Page 1

JONG ATLANTISCH SAMENWERKINGS ORGAAN NEDERLAND

Je jaargang nr. 2

mei 1978 K.A. Nederlof Interview met Van der Klaauw In een vraaggesprek gaat de m1mster in op de ontwapening, de Nederlandse rol en verantwoordelijkheid daarbij pag.2

P.H. Kooijmans Ontwapening en Ontwikkeling Welke perspectieven voor ontwapening zijn er in het licht van de toenemende bewapening in de Derde Wereld? pag.5

M.E.L. Fikkers-van der Spek Jongeren en Ontwapening Verslag van een door JASON georganiseerde bijeenkomst waaraan een aantal jongerenorganisaties deelnam. pag. 8

M.I. van der Zee Speciale VN-zitting: teken aan de wand Welke betekenis moet er aan de ontwapeningszitting van de Algemene Vergadering van de VN worden gehecht ? pag. 10

S. Volovets Wapenwedloop stoppen: een taak voor de VN Een Sovjet-standpunt over ontwapening: achtergronden van de bewapening, controle mogelijkheden van ontwapeningsarspraken en Sovjet-initiatieven komen ter sprake. pag. 12

G.W.F. Vigeveno Neutronenbom niet inhumaner pag. 15

E.J. de Ryck van der Gracht De Vijftien en deNAVO


JASON - magazine Tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jong Atlantisch Samenwerkingsorgaan Nederland

Secretariaat:

Redactie JASON-magazine

VanStolkweg 10, Den Haag Telefoon: 070-54.27.03 Bankrek.nr.: 45.68.55.548, AMRO-bank Scheveningen Girorekening nr.: 3.56.10.25

Hoofdredacteur Eindredacteur Leden

Redactie-adres JASON-magazine:

Lay-out Tekeningen

: drs. K.A. Nederlof : drs. G.W.F. Vlgeveno : drs. Marianne I. Carller drs. J.Th. Hoekerna G.J.P. de Vries : drs. Yvonne E.C. van Sluys : F. Jork

VanStolkweg 10, Den Haag Telefoon: 070-54.27.04 of 071-13.24.39 Voor abonnementen e.d. wende men zich tot het secretariaat.

Abonnementsprijzen: Per jaar f 15,- (tot 20 jaar f 10,-) Adherent van de Stichting JASON min. f 10.- (tot 20 jaar f 5,-) Adherenten krijgen buiten het blad regelmatig publicaties van de Stichting toegestuurd . Men wordt verzocht het verschuldigde bedrag eigener beweging over te maken op de bank- of girorekening van de Stichting, tenzij men na ontvangst van een factuur wenst te voldoen .

Advertenties: Advertentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting. De in dit blad uitgesproken meningen blijven geheel en al voor rekening van de betrokken auteur.

Dagelijks Bestuur Voorzitter VIce-voorzitter Algemeen secretaris Ad junct secretaris Penningmeester Hoofdred. JASON-magazine

lid

Algemeen Bestuur

: A.D. Praanlng Prawira Adlnlngrat : M. Schutter : W.H.A.M. van den Muljsenbergh : Mieke E.L. Fikkers-van der Spek : Joan A. van den Honert : drs. K.A. Nederlof : F.Z.R. Wljchers

Raad van Advles

dr. W.F. van Eekelan (voorz.) mr. Th. Bot H.J.M. Aben drs. Marianne I. Cartier H. Gabrlêls Melanie Groeneweid mevr. dr. A.M.C.Th . van Heeldrs. J.Th. Hoekerna Kasteel drs. A.F. van Leeuwen e.c. van den Heuvel L. Narralna dr. L.G.H. Jaquet drs. C.C. Sanders drs. E.J. van Vloten H.J. Smallenbroek drs. G.W.F. Vlgeveno Marlee Voskans dr. J.L.K.F. de Vries Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur

Bij het volgende nummer: Het derde nummer van deze jaargang (mei/juni) zal gewijd zijn aan de problematiek in Afrika; de brandhaarden en hun oorzaken komen uitvoerig ter sprake. Sluitingsdatum kopij: 5 juni 1978. Het daaropvolgend nummer, eind augustus vertchijnend, heeft als thema "Verdedigingsstrategieën". Naast de afschrikkingstheorieën (die in JASO N al eens eerder werden behandeld) komen vooral ook alternatieve strategieën aan de orde. Sluitingsdatum kopij: 1 augustus 1978.

Bijdragen voor ]ASON: De redactie stelt bijdragen (in de vorm van artikelen of commentaren op verschenen artikelen) van lezers zeer op prijs. Wanneer deze binnen het thema voor het betreffende nummer vallen of langer zijn dan 3 pagina's A4 (regelafstand 11/ 2) , wordt U verzocht ruim voor de sluitingsdatum van de kopij contact op te nemen met de redactie.

Verschijning]ASON: Door onvoorziene omstandigheden is de verschijning van dit nummer enigszins vertraagd, waarvoor onze verontschuldiging.


_,.,JI, ,-rapport somber

Wereld wapent zich in steeds sneller tempo . , _ . _ .............. ........_ Or. CCJaTG.UT&UOD

STOCIUIOLII. %1 april - De wereld pert - l e d bijDa •

Redactioneel

llliJ.

jard dollar ..., bewapeiÛIII ILIL Waaaeer de b111dip &eDdetu ddl

1"'

voorbd aal dit bedracla bet Jaar &ot •UJanl oloüar aijll ce· •teen. 1D 1115 nlleD de Verenlple StaleD over tu• eD de S.vJet· UDie over-ceveer betaelrde aantal kemkoppeD beechlkkeD. 75'10 van alle aatellleteD wordt voor IDIIItalre doeleiDden ,ebrulkL

Ontwapening In het artikel dat prof.dr. P.H. Kooij mans voor dit nummer vanJASONmagazine schreef, vermeldde hij het fabelachtige bedrag van SOO miljard dollar dat de wereld ieder jaar voor defensiedoeleinden uitgeeft. Dat bedrag ontleende hij aan het "Riorapport", dat in 1976 verscheen. Het klinkt haast onvoorstelbaar, maar de wereld-wapenuitgaven zijn dit jaar inmiddels tot bijna 400 miljard dollar gestegen, een derde hoger dan een jaar daarvoor. Dit valt te lezen in het eind aprit gepubliceerde rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). We hebben de cijfers uit 1976 bewust laten staan als bewijs hoe snel de militaire uitgaven de laatste jaren omhoog zijn gegaan. •

•• • Welke waarde moeten wij nog toekennen aan ontwapeningsbesprekingen? Worden daar dan helemaal geen resultaten bereikt? Natuurlijk wel, maar minder opzienbarend dan men in het begin van dit decenniwn hoopte. Het niet-verspreidingsverdrag voor kernwapens en het eerste SALT-accoord (Amerikaans-Russische besprekingen over strategische wapens) waren belangrijke stappen vooruit -het ziet er naar uit dat we het nu met erg kleine stapjes zullen moeten doen. Tussen de westelijke en oostelijke landen wordt nog altijd onderhandeld, in Wenen (MBFR-onderhandelingeri over wederzijdse troepenvermindering in Centraal Europa) en in het kader van SALT. Beide besprekingen zijn zeer gecompliceerd en worden hoofdzakelijk door specialisten gevoerd. Eind m~i start in New York de speciale Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over ontwapening.

Heeft zo'n vergadering wel zin, gezien het specialistische karakter en het typisch Oost-West belang van ontwapening en wapenbeheersing? Het lijkt indrukwekkend om het wereldforum aan een zo belangrijk probleem te zetten, maar de ervaring leert dat hoe meer deelnemers aan een bespreking, hoe stroever en omslachtiger de onderhandelingen en des te geringer de resultaten . Er valt dus veel te zeggen voor een beperking.

...

Derde Wf hewa~nt ' r...::::;

De kaarten zijn echter verlegd. Het . hierboven aangehaalde SIPRI-rapport spreekt van een groeiende 'st~~-lwapenopeenhoping in de Derde We- I ~ reld. Nog sterker, er is bij deze landen sprake van een ware bewape- . Alle I&Dde STOc:loloLK ........__ , , 1"'· k d IDO D van de wereld ' •• .,... mngsrace, moge IJ~ gemaa t oor 1."::t~teelledere.mtn1111t vao ~ aev~n wapenexporten uit de " ontwikkelde" na Hn miljOR ~llar ~ 2,2.~! landen, op gang gebracht met be~ulp • van pas-verworven grondstoffeninkomsten. De vraag naar de z.in van de ontwaDit nummer van JASON-magazine peningszitting van de volkerenorgagaat over ontwapening (terwijl er nisatie is daarmee beantwoord, maar over bewapening ook wat feiten worniet de vraag naar haar pmpectuven. den gegeven). U zult de verschillende De twee na-oorlogse machtsblokken aspecten (Nederlands standpunt (Oost en West) hebben er zo'n 25 jaar economie, Derde Wereld en ontwaover gedaan om met elkaar over pening -jongeren en ontwapening ontwapening en wapenbeheersing te - de VN en ontwapening) van dit gaan spreken, het is de vraag of dit thema aantreffen. Speciale aandacht proces in de Derde Wereld tot enkele - ] ASON's traditie inzake een Oostjaren kan worden beperkt. Deze West dialoog indachtig- vragen we vraag wordt des te klemmender als U voor het Sovjet standpunt inzake men bedenkt dat de Oost-West onontwapening dat wordt verwoord derhandelingen pas begonnen zijn door Nowosti-journalist Volovets. toen er sprake was van een "gelijke krachtsverhouding bij benadering" K.A.N. en die krachten bovendien ruim vol• Men mag overigens niet blindvaren o p de doende waren om de wereld nucleair vergelijking tussen de cijfers van 1976 en van op te blazen. Zo'n situatie wordt Afdit jaar. Twee verschillende institute n hanteschriltJtingsevenwicht genoemd en die ren vaak nogal afwijkende berekenin~ ­ methoden en de inOatie (in combinatie me t bestaat niet ÎR de Derde Wereld.

me

•••

D

wisselkoersveranderingen van de dollar) trekt de vergelijking bovendien scheef.


Je kunt je afvragen hoe noodzakelijk het neutronenwapen is voor de westelijke defensie. De Nederlandse regering heeft zich daar nooit over uitgelaten, omdat we menen dat het allereerst moet worden gebruikt als onderhandelingstroef. Natuurlijk heeft het wapen een militaire waarde, maar of het politiek verstandig is om het in te voeren is een heel andere kwestie. Militairen denken nu eenmaal anders dan politici."

Voortrekkersrol Niet alleen een politicus, maar ook een land kan een bepaalde verantwoordelijkheid hebben bij de ontwapening. "Nederland heeft op dit terrein een zekere naam gehad en voorop gelopen", zegt de minister. "Maar ontwapening is geen terrein van de buitenlandse politiek dat losstaat van andere aspecten. Het gaat om je veiligheidsbeleid, waarbij je de defensie en de pogingen om de bewapening in de wereld naar beneden te brengen met elkaar in harmonie moet krijgen. Het is natuurlijk onzin als Nederland in zijn eentje een beleid voert dat rechtstreeks tegen het beleid van het NAVO-bondgenootschap in gaat; maar ik vind dat je wel degelijk een beetje mag doordrollen als het de veiligheid niet schaadt. ZÖ heeft Nederland een 'voortrekkersrol' vervuld bij de conferenties over humanitair oorlogsrecht, waar ik trouwens Nederlands delegatieleider ben geweest. Er was daar een verschil van mening ontstaan of brandwapens verbo-

Van der Klaauw in vraaggesprek: "WAPENEXPORTEN NAAR DERDE WERELD ERNSTIGE ZAAK" Het "neutronenwapen" was bijna een tijdbom onder het kabinet geweest. Dat heeft Dr. Chris(toph) Alhert van der Klaauw (53) in zijn nog korte loopbaan als Nederlands minister van buitenlandse zaken van zeer nabij kunnen aanschouwen. Hij heeft Carter's beslissing om dit wapen voorlopig niet in produktie te nemen een "toe te juichen" stap genoemd, maar "de vraag of ze het neutronenwapen wel of niet gaan produceren, is in eerste instantie een zaak van de Amerikaanse president", aldus Van der Klaauw. In dit interview voor JASON-magazine gaat de Nederlandse bewindsman uitvoerig op het thema ontwapening en bewapening in.

den moesten worden of niet. Iedereen was het erover eens dat brandbombardementen zoals in de tweede wereldoorlog niet meer mochten voorkomen. Moest je brandwapens in man-tegen-man gevechten in steden, waar ze nog wel een rol spelen, nu ook. verbieden? Nederland heeft toen een bemiddelende rol gespeeld, ons voorstel zat tussen helerno.iJl nooit en gem heperltingm in."

