Issuu on Google+

Het buitenlandse beleid van de V.S. en de S.V. Een kwestie van macht?


~Jil5Dn

Inhoud van dit nummer:

Secretariaat en Redactie:. Alexsndenlraat 2 2514 JL Den Haag Telefoon: 070 - 60 56 58 Postgiro: 3561025 Bank: 45.68.55.548

Redaktioneel

1

Aboooementsprijzen

Imperialisme van de supermachten.

2

f 25,- per jaar (6 nummers, behoudens verschijning van een dubbelnummer).

Wil Hout

Advertenties:

"Vreedzame bedoelingen meer kans" Interview met Sienie Strikwerda

Advertentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting.

Reagans Strategie Defence Initiative, tussen fantasie en werkelijkheid . . . .

6

9

Dick Zandee Dagelijks Bestuur Voorzitter

Vice-Voorzitter Secretaris Penningmeester Public Affairs Public Relations Algemene Zaken

Frank Caris Jaap de Vries Yvonne Klerk Frank Marcus Herman van Campenhout Karen van Bergen Erica Veenendaal

Algemeen Bestuur Mr. P.H. Goedhart drs. M.A. van Drunen Littel R. Geurtsen Mr. H.C. de Groene drs. D.H. Zandee P. de Baan (hoofdred. Jao;on-Mag.) drs. M. Roemers drs. L. Schaaphok drs. Th.M.A. Verhagen .. de heer en mevr. M. VerwclJ J.P . Westhoff drs. F.Z.R. Wijchers Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur.

Raad van Advies dr. W.F. van Eekelen (voorz.) H.J .M. Aben H. Gabriëls dr. A.M.e.Th. van Heel-Kasteel c.c. van den Heuvel dr. L.G.M. Jaquet R.e. Spinosa Cattela drs. EJ. van Vloten Mr. J. Vos

Redactie JASON-Magazioe Hoofdredacteur Redactieleden

Pieter de Baan Evert Jan Raven Guido Vigeveno Erik Tijdgat Govert-Jan Bijl de Vroe

Alexander Alting von Geusau Eugèn van de Pas Marieke van den Braak Hans- Martien ten Napel Foto voorpagina: . With Gromyko in Washmgton last S~p­ tember: Persuading Moscow that he IS ready to talk.

Beleidsprocessen in de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten: de case van het milieubeleid . . .

14

Ken Hanf Parlementariërs over de V.S. en de S.U.: _ . interviews met De Vries (PvdA), Gualthene van Weezei (CDA) en Voorhoeve(VVD) .

18


Redaktioneel Heeft een demokratische supermacht als de Verenigde Staten een per definitie vreedzamer beleid dan een totalitaire supermacht als de Sovjet-Unie - of is juist zij als kapitalistisch land dé exponent van het moderne imperialisme? Dit is een vraag, die niet met een eenvoudig antwoord kan worden afgedaan, en dat zal ook in dit nummer van Jason-Magazine niet gebeuren. Een vraag, die wel regelmatig als thema is opgedoken in diskussies over uiteenlopende onderwerpen als de Europese veiligheid, Centraal- en MiddenAmerika, het Midden-Oosten - al dan niet op de achtergrond. Of en in hoeverre regionale konfl.ikten moeten worden bezien in het kader van een machtsstrijd tussen de twee supermachten laten we hier buiten beschouwing. Anders gesteld kan de vraag luiden: is het buitenlandse beleid van een supermacht tegenover derde landen verklaarbaar uit - of, zo men wil: kongruent aan - het binnenlandse politieke bestel van dat land?

Omdat deze vraag, zoals gezegd, de politieke gemoederen nog wel eens wil bezighouden, heeft Jason-Magazine hem voorgeleid aan Sienie Strikwerda, voorzitster van het landelijke Komitee Kruisraketten Nee (waarin vele stromingen van de Nederlandse vredesbewegingen en hun sympathisanten zijn verenigd), en aan buitenlandspecialisten van de frakties van de drie grootste politieke partijen op dit moment, te weten De Vries (PvdA), Gualthérie van Weezel(CDA) en Voorhoeve (VVD). Hierbij belandde men ook op andere aspekten van deze problematiek. Maar niet alleen de politiek houdt zich met deze kwestie bezig: ook een wetenschappelijke benadering kan verhelderend werken. Daartoe zijn in dit nummer twee artikelen opgenomen. Wil Hout (verbonden aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam) plaatst in het openingsartikel het buitenlandse beleid van de twee supermachten in het licbt van de verschillende theoriën,

die over het imperialisme bestaan. Ken Hanf(aan dezelfde universiteit verbonden) vergelijkt de twee landen in hun binnenlandse besluitvorming niet ten aanzien van de buitenlandse politiek, maar van de milieuwetgeving: is een staat met een centraal geleide ekonomie méér milieubewust dan een staat met een vrije, kapitalistische ekonomie? Iets buiten de opzet van dit nummer valt het artikel van Dick Zande. (oudvice-voorzitter van Jason), over de plannen van de Amerikaanse regering om in de ruimte een defensief systeem te ontwikkelen (bekend onder de bijnaam "Star Wars-programma"). Niettemin is dit een belangrijk en aktueel aspekt van het beleid van de Verenigde Staten. In het artikel wordt op duidelijke wijze ingegaan op inhoud, ontstaansgeschiedenis en toekomstmogelijkheden van het programma, en wordt ook de kritiek erop behandeld. PdB

A helicopter gunship scouts the Panjshir Volley, gut"iIlas take cover in rugged terrain: A fight againsi superior Soviet resources

1


Imperialisme van de supermachten Inleiding In het kader van een vergelijking van de politieke stelsels van de supermachten in het huidige internationale .systeem, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, mag een vergelijking van het beleid ten opzichte van derde landen niet ontbreken. In dit artikel zal ik de vraag aan de orde stellen in hoeverre het buitenlands beleid van de supermachten als imperialistisch kan worden gekenschetst. Imperialisme zal in dit artikel worden opgevat als een politiek gericht op interventie in de aangelegenheden van derde landen. Om deze vraag te kunnen beantwoorden zal ik eerst in kort bestek ingaan op de verbindingen die vele imperialismetheorieën leggen tussen kapitalistische ekonomische sleisels en hel voeren van een imperialistische buitenlandse politiek. Daarna zal ik onderzoeken in hoeverre deze band door de feiten ondersteund wordt. Tenslotte zal ik met behulp van de term "imperialisme van de supermachten" trachten aan te geven hoe men tot een betere verklaring van het imperialismeverschijnsel kan komen. Theorieën over imperialisme In de traditionele imperialismetheorieën wordt het kapitalisme meestal aangewezen als de oorzaak bij uitstek van het imperialistische gedrag van landen. Met name de marxistische theorieën, die het denken over imperialisme lange tijd beheersten en in feite nog steeds de "mainstream" uitmaken, wijzen op de negatieve effekten die dit type ekonomisch systeem heeft voor de ontwikkelingslanden. In deze paragraaf zal ik op de belangrijkste theorieën ingaan. Joho Atkinson Hobson heeft met zijn "Imperialism: a study" uit 1901 een zeer belangrijke aanzet gegeven tot de ontwikkeling van de marxistische imperialismetheorieën. Paradoxaal genoeg was het deze Engelse liberaal die het eerst met wetenschappelijke argumenten tegen het imperialisme protesteerde. Hobson, die tevens een voorloper was van de beroemde ekonoom Joho Maynard Keynes, vond dat de Engelse arbeiders een te klein deel van het nationaal inkomen in handen kregen. Hierdoor kenden zij te weinig koopkracht en besteedden zij te weinig om de produktiekapaciteit volbezet te houden. Ondernemers voorzagen dat hun kapitaal te weinig rendement zouden kennen en investeerden niet of nauwelijks in nieuwe kapitaalgoederen. Er ontstonden overbespariogen, die leidden tot. een overschot aan kapitaal dat ging konkureren om de investeringsmogelijkheden. Aangezien de winsten hierdoor afnamen, ging men op zoek naar investeringsmogelijkheden in het buitenland. Hobson konkludeerde dat de aandrang van de financiële elites de belangrijkste faktor was in het imperialistisch beleid van zijn vaderland. Zoals gezegd, werd Hobsons imperialismetheorie overgenomen door 2

marxistische auteurs, die daarmee Marx' oorspronkelijke gedachten over imperialisme verlieten. Marx, met in zijn voetspoor Engels, stelde dat "the expansion of capitalism into pre-capitalist areas of the world was desirabie and progressive".(I) In zijn visie zou de introduktie van de kapitalistische produktiewijze in de koloniën de historisch noodzakelijke ontwikkeling van deze gebieden bespoedigen en ze rijp maken voor de overgang naar het socialisme. De eerste marxistische auteurs die zich systematisch met het imperialisme gingen bezighouden waren Rudolf Hilferding en Rosa Luxemburg. De eerste stelde de koncentratie van kapitaal in de kapitalistische landen centraal. Volgens hem zou het zogenaamde "Finanzkapital", dat we ook al in Hobsons verklaring tegenkwamen, een sterke staat nodig hebben die buitenlandse konkurrenten zou kunnen uitschakelen en de export van kapitaal met behulp van politieke en militaire middelen zou kunnen vergemakkelijken. Het imperialisme zou het onvermijdelijke resultaat zijn van deze koncentratie van kapitaal en de wens de winst op geïnvesteerde gelden te vergroten. Luxemburg benadrukte in navolging van Marx het belang dat het kapitalisme zou hebben bij kapitaalsaccumulatie, de verkrijging van produktiemiddelen. In haar visie zouden de ontwik kelingslanden voor de kapitalisten dienen als een bron van grondstoffen en arbeidskrachten. In de uitbuiting van de voorheen nog niet gebruikte gebieden zag Luxemburg een essentieel onderdeel van het kapitalisme, dat zijn voortbestaan nog enige tijd wilde garanderen. Het groeiproces van het kapitalisme zou zich kunnen voortzet-

Wil Hout, is als universitair docent verbonden aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam . Vakgroep Politicologie.

ten zolang er voorkapitalistische landen zouden zijn om in de ekonomische invloedssfeer van de kapitalistische landen te kunnen worden opgenomen. Lenin publiceerde in 1916 een "populaire verhandeling" over het imperialisme. Dit was "Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme", welk boek een welhaast niet te overschatten betekenis heeft gehad voor het denken over imperialisme. Dat is niet in het minst veroorzaakt door de opname van het werk in de reeks van "canonieke boeken" van de Sovjet Unie. Lenins "theorie" draagt elementen in zich van de benaderingen van Hobson, Hilferding en Luxemburg. Lenio beschouwt het imperialisme als een bijzondere, want de laatste, fase van het kapitalisme. Volgens hem zou de koncentratie van de produktie in steeds grotere eenheden leiden tot monopolievorming. Deze monopolies zouden een doorslaggevende rol gaan spelen in het ekonomische bestel in de kapitalistische landen en zouden in belangrijke mate invloed gaan uitoefenen op de politiek in die landen. Aangezien de monopolies hun winsten in de kapitalistische landen zagen dalen, zouden ze maatregelen moeten treffen om hun winst op peil te houden. Zij zouden, het mag geen bevreemding meer wekken, expansie zoeken in de koloniën: "In deze onderontwikkelde landen is de winst gewoonlijk hoog, want er is weinig kapitaal, terwijl de prijs van de grond betrekkelijk laag, het arbeidsloon gering en de grondstoffen goedkoop zijn".!') Na de Tweede Wereldoorlog werd de marxistische imperialismebenadering nieuw leven ingeblazen door theorieën van neo-kolonialisme en onderontwikkeling. Globaal stellen vertegenwoordigers van de eerste groep dat de afhankelijkheid en uitbuiting van de ontwikkelingslanden na de dekolonisatie voortbestaan, bijvoorbeeld in de vorm van multinationale ondernemingen. De onderontwikkelings- of "dependencia" -theorieën, die in het midden van de zestiger jaren ontstonden, trachten het gebrek aan ontwikkeling in de Derde Wereldlanden toe te schrijven aan het bestaan van een kapitalistisch wereldsysteem. In het kader


Kar! Marx

van dit wereldsysteem, dat sinds het begin van de zestiende eeuw bestaat, hebben de kapitalistische westerse landen voortdurend gepoogd - volgens de dependenciatheorieën met sukses - de Derde Wereldlanden uit te buiten. Door deze uitbuiting konden de westerse landen zich ontwikkelen en werden de ontwikkelingslanden steeds armer. De Derde Wereldlanden werd hiermee de motor voor ontwikkeling ontnomen; zij bleven niet slechts" onontwikkeld", maar werden door de kapitalistische landen "onderontwikkeld". "Imperialisme" als ideologisch wapen Zoals blijkt uit de hierboven weergegeven theorieën is het kapitalisme steeds als de belangrijkste oorzaak aangewezen voor het imperialistische beleid dat landen voeren. Vanuit de "mainstream" van het denken over imperialisme, die steeds marxistisch van aard is geweest, komt de idee voort dat het na de Tweede Wereldoorlog met name de Verenigde Staten zouden zijn geweest die zich als een imperialistische mogendheid hebben doen gelden. De Verenigde Staten waren immers de belangrijkste westerse natie en voelden zich ook de leider van de westerse wereld. De Amerikaanse ekonomie domineerde de wereldekonomie. Voorts waren de instituties, die als de belangrijkste instrumenten van het imperialisme werden gezien - banken en multinationale ondernemingen -, voor het merendeel in Amerikaanse handen. De genoemde ideeën over de aard van de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten vonden bevestiging in het beleid ten aanzien van Derde Wereldlanden. Er zijn voorbeelden te over

van Amerikaanse interventies in de binnenlandse politiek van dergelijke landen, hetzij in de vorm van direkte militaire akties, hetzij in de vorm van steun aan lokale groeperingen. Latijns Amerika is steeds een belangrijk mikpunt geweest voor Amerikaanse interventies; voorbeelden zijn Nicaragua, Guatemala, Cuba, Chili en meer recent EI Salvador en Grenada. Daarnaast hebben Libanon en, met name Vietnam het beeld van een imperialistische buitenlandse politiek opgeroepen. De term "imperialisme" is hiermee overigens geheel in het voetspoor van de klassieke marxistische imperialismetheorieën - bij uitstek een ideologisch wapen geworden. Zo sterk zelfs, dat deze term vrijwel direkt aan de marxistische vocabulaire doet denken. Het gebruik van het begrip "imperialisme" in deze ideologische context vertoont veel overeenkomst met wat Van Benthum van den Berg het identificeren van "schuldigen" noemt. Volgens hem maakt een dergelijke houding het mensen mogelijk om "alles wat in de derde wereld is gebeurd toe te rekenen aan externe veroorzakers of aan gepersonifieerde abstrakties zoals kapitalisme, imperialisme of neokolonialisme".<') Een direkt gevolg van het beantwoorden van de schuldvraag en het dientengevolge aanwijzen van een schuldige leidt er vaak ook toe dat een middel wordt aangeprezen om de negatieve situaties te verhelpen. In de imperialismetheorieën die ik hierboven heb weergegeven wordt dat middel veelal gevonden in "het socialisme". Op deze wijze werd in het denken over imperialisme een ekonomisch systeem opgenomen dat tegenover het kapitalisme kon worden geplaatst en dat derhalve als "goed" kon worden geïdentificeerd. Het socialisme speelde mijns inziens op twee manieren een rol in de imperialismetheorieën. Ten eerste in de perspektieven die geboden werden aan de ontwikkelingslanden en ten tweede in de rol van de socialistische landen zoals die voorkwam in het wereldbeeld van de aanhangers van de imperialismetheorieën.

het wereldsysteem als zeer positief ervaren voor de onrwikkelingslanden. Het waren in deze visie immers de ontwikkelde kapitalistische landen die de Derde Wereld van zich afhankelijk maakten en de middelen uit deze onderontwikkelde landen voor eigen gebruik aftapten. Afsluiting van het kapitalisme impliceert dat men verwachtte dat deze uitbuitingsrelaties zouden kunnen worden doorbroken en dat de Derde Wereldlanden aan hun .eigen ontwikkeling zouden kunnen gaan werken. Eerst in een dergelijke isolatie van het kapitalistische wereldsysteem zou in de werkelijke noden van de lokale bevolking kunnen worden voorzien.

