Page 1

JONG ATLANTISCH SAMENWERKINGSORGAAN NEDERLAND

INHOUD 2e jaargang nr.: 6 november/december 1977

G.].P. de Vries Recente ontwikkelingen in de Volksrepubliek China pag. 2 P.P. Witte China 1900-1949 pag. 4 ]. Bax/R. Wilderom Reisimpressies pag. 8 Oey Toen Ping De buitenlandse politiek van China pag. JO D.M. van Rosmalen

De wolf en de tijger pag. 13 R.L. Adriaansen China als kernmogendheid anno 1977 pag. 15


JASON-magazine Tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jong Atlantisch Samenwerkingsorgaan Nederland

Secretariaat:

Redactie JASON-magazine

VanStolkweg 10, Den Haag Telefoon : 070-54.27.03 Bankrek.nr.: 45.68.55.548, AMRO- bank Scheveningen Girorekening nr.: 3.56.1 0.25

Hoofdredacteur Etndredacteur Leden Lay-out

drs. K.A. Nederlof drs. G.W.F. Vigeveno 路 drs Marianne I. Carher drs. J.Th Hoekema drs. Yvonne E.C. van Sluys

Redactie-adres JASON- magazine:

Van Stolkweg 10, Den Haag Telefoon : 070-54.27.04 of 071 -13.24.39 Voor abonnementen e.d. wende men 11ch tot het secreta naat.

Abonnementsprijzen:

Per jaar f 15,- (tot 20 jaar f 10,-) Adherent van de Stichting J ASON min f 10.- (tot 20 jaar f 5,-) Adherenten krijgen buiten het blad regelmatig publicaties van de Stichting toegestuu rd. Men wo rdt verzocht het verschul digde bed rag eigener beweging over te maken op de bank- of girorekening van de Stichting . tenzij men na ontvangst van een factuur wenst te voldoen. Advertenties:

Advertentietarieven worden U gaarne verstrekt door de penn ing meester van de Stichting.

De in dit blad uitgesproken meningen blijven geheel en al voor rekening van de betrokken auteur.

Dagelijks Bestuur Voorzitter Nationaal Secretaris Penningmeester Hoofdred. JASON-magazme Lid Secretariaat

: R.D. Praaning Prawira Adiningrat : W.H.A.M. van den Muijsenbergh : Joan A. van den Honert : drs. K.A. Nederlof : F.Z.R. Wijchers : Mieke Fikkers-van der Spek

Algemeen Bestuur

Raad van Advles

mr. Th. Bot drs. M arianne I. Carlier Melanie Groenewald drs. J.Th. Hoekema R Narraina drs. C.C. Sanders M Schutter H.J. Smallenbroek drs. G.W.F. Vigeveno dr. J.L.K.F. de Vries

dr. W.F. van Eekalen H. A ben C.C. van den Heuvel dr. l.G.M. Jaquet

Leden van het Dagelijks Bestuur zij n tevens leden van het Algemeen Bestuur

In het volgende nummer In het eerste nwnmer van de derde jaargang zullen we twee onderwerpen ter sprake brengen : Zestig jaar Amerikaanse politie k ten aan zien van de Sowjet Unie en de Strategische betekenis van de energie. Sluitingsdatum copij: I februari 1978

Het maartlapril nwnmer zal gewijd zijn aan het Ontwapeningsoverleg; dit in het kader van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Sluitingsda tum copij: 20 maart 1978.


Redactioneel Een Chinees palet In het laatste nummer van JASONmagazine's tweede jaargang besteden we uitgebreid aandacht aan de Chinese Volksrepubliek. De eerste keer overigens dat er een Land tot thema verheven wordt en een heel nummer vult. China is een immens land. Toch is dàt niet de reden van de belangstelling die de redactie aan de dag legt. Het zijn bovenal de recente gebeurtenissen die het land zo interessant maken. Regelmatig verschijnen er in de Nederlandse dagbladen berichten over de machtswisselingen, massacampagnes en het in ongenade vallen van leidende figuren. Ook worden zo nu en dan pogingen ondernomen om die gebeurtenissen te analyseren en in het raam van de reeds bekende gegevens te plaatsen.

••• Dat is een lastige zaak. Veelal ontbreekt bij westerse auteurs een diepgaande kennis over de Chinese Volksrepubliek, de meeste westerse lezers ontberen zelfs een oppervlakkig inzicht. Een verhoudingsgewijs gering aantal beheerst immers de Chinese taal ; het land laat maar mondjesmaat vreemdelingen toe en dan nog slechts in sluitend georganiseerde tours; voorts is de informatie die door de Chinezen zelf wordt verstrekt van triviale betekenis. De eenvormigheid van die informatie (bijvoorbeeld het aan de kaak stellen van de "Bende van Vier") schept het veelgehoorde misverstand dat ook de Chinese politiek eenvormig is. Niets is minder waar. De binnenlandse politiek van China wordt niet alléén gemaakt in Peking. Leidende figuren die in Peking uit de gratie zijn, kunnen soms in het zuidelijke Shanghai op steun rekenen en omgekeerd. Daarnaast is het leger van groot belang. In weerwil van de felle campagnes tenslotte, behoeven bepaalde stromingen nog lang niet uitgeteld te zijn.

De Chinese politiek is niet eenduidig uit te leggen en een poging tot verklaring moet dan ook in een veelkleurig palet worden opgediend. De ontstaansgeschiedenis van de Volksrepubliek verklaart een stukje, zoals ook haar geografische ligging dat doet.

••• De benadering die de redactie van JASON-magazine gekozen heeft, is die van het palet. De ontstaansgeschiedenis wordt vertolkt door P.P. Witte, geschiedenis-student in Utrecht en lid van de NJBG (Nederlandse J eugdbond ter bestudering van de geschiedenis). De recente ontwikkelingen (de verandering m partij- en regeringsleiding) zijn belicht door onze nieuwe redacteur G.J.P. de Vries, geschiedenis-student aan de Leidse Universiteit. De in Tilburg studerende Oey Toen Ping tracht in zijn bijdrage de Chinese uitleg over het hoe en waarom van de Chinese buitenlandse politiek te geven; datzelfde onderwerp, maar dan door Nederlandse ogen, wordt verwoord door D.M. van Rosmaien (hoofdredacteur Elsevier's Magazine). De defensie van China is een zeer interessant onderwerp, waar weinig

Uitnodiging

over geschreven is (omdat de gegevens maar sporadisch in het Westen doordringen). De heer R.L. Adriaansen schreef een beschouwing over de nucleaire middelen die de Chine.zen nu waarschijnlijk bezitten, en hij besluit zijn artikel met enige notities over de mogelijke toekomstige ontwikkelingen naar een volwaardige kernmacht. Tenslotte hebben we ook de lichter verteerbare kost niet vergeten. Redacteur Hoekerna stelde voor U een "smel.tend" Chinees recept sameneens te meer een bewijs dat het gemakkelijker is in de Chinese keuken te kijken dan in de keuken van de Chinese politiek. Een reisimpressie door twee leden van een Rotterdamse studentendelegatie completeren het beeld van China. De foto's in dit nummer zijn van de heer Wilderom en de kaarten van de heer F. J ork.

••• Dit nummer zal U een afgerond, maar geen volmaakt beeld geven. Daarvoor zijn nog tè veel onderwerpen niet aan de orde gekomen. De redactie is dan ook van plan in de komende maanden zo nodig opnieuw aandacht aan de Chinese ontwikkelingen te schenken. Bijdragen van lezers worden daarom zeer op prijs gesteld, in de vorm van een reactie op wat in dit nummer verschenen is, of in de vorm van een eigen artikel. Rest mij nog U namens de redactie een bijzonder goed 1978 toe te wensen. K.A.N.

0000000000

De Stichting JASON geeft op woensdag 11 januari 1978 een Nieuwjaarsborrel in de Bodega De Posthoorn aan de Lange Voorhout in Den Haag. Wij bieden al onze abonnees, adherenten en bestuursleden vanaf acht uur des avonds graag een drankje aan. Het spreekt vanzelf dat ook andere belangstellenden van harte welkom zijn. Inmiddels wensen wij U een zeer voorspoedig 1978 toe. H et Bestuur


Recente ontwikkelingen in de Volksrepubliek China Het overlijden in 1976 van de beide grote Chinese leiders van het eerste uur, voorzitter Mao Tse-tung en premier Chou En-lai, luidde een turbulente machtsstrijd in, met de opvolging in die macht als inzet. Opvolgingsperikelen zijn dictaturen eigen; in dit geval klemde een en ander te meer, nu het de opvolging van politieke leiders betrof die zich met een welhaast charismatisch aureool omgeven hadden gezien. Voor een goed begrip van de ontwikkelingen is het nodig in gedachten terug te gaan naar de periode van de Culturele Revolutie (1966-1969). Deze Revolutie heette erop gericht te zijn het proletariaat de macht in de partij en de regering te hergeven en een nieuwe anti-burgerlijke cultuur het aanzijn te geven, maar was in wezen een poging van Mao Tse-tung de controle over de partijhiĂŤrarchie weer in handen te krijgen.

sink iang-uigur

tsinghai

2

Deze controle was hij aan zijn hoogste plaatsvervanger, Lioe Sjao-tsji, tevens titulair staatshoofd, kwijtgeraakt. Toen Lioe Mao en diens vertrouweling Lin Piao, de minister van Defensie in 1965, naar het tweede plan probeerde te dringen, achtte Mao de tijd voor tegenmaatregelen gekomen : hij lanceerde een grote zuiveringscampagne, waarvan een groot deel van de hem wederstrevende top van de regerings- en partijbureaucratie het slachtoffer werd.

Deze campagne eindigde met het negende partijcongres in '69, dat een nieuw Centraal ComitĂŠ koos, b~taande uit diegenen die door de zuivering waren heengekomen, aangevuld met 'nieuw bloed'. De radicale factie o.l.v. Lin Piao en Mao's vierde vrouw Chiang Ch'ing bleek danig versterkt ten koste van de behoudende, die door Teng Hsiao-p'ing en


Chou En-lai werd geleid: de eerste moest het veld ruimen en Chou's aanblijven was minder aan zijn prestige dan aan zijn weinig geprononceerde stellingname te danken. Men kan op goede gronden aannemen dat de steun van het leger van doorslaggevende betekenis is geweest: de radicale factie heeft bekwaam gebruik gemaakt van het feit dat Lin minister van Defensie was (I). De Culturele Revolutie had ingrijpende maatschappelijke repercussies. Zij had mede ten doel het ideologische vuur weer aan te wakkeren en de economisch-pragmatische denktrant van de regerende bovenlaag een halt toe te roepen. De Chinese economie heeft de gevolgen hiervan redelijk wel kunnen opvangen, getuige haar vrij constante groeipercentage (2). Maar de klap in het onderwijs, vooral het hoger onderwijs, is beduidend harder aangekomen. Het einde van de Chinese Culturele Revolutie in '69 en de 'back to normalcy' -politiek van Chou en de zijnen is voor een deel verklaarbaar uit een exogene factor. Het kwam in dat jaar tot vrij ernstige grensincidenten aan de ChineesRussische grens en waarschijnlijk hebben alleen protesten van Amerikaanse zijde een luchtaanval van de Russen voorkomen (3). Onder deze omstandigheden was het noodzakelijk de handen ineen te slaan, bij voorbeeld om een effectief verdedigingssysteem tegen een Russische nucleaire aanval, die men vreesde, van de grond of liever onder de grond te krijgen. Deze doelstelling was in confesso tussen de strijdende facties, al greep Chou de gelegenheid handig aan om het oude partij- en regeringskader weer in het zadel te helpen. Het einde van de Cultrele Revolutie had de strijd om de macht niet beĂŤindigd : deze was zelfs intenser geworden, vooral toen Mao bedlegerig werd en het probleem van de opvolgi ng begon te spelen. Aanvankelijk leken de omstandigheden vrij ongunstig voor de radicale factie: in '71 kwam Lin Piao, hun leider, onder mysterieuze omstandigheden om het leven en twee jaar later vierde Teng, hun verklaarde tegenstander, zijn comeback op het politieke toneel als vice-premier en vice-voorzitter. Maar toen het tiende partijcongres van 19 73 achter de rug was, zetten de radicalen hun offensief in.

