Page 1

Environment: Energy: Economy


'E-genl-jk is ze best we nieuwsgierig' De gemiddelde Ernst & Young'er is intelligent, staat

Wat zou je het liefst aan jezelf veranderen?

ergens voor, straalt zelfvertrouwen uit en heeft plezier in

lets beter leren plannen misschien? Ook in de zin van een

zUn werk. Hij durft zichzelf te zijn en wil zich ontwikkelen

goede balans vinden tussen prive en werk.

tot een vakbekwame professional die kwaliteit levert aan zijn klanten. En is dus allesbehalve gemiddeld! Inghwa Hengefeld is zo iemand. Wat maakt haar zo bUzonder?

Naast wie zou je het liefst in het vliegtuig zitten? En waarheen? Naast Willem Alexander, op weg naar Miami. Ik zou

Wie zijn je heiden? Waarom?

hem vragen hoe hij het koningschap in deze tijd wil gaan

Audrey Hepburn. Zij was ambassadeur van Unicef. Ze

invullen. Overigens laat ik hem daama wei achter op het

stond zo duidelijk ergens voor. Een rolmodel voor mij.

vliegveld van Miami.

StUlvo!. Zij wist met stelligheid, overtuigingskracht en een enorm doorzettingsvermogen zaken op de agenda te

Ais je dit werk niet deed, wat deed je dan?

krijgen. Zoveel kracht van zo'n frele vrouw.

Was ik m 'n eigen zaak begonnen. In de handel. Maakt eigenlijk niet uit waarin, maar ik heb wei een lichte

Wat denk je dat je collega's van je vinden?

voorkeur voor kleding of cosmetica.

Praat vee!. Rent altijd. Druk, druk, druk. Gezelligheidsdier. Wil weten wat mens en doen, wat ze

Welk boek moet iedereen lezen?

bezighoudt. Eigenlijk is ze best wei nieuwsgierig.

'A nna Karenina ' van Toistoj. Hoe complex mensen met elkaar omgaan. Indrukwekkend.

Wat vind je het meest irritant aan je yak? Sorry, ik kan echt niks verzinnen. Het werk kan heel

Wat is je idea Ie plek om te wonen?

relaxend voor me zijn. Daarbij houd ik erg van puzzelen.

Jakarta. Ga ik ieder jaar naartoe; m'n hele familie woont daar. Het leven is daar zo relaxed. Er gebeurt zo vee! op

Wat was je grootste succes?

straat. Zelfs een paar uur in de file vind ik er niet ver-

M ' n bestuursjaar. Van de Rotterdamse Vrouwelijke

velend. Op de een of andere manier is het daar allemaal

Studenten Vereniging. Omdat je dag en nacht met acht

zoveel opener dan hier in Nederland. Mensen zijn veel

meiden moet functioneren. Als dat je lukt, met aile

meer op elkaar gericht.

planning, organisatie en onderlinge perikelen erbij, dan kun je wat. Ga maar na: kroegavonden, gala, een budget

Wat is je levensmotto?

van zo'n 50.000 Euro. En ik heb er geleerd te werken

Leef!

met mensen voor wie ik niet gekozen heb; die me in eerste instantie misschien niet zo liggen .

lnghwa Hengefeld (28) accountant bi} Ernst & Young

Ontdek wat de mensen van Ernst & Young zo bijzonder maakt op www.ey.nl/bijzonder.


Rostra Economica 255

Inhoudsopgave Interview Coby van der Linde Onvoldoende productiecapaciteit en slinkende oliereserves creeerden naast een hogere prijs ook meer onzekerheid over de toekomstige voorziening. De rol van de OPEC lijkt afgekalfd nu zij niet meer in staat blijkt als 'provider of the last resort' op te treden. Rostra Economica gaat op zoek naar de details van de problematiek van energiegebrek in een interview met de autoriteit op dit gebied .

Kyoto kan wachten. Yokohama niet. De laatste tijd worden we vaak gewezen op de gevaren van klimaatverandering, veroorzaakt door menselijk energiegebruik. Het Kyoto-protocol wordt ingezet om deze klimaatverandering ongedaan te maken. Een onderdeel daarvan is het stimuleren van het gebruik van groene stroom. Arno Wellens is tegen de invoer van deze maatregelen en schopt in dit artikel heil.ige huisjes omver.

H. Meij, Mede-oprichter Rostra Econonlica Als student bedrijfseconomie controleerde hij of artikelen voor studentenblad Propria Cures en later de Rostra Economica correct gedrukt werden. Als topman van Unilever ging hij eind jaren zeventig met I miljard gulden op overname pad in de Verenigde Staten . Een interview over de oprichting van het oudste faculteitsblad van Nederland, carriere maken en de voordelen van nevenactiviteiten tijdens de srudieperiode.

Ebay of Garden.com: wat maakt het verschil Beide bedrijven beleefden eind jaren 'go hun beursgang aan de Nasdaq schermenbeurs. Ebay is uitgegroeid tot een succesvolle uitbater van veilingsites over de hele wereld. Garden.com, een internetwinkel voor tuinaccessoires, is 16 maanden na de beursgang faillier verklaard. Michiel Botman deed onderzoek naar de factoren die het succes van internetbeursgange n bepalen. Zijn artikel werd verkozen tot Best Empirical Research Paper 2004 door the Southern Finance Association.

Wat te doen met 183 miljoen? De reactie van Nederland op het drama in Azie is uitermate genereus geweest. Zo genereus zelfs, dat je er vraagtekens bij kan stelJen ofhet bedrag weI zinnig aan hulp ter plaatse uitgegeven kan worden. Een nadere kijk op de besteding van een som geld die velen nooit in hun handen zullen krijgen ...

4

Rostra Economica april 2005

••••• •••• •• ••• ••• ••• • ••••• •••• •••• ••• •• ••• • •••• •••• •••• ••••• ••••• ••••• •••••• •••••• ••••••• •• •••••••••• •••••••• •••••


Rostra Economica 255

Nuances in ingewikkelde kwesties...

Colofon Hoofdredacteur Robert Kos ters

Eindredacteur Judith Groen

Redactie

We Jopen er allemaal wei eens tegen aan: het geven van een snel oordeel over een onderwerp, dat later vee I gecompliceerder blijkt te liggen dan eerder ingeschat. Alsnog stellen we onze mening dan bij. Tenminste als we inderdaad de beschikking hebben gekregen over belangrijke onbekende details. Bij beJangrijke economische en politieke discussies gaat het vrijwel altijd om gecompliceerde onderwerpen. Reden te meer om je daar dan ook eens goed in te verdiepen. Helaas ontbreekt het de meeste mensen aan tijd en interesse om dit te doen. Daarnaast is de informatie die beschikbaar is via de gangbare kanalen, zoals de media, lang niet altijd even objectief ofwetenschappelijk onderbouwd. Dit zorgt vaak voor eenzijdige beeldvorming. Eenzijdige beeldvorming dringt zich vooral op bij thema's, waarover in de publieke opinie een dominante opinie bestaat. Een goed voorbeeld hiervan is de problematiek van de opwarming van de aarde. Algemeen wordt aangenomen dar dir komt door menselijk handel en in de laatste honderdvijftig jaar. Ik ga hier niet betogen dat dit niet waar is. Wei zijn er kantekeningen te plaatsen bij de exacte oorzaken en vooral bij de oplossingen die geboden worden. Wat hier natuurlijk sterk mee samen hangt is de energieproblematiek. Naast het feit dat het verbruik van fossiele bra ndstoffen in principe zeer schadelijk is, dreigt er reeds binnen vijftig jaar een sterk tekort aan deze brandstoffen. Een groot probleem aangezien alternatieve energiebronnen voorlopig nog niet voorhanden zullen zijn .. Rostra Economica besteedt in deze editie ruim aandacht aan deze problematiek. Na het lezen van deze editie heeft LI misschien een meer genuanceerde mening over de vraag op onze voorpagina : zijn de ogenschijnlijk tegenstrijdige thema's milieu, energie en economie met elkaar te combineren? Ondertllssen zijn we toegekomen aan de laatste Rostra Economi ca van dit collegejaar. Met veel hartstocht en overtuiging heeft de redactie constant getracht een verfrissende en verdiepende bJik te geven op belangrijke economische thema's . Thema' s waarvan gedacht werd dat deze wei wat extra aandacht behoefden . Voor het voortzetten van deze gedachte is het noodzakelijk dat nog meer studenten en professoren reageren op stllkken in Rostra Economica. Vanaf deze plek roep ik daarom ook iedereen op deel te nemen aan meer discussie over belangrijke onderwerpen met een economisch raakvlak. Rostra Economica is een lIitste ke nd platform voor discllssies over onderwerpen die wei wat extra nuances kunnen gebruiken. En een wetenschappelijk tintje . De meerwaarde van de wetenschap ligt jllist hierin: de discLlssie verrijken met goede argumenten en onderzoeken . Schroom dus niet een bijdrage te leveren aan dit prachtblad met zijn rijke historie.

Joy Sie Cheung Bernard Bak Damien Morgenstond Krijn de Nood Melle Bijlsma Rail Welkers Arno Wellens Marella Joseph

Met medewerking van Michlel de Nooij Michiel Batman Noelle Gall Julien Sunye Brendan O'Dwyer

Columnist Arnold Heertje

Cartoon Arend 'Ian Dam

Layout Yvin Hei

Adreswijzigin!Jen Studentenadm i nIstratie Binnengasthuisstraat 9 1012 ZA Amsterdam

Jaarabonnement 4 nummers voor 15 euro Voor reacties, brieven en open sollicitaties Is de redactie te bereiken op Kamer EO.02 Roetersstraat 11 1018WB Teleloon: 0205254024 Email: rostra@sefa.nl Niets uit dele uitgave mag zander toestemming van de redactie 01 de externe auteur overgenomen worden. De redactie is niet '1erantwoordelijk voor de inhoud van mgezanden stukken en behoudt zich het recht voor deze in te korlen.

Oplage 3500

Robert Kosters, Hoofdredacteur (rostra@lsefa.nl)

Advertenties

EN VERDER: Kyoto: een lang verhaal kort beschreven The economic incentive for ideological progress The effectiveness of the US' Acid Rain Program From insularity to openness: Discipline in the Irish Accounting Profession Verschoningsrecht ook voor belastingadviseurs en accountants Cartoon Arend van Dam Sefafront Publieke Sector Dagen 2005 Do you care? Bedrijfsdiversificatie: Uit de tijd en waardevernietigend? Werkt en weest sociaal Student in bedrijf: Jeroen Hansma Studieverenigingen Column Heertje

10

20 22 24

28 30 32 34 34 40

Ernst & Young OC&C Strategy Consultants KPMG Ministerie van Buitenlandse Zaken PricewaterhouseCoopers De Nederlandsche Bank Delta Lloyd Heineken ING Groep Booz Allen Hamilton RSM Niehe Lancee BDO CampsObers Accountants & Adviseurs

60

Tarieven op aanvraag verkrijgbaar. Opdrachten schriftelijk t.a.v.: Acquisiteur Sefa: Justin van der Bruggen tel. • 020 5254024 e-mail: rostra@sefa.nl

61

Zet- en drukwerk

56

62

Grafiplan Nederland BV Enkhuizen

Rostra Economica april 2005

5


Prof. dr. Coby van der Linde Hoofd Clingendael International Energy Program

Het jaar 2004 werd gekenmerkt door een flinke stijging van de olieprijs. In korte tijd steeg de prijs van een vat ruwe olie tot boven de 50 dollar en velen vreesden voor het herstel van de wereldeconomie. Verschillende belangrijke politieke gebeurtenissen, zoals verkiezingen in Venezuela, de kwestie Yukos in Rusland en de oorlog in Irak, hebben aan de stijging van de olieprijs bijgedragen. Ook de toename in de vraag van grootverbruikers lOals China en de Verenigde Staten zorgden voor een prijsverhogend effect. Onvoldoende productiecapaciteit en slinkende oliereserves creeerden naast een hogere prijs ook meer onzekerheid over de toekomstige voorziening. De rol van de OPEC lijkt afgekalfd nu zij niet meer in staat blijkt als 'provider of the last resort' op te treden. Redenen genoeg dus om een expert aan de tand te voelen. De laatste tijd schommelt de olieprijs rond de vijftig dollar en in januari heeft de OPEC besloten de prijsband van 2228 dollar los te laten. Zijn de dagen van de goedkope olie definitief voorbij? We hebben altijd de neiging dingen heel absoluut te zien en we denken dan gelijk dat goedkope olie nooit meer terug komt. We moeten ons echter bewust zijn van de tijdspanne waarover we praten. Maar om op je vraag terug te komen: ik denk dat er momenteel genoeg indicatoren zijn die erop wijzen dat de olieprijs voorlopig niet zal terug keren naar de oude prijsband en dus hoog zal blijven. Met voorlopig bedoeJ ik dit jaar en wellicht ook daarna. Dit betekent niet dat de oJieprijs niet kan zakken. Prijzen zijn erg volatiel en behalve pieken kunnen er ook dalen zijn. Een recessie in China bijvoorbeeld kan een drukkend effect hebben. Maar als we naar de gehele prijsstructuur kijken, dan is de verwachting bij ons en ook bij een aantal andere experts, dat de prijs voorlopig op een hoger niveau zal blijven. In het najaar werd

6

nog optimistisch geroepen dat de prijsband verschoven zou worden mar 32-38 dollar. Maar onlangs zei Ali al-Naimi, de Saudische minister van Olie, dat hij verwachtte dat de olieprijs in 2005 tussen 40 en 50 dol.lar zau blijven. Dat zijn grote verschillen met de prijs van een jaar geJeden.

De economische ontwikkeling van China en de daaraan gekoppelde vraag naar olie wordt vaak genoemd als oorzaak van de stijging van de olieprijs. De economie van China groeit echter al decennia in dit tempo. Hoe kan de Chinese vraag naar olie opeens zulke grote opwaartse prijsdruk creeren? Dat is eigenlijk heel eenvoudig. De groei van China kon in de jaren negentig gemakkelijk bediend worden door de overcapaciteit in de markt. De OPEC had toen Rink wat reserves. Deze reserves verdwijnen nu langzaam en de markt is nu vee I krapper geworden. Dat kvvam voor het eerst tot uitdrukking in 2000, toen we voor het eerst weer prijspieken zagen.

Rostra Economica april 2005

Tekst: Joy Sie Cheung

In hoeverre is het beleid van de OPEC nog realistisch om de olieprijs binnen een prijsband te houden? We hebben gezien dat de stuurkracht van de OPEC is afgenomen en dat zij niet meer de prijs binnen de bandbreedte kan houden. Door de krappe markt is aile vrije capaciteit ingezet en resteert er weinig additionele capaciteit. Hierdoor kan de OPEC niet meer de prijsstabiliteit garanderen zaals zij voorheen deed. De afgelopen dertig jaar had de OPEC een overcapaciteit van drie tot vijf miljoen vaten per dag. Nu zijn dat maar een miljoen vaten. Dat is erg weinig vergeleken met de totale vraag van 83 miljoen vaten per dag. De krappe markt zorgt er tevens voor dat de effecten van extra investeringen langer op zich Jaten wachten. De extra productie zal zich in eerste instantie rich ten op de toegenomen vraag naar olie en zal dus niet direct voor grotere reserves zorgen. Weinig overcapaciteit betekent ook dat wanneer een politieke calamiteit zich voordoet, je kan uitrekenen dat een plotselinge vermindering in olieproductie niet opgevangen

••••• •••• ••• •• ••• ••••

••• • •••• •••• •• ••• ••• •• •••• •••• •••• ••••• ••••• ••••• •••••• •••••• • • ••••••• •••••••••• •••••••• •••••


kan worden met die een miljoen vaten per dag. Iedereen in de markt weet dat ook. Dit heeft tot gevolg dat relatiefkleine calamiteiten die voorheen weinig invloed hadden, nu leiden tot Rinke prijspieken. Prijzen zijn dus veel volatieler geworden. Investeringen kunnen dit probleem aileen op lange termijn opheffen .

legen welke andere problemen loopt de OPEC aan7 De vroegere grote hoeveelheid overcapaciteit van de OPEC was heel kostbaar. Een investeerder die zijn kapitaal in overcapaciteit investeerde , moest eigenlijk wachten op de momenten dat olieprijzen gingen pieken en die capaciteit ingezet kon worden . Op die momenten werden de lange termijn investeringen terug verdiend, als

gaat om ontzettend grote investeringen en het zijn lange te mijn projecten. Er is dus enerzijds weI het besef dat investeringen nodig zijn, maar de grote risico's en binnenlandse korte termijn problemen maken investeringen heel moeiJijk. Overheden zijn erg voorzichtig omdat investeringen een grote aanslag op de begroting vormen, terwijl de jonge bevolking aan het werk helpen ook forse investeringen vraagt.

Het feit dat onzekerheid in de markt door investeringen wordt weggenomen is toch een grote stimulans om wei te investeren7 la, maar wie gaat voor die overcapaciteit beta len? Er moeten partijen in de markt zijn die bereid zijn om die kosten voor hun

"In Rusland is het wei mogelijk om te investeren, maar daar is het investeringsklimaat onstabiel." dat al gebeurde. Er kleeft dus een hoge mate van onzekerheid aan investeringen in overcapaciteit. De OPEC werd destijds bovendien afgeremd in investeren omdat zij een rol heeft als hoeveelheidsaanpasser en omdat de niet-OPEC landen steeds weer hun productiecapaciteit wisten te vergroten. In de huidige krappe marktsituatie realiseert men zich weI dat de OPEC meer moet gaan investeren in capaciteit. De OPEC blijft echter huiverig voor de grote risico's die daaraan verbonden zijn. Wanneer men bijvoorbeeld erop rekent dar China een x aantal jaren hard zal doorgroeien en achterafblijkt dat men er een aantal jaren naast zit, dan zal dat een dure fout zijn . Het

rekening te nemen. De afgelopen dertig jaar heeft de OPEC dat gedaan. Dit was een kostbare taak die steeds duurder gaat worden. Niet aIleen wil de OPEC een keer erkenning voor die belangrijke rol, maar zij wil ook dat haar belangen in de oliemarkt een keer worden gediend. We piepen alJemaal heel hard wanneer de olieprijs te hoog is voor onze economie. Maar wanneer de olieprijs laag is, dan zijn wij niet bereid om de OPEC landen te helpen, terwijl zij dan vaak door een diepe recessie gaan. Ondanks het feit dat er tussen consumerende en producerende landen veel wordt gesproken, is er nog geen overeenstemming over hoe je stabiliteit in de marl<t kunt

brengen en wie daar verantwoordelijk voor is.

Welke andere factoren. naast de grote vraag uit China en de onzekerheid over investerin路 gen. veroorzaken de krapte in de markt7 Het grootste deel van de toegang

65 pro-

om te investeren , maar daar is het investeringskJimaat onstabiel. De wijze waarop de kwestie rondom Yukos werd afgehandeld , heeft het vertrouwen van ondernemingen in Rusland geen goed gedaan. We zien dus dat naast investeringskapitaal en kennis, politieke factoren zoals toegang en vertrouwen in politieke stabiliteit, een belangrijke rol spelen. In andere niet-OPEC landen wordt overigens wei door multinationals ge路investeerd maar dan gaat het vaak om hoge-kosten olie. De verwachting is dat de olieproductie in niet-OPEC landen nog wei zal stijgen , maar niet zo snel als de vraag, waardoor de inzet van meer OPEC-oJie nodig zal zijn. Het lage prijsniveau van begin jaren negentig tot aan maart 1999 is een van de oorzaken van het feit dat er in die peri ode weinig is geinvesteerd en dat krijgen we nu op ons bordo Tegenwoordig blijkt het veel moeilijker om buiten de OPEC-Ianden grote bronnen te vinden en de vervangingsratio op peil te houden . De kapitaalmarkt rekent de ondernemingen hierop af terwijl het eigenlijk een lange termijn probleem is. Een gevolg is dat bedrijven gaan diversifieren en bijvoorbeeld meer in gasproductie

Rostra Economica april 2005

7


gaan investeren. Verder zien we dat ondernemingen voorzichtig zijn met investeringen , omdat zij de situatie in lrak afWachten. Wanneer de situatie in lrak weer stabieler is , zullen er weer mogelijkheden ontstaan om daar te investeren. In Irak is oliewinning relatief goedkoop en daarom willen multinationals in hun financiele planning voldoende ruimte overhouden wanneer de Irakese markt straks weer kansen biedt.

In hoeverre zijn het Amerikaanse economische beleid en de zwakke dollar verantwoordelijk voor het feit dat OPEC landen weinig zin hebben om de olieprijs binnen de prijsband te houden en het aanbod te vergroten? Op dit moment is het capaciteitsprobleem de belangrijkste oorzaak van het feit dat de OPEC landen de prijs niet binnen de oude prijsband kunnen houden. Dat neemt natuurIijk niet weg dat door de depreciatie van de dollar de I<oopkracht van een vat olie behoorlijk is afgenomen. De OPEC-landen importeren veel uit onder andere de Europese Unie en dat is door de depreciatie van de dollar steeds duurder geworden. Bovendien zijn na II september 2001 de veiligheidskosten van OPEC-landen zoals Iran, Saoedi-Arabie en Koeweit toegenomen. We zagen dan ook dat vorig jaar, toen er nog een kleine overcapaciteit was, de OPEC-Ianden erg terughoudend waren in het inzetten van die overcapaciteit.

In welke opzichten is de oliemarkt verder veranderd? Er heefi: een systeemverandering plaatsgevonden. Een aantallanden heeft niet meer het vertrouwen

8

dat in de toekomst de OPEC aan hun energievoorziening kan voldoen . Zij zijn nieuwe beleidsinstrumenten in gaan zetten om hun energievoorziening veilig te stellen. Een voorbeeld hiervan is China, dat actiefbezig is projecten in olie en gas vast te leggen voor eigen consumptie. Belangrijk hierbij is dat Chinese overheid niet per se winst hoeft te maken. De Chinese overheid is zo bezorgd over de energievoorziening dat zij veellagere rendementseisen stelt dan commerciele multinationals. Ook aan de kant van het aanbod zien we een toename van de politieke invloed. In Afrika rich ten de investeringen zich voornamelijk op offshore productie omdat binnenlandse politieke problemen investeringen op het land te risicovol maken. De potentie van Afrika wordt hiermee gelijk verminderd. In Venezuela waren de mogelijkheden om re investeren aantrekkelijk vanwege de nabijheid van de Amerikaanse markt. Met de komstvan Hugo Chavez zijn die mogeli;kheden echter verminderd. ]e ziet nu dat Venezuela zich op China richt, wat niet aileen een commerciele afWeging is, maar oak een politieke. Dus oak de aanbodskant is op zoek naar zekerheid. at betrefi: de zekerheid van de vraag naar olie, is China een land dat daarin kan voorzien. Het geheeI van geopolitiekc en economischc factoren die van invloed zijn op de internationale oliemarkt is verschrikkelijk complex. Verkiezingen in Venezuela en..oillustinjIJigeria lieten al zien dat binnenlandse gebeurtenissen in deze marktsituatie een veel grotere impact hebben. Sinds 2 01 is bovendien het gevoel van kwetsbaarheid van de infra-

Rostra Economica april 2005

installaties gepleegd en overheden zijn nu gedwongen om meer naar voorzieningszekerheid te kij ken.

Vorig jaar werd er in de media veel aandacht besteed aan de stijgende olieprijs en de invloed hiervan op de we reldeconomie. lal volgens u, nu de prijs op een hoger niveau lijkt te stabiliseren. de olieprijs in de toekomst in toenemende mate een belemmering vormen voor de wereldwijde economische groei? Landen zullen in verschillende mate de effecten van de hogere prijs ondervinden . Dit is onder andere afhallkelijk van de mate waarin de groei vall een land energie-intensiefis. Verder speelt de afhankelijkheid vall. illternationale groei een belangrijke roJ. We kUIlnen er niet omheell dat de waarde van de Amerikaallse dollar een belangrijke factor is wanneer her gaat om de illvloed van olieprijzen. De waardevermindering van de dollar ten opzichte van de euro heeft ervoor gezorgd dat de stijging van de olieprijs enerzijds werd gedempr, maar anderzijds heeft de wisselkoers verandering ervoor gezorgd dat de Europese exporten duurder werden. Verder denk ik dat de ontwikkeling in China belangrijk is. Wanneer China in staat blijft om bij hogere olieprijzen op het gebied van export concurrerend te blijven , dan zal de groei wellicht minder worden aangetast. Bovendien groeit China erg hard en is de afremmende werking van dure olie wellicht zelfs welkom. China berekent nu de hogere olieprijs door in haar exportproducten, zonder al te veel concurrentiekracht in te leveren. Wanneer dat in de toekomst niet meer mogelijk zou zijn zonder concurrentiekracht te verliezen,


-

---

Interview Coby van der Linde

dan zou een verminderde Chinese groei waarschijnlijk wereldwijde gevoJgen hebben.

Sommigen geloven dat we over de oliepiek he en zijn en dat in de toekomst toenemende schaarste en stijgende olieprijzen de wereldeconomie ineen zullen laten storten. Olie is natuurlijk een eindige energiebron. In hoeverre het schaarser zal worden en we daar last van krijgen hangt deels af van hoe de vraag zich gaat ontwikkelen. In de jaren tachtig zagen we dat hogere olieprijzen vrij snel resulteerden in een grotere vraag naar kolen, gas en nucleaire energie. De Europese vraag naar oIie is sindsdien redelijk stabiel gebleven . ondanks de economische groei. Dat geldt weer niet voor China of de Vereoigde Staten, waar de vraag naar olie veel sterker is gegroeid. Cijfers van de lEA (International Energy Agency) laten zien dat er in 2030 een behoefte is aan 120 miljoen vaten olie per dag. Je kunt eraan twijfelen of het sys teem gedurende langere tijd zoveel productiecapaciteit in stand kan ho uden. De frequentie in het vinden van grote olievelden is namelijk wei a fgenomen. Wanneer we het moment van de piek naderen, hangt onder andere af van de toekomstige investeringsmogelijkheden in de landen rondom de Perzische Golf. We moeten nu al heel veel investeren om op het huidige productieniveau te blijven en ik vraag me afin hoeverre we in staat zijn om voor een langere termijn de capaciteit zo substantieel te vergroten. De krapte op de markt za l de onderlinge verhoudingen tussen de brandstoffen veranderen. In Europa bijvoorbeeld zal dat resulteren in ee n verschuiving van de vraag richting gas. Ook een

milieuverdrag zoals het Kyoto-protocol zal de samenstelling van de vraag naar energie doen veranderen. Schonere vormen zoals winden zonne-energie en biomassa zullen meer worden ingezet en een deel van de olievraag vervangen. We zien bij ondernemingen dat er niet meer aileen in olie wordt g6nvesteerd. Ondernemingell zoals bijvoorbeeld Shellieggen zich ook toe op gaswinningen en doen onderzoek naa r waterstof als energiebron. Het blijft echter van belang om in te zien dat bij hogere prijzen, olie voornamelijk vervangen zal worden door andere fossiele brandstoffen, dus door kolen of gas. Een voorbeeld is China dat in belangrijke mate haar groei blijft realiseren door middel van kolen . Zij kan die namelijk in eigen land winnen en is op die manier minder afhankelijk van externe energievoorziening. Vanuit de discussie over het klimaat is het daarom belangrijk dat kolen op een zo sc hoon mogelijke manier gebruikt worden en dat onderzoek hierin wordt gestimuleerd.

