__MAIN_TEXT__

Page 1

Jaargang 11 December 1986/Januari 1987 Nummer 6

,

Magazine voor Internationale Vraagstukken

De Atlantische Betrekkingen:

LOSSE NUMMERS [4,95


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voor internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand van een aa ntal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politiek vraagstuk. De redactie behoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname, met uitzondering van op persoonlijke titel geschreven artikelen. Wie wil reageren op in Jason verschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactie / secretariaat Jason, Alexanderstraat 2, 2514 JL Den Haag. Telefoon: 070-605658. Postgiro: 3561025. Bank: 456855548.

Overname van in Jason Magazine verschenen artikelen kan slechts geschieden in overleg met de redactie.

REDACTIE JASDN-MAGAZINE Hoofdredacteur: Hib van Dlden. Redactieleden: Hans-Paul Andriessen, Chiel de Leeuw, Sam Muller, Eugèn van de Pas, Gert-Jan Stempher, Eric Thomas. DAGELIJKS BESTUUR Voorzitter: Piet Hein Coebergh. Vice-voorzitter: Véronique Frinking. Secretaris: Willemijn van Sandick. Penningmeester: Frank Marcus. Fundraiser: Frank van den Heuvel. Public Affairs: Raymond van der Meer. Algemene Zaken: Simone Madunic. ALGEMEEN BESTUUR Mr. H.M.P. van Campenhout. F.M. Ca ris. Mr. P.R. Goedhart. Mr. M.C. de Groene. M. Huisman. Drs. R. Hillebrand. Drs. D, Knapen. H.C. van Dlden. Drs. A.M. van der Togt Drs. J.C. de Vries. J. P. Westhoff. Drs. D. H. Zandee.

Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur. RAAD VAN ADVIES H. J. M. Aben. Dr. A. M. C. Th. van Heel-Kasteel. C. C. van den Heuvel. Dr. L. G. M. Jaquet. R. C. Spinosa Cattela. Drs. E. J. van Vloten. Mr. J. Vos. Drs. M. A. van Drunen Liltel.

INHOUDSOPGAVE

REDACTIONEEL Pag. BREUK IN WESTEN ZOU VOOR KREMLIN OOK VEEL NADEUGE GEVOLGEN HEBBEN. Drs A. W. M. Gerrits, verbonden aan het Polemologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Pag. GEBREK AAN VERTROUWEN STAAT BETERE SAMENWERKING IN DE WEG. Interview met dr P. M. E. Volten, beleidsmedewerker van het ministerie van defensie met studieverlof op Instituut Clingendael. Pag. VREES VOOR AKKOORDEN "OVER EUROPA MAAR ZONDER EUROPA". Drs J . J. M. Penders, lid van het Europese Parlement voor de Europese Volkspartij en het CDA. Pag. "EUROPA MOET EERST ORDE OP EIGEN ZAKEN STELLEN" Interview met Alan Jury en Kevin Harris, verbonden aan het American Youth Committee van de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Pag. WRAT AMERICANS THINK ABOUT WESTERN EUROPE. William Stott, gasthoogleraar in Leiden aan de stoel voor Amerikanistiek voor de Walt Whitnan visiting scholar. Pag. "MEER WESTERSE SAMENWERKING NODIG IN STRIJD TEGEN TERREUR". Verslag van conferentie over internationaal terrorisme, gehouden op 20 oktober in de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Pag.


1

Is de Atlantische Oceaan meer dan een uitsluitend geografische scheidslijn in de westerse wereld? Is de breedte overbrugbaar, of moet je spreken van een blijvende kloof? Het zijn allemaal vragen die aan de orde komen in dit nummer van Jason, dat geheel gewijd is aan de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en WestEuropa. Duidelijk is in elk geval dat, ofschoon we van West-Europa spreken, er geen sprake is van een eensgezinde groep landen. Een voorbeeld van die verdeeldheid is de houding van de Europese landen ten opzichte van LibiĂŞ, wat kwaad bloed zette bij de bondgenoot overzee.

Een terrein waarop de tegenstellingen heel duidelijk naar voren komen is dat van de economische betrekkingen. De zestien miljoen werklozen aan deze kant van de oceaan spelen daarbij een belangrijke rol. Een groot gevaar wordt gevormd door de mogelijke sterk-protectionistische economische politiek van de Verenigde Staten, vooral als die tendens ook zichtbaar wordt in het Militair Industrieel Complex. Daarmee zijn we aangeland bij een ander belangrijk terrein van innige WestWestbetrekkingen: de veiligheidspolitiek. Er is een redelijke mate van overeenstemming over de gezamenlijke militaire belangen, afgezien dan van het feit dat in de VS gevonden wordt dat de Europese inspanning te gering is. Toch zijn er verschillen waarneembaar in de opvattingen over ontwapening en de manier waarop op dit terrein succes kan worden geboekt. Het zijn voor een deel ideologische verschillen, die niet gemakkelijk zijn op te lossen en op den duur zelfs tot een breuk zouden kunnen leiden. Zover is het gelukkig echter nog niet en we zijn voldoende op elkaar aangewezen om die gevaren van zo'n onoverbrugbare kloof te beseffen.

H.C.V.O.


2

Breuk in Westen zou voor Kremlin ook veel nadelige gevolgen hebben Over de visie van de Sovjet-Unie op het bondgenootschap tussen West-Europa en de Verenigde Staten worden doorgaans, net als over het West-Europabeleid van het Kremlin, stellige wijsheden gedebiteerd. Deze komen er meestal op neer dat de Russen geen gelegenheid onbenut laten om de Amerikanen en Europeanen tegen elkaar uit te spelen en uiteindelijk een breuk in de Alliantie te forceren. Voor de Sovjet-Unie zijn er vanzelfsprekend grote voordelen verbonden aan een dergelijke breuk. De Amerikaanse middellange afstandsraketten en andere wapensystemen die vanaf ons deel van het continent Russisch grondgebied bestrijken, zouden verdwijnen, evenals de honderdduizenden militairen uit de Verenigde Staten en de tientallen Amerikaanse bases. De Sovjet-Unie zou mogelijk meer kansen krijgen !lm West-Europa militair of anderszins onder druk te zetten en haar belangrijkste rivaal op het wereldtoneel zou een wezenlijk deel van zijn invloedssfeer hebben verloren. Een splitsing van de Atlantische Alliantie heeft echter vermoedelijk ook een reeks negatieve consequenties voor het Kremlin. En deze wegen te zwaar om er in het buitenlands beleid geen rekening mee te houden. De visie van de Sovjet-Unie op de West-Westverhouding en de politieke strategie die op deze visie is gebaseerd, zijn om verschillende redenen genuanceerder dan veelal wordt aangenomen. Deze bijdrage gaat over de dilemma's waar de Sovjet-Unie in dit opzicht voor staat.

Ribbentroppact van 1939, de Cubacrisis van 1962 of het besluit de wapenbeheersingsonderhandelingen te staken in november 1983. Juist omdat de internationale belanDit artikel is van de hand van dES A. W. M. Ger· rits (historicus). verbonden aan het Polemologisch Instituut van de R/j"ksuni versi teit Groning en. HJ)' doet onder meer onderzoek naar de ontwikkelin· gen in Polen vanaf het uitroepen van de staat van beleg in december 1981 en is redacteur van OostEuropa Verkenningen.

gen van de Sovjet-Unie een mondiaal karakter hebben, zullen bepaalde prioriteiten van het buitenlands beleid zijn vastgesteld. Uitgaande van de premisse van het voorkomen van een alles-vernietigende kernoorlog - en dus van een minimale Verständnis met de Verenigde Staten nemen de relaties met de Oosteuropese landen de belangrijkste plaats in in de buitenlandse politiek. Tegen deze achtergrond heeft Moskou zijn visie op het bondgenootschap tussen West-Europa en de Verenigde Staten geformuleerd.

Blokpolitiek De Sovjet-Unie is een supermacht met wereldwijde verantwoordelijkheden en aspiraties. Haar buitenlands beleid is niet gegrondvest op grand designs of masterplans, maar op een zo realistisch mogelijke inschatting van de internationale situatie en van de mogelijkheden deze te beïnvloeden. Deze inschatting is niet altijd juist. In de loop van de geschiedenis zijn in het Kremlin diverse misrekeningen gemaakt, met soms dramatische gevolgen: het Molotov-

Gorbatsjov: Geen wig drijven tussen VS en West-Europa.

Mii:haïl Gorbatsjov trad in de voetsporen van zijn voorgangers toen hij bij zijn verkiezing tot secretaris-generaal zei: "Het eerste gebod van partij en staat is het behoud en de versterking van de broederlijke vriendschap van onze naaste medestanders en bondgenoten; de landen van het grote socialistische bondgenootschap". Net als de andere Russische leiders van na de Tweede Wereldoorlog gaat hij uit van een directe link tussen de veiligheid van het "externe rijk" (Oost-Europa) en die van het "interne rijk" (de Sovjet-Unie zelf). Iedere aantasting van de statusquo in Oost-Europa wordt beschouwd als een potenti!!le bedreiging van de stabiliteit in het eigen


3

De Sovjet-Unie heeft zich altijd fel verzet tegen de toetreding van Spanje tot de EG, die in 1986 officieel zijn beslag kreeg.

land. De 31 Sovjet-divisies die in dit deel van het Europese continent staan opgesteld hebben dan ook niet alleen tot taak de NAVO te weerhouden van mogelijke agressie in oostelijke richting, maar vormen eveneens de garantie voor de controle op de bondgenoten en voor het behoud van genoemde status-quo in dit gebied. Het beleid van de Sovjet-Unie ten aanzien van Oost-Europa heeft belangrijke consequenties voor dat ten opzichte van West-Europa en van de Atlantische Alliantie. In feite resulteert het in een sterke hang naar stabiliteit, tussen en binnen de blokken. De Europa-politiek van het Kremlin is mijns inziens het best getypeerd met de woorden conservatieve blokpolitiek. De beide supermachten domineren ieder het eigen deel van Europa; de NAVO dient de stabiliteit van het Warschau Pact en andersom.

Amerikaanse militairen Het bijzondere belang dat de SovjetUnie hecht aan stabiliteit in Europa is onder meer gebleken uit haar houding ten opzichte van de MBFR- en CVSE-onderhandelingen en van de Amerikaanse militaire aanwezigheid op het continent. De besprekingen over troepenverminderingen in Centraal-Europa kwamen tot stand op aandrang van de NAVO-landen. De Sovjet-Unie was aanvankelijk zeer terughoudend en liet diplomatieke initiatieven van westerse zijde onbeantwoord. Dit bleef zo tot mei 1971, toen Leonid Brezjnev zich voor het eerst in het openbaar uitsprak over de wenselijkheid deze multilaterale onderhandelingen te starten. Waarom ui tgerekend op dat tijdstip? Het was zeker

geen toeval. Op het moment dat West-Europa en de Verenigde Staten serieuze belangstelling toonden voor vermindering van het aantal troepen in Europa (met het "signaal van Reykjavik" van juni 1968) hadden de Russen wel andere zaken aan hun hoofd. In Tsjechoslowakije poogde Dubcek een communisme met een menselijk gezicht van de grond te krijgen en de Sovjet-Unie beschouwde dit als een ernstige bedreiging van haar invloed in de regio. Drie jaar later was de "Praagse Lente" verleden tijd. Met de invasie van de troepen van het Warschau Pact (in augustus 1968) was de normalisatie in gang gezet en domineerde Moskou het land als voorheen. Bovendien was in augustus 1970 het Verdrag van Moskou met de Bondsrepubliek ondertekend, dat een extra bevestiging vormde van de zozeer gewenste politieke status-quo, stabiliteit en zekerheid in Europa. En dat Brezjnev uitgerekend in mei 1971 het licht op groen zette voor de MBFR-besprekingen, hing samen met zijn ongerustheid over de steeds luider wordende stemmen in het Amerikaanse Congres voor terugtrekking van een aanzienlijk deel van de troepenmacht in Europa (en met name in de Bondsrepubliek). Brezjnev sprak aan de vooravond van een cruciale stemming in de Senaat over het zogeheten Mansfield-amendement, dat in een dergelijke terugtrekking voorzag. Dit signaal uit de Sovjet-Unie was ĂŠĂŠn van de redenen dat het voorstel werd verworpen; tot grote tevredenheid van de toenmalige president Nixon. Door in te stemmen met de onderhandelingen in het kader van de MBFR sancrioneerden de Russen in

feite de aanwezigheid van Amerikaanse militairen in Europa. De bijjrage van de Verenigde Staten aan je stabiliteit op het continent - vooral van het Zevende Ameri~aanse Leger in de Bondsrepu)liek - werd hoger gewaardeerd jan mogelijke plotselinge verschuilingen van het machtsevenwicht die let gevolg zouden kunnen zijn van Ie terugtrekking van een groot deel lan deze militairen. Vorig jaar bevesigde Henri Trofimenko, medewerKer van Arbatov's Instituut voor de Verenigde Staten en Canada, deze stelling in een artikel in Current Research on Peace and Violence. Hij hekelde de whizz-kids van het Pentagon die speelden met berekeningen en scenario's voor een beperkte kernoorlog in Europa. En de volhardende pogingen van invloedrijke senatoren en andere politici om de meeste Amerikaanse troepen uit West-Europa terug te trekken, beschouwde hij als een bewijs van deze snode plannen.