Radicalen verder teruggedrongen Aan de strijd die zich ontspon, zitten voor Westerlingen vreemde kanten: niet alleen Conficius en allerlei klassieke Chinese novellen, ook Beethoven en de Italiaanse filmregisseur Antonioni werden in de polemieken betrokken . Voor een deel vindt dit waarschijnlijk zijn verklaring in het feit dat de radicalen sterke posities innamen in de culturele sector. Maar meer fundamenteel is dit, naar mijn mening, een weerspiegeling van het totalitaire karakter van de Chinees-communistische ideologie, zoals die door de radicalen wordt verstaan. In dit verband is het wellicht zinvol de verwachtingen omtrent de zgn. nieuwe socialistische mens te memoreren, een uitermate altruĂŻstisch menstype, dat, opgaand in allerlei collectieve verbanden, zijn arbeid bereidwillig ter beschikking van de gemeenschap stelt. De radicalen baseerden hun economisch ontwikkelingsmodel op het verschijnen van deze mens (4). In 1976 raakten de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Velen hadden verwacht dat Mao's op handen zijnde dood een meer gematigde fase zou inluiden, waarin de behoudende Chou een grote rol zou kunnen spelen. Maar het liep anders: Chou overleed eerder dan Mao en deze omstandigheid gaf de laatste een kans zich nog eens danig te doen gelden. Hij zette Teng, Chou's gedoodverfde op-

volger, de voet dwars en bewerkstelligde de benoeming van Hwa Kwofeng tot waarnemend premier. Deze benoeming wekte verbazing, omdat Hwa niet tot de radicalen, maar tot een middengroepering behoort; zij zette ook kwaad bloed bij de conservatieven, die tot de aanval overgingen. De conservatieven hadden al van zich doen spreken door Nixon ten tweede male, nu als ambteloos burger, uit te nodigen China te bezoeken. Vele westerse waarnemers waren van mening dat de uitnodiging ten doel had de toen ambterende president Ford, die op dat moment een v.rij zachte lijn in het ontspanningsproces met Rusland voorstond, een gevoelig lesje te lezen. Waarschijnlijker is evenwel dat de conservatieven een intern-politiek doel voor ogen stond : nl. te herinneren aan de vroegere successen van de Chou-Teng-groep en zo de centripetale krachten een hart onder de riem te steken. Maar veel belangrij ker nog was de gigantische demonstratie van 4 april op het Tien An Min-plein in het centrum van Peking ter ere van de nagedachtenis van Chou en tegen Chiang Ch'ing en de kersverse premier Hwa. Het door de radicalen beheerste Politburo besloot Teng van zijn functies te ontheffen (de tweede keer in zijn loopbaan) en Hwa's waarnemend premierschap in een blijvend om te zetten. Tevens werd hij eerste vice-voorzitter. Op het oog is deze actie indrukwekkend, maar in feite miste zij de nodige kracht: de personele bezetting van de partij- en regeringstop veranderde nauwelijks (5). Op 9 september 1976 overleed voorzitter Mao Tse-tung. De lijkrede werd gehouden door vice-voorzitter Hwa en niet, zoals verwacht, door zijn collega Wang Hung-wen, een radicaal. De verhouding tussen Hwa en de radicalen was niet erg duidelijk. Enerzijds moet het de radicalen tegen de borst hebben gestuit dat Mao hun eigen man Wang Hung-wen, Mao's aangewezen opvolger, in april ten gunste van Hwa passeerde. Anderzijds konden zij die stap waarschijnlijk toch waarderen als tactische zet van Mao om de gematigde middengroep voor de radicale zaak te winnen. Maar 7 oktober j .I. bleek dat de kaarten anders waren geschud: op die dag werd niet alleen Hwa voorzitter van de partij, maar tevens de zgn. 'bende van vier', zoals de leiders van de radicalen sindsdien zijn gaan heten, onder arrest gesteld.

Derde Macht Alvorens deze ommezwaai van het Politburo te behandelen is het gewenst wat nader in te gaan op het proces va~ factie-vorming, dat zich in China had voltrokken. Het was tot dusver gebruikelijk de facties onder te verdelen in een behoudende, bestaande uit het militaire kader, een radicale, bestaande uit vertegenwoordigers van arbeiders en betrekkelijk nieuw partij- en regeringskader, en een gematigde, bestaande uit civiel kader. Maar in augustus van dit jaar verscheen van de hand van Ting Wang, adjunct-hoofdredacteur van de in Hong Kong verschijnende Ming Pao een uitstekend onderbouwd en informatief artikel, met een variant op deze onderverdeling (6). De radicale groep is in zijn schema dezelfde gebleven, maar het gematigde civiele kader heeft zich bij het conservatieve militaire kader aangesloten tot een nieuwe groep, die hij de 'bureaucratische factie' noemt. Daarnaast is een nieuwe groep komen bovendrijven, die hij de Derde macht noemt. Deze groep, die geleid wordt door Hwa Kwo-feng, is wat moeilijker te typeren : zij heeft de geheime politie (groepeenheid 834 I) als nucleus en na de Culturele Revo3


lutie maakt ook het hogere kader er deel van uit. Volgens Ting Wang pousseerde Mao deze 'derde macht', omdat hij ze als toekomstige bondgenoten zag van de radicalen. In een vroeg stadium van de Culturele Revolutie gaf de 'derde macht' inderdaad wel blijk van enige sympathieën in die richting, maar zij voelde zich vanuit haar politieke achtergrond en ervaring toch meer aangetrokken tot de bureaucratische factie (7). De 'derde macht' bleek daarom wel ontvankelijk voor de pogingen van de éminence grise van de Chinese politiek, de militair ]eh TJjien-jing hen ertoe te bewegen met de bureaucratische factie, die Jeh evenééns had samengesmeed (8), gemeenschappelijk front te maken tegen de radicalen (9). Als beloning voor die steun heeft de 'derde macht' de opvolging in het voorzitterschap door Hwa geëist De inwilliging van deze eis moet de bureaucratische factie trouwens niet overdreven moeilijk zijn gevallen, gezien Hwa's steun in het verleden aan Chou en Teng. Hwa staat ook sympathiek tegenover de terugkeer van Teng, maar andere led~n van de 'derde macht' denken daar bepaald anders over. De bureaucratische factie van haar kant acht zich over het geheel genomen tekort gedaan in de personele bezetting, en is vast van plan de rekening nog in te dienen. Een indruk van de spanningen in de 'regeringscoalitie' geven de rapporten van Taiwanese inlichtingendiensten, die onlangs het licht zagen. Jeh, de animator van de coalitie, wordt voorzitter van het permanente comité van het Nationale Volkscongres, daarover zijn beide partijen het waarschijnlijk nog wel eens. Maar andere berichten laten inderdaad spanningen vermoeden. Wang Toeng-sjing en Woe-teh, beiden behorend tot de 'derde macht', schijnen afwezig te zijn geweest op een belangrijke vergadering van het Politburo, waar besluiten over benoemingen zijn gevallen. Sjuu Sji-jou, een uitgesproken geestverwant van Teng, is toen bijvoorbeeld benoemd tot regionaal bevelhebber van Zuid-China ( 10). Verder doen geruchten de ronde dat apart voorTeng de herinvoering van de positie van staatshoofd wordt overwogen. De persoonlijke en politieke relatie tussen Teng en Hwa mag dan niets te wensen overlaten, Hwa's partijvoorzitterschap steekt wel erg af bij het feit dat Teng nog steeds ambteloos is. De feitelijke reden van die ambteloosbeid is trouwens waarschijnlijk niet zozeer in de tegenstand van de 'derde macht', a ls wel in de nagedachtenis van de grote voorzitter gelegen : Mao toch was het, die er in april 19 76 zorg voor droeg dat Teng van al zijn functies werd ontheven. Men kan niettemin veilig aannemen dat Teng binnen niet al te lange tijd meer van zich zallaten horen. G. P.J. de Vries student Letteren-faculteit RU Leiden

Noten: I . E. Snow, De lange revolutie, eerste druk, Amsterdam 1973, blz. 22 . 2. J.S. Prybyla, The Chinese economy after the 'Gang of Four', Curmll Hi.Jtory, sqllember 1977 ,blz. 71. 3. C. Bell, China : the communists and the world, in : Tlu forrign policits of tlu Powers, tweede druk, London 1974, blz. 156. 4. Zoals 2, blz. 68-69. 5. O .E. Clubb, China after Mao, Currrot Hi.Jtory, september 1977, blz. I . 6. Ting Wang, Leadership realigmenu, ProbltmJ of communism, julyaugust 1977, blz. 3-6. 7. Ibid., blz. 5. 8.Jen-minjih-pao (Peking), 26 mei 1977 . 9. Zoals 6, blz. 6. 10. W.E.C. van Kemenade, Teng wordt misschien staatshoofd nn China, NRC Hande1Jb/4d, 14 december 1977 .

CHINA 1900-1949 kaifG! '

ning- si<

tsjeng:Jj TI BET lhasa

Er hebben zich tijdens de eerste helft van de 20e eeuw in China twee belangrijke omwikkelingen voorgedaan. Het sinocentrisch culturalisme ( 1) evolueerde tot een modern nationalisme in Westerse zin, en tevens ontstond er een communisme dat sterk door nationalistische sentimenten zou worden gevoed. De bakermat van bovengenoemde ontwikkelingen ligt in de 19e eeuw. De essentie van gebeurtenissen, zoals de beide Opiumoorlogen (1839- 1842 en 1858- 1860), de Tai-ping opstand (1851-186.1)), de Chinees-J apanse oorlog {18941895) en de Hervormingsbeweging van 1898, is hierin gelegen dat de Chinezen de dreigingen van buitenaf uiteindelijk reëel onder ogen gingen zien. Het besef groeide dat men de traditionele houding moest laten varen en zich open diende te stellen voor Westerse ideeën. Niet alleen technische verbeteringen voor industrie en leger waren hiervan het gevolg, maar ook kwam men in contact met Westerse filosofieën, zoals het liberalisme en het nationalisme.

Veranderingen Een voorbeeld van het toepassen van Westerse ideeën binnen de traditionele Confucianistische structuur is de Hervormingsbeweging van 1898. De leider van de beweging was de literaat Kang Yu- Wti, die zich beriep op een


1450 A. u. China I en 1ijde van de Ming dynaslie

herinterpretatie van Confucius. Werd deze Hervormingsbeweging van 1898 nog gevolgd door een conservatieve reactie onder leiding van de keizerin-weduwe -mede gesteund door de Bokser-beweging-, na het échec hiervan bleek er geen weg terug. De periode 190 1-1911 werd dan ook gekenmerkt door het in praktijk brengen van veel ingrijpende veranderingen. Deze waren echter wel zodanig, dat de traditionele structuur van de Chinese maatschappij niet fundamenteel werd aangetast. Nog een andere belangrijke ontwikkeling deed zich in deze periode voor. De hervormers van 1898 hadden zich in Japan -waar ze in ballingschap vertoefden- veel aanhangers verworven onder studenten die daar waren gaan studeren. In 1905 werden zij echter door een veel radicalere organisatie onder leiding van Sun Yat-Sen in aanhang voorbijgestreefd. Sun Yat-Sen, die een geheel Westerse opleiding had genoten (2), slaagde erin een eigen revolutionaire organisatie op te bouwen. Sun formuleerde in zijn programme drie hoofdpunten, te weten: I. 'Het Principe van het Nationalisme. Uit tactische overwegingen voorlopig alleen tegen de vreemde dynastie van de Mantsjoes gericht. Sun wilde het Westen niet direct teveel tegen het hoofd stoten. 2. Het Principe van de Macht van het Vollr. Dit impliceerde