Wat wilt u de huidige generatie meegeven? Ik hoop dat er meer studenten komen die een toekomst zien in toegepaste economische kennis, zoals bijvoorbeeld in energievraagstukken. Na een periode waarin energie niet schaars was, is de aandacht verschoven naar milieuvraagstukken en zijn energievraagstukken wat uit the picture geraakt. De hedendaagse energievraagstukken zijn tamelijk complex omdat economie en politiek continu dwars door elkaar heen lopen . Aan de andere kant maakt deze interdisciplinaire benadering van vraagstukken, het onderzoek heel erg interes-

santo Nederland heeft altijd een actieve rol gehad in energie. We hebben een groot olieconcern en de Rotterdamse haven heeft een belangrijke energiefunctie. Dit heeft echter niet geresulteerd in een voldoende academici die zich richten op de problematiek in (Ie energiesector. Nederl, nd zou wat dat betreft zeker watnieuwe denkkracht an jonge mensen kunnen gebruiI<en. In mijn vakgebied is het samen werken in teams belangrijk en moet je in staat zijn om over de muren van je eigen vakgebied heen te kijken . Helaas wordt tijdens de studie te weinig g6nvesteerd in interdisciplinair werken. Ik twijfel of de BAMA-structuur de student wei voldoende mogelijkheden biedt om interdisciplinaire kennis op te doen. Ik denk dat de Nederlandse opleidingen het in dit opzicht afleggen tegen Amerikaanse opleidingen. Nederlandse opleidingen leveren mensen die hele specifieke kennis hebben en mensen die brede kennis bebben. We missen mensen die beide soorten kennis in huis bebben en in staat zijn om raamwerken te creeren van waaruit feiten kunnen worden g6nterpreteerd. IlJ]

Rostra Economica april 2005

9


Kyoto: een lang verhaal kort beschreven Gesteggel alom, maar uiteindelijk is de kogel door de kerk. Het Kyoto protocol heeft de minimumhoeveelheid aan deelnemende landen bij elkaar kunnen schrapen (nu Rusland mee doet emitteert de groep landen die het Kyoto protocol heeft ondertekend meer dan 55% van de broeikasgassen op aarde) . Het werd ook wei tijd, aangezien de VN klimaattop in Kyoto, waar het uiteindelijke protocol zijn oorsprong vond, al in december 1992 gehouden werd. Ruim twaalf jaar geleden dus. Uit de nu volgende analyse van het lange traject dat aan het protocol is voorafgegaan, blijkt dat de hoge heren hun economieboeken goed bestudeerd hebben en dat er vanuit de economische theorie gegronde redenen zijn om de procedure die gevolgd is goed te keuren.

Tekst: Krijn de Nood

toriteit is er vele jaren te veel schadelijk gas uitgestoten door veel landen. Figllur I illustreert dit. In de figuur is te zien hoe de sociaal efficiente productie verschilt van de eigenlijke productie wanneer er geen autoriteit is die regels op kan leggen aa ngaande de uitstoot van schadelijke gassen. In de figuur wordt geproduceerd totd at de marginale (private) kosten gelijk zijn aan de m arg in ale baten. Dit leidt tot de productiehoeveelheid Q. Dit terwijl de sociaa l efficiente output gevonden wordt bij een productie van

Q* .

Een alltorite it zou de producent een ma xima Ie productie van Q* op kunnen leggen om zodoende

Een van de redenen waarom het

duiken dankzij het broeikaseffect,

zo lang heeft geduurd ligt in het

zoals globale temperatllurstijging,

feit dat de uitstoot van sc hadelijke gasse n een externaliteit is: Een

zeespiegeJstijging, aantasting van de __biodiversiteit, extreme

externa liteit is volgens de definitie

weerschommelingen en de aantas-

een situatie waarin het gedrag van

ting van de ozonlaag. Omdat dit

De eers te stap die in december

de ene economische agent de welvaart va n een andere economische

probleem zich pas de laatste jaren voordoe t, waren er nog geen regels

econo mische theorie gezien een

agent be'invloedt buiten bestaande

voor de uitstoot van broeikasgas-

niet meer dan logische. De moei-

markten om. Als voorbeeld wordt

se n, waardoor er geen a utoriteit

lijkheid was ook niet om landen er van te overtuigen dat er een auto-

de sociaa l efficiente productie te bere iken.

[992 is genomen, was vanllit de

steevast dat van de vissers en

bestond die op internationaa l

de fabriek gebruikt. De fabriek

niveau vervuilers tot de orde kon

riteit op het gebied van de globale

vervuilt het water doordat het haar

roepen. Door het gebrek aan au-

milieupolitiek moest komen. Het

warmte en afVal in de rivier dumpt,

probleem is de in figuur I aangegeven MSK-lijn. De helling van deze

hierdoor zit er minder vis in het meer waar de visser vist. Zodoende

lijn wordt niet door feiten bepaald,

$

maakt de visser mindel' winst dan

ma ar heeft een subjectief gekozen

wanneer de fabriek er niet had ge staan. De vervujJing van het water

hellingshoek. Ho e ~ teil deze lijn wordt getrokken is afhankelijk van hoezeer men met het milieu

is in deze situa tie de externaliteit. Er zijn immers geen afspraken

begaan is . Sommige groepen of

over het vervuilen van het water.

la nd e n in de same nleving vinden

Aan dit voorbeeld hoeft wejni g ges leute Jd te worden om het

Hoe steiler de MSK-curve, des te belangrijker vindt men het milieu,

probleem van het broeikaseffect

en de s te meer productie (econo-

het milieu bela ngrijker dan andere.

duidelijk te rna ken. De bedrijven , overheden en burgers zijn de fa-

MO Q*

Q

briek, de burgers zijn de vissers en

MSK= marginale sociale kosten (M PK+MS)

de wereld het meer. Het probleem

MPK= marginale private kosten

Ii g t er dus in da t het niet makkelijk

MS= marginale milieuschade

is een juridische schuldige aan te wijzen voor de problemen die op-

10

Rostra Economica april 2005

MO= marginale opbrengst

Q

mische groei) wil men opgeven om een schoner milieu te bewerkstelligen. Het probleem is de afgelopen dertien jaar geweest dat de potentiele deelnemers van het Kyoto-protocol


Kyoto

het niet eens konden worden over hoe de MSK-lijnen van de verschillende landen moesten liggen, en of de autoriteit haar autoriteit op aile landen toe moest passen. Een van de redenen dat de Verenigde Staten niet meedoen aan het protocol is dat zij het onterecht vinden dat veel gei路ndustrialiseerde landen minder broeikasgassen uit mogen stoten, terwijl veel ontwikkelingslanden geen restrictie voorgeschreven wordt. In de figuur houdt dit in dat de ontwikkelingslanden hun economisch efficiente productiehoeveelheid kunnen blijven produceren (de autoriteit legt hen geen restrictie op) , terwijl de

men de landen om een lo groot mogelijke efficientie te bewerkstelligen , gegeven de uitstoot van aile deelnemers bij elkaar. Immers door de gestelde regels zijn veel landen economisch slechter af. Om de schade zoveel mogelijk te beperken is besloten een markt te creeren voor de emissierechten. Vereenvoudigd houdt dit in dat het ene land een emissierecht kan kopen van een ander land. Omdat gei"ndustrialiseerde landen vaak verder zijn in het milieuvriendelijk produceren van producten dan ontwikkelingslanden is het goedkoper om de reductie in ontwikkelingslanden te bewerk-

Maar de kracht van Kyoto is juist dat landen over de gehele wereld dit probleem samen oplossen ge"industrialiseerde landen minder dan hun economisch gewenste hoeveelheid kunnen produceren, en dus een deel van hun economische groei op moeten geven voor een beter milieu. Uiteindelijk is er na ruim twaalf jaa r overeenstemming gekomen over de verschiJlende emissieplafonds van de deelnemende landen, en hebben zij deze overeenstemming verzegeld. Deze plafonds zijn zo gekozen dat de totale hoeveelheid broeikasgassen die in 2010 uitgestoten wordt door de deelnemende landen ligt op een, uit het perspectiefvan het milieu, aanvaardbaar niveau. Nu deze uitstootbegrenzingen voor de verschillende landen afgesproken en ingesteld zijn, is het noodzakelijk voor de deelne-

stelligen. Via het lOgeheten 'Clean Development Mechanism' kunnen industrielanden gedeeltelijk aan hun reductieverplichting voldoen door het stimuleren van duurzame energie en schone technologieen in ontwikkelingslanden, die zeJf geen reductieverplichting hebben. De 'credits ' die met deze investeringen worden verkregen, kunnen de industrielanden vervolgens internationaal verhandelen. Het creeren van een markt is een verstandig besluit. Aangezien een markt, aangenomen dat deze ruimt, de meest efficiente verdeling zal vinden, en zodoende de economische schade lOveel mogelijk zal beperken. Saillant detail is dat de grote voorvechter van dit systeem de Verenigde Staten zijn. Ondanks dat ze dit idee hebben gei"mplementeerd, hebben zij toch besloten niet mee te doen met het verdrag.

Ais we de uitstoot van broeikasgassen bekijken als externaliteit, is het beleid zoals dat gevoerd is economisch goed te verantwoorden. De kritiek van de VS, dat het protocol inefficient is omdat het niet volgens wetenschappelijke wegen tot stand is gekomen, maar door overleg en onderhandeling, is terecht. Het is echter een illusie om te den ken dat een groep wetenschappers met een plan zou komen , en dat vervolgens aile landen dit plan lOuden goedkeuren. Op nationale schaal is dit wellicht mogelijk (de VS hebben zelf ook een plan opgesteld dat de reductie van broeikasgassen in de VS moet verminderen), maar de kracht van Kyoto is juist dat landen over de gehele wereld dit probleem samen oplossen. De weg die in december 1992 is ingeslagen , na de beslissing om een autoriteit in te stellen die de uitstoot van broeikasgassen controleert en reguleert, is economisch gezien niet de meest efficiente, echter de wereldpolitiek in aanschouw nemende wei de beste. Elk land wil het gevoel hebben dat het gehoord wordt, en dat het zelfkan meebeslissen hoeveel zij, relatieftot andere landen, op moet offeren voor een beter milieu . Ook de implementatie van het systeem van de emissierechten is verstandig, zowel voor de wereldeconomie als voor de ontwikkelingssamenwerking. Immers, op deze manier wordt de samenwerking tussen ge"industrialiseerde landen en ontwikkelingslanden gestimuleerd, en wordt met minder welvaartsverlies gezorgd voor een schoner milieu . Te hopen is nu dat de landen die het verdrag niet ondertekend hebben dit alsnog zullen doen, om zodoende een schoner milieu te bewerkstelligen. [1!lI

Rostra Economica april 2005

11


Kyoto kan wachten. Yokohama niet. Tekst: Arno Wellens Foto: Dansk F!ygn ingehjaelp, E'en Deense hulporganisatie


Kyoto

De laatste tijd worden we vaak gewezen op de gevaren van klimaatverandering, veroorzaakt door menselijk energiegebruik. Omdat we auto rijden en stroom opwekken uit kolen stoten we CO 2 uit. Dit gas legt een deken over de aarde, waardoor zonnewarmte niet meer de ruimte in wordt gekaatst. Hier moeten we wat aan doen: door de opwarming stijgt de zeespiegel en zullen er dieren verdwijnen .

trale. Oeze kan de productie exact afstemmen op de vraag en dat is nooit mogelijk met wind.

Gelukkig is er een oplossing: groene stroom . Dit is goed voor de natuur en niet duurder dan grijze stroom. Zo laat Essent in haar commercials een ijsbeer over de grond schuiven die ongeduldig wacht tot ook u groene stroom neemt. Doet u dat niet, dan warmt de aarde op en smelt de wereld van de ijsbeer weg. Ik heb mijn bedenkingen over groene stroom. Volgens mij heeft het niet de kracht om de stijgende vraag naar energie op te vangen. Daarnaast heb ik mijn twijfels over de argumentatie over het broeikaseffect. Wie zich verdiept in de illustere wereld van de klimaatdeskundigen ziet dat niet iedereen het eens is met bovenstaande uitleg. Er is veel discussie over wat de werkelijke oorzaken zijn van klimaatschommelingen. Aile reden om nog even te wachten met het uitvoeren van het Kyoto-protocol, dat absurd veel geld kost, maar geen meetbaar effect heeft.

1. Ministerie veer Velkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu-

HOE MILIEUVRIENDELIJK IS GROENE STROOM?

Windenergie is volgens Greenpeace positive energy: de windmolen staat symbool voor de strijd tegen klimaatverandering. Windenergie heeft echter twee grote nadelen . Ten eerste is het rendement van een windmolen laag. Zelfs de modernste, 180 meter (!) hoge windmolen geeft niet veel energie, gezien de productiekosten. Het RlVM hanteert de schatting dat een nieuwe windmolen grofWeg 500 gezinnen van elektriciteit kan voorzien.(r) Rekent u maar uit hoeveel windmolens we nodig hebben om Nederland van stroom te voorzien. Houdt er rekening mee dat de gezinnen slechts 20% van de stroom gebruiken. Ook als door technische verbeteringen de

windmolens beter worden schiet het nooit echt op: lucht heeft nu eenmaal nauwelijks gewicht. Een tweede nadeel van windmolens is dat het soms niet waait. Waar haal je dan je energie vandaan? Omdat het weer grillig is, wi je altijd een aantal kolencentrales op de achtergrond moeten hebben als je in hoge mate op windenergie vertrouwt. Een kolencentrale kan echter niet in kone tijd worden opgestart: hij zal dus al op een laag pitje moeten draaien om de windmolen snel te kunnen opvangen bij windstilte. Ais Nederland ooit massaal op windenergie overgaat, zullen we nog steeds afhankelijk zijn van grote hoeveelheden kolen. Een windmolen mag dan schoon zijn, het is helaas niet zo betrouwbaar als een kolencen-

Een ander 'alternatief' dat vaak wordt genoemd om het klimaat te redden is zonne-energie. Zonnepanelen op de daken van huizen verwarmen water en wekken energie op. Ze zijn relatief schoon en kunnen na productie en installatie bijna oneindig lang mee. Ik heb dus niks tegen zonnepanelen. Maar laten we geen illusies hebben: zonnepanelen wilen nooit de energie opwekken om kern- en kolencentrales te kunnen sluiten. Het kabinet Balkenende 2 heeft de ambitieuze doelstelling om in 2020 een miljoen huishoudens voorzien te hebben van zonnepanelen . Ze zullen dan slechts 0,42% van onze energiebehoefte dekken. (2) Net als bij windmolens is dit te weinig om het een alternatiefte noemen.

beheer: http://www. vrem.nilpagina. hlml ?id=6985#2 2.

Ministerie veer Velkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: http://www.vrem.nllpa gina.html?id=7543 3.

Greenpeace http://www.greenpeace. nl/campaignsl > 'klimaatverandering'

4.

Een andere groene vorm van stroom is waterkracht. Door gebruik te maken van hoogteverschillen op aarde kun je turbines laten aandrijven door rivieren. In de meeste gevallen wordt er dan ook een stuwmeer gebouwd, zodat je een reservoir met water hebt voor perioden dat de rivier lager staat. Zo maak je deze vorm van energie net zo betrouwbaar als verbranding van fossiele brandstoffen: je kunt de productie afstemmen op de vraag, want er kunnen 'voorraden ' energie worden opgeslagen, hier in de vorm van opgevangen water in het stuwmeer.

Wereld Natuur Fonds www.wnf.nl>路Natuurbescherming' > 'klimaatverandering' > 'wat is greene energie'

Greenpeace (3) en het Wereld Naruur Fonds (4) noemen waterkracht een groene vorm van energie. Toch is het een van de meest natuurvernietigende vormen

Rostra Economica april 2005

13


van energie. Op de foto zie je een stuwmeer in Thailand waar ik ben geweest. De dode boom links op de achtergrond geeft aan dat het waterpeil vroeger vee I lager lag, ongeveer 30 meter. Deze boom is afgestorven toen het water begon te stijgen na de bouw van dit stuwmeer in de jaren 70. Het hele gebied achter op de foto is toen volgelopen.

oerwoud op de bodem, inclusief bedreigde dieren, ontbinden in het stijgende water en daar komt ook CO, bij vrij. Hetzelfde geldt voor de oevers van de rivieren. Omdat de stuwdam het leven in de rivier blokkeert, sterft het ecosysteem in de rivier. Migrerende vissen kunnen niet meer terug de rivier opzwemmen en de aanvoer van voedingstoffen wordt tegengehouden.

lijk aiVal zoals kippenmest of houtsnippers, gewonnen uit de bosbouw in Canada. Greenpeaee, maar ook onze overheid, noemt dit een groene vorm van energie omdat er biomassa in plaats van kolen of gas wordt gestookt. Een onzinnige redenering: kolen, gas en biomassa zijn alledrie natuurprodueten en zullen bij verbranding alledrie Co, afgeven. De neveneffeeten van biomassa als 'groene' stroom zijn eehter nog veel erger.

5. World Wide Fund http://www.panda. orglabout_wwf/whaC we_dolfreshwaterl

Vroeger was dit een ongerept oerwoud. Er leefden olifanten en het was zo ongeveer de laatste plaats waar de indochinese tijger in het wild voorkwam in Thailand: nu dus niet meer. Het nadeel van stuwdammen is dan ook dat ze worden gebouwd op plekken waal' bergen al een soon kom hebben gevormd, zodat een groot gedeelte van de wanden van het toekomstige stuwmeer er al staat. Helaas zijn dit ook vaak relatief afgelegen gebieden, waar nog veel natuur te vinden is. Het wrange van waterkracht als groene stroom is dat het niet aileen de omgeving sloopt, maar ook zorgt voor rottende biomassa. Het

14

Het gebied stroomafWaarts van de dam zal dan minder begroeid raken, wat de CO, spiegel van de aarde verder verslechtert. (5)

problemS/infrastructurel damslproblems.dm 6. James Lovelock: Nuclear power is the only green

Merk overigens op dat ik bij de verwijzingen zowel WNF.nl als Panda. org heb gebruikt. In Nederland noemt het Wereld Natuur Fonds waterkracht de oplossing tegen klimaatverandering (terlvijl we hier nauwelijks hoogteverschil hebben), maar de internationale beweging stelt terecht dat waterkracht natuurvernietigend is. Welke milieu beweging voert tereeht en met juiste argumenten aetie?

solution. We have no time to experiment with visionary energy sources; civilisation is in imminent danger. Gepubliceerd in The Independent - 24 May 2004 http://www.ecolo. orgllovelock/ > 'Nuclear power is the only green solution (published in The Independent, 24

Tenslotte hebben we biomassa. Hieronder verstaat men natuur-

Rostra Economica april 2005

Kippenmest is een bijprodukt van de bio-industrie. Kippenmest als biomassa kan aileen grootsehalig worden gewonnen in fabrieken waarin kip pen op kleine ruimtes worden geproduceerd, zodat hun mest kan worden opgevangen. Door deze mest een commerciele toepassing te geven maakt men dus de bio-industrie winstgevender en kan deze beter eoncurreren met biologiseh vlees. Aan de ene kant subsidieert de overheid biologisch boeren, om daarna hun concurrent de bio-industrie een steun in de rug te geven middels de subsidie op groene stroom. Hoe zinvol is dit beleid?

May 2004)'

Daarnaast is ontbossing een ernstig, wereldwijd probleem. De landen waar de laatste 10% van onze oerbossen zich bevindt kappen bijna allemaal harder dan dat er bomen bijgroeien. Canada is een van die landen. Wat we dus vooral niet moeten doen is dit subsidieren, door de houtresten van deze onduurzame bosbouw te consumeren . Toch worden jaarlijks scheepsladingen vol met hout uit Canada naar Nederland geexporteerd, om in onze centrales te worden gestookt: wij willen namelijk groene stroom . Op deze manier


Kyoto

steunen we in feite de onduurzame bosbouw, omdat we beta len voor de bijproducten ervan . Energiewinning door hout te verbranden is eigenlijk letterlijk een methode uit het jaar nul. Laten we hier niet op terugvallen omdat we den ken dat we dan ons milieu redden. Oat doe je namelijk door bomen niet te kappen. Geen van de genoemde 'alternatieyen' is zowel milieuvriendelijk als grootschalig bruikbaar. Daa rom zouden we niet zo negatief moeten staan tegenover kernenergie.

Lovelock stelt dat zon-, wind- en waterenergie nooit in staat zullen zijn om de functie van kolencentrales over te nemen. Het is te weinig en te laat. Als we af willen van fossiele brandstoffen, en dat is nodig, zullen we dus moeten vertrollwen op kernenergie. Kernenergie heeft als enige huidige technologie het vermogen om in de wereldwijde vraag naar stroo m te voorzien, zonder Co, uitstoot. (6)

7. International panel on climate change. IPCC Third Assessment Report - Climate Change 2001: The scientific basis. http://www.grida . no/ciimatelipcc_tarl

HOE ZINVOL IS KYOTO?

8.

Groene stroom wordt voorgesteld als het wapen tegen klimaatveran-

Center for Astrophysics.

Harvard路Smithsonian "20th Century Climate Not So Hot". 31 maar!

Zo is het nog onbekend wat de invloed is van vulkaanuitbarstingen.

Ik ben niet de enige die zo denkt: professor Lovelock, de Britse wetenschapper en vooral natuurbeschermer is een voorstander van kernenergie. Hij is de grondlegger van de Gaia theorie, waarin het leven op aarde als een organisme wordt beschouwd. Elk orga nisme is dus een onderdeel van een groter geheel en heeft een bepaalde functie op aarde. Van zelfsprekend is Lovelock dus een natuurbeschermer, omdat geen van deze noodzakelij ke onderdelen mag worden weggenomen uit het grotere geheel. Binnen de milieubeweging, dus ook Greenpeace, is Lovelock een gerespecteerde persoon.

dering. Bij de noodzaak om op te treden tegen klimaatverandering wordt vaak de volgende grafiek gebruikt. Men noemt deze figuur de hockeystick, omdat er aan het einde van 20E eeuw een plotselinge opwarming zichtbaar is. Door deze opwarming smelten de polen en stijgt de zeespiegel, waardoor landen onder water komen. Het klimaatbureau van de Verenigde

Over deze weergave bestaat veel twijfel. We horen vaak op het nieuws dat aile wetenschappers het erover eens zi jn dat de mens de aarde opwarmt, maar dat is niet waar. In veel boeken en geologische tijdschriften twijfelen respectabele wetenschappers openlijk aan de juistheid van bovenstaande weergave. Een paar genoemde problemen :

2003. http://da-www.harvard. edu/press/pr0310.html

9. Nederlands Instituut

Hoewel kernenergie enorme bezwaren kent, zoals kernafVal dat voor terroristische doeleinden kan worden gebruikt, hebben we met de huidige technologie geen andere keus. Bovendien, kernenergie stoot in ieder geval geen broeikasgassen uit.

Naties, het !pec, schrijft deze stijging toe aan de uitstoot van Co, sinds het begin van de industriele revolutie in 1750. Sinds het begin van de 20e eeuw is de temperatll ur met 0,6 graden gestegen. (7)

voor Toegepaste Geo路 wetenschappenl Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO/NITG) http://www.natuurinformatie.nlllndb. mcp/natuurdatabase. nlli000385.html

(b) the past 1,000 years

- Vit onderzoek blijkt dat de aarde van 850 tot 1300 een opwarming kende, gevolgd door een afkoeling van 1300 tot 1900, respectievelijk de zogeheten Middeleeuwse warme periode en de kleine ijstijd . Dit blijkt uit verschillende studies met verschillende methodes, uitgevoerd op aile continenten. (8) Deze schommelingen blijken niet uit de hockeystick, die is samengesteld door onderzoek naar boomringen. Hoe juist is dan de weergave van de hockeystick? Wat veroorzaakte deze stijging en daling van de temperatuur in de middeleeuwen, en hoe weten we dat deze onbekende factoren ook nu niet meespelen?

NORTHERN HEMISPHERE 0.5

-1 .0

1000

Dale from thermometers (red) and trom tree rings, COI'\WI, jce cores and l'i:storic-al records lbkJ6).

1200

1400

1600

Year

1800

2000

- De peri ode van 1,8 miljoen jaar geleden tot 10 duizend jaar geleden noemen geologen het Pleistoceen. Dit is de periode van de ijstijden: de aarde valt plotseling in ijstijden, afgewisseld door warmere periodes. Op de top van de laatste ijstijd , het Weichselien, 18 duizend jaar geleden, is een derde van de aarde bedekt met ijs. Veel water ligt in bevroren toestand op het land zodat de zeespiegel maar liefst 40

Rostra Economica april 2005

15


meter Jager is dan nu. roo duizend jaar daarvoor lag de zeespiegel nog I tot 2 meter hoger dan nu, zodat Nederland onder water lag. (9) De opwarming die na het Weichselien volgde, samen met de enorme en inderdaad gevaarlijke zeespiegeJstijging tot het niveau van nu , vond zonder menseJijk ingrijpen plaats. - Het woord 'klimaatve randering' impliceert dat het klimaat in Nederland een vast patroon kent en dat enkel de mens dat verstoort. Niets is minder waar: er is een

en tijd op de x-as te kiezen kun je je klimaatboodschap dus net zo dramatisch maken aJs je zelf wilt. Omdat de kJimaatdesklindigen zelf zoveel onenigheid hebben over de oorzaken van de opwarming van de aarde is het verstandiger de argumenten voor Kyoto grondig te onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Het is goed mogelijk dat niet de mens, maar een natuurlijke oorzaak de aarde opwarmt. Veel mensen zullen bij onzekerheid echter zegge n: baat het niet dan

je de verkeerde gelooft is te groot. Daarom geloofik de waarschuwingen over kJimaarverandering niet bIind : ook de tegenstanders hebben sterke argumenten. De noodzaak voor meer onderzoek is het enige dat bewezen is. 10. IPCC; Climate Change 2001 : The Scientific Basis. Chapter 12, Detection climate change and anribution of causes. lOa.

De publieke opinie moet dus gemobiliseerd worden en dat is maar beperkt mogelijk.

Gislason, S.R., Snorrason, A., Kristmannsdonir, Sveinbjornsdonir, A.E., Torsander, P., 61afsson, J., Castet, S. & Dupre, B., 2002. Effects of volcanic eruptions on the C02 content of

tiental factoren dat het klimaat belnvloedt. Deze begrijpen we niet allemaal even goed , dat geeft ook het IPCC aan. (10) Soms is een van deze factoren, en niet Co" de oorzaak van klimaatverandering. Zo is het nog onbekend wat de invloed is van vulkaanuitbarstingen. Om die reden is het ook niet duidelijk welk gedeelte van de recente opwarming toe te rekenen is aan Co,. (loa)

schaadt het niet, better safe than sorry. Deze stelling werd onlangs ook verkondigd door oud-milieuminister Winsemius (WD) in Nova: hij stelt dat het verhaal van het !PCC weliswaar een beerje rammelt, maar dar je beter het zekere voor het onzeker kunt nemen. 'Als je in de mist rijdt en tvvee van de drie weten schap pers zeggen dat er een rood stoplicht is, kun je beter stoppen'.

