Page 1

Vauban en de Ieperse vestingen

Catalogus tentoonstelling 24 november 2007 tot 26 januari 2008 Stadsarchief Ieper


Voorwoord

het stadsbestuur. Zware belastingen brachten de inwoners tot de

Vauban is een naam die bij veel Ieperlingen vertrouwd in de oren

soldaten. Het lot van de Ieperlingen gedurende deze oorlogsjaren

klinkt. Het is alsof hij behoort tot onze kring van intimi. 300 jaar na zijn dood is zijn naam nauw verbonden met onze stedelijke

bedelstaf. Bij belegeringen was het voedsel prioritair voor de wordt in de traditionele geschiedenis totaal over het hoofd gezien. Het klinkt ons vertrouwd in de oren want ook bij andere oorlogen is

geschiedenis.

de ellende van de gewone burger geen bladzijde waard.

Vergeten we niet dat Vauban in dienst stond van Lodewijk XIV. Deze

Wat Vauban ontwierp brak Jozef II korte tijd later af. De Hollanders

absolute monarch veroverde met militair geweld een groot stuk van Vlaanderen waardoor deze gebieden definitief verloren gingen. Op 13 maart 1678 belegerden de Franse troepen Ieper onder leiding van markies de la Trousse. Het was niet de eerste keer dat Franse troepen onze stad omsingelden: dit hadden ze al eens gedaan vanaf 13 mei 1648 en vanaf 13 september 1658. Blijkbaar was 13 voor de Fransen geen ongeluksgetal, want iedere keer slaagden ze in hun

bouwden de fortificaties herop. Allemaal in naam van het ‘Hoger Belang’. Rond 1850 was Ieper ‘eindelijk’ niet meer van strategisch belang en begon men met de definitieve sloop van de vestingen. Er waren geen centen genoeg om de klus te klaren en zo bleven een groot deel van de militaire bolwerken onaangeroerd. Tijdens ‘den Grooten Oorlog’, dienden de vestingen nog eens als

onderneming.

schuilplaats, maar de laatste 80 jaar hebben ze zich tot groene long

Door het verdrag van Nijmegen van in 1678 kwam Ieper onder

steden benijden ons deze toeristische attractie. De naam ‘Vauban’

Frans bestuur. Vauban kreeg de opdracht de stad te versterken. Hij veranderde het uitzicht van Ieper op veel plaatsen. Al deze werken kostten enorm veel geld. Zoals steeds was de bevolking ondergeschikt aan het militair belang. Huizen werden afgebroken en de burgers moesten zich voor compensaties maar richten tot

ontwikkeld. Ze zijn een oase van rust en ontspanning. Heel wat overleefde de tand des tijds en brengt ons zo naar dit Vaubanjaar 2007. Wat zou zijn reactie zijn als hij ‘zijn vestingen’ nu zou zien? Frans Lignel Schepen van Historische Zaken

Vauban en de Ieperse vestingen

 3 


Vauban en de Ieperse vestingen

4

Vauban, Frankrijk en Europa

terugkeer), wij over een verlies van Frans-Vlaanderen. Wat in het

2007 staat in Frankrijk als het ‘Année Vauban’ bekend. Maar

evenwel in de huidige periode van Euroregio, Interreg en andere

buiten dit land is er omzeggens geen aandacht voor deze figuur, een tentoonstelling in Saarlouis, Ath of Ieper en een rondreizende tentoonstelling in het Naamse niet te na gesproken. Toch is het tijdvak waarin Vauban leefde, voor Frankrijks grenzen doorslaggevend geweest. Met steun van zijn militairen slaagde Lodewijk XIV erin Frankrijk zowel in noordelijke als oostelijke richting enorm uit te breiden. Delen van Vlaanderen, delen van Henegouwen, Lotharingen en de Elzas werden definitief Frans. Dat de staatsgrens tussen Frankrijk en België nu precies daar ligt gaat tot Lodewijk XIV terug. De latere verdragen van 1769, 1779 en 1820 regelden enkel de uitwisseling van enclaves en brachten nog een paar kleine correcties aan. De grens is uiteindelijk het resultaat van de maximale uitbreiding die Frankrijk gelukt is, waarbij men de oude Vlaamse kasselrijgrenzen als uitgangspunt heeft genomen. Aan beide zijden van de grens heeft men op die wijzigingen eeuwenlang een andere visie gehad. De Fransen spreken van ‘rattachement à la couronne’ (heraanhechting,

verleden een splijtzwam en bron van scheiding is geweest, biedt Europese initiatieven enorme samenwerkingsmogelijkheden. Vauban en de hedendaagse versterkte steden aan beide zijden van de grens, maken grensoverschrijdende culturele contacten uiterst interessant. Niet alleen in de voormalige kasselrijen Ieper en Veurne is er grote aandacht voor onze gemeenschappelijke geschiedenis, ook in het Noorderdepartement zie je van Rijsel tot Duinkerke frequent een reflectie op het eigen Vlaamse verleden. Voor het Ieperse stadsarchief heeft dit ‘Franse’ Vaubanjaar in elk geval enorm veel nuttige contacten en historische ontdekkingen in Frans-Vlaanderen opgeleverd. Met het oog op het toekomstige Europa van de regio’s is het onze opgave die contacten nog verder uit te diepen. Prof. Dr. Rik Opsommer Stadsarchivaris


Sébastien Le Prestre de Vauban

.......................................................................................................... p.

6

Ieper voor 1678 .......................................................................................................................................p. 12 Pré Carré ................................................................................................................................................... p. 17 Belegering

................................................................................................................................................ p.

18

Ieper Franse vestingstad .......................................................................................................................p. 21 Regio

......................................................................................................................................................... p.

Fort Knocke

.............................................................................................................................................. p.

Verdere evolutie

..................................................................................................................................... p.

Vestingbouw en belegering

.................................................................................................................. p.

38 41 44 49

Vauban en de Ieperse vestingen

 5 


Vauban en de Ieperse vestingen

6

Sébastien Le Prestre de Vauban Biografie

S

ébastien Le Prestre de Vauban (1633 – 1707) is afkomstig uit het Franse dorpje Saint-Léger-de-Foucheret (in 1867 omgedoopt tot Saint-Léger-Vauban). Zijn ouders behoorden

tot de lagere landadel. De naam ‘Vauban’ verwierf de familie wanneer de overgrootvader van Sébastien - Emery Le Prestre - het kasteel van Vauban kocht, een klein domein in de Yonne. Vanaf dan werd aan de familienaam Le Prestre ‘de Vauban’ toegevoegd. Sébastien was reeds van kindsbeen af gepassioneerd door vestingbouwkunde. Zijn grote voorbeelden waren Errard de Bar-le-Duc, Antoine de Ville en Blaise Pagan. Na zijn opleiding aan het college van Sémur-en-Auxois, waar hij uitblonk in de vakken wiskunde en tekenen, ging Sébastien in het leger. Hij werd cadet in het regiment van de prins van Condé. Condé, die de Fronde leidde, was in opstand gekomen tegen kardinaal Mazarin, raadgever van de minderjarige Lodewijk XIV. Vaubans keuze voor de antimonarchistische Fronde is markant,

1 - Buste van Vauban (privé-bezit). Cararamarmer, eind 18de eeuw (H: 80 cm – B: 80 cm).


gezien zijn latere trouw aan de Franse vorst. Dat kan echter verklaard worden door het feit dat Condé gouverneur van Bourgondië was, de woonplaats van de jonge Vauban. Reeds op negentienjarige leeftijd superviseerde hij de restauratie van de vestingwerken van Clermont-en-Argonne en nam hij deel aan de belegering van Sainte-Menehould. Tijdens het beleg werd hij gevangen genomen door de koninklijke troepen. Mazarin overtuigde hem om de Fronde de rug toe te keren en het koninklijke kamp te vervoegen. Het jaar daarop werd hij benoemd tot luitenant in het infanterieregiment van Bourgondië. Dit betekende het begin van een schitterende en langdurige loopbaan als militair en vestingbouwer. Gedurende zijn carrière voerde hij achtenveertig belegeringen uit, verbouwde hij meer dan honderd vestingsteden en ontwierp hij een dertigtal nieuwe fortificaties of citadellen aan de grenzen van Frankrijk.

 2 - SAI, Afb. Historische Figuren, nr. 1, Fry W.T., s.d.

Vauban en de Ieperse vestingen

 7 


Vauban en de Ieperse vestingen

8

1633

geboren in mei te Saint-Léger-de-Foucheret

1651

cadet in het regiment van de prins van Condé

1653

gevangen genomen door de koninklijke troepen en

1694

bevelhebber van Brest in Bretagne

vervolgens luitenant in het regiment van Bourgondië

1699

erelid van de Academie der Wetenschappen

verwerft het ingenieursbrevet

1703

maarschalk van Frankrijk en ridder in de orde van de

1655

1688

luitenant-generaal

1689

bevelhebber van de Vlaamse vestingen (Duinkerke, SintWinoksbergen en Ieper)

koning 1658

beleg en inname van Ieper onder zijn leiding

1705

overlijden van zijn echtgenote

1660

huwelijk met Jeanne d’Osnay-d’Epiry

1707

Vauban sterft op 30 maart en wordt begraven in zijn

1667

gekwetst in het gezicht (litteken linkerwang) tijdens het

woonplaats Bazoches

beleg van Dowaai 1668

gouverneur van de citadel in Rijsel (door hem gebouwd)

1673

beleg en inname van Maastricht

1674

brigadebevelhebber van de infanterie

1675

koopt het kasteel van Bazoches (in de Morvan)

1678

beleg en inname van Ieper onder zijn leiding, aangesteld tot commissaris-generaal der vestingen

1684

gouverneur van Rijsel

1808

zijn hart wordt naar het Hôtel des Invalides in Parijs overgebracht


Onderweg… naar Ieper

In totaal kwam Vauban elf keer naar Ieper.

