Page 1

$552:!!-(%)$ /2'!.)3!4)% 02/*%#4 345$)//0%.3#(//, 3).4 -!24).53:/-%2'%-

3).4 ,5#!3!2#()4%#4552'%.4 %80,/2!4)6%!2#()4%#452!,$%3)'.

  "2%#(46!.!#+%2 3)-/."%24%. 7!244(93


2

INHOUDSTAFEL ///


DUURZAAMHEID & ORGANISATIE//// CONCEPTNOTA///

5

ANALYSE///

7

A DE SCHOOL //

9

# #

ALGEMEEN/ ST MARTINUS/

9

13

B DUURZAAMHEID //

17

17 23 27

# # #

ALGEMENE PRINCIPES/ DUURZAAMHEID & ST MARTINUS/ CASE STUDY/

ONTWERPSTRATEGIE///

29

A NODEN//

31

B ZONERING & VOLUMESTUDIE//

33

C ORGANISATIESCHEMA’S//

37

D VOLUMESTUDIE KLEUTER//

81

NAWOORD///

83

INHOUDSTAFEL ///


4

CONCEPTNOTA ///


CONCEPTNOTA /// INLEIDING Voor een schoolbestuur is het een hele opgave om, naast de organisatie van het schoolgebeuren zelf, de rol van bouw-heer op zich te nemen. Vaak zijn tijd, noch mensen of kennis voorhanden om zich te kunnen verdiepen in alle aspecten van het bouw-proces. Niettemin is het bij het aanvatten van een bouwproject essentieel om een duidelijke kijk te hebben op de organisatie en structuur van de bestaande toestand, om op de juiste manier de problemen en pijnpunten te kunnen duiden. Het project mag zich niet beperken tot een ‘blinde’ toevoeging, maar moet trachten in te spelen op de problemen die het schoolgeheel rechtstreeks of onrechtstreeks stelt. In dit proces gaat het vooral om de juiste vragen te kunnen stellen, en meer in acht te nemen dan bijvoorbeeld een dringende nood aan uitbreiding. Het wordt niet gevraagd aan de bouwheer om een uitgediepte analyse van zijn bouwproject op te stellen, maar het is in zijn eigen belang om goed te weten wat de school nodig heeft en bijgevolg om de juiste vraag te kunnen stellen aan de architect.

ONDERZOEK In dit opzicht hebben wij de opdracht opgevat als een onderzoek, waarbij we de belangrijkste elementen van de school analyseerden, gaande van de waarde van de buitenruimtes tot de impact van de circulatieruimte in de school. Dit onderzoek krijgt vooral zijn waarde omdat we het uitvoerden vanuit onze bevindingen op een reële site, namelijk die van de St.-Martinusschool in Zomergem. Deze aanpak past ook binnen het kader van de plannen van de school zelf, daar zij nog maar een vrij summier programma van eisen hebben opgesteld en geen duidelijk omlijnde visie hebben wat het bouwproject betreft. De school wordt uitgebreid met 9 klassen waarin de graden 4-5-6 van het lager zullen worden in ondergebracht. Deze huisden in een gebouw in dezelfde straat, maar zullen nu de hoofdcampus vervoegen. Naast de negen klassen wordt ook in de bijkomende functies voor deze 180 leerlingen voorzien.

Bij dit onderzoek trachten we vooral een insteek te geven waarbij we een aantal facetten uitdiepen die een rol spelen in de eerste fasen van het bouwproces. Dit ONDERZOEK wordt gestuurd vanuit 2 INVALSHOEKEN

Vooreerst betreft dit een opdracht in het traject EAD (Explorative Architectural Design), waarbij in

deze opdracht de nadruk wordt gelegd op het ONDERZOEKSMATIGE (explorative) ontwerpen & beslissingen nemen. Niet met het oog op 1 sluitende oplossing, maar door het onderzoeken van alle mogelijkheden, een zo breed mogelijke kijk ontwikkelen op de problematiek van het ontwerp.

Daarnaast

is er een stevige insteek omtrent DUURZAAMHEID, waarin enerzijds via beknopte studies op vlak van energie de huidige toestand wordt in kaart gebracht en anderzijds het aspect duurzaamheid (in zijn meest brede betekenis) zoveel mogelijk wordt meegenomen in het ontwerpproces. Op het vlak van duurzaamheid en energie, betekent dat niet alleen dat de voorgestelde concepten (zeer globaal) worden getest op vlak van energieverliezen, maar dat we eveneens een aantal suggesties doen als het gaat over materiaalgebruik & technische installaties. Duurzaam bouwen betekent een maximaal gebruik van infrastructuur & oppervlakte, wat directe associaties oproept met polyvalent gebruikte circulatie en ruimtes, brede/ open school, en dergelijke meer. Hierbij zijn we op zoek gegaan naar organisatieschema’s die de huidige toestand opwaarderen door verbindingen te creëren en de gemeenschappelijk gebruikte ruimtes (refter, gangen/ circulatieruimte en turnzaal) zo sterk mogelijk met elkaar te linken en optimaal te benutten. Het onderzoek resulteert in de formulering van een aantal mogelijke oplossingen voor de St.Martinusschool te Zomergem. Geen volledig uitgewerkte ontwerpen, maar een aantal aanzetten van organisatieschema’s en ideeën, die we van de nodige commentaar voorzien. Met deze bundel proberen wij de bouwheer te overtuigen van de waarde van het duurzaam & probleemoplossend denken. Maar het is aan de bouwheer om deze bundel te gebruiken als een document waaruit inspiratie en argumenten kunnen geput worden tot het realiseren van een duurzaam bouwproject voor de school.

CONCEPTNOTA ///

5


6

ANALYSE ///


ANALYSE ///

DE SCHOOL //

9

#

ALGEMEEN/

9

#

ST MARTINUS/

13

DUURZAAMHEID//

17

#

ALGEMENE PRINCIPES/

17

#

DUURZAAMHEID & ST MARTINUS/

23

#

CASE STUDY/

27

ANALYSE ///

7


A VERHOUDING RUIMTES & CIRCULATIE

B ORGANISATIE VAN KLASSEN TOV CIRCULATIE

VAST

POLYVALENT

Klass

en

Directie/ Lerarenkamer

atie

Circul

School

ties)

cBerging n u r i F /

imtes

ru Buiten

Refter

Turn

zaal

a

nit

(Sa

De vaste componenten & de turnzaal zijn eenduidig met de ciruculatie verbonden. De Refter en buitenruimtes vloeien er in over en zijn er inniger mee verwikkeld.

8

ANALYSE /// SCHOOL // ALGEMEEN /

In dit schema worden verschillende organisaties van klassen (links)

geconfronteerd met verschillende opvattingen van circulatie (bovenaan) . Polyvalent opgevatte gangen hebben een duidelijke meerwaarde ten opzichte van het klassieke klas-gang systeem.


DE SCHOOL // A ALGEMEEN/

In dit hoofdstuk bespreken we de verschillende ruimtelijke componenten van een school en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Daarnaast wordt onderzocht wat de pedagogische invalshoek aan invloed kan hebben op de organisatie en indeling van een school.

1 Ruimtelijke componenten van een school VASTE COMPONENTEN

POLYVALENTE COMPONENTEN

Klassen // Kinderen en leerkrachten vertoeven hier een groot deel van de dag, het is een werkruimte, maar ook een leefruimte. Leren en lesgeven vereist alertheid en aandacht over een lange periode, daarom is het van belang de optimale omstandigheden te creëren die dit verzekeren. Hierin spelen onder andere de oriëntatie en de daglichttoetreding, het binnenklimaat en ventilatie een grote rol. Het gaat om een leefruimte, dus maken we dat deze rechtstreeks aan de buitenomgeving grenst en daardoor zichten en lichten optimaal worden benut.

Refter // Naast eetzaal kan deze ruimte ook als studiezaal of polyvalente zaal gebruikt worden. Deze ruimte vereist een ‘vast’ deel met tafels en stoelen voor de warme eters en jonge leerlingen, maar ook andere ruimtes en buitenruimtes in de school kunnen, zeker voor oudere leerlingen, een plaats bieden om te eten.

Directie/ lerarenkamer // Een vergaderzaal, een kantoorruimte. De directie en leerkrachten bepalen en overzien de structuur van de school, logischerwijze worden hun respectievelijke ruimtes aan de hoofdingang geplaatst. Functies (sanitair / berging) // Deze ruimtes moeten logisch geschakeld zijn aan de circulatie en eenvoudig en voor iedereen toegankelijk zijn.

Turnzaal // Dit is een zeer specifieke ruimte, en is druk bezet tijdens de schooluren. De ruimte biedt mogelijkheden voor polyvalent gebruik na de schooluren en kan eventueel geschakeld worden aan de refter voor bepaalde gelegenheden. Buitenruimtes // Het merendeel van de buitenruimtes betreffen speelzones voor de kinderen. Variatie in deze speelzones geeft de school een sterke meerwaarde. Een veelheid aan verschillende hoeken, pleinen, begroeiingen en betegelingen creërt een wereld die kinderen prikkelt en aanzet tot ontdekking. Andere functies in de buiteruimte zoals fietsenbergingen en parkeerplaatsen moeten zo rationeel en functioneel mogelijk ingeplant worden in de site.

CIRCULATIE Dit vormt de as en ruggegraat van de school. Deze ruimte wordt vaak te eenzijdig gebruikt, terwijl het een groot deel van de schooloppervlakte omvat. Een doordachte plaatsing/ organisatie van de klassen tov de circulatie, kan deze ruimte sterk opwaarderen. Zeker wanneer deze direct wordt geschakeld aan polyvalente ruimtes zoals de refter. In afbeelding A worden de verhoudigen tussen de verschillende componenten in de school & de organisatie weergegeven. Afbeelding B biedt een overzicht van mogelijke schakelingen tussen verschillende configuraties van klassen en circulatie. ANALYSE /// SCHOOL // ALGEMEEN /

9


STEINER

MONTESSORI

STEINER FREINET

MONTESSORI DALTON

FREINET JENAPLAN

DALTON TRADITIONEEL

JENAPLAN

TRADITIONEEL

10 ANALYSE /// SCHOOL // ALGEMEEN /

!

