Issuu on Google+


Iedereen moet maar doen en laten wat hij wil, zeker wie zich dezer dagen nog wil wagen aan de nobele kunst van het schrijven - maar als er tien termen bestaan voor één en hetzelfde verschijnsel, waarom zou uitgerekend iemand als ik er dan slechts eentje gebruiken in plaats van al die tien? Waarom zou ik er niet ook nog een paar nieuwe bij proberen te verzinnen? Het heet niet voor niets woordenschát. Bespaar ons die strijdkreet van de schoolfrik, dat afgezaagde 'Geen woord te veel'. Een adagium dat je blijkbaar ook nog eens hoort uit te spreken met een gezicht alsof je juist een nachtemmer azijn hebt leeggedronken. Geen woord te veel? In gebruiksaanwijzingen van iPod-oortjes en elektrische tandenborstels, daar hoort geen woord te veel te staan. De gebruiksaanwijzing van alles wat een mens in zijn oor of in zijn mond moet steken en bij uitbreiding in al zijn lichaamsopeningen - daarvan moet, akkoord, de uitleg bondig zijn en droog. Maar als het gaat over letteren die niet in de eerste plaats naar schoonheid haken, maar naar waarachtigheid, zelfs al moeten ze daarvoor uit hun voegen barsten en knarsen en botsen en krijsen? Kom dan om de liefde Gods niet elke keer en bij ieder thema aankakken met dat vervloekte 'Minder is meer', dat bij enkele grootmeesters, ik geef het grif toe, briljante boeken heeft opgeleverd, tijdloze teksten, nederigmakende chefs-d'oeuvre, maar dat daarbuiten voornamelijk wordt misbruikt door onmachtigen en ongetalenteerden om hun gebrekkige greep te verhullen op zowel hun materiaal als hun materieel.


Sprakeloos