Vauban was het grootste deel van zijn leven onderweg. Hij reisde van stad tot stad om de vestingwerken te begeleiden en te inspecteren. Jaarlijks legde hij duizenden kilometers af. Geen sinecure gezien de toenmalige staat van de verbindingswegen en de beperkte vervoersmogelijkheden. Zijn reizen waren zonder twijfel lang en moeizaam. Vauban schreef regelmatig over “les chemins horribles que le diable a fait” en over “le froid et la pluie sur le dos”.

1658

1688

1699

1678

1689

1702

1684

1696

1705

1685

1697

Over het vervoermiddel van Vauban is weinig bekend. Men veronderstelt dat hij zich verplaatste met een ‘basterne’, een soort draagstoel tussen paarden. Hoogstwaarschijnlijk gebruikte

Beleg en inname Ieper

Vauban die enkel op slecht terrein. In de andere gevallen werd hij vervoerd met een gewone postkoets. Van zijn lange verplaatsingen maakte hij gebruik om aantekeningen te maken en zijn memoires

Inspectie Verblijf in de Onze-Lieve-Vrouwstraat (“chez le Gouverneur”)

te schrijven. Aanpassingswerken Bezoek

Vauban en de Ieperse vestingen

 9 


Vauban en de Ieperse vestingen

ďƒ­ 10 ďƒŽ

Zijn systemen Om aan lange belegeringen te weerstaan, alsook om de impact van het geschut te beperken, werkte Vauban de verdedigingswerken zoveel mogelijk in de diepte uit. Hij hield met andere woorden het geschut zo ver mogelijk weg van de hoofdomwalling. Daartoe werden er voorversterkingen (o.a. demi-lunes, tenailles, contregardes, redoutes) opgetrokken, met rondom diepe grachten al dan niet met water gevuld. Deze voorversterkingen werden oordeelkundig voor de meest bedreigde fronten ingeplant. Ze waren aan het oog van

ďƒŻ 3 - Eerste systeem van Vauban.

de belegeraars onttrokken, en kwamen slechts progressief in het

Eerste systeem

zicht naarmate de vijand de stad naderde. Rondom de stad werd

In zijn eerste systeem voorziet hij grote bastions om er zoveel

een bedekte weg aangelegd die voldoende breed was om de nodige

mogelijk infanterie te kunnen in onderbrengen. Hetzelfde geldt

manschappen te verzamelen voor de tegenaanval. Het naar de stad

voor de demi-lunes. Dit systeem verschilt weinig van dat van zijn

toe oplopend glacis beschermde deze bedekte weg.

voorganger Pagan. De bastions kunnen voorzien zijn van rechte of

Vauban werkte achtereenvolgens drie systemen uit:

ronde flanken (oreillons). Tussen de bastions liggen rechte stukken muur, courtines genaamd. Voor de courtines liggen de tenailles, die afgeleid zijn van de middeleeuwse fausse-braies (taluds tegen de buitenkant van de vestingmuur). Voorbeelden van dit eerste systeem vinden we in Ieper, de citadel van Rijsel, Straatsburg, Maubeuge en Longwy.


Vauban en de Ieperse vestingen

 11 

Tweede systeem Hier is het de bedoeling om de verdedigingswerken nog meer in de diepte uit te breiden zodat de aanvallers door de ingewikkelde verdedigingsstructuur uit verband worden gebracht. De tenailles worden verder verwijderd van de courtines en de bastions worden losgekoppeld. Deze gedetacheerde bastions nemen zo de vorm aan van contregardes. Vauban wil hiermee vooral antwoord bieden op het door hem uitgevonden ricochetvuur dat de artilleriestukken kon treffen. Van belang zijn daarbij de gebastioneerde torens op de uiteinden van de courtines achter de bastions, die elk twaalf tot

 4 - Tweede systeem van Vauban.

twintig stukken artillerie kunnen bevatten. Besançon en Belfort zijn

de meest markante voorbeelden van deze tweede variante. Derde systeem Het derde systeem is een verdere uitwerking van het tweede. Naast de gedetacheerde bastions en de bastiontorens bevat de courtine een knik om het flankeervuur te bevorderen. De holle demi-lunes voor de courtines zijn voorzien van een reduit. Dit systeem werd enkel in Neuf-Brisach uitgevoerd.

5 - Derde systeem van Vauban.


Vauban en de Ieperse vestingen

 12 

Ieper voor 1678 Bourgondische en Spaanse periode

N

a de belegering van Ieper in 1383 door de Engelsen en de Gentenaars beval Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen, de vestingen terug aan te leggen

en verdween pas bij de ontmanteling van de vestingen in 1855. Aan de voet van de muur was een berm (fausse-braie) aangebracht, die de muurfunderingen omvatte en de muur moest beschermen tegen het klotsende vestingwater. Een brede weergang achter de muur kon de verdedigers tot bij de kantelen brengen. Zes grote torens

en door middel van een muur te versterken.

met daarin overwelfde kazematten deden dienst als munitiedepot.

De werken begonnen omstreeks 1388 aan de noordzijde, vanaf

het oud arsenaal, dat de laatste jaren nog als laboratorium dienst

de Torhoutpoort tot aan de Boezingepoort. Het stuk tot aan de Steendampoort werd rond 1390 afgewerkt en in 1392 volgde het deel tot aan de Boterpoort. In 1393 verbond men de Boterpoort met de Tempelpoort. Het volgende jaar begon men aan het gedeelte vanaf de Torhoutpoort tot aan de Hangwaert- of Menenpoort. In 1395 bouwde men de muur tussen de Menen- en de Mesenpoort en een jaar later werkte men de volledige muur af, door de Mesenpoort

Twee kleinere werden ingericht als poedermagazijn. Eén achter deed, werd pas in 1855 afgebroken. Het andere bevond zich ter hoogte van de Boterplas, in de nabijheid van de Boterpoort. Dit poedermagazijn ontplofte in 1658. Een dubbele gracht rondom de stad zorgde voor een optimale beveiliging. Gedurende het Spaans bewind werden een aantal voorwerken gebouwd en de bestaande vestingwerken hersteld en verstevigd.

met de Tempelpoort te verbinden.

Omstreeks 1537 voorzag men de overwelfde torens ten oosten van

Deze gekanteelde muur was grotendeels, de oostzijde uitgezonderd,

Men bracht de wal binnen de ringmuur, die door aanpalende

voorzien van ronde en halfronde torens. De Bourgondische versterking bleef tot 1684 volledig intact tot Vauban er zijn tweede project - het gedeeltelijk bastionneren van de hoofdomwalling - uitvoerde. Het muurgedeelte tussen de Mesenen de Tempelpoort (achter de inundatie van Belle) bleef gespaard

de Rijselpoort alsook de Predikherentoren van een hoge uitkijktoren. eigenaars ingepalmd werd, terug tot zijn originele breedte van 7,65 meter. In 1552 legde men voor de Boezingepoort en de nabijgelegen Ieperlee een aantal schansen aan. De Spanjaarden bouwden in 1578 een groot aantal ravelijnen buiten de stadsmuren evenals het fort ‘te Hoge Zieken’ op het grondgebied van Sint-Jan. In 1633 begon men het kanaal naar Nieuwpoort te graven. Omstreeks 1640


begon men aan de bouw van de sluis van Boezinge en werd een

Franse belegering van Ieper. Op 25 september capituleerde de stad

aarden omwalling rond de Neerstad opgeworpen om de haven te

en trokken Franse troepen Ieper binnen.

beschermen. Dat zelfde jaar bouwden de Spanjaarden een demi-

Op 7 november 1659 werd de Vrede van de Pyreneeën getekend,

lune voor de afgeschafte poterne ‘Steendam’. Een kleine demi-lune

waarbij Ieper terug in Spaans bezit kwam.

kwam tussen de Diksmuide- en de Torhoutpoort. Men voorzag het oostelijke front, dat niet was uitgerust met flankeertorens, van zes

De Spanjaarden bouwden in 1665, in de nabijheid van de Mesenpoort,

demi-lunes. Men bouwde een zelfde voorwerk ter hoogte van het

de Sint-Pieterskazerne. Men sloopte dit gebouw midden negentiende

dominicanenklooster. Dit alles werd omgeven door een gracht, een

eeuw. In 1669 richtte ingenieur Marchin een citadel op, buiten de

bedekte weg en een glacis. Enkel het moerassige gebied tussen de

stadsmuren achter de Sint-Jacobskerk.

Mesen- en de Tempelpoort rustte men niet uit met een bedekte weg en glacis.

