Page 1

Dit is een bijlage bij dagblad de telegraaf. de inhoud van deze bijlage valt niet onder de hoofdredactionele verantwoordelijkheid

Corporate Social Responsibility Duurzaam leiDerschap – serious business

april 2013

Kantoor

Zakelijke en groen kunnen prima door één deur

Mobiliteit Flexibiliteit is het toverwoord

Marjan Minnesma ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat het niet snel genoeg gaat’

Ook nú focus op duurzame inzetbaarheid

Duurzame economische groei

FRIENDL CO

L

OG

IE

Y

O KI

ED

DE SI

TURE IN FU

E

Internationaal

THE

Personeel

TECHNO

L

FE

CLUSIEF IN

3

JA A R

AT U R E S

GA

R A N TIE

* na registratie binnen 30 dagen na aankoop.

OKI_banner_262x50.indd 1

3/04/2013 15:19:29


2

e d ito r ia l

Van exclusief naar inclusief Nederlandse ondernemingen staan voor een kantelpunt: hoe daadwerkelijk duurzame verdienmodellen te realiseren, juist in tijden van crisis. Duurzaamheid defensief najagen werkt alleen op korte termijn; duurzaamheid solistisch najagen is risicovol. Volgens hoogleraar Rob van Tulder is het tijd voor slimme partnerschappen en een inclusieve benadering.

“Overlevingskansen van ondernemingen tijdens crises blijken sterker wanneer ondernemers met een constructieve lange termijn visie komen. Juist nu blijkt het belangrijk om met een lange termijn visie, strategische vernieuwing en een inspirerend verdienmodel te komen, gericht op het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Tegelijkertijd is het essentieel om zo’n verdienmodel concreet te maken en realistische verwachtingen te scheppen over de haalbaarheid. Verandering loopt anders al gauw vast in goede bedoelingen. Eigen medewerkers en maatschappelijke stakeholders spelen hierbij een belangrijke rol, zowel bij bedenken als implementatie van de strategie. Existentiële vragen dienen daarbij expliciet gesteld en beantwoord te worden: speel je in op de irrationaliteit van de klant of probeer je de klant te helpen met het maken van goede keuzes? Lever je elektriciteit of wooncomfort? Verkoop je telefoons en abonnementen of verbind je mensen? Bescherm je patenten of probeer je een bijdrage aan gezondheid te leveren? vragen legden we voor aan twintig grote Nederlandse ondernemingen die als koploper op het terrein van duurzaamheid bekend staan. We deden dit in het kader van het onlangs verschenen boek Duurzaam Ondernemen Waarmaken (samen met DHVRoyalHaskoning consultants

Dergelijke fundamentele

Rob van Tulder, Hoogleraar Bedrijfskunde RSM Erasmus Universiteit Rotterdam Academisch directeur Partnerships Resource Centre.

geschreven). Veel ondernemers formuleren interessante duurzaamheidsinitiatieven, maar bij velen is het onzeker of deze ook beklijven. Ondernemingen bevonden zich veelal rond het zogeheten kantelpunt: het moment waarop verduurzaming van de bedrijfsvoering tot de kern van de organisatie gaat behoren. Koplopers bleken een aansprekende visie in toenemende mate ook samen met maatschappelijke stakeholders te hebben ontwikkeld. Met consumentengroepen samen innovatieve producten en diensten bedenken, met NGOs nieuwe

‘Bij veel issues is nog onbenut intern veranderpotentieel binnen organisaties’ markten betreden, met overheden duurzame inkoopstrategieën bedenken. Geen inspraak, maar samenspraak; niet exclusief, maar inclusief. Co-creatie heet dit in het jargon. Slimme partnerschappen is wellicht een meer begrijpelijke aanduiding. een enorm onbenut veranderpotentieel. Op 90 procent van de duurzaamheidsissues die we hen voorlegden, bleken We ontdekten ook

medewerkers verder te willen gaan dan de eigen organisatie: met name op issues zoals transparantie, eerlijke handel, het tegengaan van kinderarbeid en de aanpak van armoede. Bij veiligheid en milieu blijken de ambities van medewerkers en ondernemers gelijk (hoog). Daar valt weinig te winnen. Bij dierenwelzijn zijn de ambities ook gelijk, maar laag. Er is dan intern weinig draagvlak voor grote verandering. Veranderdruk zal vooral van maatschappelijke organisaties moeten komen (dossier ‘plofkip’). Bij veel issues is echter nog onbenut intern veranderpotentieel binnen organisaties aanwezig. Een inclusieve strategie, met maatschappelijke stakeholders, krijgt daarbij de voorkeur. Dit is ook logisch: echte vooruitgang vergt dat de hele branche meedoet – of in ieder geval dat vooruitgang niet tegengehouden wordt door de hindermacht van concurrenten of de overheid. Onbegrepen en ondoordachte (exclusieve) verduurzamingsstrategieën kunnen ons duur komen te staan. Deze conclusie is strategischer dan menig ondernemer wellicht denkt. In een ander onderzoek naar de manier waarop Nederlandse ondernemingen op de snelst groeiende markten van Afrika een concurrentievoordeel kunnen behalen (uitgekomen in het boek Doing Business in Africa), bleek namelijk ook al dat een inclusieve strategie de toekomst heeft. Juist in opkomende markten blijkt er een duurzame wereld te winnen.”

05

06

08

10

04 Duurzaam overleven in crisistijd 05 Duurzame mobiliteit: flexibiliteit is het toverwoord 06 Profielinterview: Marjan Minnesma 08 Strakke pakken in een groen gebouw 10 Duurzaam groeien in het buitenland

Colofon

Over Smart Media

Project Manager: Ravelle Bos, ravelle.bos@smartmediapublishing.com Productieleider: Hans Wihlborg Hoofdredactie: Jerry Huinder, redactie@smartmediapublishing.com Tekst: Floor van Dijck, Desiree Hoving, Hanne Reus Coverbeeld: Peter Elenbaas Grafische vormgeving: Leon Mooijer Drukkerij: Drukkerij NoordHolland

Smart Media ontwikkelt, produceert en financiert themabijlagen die via landelijke, gerenommeerde kranten worden verspreid. Elke themabijlage wordt gemaakt door zorgvuldig samengestelde redactieteams. De grafische productie wordt verzorgd door creatieve vormgevers met gevoel voor de productie van moderne tijdschriften. Onze basisgedachte is een sterke onderwerpgerichtheid. Door zichtbaar te zijn in onze themabijlagen bereiken onze klanten alle lezers van de randstedelijke editie van de krant. En selecteren ze automatisch de doelgroep die in de markt is voor de producten en diensten van het bedrijf. Smart Media is een jonge en dynamische onderneming met hoge doelstellingen. Wij ontwikkelen ons snel en onze planning is erop gericht een van de toonaangevende bedrijven van Europa in ons vakgebied te worden. Op dit moment zijn we vertegenwoordigd in Zweden, Noorwegen, Zwitserland, België en Nederland.

Voor meer informatie kunt u een e-mail sturen naar info.nl@smartmediapublishing.com Smart Media Publishing Holland B.V. Sint Antoniesbreestraat 16, 1011 HB Amsterdam, The Netherlands. Tel +31 20 79 600 80, www.smartmediapublishing.com

Dit is een bijlage bij dagblad de telegraaf. de inhoud van deze bijlage valt niet onder de hoofdredactionele verantwoordelijkheid

CO-CREATE TO CONTRIBUTE MARKET-BASED SOLUTIONS TNO DEVELOPS SUSTAINABLE INNOVATIONS THAT BOOST ECONOMIC DEVELOPMENT AND CREATE SOCIAL WEALTH IN DEVELOPING COUNTRIES. IN ORDER TO EMPOWER THE FOUR BILLION PEOPLE WITH LOWEST INCOMES. ALWAYS IN COCREATION WITH LOCAL PUBLIC AND PRIVATE PARTNERS. OUR ENERGY INNOVATION IS THE TRANSFORMATION OF HEAT INTO ELECTRICITY.

WWW.TNO.NL/i4D

Volg ons


Ondernemingssucces vergt radicaal anders denken Tijden veranderen. En daarmee verandert ook de definitie van ondernemingssucces. Steeds meer managers en ondernemers realiseren zich dat ze alleen succesvol zijn als ze financieel excelleren en tegelijkertijd ook grote maatschappelijke problemen te lijf gaan. De toekomst is dan ook aan duurzame business modellen. De wereldbevolking groeit naar 9 miljard mensen. Zij willen allemaal hun deel van de welvaart en dat legt grote druk op de leefbaarheid van onze planeet. Er is sprake van groeiende sociale onrust in grote delen van de wereld. Verspilling en vervuiling leiden tot grote problemen. We rollen van het ene voedselschandaal in het andere. De veelkoppige financiële crisis is maar niet onder controle te krijgen. En een krachtig tegengif voor deze gifcocktail van samenhangende problemen lijkt ver weg. Toch is er geen reden om te somberen, want er is wel degelijk handelingsperspectief. Steeds meer onder­ nemingen zetten in op het combineren van financiële en duurzame winst en bieden daarmee een groot

veranderpotentieel. Waar het om gaat is dat steeds meer ondernemingen hiertoe overgaan, samen met partners in bedrijfsleven en overheid. De eerste stap is het besef dat succes meer is dan winstmaximalisatie. Dat is immers een kortzichtige gedachte, want je kunt niet succesvol zijn in een wereld die aan alle kanten ontspoort. Werkelijk succes vraagt om een duurzame kijk op de omgeving en de rol van bedrijven en consumenten daarin.

energie. Het vraagt om het waarborgen van vitaliteit voor mens en organisatie. Het vraagt om het betrekken van ketenpartners. En het vraagt om een heldere verslag­ legging over de prestaties – zowel financieel als niet­ financieel. Stuk voor stuk zijn dat zaken waar we bij Ernst & Young warm voor lopen. We helpen opdracht­ gevers met het ontwikkelen van een visie maar gaan ook graag aan het werk om die visie om te zetten in aansprekende resultaten.

Het gaat om meer dan een beetje verduurzamen. We moeten radicaal anders gaan denken en doen. Wie de mogelijkheden serieus onderzoekt komt op andere toekomstvaste business modellen. Modellen waarin niet alleen de aandeelhouder centraal staat, maar waarin alle stakeholders recht wordt gedaan. Modellen die zijn gebouwd op maatschappelijke waardecreatie in plaats van op waardevernietiging. Of modellen waarin niet het bezit maar het gebruik van producten centraal staat. De echte uitdaging zit erin om die modellen niet alleen op de tekentafel te ontwerpen, maar deze ook naar de praktijk te vertalen. Zodat de ambities hun werkpak aantrekken. Daarbij spelen tal van vraagstukken een rol. Het vraagt bijvoorbeeld om het optimaliseren en verduur­ zamen van grondstofstromen en het besparen van

Wilt u meer informatie over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met: Hugo Hollander • partner Ernst & Young Cleantech & Sustainability Services Marieke Gombault • senior manager Ernst & Young CSR Beiden zijn bereikbaar via +31 (0)88-407 10 00

advertorial

MaetisArdyn: duidelijk resultaat Duurzame inzetbaarheid, een veranderen de ziektewet en vergrijzing. Deze tijd vraagt om nieuwe arbodienstverlening. MaetisArdyn is met haar resultaatgerichte aanpak dé partner van de werkgever en werknemer in nieuwe arbotijden. Algemeen directeur Philip Bos: “Wij werken graag met iedere werkgever samen om het succes van hun organisatie te vergroten. Dit doen we door werkgevers en leidinggevenden te begeleiden bij hun gezondheidsbeleid en werknemers te helpen zelf verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor hun toekomst.”

Wat is de vernieuwende aanpak van MaetisArdyn? “We zijn geen klassieke arbodienst, maar een partner die helpt om werknemers duurzaam inzetbaar te houden. Belangrijk is dat MaetisArdyn niet alleen in actie komt bij verzuim, maar werknemers en werkgevers in staat stelt om verzuim vooraf te herkennen en daarmee te voorkomen. De tools binnen onze applicatie Zorg van de Zaak online maken dit mogelijk.”

Hoe gaat dat in de praktijk? In onze aanpak maken we onderscheid tussen werknemers @home, @risk en @work. Onze professionals ondersteunen werknemers die

zijn uitgevallen, bij de terugkeer op de werkvloer. We zetten ons ook in om werknemers met een verhoogd risico op verzuim duurzaam inzetbaar te houden. Daarnaast stimuleren we werknemers die aan het werk zijn om vitaal te blijven.

Hoe blijven jullie professionals uitstekende professionals? “Bij MaetisArdyn staan de bedrijfsarts en de andere professionals garant voor kwaliteit. Dankzij ons opleidingsprogramma blijven zij zich ontwikkelen op het gebied van veranderende weten regelgeving, aangepaste uitgangspunten van het UWV en nieuwe inzichten over inzetbaarheid.”

Waaruit blijkt de betrouwbaarheid van MaetisArdyn? “We zijn financieel gezond en in onze dienstverlening staat de onafhankelijke rol van de bedrijfsarts centraal. Daarnaast stellen we hoge eisen aan de privacy van de werknemers van onze klanten. MaetisArdyn is een volledig gecertificeerde arbodienst. We streven ernaar dit jaar ook gecertificeerd te worden voor ISO27001 en NEN7510. Daarmee lopen we voorop in Nederland. We combineren dus een resultaatgerichte aanpak met uiterste zorgvuldigheid.”

Philip Bos, algemeen directeur MaetisArdyn.


4

tr e n d

i n z etb aar h e i d

‘Rond 2007 lag het percentage werknemers met een burn-out op 9 à 10 procent, terwijl dat nu 13 procent is’ Wilmar Schaufeli (niet op foto, red.)

Duurzaam overleven in crisistijd Bedrijven mogen al blij zijn als ze hun hoofd boven water weten te houden. Toch zouden ze best wat meer energie mogen steken in het blij houden van hun medewerkers. “Bedrijven moeten ook nu duurzaam met hun medewerkers omgaan.” Tekst Desiree Hoving

Overleven. Dat is op dit moment de grootste uitdaging voor veel bedrijven. Ze behouden de werknemers die productief en gezond zijn en nemen noodgedwongen afscheid van de rest. Geen wonder dus dat de werkloosheid de afgelopen dertig jaar nog nooit zo hoog was als nu, meldde het CBS onlangs. Maar dat gaat rigoureus veranderen. Nog niet op de korte termijn: tot 2017 zullen er nog voldoende mensen zijn om openstaande vacatures in te vullen, valt op te maken uit de laatste arbeidsmarktprognose van het UWV. Maar daarna ontstaat er – door de vergrijzing – toch echt krapte op de arbeidsmarkt, denken experts. “Op langere termijn komen we tienduizenden werknemers tekort”, zegt Wilmar Schaufeli. Volgens de hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit

Utrecht moeten we er daarom ook nu voor zorgen dat iedereen straks nog kan blijven werken. Bedrijven kunnen dus beter over deze crisistijd heen kijken in plaats van korte termijn maatregelen te nemen, zoals het bevriezen van opleidings- en trainingsbudgetten. “Ik geef toe, die korte en lange termijn bijten elkaar wel een beetje. Maar ik denk dat bedrijven ook nu duurzaam met hun medewerkers om moeten gaan.” Ter illustratie noemt Schaufeli de zorgsector waar ongeveer een miljoen mensen werken, de sector met de meeste werknemers van ons land. “De komende jaren zijn daar nog meer mensen nodig. We moeten de zorgsector enerzijds dus aantrekkelijk houden voor nieuwe mensen. Anderzijds is het belangrijk om het huidige personeel duurzaam inzetbaar te houden. Dat betekent: zorgen dat mensen gezond en gemotiveerd blijven om hun werk te kunnen doen. Zo voorkom je bovendien dat ze ziek worden vanwege hun arbeidsomstandigheden.” bedrijf haar werknemers bevlogen? Waardering, steun en coaching zijn heel belangrijk volgens Schaufeli. Hij heeft een waslijst met tips voor een stimulerende werkomgeving. Volgens hem zijn er meer inspirerende leidinggevenden nodig die mensen feedback geven op hun prestaties en hen de ruimte geven om de dingen te doen die ze graag willen doen. Dankzij Het Nieuwe Werken sturen steeds

