Page 1

2

Juni 2014

Opzeggen kan alleen per 31 december. Er geldt een opzegtermijn van zes maanden. Zie voor verdere informatie de statuten, artikel 7, lid 4 en de VEMW-website: www. vemw.nl/OverVEMW/ Lidmaatschap

VEMW is hét kenniscentrum en dé belangenbehartiger voor zakelijke energie- en watergebruikers.

VEMW Journaal

Jules van Lier, Professor Afvalwaterzuivering TU Delft: ‘Dogma’s verlammen discussie afvalwaterzuivering’ pagina 10

‘Emissiehandel biedt bedrijven flexibiliteit’

In dit nummer o.a. Miljardeninvesteringen in energie-infrastructuur

Kornelis Blok adviseert, op voorstel van VEMW, het team dat belast is met het vormgeven van een emissiehandelssysteem horende bij de ambities van het SER Energieakkoord voor duurzame groei. Blok is een autoriteit op het gebied van energie- en klimaatbeleid. Hij is mede-oprichter van Ecofys, een vooraanstaand consultancybedrijf op het gebied van duurzame energie. In dit VEMW Journaal geeft hij zijn visie over emissiehandel: “Een goed emissiehandelssysteem combineert ambitie met flexibiliteit en biedt investeringszekerheid aan de industrie.” Lees verder op pag 6

En verder in dit nummer

Zes specialisten in de energiewereld belichten vanuit verschillende invalshoeken de brede consequenties voor de consument. Pag 4-5

Door de ogen van de OESO De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling presenteerde de resultaten van haar onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het Nederlandse waterbeheer en -bestuur. Roel Feringa van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Hans Kroes (Voorzitter van de VEMW Beleidsgroep Water) geven hun reactie op het rapport. Pag 8-9

2 VEMW Position Schaliegas Uitholling rechtsbescherming

4-5 Miljardeninvesteringen energie-infrastructuur

8-9 Door de ogen van de OESO

11 VEMW Sectorteams Column Spoor

3 Opinie Ontheffingsaanvragen

6-7 EmissiehandelssysteemInterview Kornelis Blok

10 Dogma’s in discussie afvalwaterzuivering’

12 Verenigingsnieuws


Actualiteit

VEMW presenteert ‘Position Paper Schaliegaswinning’ VEMW vindt het de moeite waard om de mogelijkheden van de winning van schaliegas in Nederland en de Europese Unie te onderzoeken. - De moeite waard omdat de afhankelijkheid van onze energievoorziening van voorraden van buiten de Europese Unie - en daarmee de voorzieningszekerheid - in toenemende mate op de politieke agenda staat. - De moeite waard om de gasinkomsten voor de Nederlandse schatkist niet op te laten drogen. - De moeite waard om te onderzoeken of de samenstelling van het gas nieuwe business cases mogelijk maakt. Of en in welke mate de winning van schaliegas een bijdrage kan leveren is vooralsnog onduidelijk. Proefboringen zijn nodig om de samenstelling van het gas en daarmee ook de economische waarde vast te kunnen stellen.

Proefboringen onder strikte voorwaarden Onder condities van een adequate vergunningverlening en mitigerende maatregelen om risico’s en optredende gevolgen aan te pakken heeft VEMW vertrouwen in het uitvoeren van schaliegasproefboringen, gebruik makend van de meer dan 50 jaar kennis en expertise bij de winning van delfstoffen in Nederland en ervaringen in onder meer de VS, VK, Polen en Oekraïne. VEMW roept op tot een genuanceerde discussie met de betrokken stakeholders geleid vanuit argumenten. Het VEMW Position Paper Schaliegas staat op de VEMW website onder: Gas & WKK/Beleid en Toezicht/Specifiek Nederlands Beleid.

‘Uitholling rechtsbescherming’ Maar liefst veertien partijen in de energiesector, waaronder VEMW, heeft minister Kamp eensgezind tegen zich in het harnas gejaagd met zijn nieuwste voorstellen voor de ‘Gaswet’ en de ‘Elektriciteitswet 1998’, het wetspakket ‘STROOM’. De veertien partijen zijn allen zogenoemde ‘representatieve organisaties’ die volgens deze wetten bezwaar kunnen maken en in beroep kunnen gaan tegen alle besluiten van de toezichthouder ACM. Een individueel bedrijf kan dit doorgaans niet. Maar de minister wil de mogelijkheden om in beroep te gaan inperken, omdat juridische procedures zouden leiden tot torenhoge uitvoeringslasten en onzekerheid. De partijen uiten in een gezamenlijke reactie aan de minister hun ernstige zorgen over - ‘de marginalisering en volledige uitholling van de rechtsbescherming’ en - beschouwen de onjuiste beargumentering van de minister ‘in strijd met fundamentele rechtsbeginselen’. - Daarnaast, stellen de partijen, staan de voorstellen op gespannen voet met de rechtsbeschermingseisen uit de Europese energierichtlijnen. Het kan en mag niet zo zijn dat de toezichthouder besluiten kan nemen zonder gerechtelijke toets. De minister lijkt deels gehoor te geven aan de bezwaren van de veertien organisaties, maar VEMW is nog niet gerust op een goede afloop en zet alle middelen in om dit voorstel uit het wetsvoorstel van tafel te krijgen. De brief aan de minister staat op de VEMW website onder Elektriciteit/Beleid en Toezicht/Toezicht

