Issuu on Google+

G.G. Berkhof en G. W.F. Vigeveno De Europese kernmachten in een veranderende strategische context .............................. pag. 1

J. van der Velde De Oost- West verhouding in stripverhalen ..... pag. 21 Verschuivende machtsbalans JAS ON cursus internationale politiek ......... pag. 31


)ASON-magazine Secretariaat en Redactie:

Redactie JASON-magazlne

Van Stolkweg 10, 2565 JP DEN HAAG Telefoon: 070-545966 (maandag en dinsdag) Postgiro: 3561025 Bank: 45.66.55.546 (AMRO-Bank te Scheveningen)

Hoofdredacteur Redactleleden

Abonnement.prljzen:

Lay-out

: Peter Mulder : Maurlts Dolman Kees Nederlof Wim Ploeg Wlliem Remmellnk Marc van Ravels Gert Timmerman Guldo Vlgeveno : Anke Peters

f 15,- per jaar (6 nummers, behoudens verschijning van een dubbelnummer). Jongeren tot 20 jaar:

Het volgende nummer van JASON-maglZjne

f10,- . Adherenten van de Stichting JASON:

Minimaal f 10,- per jaar boven de abonnementsprijs op JASON-magazine. Jongeren tot 20 jaar: minimaalf5,-. Adherenten krijgen naast het blad tevens andere publikaties en mededelingen van de Stichting toegezonden. Advertentlee:

Advertentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting . De in dit blad uitgesproken meningen bliiven geheel en al voor rekening van de betrokken auteur.

Het volgende nummer van JASON-magazine zal - onder de titel "De Buitenlandse Politiek van Europa" - zijn gewijd aan de externe gevolgen van de Europese integratie, waarbij onder meer aandacht geschonken wordt aan de Europese Politieke Samenwerking, het veiligheidsvraagstuk, monetaire en handelspolitiek en het associatiebeleid van de Europese Gemeenschap.

Overname van artikelen uit JASON-magazine (geheel of gedeeltelijk) is slechts toegestaan onder vermelding van auteursnaam en bron.

JASON ..... o betekent Jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland ;

DagelIjk. Be.tuur Voorzitter Secretaris

o is in 1975 opgericht door een groep jongeren; : Winfried van den Muijsenbergh Marianne van der Meulen

lau rens Narraina

Penningmeester Hoofdred . JAS ON-magazine

Peter Mulder

leden

Franta Wijchers Berend Groot LĂŠon Pasteels

Algemeen Be.tuur

Raad van Advie.

drs. J.W. Baud

dr. W.F. van Eekelen (voorz.)

H. de Bont

H.J.M. Aben H. GabriĂŞls mevr , dr, AM.C,Th . van Heet-

Th . Kok (518)

drs. A.F. van leeuwen drs. K.A. Nederlol R.D. Prsanlng drs. M . Roemers drs. Marianne I. Spangen berg-

Kasteel

e.c. van den Heuvel dr. L.G.M. Jaquet

o is niet gebonden aan enige politieke of maatschappelijke groepering; o bestudeert internationale vraagstukken; o organiseert lezingen, conferenties en cursussen ; o geeft hel tweemaandelijkse blad JASON-magazine uit dat iedere keer aan een speciaal thema is gewijd; o is een stichting waarin zitting hebben jongeren tot 35 jaar.

drs. E.J . van Vloten

Carlier Jaqueline Tammenons-Bakker drs. G.W.F. Vigeveno Marlee Voskens Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur

Wilt U meer weten :

STICHTING JASON VAN STOLKWEG 10, 2585JP DEN HAAG TELEFOON 070-545988


De europese kernmachten in een veranderende strategische context Naarmate de nucleaire arsenalen van de twee supennachten verder uitdijden, werd de neiging sterker om de Britse en Franse kernmachten als "quantités négligeables" af te doen. Het feit dat de Sovjet. Unie het traditionele strate· gisch nucleaire overwicht van de Verenigde Staten voor een

groot deel, zo niet volledig, teniet heeft gedaan, vestigde, met enige vertraging, de aandacht op het daaronder ge· legen wapenniveau : de nucleaire middelen in Europa en met name die met een continentaal bereik. In deze zgn. "grijze zone" hleek de Sovjet. Unie doende een reeds he· staand overwicht te vergroten (1). De groei van de Sovjet· kernmacht en het ongedaan maken van de achterstand op de VS deed in West· Europa twijfels rijzen aan de Ameri· kaanse atoomparaplu. Hierdoor kregen de Britse en Fran· se bijdragen aan de totale afschrikking een grotere heteke· ni •. In het licht van deze omwikkelingen zal in dit artikel een schets worden gegeven van de twee Europese kernmachten en de daaraan ten grondslag liggende strategische opvattingen.

De Britse kernmacht Op eigen kracht Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Britse nucleaire onderzoeksprogramma geïntegreerd in het omvangrij ker Amerikaanse Manhattan.project. Na de oorlog verbraken de Amerikanen, die de atoomgeheimen nu voor zich wensten te houden, echter de samenwerking. De ommezwaai in

de Amerikaanse houding werd door het Congres, dat gro· tendeels onkundig was van de samenwerking die tijdens de oorlog was omstaan, afgedwongen d.m.v. de zgn. cCMcMa_ hon Act", die de atoomkennis als het ware nationaliseerde. Verstoken van Amerikaanse hulp, wierp Groot-Brittannië

zich op de ontwikkeling van een eigen bom. In 1952 werd de eerste atoombom getest en in 1957 de eerste waterstofbom, g resp. 4 jaar na de Sovjet. Unie, een pijnlijke consta· tering voor een land dat zich toen nog op de eerste rij van het wereldtoneel waande. Tevens werd gewerkt aan een drietal "dual capable" bommenwerpers, de Valiant, Victor en Vulcan (2). Aan de ontwikkeling van deze "V· bombers" werd een relatieflagere prioriteit toegekend zodat aanvankelijk de daarvoor minder geschikte Canberra, een lichte bommenwerper, als nucleaire wapendrager moest dienen. In 1955 werd het eerste squadron Valiams operationeel, in 1957/58 volgden de Victors en de Vulcans. Van deze laatste is een iets modernere variant nog immer operationeel (48 toestellen in squadrons). De bommenwerpervloot was geheel zelf gebouwd - 100% Brits. Het zou de enige keer blijven dat Groot·Brittannië geheel op eigen kracht stralegiJc'" inzetmiddelen (naar Europese maatstaven althans) zou weten te produceren.

De Vulcan - «nte strategische generatie. nu een onderdeel vaD de TNF.

Drijfveer De niet geringe financiele offers die successievelijke Britse regeringen bereid zijn geweest op te brengen voor de op· bouw van een eigen kernmacht, vallen in eerste instantie te verklaren door de in de periode 1945·62 als zeer ernstig ervaren Sovjet-dreiging. De atoombom was toen het aangewezen middel om de Sovjet. leiders ervan te weerhouden gebruik te maken van hun troepenovennacht in Europa. De Britse opvattingen over de functie van kernwapens als afschrikkings. c.q. verdedigingsmiddel lopen parallel aan die van de VS en de overige bondgenoten. De militaire strategie van Groot·Brittannië maakte dezelfde ontwikke· ling door als de rest van de NAVO . Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat een Sovjet-aanval zou worden tegengegaan door een combinatie van conventionele verdecliging o.a. aan de Rijn en strategisch nucleai· re bombardementen (door de Amerikanen te verzorgen) tegen het achterland van de vijand. Vanaf 1952 werd een steeds grotere rol toegekend aan de strategische bombar· dementen, waaraan vanaf 1955 ook de Engelsen in staat waren een bijdrage te leveren, hetgeen uitmondde in de "massive retaliation" strategie. Deze strategie werd vervolgens in de loop der jaren 60 vervangen door de "Ilexible response" (g). De centrale oveIWeging die, in verschillende VOlmen, steeds weer naar voren kwam bij de beslissingen die leidden tot de huidige Britse kernmacht, was de onzekerheid of wel in alle omstandigheden op Amerikaanse steun kon worden gerekend tegen een evemuele Sovjet.agressie. De leider van de Labour·partij Attlee, die in 1945 het roer van Churchill had overgenomen, besloot in 1946 tot de ontwikkeling van een atoombom. Later verklaarde hij dat het in die tijd - het Noordatlantisch verdrag kwam pas in 1949 tot stand - geenszins vaststond dat de VS zich blijvend garant zouden stellen voor de veiligheid van West· Europa :


"We Iw.d to ho/d up our position vis-à-vis the Americans. We couldn 't allow OUTJelves to be wholly in their Iw.nds, and their position wam 't awfully clear always . .. at that time we had to bear in mind that tkre was always the pOJJibility of their withdrawing and becoming isolationist once again. The manufaäure of a British atom bomb was tkrefore at that stage ejJential to OUT difenu. You mUJt remember lhis WQJ all prior to NATO . .. But at tlw.t time although we were doing our best to maAe tk Americaru understand the realitics of the EUTopean situation - the world situation - we couldn't he JUrf we'd Jucceed . In tk end we did. But we couldn't take risks with Britisch stcurity in the meantime." (4)

waardigheid van de Amerikaanse garantie begon aangetast te worden door de toenemende kwetsbaarheid van de Amerikaanse steden voor de Sovjet-kernmacht. Het Britse streven om de status van kernmogendheid te verwerven dient niet uitsluitend te worden gerelateerd aan de Sovjet-dreiging en de geloofwaardigheid van de VSgarantie. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog behoorde het Verenigd Koninkrijk tot de "Grote Drie" . Het was voor een wereldmacht een nonnale zaak zich het nieuwste wapen te verschaffen. Toen het begon te dagen dat het VK aan het afglijden was naar een positie van "medium power", werd het lidmaatschap van de nucleaire club een middel om te trachten de mondiale status te behouden. Het bezit van kernwapens werd vooral van belang geacht om een volwaardige partner te blijven van de VS in wat tijdens de Tweede Wereldoorlog een soort co-leiderschap was en later devalueerde tot een "special relationship". Churchill gaf in zijn eerdergenoemde speech van 1955 als volgt uiting aan deze gedachte:

"Personally, l cannot feel that we ,hould have much injluence over their policy or actions, wise or unwise, while we are largely dependent, as we are to dal (de V-bombers waren er toen nog niet), upon their protection. We, too, must possess substantial deterrent power of ouw oum. n Zijn opvolger Macmillan dacht er net zo over:

Att:Jee (linkt) tijdeos bt:spnkingen te Washington met President Truman (remts) over de nucleaire samenwerking, van 10 tot 13 november 1945.

... wal anxious for full co-opcration with tbc United State., but was not prepared to leue Britain CuUy dependent in lhi •• phere on our friends aaoss tbc Adantic .. schrttfhij later in tijn memoires "As it bappened".

Toen het in 1947/48 duidelijk werd dat de VS bereid waren het leiderschap van wat toen het "Vrije Westen" heette op zich te nemen en in 1949 het Noordatlantisch Verdrag werd gesloten, verdwenen de eerdergenoemde twijfels grotendeels. Dat het in die tijd Attlee niet te doen was om een volledig autonome kernmacht blijkt uit zijn. overigens tevergeefse, pogingen in 1949 alsnog de nucleaire samenwerking met de VS te hervatten. De gedachte dat de VS hun belqften in bepaalde omstandigheden niet gestand zouden doen, had toen nog niet post gevat. Hooguit waren de Britten bevreesd dat in een conflict aan sommige voor hen zeer belangrijke doelen zoals Russische onderzeebootbases de Amerikanen niet de vereiste prioriteit zouden' geven. Churchill wees hierop in zijn laatste grote rede voor het Parlement in 1955:

" The independent (nuclear) contribution gives us a belter po,ition in the wor/d, it gives us a belter po,ition with respeet to the United States. ft puts us where we ought to be, in tk position of a great power. The fact that we Iw.ve it maAes the United States pay a greater regard to our point of view, and that is of great importance. " (6 ) Met de Britse historicus A.J.M. Groom kunnen wij stellen dat de verhouding met de VS een doorslaggevende factor is geweest bij de Britse beslissingen om kernwapens te verwerven:

uUnless we walte a contribution of ouw oum ... we cannot be sure thal in an emergency the resources of the other Powers would be planned exactly as we would wish, or that the targets which would threaien us most would be given whaL we consider tk necmary priority OT tk deserved priority, in tk last ftw houT5." (5)

"lndeed, although the strategic and technological rationa/es fOT tk British deterrent are determined wen/ialry by Soviet capabilities ... the political rationale Iw.s been a funetion of United States policy. This rationale was both to be able to injluence the United States and to be independent of the United StattS. The rationale to injluence the United States was derived from a view of tlw.t country as the major Westem power, the corner,tone, ftT5t potential tkn actual, of the deftnce of Western Europe and a potential ,ource of 'know-how' for tk development of the British deterren!. But tkre was also a need for injluence in order to Tt!strain lhe United Slates on such occasions when it may have been tempted to we nuclear weapons unjustiftably in British eyes, as in Korea. The rationale of being independent of tk United States derived from tk need to proteet those areas where Britain feit it had vital interests which tk United Slates Governmant was unliJrely to sustain, as in the Middle EaJl in the fiflies, ar it WaJ seen as an insurance in case of a resurgence of isolationism in the United States or, latterly, of a Soviet-American 'deal' inimical to lhe interesls of Western Europe." (7)

Met de mogelijkheid van een divergentie van hun politieke belangen met die van de VS gingen de Britten pas rekening houden na de Suez-crisis van 1956 en nadat de geloof-

Aangezien het VK een kernmacht had, was er in Britse ogen voor de andere Europese bondgenoten geen reden om zich zorgen te maken om de Amerikaanse vastbera-

2


denheid, laat staan om eigen nucleaire middelen na te streven. Tijdens een rede in 1961 te Boston, richtte Premier Macmillan zich met de volgende woorden tot de Amerikanen: u . • • perhap' wilh Ihe Allanlic Ocean between w il hal been na bad Ihing for Ihe peoPle of Europe la Jee lhat at leaJl one European member of NATO ,ha", lhe nuclear power wilh JOu ... We cannot want our al/ieJ ta fee/ it eJJential ta their honour or Iheir ,afel} la pour oullheir money in waJleful duplication. "(8)

Dit laatste was voor Macrnil1an uiteraard alleen van toepassing op de continentale Europeanen; een staal~e Britse arrogantie die ongetwijfeld de woede van Generaal De Gaulle zal hebben opgewekt.

De onafhankelijkheid wordt te duur Het werd steeds moeilijker voor het VK om de drievoudige last te dragen van militaire aanwezigheid in koloniale gebieden, NAVO-taken in Europa (m.n. Duitsland) en een eigen kernmacht. De strategie van de "massive retaliation" die in januari 1954 door Dulles werd aangekondigd doch mede uit Engels denkwerk was voortgesproten, zou een (tijdelijke) uitweg bieden. De nieuwe strategie baseerde de afschrikking immers vrijwel uitsluitend op de nucleaire dreiging. In 1957 kondigde minister van Defensie Sandys aan dat het defensiepersoneel in 5 jaar van 690.000 naar 375.000 man zou worden teruggebracht. Hoewel de geplande reducties niet geheel werden doorgevoerd, was de personeelssterkte in 1962 niettemin tot 424.800 teruggebracht. De vrijkomende gelden waren o .a. nodig om in de opvolgingvan de V-bombers te voorzien. Bij het zoeken naar een geschikte opvolger zou de Britse regering steeds verder afdrijven in de richting van een Amerikaanse oplossing.

samenwerking die tijdens de Tweede Wereldoorlog bestond . Zij hadden zich steeds ook zeer welwillend opgesteld tegenover Amerikaanse verzoeken om, wat men vandaag de dag "Euro-strategische" systemen zou noemen, op Engels grondgebied te mogen stationeren: bommenwerpers sedert 1948 (eerst B-29's vervolgens B-47's en nu F-lll's), Thor-Intermediate Range Ballistic Missiles van 1960 tot 1963, onderzeeërs sedert de jaren zestig en ground launched cruise missiles in de jaren 80. Tussen 1955 en 1960 werd op basis van een Amerikaans ontwerp gewerkt aan de ontwikkeling van een IRBM, "Blue Streak" . Het wapen bleek echter al verouderd te zijn voor het voltooid was. Na deze mislukte poging zette de Britse regering haar zinnen op een in de VS in ontwikkeling zijnde Air Launched Ballistic Missile, "Skybolt", die op de V-bombers zou kunnen worden gemonteerd. In 1962 zette McNamara om technische redenen echter een streep door het project. De hierdoor ontstane crisis in de Brits-Amerikaanse betrekkingen werd door de top van 18 tot 21 december 1962 te Nassau tussen Kennedy en Macrnillan opgelost. De twee leiders kwamen overeen dat het VK Polarisraketten zou kopen en deze van eigen kernkoppen zou voorzien. De onderzeeërs (5, later gereduceerd tot 4) zouden volgens Amerikaanse tekeningen in Engeland worden gebouwd . Hiertnee had Macmillan het voortbestaan van een Britse strategische macht zeker gesteld tegen relatief zeer lage kosten. In termen van onafhankelijkheid lag de prijs hoger. In het communiqué staa~ dat de VS elementen van hun strategische strijdkrachten aan de NAVO zouden toewijzen en dat het VK dit zou doen met een deel van zijn bommenwerpervloot. Deze systemen zouden deel uit gaan maken van een NAVO-kernmacht en op doelen worden gericht volgens NAVO-plannen. Dit gold ook voor de toen nog te bouwen Polarisvloot .. . except where her Majesty's Gavernment ma) duide that supreme nalianal interestJ are at staÀe. " H •

••

In alle andere omstandigheden zouden de Polaris aangewend moeten worden voor de verdediging van het bondgenootschap. Op 23 december 1962 schreef Macmillan in zijn dagboek:

UBToadl}, I have agreed la make OUT preJenl bamber force (OT paTI ofit) and OUT PolamfoTu (when il comeJ) a NATO force for general PUTPOJeJ. Bull have TeJeTVed M'OIUlel} lhe righl of HMG la we il independenlly Jor ,upTeme nationa/ intemt'. TheJe phTaJeJ will be aTgued and counteT-argued. But Ihey Tepment a genuine attemPI (which Americarufinally accePled) la make a proper contribution la interdependent defence, whüe Telaining lhe ultimate rightJ of a '(lIJereign ltale." (9) Kissinger bestempelde het Nassau-communiqué als : 8-47'. in East Anglia. De Britten heb~n .teed. Amerikaanse Euro-strategische syltemen op hun grondgebied toegelaten.

De weg hiertoe werd aan Amerikaanse zijde geopend door een wijziging van de McMahon Act. De overdracht van nucleaire technologie werd nu weer mogelijk. De Britten hadden altijd al aangedrongen op herstel van de nucleaire

u . . • a document of exlTaoTdinary ambiguil), TeJlecling an atlempl la reeonci/e lhe American queJt for integration of alilhe nucleaT form of Ihe Alliance wilh lhe BriliJh deJire la maintain a meaJure ofindependmce." (10)

Kort na de Nassau-top deed Kennedy aan de Gaulle het aanbod Frankrijk. eveneens Polaris-raketten te leveren en wel tegen dezelfde voorwaarden, namelij k toewijzing aan 3


de NAVO gepaard met een "supreme imerest" clausule. Een dergelijke beknotting van de nationale onafhankelijkheid was voor De GaulIe onaanvaardbaar. Het Nassau-akkoord was voor hem het zoveelste bewijs dat de Britten aan de leiband van Washington liepen en geen echte Europeanen waren. Tijdens een persconferentie op 14 januari 1963 wees hij het Polaris-aanbod af en sprak tegelijk zijn veto uit over de toetreding van het VK tot de EEG.

temen zijn wel voorzien van "home made" kernwapens maar resorteren in oorlogstijd eveneens onder SACEUR. Reeds in 1958 werden mede voor nucleaire taken bestemde Canberras en Valiants in West-Duitsland gestationeerd . In 197 S volgde de eveneens voor nucleaire taken geschikte Jaguar die in samenwerking met Frankrijk was geproduceerd. De Vigilants en Vulcans werden overeenkomstig de toezegging gedaan tijdens de Nassau-top in 1963 toegewezen aan de NAVO. Hel volledige scala Britse nucleaire middelen is derhalve "NATO-assigned" (dit geldt b .v. ook voor de tot voor kort op vliegdekschepen gestationeerde Buccaneers). (I 1),

Tijdens een hearing van het "Committee on Armed Services" van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden op 21 maart 1979 werd de vraag gesteld of voor de nucleaire inzet van de Britse Vulcans, Buccaneers en Jaguars toestemming van de Amerikaanse President was vereist. Generaal D.A. Vesser (van de Plans and Policy Directorate van de Joint Chiefs of Stam antwoordde dat dit niet het geval was, aangezien de Britten hun eigen kernkoppen in eigen beheer hadden:

" ... bul they are integrated inta SACEUR ', targetting plans and we presume thal they would be UJed in accardance with the praeedures witkin NATO the ,ame as OU" wauld be." De Britse kernmacht is steeds primair beschouwd als een bijdrage aan de nucleaire capaciteit van de NAVO. Scenario's waarbij Groot-BrittanniĂŤ kernwapens inzet terwijl de overige NAVO-landen niet in actie willen treden, zijn zeer hypothetisch. Hoewel beide grote politieke partijen het in grote lijnen hierover eens zijn, kan men toch nuances bespeuren. Van Labour-zijde heeft men altijd wat schamper gedaan over het residu van nucleaire onafhankelijkheid en wordt het nut van een autonome bevoegdheid ook niet onderkend . Op een vraag over de "British nuclear deterrem" antwoorde Premier Wilson:

"ft never was really independent . . . We have abandaned that pretenee . .. We have transjerred it ta NATO. The deci,ian will he a collective deciJion with NATO. There wiil he no independent UJe of the ,a-called independent British detment . The circufflJtance in which it could he withdrawn from NATO . .. will be ij' NATO packed up for ' ome reasan. Ij NATO brake up we then reserve tlre right to - as it were - order the Polaris submarines back ta base. Back ta Britain." (13 ) "The discussion were protracted and fiercely contested ... - Macmillan in zijn dagboek over de besprekingen met Kennedy te Nassau, Bermuda .

Integratie in de NAVO Wilden de Britten voor hun strategische middelen (eerst Vbombers en vervolgens Polaris) de mogelijkheid van zelfstandig gebruik op een kier openhouden, voor hun tactische inzetmiddelen was dit niet het geval. De gevechtsveldwapens van de "British Army on Rhine" werden steeds door de VS geleverd : in 1958 de Corporal-raket, vervolgens "dual capable" artillerie, de Honest John en onlangs nog de LANCE. De bijbehorende kernladingen bleven onder Amerikaans beheer. Gebruik ervan is onderworpen aan de NAVO-bevelsketen en de in bondgenootschappelijk verband overeengekomen procedures. De tactische sys-

4

Alleen voor de Polaris is de optie van zelfstandige inzet opengehouden. Maar ook hier geldt de beperking dat tijdens de NAVO-top te Athene in 1962 de VS en het VK hebben toegezegd, mits daarvoor tijd was, hun bondgenoten te consulteren alvorens het gebruik van kernwapens toe te staan (12). De Conservatieven hebben zich altijd iets "Gaullistischer" opgesteld, waarbij komt dat, aangezien de Polaris-deal het werk van een Conservatieve Premier was, zij het behaalde resultaat niet kunnen kleineren. Hun visie wordt weergegeven in het antwoord dat Defensieminister Pym op 27 november 1979 in het Parlement gaf op de vraag hoe onafhankelijk de "independent nuclear deterrent" nu wel was:


Overzicht Britse nucleaire middelen Inzetmiddel

Aantal

IOC')

Bereik/

Lading/ explosief

actie-

radius b) in km strategisch

Polaris A 3

64

1968

- - - - f..- - - - - f - - - - - - - - theater

nuclear

force

Vulcan B 2

48

1960

vermogen

4500

-- - -

Opmerking

3 MIRV's hoge kt-waarde

in dienst tot ± 1991- '95

!

----- ~--------

3000

4 bommen

Buccaner S 2

50

1962

1500

Jaguar

72

1973

720

1 bom

Lance

?

1972

120

x kt

203mm

?

1972

155mm

?