Erkenning Naar mijn mening richt de SovjetUnie haar huidige buitenlandse beleid niet op een militaire disengagement of decoupling tussen de Verenigde Staten en West-Europa en dus evenmin op de ondergang van het Atlantisch Bondgenootschap, de NAVO. Na aanvankelijke aarzeling legde Moskou zich in het begin van de jaren zeventig neer bij de deelname van de Verenigde Staten en Canada aan de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). Het beschouwde de offici!!le erkenning van de na-oorlogse grenzen en dus van de deling van Europa in een kapitalistisch en een socialistisch blok als het belangrijkste doel van deze conferentie. Een Europa zonder de supermachten, een "Europa voor de Europeanen" is een ideaal dat de Sovjet-Unie vreemd is. Er is weinig reden aan te nemen dat het land zijn troepen uit Oost-Europa zal terugtrekken als de Verenigde Staten het westelijk deel verlaten. De controle over de bondgenoten zal altijd een primaire doelstelling van het buitenlands beleid blijven. Het aanbod dat de Russen veelvuldig hebben gedaan, te weten de gelijktijdige opheffing van de beide militaire bondgenootschappen, dient dan ook


4

AMSTER~M~21 NOVEM8ER

niet serieus te worden genomen. Gorbatsjov deed onlangs nog een dergelijk voorstel, nota bene ter gelegenheid van de verlenging van het Verdrag van Warschau met twintig jaar.

westeuropese integratie De behoefte aan stabiliteit in Europa is niet de enige reden dat de SovjetUnie de huidige situatie van een..less than happy marriage" (de term is van de Amerikaanse Ruslanddeskundige Adam B. Ulam) van de Verenigde Staten en West-Europa prefereert boven een complete breuk tussen beide delen van de Westerse wereld. Een andere overweging is, hoe irreĂŤel misschien ook, dat deze breuk een groeiende Westeuropese integratie op politiek, economisch en militair gebied tot gevolg zou kunnen hebben. Aan Westeuropese samenwerking kleven diverse bezwaren voor de Sovjet-Unie. Ze heeft zich altijd een fel tegenstander getoond van de Europese Economische Gemeenschap. Toen Spanje en Portugal in 1985 toetraden tot de Gemeenschap werd in de Pravda geschreven over de "expansie van de Westeuropese club van monopolies" en over het felle verzet daartegen van de "progressieve krachten" in beide landen. Moskou bleek pas in het begin van de jaren zeventig bereid de EG de facto te erkennen en er onderhandelingen mee te voeren (over visserijproblemen). In mei 1985 ging Gorbatsjov een stap verder toen hij tijdens het bezoek van de Italiaanse premier Craxi duidelijk maakte de Gemeenschap ook als "politieke eenheid" te accepteren. Moskou hecht groot belang aan de handel tussen Oost- en West-Europa en aan de mogelijkheid de Westeuropese landen in economisch opzicht tegen elkaar uit te spelen. Het heeft zich slechts met moeite kunnen verzoenen met de samenwerking in EGverband en is lange tijd afkerig geweest van bilaterale relaties tussen deze EG en afzonderlijke Oosteuropese landen. Het afgelopen jaar is ook in dit opzicht sprake geweest van enige nuancering in de opvattingen van het Kremlin. Veel groter dan de angst voor economische samenwerking in West-Europa, is die voor militaire integratie. De Russen vrezen dat van een decou-

GEEN NIEUWE KERNWAPE.NS IN EUROPA pling een stimulans zal uitgaan voor deze vorm van samenwerking. Dit zou een extra en nogal onberekenbare bedreiging van hun westgrens inhouden en een mogelijke Westduitse atoommacht of zelfs maar vinger aan de nucleaire trekker, is het Kremlin nog altijd een gruwel. Tenslotte vreest de Sovjet-Unie de aantrekkingskracht die een geĂŻntegreerd West-Europa, los van of verbonden met de Verenigde Staten, zou kunnen uitoefenen op de Oosteuropese landen. Het zou voor hen een stimulans kunnen zijn zich onafhankelijker van het Kremlin op te stellen.

Matigende invloed Een overweging die in de Russische inschatting van de voor- en nadelen van het Atlantisch bondgenootschap een belangrijke rol speelt, is de overtuiging dat West-Europa in meerdere opzichten een matigende invloed kan uitoefenen op de Verenigde Staten. Op momenten dat Moskou en Washington belangrijke verschillen van mening hebben, hoopt de SovjetUnie de Westeuropese landen ervan

te doordringen dat haar standpimt het juiste isen dat ze druk op de Verenigde Staten moeten uitoefenen om ook hen hiervan te overtuigen. In dit spel is de Bondsrepubliek een belangrijke troef. De Sovjet-Unie heeft altijd getracht te profiteren van de bijzondere band tussen Bonn en Oost-Berlijn en daarmee van het belang dat West-Duitsland heeft bij een zekere mate van ontspanning in Europa. De controle over de DDR verschaft haar hierbij een belangrijk wapen. De Duitse deling biedt Moskou de mogelijkheid tot op zekere hoogte invloed uit te oefenen op de Bondsrepubliek, de belangrijkste Europese lidstaat van EG en NAVO. In beide samenwerkingsverbanden telt de Westduitse stem zwaar en in de visie van de Sovjet-Unie moet die stem een matigende uitwerking hebben op het beleid dat de andere landen (en dus ook de Verenigde Staten voorzover het de NAVO betreft) voeren ten aanzien van Oost-Europa. Dit is in het recente verleden inderdaad enkele keren het geval geweest, onder meer na de inval in Afghanistan


5

en na het uitroepen van de staat van beleg in Polen. De laatste jaren heeft Moskou echter ook een aantal teleurstellingen moeten slikken. Bonn ging onder de regering van Helmuth Kohl akkoord met de plaatsing van middellange afstandsraketten en besloot op beperkte schaal mee te doen aan het SDI-project. Deze tegenvallers laten echter onverlet dat het Atlantisch bondgenootschap wat de Sovjet-Unie betreft, de afgelopen decennia in tweeerlei opzicht een zeker nut heeft gehad: aanvankelijk bood het de Amerikanen de mogelijkheid de altijd gewantrouwde Duitsers te controleren en later gaf het de Westeuropeanen de gelegenheid de bij tijd en wijle onberekenbare Amerikanen te beteugelen.

Moeizaam huwelijk Kan uit het voorgaande de conclusie worden getrokken dat de SovjetUnie de huidige situatie in Europa en het bestaan van de Atlantische Alliantie als zaligmakend beschouwd? Nee, dat kan niet, want daar is meer voor nodig. Ideaal zou het pas zijn als tegelijkertijd de Amerikaanse troepen zouden zijn geevacueerd, OostEuropa kan worden gecontroleerd en West-Europa gedomineerd. Het is de vraag of het ooit zover komt (ik hoop het niet) en het is evenzeer de vraag of de Sovjet-Unie haar buitenlands beleid op deze utopie afstemt (ik denk het niet). De Sovjet-Unie is er zeker op uit tegenstellingen en twisten tussen Washington en de Westeuropese hoofdsteden te bevorderen en zo mogelijk te creeren; althans voorzover ze haar voordeel opleveren. Nog niet zo lang geleden was dit het geval met de ruzie tussen Europa en de Verenigde Staten naar aanleiding van het besluit van het Witte Huis een verbod af te kondigen op de levering van onderdelen voor een gaspijplijn van Siberie naar West-Europa. Overigens zijn deze en andere geschillen doorgaans niet het resultaat van perfide Russisch handelen maar van concrete belangentegenstellingen tussen Amerika en Europa. En dat Moskou meestal de kant van West-Europa kiest heeft niet zozeer te maken met de wens de tegenstellingen nog eens extra aan te wakkeren, als wel met het feit dat de Westeuropese positie

Kruisraketten worden in de Sovjet-Unie als een vergroting van de westerse dreiging beschouwd.

nu eenmaal vaker strookt met de belangen van de Sovjet-Unie, dan de Amerikaanse stellingname. Vanaf het moment dat de oude en conservatieve garde politici in het Kremlin van het toneel verdween (Brezjnev, Gromyko, Oestinov, Tsjernenko) is het buitenlands beleid aanzienlijk dynamischer en alerter geworden. Dit heeft ook consequenties voor de politiek ten aanzien van West-Europa en van de EuropeesAmerikaanse alliantie. Meer dan voorheen worden de tegenstellingen binnen de kapitalistische wereld benadrukt. Gorbatsjov zelf sprak op het 27e congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie over spanningen in het imperialistische kamp als gevolg van het streven van WestEuropa en Japan onder de Amerikaanse "overheersing" vandaan te komen. De Verenigde Staten zouden gewaar geworden zijn dat het fundament onder de voeten niet meer zo stevig is als voorheen en daarom trachten het proces van verval te keren ten koste van de socialistische landen, van de Derde Werled en van de eigen bondgenoten. Met de plaatsing van middellange afstandsraketten en met het SDI-initiatief pogen ze de NAVO te disciplineren en met protectionistische maatregelen, een hoge dollar en sanctiepolitiek wordt getracht de economische hegemonie te herstellen. Aleksander Jakovlev, hoofd van de afdeling propaganda van het secretariaat van het Centraal ComitĂŠ, typeerde dit Amerikaanse beleid vorig jaar als "a-historisch, regelrecht destructief en levensgevaarlijk".

Bedreven De Sovjet-Unie zal als het haar uit-

komt niet nalaten om te stoken in het moeizame huwelijk dat de verbintenis tussen de Verenigde Staten en West-Europa is. Aangenomen mag worden dat Gorbatsjov hierin nog bedrevener zal zijn dan zijn voorgangers; nog geen 48 uur na het mislukken van de topontmoeting te Reykjavik stond zijn onderhandelaar Viktor Karpov bij Margaret Thatcher op de stoep om haar van de redelijkheid van het Russische standpunt te overtuigen. Om de redenen die ik hierboven heb aangegeven, geloof ik echter niet dat dit moet worden geĂŻnterpreteerd als een streven dat uiteindelijk is gericht op het uiteenvallen van de Atlantische Alliantie. Vooralsnog prefereert Moskou de huidige situatie, waarin West-Europa onderling verdeeld is en desondanks over voldoende invloed beschikt om af en toe druk uit te oefenen op de Verenigde Staten en bepaalde maatregelen van Washington te "neutraliseren". Wat dit betreft was Gorbatsjov oprechter dan velen dachten, toen hij in oktober 1985 tijdens zijn bezoek aan Frankrijk zei: "We zijn toch realisten en we begrijpen uitstekend hoe sterk de banden zijn, in historisch, politiek en economisch opzicht, tussen West-Europa en de Verenigde Staten. Men hoort veel speculatie over dit soort zaken. Het idee dat we een wig zouden willen drijven tussen West-Europa en de Verenigde Staten is absurd".

