__MAIN_TEXT__

Page 1

JAARGANG 12 rou 1987 NUMMER 3

Magazine voor Internationale Vraagstukken


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikelen schrijven. Wie wil reageren op in Jason versc henen arti kelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason , Alexanderstraat 2, 2514 JL Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548.

INHOUDSOPGAVE

REDACTIONEEL. Pag. 1 JUSTITIE EN HET GROTE PROBLEEM VAN DE STROOM VAN ASIELZOEKERS. Interview met de staatssecretaris van justitie, belast met het vreemdelingenbeleid, mevr. mr Korte-van Hemel. Pag. 2

Overname van in Jason Magazine

verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie. REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Hans-Paul Andriessen, Chiel de Leeuw, Sam Muller, Eugèn van de Pas, Gert-Jan Stempher, Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: P. H. Coebergh. Vice-voorzitter: R. v.d. Meer. Secretaris: W. van Sandick. Penningmeester: F. v.d. Heuvel. Fundraiser: Ph. Hartman. Public Alfairs: C. Weiland . Algemene Zaken : S. Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. H.M.P . van Campenhout. Mr. F.C.M. Caris. Mr. P .H. Goedhart. Mr. M.C. de Groene. M.C.A. Huisman. Drs. R. Hillebrand . A.M . Knaapen . F.J. Marcus. H.C. van Olden . Drs. A.M. van der Togt Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES J.M. Bik Prof. dr. W. Dekker Prof. mr. J .F. Glastra van Loon Drs. G.J.J.M. Hayen Dr. A.M.C.Th. van Heel-Kasteel. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels R. C. Spinosa Cattela. Prof. dr. A, van Staden Dr. B. Tromp Prof. dr. P .M.E. Volten Drs. L. Wecke ISSN 0165-8336

SCHIPHOL-OOST: "TIJDELIJK" VERBLIJF VOOR VLUCHTELINGEN ZONDER PAPIEREN. Reportage over het opvangcentrum voor asielzoekers op Schiphol-Oost. Pag. 5 EUROPARLEMENT WIL VAN EG-LANDEN RUIMHARTIGER VLUCHTELINGENBELEID. Interview met John van Tilborg, lid van de fractie van het Groen Progressief Akkoord van het Europarlement en speciaal belast met vluchtelingenzaken. Pag. 7 OPLOSSEN POLITIEKE PROBLEMEN HELPT AANTAL VLUCHTELINGEN TE VERKLEINEN. Interview met Kees Bleichrodt van Amnesty International, Afdeling Nederland. Pag. 11 VLUCHTELINGENWERK MAAKT WERK VAN OPVANG EN INTEGRATIE VLUCHTELINGEN. Interview met woordvoerder Alex Voets van Vluchtelingenwerk Nederland. Pag. 14 TRAISKIRCHEN, DROEVIG SYMBOOL VAN EUROPEES GESOL MET VLUCHTELINGEN. Reportage vanuit het opvangkamp voor vluchtelingen Traiskirchen in Oostenrijk. Pag. 18


1

Nederland en de vluchtelingen Hoe bepaal je of een vluchteling terecht een aanvraag tot politiek asiel heeft ingediend? Om dit goed te kunnen bepalen is veel achtergrondinformatie nodig. Werd de aanvrager bedreigd? Wat is de situatie op het gebied van de mensenrechten in het land van herkomst? Wat was de vluchtroute? Kan een vluchteling zonder gevaar terug naar het eerste land waar hij is aangekomen? Ga zo maar door. Op de meeste van deze vragen is zeer moeilijk een goed antwoord te vinden. In feite is het dan ook niet precies mogelijk om te bepalen of een aanvraag tot politiek asiel terecht of onterecht is. Toch moet er een scheiding gemaakt worden tussen mensen die wèl politiek asiel kunnen krijgen en mensen die dat niet kunnen krijgen. In de praktijk blijkt dat verschillende groepen of instanties, met afwijkende belangen, die scheiding elk op een andere wijze maken. In dit nummer van Jason Magazine blijkt bijvoorbeeld dat het Nederlandse ministerie vanjustitie veel minder gauw geneigd is een aanvraag tot politiek asiel te honoreren dan een organisatie als Vluchtelingenwerk. Men hanteert andere normen of men interpreteert de feiten anders. Vaak spelen op de achtergrond overwegingen mee, die niets te maken hebben met een objectieve beoordeling van een aanvraag. Wijd verbreid is het idee dat Nederland "vol" zou zijn. Hierdoor is men soms geneigd vluchtelingen te weren, terwijl dit natuurlijk niets te maken heeft met het eigenlijke vluchtelingenschap. Deze Jason Magazine wil meer inzicht verschaffen over hoe in Nederland omgegaan wordt met de vluchtelingenproblematiek. Hoe bepaalt het ministerie van justitie, in samenwerking met het ministerie van buitenlandse zaken, of een aanvraag tot politiek asiel terecht is? Wat voor ideel!n liggen daaraan ten grondslag? Hiertegenover staat de opinie van andere instanties, die zich in Nederland met de vluchtelingenproblematiek bezighouden. Verder in dit nummer aandacht voor de wijze van opvang van vluchtelingen en voor de vluchtelingen zelf, hun verwachtingen en problemen.

M. P. J. DE LEEUW


2

Justitie en het grote probleem van de stroom van asielzoekers

Bijgaand artikel is een interview met de SL3atssecretaris van justitie, belast met het vreemdelingenbeleid, mevr. mr Korte-van Hemel. Hel interview werd afgenomen door Eugèn van de Pas en Huib van Olden, redactieleden van Jason Magazine.

In het onlangs totaal vernieuwde hotel-restaurant Corona op het Buitenhof in Den Haag, op een steenworp afstand van de plaats waar zij al verscheidene malen felle kritiek heeft gekregenvanuitdeTweedeKamer,sprakJasc>nMagazinemet de staatssecretaris van justitie, belast met het vreemdelingenbeleid, mevr. mr Korle-van Hemel. Mevrouw Korte sprak met ons over haar beleid ten aanzien van die vreemdelingen die in ons land een betere toekomst op willen bouwen. De bewindsvrouwe, oud-advocaat en grootmoeder (twee kleinkinderen) hield een gloedvol betoog over het vluchtelingenprobleem, een zaak die haar duidelijk na aan het hartligt. "De vluchtelingen die asiel hebben gekregen, deel ik in drie groepen in. Op de eerste plaats de vluchtelingen die niet assimileren. Bijvoorbeeld de Chilenen en andere Zuidamerikaanse vluchtelingen. Zij wachten hier tot zij naar hun eigen land terug kunnen keren . Zij hebben geen plannen om zich hier blijvend te vestigen en integreren derhalve niet of nauwelijks in onze samenleving. Op de tweede plaats de vluchtelingen die Nederland wel min of meer als permanente verblijfplaats beschouwen. Zij proberen van uit hier invloed uit te oefe-

nen op het bewind in het land dat ze ontvlucht zijn, zoals bijvoorbeeld de Koerden. De derde groep bestaat uit die mensen, die volledig opgaan in de Nederlandse maatschappij, zoals de Vietnamese bootvluchtelingen. Deze laatste categorie denkt niet meer aan repatri1!ring, wat gezien hun achtergrond overigens volkomen begrijpelijk is. Het feit dat de Vietnamese vluchtelingen volledig assimileren wil trouwens nog niet zeggen, dat zij geen moeilijkheden hebben. Een groot probleem bij hen is bijvoorbeeld het tekort aan vrouwen. Maar

in het algemeen verloopt de opvang van de laatste categorie vluchtelingen met niet al teveel moeilijkheden", aldus de staatssecretaris.

Wie wel, wie niet? Zo'n onderscheid in verschillende categorie1!n kan men natuurlijk pas maken nadat het asiel is verkregen. Daar ligt een van de grootste hindernissen: wie krijgt wel en wie krijgt geen asiel. En na de sterke groei van het aantal asielaanvragen in de laatste jaren, die ook in andere westerse landen te zien is, werd de roep om een andere aanpak luider.

Staatssecretaris K orte- Van Hemel: "Alsof het ministerie van justitie razzia's houdt "!

Aantal asielverzoeken:

1982: 1214 1983:2015 1984:2603 1985: 5644 (waaronder 2722 Tamils) 1986:5865

In de eerste drie maanden van dit jaar volgde een explosieve stijging. In verband met het ingaan van de nieuwe maatregelen, waarover verderop meer, zien we daarna echter weer een afname: januari 1987: februari 1987: maart 1987: april 1987:

1111 1307 1922 168316/ 4

(nieuwe richtlijnen) mei 1987: ruim 1000 (cijfers van 2 juni)


3

Toename in andere westerse landen: BRD Denemarken Zwitserland Zweden Frankrijk Belgi~ ltali~

Engeland Nederland West-Europa Totaal

1983

1984

1985

1986

18.350 432 7.886 2.250 15.472 2.900 3.050 3.350 2.015

34.325 4.000 7.434 11.316 16.067 3.650 4.550 3.300 2.603

73.850 8.700 9.600 12.000 28.900 5.300 5.400 5.000 5.644

99.966 10.000 12.000 15.000 26.219 7.650 ? 4.899 5.865

55.615

103.756

165.620

200.000

6.700 15.000 300

8.639 24.000 2.700

Oostenrijk Canada Noorwegen Met name vanuit de grote steden (Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag) werd druk uitgeoefend om het beleid aan te passen. Zij zitten met grote opvangproblemen. De meeste asielzoekers melden zich immers in de grote steden aan. Door de sterke toename van het aantal is daar, maar ook in de kleinere steden, een onhoudbare situatie ontstaan. Nieuw binnengekomen asielzoekers kunnen niet meer op een verantwoorde wijze worden gehuisvest. Er is sprake van overvolle pensions en bouwvallige accommodaties. Dat brengt problemen met zich mee voor wat betreft de brandveiligheid en volksgezondheid. Gemeentebesturen op hun beurt kloppen met hun problemen en verzoeken om hulp aan bij de rijksoverheid. Verder is er grote achterstand ontstaan bij de behandeling van de asielaanvragen op de afdeling asielzaken van het ministerie van justitie. Tenslotte is er nog het probleem van de in ons land verblijvende buitenlanders, die op grond van economische motieven ons land als verblijfplaats kiezen. Zij krijgen vanzelfsprekend op dfe gronden geen asiel.

Nieuwe richtlijnen Om aan deze problemen het hoofd te bieden zijn op 16 april maatregelen genomen om de behandeling van asielverzoeken te versnellen. Ook moet het aantal oneigenlijke asielverzoeken sterk worden verminderd (thans wellicht meer dan vijftig procent van het totaal). Deze maatregelen zijn op 9 april onderwerp geweest van een uitvoerig debat in de Twee-

de Kamer. Een van de belangrijkste en meest omstreden items van de nieuwe richtlijnen is de zogenaamde "verkorte procedure". Bij duidelijk ongegronde asielverzoeken, zoals bijvoorbeeld een eerder verblijf in een land waar asiel had kunnen worden aangevraagd, of economische motieven en misbruik van de asielprocedure (geknoei met papieren, criminele antecedenten), zal direct na een kort verhoor verwijdering plaatsvinden. De vreemdelingendiensten krijgen de mogelijkheid om met een door de minister van justitie verstrekte "aanwijzing" direct tot uitzetting over te gaan. Bij die individuele beoordeling wordt rekening gehouden met aan-

bevelingen gedaan door het Hoge Commissariaat van de Vluchtelingen. De verhoren vinden plaats door een zogenaamde contactambtenaar, die zijn bevindingen voorlegt aan een beslissingsarnbtenaar. Een veelgehoorde kritiek op deze procedure is het eventueel onzorgvuldig handelen van de contactambtenaar. "Ook zij kunnen fouten maken", aldus mevr. Korte. In ieder geval zullen de nieuwe maatregelen het toelatingspercentage dit jaar scherp doen dalen.