In 1678 belegerden de Fransen opnieuw de stad en namen die op 25 maart in. De oude Bourgondische vestingmuur deed tot dan dienst

Om de veiligheid van de stad te bevorderen sloot men een aantal

bij niet minder dan zes belangrijke belegeringen:

poorten. Dit was het geval met de Boezinge- en de Elverdingepoort. Er bleven nog zes uitvalswegen doorheen de Mesenpoort, de Tempelpoort, de Boterpoort, de Diksmuidepoort, de Torhoutpoort en de Hangwaertpoort. Dit was de toestand zoals de Fransen de Ieperse vestingen vonden

juli 1488

april-mei 1649

augustus 1583

september 1658

mei 1648

maart 1678

ten tijde van de belegering en inname op 28 mei 1648. door Habsburgse troepen

De Spanjaarden probeerden vanaf 12 april 1649 de stad te

door de Spanjaarden

heroveren. Op 8 mei 1649 capituleerden de Fransen en werd Ieper opnieuw Spaans bezit. In 1658 nam Vauban deel aan een nieuwe

door de Fransen

Vauban en de Ieperse vestingen

 13 


Vauban en de Ieperse vestingen

 14 

Op dit plan van ca. 1670 wordt de toestand van de stad onder het Spaanse bewind aangegeven. De Bourgondische hoofdomwalling is nog intact. Aan de oostzijde bouwden de Spanjaarden een citadel met links twee ravelijnen en rechts drie. De zuidzijde, met de Rijselpoort, vonden ze voldoende versterkt door de aanwezigheid van een moerassig gebied. Zuidwestelijk bemerkt men het ravelijn nr. 47, het huidige ‘Eilandje’. Vier ravelijnen en een aarden omwalling, aangelegd rond de Neerstad met havenkom en bestaande uit vijf bastions met tussenliggende courtines, beschermden de noordzijde van de stad. De Neerstad kon men bereiken via de Elverdingseweg, de Torhoutseweg, de Diksmuidepoort (stadszijde) en via het water, doorheen de Waterpoort. In die tijd was de Ieperlee, die de stad dwarste, nog niet overwelfd. Men sloot om veiligheidsredenen de Boezinge- en de Elverdingepoort af, waardoor de stadsmuur slechts zes stadspoorten telde: de Mesenof Rijselpoort, de Tempelpoort, de Torhoutpoort, de Boterpoort, de  6 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XVII.

Diksmuidepoort en de Hangwaert- of Menenpoort.


In 1669 bouwden de Spaanse bezetters achter de Sint-Jacobskerk een vijfhoekige citadel. Op deze plaats bouwden de Fransen later het hoornwerk van Antwerpen. Vijf ravelijnen beschermden iedere zijde van deze regelmatige vijfhoek. Een natte gracht en een bedekte weg met glacis omringden het geheel. De bastions kregen namen: Sint-Jacob, Sint-Antonius, Sint-Jan, de Marchin (naar de naam van de ingenieur en ontwerper van deze citadel) en Sint-Franciscus. Dit fort omvatte kazernes, magazijnen, een woning voor de gouverneur of commandant en een kapel. Men bereikte de hoofdingang langs de Aalmoezenierstraat. De Spanjaarden verwijderden de bruggen ter hoogte van de Menenpoort, zodat de weg naar Menen en Kortrijk vanaf dan doorheen de citadel liep.

 7 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XVIII.

Vauban en de Ieperse vestingen

 15 


Vauban en de Ieperse vestingen

 16 

Dit panorama vanuit het zuiden geeft een beeld van de stad tijdens

Panoramisch zicht vanaf het oosten. Op de voorgrond zijn de

de zeventiende eeuw. Vooraan ziet men een eerste ravelijn. De

naderingsloopgraven en de geschutsbatterijen te zien.

Bourgondische stadsomwalling met zijn ronde en halfronde torens

In de Neerstad en ter hoogte van één van de ravelijnen stijgen

is duidelijk zichtbaar. Op de voorgrond liggen de toegangswegen,

rookpluimen op ten gevolge van granaatinslagen. Links onder staat

die langs het ravelijn naar de Mesenpoort leiden.

een watermolen op de Zillebekebeek. Rechts op de voorgrond en aan de horizon zijn windmolens te zien.

9 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 67, Merian C., 1659.

10 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 73, Perel, 1648.


Pré Carré en gevolge van de Vrede van Aken van 2 maart 1668,

De eerste gordel bestond uit dertien vestingsteden en twee forten:

kreeg Frankrijk een vrij onregelmatige noordergrens, met

Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Veurne, fort Knocke, Ieper, Menen,

uitschieters tot Doornik, Oudenaarde en Charleroi. Vauban

Rijsel, Doornik, fort de Mortagne, Condé, Valenciennes, Le Quesnoy,

verzette zich tegen dergelijke grens omdat die moeilijk te verdedigen

Maubeuge, Philippeville en Dinant.

was en vooral duur uitviel door de noodzakelijke grote militaire

De tweede gordel verbond eveneens dertien vestingsteden:

aanwezigheid. De koning en zijn raadgevers verkozen evenwel

Grevelingen,

vooruitgeschoven versterkte plaatsen in vijandig gebied, die als

Bouchain, Kamerijk, Landrecies, Avesnes, Mariembourg, Rocroi

uitvalsbasis en ook als bevoorradingsposten bij een eventuele aanval

en Charleville. Vauban adviseerde om de versterkte steden, die

konden dienen. Reeds in 1673, in een brief gericht aan Louvois,

achter deze tweede linie lagen, te ontmantelen. Daarmee wilde hij

minister van oorlog, opperde Vauban de idee om een dubbele

vermijden dat rebellerende bendes die zouden innemen om zich te

verdedigingslinie aan te leggen. Deze linies zouden versterkte

keren tegen het bestaande gezag.

steden en forten verbinden om zo een volwaardig verdedigings- of aanvalsfront te vormen. Door het Verdrag van Nijmegen (10 augustus - 17 september 1678), tussen Frankrijk enerzijds en Holland en Spanje anderzijds, kreeg de grens een eenvoudigere vorm. Dit verdrag leek rekening te houden met de wensen van Vauban, van vijf jaar eerder, om een defensief front te realiseren, bestaande uit twee quasi parallelle linies.

11-30 zie referentielijst pagina 55.

Sint-Omaars, Aire,

Béthune,

Atrecht,

Dowaai,

Vauban en de Ieperse vestingen

T

 17 


Vauban en de Ieperse vestingen

ďƒ­ 18 ďƒŽ

Belegering

D

e bedoeling van de Fransen was de grens naar het noorden

gegraven. De belegerden maakten het de aanvallers uiterst moeilijk

te verleggen en versterkte steden en forten in te nemen.

door hun voortdurende beschietingen.

Na de inname van Gent op 11 maart 1678 besloot Lodewijk

XIV richting Ieper te trekken om de stad te veroveren.

Door het groot verlies aan manschappen en materieel wijzigden de

De markies de la Trousse die reeds ter plaatse was, kreeg opdracht

Fransen plots hun tactiek. De Schomberg en de Lorges bestookten nu

de stad en de citadel te omsingelen en de wegen, die naar de

ook onverwacht de stad langs beide zijden van het kanaal, waardoor

stad leidden, te bezetten om die vrij te houden voor de Franse

de Spanjaarden totaal verrast werden. Na hevige weerstand van

aanvallers.

de Spanjaarden werd de stad op 25 maart 1678, na twaalf dagen belegering, door het Franse leger ingenomen.

De koning duidde voor de omsingeling de volgende generaals aan: Maarschalk de Schomberg diende de zone te bezetten tussen het kanaal naar Boezinge en de molen van Sint-Elooi. Maarschalk de Luxembourg stond in voor het gebied vanaf de molen van Sint-Elooi tot de weg naar Roeselare en maarschalk de Lorges werd het gebied tussen de weg naar Roeselare en het kanaal toegewezen. Zo was de omsingeling compleet. De aanvallers ondervonden echter veel hinder van de aanhoudende regen. Het grote aantal grachten en de drassige gronden rondom de stad bemoeilijkten de aanvoer van het geschut. Aanvankelijk werden twee naderingsloopgraven richting citadel


Vauban en de Ieperse vestingen

 19 

31 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 106, Avelines, eind 17de eeuw.

De belegering en inname van de stad in maart 1678. De legende geeft van A tot Z alle kenmerkende gebouwen in de stad aan. Buiten de stad zijn naderingsloopgrachten en geschutsopstellingen te zien. Infanterie en cavalerie maken zich gereed voor een bestorming. Op de voorgrond zijn schermutselingen tussen verschillende ruitergroepen afgebeeld (waarschijnlijk snellen hulptroepen de belegerden ter hulp). 

32 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 92, Marot, 1678.

Bij de belegering in 1678 werden de stad en de Spaanse citadel (links) op 25 maart ingenomen.


Vauban en de Ieperse vestingen

 20 

De inname van de stad in maart 1678 gezien vanuit het zuidwesten. Van links naar rechts: De Sint-Niklaaskerk, de Jezuïtenkerk, de Sint-Maartenskathedraal, de Halle, de Sint-Pieterskerk (waarvan de torenspits ontbreekt door een brand in 1638), de Sint-Jacobskerk en de Rijselpoort. Ets door Aubert gebaseerd op een tekening van Adam-Frans Van der Meulen.

36 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 65, Aubert, 1678.


De vestingstad

D

e Vrede van de Pyreneeën (7 november 1659) leidde tot een kortstondige vrede tussen Spanje en Frankrijk. De Spanjaarden hadden derhalve enkele jaren minder oog voor

de fortificaties in de Zuidelijke Nederlanden. Na het overlijden van zijn schoonvader - de Spaanse koning Filips IV - eiste Lodewijk XIV op basis van het devolutierecht de Zuidelijke Nederlanden op. Vanaf 1667 veroverde Lodewijk XIV een groot deel van de Spaanse Nederlanden. Enkel met Engelse en Hollandse steun kon hij gestopt worden. Dankzij de Vrede van Aken (2 mei 1668) bleef de Franse koning in het bezit van Rijsel, Doornik, Ath, Charleroi, Kortrijk, Menen, Oudenaarde, Tielt en Veurne. Ieper en het nog meer zuidelijk gelegen Kassel lagen nu als een wig

De vredesverdragen van Nijmegen (10 augustus - 17 september 1678) herschikten de grens tussen Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden. Sint-Omaars, Aire, Belle, Waasten, Kassel, Ieper, Maubeuge, Kamerijk en Valenciennes vielen aan Frankrijk toe. Menen, Doornik en Veurne bleven Frans. Kortrijk, Oudenaarde, Tielt, Ath en Charleroi kwamen opnieuw aan de Zuidelijke Nederlanden. De relatief rechte grens van 1678 zou de basis vormen van het Franse noordelijke verdedigingsstelsel. Bij de vrede van Utrecht (11 april 1713) wanneer Veurne, Ieper, Waasten en Menen als ‘Geretrocedeerd Vlaanderen’ opnieuw bij de Zuidelijke Nederlanden kwamen, zal de grens en de erbij horende vestingwerken nog een substantiële wijziging ondergaan. Tussen 1678 en 1713 is Ieper vijfendertig jaar lang een Franse stad

diep in Frans grondgebied.

geweest. Heel snel ontstonden hier typisch Franse instellingen.