BELANG !

BELANG

!

! !

! !

!

ind i vi d u

gro eps we rk

!

! ! !

!

!

!

! !

va r iati erv alid en minde rva lide n

aria leefti tie jden

e

! !

! ! !

! !

vrij

rt

!

!

!

!

! !

fsta

! zel

ndi g

hei d

spo

! !

zel

vrij

rt

fsta

ndi g

hei d

spo

enw erk en same (fam nw .,vr erken ien den (fam spe , et .,vri len end c) en spe len

sam

min d

en v

! lee ftijd

ind i vi d u

gro eps we rk

beg ren zin gen beg ren zin gen gro en gro en

ONDERWIJS ONDERWIJS

PEDAGOGISCHE OPVATTINGEN & HUN BELANG BINNEN DE ONDERWIJSSYSTEMEN


2 Pedagogische invalshoeken

Het onderwijs bevindt zicht constant in een stadium van veranderingen. Tussen de verschillende pedagogische onderwijssystemen is er een uiwisseling van opvattingen en ideeën. Omwille van deze reden leek het ons interessant de verschillende onderwijssystemen naast elkaar te leggen en op een aantal punten te onderzoeken. Na het bestuderen van de verschillende pedagogische onderwijssystemen: Steiner, Montessori, Freinet, Dalton, Jenaplan en traditioneel onderwijs , hebben we verschillende standpunten vastgesteld en vertaald in een schema. Wat vooral opvalt is dat niet het gevolgde onderwijssysteem, maar de ingesteldheid en opvattingen van de school zelf, bepalen hoe het gebouw zich indeelt en hoe de ruimtes zich tot elkaar verhouden. Wat telt is de ingesteldheid en hoe men omgaat met ruimtes en begrenzingen. Niet geheel correct veralgemenen we Steiner, Montessori, Freinet, Dalton en Jenaplan tot het ‘niet-traditionele onderwijs’ om een aantal vergelijkingen te kunnen maken met het ‘traditionele onderwijs’. Hieruit blijkt dat het traditionele onderwijs sterk met omgrenzingen gaat werken en het niet-traditionele juist het tegenovergestelde doet. Het niet-traditionele onderwijs stimuleert groepswerk enorm en de laatste jaren is er op dit vlak ook een duidelijke verandering in het traditionele onderwijs. Het individu staat in alle niet-traditionele opvattingen centraal en ook in het traditionele onderwijs wordt deze nadruk steeds sterker gelegd. Al spelenderwijze en ontdekkende leren, vormt een vaste waarde bij het niet-traditionele onderwijs, net als vrijheid en zelfstandigheid.

Om een goede leeromgeving te creëren vallen hier een aantal zaken uit te concluderen. Zo zou een schoolgebouw over veel polyvalente en gevarieerde ruimte moeten beschikken, zowel in binnen als buitenruimtes. De leeromgeving van de leerling beperkt zich niet alleen tot de klas maar gaat over in de circulatie en buitenruimtes. Door af te stappen van het klas-gang principe en de gang polyvalent te gebruiken kan veel plaats gewonnen worden die kan aansluiten bij de klassen voor groepswerk en dergelijke. Ook kunnen in deze polyvalente ruimte andere educatieve functies aanwezig zijn zoals een bibliotheek en mediaruimtes. Door de school te betrekken bij zijn omgeving, krijgen de kinderen de kans om een ruimere kijk op de wereld te ontwikkelen. Zo kan er gerust een speelzone grenzen aan de straatzijde. Speelruimtes kunnen voorbij de klassieke speelplaats gaan en worden bewerkt. Ook kan men variatie brenngen in het terrein door putten, heuvels en amfitheatra aan te brengen, waar de kinderen voorstellingen kunnen doen of er na de schooluren concertjes kunnen plaatsvinden. Variatie en polyvalentie vormen hier de belangrijkste kernwoorden.

ANALYSE /// SCHOOL // ALGEMEEN /

11


ST MARTINUS: GRONDPLAN BESTAANDE TOESTAND LEGENDE kleuter lager

c

bebouwing

P

parking

secundair

speelgroen

klooster

kijkgroen

kapel

Ikl

ingang kleuter

a

speelplaats kleuter

Il

ingang lager

b

speelplaats lager

Is

ingang secundair

c

speelplaats secundair

Ip

ingang publiek

b a

ST MARTINUS: LINEAIR CIRCULATIEPATROON Ip Is

Ikl

P

KR

Il

U IS D RE EF

12

P EE DR

ANALYSE /// SCHOOL // ST MARTINUS /

F


DE SCHOOL //

B ANALYSE ST MARTINUS/ Hier worden de verschillende componenten in de st martinusschool afzonderlijk besproken en becommentarieerd. Op basis van de bevindingen in de school, werd het mogelijk een duidelijke visie te ontwikkelen in het uitdenken van ontwerpschema’s. KLASSEN (2) // Qua infrastructuur zijn de klassen vrij klassiek ingedeeld en ingevuld. De klassen trekken veel licht en zijn ruim en vrij praktisch ingericht.

1

CIRCULATIE (1) // De organisatie van de school is zeer overzichtelijk en eenvoudig. Het lager en secundair worden doorsneden door een lange as die alle klassen met elkaar verbinden volgens het klassieke klas-gang principe. Deze gangen nemen op zich een vrij groot volume in maar bieden geen extra mogelijkheden als werkruimte of polyvalente ruimte. Zowel turnzaal als refter worden op uiteinden van deze assen geplaats, zij fungeren niet als knooppunten in het gebouw.

BUITENRUIMTES // Een groot aandeel van de buitenruimtes die rechtstreeks aansluiten zijn aan het gebouw hebben secundaire invullingen en worden weinig benut. Zo is een groot deel van de zone aan de straat opgeofferd aan de wagen door de grote parkeervelden (3)(7)(8). De kinderen spelen op strak afgelijnde speelplaatsen (5), het uitgestrekte speelveld achteraan (6) wordt enkel gebruikt bij goed weer. Het overige groen rondom het gebouw is niet toegangkelijk voor de kinderen. Aan de refterzijde (4) is het te riskant omwille van de geul die de lager gelegen refter van licht voorziet, het groen vooraan wordt enkel als ‘kijkgroen’ gebruikt.

2 INGANGEN // Wat opvalt bij de eerste benadering van de school

is dat de schoolingangen vrij diep op het terrein liggen en volledig omringd zijn door parkeerplaatsen (8) (9). Dat de ingang voor kleuter en lager wat afgezonderd liggen, geeft deze een zeker intimiteit, maar de school zou een sterker karakter kunnen hebben in het straatbeeld. AFBEELDINGEN 3 TOT 9 OP VOLGENDE BLZ

ANALYSE /// SCHOOL // ST MARTINUS /

13


ST MARTINUS: FOTO’S BESTAANDE TOESTAND

3 PARKING LAGER & KLEUTER

KIJKGROEN A

AN DE REFTER

14

ANALYSE /// SCHOOL // ST MARTINUS /

VAN HET LAG E

R & LAGER SPEELPLAATS KLEUTE

R

4

5

SPEELVELD ACHTERAAN

6


INGANG SECUNDAIR

8 7

9

IN

GA

NG

LA GE

R

IN GA

NG

KL

EU T

ER

PARKING OP DE VOORTUIN VAN DE SCHOOL

GRONDPLAN ST MARTINUS

ANALYSE /// SCHOOL // ST MARTINUS /

15


LEVENSDUUR VAN SITE & BEBOUWING

1 4

3

55

2

1 Context 2 Gebouwzone (invulling) 3 Structuur 4 Gebouwenschil 5 Binnenwanden 4 6 Technieken

1

4

3

2 3

200 jaar 100 jaar 50 jaar 30 jaar 20 jaar 10 jaar

1

2

6

6

ORIテ起TATIE

7

N

Het gebouw wordt op een OW -as geplaatst. > Maximale openingen op het zuiden, te controleren via zonnneweringen. > Minimale raamopeningen op het noorden >> geeft maximale zonnewinsten + vrijwaren compactheid gebouw

16

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES /


DUURZAAMHEID// A ALGEMENE PRINCIPES/

Wil men duurzaam ontwerpen, dan moet van bij het begin van van het ontwerpproces rekening gehouden worden met een aantal onontbeerlijke principes. Parallel met het bouwproces kunnen hierin 3 groepen ontwerpcriteria worden onderscheiden:

ruimtelijke // bouwtechnische // installatietechnische

1 RUIMTELIJKE ONTWERPCRITERIA LOCATIE

CONTEXT/ WEEFSELS VERSTERKEN

Geconcentreerd bouwen, leven in een kern, vraagt minder energie dan wonen op het platteland (denken we aan verplaatsingen, verwarming en dergelijke). Op die manier zijn alle nutsvoorzieningen en publieke functies dichtbij en voorhanden. Beschikbaarheid van openbaar vervoer speelt hier ook een grote rol. In het concept gaat men maximaal gebruik maken van bestaande structuren (4), infrastructuren, materialen.... Dit betekent ook rationeel ontwerpen qua ruimtegebruik, dus niet groter dan nodig. Hoe groter men bouwt, hoe groter het energieverbruik.