Misplaatste nonnen De geloofsovertuiging van mevr. Korte-Van Hemel speelt een rol bij haar beleid, "hoewel ik niet biddend aan het werk begin". Maar alsresultaat van de nieuwe richtlijnen geldt volgen de staatssecretaris dat een echte vluchteling waardig wordt behandeld en de opvang redelijk goed is. Verder wordt ook voor de asielzoeker het beeld zuiverder. Hij weet sneller waar hij aan toe is en onnodige overlast en lang wachten blijft hem bespaard. Los van de individuele asielzoekers worden ook groepen vluchtelingen uit kampen opgenomen, wat internationaal nog enige verlichting en hoop geeft. Achtergrond is hierbij volgens de bewindsvrouwe ook, dat in deze tijd van bezuinigingen het geld verantwoord moet worden besteed. Misplaatste ethische normen noemt zij het inspelen op kerkelijke gevoelens van enkele Nederlanders. Hier-

Turken en Koerden in hongerstaking, uit protest tegen het Nederlandse asielbeleid.


4

bij haalt mevr. Korte het voorbeeld aan van de actiegroep "De vrienden van SriDaran" te Lochem. Een Tamil die in Lochem verblijft wordt met uitzetting bedreigd en door ongeveer 125 dorpelingen continu beschermd. SriDaran verbleef in een kerk waar hij permanent werd omgeven door vrijwilligers, die klaar stonden om bij een eventuele inval van de politie een dienst te beginnen zodat SriDaran niet mee genomen kon worden. "Alsof het ministerie van justitie razzia's houdt"!.

Schilderswijk Landsadvocaatjhr mr J . L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn komt in NRC Handelsblad van 11 mei ook over deze in feite oneerlijke praktijken te spreken. "Soms interesseren de politiek of de media zich plotseling voor een illegale buitenlander. Diens advocaat kent een kamerlid of een journalist; of de vreemdeling woont toevallig in een kleine gemeenschap die zich betrokken voelt bij het lot van haar buitenlandse plaatsgenoot. Die belangstelling wordt hen gegund, maar we kunnen daarbij constateren dat het hierbij om emoties gaat, waarbij de staatssecretaris van justitie de kop van jut is". In zulke gevallen,luidt het verwijt, wordt niet de bal maar de man gespeeld. Er worden een heleboel mensen ons land uitgezet die zich in vrijwel dezelfde situaties bevinden als de vreemdelingen die dank zij politieke druk en publiciteit mogen blijven. Dit is buitengewoon onrechtvaardig tegenover de mensen die uitgezet worden. Mevr. Korte-van Hemel: "Door dat soort acties gaat het er inderdaad op lijken dat een willekeurige vreemdeling in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk minder kans maakt te blijven, dan door groepjes publiciteitgevoelige Nederlanders gesteunde buitenlanders".

Puzrel "Bij de asielaanvraag speelt de informatie uit het land van herkomst van de aanvrager een zeer grote rol. De officiêle weg waarlangs we deze informatie krijgen, is via de ambassades en andere diplomatieke bronnen uit de betreffende landen, de zogenaamde ambtsberichten. Maar ook informatie uit andere bronnen, zoals

Vluchtelingen moeten waardig worden behandeld. Maar slechts een klein deel van hen ziet kans naar West-Europa te vluchten. Het enige dat deze Ethiopische vluchteling kan doen, is zlïn zieke kind naar een medische hulppost dragen.

Arnnesty International, de missie, zendig e.d., wordt hierbij bestudeerd. Zelfs brieven die reizigers naar de ministeries sturen worden serieus genomen. De stroom van gegevens vormt zo een dynamische puzzel, die constant opnieuw moet worden gelegd. Uiteindelijk wordt gestreefd naar bundeling van de ambtsberichten van de landen van de Europese Gemeenschap", aldus de staatssecretaris. Dat uiteindelijk niet iedereen tevreden is met de conclusies die getrokken worden uit al deze informatie spreekt voor zich. Enkele jaren geleden kon men in een actualiteitenrubriek van de televisie een ambtenaar van buitenlandse zaken horen, die werkzaam was geweest in Sri Lanka. Hij bestreedt openlijk de officiêle berichten van zijn departement. De ambtenaar zei dat Tamils in Sri Lanka slechter werden behandeld dan uit de rapporten van BZ bleek.

Commercie Een apart probleem vormen de internationale luchtvaartmaatschappijen. Zij hebben uiteraard belang bij het vervoer van zo veel mogelijk reizigers. Op deze maatschappijen zal druk worden uitgeoefend om in landen van eerste ontvangst betere controlemaatregelen te treffen bij het instappen van passagiers die ons lans als (transit)bestemming hebben. Met de KLM zijn in dit verband al afspraken gemaakt, maar die zijn nog voor

verbetering vatbaar. Indien echter sommige luchtvaartmaatschappijen niet tot voldoende medewerking bereid zijn, zal op Schiphol al in sommige vliegtuigen van die maatschappijen worden gecontroleerd op reisdocumenten. Toch zullen de luchtvaartbedrijven nooit verantwoordelijk mogen en kunnen zijn voor de uitvoering van het asielrecht. Zij zullen echter wel moeten bijdragen in het informeren over de identiteit van de reizi~ers. Bijvoorbeeld door "safety-first' -copieên van de reispapieren. Tot slot dient opgemerkt te worden dat dit alles niet tot echte oplossingen zal leiden. Want zoals landsadvocaat De Wijkerslooth al opmerkte: "Het werkelijke probleem ligt in het buitenland: oorlog, armoede, honger en vervolging in de Derde Wereld laten zich maar moeilijk comprimeren in een Nederlands wetboek". Zolang dit soort immense vraagstukken blijven bestaan, zullen de landen die een fortuinlijker bestaan leiden asielzoekers moeten opvangen. Daarbij moet worden opgemerkt dat, zoals de staatssecretaris het uitdrukt, "Niet alleen de "yuppies" onder de asielzoekers worden opgenomen". Het belangrijkste kenmerk van het vluchtelingenbeleid is dat het individueel toegepast wordt. En zo zal dat moeten blijven aldus mevr. Korte, al zal hierdoor schijnbaar een discrepantie kunnen ontstaan met het beleid ten aanzien van de mensenrechten.


5

Bijgaand artikel is een reportage over het opvangcentrum voor asielzoekers op

Schiphol-oost: "Tijdelijk"verblijf voor vluchtelingen zonder papieren

Schiphol-Oost door e hiel de Leeuwen Hans-Paul Andriessen, redacteuren van

Jason Magazine.

Hennetisch gesloten deuren bij het opvangcentrum voor asielzoekers, dat sinds 23 september 1986 is gevestigd op Schiphol~ Intercoms en legitimatiebwijzen komen er aan tepasvoorwijbrigadecommandantvandernarechaussee Van Mourik te spreken krijgen. Van Mourik leidt het opvangcentrum waar asielzoekers die op Schiphol zijn geland en daar asiel hebben aangevraagd, maar in eerste instantie niet worden toegelaten tot Nederland, worden gehuisvest. Hier wachten zij op de definitieve beschikking op hun asielaanvraag. De medewerkers van het opvangcentrum spraken gewoonlijk nogal cynisch over ,,het vluchtelingenhotel". Van Mourik noemt zichzeH ,,manager van een hotel zonder roomservice". Het opvangcentrum is opgezet om een einde te maken aan de mensonterende toestanden in de aankomsthal van de luchthaven, waar vluchtelingen soms wekenlang bivakkeerden, bijna ronder voorzieningen. Het ging hierbij om vluchtelingen die Nederland niet in mochten maar ook nog niet definitief waren uitgewezen. Om humanitaire redenen werd het noodzakelijk deze mensen onderdak en voedsel te verschaffen. Tegelijkertijd wilde men voorkomen dat deze mensen op eigen houtje, zonder toestemming, Nederland introkken. Vandaar ook dat de bewoners van het opvangcentrum een beperkte bewegingsvrijheid hebben, ze moeten binnen het centrum blijven totdat er een definitieve beslissing over hun asielaanvraag is gevallen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat zij hier slechts een zeer korte tijd rouden verblijven. In werkelijkheid komt het voor dat vluchtelingen hier meer dan drie maanden moeten wachten. Op 1 oktober 1986 werd de eerste vluchteling opgenomen en tot op heden hebben driehonderd vluchtelingen in het opvangcentrum vertoefd.

Geen ervaring Voordat hij op Schiphol-Oost begon, had Van Mourik geen enkele ervaring in vluchteling-zaken. Nu is het zijn taak de boel draaiende te houden en alle problemen op te lossen. De bewoners moeten zich zoveel moge-

lijk op hun gemak voelen. Dat is niet altijd even gemakkelijk, immers in een kleine ruimte moeten mensen afkomstig uit geheel uiteenlopende delen van de wereld en met geheel verschillende ervaringen samen leven. Hierdoor kunnen spanningen ontstaan. Over het algemeen is de sfeer volgens Van Mourik echter redelijk te noemen. "Samen moeten we er het beste van maken". Van Mourik wordt geholpen door toezichthouders van de marechaussee. Dag en nacht is ĂŠĂŠn van hen aanwezig. Van Mourik is ook thuis bereikbaar. Regelmatig wordt hij 's nachts gebeld voor problemen . Verder is er overdag een dienstplichtig soldaat

aanwezig die allerlei huishoudelijke klusjes opknapt. Elke morgen komt de schoonmaker en geregeld komen er mensen van Vluchtelingenwerk, advocaten en journalisten over de vloer. De vluchtelingen kunnen een beroep doen op de luchthavenpredikant en op medische hulp.

Geen papieren De meeste van de vluchtelingen die op Schiphol aankomen hebben geen paspoort of visum of zijn met valse papieren aan boord van het vliegtuig gekomen. Daarvoor hebben zij grote bedragen betaald aan malafide handelaren. Zodra een vluchteling zich meldt bij de marechaussee, belast met de grensbewaking, wordt hij opgevangen en indien nodig op z'n gemak gesteld. Vervolgens wordt een ambte-

Het opvangverblijf voor vluchtelingen op Schiphol-Oost.

"


6

naar van het ministerie van justitie ingeschakeld. Deze houdt een kort interview, waarin hij de asielaanvrager vraagt naar het land van herkomst, de vluchtroute en de vluchtmotieven. Zo'n interview duurt gemiddeld anderhalf uur. De officii!le asielaanvraag moet worden ingediend bij de Vreemdelingendienst van Hoofddorp, waaronder Schiphol valt. Binnen 24 uur valt een eerste beslissing over toelating tot Nederland. Degenen die worden toegelaten tot Nederland en daarmee tot de asielprocedure gaan direct door naar Amsterdam, waar ze worden opgevangen door Vluchtelingenwerk. De meerderheid van de asielzoekers wordt echter niet direct tot Nederland toegelaten. Zij worden overgebracht naar het opvangcentrum. Sommigen worden direct teruggestuurd, met name als blijkt dat ze in een ander land al de asielprocedure hebben doorlopen. Degenen die in het opvangcentrum terechtkomen, wachten daar de volgende beschikking af: alsnog toelating of een afwijzende beschikking. In het laatste geval biedt de wet de mogelijkheid om tegen deze beslissing een kort geding aan te spannen. De rechtbanken raken tegenwoordig overspoeld met dit soort zaken en in de praktijk verliezen alsnog acht van de tien asielzoekes dit kort geding.

Er zijn twee wasruimtes, een voor de mannen en een voor de vrouwen, compleet met wasmachine en babybadje. In de gemeenschappelijke ruimte, voorzien van een keuken, kan men eten, televisie of een videofilm kijken en een spelletjes doen. Van Mourik heeft zelf onder meer voor een tafelvoetbalspel gezorgd. In deze vrij kleine ruimte moeten de bewoners, ten hoogste veertig in aantal, dag en nacht verblijven. Soms mag men onder begeleiding buiten zitten op een afgesloten dakterras. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd familieleden of mensen van dezelfde nationaliteit bij elkaar op de kamer te laten slapen. Op het ogenblik van ons bezoek zijn de meeste bewoners Iranii!rs. Zij stemmen toe in een gesprek, als foto's en namen maar achterwege worden gelaten.