- Statistieken kunnen zo gemanipuleerd worden om alles te bewijzen wat de statisticus wil. ((rIb) Het Co, gehalte in de atmosfeer is nu 30% hoger dan aan het begin van de indllstriele revolutie in 1850. Oat lijkt hoog, maar op de grens van het Eoceen en Oligoceen, 34 miljoen jaar gel eden , was het Co, gehalte 300% hoger dan in 1850 . (lla). Hierbij valt de stijging tussen 1850 en nu dus in het niet. Door een bepaalde schaal

Hier ben ik het niet mee eens . Er zijn dus gerenommeerde wetenschappers die beweren dat de mens de temperatuur op aarde zo heeft verhit, dat het nu warmer is dan ooit. Er zijn ook gerenommeerde wetenschappers die roepen dat deze verklaring onzin is. Ik beschik niet over de kennis om in deze discllssie een bijdrage te leveren oWat ik wei weet is dat je kennelijk geen van de partijen op zijn woord moet geloven. Het risico dat

the atmosphere and the oceans: the 1996 eruption and flood within the Vatnajokull Glacier, Iceland. Chemical Geology 190, p. 1B1 -205 11 a. DeConto, R.M. & Pollard, D., 2003. Rapid Cenozoic glaciation of Antarctica induced by declining atmospheric C02. Nature 421, p.

16

Rostra Economica april 2005

Dan nog zal men zeggen: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar bij Kyoto schaadt het weI. Verminderen van de uitstoot van Co , betekent ook een economische schadepost. Als de Europese Onie en de Verenigde Staten wei, maar de opkomende ontwikkelingslanden (India, China, Brazilie en Mexico) niet meedoen met Kyoto, kan de schade voor de deelnemende landen oplopen tot 4,8% van hun gezamenlijk nationaal product. Op dit moment is 4,8% van het gezamenlijk product van de Europese Unie en de Verenigde Staten gelijk aan meer dan duizend miljard Euro per jaar. Ik noem dat een behoorlijke schade. Als de opkomende ontvvikkelingslanden weI meedoen zou de schade nog wei kunnen dalen tot een kwart van het genoemde getal. (12)

245-249. 12. How much does a 30% emission reduction cost? Macroeconomic effects of post-Kyoto climate policy in 2020 Johannes Bollen,

Is een Kyoto genoeg? VoIgens het IPCC niet. De des kundigen van het TPCC stellcIl dat we op korte termijn onze Co, uitstoot moeten terugbrengen met 50 tot 70% van wat het nu is, om de opwarming een halt toe te roepen. Kyoto voorziet in minder dan 10% hiervan. Er zullen dus nog 10 Kyoto's moeten komen om dit doel te halen en gezien de weerstand die er tegen bestaat lij kt me dat niet waarsc hijnlijk.

Ton Manders, Paul Veenendaal. Centraal Plan bureau, september

2004

Een recent succes voor de Kyotovoorstanders is de ratificatie door Rusland. Rusland tekende het verdrag al in 1997 maar wachtte tot


Kyoto

2004 am het te ratificeren. Waaram duurde de beslissing zo lang? AI in 1997 hadden Russische wetenschappers twijfel over de kracht van het bewijs random Kyoto. Dat was voor president Putin jarenlang een reden om het verdrag niet na te leven. Zonder Rusland was Kyoto dood geweest: in de oorspronkelijke tekst staat dat de deelnemende land en 55% van de wereldwijde Co, uitstoot voor hun rekening moesten nemen. (na) Omdat Amerika, een grote vervuiler, zich in 2001 terugtrok uit Kyoto (nb), was Russische deelname essentieel: zonder haar zou de 55% niet worden volgemaakt. Maar Russische wetenschappers bleven twijfelen en Putin bleef op aanraden van zijn adviseurs weigeren Kyoto te ratificeren. Tot mei 2004. Toen besloot de Europese Unie de Russische toetreding tot de wereld handelsorganisatie (WTO) te steunen . Meteen daarna beloofde Putin om Kyoto uit te gaan voeren . Het wetenschappelijk bewijs voor de noodzaak van Kyoto is in 2004 echt niet gegroeid. De enige reden waarom Kyoto nog leeft is dus dat Putin er politiek wisselgeld mee kon binnenhalen: als ik bij Kyoto wat toegeef, kan ik bij de WTO wat meer Eisen stellen. (nc) 'Rusland redt Kyoto ' , schreeuwt Greenpeace. (nd) Maar de gang van zaken rond de toetreding van Rusland illustreert hoe wankel het wetenschappelijke bewijs rondom Kyoto eigenlijk is. Het verdrag zou een stille dood zijn gestorven als er voor Rusland geen poiitiek slaa~e uit was te slaan. Ais politiek en wetenschap elkaar ontmoeten, delft het wetenschappelijk gehalte van de discussie het onderspit.

MIJN ALTERNATIEF Ik stel voor dat we geen lOOO miljard Euro per jaar aan waarde gaan vernietigen , voor een verdrag gebaseerd op een hockeystickgrafiek, die waarschijnlijk onjuist is. Naar mijn mening moeten daarom de volgende drie beslissingen worden genomen.

natuurlijke faeturen toch veranden.

12b. http://www.whitehouse. gov/news/relea路

1) Nederland stopt met groene stroom. Nederland stoptde subsidie op groene stroom. Zonder subsidie zijn bijvoorbeeld windmolens niet meer concurrerend en stopt de bouw ervan vanzelf. (13) Windmolens hebben nooit het vermogen om de aarde van betrouwbare energie te voorzien . We hebben er in Nederland al wei enkele duizenden staan, zodat onderzoek naar verbetering ervan door kan gaan. Het beeindigen van de uitbreiding va n groene stroom brengt dus wetenschappelijke kennis en onze stroomvoorziening niet in gevaar. Het levert wei een flinke besparing op .

ses/2001l06/20010611-

2.html

12c. Trouw, 01 -10路2004 12d. Greenpeace http://www.greenpeace. nl/news/details?item_ id=623667&campaign_ id=4537

13. http://www.vrom.nl/pa路 gina.html?id=6985 14a.

hnp://www.coe.intITl FIAffaires j uridiquesl Vue_d'ensemblel Activit%E9s/BrochureDGI(2004)F.pdf 14b.

2) Nederland stapt uit Kyoto Nederland stapt uir Kyoto omdat dir verdrag veel kost, weinig oplevert en misschien wei gebaseerd is op onjuiste aannames. Ais de broeikastheorie wei klopr en CO,-uirstoor de kans op oversrromingen vergroot, dan hebben we inderdaad een probieem . Maar het heefr dan geen zin om mee re doen aan een verdrag waaraan de helft van de wereldbevolking (waaronder de VS, China en India) toch nier meedoet. Te kunt als Nederland voor dat geld dan beter je dijken ophogen . Hetzelfde geldt voor her geval dar de broeikastheorie nier klopr: ook dan heefr her geen zin om de Co, uitstoor te verminderen als het klimaat door

3) Nederland wordt een kenniseconomie De miljarden die door de vorige srappen zijn uitgespaard gaan naar onderzoek en onderwijs. Zo maken we van Nederland een kenniseconom ie, iets waar Ba lkenende het vaak over heeft maar niets mee doet. Veel geld en energie mag er besteed worden aan onderzoek naar de werkelijke redenen van het opwarmen van de aarde. Er wordt aetief gezoeht naar nieuwe, schone reehnologieen om grote hoeveelheden energie op te wekken. Zolang deze technologie er nog niet is vertrouwen we op kernenergie. De rest is toch ofte weinig, ofte milieuonvriendelijk. We anticiperen dus op een stijgende vraag naar energie in de wereld. Daarmee verla ten we de weg van Kyoto want die gaat uit van het matigen van energiegebruik en verminderen van industriele activiteit. Matigen en verminderen liggen niet in de menselijke aard .

Verklaring van Ella Kalsbeek, destijds staatssecretaris van Justie. http://www.justitie. nl/pers/speeches/archiefiarchieU001118 12_2001 .asp. 14c. Kids as commodities? Child trafficking and what to do about it. Mike Dottridge, Terre des Hommes (2004). http://tdh.ch/cms/file路 adminlsite_uploads/el pdf/projekte/schwerpunktthemen/DottridgeStudy_en.pdf

Terwijl de klimaatdeskundigen onderzoeken ofhet eigenlijk wei nodig is om Kyoto uit te voeren, kunnen we onze aandacht op andere zaken richten. Zo zijn er enkele problemen die urgenter zijn dan Co , uitstoot, maar waar de ijsbeer van Essent geen aandacht voor vraagr. Den k bijvoorbeeld aan kinderprostitutie. In 2001 is in Yokohama, vlakbij Kyoto, afgesproken om seksuele uitblliting van kinderen hard aan te pakken. (14a). Ook Nederland zou zich hierbij aansluiten. (14b) Toch gaat de handel in kinderen onverminderd door: zo zijn er in 2003 ongeveer 1,2 miljoen kinderen verhandeld. (14C)

Rostra Economica april 2005

17


Kyoto

Er zijn naast Kyoto en Yokohama nog een hoop plaatsen waar wereldleiders afspraken maken om er vervolgens niets mee te doen. Zo hebben we onder andere Birmingham (1998, verlichten van de schuldenlast van de derde wereld) en Rome (1998, oprichting van een internationaal strafhof voor oorlogsmisdadenl. Kunnen we niet en Kyoto uitvoeren en dit soon menselijke problemen aanpakken? Nee, want beiden vergen een grote betrokkenheid van de belastingbetaler in de rijke landen. De publieke opinie moet dus gemobiliseerd worden en dat is maar beperkt mogelijk. Doe het dan met mate en met rede. Als we bang worden gemaakt door Greenpeace en daar naar handel en, zal er een onterechte zelfgenoegzaamheid ontstaan. 'Ik heb al groene stroom en heb daarmee de wereld gered. Ik heb mijn bijdrage dus al geleverd', zal de N ederlander denken. Zoiets hebben we gezien bij de tsunami op tweede kerstdag. Na-

18

dat er per Nederlander een tientje was ingezameld, nam de bereidheid om aan andere 'goede doelen' te geven af. Op dit moment zijn er grote tekorten aan hulpgoederen in bijvoorbeeJd Darfur (Sudan). De inwoners van Darfur zijn dus eigenlijk ook tsunami-slachtoffers, terwijl ze van de beving zelf niets hebben gemerkt en niet eens aan het water wonen. In mijn dromen worden wereldwijde problemen opgelost na zorgvuldig beraad. De noodzaak tot ingrijpen wordt grondig onderzocht en er worden prioriteiten gesteld: de meest mensonterende situaties worden als eerste aangepakt. In mijn droomwereld wordt de discussie gevoerd door wetenschappers en een betrokken samenleving. Er is daar geen plaats voor schreeuwende actiegroepen. Zij hebben namelijk grote budgetten om hun mening te verkondigen, maar dragen inhoudelijk weinig bij aan de wetenschappelijke discussie. Op die manier dreigen de zwakken vergeten te worden.

Rostra Economica april 2005

Het meisje op de foto onderaan is een vluchtelinge uit Darfur. Daar is sprake van schending van de mensenrechten, maar de wereld lijkt niet te willen ingrijpen. Zij gaat nu een onzekere toekomst tegemoet. En dat terwijl de we reid zichzelfheeft beloofd dit soon onrecht, waar kinderen massaal het slachtoffer van zijn, niet langer te accepteren. Ik vind dat we eerst wat aan deze situatie moeten doen, voordat we verdragen gaan uitvoeren waarvan hetwetenschappelijke fundament rammelt. Een menswaardige behandeling voor iedereen is een noodzaak voordat we gezamenlijk milieuproblematiek kunnen oplossen. Mensen in ontlvikkelingslanden zijn niet gelnteresseerd in de theoretische mogelijkheid dat de aarde opwarmt omdat we Co, uitstoten, als ze elke dag moeten vechten om te overleven. Uit solidariteit zouden wij net zo moeten denken. Kyoto kan wachten, Yokohama niet.


Hoe zorgt een land als Nederland ervoor dat het wordt gehoord op het wereldtoneel. Het kiest voor de kracht van de inhoud: het investeert in kennis van zaken . Zodat het tegenstellingen kan overbruggen en de samenwerking kan bevo rderen tussen bijvoorbeeld de landen van de Europese Unie, tussen Europa en Amerika en tussen rijke en arme landen . Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) geeft Nederland een stem over de grenzen. De groeiende comple xiteit van de wereld vraagt om steeds meer co6rdinatie, analyse en strategie. Het terrein waarop BZ actief is, is even breed als boeiend . Thema's als het Stabiliteits- en Groeipact, de Lissabonstrategie, het Europees belastingbeleid, handelsbevordering in Azie, armoedebestrijding en de schuldenproblematiek in ontwikkelingslanden, staan op de agenda. leder najaar werft BZ circa vi jftien

jonge, talentvolle academici. Ge'i nteresseerden

weten dat hun

capaciteiten aanzienlijk moeten zijn. Het is noodzakelijk dat je complexe onderwerpen snel weet te doorgronden. Vrijwel onmiddellijk l.rijg je als (junior) beleidsmedewerker de kans mee te denken over grote vraagstukken . Je bent breed ge'interesseerd en ziet de samenhang tussen nationale en internationale ontwikkelingen . Je bent fle xibel en toont initiatief. BZ biedt je tal van mogelijkheden je persoonlijk te ontwikkelen. Je carriere za l onverwachte wendingen nemen: waar vind je een organisatie waarin iedereen elke 3

a 4 jaar van

functie en vaak van standplaats verandert? Je hebt respect voor andere culturen, opvattingen en ideeen. Na een periode waarin je vanuit Den Haag bijvoorbeeld het WB- en IMF-beleid voigt in partnerlanden, ben je vervolgens misschien een aantal jaren in een ontwikkelingsland gestationeerd om daar microkredietprogramma's en het begrotingsbeleid mede vorm te geven. Het ministerie van Buitenlandse Zaken biedt je geen baan, maar een loopbaan . Ben je academicus, heb je 1 tot 3 jaar werkervaring, een goede beheersing van het Engels en Frans en ben je goed genoeg om Nederland op het wereldtoneel te vertegenwoordigen, denk dan eens na over een loopbaan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken . Kijk

....

informatie op

...... ....

v~~r

meer

www.minbuza.nl

Ministerie van Buitenlandse

I r

Buitenlandse Zaken

Zaken. Wereldwijd thuis.

Werken bij ~ Als je verder denkt


The economic incentive for ideological progress The Third World is strongly focused on economic growth and is still struggling to crawl out from its colonial past. It is economically weak and largely dependent on the richer West. Therefore it couldn't possibly take a leading role in sustainable development. Nevertheless its importance should not be underestimated, considering the size of the markets in the developing countries. The United States reaction on one of the most ambitious attempts to put a halt to global warming, the Kyoto protocol, was that it was too expensive. Therefore, as one of the world's largest and most powerful economies, the European Union finds itself in a rather appropriate position to take the lead in the global debate on environmental problems, climate change and sustainable development. Europe engaged The European Union can be considered as a democratic and institutionalised cooperation bet\'Veen European countries that share a great num ber of values as well as interests. It is fair to say that the treaties this Union is based upon, as well as the project for a constitution for Europe, express the values of the European people. This implies that the European people have committed themsel ves to striving toward sustainable development, a higher level of protection and improvement of the quality of the environment, as well as the eradication of poverty in the world.

During the Earth Summit in Rio di Janeiro in 1992, some 170 countries committed themselves to protect the environment and to eliminate poverty in the world . The realisation of the objectives however, progressed slower than expected, and in some domains the situation aggravated. One of the reasons is that in the richer countries the levels of consumption didn't drop. In France the

20

pressures on the territories and the ecosystems increased significantly. The amount of waste generated and the amount of carbon-dioxide emitted continue to rise.' Later on, in the foHow-up of agreements made with count.ries sharing the same views on renewa ble energy sources, the so-called "Johannesburg Renewable Energy Coalition", the European Union has adopted an action program. In this program the EU sets itself as a goal to attain a level of 12% of "green" energy out of the total European energy production. However, on the 28th of September 2004, the EU commis s ioner for Energy said that the amount of renewable energy in the total energy production is stagnating around 6%, seven years after the goals have been established , with less than six years to reach 12%.' To reduce the worldwide emission of carbon-dioxide, the European Community committed itself to the Kyoto protocol, whereas the country responsible for most of the pollution, the US, did not. The Eu-

Rostra Economica april 2005

Tekst: Julien Sunye

ropean Community declared that its quantified emission reduction commitment under the Protocol would be fulfilled through action by the Community and its Member States "within the respective competence of each and that it has already adopted legal instruments, binding on its Member States, covering matters governed by the Protocol. "3 Yet, there are no strong signs of economic growth going hand in hand with a decrease in carbon-dioxide outputs. On the cOntral)" by the year 2030 expectations are that the EU carbondioxide emissions will have risen with 18% compared to the level of carbon-dioxide output in 1990. The challenge Of course, the economy as well as its growth , be it infinite or finite, we pursue, are heavily dependent on energy. Because we wish to realise economic growth, we will need more and more energy to fuel this process. For its energy consumption, the EU is heavily dependent on energy imports from the Russian Federation and the Middle-East. The geopolitical situation in these regions is very unstable, even more nowadays than a couple of years ago , with an increase in terrorist threat and the war in Iraq.

In the future worldwide energy dem a nds will increase with about 1.8% a year. In the year 2030 the developing countries will be responsible for more than half of all. energy demands in the world, whereas they account. for only 40% today. In the year 2030 the fossil fuels will remain the most important energy source. If we consider that the total energy demand will rise worldwide, that


European Union Energy Policy and Sustainable Development

the increase in energy demands is strongest in developing countries, that the most important energy source will remain fossil fuels, that those sources can be found mostly in those developing countries, and that those countries are located in rather unstable geopolitical regions, it is fair to say that the European Unions economy, as well as its strength and growth in the future, are strongly dependent on very uncertain factors. Environmentally friendly production methods are often seen as not very profitable economically. This is seen as one of the reasons why renewable energy sources aren't exploited, and why green techno-

of renewable energy becomes a matter of national discussion. One of the pillars of the European economy is the common market. rfthis economy wants to subsist and to grow, and energy imports should for one reason or another come to a halt, then it wouldn ' t be hard to imagine what would happen to the economy if only a small number of countries has been able make their economies rely on renewable energy. This is something all governments, citizens and enterprises working in the member states should understand. Therefore the European Union should not only set out common objectives, as they did on many

In the future worldwide energy demands will increase with about 1.8% a year. logy isn't applied at larger scales . If the European Union wants to secllre its economic growth and power in the future, it would be wise to free itself from its dependence on energy imports from unstable regions in the world. Besides, not investing more in renewable energy sources than is being done now, only comes down to postponing the decisions that will have to be taken sooner or later, as the energy sources we depend on now, will be depleted eventually. The European Union has a common energy policy, and negotiates as a Union with other countries regarding the energy imports. But when it comes to renewable energy, all member states do as they wish, and the exploitation

occasions as we have seen, but also turn these into a common action plan or strategy. Just as the EU was able to secure food supply independence through the Common Agricultural Policy after the Second World War, they should now realise a "Common Renewable Energy Strategy", to make sure that they become independent from energy imports . And this can only be realised by investing, developing and exploiting renewable energy sources, as there is a physical lack offossil fuels present in the EU to support its economy, let alone its future growth. Such a strategy would not only help secure the economy in terms of production, but would obviously also lead to a more sustainable

economy. Of course from an ecological point of view we would have to do something about the pollution that still goes hand in hand with production. But ecologists are not in the majority, so to do something for the environment it would be wiser to provide the majority with arguments that they consider important. The energy dependency of the EU could be such an argument. Conclusion

As a community, the EU has set itself objectives regarding a cleaner environment and sustainable development that find their expression in different treaties. Like many other communities , the EC is built for an important part on an economy. The governments, many of the citizens and enterprises in the EU strive toward economic growth. Yet one of the key factors in this economy and its growth, the energy provision, is a highly unpredictable one, on which it is hard to make assumptions for the future. The ideological and technical value of a cleaner environment could find its expression in policies, if they go hand in hand with economical interests, as these are mostly rather heavy weighing interests when it comes to policyand decision-making. If the EU, together with enterprises and citizens, could be convinced of the importance of energy independence for the future of economic growth, they might be prepared to invest more in sustainable development and the exploitation of renewable energy sources. This way the realisation of goals set in the past might become much more realistic. IlJ]

Rostra Economica april 2005

21


US' Acid Rain Program

The effectiveness of the

US' Acid Rain Program The United States' acid rain program implemented a nationwide market for electric utilities' sulfur dioxide (SO) and included voluntary compliance possibilities for nonaffected sources. The intention is to cut the nationwide emissions with 50% of the 1980 level. How does this program exactly work? And how are the chances of succeeding in achieving the goals? Sulfur dioxide is a s ubstantion that is causing great damage for the environment. It is usually put in the air in certain production processes, mostly when burning fossil fuels. This leads to acid rain, which doesn't only hurt the environment, but also damages statues, buildings and other infrastructure. Another feature is that there is localized damage. So where the SO, is emitted, there it will cause damage when it falls down as acid rain. Set-up of the program The program was divided in two phases. The first phase of the emissions reduction was achieved in 1995 , a nd individual emission limits were assigned to the 263 most SO ,-emissions intensive generating units at IIO electric utility plants. These are operated by 61 electric utilities, and located largely at coal-fired power plants east of the M ississi ppi River. The Enviro nmental Policy Agency (EPA) allocated emission rights on an ann ual basis, a specified number of allowances related to its sha re of heat input during the base line period that ran from 19851987. The second phase began on lanuari 1st 2000, and brought all fossil-fuel electric power plants into the system.

Cost-effectiveness is promoted by permitting allowance holders to transfer their permits among one another, so that those who can

22

reduce emissions at the lowest cost have an incentive to do so and sell their allowances to those for whom reducing the cost would be greater. Furthermore, the the participating companies were obliged to install continuous emissions monitoring equipment. The supervision of that was in the hands of the EPA . Allowances can a lso be banked for later use. The anticipated result is that marginal abatementcosts will be equated across sources, thus ac hieving aggregate abatement at minimum total cost. Compliance is encouraged by a penalty of$2000 per ton of emissions that exceed any year's allowances, along with a requirement that such excesses be offset the following year. Normative lessons The approach of this program has been slightly different than normally seen in environmental topics . Most of the time there is a so called command a nd control approach , in which participants are obliged very stricl y to so me guidelines, rules and numbers. But this approach , which is called marked based, ca n be considered as profitable, for instance because of the possibility to store allowances. This kept the sys tem flexible and alJowed companies to hedge against uncertainty. Furthermore the market based approach brings along some sort of flexibility, namely the ability for companies to use tlle most cost-effective means

Rostra Economica april 2005

Tekst: Damien Morgenstond

of reducing emissions . Finally there were also absolute caps. Not only was it more clear but it reduced the transaction costs of the system. There are also (possible) inefficiencies. For instance the free allocation of permits. That causes a slight effeciency problem, since studies have shown that auctions would have had 25% less costs. Another drawback is the voluntary participation. That can result in an adverse selection problem, when only agents with low marginal costs or excess allowances will optin. Finally, a comment one could have on the program is that there is no clear time-horizon. The goal is to reduce the emission with 50% from the 1980 level , but nobody talks about the period in which this s hould be achieved. Overall conclusion One thing that should immediately be mentioned is that trade-

able permits seem to be very successful. It is a new, refreshing and less costly approach that seems to have the approval of all parties. It is a method that should be considered to be applied on other (environmental) topics as well. Furthermore the latest results are positive. The emission levels are already about 25% to 30% less than in the base year level. Even though it cannot be said in what period the 50% reduction goal will be fulfilled, the development at this moment is very positive. Some further empirical re sea rch has to be done, but despite so me uncertainties, cautious optimism is not misplaced at all. Eve n though there has been some fear for the advese selection problem and even though it has occured, it has not even come close to dominating the results of this project. In other words, it has turned out to be only a minor drawb ack and it has not conAicted with achieving some great results already. Therefore it is not surprising that otller countries and continents are exploring the possibilities of copying this program for their area. And not only concerning SO, level ; there are a lot of plans to implement tbis kind of programs on other environmental issues . Ilยง


Kom jezelf tegen. Heineken Business Course 2005.


From insularity to openness: Discipline in the Irish Accounting Profession

Teks! Prof. Dr. Brendan O'Dwyer

The accountancy profession in Anglo-Saxon countries operates under a system of delegated self regulation whereby it regulates itself with some oversight from the state. This professional status assumes some acceptance of societal obligations. Ethical codes together with rigorous, accountable and transparent disciplinary processes to enforce them are often the most concrete cultural form in which these obligations are acknowledged. For example, through readily declaring the public interest, these codes facilitate professions' claims to act in the public interest thereby maintaining confidence in them among public and state bodies. However, recent research directly questions this proclaimed public interest role, in particular in the Irish, UK and Australian contexts. This article, drawing on a number of prior studies!, discusses how three 'events' in the Irish context forced the Irish chartered accountancy professional body (leAl) to explicitly recognise its public interest responsibilities despite intense initial resistance. It traces the initial insular, private nature of the body and its resistance to embracing public accountability for its disciplinary procedures to an enforced acceptance of a public duty.

24

Rostra Economica

april 2005

1. See: O'Dwyer, B. (with M. Canning) (2003). "A Critique of the descriptive power of the Private Interest Model of Professional Accounting Ethics: An examination over time in the Irish context", Accounting, Auditing and Accountability Journal. Vol. 16 No. 2, pp. 159185; O'Dwyer, B. (with Canning, M.). "The Influence of the 'Organisation' on the Logics of Action Pervading Disciplinary Decision Making: The Case of the ICAI", forthcoming in Accounting, Auditing and Accountability Journal; O'Dwyer, B. (with M. Canning) (2001). "Professional Accounting Bodies' Disciplinary Procedures: Accountable, Transparent and in the Public Interest?", European Accounting Review, Vol. 24 No.4, pp.725-749.

