensaspeclen die op deze aarde en in het

Dit artikel is geschreven door dr. NecmeHin Erbakan. Hij is voorzitter van de Turkse NationaI SaJvation Party en voormalige viC!!-premier van Turkije.

hiernamaals voorkomen. Het geeft de mensheid goddelijke richtlijnen voor het verwezenlijken van orde, recht en al wat nodig is voor het vernietigen van het kwaad. Daarom is het niet verwonderlijk dat de islam zich vooral bezighoudt met zaken als oorlog en vrede. Het geeft de grondbeginselen aan die de welvaart van de mensheid moet waarborgen en wat vastgelegd moet worden in de geboden die hiervoor nodig zijn. Het is belangrijk dat deze geboden niet alleen bestudeerd, begrepen en trouw door de moslims gevolgd worden, maar dat deze geboden ook over de hele wereld verbreid worden. Kortom, de islam heeft als doel het goede over het kwade te laten zegevieren. De sociale plicht om "vreugde te putten uit de juiste levenswijze en het verbieden van onfatsoenlijk gedrag", is in de islam net zo belangrijk als het gebed, vasten en pelgrimstochten naar Mekka. Als deze plicht wordt verwaarloosd, zal de wereldvrede zeker verstoord worden en zal onrecht en anarchie zegevieren. Jihad is in de islam een religieuze plicht. Om de islam te begrijpen is het nodig een goed begrip te hebben van haar concepten en de terminologie waarmee deze concepten worden gedefinieerd.

Zegevieren Het kan niet ontkend worden dat elk fundamenteel concept en elke revolutie het recht heeft zich te mogen verbreiden. De islam heeft de jihad gekozen om zich te kunnen verbreiden. De jihad is in de islam verplicht om de macht van het goede en het correcte over het kwaad te bewerkstelligen. Vanwege haar belangrijke positie in de islam, is het essentieel om de betekerus van het woord ,jihad" te begrijpen. Het is afkomstig van "Jehd": moeite doen om het goede te laten overwinnen en te zorgen dat het kwade ver-

In de heilige Iraanse stad Qum, de woonplaats van ayatollah Khomeiny, vinden kleden met zijn afbeelding greUg aftrek.


9

f. Onheil elimineren in een moslim land. Oorlog is ook toegestaan als een middel van zelfverdediging, wanneer moslims worden aangevallen.

De Iraanse leider, ayatollah Khomeiny.

nietigd wordt. Het is onjuist om het woord jihad als "militaire oorlog" te interpreteren. Oorlog is maar ĂŠĂŠn van de mogelijke vormen van jihad die in bepaalde dwingende omstandigheden nodig is. De nobele strijd van Abraham tegen verafgoding, de strijd van Mozes tegen de farao en de verdorven Palestijnse heersers en de oorlogen van David en Salomon, waren allemaal daden van de jihad. De jihad is met andere woorden een erg gewilde en prijzenswaardige activiteit. Het is essentieel voor de bewuste verbreiding van het goede en het vernietigen van het kwade. Daarom heeft de Profeet Mohammed gezegd: "Iedereen moet proberen het kwade te vernietigen overal waar men het tegenkomt. Als hij dit niet kan doen, dan moet hij of mondeling advies geven of het slechte van de handeling duidelijk maken. Als hij zelfs dit niet kan doen, dan moet hij de handeling in zijn hart veroordelen, ook al is dit de zwakste oplossing van het geloof".

Doel van jihad Het doel van de jihad is niet het vergaren van rijkdommen of zoveel mogelijk macht te verkrijgen, maar alleen om Allah vreugde te.bezorgen door het goede tot stand te brengen en de waarheid te verkondigen. Daarom is het doel van de jihad in de islam goddelijk. De koran noemt de jihad "Fi Sebilillah" dat "alleen voor Allah" betekent, en als "il a-i Kelimetullah" dat "het woord van Allah hooghouden" betekent. Vanuit het standpunt van de islam, is elke recht-

vaardige daad, terwille van het volk en het welzijn van de maatschappij, in overeenstemming met de wil van Allah. Het verbreiden van de islam naar andere landen en volken, is een fundamentele verplichting van moslims. De term die hiervoor in de islam wordt gebruikt is "tabligh". Tabligh moet op een vreedzame manier worden toegepast. Maar om de obstakels te verwijderen die ervoor zorgen dat mensen de waarheid niet horen kunnen, is het gebruik van geweld als laatste middel door de jihad wel toegestaan. De islam verbiedt het gebruik van geweld als dwangmiddel om mensen tot moslim te bekeren. In de koran wordt nadrukkelijk gesteld dat de islam voornamelijk een religie van vrede is en oorlog als een toevalligheid beschouwt. Het staat oorlog alleen toe om onrechtvaardige schendingen te weerhouden en om obstakels te verwijderen die mensen zouden kunnen verhinderen de waarheid te horen. De islam keurt aldus onder de volgende voorwaarden geweid goed: a. Als moslims aangevallen worden; b. Het verijdelen van een aanvalspoging; c. Een moslim land te bevrijden dat aangevallen of bezet is; d. Obstakels verwijderen die verhinderen dat de islam verbreid kan worden e. Als moslims in hun eigen land onderdrukt worden

Niet-moslims Elke bondgenoot van de vijand of een land dat de vijand helpt in welke vorm dan ook, kan de oorlog verklaard worden. Nogmaals, het vechten en strijden is nodig om het kwaad te vernietigen en de waarheid te waarborgen. Het gevecht is niet alleen gelimiteerd tot niet-moslims, maar ook tegen andere moslim-landen. De agressie tegen de islam kan op verschillende gebieden en fasen plaatsvinden. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vijand een aanval aan het voorbereiden is, en dat zo'n aanval een aanzienlijke schade zal geven, dan is het toegestaan zelf eerst aan te vallen. Oorlog wordt ook toegestaan om een ander moslim land te bevrijden. De islam accepteert geen situatie die door onrechtmatig geweld is verkregen en staat niet toe dat fundamentele mensenrechten geschonden worden. Een andere rechtvaardige reden om de oorlog te verklaren is als de verbreiding van de islam in een bepaald land verhinderd wordt. De islam wil dat mensen vrij zijn om zelf te beslissen en te kiezen zonder dat dit verhinderd wordt. Om dit te illustreren heeft de Profeet Mohammed eens brieven en boodschappers naar de heersers van drie buurlanden gestuurd om hen tot de islam uit te nodigen. Terwijl anderen de uitnodiging accepteerden, vermoordde de keizer van Perzil! de boodschapper en loofde een beloning uit aan diegene, die de Profeet van de islam zou vermoorden. Dit werd als een geldige reden beschouwd om de oorlog aan Perzil! te verklaren. De militaire operatie die tot de verovering van Mekka leidde, werd om dezelfde redenen uitgevoerd. Onderdrukking Als een land zijn moslims onderdrukt, dan is het de plicht van alle moslims om maatregelen te treffen, inclusief geweld als dit nodig wordt geacht, om de situatie weer te rectificeren. De koran zegt: "De Profeet be-


10

omdat hij Hazrat Ali had beledigd. Zijn antwoord op deze daad was: "Ik moest terwille van Allah tegen hem vechten. Zijn belediging heeft mij kwaad gemaakt. Ik moest hem verlichten anders had ik hem uit zelfzuchtige woede moeten doden".

De islam houdt zich bezig met alle levensa.specten, ook met de moderne industrie.

sloot om oorlog te voeren tegen de Byzantijnen toen zij de gelovigen in Syrii! onderdrukten die de islam geaccepteerd hadden". Oorlog wordt ook toegestaan om spionage en onheil in toom te houden. Dat is dan ook de reden waarom Caliph Abu Bakr tegen de apostelen en tegen diegenen vocht die "zakat" weigerden te betalen. Zakat is een soort armenbelasting. Moslims kunnen aldus onder de volgende omstandigheden de oorlog verklaren: a. Als een land het aannemen van de islam verwerpt; b. Als een land de islam weigert te erkennen; c. Als een land een vredesverdrag weigert te accepteren. De islam vereist dat moslims alle moeite moeten doen om een oorlog te verhinderen en zodoende de vrede te bewaren. Voor een aanval moet dan ook een boodschap naar de vijand gestuurd worden om nogmaals te vragen of zij de islam willen accepteren of een vredesverdrag willen aanbieden. Als deze laatste poging ook mislukt, dan kan de oorlog gevoerd worden en moet dan als onvermijdelijk worden beschouwd. Een oorlog wordt niet toegestaan als moslims vrij zijn om het woord van de islam te verbreiden en men vrij is zich tot de islam te bekeren. De invitatie om de islam te accepteren of een vredesverdrag te sluiten is geen invitatie tot de oorlog, maar een invitatie tot de vrede. Zo'n vrede is oprecht en zal niet het karakter hebben van een verdrag dat weer tot een oorlogssituatie rou kunnen leiden. De islam stelt met nadruk dat moslims geen oorlogen mogen ontketenen. Het doden is ten strengste verboden tenzij er een aanval van een vijand komt. Tijdens

oorlogen beschermt de islam onder meer: a. b. c. d. e.