Deze bijdrage is gebaseerd op eerder in Transak tie. lnternationa{e Spectator en Jaarboek Vrede en Veiligheid 198$/ 86 (Vrije Universiteit. Amsterdam) verschenen artikelen.


6

Gebrek aan vertrouwen staat betere samenwerking in de weg Al enige jaren bestaan er spanningen in het militaire bondgenootschap tussen de Verenigde Staten en West Europa. De opvattingen over het veiligheidsbeleid verschillen. Hoe moeten de stijgende defensiekosten betaald worden?Zullen de Verenigde Staten zich op langere tennijn misschien terugtrekken uit West-Europa? Hans-Paul Andriessen en Chiel de Leeuw spraken hierover met Dr P. M. E. Volten, beleidsmedewerker van het ministerie van defensie met studieverlof op Instituut Clingendael. Dr P. M. E. Volten.

blemen buiten Europa duidelijk verschilt van dat van West-Europa, dat overigens geen eensgezind beleid voert, dan heeft dat zeker invloed op de onderlinge samenwerking. De reactie in de Verenigde Staten op het niet mee willen werken van WestEuropa aan de raid op LibiĂŞ was echt heel sterk. Ik heb het niet alleen over de Amerikaanse regering, maar ook over de burgers waarvan velen echt diep geschokt waren. Als er verschillen van mening zijn op het gebied van buitenlands politieke onderwerpen dan komt dat vroeg of laat ook terug in het veiligheidsbeleid en de samenwerking van de bondgenoten. Hoofdpunt blijft de houding ten opzichte van het Oostblok. Ik denk hierbij aan de verschillen tussen de Verenigde Staten en de Bondsrepubliek" .

Jason: Wat zijn de voornaamste problemen in de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en West-Europa op militairgebied? Volten: "Je komt dan uit bij de Amerikaanse opvattingen over strategie. In de laatste jaren gaan deze opvattingen in een richting, die tot gevolg kan hebben dat de Verenigde Staten zich wat terughoudender op gaan stellen tegenover West-Europa. SDI is daarvan een teken aan de wand. Het grondgebied van de Verenigde Staten moet beschermd worden. Ogenblikkelijk wordt er dan de verzekering gegeven dat men het grondgebied van West-Europa zal blijven beschermen. Toch kun je stellen dat er sprake is van een meer terughoudende opstelling ten opzich te van een nucleaire garantie. Bekijk je de nuloptie die in Reykjavik besproken is, dan zie je een andere stap. De eerste wapens die West-Europa gaan verlaten zijn die wapens, die de Sovjet-Unie kunnen bedreigen. De wapens die overblijven kunnen haar niet bedreigen. De nucleaire garantie en de koppeling tussen de Verenigde Staten en Europa is niet meer zo vanzelfsprekend. Ik zeg niet dat de Verenigde Staten zich zullen terugtrekken uit West-Europa. Zij blijven overtuigd van hun grote strategische belangen alhier. Wel dringt men er bij de bondgenoten op aan de inspanningen op conventioneel gebied te verhogen. Er wordt in de Verenigde Staten echter niet alleen naar W est-Europa gekeken, men dicht zichzelf een globa-

~ :i!! ~

'" ~ Ie taak toe. De strijdkrachten moeten zich richten op deze globale taak. Hierdoor krijgen de landstrijdkrach ten, waarom wij in West-Europa juist zo zitten te springen, niet de hoogste prioriteit. Die ligt bij de Amerikaanse marine en de luchtmacht. Taakverdeling bij de verdediging van het Westen is noodzakelijk geworden".

Er zijn verschillen in het buitenlands beleid van de Verenigde Staten en West-Europa. Wij denken hierbij aan Midden-Amerika, Zuid-Afrika en Libil3!. Wat zijn de gevolgen voor de militaire samen werking? "Wanneer het Amerikaanse beleid ten aanzien van internationale pro-

Wat zijn de verschillen in het Amerikaanse en de Westeuropese veiligheidsbeleid tegenover het Oostblok? "Tot voor enige jaren was er een consensus over het veiligheidsbeleid in de NAVO. De nucleaire discussie en de houding van de SPD en de Labourparty, hoewel beide niet aan de macht zijn, hebben deze consensus verstoord. Volgens de Verenigde Staten is de politiek van dètente mislukt. De Sovjet-Unie is doorgegaan met bewapenen en heeft weinig gedaan ter verbetering van de mensenrechten in het land. De Duitsers zuIlen het hier niet mee eens zijn. Zij zeggen "er is rust aan het front" en zullen wijzen op de verbeterde betrekkingen met de DDR.


7

In West-Europa is men er aan gewend geraakt te leven onder de nucleaire dreiging. Men gelooft dat de afschrikking wel zal werken. Mocht dit niet zo blijken te zijn, dan gaat men er vanuit dat alles is afgelopen. De Verenigde Staten gaan er echter vanuit dat een oorlog niet alleen voorkomen maar ook gevoerd moet worden, als dat voorkomen mislukt. Er blijven altijd verschillen in het bondgenootschap. De geostrategische situatie kan niet veranderd worden. De accenten kunnen wel verscherpt worden. Bijvoorbeeld als in de Bondsrepubliek de SPD, die pleit voor gedeelde veiligheid in overleg met de Sovjet-Unie, aan de macht komt",

ten bij hun afweging van factoren Europese wensen voortdurend op de laaste plaats laten komen. Het is zaak goed op te letten bij deze onderhandelingen, zeker gezien de trend naar verwijdering tussen de bondgenoten".

In de publieke opinie in de Verenigde SfEten besfEan duidelijke weersf<lnden tegen de Amerikaanse bijdrage aan de verdediging van WestEuropa. Denk u dal deze opinie een verandering in het beleid ten opzichte van West Europa teweeg kan brengen? "Je weet nooit hoe het gaat. Reagan is gekozen door de overheersende

Dr Volten en zJïn interviewers Hans·PauJ Andriessen (rechts) en ChieJ de Leeuw (links).

U zei al dat de nucleaire garantie die de VerenigdeSfEtenaan West-Europa geven niet zo vanzelfsprekend meer is. In West-Europa besfEat nu de angst dat de VerenigdeSfEten bij de onderhandelingen over strategische kernwapens te weinig rekening met haar belangen houdt. Acht u deze angst terecht? "Er zal wel rekening gehouden worden met West-Europa. Als er echter op hoofdpunten meningsverschillen bestaan, wordt het moeilijk. De kans is ~oot dat de grootste bondgenoot in zo n geval voor de eigen koers kiest. Meestal sluit men natuurlijk compromissen. Bij wapenbeheersingsonderhandelingen moet je er rekening mee houden dat de twee supermach-

mening, eind jaren '70 begin jaren 'SO, dat er meer aan de defensie gedaan moest worden en dat er een hardere opstelling tegenover de Sovjet-Unie moest komen. Nu is de bereidheid om meer uit te geven aan defensie gedaald. Wel moet ik weer wijzen op de langere termijn ontwikkeling in het Amerikaanse strategische denken naar een toenemende nadruk op de globale verantwoordelijkheid. Deze ontwikkeling staat zeker onder invloed van de politieke opinie. De invloed van de oostkust daalt, in Washington zit nu een Californische club. Dit is een symbolische verschuiving. Het Verre Oosten wordt steeds belangrijker hoewel de waarde van West-Europa hoog blijft".

De kosten van de verdediging van West-Europa lopen hoog op. Wie gaat dat beWen en hoe kan dat het beste gebeuren? "Ook in Washington bestaan er verschillende meningen. Een vooraanstaand persoon op het gebied van de NAVO als senator Nunn dringt er al jaren op aan, dat de Europese bondgenoten op conventioneel gebied meer bijdragen, anders kan hij de Amerkaanse bijdrage niet meer aan de senaat verkopen. Ik geloof dat West-Europa een eerlijk deel van de verdediging op zich neemt. Op sommige punten moet inderdaad een wat grotere inspanning gedaan worden, bijvoorbeeld op het gebied van de munitievoorraad. Maar de kosten van de defensie stijgen terwijl de economie weinig groeit en de sociale problemen toenemen. Er is dus weinig ruimte voor een verhoging van de defensieuitgaven. Kostenbesparing is enige oplossing maar hoe moet dat gebeuren? Ik geloof niet in intensievere samenwerking van de verschillende defensieindustriel!n. Nationale industrii!le belangen staan hier in de weg. Over blijft militaire operationele samenwerking. De NAVO moet als één geheel bekeken worden. Waar is een land het beste in of waar ligt het? Zo ligt Nederland dicht bij het voornaamste operatiegebied in West-Duitsland, waardoor het accent meer op de landmacht dan op bijvoorbeeld de luchtmacht zal moeten liggen. Via taakspecialisatie zijn veel kosten te besparen". Daar is dan wel een vergaande bereidheid van de bondgenoten voor nodig, die nu nog ver te zoeken is. "Ja, dat is een groot obstakel. De krijgsmacht-onderdelen en ook de regeringen voelen er weinig voor. Men is bang dat men een te groot deel van de soevereiniteit moet prijsgeven, de onderlinge afhankelijkheid wordt dan groter en vooral de voornaamste landen zijn daar erg gevoelig voor. Ik stel daar tegenover dat een grotere onderlinge afhankelijkheid de eenheid alleen maar vergroot. Er bestaat inderdaad een zeker risico. Als in Groot-Brittanii! Labour aan de macht komt, zullen dingen bijvoorbeeld gaan veranderen. De wijzigingen hoeven ook niet al te


8

drastisch te zijn. Er zijn allerlei andere argumenten tegen taakspecialisatie. Bijvoorbeeld traditie en in het geval van Nederland ook overwegingen van strategische aard. Als je op de marine wilt bezuinigen, dan wijst men er daar op dat je dan meteen besluit je belangen in de rest van de wereld niet meer te verdedigen. Is hiervoor geen samenwerking met Frankrijk en Groot-Brittanie mogelijk? Dit is één van de redenen waarom ik in het geval van Nederland de voorkeur geef aan het terugdringen van de taak van de eigen luchtmacht. Er zijn ook organisatorische redenen voor. Binnen de NAVO is de luchtmacht het meest geïntegreerde onderdeel. Dit maakt verdergaande samenwerking makkelijker".

Een zelfst<mdige defensie van WestEuropa is politiek gezien erg moeilijk. Hoe zit het met de technische en financiële mogelijkheden?

De F-16, het paradepaardje van de luchtmacht, welk krijgsmachtonderdeel volgens Volten het meest in aanmerking komt voor integratie.

"De strategische kernmacht van de Verenigde Staten kun je niet zomaar overnemen. De uitgaven daarvoor zijn te groot. Ook de bijdrage van de Verenigde Staten aan de verdediging van West-Duitsland is niet makkelijk te vervangen. De wens daartoe bestaat ook niet in West-Europa. WestDuitsland wil bovenal dat de nucleaire garantie blijft bestaan. Dat land is erg gevoelig voor iedere vermindering van het "commitment". Een zefstandige Westeuropese defensie zal niet snel van de grond komen".

Wat verwacht u van desamenwerkingtussen de Verenigde Staten en West-Europa in de toekomst? "Als de politieke verschillen niet al te groot worden, dan denk ik dat het bondgenootschap het nog lang zal uithouden. Op den duur zal er ook wel wat taakspecialisatie plaatsvinden. In de Verenigde Staten vindt men dat het bondgenootschap moet blijven bestaan. Het moet wel beter georganiseerd worden zodat het eventuele schokeffecten in de toekomst kan weerstaan".


