Issuu on Google+

JONG ATLANTISCH SAMENWERKINGS ORGAAN NEDERLAND

april/mei 1976 nummer 3 INHOUD pag.

" "

"

" " " " "

1 2

3

5

K.A. Nederlof j .Th. Hoekema F. Rondagh

7 8 11

E.]. de Rijck van der Gracht B. Bartstra K.A. Nederlof M. van den Heuvel

12

j.L.K.F. de Vries

14

W. v.d. Muijsenbergh

Redactioneel De 'Sonnenfeldt doctrine' Met welk Europa voelen we ons verbonden? Atlantische verbondenheid Het voordeel van de twijfel Inte"view met Rui Casimiro Oost-Europa: een speciale behandeling Thema van de Nationale j ASON -conferen tie "Bij ons is iedereen gelukkig"


JASON

april/mei 1976

Tweemaandelijkse uitgave van de Stichting Jong Atlantische Samenwerkings Orgaan Nederland Van Stolkweg 10, Den Haag - tel. 070·54.27.03 Bankrek.nr.: 45.68.55.548 AMRO·bank, Utrecht Girorek.nr.: 3.56.10.25 Abonnementen: L15,-; tot 20 jaar: LI0,Adherenten van de Stichting: minimaal L5,- voor personen beneden de 20 jaar; overigen: L10,Adherenten krijgen regelmatig publikaties van de stichting (uitgezonderd het bladjASON) toegestuurd. Advertenties: Advertentieprijzen worden u gaarne verstrekt door de penningmeester van de Stichting. Oplage: 700 ex. Redactie: Hoofdredacteur: K .A. Nederlof Hooglandse Kerkgracht 13, Leiden; tel.: 071·13.24.39 F.L.M. Lafort drs. Marianne I. Carlier

Dagelijks Bestuur Voorzitter Algemeen Secretaris Landelijk Secretaris Internationaal Secretaris Penningmeester Hoofdredacteur JASON·magazinc

R.D. Praaning Prawira Adiningrat drs. F .R.M. Lekkerkerker Nicolette Geveke drs. Marianne I. Carlier drs. Marijke A. van Drunen Littel K.A. Nederlof

Algemeen Bestuur W.G. Aldershoff drs. R.J. Goedbloed mr. B. Kruys drs. C.C. Sanders mr. Bea C.C. van Schayck Machteld Schmidt M. Schutter I-I.J. Smallenbroek M.F. Stutterheim dr.J.L.K .F. de Vries Leden van het Dagelijks Bestuur zijn tevens leden van het Algemeen Bestuur

•• •• •

Copij volgend nummer: "Het Militair·lndustrieel Complex, bestaat dat? .. is de vraag die in het volgend nummer vanJASON centraal zal staan. Zoals gebruikelijk in ons blad, zullen meningen pro en contra deze stelling worden opgenomen. Ook hebben wij contact gezocht met auteurs die bezien of er een Militair· Industrieel Complex in Oost·Europa bestaat. Uw bijdrage dient (na telefonisch contact met de redactie) vóór 1 juni 1976 te worden ingeleverd. Het augustus/september nummer staat in het licht van de Zeerechtconferentie (onder voorbehoud). Sluitingsdatum kopij: 15 juli 1976.


Redactioneel

Waar we ons mee verbonden voelen "Waar voelen wc: ons mee verbonden? .. is het thema van deze derde uitgave van ]ASON-magazine. Dit nummer doorlezend zou het antwoord bijna kunnen luiden: umet congresseren". Want er wordt wat gecongresseerd deze maanden . In de meeste gevallen over de resultaten van de Slotakte van Helsinki (die veelbesproken verklaring aan het eind van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa). Er is veel scepsis geuit over de conferentie. Van een "papieren verklaring" tot een wat milder oordeel: "een aantal gedragsregels om naar te streven", Belangrijk is de slotakte in ieder geval, al was het maar omdat de landen van Oost-Europa cr zo'n gewicht aan toekennen. Belangrijk ook omdat de conferentie als dienblad zal worden gebruikt voor de huidige en komende beo trekkingen in Europa. Een handelsaccoord? Een uitvloeisel van de bepaling dat de landen streven naar grotere economische samenwerking. Het Concertgebouworkest naar Moskou? Natuurlijk de resultante van het verdragsartikel dat betere culturele banden beoogt. Maar er zullen ook wel wezenlijkere zaken onder het verdrag vallen. AI mag het dan geen verdrag in de volkenrechtelijke beo tekenis van het woord zijn (het is slechts een slotverklaring die de partijen niet bindt), men krijgt de neiging andere landen te gaan wijzen op begane overtredingen. De dan ontstane schu ldgevoelens zullen mogelijk nog versterkt worden door een vervolgconferentie, die volgend jaar in Belgrado gehouden gaat worden. Achtereenvolgens zult u in dit nummer de Europese-, Atlantische-, mondiale- en Paneuropese verhoudingen verwoord vinden. Bij de ingezonden stukken bleek, dat door de auteurs niet werd ingegaan op de vraag hoe sterk een verbondenheid nu leeft in Nederland . Men lichtte taak, functies en toekomstperspectieven van de EEG, de NAVO en de Verenigde Naties toe of ging in op bepaaJde aspecten van de relaties in "PanEuropa". Of een Nederlander zich ook maar in de geringste mate Europeaan, Atlanticus of wereldburger voelt, werd niet ter sprake gebracht. Gebrek aan cijfers over- of inzicht in deze band zal hier de oorzaak van zijn, ik heb geen reden aan te nemen dat deze gegevens opzettelijk worden achtergehouden. Hoe het ook zij, het is een kwalijke zaak dát hier niets van bekend is. Ook zonder een referendum moet toch bij benadering bekend zijn of de Nederlander het idee van een Verenigd Europa steunt, het Europees parlement meer bevoegdheden wil geve n en straks Europees wil gaan stemmen.

•••

'Sonnenfeldt-doctrine' Top-ambtenaren en top-politici van een grote mogendheid genieten het voorrecht van tijd tot tijd gewichtige uitspraken te mogen doen. In zo'n uitspraak formuleren ze de gedragslijn die hun land met betrekking tot belangrijke gebeurtenissen in de toekomst zal gaan volgen. We spreken dan over een doctrine, die vervolgens zorgvuldig in de vaktaal van politici, politicologen en journalisten wordt bijgezet. Een artikel over deze doctrine, van de hand van J .Th. Hoekema, is op pagina 2 opgenomen. Er val t nog dit van te zeggen. Hoe onzorgvuldig de rede van Sonnenveldt ook weergegeven is en hoe onvoltooid zijl! gedachtegang wellicht nog is, een dergelijke doctrine stoelt op een theorie. Om de theorie bruikbaar te maken voor toekomstige omstandigheden, neemt deze veelal de vorm van een scetUlrio aan: Een scenario is met andere woorden een opeenvolging van gebeurtenissen waartegen met de doctrine iets ondernomen - moet~orden. Wat is dat scenario nu volgens Sonnenveldt? Hij refereert aan de kunstmatige, niet op vriendschap maar op wapens gebaseerde verhouding tussen de Sowjet-Unie en de ande re Oosteuropese staten. Dan stelt hij dat het in het Amerikaanse belang is de gebeurtenissen in dit deel van de wereld te beihvloeden om "te voorkomen dat het vroeger of later daar tot een uitbarsting komt die de Derde Wereldoorlog tot gevolg zou hebben. Deze niet-organische, kunstmatige betrekkingen leveren een veel groter gevaar op voor de wereldvrede dan het Oost-West conflict", einde ci taat (onderstreping toegevoegd). In deze redenering zit een tegenspraak. Wanneer men over een wereldoorlog spreekt, nemen daar op zijn minst de wereldmachten Amerika en Rusland aan deel. Hoe ziet Sonnenveldt de wereldurede bedreigd wanneer het in Oost-Europa tot een treffen komt? Er zal dan sprake moeten zijn van een inmenging door de Verenigde Staten of een ander westelijk land, die na een reactie van de SU, een inmenging van de VS uitlokt. De verhouding in Oost-Europa kan derhalve tot een bedreiging van de vrede leiden, een bedreiging van de wereldvrede treedt eerst op nadat dit conflict tussen Oost en West is uitgegroeid.

••• Nu kan men zich gemakkelijker en vooral zekerder methoden bedenken om een mondiaal connict te voorkomen dan te trachten de verhoudingen in Oost-Europa te beihvloeden. Een uerklo.ring van niet-inmengl·ng bijvoorbeeld. Deze is in Hongarije (1956) en Tsjecho-Slowakije (1968) ook gebezigd en werkte uitstekend. Dat het natuurlijk tragisch is om te zien hoe een Oosteuropees land andermaal door wapens gedwongen wordt in de pas te lopen, is een andere zaak. De Verenigde Staten kunnen proberen de Oosteuropese verhouding tot een vriendschappelijke ("organische" in de terminologie van Sonnenveldt) te maken, of ze daarin zullen slagen is een andere vraag. . In tegenstelling tot de verhouding Verenigde Staten vs. WestEuropa is die tussen de Sowjet-Unie en Oost-Europa nimmer een vrijwillige geweest. K.A. Nederlof

1


In de laatste weken zijn in de inteT1Ultionale pers een aantal al dan niet juist weergegeven opmerkingen van een medewerker van minister Kissinger, He/mut Sonnenfeldt. over de relatie tussen de SU en Oost-Europa en het VS-beleid dieTUlangaande, een beÛlngrijk onderwerp geweest. In de VS, maar ook daarbuiten, is nogal wat verwarring ontstaan over wat Sonnenfeldt nu precies gezegd, c.q. bedoeld zou hebben. Zelfs werd al gesproken over een - nieuwe - "Sonnenfeldt.doctrine". In het onderstaande wordt getracht in een en ander wat ordening aan te brengen.

