__MAIN_TEXT__

Page 1

December 1983, Se jaargang nummer 6


~

lason

Secretariaat en Redactie:

Inhoud van dit nummer: Redactioneel

A lexanderstraat 2 2514 JL Den Haag Telefoon: 0 70 - 60 56 58 Postgiro: 35610 25 Ban k: 45.68.55.

Frans-Nederlandse betrekkingen: overbrugbare tegenstell ingen. Drs. B. P. L. Steens

2

Abonnementsprijzen

De clan van Mitterand. H. Bla;sse

6

f 25.- per jaar (6 nummers, behoudens verschijning van een dubbelnummer).

Advertenties: Advertentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting.

Dagelijks Bestuu r Voorzitter Vice-Voorzitter Secretaris Penningmeester

13

De beslissing viel 's nachts: Verslag Jason Si mulatiespel. D. Zandee en 1. van der Velde

15

Pict-Heyn Goedhart Dick Zandee

Jaap de Vries Herman van Campenhout

Hoofdredacteur

JASON-magazinc Leden

Verslag van een ontmoeting met Mikhail Ozerov. E. Tijdgat en E.i. Raven

Pieter de Baan Evclinc Muusers

Maarten Derks Martien de Groene

Prijsvraag mr. De Graaff-fonds, met als thema:

Algemeen Bestuur F. Caris drs. M.A. van Drunen Littcl R. Geurtsen drs. M.T. van der Mculcn Mr. W.H. van den Muijsenbergh drs. M. Roemers drs. L. Schaaphok drs. Th.M.A. Verhagen M. Verweij J.P. Westhoff drs. F.Z.R. Wijchers

"Wordt de verhouding tussen maatschappij en krijgsraad beïnvloed door de aard en de middelen van de krijgsmacht?"

Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur.

Raad van Advies dr. W.F. van EekeJen (voorz.) H.J.M. Abcn H. Gabriëls dr. AM.C.Th. van Heel-Kasteel van den Heuvel dr. L.G .M. Jaquet R.e. Spinosa CatteJa drs. E.J. van Vloten Mr. J. Vos

c.c.

Gevraagd wordt een verhandeling van 3000 à 5000 woorden_ Voor de beste inzending door een studerende jongere wordt f 1000,- uitgeloofd.

Redactie JASON-Magazine Hoofdredacteur Redactieleden

Pieter de Baan Maurits Dolmans Hans Fortuin Geert van Loon Evert Jan Raven Pieter de Baan Guido Vigeveno Erik Tijdgat

Foto voorpagina: "La liberté guidant Ie peuple" van Eugène Delacroix (1798-1863).

Komplete prijsvraagreglement is te verkrijgen bij Stichting Maatschappij en Krijgsmacht, Tel. 070 - 46 12 59.


Redactioneel plaatsing van de kernwapens nagebootst. Hierover schrijven Jan van der Velde en Dick Zandee. Tenslotte is opgenomen het eerste gedeelte van een artikel over Oman. Dit land heeft Maurits Dolmans recent bezocht en het artikel bevat dan ook afgezien van een beschrijving van het land een aantal persoonlijke indrukken. Een tweede helft van dit artikel verschijnt in een volgend nummer van JASON-Magazi-

Dit nummer van JASON-Magazine heeft een gevarieerd aanbod van artikelen en verslagen over verschillende onderwerpen. In het kader van de aandacht die de komende tijd aan Frankrijk geschonken zal worden (zie ook de aankondiging voor de buitenlandseborrel van 25 januari met als gastspreker de Franse ambassadeur M. de Kemoularia) twee artikelen over dit land. Het eerste, van de hand van Bart Steens, bevat een vergelijking van de buitenlandse politiek van Frankrijk en Nederland en bekijkt hun onderlinge betrekkingen. Dit is een bewerking van zijn eind-scriptie voor de studie internationale betrekkingen aan de R. U. Leiden. Vervolgens een aartikel van Mark Blaisse, journalist le Parijs, over de Socialistische regeringsleiders. Is dit wel wat de Parti Socialiste na zoveel jaar oppositie van zijn kader verwacht had? Op uitnodiging van de Sovjet ambassade in Den Haag vond plaats een interview met Mikhail Ozerov, redakteur buitenland bij het Russische partijblad 'Sovetskaja Rossia'. Opgenomen is een verslag door Evert-Jan Raven en Erik Tijdgat, de twee JASON-redakteuren die hierbij aanwezig waren. Van deze ontmoeting heeft Ozerov, zoals u zult zien, reeds bericht in de Russische pers. Ook vindt men in deze uitgave een verslag van het jaarlijkse JASON-simulatiespel; dit jaar werd de parlementaire diskussie en de besluitvorming rond de beslissing tot

De Stichting JASON nodigt U graag uit voor een nieuwe aktiviteit: eens in de twee maaden wordt een "buitenland borrel" georganiseerd. De bedoeling van deze bijeenkomst is een spreker de mogelijkheid te geven zijn ideeën kort uiteen te zetten alvorens gelegenheid te bieden voor diskussie in informele sfeer. Voor het eerste Politiek Café heeft Godfried van Benthem van den Bergh zich bereid verklaart een inleiding te verzorgen over zijn ideeën met betrekking tot de kernwapenproblem, tiek, zoa1s hij die met Bart Tromp

ne.

G.v.L.

Met veel verve heeft Maurits Dolmans twee jaar lang de redaktie van JASON-Magazine geleid, en ervoor gezorgd dat de kontinuïteit en vooral de kwalitatieve inhoud van de nummers steeds werden gewaarborgd. Dan kan twee jaar lang zijn; en met het einde van de studie in zicht heeft Maurits besloten zijn hoofdredakteurschap over te dragen, en als gewoon redakteur aktief te blijven bij J ASO N-Magazine. Namens de redaktie wil ik hier Maurits danken voor de enorme inzet waarmee hij over "het gezicht" van de stichting JASON heeft gewaakt, en er gelijk op wijzen dat met zijn aftreden dat gezicht niet noemenswaardig zal veranderen: immers onze doelstelling, het verschaffen van zoveel mogelijk informatie betreffende een bepaald thema vanuit zoveel mogelijk verschillende hoeken, blijft dezelfde, en we zullen ons best blijven doen om dat te bereiken. Namens de redaktie, P .d.B.

Toekomstige aktiviteiten heeft gepubliceerd in "Socialisme en Democratie", het partijblad van de PvdA. Deze ideeën hebben vanwege hun enigszins "dissidente" karakter reeds veel stof doen opwaaien binnen en buiten die partij. De eerste "buitenland borrel" zal gehouden worden op woensdag 14 de-

cember a.s., tussen 18.00 - 20.00 uur, in de Kabouterbar , plaats 11 te Den Haag. De tweede "buitenland borrel" staat gepland door woensdag 25 januari 1984; als spreker zal dan de Franse Ambassadeur de Kemoularia aanwezig zijn. Voorts kan men de volgende aktiviteiten verwachten: In maart 1984 zal plaatsvinden de Nationale konferentie. In april zal men kunnen deelnemen aan het simulatiespel, dat samen met VlTE op C1ingendael georganiseerd wordt. 1


Frans-Nederlandse betrekkingen: overbrugbare tegenstellingen? Oe besluitvorming in de instellingen van de Europese Gemeenschap funktioneert steeds moeizamer. Tegelijkertijd vindt er een versterking van de intergouvernementele samenwerking plaats. Zet deze trend zich voort, dan zullen bij gebreke aan een Europese Commissie, die over het algemeen gemeenschapsbelang waakt, de partikularistische nationale belangen in toenemende mate aan gewicht winnen. Goede bilaterale betrekkingen met de grote landen van West-Europa worden dan voorwaarde voor bet suksesvol behartigen van belangen van kleinere en minder invloedrijke landen als Nederland. Afhankelijk van de Nederlandse belangen zal steun gezocht moeten worden bij één of meerdere van deze landen. Door de intensivering van de bilaterale betrekkingen van Nederland met West-Duitsland, Engeland en Frankrijk zal de ruimte voor een aktieve buitenlandse politiek gekreëerd worden. In het onderhavige artikel zullen betrekkingen van Nederland met één van hen, Frankrijk, geanalyseerd worden.

Drs. B.P . L . Steens, studeerde internationale betrekkingen aan de R.U. Leiden. Dit artikel is een bewerking van zijn doctoraal scriptie.

deze visie met de Nederlandse opvattingen over defensie. Voor de Nederlandse regering vormde de Sovjet Unie de enige werkelijke bedreiging voor de vrede en waren alleen de Verenigde Staten bij macbte om de West-Europese territoriale integriteit te garanderen (2). Bovendien voelde men niets voor een Franse rol als Europees leider. Men had liever een verre, sterke vriend, dan een goede maar dominante

Veiligheid Opmerkelijk is, dat er in Frankrijk de laatste decennia een grote mate van consensus bestaat over de uitgangspunten van de buitenlandse politiek. De beleidslijnen, zoals door De Gaulle uitgezet, vinden onder een socialistische regering nog steeds navolging. De GaulIe was er net als menig landgenoot van overtuigd, dat de Franse beschaving en kultuur zo verheven was boven andere beschavingen en kuituren, dat Frankrijk een speciale positie in de wereld innam. De Fransman is bijzonder trots op zijn vaderland. Aantasting van de Franse souvereiniteit wordt als een smet op het nationale blazoen ervaren. Het centrale thema van De Gaulle's buitenlandse politiek was dan ook onafhankelijkheid. Hij realiseerde zich echter, dat in een bipolaire wereldorde de Franse onafhankelijkheid moeilijk te verwezenlijken was. Vandaar dat hij streefde naar een verenigd Europa onder leiding van een sterk Frankrijk. Dit Europa zou dan een derde macht tussen de Verenigde Staten en de Sovjet Unie moeten worden (I ). De nucleaire afschrikkingsmacht en een politieke kop op een ekonomische integrerend Europa vormden de hoofdmoten van dit beleid. In de jaren zestig ging dit gepaard met een zich scherp afzetten tegen de Verenigde Staten. Die werden als het belangrijkste obstakel op de weg naar nationale onafhankelijkheid beschouwd. Zeker in de jaren zestig konflikteerde 2

Augustus 1960: Premier de Quay met Luns op bezoek bij president de Gau/le.


buur (3). Nederland wierp zich op als de woordvoerder van de Amerikaanse belangen in de EEG. Dit verklaart mede de niet onbelangrijke rol van Nederland in het verzet tegen de plannen van De GaulIe. In de jaren zeventig werden de FransNederlandse tegenstellingen gemitigeerd. De internationale machtsverhoudingen verschoof langzaam in het voordeel van de Sovjet Unie. Van Franse zijde werd weer toenadering tot de Atlantische bondgenoten gewcht. In 1974 werd deze hernieuwde Atlantische oriëntatie in de Declaratie van Ottawa bezegeld (overigens wnder dat het tcrugkeerde in de militaire poot van de NAVO). In Nederland ging men zich steeds kritischer opstellen ten aanzien van de Verenigde Staten. De regering Den Uyl gaf de aanzet tot een aktieve vredespolitiek, waarin wapenbeheersing en terugdringing van de rol van de kernwapens speerpunten vormden. Toch werd onder deze regering de Franse kernmacht officieel erkend als een bijdrage aan de totale afschrikking van de NAVO (de Declaratie van Ottawa). Mede door de minder pro-Amerikaanse koers namen de Nederlandse reserves met betrekking tot een Europses samenwerking in het kader van de EPS in zake de politieke aspekten van de Europese veiligheid af. Hierdoor ontstond de mogelijkheid om in Washington één front te vormen, wanneer specifiek Europese belangen in het geding waren. Overigens leek Nederland ook gedwongen een dergelijk konsultatiemechanisme te aanvaarden als een taktische konsessie om met dreigende gevaar van West-Europese veiligheidsarrangementen buiten de daartoe bestemde NAVO-organen om enigszins te bezweren. Er is echter een "buitengrens bij het denken en spreken over de Europese dimensie van veiligheid" (4). Twee autonome besluitvormingscentra, waarvan één in Washington en de ander in Parijs, zal een Nederlandse regering waarschijnlijk nooit aksepteren. Het defensiebeleid van Mitterand lijkt als twee druppels water op dat van zijn voorgangers. Ook hij wenst een einde te zien aan de twee rivaliserende machtsblokken. Nochthans beschouwt hij de zich ontwikkelende onevenwichtigheid van de krachtsverhouding in Europa als de grootste bedreiging voor de vrede ' ). Hij intensiveert de Atlantische relatie en maakt zich sterk voor de opstelling van de nieuwe middellange afstandsraketten in West-Europa. De Geneefse onderhandelingen hebben nimmer de goedkeuring van Mit-

terand kunnen wegdragen. Het in principe afwijzen van de plaatsing van Pershing ll- en kruisraketten wordt in Parijs met neutralisme gelijk gesteld. Het behoeft verder geen betoog, dat Duitse en Nederlandse pogingen om Frankrijk tot deelname aan de INF of START onderhandelingen te bewegen op een Franse muur van onbegrip zijn gestuit. Het kontroversieelste punt in de Frans-Nederlandse betrekkingen is momenteel ongetwijfeld de kwestie van deze raketten. Toen minister Van den Broek op 3 februari van dit jaar Parijs bezocht schreef Le Monde, dat cr sprake was van een 'vergiftigde

sfeer' en een 'betreurenswaardige sinistere' toestand in de Frans-Nederlandse verhouding. Van den Broek zei echter, hier niets van te hebben gemerkt en een Franse bron meende bovendien, dat er sprake was geweest van een grote 'complicité'; men tutoyeerde elkaar zelfs (6) . De Frans-Nederlandse verhouding op het terrein van vrede en veiligheid wu kunnen worden gevat in de tegenstelling Europese onafhankelijkheid versus Atlantische gebondenheid. De gedaante die het beleid in beide landen soms aanneemt, kan deze tegenstelling versluieren. De Atlantische oriëntatie van Mitterand is een pragmatische beleidskeuze ingegeven door de huidige machtverhoudingen. Tijdens zijn septennat blijft het streven naar een multipolaire wereldorde, waarin Europa opereert onder Franse (eventueel Frans-Duitse) leiding gehandhaafd. Getuige ook de ideeën over een 'espaee de défense européen' (7) . De Nederlandse verbondenheid met de Verenigde Staten en de NAVO is niet meer dezelfde als in de jaren zestig. Het is een kritisch bondgenoot geworden. Maar in ieder geval blijft op regeringsniveau de visie prevaleren, dat een "hechte samenwerking tussen Europa en Amerika ( ... ) van het allergrootste belang voor stabiele verhoudingen in Europa" is (8 ). Hoewel de Frans-Nederlandse tegenstelling van fundamentele aard is, blijkt hij goede zakelijke betrekkingen niet in de weg te staan. De erkenning van de Franse kernmacht, samenwerking in EPS-verband en de (tijdelijke) Atlantische oriëntatie van Frankrijk zijn hier voorbeelden van. Ook de zuiver bilaterale betrekkingen zijn goed. Zo is er onder andere een 'joint venture' met betrekking tot marineproduktie en zijn door Frankrijk meerdere malen oefenterreinen aan het Nederlandse leger te beschikking gesteld.

