Issuu on Google+

JAARGANG

OKTOBER NUMMER"

tionale Vraagstukken


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie onthoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname. Redactieleden kunnen echter wel op persoonlijke titel een artikelen schrijven. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Laan van Meerdervoort 96 2517 AR Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548. Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie. REDACTIE JASON-MAGAZINE Hoofdredacteur: Huib van Olden. Redactieleden: Gervaise Frings Chiel de Leeuw, Sam Muller, Eugèn van de Pas, Gert-Jan Stempher, Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: P. H. Coebergh. Vice-voorzitter: R. v.d. Meer.

Secretaris: W. van Sandick. Penningmeester: F. V.d. Heuvel. Public Affairs: C. Weiland. Algemene Zaken: S. Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. F.C.M. Caris. Mr. P.H. Goedhart. Mr. M.C. de Groene. Drs. M.C.A. Huisman. Drs. R. Hillebrand. Drs. A.M. Knaapen. F.J. Marcus. H.C. van Olden. Drs. A.M. van der Togt Drs. J.C. de Vries. Drs. D. H. Zandee. RAAD VAN ADVIES J .M. Bik Prof. dr. W. Dekker Prof. mr. J.F. Glastra van Loon Drs. G.J.J.M. Hayen Dr. A.M.C.Th. van Heel-Kasteel. C. C. van den Heuvel. H.A.M. Hoefnagels Mr. J.G.N. de Hoop Scheffer Drs. W.K.N. Schmelzer R. C. Spinosa Cattela. Prof. dr. A, van Staden Dr. H. Tromp Prof. dr. P.M.E. Volten Drs. L. Wecke ISSN 0165-8336

INHOUDSOPGAVE

REDACTIONEEL. Pag. 1 IN DE WAPENHANDEL GAAN ZAKEN BOVEN PRINCIPES. Gert-Jan Stempher over de ondoorzichtige politiek achter de internationale wapenhandel. Pag. 2 NEDERLAND GAAT BIJ AANSCHAF VAN MATERIAAL NIET OVER ÉÉN NACHT IJS. Interview met drs. ing. M. Vermaas, plaatsvervangend DirecteurGeneraal Materieel van het ministerie van defensie. Pag. 7 "WAPENHANDEL DE HARDSTE HANDEL DIE ER BESTAAT". Interview met Pistolen Paul Wilking. Pag. 12 "VOOR DE KLEINE HANDELAREN VALT ER NIET VEEL MEER TE VERDIENEN". Interview met Jules Engel, medewerker en lijfwacht van Pistolen Paul. Pag. 15 "NEDERLANDSE WAPENINDUSTRIE MOET NIET NOG GROTER WORDEN". Interview met A.B.M. Frinking, lid van de Tweede Kamer voor het CDA en voorzitter van de Noord Atlantische Assemblee. Pag. 17


1

Internationale wapenhandel Nederland voert officieel nog steeds een politiek van "selectief wapen-exportbeleid". In de praktijk blijkt daar echter weinig van. Ministers en staatssecretarissen vliegen af en aan om duikboten of fregatten aan het buitenland te slijten. Verder schijnt het de regering weinig te verontrusten dat Nederlandse bedrijven wapenembargo's ontduiken door te leveren aan landen die in oorlog zijn, zoals Iran en Irak. J ason Magazine verzocht het ministerie van buitenlandse zaken in een interview het Nederlandse standpunt ten aanzien van de wapenexport toe te lichten. Na een aanvankelijke toezegging weigerde het ministerie later alsnog om op ons verzoek in te gaan. Niet minder zwijgzaam waren de wapenproducenten, op Philips Defence Affairs na. Dit bedrijf stemde in met een interview, op voorwaarde dat J ason Magazine nog een ander bedrijf zou vinden, dat medewerking zou willen verlenen. Maar alle bedrijven die wij benaderden, zoals Fokker, DAF en Wilton-Feijenoord, zwegen als het graf. Wie zwijgt heeft waarschijnlijk iets te verbergen! Zijn deze bedrijven soms bang dat er nog meer naar boven komt dat het daglicht eigenlijk niet kan verdragen? Melchemie Arnhem is al eens veroordeeld wegenshetleveren van componenten voor gifgas aan Irak. Hollandse Signaal Apparaten (HSA) is veroordeeld voor het leveren van vuurgeleidingssystemen aan Iran. En deze zaken zijn waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg. Hetwordttijd dat de Nederlandse politiek haar weinig consequente houding ten aanzien van de wapenexport verandert. In de duistere wereld van de wapenhandel geldt: "Commercie boven principes". De Nederlandse regering kan zich, wat de wapenexport betreft, kennelijk uitstekend in deze stelregel vinden. GERT-JAN STEMPHER


2

HOUDING VAN NEDERLAND WEINIG CONSEQUENT

In de wapenhandel gaan zaken boven principes

Dit artikel is geschreven door Gert-Jan Stempher, redacteur van Jason Magazine.

"Ik. kan ook typen", verklaarde de beeldschone Fawn Hall,

secretaresse van Oliver North, voor de onderzoekcommissie van het lrangate-schandaal. Deze mooie vrouw was met haar superieur North de spil van de minder fraaie Amerikaanse wapenleveranties aan aartsvijand Iran. Dat over deze affaire zo veel ophef wordt gemaakt lijkt op het eerste gezicht terecht. Immers, Iran had de Verenigde Staten diep vernederd door Amerikaanse burgers maandenlang te gijr.elen in de Amerikaanse ambassade in Theheran. En nu bleek Amerika datzeUde Iran te voorzien van wapens voor de Iraanse Heilige Oorlog. Eenieder die zich echter wat meer verdiept in de internationale wapenhandel zal merken dat "lrangate"niet een op zichzeU staand incident is.

Diiver North, de spil in een opzienbarend wapenschandaal.

In de wereld van de wapenhandel worden geen morele principes gehanteerd, maar gelden alleen politieke en vooral commerci!!le belangen. Een goed voorbeeld hiervan is Isra!!l. Dit land voert op het gebied van de wapenhandel al jarenlang een "realpolitik", waarin commerci!!le belangen boven principes verheven worden. Sinds de jaren '70 is Isra!!l een belangrijke wapenexporteur. Vijftig tot zestig procent van zijn wapenexport gaat naar Zuid-Amerika. Argentini!! is, ondanks het feit dat dit land zelf een belangrijke wapenindustrie heeft, ĂŠĂŠn van Isra!!ls grootste afnemers. Na de Falklandoorlog, toen de VS een wapenboycot tegen Argentinil! instelden, kon Isra!!l goed doordringen tot de Argentijnse wapenmarkt. In 1981 leverde Israi!l zelfs veertien tot zeventien procent van Argentini!!'s bewapening. Dat Argentini!! na de Tweede Wereldoorlog een vrijplaats was geworden voor oud-nazi's en dat er tot op heden veel antisemitisme heerst, was klaarblijkelijk geen enkel probleem voor Isra!!l om Argentini!! van wapens te voorzien. Commercie boven principes! Het is president Alfonsin geweest die met de terugkeer naar een democratisch bestuur de militaire banden van Argentini!! met Isra!!l verbrak. Isra!!l heeft evenmin problemen om

banden van Isra!!l met de Zuidamerikaanse regio zijn dan ook afhankelijk van de overleving van rechtse militaire dictaturen. Isra!!l bezet op dit ogenblik de negende plaats op de wereldranglijst van de conventionele wapenexport.

andere repressieve regimes van wapens te voorzien, zoals Iran en ZuidAfrika, zonder dat dit overigens Isra!!l enig politiek voordeel oplevert. Door Isra!!ls "realpolitik" is dit land vaak geassocieerd met misdadige regimes. De politieke en economische


3 De oorlog tussen Iran en Irak. Ook Nederlandse bedrijven leveren wapens of goederen die militair gebruikt kunnen worden aan de strijdende partijen.

Absolute nummer één zijn de Verenigde Staten, gevolgd door GrootBrittanniê, dat in 1986 zijn wapenexport zou hebben verdubbeld ten opzichte van het jaar daarvoor. De totale waarde zou volgens de statistieken van het Britse ministerie 17,7 miljard gulden bedragen. De derde en vierde plaats zijn voor de Sovjetunie en Frankrijk.

Ontwikkelingslanden Een opmerkelijke plaats nemen de ontwikkelingslanden in. Hoewel de ontwikkelingslanden er niet of nauwelijks in slagen om hun enorme sociale en economische problemen op te lossen, blijken sommige wonderwel in staat een geavanceerde wapenindustrie op te bouwen. Het aandeel van de ontwikkelingslanden in de produkie en handel in conventionele wapens is de laatste jaren dan ook sterk toegenomen. De snelle opkomst van de ontwikkelingslanden op de wapenmarkt is eigenlijk te danken aan drie factoren: 1. Hun ruimere toegang tot en toene-

mende beheersing van de conventionele wapentechnologie. 2. De binnenlandse financiêle en economische problemen die hebben geleid tot wapenimportsubsitutie en pogingen om de deviezenvoorraad via wapenexport te vergroten. 3. Het toegenomen vermogen om met wapenproducenten uit de industrielanden te concurreren. Een voorbeeld is Braziliê met een geschatte wapenexport in 1983 ter waarde van twee miljard dollar. Dit land heeft ongeveer 350 bedrijven, waar in totaal meer dan 100.000 mensen werkzaam zijn, die militaire goederen produceren. Het succes van Braziliê en de ontwikkelingslanden is in dit verband opmerkelijk, gezien het grote aantal mislukte industrialisatiepogingen. Des te opvallender is dit succes, als men in beschouwing neemt dat de concurrentie in de wapenhandel moordend is en snelle technologische ontwikkelingen op wapengebied een constante innovatie vereisen. Zouden deze ontwikkelingslanden met dezelfde voortvarendheid te werk gaan ten aanzien van de industrialisatie van hun land, dan waren wellicht de sociale en economische problemen

waarmee zij te kampen hebben belangrijk minder geweest.