Door een grondig onderzoek van de context (1) wordt in kaart gebracht wat de aanwezige potenties zijn, en hoe men deze maximaal kan gebruiken in het concipiëren van een nieuw gebouw. In dit opzicht probeert men eventuele nadelige gevolgen voor de omgeging zo veel mogelijik te minimaliseren. Men ontwerpt met respect voor de context, geschiedenis, fauna en flora.

MAXIMAAL BRUIKBAAR BOUWEN Dit betekent logisch, functioneel en flexibel bouwen. Zodanig dat de het gebouw niet gekluisterd is aan één specifieke functie, maar dat het aanpasbaar, uitbreidbaar en inbreidbaar is.

GOEDE ORIËNTATIE, ZONDERING EN COMPARTIMENTERING = PASSIVE ZONNEWINSTEN De zon is een krachtige energiebron. Men gaat het gebouw Noord - Zuid oriënteren (7) om hiervan zoveel mogelijk gebruk te maken. Op het Noorden kan diffuus licht getrokken worden, terwijl op het Zuiden het licht via zonnewering vrij eenvoudig te reguleren valt. Men gaat het merendeel van de raamopeningen op het Zuiden steken, en die op de Noordkant proberen beperken. Op die manier kunnen goede zonnewinsten gecreëerd worden en worden de perforaties in de buitenschil geminimaliseerd. Door het gebouw in verschillende temperatuurzones onder te verdelen en juist te richten kan aan energie worden gewonnen. Leefruimtes op het Zuiden, circulatie op het Noorden. ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES /

17


A VOLUMECOMPACTHEID Volume A1 :

Volume B1:

Volume C:

grondoppervlakte= 25x25m hoogte= 8m > 2 verdiepingen van elk 625 m²

grondoppervlakte =15x84m hoogte = 4m > 1 verdieping van 1250 m²

zeer slechte

U-peil 1 = 30 U-peil 2 = 48

U-peil 1 = 34 U-peil 2 = 51

(zonder beglazing) (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

(zonder beglazing) (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

B GEMENE MUUR Volume A2:

Volume B2 :

grondoppervlakte= 25x25m hoogte= 8m > 2 verdiepingen van elk 625 m²

grondoppervlakte= 25x25m hoogte= 8m > 2 verdiepingen van elk 625 m²

ZONDER GEMENE MUUR U-peil 1 = 30 (zonder beglazing) U-peil 2 = 48 (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

MET GEMENE MUUR U-peil 1 = 29 (zonder beglazing) U-peil 2 = 42 (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

C ISOLATIE Volume A3 :

Volume B3 :

grondoppervlakte= 25x25m hoogte= 8m > 2 verdiepingen van elk 625 m²

grondoppervlakte= 25x25m hoogte= 8m > 2 verdiepingen van elk 625 m²

MAXIMALE U-WAARDEN U-peil 1 = 30 (zonder beglazing) U-peil 2 = 48 (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

DUURZAME U-WAARDEN U-peil 1 = 13 (zonder beglazing) U-peil 2 = 26 (40% beglazing per buitenwand, 10% in dak)

18

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES /


COMPACT BOUWEN Een leefbaar gebouw vereist een bepaald leefklimaat, en om dit te onderhouden is een bepaalde hoeveelheid energie (warmte) nodig. Om te kunnen bepalen hoe efficiënt een gebouw is in het vasthouden van deze warmte, wat dus de energieverliezen zijn van het gebouw, wordt een waarde opgesteld. Deze is afhankelijk van de verhouding van het verliesoppervlak tov het te beschermen volume (compactheid), de samenstelling van de wanden en de aard van de wanden. Het U-peil (K-peil) van het gebouw. Zo zal een wandddeel bestaande uit: buitenwand / isolatie / binnenwand, een veel betere U-waarde hebben dan een glaswand of een raam. Een wand die grenst aan een ander gebouw of zelfs de grond, zal minder verliezen hebben dan een wand die grenst aan de buitenruimte. Aangezien dat warmteverlies afhankelijke is van het temperatuursverschil tussen 2 aangrenzende ruimtes. Hierbij wordt per ‘soort’ wand en naargelang de aard van die wand een waarde berekend, en vermenigvuldigd met z’n oppervlakte. Zo onderscheiden we vertikale wanden, horizontale wanden, ... die buitenmuur, gemene muur, ... kunnen zijn. Vanuit het WTCB (Wetenschappelijk & Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) werden voor scholen voor deze verschillende soorten wanden maximum waarden vastgelegd die een school moet respecteren. Daarnaast moet de school een U-45 en een E 70 halen. Het E-peil geeft een uitspraak over het volledige energieverhaal van een gebouw. Naast alle envergieverliezen, worden ook de ventilatie en algemene energiewinsten (zonnewinsten ed.) van een gebouw in de berekeningen van het E-peil meegenomen. In deze beknopte toelichting beperken wij ons tot het het U-peil en de gevolgen die dit heeft op de concipiëring van een gebouw. In de onderstaande uitleg en voorbeelden op de linkerpagina, maken wij gebruik van die maximale U-waarden (volgens bijlage III van het EPB decreet).

De Maximale waarden voor de verschillende wanddelen van een school, opgesteld door het WTCB Max WTCB Buitenmuur Raam Dakraam Dak Vloer Vertikale wand tegen grond Gemene muur

0,60 2,00 2,00 0,40 0,40 1,00 1,00

Qua isolatie komt dit neer op 4 cm in de wanden en 8 cm in vloer & dak, voor een traditionele spouwmuur.

U-waarden voor muren met een dik isolatiepakket. DuBo= Duurzaam Bouwen DuBo Buitenmuur Raam Dakraam Dak Vloer Vertikale wand tegen grond Gemene muur

0,17 1,20 1,20 0,19 0,33 0,33 0,37

Een schematische uitleg:

Qua isolatie komt dit neer op 10 cm in de wanden en 20 cm in vloer & dak, voor een traditionele spouwmuur.

A VOLUMECOMPACTHEID

B GEMENE MUUR

De verhouding van het verliesoppervlak ten opzichte van het te beschermen volume bepaalt de compactheid van een gebouw. C= V/At >> COMPACTHEID = BESCHERMD VOLUME / VERLIESOPPERVLAKTE Op de linkerpagina (A) beschouwen we 2 volumes met een gelijke vloeroppervlakte van 1250 m² (PVE) maar een verschillende verliesoppervalkte. Hier blijkt duidelijk: hoe compacter het gebouw, hoe lager de energieverliezen.

In het 2e schema (B) op de linkerpagina willen we duiden op het verschil tussen solitaire en aangesloten volumes. Eénzelfde volume wordt berekend indien het solitair staat, en indien het met 1 wand is aangesloten op een bestaand gebouw. Zoals verwacht: een aangesloten volume haalt een beter U-peil.

C ISOLATIE In het laatste schema beschouwen we 2 maal hetzelfde volume, met een zelfde verliesoppervlak, maar met verschillende U-waarden voor de wanden. Door het isolatiepakket beduidend te verhogen kan het U-peil meer dan gehalveerd worden. Voor de U-waarden van het WTCB betekent dit 4 cm isolatie in de wanden en 8 cm in vloer & dak. Wil men de duurzame U-waarden halen dan betekent dit 10 cm in de wanden en 20 cm in vloer & dak. Beiden met de opbouw van een traditionele spouwmuur.

TOELICHTING De bekomen U-peilen voor de volumes zijn steeds vrij positief, omdat op zich de U-max-waarden relatief goed zijn. Het zijn sowieso zeer eenvoudige en onrealistische volumes, die louter dienen om de principes uit te leggen. Bij alle voorgaande voorbeelden gaan we er ook van uit dat winddicht wordt gebouwd.

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES /

19


SCHEMA DUURZAAM BOUWEN LEGENDE warme lucht buitenlucht verwarmd via grondbuizen vervuilde binnenlucht (af te voeren) water verwarmd in zonneboiler om lucht bij te verwarmen regenwater

1 Isolatie & luchtdichtheid 2 Gratis zonnewinsten 3 Schaduw & koeling: zonnewering 4 Materialen met minimum milieulast 5 Balansventilatie via grondbuizen * 6 Zonneboiler 7 Groene energie (windenergie) 8 Energiezuinige verlichting/ toestellen 9 Spoelwater WC’s met regenwater 10 Rietveld voor waterzuivering

7

1

6

4

LEGENDE

5*

2

Inwarme dit lucht schema wordt een gecontroleerde ventilatie voorzien. Enerzijds bestaat deze uit een buitenlucht verwarmd via balansventilatie via grondbuizen die de lucht reeds grondbuizen voorverwarmen. De lucht wordt tot op de juiste vervuilde binnenlucht temperatuur gebracht door een zonneboiler die (af te voeren) daarnaast kan in zorgen voor de warmwaterwaterook verwarmd zonneboiler productie om van luchthet bij tegebouw. verwarmen

3

regenwater

Energieverbruik: vergelijking

8 10

5

specifiek energieverbruik [kWh/m².jaar]

300

250 -85% 200

150 -75% 100

50

0 Vlaams woningbestand verwarming

20

Vlaamse nieuwbouw

Laag-energie-huis

sanitairwarmwater

ventilatie

Passiefhuis huishoudstroom

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES / De standaard voor een passief huis laat toe de energievraag van een nieuwe woning op een rendabele manier te minimaliseren terwijl het comfortgevoel van de bewoners


2 BOUWTECHNISCHE ONTWERPCRITERIA ISOLATIE & LUCHTDICHTHEID

SCHADUW & KOELING

Isolatie (1) is de beste investering die men kan doen om energie te besparen, veel efficiënter dan investeren in zonne- energie. Energie bespaart men door energieverliezen zo veel mogelijk te beperken, dit betekent dat men naast isolatie ook moet zorgen voor ononderbroken mantel, dus lucht-en winddicht bouwen. Hierdoor worden de ventilatieverliezen via kieren en spleten beperkt.