Een tweede rol speelde het socialisme in de ideeën van het bestaan van zogenaamde "natuurlijke bondgenoten" van de ontwikkelingslanden. Het identificeren van het kapitalisme als een ekonomisch systeem dat de ontwikkelingslanden te langen leste te gronde zou richten, leidde vrijwel meteen ook tot het idealiseren van het socialisme en van de landen die dit systeem in de praktijk heetten te brengen. De Sovjet Unie werd in vele benaderingen gezien als een bondgenoot van de Derde Wereld, omdat zij ook tegen het imperialisme streed. De Sovjet Unie zou de ontwikkelingslanden er in hun deel van de wereld bij kunnen helpen onder het juk van de imperialisten uit te komen. De Sovjet Unie steunde in het kader van de ideologische strijd met de Verenigde Staten en het kapitalistische westen dan ook uitdrukkelijk verzetsen bevrijdingsbewegingen in de vroeger gekoloniseerde gebieden. Een bekend voorbeeld hiervan is de Vietnamese Vietcong die onder leiding van

W.I. Ltnin 1917

De ontwikkeling van de socialistische landen werd in de imperialismetheorieën vaak als voorbeeld gesteld aan de ontwikkelingslanden. De socialistische landen, ergo de Sovjet Unie en later ook China en Cuba, verbraken hun banden met de kapitalistische ekonomieën en trachtten zich op eigen kracht te ontwikkelen. Met name in de modernste varianten van de imperialismetheorieën, die van neo-imperialisme en "dependencia", werd de afsluiting van

3


Ho Chi Minh opeenvolgende marionettenregeringen bestret:d. Het denken over imperialisme zoals ik dat hierboven heb geschetst, heeft mijns inziens twee onwenseliike gevolgen gehad. Het eerste gevolg is dat enerzijds het buitenlandse beleid van de Verenigde Staen als imperialistisch en anderzijds het beleid van de Sovjet Unie als anti-imperialistisch gekenschetst werd. Het tweede, hiermee verbonden, gevolg was dat niet het verklaren van imperialismeverschijnselen maar het beantwoorden van de schuldvraag centraal kwam te staan. Dit heeft geleid tot dogmatisme en verstarring in het denken over imperialisme. Immers: "De schuldvraag kan alleen worden beantwoord als verder vragen wordt verboden en de slechte wil of het karakter van een bepaalde regering, staat of samenleving tot de oorzaak van de loop der gebeurtenissen wordt gemaakt" .(4)

De laatste twee paragrafen van dit artikel zullen gewijd zijn aan een verdere doordenking van deze gevolgen. In de eerste plaats zal ik aandacht besteden aan het beleid van de Sovjet Unie, in de tweede plaats aan de mogelijkheid tot een meer algemene verklaring van het imperialismeverschijnsel te komen. Imperialisme en de Sovjet Unie Zoals ik hierboven reeds heb gesteld, wordt het beleid van de Verenigde Staten gewoonlijk als imperialistisch gekenmerkt, terwijl dat van de Sovjet Unie als anti-imperialistisch te boek staat. Aangezien het genoegzaam bekend lijkt dat de Verenigde Staten zich inderdaad als een imperialistische mo-

gendheid hebben gemanifesteerd - zie bijvoorbeeld de diskussie hierboven is het in het kader niet nodig daar verder op in te gaan. Dat de Sovjet Unie eveneens een imperialistische buitenlandse politiek heeft gevoerd, is daarentegen minder duidelijk. In deze paragraaf zal ik trachten aan te tonen, onder meer op basis van gegevens uit empirisch onderzoek, dat deze grootmacht niet alleen militair doch ook ekonomisch in de aangelegenheden van andere landen heeft geïntervenieerd. Het duidelijkst komt deze interventie in de interne situatie van andere landen nog steeds tot uitdrukking in de overheersing van Oost-Europa. Zowel de inval in Hongarije (1956) als de in Tsjechoslowakije (1968) zijn hier zeer sprekende voorbeelden van. De verhoudingen binnen het Pact van Warschau, dat in 1955 werd opgericht, zijn zeker ook aanwijzigingen van de overheersende rol die de Sovjet Unie speelt in Oost-Europa. De topfunkties in de militaire organisatie zijn vrijwel alle in handen van de Sovjet Unie en ook de richting van het beleid wordt vanuit

Moskou geregeld. De duidelijke gerichtheid van de Sovjet Unie op kontrole van de socialistische staten, komt tot uitdrukking in de Brezjnev-doctrine, welke inhoudt dat de landen van de socialistische gemeenschap gezamenlijk (lees: de Sovjet Unie) eventuele aantasting van het socialistische systeem in een van de broederstaten dienen te voorkomen. Hiermee wordt het optreden tegen "kontrarevolutionaire" llktiviteiten gelegitimeerd. Op één lijn met deze militaire en politieke verhoudingen liggen de ekonomische relaties van de Sovjet Unie met de Oosteuropese lidstaten van het kommunistische ekonomische samenwerkingsverband, de COMECON of CMEA (Council for Mutual Economic Assistance). Volgens Paul Marer is in de relatie tussen de Sovjet Unie en Oost-Duitsland, Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije de ekonomie niet los te zien van de politiek. (S) Marer vergelijkt drie aspekten van de ekonomische relaties tussen de Sovjet Unie en de Oosteuropese landen, te weten de kapitaalbewegingen, de ruil-

Tabell: Balans VBn de hulp aan Oost-Europa en betalingen aan de Sovjet Unie, 1945-1960 (mln. dolI.",)

m.u. v. herstelbetalingen verlies winst

m. i. v. herstelbetalingen verlies winst

Roemenië

19.254 128 16 783 216 952

16.587 134 16 431 216 645

12.642 138 16 705 216 805

9.975 144 16 353 216 498

Totaal

20.629

17.297

13.782

10.450

land O-Duitsland Bulgarije Tsjechoslowakije Hongarije Polen

/n /972 hervatte president Nixon de Amerikaanse bombardementen op Noord- Vietnam mei nieuwe hevigheid. Tijdens hel Kerstfeest van ""tjaar werden op Hanoi en Haiphong ca. /00.000 bommen gegooid, die voor vele slachtoffers en onnoemelijke schade zorgden. Hongarije /956

4


Praag 1968

voet (de verhouding tussen export- en importprijzen) en de goederensamenstelling van export en import. Met betrekking tot de kapitaalbewegingen heeft hij de volgende tabel voor de jaren 1945-1960 opgesteld: I. ) Uit deze tabel blijkt dat de SovjetUnie in de periode van 1945 tot 1960 circa drie miljard dollar meer uit OostEuropa heeft verkregen dan zij naar Oost-Europa heeft uitgevoerd. Tevens blijkt dat Oost-Duitsland onder de COMECON-landen veruit de belangrijkste plaats inneemt, zowel wat de kapitaalimport als de-export betreft. Over de ruilvoet, het tweede aspect van de economische relatie tussen de Sovjet-Unie en Oost-Europa, blijkt niet zo gemakkelijk een eenduidige conclusie te kunnen worden geformuleerd. Aan het begin van de zestiger jaren werden de prijzen van onder andere grondstoffen en industriele consumptiegoederen in de COMECON verlaagd. Aangezien de Sovjet-Unie de belangrijkste leverancier van grondstoffen is, verslechterde haar ruilvoet. Marer trekt daaruit de conculsie dat de handelswinst van de Sovjet-Unie in het midden van de zeventiger jaren waarschijnlijk lager is geweest dan zijn in de jaren vijftig was. Wat de goederensamensteUing van de im - en export van de landen van de COMECON betreft, is het duidelijk dat de industrialisatieprogramma's van een aantal landen, in het bijzonder Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije, in belangrijke mate zijn bepaald door de behoeften van de Sovjet-Unie. "During the second postwar period (approximately 1956 to 1965), the USSR must have realized that the politica! cost of economie extraction probaly exceeded the economie benefits gained, hence extraction was discontinued in most cases". (7) Uit de hier beschreven ontwikkeling blijkt dat de politiek van de Sovjet-

Unie ten opzichte van Oost-Europa na de Tweede Wereldoorlog als imperialistisch zou kunnen worden gekenschetst. De Sovjet-Unie heeft de landen in Oost-Europa steeds bewust van zich afhankelijk gemaakt om daar voordelen uit te trekken. Volgens Marer werden de handelsrelaties in het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog bepaald door de militaire overmacht van de Sovjet-Unie, die de Oost-Europese landen handelsvoorwaarden kon opleggen. Zoals we ook hierboven al opgemerkt hebben, veranderde dit in het midden van de vijftiger jaren. De Sovjet-Unie slaagde er toen in de landen van haar produkten afhankelijk te maken en winst daardoor een zekere gehoorzaamheid in die landen te bewerkstelligen. De afhankelijkheidsrelaties zijn uit de aard der zaak zeer asymmetrisch - en dat geeft de Sovjet-Unie een dominante machtspositie. Niet alleen met betrekking tot OostEuropa is er sprake van een imperialistische politiek van de Sovjet-Unie. In de rest van deze paragraaf zal ik aandacht schenken aan de relatie van deze grootmacht met China. Hoewel er meer ontwikkelingslanden van belang zijn, zal ik mij hier uit ruimte-overwegingen beperken. Tot aan het schisma in de communistische wereld in 1960 onderhielden de Sovjet-Unie en China vrij intensieve contacten. Zoals ik hierboven met betrekking tot Oost-Europa heb gedaan, kan ik ook hier de vraag stellen in hoeverre de relaties tussen de Sovjet-Unie en China van imperialistische aard waren.

Roy F. Grow heeft geconstateerd dat de economische betrekkingen tussen de beide communistische staten tussen 1949 en 1960 nooit erg uitgebreid waren. De Chinese export- en importquote (het deel van het nationaal produkt dat respectievelijk gĂŤexporteerd

en gĂŤimporteerd wordt) lagen steeds rond de drie percent; hiervan nam de Sovjet -Unie ongeveer de helft voor haar rekening. Ook wat de kapitaalvoorziening betreft was de relatie tussen de Sovjet-Unie en China niet erg belangrijk: China betrok in de periode 1953-1957 gemiddeld per jaar anderhalf percent van het benodigde investeringskapitaal uit de Sovjet-Unie. (8 ) Volgens Grow doet men er echter verkeerd aan als men slechts naar dergelijk geaggregeerde gegevens kijkt; de situatie zou in verschillende sectoren en in verschillende gebieden namelijk kunnen afwijken van die op het macro-niveau. Bij het ondezoek van verscheidene sectoren in de Chinese economie blijkt zich inderdaad zo'n afwijkend patroon voor te doen. Het blijkt dat de Russische penetratie in de metaalindustrie, de energiewinning, de chemische industrie en de mijnbouw aanzienlijk was. Dit blijkt onder meer uit de gegevens, die zijn opgenomen in tabel 2.(9 ) Als gevolg van de Russische hulp wist de Sovjet-Unie een belangrijke vinger in de pap te krijgen bij de ontwikkeling van de Chinese industrie en in het politieke leven in de Volksrepubliek. Opnieuw zien we hier dus de verbinding die gelegd kan worden tussen economische penetratie en politiek machtsuitoefening: "Soviet economic policies "" seemed concerned equaUy with problems of political influence and manipulation, not to mention the possibility of economie domination and extraction. By the same token, a chief concern in Chinese polities throughout the 1950s was the relative importanee of this "Soviet sector" to the entire Chinese economy".< 10) Kapitalistisch imperialisme of imperialisme van de supermachten? Ik ben dit artikel begonnen met de probleemstelling in hoeverre het beleid van de supermachten, de Verenigde

Tabel 2: De rol van Russische projekten in de Chinese industrie tijdens het eerste vijfjarenplan (1953-1957).

produktiviteit na vijfjarenplan (1952+100)

percentage van produktiviteitsgroei a.g.v. Russische hulp

ijzer staal staalprodukten

246 306

kolen trucks machines kunstmest ruwe olie

178

92,1 82,8 90,4 22,7 100,0 45 ,0 28,5 51 ,4 50,3

sektor

metaUurgica

462 180

5


Staten en de Sovjet-Unie, als imperialistisch kan worden gekenschetst. Zoals we zagen, worden de Verenigde Staten in de dominante marxistische imperialismetheoriëen als imperialistisch en de Sovjet-Unie als anti-imperialistisch aangeduid. Ik heb getracht aan te tonen dat dit beeld onjuist is en dat beide supermachten zich imperialistisch gedragen. In deze laatste paragraaf zal ik proberen aan te geven waarom het buitenlands beleid van de supermachten op dit punt, ondanks alle ideologische retoriek, op wezenlijke punten overeenkomt. Zoals Hans J. Morgenthau schrift: "The very term "superpower" points to an unprecedented accumulation of power in the hands of a few nations, which sets these nations apart not only trom the small ones but trom the traditional great powers as weil. What distinguishes the superpowers trom all other nations, aside trom their ability to wage all-out nuclear war and absorb a less than all-ot nuclear attack, is their virtual industrial self-sufficiency and their technologicaI capacity to stay abreast ofthe other nations" .(1 1) Indien we de vooronderstelling hanteren dat staten hun eigen, nationale belang nastreven en, in het bijwnder, hun voortbestaan willen garanderen, kunnen we aan de hand van Morgenthau's omschrijving concluderen dat de belangen van de supermachten zich verder uitstrekken dan die van andere landen. Zij dienen te zorgen voor de handhaving van een strategisch evenwicht en zullen, als hun middelen dat toelaten, trachten invloed uit te oefenen op landen die in hun ogen in een strategische positie verkeren. Dit kan wwel betekenen dat deze landen een

strategische ligging kennen, als dat zij belangrijke grondstoffen bezitten. Afgezien van ideologische legitimaties voor de interventie in derde landen, kunnen we constateren dat de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie goed te verklaren is uit hun status als supermachten. Zoals aan het eind van de vorige eeuw de plotselinge opleving in de kolonisatie van gebieden in de Derde Wereld voor een belangrijk deel te verklaren is uit de toenmalige rivaliteit tussen de Europese grootmachten, w is de imperialistische politiek van de supermachten heden ten dage ook te verklaren uit een dergelijk machtsconflict. Zo'n machtsconflict wordt in de perceptie van de betrokkenen gekenmerkt door een zero sum-karakter (d.i. het verlies van de een is de winst van de ander) en dat maakt dat landen overgaan tot wat Tony Smith "pre-emptive imperialism" noemt.(I2) Dit houdt in dat elk van de supermachten zal trachten zelf gebieden te beheersen om daarmee te voorkomen dat ze in de invloedssfeer van de ander terechtkomen. Dit proces kan gëillustreerd worden met de gebeurtenissen in de Hoorn van Afrika, waar de wisseling van regimes in Ethiopie en Somalie voor de grootmachten aanleiding was hun invloedssferen te "ruilen". Ethiopië, gesteund en bewapend door de Verenigde Staten kwam na een staatsgreep in het kamp van de Sovjet-Unie terecht. Vanwege het wankele regionale evenwicht - dat voor de supermachten van strategisch belang was in verband met de geografische positie van de Hoorn van Afrika - zocht Somalië steun bij de Verenigde Staten, wier belangen in het geding waren.

Ter afsluiting van dit artikel wil ik nogmaals stellen dat het bevredigender is het imperialistisch gedrag van de grootmachten uit hun specifieke politieke positie in de structuur van het internationale systeem te verklaren dan dit gedrag toe te schrijen aan specifieke interne kenmerken van landen. De eerste verklaringsgrond is algemener en, zeker in het onderhavige geval, beter. Bovendien is hij minder door politiek-ideologische argumenten ingegeven

NOTEN I. Bill Warren, Impuialism: Pionurofcapitatisrn, London: NLB aod Verso, 1980, p.3.

2. Waldimir I1jitsj Lenin, Het imperialisme als hoogste stadiun van het kapitalisme, in: Lenin, Keuz.e uit zijn werken, deel 2, Moskou: Progres, z.j., p. 308. 3. G. van Benthem van den Berg, De schuldvraag als orientatiemiddel, in: Idem , De slooillon geweld en andere asays, Amsterdam: Meulenhof!, 1990, p. 27. 4. Idem, p. 37. 5. Paul Marer, The political economy of Soviet relations with Eastcm Europc, in: -Steven t. Roseo and James R. Kurth (eds.), Testing theories of economie imperialism,

6. 7. 8.

9. 10. 11 .

Lexinglon: D.e. Healh, 1974, pp. 231-260. Idem, p. 241. Idem, pp. 249-250. Roy F. Grow, Soviet economie penetration of Chine, 1945-1960: "Imperialism" as a level of analysis problem, in: Roseo and Kurth, op. cil., pp. 261- 281. Idem, p. 276. Idem, p. 278. Hans J. Morgenthau , Polities among natiom. The struggle Jor power and peace,

New Vork: Alfred A . Knopf, Fith edition, revised, 1978, pp. 125-126. 12. Tony Smith, The patUrn of imperÛJlism. The United Srates, Grear Brüain, and the 10te-industrializing world sinee J8 J5, Cambridge eet.: Cambridge University Press, 1981 , bijv. p. 178.

"Vreedzame bedoelingen meer kans in een demokratie" Interview met Sienie Strikwerda De buitenlandse politiek van grootmachten als de Verenigde Staten en de SovjetUnie is voor de vredesbeweging van belang voor het bepalen van haar beleid. De vredesbeweging, verenigd in het Komitee Kruisraketten Nee, wu natuurlijk graag zien dat met haar wensen rekening werd gehouden, maar in de praktijk ligt dat vaak anders. Jason-Magazine vroeg aan Sienie Strikwerda, voorzitser van het KKN, haar visie op het buitenlandse beleid van de Verenigde Statenn en de Sovjet-Unie.

6

Heeft de publieke opinie, in casu de vredesbeweging invloed op de besluitvorming ten aanzien van het buitenlandse beleid?

U weet dat het buitenlands beleid van onze regering, zeker op het punt van


de kernbewapening, nogal ondemocratisch is. Daarbuiten hebben wij op de besprekingen in Geneve geen rechtstreekse invloed. De vredesbeweging vindt dit verkeerd en heeft de mensen derhalve geleerd dat dit niet zo langer kan. Wij zijn ons bewust geworden dat alle beslissingen over defensie-aangelegenheden, de bewapening, de wapenhandel etc. in het verleden bijna stilzwijgend door de Kamer zijn gegaan.

zie op het ogenblik voor de vredesbeweging in de eerste plaats een bewustwoordingstaak weggelegd, ten aanzien van datgene wat hier aan de hand is. Zijn wij daar nog niet in geslaagd? Integendeel, daar zijn wij buitengewoon in geslaagd. Als je de vredebeweging bekijkt dan zie je dat die in brede lagen van de bevolking gevestigd is, en dat is in die paar jaar tijd een enorme winst.

Dus het maakt helemaal niet uit of er in een parlementaire domocratie een invloedrijke publieke opinie is die het buitenlands beleid wat kan sturen?

U zegt een verschil waar te nemen in buitenlands beleid tussen parlementaire democratiëen en meer autocratische regimes. Ziet u datzelfde verschil ook tussen de Sovjet- Unie en de Verenigde Staten?

Ik zeg dus dat die invloed er weinig is en dat de vredesbeweging de mensen bewust gemaakt heeft van het feit dat dit gebeurt. Zou u sterk voor het democratiseren van het buitenlands beleid zijn?

Ja ik wel. M.a. w. dat het volk, de publieke opinie, de vredesbeweing een doorslaggevende stem heeft in het buitenlands beleid.

Ja dat kan via het parlement. Maar je moet eerst weten waarover je praat. Zolang het allemaal kabinetsbesluiten zijn, weinig besproken in het parlement, dan is het nodig eerst verstand van zaken te hebben voordat je daar op invloed kunt uitoefenen. De vredesbeweging heeft naar haar zeggen steun in brede lagen van de bevolking, maar weinig invloed. Wanneer zij die in vloed wel zou hebben, zou dan de vredesbeweging de doorslaggevende stem moeten hebben of moet uiteindelijk toch het parlement beslissen, want dat beslist nu immes ook?