Rol van Nederland Een interessante vraag is welke de rol is van Nederland in de internationale wapenhandel Op het gebied van doorvoer en overslag speelt Nederland, en dan met name Rotterdam, een belangrijke rol. Dat Rotterdam een belangrijke doorvoerhaven voor wapens is heeft de stad niet alleen te danken aan de gunstige geografische ligging, maar ook aan het feit dat Nederland nauwelijks beperkende maatregelen kent voor doorvoer en overslag van wapens. Nederland heeft bepaald dat "doorvoergoederen" buiten het economische verkeer van Nederland blijven. Daardoor vallen zij onder de verant-

woordelijkheid van het land van herkomst. Zo kan militair materieel ongestoord via Rotterdam naar spanningsgebieden doorstromen. De enige beperkingen die ons land voor doorvoer en overslag van wapens kent, zijn de volgende: 1. Het VN-wapenembargo tegen Zuidafrika. 2. De verplichting om de doorvoer van vuurwapens en munitie, zoals omschreven in de vuurwapenwet, te melden bij de politie. Het ministerie van justitie moet worden geconsulteerd als de wapens voor militaire doeleinden worden gebruikt of als het om grote partijen gaat. 3. Als de expediteur niet over een uit- of doorvoervergunning beschikt uit het land van herkomst, wordt door het ministerie van Economische

ORDERS VOOR NEDERLANDSE WAPENEXPORT

Bron

,

in mi l j arden gulde ns

Ministerie van Ekonomische Zak en

~

~

~ ~1

~

~

' 82

' 83

~

~ ~l

~8 ' 76

' 77

' 78

'79

' 80

' 81

' 84

' 85


4

lo

• I

l

l

,I

IJ

,

I

I

1I1I

'111111

De fabriek van HSA in Hengelo, 's lands grootste defensie-producent.

Zaken een vergunning gel!ist als er militair materieel bij is betrokken uit westerse landen die zijn aangesloten bij de CoCom (Coordinating Committee for Multilateral Export Control) en bestemd voor de doorvoer naar communistische landen. Cijfers over de totale omvang van doorvoer en overslag zijn nergens bekend. Maar dat de omvang groot is en dat Nederland een belangrijke rol in de internationale wapenhandel speelt, lijkt duidelijk. Het beeld dat de Rotterdamse haven hèt centrum is van illegale doorvoer van wapens, lijkt echter overtrokken.

Nederlands wapenexport Behalve op het gebied van doorvoer speelt Nederland in toenemende mate een rol in de export van wapens. Zo blijkt uit cijfers van het ministerie van economische zaken dat de orderportefeuille de laatste jaren tussen de één en twee miljard gulden schommelt. Er is in ons land nog steeds sprake van een selectief wapenexportbeleid. In een uit 1975 door de toenmalige minister van buitenlandse zaken Van der Stoel geformuleerde nota "Ontwapening en veiligheid" staat dat Nederland slechts een beperkte

wapenindustrie heeft, die voornamelijk gericht is op de samenwerking in bondgenootschappelijk verband. Hetzij in de vorm van wederzijdse leveranties, hetzij door deelname aan gezamenlijke produktieprojecten. Nederlandse bedrijven die wapens willen exporteren, moeten bij het ministerie van economische zaken een vergunning aanvragen. Het ministerie van buitenlandse zaken toetst deze aanvrage vervolgens en gaat na in hoeverre hierbij een "spanningsgebied" is betrokken. Onder een spanningsgebied vallen de landen die bij een gewapend conflict zijn betrokken of waar het gevaar aanwezig is dat de wapens worden gebruikt voor onderdrukking van de eigen bevolking.

Niet zo nauw Dat sommige bedrijven het niet zo nauw met deze verordening nemen, bleek onlangs uit de veroordeling van een toch gerenommeerde onderneming als Holland Signaal Apparaten (HSA), een dochteronderneming van Philips in Hengelo. HSA, de grootste militaire producent van Nederland, werd veroordeeld wegens illegale levering van onderdelen voor vuurgeleidingssystemen aan Iran in de periode 1982-1984. Het be-

drijf kreeg een boete van twee ton en een adjunct-directeur werd veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf en een boete van 10.000 l!ulden. Bovendien loopt er een gerechtelijk vooronderzoek tegen Muiden Chemie. Deze onderming zou explosieven ter waarde van ongeveer 44 miljoen gulden aan Irak hebben geleverd. Ook werd het Arnhemse bedrijf Melchemie door de overheid beboet met 100.000 gulden, omdat het illegaal componenten voor gifgas aan Irak heeft geleverd. Voorts zou de onderneming Odelft voor 40 miljoen aan nachtkijkers naar Libil! hebben gel!xporteerd. Bovengenoemde ondernemingen gebruikten allerlei sluipwegen teneinde de exportbeperkingen te ontlopen. HSA bijvoorbeeld stuurde zijn vuurleidingen voor kanonnen en raketten eerst naar Engeland met papieren voor Nigeria. Het was evenwel niet Nigeria dat de wapens ontving, maar Iran. Muiden Chemie leverde zijn explosieven vanuit Nederland aan Duitsland (Bremen) en vervolgens aan Joegoslavil!, van waaruit de vracht per schip naar Kenia zou gaan. In werkelijkheid werden deze explosieven in Iran afgeleverd. Ondanks het verbod om aan landen te leveren die in een oorlog zijn ver-


5 In de wapenhandel gelden geen

I

principes. Daarom worden ook groepen

bewapend, die voor hun strijd kinderen inzetten.

wikkeld, wordt door Nederlandse ondernemingen dus flink geld verdiend aan het conflict tussen Iran en Irak. Het is trouwens niet erg moeilijk om illegaal te exporteren. Een paar vervalste facturen zijn zo getypt. Controle vindt pas plaats door middel van een steekproef of een gericht onderzoek bij een verdacht transport. Het is voor ondernemingen die wapens uitvoeren ook mogelijk de Nederlandse beperkingen te ontlopen door naar een dochteronderneming in het buitenland te exporteren en van daaruit aan spanningsgebieden te leveren.

... ,

-

-~----

--

"11 'r ',

-

~

Strategische goederen Het ministerie van economische zaken, belast met het afgeven van exportvergunningen' hanteert een lijst van militaire goederen van het uitvoerbesluit strategische goederen. Over deze lijst bestaan nogal wat onduidelijkheden. Goederen die net buiten de normen van de lijst vallen, maar wel geschikt zijn als militaire goederen, worden vrijgesteld van een vergunning. Export van wapens naar NAVO-landen wordt niet getoetst op spanningsgebieden, zodat bij voorbeeld vanuit Duitsland wel weer naar een spanningsgebied geleverd kan worden. "DuaI use" goederen, goederen die zowel voor civiele als militaire doeleinden gebruikt kunnen worden, vormen een apart probleem. Het gaat hier vaak om componenten. Het valt erg moeilijk te controleren of deze componenten daadwerkelijk worden gebruikt in militaire apparatuur. Meestal vallen deze componenten niet onder de lijst van militaire goederen, maar onder de veel ingewikkelder tabel van strategische goederen. De overheid, die altijd te goedertrouw is geweest, heeft een onvolledig beeld van de totale omvang van de wapenexport. Maar dat er een intens gebruik wordt gemaakt van de mazen in de wet lijkt duidelijk.

Kleine wapens Niet alleen in het groot wordt grof geld verdiend aan de wapenhandel. Ook in de kleine wapen- en vuurwapenhandel bestaat een illegaal circuit. Naar verluidt zouden de meeste wapens afkomstig zijn van diefstal van Amerikaanse militairen in West-

Duitsland. Deze wapens komen in kleine partijen de grens over. In de misdaad valt het op dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van vuurwapens. Het meer openstellen van de grenzen en het feit dat ieder land een verschillende wapenwetgeving hanteert, hebben zeker aan deze ontwikkeling bijgedragen. Nederland telt op dit ogenblik zo'n 200.000 geregistreerde wapenhouders. Het aantal illegale wapenbezitters is moeilijk te schatten. Wel is bekend dat vorig jaar zo'n 4.000 illegale wapens in beslag zijn genomen. Op het bezit van een verboden vuurwapen staat slechts een gevangenisstraf van drie maanden en op de handel in illegale wapens maximaal vier jaar. Mede door het schrikbarende aantal schietpartijen met dodelijke afloop is Justitie wakker geschrokken en worden als gevolg daarvan binnenkort de uit 1890 stemmende

wapenwet en de uit 1919 daterende vuurwapenwet herzien. Een verscherping van de strijd tegen de illegale wapenhandel is hard nodig wil Nederland niet in Amerikaanse toestanden verzeilen, waar burgers zich proberen te beschermen door wapens te dragen. Anders ontstaat een spiraal van geweld waarin de gewone burger zich een wapen aanschaft en de overvaller en de inbreker op hun beurt weer gewapend op pad gaan. Er kunnen zich wat dit betreft eigenaardige toestanden voordoen zoals onlangs in New York waar een zekere Bernhard Goetz het recht in eigen hand nam en drie jongens in de metro neerschoot omdat hij zich bedreigd voelde. Deze Bernhard Goetz, thans samen met Oliver North nationale volksheld in de Verenigde Staten, is recentelijk door een jury vrijgesproken van moord.