Er is nog een ander terrein in het ontwapeningsgebeuren waar ons land een rol tracht te spelen. Onlangs heeft de Nederlandse regering een voorstel gedaan om een Intematiqnaa/ Ontwapmings Bureau ('International Disarmament Agency') op te richten, dat zich als een soort secretariaat over een aantal bestaande ontwapeningsverdragen kan ontfermen. Dit voorstel, dat in een iets andere vorm een De fabricage van het neutronenwapen• heeft alles met paar jaar geleden al eens door Nederland samen met Zweontwapening en bewapening te maken. Inmiddels ziet het den aan de wereld is gepresenteerd, zal tijdens de speciale er voorlopig naar uit dat Breznjev weinig anders tegenover ontwapeningszitting van de Algemene Vergadering van de Carter's gebaar zal stellen dan ooit een voorlopig produk- VN worden besproken. Maakt het nu meer kans van slatieverbod. Heeft de Amerikaanse president niet de kans gen? verspeeld om meer tegenprestaties van de Sovjet Unie te Van der Klaauw: "In Genève, bij de voorbesprekingen, is krijgen? door westelijke en ontwikkelingslanden positief gereaVan der K.laauw: "Caner heeft besloten het wapen voor- geerd, vooral ook. omdat men de tijd om erover na te lopig niet te maken, om eens te kijken hoe de Russen rea- denken belangrijk vindt. Pas volgend jaar komt het in de geren bij de MBFR- en SALT-onderhandelingen. Het blijft Verenigde Naties in behandeling. Secretaris-Generaal een rol spelen in de ontwapeningsbesprekingen omdat de · Waldheim was wat bezorgd dat we zouden concurreren mogelijkheid om het te produceren er is en de Russen met de bestaande VN-ontwapeningsorganisaties, maar die weten dat je hem nog steeds kunt gaan produceren. hebben een andere (denk)taak: toekomst-kijken." 2


D1e voorbesprekingen vonden plaats op de C..onjtrma of tht Derde Wereld en bewapening Committtt for Disarmament (CCD) in Genève. AJs er iemand in dit gevoelige wereldje van ontwapenaars en de Verenig- Ontwapening is meer dan touwtrekken tussen de westelijke de Naties thuis is, dan is het wel onze huidige minister van (NAVO-) en oostelijke (Warschaupact-) landen. Minister buitenlandse zaken. Van 1970 tot 1974 verbleefhij immen van der Klaauw zegt er dit van: "Het evenwicht in de webij de Nederlandse Permanente VN-vertegenwoordiging in reld is veel delicater dan alleen het evenwicht van de zeer New Vork, en de twee daaropvolgende jaren bij de CCD in mo~erne wapens in ~e Oost-West verhouding. De opeenhopmg van conventionele wapens in de Dertie Wereld is Zwitserland. een zeer ernstig probleem aan het worden." "We hebben hoop dat in de nabije toekomst het verdrag Deze uitspraak v~ de man die de scepter zwaait op Plein over chemische wapens en vooral het kernstopverdrag tor stand zal komen", gaat de bewindsman verder. "AJ deztl 23, wordt bevesugd door het onlangs verschenen jaarververdragen vereisen een zekere inspectie en vaak ook een slag van het Stocltholm Inttmational Ptaet Rmarch Jnjtilutt 'toetsingsconferentie', in feite dus een aparte organisatie (SIPRI). In dit "SIPRI-rapport" staat dat driekwart van al om dat uit te voeren, net als het Internationaal Atoom- het verhandelde zware oorlogsmaterieel naar de Derde agentschap in Wenen dat over de naleving van het niet- Wereld gaat. Nog rorgwekkender is dat deze landen nu ook verspreidingsverdrag van kernwapens waakt. In onze ogen i~ snel ~empo een oorlogsindustrie opbouwen, en dat op is het nuttig één centrale organisatie te hebben als dienst- d1e mam er regionaal nieuwe wapenwedlopen ontstaan. verlenende instantie: toetsingsvoorbereiding, overlegplat- "Wapen~porten naar die landen die hun geld volgens mij hard nodtg hebben voor alle mogelijke andere dingen, en form, internationaal secretariaat." waar een groot deel van hun begroting wordt besteed aan militaire aankopen, is een ernstige zaak", aldus de beScience-fiction verdrag windsman. BiJ vele ontwapenings- en wapenbeheersingsbesprekingen Meet het Westen niet met twee maten? Worden de derdebhJkt de controle op verdragen een struikelblok. Wan- wereldlanden niet dingen ontzegd die het Westen zichzelf trouwen is één van de oorzaken van de wapenwedloop, het wèl gunt ? lijkt moeilijk voorstelbaar dat de landen elkaar bij ont- Van der Klaauw : "Dat is niet waar, die landen wordt veel te veel wapenaankopen gegund. Er zal in de toekomst hard wapening wèl zouden vertrouwen. De Sovjet Unie meende echter steeds dat de controleurs gewerkt moeten worden om dat in de hand te houden · dat van ontwapeningsafspraken in feite verkapte spionnen is geen kwestie van een diktaat -er ligt een gevaar ~or rouden kunne~ zijn e.n zi) stelde zich op tegen controle op een explosie in de wereld." haar grondgeb1ed . D1t dilemma leek aan het begin van de Nederland is toch ook bereid fregatten te leveren aan Iran ? jaren zeventig uit de wereld : door de oorwikkeling van de " Alle landen, Oosteuropese, Westeuropeae, Amerika, alsatelliettechniek konden afspraken over aantallen intercon- lemaal hebben ze een industrie die in staat is ook wapens te tinentale raketten (ICBM's) gemakkelijk vanuit de lucht leve~. Ned~rland .i~ van nature bijvoorbeeld vooral geworden waargenomen. Dit geldt echter niet voor het aan specialiseerd m manneme wapens. Het is steeds een kwesbanden leggen van de steeds verder doorgevoerde ltwali- tie van afwegen: hoe terughoudend ben je ofhoeveel moeiUitsverbtttringm van wapens en zeker niet als het er om gaat te doe je ervoor door bijvoorbeeld mensen erop uit te nieuwe wapenuitvindingen tegen te gaan. Hoe beoordeelt st~en. In dat soort benadering van beleid zitten grote verde Nederlandse minister van buitenlandse zaken dit pro- schillen: Nederland voert geen agressief verkoopbeleid. Ik hou m~. bui~en de particuliere ~ndememers, een regering bleem? "Controle, rou je kunnen zeggen, is in wezen een teken van heeft ZIJD e1gen verantwoordelijkheid. In het geval van wantrouwen", stelt hij met enige nadruk. "Schendingen Iran vonden we dat ·het verantwoord was een voorlopige van v?'dragen is natuurlijk altijd denkbaar als er geen con- exportvergunning te geven.,. trole 1s. Maar een verdrag als dat tegen biologische wapens vond meii bijvoorbeeld destijds (1973, red.) zó belangrijk Ook de imp(ll't van wapensystemen kan een grote invloed dat men ook zonder controle-ter-plaatse heeft aangeno- hebben op de krachtsverhoudingen in de wereld. Hoe staat men dat het te goeder trouw zou worden uitgevoerd. Be- het met Nederland en het " kruisvluchtwapen" (cruise ~.ouwbaarheid van de ondertekenaars moet je tenslotte al- missile)? tiJd aannemen. Controle is natuurlijk uitermate essentieel ' - ~ der Klaauw meent dat deze vraag beter aan een beoP. het gebied van ontwapening; maar het kan zijn dat je windsman van de~~nsie gestel~ had kunnen worden. Hij biJ een bepaald verdrag (zoals dat tegen biologische wa- voe~t er aan toe : Ik geloof ruet dat de Nederlandse depens) zegt dat, al is het niet helemaal bevredigend, de ver- fens1e beh~fte heeft aan een eigen cruise missile. Daar~ing dat ze niet gebruikt zullen worden, erg belangrijk , ~st ka~ Je filosoferen of Amerika zijn eigen technologie 1s. AJdw Van der Klaauw. bmnen e1gen land moet houden of moet overdragen. Vanzelfsprekend zullen de Sovjets ook hier wel gebruik maken ~an het argument dat het de MBFR-onderhandelingen beZal controle-ttr-plo.atjt in de toekomst haalbaar zijn ? Na enige aarzeling: "Ja, ik geloof van wel. Er zijn ook mvloedt.' Omgekeerd gaan zij natuurlijk ook door met andere methoden. Toen ik zelf nog in Genève de ontwa- moderruseren van hun wapens en nu denk ik aan de peningsbesprekingen leidde, hebben we daar een wat ik SS-20. Bewapening en, ontwapening : het hangt allemaal altijd noem 'science-fiction verdrag' over de schade aan het ten ~uwste. samen met het veiligheidsbeleid dat je voert. milieu met vijandelijke doeleinden (opwekken van grote We w1Uen met bezet worden, we willen niet onder de voet stormen, verleggen van grote rivieren) gesloten. Niemand gelopen worden. Daarvoor heb j e een adequate militaire ":'ist of ~t militair ~.ut had. I~. dat verdrag, dat we op macht nodig en daarna kijk je op welk niveau die te beZJchzelf met ro vreseliJk belangnJk vonden, heb ik. van de heersen is." Rus gedaan gekregen dat een klacht over schending eerst K.A. Nederlof door een groep deskundigen zal worden onderzocht. Dat • Officieel: wapen met verhoogd slr.llingseffect (Enha.nced Radiation werkt als een precedem voor volgende verdragen." Red uced Blast) geheten. 3


Wie heeft er een voorsprong ? voonprong voonprong bljVS biJ USSR

Intercontinen tale raketten

Q

Nauwkeurigheid zwaane van de lading (megatonnagel meervoudige koppen op één raket (MIRV's) onkwetsbaarheid van lanceerplaatsm

~

g) ~ ~

0 7)

0

x x x

x

Intercont. raketten vanuit ondenettrs Nauwkeurigheid zwaarte van de lading meervoudige koppen 9P één raket

x x x

Zware bommenwerpers Nuttige lading (bommen) afstandsb~ik

x x

Luchtverdedigiogssystemeo luchtdoelraketten anti-raketraketten onderscheppings/waa~mingsvliegtuigen

x

x x

Landstrijdkrachten tanks anti-tankrakenen anillerie helicapten infanterie-voertuigen infanterie luchtverdediging chemische wapens

x x om heteven

x x x

x

Taktische luchtstrijdkrachten luchtgevechujagers bewapening en vliegb~ik verkenners/waarnemers nauwkeurigheid

x x x

x

Zeestrijdkrachten anti-scheepsrakenen anti-onderz.emsystemen vliegdekschepen andere oppervlakteschepen mijnenleggers/vegers

x

x x om heteven x

Commando/Controle/Communicatie gevechtsleidingsmiddelen communicatiemiddelen info rmatie-verzamelingssystemen sa teil iet-systemen overlevingskans van deze systemen

x x x x

x

Bovenstaande vergelijking is ontleend aan US News &: World Repon van 27 maart j.l. Ze is bedoeld als een impressie, waarbij de volgende kanttekeningen gemaakt kunnen worden: -kwantitatieve ("aantallen") en kwalitatieve aspecten worden als gelijkwaardig beschouwd ; - een kwalitatieve voorsprong is niet exact meetbaar; - er is sprake van een momentopname ; -belangrijke and~ aspecten (moreel / duurzaamheid I infrastructuur etc.) blijven o nvermeld. Redactie JASON-magazine


ONTWAPENING EN ONTWIKKELING De secretaria-generaal van de VN bood tijdens de laatste zitting een belangrijk rapport aan de Algemene Vergadering van de VN (AVVN) getiteld "Economische en sociale consequenties van de wapenwedloop en de schadelijke gevolgen hiervan voor vrede en vdligheid in de wereld". Het rapport is een gevolg van een verzoek van de AVVN uit 1975 het in 1971 uitgebrachte rappon over deze materie te aaualiJeren. Van de groep deskundigen die voor de opstelling hiervan tekenen, maakte in 1971 de toenmalige Prof. Duitenberg deel uit, nu was Prof. de Haen uit Groningen één van de experts. In de conclusies van dit rappon wordt gewezen op de nauwe band die bestaat tussen de twee belangrijkste doeleinden van de internationale gemeenschap, die de lidstaten van de VN gehouden zijn na te streven, ontwapening en ontwikkeling. De vraag is, hoe de verbinding tussen deze doeleinden precies is.

