Page 1

vemw

inzicht

Magazine over zakelijk energie- en watergebruik in Nederland

Juni 2018 Nummer 2

Teijin Aramid: “Ons product levert belangrijke besparingen op voor de eindgebruiker”

Prof. Dr. Ir. Jules van Lier: Wijziging belastingstelsel waterschappen mist maatwerk zie pag 8

Hans Grünfeld over het Klimaatakkoord 3 Gemeenschappelijk kader juist nu 4 noodzakelijk Seminar De Toekomst van de energieinfrastructuur 6

Uitgave van


Kort

Maatschappij Visie

Watervergunning kritisch onder de loep Delta-aanpak zet in op waterkwaliteit De Delta-aanpak Waterkwaliteit staat hoog op de bestuurlijke en politieke agenda. Het toetsen van de watervergunning is een van de acties die in het kader van de Delta-aanpak zijn aangekondigd. Wat betekent dit precies voor bedrijven? De Delta-aanpak Waterkwaliteit gaat gepaard met een intentieverklaring die in 2016 door Rijk, regionale overheden, bedrijfsleven en een groot aantal maatschappelijke organisaties, waaronder VEMW, is getekend. Met de Delta-aanpak moet de verbetering van de waterkwaliteit een stevige impuls krijgen. Maar het betekent ook dat de huidige watervergunningen van bedrijven kritisch onder de loep worden genomen.

Opzeggen van het lidmaatschap kan alleen per 31 december. Er geldt een opzegtermijn van zes maanden. Zie voor verdere informatie de statuten, artikel 7, lid 4 en onze website: www.vemw.nl/ OverVEMW/ lidmaatschap.aspx

Toetsing Vooralsnog gaat Rijkswaterstaat in de tweede helft van 2018 als pilot de watervergunningen van zeventig bedrijven toetsen. Hierbij is ook VEMW betrokken. Zij zal op juli samen met Rijkswaterstaat en VNCI een informatiebijeenkomst voor deze bedrijven organiseren. Op basis van de uitkomsten van de pilot komt Rijkswaterstaat tot een gedragen en generieke aanpak voor alle vergunningen.

Reden voor de toetsing zijn enkele incidenten die zich recentelijk hebben voorgedaan en ervoor hebben gezorgd dat de huidige regels met betrekking tot waterkwaliteit zijn aangescherpt. Een daarvan is de lozing van GenX door het bedrijf Chemours in Dordrecht. Deze stof werd in 2017 in lage, niet schadelijke concentraties aangetroffen in kraanwater van een aantal steden. GenX is een niet (wettelijk) genormeerde (‘opkomende’) stof, waarvan de schadelijkheid nog niet (volledig) is vastgesteld. Door verdergaande ontwikkeling van detectiemethoden worden tegenwoordig steeds meer stoffen aangetroffen en gemeten, bijvoorbeeld door de drinkwaterbedrijven. Het Rijk wil deze opkomende stoffen nu structureel aanpakken.

Water, Roy Tummers: rt@vemw.nl of 0348-484 352.

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) loodste onlangs met succes het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie (Wet VET) door de Eerste Kamer. VEMW is verheugd, want de wet is essentieel voor een betrouwbare en betaalbare energievoorziening.

2

‘Onze ogen zijn nu gericht op de overheid’ De afgelopen maanden werd er stevig onderhandeld over het Klimaatakkoord. Ook VEMW was daar intensief bij betrokken. Directeur Hans Grünfeld spreekt van een constructief overleg waarbij alle ogen nu zijn gericht op de rijksoverheid. “Die zal over de brug moeten komen, want we kunnen deze ingrijpende energietransitie alleen samen tot een goed einde brengen.”

Dit is onze belangrijkste boodschap, zegt Grünfeld. “VEMW heeft onderzoek laten doen door een gerenommeerde consultant en voorstellen ontwikkeld om de verduurzaming van de industrie mogelijk te maken. Daaruit komt het beeld naar voren dat de industrie heel veel kan, maar niet zonder het Rijk. We hebben de overheid heel hard nodig om barrières weg te nemen. Dat is de kern van het verhaal. Dat betekent dat zij nu concrete stappen moet gaan zetten om gezamenlijk tot voldoende draagvlak en een goed samenspel te komen.”

Illustratie waarom de energie-intensieve sectoren ‘hard-to-abate’ zijn Voorbeeld staalindustrie Levensduur van productie site kan >50 jaar zijn

Groot deel van emissies gerelateerd aan grondstof

Zeer geïntegreerd proces

Groot deel van emissies gerelateerd aan warmte voor hoge temperaturen (>500 °C) Internationale concurrerende markt Commodity product, dus zeer prijs competitief

Meer informatie? Neem contact op met VEMW directeur

VEMW verheugd over aanpassingen Wet VET

Eind 2016 werd de Wet VET naar de Tweede Kamer gestuurd. De behandeling ervan liep vervolgens vertraging op door de kabinetsformatie, maar is uiteindelijk door de minister voortvarend opgepakt. ‘VET’ regelt een aantal onderwerpen dat volgens het ministerie van EZK noodzakelijk is om de voortgang van de energietransitie te borgen. Zoals de taakafbakening van netbeheerders en netwerkbedrijven. Ook worden enkele regels met betrekking tot de tariefregulering aangepast en de Kwaliteits- en Capaciteitsdocumenten vervangen door investeringsplannen.