6

Schietvereniging Een eenvoudige manier om in Nederland legaal aan wapens te komen is het lidmaatschap van een schietvereniging, waardoor men automatisch een wapenvergunning bemachtigt. Deze als paddestoelen uit de grond schietende verenigingen zouden eigenlijk door de overheid aan banden moeten worden gelegd. Maar bovenal zou de regering zelf maar eens het goede voorbeeld moeten geven. Want ondanks het bestaan van een nog steeds officieel standpunt van selectieve wapenexport, doen de ministers hun uiterste best om Nederlandse duikboten, mijnenvegers of ander wapentuig te slijten. Behalve dat de regering hiermee een inconsequente politiek voert, schijnt zij zich ook weinig zorgen te maken over de aan het licht gekomen incidenten rond de wapenleveringen van Nederlandse bedrijven aan landen die met elkaar in oorlog zijn. Deze incidenten vormen zeer waarschijnlijk maar een topje van de ijsberg. Niettemin worden er nauwelijks stappen ondernomen om Nederlandse bedrijven met betrekking tot de wapenexporten strenger te controleren. Eigenlijk voert Nederland net zo'n "realpolitik" ten opzichte van de wapenexport als Israi!l. Er is evenwel een verschil. Wij houden de schijn op het brave moralistische landje te zijn. Maar ondertussen verkopen we wapens aan iedereen die ze wil hebben. Dat kan men, hoe men dan ook tegen Isra!!ls "realpolitik" aankijkt, van de Israi!liers niet zeggen. De belangrijkste Nederlandse ondernemingen die zich bezig houden met militaire produktie en export zijn:

SCHEEPSBOUW: VAN DER GIESSEN-DENooRD: Mijnenvegers en mijnenjagers. Van de totale omzet (tussen de /300 en/400 miljoen) komt ongeveer een derde voor rekening van de marinebouw. Dit jaar worden 100 van de 350 arbeidsplaatsen in de marinebouw geschrapt als gevolg van het uitblijven van opdrachten. DE SCHELDE: Fregatten. De aandelen van De Schelde zijn in handen van de Nationale Investe-

rings Bank (90 procent) en de provincie Zeeland (10 procent). Totale omzet ongeveer / 500 miljoen, waarvan / 200 miljoen in de sector scheepsnieuwbouw (marineschepen). In die sector werken ruim 1000 mensen. WILTON FIJENooRD: Marineschepen, onderzeeboten. Omzet ongeveer / 350 miljoen. Totaal 1600 werknemers van wie 550 in de marinebouw. RDM: Onderzeei!rs (Walrus), modificatie van houwitsers. Aandelen zijn indirect in handen van de staat. Ruim 1200 van de in totaal 1500 werknemers zijn betrokken bij defensieoP<irachten. De omzet schommelt rond de /300 miljoen.

VLIEGTUIGEN: FOKKER: Militaire varianten eigen vliegtuigen, F-16, luchtverdedigingsraketten, reparatie, revisie en modificatie. De produktie van de F -27 en F -28 is gestopt. Gezocht wordt naar klanten voor de maritieme uitvoering van de nieuwe F -50. De "militaire" omzet van Fokker bedraagt op dit moment enkele honderden miljoenen guldens. Het gaat daarbij om enkele honderden arbeidsplaatsen.

KRUIT EN MUNITIE: MUIDEN CHEMIE: Kruit. Aandeelhouders zijn de Westduitse Dynamit Nobel Groep (50 procent) en de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabrieken (50 procent), waarvan de staat weer voor de helft aandeelhouder is. Omzet onbekend. Aantal werknemers: 380. EUROMETAAL: Munitie. Aandelen voor 70 procent in handen van de staat. Omzet in 1985: / 189 miljoen. Ongeveer 1000 werknemers. DE KRUITHOORN: Munitie. Dochterbedrijf van het Duitse Rheinmetall. Omzet vorig jaar / 95 miljoen, 350 werknemers. Ongeveer 70 procent van de produktie gaat naar het Duitse leger.

Fawn HaJl deed meer dan aJleen typen.

sonar- en vuurleidingssystemen, communicatieapparatuur, informatieverwerkende systemen. De belangrijkste zelfscheppende defensie-industrie in ons land. Dochteronderneming van Philips (99 procent, 1 procent staat). Ongeveer 6000 werknemers. PlllLIPS: beeldversterkers, nachtzichtapparatuur, warmtebeeldcame-

ra's. Philips geeft geen omzetciifers van de individuele dochterbedrijven. Philips heeft, behalve in Nederland, zelfstandig opererende "militaire" bedrijven in Frankrijk (TRT), Verenigde Staten (Magnavox), Belgi!!, Engeland, Duitsland en Zweden (PEAB). De totale omzet van de defensietak van de multinational is ongeveer 6 procent van de totale concernomzet, die vorig jaar / 55 miljard bedroeg.

OPTISCHE APPARATUUR: DE OUDE DELFT (OLDELFT): helderheidsversterkers, laser-afstandmeters. Omzet in 1985: /228 miljoen, op dit moment ongeveer 1400 werknemers (inclusief civiele produktie zoals apparatuur op het gebied van medische diagnostiek en inclusief dochterbedrijven in het buitenland).

VOERTUIGEN:

ELEKTRONICA

DAF: trucks, landingsgestellen F-16, onderdelen helikopters. Naar schatting zijn ongeveer 450 werknemers van DAF betrokken bij de produktie van militaire goederen.

HOLLANDSE SIGNAAL: Radar-,

(Bron: NRC-Handelsblad)


7

Nederland gaat bij aanschaf van materiaal niet over ĂŠĂŠn nacht ijs Defensie als wapenconsument. Over dit vraagstuk had Jason Magazine een gesprek met dhr. Vermaas die als plaatsvervangend DirecteUl"6eneraal Materieel nauw is betrokken bij alle aankopen van wapens die ons land doet. Uit zijn woorden blijkt dat een lange weg moet worden gevolgd, alvorens het Nederlandse leger een nieuwe tank koopt. ,.Allereerst moet er een behoefte worden onderkend Dit gebeurt via het Defensie Plannings Proces (DPP). Er worden lo-jaren plannen gemaakt, waarvan men de ongek1assificeerde versie kan terugvinden in de defensie-nota en de bi,jbehorende memorie van toelichting" , aldus Vennaas. "Hierover wordt vervolgens in het parlement gesproken. Daarna ligt de behoefte vast. Dit hele proces is al achter de rug als de materieel-sector aan zijn werk begint. Die begint pas als iedereen het er over eens is dat er iets nieuws moet komen op het gebied van bewapening. Zo zie je dat het aankopen van wapens een lang proces is, waarbij de duur van het proces natuurlijk mede bepaald wordt door het soort wapens. Als je praat over de grotere wapensystemen is een ontwikkelingstijd van tien jaar niet ongewoon. Tel daarbij de tijd dat je een dergelijk systeem gebruikt, dan praatje al gauw over een tijdspan van dertig jaar. Dit alles heeft tot gevolg dat de hele procedure en de manier van denken bij ons gericht is op een lange-termijn-perspeetief" . Vermaas: "Om op het verschil in de manier van aanschaf tussen de grote en de kleine wapensystemen terug te komen: uit de Frans-Duitse samenwerking zou een helikopter kunnen rollen. Ook daar kijken wij naar, alhoewel de tot nu toe gepubliceerde kosten over dit project voor ons te hoog zijn. Een ander project is het NFR 'go-project; een fregatten-project voor de jaren negentig, waarin een zeer groot aantal landen met elkaar nagaat of we tot een gezamelijk ontwerp kunnen komen. De situatie op de werven is niet zodanig dat alle landen snel geneigd zullen zijn om schepen te kopen die in het buitenland gemaakt zijn. Door tot een geza-

'.' .- -

.-.

""""'-;-- -...- -.

os:::

-..

In terview met drs. ing. M. Vermaas, plaatsvervangend Directeur-Generaal Materieel van het ministerie van defensie, door Sam Muller en Erik Thomas, redactieleden van Jason Magazine.

De Nederlandse mijnenvegers die op weg zijn naar de Golt Een goed voorbeeld van internationale s.amenwerking blĂŻ de produktie van wapens.


8

De Leopard II-lJlnk is de beste IJlnk die er in de wereld te koop is.

melijk ontwerp te komen kan je samenwerken, en toch de schepen zelf bouwen. De mijnenjagers die nu naar de Golf gaan zijn een goed voorbeeld van een dergelijke samenwerking. De romp komt uit Nederland, de rest is voortgekomen uit goed geslaagd samenwerkingsverband".

Welke wapens? Jason: Maar om terug te komen op de behoefte-bepaling, de allereerste link in het proces; hoe komt die behoefte uit de verschillende krijgsmacht-onderdelen naar boven? Hoe komt de materieeJsector te weten dat er bepaalde wapens in de praktijk niet meer aan de eisen voldoen? Vermaas: "Per krijgsmacht-onderdeel zitten in de top een aantal mensen die mede-verantwoordelijk zijn voor het behoefte-vaststellingsproces: de Chef Staf (de operationele man), de Directeur-Materieel, de Directeur-Economisch Beheer, en de Directeur-Personeel. De Chef Staf is de man die binnen ĂŠĂŠn krijgsmachtonderdeel hoofdverantwoordelijk is voor het behoefte-vaststellingsproces. Als deze behoefte is vastgesteld, dan behoort het tot de verantwoordelijkheid van de Directeur Materieelom die behoefte te realiseren". "Het directoraat materieel is een centrale organisatie die een algemeen aankoopbeleid ontwikkelt en de politieke leiding adviseert. De Directeur Generaal heeft een hele grote

staf. Al deze mensen gaan er op uit om te onderzoeken wat er zoal van een bepaald produkt te koop is en van wie. Zij kijken ook wie er in staat is om een bepaald produkt te gaan ontwikkelen en doen onderzoek naar mogelijke samenwerkingsverbanden met bondgenoten. Onze landmacht werkt duidelijk nauw samen met de Duitse landmacht, terwijl onze marine duidelijk voorkeur heeft voor het samenwerken met de Engelsen. Hieruit moetje niet afleiden dat de gekozen samenwerking altijd een keuze op voorhand is, maar het lijkt me wel evident dat een nauwe samenwerking met je bondgenoten zijn voordelen heeft. Uiteraard proberen we onze blik zo breed mogelijk te houden. Daar neemt Nederland eigenlijk een vrij unieke plaats in Europa mee in", aldus Vermaas.

Tegenorders "Op het gebied van de wapenaanschaf zijn wij een van de meest liberale landen. De koopmansgeest uit de zeventiende eeuw leeft wat dat betreft nog. Wij laten ons het meest leiden door de primaire aspecten als prijs, kwaliteit en levertijd. Er is geen land in Europa waar zoveel krijgsmachtmaterieel in het buitenland wordt gekocht als ons land. We moeten voorkomen dat Nederlandse bedrijven gaan denken dat zij zowieso de order zullen krijgen, hoewel het wel zo is dat we proberen om het geld dat we uitgeven, zoveel moge-

lijk ten goede te laten komen aan de Nederlandse economie. Daarmee zijn wij uitgekomen op een systeem waarbij we, als we in het buitenland kopen, proberen dat land ertoe te bewegen om ook een order in Nederland te plaatsen. Door dit systeem houd je de prikkel van het marktmechanisme in stand, terwijl je niet een duidelijk negatief effect op de nationale economie hebt".

