Page 1

MAGAZINE

April 1983, Se jaargang nummer 2

Hoe aanpasbaar is het aangepaste antwoord?


~lason

Inhoud van dit nummer

Secretariaat en Redaktie:

Redactioneel : het thema in kaan Drs. G. W.F. Vigeveno

blz I

Alexanderstraat 2 2514 JL Den Haag Telefoon: 070 - 60 56 58 Postgiro: 356 1025 Bank: 45.68.55.548

Naar een nieuwe NA VO st rategie? Moet de Flexible Response worden aangepast? Majoor R. Groot en drs. S. Singelsma

blz 2

Defensie zonder kernwapens in West-Europa

blz 9

(AMRO-Bank te Scheveningen) Abonnementsprijzen

I

25 ,-

Prof dr. E. Boeker

per jaar (6 nummers, behoudens ver-

schijning van een dubbelnummer).

" lmprove Dur convcmional capabilities" .

Advertenties:

Part of the statement of general Bernard W. Rogers The Hague 13 january /983

Advenentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting.

Dagelijks Bestuur Piet-Hcyn Goedharl

Secretaris Penningmeester

Jaap de Vries

Leden

Dick Zandee H erman van Campenhout

Even Jan Raven (Plv) Evcline Muusers Maarten Dcrks

Sociale verdediging - een dagdroom?

Een contextuele oriĂŤntatie op het gebied van oorlog en vrede

Dr. G.K. Timmerman

Algemeen Bestuur drs. Th . M.A. Verhagen drs . M.A . van Drunen Littel J.A . Oudshoorn (S.I.8.) drs. A.F. van Leeuwen drs. M.T . van der Meulcn drs. F.Z.R. Wijchers Mr. W.H . van den Muijsenbergh R.D. Praaning drs. M. Roemers M. Verweij R. Geurtsen drs. L. Schaaphok J.? Westho rr Leden van het Dagelijk s Bestuu r zij n tevens leden van het Algemeen Bestuur

~Jason

LEIDSE STUDENTENVERENIGING VOO R INTERNAT10NALE BETREKKINGEN

JASON organiseert in samenwerk ing met de Leidse Studenten vereniging voor Internationale Betrekkingen (S. I.8. )

Een debat over

Raad van Advies dr. W.F. van Eeke1en (voorz. ) H .J .M. Abcn H . GabriĂŤls dr. A .M .C.Th . van Heel-Kasteel e.C. van den Heuvel dr. L.G .M . Jaquet R.e. Spinosa Callela drs. E.J. van Vloten Mr. J. Vos

naar een nieuwe NA VO-strategie: hoe aanpasbaar is het aangepaste antwoord? Aan het debat nemen deel:

Brigade Generaal G.C. Berkhof Dr. S. Rozemond Generaal Majoor B.D. M.H. von Meijenfeldt Voorzitter: Prof. A. van Staden

Redaktie JASON-magazine Evert Jan Raven (plv) Hans ForlUin Geen van Loon Maurit s Dolmans ?ieter de Baan Gen Timmerman Guido Vigeveno

Voorpagina .-oto:

Pershing 11, foto ANP

blz22

Dr. A.P. Schmid

Manien de Groene

Hoordredacteur Redaktielcden

blz16

Dr. P.M.E. Volten

Voorzitter Vice- Voorzitter

Hoofdred . JASON-mag .

Het offensief in het militaire denken van de Sovjet-Unie

blz 14

Het debat vindl plaats op woensdag 27 april 1983, 13.30-17.00 ""r in de foyer van de sladsgehoorzaal, BreeSlraot 60 te Leiden Deelnemers worden verzocht zich telefonisch op te geven bij het seereiariaal van JASON (070 - 60 56 58) Maandag van /0.00 lOl 14.00 uur Donderdag van /0.00 tot /4,00 uur

blz 27


Redactioneel: het thema in kaart Het thema van dit nummer luidt: Naar een nieuwe NAVO-strategie: hoe aanpasbaar is het aangepaste antwoord? Over dit thema organiseen JASON ook een forumdiscussie. Reeds in 1978 besteedden wij aandacht aan de NA VOstrategie met de publicatie van de miniJASON "Van massive retaliation tot flexible response I). De opkomst van vredesbewegingen in veel NAVO-landen en de ontdekking door de publieke opinie van het kernwapen vraagstuk hebben de discussie over strategie, die zich vroeger beperkte tot een kleine kring specialisten, verbreedt en politieke actualiteit gegeven. Wat de strategiediscussie ingewikkeld maakt is dat er w veel dimensies aan kleven: Oost-West, West-West, bewapening-ontwapening, de verhouding traditionele veiligheidselitesbevolking etc. De kerk, een nieuwkomer in de veiligheidsdiscussie, voegt daar nog de ethische dimensie aan toe. De huidige strategie van het aangepaste antwoord is door de bondgenoten in 1967 overeengekomen. Kenmerk ervaP is dat, door over een diversiteit aan middelen (inclusief nucleaire) te beschikken, de NAVO in staat is om op iedere vorm van agressie te reageren. Hoe precies wu worden gereageerd laat de NAVO doelbewust open. De resulterende onzekerheid is een centraal element van de afschrikking. Behalve van diegenen die de (nucleaire) afschrikking in toto afwijzen, is er relatief weinig kritiek tegen dit NA VO·amcepl. Het is immers meer een algemeen raamwerk. De kritiek richt dan ook veeleer op de invulling die aan het concept wordt gegeven. Onderwerp van kritiek is bv. de steeds verdere verfijning (flexibiliteit) die de VS wwel in hun doctrine (Schlesinger-<loctrine, P.D. -59 etc) als in hun arsenaal aanbrengen. De VS achten counterforce lussenopties nodig om, in een tijdperk van strategische pariteit, de geloofwaardigheid van de afschrikking te handhaven . Tegenstanders betogen dat deze verfijningen, die overigens ook aan Sovjet zijde zijn waar te nemen, leiden lol bruikbaarder kernwapens en verlaging van de atoomdrempel. Hiermee zijn wij beland bij een paradoxen van de nucleaire afschrikking: naarmate de polentiële tegenstander de kans op inzet van kernwapens door de NAVO als reëler inschat, wordt het plegen van agressie voor hem des te minder aantrekkelijk en wordt de kans dat de NAVO ooit daadwerkelijk een kernwapen zou moeten

gebruiken des te kleiner. Sommigen zien de invoering van steeds nauwkeuriger counterforce wapens een Amerikaans

streven om een eventueel nucleair conflict in Europa uit te vechten, teneinde het eigen grondgebied te vrijwaren - een verdenking die bij Amerikanen grote verontwaardiging oproepI. Tot welke uiteenlopende conclusies men in de strategiediscussie kan geraken blijkt uit het volgende voorbeeld. De NAVO-landen besloten tot modernisering van hun LRTNF teneinde de koppeling tussen de verdediging van West-Europa en de Amerikaanse strategische kernmacht te herbevestigen. Door hun relatief groot bereik wuden de nieuwe wapens nl. de Sovjet leiding iedere illussie moeten ontnemen dat een nucleair conflict zodanig beperkt wu kunnen worden gehouden dat de supermachten buiten schot wuden blijven. Tegenstanders van de modernisering zien daarentegen in de plaatsing van de nieuwe wapens juist een Amerikaanse poging om een eventueel conflict lot Europa te beperken. Een element van de bondgenootschappelijke afschrikkingsketen waarover de laatste tijd in academische en parlementaire kring toenemende twijfel valt te beluisteren, zijn de kernwapens voor de kone afstand . Een van de bezwaren tegen deze wapens is dat ze naar alle waarschijnlijkheid alleen op eigen grondgebied wuden kunnen worden ingezel. Degenen die voor behoud van de kone-<lrachtwapens pleiten, benadrukken dat deze wapens een speciale functie in de afschrikking vervullen en een aanvaller dwingen zijn conventionele strijdkrachten meer te spreiden. De groeiende weerstanden tegen de kernbewapening hebben de gedachte om het conventionele verdedigingsvennogen op te vijzelen nieuw leven ingeblazen. Naarmate de NAVO beter in staat is om zich met conventionele middelen alleen te weren, neemt immers de afhankelijkheid van kernwapens af. De NAVO zou zich op een gegeven moment wellichl ook een verklaring om niet als eerste kerwapens te gebruiken kunnen veroorloven. Het is echter twijfelachtig of de Westerlijke landen ooit de financiële offers zullen kunnen opbrengen om in conventioneel opzicht de gelijke van het Oostblok te worden. Wel is het w dat er nieuwe conventionele technologieën opdoemen, die de NAVO beter in staat zullen stellen WPaanvalsgolven uit te schakelen nog voor dat zij het front bereiken. De vraag is in hoeverre er voor deze peperdure wapensystemen gelden beschikbaar zullen zijn. Voons willen de VS in hun verdedigingstactiek meer nadruk dan voorheen liggen op het manoeuvre-elemenl. Een en ander heeft geresulteerd in een herzien operationeel concept. n Airland Battle 2000" genaamd.

Een factor die bij de discussie over de strategie niet uit het oog mag worden verloren is de strategie van de Sovjetunie en de mogelijke interactie met die van de NAVO. Recente vooral op de Westerse publieke opinie gerichte verklaringen van Sovjet strategie zoals omschreven in militaire handboeken e.d. nog immer een aantal verontrustende trekjes - m.n. de nadruk die wordt gelegd op een offensief en een preemptief gebruik van kemwapens1l. Konom, het onderwerp strategie biedt volop stof tot overpeinzing. Dit nummer beoogt daanoe een eerSI aanzet te geve.

G.V.

NOTEN: J) Deze mini-JASON, geschreven door Drs G. W .F. Vigeveno, is op aanvraag verkrijgbaar bij

het JASON-secrclartaat. Alexanderstraat 2. Den Haag . 2) Hel lASON-nummer van april/ mei 1979 bevat

een artikel over de Sovjet strategie .

*


Naar een nieuwe NAVO strategie Moet de F1exible Response worden aangepast? Inleiding

gie, zoals dat in de jaren zestig het geval

In toenemende mate worden kernwapens ter discussie gesteld. Waar eerst West Europa het primaat van deze discussie leek te hebben, valt nu te constateren dat deze ook aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan wordt gevoerd . Opvallend hierbij is dat de aandacht veel meer is gericht op de kernwapens zelf dan op het denk kader

het bestaande strategisch concept. Indien de strategie zelf aan kritiek wordt onderworpen kan men zich het volgende afvragen: a.) voldoet het strategisch concept van de Flexible Response aan de daarin te stellen basisvoorwaarden: b.) welke ontwikkelingen zijn op dit

waaraan zij hun bestaansrecht ontlenen en waarbinnen ze worden gebruikt.

De discussies in Europa en de Verenigde Staten worden veelal beheerst door emotionele argumenten die gebaseerd zijn op gevoelens van angst en onrust. Dit staat een rationele benadering in de weg. Naar onze mening valt echter waar te nemen dat in het denken over veiligheidsvraagstukken de kernwapenproblematiek in toenemende mate minder geĂŻsoleerd wordt bezien . Kernwapen s zijn immers ook geen apart fenomeen, zij passen in een strategie, een denkraam. Een duidelijk voorbeeld van deze meer fundamentele benadering is het enige maanden geleden verschenen anikei van McGeorge Bundy, Kennan, McNamara en Smith t). Belangrijk is een analyse van de totale strategie en de daarvan af-

geleide militaire strategie, die een reden-

Majoor R. Grool is werkzaam als hoofd van het Bureau Politiek-strategische Zaken van de Landmachtstaf. Drs. S. Singelsma studeerde eigentijdse geschiedenis en was als reserve-officier aan hetzelfde bureau verbonden. Dit anikei geeft uitsluitend de persoonlijke visie van de auteurs weer_

was, maar een andere uitwerking van

Achtergronden van de Flexible Reponse

concept van invloed; c.) zijn onder invloed van deze ontwik-

kelingen aanpassingen van of alternatieven voor de huidige NA VOstrategie noodzakelijk? Teneinde antwoord op deze vragen te kunnen geven, is het noodzakelijk na te

Bij de strategie van de Massive Retaliation ging men uit van het gegeven dat bij een duidelijk totale Russische agressie een nucleaire vergelding zou plaats vinden, voornamelijk gericht op bevolkingscentra . De conventionele strijdkrachten vervulden een 'schild' functie

gaan waarom de strategie van de Flexibie Response werd gekozen boven de Massive Retaliation . Van de huidige strategie dient te worden nagegaan

slechts om de aard en omvang van de

waarop deze is gebaseerd en op welke

agressie te bepalen 2) . In de vij ftiger ja-

voor het nucleaire 'zwaard' en dienden

wij ze de uitvoering gestalte heeft gekregen. Vervolgens kan aan de hand van verwachte toekomstige ontwikkelingen

ren begon de Sovjet-Unie echter met de

opbouw van een eigen nucleaire strijdmacht die in toenemende mate de Verenigde Staten kon bedreigen . De gevolgen bleven niet uit, Beide groot machten

worden nagegaan of er veranderingen in

ontwikkelden een 'second strike capability' en gingen bovendien over steeds

de huidige strategie noodzakelijk zijn. Na deze analyse kunnen mogelijk aanpassingen of alternatieven ontwikkeld worden voor de Flexible Response.

kleinere doch nauwkeuriger wapens beschikken. Reeds in het begin van de ja-

gevend kader voor kernwapens vormen.

Weinigen wagen zich evenwel aan een analyse van de huidige NAVO-strategie. Kritiek op de Flexible Response lijkt veelal te leiden tot verkrampt herbevestigen ervan. In het belang van de veiligheid kan men zich afvragen of deze kritiek niet deels gerechtvaardigd is. Ook

de strategie staat immers aan ontwikkelingen bloot. Zo valt het niet te ontken-

nen dat er een zekere samenhang tussen militair-technologische en militairstrategische ontwikkelingen bestaat. In dit opzicht valt er een parallel te trekken met de jaren zestig toen de NAVO de

strategie van de Massive Retaliation verliet. Ook toen rees er twijfel over de juistheid van een strategisch concept opdat de samenhang tussen de middelen en de strategie verloren dreigde te gaan. De ideĂŤen die onlangs door generaal

Rogers zijn geuit over een conventionele verdedigingsopzet zijn eveneens gebaseerd op nieuwe technologische ontwikkelingen . Zijn gedachten behelsen even-

wel niet een alternatief voor een strate2

Samenhang militaire technologie en militaire strategie.

-- -' , ;.

'

.:.


ren zestig plaatsten sommige Amerikanen, zoals Robert McNamara en MaceU Taylor vraagtekens bij de theorie van de Massive Retaliation J ). Deze twijfel over de geloofwaardigheid van de afschrikking met strategisch nucleaire wapens nam gaande weg toe. Immers, bij de inzet hiervan zou niet alleen de tegenstander worden getroffen, maar men liep ook zelf in toenemende mate het risico

van massale vernietiging? Met name in Frankrijk ontstond twijfel over de geloofwaardigheid van de Amerikaanse strategische garanties indien een conflict beperkt zou blijven tot Europa. De oorlog in Korea had bovendien duidelijk gemaakt dat ook conventionele OoSt-West conflicten nog tOt de mogelijkheden behoorden. Onder invloed van voornoemde ontwikkelingen kreeg de Flexible Response gestalte. Bij dit concept gaat men in tegenstelling tot de Massive Retaliation van het volgende uit: bij een bepaalde vorm van agressie vindt een daarop aangepaste reactie plaats, waarbij de tegenstander in het ongewisse wordt gelaten over de aard en omvang van de tegenmaatregelen, wnder dat daarbij direct wordt overgegaan

tot de inzet van strategisch nucleaire wapens. De strategie van de Flexible Response bevat de volgende hoofdelemelllen4). - Het is een defensieve poliliekmilitaire strategie. - Het primaire doel is het voorkomen van oorlog door afschrikking. - Ten behoeve van de afschrikking dient te worden beschikt over een

triade van strijdkrachten: conventioneel , tactisch-nucleair en strategischnucleair . De elementen van de triade moeten elk op zich en in hun o nderlinge samenhang geloofwaardig zijn. - De afschrikking wordt bereikt door de tegenstander in het onzekere te latcn over de aard en omvang van tegenmaatregelen op zijn agressie, waardoor zijn ri sico's oncaJculeerbaar worden. - Het defensief wordt zover mogelijk naar voren gevoerd. - Er zijn drie reaclievormen voorbereid die afhankelijk van de situatie na elkaar of gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd: A) de 'direct defense', een op de agressie aangepaste reactie waarbij de

-

inzet van kernwapens nict is uitgeslo(en; B) de 'deliberate escalation', de weloverwogen escalatie ten einde de tegenstander duidelijk te maken dat de prijs voor zijn agressie in geen verhouding staat LOt het doel dat hij nastreeft; C) de 'general nuclear response' als laatste middel, gericht op het strategisch potentieel van de tegenstander en daarna hel uiterste militaire mid-

del van de NAVO.

Aandrang op beheersing van strategisch nucleaire wapens . . . (Trident m;ssi/e).

Analyse van de Flexible Response De strategie is defensief. Dit past in het karakter van de NAVO en is te herleiden uit het Noordatlantisch Verdrag5).

Na het uitbreken van een conflict zijn offensieve operaties echter niet uitgeslo-

ten. De structuur en uitrusting van de strijdkrachten lijken los te staan van de mogelijkheden die de strategie biedt. De strijdkrachten blijken veelal meer op historische en budgettaire gronden gestructureerd te zijn. We kunnen dan ook constateren dal de structuur van de

strijdkrachten geen directe afgeleide is van de Flexible Response. Het primaire doel van de strategie is oorlogvoorkoming door afschrikking. Afschrikking berust op de beeldvorming bij de tegenstander. Het gaat niet om datgene wat wij denken dal de tegenstander denkt, maar om datgene wat de tegenstander denkt wat wij zullen doen.

Dit vereist aan de zijde van de NA VO niet alleen solidariteit en vast beslotenheid, maar ook een handelwijze die beantwoord aan het verwachtingspa-

tfoon van de tegenstander. zeker ten aanzien van de inzet van nucleaire wapens. Meningsverschillen tussen de Europese NAVO-lidstaten onderling en met de Verenigde Staten, veroorzaken een zekere erosie van de afschrikkingswaarde van de strategie. De tegenstan-

der wordt door de "ogenschijnlijke" vermindering van de bondgenootschappelijke solidariteit onzeker over datgene wat wij zullen doen. Teneinde de strategie uil te kunnen voe-

ren wordt beschikt over een triade van strijdkrachten. Het onderscheiden in een triade van conventionele, tactischnucleaire en strategisch nucleaire strijd-

krachten is arbritrair. In wezen is sprake van een tweedeling: conventioneel en nucleair. De inzet van nucleaire midde-

3


len wordt bij de NAVO als een kwalitatieve omslag in een connict beschouwd. Een tweedeling bij de nucleaire midde-

len in tactisch en strategisch is zuiver fictief, hetgeen onderstreept wordt door de 'grij ze zöne' problematiek. 6l In werkelijkheid is er sprake van een vloeiende overgang van wapens met een korte dracht en klein vermogen naar wapens met een lange dracht en een groot vermogen. De elementen van de triade moeten elk op zich en in hun onderlinge samenhang geloofwaardig zijn. In concreto betekent dit dat de NAVO moet beschikken over een aaneengesloten scale van bruikbare middelen, waarbij de tactisch-nucleaire wapens als belangrijkste functie hebben de verbinding te vormen tussen conventionele en strategisch-nucleaire middelen. Over de bruikbaarheid van bepaalde middelen rijzen vragen. Dit is het geval bij de strategisch-nucleaire systemen. Door een zekere pariteit bij deze wapens is sprake van een verminderde bruikbaarheid. Het is voor een afschrikkingstheorie essentieel dat over voldoende middelen wordt beschikt en de wil deze zonoclig in te zetten. De tegenstander moet de zekerheid hebben dat agressie beantwoord wordt op een zodanige wijze dat de prijs daarvoor te hoog is. Onzekerheid bestaat slechts over de aard en omvang van dat antwoord. Dit impliceert dat de NAVO te allen tijde dient te beschikken over voldoende middelen om zo'n antwoord te kunnen geven. De wil om deze middelen in te zetten wordt soms openlijk in twijfel getrokken. Een actie-reactie model veronderstelt een escalatie die niet gewild is. Zelfafschrikking ontstaat als hierdoor bij voorbaat

al van de inzet van nucleaire wapens

lijk van omvang te houden, vindt dus een reactie plaats die in gebied, middelen en tijd beperkt is. Dit betekent dat de NAVO bij deze reactievorm zijn zwaartepunt daar legt waar de tegenstander dit ook doet en niet waar de tegenstander het zwakst

is.

B. De 'deliberate escalation'. Hierin wordt voorzien het conflict tot dat niveau te laten escaleren waarbij de

risico's voor de tegenstander te groot worden, deze zijn agressie beëindigt en de integriteit van het NA VOgrondgebied kan worden hersteld. Zonder uitvoerig in te gaan op

scenario's rijzen er twee vragen: I. Zal de NAVO bij een grootscheepse conventionele agressie gebruik maken van kernwapens; 2. Beschikt de NAVO over een dusdanig scala aan middelen dat er werkelijk sprake is van een weloverwogen escalatie en niet een noodzakelijk grijpen naar middelen waarvan het escalerend effect onbekend is. Wat doet de NAVO bijvoorbeeld bij een grootschalige inzet van chemische wapens door het Warschau Pact? C. De 'general nuc/ear response'. Deze

uitwisseling van onder meer strategisch-nucleaire wapens veroorzaakt een dusdanig apocalyptisch effect aan beide zijden dat zowel de Verenigde Staten als de Sovjet Unie aandringen op beheersing en nietgebruik van deze systemen . Deze reactievorm heeft door de on-

Het defensief wordt zover mogelijk naar voren gevoerd. Met name de Bondsrepubliek houdt vast aan de voorwaartse verdediging teneinde geen territoir prijs te geven. Voorts maakt de geringe geografische diepte van West-Europa het niet goed mogelijk het defensief overal in de diepte te voeren. Een en ander heeft grote invloed op de wijze van verdedigen. De doctrines bij de verschillende NA VO-landen wijken echter in dit opzicht sterk van elkaar af. Hoewel men het eens is over het voeren van het defensief voorin, blijkt de uitvoering hiervan een voortdurende bron

van discussie te zijn. De NAVO heeft drie reactievormen voorbereid. A. De 'direct de/ense'. Dit vereist dat reeds in vredestijd over voldoende parate eenheden moet worden beschikt, terwijl de inzet van kernwapens, met name bij een verrassingsaanval, niet wordt uitgesloten. Ten

einde een con niet zo beperkt moge4

zo meer.