9

Vrees voor akkoorden "over Europa maar zonder Europa" Op de bovenverdieping van de villa Hofdi in Reykjavik zaten de tekstschrijvers van het State Department hard te werken

aandetoespraak van hun minister voor de persconferenüe: het werd een indrukwekkende opsomming van successen. Ze werden onderbroken door minister Shultz, die kwam zeggen dat alles was mislukt. In het kort schetste hij de gang van zaken en vertrok naar de persconferentie. Zijn medewerkers bleven napraten en kwamen al snel tot de verrassende conclusie dat de ontmoeting in feite voor 95 procent was geslaagd. Een van hen rende achter de minister aan, maar hij was te laat: de persconferentie van de vermoeide en teleurgestelde minister Shultz was al begonnen. Hieruit blijkt hoe groot de verwarring was na de ontmoeting. Binnen 24 uur veranderde de mislukking in succes, maar de verwarring bleef. Ook onder de Europeanen, die tegelijkertijd teleurgesteld en opgelucht waren. Teleurgesteld, omdat wapenbeheersingsakkoorden tussen president Reagan en partijleider Gorbatsjov binnen handbereik waren geweest. Opgelucht, omdat de voorstellen die in Reykjavik over tafel gingen wel erg drastisch waren en vergaande consequenties voor de Europese veiligheid hadden. De latente angst van de Europeanen dat de twee supermogendheden het met elkaar op een akkoordje zouden gooien, stak weer de kop op.

Zonder Europa In Reykjavik onderhandelden Reagan en Gorbatsjov immers - met een variant op de vrede van Utrecht - "over Europa en zonder Europa". Ze waren niet ver verwijderd van een akkoord over de volgende zaken: de afschaffing van alle strategische raketten binnen tien jaar, uitvoering in Europa van de nuloptie voor de middellange afstandwapens, bevriezing en nadere onderhandelingen over de kortere-afstandwapens en beperking van kernproeven. Op de interpretatie van het ABM-verdrag en het Strategisch De-

fensie Initiatief SDI liep het overleg die zondagmiddag uiteindelijk stuk. Waar moeizame besprekingen jarenlang geen schot in de wapenbeheersing hadden kunnen brengen, leek een weekendje overleg voldoende om de voornaamste obstakels uit de weg te ruimen. Gelukkig maar dat het feest tenslotte niet doorging, zal een aantal Europese regeringsleiders hebben verzucht. Want wat zouden zulke overeenkomsten over kernwapens hebben betekend voor de Europese veiligheid? De afgelopen decennia nam Europa herhaaldelijk een tweeslachtige houding in waar het wapenbeheersing betrof. Komen Amerikanen en Russen niet tot akkoorden, dan sporen Westeuropese regeringen de bondgenoot aan tot meer inspanning. Boeken de supermogendheden succes en sluiten ze verdragen, dan raken de Europeanen nerveus: heeft men wel voldoende acht geslagen op de specifieke Europese veiligheidsbelangen? Dit hinken op twee gedachten komt de relatie met de Verenigde Staten niet ten goede. Europa laat zichzelf als pion gebruiken zolang het niet bereid en in staat is meer zorg te dragen voor de eigen veiligheid. Reykjavik en de afwikkeling hiervan vormt een nieuwe episode in het lange feuilleton van misverstanden, botsingen en fricties tussen de Verenigde Staten en West-Europa. De transa1tantische problemen zouden aanzienlijk verminderen, als Europa op veiligheidsgebied eindelijk eens de puberteitsfase zou verlaten. Europa en de Verenigde Staten lijken zich de laatste 10 jaar steeds meer van elkaar te verwijderen. De onderlinge relatie is nooit rimpelloos geweest. Diverse aanvaringen heb-

Dit artikel Îs geschreven door drs. J. J. M . Pen· ders, lid van het Europese Parlement voor de Eu · ropese Volkspartij en het CDA.

ben zich in het verleden voorgedaan, bijvoorbeeld rond de Multilateral Force in de jaren zestig. Maar de verdeeldheid over de modernisering van de middellange afstandwapens was zo diep, dat de algemene conclusie is: dit nooit weer. "Een zeker niet ongelukkig huwelijk", zei minister Van den Broek onlangs voor de Nationale Press Club in Washington. Maar de laatste tijd is de herrie in dat huwelijk niet van de lucht. Op verschillende terreinen manifesteren zich uiteenlopende visies: veiligheid, economische betrekkingen en de "out of area" -problematiek.

Meningsverschil Veiligheidszaken zijn een bron van constante menigsverschillen, over met name kernwapens, "burden sharing", chemische wapens en de betrekkingen met het Warschau Pact. Sinds 1945 heeft West-Europa de behartiging van zijn veiligheid als het ware uitbesteed aan de V.S. De Westeuropese veiligheid is in feite gebaseerd op de nucleaire afschrikking en de nucleaire garantie van de V.S. De "flexibele response"-strategie houdt in dat in geval van een conflict met de inzet van Amerikaanse strate-


10

Grimmige gezichten na afloop van de top in Reykjavik.

gische kernwapens kan worden gedreigd. De geloofwaardigheid van de nucleaire afschrikking vloeit voort uit deze atoomparaplu. De aanwezigheid van 300.000 Amerikaanse soldaten in Europa is de belichaming van de aan elkaar gekoppelde Amerikaans-Europese veiligheid. De zwakke positie van West-Europa na 1945 en de spanningen als gevolg van de Koude Oorlog maakten de functie van de V.S. als verzekeraar van de Westeuropese veiligheid uiterst gewenst. Het ontstaan van een strategisch evenwicht rond 1970 veroorzaakte bezorgdheid in Europa. De modernisering en uitbreiding van het Sovjetarsenaal aan kernwapens voor de middellange en kortere afstand deed de vrees ontstaan voor een "ontkoppeling" (zie de rede van Schmidt voor het ISSS in 1977) of voor een Amerikaanse keuze een eventueel nucleair conflict tot het Europese continent te beperken, Europa als slagveld. Europeanen zijn daarom geheel gerust op besprekingen over beheersing van de strategische en de INF-wapens. Ook de rol van tactischnucleaire wapens kwam ter discussie te staan. Terugdringen van de rol van deze categorie wapens verhoogt de atoomdrempel, anderzijds zijn deze wapens onontbeerlijk voor de afschrikking.

SDI een prima troefkaart De Europeanen weten eigenlijk niet goed wat ze met de SDI aanmoeten. Dat heeft alles te maken met het feit dat onduidelijk is wat de Amerikanen met SDI voor ogen staat. Is de kaasstolp van president Reagan of "point defence" de bedoeling? Komt de kaasstolp-optie de Europese veiligheid ten goede? En wat zijn de ge-

volgen voor de Oost-Westbetrekkingen, wordt het een onoverkomelijk struikelblok in de besprekingen? De Amerikanen zouden er goed aan doen meer duidelijkheid over SDI te verschaffen. EĂŠn ding is duidelijk. SDI is een prima troefkaart gebleken, het heeft de Russen teruggebracht aan de onderhandelingstafel. Zaak is deze kaart zo uit te spelen, dat enerzijds de VS niet teveel in de onderzoeksmogelijkheden worden beperkt en dat anderzijds wordt voorkomen dat SDI leidt tot een sterke uitbreiding van offensieve raketten aan Sovjet-zijde en dus een nieuwe ronde in de wapenwedloop. De NAVO-strategie van "flexible response" mag dan niet perfect zijn en twijfelachtige aspecten hebben, er bestaat doodeenvoudig geen alternatief. De onzekerheid bij de SovjetUnie over een Amerikaanse beslissing in een conflict de ICBM's in te zetten, is ter garandering van de Westeuropese veiligheid al voldoende. Europa kan ook weinig anders gezien het conventionele overwicht aan de kant van het Warschaupact.

"Burden sharing" Een volgend probleem tussen de VS en Europa betreft de hoogte van de defensie-uitgaven, het vraagstuk van de "burden sharing". In de ogen van veel Amerikanen zijn de Europeanen uit op een "free ride", laten de Amerikanen opdraaien voor het leeuwendeel van de defensie-uitgaven in de NAVO. Europeanen geven liever geld uit aan sociale programma's. De Europeanen moeten maar eens met de neus op de feiten worden gedrukt door bijvoorbeeld enkele tienduizenden Amerikaanse soldaten terug te trekken. Wellicht dat ze zich dan eens serieus wrgen gaan maken over

de eigen veiligheid. De kans dat de VS tot een dergelijke stap overgaan is niet denkbeeldig. Zeker niet nu de Democraten bij de jongste verkiezingen ook een meerderheid in de Senaat hebben behaald. Senator Nunn, die in het verleden al eens een voorstel in deze richting heeft gedaan, kan nu weleens voldoende steun krijgen. De Amerikaanse klacht over een te geringe Europese bijdrage is niet terecht. West-Europa levert een heel behoorlijke bijdrage aan de bondgenootschappelijke verdediging: in vredestijd leveren wij 90% van de manschappen, 80% van de tanks, 95% van de artillerie en 80% van de gevechtsvliegtuigen. Dat neemt niet weg dat Europa op dit moment mogelijkheden laat liggen om de beschikbare gelden te besteden. Door meer samenwerking (in plaats van dodelijke concurrentie) bij wapenproduktie, gezamenlijke aanschaf, taakspecialisatie en gemeenschappelijke oefeningen en opleidingen. Het wordt hoog tijd dat hierin enig schot komt (in de IEPG, Independent European Program Group) want we krijgen steeds minder defensie voor ons geld. Wapensystemen worden steeds kostbaarder. Er is wel eens ironisch gesproken van "structurele ontwape-

ning". Chemische wapens zijn een volgend discussiepunt binnen het Atlantisch Bondgenootschap. Het Amerikaanse Congres heeft besloten tot moderni sering van de chemische wapens omdat men in het Warschau Pact aan de opbouw van grote voorraden heeft gewerkt. De Westeuropese landen wijzen gebruik van chemische wapens vierkant van de hand en hebben stationering op Europees grondgebied in vredestijd dan ook geweigerd. Want wat moeten we met deze wapens, de afschrikking wordt immers met nucleaire wapens afgedekt?

Economische problemen Over de betrekkingen met het Warschaupact, vooral de economische, zijn Amerikanen en Europeanen het ook nogal eens oneens. Geografische verhoudingen spelen hierbij een rol. West-Europa wil graag goede betrekkingen onderhouden met de Oosterburen (dit geldt met name voor de Bondsrepubliek). Wij heb-


11

Premiers en regeringsleiders van een aantal NA VO-landen op de

ben dan ook minder moeite met intensieve economische betrekkingen. We zijn minder huiverig als het gaat om technologie-overdracht of afhankelijkheid van Russisch aardgas. Ook in de "ideologische" benadering van het Oostblok zien wij wat meer schakeringen dan zwart-wit. Een kwalificering van de Sovjet-Unie als ,,!he evil empire" zal een Westeuropese regeringsleider niet gauw in de mond nemen. Niet zelden doen zich in de onderlinge handelsbetrekkingen tussen VS en Europa forse botsingen voor, ironisch "oorlogen" genoemd: graanoorlog en de staaloorlog. Was de wederopbouw van West-Europa eind jaren veertig volledig gebaseerd op Amerikaanse steun - het Marschallplan - inmiddels heeft WestEuropa deze hulpbehoevende status ingeruild voor een van een geduchte economische concurrent. Vooral de EG heeft Europa tot een economisch machtsblok van formaat gemaakt. De problemen rond de hoge rentestand en de dollar koers zijn de laatste tijd wel verminderd. President Reagan zal echter de druk vanuit het Congres om protectionistische maatregelen te nemen, niet lang meer kunnen weerstaan. Wat dit aspect betreft is er dus weinig reden tot optimisme.

