__MAIN_TEXT__

Page 1

Wandel een eeuw terug in de tijd


De Gele Legende 1900

Huis Verluyten / Pain Deco 1899/1905

Dit plannetje gidst u langs de belangrijkste artnouveau-huizen in Geel. Maar er zijn nĂłg mooie voorbeelden van door deze bevlogen kunststroming beĂŻnvloede architectuur in Geel. In het begin van de Dr. Van de Perrestraat bijvoorbeeld, vindt u in de buurt van de villa Brembloem (foto) meerdere huizen uit het begin van de 20ste eeuw, die duidelijke art-nouveaukenmerken dragen. Op de Pas is er het huis Exsteen (foto) dat in dat opzicht meer dan de moeite waard is. Laat dit daarom een uitnodiging zijn om met open ogen op verkenning te gaan in het centrum en de hoofdstraten van Geel.


Villa Heidebloem 1899

Quadratura / De glazen kast 1905

Huis Vandoninck 1912


Art nouveau: een inleiding In de periode 1890-1914 manifesteerden zich overal in Europa gelijkaardige nieuwe kunststromingen. Ze waren meer dan een gewone kunststroming, ze waren ook een nieuwe wijze van denken en leven. Men wilde de gewone mens van toen interesse voor kunst en cultuur bijbrengen. De overkoepelende term voor deze stromingen in België en Frankrijk is art nouveau, terwijl in Duitsland en Oostenrijk de term Jugendstil wordt gebruikt. De stromingen manifesteerden zich niet alleen in gebruiksvoorwerpen (glaskunst, sieraden en meubels), maar ook in de schilderkunst en de architectuur. De kunstenaars kenmerkten zich door een optimistisch wereldbeeld, een voorliefde voor het gebruik van nieuwe en moderne technieken, een afkeer van symmetrie en een voorkeur voor ornamentiek. In de architectuur is het veelvuldig gebruik van nieuwe materialen (ijzer en glas) zeer opvallend. Door de combinatie van beide kon men veel licht binnenlaten. Gekleurd glas zorgde voor intimiteit, wat moest bijdragen tot het geluk van de bewoner. De ijzeren balken vormden draagelementen, waardoor binnenmuren overbodig werden. Smeedijzer werd vooral gebruikt voor balkonbalustrades en trapleuningen. Voor trapleuningen werd het hout bijna fluweelachtig gepolijst. Ook (gepolijst) marmer werd vaak gebruikt omwille van zijn grafische rijkdom van aders en kleuren. Koper en brons kon je vooral terugvinden in deur- en venstersluitingen. Het gebruik van kleuren moest een atmosfeer creëren van kalmte, rust en ontspanning. Vandaar dat de art-nouveau-architecten werkten met gekleurd glas, gekleurde baksteen en tegels, sintelstenen... Hun ontwerpen zaten ook vol met plantenvormen, kronkelingen en wringende bochten. Al die draaiingen uit de natuur werden aangedikt tot vergrote effecten. Eén van de meest opvallende kenmerken, is het gebruik van het ‘zweepslagmotief’. In plaats van een gewone buiging te laten uitlopen in een zachte ronding, werd het einde versterkt door een onverwachte en energievolle tegenbeweging. Dit motief is terug te vinden in balkonbalustrades, trapleuningen, glasramen en zelfs in muurschilderingen. Het is vooral bekend in België. Bij art nouveau was het decoratief en esthetisch oogpunt zeer belangrijk. Toch heeft de stroming niet lang bestaan. Het overdreven ornamenteel karakter van de soms pretentieuze gevels riep veel tegenstand op. De evolutie van nog andere kunststrekkingen, zoals het meer sobere art deco, verdrong de art nouveau naar de achtergrond. Men ging vanaf de jaren 1910-1920 meer streven naar rationaliteit, en minder naar decoratie. De bekendste Belgische art-nouveaukunstenaars zijn Victor Horta en Henry Van de Velde. Het Paleis voor Schone Kunsten, Hotel Tassel en het Hortamuseum (allen in Brussel) zijn enkele van Horta’s bekendste verwezenlijkingen. Deze brochure gidst u door art nouveau in een provinciestadje: Geel.

Een typisch zweepslagmotief in een rond venster van de Pain Deco.