Inleiding De uitgaven aan bewapening in de wereld bedragen ongeveer 300 miljard dollar per jaar (1). Hoewel dit minder is dan aanvankelijk werd verwacht, gaat het toch om een buitengewoon groot bedrag, ter illustratie en ter vvrduidelijk.ing: bijna 35 miljoen dollar per uur iedere dag. Het grootste deel hiervan komt voor rekening van de allianties die zich rond de supermachten heeben gevormd : 75 tot 80%. De supermachten zelf geven ongeveer 50% van het totaal uit. Opvallend is dat het aandeel van de ontwikkelingslanden de laatste jaren sterk is gestegen. Bedroeg dit in 1954 nog maar 6%, in 1974 was dit al17% van alle bewapeningsuitgaven. Kijkt men echter naar het totaal van de gelden die van overheidswege aan ontwikkelingssamenwerking worden uitgegeven, dan bedroeg dit in 1973 10 miljard dollar, waarvan slechts Jl/1 miljoen via de kanalen van de VN werd verleend. Slechts 4% van het bedrag dat aan bewapening werd uitgegeven, werd dw aan ontwikkelingssamenwerking besteed. Splitst men dit uit naar groepen donorlanden, dan komt men voor de zes grootste besteders aan militaire doeleinden- VS, USSR, China, Frankrijk, Engeland en de Duitse Bondsrepubliek- tot een verhouding van 3:100. Voor de kleinere donorlanden is dit 10:100. Voor Nederland, dat tot de weinige landen behoort die de offiàele doelstelling voor ontwikkelingshulp heeft gehaald -0,7% van het BNP -is ditnog altijd 18:100. In de Ontwaprningmota van de Nederlandse regering (1975) staat op een onderkoelde wijze geformuleerd dat de verschiUen tussen deze bedragen niet in enigerlei redelijke verhouding staan tot de waarden van de doeleinden die ermee worden gediend. Het rapport van de sekretarisgeneraal van de VN wijst er op, dat een aanvaardbare mate van ontwikkeling moeilijk. zoniet onmogelijk te verzoenen is met voortgang van de bewapeningswedloop. Voortgang met ontwapening zou zowel in de rijke als in de arme landen bronnen van materiele, financiele en menselijke aard vrijmaken voor ontwikkeling. Bij materiele bronnen valt te denken aan grondstoffen, die maar op één manier kunnen worden gebruikt, b.v. voor energieopwekking. Het RIO rapport van de Club van Rome bevat veelzeggende gegevens over de menselijke inzet. Bijna 59% van de wetenschappers in de wereld is op een of andere manier betrokken bij militair onderzoekings- en ontwikkelingswerk. Van het geld van publieke en particuliere research

en ontwikkeling gaat 40% naar militaire doeleinden. Illustratief is de volgende verhouding: 60% van het menselijk vernuft wordt ingezet in de civiele sector, die 94% van het BNP uitmaakt, terwijl 40% van het totaal van de talenten, zoals gezegd, gericht is op militair onderzoek.ings- en ontwikkelingswerk, dat maar 6% van het BNP in de wereld uitmaakt.

Nationale en mondiale veiligheid Hoe worden de beide hoofddoeleinden ontwapening en ontwikkeling in een oorzakelijk verband gebracht? Hoe worden de dwarsverbindingen gelegd tussen de economische en politieke veiligheid, die in het Handvest van de VN centraal staan? Hoe breng je een alomvattende strategie tot stand? De Ontwapeningsnota stelt terecht dat de graadmeter die de ontwikkelingslanden hanteren voor de intenties van de ontwikkelde wereld, bestaat uit de mate waarin de ontwikkelde landen bereid zijn de bescherming van hun nationale veiligheid achter te stellen bij de bevordering van de mondiale vrede en veiligheid. Hoewel de beide doelstellingen elkaar niet uitsluiten en in elkaars verlengde zouden moeten liggen, worden ze vaak subjectief als verschillend en niet gelijkwaardig ervaren met als gevolg dat prioriteit wordt gegeven aan de nationale veiligheid. Men mag niet vervallen in redeneringen in de trant van: er is hiervoor geen oplossing. Een dergelijke opvatting leidt tot defaitisme en berusting. Een voorbeeld in dit verband is het RIO-rapport, dat immers handelt over de totstandkoming van een nieuwe internationale (economische) orde. Als eerste en belangrijkste probleemgebied dat zo'n nieuwe orde in de weg staat, wordt de bewapeningswedloop geI noemd. Maar in het hoofdstuk waarin deze materie wordt behandeld, worden helaas geen werkelijke nieuwe horizonten geopend. Het VN-rapport wijst op de noodzaak van "breuken" in de historische processen en meent dat juist in onze tijd daa.r voor zeer geschikt is. Van groot belang is dat de afgelopen AVVN een initiatief van Noorwegen overnam om de relatie ontwapeningontwikkeling te laten onderzoeken op de 8e Speciale Zitting van de AWN, die in mei van dit jaar zal worden gehouden. Een Speciale Zitting biedt het voordeel dat de problemen die achter de meer concrete vraagstukken schuilen, kunnen worden uitgediept. Veel bouwstenen voor de oplossing van dit probleem zijn echter nog niet aangedragen, ook niet van wetenschappelijke zijde. Het gaat er nu niet meer om verklaringen af te leggen hoe onduldbaar de zaak is. Geprobeerd moet worden een greep op de materie te krijgen, teneinde nieuwe strategiet!n te ontwikkelen. Diepere actie-reactiepatronen moeten opgespoord worden om daar vervolgens gericht op in te spelen.

I

Oorlogsgevaar De groeiende kloof tussen rijk en arm in deze wereld vorint een zeer ret!le bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid. Vooral omdat het hier niet een noodlotsarmoede betreft, maar een armciede waarvoor oplossingen bestaan ; een armoede die ook naar de mening van de armen opgelost behoort te worden. De bewustwording van dit feit ligt ten grondslag aan de onderlinge solidariteit van de Derde Wereld. Enkele jaren geleden gold de bewuste ervaring van de wel5


vaartsk.loof nog als een potentiêle bron van een oorlog tussen Noord en Zuid . Dit kan ook nu nog vol gehouden worden, maar het hangt er dan wel vanaf wat men onder oorlog verstaat. Een soon gewapende revolutie van de wanhoop tegen het Noorden is niet waarschijnlijk, gezien de technologische voorsprong op wapengebied van dit gebied. De -;ituatie wordt daarmee niet minder onheilspellend, · want de Derde Wereld kan ook bepaalde andere wapens hanteren, m.n. economische (grondstof-embargo's). Het olie-embargo uit 19 73 heeft wat dat betreft in die kring bewustzijnverruimend gewerkt. Dit zou op zich zelf weer aanleiding kunnen zijn tot militair ingrijpen. Men herinDe!'e zich de geluiden in Amerika -niet van de onbeduidendste afkomstig- dat bij herhaling van zo' n embárgo de VS niet zullen schromen desnoods gewapenderhand hun olietoevoer zeker te stellen.

Bovenstaand arti/rel is gebaseerd op een in december 1977 gehou- . den leting van de auteur voor de VIRO (Vereniging voor de Verenigde Naties).' - -- - - - - - - - - - - - Het bewustzijn van economische macht heeft een bijdrage geleverd tot een algemeen zelfbewustzijn van de Derde Wereld. De internationale discussie over het gemeenschappelijke fonds voor grondstoffen is een uitzonderlijk moeilijke. Afgezien nog van de economische merites is vooral het politiek gewicht van deze discussie van groot belang. Geen oplossing is mogelijk als de ontwikkelde landen zich niet in het referentiekader van de ontwillelingslanden willen verplaatsen en in feite juist het omgekeerde verlangen. De diepere betekenis van het feit dat een aantal landen, waaronder Nederland, zich bereid verklaard heeft om binnen dit referentiekader mee te denken en daarom aan zo'n gemeenschappelijk fonds een nationale bijdrage te geven, moet hierin worden gezocht.

' ll~LLO

Militaire budgetten De meest logische en voor de hand liggende oplossing voor de wanverhouding van de uitgaven voor ontwapening en ontwilleling lijkt vermindering van de wapenbudgetten. Natuurlijk zou een aanmerkelijke vermindering van militaire uitgaven de sociale en economische ontwilleling van alle, ook de rijke landen zelf, bevorderen en de mogelijkheden vergroten de arme landen meer hulp te bieden. De tijd is gelullig voorbij dat, zoals in de jaren vijftig het geval was, in de VN werd gesproken over het opzetten van een VN "Capital and Development Fund" om de ontwikkelingslanden in staat te stellen investeringen te doen en van de zijde van m.n . Amerika en Engeland werd gesteld dat van die kant alleen bijdragen waren te verwachten als er besparingen waren verkregen uit de ontwapeningsonderhandelingen. Op die wijze werd de ontwillelingssamenwerking gemaakt tot· een sluitpost van de ontwapeningsvoongang. Op dit moment bestaat gelukkig overeenstemming dat deze beide doeleinden om zichzelf behoren te worden nagestreefd en niet dat voongang bij het ene afhankelijk gemaakt wordt van voongang bij het andere. De gedachte van het terugbrengen van de militaire budgetten speelt nu een belangrijke rol. In 1973 stelde de SovjetUnie voor de bewapeningsbudgetten van met name de permanente leden van de Veiligheidsraad met 10% terug te brengen. Van die besparingen zou dan weer 10% beschikbaar gesteld moeten worden voor ontwikkelingssamenwerking. Geen erg royaal gebaar : van iedere 10 cent die gespaard zou worden zou één cent naar de ontwillelingslanden gaan -applaus van die kant bleef dan ook uit. De logica van dit voorstel spreekt daarenttogen wél aan. Waarom werkt het dan niet? Voornamelijk omdat de defensiebegrotingen

ZO LI!Nti

!UURtiAN . . .... .

U TEO!N i &c.H

SETf:/1. l.ENT . . ..... .