"fammefoto'~

Een toenemend aantal botsingen is er met de Amerikanen over de "out of area" -problematiek. Europeanen komen vaak tot een andere beoordeling van ontwikkelingen buiten de Atlantische regio. Dat is ook eigenlijk heel logisch. De VS hebben mondiale verantwoordelijkheden en aspiraties terwijl Europa zijn verantwoordelijkheden vooral beperkt tot de eigen regio. Naar Europese smaak zien de VS mondiale conflicten teveel door de bril van de Oost-West-tegenstelling, verliezen zij daarbij het zicht op de complexiteit van veel problemen en missen zij de nodige nuancering. Dat leidt tot verschillende standpunten over bijvoorbeeld Nicaragua, Angola, internationaal terrorisme en Libiê. Veel Europeanen beschouwen de raids op Benghazi en Tripoli als een overreactie. Een vergelijking van de Amerikanse president met de filmheld Rarnbo werd toen nogal eens gemaakt. Europeanen moeten niets hebben van dit soort riskante avonturen. Toch zijn de Europeanen wel te huiverig als het gaat om problemen buiten de Atlantische regio. Ook daar liggen wel degelijk Europese belangen - met name in het Midden-Oosten - en de Amerikanen vragen terecht om meer Europese betrokkenheid. Een nadere Europese bezinning op deze problematiek is

absoluut noodzakelijk.

Atlantische verwijdering Welke factoren dreigen Amerikanen en Europeanen steeds meer uit elkaar te drijven? Daarvoor zijn veranderingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan verantwoordelil·k. Wat Europa betreft zijn er drie re evante factoren. In de eerste plaats is Europa in economisch opzicht gelijkwaardig geworden aan de VS, hetgeen talrijke handelsconflicten oplevert. Ten tweede is de binnenlandse politieke consensus over het veiligheidsbeleid afgebrokkeld. Identificatie met de VS is geen automatisme meer, protesten tegen de Vietnamoorlog en kruisrakketen maakten dat zichtbaar. Veel Europeanen van de naoorlogse generatie redeneren dat het niet uitmaakt door de Amerikaanse hond of door de Russiche kat te worden gebeten. Ten derde bestaat er een belangrijk mentaliteitsverschil met de Amerikanen. Dat is niet nieuw maar wordt de laatste tijd wel manifester. De Europese samenleving is milder, behoedzamer en meer afwachtend. Wij houden niet van extremen maar van evenwichten en gaan niet over één nacht ijs. Amerikanen daarentegen zijn optimistisch, assertief, dyna-


12

misch en overtuigd dat alles mogelijk is. President Reagan heeft dan ook op zijn bureau een bordje staan met de tekst "it can be done". Ook in de VS is er het nodige veranderd sinds 1945. Er staat een nieuwe generatie politici en ambtenaren aan het roer die niet heeft meegewerkt aan Marschallhulp en de oprichting van de NAVO. Bovendien heeft het "foreign policy establishment" ruimte moeten geven aan mensen afkomstig uit de westelijke en zuidelijke staten van de VS. Deze mensen ori~nteren zich meer op de Stille dan op de Atlantische Oceaan. Minder belangstelling en begrip voor Europa is het onvermijdelijke gevolg. Europese strategie Wat moet er gebeuren om verdere erosie van het bondgenootschap te keren. Van het grootste belang is dat we de moeilijkheden eerlijk onder ogen zien en geen struisvogelpolitiek bedrijven. Evenmin is het zinvol elkaar over en weer in de beklaagdenbank te plaatsen en etiketten op te plakken als "Eurosklerose" en "Ramboisme". Bij voortduring moeten we in de contacten met Amerikanen de Europese standpunten verduidelijken. Veel meer dan tot nu toe het geval is zou de NAVO-raad als coördinatiepunt voor de onderlinge betrekkingen kunnen functioneren, zowel in tijden van crisis (zoals Libië aprilj.l.) als daarbuiten. Misverstanden zullen minder gemakkelijk ontstaan. Bovendien wordt zo tegemoetgekomen aan de Europese klacht dat de VS de Europeanen te weinig inlichten. Verder ben ik ervan overtuigd dat Europa een essenti~le bijdrage levert aan de oplossing van dit probleem, wanneer Europa meer verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid zou nemen. Europa heeft nooit een eigen rol op veiligheidsgebied gewild. Lange tijd was zelfs het denken en discussiëren hierover taboe. Het is dan ook geen wonder dat het zwaartepunt binnen het Atlantisch Bondgenootschap bij de VS lag. De VS zijn en blijven onmisbare bondgenoten, dat staat buiten kijf. Maar aan de onevenwichtigheid binnen de NAVO moet een einde komen. Ontwikkeling van een Europese identiteit op veiligheidsgebied is daarvoor onontbeerlijk. Ik bepleit niet het van stal

West-Europa levert, in tegenstelling tot wat nogal eens in de VS gedacht wordt, een grote bijdrage een de NA VO-sterkte.

halen van de Europese Defensie Gemeenschap uit 1954. Europa als derde wereldmacht is een onwenselijke optie. Evenmin voel ik voor een neutraal West-Europa omdat dat in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie zou raken. Wat dan wel? De Europese eenwording is tot nu toe een onvolledig proces en zal dat blijven wanneer veiligheid hiervan geen onderdeel gaat uitmaken. Samenwerking op buitenland-politiek terrein kan niet volwassen worden als veiligheid daaraan niet wordt toegevoegd. De Europese Politieke Samenwerking (EPS) staat nog in de kinderschoenen. Veel meer dan verklaringen blijkt meestal niet haalbaar. Of zoals The Economist onlangs schreef: "In al deze gevallen (Libii!, Tsjernobyl, Zuid-Afrika, J.P.) betekenden de onverenigbare nationale belangen van twaalf soevereine staten, dat het enige gemeenschappelijke beleid waartoe kon worden besloten zo'n bleek compromis was, dat het de Gemeenschap belachelijk maakte". De Europese landen zouden een veiligheidsconceptie moeten ontwikkelen: een analyse van de Europese belangen, vaststelling van de strategische prioriteiten, samenwerking op het terrein van wapenproduktie en aanschaf, taakverdeling. Pas dan wordt Europa een volledige partner binnen het Atlantische Bondgenootschap. Niet langer wachten we af en laten we Europa pion zijn in een

schaakspel tussen de VS en de SovjetUnie. De meningsverschillen met de VS zullen wel blijven bestaan, maar ze wekken dan minder irritatie. Die wordt immers veelal veroorzaakt door de negatieve veiligheidsaspecten in het Europese beleid. Hoe dit alles te realiseren? Europese organisaties op dit terrein zijn er te over maar niet allemaal zijn ze even geschikt. De IEPG bestrijkt alleen de wapenproduktie en de Eurogroup is een statische organisatie gebleken. De EPS is een mogelijkheid maar dan wel met toepassing van "twee snelheden". Bij de totstandkoming van de Europese Akte is weer eens gebleken dat Ierland, Griekenland en Denemarken op dit punt onwrikbare standpunten innemen. Verkaveling van de Europese akkers is niet wenselijk. Maar het is beter zoiets moedig onder ogen te zien dan door te gaan met het frusterende grootstegemene-delersgedrag van thans. De Westeuropese Unie (WEU) is een andere mogelijkheid. Na de poging tot revitalisatie lijkt dit orgaan overigens weer ingedut te zijn. Maar de WEU is daarom zo geschikt als uitgangspunt voor veiligheidssamenwerking, omdat hierin de "Oude Zes" zijn verzameld. Dit is een tamelijk hechte groep landen. Andere landen kunnen zich later altijd nog aansluitend. Want West-Europa moet niet al te lang meer wachten met een volwassen houding op veiligheidsgebied.


13

"Europa moet eerst orde op eigen zaken stellen" De Verenigde Staten en West-Europa zijn in economisch opzicht gelijkwaardige grootmachten geworden. De politieke en militaire krachtsverhoudingen zijn echter niet op een zelfde niveau gekomen, ofschoon West-Europa veel sterker en onafhankelijker is geworden dan in de tijd direct na de'l\veede Wereldoorlog. Dat is een van de grote opmerkelijkheden in de West-Westrelatie. Aldus Alan Jury, political officer aan de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Samen met zijn collega Kevin Harris, lid van de economische afdeling van de ambassade, sprak Jury met Jason Magazine. Jury en Harris zijn tevens verbonden aan het American Youth Conunittee van de Amerikaanse amb~de in Den Haag. Jury: "Een belangrijke factor bij het onafhankelijker worden van Europa was de Europese integratie. Zeker in de jaren '50 en '60 was het streven naar die integratie een drijvende kracht achter het economische herstel. In de '70 en '80 jaren viel die kracht iets weg door wat ik "Europees nationalisme" zou willen noemen, met name van de grotere Europese landen. Nationale belangen gingen v贸贸r Europese belangen. Bovendien hebben Europeanen het idee dat de VS steeds meer betrokken raken bij de wereld buiten Europa. Ik leg de nadruk op het woord "idee", omdat ik niet geloof dat wat daarmee bedoeld wordt een realiteit is. De VS zijn altijd een wereldmacht geweest. Het onder Europeanen zeer populaire idee dat wij als gevolg van de handelscrisis met Japan plotseling AziE! hebben ontdekt, is op zijn zachtst gezegd historisch onjuist. Het idee dat de VS meer tijd zouden besteden aan andere belangen in de wereld dan aan Europa is overigens soms een bron van spanningen en zeker van discussie".

Hoe zou U die verandering in de betrekkingen willen karakteriseren; als een geleidelijk proces of een schoksgewijze verandering, als gevolg van bepaalde gebeurtenissen? Jury: "Ik ben geneigd om het als een geleidelijk proces te zien. De relatie

De Brits-Amerikaanse as in de westerse alliantie: premier Tha tcher en president Reagan.

VS-Europa werd volwassener. In samenhang daarmee groeide West-Europa's eigen identiteit. AIs ik een keerpunt moet noemen, zou ik het meer in de economische sfeer zoeken: de loskoppeling van de dollar van de goudstandaard met als gevolg een minder dominante rol voor de dollar als leidende munteenheid in de jaren '70. Dit had op zijn beurt weer tot gevolg dat de centrale banken en de economische leiders van West-Europa inzagen , dat zij een meer gelijkwaardige rol moesten

gaan vervuIlen. AIs een ander keerpunt zou je de zevendaagse oorlog in IsraE!1 kunnen noemen. De zending van voorraden door de VS aan de Isralllillrs, via Europa, maakten 茅茅n punt zeer duidelijk: de belangen van de VS in de rest van de wereld kunnen van grote invloed zijn op Europa's NAVO-belangen. Naar mijn mening hebben de Europeanen dit al ergens moeten zien aankomen. Maar nogmaals: In zijn algemeenheid is er, volgens mij, sprake van een ge-


14

leidelijk proces en niet van een dramatische breuk in de West-West-re-

Zorgwekkend

latie".-

De herinnering aan die Amerikaanse rol vervaagt. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Wat is op dit proces de invloed geweest van de rol, die de VS hebben gespeeld bij de bevrijding van WestEuropa? Jury: "Ik denk dat we realistisch moeten zijn en durven zeggen, dat de VS in de Tweede Wereldoorlog heeft gevochten omdat het in ons nationaal belang was. De ervaring uit de eerste helft van de twintigste eeuw heeft ons geleerd dat het niet langer rel!el is om de verdediging van de VS te beperken tot de nationale grenzen. Het duurde echter lang voordat wij deze les geleerd hadden. Toch denk ik niet dat de doorslaggevende rol van ons land bij de bevrijding van West-Europa een afdoende verklaring is voor het feit, dat de VS zichzelf een leidende rol hebben toebedeeld. Ik denk dat er andere verklaringen zijn. De meeste belangrijke van deze verklaringen komt neer op het willen dragen van verantwoordelijkheid. Wij geloven dat leiderschap een aantal verantwoordelijkheden met zich meebrengt; niet alleen in de economische en politieke, maar ook in de militaire sfeer. Als Europa duidelijk heeft gemaakt dat zij bereid is haar verantwoordelijkheden op al deze gebieden te dragen, dan zijn de VS bereid die leidersrol te delen. Een goed voorbeeld is Frankrijk, dat ondanks de verschillen bereid is om op al deze gebieden verantwoordelijkheid te dragen. Voor de Britten geldt dit laatste tot op zekere hoogte. Als Europa wil dat er naar haar geluisterd wordt, moet ze ook bereid moet zijn hiervoor een prijs te betalen. Als je het spel wil meespelen, moet je bereid zijn in te zetten. Indien de VS merken dat er wordt ingezet, bestaat er een oprechte bereidheid om te consulteren. Ik denk dat dit een natuurlijke houding is; zoals wij in de VS zeggen: "You have to put your money where your moutb is". De VS geloven niet in luchtkastelen. Zodra de VS het gevoel hebben dat de beste stuurlui aan de wal staan, zullen zij meer hun eigen zin doordrukken".