DE uSONNENFELDT-DOCTRINE" Onnatuurlijk De oorsprong van de huidige discussie ligt in een uiteenzetting van Sonnenfeldt voor een gezelschap van VS ambassadeurs in Europa te Londen, in december 1975. Bij deze gelegenheid maak.te Kissinger overigens zijn al even beroemd geworden opmerk.lOg over het mogelijk uiteenvallen van de NAVO bij een regerlOgsdeelname van Westeuropese communistische partijen. Tussen deze twee uitspraken bestaat een verband, waarop hier onder zal worden ingegaan. Citaten uit Sonnenfeldt's toespraak zijn sindsdien uitgelekt, en haalden in maart de internationale pers. Inmiddels is de nonverbatim tekst van de toespraken in de vonn van een officieel stuk van het State Department in de New Vork Times gepubliceerd, en heeft Sonnenfeldt enige dementis enlof toelichtingen gelanceerd. De grootste beroering is ontstaan over de volgende zin van Sonnenfcldt: "Ons beleid moet er dus op gericht zijn te streven naar een evolutie die de verhouding tussen de Oosteuropeanen en de Sowjet Unie organisch maakt". Dit in contrast met de huid~ge Un~et-organische, onnatuurlijke verhouding" tussen de SowJet Unte en Oost-Europa. In met name de VS is dit opgevat als een ondubbelzinnige onderschrijving van de dominantie van de SU over haar satellietstaten, en vooral ook als een feitelijk in de steek laten van de "naar vrijheid verlangende volkeren van Oost-Europa". De oorzaken van de verwarring over en het verzet tegen de uitspraken is - afgezien van inaccurate lekken - gelegen in twee factoren. Enerzijds oefent de Amerikaanse verkiezingsstrijd een • verlammende en vervormende invloed uit op het debat over en zelfs het voeren van de buitenlandse politiek van de VS. Een ander racet hiervan is het met vooral binnenlandse oogmerken schrappen door president Ford van het woord détente, en de vervanging daarvan door de term "vrede door kracht". Bij de tegenstanders van het "realistische" beleid van Ford en ~issinger is een veel gehoord verwijt dat de Amerikaanse politiek tegenover de SU te toegevend zou zijn. Met betrekking tot Sonnenfeldt ~eeft presidentskandidaat Reagan hem al aangewreven dat hiJ de Oost-Europese volken wil opwekken tot het "als slaven aanvaarden van hun lot". Anderzijds heeft de keuze van met name het bijvoeglijk naamwoord "niet-or~anisch" aanleiding kunnen geven tot misverstan~~n~ omdat de mterpretatie hiervan niet ondubbelzinnig duideliJk IS. ZO hebben de Roemenen in de uitlating van Sonnenfeldt een ondergraving van de beoogde onafhankelijkheid van Moskou. Volgens het partijorgaan ScÎnteia gaat het hier om "een terugkeer tot de politiek van koude oorlog van de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Foster Dulles". Romantische neigingen Wat Sonnenreldt in feite gedaan heeft - maar niet in voor ieder h~ l dere b.ewoordingen - is een herbevestiging van het tweezij. d~ge beleid dat de VS, en het Wçsten in het algemeen, ten opZichte van Oost-Europa voert en gevoerd heeft. De ene kant van dit b~!ei~ is de erkenning van de legitimiteit van 'de aanspraken op vTlJheld ~n autonomie van de Oosteuropese landen, én de steun aan die aanspraken. Letterlijk stelde Sonnenfeldt: "Dus onze politiek moet er een zijn van tegemoetkomen aan de dui:

2

delijk aanwezige aspiraties in Oost-Europa naar grote autonomie, binnen de context van een sterke geopolitiekel) invloed van de Sowjet Unie". In deze laatste bijzin zit de crux van het tweede spoor waarop de Amerikaanse politiek t.o.v. OostEw:opa zich bevindt : de realistische erkenning van de macht en de mvloedssfeer van de Sowjet Unie. Zeer illustratief voor de denkwijze van Sonnenfeldt (en Kissinger) zijn de voorbeelden die hij van zijn stelling geeft. In de e~rs.te plaats Polen, dat zijn "romantische politieke neigingen die JO het verleden tot rampen heeft geleid" heeft opgegeven en dat nu een politiek voert die "beantwoordt aan hun behoefte om een nationale identiteit te creëren zonder een Sowjet reactie te veroorzaken". Het andere voorbeeld is Hongarije, dat zich een aantal experimenten in sociaal-economische zin heeft kunnen veroorloven, hetgeen voor een belangrijk deel mogelijk was "omdat de Sowjets vier divisies in Hongarije heeft en daarom niet ove rmatig bezorgd is". Bij dit all es speelt het speciaal voor de VS aloude di lemma tussen idealisme (het bevorderen van vrijheid en democratie etc.) en realisme (erkenning van de macht van de SU ter plekke). Tussen deze twee polen heeft, zij het met accentverschillen (zie bijv. het verschil in reactie op Hongarije 1956 en Tsjechoslowakije 1968), de Amerikaanse politiek zich bewogen, waarbij uiteindelijk de grenzen werden bepaald door de noodzaak niet in een grootscheeps conHict met de SU te geraken. De achtergronden voor de uitspraken van Sonnenfeldt kunnen naar mijn mening gezocht worden in de behoefte van de VS de pr,incipes en de regels van de enigszins in diskrediet geraakte detente nog eens te formuleren. Het beleid t.a.v. Oost-Europa is daarvan een belangrijk onderdeel. De inhoud van de détente is voor d~ VS het beheersen van de buitenlandse betrekkingen van de SU en het samenwerken met de SU, met als te bereiken resultaat een "netwerk van samenwerkings-regels", tot stand gebracht door "verbindingen die op wederzijds belang zijn gebaseerd". Het uiteindelijke doel van détente - de kwestie van naamgeving is secundair en laat ik terzijde - is het verhinderen van een gewapend conflict met de SU, met name een nucleair connict. In dit kader dienen de uitspraken van Sonnenfeldt beschouwd te worden. Want volgens hem is de anorganische, onnatuurlijke relatie tussen de SU en Oost-Europa "een veel groter gevaar voor de vrede dan het conHict tussen Oost en West". Nu wordt eerst recht duidelijk wat Sonnenfeldt precies bedoeld heeft en dat is exact het tegenovergestelde van wat hem voor de voe~en geworpen wordL Zijn redenering is als volgt: bij een beleid van machtsevenwicht en détente past een natuurlrïker relatie tussen de SU en Oo~~-E.uropa, d.w.z . een relatie die niet gebaseerd is op ~le, pure militaire macht en overheersing (dominantie), maar ~~e meer ge~ien moet worden aIs een invloedssfeer, te vergehJkcn met die van de VS in West-Europa. Daarin past juist méér vrijheid en autonomie voor de volken van Oost-Europa, of zoals Sonnenfeldt het onlangs stelde "nonnale betrekkingen gebaseerd op nationa le souvcreiniteit en onafhanke~ijkheid". De VS zouden dus wél aan die aspiraties naar vrij. held moeten beantwoorden, maar met deze twee uitdrukkelijke beperk ingen : a) cr moet een koppeling zijn met de geopolitieke invloed van de SU (invloedssfeer)


b)

het moet een bescheiden en discrete politiek zijn, want "iedere overdreven ijver van onze kan t zal noodzakelijkerwijs resultaten voortbrengen die de gewenste ontwikkeling kunnen omkeren" .

Meedogenloos Interessant is de relatie van de uitlatingen van Sonnenfeldt met die van Kissinger over het uiteenvallen van de NAVO bij deelname van Westel ijke communistische partijen aan de regering. In dit verband is wel eens gesproken over een "omgekeerde Brezhnev-doctn·ne'fl), hetgeen m.i. niet zo ver bezijden de werkelijkheid is. Voor de détente-politiek is namelijk van eminent belang volgens de VS (en de SU) dat er een stabiel machtsevenwicht in de - interdependent genoemde - were ld is. Dat machtsevenwicht heeft zowel betrekki ngen op het strategisch-nucleaire evenwicht tussen de SU en de VS, als op het regionale machtsevenwicht in die gebieden die voor beide landen tot de vitale en essentiële belangen behoren. Daar horen natuurlijk in de eerste plaats Oost- en West-Europa bij. In deze redenering is er een analogie tussen de Sovjet hegem onie (niet in de zin van dominantie, maar in de zin van invloedssfeer) en de hegem onie van de VS over West-Europa. Vandaar de forse waarschuwingen van Kissinger die zelfs bij een deelname - zonder absolute meerderheid - van communistische partijen aan de reger ingen van Italië en andere landen, grote gevaren ziet, met name voor het buitenlands beleid en de defensiepolitiek van die landen. Als deze tendensen zich voortzetten ziet Kissinger een situatie ontstaan waarin de VS wel eens

een "eiland van verworvenheden" zou kunnen worden, waardoor een dwang ontstaat "om de verschillende communistische machts-centra tegen elkaar uit te spelen". De VS zouden zo'n situatie kunnen overleven, maar alleen door een "meedogenloze politiek van machtsevenwicht"_ Het huidige, in essentie bipolaire machtsevenwicht, heeft verre de voorkeur van Kissinger, én van de SU. Een voorbeela van dit laatste facet zijn de MBFR-besprekingen, waar de SU primair uit is op het verhinderen van het ontstaan van een sterke WestEuropese defensiegema:nschap, mogelijk een nieuwe "pool" in het evenwich tsstelsel. Vooralsnog moet in de visie van Kissinger de huidige situatie in Oost- en West-Europa gehandhaafd blijven, als onderdeel van het subtiele spel van wederzijds geven en nemen, confronteren en samenwerken, belonen en straffen, dat de beide supermogendheden spelen om op deze wijze de wereldvrede te handhaven, en zelfvernietiging te voorkomen. Drs. J .Th. Hoekema

Noten: (toegevoegd do or de red.) I) 2)

waarin een verband wordt gelegd tussen het staatkundig leven en de aardrijkskundige toestand van een land, m.a.w. de verwachte politiek van de Sow;et-Unie als men zijn ligging in aanmerking neemt. De Brezhnev-doctrine, voor het eerst toegepast in Tsjechc;Slowakije (1968), houdt in dat de Sowjet Unie mag ingrijpen in de socialistische landen wanneer de verworvenheden van hel $ocüzlûme in gevaar zi;n of komen. -

MET WELK EUROPA VOELEN WIJ ONS VERBON DEN? "Europa" is wat je ermee bedoelt. Al te gemakkelijk wordt aangenomen dat we weten wat Europa is en nog vlugger wordt opgeschreven wat Europa zou moeten worden. Met welk. Europa voelen we ons verbonden? Het Europa van de Negen, Europa van de NAVO, het Europa van de tweeëntwintig, het Pan-Europa, het civiele Europa, h et Europa van de democratische landen of het Europa dat als derde macht? In de practische politiek is het Europa van de Negen, de Europese Gemeenschappen, het uitgangspunt voor de discussies over de toekomst van de Europese samenwerking. De laatste maanden zijn er over die toekomst van Europa een aantal zeer lezenswaardige rapporten verschenen. Vorig jaar mei het rapport van de Commissie Spierenburg en afgelopen januari het rapport van de heer Tindemans, Eerste Minister van België. Het rapport Spicrenburg meent dat er een ferme stap voorwaarts gezet moet worden in de richting van economische en monetaire samenwerking, simpelweg om te behouden wat er is. Dat wat er is, is voornamelijk landbouw-pol itiek. Dit gigantische stelsel van verordeningen en reglementeringen is in wezen de uitdrukking van een bereidheid om, op sociaal verantwoorde wijze, de voedselproductie binnen de lidstaten te verzekeren. De landbouwpolitiek van de Europese Gemeenschappen is in laatste instantie gebaseerd op een inkomensoverdracht van de ene lidstaat naar de andere. Het is duidelijk dat een grillig verloop van de waarden der verschillende muntsoorten het subtiele web van afspraken in deze verscheurt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat, alleen al om deze reden, de heer Spierenburg samenwerking op het gebied van economische en monetaire beleidssectoren voorstaat. Het recente aftreden van de heer Lardinois en zijn vrees voor de toekomst van de Europese landbouwpolitiek onderstreept nog eens de gevaa rlijke situatie op dit terrein, die tot voor kort tot het "acquis comm unautaire" werd beschouwd: datgene wat beh oorde tot de verworvenheden van de Europese samenwerking. Niets op deze wereld kan als verworven worden beschouwd_

