__MAIN_TEXT__

Page 1


Jason Magazine is een tweemaandelijkse uitga ve van de Stichting Jason, gericht op jongeren die zich interesseren voo r internationale politiek. In elk nummer wordt aan de hand va n een aantal artikelen getracht een evenwichtig en gevarieerd beeld te geven van een internationaal politi ek

vraagstuk. De redactie behoudt zich hierbij van iedere politieke stellingname, met uitzo ndering van op per-

soonlijke titel geschreven artikelen. Wie wil reageren op in Jason ve rschenen artikelen, of denkt zelf een bijdrage te kunnen leveren, wordt verzocht te schrijven naar: Redactiefsecretariaat Jason Alexanderstraat 2 25 14 JL Den Haag telefoon : 070-605658 Postgiro: 2561025. Bank: 456855548. On'rname rQn in lason Magazine \'erschenen arlikelen kan slechrs geschieden in ovcrleg meI de redactie.

REDACTIE JASON-MAGAZINE

Hoordredacteur:

REDACTIONEEL Pagina

VN NIET MEER, DAN LIDSTATEN ERVAN WILLEN MAKEN Prof dr. P. R. Baehr: Het veenigjarig bestaan van de Verenigde Naties vonn t een goede aanleiding tot een hernieuwde reflectie over hetgeen de organisatie in de loop va n haar bestaan tot stand heeft gebracht en tot het formuleren van een oordeel over het nut van de organisatie.

Pagina

2

VN NIET MEER WEG TE DENKEN UIT ONZE WERELD Interview met Mr. Max van der Stoel. de Nederlandse pemlanente vertegenwoordiger

(ambassadeur) bij de Verenigde Naties in New York. Pagina

6

IS ER VOOR DE VN NOG LEVEN NA DE VEERTIG? Mr. K. E. Vosskühler. Hebben de VN last van een "midlife-crisis", of is cr eerder sprake van ccn identi tei tscrisis?

Alexander Alting von Geusau.

Redactieleden: Pieter de Baan,

1

Pagina

10

Evert Jan Raven, Guido Vigeveno,

Govert-Jan Bijl de Vroe, Eugèn van de Pas, Marieke van den Braak, Hans-Martien ten Napel. DAGELIJKS BESTUUR: Voorzitter. Frank Caris.

VN EN ONTWAPENING: WEINIGE RESULTATEN TOCH VAN GROOT BELANG Drs. B. ter Haar: Het Hand vest van de Verenigde Naties noemt als allereerste doelstelling het handhaven van de internationale vrede en veiligheid (artikel I).

Pagi na 14

Vice-voorzitter: Jaap de Vries.

Secretaris: Yvonne Klerk. Penningmeester: Frank Marcus. Public Affairs: Véroniquc Frinking

Public Relations: Karen van Bergen. Algemene Zaken: Erica Veenendaal. ALGEMEEN BESTUUR: A.Alting von Geusau

VN EN DE MENSENRECHTEN: OP DE LANGE DUUR TOCH RESULTAAT. Prof mr. P. H. Kooijmans: Wat deden de Argentijnse Dwaze Moeder.; met hun wi ne hoofddoekjes op de publieke tribune van het Palais des Nations in Geneve?

Pagina

17

Herman van Campenhout.

Dr.;.R.Geurtsen. Mr.P.H.Goedhart. Mr.M.Cde Groene. Dr.;.M.T.van der Meulen. Dr.;.M.Roemer.;. Drs. L.Sehaaphok. Dr.;.Th.M.A. Verhagen. M.Verweij. J.P.Westhoff. Dr.;.F.z.R.wijcher.;. Dr.;.D.H.Zandee.

Leden van her Dagelijks Bestuur zijn ({!\'eliS leden \'an her Algemeen Bestuur.

RAAD VAN ADVIES: Dr.W.F.van Eekelen (voorz.). HJ.M.Aben. H.Gabriéls. Dr.A.M.CTh.van Heel-Kasteel. CC van den Heuvel. Dr.L.G.MJaquet. R.CSpinosa Cattela. Dr.;.E.J.van Vloten. MrJ .Vos. Dr.;.M.A. van Drunen Linel.

lfI \'erband meI hl'II'~'~'rtigjarig beslaan I'an de Verenigde Naties en hel lrUerl/alfOnale JongemIjaar"De:eexlra oplage werd mogelijk gemaakt door l'en subsulie I'atl de mimstnieJ \'all huifel/landJe zaken el/ WI"C.)

(I)il nummerl'an 1a501/ Maga:ine \'erschijnl ill een eXlrt} groreoplage.


Veertig jaar Verenigde Naties Zomaar een greep uit wat kranteberichten van de afgelopen maanden: "Spanjaard voorzitter 4O-jarige Assemblee". "Angola heeft gisteren om een spoedzitting van de Veiligheidsraad verzocht". "De Verenigde Naties doen wel iets, maar het is een politiek verziekt lichaam, dat bovendien steeds is gebonden aan het vetorecht." Deze willekeurige greep uit de kranten maakt duidelijk, dat de Verenigde Naties activiteiten ondernemen die nieuws vormen. Dat is zeker het geval, nu dit jaar de veertigste veIjaardag van de organisatie wordt gevierd. In dit jaar is het zinvol te onderzoeken, of de idealen die ten grondslag lagen aan de oprichting van de VN niet zijn verwaterd. De cynici kunnen zich naar hartelust uitleven, wanneer ze het Handvest van toen naast de krant van vandaag leggen. Het is niet moeilijk te wijzen op oorlog, armoede en ongelijkheid, en te vragen wanneer de idealen van 1945 zullen worden ingelost. Waarbij dan nog de twijfel komt over de rol die de VN daarbij kunnen spelen. Pessimisten schilderen het VN-hoofdkwartier in New York af als een toren van Babel, waar louter verwarring gezaaid wordt zonder hoop op een goede oogst. De organisatie is volgens hen een "verziekt lichaam", dat zich met alles bemoeit, maar nergens invloed op heeft. Op een dergelijke sombere visie valt het nodige af te dingen. De VN vormen een organisatie, die zich in de loop der jaren op veel terreinen onmisbaar heeft gemaakt. De meest uiteenlopende activiteiten zijn ontplooid: van vredesmachten tot voedselprogramma's, van vluchtelingenhulp tot ontwikkelingssamenwerking. De VN vormen het belangrijkste discussieplatform ter wereld; de reikwijdte is onbegrensd. De doelstellingen van de VN worden niet altijd gehaaId, maar er wordt actief naar wegen gezocht om dat te veranderen. Toren van Babel of "pillar of wisdomT In dit JASON-nummer laten verschillende auteurs hun licht hierover schijnen. Prof. dr. P. R. Baehr, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, vraagt zich af of de VN aIs instrument voor de wereldvrede hebben gefaaId. De VN zijn volgens hem precies zo succesvol, aIs de lidstaten willen dat de organisatie is. Een blik op en achter de schermen wordt ons vervolgens gegund door de ambasadeur voor Nederland bij de Verenigde Naties, mr. M. van der Stoel. De levensvatbaarheid van de VN wordt nader belicht door mr. K. E. Vosskühler, ambtenaar op het ministerie van buitenlandse zaken. "Is er leven na veertig?", zo vraagt hij zich af. De "grootse plannen" van de VN ten aanzien van ontwapening worden beoordeeld door een andere ambtenaar op Buitenlandse Zaken, drs. B. ter Haar. Hij stelt de altijd terugkerende vraag: "Wat kwam er van terecht?" Het mensenrechten beleid van de VN wordt vervolgens behandeld door prof. mr. P. H.Kooijmans, verbonden aan de vakgroep Volkenrecht van de Leidse Universiteit. Samen maken zij een balans op van veertig jaar Verenigde Naties. Wanneer de organisatie levenskrachtig wil blijven, zal die balans uiteindelijk in één richting moeten doorslaan: naar meer en kwalitatief betere samenwerking. Zoniet uit liefde voor elkaar, dan toch zeker uit noodzaak. Want het lot van de toren van Babel is iedereen bekend. G.1. B. d. V.


2

Hocx:JGESPANNEN VERWACHTINGEN NIET UITGEKOMEN

De Verenigde Naties zijn niet meer, dan de lidstaten ervan willen maken Het veertigjarig bestaan van de Verenigde Naties vormt een goede aanleiding tot een hernieuwde reflectie over hetgeen de organisatie in de loop van haar bestaan tot stand heeft gebracht en tot het formuleren van een oordeel over het nut van de organisatie. Dat gebeurt dan ook op tal van plaatsen. Commissies en werkgroepen buigen zich over dikke rapporten, waarin de organisatie wordt geĂŤvalueerd en waarin voorstellen tot hervorming worden geformuleerd. Van dat soort rapporten zijn er in de loop van de tijd al heel wat verschenen. Immers, al spoedig na de oprichting in 1945 openbaarden zich de eerste feilen van de organisatie en kwam de eerste kritiek los. Deze kritiek is sedertdien niet ver-

waarde van de mens als individu, in stomd. Ook de voorstellen tot verbegelijke rechten voor mannen en vroutering en verandering zijn er nog wen, alsmede voor grote en kleine volsteeds. De richting van die voorstellen ken, en omstandigheden te scheppen verschilt nogal eens, afhankelijk van waaronder gerechtigheid alsmede eerde vraag of ze van een vriend of een bied voor de uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht vijand van de organisatie afkomsti\\ zijn. Een voorbeeld van het eerste IS voortvloeiende verplichtingen kunnen de kritiek van secretaris-generaal Peworden gehandhaafd, en de sociale rez de Cuellar, onder andere in het vooruitgang en hogere levensstandaarvoorwoord van zijn in 1982 verscheden in grotere vrijheid te bevorderen, nen jaarverslag van de organisatie. en ter verwezenlijking van deze doelEen voorbeeld van het tweede zijn de stellingen verdraagzaamheid te betrachten en in vrede met elkander te rapporten van de ultra-conservatieve Amerikaanse "Heritage Foundation", leven als goede naburen, en onze wier opvatting van verbetering een krachten te bundelen ter handhaving volledige opheffing van de organisatie van de internationale vrede en veiliglijkt in te houden, of op zijn minst heid, en te verzekeren, door het aanhet vertrek van de Verenigde Staten vaarden van beginselen en het toepasuit de VN en van de VN uit de Vere- sen van methodes, dat geen gebruik zal worden gemaakt van wapengenigde Staten. De gewekte verwachtingen in de in weld, behoudens wanneer zulks in het 1945 geformuleerde preambule van algemeen belang is en gebruik te mahet Handvest waren niet gering: ken van een internationaal apparaat voor de bevordering van de economi"Wij, de volken van de Verenigde Na- sche en sociale vooruitgang van alle ties, vastbesloten komende geslachten volken, hebben besloten gezamenlijk te behoeden voor de gesel van de oor- te trachten deze doeleinden te verwezenlijken. log die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht en, opnieuw ons vertrouwen te Diegenen die in 1945 geloof hechtten bevestigen in de fundamentele rechten aan deze fraaie bewoordingen, zullen van de mens, in de waardigheid en de veertig jaar later een gevoel van te-

Dit artikel is geschm -en door prof dr. P. R. Baehr. lid "an de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

leurstelling niet kunnen onderdrukken. De doelstellingen van het Handvest zijn niet gerealiseerd en het ziet er ook niet naar uit, dat zulks op afzienbare termijn staat te gebeuren. De wereld wordt nog steeds bedreigd door oorlo~eweld, het beschikbare wapentuig IS vele malen groter en destructiever dan veertig jaar geleden, armoede en honger teisteren nog steeds grote delen van de wereld, fundamentele mensenrechten worden op grote schaal geschonden en de enorme technologische ontwikkelingen zijn slechts in beperkte mate in dienst gesteld van de economische en sociale vooruitgang van de volkeren. De vraag is nu in hoeverre deze gang van zaken is toe te schrijven aan de Verenigde Naties. Zou de wereld er beter aan toe zijn zonder de Verenigde Naties? Deze vraag wordt in dit artikel bezien vanuit de bijdrage die de Verenigde Naties hebben geleverd aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Veranderingen Bij een beoordeling van de Verenigde


3

den zich tijdens de Tweede Wereldoorlog de grote gangmakers getoond van een "wider and more permanent system of genera! security" en getroostten zich grote inspanninl;len voor de verwezenlijking van die gedachte. Anders dan in de voorafgaande periode, toen zij niet bereid bleken hun eigen geesteskind, de Volkenbond, te steunen, legden zij zich nu toe op het doen slagen van de nieuwe internationale organisatie. Het was ook niet toevallig dat het hoofdkwartier van de VN in New Vork werd gevestigd. De Amerikanen steunden de nieuw organisatie met ideeen en mankracht en zij namen het grootste deel van de kosten voor hun rekening. Dat ~ng des te gemakkelijker omdat zij m de eerste jaren van het bestaan van de VN in sterke mate domineerden. In de organen van de nieuwe organisatie bestonden in de eerste jaren bijna automatische meerderheden voor Amerikaanse voorstellen. De Sovjet-Unie kon in die tijd niet veel meer doen dan voorstellen die haar onwelgevallig waren tegenhouden. Met name gebeurde dat in de Veiligheidsraad, waar zij nogal Maar er is meer veranderd dan louter eens gebruik maakte van haar recht de toename van het aantal lidstaten. van veto - een recht overigens dat De VN waren in 1945 een betrekke- tijdens de voorbereidingsconferenties lijk compacte organisatie, in sterke niet alleen door haar, maar ook door mate gedomineerd door de westelijke de grote westerse m~endheden uitlanden, meer in het bijzonder de Ver- drukkelijk was OpgeĂŤist. enigde Staten. De Amerikanen hadHoe anders is de situatie in 1985. De

Naties dient men zich te realiseren dat de VN van 1985 in veel opzichten anders zijn dan de VN van 1945, waarvoor het Handvest werd geschreven. In de eerste plaats valt natuurlijk de enorme uitbreidinç van het aantal leden op. Een institutionele structuur en een besluitvormingsstructuur die bedoeld waren voor een organisatie van 50 leden, zijn niet zonder meer bruikbaar gebleken voor een organisatie van 159 leden. Dat alleen zou een reden zijn om de herzieningsconferentie van het Handvest, waarvan in artikel 109 van dat Handvest sprake is en waarvoor op zijn laatst in 1955 (!) een voorstel had moeten worden ingediend in de Algemene Vergadering, te doen plaatsvinden. Die conferentie komt er echter niet omdat men - waarschijnlijk terecht - bang is dat op een dergelijke bijeenkomst de verschillen in opvatting tussen de staten nog expliCIeter naar voren zouden komen dan nu al gebeurt. De conferentie zou mislukken. "Liever geen conferentie dan een mislukte conferentie" schijnt de weinig bevredigende consensus te zijn.