2

VEMW Journaal | Juni 2014


Opinie

Snelle ontknoping gewenst

G

rote energiegebruikers met een particulier gas- of elektriciteitsnet op hun eigen terrein kunnen bij de Nederlandse toezichthouder (ACM) een ontheffing aanvragen van de plicht tot het aanwijzen van een netbeheerder. Bij toewijzing hiervan ontslaat dit de eigenaar van een aantal verplichtingen die voor openbare netbeheerders gelden, zoals het indienen van tariefvoorstellen bij de ACM. De ontheffing voorkomt onder meer onnodige administratieve lasten. Het verwerken van de ontheffingsaanvragen blijkt vaak één groot vraagstuk. Nog zeventig wachtenden voor u…. Medio 2012 wijzigde de wetgeving over het aanwijzen van een netbeheerder. Eigenaren van particuliere elektriciteits- en gasnetten moesten een nieuwe ontheffing aanvragen bij de toezichthouder, ACM. Ook zij die al een ontheffing hadden. Ruim 120 aanvragen kwamen binnen. Hiervan zijn er tot nu toe vijftig behandeld. De overige zeventig aanvragers verkeren al twee jaar in onzekerheid: afwijzing kan een enorme kostenpost betekenen. Kop of munt Het proces van aanvragen en beoordelen van een ontheffing blijkt nogal wat vraagtekens op te leveren. Eenduidigheid van begrippen ontbreekt wat vele interpretaties mogelijk maakt. Zo kan het muntje zomaar de verkeerde kant opvallen. Er zijn verschillende vraagtekens op te lossen: • Is er wel sprake van een net? Om aan te tonen dat er sprake is van een net hanteert de ACM de WOZ-beschikking. Deze wordt door de gemeente afgegeven voor eigendom en/of gebruik. Deze WOZ-beschikkingen zijn echter niet altijd actueel. Daarnaast hanteren gemeenten criteria niet eenduidig: in de ene gemeente is er sprake van een net, in een andere gemeente in een vergelijkbare situatie blijkt dat niet het geval.

VEMW Journaal | Juni 2014

• Van wie is het net ? Het eigendom van een net is voor de meeste netten niet schriftelijk vastgelegd, of de gebruiker heeft de eigendomsstukken niet in bezit. Bedrijven moeten dan met goede argumenten onderbouwen dat zij opereren als neteigenaar. • Wat is een huishouden? Op een gesloten distributiesysteem mogen geen huishoudens zijn aangesloten. Maar een definitie van een ‘huishoudelijke gebruiker’ staat niet in de Nederlandse wet. Is een kamer op een studentencampus bijvoorbeeld een huishouden? • Ontheffingsgronden De ACM kan besluiten om een ontheffing te verlenen als er wordt voldaan aan één van de twee ‘ontheffingsgronden’. Die zijn echter onduidelijk in de wet omschreven en geven ruimte voor een verscheidenheid aan interpretaties. Economische schade En zo is er nog een aantal lacunes in de wet waardoor beoordeling van een ontheffingsaanvraag zeer lang kan duren en in sommige gevallen leidt tot onterechte afwijzing. Dit kan voor de desbetreffende bedrijven tot enorme economische schade leiden. In het ergste geval moeten netten worden overgedragen aan een netbeheerder of moet het bedrijf zeer kostbare aansluitingen op het openbare net realiseren. Bedrijven verkeren al geruime tijd in onzekerheid als gevolg van onduidelijke wetgeving of het toepassen daarvan. VEMW vindt dit onacceptabel en roept alle betrokken partijen op om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de uitleg en toepassing van de wet. Desnoods moet de wet worden aangepast.

3


Kennis

VEMW-leden laten zich informeren miljardeninvesteringen energie-infra Het Nederlandse hoogspanningsnet wordt klaargestoomd voor stroomtransport van nieuwe elektriciteitscentrales, windparken op zee en import uit het buitenland. Ons gastransportnetwerk moet uitgroeien tot een ‘gasrotonde’: een centraal ‘verkeersplein’ voor Russisch en Noors gas, groen gas en vloeibaar gas (LNG) naast ons eigen Groninger gas. Ook de regionale energienetwerken moeten uitbreiden om decentrale invoeding te faciliteren. Zes specialisten uit de energiesector presenteerden op het jaarlijkse ‘VEMW-Energie Infrastructuur Seminar’ vanuit verschillende invalshoeken de consequenties van deze miljardeninvesteringen voor de consument. In dit artikel een korte impressie van de presentaties.

Saskia Lavrijssen | Hoogleraar Consument en Energierecht - Universiteit van Amsterdam

Jan van der Velde | Strategie & Regulering - Stedin

Jan-Paul Dijckmans | Senior Manager Regulation NL – TenneT

De rechtsbescherming van de energieconsument

De kosten van netbeheer

De impact van grootschalige investeringen in het hoogspanningsnet van TenneT voor de eindgebruiker

Effectieve rechtsbescherming is een fundamenteel Europees recht voor de energieconsumenten (huishoudens en grootzakelijke afnemers). Indien de Nederlandse toezichthouder (ACM) naar de mening van de gebruikers te hoge tarieven vaststelt, hebben zij toegang tot de rechter om een besluit aan te vechten. Echter, zij komen vaak van een koude kermis thuis. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) pleegt de besluiten van de ACM op grond van de energiewetgeving marginaal te toetsen. Voorbeelden zijn de uitspraken over de methodebesluiten voor de regulering van het landelijk gastransportnet en over de negatieve x-factoren. Een te terughoudende toets door de rechter ondermijnt een adequate rechtsbescherming voor de energieconsument.