Natuurlijk, het parlement zal moeten beslissen. Ik denk dat de parlementaire domocratie toch nog altijd het beste is wat er bestaat. Maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat de parlementaire democratie wordt uitgelegd als dat de meerderheid bestaande uit de helft plus' éen beslist. Er is meer aan de hand. De meerderheid mag de minderheid niet opeten. U ziet dus een duidelijk verschil met niet democratisch landen m. b.t. de manier waarop daar het buitenlands beleid wordt geformuleerd.

Ja natuurlijk, dat gebeurt daar volstrekt binnenkamers, het volk heeft daat helemaal geen invloed. Maar ik

Ik denk het wel. Het Amerikaanse systeem is merkwaardig in die zin dat de president buitengewoon veel macht heeft, welke is gestoeld wals in het geval Reagan, op bijkomende zaken. Reagan is charmant, en een goede televisie persoonlijkheid. Maar wat het Amerikaanse volk vóor heeft op andere volkeren is dat indien men beseft dat die macht verkeerd wordt gebruikt, het bereid is er tegenaan te gaan. M.a. w. bedoelt u dat zij dan ook invloed hebben op het buitenlandse beleid?

Jazeker. U waardeert dit positief ondanks Reagan en zin retoriek?

Ik waardeer Reagan met zijn retoriek niet. De reden van zijn herverkiezing ligt waarschijnlijk in het psychologische effect dat van hem uitgaat, n.l. de man die Amerika weer nummer' éen laat zijn in de wereld etc. Maar dat kun je toch in geen geval vergelijken met de Sovjet-Unie, waar enorme propaganda wordt gemaakt voor bepaalde ideëen maar ook informatie wordt weggehouden. In Amerika is men tot bepaalde hoogte onkundig, maar wanneer bepaalde zaken als uitvloeisel van de vrije nieuwsgaring doordringen heeft dat ook effect.

schouwt zich als "gods own country", er heersen nationalistische gevoelens. Daarbij sta ik niet te juichen. Maar desalniettemin het is een land waar vrije nieuwsgaring is. Maar een volk in zijn geheel zou toch ook agressieve beoelingen kunnen hebben. Ten tijde van de Falkland crisis slOnd zowel in Argentinie als in Engeland de bevolking achter de oorlog. Is dit niet in tegenspraak met hetgeen u zojuist zie m. b.t. democratiëen en vreedzamer bedoeligen?

Nee, ik denk niet dat je dit moet scharen onder de vraag of een volk democraties geregeerd wordt of niet. Het gaat er meer om in hoeverre er in mensen agressieve gevoelens heersen, of op macht beluste gevoelens of nationalistische sympathiëen. Gevoelens van deze aard zijn buitengewoon makkelijk te bespelen bij de mensen. Thatcher doet dat onder andere goed. Engeland was immers ooit een imperium maar is nu niets meer. Ik denk dat de taak van de vredesbeweging is om deze gevoelens te analyseren. Je moet de oorzaak van of de lustgevoelens tot oorlog opsporen. Dat kunnen economische, militaire of wetenschappelijke motieven zijn. Maar je zou ook kunnen zeggen, hetgeen wij de feministische analyse noemen, dat deze hele wereld is verscheurd en altijd is gestoeld op overheersing en onderwerping. Hoe kun je die psychologische effecten waardoor men altijd wil overheersen en agressief wil zijn bevechten? Ik denk door de mensen er bewust van te maken. Maar is overheersing of liever gezegd macht niet iets dat altijd zal bestaan?

Macht is op zichzelf niet slecht. Maar het gaat erom hoe gebruik je die macht. Wordt hij gecontroleerd of ben je nummeréen in de wereld als je hem hebt?

Zou men kunnen zeggen, hoe democratischer de wijze waarop het buitenlands beleid lOt stand komt, des te meer vreedzaam is het?

De Sovjet-Unie is een enorme macht, praktisch een militaire dictatuur. Hoe moeten wij ons daartegenover stellen? Denkt u dat indien wij geen rakel/en zouden plaatsen er een wig in het NAva bondgenootschap wordt gedreven, hetgeen de machthebbers achter het IJzeren Gordijn in de kaart zou kunnen spelen?

Ja, dat zou je kunnen zeggen. Ik denk dat vreedzamer bedoelingen meer kans hebben in een democratie. Ik zei al dat er in Amerika andere dingen meespelen. Men zegt de democratie voor de hele wereld te verdedigen, men be-

Dat is de gangbare gedachte. Ik denk ook dat de Sovjet-Unie een militaire staat is. Maar de Sovjet-Unie wordt door andere motieven bewogen zich w krankzinnig te bewapenen. Men leeft in grote angst, de economie in het land 7


gaat volstrekt ten onder, de macht in de satelliet staten begint te tanen en buitendien zijn de Verenigde Staten met hun enorme technologische voorsprong een grote bedreiging voor het land. Door te plaatsen blijf je aan de gang. Het zou natuurlijk ook om een tendens kunnen gaan. Eerst is de neutronenbom afgewezen, nu is het de kruisraket waar enorm tegen geageerd wordt. De filosoof Revel heeft onlangs in een interview in het NRC Handelsblad gesteld dat de westerse democratiëen hun eigen graf graven ten gunste van het Sovjet imperialisme. Hij zegt: "de naoorlogse democratie vindt met een ongehoord vruchtbaar talent steeds weer nieuwe argumenten om rechtmatigheid van het optreden van haar tegenstanders aan te tonen (zoals u misschien door te zeggen: de Sovjet-Unie is bang voor het westen) en het indrukwekkende dossier van haar eigen gebreken aan te vul/en! M. a. w. een constante rechtvaardiging van het Sovjet-Unie beleid en juist omdat het westen bestaat uit parlementaire democratiëen een constante zelfkritiek op het eigen beleid, zodat per saldo het westen zich steeds meer verzwakt. Bent u dat met hem eens?

Nee, ik geloof dat niet. Als hij dat zegt dan laat hij haarscherp zien waar onze democratie en ook die van de Verenigde Staten op gestoeld is. Namelijk dat we voortdurend in de weer zijn met wat de zwakte is van ons systeem en dat we eindelijk eens nuchter worden en erkennen dat er een communistisch systeem is op de wereld. Ik denk niet dat je je daarmee verzwakt, ik denk juist dat je je daarmee sterker maakt. Ik ben van mening dat wij ons verzwakken wanneer wij op de manier van de Sovjet-Unie andere meningen wegduwen. De Amerikanen zijn verzwakt op de momenten dat ze niet wisten wat het effect van de atoombom was of wat er in Vietnam gebeurde. Ik denk dat je sterkte berust op geestelijk weerbaarheid. Het voorbeeld van Vietnam is in deze context interresant. Daar was de televi-

sie bij, het kwam uitgebreid in de krant, de mensen werden er constant mee geconfronteerd. Juist daardoor ontstond een enorme zelfkritiek. Maar van wat er momenteel in Afganistan gebeurt weten wij weinig, daar is haast geen pers bij en er is haast geen kritiek op. M.a. w. wij hebben met name zelfkritiek.

Dat vind ik goed. Je hebt allereerst met je eigen systeem te maken en met je eigen ideëen die je uitdraagt en met je eigen soort verdediging tegen wat voor vijand dan ook. Daar moet je mee bezig zijn, waarbij je niet blind hoeft te zijn voor het andere. Is het buitenlands beleid van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie te vergelijken?

Mijn hart gaat uit naar de Verenigde Staten, laat ik dat voorop stellen, en ik ben persoonlijk ook geen tegenstander van de NAVO. Ik vind alleen dat die de verkeerde kant uitglijdt. Ik ben een groot voorstander van een meer zelfstandig Europa. Hoe kan Europa zelfstandiger optreden? Denkt u daarbij ook aan het herleven van of het sterker maken van de WEU (West Europese Unie)?

Dat laatste is net gebeurd. Zoals u weet heeft Brugsma het boek "Europa - Europa" beschreven en ik vind dat wat hij zegt ook nodig wu moeten gebeuren. Te meer daar zoals gezegd de satelliet-staten van de Sovjet-Unie zich zelfstandig gaan gedragen. Ik denk dat daar een startpunt ligt om contacten te leggen teneinde aan weerskanten corrigerend op te gaan treden. Over welk Europa spreekt u, wanneer u het over Europa heeft?

Europa wnder de Sovjet-Unie, maar met de landen die daar omheen liggen. En waarschijnlijk zouden wij ook naar de satellieten van de Verenigde Staten kunnen kijken, wals bijvoorbeeld Midden-Amerika. Ik denk dat een grootmacht, ziek van, macht schandelijk handelt. Daar moeten nodig krachten tegenover komen.

U vindt dus dat wij in de greep zitten van zowel het buitenlands beleid van de Verenigde Staten als van de SovjetUnie?

Jazeker, wij worden er door vermorzeld. Maar m.b.t. het plaatsen van kernraketten op Europees grondgebied wordt toch vaak ten 'onrechte gesteld dat de Amerikanen daarvoor verantwoordelijk zijn. Immers, het zijn toch de WestEuropese landen geweest, sterker nog zij hebben erop aangedrongen, die de beslissing tot plaatsingen hebben genomen. M. a. w. de beslissing is toch zeker niet al/een een onderdeel van het Amerikaans buitenlands beleid?

Nee inderdaad, zeker niet. We hoeven de verhalen rond bondskanselier Schrnidt in 1977 niet te herhalen. Maar aan de andere kant staat voor ons vast en iedereen is het daarover eens: w kan het niet langer. Een belangrijke voorwaarde voor een meer zelfstandig Europa lijkt een betere verstandhouding tussen de blokken. Ziet u tussen de westerse parlementaire democratiëen en communistische staten een fundamenteel ideologisch geschil dat voor een zekere wederzijdse angst zorgt?

Die angst is natuurlijk na WO II kunstmatig in stand gehouden. Vroeger hadden wij nooit gedacht dat de Sovjet-Unie ons zou aanvallen of veroveren en naar de Verenigde Staten wu willen trekken. Integendeel wij zijn in de oorlog door Rusland bevrijd. Maar het lijkt zweverig praten wanneer je zegt het in de wortel aan te moeten pakken, als je zegt het militarisme als exponent van macht aan de kaak te stellen. Ik denk dat als je de bewapening wilt terugdringen of wanneer je van de grootmachten wilt afkomen, je aan de ene kant heel reëel moet zijn, politiek kennis van zaken moet hebben, hard moet onderhandelen en met alles wat in je vermogen ligt ermee bezig moet zijn. En aan de andere kant moet je tegelijker tijd fundamentele analyses van de zaak geven E. T.lE.J.R.lM. v.d. B.

8


Reagans strategie Defenee Initiative tussen fantasie en werkelijkheid The Strategie Defense Initiative is not "Star Wars". "Star Wars" was imaginative, exciting cinema, but, nonetheless, it was cinema. The Strategie Defense Initiative is real, very real, and the options that the research program may pro vide could remove much of the military value of nuclear bal/istic missiles, thereby acting as a powerful catalyst to meaningful, lasting arms con trol.

Ors D.D. Zandeeis lid van he. Algemeen Bestuur van JASON . Hij is werkzaam bij de afdeling Plannen van de Landmachtstaf. Bovenstaand artikel is op persoonlijke titel geschreven .

Lieutenant General James A. Abrahamson l I believe it will take five or su years of research and development to bring us to the point where we can make the critical decisions about any actual development or deployment of real systems. (.. .) We must explore high-risk, high-payoff ideas, whieh have historical/y been the backbone of technological supremacy. And even more important, we must weave those ideas into a smooth transition of both policy and technology.

u.s.

George A. Keyworth [[' In de Memorie van Toelichting bij de defensie 1985 van het kabinet-Lubbers zijn vier pagina's gewijd aan "ontwikkelingen in de ruimte". Het is de eerste keer dat de regering zo uitvoerig melding maakt van deze ontwikkelingen, die sinds 23 maart 1983 in toenemende mate onderwerp van discussie zijn geworden. Op die bewuste datum hield president Reagan een speech voor de Amerikaanse televisie, waarin hij aankondigde een onderzoeksprogramma te starten om de mogelijkheden voor de invoering van een afweersysteem tegen strategische kernraketten te bezien. In de Amerikaanse pers werd Reagans redevoering meteen bestempeld als de Star War speech. De discussies in de Verenigde Staten

over de pro's en contra's van een afweersysteem tegen kernraketten kregen aanvankelijk in Europa geen navolging. Eerst nadat het onderzoeksprogramma concrete vormen begon aan te nemen kwam het debat in Europa en daarmee in Nederland op gang. Daarbij werden al spoedig doel en opzet, de verschillende onderdelen en de mogelijke gevolgen van wat ondertussen het Strategie Defense Initiative was gaan heten door elkaar gegooid. Tegen deze achtergrond lijkt het zinvol te bezien hoe het Strategie Defense Initiative tot stand is gekomen, wat het nu precies inhoudt en welke mogelijke gevolgen het met zich mee kan brengen. Van ABM-verdrag naar "Star Wars" In de jaren zestig ontwikkelden zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Sta-

ten wapensystemen voor de onderschepping van kernraketten. De statio-

nering van deze systemen, Anti-Bal/istic Missiles(ABMs), werd door de totstandkoming van het ABM-verdrag (1972) en het daaraan toegevoegde Protocool van 1974 vergaande beperkingen opgelegd. Beide supermogendheden mochten slechts beschikken over'ĂŠen ABM-systeem met maximaal 100 lanceerinrichtingen hetzij bij de nationale hoofstad hetzij bij een veld met silo's voor intercontinentale raketten (ICBMs). Aan raderinstallaties en aan proefnemingen werden eveneens beperkingen opgelegd. Het verdrag verbood de ontwikkeling van mobiele op land gestationeerde ABMs ter zee, in de lucht of in de ruimte. De Sovjets hebben in overeenstemming met de verdragsbepalingen'ĂŠenABM-systeem met raketten van het type Galosh bij Moskou tot vandaag de dag operationeel. De Amerikanen ontmantelden hun Sageguard-systeem bij de ICBM-Ianceerbasis Grand Forks in North Dakota direct nadat dit operationeel was geworden in 1975. Het ABM-verdrag legaliseerde de Mutal Assured Destruction. De "wederzijds verzekerde zelfvernietiging" was gebaseerd op de gedachte dat elke partij, zelfs na getroffen te zijn door een strategische raketaanval, nog voldoende eigen kernraketten kon afvuren om de tegenstander onaanvaardbare schade toe te brengen. In de tweede helft van de jaren zeventig introduceerde de Sovjet-Unie een vierde generatie ICBMs (SS-17, SS-18 en SS-19), die door hun toegenomen nauwkeurigheid en door het grote aantal kernkoppen dat ze konden overbrengen een ernstige bedreiging vorm-

den voor de overlevingskansen van de Amerikaanse ICBM-silo's in geval van een Sovjet-first strike. Daarnaast constateerden Amerikaanse satellieten modernisering van het ABM-systeem bij Moskou, de ontwikkeling van stralingswapens voor raketafweer te Saryshagan en Semipalatinsk en de mogelijke bouw van een "early warning" -radarcomplex bij Krasnoyarsk in Centraal-Siberie, hetgeen volens de bepalingen van het ABM-verdrag verboden was. Bij de Amerikanen rees het vermoeden dat de Sovjet-Unie het ABM-verdrag schond of op het punt stond het te schenden (zgn. break out). In Washington heerste bovendien toenemende verontrusting over de ontwikkeling en het testen van anti-satellietwapens (ASATs) door de Sovjets. Tijdens het presidentschap van Carter kreeg het Amerikaanse onderzoek naar toekomstige raketafweersystemen onder invloed van deze ontwikkelingen al meer steun. Het betrof onder meer onderzoek naar in de ruimte toepasbare laser wapens. De ontwikkeling van een Amerikaanse ASAT kwam eveneens onder Carter op gang.3 President Reagan zette het beleid van zijn voorganger voort. Verhoogde prioriteit voor het ABM-onderzoek werd gekoppeld aan de stationeringskeus voor de nieuwe intercontinentale MXraket, te weten in silo's van uitgefaseerde oudere raketten. Dit onderzoek naar afweersystemen voor de kwets-

9


baar gedachte ICBM-silo's vond grotendeels plaats onder het Ballistic Missile Defense (BMD)-programma van de Army. Nadat Reagan op 4 juli 1982 zijn space policy in algemene termen uiteengezet had -primair doel was versterking van de veiligheid van de Verenigde Staten- volgde op 23 maart 1983 de Star Wars-speech die veel stof wu doen opwaaien. De president stelde de Amerikanen op de hoogte van zijn "vision of the future": Up until now we have increasingly based our strategy of deterrence upon the threat of retaliation. But what if free people could live secure in the knowledge that their security did not rest upon the threat of instant U. S. retaliation to deter a Soviet attack; that we could intercept and destroy strategic bal/istic missiles before the reached our own soil or that of our al/ies? President Reagan kondigde aan een "long term research and development program" te doen starten dat er uiteindelijk toe zou moeten leiden dat kernwapens "impotent and obsolete" wuden worden. High Frontier Onduidelijk bleef wat nu precies het onderzoeksprogramma dat Reagan aankondigde wu gaan inhouden. In de Amerikaanse pers werd verwezen naar het rapport High Frontier: A New National Strategy dat in maart 1982 door de Heritage Foundation was gepubliceerd. Dit rapport, opgesteld onder leiding van luitenant-generaal b.d. Daniel O. Graham, pleitte voor een nieuwe nationale strategie, gebaseerd op een te ontwikkelen space-based bal/istic missiIe defense(BMD). Het BMDsysteem wu uitgerust dienen te worden met conventionele wapensystemen voor de onderschepping van kernraketten en wu uit drie "lagen" moeten bestaan. De eerste laag wu bestaan uit 432 satellieten, met behulp van Space Shuttles in de ruimte gebracht, elk uitgerust met 40'a 50 kleine raketjes die door het opweken van hun hittebron opstijgende raketten wuden kunnen uitschakelen. De raketten die door de eerste laag wuden heenkomen dienden door een tweede laag, bestaande uit in de ruimte gestationeerde laserwapens, tijdens het vervolg van hun vlucht uitgeschakeld te worden. Een derde laag, opgebouwd uit op land gestationeerde afweersystemen (zgn. point defense) wu het BMD-systeem completeren. Volgens Grabam wu met een dergelijk systeem 98% van de Sovjet-raketten bij een aanval uitgeschakeld kunnen worden. De kosten van het programma, dat de Verenigde