VN worden al lang niet meer door de Amerikanen gedomineerd. Daarvoor in de plaats is een meerderheid gekomen van Afro-Aziatische landen die, als zij het onderling eens zijn, hun voorstellen zonder veel moeite in de VN-organen aangenomen kunnen krijgen. De Amerikanen zijn teruçgedrongen tot een minderheidspositie, bij tijd en wijlen zelfs de kleinst mogelijke minderheid. Weliswaar draaien zij nog steeds op voor het grootste deel van de kosten van de organisatie (25 procent van de begroting en in de praktijk van sommige VN-organisaties nog wel meer), maar het oorspronkelijk daarbij behorende gewicht in de besluitvormmg is verloren gegaan. Het is nu niet langer de SovjetUnie, maar het zijn de Verenigde Staten die in de Veiligheidsraad herhaaldelijk hun toevlucht zoeken tot het gebruik van het veto, om onwelgevallige resoluties tegen te houden. Het aanvankelijke Amerikaanse enthousiasme en overwicht heeft plaats gemaakt voor frustratie en verlies aan invloed. De frustratie en irritatie wordt verder in de hand gewerkt door het feit dat in 1985, anders dan veertig jaar geleden, tal van kleine en zeer kleine staten stemrecht hebben en daarmee invloed uitoefenen op het besluitvormingsproces. Het probleem van de zogenaamde "microstaten" bestond


4

in beginsel in 1945 ook wel; Luxemburg en Usland behoorden tot de mede-oprichters van de organisatie. Maar het waren er toen maar twee van de vijftig, die zich bovendien meestal in het pro-Amerikaanse kamp bevonden. Nu neemt een tiental lidstaten met minder dan 200.()()() inwoners deel aan de besluitvorming, draagt zelf financieel zeer weinig bij, maar kan mede beslissen over wat voor een belangrijk deel uit de VS afkomstige fondsen zijn. Dat wekt irritatie op, bijvoorbeeld bij Amerikaanse volksvertegenwoordigers. Zeker als die beslissing gepaard gaat met weinig waardering voor Amerikaanse politieke opvattingen. In de UNESCO heeft dat al geleid tot het uittreden van de Amerikanen. In dat specifieke geval was de irritatie mede gebaseerd op een, ook door andere westerse landen, gelaakt tekort aan management van die organisatie. Er lijkt echter aanleiding te veronderstellen, dat de Amerikaanse houding ten aanzien van de UNESCO een meer algemene frustratie over de Amerikaanse positie in VN-organen reflecteert. Kortom: de VN van 1985 zijn een andere organisatie dan de VN van 1945. Hoop, verwachting en enthousiasme heeft bij velen plaats gemaakt voor teleurstelling, ergernis en frustratie. Door ervaring is men zowel "sadder" als "wiser" geworden. Een belangrijk deel van de teleurstelling ook buiten de Verenigde Staten - is toe te schrijven aan de geringe bijdrage die de VN tot n u toe hebben geleverd aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid. Collectieve veiligheid Het Handvest ~elt deze bijdrage op basis van het beginsel van collectieve veiligheid: een aanval op een der leden van de organisatie wordt opgevat als een aanval op alle leden, waartegen gezamenlijk dient te worden opgetreden. Dit beginsel, dat ook ten tijde van de Volkenbond gold, gaat uit van drie veronderstellingen: • collectief wordt opgetreden tegen elke willekeurige agressor; er zijn geen alliantieblokken, neutraliteit is uitgesloten; • de kracht van de collectiviteit is altijd groter dan die van enigerlei agres.sor; • "agressie" is definieerbaar en aantoonbaar. Geen van deze veronderstellingen is in de praktijk van veertig jaar Verenigde Naties juist gebleken. Er ontwikkelden zich, met de voortgang van de Koude Oorlog, al gauw twee grote machtsblokken in de wereld. De collectiviteit is zeker niet sterker gebleken dan een van de supermogendheden.

"Agressie" doet zich vaak voor in de vorm van een "preventieve oorlog", een reactie op "provocaties" of vooruitgeschoven verdediging, zodat de definitie van agressie waarmee de Algemene Ve~dering zich na jaren van studie emdelijk kon verenigen, in de praktijk weinig heeft betekend. In zekere zin was in het Handvest al van meet af aan rekening gehouden met de m~elijkheid dat het stelsel van collectIeve veiligheid zou mislukken. Artikel 51 ("Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het natuurlijke recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhavinll van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen.) leverde de basis waarop na 1948 de NAVO en het Warschaupact zijn gevestigd. In de verdragen die ten grondslag liggen aan deze twee klassieke veiligheidsallianties, wordt uitdrukkelijk naar dit artikel van het Handvest verwezen. In de praktijk blijken deze organisaties een veel ~otere rol te spelen in de handhaVIng van de internationale vrede en veiligheid dan de Verenigde Naties zelf.

Sovjetrussische zijde ook steeds is betoogd. Bovendien bleek de voorgestelde procedure ook voor de Amerikanen aanzienlijk minder aantrekkelijk, toen zij niet langer over een min of meer automatische meerderheid in de Algemene Vergadering beschikten. In totaal is niet meer dan een keer of vijf van deze resolutie gebruik gemaakt (onder meer om de Chinese Volksrepubliek te veroordelen wegens het plegen van agressie in Korea). Al met al kan men niet erg onder de indruk komen van de daadkracht van de Veiligheidsraad in gevallen van bedreigingen van de vrede. Om slechts de meest recente ontwikkelingen te noemen: in de vele jaren dat het conflict tussen Israël en zijn Arabische buren nu al duurt, is de Veiligheidsraad nog niet veel verder gekomen dan het afkondigen van bestandsovereenkomsten en het toezien op de naleving van die bestanden. Dat is op zich zeker niet onbelangrijk, maar schiet toch verre tekort bij het vinden van een effectieve oplossing van het conflict. De oorlog tussen Iran en Irak - stellig een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid staat niet op de at;enda van de Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad heeft geen mogelijkheden gevonden om in te grijpen in de situatie in Afghanistan - een kwestie die extra bemoeilijkt wordt door het feit dat een van de permanente leden van de Raad er direct bij betrokken is. De bedreiging van de wereldvrede door de ontwikkelingen in Centraal Amerika (Nicaragua, EI Salvador, Guatemala) wordt niet echt door de Veiligheidsraad behandeld. In dat geval wordt de voorkeur gegeven aan het zoeken van oplossingen in regionaal kader (Contadora).

Het nemen van maatregelen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid is in eerste instantie voorbehouden aan de Veiligheidsraad, waarvan de permanente leden over het vetorecht beschikken. Dat vetorecht was in het Handvest opgenomen, omdat de grote mogendheden wensten te voorkomen dat de Raad eventueel maatregelen zou nemen tegen henzelf of in strijd met hun uitdrukkelijke belangen. Dat zou niet stroken met de gedachte van grote mogendheden als de "politie-agen- Regionale oplossingen ten" die, in de gedachte van de Ame- Van begin af aan heeft er een spanning bestaan tussen het beginsel van rikaanse president Roosevelt, de incollectieve veiligheid, waaronder de ternationale vrede en veiligheid moesVN zich kunnen bemoeien met de ten bewaken. Vanuit die gedachte is vrede en veiligheid bedreigende situahet idee van het vetorecht zeker niet ties waar ook ter wereld, en een zekeonzinnig. De Amerikanen hadden, re voorkeur voor "regionale" oploszoals gezegd, van hun kant aangedrongen op opname van een dergelij- singen. Artikel 52 van het Handvest erkent de mogelijkheid van regionale ke clausule in het Handvest. veiligheidsakkoorden en laat de Veiligheidsraad zelfs uitdrukkelijk de Het was dan ook, zeker achteraf geontwikkeling van een "vreedzame rezien, niet consequent toen de VS in geling van lokale geschillen door mid1950 probeerden via de resolutie del van zodanig regionale akkoorden " Uniting for Peace" het vetorecht te of organen", bevorderen. omzeilen. Het idee was om in geval De moeilijkheid is echter dat niedat de Veiligheidsraad door het veto mand weet wat precies onder een z0verlamd zou zijn, de Algemene Vergadering in spoedzitting bijeen te roe- danige "regio" moet worden verstaan. Is Europa een regio? Of zijn Oost- en pen om een staat met twee derde West-Europa afZonderlijke regio's? Is meerderheid als agressor aan te merken en collectieve maa~elen te ne- het Noordatlantisch gebied een regio? Of het Midden-Oosten? De a/jJaling men. Dat plan was in strijd, zo niet van regionale gebieden geschiedt in met de letter dan toch wél met de de praktijk niet zozeer op geografigeest van het Handvest, zoals van


5 sche als wel op politieke gronden. Daarmee wordt de aantrekkelijkheid van het vinden van een oplossmg van een politiek geschil in "regionaal" verband voornamelijk bepaald door politieke overwegingen. Geconstateerd kan worden dat collectieve veiligheid in wereldwijd verband niet heeft gewerkt, maar "regionale" oplossingen tot nu toe ook niet.

having van de internationale vrede en veiligheid bedreigt, onder de aandacht van de Veiligheidsraad bren~en".) Secretaris-generaal HammarskJöld maakte er gebruik van in de Suez-crisis van 1956 en in de Kongo in 1960; in 1954 vloog hij naar China om de vrijlating van Amerikaanse piloten te bewerkstelligen die in de Koreaanse oorlog waren gevangen genomen. Stille diplomatie vereist een grote mate van behendigheid in het diplomatieke verkeer. Hammarskjöld beschikte in hoge mate over dit soort bekwaamheden. Zijn opvolgers U Thant en Kurt Waldheim in veel mindere mate. De huidige secretaris-generaal, Perez de Cuellar, staat bekend als een bekwaam en kundig diplomaat. Van eclatante successen in de handhaving van de internationale vrede en veiligheid dank zij zijn diplomatiek optreden, is tot nu toe echter nog niet veel gebleken. Een van de grote bezwaren die tegen "stille diplomatie" worden ingebracht, is dat deze vorm van optreden naar zijn aard oncontroleerbaar is. Als een regering of een internationale organisatie zegt stille diplomatie te hebben gebruikt, bijvoorbeeld ten einde de internationale vrede en veiligheid in een bepaald gebied te bevorderen en er is geen sprake van enig aantoonbaar resultaat, dan kan dat twee dingen betekenen: ofwel de stille diplomatie is mislukt ofwel de betrokken autoriteit zegt weliswaar stille diplomatie te hebben toegepast, maar dat was in werkelijkheid niet het geval. Het voorbeeld van Hammarskjöld laat zien dat stille diplomatie, IDlts oordeelkundig en op het juiste moment toegepast door een vakkundig diplomaat, nuttige resultaten kan opleveren, waar andere instrumenten hebben I;\efaald. Helaas verhinderen de huidige politieke verhoudingen binnen de VN de benoeming van een man met het verbeeldingsvermogen en de capaciteiten van Hammarskjöld aan de top van de Volkerenorganisatie.