Vertrekhal Eenmaal definitief uitgewezen wordt men zo snel mogelijk op het vliegtuig gezet. Soms moeten de asielzoeker de uitslag van het kort geding afwachten in de vertrekhal van Schiphol, onder begeleiding van de marechaussee, om direct op een toestel te kunnen worden gezet. Meestal is er in het vliegtuig geen begeleiding van de marechaussee meer nodig. Maar enige tijd geleden raakte een uitgewezen Gambiaan in het vliegtuig zo over zijn toeren, dat de gezagvoerder na een half uur vliegen om veiligheidsredenen besloot terug te keren naar Schiphol. Deze man is later onder begeleiding van twee marechaussees alsnog naar Gambia overgebracht. Na het gesprek met Van Mourik volgt een rondleiding door het centrum. Er bestaan vijf slaapruimtes, elk ingericht met vier stapelbedden.

Niet in dienst Een man, niet ouder dan een jaar of twintig, vertelt hoe hij op een dag een oproep kreeg om dienst te nemen in het leger om te vechten in de oorlog tegen Irak. Het vooruitzicht van enkele jaren aan het front, de grote kans om gedood te worden en zijn toch al aanwezige afkeer van het regime van Khomeiny deden hem besluiten het land te verlaten. Het lukte hem weliswaar de Turks-Iraanse grens te passeren maar kort daarna werd hij aangehouden door Turkse soldaten, die hem direct overleverden aan de Iraanse grenspolitie. Hij belandde in de gevangenis en werd daar gedurende enige maanden regelmatig geslagen. Op voorwaarde dat hij alsnog twee jaar in het leger zou gaan werd hij vrijgelaten. Een familielid bood zijn winkel aan als borg. Toen onze gesprekspartner wederom vluchtte, werd het familie-

Afghaanse vluchtelingen op Schiphol. In de vertrekhal wachten zij hun lot af

lid gevangen gezet en werd zijn winkel in beslag genomen. Dit maal lukte de vlucht overigens wel. Vanuit Turkije bereikte de man per vliegtuig Nederland. De Iranii!rs verklaren dat zij allen om politieke redenen het land zijn uitgevlucht. Zij zijn gevlucht vanwege hun eigen veiligheid, maar ook om de mensen buiten Iran duidelijk te maken wat er in hun land gaande is.

Zwaar tegengevallen In Nederland zijn ze echter op grote problemen gestuit. Ze zeggen naar Nederland gekomen te zijn vanwege de goede reputatie die ons land heeft op het gebied van de mensenrechten. Dit is zwaar tegengevallen. Ze voelen zich in het opvangcentrum opgesloten en erg onzeker. De procedure is voor hen onduidelijk. Ze mogen niet bij de behandeling van het kort geding aanwezig zijn en vooral het feit dat de uitspraak vaak afgewacht wordt in de vertrekhal van Schiphol, brengt ze tot de uitspraak dat hier sprake is van schijnrechtspraak. De uitslag zou vantevoren al vaststaan. "Men ziet ons niet als politieke vluchtelingen maar als economische vluchtelingen. Er wordt naar van alles gevraagd behalve naar onze politieke motieven". Als ze worden uitgewezen naar Turkije, zo vrezen de vluchtelingen, zitten ze binnen twee weken weer in de cel in Iran. Van officii!le Iraanse zijde heeft men zeker wel belangstelling voor de Iraanse vluchtelingen in ons land. Alex Voets, persvoorlichter van Vluchtelingenwerk verklaarde dat zijn organisatie enige malen is benaderd door de Iraanse ambassade met het verzoek om informatie over de asielzoekers. Vanzelfsprekend is men op dat verzoek niet ingegaan.


7

Europarlement wil van EG-landen ruimhartiger vluchtelingenbeleid

Dit artikel is geschreven voor Hans-PauJ Andriessen, redacteur van Jason Magazine.

Het Europees Parlement wil dat de lidstaten van de EG een ruimhartiger beleid gaan voeren bij de behandeling van asielaanvragen. Dat was de strekking van het rapport-Vetter, dat op 12 maart van dit jaar werd aanvaard door het Europarlement. In het verslag staat het Europees asielrecht centraal. Naar aanleiding van dit rapport sprak Jason Magazine met Joho van Tilborg, lid van de fractie van het Groen Progressief Akkoord van het Europarlement en speciaal belast met vluchtelingen zaken. In dit interview geeft hij zijn visie over het Nederlandse en het Europese vluchtelingenbeleid en het belang van het rapport-Vetter. Watzijn uw contacten op het gebied van vluchtelingenzaken? Van Tilborg: "Ik onderhoud goede contacten met Vluchtelingenwerk Nederland, met de Raad van Kerken in Nederland en met vluchtelingen zelf. Vaak komen vluchtelingen naar me toe met de vraag of ik ze kan helpen. Verleden jaar ben ik betrokken geweest bij de actie in Groningen tegen de uitzetting van drie gezinnen uit Nederland. Drie maanden hebben deze gezinnen in kerken onderdak gekregen. In die periode ben ik woordvoerder geweest namens de Raad van Kerken. Op internationaal niveau onderhoud ik contacten met het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN en met de Wereldraad van Kerken".

Hoe bent u betrokken geraakt bij de problematiek van de vluchtelingen? Van Tilborg: "Ik heb me altijdgeĂŻnteresseerd voor andere culturen en ik volgde wat er aan de andere kant van de wereld gaande was. Op een gegeven moment ontstond er overal in de wereld een stroom vluchtelingen en deze kwam ook naar Nederland toe. Ik was werkzaam in de hulpverlening en werd in mijn dagelijks leven met vluchtelingen geconfronteerd . Op een gegeven moment kwam ik in contact met een Marokkaanse vrouw. Zij was een vreemdelinge, geen vluchtelinge. Ze was met haar man, die hier jarenlang had gewerkt, op dokters advies op vakantie naar Marokko gegaan. Aldaar was

haar man overleden en de vrouw had de rouwperiode in acht genomen, zoals het daar behoort. Toen de vrouw terug wilde keren naar Nederland werd ze geweigerd, omdat ze langer dan een bepaalde tijd weg was geweest. Wettelijk had ze het recht om terug te komen, alleen de termijn was verstreken. De vrouw was analfabeet. Hoe had zij het kunnen weten? Het was nooit haar bedoeling geweest hier weg te gaan, toch moest ze het land uit. Vanaf dat moment ben ik het beleid op dit gebied gaan volgen. Als je de verhalen van vluchtelingen zelf hoort dan is dat heel anders dan datje het op de televisie ziet of in de krant leest. Persoonlijke betrokkenheid vind ik erg belangrijk. Toen de actie in Groningen speelde, heb ik de staatssecretaris uitgenodigd met de mensen zelf te gaan praten. EuroparlementariĂŤr John van Tilburg.

Het leek mij de enige oplossing. Jammer genoeg heeft zij het niet gedaan",

Hoe beoordeelt u het Nederlandse vluchtelingenbeleid? VanTilborg: "Nederland heeft in het verleden op het gebied van het vluchtelingenbeleid en van de mensenrechten een hele goede reputatie gehad. Ze is die reputatie ondertussen wel kwijt. Dat durf ik keihard te stellen. Nederland loopt nu in Europa vooraan met restrictieve maatregelen. Nederland heeft maatregelen getroffen waarvan ik zeg dat ze in strijd zijn met het Vluchtelingen Verdrag van de VN, dat in 1951 in Genève is ondertekend".

Vindt u dat Nederland met dit beleid de mensenrechten schendt? VanTilborg: "Absoluut. Het vluchtelingenverdrag is bedoeld om mensen die ergens anders onderdrukt worden wegens een aantal in het verdrag geformuleerde redenen, het recht te geven ergens anders een bestaan op te bouwen. Toen het verdrag in 1951 ondertekend werd, was het met name bedoeld voor vluchtelingen die uit de Oostbloklanden kwamen. Dus ook voor mensen die zonder de juiste papieren hun land ontvluchtten. Nu is het zo dat een stewardess van een vliegtuigmaatschappij in een ander land gaat bepalen of een vluchteling wel over de juiste papieren beschikt om naar Nederland te


8

komen. Als iemand geen fatsoenlijke papieren heeft, komt hij geeneens hier. Dit wordt niet bepaald door een instantie die een bepaalde bevoegdheid heeft. Neen, het zijn binnenkort mensen van vliegtuigmaatschappijen die dat moeten doen. En doen ze dit niet, dan staan daar sancties op. Daar is het verdrag nooit voor opgesteld".

Het aantal was de leidraad om het beleid te veranderen? VanTilborg: "De discussie over het Nederlandse vluchtelingenbeleid werd gevoerd op het moment, dat er hard geschreeuwd werd over een stroom vluchtelingen die hier naar toe zou komen. Daar is dit restrictieve beleid door ontstaan. Ik denk dat je je beleid niet op berichten over een "stroom vluchtelingen" moet baseren, maar op de juistheid van de vluchtgrond van iemand. Daarom is het Verdrag van Genève gesloten. Als iemand om die en die reden wordt vervolgd, moet hij elders een heenkomen kunnen vinden. Ik vind het niet juist dat het aantal vluchtelingen de leidraad is om je beleid te veranderen, om restrictieve maatregelen te nemen, om vluchtelingen af te weren en af te schrikken".

De staatssecretaris zegt dat haar beleid er op gerich t is economische vluchtelingen te onderscheiden van politieke vluchtelingen. Wat vindt u hiervan? Van Tilborg: "Het verschil tussen economische en politieke vluchtelingen is in sommige gevallen niet zo groot, soms is er geen verschil. In bepaalde landen worden economische maatregelen gebruikt om bevolkingsgroepen compleet uit te roeien. Ik denk dan aan het vernietigen van watervoorraden en de inbeslagneming van bankrekeningen. Deze mensen worden hier geweigerd, omdat het economische vluchtelingen zijn, terwijl er een pOlitiek motief achter zit om deze groep uit een land weg te vagen. Hier is het vluchtelingenverdragjuist voor bedoeld".

Hoe verhoudt het Nederlandse beleid zich tot dat van de andere lidsu.ten van de EG? VanTilborg: "Heel slecht. Maar het

Een Afghaanse weduwe en haar kind, in een vluchtelingenkamp in Pakistan.

Erkenningspercentages vluchtelingen per land. Land Belgie Denemarken BRD Frankrijk Engeland Nederland

1980 81.5 55.5 12,0

1981 83.6 42.8 7,7

45.6 5.5

51.5 4.5

1982 67.3 48.0 6,8 56,0 32.5 56.6

1983 43.6 44.9 13,7 51,0 20.3 28.7

1984 46.8 25.5 26,6 45,0 16.8 22.8

1985 38.0 72.6 29,2 31,0 17.0 9.8

1986 47.2 16,2 9.3

(De cijfers zijn afkomstig van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN en het CBS, samengesteld door J . van Tilborg.) is wel zo dat er de laatste jaren in de hele EG een ontwikkeling is geweest die tegen vluchtelingen gericht is. Er worden zoveel mogelijk restrictieve maatregelen genomen om ze zo veel mogelijk buiten de deur te houden". Van Tilborg: "Nederland is verder gegaan dan andere landen. Bijvoorbeeld met het directe uitwijzen van mensen. Op een gegeven moment werd een Koerd teruggezonden. Anderhalf jaar later keerde hij terug in Nederland, alleen had hij geen armen meer. Toen werd hij wel erkend. Als je dat een keer hebt meegemaakt, dan struikel je liever zelf een keer over een malafide vluchteling, dan dat je nog eens iemand op zo'n manier pootje haakt. Nederland gaat ook verder dan de meeste andere landen in het terugzenden naar het land van eerste opvang. Het land waarlangs de vluchteling Nederland bereikt heeft, en waar hij dus asiel had kunnen aanvragen, is het land van eerste op-

vang. Nederland zendt zo'n vluchteling onmiddellijk terug naar het land van eerste opvang, ongeacht wat dat land met hem doet. Dat kan natuurlijk niet. In het Vluchtelingen Verdrag worden daar garanties over gegeven. Als je iemand terugstuurt naar het land van eerste opvang, moet dat land de garantie geven de vluchteling niet door te zullen zenden naar dat land dat hij ontvlucht is". .