Europese integratie Vanuit dezelfde visie als hierboven uiteengezet, benaderde De GaulIe het vraagstuk van de Europese integratie. Een beperkt aantal souvereine staten wu zich op intergouvemementale basis rond Frankrijk moeten scharen met een gemeenschappelijke identiteit en een onafhankelijke opstelling tegenover met name de Verenigde Staten. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse visie, waarin Europa een open, wveel mogelijk leden omvattende Gemeenschap wu moeten worden, bestuurd door supranationale organen maar wnder politieke identiteit en een vaste partner van de Verenigde Staten. "Kortom", De GaulIe, "trapte op alle denkbare Nederlandse tenen; de 'Europeanen' joeg hij op stang door zijn voorkeur voor een 'Europa der staten', de' Atlantici' door zijn anti-Amerikaase politiek . . ." ('). De hieruit voortvloeiende konflikten leidden tot de meest kleurrijke episode uit de reeente geschiedenis van de Frans-Nederlandse betrekkingen. De Fouchetbesprekingen en de Britse toetredingsproblematiek waren hier de hoogtepunten van. Ook met betrekking tot de Europese integratie klaarde de sfeer tussen beide landen in de jaren zeventig aanmerkelijk op. Pompidou ging akkoord met de Britse toetreding tot de EEG en Giscard gaf in 1975 toe aan het oude Nederlandse stokpaardje van de direkte verkiezingen van het Europese Parlement (evenwel wnder enige uitbreiding van de bevoegdheden toe te staan). Van zijn kant stelde Nederland zich minder afwijzend op ten aanzien van de intergouvemementale samenwerking binnen de EEG. De Britse toetreding had de angst, dat Europa door Frankrijk overheerst zou worden weggenomen. De regering Den Uyl ging tevens meer waarde hechten aan "fundamentele nationale standpunten" (10), die niet zondermeer prijsgegeven zouden worden, wals het sociale zekerheidsstelsel en de samenwerking met ontwikkelingslanden. Organen als de Europese Raad en de EPS werden in deze tijd ook door de Nederlandse regering geaksepteerd. Dit betekende echter geenszins het afstand doen van de supra-nationaliteitsgedachte (11). De intergouvemementale samenwerking zal niet wver mogen uitdijen, dat de supranationale waarborgen tegen directoraatachtige onderonsjes van de drie grote landen ondermijnd worden. De zich al jaren voortslepende krisis van de EG heeft in de jaren zeventig het funktioneren ervan niet vereenvoudigd. Maar de laatste paar jaar is de

3


institutionele basis van de EG bij elk agendapunt een zo zwaar wegende faktor geworden, dat het doen van zaken vrijwel onmogelijk is geworden. De door Nederland aangedragen oplossingen ter beëindiging van de krisis liggen voornamelijk in de supranationale sfeer, zoals een onafhankelijker positie van de Commissie, meerderheidsbesluiten in de Europese Raad en verdere demokratisering. De Nederlandse regering kan daarom niet instemmen met plannen zoals in Frankrijk gelanceerd. De Franse socialisten die mede op dit terrein het beleid van voorgaande regeringen grotendeels voortzetten, zoeken hun heil veeleer in uitbreiding van de terreinen van gemeenschappelijke politiek. Gedacht wordt aan een gemeenschappelijk sociaal beleid (35-urige werkweek), industriële samenwerking en versterking van de Europese buitenlandse politiek. Institutionele hervormingen worden nog steeds kategorisch afgewezen (1 2) . De Frans-Nederlandse verhouding op het terrein van de Europese integratie lijkt net als op het gebied van de defensie in twee steekwoorden te vatten: intergouvernementeel versus supranationaal. Het merendeel van de gelanceerde plannen om de Europese integratie uit het slop te trekken zijn tot op heden in de kiem gesmoord. Maar de tendens van met name de plannen van de grote landen in ontegenzeggelijk in intergouvernementale richting. Komen deze grote landen tot overeenstemming, dan zal Nederland in een isolement geraken, indien het voet bij stuk houdt. Dit zal de verhouding met Frankrijk, alsmede met West-Duitsland en Engeland verstoren. Juist in een intergouvernementele opzet zijn goede betrekkingen essentieel.

zen verzet tegen de injektie van het afvalzout in de bodem, weigerden de rechtse partijen het verdrag te ratificeren. Vier maal werd het zoutverdrag de Franse Assemblée voorgelegd. Driemaal werd de behandeling ingetrokken, omdat er in de door liberalen en gaullisten overheerste Assemblée geen meerderheid voor te vinden was. Toen de ratificatie in 1980 wederom een maal werd uitgesteld, bereikte de Nederlandse verontwaardiging zijn hoogtepunt. De Nederlandse ambassadeur in Parijs werd voor konsultatie naar Den Haag teruggeroepen. Een unicum in de EG-historie. Nimmer tevoor had een lidstaat zijn ambassadeur in een andere lidstaat teruggeroepen. Op 7 oktober jongstleden werd het wetsvoorstel voor de vierde maal aan de Assemblée voorgelegd. De nu in meerderheid socialistische Assemblée nam de wet wel aan. Dat Frankrijk de verdragsverplichtingen nu wel ten uitvoer zal brengen is nog allerminst zeker. De wet moet eerst nog door de Senaat worden goedgekeurd. Dit door de oppositie overheerste orgaan zal de wet hoogstwaarschijnlijk afkeuren, waarna het opnieuw de Assemblée zal moeten passeren, alvorens te worden goedgekeurd. Ook daarna is het nog allerminst zeker, dat de zoutlozingen metterdaad gestopt zullen worden. Een ko=issie van experts onderzoekt momenteel de ecologische gevolgen van de zoutinjekties. Ook al komen zij tot een positief oordeel, dan nog biedt artikel 4 van het verdrag Frankrijk het recht om de injekties te stoppen, indien onverhoopt

zou blijken, dat zich onvoorziene milieuproblemen voordoen. Deze slepende kwestie is sfeerbepalend voor de Frans-Nederlandse betrekkingen. Zakelijke relaties staat het niet in de weg, intensieve samenwerking in de internationale politiek wel (1 3). De nu door Frankrijk gezette stap in de richting van een oplossing wordt in ieder geval in Den Haag ervaren als een bewijs van goede wil.

Ekonomische betrekkingen Een de laatste jaren regelmatig terugkerende agendapunt in bilaterale besprekingen is het grote Nederlandse aandeel in het tekort op de Franse handelsbalans. Het Franse tekort op de lopende rekening met Nederland is een struktureel gegeven. Tot 1979 scho=elde het jaarlijks rond de vijf miljard frand'4).Sindsdien steeg het explosief. In 1982 bedroeg het tekort ongeveer vijftien miljard franc, vijftien procent van het totale tekort op de Franse handelsbalans (I'). Deze stijging is vooral toe te schrijven aa de toegenomen vraag naar Nederlands aardgas en teruglopende Nederlandse vraag naar Franse auto's.

De Nederlandse opvatting over de voordelige handelsbalans is, dat het gezamenlijk lidmaatschap van de EG een evenwicht in de handelsbetrekkingen uitsluit. Men meent zelfs dat het tekort nog groter zou zijn, als de Franse markt helemaal open zou zijn. Met betrekking tot één van de bele=eringen van de Franse markt is onlangs tussen minister Smit-Kroes en haar kollega Fiterman een akkoord bereikt. Het vergunningssysteem dat het Ne-

Franse zoutlozingen in de Rijn Sinds de uit 1961 daterende politieke unieplannen van De GaulIe is er geen bilaterale aangelegenheid geweest, die zo in de schijnwerpers van de Nederlandse publieke belangstelling heeft gestaan als de lozingen van afvalzouten door een Frans staatsbedrijf in de Rijn. In 1976 werd te Bonn het Rijnzoutverdrag gesloten. Frankrijk verplichtte zich als medeondertekenaar van het verdrag om de zoutlozingen van de kalimijnen in de Elzas, die voor 40% van de zoutvervuiling verantwoordelijk zijn terug te dringen. De eerste in het verdrag bepaalde fase moet nog steeds gerealiseerd worden. Terwijl de Nederlandse bijdrage aan de kosten van deze operatie (34% van het totaal) reeds lang naar de Banque de France is overgemaakt. Onder druk van het in de Elzas gere4

In 1969 bijeen E.E. G.-verband in Den Haag (v.l.n.r.) Brandt, Pompidou, de Jong en Lun>.


De NA VO-topconferentie van mei 1975 in Brussel. AI werden in 1966 alle Franse troepen aan het NA VO-bevel onttrokken neemt lij nog wel deel aan de politieke organisatie.

derlandse goederen transport over de weg naar Frankrijk aan banden legt, zal binnenkort worden versoepeld. Nederland is aangewezen als koncentratieland voor de Franse export. Nederland heeft veel aantrekkelijks. Niet aUeen heeft het een stabiele en makkelijk bewerkbare markt, ook heeft het de beschikking over grote internationale handelshuizen, via welke de Franse export op de nieuwe markten zou kunnen penetreren. Het is vooral dit laatste waar grote behoefte aan bestaat. De Fransen zijn inventief en hun technologie staat op een zeer hoog niveau, het ontbreekt hun aUeen aan handelsgeest om hun produkten in het buitenland te gelde te maken (16l.

Kultuur Voor de Fransen zijn taal en kultuur exportprodukten met een hoge prioriteit. Goede kulturele betrekkingen zijn voor Frankrijk net zo sfeerbepalend als de aanhoudende zoutlozingen in de Rijn voor Nederland. De veronderstelde achterstelling van de Franse taal in het Nederlands middelbaar onderwijs is de Fransen dan ook een doom in het oog. Ook is de Franse regering zeer geporteerd van de doorgave van Franse televisieprogramma's via het Nederlandse kabelnet. De Nederlandse regering staat hier evenwel aarzelend tegenover, onder andere omdat er problemen zijn met de auteursrechten. Onlangs is overeengekomen dat het

aantal franstalige programma's op een beperkt aantal kabelnetten zal worden doorgegeven. Eén van de voorwaarden voor een uitbouw van de Frans-Nederlandse hetrekkingen is nauwere kulturele verbondenheid. Uiteraard hoeft de kulturele uitwisseling niet van één kant te komen; ook Nederland heeft veel te bieden.

Van antagonisme naar samenwerking De Frans-Nederlandse betrekkingen hebben de laatste vijfentwintig jaar niet in nauwe samenwerking uitgeblonken. Zij vloeiden voornamelijk voort uit wederzijdse nabijheid, die bepaalde politieke en ekonomische arrangementen noodzakelijk maakte. De betrekkingen hadden een tamelijk kontroversieel karakter. Dat de geschillen in het verleden soms hoog opliepen vond zijn oorzaak in het feit, dat de punten van geschil vaak raakten aan de fundamen tele uitgangspunten van het buitenlands beleid van zowel Frankrijk als Nederland. De tegenstellingen kunnen worden samengevat in onafhankelijkheid versus Atlantische verbondenheid en een intergouvernementeel versus een supranationaal Europa. Maar ondanks deze tegensteUingen hoeven goede betrekkingen niet per se onmogelijk te zijn. Dit blijkt uit de historie van de laatste vijfentwintig jaar.

Werden de jaren zestig gekenmerkt door sterk wederzijds antagonisme, de jaren zeventig werden gekenschetst door een verminderende animositeit en een zekere toenadering. Dit ondanks ongewijzigde beleidsuitgangspunten. De jaren tachtig zullen vermoedelijk een zelfde beeld als het afgelopen decennium te zien geven. In de periode van sterk antagonisme speelde Nederland als woordvoerder van Engeland en de Verenigde Staten een grote rol in het verzet tegen De GaulIe, die door zijn optreden in heel de Westerse wereld irritatie opwekte. De Nederlandse invloed in Europa is sinds het verdwijnen van De GauUe en de Britse toetreding tot de EG sterk tanende. Verzet tegen eventuele nieuwe door De GaulIe geïnspireerde Franse plannen zal nu door Engeland en West-Duitsland (dat in de jaren zeventig weer mondig is geworden) worden geleid. Bovendien denken de grote landen aUen in min of meer de zelfde (intergouvernementele) richting, wanneer het gaat over een oplossing voor de krisis van de EG. Nederlandse weerbarstigheid zal daarom niet tot sukses voeren, maar eerder

tot het tegendeel; een Europees isolement van Nederland. Ook de huidige goede verstandhouding zal een spoedige opleving van het antagonisme verhoeden. De fundamentele tegenstellingen zijn momenteel slechts latent aanwezig. Er zijn

5


geen bilaterale kwesties die sfeerverstorend werken. Het belangrijkste verschil van mening bestaat over de plaatsing van de nieuwe kernwapens in Europa. Nu West-Duitse parlement heeft besloten tot plaatsing van de raketten over te gaan, zal het al dan niet plaatsen van een beperkt aantal op Nederlands grondgebied Mitterand vermoedelijk minder zorgen baren. De vrees, dat het Nederlandse verzet als een katalysator van verzet in andere landen (de hollanditis) tot een niet plaatsen in West-Duitsland zou leiden, is ongegrond gebleken. Met betrekking tot het geschil omtrend de zoutlozingen alsmede dat van de kultuuroverdracht zijn recentelijk stappen gezet in de richting van oplossingen. Het batig saldo van de Nederlandse handel met Frankrijk is onderdeel van een veel groter Frans deficit en als zodanig geen specifiek FransNederlands probleem. In Parijs realiseert men zich bovendien dat het voor een belangrijk deel aan een eigen onvermogen om hun produkten te promoten te wijten is. Deze problematiek staat goede betrekkingen daarom ook niet in de weg. Wel zou een toenemende ekonomische verstrengeling de gezamenlijke internationale belangen doen toenemen. Van een werkelijke belangengemeenschap is nu nog op geen enkel terrein sprake. Maar op onderdelen zijn er met de komst van de socialisten aan de macht in Frankrijk mogelijkheden voor

overeenstemming en gezamenlijk initiatief. Vooral het terrein van de NoordZuid betrekkingen springt daarbij in het oog. Frankrijk wil de advokaat van de Derde Wereld zijn en streeft een herziene internationale ekonomische orde na, die meer rekening houdt met de belangen van de arme landen. Ook de mensenrechten zijn beleidsprioriteit geworden. Duidelijk is dat een diepe kloof het Franse en het Nederlandse buitenlands beleid scheidt. Deze kloof staat geen borg voor antagonisme en is zelfs op bepaalde punten te overbruggen, maar een slechting van de tegenstellingen lijkt zeer onwaarschijnlijk. Bij een toenemende intergouvernementele Europese samenwerking worden de bilaterale kontakten tussen de West-Europese landen weer van groot belang. De Frans-Nederlandse tegenstellingen zijn zo fundamenteel dat intensieve samenwerking ten koste kan gaan van het traditioneel belang dat Nederland heeft bij een ekonomisch open met de Verenigde Staten verbonden Europa. Maar een verbetering van de betrekkingen ligt in de lijn der mogelijkheden. Met minder mag Nederland geen genoegen nemen, want dit zal een versmalling van de marge betekenen, waarbinnen een klein land als Nederland zijn belangen naar eigen inzicht kan behartigen.