een geleidelijke overgang naar een democratie op Westerse leest geschoeid. 3. Het Principe van het Welzijn van het Vollt. Het nogal vage en beknopte sociaal-economische program, waarbij de nadruk werd gelegd op de opvattingen van o.a. John Stuart Mill. De waarde van de grond zou ten gevolge van de industrialisatie ~tijgen. Deze waardevermeerdering zou dan door middel van een grondbelasting aan het hele volk ten goede moeten komen . . Sun verschijnt pas werkelijk op het politieke toneel als hij, verrast door de revolutie van 1911, zich naar Nanking begeeft en daar de Chinese Republiek uitroept. De revolutie van 1911 was het directe gevolg van het uitbreken van opstanden, die zich over het hele land verbreidden. Verras. send was dit, omdat zich in de periode 1901-1911 steeds lokale opstanden hadden voorgedaan. Deze opstanden waren echter lokaal gebleven en waren steeds op eenvoudige wijze onderdrukt. Nu was de situatie totaal anders. Als reactie hierop had het hof in Peking Yüan Shih-Kai, bevelhebber van het goed uitgerust noordelijke leger, te hulp geroepen. Nadat Yüan Shih-Kai in onderhandeling was getreden met de republikeinse regering in Nanking, wist hij de mensen rondom de minderjarige keizer HJüan- Tung te overtuigen dat troonsafstand de enige uitweg was. Het gevolg was dat op 12 februari 1912 de keizer aftrad en Yüan Shih-Kai opdracht kreeg een republiek te stichten. De revolutionairen onder leiding van Sun schaarden zich, om de nationale eenheid tegenover het Westen te tonen, achter Yüan Shih-Kai, die zo de eerste president van d.e republiek werd. Men verkreeg toestemming om politieke partijen op te richten. En bij de verkiezingen van 1913 wist de uit de beweging van Sun voortgekomen partij, de KuoMin-Tang, de meerderheid te verkrijgen. De K.M.T. eiste nu invoering van een verantwoordelijk ministerie. Yüan Shih-Kai antwoordde met liquidatie van zijn voornaamste tegenstanders. Sun c.s. vluchtte naar Japan en de jonge republiek ontaardde weldra in een ordinaire militaire dictatuur. Na nog het voornemen te hebben gehad zich tot keizer te laten kronen stierf Yüan Shih-Kai in 1916. Het reeds in 1911 I 1912 gevreesde machtsvacuum werd gevolgd'.door de decade der WarlordJ (1916-1926) (3). Door de aldus ontstane situatie van chaos viel de politieke repressie grotendeels weg. Een groep intellectuelen van de Universiteit van Peking rnaakte hiervan gebruik en vormde de Beweging voor een Nieuwe Cultuur, waarvan het invloedrijke tijdschrift Nieuwejeugd de spreekbuis was. De Beweging zag vooral in de democratie en in de wetenschap de oplossing voor de actuele problemen van China.

Warlords-periode Deze actuele problemen waren o.a. het gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De Europese concurrentie viel toen voor de overwegend kleine Chinese ondernemers weg. Doordat Japan dit gat in de markt niet kon opvullen -een gevolg van de boycot-acties tegen Japan (4) - kreeg de eigen industrie een stimulans. Tevens was, zoals eerder gesteld, na de dood van Yüan Shih-Kai de strijd ontketend tussen de Warlords. Zowel de opkomst van de eigen industrie als de toenemende onveiligheid op het platteland -als gevolg van de elkaar bestrijdende Warlords- had een trek naar de stad veroorzaakt. Hierdoor ontstond in een aantal steden, in het bijzonder in Shanghai, een soort van industrieproleta5


riaat. bit proletariaat leefde los van traditionele banden en in grote materiële ellende. Op hulp hoefde het echter niet te rekenen. Naast een pro letariaat bevond zich in deze steden ook een bourgeoisie. Deze bourgeoisie stelde zich in het algemeen zeer nationalistisch op, in het bijzonder antiJapans. Het noemen van deze beide sociale groeperingen is van belang, omdat het juist deze zijn die de Btwtging van dt 4t mti hebben ondersteund. De Beweging van de 4e mei (1919) ontstond uit een studentenprotes t tegen de mogelijke ondertekening van het Verdrag van Versailles door China. De agitatie ontstond naar aanleiding van het feit dat de aanspraken van China op gebieden die voorheen Duitse concessies waren, niet werden gehonoreerd, terwijl de Japanse aanspraken op deze gebieden wel werden gehonoreerd. Het directe gevolg van het studentenprotest is geweest dat inderdaad het Vredesverdrag niet werd ondertekend, maar de consequenties zijn veel ingrijpender en vèrdragender geweest. Zowel op politiek, sociaa l als op intellectueel gebied kreeg de Beweging een massaal en nationalistisch karakter. In de historische reeks van gebeurtenissen nam de Beweging van de 4e mei een unieke plaats in, voomamelijk vanwege haar succes in de agitatie tegen de traditionele structuren in China, zodat de weg was vrijgemaakt voor het ontstaan van een waarlijk modern nationalisme. Niet voor niets zag Mao Tse-Tung de Beweging van de 4e mei als het startpunt van de Chinese Revolutie.

Opkomst van de Communistische Partij Naast de gro te belangstelling voor het nationalisme in de Beweging voor een Nieuwe Cultuur, was men in bepaalde kringen ook onder indruk gekomen van de Russische Revolutie van 1917 . Als het marxisme een bruikbare ideologie zou zijn voor het overwegend agrarische Rusland, dan wellicht ook voor China. Dat het communisme een sterke aantrekkingskracht bezat voor vele Chinese intellectuelen, kwam doordat het een samenhangend, gesloten wereldbeeld bood. Het legitimeerde zich als wetenschappelij k in Westerse zin, maar tegelijkertijd veroordeelde het dat imperialistische Westen. In de periode 1919 -1920 werd in de steden een aantal verenigingen opgericht ter bestudering van het marxisme. Tevens ontstonden er socialistische jeugdkorpsen . Uit deze kernen werd in 192 1 de Chinese Communistische partij o pgericht, op initiatief van Chen Tu-Hsiu, die tevens de eerste partijleider werd. Chen Tu- Hsiu zag het vormen van arbeiders- çn vakorganisaties als zijn voornaamste taak. Doordat de vakorganisaties van bovenaf waren opgelegd, was het enthousiasme niet erg groot. De fundamentele moeilijkheid lag echter in het feit dat het arbeidersproletariaat zeer klein was, zodat er geen politieke macht van viel te vormen . Maring (5) drong er daarom bij de Chi nese communisten op aan, in overeenstemming met de gedachten van Lenin, samenwerking te gaan zoeken met de burgerlijke revolutionairen van Sun Yat-Sen. Sun had in 1917 te Kanton een revolutionaire tegenregering uitgeroepen contra het Warlord -regime in Peking. De basis waarop deze regering o.l.v. Sun rustte, was erg wankel. Sun steunde op de zwakke Chinese marine en een aantal plaatselijke militaire bevelhebbers. Danzkij het contact met de communisten kwam hierin verandering. In de jaren 1923- 1924 kwam een reorganisatie van de parrij tot stand, waarvoor o .a. het Leninistische voorbeeld model had gestaan. 6

In .1924 kwam formeel het eerste Verenigd Front tussen K.M.T. en C.C. P. tot stand contra de Warlords (1 92419 27). De C.C.P. behield haar eigen identiteit, maar haar leden traden individueel toe tot de K.M .T . De vorming van een militair machtsinstrument was nu van essentieel belang. De Russen stelden hiertoe wapens en militaire adviseurs ter beschikking. Tevens werd in 1924 te Whampoa (nabij Kanton) een militaire academie opgericht waar soldaten en officieren m ilitair en politiek werden getraind. De politieke training stond o nder leiding van Chou En-Lai, terwijl de militaire training o.l.v. Chiang Kai-Sjelt stond, die ook. bevelhebber was van het leger. Voorjaar 1925 overleed Sun Yat-Sen, na vergeefse pogingen te hebben ondernomen om China op vreedzame wijze te verenigen. De voorbereidingen voor de veldtocht tegen de Warlords (6) was dan echter a l in volle gang. De voorbereiding van de communisten bestond vooral uit agitatie o nder de bevolking. Nadat de expeditie in 1926 was gestart en voorspoedig verliep, was het vooral deze agitatie van de communisten die spanningen veroorzaakte binnen zowel het Verenigd Front als binnen de K.M.T . Er was nu een coalitie ontstaan tussen de C.C. P. en de linkervleugel van de K.M.T., die zetelde in Wuhan, waarheen de natio nalistische regering in 1926 van Kanton was overgebracht. Als reactie hierop pleegde Chiang Kai-Sjek in 1927 een bloedige staatsgreep in Shanghai . Kort daarop viel de coalitie te Wuhan uiteen, en was de eenheid van de K.M .T. hersteld. Hierop volgde een heftige communistenjacht. Chiang Kai -Sjek, die nu de handen verder vrij had, vervolgde de veldtocht naar het noorden en wist in 19 28 Peking in te nemen, en daarmee was de eenheid van China uiteindelijk hersteld.

Nanking-decade De nu volgende anking-decade (1 927 -193 7) werd door een drietal zaken gekenmerkt, ten eerste het één-partij bestuur van de K.M .T., ten tweede de ontwikkeling van het Chinese communisme en tenslotte hetjapanseimperialisme. Eén-partij bestuur. Hoewel de macht van Chiang Kai-Sjek binnen het best uur van de K.M.T. niet onbetwistbaar was, groeide deze naarmate het overwicht van het militair apparaat toenam . Deze toename van het overwicht van het militair apparaat werd veroorzaakt door de voortdurende dreiging van zowel buitenlandse als binnenlandse vijanden, te weten de Japanners, de communisten en de vroegere Warlords . Ondanks het dominerende militaire bestuur is er wel degelijk. een economische modernisering doorgevoerd. Maar deze economiM..he modernisering concentreerde zich in de steden. Wel enigszins te verwachten, aangezien de basis van het regime in de steden lag. Gevolg hiervan was, dat de achteruitgang in de toestand va n het platteland zich in de Nanking-decade voortzette. Gelet dient wel te worden op het feit dat de traditionele maatschappijstructuur op het platteland was opengebroken. De gezagsuiloefening was veel minder geworden, daar de landheren hun traditionele taken en sociale verplichtingen niet meer vervulden. De voortdurende oorlogstoestand op het land en de aantrekkingskracht van het moderne stedelijke leven had hen doen besluiten naar de stad te trekken en hun agrarische verplichtingen te laten vervullen doo r een rentmeester. Deze rentmeesters voerden slechts een financieel -economisch beleid en trokken zich niets aan van de traditionele, morele en sociale verplichtingen die op de landheren rustten. Dit is een van de factoren waarmee men rekening dient te


houden bij de verklaring van het communistische succes op het platteland.

Chinees Communisme. Voor de Chinese communistische geschiedschrijving valt de Nanking-decade samen met de tweede binnenlandse revolutionaire oorlog. In deze fase kwam de kans voor Mao Tse-Tung om binnen de C.C.P. zijn zienswijze geaccepteerd te krijgen. Mao zag de boeren als China 's grootste revolutionaire potentieel. Mao had reeds in 1927 ervaring o pgedaan in Hunan met het organiseren van boerenbonden. Een werkelijke opstand mislukte echter. Mao vertro k naar Zuid-Kiangsi, waar hij samen met Chu Tu (zijn mi litaire bevelhebber) in 193 1 de Chinese Sovjetrepubliek uitriep. Ook het partijbestuur van de C.C.P. vestigde zich in 1932, nadat het uit Shanghai moest vluchten, in Kiangsi . De druk van de K.M.T.-legers o p de Chinese Sovjetrepubliek werd in 1934 zó groot, dat de communisten besloten door de blokkade heen te. breken : de Lange Mars van ca. 12.000 km was begonnen. Eind 1935 bereikte men het afgelegen Shensi, met opzet gekozen in de buurt van de grens met de Sovjet Unie, waar men zich hergroepeerde in de al bestaande co mmunistische enclave, met als centrum Y-enan. Tijdens de Lange Mars werd op de conferentie .van Ts~n-i het leiderschap van Mao Tse-Tung ook op tdeo log•sch gebied erkend . De ideo logische lijn die toen werd aanvaard, had Mao ontwikkeld tijdens de periode van de Chinese Sovjetrepubliek in Kiangsi. Om steun te krijgen voor de revolutionaire bases op het platteland, die guerilla voerden tegen de K.M .T .-legers, was medewerking van de plaatselijke bevolking noodzakelijk. Om deze medewerking te verkrijgen werden drastische maatregelen genomen, z~­ als onteigening t>n verdeling van het grootgrondbeZit. Daarnaast probeerd e men een beroep te doen op de patriottische gevoelens door al in 1932 de oorlo g aan Japan te verklaren (7). Deze twee factoren samen, plus het feit dat de traditionele structuur op het platteland was opengebro ken (zie hierboven), zijn waarschijnlijk verantwoordelijk voor het succes van de communisten o p het platteland.