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

Van Tilborg: "We hebben actie in Groningen gehad tegen de uitwijzing van vijf Tamils en vijf Armeense vluchtelingen, de kerkvluchtelingen. Zij waren via Duitsland hier naar toe gekomen. Nederland wilde ze naar Duitsland terugsturen, maar Duitsland weigerde de garantie te geven dat ze niet zouden worden teruggestuurd naar het land van her-


9

komst. Nederland zei toen, dat dàt niet hààr verantwoordelijkheid was. Maar dat is niet zo: die mensen zijn hier, jij stuurt ze weg en geeft ze geen enkele garantie dat er niet wat met hun gebeurt. Zo kan het gebeuren dat soms mensen maandenlang van vliegveld naar vliegveld verhuizen. De mensen die in Groningen hebben gezeten zouden worden teruggezonden naar West-Berlijn, vandaar naar Oost-Berlijn, dan naar Kopenhagen. Kopenhagen zou ze weer terugsturen naar Frankfort, want daar waren ze aangekomen, en uiteindelijk zou Duitsland ze terugsturen naar India. Zo blijven die mensen vaak ronddolen zonder ooit ergens een dak boven het hoofd te krijgen, om ten slotte weer te belanden in het land waar ze vandaan komen met alle gevolgen van dien" .

Hoe is het met de vluchtingen in Groningen afgelopen? VanTilborg: "Na drie maanden in kerken te hebben gezeten mag een gezin hier definitief blijven. Het tweede gezin mag in Nederland de hele asielprocedure afwachten. En het derde gezin is naar Duitsland gestuurd, maar heeft een schriftelijke verklaring van de staatssecretaris gekregen. Hierin staat dat ze naar Nederland mogen terugkeren, wanneer Duitsland ze uitwijst. Op dit moment

hoeft niemand terug naar het land van herkomst. Daar was de staatssecretaris niet echt gelukkig mee".

U stelt dat Nederland de laatstejaren een steeds restrictiever beleid is gaan voeren. Wat zijn hiervan de oorzaken? Van Tilborg: "Eind jaren zeventig kwam er een stroom vluchtelingen naar Europa. Om het aantal vluchtelingen wat in te dammen zijn er restrictieve maatregelen genomen. Die boodschap gaat snel door de wereld; iemand die geweigerd wordt zal dit aan zijn familie schrijven. Als gevolg hiervan liep het aantal vluchtelingen terug, tot er in '84 en '85 een nieuwe stroom vluchtelingen kwam, ingezet door de Tamils. De Tamils kregen niet dezelfde rechten die andere vluchtelingen hier kregen. Zij werden geconcentreerd op bepaalde plekken en geïsoleerd van de Nederlandse bevolking. Tussen de lidstaten van de EG was er een groot verschil in beleid ten opzichte van deze vluchtelingen. In Duitsland werd tien procent van de Tamils als vluchteling erkend. In Denemarken zo'n 70 tot 80 procent. Zou de ene groep Tamils wel uit allemaal echte vluchtelingen bestaan en de andere groep niet? Neen, het is een kwestie van politieke wil hoe je het Verdrag van Genève interpre-

Schipbreuk van Vietnamese bootvluchtelingen voor de kust van Maleisië,

teert. De politieke wil was in Duitsland niet zo groot en in Nederland nog veel kleiner. Nederland heeft daadwerkelijk geprobeerd alle Tamils weer terug te zenden naar Duitsland. Dat is de staatssecretaris echter niet gelukt. En dat zal haar in de toekomst zeker ook niet lukken, gezien het precedent dat in Groningen is geschapen. Iedere vluchteling zal nu zo'n garantie willen hebben op het moment dat hij het land uit moet. De staatssecretaris zit met het probleem of ze massaal zulke garanties moet gaan afgeven".

Heeft de economische situatie in Nederland te maken met de restrictieve maatregelen? VanTilborg: "Dat heeft er ook mee te maken. De komst van vluchtelingen is ook niet zo makkelijk te verkopen aan mensen op straat, die het zelf ook niet al te breed hebben. Er moet bij de bevolking een concensus zijn om mensen op te vangen. Die is er niet omdat de overheid de mensen kopschuw maakt door te zeggen dat we overstroomd worden. Je kunt ook duidelijk maken dat het heel erg meevalt in Nederland. We hebben hier in de hele periode sinds 1945 tot nu slechts vijftienduizend vluchtelingen opgevangen. Het idee dat we daarmee overspoeld worden


10

is gewoon onzin. Er zijn op de hele wereld ongeveer twintig miljoen vluchtelingen. Bij een onderzoek is gebleken dat maar 500.000 vluchtelingen voor herhuisvesting in Europa in aanmerking willen komen. Het liefst blijven ze in de eigen regio. Wat dat betreft ben ik het ook eens met de staatssecretaris die zegt, dat je moet proberen de mensen in eigen regio op te vangen. Maar dan moet daar ook het geld voor zijn en dat is er op het moment niet. De overheid belicht veel te vaak de negatieve kant; we worden overstroomd door vluchtelingen en daarom moeten we wel maatregelen nemen anders is Nederland straks zwart in plaats van wit. Dit zegt niemand natuurlijk zo, maar het is wel het beeld dat wordt opgeroepen. Dat is geen beeld waar je solidariteit met de bevolking in de Derde Wereld mee bevordert. Juist het tegenovergestelde. Dat vind ik een van de slechtste dingen van de politiek van de laatste jaren".

Er zijn grote verschillen in het beleid van de verschillende Europese lidstaten. Wordt het niet eens tijd voor één vluchtelingenbeleid voor de hele EG? Van Tilborg: "Het zou verstandig zij als de landen tot één beleid zouden komen. Dit zou een middenweg moeten zijn. Op het moment interpreteren de lidstaten het Vluchtelingen Verdrag zo restrictief mogelijk. Als zij op die basis tot een communautaire regeling voor vluchtelingen zouden komen, dan vrees ik dat deze regeling bizonder nadelig zou uitpakken voor de vluchtelingen. Daarom is het zo goed wat het Europese Parlement heeft gedaan. In maart van dit jaar aanvaardde het met een overweldigende meerderheid een resolutie van de sociaal-democraat Vetter over het asielrecht. Deze resolutie veegt de vloer aan met het huidige vluchtelingenbeleid van de lidstaten. Ze zegt simpelweg dat er restrictieve maatregelen genomen worden, die niet genomen zouden moeten worden. Dat het Vluchtelingen Verdrag niet goed geïnterpreteerd wordt. Dat het niet kan dat de regels, en in sommige landen zelfs de grondwet, maar wordt aangepast om vluchtelingen te kunnen weren. Dit

"Het Nederlandse vluchtelingenbeleid is een schending van de mensenrechten ".

gebeurt nu her en der in Europa en ook in Nederland, met de invoering van de nieuwe visavoorschriften die het vluchten bemoeilijken. De resolutie pleit voor opvang in de regio zelf en Europa moet daar ook aan meebetalen. Ze ziet de noodzaak om de fundamentele oorzaken voor de onrust in de Derde Wereld weg te nemen. Tussen de lidstaten moet er een vereffening van financi!!n komen, als zij door de toestroom van asielzoekers op uiteenlopende wijze belast worden. De verschillende asielprocedures moeten op elkaar worden afgestemd en verkort worden. Daarnaast breidt deze resolutie ook de definitie van het begrip vluchteling uit, door ook mensen te erkennen die wegens hun sexuele aard of hun geslacht vervolgd worden".

Hoe komt het dat de fracties van de christen-democraten en de liberalen in het Europees Parlement voor deze motie stemmen, terwijl CDA en VVD in de Tweede Kamer de restrictieve maatregelen steunen? VanTilborg: "De Europarlementari!!rs zijn veel minder gebonden aan het regeerakkoord. Ze hebben geen last van de regeringsverantwoordelijkheid die op die twee fracties ligt en staan losser van de regering. Ze hebben minder te doen met minister

Van den Broek, een van de mensen die voor een belangrijk deel achter dit beleid zit. De regering moet afwegingen maken want er staan allerlei belangen op het spel. Bondgenootschappen en diplomatieke betrekkingen met bepaalde landen wegen hierbij mee: ga je mensen uit een bepaald land erkennen als vluchteling, dan zegje dat daar de mensenrechten worden geschonden".

Wordt de resolutie in de praktijk gebracht? Van Tilborg: "Totaal niet. De resolutie kan, als er politieke bereidheid is, een richtlijn worden voor het nieuwe Europese beleid tn aanzien van vluchtelingen. Ik geloof niet dat die bereidheid er is gezien de huidige ontwikkeling binnen de lidstaten. De Tweede Kamer keurde maatregelen goed die in strijd zijn met de resolutie. Ik vrees dat het voor de vluchtelingen de komende jaren alleen maar slechter en slechter zal worden. Wel is het zo dat deze resolutie, die zowel door links als door rechts is aangenomen in het Europese Parlement, een grote stimulans betekent voor vluchtelingen-organisaties en kerken in heel Europa. Ik hoop dat de maatschappelijke druk zo groot zal worden, dat de regeringen hun beleid zullen moeten wijzigen".


11

Oplossen politieke problemen helpt aantal vluchtelingen te verkleinen

Bijgaand artikel is een interview met Kees Bleichrodt van Amnesty International Afdeling Nederland door Sam Muller en Huib van Olden, redactieleden van Jason Magazine.

"In het Geneefs Vluchtelingen Verdrag van 1951 staat over vluchtelingen: Vreemdelingen afkomstig uit een land waarin zij gegronde redenen hebben om te vrezen voor vervolging wegens godsdienstige of politieke overtuiging of hun nationaliteit, dan wel wegens het behoren tot een bepaald ras of tot een bepaalde sociale groep. Deze omschrijving leidt tot allerlei interpretatie-verschillen. Amnesty International heeft daarom een eigen visie, die primair gericht is op de vrijlating van gewetensgevangenen, mensen die geen geweld gebruikt of gepropageerd hebben. Ten tweede ziet zij toe op eerlijke processen voor alle politieke gevangenen. Ten derde richt zij zich tegen iedere vorm van marteling, doodstraf, verdwijning en buitengerechtelijke executie". "Daaruit kun je opmaken dat het woord vluchteling nog niet voorkomt in de doelstellingen van Amnesty. Vluchtelingenwerk is een afgeleide van onze hoofddoelstelling. Maar wanneer iemand vreest bij terugkeer in het desbetreffende land gewetensgevangene te worden, de doodstraf te krijgen, buitengerechtelijk geêxecuteerd te worden, te verdwijnen of het slachtoffer te worden van marteling, dan beschouwen wij iemand in Amnesty-termen als vluchteling". Dat zegt Kees Bleichroot, ad-interim directeur van het secretariaat van Amnesty International Afdeling Nederland. "De Nederlandse regering hanteert in beginsel de term zoals die in het Vluchtelingen Verdrag staat. De tekst is letterlijk opgenomen in art. 15 van de Vreemdelingenwet. De Nederlandse regering is aan deze tekst gehouden. Maar begrippen als "gegronde vrees" zijn nu eenmaal makkelijk vatbaar voor verschillende interpretaties. "Gegrond" is een vrij objectieve maatstaf, maar de "vrees" daarentegen een heel sterk subjectief element omdat je de "vrees", de gevoelens van een persoon, moet meten. Dit voorbeeld geeft al aan dat er geen mathematische formule is waarmee je de vluchtelingenstatus kunt aantonen.