Zuid-Afrika Een van de weinige gevallen waarin de Veiligheidsraad wél is opgetreden in dienst van de bescherming van de internationale vrede en veiligheid, was de afkondiging van een verplicht wapenembargo tegen Zuid-Afrika, als onderdeel van de strijd tegen de apartheidspolitiek van de Zuidafrikaanse regerin/l. Maar juist in dat geval kan men Zich de vraag stellen of de bedreiging van de internationale vrede en veiligheid wel het meest voor de hand liggende aspect was. Veeleer kan men stellen dat de apartheid een belangrijke inbreuk betekent op door de Verenigde Naties zelf geformuleerde fundamentele mensenrechten. Die inbreuk zou op zichzelf interventie door de Vereni~de Naties rechtvaardigen. De bedrei~ng van de internationale vrede en veili&heid doet zich alleen voor, als ZUid-Afrika, zoaIs herhaaldelijk is geschied, aanvalsacties uitvoert op het grondgebied van buurlanden, zoals Angola, Mozambique en Botswana. Dan bedreigt Zuid-Afrika daadwerkelijk de internationale vrede en veiligheid. De apartheid is echter hoofdzakelijk bedoeld voor binnenlands Zuidafrikaans gebruik en vormt aIs zodanig geen directe bedreij;ing van de internationale vrede en veiligheid. Het wapenembargo kan dan ook niet gezien worden als een instrument tot handhaving van de wereldvrede. Het vormt wel een eerste, voorlopig instrument in de strijd voor de handhaving van de mensenrechten, zij het dat een handelsembargo en economische sancties daartoe een belangrijke aanvulling zouden vormen - maatregelen waartoe de Veiligheidsraad op grond van Conclusie verzet van de kant van de grote westelijke mogendheden tot nu toe niet is De Verenigde Naties hebben met hun activiteiten tot behoud van de interovergegaan. nationale vrede en veiligheid weinig spectaculaire successen geboekt. Dat Stille diplomatie wil echter niet zeggen dat deze activi"Stille diplomatie" is een middel dat teiten volstrekt overbodig en waardevaak wordt I;\enoemd als instrument loos zouden zijn. De Verenigde Natot handhaVIng van de wereldvrede. ties - het is al vaker gezegd - zijn Het is een begrip dat nauw verbonniet meer en kunnen ook niet meer den is met de activiteiten van de sezijn dan hetgeen de lidstaten ervan cretaris-generaal van de Verenigde willen maken. Als de lidstaten - met Naties in verband met zijn optreden inbegrip van de grote mogendhevoortvloeiend uit zijn bevoegdheden den - het apparaat van de Veiligkrachtens artikel 99 van het Handheidsraad willen gebruiken, bijvoorvest. ("De secretaris-generaal kan elke beeld voor het nemen van sancties, zaak die, naar zijn oordeel, de handdan is dat apparaat beschikbaar. Als

zij een vredesmacht willen inzetten ter beteugeling van een conflict of gebruik willen maken van de diplomatieke ~ven van de secretaris-generaal, dan Zijn die moeilijkheden aanwezig. Alleen zijn in veel gevallen noch de partijen m een conflict noch de grote mogendheden bereid gebruik te maken van de door de Verenigde Naties geboden mogelijkheden. Veertig jaar na dato blijven de Verenigde Naties - met al hun gebreken - potentieel een belangrijk instrument tot bevordering van de wereldvrede. Regeringsvertegenwoordigers ontmoeten elkaar in de vergaderzalen van de Verenigde Naties en hebben daar de gelegenheid van elkaars standpunten kennis te nemen en de potentiele mogelijkheden tot oplossmg van onderlinge geschilpunten af te tasten. Deze functie als ontmoetingsforum wettigt alleen al het voortbestaan van de Verenigde Naties. Erkend moet worden dat verreikende doelstellingen, zoaIs geformuleerd in de preambule van het Handvest, tot op heden onhaalbaar zijn gebleken. De ontwikkelinl;\ van de internationale betrekkingen m het algemeen heeft nog niet de omgeving geschapen, waarin een internationale organisatie effectief als instrument van een wereldwijd veiligheidssysteem zou kunnen opereren. Veel reden tot feestvreugde bij de veerti~e veIjaardag van de Verenigde Naties is er dan ook niet. Wel kan geconstateerd worden dat internationale samenwerking de voorwaarden schept waarbinnen wellicht oplossinl;\en voor de bedreiging van de internatIOnale vrede en veiligheid gevonden zullen kunnen worden. Gegeven wat bescheidener - en daarmee ook reaIistischer - doelstellingen dan die van de preambule van het Handvest vervullen de Verenigde Naties een nuttige en waarschijnlijk onmisbare rol. Stille diplomatie, het organiseren van vredesmachten, het fungeren aIs ontmoetingsforum zijn voorbeelden van de bescheiden bijdrage die door en via de wereldorganisatie kan worden geleverd aan het behoud van de internationale vrede en veiligheid. Een krachtiger en meer effectief optreden is echter geheel afuankelijk van de houding van de lidstaten, in de eerste plaats de grote mogendheden. Zij bepalen uitemdelijk welke de bijdrage van de Verenigde Naties tot het behoud van de wereldvrede zal zijn.


6

VASTE VERTEGENWOORDIGER MRM. VAN DER STOEL:

Verenigde Naties niet meer weg te denken uit onze wereld Mr. Max van der Stoel (61) is sinds 1983 de Nederlandse permanente vertegenwoordiger (ambassadeur) bij de Verenigde Naties in New Vork. Mr. Van der Stoel heeft een uitgebreide ervaring in de internationale politiek. Zo was hij twee maal minister van buitenlandse zaken en maakte hij deel uit van de VN-commissie voor de Rechten van de Mens in Genève. Jaap de Vries en Evert-Jan Raven spraken met hem over het belang van veertig jaar Verenigde Naties. Op 24 oktober bestonden de Verenigde Naties veertig jaar. Wat hebben die jaren aan concrete resultaten OIr [televerd? Mr. Van der Stoel: "Wanneer je naar de geschiedenis van 1945 tot 1985 kijkt, moet je helaas vaststellen dat de verwachtingen van de vaders van het Handvest van de Verenigde Naties niet zijn uitgekomen. Zij hadden de hoop, dat er een effectief systeem tot ontwikkeling zou worden gebracht voor de handhaving van de vrede en veiligheid in de wereld. Dat het uiteindelijk niet zo ver is gekomen, ligt in het feit dat de vooronderstelling die aan dit aUes ten grondslag lag, namelijk de eensgezindheid van de vijf landen die over een vetorecht beschikken, feitelijk nooit heeft bestaan. Aan de andere kant zou het overdreven zijn te stellen, dat de VN niets hebben gepresteerd op het gebied van vrede cn veiligheid. Er zijn wel degelijk situaties geweest, waar dank zij het bestaan van de VN, en dan met name van de Veiligheidsraad als voornaamste orgaan voor de handhavinl;l van vrede en veiligheid, bepaalde criSIssituaties konden worden voorkomen, verzacht of zelfs ten einde gebracht. Maar er zijn naast vrede en veiligheid nog andere terrei nen waar de VN een belangrijke rol hebben gespeeld. Neem het dekolonisatieproces. Dat is

duidelijk zijn stempel heeft gedrukt op het Nederlandse beleid in de afgelopen veertig jaar. Nederland heeft een actief aandeel gehad bij de werkzaamheden van de VN. Het is drie maal lid geweest van de Veiligheidsraad en is actief op het terrein van de bestrijding van apartheid, de bevordering van de mensenrechten en het uitwerken van ideeen voor hulp aan de Derde Wereld".

nu praktisch afgerond. Maar het is Op dil moment zijn 159 landen lid duidelijk, dat de VN daar een essenvan de Verenigde Naties. Uil de praktieel aandeel in hebben gehad. Een tijk blijkt dat veel groepen van staten ander punt is dat de VN een onmisen bloc stemmen. Zijn er nog mogebare grondslag vormen voor een lijkheden om een ajwijkende stem te voortdurende dialoog tussen Oost en West, en Noord en Zuid, hoe gebrek- laten horen? kig en teleurstellend de resultaten " Ik I;leloof dat er een duidelijk ondervaak ook zijn. scheId moet worden gemaakt tussen Een derde punt is, dat er binnen het regionale groepsvorming, die zich inkader van de VN een niet meer weg te denken systeem op gang is gekoderdaad manifesteert in de VN, en men van multilaterale ontwikkelings- het werkelijk in één groep stemmen. Dat komt minder voor dan wordt gesamenwerking. Ik verschil derhalve dacht. Wel komen regelmatig groevan mening met diegenen, die aUeen maar in termen van rozegeur en ma- pen van landen bijeen voor onderling overleg. Dat zijn vijf groepen: de Azineschijn over de afl;lelopen veertig jaar schrijven. Dat IS je zelf overgeven atische, Afrikaanse, Latijns- en Cenaan illusionisme. Maar aan de andere traaJamerikaanse, de Westerse of Westeuropese en de Oosteuropese kant ben ik het ook niet eens met hen, die de VN afschrijven als een or- groep. Het zou kunnen, dat de langaan, dat geen enkele betekenis heeft den van het Oostblok nog het meest uniform stemmen, alhoewel die unigehad". formiteit zich niet altijd manifesteert. Nederland was onder de eerste landen Wat de Westelijke groep betreft, moet die het Handvest hebben ondertekend. je onderscheid maken tussen landen Welke rol heeft Nederland de afgelo- als Canada, Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten aan de ene pen veertig jaar binnen de VN gekant en de EG-groep van binnenkort speeld? twaalf landen aan de andere kant. Je "Nederland is altijd een van de grote ziet dat in veel gevaUen op grond van voorvechters geweest van de interna- een gemeenschappelijk standpunt tionale rechtsorde. Dat was al zo voor eenzelfde stem wordt uitgebracht. Maar daarbij wordt ook vaak namens de Tweede Wereldoorlog. Zoals u weet, is in onze grondwet de verplich- de EG een aparte stemverklaring afgelegd. Ook binnen de EG-groep doet ting opgenomen de internationale zich regelmatig het feit voor, dat men rechtsorde te bevorderen, hetgeen


7

straks twaalf landen, aanzienlijk zwaarder weegt dan de stem van een, zeker als dat een kleiner land betreft. Aan de andere kant is altijd de opvatting geweest dat als er duidelijke verschillen in standpunten zijn, deze niet kunnen worden verbloemd door zich desondanks aan te sluiten bij de mening die in de rest van de groep

leeft" .

Is het mogelijk om als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad toch een rol van betekenis te spelen in dat orgaan. En wat is de algelopen twee jaar de invloed geweest van Nederland in de Veiligheidsraad?

niet op één noemer zit. Bijvoorbeeld ten aanzien van Zuid-Afrika zijn er duidelijke verschillen waarneembaar tussen landen als Nederland of Denemarken enerzijds en Duitsland of Engeland anderzijds. De groepsvorming wordt dus heel vaak doorkruist; het beeld is aanzienlijk gecompliceerder".

"Wat betreft de rol van een niet-permanent lid dient eerst in ogenschouw te worden genomen, dat er geen besluitvorming mogelijk is indien een van de permanente leden een stem tegen uitbrengt. Uiteraard valt de Oost-West-tegenstelling hierbij niet te verbloemen. Zij bepaalt vaak de Amerikaanse en Russische posities en maakt het moeilijk om de beide grootmachten op één lijn te brengen. Of liever gezegd: te voorkomen dat een van beiden tegenstemt. De rol van een niet-permanent lid is vooral gelegen in het voortdurend aftasten van mo~elijke elementen van overeenstemmmg in de verschillende standpunten die binnen de Raad bestaan. Aan de hand daarvan kan worden bekeken of er enige betekenisvolle besluitvorming mogelijk is. Ik beperk mij tot een voorbeeld uit de jongste Nederlandse mandaatsperiode in de Veiligheidsraad. Daarbij is door ons het initiatief genomen om buiten een embargo op wapenexport naar Zuid-Afiika ook een embargo te leggen op de handel van wapens uit dat land. Pas nadat wij door middel van eindeloos bilateraal overleg met de overi~e veertien leden in de Raad een goed Inzicht hadden gekregen in hun standpunten, hebben wij een conceptresolutie kunnen indienen. Waarna dezelfde weg opnieuw moest worden bewandeld, om zes weken later tot een definitieve unanieme resolutie te Er is dus ruimte voor individueel komen. Er zijn dus mogelijkheden stemgedrag, ook binnen de EG-groep? om ook als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad initiatieven te nemen " Het Nederlandse streven is er op ge- en bepaalde dingen te bereiken. Het richt om zo veel mogelijk te bekijken, is wel uitermate moeizaam werken en of men gemeenschappelijk standpun- vaak zij n de mogelijkheden beperkt ten kan uitdragen. Wij VInden dat gezien de huidige tegenstellingen binvan belang, omdat de stem van tien, nen de Raad".