I

~~~L .. --~

EN U

6

COIIIVf:NTÎONE EL

$T EII.KE R ...... ·

BLYFî

ALLES

l>V

HET OUl>E .


volstrekt onvergelijkbaar zijn. In het ene land staan de uitgaven voor militair onderzoek en ontwikkeling wel op de defensiebegroting, bij een ander weer niet. In Nederland valt bv. het loodswezen onder de defensiebegroting, terwijl het toch duidelijk om een civiele taak gaat. Niemand zal pleiten voor een korting van 10% hierop. Een dergelijk voorstel gaat, omdat het zo algemeen is geformuleerd, voorbij aan de criteria waaraan ontwapening moet voldoen. Het zuiverst zijn deze criteria in 1960 geformuleerd bij de Me Cloy-Zorin overunkom1t : doel is de versterking van internationale vrede en veiligheid en derhalve dienen ontwapeningsmaatregelen evenwichtig te zijn, zodat beide partijen zich veiliger voelen. Reducties van militaire budgetten zijn hienoe irrelevant, landen voelen zich niet bedreigd door de hoogte van begrotingen maar door specifieke wapensoonen. Afspraken moeten dan ook gemaakt worden over de vermindering van bepaalde uitgaven binnen de militaire budgetten, zoals die voor "research" en "development", de aanmaak van tanks of nucleaire wapens. Dit doet niet af aan het belang van de kwestie van militaire budgetten. Het vergelijkbaar maken van militaire budgetten is hoogst belangrijk al was het alleen maar voor de statistiek, die politiek uiterst relevant kan zijn. Bovendien wordt op die wijze inzicht verlc.regen in de opbouw van wapensystemen door landen. Daarom werd tegelijk met de Russische resolutie waarop eerder gewezen werd, door Mexico een resolutie ingediend waarin aan de secretarisgeneraal van de VN werd gevraagd een nader onderzoek te laten instellen naar de militaire budgetten. Naar aanleiding hiervan werd een rappon opgesteld waarin een systeem wordt voorgesteld om militaire budgetten te vergelijken. Het eerste Land dat zijn defensiebegroting als een soon proefkonijn om het ontworpen systeem te testen aanbood, was Nederland. Men zou mogen verwachten dat de Sovjet-Unie het tweede land zou zijn. Van die kant is echter nog geen aanbod gekomen.

Gevoel van disairniDatie Ten aanzien van de relatie ontwapening-ontwikkeling is er nog een ander probleem : het gevoel bij de ontwikkelingslanden een achterstand te hebben en het verlangen die achterstand niet groter te laten worden. Op grond van het feit dat de ontwikkelde landen zich bewapend hebben, vinden de ontwikkelingslanden om prestigeredenen of uit veiligheidsoverwegingen dat zij ook over wapens moeten beschillen. Een vicieuze cirkel ontstaat, die des te moeilijker te doorbreken wordt, doordat de ontwikkelingslanden zelf in toenemende mate producenten van conventionele wapenen worden en niet bereid zijn zich zelf beperkingen op te leggen als de ootwillelde landen dit ook niet doen . Nog veel nadrukkelijker komt dit naar voren bij de recente ontwikkelingen t.a.v. de toepassing van vreedzame kernenergie. Het verdrag tegen verspreiding van kernenergie uit 1968 gaat er vanuit dat behalve voor de vijf landen die op dat moment over kernwapens beschikten, militaire toepassing van kernenergie fout is en vreedzame toepassing goed. Voor het tussengebied -vreedzame kernexplosies - wordt bepaald dat deze. alleen plaats kunnen hebben door een kernmogendheid t.b.v. een niet-nucleaire staat die daarom vraagt. Dit discriminatoire karakter van het verdrag -een aantal landen mag wel kernwapens hebben, de andere niet- is voor veel niet-kernmogendheden alleen aanvaardbaar indien de vreedzame toepassing van kernenergie vrij blijft en de nucleaire " have-nots" daarbij door de "haves ' zouden

worden geholpen; aldus ook Art. 4 van het verdrag. Het eenvoudige principe : " militaire toepassing van kernenergie is fout, vreedzame toepassing is goed" blijkt echter nuancering te behoeven . Men is er achter gekomen dat ook aan vreedzame toepassing zeer gevaarlijke kanten zitten : bij gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden kan men griezelig dicht bij de mogelijkheid komen kernwapens te ontwikkelen. Er komt bij het splijtstofproces materiaal vrij dat voor militaire doeleinden misbruikt kan worden, onder meer het bekende plutonium. Dit hangt weer samen met een aantal technologid!n die kunnen worden toegepast: opwerking van bestraalde splijtstof of het in bedrijfstellen van snelle kweelc.reaktoren die meer plutonium produceren dan ze verbranden. Dit heeft ertoe geleid dat de leveranciers (landen die zelf nucleair hoog ontwikkeld zijn) bijeen zijn gekomen om over de gevaren van de overdracht van deze zeer gevoelige technologieên te praten. Het feit van dit samenkomen alleen al wekte grote weerzin in de Derde Wereld. Landen als Nigeria en Joegoslaviê die zich zeer hebben ingespannen voor het verdrag voor niet-verspreiding van kernwapens, zijn nu in de voorste gelederen te vinden van de landen die in deze leveranciersafspraken een poging tot discriminatie van de niet-nucleaire landen zien. Deze landen willen ongehinderd toegang tot de vreedzame nucleaire technologie. In feite is dit een van de grootste problemen op dit moment. President Carter heeft in zijn programma, dat hij begin 19 77 ontvouwde, een afkoelingsperiode voorgesteld waarin bekeken zou moeten worden of kernenergie intrinsiek veiLig kan worden toegepast en afgezien zou moeten worden van het verder ontwikkelen van gevaarlijke procédés. In de VN werd onlangs een resolutie aangenomen, waarin vanuit de Derde Wereld geprobeerd wordt vooruit te Lopen op deze afkoelingsperiode. De resolutie stelt n.l. dat nietnucleaire landen volledig recht hebben op toegang tot alle technologieên terzake, zij het natuurlijk wel onder toepassing van de veiligheidsgaranties van het Weense atoomagentschap. Daarmee wordt echter niet voorkomen dat deze gevaarlijke technologieên in de handen van steeds meer staten komen. Het probleem is bovendien dat deze veiligheidsgaranties betrekking hebben op een controle achteraf. Carter wil preventief werken.

Ten besluite Tot slot oog iets over de psychologische dimensie van het ootwapenings-ootwikkeliogsprobleem: landen die een achtentand hebben kunnen zich emotioneel moeilijk neerleggen bij het feit dat hoger ontwikkelde landen zullen uitmaken wat gevaarlijk is of niet, terwijl die laatste landen wél over de gevaarlijke technologieën kunnen beschikken. Ook dit element moet meegenomen worden in studies ter: zake, omdat anders toch alleen maar halfklare oplossingen aangeboden worden, die in de praktijk niet blijken te werken. Zoals het RIO -rapport stelt: het belangrijkste probleem is niet de overschakeling van een oorlogs- naar een vredeseconomie, maar van een oorlogs· naar een vredesmentaliteit.

P~f. dr. P.H. Kooijmans zgn. RIO-rappon van de Club van Rome (Reshaping the International Order; Prof. J. Tinbergen , coördinator ; New Vork 1976) ontleend.

(I ) De hier vermelde gegevens zijn gTOtendeels aan het


Jongeren over ontwapening HetJASON-magazine, waarvan U nu een exemplaar onder ogen heeft, is slechts één van de activiteiten waar de Stichting JASON zich mee bezig houdt. Een tweede voorbeeld ViJ.nJASON's werkzaamheden is de jaarlijks terugkerende Politieltt jongmn-Bi.Jeenltomst. Dergelijke bijeenkomsten worden georganiseerd om jongerengroeperingen in den lande in staat te stellen met elkaar in contact te komen (hetgeen, nu het Nederlands Komitée voor Internationaaljongerenwerk ter ziele is, misschien wel de enige mogelijkheid is) en in de tweede plaats om, naar aanleiding van het thema van de bijeenkomst, met elkaar van gedachten te wisselen over actuele zaken die ook voor jongeren van gewicht zijn. Op 18 maart j .l. werd de derde bijeenkomst in successie gehouden, bijgewoond door venegenwoordigers van de ARJOS (jongeren van de ARP), de CHJO (idem van de CHU), de PPR, JOVD en de afdelingen Groningen en Leiden van SIB (Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen). Tevens was een vertegenwoordiger van SIB-Landelijk aanwezig. Al met al een gemêleerde groep, hetgeen ook in de discussies duidelijk tot uitdrukking kwam.

Kernthema voor jongeren Thema van deze derde bijeenkomst was : " Ontwapening : kernthema voor jongeren" . Hoezeer jongeren zich, op verschillende wijzen, met ontwapening kunnen bezighouden blijkt alleen al uit de standpunten van de Arjos en de PPR. Waar de eerste alternatieve vormen van defensie onderzoekt en vooropstelt dat Nederland NAVO-parmer dient te blijven, meent de PPR dat uittreden uit de NAVO niet alleen gewenst, maar zelfs noodzakelijk is indien daarmee de ontwapening wordt bevorderd. Door de aanwezige jongerengroeperingen werden een aantal stellingen op tafel gelegd, aan de hand waarvan de discussie zich kon ontspinnen. Een van deze stellingen luidde : "Alleen totale ontwapening verzekert een vreedzame wereld." SIS-Groningen plaatste hierbij een vraagteken en wees op de economische bindingen tussen de twee machtsblokken, Rusland en de Verenigde Staten. Deze verstrengeling van belangen zou, zo meende SIS-Groningen, beide blokken nopen tot het handhaven van vrede. De PPR bestreed deze opmerking door te wijzen op de belangenstrijd in de Derde Wereld, waar de VS en de USSR elkaar geen duimbreed willen toegeven. De J OVD wilde bovengenoemde stelling wel onderschrijven, doch maakte enkele kanttekeningen bij de uitwerking in de praktijk. Zij merkte op, dat een totale ontwapening afgedwongen moet kunnen worden. Dit zou gewapend toezicht veronderstellen. Bovendien wees de JOVD op de aanwezigheid van illegale wapens op nationaal niveau; een mogelijkheid die ook op mondiaal niveau niet uit te sluiten zal zijn. SIB-Landelijk voegde hieraan toe, 8

dat totale ontwapening de vrede alleen zou kunnen garanderen indien ook de kennis om wapens te ontwikkelen zou ontbreken. Aangezien dat een utopie is, meende de spreker dat militair evenwicht tussen de blokken een bittere noodzaak is. De CHJO benadrukte het gevaar dat schuilt in eenzijdige stappen ter bevordering van de ontwapening.

Afremming bewapeningswedloop Een tweede stelling, waarover de aanwezigen hun licht lieten schijnen, luidde : " De wapenwedloop is in een wereld zonder supranationaal orgaan slechts marginaal af te remmen." De aanwezigen bleken het eens te zijn met de opmerking dat ontwapening overeenstemming vereist. Die overeenstemming zou het opzetten van een dergelijk supranationaal orgaan vergemakkelijken. De CHJO merkte op, dat morele overeenstemming niet eens een vereiste is : iedereen is zo ondertussen de mening wel toegedaan dat defensiegelden beter besteed kunnen worden. In de USSR schreeuwt de bëvolking volgens spreker om meer en betere consumptiegoederen; een wens waaraan de Russische leiders ééns gehoor zullen moeten geven.

De PPR kwam hiertegen bijna in het geweer: de wapenwedloop wordt niet alleen bepaald door de wensen en gedachten van de regeringen ; met name het Militair-Industriêle Complex heeft hier een grote invloed. " Het is niet toevallig dat research gedaan wordt in de richting van het ontwikkelen van nieuwe wapens".

Mislukken ontwapeningsbesprekingen Naar aanleiding van de vertraging die er bij de SALT-besprekingen is opgetreden, maakte SIS-Landelijk melding van een analyse van ontwapeningsbesprekingen van de hand van de Amerikaan Myrdal. Volgens deze analyse gaan zowel de VS als de USSR aan tafel zitten met in gedachten een viertal oogmerken : 1. Het verzekeren van machtsevenwicht tus1 sen de twee blokken; eventueel het behalen van voordelen daarin. 2. Het verzekeren van de vrijheid tot kwalitatieve wapenverbetering. 3. Het verzekeren van de machtsafstand. 4. Het verzekeren van de veiligheid op eigen gebied. SIB-Landelijk kwam naar aanleiding van deze vier punten tot de conclusie dat dergelijke besprekingen hoogstens tot oplossingen op korte termijn kunnen leiden, en dat ontwapeningsbesprekingen beter vervangen kunnen worden door wapenbeheersingsbesprekingen : het voornaamste probleem in de huidige odnerhandelingen wordt immers gevormd door kwalitatieve ontwikkelingen in de wapenwedloop (technische verbetering van wapensystemen in plaats van uitbreiding van het aantal wapens).

Neutronenwapen en Nonproliferatie Het vraagstuk over de invoering van het neutronenwapen bleek binnen de aanwezige organisaties ruime aandacht te hebben. De stelling aan de hand waarvan men zijn mening duidelijk trachtte te maken, luidde als volgt: "Het eventueel opnemen van het neutronenwapen in het Nederlandse wapenpakket zou in strijd zijn met de geest van art. VI van het Nonproliferatieverdrag." (Artikel VI heeft de voglende inhoud: Elk van de partijen bij het Verdrag verbindt zich ertoe, te goeder trouw onderhandelingen te voeren omtrent doeltreffende maatregelen m.b.t. spoedige beêindiging van de nucleaire bewapeningswedloop en tot nucleaire ontwapening en omtrent een verdrag inzake algemene en volledige ontwapening onder strenge en doeltreffende internationale controle.) De PPR wijst de invoering van het neutronenwapen af, nog afgezien van allerhande verdragen en militaire of strategische doeleinden. Reden voor