*

Noten: 1. Zie Kolodziej, E.A. , 'French international poliey under De GaulIe and Pompidou'. Comell University Press, 1974. 2. Zie Staden, A. van, 'Een trouwe bondgenoot: Nederland en het Atlantisch Bondgenootschap 1960-1971', 10 den Toren, Baarn, 1974. 3. Bodenheimer, 5., 'Thc denial of grandeur: thc dutch context', in: Leurdijk, J.H. ed., 'Thc foreign poliey of thc Netherlands' , Sijthof en Noordhoff, Alphen aan de Rijn, 1978, p. 252/253. 4. Stoel, M. van der, 'De Atlantische relatie: ontwikkelingen in vriendschap', Internationale Spectator, 36(5)82, p. 25l. 5. Marais, S. en George, B. 'The ambiguous consensus: French defence policy under Minerand' , The World Today 39( 10)83 pp. 369-377. 6. Keesings Historisch Archief, 1983, p. 346. 7. NRC Handelsblad , 27-11-8l. 8. Interview met van der Stoel in NRC Handelsblad, 29-12-81. 9. Luns, S.M.A.H., 'Luns: Ik herinner mij . . .', vrijmoedige herinneringen van Mr. S.M.A.H. Luns zoals verteld aan Michel van der Plas, Sijthoff, Leiden, 1971, p. 34. 10. Heldring, J.L., 'De Nederlandse buitenlandse politiek na 1945', in: 'Nederlandse buitenlandse politiek. Heden en verleden' , Beugel, E.H. van de, e.a. , NGIZ, 1970. 11 . Zie Pijpers, A., 'Nederland, de Europese Politieke Samenwerking en de dreigende herrijzenis van 'Fouchet', Internationale Spectator, 36(2)82, p. 69-77. 12. Perskonferentie van Chandernagor, A., 1310-1981. 13. Brinkhorst gaat zelfs zover, te stellen dat een oplossing als ~en conditio sine qua non voor verbeterde bilaterale betrekkingen moet worden beschouwd. Brinkhorst, L.S., 'Nederlands-Franse betrekkingen in Europees perspektief , Internationale Spectator, 35(1)81, p. 60. 14. Financieel Dagblad 2-6-8l. 15. Blaisse, M., 'De Franse exportkwaal' , Intermediair 19(25)83. 16. Ibid.

De clan van Mitterrand Enkele weken na zijn verkiezing tot president in mei '81 bezocht François Mitterand een socialistisch bestuurde stad in het oosten van Frankrijk, Hij werd er joviaal ontvangen door de burgemeester, die zich met hart en 7.iel had ingezet tijdens de zware kampagoe en die het tijd geworden vond elkaar onder kameraden maar eens te tuyoyeren. Hij stelde het Mitterand voor, die wit wegtrok en antwoordde: 'Zoals u wenst'. Mitterand had voor iedereen duidelijk gemaakt dat de socialistenleider van gisteren niet vergeleken kon worden met de president van vandaag. De toch al niet warmbloedige Mitterand liet zich zonder enige moeite op de sokkel tillen, die de grondwet van de Vijfde Republiek voor de president had opgetrokken. De man die in 1958, aan de wieg van het door generaal De GaulIe ter wereld gebrachte constitutionele kind, nog had geroepen dat hij niets te maken wilde hebben met de 'dictatoriale volmachten' van de president, heeft zijn belofte niet gehouden en de grondwet niet aangepast aan wat socialistische nonnen genoemd zouden kunnen worden. Integendeel: Mitterand heeft zich verbazingwekkend snel ingeleefd op het Elysée, waar een van zijn medewerkers bevestigt dat de president zich 'als een vis in het water voelt'. Het is een socialist die een beetje benepen lacht als wij hem vragen of het niet pijnlijk is te zien hoe goed de macht François Mitterand bevalt. 6

Mark

Blaisse, is freelance journalist en woont in Parijs. Dit artikel is eerder in gewijzigde vorm in Intermagazine verschenen.

Een van de opvallendste resultaten van de zo vaak overschatte opstand van mei '68 is voor Frankrijk de verandering in omgangsstijl geweest. Niet dat de Fransen sindsdien echt ontspannen met elkaar om weten te gaan, maar zij doen in ieder geval op kantoor, in de fabriek en aan de universiteit hun best om tolerantie op te brengen voor andersdenkenden. Misschien zijn ze ook politiek wat bewuster geworden, al uitte zich dit lange tijd uitsluitend in café's.


Het ergerde de Fransen kennelijk niet dat, ondanks de demokratiseringsgolf, noch president Pompidou noch diens opvolger Giscard d'Estaing zich veel aantrok van volk of parlement. Achteraf bezien is het fascinerend hoe gemakkelijk studenten en arbeiders het gewonnen terrein prijsgaven aan de oude orde die de touwtjes weer in handen nam. Het leek waarachtig wel alsof alles voor niets was geweest. Voor de buitenwereld werd het Franse volk pas dertien jaar later echt wakker, toen het besloot de socialistische presidentskandidaat de meerderheid van de stemmen te geven. Na bijna een kwart eeuw konservatieve hegemonie moest de twintigste president van alle Fransen er eindelijk voor zorgen dat de beloften van mei '68 ook werden ingelost. Frankrijk koos voor een mens in plaats van een halfgod, voor doorzichtige politiek, open ministeries, het einde van de vriendjespolitiek, ware persvrijheid en een rechrvaardig beleid. Frankrijk leek eindelijk te hebben gekozen voor de demokratie die het in 1789 al had geformuleerd, maar die het om de een of andere reden nooit helemaal was geworden. Althans, het dàcht dat het daarvoor had gekozen. Hadden al die kiezers maar beter de uit de mode geraakte geschriften van Marx en Engels gelezen. Dan hadden zij geweten dat de mens de omstandigheden waaronder hij zijn eigen geschiedenis maakt niet zelf kiest, maar dat deze hem door het verleden worden opgedrongen. Zo

kon ook Mitterand niet van de ene dag op de andere het systeem van de machtsverhoudingen in Frankrijk veranderen, al zou hij het hebben gewild.

Verdeel en heers Traditioneel bestaat er een konkurrentie tussen vier machtscentra: het presidentiële apparaat op het Elysée, de premier die op het paleis Matignon hof houdt, de ministerraad, en de partij waartoe de Franse president behoort. Omdat de president uiteindelijk alle belangrijke beslissingen neemt, voelt het Elysée zich oppermachtig, vaak tot grote ergernis van de andere machtscentra. Bovendien zijn alle ingrediënten aanwezig voor een verdeel- en heerspolitiek. Het Matignon koördineert het werk van de ministeries en de premier houdt voortdurend kontakt met de president, die hem soms bepaalde richtingen induwt die niet in overeenstemming zijn met de ideeën van het kabinet. De premiet moet ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen in evenwicht blijven, zonder dat hij de ene of de andere voortrekt. Een hondebaan, daar is iedereen het over eens, en zeker als het een premier betreft die voortdurend moet navigeren tussen de partij wensen en de werkelijkheid. Mitterand heeft, als eerste president met een voorgeschiedenis als leider van een grote volkspartij, meer moeite zich van zijn achterban te distantiëren dan zijn voorgangers, die minder ban-

den hadden met hun politieke familie. Dat betekent dat ook hij, net als zijn premier Pierre Mauroy, met handen en voeten gebonden is aan de Parti Socialiste (PS), ook al doet de president alsof hij boven de partij-ideologie staat. Meer nog dan in andere westerse landen worden er machtsspelletjes gespeeld tussen de verschillende centra, die regelmatig proberen hun eigen zin door te drukken. Daarom is het zaak dat een president niet alleen kompetente maar ook trouwe mensen om zich heen verzameld, die zijn lijn volgen en niet die van de dissidenten in de partij . Ondanks zijn afstandelijke houding kon Mitterand na zijn verkiezing op 10 mei 1981 uit een opvallend reservoir van zulke trouwe aanhangers putten. Ook de door hen benoemde premier en diens ministers hadden geen moeite hun geestelijke (en zoals we zullen zien ook feitelijke) familie om zich heen te krijgen. In 80 procent van de gevallen werd de voorkeur gegeven aan partijgenoten met een goede staat van dienst, die rondom premier Mauroy, de sekretaris-generaal van de PS Lionel Jospin, en de minister van Sociale Zaken Pierre Bérégovoy (die aanvankelijk sekretaris-generaal van het Elysée was) de zo noodzakelijke 'clan' vormden, waarmee de socialisten het land besturen. In plaats van de technocraten waaraan Giscard de voorkeur had gegeven, zit-

2/ mei /98/ : De officiële overdracht van het Franse presidentschap.

7


ten er nu vooral ideologisch gemotiveerde regenten op de belangrijke zetels, binnen en buiten het Elysée. De 'République des camarades' verschilt verder maar weinig van haar voorgangers: net als de intimi en adviseurs van De GaulIe, Pompidou en Giscard, komen de "conseillers techniques' en de 'chargés de mission', de raadgevers en speciale ambassadeurs van de president, de premier en de ministers, meestal uit gegoede families en hebben zij de beste en meest elitaire scholen doorlopen, zoals de Ecole de Polytechnique of de Ecole Normale d'Administration (ENA).

Vriendjespolitiek Het is waarlijk de rose crème de la crème die zelfverzekerd en jong - de gemiddelde leeftijd van de regenten daalde van 55 naar 45 jaar - en vooral ook mannelijk door de gangen snelt. Want opmerkelijk genoeg komen vrouwen nog minder in aanmerking voor topposities dan onder de konservatieven, alle verkiezingsbeloften ten spijt. Vriendjespolitiek? Nepotisme? Dat is typisch rechts, dachten optimistische kiezers misschien. Maar ook hierin zouden zij zich vergissen: om personeel binnen te halen is sinds 10 mei '81 alles geoorloofd. Bijna 20 procent van de hoge ambtenaren op het Elysée en de ministeries dankt zijn plaats aan een vriend, niet aan zijn kapaciteiten. Rechtse kranten hebben er een sport van gemaakt na te gaan hoeveel familieleden van de nieuwe machthebbers op hoge posten zijn gekomen en telden honderden gevallen. Wáár is dat op zijn minst 23 keer bloedverwantschap een doorslaggevend voordeel bleek te zijn bij de sollicitatie. Mitterands zoon Jean-Christophe, vroeger journalist bij het persagentschap AFP, is nu tweede man op het bureau dat zich voor het Elysée bezig houdt met de politiek in Afrika. Minister van Kultuur Jack Lang werkt samen met zijn echtgenote. Minister Charles Hernu van Defensie heeft zijn dochter Hélène tot hoofd van zijn sekretariaat gebombardeerd. Minister Jacques Delors van Ekonomische Zaken en Financiën zorgde ervoor dat zijn dochter Martine rechterhand van de minister van Arbeid werd. Dit zijn maar enkele voorbeelden, waaruit blijkt dat net als bij konservatieve partijen ook bij de socialistën en in mindere mate bij de kommunisten in de regering een sterk stam gevoel heerst. Mitterand heeft zelf eens gezegd dat de moderne wereld een konglomeraat is van stammen, waar de wachtwoorden luiden: 'vriendschap,

8

solidariteit en kameraadschap'. Zelfs François Mitterand, de afstandelijke en geslotene, heeft af en toe iemand nodig bij wie hij even helemaal zichzelf kan zijn. Daarom kiest hij rerelmatig, in plaats van oude rotten in het politieke vak, mensen met wie hij een emotionele band heeft opgebouwd: de dochter van zijn beste vriend, de in 1979 overleden Georges Dayan, die de betrekkingen van het Elysée met het parlement onderhoudt. Of de schrijver Paul Guimard, die tot augustus 1982 chargé de mission was voor kulturele zaken en sindsdien lid is van de zogenoemde Haute Autorité de la Communication Audiovisuelle, de onafhankelijke organisatie die het televisiebeeld in de gaten moet houden.

Niets veranderd In de tientallen kleine kantoortjes van het Elysée en het Matignon zitten de leden van de elkaar bekonkurrerende denktanks plannen te maken en rapporten te schrijven, die één voor één op het bureau van de hoogste raadgevers komen en dan, als zij daatoe waardig geacht worden, op dat van de president. Het is een fabeltje dat de medewerkers van Mitterand zo maar bij hem binnen kunnen lopen om met hun oude makker overleg te plegen. Bijna altijd lopen adviezen via bodes en sekretarissen. De notities moeten kort, krachtig en helder zijn, anders leest Mitterand ze niet. Dat werkt natuurlijk nogal eens frustrerend , zoals blijkt uit gesprekken met minder belangrijke adviseurs op het Elysée. Sommigen zien hun president maar één keer per maand. Maar tegenover deze bittere pil staat de beloning die het bekleden van een belangrijke positie ook in het Frankrijk van Mitterand met zich meebrengt. Wie op het Elysée werkt en zo maar herkend wordt door de bewakingsdienst, die is iemand. 'Je had het gezicht van mijn vrienden moeten zien toen ik zei dat mijn kantoor in het Elysée zelf is, ja in het paleis!' schrijft Charles Debbasch, adviseur van Giscard, in zijn mémoires. Er is wat dit betreft niets veranderd en de clan vult met evenveel plezier als zijn voorgangers de verlanglijsten in, die het gewone personeel zorgvuldig bewaart om het de dames en heren naar de zin te maken als zij, bijvoorbeeld tijdens feestdagen of in de weekeinden, op een van de paleizen of ministeries moeten blijven om de zaken waar te nemen. Dat geldt voor het eten en drinken, maar ook voor de nachtrust. Een voorbeeld van zo'n lijst : 'Slechts

één kussen; water op het nachtkastje; amandelen bij de borrel; noch ijs, noch chocola, noch meloen; Peter Stuyvesant sigaretten; geen kalfslever'. Of, een tikkeltje veeleisender: ' 's Ochtends luchten, 's ochtends de kaas uit de ijskast voor 's middags; geen lam, geen geit; telefoons schoonmaken'. Terug naar de eenvoud, hadden de socialisten beloofd. Er is bar weinig van te merken. De auto-kolonnes zijn korter, maar er wordt nog steeds in antracietgrijze Renaults door de straten gesneld, omringd door motoren met zwaailichten en sirenes. Als een minister de Seine oversteekt gebeurt dit met meer machtsvertoon dan wanneer de Britse premier door Londen rijdt. Deze details irriteren misschien vooral de buitenlanders. In Frankrijk haalt men er de schouders over op en klaagt men eerder over de resultaten van het linkse beleid dan over de stijl waain wordt geregeerd. Dat is voor de gemiddelde Fransman van later zorg. Hij herinnert zich nog François Mitterand toen deze in een poging zijn overwinning te relativeren, emotioneel zei dat het om de overwinning van de hoop ging, boven al het andere.