8

De Veiligheidsraad is het belangrijkste orgaan van de VN voor de handhaving van vrede en veiligheid. De VN kennen ook een eigen ontwapeningscommissie. Kunt u uitleggen wat voor zin het her4i binnen de VN over deze zaken te praten, als duidelijk is dat beslissingen op dit terrein worden genomen door de twee supermachten, de VS en de Sovjet-Unie? "Misschien mag ik eerst even terugblikken en nagaan wat in het verleden op dit punt in de VN tot stand is gekomen. Ik denk daarbij onder meer aan het non-proliferatie verdrag. Uiteraard was dit verdrag nooit tot stand gekomen zonder de VS en de Sovjet-Unie. Maar de rol die de VN hierin hebben gespeeld is aanzienlijk. Anderzijds ben ik het er mee eens, dat het accent wel erg sterk op het bilaterale overleg tusen de Sovjet-Unie en de VS is komen te liggen. Zeker bij zaken als de strategiscbe kernwapens of het SDI-initiatief. Maar gaat het bijvoorbeeld over chemische wapens, dan spelen andere landen daarbij terdege een rol".

Een ander aspect van de handhaving van vrede en veiligheid is het inzetten van VN- vredesmachten. Het her4i er echter alle schijn van dat de landen die troepen leveren aan de VN-vredesmacht in Libanon (UnifiO op het punt staan deze terug te trekken, zoals Nederland inmiddels heeft gedaan. Langer blijven zou geen nut meer hebben. Betekent dit, dat het met een deel van de handhaving van vrede en veiligheid door de VN gedaan is? "Nederland beeft een bijdrage geleverd aan Unifil in de hoop en de verwachting dat Unifil ertoe zou kunnen bijdragen de situatie langs de grens tussen Libanon en Israël te stabiliseren. In die zin, dat er over en weer geen gevechtshandelingen meer zouden plaatsvinden. Zoals we weten is Israël in 1981 het zuiden van Libanon binnengevallen en heeft daarbij delen van het land bezet. Hierdoor was de functie van Unifil om de troepen te scheiden verdwenen. Tegelijkertijd waren er echter twee andere, belangrijke factoren, die er voor pleitten Unifil trouw te blijven. Die zijn voor de Nederlandse regering steeds beslisseng,N'weest. In de eerste plaats droeg U' toch wezenlijk bij aan rust en stabiliteit in het gebied dat het

De eerste twee secretarissen-generaal van de Verenigde Naties. Links de Noor rrygve Lie (/946·J953) en rechts de Zweed Dag HammerskjóJd (/953·J96 J).

is gevonden, is dan ook zeker niet te wijten aan de VN, maar aan de onwil van deze rechtstreeks bij het conflict betrokken J?<U:tijen. Maar ik blijf erbij bestreek. In de tweede plaats was er en dat wil ik onderstrepen - dat steeds de hoop, dat er op een gegeven moment een formule zou worden uit- ongeacht wat er nu met Unifil gaat gebeuren, indien zich waar dan ook gewerkt, die zou hebben kunnen leiden tot de terugtrekking van de Israë- ter wereld weer een conflict zou voordoen, de kans zeer groot is dat er welische troepen en tot herstel van de derom wordt besloten tot het inzetten oon7~ronke~kebufferfunctievan van vredesmachten of waarnemers bij U tussen Israël en LIbanon. We wapenstilstandsovereenkomsten". hebben echter inmiddels een nieuwe fase bereikt. Israël is zo goed als uit Libanon teruggetrokken, maar houdt Op Cyprus zit al meer dan tien jaar een zogenaamde veiligheidszöne vlak een VN-vredesmacht, zonder dat er bij de grens bezet. Bovendien worden een oplossing voor het corif/ict is gevonden? over en weer aanslagen gepleegd. "Dat is jammer genoeg waar. Maar ik heb hier twee kanttekeningen bij. In de eerste plaats moet, als de enorme inspanningen van de VN om een aanvaardbare oplossing te vinden voor een staatsvorm voor Cyprus zouden falen, de schuld ook hier worden gezocht in de onwil van de partijen zelf en niet bij de VN. In de tweede plaats werkt de bufferfunctie van de vredesmacht hier goed. Het lijkt Indien Unifil wordt teruggetrokken mij dan ook beter te kiezen voor de zonder werkelijk te hebben kunnen wellicht onbevredigende situatie van bijdragen aan een oplossing van het corif/ict, denkt u dan niet dat het ver- een bijna permanente vredesmacht, trouwen in de VN als instituut voor de dan het risico te lopen van hervatting van de gevechten met als mogelijk gehandhaving van vrede en veiligheid volg een ernstig conflict in het oostesterk zal teruglopen? lijk gedeelte van de MiddeUandse 'Z..,re". "Als het tot een terugtrekking van Unifil zou komen, dan gebeurt dat Secretaris-generaal lavier Perez de ondanks het feit dat de VN jaren hebben geprobeerd een voor alle par- Cuellar heefi onlangs enige bezwaren geuit over liet functioneren van de tijen aanvaardbare oplossing te vinden. Dat er nog geen zinvoUe formule Kortom, er is een zeer gespannen situatie in het grensgebied. Er zal opnieuw nalledacht moeten worden over wat In de toekomst de bijdrage van Unifil kan zijn. Verder zal het oordeel van de secretaris-generaal moeten worden afgewacht. Is er nog een functie of gaat die geleidelijk verdwijnen?


9

worden gebracht. Al was het alleen maar omdat de permanente leden over eIke verandering een veto kunnen uitspreken".

Bestaat daardoor niet het gevaar dat landen als Japan zich van de VN zullen afwenden? "Ik denk het niet. Een land als Japan heeft wel degelijk oog voor de onvolkomenheden van het systeem van de VN. Het beseft dat het gevaarlijk zou zijn het orgaan van voortdurend overleg tussen Oost en West en Noord en Zuid op een dergelijke wijze te ondermijnen. Ik denk niet dat het huidige Japan tot zo'n stap zal beo sluiten".

VN. Zo zegt hij onder andere, dat in de besprekingen te veel overlappingen plaatsvinden en hij vindt ook, dat te veel routinezaken naar de voorgrond worden gehaald.

uitgaat ook al belangrijk?

"Wat zou het effect zijn als je ophoudt met het aannemen van al bestaande resoluties? Sinds de invasie van de Sovjet-Unie in Afganistan zijn jaar in jaar uit resoluties aangeno"Ik kan die bezwaren voor honderd procent onderschrijven. Wij horen tot men, die het Russische optreden vereen groep van landen, die zich inoordelen. Omdat de resoluties met spant om aan deze situatie een einde grote meerderheid worden aangenote maken. Helaas heeft dit tot op hemen leggen zij tneh zeker druk np de Sovjet-Unie. Onder de voor-stemmers den nog geen echt resultaat opgelebeVIndt zich een belangrijk deel van verd". de Groep van 77, de groep van de Wat denkt u dat er gedaan kan worongebonden landen. Dat is voor de den om bijvoorbeeld te voorkomen Sovjet-Unie een hoogst onaangename zaak. Het verdwijnen van die veroordat al eerder aangenomen resoluties nog eens worden aanvaard? delingen zou daarom ook contra-produktief kunnen werken. Dit zou weer een argument zijn om zo'n onder"Je kunt je afvra~en of het werkelijk werp wèl op de agenda te laten zinvol is, jaar in Jaar uit dezelfde destaan". batten te herhalen. Maar het probleem is dat er geen agendapunt is dat niet zorgvuldig wnrdt bewaakt Denkt u dat de vijf permanente leden door een of meer staten. En wij zijn van de VN altijd in die functie kungelijke soevereine staten waar het gaat nen blijven zitten. Of is het zo dat om het aanbrengen van de agendalanden met steeds meer belang in de punten. Je kunt een land daarom wereld, zoals bijvoorbeeld Japan, in moeilijk verbieden een agendapunt de toekomst ook een vetorecht dienen te krijgen? op te voeren. Wat ik daarnaast erg kwalijk vind, is de neiging van de gespecialiseerde organsiaties die onder" Indien de Veiligheidsraad vandaag de dag npnieuw zou worden samenwerpen weer aan de kaak te stellen, die al in de Algemene Vergadering gesteld, zou men zich kunnen afvrazijn behandeld. Wij staan daar krigen of een land als Japan niet eventisch tegenover". veel gewicht heeft als landen als het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk.

Toont dat herhalen van resoluties, bijvoorbeeld met betrekking tot ZuidAan de andere kant is de procedure Afrika niet tevens de onmacht van de voor het wijzigen van het Handvest VN om een kwestie op te lossen? Of is zo ingewikkeld, dat ik mij afvraag of de signaa/fimctie van zo 'n herhaling een verandering echt tot stand kan

Het valt op dat de mensen doorgaans nogal cynisch over de VN praten. Het zou onder andere een grote geldverslindende organisatie zijn, die maar weinig in de melk heeft te brokkelen heeft. Wat is uw verweer daanegen? "Ik zou met name op drie aspecten willen wijzen. Probeer je in de eerste plaats de wereld in te denken zonder de Verenigde Naties. Dat zou ondenkbaar zijn, als was het alleen maar vanwege de rol die de Veiligheidsraad heeft gespeeld en kan spelen op het terrein van vrede en veiligheid. In de tweede plaats blijf ik hameren op de betekenis van het informele overleg achter de schermen tussen Noord en Zuid en Oost en West. Door die continue ~esprekken tussen de 159 staten zijn ZIj altijd op de hoogte van elkaars essentiĂŤle zorgen, vitale belanllen etc .. Een en ander kan ertoe bijdragen, dat er geen conflicten ontstaan door een foutieve beoordeling van de opvattingen, bedoelingen of belangen van de wederpartij. Dan is er nog een derde factor, die altijd wordt onderschat. Naast de organen van de organisatie zelf bestaat een complete VN-familie van organisaties die op specifieke terreinen werkzaam zijn. Bijvoorbeeld de WHO, FAO, UNCfAD, de UNHCR, etc. Hun activiteiten zijn eenvoudig onmisbaar. Ondanks alle zwakheden, fouten en gebreken denk ik, dat als de VN niet zouden bestaan, het tneh noodzakelijk zou zijn een dergelijke organsiatie op te richten".


10

BEZINNING, TELEURSTELLING EN BEZORGDHEID

Is er voor de VN nog leven na de veertig? Dit najaar herdenken we dat veertig jaar geleden de Verenigde Naties (VN) werden opgericht. Weinigen zien hierin aanleiding tot grote feestvreugde. Er wordt gesproken over bezinning, heroverweging, teleurstelling en bezorgdheid. Hebben de VN last van een "midlife-<:risis", ofis er eerder sprake van een identiteitscrisis? Immers, gedurende de afgelopen veertig jaar is niet alleen de wereld, maar zijn ook de Verenigde Naties ingrijpend veranderd. Het dekolonisatieproces heeft het wereldtoneel een ander aanzien gegeven en er mede toe bijgedragen, dat het aantal lidstaten van de VN is verdrievoudigd. Het Oost-West-<:Ăźnflict heeft een stempel gedrukt op de wereldpolitiek en is er mede de oorzaak van dat de hoofdtaak van de VN de handhaving van vrede en veiligheid - steeds minder kan worden verwezenlijkt met de oorspronkelijk voorziene middelen. De explosieve toename van de internationale betrekkingen heeft geleid tot een geweldige verbreding van VN-activiteiten (ontwikkelingshulp, technische samenwerking, mili~u, vrouwenzaken etc.). De VN vormen geen monolitisch geheel, maar een ingewikkeld stelsel van organisaties en lichamen, ieder met hun eigen kenmerken en dynamieken. Niet alleen houden de onderdelen van het VN-systeem zich met zeer uiteenlopende zaken bezig, ze doen dat ook in onderscheiden functies. Op politiek terrein is in de Algemene Vergadering vooral sprake van uitwisseling van standpunten. Op andere terreinen, bijvoorbeeld bij SOCĂ&#x17D;aa1-economische vraagstukken, zijn staten soms bereid tot consultaties of onderhandelingen (GATT en IMF). Op operationeel terrein vervuUen VN-lichamen ook technische en adviesfuncties. Er zijn zelfs gebieden waarop voor de VN min of meer su-

pranationale beheerstaken zijn voorzien, zoals bij de exploitatie van de diepzeebodem. Bij de beoordeling van VN-activiteiten zal daarom steeds goed in het oog moeten worden gehouden, om welke functie het gaat. De VN zijn geen wereldregering, maar een organisatie voor internationale samenwerking. De VN kunnen niet meer dan de lidstaten toestaan. In een verscheurde wereld, met spanningen tussen Oost en West en Noord en Zuid, is het voor de lidstaten van de VN vaak moeilijk om het met elkaar eens te worden. Het gebrek aan wilsovereenstemming (consensus) mag echter niet aan de VN worden verweten. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen kritiek op de overlegorganen (dat zijn in feite de lidstaten zelf) en kritiek op het werk van internationale secretariaten (die zijn slechts in dienst van de VN). Eerstgenoemde kritiek zal al gauw een subjectief karakter dragen: men is ontevreden omdat men geen gelijk heeft gekregen. Het tweede punt van kritiek kan in beginsel veel objectiever worden getoetst. Keuze Sommige vraagstukken moeten uit hun aard wereldwijd worden aangepakt, zoals het internationale postverkeer en de telecommunicatie. Andere doelstellingen kunnen in kleinere

De schrij\w

l'an

dit artikp/,

mr. K. E. Vosskahier, is assistem l'on de adviseur beleidsplanning op hel ministerie l 'Qn buitenlandse zaken. Hij schreef dil arlikel op persoonlijke lirel.

kring worden nagestreefd. Op veel terreinen vormen de activiteiten van de VN een aanvulling op al bestaande samenwerking: handelsliberalisatie (EG), veiligheidssamenwerking (NAVO), wapenbeheersing (SALT, MBFR).