Kanttekeningen "Amnesty heeft kanttekeningen geplaatst bij de nota Vluchtelingenbeleid waarin de regering haar beleids-

voornemens verwoordt. Het nieuwe beleid legt de nadruk op één van de drie mogelijke "dureabie solutions" om het maar eens in internationaal vakjargon te zeggen. Die oplossingen zijn vrijwillige repatrii!ring, locale intergratie en hervestiging elders. In de nota van minister Van der Broek wordt sterk de nadruk gelegd op nummer twee, de locale integratie. De theorie hierachter is dat het niet wenselijk is om enorme volksverhuizingen te veroorzaken. Beter is het om de mensen op te vangen in de re-

gio waar zij vandaan komen. Deze theorie wordt wel gesteund. Maar Amnesty meent dat de Nederlandse regering hierin te ver naar de verkeerde kant doorslaat. Zij houdt een buitengewoon enge interpretatie aan. Amnesty International staat overigens niet alleen in die kritiek. De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State, de hoogste beroepsinstantie inzake vluchtelingenzaken, heeft de staatssecretaris van justitie al verscheidene malen op haar vingers getikt omdat zij die de "gegronde

"Wij hebben nog plaats voor dri e p erso n en"


12

Tamils vrezen bij terugsturen naar Sri Lanka voor hun leven. Op het Binnenhof laten zij hun protest horen.

vrees" steeds strenger hanteert". "Bij dit alles spreek ik over een stijging van 3500 naar 5600 asielaanvragen in 1985. En 5800 in 1986. De sterke stijging in 1985 was te wijten aan de toeloop van de Tamils. In 1987 komen we waarschijnlijk hoger uit, zo rond de 8 Ă 9000. Toch zou ik de toekomst niet al te somber willen voorstellen, omdat er rekening gehouden moet worden met de omstandigheden in de wereld die rechtstreeks verband houden met deze stijging. Dit zou ik willen illustreren met het volgende. De wereld vluchtelingenpopulatie wordt geschat op zo'n twaalf miljoen mensen. Een grote groep hiervan zijn de Afghaanse vluchtelingen, die voor het grootste gedeelte in Pakistan en Iran verblijven. Hun aantal wordt geschat op 3,5 miljoen mensen. Als er binnen afzienbare tijd een internationale overeenkomst komt over het Afghaanseprobleem, zodat er sprake zou kunnen zijn van een repatri!!ring in het eigen land, dan is het totaal aantal vluchtelingen op de wereld in een keer met een kwart verminderd. Het is duidelijk: de toekomst is afhankelijk van de oplossing van een aantal politieke problemen. Alleen op die manier is het mogelijk het aantal vluchtelingen te verkleinen".

Mensenrechten "Hierbij wil ik nog benadrukken dat iedere vluchteling een vurige wens heeft; terugkeren naar het vaderland. Hierin is voor Amnesty een heel belangrijke taak weggelegd: het keer op keer benadrukken van een actief mensenrechtenbeleid. Ge-

poogd moet worden regeringen die zich schuldig maken aan ernstige schendingen van mensenrechten dusdanig te bewerken, dat die schendingen worden verminderd of ophouden, zodat mensen weer naar hun land terugkeren. Er zijn uit het verleden voorbeelden op te noemen waarbij mede door internationale druk op grote schaal repatri!!ring heeft plaatsgevonden: een aantal landen uit Latijns-Amerika, de Filipijnen en Oeganda. In de nota van de Nederlandse regering wordt die koppeling mensenrechten-vluchtelingen volgens Amnesty te weinig benadrukt. Er worden te weinig oplossingen aangedragen om de oorzaken van het vluchtelingenprobleem weg te nemen", "Amnesty heeft regelmatig contact met het ministerie van buitenlandse zaken over de beoordeling van de mensenrechtensituatie in landen waar vluchteling vandaan komen. De beoordeling van die situatie speelt een zeer grote rol bij de afweging of iemand als vluchteling kan worden aangemerkt of niet. De minister van buitenlandse zaken vervult hierin een belangrijke rol. Hij moet over elk asielverzoek overeenstemming bereiken met de staatssecretaris van justitie. De minister vraagt van zijn diplomaten zogenaamde ambtsberichten op over de "gegrondheid van de vrees" voor vervolging, doodstraf, marteling enz .. Amnesty is het niet altijd eens met de conclusies van de diplomaten. Zij zijn vaak onvolledig en soms feitelijk onjuist. Als er sprake is van een feitelijke onjuistheid, kan dat ver-

strekkende gevolgen hebben. Bijvoorbeeld dat een vluchteling ten onrechte wordt teruggestuurd. Bij onze contacten met BZ blijkt overigens dat onze invalshoeken vaak verschillen. Het lijkt soms alsof BZ redeneert: "Er zijn dan wel schendingen van mensenrechten in land X. Maar voor dlt individu valt het wel mee". Dus betrokkene moet dan terug".

Politieke factoren "Er is een merkwaardige discrepantie tussen de lof die politici in het openbaar over Amnesty uitstrooien en het feitelijk handelen. Er is daarnaast gebrek aan overeenstemming binnen BZ. De afdeling humanitaire en juridische aangelegenheden, het zogenaamde mensenrechten-bureau dat Nederland ook vertegenwoordigt bij de VN, slaat een hele andere toon aan dan de diplomaten op de posten. In de VN veroordeelt Nederland de situatie in Iran in buitengewoon harde bewoordingen. Maar uit sommige ambtsberichten zou men kunnen afleiden dat de situatie wel meevalt. Vanwege het doel (het restrictieve beleid) wordt dan de rangschikking van de feiten en de mening over de situatie aangepast. Hier is door ons en door anderen op gewezen en ook binnen de Tweede Kamer heeft dit al aandacht gekregen. De kamercommissie voor de mensenrechten heeft al eens gewaarschuwd dat de regering in dergelijke gevallen met twee monden dreigt te gaan spreken. Daarom moet er een betere integratie en coĂśrdinatie binnen het departement komen. Er is weliswaar een


13

coรถrdinator mensenrechten op BZ. Maar wij hebben sterk de indruk dat die op het gebied van vluchtelingen volledig buitenspel staat". "Vergeet niet; het verlenen van asiel aan iemand mag niet worden gezien als een daad van onvriendelijkheid jegen het land waar de vluchteling vandaan komt. Als je deze stelregel niet met gouden krulletters boven het internationale vluchtelingenrecht schrijft, dan verwordt het verlenen van asiel- primair een humanitaire daad - tot een politieke aangelegenheid. Daarmee zou je het systeem van asielverlening erg kwetsbaar maken. De staatssecretaris van justitie heeft zich weleens laten ontvallen, dat overwegingen van buitenlandse politieke aard een rol kunnen spelen bij de erkenning van vluchtelingen. Dit was een buitengewoon ongelukkige uitspraak. Hiervoor is ze dan ook onrniddelijk teruggefloten door de minister van buitenlandse zaken. Het ging hierbij het om een Indonesische asielzoeker". "Tot nu toe is aan hoogstens vijf vluchtelingen uit Indonesii! de A-status verleend, terwijl we spreken over een totaal aantal Indonesische vluchtelingen dat in de honderden loopt, zoniet in de duizenden. De volgende tactiek wordt wel eens gevolgd. Justitie blijft de A-status weigeren totdat de vluchteling aanklopt bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State. Justitie kan zich dan altijd verschuilen achter het argument dat de A -status is verleend werd door een onafhankelijke rechter, waar zij geen zeggenschap over heeft".

Infonnele afspraken "De Verenigde Naties vormen een te grote internationale organisatie om concrete problemen in concrete situaties snel op te kunnen lossen. Meer dan een algemeen beleid kan er eigenlijk niet worden gegeven. Er zijn stemmen opgegaan, en daar is Amnesty het wel mee eens, om eerst te proberen de zaken regionaal op te lossen. De problemen verschillen te zeer per regio om ze binnen een mondiaal kader zoals de VN op te lossen. De toestand in Afrika is uiteraard totaal anders dan in W est-Europa. Met betrekking tot de zogenaamde ping-pong vluchtelingen doet zich het volgende voor: een vluchteling komt aan in land A en vraagt daar

In een vluchtelingenkamp in Thailand zoekt een Cambodjaans meisje naar haar familie.

geen asiel aan. Vervolgens reist hij door naar land B om daar wel asiel aan te vragen. Land B weigert dit op grond van de redenering, dat de vluchteling asiel dient te vragen in het eerste land van opvang. Land A weigert de vluchteling terug te nemen en land B kan de vluchteling ook niet terugsturen naar het land van herkomst, en stuurt de persoon naar land C. Land C volgt dezelfde redenering als land B en de cirkel is rond. De vluchteling is een pingpong bal tussen de verschillende staten. Ook Nederland maakt zich hieraan schuldig. Daarom moeten er criteria ontwikkeld worden aan de hand waarvan een land verplicht is een asielverzoek in behandeling te nemen. Onderhandelingen over zulke criteria verkeren thans in een impasse. Maar er moet een rechtvaardige lastenverdeling komen, waaraan

ieder land zich bindt". "Er is een tendens dat ministers op informeel niveau proberen tot afspraken te komen. Zo worden de eventuele akkoorden onttrokken aan enige vorm van parlementaire controle. De nationale parlementen hebben geen invloed op het Europees beleid. Het Europees parlement is op het gebied van vluchtelingenbeleid volstrekt vleugellam. Het enige wat ze kan doen is idei!en aandragen. Om legitimatie voor een Europees vluchtelingenbeleid te vinden is het absoluut noodzakelijk dat de nationale parlementen controle kunnen uitoefenen op afspraken die de betrokken ministers maken. Ook de Europese rechters zouden meer moeten kunnen doen. Daar ligt voor Amnesty International nog een groot werkterrein, ook in Nederland".


14

Vluchtelingenwerk maakt werk van opvang en integratie vluchtelingen ,,'!bt voor kort had Nederland de beste asielprocedure ter wereld", heeft staatssecretaris Korte-Van Hemel van justitie ooit gezegd. Persvoorlichter Alex Voets van Vluchtelingenwerk Nederland zet uitroeptekens achter de verleden tijd van deze opmerking. Zijn organisatie, waarmee de meeste vluchtelingen in Nederland te maken krijgen, merkt duidelijk de negatieve gevolgen van de sinds 16 april 1987 in werking zijnde maatregelen van Korte-Van HemeL die als belangrijkste doel heeft de asielprocedure te verkorten en de ,,malafide"asielzoekers van de "bonafide"asielzoekers te kunnen scheiden. Vluchtelingenwerk is een particuliere organisatie die in 1979 is ontstaan na een fusie van een aantal organisaties die zich voorheen apart inzetten voor de opvang van vluchtelingen. Op het ogenblik zijn tien grote maatschappelijke organisaties erbij aangesloten, waaronder Amnesty International, kerkelijke organisaties en het Humanistisch Verbond. Daarnaast kan men individueel lid worden. Het huidige aantal van 2300 individuele leden is groeiende. Het bureau in Amsterdam heeft een landelijk coördinerende functie. Het houdt zich bezig met het vluchtelingenbeleid van de Nederlandse regering en ontwikkelt eigen ideeên en aanbevelingen voor het beleid. Vluchtelingenwerk is een gezaghebbende gesprekspartner voor de Tweede Kamer en de departementen die te maken hebben met het vluchtelingenbeleid. In Amsterdam zetelt verder de afdeling voorlichting, die publieksgerichte publicaties verzorgt, bedoeld om de Nederlandse bevolking algemene informatie te verschaffen over vluchtelingen. Tevens verzorgt deze afdeling gerichte publicaties voor mensen die dagelijks met vluchtelingen te maken hebben, zoals gemeenteambtenaren en mensen van het Riagg. Alex Voets: "Wij willen deskundigheid overdragen. Wat zijn vluchtelingen? Waar komen ze vandaan? Welke culturele kenmerken hebben ze? Welke problemen hebben ze en hoe kun je daar het beste mee overweg gaan?". Daarnaast zijn er regionale kantoren

van Vluchtelingenwerk in Amsterdam, Den Bosch en Deventer. Elk heeft een coördinerende functie in de eigen regio. De eigenlijke opvang vindt plaats in de zestig door het gehele land verspreide vestigingen van Vluchtelingenwerk. Deze vestigingen worden voor het grootste deel draaiende gehouden door vrijwilli gers en zijn in grote mate autonoom. Volgens Alex Voets wil men het aantal vestigingen zo snel mogelijk tot 130 uitbreiden.

Dit artikel is gebaseerd op een interview

met Alex Voets, hoofd afdeling voorlichting van Vluchtelingen werk; een bezoek aan het plaatselijke bureau van Vluchtelingenwerk in Utrecht en op publica ties van de organisatie. Het artikel is geschreven door ChieJ de Leeuw, redacteur van Jason Magazine.

Twee hoofdtaken Vluchtelingenwerk heeft twee hoofdtaken: de opvang en integratie van vluchtelingen en de rechtsbescherming van diegenen die naar de mening van Vluchtelingenwerk terecht asiel aanvragen in Nederland. Van de overheid wordt geld ontvangen, dat echter alleen wordt aangewend voor de opvang en de integratie. De rechtsbescherming van asielzoekers wordt geheel gefinancierd uit middelen afkomstig van de leden.