Eén stap vooruit, twee achteruit Hoop? Twee jaar later is daar niet veel meer van te merken en hebben president en regering moeten toegeven in een 'droomtoestand' te hebben geleefd, zonder zich bewust te zijn van de feiten. Er werd te veel beloofd in de roes die op het behaalde politieke sukses volgde. De kater is des te groter, nu van de beloften weinig terecht is gekomen en de achterban steeds luider begint te morren. Mitterand heeft onlangs ridderlijk toegegeven dat hij vergissingen heeft gemaakt, maar eraan toegevoegd dat de tijd aan zijn kant staat en dat hij nog viereneenhalf jaar heeft om alles goed te maken. Hij wilde laten zien dat, wat men ook van de 'gewone' politici mocht denken, hij in ieder geval géén naïeve dromer meer is. Twee verkeerd getimede versoberingsplannen, die kwamen op het moment dat de andere westerse landen al weer aan een ekonomisch herstel bezig waren, en drie onrust zaaiende devaluaties van de franc zijn de gevolgen van de debutantenvergissingen geweest, maar de regering-Mauroy blijft volhouden dat het niet anders klm. De socialisten wilden hun kiezers niet onmiddellijk konfronteren met een strakke broekriem en ze belonen door de koopkracht te verhogen in een tijd dat dit volstrekt irrationeel was. Giscards laatste premier Raymond


Barre had, aldus de PS, de Fransen onder een veel te zware druk gezet, en daar wuden de socialisten wat aan doen. Maar Barre had het vooral op woorden gehouden, wnder ècht een strak en sober beleid te voeren, zodat de socialisten zich afzetten tegen een politiek die helemaal niet bestond. Slecht op de hoogte van de ekonomische realiteit werden zij aldus het slachtoffer van hun eigen theorieën. Gek genoeg luisterden de socialisten ook niet naar kollega's uit het buitenland, voorwaar niet de geringsten: Felipe Gonzalez, Olof Palme en Helmut Schmidt, die alle drie weigerden het Franse voorbeeld te volgen. De regering wilde de werkloosheid aanpakken door de werkweek wettelijk te verkorten van 40 naar 39 uur, de vakantie met één week tot vijf weken te verlengen, en de pensioengerechtigde leeftijd te verlagen tot 60 en soms zelfs tot 55 jaar. Volgens premier Mauroy hebben deze maatregelen tot nu toe 70.000 arbeidsplaatsen gered, maar dat heeft de stijging van bet aantal werklozen, dat eind 1983 2,2 miljoen zal bedragen, niet kunnen voorkomen. Ook het in dienst nemen van 200.000 nieuwe ambtenaren om de werkloosheid te drukken (maar tegelijk het apparaat ondoorzicbtiger en logger te maken) heeft niets geholpen. Tegelijkertijd werd het minimumloon verhoogd, waardoor de werkloosheid, wals al snel bleek, eerder gestimuleerd werd dan andersom, en werd de bijstandsregeling verbeterd. Al deze sociale plannen kostten geld, te veel geld om verantwoord te zijn. Maar Mitterand en Mauroy begrepen te laat dat zij te hard van stapel gelopen waren, hoewel de president onlangs toegaf dat bij onmiddellijk na zijn verkiezing al de franc had moeten devalueren. Volgens kenners had de munt met 12 procent ineens moeten zakken, aangezien de Banque de France toen nog voldoende reserves had om de fluctuatie van een zwevende franc aan te kunnen. Frankrijk had tijdelijk uit het Europees Monetair Systeem moeten stappen, zoals de toenmalige minister van Buitenlandse Handel, Michel Jobert, ook had aageraden. Maar bij stuitte op de koppigheid van de toen nog strak idealistisch denkende minister Delors en premier Mauroy. Er bleken niet genoeg rijken in Frankrijk te zijn om voor alle nieuwe lasten op te draaien en in de lente van 1982 moest de regering van taktiek veranderen, al gebruikte zij dezelfde woorden. De broekriem werd aagehaald, wgenaamd omdat de internationale ekonomische situatie en vooral de druk

Zolang Mauroy premier is heeft hij geen tijd om een fraclie Ie vormen en las/ig te worden

op het partijcongres.

van de dollar onverwacht hoog was. Nog wenste de regering niet toe te geven dat zij had gefaald en spekuleerde zij op de solidariteit van de kiezers, ook van de beter gesitueerden, van wie zij ondanks alles afhankelijk bleek te zijn. Door de minimumlonen te verhogen had de regering weliswaar een belangrijk deel van de kiezers tevreden gesteld, maar tegelijk de ondernemers in verlegenheid gebracht, die toch al dreigden te stikken door de nieuwe lasten die voortvloeiden uit de 39-urige werkweek met volledig behoud van salaris. De sociale hervormingen, w bleek na één jaar regeren, konden de gevolgen van de ekonomische krisis geenszins goedmaken. De publicist Raymond Aron schreef onlangs in het weekblad L'Express, dat sommige hervormingen in tijden van ekonomische recessie 'demagogisch' zijn en een averechts effekt hebben. Daavan is een aantal voorbeelden aan te dragen. De hervorming van de huurwet, die tot doel heeft de huurders beter te beschermen, heeft tot gevolg gehad dat de verhuurders in paniek zijn geraakt. Gevolg: steeds meer bezitters weigeren hun woningen te verhuren, waardoor het voor huurders veel moeilijker is geworden boe dan ook een behuizing te vinden, nog los van prijs en voorwaarden. Er wordt bovendien minder in de bouw geïnvesteerd door partikulieren, zodat in de sektor de werkloosheid onverwacht sterk groeit. De decentralisatie is een ander voorbeeld. Een uitstekend idee waarop veel Fransen al jaren zitten te wachten. Maar de kosten waarmeede strukturele veranderingen gepaard gaan, zijn buitensporig hoog. Te hoog voor de be-

groting in ieder geval, zodat minister Delors van Ekonomische Zaken steeds weer moet terugkomen op zijn beloften. Het is in Frankrijk op het ogenblik te vaak één stap vooruit doen om er even later twee achteruit te moeten zetten.

Machtsstrijd De onzekerheid die het beleid uitstraalt, wordt natuurlijk onder de Fransen gevoeld, ook onder de kiezers die in mei 1981 nog w enthousiast voor Mitterand hadden gestemd. Uit de jongste opiniepeilingen blijkt dat noch Mitterand, noch Mauroy, noch Delors populair is, terwijl de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar ook al de algemene ontevredenheid weerspiegelde. Toch heeft Mitterand niet besloten het beleid ingrijpend te veranderen, al moet erbij worden gezegd dat het vlak voor de tweede ronde van genoemde verkiezingen niet veel had gescheeld. Het leek er toen op dat premier Mauroy het veld moest ruimen: de uitslag van de eerste ronde op 6 maart was z6 katastrofaal geweest, dat de president geen andere mogelijkheid zag. Bovendien verzette Mauroy zich tegen Mitterands 'andere politiek', die erop neerkwam dat Frankrijk wel degelijk tijdelijk het Europees Monetair Systeem diende te verlaten en gebruik moest maken van de clausule in het Verdrag van Rome waarin wordt bepaald, dat in sommige gevallen de import beperkt mag worden door protektionistische maatregelen te nemen. De president wilde een 'nationale vernedering' ver-

hinderen en de franc niet nog eens laten deval ueren. De konkurrentieslag om de macht was onder Mitterand zelden w groot als

9


gedurende die tien dagen in maart, toen zowel Delors als diens kollega van Sociale Zaken Bérégovoy het premierschap kregen voorgespiegeld. Beiden wilden Frankrijk alsnog isoleren omdat zij vonden - en vinden - dat het EMS niet deugt: de franc zou te afhankelijk zijn van de D-Mark en dit zou alleen de Duitsers baten. Maar na de tweede verkiezingsronde, toen bleek dat de socialisten toch een redelijk rapport hadden gekregen, vond de president ineens dat Mauroy moest blijven. Frankrijk bleef in het EMS en de franc devalueerde voor de derde keer, ditmaal met 2,5 procent. Mauroy te laten zitten op het Matignon heeft een aantal voordelen voor François Mitterand. Hij weet dat Pierre met zijn jovialiteit in staat is de ministerploeg te motiveren; de premier is en blijft populair bij de basis, ook bij de linkervleugel die Delors te konservatief vindt. En vooral: als Mauroy premier is heeft hij geen tijd een fraktie te vormen en lastig te worden binnen de Parti Socialiste.

minder vrijheid hebben om te reizen, laat graag op zich wachten. Met hem praten betekent dat je geen zin kunt afmaken: omdat hij de telefoon niet heeft laten omleiden, rinkelt voortdurend de bel en kunnen de eigenaardigste mensen zijn kantoor binnenstormen. Een generaal bijvoorbeeld, die onmiddellijk over wapenleveranties aan Algerije begint en ons verzoekt het vertrek te verlaten. Geheime besprekingen, begrijpt u wel. Het duurt al met al twee uur voordat Sautter, een van diegenen die voor méér openheid had gepleit, heeft kunnen zeggen dat wij kennelijk alleen maar kan zeggen: dat het socialistisch experiment een groot sukses is en dat Frankrijk toch stappen vooruit is gegaan. Waaraan dat af te meten is? Kijkt u maar in de kranten, al deugen die vaak niet. Ja, de president is ondanks de cijfers die u noemt toch heel populair, dat kan ik overal aan zien ... En zo gaat hij maar door, de goed getrainde Sautter. Dank u wel. Dag mijnheer.

Arrogant?

Karikaturen

Het interessante van het regime is, dat de regenten zelf naar buiten toe nie.t uit het veld te slaan lijken. De ministers blaken van zelfvertrouwen en dat geldt ook voor hun raadgevers. Op het Elysée klinken alleen maar vrolijke melodieën, onder leiding van sekretaris-generaal Jean-Louis Bianco en diens assistent, de ekonomsich expert Christiaan Sautter. Op hun empirekantoren houden de heren audiëntie alsof zij nooit iets anders hebben gedaan. Sautter, de vader van het dwaze plan de kontrole op de uitvoer van deviezen te verscherpen, waardoor de Fransen

'La vieille France' is nog volop in leven en de daarbij behorende stijfheid en ondoordringbaarheid zijn dan ook eerder regel dan uitzondering. De macht heeft de vreemdste onderdanen duizelig gemaakt: voorop de intimi die geen politieke carrière achter zich hadden toen zij tot het regentendom toetraden. Jacques Attali is wel het treffendste voorbeeld van deze metamotfose. Een bescheiden, briljante intellektueel, die Mitterand al vroeg imponeerde met zijn enorme kennis en die van de president dan ook de titel 'speciaal adviseur' heeft gekregen. Trouw als een hond, arrogant als een Siamese kat en

Jack Lang, de minister van Cultuur, benoemde zijn eigen echtgenote als naaste medewerker.

10

ijdel als een pauw, ontpopte Attali zich al snel tot de sterke man van het Elysée. Mitterand heeft het volste vertrouwen in Attali's ideeën over een modern, socialistisch bestuurd Frankrijk, dat van zijn technische kwaliteiten gebruik moet maken om uit de krisis te komen en de wereldmarkten te veroveren. Uit het brein van Attali ontspruiten de ambitieuze plannen die in de praktijk jammer genoeg vaak anders uitpakken dan in de theorie. Attali is een geniale dromer, een provinciaal met kennis van komputers, filosofie, literatuur, ekonomie, muziek en nog veel meer, maar zonder praktische ervaring. Een idealist die over zijn werk durft te zeggen, dat het slechts om 'een intermezzo gaat' en dat zijn ware roeping 'schrijven en onderzoeken' is, niet de politiek. Een man die zo hoog te paard zit dat hij denkt dat de rest van de wereld zo naïef is, dat niemand het zal merken als de werken die hij tussen zijn politieke en ekonomische adviezen kennelijk moeiteloos schrijft, op plagiaat berusten. Zijn negende boek, Hisloires du lemps (Fayard) bleek een compilatie van Jünger, Le Goff, Burckhardt en Tardy te zijn. Maar Attali kan er ook niets aan doen: hij wéét door al dat denken niet meer wat van hem en wat van anderen is ... Aan Attali dankt Frankrijk de ideologisch te noemen aanpak van de moderne ekonomie, de nationalisaties voorop. Van de twaalf genationaliseerde bedrijven, die dank zij de staatsinmenging Frankrijk uit het moeras moesten helpen trekken, hebben er tot nu toe slechts twee winst kunnen maken. De overige tien boekten in 1982 samen een verlies van 15 miljard francs, uiteraard ten laste van de eigenaar , de staat. Aan de andere kant gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat Atali het op een aantal punten wèl bij het juiste eind heeft gehad: door de nadruk op de moderne technologie en de elektronica te leggen, heeft Frankrijk op de lange duur de mogelijkheid een konkurrerende positie te heroveren. Op het gebied van de telekommunikatie, de elektronische apparatuur voor de luchtvaart, zowel op militair als kommercieel gebied, als ook op dat van de ruimtevaart, hoort het land overigens al bij de top. Een van de benoemingen op het Elysée die het meeste stof deed opwaaien, was die van de schrijver Régis Debray. Deze onkonventionele linkse Franse intellektueel werd beroemd toen hij in 1967 in Bolivië tot dertig jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens zijn


steun aan de guerrillaleider Che Guevara, die in datzelfde jaar in Bolivië de dood vond. Na vier jaren kwam Debray, tot zijn eigen schande, met behulp van zijn moeder en de door hem zo gehate gaullisten vrij, om zich verder in te zetten in de strijd tegen het imperialisme. Mitterand wist zonder veel moeite Debray, die van welk staatsapparaat dan ook nooit wat had moeten hebben, over te halen adviseur te worden voor kulturele aangelegenheden. Debray bleek echter niet tegen deze taak opgewassen en ontpopte zich als een autoritair en gefrustreerd regent. Hij viel door de mand toen hij het in Frankrijk befaamde literaire programma Apostrophes, waarin iedere zichzelf respekterende auteur graag zou optreden, 'diktatoriaal' noemde alleen omdat hijzelf niet bij gespreksleider Pivot in de smaak viel. Debray zou wel even uitmaken wat Pivot wèl en niet mocht. Mitterand zette Debray een plaatsje terug en maakte hem adviseur voor Derde- Wereldvraagstukken. Van deze taak kwijt hij zich sindsdien alsof hij nooit iets anders heeft gedaan dan 'imperialistische' politiek verkopen. Onlangs stuurde Mitterand Debray naar de Stille Zuidzee om de bevolking aldaar ervan te overtuigen dat de kernproeven die Frankrijk in dat gebied houdt, noodzakelijk zijn voor de veiligheid van ... Frankrijk en dat daarvoor begrip moet bestaan. Dat die proeven gevaarlijk kunnen zijn, doet er niets toe. Men stelle zich voor dat Ton Regtien in streepjespak door de koningin erop uit wordt gestuurd om impopulaire maatregelen van onze regering aan de man te brengen. Heel Nederland zou plat liggen van het lachen. Zo niet in Frankrijk, waar de machthebbers alles lijken te mogen.

Middelmaat taboe Over de oude socialist Edouard Herriot heeft Mitterand eens geërgerd geschreven dat deze 'een bijzondere gave bezat: hij was de uitvinder van de kreet, de gemiddelde Fransman ... gemiddelde Fransman, gemiddeld Frankrijk. Dat vermoeit noch de geest, noch de spieren'. De president verdraagt geen middelmaat en verschilt niet van zijn voorgangers en zeker niet van de eens door hem zo verachte generaal De Gaulle, op wie hij steeds meer gaat lijken. Dag en nacht moel!!n de getrouwen van de rose elite in dienst staan van het vaderland. Ook op het Matignon wordt keihard aangepakt. Gedurende de eerste drie maanden van 1982 zijn er 459 interministeriële bijeenkomsten gehouden, 40 procent meer dan in

Altali is een geniale dromer, een provinciaal met kennis van computers, filosofie. literatuur en muziek.

1980, toen Raymond Barre er de skepter zwaaide. Premier Mauroy is de man van de kwantiteit, niet van de kwaliteit. Het eigenlijke beleid wordt bepaald in nauwe samenwerking tussen de specialisten op het Elysée en het superministerie van Ekonomische Zaken. Pierre Mauroy en Jacques Delors zijn de trouwste bezoekers van de presiden t, bij wie zij op zijn minst één maal per week aankloppen. Volgens Jerome Vignon, de speciale adviseur voor macro-ekonomie van Delors, wordt vaak en langdurig overleg gepleegd over de te volgen koers, maar is er geen twijfel over mogelijk dat er sinds juni 1982 spanningen zijn ontstaan tussen de ministers en de socialistische partij, die de versobering met lede ogen aanziet. 'Wij hebben veel moeite onze politiek te verkopen, niet alleen aan het buitenland maar ook hier. Onze PR funktioneert niet goed, waardoor wij de indruk wekken stuurloos en onevenwichtig op te treden, terwijl de regering heel goed weet wat zij wil', verklaart Vignon, die het er kennelijk minder moeilijk mee heeft de zwakke punten van het beleid te onderstrepen dan zijn kollega Sautter op het Elysée. De kompetentiestrijd wordt heel duidelijk als Vignon wat smalend over Jacques Attali doet. Volgens hem is diens invloed na de ekonomische topkonferentie in VersailIes, in juni 1982, sterk verminderd. Attali had voorspeld dat de Amerikanen overstag zouden gaan om de Franse ekonomie te helpen. De dollar zou in toom worden gehouden en de rente worden verlaagd om de spanningen op de internationale markt

te verlichten. Mitterrand nam goedgelovig deze stelling over en stond in zijn hemd toen bleek dat de VS geenszins van plan waren wat dan ook voor Parijs te doen. Sindsdien is het Delors die het orakel wordt beschouwd en moeten ministers die het met zijn beleid niet eens zijn hun aktetas pakken.