1962

15 } 15

2 bommen

worden vervangen door

Tornado's GR I, met beperkter actieradius

lage kt-waarde

al "Initial O~ralional Capacility", jaar waarin het eerste wapen 0!Xrationeel wttd gesteld. bi Voor vliegtuigen is de aCtieradius aangegeven (ieu minder dan de helrt van het bereik).

"The hon Gentleman know, thai iJ QJ'igntd to NATO, but at the end of the da}, in certain horrific orcumJtanw, if we are threatened, and ,ubjeet to the arrangement, that have exiJted for a great man} Jean, it iJ entirely within the capabi/il} of the PriTTIL MiniJter and /hiJ country to take a deciJion_ That hQJ been '0 for a number ofJean. "

Derde generatie De Polaris-onderzeeers kwamen tussen 1968 en 1970 ge-

te invloed op het partij manifest van 1979. Daarin wordt het standpunt van 1974 weliswaar bevestigd, maar ook enigszins geclausuleerd:

"In 1974, we renouneed an} intention of moving towardJ the production of a new gtneTation of nuclear weaporu or a JucceJ,or to the Polaru nuclear force; we reiterate our belief that thiJ is the best course for Britain. But mally gum uJueJ aJlecting our alli" and the world are involved, and a new round of Strategic ATmJ Limitation negotiations will ,aan begin. We thiM it iJ wen/ial that there mwt be a juli and informed debat, about these iuueJ in lire country beJore any decision is taken. n

reed en zu llen tot in het begin van de jaren 90 in de vaart

kunnen blijven. Gezien de tijd die materieel projecten

De conservatieven d.ie in 1979 weer in de regering terug-

vergen, moet in 1980 eigenlijk al een beslissing genomen worden over de eventuele vervanging.

keerden, hadden hun mening duidelijk in andere richting bepaald. In haar rede op 15 mei 1979 bij het aantreden van de regering-Thatcher kondigde de Koningin aan dat:

De Labour-partij, waar met name in de vakbonden en de partijorganen altijd al scepsis had bestaan t.a.v. de Britse kernmacht, verklaarde in het partijmanifest voor de verkiezingen van 1974 :

"We Mve rtnounced any inlrntion tion of ,trategic nudear weaponJ. "

of moving to a new genera-

"M} government . .. will maintain the ejJeetivenw nuclear deterrent . .,

of Britain',

Gepensioneerde generaals hebben al hun voorkeur uitgesproken t.a.v. de keuze van een opvolger voor de Poseidon.

Air Vice-Marchal S.W.B. Menaul benadrukt de kwetsbaarDe verkiezingen leidden tot een Labour-regering onder

heid van een kleine Polarisvloo t als die van Groot-Brittan-

Premier Wilson. In het defensiewitboek van 1975 werd, in

nie voor de Russische onderzeebootbestrijdingsmiddelen alsmede voor lRBM-aanvallen tegen de thuisbasis, waar altijd 2 à 3 van de 4 boten voor onderhoud aanwezig zijn. Hij pleit voor een nieuwe bommenwerpervloot te bewape-

overeenstemming met het partijmanifest, aangekondigd

dat de regering met het oog op haar streven de defensietaken en middelen beter op elkaar af te stemmen niet van plan was over te gaan tot de aanschaf van een nieuwe (derde) generatie strategisch nucleaire wapens.

Inmiddels is bekend geworden (14) dat WiI,on's opvolger en partijgenoot Callaghan in januari 1978 een commissie in het leven riep, die zich heeft gebogen over ambtelijke studies inzake de politieke en militaire implicaties van een nieuwe strategische wapengeneratie en mogelijke opvolgers voor de Polaris. In de commissie hadden naast de Premier zelf, uitsluitend zitting de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Financiën. Het enige dat van deze commissie voor de buitenwacht merkbaar werd, was de indirec-

nen met "baHistic or cruise missiles", een optie die volgens

hem ook nog goedkoper zou uitvallen dan de aanschaf van nieuwe onderzeeërs:

"On all count" Iherefore, Britain ,hould develop a modern airbOTTle Jlrategic nuclear force aJ a contribution lo Nti TO nuc/ear forcn Sinee an airborne ,},tem iJ IiAel} to be ciltaper and could be produced more quickl} than an} other ,},tem and given the uneertaintie, of the "AmLrican conne,tion" in lighl of pOJJible SALT entanglttnenlJ Britain mighl weil do to ConJtruct the entire force fram it, own TtJourctJ . "(15) 5


" The V-bombm are undoubtedly old and there is doubt about how long they will..t. We are conJidering the po..ibility other air-Launched cruise miJJiltJ."

Intussen zal de Polaris-raket worden gemoderniseerd. Minister Pym maakte op 24 januari 1980 in het Lagerhuis bekend dat een modificatie van de kop van de raket, waaronder een nieuw vuurleidingssysteem, was ontwikkeld, teneinde het penetratievennogen te vergroten. Het project dat onder Premier Heath was geïnitieerd en onder Wilson en Callaghan was voongezet, naderde voltooiing. De kosten zouden I miljard pond bedragen. Bij deze zelfde gelegenheid gaf Pym te kennen dat de opvolging van de Polaris naar schatting 4 à 5 miljard pond zou kosten, uitgesmeerd over 10 à 15 jaar, hetgeen op niet meer dan 5% van het defensiebudget zou neerkomen.

Oude en nieuwe argumenten In de zich ontspinnende discussie doen grotendeels dezelfde argumenten opgeld als in de jaren 50 en 60. De wens om niet met lege handen te staan, mochten de VS onvoldoende vastberadenheid tonen op een moment dat vitale Britse belangen in het geding zijn, staat nog immer centraal, doch wordt in officiële verklaringen om begrijpelijke redenen slechts in bedekte termen uitgesproken. De toegenomen twijfels aan de Amerik.aanse garantie als gevolg van de verschuiving van de nucleaire balans ten nadele van de VS verlenen deze overweging juist extra gewicht, zoals o.a. blijkt uit de volgende argumentatie van Lord HiII-Nonon:

Eén van de .. ondertteërs die de 2e generatie van de Britse strategische kernmachten vormen In de Care Loch. Schotland.

Admiral of the F1eet Lord HiII-Nonon acht het te riskant om de afschrikking te baseren op cruise missiles gezien de kans dat de Sovjet- Unie hienegen in de toekomst een afdoende afweer ontwikkelt. Hij is daarom, het was te verwachten, voorstander van een nieuwe generatie onderzeeërs, bewapend met ballistische rakeuen, bij voorkeur de Amerikaanse Trident. De bezorgdheid van zijn luchtmachtcollega, omtrent de gevolgen van SALT IJ voor de Amerikaanse bereidheid om de gewenste wapensystemen te leveren, deelt hij: the economieJ inkrtnl in not having to reinvtnl Amtrican teehnology would hove to be weighed against the implieationJ of being more c/osely tied to the United States in arm.! control, even, tMugh it mwt be douhtful how far Brilain eould in any event ,tep oubide the American interpretation of the "Pirit of SALT'. " (12) H •

••

In samenwerking met de Fransen ziet hij echter nog veel meer problemen dan met de Amerikanen.

Als de persgeruchten (16) dat de Trident momenteel de favoriete kandidaat van de Engelse regering is, juist zijn, zal de admiraal inderdaad zijn zin krijgen. Cruise missiles worden echter als (aanvullende) optie niet uitgesloten. Op de vraag in het Parlement of de V-bombers niet als interim oplossing met cruise missiles zouden moeten worden uitgerust antwoordde Minister Pym op 27 november 1979 : 6

" The value of Britain', mis,i/e ,ubmarines to the allianee lies not in their numbers but in the fact that they are a nuclear force eommiited to the alliance (.. France', nuc/ear forces are not) yet with the eentre of decision about their we elsewhere thon in the honcls of an Ameriean pmident. This inere..es the uneertainty that would face a Rw,ian leader in deeiding whether he could taAe the riJlt of wing kis nuclear weapons either operationally or .. an inJtrument of political threat. Tkis, in turn, h.. a ,pecijieaUy Europ,an ..peet. European anxieties abou! what ho.J become Itnoum .. the 'Euro,trat'gie balanee' hove been reinforced by Rw,ia', dePloymant of SS -20 mis,iles. . . For the European aUies, a nuc/ear force capabIe of ,triking at the Soviet Union and under the control of a European leader ean oniy provide re..,uranee against doubt, of the validity of the Ameriean nuc/ear guarantee ." (12) De noodzaak om een eigen kernmacht re behouden wordt ook door de huidige regering in relatie gebracht met de geconstateerde toename van de Sovjet-dreiging m.n. in de grijze zone. Defensieminister Pym verklaarde (I 7) op 9 oktober jJ. :

" The dangen we face are po..ibly greater than ever before. The unremitting build-up of Soviet mi/itary ,trength threalenJ to inere..e the temptation on them to mort to armed force uni", we in the West produce a CTedibl, mponJe. .. " Maatregelen werden genomen om te zorgen dat de Polarisvloot tot in de jaren 90 een effectief wapen blijft: a . . . and we are already considering how our Jtrategic deterrent eapability ,hould be eontinued thereafler. Our oum deterrent wiU enable the United States t. ,hore the burden of nuc/ear


deciJion maAing whieh il would olheTWise have 10 bear entirely alOnt . .. Il will powtrJul1y inerease Ihe uncerlainty in Sovitl planning and it wil/ provide an ulliJnale insuranee policy for IhiJ eounlry - 0"' which, given all Ihe roidenee of Ihe Ihreal 10 which I have rt/med, it would be irmponsible 10 negIeeIlo provide."

Een reden te meer voor de Britten om hun nucleaire rol voort te zetten is dat, als zij het laten afweten, in Europa de onberekenbare en eerzuchlige Fransen als enigen over-

blijven: "And who - outside France - would wiJh 10 set oniy Ont nuclear power in Europe, and Ihal POWtr France. "( 12)

Margaret Thatcher plaatste op 18 oktober (18) de handhaving van een Britse kernmacht in het kader van de geza·

De voorheen zo belangrijke overweging dat door het lid-

menlijk door de NAVO-landen te leveren inspanning om het bondgenootschappelijk nucleair potentieel in Europa

maatschap van de nucleaire club

te moderniseren. De hint in Nederlandse richting is duide-

lijk : " .. .in Ihe eondilitJns of Europe loday Ihe need for lhe iru/ruments of delmmee iJ inescapable. Thi5 i5 why lhe BriliJh govemment are already laAing sleps 10 ensure Ihal our Polam farce will remain tjJeclive into lhe 1990s. lt iJ why we intmd 10 l7IJure lhal our slralegie delmenl, which iJ auo Ihe uniquely european contribution to NATO'j dtltrrmt, remairu efJective for a long lime Ihereafter. Weshall laAe Ihe neemary deciJions wilhin Ihe ntxl few monlhs. Brilain's submarints are parI of lhe W"I's slralegie slrenglh. Bul Ihe subtIe Play of pressures whieh maAe up lhe eomPliealed nolion of delmenee depends on Ihere being no gap for exploilalion by lhe olher side al any level. The Sov~1 Govemment have inlrodueed farmidable new weapons : Ihe SS 20 miJsile and Ihe Bac"fire bomber. NATO 's equivalent weapons aft few in number anti becoming obsolete. The Russians already mjoy an advantage. Unless we dePloy more modem weapons soon lhings will gel worse. ThiJ mighJ. lemPI Ihe Sovitl leaders 10 lhiM Ihey eould extreiJe political prtUUTt on EUTope . Such a siluation cannot be allowed to arue. I Anow lhal sOmt memb", of Ihe alliance will nol find il easy 10 laJu tht ntCtssary decisions about modernising Dur nudear fare" . I nole Mr. Brer.hntev's willingness 10 wilhdraw a few lan .... and Iroops from Easl-Germany and Ihe condilions he allached 10 hiJ slalement on nuclear weapuns. W hal he said mUJt nol diverl us from OUT Înltnlion . OUT semt of common purpose musl prevail. The BritiJh guvemmenl will play its parts 10 IheJuli. "

De Pravda van 28 november 1979 beschuldigde Margaret Thatcher ervan de rol van "locomotier t te vervullen m.b.t.

de plaatsing van Amerikaanse middellange-afstandsraketten in Europa.

Groot-Britlanni~

meer

gewicht in de bondgenootschappelijke en mondiale schaal legt, wordt niet meer genoemd, behalve dan in ontkennende zin. Het voorbeeld van de Bondsrepubliek is er om aan te tonen dat het niet nodig is om over kernwapens te beschikken om een vooraanstaande rol in de NAva te

spelen en zeer nauwe betrekkingen met de VS te onderhouden.

De Franse kernmacht De beginfase Direct na de Tweede Wereldoorlog werd in Frankrijk het onderzoek op het gebied van de kernsplijting hervat. Het team van onderzoekers steunde hierbij aanvankelijk vooral op de ervaringen van Franse geleerden die in Amerika en

Engeland bij het kernonderzoek betrokken waren geweest. De inspanningen waren in eerste instantie primair gericht

op het onderzoek naar de mogelijkheden van de vreedzame toepassing van kernenergie. Hiertoe werd door de GaulIe

in oktober 1945 een speciaal "Commissariat à l'Energie Atomique" opgericht. Pas in 1954, nadat de Franse volksvertegenwoordiging de ratificatie van de accoorden voor

een Europese Defensiegemeenschap had geweigerd en Pierre Mendès-France premier was geworden, werd het

roer omgegooid en werd ook officieel opdracht gegeven voor het onderzoek naar militaire toepassingen van kern-

energie. De beslissing om kernwapens ook daadwerkelijk te produceren werd eerst later genomen. Hierbij kan eigenlijk niet worden gesproken van één enkele beslissing. maar meer van het instemmen met de verschillende opeenvol-

gende fasen van het ontwikkelings- en produktieproces. Volgens W.L. Kohl (19) was het officiele besluit kernwapens te maken daarom niet veel meer dan een bevestiging van de gang van zaken binnen het Commissariat à l'Ener-

gie Atomique (CEA). Het CEA zou in feite alle technische stappen nodig voor de vervaardiging van kernwapens reeds hebben gezet. De technische ontwikkeling verliep voorspoedig. In 1956 werd de eerste plutoniumreactor in dienst gesteld. Vier

jaar later werd het eerste splijtingswapen getest; Frankrijk was een nucleaire macht geworden.

Een belangrijke overweging om kernwapens te ontwikkelen was gelegen in de gebeurtenissen in Indochina. Alhoewel de Verenigde Staten financiele steun verleenden, 25 B-26 bommenwerpers ter ondersteuning van de Fransen had-

den ingezet, en ook een duidelijke waarschuwing aan het adres van China hadden laten horen niet te interveniëren, verzochten de Fransen verdere steun voor de verdediging van Dien Bien Phu. De Amerikaanse marine was voorstanPremier 'Ibtcher - door de Pravda gedoodverfd als "Iron Lady" en "locomoûefvan de TNf-modemisering"; aan de Britten g«:ft haar fiere taaJ een bce~e het gevoel dat het tijdperk van ChurchiU wederkeert.

der van een dergelijk plan. Zij kon de operaties steunen, ondermeer met twee vliegkampschepen. De bevelhebber van de landstrijdkrachten, Ridgeway, verklaarde zich ech-

7


De generaals Cogoy CUnks) Cf] Navarre (I"ttbts) in bespreking met de commandant van het legerkamp van Dien Bien Phu. De Caurit'!s hen), die door de Vier: Mingh gevangen 10U worden genomen.

ter tegen een gewapend ingrijpen in Indochina. Dat was voor Eisenhower mede reden om niet te interveniëren. In de woorden van Ridgeway :

"the Amly argument pmented to higher authority play,d a cunJiderabl" perhaps a decisive part in persuading our gov,mment not to embar" on that tragic adventure. "(20) Op 7 mei 1954 viel Dien Bien Phu; voor Frankrijk de eerste traumatische ervaring in het dekolonisatieproces.

(rw~

van Defensie Taviani (21). Over het verloop van deze besprekingen is weinig bekend, maar niet iedereen in de Bondsrepubliek reageerde even gunstig op de denkbeelden van de heer Strausz. Bovendien had de Bondsrepubliek in 1954 bij het verdrag van Parijs toegezegd geen kernwapens op haar grondgebied te zullen produceren. Tot een Europese kernmacht zou het derhalve niet komen, ook al niet omdat de in 1958 aan de macht gekomen De GaulIe de "Duitse optie" zou verwerpen .

De Gaulle's "Force de Frappe" Het lijkt eenvoudiger een kernmacht op te bouwen dan een strategie te formuleren die op het bezit en eventueel gebruik van dit soort wapens is gebaseerd. De kern van het probleem ligt hierbij in de geloofwaardigheid van een dergelijke strategie. Voor Frankrijk was vooral het streven naar een grotere politieke onafhankelijkheid van de Verenigde Staten een belangrijke drijfveer om een kernmacht op te bouwen. Ervaringen zoals in 1954 in Indochina en later bij de Suez-crisis van 1956, hadden uitgewezen dat Europese en Amerikaanse belangen niet altijd parallel liepen. Bovendien was in 1956 duidelijk geworden dat een avelWinning met conventionele middelen door een nucleair dreigement ongedaan kon worden gemaakt. Een Europese kernmacht was daarom, naar Franse visie, voorwaarde voor een meer zelfstandige Europese politiek. Om deze visie gestalte te geven vonden in 1957 in Parijs verkennende besprekingen plaats tussen Chaban-Delmas, Franz Jozef Strausz en mogelijk ook de Italiaanse Minister 8

Charles de GaulIe meende, kort voordat hij als president van de Vijfde Republiek in 1958 werd geïnstalleerd, dat de officiële positie van de Verenigde Staten t.o.v. Frankrijk als volgt kon worden samengevat : "Zij willen niet dat Fran"riJI. etn ilemwaprnmogendheid wordt. Zij wensen niet dat Fran"rij" in Afri"a blijft. Zij hopen bovenal dat Franilrij" haar politie"e onafhan",lij"heid niet zal herwinnrn." (22) Na zijn ambtsaa,:,vaarding werd deze mening vermoedelijk nog versterkt. In een gesprek met Dulles stelde hij voor dat Frankrijk met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een directoraat zou vormen, waarin internationale veiligheidskwesties konden worden besproken en een gezamenlijke strategie voor de inzet van kernwapens kon worden ontwikkeld. Dulles verwierp dit voorstel, evenals het voorstel tot Franse deelname aan de op handen zijnde


Amerikaanse interventie in de Libanon, een voormalige Franse kolonie. In een brief aan Eisenhower zette De GaulIe niettemin in september 1958 zijn visie nogmaals uiteen. Dit voorstel werd wederom verworpen, evenals een hernieuwd verzoek aan president Kennedy.

Een belangrijk element in de Amerikaanse besluitvorming vormde de "Atomie Energy Act" van 1946, die een einde had gemaakt aan de Amerikaanse- Britse samenwerking op het gebied van kernwapens. Door een amendement op deze zgn. "McMahon Act" was het in 1954 mogelijk geworden de samenwerking te hervatten. Een door Eisenhower in 1958 voorgestelde wijziging van deze wet zou het ook mogelijk maken daadwerkelijk steun te verlenen bij de produktie van kernwapens. De steun moest echter wel beperkt blijven tot landen die zelf reeds een "substantiële voortgang" hadden geboekt in de ontwikkeling van dit sOOrt wapens. Doordat onder de term substantiële vooruitgang werd verstaan dat het te steunen land reeds verschillende soorten kernwapens moest hebben geproduceerd en getest, hield dit in dat wel het Verenigd Koninkrijk doch niet Frankrijk op hulp kon rekenen. Later in 1962 kwam ook het Amerikaanse streven de proliferatie van kernwapens tegen te gaan in het geding. Zo stelde Kennedy op een persconferentie op 15 mei 1962 : HWe do not believe in a series of national deterrents . We believe lhal lhe NATO delerrmt, 10 which lhe Uniled SlaW haJ <ommitled ilul[ so heavily, provides vtry adequme proleelion. Once you begin, nalion afler nation, beginning 10 develop ils own deterrent, or rather feeling U's neussary aJ an element of Us independence 10 develop ils own delerrent, il u,"" 10 me lhal you are 1fI{)vinK irllo au ÎTurea.singly dangeroUJ situation. FiTst France, and lhen anolher country and lhen anolher, unlil a vtry solid and, I lhinlt effeelive deferue alliance may be somewhal wea/rened." (23)

McNamara zei het later nog scherper. Kleine nationale kernmachten waren volgens hem "dangeroUJ, expmsive, prone 10 obsolescence, and lac/ring in credibilily. "(24)

De Amerikaanse weigering Frankrijk een grotere zeggenschap te geven in internationale veiligheidskwesties versterkte De Gaulle's mening over de noodzaak van een grotere onafhankelijkheid van West-Europa; een "Europa der vaderlanden", waarin Frankrijk een drijvende kracht zou zijn. Het bezit van een eigen kernmacht leek hiervoor essentieel. Nu het grondgebied van de Verenigde Staten door Russische raketten kon worden getroffen, lag het bovendien niet meer zo voor de hand dal de Amerikaanse kernmacht voor de verdediging van West-Europa zou worden ingezet (25). Voorts werd de Sovjet-dreiging tegen West-Europa door De GaulIe anders ingeschat. De kans op gewapende agressie werd door hem minder hoog aangeslagen. Ook was hij van mening dat door het economisch herstel van West-Europa de mogelijkheid tot subversieve activiteiten was afgenomen. Het was niet langer nodig de wereld in twee machtsblokken te verdelen, hetgeen meer ruimte gaf aan een onafhankelijke Franse politiek. Deze onafhankelijke politieke opstelling, die uiteindelijk in maart 1966 uitmondde in het formele besluit de Franse troepen uit het gezamenlijke NAVO-commando terug te trekken, maakte het noodzakelijk een militaire strategie te formuleren voor de Franse kernmacht. Bouwstenen voor deze strategie zijn te vinden in de geschriften van de oudgeneraals Gallois en Beaufre (261.

"Dissuasion et Stratégie" Beaufre onderkent in zijn in 1964 verschenen boek "Dissuasion et Stratégie" vier mogelijke stadia in de internationale betrekkingen:

Kennedy'. ber:oek aan Parijs in mei 1961 kon niet yoorkomc=n dat Dc= GaulIe steeds yc=rder rijn eigen weg in ging.

9


-

volledige vrede koude oorlog conventionele oorlog kernwapenoorlog

(paix complètel; (guerre froidel; (guerre classiquel; (guerre nucléairel.

Een toestand van volledige vrede acht hij niet mogelijk. Dit niet alleen omdat er in de wereld fundamentele belangentegenstellingen bestaan, maar ook omdat het kernwapen niet meer zal zijn weg te denken uit de moderne samenleving. Het is volgens Beaufre nodig de werkelijkheid onder ogen te zien. Voor West-Europa werpen zich dan vragen op als: waarom is de macht van Europa in de 20e eeuw afgenomen? aan wat voor toekomst denken we en op welke wijze zou deze toekomst zijn te venvezenlijken? De vragen mogen niet ontweken worden omdat anders het gevaar bestaat dat we toekomstige ontwikkelingen niet tijdig kunnen onderkennen en beheersen. Nodig is allereerst een strategie die de tegenpartij weerhoudt zijn nucleaire macht effectief te gebruiken: een "stratégie de dissuasion" . Dit kan volgens Beaufre op twee manieren gebeuren. Allereerst door middel van een "dissuasion défensive" die de tegenpartij weerhoudt als eerste actie te ondernemen, hetgeen sterke, zo mogelijk oppermachtige nucleaire strijdkrachten vereist. Is aan deze laatste vOOlwaarde voldaan, dan is het mogelijk over te gaan op een "dissuasion ofTensive" . Deze weerhoudt de tegenpartij te reageren, ook als een aanval tegen hem wordt ondernomen; dat wil zeggen:

"qui lui permettrail par examPle d'emPêcher Ie plu> faible de réagir à une attaque contre un tiers et même contre lui. "(27)

-

-

door vergroting van het vermogen tot uitvoering van een verrassingsaanval; d.w.z. door het benadrukken van een "counterforce" capaciteit; door invoering van een verdedigingsstelsel tegen ballistische raketten; een ABM-systeem ; door vergroting van het "second-strike" vermogen; door bescherming van de burgerbevolking.

