Page 1

Marktplein Hengelo

plein met twee gezichten


Dit rapport is geschreven in opdracht van: Frans van den Goorbergh Hogeschool van Hall-Larenstein student: Shera van den Wittenboer, T1D1 maart 2010


Voorwoord Ik heb dit rapport geschreven in het kader van een studieopdracht voor het vak Beleid. Het was de bedoeling om een plek (plein of park) uit het stedelijk weefsel te kiezen dat niet functioneert. Ik dacht daarbij meteen aan het stadshart van mijn eigen woonplaats Hengelo: het marktplein. Dit marktplein heeft een enorme potentie, maar de gemeente – evenals de ontwerpbureau’s die steeds opnieuw met dit plein aan de slag gaan – lijken dit zelf niet te zien. Er is recentelijk (iets meer dan 10 jaar geleden) erg veel geld gestoken in het opnieuw opknappen van de binnenstad. Dit heeft maar liefst 22 miljoen gekost (hopelijk nog in guldens berekend). Dit was nauwelijks een verbetering. Maar nu is het geld op en kan er niets meer. De bewoners worden zo ongeveer afgescheept met een net iets hogere boom en een extra bankje. Ik vind dit dieptriest en met mij heel Hengelo (ik heb zelf niemand kunnen vinden die het niet interesseert wat er met het plein gebeurd). Dit rapport had ik willen schrijven met de beleidsmakers (de gemeente) als opdrachtgever, maar uiteindelijk is het rapport meer een verwoording én vertaling geworden van wat de inwoners en gebruikers van het marktplein zouden willen. Het is nog steeds met de bedoeling geschreven dat de beleidsmakers van de gemeente Hengelo het rapport zouden lezen, maar als ik dit rapport daadwerkelijk in opdracht van diezelfde beleidsmakers geschreven zou hebben, dan geloof ik dat ik niet nog een tweede opdracht van de gemeente Hengelo zou ontvangen. Daarvoor is mijn mening op diverse punten te ongezouten en niet diplomatiek genoeg. Te vaak een schop in de richting van de verantwoordelijke beleidsmakers Ik ben me volledig bewust van de pittige toon in dit rapport, maar ik heb er desondanks voor gekozen om de ruwe kantjes er niet af te schaven. Ik ben nu eenmaal niet zo diplomatiek. Mijn mening en visie kun je echter wel krijgen. Bij deze!


Samenvatting Het Marktplein van Hengelo is al heel lang een zorgenkindje van de gemeente. Het plein is ingericht als markt- en activiteitenplein. Daar is het plein erg geschikt voor. Maar op alle andere dagen, als er geen markt of ander evenement plaatsvindt, ligt het plein er eenzaam, verlaten en kaal bij. Het functioneert niet en dat is zowel de gemeente als de inwoners van Hengelo (de belangrijkste gebruikers van het plein) een doorn in het oog. Door middel van een uitvoerige analyse is onderzocht op welke terreinen dit plein verbeterd zou kunnen worden. Wat zijn de knelpunten, wat de tekortkomingen en waar liggen de potenties. De mens centraal Bij de analysemethode staat de mens centraal, de gebruiker van het plein. De stelling die gehanteerd wordt om het succes te kunnen toetsen is dat de openbare ruimte pas succesvol is als hij daadwerkelijk gebruikt wordt. Zeker in een stedelijke omgeving is drukte, groepen mensen met een grote diversiteit in leeftijd, afkomst en persoonlijke voorkeuren, bepalend voor de sfeer in de openbare ruimte. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Gevarieerd gebruik Om verschillende gebruikersgroepen te binden, moet de openbare ruimte aan een aantal voorwaarden voldoen. De plek moet sfeer hebben, een prettig gevoel geven en aantrekkelijk zijn, maar bovenal moet de plek een gevarieerd gebruik motiveren. Om een grote diversiteit aan gebruikersgroepen te kunnen binden en vermaken, moeten het plein een scala aan verschillende mogelijkheden hebben. Denk aan het bieden van ruimte om te zitten, ruimte voor spel, ruimte voor ontmoeting. De analyse Het is dan ook dit gegeven waaraan gewerkt moet worden bij de verbetering van een plein. Hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen naar het plein? Wat vinden de gebruikers ervan, hoe ervaren ze de plek? Bij de analyse is begonnen met vast te stellen met welke gebruikersgroepen we te maken

hebben. Waar komen ze vandaan, welke behoeftes hebben deze gebruikersgroepen en wat zijn de knelpunten in de huidige situatie.

komt te massief over. Ook aan de zijkant van het plein staat een té massief winkelblok met donkere entrees en een ontoegankelijke etalagepartij.

Gebruikersgroepen en ervaringen De belangrijkste gebruikersgroep is de groep mensen die in eerste instantie komt om te winkelen. Deze groep bezoekt de stad om andere redenen dan om het marktplein, maar passeert het marktplein vervolgens wel. Bij deze doelgroep is dan ook veel te halen. Andere gebruikersgroepen die kleiner zijn in aantal, maar wel mede bepalend zijn voor een gevarieerd gebruik, zijn bijvoorbeeld jongeren, kinderen uit de buurt en bejaarden.

Verder is de leesbaarheid van het plein voor verbetering vatbaar en zouden de toegangswegen aantrekkelijker kunnen worden gemaakt.

Aan de hand van diverse factoren die mede van invloed zijn op het ervaren van ruimte is verder geanalyseerd op welke punten het plein verbeterd zou kunnen worden. Hoe wordt de ruimte ervaren, hoe is de bereikbaarheid, hoe de toegankelijkheid? Voel je je welkom bij het bereiken van het plein. Tekortkomingen in gebruik Het marktplein schiet op een groot aantal punten te kort. Het heeft de diverse gebruikersgroepen feitelijk weinig te bieden, behalve als er markt of een ander evenement is. Er is beperkte mogelijkheid om te zitten, maar deze bankjes staan op een ongelukkige plek. Er is geen speelmogelijkheid en geen ruimte voor ontmoeting. Fysieke tekortkomingen Hoewel de bereikbaarheid goed is en de plek deel uitmaakt van belangrijke routes in het stedelijk weefsel (zelfs midden op een knooppunt ligt), is het plein niet in staat om mensen te binden. Niet het alleen het ontbreken van een gevarieerd aanbod ligt daaraan ten grondslag, maar ook fysieke tekortkomingen van het plein spelen daar een rol in. Zo zijn de verhoudingen van de gebouwen langs de randen niet in verhouding met de afmetingen van het plein. De meeste gebouwen zijn te laag, waardoor het plein naar verhouding te groot en geven de gebruiker een agorafobisch gevoel (pleinvrees). Eén van de gebouwen (de Telgenflat) is echter juist te hoog. Dit pand, dat aan de zuidkant van het plein staat, neemt zon weg en

Visie en PvE In mijn visie en programma van eisen draag ik richtingen en oplossingen aan om de tekortkomingen van het plein te verbeteren. De belangrijkste speerpunt daarbij is dat het mogelijk moet blijven om het plein ook in te zetten voor evenementen en uiteraard de warenmarkt, want die wil niemand kwijt. Een flexibele inrichting vormt dus het uitgangspunt voor in ieder geval het grote middendeel van het plein. Aan de randen kan een meer vaste inrichting worden ontworpen. In het kader van die flexibiliteit draag ik mogelijkheden aan die het gebruik als evenementenplein niet in de weg staan. Denk aan verrijdbaar groen, de toepassing van een waterfeature die geheel ondergronds is weggewerkt en ‘op afroep’ kan worden bediend, dus als het warm genoeg is en er geen activiteit plaatsvindt. Ook het horecaplein dient een flexibele opzet te krijgen, zodat de terrassen kunnen krimpen en uitbreiden indien de situatie daarom vraagt. Ook doe ik suggesties voor het aantrekkelijker maken van het stedelijk weefsel, de toe- en afvoerroutes van het plein. Verbeteringen op deze vlakken dragen niet alleen bij tot een sfeervoller marktplein en intensiever gebruik, maar zullen ook de omliggende zone ten goede komen. Verder laat ik de ‘kleine’ oplossingen niet achterwege. Wat weinig geld kost en toch voor meer sfeer zorgt, moet natuurlijk als eerste geprobeerd worden. Tot slot, en dat is misschien niet geheel mijn taak, zou ik willen aanzetten tot een mentaliteitsverandering bij de beleidsmakers om eens op een andere manier (en via de ogen van de burgers) naar het plein te kijken.


Inhoudsopgave Voorwoord Hoofdstuk 1 - Inleiding Hoofdstuk 2 - De analysemethode 2.1 De mens centraal 2.2 Gecombineerde functies (Jane Jacobs) 2.3 Placemaking (Project for Public Spaces) 2.4 Mental mapping (Kevin Lynch)

Hoofdstuk 3 - De Analyse 3.1 Gebruik van het marktplein per dag 3.2 Bezoekerssamenstelling 3.3 Gebruikers onder de loep 3.3.1 Marktbezoekers 3.3.2 Toeristen 3.3.3 Gepensioneerde 3.3.4 Bejaarden 3.3.5 Jongeren (Middelbare schoolleeftijd) 3.3.6 Jonge kinderen uit de buurt 3.3.7 Uitgaanspubliek 3.3.8 Winkelend publiek 3.4 Externe omgevingsfactoren 3.4.1 Uniciteit 3.4.2 Gemengde functies 3.4.3 Bereikbaarheid 3.4.4 Leesbaarheid, logica 3.4.5 Knooppunten en belangrijke routes 3.5 Interne factoren 3.5.1 Herkenbaarheid 3.5.2 Persoonlijke binding 3.5.3 Leesbaarheid intern

1 3 3 3 4 5 7 7 7 8 8 9 9 10 10 15 17 18 19 19 19 19 20 21 22 22 22 22

3.5.4 Attractiviteit 3.6 Conclusie

23

Hoofdstuk 4 - Visie 4.1 Flexibele inrichting 4.2 Ruimte om te zitten 4.3 Een groen kader 4.4 Een beter microklimaat 4.5 Als een octopus 4.6 Walk-ability 4.7 Kleur bekennen 4.8 Motiveer horecagelegenheid 4.9 Water zorgt voor leven 4.10 Ruimte om te spelen 4.11 Op zoek naar nieuwe herkenbaarheid 4.12 Toegankelijkheid verbeteren 4.13 Telgenflat 4.14 Zoek sfeer in kleine dingen 4.15 Design op de tweede plaats 4.16 Wie A zegt moet ook B zeggen

24 24 24 25 25 25 26 27 27 28 29 29 29 29 29 29 30

Hoofdstuk 5 - Programma van Eisen 5.1 Flexibele inrichting 5.2 Ruimte om te zitten 5.3 Een groen kader 5.4 Een beter microklimaat 5.5 Als een octopus 5.6 Walk-ability 5.7 Kleur bekennen 5.8 Motiveer horecagelegenheid 5.9 Water zorgt voor leven 5.10 Ruimte om te spelen

32 32 32 32 32 32 32 32 32 33 33

23

5.11 Op zoek naar nieuwe herkenbaarheid 5.12 Toegankelijkheid verbeteren 5.13 Telgenflat 5.14 Zoek sfeer in kleine dingen 5.15 Design op de tweede plaats 5.16 Wie A zegt moet ook B zeggen

33 33 33 33 33 33

Literatuurlijst

34


1.

1. Inleiding Het Hengelose marktplein werd onlangs in een verkiezing, georganiseerd door de regionale krant TC Tubantia, uitgeroepen tot het lelijkste stukje van Hengelo. Dat gegeven is op zich al reden genoeg om actie te ondernemen – het betreft namelijk het hart van de Hengelose binnenstad – maar daarnaast is het marktplein in de periode 1997-2001 grondig, en tegen hoge kosten, gerenoveerd. Wat is er mis gegaan? Het marktplein is vooral geschikt als activiteitenplein. Het terrein is zo ingericht dat het optimaal functioneert tijdens de markt (elke woensdag en zaterdag). Het is tevens een ideale locatie voor de kermis (tweemaal per jaar), de ijsbaan (enkele weken in december) en andere incidentele activiteiten zoals toneel- en popvoorstellingen of sportactiviteiten zoals ‘beachball’. Het terrein is glad en egaal, afval kan makkelijk worden weggespoten, het is goed bereikbaar voor vrachtwagens en door het ontbreken van bomen en andere ‘obstakels’ is vrijwel elke gewenste indeling mogelijk. Het zijn dan ook niet dergelijke activiteiten waarvoor het marktplein niet geschikt. Juist alle andere dagen, als er geen markt of kermis is, dan ligt het marktplein er op zijn zachtst gezegd verloren bij. Het is het hart van de binnenstad en het ligt in het midden van winkelroutes van de ene naar de andere publiekstrekkende winkel. Om die reden wordt het marktplein dan ook veelvuldig overgestoken. Gebrek aan bezoekers heeft het plein dus niet, maar toch is het er – behalve op marktdagen - zelden druk. Mensen willen er namelijk zo snel mogelijk weer weg. De plek voelt – door de leegte en de glanzende, grijze verharding – kil en koud aan. Er zijn geen plekken om even te blijven ‘hangen’. Als het regent is het bovendien erg glad. Hengeloërs omschrijven deze plek doorgaans als ‘lelijk’. Over smaak valt misschien te twisten, maar dat het marktplein om meerdere redenen dan alleen esthetische onaantrekkelijk gevonden wordt, staat onomstotelijk vast.

redenen dan alleen esthetische onaantrekkelijk gevonden wordt, staat onomstotelijk vast.

In dit rapport wordt onderzocht hoe het marktplein kan worden omgezet in een aantrekkelijke plek waar bezoekers graag vertoeven, ook als er geen marktkraampjes of kermis-attracties op het plein staan. Het doel van dit onderzoek en rapport is om inzicht te krijgen in de succesfactoren en knelpunten van het Marktplein in de binnenstad van Hengelo. Dit verkregen inzicht en de daaruit voortvloeiende visie en pakket van eisen kan gebruikt worden bij het formuleren van de eisen en wensen met betrekking tot herinrichting van het plein. Het rapport vormt de aanzet voor de ontwikkeling van nieuwe plannen.


3.