De honderdduizendste Vietnamese vluchtelingenhereniging vond in januari 1986 plaats op Schiphol. Na een verbJ1ïf van vijf jaar in ons Jand zaJ Hoang Ngce Minh zijn vrouwen kinderen terug.


15

Deze tweedeling is bewust gemaakt, om in gevallen van meningsverschillen met de overheid de handen vrij te hebben. Er zijn in Nederland twee soorten vluchtelingen: de uitgenodigde vluchtelingen en de individuele vluchtelingen. Op verzoek van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties neemt Nederland elk jaar een aantal vluchtelingen op, die dan direct de A-status krijgen, waardoor ze ongelimiteerd in Nederland kunnen blijven en gebruik kunnen maken van allerlei voorzieningen. Hierbij ging het de laatste jaren vooral om Vietnamezen en Cambodjanen. Dit jaar zullen er voor het eerst 500 uitgenodigde vluchtelingen naar Nederland komen. Voorheen waren dat er 250 per jaar. De andere en meest omvangrijke groep vluchtelingen zijn de individuele asielzoekers, die op eigen kracht in Nederland aankomen. Zij moeten afwachten wat de beslissing op hun asielaanvraag zal zijn. Voor beide groepen vluchtelingen is Vluchtelingenwerk actief op het gebied van de opvang en de integratie. De opvang richt zich op de eerste periode van het verblijf van asielzoekers in Nederland. De vluchtelingen ontvangen een zogenaamd "basispakket". Er wordt gezorgd voor onderdak, ze worden wegwijs gemaakt in de asielprocedure en in de Nederlandse samenleving. Vluchtelingen die definitief in Nederland mogen blijven worden geholpen bij de integratie in ons land. De vluchteling moet immers zo snel mogelijk zelfstandig zijn. De bemiddeling van Vluchtelingenwerk in dit proces duurt maximaal vijf jaar. Regelmatig worden onderzoeken gedaan naar het integratieproces van de vluchtelingen. Deze onderzoeken zijn onder meer bedoeld om de methode van begeleiding te toetsen.

Zorgvuldigheid Vluchtelingenwerk beoordeelt ook de motieven van asielzoekers. Asielzoekers die naar de mening van de organisatie niet in aanmerking komen voor asiel, worden geadviseerd geen aanvraag in te dienen en terug te keren naar het land van herkomst of het land waar ze eerder verbleven, het zogenaamde eerste land van op-

vang. Bij de beoordeling van de waarde van asielaanvragen baseert Vluchtelingenwerk zich op het Vluchtelingenverdrag van Genève uit 1951. Is een asielaanvraag in de ogen van de organisatie legitiem, dan probeert men rechtsbescherming te geven aan de asielaanvrager. Alex Voets: "De asielaanvrager heeft recht op een zorgvuldige beoordeling. Als dit niet gebeurt zullen we aan de bel trekken bij de Tweede Kamer of de staatssecretaris van justitie". Er wordt gezorgd voor advocaten die de asielaanvragers bijstaan. Vaak bestaat er een goede samenwerking met plaatelijke bureaus voor rechtshulp. Wanneer een vluchteling het land wordt uitgezet, probeert Vluchtelingenwerk na te gaan wat er met deze persoon gebeurt. Dit wordt echter ernstig bemoeilijkt door de hoge kosten en beperkte informatiebronnen in het buitenland. Men is vooral afhankelijk van informatie van medewerkers van ontwikkelingshulporganisaties. Met behulp van bijvoorbeeld Amnesty International volgt men verder nauwgezet de situatie op het gebied van de mensenrechten in de landen van herkomst van de vluchtelingen en in de landen die door de Nederlandse regering genoemd worden als landen van eerste opvang, zoals Turkije en Pakistan, waarvan betwijfeld mag worden of zij daar wel voor in aanmerking komen. De Nederlandse regering baseert haar conclusies vooral op de ambtsberichten van de Nederlandse ambassades in die landen. Door het gebruik van verschillende informatiebronnen lopen de meningen van Vluchtelingenwerk en de regering vaak uiteen. Dit is niet onbelangrijk, daar de situatie op het gebied van de mensenrechten in deze landen meestal een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van een asielaanvraag.

Economische vluchteling De Nederlandse regering is van mening dat een groot deel van de huidige stroom vluchtelingen om zuiver economische redenen naar ons land komt. Staatssecretaris Korte-Van Hemel spreekt zelfs van vijftig procent "malafide" asielzoekers. In Elsevier Magazine van 28 maart jongstle-

den verklaarde Alex Voets dat de laatste maanden steeds meer mensen op de spreekuren van Vluchtelingenwerk verschijnen, van wie de indruk bestaat dat zij hier zijn gekomen in de hoop op een beter bestaan. Hiermee leek Voets de ideel!n van de regering over grote aantallen "economische" vluchtelingen te steunen. Desgevraagd wenst hij toch enige nuanceringen aan te brengen: "De begrippen politieke vluchteling en economische vluchteling zijn gemeengoed geworden, maar geven niet goed weer waar het bij vluchtelingen om te doen is. Zowel politieke als economische oorzaken kunnen ten grondslag liggen aan ernstige schendingen van de mensenrechten. Uit die schendingen van mensenrechten komen dan weer vluchtelingen voort. Economische malaise leidt tot instabiliteit en dit brengt vaak grove schendingen van de mensenrechten met zich mee". Er valt dus niet zo makkelijk een onderscheid te maken tussen economische en politieke motieven van vluchtelingen. Voets is overigens van mening dat er een morele rechtvaardiging is voor het opvangen van mensen die om economische redenen vanuit de Derde Wereld naar ons land en de rest van West-Europa komen. Hij baseert deze mening op de medeverantwoordelijkheid van de westerse wereld voor de thans bestaande situatie in de Derde Wereld, "maar" zegt hij "het Vluchtelingenverdrag is ontwikkeld voor mensen die in hun land van herkomst een gegronde vrees op vervolging te duchten hebben. Economische motieven vallen niet onder dit verdrag. Dat is de tragiek van dit moment".

Andere redenen Naast politieke en economische motieven zijn er nog vele andere, vaak onderling nauw samenhangende redenen voor vluchtelingen om hun land te verlaten. Men kan deel uitmaken van een religieuze minderheid die vervolgd wordt, denk hierbij bijvoorbeeld aan de Bahai in Iran. Evenzo kan men behoren tot een etnische minderheid, die vervolgd wordt. En ook oorlogen brengen vele vluchtelingen met zich mee. De meeste vluchtelingen die in ons land aankomen hebben minder prettige ervaringen achter de rug. Vaak


16

Een demonstratie van Tamils in Assen tegen het Nederlandse asielbeleid.

is er sprake van een gedwongen vertrek uit het land, waarbij alles achtergelaten moest worden. De onzekerheid over het lot van achtergebleven familieleden en vrienden en schuldgevoelens zijn vaak oorzaak van psychische problemen, die dan nog eens versterkt worden door de ervaringen met de Nederlandse asielprocedure, die voor de meeste asielzoekers zeer onduidelijk en onzeker is. De vrijwiligers van Vluchtelingenwerk proberen zo goed mogelijk te helpen, zo mogelijk via persoonlijke begeleiding. Als het nodig is verwijst men naar professionele hulp. Er bestaan samenwerkingsverbanden met psychiaters. Bij vluchtelingen die martelingen hebben ondergaan wordt contact gezocht met het Centrum Gezondheidszorg Vluchtelingen in Den Haag. Vluchtelingenwerk maakt zoveel mogelijk gebruik van de deskundigheid van andere instanties.

Erkenning In 1985 en 1986 nam het aantal vluchtelingen dat naar Nederland kwam belangrijk toe. Vluchtelingenwerk constateerde in een notitie van augustus 1986 over het Nederlandse vluchtelingenbeleid een duidelijke

verstrakking van het beleid ..Zo daalde het aantal erkenningen van asielaanvragen van 57,2 procent in 1982 naar 19,8 procent in 1985. In deze notitie sprak men voorts van een reeks .. ontmoedigende" maatregelen, die er op gericht zijn de komst van individuele asielzoekers naar Nederland zoveel mogelijk af te remmen. Als voorbeeld noemde men het uitgangspunt van de regering dat de opvang van vluchtelingen bij voorkeur in de regio van herkomst dient plaats te vinden. Tevens werd (en wordt) naar de mening van Vluchtelingenwerk de interpretatie van het begrip ..land van eerste opvang" steeds restrictiever. Het Nederlandse ministerie van justitie weigert vluchtelingen die al in een ander land op dooreis waren. Dat is in strijd met internationaal aanvaarde normen, aldus Vluchtelingenwerk. Artikel I van het vluchtelingenverdrag van Genève noemt inuners als criterium voor het vluchtelingenschap "een gegronde vrees voor vervolging". Nederland hanteert nog steeds het criterium "persoonlijk ondervonden leed". Het moge duidelijk zijn dat met het gebruik van dit tweede criterium de kans op asiel kleiner is dan bij gebruik van het eerste criterium. Aan het einde van de notitie deed

Vluchtelingenwerk een aantal aanbevelingen voor het Nederlandse vluchtelingenbeleid. De organisatie pleit voor een actievere Nederlandse bijdrage aan de totstandkoming van een Europees vluchtelingenbeleid. Uitgangspunt hierbij dient het Geneefse Vluchtelingenverdrag te zijn . De enge uitleg van het begrip "land van eerste opvang" moet verlaten worden. Er moet pas gesproken worden van een land van eerste opvang, wanneer duidelijk is dat een vluchteling er genoeg bescherming kan krijgen. Verder mogen factoren van buitenlands politieke aard geen invloed hebben op het toelatingsbeleid. Buitenlandse Zaken speelt nog steeds een rol in de asielprocedure. Dit moet volgens Vluchtelingenwerk veranderen. Alex Voets: "Erkenning van vluchtelingenschap is een diplomatiek signaal naar een land. De relaties met een land mogen daar geen invloed op uitoefenen".

Nieuwe maatregelen Sinds het begin van dit jaar heeft er een nieuwe stijging van het aantal asielaanvragen in ons land plaatsgevonden. Zowel de regering als Vluchtelingenwerk concludeerden dat het tijd was voor nieuwe maatregelen. De asielaanvragen moesten sneller afgehandeld worden. In


17 Afghaanse vluchtelingen in PakisUm.

maart van dit jaar publiceerde Vluchtelingenwerk opnieuw een aantal beleidsaanbevelingen. De nadruk lag in dit stuk duidelijk op een versnelde asielprocedure, waarbij de zorgvuldigheid bewaard moest blijven. Men pleitte voor uitbreiding van de betreffende afdeling van het ministerie van justitie. Opmerkelijk was de vraag naar een actief repatrierings- beleid. Op dit punt zal men waarschijnlijk snel overeenstemming met de regering kunnen vinden. Kort hierna maakte staatssecretaris Korte-Van Hemel haar plannen tot verandering van het toelatingsbeleid bekend. Deze plannen leidden tot de intwerkingtreding van de veranderde asielprocedure op 16 april jongstleden. Voornaamste punt is ook hier een versnelling van de procedure. In de meeste gevallen wordt nu na een of twee dagen een beslissing genomen over eventuele toelating tot Nederland. Mensen die in een ander Westeuropees land al de mogelijkheid hadden asiel aan te vragen, worden teruggestuurd. Er wordt hierbij geen aandacht meer besteed aan de intenties van de asielvrager, aan de vraag of het andere land zichzelf als land van de eerste opvang beschouwt en aan de lengte van het verblijf in zo'n land - vaak niet meer dan enigeuren. De mening van Vluchtelingenwerk over de na 16 april ontstane situatie is niet erg positief. De nieuwe asielprocedure voldoet niet aan de vereiste zorgvuldigheid en rechtszekerheid van de asielvrager. Vluchtelingenwerk is weliswaar voor een snellere procedure, maar denkt daarbij aan een termijn van vier tot zes weken. Het ministerie van justitie loopt wel erg hard van stapel nu ze de beslissing in een à twee dagen laat nemen. In zo'n korte periode kan niet voldoende aandacht besteed worden aan eventuele argumenten en feiten die duiden op vluchtelingenschap, aldus de kritiek van Vluchtelingenwerk. Een negatieve beslissing op een asielaanvraag moet getoetst kunnen worden bij de rechter. Het is voorgekomen dat asielzoekers dit recht is onthouden. Zij zijn het land uitgezet ronder een advocaat te kunnen raadplegen. Alex Voets: "Het Nederlandse asielbeleid staat op gespannen voet met

het Vluchtelingenverdrag van Genève en voldoet niet aan de aanbevelingen van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties".