Naar het zich laat aanzien zal een verslechterende economie weinig invloed hebben op bovengenoemde ontwikkelingen. Door het gesloten systeem in de Sovjet-Unie, waarin de publieke opinie geen rol van betekenis speelt kan de regering het zich veroorloven toch veel aan de bewapening uit te geven. De dreiging van het Warschau pact heeft een tweede dimensie gekregen door de overgang van een bi-polaire naar een

multi-polaire wereld. Oost-West conflic-

stane 'pariteit' tussen Oost en West

ten worden in toenemende mate perifeer

aan realiteit ingeboet. Sommigen spreken hierdoor zelfs van een o ntkoppeling van de strategischnucleaire middelen en de theater-

en verstrengeld met regionale belangentegenstellingen . De situatie in het Midden-Oosten is hier een sprekend voorbeeld van. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat men meer en meer geconfronteerd wordt met een wereldwijd Sovjetoptreden waarop een antwoord moeilijk is door de verstrengeling van belangen . De gecompliceerde conflict situaties die hieruit ontstaan, zullen slechts door een uiterst behoedzame politiek van de Westerse landen beheerst kunnen worden. Van grote invloed op de strategie zijn ten tweede technologische en economische ontwikkelingen. Hoewel deze ogenschijnlijk geen verband met elkaar houden, hebben ze een gemeenschappelijke invloed: ze bepalen in hoeverre binnen een strategie de middelen voor de uitvoering ter beschikking kunnen staan. De verslechterende economische situatie zal druk uitoefenen op de uitgaven voor defensie. Met name in het Westen krijgen ideëen over defensie-vormen die minder kosten ecn toenemende belangstelling. Naarstig zoeken 'deskundigen' naar alternatieve verdedigingsconcepten die één ding gemeen hebben : ze kosten minder geld en suggereren een gelijkblijvend veiligheidsniveau9l. Tegengesteld hieraan werken technologische ontwik-

nucleaire wapens 7).

wordt afgezien. Dit wordt nog versterkt door het toegenomen bewapenings-

niveau van de Sovjet-Unie.

c. een politieke 'omsingeling' van China, d. het veroorzaken van onrust in de Amerikaanse invloedssfeer, met name in het Caribisch gebied, e. het dreigen met militair optreden als pressie-middel, doch gelijkertijd f. het beeld opbouwen van een vredelievende Sovjet-Unie in de internationale gemeenschap.Bl. Boven alles blijft in ieder geval verbaal het ideologische doel een wereldomvattend communistisch systeem onder leiding van de Sovjet-Unie. In de toekomst kunnen wij bijna zeker een toenemend bewapeningsniveau bij het Warschau-Pact verwachten met de nadruk op kwalitatieve verbeteringen en een meer wereldwijd optreden van de Sovjet-Unie, al dan niet door tussenkomst van satellietlanden. Men denke daarbij aan de modernisering van Sovjet -kernwapens, de uitbreiding van de Russische vloot, de inval in Afghanistan, de militaire steun aan Syrië en

Ontwikkelingen, van invloed op de strategie. Ontwikkelingen die een strategie beïnvloeden, zijn evolutionair van aard.

Plotselinge gebeurtenissen , zoals het conflict rond de Falkland-eilandcn en de gebeurtenissen in Polen, kondigen zich niet geruime tijd van te voren aan, doch

maken ook deel uit van die veranderende omgeving. Een aantal van deze ver-

anderingen is direct van invloed op de strategie. Als eerste noemen we de dreiging. De politiek-strategische ideëen van de Sovjet-Unie worden zo niet uitgewerkt, dan toch in ieder geval goedgekeurd door het Politbureau. Naar deze ideëen kunnen we slechts gissen, hoewel in de praktische uitvoeringen een aantal ontwikkelingen wordt onderkend die zijn gericht op: a. een uit elkaar drijven van de VS en West-Europa binnen de NAVO, b. een toename van de Sovjet-invloed in de Perzische golf,


kelingen die Oost en West in een bewapeningsspiraal dreigen te brengen. Naar verwachting zal deze spiraal zich vooral kwalitatief voortzetten. De nadruk zal hierbij liggen op de micro-electronica en laser- en puIswapentechnologie. De gevolgen zijn vooralsnog moeilijk te voorspellen, omdat de genoemde ontwikkelingen zeer kostbaar zijn en het van de politieke wil zal afhangen in hoeverre tOl productie wordt overgegaan. In ieder geval tekent zich nu reeds af dat oorlogvoering in de

f~LLY DEPlOYED T~E t.'I-)(, ANb No T~E 1'I1E'>IDf.~r

YEs, 'I.t VE

ISr-I'T HEf<E.

KE·S 11'1 WYoMIN6.

ruimte en vanuit de ruimte in het militair denken een belangrijke plaats gaat innemen, Voor de ontwikkeling van laserwapens worden momenteel enorme bedragen voor onderzoek en ontwikkeling uitgegeven tO) en conventionele wa-

pens worden in toenemende mate 'slimmer' en effectiever. Het is hierdoor de vraag of het allesoverheersend belang van kernwapens voor de afschrikking in de toekomst hetzelfde zal blijven. Ten derde noemen we de invloed van de wapenbeheersing. Met name het overleg betreffende strategische wapens lijkt steeds meer invloed uit te oefenen op de middelen die in het kader van de strategie ter beschikking staan. Door het aan-

brengen van kwalitatieve en kwantitatieve begrenzingen in bepaalde categoriën wapensystemen, kan het relatieve belang

van andere systemen toenemen. Een voorbeeld hiervan is de door president Reagan voorgestelde nul-<Jptie m.b.t. kernwapens voor de middellange afstand. ll ) Afzien van dit soon systemen vergroot het belang van systemen waarover wel beschikt wordt. Pariteit of wezenlijke gelijkwaardigheid bij strategische wapens maakt een mogelijke inzet in de toekomst minder waarschijnlijk en daarmee ook de strategie die in het gebruik van dit soo rt wapens zou kunnen voorzien.

Tenslotte is een invloed die niet onderschat mag worden de publieke opinie.

Door een explosieve groei van massamedia, waarbij vooral radio en televisie

van belang zijn, wordt de politieke besluitvorming beïnvloed door de publieke opinie. Deze invloed doet zich sterk gelden op nucleair gebied. Zowel in de Verenigde Staten als in een aantal Europese landen tekent zich een nucleair syndroom' af, d.W.Z. een categorisch af-

wijzen van alles wat met nucleaire technologie te maken heeft, waarbij het er niet toe doet of deze voor vreedzame of voor militaire doeleinden wordt ingezet .

Dit syndroom beïnvloedt reeds nu de politiek en deze invloed zal naar alle waarschinlijkheid toenemen. Waar eerst een aantal Wesl Europese landen vooropliep, loopt de Verenigde Staten de achterstand snel in . Voorbeelden hiervan zijn het onlangs door de senatoren Kennedy en Hat field ingediende

amendement om tot een bevriezing van het huidige aantal kernwapens te komen

Sporprem op de "dense-pock" van de MX-rakelIen.

(de zgn. 'Freeze')12) en het regeringsvoorstel de st rategische MX raketten dicht bij elkaar te plaatsen (het zgn. 'Dense Pack ') IJ) teneinde binnenlands politieke moeilijkheden te vermijden. Het is de vraag of de 'Hollanditis' overgewaaid is naar de andere zijde van de Oceaan, hoewel sommigen dit stellig beweren. Zeker lijkt in ieder geval een toenemende kritiek op de nucleaire component van de strategie. Dit klemt temeer, daar de werking van de st rategie alleen effectief is indien deze wordt begrepen en gesteund door de bevolking. Slechts dan zullen ook de benodigde middelen voor de uitvoering in toereikende mate

worden verschaft.

Een alternatief voor de Flexible Response? Alvorens in te gaan op de conseq uenties van de ontwikkelingen die de NA VO stategie beïnvloeden, dient te worden nagegaan aan welke randvoorwaarden deze strategie ook in de toekomst moet blijven voldoen. De NAVO is een intergouvernementele organisatie waarin de lidstaten hun souvereine belangen in de st rategie behartigd moeten zien. Aan een zekere vaagheid als gevolg van compromissen valt daarom niet te ontkomen. Gezien de aard van de NAVO en de hedendaagse democratische waarden die zij vertegenwoodigt, zal de strategie niet anders dan defensief zijn. Een vast gegeven is voorts de ligging van de staten. De NAVO vormt in West-Europa een relatief smalle strook grondgebied, door de Atlantische Oceaan gescheiden van de Verenigde Staten en Canada. Deze geografische scheiding brengt met zich mee dat er beperkingen worden gesteld

aan de wijze waarop een defensief kan worden gevoerd. Tevens hebben de NA VO-lidstaten door hun historische achtergrond verschillende opvattingen over veiligheid die leiden tol verschillende percepties van de dreiging. Dit betekent dat de gemeenschappelijke st rategie slechts gericht zal zijn op die dreigingsaspecten waarover consensus bestaat. Centraal daarbij staat dat zal worden getracht een gewapend connict te voorkomen, hetgeen betekent dat er sprake dient te zijn van een afschrikkingsstrategie. Met deze randvoorwaarden op de achtergrond stellen wij vraagtekens bij alternatieve verdedigingsconcepten, vaak misleidend genoeg met strategieën aangeduid . We maken hierbij een onderscheid tussen geweldloze concepten en concepten waarin een krijgsmacht is opgenomen. De geweldloze concepten worden hier niet verder behandeld, zij het dat we een kanttekening plaatsen. "Sociale verdediging" en passief verzet lijkt ons zeer wel mogelijk onder één voorbehoud en dat is dat een ieder hieraan meedoet, ook als de eerste duizend gijzelaars zijn doodgeschoten. Welnu , dit komt ons zo onwaarschijnlijk voor dat we hier niet verder op ingaan. Binnen de concepten met strijdkrachten komen twee stromingen voor: - een fundamentele verandering van de politiek-militaire strategie; - een vergroting van de effectiviteit van de strijdkrachten binnen het raam van de huidige strategie. Tot de eerste stroming behoren de concepten van Afheldt, Lösser 14), Spanoechi en BrossolIet. Meer recent is het concept van Barnabi en Boeker "Defensie zonder kernwapens" waarvan de basisgedachten zijn neergelegd in het

5


weekblad intermediar (1982) nr. 8,9, 12 en 19. Tot de tweede stroming behoren de concepten van Birnstiel en Uhle-Wettler t4 ). Tevens rekenen we "Airland Battle 2CXX>", een Amerikaans operationeel concept voor het eind van deze eeuw, tot deze stroming. In het beste!< van dit anikeI is het niet mogelijk af deze concepten in extenso te behandelen . We beperken ons daarom tot een toetsing aan de hiervoor genoemde randvoorwaarden. De concepten uit de eerste stroming gaan naar onze mening voorbij aan het fundamentele beginsel van afschrikking: de onzekerheid over de inzet van kernwapens. Barnaby en Boeker gaan zelfs zover dat zij terugkeren naar een min of meer statische linie-verdediging met conventionele wapens, hetgeen na de Maginot-linie op militair-technische gronden als achterhaald moet worden beschouwd . Bij de concepten uit de tweede stroming ligt het probleem in de bondgenootschappelijke consensus. Het concept van Uhle-Wettler is bijvoorbeeld typisch geschikt voor Zuid-Duitsland. In de Noordduitse Laagvlakte is de toepassing aanzienlijk problematischer. "Airland Battle 2000" is een Amerikaans concept en niet door het Bondgenootschap als zodanig geaccepteerd. Dit verklaarde generaal Rogers tijdens de Hoorzitting van de Vaste Commissie voor Defensie en Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer, die 13 en 14 januari 1983 werd gehouden. Bovendien gaat het bij de concepten uit deze tweede stroming meer

om aanpassingen van tactische en operationele doctrines, dan om aanpassingen van de strategie zelf.

We keren terug naar de NAVO-strategie en vragen ons af waarop deze strategie

in de toekomst gericht moet zijn. Naar onze mening zijn dat de volgende elementen:

- Het voorkomen van een gewapend conflict met het Warschau Pact en in geval dit onverhoopt mocht uitbreken, de agressie op een ZO laag mogelijk geweldsniveau beëindigen waarbij de aantasting van vitale belangen ongedaan wordt gemaakt. Het voorkomen van een conflict kan alleen d.m.v. afschrikking die gebaseerd is op zekerheid en wel die zekerheid dat de NAVO over een aaneengesloten scala van militaire middelen beschikt dat het mogelijk maakt gedurende een conflict onaanvaardbare schade toe te brengen aan de tegenpartij. Dit scala dient nauwkeurig afgestemd te zijn op de middelen van de tegenstander waarbij deze in het onzekere wordt gelaten welke middelen waar en op welk tijdstip worden ingezet. Het bewapeningsniveau dient in ieder geval zo te zijn dat ook gedurende een conflict

6

de afschrikkingsfunctie bewaard blijft. Afschrikking houdt immers niet op nadat een conflict is uitgebroken, maar dient er ook toe het geweldsniveau zo laag mogelijk te houden . Het ongedaan maken van de aantasting van vitale belangen is wezenlijk bestanddeel van de strategie omdat het die belangen betreft die de existentie van de souvereine staat aantasten. Dit behoeft niet alleen aantasting van de integriteit van het grondgebied te zijn, doch kan ook de aanvoer van strategische grondstoffen en energiedragers betreffen. Ter toelichting: een blokkade door het Warschau Pact van de aanvoerlijnen over zee van en naar WestEuropa betekent geen aantasting van het grondgebied, doch wel een aantasting van vitale belangen . - Een aangepast antwoord op agressie. Het doel hiervan is tweeledig. Enerzijds dient een aangepast antwoord om het conflict zoveel mogelijk te beperken en anderzijds om het zo snel mogelijk te beëindigen. De maatregelen die in dit kader worden genomen, dienen bij voorkeur op de zwakheden van de tegenpartij te zijn gericht en niet op zijn sterkste zijde, een zgn. " strategy of countervailing power" derhalve. tl). Een dergelijk concept dwingt de tegenstander een deel van zijn middelen voor defensieve operaties gereed te houden, hetgeen zijn vermogen voor offensieve operaties nadelig beïnvloedt. Tevens worden op deze wijze de meest gunstige voorwaarden

gecreëerd om na beëindiging van het conflict de status quo ante te herstellen.

- De zekerheid dat de maatregelen het beoogde effect bereiken. De aard en omvang van de militaire middelen dient te zijn afgestemd op de oorlogvoering. Bij de middelen kan een onderscheid worden gemaakt in conventionele strijdkrachten en massavernietigingswapens in analogie met de Russische indeling. Dit maakt de vergelijking met de middelen van de tegenstander niet alleen eenvoudiger Joch ook rationeler. Dit bevorden ook de onderhandelbaarheid in het wapenbeheersingsproces. In concreto betekent dit dat de NAVO over voldoende parate eenheden moet beschikken die zo wel met conventionele als massavernietigingswapens zijn uitgerust. Middelen voor de oorlogvoering in de ruimte dienen nauwkeurig afgestemd te zijn op het offensieve vermogen van de tegenstander. Naast de parate component dient over een mobilisabele component te worden beschikt ten-

einde zowel voorafgaand aan een conflict als na het uitbreken hiervan de parate component te versterken op een niveau dat de eerder genoemde doelstellingen worden bereikt . De zekerheid dat tegenmaatregelen het beoogde effect bereiken kan alleen worden bereikt door hoge eisen te stellen aan de overlevingskans van eenheden en wapensystemen. Een vermindering van de relatieve kwetsbaarheid is daartoe een voorwaarde. - Aanvaarding en steun door de bevolking. Dit kan alleen gebeuren door in alle openheid de rationale van de strategie te verduidelijken. Onbegrip over de noodzaak van bepaalde maatregelen dient daarbij te worden voorkomen. Aan de paradoxale van de afschrikking kan daarbij niet worden voorbijgegaan: Het bezitten van conventionele, chemische en nucleaire wapens en de geloofwaardige bereidheid deze in te zetten teneinde juist het gebruik te voorkomen, dient als axioma te worden aanvaard. Indien we een dergelijk aangepast concept vergelijken met de huidige "flexible response" kunnen, de volgende kanttekeningen worden gemaakt: - Het concept is minder defensief dan de huidige strategie, niet zozeer in de uitgangspunten, dan wel in de nadere uitwerking. Aangezien de risico's voor de tegenstander groter worden, een aantasting van zijn grondgebied behoon immers tot de mogelijkheden, zal de oorlogvoorkomende werking ook groter zijn . Daarenboven wordt de tegenstander gedwongen een deel van zijn strijdkrachten voor defensieve operaties te reserveren, hetgeen momenteel niet het geval is. - Het aangepast concept vereist een andere conventionele, chemische en nucleaire component dan thans het geval is. Bij de conventionele strijdkrachten zal een grotere nadruk komen te liggen op strategische mobiliteit en afstemming op locale vijandelijke mogelijkheden, geografische omstandigheden, e.d .. In zijn totaliteit betekent dit een andere structuur en een mogelijke uitbreiding van de conventionele component. Deze uitbreiding behoeft niet zo groot te zijn dat er een surplus aan middelen ontstaat, een militair overwicht, noch een gelijkwaardigheid aan de WP-strijdkrachten. Door de meer ged.ifferentiëerde inzet zijn evenwel meer middelen nodig dan thans het geval is met een grotere nadruk op luchtmobiele en amfibische eenheden. Nu gaat men immers uit van een uiterst minimum en waar dit niet wordt gehaald, wordt dit "opgevuld" met de nucleaire afschrikking. De massavernietigingswapens dienen te worden afgestemd op de vijande-


Nadruk op luchtmobiele eenheden.

lijke massavernietigingswapens, d.w.z. een uitbreiding van de chemische wapens en aanpassing van het nucleair arsenaal. Door vermindering van de kwetsbaarheid van nucleaire systemen en een grotere effectiviteit kan hun aantal belangrijk worden teruggebracht. Tekortkomingen, bijvoorbeeld op het gebied van de Intermediate Range Nuclear Forces (kernwapens voor de middeUange afstand), moeten echter worden opgeheven. Een zekere gelijkwaardigheid in systemen op aUe niveaus heeft een symmetrie tot gevolg die het wapenbeheersingsoverleg vereenvoudigt. De NA Va triade wordt de facto verlaten en vervangen door een aaneengesloten scala van middelen. - In het concept zijn de "direct defen-

ee". "deliberate escalation " en "general nuclear response" losgelaten. Gekozen is voor een diversiteit aan tegenacties die uiteindelijk tot doel hebben het oonflict te beĂŤindigen ĂŠn de aantasting van vitale belangen ongedaan te maken, hetgeen qua doelsteUing verder reikt dan thans het geval is. De juiste afstemming op agressie zal niet aUeen een zaak van

politiek en militair "crisismanage-

ment" zijn, doch ook een kwestie van goede voorbereiding in vredestijd (geoefendheid, moreel, leiderschap, e.d.). Wij onderkennen dat de nadruk hierbij in eerste instantie ligt op defensie operati~n, doch ook offensieve operati~n dienen vanaf het begin in de voorbereiding te worden betrokken. De overgang van de huidige strategie naar een aangepast concept zoals hier beschreven is, kan niet van de ene dag op de andere plaatsvinden. Zoals bij veel ontwikkelingen zal ook hier eerder sprake zijn van een evolutionaire aanpassing dan een plotselinge verandering. Dit betekent een voortdurende evaluatie van de bestaande situatie en het besef dat tekortkomingen dwingen tot aanpassingen, ook van de strategie indien dit noodzakelijk is!

Samenvatting Van de huidige NA Va-strategie, de Flexible Response, zijn de achtergronden onderzocht die tot haar ontstaan in 1967 hebben geleid. Tevens is bezien welke hoofdelementen deze strategie be-

vat. Aan de hand hiervan is vervolgens onderzocht in hoeverre de strategie thans nog valide is. Daarna zijn toekomstige ontwikkelingen die van invloed zijn op de strategie geanalyseerd. Op basis van een evaluatie van de huidige strategie en de verwachte ontwikkelingen die hierop van invloed zijn, is een ruwe schets gemaakt van een mogelijke aanpassing. Bij deze aanpassing wordt er van uitgegaan dat de oorlogvoorkomende werking het grootst is, indien op iedere vorm van agressie een in haar dosering geloofwaardig antwoord kan worden gegeven. Geconstateerd is dat de agressieve mogelijkheden van een tegenstander beperkt worden indien deze rekening moet houden met offensieve operaties. Daartoe wordt gepleit voor het in de bijgestelde strategie openhouden van meer strategische opties als antwoord op agressie. Een aanpassing van de structuur van de strijdkrachten lijkt daarbij noodzakelijk, waarbij aan een vergroting van de conventionele en chemische compenent en een verk1eining van de nucleaire component wordt gedacht. Onderkend wordt dat de voorgestelde aanpassing niet van de ene dag op de

7


andere kan plaalsvinden en dat de politieke wil daartoe aanwezig moet zijn. Aan het laatste wordt gezien de totstandkoming van de Flexible Response getwijfeld, maar dit mag geen belelsel zijn over de huidige strategie na te denken!

1. McGeorge Dundy, George F. Kennan, Robert S. McNamara en Gerard Smith, Nuclear Weapons and the Atlantic Alliance, Foreign Affairs. 60 (1982). No 3. 753·768. 2. G.c. Berkhof en P.M.E. Volten, Het militair stralegisch denken in de Verenigde Staten en de Sovjet·Unie (s.l. . s.a.) 18-20. 3. H .A. Kissinger, The Troubled Partnership (New Vork, 1965) 98-111. 4. Weissbuch 1979 Zur Sicherheit der Bundesrepublik DeutschlanlJ und lur Entwicklung der Bund~'ehr (Bonn : Im Auftrag der Bundesregierung herausgegeben vam Bundesminister der Verteidigung, 1979) 123-125. S. NATO. Facts and Flguns (NATO informati-

on service Brussels, 1978) 21 -24, 301-309. 6. Met grijze-rone wapens wordt geduid op die wapensystemen die niet strikt zijn in Ie delen in de categorietn conventioneel, tactisch-nucleair en strategisch-nucleair . Het probleem zit vooral bij de wapendragers van nucleaire systemen die lOwel tactische als stategische missies kunnen uitvoeren. Dit levert problemen op wanneer onderhandelingen hierover plaatsvinden . Vid. : G.c. Berkhof en P .M. Volten . "De grijze mne wapens en de mogelijkheden van wapenbeheersing" . Inlernalionale Spectator, (1979) 473. 7. NATO the nexilhiny years (West-view Croom-Helm , 1980) 8. 8. Deze factoren zijn o ntleend aan: P.H . Nitze, "Strategy in the decade of the 198O's", Foreign Arrairs. 59 (1980) 87. 9. Defensienota 1979 (Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid, 1979) 3-10.