Gust Leurs,

de man die de art nouveau in Geel introduceerde

Augustinus, alias ‘Gustje’ Leurs (1853-1916) was een veel besproken Gelenaar aan het begin van de 20ste eeuw. Hij was aannemer van bouwwerken, (selfmade-)architect, hotelhouder en lokaal politicus. Hij was de zoon van een aannemer uit de Nieuwstraat en trouwde in 1881 met Rosalia Heylen, de dochter van de eigenaar van het nu verdwenen hotel Het Lam. Later bouwde Leurs zelf een pracht van een hotel in de Stationsstraat. (In de ene, bewaarde helft is nu een apotheek.) Maar Gustje Leurs streefde vooral naar politieke glorie. Hij was een groot pleitbezorger van het algemeen stemrecht. Daarom was hij in het door conservatieve katholieken gedomineerde Geel al snel dé grote opposant, ja zelfs de ‘antichrist’ die getemd moest worden. Leurs’ politieke carrière werd een flop, hij zou nooit volksvertegenwoordiger of burgemeester worden. Vandaag straalt zijn faam alleen nog af van sommige van zijn bouwwerken, die de jaren hebben getrotseerd. August Leurs bouwde in Geel o.a. de Minerva, dé 20ste-eeuwse cinema van Geel, echt een pareltje. Dat gebouw van rond 1910 bracht een geweldige innovatie in het Geelse openbare leven. Het hele complex rustte op diep in de grond gegoten betonnen pijlers, die de stabiliteit moesten verzekeren op die moerassige plek. Aan de achterkant was er een brede houten poort, waarlangs men met paard en kar het theater kon oprijden. Het cinemacomplex zelf bestond uit een benedenzaal en een door pijlers ondersteund balkon, alles samen goed voor 400 zitplaatsen. Tussen benedenzaal en balkon was er een verbruikszaal. De Minerva werd in 1993 gesloopt. Verder bouwde Leurs in Geel ook nog het huis Exsteen (op de Pas), het hoekhuis KollegestraatGasthuisstraat (nu Quadratura), de Protestantse Tempel (van Disselhuis, Stationsstraat), het huis van dokter Verluyten (nu Pain Deco), het Kasteeltje in de Nieuwstraat (op de plek van Pedico) Villa Heidebloem (Heidebloemstraat) en zijn reeds genoemde eigen hotel De Gulden Poort (Stationsstraat). Hij heeft o.a. ook het gemeentehuis van Retie en de kerk van Mol-Rauw gebouwd. Het vreemde aan Leurs’ bouwwerken is dat ze allemaal een eigen stijl hebben, die zelf een mix is van alle mogelijke stijlen. Zijn materialen variëren ook enorm, hij gebruikte bijvoorbeeld ijzerzandsteen, arduin, breuksteen, witte steen, verschillende kleuren baksteen, houten erkers, gieten smeedijzer. Het leek wel dat hij wilde etaleren wat hij allemaal in de aanbieding had. August Leurs overleed op 2 augustus 1916. Hij was toen 63 jaar oud, berooid en eenzaam. De tekst van zijn bidprentje was behoorlijk ‘katholiek’ voor iemand die het leven zo op stelten heeft gezet in een door de Heer en zijn vertegenwoordigers gedomineerd dorp. De meeste huizen die hij naliet, hebben de tand des tijds echter goed doorstaan.

Wist je dat… … de campagne van 1906 Gustje Leurs ‘handenvol geld’ kostte en geïnspireerd was op de toen heersende barnum-propagandacultuur in de Verenigde Staten? … zijn prachtige vierkleurenaffiche zelfs in New York werd gedrukt? … Leurs contacten had met een pas verkozen volksverwoordiger: niemand minder dan priester Adolf Daens?

Gustje Leurs op zijn barnum-verkiezingsaffiche in 1906.


De Gele Legende

Stationsstraat 128

Bouwjaar: begin 1900. Architect: Florent Vergouts Bewoners, eigenaars: - 1900-1953: familie Vergouts (woonhuis) - 1953-1990: Egidius Van den Broeck (woonhuis) - 1990-2004: Paul Vanlommel (bloemenwinkel) - sinds 2004: Emmanuela Govaerts (woonhuis)