Lodewijk XIV wilde persé nog meer gebieden veroveren. Door

1704 tot een ‘Siège Présidial’ opgewaardeerd werd. Pas vanaf 1713

de Engels-Hollandse alliantie in 1670 te breken had hij vrij spel. Tijdens de Hollandse oorlog (1672-1678) rukten de Fransen nog verder noordwaarts op.

Ieper werd zelfs zetelplaats van een ‘Siège Royal’ (1693) die in namen de oude Vlaamse instellingen opnieuw hun plaats in.

 21  Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

Ieper Franse vestingstad


Het tweede project van Vauban, de uiteindelijke uitvoering, maar in een latere fase. Op dit plan worden de versterkingen en de bebouwing in detail weergegeven. Rood: gebouwen en metselwerk Groen: water Oranje: droge gracht Grijs: glacis

43 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 12, s.n., ca. 1774.

Wapenschild van Vauban.

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 22 


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 23 

De drie Projecten Om de stad Ieper beter te versterken, aangepast aan de noden van de tijd, werkte Vauban drie projecten uit. Enkel de eerste twee werden uitgevoerd. Het eerste project behelsde het behoud van de bestaande, hoofdzakelijk

Bourgondische,

omwalling

zoals

die

door

de

Spanjaarden werd achtergelaten. Langs de buitenkant voorzag hij drie hoornwerken en richtte hij de Neerstad herin door het aanbrengen van gebastioneerde fronten. De drie hoornwerken waren: het hoornwerk van Torhout, van Antwerpen (op de plaats van de afgebroken Spaanse citadel) en dat van Elverdinge. Twee contregardes beschermden de Leeuwen- en de Predikherentoren. Westelijk en verder vooruitgeschoven in de gracht lagen enkele lunetten. Een bedekte weg met traversen en glacis werden omheen het geheel aangelegd.

44 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XX.


In het tweede project bracht hij een vierde hoornwerk aan, namelijk dat van Belle, en hij zorgde ervoor dat een deel van de hoofdomwalling gebastioneerd werd. Het betrof de stukken ter hoogte van de Neerstad en het hoornwerk van Torhout, de stukken tussen het hoornwerk van Torhout en de Rijselpoort en een stuk tussen de Tempel- en de vroegere Boterpoort. Door de zuidelijke uitbreiding van de vestingen ontstond tussen de oude Bourgondische omwalling en het nieuwe demi-bastion, een plein (Esplanade) dat door de militairen gebruikt werd als oefenterrein. In dit hol demi-bastion liet hij een poedermagazijn inplanten. Daarenboven voorzag hij een groot aantal voorwerken zoals tenailles, demi-lunes, contregardes en lunetten. Dit alles werd eveneens omgeven door een bedekte weg en glacis. Verder bouwde hij nog forten en redoutes om de toegangswegen te beschermen. 

45 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXI.

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 24 


In het nooit gerealiseerde derde project wilde Vauban de Bourgondische omwalling tussen de Mesen- en de Tempelpoort afbreken. Hij zou de vestingen zuidelijk uitbreiden, de contregardes ombouwen tot bastions en onderling verbinden met courtines zodat die geïntegreerd zouden worden in de hoofdomwalling.

 46 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXIb.

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 25 


O

m de vestingen te kunnen bouwen werden heel wat gronden onteigend (geĂŻncorporeerde gronden). De eigenaars kregen daar een vergoeding voor (-48-). De uitgevoerde werken

en de militaire aanwezigheid veroorzaakten vaak schade aan particuliere en openbare eigendommen. De betrokkenen werden eveneens vergoed. Naast de onteigeningen gebeurde het soms dat stukken grond in pacht werden genomen. Dit was ondermeer het geval voor de gronden die het voorplein vormden van de citadel. De hogere overheid kon de stad of de kasselrij verplichten in te staan voor het onderhoud van de fortificaties, bij te dragen voor de levering van allerhande materieel (o.a. paarden en karren) en voeding voor de militairen (fouragekosten) en in te staan voor de inkwartiering tijdens de winter.

ďƒŻ

48- SAI, Kasselrijarchief, 1ste reeks, nr. 380.

Om deze zware kosten te kunnen betalen hief de stad bijkomende belastingen. In sommige gevallen probeerde het stadsbestuur haar

Eigenaars die gronden verloren voor de aanleg van Ieperse

financiĂŤle verplichtingen te ontlopen. Dergelijke nalatigheden

versterkingen worden op koninklijk bevel schadeloos gesteld met

leidden tot processen.

renten die de besturen van de veroverde gebieden (hier stad Wervik)

De burgerbevolking werd regelmatig ingeschakeld om werken

moeten betalen.

uit te voeren in opdracht van de militaire overheid. De militaire aanwezigheid leidde dikwijls tot spanningen met de plaatselijke burgerbevolking.


Het betreft hier hoogstwaarschijnlijk een plan, nagetekend van één van de ‘projectplannen’: namelijk hoe de Fransen de vestingen wensten uit te bouwen. De versterkingen, zoals hier op deze plannen voorgesteld, werden nooit helemaal zo uitgevoerd. Het gebastioneerd systeem tussen het hoornwerk van Elverdinge en de Neerstad bijvoorbeeld, dat op deze ets voorkomt, werd pas na 1815 in een ietwat andere vorm door de Hollanders gerealiseerd. Het eerste project van Vauban om de vestingen te versterken bestond erin om de bestaande hoofdomwalling te behouden en er omheen voorversterkingen aan te brengen onder de vorm van o.a. demi-lunes, ravelijnen, hoornwerken en het bouwen van een nieuwe versterking rondom de Neerstad. Het is pas na 1684, in uitvoering van zijn tweede project, dat Vauban het hoornwerk van Belle liet bouwen.  56 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 45, s.n., 18 eeuw. de

Vauban en de Ieperse vestingen

 27 


Vauban en de Ieperse vestingen

 28 

Projectplan voor het bouwen van een citadel op de Esplanade. Er zijn twee gedetailleerde projectplannen bekend: het ene is gedateerd op 12 januari 1688 en het andere op 27 juni 1699. Dit laatste plan is ondertekend door Vauban zelf. Op dit plan wordt in het geel de inplanting van de citadel aangegeven, terwijl dit op andere plannen door een stippellijn wordt aangeduid. Het poedermagazijn, dat er reeds stond, is niet ingekleurd. Men kan duidelijk zien dat het voorziene tracé van de Tempelstraat omgebogen werd om door de citadel te lopen. Door geldgebrek werd deze citadel nooit gebouwd. Het bastioneren van de hoofdomwalling, tussen de Rijselpoort en de Tempelpoort en tussen de Neerstad en het hoornwerk van Elverdinge, kwam er om die reden ook niet.  57 - SAI, projectplan citadel, 1699.


Een naar het westen georiënteerd plan van de stad. Op de Esplanade bemerkt men in stippellijn het plan voor het bouwen van een kasteel, bedoeld als reduit (een laatste schuilplaats bij het terugtrekken van de militairen). In een handschrift van 8 augustus 1699 “les bastimens civils necessaires au reduit, ou chasteau d’Ipres”, heeft Vauban het over een project voor het bouwen van dit kasteel als reduit op het Esplanadeplein, achter het demi-bastion ter hoogte van de Boterplas. Dit kasteel, volledig omringd door een natte gracht, zou kazernes bevatten voor de soldaten, een paviljoen voor de officieren, een woonst voor de gouverneur, een tuin, opslagplaatsen, een poedermagazijn, een krijgsbakkerij, een wapenplaats, kazematten, een gevangenis en zelfs een kapel. Het zou voorzien zijn van twee poorten (een toegangspoort en een nooduitgang), telkens geflankeerd door twee wachtlokalen (corps de garde). Dit project werd evenwel nooit gerealiseerd.  58 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 34, s.n., s.d.

Vauban en de Ieperse vestingen

 29 


Vauban en de Ieperse vestingen

 30 

Vauban schreef een aantal ‘memoires’, die bewaard worden in de historische dienst van het Franse leger in Vincennes. De bedoeling van deze memoires was inzicht bieden in de werking van de genie aan de hand van o.a. brieven aan de minister van oorlog, projecten, raadgevingen en instructies. Ook de toestand van de werken werd daarin opgenomen, geïllustreerd met plans en doorsneden. Een groot aantal werd door Vauban zelf ondertekend. Militaire ingenieurs (meestal behorende tot het geniekorps) legden vanaf de late zeventiende eeuw tot in de negentiende eeuw verdere kopieën aan. Voor de stad Ieper zijn er vier memoires bekend: 15 april 1678, 4 januari 1688, 8 augustus 1699 en 17 maart 1703. Dit exemplaar uit 1709 is eveneens een kopie. Het is van Jean Anthénor Huë de Caligny, militair ingenieur in Ieper onder Vauban.

69 / 70 - SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 63, de Caligny, eerste helft 18de eeuw.

Deze kaart uit het handschrift van de Caligny toont de toestand van de vestingstad Ieper in 1709. De Caligny was van 1688 tot 1713 militair ingenieur in Ieper.