afwijzing is gelegen in de stimulans, die dit gebaar op de ontwapening heeft. Eenzijdige stappen die kunnen leiden tot het opheffen van de twee machtsblokken sluit de PPR niet uit: zij stelt zich op het standpunt dat niet-invoeren van de neutronenbom de wapenwedloop vermindert. Door de "Stop de Neutronenbom"-actie heeft de PPR naar eigen zeggen de mensen een perspectief in handen gegeven hot men bewapening kan bestrijden. SIB-Landelijk bracht een interessante theorie naar voren : om een aantal redenen zou de invoering van het neutronenwapen, in tegenstelling tot wat men zou menen, juist leiden tot een verzwakking van de NAVO. Vier argumenten werden ter staving aangevoerd: I. De neutronenbom is een gevaarlijk wapen, omdat het direct op het slagveld moet worden ingezet. Dat zou betekenen dat de beslissing omtrent het inzetten van dat wapen gedelegeerd moet worden. 2. De-escalatie van het conflict, naar aanleiding waarvan het wapen gebruikt is, is onmogelijk : de SowjetUnie zal ook háár sterke wapens inzetten. 3. Invoering ervan maakt deelname van Rusland aan een verbod op kernproeven voorlopig onmogelijk : ook de SU zal een eventueel neutronenwapen willen testen. 4. De neutronengranaat heeft minder radio-actieve fall-out dan de, wat we tegenwoordig misschien wel kunnen noemen, "conventionele" kernwapens. In tegenstelling tot vroeger, bij een gebruik van die conventionele kernwapens, blijft bij gebruik van het neutronenwapen het achterland van Europa de moeite van het overwinnen door Rusland waard.

Tegen deze redenering kwam weinig verzet; alleen van JASON-zijde werd de kanttekening gemaakt dat Rusland waarschijnlijk niet geïnteresseerd zal zijn in een invoering van het wapen aan hun kant, daar het niet zou passen in hun tactisch-strategische opzet. Een vertegenwoordiger van de CHJ 0 wees er nogmaals op, dat men zich in het confessionele kamp hevig verzet tegen een beslissing omtrent al dan niet invoering door de NAVO : "De politiek moet kunnen bepalen wat militair mogelijk is".

1

1

Dramatische stappen "Militair evenwicht is een absolute voorwaarde voor het afschrikkingssysteem; daarom dient de NAVO af te zien van eenzijdige eerste stappen." Uiteraard botsten hier de meningen. Alle vertegenwoordigers van SIBzijde konden deze stelling volledig onderschrijven, onder verwijzing naar het beschaamde vertrouwen in de Sowjet-Unie vanwege hun acties in het Oostblok alsmede het nietomlaagbrengen van hun niveau op het gebied van conventionele bewapening. De Atjos tekende aan dat het Oosten dan misschien wel een kwantitatieve voorsprong heeft, doch het Westen er kwalitatief beter uitspringt. De PPR echter verwees naar een studie van Frank Barnaby in verband met de toenemende nucleaire bewapening in de Derde Wereld. Volgens Barnaby is het wenselijk, en zelfs noodzakelijk, dat kleine landen "dramatische eerste stappen" zetten om te komen tot ontwapening. Nederland zou, met de machtspositie die het in de wereld bekleedt, een voorbeeld voor andere kleine landen moeten zijn, en als eerste zo'n "dramatische stap" moeten doen. Maar dat alleen, indien van een dergelijke actie redelijkerwijs te verwachten valt, dat zij effect zal sorteren.

Concessies van het Westen De MBFR-besprekingen zitten in het slop. Mag het Westen toch onverkort vasthouden aan haar eisen, dat er een gemeenschappelijk plafond moet komen en a-symmetrische reducties moeten worden toegepast? "Neen" zei SIB-Landelijk. "Ook bij een procentuele reductie bereik je, dat het b~apeningsniveau daalt, en wel sterker bij de meer-bewapende partij. Het Westen zou het Oosten ook kunnen voorstellen de tactische kernwapens op te geven. Tevens zou het invoeren van landelijke plafonds een bijdrage kunnen zijn". "Neen", zei ook de PPR. "De MBFRbesprekingen kunnen ook uit het slop gehaald worden door een koppeling te bewerkstelligen tussen MBFR en CVSE : de uitbreiding die het aantal gesprekspartners hierdoor zou ondergaan zou de besprekingen ten goede kunnen komen doordat de toenemende samenwerking op sociaal en economisch vlak hun neer-

slag in de onderhandelingen zullen hebben."

Joogerenorganisaties en ootwapening Wat doen de jongerenorganisaties eigenlijk aan ontwapeningsvraagstukken? De Aljos onderzoekt, zoals reeds eerder aangehaald, alternatieve vormen van defensie middels de FPGDefensie Groep. Men heeft kritiek op de taakverdeling binnen NAVO-verband : kleine landen worden te zwaar belast. De PPR kent een aantal studiegroepen die zich bezighouden met nonproliferatievraagstukken; het defensiebeleid van de verschillende landen; de Neutronenbomactie en internationale veiligheidsvraagstukken. In CHJO/CDJA-kringen houdt men zich niet zo bezig met dergelijke kwesties; wel onderhoudt men allerlei buitenlandse contacten. De JOVD heeft haar interesse in vredesvraagstukken op een vorig jaar gehouden congres tot uitdrukking gebracht onder het thema " Vrede en Veiligheid". De SIB kent een Oost- Europawerkgroep en -projectgroep. Haar activiteiten zijn niet specifiek op ontwapening gericht, doch men heeft wel plannen zich in de toekomst meer met dit onderwerp bezig te houden; een internationale conferentie zou een goede start kunnen zijn. Wordt vtrvolgd.

Gezien het enthousiasme van de deelnemers zal JASON volgend jaar een vierde Politieke Jongeren Bijeenkomst houden, zodat niet alleen een · goede traditie wordt voortgezet, maar ook nog meer jongerenorganisaties in de gelegenheid zullen worden gesteld een bijdrage aan de discussies te leveren. Mieke Fikkers-Van der Spek 9


SPECIALE VN-ZII IING OVER ONTWAPENING·: EEN TEKEN AAN DE WAND Inleiding Op 23 mei a.s. zal te New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor de negende keer in een Speciale Zitting bijeenkomen. Het zal echter de eerste keer rijn dat een dergelijke zitting uitsluitend gewijd zalzijn aan een bespreking van de vraagstukken van ootwapening en wapenbeheersing. Tijdeos deze Speciale Algemene Vergadering der VN (SAVVN), welke tot 28 juni zal duren, zullen meer dan 100 staatshoofden, regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken in een algemeen debat hun nationale opvattingen over de ontwapeningsproblematiek kenbaar maken. De belangrijkste werkzaamheden zullen zich echter buiten de schijnwerpers van pers en media afspelen. Zo'n 150 landen moeten het namelijk zien eens te worden ovèr de tekst van een slotdocument waarin beginselen en doeleinden rullen rijn neergelegd die als de richtlijnen van toekomstige ontwapeningsonderhandelingen moeten gaan fungeren. Daarnaast zal de slotverklaring een lijst van maatregelen bevatten welke in de komende jaren gerealiseerd moeten worden. Tenslotte zal de slotverklaring aanbevelingen vermelden met betrekking tot de manier waarop ootwapeningsooderhandelingeo gevoerd dieoen te worden. Het slagen of falen van deze Speciale Zitting zal vooral afhangen van de mate waarin men overeenstemming over deze principiële zaken zal weten te bereiken. Daarbij zal het van bijzooder belang zijn of de Westelijke en Oosteuropese landen zich zullen kunnen vinden in het eindresultaat van deze qua stemmenaantal door de nietgebonden landen gedomineerde conferentie. Gezien hun aandeel in de huidige bewapeoiogsactiviteiten zal het immers om deze landen, en met name de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie, draaien of in de nabije toekomst niet alleen verbale, maar ook reële voortgang op ootwapeniogsgebied geboekt kan worden.

Voorgeschiedenis Hoewel de gedachte van een Speciale Zitting van de AVVN welke aan ontwapeningsproblemen gewijd zou zijn, reeds in 1961 werd geopperd, is de in mei van start gaande SAVVN het directe resultaat van de oproep van de vijfde conferentie van Staats- en regeringsleiders van.niet-gebonden landen te Colombo in augustus 1976. De motieven die daarbij een rol speelden waren verontrusting over de steeds maar doorgaande bewapeningswedloop en de uiterst magere resultaten van het ontwapeningsoverleg. Daarnaast waren de niet-gebonden landen van oordeel dat zij hun activiteiten op dit van oudsher door West en Oost gedomineerde terrein moesten bundelen om door hun gezamenlijke kracht te trachten bij te dragen tot de uiteindelijke doelstelling van algemene en volledige ontwapening. Een nieuw element daarbij was dat de conferentie van Colombo verk.laarde dat de pogingen om te komen tot een Nieuwe Internationale Economische Orde niet te rijmen waren met de bewapeningswedloop. Tenslotte was 10

de conferentie van oordeel dat de Verenigde Naties een belangrijker rol op ontwapeningsgebied zouden moeten spelen. In het najaar van 1976 stelden de niet-gebonden landen tijdens de Algemene Vergadering derVNvoor dat in 1978 een Speciale Zitting zou moeten plaatsvinden. De reacties aan westelijke en oostelijke zijde waren niet afwijzend, doch in eerste instantie wel behoedzaam. De Oostbloklanden vreesden dat door een Speciale Zitting het Sowjetvoorstel voor een wereldontwapeningsconferentie wellicht voorgoed in het slop zou geraken. Westelijke landen benadrukten het belang van een goede voorbereiding. Zo waarschuwde de toenmalige Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, dr. P.H. Kooijmaru dat als de Speciale Zitting geen positieve resultaten zou opleveren er een situatie zou kunnen ontstaan waarin bepaalde dringende problemen op het gebied van ontwapening nog moeilijker tot een oplossing gebracht zouden kunnen worden, dan onder de huidige toch al niet gemak.k.elijk.e omstandigheden. Het enige land dat zich voluit kritisch uitliet over het nut van een SAVVN over ontwapening, was de Chinese Volksrepubliek.. Dit land, tevens kernmogendheid, heeft zich tot nu toe buiten ieder ontwapeningsoverleg gehouden. Overigens heeft China nooit definitief te kennen gegeven dat het niet aan de SAVVN zou deelnemen. Het bleek. tenslotte mogelijk. om met consensus een resolutie aan te nemen waarin tot bijeenroeping van een Speciale Zitting werd besloten en waarbij tevens een voorbereidingscommissie in het leven werd geroepen die al in het voorjaar van 1977 met haar werkzaamheden zou moeten beginnen.

Voorbereiding Begin 19 77 gingen de voorbereidende werkzaamheden inderdaad van start in de voorbereidingscommissie welke 54 leden telde en waarvan tot voorzitter werd gekozen de Argentijnse diplomaat Ortiz de RosaJ. Naast de 54 door de Secretaris-Generaal der VN aangewezen leden konden andere VN-lidstaten zich aanmelden om als waarnemer de besprekingen van de voorbereidingscommissie bij te kunnen wonen. Twaalf landen hebben waarnemersdelegaties aangemeld, waaronder Nederland. In de praktijk komen de rechten van de niet-leden van de commissie overeen met die van de leden. Niet-leden kunnen het woord voeren en dus aan de beraadslagingen deelnemen. Daarnaast kunnen zij documenten indienen of als mede-indiener van werk-documenten van andere lidstaten fungeren. Het enige wat hen onderscheidt van leden is dat niltt-leden niet aan stemmingen mogen deelnemen. Doch stemmingen hebben tot nu toe niet plaatsgevonden - men streeft voor alles naar een zo groot mogelijke instemming, dus naar consensus - en de verwachting is dat het in de voorbereidingscommissie ook. bij de verdere werkzaamheden niet tot een stemming zal komen.


Tijdens de drie zittingen van de commissie in de loop van 197 7 zijn alle procedurele aspecten geregeld, zoals plaats en datum van de Speciale Zitting, organisatie en procedures en de agenda van de Speciale Zitting. Deze agenda voorziet onder meer in een ondeiWerp waaronder landen hun evaluatie ten aanzien van de huidige internationale veiligheidssituatie naar voren kunnen brengen en meer in het bijzonder de aspecten kunnen belichten, welke verbonden zijn aan de huidige bewapeningswedloop en de pogingen daaraan een halt toe te roepen. Voorts kent de agenda drie punten welke in evenzoveel verklaringen dienen uit te monden, te weten een declaratie van beginselen en uitgangspunten van ontwapeningsonderhandelingen, een programma van ontwapeningsmaatregelen en een verklaring met aanbevelingen inzake de manier waarop die onderhandelingen gevoerd zouden moeten worden. De besprekingen van de SAWN zullen plaatsvinden in een plenaire zitting waarin alle VN-Ieden van hun opvattingen kunnen blijkgeven. Naar veiWacht zullen aan dit debat zo'n 110 staatshoofden, regeringsleiders en ministers van buitenlandse zaken deelnemen. Gezien de bestaande verschillende ontwapeningsvisies zal het algemene debat ongetwijfeld uiteenlopende opvattingen, visies, evaluaties en vooruitzichten te zien geven. Dit effect zal voorts nog versterkt worden doordat de publieke belangstelling zich vooral op deze toespraken zal richten. Naast de plenaire zittingen vinden beraadslagingen plaats in een commissie van alle VN-Iidstaten, waarin men het eens zal moeten zien te worden over de tekst van de reeds