Maar hoe houdt een

‘Die korte en lange termijn bijten elkaar wel een beetje’ Wilmar Schaufeli

meer managers op eindresultaat. Dat is goed, vindt de hoogleraar, want hoe en waar mensen hun werk precies doen, maakt dan niet meer uit. Die flexibiliteit is prettiger dan wanneer alles in regels en procedures wordt vastgelegd. Schaufeli: “Als je je werk met plezier doet, zet je je er meer voor in en leer je meer.” Maar naast werkplezier gaat duurzame inzetbaarheid ook over het gezond en vitaal houden van medewerkers. Volgens de hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie kunnen bedrijven stickers plakken waarop staat dat je beter de trap kan nemen of een fietsvergoeding of fitnessabonnement aanbieden, maar ondanks al deze maatregelen heeft een bedrijf uiteindelijk weinig grip op wat mensen buiten hun werk doen. “Je kunt ze bijvoorbeeld niet verplichten om niet te roken. En of mensen gaan sporten is voor een groot gedeelte hun eigen keuze.” Wellicht wordt al die moeite voor een gezonde leefstijl überhaupt beter ergens anders ingezet. Mensen vallen namelijk niet zozeer uit om fysieke redenen, maar vanwege psychische klachten. Volgens een evaluatierapport van de WIA (Wet op Inkomen & Arbeid) uit 2011 geldt dit voor 41 procent van de uitkeringsgerechtigden. De tweede grootste reden voor uitval, met 21 procent, is een ‘aandoening aan het bewegingsapparaat’. Daaronder vallen onder meer rugklachten en RSI, weet Schaufeli. Volgens hem ontstaan

die klachten vaak door werkdruk, en hebben ze dus ook een psychologische in plaats van een fysieke oorzaak. schreef Nahymja Nijhuis, die met lof afstudeerde bij de afdeling Arbeids- en Organisatiepsychologie van de Universiteit Utrecht, een artikel voor het vakblad Gedrag & Organisatie (nummer 25, 2012). Daarin beschrijft ze twee typen mensen die een te hoge werkdruk ervaren: workaholics en werknemers met een burn-out. Werkverslaafden zijn volgens haar harde werkers, die familie en sociale dingen minder belangrijk vinden dan hun werk. Ze werken niet hard omdat ze het leuk vinden, maar omdat ze onzeker zijn en een negatief zelfbeeld hebben. Mensen met een burn-out zijn daarentegen nauwelijks meer in staat om hard te werken. Ze zijn uitgeput, minder gemotiveerd en minder effectief. Dat komt volgens Nijhuis omdat ze het lastig vinden om aan de eisen van hun functie te voldoen.

Over die werkdruk

Om op lange termijn te overleven zullen bedrijven er op korte termijn voor moeten zorgen dat mensen plezier houden in hun werk en dat de werkdruk niet te hoog wordt. Een behoorlijke uitdaging in deze crisistijd, zo blijkt bijvoorbeeld uit de laatste burn-out cijfers. Schaufeli: “Rond 2007 lag het percentage werknemers met een burn-out op 9 à 10 procent, terwijl dat nu 13 procent is.”

Uw eigen fiets

elektrisch maken vanaf e 279,-!

Elektrische fietsen vanaf e 899,Elektrische scooters vanaf e 699,Betrouwbaar en eerlijk geprijsd Verkrijgbaar in meer dan 100 fietsenwinkels T 0252-348827 E info@rat-holland.nl www.rat-holland.nl

ga snel naar de website: www.rat-holland.nl


5

m o b i lite it

3 vragen aan...

Flexibiliteit is het toverwoord Het milieu, de hoge benzineprijs, file-ellende: genoeg redenen om eens goed te kijken naar hoe het met het vervoer binnen uw bedrijf gesteld staat. Grote kans dat het duurzamer kan. En in deze tijden van crisis betekent duurzamer ook goedkoper. Twee vliegen, één klap. Tekst Floor van Dijck

Groen en duurzaam zijn in mobiliteitsland de termen waar het om draait. Opvallenderwijs niet zozeer om het milieu, onze gezondheid en de atmosfeer maar vooral vanwege de crisis: energiezuinig staat namelijk gelijk aan goedkoop in gebruik. Vandaar dat er grote ontwikkelingen zijn in woon-werkverkeer en het wagenpark van bedrijven. Jan Rotmans, professor in Sustainability Transitions bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, signaleert verschillende trends als het gaat om duurzaam vervoer. “Ten eerste zie je dat bedrijven steeds vaker een mobiliteitsmanager (mobiliteitsmakelaar) inhuren. Dat is een gespecialiseerde consultant die een passend advies geeft over hoe het bedrijf duurzamer mobiel kan zijn, een nieuw mobiliteitsbeleid ontwikkelt en de benodigde mentaliteitsverandering bij het personeel helpt te realiseren. Dat gebeurt nog niet veel, maar wel steeds vaker.” Voor bedrijven resulteert dat in lagere kosten en een ander gebruik van mobiliteit. En dat is volgens Rotmans een tweede belangrijke ontwikkeling: de auto is steeds minder het vanzelfsprekende vervoermiddel. “Vanuit kostenoverwegingen en duurzaamheid kiezen bedrijven steeds vaker voor het openbaar vervoer of de (elektrische) fiets.” vorm van duurzaam met mobiliteit omgaan is

Een andere nieuwe

deze zo klein mogelijk te maken, door zo min mogelijk woon-werkverkeer te creëren. Flexwerken, thuiswerken, Het Nieuwe Werken: welke naam je er ook aan wilt geven, het draait om minder verkeer en de spits zoveel mogelijk vermijden. Volgens Marcel Bullinga, trendwatcher bij Futurecheck, wordt alles virtueler, het werk volgt de werknemer in plaats van andersom.

‘Rondrijden in grote, vervuilende auto’s is niet cool meer’ Jan Rotmans

Als ‘live’ ergens aanwezig zijn niet meer nodig is, dan gebeurt dat ook steeds minder. “Het gaat om het creëren van

een zakelijk ‘wij’-gevoel dat locatieonafhankelijk is. Flexibele werkvormen leiden tot gigantische besparingen. Wat het vervoer van goederen betreft gaan we steeds meer naar een lokale economie dankzij de 3D printer en robots. Dat maakt het in de toekomst mogelijk om veel productie die nu geoutsourcet is weer terug te brengen naar Nederland. Hiermee is er op lange termijn minder transport nodig.” van het wagenpark en het gebruik daarvan is er ook een grote vergroening van het wagenpark gaande. Al is de elektrische auto voor zakelijk gebruik nog niet doorgebroken, de hybride is dat volgens Rotmans wél. “Rondrijden in grote, vervuilende auto’s is niet cool meer, maar de stap naar honderd procent elektra durven veel bedrijven nog niet te maken. Ik verwacht dat over tien jaar veel mensen elektrisch rijden, maar nu zijn het vooral kleine,

Naast een verkleining

zuinige auto’s en hybrides. In New York zag ik bijvoorbeeld dat de City Bank honderd Toyota Priussen voor de deur had staan in verschillende kleuren. Een functioneel statement.” initiatieven natuurlijk, maar wat we nog volgens trendwatcher Bullinga wel eens dreigen te vergeten als we het over duurzame mobiliteit hebben, is dat de fiets en te voet natuurlijk de duurzaamste vervoermiddelen blijven. “Een auto is een heel duur ding dat het grootste deel van de tijd stilstaat. In de toekomst verschuift de focus van bezit naar gebruik van auto’s.” Bullinga voorspelt daarom dat we steeds meer gaan delen. “Delen is het antwoord op de crisis. Dat zie je nu nog vooral bij particulieren, maar dat geldt ook voor zakelijke mobiliteit. Door middel van slimme apps wordt dat veel makkelijker. Eigenlijk een soort carpoolen maar dan met een nieuwe naam. Oude wijn in nieuwe zakken. Flexibiliteit is een van de toverwoorden van de nieuwe mobiliteit.”

Allemaal mooie

autodelen gemeengoed wordt, moet er volgens professor Rotmans nog wel een mentaliteitsverandering plaatsvinden. “De leaseauto is nu nog een statussymbool, maar je ziet al dat de jonge generatie tot 35 daar niet meer warm voor loopt. Bedrijven moeten daar nog op inspringen.” Urgenda, de duurzaamheidsclub waar hij voorzitter van is, signaleert ook de opkomst van de elektrische fiets voor het woon-werkverkeer. Tussen bijvoorbeeld Rotterdam en Den Haag wordt al een fietssnelweg aangelegd, speciaal geschikt voor de elektrische fietsen die sneller gaan en waarmee grotere afstanden afgelegd kunnen worden. Rotmans: “Mijn fietshandelaar vertelde me al dat één op de drie fietsen die hij nu verkoopt elektrisch is, en dat aantal zal alleen maar groeien, zeker in de Randstad.” Een elektrische fiets van de zaak in plaats van een leasebak, is daarom niet heel verre toekomstmuziek.

Maar voordat zakelijk

Jan Rotmans: “In New York zag ik bijvoorbeeld dat de City Bank honderd Toyota Priussen voor de deur had staan in verschillende kleuren. Een functioneel statement.”

actu e e l

Paul Wessels Zakelijk autodelen is volgens trendwatchers het leasen van de toekomst. Mobility Mixx uit Almere levert dit product al tien jaar. Paul Wessels legt uit. ■ Hoe werkt het? “We leveren aan bedrijven of bedrijventerreinen zakelijk autodelen. De auto’s zijn uitgerust met een systeem dat is aangesloten op het internet. Met hun mobiliteitspas kunnen medewerkers een auto reserveren, en met die pas en een pincode kunnen ze op het moment dat ze hem geboekt hebben de auto in gebruik nemen. Aan het einde van de maand krijgt de werkgever een gespecificeerd overzicht van het gebruik, verbruik en de kosten van het wagenpark. Wij nemen het beheer, onderhoud en schoonmaak op ons.” ■ Zijn dat elektrische auto’s of hybriden?

“Als de klant dat wil, wel. Elke klant heeft een eigen pool aan auto’s naar eigen keuze, die ook ‘gebrand’ kunnen worden met bijvoorbeeld bedrijfskleuren of stickering. We werken bijvoorbeeld voor een bedrijventerrein in Den Bosch waar alleen maar elektrische auto’s staan.” ■ En, hoe loopt deze dienst? “Op dit moment beheren we circa 500 auto’s, en we merken een stijgende belangstelling. Maar voor veel bedrijven is het vanwege de onbekendheid nog wel een grote stap om met deelauto’s te gaan werken.”

advertorial

Vergroenen én kostenbesparen… iets voor uw organisatie? Negentig procent van de leasewagenparken heeft een duurzaamheidsmissie. Het vergroenen van wagenparken reduceert niet alleen Co2-uitstoot, het bespaart ook nog eens flink in de kosten. Wat zijn de juiste stappen? Daarin hebben experts van terberg leasing zich verdiept. ‘Vaak wordt gedacht dat het vooral gaat om de keuze voor kleinere en duurzame modellen’, weet product manager Fay Schutte van Terberg Leasing, ‘Zo simpel ligt dat niet. Er zijn tal van middelen en mogelijkheden om het verschil te maken. Vandaar dat wij binnen ons Greenlease product een compleet nieuwe aanpak hebben ontwikkeld.’ ‘Veel bedrijven weten simpelweg niet goed waar ze moeten beginnen’, zegt Schutte. ’Daarin begeleiden wij ze dan ook intensief. We starten met het maken van een Greenscan van

het wagenpark: hoe zit het met de labelling van de auto’s, het schadebeeld en het rijgedrag van de leaserijders? Op basis daarvan brengen we een advies uit waarmee het wagenpark duurzamer wordt.’ Een voorbeeld van de middelen die Terberg Greenlease inzet zijn rijtrainin-

gen om bewustzijn bij de berijders en zuinig rijden te stimuleren. Schutte: ‘Bewuster rijgedrag kan leiden tot een verlaging van 3 tot 15 procent in de brandstofkosten. Ook de juiste bandenspanning kan een besparing opleveren tot wel 3 procent.’ Met de Greenlease aanpak kan de klant zijn bedrijfsdoelstellingen waarmaken, hij reduceert CO2-uitstoot en bespaart ook nog eens kosten op het wagenpark. De resterende CO2-uitstoot wordt gecompenseerd in duurzaamheidsprojecten van de Climate Neutral Group, waardoor er een klimaatneutraal wagenpark ontstaat. ■

Wilt u ook uw wagenpark vergroenen? Terberg Greenlease gaat graag de samenwerking aan. Kijk voor meer informatie op www.terbergleasing.nl of bel 030-2884774.


6

i nt e r vi ew

‘De tijd van window dressing is voorbij’ Marjan Minnesma is de meest invloedrijke duurzame Nederlander. Ze trekt het hardst aan de duurzame agenda van politiek en economisch Nederland. Met resultaat. “Als ondernemer kun je tegenwoordig niet meer achterblijven.” Tekst Hanne Reus beeld peter elenbaas

Eind 2012 werd Marjan Minnesma door dagblad Trouw verkozen tot meest invloedrijke duurzame Nederlander – voor de tweede keer op een rij. Met haar organisatie Urgenda wil ze Nederland verduurzamen en dan met name vanuit het bedrijfsleven. Ze doet dat op concrete, en soms onconventionele wijze. Zo verkocht ze in vijf maanden tijd meer dan 50.000 zonnepanelen aan particulieren en bedrijven, steunt ze de ontwikkeling van een drijvende stad en zette ze tien topbestuurders op een low car diet. Met dergelijke icoonprojecten verspreidt ze haar boodschap en zet economie en politiek aan tot zelfreflectie en actie. Met enig ongeduld. “Ik ben tot de conclusie gekomen dat het niet snel genoeg gaat.” Hoe duurzaam is het Nederlands bedrijfsleven nu?

“Het Nederlands bedrijfsleven is een heel groot begrip, want 80 procent is eigenlijk MKB, maar we hebben het meestal over de grote jongens, zoals Unilever, DSM, Shell noem maar op. Zij zijn onlangs een samenwerkingsverband aangegaan onder leiding van de accountants Ernst & Young. Balkenende is dat begonnen. In die samenwerking zitten een aantal partners die goed aan de weg timmeren, zoals DSM en Unilever. Shell hoort daar niet tussen vind ik persoonlijk.” Hoe timmeren die grote bedrijven aan een duurzame weg?

“CEO Paul Polman van Unilever doet dat heel goed, door bij elk product te kijken naar de afdruk en dat per afdeling aan te pakken en dat bij de medewerkers tussen de oren te krijgen. Zo verankerd hij het in het bedrijf. Tevens hebben zij ontdekt dat de grootste afdruk, zo’n 67 procent, niet van hen, maar van de klant komt. Want het is niet zozeer de productie van de shampoo,

als wel het waterverbruik bij de toepassing van die shampoo, die het zwaarst drukt op de natuurlijke bronnen. Nu hebben zij een droogshampoo ontwikkeld en die met een heel goede campagne – die niets met klimaatverandering te maken heeft – op de markt gebracht.”

En dat werkt. Je wordt gedwongen na te denken over iets waar je anders niet over nadenkt. En zodra iemand er een keer mee in aanraking komt, blijkt dat de meeste mensen het toch wel belangrijk gaan vinden. En mij maakt het niet zo veel uit of ze het doen omdat het hen scheelt in de kosten, of omdat het moet van de afnemer.”

Het marketeren van duurzaamheid?

“Het lijkt me heel interessant als Unilever en Proctor & Gamble, de beste marketingbedrijven ter wereld, zich bezig gaan houden met de vraag: hoe krijg je die klant zo ver? De overheid heeft natuurlijk jarenlang zo’n spotje met de kreet ‘een beter milieu begint

‘Er ontstaan netwerken van duurzame ondernemers’ bij jezelf ’ gehad, nou, dat heeft gewoon nul opgeleverd. Maar als zo’n topmarketeer er over gaat nadenken dan gaat het niet over besparen of een beter milieu, maar spreekt het de consument wel veel meer aan.” En de kleinere bedrijven, hoe worden die duurzaam?

“Die kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen hun pand klimaatneutraal te maken en minimaliseren zo meteen hun energierekening. Maar de aanpak van grotere bedrijven heeft ook zijn effect in de keten, want die stellen als eis aan al hun toeleveranciers: laat je voetafdruk maar zien. Zo dringt het door tot bij de kleinste ondernemers en kunnen die niet achterblijven.”

Is het label duurzaam dan geen marketingtruc?

“Misschien dat een enkeling het daar nog voor gebruikt. Maar de tijd van het echte window dressing is wel voorbij. De topmannen weten ook dat de natuurlijke bronnen teruglopen, die zien hoe ernstig het is. Maar ook het MKB gaat in toenemende mate aan de slag met verduurzaming. En ze zoeken elkaar op.” Het levert ook echt voordeel op?

“Er ontstaan netwerken van duurzame ondernemers die elkaar werk gunnen. Een lokale bank neemt bloemen af bij de duurzame bloemist, zet het pand duurzaam in de verf, etcetera. Wij proberen dat soort netwerken te stimuleren en te ondersteunen. Je ziet hier een positieve beweging van onderop van bedrijfjes die elkaar positief beïnvloeden. Ik zie ook hier steeds minder green washing (groener voordoen dan men is, red.), wat dat betreft.“ Het gaat dus de goede kant op.

“Ja. Het enige is, het gaat mij nog te langzaam. Het gaat nu als een grote olietanker, maar het moet gaan als een speedboot.” Kan het zo snel?

Maar is elk bedrijf dat zegt duurzaam te zijn, ook echt duurzaam?

“Nou, wat ze moeten laten zien, dat is wel echt concreet. Voetafdruk, geen kinderarbeid.

“Als het besef doordringt hoe ernstig het is: ja dan wel. Als de overheid beslist om zes procent van de Noordzee nu vol te zetten met windmolens dan hebben we genoeg om

Van afval naar grondstof Overal waar gewerkt en geleefd wordt, ontstaat afval. Wij zamelen dat afval in om er vervolgens grondstoffen en brandstoffen uit te winnen. Zo ontstaat uit het afval van vandaag het waardevolle begin van een nieuwe cyclus. De grondstoffen voor morgen. En dat is nodig, we leven in een wereld waarin grondstoffen steeds schaarser worden. Dat vraagt om innovatieve oplossingen.

Energieleverancier Dat ziet de industrie ook, steeds meer producenten maken gebruik van onze grondstoffen. Van al het afval dat door onze handen gaat, krijgt bijna 60% op deze manier een tweede leven. Het restafval dat overblijft, zetten we om in warmte, stoom en energie. In 2015 groeit Van Gansewinkel door tot de grootste leverancier van duurzame warmte in Nederland.

Inzameling en recycling Van Gansewinkel zamelt het afval in voor bedrijven, (overheids)instellingen en huishoudens. Met een efficiënt inzamelsysteem transporteren we de ingezamelde afvalstromen van meer dan 100.000 klanten en 1.000.000 huishoudens naar gespecialiseerde be- en verwerkingslocaties.

Duurzaamheid Onze grootste bijdrage aan een duurzame samenleving leveren we direct, met onze core business, door van afval weer grondstof en energie maken. Dagelijks zijn we zo bezig om samen met onze klant ons credo waar te maken: Afval Bestaat Niet.

Onze recyclingbedrijven transformeren dat afval tot grondstof. Met innovatieve systemen en state of the art-technieken behalen we steeds hogere recyclingpercentages. Afval wordt zo weer grondstof met een kwaliteit die gelijkwaardig is aan die van primaire grondstoffen. Bovendien zijn secundaire grondstoffen veelal goedkoper en leidt gebruik ervan tot een significante CO2-reductie.

Weten wat Van Gansewinkel voor u kan betekenen en hoe we uw bedrijf kunnen verduurzamen? Kijk op www.vangansewinkel.com


7

© De energy flower, project van Grontmij en Soeters Van Eldonk architecten

‘Als de overheid beslist om zes procent van de Noordzee nu vol te zetten met windmolens dan hebben we genoeg om ons van alle energie te voorzien, met de elektrische auto’s erbij’

Groene kantoren wereldwijd ■ Energy Flower in Wuhan, China

ons van alle energie te voorzien, met de elektrische auto’s erbij. Als een overheid dat gewoon zou zeggen. In tien jaar is ook ieder huishouden van gas voorzien, dat kan nu ook met elektriciteit.” Hoe ernstig is het?

“Heel erg ernstig. We koersen af op een temperatuurstijging van 4 tot 6 graden. En dat is niet lekker aan het strand liggen, maar dat is natuurramp op natuurramp. Denk aan de droogte in de VS en een tijd terug in Rusland, die de oogst bedierf. Er ontstaat schaarste door, wat sociale onrust in de hand werkt: oorlog dus. En het zijn niet alleen activisten die de noodklok luiden, ook bijvoorbeeld de president van de Wereldbank slaat alarm.” Wat valt er nog te redden?

“We kunnen voor 2030 helemaal over op duurzame energie in Nederland. We zijn nu bezig met een studie om dat aan te tonen. Dat betekent ook een andere levensstijl, dat wel, maar het betekent niet met vijf truien aan als de kachel voluit staat, dat is het niet. We moeten alleen de guts hebben om het te doen.” Welke rol is hierin weggelegd voor de overheid?

“Voor die versnelling is de overheid noodzakelijk. Door regelgeving kan zij dat mogelijk maken. Europa doet het al, en loopt voor ons uit. Neem het klimaatverdrag. Om onder die twee graden stijging te blijven, moeten we veel serieuzer aan de slag. Daarvoor moet bijvoorbeeld viervijfde van de fossiele brandstof in de aarde blijven.” Je bent campagnedirecteur van Greenpeace geweest, maar zegt niet

Het gebouw in de vorm van een Aronskelk zet zichzelf in de schaduw tijdens de Chinese zomers. Tegelijkertijd biedt het ruimte aan de 3.000 m2 aan zonnepanelen die het dak rijk is. De ‘stamper’ van het ontwerp bevat windturbines. Zodoende is het energie- en klimaatneutraal, ook door hergebruik van regenwater. Het ontwerp won in 2011 de vernuftelingprijs.

een verleider. Activisme of verleiden. Wat is effectiever?

“We zijn vijf jaar bezig geweest met de positieve aanpak. Ik ben nu tot de conclusie gekomen dat het niet hard genoeg gaat. Dus ben ik een rechtszaak begonnen tegen de Nederlandse staat. Een rechtszaak uit liefde, dus niet voor schadevergoeding, maar ik wil graag dat de rechter heel objectief gaat kijken naar het klimaatverdrag en wat wij doen om onder die twee graden te blijven. De meeste experts zeggen dat we dat nu al niet gaan halen. De overheid moet dan aantonen wat zij daar voor doet en tot actie aangezet worden vanuit het recht.”

■ Silver Bullitt in Seattle, Verenigde Staten

Een commercieel centrum volledig zelfvoorzienend mede door zonne-energie en geothermische bronnen. Ook zijn er composttoiletten. “Je moet alleen niet vergeten voor, en na afloop van het toiletbezoek door te spoelen” zegt de eigenaar. “Maar dat is dan ook de enige grote gedragsaanpassing.” Verwacht wordt dat de Silver Bullitt ook nog eens veel minder energie nodig heeft dan andere gebouwen.

Hoe duurzaam is Urgenda zelf?

“Nou, we doen wat we kunnen, zou ik zeggen. We zitten net op een nieuwe werkplek aan de New Energy Docks, een bedrijfsverzamelpand met groene bedrijven. Daarbij zijn al onze stoelen volgens het Turntoo principe, dus behalve cradle-tocradle blijven ze in het bezit van de fabrikant. Een soort lease systeem. De vloerbedekking van Desso is luchtzuiverend. De overige meubels zijn tweedehands. Onze werkcultuur is vrij flexibel. Ik reken mijn medewerkers niet af op of ze hun uren hebben gehaald, wel op hun output. Ons pensioenfonds is groen en iedereen reist met het OV, alleen ik rijd elektrisch.”

■ TNT Hoofdkantoor in Hoofddorp, Nederland

Dit gebouw produceert meer energie dan het zelf verbruikt. De productie is afkomstig van tweede generatie (niet voedsel gerelateerde) biobrandstoffen. Het surplus deelt het met de buren. Het won hiervoor de Sustainable Leadership Award in 2012. Het gebouw is volledig co2 uitstootvrij. Het is – vooralsnog – het enige kantoorpand in Nederland dat voldoet aan de toekomstige EUregels voor energieneutrale kantoorpanden.

smart Facts Als Marjan Minnesma niet directeur van Urgenda was geworden… “Dan was ik iets anders in duurzaamheidsland gaan doen. Bijvoorbeeld directeur Shell duurzame energie. Als Shell Fossiele energie was opgeheven.”

echt een ‘vechter’ te zijn, meer

al m

e er d

an 1

55 j

a ar

13072

De tijd vraagt om duurzaamheid We leven in een tijd waarin goede vakmensen schaarser worden, er flink wordt bezuinigd op projecten in bouw en infrastructuur, brandstofprijzen record na record verbreken, de schaarste aan grondstoffen toeneemt, afval steeds vaker gerecycled kan worden en reductie van CO2uitstoot vanzelfsprekend aan het worden is. Met een historie die teruggaat tot 1855 schept deze wetenschap verplichtingen voor de generaties die na ons komen. Weten hoe Dura Vermeer duurzaam onderneemt? Download ons duurzaamheids- en mvo-verslag op www.duravermeer.nl

a ct

i ef

in b

o uw

en

in f

ras

t ru

c tu

ur


8

i n s p i rati e

r e po rtag e

3 vragen aan...

Hans Koeleman,

‘Onze arbeidskrachten zijn ons kapitaal, dus daar moeten we heel zorgvuldig mee omspringen’ Sjoerd Riedstra

directeur Corporate Communicatie & CSR KPN ■

Wat is de visie van KPN op duurzaamheid?

“Betekenisvol investeren in techniek, dienstverlening en de samenleving tegelijkertijd, dat is voor KPN duurzaamheid. Zo zorgt de ICT die het Nieuwe Leven & Werken mogelijk maakt er bijvoorbeeld voor dat mensen vaker de auto kunnen laten staan.” ■

Strakke pakken in een groen gebouw Een gerenoveerde watertoren, verwarmd door grondwater en met bijenkorven op het dak, maar zonder geitenwollensokkengevoel. In het duurzaamste kantoorgebouw van Nederland kunnen zakelijk en groen prima door een deur. Tekst Floor van Dijck beeld Roos Aldershoff

Van veraf torent de oude watertoren aan de Bussumergrindweg op uit het Gooise landschap. Een industrieel gebouw uit 1897 gelegen in een stiltegebied, een strook natuur in Bussum-Zuid. In 2010 werd de toren helemaal hersteld en verbouwd tot kantoor, met een strakke aanbouw ernaast. Het gebouw is ontwikkeld door architect Bob Custers en hoogleraar duurzaamheid Michiel Haas en voorzien van de nieuwste snufjes op het gebied van duurzaam, groen en klimaatneutraal. Wat misschien minder in de lijn der verwachting ligt, is dat de eigenaar en hoofdgebruiker van het gebouw geen maatschappelijke organisatie is, maar Meeuwsen Ten Hoopen, belastingadviseurs en registeraccountants. Strakke pakken in een groen gebouw. vrijwel geheel zelfvoorzienende kantoor bij de opening uitgeroepen tot het duurzaamste van Nederland. Het vreemde is dat je daar binnen eigenlijk niets van merkt. Ja, het plafond heeft een ruige, industriële look en het water in de toiletten is wat gelig van kleur. Maar verder lijkt het kantoor niet veel af te wijken van elk ander accountantskantoor. De crux zit hem in de details. Die kloppen allemaal: van de led-lampen en het cradle-to-cradletapijt (de eerste bedrijfsmatige toepassing van dit Dessotapijt dat uit gerecycled materiaal bestaat) tot de fairtrade koffie en -koekjes.

In 2010 werd het

Mr Sjoerd Riedstra , partner, belastingadviseur en een van de verantwoordelijken voor het MVO-beleid

van het bedrijf, is trots. “Het besef van duurzaamheid is bij ons ver doorgevoerd. Als je goed kijkt, zie je dat er in deze kamer geen papier ligt. We digitaliseren alle correspondentie en communiceren zoveel mogelijk digitaal. We kopiëren zo min mogelijk en als we het doen gaat dat op milieuvriendelijk

‘We kijken steeds hoe we het duurzame nóg verder door kunnen voeren’ Sjoerd Riedstra

bamboepapier, zonder inkt maar met de veel milieuvriendelijker waxtoners. Het kost wat meer, zo’n machine, maar het is veel beter voor het milieu. Alle meubels zijn van FSC-hout, de computers zijn extra dun en extra zuinig in verbruik. We kijken steeds hoe we het duurzame nóg verder door kunnen voeren. We hebben bijen op het dak en de secretaresses hebben zelfs ecologische broeken van de zaak, plus we hebben net tien Volvo V60’s aangeschaft, hybride auto’s die 1 op 55 rijden.” De basis van het gebouw is CO2neutraal. Er is geen riolering, want het gebouw heeft een eigen waterzuiveringsinstallatie in een soort

nagebootst moeras op een laag dak, waar het water uit de toiletten en van de afwas in terechtkomt. Verwarming van het pand vindt plaats door de eigen warmtewisselaar, die het gebouw ’s winters verwamt en ’s zomers koelt met behulp van grondwater, dat vanaf een diepte van 200 meter omhoog wordt gepompt. Op het –groene – dak liggen zonnepanelen en op de oude watertoren zelf staat een horizontale windmolen. De rest van de benodigde energie wordt opgewekt uit een eigen installatie. Eerst werkte die op afgewerkt frituurvet, maar dat bleek toch te onbetrouwbaar. “Je kunt wel een paar keer zeggen: ‘Vandaag werkt de installatie niet goed, je moet een trui aan’, maar na een paar keer houdt het op”, aldus Riedstra. “Nu stoken we op biogas.” De keuzes van Riedstra en zijn collega’s voor verdere verduurzaming zijn steeds gebaseerd op de balans tussen duurzaamheid en comfort voor de werknemers. “Onze arbeidskrachten zijn ons kapitaal, dus daar moeten we heel zorgvuldig mee omspringen. Vandaar dat het gebouw bijvoorbeeld wel CO2neutraal is, maar niet heel energiezuinig. Het moet wel een prettige werkomgeving blijven. Zo hebben de ramen zonneschermen en kunnen ze open.” Het gebouw zelf helpt bij het creëren van een prettige werkplek: ze merken bij Meeuwsen Ten Hoopen dat kantoor houden in een watertoren aan de medewerkers

extra waarde biedt. “Het gebouw is, zo blijkt uit onderzoek, echt een uitnodiging om hier te komen werken.” watertoren maakt inderdaad indruk. Vanuit de vergaderruimte bovenin kun je met mooi weer Amsterdam zien liggen. Meeuwsen ten Hoopen verhuurt de vergaderruimte op non-commerciële basis aan non-profitorganisaties. MVO

En de duurzame

‘Het gebouw is, zo blijkt uit onderzoek, echt een uitnodiging om hier te komen werken’ Sjoerd Riedstra

Nederland vergadert er, bijvoorbeeld. Goedkoper dan een ‘normaal’ pand is het duurzame kantoor niet, vertelt Riedstra. “Natuurlijk is de energierekening lager, maar tegelijk hebben we in het pand dure installaties en waren de investeringen voor een klimaatneutraal kantoor heel hoog.” En een strikte MVO-strategie heeft nog een paar andere beperkingen. Een bedrijf dat zich uitdrukkelijk groen profileert kan het zich bijvoorbeeld niet permitteren in zee te gaan met klanten die het bijvoorbeeld niet zo nauw nemen met de milieuregels. “Inderdaad zijn er bedrijven die op grond van onze doelstellingen geen klant bij ons kunnen worden.” Dat kan soms wat lastig zijn, maar in de watertoren is MVO meer dan een strategie alleen. Het is een way of working, waarmee Meeuwsen ten Hoopen zich graag profileert. “Het geeft ons een landelijke uitstraling, om op deze manier te werken. We geven CO2 footprints uit en MVO-strategieën.” Vandaar dat de strategie naar tevredenheid wordt doorgezet. De architect van de verbouwing en de hoogleraar duurzaamheid die betrokken waren bij het ontwikkelplan houden kantoor in hetzelfde pand. Samen met hen kijkt Riedstra – met veel plezier – continu naar hoe het nóg duurzamer kan. “Je kunt veel meer doen met MVO als je ervoor open staat.”

Hoe kan betere telecommunicatie bijdragen aan minder CO 2 uitstoot?

“De digitale snelweg vervangt steeds meer de fysieke snelweg. Slimme ICT in de zorg, zowel bij de arts als bij de patiënt thuis kan het aantal ziekenhuisbezoeken terugdringen, ouderen en chronisch zieken kunnen langer thuis blijven wonen. En bij KPN gebeuren nu al zo’n 17.000 vergaderingen door middel van een videoconferentie.” ■ Wat staat ons de komende jaren te wachten wat betreft nieuwe ontwikkelingen op het gebied van telecommunicatie en duurzaamheid?

“We voorzien dat betrouwbaar en supersnel internet, zoals via glasvezel en 4G, steeds belangrijker gaan worden. Telecommunicatie is ook een voorwaarde voor duurzame toepassingen als Smart grids, technologie die de vraag en aanbod op het elektriciteitsnet reguleert, waardoor de belasting van het elektriciteitsnetwerk verder wordt geoptimaliseerd.”

Green IT Je gebouw kan nog zo duurzaam zijn, als je op kantoor niks aan duurzaamheid doet, dan heeft dat natuurlijk weinig zin. Wat zijn de trends op het gebied van duurzaamheid op kantoor? Tim Leenders, Marketing Manager Benelux van printer leverancier OKI: “Green IT is al jarenlang een terugkerend begrip. Aanvankelijk was dit vooral een een-tweetje tussen de leverancier en grote organisaties en overheden. Voor de leverancier was dit een mooie marketingtool en voor het bedrijfsleven een gelegenheid om kosten te besparen. Maar dat verandert: we merken duidelijk dat duurzaamheid nu echt een onderdeel is van het businessmodel van veel ondernemingen. En niet alleen bij grotere bedrijven, maar juist ook bij het midden- en kleinbedrijf. Dit zien we duidelijk terug in een grotere vraag naar printapparatuur die zuiniger is met energie, toners en papier. De vraag naar duurzaamheid wordt dus steeds oprechter.”


, op or gemeenten elijkheden vo og m e nd se Verras raties, waar j woningcorpo bi en n ne ei zorgt. bedrijventerr we impulsen ving voor nieu ge om ge ri eu een fl

GREENWORKS MAAKT DUURZAAM BOUWEN EENVOUDIG Raab Karcher, een van Nederlands grootste bouwmaterialen handelaren, heeft het Greenworks label ontwikkeld. Onder dit label worden door Raab Karcher tal van geselecteerde duurzame bouwmaterialen aangeboden uit het bestaande assortiment. Een duidelijk herkenbaar assortiment ‘groene’ producten, die bijdragen aan een duurzaam gebouwde omgeving. Bij de samenstelling van het assortiment Greenworks producten is zorgvuldig gekeken naar de duurzame kenmerken van een product, de koers die de overheid vaart op het gebied van duurzaamheid en naar de milieuprestaties van het product. Van het onttrekken van grondstoffen aan de natuur tot en met de verwerking van afval na de sloop van een gebouw. Productinformatiebladen Voor elk Greenworks product is een productinformatieblad opgesteld waarop direct te lezen is aan welke duurzame kenmerken het product voldoet.

Het biedt onder meer informatie over grondstoffen, productie, toepassing en verpakking. Het productinformatieblad bevat tevens twee labels, te weten de ranking in de rekeninstrumenten (GPR Gebouw en GreenCalc+) en de Greenworksscore. Indien aan het duurzame product een keurmerk is toegekend, wordt dit ook op de productinformatiebladen vermeld. Denk hierbij aan keurmerken als FSC, PEFC, Dubokeur en Cradle to Cradle. De Greenworks Academy In Breda is de eerste fysieke Greenworks Academy geopend. DE plaats voor alle partijen in de bouwsector, zoals aannemers, architecten, woningbouwverenigingen en ZZP’ers om zich te laten informeren en/of opleiden over duurzaam bouwen. Rondom drie verschillende thema’s wordt duurzaam bouwen belicht: Leren, Zien en Doen.

Interesse of nog vragen? Neem contact op via info@greenworksacademy.nl of via www.greenworks.nu

WWW.GREENWORKS.NU

© Kantoorverzamelgebouw ESIC, Noordwijk (architectenbureau Cepezed, fotografie: Jannes Linders).

advertoriaL

Meer weten? Kijk op www.duurzaaminstaal.nl Bouwen met Staal is het landelijk kennisinstituut voor staal in de bouw. Maak kennis op: www.bouwenmetstaal.nl

MVO begint bij staal Begint maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) bij staal? Eigenlijk wel! Een groot deel van de belasting op ons leefmilieu – uitputting van grondstoffen, opwarming van de atmosfeer, verontreiniging van lucht, water, bodem – is toe te schrijven aan het bouwen en gebruiken van gebouwen. Gebouwen van staal bieden daarentegen alle perspectief op flinke milieubesparingen: vanaf de productie van de bouwdelen tot en met demontage en hergebruik van de materialen, bouwdelen, de constructie of zelfs het complete gebouw.

U heeft nog geen stalen gebouw? U heeft alle reden om over te stappen op staal, voor het milieu én voor uw onderneming:

zonder afval en nagenoeg zonder inzet van primaire grondstoffen. Vandaag de dag wordt vrijwel al het nieuwe staal gemaakt van schroot (gebruikt staal);

● met staal is het bouwen op locatie ● alle staal voor de constructie,

vloeren, gevels, dak en andere delen van uw gebouw wordt industrieel geproduceerd, onder geconditioneerde omstandigheden. Met weinig energie,

gepromoveerd tot assembleren: het samenvoegen van kant- en klare componenten. En dat betekent sneller bouwen met minder materieel, minder transport, minder hinder voor de omgeving en minder bouwafval.

En ook als het gebouw klaar is, blijft u besparen op het milieu én op uw portemonnee:

● een stalen gebouw gaat lang mee.

Het is volledig vrij indeelbaar en in de toekomst opnieuw in te delen voor ander gebruik óf een nieuwe functie. Het verplaatsen van binnenwanden, het verleggen van leidingen, het vervangen van gevelelementen, het plaatsen van een nieuw trappenhuis. ’t Kan allemaal, op elk gewenst moment en zonder diepgaande investeringen;

● het staal zélf gaat ook lang mee:

alle stalen onderdelen zijn gemakkelijk te onderhouden. Het staal aan de buitenkant van het gebouw is langdurig te beschermen met milieuvriendelijke conserveringssystemen. Het staal ín het gebouw heeft zelfs geen conservering nodig en

● als ’t moet, kan een stalen gebouw in een handomdraai weer uit elkaar. Na de demontage worden de stalen onderdelen opnieuw gebruikt als ‘grondstof’ bij de productie van nieuw staal (recycling) óf als onderdeel van een nieuw gebouw (hergebruik).


10

ove r z i c ht

p r oj ecte n

Do-IT, Biologische boekweit uit China

Simon Lévelt, koffie en scholen verbouwen in Oeganda

Mosaic Miro, natuursteen uit Indonesië

Boeren uit tachtig verschillende dorpen rondom Beijing hebben de handen ineengeslagen met DO-IT. Dit Nederlandse handelshuis begeleidde de traditionele boeren in hun overstap naar biologische landbouw. Naast boekweit en gierst voor bakkersmeel, telen de Chinezen bonen die gedroogd of ingeblikt worden, sojabonen voor sojaproducten en verschillende zaden voor olie en andere etenswaren. DO-IT heeft bovendien een project genaamd EcoSocial, wat ervoor zorgt dat boeren niet alleen aan de biologische maar ook aan de sociale eisen voldoet. Zo krijgen ze voldoende betaald, wordt voor betere arbeidsomstandigheden gezorgd en blijft het land schoon dankzij milieu-eisen.

Simon Lévelt koopt alle koffie in het land van oorsprong. Dat geldt ook voor bijna driekwart van alle thee. Meer dan de helft van de koffie en thee is biologisch en de Nederlandse ondernemer zet zich in voor eerlijke handel. Zo begeleidde Lévelt in Oeganda enkele duizenden lokale boeren in de omschakeling naar biologische koffieteelt. Mede hierdoor verbeterde de kwaliteit van de koffie en ontvangen de boeren nu meer geld voor hun product. Daarnaast streeft Lévelt naar duurzame handel en verscheept het koffie in bulkcontainers in plaats van zakken, scheidt afval en bezorgt de koffie en thee in het centrum van Amsterdam met een elektrische vrachtwagen.

De Nederlander Herman Nooijen maakt mozaïektegels van natuursteen met materiaal en personeel in Indonesië. Bij veel lokale leveranciers in dit Aziatische land zijn de arbeidsomstandigheden verre van ideaal. Nooijen wilde dat veranderen en verhuisde naar het Verre Oosten om zijn eigen productiefaciliteiten in te richten. Hij ventileert bijvoorbeeld alle ruimtes, zodat zijn werknemers niet de hele dag in het stof hoefden te staan. Ook zorgt hij voor liften en kruiwagens om het tilwerk te vergemakkelijken. Zijn tip voor andere ondernemers: denk aan de lange termijn, want investeren in goede werkruimtes leidt tot een laag personeelsverloop. De tegels zijn in heel Europa te koop.

www.organic.nl

www.simonlevelt.nl

www.mosaicmiro.com

Duurzaam groeien in het buitenland Internationaal zakendoen schreeuwt om samenwerking met lokale leveranciers, met vaak alle gevolgen van dien. Menig bedrijf is al eens negatief in het nieuws gekomen door slechte arbeidsomstandigheden bij de fabriek in het buitenland. Maar het kan ook anders. Door met de leefomstandigheden rekening te houden, streven deze mensen naar duurzame economische groei.

Flamingo, groen goud in Colombia Flamingo is een van de grootste goudateliers in Nederland. Het bedrijf levert naast ons land aan ongeveer twintig andere landen wereldwijd. Een deel van haar goud koopt ze bij een duurzame producent in Colombia, die 130 goudmijnen onder haar hoede heeft waar tussen de duizend en tweeduizend mensen werken. Zij ontvangen een eerlijk salaris en werken in mijnen waar geen schadelijke chemicaliën – cyanide en kwik - in de grond zitten. Daarmee is Flamingo het eerste goudatelier op het vaste land van Europa met duurzaam goud. In Colombia noemen ze dat Oro Verde, ofwel groen goud.

Tekst Desiree Hoving

www.flamingoring.nl

Cora Kemperman, kledingproductie in onder meer India

TNO, elektriciteit uit koeienpoep

Kadangas, slippers uit Zuid-Afrika

Cora Kemperman is een kleine winkelketen voor dameskleding, waarbij de productie in India, Portugal, Italië, Polen, België en Nederland plaatsvindt. In al deze landen wil ze de arbeidsomstandigheden verbeteren en de milieu-impact verminderen. Zo zorgde Kemperman ervoor dat de fabrikant in India een certificaat haalde, zodat de arbeidsomstandigheden worden gecontroleerd. Daarnaast is elke leverancier verplicht om dwangarbeid en kinderarbeid te voorkomen en te zorgen voor een hygiënische en veilige werkomgeving. Ook gebruikt Kemperman hoofdzakelijk milieuvriendelijke stoffen. Tenslotte heeft de winkelketen een goededoelenstichting opgericht, AMMA, om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die voor haar werken te verbeteren.

Onderzoeksorganisatie TNO ontwikkelt een apparaatje dat elektriciteit opwekt uit koeienpoep en groenafval. Dat is handig voor arme plattelandsgezinnen in Afrika en Azië die toch al een eigen installatie hadden om die poep om te zetten in biogas. Al 50 miljoen huishoudens gebruiken biogas om op te koken. Maar elektriciteit ontbrak tot nu toe. Straks kunnen de armste mensen ’s avonds lezen of huiswerk maken bij zuinige led-verlichting. Ook hoeven ze geen kilometers meer te lopen om hun mobieltje op te laden. TNO maakte een prototype van een biogasstopcontact en werkt samen met een Afrikaanse en Nederlandse mkb’er om het daadwerkelijk te produceren.

Kadangas komt van ‘gadanga’ en betekent ‘stap vooruit’. De slippers worden gemaakt door mensen uit de krottenwijken, die vaak met hiv zijn besmet, werkeloos en ongeschoold zijn. De slippers zijn ontworpen door de Nederlandse schoenenontwerper Jan Jansen en studenten van de Technische Universiteit Delft, terwijl de kleurrijke patronen werden gemaakt door kinderen uit een weeshuis in Durban. De grondstof voor het zomerschoeisel bestaat uit oude autobanden. Heel milieuvriendelijk, want meestal worden deze ergens gedumpt of verbrand. De fabriek in Durban is opgezet door het Nederlandse bedrijfsleven en heeft als doel om structurele werkgelegenheid te creëren in één van de meest sociaal en economisch verwaarloosde gebieden van Zuid-Afrika.

www.corakemperman.nl

www.tno.nl/I4D

www.kadangas.nl


Natuurlijk Aziatisch genieten Mijn kinderen houden wel van een snackje. En ze hebben een ‘kroepoekbakker’ als papa! Goed vind ik dat ze met Go-Tan kroepoek, ‘echte smaak’ leren waarderen. Al onze snacks krijgen hun authentieke smaak door verse ingrediënten. Zonder smaakversterkers en 100% natuurlijk. Probeer onze ‘Gendar Manis’ een ambachtelijke Indonesische rijstsnack. Kijk op www.go-tan.nl voor heerlijke recepten met Gendar Manis! facebook.com/gotan.nl • twitter.com/gotan_nl


Zieke kinderen zitten het liefst in de klas Contact voor iedereen vanzelfsprekend maken Je zal maar te ziek zijn om naar school te gaan. Je bent niet alleen je gezondheid kwijt, maar ook het contact met je klasgenoten en docenten. Daarom steunt KPN KlasseContact, een simpele en tegelijk geavanceerde computerverbinding tussen school en thuis. Zo blijven ernstig zieke kinderen letterlijk bij de les. KlasseContact is onderdeel van ons KPN Mooiste Contact Fonds, een maatschappelijk initiatief waar 2.000 KPN’ers als vrijwilliger bij betrokken zijn. Het netwerk dat geeft om Nederland Ga naar facebook.com/kpn en doe mee Ik doe mee

kpn doet ’t gewoon

Customer Social Responsibility  

Bijlage van Smart Media bij De Telegraaf