10. Hearings of Military Post ure and H.R. 5968. Departmeni of Defense Aulhorizalion for Appropriations for .lscaI Vear 1983 before Ihe Commillee on Anned Servias HoUSf' of Represmlalins ninety--se"enlh congress 5eCOnd session. Reseach and Developmenl nUle 11 part S. WashingIon , 1982) 558-559. Het Congres heeft later nog eens S20 miljoen extra toegevoegd aan de begroting voor onderzoek naar kortegolf lasers. Vid .: Highlights of Ihe Conference Report on the FY -83 Departrnent of Defense AUlhorizalion Bill (Washington, 1982) 3. 11. Onder de nul-optie wordt verstaan het afruilen van de SS-4, SS-5 en SS-20 tegen het niet plaatsen van de samen 572 Tomahawk kruisvluchtwapens en Pershing 11 raketten. De Franse en Britse systemen en de Amerikaanse Forward Based Syslems vallen hier niet onder. Vid. : Hearings before a subcommUtee of the Commiuee on Appropriatlons House of Representatlves ninety sc"enth congress second session part 4. (Washington, 1982) 404. 12. De 'freeze movemenl' is een beweging in de Verenigde Staten van Noord-Amerika, waarvan de senatoren Kennedyen Hatfield de belangrijkste politieke exponenten zijn. De beweging staat een bevriezing van de aantallen kernwapens voor, vooruitlopend op resultaten bij de onderhandelingen over reducties. Hearings, 429-430. 13. De term "dense pack" heeft betrekking op een bepaalde plaatsingswijze van lC BM's. Het idee is de kwetsbaarheid van deze raketten te verkleinen. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat één vijandelijke ICBM niet krachtig genoeg is om een groep ICBM's te vernietigen. Daar het voor een ICBM niet mogelijk is door de effecten van een voorgaande explosie zijn doel kan zoeken treedt fractricide op. Dit biedt de tijd de resterende ICBM's te lanceren. Hearings, 604. 14. Binnen de genoemde st romingen zijn de volgende ideëen naar onze mening representatief: GeneraaJ-Majoor b.d . Jochen Löser gelooft niet in de effectiviteit van de huidige voorwaartse verdediging noch de effectiviteit van de huidige nucleaire middelen . Hij bepleit als gevolg hiervan een conventioneel concept dat de nadelen van de voorwaartse verdediging mist: een gebiedsverdedi-

* 8

ging. Dit concept berust op het klassieke idee van het verdedigen in de diepte. Klassiek nadeel is echter.ook dat dit grote verwoestingen op het eigen gebied tot gevolg heeft. Dit laatste denkt Löser te kunnen beperken door met de moderne technische middelen en een zeer beweeglijk patroon van het aangrijpen van de tegenstander de omvang van het gebied te kunnen beperken. Mobiliteit van kleine eenheden, kennis van het terrein (reservisten) en uitbuiting van de techniek zijn LOsers kernbegrippen . Brigade-Generaal Uhfe..Wdler komt op grond van operationele aspecten tot de vraag of het Duitse leger gezien het terrein wel de juiste vorm heeft. Hij pleit voor een betere afstemming van de eenheden op het terrein en het daar te verwachten gevecht. Hij streeft naar een grotere rol voor uiterst mobiele infanterie eenheden voor de pantserbestrijding in die gebieden waar het eigen pantser volgens hem minder effectief zal zijn. Meer in het algemeen dienen die eenheden tevens om de eigen pantsertroepen zoveel mogelijk te sparen. Bescherming van deze infanterie eenheden gebeurt dus niet door pantser maar door verspreiding. Hij stelt duidelijk dat deze guerilla-achtige pantserbestrijding de pantsertroepen niet kan vervangen, het is bedoeld als aanvulling. Vid .: U. Philipp, "NATO Strategy under Discussion in Bonn", International Defense Review 9(1981) 1367-1371. IS. De strategie van de 'countervailing power' is door generaal David C. Jones, voorzitter van het Amerikaanse comité van Chefs van Staven, als volg omschreven: "In the event of conflict, out strategy should be to apply our strenght against the weaknesses of the adversary, not neces.sarily at the poiR! of attack (which may be the enemy's strength) but across a wide array of painful vulnarabilities . The Soviets must he coR!inuaily faced with the cenain prospects that a military move against US or allied interests risks a conflict t~at could be wider in geographic, scope, or violence than they are prepared to deal with . In part.icular, they must be convinced that an infringement on our vitaJ interests in Southwest Asia would trigger a confrontation with the United Stales that would not be confined to that region" . Vid.: Vnited States Military Posture for FV-82 with supplemeni prepared by lhe organization of the joint chiefs of staff (s. l.m 1982) vi.


Defensie zonder Kernwapens voor West-Europa: Talrijke internationale organisaties waarvan Nederland lid is hebben zich uitgesproken tegen de kernwapens. De Verenigde Naties hebben bijvoorbeeld praktisch unaniem declaraties aanvaard, waarin gesteld wordt dat kernwapens de grootste bedreiging vormen voor het voortbestaan van de mensheid. De NAVO heeft als een van haar punten van beleid, dat de rol van kernwapens moet worden teruggedrongen. Het Verdrag tegen de Verspreiding van Kernwapens, dat ook Nederland heeft ondertekend bevat artikelen waarin enerzijds de landen die geen kernwapens bezitten be-

van de wapens: de trefzekerheid en de instelbaarheid van het effect van het wapen op het slagveld zelf. Er wordt wel onderhandeld over beperking of zelfs reductie van kernwapens, maar de onderhandelingen van de laatste 30 jaar hebben weinig opgeleverd. En de nu lopende besprekingen in Genève over kruisraketten, Pershing 11 en SS-20? In het beste geval komen er dan minder van de wapens in West-Europa. De

Prof. dr. E. Boeker Naluurkundig Laboratorium Vrije Universiteit,

Amslerdam

pland, gevaarlijker zijn dan 5 jaar geleden: logge onbruikbare afschrikkingswapens zijn ingeruild voor beweeglijke preciese en militair bruikbare raketten. Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat de geloofwaardigheid van de defensiepolitiek in de Westerse landen bij de bevolking afneemt. Als overheden er kennelijk niet in slagen de belangen van hun land effectief te behartigen, dan komen de protesten los. Kerken verheffen hun stem 1), de vakbeweging blijft niet achter 2) en gewone mensen gaan met honderdduizenden de straat op 3). Het is dan ook geen wonder, dat velen zich aangesproken voelen door de IKVleuze 'kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland' . Hier wordt a1-

kwalitatieve vernieuwing van de overige kernwapens zal blijven doorgaan. De Verenigde Staten blijven de duizenden kruis- en andere raketten produceren, die buiten de NAVO-strijdkrachten vallen, en ook de Sovjet-Unie zal zijn militaire inspanning in het totaal op peil houden. En zelfs afgezien van deze doorgaande wapenwedloop tussen de VS en de SU zal de situatie in WestEuropa na een Geneefs accoord over een kleiner aantal raketten dan nu ge-

loven die ook niet te verwerven, maar anderzijds de landen die wel kernwapens bezitten beloven hun kernwapenarsenalen af te bouwen. De werkelijkheid vormt een schril contrast met deze goede bedoelingen. De kernwapen wedloop gaat door, zowel in aantallen kernkoppen als in de kwaliteit

Spotprent in de Chicago Tribune van maart /983

, ".

...

f.

~

â&#x20AC;˘ /

.

~;

.

... ,

"

(

-

-.

...., "

. .

0

~.

!'> Q ......

~

.

.'

..

't

--

do~ , ./"'-. :.d..) "v"' ~,

9


thans een nieuwe weg gewezen . waar het wnneklaar is dat de tradioneIe weg vroeg of laat tOl een ramp leidt. In dit artikel probeer ik een weg aan te geven die gebaseerd is op een studie samen met Frank Barnaby4l. Deze komt tegemoet aan de wens die neergelegd is in de IKV leuze, en bevat een strategie die in overeenstemming is met het NA VO verdrag, waarin wederzijdse bijstand bij een aanval van buiten is opgenomen. Ons concept maakt een selectief gebruik van de modernste militaire technologie en is dus niet pacifistisch te

noemen. Het behelst wel het kernwapenvrij maken van een deel van West-Europa onafhankelijk van het gedrag van de Sovjet-Unie. Maar tegelijkertijd wordt de oonventionele verdediging op een heel andere leest geschoeid . Het gelijktijdig uitvoeren van beide maatregelen leidt - naar onze mening tOl een meer stabiele militaire en politieke situatie in Europa. Het is een eenzijdige stap die het beste belang van alle betrokkenen dient.

West-Duitsland en de Benelux Voor onze beschouwingen kiezen we de Benelux-landen met West-Duitsland als geografische eenheid. De redenen zijn politiek en militair. In de besprekingen die al sinds jaren in Wenen worden gevoerd over wederzijdse troepen beperking in Europa (de MBFR-onderhandelingen) worden aan NAVO-zijde juist deze 4 landen beschouwd; aan de zijde van het Warschau Pact zijn dat Oost-Duitslapd, Tsjecho-Slowakije en Polen. Als men dus in West-Duitsland en de Benelux over gaat op een nieuwe militaire en politieke conceptie dan is er een bestaand kanaal waarbinnen men aan Oostelijke zijde om reacties kan vragen. Als men een grotere geografische eenheid kiest zal men al gauw Engeland of Frankrijk daarin moeten opnemen. Afgezien van de moeilijkheid, dat Frankrijk fonneel niet mee doet met het militaire NAVO-apparaat, krijgt men dan te maken met een of twee landen die zelf over kerwapens beschikken. In de huidi10

ge situatie zullen de Engelse of Franse regeringen bij een aanval op hun eigen grondgebied altijd de optie willen openhouden om met hun eigen kernwapens daarop te reageren. Voor West-Duitsland en de Benelux bestaat die optie niet. Het is een Amerikaanse bevelhebber die beslist over de inzet van de wapens. Bij de besluitvorming zal hij mÊÊr argumenten laten meewegen dan het belang zoals de betrokken landen dat zelf zien. Er is dus een belangrijk psychologisch verschil tussen kernwapenlanden als Engeland, Frankrijk en de VS aan de ene kant en West-Duitsland en de Benelux aan de andere kant. Dat maakt het voor deze vier landen dus gemakkelijker om kernwapens van hun eigen grondgebied te verwijderen dan voor de kernwapenlanden ll . Het ligt dus niet voor de hand voor een eerste ronde het gebied van WestDuitsland en de Benelux uit te breiden. Men moet het ook niet kleiner maken en beperken lOt de Benelux. Een argument om de Bondsrepubliek Duitsland in de beschouwingen te betrekken is ondenneer het belang dat de Sovjet-Unie hecht aan dit land. Na de Verenigde Staten is het de sterkste economische macht binnen de NAVO. Verder vormt het voor het Warschau Pact een grensland op een geografische positie waar weinig natuurlijke barrières troepenbewegingen in beide richtingen kunnen vertragen. De NAVO probeert deze kwetsbaarheid op te vangen door in West-Duitsland strijdkrachten uit diverse NAVO-landen te legeren: uit Engeland, Duitsland, de Beneluxlanden en de Verenigde Staten. Het wordt op die manier manifest dat een offensief tegen de Bondsrepubliek als een aanval op allen wordt beschouwd; de kern van het NAVO-verdrag wordt hiermee ondubbelzinnig zichtbaar gemaakt. Als op dit geografische gebied de NAVO een andere militaire opstelling kiest, is dat het meest duidelijke gebaar dat men als NAVO naar de Sovjet-Unie kan maken.

Defensie zonder provocatie Een defensie met conventionele wapens hoeft op zichzelf nog niet oorlogvoorkomend te werken. In Europa hebben we twee vernietigende wereldoorlogen gekend met wapens, die we nu ouderwets zouden noemen. En ook momenteel wordt er op verschillende plaatsen in de wereld conventioneel oorlog gevoerd . Men is er dus niet met de het eenvoudigweg afschaffen van kernwapens. Er moet meer gebeuren. Barnabyen schrijver dezes hebben daarom geformuleerd, dat iedere militaire opstelling zal moeten voldoen aan het principe van defensie zonder provocatie: 'de omvang, de wapens, de training, de logistiek (; organisatie van bevoorrading, de

communicatie etc.), de doctrine ( ; de basis leer van militaire operaties), de militaire handboeken, de oefeningen in vredestijd, de computer-simulaties van het oorlog voeren e.d. zijn zodanig dat zij in hun IOtaliteit duidelijk niet in staat zijn lOt het voeren van een offensief, maar juist voldoende voor een geloofwaardige defensie zonder kernwapens'. Als de militaire opstelling aan dit principe voldoet, dan gaat er per definitie geen militaire dreiging van uit naar andere landen. Men is immers physiek niet in staat een ander land het kans van slagen aan te vallen. Naar onze mening moet de defensie van West-Europa volgens dit principe worden georganiseerd. Er is dan in geval van militaire spanning - waar ook ter wereld - voor de SovjetUnie geen miltaire noodzaak om WestEuropa uit te schakelen, zeker niet in een zogenaamde ontwapenende eerste klap. Er gaat immers geen militaire bedreiging uit van dit gebied. Dit aspect van de militaire opstelling verhoogt daarom de stabiliteit in Europa. Anderzijds moet de defensie ook sterk genoeg zijn om het "binnenwandelen' van een tegenstander te ontmoedigen. Als een defensieve opbouw ook hieraan voldoet dan neemt de militaire stabiliteit beslist toe. Wij zullen laten zien dat dit kan, maar het vereist wel een drastische ombuiging van de militaire NA VOopstelling en van het huidige beleid.

Het Airland Battle concept De NAVO is een defensief bondgenootschap en heeft niet de bedoeling om een offensief naar Oost-Europa te voeren en de Oost Europese landen te "bevrijden". Wij accepteren deze bekende intentieverklaring, maar verwijzen naar het oude adagium dat het niet gaat om de intentie van een potenti~le tegenstander, maar om zijn militaire mogelijkheden. De politieke bedoelingen kunnen immers snel veranderen en dan geven de militaire capaciteiten de doorslag. De militaire opstelling van het Westen gaat ook conventioneel steeds meer een offensief karakter vertonen, wals blijkt uit de gedachtengang, gepresenteerd door NAVO-bevelhebber Rogers6). De Amerikaanse conceptie voor de jaren '80 en '90 is de zogenaamde Aitland Battle, die de integratie beoogt van oonventionele, nucleaire, chemische en electronische strijdmiddelen. Hoewel deze integratie een vroegtijdige inzet van kernwapens toelaat en wellicht zelfs bevordert, wil men de optie openhouden om Europa gedurende lange tijd conventioneel te verdedigen. De basishypothese is een grootscheeps en goed voorbereid offensief van het Warschau Pact tegen de NAVO in Midden-Europa. De eerste aanvallende golf wordt gevonnd door de thans aanwezige parate troepen in de buurt van de Oost-West grens. De tweede golf


bestaat uit de troepen uit Polen en de Sovjet-Unie die daartoe op volle sterkte worden gebracht. De eerste golf wordt conventioneel tegengehouden, maar de NA VO is dan zo verzwakt, dat de tweede golf vrij spel zou hebben. Airland Battle zorgt dan voor het uitschakelen van bruggen, spoorstations en militaire steunpunten vèr in Oost -Europa, zodat het tweede echelon het slagveld niet kan bereiken. Voor de Sovjet-Unie is het netto effect van deze conceptie dat er een bedreiging bijkomt. Behalve de kernwapens, die nu al op Oost-Europa gericht zijn, komen er dan ook conventionele wapens, die niet de barrière hoeven te nemen van het taboe dat op kemwapens rust. De militaire NA va capaciteiten nemen dus toe tot ver in Oost-Europa. Een soortgelijke ontwikkeling aan Sovjet-zijde maar dan in Westerlijke richting kan worden voorzien en er komt dan voor beide partijen Oost èn West een reden bij om in geval van spanning een offensief te starten uit voorzorg tegen de gevreesde aanval van de andere zijde. Door deze ontwikkeling neemt de stabiliteit dus af. Het is overigens volstrekt begrijpelijk, dat supennachten als de Verenigde Staten of de Sovjet-Unie de optie voor een offensief open houden. Beide hebben ze de ervaring van de Tweede Wereldoorlog, waar een offensief nodig was om de Duitsers 'terug te rollen' LOt Berlijn. Beide hebben ook aspiraties om overal ter wereld militaire acties uit te kunnen voeren, dus ver van huis en per defenÎ-

scheepse aanval op het Westen in meerdere offensieve golven.

De militaire opstelling in het Westen moet er op gericht zijn met parate troepen aan de eerste twee calamiteiten het hoofd te bieden . In dat geval eist het derde scenario een grote voorbereidingstijd en is er ruimschoots gelegenheid tot politieke interventie door de Verenigde Staten. Die zullen aan Moskou duidelijk maken, dat hun vitaal belang wordt geschaad als de Soviet -Unie en West -Europa samen èèn blok zouden vormen. Hun gezamenlijke economische kracht is immers groot genoeg om voor de VS een reële bedreiging te vonnen. Als de Sovjet-Unie doorzet en een wereldconflict riskeert, met inzet van kern-

wapens van beiden kanten ontstaat een penibele situatie. Die zelfde situatie zou ook optreden bij het huidige NA VObeleid of bij Airland Battle. Als Sovjet leiders een wereldconflict durven riskeren, is daar geen kruid (of kruit) tegen gewassen . Scenario's één en twee zijn conventioneel op te vangen en leiden niet automatisch tot een kernoorlog. In

die zin wordt de situatie stabieler. We bespreken nu enkele karaktenrekken van een niet-provocerend defensiesysteem. Het zwaartepunt ligt in het oostelijk gebied van de Duitse Bondsrepubliek , rechts van de stippellijn in figuur I. Daar worden ondergrondse,

weinig kwetsbare communicatiesystemen aangelegd (met glasvezels) en worden militaire oefeningen gehouden . De militaire uitrusting is licht, de voertuigen zijn zeer snel beweeglijk en het accent ligt op anti-tank en anti-vliegtuig geschut. Bij de oefeningen op bekend gebied wordt iedere vierkante meter in kaart gebracht zodat de positie van een vijandelijke eenheid zeer precies wordt vastgesteld en wordt gebruik gemaakt

van de vaste, begraven communicatiesystemen. Er worden weinig of geen eigen tanks opgesteld ; de funktie van tankbestrijding kan goedkoper en minder provocerend gebeuren . In het gebied van figuur I zijn nog steeds troepen uit diverse NAVO-landen gelegerd om de NAVO-betrokkenheid zichtbaar te maken. Hun uitrusting en logistiek is echter gestandariseerd en onderling te verwisselen of te repareren. Dat is militair effectiever en aanzienlijk goedkoper 9). Daarbij moeten dus alle troepen zich concentreren op de defen-

sieve opties en afzien van offensieve. Dat is geen probleem voor de troepen van de Benelux landen en WestDuitsland. Daar heeft men politiek afgezien van militair ingrijpen elders. Voor Groot-Brittannië is dat moeilijker. De herovering van de Falkland eilanden laat zien, dat men daar deze militaire optie vooralsnog wil openhouden. Voor

Figuur I . Defensie aan de Oos/grens. De defensie "'Ordl geconcentreerd in hel gebied rechts \'un de Slippe/Jijn, de zogenaamde Weser-Lech linie. (Uit: (4).

tie offensief. Aangezien de supennacht zijn troepen overal op dezelfde manier zal uitrusten om de effectiviteit en de uitwisselbaarheid te bevorderen, hebben de troepen in Europa offensieve mogelijkheden. 7) BREME1 .-.'

Een defensie voor Europa Het probleem van de uitrusting van de Amerikaanse troepen laten we even rusten en kijken eerst naar een optimale defensie zonder provocatie voor WestEuropa. We nemen ter wille van de discussie aan, dat de Sovjet-Unie een militaire bedreiging vonnt S). Wij onderscheiden de drie scenario's, die leiden tot een militaire confrontatie tussen Oost en West : I) een opstand in Oost-Europa leidt tot een militair Sovjet ingrijpen, de zaak escaleert en bij hun manoevres overschrijden Sovjet-troepen de OostWest grens. 2) Sovjet leiders lanceren een verrassingsaanval op het Westen om snel een groot deel van Duitsland en de Benelux te bezetten en zo een 'fait accompli' te scheppen. Men gebruikt de parate troepen in de buurt van de Oost-West grens (anders is er geen sprake van een verrassingsaanval). 3) Het Warschau Pact gebruikt al zijn kracht en reserves voor een groot-

.,.i\

., , --'

-,

.-'

BERL~N

.

,,--'005TDUtT5LAND

BONN

'. -, BRUSSE

.

.

-~

,

"

'. _"- ~ '- ---'~/T5J ECHO-

" _5LOWAK~E ,

,,

, -,

PAR'JS

,.. MUNCHEN,. / '. ,

FRANKR~K

,

.." .....

"

'.'

ZWtT5ERLAND

..

.. ' _.. - J"'-_ ........"

,.'

--, 11


de Verenigde Staten is dat als supermacht vanzelfsprekend en ook het opbouwen van hun sneUe interventiemacht is daarvan een voorbeeld. Dit is een politiek probleem, waarvoor op Europeesen NAVO-niveau een oplossing moet worden gevonden. Wij zijn van mening, dat een niet-<lffensieve opstelling van de Europese NAVO-landen voldoende politieke voordelen biedt, zowel naar de Derde Wereld toe als naar het Oostblok, om zulk een oplossing 'haalbaar' te doen zijn.

FORWARD EOGE OF

AEA" [OGE OF BAARIER IONE

I

: )

I ) I HEAVY ROCK ET

BAARIER IONE

I )

: IoIEOIUM ROei( T

LIGHT

/ ';"r-"~AOCkET I

Een barrière van vuur Een uitwerking van een zuiver defensieve optie is gegeven door de Duitse militair (b.d.) Hannig lOl. Een voorbeeld van zijn schema is gegeven in figuur 2. Een gebied links van de Oost -West grens met een breedte van 4 km (in de figuur tussen de venicale stippellijnen) wordt

ROCHT

MEDI UM ROCItET

lAUNCHERS

LAUNCliERS

(6-TUBE )

1 12 - TUBE I

HEAVY

Geen provocatie In de studie van Barnabyen schrijver dezes41 wordt meer uitdrukkelijk het accent gelegd op het voorkomen van provocatie, op het gebruik van moderne. communicatie-technologie en op het inschakelen van onbemande vliegtuigen rondom de Oost-West grens. Het aspect 'zonder provocatie' houdt in dat de raketten en vliegtuigen een actieradius hebben van niet meer dan 80 km. Men kan daarmee nog wel aanvoerlijnen in 'vijandelijk' gebied onder vuur nemen, maar men vormt geen wezenlijke bedreiging voor de integriteit van - in dit geval - het Warschau Pact. De bemande vliegtuigen zijn aanzienlijk

12

I eARRIER

4 5 6 7 8 9 10 I TANKS

I

I

TQWEO HOWITlERS

... 1 ~I

" )

;1

constant onder vuur gehouden met ra-

ketten. Enkele malen per dag wordt het gebied volgeschoten met mijnen die een tankopmars afremmen. De venraagde tanks zijn dan een gemakkelijke prooi voor anti-tank raketten. De kwaliteit van deze opzet blijkt uit een afstudeer-studie aan een Duitse militaire academie) 1), waarvan het resultaat wordt getoond in figuur 3. Hier wordt de gangbare Duitse legeropstelling (A) vergeleken met de vuurbarrière van Hannig (B) en een voorstel van generaal Löser (C). De laatse werkt minder met een barrière en meer met lichte beweeglijke eenheden over een groter gebied. Uit fig. 3 blijkt dat Hannig's opzet het snelste tot resultaat leidt bij een matige indringdiepte. Bij de gangbare opstelling (B) vindt al gauw doorbraak plaats. Men moet aan een studie als hier bedoeld slechts kwalitatieve betekenis toekennen; ze is sterk vereenvoudigd en laat bijvoorbeeld de luchtstrijdkrachten aan beiden zijden buiten beschouwing. Ovenuigend is echter aangetoond dat bij gelijk niveau van technologie en bij soldaten van dezelfde kwaliteit onder dezelfde omstandigheden de 'barrière van vuur' de meest effectieve defensie van het drietal is.

o

KM 150

LIGHT AOCItET lAUNCHERS

ROCKET ARTllLEAY

1 GUNS

lS-S0KM ) )

I

I

( lil - TUBE ) SP HOWITZERS

Figuur 2. Een barrière van vuur. De vericale stippellijn, iets rechts van het midden valt samen mer de Oost- West grens. De 4km links daarvan wordt constant onder vuur gehouden met raketten en mijnenleggers. Uit: (10) .

eenvoudiger dan machines als F-16, waarover de Nederlandse luchtmacht beschikt. Er zijn twee types vliegtuigen: laagvliegende voor de ondersteuning van grondoperaties en hoogvliegende die snel tot 30 km stijgen om vijandelijke machines te onderscheppen. Voor het tussengelegen gebied is bescherming met door radar geleide raketten (zoals de Patriot) afdoende. De lichte onbemande vliegtuigen worden gebruikt voor verkenning en voor het doelgebied van de raketten. Moderne technologie wordt functioneel ingeschakeld om de bevelvoering te vereenvoudigen en decentralisatie te bevorderen. De kwestbaarheid van het militaire apparaat neemt daardoor af en het nuttig effect neemt toe. Het is niet mogelijk de merites van het verdedigingsstelsel in dit kon bestek te bespreken. De basisgedachte van decentralisatie is echter te illustreren met een voorbeeld uit de biologie. Als men een kolonie bacteriën heeft op een voedingsbodem, dan kan men de hel ft weghalen; de andere helft blijft intact. Als men bij een mens de helft weghaalt, dan sterft ook de andere helft onmiddelijk af. De militaire opstelling moet dus opgezet worden volgens het model van de bacterie-kolonie. Het is dan slechts buiten gevecht te stellen door het totaal (nucleair) te vernietigen. Dan wordt heel West-Europa een woestenij. Een bezetter heeft daarmee niets te winnen.