genoemde drie verklaringen, die tezamen bet slotdocument van de Speciale Zitting zullen vormen. Het zal vooral de mate van overeenstemming over de tekst van dit slotdocument zijn, waaraan het succes of het mislukken van de SAWN zal kunnen worden afgelezen. Het opstellen van teksten voor de drie verklaringen en onderhandelingen over compromis-formuleringen zijn op dit moment in volle gang. Reeds in de loop van 1977 circuleerden landen en groepen landen ontwerp-teksten in de voorbereidingscommissie, daarmee aangevend hàe volgens de opstellers het einddocument of gedeelten daarvan er uit zou moeten zien. Men kan het tevens beschouwen als het aangeven van de uitgangspositie waarmee men de fase van onderhandelingen over een zo mogelijk voor iedereen aanvaardbare tekst wilde ingaan. De ontwerp-teksten welke daarbij het meest gewicht in de schaalleggen zijn ongetwijfeld die welke zijn ingediend door de niet-gebonden landen, de Oostelijke en de Westelijke landen.

Verwachtingen In welk perspectief moet men de komende SAWN over ontwapening beschouwen en welke verwachtingen mag men van een dergelijke conferentie koesteren ? Zal de wereld bij_ een succesvol verloop er eind juni een stuk veiliger op zijn geworden? Zullen in geval van een mislukking de oorlogsgevaren aanzienlijk zijn uitgebreid? Beide verwachtingsheetden lijken overtrokken. Men kan niet de hoop koesteren dat politieke obstakels die het totv~renig<N

Staten

13

27

37

129

195

raketonderzeeërs

--··~

L·........

aanvalsonderzeeërs

andere oorlogsschepen

11


. standkomen van ontwapeningsovereenkomsten tussen landen (zoals bijv. de SALT 11 overeenkomst of een verdrag inzake de stopzetting van kernproeven) jarenlang hebben verhinderd, simpelweg na afloop van de SAWN verdwenen zullen zijn. Anderzijds lijkt de vrees ongegrond dat de bewapeningsrace van een eventueel falen van de SAWN niet nog eens extra impulsen zal ondervinden. Men kan mijns inziens de SAWN nog het beste karakteriseren als een "teken aan de wand", men kan dan het eindresultaat -succes dan wel mislukking- als graadmeter beschouwen voor wat de komende jaren op ontwapeningsgebied verwacht mag worden. Echte ontwapeningsresultaten in de zin van vermindering van bewapening of althans stopzetting van de bewapeningswedloop, hoeft men derhalve niet van de SAWN te verwachten. Een forum van bijna 150 landen is ook niet geschikt om uitgebreide en gedetailleerde regelingen te treffen waarbij met ieders belangen is rekening gehouden. Daarvoor zijn concrete, vertrouwelijke besprekingen nodig tussen de betrokken partijen of tussen een beperkte representatieve groep landen. Voorbeelden hiervan zijn de SALT en MBFR-besprekingen en de onderhandelingen in de Geneefse Ontwapeningscommissie, de CCD. Wel zal het resultaat kunnen zijn dat de Verenigde Naties op ontwapeningsgebied een grotere rol zal gaan spelen op ontwapeningsterrein, met name als dergelijke Speciale Zittingen periodiek gehouden zullen gaan worden, zoals door sommige landen is voorgesteld. Men kan het delibererende forum in de VN dan ruwweg beschouwen als de arena waarin de krachten en pressies om voortgang te maken op ontwapeningsgebied getoetst zullen kunnen worden aan de bereidheid van de militair belangrijke landen, die uiteindelijk beslissen of er voortgang op dit gebied zal worden gemaakt. Daarnaast moet de SAWN vooral gezien worden in het licht van de pogingen van de niet-gebonden landen om hun groeiende invloed te laten gelden. De Oost-West dominantie op bewapeningsgebied en daarmee op ontwapeningsgebied en de jarenlange onmacht daar iets aan te doen waren voor de niet-gebonden landen in 1976 aanleiding om een SAWN voor te stellen. Dat zij een dergelijke conferentie juist in VN-kader wilden houden is gezien hun positie (stemmenmeerderheid) en hun ervaringen met vorige Speciale Zittingen (met name de zesde en de zevende welke aan de ontwikkelingsproblematiek gewijd waren) wel te begrijpen. Toch zullen de niet-gebonden landen geen vuist kunnen maken in de zin dat zij West en Oost en in het bijzonder de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie een "diktat" kunnen opleggen. Wil de slotverklaring enige positieve invloed op toekomstige onderhandelingen uitoefenen dan zal men de instemming van deze landen, waar het vooral op aan komt, moeten zien te verwerven. Men zal het, met andere woorden, niet op een "breken" moeten laten aankomen, maar het bij een "buigen" moeten laten. De voorbereidingen tot nu toe hebben aangetoond dat de niet-gebonden landen zich deze verantwoordelijkheid bewust zijn. Daartegenover zullen de militair belangrijke staten en met name de twee supermogendheden verplicht zijn aan te tonen dat het hen ernst is met hun streven naar verdergaande maatregelen op ontwapeningsterrein. Drs. M.I. van der Zee Werkzaam l,>ij het bureau Ontwapmings路 en Veiligbeidsvraagstullen (directie Internationale Organisaties) van het ministerie van buitenlandse zaken. De heer Van der Zee geeft met dit artikel uitsluitend zijn eigen opvattingen weer. 12

DE WAPENWEDLOOP STOPPEN EEN TAAK VOOR DE V.N. De discussie over de problemen van ontwapening heeft de laatste jaren plaatsgevonden id omstandigheden die een oploesiog zowel bijzonder noodzakelijk als zeer wel mogelijk maken. De ontspanning bracht de internationale betrekkingen op een kruispunt vanwaar wegen naar duurzame vrede of op zijn best terug naar een "brinkmanship" politiek zullen leiden. In de situatie van vandaag bestaat de politieke en militaire d&ente als het ware uit twee dimensies; de beginselen van Helsinki vormen aan de ene kant langzamerhand de basis tussen staten met verschillende sociale ayatemen, maar aan de andere kant bereiken, paradoxaal genoeg tegen deze achtergrond, de mondiale militaire uitgaven een recordhoogte.

Waanzinnige wedloop Een dit jaar door een VN-panel voorbereid rapport, verspreid door de voorbereidingscommissie voor de speciale ontwapeningszitting van de AWN (Algemene Vergadering van de Verenigde Naties), die in mei/juni in New York zal worden gehouden, zegt dat volgens de bestaande gegevens de totale militaire uitgaven in de huidige wereld ongeveer 850 miljard dollar bedragen. Meer dan 20 miljoen mensen dienen in de verschillende legers en het totale aantal personeel dat werk vindt in de oorlogsindustrie is meer dan 50 miljoen. Het materi~le verlies voor de mensheid door de bewapeningswedloop is gigantisch, maat het is nog maar een deel van de schade. De uit de pan rijzende bedragen, uitgegeven voor militaire doeleinden, spreken niet alleen boekdelen over ~e zinloze opeenstapeling van de meest geavanceerde wapens- zij geven ook aan dat de research die kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe typen wapens, niet minder gevaarlijk dan de bestaande nucleaire, doorgaat. Beschikbare gegevens op dit gebied zeggen dat het wellicht mogelijk zal zijn genetische wapens te ontwikkelen die het erfelijkheidsmechanisme aantasten -of psychotropische wapens die in staat zullen zijn 's mensens psychologie te veranderen en hun wil te onderdrukken, laser en infrasonische wapens die het menselijke organisme aantasten en radiologische en ecologische wapens die grote gebieden in een onbewoonbare woestenij kunnen veranderen. En niet zo lang geleden voorspelden experts dat de ontwikkeling van radiogolven die de hartslag beinvloeden, uiteindelijk hartstilstand veroorzakend, tot de mogelijkheden zou gaan behoren. De laatste paar jaren lopen hoe langer hoe meer landen in de wapenwedloop mee. Volgens het SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) gaven de NATO- en Warschaupacdanden in 1955 91% van de totale militaire budgets uit; in 1975 bedroeg dit percentage nog maar 18. Het resterende deel kwam voor rekening van de ontwikkelingslanden, die toch al geld te kort komen voor ontwikkelingsdoeleinden.


Al met al lijkt dit het aangewezen moment om deze waanzinnige wedloop naar nieuwe massavernietigende systemen te stoppen voordat ze in produktie worden genomen. Maar hoewel op iedere ontwapeningsconferentie door alle par· tijen bij herhaling gemeld wordt dat "deze kwestie een van de meest urgente van vandaag" is, brengt de discussie zelden meer voon dan dat. Iedereen die de moeite neemt de volumineuze rapponen van al deze besprekingen door te worstelen, kan er niet onderuit één basisfeit te onderkennen: het gebrek aan voongang op ontwapeningsgebied is niet te wijten aan een werkelijke hUidernis op de weg naar een balans tussen ontwapening ~ veiligheid, maar aan machtige en ovenuigde tegenstanders van de omwapening.

Nieuwe wapensystemen Dit artikel bedoelt niet de economische belangen van het Militair Industrieel Complex (dat overigens meer en meer het karakter van een internationale samenzwering aanneemt) en zijn effect op de politiek van de verschillende landen gedetailleerd te bespreken. Ik volsta met te zeggen dat volgens de Amerikaanse Crntral Financial Service de winst van de militaire contractanten in de VS tweemaal zo hoog is als de gemiddelde winst in de totale Amerikaanse goederenindustrie. G. Kuzmin, een Sovjet-onderzoeker, kwam onlangs tot de conclusie dat de Amerikaanse oorlogsindustrie alleen al door prijsverhogingen 10 miljoen dollar per jaar bij elkaar harkt. Als je dan het feit in aanmerking neemt dat het Amerikaanse militaire budget dit jaar de hoogte van 126 miljard dollar zal bereiken, is het duidelijk dat deze cijfers de grenzen van pure economische statistieken overschrijden en een belangrijke politieke factor wordt, die naar alle waarschijnlijkheid het hele besluitvonningsproces van de Amerikaanse overheid belnvloedt. Sommige hindernissen op de weg naar ontwapening hebben een ideologisch karakter. Het stereotype idee - door historische ontwikkelingen veroorzaakt- dat in brede lagen van het Westeuropese establishment heeft postgevat, bezit een zeer karakteristieke kant: er bestaat een tendens om ieder probleem met puur technische middelen op te lossen. Deze houding is neergelegd in de populaire boeken van ju les Veme, waarin zo ongeveer ieder levensprobleem wordt opgelost door toegepaste technische kennis, die stoelt op de inventiviteit, vastbeslotenheid en efficiency van de betrollen personen. De militaire planologen en beleidvoerders in het Westen venonen eenzelfde beeld. Zij proberen de nationale veiligheidsbelangen te dienen door nieuwe, nog geavanceerdere en soms zelfs exotische (om met de Amerikaanse militaire commentator Drew Middleton te spreken) wapens uit te vinden. Hoewel de ervaringen van onze eeuw leren dat nieuwe wapens de. veiligheid niet dienen, heeft lang niet iedereen deze les geleerd. Het bewijs hiervan vormt de verschijning van het JcruiJvluchten nrutronmwapm. De ontwikkelingsgeschiedenis van deze