Art-nouveau-kenmerken Binnen: Vele ramen en deuren met ijzeren sluitwerk zijn nog authentiek • oud tongewelf in souterrain • houten trap met versierende natuurelementen • versierende banden en bogen waarin terugkerende versieringen met natuurelementen • marmeren schouwen • rood glasraam • spiegel met dezelfde versierende motieven. Buiten: Gevel (beschermd door BPA) Twee (horizontale) bouwlagen, twee (verticale) traveeën, waarvan het rechtse vooruit springt. Verhoogde begane grond. Souterrain met getralied venster en gelijkvormige deur, te bereiken via een trap. Raamwerk: • de linkertravee: - achteruitwijkende ingang - trompe-l’oeil paneel bedekt vroegere doorkijk naar tuin - loggia met grote rondboogdeur, afgeboord met rood-gele baksteen. Toegangstrap is afgesloten met sierlijke ijzeren leuning. - rechthoekig venster met boogvorm, eveneens afgeboord met rood-gele baksteen. Daaronder: vensterversiering in groene tegels. - onder de vooruitspringende houten kroonlijst keert deze versiering terug, onder de houten consoles. - zadeldak met eenvoudig dakvenster, bedekt met leien • de rechtertravee:


- torenvormig, verhoogd met bovenaan een houten balkon met schildvormige luifel - afgeknot schilddak met een bekronende ijzeren balustrade. - boven het souterrain een rechthoekig venster, bekroond met een versierende boog. - op de eerste verdieping een rechthoekig venster, onder een ijzeren balk met rozetten. Gebruik van diverse materialen: gele baksteen contrasterende geometrische figuren in rode baksteen arduin - ijzeren balustrades, sierankers, trapleuningen houten balkon.

De Stationsstraat rond 1910, met De Gele Legende (links) -toen nog gewoon het huis Vergoutsals een van de dominerende elementen.


Quadratura

(de glazen kast) Kollegestraat 101

Bouwjaar: 1905. Architect: August Leurs Bewoners, eigenaars: - 1905-1907: August Leurs (aannemer-architect) - 1907-1918: Petrus Joseph Adriaens-Willems (handelsreiziger, winkelier) - 1918-1922: Dausi Isidoor Adriaan Verdonck (baardscheerder) - 1922-1976: Vermeulen (kruidenier) - 1976-1993: Coppens-Assen (o.a. gebruikt door VDAB, rijschool) - 1993-1996: Estate NV (vennootschap Bob Verbeeck) - sinds 1996: Koen en Wendy Van Nieuwenhuyze-Mol (Quadratura)

Art-nouveau-kenmerken Binnen: Enkele ramen en deuren zijn nog authentiek • het huis is in kleine ruimtes onderverdeeld • een wenteltrap bevat nog overblijfselen van rookkanalen • de schoorsteenmantels in elk kamertje en de moulures aan het plafond getuigen nog van de vroegere rijkdom. Buiten: Gevel (beschermd door BPA). Dit hoekhuis met afgeschuinde hoek bevat twee (horizontale) bouwlagen en twee (verticale) traveeën. Een mansardedak (rechtopstaand dak) met ingewerkt rond venster bekroont het geheel. Er zijn diverse materialen gebruikt: baksteen in de lijstgevels, arduin in balkon en erker, ijzerzandsteen in de ontlastingsbogen en natuurstenen plinten op de grond. Het huis bevat veel ramen waarrond versieringen zijn aangebracht: rondboogvelden met kleuringen (geel en rood), ontlastingsbogen (boven de ramen om het verticale van de gevel te


doorbreken), versierende tegels onder de ramen en kleine ramen (linkertravee, aan de kant van de Gasthuisstraat). Boven de ramen vinden we vaak een ijzeren balk met rozetten. Het balkon op de hoek heeft smeedwerk met de typische zweepslagmotieven. Een houten erker doorbreekt de horizontale lijn van de dakrand. Erboven is een dakvenster met omgaand ijzerwerk.

Ook hier het typische tussenwerk in gekleurde tegels.

In 1906 poseerde Gust Leurs himself trots op het balkon van ‘zijn’ prachtig en ingenieus geconstrueerd art-nouveau-huis.


Huis Vandoninck

Kollegestraat 13

Bouwjaar: 1912. Architect en opdrachtgever: J. Van den Plas Bewoners, eigenaars: - 1912-?: ? - ?-1942: Van Roy, diamantair - 1942-1949: ? - sinds 1949: fam. Vandoninck, momenteel Mai en Jeanne Vandoninck