Hans Grünfeld over het Klimaatakkoord:

Brede steun De Tweede Kamer gaf begin dit jaar brede steun aan het door Wiebes aangepaste wetsvoorstel. VEMW is verheugd dat de minister en Kamer een aantal wijzigingen doorvoerden die de betaalbaarheid en betrouwbaarheid versterken. De minister verbeterde de regeling omtrent de enkelvoudige storingsreserve (n-1). Ook introduceerde hij een duidelijke taakafbakening voor netbeheerders en netwerkbedrijven. De Tweede Kamer (CDA en D66) bracht zelf nog een amendement in over de transparantievereisten van financiële stromen bij

netbeheerders. Tenslotte is op initiatief van de Tweede Kamer een amendement aangenomen om de gasaansluitplicht voor nieuwbouw te schrappen. Helder VEMW acht het essentieel dat er eisen aan het ontwerp en beheer van elektriciteitsnetten (n-1) worden gesteld. Een heldere taakafbakening en borging van transparantie over de financiële stromen binnen een netbeheerder en met die netbeheerder verbonden bedrijven in een groepsmaatschappij vindt zij van groot belang voor een betrouwbare en betaalbare energievoorziening. Transparantie over financiële stromen is daarvoor onontbeerlijk en kruissubsidiëring moet te allen tijde worden voorkomen.

VEMW INZICHT

Knelpunten aanpakken Grünfeld: “We kennen de knelpunten, zoals de onrendabele opties en technologie. Die is lang niet overal even ver ontwikkeld om grootschalig toe te passen. Ook hier verwacht VEMW van de overheid een actieve voortrekkersrol. Dat kan door middel van regie, door middel van beleid en door middel van financiële steun.” Kijkend naar de regierol van de overheid, dan zal die zich primair moeten richten op de aanleg van infrastructuur, zegt de VEMW-directeur. “Niet alleen nieuwe infrastructuur voor uitbreiding van elektriciteitsnetten, ook infrastructuur voor CCS (Carbon Capture and Storage, red.) en syngas dat vrijkomt in bijvoorbeeld de staalindustrie en vervolgens in de chemie kan worden ingezet. Datzelfde geldt voor nieuwe infrastructuur voor waterstof en warmte. Daarvoor is een regisserende en initiërende overheid onmisbaar. Komt die nieuwe infrastructuur er niet, dan is het voor bedrijven onmogelijk om concrete vervolgstappen te nemen. “Praten we over het realiseren van wind op land en op zee, en de rol van elektrificatie in het transitieproces, dan heb je daar voldoende groene stroom voor nodig die ook nog eens prijsconcurrerend is. Ook hier is overheidsregie onontbeerlijk.”

JUNI 2018

CO, Co2 Electriciteit

Elektriciteitscentrale

Staal fabriek

Plat staal Lang staal

Auto

10

Beleid Belemmeringen moeten worden weggenomen, benadrukt Grünfeld. “Belemmeringen op het gebied van regelgeving, zoals op het gebied van CO2-accounting en monitoring, maar tevens het mogelijk maken van investeringen in opties die een onrendabele top kennen. Er dient voldoende draagvlak te zijn voor (bijvoorbeeld) infrastructurele maatregelen. Maar ook draagvlak voor en samenspel op het terrein van elektrificatie en CCS.” Tot slot, zegt hij, is financiële overheidssteun onontbeerlijk. “Geld voor onrendabele decarbonisatieopties én financiële ondersteuning voor technologieën die nu nog niet ver genoeg zijn ontwikkeld. Daar zal de overheid de industrie in moeten bijstaan en faciliteren, zodat we de komende jaren de transitie van de industrie kunnen versnellen (zoals pilots of andere opties). Meer informatie? Neem contact op met VEMW algemeen directeur, Hans Grünfeld, hg@vemw.nl of 0348-484 366.

3


Beleid

Beleid

‘Gemeenschappelijk kader van regels en afspraken is juist nu noodzakelijk’

Discussie omschakeling hoogcalorisch gas speelt al 7 jaar Al in 2011 speelde de discussie over de gassamenstelling en de omschakeling naar hoogcalorisch gas. Dat was de tijd waarin concepten als Nederland Gasrotonde en de aanleg van terminals voor per schip aangevoerd vloeibaar aardgas (LNG) volop in de belangstelling stonden. In die tijd moest men dus ook iets bedenken voor gas van andere samenstelling dan het Groningse. In 2011 verscheen daarover een rapport met de titel ‘Gaskwaliteit voor de toekomst’. Daarin zeggen de samenstellers dat een tijdige start van de transitie gewenst is om zo de kosten ervan over een grotere periode te kunnen uitsmeren. De toenmalige minister Maxime Verhagen beperkte zijn beleid echter tot de bedrijven die toen al waren aangesloten op het hoogcalorische gasnet. Met een deadline in 2014. Voor het Groningse gas koos hij de gemakkelijkste weg: de levering daarvan moet zo lang mogelijk gegarandeerd zijn. In ieder geval tot 2030.

Het Groningse gasdossier Het politieke besluit om in 2022 de Groningse gasproductie te halveren heeft grote consequenties voor de zakelijke energiemarkt, stelt VEMW. Oplossingen moeten juist nu worden gevonden in een gemeenschappelijk kader van regels en afspraken.

Het besluit, door minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) genomen, is onomkeerbaar. Wat betekent dit voor de industrie? Jacques van de Worp, senior beleidsadviseur van VEMW, noemt het een mega-operatie waarvoor bedrijven nu staan. “Die zijn nu net een paar jaar bezig met hun plannen voor een vergaande verlaging van de CO2-uitstoot. Ze moeten van de regering een bijdrage leveren aan de CO2-reductie van 49 procent (t.o.v. 1990) in 2030. Dit politieke besluit van de minister komt dus als een mokerslag; bedrijven moeten over vier jaar een oplossing gevonden hebben. Dan dient het Groningse gas (G-gas, red.) te zijn uitgefaseerd.”

‘Twee keer investeren binnen tien jaar is geen optie’ Twee alternatieven Er zijn twee alternatieven, zegt Van de Worp. “Bedrijven kunnen óf overschakelen op hoogcalorisch gas, óf zij kunnen al in 2022 duurzaamheidsmaatregelen nemen. Maar dan zullen die maatre-

4

gelen wel gericht moeten zijn op een volledige duurzaamheidsomschakeling, want ze moeten immers van het G-gas af.” Die vervroeging van totale verduurzaming is voor veel bedrijven een grote opgave met nog veel vraagtekens en onzekerheden, denkt VEMW. Dat heeft niet alleen te maken met de beschikbaarheid van nieuwe technologieën, maar ook met omgevingsfactoren met beschikbaarheid van hernieuwbare elektriciteit en beschikbare netcapaciteit. Ėn met de beschikbaarheid van openbare stoom- en warmtenetten. Helder kader ontbreekt Het politieke besluit wordt bij individuele bedrijven neergelegd zonder dat er een helder kader van regels is hoe we deze transitie in 2022 met z’n allen kunnen realiseren, zegt Van de Worp. “Minister Wiebes stelde eerder in een brief van 10 april dat hij op basis van vrijwillige afspraken met individuele bedrijven wil komen tot het gewenste resultaat. Hij heeft aangegeven dat bedrijven die afspraken niet nakomen alsnog gedwongen worden tot het nemen van maatregelen. Bijvoorbeeld door een verbod op de levering van laagcalorisch gas op de aansluiting. Een andere stok achter de deur is dat Wiebes het voor bedrijven door heffingen en belas-

VEMW INZICHT

tingen op laagcalorisch aardgas onaantrekkelijk maakt om niet tijdig aan de afspraken te voldoen.” Onbetrouwbaar Volgens VEMW gaat minister Wiebes voorbij aan een aantal essentiële zaken. Want bedrijven die in buitenlandse handen zijn zullen de Nederlandse overheid dit ‘dictaat’ niet in dank afnemen, voorspelt Van de Worp. “Sterker, zij zullen de overheid verwijten onbetrouwbaar te zijn. Bovendien kunnen de maatregelen waarmee Wiebes schermt verstrekkende gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van (Nederlandse) bedrijven. Het kan er zelfs toe leiden dat hen de markttoegang wordt ontzegd wanneer de gastoevoer door de minister wordt afgesloten. Niet alleen bedrijven lijden hieronder, het kan ook verstrekkende economische gevolgen hebben voor onze werkgelegenheid en export. En ook EZK schiet zich hiermee in eigen voet. Het gevolg van dit alles kan zijn dat er vanuit het bedrijfsleven rechtszaken tegen de Staat aangespannen worden die vele jaren duren. En daar is niets en niemand bij gebaat.” Navigatie instrument Er is daarom dringend behoefte aan een algemeen faciliterend kader, zegt Van de Worp. “Daar pleiten

JUNI 2018

wij nu voor. Dat kan enerzijds als navigatie instrument bedrijven helpen om de juiste koers te vinden in de uitfasering van het G-gasgebruik. Anderzijds kunnen binnen dat kader individuele maatwerkafspraken tussen minister en bedrijven worden gemaakt.”