Zakenmannen Steeds vaker doet de president een beroep op onafhankelijke, zij het de PS goedgezinde zakenlieden. Een van hen is Jean Riboud, een schatrijke manager, de president-direkteur van de enige winstmakende Franse multinational, het in off-shore gespecialiseerde koncern Schlumberger. Riboud praat vanuit de praktijk en is daarom zeer waardevol voor de toch vaak door idealisten omringde president, die door de zakenman regelmatig wordt terechtgewezen.

En dan is er André Rousselet, een oude vriend, president-direkteur van de reis- en advertentiegigant HA V AS. Dit advertentiebedrijf beheert en beheerst ook nog onder andere namen opererende bureaus, waaronder het invloedrijke Eurocom, en heeft al met al ruim 20 procent van de Franse advertentiemarkt in handen. Dat betekent dat HA V AS invloed kan uitoefenen op het mediabeleid, al is het niet zo dom alle genationaliseerde bedrijven te bedienen. Zo zit het partikuliere autokoncern Peugeot- Talbot bij HA V AS, terwijl het genationaliseerde Renault met het partikuliere bureau Publicis samenwerkt. Toch speelt HA V AS op subtiele wijze een belangrijke rol in Frankrijk. Het is de beheerder van de advertentiesektor

11


bij het nog te kreëren vierde Franse televisienet en het heeft grote belangen in kommerciële radiostations (onder andere Europe I). Ondanks de protesten van kollega's in de advertentiewereld, die niet begrijpen hoe een en hetzelfde bedrijf de belangen van klanten en die van de staat kan dienen, gaat HAV AS onder Rousselet gewoon door met zijn politiek getinte mediaadviezen. Met goedkeuring uiteraard van het huidige regime.

De pers gebonden Vast staat dat de tegenwoordige oppositionele pers het moeilijker heeft dan zij verdient. Met name de machtige groep van de rechtse krantenmagnaat Robert Hersant, die onder meer eigenaar is van Le Figaro en France Soir, wordt gechicaneerd door de linkse regering, zogenaamd omdat Hersant de neiging heeft regionale monopolies te verkrijgen en daarmee een politiek gevaar zou vormen. Nu is Hersant een man met een buitengewoon ongunstig oorlogsverleden, maar daar gaat het hier niet om. Een feit is dat de Hersant-groep wordt dwarsgezeten om juridisch niet geheel akseptabel redenen, en op ondemokratische wijze door de staat wordt kleingehouden. Hersant mag zijn prijzen niet verhogen, hoewel aantoonbaar is dat hij lijdt onder de wijze waarop de overheid haar advertenties verdeelt en tevens door de genationaliseerde bedrijven in de steek wordt gelaten. Kritici vinden dat de regeringsmaatregelen tegen Hersant het begin zouden kunnen worden van beperking van persvrijheid. Maar belangrijker is dat andere media vanwege financiële verplichtingen aan de staat gebonden blijken: het Franse persbureau AFP bijvoorbeeld, dat voor twee derde van de steun van de staat afhankelijk is. Of het zo sarkastische linkse dagblad Libération, dat één miljard francs overheidskrediet nodig had om te kunnen overleven. Ook de socialistische krant Le Matin en het kommunistische dagblad L'Humanité drijven op staatssubsidies, die de konkurrentie met konservatieve kranten vervalsen. Alleen de kwaliteitskrant Le Monde, die vorig jaar voor het eerst sinds lange tijd verlies maakte, weigert steun te aanvaarden. Maar ook dat kan binnenkort veranderen .

AI met al stopte de staat in 1982 4,5 miljard francs in de vrije pers, dat is twee franc per verkocht exemplaar. Misschien steunden Mitterands rechtse voorgangers hun pers wat minder expliciet, omdat zij van mening waren dat het toch vooral om de invloed op de televisie ging. Wie de televisie be12

heerst, wint de verkiezingen, zo luidde vanouds het standpunt van het Elysée. François Mitterand beloofde wat aan het monopolie van de staat over de tv te doen en riep een kontrolerend orgaan in het leven: de al eerder genoemde Haute Autorité de la Communication Audiovisuelle. Dit orgaan moet er bij de drie tv-netten op letten dat bepaalde politieke partijen niet worden voorgetrokken, dat het nieuws objektief wordt gebracht en dat de president het medium niet onredelijk misbruikt. Ondanks dit goede voornemen heeft een aantal vergissingen en onhandigheden toch reden genoeg gegeven om ook het televisiebeeld van de regering aan strenge kritiek te onderwerpen. Allereerst de vriendjespolitiek die werd gehanteerd bij de benoeming van de programmadirekteuren en van de Haute Autorité. Alsof de tv er alleen maar is voor de employés, werden de slachtoffers van de zuiveringen van Pompidou en Giscard weer in ere hersteld en werden andere vrienden vaak zonder ervaring - op beslissende posten gezet. Mitterand beloofde echte perskonferenties te zullen houden, waarbij de vragen niet van te voren hoefden te worden ingeleverd. Toch zijn de ontmoetingen met de pers niet veel meer geworden dan monologen, waarbij de president zelf bepaalt welke onderwerpen aan bod mogen komen.

de basis het geduld en de solidariteit kan opbrengen om nog minstens een jaar door de zure appel heen te bijten.

Vooruitzichten Waar een wil is, is lang niet altijd een weg. Dat hebben de socialisten en kommunisten de afgelopen twee jaar aan den lijve ondervonden. Het is alleen onrustbarend dat hierover niet eerlijk wordt gepraat. Dat de vierkante cirkel koste wat het kost verkocht moet worden. Er is geen einde gekomen aan de privileges en er is weinig terecht gekomen van een rechtvaardige verdeling van lasten en baten. Veel faktoren die tot het mislukken van het huidige Franse beleid hebben bijgedragen komen van buitenaf. Maar alle schuld op het buitenland schuiven is geen overtuigend argument. Voorlopig zal de lijn Delors-Mauroy van kracht blijven, dat wil zeggen dat dezelfde ploeg zal moeten goedmaken wat zij in het aanvangstsadium heeft verknoeid. De tijd kan een gunstige faktor zijn voor de linkse regering, die niet zo progressief is als zij zelf wel zou wensen en vooral de Parti Socialiste en de PCF wel zouden willen zien. Op het socialistisch partij kongres in Bourg-enBresse, eind oktober, is gebleken dat

Millerand heeft onlangs ridderlijk toegegeven dat hij vergissingen heeft gemaakt.


"In de Sovjet Unie is iedereen het eens met het buitenlands beleid" Verslag van een ontmoeting met Mikhail Ozerov Op uitnodiging van de Sovjet ambassade in Den Haag werd Jason in de gelegenheid gesteld Mikhail Ozerov, bestuurslid en redakteur buitenland van de krant 'Sovetskaja Rossia', (een orgaan van het Centraal Comité van de Russische communistische partij) te interviewen. Deze voormalige korrespondent van Tass op Sri Lanka en in Londen was een week lang in Nederland op bezoek bij diverse organisaties teneinde gesprekken te voeren en ideeën te verschaffen over de Russische houding ten aanzien van internationale politieke vraagstukken. Bijgestaan door v. Safronov, een secretaris van de Sovjet ambassade, werd 18 novemher j.l. ook JASON aangedaan. Wat allereerst bedoeld was als een interview werd uiteindelijk een diskussie die misschien toch niet datgene opleverde wat er van verwacht werd. Alhoewel het een 'open' gesprek was, werd het toch gekenmerkt door algemeenheden en ontwijkende antwoorden, waarbij aan andere zijde dikwijls naar informatie werd verwezen zoals die is weergegeven in een in Duits geschreven boekwerkje, 'A brustung: werist dagegen?! .. . 1) Op de meest opmerkelijke delen van ons gesprek zal hieronder worden ingegaan.

Journalistiek Nadat Ozerov zijn werkzaamheden, zoals hierboven omschreven, heeft uiteengezet wordt allereerst van gedachte gewisseld over verschil in werkwijze van een Sovjet en een Westerse journalist. Op de vraag hoe groot de vrijheid van de Russische journalist is om kritiek te geven op het beleid van zijn regering antwoord Ozerov dat met betrekking tot de buitenlandse politiek de geschreven artikelen pas worden afgedrukt, wanneer deze qua inhoud korrekt zijn, met andere woorden in overeenstemming met het gevoerde beleid. Bovendien is kritiek onwaarschijnlijk 'omdat de gehele bevolking zich achter het beleid van Andropov stelt, daar waar het gaat om Genève, vrede en de Russische buitenlandse politiek in het algemeen . ..•

pa, tenzij er via onderhandelingen overeenstemming te bereiken zou zijn over de plaatsing van kernwapens in Europa, het zogenaamde dubbelbesluit. Het blijkt dat de Sovjet Unie kernwapens plaatst zonder te onderhandelen, terwijl de NAVO daarentegen onderhandelingen als voorwaarde stelt voor plaatsing. Op de vraag over het verschil in aapak geeft Ozerov geen direkt antwoord, maar konstateert alleen dat het verschil tussen de Sovjet Unie en de Verenigde Staten gelegen is in het feit dat zijn land geen oorlog wenst, terwijl de regering Reagan naar een beperkte kernoorlog toewerkt. Hij stelt verder dat de Sovjet Unie veel ontwapeningsvoorstellen heeft gedaan, maar dat de Ver-

&ik Tïdgat Evert (an Raven

enigde Staten deze slechts hebben afgewimpeld. Echter van NAVO zijde zal er op gewezen worden dat de Sovjet Unie slechts een deklaratie-politiek voert (b.v. no-fust use verklaringen), maar dat het Atlantische Bondgenootschap wel degelijk eenzijdige ontwapeningsstappen doet. Zo heeft de NAVO bijvoorbeeld eenzijdig besloten (in 1979) 1000 kernkoppen terug te trekken, wordt eventueel slechts tot modernisering van wapensystemen in Europa overgegaan, waarbij oude systemen worden ontmanteld, en bereidt het zich nu voor nog eens 1400 kernkoppen terug te trekken (shift-study). De Sovjet Unie daarentegen blijft alleen maar SS 20 raketten plaatsen. Op dit laatste reageert Ozerov een ietwat verbaasd en vraagt van welke bron die informatie komt. Buiten bijvoorbeeld diplomatieke kringen heeft het Institute of Stategic Studies reeds aangegeven dat de Sovjet Unie momenteel al over 378 SS 20 beschikt. In 1979 sprak de Sovjet Unie van pariteit op INF gebied tussen Oost en West. Tussen 1979 en 1983 is echter, volgens het IISS het aantal SS·20 raketten gestegen van 60 naar 378 terwijl het Westen daar niets tegenover stelde. Waarom spreekt de

Genève Het voornaamste onderwerp van gesprek is de problematiek van de Intermediate Nucleair Forces, waarover op het moment van onze ontmoeting in ieder geval nog onderhandelingen gaande zijn in Genève. Allereerst wordt gesproken over het NAVO standpunt dat luidt dat de Sovjet Unie in 1977 het SS 20 programma heeft gestart en tot op heden nog niet heeft beeindigd. De NAVO heeft in 1979 besloten over te gaan tot modernisering van haar raketten voor de middellange afstand in West Euro-

Assemblage van een cruise-missile in de Boting fabriek in 'Sealt/e.

13


Sovjet Unie nog steeds over pariteit? Vanaf dit moment mengt ook Safronov zich voor korte tijd in het gesprek. Hij herhaalt ter informatie een eerdere vraag van ons, nl. waarom de Sovjet Unie de SS 20 heeft ontwikkeld. Hij geeft daarop als antwoord dat het een reaktie is geweest op de ideeĂŤn van de oud-minister van defensie van de Verenigde Staten, Schlesinger, geuit in 1974. Deze stelde dat de NAVO moest gaan werken aan de vervaardiging van de kruisraketten. Als reaktie daarop is de Sovjet Unie aan het SS 20 programma begonnen, aldus Safronov. Deze vanuit NAVO oogpunt misschien verrassende benaderingswijze roept ontegenzeglijk de vraag op of de SS 20 dan gezien dient te worden als een reaktie op de kruisraket. Het antwoord van Safronov is bevestigd, de SS 20 is een reaktie op de kruisraket. In Westerse kringen zal met enige tevredenheid op deze stelling worden gereageerd, omdat hiermee de plaatsing van de kruisraket gerechtvaardigd schijnt. Immers als de SS 20 een reaktie op het kruisvluchtwapen is dan kan of moet het Westen nog wel overgaan tot het plaatsen van het wapen. De SS 20 is volgens deze redenering een reatie op niet geplaatste Amerikaanse kernwapens. Pas bij eventuele plaatsing van middellange afstandswapens in West Europa rou de SS 20 gerechtvaardigd zijn. Maar welke rechtvaardi-

gingsgrond heeft dan de plaatsing van SS 21 of SS 22 of SS 23 in de DDR en Tsjecheslowakije? Zouden deze niet ook worden geplaatst als reaktie op nieuwe kernwapens in West Europa? Bovendien schijnt de Sovjet Unie de SSN -X-21 (een eigen versie kruisraket) in ontwikkeling te hebben, welke een tegenhanger van de Amerikaanse middellange afstandsraketten moet worden 2). Safronov komt dan met een aangepaste stelling: de SS 20 is een reaktie op de kruisraket en de Forward Based Systems. Echter dan nog heeft de NAVO een argument voor plaatsing van kernwapens voor de middellange afstand. De SS 20 blijft ook dan een reaktie op niet geplaatste wapens. Nog eenmaal wordt ter afsluiting van dit onderwerp Ozerov gevraagd waarom in de Sovjet Unie zowel in 1979 met 60 SS 20 als in 1983 met 378 SS 20 raketten over pariteit gesproken wordt. Hij blijft nu het antwoord echter schuldig, omdat 'hij immers geen militair is '.

Vrede Ozerov legt uit dat de Sovjet Unie wil leven in vreedzame coexistentie. De Sovjet Unie wil geen oorlog. Zij zijn ook nog nooit een oorlog begonnen en het Westen moet goed begrijpen waarom de Sovjet Unie roveel angst heeft. Het land is tweemaal aangevallen en

* 14

door de verschrikkelijke ervaringen (miljoenen verlies aan mensenlevens) die ze daarmee gehad hebben zal ze er alles aan doen om de vrede te bewaren. Nu hebben buiten Duitsland ook West Europese landen deze ervaringen gehad. Ook zij hebben oorlogen gekend, ook zij streven naar vrede en ook zij willen vreemde overheersingen in de toekomst hoe dan ook voorkomen. Ozerov zegt begrip te hebben voor deze positie. Tot slot wordt gefilosofeerd over de manier waarop de spanning in Europa kan worden teruggedrongen. Met betrekking tot verschil in ideologie merkt Ozerov op dat beide systemen vreedzaam naast elkaar kunnen bestaan, maar dat de plaatsing van nieuwe wapensystemen in West Europa door de Verenigde Staten de spanning slechts opvoert. 1n algemene bewoordingen sluit hij af. "De Sovjet Unie streeft naar ontspanning, want niemand wil oorlog, niemand wil meer kernwapens en iedereen verlangt naar vrede".

Noten: 1. Militarverslag Moskau 1983. 2. Jane's Defence Review 16 nov., London.