D

e reliëfplannen werden vanaf de zeventiende eeuw uit militair-strategisch oogpunt vervaardigd. Ze waren een zeer goed middel enerzijds om een overzicht te geven hoe

een vestingstad diende verdedigd te worden en anderzijds om de aanvallers te informeren welke de meest kwetsbare plaatsen waren bij een belegering. Geleidelijk aan werd de collectie plannen privébezit van Lodewijk XIV, die ze omstreeks 1700 onderbracht in het Louvre. Lodewijk XVI liet ze in 1776 opbergen op de zolders van het Hôtel des Invalides, nadat de legerleiding ze wilde laten vernietigen wegens verouderd. Een deel van de verzameling verhuisde in 1986 naar het Palais des Beaux-Arts te Rijsel. Zo ook het reliëfplan van Ieper.

70bis - SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 307, de Caligny, 1698.

Brief door Anthenor Huë de Caligny, militair ingenieur in Ieper, waarschijnlijk gericht aan de magistraat van Veurne. De Caligny verleent alle hem toebehorende bevoegdheden aan de heer Lombart, greffier van Reninge, om de waarde van de gronden te schatten die in het fort Knocke zullen geïcorporeerd worden.

De maquette van Ieper uit 1701 wordt toegeschreven aan koninklijk ingenieur Tessier de Derville. Het onderging een grondige herstellingsbeurt in 1789. Dit plan, met schaal 1/600, heeft een oppervlakte van 51,73 m² (9,44m x 5,48m).

Vauban en de Ieperse vestingen

 31 


Vauban en de Ieperse vestingen

 32 

De handschriftelijke teksten in deze twee schriftjes zijn kopieën van een soort inspectieverslagen. Het eerste schriftje (-71-) bevat een korte beschrijving van de samenstelling van de toenmalige Ieperse bevolking alsook een opsomming van de in die tijd bestaande openbare gebouwen, kerkelijke gebouwen en burgerhuizen. Ten slotte volgt een inventaris van de staat der vestingwerken. In het tweede schriftje (-72-) werden een viertal verslagen 

71 - SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 256, s.n., ca. 1690, deel I.

opgenomen, alle ondertekend door Vauban. Deze verslagen handelen over een project om de vestingwerken te herstellen en geven een beschrijving van de staat van die werken. Verder bevatten ze algemene instructies voor het aanpassen (verbouwingen) en onderhoud van die vestingen en een handleiding voor het correcte gebruik ervan. Tot slot wordt er nog eens een opsomming gegeven van de uit te voeren werken (o.a. metselwerk, grondwerken, aanbrengen van gazon op de taluds, vervaardigen van houtconstructies).

72 - SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 256, s.n., ca. 1690, deel II.


 33 

In 1689 gaf Lodewijk XIV opdracht om op de Grote Markt, juist voor de hoofdingang van het O.L.V.-hospitaal, een fontein op te richten. De fontein herinnerde aan zijn verovering van het westelijke gedeelte van Vlaanderen, met Ieper als hoofdplaats. Bovenaan staat de Zonnekoning afgebeeld, maar dit onderdeel werd nooit gerealiseerd. In 1806 werd de fontein afgebroken. Lodewijk XIV liet een medaille slaan als aandenken aan de oprichting van deze fontein. Op de ene kant staat de buste van de koning met de tekst “Ludovicus Magnus rex christianissimus” en op de andere kant de fontein, bekroond met het standbeeld van de koning en voorzien van volgende tekst: “Fundit inexhaustas. Yprae 1689”.

 73 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXIV.


b

c

d

Vauban en de Ieperse vestingen

a

e

 75 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXII & XXIII.

Ten tijde van Vauban telde de stadsversterking vier stadspoorten:

De Diksmuidepoort (c) had een buitengevel die versierd was met

de Mesen- of Rijselpoort, de Bellepoort, de Diksmuidepoort en de

twee pilasters en een fronton in Dorische stijl. De binnenzijde

Antwerpen-, Hangwaert- of Menenpoort.

bevatte dezelfde bouwelementen maar dan in Toscaanse stijl. Beide

Alle poorten waren voorzien van een chambre d’orgues, een

droegen de wapens en emblemen van Lodewijk XIV.

verdieping waarin de herse of valhekken kon worden opgetrokken. Een fronton in Toscaanse stijl bekroonde de, met vier pilasters De Mesenpoort (a) was gebouwd in een sobere stijl. De buitengevel

versierde, buitengevel van de Antwerpenpoort (d & e). Het was

had twee bakstenen pilasters met bovenaan, juist onder het fronton,

de enige gevel van de vier stadspoorten die in natuursteen werd

een klein Frans wapenschild dat versierd was met lelies (fleur de lis)

opgetrokken. De wapens en emblemen van de Zonnekoning waren

en een kroon.

erin gebeeldhouwd. De binnenkant was uitgevoerd in Dorische stijl en bestond uit twee pilasters en fronton, eveneens voorzien van

De buitengevel van de Bellepoort (b) was in Toscaanse stijl. Zij

het embleem van de Franse koning. Onder de kroonlijst werd in

bestond uit twee pilasters en een fronton, waarin het embleem van

1688 een marmeren plaat aangebracht met een Latijnse tekst in

Lodewijk XIV was opgenomen.

gouden letters. Deze werd later door de Nederlanders vervangen. De gewijzigde tekst bevindt zich nu vlakbij de Rijselpoort.

Vauban en de Ieperse vestingen

 34 


Vauban en de Ieperse vestingen

 35 

76 - SAI, Collectie Ingelijste Documenten, A18, Koninklijke ordonnantie betreffende het betalen van huurgelden voor het gebruik van paarden, 1706.

77 - SAI, Collectie Ingelijste Documenten, A311, Koninklijke ordonnantie betreffende de openbare aanbesteding voor het afbreken van retranchementen langs het kanaal van Lo en in de parochie Zillebeke, 3 juni 1712.


Vauban en de Ieperse vestingen

 36 

Inspectieverslag van Blaise Duvanquet, inspecteur-generaal van de verdedigingslinie Duinkerke-Komen (16 november 1699). In dit verslag wordt de staat van de redoutes beschreven die gelegen zijn langs de linie van Duinkerke tot aan de Leie. Deze versterkingen zijn achtereenvolgens gelegen op het grondgebied van de kasselrij Veurne, de Acht Parochies en de kasselrij Ieper. Sommige van deze retranchementen zijn in een lamentabele toestand. Voor de regio Ieper vinden we er de beschrijving van de staat van volgende redoutes en retranchementen: Redoute van de Fintele; Redoute ‘Païsan’ waar de gouverneur van het Fort Knocke woonde; Redoute van Steenstrate; Redoute aan het sas van Boezinge; Talud van het retranchement, vanaf de Verdronken Weide tot het wachtlokaal bij Zillebekevijver en het talud van het retranchement van Zillebekevijver tot de Verbrande Molen.

78 - SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 8.


Vauban en de Ieperse vestingen

Specifiek voor Ieper. Enkele bedenkingen.

O

pmerkelijk voor de Ieperse vestingen zijn de grote bastions met uitgestrekte facen, waarin de stadspoorten werden gebouwd. Dit waren toch de gevoeligste plaatsen van de

hoofdomwalling voor het vijandelijke geschut. Een stelsel van uitgebreide voorwerken diende hiervoor een oplossing te bieden. Enkel de Rijselpoort, die doorheen de oude Bourgondische omwalling loopt, vormde hierop een uitzondering. Het is eveneens merkwaardig dat de Fransen in Ieper nooit een citadel oprichtten. Het bleef enkel bij plannen om er een te bouwen op de Esplanade.

Talrijke namen van straten en wegen verwijzen nu nog naar ons rijk militair- en vestingverleden. We vermelden o.a.: Aalmoezenierstraat - Appelstraat - Arsenaalstraat - Bellepoortpad Boezingepoortstraat - Bolwerkstraat - Brielenpoortstraat Burchtstraat - Citadelstraat - Esplanade - Goesdamstraat Grachtstraat - Hoornwerk - Houten Paard - Kanonweg Marshofstraat - Nikolaas de Kanonnierlaan - Ravelijnstraat Rondeelpad - Torrepoortlaan - Vaubanstraat - Vestingstraat Wallestraat - Waterpoortstraat - Zaalhof


Regio

H

et Stadsarchief van Ieper bezit een aantal kaarten en

op een heuvelrug een redoute werd gebouwd. Op dat punt had men

plannen waarop de omgeving van de stad wordt afgebeeld.

een mooi zicht op de omgeving. Het retranchement liep verder

Op sommige van deze plannen worden diverse militaire

langs het kasteeldomein van Hollebeke, waar de duiventoren werd

activiteiten aangeduid zoals linies, fourageplaatsen of versterkte

omgebouwd tot wachtlokaal. Van daar doorkruiste het weiden en

steden en plaatsen, al dan niet door Vauban gerealiseerd.

akkers tot bij de molen van Hollebeke, dwarste de Kortekeerbeek

De Vrede van Nijmegen (1678) was geen garantie voor rust en vrede

en eindigde bij de Leie.

in de regio. De Fransen eisten nog een oorlogsschadevergoeding ten gevolge van de Hollandse oorlog. Regelmatig vielen ze de

Deze verdedigingslijn van iets meer dan tien kilometer, werd

grensgebieden van de Spaanse Nederlanden binnen. Tussen 1688 en

uitgegraven tot op een diepte van 2,25 meter en was maximum

1697 heerste opnieuw een toestand van oorlog tussen Frankrijk en

4,50 meter breed, de opgeworpen borstwering inbegrepen. Op

zijn buurlanden (de Negenjarige Oorlog).

regelmatige afstand waren er redoutes gebouwd (zes volgens het oorspronkelijke plan van Vauban). Sommige waren opgeworpen in

De plannen uit de atlas ‘de Beaurain’ (-82-) uit die tijd, duiden o.a.

aarde, andere werden in baksteen uitgevoerd. Ze waren vierkant

militaire kampen en fourageplaatsen aan rond Sint-Eloois-Vijve en

met een zijde van ongeveer vijf meter en een hoogte van 4,5 meter.