Tenzij er voortdurend voor wordt gewaakt dat het verworvene niet teloor gaat onder de druk van nati onalistische politieken. Daarnaast zij n er een aantal andere ontwikkelingen te signaleren die evenzeer een aantasting zouden kunnen vormen voor de toekomst van de Europese samenwerking. Analisten van de ontwikkelingen op het gebied van de internationale politiek menen de afgelopen weken te moeten concluderen dat de détente steeds moeizamer voortgaat. Sommigen zijn nog pessimistischer en spreken van een verharding va n de verhouding tussen Oost en West. Het is niet erg moeilijk om zich voor te stellen wat er terecht zal komen van de SALT onderhandelinge n en de MBFR onderhandelingen binnen een dergelijke ontwikkeling. Zonder meer desastreus zal deze ontwikkeling zijn op de uitvoering van de afspraken van Helsinki. Binnen West-Europa is het verschijnsel van de toenemende verwarring op het gebied van de bui tenlandse politiek. De Verenigde Staten hebben herhaalde malen duidelijk aangegeven wat zij van ee.n dergelijke ontwikkeling vinden. Naar mijn mening worden deze waarschuwingen al te licht opgevat, waarmee ik niet wil zeggen dat ze onmiddellijk moeten worden opgevolgd door de oplossingen, die door de Verenigde Staten worden gesuggereerd. De opkomst van de communistische partijen leidt opnieuw tot een discussie over de wenselijkheid, respectievelijk aanvaardbaarheid, van samenwerking met bepaalde typen communistische partijen. De bescherming en het voortbestaan van de democratie komt weer in het centrum van de politieke discussie.

3


Daarnaast is het duidelijk dat rond de Europese samenwerking het strategische aspect, misschien voor het eerst, een snel belangrijker wordende plaats krijgt_ Naar aanleiding van de verzoeken van Griekenland om lid te worden van de Europese Gemeenschappen is de gehele filosofie die aan de Europese samenwerking ten grondslag ligt, opnieuw onder de aandacht gekomen. Dat is op zichzelf een verheugend verschijnse1. Teleurstellend is dat in die discussie tot nu toe slechts gekeken is naar het kosten aspect, terwijl begrippen als sol没:1ariteit en veiligheid nauwelijks aan bod zijn gekomen. Het kost niet al teveel fantasie om een aantal zeer plausibele scenario's te ontwerpen die aan de ene kant uitmonden tot een feitelijke splitsing tussen Noord- en Zuid-Europa en die aan de andere kant leiden tot een Europa dat een groot deel van de West- en Middeneuropese landen omva,t. Het is duidelijk dat beide scenario's van geheel verschillende basisoverwegingen路uitgaan. Wanneer de westeuropese landen elke samenwerking met welke communistische partij dan ook uitsluiten en zich voegen bij het Amerikaanse standpunt ter zake dan is het heel wel denkbaar dat de defensie aspecten van een dergelijke opstelling in feite zullen leiden tot een verwijdering tussen Noord- en Zuid-Europa. Wanneer anderzijds Westeuropa de mogelijkheid ziet tot constructieve samenwerking met "commlUlistische" partijen die zeggen het democratische beginsel te onderschrijven, dan zou de weg open kunnen liggen voor een zeer uitgebreide Europese Gemeenschap die in de komende jaren gemakkelijk een vijftienof zestien tal landen zouden kunnen omvatten. Een dergelijke ontwikkding zou wel een op dit moment onvermoede consequentie kunnen hebben voor de verhouding tot de landen van Middeneuropa. Uitbreiding van de Europese Gemeenschappen heeft uiteraard consequenties voor verdieping van de samenwerking. Het is juist deze verdieping van de samenwerking die op dit moment de Europese Beweging zorgen baart. Daarbij heb ik de indruk dat de omvang van de Europese Gemeenschappen niet de belangrijkste bepalende factor is. Ik ben van mening dat de toekomst van de Europese samenwerking slechts verzekerd kan worden wanneer de besluitvorming tot stand komt op basis van een krachtmeting van politieke ideologie毛n, binnen het systeem van de parlementaire democratie. Dit systeem kan slechts Europees verwerkelijkt worden wanneer op korte tennijn het Europees Parlement rechtstreeks verkozen wordt. De Europese Beweging meent dal een rechtstreeks verkozen Europees Parlement over de noodzakelijke gezagsbasis beschikt om op effectieve wijze meer bevoegdheden te verwelVen voor zichzelf. Wanneer eenmaal de besluitvorming op die manier tot stand gaat komen of op zijn minst democratisch gecontroleerd gaat worden dan doet het er minder toe hoeveel landen lid zijn van de Europese samenwerking. In de huidige intergouvernementale fase van Europese samenwerking is elke uitbreiding van het aantal gesprekspartners desastreus voor het tot stand komen van welk b esluit dan ook. Ik dring op aan dat de relevante problemen van Europese politiek open en serieus besproken worden . Daartoe horen de kwesties van parlementaire de mocratie, de economische en monetaire samenwerking, de samenwerking met lidstaten waar communisten in de regering vertegenwoordigd zijn en de strategische aspecten van verdere Europese samenwerking. Hoe men het ook went of keert: steeds zal eerst de vraag beantwoord moeten worden welke belangen we met wie gemeen hebben. Een groeiend besef van lotsverbondenheid - om welke redenen dan ook - zal kunnen leiden tot solidariteit: onmisbaar gegeven voor de vraag te beantwoorden met welk Europa we ons verbonden voelen. Drs. Ferry Rondagh Algemeen Secretaris Europese Beweging.

4

Internationale Spectator maandelijks verschijnend tijdschrift van het NEDER LAN DS GENOOTSCHAP VOOR INTERNATIONALE ZAKEN Hoofdredacteur : J. L. HeJdring Een greep uit recente afleveringen: M. van den Heuvel Z. B rz ez inski M. van der Stoel

E. Z眉rcher Heinz Timmermann P. Dankert D.P. Spierenburg Stefano Si/vestri en Cesare Merlini K. Maartense Thomas Bruneau

Op weg naar een Nederlandse Oostpoli'tiek Naar een nieuw internationaal systeem Europese eenwording: de Nederlandse waardering van idealen en werkelijkheden Confucius en de revisionisten - Enige kanttekeningen bij een Chinese massacampagne Het touwtrekken over een conferentie van Europese communisten Mensenrechten: doen of niet doen? Het rapport-Tindemans Machtsevenwicht en crisisbeheersing in het Middellandse-Zeegebied Angola : een nabeschouwing Dynamiek en dilemma's van de Portugese revolutie

Abonnementsprijs f.50,- per jaar; studenten f.40, Losse nummers f.5,50 Abonnementen en proefnummers: Antwoordnummer 1823 (geen postzegel!. Den Haag telefoon: 070-466429


Atlantische verbondenheid is een moeilijk te definiëren begrip. Het lijkt daarom beter ons hier te beperken tot de meest markante vorm waari~ d~ze verbondenheid zich ~anifesteer~, te weten de NAVO. De stroom van bezoekersgroepen uit Nederland die het hoofdkwartIer I~ .Brussel ~~d.oen be~l~st de grote, en de laatste tijd zelfs nog groeiende, belangstelling voor deze organisatie. Studentenvererugmgen, mihtalre opleidingen, vakbondscursisten, politieke studieclubs, allen komen naar Brussel om zelf de sfeer van de NAVO te ervaren. Hoe valt deze ervaring in het algemeen uit? Om te beginnen zijn de meeste bezoekers verbaasd dat het mili·

taire element op het hoofdkwartier in de minderheid is. Zij weten meestal wel dat het militaire hoofdkwartier van de NAVO (SHAPE) zich elders in België bevindt, maar zij kunnen zich toch niet direct voorstellen welke niet·militaire activiteiten de NAVO on~wikkelt. Toch is het juist in deze laatste categorie . dat de Atlantische verbondenheid de laatste jaren belangrijke ontwikkelingen heeft vertoond. Met name is dit het geval op het gebied van het politieke overleg. De lezers van dit blad zullen reeds weten dat de NAVO in 1949 tot stand is gekomen als een schrikreactie op de sneUe uitbrei· ding van de Sowjet macht in Oost-Europa. Er onstond een militair bondgenootschap gebaseerd op het Noord Atlantische Verdrag. [n artikel 5 van het verdrag is het principe geformu· leerd dat "een aanval op één of meer van de bondgenoten in Europa of Noord-Amerika beschouwd zal worden als een aanval tegen allen". Overigens wordt niet aangegeven op welke wijze de bondgenoten in een dergelijk geval zouden moeten reageren; dat blijft ten alle tijde een autonome beslissing van de nationale regeringen. Het is hier misschien de plaats om het meest voorkomende misverstand over het militaire bondgenootschap recht te zetten: er zijn géén NAVO-troepen, NAVO wapens, NAVO tanks etc. Er zij.n. wèl NAVO commandanten waaraan in tijd van ernstige cnSlS troepen, wapens, tanks etc. ter beschikking kunnen worden gesteld als de regeringen van de landen daartoe besluiten.

Andere bedreigingen Terug naar de situatie na 1949 . Naarmate de situatie zich stabiliseerde werden de bondgenoten al gauw geconfronteerd met gemeenschappelijke politieke problemen. Hieruit kwam als vanze lf het politieke overleg vo~rt. Dit politiek overleg groeide voortdurend als een natuurhJk gevolg van de ontspanningspolitiek en de daarmede samenhangende sterke toename van oost-west contacten. De NAVO levert een forum waar 15 landen in één vergadering kunnen bespreken waar anders 105 bil~te~e ~mtmoetingen voor nodig zouden zijn geweest. Bovendien IS dit forum permanent in een gebouw aanwezig en wordt het gesteund door een internationale staf die studies verricht, ontwerp documenten opstelt en de resultaten van het overleg vastlegt. Naarmate het gevaar van een directe militaire aanval afnam groeide.niet alleen het politiek overleg maar ging men zich bovendIen meer bezinnen op andere bedreigingen voor de waarden die de basis vormen van de Atlantische verbondenheid. Waarden die in het Noord Atlantisch Verdrag worden omschreven als "democrqtie, persoonlijke unïheid en rechtsorde". Een veel voorkomende vraag van bezoekers is de volgende: de NA: VO werpt zich op als verdediger van westerse waarden; het ~el.gert heden ten dage een land als bondgenoot toe te laten mdien het systeem daar niet voldoet aan bepaalde normen van democratie en menselijke vrijheid; hoe komt het nu dat in het verleden wel landen zijn opgenomen of getolereerd waar de regiems niet aan die normen voldeden?