Japans imperialisme. In 1931 bezetten d e Japanners de drie oostelijke p rovincies en proclameerden deze tot de onafhankelijke staat Mantsjoeko . Chiang Kai-Sjek aarzelde met optreden tegen de Japanners. De communisten vormden zijns inziens een v~el groter probleem. I~ I ~36 werd Chiang Kai -Sjek echter door een aantal patnotusche o fficieren gedwongen een communistisch aanbod te accepteren to t vorming van een eenheidsfro nt tegen de Japanners. Het tweede Verenigd Front was hiermee een feit ( 1937 - 1945 ). H et officieel uitbreken van de oor log met Japan had aanvankelijk een groot nationaal élan opgeroepen . Op den duur verflauwde het enthousiasme echter, mede doordat het K.M.T .-regime weer in zijn oude kwalen verviel van onverdraagzaamheid en repressie. Zowel K.M.T. als co mmunisten bleven hun beste troepen sparen voor een definitieve afrekening met elkaar.

Stichting van de Volksrepubliek De Y-enan periode is voor d e o ntwikkeling van de communistische partij zeer belangrijk geweest. In de door de communisten beheerste gebieden was een pluriformiteit ontstaan in het denken, door de aanwezigheid van veel gevluchte intellectuelen. Dit leidde to t een correctie-beweging, hetgeen culmineerde tijdens het in 1942 geho uden "Y-enan forum over literatuur en kunst".

Tijdens dit forum is een aantal belangrijke besluiten genomen voor de latere o ntwikkelingen binnen het communisme in China. Naast het feit dat de nadruk kwam te liggen o p verbreding van de basis sprak men zich tevens uit voor massa-indoctrinatie en gebruik van primitieve technische middelen . De com'munisten in Y-enan hadden goed in de gaten dat het K.M.T. -bewind zich vervreemdde van de stedelijke bovenlaag. Dit werd vooral veroorzaakt door het steeds verplaatsen van de zetel van het K.M.T.-regime onder druk van het Japanse leger. Ondertussen was de guerilla die de co mmunisten achter de linies van de Japanners voerden, zeer succesvol gebleken. Naarmate de oorlog vorderde nam hun militaire macht sterk toe, zoals in het algemeen hun aanhang en prestige. Streefden de communisten in 1944 nog naar een coalitiebewind, nu het steeds sterker achteruitging met het K.M.T. -regime kwa111en de communisten met een alternatief. Men p leitte nu voor een coalitie tussen de communistische partij en andere partijen, met uitsluitingvan de K.M.T . De vertegenwoordiger van de VS, Hurky, bleef echter positief staan jegens Chaing Kai-Sjek. Hurley geloofde niet - de SU deelde dit standpunt- dat de C.C.P. na de oorlog een reële machtspositie zou kunnen innemen . De SU, d ie tij dens de oorlog een ambivalente houding had ingenomen, sloot in 1945 nog een vriendschapsverdrag met de K.M .T. Na de capitulatie van Japan was het, mede door de onverzoenlijke houding van Chiang Kai-Sjek, dan ook onvermijdelijk dat de strijd tussen de communisten en de K.M.T. - de derde binnenlandse revolutionaire oorloglosbrandde. In het voorjaar van 194 7 'werd Mantsjoerije door het Volksbevrijdingsleger o .l.v. Lin Piao bezet. In 1948 reeds hadden de communisten al het gebied boven de Gele Rivier ingeno men. Ondanks deze successen b leven aan beide zijden grote twijfels bestaan o f het Volksbevrijdingsleger er in zou slagen de Yangtzu over te steken. Op 2 1 april 1949 werd echter over een front van 500 km de Yangtzu overgestoken. Nadat op 23 april Nanking was ingenomen, werd de zetel van het K.M.T. -regime tenslotte op 30 november verplaatst naar Taipei op het eiland Taiwan . Terwijl de communistische legers verder oprukten door Zuid-China, waarvan de verovering in 1950 voltooid was, werd in Peking de eerste zining gehouden van de "Politieke Raadgevende Vergaderi ng van het Chinesd Volk" . Na deze voorbereiding werd op I oktober 1949 door Mao Tse-Tung de Chinese Volksrepubliek in Peking uitgeroepen. P.P. Witte student geschiedenis RU Utrecht

Noten I. China beschouwde zich als cenu·um van de wereld. De wereld buiten

China werd als barbaars gezien. Men beriep z.ich vooral op de culturele superioriteit van China. I 2. Door deze achtergrond - o p dat momem uniek in China- bleek hij in taal de traditionele struc1uren 1e doorbreken. 3. Yüan Shih- Kai had overal in het land alleen aan hèm gerrouwe, lokale mili1a ire bevelhebbers aanges1eld. Toen he1 gezag van Y. S.- K. wegviel, begonnen deze elkaar te bestrijden. 4. Er waren heftige anti -Japanse sentimenten o ntstaan, nadat Japan in 19 15 Duitse concessies op het Chinese continent had bezet. 5. Pseudoniem voor de Nederlander Hmdri4 Snuvlitl , vertegenwoordiger van de Komintern. 6. Voor de hedendaagse Chinese gesch iedschrijving : de eerste binnenlandse revolutionaire oorlog.


, ,

jacAy Bax en Reni Wildtrom hebben deelgenomen aan een studiereu naar de VolJurepubliek China afgelopen olltober 1977. jacky studeert sociologie en Reni bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit, Rotterdam. In bijgaand verslag geven 1..ij enige losse reisindrukken, die verder geen enllele pretentie hebben de Chinese werllelijllheid precies weer te geven ofte beoordelen.

Zo loopt door Pelting een 40 Am lange boultvard, tien bantn brûd. Maar deu wordt voomameli.fll bevolllt door Jzetsm, tien rijen diA in de ochtend- en avondspits. Alle Jzetsm bez.itten een grote tweetonige bel, waarvan druk gebruik wordt gemaal!t. De middelste vier rijstrollen 1..ijn bestemd voor de altijd uitpuilende bussen, enkele militairejeeps en de beige en 1..warte taxi's. Privi-auto's bestaan niet. r - - - - - - - - - -- ----....I Het verkeer Lij"Jrt in westerst ogen een China gaf ons de gewaarwording van chaos: auto's die rechtsaf slaan mogen door vooruitgang en optimisme. lederun scheen rood Licht rijden, maar buitenlandJe busvol energie, maar ontspannen, be1..ig te z.ijn sen Jje1..tn rwtig door elll Licht hten, en aan de "opbouw van un socialistiese sa- tuJJtn alleJutsers door stellen mensen I..onmenleving", wals u htt 1..elj noemen, en der vul uitllijAen over. het land is een eigenaardig mengsel van Vul verkeersongelukken hebben we niet primitiviteit en tegelijk een benadering van opgemerkt . Eens wgen we 's avonds een onu westerse "moderniteiten". auto stilstaan met een verllreullelde fiets

,

re1s1mpress1es China tussen oud en nieuw

'-------------------......1 beambte meegenomen. Slechts met behulp van een woordenboelye Aon de verbouwereerde student duidelij"k malren dat hij alleen rondkeek en het echt 1..ijn bedoeling niet was z.ich een treinlraarlje aan le schaffen . Anderen van ons trokken grote groepen nieuwsgierige Chineun in het station, 1..0als we overal publiek trokken- op straat, in de winkels, en in de oude tempels, waar de Chineun ulf hun dagje vriJ doorbrengen. Zo stond een hele menigte Chineun, waaronder vul kinderen, in een diplomatenauto te llijken in een van de druAI!e winkelstraten in Peking. Er bleken twee kleine blonde meiSJeS in te tillen. Het was erg vertederend Chinese kinderen naar hun vreemde leeftijdgenooljes te z.ien staren.

• ••

Overal1..agen we appartementen, die duidelijll pas uit de grond waren gerei..tn, en gez.innen die wij thuis be1..ochten, vertelden ons hoe goed hun levensomstandigheden warm geworden vergeleken met dertigjaar gel.tden. Ein buurt in Shenyang bijvoorbeeld, nu vol flats en scholen, was voor de bevrijding slechts een kaal stuk land waar een tiental boeren hard moest ploeteren onder een Landheer om hun dagelijks brood bij" elkaar te krijgen. Maar tegelijkertijd z.ie je boven de balkons van al die moderne woningen gedroogde visjes en groenten hangen, wals dat altijd al gedaan moet 1..ijn, en rennen in de I..Uidelij"ke steden de kippen door de straten.

••• Deulfde mengeling van vooruitstreven naar een moderne samenleving maar da.Jr nog niet aangeland z.i.Jn (gemeten naar onu maatstaven natuurlijk) vind je terug in !zet verlleer.

8

ernaast. Maar .fa, de fietsers rijden in het donker allemaal 1..onder licht.' Zo 'n ongeluk komt de bestuurder trouwens duur te staan: hij verliest voorgoed I..ijn rijbewijs en krijgt een andere baan aangewei..tn door de staat. Auto's riJden dus uer behoed1..aam.

••• Een metro is er ook in Peking, pas aangelegd. Maar er gaat slechts éin trein per vi.J!i.ien minuten (twee per tien minuten in de spits), vertelde men tijdens een ontvangst - compleet met thee - in een van de marmeren stationshallen. Dat luk ons voor een grote stad niet ergfrequent . Op het grote Centraal Station in Peking I..itten dagelijks honderden mensen te wachten, soms wel twee dagen, ory een plaatJje in de trein te krijgen, ofwel in de eerste plaats een kaartje. Ein van ons werd, toen hij. door de stationshal slenterde, door een geuniformurde

Vooral in de winkels hadden we veel bekijks . De Chine1..en waren bijwnder gefntemseerd in wat wij kochten . Niet allijd met hun instemming trouwens : de musten van onl kochten grote, oranje, uildoelren paraplu's, hetgun aan een Chinese de opmerking ontlokte dat u niet begreep waarom we 1..0 gek waren op die "ouderwetse" gevallen. In tegenstelling tot wat men denkt, is men in China wel degelijk modebewust, 1..ij het niet in 1..0 'n beheersende mate als in het Westen . In de winkels Liggen niet alleen


groent en blauwe paJclten, maar ooit allerlei vrolijlt gekleurde jalt.lten en bloeS)tS in verschillende modellen. Ooit in schoenen is er vul variatie en in Canton had un van onu tol/ten ulft open schoenen met haJcjes aan. Maar de Chineun hebben wel hun eigen opvattingen over de lt.riteria waaraan !tieren moelen voldoen. Een westers meisje in Canton dat een JUrlt droeg met open rug, ltreeg vele bliltlten, en tijdens een balletvoorstelling, eveneens in Canlon, droegen de ballerina's onder hun ltorle tutu's lange witte broelten. 0 ••

'

Zul/te voorstellingen geven op tich al een heel intermanie kijk op China. De toneelstuitken 1..ijn vertellend, walJ hel vroeger bij ons ook wel was; u behandelen bij·voorbeeld hel leven van M ao 's eerste vrouw, een martelares van de revolutie. De humor die gebnigd wordt, u unvoudrg en begrijpelijlt. In éin stuit speelde umand uht de rol van pias. En Kuo Min Tang officieren 1..ijn op 7..ich lachwekkend, karikaturen die door de communisten z.o nu en dan worden beetgenomen. Tegelijkertijd wordt altijd (en vaak op uer indringende wip.e) de grootheid van Mao verkondigd en 1..ijn liefde voor hel volk, die scherp afsteekt tegen de gruweldaden van de Kuo Min Tang, de vijand, die verachte/ijlt is en gehaat wordt. We mochten lol ons groot pletier na een voorJlelling de acteurs persoonliJk bedanken.

••• Op het land 7..Ît Je volautomatische landbouwmachines in werking, maar eveneens mensen die met de hakstok het land om-

ploegen. En nog steeds worden lt.arren ook door mensen voortgelrok/ten door middel van ten band die schuin over het Lichaam loopt. Dat menselijke arbeid soms veel effictiever is werd ons duideli)Jr. gemaaltt in een lagere school, die we bewchten in Pelting. De naluurltundeleraar had ulf hele ingenieuu modellen gemaaJct van allerlei fysische processen, wals bijvoorbeeld een riJstpapieren ballon, waaronder je een pit kon aanstelten. De warme lucht deed het geval dan naar boven drijven. Op ome uitroepen vertelde de Leraar dat wllte ballonnen eeuwen geleden ooit al gemaaJct werden. Een enorme wereldbol, bedoeld om de wisselende 7..onneslerltte per seiwen te laten üen, hadden de kinderen van papiermaché gemaaltt, heel goed/toop en uer doeltreffend. Zul/te creaties worden ook aan geïntermeerde andere scholen getoond. Patent kent men niet. Aangeüen men ook niet aan concurrentie doet, 1..ijn de winlt.els Junctionu l, en reclame en uitver/tooprages hebben we niet ge7..ien. Alln wat we kochten werd heel wrgvuldig in papier gepaltt en met papieren touw vele malen omwonden.