Een goed georiënteerde woning geeft een grote hoeveelheid gratis zonnewinsten (2), maar deze kunnen in de zomer te sterk oplopen. Het is noodzakelijk de beschaduwing en koeling (3) mee te nemen in het ontwerpproces. Dit door een doordachte plaatsing van dakoversteken, buitenzonneweringen en groenaanplanting , maar eveneens door het gebruik alternatieve koelings- en ventilatiesystemen zoals balansventilatie (via grondbuizen) en groendaken (bufferen van de temperatuur).

MATERIALEN MET MINIMUM MILIEULAST GEBRUIKEN (4) Men gebruikt best materialen die geen toxische stoffen bevatten. Ook wordt rekening gehouden met de levenscyclus van een materiaal, maw hoeveel energie nodig is om te worden ontgonnen, aangemaakt, getransporteerd, verwerkt en gesloopt. Hierbij gaat men bij voorkeur nagroeibare grondstoffen gebruiken.

3 INSTALLATIETECHNISCHE ONTWERPCRITERIA EFFICIËNTE VENTILATIE VOOR MAXIMUM COMFORT

EFFICIËNTE WARMWATERPRODUCTIE EN VERWARMING

Een goed en gezond binnenklimaat vereist een goede luchtkwaliteit. Ventileren kan daarnaast ook een belangrijke rol spelen in de koeling van een gebouw in de zomer. Belangrijk is dat men kiest voor gecontroleerde ventilatie waarbij de ventilatiestromen nauwgezet worden bepaald. Balansventilatie (via grondbuizen) (5) met warmteterugwinning is het meest energiezuinige en comfortabele systeem.

Ongeveer de helft van de energiekost van een gebouw gaat naar verwarming. Naast het isoleren van het gebouw en het zo goed mogelijk beperken van de warmteverliezen, gaat men zoveel mogelijk gebruik maken van energiezuinige verwarmingssystemen. Hier kan men onder andere gebruik maken van de condensatieketel en zonneboiler (6).

RATIONEEL OMGAAN MET WATER

RATIONEEL OMGAAN MET ELEKTRICITEIT

Het juiste water op de juiste plaats gebruiken. Drinkwater dient niet om de WC door te spoelen (9), net zomin als regenwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie dient te lopen. Spaarkoppen in de douche en de juiste filters zorgen eveneens voor een vermindering van het drinkwatergebruik. Op het niveau van de buitenruimte gaat men zo weinig mogelijk verharden rond het gebouw en waterdoorlatende materialen gebruiken. Daarnaast kan het gebruik van een groendak zorgen voor een 80% reductie van het regenwater naar de riolering. Ook het aanleggen van een rietveld (10) kan een duurzame oplossing bieden voor het zuiveren van een deel van het afvalwater.

Dit betekent het gebruik van energiezuinige toestellen (8) (oa. voor belichting) en het minimaliseren van de behoefte aan kunstlicht door optimaal de toetreding van daglicht te verzekeren. Verwarmen en koken met gas en gebruik van ‘groene’ stroom (7) vormen duurzame oplossingen.

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // PRINCIPES /

21


1 School op hoofdas door Zomergem

PARKING LAGER & KLEUTER

5

K O RO

ST

IE

ST

GE

UG

SS ET

FI

2 Rechtstreekse busverbindingen

KIJKGROEN AA

N DE REFTER

3 Oriëntatie van de klassen N Z

PARKING OP DE VOORTUIN VAN DE SCHOOL

6

25

FIETSENSTALLING LAGER

4 Linear circulatiepatroon

22

ANALYSE /// DUURZAAMHEID // ST MARTINUS /

9

VAN HET LAGE

R

7

8


DUURZAAMHEID//

B DUURZAAMHEID & ST MARTINUS/ De belangrijkste stappen in een duurzaam ontwerp worden reeds in de beginfase genomen. Deze stappen vallen onder de ‘ruimtelijke ontwerpcriteria’. Hieronder worden deze criteria besproken voor de St Martinusschool. De bouwtechnische en installatietechnische ontwerpcriteria worden niet specifiek besproken voor St Martinus. Er werden wel reeds een aantal insteken gegeven, maar deze criteria betreffen beslissingen die toepasbaar zijn in elk ontwerp en afhangen van de ingesteldheid van de bouwheer. LOCATIE

CONTEXT/ WEEFSELS VERSTERKEN

BEREIKBAARHEID // De school ligt op een hoofdas (de Dreef ) (1) door Zomergem. Er zijn voldoende busaansluitingen voorhanden. Gebruik van openbaar vervoer (2) ontlast de Dreef op de piekmomenten ‘s morgens en ‘s avonds. Voor de fietser zijn suggestiestroken (3) voorzien op de baan, maar die voldoen niet voor de massa aan schoolkinderen die via de dreef de school naderen. De toegang tot het terrein is voor fietsers omslachtig en wordt op de piekmomenten gehinderd door het autoverkeer. De fiestsenstalling (4) ligt te diep op de site.

PROJECT ALS SCHAKEL IN DE CONTEXT // De site omvat een grote oppervlakte in Zomergem. In de uitwerking van een masterplan, kan de site geschakeld worden aan andere groene, openbare zones in de gemeente. Deze relaties werden in een parallelle studie onderzocht door onze collega’s van het atelier. De site heeft een zeer gevarieerd gebouwengeheel in functie van invulling: een kleuterschool, een lagere school, secundair, zelfs een klooster en RVT. De school is gelegen aan de Dreef, waar aan de overkant van de straat het overgrote deel van de commerciële functies van de gemeente gelegen zijn. In het thema van open school kunnen hier verschillende kansen liggen om de gemeente actiever en intesiever te doen participeren in de gemeente en de school open te stellen naar andere organisaties.

HERGEBRUIK BESTAANDE STRUCTUREN // De structuur en organisatie van het huidige lager (en secundair) leent zich tot duurzame aansluitingen en veranderingen, hoewel de de bestaande toestand niet bepaald als duurzaam te omschrijven valt. Het kleuter daarentegen is een zeer uitgesmeerd volume - een vormstudie op zich - die los staat van het overige. Een renovatie van het kleuter op zich is een pleister op een open wonde. Het bestaande volume van het kleuter zal nooit een echt goede verbinding kunnen maken met de vleugel van het lager. Eerder dan afbreken en nieuwbouwen, kan er gezocht worden naar verbindingen tussen de volumes en naar duurzame renovaties van bestaande structuren en gebouwen. Zo kent de vleugel van het secundair veel leegstand, een probleem dat ook kan meegenomen worden in het totaalconcept. POTENTIES VERSTERKEN EN VERBETEREN // De school bezit een aantal troeven die in de duurzame gedachte een belangrijke betekenis kunnen hebben. De school gaat prat op haar groen en open karakter en deze elementen kunnen in een nieuwe configuratie versterkt worden. Zowel de 0-zones (het ongebruikte kijkgroen) (7) achteraan en vooraan de school als de volle parkings aan de ingangen van de school (5) (6) dienen aangepakt te worden.

MAXIMAAL BRUIKBAAR BOUWEN Omwille van de centrale ligging van de site, is het verstandig in het achterhoofd te houden dat deze site later een andere bestemming zou kunnen krijgen. Hierbij denken we bvb aan kantorenfuncties, sportinfrastructuur .... Zoals reeds eerder vermeld zou de structuur van het lager en secundair zich hiertoe kunnen lenen, die van de kleuterschool niet. Bruikbaar bouwen betekent ook zo functioneel, dus zo polyvalent mogelijk bouwen. In dat opzicht willen we afstappen van het klassieke klas-gang principe (4) en de circulatie verweven met de polyvalente ruimtes.

GOEDE ORIËNTATIE, ZONERING & COMPARTIMENTERING = PASSIEVE ZONNEWINST Het schoolgeheel ligt min of meer op een NO-ZW as, waardoor het van vrij goede zonnewinsten kan genieten op het zuiden. In het organiseren van de school is men hierbij niet doordacht en eerder willekeurig te werk gegaan. De klassen van het lager richten zich op het NW, die van het secundair op het ZO. ANALYSE /// 23 DUURZAAMHEID // ST MARTINUS /


ST MARTINUS: U-PEIL KLEUTER (1) & LAGER (2)

1

1

2 1

ST MARTINUS: U-PEIL LAGER & KLEUTER School Max WTCB Dubo Buitenmuur 2,06 0,60 0,17 Raam 7,80 2,00 1,20 Dakraam 5,00 2,00 1,20 Dak 2,5 0,40 0,19 Vloer 2,00 0,40 0,33 Vertikale wand tegen grond 2,00 1,00 0,33 Gemene muur 1,74 1,00 0,37 School: U-waarden St Martinus Max WTCB: Maximale U-waarden voor wanddelen in scholen Dubo: Duurzame U-waarden (isolatie: buitenmuren 20cm, dak 20 cm, vloer 10cm)

24

ANALYSE /// DUURZAAMHEID// ST MARTINUS /

2


U-PEIL ST MARTINUS Om duidelijk te maken dat het meer dan relevant is om stil te staan bij het energieverhaal, hebben we getracht het U-peil van een deel van de school in kaart te brengen. Om deze berekeningen te vereenvoudigen, hebben we het scholencomplex opgedeeld in verschillende vleugels en daar een aantal rudimentaire berekeningen op gemaakt. Deze berekeningen, hoewel ze uitgaan van een aantal veronderstellingen, geven een duidelijk beeld van de verlieslatende toestand van de gebouwen.

Hier plaatsen we de bekomen resultaten van de kleuterschool (geel) en de vleugel van het lager (rood) naast elkaar: 1 KLEUTER

2 LAGER

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume: Volumecompactheid: U-peil*:

1360 m² 1360 m² 5440 m³ 1,5 213

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume: Volumecompactheid: U-peil*:

2300 m² 766 m² 9000 m³ 2,6 171

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

21,20 euro

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

12,15 euro

leerlingen: personeel:

120 10

leerlingen: leerkrachten/ directie

180 20

polyvalente zaal: refer in klas klassen directie/lerarenkamer: sanitair:

225 m² 1 10 2 90 m²

polyvalente zaal (refter):

500 m²

klassen directie/lerarenkamer: sanitair:

13 2 50 m²

* Bij deze berekeningen zijn we uitgegaan van ongeïsoleerde wanden, vloeren & daken en enkel glas. Indien het dak van het lager zou geïsoleerd zijn bij renovaties, zal het verschil in U-peil met het kleuter enkel schrijnender worden. ** Gerekend voor een verwarmingsinstallatie op gas, met een rendement van 80% (dus vrij goed). Als stookkost werd gerekend: gas aan 5,010 eurocent/kWh (wat waarschijnlijk aangepast moet worden aan de huidige energieprijzen).

Uit deze gegevens vallen een aantal conclusies te trekken. Vooreerst neemt het kleuter een zeer groot oppervlak in, zeker in verhouding tot de bruikbare oppervlakte van het gebouw. Ook naar compactheid scoort de vleugel van het lager veel beter. Het kleuter is slechts 1 verdiep hoog en breed uitgesmeerd over het terrein. Beide kennen sowieso een hoog U-peil, maar dat komt vooral door de U-waarden van de verschillende wanddelen. Het gaat hier om (zoals vermeld) ongeïsoleerde wanden, daken en vloeren en enkel glas. Toch is het van het kleuter beduidend hoger dan dat van het lager. We hebben met een eenvoudige berekening een schatting willen geven wat het verwarmen van elke vleugel kost per m². Het verschil tussen lager en kleuter is schrijnend: 10 euro per m² per jaar en 42 punten qua U-peil !!! ANALYSE /// 25 DUURZAAMHEID // ST MARTINUS /


CASE STUDY

N 3

5

4 8

1

6 2 7

Oplevering September 2002 Oppervlakte 1,340 m2 (gross) Leerlingenaantal 270 Architect Architects Design Partnership 26

ANALYSE /// CASE STUDIES //

1 Entrance 2 Classrooms 3 Assembly hall 4 IT computer suite 5 Library 6 Brise soleil shaded play area 7 External teaching spaces 8 Winter garden


DUURZAAMHEID//

- vloerverwarming > aangedreven doo - verwarmingssysteem > variabele snel

C CASE STUDY/

uw > opnieuw configureren in toekomst Zoals eerder aangehaald gaat duurzaamheid veel verder dan de organisatie en concipiëring van een gebouw. Het is een houding die ook zonder ten op zichte de gemeenschap eenof meerwaarde niet-dragende wanden verplaatsen datvantechnieken, dak vloer heeft. Veel kan geleerd worden uit reeds gerealiseerde projecten. Onderstaand voorbeeld wordt en gerecycleerde materialen waar mogelijk. kort besproken. urlijk geventileerd SCHOOL > mechanische ventilatie via dakramen. e (weg vanRIVERHEAD verkeerINFANT & vervuiling) SEVENOAKS, KENT (UK) aangedreven door condensatieboilers die naargelang het weer zich aanpassen. em > variabele snelheidspompen > pompen reduceren bij daling warmtevraag

-l > -z

TECHNIEK Het gebouw gaat als het ware over in het landschap. De structuur van dit gebouw is zeer flexibel. Het heeft een hoofdstructuur met verplaatsbare en niet dragende wanden, waardoor het ,mits een aantal eenvoudige ingrepen, opnieuw kan geconfigureerd worden in de toekomst. Er werd ook gewerkt met vloerverwarming, waardoor er noch in het dak nog in wanden technieken dienden geplaast te worden. Opnieuw in functie van flexibiliteit. In het gebouw is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van lokale en gerecycleerde materialen. Het gebouw wordt bijna volledig natuurlijk geventileerd. Verse lucht wordt getrokken via de zuid-zijde (weg van verkeer & vervuiling) , afvoer van ‘vuile’ lucht gebeurt via mechanische ventilatie langs de dakramen. De klassen zijn allemaal naar het Zuid gericht en hebben elk een aparte tuin. Zonnekappen zorgen voor bescherming tegen oververhitting. De vloerverwarming is zeer efficiënt omdat het aangedreven wordt door condensatieboilers die zich aanpassen naargelang het weer Ook wordt er gewerkt met variabele snelheidspompen, waarbij het pompen gereduceerd wordt bij daling van de warmtevraag.

- leszones in buitenruimte gericht op zuiden > weg van straat - zonnekappen: bescherming tegen oververhitting

k

EN MEER... De school introduceerde het ‘wandelende bus’ - schema waarbij ouders en vrijwilligers de kinderen te voet van deur tot deur ophalen en begeleiden van huis naar school. Deze vorm van interactie stimuleert relaties tussen ouders en het schoolpersoneel, creêert een grotere betrokkenheid, bevordert de veiligheid en vermindert bovendien de CO2 emissie. Niettemin werd vooraan een ruime Kiss & Ride voorzien, eventueel kan die gebruikt worden als looppiste tijdens de lesuren.

de school introduceerde ‘wandelende bus’ - schema kinderen worden te voet geëscorteerd tussen thuis & school < stimuleert relaties/ veiligheid/ betrokkenheid< minder verkeersproblemen/ vervuiling/ CO2 emissie <

In de bijlage (op cd-rom) en op www.sholenbouwen.be bevinden zich nog enkele duurzame voorbeelden van scholenbouw. Vooral de voorbeelden die duurzaamheid een stap verder nemen zijn zeer interessant.

ANALYSE /// CASE STUDIES //

27


28

ONTWERPSTRATEGIE ///


ONTWERPSTRATEGIE /// A NODEN //

31

#

PROGRAMMA VAN EISEN

31

#

POTENTIES & PROBLEEMPUNTEN

31

B ZONERING & VOLUME STUDIE // 33 C ORGANISATIESCHEMA’S //

37

# VOORTUIN #1 SPORTEN AAN STRAAT # BINNENTUIN #2 PATIO

39 39 47

#3 VERBINDING

47 55

# DE HOEK #4 LAGER

63

D VOLUMESTUDIE KLEUTER //

79

#5 LAGER+KLEUTER

63 71

ONTWERPSTRATEGIE ///

29


? 3 1

2

BEZETTING ALS TONEELZAAL

? BEZETTING ALS TURNZAAL

A

B PVE IN 1, 2 & 3 VERDIEPINGEN

PROGRAMMA VAN EISEN

4 DAGLICHT REFTER

5

GEBRUIK TURNZAAL

?

INTERIEUR TURNZAAL

KIJKGROEN AAN

DE REFTER VAN HE

T LAGER VELD 1 SPEEL

INTERIEUR REFTER

1 LICHTGEUL VOOR REFTER AAN STRAATKANT

2 KIJKGROEN AAN DE REFTER VAN HET LAGER

30

ONTWERPSTRATEGIE /// NODEN //

3

4

5


NODEN// Vanuit het voorgaande onderzoek werd een eisenpakket samengesteld, dat bestaat uit het summiere programma van eisen van de school, en daarnaast de insteek die wij willen geven vanuit de opdracht.

PROGRAMMA VAN EISEN (SCHOOL): - 9 klassen - polyvalente ruimte - overdekte speelruimte - extra fietsberging 180 lln - extra sanitair 180 lln - refter: de bestaande refter volstaat in theorie, er zou kunnen gewerkt worden in shiften > via de procedure van Agion kwam dit neer op 1258 m²

In het uitwerken van de verschillende schema’s hebben we vooral gezocht naar duurzame aansluitingen en logische en waardevolle invullingen. De vooropgestelde 1258 m² werd hierbij niet in acht genomen.

A

B

POTENTIES & PROBLEEMPUNTEN KLASSEN // Deze zijn in de bestaande configuratie zeer lineair geschakeld en eenzijdig verbonden met de circulatie. Er wordt getracht deze beter te betrekken bij de polyvalente ruimtes en circulatie in het gebouw en ze op deze manier sterker in te bedden in het geheel. CIRCULATIE // Het klas-gang systeem werkt goed als het gaat om overzicht en duidelijkheid, maar in onze schema’s willen we de circulatie polyvalenter maken. We willen werken & leven buiten de grenzen van de traditionele klas stimuleren. TURNZAAL // De huidige turnzaal (5) is voorzien van een groot podium (ongeveer 1/3 van het volledige volume) en een schuine vloer om zitplaatsen voor eventuele voorstellingen te voorzien. Deze ingrepen zijn niet in verhouding tot het gebruik van de zaal. De kinderen moeten turnen op een schuine vloer, waarbij maar een luttel aantal keer per jaar een menigte wordt verzameld voor een voorstelling. FUNCTIONEEL GEBRUIK // Vooral de vleugel van het secundair kent veel leegstaande klassen, in een heroganisatie kan ook hier iets aan worden gedaan. REFTER // De bestaande refter (2) van het lager bevindt zich op -1, moet het stellen met een minimale daglichttoetreding (4) via 2 ‘geulen’ aan de voor- en achterzijde van het gebouw en is daarenboven een zeer lage ruimte. De refter kan enkel bereikt worden via een trappenkoker en mist een groot aantal kansen naar polyvalent gebruik. In onze schema’s willen deze ruimte opwaarderen door ze nauw te verbinden met de circulatie en buitenruimte.

BUITENRUIMTE// De buitenruimtes rondom het schoolgeheel moeten zoveel mogelijk ten dienste staan van de leerlingen. De huidige speelzones van de kinderen beperken zich tot een aantal grijze speelplaatsvlakken en een speelveld dat weinig gebruikt wordt. De grasvlakken rond het gebouw zijn 0-zones die louter dienst doen als kijkgroen (3). Daarnaast neemt de auto een groot deel van de voortuin van de school in. Wij willen de speelzones zoveel mogelijk betrekken bij, en binnentrekken in de gebouwen. Grote delen van de voorste zones worden in de bestaande toestand ingenomen door parkeerplaatsen. Deze parking halen wij uit de schoolzone en plaatsen we op het achterliggende terrein. Door de Chrysantenstraat , die achteraan aan het terrein aansluit, te gebruiken kan naast het bestaande speelveld, op een weinig gebruikt schapenveld van het RVT, een parking worden aangelegd. Eventueel kan bekeken worden om hier een gemeenschappelijke parking te maken die zowel voor RVT als de schoolgemeenschap dienst kan doen. GEMEENSCHAP // De school beschikt over een grote hoeveelheid aan sport- (1) en leerinfrastructuur die buiten de schooluren een lage bezetting kent. Een herorganisatie van de school kan ook hierin een belangrijke rol spelen door de school open te stellen naar de gemeente. ONTWERPSTRATEGIE /// 31 NODEN //


PROGRAMMA VAN EISEN

N

2 1 3 32

ONTWERPSTRATEGIE /// ZONERING //


ZONERING & VOLUMESTUDIE// In de site onderscheiden we 3 grote zones:

zone 2 & 3 hebben we opnieuw onderverdeeld in kleinere ‘vlekken’ die aansluiten op de bestaande vleugels en assen van de school en omgeving. Hieruit zijn verschillende volumestudies ontwikkeld die werdenbeoordeeld op basis van 5 criteria.

1 BESTAANDE GEBOUWEN 2 BINNENGEBIED 3 GEBIED STRAATKANT

Impact op site

Organisatie

> ingangen > deelzones > int. circulatie

Parking/Ext Circulatie Buitenruimtes

N W

O Z

Oriëntatie en licht

VOLUMERELATIES

CRITERIA

Criteria verbonden volume

solitair volume

verwoven met bestaande structuur herorganisatie

herorganisatie + volume

ONTWERPSTRATEGIE /// ZONERING //

33


34

ONTWERPSTRATEGIE /// ZONERING //


VOLUMESTUDIE Uit een volumestudie, waarbij we vrij op de St.-Martinus site volumes aansloten op de bestaande assen en gebouwen, hebben we 3 zones gedefinieerd die vanuit onze vooropgestelde 5 criteria de beste bleken. Deze zijn ‘de voortuin’ van de school (aan de straatkant), ‘de hoek’ en ‘de binnentuin’.

LEGENDE VOORTUIN BINNENTUIN HOEK

ONTWERPSTRATEGIE /// ZONERING //

35


SYSTEMEN VOOR DAK & GEVEL

LC

HC

LC

HC

HC 4

DAK

HC

5

GEVEL

LC

HC

DAK

LC

HC

LC

HC

GEVEL

3

2

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S //

DAK DAK

HC

HC

DAK

EVEL GEVEL

36

DAK

DAK

GEVEL

1

LC

HC

DAK DAK

6

HC HC

DA


ONTWERPSTRATEGIE //

De gehele site opgesplitst in 3 zone’s.

C SCHEMA’S

EN TU IN

Opvattingen voor een gevel

NN

1

BI

Onze zoektocht naar duurzame aansluitingen op de bestaande gebouwen, resulteert in een aantal organisatie schema’s. Deze schema’s proberen een antwoord te geven op de vele eisen die we onszelf gesteld hebben.In deze schema’s wordt gefocust op de relaties die er ontstaan tussen de verschillende functies en buitenruimtes. Hoe deze ontwerpen verder uitgewerkt worden, qua vormgeving en materialen, werd niet dieper op ingegaan. Toch vinden we het relevant een aantal algemene uitspraken te doen over mogelijke gevel- en dakontwerpen, zeker vanuit het perspectief van daglicht & ventilatie.

E HO

4

Oriëntatie heeft een belangerijke rol bij de bepaling van een gevel. Zoals eerder besproken kan je met vaste - (op het Zuiden) en met mobiele zonnewering (op Oost en West) werken. De hoeveelheid glas is ook afhankelijk van de oriëntatie. De structuur van het gebouw is bepalend voor de indeling van de ruimtes, als gebruik gemaakt wordt van een skeletstructuur heeft de ontwerper een enorme vrijheid naar gevelindeling.

2

Mogelijke functie van platte daken

Dak als zonnewering Een overkraging van het dak aan de zuidkant zorgt voor een bescherming tegen de felle zomerzon en voorkomt oververhitting. De lage winterzon kan daarentegen wel onder de luifel doordringen en zonnewarmte binnenbrengen.

VO O

RTU

IN

Dak als natuurlijke ventilatie Een sheddak heeft verschillende voordelen. Het zorgt voor een zenitale verlichting van de ruimte zonder dat te sterke zonnestralen voor hinder kunnen zorgen in de onderliggende ruimtes. Op de schuine zijden kunnen zonneboilers of zonnepanelen geplaatst worden. Ook biedt het sheddak -systeem verschillende mogelijkheden voor het opzetten van een natuurlijke ventilatie in het gebouw.

5

Daglichttoetreding via licht monitoren Lichtmonitoren zorgen voor een betere daglichttoetreding (via reflectie) dan klassiek wandraam en zijn interessant in brede ruimtes, zeker als het zijlicht van de wanden niet ver reikt.

Een plat dak dat niet benut wordt, vormt een niet-rendabele kost. Een dak kan gebruikt worden als speelzone of groendak. Er kan zelfs een rietveld op aangelegd worden.

3

K

6

Comfortzone’s Niet elke functie in een gebouw vereist hetzelfde comfort. Zo hoeft een circulatieruimte niet de zelfde temperatuur te hebben als een klas. Door een ruimte op te splitsen in verschillende zone’s , kan men energie uitsparen, en kunnen bovendien ook op een betere manier de zonnewinsten gebruikt worden. ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S //

37


INPLANTINGSPLAN

ontwerp st martinus

N

bebouwing speelplaats lager speelplaats kleuter kiss & ride fietsenstalling

P

P

parking speelgroen

Ikl

Is Ip Il

K& R

38

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // VOORTUIN /

Ill

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek


1 VOORTUIN/ De voortuin van de school biedt een waaier aan mogelijkheden om de gemeente in contact te brengen met het schoolgebeuren. Vanuit de gedachtegang dat St.-Martinus een ‘open’ school wil zijn in de gemeenschap, kan dit alleen maar versterkt worden door aan de straatzijde de interactie te vergroten. Enerzijds door de speelzone naar de straatzijde te trekken. Hierdoor wordt het dagdagelijkse gebeuren in de leefwereld van de kinderen betrokken. Zo kunnen ze met een open geest een bredere kijk op de wereld kunnen ontwikkelen. Anderzijds door polyvalente functies, zoals een sport- en feestzaal open te stellen naar verenigingen en organisaties toe.

SPORTEN AAN STRAAT In het ontwerp dat we voor deze zone ontwikkeld hebben, plaatsen we een turnzaal aan de straatzijde. Deze turnzaal van 2 bouwlagen hoog, wordt verdiept tot op niveau -1. Dit bevordert inkijk en contact van op het straatniveau. Hierdoor ontstaat er een betrokkenheid met enerzijds de ouders en anderzijds het schoolgebeuren. Door dit volume te verdiepen, creëren we een verbinding tussen de bestaande refter op Niv. -1 en de nieuwe turnzaal. Tussen deze 2 ruimtes ontstaat een binnengebied, dat als polyvalente ruimte/refter kan dienst doen en kan aangesloten worden aan beide ruimtes. De klassen worden bovenop de turnzaalen rondom dit binnengebied aangebracht, waardoor zij optimaal kunnen gebruik maken van de binnenpatio. Dit volume is op zich zeer compact en vormt ook voor de bestaande klassen een meerwaarde. De polyvalente ruimte vormt een ontmoetingsplaats, een knooppunt in de snelheid van het schoolgebeuren. De speelzone van het kleuter wordt verlegd naar een strook op de hoek, met een Kiss & Ride - zone die er op aansluit. Het volledige binnengebied wordt speelplaats voor het lager. De bestaande turnzaal wordt in deze configuratie opgewaardeerd tot een grote, volwaardige sportzaal waar de plaatselijke sportclubs zich naar hartelust kunnen uitleven.

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // VOORTUIN /

39


BB’ klassen circulatie trappen dieper gelegen volume

AA’

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek

Ill

ingang leerlingen lager

N

1 VOORTUIN

Max U-waarden

DuBo U-waarden

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw:* Volume:

4180 m² 2245 m² 18780 m³

4180 m² 2245 m² 18780 m³

Volumecompactheid: U-peil*:

3,5 49

3,5 37

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

5,00 euro

3,40 euro

* Het U-peil werd berekend op het nieuw volume + vleugel lager: Dus totale oppervlakte >1515 m² (nieuw) + 730 m² (lager) = 2245 m²

40

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // VOORTUIN /

Het U-peil van het volume werd berekend met de U-max waarden zoals vermeld op pagina 19. Grondplan van volume waarop het U-peil werd berekend


R

A

TS A A

R TE

B’

S AT A L

LP

E PE

S

L

P EL

E

SP

GE A L

U

E KL

B

+1

A’

S T E I F

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // VOORTUIN /

41


Is

Ikl

R

L

P EL

E

P RS

TS A A

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

E

KL

S T E I F

0

RT

Il

SPO

T EU

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // VOORTUIN /

43


R

PL

EL

E SP

TS A A

GE A L

RT

-1

F E R

SPO

Ill

R E T

S T E FI 0 ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // VOORTUIN /

25 45


INPLANTINGSPLAN

ontwerp st martinus

N

bebouwing speelplaats lager speelplaats kleuter kiss & ride fietsenstalling

P

P

parking speelgroen

Ikl

K& R

46

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // BINNENTUIN /

Is Ill

Il

Ip

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek


2 BINNENTUIN / De school is in zijn huidige configuratie naar het binnengebied gericht. De gebouwen vormen een sterke fysieke grens naar de gemeente toe. De meerwaarde van een ontwerp in deze binnenzone bestaat in het creĂŤren van verbindingen tussen de omringende vleugels. De klassen en gangen in de bestaande toestand zijn zeer rechtlijnig en eenduidig gericht. Door vrij dens en in het binnengebied te bouwen, kan de zone aan de straatkant ingericht worden als speelzone voor de kinderen. Dit verhoogt duidelijk de interactie met de gemeenschap. In dit gebied werden 2 ontwerpen uitgewerkt.

PATIO Door in dit binnengebied te bouwen ontstaat opnieuw een centrale ruimte in de school waar de klassen en ruimtes rondom georganiseerd zijn. De bestaande turnzaal wordt een kwartslag gedraaid waardoor zij zich in de lengte naar het binnengebied richt. Het midden van de patio wordt verdiept tot op -1 waardoor deze de verbinding maakt met de bestaande refter en deze uit de diepte wordt getrokken. In dit schema wordt de zone aan de straatzijde ingericht als speelplaats, wat het schoolgebeuren opnieuw nauwer verbindt met de straat. Deze zone wordt eveneens grotendeels verlaagd tot op -1 waardoor het bijna in het gebouw getrokken en zo een verbinding ontstaat tussen de voor - en achterzijde. Opnieuw wordt de hoek, speelruimte voor het kleuter met de aangrenzende Kiss & Ride zone. De speelruimte voor het lager omvat de voortuin en de resterende ruimte van het binnengebied. De graden 1-2-3 en 4-5-6 kunnen in de verschillende speeltijden hiertussen wisselen, naargelang de groep die op het achtergelegen veld wil/mag spelen.

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // BINNENTUIN /

47


AA’ klassen circulatie trappen dieper gelegen volume

BB’

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek

Ill

ingang leerlingen lager

N

2 BINNENTUIN / PATIO

Max U-waarden

DuBo U-waarden

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw:* Volume:

4830 m² 2560 m² 23930 m³

4830 m² 1830 m² 23930 m³

Volumecompactheid: U-peil*:

3,7 53

3,7 43

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

5,95 euro

4,30 euro

* Het U-peil werd berekend op het nieuw volume + vleugel lager: Dus totale oppervlakte > 1830 m² (nieuw) + 730 m² (lager) = 2560 m²

48

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

Het U-peil van het volume werd berekend met de U-max waarden zoals vermeld op pagina 19. Grondplan van volume waarop het U-peil werd berekend


R

RT O SP

A

T EU

R

TS A A

PL

L EE

P

S ER

B’

L

P EL

E

SP

TS AA

GE A L

B

KL

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

A’

S ET

FI

+1

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

49


R

LP

E PE

S

S AT A L

GE A L

RT O SP

Ip

Is

Ikl L EE

PL

E

P RS

T EU

TS A A

Ill

R

Il

KL

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

S ET

FI

0

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

51


R E T

F E R

-1

L

P EL

E

SP

TS A A

R

GE A L

0 ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

25 53


INPLANTINGSPLAN

ontwerp st martinus

N

bebouwing speelplaats lager speelplaats kleuter kiss & ride fietsenstalling

P

P

parking speelgroen

Il

Ikl

K& R

54

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // BINNENTUIN /

Ill

Is

Ip

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek


3 BINNENTUIN /

VERBINDING In dit schema wordt het volume van de turnzaal verbonden met de kleuterschool. Er ontstaat een ingesloten binnenplein waarbij een doorgang doorheen de bestaande refter naar het voorplein toe wordt gemaakt. De bestaande turnzaal wordt verlaagd tot -1, waardoor op deze 2 bouwlagen hoge ruimte een nieuwe refter kan ingericht worden. De speelzone aan de straat wordt op helling geplaatst en verbonden met de oude refter, die wordt weggehaald en waar enerzijds een fietsenberging, anderzijds een open doorgang naar het binnenplein wordt gecreëerd. Op het binnenplein wordt een strook verlaagd tot -1, wat de verbinding legt van voor naar achter. Het binnenplein bestaat uit 2 delen, de verlaagde strook en een gedeelte op niveau van het gelijkvloers als speelruimte voor het kleuter. Tussen deze 2 stroken lopen luie trappen die dienen als circulatie en zitzone. Hierdoor wordt de speelruimte van het lager en kleuter fysiek van elkaar gescheiden. De speelzone voor het kleuter loopt van het binnengebied over tot op de hoek, waar zoals in de andere schema’s een Kiss & Ride op aansluit. Het lager beschikt over 3 speelgebieden, met elk een eigen karakter. Het gebeid vooraan, dat als groene speelruimte kan ingericht worden en deels op helling wordt geplaatst naar de refter toe. De verlaagde strook in het binnengebied, dat met trappen overgaat in het nieuwe volume. En de speelruimte achteraan, die aansluit op het groene speelveld.

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

55


AA’ klassen circulatie trappen dieper gelegen volume

BB’

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek

Ill

ingang leerlingen lager

N

3 BINNENTUIN / VERBINDING

Max U-waarden

DuBo U-waarden

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume:

2710 m² 1620 m² 13270 m³

2710 m² 1620 m² 13270 m³

Volumecompactheid: U-peil*:

2,6 41

2,6 23

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

5,40 euro

2,90 euro

Het U-peil van het volume werd berekend met de U-max waarden zoals vermeld op pagina 19. Grondplan van volume waarop het U-peil werd berekend

56

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /


A

R

S AT A L

GE A L

S

FT RE

LP

E PE

TS A A

L

P EL

E

P RS

ER

E TS T K A E D PLA R E LS V O EE SP

E

T EU

R

KL

A’

+1

SP

TS A A

GE A L

L

P EL

E

B

B’

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

57


R

S AT A L

GE A L

RT

LP

E PE

S

O P S

E TS T K A E D PLA R E LS V O EE SP

Ikl R

E UT

PL

EL

E SP

Is

TS A A

Il R

E

KL

0

Ill

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

59


RT

E S KT AT E A RD SPL E L OV EE SP

O P S

Ip E S KT AT E A RD SPL E L OV EE SP

S T E

FI

-1

Ill 0 ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // BINNENTUIN /

25 61


INPLANTINGSPLAN

ontwerp st martinus

N

bebouwing speelplaats lager speelplaats kleuter kiss & ride fietsenstalling

P

P

parking speelgroen

Is

Ikl

K& R

62

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // HOEK /

Ill Il

Ip

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek


4 DE HOEK / De hoek wordt in de bestaande toestand volledig ingenomen door een grote parkeerzone. Een volume dat hier wordt ingebracht kan een grote invloed hebben op het straatbeeld van de Dreef. De kleuterschool vormt hierbij steeds een heikel punt. Het kleutergeheel betrekken bij de vleugel van het lager door de hoek in te vullen in een gelijkaardig schema zoals het patio-schema van het binnenplein gaat hier veel moeilijker. De kleuterschool op zich is een zeer uitgesmeerd volume en bezet een grote oppervlakte in verhouding tot het aantal leerlingen dat het herbergt. Het lijkt ons wijselijk reeds nu stil te staan bij het al dan niet behouden van de kleuterschool. Niettemin hebben we 2 schemaâ&#x20AC;&#x2122;s uitgewerkt waarbij de kleuterschool volledig of grotendeels in zijn bestaande toestand behouden wordt. Daarnaast brengen we een volumestudie aan die aftast hoe een nieuwe kleuterschool samen met de toevoeging zou kunnen aansluiten op het schoolgeheel.

LAGER Dit volume legt zich in het verlengde van de hoofdas van de school. Op het gelijkvloers wordt een refter/ polyvalente zaal ingericht. De directie krijgt zijn plaats naast de nieuwe ingang op het gelijkvloers. Alle klassen zijn gesitueerd op het 1e verdiep, een brede gang kan ook hier voor meerdere doeleinden gebruikt worden. Het lager speelt opnieuw in de voortuin en binnentuin van de school, de kleuters spelen op een zone tussen het nieuwe volume en de kleuterschool. Doordat het 1e verdiep uitkraagt, kan een Kiss & Ride nog steeds onder door het gebouw worden georganiseerd langsheen de Kruisdreef.

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // HOEK /

63


AA’ klassen circulatie trappen dieper gelegen volume

BB’

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek

Ill

ingang leerlingen lager

N

4 DE HOEK / LAGER

Max U-waarden

DuBo U-waarden

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume:

1740 m² 772 m² 7730 m³

1740 m² 772 m² 7730 m³

Volumecompactheid: U-peil*:

2,4 38

2,4 21

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

4,80 euro

2,55 euro

Het U-peil van het volume werd berekend met de U-max waarden zoals vermeld op pagina 19. Grondplan van volume waarop het U-peil werd berekend

64

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /


R

L LP

E

R

A

E UT

E SP

TS A A

B’

LE

K

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

GER A L TS LAA

LP

E SPE

A’

+1

B

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

65


Ip Ikl TS A A

R

E UT

TS A A

L

P EL

E

SP

L LP

E

E SP

Is

R

GE A L

E

KL

EF

R E T

R

0

Il

GER A L TS LAA

LP

E SPE

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

67


R

-1

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

0 ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

25 69


INPLANTINGSPLAN

ontwerp st martinus

N

bebouwing speelplaats lager speelplaats kleuter kiss & ride fietsenstalling

P

P

parking speelgroen

Is Ikl Ill

K& R

70

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMAâ&#x20AC;&#x2122;S // HOEK /

Il

Ip

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek


5 DE HOEK /

LAGER + KLEUTER In een uitgebreider schema trachten we het volume van het kleuter te linken aan de rest van het schoolgeheel. Op het eerste verdiep brengen we de benodigde klassen aan in een lang balkvolume. Bovenop een deel van de kleuterschool. In de hoek die hierdoor gecreëerd wordt een nieuwe refter geplaatst. Tussen deze refter en de kleuterschool komt een open patio als buffer zodat de aangrenzende kleuterklassen van buitenlucht en – licht kunnen genieten. De bestaande kleuterspeelplaats blijft behouden. Het lager speelt zowel aan de dreef (voortuin), als in de binnentuin van de school. In dit schema blijkt duidelijk dat het niet evident is om op een duurzame manier het kleuter te betrekken bij het schoolgeheel. Zoals blijkt uit het berekende U-peil voor dit volume, is dit helemaal geen compact & duurzaam schema.

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

71


AA’ klassen circulatie trappen dieper gelegen volume

BB’

Ikl

ingang kleuter

Il

ingang lager

Is

ingang secundair

Ip

ingang publiek

Ill

ingang leerlingen lager

N

5 DE HOEK / LAGER + KLEUTER 2

Max U-waarden

DuBo U-waarden

5 DE HOEK / LAGER + KLEUTER 1

Max U-waarden

DuBo U-waarden

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume:

3680 m² 2640 m² 15325 m³

3680 m² 2640 m² 15325 m³

Bruikbare vloeroppervlakte: Oppervlakte gebouw: Volume:

3680 m² 2640 m² 15325 m³

3680 m² 2640 m² 15325 m³

Volumecompactheid: U-peil*:

1,3 73

1,3 38

Volumecompactheid: U-peil*:

1,3 99

1,3 68

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

9,50 euro

4,80 euro

Geschatte stookkost per m² per jaar**:

12,40 euro

7,90 euro

* Het U-peil werd berekend op het nieuw volume + vleugel kleuter: Dus totale oppervlakte > 1520 m² (nieuw) + 1120 m² (kleuter) = 2640 m²

72

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

* Het U-peil werd berekend op het nieuw volume + vleugel kleuter: Dus totale oppervlakte > 1520 m² (nieuw) + 1120 m² (kleuter) = 2640 m²

Het U-peil van het volume werd berekend met de U-max waarden zoals vermeld op pagina 19.

Grondplan van volume waarop het U-peil werd berekend


T EU

KL S ER P EL PE

A

S AT LA

R

S AT A PL ’ L EE B

GE A L

SP

R

PL

L EE

SP

TS A A

GE A L

B

A’

+1

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

73


T EU

KL S ER S AT LA

P EL PE

R

S AT A L

S

ER

T F E

R

GE A L

LP

E PE

Ikl

Is

Ip

Ill Il

R

PL

S ET

FI

L EE

SP

TS A A

GE A L

0

ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

75


R

-1

L

P EL

E

SP

TS A A

GE A L

0 ONTWERPSTRATEGIE /// SCHEMA’S // HOEK /

25 77


1

2

3

5

4

SYNTHESTABEL: U-PEILEN VAN DE ORGANISATIESCHEMAS U-Max: U-peil berekend met de maximum waarden voor wanddelen van scholen volgens WTCB (zie pg.19 & 24) U-Dubo: U-peil berekend met duurzame waarden voor de wanddelen(zie pg.19 & 24) Kost: Max: geschatte stookkost per m per jaar, berekend op het U-peil volgens de U-max-waarden Kost: Dubo: geschatte stookkost per m per jaar, berekend op het U-peil volgens de DuBo-waarden Compactheid: volumecompactheid van het gebouw

U-Max U-DuBo Kost: Max Kost: DuBo Compactheid

1

2

3

4

5.1

5.2

49

53

41

38

99

73

37

43

23

21

68

38

5,00€

5,95€

5,40€

4,80€

12,40€

9,50€

3,40€

N

78

U-school: U-peil van een vleugel van de school, berekend met waarden voor ongeïsoleerde daken, wanden & vloeren en enkel glas. Kost: School: geschatte stookkost per m per jaar, berekend op het U-peil volgens die waarden voor ongeïsoleerde daken, wanden & vloeren en enkel glas.

4,30€ N

3,5

ONTWERPSTRATEGIE /// VOLUMESTUDIE KLEUTER //

2,90€

3,7

2,55€

2,6

7,90€ N

N

N

2,4

Kleuter

Lager

213

171

Kost: School

21,20€

12,15€

Compactheid

1,5

2,6

U-School

4,80€ N

1,3

1,3


D VOLUMESTUDIE KLEUTER// Zoals reeds aangehaald zijn de oganisatieschema’s die ontwikkeld zijn op de hoek om aan te sluiten op het kleuter, niet ideaal. Sowieso zal een dergelijke aansluiting grote structurele verbouwingen inhouden voor de kleuterschool. In de tabel op de linkerpagina geven we een overzicht van de verschillende U-peilen die berekend werden voor de organisatieschema’s. Daarnaast zijn de U-peilen voor de kleuterschool & de vleugel van het lager gegeven ter confrontatie. Onderaan de tabel is per ontwerp aangeduid op welk volume het U-peil werd berekend. Meestal werden de bestaande vleugels meegenomen in de berekeningen om een globaal U-peil te kunnen geven van de ‘nieuwe’ vleugel. Bij deze berekeningen werden de U-max-waarden gebruikt voor de wanden van het nieuwe volume, en werden de oude (slechte) U-waarden gebruikt voor de bestaande wanden. De waarden voor de vier eerste ontwerpen liggen vrij dicht bij elkaar, in tegenstelling tot de waarden van het ontwerp: hoek: lager + kleuter, dat de vleugel van het lager verbindt met de kleuterschool (5). Op zich is dit schema sowieso het minst compacte volume. Aangezien de waarden zo hoog lagen voor dit schema (5) werd de berekening opnieuw gemaakt voor hetzelfde volume. Maar hier werden de bestaande wanddelen (muren, vloer, dak & glas) vervangen door wanddelen met U-max (en DuBo) waarden. Dit betekent het isoleren van de vloer, het dak, de wanden en het vervangen van het glas van het kleuterblok. Dit zou sowieso een zeer dure onderneming worden. De U-peilen die hier (5.2) bekomen werden, blijken (zeker voor het U-max-peil) niet in die mate te dalen dat het een dergelijke investering kan verantwoorden. De kleuterschool herbergt minder leerlingen (120) dan de vleugel van het lager (180 leerlingen) terwijl het dubbel zoveel aan oppervlakte bezet (zie pg. 25). Bijgevolg stellen wij dat bij het uitdenken van eenn masterplan voor de school, goed moet overwogen worden of men in dergelijke, plaats- en energieverslindende infrastructuur wil investeren. Vanuit deze gedachtengang hebben wij op de volgende pagina een beknopte volumestudie gemaakt die een aantal mogelijkheden van aansluitingen geeft in het geval dat de kleuterschool zou worden gesloopt.

ONTWERPSTRATEGIE /// VOLUMESTUDIE KLEUTER //

79


80

ONTWERPSTRATEGIE /// VOLUMESTUDIE KLEUTER //


VOLUMESTUDIE KLEUTER//

ONTWERPSTRATEGIE /// VOLUMESTUDIE KLEUTER //

81


IN BIJLAGE: CD ROM (bevat alle relevante bestanden omtrent het project) # EVR-Architecten: EVR-12puntenplan.doc (Duurzame principes: p. 16-21) # WTCB: U-max waarden voor scholen: WTCB Eindrapport Reg Normen.pdf (p. 19) # Passief Huis Platform: passiefhuis_01.pdf (schema duurzaam gebouw: p. 20) # Case Studies UK: SustainableschoolsCasestudies.pdf (p.26-27) # Werkblad Excel: U-peil berekeningen St Martinus.xls # Documenten Review 21/11/2007

82

NAWOORD ///


NAWOORD //

Wij beschouwen deze opdracht als geslaagd wanneer wij de bouwheer een bredere kijk hebben kunnen geven op de mogelijkheden van zijn site. En wanneer wij hen bewust konden maken van de duurzame principes die wij in deze studie hebben aangehaald, zodat met een kritische blik het ontwerpproces kan aangevat worden. Waar wij vooral de nadruk op willen leggen is het feit dat men alle aspecten in het ontwerpproces vanaf het begin moet proberen meenemen. Een ontwerp heeft een blijvende invloed. Niet alleen op de gebruiker, maar ook op zijn omgeving & context. De vele lagen die in de relaties tussen ontwerp , context en gemeenschap kunnen onstaan, bieden een sterke meerwaarde aan het totaalconcept. Tenslotte willen we nog onze dank betuigen aan onze Docent Ar. Luc Reuse, Docent Ar. Erik Geens, Docent Yves Schoonjans, voor hun ondersteuning & professionele begeleiding aan dit project. In het bijzonder willen we onze dank uiten aan de directie van de ST MARTINUS school voor hun medewerking. Brecht Van Acker Simon Berten Wart Thys Sint-Lucas Departement architectuur Gent, 17 januari 2008

NAWOORD ///

83


STUDIO OPEN SCHOOL : Sint-Martinus Zomergem  
STUDIO OPEN SCHOOL : Sint-Martinus Zomergem  

Voor een schoolbestuur is het een hele opgave om, naast de organisatie van het schoolgebeuren zelf, de rol van bouw-heer op zich te nemen. V...

Advertisement