Op een groot aantal terreinen is de samenwerking in VN-verband niet meer weg te denken, op andere is het een open vraag of het zin heeft om op de oude voet door te (l3lln. Wereldwijde samenwerking IS niet alleen een kwestie van noodzaak, maar ook een kwestie van keuze, van mentaliteit en van veel geduld, dat in onze tijd juist schaars is. Het individualisme viert hoogtij. Velen hebben een alkeer gekregen van afhankelijkheid van anderen. Rambo neemt de zaken in eigen hand: paf boem! Volgens sommigen is de crisis in de VN de crisis van het multilateralisme. De wil om met anderen tot overeenstemming te komen ontbreekt domweg. Maar kunnen we de VN zelf, de optelsom van overlegorganen en secretariaten, zo gemakkelijk vrijpleiten? Een ding is duidelijk: we moeten het vraagstuk op een aantal verschillende niveaus benaderen. Ik nodig de lezer uit mij te volgen en met mij een


II

aantal uiteenlopende kritieken van enkele ingewijde auteurs in ogenschouw te nemen.

Leon Gordenker "Nooit tevoren", stelt professor Leon Gordenker (Universiteit van Princeton) in een van de laatste nummers van het Hollands Maandblad, "is de wereld zo goed georganiseerd geweest". Een netwerk van afspraken en samenwerkingsverbanden bindt ons tezamen. Toch zien we dat steeds meer landen zich uit dat netwerk trachten los te maken. Gelooft men nog wel in "het gemeenschappelijk belang?" Nationalisme en unilateralisme zijn in opmars. Waarom die afkeer van wereldwijde samenwerking? Gordenker biedt ons acht verklarende hypothesen: I) de grote en rijke landen zijn minder afhankelijk van internationale samenwerking (dat geldt vooral voor de VS en de Sovket-Unie); 2) de leiders van sommige landen willen niet door anderen voor de voeten worden gelopen; 3) regeringen hebben mettertijd geleerd hoe ze zich aan internationale afspraken kunnen onttrekken; 4) binnenlandse belangenwoeperingen met beperkte doelstellingen doen albreuk aan de internationale samenwerking; 5) internationale secretariaten durven hun nek niet meer uit te steken; 6) internationale organisaties raken

verstrikt in hun eigen prooedures; 7) een nieuwe generatie is opgevoed in denkkaders, waarin de natie voorop staat; 8) leiders zijn vaak koppig en kortZIchtig. IFDA

De International Foundation for Development Alternatives (IFDA) in Nyon (Zwitserland) is een klein secretariaat in een groot netwerk van organisaties over de gehele wereld, dat zich op een on-orthodoxe wijze bezighoudt met vraagstukken van internationale samenwerking, vooral in Noord-Zuidverband. In een rapport onder de titel "The future ofthe United Nations System: some questions at the occasion of the anniversary" (mei (985) geeft de IFDA een originele visie op de crisis in de VN en de crisis van het multilateralisme. Zij brengt deze crisis in verband met de vele andere crises in onze wereld: economisch financieel (schulden, protectionisme); met betrekking tot het leefmilieu (stedelijk verval, biosfeer, Sahel); cultureel (verwestersing, massificatie); sociaal (werkloosheid, vervreemding, racisme); ideologisch; p0litiek (autoritaire regimes); op veiligheidsterrein (bewapenin(l5WedlooP); qua Derde Wereld-positIe (toenemende onderlinge verschillen); qua ontwikkelingsdenken (neo-conservatisme) en in de hulpsfeer ("aid fatigue").

Als het zo slecht gaat in de "echte" wereld, kan het in de VN ook niet best gaan. Maar dat is geen excuus voor veel misstanden in de VN: de proliferatie van organen, programma's en fondsen , van bijeenkomsten en rapporten; de misstanden in de secretariaten en de verslechterende kosten-baten ontwikkeling in veel VNwerk. We moeten duidelijker onderscheid maken tussen wat de VN wel en wat zij niet kunnen doen. Er zijn wel degelijk positieve resultaten te noemen: de rol van VN-vredesmachten, de dekolonisatie, mensenrechten, technische samenwerking, het denken en debatteren over het ontwikkelingsvraagstuk, het onderhandelen over economische hervormingen, de bevordering van nieuw bewustzijn (milieu) en de vele hulpactiviteiten (UNDP, UNICEF). De IFDA zoekt de verbeteringen onder meer in de structuur van de VN, waarin voornamelijk regeringen zijn vertegenwoordigd. Het zakenleven, de niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en de gewone burgers zouden ook een stem moeten krijgen in de VN. Naast een Chamber ofPrinces (= regeringen) moet er een Chamber of Merchants en een Chamber of Citizens komen. Een vergelijkbaar pleidooi werd gehouden door de voormalige directeur-generaal van het VN-Milieuprogramma, Maurice Strong. Regeringen hebben vaak te weinig belangstelling voor serieuze ac-


12

De meest interessante conclusie van M. Bertrand is evenwel de volgende: "Zelfs als al deze tekortkomingen in het functioneren van de VN wuden kunnen worden verholpen, dan wu dat geen enkele zekerheid bieden dat de VN de taken die hun (in het Handvest) zijn toebedeeld, beter zouden gaan vervu\len". Immers, wals we zagen bij Gordenker en IFDA, een andere manier van werken hangt in eerste instantie af van de opstelling van de lidstaten zelf. Een zieke grap: "Een andere (betere) VN-organisatie kan pas worden opgericht na de Derde Wereldoorlog". Bertrand: "Het huidige type wereldorganisatie is achterhaald, omdat ze uitgaat van ondoeltreffende mechanismen voor de handhaving van de veiTheo van Boven, de vroegere voorzitter va n de ligheid, omdat ze niet is toegerust om serieuze analyses uit te voeren en omMensenrechten Commissie van de VNo dat de lidstaten er slechts op ondergetie in de VN (zie Gordenker's hyposchikte kwesties met elkaar willen onthesen). Daarom moeten de VN derhandelen". meer in rechtstreeks contact treden Wellicht dat meer "wereldtoppen " met maatschappelijke krachten (beeen oplossing bieden. Maar betekent drijven, burgers) met wie wel zaken dat dan ook, dat het overleg in eerste zijn te doen. instantie tot een klein aantal (vooral grotere) landen wordt beperkt? En als Maurice Bertrand we kiezen voor de kleinere kring ("inDe VN beschikken over een soort te- ner circle"), denken we dan aan de genvoeter van onze Rekenkamer, de machtigste landen (de vijf permanenJoint Inspection Unit. De meest gete leden van de VeiligheIdsraad, aanrespecteerde "inspector", M. Maurice gevuld met bijvoorbeeld Japan, India Bertrand, gaat binnenkort met pensi- en Brazilie, of eerder aan landen die oen. Afgelopen voorjaar kreeg ik van veel met elkaar !$emeen hebben? Die hem een ongepubliceerd rapport in laatste gedachte IS geopperd door onhanden onder de titel "Is a reform of der anderen professor Voorhoeve the United Nations possible?" waarin (NRC 27-4-'85) en professor Franck hij zeer openhartige kritiek uit, met (in de Herald Tribune), die beiden name op praktijken in de internatiovoorstander zijn van de oprichting nale secretariaten. Een losse greep: van een organisatie van democratiEen ieder die de VN kent, is het ero- sche staten die binnen de VN een eiver eens dat de productie van lage gen rol zouden moeten gaan spelen. kwaliteit is, dat er veel dubbel werk Is dat niet een logische gevolgtrekplaatsvindt, dat coรถrdinatie ver is te king, als je vaststelt dat de lidstaten zoeken, dat het personeelsbeleid om van de VN het onderling niet met elte huilen is en er geen sprake is van kaar eens zijn en de besluitvorming kwaliteitscontrole en evaluatie. Met in feite niet werkt tussen 159 landen een kleine staf tracht men de probledie ieder een eigen stem hebben? men van de hele wereld op te lossen. Daardoor schrijft men maar weer een De Heritage Foundation rapportje, vlucht in bombastische taal Nergens in de wereld is de ontevreen Iedereen is weer tevreden. De rege- denheid over de VN w groot als in ringen vinden die woordenstroom de Verenigde Staten. De Amerikanen best, wlang hun vitale belan\len maar betalen nO\l altijd een kwart van de niet in het geding komen. Bij al die VN-begrotmg, maar hebben hun invaagheid kan iedereen natuurlijk op vloed in de VN alleen maar zien teruglopen. Vooral voor conservatieve het werkterrein van een ander grasduinen. Planning en programmering groeperingen blijkt de verleiding groot vinden slechts op papier plaats. om de VN de zondebok te maken

voor alles wat er in de wereld anders loopt dan zij wensen. Zo publiceerde een rechtse "think-thank" in Washington, de "Herita!$e Foundation", een boek onder de tItel "A World without a UN: what would happen if the United Nations shut down". Hoe schijf je zo'n boek? Je vraalll een aantal wetenschapsmensen om leder op hun werkterrein (gezondheidszorg, milieu, onderwijs, voedsel, mensenrechten, ontwapening, vredeshandhaving, ontwikkelingssamenwerking etc.) te beschrijven, welke bijdra!$e de VN en de gespecialiseerde organIsaties op die terreinen hebben geleverd en wat daaraan niet deugt. De wetenschappers weten voor wie ze schrijven en komen dus met kritische verhalen. Vervolgens laat je de vicepresident van de Heritage Foundation een zeer kritische selectie maken uit ieder hoofdstuk. Al die sombere tijdingen zet je achter elkaar en vervolgens trek Je de generaliserende conclusie, dat als de VN niet heel snel hun leven beteren, de VS en andere democratische naties er maar beter uit kunnen stappen. Met behulp van een misleidende combinatie van opinion-polls suggereer je bovendien dat in de VS de steun voor de VN is teruggelopen van 87 procent in 1959 naar tien procent in 1981 (volstrekte onzin). Zo wordt de gecompliceerde realiteit van de VN teruggebracht tot een generaliserende inleiding van tien pagina's, die vervolgens een eigen leven gaat leiden. Andere Amerikaanse kritiek De Reagan-administratie gaat niet z0ver als de Heritage Foundation, hoewel het Amerikaanse uittreden uit UNESCO waarschijnlijk moet worden gezien als een schot voor de boeg voor de gehele VN (aldus Dick Leurdijk in Intermediair, 23-8-'85). Gregory Newell, een hoge ambtenaar in het State Department, somde in 1984 vijf doelstellingen op van het beleid van de VS: I) herstel van het Amerikaanse leiderschap in de VN; 2) uitgaven beperking; 3) selectievere deelname van de VS aan bijeenkomsten in VN-verband; 4) uitbreiding van het aantal Amerikanen in VN-secretariaten; 5) vergroting van de rol van de particuliere sector in VN-activiteiten;


13

(ontleend aan: Dick Leurdijk, "De VS en de VN", Internationale Spectator, september 1984).