Harelbeke. Op het plan van Nicolas de Fer (-79-) zijn de linies te

Als gevolg van kritiek geuit door Jean Anthenor Huë de Caligny,

zien van Ieper naar Komen en die rondom Spiere.

verantwoordelijke voor de vestingstad Ieper, werden er in 1696

Het gebied gelegen tussen de stad Ieper en de Leie, was

grondige aanpassingen aan deze verdedigingsgordel aangebracht.

moeilijk te verdedigen. Daarom werd er door de Fransen een

De linie uiterst rechts op dit plan is de Spiere linie. Deze gordel

verdedigingslijn gevormd tegen mogelijke invallen van de vijand.

bood vooral bescherming aan de steden Doornik en Rijsel.

Deze verdedigingslinie begon bij Zillebekevijver, liep langs de toren van de kerk van Zillebeke en ging verder richting Hollebeke, waar

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 38 


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 39 

 82 - SAI, Oude Drukken, 949.3.02/1755-1756/DEBE, de Beaurain J., 1755, Histoire militaire de Flandre, 3 delen.  79 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 149, de Fer N., 1695.

Het beeld toont de verdedigingslinie Ieper-Komen.


Vlaanderen, what is in a name. Deze achttiende-eeuwse kaart toont de verdeling van Vlaanderen in het verkleinde graafschap (Oostenrijks Vlaanderen), het aan de Noordelijke Nederlanden verloren gegane Zeeuws-Vlaanderen (Hollands Vlaanderen) en het aan Frankrijk verloren gegane FransVlaanderen. Opmerking: De Kasselrij Belle is verkeerdelijk bij Oostenrijks Vlaanderen ingekleurd.

 83 - SAI, Kaarten en Plannen, nr.187, Schreibern J. G., 1750.

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 40 


D

 41 

e Spanjaarden bouwden in 1662 het fort Knocke, gelegen

versterking kon men grote gebieden onder water zetten, waardoor

in Lo, aan de samenloop van de Ieperlee met de IJzer. Met

het nauwelijks te benaderen was.

deze versterking wilde men verhinderen dat de Fransen

oorlogstuig en fourage (bevoorrading), via het kanaal Duinkerke-

De uitbouw van het fort, vanaf 1692, bestond uit de aanleg van

Veurne, de IJzer en de Ieperlee, tot bij de stad Ieper brachten.

bastions ten zuiden en ten noorden, de bouw van twee ravelijnen ten oosten en ten westen en het opwerpen van drie lunetten.

Samen met de kasselrij Ieper werd het fort Knocke in 1678

Deze verdedigingswerken waren uit aarde opgebouwd. Een laatste

ingenomen door de Fransen. Ondanks de onvolledige afwerking

aanpassing gebeurde kort voor 1712, en omvatte het graven van

waren de Fransen van oordeel dat het fort de nodige weerstand kon

een 36 tot 55 meter brede gracht om de oostelijke en westelijke

bieden tegen mogelijke vijandelijke aanvallen en dienstig kon zijn

sector heen.

bij de verdediging van Ieper. Ze bouwden dan ook het fort verder

In zijn memoires maakt Vauban vermelding van het Fort ‘Kénoque’

uit. Het volledige gebied rond de samenvloeiing van de IJzer en

op 4 mei 1692, 7 juli 1694, 15 januari 1697, 28 januari 1697, 15

de Ieperlee was een eenvoudige militaire constructie en bestond

juli 1699 en 8 augustus 1699. Vauban is zelf in het fort aanwezig,

uit een driehoekig eiland met twee halve bastions. Het geheel

tijdens de voltooiing van de werken tussen 8 augustus 1699 en 14

stond ingeplant in de zuidelijke sector van de samenvloeiing. Deze

augustus 1699. Hij schrijft: “la depense concernant le revétement

militaire constructie had een bakstenen bekleding en was voorzien

de la fortification est effroyable”.

van een ravelijn. Het fort bevatte poedermagazijnen, bakovens, logementen voor de officieren en de mogelijkheid tot kazernering

Fort Knocke werd op 6 september 1712 door de Brits-Oostenrijkse

voor honderd man. Zelfs een kapel was voorzien.

coalitie op de Fransen veroverd. Het fort werd ten tijde van Jozef II grotendeels ontmanteld en is in de vroege negentiende

Het zwaartepunt in de bouwgeschiedenis van het fort Knocke is te situeren tussen 1692 en 1699. Het omvatte de verbouwing tot een garnizoensverblijf voor achthonderd man. Vauban noemde fort Knocke één van zijn best geslaagde realisaties. Rondom de

eeuw volledig verdwenen.

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

Fort Knocke


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 42 

 86 - SAD, in bruikleen. CR.22, Schenk, 1712.

 85 - SAI, Kaarten en Plannen, nr. 169, A.R., 1712.


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 43 

 88 - SAD, in bruikleen. CR. 36 (bis), s.n., s.d.

87 - SAD, in bruikleen. CR. 25, s.n., s.d.


Verdere evolutie

N

a de Franse bezetting (1678 - 1713), ondergingen de Ieperse

poedermagazijn dat in 1783 werd afgebroken is niet meer te zien.

vestingen herhaaldelijk gedaantewisselingen. Aan de hand

In 1792 ondervonden de Oostenrijkers dat ze zeer kwetsbaar waren

van een reeks plannen uit de atlas van J.J.J. Vereecke kan

geworden. De stad werd opnieuw omgeven door een groot aantal

die verdere evolutie worden gereconstrueerd.

demi-lunes en contregardes en een soort hoornwerk ter hoogte van het vroegere hoornwerk van Elverdinge. Dit merk je op een plan

Het plan (-89-) toont de toestand gedurende het beleg van de

(-91-) waarop de belegering van de stad Ieper door de Fransen in

Fransen in 1744 tijdens de Oostenrijkse successieoorlog. Ten zuiden

1794 te zien is.

van het hoornwerk van Antwerpen werd een gedetacheerd voorwerk (lunette) aangebracht, dat bereikbaar was onder dekking van een

Tijdens het Franse bewind (1795-1815) werden de voorwerken om

caponnière, een zijdelings afgeschermde en verdedigbare toegang.

veiligheidsredenen grotendeels ontmanteld (-92-). Tegenstanders

Tussen de ‘Chaussée de Baillieul’, de huidige Dikkebusseweg en de

zouden die kunnen gebruiken als bolwerk tegen de bezetter. Het

Dikkebusvijverbeek werd eveneens een lunette toegevoegd. Ter

hoornwerk van Elverdinge kreeg een gedeeltelijke restauratiebeurt

hoogte van het hoornwerk van Elverdinge werd een stuk van de

en ook de voorwerken rond de inundatiegebieden bleven bestaan.

Bourgondische omwalling gemoderniseerd. In vergelijking met het

De Brits-Hollandse coalitie daarentegen richtten terug een groot

plan (-45-) uit 1684, zien we dat er in de Neerstad een tweede

aantal voorwerken op rond de stad (-93-).

muur, in de vorm van een hoornwerk met stadspoort, aanwezig is. Ieper werd na de slag van Waterloo (1815) Hollands bezit. Een aantal Onder Jozef II werden praktisch alle voorwerken geslecht (-90-).

nieuwe vestingwerken en militaire gebouwen werden door hen

Slechts enkele ravelijnen en redoutes in de Verdronken Weiden

opgericht (-94-). Vooreerst een kruitmagazijn op de Esplanade, dan

(inundatie van Mesen en inundatie van Belle) bleven gespaard.

een infanteriekazerne, het kruitmagazijn aan de Elverdingsestraat,

De hoofdomwalling met de tenailles bleef intact. Ook het

de versterkingen rond het Minneplein en een vijftal lunetten aan de

Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 44 


Vauban en de Ieperse vestingen

 45 

noordwest zijde. Vooral het hoornwerk van Antwerpen kreeg een heel andere vorm door het samenvoegen van alle vestingelementen tot één geheel. Daarin werden in totaal 36 kazematten (van vier op zes meter) ondergebracht in twee bouwlagen, achttien links en achttien rechts. Vandaag bestaat de onderste bouwlaag nog. Ze is te bereiken via de Leopold III-laan. Centraal werd een buskruitmagazijn opgericht. In 1856 werd na besprekingen en discussies overgegaan tot de afbraak van alle buitenvestingen (-95-). Alleen de hoofdwal kon behouden blijven samen met twee contregardes en één demi-lune ten zuidwesten. De vrijgekomen gronden werden in augustus 1856 openbaar verkocht. Nadien werden ook de grachten aan de noordwestzijde gedempt (van het Stationsplein tot de Torhoutpoort).  89 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXVII. Toestand in 1744.


Vauban en de Ieperse vestingen

 46 

 90 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXX. Toestand kort na 1783.

 91 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXI. Toestand in 1794.


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 47 

 92 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXII. Toestand in 1814.

 93 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXIII. Toestand in 1815.


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 48 

 94 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXIV. Toestand in 1830.

 95 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXVII. Toestand in 1856.


D

e methode van aanval (a) is in hoofdzaak gebaseerd op drie

Deze loopgraven verbonden de drie parallellen, waar enerzijds de

pijlers:

troepen voor de aanval waren samengetrokken en waar anderzijds

1. de stelselmatige inname van het terrein door het

het geschut - kanonnen en mortieren ondergebracht in batterijen -

aanbrengen van parallellen (concentrische loopgraven)

werd opgesteld. Er werd getracht bressen te slaan in de vestingmuren

en naderingsloopgraven;

door geconcentreerd kanonvuur en door explosies van mijnen.