10

S~~ets van een "early warning"-radar die de Sovjet-Unie in strijd meI hel ABM-verdrag nabIJ Krasnoyarsk aan het bouwen zouden zijn (bron: Soviet Military Power 1984)

Staten in plaats van Assured Destruction een Assured Survivalwu moeten garanderen, wuden 50 miljard dollar bedragen, aldus het rapport. Bij de behandeling van de defensiebegroting 1984 in het Amerikaanse Congres bleek dat Reagans gedachten naar een dergelijk afweerschild uitgingen. Tijdens de hearings, begin mei 1983, merkte Secretary of Defense Weinberger over het High Frontier-rapport op: .... the concept of very reliable defense against incoming Soviet missies in a concept that the president and I, and I am sure may others, have found extremely hopeful, and one that should be persued". 4 Fletcher-rapport Teneinde een inventarisatie te maken van de technologische mogelijkheden voor een BMD-systeem en om prioriteiten te stellen voor het onderzoeksen ontwikkelingsprogramma werd na Reagans speech een studieteam ingesteld onder leiding van James C. Fletcher, voormalig medewerker bij NASA. Het Defensive Technologies Study Team bracht medio oktober 1983 rapport uit aan de regering. Fletcher legde een programma van 21,1 miljard dollar voor, te besteden gedurende de begrotingsjaren 1985-1989. Het programma was erop gericht om eind jaren tachtig te kunnen vaststellen welke technologiĂŤen geschikt wuden zijn om een effectief BMD-systeem te kunnen installeren. Volgens het rapport, waaraan ongeveer 50 topdeskundigen hadden meegewerkt, rechtvaardigde de komst van nieuwe technologiĂŤen ("Emerging Technologies") een uitgebreid research & development (R&D)programma om toekomstige opties voor de implementatie van een defensie strategie te kunnen vaststellen. Prioriteit diende geschonken te worden aan de ontwikkeling van "directed-

enery weapons" (wals "Iaser"- en zgn. "particle beam weapons") en andere niet-nucleaire raketafweersystemen en aan de ontwikkeling van waarnemingsen doelopsporingsmiddelen. In de tweede helft van de jaren tachtig wuden de eerste tests met dergelijke systemen uitgevoerd kunnen worden. Het Fletcher-rapport benadrukte het belang van de "boost phase intercept" (onderschepping van de raketten tijdens de opstijg- of startfase, wanneer de verschillende kernkoppen nog niet losgelaten zijn). Het rapport vermeldde daarbij dat een dergelijke onderschepping zeer grote problemen met zich mee wu brengen. Uiteindelijke wu een uit verschillende lagen opgebouwd ("multitiered" of "multilayered") BMD-systeem in staat zijn de Verenigde Staten te verdedigen tegen een aanval met 1.000 ballistische raketten, uitgerust met 10.000 kernkoppen. Ter aanvulling op het Fletcher-rapport werd onder leiding van Fred S. Hoffman de Future Security Strategy Study uitgebracht, die de gevolgen van een BMD-systeem voor de afschrikkingsstrategie en de wapenbeheersing had onderzocht. Beide rapporten werden in een "interagency report" samengevoegd en dat rapport werd door minister van defensie Weinberger en nationale veiligheidsadviseur CIark voorgelegd aan president Reagan. Het interagency rapport onderschreef de conclusies van de Fletche-commissie en de Hoffman-studie. Het rapport constateerde weliswaar dat er nog talloze onzekerheden bestonden over de gevolgen van een BOM-systeem voor de strategische verhoudingen, voor de afschrikkingsstrategie en voor de wapenbeheersing, doch het stelde dat desalniettemin een "vigorous Research and Development program" nodig was om toekomstige BMD-opties te kun-


nen vaststellen. De noodzaak van het R&D-programma werd in de eerste plaats bepaald door het gevaar van doorbraken op het gebied van BMD aan Sovjet-zijde, hetgeen slechts kon leiden tot uitbreiding van het kernwapenarsenaal van de Verenigde Staten wanneer zij zelf geen BMD-systeem wuden ontwikkelen. Een eigen technologisch geavanceerd BMD-systeem wu wwel voor de Verenigde Staten als de Europese bondgenoten het gevaar van een succesvolle Sovjet-

"preemptlve strike" reduceren, de atoomdrempel verhogen en de kansen op aanzienlijke reducties van de offensieve kernwapens vergroten. Het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma wu er toe kunnen leiden dat de Sovjet-Unie wu afzien van voortgaande modernisering van haar ICBM-arsenaaI en gedwongen zou worden het accent te verleggen naar andere overbrengingsmiddelen, zoals geavanceerde bommenwerpers en kruisvluchtwapens, die in Amerikaanse ogen minder destabiliserend zijn. De Verenigde Staten wuden met een R&D-programma het ABM-verdrag niet schenden, aldus het rapport, terwijl tegelijkertijd een tegenwicht voor een mogelijke "break out" van de Sovjet-Unie gevormd zou worden. President Reagan kreeg vier opties voor de financiering van het programma voorgelegd, varierend van 18 tot 27 miljard dollar gedurende de begrotingsjaren 1985-1989. De totale kosten van een effectief BMD-systeem werden door het in teragency rapport op ca. 95 miljard dollar geschat.' Het Strategie Defense Initiative Op 6 januari 1984 ondertekende president Reagan National Security Decision Directive 119(NSSD 119), waarmee hij opdracht verstrekte voor een programma "to demonstrate the technical feasibility of enhancing deterrence and thereby reducing the risk of nuc1ear war through greater reliance on defensive capability". 6 Geen vergaande opdracht om de strategie van de afschrikking op de tocht te zetten. Nadrukkelijk werd vermeld dat de NAVO-strategie van "flexibility in response" en het ABM-verdrag onaangetast dienden te blijven. Nadat de persident met NSSD 199 de algemene richtlijn voor het onderzoeksprogramma had verstrekt reorganiseerde het Pentagon alle budgetonderdelen die betrekking hadden op BMD. Luitenant-generaal James A. Abrahamson, voormalig hoofd van het Space Shuttle-project bij NASA, kreeg de leiding van de Strategic Defense Initiative Organization. Alle verschillende programma's, onder

directe dan wel indirecte verantwoordelijkheid van het Pentagon, werden onder de supervisie van deze nieuwe organisatie gebracht. Met de reorganisatie van de programma's deed ook een nieuwe term voor het onderzoek naar afweersystemen tegen ballistische raketten zijn intrede. Voortaan sprak men over het Strategic Defense Initiative, afgekort SDI. Wat houdt het SDI in? In een uitvoerige toelichting voor het Subcommittee on Defense van het House Appropriations Committee op 9 mei 1984 heeft Abrahamson de volgende fasen genoemd voor het SDI: a. De reasearch phase: de periode tot het begin van de jaren negentig wanneer besloten zal moeten worden of de wapensystemen daadwerkelijk ontwikkeld zullen worden. d. De systems development (or full scale engineering development) phase: de periode, begin tot laat jaren negentig, waarin de prototypes van de wapen systemen ontworpen, gebouwd en getest zullen worden. c. De transition phase: de periode, beginnend tegen het jaar 2000, waarin de wapensystemen opeenvolgend gestationeerd zullen worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat ook de Sovjet-Unie afweersystemen zal installeren en dat beide supermogendheden door middel van onderhandelingen hun strategische kernwapenarsenalen vergaand zullen reduceren. d. De final phase: de periode, na ongeveer 2005, waarin de stationering van de afweersystemen voltooid zal worden en waarin de strategische kernwapenarsenalen hun laagste niveau zullen bereiken. De begroting voor het SDI-programma, wals voorgelegd aan het Congres, heeft alleen betrekking op de "research phase" - Het Pentagon heeft de uitgaven voor de jaren 1985-1989 begroot op 24 miljard dollar (later opgevoerd tot 26 miljard dollar). Het betreft het totaal van de uitgaven van het

Department of Defense (DoD) en het Department of Energy (DoE) gezamenlijk. Voor het begrotingsjaar 1985 bracht het SDI-programma een stijging van 250 miljoen dollar met zich mee (t.o.v. de eerder begrote uitgaven) tot een totaal van bijna twee miljard dollar (DoD + DoE). Uit de hoogte van deze begrotingspost 1985 in relatie tot de totale financiele omvang van het SDIprogramma mag blijken dat de SDIuitgaven in de komende jaren drastisch zullen stijgen. Het Congres heeft inmiddels bij de behandeling van de defensiebegroting de uitgaven voor het SDI-programma in 1985 gekort tot een totaal van ongeveer 1,6 miljard dollar (DoD + DoE). Het SDI-programma kent vijf onderdelen: 1. surveillance, acquisition and tracking; 2. directed energy weapons; 3. kinetic energy weapons; 4. systems analysis and battle management, and 5. support programs. Ad 1. Ongeveer 40% van het budget zal aan "surveillance, acquisition and tracking" worden besteed. Het betreft de ontwikkeling van systemen die ballistische raketten gedurende alle fasen van hun vlucht kunnen waarnemen en opsporen, wals infrarood sensoren, optische telescopen en radars, die gebaseerd zijn op lasertechnieken. Ad 2. Voor onderzoek naar "directed energy weapons" zal ongeveer 20% van het budget beschikbaar zijn. Vier wapensystemen zijn voor verder onderzoek uitverkoren: space-based lasers, ground-bases lasers, space-based particIe beams en nuclear driven directed energy weapons. Bij lasertechnieken gaat het om de opwekking van lichtstralen die een dermate grote hoeveelheid energie bevatten dat daarmee bepaalde doelen uigeschakeld kunnen worden. De energie kan op verschillende wijzen worden opgewekt, bijv. door een reactieproces van gassen (zgn. chemicallasers), door electromagnetische technieken (free-electron laser) of door middel van klein kernexplosies (X-ray lasers). Met het laatste type zijn al enige geslaagde experimenten gehouden in de ondergrondse proefruimten in de Nevada-woestijn. ParticIe beam weapons (PBWs) staan nog geheel in de kinderschoenen, maar zijn voor toepassingen in de ruimte het mees belovend. PBWs hebben i.t.t. lasers geen last van atmosferische storingen of afwerende coating op het doel. Een 11


PBW stuurt deeltjes gericht energie in pulsen op het doel af. Deze deeltjes boren zich als het ware door het doel heen. Ad 3. Voor onderwek naar "kenetic energy weapons" wordt eveneens 20% van het budget uitgetrokken. Het gaat om systemen die door de snelheid van de botsing vijandelijke raketten kunnen uitschakelen. Bij "kinetc energy weapons" handelt het om zeer uiteenlopende technieken. Voor "boots phase intercept" wordt gedacht aan een electronisch railkanon, dat kleine metalen voorwerpen (bijv. kogels) met zeer hoge snelheden door een magnetisch veld op het doel afvuurt. Voor "terminal defense" (eindfase van de raketten) wordt het onderwek onder meer gericht op snelvuurkanonnen die over enige kilometers een grote hoeveelheid projectielen op een binnenvliegende raket afschieten (enigszins vergelijkbaar met de "Goalkeeper" die bij de Koninklijke Marine wordt ingevoerd). Voor de onderschepping op grotere afstanden kan aan raketten met zgn. "homing vehicles" gedacht woden. Het principe van de "homing vehicle" is gebaseerd op een infrarood sensor waarmee het doel wordt opgeweht. Op 10 juni 1984 is in het kader van het Homing Overlay Experiment voor het eerst een geslaagde test met een dergelijk systeem gehouden. Een door een Minuteman I-raket gelanceerde simulatiekernkop werd op een hoogte van meer dan 150 km. boven de Stille Oceaan onderschept door een "homing vehicle" met een snelheid van meer dan 22.000 km. per uur. Voor Europa is in dit kader het onderwek naar een aangepaste Patriot-raket, die tactische kernraketten zou moeten onderscheppen, van belang. Ad 4. Het "systems analysis and battle management" -onderwek is erop gericht om de technologie te ontwikkelen die de "command, control and communications" (C3) en de cöordinatie van het totale afweernetwerk mogelijk moet maken. Hiervoor zijn zeer hoogwaardige "data processing" en verbindingstechnieken nodig, die thans nog niet beschikbaar zijn. De hoge eisen die aan deze systemen gesteld zullen worden maken dit onderdeel van het SDI-programma wellicht het meest uitdagende. Ad 5. Het laatste onderdeel, "support programs", omvat onderwek naar bijv. verdedigingstechnieken voor de in de ruimte te stationeren wapensystemen (wals "hardening") en logistieke aspecten. 12

Kritiek De Amerikaanse plannen voor een afweersysteem tegen ballistische raketten hebben veel kritiek opgeroepen. Technische experts hebben gewezen op de schier onoplosbare problemen die zich bij de toepassing van laserwapens en andere stralingswapens in de ruimte zullen voordoen. De kritiek richt zich met name op de w cruciaal geachte "boost phase·intercept". De korte duur van de opstijgfase van de raketten stelt extreem hoge eisen aan de doelopsporing- en richtsystemen. Alleen een volledig geautomatiseerd systeem zal in staat zijn om binnen enige minuten een raketaanval waar te nemen, de ballistische banen van de raketten te berekenen en de opdrachten tot vuren te geven. De hoeveelheden energie die voor een onderschepping nodig zullen zijn gaan het voorstellingsvermogen haast te boven. Hans Bethe en enige andere critici hebben onlangs uitgerekend dat voor een succesvolle "boots phase intercept" van een aanval met 1400 Sovjet-ICBMs een energievermogen van mininaal driehonders 1.000 megawatt centrales vereist is, vergelijkbaar met ongeveer 60% van de totale electriciteitscapaciteit van de Verenigde Staten.' Een volgens probleem is het richten van de laserstraal. Om een opstijgende raket te kunnen uitschakelen moet de lichtbundel van het laserwagen gedurende enige tijd op het doel gericht zijn. De nauwkeurigheid die hiervoor vereist is kan alleen bereikt worden met zeer grote trillingsvrije richtspiegels met diameter van wellicht 100 meter. Tegenmaatregelen van de opponent kunnen de technische problemen verder vergroten. Zo kan de werking van laserstralen aanzienlijk beperkt worden door een reflecterende coating op de raketten aan te brengen of deze tijdens hun vlucht om de as te laten draaien. Verkorting van de opstijgfase van de raketten - volgens het Aetcher-rapport technisch verwezenlijkbaar - zal de eisen aan de doelopsporing- en richtapparatuur opschroeven. "Midcourse intercept" kan bemoeilijkt worden door, naast de echte kernkoppen, grote hoeveelheden afleidingsprojectielen (zgn. "decoys") de ruimte in te sturen. Het aantal te vernietigen doelen, dat door de ontplooÜDg van de kernkoppen in de "rnidcourse phase" toch al groot is, zal hierdoor nog verder toenemen. Een ander soort tegenmaatregelen bestaat uit de ontwikkeling van offensieve systemen die de defensieve ruimtewapens moeten uitschakelen. Een

voorbeeld is de "space mine", die als een satelliet in de nabijheid van een ruimtewapen zweeft en op elk gewenst moment tot ontploffing gebracht kan worden. De ontwikkeling van anti-satellietwapens, die eveneens inzetbaar zijn tegen ruimtewapens, zal op deze wijze gestimuleerd worden. Wellicht de meest gevaarlijke maatregel die tegen een raketafweersysteem genomen kan worden is een omvangrijke uitbreiding van het offensieve kernwapenarsenaal door de stationering van meer intercontinentale raketten of een accentverschuiving naar wapensystemen als de kruisvluchtwapens die niet door ruimtewapens te onderscheppen zijn. Op deze wijze zou een wapenrace tussen offensieve en defensieve systemen ontstaan. Een dergelijke ontwikkeling wu, afgezien van de ernorme kosten die ermee gemoeid zijn, zeer destabiliserend werken op de Oost-West verhouding. Een afweersysteem dat zelfs niet 100% waterdicht is maar effectiviteit van een vergeldingsaanval na een "all-out fust strike" evenwel danig reduceert zal als zeer provocatief ervaren worden. Onzekerheid en instabiliteit kan in crisissituaties tot snelle escalatie leiden. Het ligt voor de hand dat de opponent neutralisatie van zijn "strike"-vermogen niet zal accepteren en eveneens tot de opbouw van afweersystemen zal overgaan. Juist de overgangsfase bij de introductie van de afweersystemen zal onzekerheid over elkaars vermogen scheppen, met alle gevolgen vandien in situaties waarin de spanningen oplopen. De critici die een wapenwedloop in offensieve en defensieve systemen voorzien weten zich gesterkt door de consensus onder de experts dat een 100% effectief afweersysteem onverwezenlijkbaar is. Hieruit volgt dat een zekere offensieve capaciteit altijd nodig zal blijven en dat de, zij het verminderde, wederzijdse kwetsbaarheid zal blijen bestaan. De aanhangers van het onderzoeksprogramma hebben dit eveneens erkend en benadrukken de laatste tijd dat het voorlopige doel van het SDI is de Sovjets hun "fust strike"vermogen te ontzeggen, terwijl op de zeer lange termijn gestreefd moet worden naar een waterdicht afweersysteem. 1n de Amerikaanse volksvertegenwoordiging zijn de meningen over het SDI verdeeld. Invloedrijke senatoren als Edward Kennedy en Charles McC. Mathias zich tegen de ontwikkeling van ruimtewapens gekeerd. Ashton B. Carter van het Massachusetts 1nstitute of Technology heeft in een rapport, geschreven in opdracht van het Con-