Jason: Hoe is de verhouding tussen het Directoraat Materieel en hetparlement, dat uiteindelijk het groene licht moet geven voor elke aanschaf? Vermaas: "Het hele proces, van de behoefte-bepaling tot aan de werkelijke aanschaf, is veel transparanter dan men denkt. Het proces binnen Defensie mondt uit in een aanbeveling aan de staatssecretaris van defensie, de politiek verantwoordelijke voor materieel-zaken. Hij neemt alles in ogenschouw en schat de haalbaarheid ruw in. Vervolgens wordt er door ons (het Directoraat Materieel) een Situatie Rapport geschreven. Dit is een brief aan het parlement met de plannen en een zeer uitgebreide bijlage, waarin de aspecten die een rol hebben gespeeld bij de keuze voor een bepaald systeem worden uiteengezet. Zo'n Situatie Rapport is een openbaar Kamerstuk, en dus voor iedereen toegankelijk. In het begin van het jaar krijgt het parlement een lijst met de plannen


9

waar wij het komende jaar aan zullen gaan werken. Op die lijst staat tevens vermeld wat het parlement het komende jaar ter goedkeuring kan verwachten. Deze vooraankondiging wordt per project in het Situatie Rapport uitgewerkt. Door dit systeem komt het zelden of nooit voor dat de aankoop van een wapensysteem op het laatste moment door een parlementair veto wordt getroffen. Want in de hoofdlijnen kent men de plannen al ruim van te voren".

Concreet voorstel Vermaas: "Als alles goed gaat, dan komt op het geplande moment het concrete voorstel voor een bepaald project, waarbij precies vermeld wordt: - om welk project het gaat; - de eventuele mogelijkheden tot samenwerking; - de wapenbeheersings aspecten; - de kosten en de voorkeuren; Dat gehele beeld gaat naar het parlement, dat het nauwkeurig gaat bestuderen. Soms (maar zelden) stemt het parlement gelijk in, maar meestal wordt er door de staatssecretaris een nader gesprek met de vaste kamercommissies gehouden. Mochten er dan vragen of knelpunten zijn, dan worden die meestal ter plekke besproken, uitgewerkt en omlijnd. Daarna beslist het parlement. Over het algemeen zijn er dan weinig problemen meer. Als de vaste kamercommissies er niet uitkomen, dan wordt er in een plenair debat besloten.

den met geld nemen de Leopard II. Saoedi-Arabi!! bijvoorbeeld wilde dolgraag deze tank voor zijn legers hebben. Maar door het export-beleid van West-Duitsland èn hun verhouding met de landen in het Middenoosten, waarbij met name Isra!!l een belangrijke rol speelt, werd levering verhinderd. Voor Egypte en nog een aantal andere landen kan hetzelfde verhaal worden afgestoken". Jason: Indien er zich problemen voordoen, hoe ontdekt men ze en hoe worden ze opgelost?

Vermaas: "De oorzaak van veel problemen in het verleden is gelegen in het teveel afwijken van standaardontwerpen. Dit is een les die Defensie geleerd heeft en dit heeft tot gevolg gehad dat er erg goede redenen moeten zijn, willen specifiek Nederlandse modificaties door de leiding die over de aanschaf beslist worden goedgekeurd. Een andere bron van problemen is het speciale gebruiksdoei dat enkele voertuigen hebben. Deze met het speciale gebruik samenhangende problemen proberen wij zo pragmatisch mogelijk op te lossen. Vaak wordt daarbij de fabrikant

en het in Nederland aanwezige wetenschappelijk potentieel ingeschakeld, zoals TNO en de Technische Hogescholen. Dit laatste gaat echter niet op voor het vliegend materieel; bij vliegtuigen is het namelijk ondenkbaar dat er ook maar ĂŠĂŠn modificatie plaatsvindt zonder toestemming van de fabrikant".

Geheime rapportage "Het op het spoor komen en de kanalisatie van de problemen is een volgende fase. Er bestaat in Nederland een geheim rapportage-systeem over de inzetbaarheid van de diverse wapensystemen dat grafisch weergeeft hoe een bepaald systeem zich ontwikkelt. Deze grove parameter maakt het nemen van gerichte maatregelen mogelijk. Voor een goed materieel-technisch onderhoud is een goed rapportagesysteem op een lager niveau echter onontbeerlijk. Daarom bestaat op dat lager krijgsmachtniveau een gedetailleerder systeem dat met behulp van computers het optreden van gebreken binnen het materieel bestand zichtbaar maakt. De automatisering stelt ons in staat eventuele patronen van gebreken er uit te lichten, iets

Jason: Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de media zich graag op (de mogelijke) aanwezigheid van gebreken in het defensiematerieel werpen. Zo is er het een en ander te doen geweest over de kwaliteit van de Leopard II. Terecht?

Vermaas: "De Leopard II-tank is de beste tank die er in de wereld te koop is. Nu kan het best wel zijn dat er nog wat op aan te merken is, maar dit geldt voor alle zaken die men aanschaft. Nogmaals, de Leopard II is de beste die er is. In de VS hebben ze dan wel de MI-tank gekocht, maar bij de beproevingen samen met de Leopard II kwam laatstgenoemde er wel beter uit. En het blijkt ook: lan-

.. De reS! kU IlI U wel opruimen. Deze nicuwe rake. hed. he. zelfde effen"


10

co-producent deel aan de ontwikkeling van het project.

wat vroeger bij de hand-rapportage veelmoeilijkerzonietonrnogelijk was. Rapportagesystemen met behulp van de computer hebben de toekomst vast in handen. Een terrein waar dat nu al duidelijk is, is de vliegtuigsector. De Koninklijke Luchtmacht maakt sinds enige tijd gebruik van een door de Amerikanen ontwikkeld rapportage-systeem, waarin alle factoren die bij defecten van de F-16 een rol kunnen spelen zijn opgeslagen. Zij hebben zelf een basisbestand waarin data van alle F-16's waar ook ter wereld zijn opgeslagen en stellen hun bondgenoten in staat de informatie van dit bestand te gebruiken. Deze internationale uitwisseling van gegevens stelt ons in staat een analyse te maken van het feit dat de Denen bijvoorbeeld problemen kunnen hebben die wij niet hebben en omgedraaid. De oorzaak van zo'n verschijnsel kan gelegen zijn in een speciaal gebruik, een andere opleiding, onderhoud etc. Is de oorzaak van het probleem gelokaliseerd, dan worden de mannen die het dichtst bij het operationele gebruik staan erbij gehaald. Alleen piekeren achter een bureau hier in Den Haag heeft niet veel zin".

Technische vooruitgang Jason: Wordt door de enorm snelle technische vooruitgangdeontwikkelingscyc1us niet veel korter? "Zeker, maar het effect is niet voor iedere verschillende cyclus hetzelfde. Voertuigen kan men gedurende zeer lange tijd, soms zelfs te lang, gebruiken omdat de basisfunctie nog steeds vervuld wordt. Het voertuig zal wel steeds vaker kapot gaan en onderdelen zullen moeilijker te krijgen zijn, maar met geld en pragmatisch handelen blijft de basisfunctie in stand. Dit gaat niet op voor de wapensystemen in de elektronicasfeer. Hier is de ontwikkeling van de dreiging belangrijk en wel in het bijzonder wat het effect hiervan op sonunige segmenten is. Gevoelige segmenten worden dan vervangen".

Jason: De consequentie van de snelle technische vooruitgang voor de grote wapensystemen is dat zij eigenlijk continue aan vervanging onderhevig zijn. Zal die snellere vervanging de waarborgen binnen de democratische besluitvorming niet aan fEsten ? Verrnaas: "Dat valt mee, alhoewel ik toegeef dat er in het verleden, ik

noem de Walrusaffaire, wel problemen zijn geweest. De spanning tussen de snelheid en de waarborgen is niet nodig, want ook hier geldt de procedure waarbij het parlement nauw betrokken is en die ik hiervoor heb omschreven. Er ontstaan natuurlijk wel problemen indien deze procedure niet gevolgd wordt en je later er achter komt dat de kosten niet zo zijn als je ze gepland hebt. Er is dus genoeg tijd voor consultatie met het parlement waarbij het belangrijk is datje duidelijk bent omtrent de kosten en tijd. Een kwestie die verbonden is aan de vervanging en wel voor hoofdbrekens kan wrgen is de defenil!ring van een project. Wat is een project? Of bij een fregat als project ook de kade, de magazijnen aan land, het personeel en dergelijke hoort is voor de bepaling van de consequenties die een project met zich mee zullen brengen een gewichtig punt. Maar ook hier: geef zo goed mogelijk aan wat je zeker weet, watje plant en watje gaat onderzoeken".

Wapenproducenten Jason: Hoegrootisdeinvloed van de wapenproducenten op de democratische besluitvorming?"


11

Vermaas: "De geld belangen zijn groot. Maar wij zitten voor wat betreft deze kwestie in een heel goede positie. Natuurlijk hebben wij in het verleden ons lesgeld wel betaald, want er zijn dingen voorgevallen die parlementair onderzoek noodzakelijk maakten. Ik noem hier de Commissie van Drie rond de Starfighteraffaire, waar overigens nooit echt een conclusie uit is gekomen. Defensie kwam er in dit onderzoek trouwens goed uit, want het waren eerder "anderen" die mogelijk boter op hun hoofd hadden. Wij proberen onze ambtenaren zoveel mogelijk tegen dergelijke invloeden te beschermen. Het Nederlandse en het buitenlandse bedrijfsleven kennen onze strikte regels en de eveneens strikte controle daarop. Er bestaan in grote lijnen vier metho-

den om eventuele ongewenste invloeden van het bedrijfsleven te weren. Allereerst weten de bedrijven dat ontdekking van onzuivere praktijken van hun kant onverbiddelijk uitsluiting van levering ten gevolge heeft. Door de mogelijkheid het eigenbelang enorm te schaden, worden mensen natuurlijk erg voorzichtig. Daar komt bij dat onze procedures dusdanig zijn, dat het voor één individu erg moeilijk is om de uitkomst van een project in beslissende mate te beïnvloeden. Zelfs voor onze staatssecretaris is dat nauwelijks te doen, want er liggen zoveel feiten die, ondanks een eigen oordeel, niet te negeren zijn. De derde methode wordt gevormd door de Bureaus Bijzondere Opdrachten. Zij hebben als taak de naam en goede faam van Defensie in

Amerikaanse tanks arriveren voor een oefening in Europa. Standarisatie van de gebruikte wapensystemen is een van de overwegingen blï de aanschaf van nieuw materiaal.