twee wapens heeft één ding gemeen: aanvankelijk beschouwden de militaire expens ze als betrellelijk waardeloos uit militair oogpunt. Het gebrek aan enthousiasme van de kant van de Amerikaanse luchtmacht vormt een goede illustratie : het februarinummer van "New Scientist" zegt onomwonden dat de oorlogsexperts de effectiviteit van het neutronenwapen als anti-tankwapen -waarvoor het meestal wordt aangeprezen- betwijfelen. In dit opzicht is het interessant te vermelden dat men poogde een belangrijke kwaliteit van de neutronen- en kruisvluchtwapens te verdoezelen: het feit dat ze een machtig wapen zijn tegen huidige en toekomstige ontwapeningsbesprekingen. Invoering van deze wapens in het Westen zal het militaire evenwicht in de wereld verstoren en dus noodzakelijkerwijs leiden tot een reactie van de socialistische landen teneinde hun veiligheid op dit nieuwe niveau te garanderen. Iedereen weet dat de ontwikkeling van het kruisvluchtwapen de voortgang van de Sovjet-Amerikaanse SALT -besprekingen heeft vertraagd. Is dit het soon afschrikking dat deze nieuwe wapensystemen zo bijzonder waardevol maakt in de ogen van bepaalde mensen? In dit verband is L.I. Bm.njevs voorstel tot wederzijds afzien van de ontwikkeling van de neutronenbom goed getimed en zeer toepasselijk. Niet zo lang geleden werd dit voorstel herhaald door het Russische persbureau TASS. Dit TASS-communiqué stelt dat de Russische regering bereid is op welk moment dan ook besprekingen te beginnen over een passende internationale overeenkomst. jongstleden maart brachten de Sovjet Unie en andere socialistische landen een concept internationale conventie over dit probleem ter tafel bij de ontwapeningscommissie. De belangrijkste oorzaak van de wapenwedloop en de belangrijkste hindernis op de weg naar ontwapening is een wijdverspreide -en door het Westen vaak met succes geventileerde- indruk dat de Russische militaire superioriteit de Westerse landen bedreigt en dat de Russen van deze situatie uiteindelijk gebruik zullen maken. Dit is, kortweg gezegd, de herleving van de beruchte mythe over de Russische " militaire dreiging". Zonder twijfel hebben de Sovjet Unie en haar bondgenoten een groot militair potentieel, maar om te zeggen dat deze gericht is tegen het Westen, betekent dat je met opzet een mogeüjltheid verwisselt met een intentie. De "Russische dreiging", die iedere keer dat er een nieuwe militaire begroting goedgekeurd moet worden, groeit en weer naai de achtergrond verdwijnt als die begroting eenmaal is aange· nomen1 vormt sinds de tweede wereldoorlog een telkens terugkerend beeld in de Westerse pers. Het feit echter dat die dreiging gedurende al deze jaren geen werkelijkheid is geworden, stemt tot nadenken : bestaat zij werkelijk? De Sovjet Unie heeft nooit als eerste haar voorraden nieuwe wapens aangevuld -en de reden daarvan ligt niet in het ontbreken van de nodige technolo13


gische kennis. In de na-oorlogse jaren heeft de Sovjet Unie nooit met nucleaire wapens gedreigd -of beter : zij heeft met gun enAel wapen gedreigd tegen geen enAelland. En dat terwijl de Verenigde Staten dit, volgens het Broolrings Instituut, gg maal gedaan hebben. Natuurlijk is het mogelijk te zeggen dat dit de opvatting van de Sovjet Unie is en dat, omdat het Westen er een tegenovergestelde mening op nahoudt, deze vraag dus onbeantwoord blijft. Ik. ben echter van mening dat het publiek. in het Westen niet altijd volledig geYnformeerd is over de opinies van de Westerse deskundigen zèlf aangaande de kwestie van het machtsevenwicht. Om de lezer in de beperkte ruimte van dit artikel een voorbeeld te geven wil ik graag wijzen op een seminar dat in Washington DC vorig jaar over dit onderwerp plaatsvond. Onder de deelnemers aan dit seminar bevonden zich Senator Me Govern, de congresleden Shroeder en Rrumthai (ex-technisch directeur van de speciale Pentagon-groep over de ontwikkeling van nieuwe typen wapens), Herbert Scoville, onderdirecteur van de CIA en onderdirecteur van de wapenbeheersings- en ontwapeningscommissie, M. Cox, Sovjet expen van het ministerie van buitenlandse zaken en van de CIA en Earl Ravenal, een wetenschappelijk. medewerker aan het Brook.ings Instituut, die op het Amerikaanse ministerie van defensie op de afdeling "wapensystemen evaluatie" gewerkt heeft en nu hoogleraar aan dejohn Hoplrins Universiteit is. Dat waren dus duidelijk. allemaal hoog-gekwalificeerde mensen. Bij de opening van het seminar zei Dr. Scoville: "We hebben een hoop gehoord over de Russische dreiging. Tot nu toe is dit echter niet veel meer geweest dan Koude Drultte. We moeten nu eindelijk. eens te weten komen of het werkelijk waar is, of dat er alleen sprake is van een rookgordijn, bedoeld om werkelijke feiten te verbergen." Ik nodig iedere lezer die de moeite wil nemen uit de woordelijke· rapporten van dit seminar in het congresrapport (februari 1977) door te nemen. Zo kan men uit de eerste hand van Amerikaanse deskundigen horen, dat er achter het propaganda-rookgordijn geen "Russische dreiging" bestaat. Maar dit Westerse standpunt trok bij lange na niet zoveel aandacht van de pers als de hysterische verklaring van de Belgische generaal Close, die zei dat Sovjet tanks binnen 48 uur aan de Rijn kunnen staan.

Controle op afspraken Tot. voor kon werd het grootste struikelblok bij de ontwapeningsbesprekingen gevormd door de kwestie van de controle op huidige en toekomstige afspraken. Tegenwoordig is er nauwelijks nog iemand te vinden die er aan twijfelt dat nationalt middtlm ( 1) ter controle van wapenbeheersings- en ontwapeningsafspraken afdoende garanties geven. Dit werd onlangs weer bewezen bij het controlesysteem van de uitvoering van de Russisch-Amerikaanse overeenkomst over de eerste fase van beperking van strategische w:tpens (SALT). Het Amerikaanse Anns Control and Disarmament Agency publiceerde een gedetailleerd verslag, aan de hand waarvan (ondanks speculaties in de VS) alle twijfels aangaande de nakoming van deze overeenkomst sinds 1972, snel en betrouwbaar konden worden nagetrokken. Er bestaat een standaard misvatting over het controle-probleem : er wordt vaak. gezegd dat alles wat goed is voor het Westen slecht is voor het Oosten. De soàalistische landen gaan echter geen situatie aanvaarden waarin de uitvoering van de ontwapeningsafspraken gebaseerd is op venrouwen alléén. Zij zijn als ieder ander land gelnteresseerd in het vestigen van efficiênte en betrouwbare controlesystemen. Hoewel de Sovjet Unie ervan overtuigd is dat bij de hui14

dige technologische ontwikkeling natiOMJe wapen-controlemiddelen voldoende zijn, is zij bereid in te gaan op het Westerse voorstel controle ter pielrilt in bepaalde gevallen toe te staan. Dit is vooral van belang voor de controle van ondergrondse nucleaire proeven. Hier heeft de Sovjet Unie laten weten bereid te zijn tot een compromis-oplossing. Maar heel anders is het, wanneer controle-eisen excessief en onredelijk. worden. Zoals dat ook het geval is bij de produktie van excessieve en militair onredelijke wapens, zo dienen dergelijke eisen alleen maar om een overeenkomst op zichzelf te verhinderen. Door het Westen gestelde buitensporige eisen bij ontwapeningsbesprek.ingen brachten het Amerikaanse congreslid Lts Espin tot het volgende grapje: "Dat is hetzelfde als een vakbondslid dat zijn vertegenwoordiger vraagt waarom hij niet in staat was een 50096 loonsverhoging te verzorgen bij de loononderhandelingen."

Sovjet-voorstellen De wereld zal binnenkon een definitieve beslissing moeten nemen over het vraagstuk van de ontwapening; die beslissing zal een enorm effect hebben op onze toekomst. De speciale VN-vergadering die gewijd is aan de ontwapening, zal hiervoor een lijn moeten uitstippelen. De Sovjet Unie ziet de komende zitting als een stap op de weg naar een Wereldontwapeningsconferentie. De VN heeft al veel gedaan voor de tot stand koming van internationale overeenkomsten en verdragen die het gebruik. van bacteriologische wapens en het voor militaire doeleinden aanwenden van het milieu verbieden. Zij heeft er ook. toe bijgedragen de zeebodem, de oceaanbodem en de ruimte vrij te houden van nucleaire wapens. Dat is al heel wat. Maar als we kijken naar de VN-resoluties over ontwapening, dan zien we dat er aan de voorraden tanks, gevechtsvliegtuigen en andere wapens nog niets gedaan is. De Sovjet Unie heeft een memorandum aan de agenda van de VN toegevoegd, die de wapenwedloop moet helpen stoppen en de ontwapening moet bevorderen. Daarin heeft zij de volgende richtlijnen voor gezamenlijke actie opgesomd: -einde aan de nucleaire wapenwedloop; -de reductie en uiteindelijke vernietiging van nucleaire wapenvoorraden; -een ban op alle kemproeven; -een. versterking van het regime van de non-proliferatie inzake nucleaire wapens; -verbod op het produceren van chemiache wapens en het vernietigen van dergelijke voorraden; -ban op de ontwikkeling van nieuwe muaavemietigende wapensystemen; -vermindering van strijdkrachten en conventionele wapens; - temlotte: reductie van militaire begrotingen. De voorsteUen moeten het onderwerp worden van een gedetallleerde bestudering. Pas dào is de gelegenheid geschapen voor een keerpunt in de ontwapeningsbespreldogen en kunnen deze besprekingen leiden tot een praktische besluitvonning.

Sergei Volovets Politiek commentator van het Sovjet penbureau Nowosti (I) Met "nationale middelen" wordt in SALT-taalgebruik militaire JDJel-

IUten verslaan (red.)


N enttonenbom niet inhumaner/da~ overige kernwapens "De neutronenbom, het wapen dat menaen doodt en gebouwen laat staan". Dit is de zinsnede waannee nieuwscommentatoren steeds, hetgeen in offiàële kringen "Enhanced Radiadon Reduced Blast" (ERRB)-wapen heet, preaenteren. Een wapen dat materieel spaart en personeel doodt zou inderdaad de waardenhiërarchie van onze beschaving op zijn kop zetten. Hier zou dan ook terecht reden VOOI' verontwaardiging aanwezig zijn. In werkelijkheid ligt de zaak niet zo eenvoudig. De neutronenbom laat namelijk niet alleen meer gebouwen staan, hetgeen eigenlijk van ondergeschikt belang is, maar doodt ook minder mensen. Het ERRB-wapen is een klein fusiewapen speàaal ontworpen om tankeenheden te bestrijden. De neutronenstraling dringt door het pantser en doodt de bemanning. Ook. de bestaande (op een splijtingsreactie gebaseerde) atoomwapens schakelen tanks op deze manier uit. De straling van een ERRB-wapen heeft echter een groter pantserdoorborend vermogen. Bovendien produceert een ERRB-wapen méér directe straling: terwijl een bestaand atoomwapen w 'n 10% van zijn energie in directe straling afgeeft, is dit bij een ERRBwapen zo'n SO%. De luchtdruk, hitte en nablijvende straling (fall-out) van een ERRB-wapen zijn in verhouding daarentegen geringer. De Ministers Van der Stoel en Stemerdink stelden in een Notitie aan de Tweede-Kamer dat een ERRBwapen van 1 kiloton evenveel straling produceert als een atoomwapen van 10 k.iloton. In beide gevallen wordt nagenoeg hetzelfde militaire effect bereikt: buiten gevechtstelling van tanks binnen een straal van ± 900 m. In praktijk. betekent de neutronenbom derhalve dat de straling constant wordt gehouden onder gelijktijdige vermindering van de overige effecten van een kernwapen. Minister Kruisinga vulde de vergelijking van · zijn voorganger aan door in antwoord op Kamervragen mee te delen dat het militaire effect van een 1 kt ERRB-wapen ook. door de inzet van drie 1 kt atoomwapens kan worden bereikt. In plaats van het aanvallend tankregiment als één geheel te beschouwen worden de drie tankbataljons dan individueel bestookt. Bij eenzelfde anti-tankeffect wordt door gebruik van atoom- i.p.v. neutronenwapens een veel groter gebied door hitte en luchtdruk getroffen. Een 10 kt atoomwapen veroorzaakt bv. nog op g km van het inslagpunt eerste- en tweedegraads verbrandingen op onbedekte huid. Bij een 1 kt ERRB-wapen is deze afstand 1/S hiervan. Dit houdt een aanzienlijke reductie van het aantal slachtoffers

in. Voorts zijn duur en omvang van de radio-actieve fall-out geringer. Troepen die, een uur na de explosie, in tanks het gebied waarboven het -neutronen- wapen ontplofte, binnentrekken, zouden nog slechts de zeer beperkte stralingsdosis van 1 à 2 rad ( 1) ontvangen.

ENERGIESPECTRUM ERRB-WAPEN

BESTAAND KERNWAPEN/ STANDARO FlSSI(llj (SF)

R~J:Iuele

straling

UITWERKING VAN STRALING EN LUrLiTDRUK S F -WAPEN 10 KT

ER R B-WAPEN 1 KT

SF

ERRB

2

1km

..

E3

17 PS I

luchtdruk( bet r. gerin:Je schode oon t anks)

m:m:rrm 3000 RAD in t anks ( bu i t engevechtst elling)

Uit de afbeelding van de uitwerking van straling en luchtdruk tegen tanks blijkt dat bij explosie van een ERRB-wapen op een afstand van ± SOO m nog een druk van 17 PSI (pounds per square inch) ontstaat. Dichter bij het explosiepunt is uiteraard de druk groter. Het 10 kt SF-wapen (de gewone atoomboom) veroorzaakt deze druk nog op een afstand van ± 550 m. De hiermee gepaard gaande drukgolf richt slechts geringe schade aan tanks aan. De straling van zowel het 10 kt SF- als het 1 kt ERRB-wapen is daarentegen tot op± 900 m voldoende om de tankbemanning uit te schakelen. 15


De Vijftien en de Negen:

c::::J

2 CA L/ cm2 (ht tto) - lo .., 2• groods wrbrondtngap anbodtl<l'fhutd

~ 2 PSI(luclltd ru k)

- ontge b..cllcxhgtng gehoorargonon

POLITIEK OVERLEG INDENAVO ENDE EPS

~ 150 RAO(d troc!o s1rt~ltng)- l ichto vorschtJntolOfl boonmorgsyndroom