De beslissing viel 's nachts Verslag Jason simulatiespel In het weekend van 16-18 september j.l. organiseerde JASON in kongrescentrum "de Koningshof' te Veldhoven een simulatiespel over al of niet plaatsing van nieuwe kernwapens. Het spel, waaraan Nerderlandse én Belgische jongeren deelnamen, speelde zich af tegen de achtergrond van mislukte onderhandelingen over vermindering van de kernbewapening en zware druk van de bondgenoten op de regering om nu eindelijk een besluit te nemen over de plaatsing van 48 kruisvluchtwapens op het eigen grondgebied. De regering, vier parlementaire fracties, een buitenparlementaire aktiegroep, twee kranten en een televisie-organisatie (zie kader) leverden elk vanuit hun eigen achtergronden en verantwoordelijkheden een bijdrage aan de besluitvorming. Wij, de auteurs van het onderstaande verslag, traden tijdens het weekend op als spelleiding. Dat bracht het nadeel met zich mee dat wij geen gegevens uit de eerste hand hadden over de binnenkamers gevoerde diskussies. Gelukkig bleken wwel de spelpersverslagen als de echte persverslagen een bruikbare bron van informatie te zijn, wals ook een aantal op papier staande verklaringen van de verschillende spelgroepen. Uiteraard hebben wij zelf alle openbare zitringen van het parlement en de uitzendingen van de Nationale Televisie Organisatie (NTO) bijgewoond. We hebben gemeend het eindverslag

w te moeten uitwerken dat men kan beschikken over een w objectief mogelijk feitenrelaas doch ook over wat meer achtergrondinformatie. Daarom hebben wij een politieke analyse gemaakt van de feiten en ons verder afgevraagd hoe het spel zich nu heeft verhouden tot de werkelijke politiek. Uiteraard zijn deze twee delen wat persoonlijker getint. Een ding moet ons van het hart. De spelleiding heeft geen enkele poging gedaan de uitkomst van het spel te beïnvloeden. De na afloop van het spel door een aantal deelnemers geuite mening, dat de spelleiding door vervanging van een zich tot vierde dissident ontwikkelde CMP'er de stemming beïnvloed wu hebben, moeten wij tegenspreken. De betreffende deelnemer

moest om persoonlijke redenen voortijdig afhaken, waardoor een niet voorziene politieke ontwikkeling vroegtijdig gestopt werd. Zij vervanger bleek uit een wat ander politiek hout gesneden te zijn. Zoiets komt echter in de realiteit naar ons weten ook regelmatig voor. Dit geldt evenzeer voor het feit

Jan van der Velde en Dick Zandee. Dick Zandee is vice-vool7.ÎttervanJASON colan

van der Velde is de ontwerper van het scenario voor het simulatiespel.

De uitgangssituatie In 1979 neemt het militaire bondgenootschap WVO (Westelijke Verdragsorganisatie) het volgende dubbelbesluit: over te gaan tot het installeren van 572 moderne middellange-afstandsraketten met nucleaire lading als antwoord op de nucleaire dreiging van het Wosto k Pact; - het Wostock Pact uit te nodigen om onderhandelingen te beginnen over het venninderen van het aatal nucleaire middellange-afstandsystemen. Vrijwel alle WVO-landen zullen via een gemeenschappelijk infrastruktuurfonds meebetalen aan de infrastrukturele voorzieningen die samenhangen met de plaatsing. Het programma zal echte de betekenis van nucleaire wapens binnen de WVO niet vergroten. De introduktie van de bijbehorende 572 kernkoppen zal ertoe leiden dat 572 nucleaire koppen van andere lanceenniddelen zullen moeten verdwijnen. De nieuwe raketten zijn eigendom van Omerika het belangrijkste lid van de WVO. Zij zullen geplaatst worden in vijf van de zestien landen die de verdragsorganisatie telt. De rwee kleinste landen van de vijf: Nederije en Belgland, hebben er elk 48 toegewezen gekregen. De oosterbuur van Nederije, Koolland, zal een groter aandeel in de plaatsing hebben . In Nederije heeft een zeer aktieve, religieus geïnspireerde, buiten-parlementaire aktiegroepeen belangrijk deel van de bevolking weten te winnen voor haar absolute bezwaren tegen de plaatsing. Hoogtepunt van de aktiviteiten was een massale demonstratie van enkele honderdduizenden mensen in de hoofdstad van Nederije, Amstelstad. Opiniepeilingen geven aan dat de meerderheid tegen plaatsing van deze moderne raketten is, doch tevens dat een ruime meerderheid voorstander is van WVO-lidmaatschap. Vanwege deze onduidelijke situatie heeft de regering, die steunt op de christen-demokratische CMP (Christelijke Middenpartij) en de liberaa/-konserl/alieve LPN (Liberale Partij Nederije) de beslissing over de plaatsing van de raketten op eigen grondgebied uitgesteld. Vooral binnen het parlement ligt de materie gekompliceerd. Het standpunt van de LPN-fraktie - geheel voor - is duidelijk, evenals het standpunt van de fraktie van de Progressief-Alternatieve Partij (PAP): geheel tegen. Problemen doen zich echter voor bij de rwee grootste frakties gevonnd door de CMP en de Sociaal-demokratische Volkspartij (SVP). In beide frakties bevinden zich leden die het niet met de gangbare opvattingen binnen de fraktie eens zijn. Hierdoor is niet met zekerheid te zeggen hoe het in het parlement over de plaatsing gestemd zal worden . Van invloed daabij is ook het gegeven dat de onderhandelingen zijn gestart tussen Omerika en Wostok (het belangrijkste land van het Wostok Pact) over vennindering van het aantal nucleaire middellange-afstandsystemen. De onderhandelingen weerhouden overigens Wostok er niet van zijn middellange-afstandspotentieel aanzienlijk uit te breiden. Inmiddels beschikt Wostok al over 350 zeer moderne lanceermiddelen . De druk op de regering om een bes/uit te nemen neemt toe. Zij heeft daarom haar ambassadeur teruggeroepen naar de residentie om aanvullende adviezen van hem te vernemen . De r("gering is met het parlement overeengekomen dat terstond na het regeringsbesluit het parlement hierover zal worden geinfonneerd. Verder is binnen het parlement besloten dat een openbare hoorzitting zal plaatsvinden waarvoor deskundigen zijn uitgenodigd . Het parlement acht dit noodzakelijk ter verbetering van zijn eigen inzicht.

Spelgroepen Elke deelnemer aan het simulatiespel was ondergebracht in een bepaalde groep. De volgende "spelgroepen" waren te onderscheiden: De regering, een CMP-LPN-koalitie, waarvan de minister-president (CMP), de minister van Buitenlandse Zaken (LPN) en de minister van Defensie (CMP) de belangrijkste leden zijn. Het par/ementvan Nederije telt 40 leden, die als volgt verdeeld zijn: de Christelijke Middenpartij (CMP) 13 leden 12 leden de Sodaa/-demokratische Volkspartij (SVP) - de Liberale Partij Nederland (LPN) 10 leden - 5 leden - de Progressief-Alternatieve Partij (PAP)

-

Verder kent het spel: de Oecomenische Vredesbeweging (OVB), een buitenparlemen taire aktiegroep; het Volksdagblad, een progressieve krant ; de TeleExpress, een behoudende krant ; en de Nationale Televisie Organisatie (NTO). die journaals en aktualiteiten verzorgt.

15


dat een volksvertegenwoordiger om wat voor reden dan ook niet aan de stemming deelneemt. In werkelijkheid komt het zelden voor dat alle leden tegelijkertijd in het parlement aanwezig zijn. Wij hielden het zelfs voor mogelijk dat de spelregering er in het geheel niet uit zou komen. Het debat had dan waarschijnlijk heel wat korter geduurd. De uiteindelijke uitkomst was dus ook voor óns een verrassing. Tot slot van deze inleiding willen wij alle mensen die bijgedragen hebben aan de totstandkoming en het verloop van het simulatiespel heel hartelijk bedanken; de organisatoren voor hun uitgebreide voorbereidingen; de subsidiegevers voor hun giften waardoor het spel kon plaatsvinden; de "Koningshof" voor de schitterende akkomodatie en de bereidwillige hulp wanneer er problemen waren: en "last but not least" alle deelnemers die het spel met grote inzet gespeeld hebben.

Hoe het parlement instemde met plaatsing van 24 kruisvluchtwapens De regering is verdeeld Na het regeringsbeleid verschijnt de minister-president voor de camera van de Nationale Televisie Organisatie (NTO) voor het wekelijkse vragenuurtje. De interviewer probeert de premier een regeringsstandpunt te ontlokken, maar de laatstgenoemde legt een rookgordijn: "We zijn nog steeds in druk beraad", aldus de minister-president, die uiteenzet dat het "in een gevoelige kwestie als deze van essentieel belang is om goed de konsequenties van een eventueel besluit te overwegen". De regering zal de voor- en nadelen van een besluit "met maximale

zorgvuldigheid" bekijken. De NTO-interviewer probeert via andere invalshoeken de premier tot het doen van konkrete uitspraken te dwingen: hoe is de stand van zaken in het wapenbeheersingsoverleg in Genève, wat denkt de minister-president over binnenlandse onrust mocht het tot plaatsing komen en hoe schat de premier de positie van de dissidenten in de fraktie van de Christelijke Middenpartij (CMP) in, een partij waarvan hij zelf lid is? De regeringsleider houdt zich konsequent op de vlakte: "daarover kan ik niets konkreters zeggen", "de regering beraadt zich daar nog over" en "daarnaar wordt nog studie verricht" zijn regelmatig terugkerende antwoorden. Achter de nevelen waarin de premier zich tijdens het vragenuurtje hult gaat verdeeldheid binnen de regering schuil. Woordvoerders van de LPN-fraktie en de liberale minister van Buitenlandse Zaken dringen er bij de minister-president op aan om zo snel mogelijk een besluit over plaatsing te nemen, zo meldt het Volksdagblad in haar ochtendeditie. De minister van Defensie denkt daar echter anders over. Hij wenst eerst af te wachten hoe het Geneefse overleg afloopt alvorens een besluit te nemen. De regering bij monde van de minister-president heeft, gezien haar interne verdeeldheid, vooralsnog de voorkeur gegeven aan het bekende politieke kompromis: uitstel van het besluit.

Standpuntbepaling van de frakties Terwijl de regering de beslissing voor zich uitschuift en daarmee haar interne verdeeldheid voor de buitenwacht verdoezelt is bij de parlementaire frakties sprake van stormachtige ontwikkelingen. De pers gaat daar met gretigheid op in. De CM P-fractie heeft grote problemen om de eenheid te bewaren. Het Volksdagblad: "Duiven, havikken,

In het midden de minister-president, rechts van hem de minister van Buitenlandse Zaken.

16

twijfelaars, voor iedereen is plaats lijkt het. Hoe lang nog? Het lijkt erop, dat binnenkort partij gekozen zal moeten worden, en de verdeeldheid is enorm. Een scheuring lijkt niet uitgesloten". Een van de dissidenten doet elders in de krant zijn zegje: "kern wapens zijn vele malen erger dan konventionele en we moeten ze dan ook niet hier, zeker niet in Nederije. Indien echter de WVO toch tot plaatsing zou overgaan wanneer de onderhandelingen mislukken, maar zover is het nog zeker niet, moeten we minstens denken aan vermindering van Nederijes andere kerntaken ". De koalitiegenoot van de CMP. de Liberale Partij Nederije (LPN) neemt daarentegen een hard standpunt in. Het perskommuniqué liegt er niet om: als de regering niet spoedig een beslissing neemt over plaatsing zal de LPN de steun aan het kabinet ter diskussie stellen. Een spelletje bluf? Later zal blijken hoe "hard" het standpunt van de LPN-fraktie werkelijk is. De grootste oppositiepartij, de Sociaal-demokratische Volkspartij (SVP), is niet alleen tegen plaatsing, maar wil bovendien enige kerntaken van Nederije afstoten. Toch blijkt binnen de SVP-fraktie niet alles koek en ei te zijn. Én fraktielid werpt zich op als bruggenbouwer richting CMP (-dissidenten). Hij vindt dat er te praten valt over al dan niet plaatsing. Bij het nemen van een besluit moet ook meewegen dat de bondgenootschappelijke solidariteit op het spel staat. Een eenzijdig besluit van Nederije om niet te plaatsen zou de internationale belangen van het land behoorlijk kunnen beschadigen, zo deelt de SVP-dissident mede. De kleine Progressief-Alternatieve Partij (PAP) komt al spoedig met een diskussienota, geheten "Omdat het om de toekomst gaat . .. ". Daarin wordt kenbaar gemaakt dat Nederije een unieke kans heeft om de voortgaande bewapeningsspiraal te doorbreken. De nota roept de bevolking op tot aktie en probeert twijfelende parlementariers over te halen: "Aan de Christen-Demokraten willen wij zeggen: "Gij die de bijbel als richtsnoer voor Uw politiek handelen neemt, hoe kunt U aarzelen?" Staat er niet geschreven: hebt U naaste lief gelijk Uzelf? ( . . . ) Tegen de Socialisten willen we zeggen: "Durf waarlijk socialistisch te zijn: Laat principes Uw handelen leiden. Bij een kruciaal onderwerp zoals al-of-niet plaatsen van kernwapens, past het niet om uit partijpolitieke en opportunistische redenen te handelen ".

De voorlopige balans van de fraktiestandpunten: LPN vóór plaatsing en


PAP tégen, CMP heeft grote problemen om tot een eenheidsstandpunt te komen en de SVP-fraktie heeft één dissident in haar midden. Het kan nog aUe kanten opgaan.

De parlementaire hoorzitting Ter verbetering van het inzicht van de parlementsleden in de moderniseringsproblematiek won!t een openbare hoorzitting gehouden. Drie externe deskundigen zijn hiervoor aangetrokken: Yves Luysterborg van de Vrije Universiteit te Brussel, Léon Wecke van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken te Nijmegen en Gijs de Vries van het Instituur voor Internationale Betrekkingen te Leiden. Luysterborg schetst de fraktiespecialisten de dreiging die van het Wostok Pact uitgaat, Een lange reeks van nieuwe Wostokse wapensystemen, wwel konventionele als nucleaire, wordt voor de parlementariërs opgesomd als bewijs dat aan gene zijde voortdurend gemoderniseerd wordt. Het is niet aUeen de invoering van de SS-20, maar de automatisch voortgaande bewapeningsopbouw van het Wostok Pact in het algemeen, die modernisering van de middeUange afstandswapens aan westerse zijde noodzakelijk maakt: De cruise missile is nodig; elk verder uitstel is ongewenst". De Belgische deskundige is verder de mening toegedaan dat de hele diskussie over al of niet plaatsing enkel te wijten is aan "de harde kern van de vredesbeweging, die bestaat uit wereldvreemde dagdromers en uit marxistische, leninistische, trotzkistische groupuscules ". Wecke 's standpunt staat diametraal tegenover het advies van Luysterborg. De WVO-modernisering betekent wéér een nieuwe stap in de bewapeningsspiraal. Daarom moet nil de kans waargenomen worden de wapenwedloop te doorbreken. Trouwens, zo stelt de deskundige, militair gezien is de kruisraket "een misbaksel" . Eenmaal afgevuurd is het wapen niet meer terug te roepen. Mocht de cruise missilevijandelijk territoir bereiken dan is hij door zijn traagheid een gewiUige prooi voor de veel sneUere luchtafweerraketten. En laat U niet wijsmaken dat het een precisiewapen is, zo stelt Wecke: "De cruise missile is een grof vernietigingsmiddel, dat met grote aantallen tegelijk bestemd is voor de verwoesting van de infrastruktuur van de tegenpartij en de radioaktieve besmetting van zijn achterland". De Vries tracht de parlementariërs te overtuigen dat een tussenoplossing de voorkeur verdient. Er zijn, aldus de deskundige, verschillende argumenten

die vóór plaatsing pleiten. Doordat de kans steeds verder afgenomen is dat WVO-vliegtuigen met kernbommen het Wosokse luchtruim weten te penetreren zal het westerse bondgenootschap een vervangend systeem moeten introduceren wil de koppeling tussen de tactische kernwapens en de centrale, interkonventinentale systemen niet verloren gaan. Voorts is de plaatsing vaan kruisvluchtwapens en Pershings Il, gebaseerd op het bondgenootschappelijke besluit van 1979, een test-case geworden voor de cohesie van de Westerlijke Verdragorganisatie. Plaatsing van wapensystemen die een tegenwicht vormen voor de dreiging van de SS-20 is dus noodzakelijk. Maar het aantal van 572 is niet bindend, aldus De Vries. Een minimale afschrikking op het niveau van de middeUange afstandswapens is nodig en kan verwezenlijkt worden door plaatsing van een totaal aantal moderne systemen dat aanzienlijk lager is dan 572.