‘Niet ondenkbaar dat langslepende rechtszaken tegen de Staat straks realiteit zijn’ VEMW biedt zich aan als partner en broker voor afspraken tussen bedrijven en de minister, laat hij weten. “Wij zijn ervan overtuigd dat dit het proces juist zal versnellen en niet, zoals het ministerie eerder aangaf, zal vertragen. Onze enige voorwaarde is een zorgvuldige aanpak die uitzicht biedt op uitfasering zonder ons goede investeringsklimaat in Nederland te beschadigen. Die is noodzakelijk om niet alleen het probleem in Groningen succesvol aan te pakken, ook om de industrietransitie in goede banen te leiden.”

5


Opinie

Opinie

Energie-infrastructuur staat komende decennia voor grote uitdagingen Op 29 maart organiseerde VEMW een seminar over ‘de toekomst van de energie-infrastructuur’. Vier sprekers gaven acte de présence: Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), René Peters van TNO, Ben Voorhorst van TenneT en Marga Blom van KPN. Bert den Ouden (Berenschot), Jan Kempers (Heineken) en Ulco Vermeulen (Gasunie) verzorgden elk een pitch over respectievelijk waterstof, warmte en CCS.

‘Productie conventioneel gas neemt af’ René Peters, directeur Gas Technologie van TNO, signaleert een substantiële krimp in de productie van conventioneel aardgas in Europa. “De afhankelijkheid van Russisch gas neemt daardoor toe en de import van LNG (Liquefied Natural Gas) zal de komende jaren gestimuleerd moeten worden. Mondiaal zien we echter dat gas niets aan betekenis inboet. Sterker, de rol van gas op wereldschaal neemt verder toe als de fossiele energiebron met de geringste CO2uitstoot.” René Peters (TNO): ‘Beleid is nodig om offshore gasvelden te ontwikkelen en exploiteren’

Door de halvering in 2022 en stopzetting van de Groningse gaswinning in 2030 zullen we efficiënter met stikstoffaciliteiten en de opslag van laagcalorisch gas moeten omgaan, zegt hij. “Willen we niet volledig afhankelijk worden van gasimport, dan zal er

Boot: “ICT zal nog belangrijker worden. Daarvoor is in de eerste plaats meer kennis nodig en er zullen regels moeten komen om publieke waarden te kunnen blijven borgen.” Over de gehele linie verwacht Boot dat de toename van netkosten relatief bescheiden zal zijn de komende jaren. .

‘Vraag naar en aanbod van stroom steeds meer weersafhankelijk ’

beleid moeten komen om Nederlandse offshore gasvelden te kunnen ontwikkelen en exploiteren. Bovendien zal onze gasinfrastructuur de komende tijd geschikt moeten worden gemaakt voor groengas, synthetisch aardgas en waterstof. Ook kennis omtrent de productie en opslag van waterstof is essentieel voor de industrie, mobiliteitssector en voor huishoudelijk gebruik. De internationale reputatie die Nederland de afgelopen decennia heeft verworven als gasland, zowel op gebied van productie, transport, handel als opslag, moeten we blijven benutten.”

De bouw van nieuwe windparken die deels de rol van conventionele elektriciteitscentrales als productiebron moeten gaan overnemen stelt TenneT voor grote, nieuwe uitdagingen, zegt Ben Voorhorst, COO van de gelijknamige landelijk hoogspanningsnetbeheerder. “Het handhaven van de balans op het elektriciteitsnet krijgt door deze transitie een nog pregnantere betekenis dan voorheen en maakt het een stuk uitdagender om vraag en aanbod naadloos op elkaar af te stemmen. De elektriciteitsproductie en de vraag naar stroom zullen nog sterker gaan afhangen van actuele weercondities en dus naar verwachting meer schommelen.”

‘Meer flexibiliteit en grotere rol voor ICT’

Sinds de oprichting van TenneT in 1998 zijn de marktomstandigheden ingrijpend veranderd, aldus Voorhorst. Anno 2018 is er sprake van fluctuerende energieopwekking (zon/wind) die aanbodgestuurd en niet vraaggestuurd, is. Ook is er grootschalige nieuwbouw van duurzame opwek- en transportcapaciteit en ligt de focus op efficiency en acceptatie. Er bestaat een Noordwest-Europese markt en intensieve marktkoppeling tussen diverse landen. En de netplanning en regelgeving bevindt zich vaker op Europees niveau. Stuk voor stuk zaken waarvan twintig jaar geleden volstrekt geen sprake was, zegt Voorhorst.

Pieter Boot, hoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie van het PBL, voorziet een groot aantal uitdagingen de komende decennia. De energie-infrastructuur in de toekomst vraagt als deel van het energiesysteem om een hoge mate van flexibiliteit, stelt hij. “Dat komt mede omdat marktpartijen door marktsignalen een grotere rol zullen gaan spelen. Ook de kans dat het belang van waterstof in de industrie en door opslag toeneemt, vraagt om meer flexibiliteit van de infrastructuur.”

Pieter Boot (PBL): ‘Toename van netkosten valt relatief mee’ De interconnectie met Duitsland en België neemt flink toe de komende tien jaar en creëert daarmee

6

meer flexibiliteitsmogelijkheden, aldus Boot. En, er zullen warmtenetten en CCS (Carbon Capture and Storage) bijkomen. Ook voorziet het PBL dat distributienetbedrijven meer als system operator gaan opereren.

VEMW INZICHT

‘Vitale infrastructuren afhankelijk van goede energievoorziening’

Ben Voorhorst (TenneT): ‘Er ontstaat een ander energielandschap’

Marga Blom, voormalig manager Energie Management bij KPN (Blom is inmiddels met pensioen), wijst op het grote belang van energievoorziening voor vitale (KPN)-infrastructuren in Nederland. “Als we nagaan dat het dataverkeer de laatste zes jaar is vertienvoudigd, dan begrijpt iedereen hoe essentieel dit soort vitale infrastructuren voor Nederland zijn. Hierbij moet je denken aan mobiliteit, zoals het spoor en de luchtvaart. Maar ook alle hulpdiensten, onze nationale havens, en telecommunicatie thuis en op het werk maken gebruik van de KPN-infrastructuur. Allemaal zijn ze dus afhankelijk van een betrouwbare energievoorziening. Mocht er onverhoopt door een stroomstoring toch een kink in de kabel komen, dan beschikt KPN over eigen noodstroomvoorzieningen die de continuïteit waarborgen.”

Marga Blom (KPN): ‘KPN beschikt over eigen noodstroomvoorziening’

Vooruitkijkend naar 2025 durft hij geen concrete prognoses te geven over de elektriciteitsproductie. Die is onzeker. Maar de leveringszekerheid staat niet op het spel, verzekert hij. “Verder vooruitkijkend hangt het er vanaf welke systeemkeuzes er worden gemaakt. Zeker is dat er een ander energielandschap ontstaat.”

JUNI 2018

7


Beleid

Beleid

‘Voorstel wijziging belastingstelsel ontbeert deugdelijke onderbouwing’

‘Samenwerking heeft baat bij maatwerk’

De Unie van Waterschappen wil het belastingstelsel van de waterschappen toekomstbestendiger maken. VEMW plaatst vraagtekens bij die voorgestelde aanpassingen. “Wat juist nodig is zijn integrale oplossingen die een optimaal maatschappelijk effect sorteren. Lang niet alle oplossingen die nu voorliggen, laten zo’n breed effect zien.”

Roy Tummers, directeur Water van VEMW, is kritisch over de aanpassingen die nu ter tafel liggen. “Het advies is vanuit het perspectief en het belang van de waterschappen geschreven. Zo’n ééndimensionale benadering leidt meestal niet tot de meest kostenefficiënte en duurzame oplossingen. In de circulaire economie kan het bijvoorbeeld zinvol zijn als niet de waterschappen maar juist bedrijven maatregelen nemen die zijn gericht op het valoriseren van hun eigen afvalwater, of op het hergebruik van componenten, zoals energie. We betreuren dat die integrale blik in de voorstellen ontbreekt. Van maatwerk is maar beperkt sprake.” Tummers is wel blij dat de nieuwe zuiveringsheffing meer dan de huidige op werkelijke kosten is gebaseerd. De door de CAB in stand gehouden verontreinigingsheffing acht hij volstrekt overbodig. “De bescherming van het oppervlaktewater wordt al adequaat geborgd via vergunningverlening. De verontreinigingsheffing drukt nu op een kleine groep bedrijven. Dit belemmert hen om zelf te investeren in duurzame oplossingen. En dat is een gemiste kans.”

Jules van Lier

De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen presenteert medio juni haar advies. Dit wordt na goedkeuring van de waterschappen aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

8

Kritisch VEMW staat niet alleen in haar kritiek. De Delftse hoogleraar afvalwateringzuivering en milieutechnologie Jules van Lier is ook kritisch over het voorstel van de commissie. “De vernieuwing van het ‘heffingenstelsel zuiveringslasten’ zou de langetermijn politiek-maatschappelijke doelstellingen moeten ondersteunen. En milieumaatregelen dienen zich te richten op verhoging van de duurzaamheid. Daaronder valt ook: de vervuiler betaalt. Om die maatregelen zo optimaal mogelijk uit te kun-

VEMW INZICHT

Roy Tummers

nen voeren moet je streven naar maatwerk in een belastingstelsel, aangezien lokale condities daarvoor cruciaal zijn. Die ruimte voor maatwerk ontbreekt nog veel teveel in de huidige CABvoorstellen.” Dom besluit Hij legt uit dat er verschillende meetmethoden zijn voor het vaststellen van de hoeveelheid organische materie in afvalwater. “De commissie komt nu met een voorstel om een andere methode te gaan gebruiken. Op technisch-wetenschappelijke gronden is die wijziging niet aan te bevelen, omdat die indruist tegen het principe dat de vervuiler betaalt. Sterker: elke theoretische onderbouwing hiervoor ontbreekt. Ze leidt bovendien tot oneerlijkheid in de wetgeving, waarbij de vervuiler juist anderen voor de kosten laat opdraaien. En dat kan toch niet de bedoeling zijn. Een dom besluit.”

‘De voorstellen van de CAB zijn vooral geschreven vanuit de optiek van waterschappen’ Bedrijven blijven stimuleren Van Lier vindt dat de CAB er op moet blijven toezien dat bedrijven hun eigen problemen oplossen. “Dit betekent dat bedrijven moeten blijven worden gestimuleerd om eigen zuiveringen toe te passen. Dat biedt hen ook de mogelijkheid om gezuiverde

JUNI 2018

“Heineken spant zich samen met haar omgeving en partners in, waaronder het waterschap, om te verduurzamen”, zegt Wilfried Aarsen, Safety, Health en Environment manager van Heineken en tevens voorzitter van de VEMW Beleidsgroep Water. “Maar wat we nu vooral zien is dat afvalwater door de CAB wordt gezien als één soort afvalwater. Terwijl afvalwater in werkelijkheid veel gedifferentieerder is. Daarom is het goed dat er een nieuwe heffing komt die kijkt naar de kostencomponenten. Soms heeft afvalwater zelfs waarde als input voor de energie- of grondstoffenfabriek. Onze brouwerij in Den Bosch levert bijvoorbeeld met haar afvalwater warmte. Die warmte is positief voor het denitrificatieproces op de rioolwaterzuiveringsinstallatie. We gaan onze processen optimaliseren waardoor het afvalwater kouder wordt, maar wellicht is het slimmer om deze warmte te blijven leveren. Dat zou in het kostenplaatje verdisconteerd moeten kunnen worden, maar kan ook met de nieuwe heffingsformule niet.” In het voorstel voor de heffingsberekening dat er nu ligt, zit een aantal goede componenten, maar ook een paar die niet juist zijn, vindt Aarsen. “Dat hebben we vanuit VEMW aangereikt aan de commissie. Daarnaast is het bijna onmogelijk om allerlei soorten afvalstromen in één formule te krijgen. Je zou met een waterschap een zakelijk contract moeten kunnen overeenkomen dat is gebaseerd op de werkelijke kosten in de keten. Dus heb je maatwerk nodig om daar op een juiste manier invulling aan te geven.”

effluent terug te winnen voor hergebruik als proceswater. En, een zuivering op de industriële locatie past volledig bij het uitgangspunt om ons land duurzamer in te richten. Die stimulans heeft nu juist in de afgelopen decennia geleid tot vele technologische innovaties waarmee Nederland mondiaal voorop loopt. Denk daarbij ook aan het terugwinnen van chemische gebonden energie in de vorm van biogas. Of het terugwinnen van thermische energie en minder verlies van primaire grondstoffen door het sluiten van industriële watercycli.” Geen visie Het zijn met name die zaken waar de commissie zich hard voor zou moeten maken, zegt Van Lier. “Nu blijven haar voorstellen te veel hangen in de eigen waterschapsfeer, en ontbreekt de visie van duurzaamheid en toekomstbestendigheid op nationaal niveau. Daar zou dit belastingstelsel zich primair en krachtig op moeten richten.”

9


Praktijk

Column

Wessel Bruining, directeur Operations Teijin Aramid

‘In de totale keten zijn we heel duurzaam’ ‘Reduce the pain, Enlarge the gain , Align the total chain’. Zo luidt het adagium van chemisch concern Teijin Aramid. Wessel Bruining, directeur Operations van Teijin Aramid: “We kijken continu met een duurzame bril naar de wereld.”

Chemische processen impliceren altijd een belasting voor het milieu, zegt Bruining. “Daar ontkomen ook wij als producent van kunststofvezels niet aan. Maar je kunt en zúlt ook je best moeten doen om die belasting zo laag mogelijk te houden. Reduce the pain staat hoog op onze duurzaamheidsladder. Ieder jaar willen we ‘de pijn’ verminderen en de milieubelasting reduceren.” En dat lukt Teijin Aramid ook, zegt Bruining. “Niet in de laatste plaats doordat aramide een product is dat besparingen oplevert voor onze eindgebruikers. En dat vertaalt zich plat gezegd in minder CO2-uitstoot wereldwijd. In de totale keten zijn we duurzaam.” Wessel Bruining

Winst Met Enlarge the gain berekent Teijin samen met klanten welke winst er met haar product op duurzaamheid is te behalen, zegt Bruining. “We hebben berekend dat transportbanden in mijnbouw versterkt met het lichte en sterke Twaron over de hele levensduur een veel lager energieverbruik hebben dan traditionele met staal versterkte transportbanden . Dat betekent minder energiekosten én een veel lagere CO2-uitstoot tijdens het gebruik. Door op deze manier naar onze productie en verkoop te kijken, voegen we waarde toe aan onze hele productieketen. Een goed voorbeeld van Align the chain.” Teijin Aramid maakt daarbij gebruik van het Customer Benefit rekenmodel, legt hij uit. “Daarmee

10

kunnen we samen met onze klanten aantonen op welke punten we meer ecologische en goedkopere oplossingen kunnen realiseren in de totale waardeketen.”

‘Ons product levert belangrijke besparingen op voor de eindgebruiker’ Efficiëntie Teijin Aramid gebruikt voor haar productieprocessen vooral stoom en elektriciteit. Met energieleveranciers zoekt het bedrijf naar oplossingen om het energiegebruik te minimaliseren en te verduurzamen. In veel van de door Teijin Aramid in het verleden zelf ontwikkelde processen is efficiëntie ingebouwd. Zoals hergebruik van polymeer/garen reststromen, hergebruik van water, recycling van grondstoffen voor pulp, en efficiënt hergebruik van oplosmiddelen door bijvoorbeeld toepassing van mechanische dampcompressie. Door al deze zaken consequent door te voeren zijn Teijins energieprestaties per kilogram product sterk verbeterd. EEP Bruining: “Sinds 2009 hebben we een afspraak met de rijksoverheid om jaarlijks 2 procent minder energie te verbruiken dan het jaar ervoor. Onze EEP (Energie Efficiëntie Plan) -coördinatoren hebben met de opgestelde plannen in acht jaar tijd al heel veel bespaard. Over een lange periode gerekend levert dat veel op, zeg maar het rente op rente idee.” Hij legt uit dat elk bedrijf dat deelneemt aan een Meerjarenafspraak Energie Efficiëntie een EEP moet opstellen. Dit geeft inzicht in de energetische situatie en de besparingsopties van een bedrijf. “Het EEP is een instrument

VEMW INZICHT

voor het plannen van maatregelen en een belangrijk onderdeel van ons duurzaamheids- en strategisch beleid”, zegt Bruining. Kansen in de markt Bruining noemt de klimaatafspraken die in Parijs zijn gemaakt enerzijds een flinke uitdaging voor de productieketen, maar anderzijds ook kansrijk voor de markt waarin Teijin werkzaam is. “Als industrie zijn en voelen we ons verplicht om ons maximaal in te spannen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarnaast levert dit ook nieuwe kansen voor business op. Denk daarbij bijvoorbeeld aan andere manieren van energie produceren. Er wordt nu al steeds meer energie opgewekt door middel van wind en zon. Het lastige is dat we soms een overschot en soms tekorten hebben,. Om deze energie op te kunnen slaan wordt steeds vaker het gebruik van waterstof als energiedrager genoemd. Wij zouden mogelijk transportleidingen kunnen versterken die waterstof kunnen transporteren. Samen met onze verkoopafdeling en eindgebruikers kijken we welke mogelijkheden dit biedt als nieuwe business.”

‘Iedereen in onze organisatie kan dus op een simpele manier bijdragen aan duurzaamheid. Ook dat is een voorbeeld van Reduce the pain’ Energiebesparing “Energiebesparing begint bij de mensen die bij ons werken”, zegt Bruining. Een operator kan bijvoorbeeld installaties op- en afregelen, en daarmee bijsturen en het verbruik reduceren. Een inkoper kan bij de aanschaf behalve op prijs ook letten op het energieverbruik van het apparaat over de hele levensduur. De afdeling research kan direct bij ontwikkelingen van nieuwe technologietoepassingen kijken naar energie- en milieuvoordelen.”

Teijin Aramid, producent en verkoper van aramide Teijin Aramid is producent van de kunststofvezel aramide onder de merknamen Twaron, Teijinconex en Technora. Een product dat uitmunt in sterkte, duurzaamheid, veiligheid, hittebestendigheid en een laag gewicht, vertelt Wessel Bruining. “Onze producten zijn wereldwijd te vinden in verschillende toepassingen en markten, zoals automotive, ballistische bescherming, marine, civiele techniek, beschermende kleding, touwen, optische vezelkabels en olie & gas.” Het Nederlandse hoofdkantoor en de R&D-tak van Teijin Aramid bevinden zich in Arnhem. De organisatie heeft productielocaties in Nederland (Delfzijl, Emmen, Arnhem), Thailand en Japan, en verkoopkantoren over de hele wereld, dicht bij de klant.

JUNI 2018

Grote maatschappelijke keuzes Inmiddels zijn de gesprekken over het Klimaatakkoord al een tijdje volop aan de gang. Langzamerhand wordt voor steeds meer partijen duidelijk dat het een enorme opgave is. Lokale bestuurders die zijn verkozen op programma’s waarin ‘Van gas los’ het belangrijkste thema was, ontdekken nu dat alternatieven niet zo simpel te realiseren zijn. Er is een alternatieve warmtebron nodig, er is geld nodig en er zijn installateurs nodig om de isolatiemaatregelen, de warmtenetten, de infraroodpanelen, de warmtepompen en alle andere zaken te realiseren. Op zich heel goed dat deze reality check nu plaatsvindt. Het maakt duidelijk dat hier grote maatschappelijke keuzes aan de orde zijn. Voor de industrietransitie geldt hetzelfde. Ook daar is het niet zo dat er eenvoudig een set maatregelen van de plank kan worden getrokken om 49% CO2reductie te realiseren. Bedrijfsprocessen moeten fundamenteel veranderen. Individuele bedrijven hebben samenwerking nodig met andere partijen. Er moet voldoende – lees: heel veel - groene stroom worden geproduceerd. De elektriciteitsinfrastructuur moet het aankunnen. En het moet ook nog eens rendabel zijn. Vanwege dat laatste is het internationale speelveld zo belangrijk. Nederland legt de lat nu hoger dan de landen om ons heen. Die ambitie is uitdagend. Voor de industrie is echter een keuze voor Nederland niet vanzelfsprekend. Daarom moet er meer aandacht zijn voor Europa. Sinds het Akkoord van Parijs is het verbazingwekkend stil op klimaatgebied in Brussel. Terwijl internationale coördinatie juist nu zo hard nodig is. Zo niet, dan gaan de emissies hier omlaag, maar elders in de wereld omhoog. Daar is niemand bij gebaat.

Gertjan Lankhorst, voorzitter VEMW

11


Wouter Vermijs, nieuw bestuurslid VEMW

‘We staan voor de grootste uitdaging in de geschiedenis’

Wouter Vermijs

Hoe ziet u de rol van VEMW nu en in de toekomst? “De rol van VEMW zal de komende jaren nog belangrijker worden. Zo’n 200 bedrijven hebben van de overheid te horen gekregen dat ze binnen

Basiscursus elektriciteit & gas In twee dagen op de hoogte van alle belangrijke facetten omtrent energie

21 en 28 september 2018 VEMW Basiscursus Elektriciteit en Gas Locatie: VEMW 9 oktober 2018 CO2 Neutrale Industrie Locatie: IIR

Op 7 juni is Wouter Vermijs (55) toegetreden tot het bestuur van VEMW. Vermijs vervulde in het verleden diverse managementfuncties bij DSM. Daarna maakte hij de overstap naar chemieconcern SABIC; sinds begin 2018 is hij managing director van USG Industrial Utilities in Geleen. Wat kunt u voor VEMW betekenen? “Elektriciteit, water, stoom, aardgas, stikstof en perslucht zijn de core business van USG. Die kennis hoop ik ook in te kunnen brengen bij VEMW.”

Agenda

Kijk voor meer informatie en aanmelding op www.vemw.nl onder ‘Activiteiten’.

4 jaar van het Gronings gas af moeten. Zij worden nu plotseling geconfronteerd met een totaal nieuwe problematiek. Daarnaast is er een groot aantal kleinere afnemers die niet eens wisten dat ze Gronings gas hadden. Daarom is het heel belangrijk dat er een organisatie is die de belangen van de Nederlandse industriële gebruikers van aardgas behartigt en verdedigt. En hen helpt om gezamenlijk sterker te staan in dit krachtenveld.” Welke onderwerpen hebben uw specifieke voorkeur? “De grootste uitdaging waarvoor we als industrie in Nederland nu staan is om tegelijkertijd te vergroenen én een duurzame industrie in stand te houden die competitief blijft in het internationale speelveld. Daar wil ik mij graag namens VEMW voor inzetten.”

Deze tweedaagse cursus biedt een totaaloverzicht van alle aspecten omtrent energie: aansluitingen en netten, markten, prijsvorming en inkoop, wet- en regelgeving en toezicht. De cursus verkent allerlei facetten met betrekking tot elektriciteit en gas, verschaft inzicht in de samenhang tussen de complexe elementen en biedt praktische handvatten die direct toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk.

Colofon VEMW Inzicht is een uitgave van de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW). Dit blad wordt verspreid in een oplage van ca. 2.000 exemplaren onder VEMW-leden en -relaties, en verschijnt ieder kwartaal.

Deze cursus is relevant voor zakelijke energiegebruikers in de private en publieke sector, die hun kennis willen verbreden over energievraagstukken of die relatief nieuw zijn in dit onderwerp. Deelname aan de cursus staat open voor zowel leden als niet-leden.

wanneer 21 en 28 september 2018, 9.00 - 16.30 uur locatie Houttuinlaan 12, Woerden

prijs € 750,- (excl. BTW) voor leden € 1.250,- (excl. BTW) voor niet-leden Cursusmateriaal en lunches inbegrepen.

inschrijven www.vemw.nl informatie Thessa de Ridder, 0348-484 357 of tr@vemw.nl

Reageren? Reacties of tips voor interessant nieuws kunnen gericht worden aan Thessa de Ridder, desk@vemw.nl. VEMW Houttuinlaan 12, 3447 GM Woerden 0348-484 350 www.vemw.nl Opmaak SD Communicatie, Naaldwijk

ISSN 1389-7691

Volg ons op

@vemw

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die onvolledig of onjuist is opgenomen, alsmede voor de gevolgen van activiteiten die ondernomen worden op basis van deze informatie aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.

Vemw inzicht 2 2018  
Vemw inzicht 2 2018