gressional Office of Technology Assessment, gewezen op de verkeerde suggestie die het SDI kan wekken. Volgens Carter zijn de vereiste technologiëen nog zo ver van realisatie verwijderd dat zij absoluut niet kunnen dienen als basis van publieke meningvorming of nationale politiek. En de Union of Concerned Scientists, waarvan vele vooraanstaande wetenschappelijke onderzoekers deel uitmaken, kwam in een rapport tot de volgende conclusie: "Op zijn best is Star Wars een defensie van onzekere betrouwbaarheid met tegenover zich een veelheid aan kernwapens, ontworpen om onze verdediging te omzeilen of te misleiden en begeleid door een leger van "anti-BMDwapens" bedoeld om onze ruimtestations uit te schakelen, die dan weer op hun beurt verdedigd zullen worden

door "anti-anti-BMD-wapens".8 Europese bezwaren Zoals eerder vermeld kwamen de reacties in Europa langzaam op gang. Op regeringniveau werd eerst tijdens de ministeriele vergadering van de N uclear Planning Group te çesme (Turkije), begin april 1984, door een aantal Europese landen critische kanttekeningen bij het SDI geplaatst. De Europese zorg heeft allereerst betrekking op het gevaar dat het SDI uiteindelijk kan leiden tot een ontkoppeling van de Europese veiligheid van de Amerikaanse. Terwijl het Fortress America veilig zou zijn voor eeen strategische aanval van de Sovjet-Unie zou Europa kwetsbaar blijven voor een conventionele of tactisch-nucleaire aanval. De Franse en Britse kernmachten zouden hun geloofwaardigheid verliezen wanneer de Sovjet-unie eveneens over een afweersysteem zou beschikken. De Amerikanen hebben hierop gereageerd met de mededeling dat het SDI ook ten doel heeft Europa te beschermen tegen een aanval met bijv. SS-20 raketten. Tijdens de jaarlijkse vergadering van het International Institute for Strategic Studies te A vignon in september jl. is door Amerikaanse deskundigen meegedeeld dat afweersystemen tegen tactische kernraketten, bijv. een aangepaste Patriot, zelfs de eerste toepassing van de onderzocht technologiëen zouden kunnen vormen. Fred Hoffman noemde hierbij een termijn van ongeveer 10 jaar als een rëele termijn. Bijkomend voordeel zou zijn dat het ABM-verdrag deze afweersystemen toestaat, terwijl de afschrikking in Europa versterkt zou worden! Een tweede zorg in Europa betreft het

eerder vermelde gevaar van een nieuwe wapenwedloop in offensieve en defensieve systemen, met als gevolg toename van de internationale instabiliteit. Gevreesd wordt bovendien dat het ABM-verdrag, dat gezien wordt als het meest succesvolle wapenbeheersingsakkoord, door het onderzoek naar afweersystemen vroeger of later aangetast zal worden. Minister Weinberger heeft deze vrees zelf gevoed door te stellen dat het ABM-verdrag opgezegd moet worden als het de ontwikkeling van ruimtedefensie in de weg staat. 10 De Amerikanen stellen tegenover de Europese kritiek, dat de Sovjet-Unie nu reeds het ABM-verdrag schendt en zelf vergevorderd is met de ontwikkeling van afweersystemen. De Sovjets zullen alleen aan de onderhandelingstafel verschijnen teneinde over de ruimtewapens te gaan praten, wanneer de Verenigde Staten druk kunnen uitoefenen met een eigen ontwikkelingsprogramma. Ter ondersteuning van deze opvatting wordt de totstandkoming van het ABM-verdrag aangehaald. De Sovjet-Unie toonde zich destijds pas bereid over beperking van ABMs te onderhandelen nadat de Verenigde Staten besloten hadden eigen anti-raket raketten te bouwen. In de Verenigde Staten zelf heeft de zorg over aantasting van het ABM-verdrag ondertussen geleid tot de oprichting van de National Campaign 10 Save Ihe ARM Treaty, welke onder meer gesteund wordt door oud-president Carter, oud-minister van Defensie McNamara en de oud-ministers van Buitenlandse Zaken Rusk en Vance. Visie vereisI Het Strategic Defense lnitiative staat nog in de kinderschoenen. De vereiste technologiëen moeten nog grotendeels ontwikkeld worden en pas over vijf a zes jaar zal blijken of de wapensystemen voor de afweer van ballistische raketten verwezenlijkbaar zijn. De strategie van de afschrikking blijft voorlopig overeind en zelfs het ABM-verdrag loopt nog geen gevaar. Dit mag echter geen argument zijn om rustig met de handen over elkaar de ontwikkeling van ruimtewapens af te wachten. De vraag lijkt immers niet zozeer te zijn óf de ruimtewapens er komen, maar eerder wánneer ze komen. IJ

Hoop dat een afweerschild onverwezenlijkbaar zal zijn kan ijdel blijken. In het verleden zijn er ook deskundigen geweest die het idee dat een raket van het ene naar het andere continent gescboten kon worden te absurd vonden om zelfs maar over na te denken."

Gezien de implicaties die bet SDI in de toekomst kan hebben is bet van groot belang dat de Europese bondgenoten een samenhangende visie op de Amerikaanse plannen ontwikkelen. Wellicht zullen daarbij pijnlijke conclusies getrokken moeten worden. Een van de architecten van het ABM-verdrag, Henry Kissinger, beeft onlangs gesteld dat er thans veel voor te zeggen is ICBM-silo's te beschermen met afweersystemen." Een dergelijke beperkte vorm van "Star Wars", waarbij alleen op land gestationeerde afweersystemen ontwikkeld worden, zal de afschrikking versterken. Een disarming first strike van de Sovjet-Unie zal onmogelijk worden wanneer een groot deel van de Amerik aanse ICBM-silo's onkwetsbaar is. Aanpassing van het ABM-verdrag in 1987, wanneer beide ondertekenaars de overeenkomst weer periodiek dienen te verlengen, wordt dan evenwel noodzakelijk. Daar staat tegenover, a1sdus Kissinger, dat wapenbeheersingsakoorden over vergaande beperking van de strategische kernwapenarsenalen eerder bereikbaar zijn, wanneer het strategische evenwicht niet

1".100 tI.ODe

Het traject dat een ballistiscbe raket aflegt kan in de volgende fasen opgedeeld worden:

-

boost phase (opstijg- of startfase): lancering van de raket door ontbranding van de eerste en tweede trap; post-boost (or bus deployment) phase: de raket laat zijn afzonderlijk richtbare kernkoppen en eventuele arleidingsprojectielen ("decoys") los; midcourse ph ase (middenfase): de afzonderlijke kernkoppen en afleidingsprojectielen volgen hun eigen onafhankelijke banen door de ruimte;

terminal phase (eindfase): de kernkoppen en projectielen komen de dampkring binnen.

13


langer gebaseerd is op louter offensieve systemen. Wanneer door een amendering van bet ABM-verdrag de wederzijdse afschrikking en daarmee de stabiliteit tussen Oost en West versterkt kan worden, dan valt dit te prefereren boven een ongebreidelde wedloop in offensieve en defensieve systemen, die tenslotte niets van het verdrag zal overlaten en vermindering van de internationale stabiliteit tot geval zal hebben.

2. 3.

4.

5.

Noten 1. Statement on the Strategie Defense Initia ti-

6.

ve by Lieutenant General James A . Abra-

hamson , Director Strategie Oefense lnitiative Organization, betore the Subcommittee on International Security and Scientific Affairs, House of Representatives. July 16, 1984. A Sence of Obligation Adviser to the President. In: Aerospace America, April 1984. De ontwikkelingen op het gebied van de ASA Ts worden in dit artikel niet behandeld hoewel er duidelijk sprake is van een relatie met de onrwikkeling van ruimtewapens tegen ballistisbe raketten . Hearings betore a Subcommittee of the Committe on Appropriations, House of Representatives, 98th Congress, First Session, Pan 6, bI. 600. Gegevens zjjn ontleend aan de ongeclassificeerde versies van de Defensive Technologies Studyen de interagency rapport. Voorts: Aviation Week & Space Technology van 17 en 24 oktober 1983. International Herald Tribune, 27 januari 1984.

Hans A . Bethe, Richard L. Garwin, Kurt G ottfrjed & Henry W. Kendell, Space-based Ballistic-Missile Defense. In: Scientific American , October 1984. 8. Geciteerd In Rob Biersma, Reagan's Star Wars-de hegemonie van Amerika. In: NRC Handelsblad, 28 juni 1984. 9. International HeraId Tribune, 27 september 1984. 10. NRC Handelsblad, 10 september 1984. 11. G .c. Berkhof, Het militair gebruik van de ruimte. In: Mars in Cathedra, nummer 59, 15 januari 1984. 12. Dr. Vannever Bust, president van het Massachusetts lnstitute of Technology in 1946. q . Henry A. Kissinger, Limited "Star Wars" Defense May Help Deter an Attack , Encourage Arms Contro!. In : International HeraId Tribune, 24 september 1984. 7.

Beleidsprocessen in de SovjetUnie en de Verenigde Staten: de case van het milieubeleid 1. Politieke ontwikkeling in moderne maatschappijen Het politieke bestel is altijd aan verandering onderhevig. Soms gaan deze veranderingen in de vorm van politiek geleide hervormingsprocessen, soms in de vorm van ongerichte informele aanpasingen. In dit stuk zullen de politieke systemen van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten op bestuurskundig gebied vergeleken worden. Er zal worden bekeken hoe de beide politieke systemen zicb ontwikkelen: hoe passen de beide politieke systemen zich aan aan de uitdagingen die het industriele tijdperk aan hen stelt? We zullen zien dat een veelgehoorde gedacbte hierover verouderd is. De Sovjet-Unie reageert niet met steeds meer totalitaire middelen en de Verenigde Staten reageren niet met steeds meer democratische middelen op maatschappelijke eisen. De convergentietheorie stelt zelfs dat de grootmachten steeds meer op elkaar gaan lijken convergeren. Ook zullen we zien dat het rogenaamde bureaucratische model in de richting van belangrijke bestuurskundige overeenkomsten wijst. Het bureaucratische apparaat van de Sovjet-Unie wordt niet steeds centralistischer, en is daar tot op zekere hoogte sprake van juist een pluralistische strijd. Deze plu14

ralistische strijd wordt door het Westen gemonopoliseerd, daar alleen de Westerse politieke orde gekenmerkt rou zijn door competitie tussen belangengroepen. Dit alles zal aan de hand van het milieubeleid in de V.S. en de S.U. getest worden. 1.1. Convergentietheorie Vergelijkingen tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten blijven vaak hangen in een weinig zinvolle tweedeling van "totalitarisme", aan de ene kant, en pluralistische democratie", aan de andere kant, zonder na te gaan of deze modellen nog van toepassing zijn. Beide politieke systemen worden met een fundamenteel politiek bestuursprobleem geconfronteerd, namelijk het constante zoeken naar evenwicht tussen de handhaving van het bestaande enerzijds en de inpassing van het veranderde anderzijds. Tegen deze achtergrond biedt de convergentietheorie een alternatieve zienswijze voor een vergelijkende analyse van recente politieke ontwikkelingen in deze landen. Deze neemt het feit dat beide landen hoog ontwikkelde industriele maatschappijsen zijn als uitgangspunt en stelt dat, ondanks alle verschillen, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten steeds meer op elkaar

Ken Hanf, is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam (Vakgroep Bestuurskunde).

gaan lijken. De motor van deze ontwikkeling is de industrialisering en de snelle groei van wetenschappelijke en technische kennis. Beide landen zijn boog gĂŤindustrialiseerd , beide zijn afhankelijk van verdere technologische vooruitgang en beide zijn verplicht tot een beleid van voortgezette economische groei. Wanneer het politiek communistisch systeem van de Sovjet-Uniet het niveau bereikt van een moderne industriemaatshappij verliest zij - aldus de convergentie-voorspellingen - haar "revolutionary momentum". In deze na-revolutionaire (en dus na-totalitaire) fase verandert de fundamentele relatie van het politieke systeem en de ontwikkeling van de maatschappij. Politieke sturing heeft niet langer te maken met een passieve samenleving, maar moet in toenemende mate op de eisen van een ontwikkelde industriele maatschappij reageren. In dit verband rijst de vraag in hoeverre er een onoverkomelijk tegenstrijdigheid bestaat tussen de voorwaarden voor verdere economische groei en de behoefte voor de legitimisering van de heerschappij van de co=unistische pattij.


Zonder te willen beweren dat uit de toenemende contradictie tussen gecentraliseerde politieke controle en de voorwaarden voor economische effectiviteit bepaalde politieke consequenties voort moeten vloeien, kan wndermeer gezegd worden, dat de handhaving van het bestaande systeem in ieder geval betaald zal moeten worden met stijgende economische kosten en eventueel met toenemende politieke spanning. Een voor de verdere politieke ontwikkeling van de Sovjet-Unie belangrijk verschijnsel, dat onvermijdelijk met economische modernisering samenhangt, is de toenemende maatschappelijke complexiteit. Maar deze toename van maatschappelijke complexiteit en de belangrijk wordende rol van deskundigheid in het functioneren van een moderne maatschappij kan niet wnder meer gelijk worden gesteld aan een vorm van sociaal-politiek pluralisme, verankerd in zelfstandige belangengroepen. Deze in het Westen bekende vorm van pluralisme is kenmerkend voor slechts een bepaalde variant van deze maatschappelijke ontwikkelingen. De belangengroepen die te vinden zijn in de Sovjet-Unie zijn zeker niet direct te vergelijken met die van het Westen. De sovjetische groepen hebben meestal geen formele organisatie, maar zijn slechts losse, informele groeperingen van individuen uit dezelfde institutionele hierarchiĂŤen, beroepen of ook politieke generaties. De uitkomsten van

'Deba/sjewiek' van Boris Koes/adjev (1920)

beleid zijn in de Sovjet-Unie dan ook vrijwel niet door pressiegroepen bĂŤinvloed. Het gaat niet w zeer om een systeem van groepsdruk - waaruit beleid ontstaat - als wel om de vraag naar de mate en manier waarop actoren buiten de partij-top een belangrijke inbreng in de besluitvorming kunnen hebben. In het Westen heeft het pluralisme te maken met de bescherming van de rechten en belangen van de burgers tegenover de staat. Deze bescherming kan gezien worden in relatie tot de verspreiding van politieke macht en bevoegdheden van de overheid. In het communistische systeem kan deze pluralistische traditie niet toegepast worden. De aanwezigheid van informele belangengroepen geeft het politieke proces weliswaar een pluralistisch element, echter wnder het fundamenteel autoritaire karakter van het regiem te veranderen.

In het gevolg van deze ontwikkelingen bevindt zich het communistische systeem in een dilemma: hoe moet de communistische partij in de SovjetUnie reageren op de nieuwe eisen voor toegang tot en participatie in het besluitvormingsproces wnder haar positie te verzwakken of zelfs te verliezen? In deze vorm komt de uitdaging tot verdere politieke ontwikkeling in de Sovjet-Unie neer op het doorzetten van politieke controle (over het beleidsproces) door de partij terwijl deze politici steeds afhankelijker worden

van de deskundigheid en inbreng van specialisten in de verschillende bureaucratische apparaten van de staat en de partij. Deze nieuwe situatie heeft geleid - onder wetenschappers in het Westen - tot een verwerping van het traditionele model van het totalitarisme, waarbij de politiek (in de persoon van partij-top) de bepalende factor was voor de maatschappelijke ontwikkeling.

1.2 Bureaucratisch model In het volgende model staan de effecten van maatschappelijke veranderingen op de structuren en processen van politieke macht centraal. Een interessante mogelijkheid om autoritaire politieke structuren en de sovjetische variant van pluralisme met elkaar te verbinden vinden wij in het zogenaamde "bureaucatie model". Met dit model - die het imago van een bureaucratie "groot geschreven oproept" - hebben verschillende wetenschappers geprobeerd wwel de veranderingen sinds de dood van Stalin als de continĂźiteiten in het Sovjet systeem te onderstrepen. Het is duidelijk dat sinds Stalin het gebruik: van terreur is afgenomen en de stabiliteit en legitimiteit toegenomen. Maar tegelijkertijd is het ook niet te betwisten dat het beleidsproces van bovenaf gestructureerd bleef. In dit model van een van bovenaf gestuurde bureaucratie geschiedt de bepaling van beleidsdoelen aan de top van de structuur, de uitoefening van autoriteit van boven naar beneden. Gezien de dynamiek van het beleidsproces in de Sovjet-Unie rijst de vraag of een andere kijk op het wezen van bureaucratische structuren ons niet tot een beter inzicht van het beleidsproces kan brengen, dat meer licht werpt op relaties tussen politici en hun instrumentele apparaat. Bij w 'n perspectief wordt het Sovjet systeem niet opgevat als een gecentraliseerde hierarchie dat bevelen geeft van boven af, maar eerder als een door coalities van individuen gekenmerkte organisatie. Het beleidsproces vindt weliswaar plaats binnen het kader van officiele politieke en bureaucratische instituties maar wordt desondanks gekenmerkt door een veellieid van (met elkaar concurrerende) belangen en eisen, conflicten tussen coalities binnen de bureaucratie: het bureaucratie model. In zulke situaties fungeren politieke leiders vaak meer als bemiddelaars of makelaars tussen deze verschillende groepen van betrokkenen en minder

15


als leiders die de beleidsrichting bepalen.

De case van het milieubeleid

(3) de massa media, die, hoewel uiteindelijk onder de cรถntrole van de partij, vaak de kanalen zijn voor klachten van burgers of voor diskussies over het probleem door deskundigen.