Gewend aan de TUJl en vriendelij'ltheid was het voor ons dan ook een eigenaardige gewaarwording om in de Cantonest Fritndshipstort (winkel speciaal voor buitenlanders) mensen te uen voordringen en graaien in de bakken - dat waren nietChineun, in Canton ter gelegenheid van de beurs. Het is te hopen dat met de vooruitgang van de Chineu Vollurepublitlt die Jachtige mentaliteit achterwege blijft.

J. Bax R. Wilderom

Recept: zoelzuur varkensvlees (koe-loe-jok) Ingrediënten : 1 pond magere

varkenJlappen

a: 1 theelepel sherry 1 12 theelepelwul 1 12 theelepel peper b: 1 ei 1 eetlepel bloem 1 eetlepel maïuna c: 4 eetlepels tomatenketchup 1 theelepel SOJasaus 4 eetlepels a7..ÎJn 4 eetlepels suiker 2 dl water 1112 eetlepel mafz.ena 1114 liter olie een halvejlinlte winterwortel, schoongemaaltt, geblancheerd en in hap/tlare stuitjes gemeden J gedroogde champignons, geweekt en in vieren geduld J grote uien, grofgemeden JIJ komkommer, in hap/tlare stuitjes gemeden 1 gepelde en in plakJes gesneden knoflookteen

Werkwiju 1. Snijd het vlees in hapklare stuk-

jes. 2. Besprenltel en bestrooi de stuitjes aan alle lt.anten met (a) . J . Klop (b) in een ltom tot un egaal mengJet en doop hierin het varlteruvlees. Verhit de olie tot 185°C. Leg de stultj'es één voor één in de pan en laat u billen tot u goudbruin ujn. Neem u uit de olie en laat u uitlek/ten. 4. Balt alle groenten samen in de olie gedurende 1 minutd. Schep u eruit en laat u uitleltlun. 5. Roer (c) goed door elltaar. Verhit 5 eetlepels van de olie in een andere pan, voeg mengul (c) toe en laat al roerend 1..achtjes ltolten tot de saus dilt wordt. 6. Leg vlees en groenten in de saus en laat alles samen goed warm worden.

9


De buitenlandse politiek van China

Het is al meer dan een jaar geleden dat voorzitter Mao Tsetomg overleed. Ofschoon hij niet ~er bij het Chinese volk is, heeft hij een zeer waardevolle erfenis achtergel:uen: zijn ideeën en zijn werken. Het Mao Tse-toeng-denken zal de leidraad vormen voor het Chinese volk in de opbouw van de Chinese maatschappij. Door de sabotage van de "bende van vier", Wang Hung-wm, Chang Chun -chiao, Chiang Ching en Yao Wm -yuan, werd de verdere opbouw van het Nieuwe China geremd. Zij beschuldigden personen die hard aan de opbouw van het land wilden werken, van "kapitalistische neigingen". Pas na de val van de " bende van vier" en de verkiezing van Hua Kwo-Jmg tot voorzitter van de Communistische Partij van China kon dit probleem worden opgelost. Op dit moment werkt het Chinese volk met groot enthousiasme en in eenheid om het land tegen het einde van deze eeuw tot een machtig, modern socialistisch land op te bouwen. Op verschillende terreinen zullen er veranderingen komen om de schadelijke invloed van de "bende van vier" terug te dringen en om de gevolgen ervan teniet te doen. Op het Ministerie van Buitenlandse Zaken had premier Chou En-lai de zaken stevig in handen. Hieraan is te danken dat de schade die de "bende van vier" kon aanrichten, beperkt bleef tot het afremmen van de buitenlandse handel en de culturele uitwisselingen. Chou En-lai is er in geslaagd om in de buitenlandse politiek de lijn van Mao Tse-toeng door te zetten . Er zijn derhalve geen belangrijke veranderingen op het gebied van de buitenlandse politiek te verwachten.

Drie Werelden theorie Voor de Chinese buitenlandse politiek heeft Mao Tsetoeng de theorie die onderscheid maakt in drie werelden, geformuleerd. In deze Drie Werelden theorie worden de voornaamste revolutionaire krachten, de voornaamste vijanden en de middenkrachten van elkaar onderscheiden. De voornaamste vijanden van alle volkeren van de wereld zijn de twee supermachten, de Verenigde Staten van Amerika en de Sowjet-Unie, die samen de eerste wereld vormen. De tweede wereld vormen Europa, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan, en met uitzondering van Japan behoren alle landen van Azië, Afrika en LatijnsAmerika tot de derde wereld (I ). De Derde Wereld-landen staan het meest in tegenstelling tot de twee supermachten, want zij worden het meest uitgebuit en van hun grondstoffen beroofd. Bovendien woont driekwart van de mensheid in die Derde Wereld. De Derde Wereld-landen vormen derhalve de belangrijkste krachten in de strijd tegen de supermachten. De landen van de Tweede Wereld zijn de hoogontwikkelde kapitalistische landen. Deze landen staan in tegenstelling tot de Eerste en de Derde Wereld. Enerzijds zijn zij het slachtoffer van de overheersing van de supermachten en anderzijds zijn het zelf imperialistische landen, die de Derde Wereld uitbuiten en beroven. Door hun tegenstelling met de supermachten vormen de landen van de Tweede Wereld de 10

middenkrachten, waarmee de Derde Wereld zich kan verenigen in zijn strijd tegen die supermachten.

De twee supermachten De Sowjet-Unie en de Verenigde Staten zijn de invloedrijkte grootmachten in de huidige wereld. Beide landen zijn erop uit de gehele wereld te beheersen. In dit opzicht zijn zij elkaars concurrenten, wedijveren zij met elkaar om de macht over de gehele wereld. Deze wedijver van de supermachten is de groo tste bron voor een nieuwe wereldoorlog in de huidige internationale situatie. De bewa~nings ­ wedloop waar beide landen in verstrikt zijn gera~. is een onvermijdelijk gevolg hiervan. Tot nu toe hebben de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten elkaar nog tamelijk vreedzaam bevochten, maar vroeg of laat zal dit uitmonden in een wereldomvattende oorlog om de macht. De Verenigde Staten buiten andere landen uit door daar investeringen te d~en waarbij de winsten in de handen van Amerikaanse bedrijven komen. De Sowjet-Unie gebruikt de methode van "economische hulp" en "militaire hulp" om goedkoop te kopen en duur te verkopen en haalt er zo enorme winsten uit. De wapenwedloop wordt door beide landen aangegrepen om eveneens hoge winsten binnen te halen. Op militair gebied zijn beide in alle hoeken van de wereld actief. De Verenigde Staten hebben zo'n 400.000 van hun mankrachten in het buitenland gestalioneerd en de SowjetUnie heeft er 700.000 in het buitenland. Beide landen hebben militaire bases in andere landen. Het gebruik maken van huurlingen om Cuba binnen te vallen bezorgde de Verenigde Staten een slechte naam, evenals de SowjetUnie toen zij huurlingen stuurde om in Angola gewapend in te grijpen en om Zaïre binnen te vallen.

Potentiële oorlogsbron Van de twee supermachten is de Sowjet-Unie de gevaarlijkste en vormt zij de voornaamste bron van een wereldoorlog. Hiervoor worden verschillende redenen aangevoerd. Allereerst stelt China dat over het geheel genomen de Sowjet-Unie op dit moment de mindere is van de Verenigde Staten. Op vele gebieden is haar invloed beduidend kleiner dan die van Amerika. Deze machtsverhouding dwingt de Sowjet-Unie ertoe offensief te werk te gaan. Zij moet pogingen doen gebieden uit de invloedssfeer van de Verenigde Staten te halen en onder haar eigen invloedssfeer te brengen. In februari 1976 stelde Mao Tse-toeng : " De Verenigde Staten hebben hun belangen in de wereld te beschermen en de Sowjet-Unie is op expansie uit; dit kan op geen enkele wijze veranderd worden.". Dit betekent dat de Sowjet- Unie een offensieve strategie moet ontwikkelen om andere landen van zich afhankelijk te maken en om de VS-invloed te verzwakken en te verdringen. Wat economische macht betreft heeft de Sowjet-Unie de tweederangs imperialistische landen, zoals Frankr~jk en Engeland, voorbij gestreefd. Maar in vergelijking met de Verenigde Staten is zij zwakker, waardoor de Sowjet-Unie gedwongen is op haar militaire kracht te steunen om haar


doel te verwezenlijken. Deze werkwijze is in het verleden toegepast door Duitsland en Japan bij hun voorbereidingen van de Tweede Wereldoorlog, toen zij de mindere waren van Engeland en Frankrijk. Nu al heeft de SowjetUnie grotere legers dan de Verenigde Staten. De Russische uitgaven aan de bewapening in 1976 worden geschat op 127 miljard dollar (12-15% van het Bruto Nationaal Pro dukt), hetgeen ongeveer 24% meer is dan de geplande Amerikaanse uitgaven van 102,7 miljard dollar. Een derde reden die China aanvoert, is dat de Sowjet-Unie beschikt over een staatseconomie die in hoge mate gecentraliseerd is. Deze centralisatie, die zijn gelijke niet kent in de wereld, maakt het gemakkelijker de hele economie af te stemmen op et"l oorlogseconomie en het staatsapparaat te militariseren.

Brandpunt in Europa In tegenstelling tot wat velen menen, richt de wedijver van de supermachten zich op de eerste plaats op Europa en niet op China. Met zijn hoogontwikkelde industrieën vormt Europa een zeer begeerlijke buit en bovendien hebben de Westeuropese landen veel betrekkingen met de Derde Wereld-landen. De controle over deze banden vergemakkelijkt de verovering van de Derde Wereld-landen. Vooral voor de Sowjet- Unie, die reeds de Oosteuropese landen onder controle heeft, is het beheer over WestEuropa van strategisch belang. De maatregelen die de Sowjet-Unie op het militaire vlak getroffen heeft, wijzen eveneens in deze richting. Van de Russische legers is 2/3 deel in Europa gestationeerd en slechts 1/3 deel aan de Chinese grens. De conclusie die China uit deze feiten trekt, is dat oorlogsgevaar en spanning vooral in Europa aanwezig is. De voornaamste oor7.aak hiervan is het streven van de Sowjet-Unie naar expansie. Om de door haar veroorzaakte oorlogsdreiging te verdoezelen bedient de Sowjet-Unie zich van de zogenaamde "ontspanningspolitiek" . Door luidkeels "vrede en ontspanning" te roepen hoopt de Sowjet-leiding de Europese volkeren een rad voor ogen te draaien. Intussen wordt de Russische bewapening opgevoerd en stijgt de spanning in Europa daardoor juist sneller. China is van mening dat door de veiligheidsconferenties in Helsinki en Belgrado de oorlog niet vermeden kan worden. Te hopen dat door deze conferenties de Russische aandacht voor Europa zal verslappen, is eveneens een illusie. Deze situatie is, zoals eerder opgemerkt, vergelijkbaar met de toestand vlak voor de Tweede Wereldoorlog, aldus China . Na het verdrag van München in 1938 hoopten Frankrijk en Groot-Brittannië dat Hitier zich tevreden zou stellen met de verovering van Tsjechoslowakije. Kort daar~ op werd Frankrijk echter door Duitsland aangevallen. Net als Hitlef in de Tweede Wereldoorlog deed, zal ook de Sowjet-Unie een schijnbeweging naar het Oosten maken om het Westen aan te vallen. De verzoeningspolitiek werft averechts: het zal er toe leiden dat de Sowjet-leiders zich arroganter zullen opstellen en de Sowjet- Unie agressiever wordt.