Passagiersboot getorpedeerd Ondertussen heeft zich ver weg van Nederije een ramp voltrokken. Een passagiersboot van een westers georiënteerd land met 470 opvarenden is door onderzeeboten van het Wostok Pact getorpedeerd, w deelt het televisiejournaal mede. De passagiersboot wu uitgerust zijn geweest met spionage-apparatuur en zich binnen de territoriale wateren van Wostok bevonden hebben, luidt het eerste bericht. De minister van Defensie zegt in een eerste reaktie "bijzonder geschokt" te zijn, maar meent tegelijkertijd dat de gebeurtenis geen invloed mag hebben op de nemen beslissing. Aan de Oecomenische Vredesbeweging (OVB), een buitenparlementaire aktiegroep, is het nieuws kenner lijk voorbijgegaan. Als het journaal is afgelopen blijkt de ingang naar het restaurant geblokkeerd door leden van de OVB, die de kreet "geen bommen maar banen "uitschreeuwen en pamfletten uitdelen met de tekst: U gaat nu lekker eten? Dan wenst de 0 VB U een prettige maaltijd! Wist U dat op ieder van U een aantal kernraketten gericht zijn? Maar eet U smakelijk door! Slaapt U nog rustig, terwijl het machtspolitieke denken van de WVO en het Wostok Pact regelrecht naar een nucleaire konfrontatie leidt? De 0 V B wenst U een prettige nachtrust! Smaakt de lunch naar behoren? Fijn, U bent er uiteraard van op de hoogte dat het geld dat nu voor kernraketten wordt

gebruik ook voor de strukturele aanpak van de problemen in de Derde Wereld aangewend kan worden. Eet U smakelijk! De blokkade wordt tenslotte ontruimd en iedereen kan aan de lunch. Van een (spel) pauze is geen sprake. Er wordt onder het genot van broodjes en thee druk onderhandeld.

De VWO-studie De Westerlijk Verdragsorganisatie (WVO) stelt ondertussen de regering op de hoogte van de resultaten van een studie naar de herverdeling van het westerse kèrnwapenarsenaal. De studie konkludeert dat de WVO tot een vermindering van 2000 kernkoppen van haar arsenaal kan overgaan. Hieronder vaUen o.a. de atoommijnen en de nucleaire luchtafweerraketten, die beide uitgefaseerd zuUen worden. Voor de Nederijse regering is dit een gunstige mededeling. Het betekent dat het kabinet in het parlement kan mededelen dat Nederije twee van de zes kernraketten kan afstoten. De vertrouwelijke VWO-studie trekt echter nog een andere konklusie. Deze luidt dat er sterkere nadruk zal komen te liggen op de nucleaire artillerie (naast het plaatsen van nieuwe raketten voor de middeUange afstand). Nederije heeft te weinig dual-capable (wwel konventionele als nucleair te gebruiken) attillerie. De VWO verzoekt Nederije dan ook om meer van dit soort systemen aan te schaffen teneinde een juist evenwicht in het nucleaire vermogen van het bondgenootschap te krijgen. De regering verzwijgt het laatste wanneer ze het parlement informeert over de studie en over de stand van het wapenbeheersingsoverleg te Gelieve. Ze is kennelijk bang dat voUedige openbaarmaking van de VWO-studie een positief plaatsingbesluit geheel onhaalbaar maakt. Zo komt de minister van Buitenlandse Zaken in het parlement met een verklaring waarin hij aUeen de eerste konklusie van de VWO-studie vermeldt. Verder deelt hij mede dat uit Genéve helaas geen positief nieuws te melden is. Evenals de regering spreken de frakties, met uitwndering van de PAP, hun afschuw uit over het torpederen van de passagiersboot. De woordvoeders houden zich verder tamelijk op de vlakte. Alleen de fraktievoorzitter van de SVP wil zich nog wel kwaad maken over het resultaat van de WVO-studie: Een zoethoudertje, het gaat hier immers, meneer de Voorzitter, om de afschaffing van totaal verouderde wapensystemen ". De P AP-woordvoeder ver17


wondert zich over "zoveel domheid" van de regering. Hij eist het onmiddelijke aftreden van het kabinet, dat door de PAP een brevet van onvermogen uitgedeeld krijgt. De regering houdt het echter bij de mededeling dat in een later stadium konkrete maatregelen bekend gemaakt zullen worden. Het parlement wacht af.

Breuk in de CMP? N u de fraktie in afwachting van het regeringsstandpunt zelf tot een standpuntsbepaling moet komen scherpen de tegenstellingen zich toe. Binnen de CMP-fraktie dreigt zelfs een scheuring te ontstaan. "Een aantal fraktieleden hebben het plan de CMP te verlaten indien zij de regering zou steunen in haar plan tot definitieve plaatsing van nieuwe kruisvluchtwapens over te gaan" meldt het Volksdagblad. De fraktievoorzitter ziet zich voor de schier onuitvoerbare taak geplaatst eenheid in de christen-demokratische gelederen te bewaren. De CMP-fraktie is niet de enige die met ernstige problemen kampt. De TeleExpress weet te melden dat in de SVP-fraktie nu twee leden een afwijkend standpunt innemen. Bovendien blijken in de fraktie van de LPN eveneens twee leden nog geen definitief standpunt ingenomen te hebben. Aan de vooravond van het parlementaire slotdebat over plaatsing zijn nog diverse scenario's mogelijk. De TeleExpress acht een positief plaatsingsbesluit met 21 stemmen vóór het meest waarschijnlijk. De gehele LPN-fraktie, de niet-dissidente CNP-fraktieleden en dissidente SVP'ers zouden die meerderheid dan vormen. Toevoeging van de krant: "On vermijdelijk zal zo 'n voorstel slechts een gedeeltelijke plaatsing van de kernraketten in Nederije behelzen . .. "

Een gefaseerde plaatsing Om half elf 's avonds nemen alle parlementariërs en de komplete regering plaats in de vergaderzaal. De ministerpresident leest de regeringsverklaring voor, die drie essentiële elementen bevat: ten eerste: de regering heeft besloten tot een gefaseerde plaatsing van moderne kruisvluchtwapens over te gaan; ten tweede: de regering zal overgaan tot versnelde afstoting van twee bestaande kerntaken, t. w. de atoommijnen en de nucleaire luchtafweerraketten; ten derde: de regering zal er inter-

18

Felicitaties voor de minister·presidenl nadat de S VP-motie mei 1 stem legen is verworpen.

nationaal op aandringen dat wapenbeheersingsoverleg over de nucleaire korte dracht (=slagveld) wapens op gang komt. De fraktievoorzitter van de CMP gaat in eerste instantie niet al te diep in op de verklaring van de regering. Zijn betoog, dat bol staat van ethische en morele uitlatingen, lijkt tot in detail van tevoren te zijn opgesteld om de dissidenten in het gareel te kunnen houden. De liberale fraktieleider zet zijn blufpolitiek onverminderd voort: "Onze fraktie heeft te allen tijde duidelijkheid voorgestaan. Dat betekent: het uitvoeren van het dubbelbesluit en het zo snel mogelijk plaatsen van die achtenveertig kruisraketten". En de voorzitter van de SVP is vooralsnog de enige die de regering uitdaagt tot een precicering van haar besluit te komen: "Meneer de Voorzitter, wij hebben met verbazing kennis genomen van het standpunt van de regering. Nee, niet met afschuw, want daar is dit standpunt eenvoudigweg te onduidelijk voor. Ik begrijp heel goed waarom u geen konkrete mededelingen doet, noch over het aantal noch over de tijdsduur van plaatsing. Het is immers duidelijk dat u koste wat het kost de eenheid in uw koalitie wilt bewaren".

Bommelding Ondertussen heeft de voorzitter de vergadering noodgedwongen moeten schorsen. "Middels de telefoon", zo deelt hij mede, "heeft mij het bericht bereikt dat zich in dit huis een bom bevindt". De buitenparlementaire aktiegroep OVB blijkt zich verantwoordelijk te stellen voor de bommelding. Overleg tussen de parlementsvoorzitter en het OVB leidt ertoe dat de bom snel gevonden wordt. Het blijkt een nepbom te zijn. Voor de spoedige afhandeling van het incident heeft de voorzitter wel een konsessie gedaan aan het OVB. Na terugkeer

van het parlementariërs deelt hij mede de belofte te hebben gedaan een verklaring van het OVB voor te lezen. Voor de CMP- en de LPN- frakties, gevolgd door het grootste deel van de SVP-fraktie die daarmee hun partijgenoot, de voorzitter van het parlement, afvallen, reden om de vergaderzaal te verlaten. Zijn wensen niet te zwichten voor de "chantage" van het OVB. De voorzitter leest hierna in een bijna lege parlementszaal (alleen enige SVP'ers en de PAP-fraktie blijven aanwezig) de OVB-verklaring voor. Daarin heet het dat " gezien de huidige situatie" helaas voor de methode van een valse bommelding is gekozen. Het OVB wil, nu het parlement voor "het alles beslissende debat" staat, "een dringend beroep doen op alle nog twijfelende parlementsleden om hun verantwoordelijkheid in te zien en er zorg voor te dragen dat hun bevolking uitzicht behoudt op leven en vrede ".

De regering preciseert Ondanks het bommeldingsincident dat extra schorsingstijd heeft opgeleverd blijft de regering in tweede termijn vaag wat betreft het aantal te plaatsen kruisvluchtwapens. Is de regering nog steeds verdeeld of wacht zij parlemen taire aktie af? De fraktievoerders weten het zelf kennelijk niet en laten alles aankomen op de derde termijn. Daarin komt de minister-president met de invulling van het eerder meegedeelde besluit inzake gefaseerde plaatsing: Meneer de Voorzitter, De regering denkt voorshands aan plaatsing van 24 kruisraketten. Indien de onderhandelingen in Genève door tegemoetkomendheid van Wostok verder zouden vastlopen en Wostok onverminderd door zou gaan met SS-20 raketten te plaatsen, zal de regering in overleg met de bondgenoten zich nader beraden over de vraag of er aanleiding is tot aanvullende maatregelen. Het aantal van 24 is gebaseerd op de stellige verwachting dat een resolute houding van het bondgenootschap om nu daadwerkelijk met de plaatsing te beginnen, de onderhandelingen maximale kansen zal geven. De plaatsing van 24 kruisraketten is zowel in politieke als militaire zin een voldoende signaal van solariteit tegenover de bondgenoten en tevens een betekenisvol signaal van vastberadenheid tegenover Wostok". De regering deelt, in antwoord op vragen van de fraktievoorzitters van CMP en LPN, verder mede dat het kabinet aanvullende maatregelen met betrekking tot de resterende 24 kruisvluchtwapens. Voor de LPN-fraktie blijkt dit


een voldoende gebaar om met het regeringsbesluit in te stemmen.

De SVP-motie In de derde termijn - het is dan 3 uur 's nachts - dienen de progressief-alternatieven en sociaal-demokraten moties in. De PAP-motie luidt kortweg dat plaatsing van kernraketten moet worden afgewezen. wanneer de motie in stemming wordt gebracht blijkt ze slechts 9 stemmen voor te krijgen. Naast de vijf PAP-parlementariërs hebben maar vier sociaal-democraten voor gestemd. De SVP-fraktie heeft kennelijk alle hoop gevestigd op de eigen motie, die als volgt luidt: Deze Kamer, gehoord de verklaring van de regering ten aanzien van haar voornemen, het VWO dubbelbesluit van 1979 onder voorbehoud uit te voeren, overweegt dat het plaatsen van nieuwe kernwapens voor de middellange afstand een verlaging van de atoomdempel betekent en de kans op nucleaire escalatie van een eventueel konflikt vergroot en een nieuwe stap betekent in de voortgang van de heilloze bewapeningswedloop zonder substantiële vergroting van het afschrikkingseffekt te bewerkstelligen; - een serieus streven naar wapenbeheersing, laat staan vermindering niet geloofwaardig gemaakt kan worden door het plaatsen van nieu-

"Uitgebracht zijn 39 stemmen, waarvan 19 voor en 20 tegen de ingediende motie. Waarmee deze motie is verworpen ". Met een klap van de hamer sluit de voorzitter de vergadering. Grote woede bij de socialistische fraktievoorzitter. Naast de gehele PAP-fraktie hebben drie dissidente CMP'ers vóór de motie gestemd. Er is echter één sociaaldemocratisch fraktielid weggebleven tijdens de stemming. Had deze vóór gestemd dan was de uitslag 20-20 geweest. In dat geval had de stem van de parlementsvoorzitter, die als SVP'er voor de motie stemde, de doorslag gegeven en was de motie aangenomen. Daarmee rou de regering zijn gevallen. Nu valt slechts de CMP uit elkaar. De drie dissidente fraktieleden maken hunbesluit kenbaar de CMP te verlaten en een nieuwe partij, de Evangelische Volksalliantie (EVA), op te richten. In tegenstelling tot de woede bij de SVP-fraktie en de teleurstelling bij de CMP-dissidenten heerst bij de regering grote vreugde. Breed glimlachend nemen de ministers de felicitaties in ontvangst. Het Volksdagblad meldt een paar uur later in de ochtendeditie: "Het doek is gevallen, de wedstrijd is voorbij. De regering blijft en Nederije krijgt zijn kruisraketten ".

we wapens; -

gelet op de huidige stand van de wapenbeheersingsonderhandeling in Geiive; spreekt als haar oordeel uit dat de regering onder de huidige omstandigheden niet mag overgaan tot het plaatsen van nieuwe kernwapens voor de middellange afstand zoals is voorzien in het WVO dubbelbesluit van 1979, en gaat over tot de orde van de dag. Het oogmerk van de sociaal -democratische motie is duidelijk. De frase "onder de huidige omstandigheden" moet het lokaas zijn voor de dissidente CMP'ers om voor de motie te stemmen. Voordat de stemming gehouden wordt deelt de minister-president mede dat aanname van de motie ernstige konsequenties zal hebben. "Kan de minister-president uitleggen wat hij onder ernstige konsequenties verstaat", vraagt een parlementslid. "Dat betekent", aldus de premier, "dat het kabinet zal aftreden". De SVP-motie krijgt door deze uitspraak cruciale betekenis. De voorzitter deelt mee dat er hoofdelijk gestemd wordt. Na het afroepen van de laatste naam maakt hij de einduitslag bekend:

Een politieke analyse Na een avond en een dag vol aktiviteiten om tot een standpuntsbepa\ing te komen is het rond de klok van 22.30 uur dan rover. Het debat vangt aan. De regering slaagt erin op tijd met een standpunt te komen. Een standpunt dat, weliswaar mooi verpakt in beel-

dend Nederlands, een grote tekortkoming heeft: er wordt geen aantal aangegeven terwijl het voor de toehoorders toch duidelijk is dat het niet om alle 48 raketten gaat. Niet verwonderlijk is dat het merendeel der fraktiewoordvoeders zich afvraagt om hoeveel kernraketten het nu precies in eerste instantie zal gaan. Het is enigen echter opgevallen dat de zo en bloc overkomende regering intern nog steeds verdeeld is en grote moeite heeft om een getal overeen te komen. Ook in tweede termijn blijft de regering vanwege de verdeeldheid in gebreke. Wellicht was hier het uitgelezen moment geweest voor de fraktie van de SVP om tot een succesvolle aanval op de regering over te gaan. Hadden de socialisten op dat moment een motie van wantrouwen ingediend dan hadden ze waarschijnlijk de regering ten val gebracht. Voor een doorslaggevend argument behoefde de SVP-fraktie niet ver te zoeken: Tot twee maal toe weigeren een aantal te noemen was toch wel een staal~e van minachting voor het parlement en daarmee een duidelijk teken van bestuurlijk on vermogen! Een argument waar ook de CMP-fraktie, afgezien nog van de dissidenten, wel gevoelig voor moest zijn. De CMP-fractieleider had immers zelf ook in de eerste termijn naar het getal gevraagd. Ook binnen de LPN-fraktie waren voorstanders van een dergelijke motie te herkennen: het aarzelen van de regering had bij hen toch al grote wrevel opgewekt. De SVP-fractie stelde de aanval echter uit vanuit de overtuiging dat in een later stadium er meer mogelijkheden rouden zijn. De regering wist echter van de korte periode van schorsing op-

V.l.n.r. de buitenland-specialist, de fractie-secretaris, de defensie-specialist en de voorzitter.