Event 1- The' Beef Tribunal' In 1994, revelations arising from the Report of the Tribunal of Inquiry into the BeefProcessing Industry (hereafter the Beef Tribunal) into alleged ta x evasion and other malpractices in the Irish beef processing industry implicated members of the ICAI in the setting up of illegal tax avoidance schemes. A tribunal of this nature was an extremely rare occurrence in the Irish context at this time and the findings prompted private disciplinary inquiries by the ICAL Despite the public furore regarding the BeefTribunal findings and the question s raised about some of its members , the ICAI refused to publicly react to the report. While one member was disciplined, neither the individual's name or any indication of the outcome of the internal inquiry was ever published. The body exhibited little conception of its public responsibilities despite repeatedly proclaiming the public interest nature of its ethics codes. A former [CAl president considered the situation to be so serio us that he tried to raise issues publicly in a letter to the ICAI members' journal Accountancy Ireland. The journal, however, refused to publish the letter lest it "pre-judge the disciplinary process that was undenvay" given "the sensitivities of some of the issues". The reluctance of the ICAI to publicly name the member disc iplined also caused much internal strife and concern with some lay (non-accountant) members of disciplinary committees claiming they were excluded from key decision processes sur-


rounding disciplining members involved in the alleged tax evasion. Event 2 -The McCracken Tribunal In August 1997, the Report of the Tribunal ofInquiry (Dunnes Payments) (hereafter the McCracken Tribunal) into, inter alia, claims of payments to politicians named a number of prominent ICAI members thought to have been involved in the process. As part of its disciplinary apparatus, the lCAI set up a committee to investigate these members. By establishing this committee, the ICAl, under its disciplinary rules at this time, effectively acknowledged the public interest nature of the case. This investigation would have proceeded in a completely private manner

in on their disciplinary hearings . The lCAl refused categorically but Harney persisted and issued a thinly veiled threat indicating she would reconsider their delegated self-regulatory status if they did not accede to her request. This pressure prevailed and the lCAI relented by permitting a government observer to attend their hearings. They a lso appointed a former Supreme Court judge to chair the inquiry (The Blayney Inquiry) and made a commitment to publicising the inquiry's final report. In an apparent response to the concerns raised as a result of the above two tribunals, the Council of the ICAl approved proposals to make its disciplinary process more

"They should grab the opportunity to tidy up their public image" but for severe external pressure initially imposed through the print media. However, despite the media calling for public hearings, the lCAl again adopted an extremely defensive stance and made a public statement declaring that it "wishes it to be known that its procedures and affairs are private". The level of insularity and , indeed , arrogance, in this statement astounded many commentators. On this occasion, the storm clouds hovering over the disciplinary process failed to dissipate and the Irish Deputy Prime Minister, Mary Harney, publicly called for the body to act in a more open and transparent manner. She met with lCAl leaders and insisted that an observer be allowed to sit

open and transparent in May 1998. The internal discussion surrounding these proposals caused much bitterness and conflict. Under the new proposals, certain inquiries would now be held in public, the procedures for dealing with complaints were to be speeded up, a greater representation of nonaccountants (lay members) was allowed on the disciplinary committees and sanctions imposed by the process were to be publicised more extensively. These changes represented an about turn by the same body that greeted the Beef Tribunal findings with silence and a degree of irritation that any external organisation or person should question, or indeed intervene in, the private operation of their

disciplinary proceedings. However, concerns remained about the apparent mystique still surrounding the process, especially the difficulties involved for complainants in initiating complaints. Event 3: The DIRT Inquiry The level of public intrusion into the ICAI's procedures was, however, far from over. While Harney initially stated that she would await the outcome of the Blayney Inquiry before making any decisions regarding the delegated self-regulatory status of the profession, subsequent events overtook the Inquiry. In 1999, revelations regarding the widespread non-payment of deposit interest retention tax (DIRT) on bank deposit accounts led to the setting up of a Parliamentary Inquiry into DIRT by the Irish Parliament'S Public Accounts Committee (PAC) (hereafter the DIRT Inquiry) which was televised live. Auditors came in for severe criticism given their failure to uncover the wide-scale use of bogus non-resident bank accounts and their failure to signal potentially large DIRT liabilities which could have affected the solvency of some Irish banks in the 1980s and 1990s. Serious question marks over the delegated self-regulatory status of the accounting profession, and, in particular, concerns as to the effectiveness of the disciplinary process of the lCAl, were raised and publicly debated. This represented yet another intrusion into a process that a mere six years earlier operated in a completely private manner. In response to a recommendation by the PAC, a review group on auditing (RGA) was formed to investigate, inter alia, the operation

Rostra Economica april 2005

25


Article

of delegated self-regulation within the accounting profession. A key recommendation was the setting up of an independent statutory oversight board to supervise the regulation of accountants by the various accountancy bodies. It was to be independent of both the profession and government with the power to impose sanctions where supervisory failures occurred. The most controversial element of the suggested amendments to the disciplinary process involved the right of the proposed oversight board to intervene in misconduct cases. This potential role in "operational"

and spoke of the RGA proposals creating the "toughest regulatory regime in the world". The RGA chairman responded indignantly, claiming that this "sort of ponderous reaction by accountancy bodies is exactly the kind of thing that has contributed to their problems. They should grab the opportunity to tidy up their public image". While these pressures were mounting, the Blayne)' Inquiry was steeped in problems. The initial report was not completed until May 2000 but could not be published as

When the report was finally published, it met with a lukewarm reaction with many of those criticised claiming they had been totally exonerated by the findings. issues was rejected by the ICAl as it was deemed inconsistent with a supervisory function and could totally undermine the ability of the accountancy bodies to effectively regul ate members . The then ICAl president stated that the ICAI would not tolerate this supervisory board undermining its own disciplin a ry work and questioned whether "this oversight board would have the expertise to effectively regulate the whole accountancy profession in Ireland". This initial ICAI response to the RGA report was s urprisingly negative given the apparent weight of public opinion behind the report. The ICAI president proceeded to engage in scaremongering

26

it was subjected to two and a half years oflega l challenges , in particular by some' Big 4 ' accounting firms who had partners implicated in the findings. This a ffected the ICAl' s fin ancial base considerably with membership fee s rising dramatically to help cover mounting legal costs. Some questioned the power of the Big 4 over the ICAI given their access to tremendous financial resources. When the report was finally published, it met with a lukewarm reaction with many of those criticised claiming they had been tota lly exonerated by the findings . For the ICAI, its publication marked the end of a period of uncomfortable public scrutiny.

Rostra Economica april 2005

Conclusion The past ten years have seen tremendous social and economic change in Irish society and many 'sacred cows' such as the Catholic church and elements of the state and bus iness sectors have been exposed gi ven their unacceptable behaviour throughout the 1980s and 1990s . The fact that the ICAI and , in particular, its disciplinary procedures are now more open and transparent reflects these broader changes. The last ICAI president stated on publication of the Blayney Inquiry report that: ... if criticism has been levied at the rCAI over the [disciplinary] process much of it has been based on the fact that the procedures in place before 1997 don't stand up to scrutiny in 2003. We would have no difficulty accepting that. Many would argue they did not sta nd up to scrutiny in 1997, but the ICAI was unwilling to countenance this view. Their acceptance now is a move in the right direction towards more explicit concern for accountability to the public, which is key to their professional mandate.

Professor Brendan O'Dwyer Professor of Accounting Amsterdam Graduate Business School University of Amsterdam Roeterss traa t u 1018 WB Amsterdam The Netherlands Tel: +31 20 525 4260 Email: b.g.d.odvvyer@luva.nl


ons idee van 3-delig grijs~

Bij PricewaterhouseCoopers zijn we gek op grijs. Niet zo zeer het wolienpakkengrijs, maar juist het slimme grijs. We zoeken het kleurrijke type dat zijn grijze hersenmassa graag deelt met anderen. Laat ons weten hoe kleurrijk jij bent en neem con tact op met Amarins Renema (020) 568 60 91, mail naar amarin s.renema@nl. pwc. co m of kijk op www.pwc .com/nl/careers

*connectedthinking â&#x201E;˘ Š 2005 PricewaterhouseCoopers. Aile rechten voorbehouden.


Verschoningsrecht ook voor belastingadviseurs en accountants Tekst: Bernard Bak

Het vonnis uitgesproken tegen Ernst L., een fiscalist, bracht mij op het idee om eens stil te staan bij het verschoningsrecht dat een accountant of belastingadviseur niet heeft, maar bijvoorbeeld een advocaat of notaris weI. Het verschoningsrecht is een recht waarop men zich kan beroepen in fiscale strafzaken. In dit artikel wordt een eventueel verschoningsrecht besproken, indien dit recht ook toekomt aan accountants of belastingadviseurs. Toekenning verschoningsrecht aan (register)accountant en belasting-adviseur Niet iedere geheimhouder komt een verschon ingsrecht tegenover de strafrec hter ex art. 218 Sv toe. Erkend is her verschoningsrecht van de advocaat, geestelijke, notaris en arts maar niet erkend is het verschoningsrecht van de belastingadviseur en registeraccountant. Achterliggende gedachte hierbij was tot nu toe dat deze twee laatsten niet gezien kunnen worden als 'hulpverleners ', aangezien zij meer als controleurs dan als vertrouwenspersonen aangemerkt kunnen worden. Echter, hier moet ook nog een onderscheid in aan-

verschoningsrecht ten aanzien van de positie van de registeraccountant, gevolgd door het verschoningsrecht ten aanzien van de positie van de belastingadviseur.

gebracht worden. Een accountant kan zowel een adviseur zijn op basis van accountancy, als een controJeur (audit). Een belastingadviseur heeft doorgaans een adviserende taak. Maar is dat in de huidige maatschappij nog wei ZO' Beiden nemen in het hedendaagse maatschappelijke leven een belangrijke functie in waarin ze een voornaam en algemeen belang dienen. Hierdoor worden ze in zekere zin onmisbaar . De probleemstelling luidt dan ook:

53a AWR) neemt als uitgangspunt aan dat mensen door geestelijke, lichamelijke of socia Ie moeilijkheden genoodzaakt zijn tot het zoeken van hulp bij hen die door de gemeenschap als de daartoe geschikte deskundigen worden erkend. Het gaat hierbij om hulp die aIleen bij algehele openheid en eerIijkheid kan worden verleend. Gegeven het feit dat de hulpverlener tevens verschoningsgerechtigde is , bewerkstelligt die openheid en eerlijkheid natuurlijk nog eens extra. Het functionele verschoningsrecht strekt zich, naast het afteggen van een getuigenis en het beantwoorden van bepaalde vragen ook uit tot inbeslagneming, doorzoeking ter inbeslagneming en het bevel tot uitJevering van voorwerpen. De verdachten of getuigen met een

Moet aan de registeraccountant en de belastingadviseur niet alsnog het verschoningsrecht toegekend worden? Eerst zal er ingegaan worden op wat het verschoningsrecht nu precies inhoudt, vervolgens op het

28

Verschoningsrecht Dit is het recht om als getuige (in dit geval in strafzaken) tegenover de rechter gee n getuigenis te hoeven afteggen of op bepaalde vragen niet te hoeven antwoorden . In strafzaken en burgerlijke zaken kunnen personen zich in het algemeen op grond van familierelaties , ambts-, stands- ofberoepsgeheim i op dit zwijgrecht beroepen(artt. 217, 218 en 219 Sv). Het functionele verschoningsrecht(2I8 Sv en

Rostra Economica april 2005

verschoningsrecht kunnen zich hiertegen straffeloos verzetten(zie o.a. am. 96a lid 3, 97 en 98 Sv). De (register)accountant La nge tijd was een van de bezware n tegen erkenning van de accou ntant als verschoningsgerechtigde, dat zij n beroep wettelijk niet zodanig was geregeld dat de bekwaamheid was gewaarborgd: iedere boekhouder kon zich accountant noemen en er bestond geen verplichte onderwerping aan een goed eigen nIchtrecht. Echter sinds de wet op de registera ccountants van I962 en de daarop gebaseerde gedragscode is dit bezwaar ondervangen. De vraag die overblijft is of een registeraccountant gezien kan worden als een hulpverlener die, als zijn geheim-

houding tegenover een strafrechter niet is gewaarborgd, zijn functie nog wei kan uitoefenen. In onze huidige samenleving zijn de financieel-economische verhoudingen vaak zo complex geworden en van een dusdanig belang, dat de belanghebbenden niet zonde r een objectief en deskundig oordeel een juist beeld van de situatie kunnen krijgen. Voor het verkrijgen van de noodzakelijke gegevens die niet zelfstandig aan de administratie zijn te ontlenen, is de accountant afhankelijk van de inlichtingen van de gecontroleerde. Indien er geen geheimhoudingsplicht bestaat die daarbij ook een verschoningsrecht oplevert bestaat het gevaar dat de accountant niet over de volledige en juiste gegevens beschikt om tot een volledig en ju is t oordeel te komen . Hierin verschilt zijn positie niet van die van advocaat of no tar is. De Hoge Raad gaat hier echter niet in mee. Zijn functie wordt primair als controlerend beschouwd en zijn


Verschoningsrecht

rol als vertrouwensman kan, kort gezegd, ook door bijvoorbeeld een advocaat worden 'overgenomen', als de gecontroleerde vreest voor strafbaarheid. Maar welk belang weegt het zwaarst? Is dat de waarheidsvinding in strafzaken of is dat het belang van aile betrokken belanghebbenden bij een bedrijf die, nu de gecontroleerde wellicht niet (volledige) openheid van zaken geen, een onjuist beeld van de s ituatie voorgeschoteld krijgen? In deze belangenafWeging kiest de Hoge Raad voor de eerste . Wat de Hoge Raad weI heeft geaccepteerd is het zogenaamde afgeleide verschoningsrecht: indien een advocaat de hulp inroept va n een accountant bij een zaak, en hem daarbij stukken en gegevens levert(mondeling dan weI schriftelijk) die onder zijn geheimhollding vallen , dan breidt die geheimhoudingspJicht en het verschoningsrecht zich uit tot de accountant . Het oordeel omtrent de vraag of deze brieven of stukken object van het afgeleide verschoningsrecht uitmaken, komt in beginsel toe aan de advocaat van wie het verschoningsrecht is afgeleid. De belastingadviseur De uitgebreidheid en ingewikkeldheid van de fiscale wetgeving maakt het voor een leek vaak onmogelijk zelf uit te vinden wat in zijn situatie mogelijk/jllist is. Hij zal dan ook (steeds meer) de hulp inroepen van de belastingadviseur. De functie van de belastingadvi-

seur verschilt in wezen niet van die van de advocaat. Hij kan ook gezien worden als raadsman , hulpverlener en vertrouwensman . Hij verleent rechtshulp aan belastingplichtigen bij het nakomen van hun fiscale verplichtingen . Indien

de client er niet op zal kunnen vertrouwen dat aile gegevens en informatie geheim blijven, zal hij zich steeds minder vaak wenden tot de belastingadviseur of in ieder geval zich minder openhartig duryen uitspreken. Hierdoor zou weI eens een aanzienlijk sociaal belang (voorkomen van fraude) schade kunnen lijden . Volgens J.T.I. Verburg is het slechts op historische gronden te verklaren dat het belastingrecht niet meer behoort tot het terrein van de advocatuur. Het is in het algemeen belang dat door de complexiteit van het fiscale recht de belastingadviseur zijn taak naar behoren kan uitvoeren . Indien echter het publiek weet dat de communicatie tusse n haa r en de adviseur niet geheim zal blijven voor de stafrechter, za l zij veel terughoudender z ijn in de benadering van een belastingadviseur en de informatie die zij aan hem toevertrouwt. Er zijn nameJijk situaties denkbaar wa ari n iemand een belastingadviseur raad pleegt omdat hij denkt dat hij zich in een strafbare situatie bevindt en advies vraagt over de legale mogelijkheden om zich uit die situatie te be-

vrijden . Dergelijke adviezen zi jn niet aileen in het belang van de belastingplichtige maar ook in het belang van de fi scus en daardoor ook in het algemeen belang. De Hoge Raad is echter van mening dat al hoewel de belastingadviseur weI als rechtshulpverlener beschouwd kan worden, het uitzonderingskarakter van het verschoningsrecht met zich meebrengt dat hij niet als verschoningsgerechtigde kan worden aangemerkt. De groep van belastingadviseurs is niet homogeen, er is geen wetsbepaling die uitsluit dat een ieder als belastingadviseur werkzaam kan zijn en nergens staat in de wet omschreven dat belastingplichtigen zich voor rechtshulp tot een belastingadviseur moeten wenden . Ook is er geen tuchtrechtspraak. Tot 1994 bestond er geen afgeleid verschoningsrecht voor de belastingadviseur. Echter sinds het arrest over het afgeleid verschoningsrecht voor de registeraccountant in 1994 neemt men aan dat hetzelfde geldt voor de belastingadviseur. Overigens bestaat er voor zowel de registeraccountant als voor de belastingadviseur wei een zogenaamd pseudo-verschoningsrecht tegenover de fiscus . Zij hoeven geen inzage te verlenen in de aa n hun clienten verstrekte fiscale adviezen en met clienten gevoerde correspondentie. Resume Het verschoningsrecht ex art. 218

Sv en art. 53a AWR komt slechts toe aan een beperkte groep van vertrouwenspersonen . De registeraccountant en de belastingadviseur behoren daar niet to e. De Hoge Raad heen zich in meerdere ar-

Rostra Economica april 2005

29


Verschoningsrecht

resten hierover duidelijk uitgesproken. Echter de vraag die in de toekomst weI een rol zal blijven spelen is welk belang zwaarder weegt. Is dat de rol van de registeraccountant en belastingadviseur als hulpverlener bij financiele en zakelijke belangen, ofbehoorlijke uitoefening van de strafrechtspleging? De Hoge Raad is van oordeel dat de waarheidsvinding in deze strafzaken tot nu toe van doorslaggevend belang is. De behoefte aan de belastingadviseur en de accountant wordt echter in de huidige maatschappij steeds groter, en enkel de reden- in het geval van de belastingadviseur- dat hij geen wettelijk monopolie heeft, is wellicht een te mager criterium om hem niet als verschoningsgerechtigde te accepteren. Zonder verschoningsrecht kunnen zij moeilijker hun beroep uitoefenen en de juiste uitoefening van hun beroep dient het maatschappelijk belang. Er valt over te discussieren of bela sting advise uri accountant er in de toekomst niet alsnog erkend zullen worden als verschoningsgerechtigden. Ill]

Geraadpleegde lite ratuur: -Valkenburg, fiscaa l straf- en strafproces-

rech t, 3e dru k, 2001 Minkenh of, de Nederlandse Strafvorderin g ge druk Deventer 2002 -Het prof ssionele(functionele) verschoni ngsre cht, Preadvies NJV 1986 -R.H . Happe, de inzageverpli chting ter discu ssie: een voors te l tot verbetering van een gebrekkige rechtsgang, WFR 2001 biz 429-435 -Po van der Wal, Het wette lijke verschoningsrecht in belastingzaken, WFR 2001 biz. 422429 -HR 6 mei 1986, r,J 1986 nrs. 813. 814, 815 -HR 29 maar! 1994, NJ 1994 nr. 553 -HR 25 okt 1983, NJ 1984, nr. 132 -HR 12 februari 2002, NJ 2002, nr 440

30

Rostra Economica april 2005

%0


Je h0rizon verbreClen? Oat kan bij RSM Niehe Lancee.

RSM Niehe Lancee richt zich vooral op middelgrote

aan en denk je op je plaats te zijn in een dynamische

en grote ondernemingen, en op organisaties in de

en uitdagende werkomgeving waar collegialiteit en ruimte

non-profitsector. Dankzij de strategische samenwerking

voor individuele ontplooiing belangrijke begrippen

met de administratieconsulenten van Brouwer & Oudhof

zijn, neem dan contact op met Ellen Hoogendijk,

en de advocaten van Pesman Advocaten zijn we

personeelsmanager, telefoon (023) 53004 00 of mail

bovendien in staat onze klanten te adviseren en

naar ehoogendijk@rsmniehelancee.nl. We praten graag

ondersteunen met een breed pakket aan zakelijke

verder over jouw carrieremogelijkheden bij ons kantoor.

diensten. Een ge'fntegreerde aanpak die volledig voldoet aan de wensen en behoeften van de markt.

RSM Niehe Lancee

Post bus 5037

2000 CA Haarlem

RSM Niehe Lancee heeft vestigingen in Alkmaar, Amsterdam en Haarlem. Spreekt onze organisatie je

www.rsmniehelancee.nl

RSM Niehe Lancee is aangesloten bij RSM International. een samenwerkingsverband (het 6de netwerk van de wereld) van zelfstandige ac countant s- en advieskantoren met wereldwijd 600 ves tigingen in 70 landen en 20.000 medewerkers.


Sefafront

Ambities? Wij dagen je uit! Voor het collegejaar 2005-2006 zoeken wij nieuwe bestuursle-

Activiteiten k-afender

den. Het is een vrij intensief jaar, waarin het beste van je wordt verwacht. Een ultieme kans om jezelf te kunnen ontplooien en jezelf beter te leren kennen. Je bent je eigen baas en bepaalt samen met je team welke lijn je voigt; jouw kans om iets neer te zetten waar je zelf trots op kunt zijn. Durf jij de uitdaging aan te gaan? Binnen het Sefa bestuur hebben we zes functies: voorzitter, secretaris, penningmeester, commerciele zaken (2x) en HRM (interne zaken). Heb je interesse in een van deze functies stuur dan voor meer informatie een mailtje naar voorzitter@sefa.nl of kijk op de website www.sefa.nl.

De Amsterdamse Carriere Dagen (ACD) De ACD yond dit jaar, van 28 februari tot 3 maart, wederom plaats in het World Trade Center. Dit jaar met een record aantal geregistreerde studenten (600) en meer dan 30 bedrijven die op de dagen hebben kunnen presenteren , een workshop hebben gegeven en/ofindividuele gesprekken hebben gevoerd. Ondanks de zware sneeuwval (woensdag en donderdag) zijn er toch nog redelijk wat studenten gekomen. We kunnen stellen dat het zeer geslaagde dagen waren en we hopen dat studenten hierover kunnen meespreken. Complimenten aan de commissie ACD!

De Sefa organiseert gedurende het gehele collegejaar allerlei studiegerelateerde en ontspannende activiteiten. Ook in de komende periode hebben we verschillende activiteiten op de agenda staan: Vrijdag 15 april: Inhousedag Accenture De deelnemers worden rond 13:00 uur op kantoor van Accenture verwacht. Na een interactieve presentatie zal een case worden uitgewerkt. De dag duurt tot ca. 17:00 uur, waarna de deelnemers zullen aansluiten bij de vrijdagmiddagborrel. Inschrijven kan via inschrijven@sefa.nl of via de inschrijflijsten bij de boekenbalie. Eind april/begin mei: Publieke Sector Dagen Meer info over deze dagen elders in deze editie. Themaborrels op 21 april en 19mei Iedere maand organiseert Sefa een themaborrel in Cafe Krater. Na geslaagde borrels met als thema Mexico en Apres-ski vinden op donderdag 21 april en donderdag 19 mei wederom themaborrels plaats. Thema's worden nader bekend gemaakt. De Krater zal speciaaI voor deze borrels ingericht worden. We hopen je te zien op deze borrels! Club More Iedere woensdagavond vindt er, in samenwerking met andere stud ieverenigingen, een speciaaJ feest in Club More plaats. Op vertoon van de flyer krijg je een gratis drankje! Flyers kun je ophalen bij de Sefa kamer ÂŁ-002

32

Rostra Economica april 2005


I. ;' ~~

OC&C Strategy Consultants Benelux


Een dagje over de vloer bij:

De Nederlandsche Bank Autoritei F"nanciele Markten Centraal Planbureau Ministerie van Buitenlandse Za en

Interesse? Schrijf je in via www.sefa.nl


Publieke Sector Dagen 2005

De Publieke Sector Dagen 2005 Dit jaar organiseert Sefa voor de eerste keer de Publieke Sector Dagen. Dit project wordt georganiseerd om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte van studenten om informatie te verkrijgen over hun carrieremogelijkheden in de publieke sector. Sefa is hierop ingesprongen door een 'kijkje in de keuken' bij verschillende interessante werkgevers te organiseren. Tijdens de Publieke Sector Dagen zullen bezoeken worden gebracht aan bedrijven in de publieke sector, varierend van een ministerie tot semi-overheidsinstell ingen. Interesse? Inschrijven kan vanaf 11 april op de Sefa-kamer (EO.02) of aan de boekenbalie. E-mailenkanook:psd@sefa.nl. Wij houden je dan op de hoogte.

toegelicht wat het CPB doet, waar het voor staat, wat voor mensen er werken en wat voor positie het CPB t.o.v. beleid inneemt. Inhoudelijk zal worden ingegaan op de toekomst van de welvaartsstaat, in het bijzonder hoe ons land zich zal ontwikkelen in de komende 35 jaar en wat voor problemen zich daarbij (kunnen)voordoen.

