STABU-bulletin mei 2015

Page 1

Stabulletin JAARGANG 30 | NUMMER 02 | MEI 2015

Ben Bekkering: “Belangrijk is dat opdrachtgever en uitvoerder elkaar begrijpen, zodat het waarom, het doel en de kaders duidelijk zijn”

Rob van Gijzel: “Innoveren om te overleven, die mentaliteit mist de bouwsector”


VOORWOORD

voorwoord Marc Verhage algemeen directeur STABU

De tweede uitgave in 2015 van het bulletin ligt voor u. De vierde editie in de nieuwe opzet. Inmiddels zijn we een aantal maanden op weg met STABU Bouwbreed. Het is goed te zien dat steeds meer mensen de weg naar Bouwbreed weten te vinden. Er is ondertussen veel over geschreven en gediscussieerd. De een vindt het geweldig, de ander zegt er niets mee te kunnen. Veranderen is moeilijk. Het is niet zomaar een aangepaste systematiek die we op de markt brengen. Het vraagt een andere manier van denken, aanvullende kennis en een complete heroriëntatie van nut en noodzaak van informatiemanagement in de keten. Terecht dat onze trouwe klanten zich zorgen maken om de gevolgen die dit voor hun dagelijkse praktijk brengt. Wie gaat dat bijvoorbeeld betalen? En waarom moet dit nu allemaal, het gaat toch al 25 jaar goed? Daarnaast is er een grote groep potentiële gebruikers van Bouwbreed. “STABU, dat is toch die partij van die bestekken, waardoor je als aannemer of installateur altijd aan het kortste eind trekt?” Wij moeten deze groep duidelijk maken dat STABU in de nieuwe opzet ook voor hen van onschatbare waarde kan zijn. Onbekend maakt tenslotte onbemind. De materie is bovendien moeilijk te doorgronden, met al die nieuwe wet- en regelgeving. In de praktijk wordt dat - geheel begrijpelijk, maar volkomen onterecht - vaak afgedaan als onbelangrijk. Voor fabrikanten is er inmiddels een aantal databases van diverse serviceproviders. Voor hen is de vraag relevant: ‘waar moet ik in investeren?’ Mijn antwoord is dan heel simpel: wat wil je bereiken? Wil je als eerste gevonden worden in projectbeschrijvingen (voorheen: bestekken) en wil je volledig voldoen aan de vigerende (Europese) wet- en regelgeving? Investeer dan in STABU. Wil je ook gemakkelijk opgenomen worden in catalogi, gevonden worden bij de handel en uiteindelijk je producten geleverd zien worden op de bouw? Investeer dan ook in 2BA. Het is geen of/of vraag, maar een en/of vraag. Al met al is er nog veel werk aan de winkel om ons verhaal zo duidelijk mogelijk te maken en de meerwaarde van Bouwbreed te bewijzen. En dat lukt uiteraard alleen met uw hulp. Wij vragen een oprechte kans om ons verhaal te doen, een veranderingsbereidheid, een interesse in al die nieuwe dingen die er tegenwoordig in de veranderende markt toe doen. Ga Bouwbreed vooral uitproberen en lever feedback. Met uw feedback kunnen we de systematiek en de software blijven verbeteren. Wij blijven onze boodschap via diverse kanalen verkondigen en verduidelijken. Dat doen we middels onze roadshows, workshops, STABU m@ils, website, LinkedIn, Twitter en dit bulletin. Dit voorjaar ook via het prachtige boek ‘Het architecten punt’ en met een item in het programma ‘Doe maar duurzaam’ dat in augustus zal worden uitgezonden op RTL7. In dit bulletin weer een aantal interessante artikelen: Schout-bij-nacht Ben Bekkering van de Koninklijke Marine trekt een aantal parallellen tussen Defensie en de bouwsector. Burgemeester Rob van Gijzel vertelt over het succes van zijn gemeente Eindhoven en de lessen voor de bouwsector. Meindert Smallenbroek, vertrekkend directeur Bouwen van het ministerie van BZK laat een aantal gedachtes na aan de sector. Ten slotte brengt DUS architecten het 3D printen van een woning onder de aandacht en Walther Ploos van Amstel deelt zijn SMART ervaringen met ons. Ik wens u weer veel leesplezier. Take care of business! Marc Verhage algemeen directeur STABU

STABULLETIN | 2


INHOUD

inhoud 2 4

8

Voorwoord: Marc Verhage

Schout-bij-nacht Ben Bekkering, Koninklijke Marine: “Laten we vooral in elkaars geest kruipen”

Rob van Gijzel, burgemeester Eindhoven: “Innoveren om te overleven, die mentaliteit mist de bouwsector”

14

colofon Ontwerp: BouwStijl Media, Rotterdam

STABU Postbus 36 6710 BA EDE Telefoonweg 32 6712 GC EDE

Redactie: BouwStijl Media, Rotterdam ISSN: 1384-7872

Tel. 0318 63 30 26 Fax. 0318 63 59 57 E-mail: info@stabu.nl Website: www.stabu.org

Copyright: STABU

Coverfoto: Toenmalig Commandeur Bekkering in zijn functie als commandant van de ‘Standing NATO Maritime Group 2’

STABU nieuws: STABU neemt advies ter harte

17

Jur Deckers vanuit het bestuur: Keuzevrijheid door standaardisatie

18

Hedwig Heinsman: “3D-printen gaat op heel veel niveaus in de bouw zaken op scherp stellen”

20

Meindert Smallenbroek: “De bouw moet vraaggerichter, innovatiever en duurzamer”

22

partner voor betonstructuren

Column Walther Ploos van Amstel: Smart is het nieuwe zwart

Maarten de Graaf: ‘Beton veiliger maken dat is onze missie’

Betonafdrukken van de GIAN-structuurmatten

GIAN® Antislip In beton gegoten veiligheid

Voor meer informatie: info@companero.nl / www.companero.nl

STABULLETIN | 3


INTERVIEW

Schout-bij-nacht Ben Bekkering, Koninklijke Marine:

“Laten we vooral in elkaars geest kruipen”

“Internationale samenwerking is een langdurig traject waarin het versterken van vertrouwen centraal staat” STABULLETIN | 4


INTERVIEW

Ben Bekkering

Marc Verhage

Er zijn weinig sectoren die meer van elkaar verschillen dan de bouw en de marine. Toch zijn er ook verrassend veel parallellen. Dat blijkt uit een vraaggesprek met plaatsvervangend Commandant der Zeestrijdkrachten, Schout-bij-nacht Ben Bekkering en STABU directeur Marc Verhage, die als Zeeofficier ook een historie bij de Koninklijke Marine heeft. Wat zijn de overeenkomsten tussen deze op het oog zo verschillende werelden? En wat kunnen ze van elkaar leren?

Een eerste gelijkenis tussen de bouw en de marine is het belang van goede samenwerking. In de bouw krijgt dit de laatste jaren steeds meer aandacht. Bij de marine is samenwerking al jaren een speerpunt, zowel voor de bemanning van een schip als op internationaal niveau. “Internationale samenwerking is belangrijk voor de marine. De zee laat zich immers niet door grenzen indelen”, aldus Bekkering. “Je bent echter te laat als je hierover nadenkt op het moment dat een missie begint. Internationale samenwerking moet je al veel eerder zoeken, bij het gereedstellen van schepen, ondersteuning en de ontwikkeling van nieuw materieel. Ook bij inzet werken we nauw samen. Zo maken onze schepen al sinds 1966 deel uit van de permanente NATO eskaders.”

Gedeeld belang Op een schip breng je volgens Bekkering staal, individuen en culturele verschillen bij elkaar en smeed je dat in korte tijd tot een hechte bemanning en een gevechtsklare eenheid. “Dat doe je door een helder doel te definiëren en te beseffen dat je een gedeeld belang hebt om dat doel te bereiken. De verbondenheid is groot omdat je met z’n allen, letterlijk en figuurlijk, op een klein scheepje in een grote oceaan zit. Je bent op elkaar aangewezen en kunt bijvoorbeeld geen 1-1-2 bellen als er brand is. Je kunt ook niet allemaal tegelijkertijd in de spotlight staan. Soms zijn het de mariniers die in kleine snelle bootjes op een schip af gaan om piraten op te pakken. Maar als je niet meer kan douchen, is de korporaal die na een nacht sleutelen de zoetwaterpomp repareert de held van de dag.”

Langdurig traject “Mijn laatste vaarperiode, in 2012, was als Commandant van zo’n eskader tijdens de inzet rondom Somalië. In deze periode heb ik een aantal Chinese Admiraals ontmoet. Die geloofden niet dat ik één richtlijn van 28 verschillende landen kreeg. Als NATO Commandant krijg je namelijk opdrachten uit één internationaal hoofdkwartier dat zorgt voor de afstemming met alle lidstaten. Waar wij en de meeste andere NATO landen internationale samenwerking normaal vinden, denken ze daarbuiten nog vooral nationaal en hooguit bilateraal. Daaruit blijkt wel dat internationale samenwerking een langdurig traject is waarin het versterken van vertrouwen centraal staat.”

Hiërarchie en professionaliteit De uniforme GWW sector is volgens Verhage wel enigszins met zo’n schip te vergelijken, maar de B&U sector staat hier mijlenver vanaf: “De B&U is een hele eigenwijze sector, waarin iedereen denkt het beter te weten. Over mijn verleden bij de marine hoor ik vaak ‘deed je dan klakkeloos wat je gezegd werd?’ Het besef dat je af en toe iets moet doen om een resultaat te bereiken en dan desnoods achteraf evalueert of dat de juiste werkwijze was, ontbreekt in de bouwsector. Daarin kunnen we leren van Defensie. Er mist een gemeenschappelijk gevoel. Daardoor ontstaan veel faalkosten.”

Hierin ziet Verhage een les voor de bouwsector en het gebruik van BIM. “Bouwprojecten worden steeds opnieuw opgestart. Iedere keer is het weer een gevecht voor partijen om tot elkaar te komen. Het ultieme voorbeeld van BIM is het vliegveld van Abu Dhabi. Daar zijn 17 jaar lang afspraken gemaakt tussen duizenden partijen met duizenden informatiesystemen. Pas na al die jaren van voorbereiding hebben ze het vliegveld gebouwd. In de bouw verwachten we heel snel afspraken te maken, maar zolang we ieder project afzonderlijk bekijken lukt dat niet.”

“Opvallend dat bij het militaire bedrijf meteen gedacht wordt aan het gedwee volgen van opdrachten”, vult Bekkering aan. “Dat starre hiërarchische herken ik niet. Natuurlijk moet je kunnen vertrouwen op je maatjes, maar dat wil niet zeggen dat je blind opdrachten uitvoert. Als bij een brand aan boord een ’aanvalsploeg’ de brand in gaat, kan er niet zomaar iemand afhaken. Als die ploeg tegen de chef zegt ‘niet naar binnen, maar inperken en koelen’ dan luisteren we daar ook naar. Dat is het vertrouwen op de professionaliteit van je mensen.”

STABULLETIN | 5


INTERVIEW

Scheiden van wat en hoe Volgens Bekkering moet je de hiërarchische structuur van Defensie niet vertalen in een hiërarchische cultuur. “In de opleiding van onze officieren en onderofficieren streven we juist naar een open organisatie. We hebben daar een naam voor: mission command. Dat wordt vaak vertaald als het scheiden van wat en hoe. De baas bepaalt wat er bereikt moet worden. De ondergeschikte bepaalt vervolgens hoe hij dat uitvoert. Deze vertaling vind ik wat ongelukkig. Veel belangrijker is immers dat opdrachtgever en uitvoerder elkaar begrijpen, zodat het waarom, het doel en de kaders duidelijk zijn, maar ook de uitdagingen in de uitvoering. Voor mij is mission command dus veel meer het verbinden van twee geesten dan het scheiden van wat en hoe.” Het scheiden van wat en hoe gebeurt nu volop in de bouw. Verhage: “Gedetailleerd specificeren maakt steeds meer plaats voor functioneel specificeren. In plaats van voorschrijven hoe dingen moeten gebeuren, wordt de kennis ingezet waar hij ligt: bij de bouwers. De Kromhout Kazerne in Utrecht is op die manier gebouwd. De overheid geeft aan een kazerne te willen voor een x aantal militairen en stelt de eisen op. De markt kijkt dan hoe ze daar het beste aan kunnen voldoen.” Bekkering vult aan: “Ook hier geldt: laten we vooral in elkaars geest kruipen. Zo leren wij of onze opdracht reëel is en de bouwer begrijpt wat wij beogen.” Militaire of civiele standaard De bouwsector wordt steeds meer gestandaardiseerd. Ook Defensie zoekt steeds vaker naar algemene specificaties, waarbij niet alles speciaal voor en door hen ontwikkeld is. Bekkering: “Als al het andere faalt moeten wij er staan. De materialen voor onze kerntaak moeten dus van topkwaliteit zijn. Maar je moet ook naar de markt blijven kijken. Vroeger liep de militaire technologie ver voor, dat is niet altijd meer zo.” “Onze luchtverdediging en commandofregatten zijn zo state of the art dat zelfs Amerika er naar opkijkt. Dat komt omdat we niet meer alles zelf ontwikkelen, maar focussen op waar het echt om gaat. Op het gebied van communicatieapparatuur is de markt ons voorbij, dus daar volgen we op de voet. Luchtverdediging maakt een civiel bedrijf niet, dus daarin lopen we voorop. Door de innige samenwerking met de zogenoemde maritieme gouden driehoek: de marine, kennisinstituten en het bedrijfsleven, ontwikkelen we daar prachtige producten voor. De keuze voor civiele of militaire standaarden is dus heel bewust.”

STABULLETIN | 6

Focus bij reorganisatie Efficiënt werken is ook in de bouw belangrijker dan ooit, maar tegelijkertijd is er minder geld beschikbaar. Helaas deelt Defensie deze ervaring: “We zijn al sinds begin jaren ’90 fors aan het reduceren. In het laatste reorganisatietraject was echter voor het eerste sprake van ‘gedwongen ontslag’. Dit hing als een molensteen om ieders nek. Daarbij waren we drukker dan ooit met missies. Dat vroeg veel loyaliteit van onze mensen. Het heeft erin gehakt. Hoe je mensen dan toch bindt? Dan is een druk operationeel programma juist weer mooi. We leveren continue eenheden, voor antipiraterijmissies, aanwezigheid in de West, deelname aan NATO eskaders, missies in Irak en Mali en recent ook ter ondersteuning van de bestrijding van Ebola. Klaarstaan als mensen een beroep op ons doen, onderstreept het belang van het team, geeft focus aan de organisatie en toont de relevantie van ons werk aan. Daar trekt iedereen zich aan op.” Bewust van je imago Helaas heeft de bouw deze focus minder. Verhage: “Het is in de bouwsector meer vechten voor je baan en voor het voortbestaan van de organisatie. De strijd die hierdoor ontstaat heeft juist negatieve effecten. Defensie zit wat dat betreft anders in elkaar dan een versnipperde sector als de bouw. Maar we kunnen van de marine wel dingen leren, zoals loyaliteit en motivatie.” “Het fundament van de bouw, dingen creëren, is volgens mij het mooiste wat er is”, sluit Bekkering hier bij aan. “Iedereen zou in jullie sector moeten willen werken. Maar het imago van de sector lijkt, zeg ik als leek, onder druk te staan door de economie, oververhitte concurrentie en incidenten. Dat herken ik ten dele ook bij Defensie. We hebben op dit moment bijvoorbeeld te maken met zaken als asbest en Chroom6. Zaken met soms schrijnende gevolgen voor betrokkenen. Het feit dat deze zaken zijn gebeurd, hoezeer wellicht ook achteraf te verklaren, is erg genoeg. Maar veel slechter is het, als je er als organisatie niet goed mee omgaat als het zich manifesteert. Voor je het weet bepalen deze zaken je imago en niet de prachtige gebouwen die je neerzet of de veilige zeeroutes voor de handel die je zekerstelt. Wees je dus bewust van wat je uitstraalt en welk imago je neerzet. De maatschappij, terecht kritisch als zij is, vormt daar een mening over en zij is uiteindelijk de ‘klant’. Lees het volledige artikel op: www.stabu.org/stabulletin/jaargang2015


INTERVIEW

“Mensen breng je bij elkaar door een helder doel te definiëren en te beseffen dat je een gedeeld belang hebt om dat te bereiken”

Ben Bekkering “Defensie heeft een centrale staf op het ministerie in Den Haag. Daar zit de Commandant der Strijdkrachten die verantwoordelijk is voor het militair apparaat. De taak gereedstelling heeft hij gedelegeerd. De staf van het Commando Zeestrijdkrachten is gehuisvest in Den Helder. Onze taak is zorgen dat, conform opdracht, altijd de juiste eenheden van de vloot en de mariniers gereed staan en wel op het juiste moment. Mijn taak als plaatsvervangend Commandant is vooral intern gericht: zorgen dat onze personeelslogistiek, materiaallogistiek en onze operationele taken met elkaar opgelijnd zijn.” Foto: Toenmalig Commandeur Bekkering in zijn functie als commandant van de ‘Standing NATO Maritime Group 2’

STABULLETIN | 7


INTERVIEW

Rob van Gijzel, burgemeester Eindhoven:

“Innoveren om te overleven, die mentaliteit mist de bouwsector” Eindhoven is een innovatieve stad. Het heeft de meeste patenten per inwoner en is recent uitgeroepen tot de slimste gemeente ter wereld. Dit komt onder andere door het succes van het concept ‘Open Innovatie’ aan de High Tech Campus. Rob van Gijzel is sinds 2008 burgemeester van deze vooruitstrevende stad. Eerder hield hij zich als lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, onder andere bezig met verkeer, waterstaat en ruimtelijke ordening. We spraken hem over innovatie in de bouwsector. Wat kan onze sector leren van, én bijdragen aan, de ontwikkelingen in Brainportregio Eindhoven? U heeft als burgemeester succes geboekt met Eindhoven als de slimste gemeente van de wereld. Kritische succesfactoren hierin zijn het open delen van informatie en samenwerking. Wat is de uw advies aan de bouwsector op deze gebieden? “In de bouwwereld zie ik vaak wantrouwen en een juridische benadering. Dat staat lijnrecht tegenover onze aanpak van open samenwerking. Dat vertrouwen, zelfs tussen grote concurrenten als Philips en Samsung, is ook niet in één dag ontstaan. De honderden grote en kleine bedrijven die inmiddels meedoen aan het concept van Open Innovatie aan de High Tech Campus realiseren zich dat ze het niet langer alleen kunnen. De voordelen zijn groot. Samenwerken leidt tot kostenreductie in R&D, wereldstandaardisering en een snellere markttoegang, om maar eens iets te noemen.”

Rob van Gijzel, burgemeester Eindhoven

STABULLETIN | 8

“De parallel met de bouwwereld is volgens mij de complexe bouwopgave van vandaag. Die dwingt ook tot samenwerking. Natuurlijk gebeurt dat al, maar in de bouw heerst minder de mentaliteit van ‘kom op, met zijn allen de schouders eronder, we gaan er iets moois van maken!’ En er zijn ook verschillen: bedrijven als Philips en Samsung hebben te maken met een wereldmarkt, die je via marketingtechnieken kunt benaderen. De bouw heeft vaak te maken met


INTERVIEW

“Samenwerken leidt tot kostenreductie in R&D, tot wereldstandaardisering en een snellere markttoegang”

één of twee dominante opdrachtgevers. Toch herinner ik me dat de huidige minister van Infrastructuur en Milieu een paar jaar geleden zei dat ze geen verschil zag tussen een brug en een tunnel. Daar werd toen om gelachen, maar ze bedoelde dat ze hoe dan ook van A naar B wilde. Bij de dominante opdrachtgevers zie je dus ook een nieuwe wind waaien. Zeil mee, zou ik zeggen. En vooral: neem het initiatief!” Eind vorig jaar sprak u in uw speech op de Cobouw top50 bijeenkomst over ‘angsten uit het verleden als ankers voor de toekomst’ van de bouwsector. Kunt u dit nader toelichten? “Daarmee bedoel ik: jezelf vastleggen door gewoonten en gebruiken in je bedrijfstak. Ooit dienden gebruiken een doel, maar de wereld verandert. Om de vergelijking door te trekken: je gebruikt een anker op kalm water. Maar als er storm op komst is, dan is zo’n anker niet meer adequaat en zelfs gevaarlijk. Je zult je los moeten snijden en mee moeten deinen op de golven. In de bouw gaat het dan over loskomen van juridisch denken, ingebakken wantrouwen en de terughoudendheid bij kennis delen en innoveren.” Eindhoven is een innovatieve stad en de High Tech Campus is een groot succes. Bij het maken van al uw plannen heeft er echter nooit een aannemer aan tafel gezeten met een innovatief idee, zo vertelde u. Hoe kan dit en wat zijn uw aansporingen? “In mijn Nieuwjaarsspeech heb ik nog een lans gebroken voor compact bouwen in de binnenstad. De ruime opzet van wijken uit de jaren ’60 tot ’90 is onbetaalbaar geworden. Een huis levert veel minder OZB op dan gestapelde bouw. Tegelijk moeten we behalve het ruime groen in die wijken, ook de zwembaden, theaters, bibliotheken, de ijsbaan en het muziekgebouw in stand houden. Onze stad, met internationale kenniswerkers, moet op een hoog cultureel- en voorzieningenniveau meedraaien.”

Vesteda Toren “Eindhoven combineert graag techniek met design. De Vesteda Toren van Jo Coenen is daar een heel mooi voorbeeld van. Het verbindt bouwtechniek met een zeer fraaie ruitvorm, dat aan het Flatiron building in New York doet denken. Het is echt een nieuwe baken in de stad. In 2007 uitgeroepen tot BNA Gebouw van het Jaar. Op elke verdieping hangt grafische kunst van Fons Haagmans.”

STABULLETIN | 9


INTERVIEW

Evoluon “Het Evoluon is één van de iconen van Eindhoven. Verbonden met ons verleden als Philipsstad en als techniekmuseum, waar jongeren kennis konden maken met nieuwe technieken. Maar de exploitatie werd te duur. We broeden op een opvolger. Een meer eigentijdse techniek-experience waar je kunt ondergaan welke rol techniek in je leven speelt en wat het kan betekenen voor zorg, leisure of mobiliteit.”

“Bij de dominante opdrachtgevers in de bouwsector zie je ook een nieuwe wind waaien. Zeil mee, zou ik zeggen. En vooral: neem het initiatief!”

“Mijn verhaal over hoogbouw is niet nieuw, ik vertel het al enkele jaren. Er zijn vast bouwers die dat gehoord hebben, maar nog nooit stond er één aan mijn bureau met een idee. Niemand uit de bouwwereld heeft mij ooit tijdens een receptie aan mijn jasje getrokken met een initiatief. Ik vraag me af of er wel eens projectontwikkelaars door onze stad lopen die denken: dat kan anders, dat kan beter, waarom gaan ze dat in Eindhoven niet zus of zo doen? Een dergelijke onderzoekende geest is heel gewoon bij bedrijven in de technologische sector. Die moeten innoveren om te overleven. Een mentaliteit die in de bouwwereld veel minder aanwezig is.” U heeft inmiddels veel bereikt voor Eindhoven. Welke dromen zijn er nog? Wat kan de bouwsector bijdragen aan uw stad? “Dromen, laat ik hopen dat het daar niet bij blijft. Er zijn drie dingen die met elkaar samenhangen. Eindhoven is het centrum van een internationale regio met grote wereldspelers als ASML, Philips, VDL, NXP, enz. Ook met onze Technische Universiteit en de High Tech Campus zijn we verankerd in de internationale kenniseconomie, maar we hebben geen podium om deze kennis uit te wisselen. Men kent Eindhoven als technologische hotspot, maar we missen een congrescentrum dat grote evenementen van zo’n vijfduizend bezoekers aankan.” “Iets wat hier misschien mooi mee te combineren is, is wat ik ‘Het Balkon van Eindhoven’ noem. Ons spoor is in de jaren ’50 verhoogd, maar vormt nu een barrière in de stad. Daar moet je mooie dingen mee kunnen: er rondom of bovenop bouwen, misschien over een paar kilometer de stad letterlijk op een hoger niveau brengen met stedelijke functies die exploitatie mogelijk maken. We zitten nog in de prille denkfase van dit project, maar kijk eens wat er in Barcelona, New York, Parijs en Washington is gedaan met die spoorbarrières.”

STABULLETIN | 10


INTERVIEW

“Een laatste overkoepelende droom houdt verband met de groei van de stad. Als je de snelle groei van Eindhoven in de afgelopen jaren zo’n 15 of 20 jaar doortrekt, dan kom je uit op een stad van circa 300.000 mensen. Ruim 75.000 meer dan nu. En 300.000 blijft bescheiden in vergelijking met onze economische schaal. Die grootstedelijke economie en de daarmee gepaard gaande groei moeten we combineren met het creëren van grootstedelijke allure. Ik roep bouwers dus op om te zorgen dat die 75.000 mensen hier kunnen wonen, werken en plezier hebben in een stedelijk klimaat. Laat die hijskranen maar komen!” De ‘Ruit’ van Eindhoven, waar u zo voor pleitte, is afgewezen. Wat betekent dat voor de regio en hoe gaat u dit ‘oplossen’? “Na de raadsverkiezingen van maart 2014 hebben de coalitiepartijen een standpunt ingenomen tegen de aanleg van een nieuwe wegverbinding tussen de A58 en de N279 bij Beek en Donk, ofwel de Ruit. Het coalitieakkoord ‘Expeditie Eindhoven 2014-2018’ spreekt zich uit om te investeren in slimme bereikbaarheidsoplossingen in plaats van het aanleggen van die Ruit.”

“Een verdedigbare keuze. Toen we in 2007 afspraken maakten over de mobiliteit in onze regio, konden we de innovatieve ontwikkelingen op het gebied van smart mobility nog niet voorzien. Juist in onze innovatieve regio hebben we hoge verwachtingen voor de uitwerking en realisatie van effectieve, slimme mobiliteitsoplossingen op de (middel-)lange termijn. Samenwerken aan innovatieve oplossingen met regionale partners, kennisinstellingen én het bedrijfsleven: dát is het DNA van de Brainportregio Eindhoven.”

“Mijn verhaal over hoogbouw is niet nieuw, maar nog nooit stond er een bouwer aan mijn bureau met een idee”

NS-station “Het NS-station is een Rijksmonument uit de jaren van opbouw. Het wordt op dit moment uitgebreid, maar de buitenkant blijft hetzelfde. Niet veel mensen weten het, maar het stelt een transistorradio voor uit de tijd van de buislampen. De klok is de knop om de zenders te zoeken. Die zenders stonden vroeger op een glasplaat, die wordt uitgebeeld door de glazen bovengevel. De toren links is de antenne. Ik ben trots op ons station, maar het zou nog beter zijn als we vanaf hier ook de voor Eindhoven zo belangrijke verbinding naar Duitsland hadden.”

STABULLETIN | 11


ADVERTORIAL

BEELE ontwikkelt innovatieve kabeldoorvoeringen


ADVERTORIAL

Een wirwar aan kabels. Op zich kan dat op kleine schaal vaak geen kwaad. Daar waar het op kantoor of thuis nog gaat om ergernissen als het ‘rommelige’, is het daarentegen in industriële installaties een hoofdpijn dossier. Zeker om op basis van een kluwen kabels nog voor een adequate afdichting te kunnen zorgen. Voor met name de gas- en waterdichtheid is dit echter van essentieel belang. BEELE Engineering uit Aalten heeft hiervoor een oplossing ontwikkeld. Eigenaar Hans Beele steekt van wal: “In de bouw, maar eigenlijk in alle soorten van industrieën kennen we de zogenaamde ‘spaghetti look’ kabeldoorvoeringen. Naar aanleiding van een project waarbij wij intensief waren betrokken, heeft ons bedrijf het CONTROFIL® systeem ontwikkeld om kabels geordend door te voeren.” De gas- en waterdichtheid van het systeem is inmiddels aangetoond door testen die zijn uitgevoerd onder toezicht van KIWA Nederland. Daarbij is niet alleen getest op hoge drukbelastingen, maar ook op zeer lage drukken om dichtheid aan te tonen tegen ‘kruipend’ gas. Daarnaast zijn voor het onderhavige project ook, onder toezicht van KIWA, met succes brandproeven uitgevoerd. Probleemstelling Of het nu om een tunnel gaat, een datacentrum, een industrieel complex of een schip, overal levert de wirwar aan kabels een uitdaging op. Door een kluwen van kabels die nauwelijks nog te separeren zijn, wordt adequate afdichting vaak een ‘mission impossible’ en dat betekent uiteindelijk dat gas, water en brand vrij spel kunnen hebben bij calamiteiten. Beele heeft in het verleden al producten ontwikkeld om dit probleem aan te pakken, zoals het MPP systeem op basis van de DYNATITE® pluggen. Deze doorvoer-/afdichtsystemen zijn echter voor grotere multi-kabeldoorvoeringen minder geschikt, vanwege de ruimte die er voor nodig is en de beperkte variëteit van de door te voeren kabeldiameters. Oplossing De in het project aangetroffen problematiek is de basis geworden voor het ontwerp van het CONTROFIL® systeem. Voor het doorvoeren van de kabels worden CONTROFIL® multi-blokken in de doorvoering geplaatst op basis van de ter plaatse gebruikte kabeldiameters. De lay-out niet op papier vooraf, maar ter plekke samenstellen met doorvoermiddelen op basis van de te gebruiken kabels, garandeert dat het afdichten van de doorvoering goed is uit te voeren. In het onderhavige project worden nu ca. 5000 doorvoeringen met CONTROFIL® afgedicht.

De CONTROFIL® blokken worden geleverd met verschillende gatenpatronen. De blokken zijn zodanig gedimensioneerd, dat ze klemmend in de doorvoering kunnen worden aangebracht. De blokken zijn uitsluitend doorvoerfaciliteiten en geen afdichtmiddelen. Het uiteindelijke afdichten vindt plaats door een laag afdichtingskit op weerszijden van de multi-blokken aan te brengen. Het design is vrij van blijvende vervorming van rubber delen, waardoor het afdichtend vermogen op zeer lange termijn behouden blijft. Veiligheid voor alles Het merendeel van de producten komt bij Beele voort uit vragen uit markt. Het bedrijf uit Aalten is wereldwijd actief, maar kent een typerende eigenheid in het beleid. Beele geeft aan: “Wij onderwerpen in ons eigen R&D centrum alles aan de meest extreme testen en documenteren deze inclusief foto’s. Of het nu gaat om plotseling optredende drukbelastingen (tsunami’s/explosies), zoutwatertesten, brand-/extreem lage en hoge temperatuurbelastingen, hoge luchtvochtigheid, druk-/treksterkte of lange duur-gedrag, wij hebben de apparatuur en investeren daar zo nodig in. Bovendien wordt alles in eigen fabriek geproduceerd.” De reputatie van BEELE staat wereldwijd hoog aangeschreven. “Onze filosofie is: ‘We Care’. Wij sluiten geen compromissen als het gaat om de veiligheid van mensen”, aldus Hans Beele.

BEELE Engineering Beunkdijk 11 7122 NZ AALTEN info@beele.com www.beele.com


STABU NIEUWS

STABU neemt advies ter harte Voor het ontwikkelen van de nieuwe systematiek STABU Bouwbreed is de organisatie uit Ede niet over een nacht ijs gegaan. Sterker nog, STABU heeft in de diverse geledingen van de bouw- en installatiesector haar licht opgestoken om draagvlak te verkrijgen. Naast marktonderzoek, gesprekken met vele brancheorganisaties, klanten en overige belanghebbenden is in 2014 de aanzet gegeven tot het oprichten van de STABU Adviesraad. Het is de bedoeling dat deze Adviesraad STABU vooruit helpt en de deelnemers raadgevers zijn voor de organisatie. Omgekeerd is het de bedoeling dat STABU deze groep meeneemt in haar gedachten en plannen, input van deze groepen onderzoekt en gebruikt, dan wel goed beargumenteerd aangeeft hoe er met bepaalde input wordt omgegaan. De STABU Adviesraad is bedoeld om de positionering van STABU te bespreken. De Klankbordgroep richt zich voornamelijk op de systematiek. Interessant is om na een jaar eens terug te kijken op de ervaringen van enkele leden van de Adviesraad.

Een van de redenen waarom Jaap Hazeleger van BAM Techniek is toegetreden tot de Adviesraad is de waarde die hij hecht aan communicatie binnen de verschillende groepen: “Het is noodzakelijk om een aantal ontwikkelingen te versnellen. De Adviesraad kan dienen als aanjager. De samenstelling van de Adviesraad is bovendien een goede doorsnede van de bouwsector.” Wel zou de heer Hazeleger meer handen en voeten willen geven aan de onderwerpen die worden besproken: “Door vooraf een thema te bepalen, waarover we tijdens de vergadering discussiëren, waarna er een conclusie en advies kan worden geformuleerd.” Een van de te behandelen onderwerpen is BIM. “Een breed onderwerp, maar dat het de hele keten raakt is een feit. STABU kan dienen als bruggenbouwer door het verbinden van diverse partijen.”

Stefan Katier van Kabu heeft veel opgestoken tijdens de vergaderingen: “Het kan heel verfrissend zijn om te zien hoe andere partijen tegen zaken aankijken. Qua uitbreiding zou ik het op prijs stellen wanneer er nog partijen aansluiting vinden vanuit opdrachtgevende partijen, commercieel vastgoed, maar ook grote gemeenten. De heer Katier is overtuigd van het belang van STABU en haar systematiek en is zowel deelnemer aan de Adviesraad, Klankbordgroep en Projectgroep Functioneel Specificeren. “De organisatie STABU is behoorlijk in ontwikkeling en moet haar toegevoegde waarde blijvend bewijzen in het bouwproces. Voor mij is het belangrijk om het product STABU Bouwbreed op een hoger niveau te brengen. De Adviesraad moet haar achterban activeren door de verschillende facetten te belichten.”

STABULLETIN | 14


STABU NIEUWS

Volgens Adviesraaddeelnemer Rien Huige van NEN is STABU een heel dynamische organisatie met een grote gedrevenheid bij de medewerkers: “STABU heeft een belangrijke rol te vervullen in de bouwsector.” De heer Huige ziet de Adviesraad vooral fungeren als een sparringpartner van de directie en medewerkers. “Daarin zit de meerwaarde”, aldus Huige. “STABU moet vooral doorgaan op de ingeslagen weg en samenwerkingsverbanden zoeken.” Huige roept de bouwsector op om zich open te stellen voor de nieuwe systematiek van STABU en met hen in gesprek te gaan om te kijken wat ze nog meer zouden kunnen betekenen voor de sector.

Henk van Zeeland van Van Zeeland Architecten kan zich beroepen op jarenlange ervaring in de bouw. Hij constateert dat nu - twee jaar na de directiewisseling - een nieuwe koers is uitgestippeld door Marc Verhage en zijn medewerkers. “Los van de economische crisis in de bouw, hebben ook de nodige vakinhoudelijke vraagstukken de revue gepasseerd en haar sporen achtergelaten. Hierdoor is het lastig om als primair bouwinstituut – want zo zie ik STABU – te opereren. Ik zou graag zien dat de Adviesraad ook meehelpt om de producten van STABU uit te proberen en daardoor te perfectioneren.” Voor de Adviesraad is het belangrijk om een helikopterview te hebben op de gehele bouwsector. “Naast STABU zie ik NEN Bouw, Stichting Bouwkwaliteit, EIB, Instituut voor Bouwrecht en ISSO als primaire bouwinstituten.” Van Zeeland: “STABU hoeft geen verkooppraatje te houden. Wij zijn pro-STABU. Wij willen helpen om de brede toepassing van STABU-producten te bevorderen.” De buitenwacht heeft goed in de gaten dat STABU in een netwerk zit van verschillende bouwinstituten. “Het is in het belang van de gehele bouwsector dat de nieuwe STABU-systematiek wordt toegepast. Voorwaarde voor een brede acceptatie is de mogelijkheid om op een eenvoudige wijze een genormaliseerd en gestandaardiseerd contractstuk te maken.”

“Voor de Adviesraad is het belangrijk om een helikopterview te hebben op de gehele bouwsector” Hoewel Rob Roef van Construsoft op beperkte schaal heeft deelgenomen aan de vergaderingen van de Adviesraad is hij heel positief over het door STABU instellen van dit klankbord naar de markt: “Niemand is er bij gebaat dat STABU dingen op eigen houtje doet, zoals in het verleden wel gebeurde.“ De leden van de Adviesraad hebben allen zitting vanuit diverse invalshoeken. Diversiteit dus, maar allen weten goed wat er in de markt leeft. “Ik verwacht niet dat alles van de Adviesraad klakkeloos wordt overgenomen. Ik ben het niet altijd eens met de koers die STABU vaart. Maar, in tegenstelling tot het verleden, is de stip op de horizon duidelijk te zien.” Om door te gaan in de maritieme beeldspraak waarschuwt de heer Roef wel voor een ramkoers met softwarehuizen. “Er heerst veel onrust in de markt over STABU en omgekeerd. De lijn die nu is uitgezet, heeft reacties uitgelokt en zorgt voor een duidelijke kleur van STABU. Nu is het tijd om samenwerkingen te hernieuwen en constructief samen verder te gaan. 1 januari 2016 is dichterbij dan we denken.” Tot slot benadrukt Rob Roef: “Nieuwe tijden vragen om een nieuwe aanpak. STABU heeft openheid gegeven in het feit dat zij financieel een stapje terug hebben moeten doen en hoe zij dit hebben aangepakt. Hiermee toont de organisatie ruggengraat. Bij zo’n club wil ik graag mijn steentje bijdragen om te helpen bouwen aan een algemeen geaccepteerde systematiek.” Algemeen directeur en initiatiefnemer van het adviserend orgaan is Marc Verhage: “Ik ben verheugd om te merken dat er veel draagvlak bestaat binnen de Adviesraad over STABU en haar producten. Dat de meerwaarde van onze rol binnen het bouwproces wordt erkend. Natuurlijk is er in alle opzichten ruimte voor verbetering. De Adviesraad is géén Luisterraad. STABU staat open voor alle opbouwende kritiek. Daar gaan we mee aan de slag.”

STABULLETIN | 15


ADVERTORIAL

Remmers Bouwchemie: geen zorgen Het motto van Bernard Remmers - oprichter van Remmers Bouwchemie - was ‘oude

bouwwerken behouden en nieuwe voor de toekomst beschermen.’ Deze lijfspreuk is ook nu nog voor dit familiebedrijf de belangrijkste drijfveer.

Meer informatie: Remmers Bouwchemie Stephensonstraat 9 7903 AS Hoogeveen Tel.: +31 (0)528-229 333 Website: www.remmersbouwchemie.nl

Remmers Bouwchemie heeft zich in ruim vijftig jaar tijd ontwikkeld van een klein bedrijf in olie, verven, mortel- en betonhulpstoffen tot een krachtige, onafhankelijke onderneming in bouw- en houtbeschermingsproducten. Het bedrijf is met 1.500 medewerkers actief in ruim dertig landen. Dankzij een uitgebreid aanbod aan productsystemen en diensten blijft geen vraag onbeantwoord over hout- en bouwbescherming. Patrick Snieder - een van de accountmanagers van Remmers Bouwchemie - vertelt: “Innovatie en een sterke Research & Development afdeling vormen de basis van een optimaal resultaat.” Kennis doorgeven, partnerschap versterken “Wij kunnen bogen op een dicht netwerk, waardoor we sneller onze klanten kunnen bedienen. Niet alleen om producten te leveren maar ook om gezamenlijk succesvol te zijn. De meeste innovatieve technologieën en intelligente productsystemen zijn afhankelijk van hoe de verwerkers ermee omgaan. Remmers Bouwchemie biedt daarom scholingen aan voor zowel de eigen medewerkers als die van relaties. Hiermee wordt het kennisniveau hoog gehouden.” Toekomst Door gestage duurzame groei en een vooruitziende blik met precieze marktkennis zal Remmers Bouwchemie ook in het derde millennium op koers blijven. Met behoud van zelfstandigheid als familiebedrijf en met als belangrijkste partners opdrachtgevers, architecten en verwerkers. “Uitwisseling van ervaringen met onze klanten en het persoonlijk op maat gemaakte advies blijven centraal staan, want de tevredenheid en het succes van onze klanten bepaalt onze gezamenlijke toekomst.” Kwaliteit bewijst zichzelf Door het wegvallen van de grenzen is Europa tegenwoordig Remmers’ thuismarkt. Snieder: “De sterke concurrentie zien wij juist als een kans, omdat productinnovatie, kwaliteit en dienstverlening meer dan ooit beslissend zullen zijn. Juist hier ligt de meerwaarde van Remmers Bouwchemie voor haar partners.” STABU Bouwbreed Begin 2015 is STABU met een nieuwe systematiek op de markt gekomen: STABU Bouwbreed. Na de eerste verkennende gesprekken is Remmers Bouwchemie enthousiast geworden over de mogelijkheden die de classificatie ‘Bouwsystemen en Installaties’ biedt. Dit komt vooral vanwege de logische opbouw voor het omschrijven van hele systemen en niet meer van losse componenten. Remmers Bouwchemie biedt systeemoplossingen die exact zijn afgestemd op de praktijk en klantgeoriënteerde service van kelder tot dak. Daardoor komen de producten van Remmers meer tot hun recht in de nieuwe systematiek. “Wij laten dit ook graag zien bij de roadshow van STABU in Hoogeveen op 26 mei 2015”, aldus Snieder. Wie gebouwen duurzaam wil beschermen vindt in Remmers gegarandeerd de juiste en beste partner. “Advies op locatie is een service die bij ons centraal staat”, benadrukt Snieder.


VANUIT HET BESTUUR

Keuzevrijheid door standaardisatie Aedes, de vereniging voor woningcorporaties, zet stevig in op het bevorderen van professioneel opdrachtgeverschap. Een goede zaak, want een succesvol (ver)bouwproject valt of staat met de kundigheid waarmee de corporatie in dat proces acteert. Met samenwerking en coördinatie in de bouw zou het niet vrolijk gesteld zijn. Dat uit zich vooral in een weinig intelligente organisatie van het werk. Ketensamenwerking zou daar verbetering in aan moeten brengen. Dat werkt echter alleen als wij het roer omgooien en openstaan voor nieuwe technieken en methodieken. Bouwen is niet langer alleen stenen stapelen, maar omvat ook buitengewoon gespecialiseerde installatietechniek. De vraag is hoe een gemiddelde opdrachtgever daarover zelf nog de regie kan voeren. Vergelijk het met de auto’s van veertig jaar geleden, waarin vooral mechanische techniek zat. De auto van nu bevat zoveel computertechniek dat onderhoud, zonder het voertuig zelf aan de computer te verbinden, nauwelijks meer denkbaar is.

J.A.M. Deckers Jur Deckers is advocaat en mediator en werkzaam in de branche woningcorporaties bij Accolade. Hij is jarenlang directeur en bestuurder van een woningcorporatie geweest en houdt zich nu vooral bezig met vastgoedrecht (bouw- en huurrecht), aanbestedingsrecht en corporate governance. Jur Deckers vertegenwoordigt binnen het STABU bestuur Aedes, vereniging van woningcorporaties.

“Woningcorporaties kunnen fors besparen op onnodige kosten als ze BIM meer en beter zouden gaan gebruiken”

Als wij in de bouw slagen willen maken dan is een methodiek waarbij alle partijen integraal samenwerken – het liefst aan hetzelfde driedimensionale model – onontbeerlijk. Ik heb het dan over BIM, een virtueel bouwinformatiemodel, waarin gegevens van de architect, constructeur, installateur en aannemer worden verwerkt. In zo’n model is direct zichtbaar hoe verschillende disciplines zich tot elkaar verhouden. Daarmee kunnen faalkosten teruggebracht en grotendeels voorkomen worden. Dat leidt tot besparingen en uiteindelijk tot een beter product. Integraal samenwerken in BIM met dezelfde gegevens biedt dan ook grote voordelen voor de gehele bouwkolom. Woningcorporaties kunnen fors besparen op onnodige kosten als ze BIM meer en beter zouden gaan gebruiken. Niet alleen bij nieuwbouw, maar ook bij het onderhouden van woningen. STABU heeft Bouwbreed ontwikkeld en dit jaar in de markt gezet als opvolger van de STABU2-bestekmethodiek. Daarmee zijn er volop mogelijkheden om in te spelen op de wensen van de markt. Dat de bouw conservatief is en weinig open lijkt te staan voor nieuwe ontwikkelingen blijkt wel uit de kritiek op Bouwbreed. Fout! Bouwbreed zou breed omarmd moeten worden, omdat daarmee een koppeling gemaakt kan worden met BIM en de Nationale Milieu Database om projecten te toetsen op duurzaamheidsaspecten. Juist voor woningcorporaties is dat een belangrijk issue. Maatwerk voor klanten kan heel goed vanuit een gestandaardiseerd proces plaatsvinden. BIM en Bouwbreed zijn nog maar het begin van een uitdagende turn around in de bouw. mr. J.A.M. Deckers Bestuurslid STABU namens Aedes

STABULLETIN | 17


INTERVIEW

Hedwig Heinsman:

“3D-printen gaat op heel veel niveaus in de bouw zaken op scherp stellen” Aan het IJ in Amsterdam Noord wordt gewerkt aan ’s werelds eerste 3D-geprinte grachtenpand. Een mooi bouwproject. Het doel is echter niet per se het pand zelf, maar het onderzoeken van de marktpotentie van 3D-printen in de bouw. Hedwig Heinsman, medeoprichter van initiatiefnemer DUS architecten, vertelt over de invloed van 3D-printen op de bouwketen. Om te kunnen innoveren moet iedereen over zijn eigen vakgebied heen stappen. Daarom zijn de werkzaamheden omtrent dit project erg divers. Heinsman: “Het is duidelijk dat 3D-printen en digitalisering op de lange termijn onderdeel worden van de bouwketen. Maar de vraag is natuurlijk wanneer? We zijn nu aan het kijken wat we al op de korte en middellange termijn op de markt kunnen brengen. Verder zijn we in ons team met alle onderdelen van de ketenontwikkeling bezig, zoals het testen van materialen, optimaliseren van de bouwsystematiek, het digitale ontwerp en het ontwikkelen van de tweede printer. Het gaat dus verder dan alleen sec ontwerpen. Eigenlijk wordt de gehele 3D-printketen ontwikkeld.” Standaard vs. uniek In de bouw is de laatste tijd veel aandacht voor standaardisatie, 3D-printen lijkt hier lijnrecht tegenover te staan. Hoe kijkt Heinsman naar standaardisatie in de bouw? “Het grappige is dat 3D-printen op een bepaalde manier heel erg past binnen standaardisatie. Het ontwerpproces wordt al steeds meer digitaal. Door digitale productie kan ook het eind van de bouwketen digitaal gemaakt worden. Unieke onderdelen kun je gemakkelijk al vroeg in het proces digitaal integreren in het ontwerp. In de toekomst zijn unieke onderdelen dus eigenlijk net zo makkelijk toe te passen als standaardelementen.”, legt Heinsman uit. Het is dus niet zo dat je één keer een uniek ontwerp maakt wat je, wanneer het goed past, vaker gaat printen. Heinsman: “Er is een bouwsystematiek waarvan je weet dat hij werkt. Wanneer je vroeger iets unieks wilde maken, kostte dat veel ontwikkeltijd. Daar moesten namelijk vakmensen

STABULLETIN | 18


INTERVIEW

aan te pas komen die alles met de hand moesten maken. Nu weet je dat je het ook uit de printer kunt halen. Dan is het net zo makkelijk om een uniek product te maken als wanneer je met een gestandaardiseerd onderdeel zou werken. Dus het onderscheid tussen standaard en uniek zal in de toekomst echt verdwijnen. Die ontwikkeling zal heel geleidelijk gaan. Er bestaat bijvoorbeeld al een zelfrijdende auto, maar die zie je ook niet op alle wegen. Mensen moeten daar nog aan wennen. Er zijn ook heel veel goede gestandaardiseerde producten. Ik denk niet dat we allerhande staalprofielen opeens gaan printen. Volgens mij gaat het dus heel erg om de samenwerking tussen gestandaardiseerde onderdelen, gecombineerd met unieke, digitaal op maat gemaakte onderdelen.”

“Het onderscheid tussen standaard en uniek zal in de toekomst verdwijnen” De rol van BIM Heinsman ziet een belangrijke rol voor BIM in het project. “We zijn nog aan het kijken hoe we BIM en 3D-printen aan elkaar kunnen koppelen, maar het is evident dat BIM een enorme optimalisatie teweeg gaat brengen. De productie wordt op dit moment nog door heel veel mensen uitgevoerd. Het hele productieproces van 3D-printen kan door BIM al veel meer een gedigitaliseerd onderdeel worden van het bouwtraject. Wanneer je alles in 3D inleest en de afmetingen exact zijn, kunnen faalkosten ook worden beperkt.” Optimalisatie van de bouwsector Heinsman denkt dat er de komende jaren veel gaat veranderen in de bouwsector. “Je ziet het natuurlijk al in andere industrieën, bijvoorbeeld met Airbnb en Uber. Los van wat je daarvan vindt, denk ik dat dit soort dingen ook in de bouw zullen opduiken. Gezien de omvang van de sector zal het langer duren, maar in de toekomst zal de afstand

tussen producent en consument steeds kleiner worden. Dat is natuurlijk pittig, want dat heeft misschien effect op wat makelaars of bijvoorbeeld aannemers doen. Het positieve ervan is echter dat de consument meer inspraak en keuzes heeft in hetgeen dat hij wil.” Ook voor de utiliteitsbouw ziet Heinsman kansen: “Ik denk dat er veel sneller op bepaalde veranderingen in de markt kan worden ingespeeld. Neem bijvoorbeeld de vergrijzing. Je kunt door 3D-printen veel makkelijker binnen een bestaand casco bepaalde ouderenwoningen of een bepaald type ziekenhuiskamer aanbieden. Je kunt ook veel sneller tijdelijke bouwonderdelen maken die recyclebaar zijn. Er liggen dus volop kansen om de sector te verduurzamen. Ik denk dat er op heel veel niveaus een optimalisatie te behalen is.” “Zo is de bouw natuurlijk ontzettend traag”, gaat Heinsman verder. “Door 3D-printen kun je veel sneller produceren. Bouwbedrijf Heijmans is één van de partners in dit project. Heijmans heeft onder andere kennis over hoe het bouwproces nu in elkaar steekt. Zij weten dus precies op welke punten we slim kunnen optimaliseren. Door digitalisatie kun je bijvoorbeeld veel adaptiever bouwen. Je doet gewoon om de paar jaar een inventarisatierondje om te kijken of je vastgoed nog voldoet. Zo niet, inventariseer dan wat je nodig hebt en print dat. Dat staat dan weer 5 jaar en daarna shredder je het gewoon en print je weer iets anders.” Investeer in digitale kennis Heinsman ziet zeker nog een rol voor STABU in een toekomst waarbij we meer gaan 3D-printen: “3D-printen gaat op heel veel niveaus in de bouw zaken op scherp stellen. Op het moment dat er een product uit de printer komt, wie is er dan verantwoordelijk voor de kwaliteit? Is dat de materiaalleverancier, de printerbouwer of de ontwerper? Dat zijn dingen die we door dit project proberen te onderzoeken. STABU is digitaal erg bekwaam en ik denk dat daar de toekomst ook in ligt. We gaan steeds meer richting software development en technologische ontwikkelingen. Het is dus belangrijk om te investeren in digitale kennis.”

STABULLETIN | 19


INTERVIEW

Meindert Smallenbroek:

“De Bouw moet vraaggerichter, innovatiever en duurzamer” Na bijna 6 jaar stopt Meindert Smallenbroek als directeur Bouwen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Per 1 mei 2015 treedt hij aan als directeur Energie en Omgeving bij het ministerie van Economische Zaken. Een mooi moment om terug te kijken op de afgelopen jaren en te horen wat hij vanuit zijn functie aan de bouwsector kan meegeven. Wie wil weten wat de belangrijkste bezigheden zijn van een directeur Bouwen, kan gewoon op Twitter kijken. Hier houdt Smallenbroek zijn dagelijkse belevenissen bij: “Dat doe ik, omdat ik graag transparant ben. Bovendien vind ik mijn werk heel leuk, dat deel ik graag met anderen. In mijn functie probeer ik, namens de minister, de politieke en publieke belangen en de (bouw)werkelijkheid te verbinden. Alles wat we op het ministerie doen heeft als doel om in dit land beter, duurzamer en innovatiever te bouwen.” Passie voor bouwen In zijn nieuwe functie wil Smallenbroek dezelfde manier van werken aanhouden. Daarnaast hoopt hij bij het ministerie van Economische Zaken net zo veel passie bij mensen te vinden als in de bouw. “Je hoort wel eens zeggen dat mensen ‘met een baksteen in hun buik zijn geboren’. Er worden prachtige dingen gemaakt in de bouw. De mensen die dat doen, van architect tot corporatie en van bouwer tot installateur, werken veelal met ongelofelijk veel passie aan hun werk. Dat is heel leuk om te zien en daar krijg ik zelf ook energie van.”

Meindert Smallenbroek

STABULLETIN | 20

“Kijk eens over de schutting bij de buren”


INTERVIEW

“Door middel van standaardiseren, conceptueel bouwen en legoliseren kun je écht vraaggericht en innovatief werken”

Veranderde focus In zijn tijd als directeur Bouwen is er wel wat veranderd in de sector. Smallenbroek: “Toen ik aantrad lag de focus nog heel erg op de nieuwbouw. De afgelopen zes jaar, is het bergafwaarts gegaan in het nieuwbouwsegment. Het beleid, maar met name de bouwwereld zelf, is nu veel meer gericht op de bestaande bouw, daar ligt de grootste uitdaging. Het gros van de zes à zeven miljoen bestaande gebouwen moet er over honderd jaar nog staan en geschikt zijn voor de mensen die er dan in wonen of werken.” “Tegenwoordig moet je uitleggen waarom je een nieuw kantoor wilt bouwen en niet een bestaand kantoor transformeert. Dat vind ik een hele mooie ontwikkeling, het lokt ook veel creativiteit uit. Het is natuurlijk makkelijker om een weiland vol te bouwen. Je jaagt de koeien en schapen er uit en je bouwt een nieuwe woonwijk. Het is veel ingewikkelder om bestaande gebouwen, waar mensen wonen en werken, te vernieuwen en te verduurzamen. Toch zie je vaak dat dit fantastische resultaten oplevert.” Een ‘normale’ sector “Minister Blok heeft heel nadrukkelijk het standpunt ingenomen dat de bouw vraaggerichter, innovatiever en duurzamer moet worden. Alles wat we bij het departement doen en alle wet- en regelgeving die de minister de afgelopen twee jaar gemaakt heeft rondom de bouwsector, is daarnaar te herleiden. Zo is er een wetsvoorstel in voorbereiding over kwaliteitsborging in de bouw, waarin bouw- en woningtoezicht anders gepositioneerd wordt. Er gaat veel meer gekeken worden naar het eindproduct. Wat in andere delen van de economie al heel normaal is, is in de bouw wat minder voor de hand liggend. In andere sectoren ga je ervan uit dat een gekocht product gewoon goed is. In de bouw is dat nog steeds iets minder vanzelfsprekend.” “Consumenten stellen hogere eisen. Ook de wetgever heeft hele hoge ambities. Die kun je alleen maar bereiken als er door de bouw geleverd wordt wat vooraf beloofd is. Mede door de overheid, maar ook door de markt, wordt duidelijk dat de sector kwaliteit moet gaan leveren. Anders

raken ze hun boterham kwijt. Ik denk dat de bouwsector steeds meer een ‘normale’ klant- en vraaggerichte sector wordt, waarbij de opdrachtgever ook bouwconsument is. Ten minste, dat hoop ik.” De paradox van standaardisering “Ketensamenwerking vind ik bijvoorbeeld heel erg op de aanbodkant gericht. Dat daar in de bouw een heel ding van gemaakt wordt, zegt misschien wel iets over de sector. Ik vraag me ook altijd af waarom we dit niet gewoon doen? Datzelfde geldt eigenlijk voor BIM. BIM is volgens mij een hele normale manier om het bouwproces te automatiseren. Het is iets waar andere sectoren waarschijnlijk van denken: ‘hadden jullie dat niet allang?’.” “Van standaardisatie in de bouw ben ik juist een groot voorstander”, aldus Smallenbroek. “Door middel van standaardiseren, conceptueel bouwen en legoliseren kun je écht vraaggericht en innovatief werken. Met standaardisatie kun je heel vraaggericht werken, omdat je eindeloos kunt combineren en variëren op thema’s zonder het wiel opnieuw uit te vinden. Dat noem ik ‘de paradox van standaardisering’. Ook STABU speelt hier een rol bij door het standaardiseren van bestekken. Zo kun je steeds meer kleine bouwsteentjes aanleveren. Wat dat betreft heeft STABU volgens mij een mooie toekomst voor zich.” Toekomstvisie Echte innovatie komt volgens Smallenbroek vaak van buitenaf. “Er zijn heel veel voorbeelden te noemen. Neem 3D-printen. Dit heeft een totaal andere oorsprong, maar ook grote invloed op de bouwsector. Misschien worden in de toekomst wel hele andere dingen belangrijk in de sector. Dingen waar we nog helemaal geen idee van hebben.” “Veel mensen in de bouw werken al lang in de sector. Het zicht naar buiten is niet altijd even sterk aanwezig. Daarom wil ik de bouwsector meegeven: kijk ook eens hoe dingen in andere sectoren geregeld zijn. Wat zijn dingen die werken, wat zijn dingen die daar niet werken en wat kunnen we daarvan leren? Kijk eens over de schutting bij de buren.”

STABULLETIN | 21


COLUMN

Smart is het nieuwe zwart Wij wonen in een mooi monumentaal appartement in hartje Amsterdam. Begin dit jaar viel het energielabel op de mat. Een niet zo best G-label. Met onze VVE willen we daar graag wat aan doen. Het kan echt veel zuiniger en mogelijk zelfs met nul-op-de-meter. Maar dan moet het wel slimmer. Een slimme meter in de kast, slimme thermostaten in alle kamers, slimme radiatoren, slimme isolatie, allemaal slim aan te sturen vanaf mijn smartphone en nog veel meer van dat soort slims; smart is het nieuwe zwart. Het schijnt dat mijn huis zelfs kan leren…

Walther Ploos van Amstel Walther Ploos van Amstel is Lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en Slimstock Professionals. Hij was deeltijd hoogleraar logistiek aan de Nederlandse Defensie Academie en organiseert popfestivals.

Het klinkt allemaal prachtig, maar als vandaag het huis niet warm wordt dan is de oplossing simpel. Of de cv-ketel is stuk, of de thermostaat. Als het straks niet warm wordt, dan kan het overal aan liggen. Zelfs aan de software van mijn smartphone. Ik maak me daar nu al zorgen over, aangezien ik ook al wekelijks vecht met de mediabox van mijn kabelleverancier. Met de komst van steeds slimmere huizen en gebouwen wordt het beheer en de sofware die alles aanstuurt er niet eenvoudiger op. Gebouwen zijn hightech. Het is belangrijk dat de beheerder precies weet wat er in het gebouw zit, wat de laatste software updates zijn, welke componenten gebruikt zijn en wat hun onderhoudsstatus is. Over het beheer van slimme gebouwen kunnen we lessen leren van de vliegtuigindustrie. Daar wordt in het kader van luchtwaardigheid geëist dat de complete configuratie van het vliegtuig altijd bekend is voor alle partijen die eraan sleutelen. Dat zijn open data. Zo’n vliegtuig heeft een eigen paspoort met alle relevante gegevens, anders mag het gewoon niet vliegen.

“Over het beheer van slimme gebouwen kunnen we lessen leren van de vliegtuigindustrie”

STABULLETIN | 22

Het vastleggen van gegevens over het gebouw, tijdens de bouw, de overdracht, de ingebruikname en later het onderhoud, legt het fundament voor effectief en efficiënt beheer. Daarvoor zijn alle partijen in de keten verantwoordelijk. Als het dan een keer koud blijft in huis, dan kan de monteur met die informatie in de hand snel een oplossing vinden. En die oplossing kan hij ook weer vastleggen in het paspoort van mijn huis. Dat schept vertrouwen.



Stabulletin


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.