2.1. Milieubeleid in de Sovjet-Unie Net als in andere industriestaten wordt ook in de Sovjet-Unie in toenemende mate politieke aandacht gevestigd op het milieuprobleem. Ook hier groeit het besef dat de wrg voor het milieu een steeds grotere rol moet gaan spelen in het besluitvormingsproces in de nabije toekomst. Hoewel de oproep tot betere bescherming van het milieu en behoud van natuurlijke hulpbronnen al in de SOer jaren werd geuit bleef een officiele reactie tot de begin zeventiger jaren beperkt tot een wat onsystematische regeling. Het milieuprobleem begint nu voor het eerst zichtbare en actieve steun van politieke leiders te krijgen. Er wordt een begin door de partij gemaakt om middelen tegen vervuiling en vervui1ers te mobiliseren. Desalniettemin blijft ondank nieuwe wet- en regelgeving, de uitvoering van dit beleid onvoldoende effectief. Ook al is in de Sovjet-Unie de vorming van een nieuw issue niet alleen een zaak van bovenaf (zoals door het strikte hierarchische model van een totalitair systeem wordt gesuggereerd) feit blijft dat wnder officiele goedkeuring door de partijleiders een issue nooit de status van legitimiteit zal kunnen verwerven. Belangrijk bij de (ad hoc) vorming van een nieuw issue in de Sovjet-Unie is het feit dat dit geen bedreiging mag vormen voor de officiele indeologie en de bestaande machtsstructuren. Tevens mag de aandacht voor milieubeleid niet de officiele economische meerjarenplannen doorkruisen. Alles wat de stijging van productiviteit afremt wordt in het politieke proces als nadelig opgevat. Op het terrein van het miliebeleid zijn in de Sovjet-Unie in het bijzonder drie groepen van belang: (1) ad hoc gevormde plaatselijke groepen van burgers, die reageren op de milieuvervuiling in hun eigen omgeving; (2) wetenschappelijke en technische deskundigen, die vanuit hun beroepsactiviteiten in staat zijn inzicht in het wezen van het milieuprobleem en toepasbare oplossingsstrategien te verwer-

ven; en

16

Om deze dingen in het juiste perspektief te houden: hoewel de milieu-issue politiek zichtbaarder is geworden, is zijn toenemende politieke gewicht geen resultaat van eisen van de bevolking aan de leiders van partij en staat. In de Sovjet-Unie blijft uiteindelijk de rol van de centrale politieke leiders beslissend. Het politieke systeem van communistische landen wordt gekenmerkt door een paraUellopende gezagsstructuur van staats- en partijorganen. In de Sovjet-Unie zijn het de hoogste partijorganen - uiteindelijk het politburo en het apparaat van het Centraal Comife - die de meeste invloed uitoefenen op de richting van het beleid. Maar dit feit moet ons niet verleiden tot een simplistisch beeld van een dictatoriaal proces van bevel en controle. De informele debatten en onderhandelingen tussen de partijleiders en tussen de verschillende bij een bepaalde issue betrokken elementen van partij- en staatsapparaten hebben net w goed invloed op het beleidsproces. Milieugroeperingen missen macht en invloed in deze besluitvormingsstructuur. In de ministerraad zijn het de ministeries van industrie die bijwnder invloedrijk zijn. De overheidsinstanties met verantwoordelijkheid voor het milieu en de semi-officiele "natuurbehoud" organisaties zijn normaliter uitgesloten van deze onderhandelingen, aangezien dit proces gedomineerd wordt door partijapparatici en industriele belangen. Milieubeleid in de Sovjet-Unie is een bureaucratisch gebeuren waarbij zowel eigenbelang als partijbelang te achterhalen is. De feitelijk sterk gefragmenteerde bureaucratische machine vormt tesamen met vaak relatief zelfstandig opererende individuen en organisaties een onvermijdelijke barriere bij de uitvoering van het milieubeleid. Op papier is de politieke macht gecentraliseerd en in de handen van de partijtop, maar in de praktijk zijn de bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden verdeeld over een zeer groot aantal partij- en staatsorganisaties, wwel op nationaal als sub-nationaal niveau. Terwijl op nationaal niveau de algemene beleidsrichting wordt aangegeven, blijft het zwaartepunt voor de nadere concrete uitwer-

Hel pavilioen van de natuurbescherming op de Tentoonstelling van de Ekonomiese Verworvenheden van de Sovjet-Unie. (foto: Martin Abma)

Icing en uitvoering van deze programma's in handen van republiek-ministeries en de daarbij behorende uitvoerende organen. Hierdoor leidt, ongeacht de formele arbeidsverdeling tussen deze instituten, het bestaan van paralIele en overlappende instanties tot verwarring en bestuurlijke ineffectiviteit. Hierbij komt nog het probleem van het rolconflict: in de Sovjet-Unie zijn vele, voor een effectiever beleid van milieubescherming belangrijke factoren tegelijkertijd zelf bezig met de exploitatie van dezelfde natuurlijke hulpbronnen, tot wiens bescherming zij ook zijn verplicht. Naast conflicten en organisatorische rivaliteiten binnen het bureaucratische apparaat hebben de zwakke uitvoering van wetten en de ineffectieve toepassing van sancties op vervuilers, de milieubescherming belemmerd. Op het laagste bestuurlijke niveau staat de milieu-inspectie voor een complexe controle-taak, terwijl deze staatsfuntionarissen amper beschikken over voldoende politieke prestige en onvoldoende gewapend zijn met harde regels en sancties. Hierbij komt ook dat de vervuilers zich gesteund weten door de eigen ministeries. In de Sovjet-Unie is er geen steun van onafhankelijke groepen uit de bevolking, die door uitvoerende instanties gemobiliseerd kan worden en er is geen moglijkheid alternatieve wegen zoals de onafhankelijke rechter in te schakelen. Al is de Sovjet -U nie geen totalitaire staat meer, er zijn belangrijke grenzen tot het wat open ere spel


van politieke krachten. Deze krachten hebben een actieve rol gespeeld bij de politisering van dit issue maar wat met het milieuissue in de toekomst gaat gebeuren hangt voornamelijk af van de prioriteiten van de politieke elite en van hun bereidheid de bescherming van het milieu te zien als verenigbaar met het overheersende belang van economische groei. 2.2. Milieubeleid in de Verenigde Staten Aan de convergentietheorie ligt de aanname ten grondslag dat op den duur een industriële maatschappij en totalitarisme onverenigbaar zijn omdat industriele vooruitgang samengaat met een voortschrijdende verspreiding van politieke macht. Het is, volgens deze argumentatie, deze dynamiek die het communistische systeem gaat veranderen in de richting van toenemende democratie: het hoog gecentraliseerde en hierarchisch gestructureerde systeem van planning en controle past slechts op de eisen voor het effectief functioneren van een gëindustrialiseerde economie, terwijl de relatieve openheid van een functioneel pluralistisch gestructueerde samenleving dat wel doet. De argumentatie op zijn kop stellend kunnen we ons afvragen of het niet even w mogelijk is dat dezelfde dynamiek van de moderne industriële maatschappij tot een centralisering van politieke macht en besluitvorming in de V.S. kan voeren. Dat wil zeggen, ook als wij erkennen dat industrialisme en totalitarisme met elkaar onvereenbaar zijn, blijft het volstrekt denkbaar dat de verdere ontwikkeling van een moderne industriele en hoog technologische samenleving tot een vorm van "bestuurlijke technocratie" leidt, dat industrialisering geen politieke democratie met zich brengt, maar eerder de communering van gespecialiseerde deskundigen in publieke en particuliere organisaties. In het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog is de "staatstheorie" in de Verenigde Staten beheerst door het concept van " pluralistische democratie", met zijn nadruk op een beeld van een politieke orde gekenmerkt door conflicten en compromissen tussen overheid en particuliere belangengroepen: een sytsteem van checks en balances.

Hoewel het niet onder deze naam bekend was hadden de zogenaamde "Founding Fathers" van de Verenigde Staten w'n "pluralistische democratie" voor ogen toen zij een systeem ontwierpen gebaseerd op een veelheid van zich onderling controlerende centra

van besluitvorming en de rol van een veelheid van belangen en de hun dragende organisaties in het politieke proces. Het systeem van gefragmenteerde politieke instituties had het doel deze maatschappelijke groepen toegang tot een participatie in het proces van democratische besluitvorming. Het aanvaarden van de rol van deze vertegenwoordigers en legitieme maatschappelijke belangen leverde de sociaal-economische basis voor de verspreiding van politieke macht, die wederom een gevaarlijke concentratie van macht tegenwerkte. Als gevolg van deze besluitvormingsstructuur berusten beslissingen op het bereiken van de noodzakelijke meerderheden uit coalities van minderheden. Dat alles gezegd hebbende moet opgemerkt worden, dat terwijl in de SovjetUnie er tekenen zijn voor een beperkte "opening" van het tot nu toe gesloten beleidssysteem, er in de Verenigde Staten een ontwikkeling in richting op

een "bureaucratische democratie" plaatsvindt. Dat wil zeggen, dat belangrijke beslissingen ten aanzien van het overheidsbeleid steeds vaker genomen worden binnen de bureaucratische apparaten van het openbaar bestuur.

In beide systemen zijn de bureaucratieen niet alleen bezig loyaal en effectief politiek bepaalde programma's uit te voeren maar ook actief betrokken bij de voorbereiding van deze maatregelen. Dus in beide landen wordt beleid in toenemende mate gevormd en feitelijk bepaald door coalities van actoren die dwars door de verschillende institutionele hierarchiëen van partij en staat (in de Sovjet-Unie) of publieke en particuliere organisaties (in de Verenigde Staten) lopen. In de Verenigde Staten is dit ambtelijke apparaat - of beter gezegd de verschillende bureaucratische organisaties waaruit het apparaat als geheel bestaat - ingespeeld op onderhandelingen en het zoeken naar compromissen. Dus terwijl deze actoren gevoelig zijn voor de "kracht van overtuiging" is deze besluitvormingsstructuur minder toegankelijk voor het directe ingrijpen van boven middels bevelen of aanwijzingen. Nog is de president in staat - ondanks zijn institutionele positie en politiek gewicht - krachtens zijn formele bevoegdheden als "chief executive" het apparaat een beslissende richting op te sturen. Aan de andere kant, juist door dit gebrek aan hierarchische autoriteit en duidelijke, politiek gelegitimeerde

beleidsdoeleinden betekent dat deze staatsbureaucratÎen gedwongen worden steun voor hun positie te mobiIiseren bij betrokken maatschappelijke belangen en andere politiek-bestuurlijke factoren. De opkomst van het milieuissue in de Verenigde Staten hangt samen met verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen gedurende de 60er jaren. Ook hier waren er wetten en andere voorschriften voor de controle van verontreinigende activiteiten en de bestrijding van milieuvervuiling voor deze tijd, maar dat alles bleef ongecoördineerd dat meestal zonder het gewenste effect ter uitvoering kwam. Het nieuwe tijdperk voor milieubeleid begon in 1970, toen het issue nationaal politieke aandacht kreeg in de milieuboodschap van president Nixon. Dit geeft een hoge prioriteit van milieubescherming aan en viel bijna gelijktijdig met de eerste stappen op het wetgevend terrein: de "passage" van de National Environmental Protection Act (1969), en het oprichten van de Enviromental Protection Agency (1970) als het Centraal Uitvoeringsorgaan voor het nationale beleid op dit gebied. Aan de ene kant verschaft op openheid van een pluralistisch systeem het milieuissue gelegenheid gehoor te krijgen: de drempel tot de politieke (publieke) agenda is vrij laag in de Verenigde Staten. Aan de andere kant betekent juist dit kenmerk van het politieke systeem, dat milieuvragen altijd gevaar lopen overheerst te worden door andere politieke issues die aandacht vragen. Wij zien dat juist op het ogenblik de politieke steun zich heeft kunnen consolideren, dat het milieubeleid in conflict raakte met het komende energie-issue. Dus werd het nieuwe beleidsissue al in 1973-74 onder druk gezet door critici die beweerden dat de zichtbaar wordende energie-crisis en de groeiende schaarste aan andere belangrijke natuurlijke hulpbronnen een lagere politieke prioriteit voor milie bescherming noodzakelijk maakten tegenover de hoofdwrg van de politiek: het gaande houden van economische groei. Het politieke proces rond dit nieuwe issue was zodanig dat de burgers voor de keuze gesteld worden: milieu of energie. In de vorm van een directe confrontatie tussen deze twee issues werden de bestaande machtsverhoudingen veranderd ten gunste van energie, wat een verzwakking betekende van de positie van overheidsinstanties, die voor het milieu verantwoordelijk waren, tesamen met hun parlementari17


sche en groepen-bondgenoten. Gelijktijdig nam de invloed van de machtige krachten binnen en buiten de overheid toe, die gëinteresseerd waren in het uitbuiten van natuurlijke hulpbronnen en de versnelde groei van de economie.

staan en belemmeren pogingen het milieuprobleem effectief aan de pakken niet alleen als resultaat van de activiteiten van een handvol congres-leden die de voorkeur geven aan de uitbuiting in plaats van de bescherming van het milieu.

Bij een analyse van de opkomst en ontwikkeling van de milieubescherming in de V.S. moet rekening gehouden worden met de boven geschetste tekortschietingen van het pluralisme in de praktijk, en in het bijwnder met de centrale rol van dit beleidsproces van het overheidsapparaat. Zoals in andere beleidsvelden ontdekken wij in verband met milieubeleid informele maar machtige structuren of netwerken - bestaande uit betrokken bureaucratische organisaties bij de overheid, belangengroepen, relevante parlementaine commissies, en soms vertegenwoordigers van de politieke top - die toegang en invloed binnen dit beleidsproces ongelijk verdelen. Deze wgenaamde "policy sub-governments" trachten relevante beslissingen maar ook eventuele meningsverschillen in hun eigen midden te behouden. Aan de andere kant omdat voorstanders van milieubescherming normaliter van de relevante "sub-government" uitgesloten zijn, heèhten zij grote waarde aan het openbreken van deze gesloten beleidscircuits door de mobilisering van hun publieke en politieke steun. Maar zulke policy sub-systems ont-

In het algemeen vinden eerder die belangen gehoor in het politieke proces die in overeenstemming zijn met het doel van economische groei. Zeker zijn aan de ene kant milieugroepen er in geslaagd brede lagen van de bevoling achter de milieubescherming te mobiliseren - maar er zijn nog spanningen tussen milieu en werkgelegenheid. Ook de mobilisering van steun uit de bevolking is op zich geen garant voor effectieve maatregelen door de overheid ten aanzien van de bescherming van het milieu (concern te vertalen in effectieve stappen). Steeds weer worden voorstanders van milieubelangen gefrustreerd door de beperkingen op echte pluralistische politiek in de Verenigde Staten. Aan de ene kant leiden de netwerken van wederzijdse afhankelijkbeid tussen bepaalde gespecialiseerde groepen wwel binnen als buiten de overheid ertoe dat voorstanders van bestrijding van vervuiling en ruimtelijke planning van de parlementaire en uitvoerende beleidsprocessen(vorming) uitgesloten zijn. Milieubelangen-groeperingen hebben geprobeerd deze "beleidssub systemen" open te breken door een

beroep te doen op de gerechtshoven en uitspraken van verláezingen. Een klein succes is in dit verband niet uitgebleven. Slotbeschouwingen Er zijn en blijven belangrijke verschillen tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, die direct in het oog springen en op deze plaats niet opgesomd hoeven te worden. De bedoeling van dit betoog was het ons vertrouwde be"ld van deze twee grote tegenstanders kritisch te bekijken tegen de achtergrond van de politieke gevolgen van de sociaal-economische dynamiek die deze maatschappijen kenmerkt. Als de Sovjet-Unie als een modemiserende - of nu al verregaande moderne - industriestaat wordt beschouwd, worden kenmerken van het politieke systeem en de maatschappelijk omgeving naar voren gehaald die zowel communistische als niet-communistische landen met elkaar delen. Dit betekent echter niet dat deze systemen nu precies op elkaar lijken of dat ze dat ooit zullen gaan doen.

Aan de hand van het milieubeleid hebben wij gezien dat wwel een SovjetRussische reactie als een Amerikaanse reactie relatief effectief kan zijn als antwoord op de uitdaging van een industriele maatschappij.

Parlementariërs over het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie Interview met De Vries (PvdA), Gualthérie van Weezei (CDA) en Voorhoeve (VVD) K.G. de Vries (PvdA) Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie onderscheiden bepaalde vitale be/ongen, waarop zii gun inbreuk tolereren. Zijn de beide g,ootmachten in hun buitenlands-politiek denken en

handelen Ie vergelijken? [n het beoordelen van denken en handelen van de grootmachten moet je voorzichtig zijn ze al te gemakkelijk op'éen lijn te plaatsen. Dat neemt niet weg dat hun gedrag vaak met dezelfde maat kan worden gemeten en vergelijkbaar is. Beide grootmachten lijken zich het recht toe te kennen om wat zij als bun eigenelang zien

18

ook aan anderen voor te schrijven. Hun houding ten opzichte van omringende landen getuigt van weinig respect voor zelfbeschikkingsrecht en veiligheidsbehoeften van anderen. Willy Brandt heeft eens gezegd dat imperia per definitie imperialistisch zijn. Dat is juist en jammer.

Hoe beoordeelt u in dit verband de situatie in Centraal-A merika? Je kunt toch nauwelijks aannemen dat Nicaragua een bedreiging vormt voor de Verenigde Staten. Daar is dat land toevallig een klein beetje te arm en te klein voor. Datzelfde geldt

natuurlijk ook voor een land als Cuba. De felheid waanoee men desondanks probeerde en probeert die landen te isoleren is volstrekt contra-productief en komt voort uit het idee dat een grootmacht het recht heeft iedereen in zijn eigen omgeving naar zijn pijpen te laten dansen . Het verbale "commitment" van bijvoorbeeld de Verenigde Staten aan democratie elders in de wereld wordt dan erg betrekkelijk. Denk eens aan Chili. En vergelijk het commentaar op de verkiezingen in El Salvador eens met dat op de verkiezingen in Nicaragua. Dan moet je van goede huize komen om daar zulke enorme verschillen in aan te treffen . Overigens, de participatie bij de verkiezingen in Nicaragua was beter


dan bij de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Het gedrag van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en Afghanistan behoeft nauwelijks toelichting. In h(Hverre is de publieke opinie van invloed op het buitenlands-politiek gedrag van de twu grootmachten?

lk denk dat men gevoelig is binnen bepaalde grenzen. Daar zijn ook wel wat voorbeelden van te noemen. Ik denk dat de Amerikanen in Centraal-Amerika al veel eerder zouden hebben ingegrepen als ze niet zeker zouden hebben geweten dat dat tot een enorme reactie in de publieke opinie aanleiding zou hebben gegeven. Ik denk dat je hetzelfde kunt zeggen ten aanzien van Polen. Publieke opinie is in de Sovjet-Unie natuurlijk practisch absent, maar er is wel een zekere bezorgdheid voor de opinie in de rest van de wereld. Iedereen vreesde toch dat de Russen inderdaad in Polen geweld zouden gebruiken, althans daarmee zouden dreigen. De Russen hebben zeker de repercussies daarvan getaxeerd. Naar uw mening houdt de Sovjet-Unie in haar buitenlands-politiek gedrag rekening met de wereldopninie?