De Kosten Defensie kan niet op een koopje en ook de omschakeling van èèn systeeem naar een ander kost geld. Defensie zonder provocatie is echter mogelijk binnen de

huidige defensiebegroting. Dit is in te zien door de militaire uitgaven van de Europese NAVO landen (95 miljard $ in 1981 volgens SIPRI) te vergelijken met die van het Warschau Pact (132 miljard $). Aangezien een zuiver defensief apparaat minder opties hoeft te hebben dan een offensief systeem is het goekoper en omdat het Warschau Pact ook nog de Verenigde Staten en China het hoofd moet bieden is alleen al het Europese NAVO budget royaal voldoende om 'defensie zonder provocatie' te betalen. Een andere argumentatie van de betaaIbaarheid is te geven door de 'Airland Battle' doctrine van general Rogers. Dat is volgens hem te financieren met een verhoging van het NAVO budget met 4'70 gedurende een aantal jaren . 'Defensie ronder provocatie' maakt ten dele gebruik van soongelijke technologie, maar van kon ere dracht. De kosten zuIlen vergelijkbaar zijn. In ons voorstel wordt daarnaast echter afgezien van complexe en dure vliegtuigen en van offensieve systemen als tanks en vliegdekschepen. Die besparing moet ruim voldoende zijn om de andere opzet te financieren . Tenslotte kan men ook nog een schatting maken van de kosten van het systeem zelf. Hannig 10) komt tot de conclusie dat zijn systeem al in JO jaar is op te zetten met de Duitse defensiebegroting. Een meer geïntegreerde NA VOopzet door meedere landen is dus zeker te betalen.

Politieke voordelen Men kan niet verwachten dat een enorme organisatie als de NAVO onmidde-


5) Dit is een argument van de Duitse Egon Bahr, zoals bijvoorbeeld neergelegd in het Palme rapport; Bondgenoten in veiligheid , Sijthoff. Alphen aan de Rijn 1982. Zie pag. 219/ 220.

2.5

w

6) Een meer uitvoerige onderbouwing hiervan wordt gegeven in: Ben Dankbaar, The Airland Batt le Concept , AChaIlenge to the Peace Movement? Conferentie: Science between War and Peace, Berlin 1983.

2

l-

c..

W 0

<!>

1.5

C

t

z

0: 0

7) Zie: Seymour J. Deitchman. New Tcçhnology and Militairy Forces for the 1980s and Beyond, Westview Press, Boulder. Colorado 1979.

DOORBRAAK

z

Î 0.5

T

AF STOPPEN

B

0 0

0.5

1.5

2

2.5

3

3.5

--. GEVECHTSDUUR Figuur 3. Vergelijking lussen verschillende concepties om een offensief op te vangen. Verticaal staat de indringdiepte en horizontaal de gevechrsvuur, beide in willekeurige eenheden. A is de barrière van Honnig, die snel tOl resultaat leidt. C een voorstel \'on LÖSi!r, die wal fangzomer lOl resulloof leidt, en B de huidige Duitse legerslrucluur, die vrij snel (Ol een doorbraak leidl. Uil: (11).

lijk een alternatief omarmt. Evenmin kan men van een Nederlandse regering verlangen dat zij zich vastlegt op één specifiek alternatief. Maar men kan wel vragen dat op regeringsniveau en binnen de NAVO serieus en in het openbaar studie gemaakt wordt van alternatieven voor de huidige wapenwedloop. De tijd is gunstig voor een Nederlands-, Benelux- of Nederlands-Duits initiatief in deze kwestie. Misschien dat organisaties als lASON of partijen in de Tweede Kamer eens een beroep kunnen doen op de Nederlandse regering op grond van de politieke voordelen die daarmee verbonden zijn 12). Ik noem er enkele. In de eerste plaats wint het officiële regeringsbeleid 'de rol van kernwapens terugdringen' aan geloofwaardigheid als voorstellen, die in een eerste stap WestDuitsland en de Benelux kernwapenvrij maken serieus worden onderzocht. Dit geldt te meer voor alternatieven, zoals in dit artikel besproken, die binnen de huidige bondgenootschappen en verdragen als NAVO, Europese Gemeenschap en West-Europa Unie kunnen worden gerealiseerd. Een grondige studie van de alternatieven vereist ook simulatiest udies, zoals genoemd in noot 11 . Zulk soon studies gaan de financiële en technische mogelijkheden van universitaire onderzoekers te boven . Als de regering hier de faciliteiten geeft, zoals recent is gebeurd met de studie van uiteenlopende energiescenario's, komt zij tegemoet aan het verlangen van de velen in de bevolking die van de kernwapens af willen . Een onafhankelijke vergelijkende studie van de beleidsaJternatieven geeft regering en parlement de kans tot een verantwoorde afweging en keuze te ko-

men .

Als het beleid daarna inderdaad kiest voor defensie zonder provocatie en zonder kernwapens, dan is een belangrijke slap gezet op weg naar het naleven van het Verdrag tegen de Verspreiding van Kernwapens en het opvolgen van uitspraken van de Verenigde Naties. Daarmee krijgen internationale verdragen en organen het gezag terug dat ze zijn kwijt geraakt doordat de huidige praktijk naar geest en intentie daarmee in strijd is. En op lange termijn is het gemeenschappelijke belang van allen om tot een goed functionerende internationale rechtsorde te komen. Defensie zonder provocatie in WestEuropa betekent ook het afzien van militaire interventies buiten het eigen gebied. Daarmee wordt een bedreiging van de Derde Wereld weggenomen. Op die manier krijgt de Europese Gemeenschap de speelruimte voor geloofwaardige politieke initiatieven om de wederwijdse economische belangen veilig te stellen. En daarmee zijn alle partijen gediend.

I) Zie Siebe Riedstra, Negen kerken in de vuurlinie, vredesdiscussies binnen de kerken 1980- 1982, VU boekhandel/ Uitgeverij 1983.

8) Men moet bedenken, dat althans een deel van de Sovjet macht gebruikt wordt om Oost-Europa onder druk te letten. De st rijdkrachten van de Oost-Europese landen zelf zullen niet enthousiast zijn over een offensief naar het Westen. Voorts zijn er de taalproblemen tussen de Sovjet soldaten onderling en kan men in het Sovjet-systeem moeilijk snel beslissi ngen nemen op een laag beveIni veau. De mate van de militaire bedreiging door de SU wordt dikwijls overdreven. Volgens het adagium dat de militaire 'capabi1ities' van een potentitle tegenstander doorslaggevende zijn . is het toch goed de mogelijkheid van een Sovjet offensief als hypothese in zijn conseq uenlies door te denken. 9. De Amerikaanse defensie specialist Dcitchman (I.c. noot 7, pag. 193) komt op minimaal 100/0 besparing. Deze auteur schrijft overigens ook , dat de belangen van de nationale militaire industrieën deze besparing beletten . 10. Zie 'David won van Goliath ' De Ingenieur. november 1982. p.20-26 en Noben Hannig: De Defense of Western Europe with Conventional Weapons, International Dcfense Review. November 1981 , 1439- 1443. 11. Manfred Neuber, Lt.. Diplomarbeit : Zur Gefcchtswirksamkcit konvl::llliondler Feuersperren in der frühen Vorneverteidigung, HSBw M-I D 9/ 82 . 12. Het meest genoemde bezwaar tegen een 'defensie zonder kernwar.K=lls' is de zgn. kernchantage. De SU zou dan politieke of economische concessies afdwingen over de bedreiging Hamburg of Amsterdam met een kernbom te vernietigen. Onze reactie op dit bezwaar is gegeven in de publicatie genoemd in noot 4.

*

2.) FNV, Vrede en Omwar.K=ning, Voorlichtingsdienst mei 1982 3) Zie Diek Benschop, Vredesbewegi ng en politiek, o ntstaan en betekenis van de 21 November demonstratie, VU boekhandel/ Uitgeverij 4) Frank Bamaby en Egben Boeker, Defensie zonder Kernwapens, Meulenhoff Informatief, Amsterdam 1982 Bradford University School of Peace Studies, Housemans. London 1082.

13


'lmprove our conventional capabilities' We should begin by asking ourselves what kind of future is it which most of our people want. I submit that we could agree that it is a world in which we maintain peace with our freedom and way of life intact, in an international environment that is more stabie, with lowered tensions, and with reduced and balanced levels of military forces and arms. If that is the future to which most of us aspire, how do we achieve it? ft is at this point where many of us diverge in our approach. It is my conviction that the only solution lies in the successful negotiation of equitable and veritiable arms reduction accords and controls for all categories of forces. Only such accords can halt the arms growth and provide balanced reductions: only such controls can inject a greater degree of predictability into the military situation, thereby maklng it more manageable and more stabie. Further sucessful negotiations must be in the Soviets' interest as weil as our own. To be successful in negotiating arms reductions and controls we must ensure that the Soviets have incentives to negotiate seriously. This, in turn, requires that our Alliance be viewed as politically united and cohesive. This politica! imperative demands, among other things, that we maintain our resolve to implement both tracks of our vital decision of December 1979 regarding the modernization of and negotiation about longrange theater nuclear forces . I shall have more 10 say on this later. We must also Qvercome thase transatlantic tensions which are caused in the main by differing perceptions on each side of the Atlantic as to how to deal with military, politica! and economic issues affecting East-West relations. I believe these tensions can be reconciIed if we are patient enough to listen 10 each other and wise enough to take account of the problems and interests which are speculiar to indivual nations . In addition to the political imperative, we are faced with a military irnperative. But succinctly, we need to be perceived as military strong and resolute, as being able to implement successfully NATO's deterrant strategy of Fl~xible Response. That strategy envisions three possible responses to agression : 1) Direct defense, 10 defeat an attack or to place the burden of escalation on the enemy. 2) Deliberate escalation on NATO's part, 10 include escalating to the use of nuclear weapons. 14

3) The general nuclear response, the ultimate guarantor of our deterrence. NATO's strategy of Flexible Response is still as appropriate today as when it was elaborated in the 1960's ij誰t is supported by an adequate military capability for each leg of the traid of forces it requires: strategic nuclear, theater nuclear and conventionaI. However, today - and different from the 1960's - we tind NATO has been surpassed by the Warsaw Pact in all three categories of forces. A1through NATO gets stronger every year, the gap bet ween the force capabilities of NATO and those of the Warsaw Pact gets wider each year, decreasing the credibility of our deterrent. Fortunately, the US ans UK have undertaken measures to restore the deterrent value of the strategic nuclear component of the tried of forces. If the Alliance carries through on its December 1979 t wo-track decision concerning LRTNF, it will till that gap in our spectrum of deterrence. However, we have not shown similar rcsolve in the cC'nventional area. By our continued f";lure to meet commitments to improve con ventional forces, we have mortgaged our defense 10 the nuclear response. Instead of possessing genuine flexibility, NATO's current military posture will require us -if attacked conventionally -to escalate fairly quickly to the second response of our strategy, "deliberate Generaal Bernard W. Rogers

Part of (he statement by general Bemllrd W. Rogers . supreme allied commander Europe to (he standing committees for foreign affairs and defence of the Second Chamber of the Dutch parliamem, in The Hague , 13 Januari 1983

escalation " to nuclear weapons. The plain fact is that we have built ourselves a short war; we simply are unable to sustain ourselves for long with manpower, ammunition and war reserve stocks to replace battletield losses and expenditures. Therefore we face the serious risk of having no recourse other than the use of nuclear weapons to defend our soil. This fact is for me, and I would think for you, a sobering picture of the A1liance's current military post ure. But it is by no means hopeless. As I assess it, NATO's military situation, though unfavorabIe, is not yet unmanageable nor beyond restoration if we resolve to act before it is 100 late. As a defensive Alliance we need not match the Warsaw Pact one for one in any area of force comparison. Thus, there is an alternative available to us: we can develop an adequate, conventional capability by the end of this decade which will provide a reasonable prospect of successful defense utilizing NATO's tirst and preferred response, "direct defense 10 defeat an attack or place the burden of escalation on the enemy" . To archieve such an adequate conventional capacity we must rlfst do better with the farces we have. This means overcoming their detieieneies so that they meet the peacetime standards of Allied Command Europe in manning, equipping, training, sustaining and reinforcing. We must also modernize our farces and, as we do, must exploit Dur superior Western conventional weapons, the Warsaw Pact follow-on echelons of forces before they can reach the line of contact. Our technology can also give us the electronic warface means to disrupt the highly centralized control and direction of Warsaw pact operational military units. A conventional capability as I have described can generally be achieved by the end of this decade if nations will fullrill the agreed NATO Force Goals on the timescale established . To meet these comrnitments of force improvements as set out in the Force Goals would require an annual average 40/0 real increase per


nat ion for defense. This would represent an additional sacrifice in the first year, 1983, of an average of 23 dollars for every man, woman and child in the nations of the Alliance; it averages 1I dollars per citizen in the West European nations of NATO, but 38 dollars for each citizen in the U.S. In the Netherlands, in 1983, this additional sacrifice would be about 33 guilders per person. Despite the economic problems with which NATO gorvemments are struggling, I believe this arnount is affordable and reasonable, and that our people are wiUing to pay this small additional premium on an insurance policy for maintaining peace with feedom. Achieving the proposed conventional force wOuld resuIt in enhancing our deterrence and raising the nudear threshold . The agressor - should he attack conventionally and be frustrated -would then be faced with two options: either to withdraw or make the agonizing decision to be the first to escalate to nudear weapons. Faced with that prospect, I do not believe Soviet leaders would attack. They are na more anxious than we to cross the nuclear threshold because of the uncenainty and risk of further escalation to the strategic nuclear exchange, an exchange which they like we - abhor. In calling for an adequate conventional capacity, which will reduce our dependence on the nuclear response, I am in no way implying that NATO should deciare a "no first use" poliey of change its strategy of fiexible response. Quite the contrary; it is persons who resist improving our conventional eapabilities who in reality deny our strategy the fiexibility it should have. Further, improving our conventional eapability wiU not alIow us to forgo an adequate and appropriate spectrum of nuclear weapons for deterrent purposes. We wOuld a1ways want to preserve the possibility of a nuclear response - to include a first use option - in order to convince a (XJtential aggressor that the risks of agression outweigh any potential gains, thereby deterring his agression . If we are to strengthen the consensus on Alliance objectives and their archievement, we must a1so infuence the attitudes and beliefs of our publics. Currently we find some of our people lulled into complacency because of NATO's sucoess in keeping the peace for 33 years. They disregard the fact that the balance for each leg of our triad of forced has shifted from NATO to the Warsaw pact during that period. Too many of our citizens engage in wishful thinking that Soviet social and economie problems which are severe - wiU eause that nation to reduce the arnount of resources devoted to its military budget; there is na evidence to support such a view, absent a breakthrough at the arms tttlks. We

find some wellmeaning persons attracted to freezed and moratoria on nuclear weapons, disregarding that these measures would freeze a sizeable imbalance against us, thus eliminating incentive for serious Soviet negotiation of arms reductions. Others, both thinking young people and thoughtful adults, who are worried about was, especially nuclear war, are casting about for a way to avoid it and are drawn to pacifism, neutralism or unilateral disarmarnent. They disregard history which confirms that such movements provide na guaranteed path to peace and, if successful in maintaining peace, do so at the price of losing freedom and compromising their way of life. Directed towards these attitudes and beliefs is the massive Soviet propaganda and disinformation carnpaign which is unobstructed by intemal constraints and unconcemed by inconsistencies between words en deeds. The basic challenge, I suggest, is convincing the peoples of our nations that the menace they face is real, and elicting their willingness to make the sacrifices necessary to meet that threat. They must understand that the situation is not yet beyond restoration. But the overarching question we must keep before us is: how long can we let the trend of the everwidening gap between relative force capabilities converge with the trend of the growing adverse impact of the counterproductive attitudes and beliefs of the vocal minorities in our nations before the situation does truly become unmanageable and we feel political and economie intimidation, coercion and blackmail from the East which we are unable to resist? Our people must believe that the best course is demonstrating strenght, resolve, solidarity and consistency of purpose, whieh wiU, more than anything, give the Soviets incentive to seek arms reduction accords and control measures. The approach I have outlined is one of determination and hope which can guide us down a path that wiU perserve our freedom and move us towards a greater stability, and eventually, if we persevere in our search for arms reductions, to reduced financial burdens upon our peoples. But, as you and I know, it wiU not be until the voiee of the people is heard by their parliaments and Congress, telling them that they, the people, are prepared to sacrifice more for their own security, 'that we can expect the requisite priority to go to security arrangements in the national allocation of resources. The task of infiuencing the people of our nations wiU not be easy. We must explain to them the inescapable paradoxes related to maintaining security through strength during this final quarter of the 20th Century. They must face up to the fact that nuclear weapons

cannot be wished away, and that peaceloving nations in the nuclear era must convey their willingness, in the last resart, to use nuclear weapons to defend their freedom if they wish to prevent any major war, nuclear or conventionaI. Our publics a1so must realize that, even though our long-term goal is arms reductions, we must negoliate from strength and thus must be prepared to arms today if we are be able to disarm tomorrow. This, in turn, means that we, the people, must sacrifice more now for our security so that, being sucoessful in negotiating arms reductions, we will need to sacrifice less in the future, without risk to that security. This year 1983, will test the politicaI wiU and resolve of our Alliance. Despite the pressures - enemal and intemal - which wiU be exerted upon us, the Alliance must be perceived as being politicaUy cohesive and unified, militarily strong and resolute_ Our first priority must be the deployment of ground launched cruise missiles and Pershing O's on our soil by the end of 1983. We must work to conviDce aU of our people - the young and the old, the vocal minority, the silent majority - that the prudent but demanding path which leads to the future we aU want, peace with freedom at lower levels of armaments_ passes through Geneva and Vienna where sucoess at the negotiating table must be achieved. The gateway to that path is consensus within the Alliance on the poIitical aod military imperatives which I have presented, and which must and cao he met, if we resolve to do 50_

*

15


Het offensief in het militaire denken van de Sovjet-Unie "Het offensief ;s de basis van de gevechrsvoedng. De volledige vernietiging van de vijand wordt alleen bereikt dOOf een vastberaden offensief, dol in hoog tempo en tot vef in het achterland wordt gevoerd" Generaal V.G. Reznitsjko.

Dr. P.M.E. Volten is werkzaam op het ministeri van de[ensie te 's-Gravenhage. Dit artikel geeft uitsluitend zijn persoonlijke mening weer.

Een uitspraak als die van Generaal Reznitsjko zal men niet gauw tegenkomen in een publikatie van een Nederlands officier. Hij zou wellicht op z'n vingers worden getikt en erop worden gewezen dat de Navo een defensief bondgenootschap is en niet aan een offensieve strategie denkt. De krijgshaftige man zou bovendien te horen kunnen krijgen dat een oorlog in het nucleaire tijdperk niet meer in klassieke termen van aanval en verdediging is te beschrijven. Het is voor verreweg de meesten in het Westen ronduit waanzin nog te denken dat een militaire overwinning mogelijk is. De immense vernietiging in een conventionele - om maar niet te spreken van een nucleaire - oorlog in Europa sluit dat uit. Voor hen is afschrikking het enige wat er over is gebleven van het vak van de krijgsman en de strateeg. Denken over het werkelijk voeren van een offensief en het winnen van een oorlog met de bestaande middelen lijkt zinloos en is voor velen zelfs volstrekt onaanvaardbaar. In de Sovjet-Unie maken echter ideologische uitgangspunten en de lessen van de geschiedenis het ondenkbaar dat de militair - de "professional soldier"!) - wordt verplicht zich bij het uitoefenen van zijn vak te beperken tot een defensieve strategie. 2) Het Marxisme-Leninisme stelt weliswaar dat een (nucleaire) oorlog vermeden moet worden, maar een oorlog tussen de twee sociaal-economische stelsels is wel voorstelbaar. Dit uitgangspunt wordt meestal onderstreept door te herinneren aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De militairen in de Sovjet-Unie zijn dus verplicht een strategie te ontwikkelen, die verder gaat dan de afschrikkingsgedachte. Een mogelijke toekomstige oorlog moet kunnen worden gevoerd en - gezien het beslissende karakter van een botsing tussen het socialisme en kapitalisme - ook gewonnen. Deze ideologische-historisch bepaalde opvatting is formeel door de Communistische partij aanvaard. Hierdoor wordt de militaire elite de ruimte gegeven zo onverbloemd te spreken en te schrijven over een offensief en over een 'warfighting-"strategie. Dit gegeven betekent niet dat het politiek of militair leiderschap geen oog zou hebben voor de gevaren van escalatie in een militair conflict met het Westen. Er zijn talloze aanwijzingen dat de politieke leiding heel goed beseft dat we leven in een situatie van wederzijds verzekerde vernietiging en dat ook de staat en samenleving van de Sovjet-Unie zullen worden vernietigd in een strategisch-nucleaire oorlog. Zolang de kans bestaat dat een 16

MU/ual Assured Desrruction (MAD) zoals het reeds in de vijftiger jaren werd uitgebeeld.

nucleair of conventioneel - conflict in Europa uitloopt op zo'n oorlog, zul-

len de Sovjet-leiders ook doordrongen zijn van het onaanvaardbare risico dat een conflict tussen Oost en West inhoudt. 3) Dit wordt ook onderkend in de militaire strategie van de Sovjet-Unie. Ook voor de militaire leiders is het duidelijk dat een "warfighting"- en "warwinning" -strategie niet mogelijk is tegenover de vergeldingsmacht van de Verenigde Staten 4). Het offensief in de Sovjet-strategie betreft niet een strategisch-nucleaire oorlog tussen de twee supermogendheden. Hiervoor gelden de regels van afschrikking en vergelding en verliest het begrip "mi-

litaire overwinning" zijn betekenis. Maar de meeste militairen hebben wel vastgehouden aan de noodzaak te overwinnen in het geval van een landoorlog in Europa l). De militairen in de Sovjet-Unie hebben nooit aanvaard dat nucleaire wapens zo' n oorlog onmogelijk hebben gemaakt en dat hun "leer van de oorlog" door de komst van het kernwapen volledig zou zijn achterhaald . Integendeel, kernwapens zijn ge誰ntegreerd in deze leer. De revolutionaire verandering, die kernwapens in de oorlogvoering hebben teweeg gebracht, is weliswaar erkend, maar is geen aanleiding geweest de bestaande militair-operationele denkbeelden overboord te zetten. Indien op de militairen ooit een beroep zo u worden gedaan hun land te verdedigen , dan zullen zij beschikken over een strategie, waarin het offensief en de overwinning centraal staan en waarin kernwapens volledig deel uitmaken van de middelen om het politiek gestelde doel te bereiken. 6) In dit artikel zal een aantal aspecten van het offensief zoals dat in de militaire strategie van de Sovjet-Unie is ontwikkeld, worden beschreven. Het doel is meer duidelijkheid te geven over belangrijke begrippen in het denken van de "professional soldier" . Kennis van het militairoperationele concept van de tegenstander is van wezenlijke betekenis voo r de opzet en organisatie van de eigen verdediging. De Frans MaginotLinie, bijvoorbeeld, bleek het foute antwoord op het Duitse "Blitzkrieg"concept, dat weliswaar bekend was, maar slechts door enkelen - waaronder toenmalig Kolonel De GaulIe werd begrepen. Ook al zijn de omstandigheden in het nucleaire tijdperk radikaal anders, het blijft ook nu nodig ontwikkelingen in het kamp van de tegenstander te volgen. Het gaat daarbij niet alleen om numerieke krachtsverhoudingen, de aantallen tanks en vliegtuigen, of om technologische aspecten, maar ook om inzicht in de manier waarop de militaire middelen tegen het Westen kunnen worden ingezet.