5


Het antwoord op deze voor de NAVO lastige maar belangrijke vraag ligt volgens mij in de hiervoor geschetste ontwikkeling. ln de eerste jaren van de NAVO draaide alles om de militaire verbondenheid. Bij het overwegen van het lidmaatschap van een bepaald land gaven militaire factoren de doorslag. Degenen die toen moesten beslissen leefden in een dusdanige vrees voor een naderende aanval uit het oosten dat zij geneigd waren de militaire waarde van het lidmaatschap van een bepaald land belangrijker te vinden dan een eventuele ongunstige binnenland politieke situatie. Niet dat dit laatste geen zorg baarde; maar de militaire versterking van het bondgenootschap kreeg de prioriteit. Naannate het gevaar voor een directe aanval venninderde won de overtuiging veld dat een niet democratische lidstaat schade toebrengt aan het gehele bondgenootschap. Zo· veel schade dat een militair voordeel daar in de ogen van som· migen niet langer tegenop weegt. Aangezien een nieuwe lidstaat alleen wordt toegelaten als alle landen het daarmee eens zijn betekent dit laatste dat in zo'n geval geen toetreding kan plaats· vinden. Machteloos Dat voor wat betreft de toetreding (of toelating) tot de NAVO. ls een land lid en ontwikkelt de binnenlands politieke situatie zich op een wijze die in tegenspraak is met de eerder genoemde beginselen dan ligt de kwestie veel moeilijker. Het NAVO ver· drag biedt in dat geval geen enkel houvast. Er bestaat géén schorsingsprocedure, geen boycotregeling, er kan geen daadwer·

6

kelijke druk op de lidstaat worden uitgeoefend. Net als in het geval van een conflict tussen twee lidstaten staat de NAVO vrijwel machteloos. Het bondgenootschap was door de oprichters duidelijk nooit bedoeld als forum voor het op' lossen van problemen binnen de lidstaten zelf. Van een Brezjnew doctrine zoals het Warschau Pact' die kent is derhalve binnen de NAVO géén sprake. (De Brezjnew doctrine is het uit het socialistisch internationalisme afgeleide recht dat de Sowjet Unie meent te hebben om te intervenieren in de interne aange· legenheden van een andere commwlÎstische staat als daar de "verworvenheden van het socialisme" bedreigd worden.) De NAVO is en blijft zowel militair als politiek een vrijwillig bondgenootschap van onafhankelijke staten. Als gevolg daarvan beschikt deze "paraplu"·organisatie slechts over minimale eigen militair en politieke macht. Het is op ieder moment de auto· nome beslissing van nationale regeringen die de NAVO militaire of politieke kracht kan verlenen, indien de situatie zulks vereist. De afhankelijkheid van voortdurende nationale beslissingen moge in geval van crisis een nadeel zijn, in vredestijd is de steeds hernieuwde vrije keuze ten gunste van de NAVO een levend bewijs van de immer aanwezige Atlantische verbondenheid waaraan dit artikel is gewijd. Ir. E.]. de Ryck van der Gracht Eerste Secretaris Nederlandse Delegatie bij de NAVO


Wie de illusie koesterde bij de oprichting van de Verenigde Naties, dat deze were1dorganisatie werkelijk vrede op aarde zou brengen, had moeten beseffen dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki haar bij voorbaat ongeloofwaardig maakten. Het waren de Verenigde Staten geweest die het initiatief tot het oprichten van de VN hadden genomen. Het was in de Verenigde Staten en mede op uitnodiging van de Verenigde Staten dat op 26 juni 1945 het Handvest van de Verenigde Naties door 50 landen werd ondertekend, een Handvest dat cynisch genoeg begint met de woorden: Wij, volken der Verenigde Naties, vastbesloten komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leve n onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht. ...

HET VOORDEEL VAN DE TWIJFEL En om te bewijze n wal een oorlog voor onnoemelijk leed over de mensheid kan brengen, vermoordde Truman nog geen zes weken later honderdduizenden Japanners. Of konden die niet tot de mensheid gerekend worden? .... Maar ook in de jaren daarna werd steeds duidelijker dat met die eerste woorden van het Handvest niet àlle geslachten bedoeld werden. Immers stierven sinds de oprichting van de VN in alle Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse oorlogen zeker zoveel mensen als tijdens de genoemde Tweede Wereldoorlog. Vanuit deze interpretatie van het begrip mensheid, waarmee kennelijk slechts een aantal bevoorrechte Amerikaanse en Europese volken. werd bedoeld, dient ook de rest van de preambule van het Handvest gelezen te worden. Want even verder blijken wij, de volken van de Verenigde Naties, eveneens vastbesloten "de sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen". Na 30 jaar wederom hetzelfde exclusieve groepje landen dat zich op de borst kan slaan over het behaalde succes. Nederland geniet de twijfelachtige eer deel uit te maken van deze bevoorrechte groep. En hoewel vele opvolgende regeringen zeker op' rechte bedoelingen hebben gehad met de VNJ volgden zij vrijwel altijd een pro-Amerikaanse lijn binnen de verschillende organen, terwijl in brede kring de bedoelingen van de Verenigde Staten reeds meer in twijfel getrokken werden. Vooral na de in 1972 verloren prestigeslag om de vertegenwoordiging van China, heeft Amerika zich wat die bedoelingen betreft regelmatig in zijn kaarten laten kijken: een donderspeech van president Ford, waarin hij sprak van de "tirannie van de meerderheid"; een scheldpartij aan het adres van de Derde Wereld door de speciaal voor dat doel ingezette Daniel Moynihan; een aankondiging zich terug te trekken uit de gespecialiseerde organisatie ILO en pesterijtjes als het inkrimpen van de zo broodnodige contributie van 31% naar 25 % en mogelijk zelfs naar 15% van het budget van de VN. Allemaal blijkgevingen van de Amerikaanse ontevredenheid met de huidige verhoudingen binnen de VN. Want ook de steun van de meeste West-Europese landen waar de Verenigde Staten altijd op konden rekenen is niet meer zo vanzelfsprekend, terwijl de Derde Wereld zich vooral na de energiecrisis sterk ontwikkelt als een machtsblok binnen de Verenigde Naties. Uithuilen Al deze verschuivingen, tezamen met de nogal starre opst~lIing van Oost-Europa en de in 1972 eindelijk verworven zetel voor Mao, hebben ertoe geleid dat het schijn·idealisme van de begindagen heeft plaatsgemaakt voor harde onderhandeling. En nu de kaarten open op tafel liggen zuIlen de inmiddels 144 deelnemers moeten laten zien of er doorgespeeld kan worden. Het heeft er tijdens de Zevende Speciale Zitting van de Algemene Vergadering van september j .1. op geleken dat er inderdaad doorgespeeld kon worden, zij het met aangepaste spelregels. Gedurende twee weken werd er zonder noemenswaardig kibbelen serieus gedis. cussieerd over het vraagstuk van de grondstoffen en ontwikkeling.

Maar helaas bleken met name de Arabische en Afrikaanse landen nog steeds niet uitgedold te zijn over het succes van de olieboycot en vonden het de daaropvolgende gewone Algemene Vergadering toch weer nodig om hun zojuist ontdekte macht door eenheid te demonstreren door met de beruchte zionisme· resolutie op de proppen te komen. De reactie was verbluffend. De westerse wereldpers stond bol van verontwaardiging en zelfs de Luxemburgse voorzitter Gaston Thom ging zijn boekje te buiten door in die hoedanig. heid zijn afkeuring over de resolutie uit te spreken. Toch lijkt door de Jaatste Algemene Vergadering de situatie chaotischer dan hij in werkelijkheid is. Als de Derde Wereld bereid is haar provocaties te staken - de Palestijnse kwestie kan ook op een andere wijze gepresenteerd worden -, de Verenigde Staten hun polariserende houding achterwege zouden laten en de SO\..jet Unie zijn schijnheiligheid zou inruilen voor een werkelijke bereidheid tot ontwikkelingssamenwerking (de Russen maakten de afgelopen Algemene Vergadering handig gebruik van de eerdergenoemde situatie, door plotseling met een voorstel te komen om 10% van de gezamelijke defensie-uitgaven voortaan aan ontwikkelingshulp te besteden), dan zou de Verenigde Naties na het uithuilen opnieuw kunnen beginnen. Dat hierbij een taak is weggelegd voor de minst verdachte groep West-Europese landen, mogelijk samen met enkele OostEuropese (b.v. Roemenië), ligt voor de hand. Ter illustratie: de reeds genoemde relatief succesvolle Zevende Speciale Algemene Vergadering koos niet voor niets tot voorzitter van haar ad hoc commissie de Nederlandse minister Pronk. Het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbe1eid staat gunstig bekend in veel landen van de Derde Wereld, evenals de minister ze lf. Met een dergelijke voorsprong zou ons land heel wel een centrale plaats kunnen innemen bij het oplossen van de ontwikkelingsvraagstukken van de toekomst. Los van de vraag of veel andere nijpende problemen zich überhaupt lenen om effectief door de VN aangepakt te kunnen worden zou ons land zich wel tot één onderwerp moeten beperken. Voordat de vraag gesteld kan worden of Nederland wel bereid is om een dergelijke taak op zich te nemen zullen eerst een aantal hinderpalen uit de weg geruimd moeten worden. Het sterk geluwde enthousiasme voor de VN bij het publiek zal in de eerste p laats hersteld moeten worden. De noodzakelijke geloofwaardigheid dat Nederland werkelijk waarde hecnt aan besluiten en verdragen van de Verenigde Naties zal moeten worden aangetoond doot ondenneer de inmiddels van kracht geworden verdragen inzake de Rechten van de Mens te ratificeren en de sanctie-maatregelen tegen Zuid-Rhodesië scherp na te leven. Na de valse start van 30 jaar geleden verschijnt de Verenigde Naties opnieuw aan de startlijn. Of zij na enkele slagen al uit de bocht z.aJ vliegen hangt van te veel factoren af om een redelijke prognose van te maken. Het voordeel van de twijfel. B. Bartstra oud·medewerker VIRO (Vereniging voor de Verenigde Naties)

7


Portugees Rui Casimiro "ISOLEMENT LEIDT TOT AFHANKELIJKHEID!" Opvallende, maar zeer gewaardeerde verschijning op het AFCAEtudiant seminar in Royaumont waren twee Portugese studenten. Rui Casimiro was lid van de .PSP (de "socialisten van Maria Soares") en AntónÎo Foutes van de PPD (Volksdem0craten). Terecht of niet terecht, in Portugal was, met name onder de studenten, de NAVO niet populair. De verdragsorganisatie werd gezien als de hoeksteen van het régime Caetano en er blijft al snel iets van die rancune hangen. Interessant was het dan ook te vernemen dat Rui Casimiro en António Foutes door de regering naar Royaumont waren gestuurd met de bedoeling de contacten met de Atlantische jongerenorganisaties aan te halen. We waren dan ook erg benieuwd naar hun denkbeelden over de huidige wereldverhoudingen. Echt nieuwsgierig werden we pas toen bleek dat ze graag een soortgelijke organisatie als ]ASON in Portugal wilden stichten en de samenwerking binnen de NAVO een warm hart toedragen.