----

--- --

stand te houden, door beoordeling van procedures, het nemen van steekproeven en controleren van de uitvoering. Als laatste; wij hebben duidelijke regels omtrent wie met het bedrijfsleven over een bepaald project praat en dat gebeurt ook nooit alléén. Een kwestie van zelfbescherming. Het inbouwen van dit soort beveiligingen is van levensbelang voor iedereen, ook voor de staatssecretaris. Concluderend zou ik willen zeggen dat ondanks wat gerotzooi laag bij de grond, een kwaad dat in iedere organisatie voorkomt en wat alleen met politiestaatmethoden te voorkomen is, bij de grote wapensystemen iets heel raars moet gebeuren wil er viezigheid ontstaan".


12

PISTOLEN PAUL LEVERDE AAN BENBELLAENPAPANDREOU

"Wapenhandel de hardste handel die er bestaat"

Interview met Pistolen Paul door Hans-Paul Andriesen, redactielid van Jason Magazine.

Paul WIlking, alias Pistolen Paultje. Wapenhandelaar en huurling. Tot voor tien jaar was deze Amsterdammer een druk bezet man Hij leverde aan het Front de LibĂŠration Nationale van Ben BeIla tijdens de Algerijnse oorlog en aan de opstandelingen tegen de kolonels in Griekenland De laatste jaren heeft hij het erg rustig. De handel in verdovende middelen heeft de wapenhandel verpest. ,,Er is veel te veel controle op alles", aldus WIlking. Een zwaar verstevigde deur waarboven een videocamera hangt, geeft toegang tot de woning van Paul WIlking in Amsterdam. Langs de rode trap

naar boven aan weerszijden ingelijstefoto'svan de gastheer, in

het gezelschap van bekende Nederlanders zoals Lee Towers, Rudi Carell en Johnny Kraaykamp. Jason: Heeft u er een verklaring voor dat er de laatste tijd in de media zoveel aandacht wordt geschonken aan de internationale wapenhandel?

"Nee, die gaan meer de kant van Li-

Wilking: "Neen, door de eeuwen heen is er vraag naar wapens geweest. Mensen willen elkaar uitroeien, dat is altijd zo geweest".

Rotterdam Jason: Hoe zit het met de positie van Rotterdam als doorvoerhaven van illegale wapens?

Jason: Neemt het illegale wapenbezit toe in Nederland?

"Via Rotterdam gaat het niet meer zo gemakkelijk als vroeger. Toen werden landbouwmachines uitgevoerd en zaten er wapens in de kisten. Door

"Ik vermoed van wel. Vooral handvuurwapens. Als je een juwelier bent, wil je toch iets in huis hebben. De mensen willen zich niet laten afslachten, zoals laatst met die pompbedienden is gebeurd".

Jason: Waar komen die wapens vandaan? "De meeste wapens komen uit !tali!!, Tsjechoslowakije en Belgii!. Ze worden in kleine partijen de grens overgesmokkeld. Je kunt in ltalii! vrij pistolen kopen (onder andere de 765 Bernadelli en de 635 Baretta's). Je moet alleen zorgen dat je ze hier binnen krijgt. Lukt dat niet, dan ben je ze kwijt en krijg je vijfduizend gulden boete".

Jason: Betreft het hier ook wapens die uit Amerikaanse kazernes zijn gestolen?

banon op. Wat ze hier in Nederland vragen zijn allemaal kleine hand-

vuurwapens".

de handel in verdovende middelen is het nu heel moeilijk geworden. Er is veel te veel controle. Verdovende middelen zijn natuurlijk makkelijker te smokkelen dan een stel uzi-machinegeweren of andere wapens".

Jason: In Nederland staat op handel in illegale wapens een gevangenisstraf van maximaal vier jaar, op het in bezit hebben van verboden wapens slechts drie maanden. Hoe verhoudt zich deze milde wetgeving tot andere landen?

Pistolen Pau]: Wa.e~~~:'ha~rd=ste handel die er bestaat.


13

"Slecht. Wij zitten hier het slechtste van allemaal. Nederland is erg vrij met de verdovende middelen. Voor de lichte drugs krijg je twee jaar. Maar voor wapens krijg je een zware boete, terwijl' in Belgi!! alles vrij kunt kopen. ~ de markt in Luik kun je een compleet machine-pistool kopen. Ook kun je er speciale geweren krijgen, bijvoorbeeld de LongrifIe 22 met demper en kijker. Die geweren worden in Belgi!! zelf gemaakt bij de Fabrique Nationale (FN). Het is allemaal vrij te koop".

Jason: Aan wat voor een geldbedragen moeten wij dan denken? "Een Flaubert-geweer met demper en kijker erop? Zeshonderd gulden. Dan heb je een semi-automatisch geweer, daar schiet vijftien mensen het leven mee uit '.

r.

Jason: Waar worden die wapens voor gebruikt? "Waar worden wapens voor gebruikt. .. Om elkaar uit te roeien hè. Dat is door alle eeuwen heen al zo".

In het verzet

Jason: Hoe bent u in de wapenhandel terechtgekomen?

"Ik was van jongs af aan al gel'nteresseerd in wapens. Tijdens de oorlog was ik sectiecommandant van de Sabotagegroep Melchior, mede doordat ik veel verstand van wapens had. Wij liquideerden mensen en overvielen distributiekantoren. Ik heb daar nog onderscheidingen voor gekregen, onder andere van de Engelse koningin en van Prins Bernbard. Na de oorlog ben ik in de wapenbusiness gebleven".

Jason: Bent u nooit bang? "Natuurlijk ben ik vaak bang, ik ga hier niet de flinke jongen zitten uithangen. Er is niemand zo bang als ik. Tijdens de Algerijnse oorlog stond ik op de dodenlijst van de Organisation Armee Secrèt (OAS) en had ik elke nacht een lijfwacht voor de deur slapen. Maar het is wel een spanning die ik zelf gezocht heb, ik kan er niet zonder leven, ook al word ik nu wat

ouder",

L

Wapensmokkel is geen interessante bezigheid meer voor kleine handelaren, Toch worden door de politie nog wel eens oppmerkelijke vondsten gedaan.

Jason: Bent u van plan om u terug te trekken?

Jason: Verkoopt u dat voor gerenommeerde bedrijven in Nederland?

"Op het moment is het erg rustig. Ze hebben me niet nodig. Als ergens weer eens een opstand uitbreekt, zal men wel weer komen vragen. Maar opstanden komen in Europa niet veel meer voor. Het gaat hier veel te goed. Opstanden zijn er wel in de Zuidamerikaanse landjes. Maar daar kom ik niet tussen. De mensen daar krijgen hun wapens van de Amerikanen. Zijn ze van de andere kant, dan levert Rusland of Libi!!. In Nederland is er alleen vraag naar kleine handvuurwapens. Daarnaast lever ik spionage-apparatuur: kleine zendertjes waarmee je gesprekken kunt afluis-

"Neen, dat lever ik allemaal zelf".

teren".

Huurling in Griekenland Jason: Werkte u vroeger ook als huurling? "Ja, ik heb in Griekenland gezeten en samengewerkt met de studenten die een opstand tegen de kolonels organiseerden. Ik heb daar kleine vuurwapens geleverd. Studenten mag ik erg graag, die maken ook meestal de opstand. Die coup is echter neergeslagen. Dus ik moest de benen maken uit Griekenland, anders hadden ze me gevierendeeld. Papandreou moest ook pleite, en Melina


14

Mercouri. Hier in Amsterdam hebben ze Papandreou bij me gebracht. Hij heeft hier drie weken ondergedoken gezeten. Ze konden hem elk moment een paar gaten in zijn jas schieten. Daarna is hij doorgegaan naar Amerika. Voor zijn veiligheid heb ik hem nog een zilveren pistool gegeven".

Jason: U heeft ook aan het FLN van Ben Bella geleverd. Hoe wordt zo'n con tact tot stand gebracht? "Iedereen kent me. Niet om ijdel te zijn, maar men beschouwt mij als de beste hier in Nederland. Ik heb ook in Algerije gezeten als huurling. Dat was een hele vieze oorlog. Kregen de Fransen je te pakken, dan kon je meteen op een nekschot rekenen. Ik leverde ook wapens aan de Algerijnen. De OAS roeide echter elke wapenhandelaar van de FLN uit. Ze schoten je een gifpijl in je donder of bliezen je auto op. In Hamburg werd er een gloednieuwe Cadillac van me opgeblazen. Maar ja zo is de wapenhandel, stel je niet voor dat het een leuk baantje is".

Jason: U spreekt over een periode die al meer dan twintigjaarachterons

ligt. Hoe komt het dat u het nu zo rustig heeft? "De meeste wapens worden nu gekocht bij Cummings in Monaco. Zijn bedrijf heet Inter-Arms. Hij is de grootste wapenhandelaar in Europa en levert alles watje hebben wilt. Hij haalt zijn wapens van over de hele wereld en werkt veel met tussenpersonen. Het is een slechte tijd voor kleine wapenhandelaren".

Jason: Zijn er ook bepa1lide codes in de handel? "Jazeker. En wie die niet nakomt maakt een enkele reis naar boven. Het is de hardste handel die er is. Alleen bij aflevering wordt er betaald, nooit vooraf, daar is het te riskant voor. Alsje nu bijvoorbeeld bij een Brunswijk aankomt met een stelletje geweren of pistolen, dan krijg je een stengun in je buik. Meer krijg je niet, want die jongen heeft niets. De code is echter dat je de boel niet nept. Maar ook als je rotzooi verkoopt, wordt je kapot gemaakt".

Suriname Jason: Als u een coup zou plegen in Suriname, zou u dan kunnen aangeven hoeveel wapens u daarvoor nodig zou hebben?

