Issuu on Google+

Waterstand

Eers

‘Tijd tot 2015 hebben we keihard nodig’

2

Startschot voor de planstudies

3

Ruimte voor de Rivier in kaart

te ja a rg a

1

ng,

n r. 1 -

april

4

5

Q-team: geen maatlat, maar maatwerk

6

Meer kansen dan kaders

6

Biesboschmuseum komt op een eiland

7

Zwolle en Overijssel informeren de regio

8

Hondsbroeksche Pleij in uitvoering

8

2007

Af trap

Ruimte voor de Rivier (2007-2015)

Van dijkverbetering naar rivierverruiming Ruimte voor de Rivier, leven met water… Het klinkt bijna idyllisch. Maar de bescherming van het Nederlandse rivierenlandschap is geen kwestie van alleen mooie woorden. In de jaren tot 2015 wordt hard gewerkt aan ingrijpende maatregelen om het rivierengebied tegen overstromingen te beschermen. En tegelijk om het mooier en toegankelijker te maken. Ruimte voor de Rivier is een programma van de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Volkshuis­ vesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In het program­ ma staan veertig maatregelen om

Zoals de naam van het programma aangeeft, krijgen rivieren meer ruimte. Van oudsher beschermde Nederland zich tegen het water door dijken te bouwen. Die werden in de afgelopen decennia steeds hoger. Dit kan niet eeuwig doorgaan. Na de hoog­waters

2015 op het wettelijk vereiste niveau moet zijn.

Veiligheid In het beleid van Ruimte voor de Rivier worden alleen nog dijkverster­ kingen uitgevoerd op plaatsen waar geen andere maatregelen mogelijk zijn of financieel onhaalbaar zijn. In alle andere gevallen komen er oplossingen zoals uiterwaardvergravingen, kribver­ lagingen, het graven van hoogwater­ geulen of het verleggen van dijken. Dergelijke maatregelen voorkomen dat de zogenoemde maatgevende hoogwaterstanden steeds verder stijgen. Het accent verschuift dus van dijkverbetering naar rivierverruiming, zowel met binnendijkse als buiten­ dijkse maatregelen. Door deze keuze ontkomt het rivierengebied niet aan een gedeeltelijke herinrichting, wat voor sommige bewoners en gebruikers ingrijpende gevolgen heeft.

Kwaliteit

de gebieden langs de Rijntakken en het bovenstroomse deel van de Maas te beschermen tegen overstromingen van de grote rivieren in ons land. De rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen werken nu aan de voorbereiding van deze maatrege­ len. Vanaf 2010 wordt op tientallen locaties daadwerkelijk begonnen met de herinrichting.

en dreigende dijkdoorbraken in 1993 en 1995 is nog wel een dijkverster­ kingprogramma uitgevoerd (het Deltaplan Grote Rivieren) om de acute dreiging van overstromingen weg te nemen. Vanaf dat moment is echter ook het nieuwe beleid ontwikkeld om rivieren weer meer ruimte te geven. Het kabinet besloot dat de bescher­ ming tegen overstromingen uiterlijk in

De bescherming van het rivieren­ gebied tegen overstromingen is de hoofddoelstelling van het programma Ruimte voor de Rivier. De tweede belangrijke doelstelling is om het rivierenlandschap aantrekkelijker te maken, zowel in ecologisch en land­ schappelijk als in economisch opzicht. Met andere woorden: waar veilig­ heidsmaatregelen worden uitgevoerd, wordt de herinrichting zoveel mogelijk aangegrepen om het gebied nieuwe impulsen te geven. Afhankelijk van het project, betekent dat in de praktijk meer ruimte voor natuur en recreatie of voor landbouw en woningbouw.

Dit is het eerste nummer van Waterstand, het blad met nieuws en informatie over het programma Ruimte voor de Rivier. Hierin kunt u vier keer per jaar lezen welke ontwikkelingen het Nederlandse rivierengebied tot 2015 te wachten staat, van de Rijntakken tot een klein deel van de Maas. Deze informatie is bestemd voor bewoners en gebruikers van deze gebieden, maar ook voor bestuurders en andere partijen die betrokken zijn bij het programma Ruimte voor de Rivier. In deze eerste uitgave van Waterstand leest u meer over de achtergronden en doelstellingen van het programma. Van verschillende projecten wordt de stand van zaken gegeven. Heeft u zelf onderwerpen voor een volgend nummer, aarzel dan niet om contact op te nemen met de programmadirectie Ruimte voor de Rivier. In het colofon staan alle gegevens die u nodig heeft om in contact met de redactie te komen. Wilt u meer weten over Ruimte voor de Rivier? Kijk dan ook eens op de site www.ruimtevoorderivier.nl met veel informatie over het programma.

PKB Voor Ruimte voor de Rivier is de afgelopen jaren een planologische kernbeslissing (PKB) opgesteld. In een PKB geeft de rijksoverheid globaal aan wat er met de ruimte in Nederland moet gebeuren: waar mag worden gebouwd, waar mogen wegen en andere infrastructuur worden aan­ gelegd, waar is ruimte voor landbouw en natuur? Er zijn bijvoorbeeld PKB’s voor Schiphol en omgeving en het Project Mainportontwikkeling Rotter­ dam, en sinds eind 2006 dus ook voor Ruimte voor de Rivier. In de komende jaren werken provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat de veertig maatregelen van de PKB voor de rivierverruiming uit. •••

www.ruimtevoorderivier.nl

Waterstand - April 2007

1


Ruimte voor de Rivier is een groot project, net zoals de aanleg van de Hogesnelheidslijn of de vervanging van de F16’s bijvoorbeeld. Dit heeft niet alleen betrekking op de omvang en de kosten van ruim twee miljard, maar op de eisen die de Tweede Kamer eraan stelt. “Ruimte voor de Rivier is anders dan anders”, zegt programmadirecteur Ingwer de Boer. Hij verklaart waarom én vertelt over nut en noodzaak van deze miljardenklus.

Programmadirec teur Ing wer de Boer ( Rijkswaterstaat)

‘Tijd tot 2015 hebben we keihard nodig’ “Het is een anders dan anders project, omdat Ruimte voor de Rivier een samenstelling is van veertig deelmaat­ regelen over een groot gebied in Nederland. Al die maatregelen moe­ ten zonder meer worden uitgevoerd om de hoofddoelstellingen te halen. Er mag niet één maatregel achter­ blijven”, zo maakt De Boer om te beginnen duidelijk. “Het project is bovendien zo anders, omdat regionale overheden voor een belangrijk deel de maatregelen zelf kunnen invullen. In de PKB-procedure zijn de maat­ regelen globaal vastgesteld. Het is nu aan de provincies, gemeenten en waterschappen om ze uit te werken, in samenspraak met bewoners en ge­ bruikers van de verschillende project­ gebieden.” Dat klinkt mooi en goed, beaamt de programmadirecteur. Maar zonder roet in het eten te willen gooien, be­ nadrukt De Boer dat er grenzen zitten aan het budget en de tijd. Het werkt als volgt: de initiatiefnemers maken zelf de plannen voor hun gebied en komen met een voorkeursalternatief. De Boer: “Onze programmadirectie toetst dit voorstel aan de doelstel­ lingen, de tijd en het budget. Daarna begeleiden we het stuk richting de politiek. De staatssecretaris van VenW neemt de uiteindelijke beslissing over wat haalbaar en betaalbaar is.” Dit gebeurt uiterlijk in 2009, waarna de uitvoering begint. In 2015 moet het werk af zijn. De Boer: “Dat klinkt nu nog ver weg. Maar gezien alle

procedures, inclusief de inspraak- en beroepsmogelijkheden, hebben we die tijd keihard nodig.”

Doelstellingen De maatregelen van Ruimte voor de Rivier zijn in de eerste plaats gericht op het bereiken van het wettelijk vast­ gestelde veiligheidsniveau (zie kader). Dit betekent in de praktijk dat er flink in het landschap wordt ingegrepen, hoofdzakelijk met uiterwaardvergra­ vingen en dijkverleggingen. De keuze om rivieren te verruimen, maakt een

‘Dit is een anders dan anders groot project’ gedeeltelijke herinrichting van het rivierengebied onontkoombaar. Daar­ van kunnen de regionale overheden gebruikmaken om het gebied een nieuwe impuls te geven. De tweede hoofddoelstelling is om de gebieden mooier en aantrekkelijker te maken, in ecologische zin maar ook in econo­ mische en landschappelijke betekenis. Zoals De Boer het noemt: “Leefbaar­ der, voor iedereen die in het rivieren­ gebied woont, werkt of recreëert.”

Gevolgen Dat is een goede ontwikkeling, al realiseert Ingwer de Boer zich terdege de gevolgen die de maatregelen voor

Ingwer de Boer: “Hoewel nut en noodzaak breed worden gedragen, kunnen sommige maatregelen voor bewoners van een gebied zeer ingrijpend zijn.”

sommige bewoners van het rivieren­ gebied hebben. “Er bestaat nauwelijks discussie meer over het nut en de noodzaak van ons programma. Maar als een maatregel betekent dat jouw huis of bedrijf moet worden gesloopt, betekent dat een persoonlijk drama. Ik zal dat nooit bagatelliseren.” Op de vraag wat te doen, wijst de program­ madirecteur op de belangrijke taak voor zijn organisatie. “We moeten het goed uitleggen. In het gehele gebied moeten zo’n 150 gezinnen wijken om vier miljoen andere mensen meer veiligheid te geven. Dat is een poli­ tieke keuze, die breed wordt gedragen door de regionale en bovenregionale bestuurders. Als PDR moeten wij daar zorgvuldig mee omgaan.”

we over praten. Bovendien loop je harder voor iemand van vlees en bloed dan voor een theoretisch probleem. Met elkaar het gesprek aangaan, is dus voor iedereen waardevol. Met de riviertakmanagers benadrukken wij ook dat het echte werk niet hier in Den Haag, maar in de regio moet gebeuren.” •••

Zestien miljoen flessen water per seconde Na de hoge waterstanden van 1993 en 1995 werd

De Boer zegt veel aandacht te zul­ len besteden aan de mensen die het uiteindelijk slecht met een maatregel treffen. “Daar gaan wij mee in ge­ sprek; zij krijgen veel aandacht. In het contact met de omgeving spelen onze riviertakmanagers een cruciale rol. Zij kennen hun gebied als geen ander. Ze zien met eigen ogen wat er speelt en spreken de bewoners die direct betrokken zijn. Zodat we weten waar

besloten dat de Rijn en Maas grotere hoeveelheden water moeten kunnen afvoeren. De zogenoemde maatgevende afvoer is wettelijk vastgelegd. Voor de Rijn gaat het om 16.000 kubieke meter per seconde. Dit staat gelijk aan de inhoud van zestien miljoen literflessen of zes Olympische zwembaden! De maatregelen van Ruimte voor de Rivier maken een veilige afvoer van deze hoeveelheid mogelijk. Voor de langere termijn wordt al rekening gehouden met een maatgevende afvoer van 18.000 m3 /sec.

Programmadirectie voert de regie De Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR) houdt toezicht op het verloop van de planstudiefase en de uitvoering. PDR voert de regie en ondersteunt de initiatiefnemers.

Op Ruimte voor de Rivier is de zogenoemde Procedureregeling Grote Projecten van toe­ gebieden aan de hand is en zijn het eerste aanspreekpassing. Daarin staat over welke aspecten punt voor de regionale initiatiefnemers. de Tweede Kamer informatie wil krijgen. PDR zorgt er namens het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor dat die informatie perio­ diek op tafel komt. Dit geldt voor alle veertig maatregelen uit het programma. Programmadirecteur Ingwer de Boer noemt deze zogenoemde controlfunctie ‘de strenge lijn’. “Halen we de planning, klopt de aanpak, blijven we binnen het bud­ get? Maar vooral ook: halen we de veiligheidsdoelstelling?” De riviertakmanagers Hans Brouwer, Rob Lambermont en Cor Beekmans (v.l.n.r.) weten precies wat er in hun

2

Waterstand - April 2007

In het programma is veel aandacht voor omgevingsmanagement. Dit is door PDR onder meer vertaald in de aanstelling van drie riviertakmanagers. Eén voor de IJssel (Rob Lambermont), een voor het bovenrivierengebied (Cor Beekmans) en een voor het benedenrivierengebied (Hans Brouwer). Zij weten alles wat er langs een riviertak gebeurt en alles over de stand van zaken van het programma Ruimte voor de Rivier. De riviertakmanagers zijn het eerste aanspreekpunt voor de regionale overheden en belanghebbenden. Programmadirecteur De Boer: “Ze zijn de front-office, de vriendelijke lijn. Zij moeten vriendelijk tegen de initiatiefnemers kunnen zeggen: let even op, want anders krijgen we met die strenge lijn te maken. Laten we proberen dat te voorkomen.” Rijkswaterstaat heeft veel specialistische kennis en uitvoeringskennis in huis. De Boer: “Die kennis delen we graag met de initiatiefnemers in de regio’s. Zaken zoals risicomanagement en contractbeheersing zijn een tak van sport waar andere overheden minder ervaring mee hebben. Zo zijn er meer disciplines waarbij we elkaar kunnen helpen. Ervaringen uit het ene project kunnen ook voor andere projecten worden gebruikt. We willen voorkomen dat voor alle maatregelen steeds opnieuw het wiel moet worden uitgevonden.”


Startschot voor de planstudies Br a kelse Be ne de nwa a rde n e n H et Munnike nla nd

‘Meebewegen met de rivier’ Dijkgraaf Gerrit Kok van het water­ schap Rivierenland is tevreden over de bestuursovereenkomst die met het Rijk is gesloten over de herinrichting van de Brakelse Benedenwaarden. “Hierin staan de piketpaaltjes hoe we Nederland veiliger kunnen maken tegen het water”, aldus Kok. In de Brakelse Benedenwaarden wordt een uiterwaardvergraving gecombineerd met een dijkverlegging in Buitenpolder Het Munnikenland. De uiterwaard bestaat voor een groot deel uit een open cultuurlandschap. In dit gebied bevindt zich ook het slot Loevestein. Behalve het water­ schap Rivierenland (dijkbeheerder en trekker van het project), zijn ook de gemeente Zaltbommel (gebieds­ beheerder), de provincie Gelder­ land (coördinator), Rijkswaterstaat (financiën) en particulieren (boeren, steenfabrikanten, slot Loevestein, milieuorganisaties, Staatsbosbeheer) en de gemeente Woudrichem bij de hernieuwde gebiedsinrichting betrok­ ken.

Dat moet resulteren in een plan van aanpak, waarmee we naar burgers en bedrijven gaan.” Omdat er in het gebied weinig permanente bewoning is (slot Loevestein en drie woningen) spreekt Kok van een ‘overzichtelijk project’. Vanuit de bevolking zijn wei­ nig bezwaren tegen dit plan ingediend. Kok: “Er wordt constructief meege­ dacht door boeren en de steenfabriek. Men ziet in dat het nodig is dat er wat gebeurt, maar er zijn wel wensen en belangen die zo goed mogelijk behar­ tigd dienen te worden. Verder komt er een compensatieregeling voor de waardevermindering van de grond.” Honderd procent garantie dat het binnendijks gebied in de toekomst gevrijwaard blijft van overstromingen

De Eerste Kamer stemde op 19 de­ cember 2006 in met de Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier. Daarmee werd de PKB-fase afgerond. De volgende stap in het proces zijn de planstudies, waarin de maatregelen uit het programma van Ruimte voor de Rivier verder worden uitgewerkt. Hierover sluit de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat zogenoemde bestuursovereenkomsten af met provincies, gemeenten en water­ schappen. Op 25 januari jongstleden werden vier bestuursovereenkomsten ondertekend: • de uiterwaardvergraving ‘Vianen – Hagestein’ (provincie Utrecht);

geeft de dijkgraaf niet. “Het buiten­ dijks gebied zal vaker natter worden. De uiterwaarden lopen vaker onder en in de nevengeulen zal steeds water staan. Het gebied zal met de rivier meebewegen.” •••

Via ne n – H a ges tein

“Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft hoog ingezet met het programma Ruimte voor de Rivier. Klasse”, oordeelt gedeputeerde Joop Binne­ kamp van de provincie Utrecht. Hij roemt de opzet en stelt vast dat het proces met zoveel partijen goed is georganiseerd. “Af en toe vond ik wel dat er te veel partijen aan tafel zaten, waarvan de belangen nogal uiteen liepen. Als ik van zo’n vergadering weg reed, was bij mij altijd de vraag of we nu eigenlijk wel iets besloten hadden?”

De Utrechtse gedeputeerde Joop Binnekamp zette óók een symbolische handtekening onder Ruimte voor de Rivier.

Bolwe r k s pla s , Wor p, Osse nwa a rd

‘Uitzicht op de IJssel moet blijven zoals nu’

Zowel in de Keizers- en Stobben­ waarden als in de uiterwaarden in de Bolwerksplas, Worp en Ossenwaard wordt een nevengeul aangelegd voor de extra afvoer van het rivierwater. Wat de gevolgen zijn voor het land­ schap is nog niet helemaal duidelijk, omdat de planstudie voor beide

De ondertekening is het officiële start­ schot voor het begin van de planstudies. Op deze pagina vertellen drie regionale bestuurders over hun projecten.

‘We willen er vooral iets moois van maken’

Dijkgraaf Kok: “Belangrijkste vragen van het project zijn met welke mid­ delen we verlaging van het water­ peil bereiken en hoe we het gebied aantrekkelijker maken voor natuur en recreatie. We gaan eerst goed naden­ ken over wat we willen en overleg­ gen daarover met belanghebbenden.

Hoog water is een bekend feno­ meen in Deventer. In 1993 en 1995 stonden het Worpplantsoen en delen van de binnenstad onder water. Als de IJssel in de toekomst méér water krijgt te verwerken, zou die over­ last veel groter worden. De nieuwe Ruimte voor de Rivier-maatregelen verminderen dit risico. “Ze beteke­ nen níet dat het gebied nooit meer kan overstromen. Een deel van onze binnenstad is buitendijks gebied. Maar dankzij de maatregelen zullen de problemen dus niet verergeren”, zegt wethouder Ina Adema.

• de met een dijkverleg­ ging gecombineerde uiterwaardver­ graving ‘Munnikenland’ (waterschap Rivierenland, Tiel); • de uiterwaardvergraving ‘Keizers- en Stobbenwaarden’ (provincie Overijssel); • de uiterwaardvergraving ‘Bolwerks­ plas, Worp en Ossenwaard’ (gemeente Deventer).

De provincie Utrecht heeft het voortouw bij dit project, waarin verder Rijkswaterstaat en de gemeenten Vianen, Houten, Nieuwegein en IJsselstein meedoen. “Samen maken we eerst een inrichtingsvisie, waarin twee varianten komen van welke kant wij op willen. De grote vraag daarna zal zijn of we de financiering rond krijgen. Dit hangt ook af van wat de gemeen­ ten zelf willen bijdragen, bijvoorbeeld wanneer zij een mooie passantenhaven willen aanleggen. Want ook al staat de veiligheid voorop, we willen er vooral iets moois van maken én de mogelijkheden van het gebied als toeristische trekpleister vergroten”, aldus Binnekamp.

gebieden nog maar net is begonnen. In de studie zal er veel aandacht zijn voor ruimtelijke kwaliteit, historische kwaliteiten, de functie als uitloop­ gebied van de inwoners van Deventer, de boeren en overige gebruikers van het gebied. Een hotel en een camping kunnen hun activiteiten voortzetten. Iedere inwoner van Deventer heeft verstand van het uitzicht op de IJs­ sel… De plannen van Ruimte voor de Rivier bleven dan ook niet lang onopgemerkt. Op informatieavonden kwamen 250 belangstellenden af. “De uitdaging voor ons als gemeente bestaat er uit dat het monumentale stadsgezicht goed uit de ingreep naar voren komt. Mensen die in Deventer met het gezicht naar de IJssel staan, moeten straks zeggen dat het uitzicht op de rivier nog net zo mooi is als vroeger”, aldus Adema.

Maar verder niets dan lof over de bestuursovereen­ komst die Binnekamp met VenW sloot over de uiter­ waardvergraving Vianen – Hagestein. Die leverde de provincie in elk geval één belangrijk winstpunt op. Binnekamp: “In het eerste concept stond alleen een plan voor dijkversterking en een klein beetje geul­ vergraving. Wij hebben het proces van de bestuurs­ overeenkomst gebruikt om te bekijken of er méér ruimtelijke maatregelen konden worden getroffen, ten behoeve van natuur en recreatie. Daar komt nu inderdaad meer ruimte voor en dat heeft bovendien als goed gevolg dat er slechts beperkte dijkverster­ king hoeft te worden uitgevoerd.”

Deventer had liever gezien dat een hoogwatergeul de rivier meer ruimte had gegeven, in plaats van de twee nevengeulen. “Structureel was dat een betere oplossing geweest, maar landschappelijk is die vooralsnog te ingewikkeld en bovendien te duur. De geulen zorgen er in elk geval voor dat we droge voeten houden”, stelt de wethouder van Ruimtelijke Ordening. De provincie Gelderland heeft voor de lange termijn (vanaf 2050) wel een ruimtelijke reservering opgenomen voor een hoogwatergeul. •••

De gedeputeerde verwacht dat de financiering van maatregelen een van de hindernissen is, die in de komende periode moeten worden genomen. “Een ander obstakel zou kunnen zijn als Rijkswaterstaat vraagt om onze plannen breder te trekken en die te verbinden met de toeristische karakters van aan­grenzende gebieden, zoals Schoonhoven. Als provincie en de vier gemeenten komen we er wel uit. Komen er meer partijen bij, dan wordt het moeilijk om alles binnen de tijd te realiseren. En dan lopen we een groot risico dat we toch alleen op dijkversterking moeten terugvallen. Dat moeten wij tot het uiterste proberen te voorkomen.” ••• Waterstand - April 2007

3


De maatregelen Dijkverhoging Het verhogen van dijken is nog steeds een denkbare maatregel om het rivierengebied tegen overstromingen te beschermen. Dijkverhoging draagt echter niet bij aan de verlaging van het waterpeil in de rivier bij hoogwater. Rivierverruimende maatregelen doen dat - ten opzichte van de huidige situatie - wel. Dijkverlegging Door het landinwaarts verleggen van dijken, worden de uiterwaarden breder en krijgt de rivier meer ruimte.

Hoogwatergeulen Hoogwatergeulen zijn bedijkte gebieden die aftakken van een rivier om een deel van het water via een andere route af te voeren. Kribverlaging Kribben veroorzaken bij hoogwater opstuwing. Door de kribben in zekere mate te verlagen, wordt dit effect verminderd. De functie van de kribben – de vaargeul ‘vasthouden’ en op diepte houden – wordt niet wezenlijk wordt beïnvloed.

Obstakelverwijdering in het winterbed Bruggen, spoorbruggen, wegen, hoogwatervrije terreinen en veerstoepen in de uiterwaarden stuwen de waterstand bovenstrooms op. Door obstakels te verwijderen of aan te passen, wordt het water sneller afgevoerd en daalt het (hoog)waterpeil. Uiterwaardvergraving Door het afgraven van de uiterwaarden wordt het winter­ bed van de rivier verdiept. Het water krijgt daarmee meer ruimte. Zomerbedverdieping Verdieping van het zomerbed kan de afvoercapaciteit van de rivier vergroten.

Dijkverbetering Lek / Alblasserwaard en Vijfheerenlanden

Dijkverbetering Lek / Lopiker- en Krimpenerwaard

Dijkverbetering Oude Maas/ Voorne Putten

Uiterwaardvergraving Bedrijventerrein Avelingen

Dijkverbetering Oude Maas/ Hoeksche Waard

Berging op het Volkerak Zoommeer

Ontpoldering Noordwaard

Kribver Benede

Dijkverbetering Steurgat/Land van Alte Dijkverbetering Amer/Donge

Zuiderklip

Kadeverlaging Biesbosch

Ontpoldering Overdiepse Polder

Dijkverbetering Bergsche Maas/Land van Altena

4

Waterstand -April 2007


Zomerbedverlaging Beneden-IJssel

Uiterwaardvergraving Scheller en Oldeneler Buitenwaarden

Dijkverlegging Westenholte Hoogwatergeul VeessenWapenveld

Uiterwaardvergraving Keizers- en Stobbenwaarden en Olsterwaarden

Uiterwaardvergraving Bolwerksplas, Worp en Ossenwaard

Uiterwaardvergraving Honswijkerwaarden, stuweiland Hagestein, Hagesteinse uiterwaard en Heerenwaard

Dijkverlegging Cortenoever Dijkverlegging Voorster Klei

Uiterwaardvergraving De Tollewaard

Obstakelverwijdering Machinistenschool Elst

Uiterwaardvergraving Doorwerthsche Waarden

Uiterwaardvergraving Middelwaard Uiterwaardvergraving Meinerswijk

Dijkverbetering Neder-Rijn / Geldersche Vallei

Dijkverbetering Neder-Rijn / Arnhemse- en Velpsebroek

Kribverlaging Waal Fort St. Andries

Uiterwaardvergraving Huissensche Waarden

Hondsbroeksche Pleij

Dijkverbetering Lek / Betuwe / Tieler- en Culemborgerwaard

rlaging en Waal Kribverlaging Midden-Waal

Dijkverbetering Neder-Rijn / Betuwe / Tieler- en Culemborgerwaard Kribverlaging Waalbochten

Extra uiterwaardvergraving Millingerwaard

ena Uiterwaardvergraving Brakelse Beneden足 waarden en Dijkverlegging Buitenpolder Het Munnikenland

Dijkteruglegging Lent

Obstakelverwijdering Suikerdam en polderkade naar de Zandberg

Waterstand - April 2007

5


Q-team: geen maatlat, maar maatwerk Ruimte voor de Rivier werkt aan veiligheid, maar alle maatregelen die op de agenda staan moeten het rivierengebied ook mooier en toegankelijker maken. Het rivierengebied moet er in economisch, ecologisch en landschappelijk opzicht op vooruitgaan. Om deze doelstelling te ‘bewaken’ is het Kwaliteitsteam Ruimte voor de Rivier opgericht, in het kort aangeduid als het Q-team. De leden van het Q-team trekken op drie verschillende momenten in de planstudiefase met de beleidsmakers en bewoners de gebieden in. Zij pra­ ten over de uitwerking van de plan­ nen en toetsen de ontwerpkwaliteit. Er ontstaat een levendige dialoog. Het team brengt ideeën en oplossin­ gen in beeld, waar mensen ter plaatse aanvankelijk misschien niet eens aan durfden denken. Kan die oude buitendijkse rioolzuiveringsinstallatie ondanks de hoge kosten tóch wor­ den verplaatst? Of is er een mooie verbinding mogelijk van de stad naar het nieuwe recreatiegebied aan de rivieroever? En hoe zou een geul eruit moeten zien, zodat deze het karakter van het landschap juist versterkt?

liteit’ in de maatregelen van Ruimte voor de Rivier te borgen. Ruimtelijk kwaliteit is geen concreet of tast­ baar iets. Ter vergelijking: de veilig­ heidsdoelstelling van Ruimte voor de Rivier is in getallen vertaald (de maatgevende afvoer: 16.000 m3 /sec voor de Rijn en 3.800 m3 voor de Maas) én zelfs in de wet vastge­ legd. Voor ruimtelijke kwaliteit - de tweede hoofddoelstelling van het programma - bestaat geen maatlat. Mensen ervaren en waarderen de ruimte en het gebruik van de ruimte immers allemaal op hun eigen manier. Het zwaarwegende advies van het Q-team legt daar toch een stevige bodem onder. Het maakt maatwerk mogelijk.

Feitelijk is de taak van het Q-team om de zogenoemde ‘ruimtelijke kwa­

Het Q-team is ingesteld door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en bestaat uit vijf onafhankelijke leden. Zij zijn: • Dirk Sijmons, voorzitter Q-team en Rijksadviseur voor het landschap • Frans Klijn, fysisch geograaf • Maurits de Hoog, stedenbouw­ kundige • Dick de Bruin, rivierkundige • Sjef Jansen, ecoloog De samenstelling van het team zegt al veel over de integrale kijk op de projecten, die het Q-team kenmerkt. Er wordt met een technisch oog naar de projecten gekeken, maar er is ook aandacht voor het verloop van het ontwerpproces en vragen zoals ‘wat is een aantrekkelijke en functionele

Maurits de Hoog (Q-team, stedenbouwkundige) en Sjef Jansen (Q-team, ecoloog) (links op de foto) krijgen uitleg van procesmanager André Rijsdorp (Bureau Noordwaard). Rechts: landschapsarchitect Robbert de Koning en Jos Karssemeijer (PDR).

leefomgeving?’ Een inwoner van een gebied of een recreant zal daar anders op antwoorden dan bijvoor­ beeld een boer of de directeur van een steenfabriek. Het Q-team praat daarover met de initiatiefnemers van de projecten en alle andere betrok­ kenen. Verder attendeert het Q-team de partijen op al bedachte oplossin­ gen bij vergelijkbare projecten. Het Q-team bezoekt de projecten voor het eerst in de beginfase van een project, de tweede keer als er een voorkeursalternatief is gekozen en de derde keer vlak voordat het definitieve besluit over de uitvoering van een project wordt besloten. Na elk bezoek schrijft het Q-team een advies. Het Q-team rapporteert dan aan de initiatiefnemer en aan de PDR en geeft een uiteindelijk oordeel aan de staatssecretaris van VenW. In de afgelopen maanden heeft het Q-team al een aantal projecten voor de eerste keer bezocht, zoals in de Noordwaard en bij de Deventer koplopers. Van meer recente datum zijn de visites aan de uiterwaardver­ graving Brakelse Benedenwaarden en dijkverlegging Buitenpolder het Mun­ nikenland, de Honswijkerwaarden, stuweiland Hagestein, Hagesteinse

Meer kansen dan kaders Aan de veiligheid van ons rivierengebied is een prachtige dimensie toegevoegd: ruimtelijke kwaliteit. Maar kun je dat meten of in een formule vangen? Waarschijnlijk niet. We hebben het namelijk over ménsenwerk: het zijn uiteindelijk de initiatiefnemers, adviseurs, ontwerpers en uitvoerders die ruimtelijke kwaliteit realiseren! Het is een eervolle uitdaging hen met het Q-team terzijde te staan.

Column

Als ik dit schrijf, zijn we als Q-team zo’n drie maanden onderweg. Letterlijk, kris kras door Nederland. En wat me allereerst verheugt, is dat we overal welkom zijn. Het is niet niks om mensen van buiten Dirk Sijmons over je schouder mee te laten kijken. Maar we worden hartelijk ontvangen en ruim geïnformeerd en we voeren interessante en vaak heel vruchtbare gesprekken. Onze komst maakt ook duidelijk dat het écht ergens om gaat. We hebben het over een van de grootste na-oorlogse projecten in Nederland. Als we het rivierlandschap blijvend veranderen, laten we het dan ook verbéteren. Wat is ‘beter’? Wij nemen dat begrip heel breed. De cultuurhistorische waarde, de ecologische kant, het landschappelijke aspect en de recreatieve mogelijkheden: al die elementen worden door ons in hun samenhang bekeken. Die samenhang is extra gewaarborgd door de samenstelling van ons team. De vijf teamleden hebben in hun werk altijd breder gekeken dan hun eigen discipline. Ook binnen elk project geldt dat kwaliteit vooral dan ontstaat wanneer alle betrokkenen vanaf het begin gezamenlijk brainstormen en de lijnen uitzetten. Op een aantal plaatsen is verruiming van de rivierbedding en verlegging van de dijken onontkoombaar. Ruimte voor de rivier kost daar woonruimte. Dat is voor 6

Waterstand - April 2007

Uiterwaard en Heerenwaard bij Vianen en – op 9 maart jongstleden – aan de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden bij Zwolle. •••

www.ruimtevoorderivier.nl

Een aantrekkelijke IJssel Wat zijn de unieke kwaliteiten van de IJssel? En hoe kunnen die worden behouden en verder worden versterkt bij de herinrichting van dit gebied? De antwoorden op deze vragen staan in de onlangs verschenen ‘Handreiking ruimtelijke kwaliteit IJssel’, die is opgesteld in opdracht van de provincie Overijssel. In dit lijvige document wordt aangegeven welke kansen nieuwe ontwikkelingen bieden om de identiteit van de IJssel te onderstrepen. De handreiking is een belangrijk document voor de Ruimte voor de Rivier-projecten. De programma­ directie Ruimte voor de Rivier en het Kwaliteitsteam gebruiken de handreiking bij de advisering en toetsing van plannen. Voor projectleiders en ontwerpers vormt de handreiking een vertrekpunt. Verder wordt aanbevolen dat beleidsmakers en bestuurders het in hun werk gebruiken. U kunt de handreiking opvragen bij Peter van Wijk van de provincie Overijssel, telefoon 038-4998899.

bewoners ongelooflijk zuur. En al moet het collectief belang vóórgaan, wij zullen steeds met de grootst mogelijke zorgvuldigheid zoeken naar ingrepen waarbij bewoners kunnen blijven. Daarbij zien we ook prachtige initiatieven van bewoners zelf. In de Overdiepse polder in Noord-Brabant kwamen acht boeren met het voorstel elke boerderij op een terp te zetten. Zo kunnen ze hoogwatervrij blijven wonen. Dat bij echt hoog water hun land overloopt, accepteren ze als part of the deal. Zij gelukkig en ons land een uniek boerderijlint op Brabantse terpen rijker! Soms merken we dat initiatiefnemers te strak vasthouden aan de gegeven kaders. Natuurlijk: er is een waterstandverlaging waaraan moet worden voldaan. Maar vooral in de eerste stadia van het project is nog veel mogelijk. Een duidelijk betere oplossing dan genoemd in het PKB heeft zeker kans van slagen. En de natuurlijke beschermwaarden die we in Natura 2000 vinden, kunnen misschien ook elders in het projectgebied worden gerealiseerd. Denk dus niet te schools en wees vooral niet te volgzaam. Ruimtelijke kwaliteit is mensenwerk. Zonder bevlogenheid van de opdrachtgevers kan er niets moois groeien. Ik wens iedereen dan ook inspiratie en creativiteit toe. ‘Ruimte voor de rivier’ kan niet zonder kaders, maar biedt vooral prachtige kansen. Dirk Sijmons


Biesbosc hmuse um o p e e n eila nd

‘Uitbreiding natuurgebied komt uitstraling ten goede’ Douwe Altena, voorzitter van het bestuur van het Biesboschmuseum in Werkendam, kijkt door het raam van zijn kantoor naar buiten. Het uitzicht op deze druilerige maandag is niet fraai te noemen. Draglines, modder en afgravingen maken duidelijk dat het gebied aan de voorkant van het museum op de schop is. “Daar moet je doorheen kijken”, geeft de 64-jarige Werkendammer aan. “Als de ontpoldering van de Noordwaard straks is afgerond en de dijk en het gemaal weg zijn, kijk je regelrecht de natuur in en ligt ons museum midden in het water. Dat maakt het alleen maar aantrekkelijker!”

Het Biesboschmuseum bevindt zich aan de rand van het gelijknamige Nationaal Park. Ooit was dit gebied een van de grootste en belangrijkste polders van Nederland. Aan de rand waren kastelen gebouwd ter bescherming van de ‘graanschuur van Hol­ land’. Door het aanleggen van dijken kreeg het water hier aanvankelijk geen kans. Maar door oeverloze discussies over verhogen en verbeteren van deze dijken was het met het onderhoud slecht gesteld. In 1421 ging het mis. Tijdens de St. Elisabethsvloed brak het water door de dijken heen en werden dorpen van de aardbodem weggevaagd. Doordat het water niet meteen is weggepompt, ont­ stond hier een groot natuurgebied. Het heeft nog eeuwen geduurd voordat een deel van de landbouwgronden werd teruggewonnen op het water. Deze voortdurende strijd tegen de natuur wordt in het Biesboschmuseum in beeld gebracht. Overigens besteedt het museum ook ruim aandacht aan het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en het dierenleven in het gebied.

Emotionele protesten Dat Ruimte voor de Rivier de ontpoldering van de Noordwaard noodzakelijk maakt, is bij de inwoners van dit dun bevolkte gebied overduidelijk. “Het gaat om de veilig­ heid van meer dan één miljoen mensen in Rotterdam, Dordrecht en Vlaardingen”, verklaart Altena. “Als er een overstroming

Daarmee blijft een stuk kapitaalvernietiging achterwege, concludeert Altena. Ook vanuit het bestuur van het Nationaal Park was aangedrongen op een verhuizing van het museum. Hier wordt echter geen gehoor aan gegeven. “Men zegt wel eens dat het in een Nationaal Park rustig moet zijn, maar wij zien niet in dat het museum storend zou zijn. Het hoort bij het gebied en draagt ook bij aan de bekendheid en de functie van het Nationaal Park. Bovendien trekt het museum geen grote verkeers­ stromen. De meeste bezoekers komen vaak in het voor- en najaar met bussen. Nee, het museum is één met het Nationaal Park en dat blijven wij verdedigen.”

Schitterend uitzicht Al vertellend is Altena intussen aangeko­ men bij de achterkant van het museum. Hier ligt een steiger voor de fluisterboten. Met deze elektrisch aangedreven vaartui­ gen worden bezoekers door alle kreken en langs de mooiste plekjes van de Biesbosch gevaren. Enthousiasme maakt zich van hem meester. “Hier kijk je nu al recht de Biesbosch in. Straks heb je aan alle kanten van het museum zo’n schitterend uitzicht. Daarom zeg ik dat de uitbreiding van het natuurgebied de sfeer van het museum alleen maar ten goede komt!” ••• www.biesboschmuseum.nl

Kribben van de toekomst Wat doen we met de kribben in de Nederlandse rivieren? Aan hun oorspronkelijke functie – de vaargeul ‘vasthouden’ en op diepte houden – kan niet worden getornd. Maar bij hoogwater veroorzaken ze opstuwing. Dit knelt. Als beheerder van de grote rivieren, zoekt Rijkswaterstaat naar mogelijkheden om de juiste balans te vinden tussen de belangen van de scheepvaart en van hoogwaterveiligheid. Daarbij leeft ook nog de wens om het beheer van de kribben gemakkelijker en goedkoper te maken. Ruimte voor de Rivier bood een goede aanleiding om eens extra goed over de kribben van de toekomst na te denken. Samen met CUR Bouw & Infra hield Rijkswaterstaat afgelopen jaar een prijsvraag. Er kwamen elf inzendingen binnen. Zeer divers: van ontwerpen die dichtbij de huidige kribben bleven en volkomen nieuwe concepten, materialen en vormen. In het boekje Kribben van de toekomst zijn vier winnende ideeën en twee bijzondere vermeldingen beschreven, die volgens de jury uitnodigen tot nader onderzoek. Inmiddels zijn afspraken gemaakt om in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier vervolgstappen te zetten: nadere uitwerking van de ideeën, toetsen met rekenmodellen en fysiek modelonderzoek. En uiteindelijk het bouwen van prototypes en meten onder praktijkomstandigheden. Kribben van de toekomst is een uitgave van Rijks­ waterstaat Oost Nederland en te bestellen bij de bibliotheek van RWS, telefoon 026-3688305.

Douwe Altena: “Ons museum hoort bij dit gebied.”

zou plaatsvinden, dan staan de huizen in de Noordwaard tot aan de dakgoot onder water.” Toch kan Altena de emotionele protesten van sommige boeren wel begrij­ pen. “Met veel geld en moeite hebben hun voorouders dit aan het water ontworsteld en in cultuur gebracht. Van griendcultuur tot aan landbouw toe. En nu geven we het voor niets weer terug. Dat is pijnlijk. Gelukkig wordt er door alle partijen goed geluisterd en zijn er mogelijkheden gescha­ pen voor compensatie.”

Kapitaalvernietiging Aanvankelijk was het ook de vraag of het Biesboschmuseum nog wel op de huidige locatie kon blijven. Het gebouw zou mid­ den in een uitstroom komen te liggen en een obstakel vormen. Maar berekeningen hebben aangetoond dat de stroomsnelheid van het water zodanig blijft, dat het ac­ ceptabel is om het museum te handhaven.

Werkendam zorgvuldig met inrichting gebied Door het natuurontwikkelingsproces en Ruimte voor de Rivier ontstaat rond Werkendam een prachtig recreatiegebied. Toch waakt de gemeente voor massa­ recreatie. Nieuwe kreken in gebieden waar mensen wonen, worden zo ingericht dat het doodlopende kreken zijn. “Niemand zit te wachten op ronkende speedboten in zijn achtertuin”, aldus Altena. Bij het Steurgat komt een extra jachthaven, maar dat zal allemaal zorgvuldig moeten gebeuren. Op het gebied van verblijfrecreatie wordt ook niet gedacht aan luxe bungalows. Bootjes en boomhutten passen beter in de sfeer van het gebied. Dat het nieuwe natuurgebied mensen gaat trekken, staat als een paal boven water. Altena: “Heel Nederland betaalt er aan mee, dan mag heel Nederland er ook van genieten.”

Waterstand - April 2007

7


Koploperprojecten Zwolle en Overijssel ‘de consultatie in’ De gemeente Zwolle en de provincie Overijssel hebben weer een stap gezet in hun planstudies voor Ruimte voor de Rivier. Voor de zogenoemde koploperprojecten Westenholte en Scheller en Oldeneler Buitenwaarden is in concept een voorkeursalternatief opgesteld. Afgelopen maand gingen de initiatiefnemers ‘de consultatie in’ met het plan. Daarmee loopt dit project letterlijk voorop. Dinsdag 13 maart in de vooravond… Tal van bewoners van de IJsselstreek bezoeken restaurant Het Engelse Werk om zich te laten informeren over een staaltje puur Hollands watermanagement. Vroeger ging dat uitsluitend over de bouw van hogere en sterkere dijken, nu vertellen ver­ tegenwoordigers van de gemeente, provincie en het waterschap Groot Salland over de nieuwe aanpak: Ruimte voor de Rivier. De rode draad van de avond is: hard aan het werk om voorbereid te zijn op meer water.

De twee projecten zijn gericht op verlaging van de waterstand bij hoogwater. Die kan worden bereikt met vergraving van de uiterwaarden en met het circa 2,5 kilometer verleg­ gen van de dijk bij Westenholte. Al voor de Planologische Kernbeslissing helemaal was vastgesteld, begonnen de gemeente en de provincie met de studie voor het inrichtingsplan. Dit verklaart het predikaat ‘koploperpro­ jecten’. De huidige landbouwfunctie van de gebieden maakt grotendeels plaats voor natuur en recreatie.

Dijkverlegging Westenholte Voor projectleider Frans Stam (provincie Overijssel) was het een hele klus om alle belangen zo goed mogelijk af te wegen: veiligheid, grondeigenaren, bewoners, recreatie, natuur. Stam: “De IJssel is de mooiste rivier van Nederland. Dit geeft een extra dimensie aan onze taakstelling, namelijk: proberen ervoor te zorgen dat de ingreep geen grote littekens achterlaat. We hebben veel tijd ge­ stoken in het overleg met betrokke­

nen. Dat is zo open mogelijk gebeurd en heeft een plan opgeleverd dat naar alle partijen toe te verdedigen is. Er verdwijnt 40 tot 45 hectare agrarische grond, maar daarvoor in de plaats krijgen we een gebied waar iedereen straks met plezier doorheen wandelt en kan genieten.” Als de betrokken instanties kunnen instemmen met het voorkeursalter­ natief voor de dijkverlegging Wes­ tenholte, gaat dat plan door naar het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Vervolgens wordt het voorkeursal­ ternatief uitgewerkt tot een definitief ontwerp, waarover eind 2007/begin 2008 besluitvorming plaatsvindt. In 2008 volgen wettelijke procedures, inspraak en beroep. Naar verwachting kan het werk medio 2010/begin 2011 van start. Om burgers op de hoogte te houden van het project heeft de provincie Overijssel een informa­ tiecentrum ingericht, waar mensen met vragen terecht kunnen over de dijkverlegging Westenholte. In 2015 moet het werk zijn gerealiseerd en is

Hondsbroeksche Pleij in uitvoering Aan boord van het Rijkswaterstaatschip ´Dr. C.W. Lely´, op de splitsing van de Neder-Rijn en IJssel werd op 8 maart jl. het uitvoeringscontract getekend voor de eerste fase van de maatregel Hondsbroeksche Pleij. Een combinatie van Aannemings­ bedrijf Van den Biggelaar (Velddriel) en ingenieursbureau Royal Haskoning (Nijmegen) gaat deze eerste fase uitvoeren. Een belangrijk onderdeel is het landinwaarts verleggen van de Pleijdijk in de gemeente Westervoort. Verder wordt een zoge­ noemd regelwerk gebouwd, waarmee de juiste hoeveelheden water over de Neder-Rijn en de IJssel kunnen worden verdeeld, én er komt een nevengeul. Programmadirecteur Ingwer de Boer, René Zijlstra van Haskoning en aannemer Hans van den Biggelaar proosten op de samenwerking in Hondsbroeksche Pleij.

8

Waterstand - April 2007

De maatregel Hondsbroekse Pleij is het eerste project dat onder de vlag van Ruimte voor de Rivier wordt uitgevoerd. PDR-directeur Ingwer de Boer toonde zich bij de ondertekening

van het contract verheugd dat het nu zo ver is: “De politiek kijkt hier met veel belangstelling naar. Dat is begrijpelijk, want er is veel belasting­ geld mee gemoeid. Het is voor ons de uitdaging binnen de tijd en binnen het budget te blijven.” Aan de Europese aanbesteding deden vier aannemers mee, die aan de selectiecriteria voldeden. Over de manier van aanbesteden waren Van den Biggelaar en Royal Haskoning tevreden. Niet alleen de prijs was doorslaggevend, er kon ook worden gescoord op kwaliteit. De combinatie ziet mogelijkheden om het aantal grondtransporten door de gemeente Westervoort te beperken. Verder heeft de aannemer een slim systeem bedacht, waarmee het te bouwen regelwerk snel te bedienen is en bovendien vrijwel onderhouds­ vrij is. ••• www.hondsbroekschepleij.nl

de veiligheid tegen overstroming door de IJssel weer op het vereiste niveau.

Scheller en Oldeneler Buitenwaarden Voor de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden geldt hetzelfde als voor Westenholte: alle belangen zijn afgewogen om tot het voorkeurs­ alternatief te komen. De geul die straks in het gebied komt te liggen past in de uitstraling van de IJssel bij Zwolle. Ook de visie van de Buurt­ schap IJsselzone is meegenomen in het plan: behoud, herstel en ontwik­ keling van groen, water en cultuur in de zone tussen Zwolle en de IJssel. Het plan dat nu gemaakt is, wordt in 2007 verder uitgewerkt. Aspecten zoals recreatie en toekomstig beheer van het gebied worden dan concreter gemaakt. Naar verwachting worden in 2008 de procedures en de inspraak en beroep behandeld en in 2009 de vergunningen aangevraagd. Vanaf eind 2010 of in 2011 zullen de graafmachines in het gebied te vinden zijn. In 2015 moet de maatregel in de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden afgerond zijn. •••

www.ruimtevoordeijssel.nl

Colofon Waterstand is een kwartaaluitgave van de Programmadirectie Ruimte voor de Rivier (PDR). Met deze nieuwsbrief informeert PDR de bewoners, gebruikers en bestuurders van het Nederlandse rivierengebied over de voortgang van het programma Ruimte voor de Rivier. Voor meer informatie PDR / Communicatie Postbus 20903 2500 EX Den Haag Telefoon (070) 351 79 25 E-mail: info@ruimtevoorderivier.nl Internet: www.ruimtevoorderivier.nl Hoofdredactie Astrid Aarts Gert Jan Kleefmann Realisatie Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Utrecht Vormgeving en drukwerk Adequaat Communicatie, Delft

Ruimte voor de Rivier is een programma van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.


Waterstand 1