Ondergronds

In een verlaten congreszaal (de tocht komt ons door de oude kloostermuren afkoelen) heb ik een gesprek met Rui. H'ï spreekt vloeiend Frans en Engels, formuleert zlïn zinnen haastig - maar wel overdacht - en op gedempte toon. Opvallend (in vergelijking tot de andere seminargangers) is de ernstige wijze woorop h'ï op de uragen ingaat. Ik was al lid van de Socialistische Partij in Lissabon voor de revolutie van de 25ste april. De organisatie was niet sterk omcht we ondergronds moesten werken, evenals de Communisten overigens. We konden uitstekend met de Communisten opschieten wat natuurlijk kwam door de gemeenschappelijke tegenstander. Na de omverwerping van het régime Caetano merkten we dat de Communisten de Nationale Studenten Unie trachtten te beheersen. We hebben ons erg ingespannen die invloed terug te

8

dringen. Hoewel veel studenten communistische ideeën hadden tijdens en na de dictatuur, begonnen ze zich te realiseren dat extreem links niet goed voor ze was. Dat het weinig zin heeft van de "t'mpen'alistisch" genoemde NAVO naar de "sociaalfascistische" Communistische partij over te waaien. Het is noodzakelijk voor Portugal lid te blijven van de NAVO. We zijn niet klaar en niet in staat om buiten Europa te blijven. De NAVO bestaat in Europa, wij zijn een land in Europa en onze toekomst ligt daar. Goede economische en culturele betrekkingen met veel landen betekent dat je niet afhankelijk bent van één land of blok van landen. Neem bijvoorbeeld Cuba: ze hebben het Amerikaanse blok verlaten, maar zijn een ander blok binnengestapt! Als onze economie zeer sterk zou zijn, zouden we kunnen denken aan andere mogelijkheden.

De Ontwikkelingen in Angola? Het is erg belangrijk goede economische en culturele banden te hebben met Angola en andere derde·wereld-Ianden. We importeren veel uit Angola, maar we zijn bovendien ook een beetje verantwoordelijk voor de situatie daar. Wij kunnen hen helpen en zij ons. Bovendien zijn nog veel Portugezen zeer geïnteresseerd in Angola: we bezitten veel kennis over dat land. Mario Soares heeft er steeds voor gevochten dat Angola een eenheid zou gaan vormen, vrije verkiezingen zou krijgen en dat de drie bevrijdingsbewegingen zich met elkaar zouden verzoenen. Maar gedurende de invloed van de Communistische Partij begon de regering het voor de MPLA op te nemen. Er waren natuurlijk meer redenen waarom we uiteindelijk de MPLA erkenden. We hebben nog steeds belangen in Angola, we kunnen niet dogmatisch blijven. Hoewel we de regering aan "het volk van Angola" overlieten, erkenden we in feite de sterkste bevrijdingsbeweging. We moeten natuurlijk uit onze fouten leren. Maar de dekolonisatie is volkomen juist, dat staat vast. Hoe hadden we de burgeroorlog kunnen voorkomen? De kloof tussen de onafhankelijkheidsbewegingen was al een onherstelbaar feit. Zelf kan ik niet kiezen tussen één van de bewegingen in Angola. Ik hoop alleen dat het geen totalitaire staat wordt. Buitenlandse interventie? Zuid-Afrika dacht blijkbaar dat zijn positie in gevaar was toen ze wapens en troepen naar Angola stuurden. Maar Cuba en de Sowjet Unie grepen ook alleen maar in onder het voorwendsel van: "de imperialisten vallen aan, we moeten hulp bieden". Ik geloof niet dat ze Angola zonder eigenbelang hielpen; door de hulp zal de MPLA een beetje dichter bij Moskou staan. Het ziet er naar uit dat de ontwikkelingen in Angola een beslissende factor op de situatie in Zuidelijk Afrika zal hebben. Plan-economie De economische situatie in Portugal moet verbeterd worden. Waar we hard aan zullen moeten werken is h.ogere productie en het scheppen van werkgelegenheid. We hebben daarom geld nodig. De productie stagneerde na de revolutie en er kwamen geen nieuwe fabrieken meer bij. De Por· tugese arbeider heeft hier een zeer belangrijke rol in te vervullen: als hij meer loon vraagt, moet hij zich realiseren dat er na een paar maanden geen geld en geen werk meer is. Kleine bedrijven en het particuliere initiatief moeten gesteund worden.


Nationalisaties? Het kapitalisme bestaat nu eenmaal, daar kun je niet onderuit! We geloven niet dat je dit systeem zomaar kunt afschaffen. Alleen de grote banken moeten gesocialiseerd worden. Juist in een democratie leren de mensen hun eigen mogelijkheden benutten en de noodzaak van vrije ondernemingen inzien. Het enige wat de Communisten deden, was de arbeiders ophitsen om meer loon te vragen en de fabrieken over te nemen. Gelukkig hebben de arbeiders ingezien dat dit rampzalig zou zijn. De Socialistische Partij wil ondernemingsraden in de fabrieken vestigen, wat tot gevolg zal hebben dat de betrokkenheid, de democratische gezindheid en de realiteitszin van de arbeider vergroot wordt. Hoe staat het met de komende verkiezingen? De PSP kan een regering vormen en is bereid dat ook te doen. Maar we kunnen het land ook in de oppositie dienen. Wat het belangrijkste is: een staat vormen. Daarom is het niet zeker of de PSP in een coalitiekabinet (bijvoorbeeld met de PPD) zal gaan zitten. We zullen de bevolking moeten overtuigen dat de PSP een gematigde partij is en dat wat wij willen, niet is wat de Communisten willen. Vooral de plattelandsbevolking staat wantrou· wend tegenover alles wat links is. Ik geloof dat men zal beseffen dat de PSP een uniek alternatief is boven Communisten, Christen-Democraten en Sociaal-Democraten. Ik ben zeer optimistisch ovel de toekomst van Portugal. We zullen vooral de levensstandaard in Portugal omhoog moeten brengen, want het is onmogelijk met de mensen over democratie en socialisme te praten als ze honger hebben. Nu hebben we de kans om de democratie te "leren", iets wat we nimmer in de geschiedenis van ons land hebben gehad. Het is zeer belangrijk dat andere landen ons daarbij helpen. We zullen die hulp zeer waarderen en we zijn bereid met alle landen goede betrekkingen te onderhouden. Onafhankelijkheid is nooit in eenzaamheid en afzondering te bewerkstelligen, want isolement leidt tot afhankelijkheid! KA . Nederlof

Seminar in RoyaumontDreiging of détente? In de fraai gerestaureerde abdij van Royaumont, daterend uit de 12e eeuw, werd op 13 en 14 maart dit jaar het AF CAétudiant seminar gehouden. Deze tweedaagse bijeenkomst wordt door de Franse zusterorganisatie van )ASON jaarlijks gehouden over een in de belangstelling staand onderwerp, deze keer: "Russische dreiging of détente na de Conferentie van Helsinki?" Fransen, Belgen, Engelsen, Nederlanders, Italianen en Portugezen bespraken de militaire, economische en culturele gevolgen van de "afspraken van Helsinki" met elkaar. Als sprekers fungeerden professor). Huntzinger van de Universiteit van Besançon, de heer C. Delrnas (directeur van de Kamer van Koophandel in Parijs) en Kolonel Garder. Zij gaven ieder een onderhoudende lezing over de verschillende aspecten van het thema. De discussies dreigden zo nu en dan een wat oppervlakkig karakter te krijgen, op andere momenten werden ze onderbroken door lange monologen van seminar-deelnemers. Door de aanwezigheid van deskundigen en deelnemers met sterk verschillende (politieke) overtuiging kregen de gesprekken gaandeweg meer kruidigheid. Elders in dit nummer treft u de weerslag aan van een vraaggesprek dat wij met een Portugese deelnemer, Rui Casimiro, hadden.

HET NUT VAN VERSCHIlLLENDE MENINGEN Het Nederlands Komitee voor Internationaal] ongerenwerk (NlG)) belegde op 27 en 28 maart een studieconferentie over "Balans en perspectieven van de Europese Veiligheidsconferen. tie". In het conferentieoord Woutschoten namen ruim veertig jongeren (afkomstig van zeer verschillend geöriënteerde politieke organisaties) deel aan de discussies. Een algemene inleiding werd gegeven door G. van Roon, wetenschappelijk medewerker aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij verdeelde de geschiedenis met bewonderenswaardige precisie in kleine tijdvakken, beginnend bij de Eerste Wereldoorlog en eindigend bij de dag van vandaag. elk een nieuwe fase ii1 de Koude Oorlog inluidend. De conferentie werd hierna gesplitst in drie groepen, te weten een politiek-militaire, een economische en een 'menselijke samenwerking' werkgroep. Professor P.]. Teunissen (Groningen) hield een buitengewoon verhelderend exposé over de militaire krachtsverhouding tussen de twee machtsblokken. De taak was toen aan de vijftien leden van de 'politiek-militaire werkgroep' tot een zekere overeenstemming te komen, aangezien in de plenaire vergadering een "gemeenschappelijke verklaring" moest worden voorgelezen. Dat het moeilijk is tot een gezamenlijk standpunt te komen, laat zich raden, wanneer de deelnemers door zowel de F]G (PvdA-jongeren). PPR-jongeren. JOVD (liberale jongeren). jASON en Arjo, (AR-jongeren) zijn afgevaardigd. Er werd besloten een soort inventarisatie te maken van de meningen over de afschrikkingsgedachte en daannee samenhangende nucleaire bewapening. De 'menselijke samenwerking werkgroep', ingeleid door de journalist H. Wolzak, had wat meer moeite met de gemeenschappelijke verklaring. Hier ontspon zich tussen de inleider en de heer M. Racz (lid van het Nederlands Comité voor ~uropese Veiligheid en Samenwerking) een verbeten en soms zeer persoonlijk gericht gesprek. Zaterdagavond 27 maart beantwoordde de Russische professor Bowin, verbonden aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen in Moskou en lid van de Opperste Sowjet, vragen van congresdeelnemers. Zijn inleiding was nagenoeg identiek aan de inleidingen die hij eerder in Nederland (universiteiten van Leiden en Amsterdam) had gehouden. De tweede conferentiedag, zondag 28 maart, werd gevuld door een politiek forum. De heer A. Ploeg, defensiespecialist van de VVD, en de heer A.C:van der Spek (PSP) traden hierin met elkaar in discussie. De conferentie werd besloten met de rapportages van de drie werkgroepen en een plenaire discussie. Al met al een nuttig initiatief van het NKlJ, deze conferentie. Door het federatieve karakter van deze organisatie is zij beter dan wie ook in staat "vogels van verschillend pluimage" bijeen te brengen. En dat valt, zeker voor een onderwerp als het onderhavige, velTe te verkiezen boven een "eensgezind" en daardoor onvruchtbaar congres.