Art-nouveau-kenmerken Binnen: De vloermozaïek in de inkomhal • enkele moulures aan het plafond in de inkomhal met reliëfs van guirlandes en planten- en bloemenmotieven Buiten: De gevel (beschermd door het BPA). Het betreft een alleenstaand dubbelhuis met drie (verticale) traveeën en twee (horizontale) bouwlagen. De woning heeft een zadeldak met op de rechtertravee een driehoekige verhoging. Er zijn diverse materialen gebruikt: rode en gekleurde baksteen, blauwe arduin, ijzerzandsteen, witte keramieksteen, gesinterde stenen en hardsteen (onderaan). De vensters hebben een verschillende structuur in elke travee. In de linkertravee: hoefijzerboogvormige driedelige vensters, van elkaar gescheiden door een versierend gekleurd gedeelte. Rond de vensters loopt een versierende band. De middentravee heeft een rechthoekige tweedelige deur onder een arduinen latei (balk) op consoles. Er is versierend ijzerwerk met zweepslagmotief in de deur en een ronde lichtboog met gekleurd glas zorgt voor bovenlicht. Daarboven zien we een tweedelig hoefijzervormig venster met deels gekleurd glas. De rechtertravee heeft op de benedenverdieping twee van elkaar gescheiden rechthoekige vensters, onder één sgraffitopaneel. Op de eerste verdieping staan twee van elkaar


gescheiden rechthoekige vensters, elk onder een afzonderlijk sgraffitopaneel. Het ronde (rad)venster tussen de driehoekige houten uitbouw is geflankeerd door ijzeren sierankers.

Een bescheiden schoonheid Het huis Vandoninck is een typisch artnouveauhuis, in 1912 gebouwd door architect J. Van den Plas in het centrum van Geel (zie ook: Villa Heidebloem). In 1949 werd het huis gekocht door veearts Vandoninck. Twee van zijn drie kinderen wonen er nog steeds. De architect gebruikte voor elke travee ietwat verschillende ramen, een typisch kenmerk van de art nouveau. De driehoekige rechtertravee steekt ook fier boven de twee andere uit. In de voorgevel worden vele geometrische vormen gebruikt, zoals hoefijzerboogvormige ramen en een radvenster. Let ook op het gebruik van gekleurd glas in de vensters van de eerste verdieping. In de rechtertravee sieren rechthoekige en hoefijzerboogvormige ramen onder sgraffitopanelen het huis met hun kleurrijke loodkleuringen. De sgraffitopanelen (foto) zijn in de loop der tijd wel verkleurd door weer en wind, maar met een beetje fantasie kan je je inbeelden hoe mooi en kleurrijk het ooit moet geweest zijn.

Het huis Vandoninck rond 1910. Toen woonde architect Van den Plas er nog.


Pain Deco Stationsstraat 57

Bouwjaar: 1898 (nu verdwenen), 1899 (rechtse deel) en 1905 (linkse deel) Architect en opdrachtgever: Gust Leurs (1853-1916) Bewoners, eigenaars: - 1898-1934: fam. August Leurs (aannemer, architect) - 1934-2006: fam. Verluyten - sinds 2006: Jo en Wendy De Belder (Pain Deco)

Art-nouveau-kenmerken Binnen: Zeer mooie schouwen in zwart en wit marmer. Pronkstuk is de wintertuin met grotwerk van cement, ingewerkte spiegels, imitatiehout en een mozaïekvloer met bloemenmotieven. Buiten: Het betreft een dubbelhuis met een en twee (verticale) traveeën en twee (horizontale) bouwlagen. Het leien mansardedak is versierd met waterspuwers om het hemelwater naar de gootsteen eronder te leiden. Diverse materialen zijn gebruikt: rode en gekleurde baksteen, blauwe arduin, ijzerzandsteen, witte keramieksteen voor de motieven in de gevel, gesinterde stenen en hardsteen. In het linker gedeelte vinden we ronde art-nouveau-vensters met omlijsting van ijzerzandsteen, en aanzet- en sluitstenen van arduin. Opvallend zijn ook de oeil-deboeufvensters in het dak. In het rechtse huisdeel zien we een rechthoekige deur met bloemenfries onder een gebogen fronton en dubbel bovenlicht. Daarboven is er een rechthoekig venster, afgesloten met een boog, waartussen kleurige tegels als versiering. De rechtertravee heeft een driedelig benedenvenster met daarboven een (voorlopig afgebroken) balkon en een dakvenster, oplopend in een driehoek. Het huis met de rotswand De bouw van dit driedelige huis duurde vijf jaar. Het oudste deel, opgericht in 1898, is nu verdwenen en vervangen door een appartementsgebouw. Het huidige rechterdeel wordt op de gevelstenen gedateerd “anno 1899”; het linkerdeel werd opgericht in 1905. August Leurs had hier niet enkel een huis, maar ook zijn magazijnen. In 1934 kwam het huis in