2. De Analysemethode Waarom is het op het ene plein altijd gezellig druk en is het andere plein meestal uitgestorven? Welke factoren zorgen voor succes? Er is uiteraard geen kant-en-klaar recept voor een pleinontwerp en -inrichting die gegarandeerd zal leiden tot een succesvol plek. Daarvoor zijn er simpelweg teveel verschillende factoren die van invloed zijn, ook factoren die verder strekken dan het plein alleen. Denk aan de diversiteit van de bezoekers, de bereikbaarheid van het gebied en de (uitstraling en populariteit van) winkels in de omliggende zone. Deze factoren variëren van plek tot plek, waardoor elk gebied afzonderlijk zal moeten worden geanalyseerd. Jane Jacobs, stadsactiviste, publiciste en auteur van het invloedrijke boek The Death and Life of Great American Cities (1961)stelde dat het streven naar een zo gevarieerd mogelijk gebruik de belangrijkste voorwaarde is voor het succes van de openbare ruimte. We zochten uit op welke terreinen het Marktplein aan deze voorwaarden voldoet en op welke terreinen verbetering noodzakelijk is. De gebruikte analysemethoden zijn afkomstig van stedenbouwkundige Kevin Lynch en het – in New York gevestigde – Project for Public Spaces (PPS, www.pps.org), een non profit organisatie die zich bezig houdt met stedenbouwkundige vernieuwingen. Beide hangen nauw samen met bovengenoemde stelling. In dit hoofdstuk wordt wat dieper ingegaan op de achtergrond achter deze analysemethode en het gedachtegoed van Jane Jacobs. alleen esthetische onaantrekkelijk gevonden wordt, staat onomstotelijk vast.

Dit onderzoek en rapport zijn bedoeld om richting te geven bij de herziening (herontwerp) van het marktplein. Het kan als leidraad dienen bij het verstrekken van de opdracht tot herinrichting van het marktplein aan een landschapsontwerpbureau.

2.1 De gebruikers centraal Een plein kan nog zo smaakvol zijn ingericht, zonder gebruikers komt de openbare ruimte nooit tot leven. Het zijn altijd de gebruikers (omwonenden en bezoekers) die een plein sfeer geven. Wie denkt aan een gezellig, sfeervol plein, denkt aan een plek waar kinderen spelen, mensen op terrasjes zitten, een ijsje eten op een bank onder een boom of samenkomen op een brede trappartij. Zo’n ideaal plein is met recht het bruisend hart van een stad(sdeel). Een plek waar mensen met elkaar afspreken, of even uitrusten van een gezellig middagje shoppen. Het is ook de plek waar steeds iets te doen is: markten, kermis, braderieën, festiviteiten. Daarnaast is het de plek waar straatartiesten hun kunsten kunnen vertonen of ten gehore brengen. Het is de plek die alom gekenmerkt wordt door levendigheid. Deze levendigheid is afkomstig van de mensen en niet van de ‘dode’ materialen. Om een plek die niet functioneert levendig te maken, moeten de gebruikers, het publiek, een centrale rol krijgen. De vraag zou dan ook niet moeten zijn: ‘hoe maken we een plein zo mooi mogelijk?’, maar ‘hoe krijgen we zoveel mogelijk verschillende gebruikers naar het plein?’. Tijdens de analyse moet er antwoord komen op allerlei vragen waarin de gebruiker centraal staat: Wie zijn de (potentiële) gebruikers? Wat betekent het plein voor zijn bezoekers en hoe wordt de ruimte ervaren? Is het plein logisch opgebouwd? Voel je je welkom bij het betreden van het gebied? Wat zijn de knelpunten? Wat zijn de wensen, wat mist er?

2.2 Gecombineerde functies (Jane Jacobs) De openbare ruimte is pas succesvol als hij gebruikt wordt. Mensen zijn nodig om de ruimte tot leven te wekken. Stadsfilosoof, activiste en publiciste Jane Jacobs heeft halverwege de vorige eeuw uitgebreid onderzoek gedaan naar welke factoren ervoor zorgen dat een gebied in de openbare ruimte als prettig wordt ervaren. Ze bestudeerde en analyseerde het gedrag van mensen op verschillende plekken.

Jane Jacobs - bron: www.kottke.org


4.

Jacobs bepleitte een andere kijk op het stedelijk leven dan tot dusver werd gehanteerd. In plaats van zoeken naar ruimtelijke oplossingen voor problemen in de openbare ruimte, motiveerde ze stedenbouwkundigen en architecten om het vizier meer te richten op de sociale aspecten. Zij stelt dat de openbare ruimte niet ontworpen kan worden vanachter een tekentafel, maar dat eerst getracht moet worden om het complexe, sociale ecosysteem waaruit een stad bestaat te doorgronden. Daarbij bepleitte ze om zoveel mogelijk te kijken wat er al is. Wat werkt, moet je handhaven. Je verandert alleen wat niet werkt. Gevarieerd en intensief gebruik Jane Jacobs stelt vier voorwaarden voor succesvol gebruik van de openbare ruimte. Ten eerste: een plek wordt intensiever gebruikt als er veel verschillende activiteiten te doen zijn, gedurende elk uur van de dag. Fijnmazig stratenstelsel Ten tweede: blokken met bebouwing mogen niet te log en lang worden en moeten regelmatig worden doorsneden door diverse toegangswegen om de bereikbaarheid te vergroten. Jacobs was van mening dat een fijnmazig stratenstelsel een positief effect heeft. Dit zou, zo stelde ze, een menigte van mensenstromen creëren (scharrelcultuur). Deze scharrelstructuur zorgt voor een economische (meer ondernemers), sociale (mensen leren hun buurtbewoners kennen), en politieke (het debat zal worden gestimuleerd) wisselwerking en draagt bij aan de opbouw van een samenhangende buurt. (Rot, JD van ‘t, 2009) Diversiteit Ten derde moesten de juiste condities worden geschapen waardoor mensen uit verschillende sociale klassen en verschillende leeftijdsgroepen in woonwijken door elkaar kwamen te wonen. Diversiteit, zo stelt Jacobs, is een belangrijke voorwaarde voor succes. Niet één gebruikersgroep mag een bepaalde plek domineren, want dit schrikt andere gebruikersgroepen af. Denk bijvoorbeeld aan plekken die gedomineerd worden door drugsdealers en –gebruikers, of plekken waar hang-

jongeren publieke ruimte voor zichzelf opeisen. Als er maar genoeg ‘eyes on the street’ zijn, voorkom je dergelijk gebruik.

2.3 Placemaking (Project for Public Spaces)

Voor elk wat wils Kortom: door het motiveren van een gevarieerd gebruik, trek je veel, verschillende bezoekers aan en ontstaat een prettige openbare ruimte. “The city has something to offer to everyone, since it is created by everyone”, is één van haar beroemde uitspraken. (Hospers, G)

Project for Public Spaces (PPS) is een, in New York gevestigde non-profit organisatie die de ideeën van Jane Jacobs verder heeft uitgewerkt en daaraan ook eigen ideeën heeft toegevoegd om de (aanpak van) de openbare ruimte beter in de context van de moderne samenleving te kunnen plaatsen. De methode die zij ontwikkelden om de openbare ruimte te analyseren hebben ze ‘Placemaking’ genoemd.

Jane Jacobs in deze tijd Hoewel de bevindingen uit dit onderzoek reeds in 1961 werden gepubliceerd in het boek ‘The Death and Life of Great American Cities’, blijkt haar kijk op het stedelijk leven op veel punten nog steeds actueel te zijn. Door de veranderde samenleving zijn er echter ook kanttekeningen te plaatsen. Zo zal het sociale aspect rond diversiteit enigszins moet worden bijgeschaafd. Het vergroten van de diversiteit leidt tegenwoordig immers niet meer per definitie tot een gezellige sfeer, simpelweg omdat de bevolking minder tolerant is geworden ten opzichte van andere gebruikersgroepen. Zo zijn er diverse mislukte projecten te noemen, waarbij geprobeerd werd om mensen uit verschillende sociale klassen naast elkaar te laten wonen. Desalniettemin houden veel van haar ideeën al een halve eeuw stand. De stelling dat een openbare ruimte die functies combineert, waar altijd wat te doen is en die wordt gebruikt door veel verschillende gebruikersgroepen gedurende elk uur van de dag meer sfeer heeft dan openbare ruimtes waarbij het schort aan bezoekers en activiteiten, blijft ijzersterk. Bij de analyse wordt dan ook gekeken welke combinaties van functies het plein te bieden heeft en ook of er concurrerende gebieden in de omgeving kunnen zijn waardoor functies misschien minder goed uit de verf komen. Ook wordt er onderzocht welke (potentiële) gebruikersgroepen kunnen worden aangetrokken door het aanbieden van meerdere functies (zitjes, schaduwplekken, speelmogelijkheden, georganiseerde activiteiten, etc.)

Bottom-up werkwijze PPS hanteert een bottom-up aanpak: veranderingen beginnen met burgerinitiatieven en niet door sturing van bovenaf. PPS heeft de overtuiging dat – als een idee gedragen wordt door de (potentiële) gebruikers van de openbare ruimte, zo’n project een veel grotere kans van slagen heeft dan wanneer een idee of omvorming van bovenaf, door sturing, wordt opgelegd. Volgens PPS zijn gebruikers het meest deskundig en door hen te raadplegen is het mogelijk om een succesvolle openbare ruimte te creëren. De methode PPS stelt dat er vier elementen zijn waaraan de openbare ruimte moet voldoen om succesvol te zijn. Deze elementen zijn weergeven in het diagram op de volgende pagina. In het diagram is place (plaats) het centrale begrip. Bij deze plaats moet men bijvoorbeeld denken aan een park of een plein in de stad. Een dergelijke plaats moet in de optiek van PPS aan vier kernwaarden voldoen: 1. De openbare ruimte moet voor iedere (potentiële) gebruiker goed toegankelijk zijn. 2. De openbare ruimte moet comfortabel zijn en een goed imago hebben. Comfortabel door bijvoorbeeld prettige zitmogelijkheden, of bomen die schaduw verschaffen tijdens zonnige dagen. 3. Er moeten activiteiten plaatsvinden in de openbare ruimte waardoor deze wordt gebruikt. PPS stelt daarbij dat, wanneer gebruikers een plek bezoeken ter


5.

number of women, children & elderly

local business ownership

social networks

land-use patterns fun

volunteerism

diverse

rent levels

vital

cooperative street life

property values

active

stewardship

evening use

special

neighborly

Sociability

interactive welcoming

Uses & Activities

Access & Linkages

proximity connected

transit usage

indigenous celebratory

walkable sittable

2.4 Mental mapping (Kevin Lynch)

spiritual charming

convenient accessible

attractive historic

Con’s Veel van deze begrippen (mn. De factoren comfort, imago en gezelligheid) zijn subjectief en zal door iedere gebruiker anders ervaren worden. Dit maakt het wat lastiger om de Placemaking-methode te gebruiken. Ook is de methode van PPS maar gedeeltelijk gebaseerd op meetbare waarden. Wanneer is een plek gezellig genoeg? Hoe comfortabel moet de openbare ruimte zijn om succesvol te zijn? Verder is duidelijk dat het succes voor een belangrijk deel afhankelijk is van de betrokkenheid en inzet van de gebruikers. Dit maakt de methode misschien ook kwetsbaar. Wanneer de interesse van gebruikers afneemt kan het beheerniveau misschien niet gehandhaafd worden. (Rot, JD van ‘t, 2009)²

safe clean “green”

Comfort & Image

walkable

mode splits

measurements

sustainable

readable traffic data

intangibles

useful

Place

continuity

key attributes

real

pride friendly

retail sales

What Makes a Great Place?

crime statistics sanitation rating

pedestrian activity

building conditions

PPS

parking usage patterns

environmental data

PROJECT for PUBLIC SPACES

© 2003

gelegenheid van een activiteit waar ze een goed gevoel aan overhouden, deze gebruikers ook sneller geneigd zullen zijn dezelfde plek nogmaals te bezoeken wanneer er geen speciale activiteit plaatsvindt. 4. De openbare ruimte moet een gezellige uitstraling hebben. Wanneer de ruimte bezoekers een goed gevoel geeft en ze op hun gemak stelt zullen ze eerder een praatje maken met andere bezoekers en zal er eerder samen worden gewerkt om de plek verder te volmaken (PPS, 2000). Pro’s De Placemaking-methode analyseert een groot aantal factoren die van belang zijn voor de mate van succes van de openbare ruimte. De methode laat weinig aspecten links liggen en levert daardoor een goed totaalbeeld van de knelpunten, maar zeker ook de succesfactoren van de te onderzoeken plek.

De analysemethode van Kevin Lynch is een methode om de ruimtelijke opbouw van een stad te analyseren. Het uitgangspunt bij deze methode is de manier waarop het stedelijk weefsel beleefd wordt. De gebruiker staat hierbij centraal. De analysemethode van Lynch geeft aan hoe een wijk door de gebruikers (bewoners) wordt ervaren: wat zijn de belangrijke routes (paths), wat zijn de barrières (edges), welke afzonderlijke deelgebieden ervaar je (districts), waar komen belangrijke routes samen in knooppunten (nodes) en wat zijn de herkenningspunten in het gebied (landmarks).

Mentale kaart Lynch vroeg de gebruikers van een gebied (zowel bewoners als bezoekers) om de plek in gedachten te nemen en hun ervaringen te beschrijven. Welke routes nemen ze het liefst, waar blijven ze graag even hangen, welke plekken worden als prettig en welke als niet prettig ervaren. Met behulp van deze belevingservaringen wordt een soort mentale kaart (mental map) gevormd die niet per definitie overeen hoeven te komen met de werkelijkheid. Het is een subjectieve, versimpelde weergave van de werkelijkheid die over het algemeen meer vertelt dan een realistische weergave. Zo kan een afstand tot een bepaald gebied in de beleving van mensen langer of korter zijn dan deze in werkelijkheid is. Als de route ernaar toe saai of onaangenaam is, lijkt de weg langer dan wanneer het een plezierige route is om te lopen. Lynch ontdekte tijdens zijn onderzoek (beschreven in ‘The image of the city’, 1960) dat plaatsen die duidelijke herkenningspunten hadden, voor mensen makkelijker te onthouden waren. Lynch gebruikte hiervoor de term ‘imagebility’. Zo’n herkenningspunt kan bijvoorbeeld een fontein, beeld of een bijzondere boom zijn. Pro’s De analysemethode van Kevin Lynch is een goede aanvulling op de methode van PPS. Deze methode biedt namelijk de mogelijkheid om de subjectieve beleving van gebruikers beter ‘meetbaar’ te maken. Door het analyseren van meerdere subjectieve en persoonlijke mental maps en deze te rangschikken naar gebruikersgroepen (verschillende etnische achtergronden of leeftijdscategorieen), kan men veel inzicht krijgen in de (onbewuste) beleving van een gebied. Con’s Voorwaarde hiervoor is wel dat er voldoende mental maps gemaakt worden vanuit de beleving van gebruikers uit verschillende gebruikersgroepen, kunnen de bevindingen gecombineerd worden om zo een representatief beeld te vormen van de beleving van hele gebruikersgroepen. Individuele, al te subjectieve meningen worden op deze wijze uit de resultaten gefilterd. Gebeurt dit niet, dan blijven de resultaten feitelijk te subjectief om als ‘algemene beleving van een gebruikersgroep’ te kunnen opvoeren.


7.