SteUig, maar slechts lOt op zekere hoogte. Als het puntje bij het paaltje komt, als men denkt dit moet gebeuren voor onze veiligheid of in ons belang, dan neemt men aUe ellende op de koop toe. Ik denk dat dat trouwens ook voor de Amerikanen geldt. Brengt het feit dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie grootmachten zijn bepaalde plichten voor deze landen met zich mul

Ja, het hebben van grote macht brengt inderdaad ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee om een bijdrage te leveren om in de wereld vreedzame ontwikkelingen te bevorderen. Het bezwaar is dat men over het algemeen veel te veel het accent legt op het militaire machtsaspect van het groot en machtig zijn, maar niet gebruik maakt van politieke, economische en andere middelen, die ook ontwikkelingen kunnen bëinvloeden en naar mijn smaak oneindig veel productiever en constructiever zijn . J::en van de weinige voorbeelden in de geschiedenis is het Marshall-plan. Zeer scherp gecalculeerd tegen de achtergrond van de verwachting dat als niet op grote schaal de helpende hand zou worden gelxxlen er een ramp zou kunnen volgen. Als dat procédé vaker zou worden toegepast, dat zou dat in ieders belang zijn, zowel in het belang van de rijke als van de aooe en minder machtige landen. In het begin van de gesprek zei u dat er vergelijkbare elementen zilten in de buitenlandse politiek van de grootmachten .......

Vergelijken is ook van wezenlijk belang. Wat je bij de één niet bevalt moet je ook aan de andere kant wiUen onderkennen. En wat je afkeurt bij de één , moet je niet prijzen bij de ander. Dat is niet altijd eenvoudig, omdat mensen vaak proberen de zaak: een beetje overzichtelijk te houen. Het vereist in ieder geval - en dat is denk ik ook een wezenlijk probleem van sociaal-democratische veiligheidspolitiek - dat je probeert te vennijden om het al te simpel te maken. Daarom vinden mensen het wel eens wat ingewikkeld. Maar de wereld is tamelijk ingewikkeld. Het beeld is altid veel complexer dan je in de politiek tot uitdrukking kunt brengen en zelfs al probeer je het complex te maken dan vergeet je nog allerlei belangrijke dingen. U zei ook lÛJt de buitenlandse politiek van de twee grootmachten niet al te gemakkelijk op lin

lijn moet worden geplaatst.

Waar je ontzettend voor moet uitkijken is natuurlijk dat je, met alle genuanceer naar de ene of naar de andere kant, niet de indruk wekt dat het verder ook één pot nat is. Dat is namelijk niet zo. De Verenigde Staten is een ander land dan de Sovjet-Unie. Er is veel op te merken over de Verenigde Staten wat niet deugt, maar als het op een paar beslissende zaken aankomt, dan is het systeem van dat land toch oneindig veel beter dan het systeem van dat land aan de andere kant. Ik ben geen groot bewonderaar van de Amerikaanse democratie, de rol die lobby's en geld daar spelen, maar als je hun systeem vergelijkt met dat van de Sovjet-Unie, dan is dat natuurlijk dag en nacht . Daar mag je nooit blind voor zijn, dat er, met alle genuanceer en begrip, ook nog een paar dingen zijn , die je niet uit bet oog mag verliezen. Is er ruimte voor een zelfstandiger Europa lussen de twu grootmachten?

De "Zelfstandigheid van Europa" is een begrip dat alleen maar misverstanden kan wekken. Europa kan maar'éen kracht zijn in een pluriform krachtenveld. Ik denk dat het gewenst is om tot andere relaties te komen teneinde ook diegenene stem te laten krijgen die nu te weinig gehoord worden. Het is volstrekt duidelijk dat eer een aantal landen en regio's in de wereld is dat daarvoor direct in aanmerking komt. Een democratie als India of een land als China worden natuurlijk op den duur in de wereld grote machtsfactoren, die zich niet geheel zullen laten inschalen in een Washington-Moskou patroon. Ik ben er erg voor dat Europa probeert om uit te vinden wat het eigenlijk te melden heeft . Op alle niveaus waar dat mogelijk is moeten Europeanen met elkaar praten over internationale politiek: Europese Politieke Samenwerking, West-Europese Unie, Europees Parlement; overal waar dat kan. Zou het lIoor Europa mogelijk zijn een herkenbare koers te bepalen?

In Europa zal altijd afwisselend links of rechts aan de macht zijn. Ik geloof dat de verschillen ertussen toch vaak wat veel de nadruk krijgen . Er zijn ook gemeenschappelijke inzichten. Er moet toch een koers uit te zenen zijn die een zekere herkenbaarheid krijgt. Tussen Washington en de Europese hoofdsteden zijn een paar kenmerkende verschillen over hoe dat wij altijd de beste oplossing hebben en zij de slechtste of andersom. Dat zou dwaas zijn. Het belangrijkste is dat we de komende jaren met elkaar als Europeanen kijken wat we wel of niet vinden en waaraan we wel en niet meedoen . Een dictaat vanuit de Verenigde Staten over oost-west relaties, technologierelaties, aardgaspijplijnen en zo, is naar mijn smaak volstrekt onacceptabel; ook helemaal niet meer relevant in de huidige omstandigheden waarin iedereen toch het gevoel heeft dat we als Europeanen tamelijk volwassen zijn. En dus tamelijk wat verantwoordelijkheid zouden moeten dragen. MvdB

HMrN

H. Gualtherie van WeezeI (CDA) Wat zijn naar uw mening thans de vitale belangen van de Verenigde StaUn en Sovjet-Unie?

Wat de Verenigde Staten betreft denk ik dat wij in Nederland en in Europa het belang van de kwestie Centraal-Amerika voor dat land onderschatten. Deze zaak is misschien wel veel ingrijpender dan de hele Midden-Oosten problema-

liek. Die was - en is nog wel - een absoluut veiligheidsbelang omdat het om het bestaansrecht van de staat Isräel gaat en er in de Amerikaanse samenleving veel Joden zijn . Geen enkele Amerikaanse president kan het zich permitteren aan die heel belangrijke bevolkingsgroep voorbij te gaan. Tweede punt was echter de kwestie van energie. De energie-afhankelijkheid van het Midden-Oosten neemt nu duidelijk af. Met andere woorden, het Midden-Oosten als zodanig is minder vitaal voor de Verenigde Staten dan het geweest is en daarom is het denk ik ook minder vitaal voor de Sovjet-Unie. Wat vitaal is voor de Verenigde Staten is Centraal:'Amerika en daarom heeft de Sovjet-Unie er natuurlijk ook belang bij om daar op de één of andere manier actief te zijn, om daar te rommelen, hoewel het hele Oostblok-gebeuren natuurlijk het essentiele veiligheidspunt blijft in het Sovjet-denken. Gaat u zover te zeggen dat de Verenigde Staten zich meer zorgen maakt over Centraal-Amerika dnn over West-Europa ?

Eagleburger heeft gezegd dat er wel eens een ogenblik zoukomen dat Centraal-Amerika voor de Amerikanen vitaler zou zijn dan heel Europa. Dus dat het in de prioriteitenstelling, waar het nog altijd is Europa-Midden-Oosten Centraal-Amerika, de facto wel een ommekeer zou kunnen zijn, namelijk Centraal-Amerika Midden-Oosten. Waarin ligt de vitaliteit lIan Centraal-Amerika voor de Verengide Stalen ?

Centraal-Amerika is zo vitaal voor de Amerikanen omdat zij zijn geobsedeerd, na Cuba, door het communisme aan hun landgrenzen , waar wij in Europa heel makkelijk mee leven. Het feit dat 6-700 kilometer hier vandaan gewoon Sovjets zitten , het communisme in al z'n aggressie aanwezig is. De Verenigde Staten hebben nog altijd die enonne zee van 6-7.000 kilometer die hen van het hele gebeuren scheidt. Nu zijn ze geobsedeerd door Cuba en vervolgens door de communisten die via Centraal-Amerika komen; de grote inzet en de grote preoccupatie van de Amerikanen is en zal nog steeds meer gaan worden de cruciale vraag: wat zal er in Mexico gaan gebeuren? Iedereen zegt: ja, dat Nicaragua. Of: ach, die paar kleine landjes. Nee, dat Nicaragua, als dat uit de hand loop en dat slaat over naar Mexico, dan is de onmiddelijke zuidgrens van de Verenigde Staten bereikt. De vitaliteit van Centraal-Amerika is gelegen in de angst voor het domino-effect. Zijn er verschillen aan te geven in de buitenlandse politiek van de twee grootmachlen? De twee landen worden - ik merk het ook wel eens bij collega's- vaak. wat al te makkelijk naast elkaar gezet. Dan wordt er gezegd: de twee supermachten. Ja, natuurlijk zijn er twee supermachten. Maar de ene heeft wel een volstrekt andere natuur dan de andere. Je ziet het ook op een gegeven moment in de Kamer. Dan begint men over de verkiezingen in Nicaragua en zegt: ja, die verkiezingen in Amerika hebben ook niet veel voorgesteld en wat dies meer zij en: de s0ciale zekerheid in de Sovjet- Unie is veel beter dan in de Verenigde Staten. Dat is een zeer gevaardlijke discussie. Er is één groot verschil tussen de twee : een Amerikaanse regering heeft sterk rekening te houden met de publieke opinie. In de Sovjet-Unie is geen publieke opinie. Men kan daar op een gegeven moment nieuws filtreren, de bevoling zelfs volslagen onwetend houden over een bepaalde situatie of gebeurtenis. In een zeer open democratie als de Verenigde Staten zitten de remmingen van een regering ingebouwd in het systeem. Daarom geloof ik nooit zo in Amerikaanse avonturen.

19


In hoeverre houden de grootmachten in hun buitenlandse politiek rekening met de wereldopninie?

De Verenigde Staten zitten in een bondgenootschap en zijn dus best gevoelig voor het feit dat sommige dingen tot tweedracht kunnen leiden binnen dat bondgenoots,chap. Uit hoofde daarvan zal Amerika zeker rekening houden met gevoelens van bondgenoten. De kwestie van de neutronen-granaat is daar een duidelijk voorbeeld van geweest. De reactie van de bondgenoten vindt namelijk ook weer z'n weerslag in de binnenlandse opinnie van Amerika. Die eigen publieke opinie wordt gevoed door de wereldopninie, dat zijn communicerende vaten. In de Sovjet-Unie is geen publieke opinie. Alleen hun status als supermacht, als aJternatief voor de Verenigde Staten, kan om allerlei redenen op een gegeven moement door bepaalde acties in discrediet gebracht worden. Daar zijn ze uitermate gevoelig voor. Heiligt het doel, namelijk de handhaving van de vitale belangen, de middelen bij de grootmachten ?

Men ziet in Amerika, meer dan in de SovjetUnie, dat er grenzen zijn aan het gebeuren. De Russen kunnen het zich permitteren nog steeds in Afghanistan te zijn. Er is daar nog iedere dag een ontzettende oorlog gaande. De Sovjet-Unie kan dat door het systeem, door de manipulatie van het nieuws. Sorry. je moet me niet als extreem pro-Amerikaans zien, maar: ik ken Amerika enigszins en ik heb daar een visie op. Bij aJles wat Amerika doet is de beslotenheid van het gebeuren buitengewoon kwestbaar. Er zal misschien wel een intentie zijn om te zeggen: het doel heiligt de middelen. Maar sinds Watergate, door de "press-freedom " is dat een bloedlinke zaak. In Amerika kan elke president "impeached" worden. Komt het optreden van de grootmachten in Afghanistan en Grenada niet op hetzelfde neer?

Grenada en Afghanistan, dt is natuurlijk totaal niet met elkaar te vergelijken, dat is waanzinnig. Grenada was een klein rot-eilandje, met een weet ik hoe kleine bevolking. Dat is natuurlijk niet te vergelijken met Afghanistan. Van Grenada, dat is een bee~e het punt, ik zeg het in alle openheid, hebben we gezegd, ook de VVD, dat kan allemaal niet, het is in strijd met het volkenrecht, het is niet legitiem en w. Aan de andere kant is Grenada echter een politieke meesterzet van de Amerikaanse regering geweest. Waar de Amerikanen zich in het Midden-Oosten enorm in de nesten aan het .....erken waren, hebben ze hier op een gegeven moment, vrij gemakkelijk een eerherstel voor zichzelf gewonnen, een eerherstel. Met natuurlijk een voorbeeldwerking naar Nicaragua toe. Dat is die onzekerheid die ze gevreëerd hebben. Die Carter was een twijfelaar, dachten de Sovjets, daar kun je mee doen en laten wat je wilt, maar die Reagan, weten ze sinds Grenada, is een vent. De Russen denken nu: laten we met onze Sovjettoestanden en onze expansie naar het buitenland ook een bee~e voorzichtig gaan zijn. Het feit dat de Amerikanen de interventie-mogelijkheid hebben open gelaten, is meteen een dreiging naar de kant van Nicaragua. Maar als de Amerikanen op de wijze waarop de Russen Afghanistan bezet houden, als de Amerikanen op de wijze waarop de Russen Afghanistan bezet houden, aJs de Amerikanen dat rouden doen, dan zou er elke dag een demonstatie voor de Amerikaanse ambassade lopen. Dat vind ik een beetje in de publieke opinie, dat men te gemakkelijk de grootmachten vergelijkt en daar heb ik wel uitgesproken idëeen over.

20

Is er een plaats voorEuropa tussen de grootmachten ?

Dat denk ik wel, ik denk namelijk dat Europa een matigende rol kan spelen. Met name in CentraaJ-Amerika zijn alle betrokkenen ervan overtuigd dat Europa een heilzame rol kan spelen. Met de toetreding van Spanje en Portugal tot de EEG, met een labiel opererend Griekenland en met een kwestieus Denemarken, zal het voor Nederland meer dan ooit geboden zijn een optimaJe relatie te hebben met de Bondsrepubliek Duitsland. Het zwaartepunt van de EEG komt, met een in discrediet rakend Verenigd Koninkrijk, op de as Duitsland-Frankrijk te liggen. Daar gaat het gebeuren in het aankomende Europa van de twee snelheden. U ziet ook een plaats voor Nederland weggelegd?

Nederland heeft internationaal gezien de afgelopen 5-6 jaar aanzienlijk prestigeverlies geleden. Mijn ideaal is dat we in het wereldgebeuren weer een bee~e de plaats terugkrijgen die we als economische natie ook verdienen. Ten einde een Nederlandse invloed te kunnen terugkrijgen zullen we ons in onze buitenlandse politiek buitengewoon sterk moeten orienteren op de Bondsrepubliek. Voor zover aanwezig, zal de stem van Nederland in de relatie met de Verenigde Staten het beste gehoord worden in en na overleg met de Bondsrepubliek. Bovendien moet er een zo groot mogelijke consensus zijn over buitenlandse politiek in het parlement. Dat is mijn hartekreet. Er zal minder dan in het verleden plaats zijn "oor hobbyisme en paradepaardjes. Er dient ook een consensus te zijn ten aanzien van de grootmachten?

Ja, er mag natuurlijk een Nederlands of een Europees geluid zijn, niel klakkeloos achter Amerika aanlopen. We mogen best kritisch zijn, maar het land blijft wel onze bondgenoot en daar ligt het grote verschil met de Sovjet-Unie. Ik houd mij verre van degenenen die op een gegeven moment gemakshalve spreken over de twee supennachten: het gaat over de SovjetUnie en de Verenigde Staten. Mvd8 HMrN

u.c. Voorhoeve (VVD) Hebben naar uw mening de Sovjet-Unie en de Verenide Staten momenteel een duidelijk visie op wat hun vitale belangen zijn (buiten evidente zaken als de verdediging van hun eigen landsgrenzen en onmiddellijke invloedssferen), bijvoorbeeld in een aantal ontwikkelingslanden, de Perzische Golf?

De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten hebben geheel verschillende opvattingen over wat vitale belangen zijn. In de Verenigde Staten bestaat oovendien over het vraagstuk van de vitale belangen een groot meningsverschil. Daardoor kan men niet zeggen dat de Verenigde Staten een duidelijke visie op zijn vitale belangen heeft. Wat de Sovjet-Unie betreft, ziet het Sovjet-regime als vitaal de bestendiging van zijn militair-polotieke overwicht over de staten van Oost en Centraal-Europa, die lid van het Warschaupact zijn, de vestiging van een stabiel en aan het Kremlin getrouw bewind over Afghanistan, voorzetting van zijn invloed over Cuba en Mongolie en waarschijnlijk ook de bestendiging van zijn invloed over een aantal andere Derde Wereldlanden zoals Jemen, Ethiopie, Vietnam en indirect Laos en Cambodja. In militaire un ziet de Sovjet-Unie het voorkomen van een machtsoverwicht van de Verenigde Staten aJs een vitaal belang. In territoriale zin ziet het

bescherming van zijn lange gemeenschappelijke grens met China als vitaal en in meer politieke zin het beperken van invloed van China in het wereldgebeuren. Als lange-termijn doelstellingen van Sovjet-buitenJands beleid gelden het verzwakken van de band tussen de West-Europese democratiëen en de Verenigde Staten en het uitbreiden van invloed over de Perzische Golf en strategisch gelegen gebieden in Afrika en het Caribisch gebied (de grote militaire leveranties aan Nicaragua en de voormalige Sovjet-activiteiten op Grenada zijn toepasselijke voorbeelden. In de Verenigde Staten bestaan groeperingen die een beperkte en andere die een ruimere opvatting van vitale belangen hebben. In de Democratische partij acht men de situatie in Centraal-Amerika niet een vitaal belang van de Verenigde Staten. In de boezem van de Reagan-regering en kringen van de Republikeinse partij wordt niet-inmenging van niet-Amerikaanse mogendheden in CentraaJ-Amerika wel als essentieel beschouwd (herleving van de Monroe-doctrine). Voorts acht men in beide partijen het veilig voortbestaan van Isräel aJs een vitaal idëeel belang en de vrijwaring van de Perzische (Arabische) Golf van directe Sovjetaanwezigheid een vitaal politiek belang. De alliantie met de Westeuropese democratiëen en hun onafbankelijkheid worden eveneens door zowel links als rechts als een vitaal belang gezien. Hetzelfde geldt voor de onafhankelijkheid van Japan. Hoe beoordeelt u in dit licht de situatie in Centraal-Amerika?