handen van de familie Verluyten die er o.a. een dokterspraktijk had. In 2006 werd het pand aangekocht door Johan De Belder, die er met zijn vrouw Wendy een broodjeszaak annex eethuis uitbouwde. Het dubbelhuis bestaat uit twee horizontale bouwlagen, met in het linkergedeelte één travee en in het rechterdeel twee. Het linkerdeel heeft een mansardedak met oeil-de-boeufvensters. Vier waterspuwers lozen niet enkel het overtollige water in de onderliggende goot, maar halen ook de negatieve invloeden van het huis weg (aldus de eigenaar). Twee rechthoekige vensters worden op de benedenverdieping bekroond met een boogvormig fronton. Op de eerste verdieping bevindt zich een prachtig rond art-nouveau-venster met een omlijsting van ijzerzandsteen. De aanzet- en sluitstenen van dit venster zijn in arduin. Sierlijk ijzersmeedwerk met zweepslagmotief geeft er een frivool toetsje aan. De eerste verdieping is uitgewerkt in gele baksteen, met onder de daklijst een kleurrijk spel van rode en gele baksteen. Eigenaar Jo De Belder in Het rechterdeel is opgebouwd uit twee verticale lagen. In de eerste de fameuze rotstuin van travee zien we een rechthoekige deur met daarboven een fraai de Pain Deco. bloemenmotiefje, bekroond met een rond fronton. Het verticaal ingedeelde venster erboven zorgt voor een dubbele lichtinval naar de trappenhal binnen. Het simpele rechthoekige venster daarboven wordt eveneens bekroond met een rond fronton, dat mooi ingevuld is met bruin-blauwe tegels. De tweede travee heeft een driedelig venster op de benedenverdieping. Het grote middenvenster wordt op de eerste verdieping doorgetrokken in de balkondeur. Op het dak is in dezelfde verticale lijn een laatste venster geplaatst, dat eindigt in een driehoekig dakkapelletje. Het kleine keldervenstertje ligt overigens op diezelfde lijn. Onder de met houten schraagelementen ondersteunde dakgoot doorbreken kruisvormige witte patronen de baksteenstructuur. Het balkon zelf is om veiligheidsredenen afgebroken. We komen binnen langs een statige trap en bereiken de eetkamer door een houten deur. Binnen staan twee prachtige marmeren schouwen, één zwarte en één witte. In de prachtige wintertuin ligt een mozaïekvloer in Italiaans marmer. Het grotwerk is opgebouwd met cement. Op een ruwbouw van stenen en metalen ankers werd met de hand en in cement een rotswand geboetseerd. Ingewerkte spiegels, imitatiehout, ruimtes voor planten en de mozaïekvloer met bloemenmotieven zorgen ervoor dat je hier al je zorgen eventjes vergeet. Een kleine bocht in de eetkamer zorgt De Stationsstraat rond 1910. Het huis, dat door aannemer/ er overigens voor dat je van archirect Gust Leurs werd bewoond, bestond toen nog uit drie binnen altijd zicht hebt op de delen. rotswand van de wintertuin.


Villa Heidebloem

Heidebloemstraat 45

Bouwjaar: 1898-1899. Architect en opdrachtgever: J. Van den Plas Bewoners, eigenaars: - 1899-1950: J. Van den Plas (†1944) - 1950-1990: Egidius ‘Guide’ Dries (alias ‘de Krak’, biersteker) - 1990-2009: Frans Dielis (fotograaf, Studio 73)

Art-nouveau-kenmerken Binnen: De vloer van de inkomhal is bekleed met een kleurrijke mozaïek met het woord “Welkom”. In de grote woonkamer vinden we de typische haard terug in marmer. Moulures aan de plafonds, een aantal deuren en ramen wijzen op art nouveau. Ook in het huis zelf is ijzer gebruikt als bouwmateriaal. Ramen en deuren zijn in pitch pine, een ijzersterke houtsoort. Buiten: Villa Heidebloem is een dubbelhuis met twee (horizontale) bouwlagen en vier (verticale) traveeën. Het rechterdeel steekt vooruit, met daarin nog eens vooruitspringend de schoorsteen. Er zijn diverse materialen gebruikt: baksteen, gekleurde baksteen voor de hoekstenen (blauw en geel) en bandlagen (geel) rond het huis, natuursteen aan de grond, ijzer. De steekboogdeur en de ramen op het gelijkvloers worden versierd met kleurrijke glas-inloodramen, met elementen uit de natuur. De overige ramen aan de voorgevel zijn rechthoekig met een boogversiering boven. Daartussen zien we sgraffito met plantenmotieven. Het balkon is getooid met smeedijzeren hekwerk. Aan de voorgevel bemerken we vier smeedijzeren sierankers tussen de eerste en de tweede bouwlaag en nog eens vier tussen de tweede bouwlaag en het dak. Er is ook smeedijzeren versiering in het zadeldak, dat tweemaal doorbroken wordt door driehoekige dakvormen, eenmaal in hout, eenmaal in steen met de naam ‘Heidebloem’ ingewerkt. Het zadeldak met piramidevormig torentje wordt bekroond met een ijzeren versiering.