De afbeelding van de bijkomende schade geeft een indruk van de maximale afscanden waarop een kernexplosie nog nadelige effecten soneert tegen onbeschermde mensen. De aangegeven hoeveelheden hitte, luchtdruk en 54faling (resp. 2 CAUcm 2 , 2 PSI en 150 RAD) hebben nog wel een min of meer ernstige uitwerking op de mens, maar er is een grote mate van zekerheid dat algeheel herstel volgt (aldus Minister Steroerdink in antwoord op vragen van kamerleden De Boer en Verbrugh). In de discussie over de neutronenbom is veel gezegd over het langzaam afsterven van de burgers die zich aan de rand van het doelgebied bevinden en door lichte doses straling worden getroffen. Dit afschuwelijke verschijnsel doet zich helaas ook voor bij de bestaande kernwapens. Daarbij komt nog dat de huidige wapens op veel grotere schaal o.a. brandwonden veroorzaken, die minstens even gruwelijk zijn. Alle kernwapens zijn inhumaan, de n-bom vormt hier geen uitzondering op. Wel maakt de n-bom een aanzienlijke reductie van het aantal burgerslachtoffers mogelijk. De Amerikaanse ambassadeur bij de Geneefse ontwapeningscommissie wees erop, toen de Sovjet Unie een ontwerpverdrag indiende om de n-bom te verbieden, dat het Sovjet-arsenaal bommen bevatte met een 20.000 maal zo groot vernietigend ve.rmogen. De discussie over de feitelijke uitwer-

king vanden-bom doet velen uit het oog verliezen dat kernwapens in eerste instantie bedoeld zijn om af te schrikken -dus om oorlog te voorkomen. Het dreigen met de inzet van ERRB-wapens komt m.n. wanneer het om eigen gebied gaat, door de minder verwoestende werking geloofwaardiger over bij een potentiêle agressor dan het dreigen met de huidige atoomwapens. Dit is het paradoxale van de afschrik.kingsstrategie: hoe bruikbaarder een wapen, hoe groter de afschrik.kingswaarde ervan 16

en des te kleiner de kans dat het ooit zal behoeven te worden gebruikt. Geloofwaardiger afschrikking betekent overigens niet waarschijnlijker of eerdere inzet. Voor het gebruik van welk. Amerikaans kernwapen dan ook is de toestemming van President Carter nodig. Hij zal er bij zijn beslissing rekening mee moeten houden dat gebruik van een ERRB-wapen, evenals dat van andere kernwapens, het gevaar met zich mee brengt dat de Sovjets op hun beurt hun veel grovere kernwapens gaan inzetten. Het moment waarop de NAVO in een hypothetisch conflict de atoomdrempel zou moeten overschrijden, zal in sterke mate worden bepaald door het verloop van het conventionele gevecht. Pas wanneer blijkt dat de NAVO met conventionele middelen alléén een eventuele agressor niet kan tegenhouden, zal overwogen worden de nucleaire noodrem te gebruiken. De loutere aanwezigheid van ERRB-wapens kan een conventionele verdediging vergemakkelijken. Om een doorbraak. te forceren moet de aanvaller grote hoeveelheden tanks concentreren. De effectiviteit van het ERRB-wapen tegen tanks maakt dergelijke offensieve tankconcentraties riskanter, hetgeen de tegenstander tot een grotere mate van spreiding kan brengen. De n-bom zou dan drempelverhogend werken. drs G. W.F. Vigeveno ( I) radiation absorbcd dose

Waarom doet de NAVO aan politiek overleg? De NAVO werd opgericht in 1949 als een schrikreactie tegen de ontwikkelingen in Oost-Europa, waar het ene land na het andere door interventie van het Rode Leger binnen de Sowjet invloedsfeer werd gedwongen. Aanvankelijk was er sprake van een voornamelijk militair bondgenootschap. Door een nauwe militaire aaneensluiting hoopte men de Sowjet Unie af te schrikken van verdere expansie. Al snel werd echter duidelijk. dat het voor een effectieve afschrikking niet voldoende is de militaire krachten te coördineren. Er moet ook de politieke wil zijn om in geval van een crisis die militaire krachten gelijktijdig en gezamenlijk te gebruiken. Die gezamenlijke politieke wil kan er alleen zijn zolang de bondgenoten het op politiek gebied in grote lijnen met elkaar eens zijn, en blijven. Uit dit laatste volgt direct de reden, zelfs noodzaak., voor politiek overleg in NAVO . In de eerste plaats geldt dit natuurlijk voor kwesties van Oost-West politiek; daarnaast echter ook voor ontwikkelingen elders die de Oost-West verhouding beïnvloeden.

Wat stelt het politiek overleg in de NAVO voor? Om te beginnen mag gewezen worden op het unieke karakter van het overleg in NAVO. Er is geen andere plaats waar een dergelijk voondurend overleg tussen een grote groep van landen plaatsvindt. Dagelijks zitten de vijftien bondgenoten in Brussel rond de tafel om uiteenlopende politieke onderwerpen te bespreken. In de eerste plaats gaat het daarbij zoals eerder al opgemerkt, om kwesties van Oost-West politiek: ontwikkelingen in Oost Europa; verslagen


van bilaterale contacten met die landen (hieronder valt ook SALT); bespreking van multilaterale onderhandelingen (bijv. CVSE en MBFR). Daarnaast wordt de situatie in andere delen van de wereld besproken, waarbij de aandacht in de eerste plaats gericht is op die plaatsen waar de SU of één van zijn bondgenoten bij de ontwikkelingen betrokken is (bijv. Hoorn van Afrika, Midden Oosten, Z.O. Azië). Tenslotte vindt

stelling werd vastgelegd, werd het NAVO overleg in toenemende mate gericht op het zoeken naar wegen om de Oost-West verhouding te verbeteren. Kort samengevat werd dit in de leuze "Veiligheid = defensie + détente" . Het détente proces is een proces van lange adem omdat het fundamentele veranderingen vereist en het wegnemen van wederzijds wantrouwen. Ondanks steeds weer optredende spanningen en stagnaties wordt

In een vorig nummer van JASON is aandacht besteed aan de wisselwerking tussen het politiek overleg in de NAVO en de Europm Politie/te Samenwerking (EPS)' . Gezien vanuit de praktijk van de EPS werd geconcludeerd dat de vraag "Doorkruist de EPS het politiek overleg in de NAVO?" negatief moet ~orden beantwoord. Het is misschien goed om deze vraag ook te onderzoeken Uitgaande van de andere kant, namelijk vanuit de dagelijkse praktijk van de NAVO .

regelmatig overleg plaats over ontwikkelingen in VN -verband voorzover deze de veiligheidsbelangen van de NAVO landen raken (bijv. zeerecht, humanitair oorlogsrecht, non proliferatie en de komende speciale zitting van de VN inzake ontwapening). Uit het voorgaande zal duidelijk zijn geworden dat het er bij al deze verschillende onderwerpen van politiek overleg in NAVO lang niet altijd om gaat een gezamenlijk standpunt te bepalen. Vaak gaat het er alleen om de verschillende standpunten met elkaar te coördineren. Hoe dichter de kwestie echter raakt aan de OostWest verhouding en de veiligheid van het bondgenootschap, hoe hogere eisen worden gesteld aan de mate van coördinatie. Een goed voorbeeld zijn de MBFR onderhandelingen waar de coördinatie 10096 is en het NAVO overleg een operationele rol vervult in de beleidsvorming. Ook op het gebied van de CVSE heeft het NAVO overleg van het begin af aan een belangrijke coördinerende en stimulerende functie vervult. Zowel de zgn. derde mand als het beginsel van de mensenrechten zijn uit NAVO overleg voortgekomen. Met dit laatste kan direct een interessante verandering in gerichtheid van het NAVO overleg worden geconstateerd. Met de ontspanningspolitiek die in de loop van de jaren '60 kristalliseerde en in 196 7 door aanvaarding van het zgn. Harmtl-rapport over "toekomstige taken van het bondgenootschap" formeel als NAVO doel-

toch langzaam maar zeker enige verbetering in de Oost-West verhouding geboekt. Defensie, hoewel helaas nog steeds noodzakelijk, zeker gezien de toenemende bewapening aan Warschau Pact zijde, is op zich zelf uitzichtloos. Het détente streven voegt daaraan een nieuwe dimensie toe die uitzicht biedt op een betere toekomst.

De NAVO en de EPS Is het nu waar dat de EPS het NAVO overleg doorkruist en dat dit leidt tot irritatie bij de andere NAVO bondgenoten en "verschraling" van de Atlantische Consultatie, zoals door sommigen wordt beweerd, bijvoorbeeld in de discussie over dit onderwerp in de "Internationale Spectator" nrs. oktober I november I december 1977 ? Ik vraag het mij af. In de praktijk van de laatste jaren hebben zich heel wat gevallen voorgedaan waarbij de EPS inbreng juist een belangrijke stimulans heeft gevormd voor het NAVO overleg (bijv. op het gebied van de CVSE). Een inbreng die zonder de EPS misschien niet door individuele landen tot stand zou zijn gebracht. Ook kan door inbreng van een in EPS-verband bc!reikt compromis de discussie in NAVO soms sneller tot een resultaat worden gebracht. Het lijkt mij dat deze positieve bijdrage zwaarder weegt dan de gevallen waarin van "verschraling" kan worden gesproken. Die verschraling kan wel degelijk optreden als het EPS-overleg (onder Franse invloed) met tevéel geheim-

zinnigheid wordt omgeven: als de bondgenoten zich in het NAVOoverleg niet willen uitspreken omdat de Negen nog bezig zijn een standpunt te bepalen; of als een EPS-studie niet in NAVO-verband bespreekbaar is omdat het "Comité Politique" van de Negen daarvoor eerst (unanieme) goedkeuring moet verlenen. In de praktijk echter is het hiermee nogal losgelopen : de Negen spraken zich in NAVO-verband toch uit, ook als in de EPS de discussie nog gaande was, en EPS studies, die van bijzonder belang waren voor het NAVO overleg, werden onder de NAVO bondgenoten gecirculeerd . Kortom, de beweerde verschraling is gering in verhouding tot de veel belangrijker stimulerende invloed van de EPS op het NAVO-overleg. Van een noemenswaardige irritatie bij de andere NAVO bondgenoten is mij dan ook in het recente verleden weinig gebleken. Sommige van die delegaties, die actief zijn in het NAVO overleg, verklaren desgevraagd het soms wel jammer te vinden dat zij buiten de EPS staan, doch aanvaarden dit als een noodzakelijk uitvloeisel van de bestaande politieke verhoudingen. Tot slot nog een opmerking van meer psychologische aard. De EPS drijft op directe deelname van ambtenaren van de Ministeries uit de landen van de Negen, terwijl het NAVO overleg doorgaans wordt gevoerd via delegaties in Brussel. Een gevolg voor de BZ (Buitenlandse Zaken)-ambtenaar kan zijn dat hij zich directer betrokken voelt bij de EPS, waar hij een directe persoonlijke verantwoordelijkheid voor inbreng en discussie draagt. Deze directe betrokkenheid is in de laatste jaren een steeds groter deel gaan opeisen van de tijd en de arbeidskracht van vele Dl-ambtenaren. Minder tijd en energie blijft dan over voor bet overleg in de NAVO, dat bovendien meestal via vertegenwoordigers in Brussel verloopt en daarom verder van de bdeidsvormende functionaris afligt. Een gevaar voor "vencbraling" van het politieke NAVO-overleg zou naar mijn mening op dit moment eerder voort kunnen komen uit laatstgenoemde psychologische bijwerking dan uit het EPS-overleg op zich. Ir E.J. de Ryck van der Gracht Politieke Afdeling Nederlandse Delegatie bij de NAVO . • !Ie jaargang nr. 1- jan./febr 1978 : Dr. B.R. Bot: De Ne~n en de NAVO.


Congres- en Bijeenkomsten Agenda

In de volgende jaargang van JASON-magazine zal de redactie ten behoeve van haar lezers tweemaandelijks een overzicht geven van wat er zoal aan congressen en bijeenkomsten op het gebied van de buitenlandse en defensie-onderwerpen wordt georganiseerd. In beginsel zullen we in deze agenda alle toepasselijke informatie opnemen. Deze moet evenwel betrekking hebben op bijeenkomsten en congressen die

Hoe eerder, hoe beter, JASON-magazine is een tweemaandelijks blad en het heeft daarom weinig zin om activiteiten die op zeer korte termijn gehouden worden, in te zenden. Belt U de redactie in twijfelgevallen evenop. 路 Om enige uniformiteit te bewerkstelligen nodigen wij U uit om mededelingen op de volgende wijze te rangschikken :

-

l. datum waarop de ~ctiviteit plaatsvindt ; 2. aard van de activiteit (bijvoorbeeld : bijeenkomst/ conferentie/themadag/lezing/.lunchbijeenkomst); 3. thema (naam of motto, bijvoorbeeld: "Hoe zien we Oost-Europa ?"); 4. organiserende instelling; 5. plaats waar het wordt gehouden en precieze tijdstip van aanvang en afloop; 6. kosten van deelname (met eventuele voorwaarden voor deelname); 7. korte inhoud (van de conferentie/bijeenkomst, met eventueel een korte toelichting op het thema); 8. contact-adres (en telefoonnummer, waar men nadere informatie kan verkrijgen).

in Nederland worden gehouden 贸f door speciale arrangementen voor . Nederlanders gemakkelijk 路 toegankelijk zijn in het buitenland;

-geen besloten karakter dragen (wat niet wil zeggen dat er geen algemene voorwaarden voor deelname moaen zijn); - gan over een onderwerp dat binnen het themabereik van JASON valt (internationale verhoudingen, defensie-vraagstukken, Oosteuropese landen, ideologie毛n en dergelijke onderwerpen meer). De redactie stelt het zeer op prijs wanneer instellingen en organisaties zelf hun activiteiten (die zich voor deze agenda lenen) melden of wanneer anderen ons hierop attent maken.

RedactieJASON-magazine

Jason magazine (1978), jaargang 03 nummer 2  
Jason magazine (1978), jaargang 03 nummer 2  
Advertisement