Jury: "Ik denk dat dit één van de meest zorgwekkende aspecten van de West-West-relatie is. In Amerika worden die gezamenlijke waarden zeer sterk gevoeld. Het delen van democratische instituties en vrijheid blijft dè redenen voor de banden tussen de VS en Europa. Europa hoeft nooit bang te zijn dat haar plaats in relatie met de VS zal worden ingenomen door de Japanners of andere Aziatische landen. Amerikanen zouden zich nooit op de zelfde wijze met de Aziatische culturen kunnen vereenzelvigen, als zij met Europa doen. Wij delen veel gezamenlijke waarden. Veel Amerikanen hebben hun wortels in Europa. Vandaar dat wij bezorgd kijken naar de tendens in West-Europa, om die gezamenlijke waarden niet zo relevant meer te vinden. Het denken dat de VS en de Sovjet-Unie slechts twee gelijke wereldmachten zijn die ieder hun nationale belangen najagen, baart ons zorgen. Feiten rechtvaardigen deze wereldvisie niet, en wij zijn van mening dat als deze tendens gaat overheersen, zij een serieuze dreiging voor de alliantie kan zijn. Volgens het NAVO-handvest is de alliantie gebaseerd op gezamenlijke waarden en democratie. De alliantie is er niet voor zichzelf: zij streeft een duidelijk doel na. Indien dat doel vervaagt, is het slechts een kwestie van tijd voordat de instituties en de structuren eromheen ook zullen vervagen.

"Kunt U enkele Europese factoren opnoemen die verantwoordelijk kunnen zijn geweest voor de meer kritische houding van Europeanen tegenoverde VS? Jury: "Ik denk dat de Vietnamoorlog een zeer belangrijke rol heeft gespeeld in de bepaling van de houding van de Europeanen ten opzichte van de VS. Dit geldt trouwens evenzeer voor de houding van het Amerikaanse volk ten opzichte van haar eigen regering, en het buitenlandse beleid dat zij voerde. De Vietnamoorlog was naar mijn

mening verantwoordelijk voor een nieuwe sceptische houding van de Europeanen ten opzichte van Amerika. Vóór Vietnam was er duidelijk een tendens, zowel onder de elite als onder de massa, van vertrouwen in wat de VS deden. Na Vietnam was er meer een tendens om te zeggen: "Hé, wacht eens even, onze belangen hoeven niet altijd dezelfde te zijn als die van de Amerikanen". Daar komt bovendien nog bij dat de Vietnamoorlog samenviel met een periode van aanzienlijke sociale veranderingen in Europa zelf. Ik denk dat het einde van de jaren zestig en hetbegin van de jaren zeventig al met al erg bepalende jaren zijn geweest. Van meer recente datum zijn ontwikkelingen zoals de groei van de vredesbeweging en een veranderende benadering van nucleaire wapens. Wat de levensvatbaarheid van deze ideeën zal zijn weet ik niet, maar ze zullen zeker hun effect hebben op de houding jegens de VS". "Maar als wij dit alles in een historisch perspectief willen plaatsen, moeten wij de relaties tussen de supermachten, en de benaderingen daarvan, goed onder de loep nemen. Neem nou het concept van de ontspanningspolitiek: In Europa werd het gezien als een behoorlijk succesvolle politiek, omdat het tastbare resultaten met zich bracht. Voor de Westduitsers in de zin van betere contacten met mede-Duitsers in Oost-Duitsland, voor Europa (nogmaals) duidelijk economische vooruitgang. In de VS zagen wij echter niet veel resultaten, met name niet op het gebied van de Joodse emigratie uit de Sovjet-Unie of op het terrein van de contacten met de Baltische Staten, waar, zoals U weet, veel van onze landgenoten en voorouders vandaan komen. Voor wat betreft de handel; die groeide, maar niet dramatisch. Daarnaast was er sprake van een periode van militaire expansie van de Sovjet-Unie. In Europa onstond de vrees, dat als de VSen de Sovjet-Unie om een nucleair en conventioneel overwicht zouden strijden, Europa er tussenin zou komen te zitten. Dit beeld zorgde voor grote beroering onder de Europeanen, en dit was duidelijk merkbaar in de ambivalentie van de Dou-


15

Wederzijds

Hoe beïnvloeden de politiek en de economie elkaar in de West-West-relatie?

Onderonsje tijdens een NA Va-beraad.

bie-Track Decision van 1979. Enerzijds was men erg voor ontwapening en ontspanning, anderzijds wilde Europa zichzelf militair versterken om een tegenwicht te vormen voor de situatie, waarin de VS en de SU daadwerkelijke gelijkwaardige militaire machten zouden zijn. Dit laatste beeld joeg de mensen schrik aan, ze dachten dat Europa als slagveld gebruikt rou worden in een wereld waar de VS en de SU een politiek van wederzijdse afschrikking hanteren. Ik denk dat deze erg ambivalente houding, deze angstfactor, een drijvende kracht voor beide zijden achter het 1979-besluit is geweest. Ik denk niet dat het gevoel van dreiging onder het Amerikaanse volk het zelfde niveau bereikte als onder de Europeanen het geval was".

Kunt u een paar concrete spanningsgebieden opnoemen in de relatie Amerika-Europa? Allan Jury: "Er is niet zozeer een verschil van mening over zaken binnen Europa als wel over zaken die buiten Europa liggen. Meningsverschillen concentreren zich meer op de vraag hoeveel invloed Europa wil hebben op geschilpunten buiten Europa en hoeveel invloed de VS bereid is te geven. Als voorbeelden noem ik nogmaals de Vietnamoorlog, het Midden-Oosten en Centraal-Amerika. Alhoewel er meningsverschillen zijn geweest op het gebied van wapenbeheersing denk ik, dat deze meningsverschillen slechts van ondergeschikte aard waren. Het is mijns inziens noodzakelijk dat Europa zich eerst intern beraad over haar houding ten aanzien van buiten Europa gelegen verschillen. De EPS, de Europese Politieke Samenwerking, is slechts een beginfase van een integrale Europese benadering van deze kwesties, hoewel zij zich slechts be-

perkt tot een diplomatieke benadering van deze problemen; militaire en financiële aspecten worden er angstvallig buitengelaten. Ik zou een uitzondering willen maken voor het gebied van de handel, waar wèl een directe Europees-Amerikaanse confrontatie bestaat. Alhoewel het ook hier geen fundamentele zaken betreft".

De president van General Motors heeft ooit eens gezegd: Als alles goed gaat met GM, gaat alles goed met de VS. In hoeverre denkt U dat de volgende stelling opgaat: "Als alles goed gaatmetde Vs, dangaatallesgoed met Europa ". Harris: "Ik denk datje dat niet ro kunt stellen. Niet alleen zijn de economiën van de VS en Europa nauw met elkaar verbonden, ook de economische relaties tussen de VS en bijvoorbeeld Japan, en iets mindere mate de economische relaties tussen Europa en Japan, kennen die nauwe binding. Om dat de relatie tussen Japan en de VS veel ouder is dan die tussen Europa en Japan, zijn de VS in staat hun handelsproblemen met Japan veel sneller op te lossen dan Europa. Hier komt bij dat de Europese Gemeenschap nog geen echte gemeenschap is omdat er nog veel interne grenzen zijn. Binnen de VS zijn geen interne grenzen. Dit alles brengt met zich mee, dat de economische positie van de VS in de economische wereld niet te vergelijken is met die van Europa. Naar mijn idee is de politiek onlosmakelijk verbonden met de economie. Een politiek van isolationisme, zou, door de nauwe verbondenheid tussen Zuidoost-Azië, de VS en Europa, niet meer kunnen. De economische prijs die je voor zo'n politiek zou moeten betalen is te hoog".

Allan Jury: "De aanwezigheid van een wederzijdse beïnvloeding is mijns inziens onmiskenbaar. Handelsproblemen zijn er altijd geweest, maar ze waren van ondergeschikt belang. Dit uit zich in het feit dat ze altijd werden opgelost door wat ik

"technici" zou willen noemen, en als zij er niet uit kwamen, werd de zaak overgeheveld naar het politieke vlak waar beslissingen voornamelijk op grond van politieke overwegingen werden genomen. Wat er in de toekomst meer zal gaan gebeuren, en het gebeurt nu al op bepaalde gebieden, is dat de economie geen ondergeschikte rol ten opzichte van de politiek meer zal gaan spelen. Men zal dus niet langer meer zeggen: "Kijk, Duitsland is een goede vriend van ons, en laten we er nou niet te moeilijk over doen dat ze onze schoenen-industrie kapot maakt". We moeten ons niet meer zorgen maken over de verstoring van een mogelijk tere politieke situatie. De politieke relatie moet los worden gezien van de economische. Handelsproblemen moeten niet van de agenda worden geschrapt, omdat er binnenkort een politiek besluit dient te worden genomen. Handelsproblemen kunnen niet meer als bijkomende problemen worden gezien ". Harris: "Dit alles is er waarschijnlijk de oorzaak van dat de meeste handelsproblemen in een crisis zijn opgelost. Beleidsmakers van het hoogste niveau hebben zich altijd gericht op politieke geschilpunten. Er zijn structuren om de politieke problemen van alledag op te lossen; maar dergelijke structuren ontbrek en voor economische geschilpunten. Daar zie je eigenlijk alleen maar delegaties heen en weer rennen die trachten tot een compromis te komen".

Is het bestaan van de Westeuropese Unie in de optiek van de VS een welkome aanvulling op de NA VO of juist een belemmerende factor?En wat is de invloed van de WEU op de


16

positie van Europa bij de wapen beheersings-onderhandelingen? Jury: "Ten eerste betwijfel ik of Europa wel zo weinig invloed heeft op de wapenbeheersingsonderhandelingen. Integendeel. Ik zou zeggen dat op het terrein van de INF de invloed van Europa groot is. Verder hebben de Europeanen, via de binnen de NAVO bestaande overlegorganen, ook een grote invloed. Het is waar dat Europa op het strategische vlak niet veel invloed heeft. Ik denk niet dat dat snel zal veranderen, ongeacht wat Europa doet. Op het strategische vlak wordt er voornamelijk gepraat over de nucleaire wapens van de twee supermachten. Dit zijn zaken betreffende de Nationale Veiligheid van die twee landen, en de VS zal Europa op het gebied van nationale veiligheid weinig tot geen invloed geven. Groot-Britanniê en Frankrijk dulden ook geen inspraak over zaken die hun nationale veiligheid betreffen. Het is dus wederzijds. Nu de vraag over de WEU en de Europese structuren. De VS is in beginsel voorstander van grotere Europese integratie op het defensievlak. Een grotere Europese integratie moet niet uitmonden in een confrontatie met de VS. De integratie moet bijdragen tot de alliantie. Dit kan gebeuren in de vorm van gezamenlijke militaire projecten, onderzoek en een zich uitbreidende samenwerking op het conventionele defensievlak. De essentie van mijn betoog is dat de Europese positie een echte Europese positie moet zijn en niet de grootste gemene deler van iets waar niemand zijn veto over zal uitspreken". Wat zijn de gevolgen van een verdere Europese integratie voor een mogelijke terugtrekkingvan de Amerikaanse troepen uit Europa? Jury: "Ik denk dat het alleen maar natuurlijk is, dat Europa in de toekomst een grotere rol in haar eigen defensie zal gaan spelen. Of dat op korte of lange termijn zal gebeuren is moeilijk te voorspellen. Het is net zomin mogelijk om te voorspellen of die grotere rol zich zal afspelen op het gebied van industriêle samenwerking, het gebied van materieel of in een werkelijke troepen-

vermindering van de VS. Het is zeker dat Europa in de toekomst meer zal gaan doen op het conventionele gebied en zo de Amerikanen in de gelegenheid zal stellen activa voor andere doeleinden vrij te maken. Deze ontwikkeling moet wel geleidelijk plaatsvinden. Bovendien wekt het punt van de terugtrekking van Amerikaanse troepen aan weerszijden van de oceaan grote emoties op.