Godsdiensten; Burgers; Geestelijke opvattingen; Fatsoen en eer; De bezittingen van de mensen.

Deugdzaam De islam is ook tijdens oorlogen deugdzaam. Het afstand nemen van deze deugden om vervolgens een houding aan te nemen die berust op haat en wraak, is strikt verboden. Deze regels en opvattingen die hierop betrekking hebben, is in de islam een aparte wetenschap "Siyar" genoemd. De Profeet heeft gezegd: "Ik ben rowel een profeet van oorlogen als van barmhartigheid". Ook al is hij door onrecht en onderdrukking tot vele oorlogen gedwongen, worden al deze oorlogen toch gekenmerkt door zijn barmhartigheid, toegeeflijkheid en vergiffenis. Dit feit wordt door alle wetenschappers en onderzoekers waar dan ook, bevestigd. De Profeet heeft gezegd: "Behandel mensen met goedheid en geduld. Val de vijand niet aan voordat hij tot de islam uitgenodigd is. Het is veel prettiger en waardevoller voor mij om deze mensen uit de steden, dorpen en nomaden te zien als moslims, dan dat jullie deze mannen doden en hun kinderen en vrouwen gevangen nemen".

De islam schrijft aan alle moslims voor om altijd tijdens een oorlog de essentiĂŤle geloofsovertuigingen en opvattingen van de islam te behouden. Het vereist dat moslims ook tijdens oorlogen de fundamentele mensenrechten handhaven en zal nooit zelfzuchtige agressie toestaan. Hazrat Ali moest tijdens een gevecht een vijandige soldaat "verlichten"

Oorlogsprincipes De islamitische wetenschap "Siyar" is een onderwerp dat de kwaliteiten en methoden van de Profeet beschrijft. De islamitische principes die tijdens een oorlog gehandhaafd moeten worden, zijn ook in de "Siyar" beschreven. De enige reden voor een oorlog in de islam, is om onrecht, kwaad en onderdrukking te verwijderen die juist oorlogen veroorzaken. Oorlog is dan gericht tegen diegenen die oorlogen beginnen en tegen hun militaire installaties. Burgers die niet meedoen met gevechten, worden niet aangevallen. De Profeet die een leger de oorlog instuurde, zei: "Onthoud de naam van Allah en vraag hem om hulp. V al pas aan na het gebed tot de Profeet. Dood geen ouderen, kinderen, babies, vrouwen, blinden of invaliden en neem de beperkingen van de islam in acht". Dit bevel werd ten tijde van Abu Bekir en Omar continue tegen de moslim legers herhaald. De tegenstanders daarentegen, waren erg verwoestend en maakte geen verschil tussen een kind en een volwassene, of tussen een soldaat en een burger. Zelfs kinderen en vrouwen werden dikwijls aangevallen. De slachting van J eruza!em door de kruisvaarders is hiervan een duidelijk bewijs. De Profeet van de islam heeft herhaaldelijk zijn afkeuring uitgesproken over het doden van burgers en knechten die niet aan gevechten deelnemen. Dit is een duidelijke indicatie dat de islam alleen oorlog voert om het onrecht en onderdrukking te elimineren. Het doel tijdens een oorlog is zeker niet om mensen te doden of steden en beschavingen van hun vijand te verwoesten. Vergelding In het algemeen wordt een vergelding van een persoon of volk geaccepteerd. In de islam is zelfs dit niet toegestaan tenzij absoluut noodzakelijk; vooral immorele en onaangename daden van de vijand mogen niet


11

De herdenking van de dood van de kleinzoon van de Profeet is voor de sji'ieten aanleiding tot een soort bedevaart.

worden vergolden. De islam verbiedt zelfs haat- en wraakgevoelens tijdens een oorlog. Vroeger verminkten de vijandige soldaten de lichamen van de moslims die gedood waren. De Profeet daarentegen, beval zijn soldaten om alle mogelijke martelingen en verminkingen te vermijden. Zelfs toen het lichaam van zijn eigen oom v~rschrikkelijk werd verminkt, gaf hij het goede voorbeeld door niet op dezelfde wijze wraak te nemen. De islam beschouwt het gezicht als het middelpunt van menselijke schoonheid; het toebrengen van letsel aan het gezicht is een aanval op de eerbiedigwaardigheid van de mens. De Profeet Mohammed beval zijn soldaten alle gesneuvelde soldaten van de vijand te verzamelen na de Slag bij Badr om hen vervolgens op een eerbiedige wijze te begraven.

Voordat wij de strategie van de islami tische verdediging in een moslim land bekijken, moeten eerst de opvattingen van Daru'l'islam, Daru'sSulh (de islamitische landen) en Daru'l'Harp (niet-moslim landen) onder de huidige omstandigheden, nader onderzocht worden.

Regeringen Het islamitische begrip voor natie, land of "dar" is niet ontstaan uit een bepaald ras, geografie of andere bronnen. Het is door een godsdienst ontstaan! Volgens de moslims zijn de mensen op deze aarde in twee groepen verdeeld: 1) moslims; 2) niet-moslims. Als een land "DaruI" genoemd wordt, hoeft dit niet te betekenen dat

de moslimbevolking procentueel in de meerderheid is. Soms zijn de moslims bij Daru'l'islam en soms zelfs in Daru'l'Harp (land van oorlog) in de meerderheid. De reden hiervoor komt voort uit de verschillende soorten regeringen die in de verschillende landen aanwezig zijn. Met andere woorden, als moslims over een land regeren, dan heet zo'n land "Daru'I'islam". Als de regering van een land uit niet-moslims bestaat, dan heet zo'n land "Daru-ul-Kufr" (land der ongelovigen) of "Daru'l-Harp (land van oorlog). Het toekennen door deze regeringen van bepaalde rechten, zoals gebed, is niet voldoende. Daru'l'islam (land van de islam): de landen waar moslims regeren volgens de wetten en bepalingen van de islam en waar moslims vrij zijn al hun plichten in vervulling te brengen. Christenen, joden en andere niet-moslims daarentegen, krijgen pas de garantie om deze wensen in


12

Iraanse soldaten bl)" hun intocht in de veroverde stad Faav. Het goede heeft over het kwade gezegevierd.

vervulling te brengen, als zij een bepaalde hoeveelheid belasting hebben betaald. Dit bewijst dat een islamitische staat veel meer voor haar onderdanen bezorgd is en iedereen gelijke rechten geeft. Niet-moslims worden niet gevraagd om in oorlogen deel te nemen om de islamitische principes te verdedigen waar zij toch niet in geloven.

Voorwaarden Alle plaatsen en landen buiten Daru'l'islam heten Daru'l-Kufr. Ten eerste moet een islamitisch land deze landen overtuigen van hun geloof door het woord van de islam over te dragen. Als zij de islam accepteren, dan worden zij ook tot de Daru'l'islam geaccepteerd. Als zij de islam niet accepteren, maar wel de islami tische heerschappij erkennen, dan behoort zo'n land tot de "Daru's Zimmet". Als zij beide niet accepteren, maar wel vrede willen, dan heet zo'n land "Daru's-Sulk" of "Daru'l Muahede". Als een volk geen partij wil kiezen tussen moslims en niet-moslims, dan heet zo'n groep "Daru'lHiyat". Als een land of volk geen van bovenstaande accepteert en vijandig is tegenover moslims, dan worden zij als "harbi" beschouwd en hun land heet dan "Daru'l-Harp". De opvattingen die hier genoemd zijn, moeten met zorg bestudeerd worden gezien onze huidige kennis en situatie. Alleen dan zal de islamitische strategie inzake oorlog en vrede juist geïnterpreteerd worden. Als wij de islamitische verdedigingsstrategie willen begrijpen, dan moe-

ten bovenstaande voorwaarden in acht worden genomen. Als onrecht en leugens overwonnen willen worden, dan moeten mensen bevoorraad worden en machtiger dan de vijand gemaakt worden. Metmensenrechten en vrede, research en planning van de verdedigingsstrategie moet met zorg omgegaan worden. Al de nodige verdedigingswapens moeten in acht worden genomen. De overwinning van de waarheid en het goede over het kwaad, kan alleen plaatsvinden als moslims over wapens beschikken die van een betere kwaliteit zijn dan van hun vijanden. In de koran wordt het woord "l'dad" genoemd, dat op twee manieren uitlegt hoe de macht tegenover de vijand uitgevoerd moet worden: het betekent wwel een militaire overmacht als een overmacht in superieure wapens. Met andere woorden, de macht die tegen de vijand wordt ingezet, moet op alle mogelijke manieren superieur zijn. Het machtsoverwicht moet zo groot worden dat elke vijand afgeschrikt wordt. Het in alle opzichten voorbereid is dan ook een belangrijk afschrikkingsmiddel voor een "bloedvergietende oorlog". ftlachtsove~cht