26-1-'85) komen daartegen in het geweer. Volgens Baehr is de essentiële vraag, of het nog steeds de moeite waard te zoeken naar overeenstemEen dergelijke stellingname past in de ming op internationaal niveau. Als unilateralistisch- en ideologisch getin- het antwoord op die vraag bevestite buitenlandse politiek van de gend luidt, dan dient men niet weg te Reagan-administratie. lopen uit VN-Iichamen, maar zich Van een veel VN-vriendelijker instel- JUIst in te zetten voor hervormingen ling getuigt een artikel van Edward van binnenuit. Volgens Gordenker C. Luck, voorzitter van de Ameribieden internationale organisaties, kaanse vereniging voor de VN ("The vooral voor kleinere lidstaten, het UN at 40: a supporter's lament" , Fo- voordeel van efficiënte betrekkingen reign Policy, Winter 1984-'85). In een met andere staten. nog niet gepubliceerde tekst stelt Leurdijk poneert in zijn eerdergeLeurdijk dat "Luck een pleidooi noemde nog te publiceren artikel enhoudt voor het verkleinen van de kele pittige stellingen. Hij is van oorkloof tussen ambities en vermogen. deel dat de oprichting van de VN in Door te mikken op concrete, conde huidige constellatie ondenkbaar structieve, maar met-spectaculaire re- zou zijn geweest. Als de VN niet besultaten, zouden de VN geleidelijk de stonden, zou den ze niet meer worlijst met succesverhalen kunnen verden opgericht. De VN zijn volgens lengen en hun geloofwaardigheid en hem geen vanzelfsprekendheid. vitaliteit herwinnen". Veel hangt uiteraard af van de vraag Conclusie wat we nu precies van de VN verIk wil de lezer niet achterlaten met wachten. In een ander artikel citeert deze bloemlezing zonder dat ik alLeurdijk de Britse auteur Kenneth thans een poging heb gedaan enkele J. Twitchett ("The evolving United eillen indrukken te verwoorden. Dit Nations: a prospect for peace", Lonzijn mijn stellingen: den 1971), die op zijn beurt zijn collega Geoffrey L. Goodwin citeert: 1. Door de veelvormigheid van activiteiten en de variëteit van functies, is " De VN hebben zich eigenlijk sinds het in feite onmogelijk om generalide oprichting in een permanente identiteitscrisis bevonden. In de verseerde uitspraken te doen over de wachtingen van de VN weerspiegelen Verenigde Naties. 2. Uniek aan de VN is het wereldzich drie concepties van de organisatie: de VN als het bewijs van een em- omvattende karakter. Tast je dat aan, bryonale wereldgemeenschap, de VN dan ondergraaf je het bestaansrecht als een functionele reactie op een toe- van de VN. Je moet er daarom niet nemende interdependentie in een we- uitlopen. Een organisatie van democratische staten vormt nooit een alterreld van soevereine staten en de VN als een diplomatiek instrument voor natief voor de VN. dwanguitoefening. Alle drie opvattin- 3. We leven in een wereld vol spangen speelden destijds, en leven nu ningen en vol fundamentele verschillen van opvatting over de meest wenog". zenlijke zaken. De mogelijkheden om in de VN volledige wilsovereenstemNederlandse critici ming te bereiken tussen alle lidstaten Ook in Nederland wordt kritiek verzijn daarmee bij voorbaat beperkt. nomen op de VN. Zo legt Van Doorn (NRC 6-12-'84) een verband Toch moeten we daar naar blijven tussen de bestuursproblemen van gro- streven. We mogen ons niet UIt het te organisaties als de NOS, de RSV veld laten slaan als het steeds mislukt. en de VN. De VN heeft slechts "hin- 4. Juist omdat er binnen de VN bijder-macht", geen echte macht. Het is na nooit sprake is van wilsovereenstemming, is het meestal onmogelijk een niet-werkbare democratie, waarbinnen zich parasiterende bureaucra- om gezamenlijke initiatieven te netiën ontwikkelen en die niet meer men. Het is dan ook heel normaal dat ieder vanuit zijn eigen belevingsflexibel kan werken. Van Doorn bepleit onder meer dat Nederland uit wereld met voorstellen komt en kijkt UNESCO treedt. hoeveel steun hij daarvoor krijgt van Zowel professor Baehr (NRC 12-1anderen. De VN vormen een soort '85) als professor Gordenker (NRC markt, en daarbij geef ik de voorkeur

aan een veemarkt boven een antiekmarkt. 5. De westerse landen hoeven zich niet te schamen. We doen het in vergelijking met anderen helemaal niet zo slecht (economisch, politiek, normatief). Integendeel, onze aanpak, bijvoorbeeld op economisch terrein en onze opvattingen, zoals ten aanzien van de mensenrechten, vinden in toenemende mate weerklank in de wereld. We moeten daarom in de VN vaker zelf het initiatief nemen en gewoon maar zien hoeveel steun we daarvoor kunnen vergaren. 6. Er is zowel in overlegorganen van de VN als in secretariaten het nodige scheefgegroeid. Dat mogen we gerust aan de kaak stellen. En als we ergens eigenlijk niets voor voelen, moeten we maar eens wat vaker tegenstemmen. We moeten proberen de woordenstroom en de papierlawine in te dammen, minder in herhalingen te vervallen en vaker thematisch te vergaderen. Soms vertegenwoordigen afgevaardigden alleen nDll zicbzelf. Secretariaten zullen prionteiten moeten stellen, daartoe aangezet doordat wij de knip op de beurs houden. Moed van indiVIduele secretariaatsleden dient te worden beloond, niet bestraft. Zoals bekend werd de Nederlander Theo van Boven op aandrang van de Argentijnse junta ontslagen als mensenrechten-directeur van de VN. Westerse landen moeten weer een grotere intellectuele bijdragen leveren aan de VN (kampioenen als Myrdal en Tinbergen hebben de laatste jaren pijnlijk ontbroken). 7. Aan Westers unilateralisme en ideologische debatten bestaat in de VN geen enkele behoefte. Maar we kunnen ook te bescheiden en te defensiefzijn. Van Doorn heeft gelijk: in de VN heerst immobilisme; zolang de lidstaten elkaar blijven neutraliseren zal er niets uitkomen. De beweging moet ergens vandaan komen. AJs ik mij niet vergis, zien we in de "echte" wereld een ontwikkeling ten gunste van onze westerse waarden: vrijheid, gelijkheid, openheid, pluriformiteit. AJs dat zo is, dan zal die nieuwe realiteit ook in de VN zijn afspiegeling moeten krijgen.


14

EERSTE DOELSTELLING IS VREDE EN VEILIGHEID

De VN en de ontwapening: weinige resultaten toch van groot belang Het Handvest van de Verenigde Naties noemt als allereerste doelstelling het handhaven van de internationale vrede en veiligheid (artikell). Om deze doelstelling te bevorderen "met zo gering mogelijke verspilling aan de bewapening" wordt de Veiligheidsraad in artikel 26 opgedragen plannen op te stellen voor "een stelsel voor de regeling van bewapeningen". De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties kreeg in artikel 11 het recht om aanbevelingen te doen aan de leden van de Verenigde Naties en/of aan de Veiligheidsraad over onder andere "de beginselen, die de ontwapening en de regeling van bewapeningen beheersen". Dit Handvest werd op 26 juni 1945 door de grondleggers van de organisatie (waaronder Nederland) ondertekend. Enkele weken later ontploften de eerste kernwapens. Dat droeg ertoe bij, dat het vraagstuk van wapenbeheersing en ontwapening meteen b0venaan de agenda van de Verenigde Naties kwam te staan. Door de allereerste resolutie van de Algemene Vergadering (resolutie I/ I van 24 januari 1946) werd een Atoom Energie Commissie opgericht. Deze kreeg als taak concrete voorstellen te doen voor de uitbanning van kernwapens en andere massavernietigingswapens. In 1947 werd door de Veiligheidsraad een Commissie voor Conventionele Wapens ingesteld, die voorstellen moest doen voor de beheersing en vermindering van de bewapening onder internationale controle. De beoogde voorstellen voor conventionele wapens (beheersing en vermindering) gingen minder ver dan de voorstellen voor kernwapens (uitbanning), maar al met al was toch sprake van grootse plannen. Wat is hiervan terechtgekomen? Multilateraal Ontwapeningsoverleg De belangrijkste rol bij het tot stand brengen van wapenbeheersing en ontwapening werd toebedeeld aan de

Veiligheidsraad. Maar met name de Soxjet-Unie verzette zich in de praktijk (zonodig door een veto uit te spreken) tegen een grote rol van de Veiligheidsraad, vooral vanwege de minderheidspositie die het in deze raad innam. Hierdoor is het accent van het overleg over ontwapening verschoven naar de Algemene Vergadering. De besluitvorming van de Algemene Vergadering kan niet geblokkeerd worden door het uitspreken van een veto, maar de resoluties van de Algemene Vergadering over ontwapening zijn slechts aanbevelingen. De grote mogendheden (en over hun wapens gaan de meeste aanbevelingen) kunnen deze dus rustig naast zich neer l~en. Voor werkelijke vooruitgang op het gebied van bIjvoorbeeld kernwapens bleef overleg 10 een veel beperkter forum onontbeerlijk. Zo ontwikkelde zich een overlegstructuur waarin over ontwapening vaak tegelijkertijd gesproken werd in bilateraal en in multilateraal (VN) kader. Beide fora hadden en hebben hun voors en tegens. Het bilateraal overleg sluit het best aan bij de werkelijkheid, omdat de overgrote meerderheid van de wapens waarover in de meeste ontwapeningsonderhandelingen gesproken wordt (kernwapens, chemische wapens,

De schrij"" van dit artikel. drs. B. Ier Haar, is werkzaam op hel ministerie ran buitenlandse zaken als hoofd van hel bureau njel-nucleaire wapenbeheersing en -

ontwapening. directie poli/ieke VN路zaken. Hij schreef di/ ar/ikel op persoonlijke /i/el.

anti-satellietwapens) in het bezit zijn van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De eerste verantwoordelijkheid voor deze wapens ligt daarom bij deze twee landen. Maar daar staat tegenover dat deze wapens een bedreIging vormen niet alleen voor deze beide landen, maar ook voor alle andere landen op de wereld. Het is daarom logisch dat over deze wapens ook in de Verenigde Naties wordt gesproken. Naast deze twee vormen van overleg heeft zich een tussenvorm ontwikkeld van een beperkt aantal landen in de Geneefse Ontwapeningsconferentie, de CD. Algemene Vergadering De meeste onderwerpen op de agenda van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties worden onder een zevental commissies verdeeld. Deze commissies (waar in beginsel alle 159 leden van de VN deel van uitmaken) stellen jaarlijks ontwerpresoluties op, die vervolgens door de


15

Algemene Vergadering fonneel worden bekrachtigd. De Eerste Commissie houdt zich vooral met ontwapening bezig. Het karakter van het overleg in de Algemene Vergadering is in de loop van de jaren sterk veranderd door de groei van het aantal leden van 52 in 1945 tot 159 in 1985. De niet-gebonden landen beschikken over een automatische meerderheid en hebben de neiging daarvan gebruik te maken om hun eigen opvattingen het stempel "Resolutie van de Algemene Vergadering" mee te geven. De Soxjet-Unie komt vrijwel jaarlijks met voorstellen op het $ebied van ontwapeninll en/of internatIOnale veiligheid. Het lijkt haar daarbij meestal meer te doen om de show te stelen met goed ogende voorstellen, dan om tot concrete resultaten te komen. De Sovjet-Unie speelt vaak handig in op de omstandigheid dat de landen van de NAVO genoodzaakt zijn het numeriek conventionele overwicht van het Oostblok in Centraal-Europa te compenseren door meer nadruk te leggen op nucleaire afschrikking en hun technologische voorspron~ uit te buiten. Dit geeft de Sovjet-U me de gelegenheid goede sier te maken met voorstellen zoals een verbod op het eerste gebruik van kernwapens of voorstellen ter voorkoming van een wapenwedloop in de ruimte (gericht tegen het Amerikaan-

se Strategisch Defensie Initiatief). De Algemene Vergadering heeft gaandeweg het karakter ge~en van een soort volksraad, die vanafde zijlijn het ontwapeningsspel van de supennachten en hun bondgenoten van commentaar en aanbevelingen voorziet. Deze ontwikkeling had overigens moeilijk anders kunnen verlopen, omdat de Algemene Vergadering noch de feitelijke macht, noch de formele bevoegdheid heeft om veel anders dan aanbevelingen te doen. Twee maal hebben de Verenigde Naties een Bijzondere Zittin~ van de Algemene Vergadering ~ewiJd aan ontwapening. De eerste (m 1978) slaagde er in het eens te worden over een uitvoerig slotdocument. De tweede (in 1982) wist hier nauwelijks iets aan toe te voegen. Een derde wordt misschien in 1987 gehouden.

Hel ontwapeningsorerleg is \'ooral eell zaak van de twee supermachten. In / 979 sloten president Carter ell partijleider Bre:jnev hel laa/sle grote wapenbeheersingsl'erdrag, Salt 1/.

sinds 1958 alle leden van de VN. Na vele jaren niet bijeen te zijn gekomen, werd ze in 1978 opnieuw tot leven gewekt. Sindsdien komt ze elk jaar in mei in New York bijeen om te confereren over onderwerpen zoals "verlaging van militaire bestedingen" en "vertrouwenwekkende maatregelen". Ze heeft niet de opdracht om over concrete maatregelen te onderhandelen. Het hoeft dus geen verbazing te wekken, dat haar bijeenkomsten tot weinig concrete resultaten leiden.