Karakter en omvang van een oorlog In welke mate geloof wordt gehecht aan het uitgangspunt van een voer bare oorlog in het Europese "theater" teatr voennieh deistvi, TVD7) - kan natuurlijk niet worden vastgesteld. Vast staat wel, dat de architecten van de militaire strategie streven naar een zo groot mogelijke eenheid van denken en eeosgezindheid. Als iemand zijn twijfels uit, dan is het mogelijk dat de auteur met naam en toenaam krachtig wordt terechtgewezen. 8J Maar dat betekent niet, dat er geen verschil van mening bestaat over de vraag of kernwapens de leer niet fundamenteel hebben veranderd. In de derde druk van Sokolovski's Militaire Strategie, die in 1968 verscheen wordt openlijk toegegeven dat er geen oplossing is gevonden voor het dilemma waarvoor het kernwapen de strateeg heeft geplaatst. Er is sprake van een "polemiek" over dit onderwerp. In essence. the argument is about the

basic method oJ condueting Juture war: will it be a land war with the use oJ the nuc/ear weapons as a means oJ supporting the operations oJ the ground troops, or a war that is essentially new, where the main means oJ solving strategie tasks will be the nuc/ear rocket weapon. 9)

Het offensief in het Europese TVD moet in hoog tempo verlopen en beslissend zijn om de Verenigde Staten zo snel mogelijk een ultimatum te kunnen stellen, en erop te wijzen dat het geen zin meer heeft de Westeuropeanen met strategische wapens te hulp te snellen. In geen geval mag de oorlog zich uitbreiden tot op het grondgebied van de Sovjet-Unie, waardoor zij als eerste voor de keus zou komen te staan strategische wapens in de strijd te brengen. De noodzaak van het offensief snel en beslissend moet zijn heeft tot gevolg dat de militair planner erop zal aandringen zijn maximaal beschikbare macht te mogen inzetten. Ook al zou het strategische doel beperkt zijn tot bijvoorbeeld een deel van het NAVO-gebied, het karakter van het offensief zelf is totaal. Het is een aUes-of-niets kwestie. Wat de geografische omvang van het conflict ook zal zijn, de Sovjet-leiding staat voor de moeilijke opdracht te bepalen tot op welk niveau bij het begin van het gevecht geëscaleerd mag worden. Onnodige verwoesting, waardoor de kans op nucleaire vergelding slechts wordt vergroot, moet worden vermeden.

Daarmee zijn we aangeland bij de vraag of het offensief met uitsluitend conventionele dan wel met conventionele èn nucleaire wapens moet worden gevoerd. Wie zich deze vraag stelt, realiseert zich al snel voor welke enorme onzekerheden het politiek leiderschap in Moskou wordt geplaatst. (Het is maar een stap verder om te beseffen waarom het waarschijnlijker is dat nucleaire afschrikking een betere garantie is voor oorlogsvoorkonting dan een uitsluitend conventionele verdediging). De militairen in de Sovjet-Unie hebben dit probleem sinds de komst van kernwapens onderkend, maar hun antwoord telkens aan de veranderde strategische omstandigheden aangepast. In het begin van de jaren zestig stonden de strijdkrachten van de Sovjet-Unie geplaatst tegenover een geweldige nucleaire superioriteit van de Verenigde Staten. Een con flict dat zou escaleren naar het gebruik van kernwapens zou direct het gevaar met zich meebrengen van een uiteindelijk veel grotere vernietiging aan

De noodzaak van een snet bestissend offensief

In de praktijk lijkt de "oplossing" te zijn gevonden in de erkenning dat, enerzijds, de strategische verhouding met de Verenigde Staten "wezenlijk nieuw" is en, anderzijds, de landoorlog is veranderd door de toevoeging van kernwapens . Tegenover de Verenigde Staten gaat het om het creëren van een situatie waarin strategische kernwapens vCJr de verdediging van West-Europa ongeloofwaardig zijn. Hierdoor zou het mogelijk worden de bewegingsvrijheid van de Sovjet-Unie in West-Europa te vergroten en het regionale overwicht daar -ook op nucleair gebied - uit te buiten. Een snel, beslissend offensief in het Europese TVD maakt de beslissing van de Amerikaanse president om strategische wapens in te zetten nog moeilijker; met andere woorden, de Sovjet-Unie koppelt het regionale overwicht, waarvoor zonder enige twijfel landstrijdkrachten nodig zijn, aan de afschrikking tegenover de stategische kernmacht van de Verenigde Staten. Het kunnen voeren van een landoorlog is dus een op zichzelf staande bijdrage in de totale militairstrategische verhouding.

Superiority in the relationship oJ Jorees oJ the higher level ereates Javarabie conditons Jor the successJul military actions oJ lower levels, and the possibility oJ supplying the superiority oJJorees in the miltary acrions oJ a lower level contributes to the change in the relationship oJ the Jorees oJ the higher level. JO)

Nucleair of conventioneel?

\

W"""vó

(CEriTAG) / /

i

6ShArg.r

WE S T

GERMANY Mtntidt a

L..t-J / ,/

SWITH.l~NO

".

)

t\ -., 17


de kant van de Sovjet-Unie. Inzet van kernwapens door de Navo was daarom in de ogen van de Sovjet-militairen heel waarschijnlijk. Deze gedachten werd bovendien versterkt door het achterwege blijven van inspanningen van het Westen, die zouden kunnen leiden tot een conventioneel evenwicht. Een oorlog, die conventioneel zou beginnen, zou in dat geval van een succesvol offensief daarom toch met kernwapens eindigen. [n dat geval, zo werd geredeneerd, kan een nucleair offensief gunstiger zijn, vooral als men erin slaagt de kernwapens van de Navo snel te vernietigen. In de aanval zouden de kernwapens op belangrijke plaatsen in de verdediging bressen slaan, waardoor de conventionele hoofdmacht snel zou oprukken en de strijd zou beslissen. Naarmate de strategisch-nucleaire pariteit dichterbij kwam en vervolgens in de jaren zeventig het nucleaire overwicht van de Sovjet-Unie werd gevestigd in Europa, nam de zekerheid af, dat de Navo snel zou (kunnen) overgaan tot nucleaire escalatie. De relatief grotere kwetsbaarheid was immers verschoven naar de kant van de Navo. Gaandeweg hielden de Sovjet-militairen zich dan ook nadrukkelijker bezig met de vraag hoe in een conventionele aanval hetzelfde tempo en dezelfde snelheid om het gevecht te beslissen konden worden bereikt als in het geval van massale inzet van kernwapens. Dit betekent niet dat in de Sovjet -Unie een conventioneel alternatief voor het offensief in het Europese TVD is gevonden. De Sovjet-militairen maken niet zo'n scherp onderscheid tussen conventionele en nucleaire wapens. Zij zijn in hun ogen complementair. Specifieke wapens, zoals tanks, howitzers en ook kernwapens zijn het meest effectief onder bepaalde omstandigheden en die omstandigheden zijn bepalend. (Hierover later meer). [n de woorden van Maarschalk Gretsjko:

"We are aware that in a lutere wor/d war. ij the imperia/ists start it. nuc/ear missi/es will be the decisive means of anned combat. A/ong with this. conventiona/ weapons will a/so find use. and under certain conditions, the units and subunits can conduct combat actions solely with conventional means"ll). Geconcludeerd kan worden dat de wijzigingen in de nucleaire verhouding tussen Oost en West en de toegenomen twijfel omtrent een tijdig nucleair antwoord ertoe hebben geleid. dat de Sovjet-militairen - met name die van de landstrijdkrachten - het gewicht van conventionele strijdkrachten (opnieuw) zijn gaan benadrukken. Kernwapens en de "rakettenmania" van Chroesjtjsov hadden de landstrijdkrachten een beetje van hun -

18

daarvoor onbetwiste - eerste plaats verdrongen. De strategische veranderingen maakten hun onmisbaarheid opnieuw duidelijk. Zij grepen dit natuurlijk aan door te zoeken naar het vergroten van de effectiviteit van de landstrijdkrachten in het totale gevecht.

De betekenis van een

"operationele" gevechtsvoering. Een offensief. waarin het initiatief in eigen handen is genomen. moet worden gevoerd volgens plan. De opdracht moet bekend zijn en is - in eerste aanleg tenminste - niet afhankelijk van betrekkelijk kleine, plaatselijke, tactische successen. Het "alles-of-niets" karakter van een offensief in Europa vereist een op hoog niveau goed gecoördineerde bevelvoering van de Sovjet-strijdkrachten. De strict hiërarchische bevelvoeringsstructuur past goed in de politieke structuur van de Sovjet-Unie. Maar ook hier speelt de ervaring uit de Tweede Wereldoorlog een rol, toen Stalin werd "verrast" en het weken duurde voordat het oppercommando was gevestigd. Het is om die reden dat militairen zoals Maarschalk Kulikov tot in de jaren zeventig

Generaal Kulikov.

hebben aangedrongen op de instelling van zo'n bevelsinstantie en in de in het Westen sinds 1976 bekende Verdedigingsgraad ook vermoedelijk hebben gekregen. Het gaat hier om de leiding die beslissingen neemt van strategische betekenis. dat wil zeggen beslissingen, die het verloop van de hele oorlog betreffen, zoals een beslissing over de inzet van kernwapens. Dit beslissingsniveau kan worden vergeleken met dat van de regeringen in het Westen. in het bijzonder met de Amerikaanse president. Maar daarna, op een lager. militair beslissingsniveau, kent de Sovjet "leer van de oorlog" - vennoe iskoesslVo het niveau van de "operationele" gevechtsvoering. In het Westen zijn we bekend met de begrippen van militaire strategie en taktiek; in de Sovjet-Unie ligt daartussen het gebied van "operativnoe iskoesstvo", dat "methoden van

voorbereiding en uitvoering van operaties bepaalt voor het bereiken van strategische doelen 12). Begrippen als operatiën, operationele groep. operationele

normen enz. vormen niet louter een semantisch onderscheid. Integendeel, het is het niveau van denken en organiseren, dat centraal staat in het offensief van de strijdkrachten. In de benadering van de Sovjet-militair is de overwinning niet de optelsom van tactische successen. Zulke successen moeten worden uitgebuit - op operationeel niveau - om het strategische doel - de overgave - te bereiken. In tactisch opzicht is een defensieve actie wel eens noodzakelijk en mogen zelfs verliezen worden geleden; in operationeel opzicht moet dat in elk geval worden voorkomen. Er bestaat in het Westen vaak verwarring over het onderscheid tussen de begrippen strategie, operatie en taktiek, met name als wordt gesproken over de aanvallende echelons. Echelons zijn dan eenheden die na elkaar aankomen aan het front en door de voortdurende druk op de tegenstander een doorbraak forceren. Het leger van de Sovjet-Unie zou optreden als een uitschuifbare verrekijker. waarvan telkens een deel (verse troepen) vooruit wordt geschoven waarna het achterste weer kan worden ingeschoven. enzovoort. ~ zou het eerste van het tweede elechelon kunnen worden onderscheiden. Volgens het recente Airland-Battle-<:oncept van de Amerikaanse landmacht en Generaal Rogers zou juist het tweede echelon moeten worden uitgeschakeld om de druk op de Navo troepen in voortse lijn te verlichten. ll Wat deze benaderingen echter nalaten is aan te geven met welk echelon we te maken hebben: een taktisch, operationeel of strategisch? Aanvallen in echelons zal vaak het geval zijn op taktisch niveau, waarbij we moeten denken aan regimenten en divisies. Maar op het niveau van operaties van legers of een front is echelonnering niet meer w'n vaststaand gegeven. Bij het tweede strategische echelon moeten we zelfs denken aan de troepen uit het Europese deel van de Sovjet-Uriie, een dreiging die zich bepaald niet in de eerste- en in de Sovjet-benadering beslissende - fase van een oorlog zal voordoen. Er is dus wel verband tussen de omvang van eenheden (en echelons) en commandoniveau, maar dit verband zegt niets over de manier van optreden van die eenheden. Een leger kan als één echelon optrekken, terwijl de daarvan deel uitmakende divisies in twee echelons opereren.

In welke formatie een Sovjet<ümmandant zal aanvallen, zal hij zo lang mogelijk verborgen houden en zal hij voor alles laten afhangen van de opstelling en sterkte van zijn tegenstander. Plannen om met behulp van moderne


wapensystemen zoals de in Airland Battle genoemde Assault Breaker en de Pave Mover-radar zijn daarom niet persé het juiste antwoord. Het tweede echeIon, waartegen bepaalde wapens zij gericht, hoeft helemaal niet te bestaan en als het bestaat zal het pas op het laatste moment bekend worden. Zoals Donneily concludeert: " If the offensive is in one operational echelon, Nato 's plan for interdietion . .. against a second operational echelon will be in vain. There may weil be no sueh second echelon within East Germany, for several days"14). In dit geval zou het voiledige gewicht van dit eerste operationele echelon drukken op de voorste verdedigingslijn van de Navo-troepen. Steven Canby hield daarom in de kortgeleden gehouden Hoorzitting in de Tweede Kamer juist een pleidooi voor het bestrijden van de aanvallende eerste lijnstroepen, "because of the way the Soviets have ehanged their militairy doctrine"ll). Generaal Rogers, ZO stelt Canby, meent ten onrechte dat de grootste dreiging schuilt in het tweede - "strategie" (sic) - echelon. Afgezien van de onduidelijkheid of Generaal Rogers nu operationele of strategische echelons bedoeld, Canby zit ernaast als hij zegt dat de Sovjet-strategie is veranderd. Die strategie is in de loop der jaren verder uitgewerkt en verfijnd en is door de invoering van moderne bewapening in de praktijk uitgevoerd. Het ailerbelangrijkste gevolg is dat de Sovjet-militairen erin zijn geslaagd de flexibiliteit en effectiviteit op operationeel niveau zodartig te vergroten dat Westerse militairen en experts heel moeilijk kunnen zeggen op welke manier het offensief op de verschillende fronten zal worden gevoerd. Ervan uitgaande dat het offensief langs meerdere aanvalslijnen verloopt, betekent het dat elke front- of legergroepcommandant in staat moet zijn een slagorde van zijn eenheden te kiezen, die in het licht van de te verwachten tegenstand de beste kans geeft op operationeel succes. En, zo heet het in de "Ieer van de oorlog" van de Sovjet-Unie, operationele successen leiden tot het strategische doel: de overgave van de vijand.

De doorbraak Het gebied dat onder de verantwoordelijkheid van de "operativny kommandir" valt kan zich tot honderden kilometers achter het front uitstrekken. Zijn opdracht is een doorbraak te forceren en zo'n tactisch succes uit te buiten door diep in het achterland te dringen en de verdediging daar te ontregelen. Voor een tactische doorbraak zal de commandant de meest geschikte combinatie zoeken van vuurkracht en beweging, zoals gezegd, afhankelijk van de opstelling en kracht van de tegenstander. De "operationele commandant"

heeft hiervoor de keus uit een indrukwekkend scala van vuur-en bewegingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld, in het geval van een goed voorbereide defensie kan worden besloten een doorbraak te forceren met behulp van artillerievuur en een (pantserinfanterie-)divisie. De betrokken divisiecommandant zal daarvoor extra artillerie-eenheden aanvragen bij zijn meerdere ter aanvulling van de 90 artillerie-stukken van zijn divisie, waaronder 18 Multiple Racket Launchers. Hij kan dan als deelnemer aan een frontactie beschikken over 72 stukken van de bij het tweede echelon behorende tankeenheden en over 54 en 84 stukken van respectivelijk het leger en het front waarvan hij deel uitmaakt; samen niet minder dan 300 kanonnen en howitzers die verder nog kunnen worden aangevuld met zware mortieren, om niet te spreken van de tactische luchtsteun. Kortom, een geweldige vuurkracht voor een doelgebied van 4 - 8 km in de breedte en ongeveer 12 km in de diepte van de frontlijn.

In andere omstandigheden kan de operationele commandant verkenningseenheden vooruitsturen om uil te zoeken waar de zwakke plekken in de verdediging schuilen. De achter de hand gehouden hoofdmacht kan daarop via een omtrekkende beweging de sterke verdedigingspunten vennijden en een doorbraak forceren. In het geval dat de verdedigingslinie van de tegenstander in de diepte betrekkelijk smal is en er dus geen sterke reserve-eenheden in het achterland zijn, zal de operationele eenheid "operativnoe objedinenie" - in één echelon gefonneerd, een doorbraak proberen te bereiken. Als de tegenstander wel over operationele reserves beschikt en dus zelf in echelons optreedt, dan leert de ervaring van de Tweede Wereldoorlog dat ook de aanval van de Sovjet-troepen het beste in operationele echelons kan plaatsvinden. 16)

"wilI . . . present Nato with a problem at precisely that level at whieh it is, currently, least weil organized to cope - the operationallevel".I1) We stuiten hier op een wezenlijk verschil tussen de militaire organisaties van Oost en West. Men zou kunnen zeggen dat in het Westen de nadruk ligt op het "tactische gevecht" in de eerste lijn, terwijl in de Sovjet-Unie juist wordt gezocht naar wegen het 'tactische gevecht" zoveel mogelijk te vennijden - met name waar het sterke concentraties aangaat. De betrekkelijk smaile tactische verdedigingslinie - 2().4() km - van de Navo hoeft niet persé te worden vernietigd ; zij moet snel worden doorboord om vervolgens door operationele acties in het hele Europese TVD afgesneden te worden van steun uit het achterland. Zoals al eerder is opgemerkt, beschouwen de Sovjet-militairen in hun leer het TVD als één geheel. Zij zien de krachtsverhouding met de tegenstander in dat hele gebied en niet aileen voor de eerste echelons-strijdkrachten die in direct contact met de tegenstander staan . De krachtsverhouding is geen momentopname, maar een gegeven dat in tijd en ruimte wordt gemeten en betrekking heeft op de hele opdracht die de commandant is gegeven. In de berekening van de krachtverhouding spelen tal van niet-kwantitatieve factoren een rol. Een heel belangrijke is de eerder genoemde flexibiliteit in het optreden van de commandant. Hij moet beschikken over die middelen, waannee hij de juiste combinatie van vuurkracht en manoeuvre kan samenstellen. Door de optimale interactie ("vwimodeistvie'ï tussen eenheden met een eigen specifieke bijdrage in het gevecht (tank , infanterie, artillerie) is de totale militaire macht meer dan louter een optelsom van de betrokken tanks, BMP pantservoertuig.

Dit korte overzicht van de mogelijkheden die een operationeel commandant heeft, is uiteraard onvoiledig. Er is in het kader van dit artikel geen ruimte voor een nadere beschouwing van de voordelen die de Sovjet-militairen zien in de verschillende manieren van "flexibie reinforcement" - zoals Canby het noemt - op de juiste plaats en op de juiste tijd. Het gaat er hier vooral om aan te geven dat de Sovjet-strijdkrachten de methode en de middelen hebben, waannee gaten in de defensie moeten worden geslagen die aan grote zelfstandige eenheden toegang geven tot het achterland. Deze zgn. "Operationele Manoeuvre Groepen" zullen. eenmaal achter de voorwaartse verdediging van de Navo, betrekkelijk weinig weerstand ontmoeten. Zo'n doorbraak op de eerste of tweede dag van het conflict

19


voenuigen, stukken en hun personele sterkte. Het karakteristieke van de Sovjet militaire strategie is echter niet de algemene regel dat eenheden van "verbonden wapens" meer kunnen dan eenzijdige samengestelde eenheden. Dat is het feit dat deze regel wordt toegepast op het hogere, operationele niveau. Dat is de betekenis van de hernieuwde belangstelling voor de "mobiele groep" uit de Tweede Wereldoorlog, die nu bekend staat als "Operationele Manoeuvre Groepen "18). Het is precies op dit punt waar de Navo kwetsbaar is, namelijk het ontbreken van operationele reserves. Volgens Erickson zijn juist zulke reserves nodig "ta out-manoeuvre the enemy or to pin him. The alternative - 'shooting it out' or battlejield attrition - will not work towards the defect of a Soviet offensive which is most vulnerable to manoevre and the pressure of adequate reserves"19).