Een beauty achterin De art-nouveau-villa Heidebloem werd in 1899 gebouwd als woonhuis voor en door architect J. Van den Plas. Het huis heeft een vierdelige verticale indeling met twee bouwlagen. Het rechter gedeelte steekt vooruit en doorbreekt zo de vlakke voorgevel. In dit deel wordt de lijn van de schoorsteen extra geaccentueerd door nog eens uit te springen. Het deel wordt door een driehoekig dak besloten: een voorbeeld van de speelsheid die de art nouveau kenmerkt. Het zadeldak wordt overigens nogmaals doorbroken door een piramidevormig torentje, afgewerkt met een ijzeren bekroning. De villa is opgetrokken uit rode baksteen met decoratief gekleurde baksteen in de hoeken (blauwgeel) en in de vier bandlagen (geel) die over de hele lengte van het huis lopen, en voor een mooie horizontale indeling zorgen. De azuurblauwe kleur van de natuursteen komt ook terug in de boogversieringen boven de ramen. In die bogen is sgraffito aangebracht met vormen die aan de natuur ontleend zijn. Ook nog te vermelden zijn de kleine versieringen in de dakrand. Opvallend hoe kleurrijk de villa is in vergelijking met andere huizen uit die tijd. De naam ‘Heidebloem’ is aan de westkant van de woning decoratief weergegeven in boogvorm. Een kleurige guirlande accentueert de naam. Ook hier is er een vooruitspringend gedeelte, het linkergedeelte ditmaal, weer bekroond met een driehoekig dak. De naar boven steeds kleiner wordende ramen trekken de aandacht naar de naam toe. Het gebruik van nieuwe materialen zoals ijzer in het smeedijzeren balkon boven de voordeur, is samen met de sierankers tussen elke bouwlaag een duidelijk art-nouveau-kenmerk. Als je het huis nadert, zie je de glas-in-loodramen in de voordeur en de ramen op de begane grond. De met plantenranken versierde voordeur is geïnspireerd op natuurthema’s.

Op een gekleurde prentkaart van rond 1905. ‘Château’ de Heidebloem stond toen helemaal in z’n eentje mooi te wezen.


Jonge mensen en oude huizen Deze brochure kwam tot stand na een klasproject door de leerlingen van 6WW6B en 6WW8 van het Sint-Dimpnacollege van Geel. Zij bezorgden het basismateriaal, bestaande uit interviews, technische fiches, foto’s en artikels. Quadratura: Neel Ceustermans, Ruben Hoes, Michiel Taels, Bert Heylen, Filip Van Hirtum en Wouter Vankrunkelsven. Huis Vandoninck: Gianni Claes, Ben Clerix, Evelien Geukens, Rik Van Bael, Christina Van Laer, Stijn Laenen. De Gele Legende: Steven Hoes, Cedric Lodts, Jurgen Pauwels, Paulien Peetermans, Sabine Thieren en Flor Wouters. Pain Deco - Huis Verluyten: Emily Haest, Sam Milis, Nada Mourad Tawfic, Eline Oeyen, Ewoud Van Esch, Hannes Van Eynde, Elien Willekens. Villa Heidebloem: Luc Vandecruys. Tekening plannetje: Emily Haest & Nada Mourad Tawfic.

Met dank aan alle (ex-)bewoners van de huizen in kwestie, het Stadsarchief van Geel, Toeristische Dienst Geel, Nieuwsblad van Geel, Gasthuismuseum Sint-Dimpna Geel.

Profile for Stad Geel

Art Nouveauwandeling  

Ook in Geel springt de Art Nouveaustijl in het oog. In de Art Nouveauwandeling langs vijf bijzondere bouwwerken, met veelvuldig gebruik van...

Art Nouveauwandeling  

Ook in Geel springt de Art Nouveaustijl in het oog. In de Art Nouveauwandeling langs vijf bijzondere bouwwerken, met veelvuldig gebruik van...

Profile for stadgeel