SDI IsSDI de oorzaak van een toenemende polarisatie o/juist van een grotere eenheid binnen de alliantie? Jury: "Ik denk dat het te vroeg is om hier een gegronde uitspraak over te doen. Aan beide kanten van de oceaan zijn twijfels over de wijze waarop SDI zal kunnen bijdragen tot stabiliteit. Hierbij speelt mee dat de Europeanen zich traditioneel gezien wat terughoudender opstellen ten aanzien van nieuwe benaderingen op het gebied van veiligheid en afschrikking. In West-Europa heb je een relatief groot ambtenaren-apparaat, dat een stabiliserende functie op het veiligheidsbeleid heeft. Dit maakt het beleid minder afhankelijk van de regering die zitting heeft. Het conservatisme en het minder op competitie ingesteld zijn, maakt dat men hier wat sceptischer tegenover SDI staat dan in Amerika. Door een nadruk op competitie en strijdende meningen, is Amerika beter in staat tot het ontwikkelen van nieuwe strategische concepten. SDI is niet de bijl geweest die de alliantie deed splijten, zoals de Russen de afgelopen vier jaar gehoopt hebben. Ik denk wel dat men zich is gaan realiseren, dat er een rol voor SDI is weggelegd, en dat dat minstens onze aandacht waard is, alhoewel er verschillen in benaderingswijzen zullen blijven bestaan". Jean Kirkpatrick zei eens: " Wij kunnen Europa's opvattingen bij de vorming van ons beleid in overweging nemen, maar wij kunnen er geen doorslaggevende rol aan toekennen. Is deze uitspraak typerend voor het huidige Amerikaanse beleid. Hoe plaatst u deze uitspraak in de Libische kwestie?

Allan Jury: "Ik denk dat je deze uitspraak semantisch moet benaderen. Zij zegt: "kunnen" en "in overweging nemen". Dit brengt met zich mee, dat Europa's opvattingen in het proces van de beleidsvorming worden meegewogen, maar dat zij het beleid niet kunnen veranderen. Wij kunnen Europa geen veto geven. Ik denk niet dat dit een onnatuurlijke opvatting is, alhoewel er verschillen in de toepassing kunnen zijn. Jean Kirkpatrick, die minder Europees geörienteerd is, staat aan één kant van het spectrum, terwijl anderen zich aan de andere kant bevinden. Zoals ik al eerder heb gezegd is het centrale probleem: hoeveel invloed geef je Europa in buiten-Europese zaken? Libiê is een speciaal geval want het had consequenties voor Europa kunnen hebben. Deze directe dreiging zal in de meeste gevallen niet plaatsvinden, omdat het dan om andere gebieden gaat. Het is een kwestie van een wereldblik versus een regionale blik". Weinig Europeanen hebben een wereld-blik. Jury: "Mijns inziens zijn de Fransen hierop een uitzondering gezien hun beleid in Afrika en het gebied van de Stille Oceaan. De VS kunnen hun nationale belangen niet anders zien dan in een wereldomvattend perspectief. Daarom bezien de VS en Europa kwesties als de Libische vanuit verschillende referentiekaders. Het doel moet zijn een balans te vinden tussen de verschillende opvattingen". Maar toont de Libische kwestie niet een tegengesteld beeld van hetgeen U net gesteld heeft? Jury: "Nee, het bevestigt juist wat Jean Kirkpatrick heeft gezegd. De VS kwamen in januari met het volgende verzoek "neem economische maatregelen". Zijn boodschap was zeer duidelijk: de VS hebben het pad van unilaterale economische maatregelen zover als mogelijk was bewandeld. Er bestond een algeheel handelsboycot, alle Amerikaanse burgers hadden op bevel van de regering Libiê verlaten. Toen Libiê haar terroristische acties


17

behaald. Op het militaire vlak zal er, zo als ik al zei, weinig veranderen. Er zullen misschien wat budgetaire vragen rijzen, maar het militaire beleid ten aanzien van Europa zal weinig veranderen".

Als U het beleid van de laatste twee presidenten van de Vs, Jimmy Qu-ter en RonaJd Reagan, vergelijk~ denkt U dat RonaJd Reagan Europa en de VS dichter bij elkaar bracht of juist meer een polaiserende werking heeftgehad? De Vietnamoorlog was een keerpunt in de West路 West路 verhoudingen.

niet staakte bleven er twee opties over: multilaterale economische sancties of unilaterale militaire acties. De VS vroegen Europa duidelijk om een mening, zodat die in overweging kon worden genomen. Gedurende de volgende drie maanden deed Europa niets. Had Europa ook economische sancties ondernomen, dan was er een kans geweest, en niet meer dan een kans, dat het bombardement op Libil! niet zou hebben plaatsgevonden. Wij zonden een duidelijk signaal uit met de boodschap: "wij hebben Europa's hulp nodig en als wij die niet kunnen krijgen, rest ons niets meer dan een unilaterale militaire actie".

Beleidsvorming Hoe zwaar wegen de visies van de kleinere Europese landen in de de beleidsvorming? Jury: "Dat hangt van het geval af. Op gebieden waarin die landen getoond hebben een belangrijke rol te willen spelen, zal aan hun visie meer belang worden gehecht. Bijvoorbeeld: het Montebello-besluit, dat resulteerde in de eliminering van 1.400 korte-afstand-raketten in Europa. Ik denk dat een groot deel van dit veelbetekenende besluit gebaseerd was op een suggestie door Nederland en Belgil! in wat men wel de "shift-study" noemt. Bij het INF -overleg over wapenbeheersing zorgen de bijzondere overleggroepen ervoor dat elk van de vijf deelnemende landen zijn mening naar voren kan brengen. Dat bracht

voor Nederland en Belgil! met zich mee, dat van hun visies kennis werd genomen. Voor de, wat wij noemen, marginaleof voetnootlanden als Denemarken en Griekenland, en soms ook Noorwegen, ligt de situatie weer wat anders. Zeker in Washington vindt men dat het erg weinig zin heeft de Deense visie bij de besluitvorming te betrekken, want uiteindelijk zullen ze het toch niet met je eens zijn, ook al kom je tot een compromis. Eigenlijk moet het zo zijn dat als je in goed vertrouwen met iemand onderhandelt en hem tegemoet probeert te komen, hij jouw aanbod zal aannemen. Bij Nederland en Belgil! is dat begrip, altans in de meeste gevallen, aanwezig. Of de bondgenoten een grote invloed hebben hangt dus af van hun bereidheid verantwoordelijkheden te dragen en zich constructief op te stellen.

Wat denkt U dat de invloed zal zijn van de verkiezingsoverwinning van de Democraten in de Mid-term verkiezingen? Jury: "Het hangt er van af over welk gebied we het hebben. Op economisch gebied zal de invloed veel groter zijn dan op militair gebied. De Democraten hebben van de handel met het buitenland een centraal punt gemaakt. Toen zij nog in de minderheid waren, leken ze voorstanders van een meer protectionistische politiek' hoewel de meeste mensen denken dat dat wel iets zal gaan veranderen nu ze een meerderheid hebben

Jury: "Reagan bracht ons meer samen, maar ik denk niet dat het helemaal eerlijk is om dit te wijten aan Carter versus Reagan. De laatste tijd is de houding van Europa veel stabieler, veel rustiger geworden. Wat Carter ook gedaan zou hebben in zijn regeringsperiode, de tijd was toen minder rijp voor een duurzame EuropaAmerika verhouding dan nu. Onder Reagan is de West-West-verhouding veel voorspelbaarder geworden. Reagan geeft duidelijker aan wat hij wil. Er zijn een aantal fasen te zien. Toen Reagan net aan de macht kwam, lag de nadruk op nationalisme. In de loop van zijn zittingsperiode is dit nationalisme, onder andere door invloed van Europa, iets afgeslepen. Mede door Europese invloeden is de buitenlandse politiek van Reagan veel volwassener geworden. Reagan luistert naar Thatcher, hij luistert naar Mitterand (hoewel Mitterand uit een heel ander politiek straatje komt) en hij luistert naar Kohl. Zo heeft Europa zeker invloed op de president. Op het gebied van de wapenbeheersing heeft Reagan veel aanhangers (terug)gewonnen, omdat hij doet wat hij altijd al gezegd heeft dat hij zal doen: Eerst zorgen dat we sterk genoeg zijn en dan kunnen we serieus gaan onderhandelen over wapenbeheersing. Reykjavik bewijst dat de president vasthoud aan deze politiek. Of die politiek zijn vruchten af zal werpen, is een heel andere zaak. Al met al kan men zeggen dat het konsekwent toegepaste beleid van Reagan heeft bijgedragen tot een verbetering van de West-West-relatie.


18

What Americans think abóut Western Europe Educated Americans have always been interested - too interested, Ralph Waldo Emerson thought - in what Europeans think of us. So 1 am pleased that the editors of Jasons think that their readers, educated young West Europeans. will he interested in what Americans think of them, theircountriesandcultures, and the culture and alliance we share. I have to begin by admitting that there are many Americans who don't think about Europe from one month to the next. America is a big country. The distance from New YorktoLosAngelesisroughly(I'mmeasuringonaglohewith my shoe1ace) the distance from Amsterdam to Teheran or Rome to Lagos or Calcutta to Seoul. Americans can travel huge distances - to mountains, plains, deserts; to the sun in winter and snow in summer; to more than 100 cities bigger than Leiden, the city where I'm writing this - and never leave their own country. In fact that is wat most Americans do: they never set foot outside America. They know, of course, that there is an enormous world outside their borders. They see people from that world coming in great numbers to America, which receives more than 550.000 legal iromigrants each year and probably double that number in illegal immigrants, mainly from Mexico. (An interesting statistic: of every three people in the world who move to a different country, two go to the U.S.A.. The Golden Door is not as open as it once was, but it is the most open door around). By and large Americans are hospitabie to these new Americans, but not much interested in where they come from. Americans who are interested in foreign life are a minority of our population, but a very significant one, because they are educated, energetic, and curious. For this minority - of whom I am one - Europe has always been the most iroportant foreign place, because it is (as Nathaniel Hawthorne said of England) "our old home", the place most of our ancestors came from, and the source of most of our culture: our language, religion, literature, philosophy, music, art.

Americans come te Europe, which most of them consider as a part of their past.

Dit artikel is geschreven door WlÏliam StOlt, Pro· fessor of American Studies and English; Ph. D. in American Studies, Vale University, 1972. Stolt is

sinds september 1986 gasthoogleraar in Leiden aan de stoel v:oor Amerikanistiek voor de Walt Whitnan visiting scha/ar.

ting. We flit past, but in another hundred years it wiil still be here". In another thousand years it will still be there, many tiroes lovingly restored. Art is long (as our ancestors the Romans said), and the tie between Europe and America is as long and strong as art. "But that is a past Europe", you may be saying. "What of Europe today? What do educated Americans think of it?". My answer to this must also begin with a disclaimer. No doubt educated Americans have an enormous variety of opinions about present-day Europe. In choosing to teU you two of these opinions, I am admittedly being subjective and perhaps unfair. Perhaps these two opinions are not as widely held as I think they are. Nonetheless I have to teU you what I think is true.