Beaufre onderkende de technologische problemen die aan een dergelijke aanpak zijn verbonden, maar wilde daarom nog niet bij de pakken neer gaan zitten. Het streven naar meer stabiele verhoudingen in het nucleaire vlak - aan het einde van de jaren zestig de officiële Amerikaanse politiek - kwam hem hoogst ongewenst voor. Afschrikking met conventionele middelen is volgens Beaufre wel mogelijk, maar niet eenvoudig te verwezenlijken. Is de "dissuasion nucléaire" gebaseerd op het vermogen onaanvaardbare schade te veroorzaken aan de tegenpartij, bij de conventionele middelen ligt dit anders. Hier is sprake van een "dissuasion c1assique" als men over het vermogen beschikt om in een conventionele slag de ovetwinning te kunnen behalen. Beaufre beschouwt de verhoudingen in het conventionele vlak van nature instabiel. Zo meent hij dat:

"la zone d'inslabilité classique peut se réduiTt notablement, mais il demeure que le niveau classique est par nature un niveau inslabie, tout comme le niveau nucléaire tend à la stabilité. JJ (30)

Van "dissuasion défensive" is ook sprake als het risico van een inzet van kernwapens groot is en de schade die kan worden aangericht in geen verhouding staat tot de belangen die op het spel staan. Veel hangt hierbij af van de wapens die een nucleaire verrassingsaanval kunnen overleven, de "second-strike capability" of "capacité de ripaste". Van een evenwicht is sprake als beide partijen een "capacité de riposte" hebben opgebouwd, waarmee onaanvaardbare schade kan worden aangericht. Beaufre vindt een dergelijk evenwicht evenwel gevaarlijk:

We hebben daarom volgens Beaufre in de praktijk te maken met twee ongewenste maar moeilijk te voorkomen situaties: een tendens tot stabiliteit op het nucleaire niveau en een tendens tot instabiliteit op het conventionele niveau. Door de twee niveaus te combineren kunnen beide nadelen worden opgeheven. Dit is de taak van de tactische atoomwapens. Deze moeten dienen als verbindende schakel tussen de. (strategische) kernwapens en de conventionele bewapenmg:

"CeUe Jlralégie de l'équilibre, excellente pour emPêcher la guerre nudéaire, est erronnée, nous l'avons vu, à partir du momenl aU elle réalise un équilibre lrop parfail, Ji c'eslla guerre loul courl que l'on veul éviler." (28 1

"en liant entTe eux les niveaux nucléaiTe et cLassique, essentieliement paT les armes atomiques tfUtiques, on apporte au second la stabilité qui lui manquait et l'on rend au premier ie risque élementaire d'instabilité qui lui est nécessaire pour continueT à jouer Jon röle stabilisateur. " (31 )

Een te grote stabiliteit in het nucleaire vlak vergroot bovendien het gevaar dat een conflict met conventionele middelen uitbreekt. Het vergroot ook de speelruimte voor de tegenpartij om langs indirecte weg -d.w.z. door diplomatieke druk, economische sancties, subversieve acties en zelfs acties met conventionele middelen - de strategische doelstellingen te bereiken. Beaufre ziet de SovjetUnie als een land dat juist de voorkeur geeft aan dergelijke methoden, zijnde:

Hun adversaire qui, traditionellement, mme une action offensive et insidieuse SUT le mode de stTatégie indirecte, tandis qu'il couvre son territoire et ses conquêtes en stTatégit directe par ses puisJanles forceJ mililaim . .. (29 ) Om de Sovjet-Unie te beletten langs indirect-strategische weg succes te behalen, moeten de Verenigde Staten volgens Beaufre een offensieve "stratégie de dissuasion" nastreven. Theoretisch kan dit op de volgende manieren gebeuren:

10

Een nog grotere mate van instabiliceit kenmerkt het niveau van de koude oorlog; de situatie waar we volgens Beaufre ons thans in bevinden. Hier is alles voortdurend in beweging. Om in een dergelijke situatie de eigen vrijheid van handelen te behouden, is een actieve strategie nodig; een "stratégie d'action". Naast het handhaven van het eigen vermogen tot afschrikking, is het nodig actief in te spelen op de publieke opinie. Dit vergt een indirecte strategie. Het is hierbij nodig vooraf alle politieke, economische, militaire en psychologische krachten te analyseren en deze te verwerken in de eigen strategische totaalconceptie. Het gaat volgens Beaufre om een niets ontziende strijd, een "poker infernal". In deze strijd moet het Westen streven naar een "counter force" vermogen op strategisch-nucleair gebied. Door een enge vervlechting van conventionele en (tactisch) nucleaire middelen moet de tegenpartij ook worden weerhouden een conventioneel conflict te beginnen. De balans in de "stratégie directe" die op deze wijze ont-


staat, moet de acties in het vlak van de "stratégie indirecte" ondersteunen. Het is een essentiële voorwaarde om de eigen vrijheid van handelen te behouden of te vergroten. Een compromis is niet mogelijk, omdat de vrijheid van handelen van de ene partij diametraal tegenover de vrijheid van handelen van de andere partij staat. In een dergelijk raamwerk kan het zinvol zijn dat ook andere - bij voorkeur Westerse - landen een kernmacht bezitten. Deze behoeft niet zo groot te zijn als die van de beide supermogendheden. Als bv. een land als Frankrijk het vermogen bezit om 15% van de bevolking van de Sovjet- Unie te kunnen uitschakelen, is de afschrikking verzekerd. Een aanval op Frankrijk is dan zinloos geworden omdat de toegebrachte schade groter is dan de winst die een aanvaller met zijn agre~~ie zou kunnen behalen. Een dergelijk tegen de steden gericht vermogen schept voor de Sovjet-Unie een extra onzekerheid omdat er nu meerdere centra zijn waar tot inzet van kernwapens kan worden besloten. Bovendien zou inzet van Franse wapens onder bepaalde gevallen wel eens als een soort ontsteker (détonateur) kunnen werken voor een inzet van de Amerikaanse kernmacht.

delijk vooral om de invloed van de Bondsrepubliek niet groter te maken - en was een voorstander van een sterke conventionele defensie in West-Europa. Dat hierbij tevens nationale belangen in het geding waren lijkt, gezien de geografische positie van Frankrijk, wel duidelijk.

Verdediging naar alle richtingen Alhoewel beïnvloed door de ideeën van generaal Beaufre, koos De GaulIe na verwerping van zijn plan voor een directoraat door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, toch voor een andere strategie. Zoals gezegd schatte hij de bedreiging van West- Europa door de SovjetUnie anders is. Frankrijk moest zich daarom niet meer op één bepaalde tegenstander richten - in casu de Sovjet- Unie - maar moest zich alzijdig kunnen verdedigen en een "défence tous azimuts" kunnen voeren . Deze alzijdige verdediging richt zich tegen niemand en vormt daarom geen bedreiging voor welk land dan ook. Het stelde Frankrijk in staat in een crisis over haar eigen lot te beschikken. Zou een oorlog uitbreken dan kon Frankrijk alsnog de keus maken zich afzijdig te houden of tot een bondgenootschap toe te treden. Deze strategische conceptie werd de basis voor de opbouwen samenstelling van de Franse strijdkrachten. De hoeksteen wordt hierbij gevormd door de strategisch-nucleaire strijdkrachten. De opbouw van deze strijdkrachten vergde belangrijke financiële offers, doch deze waren naar de mening van De GaulIe niet tevergeefs. De onafhankelijke kernmacht maakte naar de visie van De Gaulle een onafhankelijke politiek mogelijk. Door de Atlantische belangen als "Amerikaanse" belangen te bestempelen - en tegelijk de Franse als "Europese" belangen te etalerenprobeerde De GaulIe de Westeuropese afhankelijkheid van de Verenigde Staten te verminderen. Hierdoor maakte de Franse politiek een anti-Amerikaanse indruk. De Gaulle's weigering in 1963 het verdrag tot beperking van kernproeven ("Partial Test Ban Treaty") te ondertekenen, de erkenning van China in 1964 en de veroordeling van de Amerikaanse rol in het conflict in Vietnam, zijn enkele voorbeelden die in dit verband kunnen worden aangehaald. De beslissing de Franse strijdkrachten uit het geïntegreerd commando terug te trekken hield niet in dat Frankrijk niet op politiek niveau aan de beraadslagingen binnen de NAVO bleef deelnemen. Het was voor De GaulIe juist een belangrijk middel om politieke invloed binnen het bondgenootschap te blijven uitoefenen. Zo verklaarde hij zich een tegenstander van een Europese kernmacht - vermoe-

"DI! Gaulll! gaat aan dl! rol" - 8«rl!nds vbil! op hl!l FranS!! besluit in 1966 om zich uit dl! gl!intl!grttrdl! militair'!! structuur van dl! NAVO tl!rug tl!~kkl!n.

De militaire strategie van De GaulIe, zoals in 1967 geformuleerd door de Chef d'Etat Major des Armées, generaal Ailleret, bevat wel elementen van Beaufre's strategische conceptie, maar vertoont toch ook punten van verschil. De gedachten aan een verdediging naar alle windrichtingen bijvoorbeeld, zal men bij Beaufre tevergeefs zoeken. Deze had zijn ideeën over een onafhankelijke Franse kernmacht veeleer in een Oost-West context geplaatst. Of de Franse kernmacht buiten dit kader een rol kan vervullen, is de vraag. Westeuropese landen worden erdoor weerhouden Frankrijk binnen te vallen, maar dit is een gedachte die velen terecht als absurd zullen bestempelen. Geplaatst in het Oost-West kader is de Franse kernmacht natuurlijk wel van belang. De ook door Beaufre onderkende onzekerheidsfactor als meerdere Westelijke landen over de inzet van kernwapens kunnen beslissen, speelt zeker een rol. De Franse kernmacht weerhoudt de tegenpartij ervan nucleaire wapens in te zetten tegen Frankrijk of dit land met conventionele eenheden binnen te vallen. Minder duidelijk is of de "force de frappe" ook een drempel vonnt voor bijvoorbeeld een conventionele aanval op de Bondsrepubliek.

Zowel de GaulIe als Beaufre verwierpen de strategie van het aangepaste antwoord zoals die in 1967 door de NAVO definitief werd aanvaard. Gecontroleerde of selectieve inzet van nucleaire wapens tegen militaire doelen wordt weliswaar niet volledig afgewezen, maar dan als een soort laatste waarschuwing voor de inzet van de strategische wapens tegen de steden. De Franse strategie leek daarom meer op de strategie van massale vergelding die tussen 1962 en 1967 geleidelijk aan door de NAVO werd verlaten. In een lezing zette Beaufre zijn bezwaren tegen de NAVO-strategie als volgt uiteen:

,,


"We do nol comider lhal lhe JO called jlexible mpome is lhe proper amwer 10 lhe problem of delerrenee; nol because we do nollhink lhal, in jael, lhe mpome Jhould nol be jlexible - lhal il Jhould nol be adaPlable to lhe Jilualion - bullhal is uUerly dangeroUJ lo stàte in peacetime thal JOu are toD re.ruonable, and lhal whatever lhe enemy does he is Jure nol 10 have the juli blow in return. By doing thal you decrease YOUT deterrml posture . Thai is where we think lhat by Jlepping oul of the game, and by having OUT own position, we increase the deterrenl posture, be· eaust we mise a doubt about Dur rationality. After all? when you lhin" of a RUJJian marJhal,for inslanee, you lhin" lhal he is not very ralional aad lhat he iJ lhe Jort of blo"e who ean maile deciJions which are uuerly dangeroUJ, Thai iJ lhe game of detmenee, Ifyou want to look too "asobabie and 100 humane, you lose your detment power," (g2) De GaulIe had ook Beaufre's theorie overgenomen dat inzet van de Franse kernmacht als een "ontsteker" kon dienen voor inzet van de Amerikaanse atoomwapens. Deze theorie, die door critici van het werk van Beaufre al weinig waarschijnlijk werd geacht, lijkt in het licht van De Gaulle's strategie van verdediging naar alle richtingen - en zijn buitenlandse politiek - wel uiterst onaannemelijk. Terugblikkend had de strategie van De GaulIe vooral politiek-strategische betekenis, Een onafhankelijke kernmacht was noodzakelijk om een zelfstandige positie voor Frankrijk te verwerven en om haar aanzien in de wereld te vergroten. Bovendien was het een middel om de Fransen, na de smadelijke nederlaag in de Tweede Wereldoorlog, het geloof in zichzelf terug te geven, De militair-strategische onderbouw was echter minder overtuigend. Een verdediging naar alle richtingen lag technisch gezien buiten het bereik, Ook het tekort aan conventionele strijdkrachten deed afbreuk aan de geloofWaardigheid van een dergelijke strategie, In zijn toespraken vermeed De Gaulle militairstrategische argumenten:

"de Gaulk aad his govemment Jpokesmen eonjined lhe1TlJeives la a ftw rather vague Jtrategic notiom in deJending the loTee the frappe', These reeeived liltle detailed daboralion aad lended to be ex POJt facto exPlanatiOn.! in military terrns of earlier political ehoiees, " (gg) De geringe militair-strategische belangstelling van De Gaulle blijkt ook uit een anekdote in de eerder geciteerde studie van Kohl. Een militair auteur die De GaulIe een present-exemplaar van zijn boek had gezonden, kreeg van

hem een bedankbriefje waarin stond dat hij het werk interessant had gevonden maar dat voor hem de enige centrale vraag was: "Est-ce que la France restera la France?" .

Naar een Franse "flexible response"? De invasie van Tsjechoslowakije plaatste vraagtekens bij de relevantie van een strategie "taus azimuts". Aan het einde van De Gaulle's regeerperiode (hij trad na het referendum van 27 april 1969 aO werd een ontwikkeling in gang gezet die de Franse strategie dichter bij die van de NAVO zou brengen, De opvolger van Ailleret, generaal Fourquet, baseerde de uiteenzetting van de nieuwe strategische opvattingen die hij op g maart 1969 gaf geheel op de veronderstelling van "un ennemi venant de l'Est", hiermee impliciet, de "tous azimut" gedachte loslatend (g4), Een wellicht nog grotere ommezwaai betekende zijn stelling dat een alles of niets alternatief - het kenmerk van de "massive

12

retaliation" - in vele omstandigheden de Franse positie ongeloofwaardig zou maken. Conventionele pariteit met de potentiële tegenstander, een streven dat Fourquet niet geheel terecht aan de NAVO toeschreef, achtte hij niet noodzakelijk en ook niet haalbaar. Wel waren conventionele en tactisch nucleaire strijdkrachten nodig als successievelijke "tests" van de vijandelijke bedoelingen, die konden worden toegepast alvorens over te gaan tot strategisch nucleaire afstraffing.

De absolute prioriteit die De Gaulle aan de opbouw van een kernmacht had toegekend, werd na diens aftreden enigszins afgezwakt. De nucleaire inspanning was ten koste gegaan van de conventionele strijdkrachten. In het tweede vijf-jaren-plan - de loi-programme van 1965 - was dit bijzonder duidelijk geworden, In dit plan waren voor de "Forces de Manoeuvre" slechts drie pantserdivisies voorzien, uitgerust met moderne AMX-tanks. Twee divisies zouden volgens dit plan ouder materieel krijgen, Ook op de territoriale verdediging werd besnoeid, Bij de "Défence Operationelle du Territoir" werd de voorziene sterkte van 100 regimenten teruggebracht tot 25 regimenten en een brigade alpinisten, De mankracht daalde in deze periode van ruim I miljoen tot 700,000, W, Mendl voorspelde in 1968:

"after 1970 lhe principal miJJion of lhe navy will be to proleet the nuclear JubmarineJ; air defrnu wilt cover tht strategie nucleair foree; lhe 'Force de Manoeuvre' and lhe jorceJ of the interior will defend the SSBS, " (35) In de derde loi-programme (1971-1975) werden door president Pompidou wijzigingen voorgesteld , Na de opbouw van de nucleaire strijdkrachten moesten de conventionele strijdkrachten meer aandacht krijgen, Tot concrete plannen kwam het echter niet, deze zouden eerst in 1976 worden ingediend onder het presidentschap van Giscard d'Estaing,

De "Force de Dissuasion" onder Giscard d'Estaing De koerswijziging die reeds in 1969 was ingeluid door Fourquet, werd tot voltooiing gebracht door de nieuwe Chef d'Etat Major des Armées, generaal Méry, In een rede gehouden op 15 maart 1976 zette hij zijn conceptie uiteen. De Franse strategie zou zich niet mogen beperken tot verdediging van het eigen grondgebied, Een dergelijk "sanctuarisation totale" is onder de huidige omstandigheden noch in de praktijk, noch in militair opzicht te vetwezenlijken. Is de verdediging van het eigen territoir het ene - zij hel nit:t haalbare - uiterste, aan de andere kant is het ook niet meer mogelijk te streven naar verdediging "wus azimuts". De oplossing ligt daarom, naar de mening van Méry, tussen twee uitersten in. Het gaat hier om het vetwezenlijken van een "sanctuarisation élargie". Hierbij kan de integriteit van het grondgebied worden gewaarborgd door met een deel van de eigen strijdkrachten in te grijpen in het gebied vanwaar zij het meest wordt bedreigd, d.w.z. in Europa en de directe toegangswegen daartoe, in het bijzonder de Middellandse Zee, Buiten deze zone kan Frankrijk - zelfs met de vrijheid van handelen die het bezit van kernwapens met zich mee brengt - slechts gewapende acties uitvoeren in de vorm van een intetventie; acties die aan plaats en tijd gebonden zijn,


Over de wijze waarop Frankrijk bij de gevechten in Europa kan worden betrokken, is Méry wat vaag. Aan de ene kant acht hij het uitgesloten dat Frankrijk vóór het uitbreken van een gewapend conflict een sector in de NAVO-verdedigingslijn overneemt, maar dat wil aan de andere kant

niet zeggen dat Frankrijk zich aan de eerste gevechten zal onttrekken: ", .. il eJt lolalemenl exclu, bien sûr, gUL MUJ nQUJ engagion.s à ['avance, dès ttmps de paix, à occuper un 'crineau' daru ie cadrt de la Jtratigie alliée de difeme de I'avant. MaiJ il n'eJt nul/emml exclu par contrt qut nous participionJ à ettle bataille de I'avant (36). Je perue mime pour ma part qu'il mait extrimement dangereux pour notTe pays de Jt tenir volontairement iloigni de etUt première balaille au cours de laquelle Jt jouerait, enfait, déJä notrt propre Jicuriti. eeci n'exlut paJ pour autant l'idit d'une bataille aux frontières car now pourroru y i tre corutraintJ, Joit que la diferue de {'avant Je Joit effondrie trop vilt, JOU qut notre dici.Jion d'inlervrnlion ail lti trop lardive, JOU gUt nos mouvtmtnlJ aimt iti ginis par lts aclioru adVeTJes.

-

het niet nodig is om een scala aan middelen te hebben; er op geen enkele wijze een automatisch verband bestaat tussen het verloop van het gevecht en het besluit tot nucleaire inzet, want deze inzet blijft "une affaire

d'opporturtité politique" . Méry merkt op dat deze omschrijving nogal wat vragen heeft opgeroepen, vooral bij officieren van de hogere operationele niveaus. Vragen als : hoe moet het dan als we aan

de zijde van de NAVO opereren?; of wat te doen als dat niet het geval is en we operaties uitvoeren in andere tone-

len.

n

In deze conceptie kan de inzet van tactisch-nucleaire wa-

pens moeilijk worden ingepast. Méry beseft dat ook, maar in zijn toespraak in 1916 geeft hij niet aan hoe dit probleem moet worden opgelost. In een toespraak op 2 I maart 1911 komt hij echter op deze kwestie terug: "us esprits Jont trop Jouvent fawsiJ en la malière par ['étude des concepts amiricairn et soviétiqULJ donlles problimes nt sont paJ du tout les natriS. POUT les deux Grands, ['essentiel consute à lviter qu Jun aJfronttmtnt nucléaire tactique ne diginire en un échange Jtraligique JUT leur propres temtoires . Il y a dom une recherche permanente de

~d;,ouplageJ

mJ.re

ct qUl

{'on

appel/tles armes de thédtrts et les systèmes crotraux. Pour la France, au contraire tout affrontmmt. SUT ie thidlre CtnlTt-Europe st produirait à proximiti immidiate du sancluairt, sinon aux limilts de ce JtJ1Utuaire lui-mime. NoUJ nt pouvoru donc imaginer un échange nucliaire tactique plUJ ou moiru durabie qui ne tarderait POl à J'itendre de proche en proc~ à {'eruemble de notre territoire. Lt concept francaiJ refUJe par coruequent toute balaillt nucliaire pro/angle, loult monlée progressive des mchères, toutt escalade graduie. Au contraire, illie directement {'emPloi deJ A.N. T. à eelui de la F.N.S. parce que JUJtement I'emploi du nucliaire tacligu! permtt de Teslaurer la diJsuaJion au niveau stratigique. En coruiquenee I'emploi brutal et en nombre de noJ A.N.T. au cours d'un a.ffronttment doit avoir avant tout une Jignification essentiellemnu politique. eertes, si nous réussiuons par Ie tir de eeUe salve à ditruire une large proportion des forces ennemies qui now sont opposits, l'avertisstmenl donm à l'adversaire en sera rtnforci, mail I'tJfieaati militaire reste seconde par rapport à la manifoJlatwn de notrt vokmti politique. Nous aurons indiqui ainsi à notre adversmre que Ie eombat vient de changer dt nature, qu'il vient d'entrer danJ Ja phOle nucléaire el qu'U ne reste plw qu'un stuil qu'il ne peul raisonnab/ement plUJ ftanchir et qui tJt du déclenchement de nolre Force Nucliaire Straligique . .,

Deze conceptie brengt volgens Méry mee dat: -

het niet nodig is een groot aantal wapens te hebben; het onwenselijk is zich achter een "rideau nucléaire"

terug te trekken, bijvoorbeeld achter een dicht veld met atomaire vernielingsladingen IADM);

De invoering nn de Pluton bracht de ambivalentie van de Franje strategie aan het licht.

Méry antwoordt op de vraag hoe de inzet zal zijn als in NAVO-verband wordt opgetreden : "Vis -à-vis de nos alliis n'attendet pas de moi que je vous dessine un Jchéma rigide de nos prajetJ d'action: now n'ovons aucune intention de nous laisser enfermer dans une planification a priori. J 'énoncerai simpltment trais règies qui me paraUsent dictieJ par la logique et Ie bon Jeru. - Now n'avons ni ie disir, ni ia pOSJibiliti de now tngager aux eoUs de ['Alliance et SUT Ie territoire d'une nalion alliie, Jaru {'accord formel de eetle alliance et de eetle nation. - NOJ armes nucliaire tactiques sont partie intigrante des SYJtnne! d'armes et des unitis qui en sant doties. Il ne saurait itre qUeJtion par exemPle que la première Armie Je dlPlace sans ceJ systtmeS d'armes et sans ces unitis. -

Lt Jeul concept d'emPloi qui malt miJ en oeuvre en pareil COl mait Ie concept ftancaiJ. L'mPloi deJ armeJ nucliaim fran~aiJeJ mteralt bien ividemment Jubordonni à la diciJion du PriJident de la Ripublique ftancaiJe et à eUe Jeult.