3. De Analyse Om het Marktplein te analyseren werden diverse terreinen onderzocht. Veel van de bevindingen zijn verkregen uit een combinatie van ‘common sense’ en meetbare factoren (zoals het ‘meten’ van de bereikbaarheid, het onderzoeken of er concurrerende gebieden in de buurt liggen die min of meer hetzelfde te bieden hebben, het bepalen waar de belangrijke routes liggen door het loopgedrag van mensen te bestuderen gedurende verschillende momenten op de dag, of het aangeven welke functies het plein nu te bieden heeft). Ook is er gebruik gemaakt van statistische, op te vragen gegevens. Zo zijn inwonergegevens gebruikt van de gemeente om de samenstelling te bepalen van de omwonenden rond de binnenstad en is het rapport Centrummonitor Hengelo 2008 gebruikt om vast te stellen welke binnenstadsroutes het drukst bezocht worden.

3.1 Gebruik van het Marktplein per dag

3.2 Bezoekerssamenstelling

Het Marktplein wordt op sommige momenten veel frequenter bezocht dan op andere. De gebruikintensiteit is in grote mate afhankelijk van de activiteiten in en rond het plein. Tijdens marktdagen is de activiteit het grootst, waarbij de zaterdag nog weer significant meer bezoekers trekt dan de woensdag.

Driekwart (74%) van de bezoekers aan het centrum komt uit Hengelo. De meeste bezoekers van buiten Hengelo die komen uit Enschede (7%), Borne (5%) Almelo (4%) en Hof van Twente (2%).

In onderstaande tabel wordt het aantal bezoekers van de binnenstad weergegeven (let op! dus niet alleen van het Marktplein). Exacte gegevens over alleen het Marktplein zijn niet aanwezig. Wel is duidelijk dat het Marktplein op woensdag een duidelijkere uitschieter naar boven maakt dan de grafiek van de totale bezoekersaantallen laat zien. Het beeld is dus iets vertekend.

Andere, meer subjectieve analyseresultaten (zoals het vaststellen in welke mate het Marktplein als comfortabel beschouwd wordt, of gebruikers een persoonlijke binding hebben met het plein, of de plek als attractief wordt ervaren en of de indeling logisch (leesbaar) is) zijn verkregen door middel van korte interviews en gesprekjes met gebruikers uit verschillende gebruikersgroepen.zoek en rapport zijn bedoeld om richting te geven bij

Het aandeel mannen en vrouwen is ongeveer gelijk. Het aandeel vrouwen (54%) is dit jaar overigens lager dan andere jaren. De meeste bezoekers (84 %) komen alleen of met zijn tweeën naar het centrum. Net als voorgaande jaren brengen bezoekers van buiten vaker in gezelschap een bezoek aan het centrum, dan inwoners van Hengelo die vaker alleen een bezoek brengen aan de Hengelose binnenstad. Het merendeel van de bezoekers aan de binnenstad is van middelbare leeftijd (30-54 jaar). Het aandeel van deze groep was dit voorjaar aan de hoge kant. Het aandeel 55-plussers neemt de laatste twee jaren wat af. Wanneer over een nog langere periode wordt gekeken (1990-2008) dan blijkt het aandeel jongeren van 15-29 jaar fors te zijn afgenomen. Niet eerder was het aandeel zo laag als dit voorjaar.

de herziening (herontwerp) van het marktplein. Het kan als leidraad dienen bij het verstrekken van de opdracht tot herinrichting van het marktplein aan een landschapsontwerpbureau.

Bron: Centrummonitor 2008

Bron cijfers: Centrummonitor 2008


8.

Kijken we puur en alleen naar de bezoekers uit Hengelo dan valt op dat het aantal 65-plussers en jongeren is ondervertegenwoordigd en dat de bezoekers van 30-64 jaar oververtegenwoordigd zijn. (Bron: Centrummonitor 2008) NB! Kinderen zijn niet meegeteld in deze telling. Deze groep is echter wel van belang voor het levendig maken van het Marktplein en zal verderop nader worden besproken.

3.3 Gebruikers onder de loep Omdat het Marktplein in de binnenstad van Hengelo ligt, profiteert het mee van de aantrekkingskracht van de winkelkern. Potentiële bezoekers zijn er in overvloed. De vraag is niet: ‘hoe trekken we verschillende bezoekers aan?’, maar meer: ‘hoe houden we ze vast?’. Om te analyseren waar de knelpunten liggen, heb ik de belangrijkste gebruikergroepen op een rij gezet en onderzocht en benoemde ik op welke terreinen de gebruikersgroepen tevreden waren met de ruimte en waar zich de tekortkomingen en knelpunten bevinden.

3.3.1 Marktbezoekers Gebruikersprofiel: Tijdens marktdagen (elke woensdag en zaterdag) staat het Marktplein helemaal vol met marktkraampjes. De warenmarkt trekt van oudsher veel bezoekers die speciaal voor de markt naar de binnenstad komen. De warenmarkt levert een belangrijke bijdrage aan de levendigheid in de binnenstad van Hengelo. De laatste jaren is de aantrekkingskracht van de markt iets minder geworden en lopen de bezoekersaantallen terug. Desondanks is de warenmarkt voor maar liefst 41% van het totale aantal binnenstadsbezoekers de belangrijkste reden om op zaterdag naar de stad te komen. Marktbezoekers zijn er in alle leeftijdscategorieën: van heel jong tot heel oud. Ook lopen alle culturen die Hengelo rijk is door elkaar en is dit een plek waar integratie van culturen optimaal uit de verf komt. Allochtonen leren de autochtone bevolking waar ze op moeten letten bij het kopen van fruit en dat gaafheid van de schil geen garanties geeft over de smaak. Samen knijpen ze in de vruchten en beide gaan met drie kilo sinaasappels (uit Turkije) weer verder. Geldbewust inkopen is voor veel marktbezoekers allang niet meer de enige drijfveer om naar de markt te komen. Het sociale aspect is veel belangrijker geworden. Naar de markt gaan, wordt eerder als een uitje beschouwd in plaats van als één van de bestemmingen voor de noodzakelijke wekelijkse boodschappen. Na het marktbezoek nog even ijsje eten, nog even verder shoppen, of een terrasje pikken (desnoods met drie kilo sinaasappelen en twintig tulpen), is dan ook helemaal geen uitzondering meer.

Reikwijdte marktbezoekers

ervoor dat het Marktplein een betere verbinding heeft met de omliggende winkelstraten, omdat de markt doorloopt in de omliggende gebieden. Dit maakt de overgang van plein naar winkelstraten veel logischer. Het enige knelpunt dat misschien opgevoerd zou kunnen worden is dat de Brinkstraat (parallel aan het Marktplein) tijdens marktdagen minder goed toegankelijk is met de fiets. Dit komt doordat mensen veelvuldig oversteken zonder goed op te letten. Het overzicht is door de marktkramen een beetje weg. Een echt probleem is het niet. Fietsers weten dit over het algemeen en zijn beter op hun hoede.

Reikwijdte Marktbezoekers komen van ver. Bijna de helft van de marktbezoekers komt niet uit Hengelo, maar uit één van de omliggende plaatsen en dorpen. Knelpunten Knelpunten zijn er niet of nauwelijks wat deze doelgroep betreft. Het plein biedt op deze dagen genoeg vertier, sfeer en gezelligheid. Ook zorgt de markt Fietsverkeer op de Brinkstraat

Brinkstraat


9.

3.3.2 Toeristen

3.3.3 Gepensioneerden

Gebruikersprofiel: Gebruikers uit deze doelgroep zullen de stad niet of nauwelijks kennen. De meeste toeristen zullen de binnenstad op zaterdag bezoeken, wanneer er markt is, maar bezoek op doordeweekse dagen komt ook wel voor.

Gebruikersprofiel: gepensioneerden hebben veel tijd, maar vaak ook een volle agenda. Hun agenda is echter wel vooral vol gepland met leuke dingen, want genieten is het devies. Winkelen is leuk, maar het hoeft geen speedshopping te zijn, want haast is niet nodig. Een beetje keutelen mag best en even stoppen om ergens wat te drinken of eten zijn de dingen die een uitstapje naar de stad leuk maken. De stad wordt niet alleen bezocht om te winkelen, maar ook om af te spreken. In dat laatste geval betreft het vooral vrouwen. Gepensioneerde, bevriende mannen besteden hun tijd doorgaans liever anders dan samen in de stad af te spreken.

Reikwijdte De reikwijdte is moeilijk in te schatten. Hengelo richt zich niet zo heel erg op toeristen. Er is weinig historie en cultuur en zal daardoor ook met name winkeltoeristen aantrekken. Er zijn – vooral op zaterdag – vrij veel bezoekers met een Duitse afkomst. Knelpunten Deze bezoekers komen grotendeels voor het eerst en zullen het plein dus ‘onbevangen’ tegemoet treden. Omdat het plein in het hart van de stad ligt en bovendien aansluit op belangrijke doorgaande winkelroutes, zal het marktplein ongetwijfeld worden bezocht. Wie via het station aankomt, zal over het algemeen zelfs direct via de winkelpassage de Brink op het plein arriveren. Dit is de meest logische keuze, omdat de ingang van deze passage er vanuit het station er het meest levendig uitziet van alle routes richting centrum. Wanneer je vanuit de passage uitkomt op het plein ben je eigenlijk meteen een beetje ‘verloren’. Is dit het einde van het centrum en welke kant moet ik nu op? Door de grote leegte en afstand is niet zo duidelijk waar en of het stadshart na het plein doorloopt. Ook vanuit andere richtingen ontstaat ditzelfde probleem. Hierover meer in paragraaf 3.4 onder het kopje ‘Leesbaarheid, logica en toegankelijkheid’.

65+ers hebben (iig. in Hengelo) over het algemeen aardig wat geld te besteden. Ze zullen dan ook eerder geneigd zijn op een horeca-terras te gaan zitten, dan gewoon op een bankje met een meegebracht broodje. Het zullen dan ook met name de horecagelegenheden zijn die deze gebruikersgroep op een bepaalde plek kunnen binden. Hierbij blijkt een grotere voorkeur voor daghoreca dan avondhoreca. Wanneer deze gebruikersgroep met de kleinkinderen op stap gaat, liggen de behoeftes iets anders. Hierover meer in de paragraaf ‘Kinderen (met hun verzorgers)’ Reikwijdte De gepensioneerden zijn nog prima in staat om afstanden te reizen. Met de auto, maar even zo graag met de fiets (dat houd je jong!). Ze komen dan ook vanuit heel Hengelo. Wel is het zo dat er de afgelopen jaren diverse bouwprojecten rondom het centrum hebben plaatsgevonden die zich met name richten op de ontwikkeling van luxueuze appartementen voor het segment 55+ (kinderen reeds uit huis). Rondom het centrum wonen daardoor vrij veel, redelijk welgestelde gepensioneerden of bijna gepensioneerden. Knelpunten Het marktplein kenmerkt zich niet bepaald door gezelligheid (behalve als er markt is). Er is één broodjeszaak waar je even kunt zitten, maar dit pand heeft maar een heel klein terras. Vanwege het weinig aantrekkelijke uitzicht zullen de meesten er liever voor kiezen om iets verderop bij de V&D te gaan


10.

Het terras van de V&D maakt ook onderdeel uit van het Marktplein, maar wordt door de aanwezigheid van de Brinktoren vrijwel geheel aan het zicht onttrokken. Na sluitingstijd van de winkels is er voor 65+ers rondom de markt helemaal geen horeca-gelegenheid meer te vinden.

3.3.4 Bejaarden Gebruikersprofiel: Bejaarden kunnen nog heel vitaal zijn, maar dan vallen ze wat mij betreft onder de gebruikersgroep gepensioneerden. De groep die hier bedoeld wordt is minder vitaal. Het is de groep ouderen die inmiddels in het zorgcircuit terecht is gekomen, maar nog steeds zelfstandig weg kan. Geen verpleegtehuis, maar wel regelmatig bezoek van de thuiszorg. Deze ouderen zijn minder valide, of – als het een echtpaar betreft – is één van beide minder valide. De inkomensverschillen in deze groep zijn groot. Wie veel zorg nodig heeft en een klein pensioen, houdt meestal weinig over. Kleding koopt deze doelgroep meestal in gespecialiseerde winkels die zich niet in de binnenstad bevinden. Voor de commercie en horeca is deze groep dan ook minder interessant, maar het Marktplein zou ze zeker wat te bieden kunnen hebben, maar dan in de vorm van zitjes.

55+ appartementen rondom de binnenstad

Flinke afstanden lopen, is meestal niet aan de orde, maar een blokje om en even genieten van het (levendige) uitzicht op een bankje onder het koele bladerdek van een boom is een favoriete bezigheid (eventueel met een meegebrachte boterham). Contact en afleiding zoeken zijn de belangrijkste drijfveren om er even op uit te trekken. Reikwijdte Rondom het centrum staan veel serviceflats voor ouderen. Hier wordt – afhankelijk van de lichamelijke toestand – eventueel extra zorg geboden wanneer dit nodig is. Deze bejaarden wonen allen nog wel min of meer op zichzelf en hebben een plek rondom het centrum uitgezocht omdat ze de levendigheid van de stad aantrekkelijk vinden. De lage instap van de bussen in de gemeente Hengelo, maakt het minder valide bejaarden afkomstig van wijken buiten het centrum mogelijk om het centrum van de stad te bezoeken. Hier wordt in praktijk echter minder gebruik van gemaakt dan zou kunnen.

Horeca ouderen - overdag

Horeca ouderen - ‘s avonds

Reikwijdte serviceflats en zitmogelijkheden onderweg

Knelpunten Het marktplein heeft weinig obstakels waarover zij die slecht ter been zijn zouden kunnen struikelen. Echter: de gebruikte natuurstenen tegels zijn – met name – na regen spekglad en zeer vermoeiend en zelfs ronduit gevaarlijk om overheen te lopen. Alleen langs één rand van het plein staan enkele bankjes, zodat er nauwelijks rustpunten zijn wanneer de ‘grote oversteek’ over het plein eenmaal is gestart. Deze banken staan bovendien in de volle zon en – als het waait – flink in de wind. Kortom: geen aangename plek om even te gaan zitten om rond te kijken. Verder is het centrum zelf wel redelijk voorzien van zitjes (al dan niet op aangename plekken), maar op de route van woning naar centrum toe, zijn er weinig mogelijkheden om even uit te rusten. Dit vormt voor velen een belemmering om een eind te gaan lopen.


11.

3.3.5 Jongeren (middelbare school-leeftijd) Gebruikersprofiel: Deze groep jongeren wil gezien worden en zelf kijken. Ze willen flirten en versieren, indruk maken en experimenteren met de maatschappelijke codes. Voor de meiden is kleren en make-up kopen een hobby, voor de jongens (meestal) een noodzakelijk kwaad. Jonge meiden zul je dan ook vaker in de stad treffen dan jongens, tenminste, als het om shoppen gaat.

donderdag, vrijdag en zaterdagavond – veroorzaakt deze groep wél overlast door overmatig alcoholgebruik en groepsgedrag. Deze overlast vindt doorgaans alleen plaats op plekken waar geen of weinig toezicht is.

Na schooltijd treft een groot deel –zowel jongens als meisjes - elkaar nog even in de stad. Op een terrasje, bij de skatebaan of op de trappen bij de lambertusbasiliek (mits de zon er nog schijnt). Reikwijdte Tieners vanaf 12 jaar hebben een veel grotere actieradius dan kinderen in de basisschoolleeftijd. Ze kunnen zelfstandig – en met eigen vervoer – verder van huis om vrienden op te zoeken. De jongeren komen vanuit de hele gemeente en zelfs vanuit omliggende dorpen (Delden, Borne). Knelpunten Het Marktplein heeft deze doelgroep weinig te bieden, terwijl het een ideale plek zou kunnen zijn om te flaneren, te kijken en gezien te worden. Er is een trappartij om even op te zitten, maar hier vlak achter bevinden zich ook geldautomaten waardoor er soms flinke rijen staan. Een echt prettige plek om even te zitten is het dus niet.

Waar tref je jongeren (overdag en avond)?

De huidige horecagelegenheden rondom het plein zijn nauwelijks gericht op jongeren en zelfs als ze al iets verderop een frietje of ijsje zouden halen, dan biedt het plein geen mogelijkheden om het voedsel (nonchalant) te nuttigen. Een gemiste kans. Zeker omdat in de aangrenzende marktstraatpassage een cafetaria zit die – vanwege de lage prijzen – van oudsher al veel jongeren trekt. Nu blijven de jongeren maar een beetje hangen bij de sombere en donkere cafetaria. Overdag zorgt deze groep nauwelijks voor overlast. ’s Avonds – met name op

De skateplek is een populaire plek vanaf ca. 10 jaar. De leeftijdssamenstelling van de groep verandert steeds en is afhankelijk van welk groepje vrienden de plek op dat moment ‘in zijn bezit’ heeft.


Een druilerige vrijdagmiddag op het marktplein

Dame op leeftijd met steunkouzen en boodschappentrolley. Donkerblauwe regenjas, stippelsjaaltje. Ondanks de steunkouzen vrij chique gekleed. “Het voelt hier kil en leeg. Op zo’n druilerige dag als vandaag is het helemaal erg. Dan is het nog glad ook. Als de V&D niet aan de overkant van het marktplein zou liggen, dan zou ik hier helemaal niet komen. Ik moet daar een cadeautje voor mijn kleindochter kopen, ze is morgen jarig”

Moeder met jong kind (huilt) “Sorry, ik heb nu geen tijd. Mijn dochtertje moet naar het toilet” Oud mannetje met druipneus. Lijkt een beetje de weg kwijt. (misschien dement?) Hij heeft geen paraplui en ziet er een beetje natter uit dan gezond voor hem is.

Twee vriendinnen van - naar schatting - eind 40. Ze hebben grote lol samen, ondanks de motregen (delen een paraplui). “Ik heb net mijn nieuwe bril opgehaald bij Specsavers en ben er helemaal blij mee. Hij is zo anders dan mijn vorige, nu heb ik helemaal zin in een nieuwe outfit, of eigenlijk heeft zij (knikje opzij naar de vriendin) me dat aangepraat. Ik denk dat ik straks ook nog maar even naar de kapper ga. ” (vriendin lacht)

Jong stel. Loopt gearmd onder een paraplui. Hij houdt de paraplui vast én de tassen met zojuist gekochte kleding. Ze zijn op weg naar de H&M. Zij wil eigenlijk niet kletsen, maar hij wil wel wat kwijt. “Ik vind die tegels best mooi, maar het is allemaal wel heel erg grijs. Wat bomen zou het goed doen. Kijk maar naar de Oude Markt in Enschede, die heeft veel meer charme. Het is nu te koud om op een terras te zitten, maar zoiets zou in de zomer best leuk zijn. Ik heb nog wel meer ideeën, maar volgens mij wil mijn vriendin verder. Uitverkoop, hè?!”

Het is iets over 12 in de middag. Het moment waarop de ambtenaren van het gemeentehuis zich laten zien. In groepjes van 6 of 8 totaal niet bij elkaar passende mannen lopen met hun handen in hun zakken over het marktplein. Waarom zijn het altijd mannen? Of valt een groepje vrouwen misschien minder uit de toon?


Twee dames van begin 50 op een vrij vol terrasje aan het Burgemeester Jansenplein (dus net iets verder dan het marktplein). Op deze warme voorjaarsdag kunnen de jassen uit. Op mijn antwoord op de vraag waarom ik foto’s maak, krijg ik een felle reactie. “De markt is al zo lang een drama. Kijk, hier kun je lekker op een terrasje zitten, maar op het marktplein is het alleen maar kaal. Ik vind er echt niets aan. Saai en grijs. Wat? Heeft die binnenstad 22 miljoen gekost? Waar is dat dan in gaan zitten? Toch niet in die lelijke toren en die idiote lichtpalen?”

Een zonnige dinsdagochtend op het marktplein

Een dubbel bankje (met de ruggen tegen elkaar) wordt bevolkt door aan de ene kant een oude man alleen en aan de andere kant een vrij jonge man, ook alleen. Beide kijken wat voor zich uit. De jonge man heeft een Hematasje bij zich.

Moeder met jong kind (meisje) dat net loopt (kind loopt los). Moeder is ondertussen al een tiental meter verder, maar het jonge meisje vraagt zich nog even af of die enorme gevallen - het zijn de betonnen voeten van de lichtlinden, maar dat weet het meisje niet - misschien te beklimmen zijn. Moeder wacht er liever niet op en gebied het meisje te komen. Meisje schudt haar krullen, lacht en huppelt achter moeder aan.

Stel Marrokkaanse vrienden in een jolige bui. Of ze op de foto mogen? Maar natuurlijk (zie resultaat hiernaast). Het maakt ze niet zo heel veel uit, waarom ik foto’s maak, maar ze willen het toch eigenlijk wel weten. “Ja, het marktplein, daar mag wel eens wat aan gebeuren. Ze beloven al zo lang dat ‘ie wordt aangepakt, maar je ziet er steeds niets van. Ze doen steeds een beetje, zoals nu met die kiosk. Nou mevrouw, veel succes hoor, met foto’s maken. Dus we komen niet in de krant ofzo?”

Mevrouw van een jaar of 70 - of misschien nog net niet - crosst over het marktplein (net als iedereen overigens. Als er geen markt is, is dat gewoon de kortste weg). Twee jongens, 16 of 17, de één een afzakjeans met knalroze ondergoed, de ander een vieze grijze joggingbroek, maar wel een zorgvuldig gekozen pet met kleurige figuurtjes. Dit soort ijdelheid snap ik niet (ben vast te oud). Ze praten over FC Twente


15.

3.3.6 Jonge kinderen uit de buurt (zonder volwassenen) Gebruikersprofiel: Het betreft kinderen uit de directe omgeving die zonder ouderlijk gezag naar buiten mogen. Het zal dan ruwweg gaan om kinderen tussen de 6 en 12 jaar. Kinderen vanaf 12 die alleen naar de stad mogen om te winkelen, vallen onder de groep ‘jongeren’.

wel een tuin(tje), maar daar ontmoet je geen andere kinderen. In de binnenstad zijn wel wat speeltuintjes, maar die richten zich meer op het jongere kind (peuters en kleuters). Deze groep is dan ook erg beperkt in de speelmogelijkheden.

De groep tot 12 bevat kinderen die nog echt de behoefte hebben om even te spelen. Speelmogelijkheden zijn echte speeltuintjes met schommels, maar de aandacht verschuift al vrij snel naar het meer ‘volwassen’ spel. Glijbanen en wipkippen zijn bijvoorbeeld echt uit de gratie bij deze groep. Wat het wel goed doet zijn klimelementen, maar ook trappen (om te klimmen), een klimboom, fonteintjes of andere waterelementen (om te spelen met water) of een grasveldje zonder hondenpoep (om lekker te kunnen rennen of voor balspel) zijn favoriet. Omdat kinderen op verschillende wijze spelen en daardoor verschillende behoeften nodig hebben, maak ik een nadere indeling in het fantasierijke kind en de sportieve rouwdouwer:

Het fantasierijke kind Heeft weinig nodig om zich te vermaken. Een waterloopje of een hoop zand schept al voldoende mogelijkheden voor urenlang speelplezier. Een struik wordt een hut (eventueel met een van huis meegebracht picknickkleed erin) en een solide kunstwerk of beeldengroep kan beklommen worden en is perfect voor gekke tikspelletjes.

De rouwdouwer Moet flink kunnen bewegen om in z’n element te zijn. Met een rood bezweet hoofd achter een bal aanrennen en lekker hard kunnen trappen. Een plein met een kooi, of een uitgestrekt grasveld zijn perfect, zodat ze lekker hun gang kunnen gaan zonder gevaar voor brekende ramen of ‘gewonden’. Reikwijdte In de binnenstad zelf wonen nauwelijks kinderen, maar in de direct aangrenzende wijken wel. Deze kinderen hebben erg weinig speelmogelijkheden, behalve de speelplaatsen van hun schoolterrein. De meeste woningen heb-

kinderrijke buurten en hun speelmogelijkheden

Knelpunten Op het marktplein is praktisch niets voor kinderen. Er zijn geen trappen, geen onregelmatigheden in het terrein. De verharding is heel glad, maar door het gebruik van tegels, is het toch niet prettig skaten (en echt stunten wil al helemaal niet). Er zijn verder geen speeltoestellen of andere elementen die hiertoe kunnen dienen (zoals solide kunstwerken die beklommen kunnen worden). Verder voelen kinderen zich op dit plein nog minder welkom dan volwassenen door de grote leegte, die vanuit het lage kinderperspectief nog nadrukkelijker aanwezig is.


17.

3.3.7 Uitgaanspubliek Gebruikersprofiel: Uitgaanspubliek is er van vrij jong (13) tot oud (70+). De behoeftes verschillen sterk per leeftijdsgroep, variërend van harde muziek, genoeg breezers en wervelende lichtshows, tot lekker eten, sfeervolle achtergrondmuziek en een warme, comfortabele inrichting. Bij de één gaat het om versieren en flirten en bij de ander om het genieten in aangenaam gezelschap (vrienden) en bij kunnen kletsen. Er zijn dus grote verschillen, maar ook overeenkomsten. Allemaal zijn ze op zoek naar wat afleiding en een prettige invulling van de avond. Door de verschillende behoeftes zijn er verschillende plekken nodig, maar liefst wel bij elkaar in de directe nabijheid, zodat gemakkelijk van de ene naar de andere horecagelegenheid kan worden overgestapt en sfeer ‘overwaait’ van de ene naar de andere plek. Reikwijdte De binnenstad biedt de grootste concentratie horecagelegenheden en andere uitgaansmogelijkheden. Logischerwijs trekt de binnenstad dan ook veel uitgaanspubliek, ook na sluitingstijd van de winkels. Bezoekers komen niet alleen uit Hengelo, maar ook uit andere delen van de regio. Desondanks zijn er zijn wel concurrerende gebieden. Zo is Enschede erg populair onder bezoekers ouder dan 30. De behoefte om uit te gaan is er echter ook onder ouderen, dus deze groep behoort potentieel beslist tot deze gebruikersgroep. Knelpunten De behoefte om uit te gaan is het grootst van 15- 30 jaar. De groep jongeren is dan ook oververtegenwoordigd in het uitgaansleven. Het is daardoor niet geheel verwonderlijk dan veel van de uitgaansgelegenheden zich richten op deze jonge groep. Voor ouderen vanaf 30 jaar is er momenteel echter zo weinig, dat deze (potentieel nog vrij grote groepen) uitwijken naar andere steden. Met name Enschede kaapt veel oudere (potentiële) bezoekers weg. Er is dus te weinig variatie in het aanbod.

uitgaansgelegenheden voor jonger en ouder publiek inclusief de horecaconcentraties. Het donkerroze deel is vrijwel uitsluitend gericht op avondhoreca.


18.

3.3.8 Winkelend publiek Hoewel een deel van bovenstaande gebruikersgroepen de stadskern zeker ook bezoekt om te winkelen, hoeft dit niet per definitie het geval te zijn. Bovenstaande groepen kunnen de stad ook puur uit andere oogpunten bezoeken (marktbezoekers - speciaal voor de markt; gepensioneerden - om samen af te spreken bij een horecagelegenheid; bejaarden – voor het blokje om en het sociale aspect; jongeren – om af te spreken en gezien te worden; kinderen – om te spelen; uitgaanspubliek – voor theater-, café- of restaurantbezoek) Onderstaande groepen zijn in eerste instantie in de binnenstad om (al dan niet recreatief) te winkelen. Het bezoeken van het Marktplein, eventueel horecabezoek, even blijven luisteren naar een live-band of straatmuzikant, een ijsje eten op een bankje of speelgedrag (kinderen) is geen hoofddoel, maar kan wel bijdragen aan een prettig gevoel. De groep winkelend publiek levert verreweg het grootste aandeel aan binnenstadsbezoekers. Om een intensiever gebruik van het Marktplein te stimuleren, zal deze groep dan ook veel aandacht moeten krijgen.

Jong winkelend publiek (20-34) Gebruikersprofiel: Komt behalve om te winkelen ook voor de sfeer naar de stad. Het gros van deze doelgroep werkt fulltime of heeft één dag in de week vrij, vooral als er nog geen kinderen zijn. Wanneer ze vrij zijn, willen ze echt vermaakt worden. Naar de stad gaan moet een feestje zijn waar je bij voorkeur nog even wat vrienden treft na het shoppen. Veel winkelen als stellen. Dat kunnen geliefden zijn, maar ook gewoon vriendinnen of vrienden. Wat winkels betreft zijn ze op zoek naar fashionable kledingwinkels waar je kunt slagen voor een niet te hoge prijs (H&M, We, Zara, Coolcat) of winkels met leuke (technische) gadgets of gsm’s. Knelpunten Het aantal hippe kledingwinkels is niet al te hoog. Met name op het gebied

meer te halen valt. Daar is het ook makkelijker om na het shoppen nog even wat sfeer te gaan opsnuiven in één van de horeca-gelegenheden op de Oude Markt.

Winkelend publiek (35-70+) Gebruikersprofiel: Deze groep beslaat het overgrote deel van de binnenstadsbezoekers (zie paragraaf 3.2). Een deel heeft kinderen en neemt deze ook mee naar de stad om er een familie-uitje van te maken. Deze groep komt in eerste instantie om te winkelen en kiest daarvoor de stad uit om het gemak dat meerdere winkels bij elkaar te vinden zijn. Een cadeautje voor oma bij de Tuinen, een paar nieuwe basicshirts bij de Hema en dan ook nog maar gelijk een paraplui, een trui bij de C&A en nog een doosje playmobil voor de jongste, omdat íe net die ochtend zijn tand er zo dapper uitgetrokken heeft. Het zijn – hoe flauw het ook klinkt – vooral de grote winkelketens die deze groep bezoekt. Bijzondere winkels zijn een bonus, evenals de markt. Horeca hoort er vaak ook bij, van echt lunchen in de stad tot een simpel ijsje op een bankje. Knelpunten Het aantal echt grote warenhuizen is wat beperkt. Sinds de komst van de Brinkpassage is het aanbod wel verbeterd, maar kan nog steeds niet concurreren met Enschede. Ook de plekken om even laagdrempelig een ijsje op te eten met kinderen is erg beperkt. Je moet meteen op een terras gaan zitten en dat zorgt met de hele familie erbij toch snel voor een hap uit je shopbudget.

Kinderen (met hun verzorgers) Gebruikersprofiel: Kinderen zijn over het algemeen niet dol op winkelen en meestal gaan zij dan ook niet geheel vrijwillig mee. Ouders doen graag hun best om een uitje naar de stad wat aangenamer voor ze te maken. Zo zijn ‘omkoping’ met een ijsje, even warme chocolademelk drinken, even stoppen om de kinderen te laten uitrazen op een speeltoestel of ze laten klauteren op trappen mogelijkheden die het goed doen.

Reikwijdte Op doordeweekse dagen tref je in de binnenstad vooral ouders (of opa’s en oma’s) met zeer jonge, niet leerplichtige kinderen aan. Op woensdagen vrijdagmiddag wordt de stad tevens drukbezocht door ouders met iets oudere kinderen in de onderbouw van de lagere school, omdat deze kinderen dan (meestal) vrij zijn. Op zaterdag en woensdagmiddag is de kinderdichtheid het grootst. De reikwijdte is even groot als van de marktbezoekers. Ook vanuit omliggende dorpen en steden uit de regio wordt de binnenstad bezocht (mn. op zaterdag) Knelpunten Het marktplein heeft voor deze kind(eren) (en bijbehorende volwassenen) niets te bieden. IJs is er niet te koop en kan er – indien elders gekocht - ook niet worden opgegeten. Er is niets om te spelen, geen speeltoestel, waterfeature of trap. Gewoon snel overcrossen en nog maar weer eens tegen de kinderen zeggen dat je straks bij de V&D aan de overkant wel even gaan zitten voor chocolademelk. Voor locaties speelplekken, zie kaartje bij 3.4.2 Gemengde functies.


19.

3.4 Externe omgevingsfactoren

3.4.2 Gemengde functies

Nu de gebruikers de belangrijkste (potentiële) gebruikers de revu gepasseerd zijn, kunnen andere factoren die van invloed zijn op het succes van het marktplein worden geanalyseerd. We kijken onder andere naar uniciteit (hoe uniek is het gebied, zijn er concurrerende gebieden in de omgeving), is het gebied goed bereikbaar met verschillende vervoersmiddelen, is het gebied leesbaar en logisch opgebouwd (met andere woorden: snappen gebruikers de ruimte). Ook wordt onderzocht of en - zo ja - welke verschillende functies (activiteiten en mogelijkheden) het plein te bieden heeft.

Het marktplein is beperkt in zijn functies. Het biedt plaats aan de markt op woensdag en vrijdag en verder aan enkele overige activiteiten (oa. ca. eens per jaar een popconcert, in december een paar weken ijsbaan, kermis in april en september en het straatfestival in juli). Het plein leent zich bij uitstek voor de organisatie van grote evenementen en daar is het ook op ingericht. In praktijk is het organiseren van dergelijke evenementen echter te duur, waardoor deze maar sporadisch voorkomen. Op overige dagen is het plein leeg en ongebruikt. Rondom het plein liggen te weinig publiekstrekkende winkels en er is heel beperkte horeca aanwezig. Er kan niet gespeeld worden en er is praktisch geen echt aangename zitgelegenheid.

3.4.1 Uniciteit Het marktplein is uniek in zijn leegte, maar dat is helaas geen positief punt. Concurrentie met andere pleinen is in de nabije omgeving maar ten dele aanwezig. Er zijn diverse kleinere pleinen in de binnenstad, maar het marktplein is het enige plein waar (zeker tijdens activiteiten) alleen voetgangers mogen komen. De overige pleinen worden doorsneden door straten waar ook gefietst mag worden. In die zin is het marktplein dus uniek en zou het dan ook een ideale ontmoetingsplaats kunnen vormen voor diverse gebruikersgroepen. Vergelijkbare pleinen liggen op ruime afstand, in de stadskernen van Almelo en Enschede en in kleinere schaal in Oldenzaal en Ambt Delden.

Wat opvalt is dat de belangrijkste concentraties van functies (zowel zitten, spelen, winkelen en horeca) zich niet rondom het marktplein bevinden. Hierop is één uitzondering. Dit zijn namelijk de concentratie publiektrekkende winkels die samen de Brink vormen (het uiteinde van het marktplein aan de onderzijde). Op dit gedeelte is het altijd een stuk drukker. Jammer is daarbij wel dat het open gedeelte van het marktplein hier niet van meeprofiteert omdat de Brinktoren deze zichtlijn afbreekt en van dit deel van het plein feitelijk een ‘afgesloten’ tweede plein maakt. Hierover meer in 3.5.4 Leesbaarheid, logica en toegankelijkheid intern.

3.4.3 Bereikbaarheid De bereikbaarheid van de binnenstad en zeker ook het Marktplein is goed te noemen. Uit onderzoek (Centrummonitor, 2008¹) blijkt dat Hengeloers het liefst met de fiets naar het centrum komen, maar liefst 63 procent. In de binnenstad zijn ruim voldoende fietsenstallingen. Het is vrijwel altijd mogelijk de fiets te stallen vlak bij de winkels naar keuze. Wie met de auto komt, kan over het algemeen betrekkelijk gemakkelijk een parkeerplaats vinden. De gemiddelde zoektijd voor automobilisten naar een parkeerplaats is vier minuten en dertig seconden (Centrummonitor, 2008¹). Parkeren kan tot direct onder het stadshart, zodat men niet ver hoeft te lopen. In Hengelo is een project gaande om busvervoer te promoten voor een stadsbezoek. Hierdoor kost een retourtje stad slechts 1 euro. De bus stopt op meerdere plekken rondom het centrum. Jonge voetgangers die uit de aangrenzende woonwijken naar de stad komen om daar te spelen hebben meerdere (veilige) oversteekmogelijkheden.

vergelijkbare pleinen in de omgeving. Met name de pleinen van Enschede hebben een grote aantrekkingskracht


20.

bovenverdieping zelfs is afgetimmerd met witte platen. Daarnaast zit Bakker Bart die als enige winkel een vrij toegankelijke indruk maakt. Buiten staat meestal een klein terras. Desondanks schort het ook hier aan het welkome gevoel, omdat de entree te diep in het pand ligt en je dus erg donker naar binnen kijkt. In zijn geheel is dit hele blok dan ook te massief. Dan zijn er nog de toegangswegen naar het plein. Er is feitelijk maar één toegangsweg die echt helder is en dat is de Brinkstraat (de straat die parallel loopt aan het Marktplein, zie kaartje). Van deze straat is in beide richtingen goed zichtbaar waar hij naartoe gaat en ‘wat daar te halen valt’. Andere straten zijn uit het zicht verborgen, benauwend of te donker. te hoge Telgenflat

Bereikbaarheid binnenstad

3.4.4 Leesbaarheid, logica en toegankelijkheid extern De gebouwen om het plein zijn niet in verhouding met de maat van het plein. De meeste gebouwen zijn te laag, waardoor het plein een te weidse indruk geeft. De immense pleinen in steden in Italië en Spanje hebben als inspiratiebron gediend voor het ontwerp van dit plein, maar die kunnen zo groot zijn, omdat er majestueuze gebouwen van flink formaat omheen staan. In Hengelo is dat niet het geval, op één gebouw na en dat is de Telgenflat. Deze is weer zo hoog dat ‘ie een groot deel van het licht wegneemt en het plein somber maakt. De zijkant van het winkelblok waar de C&A in gevestigd is, is ook een probleemgeval. Deze is te massief. De ingang van de C&A zit niet aan de pleinkant en de zijkant is niets anders dan een serie vrij gesloten etalages, waarbij de

massief winkelblok


21.

wĂŠl goed: Brinkstraat is in beide richtingen goed te volgen

donkere straten, Marktstraatpassage en Beekstraat

3.4.5 Knooppunten en belangrijke routes Met behulp van de Centrummonitor 2008 zijn de belangrijkste looproutes van binnenstadsbezoekers te herleiden. De routes zijn ingetekend in de kaart hiernaast. Hoe dikker de lijn, hoe meer bezoekers er zijn langsgelopen tijdens de meetdag (een zonnige zaterdag in het voorjaar).

onduidelijke straten, de Telgen en Molenstraat

De gegevens zijn verkregen door strategische meetpunten te kiezen op hoekof middelpunten van straten. Door op deze plekken steeds twee min-uten lang (op verschillende tijdstippen) te meten hoeveel bezoekers passeerden, kon berekend worden hoeveel passanten er gedurende de dag gepasseerd zouden zijn. Als een deel van het stedelijk weefsel geen stippellijn heeft gekregen, betekent dit niet dat de straat geen bezoekers heeft gehad. het betekent alleen dat er op dit deel geen metingen hebben plaatsgevonden. Zo lopen de routes over het marktplein keurig langs de randen. In praktijk lopen bezoekers meestal kruislings over het plein omdat dit sneller is. Uit het kaartje blijkt dat het marktplein in het midden ligt van de belangrijkste winkelroutes waardoor hier erg veel knooppunten samenvallen. Dit schept uiteraard enorme potentie voor gebruik van het marktplein. Mensen komen er al vanzelf langs, daar hoeft praktisch geen moeite voor gedaan te worden.


22.

3.5 Interne factoren

3.5.2 Persoonlijke binding

3.5.3 Leesbaarheid intern

Interne factoren die van belang zijn voor het goed functioneren van het plein zijn, hebben te maken met het plein zelf. Is het plein herkenbaar en onderscheidend genoeg? Hebben gebruikers een persoonlijke binding met het plein? Vinden de gebruikers het plein attractief? Snappen ze het plein of weten ze eigenlijk niet zo goed wat ze er mee aan moeten?

Het valt me op dat, bij gesprekken met Hengeloërs over hun stad, mensen echt blijken te houden van hun stad en dat het ze kennelijk pijn doet dat er zo slecht mee omgegaan wordt. Mensen praten met vuur over hun stad.

Het Marktplein is heel overzichtelijk (iets té), met name omdat het zo kaal is. Als er markt is of een andere activiteit, is het plein gevulder en geven de marktkraampjes richting (of de andere ‘vulling’ op het plein). Ze ‘vertellen’ de bezoeker waar ze naartoe moeten, je hoeft maar tussen de kramen door te lopen. Bovendien worden mensen in de stad van nature aangetrokken door drukte. ‘Follow the crowd’ en je komt er wel. Op andere dagen – als er geen activiteit is - moet men het doen met een stel bloembakken en een immense leegte. Die leegte werkt verwarrend.

3.5.1 Herkenbaarheid Het marktplein ontleent een zekere herkenbaarheid aan de brinktoren en de lichtlindes. Helaas worden deze features door de gebruikers niet gewaardeerd, integendeel. Men vindt het vreselijke gedrochten. Herkenbaarheid is een belangrijk punt, maar het lijkt me niet de bedoeling dat deze herkenningspunten uitblinken in het oproepen van afschuw. Beslist een knelpunt!

Hengelo is in WOII meermaals gebombardeerd, waardoor historische panden dusdanige schade hadden geleden dat ze moesten worden afgebroken. Desondanks heeft de grootste schade aan de stad plaatsgevonden in de jaren zestig. Door ernstig wanbeleid en een gebrek aan visie zijn toen alle overgebleven karakteristieke en historisch waardevolle panden in de stadskern gesloopt om plaats te maken voor ‘moderne’ gebouwen. Dit kwaad is helaas geschiedt en met deze erfenis moeten we verder. Het is, door gebrek aan historie en karakter, moeilijker om van een stad als Hengelo te houden. En toch, ondanks al die factoren, houden de bewoners wél van hun stad. Het is netjes, goed verzorgd en ligt in een groene omgeving. Bovendien is Hengelo erg veilig en een fijne stad om kinderen in te laten opgroeien. Mensen hebben ook door dat er iets uit het marktplein te slepen valt. Het is een vrij groot plein (ook in vergelijking met de afmetingen van de binnenstad in totaliteit) en iedere Hengeloër is wel eens op het marktplein geweest tijdens een leuk evenement. Dat kan een popconcert zijn, het straatfestival, de ijsbaan of gewoon de wekelijkse markt.

De lichtlindes en Brinktoren als herkenningspunten. Moet een herkenningspunt mooi zijn?

Ik merk dan ook geen desinteresse, maar eerder een soort woede als het gaat over de huidige staat van de stadskern. Ook is er een oprechte jaloezie over het centrum van Enschede (waar alles beter lijkt te zijn). Hengeloërs willen hier niet weg, ze willen het hier gewoon ook. Ze willen de gezelligheid van een stad als Enschede, Arnhem of Zutphen. Ze willen meer groen op straat, meer terrassen en meer warmte. Persoonlijke binding met het marktplein is er dus zeker, maar op een vreemde, meer pijnlijke manier. Alsof het het ‘zwarte schaap’ is uit de familie. Alsof het een kind van je is die ergens de verkeerde route heeft gekozen en waarvan je hoopt dat het ooit nog goed komt.

Over het algemeen aarzelt men bij het betreden van het lege plein of je wel verder zal lopen. Is er geen alternatieve route beschikbaar die aangenamer is. Het kale plein oversteken is bepaald geen pretje. De weg is lang (of lijkt lang) en er is geen duidelijke route. Nu hoeft er bij een plein ook geen voorgekauwde route zijn, maar in dit geval zou een beetje hulp wel prettig zijn. Het is namelijk een typisch pleinvrees-plein. Te wijds, te kaal. Schuin oversteken lijkt de meest logische optie, maar dat doe je pas als je weet wat er te halen valt in de tegenovergestelde hoek. Wat en of er iets te halen valt, is – door de afstand, maar ook door de hoekgebouwen – niet goed te zien. Pas als je al bijna aan het eind van het plein bent, krijg je een beter zicht op of datgene waarvoor je bent overgestoken de moeite waard was.

Het plein is zo weids dat (ook met goede ogen) moeilijk te zien is wat er aan de andere kant te doen is


23.

Ook de Brinktoren maakt zich hier schuldig aan en bakent het meest gezellige deel van het plein (de Brink) af en ontrekt het gedeeltelijk uit het zicht. Pas als je halverwege op het plein bent, heb je een beter zicht op de gezellige drukte en publiektrekkende winkels die zich daar bevinden.

3.6 Conclusies analyse Uit de analyse komt duidelijk naar voren dat het plein een te eenzijdig gebruik kent. Het is ingericht als activiteitenplein. Daarvoor doet het dan ook uitstekend dienst. Maar het grootste deel van het jaar is het plein leeg en werkt het dan ook? Nee dus! En dat is gebruikers een doorn in het oog. Er ligt een leeg plein in het hart van de stad. Een plein met potenties op vele terreinen. Waarom maken we daar niet iets moois van? Er is grote vraag naar een meer flexibele inrichting die het mogelijk maakt om zowel ruimte te bieden aan de markt (die wil namelijk vrijwel niemand kwijt), maar waardoor het op niet-marktdagen ook een aangename plek kan zijn. Er moet meer te doen zijn, meer worden aangeboden. Daar schort het ernstig aan. Voor kinderen is er niets te doen, prettige zitgelegenheden ontbreken vrijwel (voor bejaarden, maar ook voor anderen), er is (te) weinig groen en het ontbreekt aan sfeer, kleur en gezelligheid. De gebouwen langs de rand zijn te hoog of juist te laag en kloppen niet in verhouding tot de maat van het plein. De weidsheid van de plek roept pleinvrees op en het waait er te hard. Ook staan juist aan de zonzijde de hoogste gebouwen, waardoor een groot deel van het plein steeds in diepe schaduw ligt.

3.5.4 Attractiviteit Iedereen is het erover eens dat de grijze natuurstenen tegels in combinatie met de strak afgewerkte lijngoten er chique uitzien. Maar is chique ook attractief? De meeste bezoekers vinden van niet. Ze vinden het saai en kleurloos. Er zou wel wat meer groen mogen zijn. Verder krijgt bijna iedereen de kriebels van de lichtlindes (is dat hip ofzo?) en van de Brinktoren (waarvoor staat ‘ie er eigenlijk? Toch niet alleen voor die klok die het steeds niet doet?).

De toegangswegen zijn onduidelijk, te donker of hebben niets te bieden. Ondanks de kaalheid van het plein is er weinig overzicht. De overkant ligt zo ver weg dat niet te zien is wat er te halen valt. De belangrijkste, gezelligste winkelstraten liggen uit het zicht en dat is jammer, want zij vormen de verbindingen in het stedelijk weefsel. Verder is er nog veel te verbeteren aan de toegankelijkheid van winkels rondom het plein. Panden hebben te vaak een te donkere entree. Winkels op hoekpunten zijn niet uitbundig of uitnodigend genoeg om bezoekers al van verre te laten weten: hier moet je heen!


24.

4. Visie We hebben een plein precies in het midden van het stedelijk weefsel, op een plek waar de belangrijkste winkelroutes samenkomen en toch is deze plek kaal, leeg, winderig en is er meestal niets te doen. Een gemiste kans of een kans om te grijpen? De inwoners van Hengelo hopen op het laatste. Maar bij voorkeur ditmaal geen halve oplossingen. Of we ons betrokken voelen bij de stad, hangt nauw samen met of de stad ons een prettig gevoel geeft. Een prettig gevoel krijgen we door sociale interactie met anderen. Een flirt, even oogcontact, een gezellig praatje of iemand die je even te hulp schiet als je boodschappen vallen of je kind ineens onvindbaar blijkt. Het zijn dit soort sociale momenten die ons beeld vormen van de sfeer van de stad. Stadsontwikkelaars kunnen er uiteraard niet voor zorgen dat de mensen die je treft in de stad aardig zijn, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat mensen elkaar kunnen ontmoeten, dat de gelegenheid er is. Ze kunnen zorgen voor ontmoetingsplekken: bankjes, terrassen, fonteinen, speelplekken. Het zijn dit soort plekken die ervoor zorgen dat mensen even pas op de plaats maken, even rust zoeken en openstaan voor contact. Het is dan ook erg belangrijk om ontmoetingsplaatsen te creëren in de stad. Willen we van dit plein een echt succes maken, dan zijn we er niet met het plaatsen van wat strategische bankje, nog een boompje hier en daar, een wipkip en het neerhalen van de lichtlinden. Om er echt een succes van te maken, moeten we het stedelijk weefsel en de toegangsroutes ook goed onder de loep nemen en moeten we kijken naar de invloed van licht en schaduw. Ook moeten we onderzoeken of er (op economisch gebied) ruimte is voor een flink horecaplein. Uit de analyse blijkt dat er voor vrijwel alle (potentiële) gebruikersgroepen – op de marktbezoeker na – op dit moment weinig te halen valt op het marktplein. Voor een aantal gebruikersgroepen (met name kinderen, bejaarden en winkelend publiek) zijn er vrij eenvoudige oplossingen te be-

denken om het gebied aantrekkelijker te maken. Deze oplossingen komen in de visie aan bod. Voor andere gebruikersgroepen moet iets meer uit de kast gehaald worden en zullen ook de eigenaars van omliggende panden en winkels betrokken moeten worden bij de planvorming. Ondanks de soms omvangrijke en kostbare projecten die hieruit zullen voortvloeien, komen ook deze opties in mijn visie aan bod.

4.1 Flexibele inrichting Het is vrij gemakkelijk om een kaal plein meer sfeer te geven. Plaats een fontein met vijver in het midden met bankjes en bomen eromheen en je bent al een heel eind. Maar wanneer we op die manier met de ruimte omgaan, dan staat de indeling vervolgens vast. Het is een dilemma. Willen we het marktplein geschikt houden voor grootschalige evenementen, dan moet het mogelijk blijven om een aanzienlijk deel van het marktplein leeg te kunnen maken. Om het plein geschikt te houden voor de markt, is het belangrijk dat een groot deel van het plein in ieder geval toegankelijk blijft voor kramen en het bijbehorende laden en lossen. Dus ook voor het behoud van de markt is het belangrijk dat het plein niet te ‘vast’ wordt ingevuld. Ik zou dan ook willen pleiten voor een flexibele inrichting. In de vervolgonderdelen van mijn visie betrek ik die flexibiliteit steeds bij de voorstellen die ik doe. Flexibiliteit zal ook een belangrijk speerpunt worden in het Programma van Eisen (hoofdstuk 5)

4.2 Ruimte om te zitten Op dit moment staan er aan de rand van het marktplein, midden tussen de fietsenrekken op de stoep van de Brinkstraat, een stel banken. De banken zijn mooi om te zien en behoorlijk hufterproof, maar toch functioneren ze niet. Het heeft zo weinig zin om zitgelegenheid te maken aan de rand van een plek waar niets gebeurt, waar niets te zien is. Combineer zitgelegenheid met mogelijkheden om een ijsje te kopen, met speelmogelijkheden voor

kinderen, met water en met de beschutting van bomen. Maak van zitten een feestje in plaats van een noodzakelijk kwaad. Zitgelegenheid hoeft niet te bestaan uit banken alleen. Denk ook aan een trappartij. Zo’n trappartij is weliswaar minder geschikt voor minder validen, maar ieder ander kiest eerder voor een trap dan voor een bankje, met name omdat de indeling zo flexibel is. Ben je met meer dan twee, dan kun je op een trap nog steeds heel gezellig gaan zitten. Op een bankje lukt dat niet. Het plein heeft op dit moment geen verhogingen en wat dat betreft is de noodzaak voor een trappartij dan ook niet aanwezig. Wellicht kan een ontwerp voor een (wat kleiner) vast podium aan één van de zijden van het plein gecombineerd worden met een trappartij? Deze optie zou zeker onderzocht kunnen worden. Een voorbeeld van wat ik bedoel, is te zien op de volgende pagina. Het betreft de trappartij aan de rand van het Afrikaanderplein in Rotterdam. Een combinatie van een park/plein waar veel mogelijk is, van sport en spel tot


25.

4.4 Een beter microklimaat Het plein heeft door het grote aandeel bestratingmaterialen en het erg lage percentage groen een sterk schommelend klimaat. ’s Winter’s is het er erg koud doordat de stenen snel afkoelen en dan koude uitstralen. In de zomer is het er juist erg warm omdat het donkere oppervlak snel opwarmt en dan vrij heet kan worden. Door de bebouwing rondom blijft deze warmte lang hangen. Na zonsondergang zou dit laatste een voordeel kunnen zijn, met name voor eventuele horecadoeleinden, maar die zijn er niet op het plein.

Trappartij Afrikaanderplein Rotterdam (ontwerp: Okra)

Flexibel, verrijdbaar groen. Patiotuin de Inktpot, Utrecht (ontwerp: Okra)

4.3 Een groen kader Bomen en groen geven een plein sfeer. De huidige beplanting (een kleine rij bomen rondom de kiosk) is echt te mager om het gehele plein ‘aan te kleden’. Om functioneel te blijven als markt- en activiteitenplein is de aanplant van grote hoeveelheden bomen niet gewenst, maar met name de randen zouden wel van groene stroken kunnen worden voorzien. Deze boomrijen geven beschutting en intimiteit. Ze zorgen voor een denkbeeldige afbakening en rugdekking voor zitelementen die ook aan de randen geplaatst kunnen worden. Centrale zitelementen onder bladerdek. Van Heekplein, Enschede (ontwerp: Okra)

Ook een centraal gedeelte met zitelementen werkt beter dan bankjes langs de randen plaatsen. Dit geeft een ongedwongener sfeer.plein aan een

landschapsontwerpbureau.

Om ook het kale middendeel van het plein te voorzien van beplanting, zou onderzocht moeten worden of het haalbaar is om met verrijdbare plantenbakken te werken. Deze plantenbakken worden geplaatst op (ondergrondse) rails en kunnen worden verplaatst wanneer het plein voor een groot evenement leeg moet worden opgeleverd.strekken van de opdracht tot herin-

Voor gebruik overdag heeft dit plein door zijn inrichting dan ook geen prettig klimaat. Dit kan worden verbeterd door meer groen te gebruiken op het plein (bij voorkeur bomen, want die zorgen ook voor schaduw onder het bladerdek), maar ook door de toepassing van waterfeatures. Water heeft een bijzonder verkoelend effect, zelfs zonder daadwerkelijk in aanraking te komen. De nabijheid van water laat de directe omgevingstemperatuur namelijk al dalen.

4. 5 Als een octopus De bedrijvigheid en levendigheid zou zoveel mogelijk moeten doorlopen in de omliggende winkelstraten en vice versa. Op marktdagen is dit al meer het geval dan op andere dagen, omdat marktkramen doorlopen in de omliggende winkelstraten. Toch kan dit nog veel beter. Momenteel worden niet alle ‘armen’, de zijstraten en toegangswegen van het Marktplein even goed gebruikt. Zoals te zien is op de foto hiernaast, wordt de Beekstraat momenteel helemaal niet benut als winkelzone. Er zijn geen winkels en heeft daarom ook geen aantrekkingskracht op bezoekers. Dit betekent dat, ook al wordt het plein niet écht op dit punt afgesneden, dit wel zo voelt voor gebruikers van het plein. Het is een no-go-area die niet meedoet in het stedelijke weefsel. Dit heeft vrij veel consequenties voor het


26.

gebruik en looproute van de binnenstad.

4.6 Walk-ability

De Marktstraatpassage die parallel loopt aan de Beekstraat is wél een winkelstraat, maar deze loopt nergens in over. Aan het eind van de straat zit wat horecagelegenheid, maar dit betreft meer avondhoreca. Mensen zijn dus niet snel geneigd om de marktstraatpassage helemaal door te lopen, omdat ze vervolgens alleen maar dezelfde weg terug kunnen lopen. Dit motiveert niet echt. Door het gebrek aan bezoekers, is de marktstraatpassage een leeglopende winkelstraat geworden. Winkels zijn failliet gegaan en staan leeg of doen niet meer hun best om een vernieuwend aanbod te leveren.

Walk-ability staat voor het gemak waarmee een gebied bewandeld kan worden. Het omhelst meerdere factoren: zijn routes duidelijk aangegeven, weten we waar we naartoe moeten? Maar ook: Loopt het lekker of wandelen we liever een blokje om. Wat het eerste betreft valt het nog wel mee. Bewegwijzering ontbreekt weliswaar, maar het plein is nog wel zo overzichtelijk dat wel te zien is waar de ‘meute’ naartoe gaat. Desondanks zou het goed zijn om de hoeken waarlangs de meeste bezoekers wandelen toch wat extra aan te kleden, wat aantrekkelijker te maken met bomen, speelgelegenheid en zitjes, zodat mensen hier meer automatisch naartoe getrokken worden.

Uitbreiding winkelroute

Ingang Marktstraatpassage

Marktstraatpassage

Voor zowel de marktstraatpassage als het Marktplein zou het veel beter zijn als deze winkelroute nieuw leven wordt ingeblazen. Creëer winkelruimte in de Beekstraat om een doorgaande route van Marktplein – Marktstraatpassage – Beekstraat – Marktplein te maken.

Wat het tweede punt betreft schort het echter veel ernstiger. Met name als het geregend heeft is de bestrating van natuursteen spekglad. Dit is niet prettig voor ouderen, maar ook jonge vrouwen met dunne hakken en gladde zolen hebben hier moeite mee. Nu zou het zonde zijn om de hele bestrating te vervangen, mede doordat het vakkundig en duurzaam is aangelegd. Het voorstel is dus om niet alle natuurstenen vlakken te vervangen door minder gladde bestrating, maar puur de veelgebruikte werkelijke routes.

Ruimte voor creativiteit Wat een goede invalshoek zou kunnen zijn is door in de Beekstraat ruimte te scheppen voor creatieve, bijzondere winkels, waar creatievelingen tegen een gereduceerd huurtarief een klein winkelpand kunnen huren. Ik denk dan aan modeontwerpers, edelsmeden, meubelontwerpers en fotografen. In Arnhem draait momenteel een project in de wijk Klarendal die is omgedoopt tot modekwartier. De gemeente en woningbouwvereniging werken hierin samen en hebben meerdere panden opgekocht, opgeknapt en verhuurd aan modeontwerpers. De verzameling bijzondere winkels die hieruit is ontstaan, geeft dit deel van de wijk een veel levendiger beeld.

Beekstraat

In Hengelo is er te weinig draagvlak om zo’n serie winkels alleen op mode te richten, maar creativiteit is er volop. De creatieve fabriek, even buiten het centrum, biedt ruimte aan creatievelingen om te werken. Het zou goed zijn om ze ín de stad ruimte te bieden om hun producten aan te bieden aan het publiek en zo een aangesloten winkelroute te creëren waar zowel de Marktstraatpassage als het Marktplein veel baad bij zou hebben. creatieve route

Beekstraat uitzicht op Marktplein

Door het wandelgedrag van gebruikers te analyseren (mbv. timelaps fotografie, zie foto) wordt duidelijk welke routes dit zijn. Deze routes zullen moeten worden gestilleerd zodat een mooi patroon van lijnen ontstaat die het grote, grijze vlak zullen doorbreken.


27.

4.7 Kleur bekennen

4.8 Motiveer horecagelegenheid

Kies voor alle aanpassingen aan het plein zoveel mogelijk voor kleur. Grijs doet het goed in warme, zonnige klimaten, maar niet in een land waar de lucht een groot deel van de tijd ook grijs is. Dat steekt niet prettig af. Ook echt felle kleuren moeten spaarzaam gebruikt worden vanwege hetzelfde probleem. Knalblauw is mooi in Marokko, maar is hier kil en koud.

Voor het pleidooi om meer horeca op het Marktplein te verwezenlijken, citeer ik een stukje uit een internetpeiling onder de bevolking van Hengelo, afgenomen in 2005.

Kies warme kleuren voor (vervangende) bestrating zoals terracotta, liefst in een speelse mengvorm van tinten. Gebruik eventueel gekleurde klinkers (bijvoorbeeld in blauw) als accentkleur, maar zorg ervoor dat deze kleur niet de overhand krijgt. Kies een warme houtsoort voor meubilair, gebruik gekleurd beton of kies voor een afwerking van gekleurde mozaïek. Wees niet bang om te overdrijven. De basis blijft immers grijs, daar mag best een flinke spetter kleur tegenaan.

strekken van de opdracht tot herinrichting van het marktplein aan

“Bijna de helft van de mensen die wel eens winkelen in de binnenstad bezocht de laatste keer dat ze winkelden een horecagelegenheid (lunchroom of broodjeszaak). Eén tiende bezocht zelfs meerdere horecagelegenheden. Gevraagd naar mogelijke verbeteringen in de binnenstad, vindt ruimt de helft (55%) van het panel dat het aanbod van terrassen verbeterd moet worden en 40% ziet mogelijkheden voor een horecaconcentratie, bijvoorbeeld op de Markt. Ongeveer 30% van het panel ziet graag verbetering in het aanbod van uitgaansgelegenheden voor 30-plussers, betaalbare restaurants en cafés met live acts. De bevindingen van het Internetpanel komen grotendeels overeen met de Horecavisie die de gemeente in november 2005 heeft uitgebracht. Opvallend verschil is dat er in de Horecavisie uitbreiding moet worden gezocht in de kwalitatief betere restaurants, terwijl het Internetpanel meer ziet in het aanbod van betaalbare eetgelegenheden. Verder wil 54% van de panelleden investeren in het marktplein en slechts 11% in het Burgemeester Jansenplein. In de horecavisie wordt juist het Burgmeester Jansenplein als het brandpunt van de horeca aangemerkt.” De binnenstadsbezoeker lijkt het er erg over eens. Er is grote vraag naar een horecaplein en veel Hengeloërs verwijzen daarvoor naar de Oude Markt in Enschede als het goede voorbeeld. Hier is een heel diverse verzameling horecagelegenheden rondom een gezellig plein gelegen. Er is vooral vraag naar meer terrassen. Enkele citaten uit dit onderzoek zijn: ”Het aantal terrassen voor senioren is beperkt tot ongeveer 3, de meeste terrassen zijn toch voor jongelui.”

Bestrating Oude Markt - binnenstad Enschede

“ Ik vind een horecaplein met variatie in het aanbod een heel goed idee,

vooral omdat ik zelf al boven de 50 ben en graag wat meer leeftijdsgenoten zou tegenkomen in het uitgaansleven.” “Als 30+ mis ik terrasgebieden om lekker met vrienden te zitten socializen.” “Een fijne banketbakkery met lunchroom ontbreekt, vooral voor ouderen (70+ zou dit aantrekkelijk zijn. Ze waren er vroeger wel, maar zijn langzamerhand verdwenen.” “Het is altijd erg zoeken naar een geschikte gelegenheid voor ouderen waar niet te harde muziek wordt gedraaid, waar lekkere stoelen zijn, waar niet gerookt wordt en de wc ook bereikbaar is voor mensen die moeilijk traplopen” “concentratie van kroegen zou beter zijn, als je nu eens wilt stappen, ben je al afgekoeld als je de afstand van bv Pastoriestraat naar de Appel gelopen hebt. En afkoelen betekend opnieuw weer in de mood komen.” “De situaties zoals in Enschede en Groningen zijn een voorbeeld hoe het ook kan. Het is ook een beetje een kip-ei probleem: door de weekse klandizie is zeer beperkt en daar kun je geen kroeg op draaien. Een start zou zijn om wat meer te concentreren met meer terrassen en voor een gevarieerder publiek.” “Er zou een centralisatie van horecagelegenheden moeten komen rondom het huidige marktplein. Hierbij een mix van dag-horeca en avond-horeca. Hierdoor haal je de horeca uit de kleine en niet gastvriendelijke straatjes en voorkom je problemen. Het is dan beter in de hand te houden.” Zo zijn er nog veel meer citaten die allemaal op min of meer hetzelfde neerkomen: 1. De uitgaansgelegenheden blijken voornamelijk gericht te zijn op jongeren en minder op ouderen. Er is vaak te harde muziek en ’s avonds zit het er vol met jonge mensen van 16 jaar. Daar voel je je al vanaf 25 jarige niet echt meer prettig tussen. Voor senioren is er ’s avonds al bijna niets meer


28.

te doen. Eén café of de schouwburg en dat is het. Er is dus grote vraag naar uitgaansgelegenheden met meer variatie en voor verschillende doelgroepen. 2. de horecagelegenheden liggen te ver uit elkaar. Dat is niet gezellig en het vormt een barrière om van de ene naar de andere plek te gaan. Men wil een concentratie van horeca, bij voorkeur een horecaplein en van de ondervraagden die hier een mening over hebben vond verreweg het grootste deel het Marktplein daarvoor de beste locatie. 3. Ook is er vraag naar meer terrassen die zowel ’s zomers als ’s winters open zijn (mits de temperatuur het toelaat. Wanneer er geen markt is, kunnen de terrassen eventueel tijdelijk wat uitgebreid worden. 4. Er is zowel vraag naar gelegenheden voor dag als avond-horeca. Beide zouden gemengd door elkaar kunnen bestaan.

4.9 Water zorgt voor leven

4.10 Ruimte om te spelen

De aantrekkingskracht van water is enorm. Niet alleen kinderen kunnen de verleiding te spelen met water weerstaan, ook volwassenen verblijven graag in de nabijheid van water. Kees Went, sounddesigner en onderzoeker houdt zich bijvoorbeeld met de geluiden in de stad bezig. Hij kwam tot de conclusie dat het geluid van stromend water (zoals bij een fontein) een prettig geluid is, net als het geluid van ruisende bomen. (Ham, van der, 2009).

Hoewel het goed zou zijn om ook in de stadskern ruimte te creëren voor het sportieve kind (bewegen is in deze tijd van overgewicht en computergames nog belangrijker geworden) – is het Marktplein een te kwetsbare plek hiervoor. Het plaatsen van een kooiconstructie voor balspel zou de flexibiliteit van inrichtingsmogelijkheden van het plein teveel beperken. Wellicht kan onderzocht worden of deze ruimte elders in de stadskern wel vrijgemaakt kan worden.

Kortom: Onderzoek of het economisch mogelijk is om van het Marktplein een horecaplein te maken. Horeca mag bestaan aan de randen en hoeft de markt niet in de weg te staan. Ook kunnen terrassen tijdens marktdagen eventueel iets kleiner gemaakt worden om zo toch heel flexibel te blijven in het gebruik van het plein. De horeca rondom het plein zou zeer gevarieerd moeten zijn om daardoor zowel een jong als ouder publiek te kunnen aanspreken. Ook moet er een goede mix zijn tussen dag en avondhoreca.

Zo zijn er diverse systemen op de markt waarmee het pompsysteem en de waterafvoer allebei ondergronds worden geïnstalleerd. Het water spuit omhoog via kleine openingen en de afwatering vind plaats via lijngoten. Dit systeem kan in werking worden gesteld als het plein niet in gebruik is als markt (en het niet te koud is). Wanneer er een activiteit op het plein plaatsvindt, kan per activiteit beoordeeld worden of een waterfeature gewenst is of niet.

Een enorme fontein, zoals de Trevi-fontein in Rome geeft een plein meteen allure. Het plein in Hengelo leent zich niet voor de installatie van zoveel grandeur. De omgeving past er niet bij, maar het staat ook het streven naar een flexibele inrichting in de weg. Het kan ook anders en veel flexibeler.

Desondanks zie ik echter absoluut nog mogelijkheden op het marktplein, voor zowel het fantasierijke kind als het sportieve kind. Uiteraard is er de waterfeature die mi. sowieso een plek zou moeten krijgen op het plein, maar daarnaast is er ook iets nodig dat kinderen tijdens de koudere dagen van het jaar kan bezig houden. Indien gekozen wordt voor plaatsing van een trappartij, biedt dat alweer een poosje vertier. Het best zou het echter zijn om het rigoureuzer aan te pakken. Een flink (vrolijk gekleurd) klimelement van ruim formaat zou heel welkom zijn (misschien op de plek van de Brinktoren? Daarover straks meer) Een klimmuur voor de oudere kinderen en een kruipbuis en klimlianen voor de wat jongere kinderen. Veel ruimte hoeft het niet in te nemen, maar het geheel zou niet te laag moeten zijn, want anders ben je de aandacht van met name de oudere kinderen zo kwijt. Zorg er wel voor dat verschillende leeftijdsgroepen naast elkaar kunnen spelen en niet te dicht in elkaars speelveld. Anders bestaat de kans dat de jongere kinderen verdrongen worden door de ouderen met (ongetwijfeld) huilbuien als gevolg. Onderzoek wijst uit dat kinderen het liefst spelen in de zon, tenzij het echt warm is (Jansen, D 1996). Kies dan ook een zonnige positie uit. Bij voorkeur wordt een plek gekozen waar meerdere functies samenkomen (spelen met water/verkoeling, trappartij, openbare zitplek, bomen).

Onze Lieve Vrouweplein, Maastricht

Oude Markt, Enschede

Heuvelplein, Tilburg


29.

4.11 Op zoek naar nieuwe herkenbaarheid

4.14 Zoek sfeer in kleine dingen

4.15 Design op de tweede plaats

Dat de Brinktoren en de lichtlinden de kar niet kunnen trekken als het om herkenbaarheid gaat, mag duidelijk zijn. Er moet dan ook op zoek gegaan worden naar nieuwe herkenbare vormen. Echter: schiet daar niet in door. Herkenbaarheid is geen heilige factor. Zeker niet op een plein dat geen gebrek haaft aan bezoekers. Het is vooral van belang dat mensen zich lekker gaan voelen op deze plek. Dat ze er willen blijven. Een mooi kunstwerk kan daarbij een aanvulling worden, maar een tweede ‘Brinktoren’... Laat dan maar zitten!

Sfeerverhoging hoeft niet altijd gepaard te gaan met torenhoge kosten. Een springkussen of een enkele draaimolen voor de kinderen doet al veel. Ook vrolijke bloembakken kunnen sfeerverhogend werken. Verder zijn er nog oplossingen die helemaal niets hoeven te kosten, zoals het gedogen van straatmuzikanten.

Er bestaat een flinke discrepantie tussen wat beschouwd wordt als goed design en wat in de smaak valt bij het publiek, waar de mensen zich prettig bij voelen. Neem bijvoorbeeld het schouwburgplein in Rotterdam (ontworpen door West 8). Het ontwerp werd zeer gewaardeerd door collega-architecten en stedenbouwkundigen en werd alom geprezen om het cutting-edge design.

4.12 Toegankelijkheid verbeteren Veel van de winkels rondom het plein maken nu een ontoegankelijke indruk. Hier zou wat aan gedaan moeten worden. Dit is in het belang van de winkeleigenaren, maar ook in het belang van de totale uitstraling van het plein. De overkapte winkelpanden zouden hun overkapping moeten verwijderen. Eventueel met subsidie kan de eigenaren gemotiveerd worden om hun gehele gevel te renoveren. Onderhandeld moet worden met de exploitant van de C&A om ervoor te zorgen dat de bovenverdieping luchtiger en opener wordt. Ook zou er een tweede ingang van de C&A aan de marktkant moeten komen.

4.13 Telgenflat De Telgenflat bestaat al sinds de 60er jaren en is hopeloos verouderd. Het pand doet afbreuk aan het gehele plein, het is log en neemt een donkere, sombere hap uit het plein door de schaduw die het gebouw werpt. Het pand zou idealerwijs vervangen moeten worden door een nieuw te bouwen pand dat een derde minder hoog is. De benedenverdieping zou een openbare functie moeten krijgen (bibliotheek of winkelpand)

t herinrichting van het marktplein aan een landschapsontwerpbureau.

Momenteel is het beleid omtrent straatmuzikanten vrij streng. Gedogen wil nog niet zeggen dat alles mag. Zodra overlast ontstaat, zijn er altijd mogelijkheden om in te grijpen. Wijs desnoods plekken aan die gebruikt mogen worden als podium.

t herinrichting van het marktplein aan een landschapsontwerpbureau.

Het publiek - de uiteindelijke gebruikers dus - oordelen heel anders over dit plein. De enorme leegte en minimalistische architectuur brengen een agorafobisch gevoel met zich mee. De ontwerper die verantwoordelijk is voor het ontwerp van dit plein, Adriaan Geuze, voorspelde dit zelf al voor de realisatie van start ging, maar gebruikte dit gegeven eerder als excuus om een ontwerpstatement te maken: het plein zou een leegte woorden, een niet ingevuld canvas waar de gebruiker het ultieme podium voor individuele expressie ter beschikking zou hebben, in plaats van dat hij dit inzicht benutte om er juist iets mee te doen en het ontwerp aan te passen aan de werkelijke behoeften van de gebruikers. (Lenzholzer, 2008, pag 54). Ook het busstation van Enschede is zo’n plek die onder architecten en stedenbouwkundigen veel geprezen werd. Het ontwerp kreeg een plek in het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw van 1998. Waarschijnlijk staan de meeste ontwerpers veel te ver af van de te ontwerpen plek. De intenties van het ontwerpbureau dat verantwoordelijk is voor dit ontwerp (Okra landschapsarchitecten) om iets goeds neer te zetten waren ongetwijfeld aanwezig, maar de blik was daarbij in ieder geval niet gericht op de gebruikers. In visualisaties die ontwerpbureau’s tonen bij de presentatie van hun ontwerp, is niets makkelijker dan met een fotobewerkingsprogramma een driedimensionale versie van het ontwerp vol te ‘plakken’ met mensen. Voor je het weet, hangt er de beoogde sfeer op de afbeelding. Een beetje zon, lekker veel lachende mensen en bingo, het ontwerp wordt goedgekeurd door de daartoe bevoegde bestuurders. Dat de praktijk in niets lijkt op zo’n


30.

maakt de realiteit wel duidelijk. Je hoeft maar één keer op de bus te hoeven wachten op dit busstation om te weten dat het zijn doel compleet voorbij geschoten is. Je kunt nergens schuilen als het regent, de bushokjes zijn zo hoog dat de regen er gewoon in waait en wind kan al helemaal goed doorwaaien. ’s Avonds, als er weinig mensen zijn, voelt je je er helemaal onprettig en kwetsbaar.

door de spreekwoordelijke strot te duwen, heeft dit een averechts effect. In hoofdstuk … laat ik wat voorbeelden zien van pleinen die hooggewaardeerd worden door het publiek. Deze voorbeelden bewijzen dat een mooi design prima gerealiseerd kan worden zonder de menselijke maatstaven uit het oog te verliezen. Zoals Frend Kent, directeur bij ‘Project for Public Spaces’, in een interview aangaf: Design is slechts een middel, niet een doel; PPS kijkt al lang niet meer naar design, maar let er op hoe mensen zich comfortabel voelen. “Door simpel te observeren en te luisteren naar de mensen die in het gebied leven, werken en spelen, verschijnt de oplossing die de plek nodig heeft. (Stedelijk interieur, 2005)

4.16 Tot slot: Burgerparticipatie, wie A zegt, moet ook B zeggen In Hengelo is een belangrijke rol weggelegd voor de burger. Er wordt veel belang gehecht aan de mening van het publiek. Dit is niet altijd het geval geweest. Zo zijn veel problemen met het niet functioneren van het de openbare ruimte te wijten aan het feit dat deze plekken zijn (her)ingericht zonder te kijken naar de gebruikers of deze naar hun wensen en meningen te vragen. Busstation Enschede (ontwerp Okra)

Het marktplein van Hengelo hoort ook in dit rijtje thuis. Dit ontwerp wordt in de vakpers ook aangehaald als voorbeeld van baanbrekend design (oa. Van Dooren, 1999). De vele negatieve kritieken van de gebruikers van dit plein (de Hengeloërs) leveren het bewijs dat wat door de professionele ontwerpwereld wordt beschouwd als goed design, geen garantie is voor succes.

Het gebrek aan betrokkenheid met het Marktplein en het niet functioneren van deze ruimte is ook het gevolg van het ‘blind’ vormgeven van een ruimte zonder oog te hebben voor de gebruikers. Om dit recht te zetten is de gemeente in gesprek gegaan met de burgers en heeft een binnenstadsdebat plaatsgevonden waarin de burgers van Hengelo gevraagd is om creatieve inbreng om deze ruimte wel succesvol te maken.

Nu wil ik niet pleiten voor non-design: kneuterige gezelligheid met hier en daar een bankje. Goed design is heel veel waard, maar laten we alsjeblieft niet nog een keer de fout maken daar van het marktplein een prestigeproject (voor gemeente en/of ontwerpbureau) te maken. De gebruikers moeten op de eerste plaats staan. Luister naar hun behoeften en verwerk deze in een ontwerp. Wanneer getracht wordt om het publiek een ontwerpstatement

Hoewel ik erg geloof in het betrekken van de burgers, zet ik mijn kanttekeningen bij de gekozen aanpak. Voor het hele project is maar liefst 200.000 euro begroot die (mijns inziens) beter besteed hadden kunnen worden aan herinrichting. Daarbij denk ik dat dezelfde resultaten ook verkregen zouden kunnen worden uit een meer laagdrempelige en goedkopere manier van polsen wat er leeft onder de burgers. Gewoon door het houden van en-

van het plein te observeren, kan veel gehaald worden. Die richting is dus niet gekozen. De weg die wel gekozen is, vereist commitment, ook vanuit de beleidsmakers, maar vervolgens wordt slechts een slap aftreksel van de ideeën daadwerkelijk meegenomen in herinrichtingsplannen. De gemeente blijft gewoon bij de oorspronkelijke horecavisie (horecabrandpunt op het Burgemeester Jansenplein ipv. op de markt), de aanstootgevende lichtlinden blijven staan, want het kost teveel geld om ze te verwijderen en met de Brinktoren gebeurt (misschien) iets. De burger moet het feitelijk doen met het gegeven dat ‘de huidige, kleine boompjes rondom de kiosk worden komend jaar vervangen door 15m hoge lindes’. Hoera! Dat is met recht een druppel op een gloeiende plaat. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Als in ieder geval nog de indruk gewekt moet worden dat de mening van de Hengeloërs ertoe doet, dan moet er meer uit de kast getrokken worden. Als daar geen toereikend budget voor is, of als andere beleidsfactoren roet in het eten gooien (zoals de groep ‘andere eigenaren dan de gemeente’ - die niet willen meewerken aan nieuwe plannen), dan mag zo’n – met veel tamtam aangekondigd – debat gewoon niet plaatsvinden. De burgers willen best hun schouders eronder zetten, maar dan wel als ze serieus genomen worden. Anders is het vertrouwen in de gemeente en de wil om mee te denken zo verdwenen. Nu het debat eenmaal heeft plaatsgevonden, móet er eenvoudig weg meer gedaan worden met de conclusies uit dit debat. Het wordt dus tijd om B te zeggen en daar ook budget voor in te ruimen.


32.

5. Programma van Eisen Het programma van Eisen bevat aanvullende randvoorwaarden die nog niet bij de visie genoemd zijn. De paragraaf-indeling is identiek aan die van hoofdstuk 4, zodat dvisie en aanvullende eisen makkelijk bij elkaar gezocht kunnen worden. De beschreven visie is niet bedoeld als totaalpakket. Het is niet zo dat het één niet kan bestaan zonder het ander. Wel is het zo dat alle voorstellen elkaar kunnen aanvullen en versterken.

5.1 Flexibiliteit van inrichting Flexibiliteit van inrichting is een belangrijk gegeven en zal dan ook bij alle inrichtingsvraagstukken moeten worden meegenomen. Het plein moet in de toekomst te gebruiken blijven als marktplein, maar ook voor andere evenementen ingezet kunnen worden. Dat is een vast gegeven. Een deel van het marktplein (bij voorkeur een hoek), mag ingericht worden met een vaste inrichting die niet verplaatsbaar is. Verder zal er onderscheid zijn tussen inrichtingselementen die vaak verplaatst moeten worden (markt – bijvoorbeeld terrassen vergroten of verkleinen) en een groot evenement (verrijdbare groenelementen)

5.2 Ruimte om te zitten Zitelementen dienen hufterproof te zijn. Je moet er flexibel op kunnen zitten, zoals bij een trappartij of een brede rand rondom een flinke plantenbak. Een paar gewone bankjes zijn zeker nodig (voor bejaarden die minder makkelijk kunnen hurken), maar andere gebruikersgroepen geven eerder de voorkeur aan de vrijheid te kiezen hoe ze willen gaan zitten in plaats van

5.3 Een groen kader Kies gezonde, sterke boomsoorten die in verharding kunnen staan (met beperkte boomspiegel). Platanen zijn geschikt, maar kies geen leivorm. Plaats de bomen ver genoeg van de gevels dat ze een beetje kunnen uitgroeien. Dat snoei op termijn nodig zal zijn, is onoverkomelijk, maar zorg er wel voor dat ze zo ver uit kunnen groeien dat ze een mooie vorm kunnen ontwikkelen Voor de planten in verrijdbare bakken moeten ook sterke soorten gekozen worden. Ze moeten ondiep wortelen en tegen droogte kunnen. Om de bakken niet al te zwaar te hoeven maken is het beter om ze niet geheel te hoeven vullen met zand.

5.4 Een beter microklimaat Alle beetjes helpen, maar om echt merkbaar resultaat te boeken, zijn er flink wat bomen nodig. Hier wil ik dan ook geen aantallen aankoppelen, omdat dit misschien niet te rijmen valt met de flexibele inrichting

Het grijs doet misschien nog enigszins chique aan in de winkelstraten, maar in het grote vlak van het plein is het een ronduit somber geheel. Ook wanneer gekozen wordt om het gehele plein opnieuw te bestraten, zou ik ervoor willen pleiten om een patroon te ontwerpen om wandelaars meer richting te geven. Indien er andere ontwerpmethoden gekozen worden om dit probleem te ondervangen dan is dat een prima alternatief. Ik denk bijvoorbeeld aan verrijdbaar groen geplaatst in ‘banen’ dwars over het plein. Deze stroken hoeven niet de gehele lengte te beslaan. Een deel om de suggestie van een pad op te wekken is voldoende.

5.7 Kleur bekennen Exacte kleurencombinaties en patronen mogen door het ontwerpbureau gekozen worden, maar kies wel voor hoofdzakelijk warme tinten. Verharding moet voldoen aan de standaarden die daarvoor staan. Omdat het plein ook kermisattracties moet kunnen dragen, is een minimale steendikte van 8,5cm vereist.

5.8 Motiveer horecagelegenheid 5.5 Als een octopus Dit onderdeel zou los van het marktplein ontwikkeld kunnen worden. Voor dit project is eerst nader onderzoek nodig om de haalbaarheid, interesse en levensvatbaarheid van een dergelijke winkelstraat te onderzoeken.

5.6 Walk-ability Om kosten te besparen, kunnen alleen de meest gebruikte looproutes worden vervangen door minder gladde tegels. Desondanks zou ik er wel voor willen pleiten om te heroverwegen het gehele plein opnieuw te bestraten.

Hiervoor zou eerst een haalbaarheidsonderzoek moeten plaatsvinden. Onderzocht moet worden in welke mate de huidige horeca last zou ondervinden van een omvangrijk horecaplein en of de mogelijkheid (interesse) bestaat om een aantal gelegenheden te verhuizen naar het marktplein. Voorwaarde voor succes is wel dat het huidige aanbod wordt uitgebreid. Er moet een veel gevarieerder aanbod komen voor verschillende doelgroepen en op het marktplein zou avondhoreca en daghoreca naast elkaar moeten bestaan. Terrassen mogen vrij ruim bemeten zijn, behalve op marktdagen. Er zal van te voren vastgelegd moeten worden onder welke voorwaarden terras gehouden mag worden.


33.

5.9 Water zorgt voor leven

5.12 Toegankelijkheid verbeteren

5.16 Wie A zegt...

Zorg er uit milieuoogpunt voor dat water niet wegvloeit in het riool. Zorg voor een aparte afvoer voor dit (vrij schone) water. Wanneer de bestrating onder handen genomen gaat worden, bestaat de mogelijkheid om het afvoerwater door te sluizen naar de openbare toiletten onder de kiosk zodat het water opnieuw gebruikt kan worden als spoelwater.

Het project gevelrenovatie moet vanzelfsprekend plaatsvinden in overleg met de betrokken ondernemers. Afgevraagd moet worden of gevelaanpassingen (met name aan de zijde Bakker Bart/C&A niet zo essentieel zijn voor het functioneren van het plein dat eventuele kosten betaald moeten worden uit het beschikbare budget voor het plein. Belangrijk is dat er één plan wordt opgesteld, zodat de gevels van de panden in één lijn worden gerenoveerd.

Deze belofte heeft de gemeente zelf al gedaan door het binnenstadsdebat op touw te zetten. De mening van de bewoners van Hengelo moet dan ook op grote waarde worden geschat.

5.10 Ruimte om te spelen Laat een op maat gemaakt klimtoestel ontwerpen om er echt iets speciaals van te maken. Het is niet alleen voor de kinderen, maar moet ook aantrekkelijk zijn om te zien. Dit zijn typisch het soort elementen waar inwoners van kunnen genieten en blij zijn dat er eindelijk eens iets voor ze gedaan wordt. Veiligheid is belangrijk, maar zorg ook voor avontuur. In de meeste gevallen zullen de ouders gewoon in de buurt zijn en kinderen worden doorgaans al te beschermd opgevoed. Maak er dus geen trieste hoogte van maximaal 2m van, want daar doe je niemand een plezier mee.

5.11 Op zoek naar nieuwe herkenbaarheid Het is duidelijk dat de Brinktoren en de lichtlinden geen deel uit maken van de nieuwe inrichting. Iedereen verafschuwt ze, ze zijn bovenmaats en weerspiegelen een drang tot een soort grootsheid die Hengeloërs niet passend vinden. Nieuwe herkenbare elementen (een kunstwerk?) mogen in het ontwerp worden opgenomen, mits het geen geforceerde zoektocht wordt. Ook mag een nieuw herkenningspunt geen enorm gat in het budget slaan waardoor er concessies moeten worden gedaan mbt. andere, belangrijkere dingen.

5.13 De Telgenflat Zie visie. Hier heb ik verder niets aan toe te voegen.

5.14 Zoek sfeer in kleine dingen Houd niet op bij het stilzwijgend gedogen van straatartiesten, maar laat het nieuws rondgaan. Wijs, indien de kans op overlast bestaat (bijvoorbeeld als in de nabijheid ook horeca ontwikkeld wordt) speciale plekken aan. Benader straatmuzikanten actief. Indien er te weinig animo is, spreek dan iets af met de muziekschool om zeer regelmatig kleine optredens te laten verzorgen in de stad. Wanneer een horecaplein van de grond komt, is het gezamenlijk boeken van muzikanten en bands wellicht een optie. Een springkussen kan worden ingehuurd door bijvoorbeeld de winkelondernemers-vereniging. Ook zij zijn gebaad bij meer gezelligheid en mogen dan ook best hun bijdrage leveren (doen ze nu ook al).

5.15 Design op de tweede plaats Dit is geen eis, maar een pleidooi om nu eens echt iets neer te zetten voor de gebruikers en niet voor de prestige.

Alleen bij echt onhaalbare plannen, mag van dit principe afgeweken worden, maar dan moet dit echt onderbouwd zijn. De inwoners moeten regelmatig op de hoogte gehouden worden van de voortgang.


34.

Literatuurlijst Centrummmonitor 2008; Beleidsonderzoek en Geo Informatie, Gemeente Hengelo http://www.vsonet.nl/index.php?id=1732&file=Centrummonitor 2008.pdf (geraadpleegd op 4 maart, 2010) ¹: 6 Ham, S. van der 2009; De stadspsycholoog deel 2 http://weblogs.hollanddoc.nl/deeeuwvandestad/2009/05/21/de-stadspsycholoog-2-de-stad-zien-horen-en-ruiken/ (geraadpleegd op 20 februari, 2010) Josselin de Jong, F. ea. 2006; Het ontwerp van de openbare ruimte, Uitgeverij Sun Hospers, G. 19.. Jane Jacobs – Her life and work, Universiteit Twente http://www.preservenet.com/theory/Jacobsbiox.html (geraadpleegd op 16 maart 2010) Jacobs, AB. 1993, Great Streets Jansen, D 1996, Landje Pik, p 18 Lenzholzer, S. voorjaar 2008; A city is not a building, Journal of Landscape Architecture Lynch K. 1960, The image of the city Stedelijk Interieur; het vakblad voor ontwerp, inrichting en beheer van de openbare ruimte”, augustus 2005, Elba Media bv., Amersfoort, p 21 & 22. Van Dooren, N. 1999; Modern Ambachtelijk, Blauwe Kamer no.4: 22-25 Rot, JD. Van ‘t 2009; Naar een succesvol gebruik van de openbare ruimte? - De toepasbaarheid van Placemaking in Nederland, Radbout Universiteit Nijmegen, p 15, p 57² www.pps.org www.wikipedia.nleen landschapsontwerpbureau.

Rapport beleid