2. het oordeelkundig opstellen en gebruik van de artillerie; 3. de bekommernis om de verliezen aan mensenlevens te

Een gebastioneerd systeem bestaat hoofdzakelijk uit twee bastions

beperken, zowel bij de aanvallers als bij de verdedigers.

met ertussen een recht stuk muur, de courtine. Daarvoor ligt een demi-lune of halve maan, die op haar beurt beschermd wordt door een

De eerste parallel werd ’s nachts op ongeveer zeshonderd meter van

enveloppe, een doorlopende beschermingswal rondom een vesting.

de aan te vallen versterking gegraven en voorzien van batterijen.

Een enveloppe bestaat uit een bedekte weg en wapenplaatsen met

Reeds vroeg in de morgen werd de vesting vanuit de aanvalsbatterijen

banket, borstwering of parapet en een glacis (e). Op de bedekte

bestookt om te verhinderen dat de verdedigers zich zouden

weg zijn traversen aangelegd om het effect van het ricochetvuur

organiseren. Zo was het gemakkelijker om naderingsloopgraven en

te verhinderen. Hierbij wordt onder een welbepaalde hoek gevuurd

nieuwe parallellen aan te leggen. De laatste werd gedolven aan de

zodat het projectiel herhaaldelijk na elkaar het doel treft.

voet van het glacis. Loopgraven werden door pioniers gegraven. Dit gebeurde in vier De aanvallers naderden de stad door middel van naderingsloopgraven

fasen. Een eerste pionier delfde achter de bescherming van een

die zigzag werden gedolven juist op de aslijn van de bastions en de

‘mantelet’ (een houten paneel op wielen) een gracht van ongeveer

demi-lunes. Dit waren de zones die het minst gevaar opleverden

anderhalve voet (een voet is ca. dertig centimeter) diep en

voor de belegeraars.

anderhalve voet breed. Een tweede pionier volgde en vergrootte

 49  Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

Vestingbouw en belegering


Vauban en de Ieperse vestingen

Vauban en de Ieperse vestingen

 50 

de gracht tot twee op twee voet. Een derde groef tot op een diepte en een breedte van 2,5 voet. Ten slotte werd de loopgraaf door een vierde pionier voltooid tot op een diepte en breedte van drie voet. De uitgedolven aarde werd in gabions of schanskorven gegoten die als borstwering fungeerden. Om het geheel samen te houden werden de gabions onderling met fascines of twijgenbundels verbonden. In een dwarsdoorsnede is een voltooide loopgraaf te zien waarbij de vier opeenvolgende fasen nog eens worden voorgesteld (j). Om dit alles te kunnen realiseren had men heel wat materieel nodig: schoppen, spaden, houwelen, vorken en hakmessen.

 96 - (Afb. a) SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR, Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places.

 96 - (Afb. j) SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR, Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places.

 96 - (Afb. e) SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR, Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places.


Vauban en de Ieperse vestingen

 51 

103 - SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1877,Vandenpeereboom A., 1877, Essai de numismatique yproise.

100 - SMI, in bruikleen. Aquarel van de fontein op de Grote Markt van Ieper, Broude, 1752.


Vauban en de Ieperse vestingen

ďƒ­ 52 ďƒŽ

Glossarium Banket:

Citadel:

Enveloppe:

Flank:

verhoging achter de borstwering

zelfstandig vestingwerk, binnen of

doorlopende beschermingswal

gedeelte van een bastion dat

van een vestingwal of

juist buiten de stad gelegen, om

rondom een vesting, eventueel

grenst aan een courtine.

loopgraaf ten behoeve van de

de inwoners van de stad onder

voorzien van een bedekte weg.

Gabion of schanskorf:

geweerschutters.

bedwang te houden of als laatste

Bastion: vijfhoekige uitbouw van een versterking. Bedekte weg:

talud aan de vestingzijde van de

bodem om hoge aarden taluds te

stad werd ingenomen.

hoofdgracht.

kunnen vervaardigen.

smal en lang buitenwerk, voor de

doorlopende weg aan de

facen van bastions en demi-lunes

buitenzijde van de buitenste

of ravelijnen.

gracht van een vesting, beschermd door het glacis. Beer: gemetselde muur in de

cilindervormige mand zonder

verdedigingplaats wanneer de Contregarde:

Escarpe:

Contrescarp: talud aan de buitenzijde van de hoofdgracht. Courtine:

Esplanade: oefenterrein binnen een vesting. Facen: de naar buiten gerichte delen

Gebastioneerd front: twee bastions en de tussenliggende courtine. Gedetacheerd bastion:

van bastions, demi-lunes of

bastion door een gracht

ravelijnen.

gescheiden van de vesting.

Fascine:

Glacis:

bundel samengebonden rijshout

licht hellend buitentalud, gelegen

vestinggracht om het waterpeil te

recht stuk muur, gelegen tussen

om op schanskorven aan te

langs de bedekte weg om die

regelen.

twee bastions of rondelen.

brengen.

te beschermen. Een glacis

Caponnière:

Demi-lune of ravelijn:

Fausse-braye:

weg door een droge gracht

driehoekig vestingwerk, gelegen

borstwering voor musketiers,

met zijdelingse dekking (in het

tussen twee bastions voor de

voor en onderlangs de

gebastioneerde stelsel).

courtine.

hoofdomwalling.

vermijdt dat de oprukkende vijand ongemerkt de stad kon naderen.


Hol bastion:

Keel:

Redoute:

Tenaille:

bastion met een holle

open achterzijde van een bastion,

een eenvoudig, rechthoekig,

voorwerk van een vesting ter

binnenruimte.

ravelijn, rondeel.

gesloten buitenwerk.

bescherming van de courtine en

Hoornwerk:

Lunette:

de flanken van de bastions.

Reduit:

buitenwerk van een vesting,

vanaf de zeventiende eeuw:

zelfstandig verdedigingswerk

bestaande uit een gebastioneerd

paarsgewijze, links en rechts

binnen de vesting. Hier konden

aarden wal die loodrecht staat

front en twee lange, doorgans

van een ravelijn gebouwde

de verdedigers zich in laatste

op de hoofdwal en die dekking

evenwijdige flanken, aansluitend

buitenwerken. Soms worden

instantie nog terugtrekken.

geeft tegen zijwaarts afgevuurde

aan de vestinggracht.

kleine ravelijnen ‘lunet’ genoemd.

Inundatie: onderwaterzetting voor verdedigingsdoeleinden. Kanteel: gemetselde muurtand van de gekartelde borstwering op een

Mortier: krombaangeschut.

de batterijen werden in het

Weergang:

verlengde van de facen van

loopgang over de ringmuur van

de bastions of van gedeelten

een middeleeuwse vesting,

ronde uitbouw aan de

van de bedekte weg opgesteld.

achter een borstwering met

schouderhoeken van een bastion.

De projectielen werden onder

kantelen.

Oreillon:

Parapet:

zodanige hoek afgeschoten

aarden ophoging op een muur of

dat ze na inslag het doelwit

Tussen de kantelen bevindt zich

wal, waarachter de schutters zich

herhaaldelijk keilden.

de schietsleuf.

projectielen.

Ricochetvuur:

middeleeuwse vestingmuur.

Kazemat:

Traverse:

konden opstellen. Poterne:

bomvrije ruimte in metselwerk

bomvrije doorgang in de wal of

voor het opstellen van geschut.

muur van een vesting.

Rondeel:

Gebruikte afkortingen:

ronde of halfronde muurtoren. SAD

Stadsarchief Diksmuide

hoek tussen twee facen van een

SAI

Stadsarchief Ieper

bastion, ravelijn.

SMI

Stedelijk Museum Ieper

Saillant:

Vauban en de Ieperse vestingen

 53 


Vauban en de Ieperse vestingen

 54 

Bibliografie Deze lijst bevat in chronologische orde een aantal recente werken aangaande Vauban, vestingbouwkunde en de Franse militaire politiek onder Lodewijk XIV SALAMAGNE Alain. Vauban en Flandre et Artois. Les places de l’intérieur. Saint-LégerVauban, 1995

WARMOES Isabelle. Les plans en relief des places fortes du Nord. Paris-Lille, 2006 LOTTIN Alain, GUIGNET Philippe. Histoire des provinces françaises du Nord de Charles Quint à la révolution française 1500-1789. Arras, 2006

BLANCHARD Anne. Vauban. Paris, 1996

D’ORGEIX Emilie, SANGER Victoria, VIROL Michèle, WARMOES Isabelle. Vauban la pierre et la plume. Paris, 2007

LYNN John. Giant of the grand siècle. The French army, 1610-1715. Cambridge-New York-Melbourne, 1997

FAUCHERRE Nicolas, MONSAINGEON Guillaume, DE ROUX Antoine. Les plans en relief des places du roy. S.l., 2007

FAUCHERRE Nicolas. Places fortes. Bastion du pouvoir. Paris, 2000

MARY Luc. Vauban. Le maître des forteresses. Biographie. Paris-Montréal, 2007

ROWLANDS Guy. The dynastic state and the army under Louis XIV. Royal service and private interest, 1661-1701. Cambridge-New York-Port Melbourne, 2002