"Ik kan me niet voorstellen dat hij het zal redden. Een man als Fidel Castro, die is met honderd man begonnen. Dàt is een kerel".

Jason: Hoe zou u het aanpakken? "Nou, zoals het nu zit redt Brunswijk het nooit. Hij heeft maar een klein groepje. En die slimme Bouterse zit te wachten tot Brunswijk Paramaribo binnenkomt. Brunswijk kan misschien wat aanvallen en saboteren, maar 't wordt nooit iets. Er was laatst een Engelse huurling op de televisie die zei dat hij het met tien miljoen kon maken. Dat betwijfel ik, want dan heb je nog geen gevechtswagens. Je zult zwaarder materieel moeten hebben. Ik ken wel gasten die bij Brunswijk zijn geweest. De man loopt de hele dag coke te snuiven. Het is een complete legende die ze om zo'n man heen bouwen".

"Dertig miljoen heb je zeker nodig voor wapens. Daarnaast moetje ook nog goede huurlingen hebben, minstens drie- à vierhonderd man. Harde huurlingen met frontervaring. Ik denk aan Ieren en Duitsers. Het geregelde leger van Bouterse telt zestienhonderdtotachttienhonderd man. Dat zijn geen grootse knokkers. Daarnaast heeft Bouterse een stuk of dertig Cubanen in dienst en enkele Libi!!rs. Daar heb je wel iets tegen nodig. Nu is de situatie nog zo, dat de één met een pijl en boog rondstapt, terwijl de ander met een bazooka loopt te sjouwen".

Jason: Er bestaat dus weinig kans dat hij het redt? Uit Amerikaanse arsenalen in West-Duitsland gestolen wapens vinden veelal hun weg

naar Libanon.


15

JULES ENGEL, MEDEWERKER EN UJFWACHT VAN PISTOLENPAUL:

In terview met J ules Engel door Hans-Paul Andriesen, redactielid van Jason Magazine.

"Voor de kleine handelaren valt er niet veel meer te verdienen"

Jason: U leverde wapensafinFrankrijk. Wat het moeilijk om deze de grens over te smokkelen?

Na het interview met Pistolen Paul WIlking, sprak Jason Magazine ook met Jules Engel, medewerker en lijfwacht van Paul WIlking, Op een vraag over zijn avonturen, samen met WIlking, in Algerije vertelt hij: ,,Ach ik heb praktisch overal in het Middellandse-zeegebied gezeten. Maar dan spreek ik van zo'n vijftien jaar geleden. In de tijd vlak na de Tweede Wereldoorlog was er een machtsvacuwn in die gebieden. Voor kleine wapenhandelaren zoals wij viel er welwatteverdienen. Er waren genoeg opstanden en verr.etsbewegingen. Later toen de Sovjetunie en de VS die groeperingen gingen bewapenen, werd het voor ons een stuk minder, Ten tijde van de Algerijnse vrijheidsoorlog leverden wij nog veel wapens in Algeriji!, maar ook in Frankrijk. Er was in Frankrijk een grote populatie Algerijnen. Als fatsoenlijk wapenhandelaar valt er nu echter niet veel meer te verdienen", Jason: Waren dat Algerijnen met veelgeld? "Neen, de Algerijnse gastarbeiders in Frankrijk moesten allemaal een percentage van hun loon afstaan aan de bevrijdingsbeweging FLN. Op ongeveer dezelfde wijze haalt de maffia in ItaliĂ&#x2039;! haar centen binnen. Wij leverden kleine hoeveelheden wapens. Je moet niet denken aan vliegtuigen vol. Grote hoeveelheden werden geleverd door de paar grote firma's die je in de wereld hebt. Zoals InterArrns van de heer Cummings, die nog steeds opereert. Vroeger woonde hij in Monaco. Tegenwoordig leeft hij ergens in Engeland bij de Schotse grens, waar hij een gigantische wapenopslagplaats moet hebben. Daarnaast leveren de grote fabrikanten en de Oosteuropese verkoopburo's grote partijen wapens. De Oosteuropeanen leveren praktisch tegen kostprijs. Dat kan ze weinig schelen, als ze maar harde valuta binnen krijgen".

Jason: Hoe is de kwaliteit van de wapens uit Oost-Europa? "Ik moet zeggen dat die dingen best goed zijn. De Russische Kalashnikof behoort tot de beste wapens ter we-

reld. De wapens die daar geproduceerd worden zijn zo geniaakt, dat ze praktisch niet stuk kunnen. En als ze kapot gaan ltun je ze snel repareren. Alles wordt simpel maar goed geconstrueerd. Hier in het Westen denkt men: Is het wapen kapot, dan snel nieuwe onderdelen halen".

"Neen. Nederland stond toen nog niet bekend als land waar de ene helft van de bevolking kaas maakt en de andere helft drugs verkoopt. Ze keken je auto nooit na. Tijdens de Algerijnse oorlog was het levensgevaarlijk, want als de OAS je te pakken kreeg werd je meteen afgemaakt als je ontdekt werd. Het ging toen om kleine zendingen. Er waren in Nederland nog erg veel wapens voorhanden uit de Tweede Wereldoorlog. Je had geen idee wat hier nog aan wapens lag. Als wij weer eens in de krant hadden gestaan dan belde er een boertje op uit de Peel en die zei: "Zeg jong, je moet eens langskomen. Ik heb iets voor jou". Als ik daar aankam moest ik niet vreemd opkijken als er 20 of 30 kisten vuurwapens in de schuur stonden. Zo'n boerderij was dan destijds gebruikt als commandopost van een Duitse eenheid en na de oorlog waren die wapens gewoon blijven liggen. Voor duizend gulden kon ik dan de hele handel meenemen. Ach, het hing er natuurlijk ook van af wat het was. Er waren dingen bij waarvan je dacht: nouja als het goedkoop is wil ik het wel hebben, misschien vind ik er wel een gek voor".

In de wapenfabriek van FN in het Belgische Herentals wordt de laatste hand gelegd aan een ~:!!!!!..::!!.~:::


16

Een van de door guerrillagroepen meest gewenste wapens: het Amerikaanse Stingerluchtdoelgeschut.

" Veel wapens gingen naar klanten in Ierland, onder meer naar de IRA. Dit gebeurde met vissersboten, wat heel gemakkelijk was. Je hoefde ze namelijk niet te lossen voor de Ierse kust. Voor de kust werden de wapens, die natuurlijk waterdicht verpakt waren, op een ondiepe plek overboord gezet. Aan die kisten zat een lijn met een dobbertje waarin een kleine zender zat. Dan voer jij weg en even later kwamen de klanten in snelle rubberboten om de wapens op te halen".

Jason: Hoe smokkelde U wapens naar Frankrijk? "Ik kocht toen meestal een tweedehands auto, die globaal nog zo'n 1000 km. kon rijden. Deze auto werd volgepropt met de zending. Ik reed in hoofdzaak 's nachts en voornamelijk over de binnenwegen. Ik nam grensovergangen waar niet gecontroleerd werd. En als ik het 's nachts niet redde- bij grote zendingen was het allemaal wat problematischer - dan reed er een motorfiets vooruit. Die konden onderweg controleren of er ergens een weg-versperring was. Maar dat gebeurde in het algemeen weinig. Ik heb maar twee keer meegemaakt dat er in BelgiĂŞ een wegversperring was. Een keer had ik mijn zoon bij me, hij was toen nog maar een baby. Het kind lag bovenop een stapel geweren te slapen. Ik moest stoppen voor een paar pantserauto's van de Belgische opsporingsdienst, die midden op de weg stonden. Toen de mannekes met een felle lamp naar binnen schenen, werd mijn zoontje wakker en begon meteen te

krijsen. De gendarmes zeiden: "Allez, den kleinen man schrikt zeker" . Ja, natuurlijk, want onder die babykleertjes lag het barstensvol wapens. Hij heeft misschien de grendels van die geweren in zijn rug gevoeld! Als er een motorrijder vooruit reed had je dit gevaar niet. Je reed over doodstille wegen, je hoorde alleen af en toe een hond blaffen. Het was daar in Noord-Frankrijk net een spookstad, zo stil waren die dorpjes en wegen. Kon je voor zonsopgang de stad niet halen, dan reed je de auto het bos in en gooide je er een camouflagenet overheen. Zelf ging ik dan een meter of 60 van de auto liggen met een geladen machinepistool om de zaak in de gaten te houden. Was ik in Parijs aangekomen dan zette ik de afgesloten auto op de afgesproken plaats neer. De Algerijnen, die in Amsterdam het transport hadden ingeklaard, hadden dan ook sleutels van de auto. Tenslote belde ik een nummer en was de zaak klaar en keerde ik terug naar Nederland. Over het algemeen had je niet zoveel problemen. Nu is dat veranderd door de handel in verdovende middelen. Wanneer je nu als Nederlanders bij de grens komt en je haar is net even iets te lang, dan pakken ze je bij de enkels op en schudden je helemaal uit".

Jason: Hoe worden er contacten gelegd tussen de klant en de handelaar? "Je staat bekend als wapenhandelaar en dan komen de mensen op een gegeven ogenblik bij je. Gewoon even een babbeltje maken. Zij vertellen

wat ze hebben willen en jij zegt watje kunt leveren. In oorsprong waren wij jongens die wel eens een zwart blaffertje verkochten aan een komdende en gaande man. De samenleving was toen anders dan nu. Als je toen een vuurwapen verkocht aan een man op een eenzame boerderij op de Veluwe, dan legde hij dat ding in zijn nachtkastje. In feite was hij er nog banger voor dan voor de eventuele inbreker, tegen wie het wapen bedoeld was. Als je nu een pistool aan een man verkoopt, dan stapt hij het eerste de beste postagentschap binnen en knalt daar de lokettist overhoop voor twee meier. Dat is het grote verschil. Dus kun je die wapens niet meer verkopen. Ik ben dan ook gestopt met de handel, praktisch op de dag dat de Vuurwapenwet werd veranderd. Dat is in januari 1970 geweest. Het werd toen omgezet van een overtreding naar een misdrijf. Voor die tijd was ik wel eens gepakt. Bijvoorbeeld toen ik een partij van 25 automatische pistolen bij me had. Ik kreeg toen 3000 gulden boete en drie maanden voorwaardelijk. Als ze me daar nu mee zouden pakken, zou ik vier jaar gevangenisstraf krijgen. Toen heb ik besloten te kappen met die handel. Maar dan ook radicaal. Ik heb mijn hele arsenaal ingeleverd. Ik heb alles in de auto geladen en ben naar het bureau gereden. "Hier is het, ik schei ermee uit", heb ik gezegd. Ze zijn toen twee dagen bezig geweest om die rotzooi te inventariseren". Een aardige wapenvondst.


