Venster 2018 - 3

Page 1

Stichting Oude Gelderse Kerken Kwartaalblad, jaargang 16, 2018, nummer 3

Orgelspecial!

Be Hi zo ph ek op aa op n he een tO F rg len elm tro us p eu m

Orgels: vroeger, nu en in de toekomst


Van de redactie

Colofon

Beste lezer, Voor velen is een orgel een wezenlijk bestanddeel van een kerkgebouw. Dat is de reden dat Oude Gelderse Kerken zich gestadig bezighoudt met de orgels in hun gebouwen. Begin 2017 hebben Theo Welmers en Gert Oldenbeuving – leden van de Raad van Advies en zeer deskundig op orgelgebied – alle orgels bezocht en een verslag van de conditie gemaakt. En recentelijk heeft de stichting zich aangesloten bij de Vereniging Mentoren Klinkend Erfgoed. Dit betekent dat de vakbekwame leden van deze vereniging (mentoren) bij elk orgel van een kerk van onze stichting jaarlijks enkele activiteiten uitvoeren. Zo wordt het orgel één keer per jaar

bespeeld en gecontroleerd. Ook stellen ze de staat van het instrument vast en schrijven ze een statusrapport aan de hand van een standaardinspectielijst. De Nationale Orgeldag wordt dit jaar gehouden op zaterdag 8 ­september, gelijktijdig met Open Monumentendag. Ook dat is natuurlijk bij uitstek een gelegenheid om de aandacht te vestigen op het orgel als muziekinstrument. Dit alles was voor de redactie aanleiding om een orgelspecial samen te ­stellen. Wij wensen u veel leesplezier.

Ben Verheij

Inhoud

Groenlo

Wageningen

3 4

Hoog-Keppel

Bronkhorst

Onze locaties

Topconcerten Baderorgel Nieuws van Oude Gelderse Kerken

Venster, 2018, nummer 3 — 2

Berichten van het bestuur

6

Voorjaarsexcursie

8

Interview met Eelco Elzenga

Naar kerken in Apeldoorn Bezoek Orgelmuseum

10

Zutphen

Hoofdartikel

Orgels: vroeger, nu en in de toekomst

19

Mijn kerk

20

Interview

22

Actuele publicaties

23

Agenda

24

Aerdt

De Gasthuiskapel in Zaltbommel Organiste Elske te Lindert Over een Getijdenboek

Venster is het kwartaalblad van de Stichting Oude Gelderse Kerken. Met dit blad wil de stichting belangstelling wekken voor oude kerken. Venster verschijnt vier keer per jaar en wordt toegestuurd aan donateurs, leden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, colleges van burgemeester en wethouders van Gelderse gemeenten, externe relaties, openbare bibliotheken, notarissen, gezondheidscentra, wijkcentra en dorpshuizen in Gelderland. Stichting Oude Gelderse Kerken Postbus 7005, 6801 ha Arnhem Telefoon (026) 355 25 55 (ma. t/m vr. 9.00 – 17.00 uur) info@oudegeldersekerken.nl www.oudegeldersekerken.nl Vaste donatie met tijdschrift Venster: minimaal € 25,– per jaar Bank: NL53 INGB 0003 3246 14 Redactie: Ben Verheij, hoofdredacteur; drs. Karlijn van Onzenoort, ­eind­redacteur; drs. Marjan Witteveen, ­wetenschappelijk redacteur venster@oudegeldersekerken.nl Medewerkers: dr. Verena Demoed, Carel van Gestel, Rein de Jong, dr. Ineke Pey Grafisch ontwerp en opmaak: Henk-Jan Panneman, Arnhem Fotografie: ©Stichting Oude Gelderse Kerken en auteurs, tenzij anders vermeld Druk: Drukkerij Hendrix, Peer (B) issn 1571 – 5957 Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Waar nodig is getracht de eventuele rechthebbenden van de afbeeldingen te achterhalen. Zij die in dit verband niet konden worden benaderd, kunnen zich met de redactie in verbinding stellen. Afbeelding voorzijde: Het Boon-Leeflang-orgel in Elburg heeft een structuralistische kas, zie blz. 8. Foto: Rein de Jong, 2018

Activiteiten in onze kerken Kerk&werk

Vrijwilliger in Batenburg

De Stichting Oude Gelderse Kerken heeft de culturele ANBI-status.


Topconcerten op het Baderorgel

Verena Demoed

Marktconcert in de Zutphense Walburgiskerk op 17 juni, met Gerben van der Werf, countertenor, en Niels Adema, orgel. Foto: Rein de Jong

De Avondorgelconcerten zijn voor de echte liefhebbers. Beroemde Nederlandse organisten worden uitgenodigd om het grote Baderorgel te bespelen. Veel Bach, maar ook moderner werk zoals Rachmaninov of Arvo Pärt. De andere orgelconcerten trekken een groter publiek. Nieuw dit jaar is ‘Jazz op het orgel’ tijdens het Zutphense festival Jazz & So. Ook vertoont bioscoop Luxor een oude Japanse speelfilm in de Walburgiskerk. Eentje

zonder geluid, dus improviseert de organist op het Baderorgel de muziek erbij. Het jaarlijkse Bachconcert, waarmee huisorganist Klaas Stok de Open Monumentendagen afsluit, is de grote klapper. Dan zitten er wel driehonderd toehoorders in de kerk. Halverwege de stoel draaien Ook de Marktconcerten op zaterdagmiddag zijn erg populair. De organist speelt solostukken én begeleidt andere musici en zangers op het Baderorgel of het kleinere Ahrendorgel dat in het koor staat. Halverwege het ­concert mag het publiek de stoelen 180 graden draaien, van het koor naar het Baderorgel achter in de kerk. Even klappen? De trouwe bezoekers weten hoe het hoort: drie kwartier in stilte genieten, ook al omdat de concerten vaak

opgenomen worden. Een nieuweling zegt ietwat verbolgen na een schuchter applausje: ‘Even klappen zou ik leuk vinden.’ Aan het einde barst het applaus echt los. De organist steekt bijna verlegen zijn hand omhoog en wijst op het Baderorgel alsof hij wil zeggen: ‘Dit orgel verdient ook alle lof, hoor.’ De Marktconcerten zijn gratis, maar neem wel de portemonnee mee. Om deze concertreeks te kunnen blijven organiseren, wordt bij de uitgang gecollecteerd.

In elke uitgave van Venster zetten we een van onze locaties in de spotlight. Dit keer bij de orgelconcerten in de Zutphense Walburgiskerk. Ook een orgelconcert bijwonen? Kijk op www.baderorgel.nl.

Venster, 2018, nummer 3 — 3

Een orgelconcert, wat is daar nou aan? De klanken rollen van achteren over je heen. En zit je wel recht voor het orgel, dan kun je de organist nog steeds niet zien spelen. Daarom organiseert de Stichting Henrick Baderorgel in Zutphen niet alleen pure orgel­ concerten, maar ook concerten waarbij de organist samenspeelt met andere musici en vocalisten.


Nieuws van Oude Gelderse Kerken Onderhoud van (religieus) erfgoed Elk jaar worden de monumenten van Oude Gelderse Kerken geïnspecteerd door de Gelderse Monumentenwacht. Op basis van het inspectierapport stelt bestuurslid Wim Rohaan, in samenwerking met de deskundige van Geldersch Landschap & Kasteelen, een onderhoudsplan op. Hierbij kijken zij steeds of bepaalde werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. De werkzaamheden worden uitgevoerd door gecertificeerde aannemers c.q. restauratiebedrijven. Vakmanschap in het restauratiewerk is een groot goed en van wezenlijke betekenis voor de monumentenzorg. Het Gelders Restauratie Centrum verzorgt opleidingen voor vakmensen die zich verder willen bekwamen in het restauratievak. Het is dan ook mooi om te zien dat

Haarlo

Vorden

Kranenburg

Businesspartners Oude Gelderse Kerken

Venster, 2018, nummer 3 — 4

de provincie Gelderland, Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, Stichting Gelders Restauratie Centrum, Stichting Monumentenwacht Gelderland, Vereniging Gelders Genootschap en Stichting Oude Gelderse Kerken samen de Erfgoed Alliantie hebben gevormd, die zich niet alleen inzet om het Gelders erfgoed te beschermen, maar ook om het restauratie-vakmanschap op peil te houden. Dit is van groot belang omdat onze monumenten door goed onderhoud behouden kunnen blijven voor toekomstige generaties. In de Erfgoed Alliantie leren we van elkaar en ondersteunen we elkaar daar waar nodig is. In gezamenlijkheid draagt ieder zijn steentje bij om ons ‘goud’ te laten schitteren in het Gelderse landschap en in de Gelderse dorpen en steden.

• Acel, Doetinchem • B.F. van Tienen Aannemersbedrijf, Nijmegen • Boerman Kreek Architecten, Steenderen • Bouwbedrijf Hoffman, Zutphen • Conserduc-Renofors, Sliedrecht • De Variabele, Doetinchem • Dijkman Bouw, Warnsveld • Donatus Verzekeringen, Rosmalen • GlasBewerkingsbedrijf Brabant, Tilburg • GlasPro glasstudio, Doetinchem • Van Hoogevest Architecten, Amersfoort • Koninklijke Eijsbouts, Asten • Koninklijke Woudenberg, Ameide • Lakerveld ingenieurs- en architectuurbureau, Noordeloos • Leidekkersbedrijf D. Koenders, Neede

Hummelo

• • • • • • • • • • • • • •

Etten

Van Lierop, Boxtel MAS Architectuur, Hengelo Orgelmakerij Reil, Heerde Rijkaart Elektrotechniek, Arnhem Schildersbedrijf Albert Verhoeven, Arnhem Smederij Oldenhave, Vorden Takkenkamp Gevelonderhoud, Zelhem Timmer- en Aannemersbedrijf De Vries, Hummelo Van Dinther Bouwbedrijf, Schaijk Van Wely Loodgieters en Leidekkersbedrijf, Groessen Wiltink Installatietechniek, Vorden Schildersbedrijf Hagen, Arnhem Oostveen meesterschilders, Velp Hampshire Hotel ’s-Gravenhof, Zutphen

Vakkundig onderhoud van erfgoed, zoals van het Flentrop-orgel van de Oude Calixtuskerk in Groenlo, is van groot belang voor de monumenten­zorg. Foto: Ruud Kaak

Buren

Rijswijk

Ook businesspartner worden? Bedrijven en organisaties kunnen businesspartner worden van Oude Gelderse Kerken. Als tegenprestatie ontvangen ze informatie over onze activiteiten, kunnen ze onze kerk­ gebouwen huren en deelnemen aan onze jaarlijkse netwerkbijeenkomst. Ook interesse om businesspartner te worden voor een jaarlijkse bijdrage van € 200? Neem dan contact op met onze penningmeester Leo Uijl en stuur een mailtje naar info@oudegeldersekerken.nl onder vermelding van ‘businesspartner’.


Zutphen

Leur

Steenderen

Nieuws uit financiële hoek Per 1 juni jongstleden – het moment waarop de jaarrekening 2017 is goedgekeurd – heeft Leo Uijl het penning­ meesterschap overgenomen van Geert Beltman. Hoewel de exploitatie­ resultaten de laatste jaren (tot nog toe aanvaardbaar) negatief zijn, blijft het eigen vermogen van de stichting op een acceptabel niveau. Een van onze aandachtspunten zal zijn: een meer rendabele exploitatie van onze kerk­ gebouwen, waarbij het uitgangspunt blijft om het monument een centrale functie in de samenleving te laten vervullen, en bij voorkeur kostenneutraal. Met uw gift, schenking en of legaat draagt u bij aan een gezonde financiële basis van de stichting voor de komende

Op vrijdag 21 september om 15.00 uur zullen de bouwwerkzaamheden worden afgesloten met een feestelijke her-ingebruikname van het gebouw, in aanwezigheid van de gedeputeerde mevrouw Josan Meijers. U bent van harte welkom hierbij aanwezig te zijn, na aanmelding via ­ info@oudegeldersekerken.nl. Eén miljoen euro voor Wageningen Het bestuur is bijzonder verheugd dat de provincie Gelderland één miljoen euro subsidie heeft toegekend voor de restauratie en herinrichting van de Grote Kerk in Wageningen. Het voornemen is om nog dit jaar een start te maken met de werkzaamheden.

Hengelo

Drempt

jaren, om zo het bijzondere monumentale erfgoed, de pareltjes van de provincie Gelderland, te behouden voor toekomstige generaties. Ons bezit van monumentale kerkgebouwen is in vijf jaar verdubbeld, terwijl de subsidie voor de organisatie met nauwelijks 10 procent is gestegen tot een kleine € 150.000. Dit hebben wij ook onder de aandacht gebracht van de provincie. Hoewel we als organisatie voldoende enthousiasme en werklust hebben, zijn en blijven ook de financiële middelen van groot belang. Daarom blijven we oproepen om onze stichting onder de aandacht te brengen van uw vrienden, kennissen en familie en wellicht ook van uw kerk.

Vrijwilliger voor beeldbank?!

De SOGK beschikt inmiddels over veel fotomateriaal. Al die foto’s moeten in onze nieuwe digitale beeldbank worden gezet. Kan van huis uit. Hebt u interesse in foto’s en/of enige cultuurhistorische interesse? Bel of mail Nico Peek, T 06-48532664 of nicopeek@gmail.com.

Kerk-Avezaath

Sinds 1 juni is Leo Uijl penningmeester van onze stichting.

Batenburg

Venster, 2018, nummer 3 — 5

Feestelijke her-ingebruikname Walburgiskerk De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de restauratie en herinrichting van de Walburgiskerk in Zutphen. Er is vloerverwarming aangebracht, de kerkbanken zijn grotendeels verwijderd, de infraroodstralers zijn gemonteerd en nieuwe eiken- en hardsteenvloeren zijn gelegd. Ook is de Angelustoren gerestaureerd en is er herstelwerk aan het dak uitgevoerd. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de herinrichting: het installeren van een nieuwe balie met winkel en het verplaatsen van de hoofdingang naar de westzijde. Al deze aanpassingen zijn erop gericht om het kerkgebouw beter toegankelijker te maken en meer geschikt voor een breder (multifunctioneel) gebruik.


Excursie

Jean Gardeniers, Frits van Lochem en Jan Dekkers

Het veelkleurige kerkenlandschap van de gemeente Apeldoorn De excursie op zaterdag 29 september zal ons naar vijf Apeldoornse kerken voeren, van middeleeuws tot 21ste-eeuws.

Grote Kerk.

materiaal, maar in de oude vormen. De kerk bezit een groot Bätz-Witte-orgel uit 1894, dat in 1977 uitgebreid is met een derde manuaal.

Venster, 2018, nummer 3 — 6

Hervormde kerk Beekbergen. Foto’s: Frits van Lochem, tenzij anders vermeld

Beekbergen De eerste stenen zaalkerk dateert van rond 1100. In de dertiende eeuw komt aan de westkant een toren. In de veertiende eeuw wordt het romaanse koor vervangen door een groter gotisch. Delen hiervan zijn nog herkenbaar. Daarna wordt de kerk in de vijftiende eeuw uitgebreid met twee zijbeuken, met hergebruik van oude tufsteen. Als laatste stap worden de zijbeuken verlengd en in de zestiende eeuw is het schip afgesloten met een groot laatgotisch koor. Bijzonder zijn de restanten van een op de muur geschilderde vijftiende-eeuwse apostelcyclus en Laatste Oordeel. Het netgewelf van het koor toont zestiende-eeuwse bijbelscènes. Het orgel is uit 1779 van J.G. Schilling, oorspronkelijk gebouwd voor de Hervormde kerk in Apeldoorn.

Grote Kerk Tot 1839 wordt gekerkt in de te kleine middeleeuwse kerk in het centrum. Willem I verschaft de middelen voor een nieuwe kerk, maar eist wel dat deze halverwege zijn residentie zal komen. H. Springer ontwerpt een neoclassicistische kerk aan de Loolaan op kruisvormig grondplan, ingewijd in 1842. Dit gebouw is in 1890 afgebrand. Het ontwerp voor de nieuwe kerk is van de Rotterdamse architect J. Verheul Dzn, een meer brede dan diepe kruiskerk in de vormentaal van de Hollandse renaissance. Ook de meubilering is geheel ontworpen door Verheul. Na aantastingen van dit ensemble in de jaren zestig is het onlangs in originele staat hersteld. Als sluitstuk zijn in 2017 ook weer kroonluchters opgehangen, in modern

Mariakerk Midden negentiende eeuw staat op deze plek al een kerk. Deze wordt in 1895 vervangen door het huidig gebouw. De Arnhemse architect J.W. Boerbooms ontwerpt een driebeukige kruisbasiliek met westtoren. Er wordt begonnen met het schip en de zijbeuken. Door het overlijden van Boerbooms worden het dwarsschip en het koor pas in 1901 afgemaakt door J.Th. Cuypers en J. Stuyt. De toren is nooit gebouwd. Als ‘leerling’ van Pierre Cuypers bouwt Boerbooms in neogotische trant, maar in een eigen smaakvolle variant. Andere Gelderse kerken van hem zijn de OLV-Visitatie in Velp en de Werenfriduskerk in Zieuwent. De neogotische inventaris bevat onder andere een hoogaltaar van F.W. Mengelberg, gebrandschilderde ramen van O. Mengelberg, een doopvont van atelier Brom en kruisweg­ staties van Wijnand Geraedts.


Victorkerk. Foto: Teo van den Brink

Victorkerk Voor een ruim perceel aan de Jachtlaan ontwerpt Hendrik Valk samen met zijn zoon Gerard in 1953 een oostwaarts gerichte katholieke kerk. Het is een markant bakstenen gebouw met prominente steunberen en een dubbel­toren­ front. Opvallend is het grote brede dwarsschip, een bouwkundige uitwerking van de wens alle kerkgangers een goed zicht op het altaar te geven, een zogenaamde christocentrische kerk. Het interieur is geheel uitgevoerd in schoon metselwerk, dat opvalt door zijn gedetailleerdheid. Voor de overspanningen past Valk het door zijn broer Albert ontwikkelde prefab Perfora-systeem toe. Van 1955 tot 2013 is het gebouw een rooms-­katholieke kerk. In 2015 wordt het gebouw gekocht door de Hersteld Hervormde

De Hofstad.

Gemeente. De eerste dienst is in april 2017. De christocentrische kerkvorm maakt het gebouw geschikt voor de reformatorische liturgie met de in de viering geplaatste kansel als centraal punt. De benodigde bouwkundige aanpassingen zijn uitgevoerd met zeer veel respect voor het ontwerp van Valk. De Hofstad Dit kerkelijk centrum voor PKNwijk Zuid vervangt drie kerken: de Zuiderkerk (E.J. Rotshuizen, 1932) in 2002 gesloten en nu appartementen­ gebouw, de gesloopte Sionkerk (M.F. Duintjer, 1961) en de Pauluskerk (F. Best, 1951). Op de plek van deze laatste is naar ontwerp van de Apeldoornse architect J. Borkent in 2003 De Hofstad gebouwd, onder het motto: ‘Een stad die op een berg ligt,

kan niet verborgen blijven’. Het is een multifunctioneel gebouw met voorhal met koepel, een kerkzaal en diverse andere ruimtes. De losse bouwdelen van de bovenruimte verbeelden de huizen van de stad uit het motto. De kerkzaal heeft aan de bovenzijde vier wanden van gekleurde glazen bouwstenen met symbolische motieven. De artistieke vormgeving is van beeldend kunstenaar Cees Flokstra. Borkent ontwierp ook de kerken De Voorhof in Apeldoorn (1995) en Het Lichtpunt in Zutphen (2008). Informatie in eerdere SOGK-publicaties: Band II, XXXV/VI, voorjaar 1982 (Grote Kerk), Band II, afl. 23, najaar 1986 (schilderingen Beekbergen), Band III, LXVII-LXXI, voorjaar 1989 (Apeldoorn, Beekbergen), Bulletin, najaar 1999 (architect Boerbooms), Venster, december 2009 (traditionalisme), Venster, mei 2014 (Grote Kerk), Venster 2015-2 (Boerbooms, Zieuwent).

Venster, 2018, nummer 3 — 7

Mariakerk. Foto: Job van Nes


Orgelmuseum

Karlijn van Onzenoort

Luisterrijk museum in voormalig Zuiderzeestadje Huisorgels, kabinetorgels, harmoniums, koraalboeken, historische orgelfronten, orgelmakersgereedschap, orgelmaquettes, ja zelfs orgelpostzegels – je vindt het allemaal in het Nationaal Orgelmuseum in Elburg. Het museum is gehuisvest in het middeleeuwse Arent thoe Boecophuis, voormalig stadskasteel van de hertog van Gelre. Eelco Elzenga, een van de twee conservatoren, geeft me een rondleiding.

Venster, 2018, nummer 3 — 8

Pronkstuk van de collectie is het zogenoemde Boon-Leeflang-orgel – en Elzenga brengt me daar dan ook direct naartoe. Het gaat om een groot orgel in een kleurige kas. ‘Gert Boon was een muziekliefhebber die een bestaand Leeflang-orgel een nieuw onderkomen gaf in zijn woonboerderij in Hoog Buurlo. Als architect ontwierp hij zelf de zeer opvallende kas volgens de principes van het structuralisme.’

Sinds 2015 staat het orgel in een apart gebouwtje op de binnenplaats van het museum. Dit voormalige pakhuis werd speciaal verbouwd om het monumentale orgel te kunnen huisvesten. Chronologische opstelling Het fraaie hoofdgebouw van het ­museum telt vijf overwelfde kelderkamers, zeven zalen en drie zolderkamers. De tour begint in de kelder.

‘Hier kun je zien hoe de allereerste orgels eruitzagen en hoe een orgel van binnen in elkaar zit. Ook hebben we hier een orgelwerkplaats nagebouwd, compleet met een enorme hoeveelheid gereedschap en allerlei soorten orgelpijpen.’ In de kamers boven is een overzicht te zien van het Nederlandse orgel vanaf de vijftiende eeuw. ‘We hebben gekozen voor een chronologische opstelling van de collectie’, vervolgt Elzenga. ‘Dit betekent dat we een beeld geven van pijporgels door de eeuwen heen.’ Wereldlijk instrument Sommige orgels mogen door (kundige) museumbezoekers worden bespeeld.

In de zogeheten Balkonzaal staat onder andere het Gapinge-orgel, een

In de Gert Boon-zaal bevindt zich het Boon-Leeflang-orgel in de kleurige

fraai kabinetorgel. Foto: Rein de Jong, 2018

structuralistische kas van Gert Boon. Foto: Rein de Jong, 2018


Elzenga vindt dat belangrijk. ‘Onlangs ontvingen we hier een groep orgelstudenten van het conservatorium uit Groningen. Zij zijn onze toekomst, want als er geen organisten meer zijn, betekent dat op den duur het einde van het instrument. Het orgel wordt nu nog vaak geassocieerd met geloof en met oudere mensen. Maar daar moeten we vanaf. En dit imago is ook niet terecht, want het orgel is van oorsprong immers een wereldlijk instrument, waarmee slechts één persoon het geluid van dertig fluiten kan voortbrengen.’ Wandelconcerten In het museum worden elk jaar ook diverse activiteiten georganiseerd, waaronder speciale rondleidingen, concerten en masterclasses. ‘Onze wandel­ concerten genieten grote belangstelling’, vertelt Elzenga met trots. ‘Op vrijdag 14 september staat het eerstvolgende gepland. Dan bespeelt Gerard de Wit vier orgels en ons fraaie klavecimbel. Bezoekers krijgen een klapstoeltje en lopen daarmee door het museum van het ene naar het andere

orgel.’ Verder worden er gedurende het hele jaar concerten gegeven op het Boon-Leeflang-orgel; die hebben door het beperkte aantal plaatsen een intiem karakter. Doe-orgel voor kids De bezoekers van het museum zijn orgelmensen, aldus Elzenga. ‘En dagjes­mensen die het Hanzestadje Elburg bezoeken. Vanaf voorjaar 2019 zijn we opgenomen in het Museumregister en kunnen bezoekers met een Museumjaarkaart gratis naar binnen. Dat zal onze bezoekers­ aantallen, die nu al jaarlijks stijgen, nog verder doen toenemen.’ Voor kinderen zijn er twee Doe-orgels van Orgelkids beschikbaar. ‘Zo’n Doe-orgel is een bouwpakket in een leskist. Met de pijpen, toetsen en andere onder­ delen kunnen kinderen zelf een orgel in elkaar zetten. Soms laten we twee groepen kinderen een wedstrijdje doen wie het eerste klaar is. En daarna spelen ze Vader Jacob in een canon. Geweldig! De organisten van de toekomst!’

Het Van der Weele-secretaireorgel uit ca. 1830. Foto: Rein de Jong, 2018

Meer over het museum

Eelco Elzenga, een van de conservatoren, op de binnenplaats van het Nationaal Orgelmuseum in Elburg. Foto: Wilma Seijbel

Het orgelmuseum is in 1977 opgericht door Maarten Seijbel, destijds hoofdorganist van de Grote of SintNicolaaskerk in Elburg, tegenwoordig een van de twee conservatoren van het museum. Zijn verzameling koraalboeken vormde de kern van de collectie. Na tijdelijk onderdak in het Museum Elburg maakte de voortdurende uitbreiding van de collectie een verhuizing naar een ruimere locatie noodzakelijk. Maar ook die was maar tijdelijk, want mede dankzij de nalatenschap van de Amsterdamse architect Gert Boon

kon het museum zich in 2013 vestigen in het Arent thoe Boecophuis. Het museum wordt gerund door ongeveer dertig vrijwilligers, onder wie Eelco Elzenga, voormalig conservator en adjunct-directeur van Paleis Het Loo in Apeldoorn. Er is een museumwinkel met een uitgebreide collectie orgelprentbriefkaarten, cd’s, langspeelplaten en bladmuziek voor orgel. Kijk voor bezoekersinformatie, de concertagenda en de historie van het gebouw op www.nationaalorgelmuseum.nl. En bezoek het museum met de kortingsbon die u vindt op de bijlage van dit nummer!

Venster, 2018, nummer 3 — 9

Kinderen aan het werk. Foto: Lida Vroegindewei


Orgels: vroeger, nu en in de toekomst Jaap Jan Steensma

De laatste twee decennia zijn kerkgemeenschappen veelal verantwoordelijk voor de totstandkoming en het onderhoud van kerkorgels. Maar met het teruglopend kerkbezoek rijst de vraag hoe de toekomst eruitziet voor de orgelcultuur en de monumentaal waardevolle orgels. In vroeger tijden heeft de orgelcultuur forse veranderingen overleefd. In dit artikel wordt geschetst hoe het instrument, ook in Gelderland, vanuit een kerkelijke achtergrond is gered dankzij inspanningen van de wereldlijke overheid en bijbehorend concertant gebruik.

Venster, 2018, nummer 3 — 10

Drukke werkzaamheden Stadsorganisten hadden het maar wát druk, in de jaren rond 1500. De rooms-katholieke kerkkalender telde tal van grotere en kleinere feesten, heiligendagen en (para)liturgische evenementen waarbij orgelspel vereist was. In de instructie voor de organist van de Maartenskerk in Tiel luidde het als volgt: Oick sal die orgelist gehalden wesen nae idt loff in summis festis ende solennibus festis, als die vier hooch­ tijden mit oir navolgende drie heylich daech Ascensionis domini, Trium Regum ende dergelijken, spolen een Moutet off meer, na wtwising der festdaghen.1 (Vertaald: Ook moet de organist na het lof een of meer motetten spelen op hoge en plechtige feestdagen zoals de vier hoge feestdagen en de volgende drie heilige feestdagen van Hemelvaart, Drie Koningen en dergelijke, al naar gelang de feesten uitwijzen.) Dit is maar een klein fragment van een zeer uitvoerige tekst. Het document bevat een hele waslijst aan momenten waarop de organist moet aantreden en geeft tevens enkele gedrags-

regels zoals de stad niet verlaten zonder toestemming, zélf spelen op de belangrijke momenten etc. Het orgelspel bleef niet beperkt tot muziek tijdens de mis, maar kon ook verlangd worden tijdens getijdengebeden (het officie) op feestdagen, of tijdens het lof.

Orgel en zang Enkele gezangen die de organist moest spelen, staan ook in de instructie vermeld: Te Deum (op feestdagen), Gaude Maria (bij Maria-feesten), Verbum caro mit die prosa (Kerst), den hymnum Nunc dimittis ende idt Salve [Regina] (Maria Boodschap, 25 maart). Hóe de organist die gezangen speelde, is niet met zekerheid bekend, maar aangenomen wordt dat het orgel werd gebruikt in afwisseling met zangers (het priester- en/of het jongenskoor). Bij een feestelijk gezang als het Te Deum werd dan de ene regel gezongen, een- of meerstemmig, en de volgende regel werd instrumentaal vertolkt. Het begeleiden van zangers, zoals een pianist een


sopraan begeleidt, of zoals orgels tegenwoordig in kerken gebruikt worden ter ondersteuning van het zangkoor of een zingende gemeente, was waarschijnlijk niet of nauwelijks aan de orde. De meest ‘muzikale’ aanwijzing over het orgelspel is in het citaat gevat in de woorden een Moutet off meer. De woordkeuze ‘motet’ geeft aan dat de orgelpraktijk wortelt in vocale compositie- en improvisatiemodellen. Als je, bij gebrek aan bewaard gebleven orgelmuziek, toch een beeld daarvan wil vormen, zou je aan de hand van de meerstemmige gezongen composities die in de Lage Landen circuleerden, moeten bedenken hoe die op het orgel werden vertaald.

Andere tijden Op het eerste gezicht geeft de Tielse organisteninstructie een schat aan informatie over oude orgels en hun gebruik. Dit voor-reformatorische orgelgebruik dateert in Gelderland

al van de veertiende eeuw. Borchart Heine repareerde in de Arnhemse Sint-Martinuskerk (de voorloper van de Eusebiuskerk) in 1432 een orgel dat er in 1384 was geplaatst door Henric Bomert.2 Ook in andere Gelderse steden (Elburg, Harderwijk, Nijmegen, Zutphen) zijn archivalia omtrent orgels bekend. Toch blijft het een keihard gegeven dat de voor-reformatorische orgelcultuur verloren is gegaan en nooit meer terugkomt. Alleen al de opsomming van feestdagen en liturgische momenten maakt duidelijk hoe sterk de tijden veranderd zijn: wie weet al die vieringen nog te plaatsen in het liturgisch jaar? Kunnen we ons überhaupt nog iets voorstellen bij de toentertijd gevoelde noodzaak een rijk aangekleed liturgisch leven in stand te houden en te bekostigen? Op muzikaal gebied kunnen we ons eigenlijk geen voorstelling maken van de oude praktijk. Niet alleen is er geen orgelmuziek bewaard gebleven, maar zelfs over de vocale modellen is meer níet, dan wél bekend.

Venster, 2018, nummer 3 — 11

Het orgel van E.F. Walcker & Cie. in de Martinikerk in Doesburg. Foto: Carel van Gestel, 2010


Venster, 2018, nummer 3 — 12

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Overzicht van de orgels van Oude Gelderse Kerken, samengesteld door

11 Hoog-Keppel, Petrus-en-Pauluskerk – Van Deventer, 1740

Carel van Gestel

12 Kerk-Avezaath, St.-Lambertuskerk – Van Puffelen, 1882

1 Aerdt, Dorpskerk – Haffmanns, 1843

13 Kranenburg, H.-Antonius-van-Paduakerk – Hess, 18de eeuw

2 Batenburg, Oude Sint-Victorkerk – De Crane, 1770

14 Leur, Oude Kerk – kabinetorgel: Leichel & Zn., 1875

3 Bronkhorst, Kapel – kabinetorgel: Hinsz, 1759

15 Rijswijk, Martinuskerk – Witte, 1875

4 Buren, Sint Lambertuskerk – Witte, 1852

16 Steenderen, Remigiuskerk – Mitterreither, 1780

5 Drempt, Sint-Joriskerk – onbekend, 1777

17 Wageningen, Grote Kerk – hoofdorgel: Flentrop, 1943

6 Etten, Maartenskerk – Naber, 1844

18 Wageningen, Grote Kerk – koororgel: Strubbe, 1960

7 Groenlo, Oude Calixtuskerk – hoofdorgel: Flentrop, 1952

19 Zutphen, St.-Walburgiskerk – hoofdorgel: Bader, 1643

8 Groenlo, Oude Calixtuskerk – koororgel: Ahrend & Brunzema, 1960

20 Zutphen, St.-Walburgiskerk – koororgel: Ahrend & Brunzema, 1960

9 Haarlo, Oude Kerk – hoofdorgel: Dekker, 1930

21 Zutphen, St.-Walburgiskerk – kabinetorgel: Hillebrand, 1813

10 Haarlo, Oude Kerk – kabinetorgel: Hess, 1765

Foto’s: Carel van Gestel, behalve 7 en 8 (Reliwiki) en 13 (Piet Bron)


11 12

13 14 15

16 17 18

19

20

21

Venster, 2018, nummer 3 — 13

10


Het Slegel-orgel van de Grote of Sint-Andreaskerk in Hattem. Foto: Jan

Een detail van het Naber-orgel

Een detail van het Van Deventer-

Kristiaans, 2014 | bert.webbink.eu

in de Oude Kerk van Etten. Foto:

orgel in de Petrus-en-Pauluskerk

Carel van Gestel, 2012

in Hoog-Keppel. Foto: Carel van Gestel, 2014

Oudste orgel Last but not least: er is geen enkel vijftiende- of zestiendeeeuws orgel in ongewijzigde vorm tot ons gekomen. Het orgel met de oudste papieren in Gelderland, het koor-orgel van de Grote of Sint-Andreaskerk in Hattem, wordt wel gedateerd op circa 1550, maar gedetailleerd onderzoek naar het pijpwerk heeft uitgewezen dat de nu aanwezige grondvorm van het instrument moet dateren uit 1677, het jaar waarin de Zwolse orgelmaker Jan Slegel III een vernieuwing voltooide. Het pijpwerk in het orgel, dat wel zestiende-eeuws is, zou er door hergebruik van elders in terechtgekomen zijn.3

Venster, 2018, nummer 3 — 14

Andere functie Veranderende tijden hebben wijzigingen in de functie van het orgelspel veroorzaakt. Het calvinisme stond in zijn beginjaren uitgesproken vijandig tegenover het orgel. Dat deed immers denken aan de oude, rooms-katholieke praktijk. Meerstemmige of instrumentale muziek zou de kerkgangers maar afleiden van datgene waar het om gaat: Gods woord. Inderdaad heeft de orgelbouw in de jaren rond 1600 een crisis doorgemaakt. In tijden van oorlog zal er bovendien voorzichtig zijn omgesprongen met de beschikbare budgetten. Toch maakte de orgelcultuur een doorstart: de wereldlijke overheden, die vóór de scheiding van kerk en staat eigenaar van de meeste orgels waren, koesterden en onderhielden hun kostbare instrumenten. Stadsorgels werden dagelijks op vaste tijden bespeeld. Het wereldlijke, concertante orgelspel strekte de overheid tot eer, terwijl het mooi meegenomen was dat de burgers en bezoekers voor even uit de taveernes konden worden weggehouden. Bovendien: als de organist

werd verplicht ook calvinistische psalmmelodieën ten beste te geven, stak men er ook nog wat van op! Ook in Gelderland overleefde de orgelcultuur. De Amsterdamse stadsorganist Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) genoot wereldfaam en trok leerlingen van heinde en verre. Sweelinck bezocht aan het begin van de zeventiende eeuw onder meer de orgels in Harderwijk en Nijmegen; in de laatste plaats ontmoette hij de Nijmeegse orgelmaker, Albert Kiespenning, de belangrijkste Nederlandse orgelmaker van dat moment.

Meer orgelspel Hoewel de calvinisten aanvankelijk sterk tegen orgelspel gekant waren, begon de opinie zich in de praktijk te wijzigen. In Zutphen werden psalmen op zondag weliswaar nog a capella gezongen onder leiding van een voorzanger, maar uit 1611 dateert een opdracht aan de organist om de te zingen psalm eerst een keertje voor te spelen.4 Van de Culemborgse organist Eustachius Hackert werd vanaf 1623 verwacht dat hij direct na het klokgelui, maar nog vóór de dienst op het orgel speelde en na afloop opnieuw. Uiteraard stonden toen de psalmen uit de dienst op de lessenaar, of in sommige gevallen psalmen naar eigen keuze. Op zondagmorgen speelde Hackert het lied De Tien Geboden, na een avondgebed Christe qui lux es et dies. Na het avond­gebed werd van april tot oktober een orgelconcert verwacht. Een volgende stap werd gezet in Arnhem, waar de organist vanaf 1636 onder meer moest spelen onder het singen van de psal­ men. Het is een van de vroegste voorbeelden van gemeentezangbegeleiding, een fenomeen dat we tegenwoordig beschouwen als een van de kenmerken van de protestantschristelijke kerkzang.


Het Verhofstad-orgel in de Grote of Sint-Barbarakerk in Culemborg. Foto: Maarten Rog, 2014

tingen is het een actuele vraag hoe de waarde van het orgel, als instrument én als erfgoed, kan worden omschreven en tot uitdrukking gebracht. Het Flentrop-orgel in de Oude Calixtuskerk in Groenlo. Foto: Ruud Kaak,

Cultuuromslag Net als in de vijftiende en zestiende eeuw voltrekt zich in de twintigste en eenentwintigste eeuw een cultuuromslag. Voor millenials is de cultuur van de jaren 1950 heel ver weg. Voor hen is het nauwelijks voor te stellen hoe het was om met het hele dorp naar de kerk te gaan, of precies van elkaar te weten wie zich bij welke beweging had aangesloten. Of om samen te zingen bij de klanken van een Naber-orgel dat zijn taak in de dorpskerk al ruim een eeuw vervulde, bij vreugdevolle en verdrietige gebeurtenissen. In vroeger tijden zijn het instituten geweest die de orgel­ cultuur levend hebben gehouden. Werd de basis aanvankelijk gevormd door liturgisch gebruik, later werd het de wereldlijke overheid die zich over de instrumenten ontfermde. Na de scheiding van kerk en staat waren het de plaatselijke kerkelijke gemeenten die een voedingsbodem vormden. Inmiddels lijkt een tijd aan te breken waarin het seculiere rechtspersonen zijn, die zich, geworteld in lokale gemeenschappen, om hun erfgoed bekommeren (als een stichting tot behoud… of vrienden van…). Voor dit soort stich-

Tijdmachine Er zijn veel redenen waarom we om orgels geven. Allereerst vormen de monumentaal waardevolle instrumenten een tijdmachine die werkt met klank. Dat geldt net zo goed voor de heel oude, als voor de jongere orgels. De heldere, doorzichtige, maar in zekere zin ook starre en onbuigzame klank van instrumenten als het Flentrop-orgel van de Oude Calixtuskerk (1952) te Groenlo of het Van Leeuwen-orgel (1953) in de Grote Kerk te Elst, hóren bij een tijd dat veel Nederlanders nog in spaarzaam verwarmde huizen woonden, eens per week in de wastobbe gingen en zes dagen per week werkten aan de wederopbouw van het land en de economie.

Regionaal kenmerkend Bijzonder is ook dat de instrumenten als het ware de sound­ scape van een regio vormen. Kenmerkend voor Gelderland is de aanwezigheid van instrumenten van makers van net over de grens (Rijnland/Westfalen, Utrecht, Holland). Anno 2018 is het bekendste voorbeeld hiervan het orgel van de Walburgiskerk in Zutphen, dat in 1643 werd opgeleverd door de uit Duitsland afkomstige Hans Henrich Bader, en in 1813-1815 flink werd uitgebreid door Johannes Wilhelmus

Venster, 2018, nummer 3 — 15

2018


Het Van Leeuwen-orgel in de Grote Kerk in Elst. Foto: Carel van Gestel, 2017

Timpe, die eveneens uit Duitsland kwam en werkzaam was in Groningen. Daarnaast kent Gelderland instrumenten die typerend zijn voor de eigen regio. Hierbij gaat het vooral om vaak prachtige, maar nog onvoldoende gewaardeerde negentiende-eeuwse werken van orgelmakers als Quellhorst, Naber en de gebroeders Leichel, die een werkplaats vestigden in Lochem.

Venster, 2018, nummer 3 — 16

Technisch wonder Het orgel is bovendien een wonder van techniek, waaraan techneuten hun hart kunnen ophalen. Via een systeem van houten en messing verbindingen wordt bij oude orgels op mechanische wijze een ventiel onder een orgelpijp geopend, waarna de wind een pijp kan aanblazen. De verhoudingen moeten tot op de millimeter kloppen. Maar het kan nog ingenieuzer. In het grote orgel van E.F. Walcker & Cie. (1916) in Doesburg, oorspronkelijk gemaakt voor een kerk in Rotterdam, spelen elektrische verbindingen een grote rol in de weg van toets naar orgelpijp. Deze technische aanleg is, zeker ook gezien het bouwjaar, uniek in Nederland.

Orgelonderhoud Techniek moet onderhouden worden. Grote orgelreconstructies, waarbij wordt teruggegaan naar de oudste toestand van een instrument, zijn verleden tijd, maar dankzij

(archief)onderzoek wordt het beeld van oude orgels nog dagelijks aangevuld en vernieuwd. Ter gelegenheid van grotere onderhoudswerkzaamheden kunnen twintigsteeeuwse verbeteringen (die dat niet altijd bleken te zijn) dankzij het onderzoek soms worden bijgesteld. Voorbeelden zouden in de nabije toekomst aan de orde kunnen zijn in de Stevenskerk in Nijmegen (König-orgel, 1776) en in de Protestantse kerk in Gorssel (F.S. Naber, 1862).

Nieuwe initiatieven Hoewel het kerkbezoek aan het afnemen is, en ook binnen de kerk de rol van het orgel langzaamaan wordt gemarginaliseerd, blijft er ook ruimte voor nieuwe kerkelijke initiatieven. In de Grote Kerk in Elst, waar het monumentale Van Leeuwen-orgel gekoesterd wordt, zal begin 2019 een Engelsromantisch koororgel in gebruik genomen worden van de hand van J.W. Walker (1872/1878). De specifieke taak van dit instrument wordt het begeleiden van de populaire Engelse koormuziek (cathedral music). Hoewel het vanuit Engels perspectief jammer is dat dit instrument verhuist, is het tegelijkertijd bijzonder dat Elst zich over verweesd erfgoed van elders kan en wil ontfermen. Voor niet-kerkelijk muzikaal gebruik liggen er nog veel kansen. In talloze kerken worden (kamer)muziekconcerten georganiseerd. Het is eigenlijk jammer dat waardevolle


Het Baderorgel in de Walburgiskerk in Zutphen. Foto’s: Rein de Jong,

Het orgel van E.F. Walcker & Cie. in de Martinikerk in Doesburg. Foto:

2018

RCE

orgels nog maar weinig in dit soort series te horen zijn. Als geen ander instrument is het orgel in staat de bezoekers te attenderen op de bijzonderheden van een gebouw.

Onderpositief van het Verhofstadt-orgel (1719) in de Grote of SintBarbarakerk in Culemborg. Foto: Jaap Jan Steensma

Soms wordt het orgel ingezet voor het spelen van muziek in stijlen waarvoor het niet gemaakt of minder geschikt is, zoals popmuziek, wereldmuziek en dergelijke. Hoewel dit soort initiatieven de horizon verbreden en nieuw gebruik van het klinkend erfgoed verkennen, is te hopen dat ook het ‘traditionele’ repertoire op de orgels blijft klinken. Organisten boffen ermee dat de grootste componist aller tijden, Johann Sebastian Bach (1685-1750), tevens organist was en een omvangrijk oeuvre voor het instrument heeft nagelaten. Dankzij deze grootse werken hoef je, wanneer Bach kan klinken, het publiek niet te overtuigen van het belang van het orgel. Weliswaar zijn lang niet alle orgels ideaal voor zijn muziek, maar met een muzikale vertaalslag en vooral inlevingsvermogen in het instrument zijn prachtige resultaten te bereiken. Naast de traditionele kerkmusici, van wie er steeds minder zijn, kunnen andere ruimdenkende ‘Bach-

Venster, 2018, nummer 3 — 17

Belang van het orgel


Het König-orgel in de Stevenskerk in Nijmegen. Foto: Maarten Rog, 2015

Het Naber-orgel in de Protestantse kerk in Gorssel. Foto: Maarten Rog, 2015

behoeftigen’ de waarde van het orgel ontdekken. Iedere pianist of klavecinist heeft de Inventionen weleens gespeeld, of misschien een Praeludium en Fuga uit Das Wohltemperierte Klavier. Is het geen prachtige uitdaging dit soort composities eens te proberen op het dorpsorgel om de hoek?

Over de auteur Jaap Jan Steensma (Harderwijk, 1984) is organist in Utrecht en Hilversum. Hij werkt als gecertificeerd orgeladviseur, waarbij hij onder meer werkt aan projecten in Elst en Gorssel. Hij is verbonden aan de Commissie Orgelzaken van de Protestantse Kerk in Nederland en lid van het College van Orgeladviseurs Nederland. Ook werkt hij als docent aan de Oude Muziek-afdeling van de HKU-Utrechts Conservatorium.

Venster, 2018, nummer 3 — 18

Tot slot Het opgroeien van een grote generatie onkerkelijken biedt nieuwe kansen. De tijd dat mensen een orgel automatisch associeerden met (saaie) kerkdiensten en middelmatig tot slechte organisten, is voorbij. Veel jonge mensen benaderen het orgel onbevangen en waarderen zijn klankschoonheid en diversiteit. Die nieuwe waardering is onder meer terug te vinden in het werk van Volkskrant-journalist Merlijn Kerkhof, die in zijn boek Alles begint bij Bach zijn (jonge) publiek er onomwonden van wil overtuigen dat het orgel het allermooiste instrument op aarde is.

1 ‘Vant Officie Des Orgelist Van Sanct Martens Kerck Binnen Onser Stadt Tiel’ in: Tijdschrift Der Vereeniging Voor Noord-Nederlands Muziekgeschiedenis 1, no. 2 (1883): 116-21. Geraadpleegd via http:// www.jstor.org/stable/947632; 15 juni 2018. 2 Maarten Albert Vente, Bouwstoffen tot de Geschiedenis van het Nederlandse Orgel in de 16de Eeuw, Amsterdam 1942, 83-84.

3 Jan van Biezen, Het Nederlandse Orgel in de Renaissance en de Barok, in het bijzonder de school van Jan van Covelens, Utrecht 1995, 535-552. 4 Dit voorbeeld is, net als de twee volgende, ontleend aan Jan Luth, ‘Daer wert om’ t seerste uytgekre­ ten…’; bijdragen tot een geschiede­ nis van de gemeentezang in het Nederlandse Gereformeerde protestan­ tisme ±1550 - ±1852, Kampen 1986, 211-211, 215.


Mijn kerk

Veel mensen voelen zich verbonden met een kerkgebouw. Hebt u ergens (in Gelderland, Nederland of het buitenland) ook een kerkgebouw waarmee u een speciale band hebt, stuur

Het orgel op het balkon van de Gasthuiskapel. Foto’s: Marjan Witteveen

ik daar te luisteren naar de muziek en zie ik de wit met gouden engeltjes hun wangen rond blazen op de trompet en de fluit. Een betere buur is niet te vinden.

uw verhaal in en/of neem contact op met hoofdredacteur Ben Verheij via venster@oudegeldersekerken.nl of telefonisch via (0544) 462032. De Gasthuiskapel in Zaltbommel.

Venster, 2018, nummer 3 — 19

Mijn naaste buur is de Gasthuiskapel in Zaltbommel. Gebouwd als gasthuis had het, zoals dat hoorde, ruimte voor een altaar en zag het er ook uit als een kapel. In de zeventiende en achttiende eeuw was het een kerk, met een eigen dominee (maar zonder orgel) naast de grote Sint-Maartenskerk. Het gebouw overleefde in de negentiende eeuw soldaten, paarden en slagers, maar als ziekenhuis moest het een verdiepingsvloer toelaten. Na 1970 bleef alleen nog een polikliniek over. Daar zag ik allerlei mensen naar binnen gaan voor hun medische controles en zat ik soms zelf in de saaie wachtkamer. Eindelijk, in het begin van deze eeuw, was het mogelijk de ruimte te restaureren. Een prachtige zaal kwam toen tevoorschijn, met een blauw tongewelf en gouden rozetten. Wat een plezier om daar te luisteren naar muziek of wetenschap of om feest te vieren. Alleen het balkon was nog wat kaal. Totdat vier jaar geleden een klein orgel uit 1756 de ruimte nog mooier maakte. Het viervoets-orgel met zeven registers, bedoeld om op een balustrade te staan, was van onbekende herkomst (vermoedelijk Westfalen) en steeds aangepast aan de tijd. Het stond lange tijd in Vreeland en daar heeft Michael Maarschalkerweerd in 1893 het binnen­werk vernieuwd en aan het orgel zijn ‘historische’ dispositie en barokke klank teruggegeven. Dat was toen een heel oorspronkelijke ingreep die nog nooit eerder was gedaan. Nu staat het orgel in volle glorie in de Gasthuiskapel op de galerij. Het speelt vaak mee in de concerten en dan zit

Marjan Witteveen


Interview

Karlijn van Onzenoort

Hiphop op een Flentrop? Wat is een orgel zonder organist? Juist. Daarom zetten we in deze speciale orgeleditie ook de spotlight op het vak van organist. Want die monumentale orgels zijn natuurlijk allemaal heel erg mooi, maar ze heten niet voor niets klinkend erfgoed. Een gesprek met Elske te Lindert: cantor-organist van de Catharinakerk in Doetinchem en sinds kort ook stadsorganist van die stad.

Wie bij een organist nog het beeld heeft een bedaarde, wat oudere heer of dame die tijdens de zondagse dienst ergens achter in de kerk alleen maar de muzikale begeleiding van psalmen en gezangen verzorgt, komt bedrogen uit. Elske te Lindert is jong, fris, dynamisch en heeft een duidelijke missie: laten zien hoe leuk een orgel is. ‘Het orgel moet het zware en stoffige imago van zich afschudden’, vindt ze.

Venster, 2018, nummer 3 — 20

Orgelbriefjes Ook de tijd van orgelbriefjes is voorbij. ‘Vroeger kreeg de organist een dag of twee vóór de dienst een briefje met daarop de psalmen en gezangen die op zondag gezongen moesten worden’, vertelt Te Lindert. ‘Tegenwoordig krijg ik op maandag een mailtje van de dominee, waarin hij het thema voor de komende zondag laat weten en alvast suggesties doet voor de liederen. Ik kan mijn eigen inbreng geven en volop meedenken over de keuze van de liederen.’ Flentrop Elke zondag speelt Te Lindert tijdens de dienst in de Catharinakerk, eens per maand is er een viering met het koor, de Catharinacantorij. ‘Ik begeleid de liederen en speel voorafgaand, tijdens en na afloop van de dienst ook andere muziekstukken en improvisaties. Het Flentrop-orgel in de kerk is een groot en stevig instrument waarop barokmuziek goed tot zijn recht komt, dus ik

Elske te Lindert is een veelzijdig musicus en werkt als cantor-organist, dirigent en sopraan in het hele land. Daarnaast is ze stadsorganist van Doetinchem. Foto: Roel Kleinpenning

speel daar graag Bach en Buxtehude. Voor kerst en andere hoogtijdagen studeer ik vaak iets bijzonders in, bijvoorbeeld mooie Engelse orgelmuziek.’

mijn optredens als zangeres voer ik een soort gesprek met het publiek, zeker als ik theaterelementen in mijn programma verwerk.’

Verstopt Organist zijn is een eenzaam vak, vindt ze. ‘Je zit in je eentje achter in de kerk, verstopt achter een grote pijpenkast. Je ziet het publiek niet en het publiek ziet jou niet. Ik vind het praatje dat ik voorafgaand aan een concert houd vaak nog het leukst, omdat ik dan werkelijk even contact heb met het publiek. Om die reden ben ik ook gaan zingen. Tijdens

Hometrainer Ook moet je als organist veel uren maken om repertoire op te bouwen en te onderhouden, aldus Te Lindert. Dat gebeurt soms in de kerk, maar meestal thuis op de ‘hometrainer’, zoals ze haar elektronische orgel gekscherend noemt. ‘Het repertoire bestaat niet alleen uit kerkmuziek, maar ook uit “gewone” orgelmuziek, bijvoorbeeld


van César Franck en Louis Vierne. En van Bach, want die schreef heus niet alleen maar kerkmuziek! Verder haak ik ook aan bij evenementen in de stad, zoals het jaarlijkse jazzfestival. Twee jaar geleden speelde ik toen op zondagochtend in de kerk jazzy bewerkingen van orgelkoralen.’ Stadsorganist Dergelijke activiteiten buiten het kerkboekje zijn waarschijnlijk de opmaat geweest voor haar benoeming tot stadsorganist. ‘Hiermee willen de gemeente Doetinchem, de kerk en ikzelf laten zien dat het orgel er niet alleen voor de kerk is, maar voor de hele stad. Het orgel verbindt de kerk en de stad met elkaar, en de gemeente onderschrijft dat met deze benoeming.’ Stadorganist is vooral een (onbezoldigde) ­eretitel; wel is er een bescheiden budget beschikbaar om het orgel binnen en buiten de kerk zichtbaar en hoorbaar te maken. Ideeën hiervoor heeft Te Lindert genoeg.

In de Catharinakerk, midden in het centrum van Doetinchem, vinden behalve vieringen ook talloze culturele activiteiten plaats, georganiseerd door Catharina Cultureel. Foto: Gerard ter Brugge

Even kennismaken Elske te Lindert (1980) studeerde orgel aan het conservatorium in Enschede. Ze maakte verschillende opnames voor de Nederlandse Bachvereniging, voor hun website allofbach.com. Naast haar werk als organist begon ze een zangstudie. Inmiddels heeft ze ook als zangeres een uitvoerige concertpraktijk. Zo treedt ze op als solist

bij grote orkesten, waaronder Het Orkest van het Oosten en de Philharmonie Zuidnederland. Ook werkt ze regelmatig voor de Nederlandse Reisopera en maakt ze deel uit het ensemble Il Canto di Rame. Bovendien is ze sinds haar negentiende dirigent, o.a. van het Deventer Vocaal Ensemble en van Vrouwenkoor Musica. Meer lezen? Kijk op www.elsketelindert.nl.

Venster, 2018, nummer 3 — 21

Hiphop Zo wil ze iets doen met educatie. Dat deed ze al eerder. ‘Ik heb een jaar lang met een kistorgeltje op een aanhangwagen langs scholen in de Achterhoek en Twente getrokken. In de bovenbouwklassen vertelde ik over het instrument, maar daar kwamen ook geschiedenis en natuurkunde bij kijken.’ Verder wil ze het orgel meer gaan inzetten bij publieksevenementen. Bijvoorbeeld bij het jaarlijkse danceevent in de kerk, die dan is ingericht als een heuse dancetempel. ‘Tot nu toe is het orgel tijdens dit festijn alleen maar mooi uitgelicht, maar waarom zou ik er dan geen housemuziek of hiphop op kunnen spelen?’


Actuele publicaties

Venster, 2018, nummer 3 — 22

Getijdenboek met Batenburgse wortels Janus Kolen, ‘Macht en devotie. Een vijftiende-eeuws getijdenboek met Batenburgse wortels’, Tweestromenland. Maas en Waals Tijdschrift voor streek­ geschiedenis, (2017) nr. 3, blz. 4-11, 9 afb. full colour. Onlangs verscheen op de Tefaf in Maastricht een getijdenboekje en Janus Kolen schreef daar een ­interessant en fraai geïllustreerd artikel over. Hij focust vooral op de historische ­achtergrond van de opdrachtgever en de beschrijving van het getijdenboek, maar hij gaat daarbij slechts summier in op kunsthistorische aspecten. Het kleine, met gotische letters in het Latijn geschreven handschrift telt ruim vierhonderd papierdunne perkamenten pagina’s en wordt gedateerd op ca 1410-1420. Het boekblok meet slechts 11,7 bij 8,4 centimeter, en het beschreven deel van de pagina’s is (de randversiering niet meegerekend) zelfs maar 6,0 bij 4,5 centimeter. Ondanks deze minimale maat is het boekwerkje zonder meer fraai gekal-

Foto: Dr. Jörn Günther Rare Books Basel

Ineke Pey

Rijk geïllumineerde pagina’s uit het Batenburgse getijdenboek. Foto: Jan Dekkers

ligrafeerd en geïllumineerd met zeven pagina­vullende miniaturen met voor­stel­lingen uit het passieverhaal, vier initialen met picturale voorstelling, decoratief Iers vlechtwerk en randwerk. De achtergronden van de miniaturen vertonen verschillende vlakke ‘tapijtmotiefjes’ zoals dat in de gotiek vooral aan het Franse hof gebruikelijk was. Letterlijk en figuurlijk was het Batenburgse boekje ‘monnikenwerk’. Dat dit door monniken zelf ook zo werd gevoeld, blijkt uit een (uit het Latijn vertaalde) verzuchting van een anonieme achtsteeeuwse monnik: O wat is het schrijven zwaar: het vertroebelt de ogen, belast de nieren en brengt tegelijk kwalen toe aan alle lede­ maten. Drie vingers schrijven, het hele lichaam lijdt… Het moet eeuwen later de (af)schrijver van het Van BronckhorstBatenburg gebedenboek uit het hart zijn gegrepen. Dit werkje zal beslist een aanslag

op zijn ogen en rug zijn geweest, maar aan het resultaat is dat niet af te zien. Opmerkelijk is het ruim toegepaste lichtroze in de miniaturen, een in manuscripten relatief weinig aangetroffen kleur. Dit kan mijns inziens het gevolg zijn van gebruikmaking van een (nu verbleekt) rozerood organisch pigment (roodhout?), dat het door Kolen geconstateerde intensieve gebruik van het boek zou onderstrepen. De opdrachtgever was zeer waarschijnlijk Dirk II van Bronckhorst-Batenburg (ca. 1400-1451), heer van Batenburg, Anholt, Gronsveld en Rimburg, die het boekje cadeau gaf aan zijn eerste echtgenote Catharina van Gronsveld (1399-1444). Dirk II was geboren in Anholt of Batenburg. Vilein is Kolens afwijzing van het idee als was Dirk II behalve Batenburger tevens Nijmegenaar: Soms wordt hij echter ook aangeduid als een Nijmegenaar maar dat is te veel eer voor die stad. (…) Hij zal zich (door bezit van een huis ter plaatse) ook in Nijmegen wel thuis hebben gevoeld maar een Nijmegenaar was hij niet. Wel is hij in Nijmegen begraven.


Agenda Meer informatie? Kijk op www.oudegeldersekerken.nl/ activiteiten/agenda

Buren: concert Avond van het lied, met Peter Gijsbertsen, tenor en Stefan Gerritsen, gitaar. Info: 19 oktober, 20.15 uur, € 20 Drempt: Open Zaterdagen Bezichtiging kerk en activiteiten/ tentoonstellingen, van o.s. sieraden en schilderijen. Info: zaterdagen in juli en augustus, 11.00 tot 17.00 uur, toegang gratis

Nationale orgeldag Hoog-Keppel: concert Hanneke Rouw, cello en Eva van de Dool, viool spelen werken van o.a. Rachmaninov en Saint-Saëns. Info: 30 september Vorden: concert Zondagmiddagconcert door Maya Levy, viool en Matthieu Idmtal, piano. Info: 14 oktober, 15.30 uur, € 15, t/m 16 jaar gratis

Op zaterdag 8 september is het Nationale Orgeldag! Op tal van plaatsen staat het orgel die dag in de spotlight. Ook in de kerkgebouwen van Oude Gelderse Kerken! Kom kijken, luisteren en spelen! www.nationaleorgeldag.nl

Groenlo: Oude Calixtuskerk Orgelconcertreeks door vijf organisten in kerken in Oost Gelre. Start in de Oude Calixtus in Groenlo (met bespeling van het carillon), daarna concerten in achtereenvolgens Lichtenvoorde, Harreveld, Zieuwent en Mariënvelde. Eventueel per fiets af te leggen (route van 26 km). Info: 8 september, 10.00 tot 16.30 uur, toegang gratis oudecalixtus.nl

Leur: openstelling Tijdens de Leurse Jaarmarkt en de Open Monumentendag is de kerk opengesteld ter bezichtiging. Info: 2 september, 11.00 tot 17.00 uur; 9 september, 12.00 tot 17.00 uur

Orgel in de St.-Werenfriduskerk in Zieuwent, een van de locaties van de orgelconcertreeks in Oost Gelre. Foto: Michiel van ’t Einde

Zutphen: Walburgiskerk • Mediatief avondconcert, met orgel, shakuhachi en zandvorm 28 september, 20.00 uur, € 15 • Japanse film met orgelimprovisatie door Hayo Boerema 12 oktober, 20.00 uur, € 15 • Avondorgelconcert door Bob van der Linde 26 oktober, 20.00 uur, € 12 • Jazz op het orgel met Het Orgel Trio 28 oktober, 16.00 uur, € 15 • Hildegard, een opera in de kerk 16 november, 20.00 uur, € 25 Info: Walburgiskerk Zutphen

Venster, 2018, nummer 3 — 23

Meer orgelconcerten Kranenburg: expositie Expositie over patroonheiligen van beroepsgroepen. Daarnaast aandacht voor de veertien kruiswegstaties (in tegeltableaus) van Pierre Cuypers, afkomstig uit de in 1990 afgebroken kerk De Liefde in Amsterdam. Info: dinsdag t/m zondag, 12.00 tot 17.00 uur, € 5


Kerk&werk

Tekst en foto’s: Carel van Gestel

Bron van inspiratie ‘Mijn vader was een uitstekend musicus. Mijn moeder zong, maar dat was niet om aan te horen! Van beiden heb ik iets meegekregen’, aldus Jan van de Bovenkamp, die al sinds 1970 de zondag­diensten begeleidt op het

De Crane-orgel van de Oude SintVictorkerk in Batenburg. Het portret van zijn vader op de lessenaar inspireert hem nog altijd. Met zijn veel­ zijdige kennis, enthousiasme en voortvarendheid is hij zelf weer een bron

van inspiratie voor volgende generaties. Batenburg boft maar! In deze rubriek brengen we de werkzaamheden van een vrijwilligersfunctie binnen Oude Gelderse Kerken in beeld.


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.