9


Hoe de Russen ons zien. •.•• B

Kpy rax

HATO

eoeHHble P8 c xonbl.

rOllnaRD,S8 1JOJlBeprnaclo peaKOR KpIlTHKe 38

nonWTKB 'y~e HbWKTb . ("~ raS.T).

(Prauda, 13/11/75) PMC • • • CDOM ..... III.

(vertaling) Holland staat bloot aan heftige kritiek van de NA VO, vanwege de bezuint:r(ingsplannen op de defensiebegroting. (onderschrift) Ter lering van de overigen. . . (op de boerin) Budget uan Holland (op vel papier voor boerin) Voor m iir"taire uf"tgaven (op vel papier van zakenman) Militaire orders

l';' ..... en WIJ. . onsze'J'

GEEF A CHT. . . (m et dank aan het Parool)

10


Oost-Europa:

EEN SPECIALE BEHANDELING Over de vraag of Rusland tot Europa behoorde of niet is al in de negentiende eeuw door Russische intellectuelen heftig gediscussieerd. Men kon onder de Russen die het tsarisme afwezen twee groepen onderscheiden, namelijk de slavofielen en de zapadnikt" of 'westerlingen'. Beide groeperingen wilden niets weten van de bestaande maatschappelijke orde in Oost en West, maar de zapadnik," (zapad=westen) gingen, op zoek naar ecn betere wereld, meer te raden bij westerse vooruitstrevende denkers zoals Foun"er, SaintSt"mon en Proudhon, terwijl de slavofielen het heil verwachten van een terugkeer naar de oud-Russisch!? tradities zoals die vóór Peter de Grote (U~89.1725) in Rusland bestaan zouden hebben. Voor deze laatsten was het sinds Peter met Rusland mis gegaan en was alle ellende van het Rusland van hun tijd te wijten aan de geforceerde verwestelijking waartoe deze tsaar het land had gedwongen. Ik laat hier in het midden in hoeverre het beeld van het oude Rusland dat de slavoficlen hadden realistisch of utopisch was (ik geloof het laatste). Duidelijk is echter dat we in het negentiende eeuwse Rusland te maken hebben met een vrij krachtige geestelijke stroming die de cultuur en geestelijke waarden van het westen afwezen en een eigen 'Slavische' weg wilden bewandelen . Daarnaast was er een stroming die, zoals gezegd, de banden met West-Europa nauwer wilde aanhalen. Tataarse juk

Eeuwenoude banden

Een van de voormannen van deze laatste richting was de liberale leider Pavel Miljoekov, die in 1917 minister van buitenlandse zaken werd in de Voorlopige Regering. Miljoekov betoogde dat er in Rusland dezelfde ontwikkeling zou plaatshebben als in West-Europa, dat wil zeggen dat het autokratische Rusland van zijn tijd zich geleidelijk zou ontwikkelen tot een constitutionele monarchie met een gekozen parlement en een regering die aan dat parlement verantwoording verschuldigd zou zijn. Deze ontwikkeling zou, volgens Miljoekov, niet in strijd zijn met de Russische traditie (zoals de slavofielen meenden), maar kwam daarentegen logisch voort uit het eigen Russische verleden. Er waren alleen, meende de historicus Miljoekov, ~n de Russische geschiedenis een aantal factoren werkzaam die maakten dat de ontwikkeling in de richting van een westerse parlementaire democratie in Rusland wat later plaatsvond dan in de meeste andere Europese staten. Met die 'remmende factoren' in de Russische geschiedenis bedoelt men meestal de gevolgen van het Mongoolse of Tataarse Juk (1240-1480), de periode waarin Rusland door de Tataren overheerst werd. Vóór die tijd maakte Rusland deel uit van Europa, maar deze Tataarse periode versterkte de Oostersdespotische trekken die zouden uitmonden in de bijna onbeperkte macht van de tsaar zoals die tot 1917 zou bestaan. We laten nu maar in het midden in hoeverre alleen de Tataarse overheersing verantwoordelijk is voor deze inderdaad "Oosters" aandoende macht van de vorst. Ook in Byzantium (de opvolger van het Oostromeinse rijk) dat een enorme invloed heeft uitgeoefend op de oud-Russische cultuur, had de vorst een allesoverheersende positie. De kansen van de westersgezinde Russische oppositionelen leken in de eerste wereldoorlog toe te nemen. Vooreerst vocht Rusland in die oorlog samen met de westerse democratieën Frankrijk en Engeland, tegen het autoritair geregeerde Duitse keizerrijk . De Russische westerlingen hadden dan ook de hoop dat een gunstige afloop van de oorlog consequenties zou hebben voor de regeringsvorm in het eigen land, dat na het ver· slaan van het autoritaire Duitsland, Rusland zelf meer democratisch zou worden. Die kansen leken nog toe te nemen toen, in februari 1917, de verkalkte monarchie ten val kwam en er een Voorlopige Regen'ng tot stand kwam die zich tot taak stelde algemene verkiezingen te houden en een democratische regeringsvorm te ontwerpen. We weten nu dat deze ontwikkeling helaas door een minderheidsgroepering (de Bolsjewiki onder de leiding van Lenin) via de wapens te niet is gedaan . Wat de definitieve aansluiting van een democratisch Rusland bij de rest van Europa had kunnen betekenen, werd na de commwlÎstische machtsgreep van oktober 1917, een nog definitievere breuklijn tussen Oost en West-Europa.

Na de tweede wereldoorlog werd deze breuk in Europa nog vergroot doordat een aantal Oosteuropese staten door het Rode Leger bij het Sovjetblok werden ingelijfd. Ook nu was er geen sprake van een vrije keuze van de bevolking zelf. In de meeste Oosteuropese staten (Polen, Roemenië, Hongarije) waren de communistische partijen voor de oorlog een politiek te verwaar· lozen factor, maar dat kon het lot van die landen na 1945 niet veranderen. Daarbij moeten we ons terdege realiseren dat een aantal van die landen wezenlijk deel uitmaakten van Europa, eeuwenoude cul· turele banden hadden met Westeuropese landen en echt een onderdeel vonnden van de Europese cultuur. Dal guld in het bijzonder voor Polen en Tsjechoslowakije. De Polen waren (evenals de Hongaren) rooms·katholiek en de scheidslijn tussen West-Slaven (Polen) en Oost-Slaven (Russen, Oekraieners en Wit-Russen) vormde tevens de scheidslijn tussen katholieken en orthodoxen. De keuze van de Oost-Slaven voor de Orthodoxe Kerk had, zo zou men kunnen zeggen, hun afstand tot WestEuropa nog groter gemaakt. De Russische filosoof Pjotr Tsjaadajev stelde dan ook al in 1829 voor, dat de Russen tot het katholieke geloof zouden overgaan om zo meer contact met West-Europa te krijgen. Voor de democraten in Oost-Europa betekende de gedwongen aansluiting bij de Sovjetunie van na 1945 een grote teleurstelling. In de periode tussen de wereldoorlogen hadden zij zich ingezet om democratische hervonningen in hLm land te bewerkstelligen, want alleen Tsjechoslowakije werd in die periode democratisch bestuurd. Na de oorlog bleken ze echter nog veel verder van hun gedroomde democratische Europese huis . Intellectuelen, democraten in Oost-Europese landen voelen zich vaak zeer verbonden met West-Europa en zijn zeer gesteld op contacten met gelijkgezinden uit het Westen. Polen en Roemenië onderhielden van oudsher intensieve culturele contacten met Frankrijk; Tsjechoslowakije had zeer nauwe banden met Duitsland en Oostenrijk. De Oosteuropese intellectuelen betreuren het dat er in West-Europa nu vaak zo weinig belangstelling bestaat voor hun problemen. Zij hadden in hun nood· situatie veel meer van het \Vesten verwacht. En dan gaat het niet eens zozeer Qm een eventuele politieke steun teneinde de Oosteuropese staten wat meer speelruimte te geven ten opzichte van het Kremlin,.:vant die steun is maar in beperkte mate mogelijk en daaraan zIJn voor de Oost-Westverhouding ook alle mogelijke risico's verbonden. Maar daarnaast hadden Oosteuropese intellectuelen meer belangste lling van het Westen verwacht voor hun lot, meer aandacht voor hen in de westerse pers, meer pogingen van Westeuropese vakgenoten om met hen in contact te komen en te blijven.

11


De verbondenheid van het Westen met Oost-Europa verschilt van land tot land. In Nederland laat die, krij gt men de indruk, te wensen over. Ik zou het een goede gedachte vinden als Nederland in Oost-Europa een land zou adopteren en er speciale aandacht aa n zou gaan schenken. Een van de Baltische landen (Estland, Letland of Litouwen - nu Sovjetrepublieken) zou daar, gezien hun grootte en ligging aan de zee, het meeste voor in aanmerking komen, hoewel anderzijds de Sovjetrussische regering waarschij nlijk het meest argwanend zou staan tege nover zo'n initiatief. Van Nederlandse zijde zou men dan moeten proberen in eigen land voor dat adoptieland belangstelling te wekken, er goede voorlichting over te geven en het reizen er-

heen te bevorderen. Met de autoriteiten van het betreffende land zou moeten worden onderzocht in hoeverre dat initiatief ook door de andere zijde gesteund en uitgewerkt kan worden. Met aanvaarding van de bestaande politieke ordening in Europa zou dan gepoogd moeten worden elkaars situatie beter te begrijpen. Dat zou dan een poging zijn om van 'Helsinki' meer dan een document te maken. Martin van den Heuvel werkzaam op het Oost· Europa Instituut aan de Universiteit van Amsterdam

Nationale JASON-conferentie Concept programma zaterdag 12 juni 1976 10.00-10.30 10.30·11.00 11.00-11.30 11.30-11.45 11.45-12.15 12 .1 5-13.00 13.00·14.00 14.00-16.00

16.00-16.15 16. 15-16.45 16.45-17.45 17.45

ontvangst, informatie over congres gang 'Evenwicht na Unctad II? ' (inleiding) 'Toekomstige economische rol van Europa en de VS' koffie 'Het huidige economische beleid van Europa en de VS vis à vis de derde wereld' pannel-discussie: gespreksleider dr.J.L.K.F. de Vries lunch groepsdiscussies: 'Europa tussen Oost en Zuid' groep I groep II 'JCfeologie, wie trapt er nog in?' groep IJl 'A ndere mogelijkheden voor Atlantische Samenwerking' 'Uitbreiding Nato-operatie-gebied naar streken zuidel ij ker da n de Kreeftskeerkring' groep IV thee

invullen enquête borrel diner

zondag 13 juni 1976 10.00- 10. 30 10.30- 11.00 11.00-11.15 11.15-11.45 11.45- 12 .35 12.35-13 .35 13.35-15 .35 15.35-16.30

'De rol van de Navo in het nieuw e evenwicht ' 'A tlantische Samenwerking en de gevolgen voor de Oost·West ve rh oudingen koffie 'Het nieuwe evenwicht : het Europese alternatier korte inleidingen door p olitiek-secretarissen van de jongerenorganisaties lunch pannel-discussie: gespreksleider drs. e.c. Sanders sluiting van de conferentie door de voorzitter, gevolgd dopr borrel

(onder voorbehoud)

~

-

-

THEMA

De Noord-Zuid dialoog: stimulans of bedreiging voor de Atlantische samenwerking?

