{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

’n Secke

Loofen/mMe

'Batekntj Lt tCtraeta^-S Zti^nVuW e

i’c/uuoerJ'

-jksfód/ioek

loeÆtwom

J ^ fy y h e in 'cmn

,/qfh\

JterzeeA

SerpelplM

bn/ihypho V*

%

Groeit

C‘rnnu'fiiii/k*

)^

'W arieifhpr,

Warwbriyqe

!# 7

W ac'keri

syw

erybriu/qe

'da A bea/e j X

e lm u n j’ter

wieiiwenJume,

' d e n q u 'ira/ibadel

*

1

'ejpelghern:»

' Üfeulen

D e R o eô e

m

h

T ie ft

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 36ste jaargang } nr. 1 - januari - februari - maart 2005 Afgiftekantoor 8700 Tielt


f7

m

e ib

d

lo e m 1

b

SUPERMARKT f l „ w

M

m

m

K ortrijkstraat 5 6 8 7 0 0 Tielt Tel. 051 4 0 11 7 6

K a s te e ls t r a a t 1 4 9 8 7 0 0 T IE L T

T e l. 051 4 0 1 8 2 3 F a x 051 4 0 51 9 3

w w w

.d

e m e ib l o e m

.b

e

O ud e Stationstraat 142 8 7 0 0 Tielt (aan het station) Tel. 051 4 0 6 4 35

C E N T R A L E V E R W A R M IN G & S A N IT A IR

ALGEMENE

ELECTRICITEIT

b v b a D e b u s s c h e re E .& L .ir .

D econynck-A m pe bvba

Bruggestraat 43 - 8700 TIELT 0

M azout

Toonzaal en magazijn: K lijte n s tra a t 2 7 -2 9 8 7 0 0 T ie lt

Tel. 051 40 07 15 Fax 051 40 73 37 GSM 0475 32 77 08 Privaat- en industriële installaties Laagspanningsinstallaties

V o o r s e rv ic e e n k w a lite it:

Gecertificeerd installateur: dom otica data- en netwerkbekabeling

Tel. 051 40 01 09

S TU D IE-AD VIES-U ITVO ER IN G


De RoeĂ´e

Tieft

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift voor de gemeenten van de vroegere roede van Tielt: Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem en Zwevezele 36s,e jaargang, nr. 1 - januari - februari - maart 2005 Wettelijk depot - BD 25413


De Roede van Tielt

Inhoud

Gesticht op 28 april 1970 Lid van het West-Vlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

E ddie V erbeke HU STIERF IN CHILI

p. 1-100

Adres van de auteur:

erevoorzitter:

E ddie V erbeke Félix d ’hoopstraat 170 8700 Tielt

Paul Vandepitte, voorzitter 1970-2000 Voorzitter en verantwoordelijk uitgever:

Michaël DELANGE Veldstraat 96, 8780 Oostrozebeke Tel.: 0474 43 73 01 E-mail: m.delange@yucom.be Ondervoorzitter:

Luc NEYT Luxemburglaan 21, 8700 Tielt Tel.: 051 40 60 75 E-mail: Lneyt@belgacom.net Secretaris-penningmeester:

Philippe DE GRYSE Stoktmolenstraat 32/3, 8700 Tielt Tel. & Fax: 051 40 18 38 Redactieraad:

Jaak Billiet, Johan Buyck, Paul Callens, Philippe De Gryse, Michaël Delange, Frans Hollevoet, Thijs Lambrecht

“De Roede van Tielt” verschijnt viermaal per jaar. De lidmaatschapsbijdrage is € 17,50 voor gewone leden, € 35 of meer voor ereleden, over te schrijven op het bankrekeningnummer 4679350801-88 van De Roede van Tielt, Stoktmolen­ straat 32/3, 8700 Tielt. Er worden geen losse nummers verkocht.

Bibliotheek & fototheek:

Bijdragen worden aan de redactiesecretaris bezorgd. Elke auteur heeft recht op tien exemplaren van het tijdschrift met zijn bijdrage.

Beernegem straat 5, 8700 Tielt open elke zaterdag, lOuOO - llu30 of na afspraak

Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in “De Roede van Tielt” mogen slechts overgenomen worden na de uitdrukkelijke toestemming van de redactie.

H azelaarkouter 60, 8700 Tielt, na afspraak.

Cartotheek: Kaft: detail van de kaart “District van Thielt (WestVlaanderen). Bevat 1 stad, 17 gemeenten en 63.986 zielen” (ca. 1825) (verz. Paul Vandepitte)

2


Eddie Verbeke

HIJ STIERF IN CHILI E.P. Hermanus, Georges Beeuwsaert O.F.M. 1894 - 1928 een kroniek

sierspeld, zie bij 1954. 3


1. Ik zag ze stappen, forschig, langs de baan naar 't vreemde land, waar grooter oogsten staan ... Ik heb ze als kind bewonderend staan aanschouwen op 't korenland der eigen Vlaamsche gouwen; 11. In 't zonnebranden was hun eenige troost: De dag is hard, maar 'k pik Gods eigen oogst; De Heer der oogsten zal ons 't loon eens geven. Ze hebben forsch hun pik er door gedreven. 12.

En velen vielen plotseling geveld te midden 't werk door 't moordend zongeweld. En zij die mochten tot den avond zwoegen, hoort hoe zij al die schoone klachten kloegen.

Uit "Vlaamsche Pikkers", een gedicht in veertien strofen van pater Symphorianus1. (bron: West-Vlaamsche Minderbroeders in verre landen, uitgeverij Lannoo, Tielt, 1938)

Pater Symphorianus of Cyriel Defauw, ° Aarsele 1902, + Leuven 1980

4


Beste lezer,

Op 28 februari 1928, nu dus 77 jaar geleden, overleed te La Serena (Chili) E.P. Hermanus O.F.M., geboren Georges Beeuwsaert. U zult hem vermoedelijk niet gekend hebben, ik trouwens ook niet. Deze Tieltenaar was de halfbroer van mijn vader. In familiekring spraken we altijd over "onze Georges". Hij was een bijna legendarische figuur: als missionaris zo jong gestorven in het verre en onbekende Chili. Zoals het een kroniek past, is deze studie mooi per datum opgebouwd. Een lijviger (?) studie heb ik in eigen beheer opgemaakt. Voor de Roede van Tielt beklemtoon ik twee items: alles wat met Tielt te maken heeft alsook hoe de katholieke leefwereld begin twintigste eeuw was. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben. Veel leesgenot!

Pax et bonum Eddie Verbeke Februari 2005

5


15 augustus 1894 geboorte-akte Ten jare achttien honderd vier en negentig, den vijftienden Augustus ten dag ure en half namiddag, voor ons Maurice Goemaere, schepen/ gedelegueerde ambtenaar van den burgerstand der gemeente Thielt, provincie West-Vlaanderen, is verschenen Octave Beeuwsaert brouwers­ knecht, oud vier en dertig jaar, geboren te Meulebeke en wonende te Thielt (Hoogstraat), dewelke ons vertoond heeft een kind van het mannelijk geslacht, geboren in deze gemeente, den dertienden / dezer maand / Augustus, in het huis zijner ouders ten acht ure ’s morgens, van hem vertooner en van zijne Echtgenote Ida De Neve, winkelierster oud twee en twintig jaar, geboren en wonende te Thielt, aan welk kind hij verklaarde te willen geven de voornamen van Georgius Josephus. Welke verklaring en vertooning gedaan zijn in tegenwoordigheid van Petrus Joannes De Neve, oud twee en zeventig jaren, strooidekker van beroep, woonachtig te Thielt, en van Désiré Braet, oud negen en vijftig jaren, herbergier van beroep, woonachtig te Thielt. En na gedane voorlezing aan den deklarant en de getuigen, hebben wij getekend, benevens den deklarant en de tweede getuige, de eerste getuige verklaard niet te kunnen teekenen bij onkunde. (aanteekeningen: Beeuwsaert Georgius Josephus + 29 februari 1928 Serena republiek Chili) Petrus Joannes De Neve was zijn grootvader langs moeders kant. Dat hij analfabeet was, was niet zo uitzonderlijk in die tijd. Diens zoon, Petrus, was ook strodekker en startte in 1906 café "De Strooman" in de Félix d'Hoopstraat 167. Petrus bleef kinderloos. Als suikernonkel was hij dan ook meermaals dooppeter in de familie, zo ook van André Verbeke, mijn vader. Dit café werd in 1928 overgenomen door Jules Quintyn die er toen kwam inwonen met zijn gezin. Jules was getrouwd met Alice De Vlieghere die tante moest zeggen tegen Stefanie De Soete, de vrouw van Petrus. Jules stierf in 1931 en het café werd tot 1945 voort gezet door zijn vrouw en kinderen. Alice hield er nog een kruidenierswinkeltje tot op het einde van haar leven, begin de jaren 1960. De huisjes ernaast, Félix d'Hoopstraat 135-145 (de huisnummers 147-165 liggen in de Kleine Weg) werden in 2003 gesloopt. Naar verluidt zou er een grote nieuwbouw komen die "De Stroman" zal heten.

6


16 augustus 1894 Het doopsel is het eerste van de zeven sacramenten. In een cursus uit de jaren 1920 lezen we: Een ritueele afwassching des lichaams is een passend zinne­ beeld van de zuivering der ziel. (...) De handeling, waarin de stof (materia) van het sacramenteele teeken bestaat, is de lichamelijke afwassching van den doopeling door den doopende. Die kan geschieden door indompeling, begieting o f besprenkeling. Deze laatste wijze is bedenkelijk, om­ dat het dikwijls niet uit te maken is of het water den doopeling zóó raakte, dat het begrip “afwas­ Gedoopt in de Sint-Pieterskerk te sching” verwezenlijkt was. (...) Tielt. De doopvont is van tijdens de heropbouw der kerk (1654-1720).

De uitwerkselen. Door het doopsel bekomt men: 1. vergiffenis van de erfzonde 2. vergiffenis van de zonden vóór het doopsel bedreven 3. kwijtschelding van al de zondestraffen, tijdelijke en eeuwige 4. de heiligmakende genade, waardoor de mensch tot kind Gods aange­ nomen en tot de bovennatuurlijke orde verheven wordt 5. recht op de genaden van bijstand om een Christelijk leven te leiden 6. een altijddurend merkteeken in de ziel geprent 7. het lidmaatschap van de heilige Kerk en meteen van het mystisch lichaam van Christus, met de geschiktheid om andere sacramenten geldig te ontvangen.

7


1897 - 1900

Rond 1900, in die tijd was het niet zo ongebruikelijk dat ook jongetjes een rokje droegen tot ze naar school gingen! klooster der alexianen, waar nu het bewaarschool bij. In 1866 vestigden klooster nu nog is.

Hij loopt “bewaarschool” bij de zusters apostolinen, Ieperstraat 44, Tielt. Deze school bestaat nu nog altijd als onderdeel van de scholen­ gemeenschap “Het Nieuwland”. De orde der zusters apostolinen werd gesticht in Antwerpen door Agnes Baliques (1641-1700) onder leiding van pater Henricus Van Geldrop O.F.M. (1629-1685) als “De vergadering der dochters van de Onbevlekte Ontvangenis, genaamd Apostolinen”. Hun eerste stichting in WestVlaanderen was in Brugge in 1717. In 1839 liet deken Darras zes zusters apostolinen uit Brugge naar Tielt komen om “de arme kinderen te onderwijzen en hun kantwerk aan te leeren”. Ze stichtten hier de “arme leer- en werkschool” die van 1839 tot 1866 ondergebracht werd in het stadhuis is. In 1848 was er al een ze zich in de Ieperstraat, waar het


De jaren dat pater Herman er bewaarschool liep waren hoogtepunten: in 1898 wordt een derde bewaarklas gebouwd wegens overbezetting (meer dan 200 kinderen!). In september 1899 werd de nieuwe kapel ingewijd. 1901 was een jubeljaar: moeder Theresa of Julie Vandervennet uit Pittem was er 25 jaar overste, wat gevierd werd “in choro et refectorio”. De bestuurder van die jaren was deken E. Verraes (1882-1900). De kapel werd in 1952 afgebroken voor uitbreiding van de school en vervangen door een nieuwe die ingewijd werd in 1962 en in 2002 omge­ vormd werd tot studiezaal voor de handelsschool. In 1954 gingen de zusters apostolinen over naar de zusters van Maria van Pittem. Momenteel (= mei 2003) zijn er nog acht zusters. Voor de Tieltenaren blijven ze “de apostolientjes” 8 september 1898 Overlijden van Octaaf Beeuwsaert, zijn vader, pas 38 jaar oud. Georges is er 4. Dat zelfde jaar kreeg hij ook een zusje, Georgine. 1901 Zijn moeder, Ida De Neve, hertrouwt met Cyril Verbeke (Pittem 1871 Tielt 1950). (Zij werden dus mijn grootouders langs vaders kant.) Octaaf Beeuwsaert was brouwersknecht en de ouders van Cyril Verbeke waren herbergiers 'op de plaatse' te Pittem. Misschien kenden ze elkaar van vroeger. Cyril Verbeke was kleermaker, nog een echte, die van boven op tafel in kleermakerszit met een grote schaar en krijt werkte. In de volks­ mond heette hij Cyril “Verlaân” omdat hij naar eigen zeggen altijd ver­ laden was. Verlaan of verladen betekent zwaar beladen, bezet, druk bezig. (Stijn Streuvels schrijft over de meiden op het hof die verlaan over en ’t weer liepen.) Pater Hermans moeder had een kruidenierswinkel (Hoogstraat 3 waar ze tot 1950 blijft wonen). Een historiek van het geboortehuis vind je achteraan als bijlage. Pater Herman zal zijn stiefvader altijd als zijn echte vader aanzien, alsook zijn vier halfbroers en -zussen die volgen als zijn doodgewone volle broers en zussen. 1900 - 1907 Pater Herman volgt lagere school in ”de Godelieve”, sinds 1886 gevestigd tussen Peperstraat, Krommewalstraat en Kerkstraat, achter de SintPieterskerk in Tielt. Sanderus tekende al in 1641 een "schole” op deze plaats. 9


Klasfoto uit die jaren. Op het bordje onderaan in het midden lezen we: Ecole Ste Godelieve Thielt. Georges is de tweede van rechts op de tweede rij van onderen. De school­ meester is Cyriel De Vlieger. Op de achtergrond zie je de Godelieveschool met vooraan rechts de Sint-Pieterskerk in 1921. Op de benedenverdieping kregen de jongens er les onder leiding van E.H.Remi Bernaert (18701927], die ook aanwezig was op de priesterwijding van pater Herman (zie groepsfoto p. 23, derde rij volledig rechts). In 1921 plaatste men het oorlogsmonument 1914-1918 van beeldhouwer Karei Lateur (broer van Stijn Streuvels) voor de school. In 1931 werd het verplaatst naar de Kortrijkstraat, waar het nu nog te zien is. De school werd volledig herbouwd in 1935. Deze parochieschool werd in 1957 overgedragen aan het bisdom en bij het Sint-Jozefscollege gevoegd dat op zijn beurt in 1999, samen met het lyceum Heilige Familie, “De Bron” werd. Einde der negentiger jaren kwam de school leeg te staan en werd ze door de stad Tielt aangekocht en verbouwd om er een deel van de kunstacademie in te vestigen. 10


In die jaren was de lagere school ingedeeld in acht studiejaren. Wie voortstudeerde verliet de lagere school na het zevende leer­ jaar, de anderen bleven hangen in het achtste leerjaar tot de dag van hun veertiende verjaardag en dan gingen ze werken. Het achtste jaar werd afgeschaft in de jaren 1950 en vervangen door een orientatiejaar technische school Kerkstraat, Tielt (april 2003) of analoog. Het zevende jaar werd pas in de 1973 afgeschaft, althans voor de jongens. Bij de meisjes werd dit reeds vroeger afgeschaft. Godelieve van Gistel, geboren rond 1045, werd op aanstoken van haar schoonmoeder, door haar man mishandeld. Hij liet haar wurgen en in een waterput werpen. Ze wordt meestal afgebeeld met een wurgdoek-halsdoek naast een waterput. Ze is de patrones van de naaisters maar ook mannen met boze schoonmoeders wendden zich tot haar! Feestdag is 6 juli. De witstenen Godelieve [1.80 m hoog) van Maurice Vander Meeren (die ook nog Godelieve-school gelopen heeft) werd in 1935 in het toren­ gebouw van de school geplaatst. Dit werd eind de jaren 1960 afge­ broken en het beeld kreeg een plaats op de hoek van de oude kapel aan de ingang (zie foto hierboven). Maurice Vander Meeren (Tielt 1903 Tielt 1983) was de Tieltse stadsbeeldhouwer van het interbellum die voor een deel het huidige stadscentrum meebepaalt door zijn HeiligHartbeeld in de Ieperstraat en nog een tiental andere creaties in het Tieltse openbare kunstbezit. Het gipsmodel van zijn Godelieve is te zien in het museum van de abdij Ten Putte in Gistel. 1906-1907 Eerste biecht, communie en vormsel. In die tijd bestond de plechtige communie nog niet en gebeurde de eerste communie op 12-13 jaar ('de jaren des onderscheids'), samen met de eerste biecht en vormsel. “De Heilige Communie is de sacramenteele nuttiging van de H. Eucharistie, waardoor het Lichaam en Bloed van Christus, onder de gedaante van brood en wijn, tot voedsel der ziel worden ontvangen. Van het Latijn “communio” = gemeenschap, nl de vereeniging in liefde met Christus en de daaruit volgende vereeniging in liefde der geloovigen.” 11


Dit vroeg toentertijd een hele voorbereiding. In het vijfde studiejaar was er eens per week “kleine leeringe”, gegeven door een onderpastoor die in de klas kwam. Tijdens het zesde studiejaar was er wekelijks “groote leeringe”, gegeven door een andere onderpastoor in de Sint-Pieterskerk. Dit gebeurde tijdens de gewone schooluren, men diende maar het Kerkstraatje over te steken. (De zaterdag was er nog de ganse dag les en de donderdagnamiddag was vrij.) Op het einde moest men de volledige catechismus uit het hoofd kennen, althans de grote letters. (Wat klein gedrukt was, moesten enkel de slimsten kennen), anders kon men zijn communie niet doen. Spanning gegarandeerd! Voor de grote dag was er een bezinning van tien dagen, een soort nietresidentiële retraite in de kapel. Deze was rechts van de huidige plaats van het beeld van Godelieve in de Kerkstraat, de structuur van de neo­ gotische bouw kan men nog zien. Ook langs achter was er een neo­ gotische kapel, ingang langs de Peperstraat, waar later het bijzonder lager onderwijs kwam. Dat was toen de “kloefkesschool”, men mocht er immers binnen op klompen wat in de Godelieveschool verboden was. Op de grote dag kwamen de communicanten stoetsgewijze de kerk binnen als jonge koppeltjes, rechts de jongens, links de meisjes in alfa­ betische volgorde. Georges Beeuwsaert was dus helemaal vooraan. (Info van Maurice Bruggeman 1898-1987, schoonbroer van Georges of pater Herman)

De biechtstoelen van de Sint-Pieterskerk zijn neogotisch en dateren van 1888. Nu zijn er achteraan in de kerk nog enkele te zien. De 12


muurbetegeling is van 1935 en wordt nu stap per stap vervangen door houten lambrisering. Stof dus voor de historici en restaurateurs binnen vijftig jaar. Het vormsel werd toen veel minder benadrukt. Alleen de bisschop kon vormen en kwam hiervoor tweejaarlijks naar Tielt. 1907 - 1913 Pater Herman volgt middelbare school in het Serafijns college SintAntonius van de minderbroeders in Lokeren, waarna hij in het klooster treedt. Serafijns is een ander woord voor Franciscaans. De school werd opgericht in 1887. Tussen 1887 en 1914 worden ruim 240 leerlingen naar het noviciaat gestuurd, dat is zowat 60 % van het aantal leerlin­ gen. Het oprichten van dergelijke instituten, soms juvenaten genoemd, was een internationaal fenomeen. In de loop der jaren nam het college het gewone lessenpakket van de Grieks-Latijnse humaniora over en werd door de staat erkend. Oude humaniora was immers een noodza­ kelijke voorbereiding op de priesterstudies. Tot de jaren 1950 is het een ware kweekschool voor toekomstige franciscanen. Nadien wordt de werking noodgedwongen teruggeschroefd bij gebrek aan middelen en aan studenten. Het was immers alleen oude humaniora en alleen inter­ naat. Lokeren begint duidelijk aan belang te verliezen als rekruteringsveld en in 1970 wordt de school gesloten. In de jaren dat pater Herman er leerling was, was pater Bertinus2 er prefect (van 1901 tot 1914). De voertaal was nog Frans in het vrij onderwijs. Pas in het schooljaar 1913-14 werden enkele vakken in het Nederlands gegeven. De volledige vernederlandsing was een feit vanaf het schooljaar 1914-15. In februari 1911 werd de stad Lokeren door een mazelenepidemie geteisterd. Het college bleef niet gespaard. Op 28 juli 1911 overleed er een student (Edgar Putzeys uit Walsbeth) in de ziekenkamer. Het voor­ deel van dit tragisch geval was dat gans het college ontsmet werd en een frisse beurt witsel en vernis kreeg. Een gift van de stad Lokeren ! Op 29 juli 1913 vierde het college zijn 25-jarig bestaan. Fier kon men bekend­ maken dat het college reeds 146 priesters aan de kerk had geschonken, onderwie 33 missionarissen. (Bron: 50 jaar Serafijnsch collegeleven te Lokeren 1888-1938 door P. Antonellus Verschuere O.F.M.3, Sint-Franciscusdrukkerij, Mechelen, 1938) 2

P. Bertinus of Hubert Ceyssens, Wijchmaal 1870 - Tielt 1926. P. Antonellus of Honoratus Verschuere,Tielt 1890 - Lokeren 1955.

13


***■ f i r * £ y üa.^. * ~ Oc - — A . ' rƒ / JP ' LCsJ &UsC‘*VS>/é: C -Oa (*-

± -X*** r7-L.<ST- L& (O-Az^t *~--yA . J

^

^ 1 ‘L /’U /

^^ ,

"^J~OC-'/^i . 0 /~ SO / €'>■'

’t, LCZ-? -"/le CL- A. C-J,

4 y % f/L t C y çAÇ IfJ i& U J t.

<X. fi. y. à* £ -

? / ^/'

(T . $ ' T . U , f , X >

B,

,X

yr Z.o.ir, y

Ÿ lLÔJ Q fALi

-f* O tc U i\

Z'indiu'ajX twvedbé,

\ \ S ) l,âjril, J l ^ M )

M ___

c cr~ r o f c <v

tA t <pM X ^ Oc T v ' f j '

&btcJzï- .

‘Tl '* iXi/ix

h

7

l’ 5 'ƒ

C l jl/r} V ÎJ - V] $ ■

Q

.

r*<? ^ fj* ^ 5-- # Z t W

- C & U y l s & 'lx . X l) if 7 T ? 0 f t />J ' n 3 -

^

LO y ^ -rj Ç '0 ?-û -’< l-

isJiX

(3

X

.o[ \ l ($Ua

r

V yjJU" 4 / - ïe /ic S c tâ ïk

0 l y l °l ' 7 5" ■ 'yyT-oc^-o /3 c { < T l \ £ Z'Ck'- 'Iccfs**-

rra ^

tfio L -

< 7 /v

-

.

7tl4ÎU^C'vî'( i***

L u S & J* t'6 l -~iorC ^ n /'*e-v’^ J( UJj»<t - ï&#0<yl, /Vj

^y'..LQi.:". 'Z-BÇtn*

17 / ( O ' f ? t

Schoolboekje 1909

14

' s ttd is •

^


16 april 1909 In alle stilte vieren de minderbroeders het 75-jarig herstel van hun klooster in Tielt na de Franse omwenteling. 3 oktober 1909 De minderbroedersorde bestaat 700 jaar. In Tielt dankt burgemeester Emiel Van De Vyvere de franciscanen voor al het goede dat ze al voor de stad Tielt gedaan hadden. 1913 Laatste “officiële” foto in burgerkledij en eerste foto in Franciscaanse pij

1913-1914 16 september 1913 Inkleding in de minderbroedersorde te Tielt. Na een retraite van tien dagen krijgen de novicen hun Franciscaanse pij en hun kloosternaam, symbool van afstand doen van hun vorig burgerlijk leven: Georges Beeuwsaert wordt frater Hermanus O.F.M. Waarom Hermanus (of wie?) deze naam koos, kon ik niet achterhalen. Het was wel de gewoonte dat er nooit twee fraters of paters dezelfde kloosternaam kregen. Herman is een Germaanse naam en betekent: leger (her, heir, heer) aan­ voerder (man) of leidersfiguur. 15


Potloodtekening klooster Tielt (vóór 1933)

16


De heilige Hermanus Josephus van Steinfeld is een norbertijn die leefde van 1150 tôt 1241. Hij is o.a. schutspatroon van de horlogemakers. (Hij herstelde ooit de klokken in een nabijgelegen vrouwenabdij). Feestdag is 7 april. (Zie ook Davidsfondsuitgave nr. 319 van 1944/1: HermanJozef, de monnik van Steinfeld.) Een retraite is het zich terugtrekken in geestelijke afzondering voor een bepaalde tijd. De retraitant volgt lezingen, bidt en mediteert, leest alleen religieuze lectuur, onderhoudt het stilzwijgen en heeft geen contact met de buitenwereld. Deze godsdienstige oefening werd door de jezuïeten in 1562 in het leven geroepen. Een frater is een kloosterling-student, een pater een kloosterling-priester en een broeder een kloosterling niet-priester. Maar in de volksmond zijn het allemaal "bruine paterkes” gelijk. 17 september 1914 In het klooster van Tielt spreekt frater Herman zijn tijdelijke geloften uit. Men spreekt nu van de “geprofesten”. Kloostergeloften of vota religiosa zijn geloften, afgelegd in een religieuze orde en door de wettige overste der kloostergemeenschap in naam van de Kerk aangenomen. De kloosterling verplicht zich daardoor tot het onderhouden van de evangelische 'raden' van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid. Deze geloften behoren tot het wezen van het klooster­ leven en zijn een blijvend en niet te onderschatten offer: vrijwillige afstand van de tijdelijke materiële goederen door de gelofte van armoe­ de, van “de goederen des lichaams” door de gelofte van zuiverheid, van de vrijheid en zelfbeschikking door de gelofte van gehoorzaamheid. Deze drie geloften zijn voor de kloosterling een uitstekend middel in het streven naar de evangelische volmaaktheid en worden bij de franciscanen gevisualiseerd door de drie knopen in hun gordelkoord. (De minder­ broeders dragen geen riem maar een koord zoals de armen vroeger.) Kloostergeloften zijn steeds openbare geloften en men onderscheidt enerzijds tijdelijke of eenvoudige en anderzijds plechtige geloften. De tijdelijke geloften worden na het noviciaatsjaar afgelegd en zijn zowat een contract van bepaalde duur dat beide partijen kunnen verbreken: men kan vrijwillig uittreden, maar men kan ook weggezonden worden. Na drie jaar worden deze geloften bevestigd in de plechtige geloften, wat een eeuwigdurend contract is. Alleen Rome kan deze verbreken. Na de val van Antwerpen weken de novicen en de pas-geprofesten, onder wie dus ook frater Herman, uit naar Engeland. De novicen kon­ den ver van het oorlogsgewoel en -geweld hun noviciaat voortzetten bij 17


hun Engelse mede-broeders in Forest-Gate, de fraters-studenten in Clevedon. In 1882 trokken enkele Franse franciscanen van Amiens naar Engeland en vestigden zich in Clevedon (niet zo ver van Briston). In 1887 stichtten ze er een klooster en in 1902 verliet de laatste Franse pater het klooster dat ondertussen volledig Engels is en dat nu nog actief is en meerdere parochies in de omgeving bedient, (www.friar.org/clevedon)

klooster en kerk Clevedon, 1980 Intussen was het front gestabiliseerd en het leven vrij normaal geworden. Hoogeerwaarde pater Albertus Lismont4 was overtuigd dat, althans in het gouvernementsgebied, alle gevaar geweken was. Hij stond erop dat de opleiding van de jonge kloosterlingen zoveel mogelijk in de moederprovincie zou gebeuren. Begin november vertrekt hij over Nederland naar Engeland en brengt op 20 november novicen en geprofesten over Turnhout terug in het land. Zo komt frater Herman uiteindelijk in de gevestigde klerikaten van Rekem en Sint-Truiden terecht en verlopen zijn filosofische en theologische studies verder zo goed als normaal. De klassieke minderbroedersopleiding was als volgt: na een jaar noviciaat in Tielt, twee jaar filosofie in Rekem en vier jaar theologie in Sint4

P. Albertus, Albert Lismont, geboren in Gingelom bij Sint-Truiden in 1874, provinciaal van 1914 tot 1922 en overleden in Hasselt in 1923.

18


Truiden. Hierop volgde een jaar “eloquentia sacra” (dit is het onderwijs in de gewijde welsprekendheid) in Turnhout, van waaruit de afgestu­ deerden uitgezonden werden naar hun eerste opdracht. Anderen gingen naar Leuven voor universitaire studies of naar Rome om te doctoreren in de theologie. Voor pater Herman verliep de opleiding als volgt: humaniora in Lokeren 1907-1913 noviciaat in Tielt 1913-1914 kloosterleven in Clevedon, Engeland 1914-1915 filosofie in Rekem 1915-1917 theologie in Sint-Truiden 1917-1921 rechtstreeks naar Lokeren als leraar 1921 Pater Herman studeerde dus twee jaar filosofie in Rekem. Eén van zijn belangrijkste leraren was de dichter Hilarion Thans5. Kenmerken voor zijn gedichten waren: vormgaaf, fris en zangerig. Zijn klooster noemde hij “Omheinde Hoven”. Er is een gedenkplaat aan de kerk van Rekem aangebracht. Hij vertaalde ook het lied ”Kempenland” van Armand Preud'homme op tekst van Jozef Simons, in het Frans. De minderbroeders vestigden zich in Rekem (Lanaken, Limburg) in 1707 op uitnodiging van de plaatselijke graaf Ferdinand. Al in 1725 richtten ze er een latijnse school of college op. De Franse republikeinen sluiten het klooster op 17 februari 1797. In 1840 kopen de norbertijnen van Postel de leegstaande kloostergebouwen, maar al in 1847 keren ze terug naar Postel en kwamen de minderbroeders er terug. In 1893 werd het studie­ huis er gevestigd, dat in 1951 naar Vaalbeek bij Leuven verhuisde. Van 1952 tot 1956 was het een bijhuis van het Serafijns college van Heusden dat te klein geworden was en van 1957 tot 1968 was er het Pastoor van Ars-college voor late roepingen. In 2004 vertrokken de laatste vier minderbroeders en werd het klooster opgeheven. 5

P. Hilarion Thans, geboren in Maastricht in 1884 en overleden in Lanaken in 1963. Bijna gans zijn actief leven was hij leraar in Rekem.

19


17 september 1917 Plechtige geloften in het klooster in Sint-Truiden en kruinschering. Veel religieuze orden hebben de Egyptische priesterlijke gewoonte gevolgd om als symbool van onderwerping aan God, of als afwijzing van de materiële wereld, het hoofdhaar af te scheren. Men onderscheidde de dubbele tonsuur of tonsuur van de heilige Paulus waarbij heel het hoofd kaal werd geschoren (zoals bij de benediktijnen) en de enkele of de tonsuur van de heilige Petrus, waarbij men een krans haar liet staan (zoals bij de franciscanen). Deze krans werd steeds breder zoals later bij de priesters van het bisdom. De tonsuur werd in 1965 afgeschaft. De weg naar het priesterschap bestaat uit verschillende stappen. Eerst zijn er de kleine wijdingen, namelijk acolythatus of misdienaar en exorcistatus of duiveluitdrijver. Dan volgen de grote wijdingen, name­ lijk subdiaken en diaken en ten slotte de eigenlijke priesterwijding of presbyteratus. Wijding tot exorcistatus en acolythatus, ontvangen van mgr. Martinus Hubertus Rutten, bisschop van Luik. Het latere bisdom Hasselt, waar­ onder Sint-Truiden viel, behoorde toen nog tot het bisdom Luik. 3 juni 1920 Pater Herman ontving de wijding tot subdiaconatus en diaconatus van mgr. Benjamin Franc. Christiaens O.F.M., episc. tit. Polophaerus6, in het klooster te Sint-Truiden. Frans Christiaens werd in Tielt geboren op 24 februari 1844. In 1861 trad hij in het klooster te Tielt en kreeg er, misschien wegens zijn kleine gestalte, de kloosternaam Benjamin. Na zijn priesterwijding in 1868 werd pater Benjamin naar Rijssel gestuurd, belast met de zielezorg van de Vlaamse inwijkelin­ gen. Tijdens de Frans-Duitse oor­ log van 1870 was hij als vrijwillige aalmoezenier werkzaam op die "vreeselijke slagvelden”. In 1872 6

Mgr. Benjamin Franciscus Christiaens werd geboren in Tielt in 1844. Hij werd 87 jaar, was 69 jaar kloosterling, 63 jaar priester, 26 jaar China-missionaris en 42 jaar bisschop.

20


trekt hij als eerste Vlaamse minderbroeder naar Hué in China, dat later de weinig aantrekkelijke naam "bloedige missie” kreeg. In 1889 wordt hij er bisschop. Hij maakt er hongersnood en overstromingen mee en tot overmaat van ramp wordt in 1890 zijn ganse missie (kerk, klooster, seminarie, weeshuis) verwoest en uitgebrand door rovers. Gans bebloed wordt hij door christenenen ontzet. In 1896 komt hij voor 't eerst naar Tielt terug. De stad schenkt hem een gouden bisschopskruis met het wapen van Tielt erin gegraveerd. Vanop het balkon van het stadhuis spreekt hij de bevolking toe met een klok van een stem en in het Tielts: na dertig jaar is hij het nog niet verleerd. De Gazette van Thielt zorgt voor een kleurrijke verslaggeving. In januari 1897 vertrekt hij opnieuw naar China. De vreselijke vervolging van de boksers breekt los in 1898 en volledig ondermijnd en uitgeput is mgr. Christiaens, in 1899 pas 55 jaar oud, verplicht terug naar België te komen. Nog dertig jaar leeft hij in een soort van gedwongen werkloosheid in het klooster van Gent waar hij in 1931 overlijdt. Het klooster aan de Oude Houtlei in Gent werd in 2003 opgeheven. In Tielt werd een straat naar hem genoemd. (Meer hierover: zie L. Ceyssens, Benjamin Christiaens (1844-1931), in de Roede van Tielt, jg. 28 nr. 2, 1997, blz. 42-59) Mgr. Christiaens was de tweede Tieltse bisschop na mgr. Simons. Pieter Simons werd in 1539 in Tielt geboren, vermoedelijk op een erf ergens tussen de Wittestraat en de Stationsberm, waar nu de Pieter Simonsstraat is. In 1584 wordt hij de tweede bis­ schop van leper (Te bon et doux évèque') waar hij in 1605 een marmeren praalgraf krijgt in het koor van de kathedraal. Zijn wapenschild en spreuk ”Esto Fortis Simons” vinden we aan het huis nr. 42 in de Sint-Janstraat, w aar zijn neef zou gewoond hebben. Onze derde Tieltse bisschop is mgr. Godfried Danneels, geboren in 1933 te Kanegem-Tielt, onze huidige aartsbisschop.

21


12 maart 1921 En nu terug naar pater Herman: Wijding tot presbyteratus (= priesterwijding) in het klooster van SintTruiden, ontvangen van mgr. Christiaens O.F.M. Hij siddert als hij voor de eerste maal de heilige vaten mag beroeren. 29 maart 1921 Na de priesterwijding volgt een eremis in de geboorteplaats van de jonge priester. Meestal is dat een hoogtepunt voor de familie, de vrienden en de stadsgenoten. De jonge priester zal voor het eerst de Heilige Communie uitdelen aan zijn moeder, wat gewoonlijk als vrij emotioneel ervaren wordt. Levend in Jezus door Maria, voor God en de zielen! Ter dankbare herinnering mijner HEILIGE PRIESTERWIJDING en Plechtige Eeremis. St.Trmden 12 Maart - 1921 - Thielt 29 Maart. Ik dank O.H. Jezus-Christus, die mij in zulke verheven bediening stelde en mij, den minsten van allen, de genade schonk om aan de volkeren de ondoorgrondelijke rijkdommen van zijn H. Hert mede te deelen. (1 Tim. 1, 12. Eph. 3,8) Gaat en onderwijst alle volkeren. Overvloedig is de oogst, gering het getal arbeiders. De kleinen vragen brood en niemand is er om het te breken. Zie mij hier, o Heer, zend mij. Volgaarne wil ik mijn leven ten pande stellen voor de zaligheid der zielen. (Mtth, 28,19 ; 9,37 ; Thren 4,4 ; 2 Cor 12,15.) Heer strekke dit H. Misoffer tot heil en zegen mijner teerbeminde Ouders, Broeders en Zusters, mijner bloedverwanten en weldoeners zoo levenden als dooden. Ik smeek U, door O. H. Jezus Christus, Gij allen die mij bemint, gedenkt mij in uwe gebeden, want Gij weet dat veel wordt vereischt van hem die veel ontving. Maria, Moeder van Smerten, Onbevlekte Koningin der priesters, maak mij, ter meerdre eer en glorie Gods, een priester volgens Jezusâ&#x20AC;&#x2122;eucharistisch hert ; bekom mij de genade de versteendste herten te treffen, de gewonden te heelen, de bedroefden te troosten, de verdwaal­ den op den rechten weg terug te brengen. O. H.V Franciskus. P. Fr. Hermanus Beeuwsaert, Minderbroeder. Foto-Drukkerij Adr. Rietjens, Diesterstraat 47 (met foto op keerzijde) 22


Er werd een officiële groepsfoto gemaakt. In 1961 heb ik samen met Georgine, zijn zuster, de personen geïdentificeerd. Voor zover leesbaar en betrouwbaar:

van links naar rechts en van onder naar boven: Zittend op de grond: André Verbeke [zijn jongste halfbroer), Simonne Verbeke [zijn jongste halfzus) Eerste rij: pater Bonifacius, [gardiaan)7, deken Vandenberghe, Cyriel Verbeke (zijn stiefvader), pater Herman, Ida De Neve (zijn moeder), J. Van Walleghem (zijn grootmoeder), Georgine Beeuwsaert (zijn zus), pater Maurus8. Tweede rij: Jules Verbeke, Clémence Beeuwsaert, Leontine Hoornaers, Jules Beeuwsaert, Virginie Beeuwsaert, Stefanie De Soete, Petrus De Neve, Julie en Henri De Neve, Joseph Eeckhout (die stoelgeld ophaalde in de voorlopige Onze-Lieve-Vrouwekerk in de Oude Statiestraat.) Derde rij: paster Daelewijn, Leon Aernhout, Leonie De Neve, Elodie Van Overbeke, Alphonse Van De Woestijne, Remi Bernaert (priesterbestuurder van de Godelieveschool). Vierde rij: Jules Bossuyt, Elisa Valcke, Marie De Neve, Jules Termoute, Pol Verbeke (zijn halfbroer), Richard De Neve, Brigitte Verbeke (zijn halfzus), ... , Florimond Impe (de koster) 7

P. Bonifacius of Michel Moone werd geboren te Weert (NI) in 1870 en overleed te Hasselt in 1939.

8

P. Maurus of Cornélius Streefland werd geboren te Gouda (NI) in 1878 en was in het klooster van Tielt van 1907 tot aan zijn dood in 1936. Voor de Tieltenaren was hij een legendarisch figuur.

23


1921 - 1924 Pater Herman is leraar aan het Sint-Antoniuscollege in Lokeren, waar hij vroeger zelf studeerde. De leerkrachten werden toen gewoonlijk met 'professor' aangesproken. Hij gaf er "Latijn, Vlaamsch, Vaderlandsche en Gewijde Geschiedenis ” in de 6de en 5de (nu l s,e en 2de) Latijnse. Op 1 januari 1920 is het college zo goed als platgebrand. Hetzelfde jaar al begon de wederopbouw en op 10 januari 1921 werd de nieuwe kapel ingewijd. De jaren na de wederopbouw waren jaren van succes en rust. Pater Odoricus was er toen rector9. Er zijn enkele familiefoto’s bewaard van deze periode: met zijn moeder, met zijn oudste zus Georgine, de ganse familie. Op de keerzijde van deze foto’s lezen we: Photo De Neve, Meulebeke, dat was de broer van zijn moeder.

familiefoto 1924 (J. Maes, Thielt) van links naar rechts: Brigitte Verbeke (Tielt 1902-Tielt 1951), Simonne Verbeke (Tielt 1913Nukerke 1995), Pol Verbeke (Tielt 1904-Tieltl985), Ida De Neve (Tielt 1872 - Tielt 1954), Cyriel Verbeke (Pittem 1871 - Tielt 1950), André Verbeke (Tielt 1914 - Oostduinkerke 1997), Georges Beeuwsaert (Tielt 1894 - La Serena, Chili 1928), Georgine Beeuwsaert (Tielt 1898 - Tielt 1966). 9

P. Odoricus of Jozef Col, geboren te Rekem in 1886, rector te Lokeren van 1922 tot 1928, verbleef te Turnhout van 1937 tot zijn overlijden in 1976. Hij was een groot predikant en schrijver o.a. in De Bode, De Stem, Sacerdos. Hij schreef Vlaamse filmkes onder het pseudoniem Lodo.

24


Ondertussen had pater Herman zich kandidaat gesteld om missionaris te worden, een droom die in 1924 werkelijkheid werd: hij werd naar Chili in Zuid-Amerika gestuurd. We verplaatsen ons even in tijd en ruimte: 1553 De eerste franciscanen vestigen zich in Chili en stichten er de Franciscaanse provincie van de Heilige Drievuldigheid. Deze bestaat nog steeds en telde in 2003 nog 141 leden, (www.franciscanos.cl) 1562 In La Serena, de stad die ons verder interesseert, vestigen zich de eer­ ste minderbroeders, los hermanos menores. Dat is dus vroeger dan in Tielt ! Hun eerste kerk is van 1563 en de fondaties van de huidige kerk zijn van 1585. (zie ook bij 1975, 1977, 1997) 1890 Er is een nieuwe katholieke missioneringsgolf waarmee het Vaticaan de kerken van Latijns-Amerika meer onder Roomse controle probeerde te krijgen. Gelijktijdig waren de Portugese en Spaanse zendelingen minder gezien in Zuid-Amerika en de Italianen en Vlamingen zeer welkom. 1898 De Leuvense professor Louis Cousin heeft een leerstoel aan de universiteit van Santiago (hoofd­ stad van Chili) en zet 25 jonge Belgische ingenieurs aan het werk in de spoorwegbouw, o.a. de Transandino, zie verder bij 4-13 januari 1925. 15 juli 1907 De eerste Vlaamse minderbroedersmissionarissen vertrekken naar Chili en vestigen zich in La Serena. De eerste gardiaan ( = overste) is pater Liborius De Lodder10. Antoon De Lodder werd 10 Pater Liborius of Antoon De Lodder, ° Tielt 1880, missionaris in Chili 1907-1914, + La Serena 1914.

25


in Tielt geboren in 1880 waar hij in 1897 in het klooster treedt. In 1907 trekt hij naar Chili. Zeer jong, reeds op 33-jarige leeftijd wordt hij er commissaris-provinciaal, maar een jaar later overlijdt hij aan tyfus, zoals 15 jaar later ook pater Herman zal sterven. Hiernaast vind je een kaartje van Chili dat een duidelijk beeld geeft: een 4 300 km lange kust­ streek, gemiddeld maar 150 km breed. Ongeveer drie maal zo groot als Groot-Brittanië, is Chili werkelijk een land van unieke contrasten. We treffen er woestijnbouw aan in het noorden, land­ bouw en nijverheid in het midden, wouden en weiland in het zuiden. Twee bergketens strekken zich uit over de hele lengte van dit uitzonderlijke land; tussen het hoge en woeste Andesgebergte in het oosten en de kustgebergten in het westen liggen talrijke valleien en vlakten. Naar het zuiden toe wordt het kustgebergte een uitgestrekte eilandenarchipel, over de Straat van Magellaan tot aan Kaap Hoorn. In de democratische "Republice de Chile”, met Santiago als hoofdstad, leven nog niet eens zoveel inwoners als in België. De helft van de overwegend rooms-katholieke bevolking zijn blanken (ingeweken uit Duitsland, Spanje, ex-Joegoslavië e.a.). De andere helft van de bevolking zijn Mestiezen. De algemene voertaal is Spaans, de munteenheid de peso. De Vlaamse minderbroeders zijn actief in het noorden, van Santiago tot Iquique. 1920 - 1931 Politieke situatie in de jaren 1920 in Chili: vóór 1920 hadden de groot­ grondbezitters en de zware industrie, zoals koper en nitraatmijnbouw, alle macht in handen. Maar de zich ontwikkelende industrie leidde ook tot het ontstaan van belangrijke arbeidersbewegingen. Hieruit groeiden logischerwijze politieke volkspartijen zoals de radicale en de socialistische partij. In 1920 werd de progressieve liberaal Arturo Alessandri Parma tot president verkozen. Hij ijverde voor inkomstenbelasting, zowel persoonsals bedrijfsinkomsten, alsook voor sociale zekerheid en werktijdverkorting. 26


Maar in 1924 bracht een militaire staatsgreep generaal Carlos Ibahez Del Campo aan het bewind en de klok werd stilgezet zoniet achteruit gedraaid. In die jaren was pater Herman actief in Chili. In 1931 kwam Arturo Alessandri opnieuw aan de macht en werd Ibanez gedwongen in ballingschap te gaan. En bij ons: De tweede helft van de jaren 1920 waren jaren van economische her­ opleving. De zogenaamde “gay-twenties” koesterden de illuzie dat het oorlogsleed nu achter de rug was: de economie deed het zeer goed en op internationaal vlak bestonden er vrijwel uitsluitend vredesinitiatieven. Vanuit Amerika sijpelde de “American way of life” binnen: consumeren was de boodschap! In Tielt nam het allemaal niet zo’n vaart, hoewel sociaal en politiek een en ander bewoog. De verkiezingen, op basis van het algemeen enkelvoudig stemrecht (1919], brachten de arbeidersbeweging op het voorplan. De socialistische partij en de vlaams-nationale frontpartij komen erbij. De oude katholieke partij, rond de latere eerste minister Aloys Van De Vyvere (1925) moest definitief afstand doen van haar vooroorlogs paternalisme. De christelijke arbeidersbeweging waagde in 1926 wel een solo-avontuur voor de gemeenteraadsverkiezingen, echter zonder succes. 11 november 1924 TER GELEGENHEID van mijn vertrek naar de zending van CHILI (ZUID-AMERIKA ) + Bidden we voor malkander. + Pater HERMANUS BEEUWSAERT convent o de los Padres Franciscanos La Serena (Chili) + Thielt, 11 november 1924. Dr. J. De Fnster-Van Landeghem, Thielt) Op keerzijde: afbeelding van het laatste avondmaal van Leonardo Da Vinei in Milaan. “Met groot verlangen heb ik verlangd met U dit Pascha te eten; neemt en eet, want het is mijn lichaam.” Luc. 22. Er zijn ook prentjes gedrukt met zijn foto op keerzijde, deze die zeer veel gebruikt werd, ook voor zijn doodsprentje. De fotograaf was: Photo H. Wielfaert - Casaert, Sinte Michielstraat, Thielt.

27


15 november 1924 uit de Gazette van Thielt: Nog een Thieltenaar is naar ’t missieveld vertrokken, Zaterdag heeft onze stadsgenoot E. Pater Hermanus Beeuwsaert van de orde der minder­ broeders (Recolletten) tijdens de missen ter paterskerk een aandoénlijk afscheid genomen van zijne stadsgenoten. Des namiddags had de afscheidsceremonie plaats te Gent in de kerk der recolletten op de Houtlei waar onder het lof, gecelebreerd door onzen thieltschen bisschop mgr Benjamin Christiaens, het afscheidssermoen werd gehouden door E. Pater Odoricus, rector aan het serafijnsch college te Lokeren. Dinsdag is E. Pater Hermanus Beeuwsaert, samen met E. P. Félix Van de Cotte van Everghem te Antwerpen scheep gegaan voor de missie van Chili (Zuid-Amerika). Aan onzen eerweerden stadsgenoot en aan zijn makker, E. P. Félix, wenschen wij eene voorspoedige reis; moge God hen welbehouden in hun missiepost laten aankomen, en ook voor hen met een rijken zielenoogst en met veel zielsvreugden zegenen: het zendelingsveld dat daar vóór hen reeds is gelabeurd met het werk en besproeid met het zweet van onzen op het missieveld jong gevallen Thieltenaar, zaliger pater Liborius De Lodder. Gods liefde zond hen; Gods liefde sterkte hen; Gods liefde Loone hen. “De Gazette van Thielt” werd op 5 april 1850 boven de doopvont gehouden. J.B. Loosveldt was vader, deken Darras was peter. De “Gazette van Thielt” verscheen twee maal per week (de woensdag en de zaterdag). De ondertitel was: “godsdienst, taal en vaderland”. Drukker eigenaar J.B. Loosveldt werd in 1867 opgevolgd voor Désiré Minnaert. Na de eerste wereldoorlog kwam de krant in handen van de familie De Fuster. 90 jaar lang heeft de “Gazette van Thielt” standgehouden! Samen met het Belgisch leger ging deze Tieltse krant in 1940 ten onder door Duits geweld. In september 1977 verschijnt er een nieuwe stadskrant die de oude naam overneemt: “De Gazette van Tielt”. Degelijk, eerlijk en onaf­ hankelijk, zoals de initiatiefnemers het zelf formuleerden. Als onder­ titel gebruikten ze de woorden van Herman Teirlinck: liever geschuwd om mijn waarheid dan gezocht om mijn schijn. In december 1986 verscheen het laatste nummer.

28


Vertrek naar Chili vanuit Antwerpen samen met pater Félix". Van zijn moeder neemt hij in Tielt afscheid, de reis naar Antwerpen ziet ze niet zitten. Tevens is ze ervan overtuigd dat ze haar oudste zoon nooit meer zal weerzien, wat ook zo uitgekomen is. Pater Herman heeft zijn reis­ verhaal opgeschreven en doorgestuurd naar Vlaanderen. Hier volgt zijn relaas:

Porto, 21 November 1924 Naar chili. Duurbare stadsgenooten, Belofte blijft schuld, en als ik ze niet houd, krijg ik n ’ bult ...e n zoo een kasken kan men missen. Nu zitten we in Porto Leixos, maar zonder een glas porto. Tot hiertoe loopt alles op wielkes; de zee is voor ons een goede Moeder geweest, alhoewel ze ons soms gewiegd heeft naar de laatste mode ... God dank, we hebben al één groot stuk van de reis achter den rug. Doch, beginnen we met het begin, om geenen hutsepot te maken o f van den os op den ezel te springen. We moesten aanzetten, den 11 November, om 11 uren van den voor­ middag, dat maakt 11 uren van den elfden dag der elfde maand. Alles was reisvaardig, het droevig vaarwel was gezegd met veel tranen, aan de beminde familie, we bevonden ons aan boord. Een dikke mistgordijn hing over de Schelde, wij wachten, wachten, er kwam geen einde aan; P. Felix-Valesius, Noë Van De Cotte, geboren te Evergem in 1896, missionaris in Chilli van 1924 tot 1962 en overleden te Gent in 1962.

29


middag één uur, we bleven opgesloten en de familie kon het maar over haar hart niet krijgen ons te verlaten en de loods wou absoluut niet ver­ trekken, ’t was te gevaarlijk. Opeens nieuws ... het schip vertrekt maar ’s nachts om 11 uren en wij vliegen uit het schip, blij als kermisvogels, bij onze familieleden. Wat gelukkig samenzijn dien namiddag, dat was n ’ verrassing, een aardigheid, men kwam voor ’t afscheid der missionarissen en missionarissen waren tegenwoordig aan ’t afscheid hunner familie­ leden, het meestendeel was heen getrokken. Doch eenigen bleven hard­ nekkig in hunne genegenheid, ze zouden ons niet verlaten, al moest het nog twee dagen duren; zij bleven bij ons mijne twee zusters, Georgine en Brigitte, daarbij nog vier goede kennissen. Om 10.30 waren we aan boord en helaas! nog te vroeg ; we daalden a f naar onze kabien, met ons achten en daar hebben we malkander getracteerd met iets lekkers, men lekte zich de lippen a f van de eenmalige zoetigheid ... vergeef mij dat oogenblik genot! Om 12 uur kwam de loods aan boord, stak eens de neus in de lucht, t' besluit was genomen, op staanden voet alles in gereedschap voor de overvaart; de touwen werden losgemaakt de brug opgehaald, de stoomfluit gilt over het water en weg vaarden we. Wat er nu in mij omging kan ik niet schrijven, men toonde uiterlijke vreugde doch men moest zich bedwingen, alles vaarwel zeggen misschien voor vele jaren, doch het is voor den Heer, t ’ is voor het welzijn van duizende onsterfelijke zielen, Zijn aanbiddelijke wil geschiede! Een wuiven van zakdoeken, zwaaien van handen, toeroepen van vaarwel, goede reis, tot wederziens! ... Ze volgden den boot tot we ze eindelijk uit het oog verloren; we ÖELGO IIONO M EM CM NE trekken naar onze kabien zonder veel te praten, het gemoed was vol. Eerste nacht of liever halve nacht aan boord. Een kabien met twee bedden, lange maar zeer smal, het eene boven ’t andere; we hebben lotje getrokken wie er in ’t bovenste moest kruipen en t ’ lot viel op mijnen rug. Ik beklaag mijnen kameraad; val ik er door, hij is zoo plat als eene vijg. Ik kruip of liever, ik klim op mijn leerke, het gaat hier lijk in een kieken­ bulletin de la chambre de commerce kot; boem! ik vlieg met mijn belgo-latino-américaine, maart 1926 hoofd tegen den bak waarin de BULLETIN DE

LA.

CHAMBRE DE COMMERCE

VOL. II

Sièo« S ocial

M ARS

N 3__________________ BRUXELLES__________________ \926___________ |

30


reisgordels liggen! sapperdebleutjes! nu lig ik met mijnen bril op mijnen neus! hela kameraad neem eens dien kerel en leg hem onder uw bed, goed nu mag ik op mijn twee ooren slapen; neen piero! zoo niet! nevens ons kabien woont een gansche familie voor Rio de Janeiro (Brazilië), vader, moeder, schoonmoeder, 3 dochters en een zoon en de kleine Georgine is maar 4 maanden oud, en die speelt nog al veel viool, en zoo worden we nogal dikwijls wakker getrompet. s'Anderendaags kunnen we alle twee de H. Mis opdragen. De uren der maaltijden zijn: 1. Klein ontbijt: koffie met Fransch brood, om 7 ure 2. Groot ontbijt: 3,4, porties, met wijn, dessert: om 11 ure 3. Thee: om 3 ure 4. Middagmaal: groot gala 3, 4, porties, extra, opperbest, zelfs voor de fijnproevers; om 6 ure; Het overige van den dag wordt verdeeld tusschen breviergebed, lezing, gezellig kouten met de passagiers, spel, enz. zoodat de dagen als rook heenvliegen. Le Havre: aankomst den 12en om 24,30 ure in vollen nacht. Daar zou­ den wij blijven tot den 15en zaterdag. Hoe die dagen doorgebracht? Bij ’t eerste morgenschieten, op zoek naar een kerk om de H. Mis op te dragen; zoeken zonder einde; op den tram naar t’ centrum van de stad. We vallen binnen in het externaat St Joseph, Victor Hugostraat, waar we met open armen ontvangen worden. Daar schiet ons een gedacht te binnen, zijn we hier ver van Lisieux? Geenszins Paters, antwoordt men ons. Ons besluit is genomen: op bede­ vaart naar het graf van de Gelukzalige Theresia van t ’ kind Jésus. Theresia van het Kindje Jezus of Theresia van Lisieux of de kleine Theresia is een Franse heilige, geboren in 1873 te Alençon en over­ leden te Lisieux in 1897. Op 15-jarige leeftijd werd ze, na pauselijke goedkeuring gezien haar jeugdige leeftijd, karmelietes in Lisieux waar reeds drie van haar zusters waren. Ze leefde kinderlijk een­ voudig, aanvaardde alles met blijde offervaardigheid, ook haar vroegtijdige ziekte en dood. Dat was haar “kleine weg”. In 1923 werd ze zalig verklaard (daarom zegt pater Herman: de gelukzalige Theresia) en in 1925 wordt ze heilig verklaard. Haar feestdag is op 3 oktober. Meestal wordt ze voorgesteld als karmelietes met rozen en kruis tegen de borst gedrukt of rozen aan haar voeten. Dit verwijst naar haar laatste woorden: ik zal rozen uit de hemel laten regenen. Drie kwartiers per boot naar Trouville; dat was me een wiegelen en schommelen van belang, de baren kletsten over den boot, de koffers en 31


pakken en stoelen tuimelden t ’ onderste boven, t ’ was n ’ woelige over­ vaart. Toen we aanlandden zonder zeeziekte, spoedden we naar den trein en direkt naar Lisieux. Aangename stonden beleefden we daar; veel heb ik voor u gebeden in dat gezegend heiligdom, waar er alle uren van den dag een massa volk samenstroomt, s’ Avonds waren we de gasten bij een juffrouw en ook de t ’huiswachters, we hebben goed geslapen, alhoewel ik op de lakens lag in plaats van er tusschen. Van hieruit stuurt hij een prentje met relikwie naar huis, een stukje hout “du plancher de l’infirmerie où mourut la bienheureuse Thérèse de l’Enfant Jésus”. Op de keerzijde schrijft hij op de rand: Gedenkenis aan de familie uit Lisieux. 13/11'24. Ik heb er veel voor u gebeden. Herman.

s’ Morgens smaakten we het geluk de H. Mis op te dragen in de kapel der E.E.Z.Z. Carmelietessen, om aan de Gelukzalige ons Apostolaat aan te bevelen en hare bijzondere voorspraak voor t’ overige van de reis af te smeeken. Versterkt en opgebeurd, keerden we naar Le Havre terug; we werden ontvangen als de Engelen bij de goede priesters van t ’ Extemaat St Joseph, aten in den refter met de E.E.H.H. Leeraren en de studenten. Vertrek uit Le Havre, 15en om 23 uur. Och arme ! Mijn compagnon was zoo ziek als een hond. Hij was geen pijpe tabak waard, hij kon de H. Mis niet lezen, 2 dagen is hij onder zijne dekens gebleven, hij zag eruit als een afgelekte boterham; het is profijtig voor de Compagnie en voor de visschen, die veel voedsel krijgen. Dien dag heb ik kennis gemaakt met al onze medereizigers. Het is een mengelmoes van alle rassen en natiën; Duitschers, Russen, Polakken, Hongaren, Oostenrijkers, Tcheko Slowaken, Franschen, enz. enz. Een van de Russen had ons genomen voor Patriarchen, omdat hij ons in Antwerpen had gezien met al die familieleden, en met zoo n ’ groot gevolg en we antwoordden aan dien Rus Krabbelakopski dat het onze familie was en aan een ander Kurieusneuski antwoorden we waarvoor we aan onze familie een kruiske gaven alvorens heen te varen aan die sneukeljongski’s en vraagsteertjeski’s moeten we soms van alles uitleggen. Ze zijn vol eerbied voor ons en spreeken gaarne met ons, want vele spreken Duitsch. En nu, slaapt wel, de groeten aan ulder slaapmutse, we vertrekken van den achternoen uit Porto Leixos om 3 ure en varen onder Gods hoede naar Dakar in Senegal (Afrika) 7 dagen varens ... met het doopsel aan den Eevenaar. 32


Meer nieuws uit Dakar. Een weesgegroetje a.u.b. P. Hermanus Beeuwsaert, Porto 21 November 1924 Deze tekst werd ook in zijn geheel opgenomen in de Gazette van Thielt van zaterdag 6 december 1924.

De boot waarmede ik gekomen ben; het is getrokken in eene zeehaven van Spanje. P.Hermanus. Deel II zonder datum of stad: Naar Chili Beste vrienden Altegader Zeven mannen van de keuken waren blijven hangen in de kroegskes van Antwerpen, de boot floot en zij stonden daar met hun mond vol tanden en misschien met het bier in den man en de wijsheid in de kan. Den 15 November om 11 ure stoomden we uit de haven Le Havre met de vledermuizen, recht op La Police. We wisten algauw met welke passagiers we te doen hadden, van alle kaliber, van alle nationaliteit, van alle gods­ dienst. En vooral, van ons compagnie, tusschen haakjes gezegd, van dan af vormden twee partijen: de Fransch-verstaanden en de andere-taalsprekenden; om voort te gaan, zekere Maurice Guini, een commis-voyageur, van Parijs, een bereisd man, dacht me een poets te spelen maar ik heb hem 33


een tand getrokken. Hij geeft zich uit voor alles en voor niets; hij meent alles te weten van naaldeken tot draad; hij geeft zich uit voor vrijmetselaar, voor spiritist, voor ongeloovige, enz. t ’ is me n' artist, hij heeft het hart op de tong en kan klappen voor vier. Wat we daar getwist hebben tot 10.30 ure van den nacht, kan ik niet vertellen. Hij sprong van den os op den ezel, hij draaide rond de pot en op t ’ einde viel hij erin. Hij was zoo plat geslagen als eene vijg met al zijn drogredenen; nogthans zijn we de beste vrienden geworden, geen oogenblikske verlaat hij de compagnie, nu en dan haalt hij wel een oude koe uit den gracht, doch hij is voor­ zichtig als een serpent. Ons gezelschap bestaat uit een Belgische en een Fransche juffrouw, de comis-voyageur, een Deen, een Oostenrijker, een Hongaar en wij getweeën zoodat de een de tolk is voor den anderen. En gedurig moeten we vertalen want ze meenen dat we malkander voor den aap houden, wat soms voorvalt, want de reis is lang en eentonig, koekoek ééne zang en we moeten soms lachen en malkander plagen om die eentonigheid te breken. Doch mijn arme gezel, Pater Félix lag twee dagen met de zeeziekte hij kon niets eten of t ’ was verkocht aan de visschen en hij moest naar zijn bed, alhoewel t ’ is beter gegeten dan t ’ bedde versleten, ik hield mij kloek en rookte als een Turk om maar de zeeziekte niet te krijgen en God dank, ik bleef tot hiertoe gespaard van die onhebbelijke kwaal. Arme gezel, hij sliep een gat in den dag, kon de H. Mis niet opdragen was zoo bleek als was, binnen kort kan men de gazet door zijn kaken lezen, zoo vermagert hij. Gansch den namiddag ligt hij: als ’n gelukzalige op ’t dek in een zetel te verzonnen, hij zegt noch boe noch ba, hij is geen cent waard; hij was de eenige niet, het dek was een echt hospitaal. Maandag 17 November. Om 4 in den namiddag stevenen we de haven van La Police binnen. Een zwerm mannen van de staat schepen in voor Dakar (Afrika) alles gratis, de staat zal wel de kosten dekken, en daarbij in eerste klas. Een heer steeg de ladder op met een schoothondje onder den arm en een korf met twee hondjes in de andere hand, ook al passagiers. Na veel sjouwen, loopen, roepen, stooten zijn ze allen aan boord, en om 9 ure ’s avonds zijn we wederom aan ’t varen. Dinsdag 18 november. Alleronstuimigst weder. We schommelen van links naar rechts, van voor 34


- naar achterwaarts, t ’ is als een bende zatterikken die voortstrompelt op t’ dek de baren stijgen met geweld, hoe schoon, hoe grootsch is Gods natuur! Land! land! roept men opeens; alle neuzen in de lucht, alle verrekijkers komen te voorschijn. Bilbao stijgt op uit de zee! Eeuwig groene heuvels, schilderachtige huizen, wijngaarden, citroenbomen, geen plekje onbebouwde grond in die altijd zonnige streek. Ongelukkiglijk kunnen we niet aan wal, wij ankeren op eenigen afstand van ’t land. Een gansche vloot schuitjes nadert... koop­ lui, echte zeeschuimers, in een twee drie ligt een touw op onze boot, en die Spaansche verkoopers beginnen hun litanië: mandarinas, sardinas, higas, cognac; in t ’ Vlaemsch : appelsienen, sardienen, vijgen, cognac, wijndruiven, zeep ... alles te verkrijgen met geld ...e n het mandje stijgt met de waren en t ’ daalt met de centen ; en sommigen spreken Spaansch lijk een gans, de koopers en verkoopers verstaan malkander niet t ’ is een roepen en tieren, uitleggen met handen en voeten, dos francos, cinco francos ... enz. ze verkochten goed. En ze keuren malkanders waren af en liegen dat t ’ kletst. En vooral kan er een zijn waren aan den man brengen, een dikken, met kaken lijk trompetten, men had hem uit zijn vel kunnen schudden, hij roept als een bezetene en hij verkoopt veel omdat de reizigers er zooveel leute mede hadden. Kletsboem! tot tweemaal toe, werpen ze zijn mandeken en heel den boel in ’t water, doch: hij miek zich geen kwaad bloed, terwijl zijn compagnon kwaad werd als een Engelsch haantje. Doch de dikke blozerd verliest den moed niet, langs een dikke koorde klimt hij naar boven en stelt daar zijn waren aan den man. Om 8 ure gilt de stoomfluit 3 maal en we varen weg naar Villargarcia. Donderdag 20 November Als we s’ morgens wakker worden is alles stil, geen gerucht van machienen, geen geschud van het schip. Om 3 ure s’ nachts waren we aangekomen in Villagarcia; wederom moesten we aan boord blijven, juist tijd genoeg om koop­ waren en reizigers in te schepen, om 9.45 ure wederom weg naar Vigo, de schoone stad van Spanje. Meer nieuws uit Rio de Janeiro 35


(Brazilië). Een weesgegroetje a.u.b P. Hermanus Deze tekst werd in zijn geheel opgenomen in de Gazette van Thielt van zaterdag 27 december 1924.

Pater Herman en pater Félix aan de reling met hun kapmantel open. Bemerk het missionariskruis dat de paters op hun borst dragen. Elke missionaris ontving dit bij zijn eerste afreis en hield dit meestal zeer zorgvuldig bij tot het einde. III Naar Chili Broeders Altegader, Donderdag 20 November Vigo de schilderachtige stad met hare heuvels toont zich aan den gezichtseinder. Om 1 ure ligt het schip geankerd en talrijke plezierbootjes komen om de liefhebbers, die verlangen de stad te bezoeken. Doch visa voor Spanje bezitten we niet, de Spaansche agenten staan gereed om ons passa porta te onderzoeken. Wat gedaan? De schoone stad lokt ons aan. In duizend haasten naar den commissaris van t ’ schip om ons paspoort, blij als kermisvogels toonen we het aan den Staatsman, hij ontpooit het, kijkt er niet naar, plooit het toe, doet de klak af, groet bijna tot op den grond en gansch de compagnie stormt de ladder a f en we stoomen naar de kaaien. Ons eerste werk is naar de bank om wat geld te wisselen. Wij stijgen straat op, dalen straat af, klimmen altijd hooger en hooger, en beziens dat we hebben, ze nemen ons voor Duitschers, want eenige 36


minuten voor ons was een Duitsche stoomboot aangekomen, de “Monte Sarmiente” wij verklaarden bij hoog en bij laag: Belgas! Belgas! De lustige Maurice was van t ’ gezelschap en de Hongaar zou onze photo nemen. Een vuil vrouwke met perkament gezicht een oude doos, zat op een steenen dam met een mande krabben; een gedacht, wij allen, met zes, zetten ons nevens die dame. Maurice neemt een krabbe in de hand, houdt ze boven t ’ hoofd van t ’ vrouwke en hup! we zitten in t ’ dooske. Het krioelt hier van kinderen, van arme kinderen. Vol eerbied komen ze naar ons toegestroomd, kussen onze hand, onze koord of het kruiske van onzen paternoster, wij stijgen tot op het hoogste punt der stad en van­ daar genieten we een allerschoonste panorama. s’ Avonds na allerhande wederwaardigheden stijgen we aan boord en om 8.30 ure varen we naar Porto Leixos. Vrijdag 21 November. Aankomst in Leixos om 12 ure s ’ nachts. Ongelukkiglijk mogen we niet aan wal gaan,omdat de Portugezen niet toelaten aan kloosterlingen in habijt te gaan; alle geestelijken moeten in gentleman gekleed zijn. Tot 3 ure van den namiddag zitten we opgesloten terwijl velen naar Porto gaan om er een goed glas echten porto te drinken. En nu vooruit, 7 dagen varen zonder ophouden tot Dakar (Afrika) Het getal passagiers is volledig. Rond de 500. Veel Spanjaarden, land­ verhuizers, laweitmakers van belang, heele dagen rondloopen als wilden, muziek en dans ontbreekt niet; ze roepen lijk bezetenene tot laat in de nacht, onmogelijk vroeg de oogen te sluiten, s ’morgens heel vroeg maken ze ons wakker. In 3e klasse economique (hetzelfde als 2e klas) waar in wij zijn, lezen wij alle dagen 2 missen een vijf en twintig man woont ze bij. En Zondag 23 November moesten wij 3 missen lezen een in 3e klas en in 2e klas om 8.30 ure, daarbij moest ik nog een lezen om 9.30 ure in Ie klas. Zij hebben goed hun best gedaan, bijzonder in 3e klas en kijken, die Russen, Joden en andere aardigegajementen. In t ’ algemeen is iedereen ons zeer sijmpatiek, beleefd allervriendelijkst. Om 1 ure in den namiddag 27 November, landen we aan te Dakar bij de Zwarten en dan voor tien dagen tusschen hemel en aarde naar Rio de Janeiro (Brazilië) Tot later beste Vrienden, vergeten we malkander niet, uwe gebeden ver­ gezellen ons, we voelen het, Goddank, het weder is uitmuntend, de zee kalm, het schip loopt zachter als de koffiemolen Thielt-Meulebeke, Zo noemde men de boemeltrein in Tielt. De treinlijn TieltIngelmunster werd geopend in 1854 en de lijn Tielt-Deinze in 1855. 37


Deze boemeltrein noemden de mensen “Kamielke”. Zijn eerste halte was aan ’t Meerlaantje (Driesstraat) ! alleen een klein snokske van de machienen, doch we moeten eraan gewoon worden. Tot binnen eenige dagen. Meer nieuws uit Rio. P. Hermanus, Missionaris in Chili Deze tekst werd ook volledig opgenomen in de Gazette van Thielt van 3 januari 1925. 21 november 1924 Vigo. Vista General de Castille del Castro, zichtkaart verstuurd naar het thuisfront. Op 20 november verlieten ze Spanje (Vigo) en ’s anderen­ daags landden ze in Porto, waar dit kaartje gepost werd:

Mr Cyriel Verbeke Hoogstraat Thielt (W.VL.) Belgica + Herman + Porto-Leiyaès 21/11 ’24 IV Naar Chili Beste Vrienden, Ik hoor van verre, t ’ is nog niet met den radio van Ruyselede, hier en daar een ongeduldig zeggen: “de Pater heeft ons vergeten, hij is misschien versmoord! In de jaren 1920 werd door de Belgische staat 80 hectaren gekocht van de gemeente Wingene, aan de overkant van het opvoedingsgesticht. Hier werd het “radio-elektrisch centrum” van Ruiselede opgericht, officieel SCRE of Service Central Radio Emission (natuurlijk!). In de 38


volksmond spreekt men van de (radio) torens van Ruiselede, alhoewel er zich slechts één zendmast op grondgebied Ruiselede bevond. “Neen duurbare stadsgenoten, gij blijft allen nog frisch in mijn geheugen, lang heb ik u laten wachten, t ’ is waar, doch op reis, is het zoo moeilijk eenige zinnen aan een te lasschen, het hoofd staat er niet op: Waar heb ik u weer gelaten met reisbeschrijving? We hadden Spanje ver­ laten. en nu varen we den grooten Atlantische Oceaan binnen. Dagen en dagen, water en lucht, ditmaal heldere blauwe Zuiderlucht. Hoe krijgen we die lange eentonige dagen om? Mijn arme compagnon is de hard­ nekkige vriend van de visschen, hij eet weinig; en, con permisso, zeggen ze hier, in Chili, betaalt tolrecht aan de inwoners der zee. En uw dienaar smoort geheel den dag pijpen en nog pijpen, ’t is allemaal pijp wat de klok slaat, gelukkig dat ik een goede provisie van echten Vlaamschen tabak bezat. Onder het rooken neem ik Spaansche les bij den Spaanschen geneesheer der landverhuizers, hij leert ondertusschen Fransch en zoo kraakt hij Fransche noten en ik Spaansche. De landverhuizers zijn zot van ’t lottospel en ’t is gansch den dag, als ze geen goeste hebben om te dansen eene litanie van getallen, ’t zijn alle­ maal Spanjaarden en zij hebben een speciale manier van afroepen, b.v. voor 33 zullen ze roepen anos de Christo, de jaren van Christus; voor 4 patos de perro, hondspooten; voor 83 vieja mujer, een oud lelijk wijf; en voor 15 nina bonita, een lief kindje enz; om er nog meer geestdrift in te steken, geef ik hun eenige prijzen: santjes, medalietjes, chocolade, cigaren, bananen ...z e zijn ermede opgezet, ze vechten om een kaartje te krijgen en zoo houden ze zich deftig bezig. Ze houden veel van de Padrecitos, de Paterkes, en als ik ’s zondags voor hen de mis lees, zijn ze allen op hunnen post en vragen met dozijnen om de misse te mogen dienen. Hoe de anderen van onze klas bezig houden? Eenige surprisen! paketjes met allerhande goede en soms slechte dingen in. We hangen ze aan een koord, blinddoeken den een na den andere, en zoo slaan ze gelijk blinden naar een ei en ze lachen lijk bulten en weldra is de tweede klas over­ rompeld door de derde en iedereen wil probeeren. En zoo kruipen de dagen voorbij in leute en aangenaam tijdverdrijf. Eindelijk zien we in ’t verschiet de poerdroge kusten van Afrika, we naderen Senegal, en den 27 November stevenen we de haven van Dakar binnen, rond 2 uren, in ’t heetste van den dag. Kijk, kijk, langs alle kanten stijgen zwarte koppen uit het water; wat is dat? hoe langer men kijkt hoe meer men er ziet. ’t Zijn neger geldvisschers, de passagiers goeien geldstukken in ’t water en in een, twee drij, duikelen ze onder en komen boven met het geldstukske in de hand en steken het in de mond, zoodat hij op ’t einde propvol zit. 39


De groote heeren, staatsambtenaren, staan gereed om ons te verlaten en wij zijn zinnens, niettegenstaande de drukkende hitte een toerke te doen in Dakar. Foei ’t is om te braden: stikkend warm. Hier hebben we zoo veel staalkes van kleederen gezien naar de laatste mode ... Afrika. Eerbiedwaardige negers, aartsvaders, in fladderende blauwe satijnen mantels; arme duivels van menschen, met eenige lompen rond hun lijf; andere met een hemd boven hun broek, waaiend als een vaandel; zoo een collectie, ’t zien waard. Mahomedanen zitten zich te wasschen, naar de voorschriften van Vader Mahommed. Eerst een bezoek aan de Paters van den H. Geest om wat wijn en wat hosties te vragen voor het vervolg van onze reis, naar Rio de Janeiro, namelijk 10 volle dagen. De paters van de Heilige Geest of de Congregatio Sancti Spiritus (C.S.Sp.) werd gesticht in Frankrijk in 1703 om arme studenten tot missionarissen op te leiden. Het hoofddoel van de congregatie was oorspronkelijk de bekering van het zwarte ras met voorrang voor de Franse kolonies. In de jaren 1920 waren er in België zes kloosters, o.a. een in Leuven. We loopen drie, vier winkels a f om wat vijgen te koopen, eindelijk vinden we er een, doch peperduur; mijn compagnon die anders niet veel onder den tand wil, heeft veel lust in vijgen, geen oorvijgen hoor! Het was onmogelijk de vrouwen te fotografeeren, zoohaast ze het toestel zagen, vluchten ze gelijk den duivel die wijwater ziet; eenige straatjongens hebben gewillig hun persoontje geleend, om in het kaske te laten steken, om 7 ure moeten we aan boord zijn, want om 8 uren steken we van wal. We zijn reisvaardig, doch 3 stokers ontbreken, 3 maal galmt de sirene, niemand te zien; men wordt ongeduldig, eindelijk komt een auto aan­ gesnord en daar springt een zwarte a f en klautert de trappen af; nog 2 ontbreken, een voiture komt aangerend en daar is de tweede zwarterik en eenige minuten daarna is de derde trutselaar aan boord en nu voor­ uit, de wijde zee is voor 10 volle dagen. Het is de traditie aan den Evenaar het doopsel te dienen, aan degenen die de eerste maal oversteken. Neptune met grijzen baard, hooge puntige kar­ tonnen muts, skepter in de hand, treedt vooruit met zijn gevolg. Politieagenten vergezellen hem om wederspannigen, de onwilligen te dwingen. Een groote bak met water is gereed, een bankske, en de barbier insgelijks om ze alvorens te doopen den baard te scheren. Met een houten mes staat hij gereed, een grooten witborstel een emmer zeepsop. De eerste doopeling zet zich op ’t bankske voor Nepunus. De barbier zeept hem in, 40


dat hij noch hoort noch ziet, haalt zijn lang, houten scheermes te voor­ schijn en krabt de grootste brokken a f en hoplala ! zonder dat hij het weet valt de geschorene hals over kop in den waterbak, en duikelt en komt boven, snakkens naar zijnen adem. En zoo tot 10 worden er gedoopt. Een opgeschrevene ontbrak, een ’T jeko-Slovak, een joodje. Hij had zich ver­ borgen en de politie op zoek. Hij werd ontdekt en geboeid op het tooneel gebracht en dubbel ingezeept en goed onder water gehouden en zoo zaten ze te vechten en te duikelen dat het water in de lucht spatte. En nu de vrouwen. Men zou er zoo ruw niet mede omgaan. Men spoot op hen met eau de cologne en wij Paters, werden vrijgepleit, doch wan­ neer de comissartis van ’t schip voorbijkwam kregen we ook een “eau de cologne”douche. Alle dagen werden nieuwe volksspelen ingericht zooals, zakloopen, draad door naald steken, boxen enz ... en de laatste dag voor de aankomst in Rio de Janeiro, groote tombala met loten van 1 frank, ten voordeel der weezen van de zeelieden. Ik kreeg onderandere een kam ...e n lachen dat ze deden, want ik heb niet veel haar om te kammen. Den 7 December om 12 me 30 ’s nachts zien we in ’t verschiet de schoone verlichte stad Rio. Met eenige Spanjaarden was ik opgebleven om die prachtige verlichting te aanschouwen, een amphitheater van licht, ’s Morgens rond 8 uren naderen we de kaaien en weldra zijn we aan land. Algauw geldomwisseling en dan de stad rondgereisd in compagnie. Ongehoord de pracht, schoone ligging, weelderige natuurpalmbomen; het volk is hier van alle kleuren: bruine, witte, halfzwarte, halfwitte ... bijna allen schilderen hun lippen ... Het is juist het schoone feest van Maria ’s Onbevlekt Ontvangenis. Met een Spanjaard treed ik de kerk van O.L. Vrouw binnen; om 11 uren zou de mis beginnen. Hemelsch orkest en zang, nog nooit had ik zoo iets gehoord; Gloria zingt de priester en ... al de lichten van de kerk zijn aan ... men meent zich in den hemel . . . i k heb verschoten ... uit de tribuun giet men eene gansche mand bloemen op het volk ... waarlijk men bemint hier Maria. De mis met sermoen heeft geduurd tot 1 uur; het was een troost voor ons, te zien dat ook hier onze goede hemelsche moeder kinderlijk bemind wordt, ’s Avonds rond 8 ure vertrekken we. De “Geldria" groote Hollandsche boot zet aan voor ons, wij moeten nog veel laden voor Montevideo en Buenos-Aires. Nog eene halt van 4 dagen en we zijn voor goed op vasten grond. VJe zagen boven op een berg boven Rio, het schoon verlichte beeld der Moeder maagd. Montevideo ... heel vroeg in den morgend landen we aan. Aanstonds op zoek naar eene Belgische familie uit Antwerpen, Jung genaamd, groote wolhandelaars. Van ’t fabriek brengt men ons per auto naar het huis en zoo weder naar den boot. Het doet deugd eens op vreemden bodem 41


Vlaamsch te mogen spreken. We werden met open armen ontvangen, ongelukkiglijk we konden niet lang blijven. ’s Avonds om 7 uren verlieten we Montevideo, de Argentijnsche genees­ heer was reeds aan boord en één voor één moesten we bij hem komen, hij keek in de oogen, nam de pols vast en ’t was gedaan. Opeens plasregen, donder en bliksem; men ziet geen hand voor de oogen, de boot helt, we moesten stil blijven liggen ...d e machienen ... alles schijnt onder den indruk. De Cabienen staan onder water, de gangen insgelijks, de tellooren hellen op de tafel, de flesschen tuimelen neer, het is een geharre­ war van de laatste mode. De Spanjaarden kunnen nu niet dansen op het dek, en ze dansen in de cabien met zessen ... zoodat ze malkaar bijna omver draaien, terwijl de speelboek open en toe ging ... Het was om zoo te zeggen de moeite niet naar bed te gaan, met de ladder naar het kiekenkot te stijgen, want we sliepen in een cabien voor twee man, ik lag boven terwijl mijn gezel in het onderste sliep. Reeds vroeg in den morgend was ik te been en las de H. Mis voor de laatste maal aan boord rond 5 uren, want een uur daarna zouden we van verre de stad aanschouwen. Om 7 uren stonden we voor de kaai van Buenos-Aires, één voor één moesten we verschijnen voor de Argentijnsche heeren, onze papieren toonen en veel formaliteiten vervullen ... Het draaide 9 uren ...e n onze kisten en koffers waren nog niet boven gehaald ... eindelijk daar waren onze groene ijzeren kofferkes ...W e moesten over den Goldria heen naar de Douane ... andere peper, hoe zullen we met alles ongehinderd door­ geraken? Och arme! die koffers en kisten zien af! men smijt en rolt ze zonder veel fatsoen van 5,6 meters hoog ...i k vraag hen ze wat menschelijker te behandelen, ’t is breekbaar! goed ... van verre zie ik ze weer smijten, al roepende “religiosas cosas! carramba! “ geestelijke dingen, pietjesnotje! geen rechten kant aan die ruwe stukken te krijgen. En nu de douane binnen! hemelsche deugd! wat een geharrewar! honderden koffers te onderzoeken! Een deel, een kist of 12 laten we “in Transito” in depot tot we naar Chili heenvaren; die zijn toch al buiten schot ...e n het andere een cabienkoffer of 4, plus valiezen met douanerechten betalende zaakjes, zooals lekkere Belgische tabak, cigaren ... O.L.Heer is altijd met zijn sukkelaars, we vallen terecht bij een vriend van de Paters en ’t gaat er door gelijk een brief in de post. “Que esta! Que esta?» Wat is dat? en dat? en ik antwoord “cosas de uso personnal! zaken voor persoonlijk gebruik, godsdienstige voorwerpen, hemden en neusdoeken, en ik steek hem eenige medalietjes en santjes in de hand en alles is geregeld. De papborstel gaat over valiezen en koffers en ’t briefje hangt er aan. We zijn in ’t land van belofte, uit de slavernij der douane. Gauw een autokamion besteld en recht naar ’t klooster San Francisco, waar we allervriendelijkst onthaald werden en 42


gelogeerd zijn voor 3 weken als Prinsen in een paleis; zij vroegen ons zoo lang mogelijk in hun midden te vertoeven zoodat wij het uitgehouden hebben van den 13 December tot den 4 Januari om uit te rusten van die drie en dertig dagen zeereis en om de wereldgroote stad te bezoeken in alle hoeken en kanten, met haar straten van 11 000 nummers, met haar 60.000 automobiles enz ... later meer daarover. Slaapt wel allemaal, duurbare vrienden. Blijven we malkander indachtig in onze gebeden, opdat de Heer onzen arbeid zegene, tot glorie van God en heil der zielen. P. Hermanus Beeuwsaert Valparaiso, den 13 Januari 1925 P.S. Morgen den 14 Januari zetten we per boot aan naar Coquimbo, waar we den 15e aanlanden, ze verwachten ons met ongeduld. Binnen eenige weken nieuws over onze eigenaardigheden van Buenos-Aires en verder lotgevallen onzer reis met den Transandino. Deel IV werd ook volledig overgenomen in de Gazette van Thielt van 28 februari en 7 maart 1925. Maar het vervolg van het reisverhaal is verloren gegaan, of nooit geschreven? Ook in de Gazette van Thielt vinden we niets meer. In een briefje van 7 mei 1925 [zie verder) vraagt pater Herman of de zaak geregeld is. Welke zaak hij bedoelt, weten we niet, maar vermoedelijk is deze niet geregeld. We vinden in elk geval niets meer in de volgende nummers van de Gazette. 30 december 1924 Postkaart uit Buenos Aires, voorzijde Franciscaans tafereel, geadres­ seerd aan: Sefior Cyrille Verbeke, Hoogstraat 3, Thielt (W-VL) Belgica

43


Beminde Ouders, Broeders Zusters, Alles gaat tot hiertoe opperbest. Den 4 Januari zetten we aan naar Chili en komen den 10 aan te La Serena. Wij hebben het hier lang uitgehouden. Schoone stad, straten van 15 kilometers lang, warm, twee millioen inwoners, ik zal wel eens een woordje daarover schrijven in de Gazette. Ik verwacht in Serena een pak brieven & kaarten. Vergeet niet eenige kleine foto’s te zenden. Iedereen vraagt ernaar. Tot later. Complementen aan alle kennissen & vrienden. Slaapt wel. Wanneer trouwt Noella? Laat het mij aan tijds weten. Hoe stelt het Simonne, Maurice. P. Herman B. A. 30/12/24 Zalig Nieuwjaar. (Noella is mij onbekend, Simonne Verbeke is zijn jongste zus, Maurice Bruggeman, echtgenoot Georgine Beeuwsaert, is zijn schoonbroer.) 1 januari 1925 Foto, op de kade, opgestuurd met op keerzijde de namen vermeld:

De Fransche Compagnie

Deen

Mr Maurice + Melle Gabby Melle Polachke, Melle Renée, ikke Chinees P. Félix Mr Cecile Hungaar (Jood) Buenos Aires 1/1 ‘25

4-6 januari 1925 Met de Transandino van Buenos-Aires bijna een rechte lijn westwaarts naar Valparaiso (Chileense havenstad) via Mendoza (Argentinië). Deze 44


stoomtreinlijn werd van 1898 tot 1910 aangelegd onder Belgische leiding (zie onder 1898). Het hoogste punt was 3200 m (Estacion Caracolas) maar in Chili lagen er ook enkele delen lager dan de zeespiegel. De elektrificatie was pas voor later (van 1927 tot 1942). De lijn is actief geweest tot 1984. Nu zijn er grote herstellingen bezig en men hoopt in 2005 te kunnen heropenen, zij het dan alleen voor goederenverkeer. Bij steile hellingen moest de loco­ motief soms enkele wagons los­ maken, de eerste naar boven trekken, losmaken, terug naar beneden om de andere opnieuw vast te maken en op te trekken. Spanning verzekerd. De houten zitbanken waren in langsrichting gemonteerd met in het midden een lange dubbele bank, rug aan rug. Pluimvee in jutezakken spartelde onder de banken. Er werd niet alleen gegeten, maar ook gekookt. In Mendoza was er een halte en men ging daar dan in een klooster overnachten. 14-15 januari 1925 Opnieuw op de boot voor de laatste etappe, Valparaiso-Coquimbo: 500 km noordwaarts langs de kustlijn varen. Coquimbo is de havenstad juist ten zuiden van La Serena. Tijdens de schoolvakanties deed pater Herman hier soms parochiewerk. 15 januari 1925 Aankomst in La Serena, Chili. De totale reis duurde dus twee maanden en vier dagen. Nu doen we dat in twee dagen. La Serena is een semitropische stad in “het kleine noorden”, 478 km of ongeveer 8 uren boven Santiago, de Chileense hoofdstad. Het kustgebergte en de Andes raken elkaar hier bijna. Enkele diep ingesneden vertikale dalen verdelen de kustlijn in grote baaien. La Serena is inderdaad sereen! Het is de tweede oudste stad van Chili en kan er nog steeds pronken met zijn meerdere voorbeelden van koloniale architectuur die aardbevingen en springtijen trotseerden. De stad werd in 1544 gesticht. In 1600 waren er al 900 inwoners: 100 blanken en 800 indiaanse slaven. In de jaren 1920 45


waren er ongeveer 17 000 inwoners en in 1990 al zowat 120 000. Gonzales Videla (president vanl946 tot 1952) was van La Serena. Pater Herman wordt er verwelkomd door twaalf Vlaamse medebroeders. Kerk en klooster en college zijn nog steeds op hetzelfde adres, het huidige klooster is van de jaren 1930, de kerk onderging veel wijzigingen, o.a. in 1975, 1977 en 1979 en ook het college evolueerde voortdurend. januari 1925 Niet gedateerde brief, bewaard in het instituut voor Franciscaanse geschiedenis in Sint-Truiden, gericht aan de m issieprocuur te Antwerpen. De procurator is de erkende plaatsvervanger op het thuis­ front van de missionarissen in het buitenland, niet alleen juridisch maar ook materieel en organisatorisch. De missieprocuur is het contactadres waar ook alle inzamelingen van fondsen en schenkingen georganiseerd werden. Het laden en lossen van de vertrekkende of terugkomende paters gebeurde daar. De procuur was gevestigd op een 150 meter van de plaats waar de congoboten (en andere) vertrokken naar de missies. Geloofd zij Jezus Christus. Eerweerde Pater Procurator12, We zijn gaaf en gezond aangekomen in La Serena, den 15 Januari 1925. Sapperdebleu ! de reis heeft lang geduurd ! zult ge zeggen. In 2 woorden uitleg. We komen aan in Buenos Aires den 13 December. We zijn daar 3 weken gebleven, om uit te rusten, de arme FÊlix had 9 kilos aan de zee gegeven. We hebben de wereldstad bezocht in alle hoeken en kanten, zoodat we ons niet verveeld hebben. We zijn vertrokken uit B.A den 4 Januari en aangekomen te Valparaiso den 6 Januari. Daar lag een brief van La Serena, waarin men schreef dat ze in retret waren van den 6en tot den 14 Januari en het geraadzaam was niet onder de retret te komen. De reis is zeer aangenaam geweest. Doch we hebben last gehad met onze bagage. De reis van Buenos Aires tot Coquimbo heeft 8.000 fr. opgegeten, het is vooral ter oorzake van den wisselkoers, een Argentijnsche peso geldt 7 fr en oneffen. Ge kunt dus uitrekenen wat profijtiger is: te gaan langs Panama of langs Buenos Aires met de trans-andino-trein. E.P. Procurator, tracht te maken dat de volgende missionarissen met geen kisten aankomen, ijzeren koffers is het gemakkelijkst, want die bakken hebben we moeten openbreken in de douane, en al die vijzen losdraaien en weer vastdraaien, peerdewerk en gevaarlijk: in B. Aires sprong een kist los! Goddank we hebben alles kunnen doorsmokkelen zonder een cent te betalen. Hartelijk dank voor uw goedheid, alles zal hier goed van Pater Angelinus of Armandus Hartmann, geboren in Antwerpen in 1885 (uitgetreden in 1930).

46


47


pas komen, de Paters Pastoors en allemaal stonden met gretige oogen alles af te zien en verwachtten hun aandeel; die kleerkes vooral waren welkom, want hier zijn zeer veel arme menschen, die bijna geen kleerkes aan hun lijf hebben. Alles zal hier zoo welkom zijn als in Congo! Toen ik al mijn gerief onderzocht vond ik 2 pakken met boeken en daarbij de rekeningen, die ik hierbij voeg. Hebt gij dat reeds betaald, hoe zit het ineen! is het voor de kas van Chili te Mechelen? Het is spijtig dat die boekskes in ’t Vlaamsch zijn E.K. doch ze zullen kunnen dienen, hoop ik. Eerw. Pater, zoudt gij voor mij de toelating willen vragen aan den opsteller van Zonnelands Onze Bode om de artikelkes te vertalen, want de Cruzuada Eucaristica begint hier stilaan te bloeien! Er is iets dat ik lelijk vergeten heb namelijk een varinette. Zoudt gij mij daaraan niet kunnen helpen. Klein instrumentje, kan dienen om kleine orkesters te vormen, om de zang te accompagneren, het is een blaasinstrumentje uitgevonden door een priester, Varin genaamd, ik heb het gezocht in B.A., Valparaiso, Santiago, nergens te vinden: ziehier eenige gegevens: Varinette bois / modèle simple en étui / modèle riche en écrin 15 fr. Petits orchestres de salon en bel écrin (écrin de 3 = 45 fr - écrin de 5 = 75 fr.). membranes de rechange: modèle simple 1,25 fr pour 2; modèle riche 1,75 pour 4. bagues élastiques: pour 20 (o,50 fr.) Adres: J.E. Varia: Jardin d ’orcelimatation n° 99 Neuilly-sur-Seine (compte-chèq. n° 253-30 Paris) Een varinete is een mirliton of kazoo, d.w.z. een resonator die de klank van de stem moduleert. Onafhankelijk van de naam, bestaat het “instrument” uit een buis (bv. holle vlier) waarop een membraan gespannen is en dat aan het trillen gebracht wordt wanneer de luchtkolom in de buis aan een periodieke trilling onderworpen wordt - zeg maar, als er op geblazen wordt, (info dr. Ignace De Keyser, MIM, Brussel, 6 maart 2003)

“LA VARINETTE’’ I.E ROI DES INSTRUMENTS

PAR LA SIMPLICITÉ DK SON JEU EV LA RICHESSE DE SES IMITATIONS MUSICALES

Br*v«t4 R.O.O.Q — Marque «ifiotét, R. C. Selue ; 1S4.4S7

On

enjous en fredonnant doucement sans effort ni fatigue TENANT EN REALITE LE MILIEU ENTRE LA VOIX HUMAINE ET LES INSTRUMENTS A CORDES,

48


Eerwaarde Pater, hartelijk dank op voorhand en beste groeten aan P. Salesins’3 en aan de communauteit. P. Aidanus'4 is naar Valparaiso, om geopereerd te worden, zeer gevaarlijk, de dokter moet hem nog onder­ zoeken om te weten welke operatie er noodig is. Ik zal hier P. Ceslas15 moeten vervangen in ’t collegie ...e n Ceslas en Félix, wachten op hun lot, er is hier retret geweest in La Serena en binnen 14 dagen in Copiapo en dan herbeginnen. Tot later, P. Procurator, bidden we voor malkander opdat de Heer onze arbeid zegene. P. Herman Veel groeten aan de familie Jung 1925 Foto van een groep mensen rond een vijver met zwanen, tweede pater van links is pater Herman. Op keerzijde schrijft hij:

+ Op een pachthoeve. M ’n hoed scheef, ik had nochtans geen pinte op. P. Hermanus Beeuwsaert Postkaart met in het midden pater Herman met meer dan vijftig leer­ lingen. Op keerzijde vermeldt hij, zonder datum:

P. Salesius of Jozef Wuyts werd geboren in Lier in 1894 en had de bijnaam “Lierke plezierke”. Hij stierf in Mortsel in 1973. P. Aidanus of Serafien De Vreese werd geboren in Eeklo in 1881 en was missionaris in Chili van 1911 tot 1958. Hij overleed er in La Serena in 1958. P. Ceslas of Alfons Pellegrims, geboren in Onze-Lieve-Vrouw-Waver in 1895 en missionaris in Chili van 1922 tot 1953. Hij overleed er in Copiapó in 1953.

49


+ De leerlingen van mijn klas P. Hermanus. 7 mei 1925 Briefje voor zijn jongste broer André, dan 11 jaar oud: Beste André, Uw briefke was me zeer aangenaam. En nu gaat ge uw plechtige Communie doen, ge moet maar zien dat ge nu altijd braaf & deugdzaam zijt, anders moogt ge ook voor Pater niet leeren, want kapoens en willen we niet. Hier eenige timbers, maar ge moet ze eerst bezorgen aan M. Tanghe, onderpastor van Meulebeke, ge kunt ze hem eens dragen met uwen velo, de losse zijn voor u. Later zend ik er u met honderden, nog een beetje geduld. Maar als gij er mij zendt, moet ge zien dat de bekjes eraan blij­ ven, anders hebben ze geen waarde voor de collectie. Wanneer gaat ge ne keer mede te peerd, naar ’t binnenland, in de bergen van 1 000 meters hooge en meer ? Vraag ne keer hoe het zit met de Gazette van Thielt, is de zaak geregeld, want eerder schrijf ik er geen brieven voor! Veel complementen doen aan Juffr. M athilde, ik vergeet het niet in mijn gebeden. Veel complementen aan al die naar mij vragen. & Complementen ook aan uw slaapmutse. - Goed leeren, braaf blijven, dikwijls te Communie gaan en niet te veel blijven spelen op ’t hoekske van den markt. Als ik ne keer ’n olifant schiet, zend ik hem op in ’n enveloppe. 50


Vergeet niet veel complementen te doen aan Simonneke in Wareghem, aan Z. Agnes en al de pensionnairkes. Tot later, André, houd u kloek, stelt het voort goed. Uw toegenegen Broeder. P. Herman La Serena 7/5.1925 11 juni 1925 Voor de plechtige communie van zijn jongste broer André Verbeke stuurt hij volgend gedichtje op voor het gedachtenisprentje: + Blijde Gedachtenis mijner Plechtige H. Communie gedaan in den 11 Juni 1925. ‘k Ben blij, ‘k hef aan mijn dankbre zangen, Kniel neder en aanbid mijn God. ‘k Heb heden plechtiglijk ontvangen Mijn Jezus, opperste genot. Geen heil, hoe groot mij wordt gegeven Dat zulk geluk te boven gaat, Mijn Jezus is voor mij het leven, Het licht, de waarheid en de raad. Ik zing dus blij mijn dankbre gezangen, Verhef het hoofd, gebied als kind, ‘k Heb heden plechtiglijk ontvangen, Mijn Jezus, die mij teeder mint. André Verbeke. Of men dit gebruikt heeft, heb ik niet kunnen achterhalen. 7 juli 1925 Fotokaart met een voetbalclub met vermoedelijk de voorzitter en twee paters, rechts pater Herman. Op keerzijde schrijft hij: + Footballclub San Antonio. Het zijn oud-leerlingen van ons collegie. P. Hérman La Serena, 7 juli 1925 51


11 oktober 1925 Drie postkaarten. Op de ene, op voorzijde “Almirante Latorre - Capilla de Sta, Teresita del N.J. El Altar.” Op de keerzijde vermeldt hij : + Het altaar van de kapel, toegewijd aan de H. Teresia van het Kindeken Jezus. P. Hermanus Op de tweede kaart, foto van de kapel met volk errond: “Almirante Latorre - Capilla de Sta, Teresita del N.J. Dia de la Benedicion 11 Octobre 1925. Op de keerzijde: Den dag der kapelwijding. 11 Oct. 1925. Ik ben niet medegegaan; ik was thuiswachter dien dag. Eenige Chiliaansche typen naar de mode van Parijs. P. Hemdn De derde postkaart, vermoedelijk van een latere datum, met een foto van het gehucht en de kapel: Almirante Latorre Capilla de St. Teresita del N.J. el pueblo. Op de keerzijde lezen wij: Een zicht op ’t Gehucht Almirante Latorre, waar de nieuwe kapel staat van de H. Teresia van ’t Kindje Jezus. P. Hermanus

52


Dit dorp, ten noorden van de Elquirivier, is in 2003 nog vrij goed her­ kenbaar en weinig veranderd. Naar zijn jongste broer André Verbeke stuurde hij regelmatig drukwerkjes, cartoons van die tijd, zoals: Twee Chiliaansche Straatloopers 2 april 1926 In “El Chileno” lezen we dat het Sint-Antoniuscollege uitgebreid wordt. Het klooster heeft een aanpalende woning kunnen kopen die ze verbouwen. Juni 1926 Drie bidprentjes met op keerzijde: + Simonne, Dagelijks blijf ik u indachtig in mijne gebeden. Blijf altijd braaf en deugdzaam. P. Hermanus B. La Serena (Chili) 20/6’26 + Simonne, Gedenken we malkander in onze gebeden. Jezus + Maria beschermen en bewaren U. P. Hermanus B. La Serena (Chili) 20/6’26 + Een gebed, a.u.b. opdat de Heer mijn zielenarbeid zegene. U ook zal ik indachtig blijven. P. Hermanus B. missionaris in Chili, La Serena 25/6’26 4 oktober 1926 In La Serena viert men de 700ste sterfverjaardag van Franciscus. “El Chileno” wijdt hier een hele bladzijde aan. Ook “El Diario” zorgt voor een bijdrage. Er wordt vooraf een plechtige noveen gehouden en er zijn grote feestelijkheden in en rond het klooster. Een noveen is een reeks van negen ( = novem) dagen, waarop, ter verkrijging van eenige gunst men tot God op bijz. wijze bidt en Hem eenig offer brengt. 53


In de oudheid is negen geen heilig getal maar een onvolmaakt getal (zoals ook de mensen zijn) in tegenstelling tot de tien. De christenen namen, den zin hiervan verdiepend, over (...) 24 oktober 1926 In Tielt viert men luisterrijk de 700-ste sterfverjaardag van vader Franciscus alsook het driehonderdjarig verblijf van de paters in Tielt. Mgr. Waffelaert, bisschop van Brugge, assisteerde de pontificale mis. De hele kloostergemeenschap werd op het stadhuis ontvangen, waar burge­ meester Boone de paters bedankte. Een welsprekend huldeadres, getekend door beeldhouwer Maurits Van Der Meeren, werd ondertekend door de gemeenteraadsleden, zonder onderscheid van politieke partijen en werd als blijvende herinnering aan het klooster geschonken. Deze oorkonde hangt nu in de spreekzaal van het klooster. 4 november 1926 Na zijn overlijden overgetypte brief, bewaard in het instituut voor Franciscaanse geschiedenis in Sint-Truiden, vermoedelijk gericht aan een of meerdere van zijn medebroeders in Vlaanderen: + De Heer schenke u zijn vrede! Lang, zeer lang heb ik gewacht, doch ge moet het mij niet kwalijk nemen. Goede wil met de macht, doch tijd, kostelijke tijd... dat is de knoop. Goddank, met mij gaat het opperbest, gelukkig als een kermisvogel, content als een kwa­ jongen op de kermis, waar kunnen we nog beter zijn, dan onder de chilianen, mij zien ze in Belgie niet meer terug, tenzij uit gehoorzaamheid of als ze mij wegjagen. Van de eerste oogenblikken was ik thuis in La serena (la encantadora); schoone bisschoppelijke stad van 17000 inwoners. Kerken genoeg en de beste, de meest bezochte is onze kerk, zonder liegen, zonder overdrijven ... Meer daarover in ’t vervolg. Ik kruip in mijn pijp, tot morgen, vandaag, Zondag, regen, in overvloed en morgen de klas in met 250 jongens ... Goeden dag, geslapen op mijn twee ooren, een aardbeving of twee ... maar daar verschiet ik niet in ... La Serena ligt ongeveer op 30° zuiderbreedte en 70° westerlengte tussen de voet van het Andesgebergte en de Stille Zuidzee. Langs de westkust van Zuid-Amerika hebben we de plaatrand van de ZuidAmerikaanse plaat en de Nazcaplaat. De verplaatsingssnelheid is daar 11.1 cm/jaar ! Geen wonder dus dat daar vrij regelmatig aardschokken waar te nemen zijn. In de jaren 1960 waren daar nog ernstiger aardbevingen. Zie ook 16 maart 1975. 54


Genoegen doet het mij dat onder de jeugd de chiliaansche klepel een beetje klinkt ; het spijt me dat ik zoolang gewacht hebt te komen naar hier, want met Gods gratie en veel werken en zwoegen heb ik al veel vruchten ingeoogst ... We zijn hier met 8 Paters en ze hebben allemaal hun handen vol werk. 3 Pastoors, 3 Professoren, dan schiet over P.Praeses16 en P. Vital'7. We hebben een parochie moeten laten varen bij gebrek aan personeel. Parochie ... zult ge meenen, ze zijn hier geen kilo­ meter o f twee breed zooals thuis ... wel, wel, verre van daar. Ik ben professor geweest en pastoor terzelfdertijd, tot over eenige maanden, het was te veel, afbeulend, zoodat men het heeft veranderd. Algarrobito, ... 1,5 uur van La Serena, te paard, dravend, zo 1/4 kwart daarop Altovalsol, Las Rojas, Pelicana, Margueza en El Molle ... verschillende pueblos (volkskes) van dezelfde parochie ... Gelukkig loopt er een trein door, zoodat niet alles te paard te doen is; vanaf Altovalsol stoomt men; vermits de trein een andere richting moet nemen, ligt Algarrobito niet op de lijn, maar langs dezen kant van de rio (rivier) want als die kerel van de cordillera komt, na regen en sneeuwsmelting, sleept hij alles mede, gansche gehuchten. Dit treintje naar Coquimbo werd in 1977 opgeheven door de Chicago-boys van Pinochet want: economisch niet verantwoord. De zondag las ik gewoonlijk twee missen; na de eerste, hup! te peerde, in galop naar de andere kapel, zoo nuchter blijvend tot 11, of 11,5 uren, geen klein bier, hoor ! Tot het concilie Vaticanum II in 1963 moest men nuchter zijn om te communiceren en ook om mis te lezen. ’s Namiddags cathechismus, doopen, trouwen ... Heel goed ontvangen bij de menschen, bijzonder op de haciendas (hofsteden), rijk volk, ze hebben zoo maar een 700 koeien, 200 paarden, schapen, enz. ’t is in ’t groot, want de kleine boerkens bestaan hier niet; eenigen hebben alles, en de anderen zijn de slaven van die groot heeren ... Het is om compassie te hebben met die arme menschen ...I k zag mijn parochianen zoo geerne en ik wist er veel in, toen ik moest vervangen worden; het is een werk van opoffering, vermoeiend, weinig menschelijken troost, maar in Congo en China, meent ge dat ze daar ook de massa zo maar bekeeren??? Ik*17 P. Aidanus, zie voetnoot 14 17 P. Vital of Frans Gadet is geboren in Maastricht (NI) in 1885 en was missionaris in Chili van 1920 tot 1958. Hij overleed er in Santiago in 1958.

55


denk er heel anders over, ik beklaag die paters, die daar alleen zitten, ver van hun medebroeders, zonder eens wat opbeuring te vinden bij hun makkers, altijd alleen. Daarom ben ik hier geerne. Een priester die niets zoekt dan zielen en zich onverdeeld wil geven aan Jezus, door het “missiewerk” kan maken dat zulke werkelijkheid worde. Missieland is Chili, wat is de naam: missieland, verba et voces. De naam doet er niets aan. Men meent daardoor te beduiden, heidenen te doopen, doch in Chili is het erger, moderne heidenen bekeeren, nieuwe geslachten kweeken, de kinderen opleiden, want hier is alles te herbeginnen, de jeugd moet hervormd, de noden zooveel mogelijk terug te brengen ... Daarom bestaat hier het fundamenteel werk bijna in de scholen; waar­ om is Chili zoo bedorven en vervallen, omdat de onderwijskrachten niet deugen. De meeste onderwijzers en ook veel onderwijzeressen zijn geen cent waard, Goddank, goede bestaan er ook. Daarom bloeit ons St Antonius College zo goed, omdat de menschen zeggen: “los padres son educatores.”Opvoeders en niet alleen lessengevers. We hebben al 250 studenten, ik had er tot over een maand 84, doch men heeft mij verlicht, ’t was te onbarmhartig veel. P. Aidanus gelast zich met 29, nu heb ik er nog 54. En daarin kruipt al mijn tijd, daarbij nog mijn biechtstoel, dagen van 2,5 uren biechten. Zaterdagen en Zondagen van 6,7 uren en groote feestdagen tot 15 uren, troostend, doch zeer vermoeiend ...e n daarbij na mijn klassen de zieken bezoeken, hospitaal, en andere zieken in de stad, want als ze komen voor een sterven­ den, aanstonds ben ik gereed, hoe­ veel heb ik er zoo al niet naar den hemel geholpen! Veel troost en opbeuring, en de menschen, bij­ zonder de kinderen -oh, die engelkes- ik hou er zooveel van- ze zijn zoo vriendelijk, zoo goed, zoo gehecht; als ik op wandel ga naar De av. Fco de Aguirre is nu een de zee (een 20 minuten) dan mooie brede palmboomlaan naar trekken ze mede, en tateren en de vuurtoren. klappen van de wereld weg. En de menschen interesseeren zich in de familie, van zoover gekomen, alles verlaten, voor altijd misschien, ze vragen naar vader en moeder, broeders en zusters ...I k ben hier gelijk thuis en zou niet willen terugkeeren voor goed, wel eventjes op vacantie maar op conditie terug te mogen komen. Verschooning zoolang gewacht te hebben Uw briefje te beantwoorden. Het is spijtig dat er geen nieuwe krachten naar Chili komen, werk is er 56


met de macht, dat ontbreekt er niet, als men den goeden wil heeft, edel­ moedigheid, geest van opoffering, is er met Gods genade een rijken oogst mogelijk. Met droefheid las ik over eenige dagen in een brief van P. Reverende18 dat er dit jaar geen nieuwe komen naar Chili, hoe spijtig! In de maand September hebben we in S. Francisco alleen 8000 communies uitgedeeld, en verleden jaar 7200. Het volk houdt veel van de padrecitos. Ik ben hier overgelukkig. Ik merk genoeg op, hoe iemand die hier alleen wil werken met geest van geloof, volharding, moed, onbeperkt vertrouwen in het H.Hart van Jezus en de lieve Moeder Maagd, onberekenbaar goed kan doen, alhoewel we in kloosters leven. Labor improbus omnia vindt. Donde hay una voluntad, hay un camino: waar een wil is daar is een weg. Met het feest der Onbevl. Ontvangenis 16 uren gebiecht, 1500 communies, 160 eerste communicanten, 't Is de moeite waard! Ondertussen houdt u kloek, bidt en werkt met onverdroten ijver, bereid u voor om mannen te worden van geloof, zelfopoffering, iever, voor God en de zielen, zooals het braaf Paterke Liborius zaliger dat ik dagelijks met zooveel liefde gedenk en dank en dan zal de Heer uw pogen zegenen en U roepen om hier in zijn oogst veel te zaaien en te maaien. U vergeet ik niet in mijn gebeden. Blijft mij indachtig bij Jezus en Maria. Uw toegenegen medebroeder in Jezus en Maria, P. Hermanus, professor aan St Anton. College, La Serena. (Chili) Vooravond van eersten vrijdag 4/11 1926. 23 februari 1927 ”Sint Franciscus van Assisië, zevende eeuwfeest” Voordracht gehouden door E.H. Cyriel Verschaeve in het gesticht van de Dames der Heilige Familie te Thielt. (J. Lannoo, drukker, leperschestraat 22-24 Thielt. Niet in de handel.) De 'damen' of het Heilige Familie-instituut werd gesticht in 1829 door de drie gezusters Van Biervliet. Ze vestigden zich aanvankelijk in de Hoogstraat. In 1848 bouwden ze in de Krommewalstraat (werd later de oude kliniek Sint-Andries) en in 1920 vestigden ze zich aan het Hulstplein. Cyriel Verschaeve, de niet-onbesproken kapelaan van Alveringem (Ardooie 1874 - Tirol 1949) was leraar aan het Tieltse Sint-Jozefscollege van 1896 tot 1911. P. Emmanuel of Petrus Van Berlo, geboren in Venraai (NI) in 1879 en overleden in Turnhout in 1954. Hij was provinciaal van 1922 tot 1928 en van 1934 tot 1941.

57


En het Sint-Jozefscollege werd in 1686 gesticht door de minderbroeders die het in 1847 overlieten aan het bisdom. In 1999 fuseerde het college samen met het Heilige Familie-instituut tot ”De Bron”. 2 mei 1927

Op keerzijde van deze kaart lezen we: Beminde Ouders, Broeders en Zusters, Een zicht van La Serena. Gij zult meenen dat het de kathedraal is; neen, 't is onze kerk, San Francesco; waar de menschen zoo geerne naartoe komen, lijk ze te Thielt geerne naar de Paterkes gaan. 't Is moeite waard, is 't niet? Langs de kant op 't hoekske is de bank van Chili. We zijn hier in geen wilde streek! Alles goed, opperbest! Waar kunnen we nog beter zijn dan in La Serena! Zie ook 1975, 1977, 1997. 20 juni 1927 Brief aan zijn jongste zus Simonne Verbeke: + J.M.J Beminde Zuster Simonne, Ik heb met veel vreugde uw briefke ontvangen, dat in dien van Georgine zat. Lang reeds hadde ik u geschreven, doch, kon ik eene fabriek vinden waar ze tijd maken, seffens zou ik er veel koopen. Goede wil genoeg! doch, dat is niet voldoende, ik weet soms niet waar mijn hoofd staat. Het College vraagt veel werk, want we hebben 250 jongens; ik had er tot over eenige weken 84 in mijn klas, doch ze hadden compassie en namen mij er 30, zoo’n groot verlichtinge. Ik ben heel geerne in Chili, het volk ziet de Paterkes zeer geerne en ik houd er heel veel van. Ik woon in een stad 58


van 17.000 inwoners; er zijn veel kerken en kloosters en toch willen al de menschen naar San Francisco komen, zoodat wij in onze kerk, daar­ mede veel, veel, overvloed van werk hebben; in onze kerk heb ik daarbij nog een biechtstoel en op de groote dagen, is het te biechten tot 12 uren, het is gebeurd; en de Zaterdag en Zondag, heb ik altijd mijn 6, 7 uren werk, hij wordt druk bezocht, ge ziet dat ze nogal veel vertrouwen hebben, en ik ben uiterst content, zoo een beetje goed te mogen verrichten ...E n daarbij heb ik nog mijn zieken, ze komen gedurig roepen om zieken te biechten, en de menschen naar den hemel te helpen; een tijdje mochten we berechten als de Pastoor naar Europa was en dan heb ik moeten loopen dagen en dagen met berechting; en nu nog zijn er veel zieken, bij­ zonder typhus, het hospitaal, ontvangt ook regelmatig bezoek. Zoodat ge ziet dat ik mijn brood niet eet in ledigheid. En als ik plaatsvervangend paster was, dan heb ik moeten te peerd rijden dat ik er scheel van zag, dat doe ik geerne, loopen, mijne man, het zijn goe peerden, hier in 't klooster hebben we er 5, wanneer gaat ge ne keer mee op reis? Dien boord kunt ge meegeven, Simonne, als er een pater naar hier komt. Veel groeten aan uw schoolkamaraadjes, ik herinner mij nog altijd die lieve gezichtjes van die brave pensionairkes van Wareghem. ‘k hoop dat ze mij niet vergeten hebben in hun gebeden, ik ook blijf hen alle dagen indachtig in mijn H. Mis en andere gebeden. Bidden wij voor malkander en ge moet aan al die brave kinderkes een groot zak complementebollen geven van hun Nonkel Pater uit het verre Chili, en als ze zich allemaal ne keer te gader laten trekken, bestel ik zoo'n schoone souvenir, dat zullen ze zeker niet vergeten? Alhoewel allen ver van malkander blijven wij vereenigd in het H.Harte van Jezus. Veel, veel complementen aan S. Moeder Overste, Zuster Agnes en alle Eerweerde Zusters en uw brave medeleerlingen, ik zal niemand vergeten, en reken ook op een klein gebedeke opdat O.L.Heer mijnen arbeid voort zegene in het verre Chili, en ons beware van oorlog, want Chili en Peru zitten te kijken naar malkander lijk kat & hond, en blazen en blazen dat ze doen, ’t zou nog kunnen stuiven. Tot later dus, Simonne, en houd u kloek en gezond, vlijtig in de studie en bijzonder braaf & deugdzaam; beste groeten van al de lieve kleintjes uit La Serena. Stelt het goed, slaapt wel, tot later, goed uw examens voor­ bereiden, niet waar! P. Hermanus B., La Serena 20 Juni 1927 10 november 1927 Hij stuurt een foto op die hij op de keerzijde beschrijft: + Aan mijn duurbare Ouders, Broeders en Zusters ; Een tochtje te peerde met P. Félix, na de aankomst aan een groote hofstede. De baas, (die 59


dikke) met overkomste aan de deur. Alles opperbest! Men kan niet beter verlangen. Bidden we goed voor malkander. P. Hermanus Beeuwsaert La Serena, 10 Nov. 1927 4 februari 1928 Zelfde foto als die van 10 november 1927: links een Chileens gezin, in ’t midden p. Félix, op keerzijde lezen we: + Aan mijn duurbare Meter, Op reis naar ’t binnenland met den knapzak aan den kant, door den gloeienden zonnebrand, voor een missionaris is ’t plezant. Zielen, zielen winnen voor den Heiland, dat is voor ons streven de ware pand. P. Hermanus Beeuwsaert La Serena, 4/2 '28 Dus enkele weken voor zijn overlijden. Eenzelfde foto met dezelfde verzen op de keerzijde vond de gardiaan na zijn dood op zijn cel. Bij “gloeiende zonnebrand” voegt hij eraan toe: ”dat juist zal hem de ziekte op ’t lijf getrokken hebben” en stuurt de foto naar het thuisfront. Een niet gedateerde postkaart met op de voorzijde: Un Vaquera, te paard vergezeld van zijn honden. Op de keerzijde schrijft pater Herman:

60


Hier hebt ge een Chileensche koewachter met z ’n honden. Een echte Chileensche type. Zij zitten altijd op hun paard, ze zijn erop vergroeid zou men zeggen. Alhoewel er nu bijna geen koewachters meer zijn, wordt het beroep toch nog sporadisch uitgeoefend (waarneming in september 2003 in de vallei van Elqui). zonder datum Moeilijk te ontcijferen deel van een brief misschien aan zijn zus Simonne Verbeke, geboren in 1913. Aangezien de brief ondertekend is met frater en hij de groeten doet van de magister (= leermeester), zou men kunnen onderstellen dat deze brief van vóór 1921 is (= voor zijn priesterwijding), zijn zus is dan 8 jaar, wat dus onwaarschijnlijk is. In elk geval is deze brief van voor 1928 en dan is Simonne er nog maar 15. Voor zijn zus Georgine kan die brief zeker niet geweest zijn, ze was toen immers verloofd met Maurice Bruggeman. Blijft zijn zus Brigitte die zeer mondaine was en zeker nooit kloosterlijke neigingen gehad heeft. Ofwel is het woord “zuster” bedoeld voor iemand anders, “een zuster in Christus”. Ik heb deze tekst wel van Simonne gekregen. De eerste 8 bladzijden zijn verloren gegaan. 9 Zes van haren kant. Zij leven in volmaakte overeenkomst (dat is vooral waar in het klooster) in zuiverden omgang, in liefdevoller dienst des Heeren, in grootere voorzichtigheid en in reinere vreugde. Zie hoe waardig de maagdom is dien God aldus verheerlijkt. 61


Ik eindig met de woorden van S. Joannes Chrys.: “Ik heb u de uit­ muntendheid der maagdelijkheid; ik heb U haar voordeelen uiteen­ gedaan en nu zijt gij vrij te kiezen. Ik wil u niet tegen uw goesting trekken tot het beoefenen dier deugd. Als God u tot dien staat roept, moet gij gehoorzamen en dien staat omhelzen met zuivere en heilige gevoelens en niet met zuiver menschelijke (... ? ...) zonder zou het onmogelijk zijn te volharden. Alles wat gezegd is over de heerlijkheden en voordelen der zuivere maagdelijkheid is zoo toe te passen op de maagden van het klooster als op hen die in de familie blijven leven. Nog eenige woorden over het kloosterleven. Vele menschen kennen het geluk niet des kloosters. Ik heb al dikwijls van getrouwde menschen gehoord: “Wat zijt ge toch gelukkig, had ik het maar geweten, ik zou ook naar het klooster gegaan zijn!" Onder de jonge dochters die eerst in het heiligdom der maagdelijkheid & godsvrucht leven, is er een zeker getal, dat God verkiest door eene voor­ liefde, in haar harte overvloediger zijn onoverwinnende liefde stortend, liefde, die, sterker dan de dood kan ontblooten van alles en de sterkste en zoetste boeien verbreken. De wereld veracht de kloosterlingen, maar na het heilig priesterschap is er geen heiliger staat. De mensch zoekt naar grootheid, is ze gelegen in waardigheden, in verheven ambten; wel, verre van daar, een dwerg, al bestijgt hij de hoogste bergen, blijft een dwerg. Is ze in de schoonheid? maar de lichamelijke schoonheid duurt maar een dag en de mensch heeft ze gemeen met de dieren, planten en steenen, zij is zoo gering, dat men zich verlaagt, als men er zich aan hecht. Rijkdommen, talenten, roem, wel ’t is allemaal ijdelheid en rook, die voorbij vliegt. Waar is de ware grootheid? In God! Wil de mensch groot zijn, hij moet zich zelven verlaten om naar God te gaan. Hij moet zich ontmaken van zich zelven en van zijne laagheid om God en zijn volmaaktheden te omkleeden; hij moet aan zijn eigen leven verzaken om deelachtigte worden aan het Goddelijk leven. Alles verlaten om God alleen te dienen 62


en zijn eigen volmaaktheid te bewerken in den kloosterstaat, is voorwaar het edelste wat een jonge dochter doen kan. De wereld zegt dat de kloosterlingen luierikken zijn. Verre van daar! Met in het klooster treden, volbrengt men den Wil des Heeren. In het klooster looft, bemint en zegent men God, men werkt er ernstig aan zijne zaligheid, het eenige noodzakelijke hier beneden, men werkt om heiligheid te 10

bekomen. Men werkt er ook voor de samenleving. De kloosters zijn de donderschermen der bedorven wereld, daar boet men ait de zonden van het menschdom , men bidt er voor de menschen, men heeft er veel werken, school geven, zieken verzorgen, weezenhaizen, krankzinnigengestichten, missies, enz.. Dat er kruisen zijn in het klooster, moet ik u zeker niet bewijzen, want in den hemel alleen zullen er geen kruisen meer zijn; kruisen van allen aard, van dagelijkschen arbeid, van strengheden des regels, schijnbare mislukkingen, verschillige tegenheden, de wrijvingen van het gemeen leven eindelijk pijnen in geest en hart, voortkomend uit de natuur, die weigert te sterven of door tusschenkomst des duivels (... ? ...) onbeschrijfelijk. Vrede des herten, gerustheid van het geweten, eeuwige hoop, innerlijke voldoening over het goede voor God alleen gedaan, zoet­ heden van het gebed en van godvruchtige lezingen, edele samenspraken, beminnelijk en waarlijk ontspannend samenzijn vol hartelijkheid, met zusters in Jezus, maar bovenal, die onwaardeerbare samenwoonst met Jezus, de geliefde der tabernakelen, aan wiens voeten wij dagelijks zo of meer malen, mogen nederknielen om hem mede te deelen de betuigingen van liefde en dankbaarheid, de pijnen en vreugden van ons herte; zie­ daar het onuitsprekelijke geluk van ’t klooster, welke de wereldlingen niet kunnen begrijpen! De H. Aloisius, van prinselijke familie, werd Jezuïet en schreef: “moest men weten welk geluk men smaakt in het klooster, de menschen zouden ze stormenderhand innemen! “En zoo spreken de kloosterlingen, die waarlijk het geluk zoeken in het klooster. Ik zou nog veel kunnen aan­ halen, maar het zou mij te ver leiden, het zou te lang worden! Om in het klooster toe te treden moet men aan 4 zaken verzaken: 1. aan zijn gemak; 2. aan zijn familie; 3. aan zijn eigenliefde; 4. aan zijn eigen wil. Gelukkig leven van het klooster, waar men de dood afwacht zonder de minste vrees; waar men ze zelfs verlangt en ze ontvangt met liefde! De kloosterlingen getrouw aan hun roeping, vinden vrede in dit leven; vreugde in het uur der dood, het geluk in eeuwigheid. Het is gemakke­ lijk, zegt H. Bernardus, om van de cel naar de hemel te gaan! Ge moogt mijnen raad wel volgen, doch ge moet ook een woordje ervoor zeggen aan uwen biechtvader, die zal u ook goeden raad kunnen geven; ge moet uw goesting doen en dat waarvoor gij voelt dat O. L. Heer U roept; tegen 63


uw goesting moet ge geen enkele staat aangaan, ge zoudt het u kunnen beklagen. Bidt maar goed voort en voelt ge den drang der genade, ge moogt wel nog eens schrijven, zonder u te geneeren en zegt het ook ne keer aan den biechtvader! Ik zal ook, beminde zuster, mijn best doen om U door raad en gebed te helpen, opdat gij hier op aarde moget gelukkig zijn en hiernamaals voor eeuwig! Goede moed, goede volharding, blijf braaf & deugdzaam en O.L.Heer met zijn goede Moeder Maria zullen helpen en ondersteunen. Uw toegenegen broeder in de HH Harten van Jezus en Maria. Veel groeten van den E.P. Magister ! frater Hermanus ofm. Simonne Verbeke drukte in elk geval de wens uit om in het klooster te gaan toen ze nog minderjarig was. Haar moeder, die een gezondkatholieke vrouw was, zei: ik zal u geen toelating geven tot ge meerder­ jarig zijt en, als uw roeping echt is, kan je dan intreden. Ze heeft dan nooit meer over roeping of klooster gesproken, ook niet toen ze 21 jaar werd. Ze hielp thuis in de kruidenierswinkel van haar moeder en deed de “menage”. Algemeen is geweten dat ze altijd met “pasters en nonnen” omging, althans volgens een getuigenis van André Verbeke, vele jaren later. In 1946, ze is dan 33 jaar, laat ze haar ouders weten dat ze zal intreden in een vrij streng half-slotklooster bij de franstalige zusters dominikanessen van Bethanië te Sart-Risbart in Waals Brabant. (Het klooster is opgeheven in 1999.) Ze is haar roeping trouw gebleven en stierf in Nukerke in 1995. Foto van rond 1950: Simonne Verbeke of zuster Marie-Andrée de la Croix, dominikanes van Bethanië.

28 februari 1928 Overlijden van pater Herman in La Serena. Van André Verbeke, mijn vader, die toen nog geen 14 jaar was, heb ik meermaals het volgende verhaal gehoord: Ik kwam ’s vierens van het college en gans de familie zat rond de keuken­ tafel te wenen. Pépé zat in zijn zetel zijn pijp te roken. Mémé wilde iets 64


zeggen, maar het lukte haar niet. Ik was haar voor en zei : “Ik weet het al, onze Georges is dood”. Eigenlijk wist ik absoluut van niets, maar het was een aanvoelen, het werken van een natuurwet. We bleven zwijgen en schreemden tranen met tuiten zonder te stoppen. Zijn medebroeder, pater Félix Van De Cotte, heeft het volledige relaas genoteerd en opgestuurd naar Vlaanderen. Diepbeproefde familieleden van onze betreurden Medebroeder, Consummatum est! Alles is volbracht! En toch, het offer heeft veel gekost zoowel van zijnen als van onzen kant. Wel is waar, rust hij nu - o zoo zalig,- op het stille kerkhof, maar toch leeft hij voort onder ons. We kunnen ons niet verbeelden dat wij hem niet meer zullen zien. Pater Herman heeft mij gelast, als medegezel van zijn apostolisch leven, u alles te schrijven hoe het hem verlopen is. “Schrijf aan mijn ouders, zusters en broeders ... schrijf hun alles, troost hen, ik ga naar de hemel ...” Het waren zijne laatste woorden. En al kost het mij al die droeve her­ inneringen herop te roepen, toch wil ik aan mijn boezemvriend getrouw zijn en u alles, alles vertellen. Pater Herman op vacantie. Het schooljaar was uit en het feest der prijsuitdeeling, dat hier plaats heeft einde December, was heel wel gelukt. Het werk was af en nu zou de goede pater wat gaan rusten. Reeds te voren had hij alles geregeld met den pastoor van Palhuano, deze zou naar Serena komen en Pater Herman zou hem vervangen. Die verandering van lucht en streek, en ook van werk en bezigheid, is heel aangenaam voor een professor. Daarmee vergeet hij de boeken, de verpeste lucht van warme klassen, enz. Helaas voor P. Herman zou het zijn dood zijn. Palhuano ligt in het departement Elqui en is gekend voor zijn groote hitte in de zomer. In dien tijd is het pastoorswerk heel zwaar ... maar P. Herman was gaarne onder de menschen om hun goed te doen, te doopen, te trouwen, zieken te bezoeken. Met zulk een hitte moet hij veel dorst gehad hebben, en, daar Elqui de streek is van ’t vele en beste fruit, zal hij zich wel duraznos en uvas (druiven) laten smaken hebben om zich te verfrisschen. 29 Februari, driehonderdste verjaardag van ons klooster in La Serena. (moet 29 januari 1928 zijn) ’s Avonds te voren kwam P. Hermanus afgestoken. Zooals andere jaren meende ik hem opgeruimd en kontent weer te zien en zie, ik vond dat 65


hij droevig was. - Wat is er gaande, vent, ge ziet er zoo zijpelig uit ? vroeg ik hem lachend. - Niets, ik ben goed, maar ik weet niet wat er mij scheelt. Arme jongen, hij gaf er zich geen rekenschap van, maar reeds had hij den typhus vast. Tyfus is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie salmonella typhi, die alleen bij de mens voorkomt. De bacteriën komen door de mond binnen en veroorzaken via ver­ spreiding in de bloedbaan hoge temperaturen, bewustzijnsstoringen en aandoeningen van het maagdarmstelsel (met name ernstige, soms bloederige diarree). Besmetting heeft plaats via de bacteriën bevattende ontlasting van patiënt of bacteriedrager, besmetting via drinkwater is mogelijk (salmonellosis). De incubatietijd is ongeveer 10 dagen. De mortaliteit was toen 25%. Nu kan men met antibiotica de ziekte goed bestrijden, alhoewel verwikkelingen niet uitgesloten worden. Ik vond P. Hermanus fel veranderd en op het feest was hij stil, bijna droevig. Van ’s anderendaags begon hij treurig te worden, heel neerslachtig, en

toen heeft hij mij een geheim verteld dat ik zal meedragen naar mijn graf. Deze zinsnede heeft de familie nooit meer losgelaten en pater Félix heeft het geheim inderdaad meegenomen in zijn graf (zie verder). Woord voor woord werd deze alinea en de volgende alinea door de moeder van pater Herman en de ganse familie bestudeerd en ont­ leed, nog tot in de jaren 1960. Arme jongen, het deed hem zoo pijn aan het harte. Ja, dat was het waar­ om hij niet opknapte. Hij had het met alle geduld verkropt in zijn zieke­ lijk hart en dat arme hart was geraakt, diep bedroefd, tot den dood beproefd. Ware hem dat niet overkomen, wellicht leefde hij nog onder ons. Toen gingen wij in retret, den 6 Februari. Maar reeds had hem de ziekte vast, zij zou hem niet meer gerust laten en nog gaf hij er zich geen rekenschap van. Tlvee dagen pas waren wij bezig, toen hij mij onder de recreatie zei dat hij hoofdpijn had al heel den morgen. Ik gaf hem eenige van de remedies die de apotheker Boone van Gent mij gestuurd had, en hij nam een poeder, ’t Ging over en weer was hij goed. Nochtans ’s anderen daags kloeg hij weer, en den Donderdag en Vrijdag nog meer. Ik zei hem eens naar den dokter te gaan. Maar in dien zelfden 66


namiddag ging zijn hoofdpijn weer over. De retret ging op haar einde. Den laatsten dag kwam hij bij mij: “Félix, ik zal morgen met u niet kunnen meegaan, want P. Praeses stuurt mij naar Coquimbo om den pastoor te vervangen.” Immers hadden wij geschikt eene rondreis te doen, heel ver op mijn parochie, daar hij nog vacantie had en het voor mij aangenamer was met een gezel die reis te doen. Wat heb ik O. L. Heer later bedankt alles zoo geschikt te hebben, want had hij met mij moeten meegaan, hij was zeker niet levend thuis geraakt. Coquimbo is de havenstad juist ten zuiden van La Serena (ongeveer 15 km). In 1999 zegende paus Joannes Paulus II hier “het kruis van het derde millennium” in, een indrukwekkend bouwsel op een heuvel buiten de stad, 93 m hoog. De werken zijn gestart in juli 1998 en waren in augustus 2001 klaar. De omgevingswerken (mensen onteigenen en hun krotten wegdoen, wegen en tuinen aanleggen) zullen duren tot 2007. Er worden hieromtrentwel wat kritische vragen gesteld. Dinsdag, 14 Maart [moet 14 februari 1928 zijn] Om drie uur sloot de retret en elkeen ging naar zijn werk. P. Herman trok op naar Coquimbo. Den Donderdag had ik eene zaak te vereffenen in Coquimbo en profiteerde er van om Herman een bezoek te brengen. Ik vond hem koortsachtig. Hij kloeg van walgingen en dat hij daar zoo slecht behandeld werd. Ik ging met hem een paar menschen bezoeken. Op weg zei hij dat hij zooveel dorst had. Wij gingen dan een huis binnen en de arme jongen dronk drie tassen melk ; hij was ondermijnd door de koorts, maar zijn sterke gestel deed hem niets vermoeden. Toen ben ik van hem weggegaan en ’s Vrijdags ’s morgens heel vroeg, voor het haantje kraaide, was ik weg naar de campo. Dinsdag, 8 dagen later. Dien dag kwam ik thuis van mijn reis. Gij kunt raden hoe mijn ontsteltenis was toen Br. Leopold mij aan de deur zei: “P. Herman is in het hospitaal met typhus/ “ Dit ziekenhuis ligt in dezelfde straat als het klooster (Balmaceda), drie blokken verder en is nog steeds in gebruik (foto 2003).

67


Natuurlijk was onze eerste indruk dat hij er zou doorspartelen, hij was zoo gezond! Onmiddellijk ging ik hem opzoeken, en van dien dag af heb ik met Br. Leopold hem niet meer verlaten. Woensdag. Arme jongen! hij had zijn laatste week begonnen. De koorts was hoog gestegen: 38.8 graden “s morgens. Toen om 9 uur de dokter terugkwam, vond hij hem heel gevaarlijk: P. Herman heeft te lang met koorts te been geloopen, pas hem goed op, morgen zal hij een slechte en gevaarlijke dag hebben. Die typhus is de gevaarlijkste dien ik ken; hij zal furieus worden, sprak de dokter. Met ons beiden, Br. Leopold en ik, zouden wij waken, heel den dag en heel den nacht en hem geen oogenblik alleen laten. Dien dag heeft hij veel geijld. Hij sprak van u allen, vader en moeder en van Simonne en van Georgine, hij noemde u allen ... hij was toch zoo blij dat hij u gezien en met u gesproken had. Hij had u gezien in La Serena. Toen ook sprak hij over alles en allen die hem zoo doen lijden hadden. Oh ! hij had zoo zeer aan ’t hart. Des nachts bleven wij met ons tweeën waken. Woelig lag hij, en alles was bereid om den Donderdag door te brengen. Wel had hij nog maar vijf dagen bed, en reeds was hij den kritieken dag, den 21 en. Donderdag. Heel La Serena had het al gehoord dat P. Herman in gevaar was. Het was als een donderslag. Zij hadden hem allen zoo gekend, kloek en gezond. Ook was het een processie van volk dat kwam vragen hoe het met hem ging. De dokter verklaarde hem zeer gevaarlijk ziek, en dat hij om drie uur zou terugkomen. ’s Namiddags brak de crisis los. Oh ! wat een geweld van lijden. Toen dachten wij, was zijn laatste uur geslagen. Dank echter aan de goede zorgen van geneesheer, zusters en medebroeders kwam hij er door. Maar van hoop op redding was er geen spraak meer: de typhus had zich gecompliceerd met meningitis en peritonitis. (hersenvliesontsteking en buikvliesontsteking) Nochtans bracht hij den nacht heel goed door: 6 uur sliep hij zijn natuur­ lijken slaap, een zaligen diepen slaap. Wat waren wij tevreden, doch toen heb ik geweend omdat ik voorzag wat mijn goede gezel nog zou te lijden hebben. Maar zie de slaap had hem deugd gedaan, ’s Vrijdags vond de dokter hem goed, maar toch niet buiten gevaar. En inderdaad, heel den Vrijdag en des nachts en den Zaterdag bracht hij heel kalm door, wel is waar met veel koortsen. 68


Dien Zaterdag namiddag moest ik mijn zieken medebroeder verlaten om naar mijn parochie te gaan. Ik zei hem dat ik maar zou weg blijven tot Maandag, heel vroeg. Ik gaf hem nog een kruisje en weg was ik, tevreden dat hij veel beter was. Eilaas ! toen ik ’s Maandags ’s morgens terug in La Serena kwam, kreeg ik de droeve noticie uit den mond van den dokter, dien ik op straat ontmoette. “Se déclaré la paralesis intestinal”, de ingewanden waren geparaliseerd. Sinds den avond te voren was hij fel beginnen zwellen... dat zou zijn zalige dood zijn. Van 11 uur ’s Maandags ben ik van zijn bed niet meer weggegaan. Hij was toch zoo slecht, maar altijd zelfbewust en bij zijn volle verstand. Maandag nacht. Rond vier uur begon hij weer te ijlen. Ik nam hem de koorts: 40 graden. Onmiddellijk daarop ging hij in een soort doodsstrijd. Aanstonds ver­ nieuwde ik het ijs op zijn hoofd, hart en maag, ik zette vier flesschen warm water aan voeten en beenen en eene gelukkige reactie kwam in. Toen de dag opklaarde herkende ik hem niet meer. Om 5 uur kwam ik naar het klooster om Mis te lezen, terwijl Br. Leopold mij verving en ik zei aan de Paters: “Herman zal vandaag naar den Hemel gaan. ’’ Na de Mis ging ik een paar uur op het bed liggen. Maar slapen kon ik niet. Ik was te zenuwachtig en te zeer aangedaan door die snelle ziekte. Om 8 uur was ik al weer bij hem; juist kwam de dokter binnen: “Slecht! Verloren! " Waarom dan wachten om Herman te spreken? - Hoe voelt gij u, Herman? - Slecht, ik geloof dat ik naar de Hemel ga. - En zoudt gij vandaag willen gaan? - Zoo gauw mogelijk. Als O. L. Vrouwke mij maar wil komen halen. Reeds hadden wij hem Donderdag berecht, toen hij de zware crisis had. Bleef nog om hem te bereiden de gebeden der stervenden. Berechten of bedienen is het toedienen van de verschillende genade­ middelen van de katholieke Kerk om de stervende mens te begeleiden naar de dood. Deze zijn: de sacramenten der biecht, heilig oliesel en communie, gevolgd door de pauselijke zegen met volle aflaat. Die kon ik niet bidden, 't kropte mij in de keel. Ik riep dan P. Aidanus en, met alle godsvrucht, bereidde deze hem voor tot den laatsten strijd. Het was 11.30 uur en P. Aidanus stuurde mij naar het klooster om wat te gaan eten. Nauwelijks was ik weg, toen P. Herman naar mij vroeg. Br. Leopold zei hem dat ik seffens zou komen. Maar de goede jongen voelde zijn einde naderen en vreesde mij niet meer te zien. Toen zei hij 69


aan Br. Léopold: “Zeg aan Félix dat hij aan vader en moeder schrijft en aan broers en zusters en hun alles vertelt, al de omstandigheden van mijn ziekte. En tot wederom-ziens aan Félix, dank hem voor zijn goede zorgen; ik bid voor hem in den Hemel. “Het waren zijn laatste woorden. Daarop kwam ik de zaal binnen. P. Aidanus zegt hem: “Hier is Félix. “Zijn oogen gingen open, hij bezag mij, oh, met zooveel liefde, stak zijn hand uit, die ik drukte. Hij weende. Voor mij was dat teveel. Maar heeft Jezus ook niet geweend? Wij zagen elkander zoo gaarne. Seffens daarop trad de doodsstrijd in. De koorts steeg 40, 3 40, 8 41, 2 41, 8 42 42, 2 graden. Driemaal na een spoog hij bloed uit en lei zijn hoofd ter ruste. Herman, de vriend van allen, was naar den Hemel. In het klooster werden de klokken geluid en nooit heb ik zoo rechtzinnig zien weenen als op dat oogenblik. Een processie van volk kwam naar het klooster en voorop Mgr de Bisschop van La Serena met tal van priesters. Dienzelfden Dinsdag avond werd hij naar het klooster overgebracht en de rouwkapel opgemaakt. Heel den dag door zaten groepen menschen met priesters en geestelijken, op beide knieën voor zijn lijk te bidden. Hij was toch zoo bemind. Kleine kinderen weenden alsof hun vader gestorven was. Maar ’s avonds was het buitengewoon. Zooals hier de gewoonte is, blijft het lijk vernachten in de kerk. De religieuzen, samen met de geestelijken van de stad, zongen de Getijden der Overledenen. (Dat zijn de vespers, de metten en de lauden) Maar lang daarna, tot rond 10 uur, bleef een massa volk bij de kist bidden. De begrafenis, Donderdag 1 Maart. Om 9 uur zou ze plaats hebben. Maar het volk kon zoo lang niet wach­ ten. Reeds ’s morgens hadden er een vier à vijfhonderd gecommuniceerd voor P. Herman; nog anderen hadden Heilige Mis, Kruisweg en Rozenkrans voor hem opgedragen. Droevig was het toen de klokken begonnen te luiden. Maar wat een vreugde voor mijn vriendenhart, als ik die massa volk zag binnen stroomen! De groote Minderbroederskerk werd te klein, en wat een gods­ vrucht, wat een liefde voor den Pater! Toen is ’t Goddelijk Officie begonnen, met aanwezigheid van Monseigneur van La Serena, al de Oversten der verschillende kloosterorden en reli­ gieuzen, al de priesters van de stad.

70


De toenmalige bisschop was mgr J. M. Caro over wie P. Juan Vanherk Moris20, Franciscano, een boek geschreven heeft: Monsehor José Maria Caro, Apóstol de Tarapacâ (Editorial del Pacifico sa, Santiago, Chile 1963). Pater Jan Vanherk woonde sinds 1975 in het minderbroedersklooster van Tielt waar hij in 2004 overleed. (Zie foto 9 april 2003) Het was een triomf, zooals iemand mij zei: “Zelfs voor den populairen Bisschop Monseigneur Jara was er niet zooveel volk!“ Hoe welgemeend stegen ten hemel op die gebeden, uit het hart van die duizenden vrienden van den dierbaren overledene. Hij had die weinige ministerie]aren doorgebracht, weldoende rond hem ... en zijn beschermelingen kwamen hem daarvoor hun dank betuigen. Toen de kist opgenomen werd, stroomde het volk naar buiten. Een laatste vaarwel. De lijkwagen zette aan en al dat volk begon luidop te weenen. De stoet was lang: autos en rijtuigen en heele troepen te voet volgden naar het kerkhof. Daar werd door eiken priester een absoute gelezen en alles was vol­ bracht. Zijn ziel is bij God en zijn lichaam rust in vrede.

P. Mansueet of Jan Vanherk, geboren in 1921 in Kaulille, missionaris in Chili van 1948 tot 1975. Overleden in Tielt in 2004.

71


De absoute (eigenlijk afkorting van absolutie) is een onderdeel van de dodenritus, die voltrokken wordt bij de lijkbaar van de overledene en waarbij de priester bidt tot kwijtschelding van de zonden (ook libéra genoemd). Troost u, dierbare familieleden en vrienden van onzen duurbaren over­ leden, uw kind uw vriend zal hier niet alleen liggen, daar rust hij nevens zijn stadsgenoot, P. Liborius De Lodder. Daar bewaren wij hem, tot wij ook eens nevens hem zullen rusten. In naam van P. Herman stuur ik u zijn laatsten zegen zooals hij mij gevraagd heeft. P. Félix Van de Cotte, Franciscano, La Serena. april 1928 Krantenknipsel, datum en krantnaam ontbreken: Ter Nagedachtenis van P. Hermanus Beeuwsaert, onzen Thieltenaar zen­ deling. Eenige weken geleden kwam uit het verre Chili het bericht toe den vroegtijdigen dood meldend van onzen dierbaren medebroeder P. Hermanus Beeuwsaert. De jeugdige missionaris was pas drie-en-dertig jaar oud en, toen hij een viertal jaren geleden, vol zielenijver en moed, afvaarde naar de missie van Chili, had niemand, en hij allerminst, vermoed dat zijn leven reeds bijna rijp was voor de eeuwigheid. Op hem is toepasselijk het woord uit het Boek de Wijsheid: “Vermits hij in korten tijd de volmaaktheid bereikte, heeft hij langen tijd geleefd.” 72


Zijn korte drukke jaren zijn inderdaad evenveel waard als een lang leven. Hij hoopte een lang leven te mogen slijten in noesten arbeid in ’s Heeren dienst en met hart en ziel wijdde hij zijn krachten aan het heil der zielen. De Heer heeft zijn offer aanvaard, doch op een andere wijze dan de moedige zendeling zich had voorgesteld. Gods raadsbesluiten zijn ondoorgrondbaar. De gevreesde typhusziekte smakte hem neer op het ziekbed en brak met ruwe vuist dit schoone, veel belovende leven. Met ontroering denken wij nu weer aan de heerlijke voorbeelden die hij ons heeft gegeven. Gedurende de lange jaren die wij hem mochten kennen, als medebroeder in de studies en vooral als medeleeraar in het StAntonius’College te Lokeren waar hij drie jaar werkzaam was, leerden wij hem hoogachten om zijn stil, meegaand, offervaardig karakter. Hij openbaarde er een edelmoedige, schoone priesterziel, bezield met onvermoeibaren werklust. Daarvan getuigen ook de volgende aanhalingen uit een brief, pas twee maand voor zijn dood, gericht aan zijn stadsgenoot, den Z. Eerw. Pater Bestuurder van S. Franciscus’drukkerij te Mechelen2': ‘‘Hier in Chili, ben ik uiterst tevreden; vlakaf gezegd, zonder doekjes er rond, ik zou het onmogelijk hergewoon worden in België, het is een heel ander leven als daar. “In ’t college hebben we dit jaar geëindigd met 220 leerlingen; nu is het vacantie, want de Zomer is begonnen, en stoken dat ze doen, want het kan branden, hier in Chili. “Buiten ons college hebben we nog 3 groote parochies te bedienen; het zijn me geen parochies van een voorschot groot: uren en uren te peerd rijden, mijne man, en dat is plezant in ’t begin, doch als ge soms uren alleen door berg en dal moet reizen, is het afbeulen, ter liefde Gods en voor de zielen. “Daarbij is onze kerk van San Francisco een der drukst bezochte van La Serena, communies en biechten, zooveel als in al de andere kerken te samen. “Ik heb 3 centros van catechismus met een 300 kinderen; werk is er met de vleet, veel meer als in België; hier is het voordeel groot: missionaris en kloosterleven samen; na een tocht op den buiten van 3, 4, 5 dagen komt men terug naar huis om zijn verloren lichamelijke en geestelijke krachten te vernieuwen. Wat kan men beters verlangen! “Nog geen enkel oogenblik heb ik spijt gehad naar Chili gekomen te zijn. ”21

21 Vermoedelijk bedoelt men p. Hilonius of Augustien De Lobelle, geboren in Izegem (10 km van Tielt) in 1855 en overleden in Mechelen in 1933.

73


Pater Hermanus Beeuwsaert was geboren te Thielt den 13 Augustus 1894, hij trad er in de Orde der Minderbroeders in het jaar 1913 en werd priester gewijd in 1921. Hij overleed te La Serena op 28 Februari laatsteden. “Kostbaar in ’s Heeren oogen is de dood van zijn uitverkorenen”. Wij vertrouwen dat de Heer zijn ijverigen dienaar de eeuwige vreugde zal hebben geschonken om zijn verdienstelijk en deugdzaam leven. (B. v. S. Fr.) juni - juli 1928 De hierboven vermelde brief van pater Félix werd integraal overgenomen in de “Bode van den H . Franciscus van Assisi”, orgaan der derde orde, maandschrift, 51e jaar, 1927 - 1928, nr. 11 (Juni) en nr. 12 (Juli). “De Bode” bleef bestaan tot in 1963 en werd in 1988 opgevolgd door “Broeder Franciscus”, dat nu aan zijn 15de jaar is. juli 1928 In het nr. 10 van juli 1928 van het maandblad “De Stem van StAntonius” vinden we volgend artikel: “De Stem” is het orgaan der Franciscaanse missiën, opgericht in 1913 en bestaat nog. E. P. Hermanus Beeuwsaert, missionaris in Chili. Onze goede Pater Herman is naar den hemel! De goede Meester was tevreden met drie jaren arbeid in zijn wijngaard. Hij heeft hem tot zich geroepen op drie en dertigjarigen ouderdom, den 28 Februari om 3 uur in den namiddag. Sinds eenigen tijd reeds was onze goede medebroeder niet al te goed, hij had reeds de koorts op het lijf; toch slenterde hij voort zonder er veel van te gebaren, en niemand dacht aan iets ergs ... Hij ging nog een pastoor vervangen in een parochie; doch na een week kwam hij terug ...e n ging te bed - “t Zou wel overgaan”.- Om gemakkelijker verzorgd te worden, ging hij enkele dagen later naar het hospitaal, bediend door de Zusters van St-Vincentius a Paulo: dààr was een brave en behendige Doctor Espinoza. De heilige Vincentius a Paulo leefde in Frankrijk van 1581 tot 1660. Als jonge priester werd hij gevangen genomen en was hij twee jaar slaaf in Tunesië. Later werd hij pastor in Parijs. Hij stichtte er de congregatie van de lazaristen, en ijverde voor gevangenen, gedeporteerden, oorlogsinvaliden en -w ezen, gekwetsten en gehospitaliseerden. 74


Dagelijks gingen we hem bezoeken en aanhoudend, dag en nacht, waakte een medebroeder aan zijn ziekbed. Met het ontvangen der HH. Sacramenten kwam er beterschap doch daarna verergerde de kwaal. De gebeden der stervenden werden gelezen, en aanhoudend schietgebeden voorgezegd, welke de zieke herhaalde met veel godsvrucht tot het laatste oogenblik, toen hij bij een aderbreuk zijn schoone ziel terugschonk in de handen van den goeden Meester. Schietgebeden (in het latijn: preces jacolatoriae) zijn korte gebeden, verzuchtingen of ontboezemingen, vooral in moeilijke omstandig­ heden, om Gods bijstand te vragen, dikwijls via de hulp der heili­ gen. De kracht ervan ligt in de herhaling of de veelvuldigheid. Deze vorm van gebed werd reeds in de 15lle eeuw beschreven. Later ver­ bonden de pausen hier aflaten aan. Enkele voorbeelden: “Mijn Jezus, barmhartigheid” of: “God, wees mij, zondaar, genadig”. Denzelfden avond werd het stoffelijk overschot naar het klooster over­ gebracht. De kinderen van het College waar P. Hermanus leeraar was, kwamen dien avond nog bidden bij zijn lijk; des anderen daags was het een onaf­ gebroken rij van groote menschen die weenden omdat zij nu hun troost en opbeuring misten in ziekten en moeilijkheden. Dienzelfden avond om 8 uur werden de Metten gezongen. Des anderen daags de Lauden en de H. Mis, die ik met alle mogelijke godsvrucht heb opgedragen in ’t bijwezen van den bisschop van La Serena, die er aan hield zelf de Absoute te zingen. Gansch de stad was er tegenwoordig tot de burgerlijke overheden toe. Veel werd er gebeden en geweend - vele Missen en Communies hebben de menschen opgedragen voor zijn zielerust. Gazetten gaven het relaas van de droeve gebeurtenissen dezer dagen en rond het klooster der Franciscanen hing eenzame triestigheid; de menschen stapten stiller voorbij, met gebogen hoofden ... Pater Hermanus was toch zoo goed! ... Ontelbare mededeelingen in de droefheid zijn ons toegekomen: Ik lijd met u ... Ik neem deel in uw droefheid ...I k heb met u de beproeving verdragen. Ik wil hier een korte meededeeling in de droefheid vertalen, ons gezonden door den Groot-Vicaris van het Bisdom.

75


La Serena, 29 Febr. 1928. Aan den Zeererw. P. Nepomucenus Geleyn, O.F.M.22 Zeer Eerw. Pater Overste, Geestdriftige bewonderaar van de Franciscanen, deel ik uit ganscher harte mede in de smart, veroorzaakt door het vroegtijdig afsterven van Eerw. P. Herman (die in vrede ruste). Hij is gevallen aan den voet van het kanon, want hij was Belg; hij is gestorven evangelizeerend, want hij was Franciscaan. Getuige van zijn bewonderenswaardigheden ijver en zeker dat hij voor den Heer zal kunnen herhalen: “ Bonum certamen certavi ... ik heb den goeden strijd gestreden”, geloof ik ook dat de rechtvaardige Rechter hem reeds de kroon der gerechtigheid zal geschonken hebben. Redenen van slechte gezondheid, die UE kent, beletten mij tegenwoordig te zijn aan den lijkdienst. Ik vraag u dus mijn verontschuldiging aan de Communauteit aan te bieden. Toegenegen Daniel. A. Frictes P. Nepomucenus Geleyn, O.F.M. februari 1928 Krantenknipsel uit ”E1 Chileno”: Aangrijpend overlijden. Eerwaarde pater Herndn Beeuwsaert, franciscaan, is gisteren overleden in de kliniek van deze stad. Jong, in de volheid van het leven, geslagen door een zware ziekte die niet luistert naar de redmiddelen van de medische wetenschap. Hij stierf als een goed franciscaan tijdens het apostolisch werk dat zijn oversen hem toevertrouwden. Ver van zijn vaderland en zijn familie, omarmd met het missioneringskruis, zijn ogen naar de hemel gericht en zijn hart naar god, verliet hij ons. ”El Chileno” biedt zijn oprechte deelneming aan de franciscaanse gemeenschap aan en bidt God dat ze het ongeluk dat hen overkomt over­ winnen. 29

Krantenknipsel uit ”E1 Diario”: Eerwaarde Pater Herndn Beeuwsaert + in deze stad. De Franciscaanse orde heeft een van zijn meest krijgshaftige soldaten verloren; het sint-antoniuskollege een van zijn meest wijze leraren en het bisdom van La Serena een van zijn meest onbaatzuchtige en vlijtige P. Nepomucenus of Jozef Geleyn werd geboren in Beveren-Waas in 1876 en was missionaris in Chili van 1908 tot 1934. Hij overleed er in Iquique in 1934.

76


apostelen in de persoon van E.P. Hernàn Beeuwsaert, die gisteren stierf na een verwoestende ziekte. P. Beeuwsaert verliet deze wereld als er nog een heel leven voor hem lag om te doorlopen, hij was immers nog vrij jong : nauwelijks 33 jaar. Hij werd geboren in Tielt, West-Vlaanderen in het nobele land van België. De verdienstelijke franciscanenorde bieden we onze innige deelneming aan. maart 1928 Toenmalige vertaling van een krantenknipsel uit ”E1 Diario” 2

In memoriam Eerw. Pater Hermanus, Minderbroeder - Zendeling in Chili + te La Serena 28 Februari 1928. Na eene pijnlijke ziekte, toch zacht en zoet gemaakt door de geestelijke vreugde die ‘t aandeel is van al wie de wegen der heiligheid bewandelt, is zachtjes in den Heer ontslapen den Z. E. P. Herman, van de Orde van St. Franciscus, de diepgevochte deelneming in den rouw, die onze stad is gaan betuigen aan ’t Franciskanenklooster even als de talrijke schaar gelovigen die eergisteren heel den dag door vóór ’t stoffelijk overblijfsel eerbiedig zijn voorbijgetrokken, is een kostbaar bewijs van de oprechte hoogachting welke de Eerw. Pater hier heeft verworven binst de drie al te korte jaren dat hij met zoo’n apostolieken ijver heeft gearbeid. Weinige jaren na zijn priesterwijding uit Belgie hier aangekomen, heeft hij ons klooster met den goeden geur van zijn deugden vervuld, altijd gereed om met onvermoeide zorg den nood der zieken te aanhooren en te leenigen, vooral in den biechtstoel waar men altijd zeker was hem te vinden reeds van de vroege morgenduren af; in de geduldige standvastige zorg die hij besteedde aan ontelbare kranken en stervenden, wier familie hem daarom ook de diepste dankbaarheid blijven bewaren, in ’t onder­ wijs van den catechismus van vele, vele, arme kinderen uit de meest ver­ latene wijken der stad, zooals Alfalfare en Colo-Colo; door den zoeten troost dien hij wist te storten in ’t gemoed van heel veel personen, die bij hem altijd een woord vonden van deelnemende medelijden met een zoeten, hem gansch eigenaardigen glimlach. Zijn eenvoudigheid, zijn vurige iever, zijn blijgeestigheid mieken van hem een echten zoon van den lieven H. V. Franciscus. Doch zijn voornaamste werk was zijn leeraarsambt in Sint-Antonius College. Met hart en ziele wijdde hij zich toe aan ’t Christelijk onderwijs. Zijn lessen gaf hij met grootte zorg en trachtte een volledig en nuttig onderricht te verschaffen aan de 80 leerlingen - min of meer - die hem waren toevertrouwd; door eigen voorbeeld vooral zocht hij hun de liefde in te planten tot de deugd; hij miek ze blij en welgezind door zijn aan­ 77


genaam karakter en lieftallig omgang, de onuitwischbare gedachtenis die de kinderen hem in hun herte bewaren zal zeker toch versterken eens dat ze in jaren gevorderd de vruchten zullen plukken van ’t goede zaad dat P. Herman in hun jeugdige ziel heeft geworpen. Het dal van Elqui blijft hem een gansch bijzonder aandenken bewaren om zijn apostelijver de zielen ten beste, ofschoon hij er was naartoe gegaan, om (zoo gezeidj wat te rusten of, zoo hiet het wat vacantie te nemen, waartoe hij zeker wel recht had, bracht hij er zijnen tijd over in parochiedienst te verrichten, preekende met franciskaansche eenvoud, de kinderen onderwijzende, de zieken bijstaande, en heel de streek doorloopende altijd op zoek om ergens goed te doen. De Heer riep hem naar zijn eeuwige rustplaats, naar ’t land der eeuwige beloften, nadat hij de zeeën had overgestoken. Wij mogen niet nalaten een woord van dank te sturen tot den Heer de Espinoza, geneesheer van ’t klooster om de echt vaderlijke teederheid waarmede hij P. Herman tot den laatsten oogenblik verzorgd heeft. En wij, met den H. Man Job zullen zeggen: God gaf hem ons, God nam hem ons: zijne H. Naam zij gebenedijd! Hij was in de waarheid als een rijpgeworden gouden korenaar, die buigt onder de zwaarte van zijne vrucht - Verre van zijn vaderland en van zijn dierbare familie, zal zijn stoffelijk overschot zachtjes rusten in de liefde van dit land dat hij oprecht als zijn tweede vaderland beminde; hier zal het wachten op de heerlijke verrijzenis, en altijd zal een bloem als gedenkenis bij zijn grafstede staan, en van de lippen van die hem gekend hebben en bemind, en met hem geleefd een vurige bede altijd ten hemel gaan. Hij ruste in vrede! Deze tekst werd later door zijn zus Simonne in een schoolschrift over­ geschreven, waaruit ik het nu overneem. De auteur was Adolfo Rivora, een seminarist en oud-leerling van het Sint-Antoniuscollege. Het krantenknipsel is bewaard in de kroniek van het klooster. 4 maart 1928 Krantenknipsel uit ”La Luz”: E.P Herndn Beeuwsaert van de orde van Sint Franciscus. De Franciscaanse gemeenschap van La Serena is in rouw. Vorige dinsdag verloor ze de actieve en vlijtige pater Herndn in de bloei van zijn leven, waar de stad en de kerk hoopten vele jaren te genieten van de vruchten van zijn onvermoeibaar apostolaat. Een verraderlijke tyfus, die hem sluipend ondermijnde gedurende veertien dagen zonder dat hij er zich 78


rekenschap van gaf, rukte hem weg van deze wereld. De inspanningen van de wetenschap en de toewijding van zijn medebroedres baatten niet. Gods wil geschiede! Zoals we echt hopen, ontvangt hij nu de beloning voor zijn deugden en werken. Wij voelen de leegte die hij in het SintAntoniuskollege achterliet alsook in de kerkelijke diensten. We betreuren zijn afscheid en delen in het verdriet met de zijnen en bidden voor zijn eeuwige rust. E.P. Hernan is geboren in Tielt (België) op 15 augustus 1894, hij trad in de orde op 16 september 1913 en werd priester gewijd op 12 maart 1921. Hij was leraar aan het Franciskaans college te Lokeren en kwam in 1924 naar Chili. Sindsdien was hij er leraar aan het Sint-Antoniuskollege. De z.e.p. provinciaal, de e.p. gardiaan en de religieuzen van de orde bieden we onze innige deelneming aan in naam van m. Obispo, van de klerus en van de gelovigen. We bevelen hem allen aan in onze gebeden. R.l.P. Handschrift met ontwerp voor gedachtenisprentje, naamloos en zonder datum, onafgewerkt: Dankbare herinnering aan E. P. Hermanus Beeuwsaert, overleden te La Serena, den 28 Februari 1928. De Eerw. P. Hermanus werd geboren te Thielt (België), den 13en Augustus 1894, trad in de Minderbroedersorde den 16en September 1913, werd tot priester gewijd den 12e Maart 1921. Hij was eerst leeraar aan ’t Franciscaansch College te Lokeren, kwam in 1924 naar Chili, en begon datzelfde jaar zijn kort maar vruchtbaar apostolaat. Kloosterling, met den Geest Gods vervuld, stelde hij de heilige geestdrift van zijn apostolischen ijver en de levenskracht van zijn bloeiende jeugd ten dienste van de zielen, vooral in den biechtstoel waar men altijd zeker was hem te vinden, reeds in de eerste morgenduren in de geduldige en standvastige bezorgzaamheid voor de ontelbare stervenden wier familiën hem dan ook de diepste dankbaarheid blijven bewaren; in het onder­ wijzen van den Catechismus aan zeer veel arme kinderen uit de wijken die de christelijke leering het meest noodig hebben, zooals die van Alfafares en Colo-Colostraat; De Colo-Colostraat is nu een mooie straat met veel groen die naar de bovenstad leidt, waar het stedelijk kerkhof is. Van de krotten van toen is niet veel meer te zien.

79


in het troosten van zeer veel personen die altijd bij hem een medelijdend woord vonden, met een zoeten glimlach erbij, hem eigen. Als leeraar aan Sint Antonius’school, wijdde hij zich met hart en ziel aan het gewetens­ vol, verzorgd en volledig onderwijs van 80 leerlingen, minder of meer, die zijn klas vulden ; door zijn voorbeeld prentte hij hun deugd in, en door zijn aangenaam karakter en minzamen omgang was hij de vreugde van allen. Eindelijk, de vallei van Elqui blijft menigvuldige herinneringen bewaren voor zijn ijver voor het Huis des Heeren, want, ofschoon hij, zooals men zei, er naar toe was gegaan om wat verlof te nemen, waar hij volle recht op had, was hij er gansch bezig met den parochiedienst, predikend met Franciskaansche eenvoudigheid, de kinderen onderwijzend, de zieken bijstaand en de streek doorloopend op zoek om eenig goed te doen. De Heer heeft reeds den goeden en getrouwen dienaar beloond, verslonden door den ijver voor Zijn Kruis. Vermoedelijk opgesteld door een medebroeder. Het is zeker niet het handschrift van pater Félix. Deze tekst werd afgedrukt op gedachtenis­ prentjes met de foto van pater Herman op de voorkant. Er waren ook andere in omloop met de volgende tekst: Een goed leven is een lang leven. S.Aug. Ter zalige gedachtenis van den Eerw. Pater Hermanus Beeuwsaert geboren te Thielt den 13 Aug. gekleed in de Minderbroeders Orde 16 Sept. Priester gewijd te St Truiden 12 Maart overleden te La Serena (Chili) 28 Feb.

1894 1913 1921 1928

God had hem versierd met rijke gaven naar hart en ziel, die hij in eene brave en christelijke familie mocht ontwikkelen, veredelen door studie en gebed. Hij mocht den jongeling des Evangelies nazeggen: “Gods geboden heb ik altijd onderhouden”. Hij verstond het woord der volmaaktheid: “ga, ver­ koop alles, volg mij! “ en de Heer zeide, ik zal mij een getrouwen Priester verwekken, die zal handelen volgens mijn hart en mijne ziel. (1 Kon. XI. 35) Ga uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis en kom in het land dat ik u toonen zal. (Gen. XII, 2) en hij zeide: zie Heer, hier ben ik, zend mij. (Is. VI, 8) Als een goed strijder van Jezus Christus heeft hij gewerkt en gestreden, (Tim) tot het einde zijn plicht volbracht, nu mag hij met vertrouwen de kroon der gerechtigheid verwachten. (II Tim. IV, 7) 80


Die er velen ter gerechtigheid zullen onderwezen hebben zullen blinken als sterren in eeuwigheid. (Dan. XII,3) Gij allen, ouders, broeders en zusters, die den vroegtijdigen dood van uw kind en broeder, Priester en Missionaris, beweent, denkt aan Dengene, die zooveel voor u heeft geleden, u een voorbeeld nalatende, opdat gij zijne voetstappen zoudt drukken. Iboost u: uw kind en broeder zal verrijzen. Wij allen, die hem bemind hebben, trachten wij door onze gebeden in de hemelsche vreugde binnen te leiden. H. Hart van Jezus, ik heb vertrouwen op U. (300 dagen aflaat) - R.I.P. dr. J. De Fuster - Van Landeghem Thielt. 29 februari 1928 Pater Félix stuurde nadien twee foto’s op van de begrafenis: een als de kist de kerk verlaat, met zeer veel volk, de bisschop van La Serena, pater Félix, pater Casimir23, pater Crisogoon Sierray Velâzquez24, broeder Leopold en broeder Cyriel25. Zie blz. 71. P. Crisogoon is nu bekend als “el padre negro”. Hij werd in 1877 in Colombia geboren, waar hij rechten studeerde. Op 33-jarige leeftijd zoekt hij contact met de plaatselijke minderbroeders. In die tijd werd pater Juan José Decock26 van de Vlaamse franciscanen in Chili aange­ steld om de kloosters van Colombia te “visiteren” (la visita canónica). Canonieke visitatie is het bezoek van kerkelijke overheidspersonen ter uitoefening van hun recht en plicht van toezicht op kerkelijke personen (priesters, kloosterlingen), kerkelijke zaken (gewijde voorwerpen, eigendommen, enz), en kerkelijke plaatsen (kerken, scholen, klinieken enz). (1901) Pater Decock nodigt Crisogoon uit om in België zijn priesterstudies voor franciscaan aan te vatten en zo komt Crisogoon in 1911 in het noviciaat van Tielt terecht. Hij sprak enkel Spaans en een beetje Engels en in Vlaanderen was bijna alles nog in het Frans. Hij werd op de boot naar P. Casimirus of Gustaaf Allegaert, 0 Harelbeke 1886, Chili-missionaris van 1920 tot 1966 waar hij in Illapel overlijdt. P. Crisogoon Velâzquez was een Columbiaans advocaat (° 1877), die priester werd in 1916 en later via België minderbroeder en missionaris in Chili. Hij overleed er in Caldera in 1945. Br. Cyriel of Pieter Van Schependom, geboren in Sint-Gillis-Waas in 1880, in Chili van 1908 tot 1935 en overleden in Sint-Niklaas in 1951. P. Joannes-Joseph Decock, geboren in Hondschote, Noord-Frankrijk, in 1862, trad in 1886 in het klooster te Tielt, missionaris in Chili van 1907 tot zijn dood in 1936.

81


Antwerpen gezet met het tweetalige bordje: “envoyer-moi svp à Belgique, Tielt - please send me to Belgium, Tielt”. En hij kwam terecht! Na zijn studies, die later ook pater Herman zal doorlopen en hierboven reeds beschreven werden, wordt Crisogoon in 1921 naar Chili gestuurd, meer bepaald naar Caldera bij Copiapó (ongeveer 500 km ten noorden van La Serena) waar hij het langst actief zal zijn. Hij kende dus pater Herman van zijn studiejaren en dit verklaart vermoedelijk zijn aan­ wezigheid op de begrafenis. Dit is immers niet zo vanzelfsprekend als we weten dat een begrafenis er steeds plaats vindt de dag na het over­ lijden en dat een busreis in 2003 van Copiapó naar La Serena nog steeds een kleine dag duurt. Vermoedelijk was Crisogoon dus al vroeger in La Serena en zal hij pater Herman in de kliniek bezocht hebben. P. Crisogóno werd een merkwaardige missionaris. Hij ging in de bergen rond Copiapó grote ijzeren kruisen plaatsen die hij eigenhandig naar boven sleurde, alsook de cement en toebehoren, om te getuigen van Christus’ rijk. In Arriba del Chanchoquin is er nog een te zien dat sinds 1995 ’s nachts verlicht wordt dankzij “de vrienden van de zwarte pater”. Zijn donkere huid gaf hem de bijnaam “de zwarte pater”. Hij had een speciale gave van voorspellen, onder andere een aardbeving in 1922. Hij kon zieken genezen en verrichtte nog andere vreemde “mirakelen”. Vrij vlug werd hij een legendarische pater en na zijn overlijden in 1945 wilde men hem heilig verklaren, een procedure die werd stopgezet bij gebrek aan geld en mankracht. Toch staat zijn borstbeeld in de SintFranciscuskerk van Copiapó, is zijn foto overal te zien in de streek en valt zijn naam nog dagelijks. Ook de katholieke televisiezender heeft een documentaire over de padre negro die regelmatig heruitgezonden wordt. Fray Pablo Renders O.F.M.27 schreef een biografie over Crisogoon: ”Padre negro, apostol de Atacama” uitgegeven door de Missiones Franciscanas, Santiago, Buenos Aires in 2002. Leuk detail: de zwarte pater reed steeds op een wit paard.

Pater Paul Renders werd geboren in Herentals in 1953 en werkt in Chili als ontwikkelingsmedewerker minderbroeder. Hij is de broer van Jan Renders van het ACW.

82


En een tweede foto van de begrafenis is de lijkkoets gevolgd door een indrukwekkende stoet van voetgangers, auto’s en koetsen, (zie pagina 72) Alsook een Spaanstalig prentje dat in La Serena werd uitgedeeld: Recuerdo póstumo a la memoria del querido y Reverendo Padre Herndn Beeuwsaert Cumplió su santa misión en la tierra y el Senor lo llamó a su celestial mansión. Luis Aguilar L. senora y familia La Serena, Febrero 29 de 1928 In vertaling: Postume herinnering aan de nagedachtenis van de geliefde en eerbied­ waardige pater Herman Beeuwsaert. Hij volbracht zijn heilige missie op aarde en de Heer riep hem naar zijn hemelse woonst. Luis Aguilar L., echtgenote en familie. La Serena, 29 februari 1928. De familie Aguilar was een rijke familie die goed bevriend was met de paters en met pater Herman in het bijzonder. Zij waren lid van de derde orde en verzorgden ( = betaalden) het drukwerk. Dat is zo een beetje zoals nu bij ons de werkgever een overlijdensbericht in de krant laat verschijnen. De derde orde was zowel in Vlaanderen als in Chili zeer actief. De eerste orde, dat zijn de mannelijke kloosterlingen, de tweede orde de vrouwe­ lijke kloosterlingen en de derde orde de leken die het evangelie willen beleven naar de geest van Franciscus. Eén van hun verplichtingen was zich te onthouden van seks ook binnen het huwelijk, tenzij met het doel kinderen te verwekken. Tot hun privileges behoorde dat ze konden begraven worden bij de paters, wat in Chili inderdaad gebeurde, en ook dat ze konden opgebaard worden en begraven in de Franciscaanse pij. Ik weet echter niet of dit ooit gebeurde. 12 maart 1928 In de minderbroederskerk in Tielt wordt een nadienst gehouden. Er worden van de familie uit klassieke doodsbrieven gedrukt:

83


+ M Heer & Vrouw Cyriel VERBEKE - DE NEVE, Heer & Vrouw Maurice BRUGGEMAN - BEEUWSAERT, Juffrouw Brigitte VERBEKE Heer Paul VERBEKE, Juffrouw Simonne VERBEKE, Heer André VERBEKE, De familie BEEUWSAERT, De familie VERBEKE, De familie DE NEVE melden U met innige droefheid, doch christelijke gelatenheid, dat het den Heer behaagd heeft tot zich te roepen de ziel van hun teergeliefden zoon, broeder, schoonbroeder en neef den Z. EERW. PATER HERMANUS Minderbroeder ((In de wereld Georges Beeuwsaert) geboren te Thielt, den 13 Augustus 1894, en overleden te La Serena (Chili), den 28 Februari 1928, bediend door de HH. Sacramenten der Stervenden. Zij bevelen zijne ziel in uw godvruchtige gebeden. Een plechtige lijkdienst, tot denwelken Ued. vriendelijk uitgenoodigd wordt, zal plaats hebben in de Paters kerk te Thielt, op Maandag den 12 Maart om 9 uren. -R.I.PDrukk. J. De Fuster - Van Landeghem Thielt De hierboven vermelde gedachtenisprentjes werden vermoedelijk tijdens die offerande uitgedeeld. Dat de nadienst op een maandag plaats grijpt, heeft te maken met een oud Joods-Christelijk volksgebruik. De zondag is ook rustdag voor de gestraften in de onderwereld en de volgende dag, de maandag, beginnen de pijnen opnieuw. De familie laat nog een foto-steentje met als tekst: Aan mijn diepbetreurde Zoon en Broeder opsturen naar Chili om op zijn zerk te plaatsen. Anno 2003 staat het steentje nog steeds in de nis, zie foto blz. 93. Februari 1929 Uit de missiekalender “Pro Apostolis”, Minderbroedersstr. 11, Leuven: (deze kalender was een initiatief van de jezuïeten)

84


28 Januari Pater Herman Beeuwsaert Ontroering zal er weer zijn bij velen, den 28e Februari, want dien dag zal er velen herinneren aan den dood van een man, die voor hen is geweest de steun van hun leven: de jonge pater Herman Beeuwsaert van Thielt, die, pas 33 jaar oud, den 28e Februari 1928 te La Serena overleed. Ontzaglijk is zijn arbeid geweest. Vóór hij zich eiken dag 5 uur lang opsloot in het schoollokaal, sloot hij zich op in den biechtstoel, 2, 3 uren. ’s Zondags 5, 6 uren, op de hooge feestdagen 15 uren. En als de vacantie kwam, reed hij naar de parochies, waar zelden of nooit een priester kwam. Lijden kostte hem dat wel, maar ... hij was gelukkig, schreef hij, “gelukkig als ne kermisvogel”. Doch Herman vroeg te veel van zijn lichaam: de ziekte had hem getroffen eer hij het wist ... maar toch zweepte hij, met de typhus op het lijf, zijn uitgeput lichaam op het paard en vertrok, een vacantie voor hem, naar ’n afgelegen missie, waar hij tot belooning toch zoo koud werd ontvangen en behandeld. Na enkele dagen bracht men hem per auto weer naar de residentie en van daar naar het hospitaal. En toen het bloed naar buiten gulpte en hij wist dat er geen hoop meer was, kwamen er tranen in zijn oogen, want hij wist dat er ginder over zee ’n vader en ’n moeder en broeders en zusters waren, wien het zou kroppen in de keel en die zouden weenen omdat hun priester was heen gegaan. En zij ook, zij weenden, want ’t was ’n slag voor heel de missie: het ging er zoo goed in ’t college met P. Herman. En toch, wanneer ze het doode lichaam van hun medebroeder gelijkt zagen liggen, kwam er over hen een groote vrede, want ze wisten dat er een heilige was gestorven, die hen niet verlaten zou. En een troost was het voor hen, als ze de volgende dagen heel La Serena, de bisschop aan het hoofd, zagen defileeren en hun laatste hulde brengen aan den priester dien ze zoo gansch den “hunnen” hadden gevoeld. Een troost was het, als ze bij de begrafenis ’n onafzienbare massa de lijk­ baar zagen volgen in stilte; ’n liefdemanifestatie voor ’n armen Minderbroeder! En thans knielen velen, van wier harten Pater Herman alleen de geheimen kende, neer op zijn graf en bidden ... Mocht Chili, ook door zijn lijden, komen naar Christus. Missie der Paters Franciscanen, Chili Procuur: Oever 12, Antwerpen. Postrek. 978 86 12 juni 1938 Op de dag dat Tielt aan het Heilig Hart van Jezus werd toegewijd, ver­ scheen bij Lannoo: ”West-Vlaamsche minderbroeders in verre landen”. Bladzijde 22 gaat over pater Herman. 85


1950 De dekenij Tielt geeft een missie-album uit “tot vroom en stichtend aan­ denken aan de overleden priesters- missionarissen, missiebroeders en missiezusters; tot hulde en roem aan de nog levende gezanten in alle werelddelen uit drie-en-twintig parochiën der dekenij in het heilig jaar 1950”. Er wordt een halve bladzijde gewijd aan pater Herman: een foto en de tekst van 10 juli 1928 uit “De Stem van Sint-Antonius”, die ze letterlijk overnemen. 1953 In Limburg houdt men sinds 1948 jaarlijks Franciscaanse missiedagen en -avonden. Ter gelegenheid van hun lustrum verschijnt een brochure: “In hou en trouw ”. Op blz. 9 een foto van pater Herman. 20 juli 1954 Vier jaar na haar tweede man, Cyril Verbeke (Pittem 1871 - Tielt 1950) overlijdt Ida De Neve (Tielt 1872 -1954), de moeder van pater Herman. Ida De Neve droeg altijd een sier­ speld met de foto van pater Herman erop. Zie ook de foto ervan op blz. 3. 22 april 1961 Beste Eddie Verbeke, Uw briefje goed ontvangen. (...) Het geheugen begint ook wat ongewillig te zijn. Ik mag u toch zeggen dat gedurende de jaren dat ik met hem heb geleefd, het altijd een zeer voorbeeldige religieus is geweest. Dagelijks had hij het zelfde humeur; zijn glimlach won de simpatie van iedereen. In de biecht­ stoel was hij de geestelijke leider van vele menschen. Zijne voorliefde ging vooral naar de armen en de zieke menschen. Onmiddellijk na zijn schoolwerk - want hij was professor- was zijn eerste werk de zieken bezoeken waarmede hij vaderlijk sprak en ze goed wist te troosten. Die goedheid moet de oorzaak geweest zijn, waarom er op zijn begrafenis zooveel volk was. Ik heb die 27 jaar in Serena geleefd en nooit heb ik er een begrafenis gezien met zooveel volk. Velen weenden als men de absouten 86


zong. Ik heb hem ook helpen verzorgen op de laatste oogenblikken van zijn leven, en nooit maar nooit ontsnapte aan zijn lippen de minste klacht. Hij was gelaten en gewillig aan de wil van God tot het laatste ogenblik. Men zegt van de priester dat hij een andere Cristus is, P. Herman is daar een bewijs van. Hij deed wat Cristus heeft gedaan en stierf op den ouder­ dom van Cristus: 33 jaar. Jammer genoeg dat zulke goede religieuzen zoo spoedig het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. (...) P. Casimiro Allegaert ofm. Het is wel ongelofelijk dat een getuigenis van 33 jaar na de feiten zo goed als identiek hetzelfde vertelt als wat we hierboven reeds konden lezen. P. Casimir woonde dan in Illapel, waar hij vijf jaar later overleed, honderden kilometers van La Serena en verontschuldigde zich niet naar de archieven van het klooster te kunnen gaan. 24 juli 1961 Briefwisseling uit Taiwan van p. Generosus28 aan p. Gentilis29: + J.M.J. Tuifang 24.7.61 Z. E. Pater Gentilis, Aangaande P. Hermanus, mij staat hij vóór oogen als: een viooltje tussen andere viooltjes: lief, eenvoudig, onopvallend. Voor wie een violettenparkske bekijkt, ’t is een groot genot al die viooltjes daar bijeen te zien, maar elk viooltje is eigenlijk een viooltje tussen de andere viooltjes: lief, wel is waar, maar onopvallend. En de viooltjes zelf peinzen er niet aan speciale aandacht op zich te trekken: al wat zij betrachten is: te zijn een viooltje tussen de medeviooltjes. En zóó was Hermanus: een viooltje tus­ sen andere viooltjes: eenvoudig lief, onopvallend. Wat betreft de afschildering die gij van hem geeft, ik ben akkoord met U: ja, Hermanus was gelijk Gij hem daar in enkele trekken voorstelt. Beter kan ik hem niet afschilderen. Eerbiedig, P. Generosus (ook een Tieltenaar, hé)

P. Generosus of Jozef Van Nieuwenhuyse werd in Tielt geboren in 1892 en was missionaris in China en Taiwan van 1922 tot 1984. Hij kwam nooit terug naar Tielt en overleed in Taipei (Taiwan) in 1984. P. Gentilis of Emiel Hughelier werd geboren in Bavikhove in 1896 en was China- en Taiwanmissionaris van 1925 tot 1966. Hij overleed in Tielt in 1975.

87


28 juli 1961 Brief ontvangen van p. Gentiel vanuit Taiwan. Ik citeer enkele stukken: Ave + Maria Nankang 28 Juli 1961 Beste Eddie, Daar ik naar P. Generosus schreef om UE. nog een gegeven méér aan de hand te doen, kreeg mijn antwoord, fataal, enkel dagen vertraging. (gaat over brief hierboven overgenomen) Ave + Maria. P. Hermanus ! Als ik aan P. Hermanus denk, dan zie ik een bloem ... Anderen noemen die bloem om het vele, schone dat er in opengespreid ligt: vioolke. Ik noem P. Hermanus een dagschone, zó schoon dat ze maar heel kort mag leven op aarde en moet openbloeien in de eeuwigheid, blijvend. Maar die “dag-schone” doet me spontaan opzeggen al wat Gezelle dichtte over bloemen, bepaaldelijk: “ik ben een blomme en niet alleen dat, maar “zonnewende een bloem, volledig, maar levend, gekeerd naar God en de mensen om veel, alles, te geven, en veel, alles, te krijgen en zó te zijn wat hij altijd was, als kind, als student, als kloosterling, als priester, als zendeling en wat hij nog is. Gezelle komt daarbij te pas, om het profiel van P. Hermanus persoonlijk­ heid te tekenen; omdat P. Hermanus gelijk al wat Gezelle zei, zó, door en door West-Vlaams is, een type van al wat den gave, ongeschonden, goeie West-Vlaming markeert: in P. Hermanus, zo rijk en veelzijdig bedeeld, omdat hij stil, gelijkmoedig, zonder omhaal en beslag was, niets dat opviel en toch zo eindeloos veel de aandacht trok met een gevolg van sympathie, bewondering, en van zich bij hun thuis en gezellig en broeder­ lijk en gelukkig te voelen. Dat kwam omdat P. Hermanus ook zo los en ongedwongen, zonder beslag, bij u en bij iedereen was om in alles mee te doen en er zijn nooit versagenden monkellach over uit te strijken. Het was al goed wat er aan was. En daarmee zijn er ook geen typerende gebeurtenissen waar P. Hermanus, hooguit, boven sprong. Hij was overal bij de besten en deed in al de sektoren van het beste mee, vooraan in de voorste rij. Dat hij naar het serafijns college trok, dat hij door het noviciaat tot het kloosterleven geraakte, dat hij priester werd, en dat hij velen verwonderde, toen hij naar de Missies trok, dat alles toont dat er in P. Hermanus een ziel stak, gans van God en naar God, zoals in de beste onder de beste West-Vlamingen, een intens-levende ziel. Als we van P. Hermanus spreken als van “een blomme” komt niet alleen 88


Gezelle te pas. P. Hermanus moet veel, niet alleen van den Goeden Godsvrucht stralen, maar ook van zijn schattig onvergeetlijk moederken zaliger gekregen hebben. P. Hermanus was er het evenbeeld van. Die moederken Beeuwsaert-Verbeke kenden op het einde van haar lang schoon leven en die haar hebben zien uitgaan, zachtjes, gelijk een gewijd kaarsje; hebben dan ook aan P. Hermanus gedacht en gezeid: zó was P. Hermanus en zó zou hij uitgegroeid zijn, had hij voort en langer mogen leven op aarde! Maar de Goede God - zijn wegen zijn niet als de wegen van mensen­ heeft P. Hermanus, misschien té schoon voor de aarde, heel vroeg willen overplanten in den hemel, zó dat hij toch, als een vermoeden dat terzelfdertijd werkelijkheid is, nog op aarde voortleeft. P. Hermanus, dat zijn van die meesterwerken die blijven! ... Goddank. P. Hugelier Gentiel ofm. 18 juni 1962 Overlijden van pater Félix Van De Cotte. Hij was samen met pater Herman naar Chili vertrokken en was er ongeveer 38 jaar missionaris en kwam enkele maanden voor­ dien naar Gent, om er te sterven. Het geheim dat pater Herman hem toevertrouwde op zijn sterf­ bed in 1928, nam Félix mee in zijn graf, zoals hij beloofd had. André Verbeke probeerde dit en eventueel nog andere gegevens los te krijgen, maar zonder succes. Pater Félix was in het noorden van Chili bekend, misschien berucht, voor zijn kennis van de bergwegen die naar Bolivië liepen. Hij werd meermaals geraad­ pleegd door zowel cartografen als politici. Zelf heb ik pater Félix één­ maal ontmoet kort voor zijn overlijden. 16 maart 1975 Een ernstige aardbeving in La Serena verwoest de Sint-Franciscuskerk bijna volledig.

89


1977 De Sint-Franciscuskerk van La Serena wordt beschermd monu­ ment (monumento nacional) en wordt stap per stap volledig gerestaureerd. De kerk is van 1627, gebouwd in witsteen van Penuelos en Coquimbo in renaissance-stijl. Hier werkte pater Herman. Zie ook 2 mei 1927. 19 maart 1997 De volledige restauratie van de Sint- Franciscuskerk is af, dus ook de toren en er is een plechtige herinwijding. Ook het museum voor religieuze kunst werd herin­ gericht. Dit was een initiatief van pater Raoul De Bonte30 Bij gebrek aan mankracht is het museum echter opnieuw gesloten en staat alles netjes opgestapeld op de tweede verdieping, (situatie 2003). Op de rechter buitenmuur van de kerk (dat is dan in het gasten­ kwartier) werd een gedenkplaat herplaatst met de namen van de Vlaamse missionarissen die er in de twintigste eeuw gestorven zijn, waaronder twee Tieltenaren: Pater Liborius was de eerste, pater Herman de vierde. 16 september 1997 Overlijden van André Verbeke, jongste (half)broer van pater Herman. Hiermee verdwijnt de laatste bloedverwant tweede graad. Ik ben een van de zes

P. Fredegand of Raoul De Bonte, ° Ronse 1926, Chili-missionaris van 1956 tot 2000, nu te Ronse.

90


bloedverwanten derde graad. Er zijn elf bloedverwanten vierde graad en al meerdere in de vijfde graad van wie mijn kleinzoon, Milan Harinck (°Anderson, SC, USA, 2004) vermoedelijk de jongste is. 23 juni 1999 In het klooster van Tielt sterft broeder Gaspar31. Ik citeer uit zijn doodsprentje: Het klooster van Tielt zal in ’t vervolg anders zijn. We zullen broeder Gaspar niet meer tegenkomen, sleffend door de gangen. Zoals ook al een hele tijd zijn figuur was verdwenen uit het straatbeeld, na een ongeluk met zijn brommer. Jarenlang voorzag hij het klooster van boter en koffie en veel anders, dat hij ophaalde bij bevriende mensen. Want zo is hij zijn hele leven geweest: dienend en helpend. In Chili waar hij 26 jaar heeft gewerkt, werd hij op de handen gedragen. Hij kon zelfs de kleine Chileentjes baas tijdens de Catechismuslessen. Tot ziekte hem dwong over te schakelen naar het thuisland. Als bedelbroeder werd hij door Jan Himpe vereeuwigd met deze collagefoto: 'Mont Saint-François':

Broeder Gaspar wist van mijn opzoekingswerk en het kruisteken waar­ mee ik dit werk afsluit komt van broeder Gaspar!

Broeder Gaspar of Achiel Maes werd geboren in Sint-Niklaas in 1907 en was gedurende 26 jaar missionaris in Chili. Daarna verbleef hij 35 jaar als portier en bedelbroeder in het klooster van Tielt, waar hij in 1999 overleed.

91


29 maart 2000 De Vlaamse custodie van Noord-Chili wordt opgenomen in de Chileense provincie, tevens officiële overdracht van roerende en onroerende goederen met plechtige ondertekening door de paters provinciaal van Vlaanderen32 en van Chili. Er zullen geen Vlamingen meer naar Chili trekken. Hopelijk zullen de laatsten er nog de 100-jarige Vlaamse aan­ wezigheid kunnen meemaken (1907-2007). 2001

In de reeks “Les carnets du calligraphe” (uitgave Albin Michel, Parijs) verschijnt: “Le cantique des créatures de François d’Assise”, calligraphies de Frank Missant (° 1955 Tielt). Verscheen in 2003 in het Nederlands bij uitgeverij Lannoo.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, voor Moeder Aarde. 9 april 2003 Ik verneem dat pater Lorenzo33, die vele jaren in Chili werkte, in het klooster van Tielt verblijft. Hij is ondertussen 99 jaar. Pater Lorenzo, toen novice, heeft pater Herman eenmaal gezien in Tielt, samen met zijn zus Georgine. Dit is dus de enige nog levende getuige ! Spijtig genoeg is contact vrij moeilijk, temeer daar Lorenzo hardhorig is.

P. Burchard of Walter Verhelst, geboren in Tielt in 1934 en provinciaal van 1995 tot 2004. Pater Lorenzo of Louis Volckaerts werd geboren in Lier in 1905 en was missionaris in Chili van 1932 tot 1998. Sindsdien woont hij in het klooster van Tielt.

92


P. Jan, Eddie Verbeke, P. Lorenzo 11 september 2003 Dat is de tweede verjaardag van de aanval op de twin towers van New York, maar ook de dertigste verjaardag van de val van Allende in Santiago. Tijdens een reis om mijn opzoekingswerk te vervolledigen en af te werken, eindelijk, als kroon op een werk, bezoek aan het graf van

93


pater Herman in het Franciscaans mausoleum op de stedelijke begraaf­ plaats van La Serena. Dit was de eerste keer (en vermoedelijk de laatste keer) dat er een familielid aan zijn graf stond. Er was zo goed als niets veranderd als we vergelijken met foto's uit 1928, de tijd is blijven stil­ staan, maar is dat niet altijd zo op een kerkhof ? Bijlage 1 Tieltse missionarissen in de jaren 1920 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

Mgr. Benjamin Franciscus Christiaens, 1844-1931, zie voetnoot 6 Z. Maria van St-Michiel of Elodie De Coster, 1868-192?, franciskanes-missionaris van Maria in India P. Albert De Lodder, 1870-1934, Congo P. Gustaaf Vanden Bosch, 1870-1933, witte pater, Tunesië en Congo P. Vincent Vanden Bosch, 1872-1942, witte pater, Algiers E.H. Jozef Picavet, 1874-1923, Palestina P. Oscar Van Oost, 1877-1948, scheutist, Congo Z. Marie-Germaine of Maria Vande Vyvere, 1880-1946, franciskanes-missionaris van Maria in India Br. Medard-Robert of Maurits Waelkens, 1882-?, broeder der Christelijke scholen, Congo Z. Marie-Fernande of M.L. Meirhaeghe, 1887-1976, kanunnikes van de H. Augustinus, Filippijnen van 1925 tot 1934 P. Honoré David, 1890-1966, scheutist, Filippijnen P. Generosus of Jozef Van Nieuwenhuyse, 1892-1984, zie voetnoot 27 E.D. Marie-Gertrude of Augusta Van Der Meulen, 1893-1976, kanunnikes van de H. Augustinus, Filippijnen 1923-1976 E.Z. Vincence of M. De Meulemeester, 1893-?, zuster van LiefdeGent, India P. Robert Van De Vijvere, 1893-1945, witte pater, Congo P. Georges Dupont, 1893-1986, jezuïet, India 1930-1969 Br. Justinus of Jules De Coster, 1894-1962, minderbroeder, Congo P. Hermanus of Georges Beeuwsaert,1894-1928, minderbroeder, Chili, zie deze kroniek P. Antoon Van Overschelde, 1895-1967, witte pater, Jeruzalem en Ruanda Br. Prosper of Antoon Duytschaever, 1896-1978, witte pater, Congo E.D. Marie-Boniface of Emilia Nemegheer, 1897-1987, kanunnikes van de H. Augustinus, Congo 1925-1963 E.M. Gudule of J. Van De Maele, 1897-?, H. Familie van Helmet, El Salvador 94


23. E.D. Marie-Sebastienne of Alice Borms, 1898-1987, kanunnikes van de H. Augustinus, Amerika en Antillen 1924-1976 24. E.D. Theophila of Albertina Van De Walle, 1899-1985, kanunnikes van de H. Augustinus, Congo 1925-1927 25. E.D. Maria-Lea of Margaretha Nemegheer, 1900-1981, kanunnikes van de H. Augustinus, Congo 1930-1960 26. P. Paul Deschout, 1900-1966, jezuïet, Alaska 1931-1963 27. P. Octaaf De Vreese, 1900-1996, scheutist, China 28. P. Gérard Van Overschelde, 1900-1947, witte pater, Ruanda 29. Br. Edmond of Gérard Duytschaever, 1900-1964, witte pater, Congo 30. P. Cecilius of Camil Vercampt, 1901-1932, minderbroeder, Congo 31. E.D. Maria-Herlindis of Maria De Vreese, 1901-1990, kanunnikes van de H. Augustinus, Congo 1930-1960 (p.s. de kanunnikessen van de H. Augustinus werden later de zusters van de Jacht) bijlage 2 Lijst (niet-uitgetreden) minderbroeders die in Tielt geboren zijn, na de restauratie (1801): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.

Beeuwsaert Georges of p. Herman,°1894 + 1928, zie deze kroniek Bolleire Georges of p. Albien, °1909 + 1986 Heusden Boutens Constant of p. Joannes, °1800 + 1885 Tielt Bruneel Baziel of p. Bonaventura, °1814 + 1875 Sint-Truiden Buyssens Godfried of br. Luchesio, °1883 + 1962 Marche Christiaens Frans, mgr. Benjamin, °1844 + 1931, zie voetnoot 6 Claeys Edward, p. Jozef, Taiwan, nu pastoor in Genk-Hoevezavel, °1939 De Clerck Cyriel of p. Ildefons, ° Aarsele 1928, missionaris in Taiwan Decoster Jules of br. Justien, °1894 + 1962 Tielt Defauw Antoon of p. Rizerius, °1925 + 2004 Jeruzalem Defauw Cyriel of p. Symforiaan, °1902 + 1980 Leuven, zie voetnoot 1 Derammelaere Karei of br. Conraad, °1834 + 1912 Tielt De Rock Désiré of br. Romaan, °1867 + 1945 Sint-Niklaas De Scheemaker Louis of p. Pascal, °1827 + 1894 Sint-Truiden De Vliegher Camiel of br. Fideel, ° 1894 Aarsele, + 1973 Mechelen Devolder Remi of p. Didacus, °1924 + 2001 Aalst De Witte Achiel of br. Maurice, °1876 + 1955 Tielt De Lodder Antoon of p. Liborius, °1880 + 1914 La Serena, zie voetnoot 10 Durieux Willy of p. Elfried, °1922 + 1999 Antwerpen 95


20. Galle Victor of p. Marcellianus, ° Aarsele 1917, + 1970 La Serena, Chili 21. Lahousse Jules of p. Arnold, 0 Aarsele 1902, + 1981 Salamanca, Chili 22. Laseur Karel of br. Rochus, ° Kanegem 1823, + 1900 Antwerpen 23. Lievens Félix of br. Livien, °1878 + 1966 Gent 24. Nolf Gustaaf of p. Antoon, °1875 + 1946 Gent 25. Robberecht Joris of p. Florentien, °1875, + 1904 Cha-Tse-Ti, China 26. Turf Alois of p. Hermenigildus, ° Aarsele 1886, + Shangai, China 1948 27. Vanhessche August of br. Donatianus, ° 1827 Kanegem, + 1884 Montigny 28. Van Maele Louis of p. Franciscus, °1805 + 1847 Tielt 29. Van Maldeghem Karel of br. Lucas, 0 1816 Kanegem + 1885 Tielt 30. Van Nieuwenhuyse Jozef of p. Generoos, °1892 +1984, zie voet­ noot 28 31. Van Der Plaetse Ivo of p. Mariaan, °1896 + 1972 Mechelen 32. Van De Walle Daniel of p. Albert, prof. theologie, ° 1906 + 1997 Mechelen 33. Van Den Steene Frans of br. Samuel, °1819 + 1891 Tielt 34. Vercampt Flor of p. Ceciel, °1901 + 1932 Lukonzolwa, Congo 35. Vercampt Remi of p. Linus, °1893 + 1964 Mechelen 36. Verhelle Medard of p. Honorius, 0 Aarsele 1876, + Antwerpen 1930 37. Verhelst Walter of p. Burchard, °1934, zie voetnoot 32 38. Verhelst Jozef of p. Sigiswald, ° 1913, + Korbeek Lo 1973, in Chili van 1946 tôt 1961. 39. Verkinderen Alfons of p. Paul, °1897 + 1941 Ronse 40. Verschuere Honoraat of p. Antonel, °1890 + 1955 Lokeren, zie voetnoot 3 41. Willemijns Karel of br. Léo, ° 1823 of 1833 + 1902 Tielt 42. Wittewrongel Jan of br. Anacleet, °1816 + 1880 Tielt 43. Wittewrongel Edward of p. Juliaan, °1898 + 1962 Tielt bijlage 3 De minderbroeders die in september 2004 in Tielt woonden: (alfabetisch op familienaam) 1. 2.

pater Bertram of Alex Coenen, °Hoeselt 1925, missionaris in Chili van 1951 tot 1972, in Tielt sinds 2004. pater Emmanuel of Albert Elewaut, “Lokeren 1935, verbleef in Tielt van 1970 tot 1987, opnieuw in Tielt sinds 2001. 96


3. 4. 5.

6. 7. 8. 9.

pater Berard of Hubert Elewaut, ° Leuven 1925, lang missionaris in Congo, in Tielt sinds 2004. pater Fernand of Albert Heirman, “Overmere 1930, sinds 1959 bijna ononderbroken in Tielt. pater Odilo of Jozef Mathé, °Merksem 1917, in Tielt van 1943 tot 1946, missionaris in Corsica van 1959 tot 1995, sindsdien opnieuw in Tielt. broeder Maximien of Jan Maurissen, 0 Bilzen 1932, sinds 1998 in Tielt. broeder Marcel of Roger Vandesteene, “Heestert 1925, sinds 1999 in Tielt. pater Laurens (Lorenzo) of Louis Volckaerts, “Lier 1905, missiona­ ris in Chili van 1932 tot 1996, sindsdien in Tielt. pater Sylvien of Jos Wilbors, “Leopoldsburg 1925, sinds 1990 in Tielt.

bijlage 4 Alle minderbroeders mede-acteurs kregen een voetnoot, zie aldaar. Hieronder een alfabetische lijst op kloosternaam en familienaam, met verwijzing naar de voetnoot. Aidanus 14 Albertus 4 Allegaert Gustaaf 23 Angelinus 12 Antonellus 3 Beeuwsaert Georges, zie deze kroniek Benjamin 6 Bertinus 2 Bonifacius 7 Burchard 32 Casimirus 23 Ceslas 15 Ceyssens Hubert 2 Christiaens Frans 6 Col Jozef 9 Crisógono 24 Cyriel 25 Decock 26 De Bonte Raoul 30 Defauw Cyriel 1 De Lobelle Augustien 21

De Lodder Toon De Vreese Serafien Emmanuel Félix 11 ( + blz. Fredegand Gadet Frans Gaspar Geleyn Jozef Generosus Gentiel Hartman Armandus Hermanus, zie deze kroniek Hilarion Hilonius Hughelier Emiel Ivens August Joannes-Joseph Laurens Leopold Liborius Lismont Albert 97

10 14 18 89) 30 17 21 22 28 29 12 5 21 29 19 26 33 19 10 4


Thans Van Berlo Petrus Van De Cotte Noé Van Geldrop Henricus, Van Nieuwenhuyse Jozef Van Schependom Pieter Vanherk Jan Velasquez Verhelst Walter Verschueren Honoratus Vital Volckaerts Louis Wuyts Jozef

33 Lorenzo 31 Maes Achiel 20 Mansueet 8 Maurus 7 Moone Michel 22 Nepomucenus 9 Odoricus 27 Pablo Padre negro 23 ( + blz. 82) 27 Paul 15 Pellegrims Alfons 27 Renders Paul 13 Salesius Streefland Cornélius 8 1 Symphorianus

5 18 11 blz. 8 28 25 20 24 32 3 17 33 13

Bijlage 5 De geschiedenis van het geboortehuis, Hoogstraat 3, Tielt in de twintigste eeuw in vijf foto's: Vóór wereldoorlog één hield pater Hermans moeder hier een kruidenierswinkel. Vermoedelijk zag het ouderlijk huis er ook zo uit in 1894, zijn geboortejaar.

Het zelfde huis tijdens het inter­ bellum. Op de muur lezen we: ”C. Verbeke De Neve”. Het is dan nog steeds een kruidenierswinkel, samen met de kleermakerij van Cyriel Verbeke, zijn stiefvader. Zo zag het huis eruit toen hij naar Chili vertrok.

98


In mei 1940 werd een groot deel van de Markt en dichte omgeving gebombardeerd, zo ook het ouderlijk huis in de Hoogstraat. De familie ging dan voorlopig in Sint-Janstraat nr. 3 wonen tot na de heropbouw, einde der jaren 1940.

Nieuwbouw na de oorlog. De kruidenierswinkel is verdwenen, dochter Brigitte is er modiste. Na het overlijden van Cyriel Verbeke in 1950 en van Brigitte in 1951, verlaat Ida De Neve het huis om te gaan inwonen bij haar dochter Georgine in de Kortrijkstraat.

Toestand sinds 1999. Na 1954 waren er achtereenvolgens ver­ schillende winkels, laatst horlo­ gerie Blancke. Nadien verbouwd tot zijn huidige toestand en sinds 1999, na een kleine brand, te huur. Toestand in 2004 nog niet gewijzigd.

99


Bronnen: Asali S. Chili Lannoo's reisgids, 1999 Claes Jo e.a. Sanctus, Davidsfonds, 2002 Laureys Dirk De mindere broeders van Franciscus 1842-1992, Kadoc, 1992 Nolthenius HÊlène Een man uit het dal van Toledo, Querido, 1988 Renders Pablo Padre Negro, Missiones Franciscanos Chile, 2002 Samagalski Alan Chile, Lonely Planet, 1990 Sassen J. e.a. De katholieke encyclopaedie, Joost V.D. Vondel, 1933-1939 Stols Eddy e.a. Vlaanderen en Latijns-Amerika, Mercatorfonds, 1993 Thorez K. Hulde-albnm aan de missionarissen van de dekenij Tielt, Lannoo, 1950 Tresidder Jack Symbols and their meanings, Duncan Baird Publishers, 2000 Vanmaele Ben. West-Vlaamsche Minderbroeders in verre landen, Lannoo, 1938 Verbeke Eddie Verbeke-flarden, 2000 Verschuere Ant. De minderbroeders te Thielt, Lannoo, 1933 www.museum-minderbroeders.be en vele andere w ww 's bezoeken aan het instituut voor Franciscaanse geschiedenis in Sint-Truiden alsook meerdere kloosters en minderbroeders Tijdschrift en meerdere uitgaven van De Roede van Tielt 1973-2004 Por la Senal de la Santa Cruz + , de nuestros enemigos + , libranos Senor. En el Nombre del Padre, y del Hijo y del Espiritu Santo. Asi sea. (zie 23 juni 1999)

100


U it v a a r t c e n t r u m

DHONDT & BOCKELANDT Begrafenissen - Crematies - Funérarium Stationstraat 103 - Tielt Tel. 051 40 02 27 - Fax 051 40 56 27

DLE COMPUTERS

Vredestraat 20 8700 TIELT Tel. 051 40 61 93

1^ .

32 ^RGENTK

uw appeltje voor de dorst

A D V E R T E N T IE R U IM T E TE HUUR

ATeKa bvba

Tanghe K ris 051 40 18 38

Ie p e r s tr a a t 8 • T ie lt V in k ts tr a a t 5 • A a r s e le


bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


ZoofenhuUe

EDitaJeshoi 'Ratdinc/,

StraeteJ* KWuimerj’

Jr-S 'f/d /io ek

lo e M o o m

•cam)

\jq 8 s f

Aerzé&

H erpelplkl^a

H A G rootQ i Claer'&oid

Wegen c ra in e p flr/fè ry W i

rMarkog%£n '^ A A r u q p x \\j

W

Atp/ohen

W aeker 'aëlberqhruqqe

Warwbriy/ae

uïe.Abeete

X

fn g tX i 71u n s t e r ï f W reitêietihave

XX^ranbiMek eieren

De Roeöe van Tieft Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 36ste jaargang, nr. 2 - april - mei - juni 2005 Afgiftekantoor

8700 Tieft


Kortrijkstraat 56 8700 Tielt Tel. 051 40 11 76

Kasteelstraat 149 8700 TIELT Tel. 051 40 18 23

til

Fax 051 40 51 93 w w w .d e m e ib l o e m . b e

CENTRALE VERWARMING & SANITAIR

Oude Stationstraat 142 8700 Tielt (aan het station) Tel. 051 40 64 35

ALGEMENE ELECTRICITEIT

bvba D e b u s sc h e re E .& L .

D econynck-A m pe bvba

B ru g g e s tra a t 4 3 - 8 7 0 0

M azout

T IE L T

T e l. 0 5 1 4 0 0 7 1 5 F ax 051 4 0 7 3 37 G S M 0475 32 77 08

Toonzaal en magazijn: K lijte n s tra a t 2 7 -2 9

P riva a t- en in d u s trië le in s ta lla tie s L a a g sp a n n in g sin sta lla tie s

8 7 0 0 T ie lt

G e ce rtifice e rd in sta lla te u r:

V o o r s e rv ic e e n k w a lite it:

da ta- en n e tw e rkb e ka b e lin g

Tel. 051 4 0 01 09

S T U D IE -A D V IE S - UITVOERING

d o m o tic a

m


De Roede van Tieft Driemaandelijks heemkundig tijdschrift voor de gemeenten van de vroegere roede van Tielt: Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem en Zwevezele 36s" jaargang, nr. 2 - april - mei - juni 2005 W ettelijk d e p o t - BD 25413


De Roede van Tielt

Inhoud

Gesticht op 28 april 1970 Lid van het West-Vlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

Rudi Ailliet 25 JAAR CULTUURCENTRUM GILDHOF, TIELT p. 3-104

erevoorzitter:

Adres van de auteur:

Paul Vandepitte, voorzitter 1970-2000

Voorzitter en verantwoordelijk uitgever:

Rudi Ailliet O ude Pittem straat 2 8700 Tielt

Michaël DELANGE Veldstraat 96, 8780 Oostrozebeke Tel.: 0474 43 73 01 E-mail: m.delange@yucom.be

Ondervoorzitter: Luc NEYT Luxemburglaan 21, 8700 Tielt Tel.: 051 40 60 75 E-mail: Lneyt@belgacom.net

Secretaris-penningmeester: Philippe DE GRYSE Stoktmolenstraat 32/3, 8700 Tielt Tel. & Fax: 051 40 18 38

Redactieraad: Jaak Billiet, Johan Buyck, Paul Callens, Philippe De Gryse, Michaël Delange, Frans Hollevoet, Thijs Lambrecht

“De Roede van Tielt” verschijnt vierm aal per jaar. De lidm aatschapsbijdrage is € 17,50 voor gewone leden, € 35 of m eer voor ereleden, over te sch rijv e n op het b an k rek en in g n u m m er 4679350801-88 van De Roede van Tielt, Stoktm olen­ straat 32/3, 8700 Tielt. Er w orden geen losse num m ers verkocht.

Bibliotheek & fototheek:

B ijdragen w orden aan de red actiesecretaris bezorgd. Elke auteur heeft recht op tien exemplaren van het tijdschrift met zijn bijdrage.

Beernegem straat 5, 8700 Tielt open elke zaterdag, lOuOO - Uu30 of na afspraak

Iedere auteur is verantw oordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in “De Roede van Tielt” mogen slechts overgenomen w orden na de uitdrukkelijke toestem m ing van de redactie.

H azelaarkouter 60, 8700 Tielt, na afspraak.

Cartotheek: Kaft: detail van de kaart “District van Thielt (WestVlaanderen). Bevat 1 stad, 17 gemeenten en 63.986 zielen” (ca. 1825) (verz. Paul Vandepitte)


Inhoudstafel 1. W o o rd v o o r a f

5

2.

7

V o o rg esch ied en is

3. ;H et e m b ry o

Jozef Tack Lucien Snauwaert Robert Vandewiele Romain Vanlandschoot Herman Verschelden

a. De studie Coens en de renovatiewerken b. Zij blikken terug

10 15

toenmalig stadssecretaris toenmalig stadsontvanger architect medewegbereider toenmalig directeur theater Malpertuis

15 17 19 21 23

4. iG eb o o rte,

Paul Bekaert Wim Vanseveren Carine Herman en Greta Vanquaethem Franciska Defever en Agnes Wullaert Nicole Vanhee Arseen Verbeke en Philippe De Gryse Het echtpaar André Wittevrongel en Marie-Jeanne Dedeurwaerder

k in d e rja re n en je u g d

Frederik Van Laere Claudine Van Tieghem Geert Guillemyn Leen Samyn Vaste gebruikers

25

a. De kroniek 1980-2000 b. Zij blikken terug

25 64

voorzitter CC Gildhof (1980-2001 ) cultuuranimator ( 1980-1987) personeelsleden van het eerste uur personeelsleden van het volgende uur eerste stafmedewerkster voorzitters Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid conciërge- technicus en uitbaatster foyer

64 66 68 70 72 74

5. 'V o lw a sse n h eid

Erik Demoen Erwin Blondeel

10

78

80

a. De kroniek: 2001-2005 b. Zij blikken terug

80 92

huidige directeur CC Gildhof huidige voorzitter CC Gildhof

92 94

De staf: cultuurfunctionaris, (verantw. vorming, film en Europahal) cultuurfunctionaris, (verantvv. kleutertheaterfestival, school- en familievoorstellingen) conciërge-technicus voorzitster werkgroep Jeugdboekenweek De Goede Vrienden, Tielts Operettepodium, Tielts Volkstoneel

6 . Slotwoord

96 97 98 99 101

104


4


25 jaar Cultuurcentrum Gildhof R u d i A illie t

1. Woord vooraf

Het Cultuurcentrum Gildhof bestaat 25 jaar. Tijd om even terug te blikken op wat cultuur in de voorbije kwarteeuw in een provinciestad als Tielt teweeg heeft gebracht. Noem het een verhaal van beleid en belijden, van mogen en durven. Noem het een onophoudelijk streven naar actualiteit en kwaliteit maar terzelfdertijd ook een drang naar ruimte en middelen. Het CC Gildhof en zijn alerte Raad van Bestuur hebben bijna altijd de juiste keuzes gemaakt en het resultaat laat zich aflezen. De hoge waarderingscijfers voor het Tieltse Cultuurcentrum liegen er niet om. Het jubilerende CCG schittert in de actueelste Vlaamse top-10 wat aanbod en belangstelling betreft. Hoe de haat-liefde-relatie tussen het stadsbestuur en het Cultuurcentrum Gildhof dit resultaat beïnvloed heeft, zal nooit te achterhalen zijn. Mocht alles altijd rozengeur en maneschijn geweest zijn, zouden de cultuurbelijders dan evenveel inventiviteit en doorzettingskracht aan de dag gelegd hebben als nu het geval is geweest? Zouden zij dan niet gebaad hebben in gelukzalige vanzelfsprekendheid? Nu hebben die cultuurmakers, met Wim Vanseveren als roerganger, gevochten om te bewijzen wat mogelijk was, om het enge werkveld van een stadsschouwburg uit te breiden tot de bonte waaier van podiumkunsten, film en vorming die elk jaar opnieuw de affiches kleurt, om almaar weer erken­ ning en prom otie af te dwingen. K leutertheaterfestival, Jeugdboekenw eek, Beelden Buiten. Ciné Gildhof, het zijn stuk voor stuk parels aan de culturele kroon. De onverminderde aantrekkingskracht van Tielt als cultureel centrum is tot velen doorgedrongen maar nog niet tot iedereen. Na tien jaar betitelde Paul Bekaert, toenmalig voorzitter van de Raad van Bestuur, het Cultureel Centrum Gildhof als een ongewenst kind. De veel te traag malende administratieve molen, het uit­ blijven van middelen om de communicatie te moderniseren of te optimaliseren, het ontslag van gesubsidieerde contractuelen dat de werking van het CCG op de helling zette, het toch zo krappe financiële spanningsveld dat men toegemeten kreeg in een tijd van exorbitante uitkoopsommen, en noem maar op. Daartegenover pakte het stadsbestuur uit met een opnetting van het Gildhof in het algemeen en de ingrijpende aanpassing van de schouwburgzaal in het bijzonder, de bouw van een gloednieuwe Europahal met polyvalente zaal en JOC, de herinrichting van het Vossenhol - waarmee Erwin Blondeel, de huidige voorzitter van de Raad van Bestuur een eerste droom verwezenlijkt zag - het ontwerp van een nieuw Ontmoetingscentrum in Schuiferskapelle, 5


het gestaag invullen van het personeelskader en recentelijk de verruiming van het spanningsveld wat het CCG als initiatiefnemer van culturele evenementen en projecten meer ademruimte moet bieden. Om zoveel moois kunnen directeur Erik Demoen, zijn team van gedreven cultuurfunctionarissen en medewerkers, en met hen de hele cultuursector enkel jubelen. Haat en liefde. Telkens weer valt het Cultuurcentrum Gildhof tussen twee stoelen. Net nu het respect er quasi voor het volle pond is, zit men weer met de handen in het haar. De schouwburgzaal, in 1980 geprezen als een van de beste zalen in Vlaanderen, beantwoordt 25 jaar later niet meer aan de normen die de podium­ kunsten op vandaag stellen. Kiest men voor een renovatie ten gronde, wat de stadsbegroting voor 2005 kan laten vermoeden, of kiest men voor een nieuwe infrastructuur op een nader te bepalen site? Met die vraag ronden we voorlopig het levensverhaal van het CC Gildhof af. Een boeiende kroniek met een open einde. Rudi Ailliet

Rudi Ailliet (1953) behaalde in 1976 het diploma van licentiaat in de Germaanse Filologie en van Geaggregeerde in het Hoger Secundair Onderwijs. Hij is sedertdien actief als leraar Nederlands en Duits in wat vroeger het SintJozefscollege heette en nu de Vrije ASO-school De Bron is. In zijn vrije tijd werkt hij als journalist voor De Weekbode (De Krant van West-Vlaanderen) en vertegenwoordigt hij de Tieltse Perskring in de Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid, deelraad Toerisme en Culturele Evenementen.

6


2. Voorgeschiedenis

We schrijven 26 mei 1903. Melanie De Clercq, weduwe in eerste huwelijk van Louis De Rynck en in tweede huwelijk van Joseph De Jaeghere, handelaarster en wonende in Tielt, en haar kinderen Elisa, Maria, Augusta en Remi verklaren “bij deze verkocht te hebben onder waarborg van rechte en voor vrij en zuiver van alle voorrechten aan en in voordeel van Weledelen Heer Adile Mulle de Terschueren, provinciaal raadslid en grondeigenaar wonende hier tegenwoordig en in koop hier aanvaardende. Alle hunne onverdeelde gerechtigheden in een perceel bouwgrond gelegen te Thielt, in de Sint-Michielstraete alwaar kadastraal bekend Sectie K N°969 groot 23a796. Palende Noord-Oost met eene breedte van 39m in de St.-Michielstraete en Zuid-Oost op palende verkopers - Zuid­ west eenen aerden weg en Noord-West rechthoekig met de Sint-Michielstraete op een lengte van 41m29.” Op dit stuk grond laat baron Adile Jacques (Marie Ghislain) Mulle deTerschueren, zoon van senator Adile Eugène, het Gildhof optrekken. Als architect wordt Henri Van den Broucke aangesproken. In het feit dat precies hij de opdracht kreeg van de katholieke burgerij, hebben verschillende factoren meegespeeld. Henri Van den Broucke, zoon van een schrijnwerker uit de Ieperstraat, vervaar­ digde in zijn jeugd samen met knecht Charles Devolder materiaal voor het huis van het provincieraadslid in diezelfde straat. En in 1899 studeerde hij als primus af aan de katholieke Sint-Lucasschool in Gent, waarvoor hij vanwege de stad Tielt een zilveren medaille overhandigd kreeg. “De architect kiest voor een symmetrisch gebouw. De gevel is opgetrokken in baksteen met banden in natuursteen. Iedere travee wordt bekroond met een trap­ gevel. De middelste travee vormt een risaliet en wordt afgelijnd met de grootste trapgevel waarin zich het beeld van Sint-Michiel bevindt. Bijzonder zijn de kruisvormige vensters (enkel of dubbel kruis) met erboven halfronde hoogvelden waarin telkens de naam en het wapenschild van twee ambachten gebeeldhouwd zijn.” (') Bij de opening van het Gildhof op 10 september 1905 onderstreept bouwheer A.J. Mulle de Terschueren dat er gekozen werd voor de bouwstijl van de 16de eeuw, “diens vlaamschen trant, een mengeling van gothiek en herboortekunst, eene der schoonste en schilderachtigste bouworden welke bestaan.” O

(') Sven Piers, Henri Van den Broucke, Universiteit Gent KA-NI burgerlijk ingenieur architect 1994 - 1995, p. 18 O Paul Bekaert, Tielt: van Gildhof tot cultureel Centrum, De Roede van Tielt, jg. 17, 1986, p.42

7


Het ontstaan van het Gildhof situeert zich in een periode waarin de katholieken zich via een gildenbeweging afzetten tegen het opkomende socialisme. Antwerpen, Brugge. Kortrijk en Roeselare zetten de toon. In Tielt nemen de plannen pas een decennium later vaste vorm aan. A.J. Mulle de Terschueren mikt op een gebouw “waar gilden en maatschappelijke werken hunne thuis zullen hebben. Het Gildhof voor God en volk”, zo luidt het devies, dat nog steeds op de voorgevel prijkt.Op zondag 10 september 1905 vinden wijding en inhuldiging plaats onder aanvoering van Mgr. Waffelaert, bisschop van Brugge. Door het florerende gildenleven kent het Gildhof een drukke agenda. In de feestzaal vinden toneel- en muziekverenigingen onderdak, maar bedoeling is vooral een onderdak te bieden aan de gilden. De ambachtsman dient trouwens beschermd tegen de duivelse gedachten (lees: arbeidersbeweging, loonsverho­ ging en algemeen stemrecht) die op hem afstevenen. In deze context vindt ook de ziekenbond De Thieltschen Broederband zijn ontstaan. Vanuit een paternalis­ tische maatschappijvisie streven de katholieken ernaar de solidariteit tussen de werknemers aan te zwengelen en de klerikale invloed op de maatschappij te behouden. (’) Na de Eerste Wereldoorlog dreigen zij echter die greep te verliezen. Om de groei­ ende christelijke arbeidersbeweging en het daarmee gepaard gaande syndicalisme een halt toe te roepen, zet A.J. Mulle de Terschueren in 1922 die arbeidersbe­ weging op straat. De Gildhofkwestie is een feit. Tien jaar later laat de baron het gebouw over aan een onder impuls van de Tieltse geestelijkheid opgerichte vereniging zonder winstgevend doel. "Op 15 juli 1932 dragen Adiel Jacques Marie Ghislain Baron Mulle de Terschueren, zijn zoon Louis Pierre Joseph Antoine Marie Ghislain Mulle de Terschueren, zijn dochter Ghislaine Florence Jeanne Marie Mulle de Terschueren, bijgestaan door haar echtgenoot, Charles Idesbald Louis Marie Joseph Ghislain Baron du Sart de Bouland, het Gildhof over aan deze vzw.” (4) Degenen voor wie het Gildhof initieel bedoeld was, richten elders in het centrum van de stad een eigen Volkshuis op. Het Gildhof blijft in hoofdzaak dienst doen als schouwburg (met concerten door de harmonie De Goede Vrienden en Zanglust, alsook talrijke tentoonstellingen) en als vergaderlocatie, maar steeds meer maakt de accommodatie haar naam van ‘meid voor alle werk’ waar. We sommen even op: logies voor oprukkende Duitse soldaten, cinema en lazaret, centrum voor keuring van mannen voor verplichte tewerkstelling en verzamel­ plaats voor opgeëisten, Davidsfondsbibliotheek, ledermagazijn en opslagplaats voor de militaire schoenfabriek, klaslokalen tijdens de verbouwingswerken aan de Godelieveschool. In 1955 beslist de gemeenteraad om tot de aankoop van het Gildhof over te gaan. Kostprijs 1.100.000 frank.

(') Johan Vankeersbilck (VJT), Als een symbool van paternalisme, Het Nieuwsblad 17/05/1990 (4) Cecilia Van Quickelberghe, Het Gildhof, april 1992, p. 22


Maar het gebouw bleef meid voor alle werk: drukkerij van De Zondag, lokaal voor judo en Civiele Bescherming, brandweerarsenaal en bibliotheek, lokaal voor winterhulp tijdens de Tweede Wereldoorlog, gevangenis voor spionnen, veeslachting, landbouwtelling, scoutslokaal. En dan was er nog de kelder, ooit weverij Vandewalle, later Het Vossenhol van de Reynaertgilde met creatieve stu­ denten die ageerden onder het motto 'al sproeyende groeyende’, en van 1967 tot 2001 Theater Malpertuis. Op vandaag heet de kelder met zijn werk- en theater­ ruimte weer officieel Het Vossenhol. Eindjaren zestig ontwikkelt zich in Vlaanderen een trend om culturele centra op te richten. Vader van de gedachte is Renaat van Elslande. De minister van Nederlandse Cultuur en Onderwijs richt een werkgroep voor cultuurbevordering op. Als directeur fungeert de Leuvense professor Frans Van Mechelen. De opdracht luidt om de theorie omtrent culturele centra in praktijk om te zetten. Dat betekent ondermeer het creëren van ontmoetingsplaatsen aangepast aan de levensomstandigheden van een tijd waarin de vrijetijdsethos de arbeidsethos verdringt. Voorts horen de mensen die de kar willen trekken, zoals cultuurfunctionarissen en cultuuranimatoren erin te slagen een publiek over de vloer te krijgen en ten slotte dient een socio-cultureel onderzoek tot de realisatie van een cultu­ reel centrum te leiden. Tielt wil de trein niet missen en dient een aanvraag tot onderzoek in. Socioloog van dienst blijkt drs. Daniël Coens. In 1967 wordt in die context onder andere een enquête gehouden waaraan een veertigtal Tieltse verenigingen hun medewerking verlenen. In september 1969 rondt hij zijn researchwerk af en legt zijn rapport voor. Het document levert een pak discussie­ materiaal om de jaren zeventig mee in te zetten.

9


3. Het embryo a. De studie Coens en de renovatiewerken

In de inleiding tot zijn studie specifieert drs. Daniël Coens, die voor de opdracht samenwerkte met dr. H. Goossens en drs. M. Roekaerts, wat men onder het begrip cultureel centrum dient te verstaan.

“Het cultureel centrum is een gebouw of een gebouwencomplex dat bedoeld is als bestendig ontmoetingscentrum voor de verschillende takken en uitingsvormen van het cultureel werk ten behoeve van een bepaalde gemeenschap (stad of streek). (...) Daar het cultureel centrum ten dienste moet staan van de diverse takken van de volkscultuur, moet het gebouw daarvoor geschikt zijn. Het cultu­ reel centrum moet dus in de eerste plaats een polyvalent gebouw zijn, dat wil zeggen geschikt voor meervoudig gebruik. Door al de cultuuruitingen samen te brengen kunnen ze gunstig op elkaar inwerken. Het cultureel centrum moet opgevat zijn als een ontmoetingscentrum voor mensen uit alle lagen van de bevolking, voor mensen met verschillende opvattingen en overtuigingen, voor mensen die gericht zijn op actieve kunstbeoefening en voor degenen die houden van passief genieten. De tijd van naast en tegen elkaar werken op cultureel gebied moet als definitief verleden worden beschouwd. Zo ook moet het cultureel centrum bijdragen tot het doorbreken van elke verzuiling en de bestaande sectaire mentaliteit helpen veranderen.” (5) In De Zondag volgt historicus Romain Vanlandschoot, die zich uitdrukkelijk in het culturele leven engageert, de ontwikkelingen op de voet. “Deze zomer werd door de universiteit van Leuven door het sociologisch onderzoeksinstituut een rapport over Tielt opgemaakt. Dit rapport werd op vrijdag 28 november aan de Tieltse verenigingen en belangstellenden voorgesteld. Het onderzoek heeft uit­ gewezen, ook in de omringende gemeenten, dat de grootste behoefte bestaat aan een regionaal cultureel centrum.” (6) In de studie van Coens lezen we inderdaad: “Tielt is aardig op weg niet alleen een onderwijs- maar ook een kunstvormend centrum te worden. O Drs. Daniël Coens, dr. H. Goossens en drs. M. Roekaerts, Het Cultureel Centrum te Tielt. Een onderzoek naar behoeften en wensen i.v.m. een cultureel centrum, september 1969, p. 2 (6) Romain Vanlandschoot, De Zondag 12/12/1969, p. 8

10


Daardoor is de oprichting van een (gewestelijk) cultureel centrum niet alleen ver­ antwoord maar dringend noodzakelijk als overkoepelend en stimulerend orgaan in het totaal cultureel leven van een relatief klein en traditioneel agrarisch gewest in heropstanding.” (7) En de studie besluit als volgt: “De streek van Tielt kent momenteel het begin van een economische heropstanding, het is dan ook noodzakelijk dat de culturele herleving in de hand wordt gewerkt. Deze bevolking van thans 50.000 verspreid over tien gemeenten van ongelijke grootte en betekenis maar alle voldoende rijk aan menselijk samenleven en samen een eenheid vormend, verdient een vol­ waardige culturele infrastructuur waarvan het op te richten cultureel centrum ongetwijfeld de ruggegraat gaat vormen.” (s) In een later artikel (9) citeert Romain Vanlandschoot graag de algemene visie van Daniël Coens, waar die het heeft over de bereikbaarheid van dat cultureel centrum. “Aandacht voor de uitvoering van een aantal wegenwerken, grosso modo voor de verkeerstechnische ontsluiting, is dus niet alleen noodzakelijk voor de aantrekking van Tielt als vestigingsplaats van industriële bedrijven, en voor het versterken van haar centrumfunctie maar eveneens voor de culturele ontplooiing van dit gewest en de inplanting van een cultureel centrum te Tielt. Het is immers zo dat de mens in ons maatschappelijk bestel die gewoon is aan alle mogelijke comfort zich ook comfortabel en gemakkelijk wil kunnen verplaat­ sen. Verkeersmoeilijkheden kunnen hinderend en dysfunctioneel gaan werken wat betreft het participeren aan culturele activiteiten.” (I0) Daarmee zijn we aanbeland bij het meest netelige probleem van de studie: de locatie van het op te richten cultureel centrum. Volgens de studiegroep zijn de moeilijkheden nochtans niet zo groot; In het kader van het bpa Sportstadion is er voor een dergelijke infrastructuur ruimte zat. Het commercieel centrum is niet veraf en aangezien de denkpiste van een regionaal cultureel centrum nog bewan­ deld wordt, valt de toegankelijkheid voor de randgemeenten via de ringlaan alleen maar toe te juichen. “In de veronderstelling dat het stadsbestuur deze optie nog niet had genomen, kon men zich moeilijk een meer ideale plaats gaan indenken. Binnen zo’n ruimte heeft men daarenboven steeds de mogelijkheid tot uitbrei­ ding van de gebouwen en van de parkeergelegenheid. (...) Het cultureel centrum zou dus komen op het meest aangewezen punt binnen het verzorgingsgebied Tielt, d.w.z. ideaal voor de stad Tielt en gunstig voor de omliggenden gemeenten.” (")

(7) Drs. Daniël Coens, dr. H. Goossens en drs. M. Roekaerts, Het Cultureel Centrum te Tielt. Een onderzoek naar behoeften en wensen i.v.m. een cultureel centrum, september 1969, p. 81 C) id. p. 162-163 0') Romain Vanlandschoot, De Zondag 20/02/1970 ("’) Drs. Daniël Coens, dr. H. Goossens en drs. M. Roekaerts, Het Cultureel Centrum te Tielt. Een onderzoek naar behoeften en wensen i.v.m. een cultureel centrum, september 1969, p. 23 (") id. p. 158

11


De studiegroep voor Cultuurbevordering begint zelfs flink met de pionnen te schuiven. De bibliotheek kan naar het cultureel centrum verhuizen en het Rode Kruis naar het Gildhof. Daardoor komt ruimte vrij voor de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord. Maar ook de tekencademie zit krap in de lokalen en ate­ liers. Het researchteam zou de kunstopleiding geheel of minstens gedeeltelijk in het cultureel centrum onderbrengen. De sociologen ontwerpen een lijstje met specifieke voorzieningen die in Tielt niet mogen ontbreken: hall en wandelgan­ gen geschikt voor tentoonstellingen, een grote toneel-concertzaal tevens gebruikt voor grote en plechtige zittingen, repetitielokalen en werkateliers, kleinere verga­ derzalen voor veelzijdig gebruik, een bibliotheek, een discotheek en een museum. “Uiteraard moet elk van de voorziene ruimten voldoen aan de technische vereis­ ten van de zaal of ruimte in kwestie. Om een cultureel centrum bijzonder attrac­ tief te maken is het verantwoord een bar en/of restaurant te voorzien. Zoiets helpt de drempelvrees te overwinnen en verhoogt de leefbaarheid van het cultureel centrum.” (12) Maar denken Daniël Coens en zijn medeonderzoekers dan niet aan het Gildhof? Het dossier laat er geen twijfel over bestaan: “Uit dat alles zou men misschien de indruk kunnen krijgen dat het Gildhof, mits de nodige aanpassing, de behoefte aan een cultureel centrum kan ondervangen. Wanneer men zich ter plaatse gaat verge­ wissen van deze mogelijkheid laat men onvermijdelijk deze illusie varen. Het Gildhof is niet alleen totaal verouderd en in een vervallen staat, de conceptie beantwoordt in geen geval meer aan de hedendaagse vormen van cultureel werk. Dat dit gebouw nog een zo intens gebruik kent, is alleen te wijten aan het ontbre­ ken van valabele alternatieven. Daarenboven is de ligging geenszins ideaal: bui­ ten het eigenlijke centrum van de stad (St.-Michielstraat), nagenoeg zonder speci­ fieke parkeergelegenheid en geen gemakkelijke uitbreidingsmogelijkheden. Grootscheepse en kostelijke verbouwingswerken zouden van het Gildhof eigen­ lijk nog geen adekwate zaalaccommodatie voor culturele manifestaties voor Tielt en het Tieltse kunnen maken.” (I3) De toon is gezet voor fikse debatten in politieke en culturele kringen. In de pers blijft het echter opvallend kalm. Een oprisping dat een modernisering van het Gildhof en een uitbreiding van het Gildhof zich opdringt, is zowat het enige wapenfeit in 1971. Het is de stilte voor de storm. In de gemeenteraadszitting van februari 1972 zit het er bovenarms op, wanneer de minderheidspartijen, zowel BSP als Volksbelangen zich buiten de bespreking gehouden voelen. Het ontwerp voor de verbouwing van het Gildhof wordt door “een van woede trillend” raads­ lid De Rammelaere betiteld als een armzalige schets, waarbij het advies van de culturele raad en van de brandweer ontbreekt. Raadslid Dewitte laat dóórscheme­ ren dat de aanpassings- en verbouwingswerken van het Gildhof wel eens het vol­ ledig opdoeken van de plannen voor een cultureel centrum kunnen betekenen. O2) Drs. Daniël Coens, dr. H. Goossens en drs. M. Roekaerts, Het Cultureel Centrum te Tielt. Een onderzoek naar behoeften en wensen i.v.m. een cultureel centrum, september 1969, p. 154 O id. p. 83

12


Dat wordt door schepen Roger Vannieuwenhuyze afgewimpeld. Hij poneert dat het Gildhof moet beschouwd worden als een buurtcentrum dat altijd zijn nut zal betonen. Het College van burgemeester en schepenen onderstreept dat het geen cultuurpaleis wenst om het later te ontdubbelen, zoals het elders gebeurt. (I4) Architect Vandewiele mag aan de slag met aannemer Jozef Craeymeersch aan zijn zijde. Wellicht is het interessant om hier even te vermelden dat het stadsbestuur op dat ogenblik heel wat katten te geselen heeft. De bouw van het sportstadion staat in de startblokken, de bouwplannen voor het stedelijk zwembad liggen op tafel, men speelt met het idee om het rustoord Deken Darras af te breken, de Molenlandroute wordt uitgestippeld en de Poelberg mag zich over een sport- en recreatiezone verheugen. De onweerswolken boven het Cultureel Centrum willen van geen wijken weten. De gemeenteraadszitting van november is goed voor frontpaginanieuws in de regionale berichtgeving. Wanneer uitbreidingswerken aan de academies zich aan­ dienen, maakt Dewitte (BSP) de bedenking dat al die afzonderlijke gebouwen die voor culturele doeleinden bestemd zijn een cultureel centrum wellicht overbodig zullen maken. (15) Intussen draait de Europahal op volle toeren: Herman Van Veen, het Ballet van Vlaanderen, Georges Moustaki, de show van de Nationale Loterij met Toni Corsari, Joe Harris. Willy Sommers en Mare Dex passeren de revue. En met de handelsfoor en de vogeltentoonstelling komt nog meer volk naar Tielt afzakken. In september 1973 lijkt de kogel door de kerk, gezien de persmededeling dat de volgende fase in de verbouwingswerken aan het Gildhof 1.250.000 frank zal kosten. Hetzelfde krantenartikel leert ons dat onder de bijzonderste uitgaven 400.000 frank opgenomen is voor werken aan het balkon en 250.000 frank voor het aanbrengen van lichtbruggen. Uiteindelijk zullen een twintigtal loten worden opgemaakt, telkens goedgekeurd door Rika Debacker, toenmalig minister van Nederlandse Cultuur. Herstellingen en verbouwingen aan het Gildhof lopen in de vele miljoenen, weliswaar in vele gevallen voor 60 procent betoelaagd.

O4) André Verbaeys (Atty), Verbouwingen Gildhof struikelsteen in Tieltse raad, De Zondag H André Verbaeys (Atty), Er komt blijkbaar geen cultureel centrum in Tielt, De Zondag 01/12/1972, p. 1

13


Wanneer de BSP aandringt op een beslissing omtrent een cultureel centrum, maant schepen Roger Vannieuwenhuyze aan tot voorzichtigheid. Hij meent dat Tielt met zijn 14.000 inwoners weinig behoefte heeft aan een dergelijk centrum en dat het Gildhof in de behoeften zal kunnen voorzien. (I6) De cultuurraad, die in Tielt al jaren actief is, speelt op die houding in en vraagt meteen aandacht voor toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers, voor akoestiek en voor het aan­ brengen van een orkestbak. Meteen rijst de vraag of een cultureel centrum echtregionaal moet opgevat worden. (I7) Blijkbaar leggen alle partijen zich bij de gang van zaken neer, want het Gildhof komt in de volgende jaren nog nauwelijks in de actualiteit. Af en toe wordt op gemeenteraadszittingen gepeild naar het financiële plaatje van het Gildhof. In 1975 krijgt het stadsbestuur, aangevoerd door burgemeester Vander Meulen, een eerder niet voorziene betoelaging toegewezen voor de opschikkings- en voltooiingswerken. Naar verluidt nam het ministerie voor Cultuur een nieuwe houding aan tegenover het project en zag men in dat er cultuurpaleizen gecreëerd worden “die verstoken blijven van de warmte die uitgaat van bestaande gebouwen met een zeker verleden achter de rug.” ('*) De BSP-fractie heeft becijferd dat er al 25 miljoen in het Gildhof gestopt werd. Raadslid Linclau stelt dat het nu nog maar over de grote zaal gaat en vraagt zich af wat het gaat kosten als straks de andere zalen gerestaureerd en gemoderniseerd worden. Net op het ogenblik dat het Gildhof zijn finale bouw fase ingaat, krijgt de Stedelijke Culturele Raad af te rekenen met zware verkiezingsproblemen. Frans Vander Plaetse, Luc De Rammelaere en Roland Pauwels gooien met modder, mondeling tijdens de zittingen en schriftelijk in de pers. De gemoederen raken opgehitst en de Cultuurpactcommissie wordt erbij gehaald. Nadat een verzoeningsvoorstel gunstig onthaald wordt, krijgt Arseen Verbeke de voorzittersfunctie toegewezen. Nog vijf maanden en de cultuurraad kan mee genieten van de feestelijke opening van het Cultureel Centrum Gildhof. Intussen krijgen op de Lakenmarkt de nieuwe academies vorm, in april 1980 zal het SintA ndriesziekenhuis zijn deuren openen en w ordt de eerste steen van het Administratief Centrum gelegd, en in mei opent het nieuwe brandweerarsenaal zijn deuren.

C6) André Verbaeys (Atty), Zet het Tieltse stadsbestuur alles op het Gildhof? , De Zondag 21/09/1973 0 7) Guido Defour (GDP), Acht jaar Stedelijke Culturele Raad te Tielt, De Zondag 07/12/1973, p.4 08) André Verbaeys (Atty), Het G ildhof wordt volwaardig schouwburg te Tielt en Nieuwe schouwburgzaal, De Zondag 26/09/1975, p.4

14


3. Het embryo b. Zij blikken terug

Jozef Tack Gewezen stadssecretaris

Jozef Tack was al een tiental jaren stadssecretaris toen in Vlaanderen de vraag naar culturele centra groeide.

“We haalden Daniël Coens naar Tielt voor het opstellen van een socio-cultureel rapport. Dat hadden we nodig om bij het opstarten van een cultureel centrum op betoelaging te kunnen rekenen ”, legt Jozef Tack uit. “In de Culturele Raad werden op dat ogenblik heftige discussies gevoerd: het oude Gildhof restaureren en herinrichten o f kiezen voor een nieuw gebouw. Er werd zelfs een project uitgewerkt dat aan de Tramstraat zou gerealiseerd worden en dat 200 miljoen frank zou kosten. Dat kon op dat ogenblik niet. Die som was zowat de helft van onze begroting. ” “Daniël Vander Meulen en ik opteerden voor een cultureel centrum op maat en dat was haalbaar in het bestaande Gildhof: een schouwburgzaal voor vijfhonderd man, een keldertheater, enkele zalen voor de verenigingen en een cafetaria. Alles was er en na 25 jaar toont het nog altijd zijn dienst. Dat er sedertdien een en ander moest hersteld worden, vind ik normaal. Hadden we een nieuw gebouw opgetrokken, dan zou er na tien jaar ook moeten bijgestuurd worden. Een pluim voor architect Vandewiele die de plannen maakte naar onze wensen en rekening houdende met de beschikbare middelen. ” “De inrichting van het keldertheater bleek al een ernstige kost. Toen we met de plannen voor de zaal uitpakten, kregen we veel tegenkanting, zelfs binnen de meerderheidsgroep was er geen eensgezindheid. Wie zich met De Gilde verbonden wist, zag in de nieuwe schouwburgzaal een onverwachte concurrent voor de eigen feestzaal. En geloof het o f niet, maar de vete van vroeger, de zogenaamde Gildhofkwestie, smeulde nog altijd na. Het zou lang duren voor het Christen Werkersverbond, leden o f verenigingen, de weg naar het Gildhof zouden vinden. Kwam daar nog bij dat duidelijk geworden was dat we het zonder subsidies zouden moeten stellen en het project dus met eigen middelen dienden te verwezenlijken. Betoelaging was enkel mogelijk indien je 15


voldeed aan grootse normen. Dat hoefde voor ons niet. Ik stelde altijd dat wij Brugge, Gent of Kortrijk niet waren." “Maar goed, nadat het keldertheater helemaal was afgewerkt en in gebruik kon worden genomen, konden we onze aandacht toespitsen op de schouwburgzaal. Eerst moest het gebouw ontruimd worden. Drukkerij Vervenne kon ik onderdak verschaffen in een eigendom die ik verworven had in de Tramstraat. De brand­ weer verhuisde naar de garages achter het Gildhof en later naar de accommo­ datie in de Félix D ’hoopstraat. Ja, dat arsenaal was ook zoiets: eerst werden plannen voor een nieuw en dus duur arsenaal getekend en toen konden we plots voor slechts enkele miljoenen de gebouwen van Rosseel kopen. De brandweergarages werden prompt ingepalmd als ateliers voor decorbouw van Malpertuis, Operettepodium en Volkstoneel. ” “Uiteindelijk kregen we het project klaar voor zo'n 80 miljoen frank. Een nieuw gebouw had wellicht het dubbele gekost. Bovendien bleken we toch over subsidies te kunnen beschikken: 30 miljoen werd ons post factum toegewezen. Dat maakte het financieel helemaal goed. Maar wij hadden ook oog gehad voor de perso­ neelsbezetting en de onderhoudskosten. In het Gildhof konden ze met een beperk­ te groep aan de slag, dus konden we de personeelkosten laag houden. En wat zou een nieuw en groot gebouw niet gekost hebben aan verwarming, reiniging en aan regelmatige schilderbeurten?” “Er werd naderhand inderdaad regelmatig gepleit voor een vzw of een andere onafhankelijke beheersvorm maar de Stad heeft de boot altijd afgehouden. Kijk naar steden waar men het wel heeft ingevoerd: de Stad wordt als pottenkijker beschouwd en heeft op de duur niets meer te zeggen, zelfs niet in personeelsbe­ leid of aankopen. Maar als de stedelijke begroting niet aan de verwachtingen van het cultureel centrum voldoet, dan zitten ze daar in de problemen. Bovendien vreesden we voor het creëren van twee soorten personeelsleden: die van de Stad en die van het Gildhof, elk met hun specifieke arbeidscontracten. Nee, liever niet te veel staten binnen de staat, maar alles zo eenvormig mogelijk houden. En zie maar: het is op vandaag nog altijd zo, dus het zal wel zo verkeerd niet geweest zijn. ” “Wat ik ten slotte op mijn naam mag schrijven, is dat wij de werking van het Cultureel Centrum al vrij vroeg losgelaten hebben. Je kan niet alles vanuit het stadhuis blijven regelen. Het cultureel gebeuren situeert zich in het Gildhof, de productiviteit ligt daar en het kader dat voor een goede gang van zaken moet zorgen, hoort daar te zitten. We namen die beslissing voor cultuur, later ook voor de sportsector en voor de bibliotheek. Het klinkt misschien niet mooi, maar we noemden het onze buitendiensten. Daarmee werd niets minderwaardigs bedoeld, integendeel! Sommigen hadden het daar moeilijk mee: we zien hen niet, klonk het dan bijna wantrouwig. Dat geeft niet, poneerde ik toen: ze moe­ ten regelmatig met al hun gegevens naar het stadhuis komen en zo ontstaat een mooie wisselwerking met het beleid. ” 16


Lucien Snauw aert Gewezen stadsontvanger

“Het Gildhof verkeerde eind jaren zestig in een barslechte staat”, poneert Lucien Snauwaert, die als lid van de Tieltse Judoclub de ongemakken persoonlijk kon vaststellen. “Toen we op de eerste verdieping met de judoclub valoefeningen op het programma zetten, vielen de plafonds onder ons naar beneden. Nu eens was de balletgroep Menuet het slachtoffer en een andere keer zaten de feestelijk versierde tafels van de Lions onder het stof. ” “De Goede Vrienden en Zanglust begonnen steeds meer aan te dringen op een mooie concertzaal. De aanwezigheid van Daniel Vander Meuten en Maurice Neirinck waren daar natuurlijk niet vreemd aan. Men besliste het Gildhof te res­ taureren in regie, wat betekende dat men geen globaal dossier zou opstellen. Men zou veel te lang moeten wachten op de subsidies, luidde de verklaring. Met Jozef Craeymeersch als aannemer stak men van wal en voerde stap voor stap de werkzaamheden uit. ” “Eigenlijk vond ik dat niet zo’n goed idee. We zagen ons genoodzaak om voort­ durend uit eigen middelen te putten. De rekeningen liepen almaar hoger op en op een bepaald ogenblik kwamen we zelfs in de problemen om de lopende zaken te betalen. De geraamde 15 miljoen voor de verbouwing van het Gildhof werden er uiteindelijk 70. Stilaan begonnen sommigen zich de vraag te stellen o f men toch niet beter de visie van Coens had gevolgd. ”

“Dat dossier, dat Tielt graag een cultureel centrum toebedeelde maar niet met het Gildhof als locatie, was echt een koude douche voor het stadsbestuur. Maar ja, een aantal mensen wilden per se in dat Gildhof en men speelde de troeven uit om de publieke opinie voor het project te winnen. Men vroeg zich luidop af of een cul­ tureel centrum wel moest, men wees op de vlotte bereikbaarheid van het Gildhof en haalde de historische rijkdom en betekenis van het gebouw als argu ment aan.

17


”Het stadsbestuur stelde naderhand toch nog een dossier op en bezorgde het op het kabinet van minister Debacker. Tot grote genoegdoening van het stadsbestuur kreeg Tielt toch een fikse subsidie toegekend. De schouwburgzaal werd afgewerkt en de muziekgezelschappen konden eindelijk in een passende omgeving concerte­ ren.

“Hoe ik er dertig jaar later tegenaan kijk? Ik blijf ervan overtuigd dat het een goede investering is geweest”, stelt Lucien Snauwaert. “Het gebouw heeft inderdaad veel gekost maar het waren geen verloren kosten. Als je het rekensom­ metje maakt, zal vlug blijken dat het toch nog goedkoper was dan een nieuw gebouw. We zijn nog op bezoek geweest in het CC Turnhout, we hebben cijfers van andere centra onder de loep genomen, en je mag met zekerheid stellen dat Tielt het goed gedaan heeft. De zaken draaien naar behoren, en dat is toch wel het belangrijkste. ” Lucien Snauwaert is geen vaste bezoeker van het CCG. ‘‘Ik woon wel de concer­ ten van Zanglust bij en pik graag een tentoonstelling mee. Als ik dan eens om me heen kijk, dan voldoet het Gildhof nog altijd aan de eisen die ik als bezoeker stel. Maar ik hoor anderen wel eens klagen over de akoestiek van de zaal. Dat is een oud zeer. Ik herinner mij dat er ooit een plastic zeil boven het podium gespannen werd om te vermijden dat de klank van het concerterende gezelschap in de toren verdween, maar de volgende keer mocht dat niet meer van de brandweer om veiligheidsredenen. ” ‘‘Een ander probleem waren de hoge rekeningen voor de verwarming en de elektriciteit, maar daarvoor hoef je het niet te laten: ook een zwembad en een sporthal zorgen voor hoge energiekosten. Burgemeester Baert hield de bouw van het Stedelijk Zwembad tegen omdat hij had gehoord dat het bad verlieslaten zou zijn. Nu, geen enkel zwembad in ons land werkt zonder verlies. Als alterna­ tief stelde hij voor om de zwemliefhebbers met bussen naar Deinze te voeren. Uiteindelijk haalde de jongere generatie toch haar slag thuis.” ‘‘Als je mij vraagt o f ik door wil gaan met het bestaande gebouw of als ik opteer voor een nieuw cultuurcentrum, dan kies ik voor het eerste. We hebben nu het Gildhof, Mulle de Terschueren en de Europahal. Is daar echt nog een extra gebouw bij nodig? Wat zal men dan met het Gildhof doen en wie zal al die infrastructuur blijven betalen? En wees er maar zeker van: als het stadsbestuur toegevingen doet naar de cultuursector, dan staan morgen de sport- en de jeugdsector aan de deur te kloppen. Dan stopt het niet meer.”

18


Robert Vandewiele Architect

"Ik kreeg de opdracht van het stadsbestuur om van het Gildhof een brandweerarsenaal te maken”, begint Robert Vandewiele zijn verhaal. "Ik zette een voorstel op papier en maakte het over aan de brandweercommandant. Wat er toen precies gebeurde, weet ik alleen van horen zeggen. In café Bridge moet er tussen bur­ gemeester Daniël Vander Meiden en Zanglustdirigent Marcel Van Quickelberghe een dispuut geweest zijn. " “In ieder geval, ik kreeg een telefoontje met de mededeling dat de plannen gewij­ zigd waren en dat het Gildhof een theater- en muziekzaal moest worden. Men had gronden gekocht in de Kasteelstraat en zou daar een nieuw arsenaal bouwen. Het werd uiteindelijk een containerpark. Maar goed, ik zette me aan het werk en pakte met een voorontwerp uit. Ik herinner me dat het plots heel snel moest gaan en dat ik de laatste nacht gewoon doorwerkte om de plannen tegen de vrij­ dag op het Schepencollege te krijgen. ” Het eerste idee van de architect zag er helemaal anders uit dan wat het Cultureel Centrum later zou worden. "Eigenlijk wilde ik de zaal in een totaal andere richting bouwen. De scène met de toneeltoren had ik voorzien op wat nu de parking aan de Volderstraat is. Mocht men het zo uitgevoerd hebben, dan had men over een veel breder en gro­ ter podium beschikt dan nu het geval is. De zitplaatsen en het balkon liet ik oplopen naar de Sint-Michielstraat toe. Onder die zaalconstructie had ik de inkomhal, de receptie en de vestiaire voorzien. Aan de zijkanten van de schouw­ burgzaal was er dan ruimte voor een foyer, vergaderlokalen en sanitair. Maar de Stad wilde alles met eigen middelen realiseren en wat ik daar had uitgetekend, bleek te groots en te duur. ” Het tweede ontwerp kon wel door de beugel en werd in verschillende fasen afgewerkt. “Het begon met Malpertuis dat niet beantwoordde aan de brandvei­ ligheid. Het plafond diende vervangen en dat gaf ons de gelegenheid om de gewelven te plaatsen voor de scène van de nieuwe Gildliofzaal. Bovenop het keldertheater werd een ruimte gecreëerd waar de decors konden gebouwd worden, nu bekend als de inspeelruimte. En toen was de zaal zelf aan de beurt. Het plaat­ sen van liet brandscherm en het balkon zijn in mijn geheugen gegrift: dat was echt millimeterwerk. ”

19


“Een ander gegeven was de orkestbak die met een vluchtgang verbonden werd met de fotogang tussen de foyer en de zaal. Misschien is liet je nog nooit zo sterk opgevallen maar die orkestbak is veel dieper dan normaal. Ook daar is een verklaring voor: die ruimte was bereikbaar via Malpertuis en kon gebruikt worden als vergaderzaal. Het stadsbestuur had nooit gedacht dat het hier in Tielt zo ’n vlucht zou nemen met culturele activiteiten. ” “Stilaan werd de impact van de zaal voor het hele gebouw duidelijk en besefte de Stad dat men onvermijdelijk ook de andere zalen zou moeten aanpakken. Pas veel later zou men mij ook die opdracht erbij geven. Vooral in functie van brandveiligheid dienden ernstige ingrepen te gebeuren. Het is in die periode dat we het dak onder handen hebben genomen. De schalies sloten niet netjes bij elkaar aan zodat er voortdurend water insijpelde. We hebben alles weggenomen, platen gelegd en dan nieuwe pannen aangebracht. ” “Als je weet dat we het hele project met vrij beperkte middelen hebben uitge­ voerd, kan ik alleen maar tevreden zijn met de realisatie. Vergeet niet dat de televisieploegen die hier in de beginperiode opnames kwamen maken, de zaal als een der beste in Vlaanderen betitelden. Mochten er meer centen beschikbaar geweest zijn, dan zou ik het zeker anders aangepakt hebben en zou het nog beter uitgevallen zijn. ” “Een regelmatig Gildhofbezoeker zou ik mezelf op vandaag niet meer noemen. Ik zetelde vroeger wel in het bestuur van Jeugd en Muziek en met die vereni­ ging hebben we toch heel wat klinkende namen naar Tielt gebracht. Een van de mooiste momenten was toch wel toen ik in het Gildhof mijn dochter Mia als violiste zag schitteren als soliste bij een optreden van het Nationaal Orkest van Vlaanderen. Nu is ze vast lid van het Brabants Orkest met zetel in Eindhoven, waar ik regelmatig concerten bijwoon in de Nationale Nederlandse Zaal van het door Philips gesponsorde cultuurcomplex. Een schitterende zaal is dat!”

20


Romain Vanlandschoot Mede-wegbereider

Met Romain Vanlandschoot keren we terug naar de tijd waarin de idee om in Tielt met een cultureel centrum van wal te steken, pas ontpopte en zijn eerste vorm kreeg. De stad was op dat ogenblik al op de hoogte wat het organiseren van culturele evenementen inhield want, al schrijven we pas 1966, toch beschikte Tielt al over een cultuurraad, een initiatief van schepen Roger Vannieuwenhuyze.

“In 1967 trad ik, met de toen onmisbare goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen, tot die raad toe", weet Romain Vanlandschoot. “In Johan Ducheyne vond ik een ideale genoot. Hij had sociologie gestudeerd en had daar weet gekregen van de plannen van Van Mechelen om met culturele centra uit te pakken. Wilden we dat ook in Tielt voor elkaar krijgen, dan konden we dat enkel hard maken door de eerste stap te zetten: het aanvragen van een formeel sociologisch onderzoek. Flor Baert, voorzitter van de raad, ging akkoord. ” “En dat gebeurde. Drs. Coens werd bij zijn aankomst in Tielt vriendelijk door­ verwezen naar de Hondstraat. Kwam de lange slungel een beetje over als een papiervreter, dan leverde hij heel degelijke rapporten af. In 1968 was hij klaar met zijn werk en hij kwam hoogst persoonlijk acht exemplaren van de studie in Tielt afleveren. Op het stadhuis was enkel de conciërge thuis en die belde mij op. Samen met Flor Baert spoedde ik mij daarheen en nam één exemplaar mee. ” “In de Cultuurraad werd Flor kort daarop opgevolgd door Lucien Tyteca en die bleek niet meteen geneigd iets met die studie aan te vangen. We doen niets wat ons niet door het stadsbestuur gevraagd wordt, luidde de stelling. Ik stelde toch voor de pers in te lichten en de tekst te vulgariseren. Bij drukkerij Vervenne vroeg ik de nodige ruimte om enkele weken naeen in De Zondag een samenvatting van de studie te publiceren, met daarbij een aantal tips. ” “Op die manier bereikte ik een ruim publiek voor wie informatie over de mate­ rie stilgehouden werd. Ik hoopte zo een gesprek op gang te brengen maar niemand uit de toenmalige gemeenteraad of cultuurraad reageerde. Er was enkel totale stilte.

21


Ook vond ik dat we best eens een kijkje konden gaan nemen in Waregem, maar volgens Lucien Tyteca hadden we daar niets te leren." ‘‘Bij de volgende verkiezingen voor de Cultuurraad stelde ik mij kandidaat voor het voorzitterschap om zo met het rapport Coens in de hand de realisatie van een cultureel centrum te stimuleren, maar Lucien Tyteca bleef voorzitter. Pas vanaf 1973 kwam er schot in de zaak. De eerste richtlijnen van minister Van Mechelen inzake het Cultuurpact kwamen binnen en er werd een studiedag gepland met experten over de locatie van een cultureel centrum. ” “Toen we ook de deelgemeenten bij het overleg wilden betrekken, stootten we nog maar eens op een afwijzing en nam ik ontslag uit de Cultuurraad. Voorzitter Tyteca bleef vergaderen met Klein-Tielt - daar zou pas in 1979 verandering in komen - en over het Gildhof werd nauwelijks met een woord gerept, ook niet in de media. Achter de schermen bewoog nochtans een en ander: er was een architect aange­ steld en een eerste schets lag op tafel maar die was niet voor de openbaarheid bestemd. In het schepencollege heerste trouwens grote verdeeldheid over het al dan niet oprichten van een cultureel centrum. Nog in 1979 struikelden de Groot-Tieltse cultuurraadsverkiezingen over het kiesstelsel en was er een verzoeningsprocedure nodig om een nieuwe raad op de sporen te krijgen. Dat waren spannende momenten. ” “In februari '80 startten de onderhandelingen over het beheer van het Cultureel Centrum Gildhof en de Openbare Bibliotheek. Ik beet me van toen af vast in het bibliotheekdossier, maar in mei was ik er toch nog bij toen alle betrokkenen voor een plaatsbezoek in het nagenoeg afgewerkte Gildhof uitgenodigd werden. Toen we allemaal samen op de scène stonden voor een foto, liet een van de schepenen zich luidop ontvallen: “En heel dat spel zal maar vijf keer in een jaar open zijn! ” En ik sneerde terug dat we dat getal met vijftig zouden vermenigvuldigen. ” “Tot 1987-’88 trok ik nog wekelijks naar het Gildhof om er overleg te plegen met Paul Bekaert. En wat mag Tielt gelukkig zijn dat het Cultuurcentrum in die periode gerund werd door Wim Vanseveren. Wat die gerealiseerd heeft en welke programmering hij op de affiche gebracht heeft, dat is toch een opvallend gege­ ven. En het aanbod was een geslaagde tegenzet voor de naam Stadsschouwburg die boven de deur hing, want dat was enkel een politieke hint na vijftien jaar vechten voor het begrip cultureel centrum. ”

22


Herman Verschelden Toenmalig Directeur Theater Malpertuis

“Eigenlijk had ik nooit gedacht in Tielt terecht te komen”, mijmert Herman Verschelden. “Bedoeling was om samen met Nelly Mues in Sint-Niklaas een theaterdroom te verwezenlijken, maar naderhand heb ik die droom naar Tielt verpoot. Van thuis uit mocht ik niet naar de Studio Herman Teirlinck of naar het Conservatorium. Eerst een diploma halen, luidde de opdracht. Die klus had ik geklaard maar net toen ik dacht te kunnen doen wat ik wilde, viel er een aanbie­ ding in de bus om in Tielt voltijds les te geven. ” “Ik ging erop in maar stelde warempel mijn voorwaarden, wat een lef. (schater­ lacht) Ik wilde namelijk zeker zijn dat ik dat lesgeven met het Conservatorium kon combineren. Het was een loodzware opdracht maar het lukte, mede doordat ik het tweede jaar iets minder lesuren toebedeeld kreeg en aan het Conservatorium enkele vrijstellingen genoot. En zo kon ik in 1966 van wal steken met een geëngageerd en bijdetijds kamergezelschap, typisch voor een periode waarin men zich wilde afzetten van de voorspelbaarheid van stadstheaters en hun traditionele repertoires. ” “We mochten de kelder en de oude scène van het Gildhof gebruiken.Burgemeester Baert begroette ons meesmuilend als les comédiens. Zo van: wat schuiven ze hier nu binnen? In de grote zaal huisde de brandweer, ergens liep huisbewaar­ ster Marietje rond om een paar lokalen proper te houden. In de andere ruim­ te lag allerhande troep opgesloten.” “De scène, te bereiken langs een draaitrapje, gebruikten we als kleedkamer. Grote namen konden we dat niet aandoen. Julien Schoenaerts bijvoorbeeld ging zich schminken bij Marietje. Tot in 1972 hebben we zo gewerkt. Toen kwam de verbouwing eraan. Tussen het nieuwe brandweerarsenaal en het bestaande gebouw werd een overbrugging gecreëerd. Op die manier ontstond een schattig zaaltje, maar dat bleek algauw te laag en te eng. Tijdens de werkzaamheden speelden we onze premières in De Schakel in Waregem. ”

23


“Wij kenden een enorme uitstraling. Er waren nog geen culturele centra en dus kwamen de mensen van overal en wie! Allemaal grote tenoren uit de Vlaamse literaire en toneelwereld. De Tieltenaars vroegen zich a f wat al dat raar volk daar kwam doen. En we zorgden ook voor controverses: wat een toestanden toen we in Tielt het eerste naakt in de provincie durfden tonen." “Toen ging de Stad nadenken over wat ze met dat Gildhof konden doen. De eer­ ste plannen waren schitterend. Mocht men die uitgevoerd hebben, dan zouden er nooit interferentieproblemen geweest zijn. Nu hebben we alle mogelijkheden uitgeput om oplossingen voor de geluidsover­ last vanuit de grote zaal in te dijken, maar niets mocht baten. Raymond van het Groenewoud hielp een voorstelling van Richard III om zeep, het gestommel in de zogenaamde inspeelruimte was nefast en toen verklede musketiers van het Operettepodium midden een theatermonoloog per abuis in onze zaal terecht­ kwamen, was het hek helemaal van de dam. ” “Dat het eerste plan niet uitgevoerd werd. had gewoon te maken met het feit dat Daniel Vander Meulen vrijwel alleen stond om het te verdedigen. Hij kreeg geen financiële armslag om het ontwerp te realiseren. Nu zit men in de penarie door een gebrek aan lange-termijndenken. Dat is al vaker het geval geweest. Tielt is klein gebleven. Nu, we hebben toch handig gebruik gemaakt van de renovatie­ werken. Zo konden we in '77 Beckett spelen midden de afbraak, ’t Was bijtend koud en je zag zo de vriesadem van de spelers, prachtig! En toen brachten we Het Autokerkhof met echte wrakken tussen het puin. Op de nieuwe scène zetten we meteen een paar grote producties neer, ondermeer in '80 een Kafka met Jo Gevers en Tine Ruysschaert, en in '81 School voor Narren van de Gelderode.” “De wisselwerking met het Cultuurcentrum bleef overigens steeds prima. De gezamenlijke theaterabonnementen zijn daar een mooi voorbeeld van. Waarom moesten we twee kampen creëren in de stad? Het is en blijft een succesformule. Alleen technisch zaten we in de knoop en dat heeft uiteindelijk geleid tot ons vertrek. Maar we kijken met tevredenheid op al die jaren terug: zowel voor wat we hier zelf hebben kunnen doen maar vooral omwille van de kansen die we aan jonge theatermakers hebben geboden. Velen, die het later in de theaterwereld gemaakt hebben, mochten net hier hun eerste ei leggen. ”

24


4. Geboorte, kinderjaren en jeugd a. De kroniek

1980 Op 30 mei 1980 is het dan zo ver: het Cultureel Centrum Gildhof opent zijn deuren. Wie de kans krijgt om eerder al even binnen te gluren, grijpt die met beide handen. “Wat een schouwburg!”, kraait de tv-ploeg van de BRT, wanneer op 10 mei het quiz-programma De appel en de boom opgenomen wordt, en dat zouden de genodigden op de officiële opening enkel beamen. Toch is ook een kritische noot niet te vermijden. Gemeenteraadsleden, afgevaardigden van de Stedelijke Culturele Raad en de pers, en dus ook De Gazette van Tielt, worden op 29 maart al eens rondgeleid door burgemeester Vander Meulen. “Hij is fier de nieuwe stadsschouwburg te kunnen voorstellen. Het werd een werk van lange adem: 7 à 8 jaar en een dikke 60 miljoen. (...) De benaming Stadsschouwburg lijkt een compromis: het sche­ pencollege wou er blijkbaar geen cultureel centrum van maken, wat aan de frontale koerswijziging van het schepencollege tussen ’71 en ’75 zou herinneren.” (I9) (...) “De waarheid is evenwel dat de schouwburg voor Tielt dienst zal moeten doen als cultureel centrum. Immers, door de gebrekkige cultuurpolitiek werd het aan de Lakenmarkt geplande cultureel centrum definitief naar het rijk der fabelen ver­ wezen. (...) Op die leest is het Gildhof niet geschoeid.” (20) Arseen Verbeke, voorzitter van de Stedelijke Culturele Raad, heet le tout Tielt welkom. Hij noemt 1980 het jaar van de hernieuwing en herbronning van het Tieltse culturele leven, met nieuwe ontwikkelingskansen en nieuwe impulsen. Burgemeester Vander Meulen, die ondanks alle disputen rotsvast in de onderneming bleef geloven, onderstreept nogmaals de visie van het stadsbestuur: "Wij willen geen cultuurpaleis, boven onze financiële mogelijkheden. Het is meteen ook een herwaardering van het stadspatrimonium.

(I9) De Gazette van Tielt, jg. 3 nr. 5 (mei 1980), p. 1 en 3 (21)) De Gazette van Tielt, jg. 3 nr. 6 (juni 1980), p. 3

25


Op 29 maart 1980 krijgen de gemeenteraadsleden, de leden van Stedelijke Culturele Raad en de pers de kans om het vernieuwde Gildhof in avant-première onder de loep te nemen. Burgemeester Daniël Vander Meuten geeft tekst en uitleg. André Baekelandt, Astère Verbeken, Firmin Warnez, André Rotsaert, architect Robert Vandewiele, Jean Lemey, Arseen Verbeke en Romain Vanlandschoot luisteren met belangstelling.

Op 30 mei 1980 wordt de Stadsschouwburg officieel geopend. Arseen Verbeke, voorzitter van de Cultuurraad, architect Robert Vandewiele, stadssecretaris J o ze f Tack, schepen Roger Vannieuwenhuyse, Jaak Jack en burge­ meester Daniël Vander Meulen steken hun fierheid niet onder stoelen o f banken.

26


” In zijn gelegenheidstoespraak poneert Jaak Tack, adviseur-secretaris van de Minister van de Vlaamse Gemeenschap, dat “een cultureel centrum een trefplaats is, waar mensen elkaar graag ontmoeten om de koelte van het zakelijke leven te vergeten, de vermoeienis van de dagelijkse sleur af te leggen en om de menselijke waarden terug te vinden die vandaag de dag soms wel eens hard van ons afgezet worden.’’ Vijf Tieltse muziekverenigingen tekenen voor een luisterrijke omkade­ ring van het feestelijke gebeuren.

Op het programma staan klinkende namen als Ludwig van Beethoven, Richard Wagner, J.S. Bach naast eigentijdse toondichters als André Waignein en Roland Cardon. De leden van de Raad van Bestuur komen voor het eerst bijeen op 25 juni 1980. De zestien heren in alfabetische volgorde: Paul Bekaert, Etienne Braekevelt. Noël Callens, Roger Desmet, Noël Devrieze, Michel Dewitte, Jozef Geeroms, José Lampaert, Jean Lemey, Hans Maton, Roland Pauwels, Daniel Vander Meulen. Jacky Van Maele, Wim Vanseveren, Walter Verbeke, Erik Verhamme, Alfons Vermeersch en Firmin Warnez. Eerstgenoemde schetst later de gebeurtenissen. “Nooit heb ik gesolliciteerd voor de functie van voorzitter. (...) Nee, zo georga­ niseerd en professioneel ging het er toen nog niet aan toe. Daniël Vander Meulen hield van verrassingen en razendsnel handelen. (...) Hij stuurde de vertegenwoor­ digers van de verenigingen buiten. Aan de trap beneden keek iedereen elkaar aan. Het was een afvallingskoers. “Doe jij het?” “Neen”. Tot ik alleen overbleef. Ik had geen ja gezegd en ook geen neen. Beslissingen met ver reikende gevolgen neemt men soms in een onbewaakt moment en dat is maar goed ook. In elk geval was ik met mijn 32 jaar zowat het jongste lid van een Raad van Bestuur, die veel grijze eminenties telde.” (2i) Samen met burgemeester Vander Meulen. Roland Pauwels en Noël Devrieze vormt Paul Bekaert het dagelijks bestuur. Op hun drukke agenda noteren ze het creëren van een huishoudelijk reglement en een gebruiksreglement, de naam geving van de zalen en vergaderlokalen, het opstellen van een behoeftenstudie inzake culturele infrastructuur in Tielt en in de deelgemeenten, en last but not least de voorbereiding van de erkenning in de C-categorie. Al in augustus steekt het pand Mulle de Terschueren de kop op en meteen barst de discussie los waarvoor de accommodatie later gebruikt kan worden. Zoveel mogelijk verenigingen onderdak verschaffen luidt de ene visie, terwijl anderen er perfect de bibliotheek zien fungeren. Het kan verkeren.

(2I) Paul Bekaert, afscheidsrede 23/06/2001

27


1981 In zijn beleidsnota voor 1981 zet Paul Bekaert met zijn Raad van Bestuur de lijnen uit. Meteen wordt uitdrukkelijk beklemtoond dat het Gildhof niet in con­ currentie wil treden met het lokale verenigingsleven maar vooral een aanvullende rol wil vertolken. Zo wil men het aanbod inzake tentoonstellingen aanzwengelen, tegenover het experimentele Malpertuis meer traditioneel theater op de planken brengen, het brede spectrum van de muziekwereld uitdiepen en met die vorming uitpakken die door de plaatselijke verenigingen nog niet wordt aangeboden. Film laat men over aan Studio 16, Jefi en het scholenfilmforum, maar er wordt alvast uitgeke­ ken naar nieuwe apparatuur. Met M alpertuis zit het niet snor. “Tegen september moet er een oplossing gevonden worden voor de lawaaihinder vanuit de schouwburgzaal waarvan onze voorstellingen te lijden hebben, zoniet zie ik het voor ons hier niet meer zitten”, deelt een erg somber gestemde Herman Verschelden mee aan het slot van een persconferentie waarin het 15d' speelseizoen werd voorgesteld. Viert Malpertuis zijn derde lustrum in den vreemde? (...) “Anderhalf jaar geleden hebben wij al gewaarschuwd voor het trappenhalletje dat ons theater verbindt met de scène van de schouwburgzaal en met de kleedkamers op de tussenverdieping. Die holte werkt eerder als een klankdoos dan als een geluidsdemper.” (...) “En zeg­ gen dat het jarenlange werk van Malpertuis in de kelder van een vervallen Gildhof misschien de beleidsmensen geïnspireerd heeft voor de restauratie van het gebouw tot een stadsschouwburg. Nu zitten uitgesproken wij met de gebakken peren.” (22) Architect Vandewiele, die in maart ontslag nam als lid van de beheer­ raad van Malpertuis, reageert dat hij met de beschikbare middelen onmogelijk het euvel kon oplossen. De Stad laat een studie uitvoeren maar ook daar blijkt het kostenplaatje te hoog en wat voorgesteld wordt, levert geen garantie voor een volledige isolatie. Malpertuis, CC Gildhof en de Stad slaan dan maar de handen in elkaar om op een goedkoper manier een aanvaardbaar resulaat te bereiken. In de media heet het een pleister op een houten been.

(” ) Geert Van Hecke (GVH), Malpertuis is lawaaihinder moe, De Weekbode 22/05/1981

28


Intussen komt de Gildhofmolen op dreef, gevisualiseerd door een logo van de hand van Rudi De Brabandere. In zijn jaarverslag betitelt cultuuranimator Wim Vanseveren 1981 als een heel belangrijk jaar, in feite het startjaar. Met z'n zessen gaan ze er tegenaan: Wim Vanseveren, Carine Herman, Greta Vanquaethem, Giancarlo Beccaro, Martine Callens en technicus-huisbewaarder André Wittevrongel. Het statische Gildhof wordt dynamisch geladen, het gebouw wordt huis. Statuten en reglementen zien het levenslicht, infrastructurele problemen die­ nen opgelost, het CCG sluit aan bij de Federatie van Nederlandstalige Culturele Centra. De erkenning in de C-categorie wordt met spoed voorbereid, op 20 november komt de inspectie langs en op 22 december volgt het positief advies. Het is alleen nog wachten op de handtekening van de Minister. Het Tieltse cultuurhuis biedt ruimte voor 689 activiteiten, waarbij zowel de schouwburgzaal als de andere muziek-, hobby- en vergaderzalen gebruikt worden. Maar tot het CC behoren ook het Jeugdheem in de Ontvangerstraat, de Oude Pastorij en de Oude Gemeenteschool in Schuiferskapelle. Met de culturele initiatieven in die gebouwen erbij, rondt men meteen de kaap van 1.000 activiteiten.

v.l.n.r. Burgemeester Daniël Vandermeulen, Clara Haesaert, Wim Vanseveren, Arseen Verbeke, Stadssecretaris Jozef Tack, Paul Bekaert, (?), Jaak Tack, Geert Van Hecke, Eugène Houthoofdt Tielt ontpopt zich tot pionier en voortrekker van grootse initiatieven in het culturele landschap. In november 1981 gooien CC Gildhof en de Stedelijke Culturele Raad hoge ogen met de organisatie van de eerste Jeugdboekenweek. Tielt zou de enige stad zijn waar het evenement de daaropvolgende 25 ja a r ononderbroken op de seizoensaffiche bleef staan.

29


1982 Per 1 januari 1982 is het Gildhof een erkend cultureel centrum en daarmee het zesde in West-Vlaanderen naast de B-centra Waregem, Knokke en Menen, het C-centrum Kortrijk en het D-centrum Marke. De ambitie van de Tieltse cultuurmakers is echter niet te stillen en de inkt van de ministeriële handtekening onder de erkenning is nauwelijks droog of in het Gildhof droomt men al van een pro­ motie naar de B-categorie. 'in de vorige decennia van deze eeuw liet Tielt zich meer en en meer in de mar­ ginaliteit drukken. Het is allerminst onze bedoeling van deze kwestie een prestigezaak voor de stad te maken. We trachten integendeel een realistische strategie te voeren, die gebaseerd is op het nuchtere feit dat Tielt op gebied van culturele infrastructuur momenteel dé troef van de hele regio bezit: een uitste­ kende en ruime schouwburgzaal binnen het geheel van een cultureel centrum. Die kaart moet Tielt resoluut durven spelen”, aldus Paul Bekaert namens de Raad van Bestuur in de beleidsnota voor 1982. Een gedurfde programmatic met ondermeer Urbanus, Johan Verminnen, Rob De Nijs, het Golden Gâte Quartet, de Philharmonie van Antwerpen en I Fiamminghi, alsook het opvallende toneelaanbod lokken bijna 70.000 bezoekers naar de ver­ schillende gebouwen van het Cultureel Centrum. Het Gildhof ontpopt zich tot het vierde theatercentrum van Vlaanderen na Hasselt, Kortrijk en Turnhout. Cultuuranimator Wim Vanseveren gewaagt van het jaar van de ontbolstering en besluit terecht: “Het CC Gildhof is geen benzineverslindende Rolls Royce met al te weinig passagiers in de te ruime zetels. Het is veeleer een noest tweepekaatje dat afgeladen vol een berg opstormt, al te vaak in overdrive.” (23) In zijn jaarverslag wijst hij niet alleen op wat er zich in het Gildhof afspeelt, maar heeft hij ook oog voor het gehele Culturele Centrum. Bezoekers aan het CC krijgen er met de parking Beukenhove tachtig parkeer­ plaatsen bij. Het nieuwe jeugdheem is af en omvat zeven nieuwe lokalen. De Raad van Bestuur wil dringend het oude heem opgeknapt zien en beraadt zich over de toekomst van de Oude Pastorij in Schuiferskapelle.

(M) Wim Vanseveren, CCG Jaarverslag ‘82, p. 1

30


1983

Waar de middelen beperkt zijn, moeten vindingrijkheid en werkkracht van stads­ bestuur, Raad van Bestuur en personeel des te meer doen, zo luidt het bij de instap in 1983. De beheerders zijn tevreden over de kwantiteit maar willen nu vooral aan de kwaliteit gaan sleutelen. Er wordt gedacht aan het verbouwen van de hall, zodat er ruimte ontstaat voor receptie en secretariaat, aan de inrichting van de foyer en aan de zgn. begroening van het Gildhof. Een globaal cultuurbe­ leid waarin CC Gildhof, de Openbare Bibliotheek, de Stedelijke Culturele Raad en de academies betrokken worden zou wenselijk zijn, en voor het eerst ligt de idee om een vzw op te richten ter bespreking. Aan de bestuurstafel zitten geen C V P'ers want die fractie ging bij de verkiezingen van de nieuwe Raad van Bestuur niet akkoord met de verdeelsleutel en wenste geen vertegenwoordigers aan te duiden. Het was wachten op het oordeel van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie. De nieuwe Raad van Bestuur bestaat uit voorzitter Paul Bekaert, ondervoorzitter Raf De Buck, Michel Dewitte, Jo Dierickx-De Cock, Maurits Baertsoen, Jozef Geeroms, Godfried Verhamme, Patrick Ameye, Jan Himpe, Kris De Zutter, Erik Vackier, Jacky Vanmaele en Jean Lemey. Vanaf 14 juni 1983 valt de Europahal onder de hoede van het Cultureel Centrum. Het aantal activiteiten zal alsnog stijgen en om iedereen op de hoogte te houden van de programmering verschijnt de maandelijkse cultuurkrant Het Gebeuren als binnenkatern van het stedelijke infoblad Open Venster. Het hele arrondissement krijgt een seizoenskrant in de bus gedropt. Op het einde van het jaar pleiten zowel Schuiferskapelle als Aarsele voor een volwaardige culturele infrastructuur. SP-Schepen Verbeken voorspelt dat er in zijn gemeente een Ontmoetingscentrum komt, niet in de Schoolstraat maar wel in de Aarselestraat. (24) Naast de sporthal bouwen is onmogelijk want het bpa voorziet daar een zone enkel voor sportdoeleinden en daar zou overigens ook een speelplein aangelegd worden. Het centrum komt achter de pastorij of tussen de Sterrestraat en de Aarselestraat, schuin achter het Oud-Gemeentehuis. (25) Het kan verkeren. Trouwens, in eerste instantie tonen de Aarselenaars niet zo veel interesse voor een nieuwe zaal, waar­ van de opportuniteit in vraag gesteld wordt. (24) Joseph Neirinck (NA), Ontmoetingscentrum moet er komen, De Weekbode 04/11/1983 (25) Hubert Lanckriet (hula). Het ontmoetingscentrum komt er, De Weekbode 20/04/1984

31


In het G ildhof waar AndrĂŠ Wittevrongel en Marie-Jeanne Dedeurwaerder voor een aangenaam onthaal tekenen, staat het CC-team klaar voor het seizoen 1983-1984. We herkennen R a fD e Buck, Katrien Meuninck, Carine Herman, Wim Wullaert, voorzitter Paul Bekaert, cultuuranimator Wim Vanseveren, Jean Lemey en schepen Luc De Rammelaere.

32


1984 Een cultureel centrum moet ruimten voor socio-cultureel werk in al zijn vormen en voor alle bevolkingsgroepen ter beschikking stellen, moet een bestendig trefpunt zijn, mag het publiek niet nalopen maar kijken welke behoeften aan cultuurbeoefening nog niet gelenigd zijn en dient ontzuilend te werken. In het Gildhof is men er stellig van overtuigd aan die voorschriften te beantwoorden en begint men in 1984 te dromen van een verhoging in categorie. In die context houdt men ook de andere gebouwen in het oog. In het jeugdheem wordt de eer­ ste verdieping onder handen genomen en de Europahal wordt hersteld, verfraaid en geïsoleerd. Wat de Oude Pastorij in Schuiferskapelle betreft, wil men graag de knoop doorgehakt zien: grondig herstel of opteren voor een nieuw gebouw. In het Gildhof zelf worden de ideeën inzake inrichting van hall en foyer gereali­ seerd en denkt men eraan tussen foyer en schouwburgzaal een fotogalerij te installeren.

Bij de voorstelling van het jaarverslag van 1983 en de voorstelling van het programma voor 1984-1985 lieten leden van de Raad van Bestuur en CCG-personeel zich op de gevoelige plaat vastleggen. We herkennen staand v.l.n.r. Schepen Herman Verslype, Schepen Luc De Rammelaere, Carine Herman, Wim Wullaert, Ciska Defever, Luc Dewitte, Katrien Meuninck, Wim Vanseveren, Martine Callens, Doris De Praeter, André Wittevrongel, zittend (v.l.n.r.) zijn dat Schepen Astère Verbeken, Jo De Cock, Paul Bekaert, Michel Dewitte, Kris De Zutter.

Het jaarverslag bulkt van de positieve cijfers. Voor het eerst klimt men boven de 2.000 activiteiten die samen meer dan 100.000 bezoekers over de vloer brengen. In de vormingssector steekt het project Torpedo van wal: Tielt ORganiseert Permanente EDucatie Overdag. Op het schouwburgpodium staan de Wiener Sangerknaben, het Festival van Vlaanderen strijkt er (met financiële ondersteu­ ning door vijf Tieltse bedrijven) voor het eerst neer en de BRT capteert er een show met Willem Vermandere.“Stuk voor stuk optimistische cijfers moeten aan­ tonen dat het Cultureel Centrum na drie jaar intensieve werking definitief de kin­ derschoenen opborg; ze verrechtvaardigen de miljoenen die de stad voor cultureel werk bijpast. (...) Het Cultureel Centrum met zijn afgunstwekkende infrastruc­ tuur, veroverde een onvervangbare rol. Dank zij de inspanningen van het stads­ bestuur, de inzet en de wilskracht van het personeel en de goodwill van de bevolking en de verenigingen werd een belangrijke stap gezet in de richting van een dringende democratisering der cultuur.” (26) (26) CC Gildhof. de kinderschoenen ontgroeid, De Weekbode 08/06/1983

33


1985 Gejuich op de banken: per 1 januari 1985 behoort het CC Gildhof tot de catego­ rie B. De cultuuranimator, tot dan toe nog altijd als BTK’er aan het werk, wordt vastbenoemd en krijgt een extra stafmedewerker toegewezen. De personeelsploeg groeit met mondjesmaat maar blijft nog ver beneden de Fevecc-norm. Even de bezetting overlopen: cultuuranimator Wim Vanseveren (vast), stafmedewerkers René Plaetevoet en Mare Callens (tewerkgestelde werklozen), verantwoordelijke voor kunstproject en expobeleid Hilde Houwen (BTK), opsteller Carine Herman (BTK), klerken Katrien Meuninck en Franciska Defever (BTK), verantwoordelijke voor publiciteit en promotie Rudi Bonné (BTK) en Geert De Kockere die ook begeleiding kindertheater voor zijn rekening nam (burgerdienst), verantwoordelijke voor vorming Ann Vermeulen (stagiaire), technicus-huisbewaarder André Wittevrongel (vast), technicus Luc Dewitte (BTK), poetsvrouwen Martine Callens, Doris De Praeter en Agnes Wullaert (BTK en DAC). De promotie is hoe dan ook een bevestiging van de regionale opdracht die het Cultureel Centrum waar wil maken. De cijfers liegen er niet om. Met 102 activi­ teiten, samen goed voor meer dan 40.000 bezoekers, jaagt de Europahal de teller van het volledige CC naar 117.977 of 17 procent meer dan in 1984. De BRT komt weer langs, nu voor De Tijd van Toen, Mike en de show rond de Nationale Loterij. Paul Bekaert ziet zijn eerste revue in première gaan: 't Is van de boane. Zoals steeds wordt er gesleuteld, gedacht en gedroomd. De voorgevel van het Gildhof is aan herstelling toe, net als het dak van de Europahal en de gelijkvloerse verdie­ ping van het jeugdheem. Op de eerste verdieping van het Gildhof komt er een nieuwe secretariaatsruimte en een grondige herschikking van de zaalbestemmingen is in de maak: de Vander Plaetsezaal krijgt een permanente tentoonstellingsfunctie, net als de D ’Hulsterzaal waar wat ruimte zou worden ingepalmd voor een kantoor van een stafmedewerker en een kleine vergaderzaal (een idee die niet zou gerea­ liseerd worden), de bars verdwijnen uit de Darras- en de Hostezaal, de Lietaertzaal wordt grote vergaderzaal, de Darraszaal middelgrote vergaderruimte en de Hostezaal permanent muziekhobbylokaal. Die plannen worden niet in dank afgenomen. Koninklijk koor en orkest Zanglust noch de Koninklijke Stadsharmonie De Goede Vrienden weten raad met hun materiaal. Zanglust dreigt het Gildhof te verlaten en plant op 5 maart de verhuizing. Voorzitter Daniël Vander Meulen zoekt ijverig naar een oplossing. De verenigin­ gen moeten het exclusieve gebruik uit het gezichtsveld weghalen en geleidelijk hun bar afbouwen. De Darraszaal wordt sowieso kantoorruimte, dus moet de bar van De Goede Vrienden meteen verdwijnen.

34


Zij mogen zo lang de bar van Zanglust gebruiken. De gemoederen zijn enigszins gesust maar het zal nooit meer zijn zoals vroeger. Voorts wordt er gedacht aan de vervanging van de 16mm-apparatuur voor filmprojectie en is er sprake van 35mm. Men speelt met de idee om uit te pakken met kleuterateliers en met een jeugdtheateropleiding. In november 1985 is Tielt een van de negen steden in Vlaanderen waar de vijfde editie van een Jeugdboekenweek genoteerd wordt. In de Gazette van Tielt blikken Paul Bekaert en Wim Vanseveren terug op vijf jaar Cultureel Centrum. Daarin beklemtonen zij dat ze met een vormend en ont­ spannend programma van bij de start op een breed publiek gemikt hebben: van voorstellingen voor de happy few tot en met naaicursussen horen in het Gildhof thuis. Maar van algemene tevredenheid over de gang van zaken is zeker geen sprake. “Sommige mensen beschouwen elke frank besteed aan cultuur als een verloren frank. Een vooraanstaand politicus had het in de Raad van Bestuur over geld dat verdween in de lucht. Tegen die mentaliteit moeten wij verschrikkelijk hard vechten”, aldus de toenmalige voorzitter, daarin bijgetreden door de cultuuranimator: “Voor de inzet van onze mensen heeft dit wel gevolgen. Wij moeten voortdurend werken op de toppen van de tenen om te bewijzen dat wij nodig zijn. Dat werkt op de duur uitputtend. (...) We kunnen ons niet voldoende profileren. Wij in Tielt kunnen niet wat Gérard Mortier in de Muntschouwburg doet. maar dat hoeft ook niet. Wij brengen kleine­ re dingen die kwalitatief ook zeer goed zijn.” En Paul Bekaert besluit: "Het moet steeds naar buiten uitstralen als iets vernieuwends, iets gedurfds, experimenteels. (...) Mijn gevoel is dat we leven in een stad waar men terugschrikt voor de vorm. We zijn bang van iets dat in een mooie vorm gegoten is.” (:7)

Festival van Vlaanderen naar Tielt. Initiatiefnemer Ignace Bailleul (midden) geflankeerd door cultuuranimator Wim Vanseveren en de sponsors Nick Van Huile, Eddie Verbeke en Danv Verbeke.

(27) De Gazette van Tielt, jg. 8 nr. 8 (augustus 1985), p. 4 t.e.m. 6


1986 In de beleidsnota voor 1986 keert de gedachte expliciet terug. Het Gildhof moet de voortrekker blijven in de evolutie maar niemand kan een marathon lopen op de toppen van zijn tenen. Toch stuurt de Raad van Bestuur aan op het ontwikkelen van een volwaardig tentoonstellingsbeleid met zeker één historische expositie per jaar. Met de extra stafmedewerker in de rangen kan het vormingsaanbod nu ook ten volle ontplooid worden. De Jeugdboekenweek ruilt het najaar voor het voorjaar en in februari meldt de zesde editie zich al aan. Bij de voorstelling van het volgende werkjaar blijkt een imposante nieuwkomer in voorbereiding: het Kleutertheaterfestival. Maar de grootste verrassing moet nog komen: nu hij alweer een parel aan de kroon van het Gildhof zal toevoegen, kondigt cultuuranimator Wim Vanseveren aan dat hij ‘zijn' Cultureel Centrum wegens te belastend binnenkort zal verlaten om producer te worden bij de BRT. “Er rest mij nog nauwelijks de tijd om een goed boek te lezen. Zowat elke avond gaat op in vergaderen, het bekijken van nieuwe theatervoorstellingen....” (28) De Raad van Bestuur, nog steeds zonder CVP’ers, kent een eerder rustig jaar. Men kiest voor de verkoop van de Oude Pastorij in Schuiferskapelle in ruil voor een nieuw gebouw. In het Gildhof wordt een deel van de Hostezaal ingepalmd door een kleine vergaderzaal. Voor het gebouw komen er fietsrekken. In de Europahal installeert men de kleedkamers van het stedelijke conditiecentrum. Wat de samenstelling en de uitwerking van de programmatic betreft, beschikt de cul­ tuuranimator over één stafmedewerker. Onder de hoede van Nicole Vanhee zal het vormingsaanbod, met Torpedo overdag en een reeks cursussen ’s avonds, een hoge vlucht nemen. Van 28 juni tot 24 augustus 1986 loopt de eerste aflevering van Beelden Buiten, een gedurfde onderneming die voor onvermijdelijke pole­ mieken zal zorgen. “Een zalm, zegt men, maakt zijn mooiste sprongen tegen de stroom in”, geeft Wim Vanseveren in zijn jaarverslag raak mee. Na kennisname van het evaluatieverslag adviseert de Raad van Bestuur unaniem aan het Schepencollege om Beelden Buiten ook in 1987 te laten plaatsvinden.

(2t!) Martin Tytgat (Pikure), Wim ruilt Gildhof voor BRT, De Weekbode 05/12/1986

36


1987 "Cultuur is alles wat belet dat men onverschillig wordt”, luidt het motto voor 1987. Het beheer stelt vast dat Cultureel Centrum Gildhof met 50 procent minder personeel toch dezelfde of betere kwantitatieve resultaten haalt als een gemid­ deld B-centrum. Vooral het feit dat zelfs de melding van deze nuchtere vast­ stelling tot irritatie leidt, wekt bezorgdheid bij de Raad van Bestuur. Die klaagt er ook over dat de beleidsnota nooit formeel besproken wordt in het College van Burgemeester en Schepenen. Onverschilligheid? (29) Maar in de Sint-Michielstraat laat men zich niet van de wijs brengen. Verfijning en identiteitsvorming staan bovenaan het verlanglijstje: meer werken voor een specifiek publiek en uitpakken met een programma dat uniek is tegenover andere culturele centra. Er wordt een verantwoordelijke voor promotie en publiciteit aan­ gesteld en Dirk Snauwaert neemt het kunstproject, het tentoonstellingsbeleid en de filmprogrammering voor zijn rekening. Het eerste Kleutertheaterfestival lokt tweeduizend bezoekers. Minister Patrick Dewael komt het evenement openen. Op het programma staan vooral meespeelvoorstellingen en de initiatiefnemers moeten toegeven dat het kleutertheater nog in zijn kinderschoenen staat. Er steekt nog (te) veel kaf tussen het koren. De Jeugdboekenweek scoort hoog. Els Loos en Katty Lindekens komen met hun radioprogramma Van kattenkwaad tot erger naar het Gildhof en als afsluiter zet­ ten Walter Grootaers en de Crècheband het CC op stelten. Het Festival van Vlaanderen wordt op sleeptouw genomen door een nieuwe vereniging, nl. Da Capo Al Fine, dat zich later ook in initiatieven als de Artiestenmis en Apero Con Fuoco zal engageren. Paul Bekaert laat Tielt schaterlachen met zijn tweede revue: 't Is spel ip de Loakenmarkt. Het omstreden Beelden Buiten is in de zomer van ’87 aan zijn tweede editie toe. “Dat niet iedereen dolenthousiast het gras induikt, mochten de organisatoren vorig jaar al ervaren bij de eerste editie. 'Als dat kunst heet, dan ben ik een wereldwonder’, hoorden we een scepticus vaststel­ len”, aldus journalist Martin Tytgat.

(29) Beleidsnota 1987, p. 1, 1.1. Basisvoorwaarden.

37


“Ook inleider Karei Geirlandt leek zich van het voorbehoud van velen bewust: ‘Deze kunst spreekt nu eenmaal niet voor zichzelf. Toch zou ik iedereen de raad willen geven de inspanning op te brengen om de werken niet bij voorbaat te veroordelen.’ “ (w) De zomermaanden zorgen voor nog meer gespreksstof. Op een extra gemeente­ raadszitting, de maandag van de Europafeesten, wordt het idee van een Aarseels cultuurcentrum afgeschoten. De centen wil men aan trottoirs besteden. In augus­ tus vraagt de Raad van Bestuur van het CC Gildhof het Schepencollege om zijn beslissing te herzien waarbij optredens met (hard)rockallures verboden worden in voor het publiek toegankelijke inrichtingen in Tielt. De Raad van Bestuur deelt de bezorgdheid van het Schepencollege en de politiecommissaris om het vandalisme te vermijden, maar meent dat men geen voorbehoud mag hebben tegen genres maar wel tegen organisatoren, die beter een eigen orde- en veiligheidsdienst voorzien. (3I) Het werkjaar eindigt met de verdwijning van een reeks naaktfoto’s (De tuin van Ba’ali) van Bottequin uit de fotogang. “Dit is geen censuur of druk van bovenaf', stelt Wim Vanseveren. “Subtiele erotiek kan mogelijk ongelukkige reacties uitlokken.’’ (32)

Sfeer troef in verschillende lokalen van het G ildhof wanneer, naar aanleiding van de Jeugdboekenweek in 1983, Kathy kindekens met haar radioprogramma Van kattekwaad tot erger rechtstreeks in de ether gaat.

(30) Martin Tytgat (Pikure), Cultuur en natuur verenigd in Beelden Buiten ‘87, De Weekbode (31) Verslag van de Raad van Bestuur van het CC Gildhof, 20/08/1987, punt 4.1 (32) Mieke Houtteman (MHT), De veelbesproken naaktfoto's van Bottequin nog in CC Gildhof, De Weekbode 23/10/1987

38


1988 De beleidsnota voor 1988 bevat weer wijze woorden: “Een cultureel centrum runnen is een zaak van met beide voeten op de grond staan. Alleen: men vergeet al te vaak dat management ook creativiteit vraagt, fantasie, risico’s nemen.” (") Daarom mag men volgens de Raad van Bestuur niet aarzelen om te investeren in het CC Gildhof. Concreet heet dat de kw aliteit van de expositieruim te (Vander Plaetsezaal) en de foyer verhogen, de fondsen voor promotie en publici­ teit aanzwengelen, het Torpedo-project uitbouwen, een groter budget voor de eigen programmatic, streven naar een betere akoestiek op de scène van de schouwburgzaal (d.m.v. mobiele orkestschelp) en de aankoop van een nieuwe piano. Met het huidige overlevingsrantsoen kan men de meubelen niet redden. De Stad heeft er enigszins oren naar en laat aanpassingswerken uitvoeren in de Vander Plaetsezaal en verder ook in Club77 en in de Europahal, waar na een vernietigend brandweerrapport een algeheel dansverbod geldt. Financiële tegen­ valler is wel dat de provinciale steun voor bovenlokale manifestaties (bv. Kleutertheaterfestival en Beelden Buiten) niet wordt toegekend. Daarmee blijkt West-Vlaanderen de enige provincie waar culturele centra in de kou blijven staan. (34) Uit 21 kandidaten komt de Antwerpse kunsthistorica en dramaturge Anne-Mie Lobbestael als opvolgster van cultuuranimator Wim Vanseveren. Vol ambitie gaat ze tegen haar job aan. Het tweede Kleutertheaterfestival gaat met een Deense productie internationaal, krijgt de aandacht van meer dan 3.000 jonge theaterliefhebbers maar men beslist toch om er voortaan maar een tweejaarlijkse happe­ ning van te maken. Het luik vorming gooit almaar hogere ogen. Educatie over­ dag blijkt aan een belangrijke maatschappelijke behoefte te beantwoorden. Wim Vanseveren loodst de BRT naar Tielt om in het Gildhof Wie troost Muu te capteren, de kindertheaterproductie die de Signaalprijs in de wacht sleepte. Beelden Buiten gaat zijn derde confrontatie met het publiek aan.

(M) Beleidsnota 1988, 1. inleiding (M) Mieke Houtteman (MHT), Provinciale steun voor CC G ildhof afgewezen, De Weekbode 04/03/1988

39


“Het publiek moet bereid zijn verder te gaan dan vrijblijvend plaatjes kijken”, onderstreept Dirk Snauwaert, die Belgische en Duitse artiesten met hun actuele kunstuitingen de tuin De Brabandere laat veroveren. Bij de voorstelling van het programma voor 1988-’89 uit Paul Bekaert namens de Raad van Bestuur zijn ongenoegen over het feit dat bepaalde politieke partijen beweren dat het Gildhof het overgrote deel van de culturele fondsen opslorpt ten koste van subsidies aan verenigingen en dat zij daarmee proberen de goede samenwerking tussen het Gildhof en die verenigingen in het gedrang te brengen. “De cijfers uit het jaarverslag tonen aan dat het Gildhof tegen zeer goedkope prij­ zen een degelijke infrastructuur aanbiedt, zodat de verenigingen alle kansen tot ontplooiing krijgen. Je zou kunnen stellen dat het Cultureel Centrum de vereni­ gingen een subsidie in natura geeft”, aldus de voorzitter. De nieuwe cultuuranimator legt de lat uitermate hoog. De vraag rijst of een pro­ vinciestadje als Tielt de culturele orgie met steeds meer exotische vruchten nog aankan. De cultuur-avontuur-filosofie zal Anne-Mie Lobbestael vrij vlug zuur opbreken. In april 1989 verdwijnt ze met stille trom van het Tieltse toneel en zal de resterende acht maanden van het werkjaar ad interim vervangen worden door Nicole Vanhee.

40


1989

“In het logboek van het Gildhofschip noteerden wij over 1989, niet dat wij schipbreuk leden of aan het zinken waren. Wij schreven dat er storm was, dat wij alle hens aan dek moesten roepen om geen averij te lijden en dat men een deel van onze riemen heeft afgenomen’’, zo sprak Paul Bekaert zijn luisteraars toe op de nieuwjaarsreceptie in 1990. Met zijn derde revue, Moen der nog kasseien zïn?, steekt hij alle betrokkenen een hart onder de riem, in de eerste plaats de nieuwe Raad van Bestuur. Die bestaat naast de voorzitter uit Philippe De Gryse, Rudy Chevrolet, Maurits Baertsoen, Wim Vanseveren, Geert Vermeersch, Kris De Zutter, Leen Van Moen, Michel Dewitte, Lieve Vandevelde, Jan Vandenhende, Godfried Verhamme, Geert Deraedt, Jan Himpe, Jean Lemey, André Baekelandt, Luc Vannieuwenhuyze, Trees Pieters, Jo De Cock, Marc Seynaeve, Mariette Devriendt, Jean-Pierre Mistiaen, Luc Vanrenterghem, Raf De Buck, Hubert Thant, Hilde Houwen, Piet Rotsaert, Geert Puype (ondervoorzitter), schepen Astère Verbeken en cultuuranimator Anne-Mie Lobbestael. Op het secretariaat van het CC Gildhof begroet men dat jaar Carine Bauwens, die zich zal inzetten voor pro­ motie en vormgeving. Wat een jaar! Dat is het minste wat men kan zeggen, wanneer men zijn cultuur­ animator, zijn verantwoordelijke voor publiciteit en promotie, en ten slotte ook nog zijn verantwoordelijke voor tentoonstellingsbeleid en film (Dirk Snauwaert wordt conservator in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel) ziet verdwijnen. In alle sectoren wordt afgeslankt: het aantal podiumactiviteiten wordt terugge­ schroefd, Kleutertheaterfestival en Beelden Buiten worden tweejaarlijks gepro­ grammeerd, het filmaanbod in Zien en Zijn daalt. De excentrieke kameropera Re, opgevoerd in het vervallen Effilaargebouw in Aarsele, steekt daar schril tegen af. Maar niet iedereen is rouwig om de gang van zaken, omdat het besef er is dat men na een periode van extravagante waaghalzerij met de actuele affiche weer op zijn Tieltse pootjes gevallen is. Toch moet de bom nog inslaan. Begin december ont­ slaat de Stad 21 gesco-personeelsleden (gesubsidieerde contractuelen), het Cultureel Centrum moet drie en een halve job schrappen. Net op het ogenblik dat steden uit het omliggende, zoals Roeselare en Izegem hun culturele sector aan het uitbouwen zijn. dreigt voor Tielt de catastrofe. De afdankingen brengen de wer­ king van het CC Gildhof in zijn huidige status in gevaar en zouden kunnen leiden tot een verlaging in categorie. In een dergelijke sfeer gaat men de jaarwisseling tegemoet. Cultuur is plots oorlog. 41


In 1 9 8 9 verla a t D ir k S n a u w a ert, na tw ee j a a r g ew a a rd e erd e in zet als vera n tw o o rd e lijk e vo o r te n to o n stellin g sb e le id en film , h e t G ild h o f en w o rd t c o n se rva to r in h e t P a leis v oor S c h o n e K u n ste n in B russel.


Cultuuranimator Annemie Lobbestael gooit het bij de programmering over een totaal andere boeg. In juni 1989 waagt zij het ondermeer de kameropera Re in de Aarseelse Effilaarruimte te laten creĂŤren.

Paul Bekaert schrijft in 1989 de revue Moen der nog kasseien zin? , waarmee hij allusie maakt op de kwestie van de kasseienoorlog in de Tramstraat. Luc Vermeersch en Jaak Pelgrims gaan als postbode en kasseienlegger met elkaar in de clinch.


1990

De voorzitters van de stedelijke adviesorganen blijven niet bij de pakken zitten en tekenen een klacht die ze neerleggen bij de Nationale Cultuurpactcommissie. Ook de Gouverneur, cultuurminister Dewael en gemeenschapsminister Vandenbossche krijgen een gelijkaardig schrijven in de bus. Zij beschouwen de gemeenteraadsbeslissingen strijdig met het decreet van 28 januari 1974 betref­ fende het Cultuurpact en in strijd met de gemeenteraadsbeslissing van 3 sep­ tember 1981. De adviesorganen voelen zich gepasseerd inzake voorbereiding van de genomen maatregelen, inzake inspraak en advies, en inzake betrokken­ heid bij de ontslagregeling van het personeel. Op 28 februari schorst gouver­ neur Vanneste de beslissing van de gemeenteraad. Het stadsbestuur vraagt nu wel naar een advies maar de raden weigeren omdat zij niet bevoegd zijn advies te geven over beslissingen van de gemeenteraad die reeds in werking en van toepassing zijn, dus moet de Stad eerst zijn beslissing intrekken. Wanneer ook het Ministerie de beslissing om de gesco’s af te danken vernietigt, gaat het Schepencollege in beroep bij de Raad van State. Midden deze procedureslag gaat het gewone leven zijn gang. In de begroting voor 1990 voorziet men alweer de automatisering van de diensten, schilderwerken in de Vander Plaetsezaal, een nieuwe geluidsinstallatie in de schouwburgzaal en het realiseren van een studie omtrent de aanpassing van de apparatuur voor filmprojectie. Vanuit de Raad van Bestuur weerklinkt opnieuw de roep naar de oprichting van een vzw. “De Stad kent totaal andere economische wetmatigheden. De aankoop van een potlood staat hier synoniem voor het doorlopen van een kafkaiaans aan­ doende administratieve kruisweg. (...) Het nemen van eigen beslissingen, het plannen op langere termijn, het sparen voor grotere projecten en het aantrekken van sponsors zijn allemaal voordelen van een dergelijke beheersstructuur waarbij inspraak van en controle door de Stad voorzien zijn. Wie een vzw onde­ mocratisch vindt, is ofwel niet op de hoogte, ofwel te kwader trouw”, onderstreept voorzitter Paul Bekaert op 30 mei 1990 bij de viering van tien jaar CC Gildhof.(35)

(3S) Paul Bekaert, Toespraak n.a.v. de viering van 10 jaar CC Gildhof, 30/05/1990

44


CCG -voorzitter Paul Bekaert verw elkom t in ja n u a ri 1990 de kersverse cultuur anim ator E rik Demoen.

Raad van Bestuur en vertegenwoordigers van de pers luisteren met aandacht naar een toelichting over het kunst­ werk waarin zij zich bevinden. Dat kan enkel Beelden Buiten zijn. We schrijven ju n i 1990.


Twee feestelijke momenten doorbreken inderdaad de kopzorgen. Eerst wordt Erik Demoen. een van de kleinkinderen van Antoon Vander Plaetse, officieel geïnstal­ leerd als cultuuranimator. Hij is licentiaat in de kunstgeschiedenis en in de ont­ wikkelingssamenwerking. Voor hij zich in Tielt aanmeldde was hij wetenschap­ pelijk medewerker aan het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel, en nadien aan het Stadsarchief in Gent. In 1988 ging hij als cultuuranimator in Lokeren aan de slag. Nu komt hij in een woelig Tielt terecht waar het budget voor de eigen programmering net verlaagd wordt en waar het personeelsbestand ernstig afgeslankt wordt, wat tot ontmoediging bij de collega’s heeft geleid. Bij de nieuwjaarsreceptie steekt voorzitter Bekaert zijn ontgoocheling niet onder stoelen of banken, maar toont zich terzelfder tijd ook hoopvol. “In 1980 werd het Gildhof geboren. Zoals elk kind werd het verwekt en geboren buiten zijn wil om, en zonder zijn inspraak. In de voorbije negen jaar had ik meer dan eens het gevoel dat Gildhof een ongewenst kind was. Het moest zich voortdurend verantwoorden en rechtvaardigen dat het verwekt en geboren is. Het moest blijkbaar permanent uitleggen waarom het bestond en moest blijven bestaan. (...) Mijn hoop is dat het bestaan van het Gildhof na tien jaar als een feit zou worden aanvaard dat niet meer in vraag gesteld kan worden. (...) Mijn wens is dat de brug tussen schepencolle­ ge en Gildhof in 1990, jaar van het tweede lustrum van het Gildhof, zou mogen hersteld worden.” (%)

En dan komt het jubileum eraan en inherent de lof die het Cultureel Centrum voor zijn eerste decennium verdient als laboratorium voor de regio waar initiatie­ ven ontdekt, getest en gelanceerd werden. En het publiek liet niet op zich wach­ ten: 50.000 bezoekers in 1982 werden er 150.000 in 1988. De krachtlijnen naar de toekomst heten kwaliteitszorg, een nieuwe beheersstructuur en een door­ dachte programmatic, met duidelijke klemtonen in de sectoren film, tentoonstel­ lingen en kleuter- en jeugdtheater. Uit het jaarverslag van 1990 blijkt dat het Gildhof de crisis schitterend heeft overbrugd. Erik Demoen besluit dat men het Cultureel Centrum beter als visitekaartje dan als schietschijf gebruikt.(*) (*) Paul Bekaert, toespraak n.a.v. de Nieuwjaarsreceptie en de installatie van de cultuuranimator, 21/01/1990

46


1991

Het jaar van de restauratie, althans de aanzet tot. Zo zal de cultuuranimator op het einde van 1991 de voorbije twaalf maanden betitelen. Hij verheugt er zich over dat de gevolgen van het besparingsplan van 1989 bijna zijn weggewerkt. Alleen de functie van stafmedewerker, belast met het tentoonstellingsbeleid, blijft nog oningevuld. Het budget werd verhoogd en het spanningsveld gerespecteerd. Toch wordt de filmprogrammering Zien en Zijn afgevoerd maar dat heeft meer met een gebrek aan personeel dan met te weinig interesse te maken. CC Gildhof (drie loca足 ties) haalt trouwens met 1.868 activiteiten 113.566 bezoekers over de vloer. De steeds uitgebreider publiciteit is daar beslist niet vreemd aan. In 1991 wordt een maandkalender uitgegeven op 1.000 exemplaren, is er algemene informatie over de culturele activiteiten te vinden in Info Tielt en in een evenementenkalen足 der waarin ook Jeugd en Sport zijn opgenomen. Het Gildhof verspreidt een bro足 chure voor het Basisonderwijs en voor het Secundair onderwijs, strooifolders voor kindervoorstellingen, brochures voor het vormingswerk in het algemeen en voor Basiseducatie in het bijzonder, en last but not least natuurlijk de jaarbrochure op 30.000 exemplaren. De buitenwereld is voortreffelijk ingelicht. Er gaat veel aandacht naar de infrastructuur. Het Gildhof is na tien jaar dringend aan een opknapbeurt toe. Het Cultureel Centrum worstelt met een duivenprobleem en met stinkende toiletten, en als sommige politici goed toekijken, zien ze zelfs de voorgevel bewegen. Maar er is meer. Na een rondgang op 2 maart wordt een lijst opgesteld met tientallen kleine en grote gebreken. Ramen zijn stuk, vloeren ver足 zakken en pleisterwerk valt naar beneden, de brandhaspel lekt en de inkomdeur rammelt, overal is het schilderwerk vervuild en zijn er barsten in de muren, in het schrijnwerk van het secretariaat boven zijn er kieren van 2cm, op verschillende plaatsen (ramen, kolommen, koepels) is er vochtinsijpeling. Redenen genoeg om een renovatiedossier te openen. Hetzelfde geldt voor Club77 in Schuiferskapelle. Een ander item dat aangekaart wordt, behelst het opstellen van een overeenkomst die moet leiden tot een professionele en aangepaste uitbating van de foyer.Intussen groeit extra muros stilaan de idee om een nieuwe polyvalente zaal te bouwen in ruil voor de aftandse Europahal, met haar slechte vloer, haar lekkend dak en haar ongezellige inrichting. 47


Op het schaakbord van de Tieltse accommodatie staan op dat ogenblik nog meer illustere stukken. De bibliotheek staat voor een verscheurende keuze. Opteert men voor een nieuwe infrastructuur, eventueel gekoppeld aan de nieuwe polyvalente zaal, dan dreigt men de subsidies voor het voorliggende verbouwingsdossier kwijt te spelen. En dan is net ook de schrijnende verkrotting van het pand Mulle de Terschueren aan de orde, in de Kortrijkstraat komt het Postgebouw te koop en na de verhuis van de bejaarden naar het nieuwe RVT Deken Darras, laat de cultuursector zowaar zijn oog op de oude OCMW-gebouwen vallen. Er wordt geschoven met de pionnen dat het een lieve lust is. Bovendien ontstaat er in politieke kringen heibel rond de locatie en de bestem­ ming van de nieuwe Europahal. Zal die enkel voorbestemd zijn voor culturele activiteiten? Of krijgt de druk bezette sportsector nog een deel van de koek? Het Vredespark kan niet om ideologische redenen. Dan maar naar het rode plein, een oefenterrein voor buitensporten, een voorstel van de werkgroep Handelsbeurs die zich ook in de debatten komt mengen? Kan niet, reageert een verbolgen Stedelijke Sportraad onder aanvoering van voorzitter Erwin Vermote. Architecten leggen schetsontwerpen op tafel van hoe de zaal er zou moeten uitzien. Op 7 december komt er vanuit de gemeenteraad een principiële verklaring: de nieuwe polyvalen­ te zaal wordt op het bestaande Maczekplein gebouwd. Op 4 juni 1992 zal de beslissing officieel bekrachtigd worden. Kort daarop zal het rode gravelterrein een metamorfose ondergaan en in een heus groen voetbalveld omgetoverd worden. En wat met de bibliotheek? Die lonkt stilletjes naar Mulle de Terschueren.

48


1992

Zoals beloofd wordt de Kapelse Club77 vanaf 1992 omgebouwd tot een kleine verzorgde polyvalente zaal en pakt men de voorgevel van het Gildhof aan. Op het opdrachtenlijstje staan het opmetselen van de bouwvallige dakkapellen, de vernieuwing van de goten en de herstelling van het binnenpleisterwerk. Binnenskamers steekt een nieuwe storm op. De concessie van de foyer is nu het thema van de debatten. Schepen André Rotsaert contesteert de toewijzing van de concessie aan een bvba waarvan gemeenteraadslid Jacky Vanmaele lid is en legt klacht neer bij de Provincie. Hij noemt het een ongezonde vermenging van belan­ gen, waarbij zelfs misbruiken in functie van het politieke mandaat niet uitgeslo­ ten kunnen worden. Uiteindelijk halen Jacky Vanmaele en zijn vennoot Geert Verstaen hun gram en kan de foyer De Scène zijn deuren openen. Ook in het beheer van het Cultureel Centrum is er enige onrust. Niet omdat Beelden Buiten met de meest controversiële en fundamentalistische expositie uit de reeks voor de pinnen komt, maar wel omdat er door het nieuwe decreet op de culturele centra een herverdeling in drie categorieën op til is. Als de nieuwe polyvalente zaal er tijdig komt en als men meer expositieruimte kan creëren, mag het Gildhof zelfs een gooi doen naar de hoogste rang. Een nieuwe wedloop begint.

49


1993 De Raad van Bestuur wenst een duidelijke kijk op de toekomst van het CCG te ontwikkelen. Een werkgroep Visie en Beleid zal de rol van het Cultureel Centrum evalueren, verworvenheden en tekorten vaststellen. Volgend jaar brengt de groep verslag uit van de onderzoekingen. Hun stille werk, grondig en deskundig zoals het later zal gelauwerd worden, moet even wijken voor belangrijk nieuws, heet van de naald. Bij Ministerieel Besluit van 29 juni 1993 wordt het Cultureel Centrum erkend en voorlopig ingedeeld in de plus-categorie I met behoud van twee betoelaagde cultuurfunctionarissen. Erik Demoen heet voortaan directeur en hij krijgt Lieve Lefevre (voordien ver­ antwoordelijke voor de Jeugdboekenweek, vorming en emancipatiebeleid) als tweede stafmedewerker naast zich. Veerle Hollants springt voorlopig in voor Nicole Vanhee. De bezwaren tegen een definitieve erkenning (met drie betoe­ laagde cultuurfunctionarissen) hebben te maken met het afkeuren van de Europahal als polyvalente zaal en het tekort aan tentoonstellingsruimte, twee gebreken waarvoor een oplossing in de maak lijkt. Voldoet het CC Gildhof tegen eind 1997 niet aan de voorwaarden, dan volgt onvermijdelijk de degradatie naar de Basiscategorie en moet men het met slechts één cultuurfunctionaris stellen. Alle hens aan dek dus voor het opwaarderen van de accommodatie. De Raad van Bestuur eist betrokken te worden in alle voorbereidende besprekingen voor de bouw van een nieuwe polyvalente zaal. Men wil er namelijk op toezien dat het hele bouwwerk aan de voorwaarden van het nieuwe decreet beantwoordt, vooral nadat voor de WITAB-studie (West-Vlaamse Intercommunale voor Technisch Advies en Bijstand voor ruimtelijke ordening) geen advies werd gevraagd aan de Raad van Bestuur, wel aan de Stedelijke Culturele Raad. Men formuleert dan maar op eigen houtje een advies en sluit zich aan bij het voorstel om de nieuwe polyvalente zaal op de plaats van de oude Europahal neer te poten. Tussen alle vergaderingen door mag er ook wel eens een hapje cultuur verorberd worden. Paul Bekaert pakt uit met zijn vierde revue Den duvel is goan vliegn en Da Capo Al Fine brengt voor het jaarlijkse festivalconcert I Fiamminghi naar

50


Tielt. Bij latere edities volgen II Novecento, intussen beroemd geworden als Promsorkest, het Nieuw Vlaams Symfonieorkest, Prima La Musica, Ex Tempore, het ensemble Walter Boeykens, Collegium Instrumentale Brugense en II Fondamento. De werkzaamheden in Club77 vorderen goed, het dossier D ’Hulsterzaal wordt opgestart en de renovatie van het Gildhof gaat stapsgewijs door. Een vaststelling in de marge: in de begroting voor 1993 is er geen specifiek budget voorzien voor de automatisering. De Raad van Bestuur, bezorgd om de lokalennood, vraagt aan het stadsbestuur om te onderzoeken of de OCMW-gebouwen kunnen bewaard blijven en een socio-culturele bestemming kunnen krijgen zonder grote verbouwingskosten te veroorzaken. Intussen blijft de bibliotheek almaar meer haar zin­ nen op Mulle de Terschueren te zetten, wat volgens oppositiepartijen CVP en SP verkeerstechnisch, planologisch en financieel een onverantwoorde keuze zou zijn. De vrees voor een tweede Gildhof, dat intussen al 80 miljoen frank opslorpte, zit er diep in. POB-voorzitter Romain Vanlandschoot ziet er wel brood in: een histo­ risch pand wordt gered en de bibliotheek krijgt onderdak in een cultureel en esthe­ tisch waardevol kader. Wat er te gebeuren staat is nog niet duidelijk, maar in december 1993 onteigent de Stad alvast het pand in de Ieperstraat.

Schuiferskapelle is uit de nood. Club77 is aangepast aan de noden van de bevolking en wordt aldus een druk gebruikte vergader- en feestzaal. Op 28 februari 1994 vindt de officiële opening plaats.

51


1994

De zorg voor de infrastructuur is een topprioriteit en de resultaten laten niet op zich wachten. Op woensdag 23 februari 1994 opent de gerenoveerde Club77 in Schuiferskapelle zijn deuren. In het Gildhof wordt de Vander Plaetsezaal heringe­ richt tot aparte tentoonstellingsruimte. De discussie omtrent Mulle de Terschueren draait op volle toeren. Zelfs in de bestuursmeerderheid ontstaan er meningsverschillen omtrent de opportuniteit en de haalbaarheid van het biblio­ theekproject. Groep Planning stoomt een voorontwerp klaar dat door de Stedelijke Culturele raad wordt goedgekeurd. Bedoeling is de nieuwe bibliotheek in 1997 in gebruik te nemen. Het kan verkeren.Een ander voorontwerp is dat van de polyvalente zaal. Buro 11, het Roeselaarse architectenbureau van Hendrik Vermoortele, wil er een stevige box van maken, die in 1996 zijn deuren moet ope­ nen. Tussen alle bouwperikelen in is er nog tijd voor cultuur. De interesse daalt, ondanks de veelheid van activiteiten: 79.557 bezoekers voor 2.060 initiatieven. De zesde editie van Beelden Buiten, dat permanente aandacht voor hedendaagse kunst noodzakelijk acht, scoort wel, nu met Mexico als gastland. Het is trouwens de basis van het succes dat men telkens met een totaal andere tentoonstelling kan uitpakken met telkens andere artistieke leiders. Beelden Buiten zet de kunstenaars zelf aan tot creatie en innovatie, wat ook niet van iedere expositie gezegd kan wor­ den. Aan de vooravond van het derde lustrum van het CC Gildhof en met de gemeen­ teraadsverkiezingen in het vooruitzicht levert de werkgroep Visie en Beleid na zes uitvoerige vergaderbeurten zijn krijtlijnen voor de toekomst af. Uit het ver­ leden worden lessen getrokken, gebaseerd op goede en minder goede ervarin­ gen. Voorzitter Paul Bekaert verheugt er zich over dat de verzuiling doorbroken werd. “De sfeer van ieder in z ’n kapelletje is verdwenen” (”), al mag dat volgens anderen dan weer niet overroepen worden.

(37)

Verslag werkgroep Visie en Beleid, 02/02/1993, p. 1 (zie ook: Een stand van zaken, krijtlijnen voor de toekomst, augustus 1994)

52


Dat niet alle organisatoren naar het Gildhof komen, heeft niet alleen te maken met de nestwarmte van de zuil maar ook met een gebrek aan geschikte infrastruc­ tuur in het Gildhof. (38) De problemen op dat vlak zijn legio. Sedert de start in 1980 sukkelt men met de geluidsinterferentie tussen de schouw­ burgzaal en het keldertheater, en ook de ontoereikende akoestiek in de grote zaal is een oud zeer. Er dient gesleuteld aan de zichtlijn en een aanpassing van de regiekamer dringt zich op. “Na de vernietigende beoordeling van de Europahal door de inspectie van de Vlaamse Gemeenschap is een nieuwe, functionele, goed ingerichte polyvalente zaal een must! Met een polyvalente zaal bedoelt men een ruimte die geschikt is voor zeer uiteenlopende socio-culturele activiteiten, bv. feesten, concerten, ballet-dans, beurzen, rockconcerten, fuiven, e.d.m. De combinatie met sportmani­ festaties is volgens het Ministerie evenwel uitgesloten. Vroegere experimenten (...) om sport en cultuur te combineren zijn stopgezet wegens te grote belangen­ conflicten.” (3940) Ten slotte kampt het Gildhof met een ontzettend gebrek aan loka­ len en beschikt het niet over créa- of repetitieruimtes. Wat de programmatie betreft, kiest het Gildhof nog steeds voor kwaliteit en actualiteit. Men wil geen experimenteel kunstencentrum zijn en evenmin een commerciële evenementenzaal. Op de vraag of het Cultureel Centrum nog een regionale functie vervult, is het antwoord bevestigend, hoewel dat in het nieuwe decreet niet meer van tel is. Opvallend is de zwakke participatie van de deelge­ meenten, die amper 4 procent van de abonnementen invullen. Ruim de helft van de abonnees woont buiten Groot-Tielt, maar ook niet verder dan de grenzen van het arrondissement, uitzondering gemaakt voor de school- en kinderprogrammering waarvoor zelfs Oost-Vlaanderen (o.a. Deinze en Aalter) de weg naar het Gildhof vindt, alsook voor uitschieters die weerklank in heel Vlaanderen beogen (bv. Kleutertheaterfestival, Beelden Buiten). Aangezien de regio op korte en middel­ lange termijn met nieuwe culturele centra verrijkt wordt (ondermeer Torhout en Roeselare), dient Tielt strategisch op die trend in te spelen. De werkgroep Visie en Beleid denkt daarbij aan het optimaliseren van de eigen infrastructuur, promotie in de regio, de uitbouw van de eigen programmatie, de realisatie van bovenlokale projecten en de verdere uitbouw van het abonnementensysteem. (4Ü) Voor een vlottere en efficiëntere werking van het CC Gildhof pleit men nog maar eens voor een vzw als beheersvorm, hoewel men de weigerachtige houding van het stadbestuur kent, en voor het terugbrengen van het aantal leden van de Raad van Bestuur van 28 naar 16. (4I) Het zouden er 22 worden.

(38) y ers[ag werkgroep Visie en Beleid, 23/03/1993, p. 1 (zie ook: Een stand van zaken, krijtlijnen voor de toekomst, augustus 1994) (39) id., p. 2; (zie ook: Een stand van zaken, krijtlijnen voor de toekomst, augustus 1994) (40) Verslag werkgroep Visie en Beleid, 11/10/1993, p. 1-3 (zie ook: Een stand van zaken, krijtlijnen voor de toekomst, augustus 1994) (41) id., p. 3-4; (zie ook: Een stand van zaken, krijtlijnen voor de toekomst, augustus 1994)

53


1995

Lustrumviering, dus toespraken, dus terugblikken. Voorzitter Paul Bekaert zet de prestaties van de Raad van Bestuur op een rijtje. Van Club77 over de voorgevel van het Gildhof tot de inrichting van een nieuwe tentoonstellingsruimte en de verhuizing van onthaal en secretariaat naar de inkom hal, van succesrijke programmering tot en met voorlopige erkenning onder het nieuwe decreet. De voorzitter hekelt nogmaals het grote aantal mandaten in de Raad. “Het absenteïs­ me was groot, maar de harde kern des te beter”, luidde het overtuigd. (42) De nieu­ we Raad van Bestuur bestaat uit Paul Bekaert, Sigrid Balduck, Wim Vanseveren, Geert Vermeersch, Wim Wullaert, Michel Dewitte, Lieve Vandevelde, Leen Van Moen, Godfried Verhamme, Pascal Engels, Dirk Hellebuyck, Kathy Clepkens, Edith Decock, Martine Devliegere, Piet Rotsaert, Carine Biebuyck, Raf De Buck, Noël Gourlandt, Hubert Thant, Piet Dejonghe, Geert Deraedt, Patrick Goethals, schepen José Lampaert en directeur Erik Demoen. Een ander minpunt blijkt het bekomen van beslissingen vanwege het stadsbestuur: “Een administratieve kruisweg. (...) Wie de circa vijftig verslagen doorneemt van de raad zal merken dat maanden, zelfs jaren, hetzelfde punt op de agenda terug komt omdat het maar niet gerealiseerd raakt. (...) Wij konden het Cultureel Centrum niet besturen zoals wij dit wensten: logisch, efficiënt en rati­ oneel. Het Cultureel Centrum blijft een planeet in een politiek heelal dat zijn eigen wetten heeft en waar de kortste weg tussen twee punten helaas geen rechte is.” (43) Even tussendoor: er is weer nieuws over de polyvalente zaal. In de gemeenteraadszitting van 15 juni wordt beslist de zaal te bouwen op het toenma­ lige Generaal Maczekplein, dus voor het Stedelijk Zwembad. Op de plaats van de oude Europahal wordt een nieuw plein uitgetekend. Parkeerruimte wil men winnen door de verbreding van de Sportlaan. In het jaarverslag laat directeur Demoen zijn gemengde gevoelens blijken. Verheugd om wat het Gildhof presteert, hoe het met een creatieve ploeg ononder­ broken de limieten aftast, zoekend naar jong talent, artistieke waarden en culture­ le vernieuwing, waarbij het lokale niveau meer dan eens wordt overstegen. (42) Paul Bekaert, toespraak n.a.v. het afscheid van de Raad van Bestuur, 06/06/1995, p. 4 (43) id., p. 5

54


Bedroefd omwille van de onmiskenbare beperkingen inzake schouwburginfrastructuur die grote theater-, dans- en muziekproducties geen onderdak meer kan verschaffen. Bepaalde artiesten en gezelschappen groeien door naar het grote cir­ cuit en laten Tielt links liggen, f44) Het mag een opsteker zijn dat het jaar afgerond wordt met 90.452 bezoekers op de teller en dat is toch flink wat meer dan in 1994. Daar zullen de acts van Guido Belcanto. Frank Boeijen, De Nieuwe Snaar, Johan Verminnen, Jo Lemaire en Slagerij van Kampen niet vreemd aan zijn. De Raad van Bestuur staat voor een rist uitdagingen: de bouw van de polyvalente zaal, de dringende restauratie van het Gildhof, de stijgende uitkoopsommen en de steeds hogere eisen van het publiek en de verenigingen, en zeker de concur­ rentie met De Spil in Roeselare. José Lampaert is de nieuwe schepen van Cultuur. Hij ziet de nieuw te bouwen polyvalente zaal, inclusief Jongerenontmoetingscentrum, als het onmisbare wapen in de concurren­ tieslag. Voor Paul Bekaert is de polyvalente zaal ongetwijfeld een verademing voor Tielt maar ze hoeft niet als antwoord op De Spil te worden gezien. Philippe De Gryse, op dat ogenblik voorzitter van de Stedelijke Culturele Raad, vreest dat vijftien jaar voorsprong dreigen verloren te gaan. “Tielt kan met zijn 500 zitjes de kostprijs van bepaalde producties niet meer opleveren. (...) De poly­ valente zaal kan de leemte voor een stuk opvangen maar ondanks de te waarderen inzet van de Stad en van het Gildhof schieten we tekort. Eigenlijk hadden we de 21ste eeuw moeten ingaan met een volledig nieuw cultureel centrum maar we blijven met de Gildhoferfenis zitten. Een gebouw, waarvan wijlen Daniel Coens ooit in een studie schreef dat het niet geschikt was om als cultureel centrum dienst te doen”, aldus Philippe De Gryse. (45) CCG-voorzitter Paul Bekaert relativeert de zaken enigszins: “Wij halen jaarlijks meer dan 50.000 mensen voor receptieve voorstellingen en andere activiteiten over de vloer. Eigenlijk zijn we het slachtoffer van ons succes. Zo moeten we inderdaad budgettair soms passen omdat de capaciteit onvoldoende is om te ren­ deren. Met de nieuwe zaal zullen we de huidige noden kunnen lenigen, maar dat heeft met de concurrentie met Roeselare niets te maken. Roeselare verdient alle lof voor de professionele aanpak bij de realisatie van De Spil maar zij zijn geen pioniers. Ze hebben dankbaar gebruik kunnen maken van de ervaring van 75 voorgangers, onder wie Tielt. (...) Roeselare heeft een rijk verenigingsleven maar geen culturele onderbouw, zoals wij dat met Malpertuis, Beelden Buiten en het Kleutertheaterfestival wel hebben. (...) De schouwburgzaal is oud (...) maar een renovatie is op komst. Het gebouw is oud, maar de geest die erin rondwaart staat op scherp.” (46) C44) Jaarverslag 1995, Inleiding - Voorwoord, Het Cultureel Centrum Gildhof bestaat 15 jaar (4S) Rudi Alliet (ART), Tielt hoeft De Spil niet te vrezen, Het Nieuwsblad 31/10/1995 H

id.

55


1996

Wie met het culturele leven in Tielt begaan is, weet dat in 1996 de definitieve basis wordt gelegd voor de nieuwe toekomst van het Cultureel Centrum: de plannen voor de nieuwe polyvalente zaal op het Maczekplein worden opgesteld. Maar terzelfder tijd wordt duidelijk dat men de limietdatum van 31/12/1997 voor de uitvoering van de werkzaamheden niet zal halen. De erkenning in de Plus-Categorie I komt in het gedrang. Het aanstellen van een derde cultuurfunctionaris lijkt onmogelijk, er zal zelfs moeten onderhandeld worden voor het behoud van een tweede. De Raad van Bestuur en de verschillende werkgroepen vergaderen druk rond de bouw van de nieuwe zaal, de organisatie van de Jeugdboekenweek en het tentoonstellingproject Gynaika, waarin de vrouw als uitvoerder en als onderwerp centraal in de belangstelling staat. Nieuw in de programmatie zijn de kleinscha­ lige producties in het keldertheater. De vormingssector biedt taalcursussen aan naast kunstzinnige en sociale vorming. Wie vreest dat het Gildhof toch naar het grijze middenveld van de culturele cen­ tra aan het afzakken is, wordt door Erik Demoen teruggefloten. Gestart in 1990 vanuit een crisissituatie wist men door een gestructureerde programmering en een abonnementensysteem het vertrouwen in het Gildhof te herstellen, terwijl de regio-overstijgende projecten niets van hun uitstralingskracht dienden in te boeten.

n

De stijgende belangstelling voor het CC-aanbod in 1996 leidt tot terechte fierheid. Maar men ontvangt zijn bezoekers graag in een aangename omgeving. Daarom wordt werk gemaakt van de renovatie van de lokalen in de voorvleugel. De gangen, de inkomhal en de circulatieruimten worden herschilderd en de schouwburgzaal wacht op nieuwe vloerbekleding, nieuwe zetels, een aangepaste zichtlijn en een grotere regiekamer. Voor Theater Malpertuis is de kogel door de kerk: het gezelschap heeft het Movy-pand in de Stationstraat gekocht en zal dus definitief de Gildhofkelder verlaten.

(47)

56

Erik Demoen, Vernieuwing in CC Gildhof, april 1996


1997

Terwijl op het Maczekplein de eerste steen van de polyvalente zaal gelegd wordt, gaat het met het Gildhof van kwaad naar erger. De vochtproblemen stapelen zich op, het podium blijkt niet meer zo veilig, en van de brandweer krijgt men een negatief rapport, wat de renovatie en herinrichting van de schouwburgzaal betreft. Gelukkig is er ook positief nieuws. De interne opknapbeurt vordert zien­ derogen: de dakconstructie staat weer op punt, de duivenplaag wordt bestreden en de geurhinder ingedijkt. Voor de erkenning van het Cultureel Centrum heeft Tielt na overleg een overgangsmaatregel kunnen afdwingen: men krijgt uitstel tot 31/12/1998. “Een derde cultuurfunctionaris zal niet betoelaagd worden, maar dat betekent niet dat de functie overbodig is. Het pakket kinder- en jeugdpro­ grammering vormt een essentiële pijler van de werking van het Gildhof. Niet alleen organiseert het Gildhof enkele toonaangevende evenementen zoals de Jeugdboekenweek en het Kleutertheaterfestival, maar ook de vele schoolvoor­ stellingen spelen een duidelijke rol binnen de centrumfunctie van Tielt als scholenstad. Het werk en de inzet van Claudine Van Tieghem in het bijzonder en de plaats van het Gildhof in het algemeen werd onlangs bekroond met het voorzitterschap van Claudine van de Commissie Jeugd van de FeVeCC.” (48) Het publiek laat zich door de technische en personeelsaangelegenheden geenszins afschrikken. Het aantal abonnees verdubbelt en de jeugd, te oud voor kinder­ voorstellingen en te onervaren voor het avondcircuit, wordt met de reeks Jonge Leeuwen verwend. Een oud zeer wil men op korte termijn verholpen zien. In het Cultureel Centrum is er buiten de normale werkuren niemand beschikbaar voor ticketverkoop, zaalverhuring en andere publieksgerichte dienstverlening. Ook ’s avonds is er geen onthaal voorzien. Het CC Gildhof geeft met de maandelijk­ se folder Plusje een nieuwe elan aan zijn publiciteit, een voorstel van bestuurslid Wim Wullaert (Kliek Kreatie). Daarnaast sluit het Gildhof ook aan bij Mid-West, een samenwerkingsverband tussen een aantal culturele centra in Midden-WestVlaanderen, dat aanstuurt op gezamenlijke programmatic en promotie: elkaar aanvullen in plaats van elkaar beconcurreren, is het parool.

(48)

Verslag Raad van Bestuur, 24/06/97, p. 2

57


1998 Tielt is in volle bouweuforie: het Ontmoetingscentrum in Aarsele opent de deuren, op het Maczekplein sloopt men de oude Europahal en aan de Meulebeeksesteenweg wordt de eerste spadesteek gegeven voor de nieuwe technische loods, het OCMW bouwt een adm inistratief centrum, de nieuwe bibliotheek op de binnenplaats van de voormalige Beiaard, schiet uit de startblokken en voor de realisatie van de polyvalente zaal levert men een race tegen de tijd. De Stedelijke Sportraad uit zijn ontgoocheling omdat men niet in de besprekingen betrokken werd. De adviesraad vraagt zich af hoe het nu verder moet met evenementen zoals de TAC-Rally en de vogeltentoonstelling. Later zal blijken dat die initiatieven probleemloos voortgezet kunnen worden in de nieuwe zaal. Club77 in Schuiferskapelle wacht op verbeteringswerken: vochtige muren, geteisterd schil­ derwerk en een verschrikkelijke akoestiek dienen dringend aangepakt. Onder leiding van architect Caria De Gryse raakt de schouwburgzaal van het Gildhof toch gerenoveerd. De regiekamer, die van 9 naar 27 vierkante meter groeit, bevat een gloednieuwe 35mm-projector. In de zaal wordt een professione­ le Dolby Surround-klankinstallatie geplaatst, alsook een breed scherm. Ciné Gildhof zal kunnen wedijveren met de beste deca- en megascopen uit de regio. Spek voor de bek van de technici, waar Brecht Vereecke zijn opwachting maakt. Met het opgekalefaterde Gildhof, het keldertheater, het nieuwe Malpertuis, de Europahal en het Jongerenontmoetingscentrum heeft het Cultureel Centrum alle troeven in handen om in de toekomst het juiste evenement op de juiste plaats te organiseren. Cultuur kan er vanaf 1999 heel anders uitzien, klinkt het veelbelo­ vend. Alleen rijst de vraag wie dat allemaal zal beheren. Aan één probleem is alvast verholpen: vijf medewerkers nemen loopbaanvermindering zodat ruimte vrij komt voor een extra personeelslid dat het onthaal kan verzorgen, ook ’s avonds (19 tot 20u.30) en op zaterdag (10 tot 12u.). Er valt ook nog wat geldelij­ ke steun in de bus: de West-Vlaamse culturele centra mogen zich verheugen over een eerste financiële steun van de Provincie voor samenwerkingsprojecten. De video-installatie Wallalla (een eigen productie van het Gildhof in het kader van het Kleutertheaterfestival) zal als cultuurspreidingsproject in de Mid-West betoe­ laagd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Met Wallalla wordt een traditie gestart om bij elk Kleutertheaterfestival een videoproject voor de allerjongsten op het getouw te zetten.

58


Tabula rasa. In 1998 gaat de oude Europahal tegen de vlakte. Hier zongen ooit Herman Van Veen en Georges Moustaki, nu moet de hal wijken voor het nieuwe Maczekplein.

Wanneer op het einde van de zomer van 1998 het nieuwe CCG-seizoen voorgesteld wordt, maakt men van de gele­ genheid gebruik om de Raad van Bestuur, het personeel van het Gildhof en de pers kennis te laten maken met de nieuwe Europahal. De werkzaamheden zullen een halfjaar later voltooid zijn.

59


1999 De cultuurminnaars zoeken nieuwe oorden op. In februari verhuist Malpertuis naar zijn nieuwe theateraccommodatie en op het Maczekplein brengen Schatteman en Couvreur, Sabien Tiels en Touch Of Joy op 12 februari voor het eerst leven in de black box. Het JOC opent met een avondje stand-up comedians en op de opendeur voor het grote publiek tekent Marino Punk voor de ambiance. De S tedelijke C ulturele Raad wacht tot septem ber om met een im posant totaalspektakel de nieuwe polyvalente zaal door de plaatselijke verenigingen in gebruik te laten nemen. Bij de opening van de zaal, bijgewoond door Luc Martens, minister van Cultuur, herinnert CC-voorzitter Paul Bekaert, als een roei­ er die kijkt naar de weg die hij heeft afgelegd, aan het rijke verleden van de merk­ waardig polyvalente Europahal. Maar een veredelde loods kon nooit een behoor­ lijke zaal binnen een Cultureel Centrum zijn, en mocht dat trouwens sedert 1993 niet meer zijn. “Is de mislukking een wees, het succes heeft vele vaders. (...) Veel mensen eisen terecht een deel van het vaderschap ervan op. Velen hebben - elk op hun manier en op hun terrein - hun steentje bijgedragen. Wij danken hen allen. Deze opening is een mijlpaal op de weg die deze stad heeft afgelegd. Nu zijn wij niet alleen een stad met een volwaardig Cultureel Centrum. Nu zijn wij een vol­ waardige culturele centrumgemeente met uitstraling, ver buiten de stadsgrenzen.” (49) Aan culturele initiatieven is er in 1999 geen gebrek. De Europahal die zich per­ fect leent voor een feest- en ontspanningsfunctie, wil zich toch ook cultureel pro­ fileren. Zo haalt men in samenwerking met TWOS (Tieltse Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking) in de persoon van Geoffrey Oryema een brok wereldmuziek in huis en het jaarlijkse rockfestival Tilt Rock verlaat de Markt in ruil voor de polyvalente zaal. Tien maanden na de ingebruikneming is de nieuwe Europahal goed voor 233 activiteiten en 43.203 bezoekers. Theaterproducties die te klein zijn voor de schouwburgzaal vinden onderdak in het Vossenhol, want zo heet de kelder voortaan weer, en wat daar een maat te groot is, mag in Malpertuis zijn kans gaan. Er wordt een gezamenlijk theaterabonnement uitgekiend voor CC Gildhof en Malpertuis. En het Gildhof zelf blijft evenmin bij de pakken zitten. Het openluchtspektakel De Boerenkrijg, geschreven door voorzitter Paul Bekaert en het locatieproject Over de Statie gooien hoge ogen. Beelden Buiten verlaat de confronterende formule en brengt kunstenaars van over de hele wereld in de tuin De Brabandere bijeen. I never promised you a rose garden, is de titel die curator Kurt Vanbelleghem meegeeft aan een intrigerende expositie die de beelden laat of doet leven in de tuin.

(49) Paul Bekaert, Toespraak opening van de Europahal, 12/02/1999, p. 3

60


Binnenshuis gaat Ciné Gildhof in september zijn eerste jaargang in en blijkt met­ een een schot in de roos. De Tieltse cinefielen hebben weer een thuishaven. De stad kon decennia terug met Movy, Nova, Rio en zelfs Oud Thielt zijn bioscoopgangers uitvoerig verwennen. Van dat alles waren in de jaren ’80 de filmdebatclub Movy, het scholenfilmforum en Studio 16 de enige relicten. Het Cultureel Centrum trachtte daartoe met Zien en Zijn nog een bijdrage te leveren maar het bleken slechts de laatste stuiptrekkingen. Ciné Gildhof mag dus eveneens als een mijlpaal worden bestempeld. In de beleidsnota dringt de Raad van Bestuur aan op een renovatie van de conciër­ gewoning en op een volwaardige inrichting van het Vossenhol. Ook een verdere afwerking van Club77, waar Carine Van Hal de nieuwe zaalverantwoordelijke wordt, staat op het verlanglijstje. Het Gildhof rekent op de aanstelling van een derde cultuurfunctionaris en hoopt spoedig over e-mail te beschikken, een niet te missen communicatiemiddel. Begoochelingen over het gebruik van lokalen in het oude OCMW-complex hoeft men zich niet meer te maken want de sloophamer heeft daar zijn werk gedaan.

2000 Nog maar eens een memorabel jaar: het Gildhof viert zijn 20ste verjaardag, de Raad van Bestuur bereidt een beleidsnota op lange termijn voor (2000-2006), het Cultureel Centrum ziet zijn hoofdtechnicus en huisbewaarder André Wittevrongel als pensioengerechtigd vertrekken, het structuurplan Vlaanderen opent nieuwe perspectieven voor Tielt en voor het Gildhof, en de stad maakt zich op voor verkiezingen, wat meteen ook zal leiden tot een belangrijke herschikking binnen de Raad van Bestuur. In zeven vergaderingen komt de beleidsnota 2000-2006 tot stand. De bestuursploeg wil graag het balkon en de scène in de schouwburgzaal gerenoveerd zien. Men dringt erop aan diep na te denken over de toekomst van het Gildhof en een keuze te maken: ofwel een renovatie ten gronde doorvoeren, ofwel een nieuwe schouwburginfrastructuur realiseren. Schepen José Lampaert laat zich ontvallen dat het Gildhof bouwtechnisch niet gezond is en dat de scène niet meer aangepast is aan de eisen van het reizend podiumkunstenaanbod. De vloer deugt niet meer, de hellingsgraad is te groot en de podiumoppervlakte te klein. “Indien wij het Gildhof functioneel willen maken, kan enkel de voorgevel overeind blijven”, luidt het drastisch bij de jubileumviering. (50) De Raad van Bestuur stelt zich tevens tot doel de verenigingen vlotter hun weg te laten vinden naar de Europahal, zowel voor vergaderingen als voor het organiseren van culturele activiteiten. (50) Rudi Alliet (ART), Nieuwe zaal in beleidsnota cultureel centrum Gildhof, Het Nieuwsblad 22/06/2000

61


In 2000 viert het Cultuurcentrum G ildhof zijn 20ste verjaardag. Directeur Erik Demoen voelt zich met zoveel vrouwelijke inbreng duidelijk in zijn nopjes: v.l.n.r. Greta Vanquaethem, Lieve Maertens, Brecht Vereecke, Franciska Defever, Claudine Van Tieghem, Evi Verloove, Carine Herman, Agnes Wullaert en Marijke Braeckevelt.

62


Het Cultureel Centrum wil ook in eigen boezem kijken en streven naar vernieuwing van het aanbod op het gebied van theater en muziek om zo gewenning tegen te gaan. Om nog beter op het publiek in te spelen denkt men eraan een eigen huisstijl te ontwikkelen, de promotie te verzorgen en een website te creëren met de mogelijkheid via die weg ook tickets te reserveren. In ieder geval zal de regionale functie bestendigd worden, want uit de cijfers blijkt dat 43 procent van de abonnees uit Groot-Tielt stamt (amper 3 procent uit de deelge­ meenten), dus ruim de helft van de vaste bezoekers komt uit de aanpalende gemeenten of uit een nog bredere regio. Wat de uitbating van het CC Gildhof betreft, blijft de discussie over een onafhankelijke beheersstructuur gaande, maar de Stad, waaraan het CCG verankerd zit, blijft de vzw-boot afhouden. Ten slotte vindt men een degelijke invulling van het personeelskader (met onder andere een derde cultuurfunctionaris en een adm inistratief hoofdverantwoordelijke) een conditio sine qua non voor een goede taakverdeling. Bij de viering van 20 jaar Gildhof. bijgewoond door minister Bert Anciaux, licht voorzitter Bekaert de voorspelbare onvoorspelbaarheid van het Cultureel Centrum toe. “Het Gildhof kende tijdens vier legislaturen vier burgemeesters en drie schepenen van Cultuur (5I). Niet steeds zaten wij op dezelfde golflengte. Tijdens de laatste legislatuur heeft het huidige schepencollege met op kop onze schepen van Cultuur José Lampaert en onze burgem eester een ware boom veroorzaakt op vlak van infrastructuur. De burgem eester en de schepenen hebben in de laatste twee decennia uiteindelijk juiste beslissingen genomen. Zij kunnen vandaag naar hun scheppingswerk kijken en zeggen dat het goed was, maar mogen niet rusten. (...) Veel dromen zijn gerealiseerd. De grondslag is er, nl. een behoorlijk gebouwencomplex met de nodige uitrusting, financies en personeel. Dagdagelijks zal dit Cultureel Centrum de uitdagingen van de tijd moeten aangaan.” (52) Directeur Erik Demoen sluit zich bij die bemoedigende woorden aan en wijst op het Structuurplan Vlaanderen, waarin Tielt ingedeeld wordt als structuurondersteunend kleinstedelijk gebied. Daardoor komt CC Gildhof terecht in de nieuwe categorie C, wat wel eens een verdubbeling van de huidige subsidie kan inhouden, al schuilen er zoals steeds addertjes onder het gras. De aanwerving van een derde cultuurfunctionaris wordt nu wel prioritair. Intussen gaat het ‘gewone’ leven zijn gang. Het jongerencultuurproject Waitoekee (i.s.m. Anno 02) is een voltreffer en verrast met The Future is a Woman (een theaterperformance in een regie van Paul Carpentier), het stratenproject Endless shopping, en een technonacht in de Europahal. Daar domineren de megafuiven de programmering in de grote zaal en is de vergaderfunctie zeker nog beter in te vullen. Samen met Da Capo Al Fine brengt het CCG de Matthauspassion van J.S. Bach naar Tielt en de Jeugdboekenweek mag zowaar de nationale afsluiter verzorgen. Ondanks een beperkte personeelsploeg en een tekort aan middelen weet het Cultureel Centrum als vertolker van de goede smaak ook in het jubile­ umjaar meer dan 100.000 bezoekers te bekoren. (51) Burgemeesters waren Daniel Vander Meulen, Marcel Verleye, Firmin Warnez en Michiel Van Daele, schepenen van cultuur waren Roger Vannieuwenhuyze, Astère Verbeken en José Lampaert. (52) Paul Bekaert, Toespraak n.a.v. 20 jaar CC Gildhof, 17/06/2000


4 .Geboorte kinderjaren en jeugd b. Zij blikken terug

Paul Bekaert Gewezen voorzitter Raad van Bestuur CCG

“Wij hadden een gebouw en toevallig wat personeel. Zoekend en werkend hebben wij ontdekt wat een cultureel centrum is”, zet Paul Bekaert zijn verhaal in. “Toen we ermee begonnen wist de Stad niet welke de voorwaarden voor een erkenning waren, wist men niet dat er een eigen programmering van doen was. Ze konden niet inschatten wat er op komst was en vreesden vooral dat we het verenigingsle­ ven dood zouden concurreren." “Toen werd een Raad van Bestuur opgericht, zwaar gepolitiseerd in die tijd. Daniel Vander Meulen beschouwde het CC Gildhofals zijn geesteskind en liet zijn autoriteit als burgemeester in het bestuur gelden. Het eerste dispuut ging al over de naamgeving van de zalen. De Vander Plaetsezaal was al een toegeving van formaat. Wie kon bevroeden dat diens kleinzoon later directeur zou worden, o iro­ nie van het lot? Voor het overige koos men voor eminente Tieltenaars zonder politieke bindingen. ” “En dan het programma. We vreesden het ergste maar dat bleek niet terecht. Bij de bespreking van de eerste inhoudelijke programmering, de tentoonstellingen, de lezingen en dergelijke, kwam weinig volk opdagen en de zaken waren vlug gestemd. In 20 jaar zou er zich nooit iemand uit de politieke sector met het aan­ bod komen moeien. Zelfs het zo progressieve Beelden Buiten kregen we erdoor. Het was allemaal nieuw: Kleutertheaterfestival, Jeugdboekenweek, Festival van Vlaanderen, en noem maar op. ” “Belangrijk in die beginperiode was dat ik met Romain Vanlandschoot, Arseen Verbeke en Wim Vanseveren schouder aan schouder stond om alles bij de Stad te bepleiten. Zolang de belangen gelijklopend waren, vormden wij één front. Zelfs in de aanwerving van het personeel hadden we inspraak, wat helemaal niet evident was in die tijd! Na zeven jaar is Wim dan vertrokken, Arseen ging zich specifiek op de Cultuurraad toeleggen en Romain op het bibliotheekdossier. Gaandeweg zijn we wat uit elkaar gegroeid. ”

64


“Ik kan zeggen dat ik van meetafaan allergisch was voor bemoeienissen van bui­ tenaf. Het Cultureel Centrum Gildhofwas en is geen werkgroep van de Culturele Raad. Evenmin is het Gildhof een kind dat moest onder de voogdij staan van de culturele pioniers van de jaren zeventig. Ik heb steeds gestaan op de onaf­ hankelijkheid van het Cultureel Centrum en de Raad van Bestuur. ” “Toen Wim het Gildhof verliet, kwamen we in een totaal andere fase terecht. Na de euforie van al het nieuwe volgden enkele jaren van gewenning en terzelfder tijd ook de problemen rond het beleid van Annemie Lobbestael, de opvolgster van Wim Vanseveren. Inhoudelijk had zij veel te vertellen maar ze kwam er organisa­ torisch niet uit. Het was verschrikkelijk om in enkele maanden alles wat je gedul­ dig opgebouwd had, de dieperik in te zien gaan. ” “Nicole Vanhee nam een tijdje ad interim over en toen kwam Erik Demoen eraan. Net op dat ogenblik zond de Stad 20 gesco 's de laan uit, van wie drie in het Gildhof. Dat gaf een kortsluiting tot en met. Het besluit werd geschorst en later vernietigd, maar de mensen werden niet weer aangeworven. Stap voor stap heb­ ben we het personeelskader nadien weer zien groeien. ” “Dat ik het Cultuurcentrum bij zijn tiende verjaardag betitelde als een ongewenst kind, had verschillende redenen. We hadden net die ontslagen moeten verwerken. Zoveel mensen de laan uitsturen wanneer je iets in je hart draagt, doe je niet. Daniel Vander Meulen was onze grootste voorstander, hij hield ons altijd de hand boven het hoofd. Maar bij de andere politici was er steeds verdeeldheid tegenover het Gildhof. ” “Verenigingen werden zelfs opgezet om te ageren tegen het CCG. Men beschouw­ de ons als te onafhankelijk, als een instelling met te veel macht, en sommigen vinden cultuur hoe dan ook verkwisting. Voor cultuur moet je altijd vechten, telkens weer strijd voeren om iets te bekomen. De foyer zorgde in '92 voor het laatste conflict met de Stad. Nadien is het er alleen maar op verbeterd. Misschien heeft het ook met leeftijd te maken. Toen wij startten, waren wij jong en onervaren tegenover die oudere politici, nu ben ik even oud als de burgemeester. Toch durfden we er ook in de beginfase al met vuile voeten doorgaan omdat we onwetend waren over de subtiele machtsspelletjes van de politieke wereld en zonder scrupules voor onze zaak gingen. ” “Je zag het ook zienderogen veranderen. De Europahal werd gebouwd. We kregen een degelijke filmprojectieapparatuur in de zaal, die bovendien bene­ den werd gerenoveerd waarbij de zichtlijn werd aangepast. We beschikken nu over enkele volwaardige tentoonstellingsruimten die gezien mogen worden en waar weinig galerijen kunnen aan tippen. ’’ “Toch moet er telkens weer bijgestuurd worden. Groepen die vroeger graag naar het Gildhof komen, treden nu liever in De Vooruit op. die als dusdanig in onze glorieperiode nog niet bestond. 65


Bepaalde producties en exposities kunnen hier niet meer, maar dat betekent niet dat we achterop raken. Erik Demoen voert een goed beleid dat aan jonge kunste­ naars een plaats biedt. ” “Beelden Buiten is een hoofdstuk apart. Voor veel mensen is dat marginaal, niet voor mij. Ik heb er heerlijke herinneringen aan over gehouden. Die tuin lag daar te liggen en ik wilde weer aanknopen bij de traditie van de grote tentoonstellin­ gen tijdens de Europafeesten. Waarom daar niet, zo mooi en zo centraal? En we begonnen eraan.”

“Bij de opening van de eerste expositie zonk ik in de grond van schaamte. Is dit nu actuele kunst, vroeg ik me af? Maar ik verwierf steeds meer inzicht, ook al omdat die gasten bij ons thuis overnachtten en diepgaande gesprekken niet uitbleven. En kijk, Beelden Buiten heeft grote weerklank gekregen in de kunstenaarswereld en heeft Tielt tot ver boven zijn provincialisme getild. ” ‘‘Dit was één verbazing van vele. Het is inderdaad ongelooflijk wat hier allemaal kon. Theaterbureaus bestonden nog niet, Cultuurcentra bestonden op drie uitzon­ deringen na nog niet, de directeurs moesten het maar uitzoeken. Eens de pioniers­ fase voorbij was, merkte ik hoe de ervaring rendeerde. Ik kon zowaar de tijd vrij­ maken om zelf iets te creëren zoals de revues, De Boerenkrijg, Tuin voor Taal en straks de evocatie van 100 jaar Gildhof. Na twintig jaar onbetaald voorzitter­ schap heb ik de fakkel in de Raad van Bestuur doorgegeven. Het was een leuke en ontspannende tijd, en ik heb vooral veel geleerd. ”

Wim Vanseveren Eerste cultuuranimator

Na drie maanden als BTK’er in het Unesco-Centrum in Veurne bezig te zijn geweest, zette Wim Vanseveren de stap naar het Cultureel Centrum Gildhof. Hij vond er een jonge ploeg met wie hij aan de slag kon. “Het zou niet fair zijn te spreken van braakliggend land. Het verenigingsleven functioneerde volop in Tielt. Volkstoneel, Operettepodium, Zanglust, De Goede Vrienden, Davidsfonds, VTB-VAB en noem maar op, waren uiterst actief en maak­ ten meteen gebruik van de Stadsschouwburg. ” “We moesten dus op zoek naar hiaten in het aanbod. Veel concurrentie van buitenaf hoefden we niet te vrezen. Behalve in Tielt was er in West-Vlaanderen enkel een cultureel centrum in Waregem, Knokke en Marke. We konden ons perfect profileren middenin de driehoek Gent-Brugge-Kortrijk. Een van de eerste initiatieven waar we ons op vastpinden, waren de jeugdvoorstellingen. ” 66


“En vrij vlug volgde het Kleutertheaterfestival. Dat was inderdaad een waagstuk. Ik had al enkele festivals bezocht in grote Belgische en Nederlandse steden. Overal viel me hetzelfde probleem op: de verschillende locaties. Met onze schouwburgzaal, het keldertheater en de andere ruimten in het Gildhof konden wij alles onder één dak houden, de foyer als centrale ontmoetingsruimte inbegrepen. ” “Het Vlaamse jeugdtheater draaide op dat ogenblik nog maar op een laag pitje. Eva Bal, Stekelbees en Taptoe waren zowat de uitzonderingen op de regel. In Nederland daarentegen telde men een pak meer gezelschappen en het niveau kon voortreffelijk worden genoemd. Via de commissie Jeugdtheater van Fevecc (5f wisselden we belangrijke informatie uit en creëerden we voor die groepen circuits, wat de kosten enigszins beperkte. ” “Twintig jaar geleden konden we uitpakken met de opmerkelijke titel: “Dit week­ end twee Nederlandse gezelschappen in Tielt!” Nu is zoiets nauwelijks nog een klein berichtje waard. En toch is het Tieltse Kleuterfestival op vandaag nog altijd enig in zijn soort. Helaas heb ik dit jaar geen voorstellingen kunnen meepikken. Maar toen ik nog bij de VRT werkte, ontmoette ik vaak mensen uit het kleutertheater die dan de stap naar televisieproducties waagden. ” “Dat is voor mij in die periode altijd een voordeel geweest, die ervaring die ik had met een z.aal. Toen we hier kindervoorstellingen gaven, waren de kinderen een echte waardemeter. Bleven de kopjes stil, dan zat het goed, maar begonnen de kinderen na tien minuten al heen en weer te schuiven of naar het toilet te lopen, dan wist je het wel. En met dat publiek moet je rekening houden! Die reflex stak er bij mij ook voor televisie altijd in. ” “Toch zijn het twee aparte dingen, theater en televisie. Als jonge producer en voorzitter van de toenmalige Signaalprijs voor het beste kindertheaterprogram­ ma, wilde ik Wie troost Muu van Eva Bal op het scherm brengen, maar de succesvoorstelling uit de zaal deed het niet op tv. De kijker was in tegenstelling met de schouwburgbezoeker niet tevreden. ” “Men heeft mij altijd een beetje vastgepind op dat Kleutertheaterfestival. Ik heb daar geen last van maar ik wil hier toch beklemtonen dat het een synergie van velen was. Toen hetfestival echt gelanceerd was, legde ik meer en meer het accent op schoolvoorstellingen. Die doen het nog altijd, al staat het soms ter discussie. ” “Als ik op die jaren in het Gildhof terugblik, dan zijn er toch een aantal zaken die me in het geheugen gegrift blijven. Eerst en vooral de nauwe samenwerking tus­ sen de Cultuurraad met Arseen Verbeke, de Bibliotheek met Romain Vanlandschoot en het Cultuurcentrum met Paul Bekaert. Die coöperatie was een stimulans voor het hele culturele leven in Tielt. Jammer dat Daniël Vander Meulen het jubileumfeest niet kan meemaken.” “Hij zetelde geruime tijd in de Raad van Bestuur en had voor alles een oplossing in huis. Zo vreesde ik dat wij bij uitverkochte zalen met één foyer, toen nog dat ene toogje in wat nu tentoonstellingsruimte is, nooit zouden rondkomen om iedereen naar behoren te bedienen. (53)

Fevecc: Federatie van Vlaamse Erkende Culturele Centra

67


Ik stelde voor om in een van de zalen boven een tweede bar te installeren, liefst een opvouwbaar model dat buiten de voorstellingen kon opgeborgen worden. “En misschien kan je er meteen een opblaasbare garçon bij kopen ”, grapte de burge­ meester. Zo was hij altijd.’' “De relatie met de Stad had zo haar ups en downs. Paul Bekaert speelde daar dan een cruciale rol. Ik geef toe dat ik in die jaren heel veel van hem geleerd heb. Hij kon als geen ander vergaderingen structureren en leiden, zakelijk maar af en toe doorspekt met de nodige humor, en vooral uiterst efficiënt als het erover ging met de Stad in overleg te treden.” “Wat ten slotte het Cultureel Centrum als dusdanig betreft, heeft Tielt moeten leren leven met een groeiende concurrentie en evenzeer met een toenemende mobiliteit van de bezoekers. Mensen rijden van hier naar daar, vroeger al eens naar Waregem en nu naar Roeselare. De accommodatie verandert, de artiesten stellen hun voorwaarden op technisch vlak en het publiek wordt veeleisender. Als je dan wat afstand neemt, moet je toegeven dat je je eigenlijk moet verheugen over de culturele winst die ze allemaal samen boeken en die is veel belangrijken dan een beetje lokaal verlies, omdat je niet alle vragen kan beantwoorden.”

Carine Herman en Greta Vanquaethem Personeelsleden van het eerste uur

“Ze zoeken volk in het Gildhof. ” Dat was de boodschap die Carine Herman en Greta Vanquaethem opvingen. Eerstgenoemde kwam het via de Cultuurraad te weten. Greta Vanquaethem werkte op dat ogenblik op de dienst Toerisme in het stadhuis en ving daar de mededeling op. Zij spoedde zich naar stadssecretaris Jozef Tack voor meer informatie en mocht zich wat later bij Paul Bekaert gaan voorstellen. Het duo levert een typevoorbeeld van het lange traject dat personeelsleden vaak afleggen langs tal van (nep)statuten Op 5 januari 1981 mochten ze aan de slag met een contract voor één jaar. Toen haperde de administratieve molen even en pas in april 1982 kregen ze een nieuw en langdurig BTK-contract (Bijzonder Tijdelijk Kader) aangeboden. In 1986 kwamen ze in een DAC-stelsel (DerdeArbeids-Circuit) terecht. Een jaar later staken ze als Gesco (Gesubsidieerde Contractuelen) van wal. Greta Vanquaethem ruilde tussendoor het Gildhof voor andere stedelijke diensten, ondermeer als Gesco bij de Politie, om in augustus 1991 de draad weer op te nemen in de Sint-Michielstraat. Carine Herman mocht zich op 1 oktober 2002 over een vaste benoeming verheugen. “Natuurlijk herinneren we ons nog best de start”, lacht Carine Herman. “We kwamen hier aan en Arseen Verbeke, voorzitter van de Cultuurraad, en conciërge André Wittevrongel stonden ons op te wachten aan de deur.


Nee, Wim was daar niet bij. Die kon pas de tweede dag aan de slag, samen met technicus Giancarlo Beccaro en poetsvrouw Martine Callens.” “In de hal was het vrij duister, er brandde enkel een klein lampje. We werden naar boven geleid en daar kregen we op de tussenverdieping ons bureau te zien: twee tafels, twee stoelen, een doos met papieren van de Cultuurraad, een schrijfmachi­ ne. Later kwam daar een stencileermachine bij maar die stond bij Wim en dat stoorde geweldig wanneer hij aan het telefoneren was. Weet je nog, dat mooie fuchsia van de vloeistof om fouten te verbeteren op die stencils?’’, klinkt het bijna melancholisch. “Op 6 januari kwam Wim aan en we mochten onmiddellijk mee met de 2-pk om op het stadhuis bij de stadssecretaris materiaal op te heden. We kregen een oude, versleten schrijfmachine mee, latten, gommen en een stapel van die beruchte gele dossiermappen die we op vandaag nog altijd gebruiken. In het G ildhof verzorgden we ook het onthaal aan de grote glazen schuifdeur van ons kantoor. Op een dag haperde ze wat en Giancarlo nam de zaak onder de loep, schoof er eens hard aan en ze lag aan diggelen op de grond. ” “Wij werkten op dat ogenblik vooral voor de Cultuurraad: het voorbereiden van de algemene vergadering, het opstellen van een cultuurkalender, het opvolgen van het erkenningsdossier, het verhuren van vergaderlokalen en zalen. Het vereni­ gingsleven was in die periode bijzonder actief. Die kalender was technisch geen makkelijke klus. We moesten daarvoor naar het stadhuis. Alles werd op een speciale zetmachine direct ingevoerd en je kon de fouten niet meer verbeteren. Je moest dus heel geconcentreerd werken.” Pas met de jaren geraakte de personeelsploeg in het gekende patroon met speci­ fieke opdrachten. Carine Herman ontfermde zich over onthaal, verhuring en boekhouding, terwijl Greta Vanquaethem de Cultuurraad voor haar rekening nam met de daarmee verbonden correspondentie, alsook de promotie voor het Gildhof en de persinformatie. Intussen groeide de ploeg met Katrien Meuninck, Franciska Defever en Wim Wullaert. In dat kleine bureau was er geen doorkomen meer aan en bovendien zaten er een paar verstokte rokers bij die de werkomstandigheden nog sterker belastten. Daar kwam verandering in toen in de inkomhal een administratieve ruimte gerealiseerd werd, het aquarium voor de insiders. Carine Herman en Wim Wullaert verhuisden naar beneden, en laatstgenoemde werd later vervangen door Franciska Defever. “Een grote verandering wachtte ons in 1995. Toen deed de computer zijn intrede. We hadden dat nog nooit van dichtbij gezien en dus moesten we lessen volgen. De typmachine werd echter nooit helemaal verbannen. Voor het invullen van aller­ hande documenten heb je dat toestel nog altijd nodig. Vraag was alleen waar we dat allemaal moesten zetten. ” “ Wat natuurlijk grondige wijzigingen onderging in die 25 jaar, is de werking. In de beginperiode hielpen we de Jeugdboekenweek, het Kleutertheaterfestival en enkele grote tentoonstellingen op stapel z.etten. 69


En we deden dat met liefde, zelfs tegen stempelgeld toen we op dat moment even zonder contract zaten. Intussen is het aanbod verveelvoudigd maar we kunnen ook rekenen op meer mankracht om het aanbod te verwezenlijken. ” “Nu kijken we uit naar een ruimer bureau beneden en op de automatisering van het ticketsysteem. Dan is het gedaan met het manueel uitschrijven van alle abon­ nementen. Dat doet denken aan de eerste schoolvoorstellingen toen we elk toe­ gangskaartje nog moesten afstempelen. ’’ En meteen komt een golf van flashbacks los. Over de promotieploeg die CCGreclame boven de verkiezingspropaganda plakte, tot grote woede van de politici. Over Doris die door het plafond zakte en door Wim Vanseveren en Wim Wullaert uit haar netelige positie moest ontzet worden. Over de ritjes met de tandem door de Gildhofgangen tot de lustige fietsers bijna op Romain Vanlandschoot botsten. Over de vele valpartijen en navenante kwetsuren op de gevaarlijke trappen in het Gildhof. Kortom, stof genoeg voor een boeiend en avondvullend programma.

Franciska Defever Administratief bediende

Nadat ze eerst in een schoenhandel in Roeselare, bij De Post in Tielt, de RVA in Roeselare en Tielt tewerkgesteld was, startte Franciska Defever haar werkzaamheden in het CC Gildhof. We schrijven januari 1984.

“Ik kwam hier terecht bij de administratie maar was specifiek verantwoordelijk voor het bijhouden van de drankstock van de Europahal en de controle op de leveringen, alsook voor het bedelen van affiches. Met de fiets toerde ik door Tielt en de buitenronde werkte ik samen met chauffeur Rudi Bonné af. Op vandaag doe ik voltijds het secretariaatswerk voor Erik Demoen, steek een handje toe voor onthaal en ticketverkoop, en noteer ook de inschrijvingen voor schoolvoorstellin­ gen. ” “Toen ik begon was dat hier een kleine ploeg. Altijd was er hier plezier. Het ver­ haal van het tandemrijden in de gangen zal je wel al gehoord hebben. De tijden zijn veranderd, ’t Is nog een leuke bende, de sfeer is prima maar ’t is anders. We zijn ook met veel meer en dat speelt ook een rol. Vrij vlug ben ik naar beneden verhuisd en ik zit hier nu bijna twee decennia met Carine Herman in deze kleine ruimte. Dan moet je wel goed overeenkomen om het zolang met elkaar vol te hou­ den. ” “Waar we naar uitkijken? Eerst en vooral naar het feest van 25 jaar Cultuurcentrum Gildhof. We hebben hier al zoveel meegemaakt, tijd om eens alles op een rijtje te zetten. En dan natuurlijk een groter bureau, wat ze ons voor 2005 beloofd hebben. ”


Agnes Wullaert Poetsvrouw

“Ik begon hier op 12 oktober 1985, een zaterdag was dat! Er was op vrijdagavond iets te doen geweest en het gebouw moest er weer proper bij liggen voor de pre­ mière van de operette die avond. Ik moest de orkestbak en de zaal stofzuigen en de toiletten opnetten. We moeten regelmatig in 't weekend aan de slag. Als er op zaterdag en zondag activiteiten zijn, komen we 's zondags al om 6 uur naar het Gildhof en zorgen dat we rond zijn tot het volgende gezelschap in de zaal arri­ veert. ” Het is meteen duidelijk dat de klus die Agnes Wullaert nu bijna 20 jaar klaart, niet te onderschatten valt. "Ik begon hier samen met Martine Callens en later werd dat Mieke Debruyne. Sedert vier jaar is Arm Raepsaet mijn collega. Inderdaad, altijd met z'n tweeën voor het hele Gildhof. Sedert Malpertuis vertrokken is, kwam ook het Vossenhol erbij, en Club77 in Schuiferskapelle. We hadden er een hele tijd ook de oude Europahal bij. Dat was niet zo plezant. We beschikten niet over een poetsmachine, gewoon met borstel en trekker de hele ruimte proper maken. Soms waren we gekraakt. En als de stadsdiensten er dan zonder kijken met hun vracht­ wagens doorreden, mochten we van nul herbeginnen.” “In mijn agenda hou ik al mijn werkuren bij en noteer erbij als er iets raars gebeurt. Zoals die keer toen een artiest voor zijn echtgenote een popje voor Valentijn gekocht had. Het was in krantenpapier gewikkeld en was in de kleedka­ mer blijven liggen. Niets vermoedend had ik het pakje in de vuilnisemmer gedumpt tot de man in alle staten zijn cadeau kwam zoeken.” “De schrik van mijn leven óverkwam me eens in een weekend. Na een voorstel­ ling was een zieke actrice blijkbaar niet meer naar huis geraakt en had zich in een slaapzak tussen de zetels op het balkon te rusten gelegd. Toen ik de volgende morgen begon te poetsen, veerde zij plots tussen de zetels recht. Ik wist niet wat er gebeurde. ” “We vinden hier alles en nog wat. Sjaals en mutsen, na het ballet schoenen en kousen, maar mensen verliezen hier ook ringen, horloges, armbandjes en zelfs portefeuilles. En natuurlijk blijven er chips en andere troep achter. Toch moet ik toegeven dat het wel drukker geworden is in de zaal, maar dat de bezoekers zich blijkbaar netter gedragen. En vooral hun centen houden ze in de gaten want muntstukjes vind je op vandaag nog nauwelijks. ” “Het Gildhof is meer dan kuisen. We waren ooit ook verantwoordelijk voor recep­ tie en koude buffetten. Voorts steek ik graag een handje toe als er lokalen moeten versierd worden, of om eens iets te naaien ofte herstellen, zoals de kussens in het Vossenhol of de gordijnen in de Lietaertzaal. Je doet dat omdat je hier midden een plezante bende zit. Het kattenkwaad van vroeger is er wel uit, de groep is daarvoor te groot geworden, maar het blijft aangenaam werken. Dat zet me soms tot zingen aan, tot ze dan komen zeggen: Agnes, hou eens op want je stoort de lezing. ” 71


Nicole Vanhee Gewezen cultuurfunctionaris

“Toen ik in 1986 aangeworven werd, bestond mijn job uit de helft werken voor het Cultuurcentrum en de helft voor de Stedelijke Culturele Raad. Meteen was duidelijk dat het Gildhof eigenlijk een dak boven het hoofd was van het gestruc­ tureerde verenigingsleven, dat sterk actief was. Een unieke situatie, zo bleek, want in andere culturele centra vond je deze wisselwerking geenszins. In Tielt zaten de twee niet geïsoleerd, elk op hun eiland. Het waren dezelfde geesten die in beide systemen actief waren en elkaar onderling stimuleerden”, aldus Nicole Vanhee. “Over die Cultuurraad wil ik nu niet uitweiden, maar toch wijs ik er even op hoe we erin slaagden om verenigingen die eerder nooit samenwerkten, nu wel te laten coöpereren. Dat verruimt de blik in plaats van altijd op de eigen programmering te teren. En zo kon dat netwerk almaar verruimd worden tot er activiteiten kwamen waaraan Cultuurcentrum, Academies en Openbare Bibliotheek partici­ peerden. ” “In het Gildhof kreeg ik vorming en film onder mijn hoede. Film was echt mijn dada. Weet je, ik raasde eens tegen 17 uur naar Gent om er in de Scoop een uit­ zonderlijke voorstelling mee te pikken. Ik had berekend dat ik tegen 20 uur voor een vergadering in het Gildhof terug kon zijn, maar ik raakte in Gent mijn autosleutels kwijt en moest dus afbellen. Toen zei men hier: als je zo met film begaan bent, neem dat dan maar voor jouw rekening. ” “We hebben altijd voor kwaliteit geopteerd, zelfs gedurfd de lat flink hoog te leggen. Daarmee bereikten we echt een doelgroep die op vandaag door de gigan­ ten ontdekt wordt. Er steekt altijd een aparte sfeer in de Gildhofzaal. Geen chips of popcorn, geen reclame voor de film en geen onnodige onderbrekingen. Daar moet je je als bezoekers willen naar schikken. En als je dan nog eens het geluk aan je zijde hebt, zoals dat jaar toen we Iedereen Beroemd op de affiche hadden, net toen de prent genomineerd werd, dan kan de pret niet op. ” “Vorming, dat lijkt simpel. Enkele cursusjes bijeenbrengen, brochure samenstellen en starten maar. Nee, er komt zoveel meer bij kijken. Je moet zo je aanbod kiezen, dat je duidelijk eigen klemtonen legt en niet zomaar toegeven aan trends die de buitenwereld oplegt. Weet je dat we de allereersten waren om Spaans en Italiaans op het programma te plaatsen? Tot de avondscholen dat kwamen inpikken. Op zich vond ik dat niet slecht en was het niet erg om dat uit handen te geven. ” “Je creëert een trouw publiek, dat ondanks vernieuwing toch blijft terugkeren. Succesreeksen waren het bloemschikken, de Afrikaanse dans en aquarel. Ook voor filosofie was er veel belangstelling. Dat is trouwens een cursus die ikzelf uit pure interesse volgde. 72


Maar voor mij werd het nog boeiender om ruimer te gaan, om verschillende domeinen in grotere projecten samen te brengen, multidisciplinair of cross-over zoals dat nu heet. ” “Gynaika was daar een prachtig voorbeeld van. Film, tentoonstellingen, lezin­ gen, muziek, het hoorde er allemaal bij. Er kwam veel volk op af maar voor de prachtige verheden van Nelleke Noordervliet, waar ik zo mee dweepte, zaten er maar negen mensen in de foyer. Ik was beschaamd maar de schrijfster zette zich met haar luisteraars rond de tafel en het was toch genieten geblazen. Toen ik jaren later Nelleke op het Groot Beschrijf in Brussel ging beluisteren, was ik een van de twaalf aanwezigen. Eigenlijk was ik toen een beetje gesust.” “En dan kwamen de interculturele projecten eraan. Met de tentoonstelling Van Algebra tot Pyjama en de lezingen onder de titel Wie is bang voor de Islam? scoorden we hoog. Pas in latere jaren zou het een hot item worden. Leuk was ook dat onze toenmalige stagiaire Katleen Doom haar oom Rudi, een deskundige in de betrokken materie, als inleider voor het project naar Fielt haalde. ” “Misschien minder in het geheugen gegrift maar mijns inziens uiterst belangrijk in wat het Gildhof presenteerde, waren de initiatieven voor alfabetisering en de zogenaamde doelgroepenwerking. Wat het eerstgenoemde betreft, vervulde het CCG nog maar eens een pioniersfunctie. Nederlands voor anderstaligen en de cursus die laaggeschoolden in staat stelde een rijbewijs te behalen, bestonden op dat ogenblik nog niet. Later zouden instituten die functie van ons overnemen." “Ook voor Overschakelen, 12 sessies over loopbaanplanning voor vrouwen, meldden zich tot eenieders verbazing 17 kandidaten voor het hele traject. Het enthousiasme was aanstekelijk groot en wat ons nog het meest plezierde, was te zien hoe achteraf enkele Tieltse vrouwen een carrière gestart zijn, eentje is er zelfs naar Amerika vertrokken om het daar waar te maken. ” “Onder doelgroepenwerking versta ik dan weer de sociaal-artistieke projecten, zoals Over de Statie. Wat een spektakel! De Marialoopsesteenweg werd zelfs verkeersvrij gemaakt om er een tribune op te plaatsen. Het podium werd opge­ trokken op de wei naast de rijweg. De opstelling deugde aan geen kanten, maar Rik Schrauwen vond het allemaal fantastisch en met hem al de gasten die aan het project meewerkten. ” “Dit was een totaal andere invulling van cultuur. Helemaal weg van het elitaire, helemaal weg van de hokjes en de vakjes. Intussen zien we hoe Malpertuis is gaan samenwerken met De Zande en hoe men in de Jeugdboekenweek voor bepaalde activiteiten de handen in elkaar slaat met het OCMW om kansarme jongeren bij de initiatieven te betrekken. ”

73


Arseen Verbeke Voorzitter Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid

Voor de pioniers zijn Cultuurraad en Cultuurcentrum onlosmakelijk met elkaar verbonden, zo ook voor Arseen Verbeke. Hij maakte de turbulente toestanden mee rond de mislukte stichting van de Stedelijke Culturele Raad, de verzoeningsprocedure en de definitieve start van de adviesraad op 22 februari 1980, enkele maan­ den voor het vernieuwde Gildhof zijn deuren zou openen.

“Vreemd”, vindt Arseen, “dat in verslagen van vergaderingen en in de media in die aanloopfase naar 1980 amper sprake is van een cultureel centrum. Wel heeft men het over het zalenpatrimonium en over de werkgroep die de fusie van de bibliotheken moest voorbereiden. Na de inhuldiging van het Gildhof kM’amen drukke vergadertijden eraan. We hadden reglementen nodig voor de cultuurraad en voor het gebruik van lokalen in het Gildhof, en de eenmaking van de bibliothe­ ken kwam eraan. ” De bijeenkomsten waren niet te tellen. Alleen al voor het opstellen van een subsidiereglement zat men 24 keer rond de tafel. “In maart 1980 wordt er eindelijk gesproken over de optie om van het gebouw een erkend cultureel centrum te maken. Vooral het bezoek aan het gerenoveerde Gildhof met gemeenteraadsleden, leden van de cultuurraad en de pers zorgde voor tevredenheid over wat toen als een volwaardige stadsschouwburg betiteld werd. Die zaal, daar ging het om en niet om een cultureel centrum. ” “Akkoord, dit was een droom in vergelijking met het Feestpaleis waar men van­ daan kwam en architect Vandewiele verdiende de felicitaties. Maar het was geen echt cultuurcentrum. Voor erkenning was een keuken van doen alsook een echte tentoonstellingszaal. Uiteindelijk gaf het stadsbestuur toch toe en kon er naar oplossingen gezocht worden. Ook werd de aanstelling van een cultuuranimator beloofd, alsook het realiseren van één beheersorgaan voor alle infrastructuur. ” “Op 30 mei vond de officiële opening van het CCG plaats. Leuk detail: enkel ver­ enigingen die langer dan 50 jaar bestonden, mochten die dag optreden. Een maand later vond de verkiezing plaats van de afgevaardigden die namens de Cultuurraad zouden zetelen in wat toen de Raad van Beheer van de Culturele Infrastructuur heette. Meteen drong de cultuurraad ook aan op het openen van een BTK-project dat moest voorzien in de minimale bezetting van het Gildhof.” “Er is van meetafaan een uitstekende wisselwerking geweest tussen de Stedelijke Culturele Raad en de Raad van Bestuur. We hielden gezamenlijke persconferen­ ties om beleid en programma toe te lichten en cultuuranimator Wim Vanseveren pompte zijn enthousiasme in beide raden. De nauwe band werd ook doorgetrok­ ken in de relatie met het stadsbestuur. We trokken steeds in gesloten slagorde naar de beleidsploeg om samen voor cultuur zoveel mogelijk uit de brand te slepen. ” “We stelden samen de tarieven voor het CCG op. 74


De Jeugdboekenweek zag het levenslicht in de Cultuurraad maar werd samen met het personeel van en in de gebouwen van het Gildhof gerealiseerd. We zetten gezamenlijk prachtige tentoonstellingen op het getouw. Denk bijvoorbeeld aan de retrospectieve gewijd aan Vander Meeren en aan die van Frans Rubens. Ook voor de succesvolle infobeurzen sloegen we de handen in elkaar. ” "De inbreng van het Cultuurcentrum is altijd een voorwaarde geweest. Eerst de stafmedewerkers en nu ook de cultuurbeleidscoördinator staan borg voor begelei­ ding vanuit het CCG. En voor het administratieve werk konden we eveneens een beroep doen op een bediende van het Gildhof. De samenwerking uit zich ook in aanwezigheid: er gaat nauwelijks een dag voorbij dat ik niet even in het Gildhof binnenloop. " Als men bij Arseen Verbeke peilt naar hoogtepunten uit een kwarteeuw cultuurle­ ven, dan haalt hij graag die momenten aan die een toonbeeld zijn voor het plaatselijke cultuurleven. Dan neemt hij je mee naar de eerste Jeugdboekenweek, toen Tielt een van de vier steden in Vlaanderen was waar zoiets georganiseerd werd en waar toen al een programma aangeboden werd waar veel steden op vandaag niet kunnen aan tippen. Dan heeft de voorzitter van de Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid het over de Laureatenhulde omdat daar vrijwilligers in de kijker gezet worden die zich 25 jaar als bestuurslid ingezet hebben of 40 jaar als verenigingslid. Dan denkt hij terug aan de Industriebeurs en aan de hobby- en creabeurs, aan de publicatie van Het Groot Gebeuren, aan de boeiende en druk bijgewoonde Open-Monumentendagen. Uit de toespraak die hij hield naar aanleiding van de opening van de Stadsschouwburg, plukken we ten slotte volgende betekenisvolle passage: "De planken van dit podium steken nog vol koorts en toch heeft de TV al haar begerige camera-blik laten vallen op deze scène. Ook dit verheugt ons, het is trou­ wens een directe waardering voor de mogelijkheden van deze schouwburg. Maar daar zijn ook nog de Antoon Vander Plaetsezaal, de exporuimte, het keldertheater en de andere vergaderlokalen waarvan wij hopen dat zij ook veelvuldig gebruikt kunnen worden. (...) Zo kan het Gildhof de culturele bijenkorf worden, de ruimte voor alle cultuurvormen, een gebouw dat een ontmoetingsfunctie heeft, met andere woorden een cultureel centrum. ”

75


Philippe De Gryse Gewezen voorzitter Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid

Met Philippe De Gryse bladeren we een flink stuk terug in de Gildhofgeschiedenis want hij heeft het verhaal van het Vossenhol in petto. Hij zou zich later in de culturele debatten m anifesteren toen de eerste gestructureerde raden hun opwachting maakten. Hij zou later in de officiële Cultuurraad de functie van secretaris waarnemen en van 7 maart 1994 tot 21 februari 2001 fungeerde hij als voorzitter van de adviesraad.

“De Reynaertgilde was een vereniging voor studenten, maar waar ook niet-studenten welkom waren”, verklaart Phlippe De Gryse, toenmalig preses van de Tieltse studenten in Leuven. “De vereniging telde een dertigtal leden en had een cultureel doel. We bezochten tentoonstellingen in eigen omgeving en maakten toeristische uitstappen. Om de clubkas te spijzen runden we tijdens de eerste Europafeesten, dus in 1959, in de kelder van het Gildhof een café.” “Het Vossenhol was eigenlijk een kot, dat plaats bood aan de loodsmelterij van de drukkerij Vervenne. Om de ruimte toch enig aanzien te geven, metselde bezieler JefLenoir een muur, die dienst zou doen als toog. Het vuile plafond verstopten we met rieten matten. En om het geheel een stijlvol cachet te geven, schilderde Luc Tack fresco ’s op de muren. ” “Binnenkomen in Het Vossenhol was een kunst. Een buitendeur was er niet, dus gebruikten we een venster als toegang. Op een foto ziet men hoe ik, getooid met mijn studentenlint, al bukkende via de lage vensteropening het Vossenhol binnenkom, terwijl minister P.W. Seghers, burgemeester Jozef Baert, Antoon Vander Plaetse en pater Arthur Verthé van Vlamingen in de Wereld , na dezelfde oefening tot een goed einde te hebben gebracht, zich al ter plaatse bevinden voor de officiële opening. De openingstoespraak werd gehouden door Mare De Müelenaere, die dienst deed als voorzitter van de gilde. ” “De kelder draaide op volle toeren. Aan die drie dagen hielden we 32.000 frank winst over, een fabelachtig bedrag voor die tijd. In de beginjaren van de Europafeesten ging een deel van de verkoopprijs van de drank naar het Europacomité. Hiervoor moesten de horecazaken bonnetjes aankopen waarvan er bij elke bestelling verplicht een aantal aan de klant moesten worden overhandigd. Als ik mij niet vergis heeft Het Vossenhol toen het grootste aantal bonnetjes uitgegeven van alle Tieltse horecazaken. Met onze winst hebben we de leden een reis naar Dikkebus en de Rode Berg aangeboden.” In 1966 nam het Schepencollege het initiatief om een Culturele Raad op te rich­ ten. De eerste voorzitter werd Flor Baert, toenmalig directeur van de Kredietbank. In 1971 werd hij opgevolgd door Lucien Tyteca. Het Dagelijks Bestuur bestond uit Lucien Tyteca, Pierre Vandenberghe, Maurits Baertsoen, Robert Vanneste en Philippe De Gryse.


“Op dat ogenblik kwam de studie Coens op tafel. Ik deelde helemaal zijn mening: een cultureel centrum op een andere plaats dan het Gildhof. Nu zitten we ermee: binnen tien of vijftien jaar is de accommodatie hopeloos verouderd. Het Gildhof wordt een soort parochiezaal die nog net goed genoeg is voor activiteiten waar minder technische middelen bij komen kijken. ” “Het podium is te klein, de coulissen te eng en de inspeelruimte is moeilijk toegankelijk. Voor filmvoorstelllingen, toneelstukken met beperkt decor en vergaderingen blijft het huidige gebouw nuttig. Een nieuw CC mag er gerust komen. Alleen moet men zich dan de vragen stellen: waar zetten we dat gebouw neer en wat doen we met het Gildhof? Ik vind dat de merkwaardige gevel zeker bewaard moet blijven. ” “In 1994 nam ik het roer van Arseen Verbeke als voorzitter van de Stedelijke Culturele Raad over. Aan de organisatie van de Jeugdboekenweek heb ik geen verdienste. Ik woonde wel alle vergaderingen bij maar de leiding kwam in handen van Leen Samyn. Mijn voornaamste opdracht was de Raad op de sporen te houden. Gelukkig was ik steeds van dichtbij betrokken geweest bij het reilen en zeilen van de Cultuurraad maar toch was het geen sinecure. We werden trouwens in die periode geconfronteerd met twee bijzondere bouwdossiers: de nieuwe bibliotheek en de nieuwe polyvalente zaal. ” "Op die manier maakte ik het hele overleg mee en kon als voorzitter mijn inbreng kwijt. Wat de Europahal betreft, spitsten we onze aandacht toe op praktische aan­ gelegenheden. Vooral Erik Demoen en Rik Libeert beten zich in die materie vast. Het was de tijd waarin we als nooit tevoren als echte vergaderbeesten een pak energie besteedden aan de realisatie van het project. Zo hebben we maan­ denlang met het Schepencollege onderhandeld omtrent het gebruiksreglement.’’ “Ten slotte wil ik beklemtonen dat de Stedelijke Culturele Raad probleemloos bleeffunctioneren dankzij de inbreng van vrijwilligers en van de mensen uit het CC Gildhof. De stafmedewerkers leverden inhoudelijk en administratief heel wat werk. Dit maakte het grote verschil uit tussen de Cultuurraad van de jaren negentig en die van twintig jaar eerder, toen men nog geen beroep kon doen op ambtenaren.” “Open-Monumentendag, Beiaarddag en 11 -Juliviering waren jaarlijkse opdrachten voor de Stedelijke Culturele Raad. Een nieuwigheid die ik op mijn naam mag schrijven, is de huldiging van een Cultuurlaureaat, waarbij een Tieltenaar gelauwerd wordt voor alles wat hij in zijn loopbaan voor het culturele leven betekend heeft. ”

77


André Wittevrongel en Marie-Jeanne Dedeurwaerder Gewezen technicus-conciërge en uitbaatster foyer

Tot eind april 1980 stond André Wittevrongel in voor het onderhoud van de machines in de Kortrijkse firma Mirodan. Op 2 mei van datzelfde jaar ging hij aan de slag als hoofdtechnicus in het Gildhof. Een grote verandering in de manier van leven: in de fabriek werkten meer dan honderd man en kon je altijd ergens een babbeltje slaan. In het Gildhof liep André helemaal alleen rond. En het ergst van al: de spiegels die geleverd werden, kwamen van Mirodan.

“Even had ik het moeilijk, maar ik heb mij erover heengezet en het is uiteindelijk een meevaller geworden”, geeft André Wittevrongel graag toe. “Er kwamen algauw grote namen naar het Gildhof en voor die bekende figuren de scène mogen klaarstomen en de spots installeren, was telkens een uitdaging. In juni zetten we de volgende stap: we kwamen in het Gildhof wonen.” “Dat was niet helemaal naar mijn zin”, weet Marie-Jeanne. “De woning beviel me niet meteen. Vooral die hoge ramen zaten me dwars. Als je neerzat, zag je niet meer wat er buiten gebeurde. Ik vond er in het begin mijn weg niet. Maar met de dag werd het aangenamer. Vooral de contacten met die grote artiesten vielen tel­ kens weer mee. ” Een heerlijk album vol foto's en handtekeningen wordt erbij gehaald. Grootse vedetten in de kleedkamer gefotografeerd tussen André en Marie-Jeanne: Liesbeth List, Freek De Jonge, Will Tura en zovelen meer. Alleen bij Gaston en Leo wordt de bladzijde vlug gedraaid want die hadden geen respect voor hun publiek. Ondanks het applaus wilden ze geen tweede keer meer komen groeten, stapten meteen in hun wagen en verlieten Tielt. Maar Willem Vermandere, dat was dan weer de grote vriend. En Urbanus, die daags na een optreden zijn hoed kwam ophalen, bleef nog een uur show geven aan de toog. De vreemdste vogel bleek Pierre Volondat, de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd. “Bij die andere sterren mochten we probleemloos met de bestellingen in de kleed­ kamers binnenlopen, maar bij hem niet. Twee bodyguards versperden de toegang en namen de drankschotels van ons over. Op de scène moest ik de ruimte tussen het zwarte gordijn en de vloer afineten en op die hoogte rondom plankjes plaatsen, zodat er geen zuchtje tocht zijn voeten zou raken. ”

78


"Vanafjanuari 1981 kwam er meer leven in de brouwerij. Wim, Carine, Greta en Giancarlo meldden zich aan en het klikte van bij de eerste kennismaking. Later zou ik hulp krijgen van Luc De Witte en dan van Georges De Wever. Toen stond ik er een jaar alleen voor tot Geert Guillemyn zijn opwachting maakte, een uitstekende kracht. Intussen veranderde er een en ander in het Gildhof. De plezante tijden maakten stilaan plaats voor drukte. ” "We namen er toen ook de foyer bij”, vult Marie-Jeanne aan. “Eerst bediende we de verenigingen die hier vaak over de vloer kwamen. Zo groeide er een nauwe band met De Goede Vrienden, het Volkstoneel en de Operette. Die gezelschappen waren bij ons kind aan huis. Toen besloot ik om de hele zaak op zelfstandige basis over te nemen en dat zou ik doen tot eind 1991.”

De ploeg van het Gildhof bij de voorstelling van het jaarprogramma l995-'96. Emotionele tweeslachtigheid domi­ neert bij de derde lustrumviering: men is tevreden met de steeds gunstiger resultaten die het G ildhof kan voorleg­ gen, maar bedroefd omwille van de gebrekkige infrastructuur waarin het allemaal moet gebeuren. We herkennen v.l.n.r. Lieve Maertens, Nicole Vanhee, Carine Herman, André' Witevrongel Filip Vanneste, Greta Vanquaethem, Rik Demoen, Agnes Wullaert, Geert Guillemijn, Mieke Debruyne, Ciska Defever, Carine Bauwens, Marijke Braeckevelt.

79


5. Volwassenheid a. De kroniek

2001 Het Gildhof is echt een kind van zijn tijd. Het gaat zijn 21ste jaargang in en het heeft al zoveel beleefd, dat het nauwelijks te beschrijven valt. Een dynamische telg met ballen aan zijn lijf, klaar voor de wereld van volwassenheid. Altijd een moeilijk moment voor ouders: loslaten. Maar voorzitter Paul Bekaert heeft er vertrouwen in en laat ‘zijn’ Cultureel Centrum aan anderen over. “Op 30 mei 1980 opende Daniel Vander Meulen als geestelijke vader plechtig het nieuwe Gildhof. In die beginjaren telden we 25 culturele centra in Vlaanderen, drie daarvan in West-Vlaanderen, onder andere Tielt. Nu zijn er 150 erkende en talloze niet-erkende centra. Dat heeft onze positionering veranderd maar we blijven twintig jaar voor op de anderen. Tielt heeft een identiteit verworven, de anderen moeten daar nog aan bouwen. We begonnen van nul, dus zagen we telkens we een stap gezet hadden, wat het volgende kon zijn”, onderstreepte de afscheidnemende voorzitter. Hij noemde Arseen Verbeke (voorzitter van de Stedelijke Culturele Raad) en Romain Vanlandschoot (voorzitter van de (Plaatselijke) Openbare Bibliotheek) zijn tochtgenoten op de lange culturele mars. Hij zag hoe het Kleutertheaterfestival, Beelden Buiten “met zijn buitenaardse vernissages” en het Festival van Vlaanderen de naambekendheid van CC Gildhof vergrootten en zelf droeg hij met vier revues en een historisch stuk zijn steentje bij. “Ik heb veel gegeven, maar ook veel gekregen”, luidde zijn besluit. Erwin Blondeel neemt de fakkel over. “Ik heb het grootste respect voor het werk en de inzet van mijn voorganger. Mijn opdracht is verder te ontplooien waarvoor Paul Bekaert en zijn dreamteam zich twintig jaar lang hebben ingezet.

80


De Raad van Bestuur anno 2001. Erwin Btondeel heeft de voorzittersfakkel overgenomen van Paul Bekaert. We herkennen v.l.n.r Erik Demoen, Claudine Van Tieghem, Frederik Van Laere, Hubert Thant, Jaak Billiet. Rudi De Brabandere, Martine Devliegere, Leen Van Moen, Dirk Hellebuyck, Anne-Mie Bogaert, Gerda Van Daele, Johan Decraemer, Erwin Blondeel, Nico De Vrieze, XXXXX, Wim Wullaert, JosĂŠ Lampaert, Piet Dejonghe, Geert Vermeulen, Erik Spiesschaert en Godfried Verhamme.


Ik vind dat we gewoon voor bepaalde initiatieven met een belangrijke regionale betekenis moeten durven gaan en dat er meer afspraken met de randgemeenten moeten komen. Wingene en Meulebeke mogen geen culturele concurrenten worden. We zijn niet meteen vragende partij voor een nieuwe schouwburg maar wel voor een verdere renovatie en een duidelijke bewegwijzering. We hebben geen tweede Spil nodig maar dat sluit een verdere modernisering niet uit”, aldus de nieuwe voorzitter in zijn maiden speech. In de Raad van Bestuur krijgt hij de medewerking van Jaak Billiet. Stefaan De Cloet, Johan De Craemer, Nico De Vrieze. Gerda Van Daele, Leen Van Moen. Wim Wullaert, Godfried Verhamme, Geert Vermeulen, Dirk Hellebuyck, AnneMie Bogaert, Martine Devliegere, Erik Spiesschaert, Christophe Capoen, Katrien Deroo, Noël Gourlandt, Bernard Lambrecht, Hubert Thant, Piet Dejonghe, José Lampaert, Rudi De Brabandere, schepen Kathy Clepkens en directeur Erik Demoen. Op het einde van het jaar evalueert de Raad van Bestuur de werking van het Gildhof. Het respecteren van het spanningsveld (het toegelaten verlies bij organisatie van culturele activiteiten) is het uitgangspunt. We cijferen even mee en komen tot verbazende vaststellingen. In de periode 1995-1997 beschikt men over een budget van ca. 3,5 miljoen frank en wordt het spanningsveld gerespecteerd. In de daaropvolgende jaren stijgt het budget (5,5 miljoen in 1998 en 8,2 miljoen in 1999) maar daalt, mede door het tijdelijk wegvallen van de Europahal, het aantal kijkers (83.422 in 1998), zodat het verlies naar 25 procent oploopt. In 1999 gooit men er meer middelen tegenaan (8,2 miljoen frank) maar de daarmee gepaard gaande hogere bezoekerscijfers kunnen het verlies niet indijken, integendeel. Het loopt op tot 38 procent. In 2000 moet men het met een geringer budget stellen (6,7 miljoen frank), maar komen er wel meer toeschouwers opdagen en blijft het verlies met 24 procent weer enigszins binnen de perken. Enkele vaststellingen: kindervoorstellingen zijn almaar duurder en leiden dus onvermijdelijk naar verliescijfers; schoolvoorstellingen mogen zich over een maximale bezetting verheugen, terwijl familievoorstellingen inboeten naarmate het cultureel seizoen vordert; film en vorming blijven weg uit de rode cijfers; de zaalbezetting voor muziek en humor in de schouwburg bedraagt om en bij de 80 procent, voor theater zit men met 60 procent torenhoog boven het Vlaamse gemiddelde. Maar eigenaardig genoeg blijken volle zalen zelfs geen zekerheid voor positieve financiële cijfers te zijn. Ook kleinschalige producties in Malpertuis of het Vossenhol kunnen nooit voldoende inkomsten opleveren om een gunstige balans op te leveren. Hoge uitkoopsommen zijn inherent aan de professionalisering van de podiumkunsten. Voorts is er een overaanbod maar dan wel zonder echte publiekstrekkers. En de cultuurliefhebber die kiest voor de grote namen, opteert voor De Spil in Roeselare.

82


Toch mag men in Tielt niet klagen. Het Gildhof pakt precies in 2001 met een gigantisch theater- en muziekprogramma uit, inclusief Kleutertheaterfestival, de vijfde revue ('t Gat in de Markt) in samenwerking het Tielts Volkstoneel en de Tieltse Perskring, Festival van Vlaanderen, en het tentoonstellingsproject Intra Muros.

2002

Het CC Gildhof, opgenomen in de nieuwe categorie B, wil nu echt weten waar het naartoe wil. Een SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities and Threaths) moet sterkten en zwakten, kansen en risico’s blootleggen. De resultaten spreken voor zich. Een kleine selectie uit het onderzoeksrapport. Pluspunten: de culturele centrumfunctie van Tielt, de sfeer en de ligging van het Gildhof, de gunstige tarieven, de samenwerking met Malpertuis, de schoolbevol­ king als belangrijke doelgroep, het succes van de filmprogrammatie, het ruime eigen en receptieve aanbod, de infrastructuur met naast het Gildhof ook de Europahal, Club77 en tuin De Brabandere, het bekwame personeel en de aanstelling van een cultuurbeleidscoördinator. Minpunten: het ontbreken van een huisstijl, de versnippering van de promotie, het feit dat men niet aangesloten is op Tinck voor reservering van tickets, de verou­ derde infrastructuur (Gildhof), geen vlotte relatie met de Stad en weinig samen­ werking met de deelgemeenten, het overaanbod in de avondvoorstellingen en het gebrek aan profilering in het programma, geen muziekaanbod voor jongeren en weinig producties voor senioren, het onvoldoend ingevulde personeelskader. In de verslaggeving spaart men de roede niet. “Soms lijkt het alsof elke frank voor cultuur er één teveel is voor bepaalde politieke mandatarissen. Dit is nochtans niet bij alle politici zo. Men voelt soms het bestaan van een adviesraad aan als een soort bedreiging; de adviesraad wordt bekeken als een drukkingsgroep (die andere klassieke diensten niet hebben): vandaar soms wat afgunst t.a.v. het CC Gildhof.'’ (54) Maar er is hoop: “Sinds de rangschikking in Knack waarin cultuur als een van de weinige elementen naar voor komt waarmee Tielt zich profileert, is er een merkwaardige mentaliteitsverandering: deze trend moeten we ombuigen zodat Tielt durft uitpakken met zijn sterk cultureel imago." (5S)

{"•') Verslag Raad van Bestuur, 30/05/2002, p. 4 n

id.

83


Meteen is duidelijk waar de klemtonen moeten gezet worden. Niet alleen de Raad van Bestuur van het Gildhof denkt na over zichzelf. De pas aangeworven cultuurbeleidscoördinator (cubeco) Astrid David zet alle actoren aan het werk in functie van een stappenplan dat naar een cultuurbeleidsplan voor Tielt moet leiden. Als het CCG en directeur Demoen aangehaald worden, hanteert de cubeco de term Don Quichote-verhaal. “Volgens hem is cultuur er ondanks een beleid en ondanks een bestuur. Hij is het beu dagelijks te moeten knokken voor zaken die in feite niet de bekommernis van een lokaal bestuur zijn. Met het cultuurbeleidsplan hoopt hij dan ook dringende zaken te kunnen verwezenlijken en meer respect te krijgen voor de werking van het Cultureel Centrum.” (56) En terzelfder tijd kan worden vastgesteld dat het personeelskader stapsgewijs ingevuld raakt. Wouter Verstaen komt de technische ploeg van het Gildhof versterken. Uit de eerste overlegmomenten blijkt dat er dringend moet gesleuteld worden aan het Gildhof (“ofwel komt er een nieuwe schouwburg ofwel wordt er een deel van de podiumkunsten afgeschaft”) (57) en dat de Europahal voor de jongerencultuur een troef is die moet uitgespeeld. Wat het eerste betreft, krijgt men algauw zout in de wonde gestrooid. Het dak van de Lietaertzaal moet op korte termijn gereno­ veerd worden en de schouwburgzaal kan niet meer gebruikt worden wegens de onveilige toestand op, rond en vooral boven de scène. Met de resterende kleinere producties kan het Gildhof gelukkig naar Malpertuis uitwijken en de Europahal wordt voor andere evenementen in spoedtempo aangepast. Als in juni het programma voor het volgende seizoen wordt voorgesteld, is de toon optimistisch. Uit een technische toelichting blijkt dat de theateruitrusting van bij de start aan de dakconstructie was bevestigd en de oude balken buigen nu helemaal door. Bedoeling is de installatie weg te halen, een nieuwe constructie neer te poten en daaraan alles weer te bevestigen. Begin oktober zou het Gildhof weer beschikbaar moeten zijn. Voorzitter Blondeel heeft z’n bedenkingen: “Er zijn Europese richtlijnen op komst die een automatische besturing van alle scène-constructies verplichten. Het is duidelijk dat er in die context nog binnen deze legislatuur grondig moet nagedacht worden over de toekomst van het Gildhof: renovatie of nieuwbouw.”

(56) Astrid David, Nota: openhartig gesprek; woensdag 12 juni 2002 Europahal, Groot en Klein Akkoord, p. 8 (” ) id. p. 3

84


Op de septembervergadering van het Groot Akkoord, dat het cultuurbeleidsplan voorbereidt, worden de idealisten met de nuchtere feiten geconfronteerd: Tielt besteedt per inwoner 42 procent meer aan cultuur dan steden van hetzelfde niveau, zoals Aalter, Aarschot en Beveren. Tielt situeert zich 12 procent boven het provinciale gemiddelde en 54 procent boven het gemiddelde van het Vlaamse Gewest. De cubeco heeft de boodschap begrepen: plannen smeden is mooi, maar men moet niet rekenen op nog meer middelen om de ideeën te realiseren. Van gemengde gevoelens gesproken. Precies op dat ogenblik pakt de onderzoekswereld uit met doorlichtingscijfers. Het Vlaams Regionaal Indicatorenboek (Vrind) van de Administratie Planning en Statistiek plaatst Tielt bij de belangrijkste culturele regio's in Vlaanderen: “Met culturele regio’s als uitgangspunt kijken we naar een ruimere omschrijving als voorheen: een gemeente die met een groot cultuuraanbod een verzorgingsgebied afbakent. Een duidelijke en sterke invloed gaat uiteraard uit van de grote steden Antwerpen, Gent en Brussel. Maar ook Turnhout, Hasselt, Mechelen, Tielt, Diksmuide, Brugge, Kortrijk, Leuven en Eeklo zijn aantrekkingspolen die de kern vormen van culturele regio’s.’' (58) Knack bevestigt de vaststelling. De populairste tien erkende culturele centra in West-Vlaanderen zijn in die volgorde: 1. De Kortrijkse Schouwburg, 2. leper, 3. De Spil Roeselare, 4. (!) Gildhof Tielt, 5. ’t Ghelandt Menen, 6. De Brouckere Torhout, 7. Cultuurcentrum Brugge, 8. Zwevegem, 9. De Schakel Waregem en 10. Het Spoor Harelbeke. In functie van die rangschikking wordt het aantal deelnemers aan door het centrum zelf georganiseerde activiteiten vergeleken met het aantal deelnemers aan zogenaamde receptieve activiteiten. Dat zijn evenemen­ ten die in het centrum plaatsvinden, maar door anderen worden georganiseerd. (59) Hetzelfde hoog aangeschreven tijdschrift citeert tevens een studie van Jan Colpaert en Katrien Lauwerysen (EHSAL) waarin de Vlaamse en Brusselse gemeenten met de meeste culturele voorstellingen per duizend inwoners onder de loep genomen worden, gelinkt aan de meeste culturele uitstraling en bestaande infrastructuur. De conclusie luidt dat Antwerpen, Brussel en Gent een vergelijk­ baar cultuuraanbod presenteren. Ook de volgende acht steden en gemeenten zijn nauwelijks te onderscheiden. Tielt komt daarbij voor naast Mechelen, Leuven, Brugge, Kortrijk, Hasselt, Turnhout en Bornem. (60) Het Gildhof is dus geenszins een lege doos, zoals sommige criticasters plegen te beweren.

(SK) Vlaams Regionaal Indicatorenboek (Vrind 2002) van de Administratieve Planning en Statistiek, p. 133 H Knack, 19/06/2002 O Knack, 24/02/2002

85


2003

De boodschap heeft blijkbaar niet iedereen bereikt die men hoopte te bereiken. “De verbindingslijn tussen beleid, bestuur en dit huis lijkt op vandaag zelfs niet meer te functioneren”, treurt CCG-voorzitter Blondeel in zijn nieuwjaarsbrief. “Al dan niet moedwillig worden onze signalen blijkbaar niet meer doorgestuurd, ontvangen en als zij al toekomen, verkeerd uitgelegd of begrepen. Deze en andere storingen hebben er in het voorbije jaar mee voor gezorgd dat wij ons hier in dit huis misbegrepen, onbehaaglijk en miskend voelden. Dit moet in de toekomst veranderen.” Erwin Blondeel pleit voor een heroriëntering van de verantwoorde­ lijkheden, wil de communicatie met het beleid optimaliseren, en rekent erop dat met de dynamiek en de ervaring die aanwezig zijn het cultuurschip in koers gehouden wordt op een ogenblik dat men heel wat dwarse wind ervaart. “Wij vragen niet naar meer middelen”, besluit de voorzitter. “Wij wensen enkel dat men meer naar waarde schat wat het Gildhof de stad en zijn bevolking biedt.” (6I) Wat de infrastructuur betreft, stelt architect Dirk De Meyer aan de dorpsraad van Schuiferskapelle het ontwerp van het nieuwe Ontmoetingscentrum voor. Het omvat een feestzaal, verschillende vergaderlokalen en zal onderdak bieden aan IBO (buitenschoolse opvang) en aan de bibliotheek. In Tielt valt de gehele Europahal, dus de polyvalente zaal en Jongerenontmoetingscentrum (JOC), vanaf nu onder de hoede van het Cultureel Centrum. Na het brokje cultuur van 2002 komt nu het tasje cultuur eraan. Met een heerlijke mix van warmte, emotie en schoonheid wil het Gildhof zijn top-10 plaats in Vlaanderen bevestigen. Het Gildhof haalt Frederik Van Laere als stafmedewerker voor film en vorming binnen en het stadsbestuur stelt Susie Delbeke als cubeco in opvolging van Astrid David. Na het avontuur met Anno '02 - Geen ridders is het tijd voor het intussen achtste Kleutertheaterfestival. Musica Flandrica komt weer eens langs en de reeks aperitiefconcerten Apero Con Fuoco wordt opgestart, in samenwerking met de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord, Theater Malpertuis en Da Capo Al Fine. De Antoon Vander Plaetsezaal, al bijna tien jaar als tentoonstellingsruimte benut, wordt van een passende lichtinstallatie voorzien. In oktober is de renovatie van het Vossenhol een feit. In maart 2004 zal het heropend worden. Voorts wordt het systeem van de cultuurcheques operationeel en op het einde van het jaar start de werkgroep Promotie zijn activiteiten.

(61) Verslag Raad van Bestuur, 29/01/2003

86


Eigenlijk is het opstarten van commissies en werkgroepen een verhaal op zich. Bij de start van het CC Gildhof waren er twee: Programmatic en Jeugdcircuit. Later kwam daar de commissie OC Aarsele bij. Vijf Maal Vieren, Redactie van Het Gebeuren (de cultuurkalender in het infoblad), Torpedo en Beelden Buiten. Op het einde van de jaren â&#x20AC;&#x2122;80 duiken B asiseducatie, Vrouwenoverleg en Emancipatiebeleid op. Later vinden leden van de Raad van Bestuur onderdak in commissies voor de bouw van de polyvalente zaal. Vrije Kindervoorstellingen, Gynaika en Beiaardconcerten. Naast de werkgroep Promotie zet zich ook een ploeg aan het werk die de schouwburg onder de loep neemt.

Schuiferskapelle heeft dringend nood aan een volwaardig Ontmoetingscentrum. Architect Dirk Demeyer bereidt een ontwerp voor dat hij (in 2003) aan de dorpsraad presenteert. Iedereen blijkt tevreden, maar er komen toch weer kinken in de kabel, waardoor de realisatie van het project ernstige vertraging oploopt.

In 2003 serveert het Cultuurcentrum Gildhof opnieuw een lekkere brok cultuur: Raad van Bestuur en personeel genieten ervan. Vooraan v.l.n.r.: Geert Guillemijn, Ciska Defever, Lieve Maertens, Susie Delbeke, Rudi Debrabandere. Achter v.l.n.r. Hubert Thant, Martine Devliegere, Gerda Vandaele, Nicole Vanhee, Mieke Hombroeckx, Greta Vanquaethem, Carine Herman, Wim Wullaert. Rik Demoen, Bob De Moor, Erwin Blondeel, Claudine Van Tieghem.


2004 De Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid en de cultuurbeleidscoördinator krijgen met dezelfde problemen te kampen als de Raad van Bestuur van het Gildhof, waar men al ettelijke jaren pleit voor een vzw of een andere onafhankelijke beheersvorm. De traag malende en stugge beleidsmolen loopt achter de feiten aan en kan het enthousiasme van de veldwerkers niet volgen. Het CC Gildhof zit intussen weer tussen twee stoelen. Prof. Colpaert heeft een nieuwe studie klaar waarin Tielt alweer schitterend scoort. Behalve enkele centrumsteden fungeren enkel Bornem, Heist-op-den-Berg en Tielt in de topcategorie wat actieve participatie in het culturele gebeuren betreft. Tielt bevestigt tevens zijn hoge positie bij de cultuurregio’s. De kopgroep (cluster 1) bestaat uit Gent, Antwerpen en Brussel; daarop volgen in cluster 2 de centrumste­ den Hasselt, Leuven, Mechelen en Kortrijk, en in cluster 3 fungeert Tielt aan de zijde van Brugge, Knokke-Heist, Aalst, Roeselare, Sint-Niklaas, Mortsel en Turnhout. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. De hoge uitkoopsommen, zowel in het circuit van het kindertheater als bij de avondproducties of voor het engageren van grote namen in de Europahal, werken op financieel vlak de verliescijfers in de hand. Toch laat men zich niet ontmoedigen. De Stad laat zich opmerken door een zeer positief gebaar: het spanningsveld wordt opgetrokken van bijna 24.000 naar 55.700 euro. Bij het personeel is er tijd van komen en gaan. Lieve Maertens neemt na vijftien jaar administratieve dienst, vooral voor de Stedelijke Culturele Raad, afscheid van het Gildhof. Sabrina De Paepe maakt haar opwachting. Zij runt de Europahal van afspraak tot facturatie en combineert die job met het onthaal in het Gildhof buiten de normale werkuren (op werkdagen van 17 tot 20 uur en op zaterdag van 10 tot 12 uur). Frederik Van Laere presenteert met In Vorm op een originele manier de vormings­ activiteiten en zet mee zijn schouders onder Leer je wel, de lokale opvolger van de Grote Leerweek. De Europahal geraakt op kruissnelheid en zwengelt mee het aantal CC-bezoekers naar 155.000 aan ! In maart komt daar ook nog eens het Vossenhol bij. dus dat belooft.

88

Het Vossenhol deed initieel dienst als trendy café tijdens de Europafeesten en werd gerund door de studentikoze Reynaertgilde. Daarna stak Malpertuis er van


wal en veroverde een vooraanstaande plaats op de theaterkaart van Vlaanderen en Nederland. Toen het gezelschap naar de eigen infrastructuur in de Stationstraat verhuisde, leek de Gildhofkelder met zaal en foyer te verkommeren. CCG-Voorzitter Blondeel ging de renovatie bij het stadsbestuur bepleiten. Nu is het Vossenhol weer een aantrekkelijke en praktische accommodatie waar het Cultureel Centrum weer voorstellingen kan programmeren, waar de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord zich onverminderd thuis kan voelen en waar verenigingen hun activiteiten kunnen ontplooien. “Ik stel het op prijs dat het (stadsbestuur), ondanks de vele andere financiële prioriteiten, toch een inspanning levert en in de mate van het mogelijke de nodige middelen ter beschikking stelt (...) waardoor het culturele leven zich verder kan ontplooien en expanderen.” (“ ) De werkgroep Promotie, begeleid door bestuurslid Wim Wullaert, heeft na een reeks vergaderingen een plan klaar. Nieuw zijn de seizoensaffiche, de vervanging van de familiefolder door een postkaartje, de combinatie van de vormingsfolder met een affiche, de filmadvertenties in De Streekkrant en filmaffiches in vaste frames in jeugdcafés, alsook de vervanging van de seizoensflyers door publirepor­ tages. In Schuiferskapelle rijzen er problemen: het gemeenschapsonderwijs wil de vroegere gemeenteschool weer in gebruik nemen en daardoor dient uitgekeken naar een nieuwe locatie voor het Ontmoetingscentrum. Een pak onnodige heisa want het aantal kinderen dat zich aanmeldt in de school is te gering en de onderwijsplan­ nen worden in stilte weer opgeborgen. Alles blijft bij het oude. Van zijn kant blijft het Gildhofgebouw als dusdanig twijfel zaaien. Memori, een onderzoeksgroep van de Katholieke Hogeschool Mechelen, karakteriseert na een anoniem bezoek op een absoluut objectieve manier het onthaal en de infrastructuur. Het team wordt meteen geholpen, krijgt info over het aanbod mee en typeert het contact, dat in het algemeen Nederlands verloopt, als vriendelijk en betrokken. In het besluit krijgen de mensen in het secretariaat de beoordeling behulpzaam en vriendelijk mee. Het gebouw zelf krijgt over de hele lijn ‘oubollig’ als beoordeling mee. De eerste indruk? “Het is een vrij oud en ouderwets gebouw, waar men blijkbaar al lang niet veel meer aan heeft gedaan. Een vrij kleine inkomhal voor een gebouw waar toch ‘schouwburg’ op staat.” De inkomruimte heet eerder donker te zijn, relatief netjes, vrij onoverzichtelijk, oubollig en uit de tijd. De toiletten krijgen over de hele lijn een gemiddelde score. De foyer valt nog enigszins mee inzake temperatuur, maar is rokerig en niet netjes. "Zoals de rest van het gebouw, is ook de cafetaria redelijk ouderwets. De cafetaria is echter bijna zo ouderwets dat het redelijk charmant wordt, al geeft het ook een beetje een goedkope indruk.” En in het besluit: “Zowat het hele gebouw ademt een wat oubollige en ingeslapen sfeer uit.” (“ )

(62) Erwin Blondeel, Toespraak n.a.v. opening gerenoveerd Vossenhol, 21/03/2004

89


(63)

Memori (onderzoeksgroep van de Katholieke Hogeschool Mechelen) - Eric Goubin (m.m.v. Bruno Koninckx, Michelle Lenaerts, Annick Vanhove), Onthaal in Cultuurcentra (met bijzonder aandacht voor het Cultuurcentrum Tielt), 2003-2004, Checklist p. 1-8

De zomer van 2004 is er een om te onthouden als het over artistieke beleving gaat. In de Tuin De Brabandere introduceert Luk Lambrecht twee verwante kunstenaars uit Vlaanderen, met name Gert Robijns en Gert Verhoeven, en breekt daarmee met de traditie van de confrontatie van binnen- en buitenlandse artiesten. BBGG verloopt echter in een dermate negatieve sfeer dat het bestaande comité ontbonden wordt en een nieuw team de tiende editie van Beelden Buiten mag voorbereiden. De Lakenmarkt en de ruimte tussen bibliotheek en stadhuis worden ingepalmd door het dynamisch en vernieuwend project dat is voortgevloeid uit het beleids­ plan van de cubeco. Het eigenzinnige initiatief dat de aardappel centraal in de belangstelling plaatst, zet aan tot nadenken over actuele ideeënkunst, maar blijft opvallend verstoken van enige lokale overstijgende mediabelangstelling. In augustus ziet gewezen CCG-voorzitter Paul Bekaert met het literaire project Tuin voor Taal, ook al in de Tuin De Brabandere een nieuwe droom verwezenlijkt. Stilaan komt het jubileumjaar in zicht. In 2005 bestaat het Cultureel Centrum Gildhof een kwarteeuw en dat geldt eveneens voor de Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid en voor de Jeugdboekenweek.

2005 Het Actieplan Gildhof is aan zijn volgende fase toe. Het stadsbestuur beslist om de gevel te restaureren, werkzaamheden die wegens een dispuut rond de aanpak van de wapenschilden even vertraging dreigen op te lopen. Binnenin wacht het balkon een verdiende opnetting: de zetelbekleding wordt hersteld of vernieuwd en de ruimte wordt van een nieuwe tapijtlaag voorzien. Op het programma staan voorts de vervanging van de theatervloer, de aankoop van een nieuwe balletvloer en de herinrichting van het onthaal. Wat de personeelsploeg betreft, krijgen twee tijdelijke gesco’s vaste grond onder de voeten: een van hen wordt statutair benoemd en de ander ziet een tijdelijk contract vervangen door een contract voor onbepaalde tijd. De ploeg wordt uitge­ breid met een derde technicus, eveneens met een contract voor onbepaalde tijd.

90

En dan duikt plots een studie van Karei Den Dooven op, medewerker bij Monumentenzorg Brugge. Daarin wordt het Gildhof heel grondig onder de loep genomen en als historisch gebouw geprezen. Dit lijkt de aanzet tot een dossier voor klassering en daar zou Miek Goossens, adjunct van de directeur en algemeen coördinator van Monumenten en Landschappen West-Vlaanderen, niet rouwig om zijn. Toen de werkgroep die zich bezighoudt met de toekomst van het Gildhof, zich luidop afvroeg wat er mogelijk was met de huidige infrastructuur, kwam Miek Goossens voor een plaatsbezoek naar Tielt. Zij bleek sterk gecharmeerd


door het gebouw en gaf Karei Den Dooven blijkbaar een studieopdracht. Het stadsbestuur blijkt oren te hebben naar de resultaten daarvan.

Het zou erop neerkomen dat het CCG volledig gerestaureerd wordt in zijn oude gedaante, met binnenin voldoende mogelijkheden voor moderne theaterfuncties. Dat zou leiden tot een vrij uniek concept: een hedendaags cultuurcentrum binnen de muren van een beschermd historisch gebouw. In het Gildhof is men alvast bereid tot de nodige creativiteit om, zoals het eerder ook met de schouwburgen van Brugge en Sint-Niklaas gebeurde, de restauratieperiode extra muros te over­ bruggen. Met de Europahal, Malpertuis en meer bruikbare locaties voorhanden, is dat beslist een haalbare kaart. Maar eerst gaan we vieren: 25 jaar Cultuurcentrum Gildhof en 100 jaar Gildhof. Het is feest, en voor het eerst een feest zonder bittere kantjes. Het heeft een kwarteeuw overtuigingskracht gekost maar cultuur in het algemeen en het Cultuurcentrum Gildhof in het bijzonder hebben in Tielt een belangrijk doel bereikt: iedereen vindt ze nu verantwoord en gerechtvaardigd.

91


5. Volwassenheid b. Zij blikken terug

Erik Demoen Directeur CC Gildhof

In 1990 maakte Erik Demoen zijn opwachting. De nieuwe cultuuranimator, later directeur, krijgt meteen met twee ernstige problemen af te rekenen. Het stadsbe­ stuur heeft net 20 gesco’s ontslagen zodat in het Gildhof de ploeg van 13 tot 10 herleid wordt. Anderzijds moet hij na het hoofdstuk Annemie Lobbestael de con­ tinuïteit in het huis terugbrengen.

“Wat het personeel betreft, zitten we in de lift. Toen ik hier startte, was André Wittevrongel de enige vastbenoemde. Nu zijn er dat al vijf en binnenkort komt daar een zesde bij. De cultuurbeleidscoördinator heeft een portie werk van de staf overgenomen en daarmee ook een aantal activiteiten van de Cultuurraad. ” “Wat de opvolging van Annemie Lobbestael betreft, mogen we stellen dat de scheve situatie vrij vlug rechtgezet werd. We hebben de programmering zien groeien, samen met het budget maar je moet er uiteindelijk nog het publiek voor vinden. In 2001 kwamen we even in de problemen maar een bijsturing van het spanningsveld en van het aanbod zorgde vlug voor beterschap. In 2004 boekten we 8.000 euro meer ontvangsten dan voorzien in de begroting. ”

92

“Je moet met zoveel factoren rekening houden. De kosten van de producties swingen de pan uit, de vedetten worden duurder en romen nog een groot deel van de eventuele winst af. Weet je dat we in de jaren '90 voor Slagerij van Kampen 1.000 euro betaalden en we hadden 400 man in de zaal. We boekten 2.000 euro winst die we als compensatie achter de hand konden houden voor een mogelijke tegenvaller tijdens het werkjaar. ” “Nu vragen dergelijke artiesten een veelvoud en bovendien 80 procent van de mogelijke winst. Hetzelfde zagen we gebeuren met Kommil Foo. Die vroegen op hun eerste tournee 750 euro. Op vandaag is de uitkoopsom 5.000 euro en hun shows zijn voor het Gildhof technisch niet meer haalbaar. Ons hele budget is van 50.000 euro gegroeid naar 186.000 euro, het spanningsveld van 12.500 naar 36.500 euro. Dat is wellicht het plafond. Je kan hoger mikken maar dan loop je het gevaar dat de inkomsten niet meer volgen, zoals in 2001.”


“Je zit zo altijd met een raar gevoel: de programmering kent een indrukwekken­ de boom, een viervoudiging en een diversificatie van het aanbod, en dan zie je plots voor bepaalde activiteiten het publiek afhaken. Kijk, in 1987 stonden er hier 9 eigen producties op het programma en 6 in samenwerking met Malpertuis, vorig jaar 44 eigen en 10 met Malpertuis. ” “En dan haal je Riguelle en het Rubio Kwartet in huis en er komen 80 mensen, voor 01la Vogola 100, voor Els Helewaut 120. Dan ben je toch wel ontgoocheld. Is de doelgroep waarop we mikten dan niet meer geïnteresseerd? En wat stel je dan terzelfder tijd vast? Dat het aantal abonnees van 40 in 1990 oploopt naar een kleine 500 in 2004. Dat zijn nog lang niet de 1.200 van Waregem maar we zijn op de goede weg. En daar gooit professor Colpaert die prachtige cijfers voor Tielt in het Vlaamse culturele landschap tegenaan. Dan moet je toch tevreden zijn. ” “Wat ik belangrijk acht, is dat we de pioniersfunctie die Tielt altijd vervulde, trouw blijven. Wij moeten de creativiteit aan de dag leggen om nieuw en fris talent te lanceren. Ik denk hier bijvoorbeeld aan De Schedelgeboorten en het genre van de stand-up comedy, die we alle kansen gegeven hebben. Met theater zitten we sowieso goed. Het Gildhofen Malpertuis bieden voldoende en aangepaste accom­ modatie voor de nieuwe generatie theatermakers. ” “Maar wij willen geen puur experimenteel kunstencentrum zijn want daarmee ga je de mist in. Blikvangers als het Kleutertheaterfestival en Beelden Buiten moeten wel blijven. De Gentse academiestudenten die hier het videoproject Wallalla op het getouw zetten, zijn groot geworden in de theaterwereld. Het Pakt is op weg naar structurele erkenning en wordt uitgenodigd op buitenlandse festivals." “Ten slotte nog een woordje over de infrastructuur. De Europahal is een knappe realisatie, de deelgemeenten krijgen stap voor stap een degelijk ontmoetingscen­ trum. Blijft het Gildhofals zorgenkind. De oplapbeurt uit het verleden eist zijn tol. Het geld dat men toen niet wilde uitgeven, zal men intussen wel al neergeteld heb­ ben. En de technische eisen van de kunstenaars verminderen er niet op. ” “Stel dat men voor een nieuwe schouwburg opteert, dan nog zou het Gildhof niet kunnen verdwijnen. Een gebouw dat rijp is om te klasseren, kan men niet tegen de vlakte leggen. Wil men het als cultuurcentrum bewaren, dan zal men drastisch moeten ingrijpen, zowel wat atmosfeer als techniek betreft. Kwaliteit brengen in een verouderd gebouw lukt niet. Laat De Vooruit in Gent een voorbeeld zijn van hoe het kan. ” “Technisch moet vooral de te smalle en te ondiepe scène aangepakt worden. Ofwel moet men aankloppen bij de buren om het podium uit te breiden, ofwel moet men het eerste ontwerp van architect Vandewiele toch weer durven bovenhalen. Of er komt nog een andere idee om de hoek kijken: dat van de volledige restaura­ tie van het gebouw in het kader van een klassering. Het zou uniek zijn: een cul-

93


tuurcentrum in een historisch beschermd kader.

Koppel daaraan de mogelijkheden van de nabijgelegen kerk en het klooster van de Minderbroeders, en het begint echt te kriebelen. ” “Cultuur moet altijd voor zijn rechten opkomen ”, besluit Erik Demoen. “Maar ik kom tot de vaststelling dat het besef groeit, dat het respect toeneemt. Het belang van het verenigingsleven wordt naar waarde ingeschat en er komt steeds vlotter geld voor cultuur op tafel. Het schouderklopje dat we kregen bij de viering van 25 jaar Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid was welkom en voor ons bijzonder bete­ kenisvol. ”

Erwin Blondeel Voorzitter Raad van Bestuur CCG

Na twintig jaar zette Paul Bekaert een punt achter zijn taak als voorzitter van de Raad van Bestuur. Hij werd opgevolgd door Erwin Blondeel.

“Als cultuurconsument was ik altijd al een vaste klant in het Gildhof In 1982, ik was toen voorzitter van de Tieltse sp.a, kwam ik ook in contact met het cultuurgebeuren achter de schermen want met Asther Verbeken hadden we de schepen van Cultuur in huis. Samen met Jean Lemey konden we op die manier impulsen geven naar het beleid toe. ” “Op een bepaald ogenblik zette ik een punt achter mijn partijpolitiek engagement. Toen Paul stopte en er uitgekeken werd naar opvolging, werd ik aangesproken door Piet Dejonghe. Hij vond dat ik niet aan de kant mocht blijven toekijken en dat die functie echt iets voor mij was. Ik dacht er lang over na, pleegde overleg met mijn omgeving, nam alle verslagen door van de Raad van Bestuur sedert het ontstaan van het CCG om te zien of ik in zo’n systeem wel zou aarden en zegde uiteindelijk toe. Ik peilde naar reacties op mijn kandidatuur en mijn politiek verleden bleek voor niemand een bezwaar te zijn. Op één onthouding na werd ik unaniem verkozen tot de nieuwe voorzitter. ”

94

“Het is natuurlijk niet niks om een Paul Bekaert met twintig jaar ervaring te vervangen. De materie was helemaal nieuw voor mij maar ik waagde mij toch aan een beleidsnota, waarin ik mij de vraag stelde waar we met dit Gildhof naartoe wilden. In eerste instantie wilde ik er werk van maken om het Cultuurcentrum nog meer bekendheid te geven bij het beleid. Onbekend maakt onbemind, dus moeten we ervoor zorgen dat men het kent. ” “Dat hoeft niet op een rebelse manier te gebeuren. De Raad van Bestuur mag geen oppositiepartij zijn. Wij kunnen wel aan kritische kunstenaars de kans geven om hier hun ding te doen. De communicatie met het stadsbestuur schrikte me niet af, want uit het verleden ken ik alle politici. We zijn nu een paar jaar verder en ik meen te mogen stellen dat de beeldvorming geleidelijk aan verbetert. ”


“ Wat de programmering betreft, wil ik onze voortrekkersrol bestendigd zien. Wie de waarde van het Gildhof afmeet aan de hand van de namen die er komen optreden, heeft het verkeerd voor. De imponerende affiches uit de pioniersfase, dat is verleden tijd. We moeten nieuw talent een kans geven, inspelen op actuele trends en op die manier alle facetten van het aanbod in die zin bijwerken. Te hoog mogen we niet springen want dan dreigt het beruchte spanningsveld. Een grote vedette en 150 man in de zaal, dat kunnen we ons niet permitteren. ” “Ooit kwam men hier in Tielt Peegie opvoeren. Nu heeft Roeselare zelf zijn Spil. En er hebben nog meer cultuurcentra hun deuren geopend. Toch moeten we aan de spits blijven staan. Het doet deugd te zien hoe mensen die in het vernieuwde Vossenhol aan de slag gingen, nu al eens in grote zalen voor het voetlicht treden. Ook de schouwburg houdt voortreffelijk stand. Het stadsbestuur heeft het spanningsveld vergroot en dat geeft ons meer ademruimte. Maar een Boudewijn de Groot moet je hier niet meer vragen. Soms is het noodzakelijk de mensen eens met de cijfers te confron­ teren opdat ze het zouden geloven. Die tijd is voorbij. ”

“Van bij de start van mijn mandaat heb ik ervoor gepleit om iets te doen met het Vossenhol. Het is nu helemaal gerenoveerd en oogt nu weer intiem en gezellig, zoals het Malpertuis van weleer. De Stad is ons daar mooi in gevolgd en de werken werden prima uitgevoerd. En dan is er de commotie rond het Gildhof. Kijk, voor 2010 komt er in Tielt geen nieuwe schouwburg, dus moeten de noodza­ kelijke aanpassingen aan de huidige infrastructuur uitgevoerd worden. Gevel, balkon en onthaal zijn in 2005 aan de orde. ” “Een werkgroep volgt alles op de voet. Soms dreigt dat wel eens tot emotionele discussies te leiden, maar dat trachten we te vermijden. Hier moet grondig en zakelijk nagedacht worden, het gaat over veel centen. Vraag is of men het Gildhof in die zin kan aanpassen, dat het ook in 2010 nog aan de noden van de theaterwereld beantwoordt. Telkens opnieuw duiken nieuwe mogelijkheden op en moeten nieuwe denkpistes bewandeld worden: neem nu de site van het voormalige Sint-Jozefscollege en de gebouwen van de paters Minderbroeders, wat is daar mogelijk? Of wat gebeurt er bij een eventuele klassering van het Gildhof als monument? ” “Het Cultuurcentrum Gildhof doet het goed. Daar mogen we allemaal fier op zijn, de Raad van Bestuur, de Stad en zeker ook het personeel. Hier wordt met een relatief beperkte groep heel wat werk verzet. Mede door de receptieve functie, ingevuld door het drukke verenigingsleven, lopen de bezoekerscijfers hoog op en dat levert Tielt een schitterende plaats op in het Vlaamse cultuurlandschap. ”


Frederik Van Laere Cultuurfunctionaris CC Gildhof

Na vier jaar actief te zijn geweest als wetenschappelijk medewerker aan het PMMK in Oostende en één jaar als diensthoofd aan het Museum van Deinze en de Leiestreek, kwam Frederik Van Laere in Tielt terecht. Als stafmedewerker kreeg hij film en vorming onder zijn hoede alsook de verantwoordelijkheid over de Europahal. Voorts verleent hij zijn diensten aan de deelraad Vorming van de Stedelijke Raad voor Cultuurbeleid, waar de Grote Leerweek tot een succesvol geheel werd uitge­ bouwd. Waar het initiatief nationaal verdwijnt, gaat Tielt door en laat zijn vereni­ gingen op een uitstekende manier echt samenwerken.

“Als je over vorming spreekt, weet je dat er in Tielt vanuit de scholen en de academies al een imposant aanbod is”, geeft Frederik Van Laere toe. “Toch zijn we erin geslaagd een programma op te stellen dat een pak mensen interesseert. Ik denk hier bijvoorbeeld aan persoonlijkheidscursussen rond meditatie, assertiviteit en onthaasten. Daar is blijkbaar nood aan want we moeten zelfs werken met wachtlijsten. ” “Wat dans betreft, wagen we ons meer op het exotische pad. Voor WestAfrikaanse dans met live percussie melden zich 40 tot 50 cursisten. We zouden graag de reeks omtrent flamenco hernemen en we zijn zelfs in onderhandeling voor sessies buik­ dansen. Ook massage is een voltreffer. Daar zie je dan hoe mensen die individu­ eel inschrijven en een beetje schuchter aan de reeks beginnen, elkaar na enkele weken echt gevonden hebben en een hechte vriendengroep vormen. ” “Toen ik hier aankwam, draaide de film al op volle toeren maar de opkomst is intussen opvallend gegroeid. We trachten zo kort mogelijk op de bal te spelen maar dat is niet simpel. Toppers blijven vaak lang in het commerciële filmcircuit en dan komt het erop aan een van de weinige kopies zo snel mogelijk in handen te krijgen. Blijkbaar is ons publiek tevreden. Dat merken we aan de reacties. Vaste bezoekers komen steeds vaker met voorstellen aanzetten en scholen vragen een extra voorstelling voor hun leerlingen aan. ” “OfTielt rijp is voor een bioscoop, zou ik niet zomaar durven stellen. Wij bieden 20 tot 24 films per jaar aan. Het is een uitstekende formule en de kwaliteit is verzekerd. In een bioscoop moet je dagelijks een prent kunnen tonen. Dat is voor het Gildhof niet haalbaar en voor een bioscoop lijkt me de opkomst niet voldoen­ de om te overleven. Bovendien beginnen de grote complexen zoals Kinepolis de


markt van de betere film in te schatten en daarvoor ruimte te voorzien in hun aan­ bod. ”

Claudine Van Tieghem Cultuurfunctionaris CC Gildhof

Toen Claudine Van Tieghem het PMS Waregem ruilde voor het CC Gildhof, wist ze eigenlijk niet welke taak haar precies wachtte. Later zou ze de kans krijgen naar Waregem terug te keren maar ze deed het niet. De bonte afwisseling van de job, de zelfstandigheid waarmee ze kon werken, het artistieke wereldje dat haar beviel en waardoor ze in heel Vlaanderen kwam, redenen genoeg om in het Gildhof actief te blijven.

"De Jeugdboekenweek leerde ik kennen onder de hoede van Arseen Verbeke. Op de affiche stonden vooral lezingen, voordrachtwedstrijden en een optreden met kinderen. Kort daarop werd Leen Samyn voorzitster van de werkgroep. Het initiatief kreeg nieuwe impulsen, ging ruimer dan die ene week en verhuisde voor de meeste activiteiten naar de bibliotheek. ” "De schoolprogrammering onderging in het voorbije decennium ook flink wat wijzigingen, alleen al wat het aantal voorstellingen betreft. Zo zijn we bijvoorbeeld in tien jaar tijd geëvolueerd van een twintigtal naar een dertigtal voorstellingen per seizoen voor het basisonderwijs. Je moet het binnenshuis nog kunnen bolwerken. Ik denk dat we op dat vlak en met het intus­ sen eveneens verdubbelde budget zowat aan onze limiet zitten. ” “Er moet dikwijls 'blind' worden geboekt, doordat de producties bij de verkoop ervan nog gerealiseerd moeten worden. Dan is het nuttig dat men zich kan beroepen op de opgedane ervaring. Na een aantal jaren kennen we het werk van de meeste gezelschappen, regisseurs en acteurs en dat speelt mee om te beslissen o f we een productie al dan niet nemen. Dat sluit echter niet uit dat we toch nog voor verrassingen kunnen staan en de productie niet aan de verwachtingen voldoet. ” “Een mens moet al eens risico's durven nemen. Over het algemeen is het publiek tevreden en bij familievoorstellingen is de appreciatie echt hoog. Ook na schoolvoorstellingen noteren we weinig negatieve reacties. Die stukken worden trouwens vanuit een andere invalshoek gekozen. Een leerkracht zal het appreciëren als een stuk beantwoordt aan de educatieve verwachtingen die hij zich gesteld heeft, ik bekijk eerder het artistiek product als dusdanig. ” “Eén keer liep het echt mis. Ik had me in de commissie Jeugd van het toenmalige Fevecc laten influisteren dat Revolverhelden van Stella Den Haag een prima stuk moest zijn voor leerlingen van het derde en vierde leerjaar. Toen bleek dat er in de voorstelling nogal wat insinuaties gemaakt werden en dat Sinterklaas en Jezus op flessen getrokken werden. Naar verluidt raakten sommige leerkrachten danig

97


gechoqueerd. Toen een weekblad uitpakte met de titel “Seks op het podium kan niet”, was de rel compleet.” “Ik was net gestart toen men mij ook vroeg om het Kleutertheaterfestival voor te bereiden. Ik durfde als beginneling nauwelijks neen te zeggen. Ik begon rond te kijken, trok voor een paar dagen naar Nederland en kreeg uiteindelijk toch een valabel programma voor mekaar. Memorabel was een voorstelling en een expositie in het toen leegstaande oude gebouw van het OCMW. Het was bitter koud maar het stuk viel mee. ” “Natuurlijk probeer je zoveel mogelijk te prospecteren maar je kan nooit alles gezien hebben. Bovendien pakken we in Tielt graag met premières uit. Het festi­ val staat in de professionele wereld hoog aangeschreven en dat je er iets nieuws kan zien, is voor velen een reden om naar het Gildhofte komen. Ik vind dat je al eens moet durven experimenteren bij zo ’n gelegenheid. Denk maar aan de videoprojecten, eerst Wallalla en later met Het Pakt. Een topper aanhalen is echt moei­ lijk, we hebben hier al zoveel moois gezien. ” “Ten slotte hebben we nog het familietheater. Het begon allemaal met 5 x vieren, vijf voorstellingen op zaterdagnamiddag. Er werden zelfs bussen ingeschakeld op twee trajecten om kinderen naar het Gildhof te brengen. Toen we het gevoel kregen te fungeren als kinderopvang, hebben we het initiatief als dusdanig afgebouwd en zijn we met de familievoorstellingen naar de zondag verhuisd. Daarmee bereikten we echt ons doel: ouders en kinderen samen naar de schouw­ burg brengen. De helft van het publiek bestaat nu uit volwassenen.”

Geert Guillemijn Technicus en conciërge

“Ik werkte al elfjaar bij de groendienst, toen ik hier arriveerde”, vertelt Geert Guillemijn. “Eind 1979 moest ik in het Gildhof al eens de zolders komen kuisen, we moesten daarbij een stofmasker dragen. Algauw leerde ik André Wittevrongel kennen want in mijn vrije tijd stak ik graag een handje toe als er operette of toneel was. Op de duur zat ik hier meermaals per week en ook in het weekeinde als er optredens waren. Toen werd ik voor de keuze gesteld: de groendienst of het Gildhof. Ik twnjfelde niet lang. ”

98

“In het begin was dat hier het schoon leven maar dat zou snel veranderen. En samen met de drukte op de kalender wijzigde ook de techniek. Waar we ons eerst nog konden verhelpen met enkele primitieve apparaatjes, deed stilaan de compu­ ter zijn intrede. Er zat niets anders op dan bijscholingscursussen te volgen. Van het rustige leventje van vroeger spreken we niet meer, nu kloppen we enkel nog overuren.” “Kijk, we hadden hier de voorstellingen van het Tielts Volkstoneel en toen kwam Walter Baele eraan. Het Operettepodium speelde zijn première en toen moest alles


weg want de maandagmorgen was er om 9 uur al een schoolvoorstelling. Zo gaat dat hier het hele seizoen door. Maar ik zie er niet tegenop. Toen André Wittevrongel in 2000 het Gildhof verliet, gaf hij mij de raad: pak dat mee als je de kans hebt! André was in alles wat hier gebeurde als een echte vader voor mij en ik volgde zijn raad. ” “De overgang viel wel zwaar. Plots stond ik er alleen voor. Ik werd conciërge zonder het eigenlijk te zijn. Ik was hier als eerste om de deuren te openen en als laatste om ze te sluiten. Nooit was ik te laat en nooit heb ik iemand opgesloten. Toen men een examen uitschreef, mocht ik niet deelnemen omdat ik het vereiste diploma niet had. Maar er kwamen geen geschikte kandidaten, tot tweemaal toe. Dan paste men de voorwaarden aan, ik meldde mij present en slaagde. ” “Weer wachtte een moeilijk jaar. Vroeger sloot ik de deur en was ik naar huis. Nu kwamen Dorine en ik hier wonen. Misschien wilde ik het te goed doen. Op de duur was ik 24 uur op 24 bezig met mijn werk. Ze kwamen bellen voor alle mogelijke banaliteiten en ik sprong maar. Uiteindelijk heb ik ermee gekapt slaaf te te zijn van iedereen en niet altijd ja te zeggen. Nu loopt het perfect voor iedereen. We zitten hier goed, we hebben zelfs ons huis verkocht. En onze zoon Glenn begint ook al de knepen van de techniek te kennen. ” “Lawaai in huis? Daar hebben we weinig last van. De Hostezaal ligt net boven de living en de slaapkamer, dus horen we het wel als er daar iets te doen is, maar we zijn dat al gewoon. En voorts wat gestommel op de trappen als er een activiteit afgelopen is. Problemen geeft dat niet, we gaan toch nooit vroeg slapen. ” “De samenwerking met de ploeg van het Gildhof is prima. Natuurlijk valt er wel eens een woord, te wijten aan de spanning voor een productie o f zo. En intussen ben ik eigenlijk een beetje de kopie van André geworden. Het verschil met Wouter Verstaen en Brecht Vereecke is weer twintig jaar. Dezelfde toestanden komen er weer aan. Van hiërarchie spreken we niet, wel van verdeling van verantwoorde­ lijkheden en dat lukt best. ”

Leen Samyn Voorzitster werkgroep Jeugdboekenweek

“Al van bij de start was ik betrokken bij de Jeugdboekenweek”, poneert Leen Samyn. “De Normaalschool was al langer met kinder- en kleuterliteratuur bezig, zowel werk van bij ons als uit de Angelsaksische wereld. Denk maar aan Helen Oxenbury, die op vandaag nog altijd niet als gedateerd overkomt. Arseen Verbeke had daar oog voor en vroeg of we dat gegeven niet op een of andere manier in de Jeugdboekenweek konden inpassen.” “We maakten er een pedagogische studiedag van, zeg maar een reeks lezingen

99


met ondermeer grote namen als Eric Hulsens en Daniel Billiet. Er was interesse uit eigen provincie maar ook uit Ronse en Gent. Later h\>amen auteurs meer specifiek over hun boeken vertellen en zagen we tevens de performance in het programma opduiken, alsook aanzetten tot werken met boeken en thema ’s. Wat we voorts nog kunnen vaststellen is een verenging louter naar leerkrachten en studenten van de kleuternormaalschool. ” “Toen de inspectie zich mee voor het project engageerde, groeide de belangstelling nog meer. Toen we Willem Wilmink naar Tielt haalden was de Gildhofzaal gewoon te klein. We moesten de regio’s indelen en met een beurtrol werken. Die massale belangstelling daalde enigszins op het ogenblik dat er op vrije basis moest ingeschreven worden en de woensdagnamiddag mee ingepalmd werd. Na 2000 raakte het hele project in een dipje maar in 2005 nam men onder impuls van Sabine Vanderbeken met succes de draad weer op. ” "Door een opdracht voor de VRT was ik even wat minder actief in de werkgroep, behalve voor de Normaalschooldag. In 1995 keek men uit naar opvolging van Arseen Verbeke en op vraag van Philippe De Gryse en Katrien Parent nam ik de rol over. Het was allemaal samen toch niet zoveel werk, zei men. Sedert de editie 1996 heb ik dus de leiding over de Jeugdboekenweek.” "Ik mag stellen dat ik enkele nieuwe klemtonen heb gelegd. Zo wilde ik af van de overrompelende openings- en sluitingsfeesten. Het was mooi gestart maar nu leek het wel opbod geworden. In 1997 haalden we er Els De Pauw en leerlingen van de Academie bij om met een spektakel voor de dag te komen, niet meer door iedereen maar voor iedereen. ” "Een tweede verschuiving was dat we ons strikter aan het thema gingen houden. We diepten de mogelijkheden uit, keken welke boeken we bijeen konden sprokkelen en hoe daarmee kon gewerkt worden. We Hukten er ook enkele activiteiten aan, die steeds met boeken verbonden bleven. Ook non-fictie behoorde tot de mogelijkheden, zoals in 2005 met het thema Wetenschappen. ” “Nieuw is sedert een paar jaren ook het lees- en schrijfproject. Auteurs voor de klas, dat groeide ons boven het hoofd en de scholen konden dat initiatief overnemen. Dat was eveneens het geval met andere projecten, zoals de poëzieles­ senreeks. In feite hadden we op die manier ons doe! bereikt. Wij schakelden intus­ sen over op de samenwerking met één bekende figuur, met wie de leerlingen kon­ den communiceren. Dat waren eerder al Jacqueline Goossens en Katrien Beeckman, in 2005 is dat weerman Frank Deboosere. ”

100

"En dan is er natuurlijk nog de locatie. Op vraag van Arseen Verbeke verleende Wim Vanseveren de Jeugdboekenweek onderdak in het Gildhof. De Openbare Bibliotheek had op dat ogenblik niet de faciliteiten voor een dergelijke organisa­ tie. Tielt was weer eens uniek in zijn soort: er waren al nauwelijks steden met een Jeugdboekenweek in Vlaanderen en al helemaal geen waar het project niet in een bibliotheek maar in een cultuurcentrum situeerde. ” "Het tweede jaar sprong de Bibliotheek bij. Er werd een tentoonstelling opgezet


met boeken rond een bepaald onderwerp, begeleid door studenten uit de Normaalschool. En zo ging het door, tot de gevolgen zich in de bib almaar meer lieten voelen. Men kon zolang al die boeken niet missen. In 2000 opende de nieuwe bibliotheek haar deuren. Nu was de ruimte er wel voor activiteiten en tentoonstellingen dus werd maar vlug de overstap gemaakt. ” “Toch hebben we de bruggen met het Gildhof niet opgeblazen. De voordracht­ wedstrijd blijft in het Vossenhol, theatervoorstellingen blijven in de schouwburg­ zaal en de brochure omtrent het lees- en schrijfproject wordt in het Gildhof opge­ steld. Nee, die combinatie van Bibliotheek en Cultuurcentrum willen we zo hou­ den, ze maakt trouwens mee de sterkte uit van de Jeugdboekenweek. ”

Vaste gebruikers 1. Koninklijke Stadsharmonie De Goede Vrienden

“Misschien hebben we ooit een vergissing begaan ”, lacht voorzitter Jozef Tack. “Toen de Stad het Gildhof kocht, hadden we in de akte moeten laten opnemen dat de harmonie De Goede Vrienden voorgoed kosteloos gebruik mocht maken van het repetitielokaal. We deden dat niet en kregen met de toepassing van het Cultuurpact het deksel op de neus. ” “Wij repeteren altijd in de Lietaertzaal. In een kleine ruimte ernaast hadden we onze eigen bar. Dat bracht wat geld in het laatje en het bevorderde de samenho­ righeid. Wat verderop huisde Zanglust en genoot dezelfde voordelen. Sedert het pact moeten we betalen voor onze zaal, hebben we onze bar moeten opgeven, en dienen we na elke activiteit het lokaal op te ruimen want het moet ter beschikking staan voor andere initiatieven in dezelfde ruimte. ” “Maar we hebben het altijd goed gehad in het Gildhof. Met de voorzitters zaten De Goede Vrienden altijd dicht bij de bron. Jozef Mathys als conciërge was als een engelbewaarder voor onze vereniging. En die blijft steeds open staan voor iedereen. Neutraliteit, dat is en blijft voor mij prioritair. Wanneer ik de fakkel doorgeef, zal ik erop toezien dat die eigenschap gewaarborgd blijft. Met onze titel van stadsharmonie schatten we ons niet hoger in dan een ander, maar willen we gewoon een korps zijn voor de hele stad. ”


2. Tielts Operettepodium

“Vijftien jaar ben ik bij TOP bezig. De overgang van het Feestpaleis naar het Gildhof maakte ik dus niet mee”, weet secretaris Luc Vervelghe. ‘‘Ondanks alles, mogen we toch tevreden zijn. Ja, de onvolkomenheden zijn gekend: de aflopende scène, de weinig praktische inspeelruimte, het balkon dat dringend aan renovatie toe is, de toegankelijkheid van de te kleine orkestbak. Maar we hebben goede vooruitzichten als we de begroting van de Stad mogen geloven. ” ‘‘Mijn tevredenheid zit niet enkel in de verwachtingen, maar ook in de ervaringen met het Cultureel Centrum. Het vriendelijke personeel in het onthaal doet zelfs inspanningen om kaarten te verkopen en vergeten we eens een lokaal te boeken voor een repetitie, dan zoeken zij meteen naar een oplossing. Die menselijke contacten in het Gildhof zou ik toch wel als een uitzonderlijk gege­ ven willen aanhalen. ” ‘‘Wij repeteren in een eigen lokaal. Na De Wildeman was dat De Kiste, De Relais, de Loskaai en momenteel Sint-Lucas. Anderhalve maand voor de voorstelling komen we naar de Hostezaal en de laatste weken gebeurt alles op de schouwburgscène zelf. Even leek het erop dat we naar de Europahal zouden moeten uitwijken, maar gelukkig was de renovatie van de zaal net op tijd rond. Een grotere zaal blijft een droom. Dan zouden we in drie of vier keer zoveel volk bereiken als nu in vijf keer en daarmee kunnen we een pak geld besparen. Maar geef toe, de zaal zoals ze nu is, lijkt me toch wel de gezelligste van allemaal. Waar vind je zo’n ambiance? ”

3. Tielts Volkstoneel

Het TVT stak van wal met Roland Berteloot en Johan Lambrecht aan het roer. Van meetaf aan werkte het toneelgezelschap in het Gildhof, zowel wat de voorbereiding als wat de uitvoering van de stukken betreft. Na enkele jaren werd uitgekeken naar opvolging en medestichter-regisseur Rik Schrauwen ging aankloppen bij Ronny Claus, die van toen af als secretaris-penningmeester fungeerde. ‘‘Het was een zegen over de hele accommodatie te kunnen beschikken. In de ateliers vonden onze decorbouwers werk- en opslagruimte. In het Vossenhol en andere lokalen konden we altijd repeteren en voor de uiteindelijke realisatie


hadden we een schitterende zaal. Alleen is het hier in de loop der jaren verschrik­ kelijk druk geworden waardoor het bijna onbegonnen werk is om de week voor de première voluit de schouwburg te kunnen bespelen. ” “Dan ben ik een beetje jaloers op gezelschappen uit Pittem en Aarsele die één of twee maanden in een decor kunnen repeteren. Wij moeten opbouwen voor de generale, afbreken om plaats te ruimen voor een andere podiumactiviteit, weer opbouwen voor de première en in het slechtste geval meteen weer afbreken voor een optreden of een concert. Mochten we eens een week alles kunnen laten staan, dan zou onze decorploeg een gat in de lucht springen.” “We hebben altijd een uitmuntende samenwerking gekend met het CC Gildhof. Onze bezoekers kunnen hier voor het reserveren en afhalen van kaarten terecht. Toen we ons voor de revue engageerden, ging die coöperatie nog verder. Carine Herman nam toen de communicatie met de cast voor haar rekening en ook alle administratie en drukwerk werden door het Gildhof verzorgd. ” “Als vaste gebruikers genoten we geen speciale faciliteiten en betaalden fraai onze rekeningen. Ook hier leveren we serieus in als je dat met andere toneelverenigingen vergelijkt, die bijvoorbeeld de drank in eigen beheer hebben. Maar dat zijn nu eenmaal de consequenties van in een cultureel centrum te spelen. Wij moeten alles puren uit sponsoring en ticketverkoop. Als volks toneel willen we zo weinig mogelijk aan de toegangsprijzen sleutelen. En we overleven nog altijd!" “Memorabele momenten? We hadden enorm veel plezier met André en MarieJeanne, toen zij hier het Gildhof open hielden. Ik herinner me nog hoe we na een voorstelling eens om 5 uur ’s morgens de foyer hebben helpen kuisen. Of de decorperikelen bij Jeroom en Benzamien, toen we als klein amateurgezelschap toch met een draaiend podium uitpakten. Op de generale bleek het ding nog niet te functioneren tot verbijstering van regisseur Mommerency. Zelfs op de première was het decor nog niet af en was mankracht van doen om een deel van de zijwanden recht te houden. Ook dat was weer zo’n voorbeeld van tijdnood.”

103


6. Ten slotte

Ik zou willen eindigen met een woord van dank aan iedereen die deze publicatie mogelijk heeft gemaakt. Dank aan het Cultuurcentrum Gildhof in het algemeen en de Raad van Bestuur in het bijzonder voor het ter beschikking stellen van de verslagen, beleidsnotaâ&#x20AC;&#x2122;s, jaarverslagen en andere interessante documenten. Met dezelfde gastvrijheid legde de heemkundige kring De Roede van Tielt archiefstukken ter inzage en bood de Openbare Bibliotheek de archieven van De Zondag, De Weekbode en De Gazette van Tielt ter studie aan. Ook individuelen droegen hun steentje bij met stukken uit hun persoonlijke documentatie: Paul Bekaert, Arseen Verbeke en Fons Das. Naast al de geschreven bronnen kwam het levende en levendige woord erbij. Dank aan de toevallig 25 mensen die een deel van hun leven beroepshalve of vrijwillig aan het CC Gildhof en aan de ontwikkeling van de Tieltse cultuur besteed hebben en die mij hun ervaringen vertelden. Sommigen maakten hoogtepunten in de geschiedenis van het Cultuurcentrum mee en maakten van de gelegenheid gebruik om een soort reconstructie te houden van de feiten. Anderen werkten achter de schermen mee aan de ontplooiing van het CCG en zaten klaar met het menselijke verhaal van het Gildhof, het anekdotische, al even onmisbaar in het grote geheel. Ik heb getracht om in de mij toegestane ruimte een combinatie te maken van een zakelijk objectieve kroniek, gebaseerd op feitenmateriaal, en een subjectief menselijke story van een kwarteeuw cultuurleven binnen de muren van het Tieltse Cultuurcentrum. Historici zullen mij misschien tekortkomingen in de pure geschiedschrijving nawijzen, maar een massa gegevens onderdak verschaffen in een kroniek van enkele tientallen bladzijden zonder te vervallen in een onleesbare opsomming van saaie feitjes, laat geen andere mogelijkheid toe dan die van doordachte schifting. De stem van velen die door hun inzet het Gildhof mee groot hebben gemaakt, zorgt hopelijk voor het soelaas van wie qua explicie­ te gegevens op zijn honger zou blijven. En ten slotte nogmaals dank aan de Raad van Bestuur van het CC Gildhof omdat zij mij de opdracht toevertrouwd hebben. Het was een verrijkende verdieping in een onderwerp en een instituut dat me hoegenaamd niet vreemd was maar waarvan het boeiend was om eens de eerste 25 levensjaren te bundelen, feitelijk en verhalend. 104


Uitvaartcentrum

DHONDT & BOCKELANDT B e g ra fe n is s e n - C re m a tie s - F u n é r a r iu m

S t a t i o n s t r a a t 1 0 3 - T ie lt T e l. 0 5 1 4 0 0 2 2 7

- F ax 051 40 56 27

DLE COMPUTERS

V redestraat 20 8700 TIELT Tel. 051 40 61 93 |

K >4RGENTK uw appeltje voor de dorst

A D V E R T E N T IE R U IM T E

TE HUUR

ATeKa bvba

Tanghe Kris 0 5 1 4 0 18 3 8

I e p e r s t r a a t 8 • T ie lt V in k ts tra a t 5 • A a rs e le


bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


r> oelvoj'i

’/i Jiec/te

Iootenhu/L’

'Ratelinq. A traeteA

ram)

ojjTJtrtigf&j

j tfcJwmerijj i.

'htfw ek

A

l 'aeneqnjm ‘oeAooont

A erzeeïe

T B I E I /O

yi* Hv ü r o o iï

/M arkerf*

f

W aeken

'i-lbeiujhruqqe

W a r h r b r iy o tA ,

Abeele Tni/e/rufaiJ'teA

\

j

X

j

hl

y I! lyie-i. ,/*ylBretiq^enhave / \\ /

et?er en

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift

3 6dte jaargangt nr. 3 —jufi A fgiftekantoor 8 / o o T ielt

- september 2005


f7

f f l m

e i b l o e n r

(m

SUPERM ARKT

w

tM

f7

m

ü

Kortrijkstraat 56

...........

8 7 0 0 Tielt Tel. 051 4 0 11 76

Kasteelstraat 149 8700 TIELT Tel. 051 40 18 23 Fax 051 40 51 93 w w w .d e m e ib l o e m .be

CEN TRALE VERW ARMING & SANITAIR

Oude Stationstraat 142 8 7 0 0 Tielt (aan het station) Tel. 051 4 0 64 35

ALGEMENE ELECTRI CI TEI T bvba

D eb u ssch e re E.&L.

D econynck-A m pe bvba ■

Ü

~

B ru g g e s tra a t 4 3 - 8 7 0 0 T IE L T

M azout Toonzaal en magazijn:

Klijtenstraat 27-29 8700 Tielt

Tel. 051 4 0 07 15 F ax 051 4 0 7 3 37 G S M 0 4 7 5 32 77 08 P riv a a t- en in d u s trië le in s ta lla tie s L a a g s p a n n in g s in s ta lla tie s

Voor service en kwaliteit:

G e c e rtific e e rd in s ta lla te u r: d o m o tic a d a ta - en n e tw e rk b e k a b e lin g

T el. 051 40 01 09

STUDIE-ADVIES-UITVOERING

ir.


De RoeĂ´e van Treft Driemaandelijks heemkundig tijdschrift voor de gemeenten van de vroegere roede van Tielt: Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem en Zwevezele 36sle jaargang, nr. 3 - juli - augustus - september 2005 W ettelijk depot - BD 25413


De Roede van Tielt Gesticht op 28 april 1970 Lid van het West-Vlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

erevoorzitter: Paul Vandepitte, voorzitter 1970-2000

Voorzitter en verantwoordelijk uitgever: Michaël DELANGE Veldstraat 96, 8780 Oostrozebeke Tel.: 0474 43 73 01 E-mail : michael. delange @ scarlet .be

Inhoud Koenraad Degroote SOCIALE W ON INGBOUW IN WAKKEN p. 3-39 Frans Vercampt TIELT STADJE KLEIN

p. 40

Adres van de auteur: Koenraad Degroote Markegemstraat 88 8720 Wakken Frans Vercampt Kasteelstraat 186 8700 Tielt

Ondervoorzitter: Luc NEYT Luxemburglaan 21, 8700 Tielt Tel.: 051 40 60 75 E-mail: lneyt@belgacom.net

Secretaris-penningmeester: Philippe DE GRYSE Stoktmolenstraat 32/3, 8700 Tielt Tel. & Fax: 051 40 18 38

Redactieraad: Jaak Billiet, Philippe De Gryse, Michaël Delange, Frans Hollevoet, Thijs Lambrecht

“ De Roede van Tielt” verschijnt viermaal per jaar. De lidmaatschapsbijdrage is € 17,50 voor gewone leden, € 35 of meer voor ereleden, over te schrijven op het bankrekeningnummer 4679350801-88 van De Roede van Tielt, Stoktmolen­ straat 32/3, 8700 Tielt. Er worden geen losse nummers verkocht.

Bibliotheek & fototheek:

Bijdragen worden aan de redactiesecretaris bezorgd. Elke auteur heeft recht op tien exemplaren van het tijdschrift met zijn bijdrage.

Beernegem straat S, 8700 Tielt open elke zaterdag, lOuOO - llu 3 0 of na afspraak

Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in “ De Roede van Tielt” mogen slechts overgenomen worden na de uitdrukkelijke toestemming van de redactie.

Hazelaarkouter 60, 8700 Tielt, na afspraak.

Cartotheek: Kaft: detail van de kaart “District van Thielt (WestVlaanderen). Bevat 1 stad, 17 gemeenten en 63.986 zielen” (ca. 1825) (verz. Paul Vandepitte)


Koenraad Degroote

SOCIALE WONINGBOUW IN WAKKEN Het sociale huisvestingsbeleid - hoofdzakelijk een aangelegenheid van de 20ste eeuw - is een uitvloeisel van 19de eeuwse toestanden. In die periode waren de leefomstandigheden van onze voorouders op vele plaatsen en in vele opzichten soms erbarmelijk te noemen. Ter ver­ betering van soms schrijnende situaties werden rond de eeuwwisseling een aantal initiatieven genomen. Eén ervan was het uitvaardigen van een aantal wetten met het oog op het verbeteren van de arbeidsom­ standigheden (Wet vrouwen- en kinderarbeid, 1889 - Arbeidsovereen­ komstenwet 1900 - Afschaffing werkboekje, 1883 - Wet op de zondags­ rust 1905 e.d). Daarnaast streefde men er ook naar het welzijn in het algemeen te bevorderen door een verbetering van leefomstandigheden. Aldus kwamen er maatregelen op het gebied van de volksgezondheidOpenbare onderstand en volkshuisvesting. (Wet betreffende arbeiders­ woningen en instelling van beschermcomité's, 9/8/1889). Er moest immers iets gedaan worden aan het groot aantal krotwoningen in ons land en de veelal ongezonde woonomstandigheden. Vanaf 1919 werd hiertoe de NMH (Nationale Maatschappij voor Huisvesting) opgericht en ontstonden er heel wat locale bouwmaatschappijen. Kwam daarbij dat er na WO I ook aan wederopbouw gedacht diende te worden. Zoals in vele andere gemeenten bestonden ook in Wakken probleem­ situaties aangaande huisvesting. In het Gemeentearchief vinden we enkele documenten terug die deze toestand illustreren. Aldus laat de arrondissementscommissaris op 6/3/1895 weten dat heel wat huizen in Wakken te wensen laten op het gebied van de openbare gezondheid (nl. die van Louis Devolder in de Marckeghemstraat, Baeckelandt in de Barbierstraat en den disch op het armplein). Een brief vanwege de provinciale gezondheidscommissie (16/5/1895) liegt er niet om en beschrijft de toestand van heel wat huizen:

“Sommige huizen hebben slechts een hoogte van 1,90 meter; slaapkamers zijn amper 6 m2 - de huizen liggen niet in dallen; vlak voor die huizen ligt een gemene vuilhoop - vochtige muren - zeer kleine slaapkamers 3


waar men konijnen kweekt, aalputten die niet sluiten, die invallen en een slechte geur verspreiden. ” Komt daarbij dat heel wat grote gezinnen op kleinere oppervlakten leefden. De eerste sporen van wat men de latere sociale woningbouw zou noe­ men, vond men eerder in particulier initiatief. Een aantal belangrijke werkgevers zorgden ervoor dat in de omgeving van hun fabriek een aan­ tal werkmanswoningen gebouwd werden. Aldus citeren we de woningen in de Nieuwstraat dicht bij de fabriek van Jules Deven (latere fabriek Derveaux). Eveneens woningen in de Oostdreef (fabriek Devolder), in de Kapellestraat (Deconinck) en de Markegemstraat (Vanhaesebrouck). Ook diverse andere notabelen bouwden een aantal woningen met het oog op de verhuring aan arbeidersgezinnen. Troost in nood

De eerste besprekingen met het oog op de oprichting van een plaatselijke bouwmaatschappij begonnen in 1925. Initiatiefnemers waren dokter Oscar Vandeputte en burgemeester G. Kervyn de Lettenhove (baron). De naam van de op te richten maatschappij zou "Troost in Nood" worden. De plaatselijke dorpspolitiek die op gebied van innerlijke twisten toen zeker haar hoogtepunt kende, zou echter voor vertraging zorgen. Immers met de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 moest de partij van burgemeester Kervyn de Lettenhove het onderspit delven tegen de ploeg van brouwer Firmin Roelandts en nijveraar Sylvain Derveaux die respectievelijk burgemeester en schepen werden. De vraag van de stichters van Troost in Nood om de Gemeente noodzake­ lijkerwijze te doen participeren werd dan ook niet zomaar ingewilligd. Er is hieromtrent in het gemeentelijk archief heel wat briefwisseling terug te vinden. Talrijk zijn de tussenkomsten gedaan ten gunste van de oprichting van de maatschappij door zowel het Beschermingscomiteit der werkmanswoningen te Tielt, de Provincie en de Nationale Maatschappij der goedkope woningen. Deze laatste schreef op 14/1/1928: “60 gezinnen wachten met ongeduld om één van de door de maatschappij Troost in Nood op te bouwen huizen te kunnen kopen of huren. Deze laatste kan de handen aan het werk niet slaan, zolang zij niet definitief is gesticht. ” In een brief van 26/3/1928 kondigt men aan dat mijnheer Hommez, onderbestuurder van de Nationale Maatschappij, naar Wakken zal 4


komen met het oog op een stichtingsvergadering. Men diende te ver­ wittigen: dr. O Vandeputte, Emiel Verbrugge zijnde de voorzitter van de plaatselijke Bond der Kroostrijke Gezinnen, alsook baron Kervyn. Op 27/8/1928 laat de Nationale Maatschappij weten: “dat de onderhan-

delingen met het oog op het oprichten van Troost in Nood nu reeds bezig zijn sedert 1925 en er vanwege de Nationale Maatschappij reeds een bedrag van 250.000 Fr weerhonden was en dat plaatselijke onenigheden (politiek) de oorzaak waren dat de maatschappij nog niet gesticht was.” Blijkbaar moet die 250.000 Fr in de oren geklonken hebben want eindelijk werd in de Gemeenteraad van 14/11/1928 beslist in te schrijven op 21 aandelen van 500 Frank. Burgemeester Roelandts werd aangewezen om de Gemeente te vertegenwoordigen bij het verlijden der akte. Deze werd verleden voor notaris Maurice Van Severen te Wakken op 14 Mei 1929 om 17 uur. Troost in Nood had de vorm aangenomen van een coöperatieve vennootschap. Na de stichtingsperikelen liep ook de vraag tot aankoop van grond niet van een leien dakje. Troost in Nood had een aanvraag gericht aan de plaatselijke C.O.O. (Commissie Openbare Onderstand) om grond te kopen. Dit met het oog op het bouwen van werkmanswoningen. De C.O.O. weigerde omdat zij de pachters zouden moeten opzeggen en wees erop dat sommige bestuurders van Troost in Nood, in casu baron Kervyn, veel meer bouwgrond vrij liggen hebben. Op 8/10/1929 deelde gouverneur Janssens de Bisthoven het standpunt van de Provincie mee: “het bestrijden van de woningnood maakt voor de C.O .O .'s een verplichting uit”. Niettemin besliste de C.O.O. niet te verkopen met als motivatie het feit dat zij weinig bouwgrond heeft en dat de voorzitter van de aanvragende commissie 2500 meter lopende grond heeft dicht bij den bouwtroep. De eerste woningen (9) werden gebouwd aan de Walstraat (1931) en 6 volgende aan de Hekkenstraat. De grond werd aangekocht jegens de heer en mevrouw Leopold Carton-Claerhout. Notaris Devisscher (Dentergem) werd aangesteld door het bestuur van de bouwmaatschappij. Ook dit had een politieke achtergrond. Immers notaris Van Severen (Wakken) behoorde tot de aanhangers van burge­ meester Roelandts... 5


Ed Verhaege uit Markegem was de aannemer. Deze woningen werden allen verkocht met tussenkomst van het ambt van notaris Devisscher. De maatschappij zelf staakte haar activiteiten in 1936 en werd ontbonden. Na WO II ondernam de Gemeente stappen met het oog op de aansluiting bij een bestaande bouwmaatschappij. Aanvankelijk werd een vraag gericht naar Tielt (1948) en kreeg men als antwoord zich te wenden tot de Nationale Maatschappij. Deze deelde dan aan de Gemeente mee dat de plaatselijke CV Troost in Nood in 1936 ontbonden werd omdat er geen schaarste aan woningen meer was (?) In de Gemeenteraadszitting van 11/12/1951 werd dan beslist in te tekenen op aandelen van de maatschappij “Elk zijn Huis” te Kortrijk. De motivatie luidde als volgt “overwegende dat verscheidene werkmans-

gezinnen een eigen huis begeren te bouwen; gelet op het feit dat billijke leningen hiertoe kunnen verkregen worden bij “Elk zijn Huis” op voor­ waarde dat de Gemeente inschrijft voor aandelen.” Aldus tekende Wakken in voor 50.000 Fr aandelen. Op die manier konden verschillende gezinnen een goedkope lening krijgen met als doel ”een eigen woning te verwerven.” Het was immers een doelbewuste politiek van de over­ heid ernaar te streven dat zoveel mogelijk mensen een eigen woning zouden verwerven. Instrumenten daartoe waren ondermeer goedkope leningen en het ter beschikking stellen van bouwgronden. Een andere maatschappij die toen zorgde voor de bouw van werk­ manswoningen of optrad als leenmaatschappij voor goedkope woningen was “ Vrijhuis-Blijhuis” uit Maldegem. Omwille van de typische stijl dezer woningen sprak men over “De Lille Huizen” , genaamd naar de voorzitter van de maatschappij Jozef De Lille uit Maldegem. De woningen op de Molenkouter nrs 90 en 92 waren van dat type. In september 1954 kreeg Wakken de kans om aan te sluiten bij de bouwmaatschappij “Mijn Huis” uit Harelbeke. Deze was de mening toe­ gedaan dat er in Wakken nog gezinnen waren die te eng gehuisvest waren en er krotten waren die niet meer voldeden aan de eisen van de tijd. Deze vraag tot aansluiting werd goedgekeurd in de Gemeenteraad van 5/1/1955 en de Burgemeester werd afgevaardigd naar de Algemene Vergadering. Tot aan de fusies der gemeenten was het mandaat in de raad van Bestuur een gedeeld mandaat met Oostrozebeke. Zoals uit de volgende bladzijden af te leiden valt, is deze aansluiting voor Wakken een zegen geweest. Op die manier is heel wat gerealiseerd 6


kunnen worden en werden heel wat noden gelenigd. Aldus is er altijd een goede band geweest tussen Wakken en Harelbeke. De Eerste Voorzitter van de bouwmaatschappij “ Mijn Huis” was overigens een geboren Wakkenaar (notaris Paul Peers). Vele van onze inwoners zullen zich ongetwijfeld ook wijlen Jan Van Wijnsberge herinneren die als zaakvoerder van de maatschappij jarenlang ten dienste stond. Hekkenstraat en Burg. Verstaenlaan

Van zodra de aansluiting van de gemeente Wakken bij de bouwmaat­ schappij “Mijn Huis” definitief was,werd er werk gemaakt van het bou­ wen van sociale woningen. Er werd uitgekeken naar een geschikte loca­ tie. Die werd gevonden in de Hekkenstraat. Dit was in de omgeving van het vroeger initiatief van Troost in Nood. Tevens had de C.O.O. hier op 31/8/49 een areaal van 90are 25ca grond ter beschikking gesteld van bouwlustigen. De voorwaarden bestonden erin dat er verkocht werd aan 30 Fr per vierkante meter (voorkant) en 15 Fr (achterkant); dat men binnen de 18 maanden moest bouwen, zoniet was de koop verbroken; dat het goed moest dienen voor eigen gebruik en dat er geen drankslijterij in gehouden mocht worden. Aldus werden in eerste instantie 8 loten verkocht aan Hostyn Joseph-Maurice, Beekwee Achiel, Sengier Roger (later werd dit Heyde Roger), Demeulemeester Arthur, Vanhoutte Albert, Verschelde Albert, Gijsels Michel en Lagrange Alphons. Het was aannemer Cyriel De Brabant die langsheen de Hekkenstraat deze 8 gelijke woningen optrok (1950). Tussen deze twee blokken van vier woningen was ruimte gelaten om een nieuwe straat te voorzien. In deze (nieuw aan te leggen straat) hadden ook al een aantal personen grond kunnen verwerven via de C.O.O. en die deden een beroep op bouw­ kundige Theo Vernackt uit Deinze om woningen in te planten. Aldus het project van Maurice Moerman en Maurice Bouckaert die zes woningen lieten bouwen door Cyriel De Brabant (1951) Het betrof de huidige nummers 31/33/35/37/39/41. De aanbesteding ging door in café Transvaal. Een jaar later werden de woningen nrs 27/29 gebouwd door aannemer Georges Holvoet. Deze woningen werden dan betrokken door de gezinnen José Verstaen en Alidor Snauwaert. Nog een privéwoning werd gebouwd door Alois Belaen (telefoonwerker) wiens aan­ vraag tot aankoop van grond door de C.O.O. werd aanvaard op 15/4/1952. Het was trouwens van groot belang dat hier woningen zouden bijkomen. Er was immers nog geen wegenis en ingeval van sociale woningbouw kon die met staatssubsidie aangelegd worden.

7


Alvorens een project kon goedgekeurd worden, moest men aantonen dat een aantal krotwoningen zouden gesloopt worden (een verhouding van 1 op 3 ten opzichte van het aantal op te richten woningen). Aldus werd de sloping aangekondigd van een huisje in de Molenkouter (toe­ behorend aan Jules van Wambeke), een krotwoning in de Oosthoek (toebehorend aan Marcel Vandaele) en een eigendom van Jules Levrau in de Molenkouter. De C.O.O. besliste in zitting van 11/4/1955 om 36 are 45 ca grond te verkopen aan de Bouwmaatschappij “Mijn Huis”. De gronden kwamen nog voort van een legaat van Mathilde Van Schoebeke (1834-1905). Voor meer informatie over deze ongehuwde rijke dame en weldoenster verwijzen we naar het boek ”Van Oudemanshuis tot Woon- en Zorg­ centrum” door Juul Desmet (p. 62 e.v). Men begon met de oprichting van 11 woningen, de huidige pare nummers 50 t/m 70. De heer L.J Braeckman uit Gent trad op als architect. De aanbesteding vond plaats op 8 Mei 1956. De aannemer was Georges Deprez uit Harelbeke, voor de prijs van 1.624.085 Fr. De voorlopige en definitieve oplevering gebeurden respectievelijk op 18/6/1957 en 10/11/1958. Kort daarop werden plannen gemaakt voor het bouwen van 26 woningen (platte daken) waarvan 16 huurwoningen en 10 woningen volgens het stelsel “belofte van aankoop” De plannen werden weer ontworpen door architect L .J. Braeckman uit Gent en de grond aangekocht van de COO. Volgens de akte verleden op 25/2/1959 werd er 74 are 70 ca gekocht voor de prijs van 221.400 frank. De aanbesteding vond plaats op 5/7/1962. Voorlopige en definitieve aanvaarding op 16/5/1964 en 26/10/1965. Aanvankelijk waren de werken toegewezen aan de bouwfirma Marcel Verzelen uit Wakken. Wegens administratieve vergissingen werd een nieuwe aanbesteding uitgeschreven en viel de plaatselijke aannemer toen uit de boot. Aldus werden de werken toegewezen aan de firma Deleersnijder uit Deerlijk. Op 5/9/1960 kocht de maatschappij nog een stuk grond aan jegens de C.O.O. Wakken. Bedoeling was hier nog 7 woningen te plaatsen (huidige nummers 36/38/40/42/44/46/48) alsmede 4 bejaardenwoningen (28/30/32/34) onder de leiding van architect J. Demeere. Deze werken werden aanbesteed op 17/3/67. De voorlopige en definitieve aan­ vaarding hadden plaats op 25/11/68 en 30/1/1970. De aanbesteding had plaats in het Gemeentehuis te Wakken en de firma Tijtgat Marcel uit Meulebeke had de laagste inschrijvingsprijs. Later bleek er echter een rekenkundige fout gebeurd te zijn, zodat de firma Devolder Raphaël 8


uit Roeselare tegen de prijs van 3.171.897 Fr als laagste bieder weer­ houden werd. De timmerwerken werden toevertrouwd aan de firma G. Corneille en Zonen uit Houtem (Veurne) voor de prijs van 718.048 Fr. Een heikel punt was de aanleg van wegenis. Zoals reeds eerder gemeld waren er aanvankelijk te weinig woningen om wegenis te verkrijgen. De straatbedekking bestond uit aarde, er was geen afwatering en de Gemeente diende de grachten voor de woningen te kuisen. In oktober 1956 werd een plan opgemaakt door arrondissementsingenieur Robert De Doncker zodat de aanleg een feit kon worden. Ook aan de andere zijde van de straat (waar de platte daken gebouwd waren) stelden zich dergelijke problemen. Op 16/6/1965 vertrok een brief van de inwoners van de nieuwe wijk Hekkenstraat aan de Gezondheidsinspectie:

“Sedert 18 maand worden 26 nieuwe woningen betrokken. Evenveel maanden werd straat en riolering beloofd. Nu is de afwatering in een open gracht. ” Het studiebureau Altec uit Roeselare werd aangesproken voor de beschrijving van deze uitrustingswerken waarvan de uitvoering toever­ trouwd werd aan de firma Rommens. Beter nieuws was dat er bij de nieuwe bewoners van de omgeving ook gedacht werd aan feesten. Aldus hadden deze een feestcomité opgericht. Vanaf 1951 al werd er gezorgd voor een driedaags kermisgebeuren. Maakten deel uit van het comité: Achiel Beekwee (Voorzitter en Wijkburgemeester) Maurice Moerman (secretaris) Roger Deman, Maurice Hostyn, Roger Heyde, Pierre Deschietere, Albert Vanhoutte, Roger Walraevens, José Verstaen, Maurice Bouckaert, Gentiel Sergeant, Alidor Snauwaert, Albert Verschelde, Roger Boonaert, Lucien Demeulemeester en Camiel Bruyneel. Het kermisprogramma bestond uit een kaarting (de zaterdag na de Septemberkermis). Op zondag was er een wielerwedstrijd en een optreden van een orkest in de tent. Op maandag werd een wafelbak gehouden. Dit bestuur heeft deze traditie gedurende 25 jaar in ere gehouden. Omwille van deze 25 jaar verdiensten hield toenmalig burgemeester Camiel Cluyse in 1976 een lofrede die als bijlage wordt afgedrukt. Vanaf 1977 kwam er een nieuw en verjongd bestuur aan het roer. De leden hiervan waren Sergeant Norbert, Persijn Norbert, Persijn Noel, 9


Heyde Roger, Nachtergaele Remi, Persijn Ivan (secretaris), Walraevens Roger, Masscho Marcel, Degheldere Rosa (lokaalbazin Rio), Vrai Etienne, Tijtgat Marcel (penningmeester), Demeyer Christiaan, Demeulemeester Ivan en Deruyck Joel. Nadien werd het ledenbestand nog vaak gewij­ zigd. Het was de bedoeling de traditie van hun voorgangers voort te zet­ ten en terug een nakermis te houden de week na de septemberkermis. Het eerste jaar (1977) ging die door in en rond café Rio (Hekkenstraat nr 10) Later werd een feesttent opgesteld (1978-1986) op het terrein waar zich nu de winkel ”Bij Greta” bevindt. Het programma ging van start op vrij­ dagavond met een boogschieting en een kaarting. Op zaterdagnamiddag was er meestal een ontspanningsnamiddag voor senioren en activiteiten voor de kinderen (ballonwedstrijd). Op zaterdagavond noteerde men het hoogtepunt der kermis en kwamen tal van vedetten hier neerstrij­ ken. Onder hen: Nico Haak, Mieke, Joe Harris, Jimmy Frey, Danny Fabry, Salim Seghers, Willy Sommers en Paul Severs. De zondag was er meestal een sportmanifestatie (wielerwedstrijd of loopkoers), een optre­ den van de Harmonie Kunst en Deugd en een gezellig samenzijn. Wegens de algemene achteruitgang van wijkkermissen staakte het bestuur na welgeteld 10 jaar alle activiteiten (1986). Tuinwijk Groenhove

Teneinde voort het tekort aan woningen te bestrijden, had het Gemeentebestuur het plan opgevat een sociaal bouwproject op te starten aan de Oeselgemstraat en dit te koppelen aan een residentiele verkaveling aldaar. Vanwege de Nationale Maatschappij voor Huisvesting werd daartoe een princiepsakkoord bekomen. Er kon worden overgegaan tot verwerving van de gronden die in handen waren van onder meer de familie Eggermont en de heer Albert Verbeke. Het eerste project genaamd “Tuinwijk” bestond in de oprichting van 30 woningen (18 huurwoningen en 12 woningen met belofte tot aankoop) Alvorens dit project gesubsidieerd te krijgen, diende men vooraf aan te tonen dat er weer krotwoningen zouden gesloopt worden. Het ontwerp en de plannen werden opgesteld door architect Jan Libbrecht. De werken werden toevertrouwd aan de firma Snoeck uit Zulte voor de prijs van 13.314.473 Frank. Op 25/2/72 en 12/4/73 vonden de voorlopige en definitieve oplevering plaats. De infrastructuurwerken (wegenis-rioleringtuinstroken) werden aangelegd in het kader van de Wet Brunfaut. Dit systeem voorzag toen 100% subsidiering voor dergelijke werken. Het ontwerp hiervoor werd toevertrouwd aan de firma Altec uit Roeselare.

10


Deze wijk kreeg aanvankelijk de benaming “Tuinwijk”. Niet voor lang echter, na de fusies der gemeenten werd de benaming omgevormd in Groenhove. In Dentergem was er immers een gelijknamige “Tuinwijk” die omgevormd werd in Nellekenshof (het betrof de sociale woningen gebouwd door Helpt Elkander en de bejaardenwoningen eigendom van het OCMW). Een vervolg op dit project kwam er al na enkele jaren. Toen werden de woningen nrs 30 t/m 50 gebouwd. Architect José Destrebecq uit Harelbeke maakte de plannen op. De werken zelf werden uitgevoerd door de firma Devreese uit Aarsele. De aanbesteding had plaats op 25/4/1978. Voorlopige en definitieve aanvaarding op 7/6/79 en 18/12/1980. Aanvankelijk werd gestart met de bouw van 13 huizen (prijs 17.748.180 FR). Later volgde dan de uitbreiding. Die werd uit­ gevoerd door pvba Gebr Deruyck uit Roeselare (prijs 9.723.070 Fr excl BTW). Ook dit project was afhankelijk van de sloping van krotwoningen. Voor de openbare wegeniswerken werd een beroep gedaan op de NV Louwyck Gebr. uit Zwevezele. De derde fase woningen die in Groenhove gebouwd werden, had betrekking op 35 eenheden. 31 daarvan waren bestemd om te verhuren en 4 om te verkopen. José Destrebecq uit Harelbeke trad op als architect en de bvba Leon Devreese uit Aarsele als aannemer. Op 25/4/1978 vond de aanbesteding plaats. 22 woningen hiervan werden opgeleverd op 7/6/79 en 18/12/80. De overige dertien woningen werden voorlopig opgeleverd op 21/8/78 en definitief op 28/1/80. In juni 1980 werd de wijk officieel geopend en ingezegend door EH Omer Cools (toenmalig onder­ pastoor). Schepen C. Cluyse, toenmalig afgevaardigde van de Gemeente in de raad van Bestuur van de bouwmaatschappij, knipte het lint door. De tekst der gelegenheidsrede wordt ook in deze brochure afgedrukt. Feestcomité

Het was naar aanleiding van de totstandkoming van deze nieuwe wijk dat er een feestcomité werd opgericht. Dit comité had de bedoeling de bewoners van de wijk en omgeving op bepaalde tijdstippen bijeen te brengen en de gezellige noot erin te houden. Het was in feite een voort­ zetting van de activiteiten van het vroegere comité van de Molenkouterkermis (steeds de zondagnamiddag na de processie, die zelf plaatsvond de zondag na Wakken-Ommegang) Dit comité had opge­ houden te bestaan einde der zestiger jaren. De laatste voorzitter was Albert Lisabeth en de bezieler was Palmer Demedts. Omstreeks 1973 begon men met de Tuinwijk-kermis. De eerste voorzitter van het comi­ 11


té was Henri Robberecht, opgevolgd door Roger Vanpoucke. De andere bestuursleden waren Christiaan Vanbesien, André Lacquiere, Palmer Demedts, André Lippens, Julien Vanrenterghem, Gilbert Vanoverschelde, Jacques Deloof en André Laurez. Het lokaal was aanvankelijk gevestigd in de nabijgelegen herberg ”Het Kapelhof” (Oeselgemstraat) en later in het Molenhof. Het feestgebeuren groeide, zodat het een tweedaagse werd, steeds de week na Wakken-Ommegang. Allerhande activiteiten prijkten op de affiche [boterkaarting - loopwedstrijden - vinkenzetting - wielertoe­ ristenkoers - feesten ambachtenmarkt - optreden zangers - etc). Achtereen­ volgens stond er een tent op de grond van Jacques Vanluchene, Hubert Masereel en Norbert Vandekerckhove. Vele wijkkermissen gingen ter ziele. Ook dit lot was Groenhove beschoren. 20 woningen in de Camiel Cluyse-straat.

Deze 20 woningen werden uitgevoerd in twee fasen. Aanvankelijk wer­ den acht woningen gebouwd in het kader van een IKB-project (Inbreidingsgericht project Kansarme buurt). Het betrof de rij vanaf nr 1 t/m 15 (onpare nummers). De werken werden aangevat op 18/4/1995 en beëindigd per 1/5/1996. De firma De Brabant uit Wakken was de aannemer. José Destrecq uit Harelbeke trad op als architect. De prijs bedroeg 21.002.859 Frank. Het tweede project betrof 12 woningen even­ eens in het kader van een IKB-project. Ook hier was José Destrebecq de architect. De werken werden nu toegewezen aan de firma NV Devreese uit Wakken voor een bedrag van 31.462.700 Frank. De bouwvergunning dateerde van 15/12/1995. Gezien de aannemer Devreese echter failliet werd verklaard, werden de werken voort gezet door de NV Snoeck uit Zulte. Dit voor een bedrag van 27.562.323 Fr plus BTW. De uitvoerings­ termijn bedroeg 420 kalenderdagen (1/1/97 om te verstrijken op 25/10/98). Architect Glenda Doeuvre uit Vichte zorgde voor de studie van de omgevingswerken. De realisatie van deze projecten had lang op zich laten wachten. De gronden waren reeds lang verworven en de wegenis was al geruime tijd uitgevoerd. De reden van dit uitstel lag in het feit dat de subsidiekraan in Brussel een tijdlang dichtgedraaid was. Op 4 september 1998 werd deze wijk en straat officieel ingehuldigd, in het bijzijn van genodigden van de bouwmaatschappij en van het Gemeentebestuur. De straat werd genoemd naar de vroegere burge­ meester van Wakken die de aansluiting bij “Mijn” Huis had bewerkstel­ ligd en die talrijke projecten had gevolgd als bestuurder bij deze maat­ schappij. Sedert 1990 maakt de auteur van deze publicatie in opvolging van wijlen Camiel Cluyse deel uit van de Raad van Bestuur van “Mijn Huis”. 12


Wakken centrum: project Mandelstraat-Molenstraat

Het meest recente project dat gerealiseerd werd door de CV Mijn Huis bevindt zich op de hoek van de Mandelstraat en de Molenstraat. Deze bijdrage wordt juist gepubliceerd naar aanleiding van de plechtige inhuldiging van dit gebouw. Op 13/10/1998 besliste de Raad van Bestuur over te gaan tot de aankoop van de gebouwen van de vroegere koffiebranderij en magazijn koloniale waren Vandenpoel. Deze gebouwen waren ondertussen eigendom geworden van BACOB. Nadien werd ook beslist de aanpalende woningen gelegen Mandelstraat nrs 2/4/6 aan te kopen en mee te integreren in het project. Het was ook de wens van de maatschappij om nr 8 te verwerven maar voorlopig lukte dit nog niet. Deze wens was geuit door de omwonenden op een inforvergadering gehouden in het Cultureel Centrum Hondius op 17/12/1999. Jan Vanheuverzwyn uit Harelbeke werd aangesteld als architect en Roger Kerpel uit Laarne was de veiligheidscoördinator. In september 2002 werd de sloping uitgevoerd door de firma Paul Bintein uit Menen. Dertien appartementen moesten hier verrijzen. Negen firma's namen deel aan de aanbesteding. De werken werden toegewezen aan de firma Despierre uit Houthulst voor een bedrag van 1.013.810,89 Euro. Ze wer­ den aangevat in het najaar 2003 en afgewerkt tegen de zomer 2005. Gezien er op deze plaats vroeger een “wethuys” was gevestigd (vroe­ gere benaming voor gemeentehuis) alsook een herberg genaamd “Den Gouden Leeuw” , werd in samenwerking met de plaatselijke Heem­ kundige Kring beslist het gebouw die laatste naam te geven. Aan de inkom van dit gebouw waar 7 gezinnen en 6 alleenstaanden straks hun intrek nemen, zal een plakket te zien zijn met daarop de historische achtergrond-informatie. Op de plaats waar het nieuwe appartementsgebouw staat, bevonden zich vroeger een aantal woningen (nl. Molenstraat nr. 1 - Mandelstraat 2 - 4 - 6 ) . Van deze woningen vonden we de vroegere eigenaars terug1*1.

Mandelstraat nr. 6: Desmet Bernardus Goethals Petrus Ludovicus Deven-Gheerbrant Louis Deven-Renier Constant Vandenbroucke-Vermandel Alfred Vankeirsbilck-Debusschere Georges Vankeirsbilck-Vanooteghem Alfred Vankeirsbilck-Vandenbussche Georges Dewagenaere-Vandenbussche 13

1835 1844 1856 1863 1888 1930 1950 1953 1966


Wilfried Dedecker M IJN HUIS Harelbeke

1993 2000

Mandelstraat nr. 4: Roose Francisais Ludovicus De Ven-Gheerbrant Louis De Ven-Renier Alfred Vankeirsbilck-Debusschere Alfred Dewaele Gaston Guillemijn-Callens Joseph Guillemijn-Deloof M IJN HUIS Harelbeke

1845 1856 1863 1888 1931 1935 1986 1998

Mandelstraat nr. 2: Roose Franciscus Ludovicus De Ven-Gheerbrant Louis De Ven-Renier Constant Vandenbroucke-Vermandel Alfred Vankeirsbilck-Debusschere André Vandenpoel-Esquenet Els en Sofie Cannie MIJN HUIS Harelbeke

1845 1856 1863 1888 1930 1931 1988 1999

Mandelstraat nr. 2: 1651 1683 1684 1692 1699 1751

weduwe Guillaume Tack als uitbaatster van herberg De Leeuw Laureins Lobbestael weduwe Laureins Lobbestael weduwe Pieter De Backere Judocus Lobbestael Judocus Albertus Biebuyck Over deze figuur wordt in 1779'**) uitdrukkelijk bevestigd:

“Jndocus Albertus Biebuijck houdt in sijn eygen huijs publicque herberghe staende binnen desen dorpe der prochie van Wacken, op den houck van de Mandelstraete jurisdictie van desen graefschap, hebbende voor uithanghbert DEN GOUDEN LEEUW, de selve herberghe dienende voor schepenen huijs deser prochie. ” 1816 1844 1863 1888 1900 1934

Ambrosius De Ven, nog vermeld als herbergier Ludovicus De Ven-Gheerbrant Louis De Ven-Renier Prosper en Jules De Ven Alphons Vanden Poel-Vanhaesebrouck André Vandenpoel-Esquenet 14


1988: 1998:

' •**’

B .A.C. bankagentschap M IJN HUIS Harelbeke

Met dank aan Erik Vaemewijck die verschillende nuttige gegevens bezorgde. RAK BP 6163: 1779 lijst van herbergen-aubergien en brandewijnhuizen (nagetrokken door Juul Desmet).

Andere projecten

Op 25/7/1936 besliste de C.O.O. om grond aan de Baliekouter ter beschikking te stellen van personen die wensen te bouwen (naast het voetbalterrein). Voordien had het Comiteit der werkmanswoningen aangedrongen bij de C.O.O. om 89 are alhier te kunnen aankopen met het oog op de bouw van 20 werkmanswoningen.

Samen met de WIH (West-Vlaamse Intercommunale voor Huisvesting - thans deeluitmakende van de WVI) realiseerde het Gemeentebestuur een sociale verkaveling (1981) van 20 loten. Die kreeg de naam Joris Van Severenlaan (genaamd naar de leider van het Verdinaso en vroeger Vlaamsnationalistisch parlementslid, geboren in Wakken in 1894).

Het OCMW Dentergem heeft in de deelgemeente Markegem een IKBproject, genaamd ”Ter Kercken” , gebouwd en ingehuldigd in 2001. Dit bestaat uit 5 woongelegenheden. Thans is het OCM W volop bezig met de bouw van 6 sociale flats op de Wapenplaats.

• Tevens is het de bedoeling in de komende jaren werk te maken van andere sociale huisvestigingsprojecten in de verschillende deelgemeenten.

15


Samenstelling Raad van Bestuur cvba M IJN H U IS, anno 2005

Jozef Desmet - Voorzitter - Harelbeke Koen De Craemer - directeur - Tielt Frans De Ruyck - VHM Commissaris - Kortrijk Eddy Benoit - bestuurder - Deerlijk Piet Decavele - bestuurder - Harelbeke Isabelle Decrans - bestuurder - Ooigem (Wielsbekej Veerle Deconinck - bestuurder - Waregem André Degroote - bestuurder - Avelgem Koenraad Degroote - bestuurder - Wakken (Dentergem) Frans Desmet - bestuurder - Lendelede Etienne Galle - bestuurder - Oostrozebeke Willem Libert - bestuurder - Harelbeke Jo Neirynck - bestuurder - Waregem Jenny Ostijn - bestuurder - Harelbeke Eric Pinoie - bestuurder - Harelbeke Gabriel Vanackere - bestuurder en Ere-Voorzitter - Harelbeke Denise Van Eeckhoutte - bestuurder - Anzegem Dirk Vanluchene - bestuurder - Heestert-Zwevegem Jeannine Vermote - bestuurder - Harelbeke Dominique Windels - bestuurder - Harelbeke Roger Verhelst - toeziend vennoot - Harelbeke Jeannine Vervaeke - toeziend vennoot - Waregem

Geraadpleegde bronnen • •

archief B ou w m aatschap p ij M ijn H uis in H arelbeke archief C O O / O C M W W akken

G em een tearchief Dentergem

16


15 7S-C2^yi C>/

£• '

^ JQ

^

\ C f?t--&

/ / ^ 4-7 O 7* e-771 & esl

4 7 7 ^1 ^ 7 P7-Q 7

-*■

tP7 7 7

^-<V Zey> -^ 3 e / ï'i-

'

477

cp/e < \/tS/t es>t/2r<7 £*<- P fë c?l-€s i-£ * t x . @ £177777 è.

C s y n e ^ iy

j (Qfi'&ùK./'ew&*i yJ/7ó>CL*e</ e^i

A

7

14^-1-

\cf<L4s*^^xPXst<y> <=@9~e

\ &«■

C ^ sv ê O ^ lT / É X f'4 -7 ^ 7 -c S i. CS>Z<9c/ & ( ( r e ^ / 'é c P T r é

c t p fó

<Z<y & £ V é t

-& o n 4 7 7 -Is js Z s ls ó -e -^ r ^ t -7 7 / -(

4

€ x > O y 4 ^ fC e 7 7

'Z s -0 -m s

t

x

. T-T-v-cai^*-^ e-/y e x^ ir^ < 7 ^ r

a >éo e S -

*

-

L

$ - z S & C 'C 4 s * * 'é p * , < 2 < i ^ _ '

e

‘Z ^ e & 7 --v p 7 -^ r p 7 f , é p w

‘Z J e ^ C ^ ^ - r P ^ ' o Z J e A @ 7 c -l s it z t *- p yx-tX T ^ 1 ^

pa B tv t?7 7 4 7 7

py 7 7 ^ ^ 0 7 7 ^ -p t T / c x x x t ^ , / o ^ A i Z

477

e~t-->-r^ -c.

<j >4 +7 *+ ó Pt ^ e S c e t*

6 7777^

4 7 7 é ? p ^ 7 - e y '/ s ^ - *-

i (jP/Z/e^</e.^~e^y<yL-<^ Cxécxér c s é t p^ttSpr^z-p/y?soupér /y<*77\ < y f4 * 7 s > 7 ^ y ? e T T X x é P 'P r U / p y '7 ^ 7 l* 7 7 X p y r e y p ? p y . C 7 p

O

w \

£

&

,6 ' & £

2(7 p

c S t 7 s P i ^ C Z - c p S O e ^ t ^ s y f o j/

tsy7 Cfié&S'

S

py o/ ySr

/ - f^ / t t 7 7

@ pépx77^ ^

p £ P T T y p t ^ y é p é é 'f.

-c£cx~cz£ P?-^?pyt-P7éps/P7 £^ i ^<9^0* J zÆ esPuP

C S é Z sO ^ f 4 7 7 ,

/ # 7 ~ c s/ * - S / s & P?/Z77^ Cï/é>r

'Z p y ^

£77

p p S -p t ^

'

7CS?ppp'/'pf 'Zy<?^ *^ pye^&pp-pyfi’-*- t*'p?yp^4pr^é^T ér j‘ t/léC X sC s/ f'P 7 7 / -< y ?y y é

72 -^ pycc'•»*****-

€ , a <7 7 / ' /

77

'2 7 7 J y -

\f> (för? é/ ? (ZSpi^si; &P7 'Zjp?<7'? t&é Cx.cxt-hS c^S* *? ^ '0 * 7 7 4“* * ^

\J* a£vfa à■ÎSpx^T/Ppé-Pp <L-&éiysi-y? cjéei ez^r-ai \ŒZs/’B-^s/x?COCyy-p'L-yjZ p?pét (SCT'épfpi/és? &0177 \p ^ éé /# / c/^r eyPf/t^T^

p/*(^PQ-Ç_ OZJ Z/utyfc, /t <//pyayétTj syi*Xayi7^>pl/*ê~Se PeSïo Yj Cb/7/yy^czpuS?Aotyp'/ oÓ~B f i t^7 e7T7t^ v ? (/&pS px^LT^rp o£* px^a*777i' -477 C C S ' i(yyoypf+7S&T^r4. O ctS yór /* ty L e * ( / e ^ i^ c x x o C ^ tA ^ ,^ ^ € -7 7 px

77

J

^

•&y?/7 7 'e ^ « 7 7 y t4 */ B él/

o k '

w a y x s u j{ y ^ & i^ ? ? 7 P :,'p y & 0 ^ 7 * 4 7 7 7 pk -

éZxj P 'U & to <^V? PppS ' c / e p z y ? e r ? yfp /A P ^ y e

^77 ^ 7

p S cS/rso oSe*-)

Qp'ésyyi •&&bt/‘<L/LCt47Pd/ £p<J-£

-P L ^ p ^ e ^ zy jxy S

! /p? -z~n7^/ p f B77ry77th éy-pi^i axLe-. ex^yPTT^yi^cx^xT^ c/-e7 pÇe^p-4^ ! /^té. Zxf'TP Ctp /p?P (7^ én^é-PTpZ&y? Z/&t^r7-~ O i^ C T ^ p y S p t ^o c é 7 ^ e T ^ 7 > é

fë /y y c & S

/t L p x ip é ^ ^ ^

-C P Q P S S L s J ^ tâ p . P < ^ 0 S? <*7 ^) & 77 fó P y s T ^ T o / P$*<7^ \ pp\Ü 4> |O

P cpoP

jP ) <i^ê7 c 7 ^ € s 5 -4 y p e 7 7 {/zyP yp z7P 07>

< 5 *0 est p / ■£-4X77*77 J p e

O ■BS'PppTyy? P 7y ■*- ~p>77

^ 7 7 Sbp_

•0 7 * 7 7 T - a t t S ç.

t^ > ^ 4 7

/ *'~

em

S p t '? S> p&^

Gemeenteraadsbesluit tot oprichting maatschappij voor goedkope woningen (1928)

17


?• Vm\ r* y*iT i ï 1

^ |] ï.

1 aȤ.

n

Jf

•«

, r > ’< "i

l

V ..-O 3>

l

XV /*j«

1

3 '1 •5*)•

V ______ ___________ J "- t

-jf— — 17—

---'■■_!........... >. **"»/•*& ^ P = t£^—-» r ’" ^ > u .->>,,, 5 - F===t> L '•' • v.; à

/

7)str-]- 'o.sy /V, ^ V

^<9

-

^


Woningen opgericht door Troost in Nood (Hekkenstraat)

Woningen opgericht door Troost in Nood (Walstraat) 19


Werkmanswoningen in de Nieuwstraat

Werkmanswoningen in de Nieuwstraat 20


Werkmanswoningen in de Oostdreef (naast fabriek Devolder)

Werkmanswoningen in de Markegemstraat (naast fabriek Vanhaesebrouck) 21


De Lillehuizen (Molenkouter) 22


a IMINISTERIE VAN"'NIJVERHEID, ARBEIDEN MA/VraCHAPPELIJKE VOORZORG. * naamloozé Vennootschap ’

RIJHUIS-BlIlJHUIS VQD R

L Î E N M A A T S C H A P P IJ

^GOEDKOOP E

W O N IN G E N

IE SPAAR- *N LIJFRENTKAS POSTCHECKNUMMER 2778.62 ÏIAN^DELSREGISTER BRUGGE 2798 j f ^ELEFOON ISO MALDEGEM .

INLICHTINGEN TEN BUREELE : NÓORDSTRAAT 17, MALDEGEM ^ELKENTJINSDAG- EN VRIJDAG-AVOND.

A an den h e e r D u j a r d i j i H en ri

■' JOZEF

DE L I L L E

n " ’T GETROUWE „^MALDEGEK '

A

29 Septem ber IS 42

Waarde h ee r D u ja r d ijn

A ls antwoord p p uw s c h r i jv e n van 21 d e z e r fbrengen w ij ji t e r k en n is d a t uw s c h u ld te g e n a v e r o n z e m a lx

é r Ï Ï Ö g -C r- 2 7

b e d r a a g t v e r d é e ld a i s v o l g t E in d e 1941

17 345

In tr e s t

540

O nkosten

10 17 935

B e ta a ld g e du erende / f f 42 12 661 $ 274

B lijft H oogachtend

Namens V R IJH U IS BLIJHB

^

C*

- C,

*

* ■.

)

••r * ü 2 ^ ;« !r

Briefhoofd van de leenmaatschappij voor goedkope woningen

23


VROOM AANDENKEN VAN DE HEER

OSCAR

VANDEPUTTE

Dokter in de geneeskunde ECHTGENOOT VAN

Mevrouw MICHELE DEVOLDER

t

Hij stichtte een gezin vol eenvoud en gnr'dh ftid. Ge­ bieden <-n verbieden waren hem vrtïemd. Hij toonde liever het goede voorbeeld en w ist da t zulks he n geleiden zou rlaar het welzijn. Hij had <en dankte rle Heer voor al Zii n weid ad°n eenwel gevuld leven een gelukkig gezin, gonege n verwantschap en trouwe vrienden. De Heer ntocht hlem roepen en hij nu >eht rustig de ogen sluiten. BEMINDE ECHTGENOTE, gij waart - naast mijn moeder

VROOM AANDENKEN VAN DE HEER

O S C A R VANDEPUTTE Dokter in de geneeskunde ECHTGENOOT VAN

DIERBARE KINDEREN en KLEINKINDEREN, mijn tro ts! God zegene en beware u. Vaarwel mijn bekenden met wie ik zn gaarne omging. Velen heb ik bijgestaan, anderen heb ik het leven hel­ ium geven. Begeleid me nu t>ok naar het eeuwig leven.

Mevrouw MICHELE DEVOLDER geboren te Moorslede de 24 februari 1898 en Overleden te Wakken de 7e van de Rozenkransmaand 1970, bediend met het H. Oliesel. Oud-Strijder 14-18 vereerd met verscheidene eretekens.

M ijn Jezus, barmhartigheid ! Akten van Geloof, Hoop en Liefde.

Zalig de barmhartigen, want ze zullen barmhartigheid verwerven. En... wat ïs een geneesheer anders dan een barm­ hartige Samaritaan ? Barmhartigheid tekende hem van af zijn jeugd : vroegtijdig verloor hij vader... het oorlogs­ geweld dreef Item jarenlang in de vreemde., heel jong ontrukte de legerdienst hem aan zijn eenzame moeder, én, toen de bevrijding kwam, vond hij have en goed... verwoest. Barmhartigheid had hij genoten, nu zou barmhartigheid hem geleiden. Zie, zijn geloof en moed dreven zijn toe­ komst in het spoor van kristen naastenliefde. Hij wou geneesheer worden, om pijn en leed te helen, Die taak beleefde hij als een roering. Nooit hoog hij voor laagheid of onrecht Zijn plicht was hem heilig, zodat hij zelfs onder het vuur van de oorlog zijn zieken niet verliet. Als gelovige kende hij de menselijl e beperktheid en als de mensel'ike middelen niet meer haatten, wachtte hij niet rle priester te roepen die zou bidden voor heil en welzijn.

Mevrouw Oscar VANDFPUTTE-DEVOLDER. Dokter en Mevrouw Michel DEJONGHE-VANDEPIIT fE en kinderen, De Heer en Mevrouw Jacques VANDEPIJTIE-BAECKFLANDI en kinderen. Do fam ilie dankt U om het gebed en do blijken van deelneming in hun rouw. j d r -druk

wakken

Gedachtenisprentje Dr. Oscar Vandeputte, bezieler van de maatschappij “Troost in Nood”

24


Provincie WE3T-VLAANDEREN. Gemeente

WAKKEN;

UITTREK3E UIT DE NOTULEN VAN

-----

Zitting xah\ 5 Janu ari 1955* Tegenwoordig de HH, 0. Cluyse

de Gemeenteraad

Burgemeester

J .M . Hoatyn, A De Meyer Schepenen Delagrange, Vanwambeke, Demeyer M, V a n o o u lllle , Deora$$£.e ta- i s . en Demeulemeester, leden, en Verstaen da De Gemeenteraad, Overwegend AAt er te Harelbeke een maatschappij b e sta a t, geheten 3MiJn H u ls", welke voor doel h eeft de opbouw, de aankoop en de verbetering van goedkope woningen, ten einde deze te verkopen o f te verhuren aan minvermogende personen en Inzonderheid aan kind errijk e en noodlijdende gezinnen: Overwegende en erzijd s dat de gemeente er het g ro o tste belang b i j h eeft de plaag der krotten en de woningnood te zien v e r ­ helpen; Overwegende anderzijds dat de gemeente door a lle middelen b ij dragen moet to t hare u itb re id in g , to t de aangroei van hare b e­ vo lk in g, en to t de o prichtin g op haar grondgebied van fr a a ie , g e r ie f lijk e en gezonde woningen voor de n ijv e r ig e standen: Overwegende dat de gemeente wegens de hoge kosten der op te goedgekeurd bouwen o f bewoonbaar te maken huizen, in het belang harer be B est.ö ep u ta tle, vo lk in g, en inzonderheid van de kind errijk e en de noodlijdende z it t in g V3/55* gezinnen zioh een o pofferin g dient te getroosten, evenals de andere openbare machten, met name S ta a t en Provincie; B e s lu it, met v i j f stemmen tegen v ie r onthoudingen 1° De maatschappij "Mijn Huis" te verzoeken om a ls l i d te worden aangenomen 2* In te sch rijv en op 25 .000 F r , aandelen van het k ap itaal der maatschappij 3° 20 % te sto rten van het bedrag dezer aandelen, en de rest naarmate de behoeften der maatschappij De Heer Burgemeester voor te s te lle n aan de Algemene Verga dering der aandeelhouders om de gemeente ln de raad van be heer te vertegenwoordigen en a f te vaardigen om het boek der aandeelhouders te ondertekenen 5® D it b e s lu it voofc te leggen aan de hogere overheid ter goed keu rin g. Gedaan in z it t in g datum a ls boven de dd seoretarla De Burgemeester (get) HJfVerstaen (get) C .C lu yse Voor eensluidend a f s c h r if t , Wakken 25 A$>ril 1955 d< eo reta rl 8 , De Burgemeester

Gemeenteraadsbesluit tot aansluiting bij de maatschappij ”Mijn Huis te Harelbeke”

25


26


Eerste steenlegging 8 woningen Hekkenstraat (1950)

27


Op deze foto bevindt Cyriel De Brabant zich juist achter C.O.O.-voorzitter Paul Vanderhaeghen. Naast burgemeester Jules Verstaen staan AndrĂŠ en Daniel De Brabant

28


In 1950 bouwde aannemer Cyriel De Brabant 8 woningen in de Hekkenstraat waarvoor de grond ter beschikking was gesteld door de C.O.O. Op deze foto van de eerste steenlegging herkennen we van links naar rechts: Florimond Demeulemeester (lint vasthoudend) - Albert Vanhoutte en echtgenote - ? - Dhr. en mevr. Arthur Demeulemeester burgemeester Jules Verstaen - schepen Maurice Hostyn - C .O .O .voorzitter Paul Vanderhaeghen (met pijp), Roger Heyde, Achiel Beekwee en AndrĂŠ Van Brabandt (lint vasthoudend). Aannemer Cyriel De Brabant bevindt zich op deze foto achter Paul Vanderhaeghen (die een steen legt). Naast burgemeester Jules Verstaen staan AndrĂŠ en Daniel De Brabant

29


CAMIEL CLUYSE 1924

-

1991 tegenwoordiger van de burgemeester. In tijd van grote werkloosheid trachtte hij aan velen werk te verschaffen ; om de plaatselijke woningnood op te los­ sen liet hij sociale woningen bouwen. Zo was hij steeds dienstbaar. Hij was een diepgelovig man, die moedig zijn lijden heeft gedragen. Zijn lijdensweg is begonnen toen hij een zieke gebuur-landbouwer ging helpen ... De kracht om het lijden te dragen, zocht en vond hij in het gebed en in de wekelijkse H. Communie ten huize, maar heel bijzonder ook in de liefdevolle zorgen waarmee hij werd omringd door zijn toegewijde echtgenote en familie­ leden. Geen zorgen waren voor hen te veel. Het is voor hem een grote troost geweest thuis te mogen worden verzorgd en thuis te mogen sterven, omringd door zijn geliefden. Wij hebben veel voor hem gebeden om genezing. God heeft het anders beschikt. Gods wil geschiede. Zijn naam zij geprezen. Uiteindelijk is onze eindbestemming : de hemel. Moge Camiel nu de hemelse beloning deelachtig zijn.

t Bid voor de zielerust van DE HEER

CAMIEL CLUYSE echtgenoot van mevrouw Maria Ragolle Geboren te Wakken op 27 maart 1924 en godvruchtig overleden te Wakken op 10 juni 1991 voorzien van de H.Sakramenten van de zieken. Hij was : Ere-Burgemeester van Wakken Ere-Schepen van Dentergem Gemeenteraadslid van Dentergem Bestuurder C.V. Bouwmaatschappij "MijnHuis", Harelbeke Lid van de Kerkfabriek Wakken Hij was vereremerkt met : Burgerlijke medaille 1ste klasse Gouden Palmen in de Kroonorde Burgerlijk Kruis 1ste klasse Bijzonder Landbouwereteken 1ste klasse

Laat ons bidden : "God, Gij schenkt vergiffenis en neemt het heil der mensen ter harte. Wij roepen Uw ontferming af over uw dienaar Camiel, die gestorven is. Laat de heilige Maagd Maria en al uw heiligen hem helpen en neem hem op in het eeuwig geluk. Door Christus onze Heer."

“Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven." (Rom. 6,8) In Camiel is een zeer verdienstelijke man van ons heen­ gegaan, wiens leven helemaal stond in het teken van de dienstbaarheid. Politiek bedrijven betekende voor hem : de belangen van de gemeenschap en van de afzonderlijke leden van die gemeenschap met hart en ziel behartigen. Door dit edel streven kreeg hij al vroeg het vertrouwen van de Wakkense bevolking en was hij vanaf 1952 tot aan zijn al te vroegtijdig afsterven onafgebroken in dienst van de mensen van Wakken en van Dentergem, als bur­ gemeester, als schepen of als gemeenteraadslid. Als bur­ gemeester was hij lid van de Kerkraad, later als ver­

Maria Ragolle De families CLUYSE - DE FRUYTIER en RAGOLLE - STRAGIER danken u voor uw gebed en medeleven. Rouwleiding Desmet Gebrs., Wakken

J.D.R.-druk, Wakken

Rouwprentje Camiel Cluyse, jarenlang bestuurder bij Mijn Huis

30


t BID G O D V O O R DE Z IE L V A N M IJN H E E R

PAUL-OCTAAF-JOZEF PEÊRS

goede, o aHer/oetsïe W Jésus, zie, ik buig mijne knieën in Uwe tegenwoor­ digheid en ik smeek U met de grootste vurigheid van mijn geest dat ö ij U gewaaroigi, in mijn hart te drukken levende gevoelens van geloot van hoop en van liefde, een oprecht be rouw over mijne zonden en een vasten wil, mij van mijne zonden te beteren, terwijl ik met eene groote aandoening van droefheid bij mij zalven overweeg en in den geest aanschouw Uwe vijf Wonden, voor oogen hebbende, hetgeen reeds de Profeet David U over U zeiven in den mond legde, o goede Jésus „Zij hebben Mijne handen en voeten doorboord. Zij hebben al Mijne beenderen geteld "

Echtgenoot Tan Mevrouw A L IN E L E F È V R E Eere-Notam - Lid van de Kerk-Fabriek Voorxitter van het Sint Vincentius genootschap, en Hd van de godvruchtige vereenigingen der parochie geboren te W akken den 7 M a art 1869, en godvruchtig overleden te Harelbeke, den 11 O ogst 1937 gesterkt door de laatste H .H . Sacramenten.

De Heer. had ons veel gegeven. Hij heeft ons veel ont­ nomen! D at zijn N aam gezegend zij! Hij w as een christen man, met naam en d aad een w aar en echt katholiek, verkleefd aan God, de Kerk en hare dienaars. De Heer had hem begaafd met een edele en kloekmoedige ziel, met een teeder en liefdadig hart, een klaren geest en stoere werkzaamheid. Een ware vad er w as hij van de armen en de steun van alle goede werken. Getrouwe vriend, vreedzaam en steeds gedienstig voor iedereen, onbaatzuchtige en wijze raadsm an, eerlijk en rechtschapen, met gezag en goedheid, w ist hij zijn christe­ lijke plichten en taak te volbrengen en te doen waardeeren. Geen wonder d at alwie met hem in aanraking kwam, met eerbied n aar hem opzag en n aar zijne woorden luisterde. — W etend d at de godsvrucht en het gebed nuttig, ja noodzakelijk is. kwam hi). zoolang het kon. dagelijks ter H .'M is en ter H. Communie, om den Heer volharding te vragen in zijn godvruchtig leven en gerustheid v o or de ziel in het uur van den dood ; Zijn langdurige ziekte zelf. ge­ dragen zonder klacht en in volledige onderwerping aan den Heer, w as een laatste bereiding en loutering v oor de eeuwigheid. Gelijk de welriekende fakkel die uitgaat, zoo is deze geëerde man heengegaan, na zich verspreidende den balsemenden geur van een onberispelijk leven. W E L B E M IN D E E C H T G E N O O T E . ik dank u v oor ons gelukkig samenzijn, v oor uwe edele liefde en uwe teedere en onvermoeide zorgen. M et G ods genade, vertrouw ik u toe de verdere toekomst van onze dierbaren. G E L I E F D E K IN D E R E N en K L E IN K IN D , dezelfde liefde, waarmede we m alkaar hebben gelukkig gemaakt, blijve ons vereenigen in gebed en offer: weest mij indachtig en bidt vo or mij ; gij vooral, B E M IN D E Z O O N , priester des Heeren. gedenk u mijner aan het A ltaar. G o ds zegen en vrede ruste over u allen. T o t weerziens in den hemel.

Voll«n a lla it *oo i du a io »*1»*fa n an , M o itM r mon na «aardig gabiacht •n du H, Com n un le ontvangen ta n aooan, uit yabati Duit voor «an tiwatu - - 'i« d e k o ji» la n iniantia -1 Vatfer

M ijn Je zus, b a rm h a rtig h e id . *00 d a g e n a fl.

Em . V an Kersschaever, koster, Harelbeke

Rouwprentje Paul Peers, eerste voorzitter van Mijn Huis

31


u ff

if

n *A

aÏau-W **~*1

ƒ

J

A

G e a ch te

Ik

m oet

ik

b en

U

D am es

n ie t

d an

te h u is

te

en

H e r e n , w a .- - .- r d e

ze g g e n

oo k

ze e r

ku n n en

d a t

ik

U

v e rh e u g d

a a n b ie d e n

V r ie n d e n ,

a lle n

en

to t

v e re e r d

en

gem eend

is

w él

m ijn U

b e ste

d eze

h e e t

v r ie n d e n

r e c e p tie

ik

op

re k e n

on s

U , a lle m a a l, ze e r

en

gem een

-

h a r t e lijk

w e lk o m . De

re d e n

in z ie n s

v a n is

p a a ld e

on s

h e t

w ijk ,h e t

de

en

Ik

den k

z e e r n u

van

v e le

de

W at

de

aan

d er

tc

te

,m a a r

aax

en

w a s .H e t

in w o n e r s

g e m e e n t e lijk e

is

v a s te

in

te

B u rg e m e e ste r

n eg

e e n s

n og

n ie t

te

te

d a t

to e n

v o lle en

m eer

in

h e t

de

e e r s te

v a n

m o e ilijk

d ie

te

de

be

-

e r

w e r k e li;

o r g a n is a t ie s y m p a th ie

v a n a f

u itg e g r o e id

v a n

de

ja r e n

d an

m e d e w e r k in g ,d e

n o g

d a g lic h t

w ijk b e w o n e r s

s t e u n ,d e

k e r m is

prom oom

a a n v a n k e lijk om

de

U

Ju le s

en

g e le g e n h e id

de

p la a t s e lijk e

w a a r d e ,d i e

b e z ie le r

im p r o v is a tie

in z e t

-

z i jn .

h e t

r ic h te n

v e r s c h a f f e n ,w a t

w ijk

d eze

v e r g e te n

w eet

in

be

s e r i e u z e , a lo m g e k e n -

e e r s te

o u d -B u rg e m e e ste r hem

m ijn s

e en

r ic h t e n .

een

de

de

l a n g ,e e n

w ijk ,e n

b e t r e f t ,ik

z i j

u it

m e n s e n ,u it

w el

m is s c h ie n

l u k t e ,d a n k

de

uw

is

g e n o egen

w as

v e r a n t w o o r d ,w a n t

g ro e p

m is s c h ie n

we

z e lf

ja a i

k e r m is

fe e s t e lijk h e d e n

b i j w a r e n .N a d e r h a n d

te

on ze

en

ee n

v o o r g a n g e r , W ijle n

van

f e e s t e n .H e t v a n

b re n g e n

h e t

a l

m ijn

u w e n ,i n w o n e r

z c g 0 en

d a t

k r i j g t ,25

d r ie d a a g s e

w a s ,e n k e le

g e v a l

v an

m ekaar

k e r m is fe e s te n

sam en

b e la n g r ijk

v e r d ie n s te

o n m id d e llijk

e e r s te

on

d o e lin g

h e t

v o o r

v e r d ie n s te n . n

en orm e

gew aard eerd e

V e r s t a e n ,e e n te r

s a m e n z ijn

een

h e t

n a a r

b e g in

een

k e r m is a ffic h e

is

w eg

d en k en .

M ijn d ie

w aard e U

25

t e lijk e ke

p la n

fe k to r

h e t

V r i e n d e n ,o m d a t

ja a r

l a n g ,v a n b e la n g

h e t

w a a r d e n iv e a u

op

o ffe r s

d a t

en

d a t we

uw e

b e r e id

in

de

h e t

v an

in r ic h tin g

h e b t

v a n

uw

de

u i t g e b o u w d ,o o k

g e m e e n s c h a p s le v e n

ee n

v o o r

h e e ft

ja a r lijk e

z ijn

b e te r

is -w a n t

d an k b aar

in s p a n n in g e n we

ja a r lijk s e om

van

g e m e e n te b e stu u r

W eet

de

la n g s

is

g e m e e n te , daarom in z e t ,d ie

v a n

U

k e r m is fe e s te r op

h e t

e en

b en

ik

a lle n

gem een­

b e la n g r ij­ U

nam ens

b e la n g r ijk e

g e v ra a g d .

r e a lis a t ie to e k o m st

ho og

z o a ls

s c h a tte n

in

h e t

en

z e e r

v e r le d e n

w a ard eren

uw e

a c tie s

en

te

s te u n e n . W aard e

V r i e n d e n ,in

k o m ,w e

w aren

re n We

U

v o o r

d an k en

van

de

M oge d ie

z e e r

de U

h e t

h e r h a a ld e

v o o r

h e t

g em een sch ap

d eze

avo n g

m e te e n

e en

n i n g e n .M o g e en

uw

Ik

w ens

U

Ik

s t e l

v o o r

a ls

en

, n s

op

w en sen

een

avo nd

s lo t een de

h ie r

te

g e p re s te e rd e

en

u it

g e r e s u m e e r d ,U

U

de van

g o ed

U

b an d en

w ijk

b in d

d eze g la s

v e rd e re

d ie n og

k o r te te

h e t

b lo e i

v a n

uw

h e t

z e e r

w el

f é l i c i t é

-

in r ic h t in g e n .

uw

e ig e n

m ensen

en

to e k o m st.

z ijn

v a n

v o o r

uw

uw

w e r k ,m a a r

v e rd e re m et

in s p a n U

z e lf

to e h a le n ;

to e s p r a a k op

h a r t e lijk

G e m e e n te b e stu u r

nauw er

d r in k e n

uw

v a n

de

b e te k e n e n

ze e r

b e g r o e t e n ,w e

b ij

b a te

v o o r

M m

ku n n en

de

te n

b e s te

b e k r o n in g zo u

h ie r

m ogen

r e s u lt a t e n

w erk

h e t

w as

h eb b en

s u c c e s v o lle

s tim u la n s

deze

v r ie n d e n

s o o n lijk

k o r t

v e re e r d

n o g

e en

w e lz ijn

aangenam e v a n

gew aa rd eerd e

U

avond

a lle n

p e r­

o r g a n is a t ie .

Toespraak burgemeester Cluyse naar aanleiding van 25 jaar Hekkenstraat-kermis (1976)

32


T oen w

ik

3a

25

o o r d e lijk e

de

a r

g e le d e n

p o s it ie

w o n in g s c h a a r s te

w oonden

e rg e n s

d r in g e n d E r

w erd

en

we

ie t s

in

k o n ta k t

m et

de

een

ged aan

w erd

to t

g e b r a c h t .E e n

sta n d v o o r

E n k e le de

een ja r e n

n a

g e le g e n h e id

gem aakt

v o o r

w ijk ,d ie

e e r s te

fa m

m et

d eze

de

d e j4

kw am

de

g r o te

p r o b le m e n

.

M eer

dan

o f

z e lfs

10

en

er

% van

b ij

een

B o u w m a a ts c h a p p ij een

C .0 .0 .

v ru c h tb a re

d ie

r e a lis a t ie

e e r s te een

tw e e d e

naam

de

n a a r

d e e l,

g e s te ld

p o lit ie k

van

ilie lid

n ie u w e

b e la n g r ijk

een

een v a n

o n ze

v e ra n t d ie

-

t i j d

,

in w o n e r s

v r e e m d e .D a a r

m oest

w o rd en .

p la a t s e lijk e de

W akkense

g e m e e n te

r e g e lr e c h t

k e n s tr a a t

de

de

on ze

opgenom en

ste v e n d e n

Sam en

in b ij

aan

in

in n a m ,w a s

w ijk de

de

de

in

v e r w e z n lijk in g

g ro te

w as

van

'B u r g e m e e s t e r

s tu k

H u is

v a n

de

g ro n d

B o u w m a a ts c h a p p ij

w o n in g n o o d

n ie u w

T u in w ijk

e ig e n a a r m et

M ijn

on ze

,w e r d

g ro n d

r e a l i s a t i e .I n

te

in

M ijn

de

H ek­

H u is

V e r s t a e n la a n '

m ild e r ­

g e m e e n te .

de

B o u w m a a ts c h a p p ij

k op en

en

d r ie

fa s e n

de

la a t s t e

m e e k r e e g ,w a a r v a n

H a r e lb e k e

s a m e n w e r k in g .

w erd en

v e r r e e s fa s e

in

p la n n e n een

nu

n ie u w e

b ijn a

is

a fg e w e r k t. En

v an d aa g

z ijn

we

op

aan

T u i n w i j k ,d i e Ik

b en

f ie r

p le c h tig e

i n i t i a t i e f

de

o n d e rtu ss e n en

g e lu k k ig

in h u ld ig in g

P ie r

om dat

ik

P ie r

om dat

G roen h o ve

aan

p r iv a a tb o u w e r s een En

s tu k je ik

d eze

b en

de

in

n ie u w

te

d e d e rt

te n

v an

g e v o lg e a ls

m ogen

in le id e n

, sam en

de

m et

we

de

ja r e n d eze

van

a k t ie f

m o o ie

fe e s tk o m ite it

n ie u w e

f u s i e ,G r o e n h o v e van

de

W akkense

w erd

g e h e te n .

g e m e e n te , d eze

.

d eze

n ie u w e

p r iv a te

v e r k a v e lin g h e e ft

v an

v e r te g e n w o o r d ig e r

van

om dat

e n k e le

to e

h ie r

W akken

w ijk ,h e t

h e t

in h u ld ig in g

o p r ic h tin g

d eze

g e lu k k ig

n ie u w e

van

o f f ic i ë le

de

w ijk

heb

v e r k a v e lin g w ijk

kun nen

m eew erker

M a n d e lv ijv e r

M o le n k o u t e r

-

en

de

O e s e lg e m s x r .

g e m a a k t.

van d aa g

w o n in g p r o b le e m

ku n n en in

ze g g e n

o n ze

d a t

g e m e e n te

d o or zo

de

go ed

opbouw a ls

van

o p g e lo s t

i s . M evrou w en d ie de

d it

,

M ijn e

a lle m a a l

b ew on ers

v an

z e g g e n .D a n k b e stu u r heb w aar

en

kun nen

H eren h eb b en

,

G roen h o ve

v o o r a l

aan

v o o r n a m e lijk

v an d aa g

m o g e lijk

de ik

s a m e n w e r k e n ! 2» !

en

b en

ik

in

de

g e le g e n h e id

g e m a a k t .n a m e n s

nam ens

de

g a n se

a ls

H u is '

a a n g e s t e l d e .g e d u r e n d e

o p r ic h tin g

v an

d eze

de

in s ta n tie s

G e m e e n t e b e s t u u r .n a m e n

W akkense

B o u w m a a t s c h a p p ij'M ijn

de

h e t

g e m e e n s c h a p ,d a n k w aarm ee

25

h e t

te

gem een t

j a a r ,v r u c h t b a a r

w o o n w ijk

h e e ft

kunnen

m aken.

D an k a a n de O p e n b a r e B e s t u r e n w aar we d e n o d ig e s t e u n h e b b e n g e v o n d e n om de b o u w p la n n e n d o o r t e v o e r e n . B a n k a a n de in w o n e r s v a n G r o e n h o v e d i e

a lle s

i n h e t w e rk s t e l l e n om hun

w i j k de s t a n d i n g t e g e v e n w a a ro p h e t r e c h t h e e f t . B a n k a a n h e t P e e s t k o m i t e i t v a n de w i j k v o o r h e t i n i t i a t i e f v a n v a n d a a g e n de i n r i c h t i n g v a n de j a a r l i j k s e

w i j k f e e s t e n e n z o d o e d e b i j d r a g e n om

o n ze g e m e e n te e n h un G r o e n h o v e É n de g e e s t e n e n de h a r t e n v a n a l l e

Wak -

k e n a r e n e n s y m p a t h i e s a n t e n ,e e n b i j z o n d e r e fa a m t e g e v e n . I k e i n d i g m ijn t o e s p r a a k m et de w ens u i t d e z e m ooie w i j k , i n d e r^ b tre v e n

d r u k k e n d a t de b e w o n e rs

van

e e n g e e s t v a n g o e d e v e r s t a n d h o u d i n g v e r d e r sam en

te

zou-

e n w e rk e n om h u n G r o e n h o v e ,g o e d e n s c h o o n t e

p l a a t s w aar h e t g o e d i s

b e w a re n i n e e n

om t e w onen e n t e l e v e n .

M evrouw en , m i j n H e r e n , g e a c h t e G e n o d ig d e n ,b e w o n e r s v a n de w i j k G r o e n hove

, het is

m ij

een g r o te e er en een g en o eg en nu

w ijk o f f i c i e e l i n t e

h u ld ig e n

d e ze

.

Toespraak schepen Cluyse naar aanleiding inhuldiging derde fase Tuinwijk (1980) 33


Eerste woningen gebouwd door Mijn Huis (Burg. Verstaenlaan)

Burg. Verstaenlaan (privĂŠ-initiatieven) (foto: AndrĂŠ Desmet) 34


4 bejaardenwoningen (Burg. Verstaenlaan) (foto: AndrĂŠ Desmet)

Reeks woningen met platte daken (Burg. Verstaenlaan) (foto: AndrĂŠ Desmet) 35


Laatste reeks van 7 woningen in de Burg. Verstaenlaan gebouwd door Mijn Huis (foto: AndrĂŠ Desmet)

Tuinwijk (later genoemd Groenhove), eerste fase (foto: AndrĂŠ Desmet) 36


Groenhove, tweede fase (foto: AndrĂŠ Desmet)

Groenhove, derde fase (foto: AndrĂŠ Desmet) 37


Tweede reeks woningen Camiel Cluysestraat

Camiel Cluysestraat, eerste reeks woningen, bejaardenwoningen (voor­ rang voor 55-plussers) (foto: AndrÊ Desmet) 38


Project hoek Mandelstraat/Molenstraat, 13 sociale appartementen. Deze werden officieel ingehuldigd op 19 mei 2005 (foto: AndrĂŠ Desmet)

39


Frans Vercampt

TIELT STADJE KLEIN Als mijn herinneringenglijdt, terug door vele jaren. Dan zie ik steeds weer in de tijd, jouwspitse torens staren. In swinters mistlucht grauw en grijs? stil eenzaam en verloren. In zonnegloed der avondzon, steeds sprankelend herboren.

refrein: Dan is er een liedje dat zacht in mij ruist, dan is er een warmte die in mij bruist. Tielt stadje klein, Tielt stadje mijn, U eeuwige dijn. Als ik uit oost of west er schrijdt, en traag bestijg uw heuvel. Mijn stadje zie zo toegewijd, in deinend korenstreuvel. Of sneeuwtapijt met meeuwenschreeuw, verloren in de luchten, Met duiven wiekend om U geen, hoe kan ik U ontvluchten.

refrein Hoor ik het speelse beiaardspel, of traag de klokkenklanken. Dan weet ik in mijn harte wel, wat ik U heb tedanken. Het eigen volk de eigen taal, de sfeer rond huis en erven. Vertellen: menselijk verhaal, geboren leren sterven.

refrein Lief stadje waar mijn wieg eens stond, mijn lichaam eens geborgen. Heel diep in Uw gewijde grond, toch rijst een nieuwe morgen. Met elke lentevogelzang, met vlinders bij de bloemen. En uit elk botje breekt de drang, om U mijn Tielt te roemen.

refrein

40


Uitvaartcentrum

DHONDT & BOCKELANDT Begrafenissen - Crematies - Funérarium Stationstraat 103 - Tielt Tel. 051 40 02 27 - Fax 051 40 56 27

D LE COMPUTERS

Vredestraat 20 8700 TIELT Tel. 051 40 61 93 |

K

>4R G E N T K uw a p p e ltje voor d e dorst

A D V E R T E N T IE R U IM T E TE HUUR

A T e K a b vb a

Tanghe K ris 051 40 18 38

le p e rstra a t 8 • T ie lt V in k tstraat 5 • A a r se le


bvba D ru k k e rij D esm et-D hondt, W akken


'oehof-L ZootenhuH e

3 ta/e.i’/u>i

Ratehnt] Straetej^

ucqiu’e' I dc/uewerj

vd/wek

•conti

■R

T in

i.

f; i

t 'aeruuj/qgn loekooom J rask J e r m ’ïe

tó k

tMrpe/ptii vfct/eni 7/>

tram e/

Mxrrkxujnen 1 Wt laeSferi/brityge

^êiï/t’beke

Wanj'bruj/t/e

'd eA beeJe j X

7 n</e//11 {u is te r f j \]\reitmenhovt’

/

m zM ?

e ie re n

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 36ste jaargang, nr .4 - oktober - novem ber - december 2.005 Afgiftekantoor 8700 Tieft


fl m m m m «7 S U P E R M A R K T

m e ib lo e m ...... ..... 1

Kortrijkstraat 56 8700 Tielt Tel. 051 40 1 1 76

K a s te e ls tra a t 1 49 8 7 0 0 T IE L T

T el. 051 4 0 18 23 F ax 051 4 0 51 93

w w w

.d

e m e i b l o e m .b e

CENTRALE VERWARMING & SANITAIR

Oude Stationstraat 142 8700 Tielt (aan het station) Tel. 051 40 64 35

ALGEM ENE ELECTRICITEIT bvba

D ebusschere E .& L .

Deconynck-Ampe

d

bvba

0

M a zo u t

B ru g g e s tra a t 4 3 - 8 7 0 0 T e l. 0 5 1

4 0 0 7 15

F a x 051

40 73 37

G SM

Toonzaal en magazijn: K lijte n s tr a a t 2 7 -2 9

T IE L T

0475 32 77 08

P riv a a t- en in d u s tr ië le in s ta lla tie s L a a g s p a n n in g s in s ta lla tie s

8 7 0 0 T ie lt

G e c e rtific e e rd in s ta lla te u r :

V o o r s e r v ic e en k w a lite it:

d a ta - e n n e tw e rk b e k a b e lin g

Tel. 051 40 01 09

S T U D IE - A D V IE S - U IT V O E R IN G

d o m o tic a

m


De RoeĂ´e

T

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift voor de gemeenten van de vroegere roede van Tielt: Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem en Zwevezele 36ĂŻ,e jaargang, nr. 4 - oktober - november - december 2005 W ettelijk depot - BD 25413


De Roede van Tielt

Inhoud

Gesticht op 28 april 1970 Lid van het West-Vlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

Eric en Filip Bekaert DE HEREN VAN DENTERGEM

erevoorzitter: Paul Vandepitte, voorzitter 1970-2000

Voorzitter: Ondervoorzitter: Secretaris-penningmeester en verantwoordelijke uitgever: Philippe DE GRYSE Stoktmolenstraat 32/3, 8700 Tielt Tel. & Fax: 051 40 18 38

Redactieraad: Jaak Billiet, Philippe De Gryse, Juul Desmet, Celine D ’Hulst en Geert Vermeulen

p. 3-24

Frans Hollevoet OUD THIELT, RICHARD MAES EN BELLOOTJES SCHOOLE

p.25-35

liiez Démarrez DE MIRAKELS VAN MARIALOOP VOLGENS JACOBUS MUS (1733-1736)

p.36-53

Arseen Verbeke MARKEGEM, EEN OASE VAN RUST

p.54-55

Adres van de auteur: Eric Bekaert Brouwerijstraat 24 8720 Markegem Filip Bekaert De Linde 5 8980 Geluveld Frans Hollevoet Bedevaartstraat 98 8700 Tielt liiez Démarrez C. Buyssestraat 34 9810 Eke Arseen Verbeke Driesstraat 107b 8700 Tielt

“ De Roede van Tielt” verschijnt viermaal per jaar. De lidmaatschapsbijdrage is € 17,50 voor gewone leden, € 35 of meer voor ereleden, over te schrijven op het bankrekeningnummer 4679350801-88 van De Roede van Tielt, Stoktmolen­ straat 32/3, 8700 Tielt. Er worden geen losse nummers verkocht.

Provincie

ideren” West-Vlaanderen' D oor mensen gedreven

Bibliotheek & fototheek:

Bijdragen worden aan de redactiesecretaris bezorgd. Elke auteur heeft recht op tien exemplaren van het tijdschrift met zijn bijdrage.

Beernegemstraat 5, 8700 Tielt open elke zaterdag, lOuOO - llu 3 0 of na afspraak

Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in “ De Roede van Tielt” mogen slechts overgenomen worden na de uitdrukkelijke toestemming van de redactie.

Hazelaarkouter 60, 8700 Tielt, na afspraak.

Cartotheek: Kaft: detail van de kaart “ District van Thielt (WestVlaanderen). Bevat 1 stad, 17 gemeenten en 63.986 zielen” (ca. 1825) (verz. Paul Vandepitte)


Eric en Filip Bekaert

DE HEREN VAN DENTERGEM DE DENTERGEMSE HEREN VÓÓR 1300 Met het ontstaan van het heerlijk stelsel einde 9l,e-begin 10de eeuw onderging het Vlaamse landschap een grondige gedaanteverwisseling. Het graafschap Vlaanderen werd ingedeeld in 17 kasselrijen, waarvan de kasselrij Kortrijk met haar 70 parochies de derde belangrijkste was. Deze kasselrij was dan nog onderverdeeld in 5 roeden en de parochie Dentergem behoorde, samen met nog 18 andere parochies, tot de roede van Tielt12 . Elke parochie was op haar beurt opgesplitst in een aantal heerlijkheden of stukken grondgebied behorende tot een heer (of in sommige gevallen een instelling), die eigenhandig heel wat rechten had over zij die op zijn heerlijkheid woonden. Wanneer we dan nog vermelden dat de heerlijk­ heid meestal zelf een achterleen was van een groter territorium, dan bent u ongetwijfeld overtuigd van de complexiteit van wat de feodaliteit of het leenstelsel genoemd wordt. Wanneer het leenstelsel in onze streken doorgevoerd is, valt moeilijk exact te achterhalen. De vroegste sporen van heren van de heerlijkheid Dentergem gaan terug tot de l l de eeuw. In 1035 is er voor het eerst sprake van een zekere Libertus de Denterghem3, die in een oorkonde een vonnis van de Raad van Vlaanderen ondertekende. Meer dan een eeuw later, in 1145, is de heerlijkheid in handen van Libert II3, ver­ moedelijk opgevolgd door Walter4. Op 14 juni 1200 signeerde Ivan (Juani) een akte waarin Hendrik, zoon van de graaf van Vlaanderen, een stuk grond te Watervliet aan de Gentse Sint-Pietersabdij schonk. Tussen 1202 en 1248 geven de archivale bronnen ons nog zes namen prijs. Na Ivan hadden we Daniel, die twee­ N. Maddens, De kasselrij Kortrijk in De Leiegonw, X X V , 1983, p. 236-238. 2

A. Fayen, LiberTraditionum Sancti Petri Blandiniensis, Gent, 1906, p. 109.

3

A. De Vlaminck, Cartnlaire de la ville de Termonde, nr. 64, Gent, 1876-1883, p. 33-34. In 1145 ondertekent Libert II een oorkonde waarin de graaf van Vlaanderen de geschillen regelt tussen de abt van Sint-Amands en de procureur van Ardooie.

4

C. Piot, Cartulaire de Vabbaye d ’Eename, nr. 373, Brugge, 1881, p. 355-356.

3


maal was gehuwd: eerst met Béatrice en vervolgens met Heilindin. Hij werd opgevolgd door zijn broer Willem I, die net als Daniel de titel van ridder droeg5. Rond 1220 is er sprake van de twee kinderen van Daniel en Béatrice: Lambert en zijn zus Aelis, gehuwd met ene Gérard6. Na hun blijkbaar kortstondig “heerschap” is het de beurt aan Willem II, zoon van Willem I en gehuwd met Sarah de Baudimont. Tussen 1234 en 1248 hebben we tenslotte Libert III, broer van Willem II. Deze twee laatste heren worden betiteld als Willem en Libert “ de Novo Wallo” (of Nieuwenwalle) van Dentergem. Vermoedelijk hebben zij hun heren­ hoeve ’t Casteelgoed laten omwallen. Ook zij waren ridders7. De heerlijkheid Dentergem was op het einde van de 12de eeuw in het bezit van de Sint-Pietersabdij van Gent. Tussen de jaren 1177 en 1190 schonk de toenmalige abt Gerardus aan de schout van Afsnee tijdelijk het dominium en de cijnsrechten van Dentergem, dit ter compensatie voor een leen dat hem met geweld werd ontvreemd. Achteraf moest dit patrimonium terugkeren naar de abdij8. In 1206 was dit allicht reeds het geval, aangezien de abt van Sint-Pieters toen de monnik Siger(ius) als presbyter in Dentergem aanstelde9. Vermoedelijk in de 13de eeuw werd de heerlijkheid vrij-eigen, van niem and gehouden dan van God ende de Zonne. Dat houdt in dat de heren van nu af aan hun heerlijkheid vrij weten te houden van alle leenverplichtingen. Dit betekent echter niet dat ze ontsnapte aan het hooggezag van de vorst, alleen was er geen vazaliteitscontract meer tussen beide. Een dergelijke structuur was eerder uitzonderlijk in lekenhanden en was meer voorbehouden aan abdijen en kapittels10. 5

A . Van Lokeren, Chartres et Documents de l ’abbaye Saint-Pierre à Gand, dl. 1, nrs. 422, 448 en 449, Gent, 1868, p. 229-230 en 240.

6

A . Feys & A . Nelis, Cartulaires de la prévôté de Saint-Martin à Ypres dl. II, nrs. 99 en 109, Brugge, 1880-1881, p. 70 en 75.

7

D. Haigneré, Les Chartres de Saint-Bertin d ’après le Grand Cartulaire de Dom Charles-Joseph Dewitte, dl. I, nrs. 618 en 835, Saint-Omer, 1886, p. 269 en 375; F. H. D ’Hoop, Recueil des charters du prieuré de Saint-Bertin à Poperinghe, nrs. 65 en 69, Brugge, 1870, p. 63 en 67.

8

A . Fayen, o.c., p. 201.

9

H. Hasquin, Gemeenten in België, geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, dl.I, Vlaanderen, 1980, p. 178-179 (het artikel over Dentergem is van de hand van L. Dhondt); F. M ichem, De parochie-geestelijkheid van het oude dekenaat Tielt in De Roede van Tielt, 8 " jg ., nr. 3, sept. 1977, p. 37.

10 Hoe en waarom de heerlijkheid Dentergem plots vrij-eigen werd, hebben we niet kunnen achter­ halen.

4


DE 14DE EEUW In 1312 is er voor het eerst sprake van Alardus dictus de Denterghem". Hij was proost van de Sint-Maartensabdij te leper en trad in 1320 op als getuige toen de graaf van Vlaanderen Robrecht van Bethune het erfachtig baljuwsambt van Kortrijk terugkocht en zijn bezit verdeelde tussen zijn zonen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Kassei1 12. Alardus bleek een kleurrijk figuur. Hij hield o.a. een herberg waar hij wijn verkocht en spoorde de kapelaans aan een geldelijke boete niet te betalen. Hij werd vermoedelijk opgevolgd door Pierron, die in juli 1330 gezocht werd als samenzweerder tegen de Fransgezinde en onpopulaire graaf van Vlaanderen Lodewijk van Nevers13. Na Pierron kwam Arnolf. Een akte van 10 november 1336 vermeldt hoe hij in ’t land van Cadzand gevangen genomen werd door de Engelsen, nadat deze het Vlaamse leger verslagen hadden14. Na Arnolf kwam ver­ moedelijk Diericx15, die de heerlijkheid doorgaf aan zijn dochter Marie, gehuwd met Heinric vander Oye, fs. Willem. Een akte van 24 oktober 1349 spreekt over myn here Heinric vander Oye, heere van Denterghem16. Het echtpaar verkocht de heerlijkheid op 6 april 1380 aan Gillis Buc17, klerk en familier der abdij van Boudeloo (Sinaai-Waas), die in 1387 het grondgebied dum ageret in humanis (om menselijk te handelen) aan zijn abdij schonk18. FAMILIE VANDER ZYPE (1390-1535) In 1390 ruilde Baudelo de heerlijkheid Dentergem voor de tienden van Vrankendijk in Hulst (Land van Saaftinge) met Pieter vander Zype19, fs. Geraard en Catharina Heyman, universitair geschoold raadsheer van Lodewijk van Male (1346-1384), laatste graaf van Vlaanderen en Filips 11 F. Debrabandere, Persoonsnamen in het Kortrijkse, 1300-1350 in Naamkunde, III, 1971, p. 75. 12 Jaerboek der stad en oude Casselry van Kortryk, verzameld Uyt menigvuldige Auteurs en Hand­ schriften, dl. II, Kortrijk, 1815, p. 24. 13 S .A .G . (Stadsarchief Gent), Van Duyse, Chartres et Documents de Ia ville de Gand, nr. 357. 14 Jaerboek der stad en oude Casselry van Kortryk, o.c., dl I, Kortrijk, 1814, p. 47. 15 A .R .A . (Algemeen Rijksarchief Brussel), Rekenkamer 42890, rekening kasselrij Kortrijk 03.12.1387-

17.02.1390. 16 V. Vanderhaeghen, Abdij van den Groenen Briel, Oorkonden, Gent, 1888, nr. 47, p. 88. 17 Philippe de l'Espinoy, Recherche des Antiquitez et de Noblesse de Flandres, dl. II, Douai, 1632, p. 304. 18 Haelloyers der vrij eyghenen in De Vlaamsche Wacht III, 10.10.1880, nr. 8, p. 60. 1

C. Vleeschouwers, Het archief van de Abdij van Boudelo te Sinaai-Waas en te Gent, Regesten der oorkonden, band 2, nr. 777, Brussel, 1983, p. 584. Op 6 januari 1391 (n.s.) maakten de deken en het kapittel van O.L.V.- Kortrijk bekend dat de ruil was doorgegaan. Wij gaan dus van de ver­ onderstelling uit dat deze transactie gebeurd is in 1390.

5


de Stoute (1384-1404), hertog van Bourgondië20. Het feit dat Pieters broer Geraard jr. toen abt van Baudelo was, zal hier allicht niet vreemd aan geweest zijn. De vander Zypes droegen een wapenschild van sinopel met drie luipaardkoppen van gond, getongd van keel1'. Door zijn heldhaftig optreden in de maanden juni, juli en augustus 1383 tegen de Engelsen tijdens het beleg van leper (100-jarige Oorlog, 1337-1453), werd hij kort na het wegtrek­ ken van de vijandelijke troepen tot ridder geslagen. Op 5 maart 1384 kreeg hij door Filips de Stoute het baljuwschap van deze stad22. Een benoeming die hij allicht kon appreciëren, want samen met de baljuw van Gent en Brugge genoot hij, als belangrijkste vertegenwoordiger van de vorst in de stad én in de kasselrij, heel wat macht en aanzien in het graafschap Vlaanderen. Het belang van deze functie vertaalt zich in de wedde die hij hiervoor ontving. Voor de periode van 5 maart tot 19 september 1384 streek hij 65 pond op, wat neerkomt op een jaarlijkse vergoeding van 120 pond23. In 1386 promoveerde Pieter vander Zype als docteur en décrets tot justitiële leidsman van de op 15 februari opgerichte Raadkamer te Rijsel24. Drie jaar later werd hij zelfs voorzitter van deze Kamer, de latere Raad van Vlaanderen25. Dé bekroning van zijn carrière kwam er echter op 8 oktober 1390, wanneer hij aangesteld werd tot gouverneur van Rijsel, Douai en Orchies, waardoor hij, samen met de soevereinbaljuw van Vlaanderen, tot de trouwste medewerkers van de Bourgondische hertog Filips de Stoute ging behoren26.I,*

S. Dauchy, De processen in beroep uit Vlaanderen bij het Parlement van Parijs (1320-1521) in

Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, jg. 57, nr. 154, Brussel, 1995, p. 165, voetnoot 269; J . Decuyper, De krisis in het kapittel van Kortrijk op het einde van de 14de eeuw. Tussenkomst van hertog Filips de Stoute in De Leiegouw, II, 1960, p. 25. J.B . Rietstap, Armorial Général, III, Lyon, M LM , pl. CCXVII. H. Nowé, Les baillis comtaux de Flandre. Des origines à la fin du X IV siècle in Acad. Roy. de Belg., Classe des Lettres et des Sc. Mor. et Pol, Mémoires, œ il, dl. X X V , Brussel, 1929, p. 386. N. De Pauw, Jehan Froissart’s Cronijke van Vlaenderen, dl. II, Gent, 1898-1909, p. 300-302. A . Uyttebrouck, Le gouvernement du duché de Brabant au bas moyen âge (1355-1450), Brussel, 1975, p. 752. J . Gailliard, Bruges et le Franc ou leur magistrature et leur noblesse, vol. I, Brugge, 1857-1864, p. 392. A .D .N . (Archives Départementales du Nord), B 1597, f°4 v° (gouverneur de noz villes et chastellenies de Lille, de Doay et d ’Orchies et des appartennances).

6


De heerlijkheid Dentergem, allicht sedert de 13de eeuw vrij-eigen, werd door Pieter op 4 september 1399 opnieuw als leen verheven en aan het leenhof van het Kasteel van Kortrijk verbonden: Pour nous dédommager des droits que nous perdrons, missire de le Zipe nous offre de devenir nostre homme de son franc aloet dudit lieu de Denterghem, au quel appartiennent en terres arabels, bois et prez jusques à trente deux bonnier et demie17. Pieter vander Zype, in 1383 gehuwd met Marie van Diksmuide, fa. Michel en Jacqueline van Belle, overleed op 29 februari 1404. Hij en zijn echtgenote werden begraven in de Sint-Pieterskerk te Rijsel, enkele meters naast Lodewijk van Male. Het grafschrift is ons, ondanks de totale afbraak van de kerk tijdens de revolutiejaren, toch nog nagelaten: Chy gist noble homme messire Pierre de le Zype, jadis docteur en loys, chevalier, seigneur de Denterghem, conseiller de monseigneur le comte de Flandre Loys, de Philippe, duc de Bourgongne, etc., gouverneur du souverain bailliage de Lille, Douay et Orchies et des appertenances, premier president à la Chambre du conseil, qui trespassa M CCCC IV, le X X IX de février. Prier pour s ’ame-8. Pieter vander Zype liet vijf kinderen na: Geraard, Pieter, Jacqueline, Jan en Etienne. Geraard vander Zype werd als oudste zoon het best bedeeld. Hij kwam in het bezit van de heerlijkheden Dentergem, Oudewalle, Groot- en Cleynhuyse en van drie lenen en de molen te Olsene. Het betreft de belangrijkste lenen uit het sterfhuis van zijn vader29. Geraard trouwde met Isabelle Bonin, fa. Jacques, schepen te Brugge. Zijn echtgenote overleed echter vrij vroeg en hij trad opnieuw in het huwelijk, ditmaal met Jeanne vanden Bisdomme, fa Jan30. Deze tweede echtverbintenis vond plaats op 8 juni 1421 in de SintJacobskerk op de Coudenberg te Brussel. De dag daarvoor waren, op bevel van Geraard, 14 gevangenen op de Grote Markt onthoofd. Om zich naar de kerk te begeven, moest de bruid echter de executieplaats oversteken. Bij het stadhuis gekomen, slaakte zij een kreet van afgrijnzen bij het zien van de met bloed doordrenkte grond3'.

E. Hautcoeur, Cartulaire de Véglise collégiale de Saint-Pierre de Lille, II, Rijsel-Parijs, 1894, p. 859-860. E. Hautcoeur, Documents liturgiques et nécrologiques de l’église collégiale de Saint-Pierre de Lille, Rijsel-Parijs, 1895, p. 326. S .A .G ., Fonds Lanchals, nr. 814. J.H . Bormans, De Brabantsche Yeesten, III, Brussel, 1869, p. 501. A. Wauters, Histoires des environs de Bruxelles, III, Brussel, 1855, p. 202.

7


Op 11 augustus 1422 werd Geraard benoemd tot schatbewaarder en algemeen ontvanger van Jan IV, hertog van Brabant32. Hiermee bemachtigde hij, net als zijn vader, één van de hoogste administratieve functies binnen het Bourgondische bestuursapparaat. Op 23 april 1424 werd Geraard vander Zype, tijdens zijn reis van Tervuren naar Brussel, in de omgeving van Stokkel, vermoord door ridder Jan Blondeel. Zijn bedienden, die eerst op de vlucht waren geslagen, zullen later zijn lichaam overbrengen naar het klooster op de Coudenberg te Brussel, waar hij in de Sint-Jacobskerk zal worden begraven33. Na de dood van zijn vader werd Filips vander Zype, de enige zoon uit het huwelijk van Geraard en Isabelle Bonin, de nieuwe heer van Dentergem. Hij was gehuwd met Anna De Visch, dite de la Chapelle, fa. Gewijde. Filips overleed vermoedelijk kinderloos. In 1454 kwam de heerlijkheid in handen van zijn neef Gewijde vander Zype, heer van Wasières, oudste zoon van Jan, broer van Geraard. Gewijde huwde met Jossine van Halewyn, fa. Willem en na haar dood met Claire d’Ydeghem, fa. Jan en Cécile van Lichtervelde. Uit zijn eerste huwelijk had Gewijde twee kinderen: Joos en Willem. Gewijde overleed in 1483 en werd begraven in de kerk te Dentergem, in een kapel rechts van het koor. Op een marmeren plaat stond te lezen: Hier licht begrave M ’her Guy vander Zype in zynen tidt Heere van Dentreghem, ende van Waziers, de welcken overleet int iaer van gratie 1483; ende by hem leyt M in Vrauwe zy wyf Jossine van Hallewin34. Gewijde werd opgevolgd door zijn oudste zoon Joos vander Zype, die gehuwd was met Barbele van Schorisse, dite de Gavere, fa. Lodewijk en Simone Vander Woestyne. Joos’ schoonvader was heer van BeverenOudenaarde en Nokere en kwam door zijn huwelijk in het bezit van het burggraafschap Erembodegem. Door een vrij ingewikkelde erfopvolging (zie later, voetnoot 44) zullen enkele van zijn bezittingen een kleine eeuw later in het bezit komen van Anna Dolhain. In 1497 en 1498 was Joos burgemeester van de schepenen van het Brugse Vrije en in 1502 en 1503 bracht hij het zelfs tot burgemeester van Brugge35.

A. Verkooren, Inventaire des Chartres et cartnlaires des duchés de Brabant et de Limbourg et des Pays d’ Outre-Meuse, III, nr. 10037, Brussel, 1988. 33 A. Wauters, o.c., p. 200; J . H. Bormans, o.c., p. 553-554. 34 Koninklijke Bibliotheek van Brussel, Fonds Goethals, nr. 1509, f° 36. 35 J . Gailliard, o.c., p. 612.

8


Joos vander Zype en Barbele van Schorisse hadden slechts één dochter Marguerite vander Zype, die in 1505 haar overleden vader opvolgde. Ze was gehuwd met Filips Dolhain, ridder en heer van Estaimbourch. Lang heeft Filips niet kunnen genieten van de bruidschat van zijn vrouw: in 1506 spreekt men reeds van de weduwe van mynen heere van Denterghem, lest overleden’6. Marguerite zal later hertrouwen met Jean de Blondel-Joigny de Pamele, heer van La Haye3 37. 6 FAMILIE DOLHAIN (1535-1566) Als enig kind van Filips Dolhain en Marguerite vander Zype erfde Joos Dolhain op erg jonge leeftijd de verschillende heerlijkheden van zijn vader, die ongeveer gelijktijdig met zijn grootvader Joos vander Zype was overleden. Zijn moeder Marguerite zal zich met het beheer van deze bezittingen gelasten, die pas op 12 april 153538, na haar overlijden, definitief in zijn handen zullen overgaan. Joos huwde een eerste maal met Adriaene van Liedekercke, fa. Antheunis, die hem twee kinderen schonk: Joos jr. en Antheunis. Adriaene overleed op 18 februari 1540 en werd in de kerk te Dentergem begraven, aldus volgende tekst: Te Denterghem, in den choor, by t' Sacramentshuus, licht mejoncvrouwe Adriaene van Lijekercke, ghesellenede van edel weerde joncheer Joos van Dolhein, heere van Steenburch ende van Denterghem, obiit 1540, den 18 sporcle. Hij drouch: d ’argent à 3 tourteaux de geule39 (een wapenschild van DolhaTn zilver met drie koeken van keel). Na het overlijden van zijn echtgenote trad Joos Dolhain in het huwelijk met Joosine Utenhove, fa. Niklaas, heer van Markegem en Ter Hoyen40. Uit dit tweede huwelijk werd één dochter geboren: Anna Dolhain. Joosine Utenhove overleed op 29 juli 1582 te Dentergem, 33 jaar na haar echtgenoot41. Vermeldenswaardig is wel dat de Utenhoves fervente gereformeerden waren. Zo kreeg Joosine op haar sterfbed het bezoek van de Gentse predikant Christoffel Grenier42. 36 B.A.B. (Bisschoppelijk archief Brugge), F 74, parochie Dentergem, heerlijke rekening 1506. 37 Philippe de l’Espinoy, o.c., p. 305 ; J . Gaillard, o.c., p. 592-593. 38 R .A .G . (Rijksarchief Gent), Fonds Moerman d ’Harelbeke, nr. 734 39 J.B . de Béthune, Epitaphes en monuments des églises de la Flandre au XVIme siècle d'après les manuscrits de Corneille Gaillard et d ’autres auteurs, dl. /, Brugge, 1897-1900, p. 17, uitg. la Société

d ’Emulation. 40 F. Hollevoet, Markegem, het vermaakelyk dorp, Tielt, 1996, p. 70 en 93. 41 R .A .G ., Familiefonds, nr. 4072.

9


Na de dood van Joos Dolhain in 1549 werden zijn bezittingen verdeeld onder zijn twee zonen. Antheunis Dolhain kwam zo in het bezit van de heerlijkheid Dentergem, waarvan hij het beheer overliet aan zijn stiefmoeder en zijn voogd Filips van Liedekercke. Op 27 mei 1557 maakte Antheunis zijn testament op zynder zuiver m emorien... noch­ tans zieck lichame wesende. Alhoewel hij op dat moment te Leuven ver­ bleef, wenste hij zyn doode lichame begraven te worden te Denterghem aldaer zyn ouders begraven z y n ... Door het afsterven van Antheunis, vermoedelijk in 1557, kwam de heer­ lijkheid Dentergem in handen van zijn oudere broer Joos Dolhain. Aangezien hij zich op dat moment in Italië bevond, liet ook hij zijn bezittingen besturen door zijn stiefmoeder en zijn voogd. Hij overleed op 4 februari 1565 ongehuwd te Napels en had in zijn testament de wens uitgedrukt begraven te willen worden in de plaatselijke Mariakerk aan de voet van de grot4 43. 2 Als erfgenaam van o.a. de heerlijkheden Dentergem en Estaimbourch had Joos zijn halfzuster Anna Dolhain (fa. Joos sr. en Joosine Utenhove) aangeduid. In 1558 was zij al in het bezit gekomen van de heerlijkheden Beveren-Oudenaarde en Nokere en van het burggraafschap Erembodegem44. Lang zal Anna van haar territoriale rijkdom niet kunnen genieten. Op 28 juli 1566 maakte ze te Dentergem haar testament op redelic fray ende ghesont zynde, nietmin wat bevaey met inweneghe cortsen. Haar uitvaartceremonie wil ze eerder bescheiden houden: userende alzo lettel uutwendicheden ende pomperien alst mogelic werdt. Vanaf dat moment lijkt alles vrij snel te gaan. Tevergeefs werden verschillende medecyns, chirurgiens, apothecarissen, zustiere... door haar moeder naar Dentergem gehaald45. Anna Dolhain overleed kinderloos op 27 september 156646 en wordt, aldus haar laatste wilsbeschikking, te Dentergem begraven, getuige de 42 H .Q . Janssen, Een krankbezoek bij de vrouwe van Dentergem ten jare 1582 in Bijdragen tot de Oudheidkunde en Geschiedenis inzonderheid van Zeeuws-Vlaanderen, p. 3-10, verschenen zonder uitgever of jaaraanduiding (1856-1863?). 43 R .A .G ., Fonds Lippens, nr. 54. 44 Dit plotse geschenk uit de hemel is het resultaat van een nogal complexe erfopvolging. Deze gebieden waren eertijds in het bezit van Arnoul van Gavere. Hij werd in deze heerlijkheden opgevolgd door zijn zoon Jacques, zijn kleindochter Françoise (gehuwd met Jacques de Claerhout) en tenslotte zijn achter­ kleindochter Marie de Claerhout. Na het kinderloos overlijden van Marie in 1557, kwamen al deze gebieden in handen van haar neef Antoine de Croy, die een jaar later stierf zonder rechtstreekse erf­ genamen. Hiermee was meteen de familietak van Arnoul Van Gavere afgesloten. Erfgename werd Anna Dolhain, achterkleindochter van zijn zus Barbele van Gavere en Joos vander Zype. 45 R .A .G ., Fonds Lippens, nr. 54

10


blauwe arduinen sépulture aan de buitenkant van het noordelijk transept van de kerk: Hier licht begraven edele ionckvr. Anna Dollehain fa ioncheer loos en van vrauwe loosyne Vtenhove fa Mer Clays in hevr levene vravwe van Steynbvrch Denterghem Nokere Bevere en van Avdenaertschen bvrchgravinne van Erenbodighem die overleedt in t iaer 1566. LIEVEN HUEVICK (1567-1578) Na het overlijden van Anna Dolhain rezen de onvermijdelijke erfenis­ perikelen. Aangezien er geen rechtstreekse erfgenamen waren, dienden de heerlijkheden terug te keren naar de families waarvan zij afkomstig waren of moesten ze te koop worden aangeboden. De heerlijkheden Beveren-Oudenaarde en Nokere en het burggraafschap Erembodegem kwamen zo terug in de handen van de familie van Gavere. De belangrijkste heerlijkheden van de familie Dolhain binnen de paro­ chie Dentergem, met name Dentergem zelf (38 bunder), Oudewalle (16 bunder) en ’t Goed Ter Brouwerije, opgesplitst in Groothuyse (13 bun­ der) en Cleynhuse (3 bunder), zijn allicht in 1567 verkocht aan de uit Gent afkomstige Lieven Huevick, fs. Jooris47. Hij was in 1566 te Dentergem gehuwd met Magdalena Buutkins, die hem vier kinderen zal schenken: Jacobus, Cathelyne, Bertholomeus en Joos48. Dat de verkoop niet van een leien dakje gelopen is, leiden we af uit een discussie die ontstond tussen Lieven Huevick en enkele verre erfgenamen die meenden aanspraak te kunnen maken op deze bezittingen. Het was slechts by tusschenspreken vanden pasteur dat op 1 juli 1569 ten huize van Huevick overeengekomen werd dat hij zes jaar tijd kreeg om zijn schulden tegenover deze erfgenamen te vereffenen49. Heeft Huevick zich vergaloppeerd? Waren de inkomsten van zijn heer­ lijkheden ten gevolge van de religieuze troebelen en de economische malaise ondermaats? In ieder geval ging hij in 1578 om hem tontlasten van diverssche schulden over tot de verkoop van de dorpsheerlijkheid

R .A .G ., Fonds Lippens, nr. 54. J . Decavele, De eerste protestanten in de Lage Landen. Geloof en heldenmoed, Leuven, 2004, p. 175. R . A .G ., Fonds Kervyn de Volkaersbeke, nr. 4072. Van de familie Huevick hebben wij, tot onze ver­ bazing en ontgoocheling, geen wapenschild kunnen terugvinden. S.

A .G ., Fonds Lanchals, nr. 814.

R .A .G ., Fonds Lippens, nr. 41.

ïi


iM-flUat h 1=1 Grafsteen Anna Dolhain, buitenkant kerk, Dentergem

12


Dentergem aan Jooris Lanchals50. Lieven Huevick is vermoedelijk eind 1578 overleden. Zijn weduwe zal daarna opnieuw in het huwelijk treden met jonkheer Gheeraerdt Hueribloc51. FAMILIE LANCHALS (1578-1727) Wat er ook van weze, in 1578 kwam Jooris Lanchals (f1597), fs. Pieter en Jacoba Quevin, fa. Joost, door aankoop in het bezit van de heerlijheid Dentergem. Hij was gehuwd met Catherine van Schoonvelde (fa. Denys en Josine Baelde), vrouw van Potterie en weduwe van Antoon de la Douve. Jooris schonk vrijwel onmiddellijk de heerlijk­ heid aan zijn enige zoon Pieter Lanchals, die we dan ook als de eerste “ Dentergemse” Lanchals beschou­ wen. Pieter huwde met Joanna de Manchicourt en droeg als wapenschild een rivier in keel waarin een zwaan van zilver zwemt52. Hij was meermaals burge­ meester van Kortrijk en droeg ook de titel van heer van Olsene. Pieter overleed in 1612 en werd in de kerk te Olsene begra­ ven, waar ook zijn echtgenote in 1632 een laatste rustplaats vond. Zes jaar voor zijn overlijden had Pieter de heerlijkheden Dentergem en Olsene aan zijn enige zoon Philip Lanchals (°1585) geschonken. Dit allicht ter gelegenheid van diens huwelijk op 23 augustus 1606 met Florentina de Gruutere, fa. Philips (heer van Bellem) en Maria Rym. Zij bracht als bruidschat de heerlijkheden Oeselgem en Eksaarde mee. Philip bekleedde gedurende zes jaar het schepenambt bij de stad Gent en was in 1622 hoofdschepen van het Land van Waas. Hij overleed te Gent op 17 oktober 1637, vijf jaar na zijn echtgenote (t8 april 1632). Philip werd opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan-Antoon Lanchals, die in 1641 huwde met Joanna Van der Gracht. De heerlijkheid Eksaarde, die hem door erfenis was toegewezen, werd op 10 januari 1645 door de Spaanse koning Filips IV tot baronie verheven, waardoor Maximiliaan-Antoon en zijn erfgenamen van dan af de titel van baron mochten dragen. Hij overleed vrij jong op 19 augustus 1650. Zijn weduwe trad opnieuw in het huwelijk met de uit Firenze afkomstige kolonel Donato Allemani. R .A .G ., Fonds Moerman d ’Harelbeke, nr. 734. B .A .B ., F 74, parochie Dentergem, heerlijke rekening 1578. Op 25 december 1578 was er reeds sprake van de wezen van Lieven Huevick. In 1583 werd deze rekening ondertekend door Hueribloc. J.B . Rietstap, o.c., II, pl. XIII.

13


Florentina de Gruutere, echtgenote Philip Lanchals Eigenaar: Roger de Kerchove de Denterghem, Waterloo; met dank

14


Philip Lanchals (1585-1637) Eigenaar: Roger de Kerchove de Denterghem, Waterloo; met dank

15


16


17


Anna Isabella Lanchals, echtgenote Jan-Francies de Kerchove Eigenaar: Roger de Kerchove de Denterghem, Waterloo; met dank

18


___ Jan-Francies de Kerchove (1672-1733) Eigenaar: Roger de Kerchove de Denterghem, Waterloo; met dank

19


Wapenschilden Lanchals en Allemani boven het portaal van de kerk, Dentergem

20


Francies-Philip Lanchals (°1644) was zes jaar oud toen hij heer werd van o.a. Dentergem. Op 1 juni 1658 huwde hij als 14-jarige in het kasteel van Kruishoutem met Victoria-Désideria Allemani, dochter van zijn stiefvader, die een jaar ouder was. Boven het portaal van de kerk in Dentergem bemerken we twee door een kroon overspannen wapen­ schilden: een zwaan die in een rivier zwemt (Lanchals) en een rond geschuinbalkt schild van de familie Allemani. Het gezin kreeg drie kinderen: Anna Isabella, Margaretha Francisca en Donaat-Maximilien-Francies. Zijn tweede dochter huwde in maart 1692 met Jan Piers, hoogpointer van de kasselrij Kortrijk. De familie Piers liet later in haar patronimieke naam haar heerlijkheden Nieuwenhuize en Welle vervangen door “Raveschoot” , vandaar de vrij bekende adellijke familie Piers de Raveschoot. Francies-Philip overleed te Eksaarde op 29 oktober 1677, nauwelijks 33 jaar oud. Zijn weduwe zal opnieuw in het huwelijk treden met Jan-Frans Iddekinghe, heer van Cazele. Hij werd opgevolgd door zijn enige zoon Donaat-Maximilien-Francies Lanchals, die in 1695 huwde met Maria Antonia Hangouart d’Avelin. Na exact een halve eeuw aan het hoofd gestaan te hebben van de heer­ lijkheid Dentergem, overleed hij kinderloos op 29 juni 1727 en werd ook in Eksaarde, de woonplaats van zijn familie, begraven. Zijn weduwe overleefde hem bijna 22 jaar ( t l 749). Ze hadden geen nageslacht, van­ daar dat zijn feodale bezittingen overgingen op zijn zuster Anna Isabella. FAMILIE DE KERCHOVE (1727-1795) In 1698 was de 29-jarige Anna Isabella Lanchals, oud­ ste dochter van Francies-Philip, in het huwelijk getre­ den met Jan-Francies de Kerchove (°1672, fs. Joos x Maria-Joanna délia Faille), heer van Etikhove, Vaulx en la Deuze. Zij erfde alle bezittingen van haar broer en werd dus erfvrouw van Dentergem, Olsene, Oeselgem en Gottem. Zo kwam de heerlijkheid in 1727 in handen van de adellijke familie de Kerchove. Zijn wapenschild was geschaakt van zilver en lazuur met een schildhoofd van goud met een d u if van sabel, houdend in haar bek een olijftak van sinopel53. Jan-Francies overleed op 61-jarige leeftijd op 29 juli 1733, twee jaar voor zijn echtgenote (t 13 augustus 1735). Haar grafsteen bevindt zich in de kerk te Olsene, in het zijaltaar van het H. Kruis.

J.B . Rietstap, o.c., II, pl. CCCV

21


%

' JVr

y?/

r.nr. fhdSHïSi

t n e s n ^ — s s,,

ïm Æ a p e m

(U cm cP a ^

mkre ,Mor-onn.e Ld' tïx,aëràe i, 3)ame‘ <j ÖC^êM ^s^ ^ , ( ^ { g ^ h e m ,, U .'

, |U. „v, fras riötó u k ijn eVictoire- i f e fj wefiré afitmani 'potwc itt/ruwire k-jfeoR Sftw iccy 'de, c/tepchcvc '4$£'çjèuineiir V) &Ichoi$e, Ml S^ewsfL <$.c J E

Mkcecè J t j j - med’aovst A '73?-

£ % Meurs Crdans Sont, u w é! M r _ j p > cka rtm ofose.pfi u e » op« p — ^ (jfrf£j\£ {jfi ic h é i& X a ,

.jp e r o n u ' C k d t e r M m n a n x k t ^

'piijnotiv, <y Ç ’ uife, rij otj^rt0*fx ip Q 'v é fe j j * o ' ^ r i i j j r ^ y

W

W cv,

*

fv

r ,

Kerk van Olsene : grafsteen van Anna Isabella Lanchals, echtgenote van Jan-Francies de Kerckhove

22


Boven de gravenkapel van de de Kerchoves, gebouwd tegen het zuidelijk transept van de kerk van Dentergem, lezen we op de band onder de wapenschilden de wapenspreuk van deze adellijke familie: "Endurer pour durerâ&#x20AC;? (verduren om te duren).

23


Na het overlijden van Jan-Francies werden zijn feodale bezittingen ver­ deeld onder zijn vier kinderen. Zijn tweede zoon Jan-Francies de Kerchove jr. (°10 april 1702) was 29 jaar toen hij in het bezit kwam van de heerlijkheid Dentergem. Zijn oudste broer Engelbert-Martin-Jozef (t21 februari 1748) had de titel geërfd van baron van Eksaarde en was heer van Olsene, Etikhove en la Deuze. Zijn jongste broer GerardFerdinand-Jozef was heer van Oeselgem en Gottem, terwijl zijn zus Marie-Caroline ( t l 7 april 1749) gehuwd was met Jeroom Olivier Limnander, heer van de heerlijkheid Zulte. Jan-Francies was 29 jaar toen hij in 1731 heer van Dentergem werd. Hij huwde in 1740 met Theresa-Isabella Van de Vivere (°1706-t5 maart 1789) en overleed op 21 december 1756. Hij werd opgevolgd door zijn negenjarige zoon Jan-Francies-Jozef de Kerchove (°31 juli 1747), die op 23 augustus 1773 huwde met Sabine délia Faille (°29 juni 1754 - t l 2 oktober 1810). Jan-Francies-Jozef was meteen de laatste heer van de heerlijkheid Dentergem. Hij maakte het einde van het Ancien Régime mee en zou overlijden in 181354.

Het leeuwendeel van onze gegevens i.v.m . de adellijke families Lanchals en de Kerchove haalden we uit volgende publicaties: D. Vanquickelberghe, De heerlijkheid Olsene en haar heren uit het

geslacht "Lanchals” en “de Kerchove” in Bijdragen tot de geschiedenis en de folklore van Zulte, 1986, p. 86-95; G.P. Baert, De vrij-eigendom van Olsene in Bijdragen tot de geschiedenis der stad Deinze en van het Land aan Leie en Schelde, X X X V , 1968, p. 79-101; N. Audenaert en N. Van Campenhout, Over de geschiedenis van Eksaarde, Lokeren, 1998, p. 23-28; R. De Clercq en L. Goeminne, De heren van Oeselgem in De Roede van Tielt, 32™ jg ., nr. 1, maart 2001, p. 3-9; E. Dhondt-De Waepenaert, Quartiers généalogiques de familles flamandes, Brugge, 1871, nrs. 117-120.

24


Frans Hollevoet

OUD THIELT, RICHARD MAE8 EN BELLOOTJES SCHOOLE De oudste vermelding van Tielt dateert van precies 900 jaar geleden. Toen schonk Baldricus, bisschop van het immens uitgestrekte bisdom Noyon-Doornik, het personaatsrecht [personalitatis de altare quod in villa, qnae dicitur Tiletum, situm est), d.i. het “altare” of parochiale inkomsten (één derde voor de plaatselijke pastoor] met alles wat erbij hoort, te weten de tienden, de gronden, voogdijrechten en de ambten, aan (de proost van] het Sint-Salvatorskapittel van Harelbeke. Robrecht (van Tielt), de plaatselijke dorpsheer, stond dit toen af, op aandringen van graaf Robrecht II van Jeruzalem en zijn charmante - zo staat er let­ terlijk in de tekst - eega dem entia, na zijn nog te verbeiden dood nota bene'. Een passende gelegenheid om eens stil te staan bij de oorsprong van het bekende, pittoreske en bizarre huis “ Oud Thielt” in het begin van de Krommewalstraat, dat vele streekgenoten die het Rijke Roomse Leven nog meegemaakt hebben, gekend hebben als dancing “ De Pendel”2, met als al even bizarre huisnaam “ Bellootjes Schoole” , schuin tegenover de toenmalige materniteit in de Peperstraat en tegenover de lagere school. OUD THIELT EN RICHARD MAES Fotograaf Richard Maes (Tielt 8 mei 1871 - 19 mei 1955) was, ook al beroepshalve, blijkbaar bijzonder geïnteresseerd in het beeld, hoe dat moest opgeroepen worden en welk effect het opgeroepene kan maken op de verschillende toeschouwers.

(Désiré De Somviele), Thieltsche Mengelingen, Eerste [en enige, dus laatste) Bundel, Tielt, 1878 p. 22-23 (de auteur die enkel een transcriptie afdrukt, heeft het over het patronaat) Het origineel bevindt zich in het RAK, OSAK, nr 1208bis. Ook Paul Vandepitte. Tielt. Speuren naar heden en ver­ leden van Tielt, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Tielt, 1985, behandelt die oude transactie op p. 14-16, alsook Ronny Ostyn, in Tielt. Historische stedenatlas van België, Brussel, 1993, p. 15. Het West-Vlaamse woord pender, met als variant pendel, betekende oorspronkelijk een broodkorf. De dancing was bedoeld om er te kunnen samenkomen als broden of eieren in een mand. Gelijk aan herberg “ De Paander” in Meulebeke. Zie: Dr. Frans Debrabandere, West-Vlaams etymologisch woordenboek. De herkomst van de West-Vlaamse woorden, Uitgeverij L .J. Veen, Amsterdam/ Antwerpen, 2002, p. 269 (grondvorm is het Latijn voor brood: panis).

25


Richard Maes (1871-1955) Met dank aan Paul Bekaert (Tielt)

Met het aanstaande seizoen

O p e n in g

v a n

« O u d

T M

e lt »

in de Krommewalstraat

Prachtige zaal. Zichten & panoramas voorstellende Thielt in de 16^ en 1 7 ^ eeuw

A fw isse le n d e aantrekkelijkheden. ~

~~

oUdheidskundio

m u seu m

¥ermakeïijke en nuttige CinemavertDoningen De Gazette van Thielt, 3 januari 1914 Met dank aan Ronny Ostyn (Tielt) 26


Vandaar ook zijn intense belangstelling voor dat spectaculaire nog jonge beloftevolle medium film dat in 1895 ontstaan was, toen de gebroeders Lumière een patent verkregen voor hun “cinématoghraphe” , de eerste filmprojector. Nog in datzelfde jaar had zowel in Parijs als in Brussel de eerste publieke filmvoorstelling plaats en kon een imaginaire wereld opgeroepen worden. Hij zou proberen het vroegere Tielt, uit de 16de-17de eeuw, opnieuw op te roepen in een gebouw dat hetzelfde effect zou hebben als het trompe-l’oeil in de schilderkunst en een illusie zou scheppen van een ver­ gane werkelijkheid. Nadat hij reeds enig tijd oude kostuums en ceremoniekledij opkocht en bij mondjesmaat voor processies uitleende3, moet hij ook al jaren voor W.O. I met de uitbouw van zijn verzameling van Tieltse materiële relic­ ten begonnen zijn. Hij kocht na die oorlog een reeks hovingen op tus­ sen de Hoogstraat en de huidige Europalaan en eigende zich zo een reusachtige tuin toe. Aan het einde van die tuin (in die Europalaan) bevonden zich een tien­ tal kleinere huisjes, die vrij vlug ontvolkten. De kelders en de gelijk­ vloerse verdiepingen van deze leegstaande panden bouwde hij om tot een soort van opslagplaats en leefde er zijn oude verzamelwoede ten volle uit. Alles wat ook maar enigszins antiek of merkwaardig was, kocht hij op. Soms voor belachelijk lage prijzen en steeds met geld uit zijn kostumierzaak. SCHATTEN Beetje bij beetje bouwde hij op die manier een museum uit dat weldra ongekende schatten verborg: heel veel koperwerk (potten, beelden en diverse schalen), een bonte verzameling schilderijen van vaak onbe­ kende oorsprong, een complete muur vol wijwatervaten, schilden, munten, oude maskers, sabels, Congolese wapens, oude fornuizen, relikwieën, kandelaars, Zwitserse sleden en een guillotine, waarvan hij iedereen vertelde dat het deze van de beruchte Franse Lodewijk was.

Dit artikel bestaat in hoofdzaak uit een enigszins aangepast artikel uit de krant Het Nieuwsblad van 26-27 juli 1986 van de hand van de Tieltse journalist Geert De Kockere, ons vriendelijk aan­ gereikt door de heer Gilbert Maes, kostuumontwerper op rust, én kleinzoon van Richard, Pittemse steenweg, nr. 9 bus 2.

27


In de kelder hield hij een reeks Gentse celdeuren bijeen, die hij zorg­ vuldig in een donkere hoek had laten inzetten. Precies zoals in een middeleeuwse gevangenis. In een nis in de muur bootste hij een volle­ dige klompenkapperij na, met een pop die met alle denkbare gereed­ schappen klompen beitelde. Ook een serie keukens van een eeuw eer­ der liet hij waarheidsgetrouw in zijn kelder onderbrengen. Zo herinner­ den zich in 1986 familieleden nog dat Richard er een metselaar op na hield die haast niks anders deed dan de decors en kasten maken voor het verzamelde materiaal. TEN HOVE En hij was er heel zuinig op. Niemand mocht zonder zijn persoonlijke toestemming in het museum rondscharrelen. Het lag er steeds piekfijn in orde en alle spijkers, waaraan diverse stukken waren opgehangen, klopte hij zelf in de muur. Eens per jaar stelde hij zijn enorme tuin ter beschikking van de muziek­ maatschappij “ De Goede Vrienden”, die er een feest organiseerde. Dan en alleen dan - werd het museum voor het publiek opengesteld. Vaak kwamen de nieuwsgierigen in dichte drommen aanschuiven, want ieder­ een wilde wel eens zien wat Richard nu weer verschalkt had. Hij bedacht ook een toepasselijke naam voor zijn museum: “Tielt ten Hove”4 en een wapenschild dat hij van de hallentoren had “ ontleend” en in één van de gevels van de huisjes aan de Europalaan (toen nog Fabrieksstraat) liet inmetselen. De huisjes waren echter niet van die kant toegankelijk. Alleen als men door de tuin kwam, kon men het museum in. Alweer een zorgvuldige maatregel waarmee Richard haast panisch zijn verzameling beschermde. Alleen W.O. II kon hij niet tegenhouden. Zijn uniek “musée” werd ge­ bombardeerd, er ontstond brand en veel ging verloren. Alice Bourgeois, gehuwd met één van zijn zonen, zag de oude Richard Maes wenen als een kind toen hij zijn museum onder de bommen zag verdwijnen. Hij was er biezonder sterk aan gehecht en vertoefde er vele dagen. Als een kluizenaar, zichzelf opsluitend tussen hetgeen hij van overal bij elkaar gesprokkeld had.

4

Tielts meest uitgestrekte heerlijkheid of rechtsgebied (tot 1795) heette Tielt-ten-Hove gheseyt Gruuthuse.

28


Na de oorlog werd alles wat overbleef in één kamer ondergebracht en na Richards dood (1955) verkocht. Een Gentenaar kwam de verzame­ ling schatten en kocht enkele dagen later zelf alles op. De gevangenisdeuren verhuisden naar het Gentse folkloremuseum en slechts sporadisch waren, in 1986, nog oude beeldjes bij familieleden terug te vinden. Kort na 1955 hield het historische en haast legendarische museum op te bestaan en sindsien moet Tielt het zonder museum stellen. RICHARD MAES was dus in Tielt geboren op 8 mei 1871 en trouwde in 1898 met Coralia Lecat. Hij liet zich op de burgerlijke stand inschrijven als beeldhouwer en fotograaf en vestigde zich in de Nieuwe Stationsstraat. Hij had twee kinderen: Jerome en Edgard. Na het overlijden van zijn vrouw her­ trouwde hij in 1929 met Adeline Marie Haerynck. Tussen 1921 en 1947 oefende hij het beroep van kostumier uit en werd zo de voorloper van zijn kleinzoon Gilbert. Hij stierf op 19 mei 1955. De gevel van Oud Thielt liet hij ingrijpend aanpassen door er pleisteren platen en diverse kaduke kopjes in vast te metselen en ook de grote en zeer bouwvallige zaal toverde hij om in een haast ongeloofwaardig sprookjesdecor. Hij opende er dus net voor W.O. I een cinema en langs beide zijden van de zaal had hij tal van oude Tieltse gebouwtjes in miniatuur laten nabouwen. Het pronkstuk werd de 3 meter hoge hallentoren in een hoek van de zaak. Alle nagebootste gebouwen, waaronder ook de typische trapgeveltjes, waren voorzien van kleurige lichten, waarmee hij meteen zijn cinema­ zaal verlichtte. Overal steken gekleurde of grijnzende kopjes in de mu­ ren en zuilen. Ze doen denken aan Breugeliaanse taferelen en geven het geheel een uitzonderlijk cachet. Men waant zich haast in het middel­ eeuwse Tielt. De huisjes werden met minibakstenen van zavel uit zijn eigen tuin in elkaar gemetseld. Later vestigde Richard zich nog op de hoek van de Markt met de Bruggestraat, waar hij een fotozaak openhield. Nadien trok hij voorgoed naar de Hoogstraat en bouwde er achteraan zijn tuin zijn wondere museum uit. 29


Nagebootste gebouwen in de zaal “ Oud Thielt”, opnames 1986 30


Het doet onwillekeurig denken aan die gedroomde wereld van Anton Pieck (1895 Den Helder - 1987 Overveen, gemeente Bloemendaal), vooral bekend door zijn boekillustraties en door zijn ontwerp van het sprookjespark De Efteling in Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand. Het is kortom een geheel geslaagde “ mystificatie d.w.z. een misleiding, een fopperij, inzonderheid met betrekking tot geschriften die worden uitgegeven als authentiek, maar in feite vervalsingen zijn: het OeraLinda-boek is een mystificatie” , zo luidt de definitie van het woorden­ boek. Mystificeren is dan foppen, misleiden, van iemands lichtgelovig­ heid misbruik maken. HET OERA LINDA BOEK is een notoire Friese vervalsing die in 1867 opduikt. Dr. Eelco Verwijs, archivaris in Friesland, beweert enige bladen te hebben ontdekt van een zogenaamde oude familiekroniek in bezit van Cornelis Over de Linden, scheepstimmerman op de marinewerf te Den Helder. Het handschrift zou uit de 13de eeuw stammen, na toen al enige malen te zijn overge­ schreven. Het bevat stamsagen van de Friezen, begint bij de ondergang van Atlantis (293 voor Christus). De taal lijkt oud, maar is een hutspot van verfriest Hollands uit de 19de eeuw, zogenaamd Oudfries en Nieuwfries. De ideeën zijn 18de- en 19de- eeuws; de dwaze taalkundi­ ge etymologieën wekken slechts de lachlust op. Al spoedig werd het als vervalsing onderkend, maar de classicus Dr. J. G. Ottema geloofde erin en gaf het werk uit met een vertaling, in 1872. Omstreeks 1933 interesseerde Herman Wirth, een nationaal-socialist, zich er voor. Hij verkondigde de echtheid en vertaalde het boek in het Duits. Maar zelfs de Duitse Nazi-wetenschap wees het boek als vervalsing af. Men is het nog niet eens wie de auteur is; sommigen noemen Eelco Verwijs, anderen houden het op Over de Linden, wiens geslacht erin verheerlijkt wordt. Het boek is een roemruchte verschijning in de lange reeks van literaire vervalsingen. Misschien bedoeld als een grap, heeft de mystificatie snel tot veel ernsti­ ger gevolgen geleid dan de ontwerper(s) lief kan zijn geweest. Het hand­ schrift berust sedert 1938 op de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden.5 5

Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, Gent, 1970, deel VI (N-PO), p.252.

31


BELLOOTJES SCHOOLE Het in natuursteen uitgebeitelde opschrift “ Dit Huys is BeLLooTjes ScHoole GHenaemT” valt iedereen meteen op. Ten eerste zijn drie van de vier s’en, behalve de hoofdletter in spiegelschrift afgebeeld en ook de ‘n ’ werd zo weergegeven. En ten tweede zijn bepaalde letters ten on­ rechte als hoofdletters geschreven. Aan de hele zaak valt geen touw vast te knopen. Wel vonden we in dat verband per toeval dat, in Groningen, de werk­ woordelijke uitdrukking “belotjet zijn” als variant van “van Lotje getikt zijn” gebruikt wordt: “Bist belotjet” of “Bist hijlenal belotjet?”.6 Was dit een dure grap van een of ander rare kwast? Het gekkenschool­ tje!? De index van de inventaris van het oud stadsarchief7 doorsnuisterend, vonden we plotseling de naam Belot Petrus die voorkomt in het nr. 229: proces voor de wet tussen Gillis Rotse, ontvanger van de stichting, en Petrus Belot, betreffende een achterstallige rente, 1704. Belot, Belloft), Belloo, Bel(l)on, Belotte, Blot(e) is een patroniem, een familienaam afgeleid van een mannelijke voornaam, korte vormen van Herbelot, Hubelot, Robelon, enz., vleivormen op -elot, -elon van Herbert, Hubert, robert, enz. of een metroniem, een familienaam afge­ leid van een vrouwelijke voornaam: een korte vorm van Isabelot of Isabelon.8 De net vernoemde stichting was de toen bekende studiebeurzenstich­ ting van Steven De Meyere en zijn moeder Elizabeth Van Vursbrouck, die gesticht werd op 13 maart 1559 en waarmee we meteen weer belan­ den in de schoolcontext van zo-even, en die bestuurd werd door de pastoor, de dismeesters en de stedelijke magistraat9. De genoemde ontvanger, eiser, betoogde in de akte dat Sieur Petrus Belot, verweerdere, hem deughdelijck schuldigh is de somme van dry

6

Van Nierop M ., Wat schuilt er in een naam?, Hasselt (uitgeverij Heideland), Vlaamse Pockets, nr 238, p. 143.

7

Wyffels Antoon, Inventaris van het Archief, Tielt, 1976, p. 17.

8

Debrabandere Frans, Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Brussel, 1993 (eerste uitgave), p. 121.

9

Wyffels A ., o .c., p. 16, nrs 200 en 203.

32


33


schellynghen en acht gr(oten) tsjaers, die hy als defructuateur 101vande hypotecque aende voornomde bursalen is gheldende verschenen den 25en january 1697 ende over seven jaeren daer tsedert verschenen, tleste ten ghel(ycken daeghe 1704 de somme van seven ponden gr(oten) alles by voluntaire condemnaetie gheinserreert in sekeren rentecharter ghepasseert voor schout ende schepenen der voornoomde stede in daeten 232-1630, de selve rente beset op sverweerders huyse ende erfve hem competerende by coope volghens den originelen rentecharter by desen annex. Sieur, afkorting van monsieur, gebruikt voor personen met een bepaal­ de status, hoorde uiteraard die al 7 jaar achterstallige intrest te betalen, maar blijft nochtans, niet jeghenstaende menighvuldighe vriendelycke vermaeninghen, van sulckx te doene in ghebreke. De heer Belot werd dus in 1704 gedagvaard en veroordeeld om de 3 schellingen 8 groten én de 7 ponden groten te betalen en ook de proces­ kosten waren uiteraard te zijnen laste. Begin 1697 had Petrus Belot dus een lening aangegaan bij de oude stu­ diebeurzenstichting, maar kon die al 7 jaar lang niet meer afbetalen en die lening was gehypothekeerd op zijn huis. De vermelde bijgevoegde rentebrief ontbreekt echter aan het archiefstuk. De negenjarige Oorlog (1688-'97) is goed be- en gekend als een zeer rampzalige periode voor de hele kasselrij Kortrijk". En op het einde van die oorlog had ook Petrus Belot, hoewel hij blijkbaar een heer van stand was, zich genoodzaakt gezien een lening aan te gaan. Maar al op 12 mei 1702 begon de Spaanse Successieoorlog die zou duren tot de Vrede van Utrecht op 13 april 1713 en Pieter Belot kon in 1704 al zeven jaar zijn lening bij de beurzenstichting niet langer betalen! En wat blijkt uit de stadsrekening over 1707-1710? Daar staat op folio 21 verso en 22 recto onder de betalingen van tiende penningen12 dat "d'heer Guillaume De Jonckheere" die betaalde "van het huys gecocht jegens Sieur Pieter Belot staende inde Hooghstraete: 2 pond 10 shellin10 Defructuateur: persoon die het vruchtgebruik verliest(cf. prefix de-). Gaat het hier om een schepping ad hoe: een uitvinding van de griffier die eens indruk wilde maken? Informatie van romanist Ronny Ostyn, Hazelaarkouter, 60, alhier. 11 Delmotte Marcel, De kasselrij Kortrijk en de Gaverstreek, de grote verliezers van de Negenjarige Oorlog, in De Gaverstreke, IV (1976), p. 91-219. 12 Tiende penning: 9 à 6 % van de koopsom door de aankoper te storten in de stadskas.

34


gen'13. Had Petrus zijn huis, gezien zijn benarde financiële toestand, moeten verkopen? Het is nu uitgesloten dat de in slechte papieren verkerende Sieur Belot zelf het opmerkelijk gekke huisnaambord aan zijn eigen huis had bedacht en liet aanbrengen! Een "argumentum a contrario": een bewijs op basis van het ongerijmde van het tegenovergestelde. De vermoedelijke houder van een eigen privéschool in de Hoogstraat zou zichzelf onsterfelijk belachelijk gemaakt hebben. Het is wel best mogelijk dat de school en het huis een wat lachwek­ kende reputatie genoten en dat een latere eigenaar-bewoner, de heer Guillaume De Jonckheere zelf misschien, het koddige opschrift liet maken en aanbrengen. Waren Pieter Belot en zijn school, eens hij de stad verlaten had en hij misschien met de noorderzon vertrokken was, een begrip geworden in de stad? Of kwam de altijd op de loer liggende menselijke afgunst weer eens om de hoek kijken? Misschien kon de genealogie hier uitkomst bieden, maar de Tieltse parochieregisters vermelden niet één enkele Bel(l)oft)14. De naam komt even­ min voor bij de Tieltse poorters tussen 1593 en 17431S en hij was ook geen oud-leerling van de Tieltse Latijnse school die sinds 1686 bestond16. In de familienaamklappers op de registers van de Kortrijkse weeskamer komt hij noch in die stad noch in de gelijknamige kasselrij voor17, zodat hij allicht ook geen buitenpoorter van Kortrijk was. Sieur Petrus Belot komt uit de bestaande bronnen naar voor als een Einzelgànger, een solitaire man, die in Tielt voor en na het jaar 1700 een privéschooltje gehouden had, het wegens geldgebrek had moeten ver­ kopen en met wie een volgende eigenaar van zijn inmiddels bekende huis "enigszins" de spot gedreven had. The rest is silence.

13 OSAT, nr. 728: stadsrekening 1707-1710. 14 Nazicht door mijn buurman en genealoog Azer Mestdagh. 15 Alliet L ., De poortersboeken van Tielt, Afschrift 1700 & 1743, Deel U, W F Tielt. 1997. 16 Neyt L ., Oud-Leerlingen van de Latijnse school te Tielt 1686-1896, W F Tielt, 1996. 17 Craeynest K ., Klapper op de "Parckemynen index" van de Kortrijkse weeskamer, Oostende 1973-’76

35


li ie z D é m a r r e z

DE MIRAKELS VAN MARIALOOP VOLGENS JACOBUS MUS (1733-1736) Pastoor Mijs getuigt: Van de m ira cels v a n O n s e L ie v e V rouw e te M a r ia lo o p

Ook vandaag nog kan de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop uitpakken met een wijd en zijd vermaarde reputatie als bedevaartsoord en uitgelezen plek van volksdevotie. Dit is al eeuwenlang zo. Ook pas­ toor Mijs noteerde het in 1730 in zijn Hantboeck der Pastorije van Meulebeke: Noteert voorder dat de beganckenisse tot dit beelt van Maria soo groot en soo vermaert is geweest over 150 iaeren, dat alle menschen van verre ende bij quaemen geloopen en daervan Maria Loop is genoemt (gelyck nu tot het beelt van Maria tot Hassebroecq bij Brugge) soo dat dese capelle in alle caerten te vinden is gelyck oft een parochie waere; en dat men als dan met hiftemannekens, dat is kinders die met hifteblaederen becleet (syn), en diversche triomphwaegens daer naer toegingen en daer veel geit inquam en verteert wiert. In zijn handboek wijdt Jacobus Mijs verscheidene bladzijden aan de miracels van Onse Lieve Vrouwe te Marialoop. Hij somt er met zwierige welsprekendheid niet minder dan achtendertig op. De eerste wonder­ baarlijke gebeurtenis viel Pieter Pauwels te beurt int iaer 1733 in de maent meye. Desen Pieter creegh een accident in synen rechten aerm ontrent de 10 iaeren oudt synde, van het welcke hij van geen meesters en conde genesen worden, en hij haedde gebevaert naer O(nse) L(ieve) V(rouwe) van Hoogelee, van Assebroeck, Ryssel, Wondelgem, Wyngen(e), etc., al sonder hulpe, soo dat hij niet en coste wercken en synen aerm gebruycken 10 iaeren. En hij nam synen toevlucht met een vast betrouwen tot O(nse) L(ieve) V(rouwe) van Maerloope met belofte van eenen silveren haerm op te offeren als hij geit soude gecregen hebben en syn moeder hem soude connen geven, en siet, terstonts is hij begin­ nen te genesen en 2 daegen daer naer syn 3 beentiens vuytgevallen en (hij) is op corte daegen soo wel genesen dat hij alle wercken kan doen: weven, spetten, delven, deschen en booten, houdt maeken, etc. Blijkbaar kwam Pieter niet direct met zijn dankoffer over de brug en moest pas­ toor Mijs hem aan zijn belofte herinneren: En int iaer 1734 heeft hij syn belofte volbrocht en (ick) hebbe hem daer ingehaelt met een kersse van 36


a /’î a j

iv > ~ J P a .</ j f'vt V J n,

W! CTL-

M C iiU d u

X fr ^ d Z iW / -

tnH.'

(r^Aif/criit >V D r io n .

S û C û fL

Doâ>°

H *»" E nit

/^l asUy lacoouf TPA i h/

J D <?a*#' TPa >uod it t 'n 3 0

*

Titelblad van het ‘Hantboeck’ van Pastoor Mijs

37

M JS


een pont en een silveren been daer aen en (ick hebbe) gesongen een misse en gepredickt. ...E n van doen a f heeft Maria van Maerloop veele menseden die hunnen toevlucht tot dese H(eilighe) Maeget met vast betrouwen naemen, getroost, geholpen en miraculeuselyck genesen. Overigens zorgde de blakende gezondheid van Pieter Pauwels voor goede publiciteit; hij zou tweemaal huwen, twaalf kinderen krijgen en pas zestig jaar na zijn miraculeuze genezing overlijden. Hetzelfde jaar 1734 ontsnapten ook nog Joosyne Farazyn, Joanne Verheije en Gullaem van Acker aan de dood. Joosyne was blent in alle twee haer oogen met een schroomelycke pyne int hooft soo dat sij mynde dat sij vuyt haer hooft soude vallen. Ze bedankte voor haar genezing met een silveren bandeken. Joanne was er niet beter aan toe, want hebbende maer een ooge en sterfelyck sick met een inflamatie in haer goede ooge soo dat den mfeestejr syde dat de ooge soude vuytvallen en haer herssenen vorten. Na genezing offerde ze 2 silvere oogen met een gesongen misse in de maent augustus 1734. Ook Gullaem Van Acker bevond zich in een deerniswekkende toestand. Hij lagh 3 daegen met sulck een vehemente pijne dat hij mynde te sterven. Gullaem was na beterschap iets minder gul; hij maakte er zich vanaf met een kaars te doen branden. Toch klinkt pastoor Mijs tevreden; Immers dese Maria heeft soo veel menschen geholpen en getroost en verlost van hoofdpijnen, quetsuren in voeten en beenen, in oogen, en quoyen genesen, datter op 6 weken tydt 20 silvere offeranden syn opgeoffert en veel wasche kersen, en (Maria) wort geheel vermaert en (de offeranden) helpen die devotie. Inderdaad vonden niet alleen mensen hun heil in Marialoop, want een koye de welcke de meesters niet kosten helpen van Joannes Minne, een sieck peert van Jan Van Lerberghe en oock het peert van Pieter M inne verkeerden opnieuw in goede gezondheid. Het volgende mirakel viel te beurt aan Jan Huysman, soo doof geweest hebbende dat hij nouwelyckx de groote clocke en coste hooren en dat hij int sacristie met gesloten deuren biechtende met groote moyte syn penetentie niet en coste verstaen. Ook de pastoor zelf deed zijn eigen verhaal: Item, ick onderschreven pastor, 6 a 7 daegen voor alle heyligen 1734 een pyne crygende in myn rechte been met een swellinghe, heeft de roose haer den 6(den) dagh veropenbaert en heeft op een maendt 4 mael weergecomen met een vehe­ mente pyne dat ick niet en coste op staen, en geconsulteert hebbende eenen doctor tot Thielt, dan eenen van Audenaerde en Staes tot Corteryck, de welcke mij mijn been deden stoven en beffen en oock droog meel op leggen, maer al te vergeefs. En op eenen naght een vehemente 38


pyne en jockte hebbende in myn been dat ick niet en coste slaepen en vreesde datter het vier in soude comen, hebbe (ick) mynen toevlught genomen tot Maria te Maria Loop en syde (ick) sal daer morgen gaen misse lesen al waert dat (het) stront regende. En nadat de pastoor in ja足 nuari 1735 door regen en wind en langs de bemodderde wegen naar de kapel van Marialoop gaan mislezen was, ist gebetert dat de doctors selve verwondert waeren dient te voren gesien hadden. Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop zorgde niet alleen voor mens en dier, maar beschermde ook de kapel zelf. Nota dat (het) op den 19 januari] 1735 soo schromelyck heeft gewaijt datter 13 meulens syn omverre gewaijt in de casselrye van Corteryck, onder andere den Hertmeulen op onse parochie toebehoorende aan Pieter Goemaere, en 33 meulens in de casselrye van Ryssel, te Gent en overal dat noyt meer en is gehoort of geschiet, en veel schaeden aen de huysen en kercken en over veele boomen met wortel en al syn vuyt gewaijt en veele den cop syn afgevlo足 gen. En in de capelle van Marloop en was geen schaede, maer onse kercke haedde ses pont schaede in de glaesen en 8 pont int dack. Het volgende mirakel overtrof volgens Jacobus Mijs alle vorige: Den 16(den) van maerte 1735 wiert miraculeuselyck van een vieriaerige blenteyt genesen een meysken van 6 iaer oudt, met naeme Rosalia Tresia Loentiens f(ili)a Albrixius Leopoldus Loentiens, wiens moeder is genaemt Marie Braet, woonachtigh op Thielt by den Poelberghmeulen. Hij somde ook verscheidene getuigen op, met name Marie Lowyse Vermandel, Norbertine Sirens, Albertus Willemijns en nogh meer andere. Nadat de pastoor het blinde kind gezegend had, riep het meisje: Moeder, ick sien, en (het) is van(de) blinteyt in de cappelle genesen geworden en de moe足 der door danckbaereyt trock terstont haeren silveren prim vuyt haer hooft en vereerde die aen O(nse) L(ieve) V(rouwe). Mijs buitte dit mirakel dat in de kapel zelf plaatsgevonden had en dan nog wel in tegenwoordigheid van getuigen, ten volle uit: En op den 20 april 1735 heeft die moeder Marie Braet met haer wel en claer siende kint een publike danckbaereyt betoont met op te offeren een kersse van een pont wars, en onder dat sermoen hebbe (ick) dat dochterken doen sitten boven op de communiebanck met syn oogen naer het volck, naer dat ick met syn kersse in de handt haedde ingehaelt alle menschen, admirerende de claericheijt ende schooneyt van dat kints oogen en Godt in en door Maria eerende en danckende. Daarmee is dit wonderverhaal nog niet afgelopen, want pastoor Mijs wilde het offi足 cieel laten vastleggen en daarvoor stelde hij een bijkomend onderzoek in: Ende tot versekereyt van dit groot en schoon mirakel in de cappelle soo claerlyck en tastelyck geschiet, soo hebbe ick Albertus Willemijns, capellem(eeste)r, naer de gebeurs gesonden om te informeren of dat kint 39


Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop

40


haedde 4 iaer lanck blent geweest, de welcke eenpaerlyck syden tôt 4 a 5 int getal, dat sy het selve kint soo lange blint haedden gesien ende gekent, en alst hij vraegde van(den) vierden gebeur, met naeme Pieter Haheel, gebortigh van Roosebeke (die) nu op Tielt woont: Wat wilde daer naer comen vraegen ? O(nse) L(ieve) V(rouwe) van Maerloop doet alle daege mirakels! Sy heeft mij genesen oock van eenen seeren aerm die een alf iaer gedeurt heeft en (ick) ben seffens met O(nse) L(ieve) V(rouwe) van Maria Loop genesen geworden met haer eens te gaen dienen. Onze dorpsherder voegde er in zijn Hantboeck nog aan toe: van welcke miraculeuse genesinge van dat blint kint wettelycke informatie is gehouden en eenen wettelycke acte en attestatien syn afgenomen. Aan het volgende mirakel hield Jacobus Mijs onrechtstreeks zelf wat over. Maria Anna Vander Moeren, een welstellend lid van dit oude Meulebeekse baljuwsgeslacht, had een heel iaer lanck gehadt quaede oogen vol brant ende pyne. Ze gebruikte tevergeefs veel remedien, salve en waeters, maar genas pas na aanroeping van Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop. De pastoor zal zeker verheugd geweest zijn toen sy heeft tot danckbaereyt aen Maria verbeert al het linwaet dat eenen priester moet hebben om te celebreren, te weten een albe, 2 amicten, 3 purificatorien, 2 corporalen, een singel, een damaste autaerdwaele. Kwam Maria Anna zelf op het idee van deze gift of deed Mijs een niet helemaal belangeloze suggestie? Marie Braet, de moeder van het eerder genoemde blinde meisje, kwam met een tweede wonderverhaal aanzetten en nog altijd volgens Mijs heeft mij als dan op eedt gedeclareert dat sy int kinderbedde van voorsyde Rosalia Trese heeft gecregen sulck eenen seeren en quaeden boosem datter 14 gaeten inquaemen en met veele seruchyns en bedenvaerden over al geen baete vindende en alst 3 maenden gedeurt haedde, haeren toevlucht tot Maria te Maerloop nemende en terstonts iemant vuyt haeren naem sendende en belovende selve te gaen als sy cost gaen, terstonts is beginnen te genesen en op 3 a 4 daegen heel is (sy) genesen int iaer 1729. Na dit sprongetje in de tijd belanden we bij de negenjarige Pieter Blancaert die heeft soo een quaet seer gecregen in syn hooft. Zijn moe­ der offerde een silveren hooft en het kind genas onmiddellijk. Ook vader Tobias Blancaert raakte te Marialoop van zijn kwalen af; de man die altyt een seere kele van tyt tot tydt creegh dat hij niet swelgen en coste en dickmaels drayengen en quaelen creegh is door Maria oock int iaert 1734 wel genesen geworden, al wast dat hij naer O(nze) L(ieve) V(rouwe) van Hassebroeck, Heule en anders haedden gedient en veel meesters haedden gesproken te vergeefs. De maanden mei en juni 1735 waren drukke mirakelmaanden, waarin 41


Joanne Nieuwlant op 11 mei een mis liet opdragen nadat sy 6 maenden lanck eenen soo seeren aerm haedde gehadt dat sy noch spinnen noch wercken en coste. Op 14 mei beweerde Marten Batheus geseyt Van(de) Walle uit Pittem dat hij genezen was van een doodelycke sieckte in de w(elcke) hij was g ’oliet en berecht en van(de) meesters ter doot verwesen. Ook zijn zoon Francies die de doot van syn vader voor oogen sagh en die daardoor een phrenesie heeft gecregen de w(elcke) 3 maenden heeft gedeurt altyt te bedde liggende, niet willende of connende wercken en weynigh etende, hervond een uitstekende gezondheid. Op 25 mei kwam zijn zus uit dankbaarheid een kersse van een pont en een silveren herte offeren. We krijgen de indruk dat pastoor Mijs zijn gelovigen een duwtje in de juiste (mirakel)richting gaf en de wonderbare genezingen gretig verspreidde, want hij liet zich in zijn Hantboeck ontglippen: als ick daer ten 7 uren een misse songh en predickte om de menschen tot aelmoesen en dienst van Maria te verwecken (vermits ury eenen nieuwen autaer van 200 guldens tegen de noven gingen maeken en een nieuw sac­ ristie), de offerande gedaen van die kersse van een pont en een silveren herte en (ick) hebbe haer die selve afgenomen en gestelt op den autaer. En zijn tactiek leek te werken, want Joannes Henderick verkondigde op 10 juni dat zijn dochtertje in alle 2 haer oogen blint geweest haedde heel den winter door diversche peerlen en brandt in d ’oogen en nu genezen was. Ook Joanne Galant, blint synde in alle 2 haer oogen, en Arnout De Buijck, ses iaer lanck quaede oogen gehadt hebbende en de drie leste maenden heel blent geworden synde, konden weer zien. Nog in juni 1735 nam Pieter Willemyns zijn toevlucht tot Maria, gehadt hebbende een seer quaet been ontrent de 2 iaeren, lydende sulck een pyne dat hij heele nachten niet en conde slaepen en te vergeefs diversche meesters en remedien gebruyckende; hij keerde zonder enige pijn uit Marialoop terug. Op zijn beurt liet Antone De Beis de pastoor weten dat hij over de 8 maenden geheel doof geweest hebbende en diversche meesters te vergeefs gesproken hebbende, wel hoorende geworden (was) soo dat hij de koyebellen hoorde die van te voren de clocken niet en coste hooren. En ook Piternelle Van Fevere is seer wel genesen na wel 2 iaeren vuytgeteert hebbende en drie maenden sieck te bedde liggende; ze offerde uit dankbaarheid een silveren herte en een kersche en liet in de kapel van Marialoop een mis lezen. Na twee stille maanden vond het volgende mirakel plaats in september: Item op den 10 7ber 1735 heeft Brigitte Strobbe, f(ili)a Joos en huysvr(ouwe) van Joannes Tydtgadt, haer niet wel gevoelende en slaepen gegaen synde, sulck een groote geraeckeyt van een appoplexie gecregen dat sij gelyck haer verstaat quyt wiert, dat sij heel haer rechte syde, nogh toenge, noch handt of been en koste roeren, en inwendigh haeren 42


toevlucht nemende tot O(nze) L(ieve) V(rouwe) van Maerloop gelyck den man haer hoorde mommelen: Maerloop, Maerloop, is tsanderendaeghs genesen geweest. Het verging Brigitte en Joannes verder goed, want na acht kinderloze jaren breidden ze hun gezin met negen zonen en dochters uit. Vier dagen later genas ook Josepha CarrĂŠ na langen tydt quaede oogen gehadt hebbende en bynaer heel blint sijnde. Voor de volgende levendige beschrijvingen keerde pastoor Mijs weer eventjes in de tijd terug. Int iaer 1734 ontrent alle heyligen heeft Marie Joanne Hellijn, f(ili)a Dominicus, een kint oudt op syn vierde iaer, gecregen sulcke seer oogen met vellen en peirels bedeckt dat (het) meer als drie maenden suyver blent was, en sulck een quaet hooft datter een gadt boven op het hooft in quam een palem groot, soo datter vier maenden lanck grooten stanck vuyt quam en veel materie selfs ooc door de neusgaeten, soo dat de meesters syden datter moste afsterven. Naer veele meesteringe en bevaerden op veele plaetsen te vergeefs, soo heeft de moeder Piternelle Soetaert haeren toevlucht genomen tot Maria te Maerloop belovende eenige offeranden te doen, en heeft dat kint naer de cappelle gedregen en (het) heeft terstonts beginnen te beteren en is op corten tydt seffens genesen en het hooft en de oogen. Soo hebben my den vaeder ende moeder op eedt verclaert geschiet te syn, en ick hebbet oock selfs gesien blent en syn quaet hooft. De wonderbare genezing van Joris Van Lerberge ten iaere 1724 en 1725 had pastoor Mijs niet van dichtbij meegemaakt, maar schoolmeester Joris heeft dit wonder werck van Maria mij selfs int geschrifte gegeven. Van Lerberge leed maandenlang aan waetersucht en vuyt syn lichaem is quyt geworden meer als thien haeckers waeter. Jacobus Mijs nam vervolgens de draad van het jaar 1736 weer op met de verhalen van de kleine Joannes De Cuf, die grootelycx gesleten was, en Anne Marie Verhoefstraete, die een seer quaet handt had, welcke gelyck 3 handen opgeswollen was en heel den rechten aerem dede opswellen tot onder den aexel, hangende onder den helleboge een groot geswel ofte quabbe met een groote inflamatie. Diezelfde Anne Made had enkele jaren voordien ook nog eenen seeren knie gehadt, den wekken opgeswollen was gelyck een wittebroot van eenen alven stuyver. Haere suster Marie Agnes en haere moyen Jackemyne en Marie Verhoefstraete benevens haere broeders Augustinus en P(iete)r Jooseph Verhoefstraete bevestigden haar getuigenis. De volgende in de lange rij was Joosyne Cocuyt, die kreeg een accident in de rechte bille, knye en been met een vehemente corsse en een soo groote inflammatie ende brant dat sy naer haer bedde moste gedraegen worden en noyt haer been en coste verleggen o f opstaen als sy verbedt wiert. De chirurgijn kon haar ondanks zijn vele pleisters en zalven niet 43


C.

‘ i-C '7 - t r ’- t f

Z7 < r o i ' 1m v ï ï s c .ÿ - r p /> r , '('■ ' / y" / • 2./-» r t e f ! v < a - ‘ rr" / / ' t /> c -r fy -s ri

r- , , . - l

J/

j

/

i-

/

%

• ;

' 7 /V

y

.

J ,

u U'■ g . a r , l >‘ f a * f ’ : Æ C/i * e<KL / i £ { - O Î l* v l

f y à fÿ ï ”

c fr » » " p

'■ 'A

Doopakte van Jacobus Mijs

P -k ^ i-hir Ia -ï P

2j > ‘j i t p futéy*/%<LO}fuJ f y j f $

tv - c d P x t/ 1 étt\t£ )c iPiït-'lÇ ’ lu ci7 t*_,

h-ïf) %a*s

J^ c L >

§ * jin ju L J t ü f, hfU

<&&'/>tSélùcj’ tOKj Jct,nf$Xàjt 1>a*~hisfiiy b k i t , %fck*i tittL-jy*.

jtjp~fiàPtij k id jc i

£*~-

%â{_.. l^êôxàl^, iu tjp -ic- üêtLe&tsftUo lé X c b fJ û tiu fijï

'P tc p t^ i Iv ttd ct, 1<jl>tAcb> ‘é p ir 'ió d & jj tvLr CAcP%pn,i

^txusfuU^iiy

h x iû .lb ^ k lifiiif

%&>-, YL*cù\fvrp*r fa h lo jiu v Z^k'Aj 6 la u ,/

* A v X b r î i f tu fo /><-7u5A^v- PltSélÙ ts ^

ZlbtA tr ■ J>-" ■

-----

-

"n i è'tn ifjj f’ x y fk iL t^ r p û iu jt^ jjh C t^ b o t(itc ê h ^ ^ r â » U tj h i^ 'f c à Y ix j ûxii^ r n iA i/ lp e p

^ ‘u â v \P

t x ^ y^t4r~Zt^ rb P ilr~ $tt?ô id êtn j f u i c p i c , O l^>^ c IÙ V

t*y ê‘ C Sitt^ li fs(iL -J*s^ **£ ÿ b K îtcK rg t ié ó fit v , 4 d J lie r

Q tA S t/ h t+ j Q^iuüJi, ttiu

h ÿ J-jv ^ixtitr tâes 7^ s i r 1op e tif' f i iM t K f j e ^ t f la S t t k t '. | & % i ü i i b p l i a * j t j t ê u ê - t o J j J

J t f jt J u ^ b f r ït M ù * , j& c L

e - ^ S c ..

fy u * , rjfjüc faaJ/hr'

De mirakuleuze genezing van Petrus Jacobus Mijs

44


genezen, maar met de hulp van Maria was ze op 28 september 1736 weer volledig hersteld. Diezelfde maand kwam Marianne Vande Bruane een moeilijke bevalling te boven, hoewel het kint quam heel en gans ter weirelt met den slincken arm met het hooft op de borst. Marie Catlyne Van Hoordende genas op haar beurt van een ongeneselycke sieckte; zij had sulck een slap(p)e maege dat sy geen boillon en vermoght en 1 o f 2 beetiens maer seffens coste heten, welcke sieckte wel 3 iaeren haedde gedeurt. Door een volgende tussenkomst van Maria van Maerloop kwam ze een groote en lanckdurende en gedurige pyne in de knien, beenen ende rugge volledig te boven. Joanne Hampe beriep zich ook op een mirakel toen ze in 1736 beviel van haar eerste kind, crygende den aerbeyt van haer eerste kint, die 3 daegen lanck du(u)rde met een gedurige schrommelycke pyne en groot peryckel van moeder en kint. Uiteindelijk was de laatste wonderbare genezing het meest doorslaggevend, want de pastoor was er persoonlijk bij betrokken. De veertienjarige Pieter Jacobus Mijs uit Oudenaarde leed in 1736 al negen jaar lang aan een schurfteijt van hoofde tot de voeten, heel syn lyf hopen vleesch en vol wonden, vuyt de welcke silte waeters gedurigh liepen, wel­ cke quaele van(de) doctors en cherusyns een melaetseyt wiert genoemt. De jonge Mijs ging naar de kapel van Marialoop om er mis te horen en te bidden; daarop is heel syn lichaem soo gaeve en suyver geworden gelyck een nieuw geboren kint. Pastoor Mijs besloot de reeks van achten­ dertig mirakels met de woorden: quod attestor alsoo gescheet te syn en hem soo gesien te hebben sieck en genesen, want het is mynen neve. ENKELE GEGEVENS OMTRENT DE FAMILIE MIJS Jacobus Mijs werd geboren te Oudenaarde op 31 januari 1682. Twee dagen later, op 2 februari, werd hij door onderpastoor Georgius Cabeliau in de Sint-Walburgakerk gedoopt. Zijn ouders waren Philippus Antonius Mijs, in 1642 te Oudenaarde geboren, en Agnes du Tranoij. Jacobus was de vijfde zoon van het gezin; na hem volgden nog twee meisjes en een jongen. We sommen de kinderen Mijs volgens hun geboortedatum op: Joannes (° 27.04.1672), Philippus (° 18.02.1674), Antonius (° 14.08.1676), Franciscus (° 10.07.1679), Jacobus (° 31.01.1682), Catharina (° 07.07.1685), Maria Jacoba (° 05.11.1687) en Emanuel Jacobus (° 31.08.1689). De ouders Mijs bleven niet in Oudenaarde, maar volgden hun zoon-pastoor. Beiden worden in het begrafenisregister van Meulebeke vermeld: vader Philippus Mijs, filius Antonius, stierf op 12.08.1716; moeder Agnes du Tranoij overleed op 10.09.1726 op 85-jarige leeftijd. Zoon 45


Jacobus schreef eigenhandig in het parochieboek over het Onze-LieveVrouwaltaar in de kerk van Meulebeke dat voor desen autaer liggen begroeven s(ieu)r Philippns Mijs en j(offrouw)e Agnes du Tranoij, mijn voeder ende moeder. Jacobus haalde niet alleen zijn ouders naar Meulebeke, maar ook zijn neef Philippus Antonius. We weten dit omdat de pastoor omtrent de schenking van een silveren ciborie in zijn Hantboeck schreef : als mynen neef Philippus Mijs, priester en biechtvaeder, bij mij woonde. ... De iaeren 1728, 1729, 1730 en 1731 en 1732 hebben wij H(eilighe) Hostien iaerlyckx gedistribueert tusschen de twee en dry en vyftich duyst. We vinden zijn naam ook in de kerkregisters terug, waarin hij doop-, huwelijks- en begrafenisakten inschreef en ondertekende. Neef Mijs, zoon van Antonius, was op 3 september 1701 in Oudenaarde gedoopt. Emanuel Josephus, de jongste uit het gezin Mijs, woonde tijdens de Meulebeekse jaren van broer-pastoor nog altijd op de Oudenaardse SintWalburgaparochie - ook vandaag nog wonen er naamdragers Mijs in Oudenaarde en omgeving. Het was zijn zoon Petrus Jacobus die in 1736 door Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop miraculeus genezen werd. PASTOOR M IJS, EEN FLAMBOYANT FIGUUR Wie het Hantboeck van pastoor Mijs doorbladert, komt al vlug tot de conclusie dat Jacobus niet zomaar een kleurloze dorpsherder was, maar integendeel een flamboyant figuur met niet alledaagse opvattingen en een eigenzinnig karakter. Zijn benoeming tot pastoor van Meulebeke beschouwde hij als een rechtstreekse opdracht van God, want hij schreef: ... comende de kercke besien en vindende die verbrant, riep (ick) overluyt, op de Plaetse te peerde sittende: Ons Heere sendt my hier om dese kercke op te maecken! Meteen bij de eerste kennismaking met zijn nieuwe parochie stak hij zijn ambitie niet onder stoelen of banken. Vóór zijn benoeming in Meulebeke was Jacobus Mijs acht jaar lang onderpastoor van Sinaai in het Waasland. Maar onze jonge geestelijke wilde hogerop en nam deel aan een concursus, die volgens de regels in het bisschoppelijk paleis te Gent gehouden werd. Dit examen, dat bisschop Vandernoot en enkele vooraanstaande clerici afnamen, bestond uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. De kandidaten werden eerst ondervraagd en moesten daarna nog een preek houden. Ook hun kennis van de Gregoriaanse zang werd getest. Volgens eigen zeggen nam Jacobus deel aan de concursus samen met vijfendertig concur­ renten, waaronder vijf pastoors. Zijn benoemingsbrief vermeldt dat hij de derde plaats behaalde. Mijs was dan ook niet weinig fier dat hij als onderpastoor bij het examen maar liefst vijf pastoors achter zich het. Hij kreeg door de bisschop de parochie Eine bij Oudenaarde toegewezen, 46


maar om een of andere reden (had Mijs hier zelf de hand in?) werd hij op het laatste nippertje tot pastoor van Meulebeke benoemd. Door het overlijden van pastoor Joannes De Cock op 18 september 1714 was de betrekking van dorpsherder in deze parochie immers vacant. Het presentatierecht ervan behoorde toe aan de deken en het kapittel van Harelbeke, zoals uit de benoemingsbrief van 3 november blijkt. Mijs schreef zelf over zijn uiteindelijke aanstelling: Nota, op S(in)te Huberechtsdagh hebbe ick int iaer 1714 gecregen de brieven van Haerlebeke door concurs van de pastorye van Meulebeke. ... Mits den biscop mij al de pastorije van Eyne by Audenaerde al gegeven haedde en dat myn heer Du Cheine, secretaris van syn Hooghw(eerdigheyt) sont naer Haerlebeke by myn heer den canoniek ende baron Boleirs, patroon in wiens maent sy gevallen was, en naer eenige moyelyckheijt om dat ick geen recommendatie en haedde van myn heer den baron van Meulebeke, hebbe die op S(in)te Huberechtsdagh gecreghen en possessie genomen den 7. 9ber 1714. We betwijfelen of zijn carrière als pastoor van Meulebeke in goede verstandhouding met de dorpsheer, Gaspard Ignatius de Beer, begon. De baron had aanvankelijk immers zijn recom­ mendatie niet kunnen geven en was zelfs helemaal niet bij de zaak betrokken; wellicht zal dit bij hem toch enige wrevel opgewekt hebben. Jacobus Mijs begon vol enthousiasme aan het opknappen van de kerk van Meulebeke, die in een miserabele gesteltenisse was. Hij riep eerst en vooral al wie het voor het zeggen had en dus ook centen bezat, samen ter extraordinaire vergaederingh van mijn heere den Baron, alle de wet­ houders, de pointers ende notabele, midtsgaders alle de principale ingesetene der prochie ende baronnie van Meulebeke. Als onmiddellijk fond­ sen voor de geplande verbouwingswerken rekende men op het baetelijck slot van de prochierekening van het jaar 1714 en men voorzag een grondbelasting in de jaren 1716, 1717 en 1718 ten advenante van 16 stuyvers par bundere. Daarvoor had men de toestemming nodig van de grootgrondbezitters van Meulebeke en van den Keyser ende Coninck Karel VI. Pastoor Mijs trok hiervoor zelf naar Gent voor de Raad van Vlaanderen en ook naar Brussel. Zijn moeite werd beloond en hij verkreeg het octrooi tot heffing van de voorgestelde belasting. In 1715 werd de bestaande sacristie afgebroken, die niet wel gefondeert synde mits sij was geste/t met den hoeck op eenen graenputte in de welcke de boeren ten tyde van oorloge hun graen dolven en verbergden tegen de foraseurs, en in de welcke veel doode lichaemen waeren begraeven, soo scheurde heel de voutte en dreegde in te storten. Na de sacristie werd de kerktoren aangepakt. In het voorjaar van 1718 legde de pastoor met een sylveren treweel de eerste steen. Het werk schoot goed op, want daeghelicks wrocht men met twaelf treweelen. Toen volg47


de de eerste tegenslag: het bouwwerk scheurde open en men moest vanaf de grond herbeginnen. Toch verloor pastoor Mijs de moed niet en in 1719 pronkte de kerk met een nieuwe toren. Niet alleen de buitenkant van het kerkgebouw werd vernieuwd, ook het interieur kreeg een grondige beurt. Het eikenhouten hoogaltaar, 72 voeten hoogh en heel breet, werd op 7 februari 1715 geplaatst. Het altaar kreeg bovendien een nieuw tabernakel. Dit draijende tabernakel met snijwerck, slot en al sijn toebehoorten heeft gecost 23 ponden groote son­ der de inwendige becleedinge en het merberen en het vergulden, en is gestelt geworden int iaer 1729. Het hoogaltaar werd nog verfraaid met een tombe van onder, een verdiep aen de schilderije en een becleedinge. Via zijn Hantboeck leren we Jacobus Mijs kennen als een zakenman die geen blad voor de mond nam. We kunnen meteen vaststellen dat de verstandhouding met de baron van Meulebeke niet opperbest was. We laten hem zelf aan het woord: Desen hoogen autaer is int iaer 1719 gemerbeleert geworden door eenen sekeren Ronckout, alven sot, voor de somme van 60 guldens in waeterverve sonder eenigh goudt daer, en hij wiert van(den) ouden heer baron Gaspar de Beer - deze was onder­ tussen gestorven - van Gendt gesonden alwaer hij eenige schouwen haedde gemerbeleert, maer het was een doncker en slicht werck gelyck het cleen en slicht geit was, maer myn heer den baron die hem te wercke gestelt haedde, heeft hem oock (door mijn tusschenspreken en royeringe in de rekeninge) betaelt. Mijs weigerde dus voor slecht vakwerk te betalen en liet de baron uit eigen zak voor de kosten opdraaien! Langzamerhand werd het hele interieur van de kerk opgeknapt en zelfs de grote klok werd ergoten 27 augusti 1729 achter het hooghhuijs tegen de straete lydende naer de Cnock in de ballatra in myn presentie. Maar pastoor Mijs had ook oog voor de buitenkant. Zo liet hij in 1718 het kerkhof opnieuw beplanten met hollems costende te Wacken 9 groote het stuck sonder de vreght en (sij) groyen seer wel. Later trok hij ook den achtersten kerckmeur wiens fondamenten daer nogh laegen terug op. Hij voegde eraan toe: en het was wel noodigh mits dat een ieder daer over reet met bier, beervette, etc. TERUG NAAR MARIALOOP Als dorpsherder van Meulebeke had pastoor Mijs niet alleen de SintAmanduskerk, maar ook de kapel van Marialoop onder zijn hoede. Hij licht ons via zijn Hantboeck vrij uitvoerig in over de fondatien in de capelle van Marialoop en wat deze hem als pastoor opbrachten. Eerst en vooral waren er elf gefondeerde missen gesongen op den dagh in de fondatien geprescribeert oft daer ontrent. Van deze elf missen waren er zeven gesticht door Nicolaas Ignatius de Beer en de overige vier door 48


De kapel van Marialoop

Gaspard Ignatius de Beer, respective barons van Meulebeke en dat over de geboorten van hunne kinders. Vervolgens genoot de pastoor ook nog de inkomsten over negen daegen bedieninge in de solemnele begackenisse van Maerloop in de maent julius, de welcke is altijt den sondagh naer O(nse) L(ieve) V(rouwe) Visitatie, en als O(nse) L(ieve) V(rouwe) Visitatie comt op eenen sondagh, dan begint sy dien selven dagh, en de eerste solemnele misse is de dedicatione ecclesiae. Dese beganckenisse deurt 9 daegen. De 8 leste daegen syn liber intentie en magh als dan exonereren die missen die in d ’octave gefondeert sijn. Mijs celebreerde bovendien een solemnele misse op onse L(ieve) V(rouwe) Bootschap. Ten slotte werd hij betaald over leveringe van missewyn gedurende d ’oc­ tave en heel het iaer. De inkomsten van de kapel van Marialoop bedroe­ gen voor de pastoor altsaemen vyf pont 16 schellingen). Behalve de pastoor zelf genoten de onderpastoor, de koster en de kerk­ baljuw een bescheiden inkomen van de kapel, voor elk respectievelijk een pont drie schellingen en 10 groote, een pond twaalf schellingen en een pond een schelling twee groten. Ook de paters van Tielt werden betaald als ze een handje kwamen toesteken: Nota de eerw(aerde) paeters recollecten van Tielt comen alle daege van(de) novene daer biechten en misse doen en 2 sermoenen doen, en daer vooren geeft de capelle een pont groote tiaers. 49


De kapel telde niet alleen uitgaven, maar kon toch terugvallen op enkele vaste inkomsten. Nicolaas Ignatius de Beer had een rente van drye pon­ den en thien schellingen tiaers uit een kleine hofstede geschonken. Dit hoevetje werd verpacht aan Jaques vande Putte voor de somme eerst van 3 ponden groote tiaers en was heel verwoest en die om de troebels van oorloge wynigh of niet heeft betaelt. Mijs wilde wel meer uit dit ver­ vallen hoevetje halen en om de pacht te kunnen verhogen, liet hij het opknappen: en dese is nu verpacht aen ... van(de) Putte, synen soone, en is nu het landt ende huys in goeden staet, want ick daer int iaer 1732 hebbe doen maeken twee nieuwe eecken baelden, eene van vooren en eene van achter, om op het lant te gaen en eenen solder boven de spende en eenen boven de caemer en de dese hofstede is groot en is nu verpacht voor de somme van (sic). De aangepaste pachtsom heeft Mijs jammer genoeg niet ingevuld. Een tweede rente van Nicolaas Ignatius de Beer kwam ten laste van Joos Pollet en was beset op syn huys ende erve op de Plaetse (het welcke int iaer 1731 en 1732 heel nieuwelingh is erbout), renderende tiaers twee ponden groote. De elf reeds vermelde solemnele missen brachten samen acht ponden op, met als extraatje jaarlijks nog een pond vijf schellingen. Pastoor Mijs besloot tevreden: Soo dat dese missen wel en suffisantelyck beset syn, mits de revenuen iaerlyck wel renderen sesthien ponden gro(oten). Jacobus Mijs beschreef niet enkel de inkomsten en uitgaven, maar hij noteerde gedurende zijn ambtstermijn ook nauwkeurig de capellemeesters van Marialoop: 1715 1716 1717 1718 1719 1720 1721 1722 1723 1724 1725

Jan Willemijns Joannes van Parijs Jan Boone Joannes Gildemijn Pieter Verheije Gillis Verschaetsen driaen Willeyn Joannes Beke Joannes van Steene Joos Boone Jan Boone

1726 1727 1728 1729 1730 1731 1732 1733 1734 1735 1736

Joannes Vermeire Joos Daneels Joannes Willemijns Jooseph Malfait Cornelis de Beis Gullaem Martens Pieter Haheel Jooseph Landvuijt Albertus Willemijns Joos Hoste Albertus Willemijns

Pastoor Mijs verhaalde nog uitvoerig een kostbare schenking aan de kapel v u Marialoop: Noteert oock dat mevrouw van Severen, dochter van mynheer Doverloop en huysvr(auw) van m ’her Philippus de Beer, 50


heere van Severen na van Bevere by Roesselaere, broeder van onsen heer baron, stervende heeft gegeven haer beste groen cleedt heel en gans an(de) capelle van Marialoop 1715 en dat men daer a f heeft doen maeken een cleet voor Maria, een aataercleedt, een cassufel en 2 dalmatiken en een coorcappe, de welcke in de kercke gebruijckt worden, maer aen de capelle toecomen. Te meer gebruyckt de kercke de selve omdat sij het gallon, het maeken en de waepens selve heeft becostight, al het welcke wel 36 ponden groote heeft gecost, en syn gemaeck int iaer 1716 en sy is int iaer 1715 gestorven door eene vuyttirringe. Als onvermoeibaar bouwmeester van zijn parochie liep onze geestelijke ook met plannen voor de kapel van Marialoop rond. Maar zoals altijd had hij hiervoor centen nodig. Daarom overliep Jacobus de uitgaven van de kapel en hij kwam tot de vaststelling dat de kosten van de jaar­ lijkse processiestoet wel erg hoog opliepen. Hij wilde hierop besparen en greep kordaat in. We geven zijn kleurrijke relaas woord voor woord weer: D(en) heer Joannes de Ronge, balliu, die dede daer een maeltyt van mynen tydt gereet maeken voor ons, de paeters, de maegden, officiren en heel synen huyshout sangers, een alf tonne Gen(t)s bier, 12 boteilden wijn, een stuck gebrat, een hespe en haemelen bout. En den eenen haedde veel en den anderen niet, en was te murmureren en (het) coste aen de capelle 7 a 8 ponden groote. En vermits de incomen nu cleene syn, soo hebbe ick dat in de rekeninge vant iaer 1719 met den heer baron en den greffier Vaerman geroyeert ende geordonneerd van elck wat int sack te geven om te teiren naer hun belieffe. En daer is nu min jolosie en murmuratie, en profyt voor de capelle, door welcken bonis en baetelycke sloten men heeft gemaeckt een sacristye int iaer 1735. Het afschaf­ fen van de jaarlijkse eet- en drinkpartij op kosten van de kapel van Marialoop zal de populariteit van Mijs bij de disgenoten van het festijn wel niet doen stijgen hebben, maar als een nuchter zakenman had hij met dit geld wel de bouw van de sacristie kunnen financieren. Het bouwen en verbouwen nooit moe, bleef Jacobus Mijs ambitieus: Int iaer 1735 (als wanneer dese O(nse) L(ieve) V(rouwe) veel miracelen dede) is gemaeckt eenen nieuwen autaer door m(eeste)r Joos Pinnaert, schrynwercker, voor 20 ponden groote en door s(ieu)r Jan van Hecke, beeldesnyder tot Brugge, het snywerck costende 12 ponden groote boven den cost en overvoeren, en twee Italiaensche nieuw vensters costende in yser en glas en in sacristie 10 (pont grooten). Als een volleerd boekhou­ der vervolgt Mijs: Een nieuwe sacristie gemaeckt in juni] 1735 costende van schaeldedecker, schaelden, loot en naegels met de reparatie van heel de cappelle 12-1-7, van bertnaegels en arbeyt van maeken sonder de boomen die ick gebedelt hebbe om cepers en rebben, ahesaemen costende 82 a 83 ponden groote. 51


Het interieur van de kapel werd tijdens de volgende jaren volledig vernieuwd: Int iaer 1736 tegen de Maerloops novene is desen autaer gemerberee(r)t geworden door m(eeste)r Jacobus Suweyns van Brugge die onsen hoogen en O(nse) L(ieve) Vrouwe (altaer) in de kercke gedaen haedde en cost van arbeyt acht pont groote, van goudt 7-15-8, van verve, etc. 10-5-4. Item 1736 is daer gemaeckt eenen nieuwen predickstoel, costende 9-20-0, en 1737 een nieuwe communiebanck, costende 20-0-0, en een tombe voor den autaer, costende 8 pont. Met ongelooflijk veel energie en met een niet alledaags zakeninstinct wist Jacobus Mijs de Onze-Lieve-Vrouwkapel van Marialoop uit te bou­ wen tot een gereputeerd bedevaartsoord. Daar had hij wel sterke troeven voor nodig, liefst in de vorm van enkele ophefmakende mirakels. En inderdaad, de wonderbare genezingen kwamen er en naarmate de bouwplannen van de pastoor vastere vorm kregen, volgden ze elkaar in een steeds sneller tempo op. Mijs bekende zelf dat hij in 1735 een toen­ emende verering in de kapel van Marialoop best kon gebruiken, want als ick daer ten 7 uren een misse songh en predickte om de menschen tot aelmoesen en dienst van Maria te verwecken (vermits wy eenen nieuwen autaer van 200 guldens tegen de noven gingen maeken en een nieuw sac­ ristie). Hij had geld nodig en een massa gelovigen betekende veel giften in de schaal of offerblok. Dat er bij sommige mirakels mensen betrokken waren die in hoog aanzien stonden en wier woord men dus niet in twi­ jfel kon trekken, zette de zaak alleen maar kracht bij. Zo traden Albert Willemijns en Pieter Haheel, beiden kapelmeesters van Marialoop, als getuigen op voor de kleine Rosalia Tresia Loentiens; Pieter Haheel ver­ spreidde bovendien nog het bericht van zijn eigen genezing en ook kerk­ baljuw Dominicus Hellijn deed zijn wonderverhaal. Schoolmeester Joris Van Lerberghe en Maria Anna Vandermoeren uit de baljuwskringen waren op hun beurt uitstekende referenties. Maar toen de pastoor met zijn eigen miraculeuze genezing voor de dag kwam en bovendien zijn neef Petrus Jacobus Mijs als wonderbaarlijk verlost van zijn huidkwaal aanwees, kon de reputatie van de Marialoopkapel niet meer stuk. Kort na het noteren van de achtendertig mirakels stierf pastoor Jacobus Mijs. Volgens zijn overlijdensakte van 18 oktober 1737 was hij 54 jaar oud. Met hem verloor Meulebeke een kleurrijk figuur, die voor zijn parochie altijd het beste nagestreefd had. Dat hij hierbij het geloof in de wonderdaden van Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop op zijn eigen manier gestimuleerd heeft en zijn parochianen misschien wat manipu­ leerde, kunnen we niet uitsluiten. Toch bleef de kapel na zijn dood en in de volgende eeuwen een plaats van diepe volksdevotie. Ook vandaag nog biedt Onze-Lieve-Vrouw van Marialoop steun en troost aan velen. 52


BRONNEN - Archief van de Tieltse Sint-Pietersparochie en het decanaat Tielt: Hantboeck der pastorije van Meulebeke bij een vergaedert ende Ggherscreven op desen boeck door heer ende meester Iacobus Mijs, pas­ tor deser parochie. 1730 - Rijksarchief Gent, nr. K 17941 : Voordrachten door deken en kapittel van Sint-Salvators te Harelbeke als pastoor van Meulebeke. - Stadsarchief Oudenaarde: Parochieregisters van Sint-Walburga Oudenaarde GERAADPLEEGDE WERKEN - Decroix Lucien, Sint-Am anduskerk Meulebeke: Een bewogen geschiedenis, Vichte, 1996 - DÊmarrez Iriez, Meulebeke. Wel en wee tot 1850, Heemkundige Kring De Roede van Tielt, Tielt, 2002 - Gysselynck M ., Inventaris van het archief van Sint-Baafs en bisdom Gent tot eind 1801. Deel VII: Kerkelijk beleid van het bisdom (nrs. 34453-36840), Brussel, 2004 - Hollevoet Frans, Ostyn Ronny, Inventaris van het archief van de Tieltse Sint-Pietersparochie en het decanaat Tielt, Stadsbestuur Tielt, Heemkundige Kring De Roede van Tielt, Tielt, 1989

53


A rse e n V erb ek e

MARKEGEM, OASE VAN RUST1 EEN CURSIEVE KIJK OP MARKEGEM IN 1973 Indien er een vereniging voor vreemdelingenverkeer was dan zou die gemakkelijk naar superlatieven kunnen grijpen om de verfrissende landelijke deodorant aan te prijzen. Markegem, het zegt je waarschijn­ lijk niets maar het is een dot van een dorp. Temeer omdat mijn oorlogsooievaar of ooiemoer - waarop let je als je nog zo petieterig bent - juist over dat dorp zijn weg zocht tussen de bommen en de bomen naar het huis met de tuin vol verwachting van bloemkool en rode kool. Met zijn 800 en zoveel waren ze toen hoewel het er nu al 800-en-wat minder zullen zijn, allemaal mensen die niet terug zijn van weg­ geweest. Mensen die vaak zo traag bewegen als een feuilleton over Zichem. Fabrieken zijn er ook al niet bijgekomen, ze zijn er alleen maar verdwenen. De vlasfabrieken die er waren hebben met het laatste rootwater ook hun levenskracht meegeloosd. Alleen de kerkfabriek is er gebleven. Voor de bierwinkels is het er al even moeilijk om leven in de brouwerij te houden. Amper nog 4 cafés. Het wordt een vechten tegen de bierkaai, met ‘Prins Albert’ voor commodores en andere matrozenaan-wal, "t Kantientje’ voor wie in het leger al een vorm van vrijetijds­ besteding had uitgebouwd en ‘De Kerstenburg’ waar de ridders van de weg nog het werk van barmhartigheid vinden en tenslotte ‘De Toekomst’ die het voor de toekomst nog waar moet maken. Er liepen nu al 3 generaties op de zandweg over de kouter die naar de Mandei leidde en de jongste slaagde erin met zijn jonge 22-ertjes nog het meest stof te doen opwaaien. ‘Ik loop zonder voetjes’, zei mijn drie­ jarige probleemloos terwijl hij met zijn schoentjes in de handen cirkels in de lucht zwaaide. En de vogels zongen zoals in de tijd toen wij nog in de bomen en in onze lagere-schoolpennen klommen, een concerto voor 4 banale mussen en één zeldzame leeuwerik. Als je na jaren weer over zo’n kouterweg loop is er eigenlijk niet zoveel veranderd. Alleen het dorpskerkje staat nu volledig wit geschilderd. Volgens de vader van de vader zou het zijn omdat de paasklokken het onooglijk kerkje aleens 54


voorbijvlogen. Het was een maatregel van de pastoor waar de zoon van de zoon wel begrip wou voor opbrengen. Op de velden is de paardekracht zo intens toegenomen dat het paard in de wei er nog meer zijn tijd van neemt om sur-place te doen. De herkauwers van het zwart­ bonte ras bekeken ons echter vanuit hun weiden als wiegende zeeën met een blik zo deprimerend alsof het Mansholt was die met zoon en kleinzoon nog durfde onder hun ogen komen. Opvallend is ook dat de boer er nog altijd ‘heu’ roept ook al werd die begroeting in Brussel al verkeerd begrepen. En de Mandei wil voor geen enkele rivier onderdoen om gorig te worden. ‘Is dat nu de chocoladebeek?’ vroeg mijn zoon. Hij dacht aan de avondvertellingen. Het had natuurlijk gekund als daarbij nog een snoodaard ook de koekebod volledig had uitgekapt. Op het grasveldje voor zijn hoevetje zat nog een man gezellig ouwerwets met zo’n wittebolletjeszakdoek naar de lucht te kijken met een nadrukkelijke luiheid alsof hij in Torremolinos de zon zat te trotseren. Iemand waarvan ik dacht dat hij een jaar of vijf terug al gestorven was. En die lazarus was blijkbaar opgestaan om zich in Spanje te wanen. Hij zat te wachten op zijn vliegende geldbelegging die zou terugkeren uit Chartres, hij zei ‘Sartre’ in het plaatselijke patois. Hij slikte nog een pilletje want zijn duiven bleven warempel te lang genieten van de sierlijke schoonheid van de gotische kathedraal. Je kan er zo tot rust komen in dat dorp als die verrekte duiven maar niet op zich laten wachten.

Met toelating van de auteur overgenomen uit zijn bundel “ Mij niet gezien”, uitgeverij Heideland-Orbis, Hasselt, 1973

Met de toelating van de auteur overgenomen uit zijn bundel Mij niet gezien, Heideland-Orbis, Hasselt, 1973 - toen de cursiefjes erg in zwang waren. Voor een beter begrip van de tekst: Arseen Verbeke werd geboren in Markegem op 11 juni 1941.

55


INHOUD VAN DE JAARGANG 36 (2005) nr 1 Eddie Verbeke, Hij stierf in Chili. E.P. Hermanus, Georges Beeuwsaert o.f.m . (1894-1928)

blz. 3-100

nr 2 Rudi Alliet, 25 jaar Cultuurcentrum Gildhof, Tielt

blz. 3-104

nr 3 Koenraad Degroote, Sociale woningbouw in Wakken Frans Vercampt, Tielt, stadje klein

nr 4

blz. 3-39 blz. 40

Eric en Filip Bekaert, De heren van Dentergem

blz. 3-24

Frans Hollevoet, Oud Thielt, Richard Maes en Bellootjes Schoole

blz. 25-35

liiez DĂŠmarrez, De mirakels van Marialoop volgens Jacobus Mijs (1733-1736)

blz. 36-53

Arseen Verbeke, Een oase van rust (Een cursieve kijk op Markegem in 1973)

blz. 54-55


Uitvaartcentrum

DHONDT & BOCKELANDT Begrafenissen - Crematies - Funérarium Stationstraat 103 - Tielt Tel. 051 40 02 27 - Fax 051 40 56 27

D LE COMPUTERS

Vredestraat 20 8700 TIELT Tel. 051 40 61 93

K

^IRGENTK uw appeltje voor de dorst

A D V E R T E N T IE R U IM T E TE HUU R

ATeKa bvba

Tanghe Kris 0 5 1 4 0 18 3 8

I e p e r s t r a a t 8 • T ie lt V in k ts tra a t 5 • A a rs e le


bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken

Profile for Roede van Tielt vzw

Roede van Tielt Jaargang 2005  

Roede van Tielt Jaargang 2005  

Advertisement