12 mei: Ministerie van Buitenlandse Zaken Het ministerie van Buitenlandse Zaken is de spil in de communica-

28 april: De Nederlandsche Bank

op de financiele markten. Oat

De Nederlandsche Bank (ONE)

houdt op het gedrag van de gehele

tie tussen de Nederlandse regering

heeft als centrale bank van Neder-

financiele marktsector: sparen, be-

en de regeringen van andere

land diverse taken die van belang

leggen, verzekeren en lenen. Met

landen en tLlssen de N ederlandse

zijn voor het goed functioneren

het gedragstoezicht levert de AFM

regering en internationale organi-

van de Nederlandse economie. Zij

een bijdrage aan het goed functio-

saties. Het ministerie coiirdineert

houdt in dat de AFM toezicht

staat, als 'bank der banken', boven

neren van de financiele markten.

het buitenlands beleid van de Ne-

de partijen en leggen sterk de na-

Tijdens het bezoek op donder-

derlandse regering en voert dit uit.

druk op integriteit en hun neutrale

dagmiddag zal na een introductie

Tijdens het bezoek op donderdag

positie. Ruim

worden toegelicht wat de AFM pre-

zullen sprekers van verschillende

1800

denkers en

doeners zijn dagelijks in de weer

cies doet en zal een uitleg van de

beleidsdirecties aan bet woord

met aile facetten van de steeds

controlestrategie aan bod komen.

komen. Onderwerpen als pro-poor

veranderende internationale financiele sector. Financiele stabiliteit

Vervolgens zal het een en ander over werken bij de AF M worden

economische groei en rurale

is de rode draad in de taken en

verteld. De middag zal worden

gramma's en de effectiviteit en

activiteiten. De samenleving rekent

afgesloten met een barrel.

daarop, in een financiele wereld die steeds complexer en internatio-

ontwikkeling, investeringsprokwaliteit van ontwikkelingshulp zullen worden belicht. Tevens

Tijdens de Publieke Sector Dagen

3 mei: Centraal Planbureau Het Centraal Plan bureau heeft een sterke positie in de beleidswereld door het verricbten van onafhanke-

stabiliteitspact en de meerja-

krijgje daarom van DNB een pittige case op het gebied van

lijk beleidsgeorienteerd onderzoei<. Hoewel formeel gelieerd aan

Bij een van de eerder genoemde

financiele stabiliteit voorgescho-

het Ministerie van Economische

ondervverpen zal een interactieve

teld. Denk daarbij in de richting

Zaken is het CPB een objectief en

case gegeven worden. Oak zal het

van landenrisico's en emerging

onafhankelijk orgaan. Zij maakt

wervingsbeleid worden toegelicht.

markets. Uiteraard krijg je ook informatie over je mogelijkheden

ramingen van de Nederlandse

Het programma zal om w.oo uur

economie voor de korte, middel-

beginnen en tot ongeveer 14.30 uur duren. Tussen de middag biedt

naler wordt.

bij DNB na je studie. De ochtend wordt afgesloten met een lunch in

lange en lange termijn en verricht onderzoek naar verschillende

het bedrijfsrestaurant.

beleidsrelevante onderwerpen,

zullen de opkomende markten in Azie en de interne markt van de Europese Unie (o.a. het groei- en renbegroting) aan bod komen.

het ministerie de deelnemers een lunch aan.

waaronder vergrijzing, internatio-

28 april: Autoriteit Financiele Markten De Autoriteit Financiele Markten (AFM) is gedragstoezichthouder

nalisering en de toekomst van de welvaartsstaat. Tijdens het bezoek op dinsdagmiddag zal nader worden

Rostra Economica april 2005

35


Do you care? The issue of energy utilization and how it affects the environment has been given attention more than ever lately. The campaigns about energy saving appear on TV regularly, some people have switched to less energy use, but do students also make an effort? Everybody knows that reducing energy use means saving the environment, because of the reduced amount of emissions released. Unfortunately, this knowledge doesn't seem to drive all people to actually do 'something'. There is off course another benefit of saving energy; money. The possibility oflowering the utilities bill is a good incentive for most people to start paying attention to their energy-use. For many students however, the money argument does not hold , since they do not pay their own utilities bill. These students pay a fixed (all-inclusive) rent every month. In this case the amount of energy used is of little importance for saving money. Furthermore, there are many different kinds of students' living situations. Some live together in an complete house and share-own some domestic appliances. Others rent a room and have no appliances of their own. Not owning the appliances that you use, makes it harder to try and use them energyefficiently. Off course owning your own house prevents you from making the right, energy-efficient, adjustments to for instance your windows . There are many more reasons why it is hard for students to personally make an effort. However, everybody can try to use his or her utilities as efficient as possible. This starts with turning off appliances that you are not currently

36

lekst: Marella (Met dank aan Judith Groen)

Faber S. Sibarani is an engineering student at TU Delft. He lives in an apartment with three other students sharing kitchen, shower, and toilet. One luxury for him is his own fridge, placed in his room.

using, and can go as far as buying energy-efficient appliances. Some impressions Vanela Sila is a third year student of economics at the VvA . She lives in a student apartment in Amsterdam . The apa rtment provides her with basic appliances such as gas heater, stove, shower, and a fridge . "Bas ically, I don't limit my use of energy, since I pay a fixed amount of rent every month. I guess I have never exceeded the limit of what J pay for, otherwise J would have gotten some warning about it. J do turn off the lamps when J go out, the gas heater when I sleep, and I don't keep my laptop at the standby mode. When I have more income and live in a more permanent place, I will invest more (e.g. buying energy-efficient light bulbs) in order to save the energy."

Rostra Economica april 2005

" I generally a m pretty conscious about my energy Lise. If! Li se the energy more than the limit that I pay for every month, I will have to pay the extra bill at the end of the year. I also consider the benefit of saving the energy to the environment. My current effort is to choose the low power light bulbs , e.g. 40 Watt instead of 75 Watt; I also use some other basic saving methods, like turning off the lights, TV, etc . when they are not used. Some tips applicable to a student living situation Do you recognize yourselfin these two responses from students? Do you want to be aware of your energy use and limit it, but do you not know where to start? Below you can find some tips applicable to students living situations. The domestic appliances (utilities) are divided into two general categories: shared and personal


Do you care?

appliances (utilities) . Keep in mind that even the smallest effort mea ns a lot, as the benefits acc umulate in the long run. Shared appliances (utilities)

Water The average water use per person per day is about 125 liters ! There are several ways to reduce the amount of water used: • Shower The average use of water throu gh the shower is 57 liters for every shower. A water-saving shower can reduce the amount of water released by 4 - 5 liters a minute. The cost of this water-saving shower is between 20 - 50 Euros, but it saves as much as 60 Euros a year on the bill . • Tap A lot of people just let the water runnin g while washing the dishes, brushing their teeth , etc. It is obvious that a lot of water can be saved by not doing this. Furthermore there is a water-saving devi ce ava ilab le fo r the taps. Whenever a tap leaks, repair it as soo n as possible. Li9htin9 The best way to save energy in this case is by using the energy-efficient light bulbs. You don ' t have to use them for every lamp in your hou se, just the ones that you use a lot. For every ten normal bulbs you need one energy-efficient bulb .

in advance, instead of usi ng the microwave.

Personal appliances (utilities)

Appliances with remote controls Many appl iances with remote co ntrols have a standby mode. Setting those appliances in their standby mode will use up a lot of energy. Almost half of the total energy used by th ese appliances come from this so-called 'sneak consumption '. For examp le an audio set that uses 69 kWh (annually); 31 kWh of this tota l use is caused by leaving it at the stand by mode .

Washin9 ma chine •Make sure that your machine is full wi th laundry every time yo u wash. If you only need to wash a few clothes, check yo ur washing mac hine for a special program for ' less la undry'. • Leave th e door of your washing machin e open when you ' re fini shed to let the inside part dry. • Do not wash with the temperature bei ng too high. Setting the temperature at 40°C is usu ally enough to get your laundry clean.

Computers Old computer screens consume a lot of electriciry. New screens (TFT) use one th ird of th e electriciry used by the old ones (roo Watt vs 300 Watt) .

Heatin9 • An electric heater is three tim es more expensive than a gas heater. Limit the use of extra heati ng using the electric heater as much as possib le . , Setting the temperature roe lower will save about 7% on the gas (heating) bill.

~ rg)

Eigens chdppen voor Energiebeheer Energiebeheerschema's Geavanceerd

Slaapstand

Noodvoeding~_

Isolation In contrast to what we may have thought all this time, it is better to not totally isolate our room and let some fresh air co rne in . This will prevent the room from being damp, so that it doesn't take too much energy to keep it warm. Il!i!

Selecteer het energiebeheerschema met de meest geschikte instellingen voor deze computer. Door onderstaande instellingen te wijzigen. zal het opgegeven schema worden aangepast. EnergJebeheer$Chem"'s Thuislkanloor

--------------------------~

[ 0 pola.,n als...)

1 Verwijderen 1

Instelbngen voor het energiebeheerschema: Thuis/kanloor Beeldscherm uitschakelen:

If yo u don ' t use the computer for a short break, it is best to at least turn the screen off. Yo u can also manage to let yo ur computer 'gradually' turn off. By using the 'power option' you can avoid wasting energy while using the computer (see the picture below).

v

. Na 10 mm len

Vaste schijven uitschakelen: ~ 5 uur

Freezer · Freezer form s white (hoar) fro st; 2mm of this frost cost 10% more of the electriciry. You need to defrost this unn ecessary build-up of ice regularly in order to save energy. • When you have to defrost something, take it out a few hours

Systeem op stand·by:

,i Na 1 uur

Systeem in sl"apstand:

l'IMiii

OK

v

)1

Annuleren

1[

Toepassen

I

Source: Nuon, http://www. milieucentraal.nl, with th e help of Judith Groen (N uon contact & tips) .

Rostra Economica april 2005

37


Groeien bi j BDO

Drie medewerkers vertellen over hun groei binnen onze organisatie. Marieke van Unen (25) werkt als Senior Assistent in de aangiftepraktijk van kantoor Hoom ."lk had tijdens mijn HEAO~studie al stage gelopen bij BOO op de RA-praktijk. Na mijn Accountancystudie aan de HEAO heb ik besloten om aan het werk te gaan en daarnaast in deeltijd Fiscale Economie te studeren. Omdat ik tijdens mijn stage de werksfeer bij BOO als zeer prettig had ervaren, heb ik opnieuw gesolliciteerd maar dan bij de fiscale praktijk. Oat is eigenlijk erg vlot verlopen. De platte bedrijfsstructuur van BOO spreekt me erg aan . Tevens krijg je veel vrijheid , de mogelijkheid om zelfstandig te werken en heerst er een fijne werksfeer." Arjan Endhoven (32) werkt als Senior Manager in de Belastingadviespraktijk van kantoor Amstelveen . Arjan vertelt: "Bij BOO heb je veel direct contact met de klanten. Ie spreekt niet aileen de interne jurist, accountant of fiscalist (zoals ik gewend was in mijn vorige baan bij een Big 4 accountancyfirma) maar juist met de directie van de ondememingen Dus de echte 'decision makers'. Hierdoor praat je niet aileen op vakinhoudelijk gebied en over 'het probleem' of 'de vraag' van nu maar adviseer je meer in de breedte en kijk je ook nadrukkelijk naar de mogelijkheden op lange termijn . Naast vakinhoudelijke ontwikkeling legt BOO ook nadruk op persoonlijke ontwikkeling. En dan bedoel ik ook echt persoonlijke ontwikkeling. Ie geeft bij BOO zelf sturing aan je carriere, de organisatle stimuleert en ondersteunt dit. Zo ben ik na een kOlte sollicitatieprocedure in september 1999 bij BOO gestart als Belastingadviseur. Vervolgens ben ik door~ gegroeid naar Manager Belastingadvies en sinds januari van dit jaar ben ik Senior Manager."

www.bdo.nl

Rutger Groen (30) werkt als Senior Assistent Accountant in de RA-praktijk van kantoor Amstelveen. "Ik werk met vee I plezier b ij BOO. Dit komt vooral door mijn gevarieerd klantenpakket , de informele bedrijfscultuur, de relatieve kleine omvang van de organisatie en de begeleiding van mijn persoonlijke ontwikkeling. Mijn klanten varieren van kleine non profit organisaties en dienstverlenende bedrijven lOals een stichting en een advocatenkantoor aan de grachten in Amsterdam tot middelgrote en grote ondememingen, reisorganisaties en beursgenoteerde naamloze vennootschappen zoals Thomas Cook en Ajax. AI met al erg afwisselend en zeker ook bijzonder", vertelt Rutger. "Bij Ajax beleef ik bijvoorbeeld tijdens iedere controle wei een bijlOnder moment. Zo is het de normaalste zaak van de wereld dat spelers mij groeten op de gang en vallen groepen scholieren de bestuurskamer binnen (waar wij altijd werken) om foto's te maken van 'belangrijke mannen' van Ajax. Oak vind ik het erg prettig dat BOO haar kantoren relatief klein houdt. Ik ken de meeste collega's in Amstelveen dan ook goed. Tevens krijg ik veel ruimte voor mijn postdoctorale studie aan de UvA en voor mijn praktijkstage aan het NIVRA. Ik heb 36 vrije dagen per jaar en iedere vrijdag heb ik de mogelijkheid tot het voIgen van de colleges op de UvA. Tot slot biedt BOO goede doorstroom~ en carrieremogelijkheden."

Kom werken bij

IBDO BOO CampsObers Accountants & Adviseurs Grip op groei


Bedrijfsdiversificatie: uit de tijd en waardevernietigend?

Tekst: Ralf Welkers

"It might be replied that under perfect competition, since everthing that is produced can be sold at the prevailing price, then there is no need for any other product to be produced. But this argument ignores the fact that there may be a point where it is less costly to organize the exchange transactions of a new product than to organize further exchange transactions of the old product." R.H. Coase - 1937 Case Xerox In de jaren tachtig van de vorige eeuw begon Xerox, een kopieermachinefabrikant, zich te diversifieren in de financiele dienstverlening. Het bedrijf dacht ervaring te hebben opgedaan in dit segment, doordat het al een aantal jaren leasing activiteiten van haar kopieermachines ontplooide. Er werden verzekerings- en beleggingsmaatschappijen aangekocht. De diversificatie bleek een ramp voor Xerox, vrijwel alle aankopen presteerden onder de maat. De economies of scope bleken veel kleiner dan verwacht en de prob!emen slokten een groot dee! van de tijd van de managers op. In de jaren negentig werden daarom de financiele dienstverleningdivisies verkocht, zodat Xerox zich weer kon focussen op het produceren van kopieermachines. Inleiding Zoals uit het voorbeeld van Xerox blijkt kan diversificatie in ongerelateerde activiteiten een gevaar vormen voor de continuiteit van een bedrijr. NaastXerox hebben meer bedrijven te maken gehad met de gevaren van diversificatie en daa rom is de algemene opvatting sinds de jaren negentig dat diversificatie als een negatieve ontwikkeling moet worden gezien. In dit artikel zal echter worden gezocht

40

naar mogelijke positieve invloed van diversificatie op bedrijven . De aandacht in dit artikel zal uitgaan naar diversificatie van bedrijyen in ongerelateerde activiteiten , dit wil zeggen dat diversificatie binnen de kernactiviteiten van een bedrijf niet in beschouwing wordt genomen . Wanneer Exxon bijvoorbeeld fuseert met Mobil valt dit buiten on ze aandacht. Hierbij zijn positieve invloeden economies of scope of complementariteit, maar deze voordelen vervallen bij ongerelateerde diversificatie. In dit artikel zal allereerst een overzicht van redenen voor diversificatie behandeld worden, vervolgens zullen enkele theorieen met betrekking tot kosten en opbrengsten van diversificatie ter sprake komen. Tenslotte zullen de implicaties van asymmetrisch informatie bij een aandelenemissie voor diversificatie worden behandeld. Overzicht diversificatie Zoals uit het voorbeeld van Xerox valt afte leiden, kan diversifica-

tie verkeerd uitpakken. De vraag is waarom bedrijven liberhaupt diversifieren. Het belangrijkste formele antwoord van een bedrijf op deze vraag, is de ovenveging van complementariteit van de nieuwe activiteiten met de al bestaande activiteiten, waardoor economies

Rostra Economica april 2005

of scope ontstaan . Dat houdt in dat, wanneer een bedrijf een ongerelateerde activiteit binnen de hierarchie haa It, deze activiteit samen met de oude activiteiten een hogere waarde heeft dan de twee afzonderlijke bedrijven opgeteld. De grenzen van economies of scope zijn moeilijk aan te geven: wie bepaalt dat Xerox geen complementariteit geniet bij het uitoefenen van financiele dienstverIening? In dit gevaIIiep het slecht af voor Xerox en werd waarde verloren, maar er zijn vele andere gevallen waarbij investeringen in vrijwel ongerelateerde activiteiten weI voordelen opleverden. Een belangrijk nadeel van diversificatie is dat het bedrijf de kernactiviteit uit het oog verliest. De strategie moet worden gewijzigd en het voordeel van specialisatie in een bepaalde activiteit kan worden verloren. Het management heeft een hoop tijd nodig voor het coordineren van activiteiten waarin het niet gespecialiseerd is. Wanneer Xerox de sector financiele dienstverlening betreedt raakt het terrein kwijt bij de kopieerapparaten sector, omdat hetzelfde management nu haar tijd moet verdelen over verschillende divisies en daardoor minder tijd voor de kopieerapparaten divisie kan vrijmaken . Aangezien de expertise binnen Xerox ten aanzien van financiele dienstverlening nauweJijks aanwezig is, zal dit zelfs meer tijd opslokken. Een informeJe reden voor diversificatie is empire building. Een manager is over het aJgemeen machts belust: hoe groter het bedrijf onder zijn hoede , hoe meer macht hij heeft. Bij een overschot aan liquide middeJen zaJ hij een uitkering aan kapitaalverschaffers achterwege laten, en proberen het bedrijf groter en sterkel' te maken


Bedrijfsdiversificatie

door deze Jiquide middeJen te investeren in ongerelateerde activiteiten . Een bijkomstig voordeel voor de manager is dat hij het risico op een slecht jaar enigszins afdekt, doordat de kans klein is dat elke divisie fail liet gaat in hetzelfde jaar. Daarnaast worden ook de fluctuaties in omzet kleiner. Ais bijvoorbeeld div isie A in het eerste

~.

jaar meer omzet draait dan divi s ie Ben het jaar erop vice versa, blijft de omzet constanter. De investeerder waardeert deze voordelen voor het bedrijf en voornamelijk de manager (hoe meer groei, hoe hoger zijn beloning. Des te minder kans op slechte cijfers, des te groter de kans dat hij kan aanblijven als manager) over het algemeen niet. Ais een investeerder risico wil spreiden za l hij investeren in verschillende bedrijven en zo zelf bepalen hoe hoog het risico moet zijn dat hij loopt met zijn portefeuille . Hiervoor heeft hij geen man ager nodig.

Diversificatie en aandelenemissie

gemakkelijk aan kapitaal komen, zonder dat externe kapitaalinjecties nodig zijn. Een tweede model is het agency cost model. Een manager va n een gediversifieerd bedrijfheeft over het algemeen meer hulpbronnen ter beschikking en meer mogelijk-

Asymmetrische informatie is de belangrijkste reden voor een daling van de prijs van een aandeel van een bed rijf. Modellen van diversificatie Gedivers ifieerde bedrijfsdivisies gedragen zich anders dan op zichzelfstaande bedrijven. Om dit verschil te verklaren zijn verschillende modellen ontwikkeld. Het eerste model draait om de efficiente interne markt. Uit dit model blijkt dat diversificatie voordelen oplevert. Een bedrijf kan de verschillende opbrengs ten van divisies verzamelen en deze verdelen over divisies met de beste projecten. Op deze manier kan het

de neiging extra te lobbyen bij topmanagers om extra financiele middelen hun kant op te krijgen . Uiteraard wordt dit door de topmanagers gezien en zullen de financiele middelen niet naar de divisies met negatieve vooruitzichten gaan. De kosten van diversificatie zijn hier echter te vinden in de tijd en moeite die managers doen om de financiele middelen te krijgen .

heden om te investeren. Hierdoor ontstaat voor de manager de prikkel om in somm ige projecten meer te investeren dan goed is. Dit is vooral bij gediversifieerde bedrijven het geval, omdat door imperfecte informatie de externe financiers een slecht bee ld hebben van het bedrijf en daarom een te ruim krediet ve rschaffe n. Het derde model is het influence cost model. Managers die een divisie managen waarvan de toekomst er niet rooskleurig uitziet, hebben

Een aande lenemissie wordt over het algemeen gezien als een negatief signaal vanuit een bedrijf naar de markt. Een emissie brengt met zich mee dat de groei van het bedrijf niet uit eigen middelen kan worden betaald en dat er ook niet kan worden geleend bij financiele in stellingen. Het nadeel van een aandelenemissie is dat er asymmetrische informatie is: de markt heeft minder informatie dan het ma nage ment, waardoor de m arkt za l denken dat een emissie wordt gedaan omdat het aandeel volgens het management te hoog geprijsd is. Misschien levert diversificatie in dit geval voordelen op. Er zijn drie hypotheses gerelateerd aan dit onderwerp. De eerste hypothese is de information diversification hypothesis . Asymmetrische informatie is de belangrijkste reden voor een da! iog van de prij s van een aandeel van een bedrijf. Het adverse selection probleem houdt in dat aileen bedrijven die verkeerd geprijsd zijn aandelen emitteren. Andere bedrijven zijn bang waarde te verJiezen, doordat de marl<t verwacht dat een bedrijf dat een emis sie doet te hoog geprijsd is. Dit probJeem za l kleiner zijn voor gediversifieerde bedrijven omdat de ze bedrijven verschillende ongerelateerde divisies hebben die

Rostra Economica april 2005

41


Bedrijfsdiversificatie

imperfect met elkaar in verbinding staan en zo de fouten van de markt compenseren. Een tweede hypothese is de transparency hypothesis. Deze hypothese houdt in dat gediversifieerde bedrijven moeilijker te waarderen zijn dan gefocuste bedrijven. De problemen van asymmetrische informatie zijn hier groter, omdat de accounting cijfers minder transparant zijn: door de divisionering van bedrijven worden verschillende jaarrekeningen samengevoegd en vallen individuele cijfers weg, waardoor slecht zichtbaar is welke afdelingen goed en welke minder goed presteren. Bij een aandelenemissie vergroot dit de moeilijkheden, omdat het adverse selection probleem groter wordt: beoordelingvan onderlinge afdelingen is niet mogelijk dus de markt gaat ervan uit dat het aandeel volgens het management te hoog geprijsd is. Een laatste hypothese is de inefficient investment hypothesis. Deze hypothese heeft betrekking op het aanwenden, of de verwachting van de markt op het aanwenden, van de financiele middelen. De emissie van aandelen geeft het signaal naar de markt dat de manager gaat investeren in een project met een negatieve NPV (net present value: de contante waarde van een investering) . Bij gediversifieerde bedrijven is de kans groter een negatiefNPV project te financieren. Bij deze bedrijven kan de keuze voor een inefficiente investering namelijk ontstaan door subsidiering van verschillende divisies door empire building. Uit onderzoek door Hadlock, Ryngaert en Thomas (2001) onder

42

641 aandelenemissies blijkt dat emissies waarbij de bedrijven meer door vreemd vermogen worden gefinancierd en groter zijn, minder negatieve abnormal returns ondervinden. Tevens ervaren bedrijven met een grotere variabiliteit in de aandelenkoers negatieve abnormal returns bij aankondiging van een aandelenemissie. Tenslotte is de spreiding van de garantiekosten; hoeveel bedrijven moeten betalen om hun emissie veilig te stellen, afhankelijk van verschillende factoren . Emissies met een hogere geldwaarde hebben namelijk een lager percentage spreiding door schaalvoordelen. Verder moeten bedrijven met een meer fluctuerende aandelenkoers hogere spreiding hebben, doordat het risico voor de belegger toeneemt. Een gediversifieerd bedrijfheeft over het algemeen een grotere geldwaarde per emissie en een minder fluctuerende aandelenkoers, waardoor het dus minder vatbaar is voor aandelenkoersschommelingen door emissie. Dit ondersteunt de information diversification hypothesis. Daarnaast worden door het onderzoek de andere hypotheses op losse schroeven gezet. De inefficient investment hypothesis geeft aan dat gediversifieerde bedrijven inefficient investeren. Ais de markt dat zou vinden van gediversifieerde bedrijven, zou er niet in worden geinvesteerd en zou een emissie een negatieve invloed op de aandelenkoers hebben. Dit is echter niet waargenomen. Ook de transparancy hypothesis wordt niet ondersteund. Tot slot In dit artikel is gezocht naar de mogelijk positieve invloed van

Rostra Economica april 2005

diversificatie op een bedrijf. Na een overzicht van redenen voor diversificatie zijn drie modellen uiteengezet, die proberen te verklaren waarom een gediversifieerd bedrijf zich anders gedraagt dan een op zichzelf staand bedrijf. Het model van de efficiente interne markt geeft een positieve invloed van diversificatie aan, de beide andere modellen, het agency cost model en influence cost model, geven echter een negatieve invloed aan. Deze laatste twee modellen wegen uiteindelijk zwaarder en daarom moet worden geconcludeerd dat diversificatie onder normale omstandigheden meer negatieve effecten met zich meebrengt dan positieve. Naast de voordelen bij normale bedrijfsuitoefening is ook gekeken naar mogel ijke voordelen bij een aandelenemissie. Hieruit komt weI een positieve invloed van diversificatie naar voren . Het blijkt dat bij diversificatie de asymmetrische informatie minder is dan bij gespecialiseerde bedrijven. Tevens zijn er voordelen doordat de emissies groter zijn en de omzet minder fluctueert per jaar dan bij gespecialiseerde bedrijven. Tot slot kan worden vastgesteld dat diversificatie over het algemeen een negatieve invloed heeft, wanneer de economies of scope klein zijn. AlhoeweI er bij een aandelenemissie weI voordelen zijn en de interne kapitaalmarkt ook voordelen met zich meebrengt, zijn de nadelen, zoals empire building en agency costs, belangrijker.

un

Bibliografie Brickley, I.A., Smith, c.w. en Zimmerman, J.L. (2001). Managerial economics and organizational architecture. New York: McGraw-Hill Higher Education. Coase, R.H . (1937). The na ture of the firm. Economica. Hadlock, C.]. , Ryngaert, M. en Thomas , S. (2001). Corporate structure and equity offerings: are there benefits to diversification' Journal of business, 74, 61 3- 634. Rajan, R., Servaes , H. en Zingales, L. (2000). The cost of diversity: the diversification discount and inefficient investment. The journal offinance, 55, 35- 80 .


Wat zie jij? Een groep studenten of een aa ntal potentiel e managers? Het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. Bij ING kijken we in ieder geval anders naar studen ten, studies en de 'traditionele' carrieres die daarbij horen. In iedere student met

Het ING Talent Programme is een traineeship voor academici en kent maar liefst zes verschillende startrichtingen. Het is een driejarig programma voor studenten die zichzelf en hun talenten verder willen ontwikkelen.

talent en persoonlijkheid zien wij iem and die kan uitgroeien tot een veelzijdige manager of specialist.

Voor het ING Talent Programme zoeken we veelbelovende starters met hooguit twee Jaar werkervaring. Aile academische studierichtingen (master) zijn welkom. Ontdek je mogelijkheden op: www.recruitment.ing.nl .

ING is een inlematlorl[J.'l /, fift.J (l cj@f:! /co ncern dilt dale f is in (uim zesrig /a fl den . Wereldwijd biedt ING producren en diensten op he r gebied van

bankieren, verzekeren en vermogensbeheer. Altijd klantger/c /H en pro-aerier in hun aanpak: dar is war onze 715.000 medewerkefs wereldwijd kenmerkr en dat is oak war ING maakr tor een

uitstekende plek om een profe5Slonele toekomsl op te bouwen.

ING


H. Meij, Mede-oprichter Rostra Economica Als student bedrijfseconomie controleerde hij of artikelen voor studentenblad Propria Cures en later de Rostra Economica correct gedrukt werden. Als topman van Unilever ging hij eind jaren zeventig met 1 miljard gulden op overname pad in de Verenigde Staten. Dit zijn slechts enkele in het oogspringende daden van een van de medeoprichters van de Rostra Economica, Prof. Drs. H. Meij. In dit interview een relaas over de oprichting van het oudste faculteitsblad van Nederland, carriere maken en de voordelen van nevenactiviteiten tijdens de studieperiode. De heer Meij was, in zijn studententijd in het begin van de jaren vijftig, als assessor lid van het SEF bestuur (voorloper van faculteitsvereniging Sefa). Ook zal dhr. Meij uitweiden over emancipatievraagstukken en corporate governance. Hij was, als lid van de raad van bestuur van Unilever en van verschillende raden van commissarissen in zowel Nederland als daarbuiten, actief betrokken bij de corporate governance van verschillende ondernemingen.