Geneefse Ontwapeningsconferentie De CD (Conference on Disannament) is het belangrijkste ontwapeningsforum dat geen deel uitmaakt, Ontwapeningscomrnissie maar wel verbonden is aan de VN-faDe Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties (United Nations Di- milie. Ze ontstond uit de behoefte van de grote mogendheden een oversannament Commission: UNDC) legorgaan in te stellen, dat verbonden was voorbestemd een belangrijke rol was met de Verenigde Naties, zonder te spelen op ontwapeningsgebled, maar heeft dat nauwelijks gedaan. Ze daar een integraal deel van uit te maken. Deze fonnule maakte het mogewerd in 1952 opgericht door samenvoeging van de Atoom Energie Com- lijk om tegemoet te komen aan de eis van de Soxjet-Unie, dat de vert~en足 missie en de Commissie voor Conwoordiging van het Oostblok gelijk ventionele Wapens. Ze bestond aanmoest zijn aan die van het Westen. vankelijk uit de leden van de VeiligDe conferentie kwam in 1960 voor heidsraad en Canada, maar omvat


16

1966 Ruimteverdrag. (geen kernwapens of andere massavernietigingswapens in de ruimte); 1967 llatelolcoverdrag. (geen kernwapens in Latijns Amerika); 1968 Non-Proliferatieverdrag. (geen verspreiding van kernwapens naar (nog) niet kernwapenstaten); 1971 Ooeaanbodemverdrag. (geen kernwapens op de oceaanbodemi; 1972 Biologische Wapensverdrag. (verbod van produktie en bezit van biologische en toxine wapens); 1977 Verdrag tot verbod van Geofysische Oorlogvoering. (verbod van grootschalig vijandelijk gebruik van milieuveranderingstechnieken); 1980 Dubieuze Wapensverdrag. Het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

het eerst bijeen en werd geleidelijk aan uitgebreid van tien tot veertig leden. De conferentie veranderde vier maal van naam, maar aan het beginsel van gelijke vertegenwoordiging van Oost en West wordt vastgehouden. Het aantal niet-Ilebonden en neutrale landen groeIde snel, zodat deze landen nu de meerderheid (eenentwintig van de veerti~) hebben. Omdat de CD alle beslissingen met consensus neemt is de betekenis van die meerderheid overigens niet zo groot. De meeste van de verdragen die in dit artikel staan vermeld zijn in de CD tot stand gekomen. Momenteel wordt in de CD onder meer gesproken over volledige uitbanning van chemische wapens, radiologische wapens (die nog met bestaan), een alomvattend kernstopverdrag en het voorkomen van een wapenwedloop in de ruimte. De onderhandelingen over chemische wapens en radiologische wapens maken op dit moment de meeste kans in een verdrag uit te monden. De bovengenoemde overlegorganen houden de "beroepsontwapenaars" vrijwel het gehele Jaar bezig. De CD vergadert in februari, maart en april. Dan vergadert de UNDC in mei en vervolgens weer de CD van begin

juni tot eind augustus. De Eerste Commissie van de Algemene Vergadering begint pas in oktober. De maand september is beschikbaar voor toetsingsconferenties, zoals dit jaar de conferentie ter toetsing van het NonProliferatieverdrag. Verdragen De alomvattende benadering van de beginjaren van de Verenigde Naties heeft geleidelijk plaats gemaakt voor een stapsgewijze benadering. Deze stappen hebben tot nu toe weinig echte ontwapening opgeleverd. De verdragen hebben vooral tot doel te voorkomen, dat bestaande wapens verder verspreid worden (Ruimteverdrag. llatelolcoverdrag, Non-Proliferatieverdrag, Ooeaanbodemverdrag) of dat nieuwe wapens of methoden van oorlogvoering ontwikkeld worden (Biologische Wapensverdrag en het Verdrag tot verbod van Geofysische Oorlogvoering). In het verleden is overigens incidenteel wel gebruik gemaakt van biologische wapens (en geofysische oorlogvoering) zodat er toch wel iets ontwapend is. De belangrijkste in YN-kader gesloten verdragen zijn de volgende: 1963 Gedeeltelijk Kernstopverdrag. (geen kernproeven in dampkring, ruimte en onder water);

(beoogt wapens en methoden van

oorlogvoering die (militair) onnodig leed veroorzaken te verbieden); Slotsom Wanneer we hetgeen bereikt is (een aantal verdragen, een uitgebreide machinerie van ontwapeningsoverleg) stellen tegenover dat wat &ehoopt werd te bereiken (uitbanmng kernwapens en algemene wapenbeheersing) dan is de oo~t heel mager. Toch is er wel wat bereikt. In de eerste plaats zij n de gesloten verdragen van belang. Maar eveneens van belang is de multilaterale ontwapeningsoverlegstructuur die ontstaan is. De Verenigde Naties hebben een tamelijk sterke p0sitie verkregen. Landen die in het verdomhoekje zitten lopen niet weg wals ten tijde van de Volkenbond, maar doen juist hun best hun lidmaatschap te behouden (IsraĂŤl). Hierdoor kunnen de Verenigde Naties doeltreffender fungeren als forum waarin gepoogd wordt om het internationale overleg over veiligheid en vrede gelijke tred te laten houden met de technische ontwikkelingen. De gestage stroom consensusdocumenten, van verbindende verdragen tot niet verbindende verklaringen en aanbevelingen, schept een kader voor vooruitgang, een kader dat moeilijk gemist kan worden.


17

AANGRIJPENDE GETUIGENISSEN IN CONFERENTIEZAAL

Verenigde Naties en mensenrechten: op de lange duur toch resultaat Iedere winter komt in de fraaie nieuwe vleugel van het PaIais des Nations in Genève de Commissie van de Verenigde Naties voor de Rechten van de Mens bijeen, voor haar jaarlijkse zitting van zes weken. Van tijd tot tijd worden de vertogen die de vertegenwoordigers van de lid-staten afsteken afgewisseld met de aangrijpende verhalen van mensen, die vertellen wat zij hebben ondergaan in de martelkamers, in de politiebureaus en in de gevangenissen van deze wereld. Deze getuigen spreken vanaf de banken van de non-goevemementele organisaties en voor een enkel moment komt via hun stem en door hun woorden de ontstellende werkelijkheid binnen in de conferentiezaal. De gedelegeerden luisteren min of meer aandachtig. Het land dat voor een ogenblik in de beklaagdenbank is gezet, maakt gebruik van het recht op antwoord, en de commissie vervolgt haar besprekingen en aanvaardt of verwerpt resoluties. Twee volstrekt gescheiden werelden? Wat zoeken deze mensen, die de lichamelijke en geestelijke littekens van wat zij hebben ondergaan hun leven lang met zich mee zullen dragen, in die conferentiezaal? Wat deden de Argentijnse Dwaze Moeders met hun witte hoofddoekjes op de publieke tribune? Is het de hoop, dat de Verenigde Naties eindelijk ernst zullen maken met wat zij veertig jaar geleden bij hun oprichting stelden: "Wij, de volkeren van de Verenigde Naties, vastbesloten het geloof in fundamentele mensenrechten, in de waardigheid en de waarde van de menselijke persoon en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen te herbevestigen . . . richten hierbij een internationale organisatie op onder de naam de Verenigde Naties"? " Dit nooit meer!", zei de wereld na de gruwelen van het Hitler-régime.

Maar diezelfde wereld heeft soortgelijke gruwelen nadien nog vele malen zien plaatsvinden en heeft er niet tegen willen of kunnen optreden. In dit artikel zal ik met name op dit "kunnen" ingaan. Ik zal proberen de balans op te maken van veertig jaar bemoeienis van de VN met de mensenrechten. Pas dan kunnen we vaststellen of van een mislukking kan worden gesproken. Eén ding is duidelijk: zolang de verhalen van de slachtoffers in de conferentiezaal weerklinken, kan niet van een succes worden gesproken. Veertig jaar Verenigde Naties kan dan ook niet meer dan een tussenstation zijn. De Verenigde Naties vormen een organisatie van souvereine staten die, met uitzondering van het ~eval van verstoring van de vrede, met over eigen machtsmiddelen beschikt. Dat betekent dat de activiteiten van de organisatie op het gebied van de mensenrechten slechts kunnen bestaan uit "papieren actie", met inbegrip van alle politieke en morele druk die daarvan kan uitgaan. Wat hebben de VN nu gedaan om de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen, hetgeen volgens het Handvest één van de doelstellingen is van de organisatie? Die activiteiten kunnen in twee delen worden onderscheiden: het opstellen en vastleggen van normen en het toezien op de naleving daarvan.

De schrijver van dit artikel is prof mr. P. H. Kooijmans, verbonden aan de vakgroep Volkenrecht !'an de Leidse Unirersiteit en l evens lid I'an de VN-commissie voor de Rechten van de Mens.

Het eerste produkt op het gebied van de normstelling was de in 1948 aanvaarde Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Op het moment van aanvaarding werd dit document niet gezien als een vastlegging van iets wat reeds rechtens gold, maar als een standaard, die nagestreefd moest worden. Thans kan evenwel worden gesteld, dat de Universele Verklaring een opsomming bevat van grondrechten, die de staten moeten respecteren, ook al zijn zij geen partij geworden bij de mensenrechtenverdragen, die later tot stand zijn gekomen. De bekendste van deze verdragen zijn de beide VN-verdragen over de burgelijke en politieke rechten en vrijheden en de economische, sociale en culturele grondrechten. De laatste loot aan deze stam is het vorig jaar aanvaarde verdrag tegen het martelen. Al deze normstellende arbeid heeft tot gevolg gehad, dat de eerbiediging van de mensenrechten momenteel een legitieme zaak van internationale zorg is. Dit kan worden verduidelijkt met een aantal voorbeelden. Zuid-


18

Afrika heeft nooit een voorstem uitgebracht op enige resolutie van de Algemene Vergadering met betrekking tot de mensenrechten en het is bij geen enkel verdrag inzake de mensenrechten partij. Desalniettemin heeft de VN ontelbare malen gesteld dat het Zuidafiikaanse apartheidsbeleid strijdig is met het internationale recht. Dat mag ons thans als vanzelfsprekend in de oren klinken, veertig jaar geleden was dat bepaald nog niet het geval. Een staat wordt thans gebonden geacht door het internationale recht op het gebied van de mensenrechten, ook al heeft hij op dat terrein nimmer verplichtingen aanvaard. Dat betekent ook dat het - nog altijd aangevoerde - argument dat de VN zich zouden mengen in de interne aangelegenheden van een land, als zij de mensenrechtensituatie aankaarten, niet langer meer als een overtuigend argument kan worden aanvaard. De redenering van dergelijke landen, zoals die in het recente verleden bijvoorbeeld naar voren is gebraCht door Chili, Iran, Afghanistan en Polen, is als volgt: Het bestaan van de staat en van een stabiele interne orde staan op het spel; het is de taak van de overheid die interne orde te herstellen; andere landen evenmin als de VN mogen zich daarmee bemoeien. Het antwoord van de internationale gemeenschap is onveranderlijk, dat niet ontkend wordt dat de overheid het recht heeft de interne orde te handha ven, doch dat zij daarbij aan bepaalde randvoorwaarden gebonden is en dat de fundamentele rechten van de mens daarbij niet geschonden mogen worden. De omvangrijke normstellende arbeid van de VN heeft nog een ander effect gehad: de mensen op deze wereld zijn zich bewust geworden van hun rechten; zij weten thans dat hun overheden hen niet naar welgevallen als oir jecten kunnen behandelen, doch dat zij aanspraak kunnen maken op eerbIediging van hun menselijke waardigheid. Het zijn immers rechten die de mens heeft als mens en die los staan van het land waarin hij woont. Dit bewustwordingsproces, dat bepaald niet als het minst belangrijke gevolg van de normstelling kan worden gezien, heeft echter ook geleid tot een verwachtingspatroon. Men verwacht van de wereldorganisatie, die

zo prachtig voor de mens heeft uitgespeld waarop hij aanspraak mag maken, dat zij er ook voor zorgt dat die aanspraak wordt waargemaakt. Dát is in feIte wat die slachtoffers van mensenrechtenschendingen in de conferentiezaal van het Palais des Nations zoeken: hun recht. Zij klagen aan, wensen dat hun zaak wordt gehoord én dat hen recht wordt gedaan. Het is dit punt, waarop zich de kritiek op de wereldorganisatie met name concentreert: Verenigde Naties, gij zijt wel op een indrukwekkende wijze uitgereden, maar gij komt niet aan op de plaats van bestemming. Wanneer men normen stelt, dient men ook op de naleving daarvan toe te zien. Maar de praktijk van alle dag is dat die normen ongestraft met de voeten worden getreden. Wanneer we het vanuit die invalshoek bekijken rijst inderdaad de vraag: wat is dat schitterende normen pakket in feite waard? Laten we eens beginnen bij de verdra!:en. Vrijwel alle verdragen op het gebIed van de mensenrechten voorzien in de instelling van een comité, dat belast is met het toezicht op de naleving. Allereerst doet zich dan het feit voor, dat lang niet alle staten partij zijn bij zo'n verdrag, zodat een aantal staten aan de aandacht van zo'n comité ontsnapt. We hebben zojuist gezien dat het niet-partij zijn niet betekent, dat men niet door het internationale recht gebonden zou zijn. Maar zelfs ten aanzien van de staten die wél partij zijn, kan zo'n c0mité ternauwernood een vuist maken. Die staten moeten periodiek verslag uitbrengen over de interne maatregelen die zij genomen hebben om de gegarandeerde rechten ook inderdaad te waarborgen. Het comité kan dit verslag critisch becommentariëren. Maar dan is het ook afgelopen. Indien een staat de gegarandeerde rechten schendt, kan een slachtoffer die rechtsschendin$ onder de aandacht van het corruté brengen, zodat het land tot de orde wordt geroepen? Die staat hééft immers zijn verplichtingen geschonden. Het antwoord op deze vraag is teleurstellend: het individu heeft dat recht alleen, als hem dit uitdrukkelijk door zijn eigen staat is toegekend (en slechts een kleine minderheid van de partijen bij de verschillende verdragen heeft dit gedaan). Als dat wel het geval is, kan