Het achterland Het gevecht in het achterland krijgt in de Sovjet militaire strategie erg veel aandacht. Ook op het gebied zien we een ontwikkeling door de jaren heen van minder nadruk op het gebruik van kernwapens en meer belangsteUing voor conventionele gevechtsvoering. Als in het offensief snel het achterland van de tegenstander in bezit genomen kan worden, dan moeten conventionele middelen in staat zijn de doelen met hoge prioriteit, die anders door kernwapens zouden worden getroffen, snel uit te schakelen. Snelheid, manoeuvreerbaarheid en verrassing zijn sleutelbegrippen voor eenheden die zijn doorgebroken. Mede door de voondurende dreiging van inzet van vijandelijke kernwapens heeft "the concentration of farces and means taken on immeasurable greater importance in time than in space".1D) Ook in het achterland zien we dat de militaire sterkte wordt bepaald in de snelheid (tijd) van handelen en zeker niet aUeen in geografische concentratie (van vuur en stootkracht). Dus de nucleaire dreiging dwingt tot grote mobiliteit alsmede tot het vermijden van al te grote geconcentreerde eenheden. Voor het operationele succes zijn manoeuvre-eenheden met vuurkracht essentieel. In deze behoefte is in de Sovjet-strijdkrachten steeds meer voorzien. In het regiment, waarin vroeger de tank of het infanteriegevechtsvoenuig nadrukkelijk de boventoon voerde, is langzamerhand een grote mate van eenvormigheid te zien. De eenheden "van

verbonden wapens in een gevecht" obsjtsjevoiskovoi bai lijken steeds meer op elkaar en zijn steeds beter inzetbaar voor taken onder verschillende omstandigheden. De laatste reorganisatie van de tankdivisie houdt bijvoorbeeld in dat

20

het tankregiment wordt versterkt door het uitbreiden van de BMP-compagnieĂŤn tot -bataljons en door de toevoeging van ruim tien BMP's aan het al bestaande bataljon . (Een BMP is een snel infanterie-gevechtsvoenuig). Dit leidt er merkwaardig genoeg zelfs toe dat de gereorganiseerde tankdivisie tweemaal zoveel bataljons telt, die met de moderne BMP zijn uitgerust , dan de gemachaniseerde infanterie-divisie. Waar het om gaat is dat een tankregimentmoderne-stijl, waaraan ook nog eens een afdeling artillerie met 18 stukken is toegevoegd, tot een formidabele macht is uitgegroeid, die als eenheid zelfstandig en zeer mobiel kan opereren. Dit is een belangrijke ontwikkeling, juist voor de lokale slagen, die de onderling verspreide eenheden in de operationele diepte of achterland moeten voeren.

"All this will lead la the absence of a clearly determined front line in its farmer meaning when combat actions developed from line to line and the troops attacked with the presence for close lateral contact with adjacent units. Now the front line, obviously, will have a braken meandering, interrupted outline, and its conjiguration will change quickIy . .. The mutual employment of nuclear weapons, the high mobility of the troops, and the great saturation of the battlejield with tanks will lead to rapid and sudden changes in the situation in the course of the offensive".21) Of nu wel of geen kernwapens worden gebruikt in dit scenario maakt niets uit, omdat het gevecht onder de dreiging van inzet van kernwapens eenzelfde spreiding en mobiliteit vereist. Immers, het risico van concentratie van troepen kan onder zo'n dreiging niet worden genomen en de lange - en mogelijke fatale - tijd, die nodig is om van een conventionele naar een nucleaire opstelling van de troepen om te schakelen, moet worden vermeden. Deze beschouwing over het gevecht in operationele diepte houdt een belangrijke gevolgtrekking in voor de krachtsverhouding tussen aanvaUer en verdediger in dat gebied. Het is tevens een voorbeeld van de Sovjet-benadering, waarin de berekening van de krachtsverhouding niet zo sterk getalmatig is, maar van meet af aan afhankelijk wordt gesteld van de omstandigheden ter plekke. Zo gaat in een gevecht in het achterland onder de beschreven omstandigheden de vuistregel voor de verhouding tussen aanvaUer en verdediger van 3 : I echt niet op. In Sidorenko's beschrijving bestaat geen statische frontlinie en zijn de aanvaUende eenheden even kwetsbaar voor plotselinge veranderingen en ontmoetingen als de verdedigende troepen. "As a result", schreef Heilbrunn al in 1965, "the attacker na langer requires a size-

able numerical superiority, and since the defense must attack and counter-attack almost as much as the attacker, its needs almost as many troops as he

does". 22)

Sovjet Scud raket: tactisch kernwapen, gerntegreerd deel van de strĂźdkrachten


Deze conclusie benadrukt nog eens het belang dat de Navo beschikt over een operationele reserve in het achterland. Een overwicht van de Sovjet-Unie in dat gebied maakt haar daar heer en meester en stelt haar in staat de aanvoerslijnen van de Navo naar het front af te snijden. De snelle beheersing van het achterland - terecht ondertekend in de Sovjet militaire strategie als wezenlijk -wrg! ervoor dat de verdediger aan het front als het ware naar achter wordt gezogen, zodat de offensieve druk op het front vanuit het Oosten tegelijkertijd maximaal wordt benul. Samenvallend kan worden gezegd dat de militairen van de Sovjet-Unie het offensief grondig hebben doordacht en voortdurend verder hebben ontwikkeld. Kernwapens hebben er niet toe geleid, dat militair-operationele begrippen uit de traditionele krijgskunst werden opgegeven. Het radikaal verschillende karakter van deze wapens in hun functie van afschrikking en vergelding wordt erkend, maar in de leer van het voeren van het offensief zijn kernwapens een geïntegreerd deel van de strijdkrachten. Kernwapens hebben het slagveld revolutionair veranderd, maar hebben daarmee de militairen niet ontslagen van hun plicht een overwinningsstrategie te ontwikkelen. Kenmerkend voor deze strategie is het voeren van een snel en beslissend offensief, waarin de strijdkrachten tot ver in het achterland moeten opereren. Als het offensief zonder kernwapens wordt gevoerd, zuUen de strijdkrachten niettemin een opstelling kiezen , die rekening houdt met hun inzet. De snelheid van het offensief en de noodzakelijke spreiding van troepen onder nucleaire dreiging vereisen zeer mobiele strijdkrachten. Zij moeten in de snel wisselende omstandigheden bovendien zo kunnen worden gegroepeerd, dat hun samenstelling een opÜJnaal effect heeft tegenover de te verwachten tegenstand. De flexibiliteit van handelen wordt vooral gezocht op het niveau van de "operationele commandant". Het is zijn taak tactische successen uit te buiten. De Sovjet~­ tegje is gericht op een zwakke schakel in de verdediging van de Navo, namelijk het ontbreken van operationele reserves. Zulke reserves zouden de beoogde operationele successen moeten voorkomen door kwetsbare punten, zoals de coördinatie tussen de verspreide Sovjet· eenheden, aan te grijpen. Ook het offensief kent zwakke schakels. Want hoe doordacht het offensief-Sovjet-stljl in theorie ook mag lijken na wat hiervoor is geschreven, het blijft een nachtmerrie voor hem die zich er iets concreets bij moet voorstellen. Daanoee zijn we terug bij waar we begonnen: Afschrikking dus, ook voor de heldhaftige Generaal Rezoitsjko.

Noten I) Samuel P. Huntington, The Soldier and Ihe Staie. Ncw Vork 1957.

2) Recognition of strategie defense as one of the

basic types of strategie operations of Ihe armed farces in a modern war means recognition of de-

fensive strategy as a whole essentially an extension of (he situation at the Slart of (he Greal Patriotic War (0 modern condilions ... ... Strategie defense and then a eounteroffensive under present-day conditions cannol assure the attainment of these decisive war aims (viz. defeat of Ihe agressor). This does nO[ mean thaI defense as a forced, temporary type of troop combat operation wil! not have a place in a future war. Dur troops should study and master defensc in order to master all forms of military operations. But here we are speaking of operationaJ and tactical defensc. Strategic defensc and defensive strategy should be decisively rejected as being extremely dangerous to the country. V.D. Sokolovski (ed), MiJilary Strategy. derde editie, vertaald door Harriet Fast Scou, New

Vork 1975. blz. 283-284. 3) Zie P .M.E. Volten, Brezhnev 's Ptace Pro.

gram, A Study or Soviet Oomestk Polil.ical Pro. cess and Power, Boulder, 1982, blz. 139-145 en

185·198. 4) Vgl. R.L. Garthoff, "Multual Deterrena: and Strategie Arms Limitation in Soviet Policy", International Security, Zomer 1978, blz. 112-147. 5) Oud-minister van Defensie, Maarschalk Gretsjko, bepaalt zich in zijn belangrijke publika· tie in 1971 praktisch uitsluitend op een landoorlog, "On Guard for Peace and the Building of Comminism, Moskou 1971 , vertaald en uitgegeven door US Department of Commence Washington.

is heel wat anders dan wat - o nder andere _ Richard Pipes afleidt uit de militaire doctrine, namelijk dat zij "indicative of intent" is. Of de politieke leiders van de Sovjet-Unie een offensief van plan zijn, kan niet uit de " leer van de oorlog" worden opgemaakt. Pipes gaat in zijn artikel "Why the Sovjet Union Thinks It Could Fight and Win a Nuclear War" (commentary, juli 1977) geheel voorbij aan de vraag "wie" er zo denkt in de Sovjet-Unie. 6) Dit

7) Teatr Voyennykh Deystviy (theater of operations). A particular territory, together with the associated air spaee and sea areas, ineluding islands (arehipe:lagos), within whose limits a knowth part of the armed forces of the country (or coalition) operates in wartime, engaged in strategie missions whieh ensue from lhe war plan. A theater of operatio ns may he ground, marilÎme, of intercontinentaI . According to their militairy-politicaJ and economie importance, theaters of operations are classified as main of secondary. Dictionary or Basic Military Ttnns, vertaald door de Amerikaanse luchtmaehl en uitgegeven in Series A Sovjet View No. 9, blz. 220.

8) Zie Kol. E. Rybkîn . "Lenins concept van de oorlog: Toen en nu", Kommoenisl van <St: StriJdkrachten, No. 20 1973, blz . 26, waar hij "Kameraad Bovin" met name noemt en samen met andere "dwalers" terechtwijst. 9) Sokolovski, t.a.p. blz. 281

the inereasing emphasis given under Khrushekev to the strategie missile forces and to the innuence of strategie nudear ope:rations on the outcome of a future war, there was still a strong disposition to focus on the familiar problem of European theater warface" . Soviet Power and Europe, 194.5-1970, balt imore

1970, blz. 197. 11) Gretsjko, t.a.p., blz. 43 . 11) Dictionlll)'. , "t.a.p. blz. 143.

13) Voor een kone uiteenzetting hiervan zie mijn, "Het Airland-Battle concept: Europese Verdediging in discussie". Allantic Perspectier. okiober

1982 14) C.N. Donnelly, "The Soviet Operational Manoeuvre Group: A new challenge for NATO", Inlernatlonal Derensr Review, No. 9, 1982, blz.

1185. 15) "Veranderingen in het Westerse Veiligheidsbeleid, waaronder de strategie van het aangepaste antwoord : Verslag van een hoorzitting gehouden op 13 en 14 januari 1983", blz. 79. 16) Vgl. John HemsJey, SovJe' Troop Control, Oxford, 1982, Hoofdstuk .5 en 6. 17) Donnally, I.a. p. blz. 11 86; zie ook John G. Hines, "The Principle of Mass in Soviet Tact.ics Today", Militairy Review, August 1982, blz. 13-

23. 18) " The gross figures for ground and air engagement norms show a sinificant and sleady in. erease even during the last period of the war. For instanee, in 1944 Ist Guards Tank Army was onIy able 10 operate over same 2.5()..400 km before OOng forctd to halt fo r supply and reorganisation. Sy 1945 Ist Guards Tank Army was achievjng 600 km , snd Guards Tank Army 700 km, and 6th Guards Tank Army (in Manchuria) 800 km before having to stop ... ". Hemsley, t.a .p. blz. 93. 19) John Erickson, "Soviet Combined-Arms: Thoory and Practice" niet -gepubliceerd paper , Defensc Studies, University of Edinburgh, blz 47. 20) V.E. Savkin, The Bask Prindples or Operati. onal Art and Tactics, Moskow 1972, vertaald door de U.S. Air Force in Series A Soviet View, No. 4, blz. 226.

21) A .A . Sidorenko, The Orrensive, Moscow 1970, Series A Soviet View No. I, blz. 60. 22) Otto Heilbrunn, Conventlonal Warface in the Nuclear Age, New Vork 196.5, blz . 139.

*

10) A.S. Zjeltov, T.R. Kondratkov, E.A. Chomenko, Methodologische Vragen van Militaire Theorie en Praktijk, Moskou, 1969, blz. 336, geciteerd door Joseph P. Douglass en Amoretta M . Hoebeer, "The Nuclear War-fighting Dimension of the Soviet Threat 10 Europe", The Joumal or Soda! and PoUli<al Stuclies, No. 2 1979. Vgl. Thomas Wo lfe, die concludeert dal "despite

21


Sociale verdediging een dagdroom? 1. Bewapening en verdediging "Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog", zo luidt een Romeins spreekwoord. Het afschrikkingsdenken is onder meer op deze leuze gebaseerd. Wil de afschrikking echter goed functioneren, dan is het een verei~te dat de daartoe geaccumuleerde nuddelen tot conflictvoering wnodig ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Dit is niet langer het geval. Vooral in de laatste decermia is de vernietigingskracht van wapens dermate toegenomen (zie tabel 1), dat het gebruik ervan voor de aanvaller nauwelijks minder fataal wu kunnen zijn dan voor de aangevallene. De kracht van de moderne wapens maakt hen niet alleen praktisch onbruikbaar in een oorlog, maar doet tegelijk afbreuk aan de afschrikkende werking die eraan wordt toegeschreven. Tabel I: Dodelijkheidsindex van Dupuy, volgens J.P . Robinsom Zwoanl

1,0

Kndsboog Geweer uit Amerikaanse burgeroorlog

1,6 1,7

Modtineg<w.... uit Eerst. Worddoorlog Tank uil M TwtflSe Wereldoorlog

Gevechtsbommenwerper uil Tweede Wereldoorlog

Assautt RJfk, ca. 1975 Portable n ame-rocket Illuncher.

ca, 1915 Tank, ca. 1915 Conventionele bommenwerper met 'bWckbuSler" bommen , ca, 1975 Atoombom van ZO klIoton Waterstofbom van I kiloion Tactische kernraket met lading van 0,05 IdIolon Tactische kernraket met lading

I_ 650

110000

210 60000 160000 2600000 2450000 33000000 300000O

van 1 IdJoton Gevechtsbommmwerpa' met atoombom van 350 kiloton Strategische kernraket met lading \'aR

lS megaton

310000000

10500000000

Deze index, in 1964 ontwikkeld door een militair van het Pentagon, IS gebaseerd op acht even zwaar wegende factoren wals aantal mogelijke doelwitten, nauwkeurigheid, snelheid van het wapen etc. I) Uit de bovenstaande tabel blijkt dat de dodelijkheid van een wapen sinds de uitvinding van het zwaard meer dan 10 miljard maal w groot is geworden. Het is moeilijk om dit cijfer in concrete

22

situaties te venalen . Als we de bom op Hiroshima met 80.000 doden op kone termijn en omstreeks 150.000 slachtoffers op langere termijn nemen, en de explosieve kracht van deze eerste tegen mensen gebruikte atoombom vergelijken met die van een van de talrijke thans in opbouw zijnde wapensystemen, het Amerikaanse Trident<lnderzeeër systeem, leven w'n berekening het volgende op: Elk van de twintig geplande Trident onderzeeërs zal 24 raketten aan boord hebben. Elk van deze in totaal 480 raketten kan 10 tot 15 kernkoppen op aparte doelen richten. Dat betekent dat 4800 tot 7UXJ plaatsen in de Sovjetunie en Oosteuropa tegelijkenijd kunnen worden bestookt, ieder met een equivalent van 475.000 TNT. Ieder van deze Tridentkoppen is 30 keer w krachtig als de bom op Hiroshima. In totaal zullen deze twintig Amerikaanse Tndent onderzeeërs samen een vernietigingskracht hebben van 144.000 tot 216.000 keer 'Hiroshima' 2). Waanoe dient deze enorme vernietigingskracht? Voor de afschrikking? Een kwan van de Russische bevolking en de helft van de Russische industrie zijn in 100 steden geconcentreerd. 100 'kleine bommen' wuden voldoende zijn om deze steden te vernietigen en door de drei-

Dr. AIex P. Schmld is verbonden aan het Centrum voor Onderzoek van Maatschappelijke Tegenstellingen (C.O.M.T.) van de Rijksuniversiteit te Leiden

ging daarmee de Sovjetieiders te weer-

houden van een aanval op West Europa3). Toch komen er steeds meer kernwapens, en de voornaamste doelen van deze wapens zijn de wapens van de tegenstander. Men lijkt in Oost en West op weg van een 'cowltercity'afschrikking naar een 'counterforce'stategie, die alle belangrijke milit~~ doelwitten van de tegenstander m een klap probeert uit te schakelen . Volgens het boek van de uitgeweken Russische tankcommandant Victor Soevorov (pseud.) 'lnside the Soviet army' zou dit in het geval van een aanval op West Europa in vijf fasen gebeuren: I "De eerste fase duun een half uur. Alle (kern)raketten waarover men in dit stadium kan beschikken, worden ingezet op doelen wals commandoposten, commandocentra, aanvoerlijnen, raketbases, opslagplaatsen voor nucleaire wapens, bases voor onderzeeboten en bommenwerpers, vliegvelden, luchtdoelgeschut, radarstations, enzovoons. Een atoomaanval, Hiroshima /945.


w luidt de overweging, moet onverwacht zijn, van korte duur en met de grootst mogelijke intensiteit. 11 De tweede stap duurt anderhalf tot twee uur; golven massale luchtaanvallen, voorafgegaan door meer dan duizend bemande en honderden onbemande verkenningsvliegtuigen. Direct daar achteraan komt de belangrijkste golf, bestaande uit de gehele beschikbare luchtmacht, voorzien van kernwapens. Hun eerste doelen zijn tanks, die er nog in zijn geslaagd van de kazerneterreinen af te komen en vliegtuigen die nog konden opstijgen. III De derde stap duurt een half uur. Nog meer raketlanceerinstallaties dan in de eerste fase vuren hun projectielen af op alle doelen die de eerste en tweede fase van de aanval hebben overleefd. IV Deze fase duurt tien tot twintig dagen. Concentratie op succes voor het tankleger. Met de grootst mogelijke snelheid probeert men nu w ver mogelijk met de tanks door te dringen in het vijandelijke gebied. V Het laatste stadium van de aanval duurt zeven tot acht dagen en begint wanneer de opperbevelhebber er zeker van is dat op een van zijn tankfronten een doorbraak is geforceerd. Het tweede echelon krijgt dan opdracht met al zijn vermogens door dat gat heen te dringen"4). Zo'n massale inzet van wapens tegen wapens in het dichtbevolkte West Europa zal waarschijnlijk even catastrofaal voor de bevolking zijn als rechtstreeks tegen steden gerichte aanvallen van meer beperkte omvang. De laatste mogelijkheid, het bestoken van steden met kernbommen, behoort echter tot een meer defensief scenario van oorlogsvoering terwijl de keuze voor wapens als doelen duidelijker trekken van een offensief

scenario draagt. "First strike"-wapens als de 55-20 of Pershing 11 passen in w'n counter force strategie en dragen daardoor bij tot de ondermijning van de stabiliteit van de wederzijdse afschrikking. We verkeren thans in een situatie

waar meer wapens meer doelen voor wapens betekenen en de noodzakelijkheid voor nog meer wapens verhogen wnder daarmee onze veiligheid te verhogen. Voor vele mensen in de vredesbeweging is dit niet alleen aanleiding om te pleiten voor eenzijdige stappen tot ontwappening, maar· zelfs een defensie wnder militaire wapens voor noodzakelijk te verklaren.

2_Verdediging ronder bewapening De gedachte van een geweldloze verdediging is ouder dan de atoombom. In de jaren dertig werd in Nederland en Vlaanderen al het concept van een "Pacifistische Volksverdediging" gepropageerd. Toen al leefde de gedachte dat

door tanks, bommenwerpers en giftgas, oorlog in feite te riskant geworden was. De verliezen in de Tweede Wereldoorlog van 1(}'2O"Io voor de meest getroffen bevolkingen van Polen en Rusland lijke achteraf nog mee te vallen in vergelijking met de verliezen die een oorlog thans met zich mee wu brengen. De totale kwetsbaarheid van de burgerbevolking als gevolg van de waterstofbom en de en de komst van raketten als dragers daarvan bracht in 1958 de Britse militair en politicus Stephen King Hall tot de publicatie "Defence in the Nuclear Age" waarin hij voor de afschaffmg van alle Britse nucleaire wapens en het opzetten van een door burgers gedragen geweldloos verdedigingsysteem pleitte. Een ander Britse militair, de bekende Strateeg Sir B.H. Liddel Hart stelde in 1964:

Ik hou het voor waarschijnlijk dat naarmate regeringen zich gaan realiseren dat zij niet in staat zijn voor een effectieve militaire verdediging te zorgen, zij het idee van een geweldloze sociale verdediging steeds meer serieus zullen gaan nemen. 51 In de laatste twintig jaar hebben verschillende regeringen in Europa belangstelling getoond voor de mogelijkheden van deze optie. In Nederland werd in 1977 door de regering Den Uyl een Begeleidingsgroep inzake het onderzoek op het gebied van Geweldloze Conflictoplossing en Sociale Verdediging ingesteld. In haar eerste rapport ging deze commissie, de zogenaamde commissie Niezing, uit van een defutitie van Adam Roberts (St. Antony's College, Oxford) waarin sociale verdediging omschreven werd als een