Plaatselijk bureau Ewald is een cultureel hervormingswerker, die enige jaren in het Midden-Oosten heeft gewerkt. Samen met zeven andere vrijwilligers en één parttime kracht runt hij het plaatselijk bureau van Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een niet al te grote ruimte in een buurthuis aan de Oude Gracht staat tot hun beschikking. Het is vrijdagmiddag, een van de drie zogenaamde "intake"-middagen. Vluchtelingen druppelen binnen. Medewerkers zitten klaar om hun met hun problemen te helpen. De medewerkers blijken gemiddeld twintig uur per persoon per week aan het werk te besteden, de parttime kracht is in werkelijkheid meer dan 40 uur per week actief. Het werk wordt als inspannend ervaren. Men is verantwoordelijk voor een eigen taakgroep. Er zijn taakgroepen op het gebied van huisvesting, gezondheidszorg, juridische zaken, documentatie en sociaal cultureel werk. In een taakgroep legt men zich toe op het deelaspect van het werk en coördineert dat ook. Verder moeten de bureaumiddagen bemand worden. Daarnaast kost het bijzitten bij verhoren van vluchtelingen door de p0litie zeer veel tijd. In 1986 kwamen er in Utrecht gemiddeld twee à drie vluchtelingen per week aan, nu zijn dat er zo'n twintig. Er wordt geklopt. Ton, een andere medewerker, komt binnen. Hij heeft vier mensen uit Jemen bij zich, die zeggen via Schiphol ons land te zijn binnengekomen. Volgens Ewald is dat onmogelijk, omdat de marechaussee op Schiphol iedereen opvangt. De mannen zeggen, dat zij al-

vorens in Utrecht te belanden eerst drie dagen zonder geld en papieren in Nederland hebben rondgelopen. Besloten wordt ze door te sturen naar de vreemdelingendienst en ze onder te brengen in de plaatselijke sleepinn.

Politie Vluchtelingen die zich melden op de Oude Gracht worden gevraagd naar afkomst, eventuele papieren en de vluchtroute. Voordat ze doorgestuurd worden naar de vreemdelingenpolitie krijgen ze een bewijs dat ze zich gemeld hebben. De vluchtelingen worden daarna met de papieren van de vreemdelingendienst naar de sociale dienst gestuurd voor een voorschot, want iedereen heeft voor de duur van de asielprocedure recht op een uitkering. Vluchtelingenwerk zorgt verder voor huisvesting en bij een negatieve eerste beschikking voor een advocaat. "Maar de begeleiding blijft verder summier omdat sinds 16 april eigenlijk iedereen wordt afgewezen", aldus Ewald. In eerste instantie blijft hij terughoudend als ik hem vraag naar de verhouding met de Utrechtse politie. In de praktijk wordt het verhoor van de vluchtelingen in Utrecht gedaan door een agent van de vreemdelingendienst. Uiteindelijk blijkt dat de relatie met de politie moeilijk en complex is. Er is een geval bekend waarbij een verhoor niet langer dan een half uur duurde. De zorgvuldigheid is dan ver te zoeken. Ewald: "De bejegening van de politie van vluchtelingen is soms verschrikkelijk. Ik zie de bevooroordeeldheid". Onder de huidige procedure gaat bijna alle tijd op aan het bijzitten bij de verhoren. De werkwijze is hier steeds meer aan aangepast. Ewald: "Er moest wel een versnelde procedure komen, maar niet zoals het nu gaat".


18

Traiskirchen, droevig symbool van Europees gesol met vluchtelingen Bij een vluchtelingenkamp denken velen aan DerdeWereldlanden, waar mensen in groten getale onder erbannelijke omstandigheden wachten op een betere toekomst. Televisiebeelden van mensen die wonen in zelfgemaakte ,,hutjes", die gebrek hebben aan water, voedsel, kleren en medische verzorging, blijven lang hangen. Veel minderbekendisdater opééndagreizenvanuit Nederlandeen vluchtelingenkamp is, waarmenseningrotestenengebouwen wonen, waar er genoeg is te eten en te drinken, waar voor klerenwordtge:wrgdenwaarmedischehulpaanwezigis. Toch leiden ook deze mensen geen volwaardig leven. Het beeld dat van dit kamp blijft hangen is vooral de geestelijke onvolwaardigheid. Het vluchtelingenkamp ligt in Oostenrijk in het stadje Traiskirchen, dertig kilometer ten zuiden van Wenen. Dat Oostenrijk zoveel vluchtelingen' heeft is niet zozeer een gevolg van het feit dat Oostenrijkers menslievender zijn dan andere Westeuropeanen. Maar op aandringen van de Geallieerden, met name van Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten, heeft Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog de grenzen opengesteld voor vluchtelingen uit Oostbloklanden. Dat waren in het begin voornamelijk "Volksduitsers" en later grote groepen vluchtelingen uit landen die grenzen aan Oostenrijk. Zo kwamen na de Hongaarse crisis van 1956 meer dan 180.000 Hongaren naar Oostenrijk, in 1957 bijna 10.00 Joegoslaven, in 1968 162.000 Tsjechen en in 1980198233.000 Polen. Naast de vluchtelingen uit Oostbloklanden, waaronder ook Roemenen, Albani!!rs en Bulgaren, heeft Oostenrijk sinds 1972 ook vluchtelingen uit andere delen van de wereld toegelaten, zoals uit Iran, Irak, Afganistan, Libanon, Vietnam, Turkije, Ethopië, Eritrea, Togo en Chili. De opvang houdt in dat vluchtelingen in Oostenrijk mogen blijven, totdat zij in een derde land (of in Oostenrijk zelf) asiel hebben gekregen. Oostenrijk is hiermee een transitland: vluchtelingen kunnen vanuit Oostenrijk asielaanvragen doen voor andere landen. Deze schakelfunctie

heeft Oostenrijk om humanitaire redenen op zich genomen. Maar het is en blijft afhankelijk van de bereidheid van andere landen om vluchtelingen op te nemen.

Kazeme-oomplex Hier wringt dan ook de schoen. In de praktijk gaan vluchtelingen vanuit Oostenrijk alleen naar de Verenigde Staten, Canada, Australi!! of Nieuw Zeeland. Het aantal vluchtelingen dat per jaar binnenkomt (ongeveer zesduizend) is veel groter dan het aantal dat asiel krijgt. De wachttijden zijn lang, de bereidneid om vluchtelingen op te nemen neemt af en de papiermolen draait langzaam.

Dit artikel is een reportage door Liesbeth Laman Trip over het opvangkamp Traiskirchen in Oostenrijk. Zij is studente onderwijskunde aan de RU te Leiden en heeft stage gelopen in Traiskirchen als vrijwilligster van het team van de YMCA I YWCA.

In Traiskirchen staat een gigantisch kazerne-complex dat stamt uit het begin van de 1ge eeuwen dat voor en tijdens de oorlog nog dienst heeft gedaan als nazi-opleidingscentrum. Het bestaat uit ongeveer twaalf gebouwen en is omringd door een groot hek. Vanaf 1956 fungeert dit complex vluchtelingenkamp. Als een persoon zich in Oostenrijk als vluchteling meldt en niet kan voorzien in eigen onderhoud, wordt hij naar Traiskirchen gebracht. Dat is de bijna dagelijkse routine, waardoor het kamp constant vol zit met ongeveer zestienhonderd vluchtelingen uit meer dan dertig verschillende landen. De overige vluchtelingen die

Kinderen in Traiskirchen . Voor velen een leven met een uiterst onzekere toekomst.


19

Oostenrijk binnenkomen worden ondergebracht in pensions en in kleinere kampen. Maar de opzet van Traiskirchen is echter uniek, zowel binnen Oostenrijk als andere Westeuropese landen, om de hoeveelheid vluchtelingen die erin verblijven en de mate van institutionalisatie. Traiskirchen is door de jaren heen namelijk een eigen leven gaan leiden. Het werd opgezet als een tijdelijke opvangplaats voor vluchtelingen. Helaas heeft het woord "tijdelijk" in dit verband een belangrijk deel van z'n betekenis verloren. Vluchtelingen die er verblijven krijgen een bed en eten. Geen zakgeld maar wel medische voorzieningen en toiletartikelen. Moeders met jonge kinderen kunnen babyvoeding krijgen .

Onderzoek Iedere vluchteling die het kamp binnenkomt, moet eerst twee weken in quarantaine verblijven. In die tijd wordt een medisch onderzoek uitgevoerd en voor zover mogelijk gecontroleerd' of de vluchteling geen crimineel verleden heeft. Als beide onderzoeken bevredigend worden afgesloten, krijgen de vluchtelingen een "lagerkarte". Dat is een soort identiteitsewijs, op vertoon waarvan zij het kampterrein mogen verlaten. Dat klinkt echter mooier dan het in werkelijkheid is. De meesten hebben gewoon geen geld om iets te doen. Alleenstaande mannen worden bij alleenstaande mannen ondergebracht. Alleenstaande vrouwen bij alleenstaande vrouwen en gezinnen mogen samen blijven. De mannen slapen in één groot gebouw (ongeveer 1000 mannen) in grotere en kleinere kamers varii!rend van zes tot zestien mensen op een kamer, waarbij de ruimte per vluchteling in alle gevallen ongeveer gelijk is aan 2,5 vierkante meter: iets meer dan de oppervlakte van een bed. De vrouwen wonen in kleinere barakken maar hebben evenveel ruimte per persoon. Een gezin deelt een kamer van ongeveer 15 vierkante meter, voor grote gezinnen zijn wat grotere kamers beschikbaar. De enige verplichting die de vluchteling heeft is zich een maal per week te melden bij het ophalen van de eetbonnen.

Het registratie-kantoor van Traiskirchen. Overvolle kaartenbakken als bewijs van de overbevolking van het kamp.

Minder kleurrijk. Het kamp ziet er op het eerste gezicht niet zo miserabel uit. Er staan bomen, er zijn bloemen en perken aangelegd, hier en daar spelen kinderen op het gras of zitten een aantal oudere mensen op een bankje te praten. Het doet eigenlijk vreemd aan om Oostenrijkers in uniform met wapen te zien rondlopen om de orde te bewaren. Maar bij een tweede blik vallen al een aantal minder kleurrijke zaken op. Veel ramen van de gebouwen zijn kapot, toiletten zijn verstopt en wasgelegenheden zijn minimaal. Maar wat het meeste indruk maakt is de apatische houding van de vluchtelingen. Er wordt in het kamp niet werkelijk geleefd. De mensen zijn nauwelijks te motiveren tot een zinnige tijdsbesteding. Nu zijn de mogelijkheden daartoe ook niet zeer groot. Een opleiding mogen ze niet volgen, afgezien van een cursus Engels, die overigens slecht wordt bezocht. Als de vluchtelingen Duits willen leren, moeten zij dat zelf regelen. Dat kost geld, wat ook weer voor veel vluchtelingen een probleem is. Een werkvergunning is voor vluchtelingen onbereikbaar. Maar het zwart-werkencircuit, waarvan zowel de Oostenrijker als de vluchteling profiteert, wordt oogluikend toegelaten door de Oostenrijkse autoriteiten. Het zijn vooral de mannen die hier gebruik van maken: veelal eentoning en gevaarlijk werk onder niet al te rooskleurige werkomstandigheden. Er gebeuren ongelukken waar niemand ter verantwoording voor kan worden geroepen. Vluchtelingen klagen dat het regelmatig ge-

beurt dat een werkgever niets betaalt. En dan zijn er ook nog de groepen voor wie het bijna onmogelijk is om werk te vinden, zoals de J oegoslaven (Albaniërs uit de provincie Kosovo). Voor vrouwen is er evenmin werk. Datgene wat wordt aangeboden is vaak te zwaar. Bovendien moeten ze vaak op de kinderen passen.

Spanningen De "wachtkamer-situatie" duurt meestal veel langer dan verwacht. Op z'n snelst kan iemand na een half jaar de vluchtelingen-status verkrijgen, wat inhoudt dat de vluchteling heeft bewezen gegronde redenen te hebben om in z~n eigen land vervolging te vrezen. Up grond daarvan kan een land deze persoon asiel verlenen. Helaas is het percentage dat deze categorie bereikt zeer klein. Eind vorig jaar was zeventig procent van de "vluchtelingen" in het kamp nog niet erkend als vluchteling. Meer dan tachtig procent krijgt bij het eerste verzoek om asiel "nee" als antwoord. Velen wonen al meerdere jaren in het kamp. Sommige mannen al een jaar of zeven. Voor moeders met kinderen is het bijna onmogelijk om asiel te krijgen. Niemand kan je vertellen hoe lang het zal gaan duren en àf het ooit wel zal lukken. Hierdoor ontstaan veel spanningen onder de vluchtelingen die regelmatig uitmonden in vechtpartijen, te veel drinken en soms zelfs in criminele activiteiten. Dit soort uitbarstingen is wel verklaarbaar. De vluchtelingen hebben totaal geen privacy. Mensen met verschillende culturele achtergronden


20

delen kamers en leven met elkaar op een betrekkelijk klein grondgebied. Zo ontstaan er machtsblokken. Een goed voorbeeld hiervan is de nogal grote groep Albaniêrs uit Joegoslavil!. De groep bestaat met name uit jonge mannen (16-25 jaar) en jonge gezinnen die ook veel als groep naar buiten treden. Door hun grote aantal hebben ze een bepaalde machtspositie in het kamp, waar niet altijd op even bescheiden manier gebruik van wordt gemaakt. Een andere groep waar veel spannin gen door ontstaan zijn de zigeuners uit voornamelijk Roemenië. Deze grote gezinnen worden door de andere kampbewoners niet als volwaardige vluchtelingen beschouwd. Ze worden genegeerd en kinderen wordt het verboden met zigeunerkinderen te spelen. Eén van de grootste scheldwoorden in het kamp is "zigeuner". Opvang Er is een organisatie die wil proberen de wachttijd van de vluchtelingen iets dragelijker te maken. Dat is de YMCA/YWCA, die in het kamp een barak hebben van waaruit zij allerlei activiteiten organiseren voor wwel kinderen als volwassenen. Dit werk wordt gedaan door een internationale groep van zes vrijwilligers en twee vaste medewerkers. Zes dagen per week is er "open huis", 's middags voor kinderen en 's avonds voor volwassenen. De vluchtelingen kunnen dan een spelletje spelen, knutselen, tv kijken of gewoon een praatje maken. Er zijn verscheidene groepen en er worden sportevenementen, filmavonden, concerten, uitstapjes en zelfs vakanties georganiseerd. Daarnaast is deze organisatie verantwoordelijk voor de inzameling van kleren bij allerlei organisaties en de uitgifte daarvan aan de vluchtelingen. Bovendien kunnen de vluchtelingen gebruik maken van de in de barak aanwezige naaimachines en typemachines. Ook in deze barak botsen de verschillende culturen regelmatig, maar vaak vallen de vijandige gevoelens ook weg. Het komt herhaaldelijk voor dat vluchtelingen van allerlei verschillende nationaliteiten gezamenlijk meedoen aan een zangavond of een schaaktoernooi. Maar ook de medewerkers van de

Kerstmis in Traiskirchen. Deze Poolse vluchtelingen maken er het beste van.

barak raken soms moedeloos wanneer zij nauwelijks animo vinden bij de vluchtelingen voor de activiteiten die zij organiseren.

schrijven, tekenen of een eenvoudig spelletje spelen. Zowel de lange wachttijden als de massaliteit van het kamp zijn mogelijke oorzaken van deze verschijnselen.

Niet meer weg Er is in het vluchtelingenkamp nog een vreemde tegenstrijdige tendens op te merken. Sommige vluchtelingen willen niet meer weg als zij eenmaal asiel hebben gekregen. Het gaat in dit geval om vluchtelingen die asiel hebben gekregen in Oostenrijk en daarna nog geruime tijd moeten wachten op woonruimte. Met name de jongere Albaniërs zijn w gewend geraakt aan de verbondenheid met landgenoten en het betrekkelijk verzorgde leven in het kamp, dat zij de stap niet meer aandurven om voor zichzelf een nieuw leven te beginnen. Deze jongeren zijn meestal direct vanuit hun ouderlijke omgeving of uit een studentenomgeving naar Oostenrijk gevlucht en velen hebben nog nooit alleen gewoond. Een ander voorbeeld zijn één-ouder gezinnen met schoolgaande kinderen (kinderen van de leerplichtige leeftijd gaan in principe, als er plaats is, naar scholen in de nabije omgeving van het kamp). In het kamp kunnen kinderen na schooltijd naar de barak van de YMCA/YWCA. De vader of moeder heeft zo de handen vrij om werk te zoeken. Buiten het kamp valt deze "beschermde omgeving" weg. Dit verschijnsel is een groot probleem, omdat het vluchtelingenkamp geen gezonde leefomgeving is, zeker niet voor kinderen. De achterstand van kinderen die een belangrijk deel van hun jeugd hebben doorgebràcht in het kamp op leeftijdgenoten van buiten is schrijnend. Er zijn voorbeelden van kinderen van negen jaar oud die niet kunnen lezen,

Nog lang bestaan Het ziet er naar uit dat het vluchtelingenkamp nog lang in z'n huidige vorm zal blijven bestaan. Misschien dat de huidige hervormingen in Oost-Europa een vermindering van het aantal Oostblokvluchtelingen tot gevolg zullen hebben. Ondertussen gaan met name de Verenigde Staten het aantal asielverstrekkingen aan vluchtelingen uit Traiskirchen verminderen. De wachttijden zullen naar alle waarschijnlijkheid nog langer gaan duren. Het blijft opmerkelijk dat de Westeuropese landen geen helpende hand toesteken. Vooral omdat de Europese regeringen bepleiten, dat vluchtelingen zoveel mogelijk in de eigen regio moeten worden opgevangen. Afgezien van de grote stroom Hongaren na 1956 komen er vanuit Traiskirchen nauwelijks vluchtelingen naar Nederland. Ook onze regering belijdt dus met de mond de regionale opvang als het over vluchtelingen uit andere delen van de wereld gaat, maar doet niets aan mensen" bij ons uit de buurt". Gelet op de toenemende terughoudendheid van de westerse landen om vluchtelingen op te nemen, zal in deze situatie maar weinig verandering komen. Het ziet er naar uit dat Traiskirchen blijft voortbestaan als een droevig symbool van het gebrek aan bereidheid in WestEuropa om vluchtelingen uit de eigen regio op te nemen. ("Jn dit artiker worden onder vluchtelingen verstaan ook zij, van wie nog niet is vastgesteld of hun vluchtmotieven gegrond zijn.)


WATISJASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. J ason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren "Verkiezingen en veiligheidsbeleid", Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West", "Internationaal terrorisme", en de "Atlantische betrekkingen". Ten tweede informeert Jason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen:

Jason Magazine is verder verkrijgbaar bij de volgende boekhandels:

Amsterdam: Madeleine de Bree 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-126939. Den Haag: Mariano Cantarella, 070-834278. Den Helder: Pieter Blank, 02230-25715. Eindhoven: Robert van den Heuvel, 040-833147. Groningen: Patricia Alma, 050-144195. Leiden: Henri-Paul Schreinemachers, 071-120236. Rotterdam: Jan-Jaap Bouma, 010-4132021 , Martijn Gurp, o1O-414086l. Utrecht: Yvonne Abrahamsen, 030-432190. Willem Fukkink, 030-430897

Amsterdam: Atheneum (Nieuwscentrum) Scheltema, Holkema, Vermeulen Den Haag: Boekelier (Venestraat) Bruna (Noordeinde) Eindhoven en regio: Hugo Jonkers Luda Boekhandel T.H. Boekhandel van Pierre/ Luda Kantoorboekhandel Jan Daams (Geldrop) Boekhandel Van de Moosdijk (Nuenen) Groningen: Wristers Boomker Boekhandel Scholtens Boekhandel Leiden: Jongbloed Kooyker Van Ginsberg Nijmegen: Dekker van de Vegt Academische Boekhandel Rotterdam: Donner E.V.R. Utrecht: Wristers Broesse Kemink

De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

r--------------------------------------------------------------------------87 / 3 Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam: Adres: Woonplaats: ........................................................................... ..... . Telefoon: ... ........................................................ ....... ..... ............. . (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


I

INDEXJASON 1986

W jJJjam Stott:

What Americans think about western Europe. Gert-Jan Stempher: Verslag van con ferentie over internatio-

naal terrorisme.

86/4. Internationaal terrorisme. Drs. AJ. Jongman :

Terrorisme onderdeel van gewelddadig men· selijk ged rag.

Mohammed AbuJeil:

"Weet u. wij Palestijnen hebben niets te verliezen".

87/1. De strijd tegen het kwade: Ideaal en macht van de islam.

Europa en het terrorisme: Geen compromissen mogelijk .

G.A. Wiegers:

(interview) Dr H Sonda:û en Mr. H. van Poorten:

R onnie NaftaniN: (interview) Robert Oakly: (interview)

.. I sra~l richt vergeld ingsacties op zenuwcentra terrorisme", Amerikanen zijn belangrijkste doelwitten voor 'terronsten .

86/5. Good news? Cheap 00. Bad news? Cheap 00. Mahmoud S. Rabbani: OPEC and the crash of the oil prices. E.J. Denekamp: The strategie role of petroleum for the West. Anthony H. Cordesman: The Gulf and the search for strategie stabil ity. Pieter J. Kulsen: A "fut u re" for the physical oîlmarket and oil

J ihad veel rijker begrip dan alleen gewapende strijd of Heilige Oorlog.

Dr. NecmeHin Erbakan: Islam moet wereldwijd het goede over het kwade laten zegevieren. Michael Stein:

Oorlog Iran-Irak onvermijdelijk gevolg van tegenstelling Perzen-Arabieren.

Dr. Herman Beek:

Theorie van de islam kent geen verschil tussen kerk en staat.

Dr. L .C. Biegel:

Islam itisch fund amentalisme spreekt vooral jongeren aan .

futures.

Peter Odell (interview): Cheap oil good news? Cheap oH bad news? Is the world oil-market controJled by a carte!. Drs. G.H.E. Verberg: Ir. L.C. van Wach em: Positie van Shell in Zuid-Afrika.

87 /2. China: isolationisme of openheid.

Drs. w.L. van WoerkomPolitieke klimaat na de dood van Mao: Chong:

86/6. De Atlantische betrekkingen: Hoe breed is de oceaan?

Interview:

Drs. A. w.M. Gerrits: Breuk in Westen zou voor Kremlin ook veel nadelige gevolgen hebben.

Interview:

Wicher Slagter:

Dr. P.M.E. Volten:

H. Kalmann:

Gebrek aan vertrouwen staat betere (interview) samenwerking in de weg.

Gert-Jan Scempher:

Drs. J.J.M. Penders: Vrees voor akkoorden "over Europa maar zonder Europa". Alan Jury/ Kevin HarrÎs: " Europa moet eerst orde op (interview) eigen zaken stellen".

Opklaringen met hier en daar een bui. Een supermacht die eigenlijk geen supermacht wil zijn . Campagne tegen bourgeois-liberalisme kan hervorm ingen niet terugdraaien. Zakendoen in China, kwestie van veel geduld en veel inspanning. Einde van het schoudervulling-loze tijdperk in het Hemelse Rijk. VS en West-Europa onderhandelen in nonnenklooster in Veldhoven. Verslag van J ason-simulatiespel.

------------------------------------,--------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

Jason Antwoordnummer 2187 2500 ZJ Den Haag

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 3  

Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 3  

Advertisement