17

"Nederlandse wapenindustrie moet niet nog groter worden"

Interview met A.B.M. Frinking, lid van de Tweede Kamer voor het CDA en voorzitter van de Noord Atlantische Assemblee, door Sam Muller, redactielid Jason Magazine.

..Laat ik beginnen met de export van wapens. Hier moet een aantal malen onderscheid worden gemaakt Op de eerste plaats tussen militaire goederen en strategische goederen. Militaire goederen zijn goederen die duidelijk voor militaire doelen worden gebruikt zoals tanks, onderzeeboten, bommenwerpers enzovoorts. Strategische goederen zijn goederen die voor militaire doelen gebruikt kwmen worden. Voorbeelden hiervan zijn hihg-tech produkten, die zowel militair als civiel toegepast kwmen worden. Een tweede onderscheid is dat tussen de levering aan NAVo-landen, nietNAVo-landen en communistische landen". Jason Magazine sprak met de heer Frinking over de besluitvorming rond wapenexport en de parlementaire controle op in- en export van wapens door Nederland. Die controle blijkt een moeilijke zaak, zo legden wij aan Frinking voor. Frinking: "Bij levering aan nietNAVO-landen is het van belang of het land communistisch is of niet. Voor de communistische landen is er een verbod op de levering van strategische goederen. Daar zijn afspraken over gemaakt binnen de Cocom, de Coordinating Committee for Multilateral Export Controls. Als een Nederlands bedrijf wil exporteren, en het produkt is opgenomen in de lijst van strategische goederen, dan moet het een exportvergunning aanvragen bij het ministerie van economische zaken. Bij die aanvraag moet het bedrijf precies vermelden welke goederen het naar welke eindbestemmingen stuurt. Dat gebeurt om twee redenen. Op de eerste plaats om te kijken of het niet om een communistisch land gaat. De informatie is echter ook van belang voor het tweede minsterie dat bij de exportvergunningen om de hoek komt kijen, dat van buitenlandse zaken". "Omstreeks 1969 is door de Tweede Kamer een nota geaccepteerd van de toenmalige staatssecretaris van buitenlandse zaken Kooymans. In die nota werd verklaard dat Nederland geen wapens exporteert naar een "spanningsgebied" of naar een land

dat de wapens waarschijnlijk zou gaan gebruiken voor het onderdrukken van de eigen bevolking. Het parlement controleert de overheid, dus ook het ministerie van economische zaken, op de procedures rond het afgeven van deze exportvergunningen. Die controle vind echter meestal achteraf plaats en pas nadat het parlement op een mo~elijk onrechtmatigheid is gewezen '.

Drie filters Frinking: "Er zijn dus drie belangrij-

ke filters in de molen waar uiteindelijk wel of geen exportvergunning uitrolt: De wet op de in- en uitvoer met de lijst van nationale militaire en strategische goederen, de Cocom-afspraak en de Nota Kooymans (ook wel de Ontwapeningsnota genoemd). Je moet overigens wel een onderscheid maken tussen de controle van het parlement en de controle van de rechterlijke macht. In de hierboven beschreven procedure is het het parlement dat de controlerende functie vervult. Als er echter geen vergun-

Slechte controle op de wapenexport kan ertoe leiden dat tal van landen en groepen in handen krijgen, die

Z1j

langs legale kanalen nooit hadden kunnen verkrijgen


18

De F-16. Een Amerikaans vliegtuig met een Nederlands landingsgestel.

ning verleend is en het blijkt dat een bedrijf de goederen tOch exporteert, dan is het de taak van het Openbaar Ministerie om orde op zaken te stellen. Er is dan immers in strijd met de wet gehandeld. Een voorbeeld hiervan is het wapenembargo tegen Zuid-Afrika. Op grond van dit door de Verenigde Naties afgekondigde embargo mag het ministerie van economische zaken geen exportvergunning verlenen aan een bedrijf dat militaire goederen aan Zuid-Afrika wil leveren. Als dit bedrijf wapens aan Zuid-Afrika levert zonder vergunning, dan handelt het in strijd met de wet. Daar moet de rechterlijke macht dus wat aan doen. Dit alles was de theorie. In praktijk komen echter de problemen: Laat ik beginnen met de wet op de in- en uitvoer: hoe bepaal je of iets een "strategisch goed" is? Bijvoorbeeld een bedrijf dat transistoren wil uitvoeren. Transistoren zijn militair toepasbaar, maar worden ook in de civiele wereld veel gebruikt. Een voorbeeld uit het recente verleden betrof een bedrijf dat pontjes voor civiel gebruik maakte, maar deze exporteerde naar het ministerie van defensie van Iran. Pontjes als zodanig stonden op geen van beide lijsten, maar het was wel duidelijk dat die pontjes voor militaire doelen gebruikt zouden kunnen worden. De lijsten van militaire en strategische goederen moeten continu bijgehouden worden; ze moeten

worden aangevuld met nieuwe goederen en verouderde goederen moeten geschrapt worden. Het is te begrijpen dat dit moeilijk is. Hierdoor zijn deze lijsten niet altijd even duidelijk voor de bedrijven die er mee moeten werken" . Frinking: "Een tweede probleemgebied is de Cocom, de lijst met goederen die niet aan een communistisch land geleverd mogen worden. Ook op deze lijst treden er mutaties op die bijgehouden moeten worden. Een derde probleem zit in de Ontwapeningsnota: wat is een "spanningsgebied?" En welke wapens gebruikt men wanneer ter onderdrukking van de bevolking? Een voorbeeld hiervan waren de problemen rond de levering van fregatten aan IndonesiĂ&#x2039;!. Er werd toen gezegd dat deze fregatten gebruikt zouden (kunnen) worden om de bevolking van Oost-Timor te onderdrukken. Naar mijn mening werd hier het begrip "spanningsgebied" iets te ver uitgerekt".

Invoer van wapens Frinking: "Dit alles ging over de export van wapens door Nederlandse bedrijven. Je ziet dus dat deze export zowel nationaal als internationaal geregeld is. Dit alles omdat de export van wapens een geducht politiek wapen is of kan zijn. Nu het spiegelbeeld van de export, de import. Allereerst blijkt dat er in de krijgs-

-macht een behoefte aan een bepaald militair goed is. De staatssecretaris van defensie verzamelt deze behoeften en doet er melding van aan de Tweede Kamer met een globaal kostenplaatje. De Kamer bekijkt het verlanglijstje van de staatssecretaris en beoordeelt het. Als de Kamer geen bezwaren heeft, dan gaat de lijst naar de regering. De staatssecretaris werkt de plannen verder uit om vervolgens met een gedetailleerd plan over welke goederen hij wil kopen naar de Tweede Kamer te gaan. Die oordeelt dan of de staatssecretaris zijn gang mag gaan of niet. Ik kan dit illustreren met de nieuwe gevechtshelikopters die de krijgsmacht wenst. Er werden door de militaire deskundigen een aantal helikopters aangewezen die zouden voldoen aan de eisen die ons leger aan een dergelijke helikopter stelt. Een aantal leden van de defensiecommissie ging naar Duitsland om met eigen ogen te zien wat zo'n helikopter zou moeten presteren, dat wil zeggen, men controleerde of de eisen die door de militairen gesteld werden wel redelijk waren. Na deze demonstratie zijn er in Nederland hoorzittingen gehouden waarin de verschillende fabrikanten van de verschillende soorten helikopters konden komen vertellen waarom hun merk het beste zou zijn. Via deze hoorzittingen konden de parlementariĂŞrs veel te weten ko-


19

men over de verschillende mogelijkheden die er zijn, en over de achtergronden die achter de voorkeur van de militaire deskundigen voor een bepaald merk helikopter liggen. Zo wordt het hele proces van de keuze voor een wapensysteem nagegaan. Als laatste wordt deze voorkeur dan gepast in het Defensie Plan. Hier komen de prioriteitstelling en de haalbaarheid in aan de orde. In het geval van de nieuwe helikopters, waarvan de voorkeur bij het Italiaanse type lag, zijn er in deze fase problemen ontstaan, en is de staatssecretaris bezig om het hele project met de bondgenoten verder te bespreken. Bij de export is het dus zo dat de nadruk ligt bij parlementaire controle achteraf, terwijl het parlement bij de import tijdens het gehele proces zijn invloed doet gelden". ECono~heDloĂśeven

Jason: Wat is het economisch belang van de wapenhandel voor Nederland, en hoe zwaar wegen economische motieven in de politieke keuzes betreffende het aanschaffen van wapens? Frinking: "De militaire wapenexport is maar ongeveer zes procent van de

totale export van Nederland. En zelfs dĂ t is een zeer geflatteerd cijfer, want Nederland exporteert voornamelijk

zeer kapitaal-intensieve goederen, zoals de Fokker-vliegtuigen, electronica en schepen. Er wordt dus in kwantiteit niet veel geĂŞxporteerd, in kapitaal is dat iets meer. In de huidige economische situatie sta je als parlementaril!r vaak met de rug tegen de muur, als het gaat om de keuze of er wel of geen exportvergunning verleend moet worden. Het niet verlenen van de vergunning kan gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, en voor de Nederlandse economie in het algemeen. Het zou dan kunnen voorkomen dat er een vergunning verleend wordt die, als deeconomischesituatiebeterg~

weest zou zijn, niet verleend was. Dat blijft een spanningsveld. En als de vergunning wordt geweigerd, is er altijd wel een ander land dat bereid is tot levering. Zo gaat het vasthouden aan principes ten koste van de werkgelegenheid". Jason: Het wordt voor de individuele landen steeds moeilijker om individueel wapensystemen te ontwikkelen, voornamelijk om financiele ~ denen. Hierdoor ontstaan er steeds meer samenwerkingsverbanden waarbij een aantal landen gezamenlijk zo'n systeem ontwikkelen. Hoe kan een nationaal parlement controle uitoefenen op zo'n multilateraal samenwerkingsverband?