A partir de ctS règies on peut envisager toutes sortes de seinarios qui peuvent varier d'une participalion ltroite à la balaiUe de I'avant jUJqu 'au comhal iJoU à la hauteur de nOJ frontièm. 11 mail trb aventureux de figer daru une planijicalion itroite ee qui pOU"ait se paJStT. Et, quitte à vow dicevoir je vow dirai que là awsi, ce sera queJtion d'opporluniti. l

IJ

13


Waar het gaat om de inzet van de kernwapens in andere operatietonelen meent Méry: "Notre payj a aJfirmé son intention de ne jamaü faire usance de us armes nudéaires contre un payj non nucléaire. Il est lié par ailleun par un certain nombre de conventiorn internationales interdisant l'emPloi de l'atome militaire daru plusieun rigioru dumonde. Un sujet cependant parait particuiièrement intérejjant, c'ejt celui de l'emploi à la mer, car alon l'environnement ejt tel q~e m armes perdent Ie caractère apoca/yptique qu'elles prennent dam des z.ones àJorte deruiti humaine et économique. On peut envisager, me semble-t-il, deux CllJ d'emPloi maritime. Le premier à partir d'une mer bordant le continent euroPim: on aboutit alors à un concept llJset proche, pour ne pllJ dire urnblable à celui que je vieru dJexpour, cJest-à-dire qui lie étroitement l'emPloi de l'A .N .T. à celui de la F.N.S. Ie second CllJ serait d'un thétUre maritime éloigni, voire très éloigni, du temtoire nationa/; par exeamPle, l'Océan Indien. Il est bien certain quJon Je trouverait alors en présence dJun nouveau concept qui s'apparenterait plutót à celui des grandes puissance, puiJqu'il pouTTait sJagir d'utiiiser des armes tactiques en évitant de déclencher les form stratégiques, dans divers types d'action du genre intimidation ou ritorsion. Il y a là un champs de rij/exions trés intéressant à (xPlorer d'autant Plus que nous serons en meJUre dans quelques années d'ici de diJposer d'armement nucliaire à bord de nos btUiments de guerre."

In zijn rede van 15 maart 1976 constateert Méry dat de opbouw van de nucleaire component - hoe dan ookten koste is gegaan van de conventionele strijdkrachten. Het is nodig ook strijdkrachten te hebben die onder de atoomdrempel kunnen opereren. Dat zien we ook bij de supermogendheden, die naast hun nucleaire arsenaal, ook conventionele strijdkrachten op de been houden. De Sovjet-Unie heeft daarop altijd een sterk accent gelegd. Er moet, volgens Méry, meer evenwicht komen tussen de nucleaire en de conventionele middelen. Ook zijn de organisatie, bewapening en stationering van de strijdkrachten te exclusief gericht op de tegenstelling Oost-West in Europa. Angola en wellicht óók Mozambique zijn daar de bewijzen van. Hieruit volgt vanzelf dat Frankrijk strijdkrachten moet hebben die elke soort opdracht kunnen vervullen. Doordat de Franse kernmacht thans tot stand is gebracht, kunnen nu de prioriteiten worden verlegd, zo stelt hij. Weliswaar moeten de nucleaire wapens technisch op peil worden gehouden, bijv. door invoering van meervoudige atoomkoppen, en moeten de tactische kernwapens nog worden verbeterd, maar de financiele middelen die daarvoor nodig zijn, staan in geen verhouding tot die welke in de opbouwfase nodig waren. President Giscard d'Estaing ging in een rede op I juni 1976 nader op de defensieproblematiek in. Nucleaire wapens kunnen een tegenstander van agressie doen afzien omdat de risico's welke hij loopt niet opwegen tegen de voordelen welke hij met een aanval denkt te kunnen behalen. Maar, zo vervolgt hij, het is ook mogelijk dat in de ons omringende landen of in ons eigen land een gewapend conflict uitbreekt waarin het uiterste middel, toepassing van nucleair geweld, niet zou zijn te rechtvaardigen. Om de keuze tussen "alles of niets" mogelijk te maken, moet Frankrijk volgens Giscard over conventionele strijdkrachten beschikken. Tegenstanders van deze conceptie beweren dat dit de geloofwaardigheid van onze nucleaire compo14

nent aantast. Hij meent dat het tegendeel het geval is: juist het "alles of niets" maakt een nucleaire defensie ongeloofwaardig: .. contrairement à ce qui a iti dit ou écrit, la variité des moyen.s renforce l'usage éventuei de la dissuasion. Un certain nombre de stratègej, de perueuTS ejtiment qu'au contraire, si on se crispe Jur un seul moyen, si on ne fait apparaltre dans la déferue qu 'une Jeuie jtructure, on veTra uniquement ce moyen et l'on croim davantage - ie facteur de crédibilité itant essentiel - à la possibilité, la valonti de recourir à cet unique moyen que serait en mime temps l'ultime moyen. Mon sentiment est inverse. Je CTOÎJ que ie 'tout ou rien' en malière de diferue risque de ne pllJ être cridible. Lej situations dans lesqueLLes ia France POUTTait se trouver peuvent être des JituatioTIJ complexes - ce qui peut être des troubles très profonds dans les pays voisins, ce peut être des situations d'incertitude sur Ie comportement de tel ou tel pays face à une modifICation de la situation politique dans tel ou tel Etat. Si dans us situationsJ la France ne peut parier ou agir qu'un fonction du 'tout ou Tien', attitude manquera de crédibilité." (37)

,on

De noodzaak van Amerikaanse conventionele troepen in de Bondsrepubliek wordt door niemand ontkend. Zij vervullen een eigen rol in het afschrikkingsmechanisme. Een dergelijke rol moet volgens Giscard d'Estaing óók door de Franse conventionele troepen worden vervuld. Het afschrikkingselement ervan is ook veel demonstratiever dan dat van de nucleaire wapens, als men bedenkt dat het in werking stellen van de atoomwapens - na een beslissing daarover van de president - slechts enkele uitvoeringsmaatregelen vereist van een gering aantal experts in een geheim onderkomen. De inzet van conventionele strijdkrachten behoeft bovendien niet op de klassieke wijze te geschieden. Ter versterking van hun vuurkracht kunnen altijd óóok tactische atoomwapens worden ingezet, niet alleen maar voor afschrikking doch mede voor het voeren van het gevecht. aldus de Franse President. Voorts stelde hij dat ook in het nemen van de verschillende politieke beslissingen een element besloten lag dat de geloofwaardigheid van het nucleaire wapen vergtoot. Juist als de politieke leiding niet positief of zelfs onmachtig zou staan tegenover het nemen van een besluit om conventioneel op te treden, hoe kan men dan verwachten dat zij wel bereid zou zijn om de risico's van een nucleair conflict op zich te nemen. Ondanks deze verzekeringen worden er - ook in Frankrijk - vraagtekens gezet achter deze strategische conceptie. Hierop zullen we in het hoofdstuk "Recente discussies" terugkomen.

Huidige en toekomstige samenstelling van de Franse kernmacht De hoofdmoot van de Franse strategische kernmacht wordt gevonnd door de "sous-marins nucléaires lanceurs d'engins" (SNLE). Elk bewapend met 16 raketten van het type M-20 met een lading van I megaton, hebben de vier thans in dienst gestelde SNLE's reeds een geduchte slagkracht. De Qnderzeebootcomponent wordt verder uitgebreid. In 1980 wordt een vijfde SNLE in dienst genomen, terwijl de kiel is gelegd van een zesde eenheid die in het midden van de jaren tachtig operationeel moet zijn. Ook wordt overwogen de M-20 raket in de toekomst te vervan-


gen door een nieuw type, de M-4 . Deze krijgt naar verwachting 6 tot 7 meervoudige ladingen van 150 kt, die echter niet afzonderlijk te richten zijn (38).

lijke radars en zo meer. Met deze verbeteringen hoopt men

de bommenwerper tot 1985 operationeel te houden. De Franse taçtische-nucleaire strijdkrachten bestaan uit "dual capable 'l jachtvliegtuigen, maritieme aanvalsvlieg-

tweede component bestaat uit de "engins sol-sol ballistiques stratégiques" (SSBSI. Deze raketten voor de middelbare afstand (3000 km), staan opgesteld in versterkte silo's op het "Plateau d'Albion". Twee eenheden van elk negen raketten van het type S-2 (150 kt) zijn operationeel. De S-2 raket zal tussen 1980 en 1982 worden vervangen door SSBS De

van het type 5-3. Deze raket heeft een grotere reactiesnel-

heid, een groter afstand bereik (3500 km) en een lading met een groter destructief vermogen (1,2 mt).

De oudste component van de strategische kernmacht wordt

gevormd door de in 1964 in dienst gestelde Mirage IVa bommenwerpers. In totaal zijn een vijftigtal vliegtuigen gebouwd, waarvan er 37 operationeel zijn. De bommen-

werper kan op grote hoogte tweemaal de snelheid van het geluid vliegen en heeft een actieradius van 1500 km. Het vliegtuig kan in de lucht worden bijgetankt. Hiertoe zijn elf

C-13S F tankervliegtuigen aanwezig. De Mirage IVa kan worden uitgerust met het "arme nucléaire" AN 22; een kernbom van circa 60 k.t. In 1975 is een moderniserings-

tuigen en grond-grondraketten. Vier squadrons van de tactische luchtstrijdkrachten zijn mede voor nucleaire taken bestemd. Twee zijn uitgerust

met Mirage Ille's (tezamen 29 toestellen). Dit is een dual capable jachtvliegtuig dat - afhankelijk van het vluchtprofiel en de meegevoerde last - een actieradius van 200 à 900 km heeft. De twee andere squadrons zijn uitgerust met de in 1974 ingevoerde Jaguar, een jachtvliegtuig dat zijn actieradius van ± 720 km door in de lucht bij te tanken aanzienlijk kan vergroten. In 1981 zal er een derde squadron dual capable Jaguars bij komen . De twee Franse aanvalsvliegkampschepen, de "Clemenceau" en de "Foche", zullen per I januari 1980 elk 12 "super Etendard" dual capable aanvalsvliegtuigen aan boord hebben. Dit marinevliegtuig heeft een vrij groot actieradius (± 1000 kml. Alle drie genoemde vliegtuigen kunnen worden uitgerust met het "arme nucléaire" AN-52. Het destructief vermogen van deze bom is volgens "Armées d'Aujourd'hui" van

september 1979 rond de 25 kt.

programma begonnen. Het gaat hier om een verbeterd

Het Franse leger tenslotte heeft 5 regimenten Pluton-raketten in de organisatie. Het maximum bereik bedraagt circa

navigatiesysteem, betere middelen van storing van vijande-

120 km. De raket kan een lading van 20 kt overbrengen.

Overzicht Franse nucleaire middelen

Inzetmiddel/ lading

Aantal

IOC

Bereik!

Explosief

actieradius

vennogen

Opmerking

in km strategisch

SNLE/ M 20

64

1972 1976

3000

I mt

SSBS/S-2

18

1974

3000

150 kt

5e SNLE in 1980 6e in 1985 M-20 wordt vervangen door M4 (6 à 7 MRV à 150 kt) wordt tussen 1980 en 1982 vervangen door type S-3 met een lading van 1,2 mt

---tactisch

1964

1500

60 kt

Mirage IVa/ AN-22

50m

Mirage IIle/ AN-52

29

1971

Jaguar/ AN-52

29

1973

720

± 25 kt

Super Etendard/ 24 AN-52

1974

1000 ?

± 25 kt

Pluton

1974

120

------ --- ----

----- ---200-900

± 25 kt

operationeel tot 1985

---------zullen worden vervangen

door Mirage 2000 wordt uit-

gebreid

30

op vliegkampschepen

20 kt

15


~ Jaguar: een produkt van Frans- En~l~ sam~nwuldng, althans in d~ conv~ntion~l~ sfeer.

Recente discussies De beslissing van president Giscard d'Estaing in 1976 om naast de modernisering van de nucleaire middelen ook de bewapening van de conventionele strijdkrachten te verbeteren, heeft de discussie over de Franse kernmacht niet doen venninderen. Veeleer kan van het tegendeel worden gesproken. De discussie ging aanvankelijk over vragen als: -

-

of door het grotere accent op de conventionele strijdkrachten de geloofWaardigheid van de "force de dissuasion" niet zou worden aangetast?; en of een strategie tussen "alles of niets" niet zou betekenen een strategie van "van alles een klein beetje en van niets genoeg" .

Na het verschijnen van het boek "Euroshima" veranderde de discussie echter van karakter (39). De auteurs van "Euroshima" constateren dat de politieke en militaire verhoudingen ten nadele van het Westen zijn verschoven:

"Au début des années 1970, I'Europe baignait dam I'tuPhorie de la détenle. L 'achévement de lIJ K"'rre du Vietnam Jemblait marquer la fin de la rivalité ,tratigique arrnie doru Ie TiersMonde; les nigociatioru inlernationa/es multiPliaienl les perspectives de meUre un terrne aux aJfrontemtnts Est-Ouest; les budgets de déferue des natioru occidenlales en étaient Ie rivéllJteur: leur chute traduiJait la volonli de fabriquer du bien-être plutöt que des chars. En quelques annies, depuiJ 1975, la ,ituation 'tratlgique' ,'est modifiie proJondément. De I'lran au Liban, Ie Moyen-Orienl chance/Ie. Le canon wnne doru l'Afrique paiJible jwque /à. Des bruitJ de boltes" fonl enlendre 16

dans Ie monde communiste surarmé. L'Amérique semble maralemerU impuiJ,arUe. L'Europe ,'inquiète. Elle aus,i impuiJ,anle, par" que divisie." (40) De strategische situatie is volgens de auteurs grondig gewijzigd. De Verenigde Staten zijn door Vietnam en Watergate in een morele en materiêle crisis beland. De kracht van de Verenigde Staten neemt af terwijl de Sovjet-Unie juist een opkomend tij doormaakt (41). De besprekingen over de beperking van de strategische bewapening, SALT 11, beletten de Sovjet-Unie niet om een "first strike" vennogen tegen de Amerikaanse Minuteman raketten te verwerven. Hierdoor wordt het gevaar van een "ontkoppeling" van de Amerikaanse kernmacht en de verdediging van WestEuropa een factor van betekenis: "La perspective du découplage à moyen terme, dam les annéeJ 80, est une raison majeure de la prise m compte par les EuroPéeru de leur propre ,écurité, puiJque I" Américam y ,onl, et y Jeronl de plu, en plus réticerU,. On ne peut paJ m tenir rigueur: à [,ire nucléaire, l'indéPendance ne se partage paJ. n (42 )

Als West- Europa zelf niets onderneemt, verliest het zijn zelfstandigheid. Door de Slotacte van Helsinki zijn de territoriale aanspraken van de Sovjet- Unie erkend. Het afsluiten van een MBFR-verdrag zou onder de huidige omstandigheden tot een verdere verslechtering van de strategische situatie leiden. Dit komt omdat de Sovjet- Unie binnen enkele dagen haar eenheden in West-Europa kan versterken. Voor de NAVO-bondgenoten duurt dit aanzienlijk langer:


"11 ny a paJ 'ymilrie de la giographie. Une conc/wion d" nigociatWm MBFR daru lt, conditioru aclueU" pourrail donc introduire jOUJ couvert de dimilitariJation, un facteur grave de diJlahi/iJaion au coeur de l'Europe. On comprend Ie rifw de la Frame de s'aJSocitT à unt telle trUrtprist. CaT la cOnJiqumu la plw inquiilante n'''1 paJ là: tilt "I daru Ie relrail qui mail impo'i aU.>< contingrnt, euroPieru de l'AlIiance m Alltmagne, 2e corp' d'armie .fran~ai.J compri.J. Là "I lt plw grave: c'm mail jini de loul "poir de cooPiration de ,icuriti d" natioru europitnne, c'''I-à-dire d, loute indipendance de l'Europe. L'Europe occidmlale, au "ui profil de l'impirialiJme ,oviilique. Voi/à ,on objeclif de finiandiJation concriliJi. "(48)

Een derde gevaar voor West-Europa is de ontwikkeling van de militaire technologie. West-Europa heeft het tempo van de ontwikkelingen niet kunnen - of willen - bijhouden.

De auteur.; concluderen dat de veiligheid van West-Europa niet uitsluitend door onderhandelen is te verzekeren. Daar

zich mee dat minder stabiele verhoudingen ontstaan. Een

verdeeld Europa zal hiertegen niet opgewassen zijn. Geen

is meer voor nodig. De politieke en militaire strategie moet

van de landen is immers op zich in staat de wapentechno-

worden aangepast om bettr te kunnen reageren op de zich

logische ontwikkelingen te volgen.

J

"Q.ualilativement, les dicouvtTtes et les rialisatiDns se mulliplient. Q.uantitativement, les dotatWns elies stocAs s'accroissern. Cellt ivolulion a deux coruiquenc,,: tlle di,lahi/iJe l'equilibre mondial d" armtmtnl, qui "mblail " riali.Jer au dibul d" anni" 70; elle rend de plw m pi.. difficile Ie maintim d" puissances moyennes dans la cornpitition, el eile ne cesstTa donc de dimineur leur cridibilitl." (46)

Ook deze evolutie in de bewapening brengt het gevaar met

aftekenende gevaren. Eén van die gevaren is gelegen in de

verschuiving van de militaire krachtsverhouding. Deze vcrschuiving doet zich zowel voor in de ruimte, waar de Sovjet- Unie experimenteen met anti-satelietsystemen, als in het vlak van de nucleaire en conventionele bewapening. Door dit alles is het vennogen van de Sovjet-Unie om West-Europa te veroveren toegenomen. Dit toegenomen militaire vermogen kan op twee manieren worden benut:

Om opgewassen te zijn tegen de déstabiliserende ontwikkelingen die het gevolg zijn van de verschuivingen in de mili-

"Au pire, celle de riwsir la manoeuvre d'invasion, si elle doil aller jwque là; au mieU.>< (pour tlle), ctlle d'amener à compo,ition les nations europiennls par la seuie menace de cette manoeuvre, Ie "ui poidJ p,ychologique de ct polrntitl colonal. C'"I la manoeuvre ideale prönie par Liddel Harl el Unine. La guerre nafl lor'qu'iI y a dbiquilibre. Lt, ,uec",eurJ d" dirig,ant, acluet.. de I'U RSS auront-it.. Ia 'ag",e ou la ponibiliti de conlinutT à ne paJ uli/i.Jer I'inorme polrntiel mililaire dont it.. hirileront.'" (44)

"L'Est a, sur [,Outst, un atout majeur: il possède une stratigie, une volonti 'Iratigique, un objeclif 'Iratigique, qui "I la vieloire du communiJme daru Ie monde, par la diJparilion d" dimocrati" pluraliJIe. 11 ny a paJ d'aulre Urme à l'allernative 'diJparailre ou gagner'. Pour ne p., diJparailre, il Jaul une 'tratigie qui fixe d" objeclifi el une ligne 'polilique '. Celle stratigie doit être simpte et ripondre à un maftre-mot: te ria liJme. " (47)

taire krachtsverhouding, de veranderde economische situa-

tie en de voortschrijdende ontwikkeling van de militaire technologie, is het nodig een andere strategie te ontwiklelen. De schrijvers constateren:

Wil Europa een grotere zelfstandigheid bezitten, dan blijkt het nuttig dat een strategie wordt gekozen die rekening

De indirecte bedreiging van West-Europa is volgens de

houdt met de volgende uitgangspunten of basisregels :

auteurs misschien wel het grootste gevaar. Niet alleen in

Europa, maar ook daarbuiten tracht de Sovjet-Unie haar invloed uit te breiden. Vooral landen in de Derde Wereld zijn gevoelig voor revolutionaire en subversieve activiteiten. De gevaren voor West-Europa worden nog versterkt door de economische crisis; een crisis die mede wordt veroor-

zaakt doordat bepaalde landen in de Derde Wereld, al of niet gemanipuleerd door de Sovjet-Unie, de prijzen van grondstoffen opdrijven. Inspelend op het koloniale verleden van de Westeuropese landen tracht de Sovjet- Unie een anti-Westerse stemming te kweken. Dit koloniale ver-

leden geeft bovendien velen in Europa een slecht geweten: "Une telie manoeuvre nicessite l'iveil et la persistance, dans l'oPinion occidentale, d'unl mauvaiJe conscience. Paree qu'elle peul "jlotter d'une information exceptWntlltmtnt libirale, el que '" tradilWm ,pirilue/l", à la Jai.J chritimn" el de libre perult, Javori.Jrnt tou/ts ,ori" de 'prises de conJcimce', I'Europt "I parliculièrtmtnt vulnirahle à 'amu du droit'. L" media europirnJ en donnrnt la preuve 'an> c",e." (45)

1. TI ny a dtJlratigie eJficace que la/alt. 2. La 'Iratigie lolale doil ilre mmie awc plw haule niveaU.><: c'''1 lt niveau polilique qui dijinit l'mnttni 'Iratigique. ). L 'objtclive de la 'IratigU "I la volonti adv",e. 4. La 'Iratigie d'aclion daru Ie mod, indirecl "I la 'Irat/gie du priJrnt el du jutur procht. 5. La 'Iratigie d'aclwn daru Ie mode indirecl implique de po,,/der une ,Iraligie de diJ,uaJion daru lt mode direcl, ti n'exclut pas un possibie retour à la stratigie d'action dans ce dernier mode. 6. La gutrre Je gagne m lemp' de paix. 7. Toule 'Iratigie uniquemrnt diferuive "I une 'Iratigie condamnie. (48)

Frankrijk kan deze strategie niet alleen ontwikkelen. Daarvoor zijn de middelen te beperkt. Een strategisch satellietwaarschuwings- en verkenningssysteem -

Deze directe en indirecte acties en de verlamming die zich

van velen meester schijnt te maken, hebben tot gevolg dat minder stabiele verhoudingen ontstaan; een situatie die in

het voordeel is van de Sovjet-Unie.

waaraan Frank.-

rijk de voorkeur geeft boven het AWACS-project van de NAVO - vergt in de meest beperkte vorm reed. een bedrag in de orde van grootte van 2 miljard francs over vijf jaar. Een strategisch nucleaire onderzeeboot kost 2,5 miljard. Wil de Franse marine de Europese belangen in Afii17


ka, het Midden Oosten en in de Indische Oceaan kunnen behartigen dan zal zij sterk moeten worden uitgebreid. Dit alles gaat de krachten van Frankrijk te boven.

welke mogelijkheden blijven dan over? Volgens de auteurs kleven aan de NAVO zoals die zich thans heeft ontwikkeld nogal wat bezwaren. Ook de Westeuropese Unie is niet het kader om de op Europa afkomende problemen op te lossen. De Europese Defensiegemeenschap tenslotte is gestrand op de klippen van het Franse parlement. Dit zijn de oude structuren. Beter is het daarom te bezien of in het kader van de EEG iets kan worden bereikt. Er is immers al een Europees parlement. De EEG heeft bovendien al het juridische en financiële kader. Het lijkt daarom mogelijk om voor de financiering van projecten voor de gezamenlijke Europese verdediging een afzonderlijk budget vast te stellen. Bij de realisering van deze projecten moet de Europese industrie worden ingeschakeld. Op deze wijze vloeien de uitgaven voor een deel terug in de Europese gemeenschap. Om dit te realiseren is een stapsgewijze benadering nodig. Er moet allereerst worden gestreefd naar een zekere onderlinge solidariteit. De betrekkingen met de Verenigde Staten moeten niet worden verbroken, maar zij moeten meer het karakter krijgen van een echte "two way street" . Op militair gebied is het allereerst nodig dat meer aandacht wordt besteed aan de eenheid van commando. Er moeten snellere beslissingen kunnen worden genomen: "La deuxième exigence, c'est-à-dire la mise en oeuvre instantanie de moyen.s suJfoants et variis, doit rigir l'organuation des pouvoiTl au sommet. Cette organüation desposerait donc, dans Ie Jlricl domaine de la difmee, el dam Ie cadre pluJ VOlle d'une Alliance allanlique à deux pilim:

- d'une fOTce de frappe euroPéenne, rbullanl de la fUJion del form nuc/iaim fraMaiJe el brilannique, dOTinavanl mim en oeuvre et perfectionnies par une action entiirement communautaire; - d'une force d'intervenlion europienne interarmies; - d'une corpJ de balaiae euroPien; - d'une organisation europienne d'observation spatiale; - d'un système de cOMdination, d'inätation et d'orientation daru les secteUTl clij de ['iconomie, de la Jieuriti intmeuTl del ElalJ el de la recherche JCienlifique." (49 )

Zolang de "force de frappe européenne" niet is opgebouwd, kan als eerste stap de inzet van de Britse en Franse kernmachten beter op elkaar worden afgestemd. Zo zouden afspraken kunnen worden gemaakt over aan te vallen doelen en zo meer. Ook zou kunnen worden samengewerkt bij de opbouw van een waarnemingssatellietstelse\. Na de verschijning van "Euroshima" ontstond een levendige en soms felle discussie. Aanvankelijk werd vermoed dat het boek met medeweten van de Franse overheid was geschreven, doch dit werd door de minister van Defensie Bourges in aUe toonaarden ontkend. Bij de discussie stond niet zozeer de analyse van de situatie centraal. Men was met de auteurs van "Euroshima" van mening dat de veiligheidssituatie in Europa aanmerkelijk was verslechterd. Men verschilde echter van mening over de wijze waarop de problemen moesten worden aangepakt. Zo meenden de oud-generaal Buis en de gaullist Sanguinetti dat samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op niets zou uitlopen:

18

"D'ahord pour del raiJom de principe, la Grande-Brelagne Je comportanl comme Unt sorte d'Etat avanci deJ EtatJ-UnieJ. Ensuite paree que l'armie nucliaire britannique eJt à u point dimodie qu 'il est devenu urgent de la renouvtler sinon elle sera hors Jervice daru leJ annieJ 1990 . .. Ji on ilimine la GrandeBrelagne, que mle-I-il.' On ne peul POl Iravailler à douu, ni mime à neuf à un projecl de ce genre. 11 faut rimK Je lau,.,..,. VerJ Ie tandem franco-alkmand . .. Ia force .ucUaire fra~aue avee l'indUJtrie alltmalIde." (50)

Weer anderen zijn van mening dat een dergelijke FransDuitse samenwerking wel voor de hand liggend lijkt, maar in de praktijk moeilijk zal zijn te verwezenlijken. Zo meent de Franse polemoloog eh. Schmitt: "A ce Jlade de raiJonnemenl, iI imporle loulefaiJ de ne POl confondre Ie pOJJible el Ie Jouhailable. Mime Ji beaucoup d'argumrolJ Jemb/enl converger en faveur d'une Jolution europienne, son ilaboration concrite reconlre des objections bien connueJ d'ordre national, touchant à l'autonomie de la diciJion d'emploi, el d'ordre inlernalional, comme Ie rappelle la riac/ion ricenle deJ autoriliJ alltmalIdeJ. "(5 1)

Ook de oud-ambassadeur de Rose, is van mening dat men de realiteit onder ogen moet zien. Er is een verschil tussen Europa en de twee supermogendheden. Europa mist namelijk twee essentiële zaken: " . . .l'eJpace eli" mour",. Som doultl Ja population "I-elle du mime ordre de grandeur qu, celleJ del ElalJ-Unu el de I'URSS. Som doute tll elle Ie premier foyer commercial du mande, la Jecand par la richwe. Sam doule JeJ capacitle JcimliflljUl:J, lechnologiqueJ el indUJlriell" Jonl-ell" Jupirieum à uiles de ['emPire Joviitique. CeJ atoutJ nt su.ffUent pru, m utte fin du vinglième Jiècle, à faire une Juper-puuJance db IarJ qu 'il manque à I'ememble la dimnui... giographique qui couvre une porlion JubJlanlulle de la p/anite, ouverle à I'EJI en à I'Ouest Jur les eJpaceJ ocianiqueJ et, plus mcore, les reU01lrctJ de malièrtl premièreJ el d'inergie à diJaut d"quell" la vu/mrabiliti del approviJionnementJ comtilUl! une caUJe de faibleJJt plUJ dangereUJe que I" mena", d'agrwion proprement diltl. " (52)

We moeten daarbij niet vergeten, aldus de Rose, dat de Sovjet-Unie 12-15% van haar nationaal produkt aan de bewapening uitgeeft en dat zij hieraan ook een groot deel van haar technische capaciteit spendeert. De prijs die hiervoor betaald moet worden bestaat uit een politieke dictatuur en minder goede levensomstandigheden. Verhoging van de Westerse defensie-budgetten is zeker mogelijk en misschien ook wel noodzakelijk. Maar een drastische verhoging kan averechts werken. Een dergelijke maatregel: "dilruirail Jur IeJ plam polilique el iconornique ce qu'elle prileadrail protiger Jur Ie plan militaire. " Er moet daarom een band blijven bestaan met de Verenigde Staten. West-Europa is te kwetsbaar om een min of meer zelfstandige supermogendheid te worden.

De Generaal Gallois blijft daarentegen geloven in een zelfstandige Franse kernmacht. "To be Jure, lhe delerrenl value of lhe Frmeh Jlralegic force may weaAen Ol lhe yearl POlJ. The pol'nlial enemy mighl become ahle


to amputate thiJ Jirategic force through pTt-tmptive att",A. He eould blunt the French force through mea.!um of ",tive and pa.!,ive diferue. The nature of the liAely Ttprual following the uu of FTtnch fOTce> might loom '0 tembly a.! to throw the credibility of their use increa.!ingly into qutltion. All thou thing' eould eome to Pa.!'. But /wo f"'ll Ttmain. On< i> the uncertainty about the deltruetive effect, of FTtnch', amnal and about the behavior of the men mporuible fOT it, use. The other i, the eertainty of topPlingfrom a Anown, rationally eonducted conflict into the unAnown of an irrational nuclear war, and on< waged fOT a pit< that would hardly be worth the riJA. To be able te deter at a Iwer eo,t than iJ impo"d on the GTtat Power> fOT thiJ purpou iJ an advantage that falls to medium-,it<d poWtTl. France ha.! ,triven to uiu thiJ OppOTtunity." (53) De discussie die door de uitlatingen van Buis en Sanguinet-

ti werd losgemaakt bracht Giscard d'Estaing ertoe om openlijk. stelling te nemen tegen samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland op kernwapengebied. Tijdens een lV-inteJView op 11 september 1979 verklaarde hij: " .. j'exc/us eatigoriquement toute propo,ition de la France à la eonstitution d'armament, nucliaim en Alinnagne Fidirale. Je I'exc/us eatigoriquement. Ce n'"t ni eonforme à I'intirit de la France, ni à I'inttrit de I'Allemagnt fidirale, ni à l'intMt de l'Europe, ni à I'intirit de la ditente. "

reeds tijdens de Vierde Republiek en in het begin van het Gaullistische tijdperk manifesteerde. Dergelijke gedachten hebben echter geen kans van slagen zolang de twee meest aangewezen parmers voor samenwerking, het Verenigd

Koninkrijk en de Bondsrepubliek, de Amerikaanse nucleaire garantie als de voornaamste waarborg voor hun

veiligheid beschouwen. Ook in Frankrijk is men realistisch genoeg om dit in te zien,

De plannen om het middellang-afstandspotentieel van de NAVO uit te breiden in antwoord op de toegenomen nucleaire dreiging van de Sovjet-Unie in Europa hebben natuurlijk hun weerslag gehad op de discussie in Frankrijk. Was de NAVO-beslissing anders uitgevallen dan had dit ongetwijfeld de pleitbezorgers in Frankrijk van een Europese kernmacht gesterkt in hun streven. M. Tatu geeft een typisch staaltje van Frans denken weer als hij in de Le Monde van 12 december 1979 het betreurt dat de NAVO uiteindelijk toch een moderniseringsbesluit heeft weten te nemen, aangezien hierdoor een nieuwe hindernis op de

weg naar een (nucleaire) Europese defensie wordt opgeworpen: un nouvel obstacle est dreni sur La voie de la di/true proprtment turoplenn< dont l'effOT/ françaiJ "t à I'ividence Ie noyau. Une foiJ de plus, lel Europieru " rifugient 'DUS un paraPLuie Américain, un peu ren/ord certes, maiJ qui ne peut qu'accentuer Leur propre irresporuabiliti. lt,

JJ

De recente geschriften van Franse defensiespecialisten die pleitten voor nucleaire samenwerking met het Verenigd

Koninkrijk of met de Bondsrepubliek of voor een soort Europese kernmacht onder Frans leiderschap zijn de uitingen van een onderstroom in de Franse politiek, die zich

.,

.,..~~

._--_.. ,--.... _.........__...,-_ . . tl.ll.5I

.. ,

,

,

...... _ _ .. ~ .... lo .......

... r..... _ _ .l

j-... ........'

"_ .. ._.,,lli

'::'=~'""t:· ,.... ,

_ . _ _ _ ...... >1"'"

... -~~"'»'

''ll00000''' __ _ ..''_''1'''''''1''' u __ ,- _ , _

Slotbeschouwing: gemeenschappelijke problemen, verschillende wegen Het Verenigd Koninkrijk werd door de Amerikaanse weigering om de nucleaire samenwerking na de Tweede Wereldoorlog voort te zetten, gedwongen om op eigen kracht een kernmacht op te bouwen. Een wijziging in de Amerikaanse houding gepaard met een toenemende druk op de defensiebegroting bracht MacMillan ertoe de verworven nucleaire onafhankelijkheid grotendeels weer prijs te geven.

De Gaulle was in veel sterkere mate dan zijn Britse collega overtuigd van de noodzaak van een los van de Verenigde

Staten staande afschrikking. Tegen hoge kosten liet hij in Frankrijk de wapens construeren die hij waarschijnlijk, evenals Groot-Brittannië, tegen veel geringere kosten van

de Verenigde Staten had kunnen verkrijgen. De opvolgers van De GaulIe zetten in grote lijnen zijn onafhankelijkheidspolitiek voort, zij het op een minder geprononceerde wijze.

Ook voor wat betreft zijn strategische opvattingen ging De GaulIe tegen de NAVO-draad in, terwijl het Britse denken in dit opzicht parallel liep met de Verenigde Staten en de rest van het bondgenootschap. Tijdens het bewind van De GaulIe, een periode waarin de NAVO overging naar de "flexible response" strategie, hield Frankrijk er juist een strategie van onmiddellijke "massive retaliation " op na, overgoten met een typisch Gaullistisch sausje in de vorm van de "tous azimuts" oriëntatie.

Toen De Gaulle van het politieke toneel was verdwenen, werd geleidelijk aan meer flexibiliteit in de strategie gebracht, waardoor Frankrijk in feite -

met 10 jaar vertra-

19


ging - een vergelijkbare ontwikkeling doormaakte als de rest van de NAVO. Met de invoering van nucleaire gevechtsveldwapens en de versterking van de conventionele component onder Giscard d'Estaing kwam deze ontwikkeling tot voltooiing. De huidige Franse strategie is dan ook een vonn van "Oexible response" (54), waarbij de functie die, a1tbans in openbare verklaringen, aan tactische kernwapens wordt toebedacht -het geven d.m.v. konstondige en massale inzet (55) van een laatste waarschuwing dat inzet van sn-ategische middelen op handen is - herinneringen oproept aan de "massive retaliation " . strategie die onder De GaulIe gold_

2. Het bereik van de Valiant is 5600 km, van de Vietor en de Vulcan 6400.

S. Voor een overzicht van de ontwikkeling van de NAVO-strategie zie mini-JASON nr I. 4. F. Williams : A Prime Minister Remembers; Heinemann, Londen blz. 118-9. 5. Geoteerd in A.J.R. Groom "British thinking about Nuclear Weapons"; Londen 1974, blz. 104 . 6. Geciteerd in W.L. Kohl : "French Nudear Diplomacy"; Princeton University Preu, 1971; blz. 49-50 . 7. A.JR. Groom "The British DeteTrent" blz. 121 ; in "British Defence Policy in a Changing World" , red. J . Baylis, Londen 1977 . 8. Geciteerd in tbe Times, 8 april 1961 . 9. Geoteerd in Macmillan's memoires : deel 1961-65 ; Londen 1975 ; blz. S61-2.

10. H.A. Kissinger : "The Troubled Partnership" ; McGraw-HilI, New Vork 1965 ; blz. 82.

De samenstelling van de Franse en vooral de Britse kernmacht is in sterke mate bepaald door de financiële en technologische begrenzingen inherent aan "medium powers". Noch Groot-Brittannië noch Frankrijk konden de twee supennacbten evenaren in de diversiteit en omvang van hun arsenalen. Evenmin waren zij in staat een "counterforce" vermogen voor de middellange- en de lange-afstand te ontwikkelen. De geavanceerde verkenningsen waarschuwingssystemen en de nauwkeurige geleidingsapparatuur die hiervoor nodig is, gaat hun financiële draagkracht te boven. De strategische component van de Britse en Franse kernmachten hebben daarom noodzakelijkerwijs een "counterdty" karakter. Voor de Verenigde Staten vonnen "counterforce" wapens een noodzakelijke tussenstap die de dreiging van een vergeldingsklap tegen bevolkings- en industriecentra geloofwaardigheid verleent. Men kan stellen dat gezien de grotere geloofwaardigheid van de Britse en Franse kernmachten waar bet gaat om de verdediging van Europa, het niet per se nodig is dat alle schakels van de escalatieketen daarin zijn venegenwoordigd. Aan de andere kant is er een zekere ongerustheid ontstaan over het feit dat de invoering van wapens als de SS-20, de Sovjet-Unie in staat stelt om met een minimale waarschuwing een "surgical strike" uit te voeren tegen Britse en Franse militaire installaties (56). Gezien de kwetsbaarheid van vliegvelden, onderzeebootbases en raketsilo's (als die op de Plateau d' Albion) zou de Sovjet.aanval "slechts" met een beperkte "counteróty strike" kunnen worden vergolden, die uiteraard weer door een totale verwoesting van Engeland en Frankrijk zou kunnen worden gevolgd. De gedachte aan een dergelijk scenario recbtvaardigt nog niet de conclusie dat ten gevolge van technologische achterstand en beperkte omvang de Britse en Franse kernmachten ongeloofwaardig zijn geworden. De risico's voor een eventuele agressor blijven, los van de mogelijke Amerikaanse reactie, groot en onberekenbaar. Desalniettemin zal de uitdruAAelijke Britse en ,tüzwijgende Franse instemming met de uitbreiding van NAVO's mid· dellange-afstandspotentieel (57) niet vreemd zijn aan het gesignaleerde probleem dat de Sovjet-Unie tegen GrootBrittannië en Frankrijk een "counterforce" optie heeft ver· worven, die deze landen alleen in het meer escalatoire "countercity" vlak kunnen beantwoorden. Kol. G.C. Berkhofen Drs G.W.F. Vigeveno Noten I. Voor een schets van de ontwikk.eling van de krachtsverhouding in de grijze zone zie G.W.F. Vigeveno: " Kernwapens in Europa - rol in strategie en ontwapeningsoverleg", een brochure van de Atlantische Commissie; blz. 11-16

20

11. Aldus de brochure "Britain and NATO -lbirry yean of Collective Defence", Ministry of Defense Public Relations; blz. 20. Zie ook Groom: " British thinking about Nudear Weapons", blz. 262; alsmede Rusi &: Brassey's Defence Yearbook 1980, blz. 114. 12. Aldus Admiral of the F1eet Lord Peter HiII-Norton, oud Chief of the Defence StalT en oud voorzitter van NAVO's Militaire Comité, in het artikel "After Polaris" in The Economist, 15 sept. 1979. 15. ITV-interview 16 april 1970 ; in "Current British Foreign Policy -Documents, statements, Spe«hes 1970" ; Temple Smith, Londen 1971, blz. 27~. 14. The Times, 4 dec. 1979: "Whitchall brief: Me. Callaghan's secret bequest tO Mrs. Thatcher". 15. "The Future of Britain's Strategie Nuclear Force" in Strategic Review, summer 1979. 16. O.a. The Guardian, 26 sept. 1979 ; International Herald Tribune, 5 nov. 1979 ; Daily Express 29 nov. 1979. 17. Voor het Tory Partijcongres te Blackpool; The Guardian 10 okt. 1979. 18. Winston Churchill Memorial Lecture gehouden te Luxemburg. 19. W.L. Kohl : "French Nuclear Diplomacy ; Princetown University Press, 1971 ;blz.19 . 20. Generaal M.B. Ridgeway : "Soldier"; 1956; blz. 277. 21. H.J Neuman: " De Echo'svan 19.57 ". De Tijd, 51-8-79. Kohl : op. cit, blz . .54-61, meent overigens dat in 1957 alleen voorbereidende besprekingen werden gehouden tussen Strausz en BourgèsManoury. Volgens Kohl vond de eerste ontmoeting tussen ChabanDelmas, Taviani en Strausz plaats in Bonn in januari 1958. Een tweede bespreking werd in april gehouden in Rome. Het communiqué van deze vergadering spreekt over de wenselijkheid de besprekingen voon te zetten. Later werd een lijst uitgegeven van conventionele wapensystemen die gezamenlijk. zouden worden ontwikkeld en geproduceerd. 22. Encydopaedia Britanica : 15e editie, 1977 , volume 9, blz. 774. 25. Geciteerd in W.L. Kohl, op. cit., blz. 221. 24. Ibid , blz. 222. 25. In 1957 werd, na de lancering van de RussiKhe Spumik, in Amerika gesproken over een "missiIe gap". Alben Wohlnetter publiceerde twee jaar later zijn bekende exposé over de "Delicate Balance of Terror". Hierin ging hij uitgebreid in op de kwetsbaarheid van de Amerikaanse strategische bommenwerpervloot. Alhoewel de Verenigde Staten nog over veruit superieure strategisch nucleaire strijdkrachten beschikten, was het land kwetsbaar geworden. 26. P. Gallois: "Stratégie à I'age Nucléaire", Calman - Uvy, Parijs, 1960. A. Beaufre : " Dissuasion et Stratégie", Annan Colin, Parijs, 1964. 27. Beaufre op. cit. blz. 59. 28. Blz. 46 . 29. Blz. 47. SO. Blz. 5S. SI Blz. 57.

52. A. Beaufre : "French Defence policy", a lecture given to the Roral United Service Institution on 29th October, RUSI Journal, maart 1970, blz. 9. SS. W.L. Kohl : op. cit., blz. ISO. 54. Opgenomen in Revue de Défense nationale, mei 1969. 55. W. Mendl: "French Defense policy"; in Survival, april 1968. 56. Deelname aan de "batailIe de l'avant" ziet Mery, zo blijkt uit het vervolg van de rede, eerder in het 2e echelon, dus achter de Duitsers en de Amerikanen. De tekst van zijn rede is opgenomen in Défense nationale,juni 1976. 57. Opgenomen in Défense nationale,juli 1976. 58. Zie voor de samenstelling van de Franse kernmacht Armées d'Aujourd'hui; juli/augustus en september 1979. 59. R. Cagnat, G. Doly, P. Fontaine: "Euroshima Construire l' Europe de la Défense" ; les Editions Media; Parijs, 1979.


40. Ibid ., blz. 9. 41. Blz. Ig . 42 . Blz. 17 . (nadruk als in hel origineel), 4g . Blz. 19. 44 . Blz. gO. H . Blz. gS . 46. Blz. g9 . 47 . Blz. 51. 4S . Blz. 52. 49. Blz. 146. 50 . G. Buis en A. Sanguinetti : " Partagcr l'arme nucléaire ave<: les Allemands ?" ; in Le No uvel Observateur, ZO aug. 1919, blz. 27 . 51 . eh . Schmiu : "Diuuasion et Dissuasioos" ; in Ie Monde, 20 sept. 1979. 52. F. de Rose : "Suda défense de l' Europe" ; in Ie Monde. 26 sept . 1979. SS . p, Gallois : "Thc Future of France', Forces de Oiuua.sion"j in Stratrgic Review ; zomer 1979, bil. 41. 54 . Dit nttrTll niet weg dat de Franse regering als een soort rituele trouw-

betuiging aan de erfeni, van De Caulle blijft stellen dat rij haar defen siebeleid in tegenstelling tot de NAVO, niet op het concept van de " riposte flex.ible" baseert, zoals onlangs Premier Barre derd tijdou

het debat in de Assemblée n.a.v. het modemiseringsbesluit van de NAVO . Zie Ie Monde. 22 decrmbu 1979. 55. In zijn eerdergenoemde rede van 15 maart 1976 spreekt Generaal Méry van "une utilisalÎon auuÎ brtvt ti mmJÎw t{1U posJiblt" en in rijn rede van 21 maan 1977 van "1'empÛJi lmdaJ ti t7I nomhrt fÛ nDJ ANT". 56. De Gaullistische afgevaardigde Chaumom stelde vragen hierover aan Defensieminister Bourges. Deze antwoordde eniguiru ontwijkend dat hij niet dacht dat een "counterforce" aanval de Franse Sleden zou sparen . Zie Ie Monde, 25 oktober 1979 . 57. De stelling dat Frankrijk voorstander was van een moderniserings. besluit dOOf de NAVO , zij het niet openlijk, is ontleend aan de artike· len van E.G . Lachman, "Fransen vinden moderne kernwapens nood· z.ak.elijk" en " Fransen gebaat bij volwaardige atoomparaplu" in NRCI Handelsblad van 9 okt. resp . 10 nov. 1979.

Oost-West verhouding in stripverhalen Jaarlijks gaan er miljoenen stripverhalen over de toonbank. Weinig kopers en verkopers zullen echter tijdens de transactie stilstaan bij het feit dat iets meer dan dertig jaar geleden de stripcultuur ernstig werd bedreigd. Op 25 oktober 1948 verscheen er van hogerhand een circu· laire met de volgende tekst: "De minisl<r van OK. en W. (Onderwijs, Kunst en Wetenschappen) doel een b<roep op de direcleuren d<r rijAJschoIm, gemetnlebejturm m jchoolbejturm, om Ie broord<ren dal hel vmprtidm van zogenaamde buUromans zowel op school ah daarbuiten ZfltJul mogtIijA wordt legengegaan. De.. botijes die een samenhangende reeAs Ideningen ""'I een begeleidende leAsI btvDUen lijn ""<r hel algemem van etn jtnSalioneel AaraAter zonder enige andm waarde." (I)

worden nu zonder zweem van illega.

ene plaatje en het daaropvolgende

liteit grif verkocht; er i. tevens een levendige handel in tweedehands stripalbums ontstaan. Grote sommen geld worden neergeteld voor gave, niet eens gekleurde, eerste druk exemplaren. (Misschien wel om het

worden werelden bereisd met een-

trauma, dat jaren geleden is ontstaan

toen zo'n zelfde exemplaar voor de klas door een rood aangelopen schoolmeester in srukken werd gescheurd, af te kopen?) Een vaststaand feit is dat het stripverhaal een integraal deel van de samenleving is ge-

(vèr)vervlogen tijden te kunnen beleven (S).

samedia, onder meer de speelfilm en de detectiveroman, veelvuldig hun onderwerp gezocht in de gespannen

aardbodem (en door de tijd) verbon-

verhouding tussen Oost en West. Spionnen en geheimagenten stonden

elkaar in Berlijn, Londen, Moskou of Washington tot eer en meerdere glo· rie van één der botsende systemen

Meesters stortten zich in de aanval

ijskoud naar het leven (2). In de jaren zestig werd menig vakantie gevierd onder het leesgenot van sensationele verhalen rond de Ber· lijpse Muur.

Bos" en consorten. Het vierendelen

van deze boekjes en het nablijven waren veel voorkomende straffen voor

sor Barabas om hun avonturen in

worden; een soort van massame· dium, met name voor de jeugd. Nu hebben diverse vonnen van mas·

Einde citaat en begin van een heksenjacht. om de jeugd te behoeden voor "Dick

zelfde gemak als waannee de gemid. delde burger ademhaalt. Het op zo'n vloue (en zeer goedkope; waar halen de striphelden de centen vandaan?) wijze doorkruisen van aarde en heelal blijkt zelfs voor diverse stripfiguren niet voldoende. Ook het bereizen van de tijd wordt door velen van hen beoefend . Zo beschilc.ken de Vlaamse bengels Suslc.e en Wislc.e sinds 1952 over de Teletijdmachine van profes-

In hoeverre is nu dit gereis over de den met de internationale politiek en,

meer bepaald met de politieke verhouding tussen Oost en West? Anders gesteld : kan men in diverse stripverhalen uitspraken en gebeurtenissen herkennen die hun oorsprong vinden in de rivaliteit tussen Oost en West, tussen het kapitalisme en het communisme?