het comité vaststellen dat naar zijn oordeel sprake is van een rechtsschendi ng. Maar dat oordeel is voor de betrokken staat niet bindend. Een wran~ voorbeeld is het Uruguay van de militaire dictatuur. Uruguay heeft het individuele klachtrecht erkend. Een aantal inwoners had daarvan gebruik gemaakt en een klacht ingediend bij het comité van het VN-verdrag inzake de burgerlijke en politieke rechten. Telkenmale kwam dit c0mité tot de uitspraak dat Uruguay zijn verdragsverplichtingen had geschonden en dat dit onrecht ongedaan diende te worden gemaakt. Maar de generaals lapten dit oordeel aan hun laars en daarmee was de kous af. Het toezichtmechanisme onder de verdragen is dus duidelijk onvoldoende. Op mondiaal niveau zijn de staten tot dusverre niet bereid gebleken daarin verandering te brengen en zulk een veronderstelde inbreuk op hun souvereiniteit te aanvaarden. Daarnaast is zich onder druk van de publieke opinie en mede als gevolg van politieke ontwikkelingen een ander orgaan gaan bezighouden met het toezicht op de eerbiediging van de mensenrechten: de in de aanhef van dit artikel reeds vermelde Commissie voor de Rechten van de Mens. Tot het midden van de jaren zestig had deze commissie zich slechts beziggehouden met de opstelling van normen; het was haar zelfs uitdrukkelijk verboden zich met concrete situaties van mensenrechtenschendingen bezig te houden. Aan het eind van de jaren zestig kwam daarin verandering. De commissie werd gemachtigd onderzoeken in te stellen naar voortdurende schendingen van de mensenrechten. Objectief gezien lijkt de commissie niet erg geëigend te zijn voor een der~elijke rol; zoals zoveel VN-organen IS zIj samengesteld uit regeringsverte~enwoordigers en is zij dus in eerste Instantie een politiek orgaan. Politieke overwegingen spelen een doorslag~evende rol en veelal zijn landen die In het beklaagdenbankje zitten lid van de commissie. Een tweede nadeel is dat de commissie niet over meer bevoegdheden beschikt dan de Verenigde Naties zelf, waarvan het immers een suborgaan is. Aangezien de Verenigde Naties geen bindende besluiten kan nemen (met uitzondering


19

, van het geval van verstoring van de vrede), kan de commissie dat ook niet. Desalniettemin kan worden gesteld dat de commissie zich gaandeweg - en ondanks veel politiek verzet bepaalde instrumenten heeft verschaft, die een zekere betekenis hebben. Allereerst heeft de commissie besloten bepaalde landen, waar de mensenrechtenschendingen een massaal en buitengewoon ernstig karakter dragen, voorwerp van bijzondere zorg te maken. Voor deze landen wordt soms een werkgroep, maar tegenwoordig steeds vaker een onafhankelijk rapporteur benoemd, die de situatie nauwlettend moet volgen en jaarlijks rapport moet De Oostenrijker Kurt Waldheim (rechts) was uitbrengen. In ZIjn rapport kan hij secretaris路generaalvan 1972 tot 1981. Hij was de ap I'alg" vall de BumlOan Oe Thant aanbevelingen doen met betrekking tot de verbeteringen die hij in het be- (196 1路 197/). trokken land noodzakelijk acht en de commissie kan die aanbevelingen Het kiezen van dit andere spoor is overnemen. Op dit moment bestaan niet zonder belang. Wanneer een speciale rapporteur voor een bepaald er rapporteurs voor Chili, EI Salvador, Guatemala, Iran en Afghanistan, verschijnsel wordt benoemd, weet terwijl er een werkgroep is voor Zuid- niemand van tevoren met welke situAfrika en Namibie. Het feit dat de atie hij zich zal gaan bezi~ouden. commissie speciale aandacht besteedt Zijn mandaat strekt zich m lxWnsel aan bepaalde landen heeft vaak geleid uit tot alle landen. De staten ZIjn dertot het verwijt van selectieve veronthalve kwetsbaarder geworden. Toen de speciale rapporteur inzake de stanwaardi~ng; andere landen die ook niet zuIver op de graat zijn, ontsprin- drechtelijke executies in zijn eerste gen zo de dans. Een kern van waarrapport een veertigtal landen noemde waar zich dit verschijnsel in het niet heid kan aan dit verwijt natuurlijk niet ontzegd worden. Maar het is nu te verre verleden zou hebben voorgeeenmaal zo, dat de mensenrechtendaan, !ling er dan ook een gehuil op. schendingen in bepaalde landen uitDat zijn mandaat toch werd verlengd zonderlijk massaal en weerzinwekkomt mede omdat geen land de verkend zijn. denking op zich wil laden, dat het een zo verwerpelijk verschijnsel proToch heeft de commissie de laatste vijf jaar ook een ander spoor gekobeert te verheimelijken. Het bestaan zen. Het is zich bezig gaan houden van een "generale schaamte" werkt met bepaalde bijzonder ernstige verhier zuiverend. Maar het toont ook schijnselen, ongeacht het land waar aan dat de positie van zulk een rapze worden bedreven. Zo heeft de porteur zeer kwetsbaar is. E茅n aancommissie in 1980 een werkgroep in- toonbaar objectieve fout kan de ongesteld voor het fenomeen van de on- dergang betekenen voor het hele instivrijwillige verdwijningen, dat vooral tuut. in Argentinie enorme vormen had aangenomen, maar dat ook elders Rapporten en resoluties; het blijft alvoorkwam. Twee jaar later besloot lemaal "papieren actie", waaraan men een speciale rapporteur te begeen land juridisch gebonden is. noemen voor het verschijnsel van de Maar zolang de staten op deze wereld buitengerechtelijke executies. Het was weigeren verdergaande bevoegdheden deze rapporteur, die het afgelopen aan de wereldorganisatie over te drajaar rapport heeft uitgebracht over de gen, is het wel zaak deze papieren acdecember-moorden in Suriname. Eer- tie zo effectief m~elijk aan te wender dit jaar werd besloten tot benoeden en de betekerus ervan niet te onming van een speciale rapporteur in- derschatten (overschatten zal niet zo zake martelingen. licht gebeuren).

Geen land vindt het leuk om op een "zwarte lijst" te staan; het zal proberen er weer af te komen, soms door politieke machinaties, maar soms ook door het verbeteren van de mensenrechtensituatie. Politieke druk is lang niet altijd effectief, zeker niet wanneer een r茅gime voor zijn overleving van een schrikbewind afhankelijk is. Maar in andere gevallen kan die druk leiden tot een herstel van respect voor de mensenrechten, vooral indien die druk vanuit de VN gesteund wordt door individuele landen. In LatijnsAmerika zijn daarvan een aantal voorbeelden aan te geven. Kan de lange lijst van landen waar schendingen van mensenrechten nog schering en inslag zijn beschouwd worden als bewijs van de stelling, dat de bemoeienis van de VN met de mensenrechten een mislukking genoemd moet worden? Ik hoop met het voorgaande te hebben aangetoond, dat dit niet het geval is. Wanneer men van jaar op jaar de gang van zaken volgt, dan wordt men veelal door moedeloosheid bevangen; het lijkt op de gang van een slak op een teerton. Wanneer men evenwel terugkijkt en grotere intervallen gebruikt (bijvoorbeeld van vijf jaar) dan kan wel degelijk van een zekere vooruitgang worden gesproken. De mogelijkheden zijn gering. Het gaat er echter om, die mogelijkheden met inventiviteit uit te bouwen en de, te beperkte, bevoegdheden van de organisatie een maximum-reikwijdte te geven. Wat dat betreft is er nog voldoende werk aan de wi nkel.


20

De Peruaanse diplomaat Ja vier PĂŠrez de Cuellar is sinds 1982 secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hij heeft aangekondigd dat hij zich eind volgend jaar niet voor een tweede termijn herkiesbaar zal stellen.

OPROEP In verband met de uitbreiding van de activiteiten van Jas(Jn worden personen gezocht die bereid zijn ondersteunende werkzaamheden te verrichten en eventueel een bestuursfunctie willen bekleden. Belangstellenden gaarne contact opnemen met: Frank Caris, 071-140851. Karen van Bergen, 023-270144. Alexander von Geuseau: 071-149073.


SIMULATIESPEL

van de derde vervolgconferentie van Helsinki. Datum: Tijd: Plaats: Onderwerp: Deelnemers:

8 en 9 februari 1986 Van 09.00 uur tot 09.00 uur. Instituut Clingendael, Clingendael 7 Den Haag Acht onderwerpen n.a.v. de slotakte van Helsinki. Tien kadetten K.M.A.: Westeuropese landen. Tien adelborsten K.I.M .: Oosteuropese landen. Twintig plaatsen voor de iet Gebonden Landen.

Jason heeft tien plaatsen ter besehikking. Op 18 december wordt de eerste voorbereidingsbijeenkomst gehouden. Gemteresseerden kunnen zich v贸贸r I december opgeven bij het secretariaat van de stichting Jason: Alexanderstraat 2 2514 JL Den Haag 070-605658

r--------------------------------------------------------------------------II.JS5; lIr.5 Ik abonneer mij hierbij op Jason Magazine en ontvang tegen betaling van f 30.- zes nummers in de komende twaalf maanden. Naam: Adres: Woonplaats: ..................... ... ... ..... ....... .. ......... ..... ........................ .. Telefoon: .............................. .......... ...... ........ ............ ................. . . (U wordt verzoeht te wachten met betaling totdat u een acceptgirokaart wordt toegezonden)


INDEX JASON '84/,85 5. Buitenlands beleid van de V.S. en de SU. Een kwestie van macht? Wil Hout SStrikwerda

Imperialisme van de supermachten. 'Vreedzame bedoelingen meer kans in

een democratie', Drs.D.H.Zandee

Rcagan's Strategie Dcfcnsc Initiati vc, tussen fantasie en werkelijkheid. Ken Nan! Bclcidsproccsscn in de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten: de case van het milieubeleid. Parlementariërs over de Verenigde Staten cn de Sovjet-Unie: interviews met Mr.K.G.de Vries (PvdA), Mr.H.GuaJ théric van WeezeI (CDA) en Prof.dr. irJ.J .e. Voorhocve (VVD).

6/1. Noordse Balans: koorddansen in Scandinavië/ M ultinationals in de Derde Wereld. Drs.J. Q. Th. Rood

De buitenlandse politiek va n Zweden:

het dilemma van de gewapende neutraliteit. Veiligheidsbeleid in Denemarken. Noorwegen in een nieuwe rol. Rede over de Noorse buitenlandse politiek va n de Noorse minister van buitenlandse zaken, Svenn Stray, tot de Storting op 5december 1984. Profdr.Osmo Apunen From Pax Russica to Pax Sovietica; problems ofcont inuity and chanse in Finish foreign policy. Profdr.K.P. Tudyka Finland en Finlandisen ng. Een voorbeeld voorde weg naar een 'geeuropani seerd' Eu ropa? lIans-Martien ten Napel De supermachten en de wereldvrede; verslag va n een JASON·SIB debat. WicherSrnil Gedragsçodes voor ani wikkel ingssamenwerki ng Lea I'an Velzen en bedrijfsleven.

Mr.P.L. de Quant Drs. T. F.Kons/

2. M ensenrechten en Ontwikkelingssamenwerking. De CVSE·Mensenrech tenbijeenkomst te Ottawa, meifjuni 1985. Rede van minister Schoo over aspecten van het mensenrechten probleem. Rechten van de mens: mondiale ofregionale bescherming?

Yvonne Klerk Jan Pronk (interview) Jaap Cde Vries

'Nederlandse hulpverlening niet meer gericht 9P armoedebestrijding'. Sex toensme: ' I hate it, but I necd the money'.

3. Japan, " het land van de rijzende macht" Dr.K. W.Radrke Mr.Drs.D.J.Eppink

Sneeuw in Hakone. Europa·Japan : gemeenschappelijke belangen en een gezamenlijke aanpak? Dhr.Suzuki, direkreur 'Restricties zu llen worden YKK (interview) weggenomen". Dr. Wisse Dekk.er (i nterview) 'Japanners zijn one·track mi ndcd '. Drs.P.N. lIaafkens De Japanse buitenlandse politiek: va n passiviteit naar engagement. Japan en de Russische machtspolitiek L.L.S /Jar/alils in het Verre Oosten. Mr.L.J.Hrinkhorsl Japan, een uitdaging voor Europa?

4. De Nederlandse kernwapentaken: Van zes naar ... ? De rol van kernwapens in de NA VO·strategie. Nederland moct voorlopig een kernwapen taak behouden. Elk krijgsmachtonderdeel zijn eigen kernwapen· 1". FrlnklllK taak . Prof dr. J. Voor!w('I'(' Geen kernwapentaken op bondgenoten afschu iven. Mr. M. St('/flnX Nederland moel kernwapcntaken onvoorwaardelijk opheffen.

11. KorrhU/jI Mr. A. S/cmerdlllk

- --------------------------------------------------------------------, Kan ongcfr. verzonden worden.

Jason Antwoordnummer 2187 2500 ZJ Den Haag

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1985), jaargang 10 nummer 5  

Jason magazine (1985), jaargang 10 nummer 5  

Advertisement