" ... politiek van nationale verdediging tegen mogelijke, binnenlandse bedreigingen (bijv. een coup d'état) en bedreigingen van buitenaf (bijv. een invasie) door middel van voorafgaande voorbereidingen om dergelijke bedreigingen te weerstaan met burgelijk verzet, dat toegepast wordt door de bevolking. Het doel is om dergelijke pogingen niet eenvoudigweg af te schrikken of neer te slaan door de wil van de aanvaller te veranderen, maar om door massale en selectieve non-c06peratie en verzet door de burgers geslaagde aanvallen onmogelijk te maken. 'Civilian defence' houdt dan ook het gebruik in van een grote verscheidenheid aan methoden van geweldloze actie, economisch verzet, politieke non<oöperatie, verscheidene vormen van interventie en methoden om het moreel en de loyaliteit van de aanvallers te ondermijnen daarbij inbegrepen. 'Civilian defence' is dan het aanvaarden en toepassen van de techniek van geweldloze acties teneinde een politiek van voorbereide, nationale verdediging te ontwikkelen

als bruikbaar alternatief voor militaire verdediging en nucleaire afschrikking"61 Sociale verdediging is een post -militaire verdediging in die zin dat ze daar begint waar militaire verdediging gewoonlijk eindigt, bij het neerleggen van de wapens door één van de partijen in een oorlog. Een afstand doen van wapengebruik betekent bij een stategie van sociale verdediging echter niet een onvoorwaardelijke overgave aan de willekeur van de tegenstander, maar betekent het begin van een post-miltaire confrontatie. De soldaten van de tegenstander zijn geoefend in het veroveren van een land, in het bestrijden van het leger van de tegenstander. Zij zijn echter helemaal niet opgeleid om een ander land bezet te houden, mede doordat er officieel van uitgegaan wordt dat de opleiding in het leger de verdediging van het eigen land tot doel heeft. Als een soldaat met een geweer een vijandelijke soldaat met een

geweer voor zich ziet, dan is zijn reactie - daarin is hij getraind - om te schieten. Maar als een onbewapende burger, die hem persoonlijk niet bedreigt, voor hem staat is dat een situatie waarin hij niet weet hoe zich te gedragen. Deze man-tot-man situatie is ideaaltypisch. Wat ik ermee duidelijk wil maken is dat sociale verdediging gebaseerd is op een indirecte strategie in de zin van een uitspraak van een Chinese strateeg, Sun Tsu: "wat in een oorlog van uiterste importantie is, is het aanvallen van de strategie van de vijand". 71 De indirectheid van sociale verdediging berust daarop, dat men poogt met asymetrische middelen te vechten. In plaats van te kiezen voor dezelfde strijdmiddelen als de tegenstander - raketten, vlieg-

tuigen, tanks, mitraulleurs, enz. - wordt gekozen voor niet-militaire wapens; psychologische wapens wals demonstraties, economische wapens wals boycots. politieke wapens wals burgelijke ongehoorzaamheid. Om duidelijk te maken hoe een strategie

van geweldloze actie in een concrete situatie kan werken, zal ik een voorbeeld geven van de bevrijding van door de Nazi's gearresteerde joden in de Tweede Wereldoorlog: Tijdens de nationale razzia op joden door de Duitse Gestapo en de WaffenSS in 1943 werden enkele duizenden joodse mannen, die met een Arische

vrouw getrouwd waren, in een afzonderlijke gevangenis aan de Rosenstrasse in Berlijn opgesloten. Te verwachten viel dat zij net als ander joden in concentratiekampen terecht wuden komen. Maar de Duitse vrouwen van deze joodse mannen verzamelden zich in de Rosenstrasse, riepen steeds weer de namen van hun echtgenoten en eisten hun vrijlating. De veiligheidspolitie probeerde tevergeefs de demonstrerende vrouwen weg te sturen, maar de zesduizend vrouwen kwamen telkens weer terug. In het 23


hoofdkwartier van de gestapo aan de Brugstrasse, niet ver van de Rosenstrasse, maakte men zich ongerust. Men durfde niet op deze Duitse vrouwen te schieten, begon met hen te onderhandelen en moest tenslotte hun joodse echtgenoten teruggeven. 8)

amnesty internationaL Een ander voorbeeld van de mogelijke effectiviteit van geweldloze acties is Amnesty [nternational, een organisatie die seden het begin van de jaren zestig door petities, demonstraties, publicaties, enz. al duizenden mensen uit de gevangenissen van de meest inhumane dictaturen wist te krijgen. Zulke acties vormen echter nog geen stelsel van geweldloze verdediging. Het zijn alleen voorbeelden van de mogelijke kracht van niet-militaire strategieĂŤn. Ervaringen uit het verleden hebben laten zien dat spontane geweldloze acties tegen gewapende individuen en groepen soms een aanmerkelijk succes kunnen opleveren. Gesteld wordt nu door een aantal theoretica op dit gebied dat wanneer dergelijke geweldloze acties gepland in plaats van spontaan, georganiseerd en geĂŻnstitutionaliseerd, met getrainde mensen in plaats van met ongeoefende mensen uitgevoerd zouden worden, de effectiviteit van een combinatie van dergelijke acties dermate verhoogd zal kunnen worden, dat daarmee geweldloos verzet door de burgerbevolking een realistische verdedigingsstrategie zou kunnen zijn en een militaire verdediging geheel of gedeeltelijk zou kunnen vervangen of aanvullen. De historische ervaringen waarop deze theoretici zich baseren zijn bezettingen zoals die van Denemarken en Noorwegen tijdens

de Tweede Wereldoorlog of pogingen tot staatsgrepen, zoals de Kapp putsch in Berlijn in 1920 of de Generaals putsch vanuit Algerije in 1961. De situatie die tot nu toe door de theoretici van sociale verdediging bestudeerd werden, waren bezettingen of binnenlandse staatsgrepen. [n beide gevallen wordt ervan uitgegaan dat de aanvaller erop uit is aan een bevolking zijn wil op te leggen. Waar het nu om gaat bij theoretici op het gebied van de sociale verdediging is het openleggen van nieuwe of onvoldoende gebruikte niet-gewelddadige machtsmiddelen en het ontwikkelen van daarop gebaseerde strijdmethoden. De geweldloze middelen die de auteurs op dit gebied noemen hebben tot doel drie mechanismen bij de tegenstander in werking te zetten: I. dwang (coercion) 2. aanpassing (accomodation) en 3. bekering (conversion) 24

Gandhi: de krocht van geweldloosheid

Het hoogste doel is de tegenstander tot inkeer brengen zodat hij zijn houding wijzigt. De mogelijkheden tot bekering lijken echter beperkt - zeker op kone termijn - en meer voor hand liggend is de toepassing van morele en economische sancties die de tegenstander tot een ander gedrag dwingen. Tussen dwang en bekering staat de aanpassing, waarbij de tegenstander door concessies te doen wel zijn gedrag gedeeltelijk veranden, zonder daarbij zijn houding wezenlijk veranderd te hebben. Gene Sharp, de meest vooraanstaande theoreticus op dit gebied, noemt in zijn standaardwerk (dat gedeeltelijk ook in het Nederlands verkrijgbaar is) 54 methoden van protestacties, \03 methoden van weigeringsacties en 41 methoden van interventies om deze machanismen in werking te zeuen. 9) De onderliggende conflictbenadering laat zich illustreren met een citaat van een Amerikaanse auteur, een advocaat die naar IndiĂŤ ging om van Gandhi te leren en in 1935 het boek 'De kracht van geweldloosheid' publiceerde. Hierin schreef hij: "Het doel van de geweldloze strijder is niet schade toe te brengen aan zijn tegenstander of deze ie vernietigen of te vernederen of 'zijn wil te breken '. (. . .) Het doel is de tegenstander te bekeren, zijn begrip en gevoel van waarden te veranderen, zodat hij zich van ganser harte bij de ander zal voegen om een schikking te bereiken die werkelijk vriendschappelijk en bevredigend is voor beide partijen. De geweldloze strijder zoekt een oplossing waarbij beide panijen hun volledige zelf-respect en wederzijdse respect kunnen behouden, en hij zoekt een schikking waarbij de nieuwe verlangens en volledige energie van bei-

de partijen tot hun recht komen. De geweldloze strijder probeert de gewelddadige aanvaller te helpen om zijn moreel evenwicht te herstellen op een niveau dat hoger en zekerder is dan voorheen en van waaruit hij zijn geweldadige aanval heeft gelanceerd"JO) Een dergelijk benadering van de tegenstander is duidelijk moeilijker aan te leren dan het overhalen van een trekker bij een geweer, waarin soldaten getraind worden. Het veronderstelt de mogelijkheid van een rolverandering bij de tegenstander. De combinatie van enerzijds weigeren samen te werken met de tegen-

stander qua bezetter, maar hem anderzijds in andere roUen met meer begrip tegemoet te treden, vraagt om een psychologische rijpheid die veel opvoeding zal vereisen. Onduidelijkheid is of een dergelijk constructief conflictgedrag vol te houden is als er door de tegenstander onvoldoende positief gereageerd wordt.

3. De effectiviteit van sociale en militaire verdediging. Voor velen lijkt de gedachte dat een land geen leger heeft absurd. Een militair apparaat lijkt juist een van de kenmerken van een natie te zijn. Maar het kan ook zonder. Costa Rica bijvoorbeeld heeft in 194& het leger afgeschaft en een aanval van het buurland Nicaragua in 1955 overleefd t !) (in de laatste jaren lijkt men in Costa Rica echter wel degelijk bezig te zijn weer een leger op te bouwen). De keuze tussen militaire en niet -militaire verdediging bestond in 196& in Tsjecho-Slowakije en de Dubcek regering besloot tegen de half miljoen bezetters uit het buitenland geen geweld te gebruiken. Niettemin lukte het door geiInproviseerd massaal verzet de Rus-


sen van een onmiddelijke, politieke machtsovername Ie weerhouden. Pas na achl maanden slaagden de Russen erin Dubcek Ie vervangen. In legenslelling lOt Hongarije, in 1956, waar geweld aan beide zijden werd loegepasl en de politieke nederlaag legen de 250.000 Russen al na Iwee weken zichlbaar werd, vielen in TsjechoSlowakije veel minder doden. In Hongarije sneuvelden lijdens de gevechlen naar schauing 20.000 Hongaren (daarnaasl werden 2.000 laler geexeculeerd en 20.000 gevangen genomen), lerwijl de gevechlsfase in Tsjecho-Slowakije - de eerste week na de invasie - 'maar' 70 Tsjechen hel slachloffer waren (een verhouding van bijna I : 300 qua direcle slachlOffers onder de eigen bevolking). 12) Het aanlal slachloffers is naluurlijk maar ĂŠĂŠn criterium voor effectiviteit. De onvoorbereide, geweldloze acties in Tsjecho-Slowakije maa klen geen deel uit van een georganiseerd slelsel van sociale verdediging. Wal dat belreft vall geen echIe vergelijking Ie Irekken om dal een sociaal verdedigingssysleem nog nooil bestaan heeft. Over de effectivileil van mililaire verdediging is uileraard meer bekend. Uit een overzichl van vijftig oorlogen die tussen 1816 en 1965 tussen stalen werden uitgevochlen , blijkl dal in 700/0 van de gevallen in deze sleekproef de aanvallende natie gewonnen heeft. De militaire verdediging was dus in 30% van de gevallen 'effectier .13) Een andere studie die over militaire krachlsverhoudingen, verrichl door hel N1VV, onderzochl 48 oorlogen. Daaruil bleek dal de slerkere panij in 27 van de 48 gevallen de oorlog begon en 22 keer ook als winnaar levoorschijn kwam. In 21 gevallen begon de zwakkere partij een oorlog, waarvan 12 overwinningen hel resultaal waren. MeI andere woorden: de verdediging was effectief in gemiddeld 35,4 van de gevallen, schommelend lussen 18,5% als de tegenslander sterker werd geacht en 43% als de verdedigende partij sterker werd geacht. 14) Op grond van deze twee sludies kan men concluderen dal ruwweg in Iwee van de drie gevalielI militaire verdediging niet effectief i ~. Overwinning en nederlaag zijn uiteraard lIiet de enige criteria voor een effectiviteitsbeoordeling. Er zijn pyrrusoverwinningen waar de verliezen zo zwaar zijn dat de prijs te hoog wordt. Maar wanneer is de prijs Ie hoog? Bij Ie verwachten verliezen van 20, 50 of 80% van de bevolking? Als hel oorlogsdoel van de tegensIander genocide is, dan is het zelfs bij 80% nog de moeite waard gewapend verzet te bieden . Nu heb ik nog nooit gehoord dal hel doel van de Russen het vermoorden van meer dan 300 miljoen Westeuropeanen is. Volkerenmoord in Europa als een door alle betrokkenen ongewenst bijverschijnsel van een kernoorlog, lijkl mij echler denkbeeldig. IS)

Dikwijls wordl aan sociale verdediging wel een ze kere defensieve effectiviteit bij bezeuingen loegedachl, nadat een bevolking na voldoende planning en organisalie daarvoor is opgeleid en bepaalde structurele veranderingen, zoals decenIralisalie, hebben plaatsgevonden. Maar men beIwijfelI of sociale verdediging enige afschrikkende waarde kan hebben omdal de vijand niel meI vernietiging kan worden bedreigd. Hel is juisl dal door een eenzijdig afsland doen van nucleaire wapens de dreiging meI aloomwapens weer effectief zal kunnen zijn. Dil probleem is echter niel alleen bij sociale verdediging aanwezig. Ook een lerriloriaal verdedigingssysteem zoals hel Zwitserse kan zich niel mililair tegen nucleaire chanlage op lange afsland verdedigen . Het is echter, voor zover mij bekend, niel zo dal landen zonder kernwapens zich meer bedreigd voelen of vaker nucleair bedreigd worden dan nucleaire mogendheden . (6) Daarentegen lijken landen zonder kernwapens minder kans te lopen kernwapendoelen te WOfden . Trouwens, ook een kernmogend-

hei!l kan zich door de ontwikkeling niel geheel beveiligen legen een nucleaire aanval. Te denken vall bijvoorbeeld aan een situatie waarbij een kernmogendheid derden - Slei bijvoorbeeld huurlingen een kernwapen op onconventionele wijze (builen hel afschrikkings-/waarschuwingssysleem om) een ander land binnen laat smo kkelen - meI een gewoon vrachtschip - om dal daar zonder meer in de hoofdstad te lalen exploderen . Zo blijft de schuldvraag open en is in een wereld met Sleeds meer kernmogendheden, nucleaire afschrikking geen garantie meer tegen het gebruik van kernwapens. Noch het genocide argument, noch hel nucleaire chantage argument lijken mij in de huidige Europese siluatie voldoende om de mogelijkheid van een sociale verdediging bij voorbaat van de hand Ie wijzen . Dezelfde twee gevaren sluimeren, en naar mij lijkl in hogere male, ook in de hedendaagse militaire strategie. De gedachte dal van sociale verdediging geen afschrikkende werking uitgaat is alleen juisl als met afschrikking de dreiging met vergelding meI gelijke middelen bedoeld wordt. Deze kijk op afschrikking is vooral toegesneden op nucleaire wapens. Aangezien sociale verdediging geweldloos is en de dood niet als laatste sanctie gebruikt wordt, ontbreekl weliswaar het schrikelement in de meest elementaire existentiele zin. Maar afschrikking kan ook gebaseerd zijn op de hoge kosten die hel verzet van de bevolking voor de aanvaller zullen veroorzaken. De Joegoslavische Algemene Volksverdediging van een 'totale strijd' door de 'totale bevolking' en de Zwitserse doctrine van de 'hoge entreeprijs' als gevolg van de 'Gesamlverteidigung' baseren hun 'afschrikkend' (disuasion)

vermogen op een geloofwaardige militaire volksverdediging. Als deze landen op niel-nucleaire wijze door hun militaire houding een inoffensieve 'afschrikking' weten Ie produceren, is het niel bij voor baal uitgesloten dal met een bestaand slelsel van sociale verdediging hetzelfde kan worden bereikt. In Zwilserland wordl ervan uiIgegaan dal .na een militaire nederlaag een guerrillaoorlog en een geweldloos verzel door de bevolking gevoerd worden en ook daarvan verwacht men een 'afschrikkende' (dissuasion) werking. Zoals een Zwitserse sludiecommissie voor stralegische vraagstukken hel formuleerde : "Als het lukt om een potenti~/e tegenstander te doen inzien dat een militaire overwinning alleen niet voldoende zal zijn om ons land te onderwerpen, maar dat met de bezetting een tweede fase van de strijd begint, die moeilijk voor hem zal zijn, waarin hij veel verliezen zal lijden en waarin voor hem geen eer te behalen vall. dan is er aan onze afschrikkingsstrategie een nieuwe element toegevoegd"./7) Hel lijkt mij niel uiIgesloten dal van een door sociale verdediging gedemonstreer de verdedigingsbereidheid ook een oorlogsvoorkomende werking uitgaat, al is die niet op de mogelijkheid lot vergelding gebaseerd, maar alleen op de mogelijkheid van een verzeI die de politieke, economische, ideologische en militaire koslen voor een aanvaller hoger maken dan de balen.

Tussen 'dagdroom' en nachtmerrie Velen zullen lwijfelen aan de 'afschrikwekkende' mogelijkheden van sociale verdediging en zelfs slellen dal een nieldodende verdedigingsstralegie de lust lol agressie bij een op wapengeweld gebaseerd vijandelijk regime juisl aanwakkert . De Russen zouden in Afghanistan waarschijnlijk niels liever zien dan geweldloos verzet in plaats van de meer dan een dozij n guerrillabewegingen waarmee ze nu geconfronteerd worden. Maar in Polen? Zou daar een gewelddadig verzel van de arbeiders meer kans van slagen hebben dan de geweldloze vakbeweging? Ik meen van niet. In sommige gevallen lijkl het gebruik van geweld voor het veilig slellen van vitale belangen van groepen en volkeren doelmatig en verantwoord, in andere minder. In vele gevallen is hel gebruik van geweld conIraproductief. Waar alle betrokken panijen lOl de tanden gewapend zijn is hel een absolute ramp en is ieder alternatief dal hel overleven van een culIuur kan waarborgen verkieslijker. We moelen af van de gedachte dal er voor ieder veiligheidsprobleem een militaire dan wel een niet-mililaire oplossing is. Als een land in een oorlog 25


Passief verzet, ook in oorlogstijd?

bezet wordt kan de bevolking zich daarbij neerleggen en hopen op bevrijding door de bondgenoten die nog niet zijn overwonnen. Maar als deze bondgenoten er niet meer zijn, gewelddadig verzet kansloos is en democratische hervormingen onmogelijk, wat dan? Of als de bezetting w 'ernietigend is dat er iets gedaan moet worden vóór de bevrijding door derden een feit is? De Deense bevolking wilde in de Tweede Wereldoorlog iets ter bescherming van de Joodse bevolking doen voor het te laat was. Zij heeft het uiteindelijk, mede door de geografische ligging van Denemarken, beter gedaan dan de bevolking van de andere bezette naties. Hadden Nederlanderse ambtenaren niet doelmatiger verzet kunnen bieden aan de nazi's? Welke tekortkomingen toonden de "Aanwijzingen Harer Majesteits regering omtrent de houding aan te nemen bij een vijandelijke bezetting' in oorlogstijd en zijn de thans geldende aanwijzingen uit het jaar 1962 doelmatiger? Dit is een concrete vraag die onderzocht kan worden en bij kan dragen tot effectiviteitsverhoging .in geval van een nieuwe bezetting. Het is ook een van de vragen waarmee de theoretici van sociale verdediging zich bezig houden. Men hoeft niet te geloven in de effectiviteit van geweldloze verdediging tegen elke gewelddadige bedreiging om onderzoek naar de mogelijkheden van sociale verdediging zinvol te kunnen vinden. Sociale verdediging wordt vooral realistisch geacht in geval van een staatsgreep door de eigen strijdkrachten of in geval van een bezetting door een vreemde mogendheid. Men kan de kans op een staatsgreep in Nederland terecht minder groot achten dan in Suriname, Japan, Polen, Roemeni~, Turkije, Griekenland of Spanje. Men kan ook redeneren dat een oorlog in Europa niet met een bezetting zal eindigen maar met de totale onbewoonbaarheid van dit werelddeel voor ons en anderen. Als de afschrikkingspolitiek ooit zal falen lijkt mij dit niet uitgesloten. Maar misschien is er toch een kans dat zo'n oorlog kort en , conventioneel blijft en uitloopt op een bezetting. Persoonlijk lijkt mij een bezetting verkieslijker dan een nucleaire vernietiging van Europa. Ik zie liever vier miljoen Warschaupact soldaten in een wespennest van 300 miljoen dissidente Westeuropeanen dan in strijd met

26

drie miljoen NAVO soldaten. Ik zie liever een bezetting van vijf jaar dan een oorlog van een maand, gegeven de thans bestaande vernietigingskracht van zelfs de conventionele militaire strijdmiddelen in een land met een chernische industrie en kerncentrales. Het lijkt me het kleinste kwaad. Natuurlijk is het belangrijk een oorlog in Westeuropa te voorkomen. Maar als dit ooit mislukt en er toch gevochten wordt, op welk niveau dan ook, dan zal het verzet waarschijnlijk niet alleen door militairen gedragen worden. De burgers zullen zich zelf willen beschermen - ook wnder wapens. Als dat w is lijkt het mij nuttig dat ze hun voordeel doen met de ervaringen die zijn opgedaan in Tsjechoslowakije, in Polen, in Noorwegen, Denemarken en Nederland in de Tweede Wereldoorlog, en elders waar binnen- en buitenlandse regimes mensen probeerden te onderdrukken en deze daartegen in verzet kwamen. Er zijn wetenschapsmensen en anderen die dergelijke kennis proberen te vergaren om van daaruit strategiren te construeren die van sociale verdediging een realistische verdedigingsoptie kunnen maken. men hoeft hun hoop dat dit voor alle geweldadige bedreigingen zal lukken niet te delen om hun werk toch zinvol te vinden. In een recent artikel van R. Kreutzer in de Militaire Spectator l8) werden de theoretici op het gebied van sociale verdediging als "dagdromers" voorgesteld. Ik vind hun "dagdromerij" minder onrealistisch dan het denken van 'counterforce' theoretici die het voeren van een langdurige nucleaire oorlog in Europa voor mogelijk houden. In ieder geval zijn de pleitbezorgers van een postmilitsire verdediging minder gevaarlijk dan de strategen die een oorlog tussen supermogendheden met kernwapens denken te kunnen winnen als we daarvoor maar voldoende defensiebelasting willen betalen. NOTEN I. De cijfers zijn gebaseerd op berekeningen van J.P . Robinson (Sussex University), cit. Washington Post, I July 1978. p. F I.

2. Volkskrant,7 rebruari 1983, p . I; 11 rebruari 1983. p . 19. 3. Pauli Jarvinpaa. Flexible nuclear option; new myths and old realities. Cornell University, Peace Studies Program OccasionaJ Paper No. 7, Sept. 1976, p. 48; dl. in Robert C. Aldrigde . The Counterrorce Syndrome: A . Guide to U.S. Nuc1ear Weapons and Strategie Doctrine. Washington, O.c., Institute ror Policy Studies, 1981. p.2. 4. Rob Meines. Pershing-ll verstoort Sovjetaanvalstrategie. NRC-Handelsblad, 2 december 1982, p. 5. 5. Cit. Gene Keyes . Strategie Non-Violent Derense: The Construct or an Option. Thc Joumal of Strategie Studies, Vol. 4, no . 2, June 1981 , p. 125. 6. eil. Begeleidingsgroep inzake het onderzoek op het gebied van de Geweldloze Connictoplos-

sing. Het onderzoek naar geweld loze connictoplossing en sociale verdediging. Deel I : Programmavoorstel inzake prioriteiten en organisatie. 's-Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1978, pp . 3-4. 7. Sun Tsu. The Art or War. Oxrord, 1963; dl. H .W. Tromp . Verdediging in het nucleaire tijdperk . Inlennediajr. 15 jg., no . 17,27 april 1979, p.39. 8. Gene Sharp. Macht en Strijd. Theorie en praktijk van geweldloze actie. Utrecht, Spectrum, 1982, pp. 138- 139. 9. Ibid .• pp. 194-205; PP 161-177. 10. R.B. Gregg. De kracht van geweldloosheid. Zwolle, Stichting Geweldloze Weerbaarheid, 1976, p. 81; eil. P. v. Eerden. Sociale verdediging. Reêel en/or ideêel concept? Een terreinverkenning in de theorie. methoden en stromingen, Utrecht, Sociologische Instituut, RU, 1981, p. 49. 11. Leonard Bird. Costa Rica - a Country without an Army . London, Housmans, ca. 1980. 12. Christina Arber . A Study of Civilian Defence, with special rererence to the contrasting theories of Sharp and Boserup/ Mack within the context or general civilian defenee theory, and iJlustrated by events, and methods used, in Hungary 1956 and Crechoslovakia 1968. Bradford, School of Peace Studies, 1980, p. 36. 13. J . David Singer and Meivin Smal!. The Wages or War, 1816-1965 . A . statistica! Handbook. New Vork, John Wiley & Sons, 1972, p. 375. 14. Cil. Robert Aspeslagh. Nederland kan ontspanning bevorderen . Volkskrant. 22 oktober 1980, p. 13. 15. Daarom ben ik niet zo onder de indruk van een argument dat A1rrcd Pijrers in de discussie introduceert wanneer hij schrijrt: 'Hylke Tromp schrijft zelf ook dat "als de doelstelling genocide is, sluit dat elke vorm van geweldloze verdediging uit". En toch wil proressor Tromp uitgerekend in het nucleaire vergeldingstijdperk. dit soort verdediging introduceren . (Alfred Pijfers, Hoe oorlogszuchtig is de democratie? De Gids, jg. 144, no 8, 1981. p. 454). Zelrs bij pogingen tot genocide ziet Gene Sharp nog mogelijkheden voor sociale verdediging en zijn redenering hieromlrent met verwijzing naar de holocaust van de joden snijdt naar mijn mening toch hout. Zie: The Lesson or Eichmann. A Review-Essay in Hannah Arendt 's Eichmann in Jerusalem, pp. 69-90, in Gene Sharp. Social Power and Political Freedom. Boston, Porter Sargent Publ., 1980. 16. Dat kan in principe ook het gevolg zijn van het reil dat dC'L.e landen onder de (Amerikaanse) nucleaire paraplu zillen - wat echter niet bewijsbaar is. Over het probleem van nucleaire dreiging, zie Mihon Lcitenberg. Threat s or the Use or Nuclear Weapons Since World War 11: An Introduetory Note, pp. 388-395 (Appendix 3) in: Asbjorn Eide and Marek Thee (Eds.). Problems ad Contemporary Militarism . London, Croom Hel, 1980. Suggesties voor geweldloos verzet tegen nucleaire dreiging zijn te vinden bij: Richard W . Fogg. Protection rrom Nuc1ear Threats: A Proposed Alternative . Stevenson. Md. , Center ror the Study of Conniet, 1982. 17. Studiekommission ror strategische Fragen, Grundlagen einer strategischen Konzcption der Schweiz. Bericht der SFF vom 14 November 1969. Zürich. Schrirten des Schweizcrischen AurkJä.rungsdienstes, 1971, Nr . 11 , Deventer, KJuwer, 1980, PP . 223-224. Zie ook: Dietrich Fischer. Invulnerability Without Threat: The Swiss Concept or GeneraJ Derense. New Vork, C.V. Starr Center ror Applied Economics. 1981 (Mimeo). 18. R. Kreutzer. SociaJe verdediging: een dagdroom . In Militllirt Spectator, jg. 152, rebr. 1983. pp. 63-67.