In een poging licht op bovengenoemde vragen te werpen heb ik eerst mijn eigen verzameling stripverhalen doorgebladerd . Die bleek

de, zich op het slechte pad begevende, jeugdige lezertjes. Het heeft echter anders uitgepakt dan de "opvoe-

De vraag is nu of deze invloed van

ders" in hun actief idealisme ooit

schreven

hebben kunnen vennoeden. Van de stripverhalen van de grote Vlaamse tekenmeester Willy van der Steen (Suske en Wi.ke) wordt geschat dat er reeds in zijn totaliteit hond<rd miljornl exemplaren zijn gedrukt en verkocht.

herkenbaar is bij de getekende avon·

magertjes. Gelulc.kig bestaat er in on. taalgebied

turenverhalen.

een "Stripcatalogus", waarin de sa·

Niet

alleen

nieuwe stripverhalen

het koude oorlogsdenken, zo herkenbaar op het celluloid en bij de geavonturenverhalen,

ook

Striphelden en reizen Striphelden reizen heel wat meer dan de gemiddelde burger. Tussen het

voor dit soort vragen evenwel toch te

mensteller, Hans Mada, heeft ge. poogd een volledig overzicht te geven van alle Nederlandstalige stripverhalen (4). Doordat alle voorbladen der albums in het klein zijn afgebeeld zal 21


de catalogus de postzegellielhebber als zeer vertrouwd voorkomen. Het is

aan de hand van deze catalogus dat onderstaand rijtje van stripfiguren tot stand kwam. Stripfiguren, die met het oog op de vraagstelling mogelijk de moeite van het bespreken waard zijn (5): -

Rikkie en Wiske;

-Agent 327 ; -NeroenCoi - Buck Danny; -Kuifje. Maar alvorens in te gaan op de inhoud van hun avonturen eerst nog wat bespiegelingen van "theoretische aard",

Stripsoorten Doordat er over de meest uiteenlopende onderwerpen strips zijn getekend, is het geen eenvoudige zaak stripverhalen naar genre onder te verdelen. Wel wordt vaak gebruik ge-

maakt van de tweedeling humori5ti5ch, strips - realiJlĂźche strips. Onder humoruti5che strips wordt dan

aan de natuurgetrouwe wijze van tekenen (7). .

verstaan : beeldverhalen die in eerste instantie de bedoeling hebben de lezer te laten lachen. De stripfiguren zijn veelal karikaturen van mensen met te kleine en/of te grote lichaamsdelen of zelfs menselijk reagerende dieren (6). De lezer wordt in humoristische strips praktisch niet geconfronteerd met sterfgevallen. Zo mag bijvoorbeeld Lucky Luke sneller kunnen schieten dan zijn schaduw. zijn tegenstanders hebben al sinds jaren niet meer het loodje gelegd. De wereldberoemde verhalen van Asterix zijn een ander voorbeeld van dit genre. Niettegenstaande het gigantische geweld van Obelix komen de Romeinen er telkenmale slechts met blauwe plekken vanaf. Bij de "a/i5ti5che strips zijn de gebeurtenissen niet in strijd met de natuurwetten, Daarbij zijn realistische strips over het algemeen direct herkenbaar

De strip Buck Danny, een Amerikaanse marinepiloot en nummer vier uit ons rijtje, is een uitgesproken voorbeeld van dit genre. De andere strips van het rijtje zijn van het humoristische type.

(' I' c.? .?

<jeu/!

<' ///'1 I "; 10\'/1

) lvIL/'

o uJ-i

1/1('1

,111(15 !Vu UJo<-'{

I/t v.;err OjJ ,/ 1 die ! I O('V('/1 ,78 __7/' vr(I~ '/J de;'I7',('r; O S rf 3".> ,) c1dll /n ,lH{ 'n ,

1'7

preCI(1 S 0 W I

fll(lI" ~tllĂĄ' !fr.~ .. /f<, l Ijl (l {//

a

IIJ Ui<; .'

Suske en Wiske Niettegenstaande het feit dat de Antwerpenaar Willy van der Steen inmiddels meer dan 100 Suske en Wiske verhalen heeft getekend, komen toespelingen op het internationaal gebeuren in deze verhalen betrekkelijk weinig voor. Eigenlijk valt alleen in zijn eerste album "RiWen Wiske in Chocowakije" een bepaalde beeldvorming over het Oostblok waar te nemen. Dit stripverhaal verscheen voor het eerst in I 946 en kan worden gezien als de voorloper van de succesvolle Suske

t L:

. /s !/lC'r

1/(.I(1!V :

t / .'

. . ...... Rikki en Wiske in Chocowaldje.

en Wiske reeks. De stripantiquarische waarde van exemplaren van die datum wordt geschat op f 600,-. 22

In "Rikki en Wiske in Chocowakije" moet Rikki, een jonge Vlaamse bokser, het opnemen tegen Bukovin,

bokskampioen van Chocowakije (hoofdstad Kroko). Voorwaar nogal Oosteuropees klinkende namen.


Dat Chocowakije als natie niet "deugt" wordt de lezer snel duidelijk gemaakt: een geheimagent van dit land slaagt er in de plannen van een rakettank - resultaat van het denkwerlr. van de Belgische ingenieur Wargaren - te stelen. RiUi moet nu in Krolr.o, onder de demantel van zijn komende boksactiviteiten, een onderzoek instellen naar de verdwenen plannen. Bij aankomst te Krolr.o verneemt Rilr.Ir.i dat de stemming onder de bevolIr.ing ongunstig is. Werd hier verwezen naar de politielr.e moeilijkheden in diverse Oosteuropese landen in die dagen? Hoe het oolr. zij, Chocowalr.ije bezit als nationaal blazoen: "Meeroz stempelitz. minderoz werk.itz" (8) en de staatsvorm is, zo wordt de lezer "voorgetelr.end" : KOPPERATIFSKJ. Oolr. de taal die de Cho-

cowalr.en sprelr.en, met Slavisch klinkende achtervoegsels, roept het beeld van Oost-Europa op: "Daar gaat de gongowitz! ... En dit is het eindowitz van de eerste rondenotchka!!" (Een land overigens met de geheime dienst GESTACO en een geheimagent die een zekere gelijkenis met Hitler vertoont.) Slot van het verhaal is dat Rikki, Wiske en hun tante veilig Belgiê weten te bereiken met het eerste exemplaar van de rakettank., na een erg onsympathiek Slavisch (?) land op stormachtige wijze te hebben verlaten.

Agent 327 "Agent 327" is een Nederlandse creatie, getekend door Martin Lodewijk. De albums van Agent 327, de onhandige geheimagent Hendrik

IJzerboot - een persiflage op James Bond (007) - staan boordevol toespelingen zowel op de internationale als op de nationale politiek. Zeer vermakelijk is de wijze waarop in dossier "Leeuwenkuil" (1973) een uit Siberiê ontsnapt voormalig Nazikolonel van Oost-Berlijn naar WestBerlijn wordt overgebracht. Niettegenstaande de realistisch getekende priUeldraadversperringen en uitkijktorens en de minder realistische zelfdoelzoelr.ende projectielen, die afgaan op de ademhaling en hartslag van de van Oost naar West vluchtende mens, doet de "uitbraak" van Agent 327 en zijn assistent Barend met de voormalige kolonel zeer humoristisch aan. Martin Lodewijk doet overigens geen enkele poging om de verschrikkingen van prikkeldraad en mijnenvelden die deze grens

"Agtnt 327: dossiu Lttuwmkuil".

kenmerken te veroordelen. Slechts één plaatje bevat een dubbele bodem ten aanzien van de Oostduitse samenleving. Agent 327 vertrouwt zijn assistent toe, terwijl zij langs een levensgroot socialistische verkiezingsaffiche met de afbeelding van een mannehoofd lopen: "Je hebt hier altijd 't idee dat er van alle kanten ogen in je rug bo-

ren . .. ".

Nemen Co De verhalen van Nero en Co, getekend door Marc Sleen, worden, in tegenstelling tot de strips van Willy van der Steen, gekenmerkt door een sterke invloed van de politielr.e actualiteit. Twee voorbeelden kunnen dit verduidelijken. In de strip "De Wensring neemt de hoofdpersoon, Nero, een goedhartige Vlaming met een geniaal zoontje Adhemar, het op tegen zijne Excellentie veldmaarschalk Al Hadschi Idi Papa Dudu, bokser en president van tl

het fictieve Goedganda. Deze president, die qua uiterlijk veel weg heeft van de onlangs verdreven Afrikaanse dictator Arnin, laat Nero een paar keer opsluiten omdat, zoals de president zelf zegt:

"Vrienden tijn me heel, heel ko,tbaar. Ze mogen to maar niet op ,traat lopen. De wereld is vol gevaren, haat, nijd, afgumt, afpersing, corruptie, chantage, mamlag, gijulingjdrama'j. Nee, nee, ilt. jluit mijn vrienden veilig op. " Voorbeeld twee wordt gevormd door het verhaal van "Nero tegen de FFF". In deze strip krijgen Nero en zijn vrienden te maken met de Force de Frappe Française (FFF). Adhemar, de zoals reeds gezegd geniale zoon van Nero, wordt ontvoerd om op een basis in de Stille Zuidzee voor Frankrijk de grootste oorlogscomputer aller tijden te bouwen. Een computer die rtiet alleen de vijandelijke getalssterkte, het aantal raketten en soorten gif-

gassen oplepelt, maar zelfs weet hoe oud mevrouw Breznjew is. Gelukkig lopen de verhalen van Nero goed af (humoristische ,trip), de computer wordt tot grote woede van de Franse militairen opgeblazen en het verhaal eindigt traditioneel ; dat wil zeggen met een copieuze wafelmaaltijd. Ook in toespelingen op het OostWest gebeuren laat Sleen zich niet onbetuigd. In het album "AboeMarkoeb" vindt Adhemar een gas uit dat in zesendertig seconden een werelddeel kan uitroeien. Zoonlief is zeer triest gestemd door zijn eigen uitvinding. Nero ziet echter mogelijkheden in dit wapen, getuige de volgende komische dialoog. Nero:

"Maar dat is jantaJtisch! Dat maakt om landje tot het machtig'te ter wereld. Met dit W!lPen in de hand tal België Amerika, Rwland en China de les kunnen leun. De wereld tal beven al, V.D.B (De toenmalige Belgische minister van landsverdediging Van den Boeynands, een in 23


GElUKKIG WORDEN WE

NIET MEER

'BESCHOTEN!

.

VERDER PARASlETEN

UiTWERPEN PETOETJE! 11~

IS DE AL DIE

'T DOET DEUGD DE BEt4EN

EEIOS TE 5TR EKK9

LAND ER MAAR

. MIDDEt..liN • :z.OONlIEF .

De avonturen van N~ro ~n Co: .. Aboe- Markoeb".

Belgie niet overal even populair figuur) opendoet. " Adhemar: "De",,}e, Pa. 1> het wel verJtandig.'" Nero: uKom, Jr.om, België wl er nooit miJbruiil van mailen. Dat iJ toch vanulfspreilend. Belgen tijn geen madllswellustelingen. Adhemar: "lil weet het rUet. Belgen zijn ooit. mensen. " IJ

Verderop in het verhaal wordt het papiertje met daarop de gasformule ingeslikt door de zeer zeldzame schoenbekvogel. Dit beest kan echter spreken en heeft de gewoonte de formule regelmatig te citeren. Het kwalijke zit hem nu niet zozeer in het ci-

schoten met raketten en later landen ze in de Staats gevangenis, die de striphelden eerst voor een dierentuin

aanzien. Gelukkig heeft het beest de formule nog niet geciteerd; de Sovjetunie heeft er dus nog geen misbruik van kunnen maken. Nero weet

het dier uit zijn kooi te bevrijden en het gezelschap reist snel terug naar België. Door de schoenbekvogel een ander papier met een rijmpje te laten slikken wordt uiteindelijk de wereld van dit gifgas gered.

In het verhaal "De Gele Gorilla" (J 9 72)

wordt Adhemar wederom ont-

voerd' nu door spionnen van Slohokakije en ook weer om hem tot uitvindingen te dwingen tcn behoeve

van de bewapeningsindustrie. Slobokakije wordt verder geschetst als een kleine dictatuurstad, waarin de militairen en douanebeambten unifor-

men dragen die opvallend veel gelijkenis vertonen met de Warschau- Pact

"De Ijzeren Kolonel" slagen Petoetje

uniformen. Verder komt er een plaatje voor met daarop een bord met de tekst: BEZOEK ONZE CONCENTRATIEKAMPEN, vrije toegang. Kosten inwoning GRATIS.

teren, maar in het feit dat de wereld-

en Petatje, vroegwijze kinderen behorende tot de "Neroclan" , op hun trektocht door Hongarije erin een

concludeerd

beroemde ornitholoog van de Uni-

Russische tank te stelen. Met een En-

oeuvre uitsluitend uit een verzame-

versiteit van Moskou Patapoufski dit beest vangt en meeneemt naar de dierentuin van Moskou. In een po-

gelse sleutel wordt de uit twee koppen bestaande Russische tankbemanning uitgeschakeld. Petatje daarover: "Dat was niet heel netjes, wat ge daar met die Engelse sleutel gedaan hebt, Petoeljt." Antwoord van Petoetje: "Was het miJschim netjes, wat tij met de Hongaren gedaan hebben, Petat}er

ling van (licht) anti-communistische tekeningen bestaat. We hebben het al beschreven; ook met Frankrijks mili-

ging om de wereldvrede te bewaren vliegen Nero en zijn kornuiten naar

Moskou om aldaar te proberen de formule-citerende vogel te bevrijden. In de Sovjetunie worden ze eerst be-

24

In het in 1957 uitgegeven verhaal

Nu mag uit de voorbeelden niet ge-

worden

dat

Sleen's

taire rol en met het bewind van Amin

wordt de spot bedreven. Zelfs de Dolle Mina's komen er in het album "De Dolle Dina's" niet zonder figuurlijke kleerscheuren van af.


'ti;:;:;;:;:;;-i KALM BLil~EN PETRTdE r AL~ • !EEN WRPEN OP U

I Ir

GERICHT WORD MOET "'''' DE !-lANDEN OPSTEKEN.

~3\.1JlP

BBfIlE

~3eTCA

EJlOPm

g'3~Ill'W M~6~

Ult b;HA. JJPOE

!,::::::::.I

-

1!)e

IWSsir.eHE

TftNK8E$T&MtOERS, HBL E" R L _ J)E irtJ)lWl( ~ HET I(IILTIlltEEL

AKICOO1\D .

S il!l)E>I PlITOETJE EN ~IITJE lEE". PLAATS AAN IN DE TANK .

MAAR NOG GEEl! I<WAlni~ '-lITER ....

25


WELKOM IN 5LOBOI<AK.!IE. HET MOOI>TE LAND

TER WERE LD .

De avonturen van Nero en Co: "De Gele Gorilla".

VlMM~E M~N .

KOST,

VLAAMS! KOST.

De stripwert:ld . .. (Nero is de paleiswacht van Slobokakije gcinflltrttrdl

26


scheppers van de Buck Danny verhalen staan . Overigens zullen de toenmalige lezers weinig moeite hebben gehad met deze keuze, want wwel Nederland als Belgi~ zonden troepen ter ondersteuning van de Amerikaanse strijdkrachten in Korea. Na de gebeurtenissen met het schip, waarbij de Russische kolonel een doorslaggevende rol speelde, komt de positie van de Sovjetunie in het Koreaconflict minder aan bod. Wel blijken de Koreanen te beschikken over een geheim wapen, een tele-geleide vliegende bom, oorzaak van de dood van vde Amerikaanse piloten. Dat het duivelse tuig geleverd is door de Sovjetunie, moet de lezer wel duidelijk zijn geworden, getuige de naam van het ding "Ivan de Verschrikkelijke" !

路 . . en de werkelijkheid.

Buek Danny Het eerste verhaal van BucK Danny, wals reeds gezegd een Amerikaanse marine-poloot, dateert uit 1947 en heeft de discriminerende titel meegekregen van "De Jappen vallen aan". Het album bestaat feitelijk uit een getekend verslag van de oorlogsgebeurtenissen in de Stille Zuidzee. Duidelijk zal zijn dat de avonturen van deze stripheld, die historisch gezien lopen vanaf het begin van de Tweede wereldoorlog tot vandaag, niet anders dan sterk vetWeven kunnen zijn met de realiteit van de internationale verhoudingen. In de eerste albums beleeft Danny zijn avonturen in China, Birma en rond Midway, nog allemaal tijdens de Tweede wereldoorlog. De striplezer wordt met Danny's positie in relatie tot de Koude Oorlog geconfronteerd in de albums "In Korea" (195g ) en "De onbemande vliegtuigen" (1954). Een zeer actueel on-

derwerp in die dagen, want het Koreaconflict, waarover deze verhalen gaan, duurde van 24juni 1950 tot 27 juli 1959. Danny's belevenissen aldaar laten zich als volgt vertellen: Buck Danny en zijn twee onafscheidelijke kameraden worden aangewezen voor oorlogsopdrachten in Korea. Tijdens hun vlucht van de Verenigde Staten naar Korea worden ze reeds geconfronteerd met het oorlogsgebeuren. Een Koreaans zendschip met aan boord een blanke militair - ongetwijfeld een Russische kolonel- weet de navigatieapparatuur van Danny en zijn squadron zo te storen dat alle vliegtuigen door gebrek aan brandstof na de lange rechtstreekse oversteek in volle zee storten. Slechts vijf piloten van de twaalf ( !) overleven deze gebeurtenissen. Het zal duidelijk zijn aan welke kant van de strijdende partijen de twee

De dooi die later in de verhouding tussen beide supennachten invalt is ook terug te vinden in de albums van Danny. In het verhaal "Alarm te Cape Kennedy" (1965) antwoordt de piloot-held op zijn zelfgestelde vraag of Rusland een handje zou kunnen hebben in het storen van de verbindingen tussen het controlecentrum op de basis en de net gelanceerde raketten, wdat de raketten steeds verongelukken:

"'t

" ... Mtt dt rodt telefoonlijn, gtUlruimttplan, onu graanltverin gen, anti-atoomvtTdrag . .. Nu, dat mtnlij~t

"'t

A:unnm de Russen beslist niet zijn . .. n

Overigens blijkt een album later de rivaliteit tussen de supennachten weer duidelijk. Het verhaal speelt zich af rond een ultra-geheime basis van de Verenigde Staten, waar een

Q.0."'.341..

~'1o. .

3'10 ..

De (Russische ?) kolonel die Buck Danoy in een val lokt (Ulo Korea").

27


revolutionaire jager-bommenwerper wordt uitgetest. Niemand op het vliegkampschip, waarop Danny dient, is echter op de hoogte van deze basis. Als dan ook een vliegtuig verdwijnt, ligt de oplossing voor de hand: de Ivans hebben met het af-

weergeschut van hun basis het Amerikaanse toestel neergehaald. Later blijkt het allemaal wel mee te vallen, toch wordt Danny aan het slot van het verhaal nog gedwongen een voor de Sovjetunie spionerende piloot neer te schieten.

In "De piloot met het leren masker" komt de ontspanning tussen OostWest nog sterker naar voren. Danny is nu leider van het stuntteam van de NA VV. Dit team van vliegacrobaten is door de VS naar het vliegfeest van de Pakistaanse luch,-

EE»S SOtJN'1 I . HOE VE.~L A A~ JE :JA,T IJR'EEMDE BEi2ICHT VAt.! T VM'a OIJE!2 HOLOENS STEM DIE "" J I-IAD OM IJA!'IGEtJ ? EN OE ON T DEI(~I N G IJAI-l DIE (.L AtJ z::i,iVóOO~""-II T " lD€5 TIEI'I: !.EIoJDEIl ItJ !.'JIJ HUT ? ,

lIE

De avonturen van Buck Danny: "Het gebt:im van de spookvliegtuigen".

macht gestuurd. De Sovjetunie is ook vertegenwoordigd; door een vrouwelijk stunlteam (!J. . Zeer vermakelijk zijn de scènes op de door de Russinnen aangeboden re -

ceptie. Een van de piloten uit Danny's team, een Texaan, gaat zich door een Russische pilote daartoe aangezet, te buiten aan wodka. Achtereenvolgens wordt er gedronken op de verbroedering der volken en later op Texas, waar aan toe wordt gevoegd dat Texas verdient één der socialistische Sovjetrepublieken te worden. Later in het verhaal spreekt de Russische commandant de hoop uit dat haar pilote zich voorneemt de "oncommunistische uitspattingen met een dienaar van het Amerikaan" kapitaliJme weer goed te makm

bekendheid een klasse apart. Kuifje dateert in tegenstelling tot de andere hier besproken stripfiguren van voor de Tweede Wereldoorlog: vorig jaar heeft Kuifje zijn 50ste verjaardag kunnen vieren. Op 10 januari 1929 wordt Kufje (Tintin) geboren samen met zijn onafscheidelijk hondje Bobby (Milou) in het stripverhaal: "Les aventures de Tintin, reporter du Peut Vingtième au pays de Soviets". (Marktwaarde eerste druk exemplaar: ± 1.700 gulden. ) Kuifje in de Sovjetunie dus. Dat Hergé een absoluut tegenstander van het aldaar heersende systeem is, blijkt de lezer al gauw. Nog nauwelijks in

H .

Wie de albums van Buck Danny chronologisch naast elkaar legt kan duidelijk de toenemende ontspanning tussen Oost en West herkennen. Wat de invloed zal zijn van de recente gebeurtenissen in Iran en Afghanistan - met zijn weerslag op de ontspanning - voor de verhalen van deze Amerikaanse strippiloot moet worden afgewacht.

Kuifje De avonturen van Kuifje, getekend door de Belg Hergé (Georges Rémi) vormen wat betreft internationale

28

Kui~e

tiet hOt: de Sovjet-propaganda werkt.

de trein naar Moskou gestapt wordt "die vuile kleine kapitalist" door een agent van de "Gepoe" (Geheime Politie) naar het leven gestaan, want " hij mag onder geen beding in Rwland aan-

komen . .. Stel je voor dat hij door geeft, wat er aUemool gebeurt ". Kuifje overleeft echter de aanslag en zo wordt de lezer op de hoogte gesteld van de situatie in de Sovjetunie. En hoe! Het aan Engelse communisten getoonde "op volle toeren draaien van de Russische fabrieken" wordt veroorzaakt door rook van brandend stro via namaak-fabrieksschoorstenen en voor het geluid van de draai-


KAMERADEN ••• LJE Hf88EN DRIe VERSCHIL.L.ENDE L.U

IS DIe VAN OE COMMUNISTISCHE PART!}! ....

DIE

n.GE~

I SERTEGEN? ...

KuiQc komt erachter h~ hd in de Sovjrt· Unie "werkelijk" toegaat. 29


ende machines zorgt een op stukken metaal slaande Bolsjewiek. Volksstemmingen op de lijst van de Communistische Partij onder bedreiging van gerichte pisrolen vonnen een andere ontdekking van Kuifje. Als Kuifje later Moskou bereikt merkt hij op: "Moet je etnJ tien wat de Sovjets van die prruhtige Jtad MOJAou gtmaalrt hebben: Een JtinAmde bende!" Een andere ervaring van de stripjournalist : brood wordt uitgedeeld aan armoedige kinderen; e<:hter alleen bij een positieve beantwoording van de vraag of ze communist zijn. Later in het verhaal belandt Kuifje in "de "hui/plaatJ waar Lmin, TrotJAi m Stalin de "halten hebben verIamtld, die u van het volJ< gtJtolen hebben! " In die schuilplaats bevinden zich tevens ruimten met op de deur aangekondigd: "Opslag van Graan - Export voor Sovjetpropaganda" en "Kaviaar Wodka - Export voor 50vjetpropaganda" . Kortom, bestaat er materieel een nog duidelijker en vooral directer negatief beeld van de Sovjetunie? Het alles vertellende plaatje wint het hier van het op zijn minst bladzijden vullende geschreven betoog. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat Hergé zich nogal gedistantieerd heeft van zijn eerste Kuifje-strip. Pas veel later (197S) wordt het verhaal herdrukt. Met het verzachtend commentaar van de uitgever:

"Een jonge "bourgeoiJ" met een AatholieAe opvoeding in dienJt van een rechtse /trant . . . die tijn fantasie de vrijt loop geeft· VanztlfiprtAend iJ hij btlnvloed door tijn opvoeding, het milieu waarin h~j door z.ij'n beroep verAetrt en door de algemten geldende idttin van tijn tijd." (9 )

Slotopmerkingen Wat valt er uiteindelijk te zeggen over de relatie stripverhalen en de rivaliteit tussen Oost en West? In feite is dat betrekkelijk weinig. Alleen de stripverhalen van Nero en Co bevatten regelmatig niet al te vleiende verwijzingen naar de Sovjetunie. Maar

30

dat is niet zo verwonderlijk; het zijn nu eenmaal verhalen met een sterk politieke inbreng, ook menig Belgisch minister is in de loop der jaren op de hak genomen. De verhalen van Suske en Wiske en van Agent S27 bevatten daarentegen nieu noemenswaardig over de Oost-West verhouding. De verhalen van Buck Danny zijn weliswaar sterk doortrokken van het internationaal gebeuren en in di verse albums valt duidelijk de rivaliteit te herkennen tussen de natie die Danny al, militair dient en de Sovjetunie. Anderzijds hebben noch de gebeurtenissen rond Berlijn (1948) - de West-Berlijn reddende luchtbrug leent zich uitstekend voor een verbaal- noch die in Hongarije (1956) aanleiding gegeven tot stripverbalen. Evenmin waren de gebeurtenissen rond de Cuba-crisis, de inval in Tijechoslowakije en de diverse MiddenOosten conflicten aanleidingen voor stripscenario's. Danny dient als militair zijn land voorbeeldig, maar dan wel bij andere ubrandhaarden" dan die waar de militaire macht van de Sovjetunie tot uitdrukking komt. Alleen de reed, door velen besproken Kuifje beleeft een verbaal in de met name genoemde Sovjetunie en alleen zijn avonturen bevatten een meer dan rigorewe stellingname ten opzichte van de Sovjet,amenleving. Gezien over de totale produktie van het massamedium gaat het bier slechts om één verhaal, dat nog dateert van ver voor de Tweede Wereldoorlog. Veel anders dan te concluderen dat onderwerpen zoals de communistische samenleving, de Koude Oorlog of de Russische expansie nauwelijks als achtergrond hebben gediend voor de avonturen van de stripbeld - dit in tegenstelling tot de belevenissen van zijn collega's bij de film en bij de geschreven "drukwerken" -is er niet bij.

Hierbij moet dan wel worden opgemerkt dat twee zeer populaire stripfiguren noch naar tijd, noch naar plaat, binding kunnen hebben met de Oost-West relatie: Lucky Luke be-

leeft zijn "poor lonesome cowboy" verhalen uitsluitend in de jonge dagen van de nauwelijks ontdekte Verenigde Staten. Astrix en zijn onafscheidelijke dorpsgenoot Obelix beleven hun avonturen en ~un nooit aflatende knokpartijen tegen de Romeinen voornamelijk binnen het grote Romeinse Rijk. Eigenlijk is het hier boven opgemerkte "noch naar plaat'" voor beide Gallische helden niet helemaal correct: ze zijn er in het verhaal "De Grote Oversteek" wel in geslaagd het grote Amerika te bezoeken. Of ze echter ooit voet zullen zetten op Russische bodem, zodat de stripliefhebber zal kunnen genieten van de lichte spot gedreven met de Sovjeteigenaardigheden, valt te betwijfelen. In 1977 overleed de scenarioschrijver Goscinny en daannee is, meer dan waarschijnlijk, het doek gevallen over de belevenissen van beide Galliërs. Rest mij nu nog. om samen met U, te wachten op nieuwe stripuitgaven, waarin misschien de invloed van de Sovjetinval in Afghanistan te herkennen is. Jan van der Velde,

politicoloog

Noten: 1. Zie "STRIPDOSSIER" ~n ABN Bank uitgave, blz. 54 .

2. In het door KingJley Amis opgestelde "JAMES BOND DOSSIER" O va' de ~. roemde (gedruk.te) James Bond verhalen kan men in de aan het slot opgenomen verwijzingstabei lezen dat de Sovjetunie in ieder geval in negen van de zeventien verhalen de aanstichter is van al het k.waad de Briue geheimagent aangedaan . 5. Voor de liefhebbers : In het album "De ruf.

tuf-dub", 4. Hans Matla , " STRIPKATALOGUS 1979, offici~le katalogus der nederlandstalige stripalbunu ", uitgeverij Panda. 5. Er zijn weliswaar meer stripfiguren te noemen in verband met de Oost-West verhouding. Hun populariteit is echter \ftl geringer en omdat daardoor nauwelijks sprake kan zijn van algemeen " cultuurgoed " is van de besprek.ing van deze stripfiguren afgezien. 6 . "STRIPDOSSIER", blz. 11 . 7. "STRIPDOSSIER", blz. 11 . 8. In de oonpronk.e1ijke (Vlaamse) uitga~ wordt gesproken over MEEROZ DOPIU in plaau van MEEROZ STEMPELITZ. Doppen is Vlaams voor neuntrckken. 9. Zie "UIT DE ARCHIEVEN VAN HERCÉ" , Castennan, 1975.


Verschuivende machtsbalans

Verslag van het seminar, georganiseerd door het Defensie Studie Centrum te Den Haag, in samenwerking metjASON, 30 oktober - 1 november 1979 Van 30 oktober tlm 1 november 1979 organiseerde het Defensie Studiecentrum te Den Haag in samenwerking met de StichtingjASON een seminar met als HLeitmotiv" de veranderende machtverhoudingen in de internationale

politiek_ Het seminar werd gevolgd door een discussie onder de deelnemers over de modernisering van de theater-nucleaire wapens in West-Europa_ In het volgende wordt verslag gedaan van een aantal inleidingen, tijdens dit seminar gehouden door Prof. Dr_ F_ AJting von Geusau (de verschuivende machtsbalans in historisch perspectieO, Prof_ Dr_ P_ Kooijmans (de besprekingen over wapenbeheersing en wapenbeperking) en Or. j _van der Meulen (de betekenis van het olievraagstuk voor de internationale betrekkingen) _Dit verslag wordt gevolgd door de enigszins bewerkte tekst van de inleidingen gehouden door Prof. Dr_A_van Staden en Dr_ L_ jaquet.

internationale systeem wordt in hoge

mate gekarakteriseerd door het gebruik van macht als instrument van

buitenlandse politiek. Dit is dáárom mogeIjk, omdat in de huidige internationaal-politieke betrekkingen "de macht van het recht" nauwelijks bestaat: de onderwerping aan het recht,

een machtsevenwicht in Europa, ge-

vormd door een vijftal grote mogendheden (het zgn. Europese COTICtrt), die met elkaar overeenstemden in

hoeveelheid macht, cultuurpatroon (de aanvaarding van de legitieme orde) en beleid (dat tot stand kwam binnen een betrekkelijk kleine kring van staatslieden). Na 1919 zien we dit Europese Con-

een belangrijke rol: terwijl men zich in bijvoorbeeld de Franse buitenlandse politiek vooral laat leiden

cert niet meer terug: daarvoor in de plaats komt een organisatie, die - op basis van internationale rechtsregels - moest waken over de inter nationaal-politieke verhoudingen : de

door de vraag naar macht en invloed in de internationale politiek, wordt

VolAenbond. Belangrijker wellicht nog dan het optreden van de Volkenbond

het denken in Nederland toch in eerste instantie bepaald door overwegingen van veiligheid en zelfVerdediging.

was de macht die de oveIWinnaars in

Historisch perspectief Prof. Alting von Geusau startte zijn algemene inleiding op het thema met een nadere analyse van de begrippen "macht" en "balans", Het huidige

de afgelopen 200 jaar hebben gekend zijn alle tot stand gekomen na de grote oorlogen: zo zien we na 1815

de Eerste Wereldoorlog zich toeeigenden over de verliezers èn het ontstaan van enkele totalitaire staten

zijn op de uiteindelijke configuratie

(de Sovjet Unie, Italië en Duitsland) als gevolg van de groeiende onmacht en ontworteling in Europa. Juist het

houdingen schrijnend afWezig, tenzij

van machtsverhoudingen en machtsevenwicht. Maar daarbinnen kunnen zich wel verschuivingen voordoen,

totalitaire aspect van deze staten zou men kunnen aanmerken als een additionele factor in het machtseven-

men wil spreken over Uhet recht van de sterkste".

zoals dat bijvoorbeeld heden ten dage het geval is. Deze verschuiving

Niettemin is het onmogelijk om op

kan men afleiden uit o .m. de toenemende militaire macht van de Sovjet Unie, de verminderde kracht van de

wicht van die tijd. Na de Tweede Wereldoorlog echter ontbreekt iedere regeling. Men zou

zoals we die in nationale verhoudingen kennen, is in internationale ver-

een ongebreidelde manier macht uit te oefenen. Grote onderlinge verschillen tussen landen in militaire en eco-

Het zijn deze factoren die van invloed

Verenigde Staten, de betrekkelijke

slechts kunnen spreken van een o rdenend "principe" als de groeiende tegenstelling tussen Oost en West,

nomische mogelijkheden, geografische ligging, bevolkingsaantal, etc. veroorzaken een grote ongelijkheid

zwakte van Europa, de toenemende

uitmondend in het al eerder ge-

instabiliteit in Afrika, het Midden Oosten en Zuid-Oost Azië en de

noemde bi-polaire evenwicht, maar dat

in machtspatronen . In feite zou men nog steeds moeten spreken van een

uheropening" van China naar de

is slechts schijn : voortdurend is gepoogd deze machtsbalans te vq-an-

buitenwereld. Het huidige machtsevenwicht blijkt derhalve niet z6 sterk verankerd dat

Vraagstuk" een belangrijke rol heeft gespeeld (en nog speelt>. Deze on-

allesoverheersende bi-polaire machtsverdeling tussen de Verenigde Staten en de Sovjet Unie. Naast de gegeven mogelijkheden die een land ter beschikking kunnen staan bij het uitoefenen van macht

spelen ook de percepties en intenties

verschuivingen daarbinnen niet meer

mogelijk zouden zijn. Prof. AJting von Geusau zocht de verklaring hiervoor deels in historische achtergronden. De machtsevenwichten die we in

deren, waarbij met name het "Duitse

evenwichtige situatie is de laatste jaren alleen nog maar toegenomen, als gevolg van nieuwe wapentechnolo -

gische ontwikkelingen, de groeiende Noord-Zuid tegenstelling, de vor31


ming van nieuwe machtscentra in de wereld en het gebruik. van nieuwe machtsmiddelen (grondstoffen i). Ook ideologische aspecten zijn betrekkelijk nieuw en het zijn deze factoren tesamen die hebben geleid tot een situatie, waarin iedere ordenende regeling bemoeilijkt wordt en die leidt tot een verdergaande diffusie van macht. [n een dergelijke situatie, zo besloot prof. Alting van Geusau zijn betoog, kan ieder eyenwicht voortdurend worden aangetast.

Wapenbeheersing en wapenbeperking Prof. Kooijmans wijdde zijn betoog aan verschillende aspecten van wapenbeheersing en -beperking. Met name diepte hij enkele problemen uit die zich voordoen in het overleg over wapenbeheersing; eerste voorwaarde voor het brengen van meer evenwicht in de onderlinge militaire krachtsverhoudingen en uiteindelijk ook voorwaarde voor verdere wapenbeperking en ontwapening. prof. Kooijmans spitste zijn betoog vooral toe op de onderhandelingen zoals die worden gevoerd in het kader van SALT en MBFR. De motieven om te komen tot wapenbeheersing en wapenbeperking kan men rangschikken naar veiligh,idJmotieven (onevenwichtigheid in de wapenopbouw en voortdurende technologische verbeteringen), ecorwmiJche motieven (defensie-uitgaven zijn erg hoog, maar weinig produktien, en elhucM motieven. Maar tot op heden is het nog (te) moeilijk gebleken om deze motieven om te zetten in effectieve maatregelen. prof. Kooijmans schetste hiervoor een aantal oorzaken. Allereerst wordt zowel bij het SALTals bij het MBFR-overleg in eerste instantie onderhandeld over plafonds van aantallen wapemystemen (de zgn. "Numbersgame"l, Onaangenaam bij-effect van deze methode is echter dat - onder de dekmantel van deze kwantitatieve vorm van wapen beheersing de Awalitatiev, wapenwedloop ongehinderd voort kan gaan: de "numbersgame" gaat zo niet langer op. Andere factoren die daadwerkelijke voortgang op dit terrein in de weg staan zijn de asymmetrie in de OostWest verhouding (verschillen in de kwaliteit van wapens en in de geo-

32

politieke posities) en de verschillende percepties: het ingebakken wantrouwen aan de onderhandelingstafel. Daarnaast noemde Prof. Kooijmans nog enkele verschillen die vaak wat minder op de voorgrond treden, maar desalniettemin extra-belemmerende factoren vormen in de communicatie tussen Oost en West. Deze verschillen liggen vooral op het vlak van de politieke besluitvorming en van de optiek, waarmee men van beide zijden de problematiek benadert: waar de Sovjet Unie vaak slagvaardig kan optreden in de onderhandelingen als gevolg van de in Oost-Europa gehanteerde centralistische besluitvorming, heeft de NAVO altijd rekening te houden met onderlinge consultatie van de bondgenoten, met de pers en met de publieke opinie in het Westen. Bovendien gaat men van beide zijden ' uit van verschillende benaderingswijzen : waar men in Oost-Europa bewapening en wapenbeheersing als elkaars keerzijde hanteert, stelt de NAVO zich veelal op het standpunt dat wapenbeheersing in de eerste plaats gezien moet worden als een corrigerende factor in de bewapeningsspiraal. Deze belemmerende factoren, zo besloot prof. Kooijmans, hebben gemaakt dat het overleg over wapenbeheersing en wapenbeperking nog steeds een teleurstellende zaak is, teleurstellend vooral omdat daarmee de meest minimale voorwaarde voor stabilisering van de militaire krachtsverhoudingen nog (lang) niet is vervuld.

Het olievraagstuk Het bedrijven van machtspolitiek met economische middelen werd in het voorgaande al aangeduid als een nieuwe ontwikkeling in de internationale betrekkingen. Op dit thema werd nader ingegaan door Dr. van der Meulen in zijn inleiding over de olieproblematiek en de invloed die daarvan uitgaat op de totale machtsconfiguratie in de wereld. Als centrale stelling betoogde Or. van der Meulen dat de betrekkelijk gunstige omstandigheden na de eerste olieboycot van 1973 het Westen enigszins in slaap hebben doen sukkelen: de oliestroom bleef gehandhaafd terwijl de vraag naar olie afnam. Daarmee gepaard gaande daalde de prijs van de ruwe olie. Aan deze schijnsituatie is inmiddels een einde gekomen: na

1978 is de vraag naar olie wederom toegenomen, terwijl tegelijk het aanbod van ruwe olie aanzienlijk verminderde en dat, zo meende Or. van der Meulen, is niet zomaar een spel van economische krachten aHéén: het gaat hjer om fundamentele structurele problemen, waarop het Westen onvoldoende antwoord weet te geven. Met een voortdurend tè krappe aanvoer van ruwe olie (vooral t.g.v. het door de OPEC-landen gevoerde beleid en t.g.v. de politieke onrust in het Midden Oosten (Jran 0) krijgen de Westerse economieën te weinig gelegenheid om zich van recessies te herstellen, waardoor nieuwe recessies worden opgeroepen. En voor de politieke problemen zijn in de eerste plaats polili,A, oplossingen noodzakelijk, en of die binnen afzienbare tijd kunnen worden geboden is zeer de vraag. De enige hoop die men in het Westen wellicht kan koesteren is de overweging dat ook de OPEC-landen bepaald niet gebaat zijn bij een algehele recessie in de Westerse industrielanden : de OPEC-landen zijn voor wat betreft hun eigen ontwikkeling grotendeels afhankelijk van het Westen (importen en investeringen), en bovendien zouden ook de Derde Wereld-landen (die nog sterker gebukt gaan onder de hoge olieprijzen) een zekere matigende invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de OPEC-landen. Feit blijft echter dat het Westen in belangrijke mate aan de 0 PEC en aan verdere omwikkelingen in het Midden Oosten is overgeleverd, m.a.w., dat zich juist daar een nieuw en belangrijk machtspotentieel gevormd heeft.

Resumerend kan men stellen dat het seminar naar vorm en inhoud een

succesvolle aangelegenheid is geweest, waarvoor ]ASON dank verschuldigd is aan de directie en medewerkers van het Defensie Studie Centrum. Het succes van deze bijeen. komst staat min of meer garant voor een follow-up in het najaar van 1980. Daarvan zal in ]ASON-magazine tijdig mededeling worden gedaan.

P.M.


De evolutie van het Nederlands NAVO-beleid De totstandkoming van de NAVO Vermoedelijk onder invloed van revisionistische geschiedschrijving over de Koude Oorlog schijnen velen in Nederland tegenwoordig te geloven dat de Amerikaanse deelname vlak na de Tweede Wereldoorlog. aan de verdediging van West-Europa bij voorbaat een uitgemaak.te zaak was .

Niets is minder waar. De kans was toen bepaald aanwezig dat in de Verenigde Staten, net wals dat na de Eerste Wereldoorlog was gebeurd, opnieuw de isolationistische krachten de overhand wuden krijgen. Over de vraag welke plaats Amerika moest gaan innemen in het nieuwe inter-

aan te sluiten bij het nieuwe bondgenootschap . Pikant is wel dat wijlen oud-minister Stikker in zijn memoires ver-

meldt dat parlementaire goedkeuring een tijdlang in gevaar is gebracht door regelrechte Amerikaanse pressie op het Nederlands dekolonisatiebeleid.

De periode 1950 tot eind jaren 60 Weliswaar was in 1949 het bondgenootschappelijk verdrag tot stand gekomen, maar een verdragsorganisatie met een

nationale bestel, waarin de oude Europese staten als gevolg van teruggang in macht niet langer de toon konden aan-

gemeenschappelijke bevels- , plannings- en logistieke struc-

geven, zijn aan de andere kant van de oceaan heftige debatten gevoerd. Hierbij waren aanvankelijk ook in het Congres de meningen sterk verdeeld. Van Westeuropese zijde (vooral door de Engelse minister van buitenlandse zaken Bevin en dienst Belgische collega Spaak) is in die tijd geen gelegenheid onbenut gelaten om de Amerikanen te wijzen op het feit dat onder de sterk gewijzigde internationale verhoudingen een zich terugtrekken op UFortrtss A11llT'ica" niet alleen voor de Europeanen maar ook voor henzelf

leg, moest vrijwel uit het niets worden opgebouwd. Nederland heeft hieraan -van harte meegewerkt. Op veel ervaring uit het verleden konden de bondgenoten bij het opzetten

tuur, en niet te vergeten een machinerie voor politiek over-

van een internationale militaire organisatie in vredestijd

overigens niet bogen. Aangezien vroeger allianties doorgaans werden aangegaan met het oog op feitelijke oorlogvoering, kregen zij eerst gestalte wanneer de oorlog al was uitgebroken en ook dan verliep de militaire coördinatie

veelal zeer gebrekkig. Het doel van het Noord-Atlantisch

uitermate onwenselijk was. De Amerikanen, zo voerde men in West-Europa aan, mochten zich niet langer laten leiden

Verdrag was en is evenwel het voorkómen van oorlog. Dit

door hun welhaast aangeboren afkeer van "rnlangling alliances", Ook Nederland heeft zich, speciaal na de ondertekening van het Pact van Brussel in maart 1948 {welke stap een formeel afscheid betekende van onze vooroorlogse politiek

ook, of juist, in vredestijd zichtbaar moet zijn .

van neutraliteitl, in dit beïnvloedingsproces van de oude

naar de nieuwe wereld niet onbetuigd gelaten. Ons land was evenwel sterk gehandicapt doordat de Amerikaanse regering ernstige bezwaren had tegen de houding die wij aannamen tegenover het Indonesische onafhankelijkheids-

streven. Niettemin heeft Nederland een actief aandeel geleverd in de besprekingen die uiteindelijk hebben geleid tot de opstelling en ondertekening van het Noordatlantisch Verdrag op 4 april 1949. Bewijzen daarvoor zijn O.m. te vinden in inmiddels vrijgegeven (en in bronnenuitgaven

neergelegde) Amerikaanse diplomatieke documenten, waarin talrijke verwijzingen voorkomen naar opmerkingen , ideeen en interventies van de Nederlandse vertegenwoo rdigers. Maar evenmin als hun Westeuropese collegae waren zij in

staat te verhinderen dat in art. 5 de bondgenootschappelijke bijstandsverplichting (zeker in vergelijking met art. 4 van het Verdrag van Brussel) qua formulering nogal zwak is gehouden. In dit artikel wordt immers in feite aan de

bodngenoten zelf overgelaten te bepalen op welke wijze zij op eventuele agressie zullen reageren. Een en ander hield

brengt met zich mee dat het westelijk bondgenootschap In het begin van de jaren 50 ontstaat het probleem van de mogelijke betrokkenheid van de Bondsrepubliek Duitsland bij de gemeenschappelijke westelijke verdediging. Het is opmerkelijk dat ons land, dat waarschijnlijk meer dan de andere Westeuropese landen heeft geleden onder de Duitse bezetting, van meet af aan warm voorstander is geweest van opneming van onze oosterburen in de NAVO.

Sterke weerstanden tegen deze gedachte bestonden echter in Frankrijk. Als alternatief kwam dit land op de proppen met het voorstel tot oprichting van een Europtst Dt/tnsu GtmetnJchap (EDG), waarvan West-Duitsland één van de deelnemende partijen zou zijn. Via deze EDG, die voorzag in de vorming van een geïntegreerd Westeuropees leger waarin de nationale eenheden volledig moesten opgaan,

zou de Bondsrepubliek toch indirect deel gaan uitmaken van de NAVO . Paradoxaal was het uiteindelijke resultaat van dit Franse initiatief: de torpedering van het EDG-verdrag door de Franse Nationale Vergadering in auKUstus 1954 leidde er toe dat West-Duitsland korte tijd later als volwaardig lid in het Atlantisch Bondgenootschap werd opgenomen! Ondanks de belang.rijke bijdrage die laatstgenoemd land aan de conventionele verdedigingskracht van de NAVO zou gaan leveren, rijpte het inzicht dat de westelijke landen

dat pas sinds kort in overgrote meerderheid tot een anti-

niet bereid of in staat waren door vergroting van de eigen inspanningen het bestaande overwicht in conventionele wapens aan Sovjet-zijde ongedaan te maken. De oneven-

isolationistisch standpunt was bekeerd en dat zijn grondwettelijke bevoegdheid om een ander land de oorlog te

wichtigheid op het niveau van de conventionele krachtsverhoudingen begon in de tweede helft van de jaren 50 ook

verklaren, niet uit handen wenste te geven.

daarom een groot probleem voor de NAVO te vormen,

De ratificatie van het Noord-Atlantisch Verdrag leverde in het Nederlandse parlement geen noemenswaardig probleem op. Alleen de communisten verklaarden zich in

werd voor mogelijke Russische atoomaanvallen. Tegen

verband met gevoeligheden in het Amerikaanse Congres,

Tweede en Eerste Kamer tegen ; van dissidenten in de

overige fracties was toen nog geen sprake. Ook buiten de volksvertegenwoordiging bestond allerwegen het gevoel dat Nederland volstrekt geen andere keuze had dan zich

omdat het grondgebied van de Verenigde Staten kwetsbaar deze achtergrond kwamen de Amerikanen op de NA VOministerraadzitting van december 1957 met het aanbod tactische kernwapens ter beschikking te stellen van hun Europese bondgenoten, overigens zonder de zeggenschap over het gebruik daarvan uit handen te geven.