Maar vanuit het oogpunt van de islam, is machtsoverwicht in zowel militairen als wapens niet voldoende. De voornaamste factor die tot de overwinning zal leiden, is de hulp van Allah aan alle gelovigen. Volgens de islam moet het volgende vervuld zijn, wil men op de juiste wijze op de vijand voorbereid zijn:

a. Voorzorgsmaatregelen treffen om een zo goed mogelijke coördinatie te scheppen; b. Het verzorgen van een machtsorganisatie die tijdens een oorlog op een perfecte wijze ingezet kan worden. Volgens de Profeet is het vluchten van het slagveld een van de zevenwnden. c. Het leveren van wapens om de vijand te ontmoedigen zich vijandig tegenover de islam op te stellen; de vijand moet afgeschrikt worden. Verder moeten de wapens steeds verbeterd en uitgebreid worden. Volgens een rapport, is het bekend dat de Heilige Profeet een aantal van zijn soldaten had uitgekozen om ze vervolgens naar J eman te sturen waar zij geleerd werden hoe zij een soort ,tank' uit dierenhuiden moesten maken. Dit stond toen bekend als een "debbabe" (een bescherming voor soldaten tegen de vijandelijke pijlen). d. De technologische ontwikkelingen van de vijand moeten uit strategisch oogpunt, continue gevolgd worden. e. De nodige wetenschappelijke en technologische studie en research moeten op dit gebied uitgebreid worden om zodoende de kennis te verkrijgen die voor de islam vereist is. De moslims zijn overal in geïnteresseerd en willen overal in deelnemen. Als een bepaalde kennis verwaarloosd wordt, dan worden alle moslims verantwoordelijk gesteld. f. Het normaliseren van basisprincipes, organisaties en wapens is niet alleen van strategisch, maar ook van economisch belang. g. Het oprichten van militaire installaties die voor de overwinning noodzakelijk zijn.


13

Buiten Iran verblijvende s;ï'jeten betuigen hun steun aan ayatollah Khomeiny.

Zware industrie Het verkrijgen van een modern industrieel apparaat met een zware industrie, is essentieel ongeacht welke strategie er ook gebruikt wordt om moslim landen te verdedigen. Een zware industrie met voornamelijk een staalindustrie, machinewerktuigen, motoren, elektronika en elektriciteitscentrales moet door moslims opgericht worden. Het kan met niet genoeg nadruk worden gesteld dat een industriele ontwikkeling aan de basis staat van welk verdedigingssysteem dan ook. De meeste grondstoffen, die een zware industrie mogelijk maken, zijn in de islamitische landen in overvloed te vinden. Wat dat betreft, hebben moslim landen een groot voordeel boven andere landen. Daarom wordt het verdedigen van deze grondstoffen als een godsdienstige verplichting beschouwd. De islamitische wetten verbieden het overdragen van militaire apparatuur naar vijandelijke landen. Een soortgelijke voorzorg is ook bij de NAVO landen te vinden. Hoe dan ook, de mate van industriële

ontwikkeling in de islamitische landen is verre van bevredigend. Dit is te wijten aan het gebrek van samenwerking tussen de moslim landen, iets waar door de vijanden van de islam ook met nadruk op wordt gewezen.

De financiën die hiervoor nodig zijn om deze doelen te bereiken, zijn in de islamitische wereld aanwezig. Een groot gedeelte hiervan moet voor investeringen gebruikt worden en niet alleen voor eindprodukten. Het is dus erg belangrijk dat het geld efficiënt en voor de juiste doeleinden gebruikt wordt. Het zou tegen de islamitische principes zijn om gelden op onzorgvuldige wijze te gebruiken of het te investeren in het buitenland. Voorrang De industriele investeringen die voorrang zouden moeten krijgen zijn: 1. Staal- en metallurgische industrieën;

2. Machinewerktuigen; 3. Motoren industrie;

4. Motorvoertuigen, vliegtuigen en scheepvaart; 5. Elektrische installaties; 6. Chemische industrie; 7. Elektronika. Er zijn belangrijke boodschappen in de koran die hierop betrekking hebben: In het hoofdstuk Hud, vers 37 bijvoorbeeld, wordt de Profeet Noah door Allah als volgt geïnstrueerd: "Bouw een schip met onze inspiratie en aanwijzingen". De dieren die door de gelovigen van Noah bekend waren, werden op een schip gezet en het schip werd door vuur voortgestuwd. In Surah Neml (vers 40), staat dat Salomon bij het terugbrengen van de kroon van Belkis, geholpen is door geleerden. Deze en andere verzen wijzen ons erop, dat gerechtigheid en verdienste door industrii!le macht verkregen wordt. In vers 57 wordt ook ijzer genoemd, een van de belangrijkste grondstoffen voor de industrie. IJzer komt voor als "Hadidijzer", dat ook in vers 25 van hetzelfde surah voorkomt. In dit vers wijst Allah aan hoe belangrijk en voordelig ijzer kan zijn. De passage die zegt: "Er zit veel kracht in ijzer", wijst op


14

wapens zoals pijlen, speren en schilden. De passage die zegt: "IJzer kan door de mensen op vele manieren gebruikt worden", wijst naar de ontelbare hoeveelheden werktuigen en uitrustingen die van ijzer gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, zonder dit metaal hadden wij nooit de huidige technologie kunnen bereiken.

Verdediging De grondgedachte van de defensie is de handhaving van gezondheid en integriteit binnen het systeem dat verdedigd moet worden. In de verdediging van islamitische landen moeten alle verschijnselen van cultureel imperialisme verwijderd worden. Deze ontwikkeling moet leiden tot meer zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van andere landen. Ook moet dit een eerste stap zijn naar een gezonder economische structuur. Het is duidelijk dat militaire technologie en industrie een noodzaak is. Toch moet deze materiële voorbereiding op morele factoren gebaseerd zijn; zonder deze morele gedachte zou succes uitblijven. De menselijke factor is een van de voorwaarden voor het succes van de islam. Niets kan bereikt worden zonder bekwame en geleerde mensen die klaar staan om zich volledig in te zetten en offers te brengen. Ten eerste moeten de moslims opgeleid en verlicht worden. Ze moeten overtuigde en consciëntieuze volgelingen worden ook al is dit moeilijk te verwezenlijken. Kapitalistische en socialistische landen hebben de islamitische gedachte door middel van nauwgezette middelen verwoest. Zij hebben de intellectuelen als hulpmiddel van hun culturele imperialisme gebruikt, door scholen in moslim landen te vestigen om zodoende het onderwijssysteem te ondermijnen. Om hun eigen doeleinden te verwezenlijken, hebben zij de pers uitgebuit. Aljaren gebruiken zij de media om de moslims aan de ware islamitische gedachte te onttrekken en hen op deze wijze tot morele corruptie te dwingen. Een groot gedeelte van de moslims is heden ten dage door deze landen geïndoctrineerd. In sommige moslim landen hebben de intellectuelen met hun moslim gemeenschap gebroken. Sommige intellectuelen

Soldaten van het Iraanse islamitische leger tlïdens een optocht door de straten van

Teheran.

zijn zelfs hun land ontvlucht om elders hun heil te vinden. Door deze ontwikkelingen is het gebleken dat er begonnen moet worden aan de verdediging van moslim landen volgens een weloverwogen strategie. Er moet uiterst veel zorg worden besteed aan het elimineren van schadelijke effecten die de kapitalisten' socialisten en andere valse ideologieën teweeg brengen. De noodzaak voor een ware islamitische structuur binnen de moslim landen is vrij duidelijk. Dit moet door middel van een sterke morele ontwikkeling bereikt worden waardoor alle problemen binnen een islamitische maatschappij kunnen worden overzien.

Om zo'n structuur te bereiken, zal het veranderen van de grondwet van

de moslim landen niet voldoende zijn. Tegelijkertijd moeten de economische systemen gezond en betrouwbaar worden gemaakt en verder moet het hele onderwijssysteem vervangen worden door wetenschappelijke systemen. Veel resultaat kan geboekt worden binnen de economische en culturele terreinen. De moslim landen moeten op deze terreinen volledig samenwerken en de verhoudingen met elkaar verbeteren. Door deze samenwerking zal niet alleen de huidige economische onderdrukking verdwijnen, maar zullen ook overwinningen worden geboekt op de valse ideologieën en beschavingen en tegen de economische en psychologische uitbuiting. Dit is veel belangrijker dan het hebben van een wapenoverwicht.


15

Oorlog Iran-Irak onvermijdelijk gevolg van tegenstelling Perzen-Arabieren De Iraakse hoofdstad Bagdad is, naast de Syrische hoofdstad Damascus, sinds meer dan een halve eeuw één van de centra, waar het Arabische nationalisme bijna als een godsdienst wordt beleden als tegenwicht tegen het vernederende

Dit artikel is geschreven door Michiel Stein, Midden-Oosten-expert van NRCHandelsblad.

koloniaUsme. Maar het duurde nog decennia voordat men de thoerie in de praktijk kon brengen. Pas toen in 1958 in Irak. de monarchie omver was geworpen, werd het Arabische nationalisme de banier waaronder de machthebbers hun land in de vaart der volkeren probeerden op te stoten. Maar diverse nationalistische groepen bleven elkaar bestoken, totdat de Ba'athpartij in 1968 door een staatsgreep de macht veroverde en van nu af aan bepaalde op welke zeer speciale wijre het Arabische nationalisme moest worden toegepast. matig in de minderheid zijn, moest hij er voortdurend op bedacht zijn dat oppositionele krachten zich in sectarische partijen tegen hem en zijn regime zouden organiseren. Vandaar dat hij elke sji'itische organisatie met grootscheeps geweld de kop indrukte en, zo nodig, hoge sji'itische geestelijken liet executeren.

Volgens Michel Aflaq, de stichter en filosoof van de Ba'ath (Wederopstanding), is de partij een revolutionaire, Arabisch-nationalistische beweging, die de achteruitgang en de degeneratie van de Arabische wereld wil tegengaan. Aflaq, een christen uit Syrié, vindt dat het Arabische nationalisme zeer veel aan de islam is verschuldigd, maar hij benadrukt uitsluitend de morele en spirituele aspecten van de islam zonder enige aandacht te schenken aan de politieke en (grond)wettelijke aspecten ervan. De kern van Aflaqs betoog, en nog steeds de kern van de Ba'ath-filosofie, is dat de islam belangrijk is als erfenis van de Arabische natie, maar niet meer. Eerst was er de Arabische natie en daaruit ontstond de islam. De islam is derhalve ondergeschikt aan het Arabische nationalisme. President Saddam Hoessein, de absolute leider en nu ook "De Leraar" van Irak, vertaalde deze gedachte als volgt: "Onze ideologie bepaalt het leven van de Arabieren en draagt de geest van hun missie in zich ... waaronder ook de geest van de islam. Maar dat gebeurt in een andere context, die open staat voor een onafgebroken ontwikkeling. ( ... ) Onze ideologie is geen religieuze ideologie,

maar ook niet in strijd met de godsdienst", Saddam Hoessein werd de dictator van een land, dat in wezen diep verdeeld is. Hij zelf is soenniet en hij heeft de belangrijkste machtsposities in handen gegeven van zijn soennitische clan uit de stad Takrit. Maar omdat de soennieten in Irak getals-

Ondeelbaar Voor de Ba'ath bestaan er geen grenzen in de Arabische wereld omdat de Arabische natie in theorie één en ondeelbaar is. Voorzover er verdeeldheid is, is die slechts te wijten aan de krachten van het kolonialisme en het imperialisme. Saddam Hoessein probeerde dan ook uit alle macht, in naam van het socialisme en de vrijheid die de Ba'ath in haar vaandel voert, zijn "reactionaire" buren aan de Golf, die zwaar op Amerika leunden, op alle mogelijke manieren te intimideren. Niet alleen waren zijn relaties slecht met Saoedi-Arabi!!, met Koeweit en met (het door een concurrerende vleugel van de Ba'ath geregeerde) Syriê, maar ook met Iran. De aanhoudende spanningen tussen Irak en Iran, waarbij de opstandige Koerden in Irak door de sjah van Iran als hulptroepen werden ge-


16

.. De overwinning is nabij"

bruikt,leidden tot een toestand van bijna-oorlog. Omdat beide partijen een echte oorlog niet aandurfden, sloten zij in maart 1975 een nieuw grensverdrag. lrak,datdoorzijn strijd tegen de Koerden zeer verzwakt was, moest aanzienlijke concessies aan de sjah doen. De weinige gebiedsconcessies die de sjah daar tegenover stelde, kwam hij niet na. Wel staakte hij zijn hulp aan de Koerden, wier opstand ineenstortte. De vrede met Iran en de miljardeninkomsten uit de olie stelden Saddam Hoessein in staat om zich te wijden aan de militaire en economische ontwikkeling van zijn land. Nu hij in eigen land onbetwist heer en meester was, probeerde hij ook het leiderschap te verwerven over de Arabische wereld. Die gelegenheid bood zich aan, zo dacht hij, toen Egypte vrede sloot met Isral!l en daarvoor werd bestraft met uitsluiting uit de Arabische rijen. De Iraakse politiek veranderde navenant! De aanvallen op de "reactionaire" buren werden gestaakt, gedurende een zeer kortstondige periode zelfs die tegen SyriĂŤ.

Iraanse revolutie In overeenstemming met het "arabiseringsproces" werd lraks islamitische achtergrond sterker dan voorheen verwaarloosd. Met de elektrificering, de fabrieken, de grote statusgevende gebouwen en boulevards werden ook steeds meer westerse geneugten geĂŻntroduceerd, die met de traditioneel-islamitische levenswijze niets te maken hadden. Wat dat betreft begon Irak steeds meer gelijkenis te vertonen met het Iran van de sjah, dat op alle mogelijke manieren de westerse consumptie-patronen probeerde na te apen. In 1979 verdween de sjah van het po-

litieke toneel, verdreven door de Islamitische revolutie van imam Khomeiny. De anti-imperialistische krachten die zich in Irak als Arabische nationalisten haden gemanifesteerd, hadden in Iran een totaal ander politiek omhulsel. Daar hadden de sji'itische geestelijken uit woede over hun stelselmatige ontrnachting door de sjah en over de verwesterlijking van het land zich georganiseerd tot een formidabele kracht. Zij waren als enige groepering in staat om de bevolking massaal te organiseren, omdat zij over de nodige geldmiddelen beschikten die zij via de religieuze belastingen (buiten de staat om) ontvingen. Bovendien vertegenwoordigden zij voor de gewone man de traditionele Iraans-sji'itische waarden en normen.

Godswoord Buiten de geestelijkheid was er eigenlijk niets. De sjah had de vroegere politieke partijen uiterst hardhandig uit de weg geruimd. Vele van die politieke groepen, die zich opnieuw organiseerden, dachten dat zij de mullahs voor hun karretje konden spannen en dat de geestelijkheid weer naar de politieke achtergrond zou verdwijnen, zodra de strijd tegen de sjah en zijn buitenlandse beschermers gewonnen was. Maar zij kwamen bedrogen uit. Khomeiny had al jaren voordien gezegd dat alleen diegenen die van de wetten Gods op de hoogte waren, het land konden besturen. En hij was onder geen beding van plan om Iran opnieuw "aan de corruptie toe te vertrouwen". Iran moest een islamitische Republiek worden, een staat waarin Gods woord wet zou zijn. Reeds enkele maanden na d e val van de sjah werd het duidelijk dat Kho-

meiny's revolutie zich niet tot Iran zou beperken, maar ook elders in de Arabische landen de "Verdrukten op aarde" tot opstand zou bewegen in naam en ten dienst van God. Irak, Bahrein en Libanon waar de sji'ieten de grootste bevolkingsgroep vormen, kwamen als eerste in aanmerking om de islamitische Revolutie te verwezenlijken. Met name het Iraakse Ba'atb-bewind had reden om zich zorgen te maken. Khomeiny had veertien jaar in ballingschap doorgebracht in de heilige stad Nayyaf in Irak en daar van zeer nabij meegemaakt hoe de terreur van de Ba'atb zich tegen de altijd roerige sji'ieten had gekeerd. Maar zelfs als het Iraakse regime zich altijd vriendelijk en netjes tegenover zijn sji'ieten had gedragen, was het voor Khomeiny nog altijd "anti-islamitisch", ja zelfs "satanisch" geweest. Want voor Khomeiny "begint het ware geloof met de absolute onderwerping aan de wil en de souvereiniteit van God". Socialisme en nationalisme, in welke vorm dan ook door moslims beleden, hebben volgens hem niets gemeen met de ware islam - ja, sluiten de ware islam zelfs uit. Dergelijke tendenzen moeten dan ook met kracht worden vernietigd.

Khalief Khomeiny Voor de Iraanse sji'iet Khomeiny is het streven naar een Arabische natie uiteindelijk godslastering, omdat hierdoor de islamitische natie verdeeld zou worden, terwijl de islamitische Revolutie zich juist ten doel stelt om alle moslims onder Gods bestuur te verenigen. De afgelopen jaren zijn er zelfs herhaaldelijk stemmen in Iran opgegaan om het khalifaat te herstellen, met iman Khomeiny als Khalief. Maar voor de meeste Arabieren, en zeker niet alleen voor Saddam Hoessein, is de islamitische Revolutie niet anders dan traditioneel Perzisch nationalisme, gehuld in een pseudo-religieus kleed en bedoeld om de Arabieren wederom te koloniseren. Die fundamentele ideologische en belangentegenstellingen maakten het vrijwel onvermijdelijk dat Arabieren en Perzen elkaar opnieuw in de haren vlogen. Het doel van de leiders in Bagdad en Teheran was en is nog steeds om elkaar politiek e n fysiek te liquideren.


17

Theorie van de islam kent geen verschil tussen kerk en staat De Libische leider Khadaffy tktwistteinhet begin van de jaren zeventig ter wille van de ,,zuivere, islamitische"principes de legitimiteit van het bewind van de Marokkaanse koning Hassan n. De moordenaars van Sadat beschouwden de Egyptische president als een ongelovige, die de islamitische waarden met voeten trad en derhalve om het leven gebracht moest worden. In Noord-Afrika en het Midden-oosten is de islam in de meeste landen krachtens de grondwet de staatsgodsdienst. In Pakistan en Soedan wordt de invloed van de ,,islamitische, goddelijke wet"steeds sterker. Uit deze voorbeelden blijkt duidelijk dat in "islamitische" landen staat en godsdienst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een bekende uitspraak luidt dan ook: "de islam is godsdienst èn staat". Wat dit gezegde theoretisch inhoudt, wil ik hier uitwerken. Ik beperk mij echter tot de opvattingen van de soennitische islam, die in bijna alle islamitische landen de heersende vorm van islam is. De sji'itische islam is als staatsgodsdienst eigenlijk alleen in Iran van kracht. God heeft aan Mohammed de koran geopenbaard. Hij heeft hem in dit heilige boek duidelijk gemaakt wat "islam" is. De chronologisch gezien laatste woorden van God in de koran luiden: "Heden heb ik voor U lieden Uw godsdienst volmaakt gemaakt en mijn genade aan U voltooid en Ik heb ermee ingestemd dat de islam Uw godsdienst is". Duidelijk blijkt uit dit vers, dat God de Schepper is van de islam als godsdienst. In zijn openbaringen aan Mohammed, die tezamen de koran vormen, geeft God de regels en de voorschriften die het fundament moeten zijn van de godsdienst.

Geen scheiding Deze regels en voorschriften beperken zich niet tot het godsdienstig leven van de mens, maar hebben betrekking op alle mogelijke terreinen van het menselijk bestaan, dus ook op de samenleving en de staat. Het Arabische woord voor godsdienst (dîn) betekent eigenlijk zoveel als:

"het gehele doen en laten van het menselijke leven". Over dit gehele doen en laten is God de enige èn absolute heerser. Godsdienst èn staat vallen dus volledig en alleen onder God. In de islam kent men theoretisch dan ook geen scheiding tussen "kerk en staat". De enige werkelijke staatsvorm in de islam is derhalve de theocratie. God is de onmiddellijke gezagsdrager van de staat. Aan zijn openbaringen wordt de norm van de gemeenschap en staat ontleend. Moslims in Almelo luisteren naar een preek tlïdens de vnïdagsdienst.

Dit artikel is geschreven door dr. Herman Leonard Beek, docent

Godsdienstwetenschappen en islamologie bij het bureau buitenland van de Rijksuniversiteit van Leiden. Hij is gedetacheerd bij de vakgroep Talen en Culturen van Zuidoost-Azie.

Daardoor kan door moslims gezegd en gedacht worden dat zij "de beste gemeenschap zijn, die onder de mensen is voortgebracht". Deze beste gemeenschap die de moslims met elkaar vormen, berust in de soennitische islam op vier onderdelen: 1. Alle moslims moeten met elkaar een godsdienstige broederschap vormen. Deze godsdienstige broederschap komt voort uit het geloof dat de islam de godsdienst is met het universele karakter. Bovendien kent de islam de leer dat binnen de geloofsgemeenschap (Ar: oemma) voor God iedere gelovige een eigen verantwoordelijkheid en een wezenlijke gelijkheid heeft. Gelovigen, die de islam belijden, zijn in staat om barrières als nationaliteit, ras of regionale gebondenheid te overwinnen en een gemeenschap te vormen, die een eenheid is. Soera 49 vers 10 stelt dan ook: "De gelovigen zijn slechts broeders". De band die bestaat tussen broeders op basis van het geloof is de sterkste band die mogelijk is op deze aarde. Zelfs bloed-


18

1

banden worden er door tenietgedaan. Zo sterk is de geloofsband, dat de gelovigen bereid zijn om de schepen achter zich te verbranden en om - zo nodig - ook ten strijde te trekken tegen het eigen volk.

limse geloofsgemeenschap is de beraadslaging. Beraadslaging of onderling overleg is de basis van een rechtvaardige beslissing. Het raadplegen van elkaar is voor de gelovige moslims hèt middel om de waarheid aan het licht te brengen en om tot weloverwogen opvattingen te komen. De gelovigen worden verplicht tot onderling overleg in soera 42 vers 36: ,,(de moslims) moeten hun gedrag richten naar beraadslaging onder elkaar".

Eenfamille Deze broederschap door het geloof bindt alle moslims tot één grote familie. De leden van deze familie delen vreugde en verdriet met elkaar. Zij helpen elkaar in nood; zij houden elkaar in het rechte spoor; zij wekken elkaar op tot het goede en houden elkaar af van het kwade. Zij beschermen elkaar. Soera 3 vers 110 stelt expliciet: "Gij zijt de beste gemeente, die voortgebracht is voor de mensen, doordat gij aanspoort tot het behoorlijke en afhoudt van het verwerpelijke en doordat gij aan God gelooft". Geloof en goede werken vormen duidelijk de kern van de godsdienstige broederschap. Door deze godsdienstige broederschap met zijn ethische en religieuze grondgedachte van geloof en werken, zijn de gelovigen zich ervan bewust dat zij verantwoordelijk zijn voor elkaar op deze aarde. 2. Deze wederzijdse verantwoordelijkheid is het tweede onderdeel van de "beste" gemeenschap en wordt aangeduid met: maatschappelijke solidariteit. Maatschappelijke solidariteit kan onderscheiden worden in materi!!le en morele solidariteit. Onder materi!!le solidariteit vallen in de koran de volgende begrippen: het oprecht handelen, het aalmoezen geven, de weldadigheidsbelasting, het recht en het bijdragen schenken op de weg Gods. Deze verschillende begrippen vormen tezamen in de islam het principe van de sociale rechtvaardigheid, dat leidt tot zorg voor de armen, hongerigen en zwakken in de maatschappij. De morele solidariteit berust op de in soera 3 vers 110 genoemde plicht van elke gelovige om "op te wekken tot het behoorlijke en af te houden van het verwerpelijke". Dit voorschrift komt echter ook elders in de koran meermalen voor. De bedoeling van dit voorschrift is allereerst dat de gelovige binnen de beste geloofsgemeenschap zichzelf aan Gods geboden en verboden moet houden en daartoe ook zijn broeder

De grote moskee in Mekka.

in het geloof moet opwekken. Vervolgens houdt dit voorschrift in, dat men elkaar moet opwekken tot het in acht nemen van die algemeen erkende zedelijke normen, die niet als verplicht maar bijvoorbeeld als "lovenswaardig" door de islamitische wet genoemd zijn; en, anderzijds, het zich onthouden van handelingen, die niet als verboden, maar bijvoorbeeld als "verwerpelijk" in de islamitische wet zijn genoemd.

Handelen Het menselijk handelen kan namelijk volgens de islam in vijf categorieën worden ingedeeld: a. het doen en laten van de moslim kan "geboden" zijn. De moslim moet zich aan het voorschrift houden en wordt daar dan ook voor beloond, maar als hij het voorschrift overtreedt, wordt hij gestraft. b. Iets kan voor de moslim "lovenswaardig" zijn: als hij het doet, wordt hij beloond, nalaten ervan leidt echter niet tot straf. c. Het doen of laten van een bepaalde handeling kan ethisch "indifferent" zijn en leidt derhalve niet tot loon of straf. d. Een bepaalde daad kan "afkeurenswaardig" zijn. Het doen ervan leidt dan niet tot bestraffing, het nalaten wel tot loon. e. Tenslotte kan iets voor de gelovige "verboden" zijn: begaan van die daad leidt tot straf, nalaten tot loon. Binnen de moslimse geloofsgemeenschap behoort de morele solidariteit van de gelovigen te leiden tot het elkaar opwekken het goede te doen en het kwade te laten. 3. Het derde onderdeel van de mos-

Voorbeeld De Profeet zelf gaf al het voorbeeld, doordat hij zijn gezellen advies vroeg en raadpleegde over zaken, die niet door God in de koran geopenbaard waren. Soms veranderde Mohammed onder invloed van het advies van zijn gezellen van mening. Mohammed toonde daarmee al aan, dat beraadslaging het grondbeginsel van het bestuur van maatschappelijke zaken is. Het onderzoeken van de waarheid of het bewerken van overeenstemming over zaken van algemeen belang is dan ook een van de meest bindende verplichtingen die op de overheid rust. Basis van dit belangrijke principe van beraadslaging is de garantie van volledige vrijheid om meningen naar voren te brengen, zolang deze niet een van de grondbeginselen van de geloofsleer of een van de andere zuilen van de islam raakt. 4. Het vierde principe van moslimse geloofsgemeenschap is rechtvaardigheid. Talloze malen wordt de mens in de koran opgeroepen tot rechtvaardigheid zonder aanzien des persoons. Rechtvaardig moet de gelovige zijn of het nu gaat om man of vrouw, blank of zwart, moslim of niet moslim. Om de mensheid tot rechtvaardigheid op te wekken, heeft God de verschillende profeten gezonden. De islam als godsdienst brengt de rechtvaardigheid aan de mensheid zoals die door God geopenbaardis. Deze vier onderdelen van de moslimse geloofsgemeenschap - godsdienstige broederschap, maatschappelijke solidariteit, beraadslaging en rechtvaardigheid - komen alle voort uit de koran. Slechts een gemeenschap die deze vier principes werkelijk serieus neemt en in de


19

Vrouwen in een moskee tijdens het vrijdaggebeci.

praktijk brengt, kan als moslimse gemeenschap gelden, nadat natuurlijk allereerst de geloofsvoorschriften onderschreven zijn. Binnen een dergelijke gemeenschap, die geleid wordt door de goddelijke wet (Ar: sharîà) is de menselijke betrokkenheid op elkaar optimaal mogelijk. Maar om er voor zorg te dragen dat deze onderlinge betrokkenheid ten volle tot ontplooiing komt, is een overheid nodig.

Heerser en Schepper De vier principes, die voor de moslimse gelovigen onderling gelden, gelden natuurlijk eveneens voor de verhouding geloofsgemeenschapstaatshoofd. Theoretisch kan er - naar analogie van het feit dat God alleen Heer en Schepper is - maar één heerser over de islamitische geloofsgemeenschap zijn, die die gemeenschap leidt volgens de goddelijke wet. In de goddelijke wet staat daarom ook expliciet dat de gehele moslimse geloofsgemeenschap slechts door één leider bestuurd kan worden. De hoogste ambtsdrager in de islam heet kalief of vorst der gelovigen

(Koning Hassan II van Marokko draagt bijvoorbeeld de titel "vorst der gelovigen"). Hij kan op twee manieren kalief worden: hij kan worden gekozen - Hoe en door wie hij gekozen wordt, kan in de verschillende islamitische richtingen verschillen - en hij kan aangewezen of benoemd worden door zijn voorganger. Deze mogelijkheden heeft men afgeleid van de handelwijze, die van toepassing was bij de eerste vier kaliefen van de islam. De opperste leiding van de moslimse gemeenschap kan volgens de soennitische theoretici in handen gelegd worden van iemand met de volgende kwalificaties: een volwassen, vrije man, afkomstig uit de stam van de Qurashieten (dat is de stam waar ook de profeet Mohammed toe behoorde); hij moet bij zijn volle verstand zijn en in het bezit van de benodigde juridische kennis ter vervulling van het ambt van rechter; hij moet bekend staan om zijn rechtvaardigheid, zijn wijsheid en zijn vroomheid; hij moet in staat worden geacht om de politieke en militaire verplichtingen verbonden aan dit ambt ten uitvoer te brengen.

Uit deze reeks eigenschappen, die de hoogste leider van de moslimse gemeenschap behoort te hebben, wordt al min of meer duidelijk wat het kalifaat of anders gezegd het hoogste ambt in de islam voor de soennieten inhoudt. Het kalifaat is dat ambt, dat vervuld wordt door diegene die als opvolger van de profeet Mohammed in wereldlijke zaken geldt. Als opvolger van Mohammed in wereldlijke zaken moet de kalief of hoogste gezagsdrager ervoor zorgen, dat de moslimse gemeenschap zoveel mogelijk tot haar recht komt en zich optimaal kan ontplooien. Hij moet er op toezien, dat de wetten worden uitgevoerd en nageleefd, dat de godsdienst in stand wordt gehouden en wordt bevorderd, dat in het gebied van de islam vrede en veiligheid heersen enz. Kortom de hoogste leider in de islamitische gemeenschap volgens de soenna heeft de taak zorg te dragen voor de besturende, uitvoerende en militaire macht.

Leergezag Op dit gebied geldt voor hem echter hetzelfde als wat voor de Profeet gold: de Gezant Gods was alleen in het overbrengen van zijn boodschap zondevrij en onfeilbaar, in al zijn


20

. - '. ....

-

: .. •• -

Moskee in Timboektoe uit de 140 eeuw.

overige taken was hij gelijk aan alle andere mensen, met andere woorden: de kalief of hoogste leider van de moslimse gemeenschap is en blijft in zijn optreden een gewoon mens; hij heeft geen absoluut leergezag op het gebied van de religie. Dit absolute leergezag op het gebied van de religie komt toe aan de algemene consensus van de "geleerden" (Ar: Ulamä'). De geleerden bepalen op grond van de goddelijke wet wat noodzakelijk is. De geleerden, dat wil zeggen die geleerden die op grond van hun kwaliteiten in staat worden geacht zelfstandig een oordeel te vormen, kunnen uit de koran en de soenna (dat is de handel en wandel, het doen en laten van de profeet Mohammed) nieuwe wetten scheppen. De geleerden zijn op grond van de leer van de algemene gevoelens van overeenstemming, die berust op het idee dat de moslimse geloofsgemeenschap in haar geheel niet kan dwalen, onfeilbaar. De geleerden horen in theorie de wetgevende macht te hebben en hadden die vaak ook in de geschiedenis. Daardoor vormden zij met hun leer van de algemene consensus een factor van groot gewicht voor de religieuze legitimatie van de kalief of hoogste leider.

.-

~

..... •

~ :

:

-'-

T.

.. ...~

...

."', ..... I

'1

(

...

-:*'-

...... ; ..

~

.... ...

;..,

-- ...

' --

.,.

...

Onderling Wij hebben nu de betrekkingen van de moslims onderling gezien, zoals die behoort te zijn in de geloofsgemeenschap, namelijk de houding van gelovigen tegenover elkaar als broeders, die solidair met elkaar zijn, rechtvaardig zijn en elkaar raadplegen. En we hebben gezien wat het hoogste leiderschap of in moderne woorden, wat de overheid inhoudt. Zij is die instantie die ervoor zorg draagt, dat de goddelijke wet ten vol· Ie tot ontplooÜDg kan komen, waardoor automatisch de gemeenschap der gelovigen zich optimaal kan ontwikkelen. Hoe nu moet de verhouding zijn tussen de geloofsgemeenschap en het individu in die gemeenschap ten opzichte van de overheid? Allereerst moet dan gezegd worden dat iedere gelovige uit eigen vrije wil tot de geloofsgemeenschap is toegetreden. Dit heeft hij gedaan door het uitspreken van de geloofsbelijdenis: "Er is geen god dan God en Mohammed is Zijn gezant". Deze geloofsbelijdenis heeft hij met oprechtheid en juiste intentie afgelegd. Geen enkele andere moslim is gerechtigd die juiste intentie in twijfel te trekken. Deze schijnbaar gemakkelijke handeling heeft zeer veel en zwaarwegende gevolgen.

-. -

.

-r

Diegene die de geloofsbelijdenis uitspreekt, geeft daarmee te kennen dat hij ook tot de geloofsgemeenschap van de islam wil behoren. Hij stelt zich op die wijze onder de goddelijke wet, de sharlà, en aanvaardt eveneens de voorschriften van die goddelijke wet. Het uitspreken van de ge- . loofsbelijdenis houdt in dat men zijn hele leven richt naar de goddelijke wet, zowel op het gebied van de devotionele voorschriften (het gebed, het vasten, het aalmoezen geven en de pelgrimstocht) als op het gebied van de praktische voorschriften en het recht (familierecht, "economisch" recht èn staatsrecht).

Gehoorzaamheid De moslim wordt door de goddelijke wet verplicht tot gehoorzaamheid aan de overheid. In de soennitische islam is slechts één mogelijkheid om aan die gehoorzaamheid te ontkomen, namelijk de overheid tot ongelovig te verklaren. Alleen aan een ongelovig staatshoofd is de moslim geen gehoorzaamheid verschuldigd. Ten opzichte van elke andere islamitische heerser is de gelovige tot gehoorzaamheid verplicht, ook al voldoet een dergelijk heerser op geen enkele wijze aan de vereisten, die hierboven genoemd zijn met betrekking tot de kalief of hoogste leider van de moslimse geloofsgemeenschap.


21

Het binnenplein van de grote moskee in Mekka.

De gedachte achter dit vereiste van absolute gehoorzaamheid aan de moslimse overheid is: 1. dat de zittende heerser door God gewild is; 2. dat alleen door de leiding van één figuur de interne vrede optimaal bewaard kan blijven, waardoor de eenheid van de moslimse geloofsgemeenschap gewaarborgd blijft; 3. dat de heerser, indien hij waarlijk een moslims heerser is, acht zal slaan op de algemene consensus van de geleerden, die zich richten op koran en soenna, de beide bronnen van de goddelijke wet. Slechts onder één leider kan de theocratie, die de eigenlijke staatsvorm van de islam behoort te zijn, werkelijk bestaan. Ondanks het feit dat de theocratie de eigenlijke staatsvorm is die uit de koran afgeleid kan worden, hebben verschillende politieke denkers op grond van dezelfde koran gesteld dat andere staatsvormen bedoeld zijn. Zo zegt de een op grond van het voorschrift van de religieuze broeder-

schap dat de eigenlijke staatsvorm van de islam het socialisme is; een ander meent onder invloed van het vers in de koran waarin tot onderling overleg en beraadslaging wordt aangespoord, dat de enige mogelijke staatsvorm van de islam de parlementaire democratie is. Weer een ander meent op grond van de algemene consensus van de geleerden, dat een meer "Westerse" staatsinrichting mogelijk is. Kortom men kan vele kanten uit.

Ideale situatie Geconstateerd moet echter worden, dat op geen enkele wijze meer sprake is van één letter, die alle islamitische staten als één geheel bestuurt. Evenmin kan men zeggen, dat er in één moslims land een theocratie bestaat, waarin volledig recht wordt gedaan aan de vereisten van religieuze broederschap, maarschappelijke solidariteit, onderling overleg en beraadslaging, en rechtvaardigheid. De goddelijke wet of sharîà is in geen enkel

moslims land het enige rechtssysteem. Het pre-islamitische recht kan doorwerken of Westerse invloeden hebben zich doen gelden, maar nergens is in ieder geval sprake van de ideale situatie zoals die volgens de moslims moet hebben bestaan ten tijde van de eerste twee kaliefen, Aboe Bakr en Omar. Toen zou er één islamitisch rijk met als staatsvorm de theokratie onder direct bestuur van God en zich richtend naar Zijn goddelijke wet hebben bestaan. Dit ideaal staat elke moslim voor ogen, maar of het ooit bewaarheid zal worden is de vraag.

(De lezer die zich in deze materie wil verdiepen raad ik het door mij uitvoerig geraadpleegde werk van Tilman Nagel, Staat und Glaubensgemeinschaft im Islam. Geschichte der politischen Ordnungsvorstellungen der Muslime. 2 Bde Zürich-Mllnchen 1981, aan. In dit werk vindt men ook een goede bibliografie).


22

Islamitisch fundamentalisme spreekt vooral jongeren aan De wereld wordt op het moment op verschillende manieren

geconfronteerd met een opmerkelijke opleving van de islam. Maar volgens dr. Leo Biegel is er geen duidelijke breuk met vorige periodes. Hij denkt dat er hooguit sprake is van een stroomversnelling. De wortels van de fundamentalistische islam liggen al zeker honderd jaar terug. Toen werden de mensen in het MiddenoOosten in verwarring gebracht door een culturele en economische inbraak van het Westen. De vraag was of ze iets van het Westen moesten overnemen, of dat ze het Westen de rug toe zouden moeten toekeren. Biegel: "Mensen die Westers onderwijs kregen en kennis maakten met de Westerse cultuur hebben geprobeerd een synthese te maken. Ze namen politieke denkbeelden over, waaronder nationalisme, democratie en socialisme. Dat ging gepaard met een verlies van eigen waarden en normen. Een man als Nasser kwam uit op het Arabisch-Socia1isme. Dit hield in dat alle mensen die Arabisch spraken, of ze nu in Marokko of in Jemen woonden, ĂŠĂŠn Arabische staat zouden vormen. Deze staat zou socialistisch moeten zijn. Je kon volgens N asser alleen een goede moslim zijn als je ook socialist was. In de overleveringen over de Profeet staat dat de fundamentele waarden, dat zijn weidevelden, waterputten, zout en dergelijke, eigendom behoren te zijn van de hele gemeenschap. Zo bracht hij een acceptabele synthese tot stand tussen de islam en het socialisme. Dit Arabisch-Socialisme heeft tot het uitbreken van de Juni-Oorlog van 1967 een ware zegetocht gemaakt. Jonger en , vrouwen, arbeiders en boeren werden er door gepakt". "Als je ten tijde van de Koude Oorlog, als Derde-Wereldleider aan kwam zetten met een vorm van socialisme, dan kreeg je direct het etiket opgedrukt van lakei van Moskou en werd je fel door het Westen bestreden. Denk maar aan de Suez-crisis. H et Westen was zo druk bezig met h et bestrijden van mensen als Nasser, dat men de andere richting over het h oofd zag. Dat is de richting die helemaal niets wilde overnemen. Zij ver-

In tervie w met Midden-Oostendeskundige dr. L. C. Biegel, door e biel de Leeuw en Hans-Pau} Andriessen.


23

Toen Khomeiny de macht overnam, was iedere moslim enthousiast. Maar dit enthousiasme verminderde ook bij de moslims, toen berichten over de zware terreur in Iran naar buiten kwamen. De republiek van de ayatollahs zit nu stevig in het zadel en de terreur is ook verminderd".

Jason: Hoe denkt u over de kansen voor het fundamentalisme in andere landen?

De Golfstaten Zl)'n beducht voor een overwinning van de sji'ieten in de Golfoorlog.

wierp de hele Westerse cultuur omdat deze in hun ogen principieel onverzoenlijk is met de islam. Het verwerpen hiervan geschiedt op een provocerende manier". "Je kunt zeggen dat het afhakken van handen in de 20e eeuw een barbaarse gewoonte is. De antitheserichting zegt: "Vindt het Westen dit barbaars, nou dan doen we het juist! Want we hebben volslagen lak aan jullie oordeel". Het is niet zo dat deze fundamentalistische richting terug wil naar de Middeleeuwen. Ze wil een puur islamitische maatschappij, waarin bijvoorbeeld wel plaats is voor technologie. Maar wanneer het uur van het gebed slaat, dan legt in een bedrijf iedereen, van portier tot directeur, zijn werk neer om het gebed te doen. Gods woord is machtiger dan alles wat de mens aan efficil!ntie heeft uitgevonden". Jason: Hoe komthet dat de fundamentalistische islam zo in opmars is? "In de loop van de eeuwen brokkelde de macht van de islamitische wereld steeds verder af. In de 20e eeuw was zij volledig onder controle van het Westen. Vooral na de Isral!lische overwinning inJuni-oorlog van 1967 vroeg men zich af, hoe dat zo gekomen was., Het antwoord van de fundamentalisten was duidelijk: "Het is je eigen schuld, omdat je Gods geboden en het rechte pad hebt verlaten. Wil je dat hij aan je kant gaat staan, dan moet je je strikt houden aan de

koran". De secularisatie is in het Westen ver doorgevoerd. Maar God is om de

dooie dood niet dood in het MiddenOosten. Integendeel! Elke minuut van de dag is hij aanwezig, bij de jeugd nog veel feller dan bij de ouderen. Na het ĂŠchec van Nasserstroomden de jongeren bij bosjes naar de Moslim Broederschap".

Jason: Waardoor heeft juist in Iran de zogenaamde antithese zo duidelijk de overhand gekregen? "In Iran riep de moderniseringspolitiek van de sjah grote weerstanden op. Hij propte Teheran vol met bioscopen en nachtlokalen, voerde de bewapening krankzinnig hoog op en kwam met een drastische, rechtstreeks uit het Westen geĂŻmporteerde landbouwpolitiek. Hoe dacht je dat de islamitische geestelijkheid daar tegenover stond? Als je op zo'n manier de islam een klap in het gezicht geeft, dan krijgje natuurlijk deze mensen tegen je. Er was een gigantisch gevoel van onvrede. De mensen die deze onvrede op basis van de synthese zouden kunnen bundelen, die waren er niet meer. Het was zeer ongezond om je in het Iran van de sjah uit te geven voor socialist. Dat betekende je dood of een lange gevangenisstraf. De geestelijkheid was hiertoe wel in staat, vooral door het charisma van Khomeiny. Al in 1963 lukte het hem honderdduizenden mensen tegen de sjah en de toenemende invloed van het Amerikaanse bedrijfsleven op de been te brengen. De sjah heeft Khomeiny toen naar Irak verbannen. De islamitische revolutie van 1979 kwam dus niet zomaar uit de lucht vallen.

"Het fundamentalisme is principieel een idee!!n-beweging van de jeugd, De jeugd heeft de toekomst. Het zijn de jongeren die op een gegeven moment geen perspectief zien in het samenwerken met het Westen. Wat is er bijvoorbeeld voor de Palestijnen bereikt door de Arabieren, die het via een dialoog met het Westen probeerden? Niets! Het fundamentalisme geeft de jeugd een duidelijke oplossing aan: Isral!l zal van de kaart worden geveegd, is het niet door deze generatie dan wel door de volgende".

Jason: Biedt het extreme Arabischsocialisme van Assad in Syrii! geen oplossing? " Nee, Assad bereikt ook niets. De Golan-hoogte is nog steeds in handen van Isral!l en het is in Libanon een gekkenhuis. Er is geen enkele kans dat Assad in de nabije toekomst een Palestijnse staat zal weten te cre!!ren. Het fundamentalisme is de enige oplossing voor veel jongeren, die vinden dat er iets moet gebeuren aan de onhoudbare situatie in het MiddenOosten. Voor hen is het Midden-Oosten geen leuke omgeving: de grote economische problemen en het Palestijnse vraagstuk worden niet opgelost en men wordt voortdurend bespeeld door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie".

Jason: U verwacht dus omslagen? "Jazeker, neem Irak, dat flink in de verdrukking zit door de oorlog. Denk aan de sjeikdommen aan de Perzische Golf. Denk aan Syril!, maar bijvoorbeeld ook aan Egypte. Wat er met Sadat gebeurd is, kan ook met Moebarak gebeuren. Grote delen van de jeugd zitten in het leger en hebben wapens. Sadat werd gedood door een jonge luitenant".


24

duidelijk bedreigd worden als het fundamentalisme in de Arabische staten aan de macht komt. Als je spreekt over de positie van Israël dan heb je het gelijk over die van Amerika. Daarnaast kunnen er in het Midden-Oosten ook dingen gebeuren die voor de Sovjet-Unie, met zijn vijftig miljoen moslims, onacceptabel zijn. Deze zitten ook in een moeilijke situatie en de onrust is bij de jeugd groeiende.

De Iraakse president Saddam Hoessein.