4

Netbeheer is het aanleggen, vervangen, onderhouden van energienetten en het aansluiten van afnemers. Maar netbeheer in Nederland is ook het bedienen van de markt: door het faciliteren van marktprocessen, door het toekennen van transportvolumes aan marktpartijen en door het bestrijden van energiediefstal. De kosten die (regionale) netbeheerders maken lopen in de miljarden. Bij nadere beschouwing blijken deze kosten niet alleen maar voort te komen uit de aanleg van kabels of leidingen. Toewijzing van deze kosten aan (groepen) afnemers is hierdoor niet altijd eenvoudig.

TenneT investeert de komende jaren aanzienlijke bedragen in haar hoogspanningsnet om hernieuwbare energiebronnen in te passen, om nieuwe elektriciteitscentrales aan te sluiten en om im- en export van elektriciteit te faciliteren. De afgelopen periode ontstond er een groter prijsverschil in de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt. TenneT kan als netbeheerder een bijdrage leveren aan de optimalisatie van de elektriciteitsmarkt en demping van prijsverschillen door gerichte investeringen en slimme benutting van de infrastructuur. Om de overheidsdoelstellingen voor 2023 te realiseren ziet TenneT bevestiging van haar rol als netontwikkelaar op zee door de overheid als een vereiste stap.

VEMW Journaal | Juni 2014


Kennis

over brede consequenties structuur

Machiel Mulder | Hoogleraar Regulering Energiemarkten Universiteit Groningen/Economisch Bureau ACM

Rudi Hakvoort | Expert Strategy & regulation – D-Cision

Floris Gräper | Manager Business Development & Regulation – Gasunie

Regulering bij investeringen in infrastructuur

De gevolgen van decentrale invoeding op het (regionale) net

De gevolgen van investeringen in de gasinfrastructuur voor de consument

Zonder regulering kunnen netbeheerders zich als monopolist gedragen. Hoge tarieven, slechte doelmatigheid en kwaliteit zijn dan de consequenties. Tariefregulering moet energiegebruikers beschermen tegen hoge tarieven, maar stelt netbeheerders ook in staat (efficiënte) investeringen te financieren en de kwaliteit van diensten op peil te houden. Prikkels voor doelmatigheid blijken de omvang van specifieke investeringen te minimaliseren omdat deze efficiënter worden aangelegd. Anderzijds kunnen deze prikkels leiden tot grotere vermogensbehoefte als er meer geïnvesteerd wordt in efficiëntievergroting. De mate van regulering is ook belangrijk voor de beschikbaarheid van financiering. Empirisch onderzoek laat zien dat tariefregulering met doelmatigheidsprikkels en onafhankelijke toezicht positief uitpakt voor investeringen.

De huidige tariefsystematiek is gebaseerd op de idee dat elektriciteit vooral op de hogere netvlakken wordt geproduceerd en op lagere netvlakken wordt afgenomen. Dit verandert echter steeds meer. Afnemers op lagere spanningsniveaus participeren in de elektriciteitsproductie. Ook beïnvloedt ‘smart grid technologie’ zoals vraagrespons, inzet van elektriciteitsopslag en elektrisch vervoer het netgebruik. D-Cision analyseerde het effect van deze innovatieve ontwikkelingen op het netgebruik. Uit modelberekeningen blijkt dat lokale energieproductie niet noodzakelijkerwijs leidt tot minder benodigde netinfrastructuur. De totale hoeveelheid afgenomen elektriciteit van het net neemt weliswaar af, maar teruglevering van lokaal geproduceerde elektriciteit vraagt in sommige gevallen een hoger capaciteitsbeslag van het net dan het verbruik.

Investeringen in de gasinfrastructuur moeten een betrouwbaar net opleveren dat toegang mogelijk maakt tot een goed werkende markt (liquide TTF). GTS verwacht geen zeer grote uitbreidingsprojecten en wil (in het licht van de uitkomsten van recente Open Seasons en veilingen) in de toekomst gebruik gaan maken van een Netwerk Ontwikkeling Plan, dat gebaseerd wordt op scenario’s en consultatie met de markt. GTS investeert de komende jaren op grote schaal in onderhoud en renovatie, onder andere van de Gas Ontvangst Stations (GOSsen). Om het TTF nog aantrekkelijker te maken wordt het gebruik van het TTF vanaf 1 juni helemaal gratis. De effecten van regulering op investeringen worden aangestipt in de presentatie van GTS.

De complete presentaties kunt u vinden onder de button ´Activiteiten´ (16 mei Seminar Energie Infrastructuur) van het VEMW-ledennet.

VEMW Journaal | Juni 2014

5


Maatschappij

Vervolg van pagina 1

‘Emissiehandel biedt bedrijven flexibiliteit’ “H

et is duidelijk dat we een klimaatprobleem hebben. De CO2uitstoot moet terug. De Europese Unie wil een uitstootreductie in 2050 van 80 tot 95% ten opzichte van 1990. Dat is ambitieus. Dat kan je bijvoorbeeld bereiken door normen te stellen of energiebesparing te subsidiëren. Er is in 2005 gekozen voor het emissiehandelssysteem ETS. Dat is een relatief eenvoudige manier. Veel bedrijven vinden een emissiehandelssysteem aantrekkelijker dan andere vormen van regulering. Het biedt flexibiliteit: heb je veel mogelijkheden om je uitstoot te reduceren dan doe je dat. Zo niet, dan koop je rechten in op de markt die voor emissierechten bestaat.”

6

Emissiehandel wereldwijd “Emissiehandel wordt, vanwege die flexibiliteit, wereldwijd als een aantrekkelijk systeem beschouwd. Er zijn variaties, maar in essentie komt het op hetzelfde neer: een bedrijf krijgt een bepaalde allocatie toegewezen en kan eventueel op de beurs handelen. De wijze van allocatie verschilt nog wel eens. Het systeem zoals nu door het ‘SER Energieakkkoord’ omarmd, het Dynamisch Allocatiemodel, wordt al op enkele plekken toegepast, waaronder in Californië. Ook in sterk groeiende economieën, waaronder China en Indië, waar de CO2-uitstoot nog sterk stijgt, wordt de discussie over CO2-reductie wel degelijk

gevoerd. Ook China experimenteert met het emissiehandelsssysteem. Ecofys is daarbij betrokken.” “Zekerheid voor groei en uitbreiding” “Met het Dynamisch Allocatiemodel worden pér jaar, vandaar de term dynamisch, de CO2rechten van een bedrijf bepaald. Het bedrijf produceert een bepaalde hoeveelheid van een product, bijvoorbeeld staal. Uit een benchmark volgt de hoeveelheid ton CO2 die hiervoor geldt. Dat zijn de rechten die het bedrijf voor dat jaar krijgt. Produceert het bedrijf efficiënter dan de benchmark dan houdt het rechten over om te veilen.”

VEMW Journaal | Juni 2014


Maatschappij

“Zowel in hoog- als laagconjunctuur” “Bedrijven produceren veel in hoogconjunctuur, in laagconjunctuur minder. Om die verschillen op te vangen hebben we een Allocation Supply Reserve ingevoerd. Dat is een grote pot die wordt gevuld met een startkapitaal aan emissierechten. Tijdens hoogconjunctuur worden hier rechten uitgehaald voor extra allocatie aan bedrijven. Zo kunnen zij tóch groeien binnen de EU. Hiermee wordt ‘carbon leakage’, het wegvloeien van productie uit de EU, voorkomen. Tijdens laagconjunctuur worden de rechten die bedrijven niet nodig hebben weer in deze pot terug gestopt. Wij hebben uitgerekend hoe groot die reserve moet zijn voor de volgende ETS-periode. Het totale plafond van CO2uitstoot, de EU ETS cap, blijft binnen de doelstelling van 1,3 miljard ton in 2030.” Wat betekent dit voor de Nederlandse industrie? “Het betekent vooral zekerheid, met name investeringszekerheid. De industrie weet nu dat ze automatisch extra rechten krijgt als ze wil investeren in uitbreiding of in efficiëntieverbetering van processen. Bedrijven hoeven niet bang te zijn dat deze investering halverwege de rit

Betekent dat ook extra kosten voor hen? “Dat is een kwestie van plussen en minnen. Er zijn wat extra rapportagekosten. Nu rapporteren bedrijven alleen nog maar hun uitstoot. Met dit systeem moeten bedrijven ook de hoeveelheid die zij van een product produceren aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) rapporteren. Maar veel bedrijven moeten dat nu ook al doen, soms zelfs al op maandbasis.”

Wat zijn de vervolgstappen? “In het ‘SER Energieakkoord’ van september 2013 spraken industrie, overheid en alle maatschappelijke organisaties af dat men dit Dynamisch Allocatiemodel als het gewenste systeem ziet en zich hiervoor hard maakt. Maar Nederland gaat hier niet over, dat is de Europese Unie. De belangrijkste vervolgstap is dan ook anderen in Europa te overtuigen dat dit een goed systeem is. Er starten daartoe gesprekken met de Europese Commissie en de Europese lidstaten. Als Nederland hier in Europa geen steun voor krijgt dan gaat het gewoon niet door.”

Is het complexer voor bedrijven? “Op het eerste gezicht lijkt dit model complexer dan het huidige ETS-systeem. Met het huidige ETS-systeem wordt één keer een getal vastgesteld over de gehele ETS-periode en ben je klaar. Met het nieuwe model wordt elk jaar met de bedrijven de allocatie vastgesteld. Dat lijkt ingewikkelder, maar het is toch simpeler, omdat een veelvoud aan uitzonderingsregels met dit nieuwe systeem tot het verleden behoort. Daarnaast gelden voor een nieuw bedrijf dezelfde regels als voor een bestaand bedrijf.”

Voorstel Europese Commissie “De Europese Commissie publiceerde januari 2014 een rapport over haar klimaatbeleid na 2020. Zij hanteert in haar voorstel voor aanpassingen van het ETS-systeem óók een reservepot, een zogenoemd Market Stability Reserve (MSR). Ecofys onderzoekt momenteel hoe zich dit verhoudt tot het Nederlandse voorstel. De Commissie die aantreedt na de Europese verkiezingen moet de vierde fase van het ETSsysteem daarna samen met de lidstaten verder vorm geven.”

onmogelijk is vanwege het niet toegewezen krijgen van rechten, zoals met het huidige systeem soms het geval is.”

Phase 3 surplus 2.6 GtCO2

‘industry cap’ 2013

2020

1.77 GtCO2

auction

Allocation Supply Reserve

EU ETS cap

auction

EU ETS cap 1.33

Allocation to industry 2021

Derde fase ETS-systeem: Tussen 2005 en 2021 moet de CO2-uitstoot van de grote Europese bedrijven met 21% zijn verminderd (EU ETS cap). Bezwaar bij het huidige systeem is de gevoeligheid voor de conjunctuur. De industrie heeft CO2-rechten verkregen op basis van productie in het verleden (industry cap). Door de productieafname als gevolg van de economische crisis is er een overvloed aan CO2-rechten. Er is geen sprake van een goede balans van vraag en aanbod op de veiling. Bij hoogconjunctuur zouden bedrijven de CO2-grens juist zo snel overschrijden dat zij afzien van productie-uitbreiding in Europa en deze verplaatsen buiten de EU (carbon leakage). In beide gevallen wordt geen structurele CO2-reductie bewerkstelligd.

VEMW Journaal | Juni 2014

Nederlands voorstel voor de vierde fase van het ETS systeem – het Dynamisch Allocatiemodel: Bedrijven krijgen rechten op basis van de werkelijke jaarlijkse productie. Bedrijven kunnen daarnaast afhankelijk van hun behoefte CO2-rechten op de veiling kopen of verkopen. In tijden van hoogconjunctuur worden extra rechten aan bedrijven gealloceerd afkomstig van de ‘Allocation Supply Reserve’. Bij laagconjunctuur wordt het overschot aan rechten weer teruggestort. De totale dalende EU ETS cap wordt dus zowel in hoog- als laagconjunctuur bereikt.

2030

Kornelis Blok (1956) is oorspronkelijk natuurkundige. Hij promoveerde aan de Universiteit Utrecht met zijn proefschrift ‘On the Reduction of Carbon Dioxide Emissions’. Naast zijn functie als wetenschappelijk directeur van Ecofys is hij hoogleraar Duurzame Energie aan de Universiteit Utrecht. Blok speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van internationaal klimaatbeleid en werkt wereldwijd in talrijke landen. Hij was een van de belangrijkste auteurs van het derde en vierde rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change.

7


Beleid

Door de ogen van de OESO Nederland heeft volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een ‘excellente track record’ en is een ‘mondiaal referentiepunt’ voor wat betreft het waterbeheer. De OESO concludeert dat uit haar onderzoek dat zij in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) uitvoerde. Roel Feringa, plaatsvervangend directeur-generaal van het ministerie licht de conclusies toe: “Dit rapport geeft reden trots te zijn op ons waterbebeheer, maar niet op onze lauweren te rusten.” Waarom dit onderzoek? e ogen van een buitenstaander zijn soms nodig om het bijzondere in eigen land te zien en tegelijkertijd kwetsbaarheden te ontdekken. We wilden weten of ons waterbeheer voldoende toekomstbestendig is. Daarom hebben we de OESO in december 2012 gevraagd te

“D

8

onderzoeken of het Nederlandse waterbebeheer goed voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen.” Wat zijn de belangrijkste bevindingen? “Nederland zorgt tegen relatief lage kosten – 1,26% van het BNP –voor waterveiligheid, waterkwaliteit en voldoende water. Maar dit rapport

benoemt ook onderwerpen die onze aandacht vragen: het gebrek aan waterbewustzijn, transparantie over de bestedingen, verbetering van het bekostigingssysteem. De grootste waarde van dit rapport is dat we altijd ons waterbeheer moeten blijven verbeteren.” Wat gaat de minister van IenM doen aan de door OESO gesignaleerde tekortkomingen ten aanzien van het: • Geringe ‘waterbewustzijn’ bij burgers en bedrijven “De OESO constateert dat Nederlanders zich niet bewust zijn van wat er allemaal bij komt kijken om dit land droog en bewoonbaar te houden. Dat ondermijnt het draagvlak voor de investeringen die nodig zijn.

VEMW Journaal | Juni 2014


Beleid

We moeten beseffen dat Nederland nooit af is en het werken aan water ook niet. Daarom wordt binnen het Deltaprogramma hard gewerkt aan een nieuw waterveiligheidsbeleid. Publiekscampagnes en educatie worden ingezet om Nederlanders bewuster maken van de waterrisico’s en het belang van waterbeheer voor Nederland.” • Gebrek aan onafhankelijk toezicht in de watersector “Extern toezicht is in de Nederlandse situatie niet passend, omdat toezicht in het Nederlandse waterbeheer door democratische controle is geregeld. Gemeenten, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en ook het Rijk hechten echter wel aan transparantie. Daarom wil de minister samen met deze partners verkennen hoe de bestedingen transparanter kunnen. Je kunt denken aan een verbreding van de jaarlijkse rapportage ‘Water in beeld’ naar

‘De staat van het water’. Daarnaast blijft er aandacht voor het verbeteren van de efficiëntie in de waterketen. De minister riep onlangs nog alle waterorganisaties op tot samenwerking in de waterketen en zo kosten te besparen, juist om de kosten voor alle Nederlanders minder te laten stijgen.” • Versterken van economische prikkels voor duurzaam watergebruik waaronder het instellen van een ‘onttrekkingsheffing’ “We kunnen financiële prikkels anders leggen, zodat dit het gedrag van gebruikers verandert door breder toepassen van het principe ‘de gebruiker/de vervuiler betaalt’. Een voorbeeld dat de OESO hierbij noemt, is inderdaad een onttrekkingsheffing. Dit vraagt om een zorgvuldig proces dat we de komende maanden verder met gemeenten, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en maatschappelijke partners uitwerken.”

Roel Feringa is sinds 2008 plaatsvervangend directeur-generaal van het Directoraat-Generaal Ruimte en Water binnen het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zijn verantwoordelijkheid is het algemeen waterbeleid in Nederland en meer specifiek de waterveiligheid.

Reactie van Hans Kroes, voorzitter VEMW Beleidsgroep Water. In het dagelijks leven SHE-manager bij Heineken Nederland Supply. Wat vindt u van het OESO-rapport?

investeren in hun eigen duurzaamheidsprojecten. Dat kan natuurlijk niet de

“Het is goed dat een onafhankelijke, deskundige externe partij het waterbeheer

bedoeling zijn van een heffing waarmee men duurzaamheid nastreeft. De afge-

in Nederland beoordeelt. Dat kan altijd tot nieuwe inzichten leiden. Wij zijn het

lopen jaren zijn er door de industrie grote slagen gemaakt in het terugdringen

grotendeels eens met hun conclusies. De OESO is vol lof over de waterveilig-

van hun watergebruik. Een heffing als prikkel heeft de industrie echt niet

heid in Nederland. Met betrekking tot de zoetwatervoorziening hebben ze

nodig.”

terecht vraagtekens.” Om de waterlasten voor consumenten niet de pan uit te laten rijzen Het toezicht en de efficiëntie van het Nederlands waterbeheer laat vol-

dient Nederland maximaal in te zetten op het verbeteren van de effi-

gens het rapport te wensen over. Waar ziet u ruimte voor verbeterin-

ciëntie in de waterketen. Daartoe is het volgens de OESO

gen?

noodzakelijk om de waterketen anders in te richten. Hoe ziet u de

“Wij pleiten al jaren voor een onafhankelijke toezichthouder in de watersector,

waterketen van de toekomst?

naar het voorbeeld van de elektriciteitssector. Dit bevordert de transparantie

“Wij pleiten ook al jaren voor het onderbrengen van de afvalwaterketen in één

van de kostenopbouw. Waterleidingbedrijven zijn monopolisten waardoor ech-

afvalwaterbedrijf. Nu valt het rioolstelsel onder de gemeenten en de afvalwa-

te prikkels om efficiënter te werken ontbreken. De kosten worden aan de con-

terzuivering onder de waterschappen. Verantwoordelijkheden zijn onduidelijk

sumenten doorbelast. Ook gemeenten en waterschappen slagen er in onze

en communicatie verloopt stroef. Het onderbrengen van deze functies in één

optiek niet in om het efficiëntie-potentieel te verzilveren. Onderlinge kostenver-

orgaan/bedrijf bevordert de efficiëntie en dringt de kosten terug.

schillen van een factor twee tot drie dat kan écht niet meer. De OESO concludeert, mede op basis van een vergelijking met andere landen, terecht dat het

“Sluit de keten”

onafhankelijk toezicht in de watersector in Nederland een ondergeschoven

“Daarnaast ben ik gecharmeerd van het idee van het inkopen van water als

kindje is.”

dienst. Denk aan het systeem van Philips waarbij je betaalt voor de hoeveelheid licht die je afneemt. Je koopt de lampen niet meer zelf. Het is eigenlijk heel

De OESO pleit voor het instellen van een nieuwe heffing om efficiënt en

vreemd dat een watermaatschappij het water bij je aflevert en er vervolgens

duurzaam watergebruik te stimuleren. Wat vindt u hier van?

helemaal niet meer naar kijkt. Een andere partij zuivert het. Als een watermaat-

“Een heffing om duurzaamheid te bevorderen werkt alleen maar averechts. Het

schappij het eigen water weer zou terug nemen heb je een gesloten keten en

geld dat bedrijven voor deze heffing moeten reserveren kunnen ze niet meer

een prikkel om te optimaliseren. Dat vind ik een interessante gedachte.”

VEMW Journaal | Juni 2014

9


Strategie

‘Dogma’s verlammen discussie afvalwaterzuivering’ Er zijn verschillende meningen over centrale en decentrale afvalwaterzuivering. Deze variëren van het verplicht stellen van het gebruik van centrale afvalwaterzuivering, tot het heilige geloof dat alleen decentrale afvalwaterzuivering duurzaam is. Professor afvalwaterzuivering aan de TU Delft, Jules van Lier, mengt zich in de discussie.

terleidingen en riolering. Dat ga je niet zomaar vernietigen, maar onderhoudskosten lopen wel in de miljarden. Tegelijkertijd zijn er de afgelopen twintig jaar alternatieve technieken beschikbaar én betaalbaar geworden, om de keten toekomstgericht te maken. Sommigen technieken passen bij een centrale toepassing, anderen meer bij een decentrale.”

Rekensommetjes “In de discussie rondom centraal zuiveren van industriewater ontbreekt de nuance ten aanzien van de opbrengsten uit afvalwater voor de industrie zelf, zoals gezuiverd water voor hergebruik, restwarmte en het terugwinnen van schaarse grondstoffen. Een eenvoudig rekensommetje laat zien dat een papierfabriek of brouwerij zo 2 MW aan elektrisch vermogen uit zijn afvalwater haalt! Niet alleen de industrie maar ook het milieu vaart hier wel bij.”

BOL funest “Helaas staan geweldige duurzaamheidsinitiatieven onder druk door overheidsmaatregelen. De weinig doordachte belastingmaatregel ‘Belasting op Leidingwater’ is een voorbeeld van het blijven hangen in dogma’s en staat haaks op het bevorderen van duurzame ontwikkelingen voor industriewater.”

Pér situatie bekijken

Proefopstelling ‘sewer mining’: van rioolwater schoon water maken via keramische membranen.

Stellingenoorlog

“N

aar mijn idee is duurzaamheid het terugwinnen van zoveel mogelijk producten tegen zo laag mogelijke kosten met een zo gering mogelijke voetafdruk voor het milieu. Het op voorhand zeggen dat waterzuivering centraal of decentraal moet, vind ik dodelijk in deze discussie. Het is een

10

vreemde polarisatie tussen twee niet nader gedefinieerde begrippen. Deze polemiek leidt alleen maar tot een stellingenoorlog. Niet tot verduurzaming.”

“Elke situatie is uniek en behoeft een op maat gesneden aanpak. Factoren als de hoeveelheid en concentratie afvalwater per vierkante meter en per tijdseenheid, alsmede de beschikbare ruimte en de financiële capaciteit spelen hierin een cruciale rol. Het aansluiten van alle boerderijen op persleidingen, zoals in de jaren 90 moest gebeuren als gevolg van het blindelings doorvoeren van overheidsbeleid, was gigantisch duur terwijl het milieueffect gewoon nul-komma-nul is. Zo moet het dus niet.”

Toekomstgerichte keten “Feit is dat er in Nederland een ongelooflijk dure infrastructuur onder de grond ligt, zoals drinkwa-

VEMW Journaal | Juni 2014


Vereniging

VEMW SectorTeams voorzien in behoefte VEMW kent sinds 2013 twee SectorTeams; het SectorTeam A123 en het SectorTeam Ziekenhuizen. In deze SectorTeams worden sectorspecifieke energievraagstukken en oplossingsrichtingen besproken. Het VEMW-bureau ondersteunt deze sectorteams. Sectorteam A123 Het SectorTeam A123 bestaat uit leden die vele kleinverbruikersaansluitingen hebben maar kunnen worden beschouwd als grootverbruiker (Artikel 1 Elektriciteitwet). Zij behoren tot de sectoren telecommunicatie, tractie, waterbewerkings- of mijnbouwactiviteiten. Bedrijven met artikel 1 aansluitingen moeten specifieke afspraken in de Aansluit- en Transportovereenkomst (ATO) met hun netbeheerder maken over onder andere meetverantwoordelijkheid, meters, facturatie etc. Die verschillen van ‘normale’ grootverbruikers. Het Sectorteam A123 overlegt hierover inmiddels intensief met een netbeheerder.

Sectorteam Ziekenhuizen In het SectorTeam Ziekenhuizen zijn door de deelnemende ziekenhuizen belangrijke aandachtspunten benoemd, waaronder noodstroomvoorzieningen, energiebesparing en energie-inkoop. Op korte termijn bezoekt het SectorTeam een collega-ziekenhuis om dieper in te gaan op energiebesparing. Hierbij staat de toepassing van een warmtepomp met een gasmotor centraal. Het delen van technische informatie over de issues voorziet duidelijk in een behoefte en leidt tot waardevolle leermomenten. Aansluiten VEMW-leden die tot één of beide sectoren behoren, zijn altijd welkom om zich aan te sluiten. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eric Picard via ep@vemw.nl of 0348 48 43 51.

Column

Gasprijzen een probleem

Spoor Ton Spoor, voorzitter VEMW

De gasprijsverschillen tussen Amerika en Europa vormen een serieuze bedreiging voor een aantal industrieën in Europa. De chemie, raffinage en basismetaal zijn belangrijke voorbeelden hiervan. Het is niet zo dat allerlei productie-installaties nu onmiddellijk moeten sluiten, maar nieuwe investeringen zullen, vaker dan voorheen, elders plaatsvinden. Dit signaal wordt duidelijk afgegeven door een aantal grote bedrijven in Europa. Ook bijzondere gastoepassingen, zoals WKK, kunnen niet meer concurreren. Hoe onzeker prijsvoorspellingen ook zijn: gas zal naar verwachting van analisten voorlopig wel het predikaat ’duur’ hebben in Europa. Simpele oplossingen zijn er niet. Hoewel maximaal moet worden getracht lokale gasbronnen tot ontwikkeling te brengen, zal dit niet zomaar leiden tot ‘goedkoop’ gas. Dit geldt ook voor diversificatie van importen van gas. Verdere subsidiëring van gastoepassingen, bij voorbeeld in WKK, heeft het nadeel van een verdere verstoring van de markt, die al verstoord is door het overmatig subsidiëring van duurzame energie in sommige landen. Wat moeten we dan wel doen en hoe vertalen we dit naar de VEMW agenda.

VEMW Journaal | Juni Augustus 20142011

De te nemen maatregelen moeten erop gericht zijn de lage landendelta te behouden als de beste plek voor deze industrieën in West-Europa. Anders gezegd: de maatregelen moeten investeringszekerheid bieden. Het gaat hierbij om drie gebieden: • De werking van de markten; • Energiebesparing; • Klimaatbeleid.

Concreet betekent dit als eerste dat de grensoverschrijdende handel van elektriciteit en gas, zoals aangegeven in de 3e Richtlijn, met grote spoed en onbelemmerd moet plaatsvinden. Als tweede moeten investeringen die bijdragen aan energie-efficiëntie zoveel mogelijk worden gefaciliteerd. Verder moet er binnen het klimaatbeleid een goed werkend ETS-systeem worden gerealiseerd, zoals aangegeven in het ‘SER Energie akkoord’ met maximale bescherming van zogeheten carbon-leakage bedrijven. Tot slot zal op EU-niveau het subsidiebeleid op duurzame energie moeten worden gestroomlijnd. Deze maatregelen kunnen investeerders meer zekerheid bieden voor de lange termijn en de industrie in staat stellen zich te vernieuwen voor een gezonde toekomst.

11


Vereniging

Opzienbarende trends VEMW Benchmark Deelnemers aan de ‘VEMW Benchmark Inkoop Energie 2013’ ontvangen een dezer dagen hun eindresultaten. Middels een geïdividualiseerde rapportage krijgen zij inzicht in hun échte inkoopprestaties van elektriciteit en gas, de kosten voor duurzaam en de resultaten van de gevolgde inkoopstrategie voor 2013. De belangrijkste resultaten: - Het aantal deelnemers aan de Benchmark blijft stijgen. De benchmark wint daarmee aan representativiteit. - Het volume bedraagt inmiddels zo’n 30 tot 40 procent van het zakelijke energiegebruik. - Vaste prijsafspraken met de energieleverancier zijn nog steeds populair. Dit is op zijn minst opmerkelijk te noemen, omdat dit een zéér onvoordelige strate-

gie blijkt. Afnemers betalen de hoofdprijs! - Het ‘inkoopcollectief’ blijkt ook populair. De prijsvoordelen die aan een collectief worden toegedicht, tonen echter ook al jaren structureel een ongunstig beeld. Tussen het beste en slechtste inkoopresultaat zit een factor 1,5. Voor menig VEMW-lid betekent dit een miljoenenverschil op jaarbasis. - VEMW is beschikbaar om samen met u uw inkoopresultaten en mogelijke verbeteropties te bespreken.

30 oktober 2014 VEMW Waterdag

Kijk voor meer informatie en aanmelding op de website www.vemw.nl onder ‘activiteiten’.

Resultaten Algemene Ledenvergadering 2014

In september start weer de ‘VEMW-Basiscursus Elektriciteit & Gas’. De cursus is bedoeld om nieuwkomers in de energiewereld in korte tijd wegwijs te maken in de complexe energievoorziening. Naast technische aspecten komen de energiemarkten, de prijsvorming en het energiebeleid aan bod. Voor aanmelden of meer informatie neem contact op met Thessa de Ridder 0348 48 43 57 of tr@vemw.nl

Op 12 juni jl. zijn de volgende besluiten genomen tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van VEMW: • De jaarrekening over 2013 is goedgekeurd door de leden en aan het bestuur is decharge verleend over het gevoerde beleid. • De contributie wordt in 2015 niet verhoogd. • WGS Accountants uit Woerden zijn evenals in 2012 en 2013 aangewezen om de jaarstukken over 2014 voor te bereiden. • Er zijn vier leden in het Algemeen Bestuur herbenoemd voor een periode van vier jaar. Dit zijn: - Ir. J.A. Kroes, Heineken Nederland Supply - Mevrouw C.C. Wijdoogen CA, NS Reizigers - Ir. W.J.H.M.B. Hamers, Tata Steel – namens VNMI - Drs.ir. T. Schurmans, Cargill • Ir. R. Smith, CEO van Coöperatie Koninklijke Cosun is afgetreden. In zijn plaats is gekozen: mevrouw drs. C.A. van de Werken, CFO van Coöperatie Koninklijke Cosun u.a.; • Ir. A.H. Spoor is reeds tien jaar voorzitter van VEMW. Hij is op voordracht van het Algemeen Bestuur herkozen voor een periode van twee jaar.

Bij blijven met de VEMW-berichtgeving? • Bezoek de vernieuwde VEMW-website op WWW.VEMW.NL • Ontvang de wekelijkse VEMW-Nieuwsbrief. Meld u aan via desk@vemw.nl • Twitter: volg alle energie- en waterontwikkelingen op de voet via @VEMWNieuws of een account van een van onze medewerkers.

Colofon

19 en 26 september 2014 VEMW Basiscursus Elektriciteit en Gas VEMW, Woerden

VEMW organiseert de Benchmark jaarlijks. Alle VEMW-leden met grootverbruikaansluitingen kunnen hieraan deelnemen en ontvangen hiervoor in januari 2015 een uitnodiging. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eric Picard op ep@vemw.nl of 06 55 17 60 14.

‘Perfecte cursus voor nieuwkomer in energiebranche’

VEMW

Agenda

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die onvolledig of onjuist is opgenomen, alsmede voor de gevolgen van activiteiten die ondernomen worden op basis van deze informatie aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.

Hét kenniscentrum en dé belangenbehartiger voor zakelijke energie- en watergebruikers.

‘VEMW Journaal’ is een uitgave van de Verenig-

Reacties

VEMW:

Houttuinlaan 12

ing voor Energie, Milieu en Water (VEMW).

Als u wilt reageren op artikelen

3447 GM Woerden

‘VEMW Journaal’ wordt verspreid in een oplage

of zelf interessant nieuws te

Tel 0348 48 43 50

van ca. 2.000 exemplaren onder VEMW-leden en

melden heeft, kunt u zich wenden

desk@vemw.nl / www.vemw.nl

relaties en verschijnt ieder kwartaal.

tot VEMW, Thessa de Ridder,

Druk:

JP Offset

tel 0348 48 43 57.

Opmaak: SD Communicatie, Rotterdam

ISSN 1389-7691

Volg ons op

@vemwnieuws

VEMW Journaal 2014 - Nummer 2  

VEMW Journaal 2014 - Nummer 2

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you