Wok at the past Americans come to Europe, more than two million of us every year, and the priroary reason we do is to look at your past - which most of us consider part of our past too. The importance of our common past cannot be overemphasized. I was in the Prado Museum in Madrid last May. Hundreds of Spanish schoolchildren surged about me as I looked at the paintings. An Albert Durer portrait that appealed to me - I think it was of Hans Inhof - had glass over it, and in the glass I could see myself and some nearby children dirnly reflected. "We're hardly here at all", I thought, "compared with that pain-

Noinspiration First, I don't think Americans currently look to Western Europe for inspiration in remaking our society. Europeans do many things better than we do (the Dutch manage water, the French vitrify nuclear wastes), and our specialists come to learn these skills. But there is no European nation that has solved the tangled economic and social problems of the 1970's and '80's (stagflation, structural unemployment, taxpayer revolt), and no European politicalleader or social thinker who has much of a following in !he U.S. Trotsky, Stalin, Hitler, Churchill,


19

tionalization for rational public intervention in the marketplace, there wiJl be an audience on bots sides of the Atlantic eager to learn it and put it into practice.

NA TO, the politicaJ militJlry tie between Europe and the USA .

Adenauer, De Gaulle - these leaders inspired significant nurnbers of Americans. None of theme did nearIy as much to change American public policy, as the British economist John Maynard Keynes and, perhaps, the Belgian politician Paul-Henri Spaak. While Keynes was writing difficult hooks advocating a democratie, but centrally managed economie order, Western Europe, particularly the "mixed" economies of Scandinavia and the Netherlands, showed what such an order would look like. Their sort of welfare state had enormous appeal in America during the 1930's when our traditional laisser-faire economic system broke down and made than one worker in four unemployed. 1936 Saw the publication to two unexpected bestsellers: Marquis Childs' Sweden: The Middle Way, which argued that the way to improve America's future was to copy the Scandinavians, and Margaret Mitchell's Gone with the Wind, a great lament for the passing of the old America. The Scandinavian example had some appeal in the late 1950's and even more in the 1960's when our black ghettoes and war in Vietnam blew up in our faces.

Lack of ideas To say that the Western Europe

example doesn't raise much enthusiasm in the U.S. today is to say only what everyone knows: the responsibie left - the "liberals", as they are called in America -Iack new ideas and charismatic leaders. Those of us of this persuasion are waiting impatienly for a genius like Lord Keynes or Franklin Delano Roosevelt. In the meantime, in what the economie historian Walt Rostow calls a "barbaric counterrevolution" , ideological power has shifted in both America and Western Europe to the right. On both sides of the Atlantic the new idea is the old laisser-faire "hidden hand" economics now called something dynarnic, like "supplyside". The most conspicuous exponents of this counterrevolution againts European centralized planning are, of course, the farthest-out Americans, the Californians. They have prospered on the last frontier and believe everybody else will, if they follow the same individualistic philosophy. Vet even in America, where this new laisser-faire has enjoyed its greatest popularity, the welfare state has not been dismantled. On the contrary, it continues to grow faster thans the economy itself - just a bit less fast than it was growing before Ronald Reagan was elected president. So whenever someone, European or American, comes up with a new ra-

European defense My second point is a good dealless agreeable to make. I think some educated Americans !hink West Europe is doing too little to provide for its own defense. I am not saying my countrymen are right in this opinion; lam only saying what I know some of them believe. They think our Europeans allies count too much on America's defending them and are unwilling to pay their fair share toward the cost of conventional defense. Some of these Americans believe the Europeans are taking us for granted. They were angered when an American soldier was killed by terrorists in the Berlin disco bombing and our European friends were still reluctant to take action against states that sponsor terrorism. "Why should we send our soldiers to protect Europe if Europe won't protect them?", these Americans ask. In brief, then, many educated Amerieans think that Western Europe - a bigger, richer part of the worId than the United States - has come of age and should play a bigger role in our alliance. Our European friends need to be clear among themselves on how they want to play this role, so that misunderstandings like that over the cruise missile (for example) are avoided. But forty years after World War II a growing nurnber of Amerieans believe it is unreasonable that Western Europe isn't more responsible for its own defense. I don't want to close on this severe note. The tie between the U.S. and West Europe seems to me unbreakabie, and far too important for either side to ever want to break. As a teacher and a father of teenage children, I believe the internationalism of the sort Paul-Henri Spaak advocated - or if not quite internationalism, then certainly a healthy egaJitarianism and toleration - is being brought about by such humbie means as jeans, Sesame Street, and rock video, the lingua franca of which is California English and California dreaming.


20

"Meer westerse samenwerking nodig in strijd tegen terreur" "Meer internationaal terrorisme met een toenemend bloedig karakter", aldus Brian Jenkins, directeur voor veiligheidsresearch bij de Rand Corporation. De trend dat terroristische aanslagen bloediger en groter van schaal worden verklaart Jenkins uit het feit, dat de grens voor de terroristen om te doden verlaagd is. Ook raakt het publiek meer gewend aan toenemend geweld, zodat terroristen hun acties verharden om de gewenste publiciteit te krijgen. Volgens J enkins, een voormalig Amerikaans commando-officier, is er geen echte verandering van tactiek, maar wel in de aard van de terroristi sche aanval. Zo is de laatste jaren het aantal vliegtuigkapingen afgenomen door betere beveiliging van v liegvelden en hechtere samenwerking tussen inlichtingendiensten. Daarentegen nemen bomaanslagen meer toe. "Terroristen kunnen wie dan ook, waar dan ook aanvallen, terwijl regeringen niet alles en iedereen kunnen beschermen". Dat binnen de grenzen van de Verenigde Staten nauwelijks terrorisme voorkomt, schrijft J enkins toe aan een goed preventief werkend instrument, zoals de FBI en aan de politieke stabiliteit in dat land. Verder bestaat er in de Verenigde Staten een regeling als een "Way Out", een regeling met terroristische spijtoptanten die soms een nieuwe identiteit krijgen. "Het is makkelijker om bij een terroristische groepering te komen dan er uit te treden". De Verenigde Staten hebben vooral buiten hun grenzen te maken met tegen hen gericht terrorisme. Zo is vijftig procent van alle aanvallen gericht tegen slechts vijf landen: De VS, Frankrijk, Israël, Engeland en in gelijke mate Turkije en de Sovjet-Unie. Jenkins pleit dan ook voor meer internationale samenwerking om de terreur te bestrijden. Op de vraag waarom juist Libië het doelwit van Amerikaanse represaille-acties was, en niet bijvoorbeeld Syrië, antwoordde Jenkins dat er overduidelijke bewijzen waren dat er een "link" tussen diverse aanslagen en Gadaffi bestond. Syrië heeft nauwe banden met de Sovjet-Unie en ac-

Nevenstaand artikel is een verslag van een conferentie over internationaal terrorisme, die op 20 oktober werd gehouden in het gebouw van de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Voor Jason was daarbij aanwezig Gert·Jan Stempher.

Terroristische aanslagen in Europa zlïn alleen te voorkomen door nauwere samenwerking.

ties tegen eerstgenoemd land zou te grote politieke consequenties hebben. Op de vraag in hoeverre de publieke opinie een rol speelde bij het besluit om Libië te bombarderen antwoordde Jenkins dat publieke opinie wel een rol heeft gespeeld, maar veel belangrijker was dat de Verenigde Staten een daad wilde stellen tegen het ongestraft steunen van terroristen door Libië.

Jenkins is geen duidelijke voorstander van de harde "Schultz-doctrine", maar, voegde hij daaraan toe, als alle middelen van overleg gefaald hebben dan is men wel gedwongen tot het nemen van harde tegenacties. Hij onderstreepte de woorden van president Reagan na de actie op Libii! dat met het bombarderen van Libië niet het terroristisch probleem was opgelost, maar dat dit een stap was in de goede richting om het gevaar van terrorisme te verminderen.


OPROEP OPROEP Binnenkort komt in het Dagelijks Bestuur van Jason de functie vacant van F\mdraiser. Wie hiervoor interesse heeft kan zich schriftelijk of telefonisch melden bij het secrataiaat van Jason. Voor nadere informatie: Frank van den Heuvel, tel. 071-14.08.51.

r--------------------------------------------------------------------------86/6. Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden.

Naam: ........................................................................................ . Adres: .......................................................................................... Woonplaats: ................................................................................ . Telefoon: ................................................................... .................. (U wordt verzocht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEXJASON 1986 86/1. Het Nederlandse voorzitterschap: Externe uitbreiding, interne stagnatie. Mr. H. van den Broek: Nederlands voorzitterschap vol uitdagingen en kansen. (Be lan~jkste passages uit een toespraak tot het Europees Parlement op 16 januan 1986.) P. Dankert: Toekomst Europees Parlement niet bepaald gunstig. Dr. W. F. Van Eeke/en:

86 / 3. Raketten op tafel: Wapenbeheersingsoverleg tussen Oost en West. Dr. A. van Staden:

Ontwapening na '45: lang lijst van verwachtingen en teleurstellingen.

Dr. P. B. R. de Geus: West-Europa praat indirect mee bij onderhandelingen in Gen猫ve. Paul Nitze:

START-talks waiting lor Soviet attitude change.

Mr. P. J. Wolthers:

Bij MBFR-besprekingen in Wenen is nu het Warschau Pact aan zet.

Drs. D. Zandee:

Europese Ontwapeningsconferentie "litanie zonder eind"?

Technologie stokpaardje van Nederlands voorzitterschap.

(In"rview) P.G. Hoeks!ra: Eureka: Europese samenwerking voor concurrentie op wereldmarkt. Mr. F. H. 1. 1. Andriessen: Zwaartepunt van EG verschuift naar het zuiden. (Interview) J. F. Hinrichs: Spanje en Portugal rekenen op voordelen van EG路lidmaatschap.

86/2. Verkiezingen en veiligheidsbeleid: Drs. G. Wa/raven: Uitgangspunten buitenlands beleid PvdA, CDA en VVD lopen weinig uiteen. J. M. Wiersma en B. 1. van den Boornen:

PvdA wil grotere rol voor Europa op gebied van vrede en veiligheid. Ed Nijpels (interview): Nederland moet niet langer buitenbeentje in NAVO zijn. Hans van Mier/o(interview): D66 geeft ook aanzet tot nieuwe ideeen in buitenlandse politiek. R. A. Koole: "Visitekaartjes" grote partijen anders dan politieke werkelijkheid.

86/4. Internationaal terrorisme. Drs. AJ. Jongman : Mohammed AbuJeiJ: (interview) Dr H Sondaal en Mr. H. van Poorten: R onnie Naftanii!J: (interview) R obert Oakly: (interview)

Terrorisme onderdeel van gewelddadig menselijk gedrag. "Weet u, wij Palestijnen hebben niets te verliezen". Europa en het terrorisme: Geen compromissen mogelijk. " Israi:!l richt vergeldingsacties op zenuwcentra terrorisme". Amerikanen zijn belangrijkste doelwitten voor terroristen .

86/5. Good news? Cheap 00. Bad news? Cheap 00. Mahmoud S. Rabbani: OPEC and the crash of the oil prices. E.J. Denekamp: The strategic role of petroleum for the West. Anthony H. Cordesman: The Gulf and the search for strategie stability. Pieter J. KuJsen: A "future " for the physicaJ oil market and oil futures. Peter OdeJJ (interview): Cheap oil good news? Cheap oli bad news? Drs. G.H.B. Verberg: Is the world oil-market controlled by a carte!. Ir. L.C. van Wa chem: Positie van Shell in Zuid-Afrika.

-----------------------------------_._-------------------------------------, Kan ongefr. verzonden worden.

Jason Antwoordnummer 2187 2500 ZJ Den Haag

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1986), jaargang 11 nummer 6  

Jason magazine (1986), jaargang 11 nummer 6  

Advertisement