Jason: Hoe groot is de kans op een sji'itische opstand in Irak? "De sji'itische minderheid in Irak is zeker een bedreiging voor het regime. Tot nu toe heeft het grootste deel wel gevochten voor Irak. Toch staan er sji'itische Irakezen klaar die de macht willen overnemen. Het fundamentalisme heeft een greep op brede sectoren in Irak zelf".

Jason: In hoeverre is de oorlog tussen Irak en Iran een godsdienstoorlog? "Het is van de kant van Iran natuurlijk wel gemotiveerd door de godsdienst. Maar Irak is de oorlog begonnen. Saddam Hoessein dacht zijn slag te kunnen slaan ten tijde van de verwarring in Iran na de val van de sjah. Hij dacht zo de grootste macht aan de Perzische golf te kunnen worden. Dit alles is helemaal mislukt. Iran had genoeg kracht om terug te kunnen slaan. Voor Iran is het regime in Irak een satansregime dat weg moet. Zelfs als een nieuwe Iraakse regering proAmerikaans zou zijn, zou Iran daarmee wel om de conferentietafel willen zitten maar niet met de goddeloze Saddam Hoessein".

Jason: Verwacht u een spoedig einde aan de oorlog? "Ik verwacht dit niet binnen afzienbare tijd, omdat het voor de hele wereld prachtig is wat daar gebeurt. Voor Isra!!l is het prachtig, want beide landen zijn haar vijand. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hebben allebei baat bij de oorlog. Iedereen die met wapens te maken heeft verdient goud. Men houdt beide par-

tijen in evenwicht zodat de oorlog maar door kan gaan. Een einde kan er alleen komen door een omwenteling in Irak of door de dood van Khomeiny, waarna er een opvolgingsstrijd zal plaatsvinden. Als het huidige Iraanse offensief op Basra succesvol wordt, zou dit een aanleiding kunnen zijn voor een omwenteling in Irak".

Jason: Ziet u ook een dreiging van het fundamentalisme naar het Westen, naar Europa toe? "Dat kan, maar je moet er mee leren leven. Ook met Iran, mocht dat land overwinnen in de oorlog. Ze hebben toch de technologie nodig. Zelfs van de grote satan Amerika en Isra!!l aanvaardt men wapens. Er is onlangs een bezoek geweest van de Sovjetonderminister van buitenlandse zaken aan Iran en daarop volgde een tegenbezoek. Bepaalde akkoorden zijn gesloten met betrekking tot een luchtvaartlijn en de levering van aardgas. In Teheran weet men ook wel dat men niet totaal geïsoleerd kan leven. Je moet met elkaar leren leven, maar wel onder de voorwaarde dat je geen beïnvloeding hoeft te dulden".

Jason: Zou het voor het Westen aanvaardbaar zijn als het fundamentalisme het hele Midden -Oosten in zijn greep krijgt? "Dat zou een zeer gevaarlijke zaak zijn. Mochten de grote oliebronnen in Saoedi-Arabi!! in fundamentalistische handen vallen, dan ontstaat er een voor het Westen onacceptabele situatie. De positie van IsrMI zal zeer

Je hebt geen greep op het fundamentalisme omdat er geen communicatie plaatsvindt op het gebied van cultuur en waarden en normen. De fundamentalisten zullen met alle middelen proberen het Westen een politiek op te dringen die hen welgevallig is. Ze willen dat het Westen Isra!!l dwingt iets voor de Palestijnen te doen en gebruiken daarbij de oliebronnen als chantagemiddel. Het Westen zal die chantage niet willen aangaan. Deze chantage gebeurt nu in het klein met de ontvoeringen in Libanon".

Jason: De Arabische landen doen veel aan ontwikkelingshulp. Zou de islam naast de ideologie van het Westen en die van het Oostblok een derde weg kunnen zijn voor de ontwikkelingslanden? " De islam is in Afrika duidelijk in opkomst en heeft ook een heleboel voordelen. Het is heel duidelijke, helder en simpel gestelde levensbeschouwing. Je hebt je te houden aan een aantal geboden daarnaast is het geen "white mans religion". Overal heb je soort reactiepatroon van culturen uit de Derde-Wereldlanden waarvan een deel van de intelligentia in de synthese met het Westen geen oplossing vindt. De islam kan voor deze groepen een voorbeeld zijn. De fundamentalisten hebben in de islam echter nog niet lang de macht. De uitslag van de strijd tussen fundamentalisten en modernisten is nog onzeker. Dit zal voor een groot deel afhangen van in hoeverre men in het Westen eigenlijk eens begrip heeft voor wat er zich daar afspeelt. Het Palestijnse probleem moetnodig opgelost worden. Elke nieuwe nederzetting op de Westbank betekent dat er weer een groot aantal jonge moslims naar de Moslimbroederschap loopt".


WAT IS JASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. J ason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren "Verkiezingen en veiligheidsbeleid", Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West", "Internationaal terrorisme", en de "Atlantische betrekkingen".

Ten tweede informeert J ason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel.

Mocht je reeds tot de conclusie zijn gekomen abonnee te willen worden, dan kan dat voor slechts dertig gulden per jaar. Bel daarvoor 07060 56 58 of gebruik onderstaande bon. Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: Amterdam: Madeleine de Bree, 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-125677. Den Haag: Mariano Cartarella, 070-834278. Den Helder: Pieter Blank, 02230-25715. Eindhoven: Robert van der Heuvel, 040-833147 Groningen: Patricia AJma, 050-144195. Leiden: Renet Gunning, 071-132525. Leiden: Lous Vervoort, 071-132525.

De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

Nijmegen: Michiel Bussink, 08350-24654. Rotterdam: Jan-Jaap Bouma, 010-140861. Utrecht: Yvonne Abrahamsen, 030-432190. Utrecht: Willem Fukkink, 030- 322038.

r--------------------------------------------------------------------------87 /1

Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden. Naam: Adres: Woonplaats: .... ... ... .. ..... .. ..... .... .... .. .... ... ..................................... ... Telefoon: .................................... .......................... .... .... .. ............ . (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1986

86 /4. Internationaal terrorisme. Drs. A.J. Jongman :

86/2. Verkiezingen en veiligheidsbeleid:

Mohammed Abuleil:

Drs. G. Wa/raven: Uitgangspunten buiten lands beleid PvdA, CDA en VVD lopen wei nig uit-

(interview) Dr H Sondaal en Mr. H. van Poorten:

een. l. M. Wiersma en B. 1. van den Boornen: PvdA wil grotere rol voor Europa op gebied va n vrede en veiligheid.

Ed Nijpels (interview): Nederland moet niet langer buitenbeentje in NA VQ zijn. Hans van Mierlo (i nterview): D66 geeft ook aanzet tot nieuwe ideeen in buitenlandse politiek. R. A. Koole: "Visitekaartjes" grote partijen anders dan politieke werkelijkheid.

86/3. Raketten op tafel: Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West. Dr. A. van Sladen:

Ontwapening na '45: lang lijst van verwachtingen en teleurstellingen.

Dr. P. B. R. de Geus: West-Europa praat indirect mee bij onderhandelingen in Genève.

Paul Nitze:

START-talks waiting lOf Soviet attitude change.

Mr. P. J . Wolthers:

Bij MBFR-besprekingen in Wenen is nu het Warschau Pact aan zet.

Drs. D. ZĂŤ.ndee:

Europese Ontwapeningsconferentie ,.litanie zonder eind "?

R onnie Naftanil!l: (interview) Robert Oakly: (interview)

Terrorisme onderdeel van gewelddadig men selijk gedrag. "Weet u, wij Palestijnen hebben niets te verliezen". Europa en het terrorisme: Geen compromissen mogelijk. ,,Isral!l richt vergeldingsacties op zenuwcentra terrorisme" . Amerikanen zijn belangrijkste doelwitten voor terrOristen.

86/5. Good news? Cheap OU. Bad news? Cheap OU. Mahmoud S. Rabbani: OPEC and the crash of the oil prices. The strategie role of petroleum lor the West. E.J. Denekamp: Anthony H. Cordesman: The Gulf and the search lor strategic stability. Pieter J. KuIsen: A "luture" for the physical oilmarket and oil futures . Peter Odell (interview): Cheap oil good news? Cheap oH bad news? Is the world oil-market controlled by a carte!. Drs. G.H.B. Verberg: Ir. L.C. van Wachem: Positie van Shell in Zuid-Afrika.

86/6. De Atlantische betrekkingen: Hoe breed is de oceaan? Drs. A. W.M. Gerrits: Breuk in Westen zou voor Kremlin ook veel nadelige gevolgen hebben.

Dr. P.M.E. Volten: Gebrek aan vert rouwen staat betere (interview) samenwerking in de weg. Drs. J.J.M. Penders: Vrees voor akkoorden "over Europa maar zonder Europa". Alan Jury / Kevin Harris: "Europa moet eerst orde op (interview) eigen zaken stellen". William Stott: What Americans think about western Europe. Verslag van conferentie over Internationaal terrorisme

-----------------------------------_ .. -------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

Jason Antwoordnummer 2187 2500 ZJ Den Haag

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 1  

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 1  

Advertisement