33


Het mag tekenend worden genoemd voor de positie die ons land ruim 20 jaar geleden in het bondgenootschap innam, dat Nederland als ,"ste lidstaat het Amerikaanse aanbod aanvaardde. Denemarken en Noorwegen zeiden neen, hetgeen mede verband hield met de problematiek van de zgn. Noordse balans. Het Nederlandse parlement stemde met de opstelling van de Nederlandse regering rond de introductie van tactische kernwapens in Europa stilzwijgend in. Een onrwikkeling waaruit ook duidelijk de aanhankelijkheid van ons land jegens de NAVO blijkt, betreft het streven naar politieke samenwer!ting in Westeuropees verband omstreeks 1960, zoals dat met name tot uitdrukking kwam in de Franse plannen voor de oprichting van een politieke unie (de zgn. Fouchet-voorstellen). Deze plannen voorzagen ook in militaire samenwerking en in Nederland bestond de vrees dat het Frankrijk daarbij vooral te doen was om de banden tussen Noord-Amerika en West-Europa losser te maken, zo niet geheel door te snijden. Waarschijnlijk meer dan het intergouvernementele karakter van de beoogde samenwerking vormde dit de werkelijke reden waarom Nederland (en speciaal de toenmalige minister van buitenlandse zaken Luns) zich sterk tegen de Franse

Sedert het einde van de jaren 60 is veel van de in ons land aanwezige geestdrift voor de NAVO verdwenen. In het veiligheidsdebat dat zich hier ontspon, werden haar aanhan-

plannen teweer stelde; dit met succes, althans voor de

gers meer en meer in de verdediging gedrongen. De na

eerstkomende tijd. Ondubbelzirutig kwam in de jaren 60 vast te staan dat het primaat van de buitenlandse politiek van Nederland bij de Atlantische samenwerking lag. Niets mocht gebeuren wat de samenhang binnen de NAVO zou kunnen verzwakken. Nederland stelde zich binnen de alliantie op als tTouwe bondgrnoot. Aan deze rol zijn de volgende, terugkerende gedragspatronen te onderkennen: - volgzaamheid ten opzichte van de alliantie-leider, i.c. de Verenigde Staten, aan wie onvoorwaardelijke of bijna onvoorwaardelijke steun wordt verleend ; - een sterke vereenzelviging met de doelstellingen en de belangen van de alliantie in haar totaliteit; - het willen zijn van het "goede voorbeeld" voor de andere bondgenoten (een aspiratie die diepgeworteld is in het Nederlandse cultuurpatroon en bepaald geen monopolie of eigenaardigheid is van "links");

1971 optredende Nederlandse regeringen gingen er prat op een "Aritische bondgenoot" te zijn; het traditionele beeld van Nederland als trouwe bondgenoot verloor veel van zijn geldingskracht. Deze verandering in de Nederlandse posi-

-

het streven naar versterking van de militaire integratie

en de politieke samenwerking van de alliantie; - een gewetensvolle nakoming van gedane beloften, vooral met betrekking tot de hoogte van de militaire uitgaven.

ningen van verschillende nationaliteiten - was de Nederlandse regering evenmin enthousiast, omdat naar haar

mening dit plan militair gezien geheel overbodig was. Nadat in 1965 was komen vast te staan dat de MLF-constructie onvoldoende werd ondersteund (in feite was alleen West-Duitsland positiell, lanceerde de Amerikaanse regering een alternatief plan, dat erop was gericht de Europese bondgenoten inspraak te verlenen in de bondgenootschappelijke kernwapenplanning. Met dit plan, waaruit in 1966 de Nucleaire Planning GToep (NPG) is voortgekomen, was Nederland wel gelukkig, al betreurde het, als kampioen van de rechten der kleine bondgenoten, dat de laatste aan de werkzaamheden van de NPG op ministerieel niveau slechts bij toerbeurt mochten meedoen. (Aan deze

ongelijkheid is eind 1979 een einde gekomen, mede dank zij aandrang van Nederlandse kant.)

Meer recente periode

tie is zowel het gevolg van verschuivingen die zich in het

internationale milieu hebben voltrokken (het definitieve einde van de Koude Oorlog en de luider wordende roep om ontspanning, de aantasting van Amerika's positie als leider van de "vrije wereld", toenemende aandacht voor

Derde-wereldproblemen, enz.), als van de zgn. binnmlandistring van de buitenlandse politiek. Het laatste begrip verwijst naar een proces waarbij deze politiek in toenemende mate bloot komt te staan aan druk vanuit de eigen samen-

leving en een factor wordt in de nationale politieke strijd. De democratiseringsgolf die de Nederlandse samenleving is gaan overspoelen, sleurt ook de buitenlandse politiek mee. Groepen die zich tot dusverre afzijdig hebben gehouden en wier wereldbeeld niet door de Tweede Wereldoorlog en zijn nasleep is bepaald, proberen die politiek actief te beĂŻnvloeden. Zij leggen daarbij vaak een grote bekwaamheid in het voeren van actie aan de dag. Het eerste signaal waaruit

kon worden opgemaakt dat de Nederlandse samenleving Ten aanzien van het voorlaatste punt zij nog opgemerkt dat ons land zich langdurig sterk heeft gemaakt voor een zgn. maxi77UJlistische consultatieopvatting binnen het bondgenootschap. D.w.z. het was op grond van de mondiale samenhang van veiligheidsproblemen van mening dat de diplomatieke consultaties zich ook moesten uitstrekken tot

niet langer bereid was alles te aanvaarden wat door haar

regering in het belang van de NAVO noodzakelijk werd geoordeeld, vormde het sterke verzet (ook uit de wereld der kerken) in het najaar van 1968 tegen de aanvullende defensiemaatregelen die waren voorgesteld als antwoord op de intetventie van de Warschau Pact-troepen in Tsjechoslo-

gebeurtenissen en onrwikkelingen buiten het Noordatlantisch verdragsgebied . Bij de discussies in de eerste helft van de jaren 60 over het vraagstuk van de nucleaire (mede)veranrwoordelijkheid binnen de NAVO hield Nederland zich tamelijk op de achtergrond. Ons land koesterde geen enkele rwijfel aan de betrouwbaarheid van de zgn. Amerikaanse strategische garanties aan West-Europa. Daarom had het geen behoef-

wakije enige maanden daarvoor (zgn. 225 miljoen-kwestie). Allengs groeit in Nederland de kritiek op en de bezorgdheid over de op afschrikking met kernwapens gebaseerde NAVO-strategie. Dat deze kritiek en bezorgdheid thans nergens in de westelijke wereld zulke vormen lijken te heb-

te aan aparte Europese nucleaire regelingen, niet binnen

vooroorlogse neutraliteitstraditie. Beide factoren vormden

de NAVO en nog veel minder daarbuiten. Over het door de Amerikanen geĂŻnitieerd plan om binnen het bondgenootschap te komen tot een multilaterale kernstrijdmacht (MLF) - bestaande uit oppervlakteschapen met beman-

en vormen eĂŠn gunstige voedingsbodem voor doelbewuste politieke pressie op de Nederlandse regering. Deze was genoopt in haar veiligheidsbeleid een belangrijke plaats in

34

ben aangenomen als in ons land, moet men wel voor een

deel toeschrijven aan speciale kenmerken van de Nederlandse politieke cultuur en aan een doorwerken van de

te ruimen voor het streven naar wapenbeheersing en het


terugdringen van de rol van kernwapens, en zich voor beide doelen in de NAVO sterk te maken. Veel succes had zij daarbij vooralsnog niet, aangezien de feitelijke afhankelijkheid van het Westen van kernwapens in het licht van het zich uitbreidende conventionele machtspotentieel aan Oosteuropese zijde eerder was toe- dan afgenomen. Door niettemin - zoals bij de recente kwestie van de modernisering van de kernbewapening in Europa - vast te houden aan een eigen standpunt dreigde Nederland zich binnen het bondgenootschappelijk overleg te isoleren en zijn invloed op de onderhandelingen over wapenbeheersing te verspelen. Met niets laat zich de veranderde houding van Nederland tegenover de NAVO beter illustreren dan met de zaak van de theater-kernwapens. Was ons land - zoals gezegd - in 1957 de eerste bondgenoot die op het Amerikaanse aanbod inging deze wapens mede ter beschikking te stellen van de Westeuropese landen, 22 jaar later was het het land met de meeste bezwaren tegen genoemde wapens! Kijkt men naar de plaats die de NAVO in het geheel van de buitenlandse politiek in Nederland in de jaren 70 heeft ingenomen, dan valt het volgende op te merken. Hoewel het NAVO-lidmaatschap door de regering - in de formulering van de laatste Memorie van Toelichting - voor de uitvoering van het vredes- en veiligheidsbeleid nog steeds van "cruciale b,/e*miJ " wordt geacht, is het Atlantisch Bondgenootschap binnen de totale Nederlandse buitenlandse politiek niet langer het overheersende oriĂŤntatiepunt. Het heeft daarin veel van zijn alleenzaligmakendheid verloren. Met name kan de NAVO niet meer aanspraak erop maken het primaire diplomatieke kader te zijn waarin het Nederlandse beleid vorm krijgt. Het diplomatiek overleg binnen het raam van de Europese Politieke Samenwerking (EPS), waar Nederland in het begin met nogal wat reserves tegenover stond, moet in dit verband als zeker zo belangrijk worden aangeslagen. Typerend is dat de diplomatieke voorbereiding van de Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking (1975) vrijwel geheel plaatsvond in het EPS-kader, dit terwijl Nederland steeds het standpunt had ingenomen dat veiligheidskwesties eigenlijk thuishoren in de NAVO. (Hierbij moet men wel bedenken dat de Amerikanen aanvankelijk weinig belangstelling toonden voor de Veiligheidsconferentie.) Bij alle tekenen van onbehagen in ons land rond de NAVO en alles wat met deze organisatie samenhangt, moet het ook duidelijk zijn dat het lidmaatschap nog steeds door

een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking wordt ondersteund. Daarnaast is het opvallend dat ook zij die zich kritisch tot zeer kritisch over de alliantie uitlaten, van haar voortbestaan in de toekomst lijken uit te gaan. Overigens is dit eigenlijk niet verwonderlijk, want wij leven wat onze veiligheidsvoorziening betreft nu eenmaal in een tijd zonder echte alternatieven. Concreet gesteld: (a) Ontbinding van de NAVO zonder meer zal de SovjetUnie op zijn minst in de verleiding brengen politieke munt te slaan uit een positie van militaire ovennacht; (b) Nog afgezien of een dergelijke ontwikkeling wenselijk zou zijn, is de totstandkoming van een zelfstandige Westeuropese kernmacht weinig waarschijnlijk, omdat de weg naar politieke eenheid in West- Europa onverminderd onbegaanbaar lijkt en omdat bovendien de kosten van zo'n kernmacht uitzonderlijk hoog zullen zijn; (c) Toepassing van de collectieve veiligheidsgedachte op het bestaande Europees staten bestel is gedoemd te mislukken; zij kan slechts leiden tot een herhaling van de overwegend negatieve ervaringen die in het verleden op het terrein van de vredeshandhaving met de Verenigde Naties zijn opgedaan.

Besluit Bij de aanduiding van enkele elementen in het Nederlands NAVO-beleid van het afgelopen decennium is enige keren gesproken over de Nederlandse regering, alsof wij niet te maken hebben gehĂ d met vtTSchillmde regeringen waaraan niet steeds door dezelfde partijen werd deelgenomen. Dit mag men aanmerken als een tekortkoming. Maar tegelijk doet men er goed aan de gevolgen voor het beleid van de aan- of afwezigheid van die of gene partij in een bepaalde regeringscombinatie niet te overschatten. Want op het terrein van de internationale betrekkingen zijn de marges, zeker voor een klein land als het onze, eerst echt smal. Zou bijvoorbeeld bij de moderniseringskwestie een tweede kabinet-Den Uyl in de afgelopen maanden echt veel anders dan het buidige hebben geopereerd, ofliever gezegd: hebben *unnen opereren?

prof. Dr. A. van Staden Dr. A. van Staden is bijzonder hoogleraar en werkzaam bij de Vak.groep Politiek.e Wetens chapp~ aan de Rijksuniversiteit te Leiden

Europa tussen de supermogendheden De Europese landen zagen zich direct na de oorlog voor een enorme uitdaging gesteld. Door de oorlog waren zij verarmd, gedeeltelijk verwoest, uitgeput, terwijl verschillende hunner in dekolonisatieproblemen waren verwikkeld. Deze uitdaging werd met Amerikaanse hulp succesvol beantwoord. Met de Marshall-hulp werd Europa economisch op de been geholpen. De Amerikaanse voorwaarde dat de Europese landen een gemeenschappelijke organisatie voor de verwerking van deze hulp moesten opzetten, gaf de aanzet tot de naoorlogse Europese samenwerking (OEES, EBU). De Truman-doctrine verzekerde landen die daarom vroegen Amerikaanse hulp legen subversie van binnenuit en agressie van buitenaf.

Het leiderschap van de supermogendheden werd in de periode onmiddellijk na de oorlog gemakkelijk aanvaard aan weerszijden van het Ijzeren Gordijn. Zij hadden beiden de glans van de oorlogsoverwinning ; de Amerikaanse democratische ideologie werd in West-Europa als vanzelfsprekend aanvaard; de Russische communistische ideologie werd aan Oost-Europa opgelegd. De VS en de SU waren zowel militair als economisch verreweg de meerdere van hun bondgenoten, die de hulp en bescherming van hun respectieve leiders aanvaardden.

Van Koude Oorlog naar DĂŠtente De naoorlogse Amerikaans-Wesleuropese samenwerking zou in drie perioden kunnen worden onderscheiden : 35


1945-1950_ Onvoorwaardelijke aanvaarding van het Amerikaanse leiderschap en groeiende tegenstellingen met de Sovjet-Unie, uitmondend in de Koude Oorlog. 1950 tot midden zestiger jaren_ Militaire en economische macht nog grotendeels in handen van de VS. De initiatieven van Europese samenwerking gaan in tegenstelling

tot de vorige perioden van de Europeanen zelf uit (EGKS, EEG, EDG). Na het midden der zestiger jaren: verschuiving van binaar multipolariteit met gevolgen voor de inter-geallieerde samenwerking. De verhouding tot de SU wijzigt zich van confrontatie tot beperkte ontspanning. Deze beperkte ontspanning rust in hoofdzaak op: a.

de wederzijdse wens tot vennijding van een nucleaire

oorlog; de Westelijke berusting in de territoriale status quo in Europa. Ondanks beperkte détente worden echter de ideologische

b.

confrontatie en de wapenwedloop voortgezet evenals de

tegenstellingen in de niet-Europese wereld.

TNF-modernisering en NAVO-strategie De betekenis van wapens wordt niet uitsluitend bepaald door de aard en de beschikbare hoeveelheid, maar in niet mindere mate door de VTaag hoe en als instrument van wtllte strategie ze zullen functioneren.

Daarom dient bij de beslissing over produktie en plaatsing van gemoderniseerde kernwapens in Europa niet alleen het

aspect van de - overigens zeer noodzakelijke - wapenbeheersingsbesprekingen met de Sovjet- Unie, maar ook het effect op de geallieerde strategie en daarmede de Europees-Amerikaanse betrekkingen aan de orde te worden gesteld. De in de laatste jaren ontstane Amerikaans-Russische pariteit op het gebied van de strategische wapens, de ontwikkelingen in de militaire technologie en de daaruit voortvloeiende nieuwe Sovjet-wapens (SS-20, Backfire), hebben de veiligheid van Europa in ongunstige zin beïnvloed. Met deze nauwkeurige en weinig kwetsbare wapensystemen, ge-

richt op Europa, heeft de Sovjet- Unie een instrument waarmee het Europa ernstig kan bedreigen. In een crisis of in het begin van een conflict is inzet van Amerikaanse strategische wapens - gezien de enonne ri-

Defensieproblematiek Direct na de oorlog waren er in het Westelijk kamp weinig strategische problemen. De VS demobiliseerden in tegenstelling tot de SU snel, maar bezaten een monopolie op kernwapengebied. De veiligheid van de NAVO-bondgenoten was len is nog steeds) afhankelijk van de Amerikaanse atoomparaplu. Daardoor werd, versterkt door de tijdens de Koude Oorlog bestaande vrees voor Russische militaire agressie, het Amerikaanse leiderschap gemakkelijk aanvaard. Toen de Sovjet- Unie ook over kernwapens ging beschikken en er geleidelijk een situatie van betrekkelijke "parittit" (in de vorm van het wederzijdse vermogen om elkaar te ver-

sico's voor de VS - niet waarschijnlijk; ergo, de daarop gebaseerde afschrikking is minder geloofWaardig. Weliswaar bevestigen alle officiêle Amerikaanse verklaringen de Amerikaanse garantie jegens Europa, voor Europa is het echter niet slechts van belang óf er een garantie is, maar vooral ook hoe, op we/Ae wijze en op wt/A tijd,tip die wordt geëffectueerd. Effectuering van deze garantie met inzet van de huidige in Europa gestationeerde troepen en

wapens zou het voeren van een "beperkte" oorlog op Europese bodem betekenen. Wat echter voor de SU en de VS, wier grondgebied buiten schot zou blijven, een "beperkte" oorlog zou kunnen zijn. zou voor Europa totale verwoesting betekenen.

nietigen) ontstond, wijzigde de NAVO haar strategie. De "ma5sive reta/iaUon n (massale nucleaire vergelding voor iedere aanval op de integriteit van het grondgebied van NAVO-landen) werd vervangen door "jltxib/t mponst". Deze strategie van het aangepaste antwoord voorziet in een reactie in overeenstemming met de aard en de ernst van de

agressie waaraij

.3, is blootgesteld. Daarvoor staat ter

beschikking een trits van conventionele, tactisch nucleaire 'en strategisch nucleaire middelen. Gelet op het risico waaraan de VS zelve in een conflict

zouden worden blootgesteld, werd met name door de Fransen, doch niet alleen door hen, de vraag gesteld of de aard en de ernst van een agressie en het daarop te geven

antwoord vanuit Washington met dezelfde ogen zouden worden bezien, als vanuit Bonn of Parijs. Deze VTaag beln· vloedt nog immer de inter-geallieerde verhoudingen. Naast de bezinning over een reactie op de toegenomen

Russische dreiging ten gevolge van de produktie en plaatsing van SS-20 en Backfire, spelen de twijfels aan de hardheid van de Amerikaanse garantie op de achtergrond van de kwestie van de modernisering van de "Theater Nudtar Forces". Voorop gesteld wordt dat er geen twijfel bestaat aan een toenemende bedreiging van Europa. Voorts is er -

on·

danks de rede van Kissinger van 1 september 1919 te Brussel, waarin de betekenis van de Amerikaanse strategische

wapens als instrument van de afschrikking werd gerelativeerd - geen reden om aan de Amerikaanse garantie aLs zodanig te twijfelen, zolang er 300.000 man Amerikaanse troepen op Europese bodem staan. 36

heng haar kernwapens in het Europese toneel te moderniseren. Naast de SS-20 worden ook de SS-21 ~ SS-22 ingevoerd. De hiubov~ afgebttlde SCUD zal door de SS-2S worden vervangen. De Sovjet.Unie is reeds een aantal jaren


Van de dubbele NAVO-strategie: (al afschrikking en (bl het voeren van het gevecht indien de afschrikking faalt, is daarom voor Europa slechts afschrikking aanvaardbaar. De paradox is echter dat afschrikking ,lechts geloofwaardig is, indien de tegenstander rekening houdt met onze bereid路 heid zo nodig het gevecht aan te gaan. De geplande nieuwe cruise missiles en Pershing-raketten

die op doelen in de Sovjet-Unie zelve kunnen worden gericht, zouden een tussenschakel kunnen zijn tussen de conventionele strijdkrachten in Europa en de in de VS gesta-

se socialist P. Corterier, waarin akkoord wordt gegaan met een programma van produktie en plaatsing van nieuwe

middellange-afstandswapens, wordt dit zowel met betrekking tot de wapenbeheersingsbesprekingen met de Russen, als i.v.m. de functie van deze wapens in de Westelijke stra-

tegie uitdrukkelijk geclausuleerd. Met betrekking tot de Westelijke ,trategie wordt gesteld dat het modernisering'progzamma uitsluitend moet dienen voor af,chrikking, en de beheersing van escalatie en dusdoende de bondgenootschappelijke strategie van "Ilexible response" moet verbe-

tioneerde strategische kernwapens. Daardoor zou de af-

teren en de stabilisatie van de wereldwijde nucleaire strate-

schrikking op Europees niveau in geval van crisis of bij het begin van een conllict geloofwaardiger worden. Maar die geloofwaardigheid blijft slechts bestaan indien er een duidelijk waarneembare koppeling tussen de TNF met haar beperkte vernietingsvermogen en de in de VS gestationeerde strategische wapens blijft bestaan. In een dergelijke strategische conceptie past niet het tot stand brengen van een apart nucleair machtsevenwicht op Europees niveau.

gische balans moet bevorderen, zonder te trachten een afzonderlijke nucleaire balans in Europa te vestigen. Aldus

In de in oktober 1979 op de conferentie van NAVO-parlementari锚rs te Ottawa aangenomen resolutie van de Duit-

de resolutie Carterier. Het valt te betreuren dat deze clausulering tot dusver zo

weinig aandacht heeft verkregen.

Dr. L.G.M.Jaquet De heer Jaquel is directeur van het Nederlands Genoouchap voor Internationale zalten geweest en docent aan hel NATO Defen~ College.

kin ongefrankeerd worden verzonden

JASON ANTWOORDNUMMER 2187 2500 ZJ

's-GRAVENHAGE


jASON staat voor...

Conferentiethema's waren:

· .. jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland. Het is een stichting, die zich ten doel stelt aan jongeren de gelegenheid te bieden zich met internationale vraagstukken ""zig te houden. De Oost-West verhouding, de vrede· en veiligheidsproblematiek, de ontwikkelingen in de Derde Wereld en vele andere internationale kwesties behoren tot de interessesfeer vanjASON.

in 1976: Noord-Zuid dialoog - stimulans of bedreiging voor de Atrlantische samenwerk.ing? in 1977: Hoe zien wij Oost-Europa? in 1978: Gewapende interventie: verplicht, toegestaan of ontoelaatbaar ?

in 1979: Pers en Internationale politiek

Internationale contacten ... jASON is geheel onafhankelijk ...

. .. heeftJASON o.a. via zusterorganisaties in andere lan.

· . . en niet gebonden aan enige politieke of maatschappe. lijke groepering. Het bestuur bestaat uit jongeren (tot max. S5 jaar) van uiteenlopende politieke gezindten.

den (Engeland, Frankrijk, de VS . . .). Regelmatig worden in de verschillende landen (studie- )bijeenkomsten en internationale seminars georganiseerd.

jASON-magazine...

jASON staat open, . ,

· . . is een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting JASON. In elk nummer wordt een actueel thema behandeld. Hierbij wordt aan auteurs met veelal tegengestelde opvattingen het woord gegeven, zodat de lezer een afge. rond beeld krijgt van de problematiek.

. . . voor alle jongeren die zich voor internationale zaken interesseren of daar wat meer van willen afweten. Vraag d.m.v. bijgaande antwoordkaart een proefnummer van JASON-magazine aan of neem meteen een abonnement! Adherenten krijgen ook nog andere publikaties van de stichting toegestuurd (o.a. de mini-jASON) en worden op de hoogte gehouden van speciale activiteiten van JASON, waaraan zij kunnen deelnemen.

Een greep uit recent verschenen themanummers :

o Afrika in ""roering o DDR : een staatsgeleide samenleving o

"In vredesnaam de NAVO"

o

De heropleving van de Islam

De activiteiten van JASON ... · . . zijn velerlei: lezingen, cursussen, simulatiespelen enz.

&n belangrijke gebeurtenis is de conferentie die JASON iedere herfst organiseert (steeds gehouden in de zittingzaal van de Tweede Kamer).

-x

o

Ik neem

Maak eens kennis met jASON Stichting jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland Van Stolkweg 10 2585 jP Den Haag Tel. 070-545988

t::-~~~::~~~~~-~~-:-~~~~~-~::~~-~:-~-~~-~:~---------l

magazine (f 15,00 per jaar; jongeren tot 20 jaar f 10,00). o Tevens word ik adherent van de Stichting JASON (mln . f 10,00 per jaar; jongeren tot 20 jaar f 5,00). EEN ACCEPTGIROKAART ZAL U WORDEN TOEGESTUURD o Ik heb nog geen nummer van JASON-magazine gelezen. Stuurt u mij een proefnummer. o Ik wil mij Inzetten voor de activiteiten van JASON.

Naam: .............................. _.........................._.......... _.............._............_...................._.__......._......___................ .. Adres: ._........_...._................_..........._........_......._....._......._._..........._ ............................................_..........._......... Postcode: _..._. __..__...__. Woonplaats: .._...._.._.._......._...._._...._.........__......... _......_ ...._..... Teleloon: _.._._.__.._ .._......_....._..._._.. __.___..._._..__._...._._.._. _____ ._..__._.._._..._......_ Glron um mer: _. __._._ ..__..._._. ___..._. __.._._...._.....__..._..........._..... _..._. __._._._._...__._._........

Antwoordkaart


Jason magazine (1979), jaargang 04 nummer 5 6