DATUM

12 en 13 juni 1976 in Hotel Nieuw Minerva te Leiden

AANVANG

10 . 00 UUR (12 JUNI)

KOSTEN

f

INSCHRIJVING

TE RICHTEN TOT HET JASON-8ECRETARIAAT: VAN STOLKWEG 10, DEN HAAG

VOORINSCHRIJVING

f 5, - KORTING (TOT f 25, - ALL IN) VOORINSlliRIJVING SLUIT OP 18 MEI 1976

- - ----- - -- - -

-

30, - ALL IN (INCL. OVERNACHTING)

--------- - - - - - - -- - -- - - - - -

NAAM: ............................................ ... man/vrouw· ADRES: ... ... .....•....... ... ...... .. .. •.. WOONPLAATS: . ••••.. . • .. • .. • Tel. nr .. • .. . . ••.. BEROEP/ STUDIE /OPLEIDING: .•....................•. . .. .. •.. . .. .. ... ... ..... .. ...•.•...• .

• doorhalen wat niet van toepassing is

12

V.1. / NJC

-

- -

-


De Noord Zuid-dialoog

De Atlantische samenwerking is na 1945 in sterke mate gestimuleerd door de ideologische en militaire dreiging van de coromunisti.sche landen. Bij de Marshall-hulp speelden daarnaast humanitaire en economische motieven een rol. Sindsdien is de situatie drastisch veranderd : de wederopbouw is voltooid en de dreiging vanuit Oost-Europa is in toenemende mate gerelativeerd. De VS en West-Europa zijn gelijkwaardige partners geworden, de noodzaak tot samenwerking in Atlantisch verband raakt op de achtergT<;md Ten dele is deze samenwerking overigens een vanzelfsprekendheid, gevolg van de verstrengeling van talloze kleinere wederzijdse belangen en van de gemeenschappelijke culturele achtergrond. Maar in de VS heeft na Vietnam de algemene herbezinning de geneigdheid tot bindende internationale verplichtingen verkleind. In veel opzichten lijken de Atlantische partners steeds meer hun eigen weg te gaan. Dat bleek onlangs nog, toen duidelijk werd dat in een aantal westeuropese landen op korte termijn communisten deel van de regering zouden kunnen uitmaken. In de afgelopen jaren is de aandacht voor de derde wereld-landen in de internationale verhoudingen snel toegenomen. De voornaamste aanleiding daartoe was de verhoging van de olieprijzen, die een deel van de economische groei in de westerse landen overheveld e naar een aantal niet-geindustrialiseerde .landen. Dit kan het begin zijn van de snelle opkomst van een aantal derde wereld-landen, die daarmee hun welvaartsachterstand t.O.V. de geindustrialiseerde landen inlopen. Zowel de VS als WestEuropa zullen zich op hun rol in dit proces moeten bezinnen; het is niet uitgesloten dat de beide machtscentra divergerende routes zullen kiezen en vaak meer als concurrent dan als bondgenoot tegenover elkaar zullen staan. De vraag dient zich dan ook aan, welke gevolgen de Noord-Zuid-dialoog voor de Atlantische betrekkingen zal hebben. In bijgaande notitie is aangegeven, hoejASON op deze conferentie dit vraagstuk zou willen benaderen.

Probleemstelling bij de NationaleJASON-conferentie Indeling van de conferentie 1. Gesteld kan worden, dat de wereld thans een turbulente tijd doormaakt, op zoek naar een nieuw evenwicht (bv. UNCTAD, zeerecht). In dat nieuwe evenwicht zullen de laatste koloniale bolwerken verdwenen zijn, maar ook de "nieuwe machten" die dankzij hun natuurlijke rijkdommen en arbeidspotentieel een snelle industrialisatie doormaken, zullen de grenzen van hun macht ervaren. Momenteel lijkt het er op, dat machtsverhoudingen in toenemende mate door economische faktoren bepaald worden. Een gefundeerd oordeel over het "nieuwe evenwicht" dat na de huidige recessie kan ontstaan, is essentieel voor de centrale vraag van deze conferentie. 2. In de afgelopen jaren hebben de geihdustrialiseerde landen zeer uiteenlopende standpunten ingenomen t.a.v. ontwikkelingssamenwerking. De bereidheid tot een constructieve opstelling lijkt groter te worden, wellicht omdat de noodzaak daartoe duidelijker wordt. Steeds relevanter wordt de vraag, hoe de VS en West-Europa in de praktijk zullen gaan reageren op de opkomst van derde wereld-landen, die zowel als producent als bij het aantrekken van investeringen in feite concurrenten kunnen zijn. Het verschil in uitgangspunt van de VS en West-Europa (historische

Stimulans of bedreiging voor de Atlantische Samenwerking? banden, strategische belangen, grondstoffenreserves, visie t.a.v. de eigen toekomstige machtspositie, mentaliteit) kan uitgroeien tot twee geheel andere typen verstandhouding met de derde wereld. 3. Voor de meningsvorming t.a.v. bovengenoemde ontwikkelingen is een overzicht van de huidige beleidslijnen in de diverse landen verhelderend, ook als er nog weinig tastbare resultaten zijn. Niet alleen het ontwikkelingssamenwerkingbeleid is hierbij van belang; even relevant is, in hoeverre westerse landen zich blijkens hun sociaal- en industriebeleid voor路 bereiden op een nieuwe situatie (bijvoorbeeld door groei van de basisindustrie毛n minder te stimuleren dan groei in geavanceerde sectoren). 4. Nu zowel de VS als West-Europa meer aandacht gaan besteden aan hun toekomstige positie t.o.V. de derde wereld, zou hun onderlinge samenwerking op de achtergrond kunnen raken of uitgehold kunnen worden. De VS en West.Europa zouden elkaar in eerste instantie als concurrent kunnen gaan beschouwen en elkaar door diepgaande verschillen van inzicht kunnen irriteren. Evenals dat echter bij de europese eenwording het geval is, zou anderzijds duidelijk kunnen worden dat de tegenstelling tussen Atlantische samenwerking en andere samenwerkingsverbanden slechts een schijnbare tegenste lling en een onvruchtbaar uitgangspunt is. 5. Ook in de toekomst zal de ontwikkeling van de Atlantische samenwerking niet los kunnen worden gezien van de OostWest-verhouding. Uiteraard is het erg moeilijk een samenhangend totaalbeeld te schetsen van de Noord-Zuid, de OostWest en de Atlantische betrekkingen. Onder meer is hierbij van belang, of derde wereldlanden tot bestaande blokken zullen toetreden, of dat ze voor hun specifieke problemen de meest geschikte, vaak onconventionele oplossingen zullen zoeken. Een van de andere vragen is, hoe veel belang de Sovjet-Unie toekent aan economische samenwerking met westerse landen (kennis) en met ontwikkelingslanden (grondstoffen). 6. Een bijzondere rol bij dit alles wordt gespeeld door de wes路 terse multinationale ondernemingen. Hun allocatie van kapitaal en produktiecapaciteit is een gevoelige graadmeter van internationale verhoudingen (vgl. de aktiviteiten in OostEuropa). Verscheidene derde wereld-landen gaan door hun relatief bescheiden eisen (t.a.v. lonen, milieu-eisen, sociaal beleid) en hun natuurlijke pluspunten (klimaat, geografische ligging, achterland, grondstoffen) een .snelle groei tegemoet; zonder beperkende maatregelen als tariefmuren en importbeperkingen zullen multinationals dit proces versnellen. Het blijft een vraag, of ze het "nieuwe evenwicht" ook wezenlijk zullen kunnen be茂nvloeden. . 7. Hoe de internationale verhoudingen zich ook zull en ontwikkelen in detail, het aantal machtscentra zal toenemen. In het strategisch-militaire vlak betekent dit, dat de problemen van oorlog en vrede gecompliceerder zullen worden. Aan een systeem voor crisisbeheersing moeten hogere eisen gesteld worden, naarmate meer modern bewapende landen op het toneel verschijnen. Het strategisch denken van de VS lijkt met deze tendensen reeds diepgaand rekening te houden. De samenhang met de toekomst van de Atlantische samenwerking is ook hier evident. Dr.j.L.K.F. de Vries

13


"'.

""

POOLSE WINTERSCHOOL:

UBij ons is iedereen gelukkig!"

Oudere heer POOLSE WINTERSCHOOL Ongeueer anderhalue maand geleden , uan 15 t/m 21 februart~ werd in Polen, in Charzykowy. de zogeheten ISMUN- SSP ONZ Winterschooi gehouden, met als thema: "Europese Vrede en Veiligheid". Organisator uan deze lVinterschool was de SSP ONZ (Studenckie Stowarzyszenie Przyjaciól ONZ), de Poolse afdeling uan de ISM UN, de International Students Mouement far the United Natians. In Nederland heeft de SSP ONZ als zusteruerenigr:ng de SIB, de Studentenuereniging voor Irlternationale Betrekkingen , die afdelingen heeft in Leiden, Groningen en Amsterdam, in welke laatstgenoemde stad teuens het landelrjk secretanaat geuestigd is. De SSP ONZ heeft ongeueer 16 afdelingen ouer heel Polen uerspreid.. Het SSP ONZ secretariaat is geuestigd Ordynacka 9, in Warschau, in hetzelfde gebouw waar ook het hoofdkwartier vml de grote landelijke studentenvereniging SZSP gevestigd is. Deze laatste veremging heeft evenals de Poolse vereniging uoor de Verenigde Naties (PTP ONZ) een geldelijke bijdrage aan de Winterschoo/ geleuerd.