MONSAINGEON Guillaume. Les voyages de Vauban. Marseille, 2007

HANSCOTTE François, FAUCHERRE Nicolas, LEMAÎTRE Pascal. La route des villes fortes en Nord. Les étoiles de Vauban. Paris, 2003 ROOMS Etienne. De organisatie van de troepen van de Spaans-Habsburgse monarchie in de Zuidelijke Nederlanden, 1659-1700. Brussel, 2003 VIROL Michèle. Vauban. De la gloire du roi au service de l’état. Seyssel, 2003 LANGINS Janis. Conserving the enlightment. French military engineering from Vauban to the revolution. Cambridge-London, 2004 HASQUIN Hervé. Louis XIV face à l’Europe du Nord. L’absolutisme vaincu par les libertés. Bruxelles, 2005 BARDE Yves. Vauban ingénieur et homme de guerre. Précy-sous-Thil, 2006 BARROS Martin, SALAT Nicole, SARMANT Thierry. Vauban. L’intelligence du territoire. Paris, 2006 GRIFFITH Paddy. The Vauban fortifications of France. Oxford-New York, 2006 HANSCOTTE François. Vauban et le Nord. La ceinture de fer. Lille, 2006

MONSAINGEON Guillaume. Vauban un militaire très civil 1633-1707. Lettres. Paris, 2007 OSTWALD Jamel. Vauban under siege. Engineering efficiency and martial vigor in the war of the Spanish succession. Leiden-Boston, 2007 PETER Jean. Le journal de Vauban. Paris, 2007 ROOMS Etienne. Lodewijk XIV en de Lage Landen. Leuven, 2007 VIROL Michèle. Les oisivetés de monsieur Vauban ou ramas de plusieurs mémoires de sa façon sur differents sujets. Seyssel, 2007


Referentielijst Buste van Vauban (privé-bezit). Cararamarmer, eind 18de eeuw (H: 80 cm – B: 80 cm).

2

SAI, Afb. Historische Figuren, nr. 1, Fry W.T., s.d.

3

Eerste systeem van Vauban.

4

Tweede systeem van Vauban.

5

Derde systeem van Vauban.

6

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XVII.

7

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XVIII.

8 SAI, Kasselrijarchief Ieper, 1ste reeks, nr. 379, 1685.

13

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 195, s.n., ca. 1680.

25

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 131, Harrewyn, begin 18de eeuw.

Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places, deel II.

14

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 190, s.n., begin 18de eeuw.

26

36

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 65, Aubert, 1678.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 202, s.n., 1706.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 116, Schenk P., begin 18de eeuw.

15

27

37

16

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 184, Du Bosc C., ca. 1736.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 217, s.n., s.d.

28

17

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 212, s.n., s.d.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 216, s.n., s.d.

SAI, Oude Drukken, 355/1708/STUR, Sturm L.C., 1708, Le veritable Vauban se montrant au lieu du faux Vauban.

29

38

18

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 218, s.n., s.d.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 208, s.n., s.d.

30

19

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 209, s.n., s.d.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 185, Bodenehr G., ca. 1720.

SAI, Oude Drukken, 355/1744-1745/LEPR (convoluut), Le Prestre de Vauban S., 1744, Der Angriff und die Vertheidigung der Festungen.

31

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 106, Avelines, eind 17de eeuw.

39

SAI, Oude Drukken, 355/1741/SEVI*, Sevin de Quincy C., 1741, L’ art de la Guerre, deel I.

40

SAI, Oude Drukken, 355/1741/SEVI**, Sevin de Quincy C., 1741, L’ art de la Guerre, deel II.

41

SAI, Oude Drukken, 355/1747/MULL, Muller J., 1747, The attack and defence of fortify’d places.

42

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 128, Harrewyn, 1708.

20

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 186, A.R. Sculp.,1723.

21

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 210, s.n., s.d.

32

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 92, Marot, 1678.

9

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 67, Merian C., 1659.

22

33

10

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 73, Perel, 1648.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 213, s.n., s.d.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 96, De Chatillion L., 1678.

23

34

11

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 180, Stridbeck J., 1710.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 211, s.n., s.d.

24

12

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 191, Bodenehr G., ca. 1725.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 137, Harrewyn, begin 18de eeuw.

SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR*, Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places, deel I.

35

SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR**,

Vauban en de Ieperse vestingen

1

 55 


Vauban en de Ieperse vestingen

 56 

43

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 12, s.n., ca. 1774.

53

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 46.

44

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XX.

54

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 307/4.

55

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 93, s.n., ca. 1715.

56

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 45, s.n., 18de eeuw.

57

45

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXI.

46

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXIb.

47

SAI, Oude Drukken, 355/1690/BEHR, Behr J. H., 1690, Der aufs Neu verschantzte Turenne oder Gründliche Alt- und Neue Kriegs-Bau-Kunst.

48

SAI, Kasselrijarchief, 1ste reeks, nr. 380.

49

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 100.

50

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 44.

51

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 197.

52

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 245.

64

SAI, Fotocollectie, F004-8, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

65

SAI, Fotocollectie, F006-6, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

66

SAI, Fotocollectie, F006-11, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

SAI, projectplan citadel, 1699.

67

58

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 34, s.n., s.d.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 160, de Beaulieu, ca. 1684.

68

59

SAI, Fotocollectie, F002-25, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 94, Fricx E. H., 1709.

69

60

SAI, Fotocollectie, F003-6, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 63, de Caligny, eerste helft 18de eeuw.

70

61

SAI, Fotocollectie, F003-11, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 63, de Caligny, eerste helft 18de eeuw.

70bis

62

SAI, Fotocollectie, F004-4, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

63

SAI, Fotocollectie, F003-19, opnames plan-reliëf Palais des Beaux-Arts, Rijsel.

74

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 8, Baillieu, 1708.

75

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXII & XXIII.

76

SAI, Collectie Ingelijste Documenten, A18, Koninklijke ordonnantie betreffende het betalen van huurgelden voor het gebruik van paarden, 1706.

77

SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 307, de Caligny, 1698.

SAI, Collectie Ingelijste Documenten, A311, Koninklijke ordonnantie betreffende de openbare aanbesteding voor het afbreken van retranchementen langs het kanaal van Lo en in de parochie Zillebeke, 3 juni 1712.

78

71

SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 256, s.n., ca. 1690, deel I.

SAI, Kasselrijarchief, 2de reeks, nr. 8.

79

72

SAI, Ieperse Aanwinsten, nr. 256, s.n., ca. 1690, deel II.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 149, de Fer N., 1695.

80

73

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXIV.

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 79, Fricx G., 1745.

81

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 163, Capitaine L., 1795-1796.


82

SAI, Oude Drukken, 949.3.02/1755-1756/DEBE, de Beaurain J., 1755, Histoire militaire de Flandre, 3 delen.

92

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXII.

83

SAI, Kaarten en Plannen, nr.187, Schreibern J. G., 1750.

93

84

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 130, s.n., s.d.

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXIII.

85

SAI, Kaarten en Plannen, nr. 169, A.R., 1712.

86

SAD, in bruikleen. CR.22, Schenk, 1712.

87

SAD, in bruikleen. CR. 25, s.n., s.d.

88

SAD, in bruikleen. CR. 36 (bis), s.n., s.d.

89

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXVII.

90

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXX.

91

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXI.

94

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXIV.

95

SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1858, Vereecke J.J.J., 1858, Histoire militaire de la ville d’Ypres, XXXVII.

96

SAI, Oude Drukken, 355/1737-1742/LEPR, Le Prestre de Vauban S., 1737, De l’Attaque et de la Defense des places.(Afb. van a - m)

97

98

SAI, Bibliotheek, 944.28/2007/DESP, Despriet Ph., 2007, De geniale Vauban en de pré-carrévestingen 1677-1713. SAI, Oude Drukken, 355/1746/MULL, Muller J., 1746, A treatise containing the elementary part of fortification, regular and irregular.

99

SMI, in bruikleen. Grondplan van de fontein op de Grote Markt van Ieper, s.n., s.d.

100

SMI, in bruikleen. Aquarel van de fontein op de Grote Markt van Ieper, Broude, 1752.

101

SMI, in bruikleen. Medaille van de belegering van Ieper, 1678.

102

SMI, in bruikleen. Medaille van de fontein op de Grote Markt van Ieper, 1689.

103 SAI, Bibliotheek, 949.33/IEPE/1877, Vandenpeereboom A., 1877, Essai de numismatique yproise. 104

NMBS-Holding Historisch Patrimonium, in bruikleen. Ritbord Vauban.

105

SAI, Kasselrijarchief, 6de reeks, nr. 2979.

106

SAI, Bibliotheek, 929.50/LEPR/1971, Blomfield R., 1971, Sebastien le Prestre de Vauban.

Vauban en de Ieperse vestingen

 57 


Vauban en de Ieperse vestingen

ďƒ­ 58 ďƒŽ


Deze tentoonstelling is een realisatie van het Stadsarchief Ieper. Catalogus:

Jules Allemon, Katrien Goudeseune, Rik Opsommer

Tentoonstelling:

Jules Allemon, Katrien Goudeseune

Grafische vormgeving:

Frederik Pattyn

Bruikleengevers:

Stadsarchief Diksmuide, Stedelijke Musea Ieper, NMBS-Holding Historisch Patrimonium

Met medewerking van:

Chris Vandewalle, Peter Bossu, Jozef Dauwe, Philippe Vanderghote, de stedelijke diensten en in het bijzonder de medewerkers van het Stadsarchief en de technische dienst

Met financiĂŤle steun van Septentrion Wettelijk depot: D/2007/0271/02

Vauban en de Ieperse vestingen

Colofon


Stadsarchief Ieper - Lange Meersstraat 9 - 8900 Ieper Tel. 057 239 440 - Fax 057 239 449 - archief@ieper.be - www.ieper.be

Profile for Stad Ieper

Vauban en de Ieperse vestingen  

Catalogus naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling (2007)

Vauban en de Ieperse vestingen  

Catalogus naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling (2007)

Profile for stadieper
Advertisement