Onder de wetten op de export van wapens valt ook de nachtzicht-apparatuur, waarmee

in het donker kan worden gekeken.

Frinking: "Dat is inderdaad een probleem. Maar door vooraf goede afspraken te maken, los je veel op. Het F 16-project is een mooi voorbeeld waarbij dergelijke afspraken zijn gemaakt. Nederland werd in dit samenwerkingsverband de producent van het landingsgestel. Ons land zou alle landingsgestellen maken, ook voor de vliegtuigen die zij zelf niet kocht. Stel nu dat de Verenigde Staten F 16's wil leveren aan een land in oorlog. In principe is het dan zo dat Nederland de landingsgestellen levert aan de VS. Die leveren ze vervolgens weer door. Hiermee zou Nederland het beleid op de levering van militaire goederen aan landen in spanningsgebieden geweld aandoen. Er was echter van te voren een afspraak gemaakt dat Nederland de landingsgestellen niet zou leveren als bekend was dat de F 16's wuden worden doorgeleverd aan gebieden die voor ons als "spanningsgebieden" te boek staan. Als de VS dan doorleveren aan een dergelijk gebied, zouden ze zelf de landingsgestellen moeten maken".

Rol van Nederland Jason: De laatste vraag betreft de opstelling die uw partij heeft ten opzichte van de wapenhandel en de rol die Nederland daar in zou moeten spelen. Frinking: "Wij vinden datje in ieder geval de wapenproduktie in Nederland niet moet vergroten. Het zou een hele slechte zaak zijn als de N~ derlandse economie teveel zou steunen op de wapenindustrie. Voorts is het ook van belang om te voorkomen dat de Nederlandse bedrijven van nu teveel afhankelijk worden van de vraag naar militaire goederen. Een strikte handhaving van het huidige exportbeleid achten wij van een zeer groot belang. De Nederlandse overheid moet de controle op de wapenindustrie blijven houden, zelfs al gaat dit ten koste van het vrije ondernemerschap, dat overigens wel de basis van onze industrie moet blijven. Voor veel grote landen is de wapenexport belangrijker dan voor Nederland, op economisch als op veiligheidsgebied. Nederland moet zorgen dat de controle op de wapenexport sluitend is".


20

Slechte keus Als abonnee spreekt uw Magazine voor Internationale Vraagstukken mij aan, omdat het een jong publiek wil informeren over uiteenlopende problemen in de wereld. Ik was om die reden ingenomen met de uitgave, juli '87 (jaargang 12, nummer 3), van een themanummer over vluchtelingenbeleid, waarin ook de vaak tragische achtergronden van internationale vluchtelingen worden belicht. Het spijt mij daarom des te meer, uw aandacht te moeten vragen voor het volgende. In het bewuste nummer staat bij het artikel over vluchtelingenbeleid op pagina twee e.v. een foto afgedrukt van een man die zijn ondervoede kind naar een hulppost draagt. Is het niet uitermate pijnlijk, dat de andere foto bij het artikel de schrijvers van het verhaal toont, gezeten aan een uiterst luxueus tafeltje-dek-je, dat meer kost dan een half jaar voeding voor een ondervoede zuigeling? Is deze foto misschien geplaatst om de positie van de armen in deze wereld meer relief te geven? Ik vrees van niet. De onbevangen lezer krijgt de indruk hier te doen te hebben met een ongegeneerde affichering van de schrijvers als jongeren die het in materiele zin al helemaal "gemaakt" hebben. De foto geeft gedetailleerde informatie over het gebrek aan persoonlijke betrokkenheid van de schrijvers met de schrijnende problemen van vluchtelingen. Ik zie het als mijn plicht, u mee te delen dat de wijze waarop u het vluchtelingenprobleem onder de aandacht van de lezers hebt gebracht, sterke weerstanden oproept. Gaarne zou ik van u vernemen, of plaatsing van de bedoelde foto min of meer "per ongeluk" is geschied, dan wel onderdeel vormt van een doelbewust beleid dat er bijvoorbeeld op gericht is, de lezers een blik te gunnen in het privĂŠ-leven van de schrijvers van uw artikelen, zoals die schrijvers dat privĂŠ-leven zelf graag zien. Ik hoop van ganse harte, dat het eerste het geval is. Hoe het ook zij, als abonnee van Jason Magazine pleit ik er met kracht voor, dat u op korte termijn maatregelen treft om te voorkomen dat uw tijdschrift zich tot een ongeloofwaardig blad maakt. Carel Drapers.

Naschrift redactie: De bedoelde foto had, om de hierboven genoemde redenen, inderdaad niet bij dit artikel geplaatst malen worden. Hiervoor bieden wij onze excuses aan. De foto was verder van zo n slechte kwa1itei~ dat plaatsing sowieso nooit had mogen plaatsvinden.


WAT ISJASON Jason is in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte van jongeren aan evenwichtige informatie over internationale vraagstukken. Jason is niet gebonden aan enige politieke partij en heeft geen levensbeschouwelijke grondslag. J ason informeert op twee manieren. Ten eerste door de uitgifte van dit blad, dat eens per twee maanden verschijnt. In elk nummer staat een internationaal-politiek thema centraal. Recente thema's waren "Verkiezingenen veiligheidsbeleid", Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West", "Internationaal terrorisme", en de "Atlantische betrekkingen". Ten tweede informeert Jason door het organiseren van tal van activiteiten, zoals conferenties, debatten, lezingen, studiedagen, simulatiespelen, uitwisselingen en de buitenland-borrel.

Voor nadere informatie kun je ook de volgende contactpersonen bellen: Amsterdam: Madeleine de Bree 020-837104. Delft: Steven Kroon, 015-126939. Den Haag: Mariano Cantarella, 070-834278. Den Helder: Pieter Blank, 02230-25715. Eindhoven: Robert van den Heuvel, 040-833147. Groningen: Patricia Alma, 05906-1404 .

Leiden: Henri-Paul Schreinemachers, 071-120236. Utrecht: Yvonne Abrahamsen, 030-432190. Willem Fukkink, 030-430897

De activiteiten van Jason hebben veel belangstelling gekregen van jongeren, maar ook van de nationale en regionale pers. Voor wie een meer compleet overzicht wenst van de activiteiten van Jason ligt op het secretariaat van Jason informatie-materiaal gereed.

r--------------------------------------------------------------------------87/ 4

Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden. Naam: Adres: PostcodejWoonplaats: .......................... .. ... .... .................... .... .. ....... . Telefoon: .......... ........... .. ... .. ..... ....................... ... ... ......... ... ..... ... ... (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1986 86/5. Good news? Cheap 00. Bad news? Cheap 00. Mahmoud S. Rabbani:

OPEC and the crash of the oil prices. E.J. Denekamp: The strategie role of petroleum for the West. Anthony H. Cordesman: The GuH and the search for strategie stability . A " future" for the physical oilmarket and oil Pierer J. Kuisen: futures. Peter OdeJl (interview): Cheap oil good news? Cheap oli had news? Drs. G.UB. Verberg: Is the world oil-market controlled by a carteL Ir. L.C. V.1t1 Wal'hem: Positie van Shell in Zuid-Afrika.

86/6. De Atlantische betrekkingen: Hoe breed is de oceaan? Drs. A. W.M. Gerrits: Breuk in Westen zou voor Kremlin ook veel nadelige gevolgen hebben. Dr. P.M.E. Vollen : Gebrek aan vertrouwen staal betere (interview) samenwerking in de weg. Drs. J.J.M. Penders: Vrees voor akkoorden "over Europa maar zonder Europa", Alan Jury / Kevin Harris: " Europa moet eerst orde op (interview) eigen zaken stellen". William Stolt: What Americans think about western Europe. Gert-Jan Stempher: Verslag van conferentie over internationaal terrorisme.

MichaeJ Steテ始:

Oorlog Iran-Irak onvermijdelijk gevolg van tegenstelling Perzen-Arabieren.

Dr. Herman Beek:

Theorie van de islam kent geen verschil tussen kerk en staat.

Dr. L .C. Biegel:

Islamitisch fundamentalisme spreekt vooral jongeren aan.

87/2. China: isolationisme of openheid.

Drs. W.L. van WoerkomPolitieke klimaat na de dood van Mao: Chong: Opklaringen met hier en daar een bui. Interview: Een supermacht die eigenlijk geen supermacht wil zijn. Wicher S/agter: Campagne tegen bourgeois-liberalisme kan hervormingen niet terugdraaien. Interview: Zakendoen in China, kwestie van veel geduld en veel inspanning. H. Ka/mann: Einde van het schoudervulling-loze tijdperk in het Hemelse Rijk . Gert-Jan Stempher: VS en West-Europa onderhandelen in nonnenklooster in Veldhoven. Verslag van Jason-simulatiespel.

87/3. Vluchten kan niet meer. Interview:

Justitie en het grote probleem van de stroom van asielzoekers.

Chie/ de Leeuwen Hans-PauI Andriessen: Schiphol-Oost: "Tijdelijk" verblijf voor vluchtelingen zonder papieren . Hans-Pau/ Andriessen: Europarlement wil van EG-landen ruimhartiger vluchtelingenbeleid.

87/1. De strijd tegen het kwade: Ideaal en mlWht van de islam. G.A . Wiegers:

Jihad veel rijker begrip dan alleen gewapende strijd of Heilige Oorlog.

Dr. NecmeHin Erookan: Islam moet wereldwijd het goede over het kwade laten zegevieren.

Interview:

Oplossen politieke problemen helpt aantal vluchtelingen te verkleinen.

Interview:

Vluchtelingen werk maakt werk van opvang en integratie vluchtelingen .

Liesbeth Laman Trip:

Traiskirchen, droevig symbool van Europees gesol met vluchtelingen .

,-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

Jason Antwoordnummer 2187 2500 ZJ Den Haag


Jason magazine (1987), jaargang 12 nummer 4