"Nooit als eerste aanvallen" Tenslotte moet, volgens de Chinese analyse, de SowjetUnie sinds de machtsgreep van Chroestsjow in 1956 niet meer beschouwd worden als een socialistisch land. De Sowjet -Unie is een imperialistisch land geworden, dat misbruik maakt van de naam van het socialisme om haar werkelijke aard te verbergen. In feite is de Sowjet-Unie socialistisch in woorden en imperialistisch in daden ; vandaar de benaming sociaal-imperialisme. Bovenstaande argumenten laten zien hoe China tot de slotsom komt dat het Russische sociale imperialisme de gevaarlijkste supermacht is en de grootste bron van een derde wereldoorlog vormt. Bij wijze van vergelijking kan gezegd worden dat de Verenigde Staten en de Sowjet-Unie elkaar als wolven bevechten om de hegemonie over de wereld te verkrijgen. De Verenigde Staten is dan een oude wolf die zich volgevreten heeft, terwijl de Sowjet-Unie als jonge, hongerige wolf, agressiever is. Waar de Verenigde Staten haar invloedssferen verdedigt, is de Sowjet- Unie uit op het veroveren van nieuwe gebieden waar zij haar invloed kan laten gelden.

Met betrekking tot de wereldoorlog heeft Mao Tse-toeng China's houding reeds in 195 7 geformuleerd: "In de eerste plaats zijn wij er tegen; in de tweede plaats zijn wij er niet bang voor". Dit betekent dat China tegen de oorlog is en dat zij tegelijkertijd de onvermijdelijkheid ervan inziet. Daarom worden er in China voorbereidingen getroffen, door de volksmilitie op te bouwen, de defensie te moderniseren, tunnels en voedselopslagp laatsen aan te leggen. China ontwikkelt ook een kernmacht. Zij doet dit om niet aan de chantage met atoomwapens onderworpen te zijn. Doordat de supermachten weten dat China ook kernwapens bezit, zullen zij zich eerst bedenken alvorens een atoomaanval op China te plegen. In tegenstelling tot de !:'.vee supermachten durft China herhaaldelijk te verklaren niet als eerste het atoomwapen te zullen gebruiken. Een dergelijke verklaring heeft Mao verschillende keren uitgegeven met betrekking to t de oorlog in het a lgemeen : "Wij zullen niet aanvallen, tenzij wij aangevallen worden; als wij aa ngevallen wo rden zullen wij zeker een tegenaanval uitvoeren." 11


China wordt ook bedreigd door de supermachten en staat bloot aan aanvallen. Op het eiland Taiwan, een onafscheidelijk deel van China, zijn Amerikaanse troepen gestationeerd. De Chinese regering acht het onaanvaardbaar in deze situatie diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten aan te knopen. Tot nu toe is geen van de Amerikaanse regeringen bereid geweest dit obstakel voor de normali.sering van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen op te rUimen. Tijdens het bezoek van president Nixon aan China in 1972 hebben de regeringen van de Verenigde Staten van Amerika en de Volksrepubliek China het Shanghai-wmmuniqué ondertekend. De Chinese regering beschouwt dit communiqué nog steeds als een goede basis om de normalisering van de betrekkingen tussen de beide landen voort te zetten. Om de be~rekkingen tussen China en de Verenigde Staten . te normaliseren moeten de Verenigde Staten in overeens~emming me~ de geest van het communiqué hun diplomatieke betrekkmgen met Taiwan verbreken, al hun strijdkrachten en militaire installaties uit Taiwan en uit het gebied van de Straat van Taiwan terugtrekken en hun zogenaamde "wederzijds defensieverdrag" met de kliek op Taiwan annuleren. Het Chinese volk is vastbesloten Taiwan, een onvervreemdbaar gebied van China, te bevrijden. Wanneer en hoe Taiwan bevrijd wordt, is uitsluitend een binnenlandse aangelegenheid van China, dat geen inmenging van buitenaf duldt. De vier principes van vreedzame coëxistentie (2), de basis voor de Chinese buitenlandse relaties gelden ook voor de betrekkingen met Amerika. De bezet~ ting van Taiwan door de Verenigde Staten is volstrekt in tegenstelling met deze principes. De vier principes gelden natuurlijk ook voor de relaties met de Sowjet-Unie. Er zijn, zij het slechte, diplomatieke betrekkingen tussen de S?wjet~U~ie en de Volksrepubliek China. Op basis van de vter pnnClpes van vreedzame coëxistentie is China bereid de bestaande betrekkingen te verbeteren. De betrekkingen tussen de twee landen zijn namelijk verslechterd, toen de Sowjet- Unie in. 1969 ~anvallen deed op de noordelijke grenzen van Chma. Chma slaagde er toen in de aanvallen af te slaan en de militairen die op haar grondgebied waren binnengedrongen, te verjagen. Zulke aanvallen ziet de Chinese regering als onderdeel van het streven van de Sowjet-Unie naar de hegemonie over de wereld. De Sowjet-Unie wil zijn amcht ook in China vestigen en zal poginge~ in die richting blijven ondernemen al weet zij dat Chma terug zal slaan zodra zij wordt aangevallen. Wat China betreft kunnen de betrekkingen tussen beide staten op vreedzame wijze snel verbeterd worden. Een ander geval zijn de relaties t~;~ssen de Communistische Partij v~n Ch~na (CPC) en de Communistische Partij van de Sowjet-Ume (CPSU). De CPC erkent deCPSUniet als een marxistisch-leninistische partij, maar beschouwt haar als e~n bourge?is-partij. Er bestaan op dit punt principiële memngsverschtllen tussen de twee partijen. De CPC acht deze meningsverschillen van zodanige fundamentele aard, dat zij niet op korte termijn opgelost kunnen worden. Zulke controverses vormen voor China geen beletsel om goede betrekkingen te onderhouden met de staat en regering van de Sowjet-Unie. China heeft tenslotte met zoveel niet-door communistische-partijen-geregeerde landen zeer goede betrekkingen op staatsniveau. Als de Sowjet-Unie ook goede betrekkingen met China wil hebben, moet zij ophouden provocaties uit te lokken aan de Chinees-Russische grens. 12

Relaties met Europa Als gevolg van de toetreding van de Volksrepubliek China tot de V~renig?e Naties !n 1971 hebben de Westeuropese landen .d•e Chma nog met erkend hadden, diplomatieke betrekkmgen aangeknoopt. Sindsdien zijn de betrekkingen met West-Europa sterk verbeterd, de handel is toegenomen evenals de culturele uitwisselingen. In de bezoeken die vele Europese staatslieden en regeringsleiders aan China brengen, manifesteren zich de verbeterde betrekkingen. Mede doordat de Westeuropese landen tot de Tweede Wereld horen, is het begrijpelijk dat zij het streven van de landen van West-Europa om zich onafhankelijker op te stellen t.a.v. de supermachten ondersteunt. Als de Europese landen zich aaneensluiten en daardoor een zelfstandig economisch blok vormen, is dat ondanks de vele verbindingen die de Europese landen nog met de Verenigde Staten hebben, als positiéf te beoordelen. He~elfde geldt voor de voorbereidingen die gedaan worden orri een aanval van de Sowjet- Unie af te slaan. Het ontvangen van de conservatievere politici uit het Westen (zoals Strauss en Margarel Thatcher ) betekent niet dat China de politiek die deze personen voorstaan, wil steunen. China probeert haar waardering te laten blijken voor hun k:itische houding te·n aanzien van het Russisch expansiomsme. De ontwikkelingen tussen de landen van de Tweede Wereld en van de Derde Wereld worden door China positief beoordeeld. Alhoewel bepaalde Europese landen nog steeds vast proberen te houden aan de oude yerhoudingen van half kolonialisme, is er een tendens bij de Derde Wereldlanden om op te staan en voor hun rechten op te komen. Van hun kant gaan steeds meer landen van West-Europa inzien dat de betrekkingen met de Derde Wereld-landen hen versterkt in de pogingen onafhankelijker te raken van de supermachten, en beseffen zij dat de relaties met de Derde Wereld op basis van meer gelijkheid moeten worden ontwikkeld. De conferentie van Lomé, een associatie verdrag van de EEG-landen met 46 (voornamelijk Afrikaanse) landen is een stap in de richting van toenemende samenwerking op basis van meer gelijkheid. Samenvattend kan worden gezegd dat volgens de Chinese analyse de vrede in de wereld op de eerste plaats bedreigd wordt door de wedijver van de twee supermachten om de hegemonie over de wereld. De vrede kan derhalve het beste verdedigd worden door het hegemonisme van de twee supermogendheden te bestrijden. Het zijn de volkeren van de wereld en niet de supermogendheden die over het lot van de mensheid beslissen. De volkeren van de w'ereld zullen ongetwijfeld de overwinning behalen.

Oey Toen Ping Noten I. Dit is een andere indeling dan in Nederland gebruikelijk is; daarbij

vormt het Westen de eerste wereld, het Oostblok de tweede wereld en de o ntwikkelingslanden de derde wereld. 2. Deze vier principes zijn : -wederzijds respect voor de souvereiniteit en territoriale integriteit van alle staten ; -geen agressie tegenover elkaar; -geen inmenging in de binnenlandse aangelegenheden; -gelijkheid en wederzijds profijt.


DE WOLF ENDE

TIJGER ho ofdlijnen van China's buitenlands beleid Sinds de dood van Mao Tse-toeng is China's buitenlandse politiek in wat rustiger vaarwater gekomen. De diplomatie is minder agressief; de normalisering van de betrekkingen met het buitenland vordert langzaam ; het beleid is realistischer en pragmatischer geworden. In één opzicht is dit beleid niet veranderd. Peking ziet in de Sowjet-Unie nog steeds vijand nummer één. De Chinese regering veroordeelt dan ook de inspanningen van het Westen om in Belgrado tot détente met de USSR te komen.

Enkele weken na Mao's dood had ik in Peking een lang gesprek met vice-minister van buitenlandse zaken Yot-tyan. Wat mij trof was dat achter alle ideologisçhe frase n een nuchtere realiteit schuil ging, meer ge#ft op de unieke strategische positie van China dan op de communistische / ideologie. In wezen blijft China's buitenlands beleid defenstef, zoals het trouwens sinds de jaren van de Koreaanse oorlog altijd geweest is. Drie hoofdlij nen zijn te ondetscheiden : 1. de13


fensic tegen de machtige buurman, de Sowjet-Unie en het zoeken naar bondgenoten in de confrontatie met Moskou ; 2. pogingen om de Amerikaans-Russische verstandhouding, door Peking beschouwd als een soort duivelspact, te doorbreken; 3. leider te zijn in de Derde Wereld die, na het Amerikaanse imperialisme, nu door de expansiezucht van de Sowjet-Unie wordt bedreigd. Historische en psychologische factoren spelen in het conflict met de Sowjet-Unie een grote rol. De Chinezen hebben een goed geheugen. Zij kunnen niet de bittere ervaringen vergeten die zij in het diplomatiek verkeer met de Russen hebben opgedaan. Al vóór de oprichting van de Chinese Volksrepubliek moesten zij lijdelijk toezien hoe Stalin Tsjang Kai-sjelt bleef steunen, ook toen deze jacht maakte op Mao's communisten en onder hen bloedbaden aanrichtte. Na de tweede wereldoorlog drong Stalin er bij Mao Tse-toeng zelfs op aan, zijn legers te ombinden en zich met Tsang te verzoenen. Maar de grootste boosdoeners waren volgens Peking de heren Chroestsjew en Breznjew. De Chinezen herinnerden zich maar al te goed dat al in 1955, toen alles nog koek-en-ei leek, Chroestsjew aan kanselier Adenauer vroeg hem te helpen in zijn strijd tegen "het gele gevaar". In gesprekken met Chinese diplomaten komt dit voorval telkens weer boven. De Chinezen zijn door de Russen op hun ziel getrapt. De geschiedenis is bekend: In 1960 bracht Moskou aan de economie van China moedwillig een zware slag toe door alle sowjet-specialisten uit het land terug te trekken met medeneming van hun blauwdrukken. De oorzaak was niet de ideologische twist tussen de Chinese en de Russische leiders. De werkelijke oorzaak was de aanspraak van de Sowjet-Unie op de hegemonie in de Aziatische wereld. Een bevestiging daarvan kreeg ik in 1974 in Peking tijdens een gesprek met een toenmalige vee-minister. Hij las mij de protocollen voor van een geheime overeenkomst tussen wijlen premier Tsjoe En-lai en sowjet-premier Kosygin van 11 november 1969, kort na de grensincidenten aan de Amoer en de Oesoeri. Daarin stelden de beide staatslieden vast dat de betrekkingen tussen de beide staten " niet mogen worden beïnvloed door de ideologische strijd". Naar buiten toe bleven Moskou en Peking vechten over de interpretatie van de theorieën van Marx en Lenin. Maar in de diplomatie werd over deze zaken niet of nauwelijks gesproken. Toen, na de geheime ontmoeting tussen Tsjoe En-lai en Kosygin, de Russische onderhandelaar Koeznetsow naar Peking kwam om over de grensgeschillen te "onderhandelen", toonde hij de verbaasde Chinezen de nieuwste Russische landkaarten waarop grote delen Chinees gebied met een totale oppervlakte van 20.000 vierkante kilometer door de Sowjet-Unie waren geannexeerd. Dit was de Russische "oplossing" van het grensconflict. Het is nog steeds de angst van Peking, dat de "nieuwe tsaren" in Moskou de expansie-politiek van de vroegere tsaren zullen voortzetten. Deze was er op gericht van de Zwarte Zee uit door te dringen naar de Middellandse Zee, vervolgens naar de Perzische Golf en de Indische Oceaan, om vervolgens door te stoten naar de Stille Zuidzee.