De situatie in Centraal-Amerika beoordeel ik als volgt: Beide groot mogendheden behoren zich volgens het volkenrecht te onthouden van militaire interventie in andere staten. Militaire aktie is alleen toegestaan waar dit berust op een besluit van de Veiligheidsraad, het volkenrechtelik belangrijke principe van zelfverdediging, of waar zulke aktie (in uitzonderingsgevallen) politiekethisch wordt gerechtvaardigd door een humanitaire noodsituatie (bijvoorbeeld acute bedreiging van vele mensenlevens). Ik sta derhalve zeer kritisch tegen alle vormen van openlijke of klandestiene militaire interventie die beide grote mogendheden in dit gebied bedrijven. De VVD steunt de initiatieven van de Contadora-groep, waarin een aantal Centraal-Amerikaanse landen samenwerken om een diplomatieke oplossing te bewerkstelligen van de geschillen die Centraal-Amerika thans bedreigen. Het optreden van de Verenigde Staten ten aanzien van Nicaragua keur ik niet goed. Evenmin keur ik de buitensporige wapenleveranties van de Sovjet-Unie aan dit land goed. Te hopen is dat de leiders van de Sandinistische revolutie zuUen terugkeren naar de oorsponkelijke ideaJen en beloftes van die revolutie, namelijk een democratisch bestel waarin fundamentele mensenrechten worden gerespecteerd. Gijpen de Verenigde Staten en de Soviet-Unie in bij llantasting van hun vitale behingen op basis van het feit vill'n verill'ndering in de status quo of nemen ze ook de wijze van verandering in ogenschouw (directe aggressiel/egitime verkiezingen)?

Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie betrekken bij hun beslissingen over bemoeüngen met derde landen wwel de veranderingen in de status quo als de wijze waarop deze tot stand komen. De vraagstelling is dan ook niet erg helder. In het algemeen kan men zeggen dat de Verenigde Staten in territoriaJe zin een status quo mogendheid is en de Sovjet-Unie een verandering van de status quo volgens de opvattingen van marxisme/ leninisme nastreeft.


Welke invloed heeft de binnenlandse opinie op het bui/enlands beleid van de twtt grootmach· ten? In de Verenigde Staten heeh de binnenlandse politieke opinie een grote invloed op het bui· tenlands beleid, doch de aard van die invloed verschilt sterk al naar gelang het politieke vraagstuk en het tijdsgewicht. Vaak moet die in· vloed positief worden beoordeeld, namelijk daar waar de publieke opinie, soms na verloop van enige tijd, correcties aanbrengt op het be· leid van de regering, door middel van de vrije verkiezingen maar ook door middel van druk via aktie· en belangengropen en de media. Er zijn echter ook voorbeelden van invloed die in de verkeerde richting werken, omdat de publie· ke opinie niet altijd consistent is en aan kortetermijn nuktuaties onderhevig kan zijn. Wat de Sovjet-Unie betreh is deze vraag makkelijker te beantwoorden. Het politieke bestel in dit land kent geen vrije, kritische media en vrij verkiezingen met vrij gevonnde politieke partijen. De politieke leiding van de Sovjet-Unie hoeft zich derhalve over de publieke opinie in het eigen land weinig zorgen te maken. Die publieke opinie wordt bovendien bij voortduring door de staatsmedia onvolledig en onevenwichtig voorgelicht over de vraagstukken die zich in het buitenlands beleid voordoen.

In hoeverre houden de beide grootmachten rekening met de wereldopninie? Beide grote mogenheden (het woord grootmachten is een germanisme) houden rekening met de wereldopinie doch op verschillende wijze. Bovendien moet men vaststellen dat er niet als zodanig een wereldpublieke opinie is aangezien de ruim vier miljard mensen op dit ondennaanse over een groot aantal politieke vraagstukken hele andere opinies koesteren. Wegens de openheid van het Amerikaans politiek bestel wordt de Amerikaanse politieke dis· cussie sterk bëinvloed door die in andere landen en heeft in het bijzonder de publieke opinie in andere democratiëen een bepaalde invloed op de Verenigde Staten. Wat de Sovjet-Unie betreft, geldt dat in de Sovjet-analyse van het wereldgebeuren de publieke opinie in andere landen een belangrijke factor is in wat men de "correlatie van krachten " noemt. Een pro-Sovjet ontwikkeling in de publieke opinie wordt uiteraard als gunstig ervaren. De internationale afdeling van de communistische partij van de Sovjet-Unie, het diplomatieke apparaat en Sovjet-inlichtingendiensten hebben dan ook tot taak de ontwikkelingen waar mogelijk in de gewenste richting te geleiden. Overigens trachten ook Amerikaanse regeringsinstanties de "public

relations" van hun land te bevorderen. Daar waar van minder fraaie middelen wordt gebruik gemaakt , lijkt dit in het algemeen echter averechts te werken .

In hot verre houden de beiden grootmachten ten zelfslandiger Europa voor wenselijk en welke invlotd z.ou het zelfstandiger worden van Europa hebben op het buitenlands beleid van de beide grootmachten? De Verenigde Staten beschouwt een zelfstandiger Europa als wenselijk en tracht dit ook al jaar cn dag te bevorderen. Het is mede op aandrang van de Verenigde Staten geweest dat de West-Europeanen het pad van de economische integratie en politieke samenwerking zijn ingeslagen na de Tweede Wereldoorlog. Zowel linkse als rechtse politieke kringen in de Verenigde Staten bepleiten een zelfstandiger Europees verdedigingsstelsel teneinde de risio's die de Amerikaanse beVOlking loopt bij de verdediging van Europa te venninderen . Oogmerk is in het bijzonder de zogenaamde nucleaire drempel te verhogen, namelijk als West-Europa grote vermogens heeft om een conventionele aanval van het Warschaupact ook met conventionele middelen een halt toe te roepen. Ten aanzien van een economisch en technologisch zelfstandiger Europa neemt de Verenigde Staten een wat dubbelzinniger houding aan. Enerzijds erkent men dat die zelfstandigheid vanuit politiek oogpunt gewenst is, anderzijds profiteert de Amerikaanse economie tot op zekere hoogte ook van de gebrek.kige Europese capaciteit om met de Verenigde Staten te concurreren. Als in de toekomst West-Europa een werkelijke eenheid zou worden, zou dat de relatie tussen West-Europa en de Verengide Staten niet fundamenteel hoeven te wijzigen, indien de WestEuropese maatschappij democratisch-westers blijft. Dit zou natuurlijk anders komen te liggen indien West-Europa een anti-Amerikaans extern beleid zou gaan voeren. Wat de Sovjet-Unie betreft, dit land streeft een verzwakking van de band tussen West-Europa en de Verenigde Staten na. Dat doel volgt uit de machtspolitieke constellatie en word boven· dien benadrukt in de ideologische rechtvaardigingen die het Kremlin van het eigen buitenlands beleid geeh. De Sovjet-Unie zou graag een West-Europa zien dat toenadering tot het Kremlin zoekt en in toenemende mate in haar invloedssfeer geraakt. Wat de Sovjet-Unie beslist niet nastreeft, is een Europa dat zo onafhankelijk van de SovjetUnie en de Verenigde Staten zou zijn dat het zich met eigen middelen, los van de Verenigde Staten, tegen de Sovjet-Unie zou kunnen verdedigen. Dit zou immers impliceren dat West-Eu·

ropa een grote mogendheid zou zijn geworden die voldoende krachtig zou zijn om de Sovjet· macht te neutraliseren. Ontwikkeling van WestEuropa in de richting van een grote mogendheid kan op negatieve reacties van de SovjetUnie rekenen.

Heeft u nog een taatsle opmerking vanuit specifiek liberale invalshotk naar aanleiding van de vraag: "Grenada Afghanistan "? De verschillen tussen de Sovjet-invasie van Afghanistan en de Amerikaanse interventie in Grenada zijn dennate fundamenteel vanuit ethisch oogpunt en ook gezien de omvang en menselijke gevolgen, dat deze gelijkstelling volstrekt ongefundeerd is. De oorlog in Afghanistan is het gevolg van de bezetting door de Sovjet-Unie eind 1979 van het ongebonden buurland door middel van een invasie met 85.000 Sovjet-troepen, waarbij de Afghaanse regering, die geacht werd om deze invasie te hebben gevraagd, werd doodgeschoten. Sindsdien tracht de Sovjet-Unie haar gezag over dit land te vestigen, waarbij als belangrijkste middel terreur wordt gebruikt. Van de oorsponkelijke 16 miljoen inwoners van Afghanistan zijn 4,7 miljoen naar het buitenland gevlucht en enkele miljoenen intern op de vlucht. Tussen de 500.000 en I miljoen mensen zijn inmiddels omgekomen als gevolg van massale luchtbombardementen,infenterie-akties, massa-executies, chemische wapens, marteling etc. Er is helaas geen enkel perspectief dat de Sovjet-Unie, die inmiddels zijn troepenmacht tot ongeveer 190.000 heeft opgevoerd , dit land de komende tijd verlaat. Integendeel, Afganistan wordt aan een vergaande Sovjetisering onderworpen. Wat Grenada betreft, heb ik in antwoord op vraag twee reeds gesteld kritisch te staan tegenover Amerikaanse militaire interventies in Centraal-Amerika en het Caribisch gebied . Vanuit volkenrechtelijk oogpunt is de regering Reagan mijns inziens onzorgvuldig en voorbarig te werk gegaan toen het mariniers naar Grenada zond. Desalniettemin was dit geen bezetting en militaire onderwerping van een buurstaat , maar een poging tot bevrijding van een gevaarlijk regime dat enkele misdaden had begaan en dreigde zich aan nog grotere schuldig te maken. De Verenigde Staten stellen voorop dat zij op Grenada de mogelijkheden voor een democratische ontwikkeling trachten te crëeren en hebben ook reeeds het overgrote deel van hun troepenmacht uit dit land teruggetrokken . Het verschil tussen Grenada en Afghanistan is dus kort samen te vatten als het verschil tussen een bevrijding en een onderwerpingsoorlog.


JASON in het kort is in 1975 opgericht door een aantal jongeren

is niet gebonden aan enige politieke of maatschappelijke groeperingen bestudeert internationale vraagstukken organiseert lezingen, conferenties en interna-

tionale uitwisselingen

.

geeft het tweemaandelijkse blad JASON-Magazine uil dat iedere' keer aan een speciaal thema is gewijd richt zich op alle jongeren tot 35 jaar

Doelstellingen JASON is een jongerenorganisatie die zich ten doel stelt jongeren de gelegenheid te bieden zich met internationale vraagstukken bezig te houden . Vrede en veiligheidsproblematiek, de verhouding Oost·West, vraagstukken over bewapening en ont· wapening, enz. JASON wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de discussie over internationale vraagstukken en de internationale samenwerking. JASON kent geen levensbeschouwelijke of ideolo· gische basis en is niet gebonden aan enige politie· ke partij of maatschappelijke groepering.

JASON Magazine Zes maal per jaar brengt JASON een eigen Maga· zine uit. De redactie tracht, door in ieder nummer een actueel thema te behandelen, vanuit zoveel mogelijk invalshoeken, de lezer een afgerond

beeld te geven van de behandelde problematiek. Behalve het JASON-Magazine verschijnen ook regelmatig zgn. mini JASON's, die als inleidingen bij aktiviteiten kunnen dienen. Een greep uil recent verschenen nummers van JASON-Magazine: Eenzijdige ontwapening: voorbeeld of waanbeeld? De West-West relatie: Partners in dilemma. In en om het Kremlin , buitenlandse politiek van de Sovjet·Unie. Regionale onrust en Westerse belangen. Wat gebeurt er in Latijns Amerika?

Lezingen, conferenties, studiedagen, uitwisselingen ... JASON organiseert tal van aktiviteiten die kunnen bijdragen aan het vormen van een menig, aan het vaststellen van een standpunt. Lezingen, studieda· gen, conferenties, simulatiespelen, uitwisselingen .. Iedere herfst organiseert JASON bovendien een zgn. Nationale Conferentie.

JASON over de grenzen JASON kijkt ver over de grenzen. Letterlijk en ft· guurlijk. Via zusterorganisaties in o.m. Frankrijk, Italië. Groot·Brinanië en de Verenigde Staten worden veel internationale contacten gelegd. Regelmatig worden in verschillende landen (studie·) bijeen· komsten en internationale seminars georganiseerd.

Voor wie is JASON interessant? JASON staat open voor alle jongeren die zich voor internationale zaken interesseren. Voor een proefnummer van JASON·Magazine kan men zich wenden tot het secretariaat. Beter is het natuurlijk direkt een abonnement te nemen. Ook donateurs zijn bij JASON van harte welkom. Wie via donaties het werk van JASON wil steunen kan daartoe contact opnemen met de penning· meester of direct een gift storten op het giro· of bankrekeningnummer van JASON . Secretariaat JASON Alexanderstraat 2 2514 JL Den Haag Tel. 070 - 60 56 58 Degenen die voor het schrijven van een artikel of het geven van suggesties, denken een bijdrage aan toekomstige nummers van JASON Magazine te kunnen leveren, worden van harte aangespoord zich in verbinding te stellen met : Pieter de Baan Telefonisch bereikbaar op 070 - 1448 16, Hooigracht 11, 2312 KM Leiden

INDEX JASON MAGAZINE 1983 4 Macht en ethiek in de internationale betrekkingen

1 8icentennial

Prof. Mr. H. R. vun

Ir. J. Corndis

Dutch conlribution to NAVO. The current state of Amcrican • European rclations: how troubled is our Atlantic partnership? Dutch infrastructure for aircraft research and developmcnt.

J. van

Drs. Chr. Sanders Dr. Ir. A. E. PanMnborg Mr. K . G. d~ Vri~s

The two-way street . which way 10 go? Philips and the wordwide competition . Attitudes of the Netherlands and the E uropean

Dr. R. 8 . So~t~ndorp Prof. Dr. Ir. J.J. C.

dimension. The European dimension in the West-West

Mr. H . van dm Erik Tijdgat

Mr. A.J. Stichting Prof. Dr. A . van Stad~n

Ethiek versus politiek?

GunsUr~n

Mr. Drs. CD. d~jong Hou w~/ing~n

De dominee en de koopman : samen aan een sobere dis. Macht en ethiek in de buitenlandse politiek . Een pragmatisch buitenlands beleid . Idealisme en realisme in het buitenlands beleid.

Voorho~v~ Bro~k

Nederland niet gebaat bij neutraliteitspolitiek . De 'Realpolitiek ' van Henry Kissinger.

Prof. Dr. jhr. F.A .M. Altin8 von G~usau rc\ations Report of a visit by the JASON -delegation in the American capital: Imprcssians from Washingto n.

5 Kernwapens de kerk uit?

2 Naar een nieuwe NAVO-strategie?

R. JobS('

Mal R. GrOOI~" drs. Sin8~/sma Prof. dr. R. Boehr G~n. B. W. Rog~rs Dr. P.M.E. Vo/tm Dr. A . P. Schmid Dr. G ./( . Timmuman

Naar een nieuwe NAVO-strategie? moet de R exible Response worden aangepast? Defensie zonder kernwapens " Improve o ur convcntionaJ capabilities·· Het offensief in het militaire denken van de Sovjet-Unie. Sociale verdediging - een dagdroom? Een contextuele orientatie op het gebied van oorlog en vrede.

3 West-Duitsland, geplaagd door het verleden Friso

Wiû~118Q

Arj~n

van Rij"

Hans dl!

Braband~,

Dick Za"d~~ Pi~ter dl! Baan G~erl

van L oon

Rj~n G~uflun

Politieke kultuur en demokratie in Duitsland. Partijpolitiek in West-Duitsland van Adenauer tot en met Kohl. Duitsland in West en Oost: de histori~he achtergronden van de deling. De Ostpolitik van de Bo ndsrepubliek Duitsland. Naar een nieuwe NAVO-strategie? (verslag JASON-konferentie). Buitenlandse politiek en Binnenlandse handel (verslag). 198 21 198 3: Keerpunt van Westerse veiligheid? (verslag).

J.E. van

V~~n

De o ntwikkeling van het Interkerke lijk Vredesberaad. De vredesbeweging ICTO. "Zo was er het concilie dat de kruisboog wilde verbieden als een Gade o nwelgevallig wapen ··. De invloed van de Nederlandse ke rken op de West-Europese defensie. De Bijbel over geweld en vrede. Publieke o pinie, de kerken en de buitenlandse politiek. ·' Het Doel en de Middelen·· . Waarover gaat de interne diskussie binnen ·De Nederlandse Vredesbeweging'? European Institute for Security Matters.

Bart Tromp P.B.R.

d~ G~us

1. Douma Maurits Dolmans

Maurits Dolmans Dick Zandu ~n Maurits Dolmans Dicl.. Zandu

Naar een E uropees veiligheidsbelcid?

6 La France: Marianne en rose Drs. 8 . P. L.

St~~ns

M. 8laiss~ E. Tijdgat ~n E 1.

Ra v~n

Viek Zandu ~n Jan van d~ V~/d~n

Frans-Nederlandse betrekkingen : overbrugbare tegenstellingen? De clan van Mitterand . Verslag van een ontmoeting met Mikhail Ozerov . Verslag van het JASON-Simulatiespel I 'lIB .

7 Mini-JASON De beslissing viel 's nachts : een sim ulatiespel van J. van de Velde .


Jason magazine (1984), jaargang 09 nummer 5