Tekst: Noelle Gall

Studententijd RE: U heeft een mooie carriere gehad met veel veramwoordelijkheden . U bent doorgesroomd naar de top van het bedrijfsleven. Hiervoor, tijdens uw studietijd, heeft u aan veel nevenactiviteiten deelgenomen. Kum u hier iets over vertellen? "[k was assessor binnen het bestuur van studievereniging SEF. Later werd ik ook gevraagd om in het bestuur van de ASVA te komen, maar dat vond ik helemaal niets. Dat waren zulke extreme lieden, die waren afkomstig van de PSF - de Politieke Socia le Faculteit - en zaten daar allemaal om een politiek baantje te krijgen. De ASVA had wei een aantal goede iniriatieven zoals de oprichting va n Kriterion en NBSS, de reisvereniging die nog steeds bestaa t. Hiervoor werd ik gevraagd, maar dat nam teveel tijd in beslag. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het redacteurschap van de Propria Cures voor een dag in de week." RE: van welke van deze activiteiten !teeft u vooraJ veel geleerd? "Ik heb heel veel geleerd van mijn redacteurschap bij de Propria Cures, omdat je daar met zoveel verschillende mensen te maken krijgt. Verder was het vooral in die tijd moeilijk om iedere week een blad te maken. We maakten het gehele blad, inclusief de lay-out, zelf. Alles werd daarbij nog met de hand gezet. De drukkers/zetters waren in die tijd heel communistisch georienteerd, en als een artikel hen niet beviel dan gooiden ze dat eruit. We moesten dus heel vaak controleren of alles wei gedrukt werd. Daarnaast zat ik ook bij een studentenvereniging (Thomas)

44

Rostra Economica april 2005


Interview

waar ik wat commissiewerk deed. Ik yond ontgroening bijvoorbeeld praehtig en yond dat het goed gebeurde. Er waren ook wei vervelende dingen, maar daar leer je eveneens van. Nog iedere maand

presenteerde weinig echt harde feiten. De ASVA-Ieden beschouwden de economiestudenten als geldwolven, reehtse rakkers. Hierdoor kwamen wij in Folia helemaal niet aan bod."

hebben we een borrel met het dispuut. En natuurlijk het bestuur bij de SEF."

R.E: was er in die tijd sprake van

RE: hoe is de Rostra uiteindelijk ontstaan? " Na de oorlog was Propria Cures het enige overgebleven blad. Destijds werd het blad mede gebruikt voor mededelingen van de universiteit. Pas later veranderde dit, door de opkomst van de Civitas (voorloper van de Folia). In eerste instantie k"vam de Civitas sam en met de Propria Cures uit, maar later zijn deze twee losgekoppeld . Dit betekende een klap voor Propria Cures, omdat ze voorheen voor al die mededelingen betaald werd. De economen kwamen in de Folia niet aan bod. In Propria Cures kregen we wei ruimte, maar wat we wilden publiceren verscheen in de stijl van PC. Onze berichtgeving en doelstellingen waren totaal ongeschikt voor PC . Folia werd toen beheerst door de ASVA, die economen als pseudo-wetensehappers beschouwden. Voor die opvatting moet je even teruggaan naar die tijd. Economie werd door de eehte wetenschappers, zoals wiskundigen en natuurkundigen, niet als een echte wetenschap beschouwd. Er werd geen onderzoek gedaan , geen research, er waren geen databanken. je kunt je dit nu niet meer voorstellen , omdat het allemaal verbeterd is. De economisehe wetenschap was sterk anekdotisch gericht, maakte vee I gebruik van voorbeelden en theorieen, maar

een dusdanige polarisatie7 "Dat was zo, de universiteiten waren ook gepolariseerd. De economiestudie bestond in die tijd voor een belangrijk deeluit vechten tegen (in de ogen van de economen verkeerde) meningen en daden van anderen. Dit yond ik vervelend aan de studie. Zo werd de studie economie in Rotterdam bijvoorbeeld besehouwd als een kunstleer. Het onderscheid wat er in mijn tijd gemaakt werd in de economie, was dat tussen wetenschap en een kunstleer. Een kunstleer was zlliver praktisch georienteerd; het ging niet om het waarom van dingen , maar om wat je moest doen in een gegeven situatie. Dat is kunstleer, een artefact, een handvaardigheid, duimregels. Amsterdam zette zich daar heel erg tegen af, in het bijzonder Limperg. Hij wilde van de bedrijfseconomie een wetenschap maken. De sociaal economen zagen de bedrijfseconomie op hun beurt weer als een kunstleer, daar hebben ze ook een beetje gelijk in, bedrijfseeonomie is ook heel erg praktijkgerieht. Er zit weinig theoretische onderbOllwing bij. Limperg is eigenlijk begonnen daar meer een wetenschappelijke basis voor te creeren. Dit geldt eigenlijk nu ook voor management. Ik heb strategisch management gedoeeerd, maar de wetensehappelijke onderbouwing van het management is maar heel gering. Het is dus nog steeds in zekere zin een kunstleer. Tegenwoordig is het beter, er

zijn meer data beschikbaar en meer mogelijkheden om data te behandelen. je krijgt daardoor een sterkere basis voor de ontwikkeling van theorieen ."

RE: Hoe is uw visie dan op het volgende: de laatste tijd lees je in de media vaak de kritieken van Minzberg op de MBA opleidingen. Hij zegt eigenlijk het omgekeerde; er wordt teveel aandacht besreed aan de feitelijke kennis, met de lladruk op rabellen en cijfers. Hij vindt dar er te weinig wordt geke路 ken naar de 'softere' kant van het vak en van her managel1; wat is uw visie daarop7 "Ik vind dat Minzberg vee I goede dingen heeft gedaan, maar hij is daarin teveel doorgesehoten. Een van de stellingen die hij op strategiegebied heeft betreft de zogenaamde emerging strategies: strategie moet je maar niet ontvl'ikkelen, het moet vanzelf opkomen. DiE is gewoon niet waar, als je strategieen niet structureert, dan gebeurt er helemaal niets. Deze structurering bestond bij Unilever in het begin ook niet, ik ben daarmee begonnen. Mensen moesten gaan nadenken over waar we nu eigenlijk naar toe wilden en hoe we dat moesten bereiken. Dat is dus strategie.

Carriere Hieronder worden enkele aspeeten van het recruitment proces bekeken en waarop de heel' Meij lette bij Unilever. Daarna zal ingegaan worden op emaneipatie vraagstukken.

IU: U heeft aile toppers onder ogen gehad, evenals de mensen die de top niet bereiktell. Wail[ lette u als topman op, als het gaat

Rostra Economica april 2005

45


om aankomende managers? Zijn er bepaalde karaktereigenschap路 pen die mensen moeten bezitten om het te redden aan de top? "Ten eerste moet je mensen hebben die echt intelligent zijn, maar dit aileen is niet afdoende. Het betekent namelijk nag niet dat de meest intelligente mensen oak de beste zijn Vaal' het bedrijf. Je moet mensen hebben die oak communicatief vaardig zijn. Daarnaast gaat het oak onherroepelijk mis met mensen, die absoluut haantje de voorste willen zijn. Deze zullen in het bedrijf geheid vastlopen. Je werkt namelijk bij een groat bedrijf waarbij je met mensen moet samenwerken. Daarbij is het oak belangrijk, dat iemand zijn fouten kan accepteren, en met zijn fouten leert am te gaan. Als je dat niet kunt, dan ben je in een groat bedrijf niet in staat am een hogere functie te beldeden. Het is echter oak belangrijk am in staat te zijn iemand andel's op zijn fouten te kunnen wijzen zonder daarbij diegene meteen in een hoek te duwen." Emancipatie

R拢: waarom zijn er volgens u zo weinig vrouwen doorgebroken naar de top van het bedrijfsleven? "In de jaren vijft.ig, toen ik studeerde, hadden wij op het economie college bijna geen vrouwen. In 1987, toen ik hoogleraar werd, had ik misschien een oftwee vrauwen onder mijn gehoor, de postdoctorale studenten. Toen ik wegging, 7 jaar later, zaten er een heleboel. Vrouwen die in mijn tijd gingen studeren, kozen zeker niet voor economie. Ais vrouw werd je arts, je studeerde geneeskunde of psychologie. Vandaar ook dOlt je nu zoveel vrotlwelijke artsen

46

hebt. Het duurt relatief toch heel lang voordat zo'n ontwikkeling doorzet. Als je kijkt in het latere management bij Unilever, neemt het aantal vrouwen hand over hand toe. Toen ik bij Unilever zat, waren er in de financiele hoek bijna nog geen vrouwen. De enkele vrouw die daar zat, was een haaibaai. De vrouwen die toen doorbraken naar de top wilden zich echt waarmaken en traden daardoor ook zeer sterk op. Om een voorbeeld te noemen, een van mijn belangrijke senior managers was een vrouw. Ik zat in een vergadering en zij stuurde mij een briefje met de vraag ofik een bepaald punt aan de orde wilde stellen . Ik heb toen dat briefje teruggestuurd, met de tekst: 'doe het zelf' . Dit is een voorbeeld van de andere kant: vrauwen voelden zich ook vaak geremd in hun opstelling, omdat ze niet over wilden komen als een haaibaai. Het was toen toch een he Ie moeilijke positie voor een vrouw, als er meerdere vrouwen zijn dan gaat het tach weer wat gemakkelijker. Ik zie ook echt geen reden waaram een vrouw qua karakter of vaardigheden mindel' goed zou functioneren dan een man. In het algemeen zijn de vrouwen aan de top zelfs betel' dan de mannen. Dit is ook logisch omdat vrouwen veel meer moeite hebben gedaan om zo vel' te komen, en hierbij veeI ervaring hebben opgedaan. De vrouwen die nu in het topmanagement komen, hebben zo'n 20 jaar geleden gestudeerd."

R.E: denkt u dat vrouwen zich meer moeten bewijz{>n, gelooft u in glazen plafond ? "Ik geloof niet dat dat nodig is, maar het wordt natuurJijk wei zo als ze een minderheid zijn. In die

Rostra Economica april 2005

tijd waren er weinig vrouwen tussen een hoop mannen. Het aantal vrouwelijke managers is nu enorm toegenomen . Unilever heeft ook een groot onderzoek gedaan naar de reden waarom er binnen dit bedrijf niet meer vrouwen doorbraken en de mogelijke oplossingen hiervoor. We wilden dit namelijk graag bevorderen . Zeker in ons bedrijf vonden we het heel belangrijk dat er meer vrouwen hvamen. Er zijn toch ook vee I problemen die aileen vrouwen tegenkomen. Zo kwam uit het onderzoek dat, OIls er gekozen moet worden tussen de baan van de man of de vrouw, er gekozen wordt voor de baan van de man. Dit gebeurt zelfs aIs de vrouw een betere carriere heeft. Een groat prableem Vaal' veel vrouwen is natuurlijk oak de keuze voor kinderen, waarvoor moet de carriere onderbroken moet worden. Zo kwam ooit een veelbelovende vrauw naar mij toe met de mededeling dat ze er een tijdje uit wilde om voor haar Cop komst zijnde) kind te zorgen. Ze wilde wei graag terugkomen. Ik heb haar gezegd dat ik het prima yond dat ze terug zou kamen, ze was erg goed en ik kan me goed voorstellen dOlt ze dat wilde. Ik heb haar echter ook verteld dOlt ze er rekening mee moest houden dOlt de anderen, die voor haar vertrek op dezelfde positie zaten OIls zij, tijdens haar afi..vezigheid


Interview

door zouden SO路omen. Het zou erg moeilijk en waarschijnlijk onmogelijk voor haar worden am dat in te ha len . Vervolgens komen er nieuwe groepen jongere mensen, die oak door moeten stromen. Een ander probleem dat bij Unilever een rol speelde is dat het steeds moeil ijker wordt voor topmanagers am in het buitenland te gaan werken . Vroeger was dat heel makkelijk: bes loot je naar het buitenland te gaan, dan ging het gezin mel'. Als de vrouw een baan had moest ze die opgeven en dat deed ze oak. Later kwam

Het Aufrichtsrat systeem met die vakbonden samen houdt in dat beide groepen voorvergaderingen hebben ; een voorvergadering van de vakbond en een voorvergadering van werkgevers. Je krijgt hierdoor nooit een open discussie in de Aufrichtsrat, omdat beide partijen hun standpunten al hebben ingenomen. Oat is dus een heel inflexibel systeem, je komt niet echt tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Formeel ben je gezamenlijk verantwoordelijk, maar in de praktijk worden de verantl.yoordelij kheden toch helemaal verdeeld. "

"Ik heb toen dat briefje teruggestuurd, met de tekst: 'doe het zelt'." het steeds vaker voor dat de vrouw haar baan niet wilde opgeven. Was ze bijvoorbeeld apotheker, dan kon ze dat in Amerika niet worden, aangezien dit diploma daar niet erkend werd. Hierdoor ging het hele verhaal dan niet door en dat is tach een probleem."

RE: Is er vol gens u een kans dat het auf<;richtrat systeem gaat veranderen, nu het economisch slecht gaat met Duitsland?

Corporate Governance

RE: Vindt u niet dat de RvC hier in Nederland een te beperkte rol

RE: u bent commissaris geweest bij diverse bedrijven. U heeft in de Auf~richtrat' gezeten bi; Unilever,

heeft gekregen? " Oat ligt aan hen zelf. Oat hoeft

in Duitsland. loals ik het begrt'ep zitren er daar ook vakbonden in de Rve. Wat vindt u van dit corporate governance model, lOa Is het in Duitsland gebruikt wordt? "Ik vind het een heel slecht model. De Aufsrichtrad is eigenlijk een soon RvC, we zaten met vierentwintig man rond de tafel, twaalf van de ene panij, twaalf van de andere panij en een voorzitter.

"Oat het Aufsrichtrat systeem gaat veranderen, betwijfel ik, want daar zullen de vakbonden zich onget,vijfeld sterk tegen verzetten."

helemaal niet zo te zijn. Toen ik commissaris was bij Internatio-Muller (het huidige Imtech) had ik een heel belangrijke rol. Ik ging oak naar bedrijven toe en s prak met die mensen . Bij het Engelse model ( ik was oak nag non-exec utive directeur van Union, een verzekeraar) had je nag meer verantwoordelijkheid. Mijn aandachtsgebied was Amerika, dus ging ik oak naar Amerika toe am met de 'board' te spreken.

Hier werd ik als gelijke behandeld door de Exec utive directors, met de echte bestuurders die het uitvoerende dee I deden. Daar had je dus een veel sterkere verantwoordelijkheid ." RE: pleitte u daar ook niet voor in uw artikel over meta control?Hierin ging het ook over meta-governance. Klopt dat naar uw mening de Rve juist meer betrokken moet worden bij strategische planning? " Ik vind het jammer dat je in Nederl and nauwelijks betrokken bent bij de strategische planning. In Duitsland is hier al helemaal geen sprake van. Het bezwaar in Nederland vond ik dat de RvB een stra tegisch plan maakt. Je gaat dit pla n bespreken, maar het ligt al vast. Er worden geen alternatieven getoond , waardoor adviseren weinig zin heeft. In Engeland ging dit heel anders. Er werd een conferentie georganiseerd van een paar dagen , waar wij als non-executive oak bij waren. Hier werden een aantal alternatieven besproken, er werden daar oak andere mensen bij geroepen. Als er een voorbeeld uit Frankrijk besproken werd, kwam de directeur van Frankrijk bij die strategische planning over Frankrijk praten. Als non-executive director heb je tijdens zo'n conferentie dus oak de mogelijkheid am mee te praten. De invloed die je hebt is veel groter, je kunt gaandeweg meer stu ring geven aan de strategische planning." RE:]e ziet vaak bij multinational d:lt bu itenlandse bestuurders meer verdienen dan Nederlandse ollega's, terwijl ze hetzelfde of misschien nog wei meer prestereno Levert dat volgens u problemen op?

Rostra Economica april 2005

47


Interview

"Het hoefr geen probJemen op te leveren, ik kom uit een cultuur waar dir geaccepteerd werd. Toen ik in de RvB van UniJever kwam, verdienden velen van de mensen, uit Amerika en DuitsJand, die aan mij rapporreerden, meer dan ik. Daar had ik helemaal geen problemen mee. Om een goed voorbeeld te noemen: ik werkte in Frankrijk en kreeg op een gegeven moment een baan aangeboden in Nederland. Dit was een hogere baan, maar netto kwam ik op de helft uit van wat ik in Frankrijk had. Nadat ik mijn ongenoegen hierover had geuit regen mijn baas drukte hij mij op het hart blij te zijn dat ik al die tijd twee keer zoveel had verdiend. We hebben eigenlijk een vreselijk zuinige cultuur, maar we maakten ons daar toen niet zo druk over. In die cultuur bevonden zich ook mensen als Van den Berg, Jurgens en Hartog. Zij hadden allemaal heel veel geld, maar wilden liever niet zoveel verdienen. Toen er over gepubliceerd moest worden wilden ze dit al helemaal niet. De verplichte publicatie in Engeland zorgde ervoor dat ik ineens veel

meer geld ging verdienen. Ik was ook lid van de RvB in EngeJand en mijn salaris kwam in het jaarverslag. Ik werd toen bij het Executive Commitee geroepen. Er bleek bij een veel kleiner bedrijfiemand op een soortgelijke positie te zitten, die tweemaal zoveel verdiende als ik. Dit kon natuurlijk niet, vonden ze. Het signaal naar onze mensen dat een van hen de helft verdiende van wat zo'n man met veel minder verantwoordelijkheid kreeg bij een kleiner bedrijfis verkeerd. De signaalwerking van zo'n publicatie is natuurlijk heel belangrijk voor de mensen onder de RvB. Zij zage n ook ineens hoeveel ik verdiende. Zelfverdienden ze meer en er was dus geen incentive om in de RvB plaats te nemen. Een voorstander van de gang van zaken op dit moment ben ik niet, maar het is een onvermijdelijke ontwikkeling geweest. Ik heb ook in de belonings commissie gezeten, binnen de supervisory board van Union. Wij kregen wei bonussen aan het einde van het jaar, ik was gewend aan 10%. Later werd dat 20% ."

RE:Hoe kijkt u nu aan tegen optieregelingen? "Optieregelingen zijn heel anders dan bonussen. Van bonussen ben i k weI een voorstander. Een bonus moet je geven aan mensen die zelfstandig hun werk kunnen doen. Hoe meer vrijheid ze daarin hebben, hoe hoger je eigenlijk je bonus moet maken. Werken met opties dat kan een hele goedkope manier zijn om je mensen te belonen .Zo is het ook eigenlijk begonnen, wij kochten die aandelen gewoon in op de beurs. Je verliest daarbij ook niet echt veel, want uiteindelijk kun je ze in de toekomst weer gebruiken of in trek ken. Toen ik wegging, begon die optieregeling net zo'n beetje aan te trekken en daarna heeft het een enorme vlucht genomen. Ik vind her ook onzin dat opties gebaseerd zijn op de toevallige hausse op de beurs. Nu is men daar dan ook wei weer van terug gekomen, je moet inmiddels die opties weer vergelijken met hoe de anderen gepresteerd hebben. Ennn, die optieregelingen zijn heel ingewikkeld geworden. Men is dus weer van die opties teruggekomen en gaat weer meer naar lange termijn beoordelingen en targets." Tot zo ver de Corporate governance. Ten slone ....

Heeft u baat gehad bij uw nevenactjviteiten tijdens uw tudie bij uw latere carriere? "Jazeker, je leert spelendelwijs met betrekkelijk onvolledige informatie beslissingen te nemen. Je krijgt echte beslissingsbevoegdheid. Een garantie dat je de top zult halen is het niet, maar ik zou het zeker aanbevelen, je leert er een hoop van." Il,,'g

48

Rostra Economica april 2005


delta lloyd groep I delta Hoyd gIDep

Gijs HeUVingh Student Be hi 'fse (J conofl1ie

delta lloyd groep

Gijs Heuvingh Bannan 1d: 10201 Wi 2; '; 1

delta lloyd groep

Gijs Heuvin~ , Lid Lllstnuno)llU111SS1L lei: 10201 19 '. 2., il Fax: [0201 W:\ 14 ." E-ll1a.il: Imn(i" ddtaHllyu.nl www. d~\ta.l\(lydgnx:p.u)m

-- .uvyu gIDep

Gijs HeUVingh Deelnelller Bu.sine<..'<. ' ( J'OUrse .~') Id: f020f W4 25 SI Fax: f(20) (;9.i I路., is E-mail"hn n .iJ ut路/t:ulo).cJ.nl W\Vw.ddt:..,JIcJyugrex:p .<.:um

test jouw talent

toekornstverzekerd Gijs Heuvingh, 26 jaar lk he b van alles gedaan voor ik aan de slag ging bij Delta Lloyd Groep . Benie uwd wat jij met je talenten kan' Sped de business game op het Networking Event en laat ons jouw visie op verze ke ren en financieIe dienstverl e ning zien . Maak [uimte in je agenda in apri.l of mei. Wij leren je graag kennen . Wat doe jij? Test je talent in de praktijk op het Networking Event en win een international business strategy course in Parijs. Meld je nu aan .

www.deitalloydgroep.com/event

delta lloyd


Ebay of Garden.com: wat maakt het verschil? Beide bedrijven beleefden eind jaren '90 hun beursgang aan de Nasdaq schermenbeurs. Ebay is uitgegroeid tot een succesvolle uitbater van veilingsites over de hele wereld. Garden.com, een internetwinkel voor tuinaccessoires, is 16 maanden na de beursgang failliet verklaard. Ik heb onderzoek gedaan naar de factoren die het succes van internetbeursgangen bepalen. "Beursgangen van internetondernemingen" was geen vanzelfsprekend onderwerp: mijn enige ervaring op dat gebied was een kleine investering bij de beursgang van WorldOnline. (De na路iviteit van een jonge student met goudkoorts kent geen grenzen ... ) Echter, een gesprek met Tjalling van der Goot, specialist op het gebied van beursgangen en mijn latere scriptiedocent, heeft me gemotiveerd om diep de literatuur in te duiken. Het spatten van de internetzeepbel in maart 2001 en de vele faillissementen die daarop volgden, waren namelijk nog onvoldoende onderzocht. Reden genoeg om op zoek te gaan naar mogelijke bijdragen aan het voorgaand onderzoek naar internetondernemingen en hun beursgangen.

Voorgaand onderzoek Het eerder uitgevoerde onderzoek naar internetondernemingen richtte zich voorn am elijk op de waardering van v66r en na de neergang van internetaandelen in 200!, en op de oorzaken van dit fenomeen. Het eerste type onderzoek, naar waardering van internetondernemingen, koppelt de waarde van een onderneming op een bepaa\d moment aan financiele en nietfinanciele factoren (zoals winstgevendheid, omzet, aantal unieke bezoekers op de website, etc) . De resultaten van dit type onderzoek geven een goed beeld van de waarderingsfactoren op een bepaald moment, maar zeggen weinig over het succes van een onderneming over een peri ode. Een ander nadeel van dit type onderzoek is dat aileen overlevende, beursgenoteerde ondernemingen kunnen worden bestudeerd, waardoor een grote groep gefaalde ondernemingen

50

buiten beschouwing blijft. Het tweede type onderzoek, naar de neergang van internetaandelen vanaf 200!, heeft een aantal mogelijke oorzaken voor dit fenomeen opgeleverd (zoals het tegelijkertijd vervallen van een grote hoeveelheid lock-ups' en de veranderde opinie van investeerders ten aanzien van uitgaven voor marketing en R&D). Onbeantwoord bleef echter de vraag welke internetondernemingen de dupe zouden worden van deze neergang, en op basis van welke factoren. Het doellag open: tijd om een schot te wagen.

Aan de slag dus Voor mijn scrip tie heb ik de succesfactoren van beursgangen van internetondernemingen onderzocht, door de relatie tussen de overlevingsdum op de bems en de eigenschappen ten tijde van de beursgang te analyseren. Succes is dus gedefinieerd als het blijven

Rostra Economica april 2005

1. Een verbod voor managers enlof prebeursgang aandeelhouders om gedurende een bepaalde periode na de beursgang (lock-up period) aandelen van de eigen onderneming te verkopen. Verschillende auteurs stellen dat een overaanbod van internetaandelen, veroorzaakt door het vervallen van een groot aantallock-ups, heeft geleid tot de zachte beurscrash van 2001. 2. "Dankzij" is bij voorbeeld een rekbaar begrip, en in jaarverslagen wordt internetgerelateerde omzet niet altijd gespecificeerd. 3. www.edgaronline.com en een lijst samengesteld door onderzoeker Jay Riner op basis van gegevens van Dealogic, Thomson Financial Securities Data en www.ipomonitor. com

Tekst: Michiel Botman

voortbestaan van de beursnotering van de internetonderneming. Op het eerste gezicht is d it een rare definitie: ondernemingen die aanblijven op de beurs kunnen namelijk onderling zeer verschillende rendementen laten zien. Echter, het direct meten van rendementen was niet mogelijk, door een gebrek aan informatie over de ondernemingen die gedelist waren (die van de bems waren gestuurd). Daa rnaast zou je bij meting van rendementen een momentopname doen : de tijdstippen die je kiest, kunnen de resultaten namelijk aanzienlijk bei"nvloeden. Delisting van ondernemingen vindt echter aileen plaats als ze gedurende een bepaalde periode niet voldoen aan de door de bemsalltoriteiten gesteld e prestatiemaatstaven (zoals een minimumprijs, -omzet en -marktcapitalisatie) . Om de bellrsregeis m.b.t. delisting voor aile ondernemingen gelijk te trekken, zijn aileen beursgangen aan de Nasdaq National Market in het onderzoek betrokken. Verreweg de meeste internetondernemingen hebben voor een notering aan deze Amerikaanse schermenbems gekozen .

De dataset Voor de selectie van ondernemingen was het van belang het begrip internetonderneming te definieren . In de literatuur wordt de volgende defi nitie gehanteerd: ondernemingen die meer dan de helft van hun omzet via of dankzij het internet vergaren. Aangezien deze definitie niet geheel objectief kan worden gehanteerd', heb ik ervoor gekozen twee verschillende bronnen te gebruiken om internetondernemingen te identificeren. AIleen ondernemingen die door beide bronnen J als internetonder-


Internetbeursgang

nemingen zijn aangemerkt, heb ik opgenomen in mijn voorlopige dataset. Voor de ze 382 ondernemingen verzamelde ik op www.sec. gOY het pros pectu s, her document waarin beursgaa nde ondernemingen releva nte data voor potentiele investeerd ers publiceren (zoals jaarvers lage n, ri s icofactore n, achtergrond van het management, etc.).

neminge n waren overgenomen, en de overige III ondernemingen waren van de beurs gehaald. Aile del is tings waren het gevolg van het niet voldoen aa n beursreglementen. Een overzicht van de timing van overnames en delistings is opgenomen in figuur 2. Voorgaand onderzoek bevestig t

van de beursgaande internetondernemingen is veranderd in de onderzochte periode. Op basis va n figuur 3 zou je kunnen concluderen dat er sprake is van afnemende kwaliteit. Des te later een onderneming naar de beurs is gegaan, des te gro ter de kans dat deze uiteindel ij k wordt gedelisr (terlvij I

Figuur 2: het aantal overnames en delistings van internetondernemingen per kwartaal.

de latere beursgangen een kortere periode tot het meetpunt ill april

Uit de voorlopige dataset zijn vervolgens een aa nta l ondernemin gen vervvijderd , omdat er geen prospectus besch ikbaar was (2) , onvoldoende fin anciele gegevens aa nwe zig ware n (31 ) of omdat de beursgang niet aan de Nasdaq plaatsvond (13). Hetzelfde is gedaan voor fin a nciele instanties (8) en ondernemingen die bij nadere ins pectie n iet als internetonderneming konden worden aangemerkt (2). Figuur I laat de tijdsverde lin g van beursga ngen voor de definitieve dataset van 326 ondernemingen zien.