Schuilkelders Op de vraag wie "de schuld" heeft aan het grensconflict - dat nog steeds niet is opgelost- kan geen antwoord worden gegeven. Maar een waarschijnlijk antwoord ligt in het feit dat Peking in de jongste geschiedenis steeds bereid is gebleken grensakkoorden te sluiten. Onderhandelingen op dit punt met Birma, Nepal, Afghanistan en de Man-

goolse Volksrepubliek zijn met succes bekroond. Officieel duren de onderhandelingen met de Sowjet-Unie nog steeds voort; praktisch zijn ze bevroren, omdat de Russen nog steeds op het standpunt staan dat er eigenlijk geen grensgeschil is. De grenzen zijn immers in de nieuwe Sowjetkaarten "officieel" vastgelegd. Dikwijls wordt de hypothese geuit dat de Chinese vrees voor de Sowjet-expansie geveinsd is. Onder het mom van beduchtheid voor de Sowjet-expansie zou Peking twee doeleinden nastreven: de koude oorlog tussen het Atlantisch bondgenootschap en de landen van het Warschaupact te doen herleven en intussen een eigen expansiepolitiek te voeren. Er zijn heel wat redenen om die theorie te verwerpen. De voornaamste is dat China zich geen expansief buitenlands beleid kan veroorloven omdat China's strategische positie daarvoor te zwak is. Op buitenlands diplomatiek gebied is de Chinese regering nog steeds bezig de betrekkingen te herstellen die door de Culturele Revolutie grondig zijn verstoord. Intern mist China nog de politieke en economische stabiliteit die een voorwaarde is voor ieder expansief beleid. Militair is China defensief betrekkelijk sterk, offensief uiterst zwak. Onder die omstandigheden is het onden kbaar dat China op korte termijn een expansief beleid zou kunnen voeren. De grootste rem op iedere expansie-lust is de vijandige nabuurschap van de machtige Sowjet-Unie. De Chinese vrees voor een Sowjet-aanval is ècht. Het lijkt immers ondenkbaar dat China reusachtige vestingwerken zou aanleggen met een kostbaar netwerk van schuilkelders onder alle steden, alleen maar om het buitenland te overtuigen van de eigen angst voor een Sowjet-aanval. Die angst bestáát, en vermoedelijk op goede gronden.

Terugtocht Het streven om de Sowjet-macht in te perken staat daarom boven aan de prioriteitenlijst van de buitenlandse politiek. Chinese diplomaten worden niet moe andere regeringen te wijzen op het gevaar van de Sowjet- Unie, niet alleen voor de Volksrepubliek China, maar voor de hele wereld. Wat zij o.a. niet begrijpen is dat zovele Westeuropese regeringen hun defensie-inspanningen verminderen in plaats van ze te verhogen. Détente is in hun ogen capitulatie-politiek. Op de vraag welke politieke partijen in West-Europa het meest gevaar opleveren voor de wereldvrede kreeg ik in Peking ten antwoord: de "revisionisten" in Frankrijk en Italië, met andere woorden: de Eurocommunisten, en "zogenaamd socialistische partijen" als Labour in Engeland en de Partij van de Arbeid in Nederland. Zij immers "wiegen de mensen in slaap" door de aandacht van het Sowjetgevaar af te leiden met mooie welvaartsbeloften. Men kan er dan ook zeker van zijn dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Peking een kabinet CDA-WD in stilte wordt toegejuichd. Westers kolonialisme en racisme vormen in Chinese ogen geen acuut gevaar meer. De blanke overheersing is duidelijk op de terugtocht en gaat spoedig haar ondergang tegemoet behalve wanneer de beide supermogendheden, Amerika en Rusland , het met elkaar eens zouden worden over de hoofden van de Derde Wereld en van West-Europa heen. Met president Carter in het Witte Huis is dit gevaar vergroot, omdat hij een tegengestelde politiek zou voeren aan die van president Nixon. In Peking staat Richard Nixon, ondanks de Watergate-affaire, nog steeds in hoog aanzien. Hij immers was de eerste Amerikaanse president Vervolg op pag I 7


urumchi··· vliegbases

~

topnor kernindustrie

~

yumen

~

China als kernmogendheid anno 1977 Inleiding

Huidige prestaties

Voor de opbouw van een krijgsmacht met een nucleair vermogen is politieke wil alleen niet voldoende. Er zal aan een aantal voorwaarden voldaan moeten worden, alvorens een nucleair potentieel gestalte kan krijgen. Tot die voorwaarden kunnen o.a. worden gerekend een voldoende nationaal potentieel, een economie die niet alleen in staat is in de primaire levensbehoeften van China's bevolking te voorzien, maar ook voldoende financiële middelen schept voor de verwerving van kernwapens en de daarvoor vereiste geavanceerde technologie. De ontwikkeling van kernwapens en de prioriteit daarvan in het totale beleidsprogramma van een regering is afhankelijk van tal van factoren. Factoren ook die, onafhankelijk van het technisch en financieel kunnen, de politieke besluitvorming kunnen beïnvloeden, zoals de functie van de krijgsmacht in het staatsbestel van China en de relatie van de krijgsmacht tot de partij. Dat niet alleen interne ontwikkelingen en onderlinge relaties bepalend zijn lijkt geen verdere toelichting te behoeven. Ook de doelstellingen van haar buitenlands beleid, de machtsverhoudingen in de wereld en vooral ook de perceptie van China's leiders van de dreiging, zullen van invloed zijn op een kernwapenprogramma. Deze factoren zullen niet alleen doorwerken in het groeitempo van het nucleair vermogen, maar ook in de samenstelling en de omvang van het nucleaire wapenarsenaal. Ook de eventuele voorrang van kernwapens ten opzichte van conventionele wapens zal, in het totaal van China's defensie inspanning, door dit krachtenveld worden bepaald. De over China's militaire macht beschikbare gegevens zijn overwegend afkomstig uit Europese en Amerikaanse bronnen. Die gegevens zijn veelal niet volledig en onduidelijk. De afkomst van de bronnen houdt bovendien het gevaar in dat informatie via een westerse bril haar weg heeft gevonden naar het papier; de Chinese interpretatie zou best eens een andere kunnen zijn.

In 1964 bracht China haar eerste atoombom tot qntploffing; een 20 kiloton bom, gebaseerd op verrijkt uranium. Verrassend snel daarna, in juni 1967, werd een 3 megaton waterstofbom tot ontploffing gebracht. De totale voorraad kernladingen, bestaande uit bommen van 20 KT tot 3 MT, beloopt thans waarschijnlijk 200 tot 300 stuks. China bezit een aantal vliegtuigtypen, dat geschikt is als wapendrager voor kernladingen. Reeds vóór 1960 bezat China een 200-tal Russische gevechtsvliegtuigen van het type IL-28 (Beagle). Thans telt de luchtmacht ongeveer 300 vliegtuigen van dit type. Deze verouderde toestellen, met een actieradius van minder dan 1000 mijl, zijn nog bruikbaar voor short-range operations. Het draagvermogen zou beperkt zijn tot kernladingen in de KT klasse. Van groter belang is het door China zelf uit de Mid -21 ontwikkelde F-9 tweemotorige gevechtsvliegtuig. Ook dit vliegtuig, waarvan China er ongeveer 300 zou bezitten, is evenals de IL-28 slechts geschikt voor tactische operaties. Het draagvermogen zou max. één 30 KT bom zijn, de actieradius 500 mijl en de snelheid max. Mach 2. De F-9 is echter geen all-weather interceptor, waaraan China grote behoefte zou hebben, aldus Jane's Aircraft 1975-1976. Het enige vliegtuig met een actieradius van ongeveer 16502000 mijl, dat de kwalificatie strategisch krijgt, is de TU -16 (Badger). Dit type werd reeds aan het eind van de vijftiger jaren van Rusland verkregen en daarna in China in produktie genomen. In 1973 werd het aantal van ditltype op 100-140 geschat. De produktie van dit vliegtuig schijnt te zijn stopgezet. De huidige schatting gaat niet verder dan 65 toestellen. De snelheid van de TU-1 6 is ongeveer 590 mijl, het zou tot 20.000 lb aan bommen kunnen vervoeren. De Chinese belangstelling voor de aankoop van Amerikaanse en Engelse vliegtuigen zou kunnen wijzen op de behoefte aan moderne technologie. De hiervoor genoemde vliegtuigen kunnen opereren vanaf 180-200 vliegvelden, verspreid over geheel China. 15


Zowel over het aantal medium-range ballistic missites (MRBM 's) als over het bereik daarvan lopen de meningen uiteen. In 197 5 zou het aantal reeds 80-100 zijn, de laatste gegevens noemen het getal van 30-50. Over het bereik worden afstanden vermeld variërend van 1500 mijl tot 600-700 mijl. Over één aspect van de MRB M's (en dat geldt ook voor de overige raketten) bestaat unanimiteit : er wordt vloeibare brandstof voor gebruikt. Een deel van de MRBM's em de intermediate-range ballistic missites (IRBM's) zou mobiel zijn en -anders dan gebruikelijk in Amerika en Rusland- niet zijn ondergebracht in grote complexen, maar over grote afstanden en in kleine groepen verspreid over het land zijn opgesteld. Naarmate het afstandsbereik van de missite tueneemt of, anders gezegd, naarmate het heden meer nabij komt, neemt ook de onduidelijkheid toe. Dit verschijnsel maakt het bijzonder moeilijk het Chinese vermogen aan IRBM's en- vooral- intercontinental ballistic missites (ICBM's) te benaderen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het huidige aantal operationele IRBM's bedraagt naar schatting 20-30, het bereik daarvan zou 1500-1 750 mijl zijn. Volgens een andere bron zou China al in 1973 de beschikking hebben over een-traps IRBM's, bereik 15002500 mijl, en meer-traps IRBM's, met een bereik van ongeveer 3500 mijl. Hoewel in de Military Balance 19 76-197 7 onder strategie forces geen ICBM's zijn vermeld , is in de toelichtende tekst vermeld "a multistage ICBM with a range of 3000-3500 mile has been developed and some have been deployed". Vermoedelijk is hier, gezien het afstandsbereik, hetzelfde systeem bedoeld als de hiervoor vermelde meertraps IRBM . Reeds in augustus 1970 wist Aviation Week te melden dat een testvlucht van China's ICBM "was expected to be across India, with a splashdown in Western Indean Ocean near Zanzibar, late this year or early 19 71 ". Eerder werd reeds opgemerkt dat blijkens de meest recente literatuur China nog geen operationele ICBM zou bezitten. Een ICBM met een bereik van 8000 mijlzou in ontwikkeling zijn, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat deze binnen enkele jaren operationeel zal zijn. In ieder geval staat vast dat tot op heden nog geen full-range test is uitgevoerd. Aan het feit dat nog geen full-range ICBM test heeft plaatsgevonden, mag niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat China geen ICBM-vermogen zou hebben. De verschillende trappen van de missite kunnen afzonderlijk worden getest. Het is dan ook niet ondenkbaar dat een beperkt aantal ICBM's operationeel is. Blijkens de eerder aangehaalde Military Balance 1976-197 7 bezit China nog geen submarine-launched ballistic missite (SLBM), hoewel het al vele jaren beschikt over een conventionele onderzeeboot van de G-klasse, uitgerust met drie verticale lanceerbuizen. Uit vorenstaande inventarisatie komt naar voren dat het China ontbreekt aan lange-afstandsbommenwerpers en aan SLBM's. Het afstandsbereik van het waarschijnlijk aanwezige nucleaire vermogen is zodanig dat het westelijk halfrond vooralsnog niet kan worden bedreigd. Een belangrijk deel van Rusland ligt vermoedelijk wèl binnen het bereik van haar kernwapens, hetgeen in overeenstemming lijkt te zijn met China's huidige perceptie van de dreiging. Gelet op de IRBM-capaciteit, mogelijk ten dele mobiel, · ten dele in versterkte silo's, het aantal beschikbare kernladingen, vliegtuigen en vliegvelden en de vermoedelijke spreiding daarvan over grote delen van China, zou haar 16

nucleaire vermogen kunnen worden gekwalificeerd als een minimum afschrikkingsvermogen van regionale betekenis. Overigens zij hieraan toegevoegd dat de grote mate van onzekerheid over China's reële nucleaire vermogen en haar bedoelingen de afschrikking positief beïnvloedt.