Een contextuele oriëntatie op het gebied van oorlog en vrede "The universe of international refotions is not on engineer's preserve, it is Q Bergsonion drama. The na/ions are like swimmers caught in waves and eddies (often of [heir own creolÎon)" Stanley Hoffman.

Wij leven in een wereld van staten. Ondanks de toegenomen wereldwijde onderlinge afhankelijkheid (interdependentie), ondanks alle mogelijke (ver)bindingen - juridische en andere - is het feit dat de wereld georganiseerd is in staten een basisgegeven . De huidige wereldsamenleving kan het beste gekenschetst worden als een statensysteem. Nationale belangen spelen derhalve nog steeds een grote rol, al behoeven zij zeker niet altijd te zijn ingebed in uitgesproken nationalistische oriëntaties. Mensen en staten - het is hierboven al aangeduid - werken al of niet in grote verbanden samen. Soms hortend en stotend, soms redelijk harmonisch. Helaas is het ook praktijk dat men elkaar tegenwerkt. Sterker: mensen en staten werken zelfs wel samen om andere mensen en staten tégen te werken. Samenwerking kàn dus een suspect karakter hebben . Wanneer als gevolg hiervan een oorlog uitbreekt, heeft de tegenwerking een dramatische vorm aangenomen. Geconstateerd moet worden dat het de mensheid niet aan dit soort drama's heeft ontbroken respectievelijk ontbreekt. Integendeel, er is alle reden om perplex te zijn . Het is dan ook te begrijpen dat een vroegere minister van Defensie een bepaalde toespraak begon met op te merken dat het een paradox lijkt "te praten over vrede en veiligheid , terwijl we leven in een wereld waar w weinig

tie die zeker in vergelijking met andere situaties nogal wat "overkill" elementen ( = teveel vernietigingskracht) heeft. Maar om nu te beweren dat het hier op dit moment gevaarlijker is dan elders, is op zijn minst aanvechtbaar. Kortom , veiligheidssitu31ies zijn ook

complex . Wil men zulk een situatie analyseren, dan kan men er niet mee volstaan enkel en alleen heen te wijzen naar een getalsmatige toeneming van militair vermogen. Toch gebeurt dit maar al te vaak. Wordt door de tegenstander niet keer op keer beweert dat het besluit van de NAVO om haar nucleaire middeUange-afstandsystemen te moderniseren neerkomt op het vermeerderen van het arsenaal en dus gevaarlijker is?

door drs. G.K. Timmerman,redacteur van JASON-Magazine . Deze bijdrage bevat op persoonlijke titel geplaat ste kanttekeningen.

Johan K. de Vree (red.), Oorlog en vrede - ontslaan, dynamiek en beheersing van geweld. (Alphen ai d Rijn : Samsom Uitg., 1982). 272 blz. Prijs: f 39,75

den ondanks hun associatie, en die van een gemeenschap zij n verenigd in weer-

wil van hun gescheiden bestaan.

Niveau

Terug naar de algemene internationale politiek. Met opzet werd in het voorgaande het begrip 'wereld samenleving' gebruikt. Een 'wereldgemeenschap' kent namelijk meer harmonie en zou vreedzamer zijn dan heden ten dage het geval is. Een gemeenschap brengt andere vormen van gedrag met zich mee dan we nu zien op wereldschaal. Met andere woorden : er is één wereld. maar de wereld is niet één - noch in termen van

Gezien het karakter van de hiermee samenhangende problematiek van vrede en veiligheid is het niet zo verwonderlijk dat talrijke discussies en acties zich direct richten op de bewapening. De nucleaire bewapening heeft dit alles nog indringender gemaakt. Deze heeft er zelfs toe geleid dat de veiligheidsproblematiek niet zelden wordt verengd tot de aard van de kernbewapening. Tegelijkertijd wordt er dan aan voorbijgegaan dat

structuur, noch in termen van loyaliteit.

verontrusting hierover het voeren van

We kunnen de toestand in de volgende woorden van Tönnies uitdrukken: de leden van de samenleving blijven geschei-

het beleid niet kan vervangen . Niet voor niets zei één van de aanwezigen op de laatste jaarvergadering van het Interna-

Slagveld bij Verdun 1916: aan drama's heeft het de mensheid "iel ontbroken.

vrede en veiligheid is " . Van een paradox lijkt niet minder sprake te zijn wanneer we overstappen op

het regionale niveau. Wordt de algemene veiligheidsproblematiek regionaal toegespitst, dan zien we dat nergens anders een zo hoge concentratie aan militaire

manschappen en aan militair materieel aanwezig is als juist in (Centraal-) Europa. Bovendien staan de partijen er het ware oog in oog. Toch ziet deze situatie er betrekkelijk stabiel uit; er zijn geen tekenen die erop wijzen dat binnenkort een militair treffen zal plaatsvinden. Hier hebben we te maken met een omgekeerde paradoxale toestand: ondanks de hoogte van de militaire uitgaven, de aantallen manschappen en de hoeveelheden wapensystemen eigenlijk, althans verhoudingsgewijs, veel vrede en veiligheid. I). Dit is dus het geval in een situa-

27


tional Institute for Strategie Studies: "Nuclear forces tend to atomize the spint of defence" . Als uiting van meelevendheid bij een w ingrijpend vraagstuk als dat van vrede en veiligeid is de belangstelling hiervoor en de betrokkenheid hierbij toe te juichen. Het gaat nu eenmaal, om met Andrei Sacharow te spreken, om "reële en serieuze problemen". Anderzijds is dit geen waarborg voor een goede kwaliteit. Het kan immers bij publieke discussies en acties voorkomen dat geldt hetgeen dezelfde vermaarde Russische dissident opgemerkt heeft, namelijk dat brede algemene discussies "dikwijls gevoerd worden op een laag informatieniveau, vooringenomen, onder invloed van politieke hartstochten en soms gewoon te kwader trouw" .2) Deze opvatting komt overeen met wat De Vree schrijft in het onder zijn redaktie totstandgekomen boek:

"Uit het bij tijden bedroevend lage niveau van de publieke discussie in de politiek en de publiciteitsmedia, maar ook uit het niveau van veel academische literatuur, blijkt dat zeer velen tot die moeite om te begrijpen - T niet in staat of bereid zijn omwille van allerlei concrete sociale en politieke belangen". Het is duidelijk dat hij zich hieraan niet wiJ bewndigen. Met het boek wordt dan ook beoogd betreffende de onderhavige problematiek een waardevolle bijdrage te leveren. Deze bijdrage bestaat uit het aanreiken van gereedschap, wals wordt geschreven. Niets meer en niets minder. Instructies voor specifiek gebruik worden niet gegeven. Beleidsrecepten zal de lezer niet aantreffen . Evenmin storten de (tien) schrijvers, allen wetenschapsbeoefenaren, zich op de politieke actualiteit. Nee, waar het uitdrukkelijk om gaat, is wat er achter of onder de concrete verschijnselen inzake oorlog en vrede ligt, dat wil zeggen om inzicht in algemene krachten en mechanismen. Geen lichte kost, toch verteerbaar. Wat zijn nu de ingrediënten?

Uitgangspunten De grondslag van de (twaalf) bijeengebrachte bijdragen is een systeemtheoretische benadering. Inderdaad laat iedere bijdrage aan deze bundel zien dat we te maken hebben met een complex geheel van relaties van wederzijdse beïnvloeding, bepaling en terugkoppeling die op en tussen allerlei sociale niveaus werken . De verbondenheid der factoren staat centraal . Daarnaast is de bundel zeIf systematisch opgebouwd; de bijdragen vullen elkaar aan. Dat betekent dat de onderwerpen en facetten zodanig gekozen zijn en gepresenteerd worden dat het thema oorlog en vrede op omvattende wijze aan de orde wordt gesteld . Het boek heeft dan ook een interdisciplinair karakter. Het is tevens inleidend van aard: het wil leidraad en prikkel zijn tot verdere stu-

28

die. Datgene wat op de omslag staat, werkt direct al prikkelend. Daar valt te lezen:

"In tegenstelling tot wijdverbreide opvattingen is oorlog niet het produkt van de slechtheid van de mens; van de kwade bedoelingen van sommige individuen, belangen of staten; van een verkeerde opvoeding; van oorlogszuchtige ideologieën, vreemdelingenhaat of van sociaal onrecht. En vrede is niet het produkt van verlichting, emancipotie, geweldloze opvoedingsmethoden, maatschappelijke gelijkheid en het opheffen van sociale misstanden. nationaal en internationaal", Dat is taal die we niet vaak tegenkomen. In het verlengde hiervan ligt de relativering van de beheersbaarheid en 'maakbaarheid' van oorlog en vrede. Zo is het frappant dat daar waar dit aspect expliciet behandeld wordt - te weten in het artikel van Rood, getitteld "de regulering en beheersing van politieke processen" - het vertrouwen in de werking van de rechtsregels beperkt is. Gesteld wordt dat deze berust op de bijwndere verhoudingen binnen een bepaald systeem. In de artikelen die eraan vooraf gaan, vormen geweld en agressie als algemeen verschijnsel onderwerp van bespreking. van der Dennen opent met een overzicht van (groepen van) denkers met kenmerkende ideeën op dit gebied. De Vree zet in twee bijdragen zijn theorie uiteen; hij gaat daarbij nader in op de verhoudingen van macht en affiniteit tussen mensen en systemen . De nadruk ligt meer op het gewelddadig conflict dan op de vreedzame transactie. Verder schrijft Falger over biologischfunctionalistische perpectieven. De artikelen die verderop volgen, behandelen meer in het bijwnder met de nodige voorbeelden de al eerder ter sprake gekomen verhoudingen. Koch en Pijpers laten ieder zien hoezeer staats-

vonhingsprocessen, bureaucratisering en het geweldsinstrumentarium met elkaar samenhangen. Bovendien neemt Koch in een aparte bijdrage de sociale verdediging op de korrel. Eén van zijn conclusies is: "Sociale aanval door een militaire bezetter lijkt effectiever dan sociale verdediging door een beheerste bevolking" . Houweling en Siccama informeren de lezer omtrent bewapening en strategieën. Zowel het gebruik van wapens en de afschrikking in het nucleaire tijdperk als onderzoek naar wapenwedlopen komen daarbij aan de orde. Lieshout en De Vree geven een verhandeling over de "krachten en mechanismen (waardoor) de Koude Oorlog wordt geregeerd". In het laatste hoofdstuk trekt Leurdijk hoofdlijnen van het Nederlandse defensiebeleid. Hij relateert deze op heldere wijze aan de hoofdlijnen van ons buitenlands beleid.

Stuk voor stuk gaat het om doordachte bijdragen. Zoals gezegd, worden er geen oplossingen aangedragen; in die zin wordt niet doorgedacht. Niettemin is het gebodene het waard om kennis van te nemen. Men verkrijgt meer inzicht in de complexiteit van verhoudingen. De algehele benadering gaat er niet van uit dat de problematiek van oorlog en onveiligheid is terug te voeren op misverstanden. In nogal wat analyses worden realiteiten zoals ik die in het begin heb aangeduid, ontkend of veronachtzaamd . In deze bundel wordt daar juist rekening mee gehouden. De schrijvers behoren niet - het zal duidelijk zijn - tot de categorie mensen zie, zoals de toenmalige Arnrikaanse president Nixon eens schreef, sentimenteel over vrede spreken, en wel om de eenvoudige, door hem beschreven reden dat vrede niet door sentimentaliteit kan worden bereikt. Ik deel deze zienswijze. Waar ik het minder mee eens ben, is dat de processen die worden beschreven, w mechanisch lijken te verlopen. Alsof gedragingen en belangen min of meer automatisch veroorzaakt worden door de omstandigheden. Naar mijn mening wordt de menselijke factor onderschat. Ook ten aanzien van het onderhavige vraagstuk had de mens opgevoerd kunnen worden als, om met professor G. Kuypers te spreken, "producent van gevolgen",

Hoe dit ook zij, de aanschaf van dit boek is in termen van een kostenbatenanalyse m.i. bepaald een verantwoorde investering. Te meer daar het een personen- en een zakenregister bevat, iets wat in Nederlandse uitgaven maar al te vaak ontbreekt! De publicatie verkrijgt er meerwaarde door.

Noten I) Niettemin laat de kwaliteit ervan te wensen over. Zie van schrijver dezes "Existentie en communicatie in Europa", JASON-Magazine nr . 3 mei/ juni 1977 , blz. 13-16.

2) FJseviers Magazine. 23 mei 1981, blz. 40.

*


~lil5Dn

LEIDSE STUDENTENVERENIGING VOOR INTERNATlONALE BETREKKINGEN S.I .B.

JASON organiseert in samenwerking met de Leidse Studentenvereniging

voor Internationale Betrekkingen (S.l.B.)

Een debat over

naar een nieuwe NA VO-strategie: hoe aanpasbaar is het aangepaste antwoord? Aan het debat nemen deel: Brigade Generaal G.c. Berkhof

Dr. S. Rozemond Generaal Majoor B.D. M.H. von Meijenfeldt Voorzitter: Prof. A. van Staden

Het debat vindt plaats op woensdag 27 april 1983, 13.3()'17.00 uur in de foyer van de stadsgehoorzaal, Breestraat 60 te Leiden

Deelnemers worden verzochl zich telefonisch op te geven bij het secretariaat van JASON (070 - 605658) Maandag van 10.00 tot 14.00 uur Donderdag van 10.00 tot 14.00 uur


JASON in het kort lASON is in 1975 opgericht door een aantal jongeren is niet gebonden aan enige politieke of maatschappelijke groepering bestudeert internationale vraagstukken organiseert lezingen, conferenties en

-

internationale uitwisselingen geef! het tweemaandelijks blad JASON Magazine uil dal iedere keer aan een speciaal thema is gewijd richt zich op alle jongere lOt 35 jaar

Doelstellingen JASON is een jongerenorgalJisatie die zich ten doel stelt jongeren de gelegenheid te bieden zich met internationale vraagstukken bezig te houden . Vrede- en veiligheidsproblematiek, de verhouding OoSt-West, vraagstukken over bewapening en ontwapening, enz. JASON wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de discussie over internationale vraagstukken en de internationale samenwerking . JASON kent geen levensbeschouwelijke of ideologische basis en is niet gebonden aan enige politieke partij of maatschappelijke groepering.

zgn. Nationale Conferentie.

Via zusterorganisaties in O.m. Frankrijk, ltam~. Groot-Britranië en de Verenigde Slaten worden veel internationale contacten gelegd. Regelmatig worden in verschillende landen (studie-) bijeenkomsten en internationale seminars georganiseerd.

Actueel Magazine

Voor wie is JASON interessant?

Zes maal per jaar brengt JASON een eigen Ma-

JASON staat open voor alle jongeren die zich voor internationale zaken interesseren of daar meer van willen weten. Voor een proefnummer van JASON-Magazine kan men zich wenden tot het secretariaat. Beter is het natuurlijk di rekt een abonnement te nemen. Ook donateurs zijn bij JASON van harte welkom. Wie via donaties het werk van J ASON wil steunen kan daartoe contact opnemen met de penningmeester of direct een gift storten op het giro- of bankrekeningnummer van JASON.

aan het vaststellen van een standpunt. Lezingen, studiedagen, conferenties, simulatiespelen, uitwisselingen. leder herfst organiseert JASON bovendien een

gazine uit. De redaktie tracht, door in ieder nummer een actueel thema te behandelen, vanuit zoveel mogel ijk invalshoeken, de lezer een afgerond beeld Ie geven van de behandelde problematiek. Behalve het JASON-Magazine verschijnen ook regelmatig zgn. mini JASONS, die als inleidingen bij aktiviteiten kunnen dienen.

JASON Een greep uit recent verschenen nummers van JASON-Magazine: Eenzijdige ontwapening: voorbeeld of waanbeeld? De West-West relatie: Partners in d ilemma In en om het Kremlin, buitenlandse politiek van de Sovjet -Unie Regionale onrust en Westerse belangen Wat gebeurt er in Latij ns Amerika?

Lezingen, conferenties, studiedagen.

JASON over de grenzen

JASON organiseert tal van activiteiten die bij kunnen dragen aan het vormen van een mening,

JASON kijkt ver over de grenzen. Letterlijk en figuurlijk.

Secretariaat J ASON Alexanderstraat 2 2514 J L Den Haag 070 - 60 56 58 Degenen die door het sch rijven van een arti kel of het geven van suggesties, denken een bijdrage aan toekomstige nummers van J ASON Magazine te kunnen leveren, worden van harte aangespoord zich in verbinding te slellen met Maurils Dolmans telefonisch bereikbaar op 07 1 - J3 04 05, Steenstraat 29, 23 12 BT Leiden of zich te wenden tot het secretariaat van JASON.

INDEX JASON MAGAZINE 1982 De West-West relatie: Partners in dilemma Amerika en Europa en d~ frustraties der geschiedenis. Prof Dr. F.A.M. Alting Will cooperation endure? The fUlUre of Europeanvon Geusau American relations. Mr. drs. CD. de Jong Kunnen economische tegenstellingen de NA VO ondermijnen. Naar een zel fstandiger Wesleuropese politiek. R. ter Beek 1.0. Blauw U.S.-Europa: teleurstellingen en waakzaamheid. Mr. J.S.L. Guoltherie Onder hetzelfde dak, maar nict ctcn uit von Weezei dezelfde ruif. Een crisis in de verhouding VS-West Europa? HA. Schaper Interview met de AmerÎkaanse ambassadeur in NeWîlliom 1. Dyess derland. Mr. L.J. 8rinkhorsr Impressies uil Moskou.

Dr. A. Lommers

2 In en om het Kremlin , buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie Drs. A.P. Goudoel-er Dr. R. Th. Jurrgens Drs. B. de Jong

A. Haig V. Ka/in Drs. D. Zandee

De buitenlandse politiek van de Sovjet·Unie in de Brenjnev-era . Binnenlandse aspecten van het buitenlandse beleid van de Sovjet·Unie. Een socialist isch verbond van een hoger type? De betrekkingen tussen de Sovjet·Unie en OoStEuropa. De Ameriaanse visie op Polen. De gebeunenissen in Polen . Verslag van de Jason scholierenconferentie over eenzijdige ontwapening.

3 Regionale onrust en Westerse belangen Mr. KE. Vosskühler Prof. Mr.B. de Gaay Fonmon R. Groot

Bedreigingen voor Westerse belangen builen het NAVO verdragsgebied: problemen en opties. Vitale belangen: leven en overleven.

Nederland en militair optreden buiten het NAVO verdragsgebied . Eigenbelang is niet in ons belang Dr. L.C Biegel (verslag van een interview). Drs. D. Zondee Jason delegatie bezoekt Bay-seminar Conclusie met betrekking tot de VN-studie inzake kernwapens.

3a Special issue Inrroduclion What is Joson? Drs. L. Wecke l The Netherlands as a guide Dr. H. Wo/til/on A guide belongs to a group Mr. J. L. Heldring The role of the Netherlands in international polities Mr. M . van der Stoel

Prof Dr. Jhr. F.A.M. WiJl cooperation endure? Alling von Geusau Dr. Jomes E. Dougheny A letter from a Transatlantic Friend

4 Wat gebeurt er in Latijns-Amerika Drs. P. Nelissen Dr. L. Schellekens

De weersbarstige revolutie Van slavernij 101 multinationals. historische achtergronden van de onderontwikkeling in LatijnsAmerika. Amerikaans-Europese mededinging in het CaraiE.J. Herrogs bisch gebied. Nederland en Latijns-Amerika: Feilen en meninDr. A.E. van Niekerk gen. Mr. W. V. Cohen Stuart Cuba in Latijns-Amerika I. El Salvador: een case study Drs. 8 . Kreemers De V.N. over onlwapening: indrukken van een teleurstellende ziuing.

5. Handel en wandel in de internationale politiek Dr. L. Doorn 1. von Rens

Diplomaten als kaasverkopers . Enkele aspecten van ontwikkelingssamenwerking en buitenlands beleid vanuit het gezichtspunt van de vQkbeweging. Drs. B.P.J.G. Kerslens Het Nederlandse overheidsbeleid inzake wapenexport. E.i. Raven EconomiSChe dwangmaatregelen: een illusoire politiek? M. Dolmans Gas uit Siberie, achtergronden van een explosieve situatie . Mr. W . V. Cohen Stuar! Cuba in Latijns-Amerika tI.

6 Bicentennial: A report of an Jason exchange with an American delegation . Leclures by: Mr. A.J. Sligting DulCh contribution to NATO Prof Dr. A. von Staden The CUTTent state of American-European relations: How troubled is our at lantic pannership? Tbe two-way st reet , which way 10 g01 Drs. Chr. Sanders Mr. K.G. de Vries Anitudes of the Netherlands and the European dimension . Prof. Dr. Jhr. F.A.M. Tbe European dimension in the West-West Alling von Geusou relalÎons. Reports of presenrotions: Ir. J. Cornelis Duteh infrastructure for aircraft researeh and development. Dr. Ir. A.E. Ponnenborg Philips alld the world-wide competition. Report: lmpressions from Washington. Drs. D. Zondee

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1983), jaargang 08 nummer 2  

Jason magazine (1983), jaargang 08 nummer 2  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded