Page 72

Werner de Valk

Knikker

••• Of hij nog even wil blijven. De jongens die achteraan zitten, die het laatste het lokaal verlaten, kijken hem een voor een aan als hij wacht totdat hij alleen is met de juf. ‘Hoe vind je je nieuwe klasgenootjes?’ vraagt ze nadat ze de deur gesloten heeft. ‘Leuk.’ ‘Ja?’ Hij knikt, controleert nogmaals of hij het knoopje van zijn tas wel goed heeft dichtgedaan. Doordat hij gisteren niet goed vastzat konden ze zijn etui uit het voorvakje pakken en zitten zijn pennen nu los in zijn tas. ‘En heb je mama al gevraagd terug te bellen?’ ‘Ja,’ zegt hij. ‘De klassendecaan zei dat hij haar nu al een paar keer had gebeld, maar dat ze niet opnam,’ zegt de juf. ‘Hij wil graag met haar praten over hoe het met je gaat, in de nieuwe klas.’ Hij knikt opnieuw. ‘Je vader kon niet overdag, toch?’ ‘Nee.’ ‘En mama wel?’

••• Zijn nieuwe fietstocht is stiller; de weilanden rondom het schelpenpaadje zijn zo verlaten dat hij hardop durft te praten. Bij een bruggetje blijft hij staan, iets wat hij vroeger ook deed op weg naar huis: bij bruggetjes blijven staan en over het water kijken. Niet alles verandert, sommige dingen blijven. De fietstocht van school naar huis duurt even lang, opnieuw staat zijn bed tegen de muur waarachter zijn ouders slapen, papa blijft hetzelfde. En mama verandert maar een klein beetje. Ook nu kan hij aan het water de dag vergeten. Alsof hij het water in glijdt, zich helemaal onderdompelt en de herinneringen bubbeltje voor bubbeltje zijn lichaam verlaten. Weg klasgenootjes, weg onbekende lokalen. In de laatste bubbel zit de klassendecaan die op mama wacht – blub, weg.


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.