14

Ron d de tachtig personen namen deel aan de Winterschool. De helft hi ervan bestond uit vertege nwoordigers van de diverse afdelingen van de SSP ONZ, de overige helft telde de vertegenwoordigers van de onderscheidene Europese ISMUN-aCdelingen e~ vertegenwoordigers van jeugd- en studentenorganisaties uil diverse Oostb lok-landen. Zo waren aanwezig vertegenwoordigers van de UNSA's in Engeland, Zwede n, Italië, Denemarken, J <.>ego-Slavië, West Duitsland en Nederland verder vertegenwoor~~gers van Roemenië, USSR, DDR, Tsjecho-Slowakije en I-IongaflJe_ Tevens waren de International Union of Students d.m.v. haar vice-president en de World Federalist Youth d.m.v . haar presidente vertegenwoordigd_Vertegenwoordigers voor Nederl and waren WinCried van den Muijse nbergh en Laurens Narraina, resp. voorzitter en vice-voorzitter van de SlB afdeling Leiden. Opvall~ndylas het leeft ijdsverschil tussen de diverse vertegenwoord igers, met name tusse n de vertegenwoordigers van de westerse land en en die van het Oostblok. De USSR zond een oudere he er die werkzaam was binnen de Student Co unsel van de USSR naar C h ar~y.~owy . Aangezien deze de Engelse taal niet machtig was, werd hiJ vergezeld door een vrouwelijke tolk, studente aan


de Moscow State University. De DDR was ook door een oudere persoon vertegenwoordigd die van beroep lehrer ideologie was en verbonden aan het hoofdbureau van de Freie Deutsche Jugend. Ook hij bleek geen Engels te spreken noch te verstaan zodat eveneens hulp van een zelf meegebrachte vrouwelijke tolk onontbeerlijk was. De vertegenwoordiger van Tsjecho-Slowakije kon ook allerminst als student betiteld worden. Hongarije en Joego-Slavië hadden daarentegen afgevaardigden die in leeftijd niet veel van de westerse deelnemers verschilden en allen nog studeerden. In de discussie hielden DDR, USSR en Tsjecho-Slowakije zich afzijdig, hetgeen wellicht verband hield met het feit dat zij als waarnemers waren uitgenodigd. Drie maal werd door de Sowjet afgevaardigde een verklaring in het Russisch afgelegd die simultaan in het Engels vertaald werd en niet veel opzienbarends bevatte. Ook wanneer rechtstreeks in de discussie opmerkingen richting USSR werden gemaakt nam de Sowjet-delegatie de handschoen niet op en hield zich afzijdig. Als pleitbezorgers voor de belangen van de Sowjet-Unie traden met zeer veel graagte de vice-president van de rus op en enkele oudere SSP ONZ leden. De DDR afvaardiging weigerde zelfs op aan hen gestelde vragen te beantwoor~en en zelfs bij informele discussies en gesprekken 's avonds stelde de "lehrer" zich zo star op dat van enige werkelijke discussie met hem geen sprake kon zijn. Enige uitspraken uit zijn mond opgetekend: "Bei uns istjeder glücklich in der DDR, zeigen Sie mir bitte einer der nicht glücklich ist, das können Sic nicht! .. Verder beweerde hij met grote stelligheid dat indien de Muur van Berlijn niet gebouwd was er allang oorlog tussen de DDR en de Bondsrepubliek zou zijn geweest en dat degenen, die van Oost naar West vluchten "nur Verbrecher" waren die allen "erschossen werden müssen". Enig gevoel voor humor was dit standvastig in de leer staand heerschap volledig vreemd en velen hebben zich met ons afgevraagd waarom men uitgerekend hem naar de Winterschool had afgevaardigd. Wandelgangen Zowel de vertegenwoordigers van DDR als Tsjecho-Slowakije vertoefden constant in de brede Sowjet schaduwen ontplooiden geen enkel initiatief. Zeer actief daarentegen namen de vertegenwoordigers van Joego-Slavië deel aan de discussie in werkgroepen en plenaire zittingen. Hun opvattingen waren volledig in overeenstemming met de Westerse opvatting van Détente en Peaceful coexistence en zij waren zeer beducht dat in hetfinal report de USSR en aanhang hun opvattingen zouden doordrukken. Met name wat de economische blokvorming betrof waren er felle discussies en in de wandelgangen waren de] ocgoslaven constant voor steun aan hun standpunten aan het lobbyen. De Poolse vertegenwoordiging kon als het ware gesplitst worden in een actieve· (bestaande uit voornamelijk oudere SSP ONZ leden) en een passieve groep die in hoofdzaak de vertegenwoordigers van de diverse afdelingen van de SSP ONZ omvatte. De actieve kern bestond voornamelijk uit reeds afgestudeerde en als wetenschappelijk medewerker werkzame personen terwijl de passieve groep ui t nog studerenden bestond. Tijdens de discussies in werkgroepen en plenaire bijeenkomsten voerde de oudere groep voornamelijk het woord waarbij zij zeer goed onderlegd bleken te zijn en over gemiddeld meer informatie bleken te beschikken dan de vertegenwoordigers van andere landen. De overige Polen namen haast geen deel aan de discussie en bleken ook aanmerkelijk minder onderlegd te zijn. Op de Winterschooi kwamen de volgende onderwerpen aan de orde: * de consolt'datie uan de Europese veilJ"gheid als uitvoering uan het beginsel "Peaceful coexistence"; * Ontwapening en uermindering uan bewapende krachten; * De economische betrekkingen in Europa tussen Oost en West, en de economische betrekkingen tussen Europese landen en ontwikkelingslanden; * Het opuoeden uan de naties in Europa om in vrede, vn'endschap en met wederzijds begrip voor elkaar te leven; * Samenwerking tussen de Europese Jeugd en studenten organisaties.

Over deze onderwerpen werd in kleinere groepen en in plenaire zittingen gediscussieerd. Vooraf werd door een deskundige (vaak een als wetenschappelijk medewerker werkzaam SSP ONZ lid) een inleiding gehouden. Veel nieuwe gezichtspunten kwamen echter niet naar voren. Het accent lag op de samenwerking tussen de diverse jeugd- en studentenorganisaties. Unaniem waren de aanwezigen het erover eens dat door middel van uitwisselingen tussen de verschillende organisaties van verschillende landen, door de jongeren (waaronder studenten) een zeer praktische bijdrage kan worden geleverd aan de verwezenlijking van de beginselen neergelegd in de Slotakte van de Helsinki conferentie. In de Oostbloklanden, waarbij Polen de kroon spande, bleken de organisaties van staatswege beduidend meer faciliteiten te krijgen bij het realiseren van dergelijke uitwisselingen dan de organisaties in de westelijke landen. Er bleek veel belangstelling te zijn om bijvoorbeeld met Nederland uit te wisselen en ook mogelijkheden om de zaak van hun kant te financieren. Helaas moesten de westerse delegaties telkens de boot afhouden wegens onvoldoende financiële basis om een ontvangst van groepen uit het Oostblok te doen plaatsvinden. Wat betreft dit deel van de "free flow of persons and ideas" moet de beperking bij de westerse landen gezocht worden en niet bij de, vanwege deze derde mand zo vaak vermaledijde, oostbloklanden. Tijdens de plenaire zitting werd nadruk gelegd op solidariteit met de volken van Angola en Chili en werd tevens verwezen naar de European Mass meeting die in juni van dit jaar in Warschau gehouden zal worden. Meer dan eens werd benadrukt dat Polen het initiatief tot deze bijeenkomst heeft genomen waar een paar duizend jongeren uit alle landen van Europa aan deel zullen nemen. Ook van Sowjet zijde werd nog eens verzekerd dat er in de USSR veel waarde aan deze bijeenkomst wordt gehecht en dat de Sowjet Unie een stevige delegatie zal zenden. Verder werd ook reeds verwezen naar het XI-de Wereld Jeugden Studenten Festival dat in de zomer van 1978 in Cuba gehouden zal worden. Het was van groot belang dat de verschillende aanwezige organisaties hun leden goed voorbereiden op deze massale bijeenkomsten waar de problemen van Vrede en Veiligheid centraal zullen staan.

Strijdtoneel Van Poolse zijde werd veel aandrang uitgeoefend om tot een gezamelijk slotcommuniqué te komen. Bij de westerse vertegenwoordigingen was hier niet zoveel animo voor aangezien tijdens de discussies was gebleken dat de meningen behoorlijk uiteen liepen. Gevreesd werd ook dat in zo'n slotcommuniqué bepaalde standpunten, met name betreffende de begrippen peaceJul coexistence en détente door een meerderheid zouden worden doorgedruk t.

Russen in Warschau

15


Om oeverloze discussies bij de behandeling van zo'n slotcommuniqué te voorkomen werd een draft committee samengesteld waarin vertegenwoordigers van alle ISMUN afdelingen zitting hadden, aangevuld met enkele oudere SSP ONZ leden_ Deze bleken noga1 star aan hun standpunten vast te willen blijven houden, tot zeer groot ongenoegen van de Nederlandse en Yoegoslavische vertegenwoordigers. . Na felle discussies werd uiteindelijk een compromis bereikt waardoor een nogal algemene, nietszeggende verklaring tot stand kwam. De behandeling van dit ontwerp vond de zaterdag van het vertrek, gedurende de ochtend plaats. Er bleek niet voor iedereen een exemplaar van het voorlopige ontwerp voor handen te zijn - voor 80 mensen slechts 10 exemplaren - hetgeen tot gevolg had dat velen niet zinvol aan de discussie konden deelnemen. Bovendien werd, hoewel er reeds schreeuwend tijdgebrek was, plots eerst nog een motie betreffende steun aan Angola ter tafel gebracht, waar ook hevig over gediscussieerd werd, aangezien er openlijk hulde in werd betuigd aan de USSR en Cuba wegens hun ingrijpen in Angola en hun steun aan de MPLA. Zodoende kwam de behandeling van het slotcommuniqué nogaÏ in het gedrang waardoor het na afloop niet aan iedereen duidelijk was wat nu uiteindelijk overeengekomen was. De overgrote meerderheid der Poolse deelnemers had overigens het strijdtoneel van de discussie reeds verruild voor de eetzaal hetgeen de orde in de discussie zaal nu ook niet bepaald te goede kwam. Al met al een toonbeeld van gebrekkige organisatie, iets waa.r de rest van de week niet zo veel van te merken was geweest. Nadat de Russische delegatie nog aan alle deelnemers een speldje van het 25ste partijcongres van de Sowjet-Unie had uitgedeeld werd de terugtocht naar Warschau aangevangen in een totaal invalide bus, waarin een verblijf non-stop van 7 uur alle deelnemers het meest barre beeld van het socialistisch economisch stelsel voorspiegelde. Het is te hopen dat in juni door een goed voorbereide delegatie van de Nederlandse jeugd- en studentenorganisaties aan de European Mass meeting zal worden deelgenomen en dat, nog meer dan op heden het geval is, aandacht besteed wordt aan de Helsinki-Slotakte en haar praktische toepassing, vooral op het gebied van de uitwisselingen tussen de diverse jeugd- en studenten organisaties. W. van den Muijsenbergh Voorzitter SIB - Leiden

-

deelnemers aan de Winterschoo/

16

"Kunnen we deze USSR-zaak informeel bespreken? - Wellicht staat er meer op het spel dan je je realiseert. john (Alexander)" Het bovenstaande briefje werd tijdens de discussie over het opstellen van een resolutie aan de SIB-afgevaardigde, Winfried van den Muijsenbergh, doorgespeeld. Afzender was John Alexander, voorzitter van de lSMUN. De discussie was op dat moment verlegd van de schending van mensenrechten in Chili naar de schendingen in de Sowjet Unie. Hoewel misschien uit tactisch oogpunt begrijpelijk, werd hiermee een wezenlijke discussie over een Europese zaak (en daar is het toch om te doen bij de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa) in de kiem gesmoord.


BON ml in/stuur op

Abonneert U nu op jASON- magazine Naam: Adres: Plaats: normaalljongereren (tot 20 jaar )* abonnement


Stichting ]ASON Vall Stolkweg 10, DEN HAAG


Jason magazine (1976), jaargang 01 nummer 3