Issuu on Google+

Verkleinwoord(jes) Niet alleen zelfstandige naamwoorden kunnen worden verkleind, ook bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden. Het bijvoeglijk naamwoord wordt door de verkleining echter zelfstandig. Een bijwoord blijft bijwoordelijk. Opvallend is dat er dan een -s wordt toegevoegd. bijvoeglijk naamwoord: groen - groentje (hij is nog maar een groentje) blauw - blauwtje (een blauwtje lopen) bijwoord: groen - groentjes (je ziet er groentjes uit) zacht - zachtjes (zachtjes praten) stil - stilletjes (hij is er stilletjes vandoor gegaan)

Door bijv. een tje achter het woord groen tje plaatsen verandert het woord van betekenis.

Een verkleinwoord hoeft niet altijd letterlijk op een

verkleining te duiden:

buik - buikje (eufemisme: als van iemand gezegd wordt dat hij een buikje heeft, wordt bedoeld een dikkere buik dan wat gewoon wordt geacht). nummer - nummertje (taboe omzeilend: nummertje betekent o.a. geslachtsgemeenschap) slipper - slippertje (eufemisme voor vreemdgaan). Belangrijker is nog, dat verkleinwoorden vaak een affectieve functie hebben.

Groent(tje)

In het Nederlands wordt een verkleinwoord gevormd door achter het woord een suffix van het type -je, -tje, -mpje, -pje of -etje toe te voegen. N

U M M E R T J E

verklein

Er zijn ook woorden die alleen als zodanig voorkomen. Er bestaat geen vorm zonder

-je of die vorm is ongebruikelijk.

- akkefietje - sneeuwklokje - sprookje - theelichtje


Hoofdstuk 2 spellingsregels

2.12.1

De Punt . In de taal plaatst men een punt aan het einde van een zin om duidelijk te maken dat de zin is afgelopen. Bij een punt is het gebruikelijk om even te wachten alvorens de volgende zin te lezen. Een punt wordt gevolgd door een spatie, waarna de volgende nieuwe zin begint met een hoofdletter. Zonder punten en hoofdletters (aan het begin van een zin) wordt een tekst moeilijk leesbaar:

Een of meer punten worden ook gebruikt in afkortingen (dat wil zeggen; a.h.w.; bv.) of om het eind van een afkorting te markeren (ds., mr., drs.). Na zo’n punt wordt geena hoofdletter gebruikt in het volgende woord, tenzij dit het woord het vereist. Na een afkortingspunt komt geen extra punt om het einde van de zin aan te duiden. Aan het eind van een titel (niet persoonsaanduidend bedoeld, dus van een artikel, hoofdstuk, paragraaf, etc.) of tussenkopje staat nooit een einderegelpunt, ook niet als het om een zin gaat.

67


HOOFDLETTERS RS Je Schrijft een hoofdletter...

Voor het gebruik van hoofdletters zijn veel regels en uitzonderingen. De belangrijkste zijn: ... aan het begin van een zin.

Tenzij de zin met een symbool begint

Vlak voor de vakantie gaan we naar de bioscoop

Hilde Dorsman, Dirk, mijnheer van Dam ... bij voornamen en familienamen van personen ... bij eigennamen van bedrijven, merken en instellingen. tenzij het soortnamen van personen of zaken, ook al zijn ze afgeleid van eigennamen zijn. Coca-Cola, het Rode Kruis ... bij aardrijkskundige namen. tenzij het namen van windstreken, seizoenen, dagen en maanden zijn. Duitsland, Franse kaas ... bij erkende afkortingen. NB (nota bene), VVD, ANWB ... bij namen van feestdagen en historische gebeurtenissen. tenzij het samenstellingen van religieuze feestdagen zijn.

... bij een heilig persoon of heilig begrip.

Pasen, Suikerfeest, Koningsdag, Moederdag

tenzij er een exemplaar van een heilig boek bedoeld wordt. tenzij je de leden van een culturele, godsdienstige God, of maatschappelijke stroming benoemd, of samenstellingen of afleiding daarvan.

Allah, Jahweh, Bijbel, Koran Elisa Timmerman & Nathalie Hoving


Trema’s

trema gebruikt op de combinatie gü, dus niet op twee klinkers, maar ook hier om een gescheiden uitspraak aan te geven. In het Engels is het trema niet verplicht en tegenwoordig uiterst zeldzaam; slechts een beperkt aantal kranten en tijdschriften maakt er nog gebruik van. Een deelteken wordt alleen gebruikt als het na elkaar schrijven van de letters zonder extra aanduiding tot een verkeerde uitspraak kan leiden.

Wat is een trema?

Verschil met umlaut

Het deelteken of trema is een diakritisch teken in de vorm van twee stippen die, naast elkaar, boven een klinker geplaatst worden. Wanneer het teken op de i geplaatst wordt, wordt de enkele stip door de twee stippen vervangen.

Hoewel ze grafisch identiek zijn, hebben deelteken en umlautteken een zeer verschillende functie. Het deelteken wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen een tweeklank en twee losse klanken, terwijl een klinker met umlaut een andere klank verbeeldt. Dit blijkt vooral bij het afbreken aan het eind van de regel. Als het woord vlak voor een trema-letter wordt afgebroken, verdwijnt het trema. Er is immers geen verwarring meer mogelijk. Een umlaut blijft gewoon staan.

Het ‘deelteken’ wordt gebruikt om het taalkundige fenomeen diëresis aan te duiden: twee opeenvolgende klinkers die in twee afzonderlijke lettergrepen uitgesproken worden in plaats van als eenlettergrepige klank of tweeklank. In het Nederlands wordt het deelteken regelmatig gebruikt en ook andere talen als het Catalaans, het Frans en het Grieks. In het Spaans wordt het


PUNT In de taal plaatst men een punt aan het einde van een zin om duidelijk aan te geven dat de zin is afgelopen. Bij een punt is het gebruikelijk om even te wachten voordat de volgende zin begint. Een punt word dus vervolgd door een spatie, en daarna begint de nieuwe zin met een hoofdletter.

Met punten en hoofdletters ziet de tekst er zo uit:

Op een zonnige zomerdag kocht een man uit Egypte een kameel. De kameel had twee grote bulten op zijn rug en vier poten. Een groot huis, twee vrouwen, een mooie auto en een hotel waren het eigendom van de man uit Egypte. In Nederland regent het wel eens, maar in de woestijn is het heel Punten droog. Zonder kunnen ook punten en hoofdgebruikt worden voor letters (aan het begin afkortingen. (Bijvoorbeeld: van een zin) wordt de tekst i.vm. en bv.) of om het eind van moeilijk leesbaar: een afkorting te markeren. Na z’n punt wordt er geen hoofdletter Op een zonnige zomerdag kocht een gebruikt in het volgende woord. Ook man uit Egypte een kameel de kameel komt er geen extra punt om het einde had twee grote bulten op zijn rug en van de zin aan te geven na een afkorvier poten een groot huis, twee vroutingspunt. Aan het einde van een titel, wen, een mooie auto en een hotel van een artikel, hoofdstuk, paragraaf waren het eigendom van de man of tussenkopje komt ook nooit een uit Egypte in Nederland regent eindregelpunt te staan. Ook het wel eens, maar in de niet als het om een zin woestijn is het heel gaat. droog


& Vraagteken

Uitroepteken

Het vraagteken is een leesteken dat men aan het einde van een vraagzin plaatst, om duidelijk te maken dat het een vraag is. Dit wordt alleen gedaan bij directe vragen, bij indirecte vragen is geen vraagteken nodig. Bijvoorbeeld:

Een uitroep(ings)teken wordt gebruikt om nadruk te geven aan een woord of zin. ! is het symbool waarmee een uitroepteken wordt weergegeven. In de wiskunde wordt het symbool gebruikt voor het begrip faculteit.

Hoe laat is het? Jan vroeg hoe laat het was.

HĂŠ, jij daar! Waar heb je het over? Daarover!

Als men dringend iets wil weten, worden er ook meer vraagtekens achter elkaar geplaatst, al is dit volgens de regels van de Nederlandse grammatica niet toegestaan. Soms worden ze gecombineerd met uitroeptekens (!), bijvoorbeeld:

Al is het taalkundig niet gebruikelijk, meerdere uitroeptekens achter elkaar geven meer nadruk: Hij weet echt niet waar hij mee bezig is!!! Feest!!!

Ben je helemaal gek geworden?!

?????

!!!!!!!!!!!


Spellingsregels “Enkelen of Enkele?” Je schrijft woorden als enkelen, sommigen, velen en beide met een ‘’n’’ wanneer het aan twee voorwaarden voldoet: 1. Het woord wordt zelfstandig gebruikt (het slaat dus niet op een zelfstandig naamwoord direct na het woord, of ergens anders in dezelfde zin); 2. Het woord heeft betrekking op personen - Frits en zijn kat werden beide door de chauffeur geweigerd. (Een kat is geen persoon)

- Sommige begrepen het voorbeeld direct, maar de meeste leerlingen hadden uitleg nodig. (slaat op personen, maar is niet zelfstandig gebruikt want verderop in de (samengestelde) zin staat het zelfstandig naamwoord waar ‘sommige op slaat’ -Sommigen begrepen het voorbeeld direct. Maar de meeste leerlingen hadden uitleg nodig. (binnen 1 zin zelfstandig gebruikt en het slaat op personen)

- Na een heftige ruzie spraken beiden lange tijd geen woord. (Zelfstandig gebruikt en slaat op personen.)

Uitzondering

- Enkele reizigers besloten na de treinstoring de taxi te nemen. (Slaat wel op personen maar is niet zelfstandig gebruikt)

- De spelers van het elftal hadden allen keihard gewerkt om kampioen te worden

-Sommige hadden een barst, andere waren niet echt antiek. (Wel zelfstandig gebruikt, maar slaat niet op personen.)

Voor ‘alle’ en ‘beide’ geldt een uitzondering:

- De zusjes kozen beiden voor een grote reep chocola


Ex t r an a d r u k Ac c e n t Be t e k e n i s v e r s c h i l

Ac c e n t t e k e n swo r d e nme t n a meg e b r u i k t o pd el e t t e reb i j wo o r d e nd i eu i t h e t f r a n sk o me n .


SPELLING:

het trema Het trema is een teken dat je helpt om een woord goed te lezen of uit te spreken. Het woord “patiënt” klinkt heel anders dan “patient”, dat verder betekenisloos woord is. Je gebruikt het trema om twee klinkers die naast elkaar staan niet als één klank, maar afzonderlijk te lezen. - poëzie, geïllustreerd, bacteriën, België, patiënt, geëerd

Klinkers kunnen naast elkaar staan zonder dat ze samen per ongeluk één klank vormen. Dan hebben ze dus geen trema nodig: - officieel, industrieel, geadviseerd, realist, geobserveerd, zwaaien, glooiing, chaotisch, luieren, museum, petroleum, elektricien, opticien Belangrijk bij de spelling van deze woorden is dat je je afvraagt of er een probleem is bij het lezen of uitspreken van het woord.


Afbre-ken Afbreken zijn woorden die te lang zijn voor de regel en dus tussen de letter grepen gedeeld worden en de eerste letter grepen nog op de 1e regel kunnen passen de rest niet. (klein voorbeeld is te zien bij het woord “passen�)

Je mag het alleen doen op de plek waar de letter grepen zijn dus niet bot-er of lep-els. ook mag je


Elk woord heeft een geslacht, maar hoe herken je die? Mannelijke woorden staat een “De� voor en bij vrouwelijk woorden niet. Bijvoorbeeld: De tafel, de hond, de man. Je hoort het ook als je luistert af en toe: de meisje kan dan weer niet. Misschien in het Marrokaans maar dat is het dan. Vrouwelijke woorden herken je vaak aan: -

ing rekening, verbeelding, verdenking heid kleurloosheid, belangrijkheid, eeuwigheid tiet puberteit, subtiliteit, kwaliteit ie relatie, sociologie, reactie schap vakmanschap, boodschap, vriendschap nis kennis, gevangenis, nagedachtenis ij oplichterij, drukkerij, razernij ica logica, harmonica de/te waarde, vreugde, warmte, drukte ade/ide tirade, invalide ode/ude periode, attitude theek apotheek, videotheek sis doses, crisis age fabricage, massage tuur/suur agentuur, natuur, censuur


Aaneenschrijven Hoofdregel Schrijf een spatie tussen de woorden van een woordgroep. Schrijf samenstellingen en afleidingen aaneen. Voorbeelden Woordgroep: algemeen secretaris, alle drie, fiscaal specialist, geen voorwaarden stellen, groene amandelboom, kaartje voor een trein die met een hoge snelheid rijdt, een raket voor middellange afstanden, soep met witte bonen, ter zake, top tien, voor zover, 1 april, 100 euro

Samenstelling: amandelboom, amateurbokser, groeneamandelboom, hogesnelheidstreinkaartje, middellangeafstandsraket, privĂŠsfeer, wittebonensoep, Wordtekst Afleiding: antibacterieel, beargumenteren, onvoorwaardelijk, subcultuur, vergeetachtig

12


Getallen Schrijven..

14

Regels , Voorbeelden en de uitzonderingen Wanneer schrijf je in een tekst een getal in cijfers, en wanneer in letters? Er zijn een paar gewoontes. Belangrijk bij de keuze is het leesgemak. In technische en in wetenschappelijke teksten schrijft u getallen zo veel mogelijk in cijfers, en deze altijd: Voorbeelden: eenheden en grootheden: - 50 km per uur, 1,78 m lang - niet ronde getallen van meer dan twee cifers: 647 rollen papier - getallen van meer dan vijf cijfers: 123456 - breuken: ½ - verwijzingen naar pagina’s, noten, figuren: zie figuur 12 op blad 376 - data: 12 maart 1786 - bedragen: € 32,50

In woorden:

- getallen beneden de twintig: acht uur later - tientallen: zo’n tachtig exemplaren - ronde grote getallen: drieduizend man publiek.

Uitzonderingen:

Soms worden de “makkelijke” toch in cijfers geschreven, zoals bij de exacte waarden in jaartallen, temperatuur, gewicht, geld, snelheid: het jaar 2000, 12 ºC, 80 km/u, € 50,-.

Martijn Roggeveen & Thomas Mol GV1D


Wanneer gebruik je een dubbele punt: Opsomming: Marijke had goede cijfers voor haar mondelinge

examens: een acht, een negen en een tien

Citaat: Mijn vader zei tot mijn verbazing: “Van mij

mag je.�

Verklarende of toelichtende opmerking: Ik heb last van barstende hoofdpijn: Ik ben

net tegen een deur aangelopen

Dubbele punt Een pauze bij het lezen


Apostrof De apostrof, het weglatingsteken of het afkappingsteken is een leesteken in de vorm van een kommaatje bovenaan de regel (’). De apostrof is niet hetzelfde als het aanhalingsteken. In de Nederlandse taal kan het teken aangeven dat een of meer letters in een woord zijn weggelaten. Soms is dat weglaten optioneel, soms verplicht. Het weglaten kan gebeuren: • aan het begin van een woord: ’n (een), ’s (des), ’t (het), ’ns (eens) • in het midden van een woord: m’n (mijn), z’n (zijn) • in een samentrekking van twee woorden: zo’n (zo een) • in het meervoud of de genitief van een woord dat op een klinker eindigt, om een onjuiste uitspraak te vermijden: Anna’s foto’s. Het gebruik van de apostrof is hier verplicht: Annaas fotoos is (tweemaal) fout. Bij de stomme e of bij andere klinkers waarbij geen onjuiste uitspraak mogelijk is (en waar dus geen klinkerverdubbeling plaats zou vinden) wordt de apostrof niet gebruikt: doosjes, cafés, bureaus.

• in de genitief van een naam die op een sisklank eindigt, zodat geen s toegevoegd hoeft te worden: Hans’ boek. Ook hier is gebruik van de apostrof verplicht (Hanss boek is fout). Eindigt de naam niet op een sisklank dan wordt géén apostrof gebruikt: Piets ouders (Piet’s ouders is fout). In zinnen die beginnen met een apostrof, krijgt niet het eerste maar het tweede woord een hoofdletter: ’s Morgens eten we ontbijt. ’t Is toch wat! De genitief van een merknaam wordt vaak met een apostrof geschreven om de naam beter te laten uitkomen (Van Nelle’s koffie). Dit is eigenlijk niet correct. Misschien geschiedt dit naar Engels voorbeeld. Een andere toepassing van de apostrof: bij afgeleiden van letterwoorden: sms’en, tv’tje


Accenttekens ´ `

2.11.2

Accenttekens worden met name gebruikt op de letter “e” bij woorden die uit het Frans komen. - café, coupé, procedé

- Uitspraak: ee, zoals bij hé!

- scène, barrière, misère

- Uitspraak: e, zoals bij hè?

Accenttekens kunnen ook gebruikt worden om een bepaald woord extra nadruk te geven; er een accent op leggen. - Ik denk dat we dit juist wél moeten doen. - Ik bedoel niet die groene, maar de zwarté auto. - Heb jij werkelijk dé Robert de Niro ontmoet?

Accenttekens kunnen ook voor een betekenisverschil zorgen - Deze ramp hadden we moeten voorkómen. (zorgen dat het niet gebeurt) -Ik snap niet hoe het kan dat dit soort rampen nog altijd vóórkomen. (plaatsvinden) Damian Forster en Yin-Yong Lim GV1C


Verkleinwoorden

Wat zijn verkleinwoorden en hoe maak je ze?

Uitleg Een verkleinwoord of diminutief is een woord waarvan de uitgang aangeeft dat het begrip dat ermee wordt aangeduid als klein moet worden gezien. hond - hondje huis - huisje

Voorbeelden De meeste verkleinwoorden zijn eenvoudig te maken: bank - bankje film - filmpje tafel - tafeltje slang - slangetje

Verkleinwoorden op i krijgen ie. taxi - taxietje Verkleinwoorden van cijfer- of letterwoorden krijgen ook een apostrof. A4 - A4’tje tv - tv’tje

Bij verkleinwoorden op een a, é, o of u wordt de klinker verdubbeld. auto - autootje café - cafeetje opa - opaatje kano - kanootje accu - accuutje Verkleinwoorden op de y, schrijf je met een apostrof. baby - baby’tje sherry - sherry’tje

Onthouden: machine - machientje aspirine - aspirientje jongen - jongetje karbonade - karbonaadje pudding - puddinkje

68


Stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden Stoffelijke bijvoegelijke naamwoorden geven aan dat iets uit een materiaal bestaat. Deze stoffelijke naamwoorden eindigen vaak op -en. *Bijvoorbeeld: (hout) een gouden ring, de houten tafel. Maar dit geldt niet voor bijvoegelijke naamwoorden die de vorm of kleur aanduiden. *Bijvoorbeeld een vierkante tv, een rode tafel een blauwe schoen en een ovale vaas. Soms moet je een medelklinker verdubbelen of een medeklinker schrappen om te voorkomen dat je het woord verkeerd uitspreekt. Soms verandert de -s in -z. *Medeklinker verdubbelen: (wol) een wollen trui *Klinker schrappen: (steen) een stenen muur *S of Z: (glas) een glazen deur *Soms verandert er helemaal niks:

Salome & Eva GV1C


DE PUNT . Altijd staat er een punt achter een zin, want dat is netjes. Een punt sluit altijd de zin af. De punt wordt vooral gebruikt: -Om het einde van een zin aan te geven -Na afkortingen -In cijferreeksen (1.000) -Een aantal punten achter elkaar; bij een pauze, iets zelf invullen of interpreteren (adres;....) Uitzonderingen: -Na een afkorting, want die eindigt al op een punt (bomen, bladeren, takken, enz.) -Aan het einde van een titel, opschrift of adres (Vicariehof 3) na munteenheden, maten en gewichten (1.000 kg)


!? 2.12.2

Het Vraagteken en Uitroepteken

Ook het vraagteken en het uitroepteken zijn tekens ter afsluiting van

een zin. Anders dan de punt geven ze extra informatie over de toon

van de zin: de vragende toon waar je een antwoord op verwacht, of de uitroepende toon, die extra aandacht oproept voor de zin.

Voorbeelden:

- Weet jij hoe laat de trein vertrekt?

- Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? - Blijf met je vingers van mijn eten af!

- We hebben eindelijk een keer gewonnen!


Spellingsregel

HOOFD LETTERS Deze spellingsregel heb ik uitgekozen omdat ik nogal moeite heb bij het hanteren van hoofdletters. Met name van bepaalde zelfstandige naamwoorden die bijvoorbeeld te maken hebben met geloof. Schrijf je ‘de koran’ nu met een hoofdletter of kleine letter. En hoe zit het dan met het woord Geloof? Om meer te weten te komen over dit onderwerp, ben ik gaan zoeken in het boek voor Nederlands en op het Internet. Wanneer pas je een hoofdletter toe en wat zijn de uitzonderingen.

Dit deel van de opdracht gaat over het gebruik van hoofdletters in het Nederlands. Aan het begin van een zin gebruiken we een hoofdletter, maar hoe zit dat met woorden als ze niet aan het begin van de zin staan? Aan welke regels en uitzonderingen besteden we nu aandacht in deze opdracht: • Namen van personen die met een hoofdletter beginnen, bijvoorbeeld Jan de Vries. Maar in sommige gevallen is dit in België anders dan in Nederland. Maar wij houden het nu bij het Nederlands. • Historische gebeurtenissen en unieke instellingen worden met een hoofdletter geschreven. Bijvoorbeeld, dat lees je op de pagina Golfoorlog, Hoge Raad. • Namen van bedrijven, merken en instellingen worden ook met een hoofdletter geschreven, zoals Philips, Gooise Scholen Federatie en MA-college. Uitzondering: soortnamen van personen of zaken, ook al zijn ze afgeleid van eigennamen, worden met een kleine letter geschreven. • Afgeleide woorden van persoonsnamen, zoals “Freudiaans” en “een Rembrandt”. • Aardrijkskundige namen en hun afgeleiden, zoals “Zuidoost-Noord-Brabant” en “een fles bordeaux”, maar ook bevolkingsgroepen zoals “islamieten”. Uitzondering: namen van windstreken, seizoenen, dagen en maanden schrijf je zonder hoofdletter. • Religieuze namen en feestdagen, termen, zoals Allah, de Bijbel schrijven wij ook met een hoofdletter.

Uitzondering: de paus, de islam hebben een bijzondere uitzondering, namelijk wanneer deze woorden worden gebruikt in een maatschappelijke of godsdienstige stroming, worden klein geschreven. Andere woorden die samengesteld zijn met bovengenoemde namen, zoals paasei, pinkstermorgen en paasweekend ook. Wanneer wij de Bijbel als een exemplaar zien, dan gebruiken wij een kleine letter, zoals een mooi uitgegeven bijbel. • En natuurlijk aan het begin van een zin gebruiken wij ook een hoofdletter. Uitzondering: wanneer de zin begint met een teken of een cijfer. • Bij erkende afkortingen gebruiken we ook hoofdletters. Zoals NB (notabenen), PS (postscriptum), ANWB, WNF, IFAH ect.


Spellingsregel Tim Hagedorn GVd

Geslacht van het woord Elk zelfstandig naamwoord heeft een eigen geslacht: het is mannelijk, vrouwelijk of onzijdig.. Maar hoe weet je welk geslacht het woord heeft? Eerst kijk je naar het lidwoord dat word gebruikt bij het zelfstandig naawoord. Het lidwoord ‘een’ kan je voor elk woord zetten maar bij ‘de’ en ‘het’ is dat niet het geval. Als je ‘de’ voor een woord kan zetten is er sprake van een mannelijk of vrouwelijk woord. Als je ‘het’ voor een woord kan zetten dan is er spraken van een onzijdig woord. Maar hoe weet je nu of een woord mannelijk of vrouwelijk is.. Ga er van uit dat bijna alle woorden mannelijk zijn. Vrouwelijke woorden die kan je herkennen aan deze uitgangen:

ing heid teit ie schap nis ij ica de te ade ide ode ude theek sis age tuur

rekening verbeelding verdenking kleurloosheid belangrijkheid eeuwigheid puberteit subtiliteit kwaliteit relatie sociologie reactie vakmanschap boodschap vriendschap kennis gevangenis nagedachtenis oplichterij drukkerij razernij logica harmonica waarde vreugde warmte drukte tirade invalide periode attitude apotheek videotheek dosis cirisis fabricage massage suur agentuur natuur censuur


De komma Regels Een komma word altijd geplaatst in de volgende gevallen: - Wanneer er in het voorlezen een duidelijke pauze aanwezig is - In opsommingen - Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden - Voor en na een bijstelling - Voor en na een uitbreidende bijzin - Na de aanhef boven een brief - Voor en/of na een aanspreking

Voorbeelden - Opsomming: In een dierentuin zijn er heel veel dieren bijvoorbeeld een giraf, tijger, slang, olifant, spin, zebra en een nijlpaard. - Gelijkwaardige bijvoegelijke naamwoorden: Thuis heb ik een mooie, nieuwe, glimmende keuken laten inbouwen. - Voor en na een uitbreidende bijzin: Meisjes, die blond haar hebben, zijn over het algemeen minder slim.

Uitzondering Er word niet altijd een komma gebruikt, soms word er ook ‘en’ gebruikt.


Leestekenes    

Leestekens zijn letterlijk tekens die je een aanwijzing geven om zinnen goed uit te lezen en woorden goed uit te spreken. Strikt genomen vallen ze dus niet onder de spellingsregels voor afzonderlijke woorden. Het nu van de behandeling hier je echter duidelijk zijn.

Voorbeelden van regels met leestekens. - Iets wat regelmatig fout gaat, is de plaats van het aanhalingsteken bij de komma in een citaat. Hieronder een voorbeeld: 1. “Ik ga niet naar huis”, zei hij. 2. “Wij”, vervolgde hij, “gaan nog niet naar huis.” In de twee voorbeelden gaat het om ‘citaatinbedding’. Het citaat in de eerste zin is: “Ik ga niet naar huis” en in de tweede zin: “Wij gaan nog niet naar huis.” ‘Zei hij’ en ‘vervolgde hij’ duiden de sprekers van de citaten aan en horen niet bij de citaten zelf. Het aanhalingsteken wordt daarom voor de komma geplaatst.


De punt Regels

Wanneer gebruiken we een punt ? - Geen punt na een opschrift, titel, kop of adressering. - Geen punt na een afsluitend aanhalingsteken van een citaat. - Punt na afgekorte woorden. - In bedragen van vijf cijfers of meer om de duizendtallen aan te duiden.

Voorbeelden

Voorbeeld 1 : Voorbeeld 2 : Voorbeeld 3 : Voorbeeld 4 :

De titel. ‘‘Worden wat je bent’’ E.d. En dergelijke 10.000

Uitzonderingen

Een uitzondering die ik zelf kan bedenken, want ik kan er niks in het boek over vinden is bij het gebruiken van een vraag of uitroepteken!

Hoofdstuk 2 Spellingsregels |67

Michael Wederfoort GV1D


2.4

HOOFDREGEL

Het achtervoegsel je of tje geeft een verkleining aan.

THEORIE

Van veel zelfstandige naamwoorden kunnen we een verkleinwoord maken met een achtervoegsel zoals bijvoorbeeld: -je, -tje, -etje of -pje. Dat schrijven we vast aan het grondwoord.

VOORBEELDEN

kan - kannetje koek - koekje probleem - probleempje touw - touwtje

VER KLEIN WOOR DEN

VERKLEINWOORDJES

UITZONDERINGEN

Als het grondwoord eindigt op de klank /ng/, geschreven als -ng, eindigt het verkleinwoord op 足-kje of -etje.

Voorbeeld: camping - campinkje leerling - leerlingetje In de lettergreep voor -etje passen we de regels voor de verdubbeling van medeklinkers toe.

Voorbeeld: bal - balletje bon - bonnetje Sommige woorden hebben twee verkleinvormen, soms met een betekenisverschil.

Voorbeeld: bloem - bloemetje, bloempje pop - poppetje, popje

TIP!

In zakelijke communicatie

komen verkleinwoorden niet vaak voor.

Verkleinwoorden komen vaak kinderachtig of niet serieus over. Een voorbeeld hiervan:

Ons bedrijfje zou graag van uw fabriekje een offertetje willen ontvangen. Wanneer je zelf een tekst moet schrijven is het daarom

handiger om verklienwoorden te vermijden.


Afbreken R E G E L

N U M M E R

1 0

ĂŠn ĂŠ t i u e d n a a . t s n e a b a t p s e ee t r g n r e e m t Een let ag niet los ko m r e k n i l k

LINE UP Tussen twee klinkers die geen tweeklank vormen Tussen de delen van een samenstelling Na een voorvoegsel Voor een achtervoegsel dat met een medeklinker begint Een tussenmedeklinker gaat bij het afbreken naar de volgende regel Twee medeklinkers: een blijft staan en een gaat naar de volgende regel Drie of meer medeklinkers: zoveel naar de volgende regel als er aan het begin van een Nederlands woord kunnen voorkomen.


Meervoud 1 Meervoudsvormen Zelfstandige naamwoorden kunnen in het meervoud verschillende vormen hebben, maar meestal eindigen ze op: - en deur> deuren, stoel> stoelen - s computer> computers, beker> bekers 1.1 -idee> ideeën - melodie> melodieën - zee> zeeën - technologie > technologieën je ziet dat in de bovenstaande voorbeelden het zelfstandig naamwoord in het meervoud een extra E krijgen met daarop een trema. De volgende soort woorden krijgt die extra E echter niet, omdat de klemtoon niet op de laatste lettergreep valt: -bacterie> bacteriën [ de klemtoon valt op de e] - provincie> provinciën [ de klemtoon valt op de i] - kolonie> kolonien[ de klemtoon valt op de tweede o ] - porie> porien (de klemtoon valt op de o) De regel is dus: wanneer de klemtoon( van het woord dat eindigt op ee of op ie) op de laatste lettergreep valt, komt er in het meervoud een extra e bij.

1.2 je schrijft in het meervoud de s niet vast aan het woord wanneer dat tot spraakverwarring leidt. Je schrijft het meervoud van oma als oma’s omdat dat anders tot spraakverwarring leidt. Dus ook de volgende woorden krijgen in het meervoud ‘s: - logo’s foto’s hobby’s lama’s pinda’s taxi’s kiwi’s Maar bij de volgende woorden(die eindigen op eau, ay , ieu, ui, ie ,ee, e) schrijf je de s vast - cadeaus, essays, milieus, etuis, recepties Ook als je aan het einde van een woord een medeklinker schrijft, maar een klinker hoort, schrijf je de s vast. - ayatollahs

1.3 Er zijn ook woorden die in het meervoud een klankverandering krijgen. Je kunt die woorden herkennen aan hun uitgang: de laatste van het woord. - ium> ia: medium> mediums - cus> ci: medicus> medici - um> a: centrum > centrum/centra Ook zijn er woorden die in het meervoud een verandering van medeklinker krijgen. - s> z : laars> laarzen - f > v: staaf> staven


Komma Dek ommai se e nv a ndemoe i l i j k s t el e e s t e k e nsi nhe tNe de r l a nds . Er z i j nge e nv a s t er e ge l sa a ndeha ndwa a r v a nj ea l t i j dk untbe pa l e nwa nne e ropwe l k epl a a t sk omma ' sge br ui k tmoe t e nwor de n. He tbe l a ngr i j k s t eui t ga ngs punti sda te e nk ommage pl a a t s twor dta l se rbi jhe tv oor l e z e ne e ndui de l i j k epa uz ehoor ba a ri s ;ookdet oonhoogt ewa a r me ede z i nwor dtui t ge s pr ok e nv e r a nde r tv a a ki e t s . Hoel a nge rdez i ni s , hoe me e rbe hoe f t ee rbe s t a a ta a ne e nr us t punti ndez i n, e ndusa a ne e n k omma . I ndev ol ge ndege v a l l e ni se e nk ommaa l t i j dopz ' npl a a t s : I nops ommi nge n: ' Zi js c hr i j f ta r t i k e l e n, e s s a y s , r oma ns , v e r ha l e ne n c ol umns . ' T us s e nge l i j k wa a r di gebi j v oe gl i j k ena a mwoor de n: ' Omaha de e nmooi e , oude , e i k e nl i nne nk a s t . ' ( Me e rv oor be e l de nv i ndtuhi e r . ) Voore nnae e nbi j s t e l l i ng: ' Sc hul t zv a nHa e ge n, demi ni s t e rv a nI nf r a s t r uc t uure nMi l i e u, de e de e nni e uwv oor s t e l . ' Voore nnae e nui t br e i de ndebi j z i n: ' Dec ur s i s t e n, di egoe dNe de r l a nds s pr e k e n, v i nde ndi ek omma ' sni e tmoe i l i j k . ' ( Zi eookonsa dv i e sov e rde k ommav oordi ee nda t . ) Nadea a nhe fbov e ne e nbr i e f : ' Ge a c ht ehe e r / me v r ouw, ' . Voore n/ ofnae e na a ns pr e k i ng: ' Sa nne , he bj ehe tna a rj ez i nhi e r ? ' , ' L uk t da tde z ewe e knog, pa pa ? ' , ' L ui s t e r , j onge n, z owe r k tda tni e t . ' He ti sookge br ui k e l i j kom t us s e nt we ena a s te l k a a rs t a a ndepe r s oons v or me ne e nk ommat ez e t t e n: ' Wa tz i jge z e gdhe e f t , i she e lopme r k e l i j k ' , ' Nui ke rl a nge rov e rna de nk , v i ndi khe tge e nge ki de e ' , ' Wa tz i jbe r e i k t he e f t , i sv oor a lt eda nk e na a nha a rdoor z e t t i ngs v e r moge n. ' Al l e e ni n k or t ez i nne nk a ndek ommat us s e npe r s oons v or me ns omsa c ht e r we ge bl i j v e n: ' Wa tj ez e gtbe nj ez e l f ' , ' Wi edi tl e e s ti sge k ' , ' Voorj ehe twe e ti s he tz ov e r . ' I nde z ez i nne ni sookge e ndui de l i j k epa uz ehoor ba a r . V贸贸rv oe gwoor de na l shoe we l , omda t , z oda t , opda t , i ndi e n, ma a r , a a nge z i e ne nt e r wi j lk a nme e s t a lhe tbe s te e nk ommawor de nge pl a a t s t : ' Zi j v e r t e l dehe ta a ni e de r e e n, hoe we ldei nf or ma t i ev e r t r ouwe l i j kwa s ' , ' Hi j da c hte rl a ngov e rna , a a nge z i e nhi jv e e lt i j dha d. '


2,4

Verkleinwoorden

De hoofdregel bij verkleinwoorden is: Het achtervoegsel je of tje geeft een verkleining aan bijvoorbeeld: - Boek -> boekje; Deur -> deurtje

In de volgende gevallen kunnen er spellingsproblemen ontstaan: - pje; modem -> modempje; Raam -> Raampje - nkje; beloning -> beloningkje; Haring -> Harinkje - eindklinkers verdubbelen; Paraplu -> Parapluutje; Agenda -> Agendaatje Let op! Als je het woord moet afbreken aan het eind van een zin, wordt het: harin-kje, paraplu-tje, agenda-tje.

- é wordt ee: Café -> Cafeetje; Cliché -> Clicheetje Let op! Als je het woord moet afbreken aan het eind van een zin, wordt het: Café-tje; Cliché-tje.

- y’tje; Jury -> Jury’tje; Hobby -> Hobby’tje - ietje; Bikini -> Bikinietje; Taxi -> Taxietje Let op! Als je het woord moet afbreken aan het eind van een zin, wordt het: Bikini-tje en taxi-tje.

Tip! In de zakelijke communicatie komen verkleinwoorden niet vaak voor. Verkleinwoorden komen vaak kinderachtig of niet serieus over. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld. Ons bedrijfje zou graag van uw fabriekje een offertetje willen ontvangen. Wanneer je zelf een tekst moet schrijven, is het daarom raadzaam om verkleinwoorden te mijden.


Klankverandering.   Kom jij in een zin achter de letter j een k tegen hou dan rekening met de klankverandering waardoor je k als een n gaat klinken, bijvoorbeeld:

We gingen naar Burger King, het eten was heerlijk. [heerlijn] Een uitzondering voor deze regel is als er meer dan 5 i’s in de zin staan. In dit geval spreek je het uit als een m. Deze regel geld niet op maandag daaraan tegen.

Ik, Iris en Ivan interesseren ons niet in het koninklijk huis. [koninklijm]    

   

 Casper  en  Leon  GV2C      

 


“ “

“”

AANHALINGS TEKENS

WAT ZIJN AANHALINGSTEKENS? Aanhalingstekens gebruik je om de aparte status van een woord of zin aan te geven. Dubbele aanhalingstekens gebruik je alleen wanneer je de woorden van een persoon letterlijk citeert. Dit noem je de directe rede. In alle andere gevallen gebruik je dus enkele aanhalingstekens. Voor het gebruik van aanhalingstekens zijn er de volgende regels.

OM AAN TE GEVEN DAT JE MET EEN CITAAT TE MAKEN HEBT OF WANNEER JE WILT AANGEVEN DAT IEMAND IETS UITSPREEKT. Op de voorpagina van de krant van de krant van vandaag las ik de volgende kop: “Lesuren weer ter discussie”. Mandy vroeg me: “Wanneer kom je een keertje bij me langs?”

“ “

OM DE LETTERLIJKE BETEKENIS VAN EEN WOORD TE ‘ONDERMIJNEN’. Stefan heeft weer ‘uitstekend’ gekookt; het smaakte me totaal niet. PSV heeft weer een ‘fantastische’ wedstrijd gespeeld: 5-0 verloren.

OM UIT TE LICHTEN DAT JE MET EEN BEPAALD BEGRIP TE MAKEN HEBT. Zo’n uitzending op internet wordt ook wel een ‘podcast’ genoemd. Een gorilla wordt ‘mensaap’ genoemd, omdat hij zo op een mens lijkt.


L€€$T€K€N$ Wat zijn leestekens ?

Een leesteken is een teken dat in tekst gebruikt wordt om de leesbaarheid te verbeteren. Soms geeft een leesteken ook aanwijzingen over de betekenis en uitspraak van de zin. De verzameling en het gebruik van leestekens heet interpunctie.

Voorbeeld.

Email : z.hooijdonk@gmail.com Een chat met je vrienden : Heey Ashley heb je zin in de film ? Ik wel <(^. ^<) <--- Dit is een poppetje. Of als mensen heel boos zijn via sms of whats app dan zie je vaak dit : JEETJE HEB JE NOU NOG NIET JE KAMER OPGERUIMD!!!!!!! :( (Zo laten ze zien dat je echt boos bent)

Tips

Gebruik Vaak leestekens als je met mensen praat via whats app. Zo kunnen zij zien hoe jij het vertel. Vaak als je geen leestekens gebruikt vatten sommige mensen het fout op en worden ze boos terwijl je het misschien helemaal niet zo bedoelde. en nog een tip... Verzin een leuke emoticon van leestekens. zoals hier boven. <(^. ^<) of ( *. * ) of {0.0}

<(^.

^<)


Wanneer gebruik je een puntkomma? Een puntkomma houdt het midden tussen een punt en een komma. Net als de punt sluit de puntkomma een mededeling af, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat er een directe band is met de volgende mededeling. (1) We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig. (2) Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later. (3) Ie moet zo’n kuur helemaal afmaken; doe je dat niet, dan kunnen de klachten terugkomen. Het gaat hier steeds om twee hoofdzinnen die vrij nauw met elkaar samenhangen; een punt tussen de zinnen zou een iets te sterke scheiding uitdrukken.

Puntkomma Als een puntkomma past, past de punt meestal ook, maar met een punt staan de mededelingen losser van elkaar. In de voorbeelden hieronder heeft de tweede zin steeds een wat losser verband met de eerste zin, zodat een punt hier meer voor de hand ligt dan een puntkomma. (4) We hebben een mooie zomer gehad. Iamrner is wel dat ik daar zelf door de grote drukte op mijn werk niet zo van heb kunnen genieten. (5) Beginnen jullie maar alvast. Van de meeste vergaderpunten heb ik overigens mijn standpunt al via de mail doorgegeven. (6) Ie moet zo'n kuur helemaal afmaken. De huisarts raadt dat dringend aan, omdat in dat geval de kans het grootst is dat de antibiotica hun werk doen. Soms speelt bij de keuze ook de lengte van de zinnen een rol. Zo zou in zin (6) juist weer goed een Puntkomma kunnen staan als de ‘omdat’-bijzin zou ontbreken: (6a) Ie moet zo’n kuur helemaal afmaken; de huisarts raadt dat dringend aan. Maar (6) kan beter niet als één zin met een puntkomma worden geschreven; daarvoor ligt er te veel nadruk op de — ook nog eens vrij lange — ‘omdat’-zin. Met een punt tussen de twee zinnen is het geheel meer in balans.

Phong Huynh GV2C


AF

- BREKINGEN

Bij het afbreken van woorden is soms de uitspraak van een woord doorslaggevend, soms de herkomst en soms de opbouw van een woord. Meestal leiden deze drie principes tot dezelfde opvatting over waar de lettergreepgrens ligt. Hieronder geven we de hoofdregels voor woordafbreking.

Afbreken kan tussen de delen van een samenstelling: bij-val, circus-act, fiets-pad, tand-arts. Woorden op -achtig, -baar, -heid, -rijk, -dom en -loos (achtervoegsels waarmee afleidingen worden gevormd) gedragen zich als samenstellingen: aap-achtig, bereikbaar-heid, ei-wit-rijk, prins-dom, werke-loos. Afbreken kan aan het einde van een lettergreep: cir-cus, be-las-ting, me-de-werker, Ge-noot-schap On-ze Taal, er-ger-nis, klap-lo-per. Medeklinkers gaan zo veel mogelijk naar de volgende regel, maar beide stukken van het afgebroken woord moeten uitspreekbaar blijven en uit normale lettergrepen bestaan. Dus: dui-ker, lei-den, mor-gen, be-schrij-ven, reu-ze-fla-ter. Ambten wordt amb-ten, want bten kun je niet zeggen; haasten wordt haas-ten en troosten wordt troos-ten, omdat haa en troo geen normale lettergrepen zijn. Uit andere talen afkomstige lettercombinaties die als één lettergreep klinken, worden niet afgebroken. Voorbeelden: bite, cake, gra-tuit, house, ma-noeu-vre, race. Afbrekingen van uit het Frans afkomstige woorden als crè-me, pati-ent, stati-on en terti-air zijn in principe niet onmogelijk, maar worden toch vrijwel altijd vermeden: crème, pa-tiënt, sta-tion en ter-tiair. Eén losse letter aan het begin of einde van een regel is niet toegestaan. Dus niet a-linea of aline-a, maar alleen ali-nea; oven wordt nooit o-ven en kan dus niet worden afgebroken. Deze regel geldt ook als zo’n woord deel is van een samenstelling. Bakoven kan dus alleen na bak worden afgebroken: bak-oven. IJverig wordt wel ij-ve-rig, omdat de ij als een tweeklank wordt beschouwd, niet als letter. Rondom de x wordt niet afgebroken: sexy, faxen, mixer. Op grond van deze en de vorige regel kan de naam Alexia niet worden afgebroken. Ch, sh en sj als één klank blijven bij elkaar: ka-che-len, ca-shew-noot, pu-shen, an-sjo-vis, ram-sjen (maar: vis-haak, vis-je). Bij ng en nk wordt afgebroken na de n: vin-ger, an-ker, ver-len-gin-kje, win-terko-nin-kje. Maar Frank-rijk wordt als een samengestelde naam beschouwd. Het is ook ko-ninkrijk.


2.4

Uitzonderingen

Verkleinwoord Een verkleinwoord is een woord dat aanduid dat het begrip als klein moet worden gezien.

Het blad – het blaadje Het gat – het gaatje Het glas – het glaasje Het pad – het paadje De staf – het staa�je het vat – het vaatje

Dat kleine meisje heeft een grote familie. De baby heeft paarse schoentjes aan. Oma draagt een kettinkje.


Spellingsregels dubbel punt (:) 1.Bij een opsomming Bij een opsomming wordt gebruik gemaakt van een dubbele punt zodat er rust ontstaat in de zin. Bij de dubbele punt wordt dan een ‘‘pauze’’ genomen. Voorbeelden: -Gisteren ben ik naar de dokter geweest; ik had mijn enkel gekneust. -Mijn moeder wilt een nieuw huis kopen; dit huis is te klein voor de familie. -Tegenwoordig loop ik school; hiermee wil ik mijn conditie verbeteren. 2. Voor citaat of een directe rede Als je letterlijk overneemt wat iemand gezegd heeft dan gebruik je voor de zin een dubbele punt. Hiermee geef je aan wat die persoon gezegd heeft. Voorbeelden: -Vandaag vroeg Ipek: ‘‘Wil je mee naar buiten in de pauze?” -Ik reageerde verbaasd toen de leraar zei: ‘‘Je hebt een voldoende voor je toets.” 3. Voor een verklarende of toelichtende opmerking Wanneer een persoon een situatie uitlegd dan geeft die een toelichting of een verklaring. Voor de toelichting of verklaring wordt een dubbele punt geplaatst. Voorbeelden: -Mijn broek wil ik na school gaan ruilen; hij is te klein geworden. -Ik vind die nieuwe rekenleraar niks; hij legt niet goed uit.


Voor hoofdletters zijn veel regels en uitzonderingen. De belangrijkste regels: Je schrijft een hoofdletter... - aan het begin van de zin

(BEHALVE: wanneer de zin begint met een cijfer/symbool)

H

- bij voornamen en familienamen van personen

O

- bij eigennamen van bedrijven, merken, instellingen (BEHALVE: waneer de soortnamen van personen of zaken ook al zijn afgeleid van eigennamen)

- bij aardrijkskundige namen

(BEHALVE: namen van windstreken, seizoenen, dagen en maanden)

- bij erkende afkortingen - bij namen van feestdagen en historische gebeurtenissen

(BEHALVE: samenstellingen van de religieuze feestdagen)

- bij een heilig persoon of een heilig begrip

(BEHALVE: wanneer je een exemplaar van een heilig boek bedoelt) (BEHALVE: wanneer je het hebt over leden van een culturele/ godsdienstige of maatschappelijke stroming)

O F

D L E T T E R


Voorbeeld Tekst met hoofdletters

De Amerikaanse president Obama is alsnog bij de NSS-top in Den Haag gearriveerd. Tot verbazing van alle wachtenden reed zijn auto bij aankomst rond 09.45 hard door en verdween uit zicht, het beveiligde gebied uit. Het Witte Huis heeft inmiddels bevestigd dat Obama een persoonlijke ontmoeting had met president Nazarbajev van Kazachstan, in de woning van de Amerikaanse ambassadeur.

tekst zonder hoofdletters

de amerikaanse president obama is alsnog bij de nss-top in den haag gearriveerd. tot verbazing van alle wachtenden reed zijn auto bij aankomst rond 09.45 hard door en verdween uit zicht, het beveiligde gebied uit. het witte huis heeft inmiddels bevestigd dat obama een persoonlijke ontmoeting had met president nazarbajev van kazachstan, in de woning van de amerikaanse ambassadeur.

H O O F

D L E T T E R


PuntKomma Wanneer gebruik je een puntkomma?

;

Een puntkomma houdt het midden tussen een punt en een komma. Net als de punt sluit de puntkomma een mededeling af, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat er een directe band is met de volgende mededeling. We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig. Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later. Je moet zoâ&#x20AC;&#x2122;n kuur helemaal afmaken; doe je dat niet, dan kunnen de klachten terugkomen. Het gaat hier steeds om twee hoofdzinnen die vrij nauw met elkaar samenhangen; een punt tussen de zinnen zou een iets te sterke scheiding uitdrukken. Als een puntkomma past, past de punt meestal ook, maar met een punt staan de mededelingen losser van elkaar. In de voorbeelden hieronder heeft de tweede zin steeds een wat losser verband met de eerste zin, zodat een punt hier meer voor de hand ligt dan een puntkomma.

;


Hoofdletters Elke zin begint met een hoofdletter, ook als de zin met een afkorting begint: I.v.m. inventarisatie is het gebouw heden gesloten Een afgekapt woord krijgt geen hoofdletter; die hoofdletter komt dan bij het opvolgende woord: ’s Morgens moet je me niet lastig vallen Na een getal krijg je geen hoofdletter: 25 seconden bleef hij onder water Dubbelepunt Na een dubbele punt komt altijd weer een nieuwe hoofdletter, ook als de zin erna als een nieuwe zin word beschouwd: Angstig opende ze de deur op een kier en vroeg: “Wat moet je? Waar kom je vandaan?” Persoonsnamen De beginletters van een persoonsnaam schrijven we met hoofdletters. Anton Schreutjes Frits Klitwijk Eric Frunterswijk De IJ Als het begin van de zin met de IJ begint, word zowel de I als de J als hoofdletter geschreven: IJsvogels zijn veel in het wild te vinden. De heer IJsvogel is vorige week overleden.


EXTRA E

Wanneer wel? Wanneer niet? Wanneer de klemtoon (van het woord dat eindigt op een ee of op ie) op de laatste lettergreep valt, komt er in het meervoud een extra e bij. Idee => Ideeën (klemtoon = ee) Melodie => melodieën (klemtoon = ie) Zee => zeeën (klemtoon = ee) Technologie => technologieën (klemtoon = ie) Waar het niet op de laatste lettergreep valt krijgt geen extre e. Bacterie => Bacteriën (klemtoon = e) Provincie => provinciën (klemtoon = i) Kolonie => koloniën (klemtoon = o) Porie => poriën (klemtoon = o)


53

Is het Coetzees roman of Coetzee's roman? Wanneer moet of mag er een apostrof voor de bezits-s staan?

Voorbeelden s aan de naam vast Als de slotklank van de naam er geen last van heeft, schrijf je de s er gewoon aan vast: - het huis van Henk - Henks huis - de tas van Ruud - Ruuds tas - de auto van René - Renés auto apostrof + s achter de naam Als de naam eindigt op een klinker waarvan de klank zou veranderen als je er een S aan vastplakt, gebruik je een apostrof: - het boek van Anja - Anja’s boek - het haar van Romy - Romy’s haar Alleen apostrof, geen s Als de naam eindigt op een S of een andere hoorbare s-klank, zet je alleen een apostrof achter de naam. - de fiets van Kees - Kees’ fiets - het gezicht van Truus - Truus’ gezicht - het beleid van Fernandez - Fernandez’ beleid

5.0 Spellingsregels

De regel is dat de bezits-s in principe aan een naam vast geschreven wordt. Alleen als de s de uitspraak van de voorafgaande klank zou veranderen, moet er een apostrof voor komen. Dat is het geval als de laatste lettergreep op één a, i, o, u of y eindigt (of op een enkele e die als [ee] klinkt). Na een dubbele klinker of een tweeklank komt geen apostrof. Na een naam die op een hoorbare sisklank eindigt, komt wel een apostrof maar geen extra s.

Hoofdstuk 1

Bezits-s: algemene spellingsegels regels

Uitzonderingen Eindigt de naam op een lange (vrije) klinker (aa, ee, ie, oo, uu) die als één letter geschreven wordt (a, e, i/y, o, u), dan is er een apostrof nodig om een verkeerde uitspraak te voorkomen: Afra’s fiets, Petra’s huisdieren, Antigone’s roem, Penelope’s antwoord, Crusoë’s dagboek, Anni’s analyse, Onno’s recept, Ebru’s column, Elly’s overuren, Amy’s huis. Dit geldt niet voor de é en de toonloze e: Renés verdwijning, Ankes kat, Jelles schoenen. Een afgekorte naam krijgt een apostrof voor de s: JP’s flat, A.F.Th.’s boek. De bezits-s wordt vervangen door een apostrof bij woorden die op een sisklank eindigen: Truus’ gast, Inez’ auto, Perez’ analyse. Het begrip ‘sisklank’ is tamelijk rekbaar: niet alleen de s en de z vallen eronder, maar ook de x en alle letters of lettercombinaties die als s, sj, tsj, zj of dzj worden uitgesproken: Alex’ vriendin, Barentsz’ pooltocht, Maurice’ fiets, Bush’ vader, Ivic’ auto.


GETALLEN UITSCHRIJVEN

Hele getallen worden in woorden aan elkaar geschreven. Aantal uitzonderingen: - Na een duizend komt een spatie. - Woorden staan los als miljoen en miljard. 8.384: achtduizend driehondervierentachtig. 12.109.107: twaalf miljoen honderdnegenduizend honderdzeven. Getallen kunnen ook als los woord worden toegevoegd na een honderd of een duizend. 316: driehonderd en zestien. 2.980: tweeduizend negenhonderd en tachtig. Cijfers en letters kunnen worden gecombineerd in grote, afgeronde getallen met miljoen, miljard etc. (getallen met duizend wordt iets minder gebruik van gemaakt). 20.000: 20 duizend. 50.000.000: 50 miljoen. 344.000.000.000: 344 miljard. Wanneer schrijf je getallen in cijfers en wanneer in letters? - Getallen schrijf je voluit als het in lopende zinnen staan. Driehonderd mensen staan vandaag op het plein. Onze buurvrouw heeft 2 kinderen. - Getallen schrijf je in cijfers als het over eenheden gaat. Deze toren is zeker 12 meter hoog. Onze dochter weegt ongeveer 30 kilogram.


2.4 Verkleinwoorden Om het woord te verkleinen moet er je of tje achter aangezet te woorden. Bij de meeste woorden is het heel simpel; bank hok huis

--> --> -->

bankje hokje huisje

tafel boot staaf

--> --> -->

tafeltje bootje staafje

Er zijn helaas natuurlijk ook weer woorden waar wat spellingsproblemen zijn. Hier komen een paar voorbeelden. Woorden die eindigen met -m; bloem --> museum -->

bloempje museumpje

raam helm

--> -->

raampje helmpje

--> -->

autootje cafeetje

Woorden die eindigen op -a, -o, -u en -é; opa menu

--> -->

opaatje menuutje

auto café

Let wel op als de woorden moeten afbreken aan een eind van de zin wordt het: opa-tje , menu-tje , café-tje

Woorden die eindigen op y of i; baby jury

--> -->

baby’tje jury’tje

bikini taxi

--> -->

bikinietje taxietje

Let wel op als de woorden moeten afbreken aan een eind van de zin wordt het: bikini-tje , taxi-tje.

Woorden die eindigen op letters -l, -m, -n, -ng en -r, met daarvoor een enkele klinker pil bom

--> -->

pilletje bommetje

ding kanon

--> -->

dingetje kanonnetje

Tip! Als je in een zakelijke communicatie zit gebruik dan zo min mogelijk verkleinwoorden. Dan kom je wat serieuzer en zakkelijker over. - Ons bedrijfje zou graag van uw fabriekje een offertetje willen ontvangen.


2.12.3 De Komma , De komma geeft je een teken om bij het lezen even te pauzeren. Je kunt een komma horen als je een zin langzaam uitspreekt. Er valt dan een pauze in de zin en de spreektoon veranderd. In de volgende gevallen plaats je een komma: 1)

2) 3) 4)

Tussen twee persoonlijke voornaamwoorden of gezegdes op de grens van een wat langere bijzin en een hoofdzin. - Als Misja honger krijgt, eet hij altijd een appel. - De DVD die ik van mijn broer heb gekregen, heb ik gelijk bekeken. Bij een opsomming: - Marcel weet nog niet of hij wil voetballen, squashen, skaten of gamen. - Deze drankhandel verkoopt bier, wijn, frisdrank en allerlei sterke drank. Voor en na een stukje tekst dat iets zegt over iets dat ervoor genoemd word: - Natasja, die een leuke baan heeft, gaat morgen met vakantie. - Vorige zomer, toen het zoveel regende, heb ik veel boeken gelezen. Tussen hoofd- en bijzinnen (punt 1) - De bladeren van de boom bewogen zachtjes, toen Annet voorbij sprintte. - En daarom denk ik dat het handiger is, als je het verschil kent tussen een hoofdzin en een bijzin.

LET OP! Soms kan het al dan niet plaatsen van een komma een verschillende boodschap opleveren. - De leerlingen die het voorbeeld begrepen, kregen een compliment van hun lerares. - De leerlingen, die het voorbeeld begrepen, kregen een compliment van hun lerares. - De deelnemers die na de lunch afwezig waren, legde hij het nog eens uit. - De deelnemers, die na de lunch afwezig waren, legde hij het nog eens uit.

Als je het moeilijk vindt om het verschil te ontdekken, kun je de zinnen hardop lezen. Lees eerst de hele eerste zin op dezelfde toon. Lees in de tweede zin de bijzin (tussen de kommaâ&#x20AC;&#x2122;s) op een zachtere toon dan de hoofdzin. Waarschijnlijk hoor je het verschil.

Denice van Velden GV2D


PuntKomma

‘S

Wanneer gebruik je een puntkomma? Een puntkomma houdt het midden tussen een punt en een komma. Net als de punt sluit de puntkomma een mededeling af, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat er een directe band is met de volgende mededeling.

(1) We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig. (2) Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later. (3) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken; doe je dat niet, dan kunnen de klachten terugkomen. Het gaat hier steeds om twee hoofdzinnen die vrij nauw met elkaar samenhangen; een punt tussen de zinnen zou een iets te sterke scheiding uitdrukken.

Als een puntkomma past, past de punt meestal ook, maar met een punt staan de mededelingen losser van elkaar. In de voorbeelden hieronder heeft de tweede zin steeds een wat losser verband met de eerste zin, zodat een punt hier meer voor de hand ligt dan een puntkomma. (4) We hebben een mooie zomer gehad. Jammer is wel dat ik daar zelf door de grote drukte op mijn werk niet zo van heb kunnen genieten. (5) Beginnen jullie maar alvast. Van de meeste vergaderpunten heb ik overigens mijn standpunt al via de mail doorgegeven. (6) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken. De huisarts raadt dat dringend aan, omdat in dat geval de kans het grootst is dat de antibiotica hun werk doen. Soms speelt bij de keuze ook de lengte van de zinnen een rol. Zo zou in zin (6) juist weer goed een puntkomma kunnen staan als de ‘omdat’-bijzin zou ontbreken: (6a) Je moet zo’n kuur helemaal afmaken; de huisarts raadt dat dringend aan. Maar (6) kan beter niet als één zin met een puntkomma worden geschreven; daarvoor ligt er te veel nadruk op de – ook nog eens vrij lange – ‘omdat’-zin. Met een punt tussen de twee zinnen is het geheel meer in balans.


Wanneer gebruik je hoofdletters? Aan het begin van een zin.

Bij namen van personen of instellingen: de Rabobank, Peter op den Velde Bij aardrijkskundige namen: in Amsterdam, in de Kal verstraat Bij namen van hemellichamen: op Saturnus is geen internet Bij titels van personen: Hare Majesteit houdt van whatsapp Bij historische gebeurtenissen: in de Tweede Wereld oorlog was er geen whatsapp

Voornamen en familienamen: in de zomer komt Arie van der Broek op whatsapp

De uitzondering: Wanneer je een leuke zin hebt getypt op whatsapp, en de zin begint met een cijfer of een symbool schrijf je een HoofdLetter aan het begin van de zin.

De letter ij:

Als de letter ij met een hoofdletter geschreven dient te worden, dan worden beide letters met hoofdletter geschreven. Het is dus IJsvogel en niet Ijsvogel.

Dominique & Zoe

GV2B


?!

Het vraagteken is een leesteken dat men aan het einde van een vraagzin plaatst, om duidelijk te maken dat het een vraag is. Dit wordt alleen gedaan bij directe vragen, bij indirecte vragen is geen vraagteken nodig. Bijvoorbeeld: - Hoe laat is het? - Jan vroeg hoe laat het was.

Een uitroep(ings)teken wordt gebruikt om nadruk te geven aan een woord of zin. ! is het symbool waarmee een uitroepteken wordt weergegeven. In de wiskunde wordt het symbool gebruikt voor het begrip faculteit. - Hé, jij daar! - Waar heb je het over? Daarover!

Als men dringend iets wil weten, worden er ook meer vraagtekens achter elkaar geplaatst, al is dit volgens de regels van de Nederlandse grammatica niet toegestaan. Soms worden ze gecombineerd met - uitroeptekens (!), bijvoorbeeld: - Ben je helemaal gek geworden?! In 1962 is er voor deze combinatie een apart leesteken ontworpen, de interrobang. In het Spaans wordt er zowel voor als achter de vraagzin een vraagteken geplaatst, waarbij het eerste op zijn kop wordt neergezet: - ¿Qué tal?

Al is het taalkundig niet gebruikelijk, meerdere uitroeptekens achter elkaar geven meer nadruk: - Hij weet echt niet waar hij mee bezig is!!! - Feest!!! Soms volgt op een fout in een citaat een uitroepteken tussen haakjes. Het geeft aan dat je de fout niet voor eigen rekening neemt en betekent zoveel als (sic). - “Mijn geliefkoosde Franse dichter”, schrijft N., “is Beaudelaire (!).” Een ander gebruik van het uitroepteken tussen haakjes is het aangeven van sarcasme. Vooral bij doven-ondertiteling wordt dit vaak gebruikt: - “Gerard? Die is toch wel zo aardig(!)”


Afbreken fiet-sen

Wanneer?

kro-ko-dil-len

Hoe

Maar hoe kan je nou weten hoe je woorden moet afbreken? De meeste woorden hebben klemtonen. Als je een woord moet afbreken kun je dat alleen doen na een klemtoon.

Woorden afbreken doe je wanneer je een woord aan het einde van een regel er niet volledig meer kan plaatsen.

gras-vlak-te

stoep-te-gel

Voorbeeld Vanavond ga ik heel erg lekker koken voor mijn familie.


??

????

??

????

!

Het vraagteken en uitroep teken

Een uitroep(ings)teken wordt gebruikt om nadruk te geven aan een woord of zin. ! is het symbool waarmee een uitroepteken wordt weergegeven. In de wiskunde wordt het symbool gebruikt voor het begrip faculteit. HĂŠ, jij daar! - Waar heb je het over? Daarover! Al is het taalkundig niet gebruikelijk, meerdere uitroeptekens achter elkaar geven meer nadruk: Hij weet echt niet waar hij mee bezig is!!! Het vraagteken is een leesteken dat men aan het einde van een vraagzin plaatst, om duidelijk te maken dat het een vraag is. Dit wordt alleen gedaan bij directe vragen, bij indirecte vragen is geen vraagteken nodig. Bijvoorbeeld: Hoe laat is het? Jan vroeg hoe laat het was. Als men dringend iets wil weten, worden er ook meer vraagtekens achter elkaar geplaatst, al is dit volgens de regels van de Nederlandse grammatica niet toegestaan. Soms worden ze gecombineerd met uitroeptekens (!), bijvoorbeeld: Ben je helemaal gek geworden?!


‘s,

vaste s of

Met de s aan het eind van een woord wordt nogal gerommeld. Dat komt door de veelheid aan regels. Maar ook hier kunnen we weer een makkelijke regel gebruiken, als we secuur letten op de klank. De S moet ALTIJD vast. (behalve als dat de uitspraak verkeerd maakt*). Het maakt daarbij niet uit of het om een meervouds-s (tafels) gaat of een s die bezit aangeeft (Johns fiets, de fiets van John). Een paar voorbeelden meervoud paraplu’s, bobo’s, cadeaus, baby’s (de y in een gesloten lettergreep klinkt als een i van wit ), cafés, akela’s, ski’s, essays, horloges, logés bezit Tinekes Theehuis, Marions Mode, Carla’s Cadeaus, Opa’s Oma, Everts Electronicapaleis, Beaus tv-shows, Carolines mailtje


*Bij “Carla” spreek je misschien die laatste a hetzelfde uit als de eerste. Maar dat is tegen de juiste-uitspraakafspraken die we in het Nederlands hebben: een a,o,u en i in een open lettergreep (die niet wordt afgesloten met een medeklinker) spreek je uit als lange klank. Spellingregel volgt de uitspraak Het woord acne schrijf je zonder accentteken. Dit krijgt dus ‘s in het meervoud: acne’s Spreek je woorden als calzone (de pizza) of mascarpone (voor na de pizza) uit met een Italiaanse lange ee, dan schrijf je in het meervoud calzone’s en mascarpone’s, maar is jouw uitspraak al vernederlandst (en zeg je een stomme e) dan schrijf je gewoon een vaste s, want zo doen we dat in het Nederlands. Alleen een apostrof (‘) Eindigt een woord al op een s, dan zet je een apostrof achter het woord. De jas van Ans wordt dan Ans’ jas.

Anass tourak Naomi Mulisch GV2B


Leestekens 10. Punt . = De punt is een afsluitingsteken van de zin. Voorbeeld: Dit lijkt mij een heldere uitleg. Vraag en uitroepteken ?! = Ook het vraag en uitroepteken zijn tekens ter afsluiting van een zin, ook geven ze extra informatie over de toon van de zin. Voorbeeld: Weet jij hoelaat de trein vertrekt? Blijf met je vingers van mijn eten af! Komma , = De komma geeft je een teken om bij het lezen even te pauzeren.Je kunt een komma horen als je een zin langzaam uitspreekt. Er valt dan een pauze in de zin en de spreektoon gaat omhoog. Voorbeeld: De dvd die ik van mijn broer heb gekregen, heb ik gelijk bekeken. Dubbele punt : = Net als de komma geeft de dubbele punt het teken om bij het lezen even te pauzeren. Bij de dubbele punt is het een soort inhouden voor de sprong. Voorbeeld: Marijke had goede cijfers voor haar mondelinge examens: een negen, een acht en een tien. Puntkomma ; = De puntkomma kun je grammaticaal probleemloos vervangen door een punt (maar niet door een komma) Een punt komma maakt duidelijk dat de zin ervoor en erna sterk verband met elkaar heeft. Voorbeeld: Ik denk dat ik vanavond vroeg naar bed ga; morgen wil ik vroeg op. Aanhalingstekens ‘’ en “” = Aanhalingstekens gebruik je om de aparte status van een woord of zin aan te duiden. Dubbele aanhalingstekens gebruik je alleen wanneer je de woorden van een persoon letterlijk citeert. Dit noem je de directe rede. In alle andere gevallen gebruik je dus enkele aanhalingstekens. Voorbeeld: Mandy vroeg me: “Wanneer kom je een keertje bij me langs?” Stefan heeft weer ‘uitstekend’ gekookt; het smaakte me totaal niet. Leestekens als inhoudelijk commentaar = Leestekens hoeven niet altijd als leesteken gebruikt te worden. Schrijvers kunnen ze ook gebruiken om inhoudelijke extra informatie te geven, om commentaar te geven op wat geschreven staat. Met name de aanhalingstekens, het vraag en uitroepteken en het suggestieve ‘puntje-puntje-puntje’ zijn hiervoor geschikt. Voorbeeld: Met zijn ‘briljante’ plan zorgde Mathijs weer voor een hoop problemen.

:! “” ? . ; ‘’


Apostrof In de Nederlandse taal kan het teken aangeven dat een of meer letters in een woord zijn weggelaten. Soms is dat weglaten optioneel, soms verplicht. Het weglaten kan gebeuren: - aan het begin van een woord: ’n (een), ’s (des), ’t (het), ’ns (eens)

- in het midden van een woord: m’n (mijn), z’n (zijn) - in een samentrekking van twee woorden: zo’n (zo een) - in het meervoud of de genitief van een woord dat op een klinker eindigt, om een onjuiste uitspraak te vermijden: Anna’s foto’s. Het gebruik van de apostrof is hier ver plicht: Annaas fotoos is fout. - in de genitief van een naam die op een sisklank eindigt, zodat geen s toegevoegd hoeft te worden: Hans’ boek. Ook hier is gebruik van de apostrof verplicht Hanss boek is fout.

In zinnen die beginnen met een apostrof, krijgt niet het eerste maar het tweede woord een hoofdletter: ’s Morgens eten we ontbijt. ’t Is toch wat!

Een andere toepassing van de apostrof: bij afgeleiden van letterwoorden: sms’en, tv’tje

* genitief woord duid een beziting aan Redouan Rahmoun Sharif Sahir


r obi nvanderl aan Jani quekuper us

GV! A


VASTE S OF ‘S Met de s aan het eind van een woord wordt nogal gerommeld. Dat komt door de veelheid aan regels. Maar ook hier kunnen we weer een makkelijke regel gebruiken, als we secuur letten op de klank.

De S moet ALTIJD vast. (behalve als dat de uitspraak verkeerd maakt*). Een paar voorbeelden: meervoud paraplu’s, bobo’s, cadeaus, baby’s (de y in een gesloten lettergreep klinkt als een i van wit ), cafés, akela’s, ski’s, essays, horloges, logés bezit Tinekes Theehuis, Marions Mode, Carla’s Cadeaus, Opa’s Oma, Everts Electronicapaleis, Beaus tv-shows, Carolines mailtje


Regel 19: Apostrof De apostrof, het weglatingsteken of het afkappingsteken is een leesteken in de vorm van een kommaatje bovenaan de regel. De apostrof is niet hetzelfde als het aanhalingsteken. In de Nederlandse taal kan het teken aangeven dat een of meer letters in een woord zijn weggelaten. Soms is dat weglaten optioneel, soms verplicht. Het weglaten kan gebeuren: aan het begin van een woord: ’n (een), ’s (des), ’t (het), ’ns (eens) in het midden van een woord: m’n (mijn), z’n (zijn) in een samentrekking van twee woorden: zo’n (zo een) in het meervoud of de genitief van een woord dat op een klinker eindigt, om een onjuiste uitspraak te vermijden: Anna’s foto’s. Het gebruik van de apostrof is hier verplicht: Annaas fotoos is (tweemaal) fout. Bij de stomme e of bij andere klinkers waarbij geen onjuiste uitspraak mogelijk is (en waar dus geen klinkerverdubbeling plaats zou vinden) wordt de apostrof niet gebruikt: doosjes, cafés, bureaus. in de genitief van een naam die op een sisklank eindigt, zodat geen s toegevoegd hoeft te worden: Hans’ boek. Ook hier is gebruik van de apostrof verplicht (Hanss boek is fout). Eindigt de naam niet op een sisklank dan wordt géén apostrof gebruikt: Piets ouders (Piet’s ouders is fout). In zinnen die beginnen met een apostrof, krijgt niet het eerste maar het tweede woord een hoofdletter: ’s Morgens eten we ontbijt. ’t Is toch wat!


Regel 19: Apostrof De apostrof, het weglatingsteken of het afkappingsteken is een leesteken in de vorm van een kommaatje bovenaan de regel. De apostrof is niet hetzelfde als het aanhalingsteken. In de Nederlandse taal kan het teken aangeven dat een of meer letters in een woord zijn weggelaten. Soms is dat weglaten optioneel, soms verplicht. Het weglaten kan gebeuren: aan het begin van een woord: ’n (een), ’s (des), ’t (het), ’ns (eens) in het midden van een woord: m’n (mijn), z’n (zijn) in een samentrekking van twee woorden: zo’n (zo een) in het meervoud of de genitief van een woord dat op een klinker eindigt, om een onjuiste uitspraak te vermijden: Anna’s foto’s. Het gebruik van de apostrof is hier verplicht: Annaas fotoos is (tweemaal) fout. Bij de stomme e of bij andere klinkers waarbij geen onjuiste uitspraak mogelijk is (en waar dus geen klinkerverdubbeling plaats zou vinden) wordt de apostrof niet gebruikt: doosjes, cafés, bureaus. in de genitief van een naam die op een sisklank eindigt, zodat geen s toegevoegd hoeft te worden: Hans’ boek. Ook hier is gebruik van de apostrof verplicht (Hanss boek is fout). Eindigt de naam niet op een sisklank dan wordt géén apostrof gebruikt: Piets ouders (Piet’s ouders is fout). In zinnen die beginnen met een apostrof, krijgt niet het eerste maar het tweede woord een hoofdletter: ’s Morgens eten we ontbijt. ’t Is toch wat!


2.5 Bezit Regels 1. Schrijf de S vast aan het ‘bezitten de woord wanneer dat bij de uit spraak geen probleem oplevert. Martijns hond, Berts laptop 2. Schrijf de S met een apostrof als deze wel problemen oplevert bij de uitspraak. Marcella’s hond, Theo’s laptop 3. Gebruik geen S als je al een S hoort, gebruik dan een apostrof als vervanging. Alex’ hond, Loes’ laptop


‘S

De apostrof (of het weglatingsteken) is een leesteken. Voor het gebruik van de apostrof bestaat een aantal Nederlandse spellingsregels.

Apostrof en s De apostrof wordt gebruikt voor de tweedenaam-

• mijn broers probleem

vals-s van woorden die eindigen op a, e, i, o, u of y,

• Annettes vraag

voorafgegaan door een medeklinkerletter of

• Argentiniës economie

lettergreepgrens. (De e moet klinken als /ee/, maar

• Melanies plaat

de é met accent krijgt geen apostrof.)

• Saint-Tropezs stranden

Castro’s redevoering (uitgaande van de

• Sarahs dochter

Nederlandse uitspraak van de o)

Alleen een s Op grond van deze regel krijgen de volgende

• opa’s huis

woorden geen apostrof:

• Antigone’s (deze e klinkt als /ee/) broer

Hieronder valt ook de Engelse th. Men gaat ervan

• Leo’s auto

uit dat de meeste Nederlandstaligen die klank

• baby’s kleertjes

correct uitspreken, dus niet als /s/. Het is dus geen

• Michael W. Smiths liederen.

sisklank:

Alleen een apostrof Als bij een bezitsvorm de naam eindigt op een

• Smits’ gelijk (van Smits, niet van Smit)

sisklank, wordt de apostrof gebruikt in plaats van

• Alex’ buren

de tweedenaamvals-s. De notatie van die sisklank

• Strauss’ voorouders

is daarbij van geen belang. Sisklanken zijn: /s/, /z/,

• Bush’ presidentschap

/sj/, /zj/, /tsj/, /dzj/.

• Alice’ boek

Frits Neijzing Leon Spekken


Stoffelijk bijvoegelijk naamwoord 2.8 Als een bijvoeglijk naamwoord iets vertelt over het materiaal waarvan iets gemaakt is, wordt het een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord genoemd. Deze eindigen bijna altijd op -en: de houten deur (de deur is van hout gemaakt) de ijzeren lepel (lepel van ijzer) de katoenen jurk (jurk van katoen) de loden pijp (pijp van lood) de emaillen pan (pan van email) het wollen tapijt (tapijt van wol) het papieren behang (behang van papier) het chromen fornuis (fornuis van chroom) het strooien hoedje (hoedje van stro) een betonnen gebouw (gebouw van beton) een granieten vloer (vloer van graniet) een pluchen konijn (konijn van pluche) een zijden blouse (blouse van zijde)

Uitleg

Je kunt met een eenvoudig trucje zien of je te maken hebt met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: Gewoon bijvoeglijk naamwoord: de oude ring - de ring is oud Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: de gouden ring - de ring is VAN goud. Als je in de omgedraaide constructie VAN kunt invoegen, heb je te maken met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.


Ook het vraagteken en uitroepteken zijn ook tekens die het eind van een zin aangeven. Integenstelling tot de punt geven uitroep- en vraagtekens meer informatie over de toon van de zin. Het vraagteken staat voor de vragende toon waar je een antwoord op verwacht en het uitroepteken staat voor de uitroepende toon die extra aandacht oproept voor de zin.  

 

-

Weet jij hoe laat de trein vertrekt? Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan? Blijf met je vingers van me eten af? We hebben eindelijk een keer gewonnen!


ACCENT TEKENS

Klankaccenten Vooral woorden die we uit het Frans hebben overgenomen, hebben nogal eens accenten op de klinkers: accent aigu: café, rosé accent grave: à la carte, etagère (Frans: étagère) accent circon�lexe (ook wel: circum�lex of ‘dakje’): être, gêne Omdat het Nederlands van huis uit geen taal met dit soort accenten is, zijn bij veel woorden de Franse accenten in het Nederlands verdwenen: abonnee (Frans: abonné) aperitief (Frans: apéritif) In de categorie Weetwoorden, op de pagina onmiddellijk, staan enkele van deze woorden in het totaaloverzicht. Bij sommige Nederlandse woorden die niet uit het Frans afstammen, zie je accenten die echt bedoeld zijn om de klank van de letter te beïnvloeden: hè? Wat veel vaker gebeurt: accenten op een woord om de klemtoon te beïnvloeden. Dat zijn klemtoontekens. Hieronder lees je meer over klemtoontekens.

Klemtoonteken Als je een lettergreep of woord extra nadruk wilt geven, kun je een “accent aigu” gebruiken. Dat is het accent dat naar rechtsboven wijst (´). Het klemtoonteken wijst altijd dezelfde kant op, ook bij korte en stomme klanken, zoals ‘én’ en ‘dé’. Bijvoorbeeld: We gaan naar het zwembad én naar de speeltuin! Koop nú nieuwe loten. Frans Langer, dé behanger. We hebben daar zó lang staan wachten. Vaak wordt het klemtoonteken verkeerd om gezet, zoals in dit bericht van Nu.nl (dit is dus fout): Wanneer gebruik je een accent grave (`)? Het accent grave, dat naar linksboven wijst (`) wordt alleen gebruikt: bij woorden uit het Frans waar dit accent ook staat: à la crème om aan te geven dat een letter als korte e moet worden uitgesproken: hè, blèren Wanneer één of een? Vuistregel is: probeer woorden zo vaak mogelijk zonder accenten te schrijven. Gebruik dus alleen accenten als dat echt nodig is. Het woord “een” kun je op twee manieren uitspreken: als het getal 1, met een lange ee.


Spellingsregels ma 2014