= ~

~'

;

:: 1

2003 hebbenl). Overige data geven echter gee n bewijzen voo r deze hypothese va n afn emend e kwa liteit van beursgaa nde internetondernemingen. Het is ook mogelijk dat ondernemingen die eerder naar de beurs zijn gegaa n een voordee l hadden ten opzichte van concurrenten die later dezelfde stap namen. Dit wordt ook wei het first mover advantage genoemd.

1

. I

~

~

~

.:

10

l! CLo I I I, ~

Q Q

~

~

, , , I I I I I HI I ,

a

Q

~

~

a

Q

~

~

Q Q

~

~

da t ondernemingen die van de beurs worden gehaald s lechrer presteren dan ondernemingen die hun noterin g behouden . Ook geeft voorgaand onderzoek aa n dat overgenomen ondernem ingen voor hun overname slechter presreren dan ondernemingen die niet

De hypothesen Er is vee l onderzoek verricht naa r resultaten , en in mindere mate ook naar overlevingskansen, van ondernemingen die naar de beurs gaa n. Op basis van dit onderzoek

7S

o

.1

..

. . . . .ll

rtlCl

a~~

.."

Jeoh

I IJ9<I 19'17 I W7

19'17

I IJI)

19')8

tlO'

leb

((ut:. 1Y'nl

.,

I"

...11. III 1 19lJ~

11IJ\ l~

leb

1m

JlK"l

~uv

1?J9 1Âť9\)

()J\

Idl

mC'1

1I~

1".'\

'"

'eb

1999 2000 2000 :!OUO 2000 :'W I

Mund \'an beursga ng

Figuur 1: het aantal beursgangen van internetondernemingen per maand V~~r

de ze definitieve datase t heb ik per april 2003 gekeken of de ondernemingen nog steeds aan de Nasdaq waren genoteerd. Als dit niet he r geval was , heb ik het tijd stip en de reden va n her afbreken van de notering achterhaald. Van de dataset waren 121 ondernemingen nog steeds aan de Nasdaq genoteerd, 94 onder-

worden overgenomen. De onderbouwing voor her laatstgenoemde onderzoek is echter wat zwakker. Deso ndanks is , va nuit het perspectief van investeerders, be houd van de beurs notering als beste resu ltaa t aa ngemerkt, gevo lgd door overname van de onderneming. Delisting is het minsr gunstige resulta at voor investeerders.

11)")7

Figuur 3: De toestand van de ondernemingen per april 2003. ingedeeld naar het jaar

2(lun 1'1'.19 â&#x20AC;˘ Sur"i,'ors â&#x20AC;˘ Acquired ~ Non-sur'\ 'j\'ors

heb ik negen hypothesen opgesteld voor de overlevingsduur van internetondernemingen aan de Nasdaq Nati onal Market. Hieron der zijn deze kart uiteengezet.

van beursgang. Het aantal ondernemingen is weergegeven in de kolommen.

Voor deze data is het ook interessant om te bekijken of de kwaliteit

I I)':

Janr van beul'sgang

HI: Er is een negatieve relatie tu ssen het aa ntal ri s icofactoren in het prospectus en overlevingsduur In het prospectu s geven ondernemingen aan welke risico's zij zien

Rostra Economica april 2005

51


ten aanzien van de toekomstige rendementen v~~r investeerders (bijv. felle concurrentie, wisselkoersen, etc.). Ik heb het aantal risicofactoren geteld en deze gebruikt als maatstaf voor de grootte van het risico .

De eigenaren van een onderneming kunnen bij beursgang hun vertrollwen in de onderneming signaleren door een groot percentage van de aandelen in bezit te houden. Dit is voor investeerders een belangrijk signaal: insiders tonen zo vertrouwen in de toekomst van de onderneming en de beurskoers.

H2: De replltatie van de begeleidende bank is positief gerelateerd aan overlevingsdllur De bellrsgang van een onderneming wordt vrijwel altijd begeleid door een bank (de underwriter). Banken met een hogere replltatie zijn beter in het selecteren van ondernemingen voor beursgangen, en begeleiden deze beter v~~r en na de beursgang (o.a. door monitoring en met open bare analyses).

H7: Jongere ondernemingen hebben een kortere overlevingsdllllr Olldere ondernemingen zijn de relatief risicovolle ontwikkelingsfase voorbij en laten stabielere resliltaten zien. Zowel de leeftijd van de onderneming als de duur van haar internetactiviteiten zijn onderzocht.

H3: Er is geen relatie tussen grootte van de onderneming en overlevingsduur Gegeven de overige onderzochte variabelen, wordt geen effect v~~r deze variabele verwacht. H4: Een grotere vraag naar aandelen bij beursgang heeft een positieve relatie met overlevingsdllur V~~r de beursgang maakt de begeleidende bank road shows om potentiele investeerders te interessereno V~~r deze road shows wordt een initieel prijsbereik vastgesteld, dat op basis van signalen van de investeerders wordt gewijzigd. Een stijging van de prijs ten opzichte van het initieel vastgestelde prijsbereik dllidt dus op een grote vraag naar aandelen. Dit dllidt op vertrouwen van investeerders in de toekomst van de desbetreffende onderneming. HS: Overlevingsduur wordt korter naarmate de waarderingsonzekerheid bij bellrsgang groter wordt Zoals hiervoor gezegd, bepaalt de

52

begeleidende bank een prijsbereik voor de beursgaande ondernemingen. Een hoog prijsbereik (bijvoorbeeld van $18-$20), betekent een kleinere waarderingsonzekerheid dan een laag prijsbereik (zoals $4$6). In het laatste geval is de maximale waarde van de onderneming weI IS0% van de minimale waarde (waarde = prijs * aantal aandelen). Onzekerheid bij de waardering is een teken voor onzekerheid La .v. toekomstige resultaten. H6: Hoe kleiner het percentage aandelen dat wordt aangeboden, hoe groter de overlevingsduur

Rostra Economica april 2005

H8: De hoogte van de beursindex tijdens de beursgang is negatief gerelateerd aan overlevingsdullr Managers herkennen perioden waarin aandelenprijzen relatief hoog zijn, bijvoorbeeld door optimisme van investeerders over de potentieIe rendementen van jonge ondernemingen. Er zijn aaml'ijzingen dat zij hiervan gebruik maken door hun bedrijftegen een relatiefhoge prijs naar de beurs te brengen. Dit leidt tot hogere kwantiteit, maar lagere kwaliteit van beursgangen. Hg : Er bestaat een positieve relatie tussen onderstaande financiele ratio's en overlevingsduur In dit verband worden de offerto-book-ratio en de ratio's omzet I activa, bedrijfsresultaat I activa, operationele cashflow I activa en kortlopende vorderingen I activa getest. Tevens zijn de internetondernemingen onderverdeeld in een aantal sllb-sectoren. Deze sub-sec-


Internetbeursgang

toren worden als controlevariabelen meegenomen in de anal)lse. [n tabell is een beschrijving gegeven va n de onafhankelijke varia belen en de gebruikte maatstaven.

Gebuikte statistische methode Om de bovenstaande hypothesen te kunnen testen, moet een statistische methode worden gebruikt die aa n twee voorwaarden voldoet. Ten eers te moet de overlevingsduur van ondernemingen, de tijd van beursgang tot het moment van delisting, kunnen worden gerelateerd aa n de in de hypothesen genoemde variabelen . Ten tweede moeten in deze analyse ook ondernemingen kunnen worden betrokken die nog steeds aan de Nasdaq genoteerd Onafhankelijke vaT/abe/en

uitgevoerd: een met overlevende en gedeliste ondernemingen en een met overlevende en overgenomen ondernemingen.

zijn, waarvan de tota le overJevingsdullr dlls nog niet be ke nd is . Cox' Proportional Haza rd model voldoet aa n beide voorwaarden . Dit is een stati stisc he methode die vooral wordt toegep as t in de medis che literatuur, maar recent ook in economische publicaties is gebruikt. Het voert te ver deze methode hier uitgeb reid re bespreken; voor een uiteen zetting verwijs ik graag naar her volledige onderzoek. 4 En ig nadeel van de methode is dat niet aile onderzochte ondernemingen in een reg res sie kllnnen worden betro kke n , omdat het niet mogelijk is om onderscheid te maken russe n ondernemingen die overgenomen en gedelist zijn. Om deze reden zijn twee regressies

Maats/af

Resultaten Tabel J toont de resultaten van de twee Cox Proportional Ha za rd reg ressies vo or de ove rl evingsduur van internetondernemingen . Een posi ti eve relatie houdt in dat een hogere waard e van de desbetreffende variabele ge paard gaa t met een kortere overlevingsduur. In de kolommen ' hazard ratio' wordt aa ngegeven wat het effect is van een stijging van de desbetreffende variabele van I op de kans gedelist of overgenom en te worden. Zo zal extra risicofactor de gemiddel-

een

Overlevende ondernemingen

Overlevende ondernemingen

vs. Oelistings

vs. Overgenomen ondememingen

Schalling Coefflcienl

Eigenschappen beursgang Rlsico onderneming

Aantal genoemde risicofactoren In he! prospectus

Reputatie begeleidende bank

8inair: 1 VDor banken met reputatie 8 of 9: 0 bij lagere reputatie

Groolte onderneming

Log. van bruto opbrengs ten beursgang

Investeerdersbehoef1e

(AandelenprijS . gemlddelde prijsberelk) / gemiddelde prijsbereik

0.033

.. ..

·0.695

T-waarde

Hazard

Schaning

Rallo

Coefficient

Hazard T-waarde

Ratio

· 1.902

1.033

0 .00 1

·0.471

1.010

' 1.963

0.499

·0.423

-1.019

0 .655

0.103

...

-0.578

1. 109

·0.286

-0.897

0 .75 1

-1.436

..

·4.430

0 .238

-0,439

-1.076

0.645

0,054

Waarderingsanzekerheid

(Spreiding pnj sbe reik I gemiddelde prijsbereik)

Behoud aandelen door insiders

Percentage aandel en in bezit van InSiders na beursg ang

-3.336 -0.001

..

-1.849

1.055

-0.012

·1.995

0.036

-3 .285

..

-0.288

0.989

-1.971

0.037

-0.400

0.999

-0.392

0,999

-0,001

·0.872

1.007

0,014

-1 .620

1.0 14

0.256

- 1.96 1

1,292

-0.107

-0.731

0.899

-0.030

·0.31 5

0,970

0,002

-0.026

1.002

0.002

·0.032

1,002

0,012

-0.085

1.012

Leeftild anderneming

Aanlal ma anden van opnchting tat beursgang

Duur internelactlvileiten

Aan lal maanden van stan inlernetactiviteiten 101 beursgang

0.00 7

Hoagie beursindex

Gemi ddeld e Nasdaq Index in maand beursgang / 1000

..

..

Financieie ratio's OHer-lo-book ratio

Log. van (beurswaarde ondernem ing I boekwaarde onderneming)

Omzal f activa

Omzet f ac liva

,.

Bed nj fsresultaat I act iva

Bednjfsr sultaat I activa

-0. 154

· 1.713

0.857

-0.046

Operationele cashftow I acUva

Operallonete cash llow I act iva

·0.617

0.576

-0,126

Debi t€u ren / activa

Debiteu ren I activa

.. -0.049

·1.669

0.952

-0,050

-0.552

..

-0.538

0.956

-0.322

0.881

-1.54 9

0.951

Sub-sectoren van de internetbranche Inlernel service providers

Sinalr: 1 als ondernemlngen element is van sub-sector; anders 0

0.737

·0.315

2.089

0.311

-0.595

1.364

Content / portals

Sinair: 1 als ondernemlrlgen element IS van sub-sector; anders 0

0. 151

-0.032

1.163

-0.223

-0.438

0.80 1

E -commerce - product n

Binair; 1 als ondernemingen element IS van su b-sector; anders 0

0.599

-1.713

1.821

-0.160

E-commerce - diensten

Sinair 1 als ondernemingen element IS van sub-sector: anders 0

·0.617

0.374

-0.979

..

-0.360

0.853

-2.134

0.376 0.953

IT-infrastructuur - ne\werken

8 inai, : 1 als ondernemingen element IS van sub-seClo r: anders 0

·0.985 1.1 84

' 1.669

3.267

-0.048

-0.057

IT-infrastructuur - onderdere n

8inair: 1 als onderne mlngen elemen t is va n sub-sector: anders 0

-0.0 16

-0.3 15

0.984

-0.309

-0.562

0.734

Internet software - onder licentie Sinair : 1 als ondernemingen elemen t IS va n sub-sector: anders 0

0.258

·0.032

1.295

-0.544

-1.346

0.581

Interne t software - eigen server

Sinai r: 1 al s onderneminge n element is van SUb-sector: anders 0

-0.454

-1.713

0 .635

-1.133

-1.980

0.322

Professlone le internet dienSlen

Binalr: 1 als ondernemingen element

van sub-sec lor: anders 0

1.209

·0.6 17

3 .349

0 .530

-0.962

1.699

IS

..

Likelihood (alio statislic

82.793 .. .

40.376 ..

Aantalondernemingen

232

215

label 1: Regressieresultaten van het Cox Proportional Hazard model t.a.v. de overlevingsduur van internetondernemingen . De t-waarde in bovenstaande tabel is berekend als de ratio van de geschane coefficient en de standaard fout. Aangezien hypothesen 1·9 eenzijdig zijn, is de significantie van de t-test voor deze hypothesen gebaseerd op eenzijdige p-waarden. Aile overige p-waarden zijn tweezijdig.Beschrijving en operationalisatie van verklarende variabelen zijn ter verduidelijking ook in de tabel opgenomen.· Significant bij 10% BI, ** Significant bij 5% BI, •• * Significant bij 1% BI.

Rostra Economica april 2005

53


I

Internetbeursgang

de kans op delisting met een factor 1.033 (ofWeI3.3%) vergroten. Het model voor de overlevende ondernemingen vs. delistings laat zien dat succes zaals verwacht significant negatief is gerelateerd aan ondernemingsrisico, waarderingsonzekerheid en de hoogte van de beursindex ten tijde van beursgang. Ook de verwachte positieve relatie tussen succes en de reputatie van de begeleidende bank, investeerdersbehoefte, aandelenbehoud door insiders, en een tweetal financiele ratio's blijken significant. Ten slone kan de hypothese betreffende de insignificantie van de ondernemingsgrootte op basis van de resultaten worden aangenomen. Uit de resultaten blijkt echter ook dat het verwachte effect van leeftijd uitblijft. Dit zou kunnen worden verklaard door het feit dat de internetbranche grillig en onvoorspelbaar van aard was in de onderzochte periode, waardoor eerder opgedane ervaring van bedrijven niet in hun voordeel werkte. Zelfs de dum van de internetactiviteiten heeft geen effect op de overlevingsdum. Dit kan wellicht worden toegerekend aan het tegengestelde effect van first mover advantage van ondernemingen die op een vroeg moment naar de beurs gaan. Naast de hier gepresenteerde financieIe variabelen is er nog een aantal anderen getest op significantie, zander resultaat. Hieruit kan worden geconc1udeerd dat financiele variabelen slechts een beperkte relatie hebben met de overlevingsduur van internetondernemingen. De resultaten voor het model van overlevende ondernemingen vs. overgenomen ondernemingen zijn aanzienlijk minder significant

54

dan de resultaten in het eerste model. Alleen het aandelenbehoud door insiders en de financiele ratio debiteuren I activa zijn significant positief gerelateerd aan overlevingsduur; de duur van de internetactiviteiten heeft een negatieve relatie met de verwachte periode dat een internetonderneming zijn zelfstandige beursnotering zal behouden. Voor de overige varia belen verschi lien overlevende en overgenomen ondernemingen te weinig van elkaar. Wat betreft het aandelenbehoud door insiders kan in dit model een lage waarde worden ge"interpreteerd als een stap in de totale verkoop (overname door een andere partij) van de onderneming. De gevonden relatie van de duur van internetactiviteiten met overlevingsduur zou, net als in het vorige model , kunnen worden verklaard door het first mover advantage van jonge ondernemingen.Ondernemingen die langer wachten met hun beursgang, met dus een langere duur van internetactiviteiten bij beursgang, hebben een grotere kans om te worden overgenomen. Naar deze verklaring is echter weI aanvullend onderzoek nodig. De financiele variabelen hebben ook in dit model slechts een beperkte invloed op het zelfstandige voortbestaan van internetondernemingen op de beurs.

Conclusies Op basis van de resultaten worden de volgende conclusies getrokken ten aanzien van de overlevingsduur van beursgaande internetondernemingen aan de Nasdaq National Market: 1. Vrijwel alle niet-financieIe varia belen die in voorgaand onderzoek significant zijn gebleken

Rostra Economica april 2005

voor overlevingsduur van "gewone ondernemingen", blijken eveneens significant voor internetondernemingen. Jnternetondernemingen kunnen bij beursgang dus op basis van dezelfde maatstaven worden beoordeeld als andere ondernemingen . De opvatting dat er sprake is van nieuwe economische wetten voor internetondernemingen is onjuist. 2. Financiele maatstaven hebben slechts een kleine invloed op de overlevingsduur van beursgaande internetondernemingen. De ondernemingen zijn nog relatief onvolwassen, waardoor de financiele gegevens weinig verklarende waarde hebben. 3. De verschillen tussen blijvend beursgenoteerde ondernemingen en overgenomen ondernemingen zijn gering. Met behulp van het gebruikte model kunnen dus met name delistings worden voorspeld. Delistings zijn het meest ongunstige resultaat voor investeerders. [n aanvulling op deze conclusies , wordt aanbevolen onderzoek te verrichten naar het bestaan van een first mover advantage voor bemsgaande internetondernemingen. II)]

Na de scriptie ... Met het beschreven onderzoek ben ik afgestudeerd voor de studie bedrijfseconomie. richting accountancy. Ik dank mijn scriptiedocent Tjalling van der Goot en econometrist Noud van Giersbergen hartelijk voor hun waardevolle bijdrage. Naar aanleiding van de scriptie heb ik met hen overigens ook een artikel geschreven. dat is ingezonden voor het congres van de Southern Finance Association. een grote Amerikaanse organisatie ten behoeve van financieel onderzoek en onderwijs. Uit een groot aantal inzendingen is ons artikel uitgeroepen tot Best Empirical Research Paper 2004. We hopen het artikel binnenkort ook te publiceren. wat dan mijn tweede wetenschappelijke publicatie zal zijn. Na mijn afstuderen ben ik technische bedrijfskunde aan de Universiteit Twente gaan studeren. waar ik nu de laatste vakken volg. Ik blijf de komende tijd nog wei bezig met onderzoek naar internetondernemingen. misschien zelfs wei in de vorm van een promotie. Zo wi l ik binnenkort onderzoek doen naar het bestaan van het first mover advantage bij beursgangen.


Supermensen zijn we niet, maar ons werk stelt wei ongewoon hoge eisen. Log isch, 015 je he t toezic hl hebl op financiele inste llingen, zoals banken, pensioenfondsen en verzekeraars. Ais je moel zorgen voor de finane ie le stabilileit in o ns la nd. Als je de overheid adviseert over het economiseh beleid, Het gehele inlerbancaire betalingsverkeer door je compute rs zie t goon. De Nederlandse deviezenreserves beheert en belegt . Medeverantwoordelijk bent voor het beleid va n de Europese Cen lrale Bank. Ais je v66r m oet blijven op de nieuwsle fin a nc iele en monetaire ontwikkelingen, Een heel unieke positie, voor mensen die verder heel gewoon zijn. Maar zic h 0 15 professio nal nu juist voelen aongesproken door onze bijzondere we rkomgeving. Aan de ene kant inn ova lief. ae lueel en d ynamiseh. Aan de a ndere kan t een eeuwenoude Iraditie van doordachtheid, betrouwbaarheid en stabiliteit . Werkomstandigheden en ontplooiingsperspectieven waarin je 015 econoom, econometrist, actuaris, jurist. accountant o f HEAO'er alles kwijt kunt: kennis, e rvaring, talenten en ambities. Ais doener of als beleidsmaker, 015 starter of met werkervaring. In een sfeer die meer casua l is dan krijtstreep, Kijk eens op www.dnb.nl en loot ons weten wat je 20ek t. SINDS 1 NOVEMBER 2004 IS DE FUSIE TUSSEN DE NEDERLANDsC HE BANK EN DE PENSIOEN- & VERZEKERINGSKAMER EEN FElT. WE GAA N SAMEN VERDER ALS 'DE NEDERLAN D sCH E BANK ', WERK END AAN FINANC IElE STASIUTEIT.


Werkt en weest sociaal? Tekst Michiel de Nooij

Het kabinet wil dat mensen langer gaan werken. Ook wil het de samenhang in de samenleving verstevigen . Deze doelstellingen worden los van elkaar gezien. Het is de vraag of dat terecht is. Deels zal versterking van de socia Ie samenhang moeten komen door anders met elkaar om te gaan in ontmoetingen die er nu al zijn. Daarnaast kan de samenhang versterkt worden door meer interactie tussen mensen en tussen verschillende bevolkingsgroepen. Meer interactie kost tijd . Net als langer werken. Omdat een dag niet langer wordt dan de huidige 24 uur, moeten mensen kiezen waaraan ze hun schaarse tijd besteden. Over deze keuze gaat een recent artikel van Corneo (2005). Hij koppelt het aantal gewerkte uren aan het aantal uren dat aan socia Ie activiteiten en aan solitaire activiteiten wordt besteed. Bij de solitaire activiteiten focust hij zich op televisiekijken (een Nederlander kijkt gemiddeld 1000 uur televisie per jaar). Zijn conclusie is dat langere werkweken leiden tot minder socia Ie activiteiten (en meer televisie kijken) .

Corneo begint zijn artikel met twee stylized facts. Ten eerste kijkt men in landen waar meer uren per jaar wordt gewerkt meer televisie. En dat terwijl hoe meer iemand werkt, hoe mindel' tij d er over blijft vool' andere activiteiten, zoa ls televisie kijken . Ten tvveede kijken mensen die vee I werken mindel' televisie dan mensen die niet of weinig werken. Vervolgens pl'esenteert hij een model waal'in mensen aan drie dingen nut ontlenen: de consumptie van goederen, solitaire vrijetijdsactiviteiten (aangeduid als televisie kijken), en sociale activiteiten. Slapen, eten en dergelijke liggen vasten blijven buiten beschouwing. Oit model is een vel'fijning van Beckers model uit 1965 waal' de keuze gaat tussen vrije tijd en werk. Beckers model is in een aparte box verder ui tgewerkt. Uiteraard is de keuze van mensen aan randvoorwaarden ge bonden. Mensen kunnen niet meer geld

56

aan goederen en diensten uitgeven dan ze verdienen. En de totale tijd die consumeren, werken, socia Ie activiteiten en televisie kijken kost ligt vast en is beperkt. Sociale activiteiten hangen afvan de eigen inzet en van de (gemiddelde) inzet van anderen. Meer eigen inzet leidt ertoe dat iemand meer socia le activiteiten heeft. Maar ook de inzet van anderen is belangrijk. Aileen aan sociale activiteiten deelnemen gaat niet. Bij sociale activi tei ten treden ook sc haalvoorde len op. Hoe meer iemand participeert in sociale activiteiten, hoe beter hij erin slaagt die sociale activiteiten te vinden waar hij het meeste nut aan ontleent. Ais anderen meer sociale activiteiten ondernemen, dan wordt de keuze van de sociale activiteiten en de kwaliteit van de activiteiten betel', en stijgt het nut dat mensen aan socia Ie activiteiten ontlenen. Als in dit model het aantal gewerkte tlren toeneemt, hebben mensen

Rostra Economica april 2005

mindel' tijd om aan socia Ie en solitaire activiteiten te besteden. In eerste instantie dalen beide. Maar doordat er minder tijd aan socia Ie activiteiten wordt besteed, daalt de kwaliteit hiervan en word en sociale activiteiten mindel' aantrekkelijk en wordt het (relatief) aantrekkelijker om vool' de buis te hangen. In dit model zijn meerdere evenwichten mogelijk, namelijk met korte werkweken en weinig sociale ac tiviteiten , en met korte werkweken en veel sociale activiteiten. Als aileen arbeid gebruikt wordt als productiefactor, dan zijn de evenwichten met korte werkweken Pareto optimaal. Toch kan dan een verkeel'd evenwicht worden gekozen. Met zeer veel mensen en verschiJlende netwerken waar mensen in participeren is de cobrdinatie naar een betel' evenwic ht lastig. Hier kan beleid een 1'01spelen. Zo kunnen slec hte evenwichten worden gee limineerd door beleid dat wel'ktijden beperkt.


Samenleving

In werkelijkheid zijn er in verschillende landen verschillende evenwichten , in sommige landen wordt veel gewerkt en veel televisie gekeken, en in andere gebeuren beide weinig. Corneo verklaart deze verschillen m e t een productiefunctie met arbeid en kapitaal en een verschillende invloed van kapitalisten en arbeiders. Kapitalisten hebben een voorkeur voor een zo lang mogelijke werk"veek, omdat dan het rendemem van hun kapitaal maximaal is. In landen waar kapitaaleigenaren veel invloed op het beleid hebben, wordt dan veel gewerkt (zoals in de VS), en in landen waar de vakbond relatiefinvloedrijk is, wordt weinig gewerkt (lOa Is in Nederland) .

Beckers model van de allocatie van tijd Huishoudens worden, net als bedrijven, gezien als productie-eenheden. De huishoudens 'produceren' welvaart (nut), met geld en vrije tijd als inputs. Het aantal uren werk wordt net zo lang verhoogd tot de opbrengst van een extra uur werken (het uurloon) niet meer opweegt tegen de waarde van een uur vrije tijd (naarmate men langer werkt, neemt de waarde van vrije tijd toe) . In het welvaartsoptimum is de waarde van vrije tijd gelijk aan het uurloon. Figuur I illustreert deze theorie. Op de horizon tale as staat het aantal uren dat een dag telt. Van links naar rechts worden de gewerkte uren weergegeven; de resterende uren vormen de vrije tijd (deze uren worden van rechts naar links weergegeven). De curve ' marginaal nut van vrije tijd' geeft weer hoeveel een eenheid extra vrije tijd voor een persoon waard is. Hoe meer vrije tijd iemand heeft, hoe mindel' een extra eenheid vrije tijd waard is. De horizontale Iijn geeft her uurloon weer dat de persoon krijgt als hij werkt. Het aantal gewerkte uren wordt zo gekozen, dat het marginale nut van een eenheid extra vrije tijd gelijk is aan het uurloon.

Conclusie, en meer werk, en meer sociale activiteiten lij kt onmogelijk. Meer werk leidt juist tot minder sociale activiteiten, en dus mindel' sociale samenhang. Betekent dit dan dat het kabinet kansloos is? Nee dat nu ook weer niet. De overheid kan de voorkeuren voor socia Ie activiteiten vergroten, in jargon: de preferenties veranderen. Dit lijkt lastig, maar gezien de bedragen die aan reclame worden gespendeerd , lijkt dit toch mogeJijk. Michiel de Nooij Michiel.deNooij@)seo .nl Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) der Uni ve rsiteit van Amsterdam.

Becker, Gary ÂŁ. (1965) ATheory of the Allocation of Time, The Economic Jo urnal, LXXV Sep tember, 493 ' 517 . Corneo. Giamco mo (20 05) , Work and television, European Journa l of Pol itira l Economy, 21,99-11,.

'1ijJ

Figuur I

2'

â&#x20AC;˘ tl u e

De waardering van vrije tijd

De redenering ac hter dit model is dar men sen geen nut ontlenen aan goederen die ze kopen, maar aan het gebruik van die goederen, en dat het gebruiken ervan tijd kost. Een voorbeeld is het feit dat mensen geen nut ontlenen aan de goederen televisie en elektriciteit. Mensen ontlenen nut aan de combinatie van televisie, elektriciteit en tijd. Een ander voorbeeld is een bed. Mense n omlenen geen nut aan een bed, maar aan de combinatie van het bed en de tijd die ze erin doorbrengen. Onder economen is deze aanpak ondertussen gemeengoed geworden (hetgeen uiteraard niet wil zeggen dat er geen commentaar op is). Zo wordt door economen die de ko s ten en baten van infrastructuurprojecten bestuderen vaak gewerkt met gegeneraliseerde reiskos ten . Deze generaliseerde reiskosten bevatten niet aileen de geldelijke kosten van de rei s (kosten va n het treinkaartje), maar ook de tijd die de reis kost. Een ander voorbeeld waarbij deze benadering wordt toegepast is in de arbeidseconomie, waarbij economen aannemen dat werklozen een 'reserveringsloon' hebben. Onder dat loon willen mensen niet werken , omdat hun vrije tijd dan meer waard is dan het loon dat ze verdienen.

Rostra Economica april 2005

57


Wat te doen met 183 miljoen? Tekst: Melle Bijlsma

De reactie van Nederland op het drama in Azie is uitermate genereus geweest. Zo genereus zelfs, dat je er vraagtekens bij kan stellen of het bedrag wei zinnig aan hulp ter plaatse uitgegeven kan worden. De gesehiedenis van het drama in Azii! is inmiddels meer dan bekend. Tweede kerstdag ontketent een aardbeving voor de kust van Atjeh een enorme vloedgolf, die dood en verderf zaait aan de kllsten van de Indisehe oeeaan. De seha tting van het aantal doden li gt inmiddels tllssen de r69.000 en [78.000. Nog eens 128.000 mensen zijn vermist, waarvan het merendeel waarsehijnlijk ook is omgekomen. Nog eens honderdduizenden raakten gewond of dakloos. De beelden gingen de hele wereld over en de wereld reageerd e onmiddellijk. In Nederland werd direct het gironllmmer 555 van de Samenwerkende HlIlp Organisaties opengesteld. Nederland bleek mee te leven zoals nooit eerder. Na enkele dagen waren de eerste miljoenen al binnen, en dat was nog maar het begin . Dankzij de g iften van partielllieren en bedrijven, benefieteoneerten, inzamelingsaeties en natuurlijk de nationale televisie- en radioaetie is inmiddels r83 miljoen euro voor de slaehtoffers van de zeebeving in Azii! op giro 555 gestort. Een bedrag dat groter is dan ieder bed rag dat ooit bij een nation ale hulpaetie in zo'n korte tijd is ingezameJd. Missehien zeJfs een te groot bed rag? Regelmatig gaan er ste mmen op dat er inmiddels veeJ meer geld is ingezameld , dan op een goede wijze aan hulp ter plaatse kan worden ingezet. Begin dit jaar benaderde Artsen Zonder

58

Grenzen, een van de deelnemende hulporganisaties, haar leden met de vraag of geld dat direct aan hen (en dus niet aan giro 555 ) was gedoneerd, ook voor andere aeties ingezet moeht worden, zoaJs voor de Soedanese regio Darfur of in de Demoeratische Republiek Congo. Ook besloot de organisatie af te zien van haar deeillit de opbrengst van giro 555, omdat het vond dat het zelf genoeg giften van donateurs had ontvangen om goede hulp te geven. Artsen zonder grenzen gaf du s a l vroeg aan geen extra ge ld nodig te hebben. Toen de buitenwaeht vervolgens de voor de hand li ggende conelusie trok, dat Artsen Zonder Grenzen vond dat het extra ge ld niet goed besteed kon worden, haastte de organisa tie zich om te verklaren dat het volledig ac hter de inzamelingsactie stond . Inmiddels is het hoge woord er nu ook uit bij de voorzitter va n de hulpactie voor Azii!: de grens van wat verantwoord uit te geven is , is bereik t, zo zei hij tijdens de presentatie van het tussentijdse bestedingsrapport. De grote vraag is en bliift dus: is het enorme bedrag dat we eollectief op giro 555 hebben gestort, verantwoord uit te geven? AlJereerst iets over hoe giro 555 'werkt'. Het geld dat op giro 555 wordt gestort, wordt beheerd en verdeeld doo r de Samenwerkende Hulporganisa ties (SHO). In dit samenwerkingsverband bundelen negen grote huJporganisa ties hun kraehten. Het geld wordt via een

Rostra Economica april 2005

verdeelsleutel verdeeld onder de aangesloten organisaties. Deze sleutel wordt voor eJ ke aetie apart vastgesteld, op basis van het draagvlak van de organisaties in Nederland (lees: het aanta l don ateurs) en hun mogelijkheid om op de plek van de ramp hulp te bieden. Voor de besteding van het geld door de hulporganisaties zijn duidelijke speJregels opgesteld. Van de r83 miljoen die tot nu toe is opgehaaJd wordt om te beginnen 0,6% besteed aan de kosten van giro 555 zelf, zoa ls tran saetie- en advertentiekosten. Wat resteert wordt overgemaakt naar de aangesloten organisaties. Deze mogen op hun beurt maximaal 6% van het bed rag gebruiken om de kosten van de eigen administratieve organisa tie te dekken. Deze kosten moeten ook nog eens volledig worden gespeeifieeerd in het jaarverslag, zodat de hulporganisaties niet in de ve rleidin g komen om tekorten in hun eigen organisatie te dekke n met door giro 555 verstrekt geld. De resterende 93,4% moet direct ten goede komen aan hulp 'in het veld'. Er is de SHO veel aan gelegen om goed te verantwoorden wat er met het geld gebeurt. De hulporganisa ties staan te boek aJs integer en doen goed werk, maar toch steekt er af en toe een verhaal op over s Jordig beheer van gelden tijdens aeties in het veri eden . De SHO weet heel goed dat heel Nederland meekijkt: fouten bij de besteding van deze enorme som geld zou het vertrouwen van de Nederlanders in toekomstige hulpa cties ernstig ondermijnen. Met dat in het ac hterhoofd wordt absolute openheid betracht: elke drie maand en wordt in een tussenrapportage uitgebreid


Tsunami

bericht over wat er tot nu toe met het geld is gebeurd . In het verleden gebeurde dat pas na tvvee jaar. De verdeling van de gelden mag dan behoorlijk transparant zijn, m aa r de effectiviteit van de daadwerkelijke besteding ervan ter plekke blijft natuurlijk moeilijk objectiefte meten. De grote zak met geld is goed te volgen, maar naarmate deze verandert in tienduizenden minuscule pakketjes die her en del' worden gebruikt om hulp te verlenen, wordt het steeds moeilijker om de effectiviteit van het 'geJnvesteerde' geld te meten.

lijke doeJen die duidelijk effect sorteren. Structurele wederopbouw betekent mensen in staat te stellen hun eigen leven weer op te bouwen, onafhankelijk van de hulporganisaties. Dit is een zeer ingewi l<l<elde taak, waarbij veel

gegeven zou hebben, als ze vooraf zou bebben geweten dat het geld voor structurele hulp gebruikt zo u gaan worden.

meer mis kan gaan. Ook na zestig jaar van dit soort structurele hulp is de echte 'gouden formule' er

giro 555 heeft gestort, de diverse organisaties carte blanche gegeven om naar eigen gelieven de samenleving weer op te bouwen. De hulporganisaties zullen daarbij uiteraard aile openheid betrac hten, maar natuurlijk ook liever niet toegeven dat ze niet effectief zijn geweest. Wij kunnen niet andel'S

nog niet voor gevonden. Sterker nog: inmiddels heeft men vooral geleerd ho e het niet moet. Maar a l te vaal< bleek de hulp de lokale economie niet te helpen, maar te ontwrichten, doordat de bewoners 'verslaafd' raakten aan de gegeven hulp.

Veelzeggend in de eerste tussenrapportage van de SHO is dat nog maar ongeveer eenderde van het totale bedrag door de hulporgani-

Hoe het dan wei moet? Daar heeft elke hulporganisatie haar eigen an twoord op. Zo heeft NOVIB haar

Zoals Kamagurka al schreef: in Afrika hebben ze nu echt pech. saties blijkt te zijn uitgegeven. En dat terwijl de meeste investeringen voor acute noodhulp inmiddels ac hter de rug zijn. Op de bankrekeningen van de organisaties staat dus nog een slordige [20 miljoen euro: een lu xeprob leem van enige omvang. Niet dat de hulporganisaties bang zijn geld over te houden. Ze verwachten het overgebleven geld te gebruiken voor structure Ie wederopbouw van het getroffen gebied. Dat is natuurlijk een edel doel. Maar wei een met complicaties. Bij noodhulp is het duidelijk wat er met geld gekocht wordt: vaccins, huisvesting, I<leding, schoon water, sanitaire voorzieningen en ondersteuning van de getroffen bewoners van het gebied. Duide-

'NOVIB-methode', richt UNICEF zich op de kinderen in het gebied, en heeftTEAR fund als filosofie om aile hulp 'ui t te besteden' aan kleine organisaties tel' plaatse. Noga l wat verschillen du s: en hoewe i de hulporganisaties natuurlijk aardig op de hoogte zijn van de valkuilen, is de ene organisatie ongetwijfeld veel effectiever dan de andere . Voor wie heilig in het werk van de hulporganisaties gelooft,

Feitelijk heeft Nederland voor de laatste 120 miljoen die het op

dan afWachten. Misschien interessam als eerste signaal: bij de huiporganisaties schatten ze in dat er 20 vee I geld beschikbaar is dat het getroffen gebied er misschien na aRoop van de wederopbouw nog beter bij ligt dan voor de tsunami . Trek daaruit uw eonclusie. Zoals Kamagurka al se hreef: in Afrika hebben ze nu eeht pech. Is dat dan een grote ramp? Nou, het valt a llemaal natuurlijk wei een beetje mee. Achterafhad u beter een gedeelte van uw donatie op de rekening va n de organisatie van uw keuze kunnen storten , zodat deze geheel volgens de filosofie waar uin gelooft het getroffen gebied had kunnen helpen opbouwen of het elders naar eigen inzicht had kunnen besteden. Maar ja, feit blijft dat u uw donatie in el k geval niet heeft opgedronken in de

komt het op giro 555 gestorte geld natuurlijk prima terecht. De actie

kroeg: een goed doel blijftnatuurlijk een goed doel. )e kan het de

voor giro 555 heeft echter veel mensen over de streep getrokken,

huiporganisaties ook niet kwalijk nemen dat ze de aetie niet hebben stopgezet wen er genoeg geld was verzameld voor de noodhulp in het gebied. Als er een golf van geJd op je afkomt, heb je er behooriijk veei discipline voor nodig om de benen te nemen. [lg

die normaal helemaal niet Jijken te geloven in s tructurele hulp: driekwart van de Nederlanders die geld op giro 555 hebben gestort, geeft normaal nooit aan goede doelen. De vraag is of deze groep wei geld

Rostra Economica april 2005

59


Student in bedrijf

.h mp

Teks!: Ralf Welkers

home entertainment

Naam: Jeroen Hansma Leeftijd: 26 jaar Studierichting: Financiering Naam bedrijf: Himp.nl Opgericht: maart 2004 Wat voor soort bedrijf heb je opgestart? Het is een importeurschap dat een aantal high end producten importeert en vertegenwoordigt in Nederland. We werken samen met een importeur uit Belgie, die een aantal merken heeft in de Benelux, waarvan wij er een aantal vertegenwoordigen. Daarnaast importeren wij zelf een aantal producten , die worden vertegenwoordigd in de Benelu x door andere bedrijven. Wat wij voornamelijk doen is het leveren aan dealers. We leveren merken die in het absolute high end segment van de alldiomarkt zitten. De merken zijn vooral bekend bij opnamestudio's, het gaat hier om de merken ATC, Cary, Sunfire en Resolution Audio, ma ar tegenwoordig richten de producenten zich ook op de hui s houdens. De kosten van een dergelijk systeem varieren enorm, vanaf 500 euro voor een simpele speakerset tot grote bed ragen voor de beste systemen . Hoe is het idee ontstaan voor het opstarten van dit bedrijf? Ik heb altijd al iets gehad met audio apparatullr. Zelfhad ik een nieuw monitor systeem nodig, dus ben ik wat gaan rondkijken. Er zijn maar een paar goede merken, dus daar kom je al snel terecht. Toen ben ik naar Belgie gegaan om te kijken en kwam ik erachter dat er totaal niets met Nederland werd

60

gedaan op het gebied van high end audio. Vervolgens hebben het Belgische bedrijf en ik een aa ntal maanden om de tafel gezeten om te kijken wat we hieraan konden doen, hebben we afspraken gemaakt en heb ik de licentie voor Nederland ontvangen. In eerste instantie begon ik met ATC, maar omdat ze ook Sunfire en Cary hadden waar ze weinig mee deden, heb ik deze twee uiteindelijk ook in licentie genomen. Sinds januari importeer ik Resolution Audio voor de Benelux, dit merk ben ik een keer tegengekomen op een beurs, waarna ik gesprekken heb gevoerd met de producent en ook de licentie heb ontvange n.

Hoe is de taakverdeling binnen het bedrijf7 Ik doe het helemaal aileen, het bedrijfheeft daarom ook de vorm van een eenmanszaak aangenomen. Op zich is het niet een zeer grote taak, het importeurschap, dit komt omdat ik veel dingen samen doe met het Belgische bedrijf. Je zou ook alles zelfkunnen doen, maar hierbij loop je veel meer risico en kost het je meer tijd. De bedoeling was om aan Himp.nl een twee dagen in de week te besteden, maar vaak kost het me meer tijd. De drukte komt echter met vlagen, $Oms ben ik er veertig uur per week mee bezig, terwijl het andere weken om slechts een paar uur gaat.

a

Verder moet je ook voor een plaats op een beurs betalen. Daarnaast reis je in het begin vee I heen en weer om deals te sluiten wat ook behoorlijke kosten met zich meebrengt.

In deze rubriek wordt een student aan de UvA met een eigen bedrijfje de gelegenheid gegeven zijn verhaal te vertellen. Heb jij ook een bedrijfje, of loop je rond met een idee binnenkort een bedrijf op te starten, mail naar ralf. ~

Op welke manier is de financiering tot stand gekomen? Ik heb het allemaal ze lfbij elkaar gebracht. Het is een vrij grote investering geweest. In eerste instantie moet je promotiemateriaal hebben voor op beurzen. Hiervoor moet je een aantal monitor systemen aankopen die prijzig zijn.

Rostra Economica april 2005

Is Himp.nl een bedrijf waar je later je brood mee zou willen verdienen? Op dit moment nog niet, het hangt er sterk vanaf wat er de komende maanden gaat gebeuren. Er zijn merken die heel vee I potentie hebben, er zijn heel vee I mogelijkheden om het breder te implementeren. Ik wil mijn studie na de zomer afronden en gaan werken bij een bedrijf. Daarnaast wil ik Himp.nl houden en verder laten groeien . De tijd die ik hier extra aan kwijt ben is het me waard, omdat ik er vee I plezier in heb.

uva.nl. Binnenkort zal dan contact met je worden opgenomen en in een volgende Rostra Economica kan jouw idee verschijnen.

Zou je studenten die met een idee rondlopen voor een bedrijfje nog iets willen meegeven? Er lopen heel veel mens en rond met ideeen die zeggen: "jij doet hetwel!" . Als je nu een plan hebt, ga naar de kamer van koophandel, schrijfje in. Haal het boekje van de belasting, lees je in en doe het gewoon! Nu is je kans , over twintig jaar kan het niet meer. De barriere die in Nederland bestaa t moet veranderen . De handelsgeest is verdwenen, iedereen wil voor een baas werken, dat moet veranderen! Ilยง


Studievereningen

r

f acultair C IstudC nten raad

Campagne voeren voor de FSR-vefkiezingen??

Marketing Associatie

~VSAE

~ Amsterdam De nieuwe marketeer

De VSAE en haar energie.

De geluiden van een crisis in marke-

De Vereniging Studenten Actuariaat en

tingland zwellen aan. Recent viel in

Econometrie & Operationele Research

hard aan zijn opvolging. Dit betekent het acrief

het Financieele Dagblad wederom te

wen'en van studenten voor het volgend academisch jaar. In vergelijking met het afgelopen

lezen over dit onderwerp. Marketing als

(VSAE) werd in 1963 opgericht en is in de afgelopen 40 jaar gegroeid tot de groot-

vakgebied , maar ook als sector leeft van

ste studievereniging op haar vakgebied.

verandering, dynamiek en innovaties . Helaas verandert marketing zelf niet. Het

gekost, die de VSAE niet of nauwelijks

De smdentenraad FEE werkt op dit moment

jaar zijn de verkiezingen iets gewijzigd. Koos je in het verleden lOwel een vertegenwoordi-

Dit heeft uiteraa rd de nodige energie

ging voor de FSR (8Ieden) als de CSR (2 leden vanuit de FEE) , nu wordt vanuit de FSR een

is zelfs oerconservatiefin haa r aanpak

vertegenwoordiger afgevaardigd naar de CSR

Een marketeer komt niet meer weg met

moment zijn er 73 leden van de VSAE

en een vertegenwoordiger direct gekozen tij-

het statement dat hij of zij niet weet wat

actiefbetrokken bij de VSAE , dit is een

dens de verkiezingen. Belangrijk is het hebben

een campagne oplevert, maar dat het zo goed is voor het merk. De aanpak van

relatiefhoog aantal voor 345 studenten Actuariaat, Econometrie en ORM . Geluk-

van een goede studentenraad en hiervoor zijn wij altijd op lOek naar geschikte kanidaten,

onttrokken heefi: uit het milieu, maar ontvangen heefi: van haar leden . Op dit

marketeers is anders en deze aanpak za l

kig maar, dat er zoveel energieke studen-

zowel op facultair als op centraal niveau.

s nel op brede schaal na vo lging krijgen. Zoekmachine marketing, community

ten AEO aan de UvA zijn, anders kon de

Actuele ondervverpen van de FSR zijn onder meerde OERen en de vakevaluaties.

marketing, RSS marke ting, zomaar wat termen die de huidige status van het

aJs ze nu doet. Om ervoor te zorgen dat de actieve en

marketingvak illustreren. In de jaren 50

minder actieve leden energievol blijven

De OERen zijn de examenreglementen van de

en 60 van de vorige eeuw ging het over

studeren, organiseert de VSAE ontspan-

faculteit. Hierop heeft de FSR instemmings-

segmentatie en over de 4P'S van Kotler. Vijfentwintig jaar later staan brand

recht. Ondervverpen die eerder in het jaar zijn

VSAE niet zoveel projecten organiseren

nende activiteiten. Zo is er iedere tweede dinsdag van de maand een gratis borrel en is er een VSAE-weekend in Zeeland,

behandeld komen formeeJ aan de orde. Dit is dan ook een van de belangrijkste medezegen-

development, laddering en het managen van de waarde van je merk op de agenda .

waar de deltawerken bezocht zullen

schapsinstrumenten en erg leuk en leerzaam

worden om te kijken hoe de natuur met

om over te adviseren en nog belangrijker om

Ook loyaliteitsprogramma 's zijn hot in die d age n. Menig marketeer zet zijn

over mee te besJ issen.

consumenten aan het knippen en plak-

haar energie omgaat. Ook worden er studiegerelateerde projecten georgani-

ken van zegeltjes. Het z ijn de tijden van

se erd; er moet natuurlijk ook energie in

De vakevaluaties zijn bij aile studenten weI

het oude adagium "50% van je budget

bekend: het invullen van de enquetes . De be-

is weggegooid geld , aileen welke 50%

de studie gestoken blijven worden. Hier voIgt een overzicht van de komende

loofde opvolging door de faculteit, de conclusies en resultaten van de evaluatie, bleefvaak

...... " Het is allemaal verleden tijd. Als het gaat om de marketing dan is het

de VSAE:

achtervvege. Binnenkort komt hier verandering

pleit beslecht. Succesvolle marketeers

in en worden de resllltaten ook inzichtelijk

koppelen moeiteloos creativiteit en kunst, aan sta tistieken en aa n profielen.

8-10 a pril. VSAE-weekend in Bruijnisse,

voo r de studenten. Hierdoor wordt he r aangeboden ondervvijs een stuk rransparanter.

Ik houd het er op dat de rest van het

20

projecten die georganiseerd worden door

Zeeland

umfeld s nel za l volgen.

a pril. Actuariaatcongres met als thema "Pension rund Governance" in

Kort terllgkomend op de verkiezingen, noteer

Ga jij deze trend volgen, of ben jij de

de Konings zaa l van Artis, voor meer

alvast de volgende data in je agenda, II en 12

marketeer in spe die hetverschil m aakt ? Wil jij deeluitmaken van een ijzersterk

aa tcongres.nl

mei. De twee data waarop gesremd kan worden, misschien weI op jou? Stel je kandidaat

informatie hierover kijk op www. actuari-

netwerk waarin veelbelovende academici

5-15 mei. Studiereis naar Bangkok,

voor 6 april, voor een ontzettend leerzaam maar vooral gezellig en leuk en afWisselend

zich kunnen ontwikkelen tot de marketeers van morgen? Wordt dan lid van de

Thailand 24 mei. ORM dag met als thema "Fast

srudiejaa r. Heb je vrage n of wil je je kanidaat

Marketing Ass ociatie Amsterdam . Schrijf

Moving Consumer Goods" in de Rode

stellen n eem d a n contact m et ons op.

je in op www.ma rketi n gassoci a tie.nl

Hoed.

Aile informatie is ook te vinden op Oilze

Paul Chris tiaan Franken

Voor meer informatie over de VSAE en

nieuwe website:

Voorzitter Ise Bestuur Marketing Associ-

ha ar projecren kun je kijken op www.

http://www.smdentenraad-fee.nl/

atie Amsterdam

vsae.nl of mailen naar de VSAE via info@Vsae.nl.

Rostra Economica april 2005

61


Column Heertje

Paul Samuelson wordt 90 jaar. Tekst: Arnold Heertje

Op zondag 15 mei van dit jaar wordt Paul Samuelson 90 jaar. Wie is Paul Samuelson? Van de nu levende economen ongetwijfeld de grootste. Hij kreeg in 1970 de Nobelprijs voor economie. Toen leverde hij al sinds 1937 fundamen tele bijdragen tot de economische theorie. Daarna is het niet opgehouden. Tot op de dag van vandaag gaat de stroom van wetenschappelijke publicaties van hoog niveau door. Op de huidige stand van de economische wetenschap heeft Samuelson een enorme invloed uitgeoefend . Kenneth Arrow, een van de andere grote Amerikaanse economen, typeerde Samuelson al in 1967 als " ... one of the greatest economic theorists of all time". Vanwege zijn joodse afkomst wilde Harvard, waar hij studeerde bij Schum peter en Leontief, hem in 1938 niet in de staf opnemen. Antisemitisme was in die dagen even gewoon als tegenwoordig. Samuelson bleefin de buurt. Hij ging naar MIT in Cambridge, dicht bij Boston. Daar kreeg hij een kam er die hij nog steeds bezet. Samuelson was een briljante student, die op de colleges de voordrachten van zijn hoogleraren voortdurend corrigeerde . Overigens hoogleraren met klinkende namen , Alvin Hansen, Edwa rd Chamberlin, Joseph Schumpeter en Wassily Leontief. Paul be-

mische theorie blootgelegd , maar bovendien de grondslag gelegd v~~r een wiskundig verantwoorde dyn amis ering van de economische theorie . Samen met het boek van de Engels ma n John R. Hicks, Value

and Capital, uit 1939, is het werk van Samuelson gezichtsbepalend geweest voor de economische theorie in de tweede helft van de vorige eeuw. Samuelson heeft honderden baanbrekende artikelen geschreven op vrijwel het gehele terrein van de economische wetenschap. De theorie va n het consumen ten- en producentengedrag, conjunctuur en groeitheorie, kapitaaJrheorie en de theorie van de internationale handel. Hij heeft zic h ook altijd beziggehouden met de geschiedenis van de economie. Zijn modellen van het werk van Adam Smith, David Ricardo en Karl Marx zijn wereldberoemd. Van jongsafwas hij op de hoogte van de literatuur, zowe l de moderne als de oudere. Samuelson heeft voorts grote, wereldwijde naam gemaakt met zijn handboek Economics, waarvan de eerste druk net na de Tweede

schikte al snel over een grondige wiskundige kennis die het hem mogelijk maakte zijn leermeesters te verbeteren. Bij zijn doctoraalexamen vroeg Schumpeter dan ook aan Leontief: "Wassily did we pass?". Zijn dissertatie is later, na de Tweede Wereldoorlog, gepubliceerd onder de titel Foundations of Economic Analysis. In dit geniale boek wordt niet aIleen de eenheid in verscheidenheid van de econo-

62

Rostra Economica april 2005

Wereldoorlog is verschenen. In miljoenen exemplaren is het boek steeds herdrukt en in vele taJen vertaald. Ook la ngs deze weg heeft Samuelson een enorme invloed uitgeoefend . Met Paul Samuelson mocht ik schriftelijk en mondeling contact hebben sinds de tweede helft van de jaren zestig. In de persoonlijke sfeer is hij altijd een bescheiden , toegankeIijke figuur geweest, vol humor en relativering. Tot mijn grote vreugde sc hreefhij een essay in de mij aangeboden bundel bij mijn vertrek van de juridische faculteit in 1999 over Karl Marx. Het is daarom een uitzonderlijk voorrecht uitgenodigd te zijn voor het seminar en het diner ter ere van Paul Samuelson op IS mei in Boston. De ti te l van het seminar luidt: "Reflections on Seven Decades of Contributions to Economic Science with a View to the 21st Century". Een prachtig thema. Vanzelfsprekend heb ik de uitnodiging aa nvaard. Samen met mijn vrouw. Zij kent Paul ongeveer even lang als ik, veertig jaar. Dat is genoeg.


Hoe pak jij een 'case interview' aan?

Kom naar de 'Crack-a-case' workshop op 19 mei.


2005 - Nummer 255 - april 2005  

Environment: Energy: Economy

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you