19


timaal gebruik te maken. In een koortsachtig overleg werd het getal van 24 raketten overeengekomen. Daarmee verdween een politiek rijpe kans voor de SVP. Later zal zoals bekend de motie van deze partij, een motie gericht tegen het besluit en niet zozeer tegen het optreden van de regering als zodanig, het net niet halen. Toch kunnen we ons afvragen in hoeverre het regeringsbesluit na de gedenkwaardige nacht veel kans op uitvoering zou hebben. Met de scheuring in de CMP en de totstandkoming van de Evangelische Volksalliantie (EVA) veranderden de politieke verhoudingen in Nederije toch ingrijpend, ZO niet doorslagevend. Het is nog maar de vraag of de regering nog lang zo zou blijven bestaan. Weinigen maakten zich hierover echter druk. Zeker de regering die, toch nog t tevreden, in de late uurtjes de felecitaties in ontvangst nam.

Fictie of werkelijkheid Het spel is gespeeld, de regering tevreden, de oppositie in het geheel niet. Resterende hamvraag is die naar de voorspellende waarde van het simulatiespel. Deze vraag kan kort en bondig beantwoord worden: er is geen sprake van enige voorspellende waarde! Alhoewel het theoretisch mogelijk is om een spel zeer waarheidsgetrouw op te zetten zijn er - hoe realistisch er soms ook werd gespeeld! - drie redenen aan te geven op grond waarvan getwijfeld kan worden aan de werkelijkheidswaarde van het spel "De beslissing viel 's nachts".

V.l.n.r. Leon Wecke, Gijs de Vries, de vooniuer van het parlement en Yves Luysterborg.

eventueel los van hun opdracht mOOI hadden gevonden als in het weekeinde de spelregeling zou zijn gevallen. In de derde plaats is, naar men mag aannemen, in werkelijkheid de PVDAfraktie minder verdeeld dan de fraktie van de SVP. Openlijke verdeeldheid komt bij de PVDA-fraktie niet voor. De verzonnen verdeeldheid binnen de SVP-fraktie, erin geschreven om ook binnen deze fraktie wat diskussie te krijgen, bleek enige dagen later toch minder fictief dan aanvankelijk aangenomen.

U zult begrijpen dat het geruchtmakende artikel van Van Benthem van den Bergh en Tromp door de voormalige spelleiding enthousiast werd ontvangen. Dit brengt ons op een interessant punt dat een raakvlak vormt tussen het spel en de werkelijke politiek.

Raakvlakken met de werkelijkheid

In de eerste plaats, zo bleek uit de antwoorden op de later uitgedeelde vragenlijst, zijn 57% van de deelnemers zonder meer voorstander van het NAVO-moderniseringsbesluit. "Zonder meer tegen" gold voor 17%, tetwijl 23% een "ja, mits" of een "neen, tenzij" voorstonden. 3% gaf geen antwoord op de vraag. Dit betekent een niet geringe afwijking op het landelijk gemiddelde! Uitgaande van het gegeven dat wellicht bij sommigen onbewust de persoonlijke keuze toch een rol van betekenis heeft gespeeld kan worden vastgesteld dat deze keuze toch beduidend sterker v贸贸r plaatsing was.

De opvatting van de sociaal-democraten blijkt betrekkelijk weinig rekening te houden met het feit dat de veiligheid van Nederland element is van een bondgenootschap. Ook de woordvoeders van de SVP hebben nauwelijks bij het gegeven dat Nederije lid was van de WVO stilgestaan. Men kan zich afvragen of deze eenzijdige, door louter nationaal-politieke overwegingen ingegeven politiek voor zo een grote partij als de PVDA wel een juiste aanpak is. Misschien zal ze over een poosje weer regeringsverantwoordelijkheid moeten dragen in dat momenteel zo genegeerde internationale systeem. In het simulatiespel bleek de SVP feitelijk een ge茂soleerde partij .

Daar staat echter een andere reden tegenover. Wellicht zijn er deelnemers, voorstander of niet, geweest die het

Als tweede mogelijke raakvlak tussen werkelijkheid en spel kan gewezen worden op de welhaast absolute onver-

20

zettelijkheid van de CMP-dissidenten om tot kompromisvorming over het moderniseringsbesluit te komen. Blijkbaar was het niet of nauwelijks mogelijk, niet tegenstaande talloze pogingen binnen de CMP-fraktie, om terug te komen op een op religieusgeestelijke gronden ingenomen gespeeld standpunt. Wellicht wordt ook in de nationale politiek te weinig aandacht besteed aan het gegeven dat de opvatting over de moderniseringsbesluit voor sommigen samenhangt met hun visie over een hogere orde en dat kompromissen sluiten hierover voor hen niet mogelijk is. In dit verband is het opvallend - en mogelijk betreft het hier een derde raakvlak - dat in het spel nauwelijks pogingen zijn ondernomen om tot een kompromis over een voor een ruime

meerderheid aanvaardbaar kernwapenpakket te komen. Wat vanuit de WVO werd voorgesteld (afstoting nucleaire springmiddelen en de nucleaire luchtverdediging) werd door de regering dankbaar aanvaard als ondersteuning voor haar plaatsingsbesluit. Van een verder toetsing van de resterende kernwapentaken is echter geen sprake geweest. Ook in werkelijkheid lijkt het niet om een nieuwe kernwapentaak te gaan doch om de vraag of een geheel andere benadering van de afschrikkingsstrategie moet worden aanvaard. Een simpele ruil in taken desnoods, twee of zelfs drie tegen de plaatsing in Woensdrecht, lijkt daarom niet mogelijk. Bovenstaande overwegingen mogen aangegeven dat ook in het spel voldoende zaken aan de orde zijn gekomen die heel dicht de werkelijkheid benaderen. In hoeverre het gespeelde verder overeenkomst heeft met de realiteit valt pas over enkele maanden (?) te analyseren.


Het volgende nummer gaat over

Internationale Monetaire en Ekonomische Problemen

Daarin zullen worden opgenomen artikelen van:

- Prof dr. H. Visser (VU te Amsterdam): een algemene inleiding over het internationale monetaire systeem en over de oorzaken van het inzakken van de wereldhandel. - interview met dr. H.l. Witte veen over de vooruitzichten op lange termijn.

- Dhr. de Pee (ABN) over de rol van de partikuliere banken in de problematiek van de internationale schuldenlast, en over de invloed van de schommelende dollarkoers hierop. - Suzanne Bischoff van Heemskerk over een alternatieve optie: algehele of partiĂŤle kwijtschelding van schulden van de Derde Wereld en de gevolgen die daarmee verbonden zouden kunnen zijn. - l.J. Theunissen interviewt een Argentijnse ekonoom. - Prof Ellman (Oost-Europa Instituut) over de schulden van het Oostblok.


JASON in het kort JASON is in 1975 opgericht door een aantal jongeren

is niet gebonden aan enige politieke of maatschappelijke groepering bestudeert internationale vraagstukken organiseert lezingen, conferenties en internationale \1itwisselingen geeft het tweemaandelijkse blad JASON-

Magazine uil dat iedere keer aan een speciaal thema is gewijd richt zich op alle jongeren tot 35 jaar

DoelsteUingen

bJematiek. Behalve het JASON-Magazine verschijnen ook regelmatig zgn. mini JASON's, die als inleidingen bij aktiviteiten kunnen dienen. Een greep uil recent verschenen nummers van JASON-Magazine: Eenzijdige ontwapening: voorbeeld of waan beeld? De West-West relatie: Partners in dilemma. In en om het Kremlin, buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie. RegionaJe onrust en Westerse belangen . Wat gebeurt er in latijns Amerika?

JASON is een jongerenorganisatie die zich ten doel stelt jongeren de gelegenheid te bieden zich met Î'lternationale vraagstukken bezig te houden. Vrede en veiligheidsproblematiek, de verhouding Oost-West, vraagstukken over bewapening en ontwapening, eOl. JASON wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de discussie over internationale vraagstukken en de internationale samenwerking. JASON kent geen levensbeschouwelijke of ideologische basis en is niet gebonden aan enige politieke partij of maatschappelijke groepering.

JASON Magazine Zes maal per jaar brengt JASON een eigen Magazine uit. De redaktie tracht, door in ieder nummer een actueel thema te behandelen, vanuit zoveel mogelijk invalshoeken, de lezer een afgerond beeld te geven van de behandelde pro-

Lezingen, conferenties,

studiedagen... JASON organiseert lal van activiteiten die kunnen bijdragen aan het vormen van een mening, aan het vaststellen van een standpunt. Lezingen, studiedagen, conferenties, simulatiespelen, uitwisselingen ... Iedere herfst organiseert JASON bovendien een zgn. Nationale Conferentie.

JASON over de grenzen JASON kijkt ver over de grenzen. Letterlijk en figuurlijk. Via zusterorganisaties in o .m. Frankrijk, Italië. Groot-Britanië en de Verenigde Staten worden veel internationale contacten gelegd. Regelmatig worden in verschillende landen (studie-) bijeenkomsten en internationale seminars georganiseerd.

Voor wie is JASON interessant? JASON staat open voor alle jonReren die zich voor inlernalionale zaken inleresseren Voor een proefnummer van JASON-Magazine kan men zich wenden tot het secretariaat. Beter is het natuurlijk direkt een abonnement te nemen . Ook donateurs zijn bij JASON van hart( welkom. Wie via donaties het werk van JASON wil steunen kan daartoe contact opnemen met de penningmeester of direct een gift storten op het giro- of bankrekeningnummer van JASON . Secretariaat JASON AJexanderstraat 2 2514 JL Den Haag

070 - 60 56 58 Degenen die voor het schrijven van een artikel of het geven van suggesties, denken een bijdrage aan toekomstige nummers van JASON Magazine te kunnen leveren, worden van harte aan gespoord zich in verbinding te stellen met: ?ieter de Baan ,

Telefonisch bereikbaar op 071 . 1448 16. Hooigracht 11 , 2312 KM Leiden.

INDEX JASON MAGAZINE 1983 1 Bicentennial

4 Macht en ethiek in de internationale betrekkingen

Mr. A.I. Slichting Prof. Dr. A. lIan Stadtn

Prof Mr. H.R. van Gunsltrtn Mr. Drs. C D. dt Jong

De dominee en de koopman : samen aan een s0-

J. van Hou.wt/ingtn Dr. R.B. Sotttndorp Prof. Dr. Ir. J.J.c.

bere dis. Macht en ethiek in de builenlandse politiek. Een pragmalÏsch builenlands beleid. Idealisme en realisme in het buitenlands beleid.

Dutch contribulion 10 NAVO. The currenl slale of American - European relatiODS: how troubled is our Atlanlic partnership? /r. J. Corntlis DulCh infrastructure for airera!t research and development. Drs. Chr. Sandtrs Tbe two-way sireei, wbich way to go? Dr. /r. A .E. Panntnborg Philips and the wordwide competition. Mr. K.G. dt Vrits Attitudes of tbe Netberlands and Ihe European dimension. Prof. Dr. Jhr. F.A.M. The European dimension in tbe West-West A/ting von Gtusau dimensions Report of a visil by the JASON-delegation in the American capital: Impressions from Washington.

2 Naar een nieuwe NAVO-strategie? Maj. R. Groot tn drs. Singt/sma Prof dr. R. BOtktr Gtn. B. W. Rogtrs Dr. P.M.E. Volttn Dr. A. P. Schmid Dr. G.K. Timmtrman

Naar een nieuwe NAVO-stralegie? moet de AeJtible Response worden aangepast? Defensie zonder kernwapens "Improve our conventional capabilities" Het offensief in hel mililaire denken van de Sovjet-Unie. Sociale verdediging - een dagdroom? Een contextuele orientatie op het gebied van oorlog en vrede.

3 West-Duitsland, geplaagd door bet verleden Friso Witltnga Arjtn van Rijn Hans dt Brabandtr Dick Zandtt Pi~ttr dt Baan Gttrt lIan Loon Ritn Gturtstn

Politieke kultuur en demokratie in Duitsland. Partijpolitiek in West-Duitsland van Adenauer lol en met Kab!. Duitsland in Wesl en Oost : de hislorische achlergronden van de deling. De Ostpolitik van de Bondsrepubliek Duitsland. Naar een nieuwe NAVO-strategie? (verslag JASON-konferentie). Builenlandse politiek en Binnenlandse handel (verslag). 1982/1983: Keerpunt van Westerse veiligheid? (verslag).

Ethiek venus politiek?

Voorh~vt

Mr. H. van dtn Broek Erik Tijdgat

Nederland niet gebaat bij neutraliteitspolitiek. De ' Realpolitiek' van Henry Kissinger.

5 Kernwapens de kerk uit? J.E. van Vttn R. Jobst

Bart Tromp P.B.R. dt GtUS J. Douma

Maurits Do/mans Maurirs Do/mans Diek Zandtt ~n MIlu.rits Do/mans Dkk Zandtt

De ontwikkeling van heiinierkerkelijk Vredesberaad. De vredesbeweging ICfO. "Zo was er het concilie dal de kruisboog wilde verbieden als een Gade onwelgevallig wapen". De invloed van de Nederlandse kerken op de West-Europese defensie. De Bijbel over geweld en vrede. Publieke opinie, de kerken en de buitenlandse poliliek . "Het Doel en de Middelen". Waarover gaal de inlerne diskussie binnen 'De Nederlandse Vredesbeweging'? European Institule for Security Matters.

Naar een Europees veiligheidsbeleid?

6 La France: Marianne en rose Drs. B.P.L. Stum M. B/awt E. Tijdgat tn E.I . Ravtn Diek Zandtt ~n Jan lIan dt Vtldtn

Frans-Nederlandse betrekkingen : overbrugbare tegenstellingen? De clan van Miuerand. Verslag van een ontmoeting met Mikhail Ozerov. Verslag van het JASON-Simulatiespel 1983.

7 Mini-JASON De beslissing viel 's nachts: een simulaliespel van J. van de Velde.

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1983), jaargang 08 nummer 6  

Jason magazine (1983), jaargang 08 nummer 6  

Advertisement