Een blik in de toeko mst Een poging tot inventarisatie van China's nucleaire vermogen moet vergezeld gaan van een blik in de toekomst. Immers, het huidige nucleaire potentieel is het resultaat van beslissingen, die vele jaren geleden door Peking zijn genomen. Het is dan ook van belang te weten in welke richting China zich in de komende jaren op nucleair gebied zal ontwikkelen . Alvorens een generale koers uit te zetten van China's mogelijke toekomstige nucleaire ontwikkeling, lijkt het goed nog eens te wijzen op de vele variabele en onzekere factoren, die hierop van invloed kunnen zijn. Zoals de noodzakelijke groei van China's economie, de hoge prioriteit voor de agrarische sector en de kwetsbaarheid van haar landbouw. Een misoogst zou kunnen leiden tot drastische

verschuivingen in de prioriteiten met consequenties voor het niveau van de defensie inspanning. Een eventuele verzoening met Rusland zou wellicht de Verenigde Staten weer volksvijand nummer I maken, hetgeen een hogere prioriteit voor de ontwikkeling van ICBM 's en SLBM's zou kunnen betekenen. Ook binnenlandse machtsverschuivingen, de relatie partij-krijgsmacht, kunnen de ontwikkeling vertragen of versnellen. De vliegtuigindustrie van China heeft tot op heden vrijwel uitsluitend ervaring opgedaan met de produktie, al of niet in licentie, van Russische ontwerpen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat China binnen 10 jaar de beschikking zal hebben over een lange-afstandsbommenwerper. Het lijkt waarschij nlijk dat China's belangstelling vooral zal uitgaan naar meer en betere tactische gevechtsvliegtuigen. De interesse die de Chinezen momenteel to nen voor de verticaal opstijgende Harrier-bommenwerper van Britse makelij, wijst in die richting. Aangenomen mag worden dat de in 1975 bij Rolls Royce aangekochte Spey motoren zullen worden gebruikt voor het bouwen van een all-weather interceptor. Recente publi katies veronderstellen dat het I CBM programma zou zijn vertraagd. Het is niet du idelijk of dit het gevolg is van een bewust lagere prioriteitstelling of van technische problemen. De vertraagde of trage ontwikkeling van de ICBM zou zeer wel het gevolg kunnen zijn van een


V('TV()lg van pag. 14

bewuste keuze van Peking, t.w. het accentueren van de verdere ontwikkeling van een regionale deterrence ten opzichte van de Sowjet-Unie. In deze optie zou de verdere uitbouw van het IRBM-vermogen mogelijk een hogere prioriteit hebben gekregen. In dat kader lijkt het waarschijnlijk dat de versterking van de lanceeropstellingen en -vooral- de mobiliteit van deze systemen veel aandacht zullen krijgen. Gezien China's enorme landoppervlakte - 261 maal zo groot als Nederland- waarvan 80% uit bergland en hoogvlakten bestaat, zouden landmobiele systemen de voorkeur verdienen. China beschikt echter nog niet over een betrouwbare vaste brandstof. Vloeibare brandstof is minder geschikt voor mobiele systemen, gezien de daaraan verbonden logistieke problemen. Verwacht mag worden dat de omwikkeling van een vaste brandstof met voorrang zal geschieden. Vaste brandstof is een ingewikkeld en kostbaar materiaal, geringe gebreken kunnen resulteren in een grote mate van onnauwkeurigheid van de missile. De verdere vergroting van de mobiliteit zal mede afhangen van een uitbreiding van het spoorweg- en wegennet, dat ongeacht het jaargetijde berijdbaar moet zijn. Deze kostbare infrastructurele voorzieningen zullen echter ook de economische ontwikkeling van het land ten goede komen. Jane's Fighting Ships 1976-197 7 meldt voor het eerst het bestaan van I Han klasse onderzeeboot "a possible Chinese nuclear submarine". In deze uitgave wordt ook gewezen op het gereedkomen van een fabriek voor de produktie van vaste brandstof. Mede daaraan wordt de voorspelling gekoppeld dat een Chinese ballistic-missile nuclear-submarine (SSBN) in het begin. van de tachtiger jaren niet uitgesloten wordt geacht. Met dit bericht wordt wellicht de indruk gewekt dat de weg naar de ontwikkeling van SSBN's voor China gebaand zou zijn. Er lijken echter nog vele en omvangrijke problemen te moeten worden opgelost, zoals het ontwikkelen van technieken om onder water te kunnen lanceren en de reeds gememoreerde noodzaak van betrouwbare vaste brandstof.

die afzag van "supermacht-politiek" en die de theorie huldigde dat er vijf grote machten in de wereld zijn: Amerika, de Sowjet-Unie, West-Europa, China en de Derde Wereld. De Chinezen maken zich op dit moment zeer bezorgd over de ontwikkeling in Zuidelijk Afrika, waar volgens hen een nieuw kolonialisme op komst is: dat van de Sowjet-Unie. "De wolf is nog niet de voordeur uit of door de achterdeur sluipt de tijger binnen", aldus vice-minister Yoe-tsjan. Reden waarom Peking blijft weigeren het "kolonialistisch" regime in Angola te erkennen. De Chinezen zijn er vast van overtuigd dat de Russische interventie in Angola, met behulp van Cubaanse troepen, tot doel heeft heel Zuidelijk Afrika binnen hun invloedssfeer te krijgen. Niet-inmenging in Afrikaanse aangelegenheden is de nieuwe lijn van de Chinese buitenlandse politiek. Volgens Peking mag ook geen enkelland interveniëren in Rhodesië en Zuid-Afrika. De theorie luidt : De zwarte Afrikanen moeten in hun gewapende strijd vertrouwen op eigen kracht; zij mogen die strijd niet aan anderen overlaten, en zeker niet aan Russen en Cubanen, want daardoor zouden zij het gebrek aan vrijheid nu, ruilen voor een slavernij die even erg is als de huidige, of misschien nog erger. Angola is volgens Peking een afschrikwekkend voorbeeld van hoe het met moet.

Geen bondgenootschappen

Aannemende dat China thans zou beschikken over operationele ICBM's, hetgeen moet worden betwijfeld, zou de ontwikkeling van een SSBN nog ongeveer 3 tot 5 jaar vergen. De opbouw van een vloot van bijvoorbeeld I 0 boten lijkt nauwelijks mogelijk binnen een tijdvak van 10 jaar, hetgeen zou betekenen dat China niet vóór 1990 over een SSBN vloot zal beschikken. Uiteraard kan het bezit van enkele SSBN's politiek-ideologisch voor China van veel betekenis zijn. Bovendien zal een dergelijk vermogen, hoe beperkt ook, een nieuwe dosis onzekerheid toevoegen aan het besluitvormingsproces van de opponent. Indien in China's perceptie van de dreiging de Sowjet Unie het grootste gevaar zou blijven, zou dit kunnen betekenen dat China's inspanning op nucleair gebied vooral gericht zal zijn op verdere uitbouw van een regionaal afschrik kingsvermogen. Deze ontwikkeling zal vermoedelijk betrekkelijk traag zijn als gevolg van China 's mogelijke voorkeur voor de opbouw van een moderne conventionele strijdmacht. Relatief traag ook als Peking van mening is en blijft dat zij ten opzichte van de Sowjet Unie een minimum nucleair afschrikkingsvermogen bezit.

Opvallend is dat de Chinese Volksrepubliek er niet aan denkt in de confrontatie met de Sowjet-Unie bondgenootschappen met andere landen te sluiten. Dit immers zou in strijd zou met de grondregel van de maoïstische ideologie, alleen op eigen kracht te vertrouwen. Wel is er na Mao's dood een sterke drang in Peking met het Westen samen te werken op economisch en technologisch gebied, ook ter versterking van de defensie. Moskou protesteert daar fel tegen. In november nog zei Radio Moskou dat "wapenleverantie aan China zowel het proces van internationale ontspanning en verbetering van het politieke klimaat in· West-Europa in gevaar kan brengen". Met name de Westeuropese rechtse partijen worden door Moskou gehekeld omdat zij er "een geheime overeenkomst" op na houden om een anti-Russisch bondgenootschap met China aan te gaan. Een bondgenootschap tussen NAVO en China, voor Moskou een nachtmerrie, behoort vooralsnog tot de onmogelijkheden. Maar veel betekenend is de Chinese theorie dat het van wijlen Jozef Stal in een wijs besluit was in 1941 met de Westerse kapitalisten een bondgenootschap aan te gaan tegen Hitler-Duitsland. Daarom ziet Peking er geen been in bij zijn huidige reorganisatie en modernisering van de strijdkrachten steun in het Westen te zoeken. Of de NAVO-landen die steun moeten geven, wordt met name in Washington nog druk omstreden. Om de angst van het Westen voor Chinese expansie weg te nemen wijzen de Chinese diplomaten op het woord van Marx dat een volk dat andere volken onderdrukt, ook geen vrijheid voor zichzelf kan krijgen. In de praktijk lijkt het Chinees beleid er op gericht voorlopig af te zien van alle buitenlandse avonturen, om de binnenlands politieke en economische stabiliteit te versterken. Dit laatste schijnt het allerbelangrijkste doel te zijn van het nieuwe bewind in Peking.

R. L. Adriaansen

O.M. van Rosmalen

hoofdo fficier H Ms De Ruyrer

hoofdredaCteur EIS('VIers Magazme - - - - - - - - - - - -


Congres- en Bijeenkomsten Agenda In de volgende jaargang van JASON-magazine zal de redactie ten behoeve van haar lezers tweemaandelijks een overzicht geven van wat er zoal aan congressen en bijeenkomsten op het gebied van de buitenlandse en defensie-onderwerpen wordt georganiseerd. In beginsel zullen we in deze agenda alle toepasselijke informatie opnemen. Deze moet evenwel betrekking hebben op bijeenkomsten en congressen die -in Nederland worden gehouden 贸f door speciale arrangementen voor Nederlanders gemakkelijk toegankelijk zijn in het buitenland; -geen besloten karakter dragen (wat niet wil zeggen dat ~r geen algemene voorwaarden voor deelname moJen zijn); - gaaJI over een onderwerp dat binnen het themabereik van JASON valt (internationale verhoudingen, defensie-vraagstukken, Oosteuropese landen, ideologie毛n en dergelijke onderwerpen meer). De redactie stelt het zeer op prijs wanneer instellingen en organisaties zelf hun activiteiten (die zich voor deze agenda lenen) melden of wanneer anderen ons hierop attent maken. Hoe eerder, hoe beter, JASON-magazine is een tweemaandelijks blad en het heeft daarom weinig zin om activiteiten die op zeer korte termijn gehouden worden, in te zenden. Belt U de redactie in twijfelgevallen even op. Om enige uniformiteit te bewerkstelligen nodigen wij U uit om mededelingen op de volgende wijze te rangschikken : l . datum waarop de activiteit plaatsvindt; 2. aard van de activiteit (bijvoorbeeld : bijeenkomst/ conferentie/themadagllezing/lunchbijeenkomst); 3. thema (naam of motto, bijvoorbeeld : " Hoe zien we Oost-Europa ?"); 4. organiserende instelling; 5. plaats waar het wordt gehouden en precieze tijdstip van aanvang en afloop ; 6. kosten van deelname (met eventuele voorwaarden voor deelname); 7. korte inhoud (van de conferentie/bijeenkomst, met eventueel een korte toelichting op het thema); 8. contact-adres (en telefoonnummer, waar men nadere informatie kan verkrijgen). RedactieJASON-magazine

oog voor goed drukwerk dat hebben wij!

Profile for Stichting Jason

Jason magazine (1977), jaargang 02 nummer 6  

Jason magazine (1977), jaargang 02 nummer 6  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded