{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

DE ROEDE VAN TÅ’LT

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 28ste jaargang, nr 1 - maart 1997 Afgiftekantoor 8700 Tielt


AUTOCARS-REISBUREAU

DE MEIBLOEM een onderneming die reeds 63 jaar lang met troeven als VEILIGHEID - KOMFORT - KLASSE U een héél aparte belevenis bezorgt !

Kasteelstraat 149 - 8700 TIELT Tel. (051) 40 18 23 - Fax (051) 40 51 93 V o o r al u w é é n d a a g s e o f m e e rd a a g s e re iz e n L U X E a u to c a rs • • • • •

Binnen- en buitenlandse reizen Cars van 30 - 40 - 54 - 67 tot 87 plaatsen Cars uitgerust met air-conditioning, video, toilet, bar Aanhangwagen beschikbaar Liftcar

VERNIEUWEN EN HERSTELLEN VAN ZETELS, SALONS, STOELEN EN ZITBANKEN

^RGENTK uw a p p e ltje voor d e dorst

STEEDS DE BETERE VOORWAARDEN Kris Tanghe

B0UCKAERT DANIEL Félix D'hoopstraat 33 8700 TIELT Tel. (051) 40 42 30

Kantoorhouder

leperstraat 8 8700 Tielt Tel. (051) 40 39 53 Fax (051)40 56 79


DE ROEDE VAN TIELT Heemkundige Kring voor de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt, d.i. Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem, Zwevezele. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde.

Voorzitter : P. Vandepitte, Driesstraat 7-9, Tielt -(051) 40 17 00 Ondervoorzitter : V. Baert, Oostrozebekestraat 241, Meulebeke - (051) 48 82 98 Sekretaris-penningmeester : Ph. De Gryse, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt - (051) 40 18 38 Redactie : V. Baert, J. Billiet, Ph. De Gryse, W. Devoldere, Fr. Hollevoet, R. Ostyn, P. Vandepitte

Lidmaatschapsbijdrage : 700 fr., te betalen op rekening 000-0398411-32 van De Roede van Tielt, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in "De Roede van Tielt" mogen slechts overgeno­ men worden met toestemming van de redactie. Kaft : detail van de kaart van het graafschap Vlaanderen door Robert de Vaugondy, zoon, 1762.

INHOUD VAN DIT NUMMER (28ste jg., nr 1, maart 1997) R. Ostyn, 'In zilver een keper van keel ...’ Het verhaal van Tielts wapenschild blz. 2 - 17 R. De Brabandere, 17-de eeuwse reconstructie van de Vorte Bossen in Ruiselede blz. 18-29 Fr. Hollevoet, Afgevaardigden uit de Roede van Tielt (1404 - 1476) blz. 30 - 36 Fr. Hollevoet, Aarseelse vrijbuiter vermoordt Markegemnaar in Wakken (1592) blz. 37 - 40 bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


‘IN ZILVER EEN KEPER VAN KEEL...’ HET VERHAAL VAN TIELTS WAPENSCHILD Het huidige Tieltse wapenschild wordt in heraldische termen omschreven als in zilver (wit) een keper van keel (rood), vergezeld van drie omgewen­ de (naar rechts wijzende) sleutels van sabel (zwart); het schild getopt met een stedenkroon met vijf torens van goud (geel). Het geldt sinds 9 okto­ ber 1980 voor de vier deelgemeen­ ten: Tielt, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle. Het werd vastge­ legd door een gemeenteraadsbeslissing die een punt zette achter een discussie die vooral de eerste en de tweede generatie Tieltse his­ torici met figuren als Alphonse De Vlaminck (1831-1905), Désiré De Somviele (1838-1913) en Jules De Vriendt (1880-1938) bezighield en waarbij de kleuren, de richting van de sleutels en de kroon boven het schild geregeld in vraag werden gesteld. Het huidige Tieltse stadswapen. In voege sinds 1980.

In zijn Notice historique sur la ville de Thielt, een reeks losse aantekenin­ gen over diverse aspecten van Tielts verleden (1), stipt Alphonse de Vlaminck aan dat Tielt aan haar status van vrije stad het recht ontleende om officiële documenten met een eigen zegel te bekrachtigen. Tielt had volgens hem als embleem gekozen: D ’argent à un chevron de gueules accompagné de trois clefs de sable posées en pal ayant le panneton en haut tourné à senestre. Vrij vertaald betekent dit: in zilver een keper van keel (rood) vergezeld van drie zwarte sleutels met de baard naar boven en naar rechts gekeerd. Hier dient opgemerkt dat heraldisch links (senestre) eigenlijk rechts betekent (2). Als bewijs voor het reeds eeuwenoud bestaan van de rode keper op het zil­ veren veld voert A. De Vlaminck aan dat graaf Lodewijk van Male in 1365 vaststelde dat (op de sleutels na) het Tieltse wapenschild gelijk was aan dat van Kortrijk. Hij beslechtte toen een uit 1310 aanslepend geschil 2


tussen Tielt en Deinze over de voorrang van hun oorlogsbanieren. Hoe het Kortrijkse wapenschild eruit zag, weten we onder meer van Antoon Sanderus (1586-1664) die zelf bij de geschriften van rechtsgeleerde en historicus Philips Wielant (1442-1520) te rade ging: een zilver schild met eenen balk en een getanden rand, beide rood geverwd (3). Volgens Sanderus is het Tieltse wapenschild eigenlijk een kopie van het Harelbeekse dat op zijn beurt overeenstemt met het Kortrijkse: Willem van Normandye beschonk haar (Tielt) met de voorrechten en vrydommen der burgers van Harlebeek, vormde den Raad, en gaf haar de Wapens van de gemelde stad, doch voegde, tot onderscheid, drie sleutels daarby (4). Dat Willem van Normandie (in 1128) Tielt tot vrije stad verhief is ondertussen onjuist gebleken. Dit neemt niet weg dat een verregaande eenvormigheid tussen de wapenschilden van de hoofdplaats van de kasselrij (Kortrijk) en die van de twee belangrijkste roeden (Harelbeke en Tielt) erg aannemelijk is.

Wapenschilden van Kortrijk, Harelbeke en Tielt. Detail uit De Kasselrij Kortrijk (1641) van Lowys de Bersacques. Olieverf op doek. Raadszaal stadhuis Kortrijk.

Voor een volgens hem juiste afbeelding van Tielts stadswapen verwijst A. De Vlaminck naar het 17de-eeuwse glas-in-lood-raam dat zich nu nog in het pand van het Tieltse Patersklooster bevindt en waar het zilveren veld, de rode keper en de naar links gewende sleutels (= heraldisch rechts) dui­ delijk zichtbaar zijn. 3


Rechts boven: Tielts wapenschild naast dat van de andere roeden uit de kasselrij in een her­ steld 17de-eeuws glas-in-loodraam. Patersklooster, Tielt.

Ten slotte steunt hij ook op het gezag van keizer Kareis wapenkoning Corneille Gailliard die in zijn werk Le Blason d ’Armes (1557) het Tieltse stadswapen op een identieke manier beschrijft: d ’argent, au chevron de gueulle, à la bordure dentelée de mesmes, à troes cleefz en pal, de sable (5). Afbeeldingen van Tielts wapenschild van vóór de zestiende eeuw zijn erg schaars. Enkele aanwijzingen laten toch vermoeden dat Tielts stadswapen dit uitzicht had, lang vóór de zestiende eeuw. Zo treft men in de fraai gerestaureerde Gravenkapel (ca. 1370) van de Kortrijkse O.-L.Vrouwekerk naast de portretten van de graven van Vlaanderen ook een reeks wapenschilden aan die in hun oorspronkelijke kleuren werden her­ steld. Men ziet er de wapens van de Vier Leden van Vlaanderen (Gent, Brugge, leper en het Brugse Vrije) en die van de steden en roeden van de kasselrij: Kortrijk, Harelbeke, Tielt, Deinze, Menen en de XIII Parochies. Het Tieltse schild toont ook daar een rode keper in een zilveren veld, met drie naar links gerichte sleutels. 4


Tielts wapenschild in de Kortrijkse Gravenkapel (ca. 1370).

Volgens stadsarchivaris Désiré De Somviele, diende het Tieltse stadswa­ pen echter als volgt afgebeeld te worden: D ’argent, à un chevron d ’azur, accompagné de trois clefs de sable (non contournées) of zoals hij zelf ver­ taalt: een zilveren veld beladen met een azuren keper, vergezeld van drij zwarte sleuters (met de klauwen naar de rechterhand wijzende) (6). Twee verschilpunten dus met de versie van A. De Vlaminck. Bij D. De Somviele vinden we een blauwe (azuren) in plaats van een rode keper, en kijken de sleutels naar rechts. Als bewijs voor het bestaan van een blauwe keper in het stadswapen ver­ wijst de vroegere stadsarchivaris naar de stadsrekening van 1404-1405. Daar noteerde men een uitgave van 8 schellingen parisis voor de aankoop van bocraene daer de keepers in de scilde up de tente mede ghemaect waren. Volgens D. De Somviele is bocraene een weefsel van blauwe 5


kleur. Een afbeelding van het Tieltse stadswapen met een blauwe keper hebben wij evenwel nergens aangetroffen. Geheel waarschijnlijk, schrijft D. De Somviele, zijn de wapens dezer stad ook deze van eenen der oudste plaatsheren van Thielt (7). Wij durven deze bewering echter in twijfel trekken. In het Oud Hospitaalarchief van Oudenaarde vonden wij de akte terug waarbij Willem van Tielt samen met zijn echtgenote Aleidis in 1237 hun tiendrecht in Tielt afstaan aan het hospitaal van Oudenaarde (8). Het goed bewaarde zegel in bruin was toont een puntig schild met een versmalde schuinbalk en het opschrift: SIGILLUM WIL(LELM)I DOMINI DE TIELT +. Van enige gelijkenis met het huidige Tieltse stadswa­ pen is hier geen spoor. Zegel van Willem van Tielt, heer van Tielt, anno 1237. Oudenaarde, Oud hospitaalarchief 684.

In een artikel verschenen in 1934 in de Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk (9) verklaart de Tieltse historicus Jules De Vriendt zich akkoord met de bewering van De Vlaminck en De Somviele dat het veld van Tielts stadswapen zilverkleurig moet zijn. Met De Somviele neemt hij aan dat de sleutels naar rechts gericht zijn en dat de keper rood is. Hij ontkent het bestaan van een blauwe keper en schaart zich achter de definitie van C. Gailliard. Volgens J. De Vriendt bestaat er ook bocraene van een andere dan blauwe kleur en voeren alle toen (1934) bekende uitbeeldingen van Tielts wapen een rode keper. Afgaand op deze definities en afbeeldingen nemen we aan dat de kleuren van het Tieltse wapenschild oorspronkelijk zilver (wit), keel (rood) en sabel (zwart) waren. Rond de positie van de sleutels stellen we al vanaf de zestiende eeuw een grote onzekerheid vast. Enkele voorbeelden: - Op een anonieme houtsnede (10) met de wapenschilden van de negen­ tien Kamers van Rethorica die in 1539 deelnamen aan het Rederijkersfeest in Gent, prijkt het blazoen van de Tieltse Kamer ‘Het Roosjen’ met de drie sleutels naar rechts (heraldisch links) gekeerd. 6


Œlnelt, sss,

Het wapenschild van de Tieltse rederijkerskamer in Spelen van de zinne by den XIX geconfirmeirden Cameren van Rhetorycken, een boek uitgegeven in 1539 (Gent, Universiteits­ bibliotheek),

- Op een 16de-eeuws gesculpteerd wapenbord van de Tieltse SintSebastiaansgilde (11) zien we dan weer de sleutels naar links (heraldisch rechts) gericht. Het maakte ooit deel uit van de verzameling van het Rijselse Musée des Beaux-Arts en werd in 1913 nog in Gent uitge­ stald tijdens de W ereldtentoonstelling. Van het gepolychro­ meerde cartel blijft van­ daag enkel een zwart­ wit foto over. Jammer, want het had ons ook over de kleuren van Tielts stadswapen kun­ nen inlichten. 16de-eeuws gepolychromeerd cartel van de Tieltse Sint-Sebastiaansgilde.

7


- Een zegelmatrijs van de Tieltse Minderbroeders uit 1629, bewaard in het Instituut voor Franciscaanse Geschiedenis in Sint-Truiden (12) toont de sleutels naar rechts (heraldisch links) gericht. Omdat dit een negatief is, kijken de sleutels op het positief dus weer naar links (heraldisch rechts).

Zegelmatrijs van de Tieltse Minderbroeders, 1629. (Archief Vlaamse Minderbroeders, Sint-Truiden).

- I n 1641 beeldde landmeter Lowys de Bersacques de kasselrij Kortrijk af op een olieverfschilderij dat men nog altijd in het Kortrijkse stadhuis kan bewonderen. Boven de legende in de linkerbenedenhoek staat het Tieltse wapenschild met de sleutels naar links (heraldisch rechts) gekeerd (13). Dezelfde afbeelding, eveneens van de hand van Lowys de Bersacques, vinden we terug op de gravure die de kasselrij Kortrijk voorstelt in Sanderus’ Flandria lllustrata (1641-1644).

Wapenschilden van Kortrijk, Harelbeke, Tielt, Deinze, Menen en de XIII Parochies op het doek De Kasselrij Kortrijk (1641) van Lowys de Bersacques.

8


- De titelpagina van het Register Neerinck (1645) van de Kortrijkse Weeskamer (14) toont een nogal fantasierijk Tielts wapenschild waar de sleutels een verschillende kant opkijken.

Titelpagina van het Register Neerinck (1645) van de Kortrijkse Weeskamer, (detail).

- Het Tieltse wapen足 schild met de sleu足 tels naar links (heral足 disch rechts) gericht, troffen we ook aan op een 17de-eeuws wijwatervat in ver足 tind koper van ca. 1680.

Wijwatervat uit ca. 1680 (detail).

9


- Tijdens de 18de eeuw vin­ den we evenmin eenvormig­ heid in verband met de sleu­ tels in het stadswapen. In 1750 tekende landmeter Francis De Bal bij zijn ont­ werp van de steenweg TieltDeinze op Tielts wapenschild drie naar rechts gekeerde sleutels. Maar toen men der­ tig jaar later in de stad water­ pompen voor openbaar gebruik plaatste, werd de arduinen steen ervan versierd met Tielts wapenschild en drie naar links gewende sleu­ tels... Arduinen steen (178..) afkomstig van de waterpomp aan de herberg 't Paradijs in de Ieperstraat.

Uiteraard prijkte het Tieltse stadswapen ook op het Tieltse stadszegel waarmee het stadsbestuur officiële documenten bekrachtigde. Op enkele uitzonderingen na zijn ook de wassen afdrukken verloren gegaan, niet in het minst omdat de verzameling van de Thieltsche Museavrienden (en in het bijzonder de zegelverzameling uit het stadsar­ chief waarover deze ver­ eniging zich ontfermd had), tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren ging. In het Algemeen Rijksarchief in Brussel (nr 27945) vindt men echter nog een zegel van zaken uit 1440, met de sleutels naar rechts gekeerd. Geglazuurd afgietsel van Tielts stadszegel uit 1440.

10


Verder bezit het Algemeen Rijksarchief nog een zelfde zegel van zaken (Ad Causas) uit 1438 met als legende: SIGILLUM VILLE DE THIELT AD CAUSAS. We citeren de beschrijving van A. De Vlaminck: un écu au chevron coupé de légères hachures et accompagné de 3 clefs dont les pan­ netons sont tournés à senestre, Vécu sommé d ’un lion grimpant tourné du même côté (16). En uit 1685 stamt een tegenzegel dat zich in de jaren ‘30 in het Tieltse museum bevond en dat Xavier de Ghellinck-Vaernewyck in 1935 als volgt beschrijft: Ecu à un chevron accompagné de trois clefs contournées en pal. L ’écu surmonté d ’un lion contourné. Légende entre filet: CONTRA SIGILLUM - VILLE - DE - THIELT ( 17). Van dit zegel bewaart het Alge­ meen Rijksarchief nog een afbeelding onder nummer 27920. In de verzameling van de Thieltsche Museavrienden bevond zich ook een zegel uit 1697. Het Algemeen Rijksarchief bewaart daarvan een afbeel­ ding onder nummer 27919 die Xavier de Ghellinck-Vaernewyck als volgt beschreef: Ecu d ’argent à un chevron accompagné de trois clefs con­ tournées, en pal. L ’écu surmonté d ’un lion contourné. Légende entre un filet et un cercle de grènetis: SIG. CIVITATIS THILETANAE (18). Onze heemkundige kring baseerde zich in 1983 op het uitzicht van dit zegel bij de aanmaak van een gedenkpenning naar een ontwerp van Ferry Van Vosselen.

Stadswapens met de sleutels naar rechts gewend en getopt met een klimmende leeuw, (ARA 27919 en 27920).

Naast het feit dat in deze reeks zegels de sleutels naar rechts gewend zijn, valt ons hier een nieuw element op. Het schild wordt getopt niet door een kroon, maar door een omgewende (contourné, dus naar rechts kijkende) klimmende leeuw (19). 11


Tijdens de Franse overheersing van onze streken golden bij ons ook de wetten van de Franse Republiek die het gebruik van wapenschilden en adellijke titels verboden. Voor Tielt gebeurde dit met een verordening van de Franse overheid op 25 juni 1796. Maar het Koninkrijk der Nederlanden liet met de wet van 20 februari 1816 het gebruik van de vroegere emblemen weer toe. Op 10 november 1818 stond de Hoge Raad van de Adel, op vraag van het Tieltse stadsbestuur, de stad toe haar oude blazoen weer op te poetsen. De beschrijving luidde toen echter heel anders: Een gouden veld met eenen rooden keper, vergezeld van drie zwarte sleutels, links wijzende, en boven den schild eene gouden kroon. Deze definitie waarbij het veld niet meer van zilver, maar van goud was en het schild met een kroon werd getopt, bepaalde voortaan het uit­ zicht van Tielts stadswapen. Omdat de aard van de kroon niet duidelijk omschreven was, zou tot 1980 nu eens (ten onrechte) een markiezenkroon, dan weer een grafelijke kroon het Tieltse stadswapen komen sieren. De configuratie van 1818 zou men ook na de Belgische onafhankelijkheid handhaven. De gunbrief waarmee de Belgische Conseil Suprême de la Noblesse op 7 april 1838 Tielts stadswapen bekrachtigde, was niet meer dan een vertaling van de Hollandse definitie. Het stadswapen is er: d ’or, à un chevron de gueules, accompagné de 3 clefs de sable contournées, Vécu ayant pour timbre une couronne d ’or. Dit wapenschild is het ver­ trouwde stadswapen dat de oudere Tieltenaars vaak nog voor ogen heb­ ben. Het verdween ook vandaag niet helemaal uit het straatbeeld. Men vindt het onder meer in glas-in-loodramen in de traptoren van de halletoren en op de gelijkvloerse verdieping van het stadhuis naast de Dienst voor Toerisme. Het staat ook gebeiteld op een gevel van de halletoren, in de topgevel van het stadhuis en boven de toegang van de Bank van Roeselare op de Markt. Op het Tieltse kerkhof zien we een fraaie witmar­ meren uitvoering op het graf van burgemeester Léon de Müelenaere (1832-1892) en ook aan een huisgevel aan de Europalaan heeft het de tand des tijds nog goed doorstaan. 12


Glas-in-loodraam in de traptoren van de halletoren.

13


Detail

gevel

Bank

van

Roeselare, Markt nr 24, Tieit.

Detail grafsteen burgemeester LĂŠon de MĂťelenaere. (Tieit, Stedelijke begraafplaats).

14


Detail huisgevel Europalaan nr 13, Tielt.

Nadat op 1 januari 1977 de gemeenten Tielt, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle samensmolten, werd in de gemeenteraadszitting van 20 oktober 1977 beslist om bij de Minister van Binnelandse zaken het vol­ gende voorstel in te dienen : “Als wapen van de nieuwe entiteit: het wapen van de stad Tielt toegekend bij KB van 07.04.1838 bestaande uit een schild van goud beladen met een rode keper en vergezeld van drie zwarte omgekeerde sleutels. Het schild gedekt met een kroon van goud. Dit om reden dat dit wapen het oudste is van de vier deelgemeenten en historisch vergroeid is met de stad, terwijl de wapens van de deelgemeenten Kanegem en Aarsele slechts dateren van 1955 en 1956.' Voor Schuifers­ kapelle had men in de archieven tevergeefs naar een wapenschild gezocht. Hierop volgde een ongunstig advies van het Ministerie van Binnenlandse zaken dat aanvoerde dat in dit voorstel 1) “de positie van de sleutels niet overeenstemt met de omgewende posi­ tie op alle oude zegels en met de correcte beschrijving van de K.B.’s van 10 november 1819 en 7 april 1838” ; 2) “het veld niet van goud was, maar hoogst waarschijnlijk van zilver’. Hierbij wees de brief van het ministerie naar Corneille Gailliard (1557) en de Carte Héraldique de la Flandre (1610) (20). De velden van de andere kwartieren van de wapens van de kasselrij Kortrijk waarin kepers voor­ komen (Menen, Harelbeke...) waren immers ook van zilver’, argumen­ teerde de minister. 3) “een markiezenkroon onverantwoord is en dient vervangen te worden door een stedenkroon.” - ’Tielt was immers stad sedert de Middel­ eeuwen’. Daarom opperde de Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. De BackerVan Ocken, dat Tielt als wapen zou voeren: In zilver een keper van keel, vergezeld van drie omgewende sleutels van sabel. Het schild getopt met een stedenkroon met vijf torens van goud. 15


De voorgevel van het huis aan de Stedemolenstraat nr 63 werd op het eind van de jaren ’70 - begin van de jaren ’80 versierd met een keramieken stadswapen met de juis­ te kleuren, wending van de sleutels en kroon. Alleen de datum van de ‘verheffing’ tot stad is verkeerd.

I

G las-in-loodraam met het nieuwe stadswapen door Mieke Verwaetermeulen, 1983, (Hazelaarkouter 60, Tielt).

Na op 21 augustus 1980 het advies te hebben ingewonnen bij het Heraldisch College, met name bij Dr. Ernest Warlop en Mevr. Lieve Viaene-Awouters die de definitie van de minister onderschreven, legde de Tieltse Gemeenteraad op 9 oktober 1980 het Tieltse wapenschild in zijn huidige vorm vast (21). Ronny OSTYN 16


VOETNOTEN 1) 2)

3) 4) 5)

6) 7) 8)

9) 10) 11) 12) 13) 14)

15) 16) 17)

18) 19)

20) 21)

De Vlaminck A., Notice historique sur la ville de Thielt, hs., z.d. (na 1878), blz. 101-102. Archief De Roede van Tielt. Dansaert G., Nouvel Armorial Belge ancien et moderne, précédé de L'Art Héraldique et ses diverses applications, Brussel, 1949, J. Moorthaemers, blz. 18: Lorsqu’on regarde et lit une armoirie, il faut se placer comme si l'on était derrière I'écu; c 'est pour cela que ce qui appa­ raît comme étant le côté gauche s'appelle en réalité: dextre, et le côté droit: senestre. - men moet zich dus achter het schild plaatsen om uit te maken wat links en wat rechts is. Sanderus A., Verheerlyckt Vlaandre, behelzende eene algemeene en nauwkeurige beschryving van dat Graafschap..., Leiden, 1735, deel II, boek I, blz. 2. Idem, blz. 21. Van Hollebeke L., Le Blason d ’Armes suivi de VArmorial des villes, châtellenies, cours féo­ dales, seigneuries et familles de l ’ancien comté de Flandre, par Corneille Gailliard, Brussel, Ch. & A. Vanderauwera, 1866, blz. 11. De Somviele D., Inventaire analytique et chronologique des Archives de la ville de Thielt, Tielt, J.-D. Minnaert, z.d., blz. 1-6. (De Somviele D.), De wapens der Stad Thielt, in Thieltsche Mengelingen à, getrokken uit de Archiven van Stad, Roede en Leenhof, Tielt, J.-D. Minnaert, 1878, blz. 121. Oudenaarde, Oud Hospitaalarchief nr. 684. Met dank aan Rik Castelain, Oudenaarde. Een andere heer van Tielt, Robertus de Tileto, hechtte in 1119 als getuige zijn zegel aan de schen­ kingsakte waarbij Walter van Vyve grond schonk aan het kapittel van Harelbeke. Dit zegel bleef jammer genoeg niet bewaard. Van het Cartularium van het kapittel van Harel bekev beschikken we slechts over een afschrift uit 1763. RAK, Aanwinsten 3470 fol. 3 De Vriendt J., Het Stadswapen van Thielt, in Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, Nieuwe reeks deel XIII, 1934, blz. 200-207. J. Decavele, Keizer tussen stropdragers : Karel V 1550 - 1558, Leuven, Davidsfonds, 1990, blz. 93. Illustratie bij Une visite à l ’exposition de l ’Art ancien dans les Flandres; in Gand-Exposition - Gent-Wereldtentoonstelling 1913. Tentoonstellingsprogramma, blz. 283. Van Laere R.en Baetens J., Zegelmatrijzen bewaard in het Instituut voor Franciscaanse Geschiedenis te Sint-Truiden, in Franciscana 1987, Jg. 42,111. Frans Ritseert die dit doek in 1654 kopieerde, liet toen de afbeelding van de wapenschilden boven de legende weg. Zijn kopie bevindt zich nu in de traphal van het Tieltse stadhuis. RAK, Wezerijregister Neerinck, nr. 81, 1645. Zie ook X. De Ghellinck-Vaernewyck, Armorial de Courtrai d'après les registres enluminés de la chambre pupilaire, in Le Parchemin, XVII ( 1970), buitentekstplaat. Verzameling Jan Pareyn, Aarsele. ARA, Aanwinsten Rijsel, Bundels 169, 170, 171. De Vlaminck A., O.c., blz. 99. De Ghellinck-Vaemewyck X., Sceaux et Armoiries des villes, communes, échevinages, châ­ tellenies, métiers et seigneuries de la Flandre ancienne et moderne, Parijs, Desclée De Brouwer et Cie, 1935, blz. 349. Idem, blz. 350. Vandermeulen Jan, De kroon er af, de leeuw er op, in De Gazette van Tielt, Jg. 3, 1980, nr. 10, blz 15; Hoe het was, hoe het is, hoe het zou moeten zijn, in De Gazette van Tielt, Jg. 4, 1981, nr. 6, blz. 13. Carte Héraldique de la Flandre (1610), in de Ghellinck-Vaemewyck X, o.c., ill., z.p. Deze gemeenteraadsbeslissing van 9 oktober 1980 werd op 9 februari 1981 bij Koninklijk Besluit bekrachtigd.

17


17de-EEUWSE RECONSTRUCTIE VAN DE VORTE BOSSEN IN RUISELEDE Nota vooraf De Vorte Bossen zijn een aaneengesloten stuk bos van een 50-tal hectaren groot. Ze zijn gelegen in Ruiselede, tussen de parochies Doomkerke en Kruiskerke. Bodemkundig bevinden ze zich op de grens van de Vlaamse zandstreek (in het noorden) en de zandleemstreek (in het zuiden). In het zuidelijk deel worden de bossen begrensd door de beekvallei van de Wantebeek. Enkele jaren terug werd door de v.z.w. Natuurreservaten, met de steun van de Tieltse milieuvereniging De Torenvalk, een 5-tal hectaren bos aange­ kocht. Begin 1996 werden deze uitgebreid met een aankoop van 21 hec­ taren (ten zuiden van de Bruwaenstraat) en in 1997 volgen tenslotte nog eens 13 hectaren (ten noorden van de Bruwaenstraat). Ik heb niet de bedoeling om in voorliggende bijdrage de geschiedkundige of botanische ontwikkeling van de Vorte Bossen door de eeuwen heen weer te geven. Het artikel beoogt alleen een reconstructie van de toestand zoals hij was in het begin van de zeventiende eeuw. Vooral het voorkomen van een uiterst merkwaardige omwalde site, de borrewaen, trekt de aan­ dacht. De reconstructie was mogelijk dankzij een viertal bronnen met bij­ horend kaartmateriaal. Meteen zijn zo de oudst bewaarde geïllustreerde bronnen van deze streek verwerkt. Mijn belangstelling ging ook uit naar de toponiemen. Voor verder onder­ zoek verwijs ik graag naar onder andere de studies van Paul Mommerency (1) en Heidi Demolder (2) en ook naar meerdere bijdragen in de jaargan­ gen 1996 en 1997 van het tijdschrift van De Torenvalk. De oudste vermelding: het reisverslag van Walter de Marvis (1242) De oudste tekst die de streek beschrijft, is een reisverslag opgemaakt door bisschop Walter de Marvis. In 1242 bezocht hij de streek rond Aalter om de grenzen van de parochies vast te leggen. Arthur Verhoustraete zorgde in 1961 voor de uitgave van de originele Latijnse tekst, met Franse ver­ taling en commentaar (3). Het oorspronkelijk stuk is bewaard in het cartularium van de kathedraal van Doornik. “Ibi incipit parochia de Ruseliede et extenditur ad wastinam Sancti Petri, quae wastina extenditur a dicta parochia et de inde a Reinghscot, ibi excluditur wastina de Walteri de Wassemme, milites. Et inde ad domum Oliveri de Bedrewane, inde ad domum Willelmi Cure in Godselodamme ...” (blz. 82) De Franse vertaling is van de hand van kanunnik J.O. Andries en dagte­ 18


kent uit 1867. Verhoustraete vermeldt dat er vrij los is omgesprongen met het gebruik en de vertaling van de plaatsnamen. A cet endroit commence la paroisse de Ruysselede et elle s’étend sur la bruyère de Saint-Pierre, laquelle s’étend dans la dite paroisse et se pro­ longe jusqu’à Reinghscot, là est limitée la bruyère de Walter de Wassemme, soldat. Et alla jusqu’à la maison d’Olivier de Bedrewane, de là jusqu’à la maison de Guillaume Cure à Ghyseloodam ...” (Op die plaats begint de parochie Ruiselede et die strekt zich uit over de heide van Sint-Pieters, die zich uitstrekt in de voormelde parochie en reikt tot aan Reinghscot, daar is de grens van de heide van Waker de Wassemme, soldaat. En [hij] ging verder tot aan het huis van Olivier van Borrewaen, van daar tot aan het huis van Willem Cure in Godselodamme.) De dubbelomwalde site “de Borrewaen”, bron van de Wantebeek Aansluitend op deze tekst wil ik een woordje commentaar geven bij het toponiem “Borrewaen”. Hiermee werd de omwalde mote, toen (1242) bewoond door Olivier van Borrewaen (domum Oliveri de Bedrewane), aangeduid. Deze mote was gelegen in de westkant van het huidige gebied van de Vorte Bossen (zie 1 op de overzichtskaart). De plaatsaanduiding “Borrewaen” werd wellicht al lang in de volksmond gebruikt. In het Latijnse reisverslag werd de term omgevormd tot “Bedrewane” en in 19de eeuwse Franse vertaling verkeerdelijk niet terug omgezet naar het (Middel)nederlands. Denk hierbij aan de commentaar van Verhoustraete op de Franse vertaling. De omschrijving “Borrewaen” vindt waarschijnlijk haar oorsprong in “borre” of “bron" (‘born’ in het Duits) van de “waen” of “Wantebeek”. De bron van deze beek bevindt zich niet toevallig op deze plaats. Later werd het toponiem nog meer omgevormd of vervormd tot “Bruwaen”, nu nog terug te vinden in de straatnaam "Bruwaenstraat”, die de Vorte Bossen middendoor snijdt. Feodale schets van de omgeving van de bossen De omgeving van de Vorte Bossen vormt uit feodaal oogpunt een inge­ wikkeld patroon. Centraal bevinden zich de zes percelenrond de eigenlij­ ke Borrewaen-site, met een gezamenlijke oppervlakte van 6 bunder (1 bunder komt bij benadering overeen met een oppervlakte van 1,5 ha en is onderverdeeld in 400 roeden, 3 gemeten of 4 lijnen). Die centrale ligging wijst erop dat de Borrewaen mag aanzien worden als de oudste ontginning in het gebied. Wellicht dus het oudste deel van de bossen, gewonnen op het veldgebied (wastinam Sancti Petri, Sint-Pietersveld). Het zijn deze zes percelen die zijn opgenomen in bron (4) en die vermeld worden onder de 19


nummers 1 tot en met 6 op de overzichtskaart. Die percelen vormen het ”leen ghenaempt den borwaen” dat in 1616 eigendom was van de Heer vande Vichte. Het leen was afhankelijk van het Leenhof van Tielt. Rond het leen “de Borrewaen” bevinden zich negen percelen die samen “de heerlychede vanden bruwaen” uitmaakten. Die worden vermeld in bron (5) en zijn terug te vinden op de kaart onder de nummers 31 tot en met 41. “Leen” en “heerlijkheid de Borrewaen”: dit schept heel wat ver­ warring, ook voor de 17de eeuwse administratie, zoals blijkt uit de origi­ nele archiefstukken! Daarnaast zijn nog 9 percelen rentegrond van de heerlijkheid Oyghem rond de borrewaen gelegen. Die vinden we terug in bron (6), aangeduid als nummers 13 tot en met 21 op de kaart. De heerlijkheid Oyghem had gronden gelegen in Wingene, Tielt, Pittem en Ruiselede en was in 1640 in handen van Jonkheer Charles de Gros, vrijheer van Oyghem, Heer van Nieulande, etc ... Aan de overzijde van de weg naar Brugge bevond zich “het Ramontsleen” 10 bunder groot, bestaande uit twee hofsteden en gehouden van de heer­ lijkheid Malstapel. De “heerlijkheid Denterghem” en “Malstaepel cleenschulf’, deze laatste ook bestaande uit twee hofsteden, waren ten zuiden van de Borrewaen gelegen en “het goet te Gallentas” en “het goet te Ghyseloo” waren twee grotere heerlijkheden met de gelijknamige, nu nog bestaande hoeven als centrum. De heerlijkheid van Gallentas was een leen gehouden van het Leenhof van Kortrijk en Tielt en was gelegen “tusschen den heerschepe te Rostijne ende den heerschepe van pouques commende aen ‘t heerschip van sinte pieters ende aen ‘t heerschip ghenaemt ‘t maelstappelsche groot onder hofstede landt meersch bosch waeter vij­ vers ende veldt 36 bunderen”. In 1602 kocht de Heer van Arenberghe de bovenvermelde heerlijkheid Gallentas (36 bunder), het Ramontsleen (10 bunder), het leen te Bederwaen (6 bunder) en andere. In 1643 staat de heerlijkheid van Gallentas te koop om de heer uit zijn schulden te helpen nadat heel wat van zijn goederen zijn verwoest door oorlogsomstandigheden: “... messire Phle François par le grâce de Dieu Prince d ’Arenberghe Ducq d ’Arschot, quelle miz en vente certaine seigneurie et biens dict Galentas ... par vue nécessite tres urgente pour payer les debtes ... et ses autres biens ruinez par les gueres ...”. Er wordt een koper gevonden voor de prijs 19000 gulden in de persoon van “vrouwe Marie de Cordes weduwe van Mher Pieter Haccart in sijnen leven Ridder heere van Malcense etc ...” In 1664 zijn de heerlijkheden Gallentas en Bruwaen beide in handen van Jonkheer Pieter delafaillie, heer van Eeklo. In 1757 is een nakomeling van 20


De zes percelen van het “leen ghenaempt den Borwaen"

21


dezelfde familie eigenaar: Jonkheer Jan François delà faillie, heer van Assenede en Eeklo. Rudi DE BRABANDERE Bron 1: Lene ghenaempt den borewaen (4) “Inde prochie van Ruselede de groote endegheleghenthede vande leene ghenaempt den borewaengaende metten goede te galentas commende van mijn heere vander vichte gheleghen in dijversche parceelen al deen an dander zoo hier na volght 1

Alvooren de bewalde mote met de synghelen en buytten wallenmet den busch daer an ende de omedelen ghereserveert updenoortoost zijde daer de vutwegh es vande mote int naervolghende parseel oost ende noort jeghens de naervolghendepartie groot een bunder en half ende xxxvj roeden 2

Item noort daeran eene busch abouterende noortoost ende zuydt jeghens de naervolghende ende voorschreven partie noort west oost jeghens tlant dat gaet met desen leene groot een bunder en half lvj roen 3 Item oost daer an een partieken busch streckende metten oosthende jeg­ hens de smalle gijsloo noortoost jeghens tvelt groot j cl roen 4 Item zuydtoost daer an een partijeken busch noortoost jeghens den dam vande smalle ghijsloo zudt tnaervolghende groot iiijxx xv roen 5 Item zuydt daeran een hapte partie busch abouterende zuydt west jeghens de mersch west jeghens tvoorscrevene eersteartickel busch die ghemeten es met de mote groot drie hondert 1 roen

6 Item een stick lants abouterende met tnoortoosthende jeghenstvelt noortwest jeghens den busch van ... prilzuutoost jeghens den voorschreven busch van desenleene hier vooren het tweede artickel groot drie hondert lxj roen Soma xvij gemeten vj roen de voorschrevene partien waeren aldus ghemeten ende beleghertbij mij onderschrevene gheswooren lantmeter der stede endeCasselrie van Corterycke met instructie vande oude schriftelicken autentijcke bewijse daer van mentie maeckende ter beledinghe van dijversche onderlinghe inteecken der weghenhebben desen gheteeckent upden xviij april 1616 torcondeghecolationeert met de origineele lantmaete bij loysde bersaques 22


ghemeten van date bij xviijen april 1616en naer coolatie met de zelve bevonden tacordeerenvan worde te worde en over zulcx bij mij onderteekent ...Roelant van huile Bron 2: De heerlykhede vanden bruwaen (5) 1 “Jan Baptist vande voorde ... 1 b bosch 2

Mijn heer du bois ... 1 b bosch 3 Disch van Ruyselede ... 5 lijnen bosch ende vivere alsnu ghenaemt het kerckevijverken 4 Heere deser heerlycheden ... 1 g meersch ende bosch 5 Joos vande weghe fs Jans ... 1/2 g meersch

6 Heere deser heerlychede ... 1/2 b meersch ende bosch genaemt den Vorten meersch 7 Jan van daele fs adr ... 1 g bosch int langhevelt 8 Jan van Daele ...4 g lant ende bosch genaemt den duyvelsbosch 9 Den heere Baron Reylof ... 14 g bosch genaemt den Brantbosch met een meerschelken inden zuytoosthoeck Bron 3: De heerlichede van Oyghem (6) “Rentebouck der heerlichede van Oyghem ... winghene thielt pitthem ruysselede ... Jor Charles de Gros vrij heere van Oyghem heere van Nieulande Schoxeghem etca ... vernieut bij ons onderschreven lowys de bersaques ... ende meester Joos verbiest bailliy ende ontfangher der zelve heerlicheden ...up de 25 dach van de maent april in den jaere duyst sesse hondert een en veertich 1 De Ridders van Malta ... haerlieden goet ter Vlaecht ...eene vivere en velt genaemt den smallen gijseloo ... 6 bunder 2 Lieven de busschop ... een veldeken ... 5 bunder 23


Reconstructie van de toestand uit het begin van de 17de eeuw. De cijfers verwijzen naar de toponiemen gehaald uit de vier bronnen en vermeld in de tekst. De grijze partijen zijn vij­ vers. Deze kaart werd zodanig getekend dat ze precies samenvalt met kaart 2, die de huidi­ ge toestand weergeeft.

24


De huidige toestand, getekend naar de stafkaart. De grijze partijen zijn bosgedeelten.

25


3 Den hertooghe van Arschoot... sijnen goede te wytstraete commende van wijlent Olivier Rotsaert d’een helft ende dander helft toebehoorende Jan van Ende ... een groot partije bosch viver ende v e lt... 13 bunder 4 Jan Temmerman ... viver ende velt met de dammen suyt west jeghens den naervolghende busch ... 1 bunder 5 Jan Lauwers ... bosch ende v e lt... 1 bunder 1 gemet

6 Dhoirs vanden deurwr P ril... hapte partije bosch neffens de vivers vanden goede te Galletasch ... 2 bunder 1/2 gemet 7 Jor Pieter vanden Vichte ... een partije bosch commendemet een hende aenden borrewaen ... 1 bunder 8 Joos Smissaert ende Anth B eert... van een veldeken commende oock aen den Borrewaen ... 3 bunder 1 gem et... bij den heere van Oyghem nu nieuwelijcx vuyt gegeven ten eeuwighen cheynse met het last van een vat evene tiaers thieltsche maete ... 9 Jan Marteyn ... lande ende ettynghe daer het meulestraethien duere g a e t... 2 bunder 1 gemet Bron 4: De grenskaart van 1627 (7) 103 “... latende de heerlichede van Denterghem ter slincker hant hier binnen gereserveert vijf partijen van lande up de zuutzijde vande zelve strate neffens tgoet te Gijseloo up beede zijden vanden dreve dye oock sorteren onder Denterghem 104 van dar noort ende west lancx het gescheet vande heerliche(de) van Denterghem tot jeghens de merschen dye ghaen metten leengoede te Galentas 105 van dar noch noort ende west lancx tleen te Galentas tot tLanghe Velt 106 van dar voorbij den Borwaen ter rechter hant tot tMuellekenstratken 107 van dar noch noortwest ende zuutwest lancx de vijvers ghaende metten leene te Galentas tot den wech van Ruuselede nar Brugghe 26


108 hier buytten up doostzijde vande voorseyde strate nar Brugghe zijn twee hofsteden met de landen dar an deel wesende vande cleenschult van Maelstapel ...� Toponiemen uit deze vier bronnen, aangeduid op de algemene over­ zichtskaart * Uit bron 1 Percelen (volgorde bewaard zoals) in de bron vermeld: 1: 1616 - 1,5 bunder 36 roeden - bewalde mote den Borwaen of Bruwaen 2: 1616- 1,5 bunder 56 roeden - busch 3: 1616 150 roeden - busch 4:1616 95 roeden - busch 5: 1616 350 roeden - busch 6: 1616 361 roeden - lant Bijkomende toponiemen vermeld in de tekst: 7: 1616 - de smalle gijseloo 8:1616 - (oyghem) velt 9: 1616 - dam vanden smalle ghijseloo Bijkomende toponiemen vermeld op de kaart: 10: 1616 - de veertich ghemeten busch ende vivers ghemeene met dhoirs willem van antweghe 11: 1616 - Temmermans viverken 12: 1616 - de We Keyser nu Anna de Picke groot 4 bunder zoo sy seghen .. pril * Uit bron 2 Negen percelen vermeld (in volgorde) in de bron: 1 bunder - bosch - noort het Oyghem veldeken 31: - bosch - den prilsbosch 32: 1 bunder - bosch ende het kerckevijverken 33: 5 lijnen (= temmermans viverken) 34: - meersch - noort ende oost den 1 gemet bruwaen bosch - meersch 35: 0,5 gemet 36: 0,5 bunder - meersch ende bosch, den Vorten meersch (34- 35 - 36 - 37: lokalisatie onzeker) 1 gemet - bosch in tlanghevelt 37: 4 gemet - lant ende bosch - west den Schaepersbosch 38: 27


41: 42: 43: 44:

(39) - oost de Wytestraete (40) den Brantbosch

14 gemet

velt - de tien gemeten - doude brughstraete - meersen van het goet te Ghalatas -

* Uit bron 3 Percelen (volgorde bewaard zoals) in de bron vermeld: 13: 1640 - 6 bunder - den smallen gijseloo 14: 1640 - 5 bunder - veldeken 15: 1640 - 13 bunder - bosch, viver ende velt 16: 1640 -1 bunder - viver, velt ende dammen -1 bunder 17: 1640 1 gemet - bosch ende velt 18: 1640 -2 bunder 0,5 gemet - bosch 19: 1640 -1 bunder - bosch 20: 1640 -3 bunder 1 gemet - veldeken 21: 1640 - 2 bunder 1 gemet - lande ende ettynghe Bijkomende toponiemen vermeld in de tekst: 22: vivers vanden goede te Gallenthas 23: meulenstraethien * Uit bron 4 Bijkomende toponiemen vermeld op de kaart: 24: tgoet te Ghysseloo 25: de heerlichede van Denterghem 26: tgoet te Galentas 27: tLanghe Velt 28: twee hofsteden met de landen dar an deel wesende vande cleenschult van Maelstapel 29: Duvels busch 30: Ramouts leen In grote trekken komen de “velt-” en “vijver”-toponiemen voor in het noordelijk gelegen, zandiger gebied: er blijft nog een groot deel van het middeleeuwse veldgebied over en tussen de velden in bevinden zich een massa uitgestrekte vijvers omgeven met een dam. In het middenstuk komen al heel wat bossen voor en het zuidelijk, natter gebied omvat veel land en meers: - velt: 8 = 20 (Oyghem velt), 14, 16, 17, 27 (tLanghevelt), 42 (de tien gemeten) 28


- vijvers: 7 = 13 (de smalle Ghijselo), 10 = 15, 11 = 16 = 33 (temmermansviverken of kerckeviverken), 22 (Galentas vivers) - dammen: 16 (rond temmermansviverken) en 9 (rond de smalle Ghijselo) - bos: 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 (den Bruwaen Bosch), 10 = 15, 17, 19, 29 (Duyvelsbosch), 31, 32 (Prilsbosch), 33, 36, 37, 39 (Schaepersbosch), 41 (Brantbosch) - land: 6, 21, 28, 38 - meers: 34, 35, 36 (den Vorten meersch), 44 (meersen van Galentas) Dat er in de 17de eeuw nog steeds bos gewonnen werd op de velden blijkt uit een aantal vermeldingen: - 33: bosch ende kerckeviverken - 37: bosch in tlanghevelt - 3 1 : bosch in Oyghem velt Merkwaardig is ook dat het “vorte”-toponiem het eerst voorkomt als een meers-toponiem en pas later zijn naam gaf aan de bossen. De Flou ver­ meldt in zijn “Woordenboek der Toponymie” de naam “Vorte Bossen” slechts 200 jaar later, namelijk in 1846.

Bronnen (1) Paul Mommerency, Enige geschiedkundige, botanische en ornitologische gegevens over de “Vorte Bossen ” te Ruiselede, 1971. (2) Heidi Demolder, Vegetatiekundig en beheersgericht onderzoek in de Vorte Bossen, Verhandeling voorgelegd tot het behalen van de graad Licentiaat in de Biologie, Universiteit Gent, 1993-1994. (3) Arthur Verhoustraete, Reisverslag van Bisschop de M an’is (1242), ‘Appeltjes van het Meetjesland', 1961. (4) Rijksarchief Gent, familiearchief Vanden Hecke de Lembeke 2488, anno 1616. (5) Rijksarchief Brugge, Aanwinsten II 2718, anno 1640. (6) Rentebouck vande heerlycheden van Gallethas ... behoorende Jor Jan François delà Faillie heere van Assenede Eecloo ... Heerlycken renteboeck vande heerlychede vanden Bruwaen, Rijksarchief Gent, Algemeen familiearchief 2488, anno 1757. (7) Grenskaart tussen de kasselrijen Kortrijk ende Oudburg, opgemaakt door Loys de Bersaques, anno 1627. Uitgegeven door de Heemkundige Kringen van Ruiselede ( ‘Oud Ruysselede"), Aalter ( ‘Arthur Verhoustraete)' en Nevele ( ‘Het Land van N evele’), 1985.

29


AFGEVAARDIGDEN UIT DE ROEDE VAN TIELT (1404-1476) Het graafschap Vlaanderen was van de 12de eeuw tot 1795 onderverdeeld in 30 steden en 17 kasselrijen, waaronder de kasselrij Kortrijk: een fiscaal, bestuurlijk en gerechtelijk plattelandsdistrict. Een college van 4 hoogpointers (fiscaal, administratief) en 7 vrijschepenen (juridisch) stond in voor het feitelijke bestuur van de kasselrij en vanaf circa 1545-’48 zetel­ den ze samen als rechters en bestuurders. De controlerende en adviserende kasselrijraad bestond uit de edele vazal­ len (bezitters van belangrijke heerlijkheden), de vertegenwoordigers van de 5 roeden (districten van Harelbeke, Tielt, Deinze, Menen en de XIII Parochies) en last but not least de afgevaardigden van de parochies. Die gedeputeerden werden gekozen uit de plaatselijke baljuws, schepenen, belastingverdelers, ontvangers, griffiers en notabelen. Zij verschenen gezamenlijk op het appèl om gedurende één à drie dagen in Kortrijk de kasselrijrekeningen te controleren en er in eigen naam even­ tueel sommige financiële posten in vraag te stellen of zelfs te verwerpen. In de 17de-18de eeuw ging deze democratiserende rol van de parochies verloren (1). De Kortrijkse kasselrijrekeningen zijn - met een paar onderbrekingen bewaard vanaf eind 1387. Vanaf 1400 bestrijken ze twee à drie jaar. Op het einde van de beschadigde rekening van 25 november 1402 tot 1404 vinden we voor het eerst per parochie de namen van de afgevaardigden. Zij ontvingen elk 6 schellingen parisis per dag, vanaf 1430 10 schellingen. In de rekeningen van 13 april 1407 tot en met 8 oktober 1423 is er van hen geen sprake. De rekeningen van 1441 tot 1445 bleven niet bewaard. Na 1476 worden de afgevaardigden jammer genoeg niet meer bij naam ver­ noemd (2). Hoe dan ook, in die rekeningen vinden we de namen van heel wat plaat­ selijke prominenten, die elders nauwelijks of niet vermeld worden. Een verdere studie van de 15de-eeuwse gezagsdragers uit onze streek wordt dus mogelijk. Vooraf nog enkele varianten van voornamen uit de lijst: Casin = Nicasius, Eustaes = Eustachius, Gossart = Goswijn, Inghel(e) = Ingelram of Ingelbert, Lippin = Filip, Lonis = Apollonius of Leonius, Loy = Eligius of Lodewijk, Meeuwels = Bartholomeus, Moddaert = Medardus, Renault = Reinoud, Sta(es)sin = Eustachius, Sander(s) = Alexander (3). Frans HOLLEVOET 30


AARSELE 1407 Jhan Vander Mersch en Gillis Heins, 1428 Jan Vander Bane en Jan Kuekelaer, 1430 Jan De Ceukelare en Wouter Bruunkin, 1433 Jan De Keukelaer en Michiel Pantin, 1435 Maerten Vander Bane en Jan De Keukelare, 1439 Meeuwels De Wulf en Stevin Pantin, 1447 Meeuwels De Wulf en Pieter Vanden Havic, 1451 Jan en Heinric Valke, 1454 Heindric Valke en Jan Boye, 1458 Kareis Seys en Maertin Pantin, 1460 Stevin Bruunkin en Willem Vanden Dycke, 1462 Stevin Bruunkin en Jan De Paeu, 1464 Willem Bruunkin en Willem Vander Hulst, 1466 Wouter De Cupere en Stevin Bruunkin, 1468 Stevin Bruunkin en Carele Seys, 1470 Gillis Nemegher en Wouter Vander Hulst, 1472 Gillis Nemegher en Jan De Paeu, 1474 Stevin Brunkin en Wouter De Cupere, 1476 Stevin Brunkin en Willem Vanden Hulst. DENTERGEM 1404 Jan Patvoort, 1407 Jhan Camphin en Stevin De Potgietere, 1426 Heinderic De Smet en Stevin Vanden Kerchove, 1428 Heinric De Smet en Stevin De Costre, 1430 Heinric De Smet en Gheeraerd Van Muencxheede, 1433 Gheeraerd Van Meuncxheede en Jan De Jaghere, 1435 Heinric De Smet en Roeland Leykin, 1439 Gheeraerd en Jan Van Meunicsee, 1441 Pieter Bollin en Jan Van Meunicsee, 1447 Jan Oste en Jan Van Muencxede, 1451 Jacop Vanden Heede en Steven Galle, 1454 Stevin Galle en Jan Bollin, 1456 Heinric Van Meeuxheede en Jan Vander Naect, 1458 & 1460 Eustaes Minne en Jan Vander Naect, 1462 Stassin De Paeu en Eustaes Minne, 1464 Eustaes Minne en Philips Oste, 1466 Eustaes Minne en Gheeraert Van Muencxheede, 1468 Eustaes Minne en Pieter Vanden Venne, 1470 Eustaes Minne en Philips Oste, 1472 Arent Bollin (ontvanger) en Heindric Van Overzee, 1474 Aernout Bollin en Heindric Van Muencxhede, 1476 Willem Volpit en Staesin De Paeu. EGEM 1407 Wouter Van Heedeghem, 1426 Willem Minne, 1430 Jan Vander Vloet en Jan Coole, 1433 Pieter Wildermersch en Jan Louf fs Jacobs, 1435 Jan Louf fs Willems en Jan Louf fs Oliviers, 1439 Jan Cool en Loy Voet, 1441 Jan Cool en Gillis De Smet, 1447 Pieter Wybode, 1451 & 1454 Gillis Van Oost, 1456, 1458 Jan Louf, 1460 Loy Kersteloot, 1462 Rogier Wybode, 1464 Mathys Robbrecht, 1468 Gillis Hurtecant, 1470, 1472 & 1474 Gillis Vanden Bussche, 1476 Mathys Robbrecht. GOTTEM 1407 Jhan De Wielmakere, 1433 Heinric De Jaghere, 1437 Jan De Wielmakere, 1441, 1447, 1451, 1456, 1458, 1460, 1462 Jan De Jaghere, 31


1464 Inghel Bubeil, 1466 & 1468 Jan de Jaghere, 1470 Michiel Van Roneke, 1472 Philips De Hont, 1476 Anthonis Neerinc. KANEGEM 1404 Jakemin Van Olsene, 1407 Jhan Van Olsene en Gillis Van Holbeke, 1426 Boudin Vanden Riede, 1428 Jan Ovyn, 1430 Jan Ovyn en Jan Hughszone, 1433 Wouter De Gheldere en Jan Huughszone, 1439 Jan De Pachtere en Jan Ovyn, 1447 Willem Van Oeringhe en Michiel De Cupere, 1451 & 1454 Willem Van Oringhen en Jan (Van) Aert, 1454 Clais De Portere en Pieter De Brune, 1458 Willem Tanneel en Clais De Kuekelare, 1460 Renault Van Olsene en Willem Tanneel, 1462 Joos Vanden Briele en Jan De Portere, 1464 Maerten Houcke en Pieter Van Oost, 1466 Pieter De Brune en Wouter De Kokelare, 1468 Jan Jans en Jacob De Portere, 1470 Olivier De Pootere en Pieter Van Landhuut, 1472 Jan De Poortere en Renault Van Olsene, 1474 Jaspar Vander Mersch en Marten Houcke. MARKEGEM 1404 Boudin De Keysere, 1426 Heinderic De Temmerman en Jan Van Thielt, 1428 Heinric De Temmerman �ende noch een�, 1430 Heinric De Temmerman, 1439 Joris Volpot, 1441 Lauwers Ghiselin, 1447 Joos Volpit, 1451 Michiel Bruneel, 1454 Joris Volpit, 1456 & 1458 Amant Tytghat, 1460 Jan Ghiselin, 1462 Gillis Vander Straten, 1464 Olivier De Keysere, 1466 Fierin Van Hoolbeke, 1468, 1470, 1472, 1474 & 1476 Olivier Van Hoolbeke. MEULEBEKE 1407 Jan Wale en Pieter Hervaert, 1426 Casin Bellaen, 1428 Casin Belaen en Wouter Vander Poerte, 1430 Casin Bollaen en Jan Scotte, 1433 Michiel De Meyere en Roegier Stoorme, 1439 Willem Taets en Cazin Bollaen, 1441 Willem Taets en Andries De Wale, 1447 Wouter Diers en Gossart De Mets, 1451 & 1454 Jan Scotte en Wouter Diers, 1454 Jan Scotte en Joos Ghoetgheschie, 1458 Jan Scotte en Maertin Buse, 1460 Jan Scotte en Jacop Vanden Heede, 1462 Jacob Vanden Heede en Vincent De Reepere, 1464 Jacop Vanden Heede en Jan Spise, 1466 Jan Spise en Eylaert Van Landeghem, 1468 Jacob Vanden Heede en Jan Spise, 1470 & 1472 Jacob Vanden Heede en Michiel Ghalle, 1474 Jan Spyse en Jan Ghalle, 1476 Jan Spise en Lieven Goedghescie. OESELGEM 1428 Gillis De Coeman, 1437 Rugger Ghalle, 1439 Jan De Coc, 1441 Gossin Vanden Heede, 1447, 1451, 1454, 1456, 1458, 1460, 1462 Michiel Vander Mersch, 1464, 1466, 1468, 1470, 1472, 1474 & 1476 Victor (Toer, 32


Thoerin) De Meyere. OOSTROZEBEKE 1426 Jacob De Haesteghe en Willem De Hase, 1428, 1430 & 1433 Willem De Hase en Sanders Scotte, 1435 Willem De Haze en Jan Hooft, 1437 Willem De Haze en Willem Vanden Verde, 1439 Jan Merscaert en Willem De Haze, 1441 Willem De Haze en Sanders Scotte, 1447 Bernaert De Portere en Andries Vander Varent, 1451 & 1454 Willem Vande Voorde en Bernaerdt De Poortere, 1456 Jan Doosterlinc en Gillis Latem, 1458 Willem Latem en Jan Van Caelberghe, 1460 Jan Doosterlinc en Gillis Latem, 1462 Gillis Latem en Andries Vander Varent, 1464 Olivier De Poortere en Gillis Latem, 1466, 1468, 1470, 1472 & 1474 Jan Van(den) Caelberghe en Jan Vande Voorde, 1476 Joos Van Caloen en Jan Vanden Dale. POEKE (1439 en 1476: mĂŠt LOO en VINKT) 1439 Jan Hallincbroot en Pieter Vanden Driessche, 1447 Eustaes Van Sinthomaes, 1451 Eustaes en Olivier Van Sintomaers, 1454 Eustaes Van Sentamars, 1456 & 1458 Jan (Van) Sintomaers, 1460 Lievin Maes, 1462 & 1464 Eylaert Vanden Hove, 1466 Heindric Vanden Hove, 1468 Eylaert Vanden Hove, 1470 Willem Vander Vorst, 1472 Rolandt Van Monghaen, 1474 Wouter Vanden Meistre, 1476 Roeland Van Muencxheede. PITTEM 1407 Gillis Sey en Maertin Vander Stoet, 1426 Jacob De Backere en Gheeraerd De Smet, 1428 Jan De Poertre en Gillis Vander Muelne, 1430 Gillis Vander Muelne en Jan De Hont, 1433 Raese Outhooft en Gillis Vander Muelne, 1435 Gillis Vander Meulene en Jacop De Backere, 1439 & 1441 Jacob De Backere en Jan De Portere, 1447 Jan De Hont en Jan De Muelenare, 1451 Jan De Hont en Heinric Demuelnare, 1454 & 1456 Heinric De Muelenaere en Lonis De Hont, 1458 Daneel De Drael en Jan De Bane, 1460 Lonis De Hont en Daneel De Drael, 1462 Lonis De Hont en Heinric De Muelnare, 1464 Lonis De Hont en Willem Wibode, 1466 Joos Vanden Muelne en Lonis De Hont, 1468 Lonis De Hont en Pieter Van Oost, 1470 Heindric Vander Kindert en Lonis De Hont, 1472 Lonis De Hont en Joos Goedghescie, 1474 Roegier De Muelenare en Joos Vander Muelene, 1476 Willem Wibode en Pieter Vanden Wynghaerde. RUISELEDE 1426 Jan De Cokelaere, 1428 Willem Vander Smisse en Willem Bibau, 1430 & 1433 Willem Vander Smesse en Jan Bibau, 1435 Willem Smessaert en Crispiaen Van Poucken, 1439 Pieter Van Rikeghem en Jan 33


Van Goetbrouc, 1441,1447 en 1451 Jan Van Pachtenbeke en Jan Vanden Gavere, 1454 Jan Vanden Gavere en Jan Van Gheldere, 1456 Jan Nayaert en Jan Vanden Gavere, 1458 Jan en Jan Vanden Gavere, 1460 & 1462 Jan en Pauwels Vanden Gavere, 1464 Jan Vanden Gavere en Cornelis De Reepere, 1466 Jan en Jacob Vanden Gavere, 1468 Jan Vanden Gavere en Stevin Vander Kindert, 1470 Jan Vanden Gavere en Willem Van Muençheede, 1472 Jan Vanden Gavere en Heinderic Vanden Houcke, 1474 & 1476 Heinderic Vanden Houcke en Jan Van Pachtenbeke. SINT-BAAFS-VIJVE 1404 Joos Vander Haghe, 1407 Joannes Vander Haghe en Boudin Van Caloen, 1426 Willem De Smet en Willem Malbusch, 1428 (VIVE) Jan Tsolle en Michiel Vanden Heede, 1433 (VIVE) Inghelram Vander Ley en Jan Vander Haghe, 1435 Jacob De Wale en Pieter Van Ronneke, 1437 Pieter Van Ronneke en Heinric De Wale, 1439 Michiel Van Ronneke en Colaert Van Caerseele, 1441 Michiel Van Ronneke en Inghele De Brune, 1447 Colaert Van Carsele, 1451 Arent Van Beversluus, 1454, 1456 & 1458 Roelant Van Ca(e)rsele, 1460 Daneel Neerinc, 1462 Pieter De Zuttere, 1464 Inghel De Qwinckele, 1466 Jan Vanden Bussche, 1468 Pieter Vande Voorde, 1470 Olivier Vande Voerde, 1472 Olivier Van Ronneke, 1474 Pieter Vanden Dorne, 1476 Olivier Van Ronneke. TIELT 1404 Willem De Poortere en Sanders Haghelinc (stad), Clais Poukard en Jan De Wielmakere (Tielt-buiten), 1407 Willem De Poortere - Wouter Van Bou’hout - Claeis Poukaert en Jhan De Wielmakere, 1426 Gillis De Borchgrave en Heinderic Vander Kindert, 1428 Meester Willem De Poerter - Roeger De Coninc - Daneel Coddelin - Jan De Vraet en Gillis De Keysere, 1430 Jan Bibau - Gillis de Borchgrave - Gillis De Keysere en Jan De Vraet, 1433 Jan Bibau - Heinric Reynaert - Roeger Vander Beke en Jan De Vraet, 1435 Heinric Reynaert - Gillis De Borchgrave - Sanders Van Lake en Omaer De Scrivere, 1439 Jan Bibau - Jan De Tavernier en Omaer De Meestere, 1441 Gillis De Borchgrave - Omaer Van Anckelare -Lauwers Willays en Jan De Wilde, 1447 Jan Habe - Gillis De Borchgrave, Moddaert Capproen en Jan De Wilde, 1451 Jan Abe Moddaert Capproen - Sanders Poukaert en Lauwers Van Rikeghem, 1454 Jan Habe - Jan Dabt - Wouter Vander Vlienderbeke en Pauwels Thooft, 1456 Jan en Heindric Habe - Pieter Vander Kindert en Pieter De Wulf, 1458 Jan en Heindric Habe - Jan Van Riemslede en Roeger De Sanghere, 1460 Sanders Poukaert - Jan en Heinderic Habe - Lodewyc Van Crayembrouc en Maertin Lansoghs, 1462 Jan Habe - Jan De Hont - Gillis Reynbert - Jan De Borchgrave - Pieter Hemelsberch - Sanders Van Laken 34


en Jan Bruunkin, 1464 Jan Vander Gracht - Jan Habe - Wouter Vander Vlienderbeke - Gillis Van Overdam - Sanders Van Lake en Jan De Tavernier, 1466 Jan Vander Gracht - Jan Habe - Jan De Hont - Maerten Vander Mersch - Wouter Vander Vlienderbeke en Zanders Van Laken, 1468 Jan Vander Gracht - Jan Habe - Joos Bibau - Wouter Vander Vlienderbeke - Jan Brunken en Heindric De Deckere,1470 Jan Vander Gracht - Jan Habe - Maertin Vander Mersch - Heindric De Deckere en Joos Wynckele, 1472 Jan Habe - Joos Bibau - Wouter Vander Vlienderbeke - Jan De Burcghrave - Wouter Vanden Huile en Martin Lantsoc, 1474 Luuc Haghelinc - Joos en Stevin Bibau - Jan Habe - Jan de Clerc en Wouter Vanden Huile, 1476 Joos en Stevin Bibau - Luuc Haghelinc - Wouter Van Vlienderbeke - Wouter Huile en Omaer Ellebuuc. WAKKEN 1404 & 1407 Pieter Vanden Dale en Roegier Bollin, 1426 Goesin De Smet, 1428 Fierabras De Coc en Goesin De Smet, 1430 Jan en Andries De Brere, 1437 Jan Lonin, 1439 Gillis Vander Leye, 1441 Daneel Van Lambrouc, 1447, 1451 & 1454 Andries (Van) Breydel, 1456 Willem Van Lambrouc, 1458 Jan de Smet, 1460 Willem Van Lambrouc, 1462 Lippin Vander Helle, 1464 Jan De Smet, 1466 & 1468 Jan Vanden Broucke, 1470 Jan Vanden Heede, 1472 Rogaer Van Aelst, 1474 Jan De Smet, 1476 Pieter Braye. WIELSBEKE 1407 Willem De Huls, 1426 Wouter De Ruddere en Mathys Van Gothem, 1428 Wouter De Ruddere en Lodin De Brune, 1430 Wouter De Ruddere en Markus De Keukelare, 1433 Gheeraerd Van Outerive, 1435 Wouter De Ruddere en Marcus De Keukelare, 1437 Lodewyc De Brune en Andries Deven, 1439 Andries Deven, 1441 Lodewyc De Brune, 1447 Olivier Van Oelbeke, 1454 Olivier Van Aelbeke, 1454 Jan De Keukelare, 1458 Olivier Van Hoolbeke, 1460 Andries De Ven, 1462 & 1464 Joos Van Ronneke, 1466 Andries De Ven, 1468 Willem Vander Varent, 1470 & 1472 Andries De Ven, 1474 Olivier Vanden Voorde, 1476 Inghele De Brune. WINGENE 1404 Jan De Meestere en Philips De Wulf, 1407 Jan De Meestere en Olivier Vander Moere, 1426 Phelips Tkint, 1428 Philips Tkind en Willem Pudemoertre, 1430 Philips Tkint en Ghiselin De Wulf, 1433 Ghiselin De Wulf en Jan De Groote, 1435 Philips Tkint en Ghiselin De Wulf, 1439 Ghiselin De Wulf en Jacob De Ghiselare, 1441 Joris Ghiselare en Lonis De Wulf, 1447 Philips Tkint en Gillis Neerinc, 1451 Philips Tkint en Pieter De Ruddere, 1454 Gillis Neerinc en Roelant Rooze, 1456 Willem 35


De Bake en Willem Tkint, 1458 Gillis Neerinc en Lonis De Wulf, 1460 Gillis Neerinc en Adriaen Van Rytsberghe, 1462 Lonis en Jan De Wulf, 1464 Jan De Wulf en Willem De Hont, 1466 Willem De Hont en Ghiselin De Smet, 1468 Willem De Hont en Lodewyk Spoerman, 1470 Lonis De Wulf en Loy Spourman, 1472 Lodewyc en Loy Spoerman, 1474 Amant De Borghere en Gillis Andries, 1476 Willem De Hond en Jan Van Lede. WONTERGEM 1407 Gillis Buicke, 1426, 1428 & 1430 Gillis Buicke en Jan De Scolmeestre, 1433 Gillis Buicke en Michiel Vander Eeken, 1435 Gillis Buicke en Clais Crabbe, 1439 Jacob Van Dierdonc, 1441 Jan Vander Helst, 1447, 1449 & 1451 Heinric De Paeu, 1454 Jan Vander Kindert, 1456 Pieter De Sceerere, 1458 & 1460 Jan Vander Elst, 1462 Pieter De Sceerere, 1466 & 1468 Clais Van Roode(n), 1470 Pieter De Sceerere, 1472 Stassin De Lantmetere, 1474 Jan Elbem. ZWEVEZELE 1404 & 1407 Joos Vanden Coutere en Jan Van Blootackere, 1426 Michiel Boone en Lamsin Werdzone, 1430 Wouter De Vos en Michiel Boone, 1433 Jan Vander Moere en Lampsin Weits, 1435 Jacob Trey en Jacop Vander Coutere, 1439 & 1441 Jacop Trey en Jan De Kersmakere, 1447 Jan en Michiel Vander Moere, 1454 Jan Froduere en Jacob Vander Coutere, 1456 Gillis Raet en Laureins Corne, 1458 Gillis Raet en Luucx Coerne, 1460 Jan Frodure en Jacob Joye, 1462 Jacob en Jan Frodure, 1464 Jan Doude en Gheraert Vanden Wale, 1466 Jacob Doude en Lauwers De Treckere, 1468 Jacob Doude en Lauwers De Corte, 1470 Jacob Doude en Karels Cors, 1472 Victor Trey en Karels Cors, 1474 Jacob Trey en Jacob Doude, 1476 Jan Vander Eeke en Jan Danckaert.

VOETNOTEN: (1) Maddens N., De kasselrij Kortrijk, in De Leiegouw, XXV (1983), p. 233-255. (2) A.R.A. Rekenkamer 42899 (rekening kasselrij Kortrijk, 28-11-1402/18-1-1404), 42900 (tot 12-4-1407), 42908 (8-10-1423/26-6-1426), 42909 (tot 16-6-1428), 42910 (tot 2311-1430), 42911 (tot 22-5-1433), 42912 (tot 21-6-1435), 42913 (tot 21-10-1437), 42914 (tot 12-8-1439), 42915 (tot 19-9-1441), 42916 (3-8-1445/11-9-1447), 42917 (tot 11-10-1449), 42918 (tot 8-1-1454), 42920 (tot 8-1-1459), 42921 (tot 9-1-1458), 42922 (tot 9-1-1460), 42923 (tot 9-1-1462), 42924 (tot 8-1-1464), 42925 (tot 8-1-1466), 42926 (tot 8-1-1468), 42927 (tot 8-1-1470), 42928 (tot 8-1-1472), 42929 (tot 8-1-1474) en 42930 (tot 9-1-1476). (3) Debrabandere F., Oude vleivormen en varianten van voornamen, in Vlaamse Stam, XI (1975), p. 81-95.

36


AARSEELSE VRIJBUITER VERMOORDT MARKEGEMNAAR IN WAKKEN (1592) Op 19 juli 1592 omstreeks 5 uur na de middag kwam de 27-jarige Joanna Heytens fa Jan, echtgenote van Denys De Jans, in Wakken terug thuis van de bruiloft van Jan (elders: Hans) Tack. Toen zij ging zitten in huer duere up de zulle, merkte zij dat Oste Landuut fs Joos uit Aarsele via de achterdeur haar winkel binnengedrongen was. ”Ghy fielt, rabau! Wat zouckt ghy daer? Wildy wat hebben, men cant u wel gheven!”, kreet ze, waarop Oste wist duidelijk te maken dat hy buscruut hebben wilde. Zonder vragen nam hij wat buskruit, strooide het in de pan van zijn sinckroer (...) daer mede hij was te weghe om te gaene naer zeker bruutspel dat tot Wackene was. en smaalde: "Wat hanct zoo vele an een schuete cruuts? Ic zalt u betalen indient ghyt begheert”. Joanna gaf toe dat dit haar niet aanging, want het buskruit was van hun knecht, maar het betaamde toch niet het zomaar zonder vragen uit de win­ kel mee te nemen: ”Wat ghaedet u anne? Hebbe ic een schuete cruuts, ic zalt betaelen. Ic maecht wel nemen, want ik heb uwen knecht betaelt”, reageerde Landuut, waarop hij naar buiten ging, spreeckende dyverssche iniurieuse woorden ende zweirende dyverssche leelicke groote eeden. Daarop deed hij alsof hij haar met zijn geweer wou slaan of neerschieten, treckende overzulcx den haene overe. Joanna werd hierop beroert en sloot vlug de onderdeur en een paar ramen. De Aarselenaar, eenichseyns by dranck, schold haar dan maar uit voor hoer. Aan de overkant van de straat zaten toen in de herberg van Chaerel Tytgat fs Looy en zijn 3 1-jarige vrouw Pieryne vijf mannen al een uurtje te drin­ ken: Wielsbekenaars Maryn Vanden Hulst (45, landman) en Joos Van Nieuwenhuys fs Pauwels (44, officier van Ingelmunster), Lieven Van Aelst fs Joos (30, landman, Sint-Baafs-Vijve), Raese Ovaere en Markegemnaar Guillaume Van Vyanen (“Halewijn). Zij hadden het rumoer uiteraard gevolgd en Lieven Van Aelst en Guillaume Van Vyanen trokken de straat op. Laatstgenoemde ging op Oste Landuut af, wrong hem het geweer uit handen en stootte de herrieschopper twee keer na elkaar redelyck stijf (...) metten dicksten hende van het vuurroer op de borst. Landuut trok twee upstekers oft (groote) snyders tevoorschijn en dreigde Van Vyanen ermee te steken. Van Vyanen weerde af met het geweer. ”Ghy zyt den ghenen die ic zoucke ende die my hebt willen ver­ meden”, riep Landuut hem verscheidene keren toe, terwijl hij Maryn Vanden Hulst, die nog in de herberg zat, vroeg ”Eyst niet waer?”. Deze antwoordde niet. Van Vyanen zei: "Ghy liecht daer anne”, en hoewel hij hem op zijn hoofd wou treffen ofte elders, sloeg hij Landuut met de geweerkolf op de arm, zulcx dat den slach a jf schampelde ende troer teg37


hen deerde ghinck (...) dattet craeckte (...) ende brack an de laede. Achteruitdeinzend, het geweer weer in de hand, suppelde Van Vyanen over een hoopkin leem dat up straete lach, mitswelcken den voornoemden perpétrant hem inne liep ende gaf hem een steke met eenen upsteker in zyn slincker schoudere (...) zegghende mits dien: ”Ghy hebbes ghenouch ghedroncken”. Daarop zei Van Vyanen nog: ”Jaick hebs ghenouch”. Maryn Vanden Hulst, die naar buiten gekomen was, vroeg Van Vyanen of hij gewond was, waarop Maryn z.yne wambays open track ende zach dat hy bebloet was en het slachtoffer de herberg weer binnen leidde, waarna hij es terstont daer ter aerde zonder woort te sprekene neder ghesoncken ende dese wee relt overleden. Oste Landuut kon het nu kromme moordwapen niet meer rechtkrijgen met zijn handen en probeerde het bebloede mes tussen zijn tanden te fatsoe­ neren. Toen eiste hij zijn geweer terug, maar ondanks zijn groote dreighementen ging niemand daarop in. Vervolgens dreigde hij het huis in brand te steken en wilde hij du er de veynster met beede de snyders in zyne han­ den in huus commen mitswelcke Pieryne zach dat het voornoemde roer hem duer den veynster wiert ghegheven by Lieven Van Aelst. Oste Landuut zei nog, met eenen leelicken eedt ”Daer es u bloet” oft dierghelycke woorden in substantie. Het leenhof van Wakken ondervroeg op 26 juli 1592 herbergierster Pieryne, Joos Van Nieuwenhuus, Maryn Vander Hulst, Lieven Van Aelst en Joanna Heytens. Griffier J. Bauwye schreef het verslag (1). Misdadig verleden als vrijbuiter Omstreeks oktober 1583 al vinden we Oste Van Landuut in het gezelschap van andere vrijbuiters. Hans Vander Moere fs Pieter ghezeit Schoonart (Lotenhulle) had met zijn trawanten onder meer Luuck Mesdagh gevan­ gen. Bij Oste Landuut thuis schoot hij de arme man dood nadat hij met eene vleghel gherde hem zyne neuse a f ghesmeten hadt met de bedoeling om de andere gevangenen vrees aan te jagen en zo nog meer losgeld van hen te krijgen. Nog in Aarsele had hij toen een 13-jarig meisje gheschoffiert ende verkracht in het bijzijn van haar 16-jarige zus, die daarna het­ zelfde lot onderging. Ook een dochter van Jan Straetman uit Lotenhulle en meerdere gehuwde vrouwen hadden zijn driften moeten ondergaan. Schoonart was inderdaad niet de eerste de beste en kende een typische vrijbuiterscarière. Aanvankelijk had hij zich bij de opstandelingen gevoegd die het kasteel van Hansbeke bezet hielden, maar omdat hij vreesde door zijn kapitein gestraft te zullen worden, trok hij daarna alleen op rooftocht. In het begin van de vasten 1582 kwam hij zo met een com­ plice naar het huis van Loy Van Lugghem in Ruiselede die aan het dorsen was. Met zijn rapier verwondde hij de boer en stal het graan. Daarop stel38


de Schoonart zich in dienst van de Spanjaarden, maar hij bleef roven onder tdexele vanden dienst. Weer in Ruiselede stak hij toen het huis en de schuur van Jan Van Renterghem in brand omdat Jans vrouw geen koren naar Kortrijk (waar Schoonaert allicht in dienst was) wou brengen. Samen met Duitse soldaten zette hij later nog onder andere de huizen van Jacques Van Wychuus en Loonis De Prince in lichterlaaie. Daarop deser­ teerde hij uit zijn vendel en nam hij zijn intrek bij de rebellen op het kas­ teel van Wakken, daarna up thuus te Grammene. Hij werd ten slotte op 27 oktober 1584 in Kortrijk gexecuteerd metten viere (2). Een toevoegsel geeft nog wat meer gegevens over moordenaar Oste Van Landuut, die duidelijk niet aan zijn proefstuk toe was. Eind 1591 werd hij zelf door vrijbuiters gedwongen te draghene tot de custe vande zee huerlieder buut die zy in Vlaenderen ghenomen hadden. Hij had toen de kans om naar huis terug te keren, maar omdat hij niet zo meteen de weg kende, nam hij in Terneuzen dienst bij de vijand en nam hij deel aan de invasie van Hulst en Hulsterambacht (deelname die hij later ontkende), wat hem toch 10 gulden opgeleverd had (3). Hij bekende dat ghy uutghecommen was met diverssche soldaden zoo van Vlissinghe als Ter Neuse om in tlant eenighen roof ende explot te doene. Nabij Diksmuide kreeg hij toen questie met een Engelse spitsbroeder nauwe wetende waeromme en hij zou hem deurschoten ofte deursteken hebben ter welker cause hy zoude vanden viant geweken zyn uit vrees voor wraak of bestraffing door zijn kapitein. Hij hield zich daarna sinds zo’n 5 maanden als een onbetrouwbare vagebond op te Wackene ende daerontrent zonder fixe domicilie en onderhield zich met ghaene voor de lieden duere daer hy kennesse hadde (...) die hem teten ghegheven hebben ende drinckende inde herberghen en hij bekende later dat dandere ghelaeghenoeten voer hem betaelden (4). Op 19 juli 1592, dag van de moord, had Oste Van Landuut ten huize van Carel Pauwels in Wakken van 10 tot 18 uur zitten drinken met uitgerekend Guillame Van Vyanen, aldoen woonende up tcasteelken te Marchent (ter Hoyen in Markegem) ende zeker ander gheselscap (5). Ongetwijfeld hoorde Van Vyanen bij de kleine troepenwacht die door de kasselrij Kortrijk georganiseerd was om de infiltraties van de vijand en van vrij­ buiters ten zuiden van de Leie te weren. Alleszins in 1589-’90 en blijkbaar ook nog daarna gebruikte die wacht het verlaten Markegemse kasteel als uitvalsbasis (6). Geen wonder dat Oste Van Landuut bij Guillame Van Vyanen als een rare mengeling van vrijheidsstrijder en terrorist bekend stond. Hoe hij aan z’n einde kwam Na zijn moord op Guillame Van Vyanen dwaalde Oste Van Landuut her en 39


der rond met een busse opt lyf in haghen ende bosschen. Dat roer had hij opgepikt bij Denis De Jans in Wakken daer hy doen thuus was. Het ging van kwaad naar erger met hem. Als vagebond bleef hij in de streek rond­ dolen, van een ieghelicken ghevreest ende ontzien, terwijl hij at en dronk op last van elkeen, wat hem nog meer overwillich maakte. Hij verbleef vaak in Dentergem waar hij in “De Zwane” en “Den Inghele” dikwijls by claren daghe zat te drinken, jae zoe eenighe zegghen inde presentie van bailliu ende scepenen (7). Velen gaven hem buskruit en andere noodzakelijkheden ende (hij) heeft hem alomme -inde kermessen ende bruloften ghevonden alwaer hy veel insolentien bedreven heeft ande vrauwen ende jonghe dochters (8), maar hij ontkende bij zijn verhoor dat ghy eenighe vrauwecracht zoude gheperpetreert hebben. Begin oktober 1592 werd hij in Dentergem gevangen genomen door een officier van Tielt diemen heet den Buel met assistentie vande weese van Denterghem ende Andries zyne zone. Daar verdedigde hij zich met de hulp van een zekere Hans Van Ackere zo goed dat, naerdien den Buel ghequetst was, hy ontliep, maar later werd hij opnieuw aangehouden. Op 12 december 1592 vonniste de Kortrijkse schepenbank Oste Van Landuut: gheexecuteert te wordene voor stathuus deser stede met der coorde zoo datter de doet naer volcht (9). Frans HOLLEVOET

VOETNOTEN: (1) (2) (3) (4) (5) (6)

O.S.A.K. (Oud Stadsarchief Kortrijk) 4875 O.S.A.K. 2092, f. 150 r.-v. O.S.A.K. 4875, bijlage; 1007 ter, f. 114. O.S.A.K. 1007ter, f. 114 rv.; 2049, f. 6; 4875, bijlage. O.S.A.K. 1007ter, f. 144 v. S.A.G., Fonds Lanchals, nr. 312: volgens een kwitantie bij een rekening (gesloten 24 april 1590) van de openbare verkoping op 24 maart 1589 van "eeneghe vervallen huyzen schueren midts dyveerssche huyscattheylen daer hem niemandt hoyr en fondeert". (7) O.S.A.K. 1007ter, f. 144 v.; 4875, bijlage. (8) O.S.A.K. 4875, bijlage (9) O.S.A.K. 1007ter, f. 114 v.

Adressen van de auteurs : Ronny Ostyn, Hazelaarkouter 60, Tielt Rudi De Brabandere, Sint-Janstraat 35, Tielt Frans Hollevoet, Bedevaartstraat 98, Tielt 40


Rouwdienst

ALGEMENE ELECTRICITEIT

Debusschere E.&L.

DHONDT Bruggestraat 43 - 8700 TIELT Tel. (051)40 07 15 Fax (051)40 73 37 GSM (075) 32 77 08

Stationstraat 103 8700 TIELT Tel. (051) 40 02 27

Privaat- en industriële installaties Laagspanningsinstallaties Winkelverlichting Studie - Advies - Uitvoering

= HH

OP SPAREN STAAN GEEN JAREN 1H 1

0

BANK VAN ROESELARE 0 JA. KULTUUR LIGT ONS.


â–


DE ROEDE VAN TIELT

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 28ste jaargang, nr2-juni 1997 Afgiftekantoor 8700 Tielt


AUTOCARS-REISBUREAU

DE MEIBLOEM een onderneming die reeds 63 jaar lang met troeven als VEILIGHEID - KOMFORT - KLASSE U een héél aparte belevenis bezorgt !

Kasteelstraat 149 - 8700 TIELT Tel. (051) 40 18 23 - Fax (051) 40 51 93 V o o r al u w é é n d a a g s e o f m e e rd a a g s e re iz e n L U X E a u to c a rs • • • • •

Binnen- en buitenlandse reizen Cars van 30 - 40 - 54 - 67 tot 87 plaatsen Cars uitgerust met air-conditioning, video, toilet, bar Aanhangwagen beschikbaar Liftcar

V E R N IE U W E N EN H ER STELLEN VAN Z E T E L S , S A LO N S , S TO E LE N EN Z ITB A N K E N

32

x^RGENTK u w a p p e ltje v o o r d e dorst STEEDS DE BETERE VOORW AARDEN

Kris Tanghe K antoorhouder

B 0 U C K A E R T D A N IE L F é lix D 'h o o p s tra a t 3 3 8700

T IE L T

Tel. (0 5 1 ) 4 0 4 2 3 0

leperstraat 8 8700 Tielt Tel. (051) 40 39 53 Fax (0 5 1 )4 0 56 79


DE ROEDE VAN TIELT Heemkundige Kring voor de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt, d.i. Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem, Zwevezele. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde.

Voorzitter : P. Vandepitte, Driesstraat 7-9, Tielt - (051) 40 17 00 Ondervoorzitter : P. Callens, Waterstraat 18, Pittem - (051) 46 71 90 Sekretaris-penningmeester : Ph. De Gryse, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt - (051) 40 18 38 Redactie : V. Baert, J. Billiet, Ph. De Gryse, W. Devoldere, Fr. Hollevoet, R. Ostyn, P. Vandepitte

Lidmaatschapsbijdrage : 700 fr., te betalen op rekening 000-0398411-32 van De Roede van Tielt, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in "De Roede van Tielt" mogen slechts overgeno­ men worden met toestemming van de redactie. Kaft : detail van de kaart van het graafschap Vlaanderen door Robert de Vaugondy, zoon, 1762.

INHOUD VAN DIT NUMMER (28ste jg„ nr 2, juni 1997) I. Ceyssens, Benjamin Christiaens (1844-1931) I. Demarrez, Meerlingen in de parochieregisters van Meulebeke (1625-1797)

blz. 42-59 blz. 60-80

bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


BENJAMIN CHRISTIAENS (1844-1931) Monseigneur Benjamin Christiaens : minderbroeder, missionaris, vicaris apostolicus van Yichang in China, verdient weer even in het licht te wor­ den geplaatst — al is 66 jaar na zijn overlijden geen tot de verbeelding sprekende verjaardag. Zijn naam wordt in zijn geboortestad in ere gehou­ den door een straatnaam, maar voor het overige zal hij zelfs in Tielt nage­ noeg onbekend zijn. Toegegeven : er werd over hem weinig gepubliceerd ( 1).

Zijn ouders Fritz Cleppe en een aantal onbekenden en P. Wigbert De Waele deden ern­ stige opzoekingen omtrent de familie en de jeugd van JohannesFranciscus (latere kloosternaam: Benjamin) Christiaens. JohannesFranciscus Christiaens was wel een geboren en getogen Tieltenaar, maar toch geen ‘rasechte’ : zijn ouders waren inwijkelingen. Zijn grootouders aan vaderszijde waren Petrus (°1791) en Jeanne De Schoenmaker (°1791) uit Ooigem. Ze leefden in Meulebeke en hadden er acht kinderen. De oudste daarvan, Frederik (1813-1884) zou de vader van Johannes-Franciscus worden. Frederik Christiaens genoot geen bijzondere opvoeding. Hij was een naar­ stig zakenman die wist van aanpakken, maar hij had een nogal onstuimig en opvliegend karakter, dat hij zou doorgeven aan zijn kroost, zeker aan de toekomstige missionaris en bisschop (2). Vermoedelijk werkte Frederik als kind al bij een koperslager en ketellapper om de stiel aan te leren. Als 24-jarige trad hij als knecht in dienst bij François Lambert die toen in de Kortrijkstraat in Tielt woonde, niet ver van het minderbroedersklooster. De voorouders van François Lambert woonden in Tielt ten minste al sinds de 18de eeuw. Hij was smid : geen hoefsmid, maar een vakbekwame koperslager en ketellapper met goedbeklante winkel. Hij was getrouwd met de naaister Regina D’Hooge, die naast de koperslagerswinkel een confectiewinkel (vooral kapmantels en communiekleren) openhield. Zij had een nogal zwakke gezondheid en overleed jong in 1826. Tijdens haar tweede zwangerschap kwam haar jongere zus Theresia-Coleta, ook een ijverige naaister, hulp bieden. Na het overlijden van Regina bleef haar jon­ gere zus inwonen en de confectiewinkel openhouden. François Lambert had slechts drie dochters, die kinderloos bleven. Deze afwezigheid van zonen of een zoon en dus van een mogelijke opvolger zal wellicht de aan­ leiding geweest zijn om de 24-jarige Frederik Christiaens uit Meulebeke als knecht aan te werven. François Lambert onderhield in de stad vele en

42


goede betrekkingen, onder meer met deken Darras en met Pater Vergauwen, de overste van de minderbroeders die na de Franse Revolutie het habijt heeft hernomen en de vroegere Latijnse en Franse scholen heeft heropend. François Lambert overleed in 1853, 74 jaar oud. Theresia-Coleta D’Hooge (1802-1892), de naaister uit Izegem, schoon­ zuster van smid François Lambert zou de moeder van JohannesFranciscus Christiaens worden. Zij was een van de tien kinderen van Bernardus (‘épicier et marchand’ op de Markt van Izegem) en van Maria Theresia Terrijn. Zij is zeer zorgzaam en, in tegenstelling tot haar toe­ komstige man, zeer geduldig en zeer godvruchtig. Ze is in Tielt een trou­ we bezoekster van de naburige minderbroederskerk. Frederik Christiaens en de 11 jaar oudere Theresia-Coleta D’Hooge trou­ wen in Tielt in 1837. Aanvankelijk wonen ze in bij smid François Lambert, later bewonen ze de smidse en de aanpalende confectiewinkel. De zaken gaan goed. Ze hebben niets te kort. Wel moeten ze enkele jaren wachten op nageslacht. Maar dan komen er vier kinderen. De kinderen Christiaens 1/ Maria-Silvia Christiaens (°18 januari 1840) huwt in 1866 in Marchienne-au-Pont met Aimé Fourneaux. Zij overlijdt er op 19 februari 1876 na een lange en pijnlijke ziekte. In haar jeugd ondervond ze aan den lijve — om niet vermelde redenen — het opvliegend karakter van haar vader. 2/ Gondolfus-Emilius Christiaens (°17 juni 1841) huwt in 1883 met Juliana Amey. Hij werd de opvolger in het vaderlijk bedrijf. Hij sterft kin­ derloos in Gent op 31 oktober 1917. Na de dood van zijn weduwe (30 sep­ tember 1921), vruchtgebruikster, worden Johannes-Franciscus en de kin­ deren van de toen al overleden Maria-Silvia de erfgenamen. De te betalen erfenisrechten lopen hoog op. 3/ Johannes-Franciscus Christiaens (°24 januari 1844) dankt zijn tweede voornaam aan zijn peter ‘Sooi’ (François) Lambert. Maar, omdat hij zo klein van gestalte is en blijft, zal het petekind in de gewone omgang ‘Sooike’ heten. Hij blijft het troetelkind van zijn peter. Hij wordt later Benjamin ... 4/ Leontina-Veneranda-Philomena-Maria Christiaens (°30 juni 1846) huwt in Tielt in 1873 met Camiel D’Haeyere en sterft kinderloos in 1903. De middelbare studies van ‘Sooike’ Aangezien hun ouders bemiddeld zijn, mogen de twee zonen Christiaens studeren. Over de lagere studies van Sooike hebben we geen gegevens. Over zijn middelbare studies had P. Wigbert De Waele uit verscheidene

43


Tieltse bronnen al wat gegevens bijeen geschreven (3). Van 1854 tot 1857 volgt Sooike de Franse school (Institut Saint-Michel of Saint-François) op enkele stappen van de ouderlijke woning. Hij is een veeleer middelmatige leerling, die zelfs niet uitblinkt in ‘uitmuntendheid’ noch in godsdienst, maar zich wel laat opmerken in ‘lezing en dictée’. En inderdaad, Monseigneur Christiaens zal later altijd goed ter tale zijn. In 1857 vat Sooike ‘de zesde’ aan in het Latijns college, dat sinds 1848 niet meer geleid wordt door de minderbroeders, maar door priesters van het bisdom. Hij doet het er niet beter dan in de Franse school, evenmin beter dan zijn oudere en van gestalte veel grotere broer. Om de studies van deze laatste bekommert de vader zich niet erg : ook zonder pennenlikker te zijn, zal zijn toekomstige opvolger wel zijn manneke kunnen staan in de smidse en in de winkel. Maar Sooike zou voor hem veeleer ene pro­ blemenkind geweest zijn, had zijn godvruchtige echtgenote er geen pries­ ter willen van maken. De nuchtere vader maakte zich dus verder geen zor­ gen over hem. Herkennen de leraren van Sooike in hem geen studax, toch waarderen ze ’hoe hij vrij vroeg open stond voor alles wat hem van bui­ tenaf aansprak en zijn geest en gemoed beroeren kon. Een sterke opmer­ kingsgeest was hem eigen en bleef hem eigen tot in zijn oude dag. Ook zag en hoorde hij alles. Zijn goede inborst en zijn sterke werkkracht en door­ zettingsvermogen zijn eveneens positieve eigenschappen, al liggen die eerder buiten het studieterrein dan op het actieve en emotionele’ (4). Aan het college volgt Sooike dus geen poësis en retorica, maar wordt min­ derbroeder, tot tevredenheid van zijn moeder. Bij de minderbroeders Inderdaad, door toedoen van P. Vergauwen was het kloosterleven in Tielt al kort na de Franse Revolutie hernomen. Het herrezen klooster van Tielt speelde overigens een belangrijke rol in de heroprichting van de nieuwe Belgische provincie van de minderbroeders. Op 12 oktober 1861 - hij is toen bijna 18 - begint Johannes-Franciscus Christiaens dus zijn noviciaat in Tielt zelf, samen met tien anderen. De naam die hij krijgt, Frater Benjamin, lijkt erg aangepast, want hij verwijst naar het troetelkind van de aartsvader Jacob. In Gent doet hij tijdens het schooljaar 1862-1863 de poësis én de retorica en tijdens het schooljaar 1863-1864, de filosofie. In Rekem, tijdens de schooljaren 64-65 en 65-66, volgt hij de twee eerste jaren theologie. Tijdens de schooljaren 66-67 en 67-68 volgt hij in Sint-Truiden de twee laatste jaren theologie. Hij ontvangt er de wijdingen : de kleine orden en het subdiaconaat op 26 mei 1866, het diaconaat op 20 juni 1867. Hij wordt priester gewijd in Luik op 6 juni 1868.

44


De Frans-Pruisische oorlog van 1870 De kleine, maar zeer actieve jonge priester wordt onmiddellijk ingezet in ‘Het Werk der Vlamingen in Noord Frankrijk’, eerst in Roubaix (waar begonnen was in 1857) en daarna in Rijsel (waar men begon in 1868) (5). Van 22 tot 25 februari 1869 preekten P. Fredegand Anthonissen en P. Benjamin Christiaens een aanbidding in Meteren, in Frans-Vlaanderen, een parochie van 2582 inwoners. (6) Zowel in Roubaix als in Rijsel heeft de jonge pater goed werk gepresteerd, maar op geen van beide plaatsen is hij lang gebleven, want Frankrijk was volop aan het mobiliseren voor de dreigende oorlog met Pruisen. Die oor­ log brak uiteindelijk los in 1870. Men vroeg toen Belgische minderbroe­ ders om als aalmoezeniers te fungeren bij de Franse soldaten uit FransVlaanderen die geen Frans verstonden. Omtrent dat bijzondere apostolaat lezen we het volgende in een Frans boekje uit 1880 : Pendant la triste et dangereuse guerre de 1870-1871 entre la France et la Prusse, deux Pères Récollets, les Pères Jean [Capistranus Soenens, die later overstapte naar de Franse provincie van St. Louis d’Aquitaine] et Benjamin [Christiaens], ont suivi en qualité d ’aumôniers volontaires l ’armée du Nord et ont jour et nuit donné des preuves de courage, de dévouement et de charité apostolique. L'un d ’eux, aujourd’hui mission-

Benjamin Christiaens als legeraalmoezenier tijdens de Frans-Pruisische oorlog in 1870.

45


na ire en Chine [= Benjamin Christiaens] a été prisonnier de guerre. L ’un et l ’autre ont reçu des médailles d ’honneur pour les services rendus à l ’armée française pendant toute la période de cette lutte effroyable. (7) In een brief uit Sint-Truiden schreef P. Renatus Leuridan in januari 1871: ’Vous savez que les PP. Capistran et Benjamin s ’étaient enrôlés comme aumôniers à la suite de l'armée du Nord. Ce dernier, étant un jour revêtu d ’un manteau d ’officier, fu t pris par l ’ennemi et fait prisonnier. On décou­ vrit bientôt qu’il n ’était point soldat et on le renvoya en le dépouillant de son bon manteau. Il est actuellement à Lille et on croit qu’il retournera bientôt à l'armée. ’ En Leuridan voegt eraan toe: ‘Mais, chose bien triste et qui nous engage à prier beaucoup pour nos pauvres soldats, c ’est que les deux Pères ont dit qu’ils n ’avaient presque pas à confesser! Et cela devant la mort/ ’ (8) Uit die laatste zin kan men besluiten dat P. Benjamin heel weinig troost putte uit zijn heldhaftig optreden tijdens de oorlog. Later, toen Benjamin Christiaens zich in China in een hachelijke situatie bevond, voelde hij zich weer ‘l ’ancien aumônier militaire qui tant de fois avait bravé la mort en portant secours aux soldats français tombés sur les champs de bataille en 1870’. (9) Benjamin Christiaens heeft dus blijkbaar heel de oorlog meegemaakt en dienst gedaan op meerdere slagvelden. Hij werd in totaal twee keer krijgs­ gevangen genomen. Hij werd vereremerkt met de Croix de la Légion d’Honneur (10). Naar China Al na zijn priesterwijding had Benjamin zijn verlangen te kennen gegeven om naar China te vertrekken. De missie en vooral de China-missie was elders al sinds enige tijd in de belangstelling gekomen, maar dat was nog niet het geval in de Belgische Provincie: die was zelf nog in aangroei en oefende overigens al een soort missiewerk in Engeland uit. De jonge China-kandidaat moest dus geduld oefenen. Maar in 1872 deed de Algemene Overste Bemardino a Portu Gruaro de visitatie van de provin­ cie. Toen hij op 27 augustus in Roubaix optrad, deden de in Rijsel ver­ blijvende Benjamin en de in Roubaix wonende Renatus Leuridan hun offi­ ciële aanvraag. Ze werden onmiddellijk verhoord. Beide aspiranten ston­ den vertrekkensklaar op 7 december 1872. Ze moesten evenwel eerst nog in Rome verschijnen om volmachtiging van de ‘Propaganda Fide’ te bekomen. Ze kregen ook de toelating om van hun lange reis gebruik te maken om Assisi en verder ook het H. Land te bezoeken. Ze vertrekken per trein, maar hebben af te rekenen met de moeilijkheden van het toen­ malige spoorverkeer. Ze maken dus eigenaardige, tijdrovende en onge-

46


Benjamin Christiaens in Rijsel (Frankrijk) bij zijn vertrek naar China op 7 december 1872.

47


twijfeld vermoeiende omwegen, met name langs Parijs, Marseille, Chambéry in de Savoye, de tunnel van Mont-Cénis, Turijn, Firenze. Ze brengen een kort bezoek aan Assisi. In Rome, waar ze aankomen op 18 december 1872, verblijven ze drie weken in het mooi tegen de berg aan­ leunende missiecollege San-Pietro-in-Montorio. Na wat studie leggen ze, met vrucht, op 7 januari 1873 hun examen af voor de ‘Propaganda Fide' en ontvangen hun diploma. De ‘gevangen' Paus Pius IX (11) ontvangt hen in audiëntie, bezoeken de stad en zetten hun reis voort tot Ancona, de havenstad aan de Adriatische kust waar ze aankomen op 11 januari. Over Korfoe varen ze tot Alexandrie in Egypte en via Port-Saïd naar Jaffa in het H. Land. Te paard trekken ze over Ramlek naar Jeruzalem, waar ze aan­ komen in de nacht van 30 op 31 januari 1873. Na een bezoek aan Bethlehem verlaten ze op 5 februari Jeruzalem voor Nazareth in Galilea, het meer van Tiberias en de berg Thabor. Op 14 februari lezen ze hun laat­ ste mis in het H. Land. (12) We hebben geen gegevens over de verdere bootreis naar China. Alleen weten we dat de jonge missionarissen begin september 1873 — zowat negen maanden na hun vertrek —ter bestemming aankomen. In China De paters Leuridan en Christiaens waren de eerste Belgische missionaris­ sen die in China aankwamen, en wel in de centraal gelegen, zeer uitge­ strekte provincie Hubei (13). Het vroegere missievicariaat van Hubei was pas in 1870-1871 verdeeld in Noordwest-Hubei, Zuidwest-Hubei en Oost-Hubei. Benjamin Christiaens kwam terecht in Zuidwest-Hubei, het gebied van de latere Yichang-missie (14), dat geleid werd door de Italiaanse provicaris Alexius-Maria Filippi (1818-1888). Van hier af volgen we, bij gebrek aan andere bronnen, de korte levens­ schets die P. Leontius Adams heeft opgesteld na een lang verblijf in China — in dezelfde streek als P. Benjamin en dus met kennis van taal, aard­ rijkskunde en feiten —en grondige historische opzoekingen. Wij vertalen vrij : ’Enkele weken na zijn aankomst werd E.P. Benjamin door de toenmalige provicaris Filippi naar de christenheid van Che-k’eou-chan o f Siao-t’ang gezonden. Van daaruit moest hij zorg dragen voor al de christenheden van het arrondissement Patung, waarin Siao-t’ang gelegen was, zo bijvoor­ beeld voor Si-cha-ho, op minstens vier dagen verwijderd. Hij verbleef er tot 1874.’ In het jaar 1876 heeft hij zeker verbleven in de christenheid van Tchangkia-houi.

48


In 1878 vinden we hem als verantwoordelijke voor het seminarie. Veel studenten waren er wel niet, maar toch moest hij, naar gelang hun voor­ uitgang, aan de jongeren lessen van Latijn enz. geven en aan de ouderen lessen van wijsbegeerte en godgeleerdheid. Het waren evenwel niet meer de vroegere heroïsche seminaries, toen bijvoorbeeld een bisschop van Hubei zich met zijn seminaristen gedurende lange maanden moest ver­ schuilen op schuiten midden de stroom en later dan nog genoodzaakt werd ermee te vluchten over een afstand als van België naar Sicilië. Maar het leek er toch nog op. Pater Benjamin werd een tijdje bijgestaan door de Spaanse pater Dominicus Ufert (1850-1878). In 1881 benoemde Mgr. Filippi hem tot procurator, d.i. zoveel als eco­ noom van de missie. In die hoedanigheid kon P. Benjamin in Shasi, langs de Blauwe Stroom, een huis kopen. De vooruitgang van de missie in China is altijd zeer traag geweest en heeft meestal afgehangen van feiten die ogenschijnlijk niet veel met de geloofsverspreiding te maken hadden. Al waren toen in Shasi weinig of geen christenen, op die manier verkreeg P. Benjamin er burgerrecht. Het was daar dat hij de procuur oprichtte. Na de dood, op 2 augustus 1882, van de Italiaanse pater Gratianus de Carli (1839-1182) ofm, provicaris in Zuidwest-Hubei, werd P. Benjamin naar Yichang gezonden om er de bouw van de nieuwe bisschoppelijke resi­ dentie voor te bereiden. Dit moest het Mgr. Filippi mogelijk maken zijn verblijfplaats van Konchow over te brengen naar een meer centrale plaats in het vicariaat. P. Benjamin bleef de procuur in Yichang beheren. Eind 1883 of begin 1884 werd P. Benjamin benoemd tot Vicaris- Generaal van het vicariaat en werd hij opgenomen in het bestuur van het seminarie, dat ook naar Yichang verhuisde. Na vijf jaar werd hij in het seminarie ver­ vangen door pater Gabriël Van Gestel (1846-1906). Bisschop Benjamin Christiaens Op 28 november 1888 overleed in Yichang de eerste Apostolische Vicaris van Zuidwest-Hubei, Mgr. Filippi. In het consistorie benoemde de paus op 13 februari 1889 pater Benjamin tot titelvoerend bisschop van Colophon in Klein-Azië en tot tweede Apostolische Vicaris van Zuidwest-Hubei. Op 12 mei 1889 ontving Benjamin Christiaens in Hankou uit de handen van Mgr. Epiphano Carlassare (1844-1909), Apostolisch Vicaris van OostHubei, de bisschoppelijke wijding. Hij koos als leuze: ‘Refugium et virtus’, God is mijn toevlucht en mijn kracht, leuze die betekenisvol was voor de omstandigheden, want hij voorzag wat de taak voor hem allemaal zou meebrengen. Maar op dat ogenblik dacht hij ook aan zijn oud moe­ dertje in Tielt. In een brief aan de Provinciaal schreef hij : ’Voor mezelf zie ik er niets in, tenzij ‘n zware last die ik uit liefde tot God

49


moet dragen. Het is een zegen Gods voor mijn goede oude moeder die haar kruisjes zo verduldig en liefdevol heeft gedragen. Wellicht daarom verschaft de Heer haar de troost en het geluk haar zoon, Zijn onwaardige dienaar, zo hoog verheven te zien.' (15) Op 20 mei daaropvolgend werd hij plechtig ingehaald in zijn bisschoppe­ lijke verblijfplaats Yichang. Enkele maanden later, op 25 november 1889, mocht hij in Yichang de eer­ ste karavaan Zusters Franciscanessen - Missionarissen van Maria verwel­ komen, naar wier komst zijn voorganger zo had verlangd - zij het dat hij de voorkeur gaf aan een Italiaanse orde —voor het apostolaat onder en bij de vrouwen, en voor wier ontvangst en woonst hij alles had voorbereid. Weldra begon de nieuwe Vicaris de visitatie-reizen in zijn ambtsgebied dat zo groot was als ongeveer driemaal België. Ten tijde van zijn bestuur werd de streek door overstromingen en hongersnood geteisterd, wat hem telkens noopte — met goed gevolg overigens - naar vrienden en kennis­ sen in België en Frankrijk, naar zijn medebroeders in België en naar alle christenen in ‘t vaderland brieven te schrijven en om hulp te vragen. Sedert enkele decennia stuurde de H. Stoel de missionarissen van een en dezelfde orde naar dezelfde streken, wat vroeger niet altijd het geval was geweest. Aangezien na de Franse Revolutie het aantal missionarissen uit verschillende Europese gewesten begon aan te groeien, ontstond nu ook het verlangen om de missionarissen, zelfs die van een en dezelfde orde, in de missies ook volgens hun land van herkomst samen in te zetten. Dit had allerhande voordelen. Omwille van die voordelen beijverde Mgr. Christiaens er zich voor om zijn vicariaat te zien toevertrouwen aan de zorgen van de orde uit die provincie waar hijzelf zijn opleiding genoten had. Op 24 augustus 1891 legde een decreet van de Congregatie van de ‘Propaganda Fide’ dit officieel zo vast : voortaan zouden alle naar China vertrekkende Belgische minderbroeders in één missiegebied samenwer­ ken. Zij die toen verspreid werkten in talrijke missies die de orde toen in China bediende, zouden zelfs meteen naar die éne missie gebracht wor­ den, al naar gelang de mogelijkheden van dergelijke verplaatsingen. Maar terwijl Mgr. Christiaens zich verheugde over die komende maatre­ gel, had de Provincie het moeilijk om die te aanvaarden en wel wegens de ogenschijnlijke onmogelijkheid om haar nieuwe missie van het nodige personeel en de nodige geldmiddelen te voorzien. Hierover handelt een register ‘Missiearchief 1891-1950’ van het provinciearchief van de min­ derbroeders. Daarin staat op bladzijde 134 een onthullend jaarverslag van Mgr. Christiaens handelend over de periode juli 1890-juli 1891, dus uit het begin van zijn vicariaat :

50


4589 ingeschreven christenen 61 christenheden 24 kerken of kapellen 9 Europese missionarissen 9 Chinese priesters 3 seminaristen 8 collegestudenten 340 schoolleerlingen 98 gedoopte volwassenen 147 gedoopte kinderen van christelijke ouders 55 huwelijken 135 berechtigen. Het werk der H. Kindsheid onder de leiding van 7 Europese zusters schijnt te bloeien. Onder het jaarverslag van 1893 schrijft Mgr. Christiaens, blijkbaar zelf een beetje ontnuchterd : ’Niettegenstaande al de moeilijkheden en tegenstrijd van de Mandarijnen heeft de goede God ons geschonken een honderdtal adulten te dopen. Wat geweld wij ook doen, de duivel houdt vast en laat zijn prooi niet gemak­ kelijk schieten...' (16) Ter vergelijking geven we hier ook het laatste jaarverslag van Mgr. Christiaens (1896-1897) : 5111 ingeschreven christenen 62 christenheden 11 Europese missionarissen 9 Chinese missionarissen 6 seminaristen 338 schoolleerlingen 6968 catechumenen 10 Europese zusters 10 Chinese zusters 20 weesjongens 175 weesmeisjes 25451 verzorgde zieken 280 in het ziekenhuis opgenomen zieken Dit is beslist geen schitterend resultaat na zovele jaren noeste arbeid van de Vicaris en van zijn medewerkers. Mgr. Christiaens had kunnen herha­ len wat hij schreef onder zijn verslag over 1894-1895 : ’Het is niet veel, in zichzelf beschouwd. Het goed dat wij door Gods gra­ tie hebben kunnen bewerken, beseft men nochtans door de omstandighe­ den waarin het bewerkt is, namelijk in ‘t midden van de oorlog, toen niets

51


dan laster en afkeer tegen de Europeanen verspreid werd. Het dooft onze moed niet uit, maar doet hopen op voorspoediger toekomst...’ (zelfde register, blz. 11). Pater Adams : ‘Pas was dit [= de overdracht van de Yichang-missie aan de Belgische minderbroeders, in 1891] geregeld o f een grote ramp trof het vicariaat van Zuidwest-Hubei. Op 21 juni 1891 hadden een duizend man de Kindsheid van Tchang-kia-houi overvallen, geplunderd en verwoest. De zorgdragende Chinese Maagden en ook de kinderen waren op tijd kunnen ontsnappen. Over dit feit schrijft Benjamin Christiaens zelf, in juni 1891, aan de ‘Propaganda Fide’ een brief die zijn karakter openbaart. Wij vertalen uit het Frans : ’Vooral in tijden van hongersnood worden pasgeboren kinderen op de openbare weg achtergelaten. Om te gehoorzamen aan mijn plicht had ik in het begin van het jaar een weeshuis (17) gesticht in het handelsstadje Chehoui-k’iao. Gisteren was ik ‘s morgens op bezoek in dat bescheiden tehuis, vertoefde ik tussen die lieve kinderen, luisterde naar hun gebrab­ bel, zegende ik de goede Meester... Ik stond klaar om door te reizen, ik had al de drempel van dat gezegende huis overschreden, toen de menigte, die samengepakt stond rond mijn draagstoel, begon uiting te geven aan vij­ andige gevoelens. De legeraalmoezenier van weleer die zo vaak de dood had getrotseerd om franse soldaten bij te staan toen ze op de slagvelden van 1870 waren gevallen, geraakte hierdoor helemaal niet van zijn stuk. Ik was de vader en de herder van deze Chinese provincie geworden en ik zou graag mijn leven gegeven hebben voor de schapen die aan mijn goede zorgen waren toevertrouwd. Zelfopoffering behaagt God wel, maar Hij eist toch ook dat we voorzichtig zijn. Ik was dus van oordeel dat ik aan de kleine mandarijn van deze plaats satellieten moest vragen om voor mij een weg te banen door de menigte et mij te beschermen. Eens die voorzorg genomen, stapte ik in de draagstoel en vertrouwde ik mijn lot toe aan de Voorzienigheid. Alles verliep goed zolang we door het dorp trokken. De aanwezigheid van de overheden hield de menigte in bedwang zolang die binnen de dorpsgrenzen bleef. Maar zodra de stoet de velden bereikte, voelde iedereen zich vrij en gaf zijn woede de vrije loop. Het werd een woeste aanval. Stenen, stukken hout, aardkluiten, allerlei puin kwam als een fikse hagelbui op mijn draagstoel terecht. De houten wanden worden beschadigd, de ruiten vliegen aan diggelen, mijn dienaars worden ver­ wond en vluchten buiten werpbereik. Menselijkerwijs gesproken was ik verloren. Glasscherven hadden me al op twee plaatsen aan het voorhoofd verwond. Wat zou er met mij gebeuren? Ik beval mijn ziel aan God aan en

52


stapte uit mijn zwaar beschadigde draagkoets. Mijn dragers hadden mij in de steek gelaten. Toen de heidenen mij aldus alleen, onbeschut en weerloos zagen, begon­ nen ze te brullen. Ze bereiken een toppunt van razernij. Maar doordat ik een goddelijke bescherming geniet, gooien ze zich niet op mij, maar op de draagstoel. Ik maak gebruik van dit onverwacht respijt om me zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Terwijl die waanzinnigen verwoede aan­ vallen richten op mijn armzalige draagstoel, die aan stukken slaan en zich klaar maken om die in brand te steken, verwijderde ik mij met rasse schre­ den en nam ik voorsprong op mijn belagers — want ze hadden eindelijk beseft dat ik hen was ontsnapt en hadden de achtervolging ingezet. Het was te laat. Hun plotse poging om mij te vatten bleef zonder kwalijk gevolg : bij zonsondergang kwam ik in een christengemeente aan.’ (18) Op 9 augustus 1891 had het weeshuis van Che-houi-k’iao eenzelfde lot ondergaan. Terwijl Mgr. Christiaens naar Hankou was gegaan om er op 6 september de Nederlander Johannes Hofman ofm tot bisschop te wijden, werd ook het weeshuis van Yichang verwoest. Op de dag van de al ver­ melde bisschopswijding kwam pater Ansgarius Braun ofm (1846-1929), afkomstig uit Noord-Tirool, na de middag in Hankou aan met zeven zus­ ters Franciscanessen van Maria. Op 2 september waren ze ternauwernood aan de dood ontsnapt. Ze hadden in Yichang alle nieuw opgetrokken gebouwen in de vlammen zien opgaan. In een brief uit Hankou dd. 6 september 1891 verstrekt Mgr Christiaens zelf enkele bijzonderheden (wij vertalen uit het Frans) : ‘Rond vier uur na de middag kwamen zeven zusters Franciscanessen uit Yichang aan. Pater Braun vergezelde hen. Wat een troosteloos schouwspel ! Het hoofd van de missionaris was omzwachteld. De heilige ciborie die hij meegenomen had, zat helemaal onder het bloed. De kleren van de zus­ ters waren gescheurd en met bloed besmeurd, want zij werden niet méér ontzien dan hun directeur : ook zij werden afgeranseld. Maar zij waren gelukkig dat ze waardig bevonden werden om te lijden in Christus naam. ’ (19) Ook de seminaristen van Yichang waren erin geslaagd om te ontsnappen, samen met de vicaris-generaal, de Italiaan Johannes-Capistranus Franzoni (1838-1908). Ze doken onder bij de boeren uit de omgeving. Mgr. Christiaens heeft toen maanden lang zijn vicariaat vanuit Hankou moeten besturen. Intussen moest er aan heropbouwen worden gedacht. Later (in juni-september 1894) ondernam Mgr. Christiaens een reis naar Peking —een afstand gelijk aan die tussen België en Dantzig in Polen — om de vervolgingen in de westhoek van zijn vicariaat te doen ophouden en andere moeilijkheden geregeld te krijgen (20).

53


Nieuwe overstromingen en hongersnood kwamen inmiddels de nood nog vergroten. Op bezoek in België en in Tielt In 1896, na 25 jaar China, kwam Mgr Christiaens naar België om er wat op te knappen , zijn ‘Visitatio ad limina’ in Rome te volbrengen en mis­ sionarissen en aalmoezen te zoeken. In juli 1896 was hij in Tielt. De dag­ bladen van toen getuigen van de geestdriftige ontvangst die er hem te beurt viel (o.m. een grootse optocht door de stad op 8 juli). Op 9 septem­ ber werd hij tot Officier in de Leopoldsorde benoemd (21) en eind sep­ tember werd hij door koning Léopold II in audiëntie ontvangen. (22) Na een ontroerende afscheidsplechtigheid vertrok Mgr. Christiaens op 31 januari 1897 vanuit Tielt terug naar zijn arbeidsveld. Hij vertrok uit Antwerpen op 8 februari 1897, uit Marseille op 14 februari. In Port-Saïd kreeg hij het gezelschap van pater Victorinus Delbrouck uit Boirs (Luik) en van de broeders Libertus Callebaut en Didacus Van Avermaet. Op 28 maart 1897 kwamen ze ter bestemming aan. De twee laatste jaren in China Kommer en zorgen hadden het sterk gestel van Mgr. Christiaens ondermijnd (23). Sedert november 1898 leed hij aan malaria. Tussen november 1898 en februari 1899 verbleef hij in het ziekenhuis van Hankou, waar hij zelfs aan de lever geopereerd werd. Daar ook vernam hij het smartelijk nieuws van de moord —in Che-k’eou-chan, zijn eigen eerste missiepost - op pater Victorinus Delbrouck op 11 december 1898. Nog geen twee jaar was die in China en hij was nauwelijks 28 jaar oud. In China kon Mgr. Christiaens niet meer genezen. De dokters raadden hem ten stelligste aan naar België terug te keren. Hij dacht wellicht dat er voor hem geen hoop meer bestond dat hij nog ooit naar China kon terugkeren en hij nam ontslag. Hij ondernam de terugreis in het gezelschap van pater Marcel Sterkendries, die ook ziek was. Op 14 april 1899 kwam Benjamin Christiaens in Parijs aan. Van daar zette hij zijn reis naar België voort. Uit het algemeen besluit van Carine Dujardin halen we het volgende oor­ deel over Benjamin Christaens : Zijn ‘voornaamste verdienste bestond erin dat hij de toewijzing van het vicariaat aan de Belgische SintJozefsprovincie gunstig beïnvloedde... Hij was het ook die als eerste lekenbroeders inschakelde in de bouwpolitiek en het weeshuizenbeleid, de twee voornaamste prioriteiten van zijn apostolaat... Onder bisschop Christiaens was er in het vicariaat een evolutie naar verwestering merk­ baar, maar dit moet ook in verband worden gebracht met de algemene kerkpolitiek terzake... Ook de bouwpolitiek van Christiaens was uitge­

54


sproken Europees... Verder onderscheidde de vooral praktisch ingestelde Christiaens zich door een weinig uitgesproken pastorale bekommernis... Hij ondernam geen enkel onderwijsinitiatief en liet zich weinig in met het seminarie... De bekeringsevolutie in het vicariaat kende onder Christiaens een gunstige, maar zeer bescheiden ontwikkeling.’ (24) Terug in België Na zijn terugkeer in België -- 55 jaar oud - en het herstel van zijn gezond­ heid ging Benjamin Christiaens in op de uitnodiging van de Provinciaal van de Franse Saint-Louis-provincie om in het Sint-Antoniusklooster in Mâcon in de Provence een gezondheidskuur te doen. Hij doet er wijdin­ gen op 23 december 1899 en vertrekt op 26 december naar Rome om er in de ‘Propaganda Fide’ officieel zijn ontslag aan te bieden. Dit wordt aanvaard (25). Op 8 april 1900 is Benjamin Christiaens terug in Mâcon, van waaruit hij op 17 april naar België doorreist. Maar hij komt terug naar Mâcon : ‘Hij vestigde zijn verblijfplaats bij ons eind juli [1901], Op 15 juni 1902, hoog­ mis om zeven uur. Van de vroege morgen tot ‘s avonds laat is er een onaf­ gebroken stroom van gelovigen, ‘s Avonds om 4.30 uur gaat zijne Hoogheid Mgr. Christiaens - onze gast sinds 10 juni — voor bij het zin­ gen van de completen. ’ (26) Niettemin, vanaf 10 juli 1902 heet zijn vaste verblijfplaats : het minderbroedersklooster aan de Oude Houtlei in Gent. Hij heeft er zijn eigen appartement met eigen kapel en eigen dienstbroeder, Bavo Desmet, die hem gedurende twintig jaar trouw zal oppassen. ‘Monseigneur is een levend voorbeeld door zijn eenvoud, zijn gemoede­ lijkheid, zijn toegankelijkheid, zijn vurigheid en zijn vroomheid. Hij is de eerste in het koor, de meest onvermoeibare bij de psalmodie, de trouwste in de andere gezamenlijke oefeningen . Op 12 juli 1904 mag hij de kerk­ wijding van de nieuwe kloosterkerk van Turnhout verrichten. Nu volgen jaren van druk en schoon bisschoppelijk ambtswerk. De opeenvolgende bisschoppen van Gent doen vaak beroep op hem voor het toedienen van Vormsel en Heilige wijdingen. Ook andere bisschoppen van België, Nederland en Frankrijk vragen hem.' (27) In het bisdom Cambrai doet hij in 1906 een deel van de kerkvisitaties. Op 16 oktober 1911 viert hij in beperkte kring zijn gouden kloosterjubileum. Maar dit is geen aanleiding om zijn werkzaamheden in te perken. Hij viert nog zijn gouden priesterjubileum en later nog zijn diamanten klooster- en priesterjubilea. In 1922, 78 jaar oud, gaat hij met zijn nieuwe dienstbroe­ der Emmanuel de eenzaamheid in het klooster van Eeklo gaan opzoeken, om zich beter op de dood voor te bereiden. Maar het klimaat is er hem

55


ongunstig. Hij blijft er maar van 12 juni 1922 tot februari 1923. Hij keert er evenwel weldra terug, maar, na de winter, in februari 1924, trekt hij voor goed weer naar Gent. Hij brengt er zijn drie laatste levensjaren door en verlaat nauwelijks nog zijn appartement. Toch dient hij mij en mijn vier Cibigenoten (28) in 1927 nog al de wijdingen toe. De laatste maanden ‘Als de eenvoudigste kloosterling heeft hij er zijn dagen doorgebracht in gebed en meditatie... Voortdurend heeft hij gebeden voor de missie die hem zo na aan het hart lag. Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over. Dikwijls, als het pas gaf kon hij met gloed spreken en vertellen over zijn missionarisleven en zijn christenen. Kon hij vroeger over de mis­ sie en zijn werk erg boeiend schrijven, later kon hij, bijzonder aan aspirant-missionarissen, pittig verhalen over wat hij in China beleefd had. Graag ontving hij het bezoek van vertrekkende missionarissen. Tot in de laatste dagen van zijn leven was hij bekommerd om de missie. Op 8 december 1930 droeg hij voor het laatst de H. mis op. Die dag kreeg hij een beroerte. Op 15 december werd hij door Pater Provinciaal Vromans bediend van de sacramenten der stervenden in het bijzijn van o.m. een missionaris uit China met verlof in ‘t land : hij sprak er nog een

Mgr. Benjamin Christiaens op latere leeftijd (in 1923 ?).

56


laatste keer, en dan nog wel in het Chinees, zijn bezorgdheid uit over het wel en wee van de missie en over ‘t apostolaat in de missie. Altijd had Benjamin Christiaens een grote en tedere godsvrucht gehad voor zijn Hemelmoeder. Altijd droeg hij bij zich een zilveren beeldje van Onze-Lieve-Vrouw. Hij wenste uitdrukkelijk daarmee begraven te worden. Vanaf 1 januari hield hij het bed. Op 4 januari begon zijn doodsstrijd. Hij overleed die dag om 20.30 uur, 87 jaar oud. Hij was 69 jaar kloosterling, 63 jaar priester, 42 jaar bisschop. Zijn lijk werd opgebaard in de kapel van de Derde Orde. Op 22 januari volgde de begrafenis. De lijkmis werd gezongen door Mgr. Coppieters van Gent, bijgestaan door de provinciaal en de definitoren. De studenten van Lokeren verzorgden de zang. Pater Philoteus Van Lierde hield de lijkrede. Kardinaal Van Roey, talrijke bis­ schoppen, abten en hooggeplaatsten , geestelijken en leken, waren aan­ wezig. Hij werd begraven op het kerkhof van Wondelgem, naar zijn wens, tussen zijn Gentse m edebroeders(29) Luciaan CEYSSENS

VOETNOTEN (1)

Zie menige bladzijde over hem bij : E. Van Berlo, L’Ordre des Frères-Mineurs en Belgique depuis son rétablissement. 1833-1908, Mechelen, 1908. Ladislas Kerkhove publiceerde over hem : Monseigneur Benjamin Christiaens. eer­ ste Vlaamse bisschop der bloedige missie in China, Leuven, 1933, 33 blz. Natuurlijk komt hij vaak aan bod in menig tijdschrift, vooral in de franciscaanse ‘Le Messager de Saint-François’ et ‘De Bode van Sint-Franciscus’, waarin hijzelf overi­ gens meermalen publiceerde : zie F. Bollen en L. Kerkhove, Bibliographie der Minderbroeders 1833-1947, Mechelen, 1950, blz. 56-57. In het nabije verleden kwam hij uitvoerig ter sprake in het standaardwerk van Carine Dujardin, Missionering en moderniteit. De Belgische minderbroeders in China, 18721940, Universitaire Pers, Leuven , 1 9 9 6 ,5 1 8 blz. De verwijzingen naar dit werk werden in de tekst en de voetnoten bijgevoegd door de redactie van ‘De Roede van Tielt’. We vermelden ook een aantal onuitgegeven studies over hem, vooreerst van P. Wigbert De Waele : Historische achtergrond van de kinder- en jeugdjaren van Mgr. Christiaens ofm, 1837-1857 (pro manuscripto) en Monseigneur Benjamin Christiaens, pionier en heraut van de Bloedige Missie (1957), beide in Provinciaal archief der Minderbroeders Sint-Truiden) en vervolgens van P. Leontius Adams. Het zopas vermelde archief der Minderbroeders in Sint-Truiden bewaart een uitge­ breide documentatie over hem vervat in verscheidene dozen (C 5, 6 en 7), maar voor­ alsnog niet definitief geklasseerd. Het spreekt voor zich dat we daaruit geput hebben, meestal zonder verdere verwijzing.

57


(2)

(3)

(4) (5)

(6) (7)

(8)

(9)

(10) (11) (12)

(13) (14) (15)

Mgr. Filippi, wiens vertrouwensman Benjamin Christiaens in China zou worden en later diens opvolger, schreef dat de Vlaming ‘driftig van aard was, waardoor het kleinste voorval hem dagen van zijn stuk kon brengen'. Hij had het ook over Benjamins ‘gevoelige natuur’. (Zie C. Dujardin, o.c., blz. 105) Wigbert De Waele, Mgr. Benjamin Christiaens, oud-leerling van het SintJozefscollege te Tielt, 1857-1861. Het betreft een onafgewerkt stuk. P. Wigbert De Waele vond de jaarlijkse studierapporten van de middelbare studiejaren van Johannes-Franciscus terug. Wigbert De Waele, pro manuscripto. E. Van Berlo, o.c., blz. 143-146 en 263-266. Volgens de kroniek van het klooster van Roubaix : ‘Benjamin, ancien sujet du même couvent [de Roubaix], en dernier lieu de

la résidence de Lille.’ Aantekening uit het Liber praedicationum van het klooster van Roubaix. Notice sur l ’établissement et la mission des Récollets belges à Roubaix et sur l'oeu­ vre des Flamands à Lille, Roubaix, 1880, blz. 24-25. In vertaling luidt deze tekst : ‘Tijdens de droevige en gevaarlijke oorlog van 1870-1871 tussen Frankrijk en Pruisen hebben twee Paters Minderbroeders, de Paters Jean en Benjamin, als vrijwillige aal­ moezeniers het leger van het Noorden gevolgd en hebben dag en nacht getuigd van moed, toewijding en apostolische liefdadigheid. Een van beiden, nu missionaris in China, was krijgsgevangene. Beiden werden vereremerkt omwille van de diensten die ze bewezen aan het Franse leger tijdens heel het verloop van deze verschrikkelijke strijd.’ Le Messager de Saint-François, jg. 14 (1888-1889), blz. 62. In vertaling luiden de tek­ sten : ‘U weet dat de paters Capistranus en Benjamin dienst hadden genomen als aal­ moezeniers in het leger van het Noorden. De laatste, terwijl hij met een officiersmantel gekleed was, werd door de vijand gevat en gevangengenomen. Men ontdekte snel dat hij geen soldaat was en men stuurde hem terug, maar zonder zijn degelijke man­ tel. Hij verblijft voor het ogenblik in Rijsel en men denkt dat hij binnenkort weer naar het leger trekt... Maar — en dit maakt ons bijzonder droevig en moet ons aansporen om veel te bidden voor onze arme soldaten — beide paters hebben ons gezegd dat ze heel zelden moesten biecht horen! En dit terwijl de dood alom tegenwoordig is!’ Les Missions catholiques [tijdschrift van Lyon, Frankrijk], 1891, blz. 147. In vertaling luidt dit ; ‘de legeraalmoezenier van weleer die zo vaak de dood had getrotseerd om Franse'soldaten bij te staan toen ze op de slagvelden van 1870 waren gevallen.’ L. Kerkhove, Monseigneur Benjamin Christiaens, eerste Vlaamse bisschop der bloe­ dige missie in China, Leuven, 1933, blz. 7. Italië had pas zijn onafhankelijkheid verworven, ten koste van de pauselijke staten. René Leuridan (1844-1887), reisgenoot van Christiaens. Na zijn dood werd zijn Correspondance in afleveringen uitgegeven in Le Messager de Saint-François , jg. 14 (1888-1889) ! Zie ook Leontius Adams, blz. G. Andere schrijfwijzen zijn Hou-pe en Hupeh. Andere schrijfwijzen zijn I-tchang, I-ch’ang, Ichang. Van Maele, Westvlaamse Minderbroeders in verre landen, Tielt, Lannoo, 1938, blz. 13. - Volgens Carine Dujardin (o.c., blz. 106) had Christiaens nochtans ‘wel degelijk de ambitie om Filippi als bisschop op te volgen’. Misschien was die ambitie een reac­ tie tegen een soort minderwaardigheidsgevoel : zoals al een paar keer gezegd, was hij klein van gestalte, flink onder de middelmaat. Vermoedelijk ook daarom trad hij vin­ nig, erg ondernemend, luid spraakzaam, een beetje profetisch op. Missiearchief, blz. 9.

(16) (17) ‘Bisschop Christiaens beschouwde de weeshuiswerking als een van de hoekstenen

58


van zijn a p o sto la a t (C. Dujardin, o.c., blz. 204). Christiaens was een verwoed bouw­ heer en organisator — sommigen verweten hem ‘een megalomane bouwpolitiek’ te voeren (idem, blz. 233), hij was een man van de praktijk, vooral begaan met de mate­ riële organisatie... Spirituele en intellectuele aspecten van het beleid drong hij naar de achtergrond (idem, blz. 132). (18) Les Missions catholiques (tijdschrift van Lyon, Frankrijk), 1891. blz. 147. (19) Idem, blz. 553. (20) Het ging vooral om een weerspannige inlandse priester, Martinus Tcheou, die zelf tot vervolgingen aanspoorde. Zie de Romeinse aantekeningen van pater George Mensaert in de map Adams. (21) Officieel stuk bewaard in doos C 5, map II. (22) Dit paste ongetwijfeld in de politiek van Léopold II die tussen 1897 en 1904 pogin­ gen ondernam om in Centraal-China, en meer bepaald in Hankou, een Belgische con­ cessie te bekomen. (23) Misschien waren de beschuldigingen aan zijn adres hieraan ook niet vreemd. Pater Everaerts, ook een Belg, werd in 1899 met een visitatieopdracht belast. Uiteindelijk was zijn verslag vrij mild voor bisschop Christiaens. Toch stelde hij vast dat alle priesters hun bisschop beschuldigden van ‘overdreven drankgebruik en familiariteit,

in woorden en handbewegingen, met vrouwen en meisjes van de heilige Kindsheid’.

(24) (25) (26) (27) (28) (29)

De visitator w ees er wel op dat het gedrag van de bisschop gevoelig was verbeterd en zijn advies luidde ongenuanceerd positief : men kon Christiaens best, na zijn verblijf in het ziekenhuis, naar zijn missie laten terugkeren. Desondanks zette het generalaat Christiaens onder druk om zijn ontslag als bisschop in te dienen. (Zie C. Dujardin, o.c., blz. 148-149). Elders heeft C. Dujardin het over zijn ’gedwongen vertrek naar Europa’ (idem, blz. 354). Evenwel willen we hieraan toevoegen dat één van de ge­ tuigen zelf niet helemaal onbesproken en dus misschien niet echt geloofwaardig was. Het betrof P. Mauritius Robert (“Rupelmonde 07.03.1853), minderbroeder geworden in 1873, naar China vertrokken in 1882, missionaris gebleven tot 1903, toen hij (waar­ om ?) terugkeerde tot de lekenstaat, maar niettemin in China bleef, waar hij in 1921 overleed, “het rozenhoedje in de hand”. Vast staat dat P. Robert zelf niet het vertrou­ wen van Christiaens genoot. Uit het boek van C. Dujardin blijkt in elk geval dat Benjamin Christiaens op veel gebieden beslist geen onbesproken figuur was : een aantal aspecten van zijn beleid werden fel op de korrel genomen. C. Dujardin, o.c., blz. 439-440. Op 19 april 1900 werd Theotiem Verhaeghen als opvolger aangesteld. Die werd door zijn onderdanen meer geliefd dan Benjamin Christiaens. Chroniques du couvent de Mâcon. Wigbert De Waele, in het missiearchief, provinciearchief van de minderbroeders. Cibigenoten = die wegens de gedane legerdienst later (een jaar) dan de andere klas­ genoten dienden gewijd te worden. ln memoriam Mgr Christiaens in ‘De Stem van Sint-Antonius’, jg. 18 (1930-1931), blz. 148-149.

59


MEERLINGEN IN DE PAROCHIEREGISTERS VAN MEULEBEKE (1625 - 1797) Bronnen Als basis voor deze studie over de Meulebeekse meerlingen uit het Ancien Régime dienden uiteraard de parochieregisters van Meulebeke. Met parochieregisters bedoelen we de registers waarin de geestelijkheid data, namen en andere bijzonderheden i.v.m. doop, huwelijk en overlijden van de gelovigen moest vermelden. Het systematisch bijhouden van deze registers werd opgelegd door het Concilie van Trente (1545-1563), door paus Paulus III bijeengeroepen om het opdringende protestantisme daad­ werkelijk te bestrijden. De inventaris van de parochieregisters van Meulebeke ziet er als volgt uit : n° 1-2 doopregister 1625-1650 n° 3 doopregister 1651-1671 n° 4 doopregister 1671-1681 n° 5 doopregister 1682-1696 huwelijksregister 1682-1696 overlijdensregister 1682-1696 n° 6-7 doopregister 1697-1716 huwelijksregister 1697-1727 overlijdensregister 1697-1730 n° 8 doopregister 1716-1754 n° 9 doopregister 1754-1776 n° 10 doopregister 1777-1782 n° 11 doopregister 1783-1788 n° 12 doopregister 1789-1794 (hierin ook 1777, 1778) n° 13 doopregister 1795-1796 n° 14 huwelijksregister 1646-1669 overlij densregister 1646-1657 n° 15 huwelijksregister 1727-1789 n° 16 huwelijksregister 1727-1796 n° 17 overlijdensregister 1779-1783 n° 18 overlijdensregister 1729-1779 overlijdensregister 1784-1794 n° 19 huwelijksregister 1778 overlijdensregister 1794-1797 n° 20 doopregister 1754-1777

60


De parochieregisters van Meulebeke zijn vrij volledig, maar toch moeten we rekening houden met enkele hiaten : van 22.09.1645 tot 30.09.1646 zijn er geen doopakten, en er is een tweede leemte voor oktober-november 1647. Het huwelijksregister voor de periode 1670-1681 ontbreekt. Evenals de huwelijksregisters beginnen de overlijdensregisters slechts in 1646, en niet in 1625 zoals de doopregisters. De overlijdensakten ontbre­ ken voor de periodes 1658-1669 en 1672-1682; het register voor de tus­ senliggende jaren 1669-1672 is bovendien onvolledig. Naast de originele parochieregisters van Meulebeke bleek de herwerkte versie van Carine Guillemijn van onschatbare waarde. Dit werk in drie delen, nl. huwelijken, dopen en overlijdens, sorteert alle akten alfabetisch onder een codenaam. Door het gebruiken van een codenaam worden de verschillende schrijfwijzen en de afwijkende vormen van een familienaam samengebracht. Dit laat o.a. toe om op handige wijze volledige gezinnen en families samen te stellen; zo worden bv. alle gezinsleden beke, verbeke of vanderbeke onder de codenaam beke gegroepeerd. Het cijfermateriaal Via een grondig onderzoek van de parochieregisters van Meulebeke tel­ den we niet minder dan 317 tweelingen, door de pastoor in het Latijn gemini of gemelli genoemd. Niet alle tweelingen werden als zodanig expliciet vermeld, want 37 twee­ lingen werden zonder de vermelding gemini of gemelli genoteerd. Bovendien konden we uit een vergelijkende studie van zowel de doop- als overlijdensregisters nog 20 tweelingen identificeren; het betrof dan hoofd­ zakelijk tweelingen waarvan één kind in leven bleef en waarvan het twee­ de kind tijdens of kort na de geboorte stierf en enkel in het overlijdensregister ingeschreven werd. In het overlijdensregister werd tweemaal het gezamenlijke overlijden van twee kinderen gemeld, maar vermits het volgens ons geen tweelingen, maar wel kinderen uit éénzelfde gezin betrof, werden ze niet in het cijfer­ materiaal opgenomen : - Op 12.09.1647 werden proies due of twee kinderen van Joannes vandemaele begraven; Joannes vandemaele was zelf enkele weken voor­ dien, nl. op 06.08.1647 gestorven. - Op 29.12.1647 werden proies due of twee kinderen van Adriaen labaere begraven; waarschijnlijk bedoelde men Catharina delabaere (° 23.12.1640) en Maria delabaere (01.11.1643). Adriaen labaere overleed zelf op 12.01.1648 ; zijn echtgenote Jacoba saigé was amper twee maanden voordien, op 05.11.1647, gestorven.

61


In beide gevallen mogen we niet uit het oog verliezen dat er in de jaren 1646-1648 te Meulebeke een besmettelijke ziekte woedde. Het sterftecij­ fer steeg enorm en de pastoor had zelfs moeite om al zijn overleden parochianen nauwkeurig in het overlijdensregister bij te houden. We hebben de tweelingen volgens 2 jongens : 2 meisjes : 1 jongen + 1 meisje : 1 jongen + 1 levenloos : 1 meisje + 1 levenloos : 2 levenloze kinderen : totaal

hun samenstelling ingedeeld 98 tweelingen 95 tweelingen 108 tweelingen 9 tweelingen 4 tweelingen 3 tweelingen 317 tweelingen

We stellen de samenstelling van de Meulebeekse tweelingen in volgende grafiek percentsgewijze voor :

J+J

■ M+M □ J+M □ J+L M+L L+L

30%

Bovenstaande grafiek toont onmiddellijk aan dat er eigenlijk geen signifi­ cante verschillen tussen de types tweelingen voorkomen. Om de Meulebeekse tweelingen vanuit een andere uitvalshoek te bekij­ ken, hebben we onze gegevens ook chronologisch verwerkt. Hierbij viel wel op dat er bijna elk jaar tweelingen geboren werden; jaren waarin er zelfs vijf of zes tweelingen geboren werden, vormen geen uit­ zonderingen. De oudst vermelde tweeling Catelijn en Marta vandekerckhove, fae. Pieter vandekerckhove en Catharina outers, werden op 06.01.1626 gedoopt. De laatste vermelding in het Meulebeekse doopregister dateert van 25.05.1796 : De dag voordien werden Jacobus en Ivo delbaere, fii.

62


Petrus delbaere en Maria Francisca deloddere, geboren. Als we de geboortes van de Meulebeekse tweelingen zuiver chronolo­ gisch bekijken, dan komen we tot de conclusie dat twee kinderen die samen een tweeling vormen, niet altijd op dezelfde dag geboren werden. Zo vermeldde de pastoor op 09.12.1770 dat Franciscus vroman heri 7 vespertina, gisteren om 7u 's avonds geboren werd; zijn tweelingsbroer Jacobus vroman werd hodie med 8 vespertina, vandaag om halfacht 's avonds geboren. Geen twee, maar drie Behalve tweelingen komen er in de Meulebeekse parochieregisters ook 8 drielingen voor ; ze werden aangeduid met de Latijnse termen trimellos, tergeminis of ternella. We hebben de Meulebeekse drielingen chronologisch gerangschikt : 10.11.1671 Catharina bonte + 15.11.1671 Joannes bonte + ? Judocus bonte + 13.11.1671 10.10.1686

Gaspar decroubel Guilielmus decroubel Egidius decroubel

+ 16.10.1686 + 17.10.1686 + 12.10.1686

16.01.1691

ternella proies vansteenkiste

+ 16.01.1691

21.07.1728

Josephus vanlandighem CornĂŠlius vanlandighem Petronilla vanlandighem

+ 03.08.1728 + 30.07.1728 + 05.08.1728

31.01.1736

3 levenloze kinderen claerhout

+ 31.01.1736

29.09.1777

Maria Theresia dobbels 2 levenloze kinderen dobbels

+ ? + 29.09.1777

18 06 .1784

Ignatius lateure Coleta lateure (meisje) lateure Gaspar demeulenaere Carolus demeulenaere Philippus demeulenaere

+ + + + + +

29.05.1793

20.07.1784 ? 18.06.1784 31.05.1793 05.06.1793 15.06.1794

63


We hebben niet alleen de geboortedatum van de drielingen vermeld, maar ook hun overlijdensdatum : drielingen hadden maar heel minieme overle­ vingskansen. We gaan later dieper in op de levensverwachtingen van zowel drielingen als tweelingen. Hoewel er te Meulebeke wel vaker tweelingen geboren werden, moet de geboorte van een drieling wel wat opschudding in de parochie Meulebeke veroorzaakt hebben. Meer dan driehonderd jaar later zijn de Meulebeekse doopregisters daar nog stille, maar onweerlegbare getuigen van : Koster Nicolaes schers gaf op een heel persoonlijke manier uiting van zijn ver­ bazing over de geboorte van de drieling bonte. Opden 10 november 1671 zijn inde prochie kercke van meulebeke kersten gedaen ende gedopt drie kijnderen van eender dracht naem van den vader is Joos bonte de namen de kijnderen zijn cathelijne, Joij en Joos 1671 nicolaes Schers cost Koster Nicolaes schers schreef dit prachtig stukje commentaar onderaan op de laatste bladzijde van register n° 3. Daar vond hij een halve bladzij­ de die onbeschreven gebleven was. Hij versierde zijn tekst nog met een omkaderende lijn. De originele doopakten van de drieling bonte staan in register n° 4 inge­ schreven en staan keurig chronologisch tussen de andere doopakten. De drie afzonderlijke doopakten van Catharina bonte, Joes bonte en Judocus bonte zijn in het Latijn opgesteld en werden door flor : Cuijpers vicepr, onderpastoor Cuijpers genoteerd en ondertekend. Opnieuw voegde Nicolaes schers er een persoonlijk accent aan toe : In de marge schreef hij dese drie kijnderen sijn van een dracht. Bovendien omkaderde hij de drie doopakten en verbond ze door een lijn met elkaar. Een geschenk van God ? We kunnen ons afvragen of de geboorte van een tweeling of drieling als een geschenk van God beschouwd werd ; wellicht betekende het voor de ouders vaak een onverwachte bijkomende zorg. Petrus vankeirsbilck en Barbara tourman, gehuwd op 24.02.1732, kregen 17 kinderen; Barbara Theresia en Maria Joanna vankeirsbilck werden op 02.03.1739 als zesde en zevende kind van het gezin geboren. Het zeven­ tiende kind, Maria Agnes van keirsbilck, werd op 26.12.1754 geboren. Moeder Barbara tourman overleefde dit kraambed echter niet en overleed op Nieuwjaarsdag 1755, ze was 43 jaar oud. Het gezin van Gaspar Vermeulen telde maar liefst 21 kinderen. Uit zijn eerste huwelijk met Elisabeth ampe had hij 9 kinderen, waarvan het derde en vierde kind, Judoca en Petronilla Vermeulen geboren op 12.03.1680,

64


tweelingen waren. Uit zijn tweede huwelijk met Adriana foulon kreeg Gaspar Vermeulen er nog 12 kinderen bij. De merkwaardigste ouders van de parochie Meulebeke waren ongetwij­ feld Petrus Josephus demeulenaere en Petronilla claerhout. De doopregisters van Meulebeke vermelden de geboorte van 13 kinderen, waaronder 3 tweelingen en 1 drieling : 12.04.1787 Joannes demeulenaere 17.01.1788 Xaveria demeulenaere Joannes demeulenaere 20.12.1788 Joannes demeulenaere 04.02.1791 Leopold demeulenaere Josephus demeulenaere 05.06.1792 Theresia demeulenaere Ludovica demeulenaere 29.05.1793 Gaspar demeulenaere Carolus demeulenaere Philippus demeulenaere 23.10.1794 Eugenia demeulenaere 04.07.1796 Amelia demeulenaere Waarschijnlijk was de geboorte van een meerling niet altijd voorspeld en werden de ouders vaak verrast. Blijkbaar waren de nodige doopouders niet altijd aanwezig en dan gebruikte men voor beide kinderen dezelfde peter en meter. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het doopsel van Augustinus en Maria Anna cleij (gedoopt op 12.11.1754) en van Jacoba en Carolus veroustrate (gedoopt op 11.11.1682). De peters en meters van de drieling demeulenaere lijken ons ook het ver­ melden waard, al was het maar omdat de doopakten zo onvolledig zijn : Gaspar demeulenaere : P = (geen) M = Birgitta vergotte Carolus demeulenaere : P = Philipus comte de lens M = Maria barona de zinzerling Phillipus demeulenaere : P = Philipus comte de lens M = (geen) Het lot van moeder en kinderen Men stelt algemeen dat in de 17de en 18de eeuw kinderen krijgen al niet zonder gevaar voor de gezondheid van zowel de moeder als het kind was, maar dat bij de geboorte van meerlingen het risico in belangrijke mate ver­

65


hoogde. Ons cijfermateriaal leert ons dat bij 7% van de tweelingen één of beide kinderen doodgeboren werden; voor de drielingen klom dit percentage zelfs op tot 50%. De kinderen die doodgeboren werden, vinden we niet terug in de doopre­ gisters, maar wel in de overlijdensregisters. Zo vinden we in het Meulebeekse doopregister op datum van 10.04.1734 de doopakte van Anna Tresia maertens terug; in het overlijdensregister staat op 10.04.1734 de overlijdensakte van haar tweelingsbroer ingeschreven : puer extractus a matre. In vele gevallen stierven niet enkel de kinderen, maar overleefde ook de moeder het kraambed niet. Soms overleed de moeder bij de bevalling zelf, of ze stierf enkele dagen later aan wat men in de volksmond kraamkoorts noemde. Toen de drieling van landighem op 21.07.1728 geboren werd, stierf Petronilla dobbels bij de geboorte van het derde kind. Haar overlijden wordt echter pas op 05.08.1728, d.i. bij het overlijden van het derde kind vermeld : cum tertia proies partu. Andere moeders stierven niet tijdens de bevalling, maar enkele dagen later. Zo bijvoorbeeld stierf de 30-jarige Florentia mestdagh op 23.12.1691, twee dagen na de geboorte van Thomaes en Florentia naert. Omdat we ons niet door ongewone of opvallende feiten willen laten mis­ leiden, hebben we de overlijdensdatum van de tweelingen opgezocht. Om tot een representatieve steekproef te komen, hebben we de tweelingen geboren tussen 1700 en 1750 onderzocht, voornamelijk omdat de overlij­ densregisters voor deze periode geen hiaten vertonen en omdat deze periode toch 46% van alle tweelingen uit de Meulebeekse parochieregisters omvat. Van de 105 onderzochte tweelingen hebben we voor 3 tweelingen geen overlijdensakte teruggevonden, voor 19 tweelingen hebben we slechts voor één van beide kinderen een overlijdensdatum. Deze 22 tweelingen maken 21% van de 105 bestudeerde tweelingen uit. Omdat hun gegevens onvolledig zijn, hebben we hen uit het volgende overzicht weggefilterd; er blijven dus 83 tweelingen over. A = minder dan 1 week oud B = minder dan 1 maand oud C = minder dan 1 jaar oud D = minder dan 10 jaar oud E = minder dan 20 jaar oud F = meer dan 20 jaar oud

66


A

B

C

D

E

A

16

B

6

3

C

2

6

5

D

1

1

3

2

E

0

2

1

1

0

F

4

5

6

6

0

F

13

Bovenstaand schema leverde ons volgende resultaten op : - Voor 38 tweelingen, d.i. 46%, vonden we dat beide kinderen minder dan 1 jaar oud werden. Bij 16 tweelingen stierven beide kinderen toen ze minder dan een week oud waren. - We kunnen deze cijfers nog uitbreiden tot de leeftijdsgrens van 10 jaar : Nog zeven tweelingen stierven voor ze 10 jaar waren. Deze groep van 45 tweelingen die niet ouder dan 10 jaar werden, komt overeen met 54%. - Van de resterende 38 tweelingen werden in 13 gevallen, d.i. 16%, beide kinderen ouder dan 20 jaar. Het meest verbazingwekkende cijfer vormt wellicht rij F, waaruit blijkt dat bij 34 van de 83 onderzochte tweelingen één van beide kinderen ouder dan 20 jaar werd. Vertaald in percenten gaat het hier om niet minder dan 41%. Dit cijfer spreekt alleszins de algemeen aanvaarde stelling tegen dat twee­ lingen slechts geringe overlevingskansen hadden. Behalve de overlijdensdatum van de kinderen hebben we ook de sterfda­ tum van de moeders opgezocht en er hun in de overlijdensakte vermelde leeftijd bij genoteerd. De 105 tweelingen geboren te Meulebeke tijdens de periode 1700-1750 leverden ons 101 moeders op. Voor deze 101 moeders vonden we 72 over­ lijdensakten terug; voor 29 moeders staat hun sterfdatum niet vast. We hebben onze conclusies dan ook enkel op de 72 gekende overlijdens geba­ seerd. Volgende tabel geeft de leeftijd van de 72 moeders bij hun overlijden weer :

67


leeftijd bij overlijden

aantal moeders

jonger dan 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 59 jaar 60 - 69 jaar 70 - 79 jaar 80 - 89 jaar 90 - 99 jaar

1 4 13 13 15 23 2 1

De enige moeder die jonger dan 30 jaar overleed, was Judoca eeckhout, gehuwd met Judocus dechambre en moeder van Carolus en Petrus dechambre (° 25.02.1708). Ze stierf op 08.12.1708, volgens haar overlij­ densakte was ze pas 27 jaar oud. Een andere uitschieter is Elisabeth debackere, gehuwd met Judocus vercruysse en moeder van 9 kinderen, waaronder 2 tweelingen, nl. Joannes en Maria Catherina geboren op 15.01.1704, en Theresia en Nicasius gebo­ ren op 25.04.1707. Toen Elisabeth debackere op 16.12.1758 stierf, was ze volgens haar over­ lijdensakte 92 jaar oud. Het totaalbeeld dat bovenstaande tabel oplevert, wordt gekenmerkt door de relatief hoge leeftijd die de moeders van de Meulebeekse tweelingen bereikten : Niet minder dan 75% werd ouder dan 50 jaar. 36% onder hen werd zelfs ouder dan 70 jaar. Waarschijnlijk zou men een positief verband tussen de hoge leeftijdscijfers van de moeders en de vrij grote overlevingskansen van de kinderen kunnen bewijzen, maar we halen deze hypothese slechts eventjes aan zon­ der dit echter verder uit te diepen. Toeval of toch niet ? In welke mate de geboorte van tweelingen en meerlingen door een erfe­ lijkheidsfactor bepaald wordt, heeft de wetenschap tot nu toe nog niet pre­ cies kunnen vastleggen. Nochtans kan men niet ontkennen dat meerlingen vaak eeuwenlang als een al dan niet zichtbare rode draad de verschillende generaties van eenzelfde familie met elkaar verbinden. Een typisch voorbeeld hiervan is ongetwijfeld de Meulebeekse familie vanlandeghem, met als pittig detail dat elke vader vanlandeghem telkens de voornaam Cornélius draagt. Schematisch voorgesteld ziet dit er als

68


volgt uit : Cornélius van landeghem x Maria declerck 9 kinderen, o.a.: Cornélius vanlandeghem ° 12.01.1655 x Martina dewitte 4 kinderen, o.a. : Maria Anna vanlandeghem ° 02.03.1685 (proies) vanlandeghem 0 02.03.1685 xx Martina tijdtgadt 1 kind : Cornélius vanlandeghem ° 24.11.1690 x Petronilla dobbels 9 kinderen o.a. : Josephus vanlandeghem ° 21.07.1728 Cornélius vanlandeghem 0 21.07.1728 Petronilla vanlandeghem ° 21.07.1728 xx Maria eeckhout 8 kinderen o.a. : Josephus vanlandeghem 0 13.06.1734 Maria vanlandeghem ° 13.06.1734

De meerlingen van Meulebeke Hier volgt de volledige lijst van Meulebeekse meerlingen waarop we onze studie gebaseerd hebben. De lijst is chronologisch volgens de geboortedatum van de meerlingen opgesteld en bevat volgende gegevens : geboortedatum, familienaam en voornaam van het kind, familienaam en voornaam van de ouders. g e b o o rte

f a m ili e n a a m

v o o rn aam

vader

m oeder

0 6 . 0 1 .1 6 2 6

v an d ek erck h o v e

c a te l ij n e

v a n d e k e rc k h o v e p ie te r

... ( s i c ) ( = o u t e r s c a th a r in a )

0 6 . 0 1 .1 6 2 6

v an d ek erck h o v e

m a rta

v a n d e k e rc k h o v e p ie te r

... ( s i c ) ( = o u t e r s c a th a r in a )

3 0 . 1 2 .1 6 2 6

g o em aere

f lo r e n s e

g o e m a e r e g i ll is

d e c u e rte jo o s s ijn e

3 0 . 1 2 .1 6 2 6

g o em aere

anna

g o e m a e r e g i ll is

d e c u e rte jo o s s ijn e

2 8 .0 3 .1 6 2 7

v a n b re ijn e

m a g r i te

v a n b re ijn e jo o s

v a n d ijc k e m a e y k e n

2 8 .0 3 .1 6 2 7

v a n b re ijn e

c a te lijn e

v a n b re ijn e jo o s

v a n d ij c k e m a e y k e n

0 1 . 0 3 .1 6 2 8

v a n o u tr ijv e

m a r i jn

v a n o u tr ijv e ja n

a m p e jan n e k e n

0 1 . 0 3 .1 6 2 8

v a n o u trijv e

p e te r

v a n o u tr ijv e ja n

a m p e jan n e k e n

1 6 .0 3 .1 6 2 8

g r ij s e e l e

ja q u e rs

g r ijs e e le g u e lla m e

g u th a n n e n s ta n n e

1 6 .0 3 .1 6 2 8

g r ijs e e le

g i ll is

g r ijs e e le g u e lla m e

g u th a n n e n s ta n n e

0 9 . 0 3 .1 6 2 9

v e rm e e rsc h

p ie te r

v e r m e e r s c h g i ll is

b ru n e e ls ja n n e k e n

0 9 . 0 3 .1 6 2 9

v e rm e e rsc h

c a th a lijn e

v e r m e e r s c h g i ll is

b ru n e e ls ja n n e k e n

0 1 . 0 7 .1 6 2 9

d e g ra n d e

jo o s

d e g ra n d e g u e lla m e

h o b r e c h t m a rg rie te

0 1 . 0 7 .1 6 2 9

d e g ra n d e

ja n n e k e n

d e g ra n d e g u e lla m e

h o b r e c h t m a rg rie te

2 2 . 1 2 .1 6 3 0

d e g ra n d e

ja e c q u e s

d e g ra n d e m a rte n

... f r a n s i j n e ( s i c )

2 2 . 1 2 .1 6 3 0

d e g ra n d e

m aeyken

d e g ra n d e m a rte n

... f r a n s i j n e ( s ic )

69


0 2 . 0 3 .1 6 3 2

th o o ft

g i ll is

th o o ft ja n

d e c le e rc k jo o s ijn e

0 2 . 0 3 .1 6 3 2

th o o ft

c la r a

th o o ft ja n

d e c le e rc k jo o s ijn e

2 2 .1 1 .1 6 3 2

v o e s te rs o o n

c a th a r in a

v o e s te r s o o n n ic o la e s

v a n o u tr ijv e c a th a r in a

2 2 .1 1 .1 6 3 2

v o e s te rs o o n

m aeyken

v o e s te r s o o n n ic o la e s

v a n o u tr ijv e c a th a r in a

2 4 .0 1 .1 6 3 3

v a n d en b u ssch e

e lis a b e th

v a n d e n b u ssc h e g o o ssaert

re y g h e rs jo o sy n e

2 4 .0 1 .1 6 3 3

v a n d en b u ssch e

k e rs tijn e

v a n d en b u ssch e g o o ssaert

re y g h e rs jo o sy n e

0 2 .0 1 .1 6 3 5

k a rre

g i ll is

k a rre p ie te r

v a n d e n b u ss c h e m a ria

0 2 .0 1 .1 6 3 5

k a rre

c a th a r in a

k a rre p ie te r

v a n d e n b u s s c h e m a ria

0 5 .0 8 .1 6 3 7

v a n le rb e rg h e

jo o s

v a n le r b e rg h e a m p le u n is

d e c o rte ja n n e k e

0 5 .0 8 .1 6 3 7

v a n le rb e rg h e

fra n so y s

v a n le r b e rg h e a m p le u n is

d e c o rte ja n n e k e

1 7 .0 9 .1 6 3 8

d e w i tt e

c o m e liu s

d e w itte ja n

v an d ek erck h o v e m aey e

1 7 .0 9 .1 6 3 8

d e w i tt e

jo o s ijn e

d e w itte ja n

v an d ek erck h o v e m aey e

1 7 .0 4 .1 6 3 9

d e v a re

p e tro n e lla

d e v a re ja e c q u e s

ta n g h e ta n n e k e

1 7 .0 4 .1 6 3 9

d e v a re

m aeyken

d e v a re ja e c q u e s

tan g h e ta n n e k e

2 3 . 0 1 .1 6 4 0

m in n e

p a u lu s

m in n e p ie te r

b e la e n p ie rijn e

2 3 . 0 1 .1 6 4 0

m in n e

ja n

m in n e p ie te r

b e l a e n p i e r i jn e

0 5 .1 1 .1 6 4 0

v a n n ie u w e n h u u s e

c o rn e liu s

v a n n ie u w e n h u u s e ja c o b u s

b e k a ert ju d o c a

0 5 .1 1 .1 6 4 0

v a n n ie u w e n h u u s e

ju d o c u s

v a n n ie u w e n h u u s e ja c o b u s

b e k a ert ju d o c a

0 7 .0 2 .1 6 4 1

haem e

lu d o v ic u s

h a e m e l a u r e n ti u s

b e q s a d ria n a

0 7 .0 2 .1 6 4 1

haem e

a d ria n a

h a e m e l a u r e n ti u s

b e q s a d ria n a

0 5 .1 0 .1 6 4 1

la te m

jo a n n e s

l a t e m m a r t in u s

decock anna

0 5 .1 0 .1 6 4 1

la te m

g u ilie lm u s

l a t e m m a r t in u s

decock anna

1 0 .1 2 .1 6 4 1

d o b b e ls

jo a n n a

d o b b e ls ju d o c u s

v a n d e n te r g h e m c a th a r in a v a n d e n te r g h e m c a th a r in a

1 0 .1 2 .1 6 4 1

d o b b e ls

m a rg a re ta

d o b b e ls ju d o c u s

0 6 . 0 3 .1 6 4 2

d eb ack ere

m a ria

d e b a c k e r e f ra n c is c u s

rig o le e lis a b e th

0 6 .0 3 .1 6 4 2

d eb ack ere

e lis a b e th

d e b a c k e r e f ra n c is c u s

r ig o le e lis a b e th

1 6 .1 1 .1 6 4 2

debel

ju d o c u s

d e b e l e u s ta tiu s

b la n c q u a e rt m a ria

1 6 .1 1 .1 6 4 2

debel

ja c o b u s

d e b e l e u s ta t iu s

b la n c q u a e rt m a ria

0 1 .1 0 .1 6 4 3

d e sare

c a ta rin a

d e s a re th o m a s

p o llie r c a th a r in a

0 1 .1 0 .1 6 4 3

d e sare

p e tro n e lla

d e s a re th o m a s

p o llie r c a th a r in a

1 8 .1 1 .1 6 4 4

v a n d a e le

c la r a

v a n d a e le g u ilie lm u s

seynave anna

1 8 .1 1 .1 6 4 4

v a n d a e le

jo a n n a

v a n d a e l e g u i li e lm u s

seynave anna

2 8 .0 2 .1 6 4 5

decoghe

jo a n n e s

d e c o g h e g u i li e lm u s

d e c le r c k ju d o c a

2 8 .0 2 .1 6 4 5

decoghe

ju d o c a

d e c o g h e g u i li e lm u s

d e c le r c k ju d o c a

0 7 . 0 4 .1 6 4 5

v e rh a g h e

jo a n n e s

v e rh a g h e jo a n n e s

d e b ru y n e a n n a

0 7 .0 4 .1 6 4 5

v e rh a g h e

jo a n n a

v e rh a g h e jo a n n e s

d e b ru y n e a n n a

1 8 .1 0 .1 6 4 8

te rin

p e tr u s

1 8 .1 0 .1 6 4 8

te rin

m a g d a le n a

te rin c a ro lu s

d e v ille m a rg a re ta

1 4 .1 2 .1 6 4 8

b o u rg e o is

p e tr o n e lla

b o u r g e o i s d a n ie l

v e rk e rre s t ju d o c a

1 4 .1 2 .1 6 4 8

b o u rg e o is

jo a n n a

b o u r g e o i s d a n ie l

v e rk e rre st ju d o c a

0 8 . 0 3 .1 6 4 9

v a n le rb e rg h e

e lis a b e th

v a n le r b e rg h e a m p le u n is

d e c o rte ja n n e k e

0 8 . 0 3 .1 6 4 9

v a n le rb e rg h e

p e tro n e lla

v a n le r b e rg h e a m p le u n is

d e c o rte ja n n e k e

0 3 . 0 4 .1 6 4 9

th o m a s

anna

th o m a s jo a n n e s

m a e s p e tr o n e lla

0 3 . 0 4 .1 6 4 9

th o m a s

e lis a b e th

th o m a s jo a n n e s

m a e s p e tr o n e lla

1 3 .0 3 .1 6 5 1

le p a u

jo a n n e s

le p a u p h ilip p u s

d e v o s jo a n n a

1 3 .0 3 .1 6 5 1

le p a u

a d ria a n

le p a u p h ilip p u s

d e v o s jo a n n a

1 7 .1 2 .1 6 5 2

d e b ru is n e

p e tr u s

d e b ru is n e e g id iu s

... c a t h a r i n a ( s ic )

1 7 .1 2 .1 6 5 2

d e b ru is n e

g e o rg iu s

d e b ru is n e e g id iu s

... c a t h a r i n a ( s i c )

2 0 . 0 1 .1 6 5 3

fo u m ie r

ja c o b a

f o u r n i e r p e tr u s

v a le n c ie z a n n a

2 0 .0 1 .1 6 5 3

fo u m ie r

jo a n n e s

f o u m i e r p e tr u s

v a le n c ie z a n n a

2 7 .1 1 .1 6 5 3

v an d ek erck h o v e

a d ria a n

v a n d e k e r c k h o v e jo a n n e s

d e g ra n d e e lis a b e th

2 7 .1 1 .1 6 5 3

v an d ek erck h o v e

ja c o b a

v a n d e k e rc k h o v e jo a n n e s

d e g ra n d e e lis a b e th

0 9 .1 1 .1 6 5 4

cocquyt

jo a n n e s

c o c q u y t ro b e rtu s

m a e s m a ria

0 9 . 1 1 .1 6 5 4

cocquyt

(p ro ie s)

c o c q u y t r o b e rtu

m a e s m a ria

1 2 .1 1 .1 6 5 4

v a n is e r

p e tr u s

v a n is e r jo a n n e s

s o o n s ja c o b a

• te r in c a rlo lu s

d e v ille m a rg a re ta

1 2 .1 1 .1 6 5 4

v a n is e r

g h isle n u s

v a n is e r jo a n n e s

s o o n s ja c o b a

0 1 .0 2 .1 6 5 5

v e rm e s

jo a n n e s

v e rm e s ju d o c u s

tijtg a t a n n a

0 1 . 0 2 .1 6 5 5

v e rm e s

a n to n i u s

v e rm e s ju d o c u s

tijtg a t a n n a

0 7 .0 5 .1 6 5 5

v a n d en b u ssch e

ju d o c a

v a n d e n b u ss c h e ju d o c u s

c a sie rs a n n a

0 7 .0 5 .1 6 5 5

v a n d en b u ssch e

ja c o b a

v a n d e n b u ss c h e ju d o c u s

c a sie rs a n n a

70


3 1 .0 7 .1 6 5 5

c la r y s

jo a n n e s

c la r y s jo a n n e s

v e rb r o u c k la u r e n tia

3 1 .0 7 .1 6 5 5

c la r y s

m a ria

c la r y s jo a n n e s

v e rb r o u c k la u r e n tia

0 4 . 0 3 .1 6 5 6

c la u s

p e tr u s

c l a u s l iv i n u s

sc h e e m a e c k e rs ja c o b a

0 4 . 0 3 .1 6 5 6

c la u s

l iv i n u s

c l a u s l iv i n u s

sc h e e m a e c k e rs ja c o b a

1 8 .1 1 .1 6 5 6

v e rb e e c k e

m a ria

v e r b e e c k e a n to n i u s

v la m in g e lis a b e th

1 8 .1 1 .1 6 5 6

v e rb e e c k e

jo a n n e s

v e r b e e c k e a n to n i u s

v la m in g e lis a b e th

0 2 . 0 1 .1 6 5 8

c lu z e

ja c o b u s

c lu z e ju d o c u s

v a n a e ls t m a ria

0 2 . 0 1 .1 6 5 8

c lu z e

m a g d a le n a

c lu z e ju d o c u s

v a n a e ls t m a ria

1 1 .0 2 .1 6 5 8

d e c le r c q s

p e tr u s

d e c le r c q s a n to n iu s

ta c k m a r tin a

1 1 .0 2 .1 6 5 8

d e c le r c q s

m a ria

d e c le r c q s a n to n iu s

ta c k m a r tin a

1 0 .0 5 .1 6 5 8

v a n o o s th u y s e

a d ria a n

v a n o o s th u y s e a d ria a n

s a le n s m a g d a le n a

1 0 .0 5 .1 6 5 8

v a n o o s th u y s e

jo a n n e s

v a n o o s th u y s e a d ria a n

s a le n s m a g d a le n a

1 9 .0 3 .1 6 6 0

v e rre e k e

jo a n n e s

v e rr e e k e d io n is iu s

h o u triv e ju d o c a

1 9 .0 3 .1 6 6 0

v e rre e k e

p e tr u s

v e rr e e k e d io n is iu s

h o u triv e ju d o c a

3 1 . 0 1 .1 6 6 2

m e u le m a n

jo a n n e s

m e u le m a n g e o rg iu s

b o o n e ja c o b a

3 1 . 0 1 .1 6 6 2

m e u le m a n

m a ria

m e u le m a n g e o rg iu s

b o o n e ja c o b a

1 8 .0 3 .1 6 6 2

h e ll e b u c

p e tr u s

h e l l e b u c m a t t h ia s

le e r s n ijd e rs e lis a b e th

1 8 .0 3 .1 6 6 2

h e ll e b u c

m a t t h ia s

h e l l e b u c m a t t h ia s

le e r s n ijd e rs e lis a b e th

2 5 .0 3 .1 6 6 3

v e rh e e

ju d o c u s

v e rh e e jo a n n e s

v a n k e sb ilc k a n n a

2 5 .0 3 .1 6 6 3

v e rh e e

jo a n n e s

v e rh e e jo a n n e s

v a n k e sb ilc k a n n a

1 3 .0 8 .1 6 6 3

b o n te

a n to n i u s

b o n te c a ro lu s

m o rta ig n e m a ria

1 3 .0 8 .1 6 6 3

b o n te

p e tr u s

b o n te c a ro lu s

m o rta ig n e m a r ia

0 8 . 1 0 .1 6 6 4

c le r c q s

c a ro lu s

c le r c q s c a ro lu s

s la m b ro u c k c a th a r in a

0 8 . 1 0 .1 6 6 4

c le r c q s

c a th a r in a

c le r c q s c a ro lu s

s la m b ro u c k c a th a r in a

1 3 .0 1 .1 6 6 5

h o u tte m a n

ju d o c a

h o u tte m a n a d ria a n

h e u le b u s m a ria

1 3 .0 1 .1 6 6 5

h o u tte m a n

m a ria

h o u tte m a n a d ria a n

h e u le b u s m a ria

1 3 .1 1 .1 6 6 5

d e v a ere

jo a n n e s

d e v a e r e p e tr u s

v a n c o ille c a th a r in a

1 3 .1 1 .1 6 6 5

d e v a ere

ju d o c a

d e v a e r e p e tr u s

v a n c o ille c a th a r in a

1 6 .1 1 .1 6 6 5

d e v a ere

jo a n n e s

d e v a ere ju d o cu s

s a b b e e lis a b e th

1 6 .1 1 .1 6 6 5

d e v a ere

ju d o c u s

d e v a ere ju d o cu s

s a b b e e lis a b e th

1 0 .1 2 .1 6 6 5

deceuse

ju d o c u s

d e c e u se ju d o c u s

d e v e u ste r m a ria

1 0 .1 2 .1 6 6 5

deceuse

p e tr u s

d e c e u se ju d o c u s

d e v e u ste r m a ria

0 2 .0 1 .1 6 6 7

d e v e u ste r

n ic o la s

d e v e u s te r g u ilie lm u s

b o re a n n a

0 2 . 0 1 .1 6 6 7

d e v e u ste r

r o la n d u s

d e v e u s te r g u ilie lm u s

b o re a n n a

1 0 .0 8 .1 6 6 7

m aes

a n to n i u s

m a e s c a ro lu s

b e rtra m s ja c o b a

1 0 .0 8 .1 6 6 7

m aes

jo a n n a

m a e s c a ro lu s

b e rtra m s ja c o b a

2 1 .0 7 .1 6 6 8

g ijn n e b e r

jo a n n e s

g ijn n e b e r ja c o b u s

d u s a to ir ja c o b a

2 1 .0 7 .1 6 6 8

g ijn n e b e r

m a g d a le n a r

g ijn n e b e r ja c o b u s

d u s a to ir ja c o b a

0 9 .0 8 .1 6 6 8

v a n n ie u w e n h u y s e

jo a n n e s

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

f o n ta in e a n n a

0 9 .0 8 .1 6 6 8

v a n n ie u w e n h u y s e

fra n c is c a

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

f o n ta in e a n n a

2 4 . 0 1 .1 6 7 0

d e b ra u w e r

jo a n n e s

d e b r a u w e r p e tr u s

v la m in c k ju d o c a

2 4 . 0 1 .1 6 7 0

d e b ra u w e r

ju d o c a

d e b r a u w e r p e tr u s

v la m in c k ju d o c a

2 6 . 0 3 .1 6 7 0

w in n e

jo a n n e s

w in n e jo a n n e s

m o n u c a th a r in a

2 6 . 0 3 .1 6 7 0

w in n e

ju d o c u s

w in n e jo a n n e s

m o n u c a th a r in a

0 2 . 0 4 .1 6 7 0

v a n a le n

ju d o c a

v a n a le n ro u la n d

b u ssers ju d o c a

0 2 . 0 4 .1 6 7 0

v a n a le n

m a ria

v a n a le n ro u la n d

b u ssers ju d o c a

2 8 . 0 4 .1 6 7 0

d e c le r c k

o liv ie r

d e c le r c k c a ro lu s

v a n s la m b ro u c k c a th a rin a

2 8 . 0 4 .1 6 7 0

d e c le r c k

e g id iu s

d e c le r c k c a ro lu s

v a n s la m b ro u c k c a th a r in a

1 0 .1 1 .1 6 7 1

b o n te

c a th a rin a

b o n te ju d o c u s

la e th e m m a ria

1 0 .1 1 .1 6 7 1

b o n te

jo a n n e s

b o n te ju d o c u s

la e th e m m a ria

1 0 .1 1 .1 6 7 1

b o n te

ju d o c u s

b o n te ju d o c u s

la e th e m m a ria

2 9 .0 3 .1 6 7 2

devaer

p e tro n e lla

d e v a e r p e tr u s

v a n c o illie c a th a r in a

2 9 . 0 3 .1 6 7 2

devaer

c a th a rin a

d e v a e r p e tr u s

v a n c o illie c a th a r in a

0 6 . 1 2 .1 6 7 2

m o re e l

ju d o c u s

m o re e l a m o ld

v la m in c k x m a ria

0 6 .1 2 .1 6 7 2

m o re e l

m a ria

m o re e l a rn o ld

v la m in c k x m a ria

2 4 . 1 2 .1 6 7 2

d e v a re

p e tr u s

d e v a re g u ilie lm u s

v a n d e n s te e n m e c h lin a

2 4 . 1 2 .1 6 7 2

d e v a re

jo a n n a

d e v a re g u ilie lm u s

v a n d e n s te e n m e c h lin a

2 3 .0 3 .1 6 7 3

w a lg ra v e

m a ria

w a l g r a v e e g id i u s

b e k e e lis a b e th

2 3 .0 3 .1 6 7 3

w a lg ra v e

p e tro n illa

w a l g r a v e e g id i u s

b e k e e lis a b e th

1 4 .0 4 .1 6 7 4

d a n ie l s

p e tr u s

d a n ie ls ju d o c u s

w i l in j u d o c a

1 4 .0 4 .1 6 7 4

d a n ie l s

a n th o n i u s

d a n ie ls ju d o c u s

w i l in j u d o c a

71


21.05.1674 21.05.1674 27.12.1674 27.12.1674 03.03.1675 03.03.1675 17.03.1675 18.03.1675 19.06.1679 19.06.1679 12.03.1680 12.03.1680 15.11.1681 15.11.1681 08.05.1682 08.05.1682 24.07.1682 24.07.1682 15.08.1682 16.08.1682 11.11.1682 11.11.1682 01.11.1683 01.11.1683 09.02.1684 09.02.1684 02.03.1685 02.03.1685 31.12.1685 31.12.1685 26.03.1686 26.03.1686 10.10.1686 10.10.1686 10.10.1686 26.12.1686 26.12.1686 21.11.1687 21.11.1687 14.08.1688 14.08.1688 01.11.1688 01.11.1688 05.11.1689 05.11.1689 08.01.1690 08.01.1690 13.05.1690 13.05.1690 15.12.1690 15.12.1690 16.01.1691 16.01.1691 16.01.1691 10.11.1691 10.11.1691 21.12.1691 21.12.1691 23.02.1692 23.02.1692

72

v a n w ijn s b e r g h e n

jo s e p h u s

v a n w ijn s b e r g h e n z e g e r

v a n d e k e rc k h o v e m a g d a le n a

v a n w ijn s b e r g h e n

c ris tin a

v a n w ijn s b e r g h e n z e g e r

v a n d e k e rc k h o v e m a g d a le n a

deneve

ja c o b u s

d e n e v e p e tr u s

d e b u s c h e re ja c o b a

deneve

o liv ie r

d e n e v e p e tr u s

d e b u s c h e re ja c o b a

b o n te

m a ria

b o n te ju d o c u s

la e th e m m a ria

b o n te

jo a n n a

b o n te ju d o c u s

la e th e m m a ria

s e ro e ls

p e tr u s

s e ro e ls jo a n n e s

v a n b e lle g e m a n n a

s e ro e ls

a d ria a n

s e ro e ls jo a n n e s

v a n b e lle g e m a n n a

v a n k e rs b ilc k

th o b ia s

v a n k e rs b ilc k m a r tin u s

v a n d e n b u s s c h e c a th a r in a

v a n k e rs b ilc k

m a r t in u s

v a n k e r s b i l c k m a r t in u s

v a n d e n b u s s c h e c a th a r in a

V e r m e u le n

ju d o c a

V e r m e u le n g a s p a r

a m p e e lis a b e th

V e r m e u le n

p e tro n illa

V e r m e u le n g a s p a r

a m p e e lis a b e th

in g e lb e e n

m a ria

i n g e l b e e n p e tr u s

b e e lju d o c a

in g e lb e e n

l iv i n a

i n g e l b e e n p e tr u s

b e e lju d o c a

lo n c k e

jo a n n a

lo n c k e e n g e lb e r tu s

v e rb e k e a n n a

lo n c k e

anna

lo n c k e e n g e lb e r tu s

v e rb e k e a n n a

s to r m e

ja c o b u s

s to r m e ju d o c u s

g a s a e rt m a rg a re ta

s to r m e

c a ro lu s

s to r m e ju d o c u s

g a s a e rt m a rg a re ta

m aes

l a u r e n ti u s

m a e s g e o rg iu s

d e b u s sc h e re m a ria

m aes

m a ria

m a e s g e o rg iu s

d e b u s sc h e re m a ria

v e rh o u s tra te

ja c o b a

v e rh o u s tra te c a ro lu s

d e m a ré ja c o b a

v e rh o u s tra te

c a ro lu s

v e rh o u s tra te c a ro lu s

d e m a ré ja c o b a

v e ro u s tra e te

g u ilie lm a

v e ro u s tra e te c a ro lu s

m a e s a d ria n a

v e ro u s tra e te

(p ro ie s)

v e ro u s tra e te c a ro lu s

m a e s a d ria n a

v e rh e ije

m a r t in u s

v e rh e ije jo a n n e s

dégom m é anna

v e rh e ije

anna

v e rh e ije jo a n n e s

dégom m é anna

v a n la n d e g h e m

m a ria a n n a

v a n la n d e g h e m c o m e liu s

d e w itte m a r tin a

v a n la n d e g h e m

(p ro ie s)

v a n la n d e g h e m c o m e liu s

d e w itte m a r tin a

c a sie r

c a ro lu s

c a s ie r c a ro lu s

th o m a e s m a r ia

c a sie r

jo a n n e s

c a s ie r c a ro lu s

th o m a e s m a ria

v a n d a e le

(p ro ie s)

v a n d a e l e l u d o v ic u s

p o o r te r s p e tr o n e lla

v a n d a e le

jo a n n e s

v a n d a e l e l u d o v ic u s

p o o r te r s p e tr o n e lla

d e c ro u b e l

gaspar

d e c ro u b e l e g id iu s

v a n d e w a lle ju d o c a

d e c ro u b e l

g u ilie lm u s

d e c r o u b e l e g id i u s

v a n d e w a lle ju d o c a

d e c ro u b e l

e g id iu s

d e c r o u b e l e g id i u s

v a n d e w a lle ju d o c a

sc h ers

e lis a b e th

sch ers em an u el

v a n c o illie jo a n n a

sc h ers

n ic o la u s

sch ers em an u el

v a n c o illie jo a n n a

d e s to r m e

m a ria

d e s to r m e ju d o c u s

h a e sa e rt m a rg a re ta

d e s to r m e

c a th a r in a

d e s to r m e ju d o c u s

h a e sa e rt m a rg a re ta

d e lo d d e r e

l u d o v ic u s

d e lo d d e r e jo a n n e s

v a n ra b a is c a th a r in a

d e lo d d e r e

m a g d a le n a

d e lo d d e r e jo a n n e s

v a n ra b a is c a th a r in a

vanhecke

e g id i a

v a n h e c k e g u ilie lm u s

m aes jo a n n a

vanhecke

jo a n n e s

v a n h e c k e g u ilie lm u s

m aes jo a n n a

lo n c k e

p e tr u s

lo n c k e e g id iu s

c o o ls c a th a r in a

lo n ck e

( in f a n s )

lo n c k e e g id iu s

c o o ls c a th a r in a

v a n d e rh a e g e n

p e tr u s

v a n d e r h a e g e n p e tr u s

v e re e k e n m a ria

v a n d e rh a e g e n

(p ro ie s)

v a n d e r h a e g e n p e tr u s

v e re e k e n m a ria

v a n d e v e ld e

e g id iu s

v a n d e v e ld e ju d o c u s

d ie rs c a th a r in a

v a n d e v e ld e

ju d o c u s

v a n d e v e ld e ju d o c u s

d ie r s c a th a r in a

v a n d e k a s te e le n

( p ro ie s g e m in i)

v a n d e k a s te e le n g u ilie lm u s

v e rs tra e te n c a th a r in a

v a n d e k a s te e le n

( p ro ie s g e m in i)

v a n d e k a s te e le n g u ilie lm u s

v e rs tra e te n c a th a r in a

v a n s te e n k is te

( p ro ie s te m e lla )

v a n s te e n k is te c a ro lu s

le c lu y s e c a th a r in a

v a n s te e n k is te

( p ro ie s te m e lla )

v a n s te e n k is te c a ro lu s

le c lu y s e c a th a r in a

v a n s te e n k is te

(p ro ie s te m e lla )

v a n s te e n k is te c a ro lu s

le c lu y s e c a th a r in a

lo n c k e

e g id i a

lo n c k e e g id iu s

c o o l c a th a r in a

lo n c k e

m a ria

lo n c k e e g id iu s

c o o l c a th a r in a

n a e rt

th o m a e s

n a e rt r o g e riu s

m e s td a g h flo r e n tia

n a e rt

f lo r e n tia

n a e rt r o g e riu s

m e s td a g h flo r e n tia

sc h ee m a k ers

ju d o c a

s c h e e m a k e rs ju d o c u s

c la y s m a r ia

sc h ee m a k ers

m a ria a n n a

s c h e e m a k e rs ju d o c u s

c la y s m a r ia


2 4 .0 2 .1 6 9 2

b la n c k a e rt

p e tro n illa

b la n c k a e rt fra n c is c u s

v a n d e k e r c k h o v e fra n c is c a

2 4 .0 2 .1 6 9 2

b la n c k a e rt

f r a n c is c a

b la n c k a e rt fra n c is c u s

v a n d e k e r c k h o v e fra n c is c a

0 2 .0 4 .1 6 9 3

devenne

m a ria

d e v e n n e jo a n n e s

d e p e n n i n c k a n to n i a

0 2 .0 4 .1 6 9 3

devenne

ju d o c a

d e v e n n e jo a n n e s

d e p e n n i n c k a n to n i a

0 8 . 0 4 .1 6 9 4

d e c a lu

p e tro n illa

d e c a lu f ra n c is c u s

panne anna

0 8 . 0 4 .1 6 9 4

d e c a lu

f r a n c is c u s

d e c a lu f ra n c is c u s

panne anna

1 9 .0 1 .1 6 9 6

v a n d e rh a g h e n

jo s e p h u s

v a n d e r h a g h e n p e tr u s

v e re e k e n m a ria

1 9 .0 1 .1 6 9 6

v a n d e rh a g h e n

m a ria a n n a

v a n d e r h a g h e n p e tr u s

v e re e k e n m a ria

2 9 . 0 1 .1 6 9 6

v a n h o u tte

fra n c is c a

v a n h o u tte a d ria a n

v a n d e n b u ss e jo a n n a

2 9 . 0 1 .1 6 9 6

v a n h o u tt e

p e tro n illa

v a n h o u tte a d ria a n

v a n d e n b u ss e jo a n n a

0 8 .1 0 .1 6 9 7

b ru y n eel

b r ig itta

b ru y n ee l ju d o c u s

jo n c k h e e r ju d o c a

0 8 .1 0 .1 6 9 7

b ru y n eel

jo a n n e s

b ru y n ee l ju d o c u s

jo n c k h e e r ju d o c a

2 2 .1 2 .1 6 9 7

huysm an

ju d o c a

h u y s m a n jo a n n e s

d e v o l d e r l iv i n a

2 2 . 1 2 .1 6 9 7

huysm an

p e tro n illa

h u y s m a n jo a n n e s

d e v o ld e r liv in a

0 2 . 0 6 .1 6 9 9

w i l le m ij n s

susanna

w ille m ijn s r o g e r iu s

v a n s te e n k is te jo a n n a

0 2 . 0 6 .1 6 9 9

w i l le m ij n s

e lis a b e th

w ille m ijn s ro g e riu s

v a n s te e n k is te jo a n n a

0 5 . 0 9 .1 7 0 0

ru y sv o e t

g e o rg iu s

ru y sv o e t ju d o c u s

c o s ijn s c a th a r in a

0 5 . 0 9 .1 7 0 0

ru y sv o e t

jo a n n e s

r u y s v o e t ju d o c u s

c o s ijn s c a th a r in a

2 4 .0 1 .1 7 0 1

s c h e r l in c k

a u g u s tin u s

s c h e rlin c k ja c o b u s

d h u ls te r c a th a r in a

2 4 .0 1 .1 7 0 1

s c h e rlin c k

c a th a r in a te re s ia

s c h e r lin c k ja c o b u s

d h u ls te r c a th a r in a

2 3 .0 5 .1 7 0 1

v e rv e n n e

a d ria a n

v e rv e n n e ja c o b u s

b o rc g ra v e m a ria

2 3 .0 5 .1 7 0 1

v e rv e n n e

ju d o cu s

v e rv e n n e ja c o b u s

b o rc g ra v e m a ria

0 9 .1 2 .1 7 0 3

v e rm a rc k e

p e tro n illa

v e rm a rc k e jo a n n e s

v a n b ra b a n d t m a ria

0 9 .1 2 .1 7 0 3

v e rm a rc k e

ju d o c u s

v e rm a rc k e jo a n n e s

v a n b ra b a n d t m a ria

1 5 .0 1 .1 7 0 4

v e rk ru y se n

jo a n n e s

v e rk ru y se n ju d o c u s

d e b a c k e r e lis a b e th

1 5 .0 1 .1 7 0 4

v e rk ru y se n

m a ria c a th a r in a

v e rk ru y se n ju d o c u s

d e b a c k e r e lis a b e th

2 6 .0 1 .1 7 0 4

v a n k e rs b ilc k

jo a n n e s

v a n k e r s b i l c k e g id i u s

d e b a c k e r c h ris tin a

2 6 .0 1 .1 7 0 4

v a n k e rs b ilc k

a d ria a n

v a n k e rs b ilc k e g id iu s

d e b a c k e r c h ris tin a

2 7 . 0 9 .1 7 0 4

c a sie rs

a n n a m a ria

c a s i e r s l a u r e n ti u s

b o e c k h o u t m a g d a le n a

2 7 . 0 9 .1 7 0 4

c a sie rs

ju d o c a

c a s i e r s l a u r e n ti u s

b o e c k h o u t m a g d a le n a

2 2 . 1 2 .1 7 0 4

v e rb e k e

m a r t in u s

v e r b e k e e g id i u s

boone agnes

2 2 . 1 2 .1 7 0 4

v e rb e k e

ro sa

v e rb e k e e g id iu s

boone agnes

2 5 .0 4 .1 7 0 7

v e rc ru y sse

t h e r e s ia

v e rc ru y s s e ju d o c u s

d e b a c k e r e e lis a b e th

2 5 .0 4 .1 7 0 7

v e rc ru y sse

n ic a siu s

v e rc ru y s s e ju d o c u s

d e b a c k e r e e lis a b e th

1 1 .0 9 .1 7 0 7

v e rb ru g g h e

m a ria

v e rb ru g g h e o liv ie r

v a n a k en ju d o c a

1 1 .0 9 .1 7 0 7

v e rb ru g g h e

c a th a rin a

v e rb ru g g h e o liv ie r

v a n a k en ju d o c a

2 5 .0 2 .1 7 0 8

d ech am b re

c a ro lu s

d e c h a m b re ju d o c u s

e e c k h o u t ju d o c a

2 5 .0 2 .1 7 0 8

d ech am b re

p e tr u s

d e c h a m b re ju d o c u s

e e c k h o u t ju d o c a

1 9 .0 8 .1 7 0 8

b o n te

jo a n n e s

b o n te jo a n n e s

d e b o m a ria

1 9 .0 8 .1 7 0 8

b o n te

jo a n n a

b o n te jo a n n e s

d e b o m a ria

2 6 .0 8 .1 7 0 8

v a n n ie u w e n h u y s e

m a r ia c a th a r in a

v a n n ie u w e n h u y s e ju d o c u s

h o lle v o e d t a n n a

2 6 .0 8 .1 7 0 8

v a n n ie u w e n h u y s e

jo a n n a

v a n n ie u w e n h u y s e ju d o c u s

h o lle v o e d t a n n a

1 2 .1 2 .1 7 0 8

dhooghe

lu d o v ic u s

d h o o g h e jo a n n e s

c h ris tia e n s ju d o c a

1 2 .1 2 .1 7 0 8

dhooghe

a d ria n a

d h o o g h e jo a n n e s

c h ris tia e n s ju d o c a

2 3 .0 6 .1 7 0 9

v e rm a e te

jo a n n e s

v e r m a e t e m a r t in u s

s te ija e r ts a n n a

2 3 .0 6 .1 7 0 9

v e rm a e te

c a ro lu s

v e r m a e t e m a r t in u s

s te ija e r ts a n n a

1 4 .0 4 .1 7 1 1

p ie te rs

ja c o b u s

p i e t e r s a lb e r tu s

s a n te r in n e m a r ia f ra n c is c a

1 4 .0 4 .1 7 1 1

p ie te rs

f r a n c is c u s

p ie te rs a lb e rtu s

is a n te rin n e m a r ia f ra n c is c a

2 7 .0 4 .1 7 1 1

v e rb is t

g u i li e lm u s

v e r b i s t p e tr u s

m a tth e e u s ja c o b a

2 7 .0 4 .1 7 1 1

v e rb is t

m a r ia c a th a r in a

v e r b i s t p e tr u s

m a tth e e u s ja c o b a

1 3 .1 2 .1 7 1 1

bouckhuyt

p e tr u s

b o u c k h u y t p e tr u s

k a rre jo a n n a

1 3 .1 2 .1 7 1 1

bouckhuyt

b a r b a r a t h e r e s ia

b o u c k h u y t p e tr u s

k a rre jo a n n a

1 8 .0 1 .1 7 1 2

d a n n e e ls

ju d o c a

d a n n e e ls ju d o c u s

w e le m ijn s s u s a n n a

1 8 .0 1 .1 7 1 2

d a n n e e ls

p e tr o n i ll a

d a n n e e ls ju d o c u s

w e le m ijn s s u s a n n a

1 4 .0 3 .1 7 1 2

buyck

ju d o c u s

b u y c k jo a n n e s

e ro p p e tr o n illa

1 4 .0 3 .1 7 1 2

buyck

c a th a rin a

b u y c k jo a n n e s

e ro p p e tr o n illa

1 0 .0 7 .1 7 1 2

la m b e re c h t

ju d o c u s

l a m b e r e c h t p e tr u s

c a te la n m a r ia m a g d a le n a

1 0 .0 7 .1 7 1 2

la m b e re c h t

j o a n n e s b a p ti s t

l a m b e r e c h t p e tr u s

c a te la n m a r ia m a g d a le n a

1 7 .0 1 .1 7 1 3

h e lle b u y c k

ju d o c a

h e lle b u y c k e g id iu s

g o e m a e re m a ria

1 7 .0 1 .1 7 1 3

h e lle b u y c k

m a r i a p e tr o n i ll a

h e lle b u y c k e g id iu s

g o e m a e re m a ria

73


2 2 .0 1 .1 7 1 3

w u lfh a e rt

b irg itta

w u lfh a e rt jo a n n e s

d e v o s jo a n n a

2 2 .0 1 .1 7 1 3

w u lfh a e rt

ju d o c a

w u lfh a e rt jo a n n e s

d e v o s jo a n n a

2 4 . 1 2 .1 7 1 4

beke

jo a n n e s

b e k e jo a n n e s

v a n d e n b u sc h e m a ria

2 4 . 1 2 .1 7 1 4

beke

jo s e p h u s

b e k e jo a n n e s

v a n d e n b u sc h e m a ria

0 1 .0 4 .1 7 1 5

d o b b e ls

fra n c is c a

d o b b e ls e g id iu s

v a n d e n b u lc k e m a ria

0 1 .0 4 .1 7 1 5

d o b b e ls

b rig itta

d o b b e ls e g id iu s

v a n d e n b u lc k e m a ria

1 6 .0 3 .1 7 1 6

h o e ta e v e

m a ria jo a n n a

h o e ta e v e a d ria a n

h e n g e l b e e n s l iv i n a

1 6 .0 3 .1 7 1 6

h o e ta e v e

m a g d a le n a

h o e ta e v e a d ria a n

h e n g e l b e e n s l iv i n a

2 1 . 0 5 .1 7 1 6

v a n le rb e rg h e

f lo r e n tia a g a th a

v a n le r b e rg h e ro g e riu s

c o u s se n s c o m e lia

2 1 .0 5 .1 7 1 6

v a n le r b e rg h e

is a b e lla c la ra

v a n le r b e rg h e ro g e riu s

c o u s se n s c o m e lia

1 2 .0 9 .1 7 1 7

s c h o tt e

m a ria a n n a

s c h o tte g isle n u s

b o s ti n j u d o c a

1 2 .0 9 .1 7 1 7

s c h o tt e

te r e s ia

s c h o tte g isle n u s

b o s ti n j u d o c a

2 6 .1 2 .1 7 1 7

bouckhout

m a r ia c a th a r in a

b o u c k h o u t jo a n n e s

b re ijn e a n n a

2 6 .1 2 .1 7 1 7

bouckhout

jo a n n a th e r e s ia

b o u c k h o u t jo a n n e s

b re ijn e a n n a

2 0 .0 2 .1 7 2 0

n ie u w la n t

p e tr u s

n ie u w la n t ju d o c u s

s a b b e m a ria

2 0 .0 2 .1 7 2 0

n ie u w la n t

m a r ia c a th a r in a

n ie u w la n t ju d o c u s

s a b b e m a ria

2 3 .0 2 .1 7 2 0

b ru n ee l

p e tr u s jo s e p h u s

b ru n e e l ju d o c u s

b a e k e la n t jo a n n a

2 3 . 0 2 .1 7 2 0

b ru n ee l

e lis a b e th

b ru n e e l ju d o c u s

b a e k e la n t jo a n n a

1 1 .0 7 .1 7 2 0

dhondt

b a rb a ra

d h o n d t ju d o c u s

h a lv o e t m a rtin a

1 1 .0 7 .1 7 2 0

dhondt

m a ria jo a n n a

d h o n d t ju d o c u s

h a l v o e t m a rtin a

2 6 .0 5 .1 7 2 2

v in d e r

c o m e liu s

v in c ie r a u g u s tin u s

d e b e ls a d ria n a

2 6 .0 5 .1 7 2 2

v in c ie r

jo a n n a

v in c ie r a u g u s tin u s

d e b e ls a d ria n a

2 8 .1 1 .1 7 2 2

decoghe

jo a n n e s f ra n c is c u s

d e c o g h e ju d o c u s

v a n n ie u w e n h u y s e m a ria n n a

2 8 .1 1 .1 7 2 2

decoghe

b irg itta

d e c o g h e ju d o c u s

v a n n ie u w e n h u y s e m a ria n n a

0 4 .0 3 .1 7 2 3

la v e c k e

m a ria n n a

l a v e c k e p e tr u s

c la r o u t f ra n c is c a

0 4 .0 3 .1 7 2 3

la v e c k e

e lis a b e th

l a v e c k e p e tr u s

c la ro u t f ra n c is c a

1 7 .0 4 .1 7 2 3

m aes

o liv ie r

m a e s g u i li e lm u s

h e lle b u y c k jo a n n a

1 7 .0 4 .1 7 2 3

m aes

p e tr o n illa th e r e s ia

m a e s g u i li e lm u s

h e lle b u y c k jo a n n a

1 4 .0 1 .1 7 2 4

d u y v e io n c k

b a rb a r a th e r e s ia

d u y v e io n c k g u ilie lm u s

b a s tin s m a ria

1 4 .0 1 .1 7 2 4

d u y v e io n c k

p e tr o n illa

d u y v e io n c k g u ilie lm u s

b a s tin s m a ria

1 0 .0 2 .1 7 2 4

w u lla e rt

g u ilie lm u s

w u l l a e r t p e tr u s

v e rm o te p e tr o n illa

1 0 .0 2 .1 7 2 4

w u lla e rt

m a ria a n n a

w u l l a e r t p e tr u s

v e rm o te p e tr o n illa

0 8 . 0 9 .1 7 2 4

b la n c q u a e rt

c a th a r in a

b la n c q u a e r t jo a n n e s

v a n la n d ig h e m jo a n n a

0 8 . 0 9 .1 7 2 4

b la n c q u a e rt

p e tr o n illa

b la n c q u a e r t jo a n n e s

v a n la n d ig h e m jo a n n a

1 5 .0 1 .1 7 2 5

cosm an

g u ilie lm u s

c o s m a n jo a n n e s

m a e s ju d o c a

1 5 .0 1 .1 7 2 5

cosm an

o liv ie r

c o s m a n jo a n n e s

m ae s ju d o c a

1 7 .1 2 .1 7 2 5

c la r o u t

p e t r u s g u i li e lm u s

c l a r o u t p e tr u s

v a n d e n b u s c h e p e tr o n illa

1 7 .1 2 .1 7 2 5

c la ro u t

(d o c h te r)

c l a r o u t p e tr u s

v a n d e n b u s c h e p e tr o n illa

2 9 . 0 3 .1 7 2 6

g h e ld o f

c e c ilia

g h e ld o f jo a n n e s

g r ijs p e e r t p e tr o n illa )

2 9 . 0 3 .1 7 2 6

g h e ld o f

jo s e p h u s

g h e ld o f jo a n n e s

g r ijs p e e r t p e tr o n illa

1 5 .0 3 .1 7 2 7

p ip p e rs

a u g u s tin u s

p i p p e r s f r a n c is c u s

b ra u w e re m a ria

1 5 .0 3 .1 7 2 7

p ip p e rs

anna

p i p p e r s f r a n c is c u s

b ra u w e re m a ria

0 8 .0 6 .1 7 2 7

buck

( g e m i n i)

b u c k ju d o c u s

(c h ris tia e n s m a ria a n n a ?)

0 8 .0 6 .1 7 2 7

buck

( g e m i n i)

b u c k ju d o c u s

(c h ris tia e n s m a ria a n n a ?)

1 3 .0 6 .1 7 2 7

rin tie n s

jo a n n e s

r in tie n s g u ilie lm u s

v a n c o ild e jo a n n a

1 3 .0 6 .1 7 2 7

rin tie n s

jo s e p h u s

0 5 .0 7 .1 7 2 7

devenne

i s a b e l l a c la r a

d e v e n n e jo a n n e s

b o o k a e rt ju d o c a

0 5 .0 7 .1 7 2 7

devenne

m a r ia th e r e s ia

d e v e n n e jo a n n e s

b o o k a e rt ju d o c a

1 1 .0 7 .1 7 2 7

van w assen h o v e

p e tr u s

v a n w a s s e n h o v e jo a n n e s

w ille m ijn s m a ria

1 1 .0 7 .1 7 2 7

van w assen h o v e

fra n c is c u s

v a n w a s s e n h o v e jo a n n e s

w ille m ijn s m a ria

0 1 .1 2 .1 7 2 7

rav eel

p e tr u s

ra v e e l a d ria a n

c la e r h o u t m a r ia a n n a

0 1 .1 2 .1 7 2 7

rav eel

ro sa

ra v e e l a d ria a n

c la e r h o u t m a r ia a n n a

0 4 .0 1 .1 7 2 8

boone

(g e m in i)

b o o n e jo a n n e s

d e s c h e e m a e k e r e lis a b e th

0 4 .0 1 .1 7 2 8

boone

(g e m in i)

b o o n e jo a n n e s

d e s c h e e m a e k e r e lis a b e th

1 4 .0 7 .1 7 2 8

v a n ij s e r

p e tr u s

v a n ij s e r p e tr u s

v a n c o ild e m a r ia f ra n c is c a

1 4 .0 7 .1 7 2 8

v a n ij s e r

a n to n i u s

v a n ij s e r p e t r u s

v a n c o ild e m a r ia fra n c is c a

2 1 .0 7 .1 7 2 8

v a n la n d ig h e m

jo se p h u s

v a n la n d ig h e m c o m e liu s

d o b b e ls p e tr o n illa

2 1 . 0 7 .1 7 2 8

v a n la n d ig h e m

c o rn e liu s

v a n la n d ig h e m c o m e liu s

d o b b e ls p e tr o n illa

2 1 .0 7 .1 7 2 8

v a n la n d ig h e m

p e tr o n illa

v a n la n d ig h e m c o m e liu s

d o b b e ls p e tr o n illa

3 1 .0 1 .1 7 2 9

v e rh ie s t

p e tr u s

v e rh ie s t je r e m ia s

d o b b e ls ju d o c a

3 1 .0 1 .1 7 2 9

v e rh ie s t

jo a n n e s

v e rh ie s t je r e m ia s

d o b b e ls ju d o c a

74

rin tie n s g u ilie lm u s

v a n c o ild e jo a n n a


0 2 . 0 2 .1 7 3 0

v a n d e rb e k e

m a r ia c a th a r in a

v a n d e rb e k e a d ria e n

c a s ie rs m a r ia c a th a r in a

0 2 . 0 2 .1 7 3 0

v a n d e rb e k e

m a r ia p e tro n illa

v a n d e rb e k e a d ria e n

c a s ie rs m a r ia c a th a r in a

1 0 .0 9 .1 7 3 0

debuck

g u i li e lm u s

d e b u c k g u ilie lm u s

d e p y p e re ju d o c a

1 0 .0 9 .1 7 3 0

debuck

j o a n n e s b a p ti s t

d e b u c k g u ilie lm u s

d e p y p e re ju d o c a

1 5 .0 9 .1 7 3 0

rav eel

e g id iu s

ra v e e l a d ria a n

c la e r h o u t m a r ia a n n a

1 5 .0 9 .1 7 3 0

rav eel

m a r ia c a th a rin a

ra v e e l a d ria a n

c la e r h o u t m a r ia a n n a

1 3 .1 0 .1 7 3 1

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

v a n n ie u w e n h u y s e jo s e p h u s

ro se e w jo a n n a

1 3 .1 0 .1 7 3 1

v a n n ie u w e n h u y s e ja c o b u s

v a n n ie u w e n h u y s e jo s e p h u s

ro se e w jo a n n a

1 7 .1 0 .1 7 3 2

v an d ek erck h o v e

v a n d e k e r c k h o v e p e tr u s

c lo e t m a r ia a n n a c lo e t m a r ia a n n a

a n n a m a ria

1 7 .1 0 .1 7 3 2

v an d ek erck h o v e

m a r ia c a ta rin a

v a n d e k e r c k h o v e p e tr u s

2 1 .1 1 .1 7 3 2

la u w e rs

m a ria a n n a

la u w e rs ja c o b u s

v a n k e ir s b ilc k m a ria c a th a r in a

2 1 .1 1 .1 7 3 2

la u w e rs

b a r b a r a t h e r e s ia

la u w e rs ja c o b u s

v a n k e ir s b ilc k m a ria c a th a r in a

1 3 .1 2 .1 7 3 2

c la u s

p e tr u s

c la u s ju d o c u s

v ro m a n b irg itta

1 3 .1 2 .1 7 3 2

c la u s

jo a n n e s

c la u s ju d o c u s

v ro m a n b irg itta

2 3 .0 1 .1 7 3 3

desm et

ju d o c u s

d e s m e t m a r t in u s

d e b u y s s c h e r e c a th a r in a d e b u y s s c h e r e c a th a r in a

2 3 .0 1 .1 7 3 3

desm et

b a r b a r a t h e r e s ia

d e s m e t m a r t in u s

2 2 . 0 1 .1 7 3 4

le v ro

ju d o c u s

le v r o g u ilie lm u s

w u lla e rt m a ria

2 2 .0 1 .1 7 3 4

le v ro

(d o c h te r)

le v ro g u ilie lm u s

w u lla e rt m a ria

2 5 . 0 3 .1 7 3 4

desm et

m a ria n n a

d e s m e t fra n c is c u s

c lu s e p e tr o n illa

2 5 . 0 3 .1 7 3 4

desm et

R i g n a ti u s

d e s m e t fra n c is c u s

c lu s e p e tr o n illa

1 0 .0 4 .1 7 3 4

m a e r te n s

a n n a tre s ia

m a e r t e n s p e tr u s

c la e r h o u t m a r ia a n n a

1 0 .0 4 .1 7 3 4

m a e r te n s

(zo o n )

m a e r t e n s p e tr u s

c la e r h o u t m a ria a n n a

1 3 .0 6 .1 7 3 4

v a n la n d e g h e m

jo s e p h u s

v a n la n d e g h e m c o m e liu s

e e c k h o u t m a ria

1 3 .0 6 .1 7 3 4

v a n la n d e g h e m

m a ria

v a n la n d e g h e m c o m e liu s

e e c k h o u t m a ria

1 3 .0 7 .1 7 3 4

v a n le rb e rg h e

m a r ia fra n c is c a

v a n le r b e rg h e f ra n c is c u s

v e rs c h e ld e e lis a b e th

1 3 .0 7 .1 7 3 4

v a n le r b e r g h e

isa b e lla

v a n le r b e rg h e f ra n c is c u s

v e rs c h e ld e e lis a b e th v l a e m i n c k l iv i n a

0 2 . 0 9 .1 7 3 4

k e s te lo o t

jo s e p h u s

k e s te lo o t jo a n n e s

0 2 . 0 9 .1 7 3 4

k e s te lo o t

ig n a tiu s

k e s te lo o t jo a n n e s

v la e m in c k liv in a

1 6 .0 9 .1 7 3 4

v e r f a il d e

e lis a b e th

v e rf a ild e jo a n n e s

c o o le n s c a ta r in a c o o le n s c a ta r in a

1 6 .0 9 .1 7 3 4

v e rfa ild e

c h ris tin a

v e rf a ild e jo a n n e s

2 9 . 0 9 .1 7 3 4

c o m e iln ie

m ic h a e l

c o m e iln ie ro g e riu s

la u w e rs fra n c is c a

2 9 . 0 9 .1 7 3 4

c o m e iln ie

g u i li e lm u s

c o m e iln ie ro g e riu s

la u w e rs fra n c is c a

3 0 .1 0 .1 7 3 4

d e la e re

jo a n n e s ig n a tiu s

d e la e r e ig n a tiu s

b o o n e ju d o c a

3 0 .1 0 .1 7 3 4

d e la e re

p e tr u s j o s e p h u s

d e la e r e ig n a tiu s

b o o n e ju d o c a

2 6 .0 9 .1 7 3 5

d e m e ije r

jo s e p h u s

d e m e i j e r p e tr u s

d e g ra n d e ju d o c a

2 6 .0 9 .1 7 3 5

d e m e ije r

jo a n n a

d e m e i j e r p e tr u s

d e g ra n d e ju d o c a

3 0 .1 1 .1 7 3 5

v e rsc h u e re

(d o c h te r)

v e r s c h u e r e p e tr u s

ta v e m ie r jo a n n a

0 1 .1 2 .1 7 3 5

v e rsc h u e re

ju d o c a

v e r s c h u e r e p e tr u s

ta v e m ie r jo a n n a ?

3 1 .0 1 .1 7 3 6

c la e rh o u t

( le v e n lo o s )

c l a e r h o u t p e tr u s

3 1 .0 1 .1 7 3 6

c la e rh o u t

( le v e n lo o s )

c l a e r h o u t p e tr u s

?

3 1 .0 1 .1 7 3 6

c la e rh o u t

( le v e n lo o s )

c l a e r h o u t p e tr u s

?

0 1 . 0 2 .1 7 3 6

w u lla e rt

l u d o v ic u s

w u l l a e r t p e tr u s

v e rm o te p e tr o n illa

0 1 . 0 2 .1 7 3 6

w u lla e rt

jo s e p h u s

w u l l a e r t p e tr u s

v e rm o te p e tr o n illa

2 2 . 1 2 .1 7 3 6

d e c a e s s e m a e c k e r ja c o b u s jo s e p h u s

d e c a e s s e m a e c k e r jo a n n e s

d e c le r c q jo a n n a

2 2 . 1 2 .1 7 3 6

d ecaessem aeck er

p h ilip p u s ig n a tiu s

d e c a e s s e m a e c k e r jo a n n e s

d e c le r c q jo a n n a

3 0 . 1 2 .1 7 3 6

d e n ij s

m a r ia c a th a rin a

d e n ijs fra n c is c u s

v e rs c h a e ts e m a r ia a n n a

3 0 .1 2 .1 7 3 6

d e n ij s

m a rth a

d e n ijs fra n c is c u s

v e rs c h a e ts e m a r ia a n n a

1 8 .0 2 .1 7 3 7

v e rc ru ijc e

p e tr u s jo s e p h u s

v e rc r u ijc e jo a n n e s

v a n le r b e rg h e e lis a b e th

1 8 .0 2 .1 7 3 7

v e rc ru ijc e

j o a n n e s f r a n c is c u s v e r c r u i j c e j o a n n e s

v a n le r b e rg h e e lis a b e th

0 5 .0 7 .1 7 3 7

v e rb re y

m a ria an n a

v e rb re y jo se p h u s

d e c le y ju d o c a

0 5 .0 7 .1 7 3 7

v e rb re y

jo a n n a m a ria

v e rb re y jo s e p h u s

d e c le y ju d o c a

1 3 .0 8 .1 7 3 7

v a n ti j g h e m

jo s e p h u s

v a n tijg h e m ju d o c u s

w ille m ijn s ju d o c a

1 3 .0 8 .1 7 3 7

v a n ti j g h e m

j o a n n e s b a p tis t

v a n tijg h e m ju d o c u s

w ille m ijn s ju d o c a

1 9 .0 9 .1 7 3 7

v e rh ie s t

m a r ia c a th a r in a

v e rh ie s t jo a n n e s

b o o n e m a r ia c a th a r in a

1 9 .0 9 .1 7 3 7

v e rh ie s t

e lis a b e th

v e rh ie s t jo a n n e s

b o o n e m a r ia c a th a r in a

2 2 .1 0 .1 7 3 8

b la n k a e rt

m a ria n n a

b la n k a e r t g u ilie lm u s

d e p y p e re ja c q u e m in e

2 2 .1 0 .1 7 3 8

b la n k a e rt

b a r b a r a t h e r e s ia

b la n k a e r t g u ilie lm u s

d e p y p e re ja c q u e m in e

2 6 .1 1 .1 7 3 8

la n d u y t

b irg itta

la n d u y t jo s e p h u s

d e p ijp e r b irg itta

2 6 .1 1 .1 7 3 8

la n d u y t

a n n a m a ria

la n d u y t jo s e p h u s

d e p ijp e r b irg itta

1 2 .0 2 .1 7 3 9

f le u r k ij n

p e tr u s jo s e p h u s

fle u r k ijn g u ilie lm u s

c o tte n ijs c a th a r in a

1 2 .0 2 .1 7 3 9

f le u r k ij n

(zo o n )

fle u r k ijn g u ilie lm u s

c o tte n ijs c a th a r in a

75


0 2 .0 3 .1 7 3 9

v a n k e ir s b ilc k

b a rb a r a th e r e s ia

v a n k e i r s b i l c k p e tr u s

to u rm a n m a ria b a rb a ra

0 2 .0 3 .1 7 3 9

v a n k e ir s b ilc k

m a ria jo a n n a

v a n k e i r s b i l c k p e tr u s

to u rm a n m a r ia b a rb a r a

1 2 .0 5 .1 7 4 0

v a n le r b e rg h e

t h e r e s ia

v a n l e r b e r g h e f r a n c is c u s

v e rs c h e ld e e lis a b e th

1 2 .0 5 .1 7 4 0

v a n le r b e rg h e

jo s e p h a

v a n l e r b e r g h e f r a n c is c u s

v e rs c h e ld e e lis a b e th

0 2 . 1 2 .1 7 4 0

h o s te n s

jo a n n a

h o s te n s jo a n n e s

tu y te n s a d ria n a

0 2 . 1 2 .1 7 4 0

h o s te n s

p e tro n e lla

h o s te n s jo a n n e s

tu y te n s a d ria n a s n o u w a e r t b rig itta

1 4 .1 2 .1 7 4 0

s c h ie te r s

m a r t in u s

s c h ie te r s lu d o v ic u s

1 4 .1 2 .1 7 4 0

s c h ie te r s

g u ilie lm u s a n d re a s

s c h ie te r s lu d o v ic u s

s n o u w a e r t b rig itta

0 6 .0 2 .1 7 4 1

m a e r tin

j o a n n e s f r a n c is c u s

m a e r tin g u ilie lm u s

p h a r e s e i j n b a r b a r a t h e r e s ia

0 6 .0 2 .1 7 4 1

m a e r ti n

p e tr u s j o s e p h u s

m a e r t i n g u i li e lm u s

p h a r e s e i j n b a r b a r a t h e r e s ia

2 9 .0 3 .1 7 4 1

v a n c o illie

jo a n n e s

v a n c o illie jo s e p h u s

d e s im p e la e re e lis a b e th

2 9 .0 3 .1 7 4 1

v a n c o illie

c h ris tia e n

v a n c o illie jo s e p h u s

d e s im p e la e re e lis a b e th

0 5 . 1 2 .1 7 4 2

debouver

p e tr u s jo s e p h u s

d e b o u v e r p e tr u s

c o m e l i s b i r g i tt a

0 5 . 1 2 .1 7 4 2

debouver

jo a n n e s

d e b o u v e r p e tr u s

c o m e lis b irg itta

0 8 . 1 2 .1 7 4 2

venne

g u ilie lm u s

v e n n e p e tr u s

v a n s te e n k is te p e tr o n e lla

0 8 . 1 2 .1 7 4 2

venne

m a ria

v e n n e p e tr u s

v a n s te e n k is te p e tr o n e lla

0 5 .0 5 .1 7 4 3

v a n d e k e rc k h o v e ju d o c u s

v a n d e k e rc k h o v e jo a n n e s

r a e t m a r ia c a th a r in a

0 5 .0 5 .1 7 4 3

v a n d e k e r c k h o v e p e tr u s jo s e p h u s

v a n d e k e rc k h o v e jo a n n e s

r a e t m a r ia c a th a r in a

1 3 .0 1 .1 7 4 4

d e s im p e la e re

m a r ia c a th a r in a

d e s i m p e l a e r e g u i li e lm u s

d e n e v e m a r tin a

1 3 .0 1 .1 7 4 4

d e s im p e la e re

a n n a th e r e s ia

d e s i m p e l a e r e g u i li e lm u s

d e n e v e m a r tin a

2 5 . 0 1 .1 7 4 4

v e rh a e g e

ju d o c a

v e rh a e g e jo s e p h u s

b a e rt m a r ia c a th a r in a

2 5 . 0 1 .1 7 4 4

v e rh a e g e

m a r ia c a th a r in a

v e rh a e g e jo s e p h u s

b a e rt m a r ia c a th a r in a

0 4 . 0 2 .1 7 4 4

c la e r h o u t

j o a n n e s fra n c is c u s

c la e r h o u t jo a n n e s

b lo m e n e jo a n n a

0 4 . 0 2 .1 7 4 4

c la e r h o u t

agnes

c la e r h o u t jo a n n e s

b lo m e n e jo a n n a

2 0 . 0 3 .1 7 4 4

r o te

ig n a tiu s

r o te lu d o v ic u s

c h ris tia e n s f ra n c is c a

2 0 . 0 3 .1 7 4 4

r o te

b a rb a ra

r o te lu d o v ic u s

c h ris tia e n s f ra n c is c a

0 6 . 0 5 .1 7 4 4

goem aer

g u ilie lm u s

g o e m a e r jo a n n e s

m a k e lb e rg e m a ria a n n a

0 6 . 0 5 .1 7 4 4

goem aer

ig n a tiu s

g o e m a e r jo a n n e s

m a k e lb e rg e m a ria a n n a

1 9 .0 8 .1 7 4 4

v a n c o illie

p e tr u s jo s e p h u s

v a n c o illie jo s e p h u s

d e s im p e la e re e lis a b e th

1 9 .0 8 .1 7 4 4

v a n c o illie

b a rb a r a th e r e s ia

v a n c o illie jo s e p h u s

d e s im p e la e re e lis a b e th

2 8 .1 1 .1 7 4 4

c la u s

th e r e s ia

c la u s ju d o c u s

v r o m a n b i r g i tt a

2 8 .1 1 .1 7 4 4

c la u s

ig n a tiu s

c la u s ju d o c u s

v ro m a n b irg itta

2 0 .0 1 .1 7 4 5

d e m e u le n a e re

m a ria a n n a

d e m e u le n a e re jo a n n e s

v a n a c k e r th e r e s ia

2 0 .0 1 .1 7 4 5

d e m e u le n a e re

is a b e lla th e r e s ia

d e m e u le n a e re jo a n n e s

v a n a c k e r t h e r e s ia

2 3 .0 9 .1 7 4 5

m o n te i jn e

ig n a tiu s

m o n te ijn e ja c o b u s

c la u s ju d o c a

2 3 .0 9 .1 7 4 5

m o n te ijn e

f ra n c is c u s

m o n te ijn e ja c o b u s

c la u s ju d o c a

1 0 .0 4 .1 7 4 6

f r e i jn e

jo se p h u s

f re ijn e m a tth e u s

c lu y s e ju d o c a

1 0 .0 4 .1 7 4 6

f re ijn e

p e tr u s

re ijn e m a tth e u s

c lu y s e ju d o c a

1 8 .0 4 .1 7 4 6

V e r m e u le n

d o m in ic u s

V e r m e u le n p e tr u s

v a n k e ir s b ilc k th e r e s ia

1 8 .0 4 .1 7 4 6

V e r m e u le n

agnes

V e r m e u le n p e tr u s

v a n k e i r s b i l c k t h e r e s ia

2 7 .0 1 .1 7 4 8

cosm an

jo se p h u s

c o s m a n ro g e riu s

c o o p m a n m a r ia f ra n c is c a

2 7 .0 1 .1 7 4 8

cosm an

ig n a tiu s

c o s m a n ro g e riu s

c o o p m a n m a r ia fra n c is c a

1 4 .0 4 .1 7 4 8

la n ts h e e re

b r ig itta

la n ts h e e re ju d o c u s

o v e rm a n m a ria

1 4 .0 4 .1 7 4 8

la n ts h e e re

m a ria a n n a

la n ts h e e re ju d o c u s

o v e rm a n m a ria

1 7 .0 4 .1 7 4 8

h e lle b u y c k

c a ro lu s

h e lle b u y c k jo s e p h u s

la e th e m m a r ia c a th a r in a

1 7 .0 4 .1 7 4 8

h e lle b u y c k

m a ria jo a n n a

h e lle b u y c k jo s e p h u s

la e th e m m a r ia c a th a r in a

1 7 .0 5 .1 7 4 8

v e rre ije

ig n a tiu s

v e rre ije jo a n n e s

s u rm o n t m a r ia c a th a r in a

1 7 .0 5 .1 7 4 8

v e rre ije

a u g u s tin u s

v e rre ije jo a n n e s

s u rm o n t m a r ia c a th a r in a

2 8 .0 9 .1 7 4 8

d e b ru y n e

jo se p h u s

d e b ru y n e ju d o c u s

v a n a c k e r e p e tr o n e lla

2 8 .0 9 .1 7 4 8

d e b ru y n e

c a ro lu s

d e b ru y n e ju d o c u s

v a n a c k e r e p e tr o n e lla

0 1 .0 7 .1 7 5 1

m is m a n

jo a n n e s

m is m a n ro g e riu s

d e v rie n t m a r ia c a th a r in a

0 1 .0 7 .1 7 5 1

m is m a n

(zo o n )

m is m a n ro g e riu s

d e v rie n t m a r ia c a th a r in a

1 4 .0 5 .1 7 5 2

c la e rh o u t

m a r ia c a th a r in a

c la e r h o u t f ra n c is c u s

b a e c k e la n t f ra n c is c a

1 4 .0 5 .1 7 5 2

c la e r h o u t

m a r ia a n n a th e r e s ia

c la e r h o u t f ra n c is c u s

b a e c k e la n t f ra n c is c a

1 0 .1 0 .1 7 5 2

n e ir r in c k

a u g u s tin u s

n e ir r in c k jo a n n e s

b o o n e p e tr o n e lla

m a r ia fra n c is c a

n e ir r in c k jo a n n e s

b o o n e p e tr o n e lla

1 0 .1 0 .1 7 5 2

n e ir r in c k

2 9 . 1 2 .1 7 5 2

v a n c o m p e r n o lle a n n a m a ria

v a n c o m p e r n o lle jo a n n e s

d e m o e s b rig itta

2 9 . 1 2 .1 7 5 2

v a n c o m p e m o lle a g n e s

v a n c o m p e r n o lle jo a n n e s

d e m o e s b rig itta

2 3 .0 3 .1 7 5 3

h aesaert

b a r b a r a t h e r e s ia

h a e sa e rt ja c o b u s

v e rm a n d e l m a r ia fra n c is c a

2 3 .0 3 .1 7 5 3

h aesaert

jo a n n a th e r e s ia

h a e sa e rt ja c o b u s

v e rm Ă n d e l m a r ia fra n c is c a

76


15.07.1753 w i l li n 15.07.1753 w i l li n 15.12.1753 v a n n i e u w e n h u y s e 15.12.1753 v a n n i e u w e n h u y s e 18.02.1754 d e b o u v r e 18.02.1754 d e b o u v r e 18.10.1754 g e l t h o f 18.10.1754 g e l t h o f 12.11.1754 cleij 12.11.1754 c le ij 13.02.1755 t y tt e n s 13.02.1755 t y t t e n s 21.02.1755 v i j n c k i e r 21.02.1755 v i j n c k i e r 18.02.1756 d e v o l d e r 18.02.1756 d e v o l d e r 28.02.1756 d e s c e e m a e k e r 28.02.1756 d e s c e e m a e k e r 20.11.1756 d e m a r ĂŠ 20.11.1756 d e m a r ĂŠ 19.01.1757 m e s t d a g h 20.01.1757 m e s t d a g h 27.04.1757 d e c le i j 27.04.1757 d e c le i j 04.10.1757 t a e c k 04.10.1757 t a e c k 04.03.1758 d a n n e e l s 04.03.1758 d a n n e e l s 07.03.1761 v a n n i e u w e n h u y s e 07.03.1761 v a n n i e u w e n h u y s e 20.03.1761 d e r t o i j 20.03.1761 d e r t o i j 21.11.1764 v e r m a n d e l 21.11.1764 v e r m a n d e l 15.04.1765 d e j o n g h e 15.04.1765 d e j o n g h e 19.05.1765 b l a u b l o m m e 19.05.1765 b l a u b l o m m e . 03.08.1765 v a n n i e u w e n h u y s e 03.08.1765 v a n n i e u w e n h u y s e 27.08.1765 v e r b e k e 27.08.1765 v e r b e k e 09.08.1766 v e r g o t t e 09.08.1766 v e r g o t t e 10.09.1766 d e l e e r s n e i j d e r 10.09.1766 d e l e e r s n e i j d e r 10.01.1767 l o v a e r t 10.01.1767 l o v a e r t 17.02.1767 v e r m a e t e 17.02.1767 v e r m a e t e 05.07.1768 b u l ti n c k 05.07.1768 b u l ti n c k 12.08.1768 v a n n i e u w l a n t 12.08.1768 v a n n i e u w l a n t 16.03.1769 v e r m a n d e l 16.03.1769 v e r m a n d e l 05.04.1769 s a b b e 06.04.1769 s a b b e 20.08.1769 v e r f a il i e 21.08.1769 v e r f a il i e

f ra n c is c u s

w i l l i n p e tr u s

fe e m s th e r e s ia

ja c o b u s

w i l l i n p e tr u s

f e e m s th e r e s ia

m a ria m a g d a le n a

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

la g e tte m a r ia a n n a

m ic h a e l

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

la g e tte m a r ia a n n a

a n to n i u s

d e b o u v re p h ilip p u s

d e s m e t p e tr o n e lla

j o a n n a t h e r e s ia

d e b o u v re p h ilip p u s

d e s m e t p e tr o n e lla

c e c ilia

g e lth o f jo a n n e s

w i n d e l s j o a n n a t h e r e s ia

m a r i a e li s a b e t h

g e lth o f jo a n n e s

w i n d e l s j o a n n a t h e r e s ia

a u g u s tin u s

c le i j j u d o c u s

d u s lie r p e tr o n e lla

m a ria a n n a

c le i j j u d o c u s

d u s lie r p e tr o n e lla

jo a n n e s

ty tte n s jo a n n e s

v a n m e e r e b irg itta

m a r t in u s

ty tte n s jo a n n e s

v a n m e e re b irg itta

m a r i a c a th a r ia

v ijn c k ie r c o rn e liu s

v a n le r b e rg e c a th a r in a

b a r b a r a t h e r e s ia

v ijn c k ie r c o rn e liu s

v a n le r b e rg e c a th a r in a

jo a n n a

d e v o ld e r m a x im ilia a n

V e r m e u le n a n g e l i n a

f r a n c is c u s

d e v o ld e r m a x im ilia a n

V e r m e u le n a n g e l i n a

p e tr u s j o s e p h u s

d e s c e e m a e k e r jo a n n e s

s o e ta e rt m a r ia c a th a r in a

b rig itta

d e s c e e m a e k e r jo a n n e s

s o e ta e rt m a r ia c a th a r in a

a n n a t h e r e s ia

d e m a rĂŠ ja c o b u s

v e rh e ije m a ria c a th a r in a

b i r g i tt a

d e m a rĂŠ ja c o b u s

v e rh e ije m a ria c a th a rin a

j o a n n e s s e b a s t i a a n m e s t d a g h p e tr u s

d e c u y p e rju d o c a

p e tr u s jo s e p h u s

m e s t d a g h p e tr u s

d e c u y p e r ju d o c a

p e tr u s

d e c le i j j o s e p h u s

d u s s e lie r p e tr o n e lla

f r a n c is c u s

d e c le i j j o s e p h u s

d u s s e lie r p e tro n e lla

jo a n n e s

ta e c k ig n a tiu s

lijb e e r m a r ia c a th a rin a

ig n a tiu s

ta e c k ig n a tiu s

lijb e e r m a r ia c a th a r in a

b a rb a ra

d a n n e e ls ro g e riu s

d e v rie n t p e tro n e lla

jo a n n a

d a n n e e ls ro g e riu s

d e v rie n t p e tr o n e lla

ju d o c a

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

v e rs ta e n m a ria a n n a

b a rb a ra

v a n n ie u w e n h u y s e jo a n n e s

v e rs ta e n m a ria a n n a

a n n a m a ria

d e rto ij lu d o v ic u s

beke agnes

b a r b a r a t h e r e s ia

d e rto ij lu d o v ic u s

beke agnes

a m o ld u s

v e r m a n d e l p e tr u s

d e m e ij jo a n n a

is a b e lla

v e r m a n d e l p e tr u s

d e m e ij jo a n n a

g u i li e lm u s

d e jo n g h e g u ilie lm u s th o m a s

v e rlin d e m a ria a n n a

j o a n n e s fra n c is c u s d e jo n g h e g u ilie lm u s th o m a s

v e rlin d e m a ria a n n a m e u le m a n m a r ia c a th a r in a

m a r ia c a th a r in a

b l a u b l o m m e p e tr u s

ig n a tiu s

b l a u b l o m m e p e tr u s

m e u le m a n m a r ia c a th a rin a

p e tr u s

v a n n ie u w e n h u y s e ja c o b u s

b o n te jo a n n a th e re s ia

r o g e riu s

v a n n ie u w e n h u y s e ja c o b u s

b o n te jo a n n a th e r e s ia

p e tr u s

v e r b e k e m a x i m il ia a n

v e r b e k e j o a n n a t h e r e s ia

jo s e p h u s

v e rb e k e m a x im ilia a n

v e rb e k e jo a n n a th e r e s ia

g u i li e lm u s

v e rg o tte p e tr u s ja c o b u s

s a m m ijn m a r ia jo s e p h a

f r a n c is c u s

v e r g o t t e p e tr u s j a c o b u s

s a m m ijn m a r ia jo s e p h a

b a rb a ra

d e l e e r s n e i j d e r m ic h a e l

c o s m a n a n n a m a ria

a n n a t h e r e s ia

d e l e e r s n e i j d e r m ic h a e l

c o s m a n a n n a m a ria

b a rb a ra

l o v a e r t f r a n c is c u s

v e rf a illie b a rb a ra

ju d o c a

l o v a e r t f r a n c is c u s

v e rf a illie b a rb a ra

c o s m a n d a m ia a n

v e rm a e te jo s e p h u s

v a n p a rijs ja c o b a

g u i li e lm u s

v e rm a e te jo s e p h u s

v a n p a rijs ja c o b a

p e tr u s j o s e p h u s

b u ltin c k jo s e p h

v a n d e g e n s te jo a n n a

fra n c is c a

b u ltin c k jo s e p h

v a n d e g e n s te jo a n n a

c la r a

v a n n ie u w la n t m a rin u s

a lv o e t m a ria

m a r ia p e tro n illa

v a n n ie u w la n t m a rin u s

a lv o e t m a ria

re g in a

v e r m a n d e l p e tr u s

d e m e ij jo a n n a

m a ria jo a n n a

v e r m a n d e l p e tr u s

d e m e ij jo a n n a

c a th a r in a

s a b b e jo a n n e s

m e ijfr o it m a r ia c a th a rin a

m a ria a n n a

s a b b e jo a n n e s

m e ijfr o it m a r ia c a th a r in a

b a rb a r a th e r e s ia

v e rf a ilie jo a n n e s

d o b b e ls jo a n n a

ig n a tiu s

v e rf a ilie jo a n n e s

d o b b e ls jo a n n a

77


12.03.1770 12.03.1770 08.12.1770 09.12.1770 13.12.1770 13.12.1770 26.04.1771 26.04.1771 11.05.1771 11.05.1771 03.06.1771 03.06.1771 22.09.1771 22.09.1771 27.09.1771 27.09.1771 28.10.1771 28.10.1771 21.02.1772 21.02.1772 02.03.1772 02.03.1772 20.04.1772 21.04.1772 15.08.1773 15.08.1773 29.12.1773 29.12.1773 09.09.1774 09.09.1774 03.10.1774 03.10.1774 31.05.1775 31.05.1775 29.03.1776 29.03.1776 02.07.1776 02.07.1776 23.08.1776 23.08.1776 26.11.1776 26.11.1776 09.01.1777 09.01.1777 29.09.1777 29.09.1777 29.09.1777 13.11.1777 13.11.1777 15.03.1778 15.03.1778 15.03.1778 15.03.1778 20.02.1779 20.02.1779 21.03.1779 21.03.1779 06.05.1779 06.05.1779 16.05.1779 16.05.1779

78

debone

is a b e lla

d e b o n e p e tr u s j o s e p h u s

t ij tg a t j o a n n a m a r i a

debone

b irg itta

d e b o n e p e tr u s j o s e p h u s

tijtg a t jo a n n a m a r ia v e n n e ro sa ja c o b a

v ro m a n

f ra n c is c u s

v r o m a n p e tr u s

v ro m a n

ja c o b u s

v r o m a n p e tr u s

v e n n e r o s a ja c o b a

le c lu y s e

cosm an

l e c l u y s e p e tr u s j o s e p h u s

h e lle b u y c k jo a n n a th e r e s ia

le c lu y s e

d a m ia a n

le c lu y s e p e tu s jo s e p h u s

h e lle b u y c k jo a n n a th e r e s ia

d e m e u ln a e re

m a rth a

d e m e u ln a e re jo a n n e s

w ille m ijn s m a r ia

d e m e u ln a e re

b e rn a rd u s

d e m e u ln a e re jo a n n e s

w ille m ijn s m a r ia

v a n s te e n k is te

f r a n c is c u s

v a n s te e n k is te ig n a tiu s

o s tijn s m a r ia a n n a

v a n s te e n k is te

a n th o n i u s

v a n s te e n k is te ig n a tiu s

o s ti j n s m a r i a a n n a

m aes

is a b e lla ro s a

m a e s la u re n tiu s

v e rh e ije m a r ia a n n a

m aes

jo a n n e s

m a e s la u re n tiu s

v e rh e ije m a r ia a n n a

d e w i tt e

is a b e lla ro s a

d e w i t t e a n to n i u s

d e b e l m a ria jo a n n a

d e w itte

ja c o b u s

d e w i t t e a n to n i u s

d e b e l m a ria jo a n n a

v o o rb ek e

ja c o b u s

v o o rb e k e jo a n n e s

v e rf a illie jo s e p h a

v o o rb ek e

s ilv e s te r

v o o rb e k e jo a n n e s

v e rf a illie jo s e p h a

d e p ijp e r

jo a n n e s

d e p i j p e r f r a n c is c u s

d e k le r c k m a r ia a n n a

d e p ijp e r

m a ria a n n a

d e p ijp e r f ra n c is c u s

d e k le r c k m a r ia a n n a

s a m i jn

g u ilie lm u s h e n ric u s s a m ijn p e tr u s jo s e p h u s

v a n m e e n e n m a ria a n n a

s a m i jn

b a rb a r a th e r e s ia

s a m ijn p e tr u s jo s e p h u s

v a n m e e n e n m a ria a n n a

desm et

jo s e p h u s

d e s m e t jo a n n e s

m a e s b irg itta

desm et

jo a n n e s

d e s m e t jo a n n e s

m a e s b irg itta

V e r m e u le n

m a ria a n n a

V e r m e u le n p e tr u s

d e m e y e r e b a rb a r a th e r e s ia d e m e y e r e b a rb a r a th e r e s ia

V e r m e u le n

j o a n n e s b a p ti s t

V e r m e u le n p e tr u s

b a tt h e e u s

jo a n n e s

b a tth e e u s jo a n n e s

d e v o ld e r m a r ia c a th a r in a

b a tth e e u s

m a ria a n n a ro sa

b a tth e e u s jo a n n e s

d e v o ld e r m a r ia c a th a r in a

b u ltijn c k

b a rb a r a th e r e s ia

b u ltijn c k jo s e p h u s

v a n d e g in s te m a r ia jo a n n a

b u ltijn c k

m a r ia ja c o b a

b u ltijn c k jo s e p h u s

v a n d e g in s te m a r ia jo a n n a

V e r m e u le n

m a ria jo a n n a

V e r m e u le n p e tr u s

V e r m e u le n b a r b a r a

V e r m e u le n

b irg itta

V e r m e u le n p e tr u s

V e r m e u le n b a r b a r a

decagny

f e rd in a n d u s

d e c a g n y p e tr u s

v a n w a lle g h e m a g n e s

decagny

a n to n iu s

d e c a g n y p e tr u s

v a n w a lle g h e m a g n e s

g o e th a l s

m a ria a g n e s

g o e t h a l s p e tr u s j o s e p h

v a n d e m o o r te le is a b e lla

g o e th a ls

g a b rie l

g o e th a ls p e tr u s jo s e p h

v a n d e m o o r te le isa b e lla

d ev aere

ig n a tiu s

d e v a e r e p e tr u s

d e b o a n n a m a ria

d ev aere

d a m ia a n

d e v a e r e p e tr u s

d e b o a n n a m a ria

h e lle b u y c k

b a rb a ra

h e lle b u y c k jo a n n e s

c o o p m a n jo a n n a th e r e s ia

h e lle b u y c k

( le v e n lo o s )

h e lle b u y c k jo a n n e s

c o o p m a n jo a n n a th e r e s ia

d e m e u ln a e re

b e rn a rd u s

d e m e u ln a e re jo s e p h u s

b r a e k e v e lt a g n e s

d e m e u ln a e re

a n n a t h e r e s ia

d e m e u ln a e re jo s e p h u s

b r a e k e v e lt a g n e s

ro o se

ju d o c u s g isle n u s

r o o s e g e rm a in

v e rc r u y s s e c a th a r in a

ro o se

b e rn a rd u s

r o o s e g e rm a in

v e rc r u y s s e c a th a r in a

d e g ra n d e

ja c o b u s

d e g ra n d e ja c o b u s

v e rv e n n e jo a n n a

d e g ra n d e

jo a n n a

d e g ra n d e ja c o b u s

v e rv e n n e jo a n n a

d o b b e ls

m a r ia th e r e s ia

d o b b e ls jo a n n e s

d e g ra n d e m a ria jo a n n a

d o b b e ls

(n a a m lo o s )

d o b b e ls jo a n n e s

d e g ra n d e m a ria jo a n n a

d o b b e ls

(p ro ie s)

d o b b e ls jo a n n e s

d e g ra n d e m a ria jo a n n a

c o n n in c k

j o a n n e s b a p ti s te

c o n n in c k g u ilie lm u s

t a v e m i e r t h e r e s ia

c o n n in c k

m a ria a n n a

c o n n i n c k g u i li e lm u s

ta v e m ie r th e r e s ia

d e s im p e la e re

m a ria

d e s im p e la e re fra n c is c u s

b ra e t m a ria a n n a

d e s im p e la e re

e u g e n ia

d e s i m p e l a e r e f r a n c is c u s

b r a e t m a ria a n n a

v e rlin d e

jo a n n e s

v e rlin d e jo a n n e s

v e rh ie s t m a ria a n n a

v e rlin d e

(p ro ie s)

v e rlin d e jo a n n e s

v e rh ie s t m a ria a n n a

v a n n ie u w e n h u y s e is a b e lla th e r e s ia

v a n n ie u w e n h u y s e ja c o b u s

v e rh e ije jo a n n a

v a n n ie u w e n h u y s e : c y p r i a n u s

v a n n ie u w e n h u y s e ja c o b u s

v e rh e ije jo a n n a

s a m in

a n n a th e r e s ia

s a m in ig n a tiu s

d e fe v r e b irg itta

s a m in

m a r ia c a th a r in a

s a m in ig n a tiu s

d e fe v r e b irg itta

debel

m a ria a n n a

d e b e l a d ria a n

v e rb a u w h e d e jo a n n a th e r e s ia

debel

(le v e n lo o s )

d e b e l a d ria a n

v e rb a u w h e d e jo a n n a th e r e s ia

c a rlie r

p e tr u s

c a r lie r jo a n n e s

s a m ijn e lis a b e th

c a rlie r

(le v e n lo o s )

c a rlie r jo a n n e s

s a m ijn e lis a b e th


02.06.1779 02.06.1779 06.09.1779 06.09.1779 05.10.1780 05.10.1780 22.12.1780 22.12.1780 30.05.1781 30.05.1781 22.08.1782 22.08.1782 10.02.1783 09.02.1783 02.09.1783 02.09.1783 09.12.1783 09.12.1783 18.06.1784 18.06.1784 18.06.1784 24.08.1784 24.08.1784 18.12.1784 18.12.1784 18.01.1785 18.01.1785 28.04.1785 28.04.1785 02.12.1785 02.12.1785 23.12.1785 23.12.1785 23.05.1786 23.05.1786 19.07.1786 19.07.1786 24.09.1786 24.09.1786 26.01.1787 26.01.1787 01.07.1787 01.07.1787 17.01.1788 17.01.1788 26.01.1788 26.01.1788 20.05.1788 20.05.1788 06.06.1788 06.06.1788 18.10.1788 18.10.1788 05.02.1789 05.02.1789 25.04.1789 25.04.1789 09.01.1790 09.01.1790 11.04.1790 11.04.1790

christiaens christiaens calens calens maertens maertens vannifel vannifel roose roose vandaele vandaele devens devens debo debo verheecke verheecke lateure lateure lateure devenne devenne leman H leman tanghe tanghe brunneel brunneel clarysse clarysse vanaverbeke vanaverbeke lefevre lefevre maes maes vanparijs vanparijs vermandel vermandel willemijns willemijns demeulenaere demeulenaere patijn patijn lefevre lefevre baekelandt baekelandt deleersnijder deleersnijder dejaeghere dejaeghere vens vens dejaeghere dejaeghere vanparijs vanparijs

eugenius coleta ignatius josephus ivo ludovicus barbara leo petrus maria josepha rosalia (levenloos) petrus franciscus joannes franciscus catharina rosalia ignatius coleta (meisje) ivo bartholomeus francisca monica sophia beatrice hubertus ignatius amelia josephus leonardus rosalia petrus joannes ivo maria anna barbara theresia franciscus apolonia joannes (levenloos) xaveria joannes isabella rosalia ignatius franciscus leo ivo coleta josephus maria ignatius francisca cecilia guilielmus rosalia leonardus bemardus

christiaens judocus christiaens judocus calens jacobus calens jacobus maertens ludovicus maertens ludovicus vannifel petrus vannifel petrus roose carolus ludovicus roose carolus ludovicus vandaele ignatius vandaele ignatius devens joannes devens joannes debo carolus ludovicus debo carolus ludovicus verheecke joannes verheecke joannes lateure guilielmus lateure guilielmus lateure guilielmus devenne joannes devenne joannes leman ludovicus leman ludovicus tanghe dominicus tanghe dominicus brunneel petrus josephus brunneel petrus josephus clarysse jacobus clarysse jacobus vanaverbeke judocus vanaverbeke judocus lefevre josephus lefevre josephus maes olivier maes olivier vanparijs ignatius vanparijs ignatius vermandel joannes vermandel joannes willemijns carolus willemijns carolus demeulenaere josephus demeulenaere josephus patijn franciscus patijn franciscus lefevre josephus lefevre josephus baekelandt petrus baekelandt petrus deleersnijder franciscus deleersnijder franciscus dejaeghere joannes dejaeghere joannes vens guilielmus vens guilielmus dejaeghere joannes dejaeghere joannes vanparijs ignatius vanparijs ignatius

caluwaert josepha caluwaert josepha verheije maria anna verheije maria anna hellebuyck birgitta hellebuyck birgitta braekevelt barbara braekevelt barbara verhuist anna birgitta verhuist anna birgitta bonduel albertina bonduel albertina devisschere maria anna devisschere maria anna verfaillie barbara theresia verfaillie barbara theresia billiet isabella billiet isabella bonte maria francisca bonte maria francisca bonte maria francisca devisschere maria anna devisschere maria anna carette francisca carette francisca montagne maria anna montagne maria anna Vermeulen barbara theresia Vermeulen barbara theresia peers barbara theresia peers barbara theresia lefevre rosa lefevre rosa devaere maria catharina devaere maria catharina depoorter anna depoorter anna vandenheede barbara theresia vandenheede barbara theresia saeijge joanna saeijge joanna belaen barbara theresia belaen barbara theresia claerhout petronilla claerhout petronilla staelens catharina staelens catharina devaere maria catharina devaere maria catharina maes theresia maes theresia stevens catharina stevens catharina deven theresia deven theresia sabbe joanna sabbe joanna deven theresia deven theresia vandenheede barbara theresia vandenheede barbara theresia

79


2 5 .0 6 .1 7 9 0

v e rsc h e u re

ig n a tiu s

v e rs c h e u r e jo a n n e s

d e s m e t d o r o th e a

2 5 .0 6 .1 7 9 0

v e rsc h e u re

jo a n n e s

v e rs c h e u r e jo a n n e s

d e s m e t d o r o th e a

1 7 .1 2 .1 7 9 0

d a n n e e ls

agnes

d a n n e e l s p e tr u s

v a n n ie u w e n h u y se b a rb a ra

1 7 .1 2 .1 7 9 0

d a n n e e ls

i s a b e l la

d a n n e e l s p e tr u s

v a n n ie u w e n h u y se b a rb a ra

2 2 .0 1 .1 7 9 1

w u lla e rt

s e b a s tia n u s

w u lla e rt jo s e p h u s

d e b e ls b a rb a r a

2 2 .0 1 .1 7 9 1

w u lla e rt

lu d o v ic u s

w u lla e rt jo s e p h u s

d e b e ls b a rb a ra

0 4 .0 2 .1 7 9 1

d e m e u le n a e re

le o p o ld

d e m e u le n a e re jo s e p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

0 4 .0 2 .1 7 9 1

d e m e u le n a e re

jo se p h u s

d e m e u le n a e re jo s e p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

0 8 .0 4 .1 7 9 1

v a n k e rs b ilc k

r o s a lia

v a n k e r s b i l c k p e t r u s j o s e p h u s w i l le p e t r o n i l l a

0 8 .0 4 .1 7 9 1

v a n k e rs b ilc k

fra n c is c a

v a n k e r s b i l c k p e t r u s j o s e p h u s w i l le p e t r o n i l l a

2 0 .0 8 .1 7 9 1

b o lla e rt

jo se p h u s

b o lla e rt b e m a r d u s

d u n e b il e lis a b e th

2 0 .0 8 .1 7 9 1

b o lla e rt

e u g e n ia

b o lla e rt b e m a r d u s

d u n e b il e lis a b e th

0 4 .1 2 .1 7 9 1

ro sse e l

le o

r o s s e e l p e tr u s jo s e p h u s

la u w e rs m a ria a n n a

0 4 .1 2 .1 7 9 1

ro sse e l

r o s a lia

r o s s e e l p e tr u s jo s e p h u s

la u w e rs m a ria a n n a

1 9 .0 1 .1 7 9 2

n e irijn c k

a m e lia

n e ir ijn c k ja c o b u s

m o rtie r m a r ia th e r e s ia

1 9 .0 1 .1 7 9 2

n e irijn c k

s o p h ia

n e ir ijn c k ja c o b u s

m o rtie r m a r ia th e r e s ia

2 6 .0 1 .1 7 9 2

s te e n h u y s e

ig n a tiu s

s te e n h u y s e fra n c is c u s

la u w e rs m a ria jo s e p h a

2 6 .0 1 .1 7 9 2

s te e n h u y s e

jo a n n e s

s te e n h u y s e fra n c is c u s

la u w e rs m a ria jo s e p h a

0 5 .0 6 .1 7 9 2

d e m e u le n a e re

th e r e s ia

d e m e u le n a e re jo se p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

0 5 .0 6 .1 7 9 2

d e m e u le n a e re

lu d o v ic a

d e m e u le n a e re jo s e p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

2 7 .0 4 .1 7 9 3

h asaert

a p o lo n ia

h a s a e r t jo a n n e s

h e llijn c a th a r in a

2 7 .0 4 .1 7 9 3

h asaert

b a rb a ra

h a s a e r t jo a n n e s

h e llijn c a th a r in a

2 9 .0 5 .1 7 9 3

d e m e u le n a e re

gaspar

d e m e u le n a e re jo s e p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

2 9 .0 5 .1 7 9 3

d e m e u le n a e re

c a ro lu s p h ilip p u s

d e m e u le n a e re jo s e p h u s

c la e r h o u t p e tr o n illa

1 2 .1 0 .1 7 9 3

o o re lb e k e

p e tr u s

o o r e lb e k e p h ile m o n

v a n h e e th e r e s ia

1 2 .1 0 .1 7 9 3

o o re lb e k e

(m e isje )

o o r e lb e k e p h ile m o n

v a n h e e th e r e s ia

2 2 . 0 2 .1 7 9 4

b o n te

iv o

b o n te jo a n n e s

p a u w e ls a n n a

2 2 .0 2 .1 7 9 4

b o n te

(le v e n lo o s )

b o n te jo a n n e s

p a u w e ls a n n a

0 5 . 0 8 .1 7 9 4

d e m e u le n a e re

f ĂŠ lic ita

d e m e u le n a e r e a u g u s tin u s

b o n te m a ria jo a n n a

0 5 . 0 8 .1 7 9 4

d e m e u le n a e re

(le v e n lo o s d o c h te r ) d e m e u le n a e r e a u g u s tin u s

b o n te m a ria jo a n n a

0 7 . 0 1 .1 7 9 6

v e r s c h a e ts e

a n g e la

v e rs c h a e ts e jo a n n e s

d e s im p e la e re m a r ia jo a n n a

0 7 . 0 1 .1 7 9 6

v e rs c h a e ts e

c o n s ta n tia

v e rs c h a e ts e jo a n n e s

d e s im p e la e re m a r ia jo a n n a

1 9 .0 1 .1 7 9 6

v e rh ie s t

t h e r e s ia

v e rh ie s t b e m a rd u s

v l a m y n c k V ic to ria

1 9 .0 1 .1 7 9 6

v e rh ie s t

le o

v e rh ie s t b e m a rd u s

v l a m y n c k V ic to ria

2 4 . 0 5 .1 7 9 6

d e lb a e r e

ja c o b u s

d e l b a e r e p e tr u s

d e lo d d e r e m a r ia fra n c is c a

2 4 . 0 5 .1 7 9 6

d e lb a e r e

iv o

d e l b a e r e p e tr u s

d e lo d d e r e m a r ia fra n c is c a

1 3 .0 8 .1 7 9 6

g a ll e

iv o

g a lle jo a n n e s s a c h a ria s

d e f r a i n e i s a b e l la

1 3 .0 8 .1 7 9 6 ?

g a ll e

( le v e n lo o s )

g a lle jo a n n e s s a c h a ria s

d e b u ssch e

ju d o c u s

d e b u s s c h e ja c o b u s

d e f r a i n e i s a b e l la ?

?

d eb u ssch e

m a g d a le n a

d e b u s s c h e ja c o b u s

?

Inez DEMARREZ

Adressen van de auteurs : Luciaan Ceyssens, Minderbroeders straat 5, 3800 Sint-Truiden Inez DĂŠmarrez, C. Buyssestraat 35, 9810 Eke-Nazareth

80


Rouwdienst DHONDT

ALG EM EN E ELEC TRIC ITEIT

D e b u s s c h e re E .& L .

Bruggestraat 43 - 8700 TIELT Tel. (051)40 07 15 Fax (051)40 73 37 GSM (075) 32 77 08

S tationstraat 103 8700 TIELT Tel. (0 5 1 )4 0 02 27

Privaat- en industriële installaties Laagspanningsinstallaties Winkelverlichting Studie - Advies - Uitvoering

n u l TUUR LIGT ONS

0 BANK VAN ROESELARE 0 Ó n z e

B a n k

kul # energie ö m aken w e graag

vrij.

VAN

@

T O T

(Z)

0 G H S E L IV E S T ELE C TR A BE L-0 MENS,

MILIEU

EN

ENERGIE

K o rtr ijk s e s tr a a t 8 6 - 8 7 0 0 T IE L T T e l. (0 5 1 ) 4 2 31 11


DE ROEDE VAN TIELT

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 28ste jaargang, nr 3 - september 1997 Afgiftekantoor 8700 Tielt


AUTOCARS-REISBUREAU

DE MEIBLOEM een onderneming die reeds 63 jaar lang met troeven als VEILIGHEID - KOMFORT - KLASSE U een héél aparte belevenis bezorgt !

IMI[![)®[L©[M[MI Kasteelstraat 149 - 8700 TIELT Tel. (051) 40 18 23 - Fax (051) 40 51 93 V o o r al uw é é n d a a g se of m e e rd a a g se reizen LU X E a uto cars • • • • •

Binnen- en buitenlandse reizen Cars van 30 - 40 - 54 - 67 tot 87 plaatsen Cars uitgerust met air-conditioning, video, toilet, bar Aanhangwagen beschikbaar Liftcar

VERNIEUWEN EN HERSTELLEN VAN ZETELS, SALONS, STOELEN EN ZITBANKEN

^RGENTK uw appeltje voor de dorst

STEEDS DE BETERE VOORWAARDEN

Kris Tanghe Kantoorhouder

B0UCKAERT DANIEL Félix D'hoopstraat 33 8700 TIELT Tel. (051) 40 42 30

leperstraat 8 8700 Tielt Tel. (0 51)40 39 53 Fax (051)40 56 79


DE ROEDE VAN TIELT Heemkundige Kring voor de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt, d.i. Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem, Zwevezele. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde.

Voorzitter : P. Vandepitte, Driesstraat 7-9, Tielt - (051 ) 40 17 00 Ondervoorzitter : P. Callens, Waterstraat 18, Pittem - (051) 46 71 90 Sekretaris-penningmeester : Ph. De Gryse, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt - (051) 40 18 38 Redactie : V. Baert, J. Billiet, Ph. De Gryse, W. Devoldere, Fr. Hollevoet, R. Ostyn, P. Vandepitte

Lidmaatschapsbijdrage : 700 fr., te betalen op rekening 000-0398411-32 van De Roede van Tielt, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in "De Roede van Tielt" mogen slechts overgeno­ men worden met toestemming van de redactie. Kaft : detail van de kaart van het graafschap Vlaanderen door Robert de Vaugondy, zoon, 1762.

INHOUD VAN DIT NUMMER (28ste jg., nr 3, september 1997) P. Struyve, Van hoelahoep tot industrieel profiel : de geschiedenis van Injextru Plastics (1947 - 1997) in het licht van 70 jaar kunststofverwerkende industrie in Tielt en Pittem

blz. 2-124

bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


Van hoelahoep tot industrieel profiel :

DE GESCHIEDENIS VAN INJEXTRU PLASTICS (1947-1997) in het licht van 70 jaar kunststofverwerkende industrie in Tielt en Pittem.

INHOUDSTAFEL Voorwoord Inleiding I. Formica, en het ontstaan van de kunststofindustrie in het Tieltse Een brouwerszoon met een technische knobbel Eerste contacten met kunststoffen De stichting van Formica Formica tijdens de oorlogsjaren ILInjextru, een familiebedrijf in de kunststofbranche 1. De moeilijke beginjaren (1947-1956) Een advertentie in Le Soir Injextru Plastics start binnen de muren van Formica Het Oost-Vlaamse intermezzo (1950-1952) Terug in de bakermat De productie in de eerste jaren 2. De boom-jaren (1957 tot eind iaren zestig) De hoelahoep De overige productie in de jaren zestig De verhouding werkgever-werknemers Tielt: plastiekstad? 2


3. De jaren zeventig: gered door de tuinmeubelen? Investeringen naar een nieuwe oriëntatie De productie in de jaren zeventig Somerset (tuinmeubelen) Ventinella (sierluiken) Ipeewall (bouwprofielen) Extruplas (industriële profielen) Overinvesteringen? Het rampjaar 1980 De verhouding werkgever-werknemers 4. De feniks herrijst uit zijn as (de iaren ’80 en ’90) Een strategie voor de toekomst Injextru en de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen Betere producten door betere kwaliteitszorg Een groeiende buitenlandse omzet De verhouding werkgever-werknemers Injextru en cultuur Aan de vooravond van de vijftigste verjaardag... Eindbeschouwing Bijlagen Bibliografische nota en eindnoten

3


VOORWOORD wat hier volgt, is de geschiedenis van vijftig jaar injextru plastics nv, of beter gezegd: de geschiedenis van meer dan vijftig werknemers (zeg maar families) gedurende vijftig jaar in tielt. alle eer gaat natuurlijk naar mijn vader, mijnheer andré, zoals men in tielt zegt, die “het” gedaan heeft, ziekte weerhoudt er hem echter van zelf het voorwoord te schrijven. historicus peter struyve verdient alle lof: uit een heel pak informatie en dokumentatie slaagde hij erin een studie op mensenmaat te maken, hij zal elke lezer een beetje “injextru” maken. als slot wens ik de nieuwe injextru nog eens vijftig jaar boeiende geschie­ denis ten gunste van alle mensen die bij injextru betrokken zijn en ten gunste van gans het tieltse!

ad multos annos!

eddie verbeke 13 oogst 1997

4


INLEIDING Dit jaar is het precies vijftig jaar geleden dat André Verbeke samen met Marcel Lauweryns het kunststoffenbedrijf Injextru stichtte. Toevallig valt dit jubileum ook samen met de overname van dit familiebedrijf door het Waregemse Iplast Holding. Zaakvoerder Eddie Verbeke, zoon van André, had immers besloten Injextru te verkopen. Eind 1996 was de overeen­ komst getekend. Daarmee is een einde gekomen aan Injextru als familie­ bedrijf. Met des te meer reden kunnen we beweren dat een periode afge­ sloten is en noopt dit tot een terugblik. In dit werk kijken we terug op meer dan een halve eeuw kunststofgeschiedenis in Tielt. Niet alleen behandel ik de geschiedenis van Injextru, maar ik betrek er ook het eerste Tieltse kunststofverwerkende bedrijf in. Dit bedrijf, Formica, werd in 1933 door Robert Tavemier gesticht. André Verbeke, de latere schoonbroer van Robert, was er sinds 1935 tewerkge­ steld en hij zou er na verloop van tijd een leidinggevende rol krijgen. In 1947 stichtte hij echter zijn eigen onderneming: Injextru Plastics. De eerste kunststoffen werden geproduceerd op basis van natuurlijke grondstoffen (1). Zo slaagde de Amerikaan Hyatt in 1868 erin op basis van cellulose (de belangrijkste bouwsteen van planten) celluloid te ontwikke­ len. Het werd gebruikt voor de productie van biljartballen en kunstgebit­ ten, maar diende ook als fotografische onderlaag. De NV Gevaert (°1920) zou er haar voordeel mee doen. Een andere kunststof met als vertrekpunt een natuurlijk product was galaliet, een Duitse uitvinding (1899, Vereinigten Gummiwaren). De basis van galaliet was caseïne (“kaasstof’) dat verkregen werd door afgeroomde melk te stremmen waarna het uitgehard werd door het onder te dompelen in formaldehyde. Dit galaliet (ook wel kunsthoorn genoemd) zou voor de ontwikkeling van de kunststofverwerkende industrie in Roeselare-Tielt van groot belang zijn. Galaliet werd in België in 1925 geïntroduceerd door een fabrikant uit Péruwelz (bij Doornik). Van daaruit verspreidde het zich ook naar onze streek. Robert Tavernier kwam er rond 1927 mee in contact. Meteen was de basis gelegd van de kunststofindustrie. De verwerking van galaliet vond hier een toepassing in de productie van kledings- en mode-artikelen als knopen, kammen, gespen... Eind jaren dertig ging Formica een nieuwe grondstof verwerken: poly­ styreen. Een echte kunststof, vervaardigd uitsluitend uit kunstmatig beko­ men elementen. Die grondstof werd samen met de eerste spuitgietmachines geïntroduceerd. Meteen dus de overstap van een semi-ambachtelijk 5


naar een industrieel bedrijf. Tijdens de oorlog ging Formica nylon, een zeer moderne kunststof, verwerken. Na de oorlog werd dit nylon de basis voor een oriëntatie van het bedrijf naar de industrie toe. Het bedrijf was ondertussen, na de dood van zijn stichter in 1947, van naam veranderd: Formica werd Erta. André Verbeke had inmiddels zijn eigen bedrijf opgestart. Net zoals Robert Tavemier in 1927, begon hij zijn bedrijf met enkele tweedehandse machientjes. Ook hij werd een pionier in de kunststofverwerkende nijver­ heid. Injextru was één van de eerste PVC-verwerkende bedrijven in de Benelux. Als Tielt en de regio vandaag de dag bekend zijn voor hun kunststofin­ dustrie, dan is dat voor een groot deel te danken aan het werk van mensen als Robert Tavernier en André Verbeke. De geschiedenis van Formica wordt in een eerste inleidend deel beschre­ ven. In het eigenlijke corpus behandel ik de geschiedenis van Injextru. Voor meer gegevens over het verwerkte bronnenmateriaal verwijs ik naar het einde van de studie. Tenslotte wens ik Eddie Verbeke, de opdrachtgever van dit werkje, te bedanken voor zijn niet aflatende steun en vooral voor de vrijheid die hij me liet bij het uitwerken van het onderwerp.

6


I. FORMICA, EN HET ONTSTAAN VAN DE KUNSTSTOF­ INDUSTRIE IN HET TIELTSE Een brouwerszoon met een technische knobbel Zonder twijfel kan Robert Tavernier beschouwd worden als pionier van de kunststofindustrie in Tielt en omgeving. Hij werd geboren in 1901 in Pittem als oudste zoon van Alice Lison en Jules Tavemier, een eigenzinnige brouwer. Reeds vroeg ontwikkelde Robert een grote belangstelling voor tech­ niek (2). Als jongeling was hij ten zeerste geïnteresseerd in de nieuwste snufjes. Zo knutselde hij rond 1918 eigenhandig een radio in elkaar uniek in de streek. Hij draaide tijdens de Eerste Wereldoorlog ook films in zijn vaders ontmantelde brouwerij en interesseerde zich voor fotografie. Rond 1940 zou hij trouwens een 16 mm filmcamera kopen. Aan het Tieltse St.-Jozefscollege volgde hij de richting Grieks-Latijn. Waarschijnlijk maakte hij die studies niet af. Hij volgde nog één jaar les aan de technische school in Deinze en studeerde daarna nog één of twee jaar aan de Ecole Consulaire et Commerciale van Bergen (Mons). Alhoewel hij graag zijn vader had opgevolgd als brouwer, werd dit voor­ nemen steeds afgeremd. Meer zelfs, brouwer Jules Tavernier stopte er in 1924 mee. Het ging nochtans om een bloeiende zaak. Robert Tavemier werd genoodzaakt uit te kijken naar een andere beroeps­ bezigheid. Ondertussen was hij verloofd met Maria Vande Walle, oudste dochter van Cyriel en Leonie Van Daele. Haar vader was “meester-kleermaker” en in de Tieltse Sint-Janstraat hield haar moeder een winkel open. De verloofden huwden in mei 1924. Het gezin trok van Pittem eerst naar Kortrijk, verhuisde medio 1927 naar Roeselare om eind 1929 terug in Pittem te belanden (3). In Kortrijk en Roeselare verkocht Tavernier radiotoestellen, zoals blijkt uit advertenties in het Vlaams-nationalistisch weekblad De WestVlaming (4). In Kortrijk kwam hij ook nog aan de kost als bier- en drankhandelaar. Hij was bijvoorbeeld depothouder van Globe Limonade.

Eerste contacten met kunststoffen Het zou in Roeselare geweest zijn dat Robert Tavernier voor het eerst galaliet ging verwerken tot knopen en gebruiksvoorwerpen. Wellicht had zijn aangeboren interesse voor nieuwigheden hem tot de kunststoffen gebracht. Bovendien moest hij uitzien naar een nieuwe beroepsbezigheid, aangezien zijn vader de brouwerij stilgelegd had. Tavernier had de machines voor de verwerking van galaliet gekocht uit 7


1. Robert Tavemier (1901-1947) introduceerde de verwerking van kunststoffen in Roeselare-Tielt en kan beschouwd worden als pionier van de kunststofindustrie in Vlaanderen.

8


een faillissement. De machines waren vermoedelijk afkomstig uit de streek van Péruwelz (bij Doornik) waar men reeds ervaring had met de verwerking van kunststoffen (5). Tavemier maakte dit galaliet niet zelf. Het werd aangekocht in de vorm van platen of staven. Door die platen of staven langs mechanische weg te bewerken (zagen, draaien, slijpen, polijsten) kon men allerlei gebruiksvoorwerpen vervaar­ digen. Industriële toepassingen lagen veel moeilijker omdat galaliet onder invloed van vocht gaat werken, net zoals hout. Naar verluidt zou er ook celluloid verwerkt geweest zijn in Roeselare. Behalve deze kunststoffen gebruikte Tavemier ook natuurlijke materialen zoals corozo en nacre als grondstof voor de knopenproductie (6). De corozonoot is de pit van de vrucht van een palmsoort die voorkomt in Ecuador, Columbia en de Salamonseilanden. De noten, die iets groter waren dan een duivenei, werden in zakken geleverd. Ze moesten eerst in schijfjes gezaagd worden, die gedroogd werden. Uit die schijfjes werden dan de knopen geboord, die verder bewerkt werden. Nacre was een soort schelp, waarvan de binnenkant bestond uit parelmoer. Ook uit die schelpen werden knopen geboord. Welk materiaal het meest verwerkt werd, de kunststoffen of de natuurpro­ ducten, blijft onbekend. Ook meer details over de eigenlijke productie ont­ breken. Volgens André Tavemier, broer van Robert, draaiden in de werkplaats wel een tiental machientjes. Dit atelier was ingericht op de verdieping van het woonhuis. Robert had de zaak opgestart samen met Jules Van Daele, een Pittemnaar, waarvan twee schoonbroers (Werbroeck) uit Roeselare ook bij Tavemier werkten. De rest van het personeel bestond uit vrouwen. Naar verluidt had Robert Tavernier een van zijn machientjes laten nama­ ken door een werktuigkundige. Die ging de machines echter op zijn beurt verkopen (7). Op die manier ontstonden er kort na 1930 verschillende knopenbedrijven in het Roeselaarse. Zo ging in 1932 in Kachtem de knopenfabriek Moderna van start en een jaar later volgde Novellit in Roeselare (8). In 1937 begon Benari Deceuninck in Beveren-Roeselare met de productie van knopen, kammen en gespen uit kunststof. Zijn bedrijf maakte vooral de laatste decennia furore als producent van PVC-ramen, -deuren... (9). Toen Robert Tavernier eind 1929 naar zijn geboortedorp Pittem terug­ keerde, nam hij ook zijn machines mee om daar zijn activiteiten verder te zetten. 9


if f p in if c u m l * +

WERKHUIZEN E jflL F ] E ü t f 2.

10

Plattegrond van de Werkhuizen Galacor in Pittem, 1934.


In de jaren dertig ontstond dus in het arrondissement Roeselare-Tielt een pril begin van kunststofindustrie. Deze fabrikanten behoorden hiermee tot de pioniers in België. In Pittem stichtte Robert Tavemier samen met de Bruggeling Alfons Caestecker de Samenwerkende Vennootschap Werkhuizen Galacor. Wanneer dit precies gebeurd is, is onduidelijk (10). Mogelijk al in 1930 maar de aanvraag om de fabriek in te richten in de voormalige brouwerij van vader Tavernier in de Kauwstraat dateert pas van eind 1934 (11). Doel van de onderneming was de productie van “kleine kledingsvoorwerpen” zoals knopen en gespen. In de briefhoofding van het bedrijf lezen we trouwens : “Artikelen in plas­ tische grondstoffen - Knoopen in Galalith, Corozo, Nacre - Gespen in Galalith en Celluloid”. Blijkbaar werden nog dezelfde materialen ver­ werkt als in Roeselare, maar galaliet stond toch voorop. Dit galaliet werd verkregen door caseïne dat “door tussenkomst van formaline [=formaldehyde] en bijzondere bewerking onder vorm van platen of staven wordt vervormd”. Verdere manipulatie door middel van “slijp-, snij- en poetsmolens” moest dan tot de uiteindelijke gebruiksvoorwerpen leiden. Op de plannen zien we 30 “knoopmachines”, 27 “poliermolens”, en ver­ der een slijpsteen, drie zaagmachines, twee draaibanken, een boormachi­ ne, een “topmachien” en tenslotte een “presmachine”. Deze presmachine was waarschijnlijk een pers waarmee de caseïnekorrels tot galalietplaten en -staven gevormd werden. Een zestigtal “werksters” zouden tewerkgesteld worden in de werkhuizen. Maar in 1933 kwam er een kink in de kabel. Naar verluidt was er onenig­ heid opgetreden tussen Robert Tavernier en Alfons Caestecker. Tavernier verliet in dat jaar Galacor en stichtte in Tielt zijn eigen bedrijf. Ook Jules Van Daele verliet na enige tijd Galacor (12). Galacor heeft daarna niet lang meer gewerkt in Pittem. Het bedrijf was immers gevestigd in de oude brouwerij van Tavemier, wat na de breuk waarschijnlijk voor de nodige problemen zorgde. In 1936 vestigde Alfons Caestecker het knopen- en gespenbedrijf Galacor in Loppem (13).

De stichting van Formica In september van 1933 had Robert Tavernier de toestemming gekregen om in de Sint-Janstraat nr. 16 in Tielt, het adres van zijn schoonouders, een knopenfabriek te beginnen (14). In feite was het zijn schoonvader, kleer­ maker Cyriel Vande Walle die de aanvraag ingediend had. Waarom op die 11


Stad

Thielt

.Pian d e r t7nrict>tixt-g d e r Çe£ou.\/en. cL-enende g / o V /è rè jo £ a .a é & ó o £ & e ir À e u fe r& e n Vân  u -n s é b o o rn . in d a

Ifânicnq' vjxTL fljr Ç . Vin<£ew'a.f/’e

ö iO c t n a ir v ta .t JY?J S

3. Plattegrond van de “eerste” Formica, in de Sint-Janstraat, 1933. Het achterste gebouwtje was het kippenhok.

12


manier gewerkt werd, is niet helemaal duidelijk. Was het omdat Robert Tavemier nog officieel betrokken was bij Galacor? In elk geval wordt in de familiekring verhaald dat het de bedoeling van Cyriel Vande Walle was om zijn kinderen en schoonkinderen werk te verschaffen. We zien inder­ daad dat verschillende familieleden een functie kregen in het nieuwe bedrijf. Cyriel Vande Walle moet dan ook beschouwd worden als financier van het project. De machines waren evenwel eigendom van Tavemier en waren waarschijnlijk meegebracht uit Pittem. Tot hij in 1935 een eigen woonst betrok, woonde hij in bij zijn schoonou­ ders in Tielt. In de werkplaats stonden verschillende werktuigen “dienende tot draaien, snijden en afwerken der knoppen [sic] uit verschillende stoffen, maar voornamelijk kaasstof’. Met die “kaasstof ’ (caseïne) wordt eigenlijk galaliet bedoeld. De werkplaats was ingericht achter het woonhuis, een deel van de machi­ nes stond zelfs in het omgebouwde “kiekenkot”. Op het plan van de inrichting bemerken we zes draaibanken, drie polierbanken en nog een schijfzaag en een boormachine. Deze machines wer­ den aangedreven met een elektrische motor. Wat duidelijk ontbreekt zijn “persmachines”, machines waarmee zelf galalietplaten of -staven geproduceerd konden worden zoals bij Galacor. Blijkbaar werd het galaliet ingekocht en beperkte Tavernier zich tot het verwerken ervan tot knopen. Reeds een jaar later, eind 1934 of begin 1935, verhuisde Robert Tavernier zijn werkplaats naar de Kazernestraat (nu Stoktmolenstraat). De nieuwe aanvraag die daarvoor nodig was, stond nu wel op zijn eigen naam (15). Hier komt ook voor het eerst de bedrijfsnaam Formica (Latijn voor mier) op de proppen (16). Deze mier, symbool van ijver en werklust, werd het embleem van de firma en prijkte in de briefhoofding. In de Kazernestraat werden dezelfde machines geïnstalleerd als in de SintJanstraat, maar blijkbaar was dit machinepark op een jaar tijd al duchtig gegroeid want er wordt melding gemaakt van acht poliermolens en zeven draaibanken. Er waren nog altijd geen persmachines. Een afgezonderd opgestelde mazoutmotor van 14 PK zorgde voor de aan­ drijving van twee assen die langs beide zijden van het atelier geplaatst waren en waarop de werktuigen aangesloten werden. De werktuigen waren individueel voorzien van een “stofopslorpingsbuis” die leidde naar de stofkamer op de koer. Formica was in augustus 1933 begonnen met drie werknemers. Tegen het einde van het jaar waren het er al negen. Dit aantal bleef maar stijgen. In 13


-Aj

a z e r ra e s

ra c i

5. Opname van de werkplaats vanuit het woonhuis van de familie Robert Tavernier in de Oude Stationstraat, wrsch. 1936. In de tuin vermoedelijk Robert Tavemier en zijn vrouw Maria Vande Walle.


1935 werkten gemiddeld 26 mensen bij Formica, in 1938 bijna 40 (17). In het “knopenkot”, zoals de Formica gemeenzaam betiteld werd, werkten overwegend vrouwen. Het maken van bijvoorbeeld de knopen was inderdaad een precisiewerkje. Eerst werden de galalietstaven in schijfjes gesneden, daarna werd dat schijfje gefreesd om er het juiste model aan te geven. Vervolgens werden er gaatjes (twee of vier) geboord in het knoopje. Tenslotte kregen de kno­ pen nog een kleurbad en werden ze gepolierd. Dit alles gebeurde met de hand, stuk per stuk. Het op kaarten naaien van de knopen werd door thuiswerksters gedaan. Naast de knopen werden ook gespen, kammen en besteksteuntjes gemaakt. Het waren eigenlijk modeartikels. Zo moest er elk jaar een nieu­ we collectie voor de knopen ontworpen worden (18). Op 20 februari 1935 kwam André Verbeke (° 1914) in dienst als “meester­ gast” bij Formica. Hij was de zoon van Cyriel, een kleermaker, en Ida De Neve. Van een Tieltse pater-minderbroeder, een gemeenschappelijke ken­ nis van zowel de familie Verbeke als van de familie Tavernier, had hij ver­ nomen dat Robert Tavernier voor zijn nieuwe werkplaats in de Kazernes op zoek was naar een meestergast (19). André Verbeke werd onmiddellijk aangeworven. Het is ook in Formica dat hij zijn toekomstige vrouw leerde kennen, Marie-Josée Vande Walle. Zij was de dochter van Cyriel en dus de schoonzuster van Robert Tavemier. Ze huwde met André Verbeke in 1944. André Verbeke en Robert Tavernier konden naar verluidt goed met elkaar opschieten. Het waren dus niet alleen collega’s en schoonbroers in spe, maar ook vrienden. Er werkten nog meer familieleden in het bedrijf. Zo bijvoorbeeld André Vande Walle (°1912) die fungeerde als “technisch bestuurder”. Ook René Tavernier (°1911), broer van Robert, kwam, waarschijnlijk in 1939, in dienst van Formica. Tijdens de oorlog was hij technisch directeur. In 1948 kwam ook Antoon Vande Walle (°1907) in de zaak terecht. In 1939 kocht Robert Tavernier op een beurs in Leipzig een spuitgietmachine (20). Daarmee introduceerde hij als eerste in België deze techniek. Bij spuitgieten wordt de grondstof in een verwarmde spuitgietcilinder gebracht, waarna de kneedschroef de gesmolten grondstof onder druk in een koude vorm (matrijs) perst. Na afkoeling heeft de kunststof de vorm van de matrijs aangenomen. De kunststof waarmee in Formica gewerkt werd op de spuitgietmachines was polystyreen (PS), een thermoplast afkomstig van IG Farben. Polystyreen was, in tegenstelling tot de kunststoffen op basis van natuur15


6. Binnenzicht op een deel van de werkplaats, wrsch. 1936. Let op de vliegwielen die de machines aandrijven en op de stofafvoerbuizen aan de rech­ terkant.

7. Opname in dezelfde ruimte, maar wrsch. van 1940. Links André Verbeke omringd door heel wat (jeügdig) vrouwelijk schoon.

16


lijke producten, een “echte”, moderne kunststof. De introductie van de spuitgietmachines markeert meteen de overschake­ ling van een semi-ambachtelijk naar een industrieel bedrijf. Het spuitgieten was ideaal voor massaproductie van kleine, losse voor­ werpen. Voortaan werd een deel van de knopenproductie niet langer gedraaid, maar gespoten. Op die manier kon de productie enorm opgedre­ ven worden. Voor de luxe-knoop bleef de ‘ambachtelijke’ werkwijze in voege. Probleem was echter dat polystyreen smolt aan ca. 80 graden waardoor strijkende en kookwassende huismoeders in de problemen kwamen. Tavemier ging dan zijn spuitgietmachines vooral gebruiken voor een ander product: kammen. Dit werd zijn meest succesrijke artikel. De Formica-kammen uit polystyreen waren immers als massaproduct veel goedkoper dan de traditionele kam (uit been, hout of metaal) waarvan de productie zeer arbeidsintensief was.

Formica tijdens de oorlogsjaren Vanaf september 1939 had Tavernier zo weinig werk dat hij zijn mazoutmotor diende stil te leggen. In de laatste twee maanden werd in Formica maar 3 weken gewerkt (21). Ongetwijfeld stond dit in verband met de oor­ log die in september 1939 begonnen was. Tavernier was voor zijn spuitgietmachines, zijn matrijzen en ook zijn grondstoffen voor een groot deel afhankelijk van Duitsland. De oorlog verhinderde ongetwijfeld de invoer van Duitse produkten, zodat Formica zonder werk zat. Dit bleef echter niet zo, integendeel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de firma aanvankelijk een gevoelige uitbreiding (22). Terwijl op last van de bezetter vele bedrijven doelbewust afgebouwd werden, kregen andere bedrijven een voorkeursbehandeling. Het waren, meestal grote, fir­ ma’s die de oorlogsmachine van direct nut konden zijn. Dit waren de zogenaamde Rüstungs- en Sperrbetriebe. Ook Formica was een Rüstungsbetrieb, wat betekende dat een groot deel van de productie voor het Duitse leger bestemd was. Formica maakte twee zaken voor de Duitsers: kammen en kunststofflesjes. Deze flesjes waren bestemd om een anti-gasvloeistof te bevatten. Beide zaken, de flesjes en de kammen, behoorden tot de uitrusting van de Duitse soldaat. De vraag naar de kammen was zo groot dat het bedrijf de bestellingen niet kon bijhouden. Eind 1943 produceerde Formica 44.000 kammen per week. Robert Tavernier wilde zijn bedrijf dan ook snel uitbreiden. In april 1941 17


8. Tijdens de bouwwerken in 1941. V.l.n.r.: Hilde Tavernier (dochter van Robert), MarieJosée Vande Walle, André Verbeke, Maria Vande Walle, Robert Tavemier en Irène Vande Walle met vooraan Herwig en Werner Tavernier (de 2 jongste zonen).

9. Na de verbouwing. De bestaande werkplaats was gedeeltelijk afgebroken en vervangen door een twee bouwlagen tellend, modem ogend atelier. De overdekte doorgang rechts leidde naar de Kazernestraat. In het uit­ springende deel links werden de bureaus ingericht.

10. Twee zussen aan het werk in het woonhuis van de familie Robert Tavemier aan de Oude Stationstraat, 1941. Rechts: Maria Vande Walle, links: Marie-Josée.

18


vroeg - en kreeg - hij daarvoor de toelating van de provincie (23). Door gebrek aan bouwmaterialen zou hij echter maar een deel van de plannen realiseren. De ondernemer motiveerde zijn aanvraag met de bewering dat zijn pro­ ductie nu tweemaal zo groot was als voor de oorlog. Dit bracht vanzelf­ sprekend een toename aan personeel mee : “ik sta hier in myn klein werk­ huis met meer dan 50 werklieden, en had [ik] meer plaats ik zou er nog meer aan ‘t werk kunnen stellen”. In juli 1941 stelde Tavernier 65 mensen tewerk, dit aantal zakte evenwel in de loop van de oorlog maar bleef schommelen tussen de 30 en 40. Het bedrijf was toen uitgerust met acht “presmachines” (spuitgietmachines), elf draaibanken, zes kleine cirkelzagen, vier kleine topmachines, een boormachine en een onbekend aantal poliermolens (waarschijnlijk min­ stens zes). In 1941 is er ook sprake van een opslagruimte voor het bewaren van cel­ luloid-vellen. Door de brandbaarheid van het materiaal moesten die vellen in een afgesloten, vuurvrij lokaal bewaard worden tot ze bewerkt konden worden met “een electrisch verwarmingstoestel”. Waarschijnlijk werd het celluloid - bij gebrek aan galaliet? - gebruikt om kammen uit te snijden. Er kwam ook een gebrek aan polystyreen zodat overgeschakeld werd op cellulose-acetaat dat eveneens op de spuitgietmachines verwerkt kon worden. Grondstofschaarste was ook de reden waarom vanaf 1941 nylon verwerkt werd in Formica. Nylon was een polyamide die echter pas na de oorlog ten volle zou doorbreken, ook bij Erta, de opvolger van Formica (24). Ondertussen was Robert Tavernier verhuisd naar zijn villa in Eigenbrakel bij Brussel. Hij liet de dagelijkse leiding van het bedrijf over aan zijn directeur André Verbeke (25), terwijl Tavernier meer de commerciële kant van het bedrijf regelde in Brussel. Robert Tavernier had zich ook steeds politiek geëngageerd. Hij was van thuis uit Vlaams-nationalistisch. In 1929 had hij als kandidaat voor de Frontpartij zonder succes deelgenomen aan de provincieraadsverkiezingen. Toen in 1931 het Verdinaso gesticht werd en er aldus een scheuring ontstond in de Vlaams-nationale rangen, koos hij aanvankelijk voor de “traditionele” Vlaams-nationalisten. Later volgde hij toch de koers van Van Severen. We vinden hem, samen met zijn broer René, terug als lid van de Tieltse Verdinaso-groepering. Tijdens de oorlog, nadat het Verdinaso in feite opgelost was in het VNV (Vlaams Nationaal Verbond), sloot hij zich aan bij de Tieltse afdeling van de DeVlag, de collaborerende politieke partij die tegen het VNV opgesteld 19


werd. Ook André Verbeke volgde zijn schoonbroer in dit engagement. Er is trouwens zeer weinig bekend over de motivatie of de ernst van het enga­ gement van beide ondernemers in de DeVlag. Geen van beide nam een verantwoordelijke positie in de Tieltse DeVlag-cel in. Een en ander leidde na de oorlog tot moeilijkheden. Er werd een onder­ zoek ingesteld naar de oorlogsactiviteiten van Robert Tavernier. Hij werd met name beschuldigd van economische collaboratie. Deze beschuldiging kon evenwel niet hard gemaakt worden, en hij ging vrijuit. Vermoedelijk verloor hij wel tijdelijk zijn burgerrechten, net zoals André Verbeke. Toch liep de zaak voor Robert Tavemier uiteindelijk zeer slecht af. Op 1 mei 1947 werd hij in zijn villa in Eigenbrakel in opdracht van chirurg Dr. Rinchard doodgeschoten. De opdrachtgever behoorde tot een obscure organisatie die de repressie te mild vond en het recht in eigen handen nam... (26).

20


IL INJEXTRU, EEN FAMILIEBEDRIJF IN DE KUNSTSTOFBRANCHE 1. De moeilijke beginjaren (1947-1956) Een advertentie in Le Soir Na de oorlog werd het beter gevonden dat André Verbeke een eigen bedrijf zou opstarten. Hij kreeg daarbij de volledige steun van zijn schoonbroer Robert Tavernier. In de lente van 1946 verscheen in Le Soir een advertentie van een Zwitsers bedrijf, Femaplast, dat wegens familiale redenen de activiteiten wenste te stoppen en daarom een aantal extrusiemachientjes van de hand wilde doen (27). Het was Robert Tavernier die zijn schoonbroer op de advertentie wees: dit was dé gelegenheid voor André Verbeke om een eigen bedrijf te starten. Meteen werd een gentlemen’s agreement gesloten: het nieuwe bedrijf zou Formica geen concurrentie aandoen. Verbeke zou zich immers toeleggen op extrusie van kunststoffen, terwijl Formica van haar kant bij het injectieprocédé zou blijven. Extruderen is uitermate geschikt om ‘eindeloze’ producten zoals buizen, staven, linten, profielen, platen... continu te produceren. Men spreekt dan ook wel van meterwaren, in tegenstelling tot de stukgoederen van het injectieprocédé. Injectie of spuitgieten wordt immers gebruikt om losse voorwerpen te maken, denken we maar aan de fameuze kammen en kno­ pen van Formica. Zo gezegd, zo gedaan. De nodige contacten met de verkoper, de Duitstalige Zwitser Aloys Renns, werden gelegd. Samen met zijn toekomstige vennoot Marcel Lauweryns trok Verbeke rond Kerstmis 1946 naar Zwitserland om de machientjes te inspecteren. De hachelijkheid en avontuurlijkheid van de onderneming blijkt uit vol­ gende uitspraak van André Verbeke: “Het was met Kerstmis 1946 dat Marcel en ik in Zwitserland waren om een eerste machientje te kopen. Marcel, een advokaat, had van mechaniek begrijpelijkerwijs geen kaas gegeten en ik snapte van dat nieuwe tuig maar een heel klein beetje. In die tijd leerde je dat nog niet op de vakschool, je moest het allemaal zelf ver­ zinnen. Man, wat hebben we daar rondgetoerd, getobd en gezweet en het enige wat we tegen die opdringerige verkopers wisten in te brengen was: schön, schön...” (28). Dit “nieuwe tuig” werd de basis van het machinepark van de vennoot­ schap Injextru (de naam is het resultaat van de samentrekking van injec­ tie en extrusie (29) ). 21


12. Een heildronk op de nieuw gestichte firma Injextru, De Panne, zomer 1947. V.l.n.r.: Aloys Renns (de verkoper van de machines), André Verbeke, Marie-Josée Vande Walle, Arsène Van Verdeghem (schoonbroer van mevr. Verbeke) en Marcel Lauweryns.

13. Marcel Lauweryns (links) en André Verbeke (rechts) bij hun allereerste investering: het Zwitserse machientje uit 1947, foto jan.1977.

22


Injextru Plastics start binnen de muren van Formica Op 17 januari 1947 werd de oprichtingsakte van Injextru onderte­ kend (30). Vennoten waren André Verbeke en Marcel Lauweryns. Naar verluidt zou aanvankelijk ook Robert Tavernier meestappen in het Injextru-avontuur, maar hij liet op het laatste moment verstek gaan (31). De vennootschap bleef dus beperkt tot twee personen. Wat velen niet weten is dat Injextru eigenlijk gesticht is onder de benaming “Avena” (Latijn voor rietstengel) en dat de stichting officieel gebeurde door de vader van André Verbeke en de moeder van Marcel Lauweryns. Het maat­ schappelijk kapitaal bedroeg toen 50.000 fr. Op 27 maart 1947 werd de naam in Injextru veranderd en het kapitaal ver­ hoogd tot één miljoen zeshonderduizend frank. Meteen werd Verbeke vennoot-zaakvoerder, Lauweryns volgde in 1950 (32). Marcel Lauweryns zou zich echter veel minder inlaten met het bedrijf dan André Verbeke, die de feitelijke bedrijfsleider van Injextru mag genoemd worden. Vanaf 1949 nam Lauweryns immers zijn vroegere functie van ambtenaar bij het Ministerie van tewerkstelling en arbeid terug op. In 1957 werd Verbeke de enige zaakvoerder-beheerder, maar Lauweryns bleef vennoot (33). Als doel van de maatschappij stipuleerde de oprichtingsakte: “het ver­ vaardigen van plastische grondstoffen en plastische afgewerkte artikelen” en “handel dezer van ingevoerde grondstoffen of afgewerkte artikels van zelfde hoedanigheid”. Injextru begon haar activiteiten binnen de muren van Formica. De eigenlijke start van Injextru situeert zich pas in de zomer van 1947, dus na de dood van Robert Tavernier in mei van dat j aar. Verschillende vragen duiken hier op. Waarom werd zo lang gewacht om de Injextru-productie te starten? En was het van meetaf aan de bedoeling dat Injextru zou opstarten binnen Formica? In elk geval was het zo dat André Verbeke, tijdens de oorlog aangesteld door Robert Tavernier als gevolmachtigd directeur, deze functie ook na de oorlog bleef vervullen. Het gezin Tavemier (de weduwe van Robert met haar vier kinderen) kwam pas in juli 1951 uit Deurle terug naar Tielt. André Verbeke zat dus in een wat eigenaardige positie. Enerzijds was hij directeur van andermans bedrijf, anderzijds startte hij binnen de muren van dat bedrijf zijn eigen firma op. In die beginperiode maakte Injextru gebruik van de infrastructuur, know­ how en het menselijk kapitaal aanwezig in Formica. Zo deelde Injextru met dat bedrijf niet alleen de bedrijfsruimte in Tielt maar ook een bureau in de Jozef Il-straat, 61 in Brussel. 23


vultrechter verwarmings/koelings-mantel granulaat

gesmolten polymeer

1 transport sectie

14.

24

compres sie 1sectie

pomp sectie

spuitmond

Schematische voorstelling van het injectie- (onder) en extrusieprocĂŠdĂŠ (boven).


De kersverse vennoten mochten ook gebruik maken van het constructieatelier (“de smesse”) van de Formica, terwijl het magazijn van het extrusiebedrijfje gewoon een onderdeel vormde van het Formica-magazijn. De Injextru-productie ging, zoals gezegd, pas echt van start in de zomer van 1947. De eerste meestergast, Bruggeling Marcel Blondelle, kwam officieel in dienst op 1 juli 1947 (34). Rond die tijd werd ook Julien Verbrugge als eerste echte Injextru-arbeider aangeworven. Het Injextru-personeel bestond bij aanvang officieel uit zes mensen. Ook dit personeel was meestal afkomstig uit de Formica. Sommigen werkten officieel voor Formica maar in feite voor Injextru, bijvoorbeeld Honoré Thoen, die in 1952 Marcel Blondelle als meestergast-technieker zou opvolgen. In 1948 en 1949 telde Injextru gemiddeld 16 personeelsleden (35). In diezelfde zomer van 1947 werden ook de drie Zwitserse machines geïn­ stalleerd (36). Julien Verbrugge weet nog hoe een Zwitsers Duitstalig ingenieur de extruders kwam monteren. De naam van die technieker is onbekend gebleven, maar de arbeiders noemden hem Kübler, naar Ferdi Kübler, de Zwitser die in de Ronde van Frankrijk van 1947 twee etappes won (37). De installatie van de machines, samen met het proefdraaien nam wel een aantal weken in beslag. De eerste productieresultaten waren niet direct bemoedigend. Vooral het verwerken van de grondstof leverde problemen op. In het begin bestond de grondstof uit vellen PVC (polyvinylchloride) die eveneens door de Zwitserse verkoper van de machines geleverd werden. De vellen waren bedekt met talkpoeder tegen het aaneenklitten. Lucien Bruneel herinnert het zich nog: “Die vellen kwamen de fabriek binnen in grote houten kisten, ze waren bedekt met poeder en stonken geweldig”. De vellen moesten eerst in repen geknipt worden om ze in de cilinder van de machine te krijgen. De toevoer was echter een groot probleem: doordat de verdeling slecht was, was ook het extrusieproduct van ongelijke kwa­ liteit. Men paste daar een mouw aan door de versneden vellen eerst voor te bewerken op de eerste machine. Het onvolmaakt product, in lintvorm, werd dan een tweede keer verwerkt, wat aanzienlijk betere producten opleverde (38). Later werden ook grondstoffen in korrelvorm (het zogenaamde “compound”) verwerkt. Injextru werkt trouwens nu nog altijd op die manier. Die korrels gaven een veel betere verdeling van de grondstof. Om de ver­ werking van de korrels mogelijk te maken werd het toevoergat dat oor25


K)

Os

15. Julien Verbrugge (rechts) en de Zwitserse technieker “Kübler” tijdens het proefdraaien van de extruders, zomer 1947. Rechts worden “gaines” geproduceerd, links linten. Injextru was toen nog ondergebracht in Formica.


spronkelijk langs de zijkant zat, gewoon naar boven gedraaid en plaatste men een trechtertje op de opening (39). Toen bleek dat de productie vlotter verliep, besloot Verbeke wat meer op eigen benen te staan en hij bouwde in 1948 een eigen kleine productieruimte (40). Die stond evenwel nog altijd in de onmiddellijke nabijheid van de Formica, aan de Stoktmolenstraat (41). Zeker vanaf begin 1949 werd in het eigen gebouw geproduceerd, maar er was nog altijd geen eigen constructie-atelier, of een aparte ruimte voor magazijn en nabewer­ king (post-extrusie). Daarvoor bleef Verbeke een beroep doen op het moe­ derbedrijf Formica. Ongetwijfeld had de meer zelfstandige koers van Verbeke ook te maken met een veranderende relatie met Formica. André Verbeke bleef tot 1949 de feitelijke leiding over Formica behouden. Maar rond die tijd besloot de oudste zoon van Robert Tavernier, André (°1925), de touwtjes van zijn vaders bedrijf zelf in handen te nemen. Hij begon het bedrijf te reorganiseren. Daarvoor moest ook binnen de directie gesnoeid worden. Die bestond immers nog altijd uit een groot aantal leden van de families Tavernier, Verbeke en Vande Walle. André Tavernier besloot een einde te maken aan het wat verwarde geheel en maakte ooms en tantes duidelijk dat een schip maar één kapitein verdraagt. 1949 was het jaar van de grote ommekeer. Formica werd opgeheven en Erta (officieel: Firma Robert Tavernier- Etablissements Robert Tavernier) werd op 7 oktober 1949 boven de doopvont gehouden (42). André Verbeke en Marcel Lauweryns waren ook bij de oprichting van Erta betrokken en kunnen beschouwd worden al stichtende (zij het stille) ven­ noten. Dit “uiteenspatten” van Formica resulteerde niet alleen in de definitieve verzelfstandiging van Injextru - 1949 was het jaar waarin Verbeke zijn machines overbracht naar zijn eigen gebouw -, het gaf ook de aanzet tot het ontstaan van verschillende nieuwe plasticbedrijfjes. Zo stichtte René Tavernier, broer van Robert, in 1951 in zijn geboortedorp Pittem een kunststofverwerkend bedrijfje dat bekend zou worden onder de naam Plastics Tavernier-Hubaux. Het bedrijf produceerde industrie- en huishoudartikelen uit thermoplastische grondstoffen. Het telde in 1962 35 personeelsleden (43). Een schoonbroer van Robert Tavernier, André Vande Walle, stichtte in 1952 het bedrijfje Avena. Hij specialiseerde zich in plexiglas voor etalage en reclamedoeleinden (44). De tewerkstelling bleef altijd zeer beperkt (nooit meer dan 10 man). 27


16. Het eerste embleem van Injextru: een spuitmond waaruit een geëxtrudeerde slang komt. Bovenop elk van de letters van “Injextru” zien we doorsneden van profielen. In de briefhoofding gingen deze details echter verloren.

17. Het Injextru-gebouwtje uit 1948/1949 in de Stoktmolenstraat, toestand 1990. Langs de deur, die rechts aan de zijkant nog te zien is, kon men vanuit het aanpalende Formica in het Injextru-gebouw.

28


Het moederbedrijf Formica zou echter onder de naam Erta en onder lei­ ding van de familie Tavernier uitgroeien tot een gigant van wereldformaat. De consumptieartikelen (kammen, knopen, huishoudelijk gerei...) werden afgebouwd en vanaf de jaren vijftig oriënteerde het bedrijf zich naar tech­ nische toepassingen voor de industrie met de productie van halffabrikaten in o.a. nylon. De kunststofverwerkende nijverheid in Tielt-Pittem werd dus voor een groot deel beheerst door de drie verwante families Tavernier, Verbeke en Vande Walle.

Het Oost-Vlaamse intermezzo (1950-1952) André Verbeke zou niet lang na de officiële scheiding Formica-Injextru Tielt verlaten. Reeds in juli 1950 besloot Verbeke zijn geluk elders te beproeven. Hij trok naar Sint-Denijs-Westrem waar hij een oude weverij kon huren. Verbeke gaf in 1950 volgende uitleg voor zijn vertrek naar de OostVlaamse gemeente : “Gebrek aan plaats en aan kapitaal om een nieuwe fabriek te bouwen, daar wij in St.Denys er een huren” (45). Blijkbaar vol­ deed de nieuwgebouwde productieruimte niet en was er geen geld om iets groters te bouwen, noch waren er geschikte ruimtes te huur in Tielt. Het kwam er in elk geval op neer dat de kersverse ondernemers over onvoldoende financiële middelen beschikten om een bruikbare gebouwen-infrastructuur uit te bouwen. De fabriek die in St.-Denijs gehuurd werd, was gelegen vlakbij het vlieg­ veld. Het bedrijf was zeer ruim en zou dus nog lange tijd kunnen voldoen aan toekomstige uitbreidingen. Verbeke hoopte bovendien dat de geplan­ de autosnelweg een stimulans zou zijn voor zijn jonge onderneming. De meeste van de arbeiders die in Tielt voor Injextru werkten, trokken mee naar Sint-Denijs. Daarnaast wierf de bedrijfsleider ook nog een aan­ tal Oost-Vlamingen aan. Voor de Tieltse arbeiders betekende de verhuizing een serieuze aanpas­ sing. Voortaan moesten ze een flinke afstand afleggen. De meeste mannen die in een drieploegenstelsel werkten, reisden met de bus. Deze bus (de zogen. “Ginste car” uit Wakken, van Van Nieuwkerke) was eigenlijk bedoeld om arbeiders uit de streek naar de Gentse spinnerijen te transpor­ teren. De Injextru-arbeiders maakten van die dienst gebruik. Men betaal­ de daarvoor 90 fr per week. Een tussenkomst van de fabriek was er niet. Voor sommige arbeiders was dat te duur ; ze trokken met de fiets naar Sint-Denijs. Zo bijvoorbeeld Julien Verbrugge: “Op een bepaald moment 29


18. Hoeve wordt fabriek: Injextru Plastics aan de Félix D’Hoopstraat, 1955


heb ik zelfs een weddenschap afgesloten dat ik voor de bus op het werk zou zijn. En het kwam tenslotte op 200 meter aan” (46). De uurregeling van het ploegenstelsel veranderde ook. Men nam het Gentse systeem over. Voortaan werkte men van 5-13 u, van 13-21 u of van 21 tot 5 h., daar waar men in Tielt altijd een uur later begonnen was. De productiearbeiders werkten van bij het begin in een drieploegenstelsel. De vrouwen, die overdag werkten, trokken met de trein naar het werk. De spoorwegen legden speciale stoptreinen in om het werkvolk uit de streek naar de Gentse fabrieken te brengen. Een boemeltreintje, de “baljeu”, stopte in elk dorpje tussen Tielt en Gent: Aarsele, Wontergem, dan Petegem, Astene, De Pinte, Sint-Denijs-Westrem... Het reizen was ook niet bepaald een pretje voor de vrouwen. Al het werk­ volk werd samenperst in de voorste wagons en de arbeiders gedroegen zich niet altijd als welgemanierde heren (47). Van het station in Sint-Denijs was het nog een paar honderd meter wan­ delen naar de fabriek. Maar Verbeke kreeg met andere problemen af te rekenen. De zaken liepen immers niet als gewenst. De ondernemer werd begin 1951 geconfronteerd met een staking. Verscheidene arbeiders waren ontevreden met hun werksituatie (48). Ze eisten een loonsverhoging en klaagden dat de verplaatsingskosten niet vergoed werden. Volgens De Volksmacht waren de arbeiders, om acht uur te werken, 12 à 13 uur van huis weg. Verbeke betaalde ook geen vergoeding voor ploegwerk, wat in andere werkhuizen gebruikelijk was. Ook was men misnoegd over het strakke werkritme: gedurende de acht uur arbeid was geen schafttijd voorzien, het personeel diende te “eten zoals de mussen”. Een vakbondsafgevaardigde trok naar Verbeke en formuleerde de eisen: men wilde het loon zoals vastgelegd door de paritaire commissie in het Gentse, een vergoeding voor ploegwerk en een gedeeltelijke tussenkomst in de verplaatsingskosten. De ondernemer betwistte echter de bevoegdheid van de commissie en weigerde de in de streek vigerende lonen uit te betalen. Hij vroeg zich ook af of hij wettelijk verplicht was tegemoet te komen aan de arbeiderseisen. Het overleg zat muurvast. Nadat hij alle arbeiders één voor één bij zich had geroepen om ze de gelegenheid te geven hun mistevredenheid te uiten, reageerde Verbeke met draconische maatregelen. Op het aanplak­ bord verscheen volgende mededeling: “De lonen blijven onveranderd. Wie niet tevreden is met zijn loon, make plaats voor deze die er wel tevre­ den zullen mee zijn. - Dezen die slecht werk maken, zullen thuis gelaten 31


19. Tweetalige ad­ vertentie verschenen in het maandblad van de “Handel- en N ijverheidskam er sm fflBA. voor Tielt en Om­ liggende”, juli 1957. De opgesomde arti­ kelen geven een goed beeld van de Deinzesteenw. 156 Chaussée de Deinze productie begin jaren vijftig. Let ook op het (W.VL. • FL. OCC.) - BELGIE adres: “DeinzeTelefoon 555 ■k steenw. 156”. In feite klopt dit niet Artikelen Thermo, Plastische grondstoffen en moet het zijn: Isoleerkousen - Sproeidarraen - Darifien - Rubans Félix D'Hoopstraat. Profielen - Waskoorden. - Ceinturen In 1948 werd het Artikelen uit P.V.C. soepel, hard deel van de Acétate de cellulose - Polystyrène, Hoogstraat tot het Kelderke naar deze Articles en matières Thermo Plastique Tieltse zouaaf ge­ Gaines isolantes - Rubans - Tuyaux d'arrosage noemd. Vanaf het Tuyaux - Profilés - Cordes à linge - Ceintures Kelderke richting Articles en P.V.C, souple , rigide Deinze luidde de Acétate de cellulose — Polystyrène. officiële straatnaam ÉTUDES DE TOUS PROFILES ET RENSEIGNEMENTS SUR vanaf 1948: Deinse DWÎANDE. PROFIELEN OP AANYRAAG VOLGENS SCHETS. steenweg. André Verbeke weigerde echter Félix D’Hoopstraat te gebruiken als firma-adres. Aangezien de F.D’Hoopstraat vroeger ook bekend stond als de steenweg Tielt-Aarsele of Deinse steenweg, hield hij vast aan die laat­ ste benaming. Nog tot diep in de jaren zestig kwam Deinse stwg. of Steenweg naar Deinze voor als adres van de firma, niet alleen in advertenties, maar ook in officiële papieren (zoals het Staatsblad) en op alle bedrijfscorrespondentie. Volgens André Verbeke was deze straatnaam veel bekender bij de Tieltenaren dan de nieu­ we naam. Tot het realiseren van de ringlaan in 1967 ging de F.D'Hoopstraat trouwens naad­ loos over in de Deinse stwg. Injextru vormde lange tijd de laatste bewoning in de F.D’Hoopstraat zodat men gemakkelijk kon aannemen dat het eigenlijk om de Deinse steen­ weg ging. De dubbelzinnigheid gaat nog verder. Op foto’s uit 1960 is duidelijk op de gevel van het bedrijfsgebouw aan de F.D'Hoopstraat het (klaarblijkelijk officiële) straatnaambord “Deinze steenweg” te zien! Voor het vasthouden aan de benaming Deinse steenweg speelde misschien ook mee dat straatnamen afgeleid van familienamen zeer verwarrend kunnen zijn voor buitenlandse klanten. André Verbeke had dus redenen genoeg om de voorkeur te geven aan “Deinse steenweg”. Het gevolg van dit eigenzinnig optreden was wel dat er soms leveranciers vruchteloos op zoek gingen naar Injextru in de echte Deinse steenweg !

TIELT

32


worden zonder werklozenbewijs.” Daarop gingen de arbeiders op 19 februari 1951 in staking. Verbeke heeft dan de stakers aan de deur gezet. Hij werkte verder met het resterend personeel (allen Tieltenaars) en haalde nieuwe werkkrachten uit Tielt (voornamelijk uit de Erta). De vakbond dreigde nog met een proces omdat de bedrijfsleider weigerde het paritair toegekende loon uit te betalen. Maar zover is het waarschijn­ lijk niet gekomen. Afgezien daarvan waren er ook nog andere moeilijkheden. Zo zouden er coördinatieproblemen geweest zijn tussen de verschillende ploegen. Het gebeurde dat de machines tientallen minuten onbemand bleven tussen twee ploegen in. Bovendien was er niet altijd genoeg werk om alle drie de machines te laten draaien. Een eerste ingenieur, een zekere Geerinckx uit Gent werd na een pro­ bleemvol jaar aan de deur gezet (49).

Terug in de bakermat Het Oost-Vlaamse avontuur was van korte duur: precies twee jaar was Injextru gevestigd in Sint-Denijs. In de zomer van 1952 besloot Verbeke terug te keren naar zijn vertrouwde geboortestad Tielt. Hij kon er het Kelderke huren (kopen volgde later), een boerderij op het einde van de Félix D’Hoopstraat. De hoeve werd omgebouwd tot fabriek: de paardenstal werd het bureau van André Verbeke, de koeienstal werd afwerking en het woonhuis werkplaats. Injextru zou deze plaats niet meer verlaten. Vertrekkend vanuit het woon­ huis aan de straatkant, dat tot op heden ongeveer het origineel uitzicht behouden heeft, zou het plasticbedrijf naar achter uitgebouwd worden, langs de ringweg die toen nog in ontwerp was.

De productie in de eerste jaren Het productieapparaat bleef geruime tijd beperkt tot de drie (tweedehand­ se) Zwitserse machientjes. Pas in 1956 werd een nieuwe machine gekocht. Verbeke beschikte bovendien lange tijd niet over een eigen constructieatelier. In Tielt werd, zoals gezegd, gebruik gemaakt van de infrastructuur van Formica. Maar ook in Sint-Denijs was er nog altijd geen eigen matrij­ zenmakerij. Etienne De Craemer, die begin 1952 aangenomen werd als de eerste matrijzenmaker, herinnert zich nog dat hij voor het maken van zijn vormen naar de ateliers van Erta (in Tielt) of Tavernier-Hubaux (in Pittem) moest trekken. Dit was, gezien de familiale connecties, geen probleem, 33


U>

Ugf.,1

-fs.

20. Een beeld uit 1957 in de toen nieuwgebouwde productieruimte. Vooraan produceert een gloednieuwe Schwabenthan een ellenlang lint. Duidelijk zichtbaar zijn de grote trechter waar de korrels met een grote schep in gedeponeerd werden, de mantel waarin de cilinder met de transportschroef steekt, de matrijs die de vorm van het profiel bepaalt en de koelbak met water en transportwieltjes. Op het einde van de extruderstraat worden de linten op grote bobijnen gerold (hier niet te zien). In de eerste jaren was één en dezelfde arbeider verantwoordelijk voor het (bij)vullen, het regelen van de machi­ ne, het in de gaten houden van het proces en het opwinden van het pro­ duct. Deze foto (en andere) werd genomen n.a.l.v. filmopnames door de BRTtelevisie (toen nog NIR) voor één of ander populair-wetenschappelijk programma. Centraal de camera- en de lichtman, terwijl André Verbeke (op de achtergrond) en productiechef Honoré Thoen toekijken. Let ten slotte nog op de spreuken op de muur. De nauwelijks zichtbare spreuk rechts boven luidt: “Fouten zijn goede leermeesters als de leer­ ling de les onthoudt”.


maar kon niet meer zijn dan een tijdelijke oplossing. Toen Injextru in de zomer van 1952 terug kwam naar Tielt, werd meteen een eerste freesma­ chine gekocht zodat men voortaan matrijzen in eigen huis kon ontwerpen. Wat werd er allemaal geproduceerd in Injextru? Eigenlijk kon dit elk pro­ duct zijn uitgaande van een lint, een holle of volle slang of buis. Verdere bewerking resulteerde in riemen (“ceinturen”), spiralen, balpennen (stylo’s), springtouwen (danskoorden), waslijnen en slangen voor allerlei toe­ passingen... (50). Men maakte echter ook al profielen (een staaf die in doorsnede niet rond, vierkant of plat is en eigenlijk alle mogelijke figuren kan aannemen). Een groot deel van de productie bestond uit buis- of slangvormige ele­ menten en producten die daarvan afgeleid waren. Zo maakte Injextru het lichaam van balpennen en de bijhorende inktbuisjes. Ze leken erg goed op de nog altijd verkochte meest eenvoudige Bic. De lichamen waren ofwel blauw of rood van kleur of ook wel doorzich­ tig. Het materiaal was meestal acetaat (CA of cellulose-acetaat); voor goedkopere versies werd polystyreen (PS) gebruikt. De doorzichtige inktbuisjes werden vervaardigd uit translucide PVC. De afwerking (of post-extrusie) was tamelijk arbeidsintensief. De vrou­ wen of ook soms wel productieleider Honoré Thoen sneden de lichamen op maat uit lange stukken buis van 1 à 1,5 m. De vrouwen maakten met een speciaal slijpmachientje (een soort zelf gefabriceerde, semi-industriële potloodscherper) een punt aan elk van de hulzen. Alle braampjes werden weggevijld, er werd een gaatje in het lichaam geboord en tenslotte lijmde men nog een dopje (uit polystyreen) op de huls (met Penzol). De hulzen en buisjes gingen vervolgens naar de klant die de kogelpennen volledig afwerkte. Toen reeds was Injextru toeleverancier van halffabrika­ ten. Een groot deel van de productie bestond ook uit holle, al dan niet door­ zichtige, soepele buizen of slangen van verschillende diameter. Men had de “gaines” en de “darmen”. Gaines waren dunwandige slangen of isolatiekousen, darmen waren dikwandige slangen. Zo waren er de doorzichtige buizen voor benzine-, olie-, mazout-, of watertoevoer, die alle aangeduid werden met de verzamelnaam “naftegaine”. Er werden ook tuinslangen (“sproeidarm”) gemaakt. 35


-

m j ----------------

O

21. Beeld uit de afdeling verpakking, 1957. Links, op de tafel tegen de muur, liggen de in “marotten” gedraaide waslijnen, klaar om in de dozen gestopt te worden. In de kast rechts liggen een heleboel waslijnen netjes gestapeld. Vóór de waslijnen liggen in bussels geknoopte springtouwen. Het betreft hier de versie met een gewoon hand­ vat. Springtouwen met een luxehandvat zijn te zien in de doos op de tafel vooraan. Op de tafel in het midden bemerken we een machientje waarmee dozen dichtgeplakt werden (zie de rol met “fragile” erop) en rechts enkele bundels isolatiekousen. Op de tafel vooraan staat een riveteermachientje waarmee gaatjes in de riemen geperforeerd werden en in één beweging ook een rivet, een metalen versterkingsringetje, aangebracht werd. De (witte) riemen zijn rechts te zien. Uiterst rechts liggen bandjes die bv. rond de metalen wiel­ tjes van kinderfietssteuntjes geplaatst werden. In de hoek van de kamer zien we nog een telefoon waarvan het snoer bekleed is met een spiraal.


Sommige buizen werden ook gebruikt om elektriciteitsdraden te behuizen. Het is duidelijk dat de buizenproductie in vele domeinen een toepassing kon krijgen. Zo herinnert Julien Verbrugge zich nog dat er op een bepaald moment ook geribde “gaines” gemaakt werden om fietssturen te bekleden. Een bekendere toepassing lag in de speelgoedsector. Injextru commercia­ liseerde heel wat speelgoedartikelen. Zo werden springtouwen gefabriceerd uit volle plastic. De handvatten (een product van Tavernier-Hubaux uit Pittem) werden door de vrouwen bevestigd en klaar was kees. Ook de skoebidoe werd reeds in de eerste j aren gefabriceerd, maar die zou pas in 1959 een ware rage worden. IP vervaardigde ook pareltjes. Die werden gewoon gekapt uit een slang in halfharde plastic. De verschillende kleuren werden gemengd en verkoopsklaar verpakt. Het bekendst zou Injextru evenwel worden met de hoelahoep die in 1958 een echte rage was. Maar daar kom ik straks op terug. Begin jaren vijftig werd behoorlijk wat geproduceerd voor Belgisch Kongo. Zo werden armbanden (“brancelets”) vervaardigd voor Kongo. Dat was begin jaren vijftig (ca. 1952-1954 ?) ; de productie liep slechts enkele jaren. De armbanden bestonden uit volle plastic (CA). Het was een open sieraad dat uit enkele draaien bestond en versierd was met een slangenkopje en dito staart. Het kopje werd met een handmachientje in de armband geperst, het staartje werd geknipt met een tangetje. Bij die productie werkte Verbeke samen met Paul Van Daele, handelaar in metaalwaren in de Ieperstraat, die toen ook kippenringen uit kunststof ver­ kocht. André Verbeke vond er voor een deel van zijn productie een tijde­ lijk onderkomen omdat het Kelderke nog niet volledig ingericht was. Drie personeelsleden van Injextru maakten er de slangenarmbandjes (Anaïs en Lucien Bruneel samen met Denise Claeys). Volgens Anaïs Bruneel heeft de productie bij Van Daele echter geen jaar geduurd. Er werd ook een eenvoudiger type van armbanden gemaakt. Dat sieraad bestond gewoon uit een stukje plastic waarvan de uiteinden met een warm mes aan elkaar gelast werden. In 1953 ging de omzet met een forse sprong de lucht in dankzij een grote bestelling van isolatiekousen (een slang van isolerend plastic bedoeld om over een blanke stroomdraad te schuiven) eveneens voor Belgisch Kongo (51). Bij al de zojuist genoemde producten vertrok men van een buis of slang. 37


• •- • 4^; <•..*P-U*K KCrti KüBfttl M.%.* 1.%‘uL*

«.OBArt S.o-% • O .fï A <4 *%V $.<=-% 'p C -A T r« C -

£ -ïa« a«-véH - ïo X . H ?A«AHTÉH -

•rtfe-'Z

4 HftKÊ<1' *

?uA*<*«S»t 3x 'Plakkçh;' -RuB^M H? ïJM-f-

'PAWDJÉ S S*PeU

3 ÛÊL-CTJÆ^

4i*« +AiCt.iÎA-

■3o "ï. w M«3T€-ia.«n

H o fü > £ .tt U t 6 r i

-i fccu-crjös

■RuBA*o*ZS.aA.' ■ 4*.«ft 4 +/&3«Gu-érj «S -I4 H ft«n c«CQ: p«a«jKm<* . 5 »i?OT*Mt a nfir«v*«" >$*r*" r <to *>.*/ m o i « t

Ki iHG,én

v * n ." 4 ih M É [1

0 ? £ IH < 5 « S M « 3 tfi

"500 p.

& tW -«CU-»9S;

-lo o ï>. u. Vt-A^xcrt :

-1'oao.w. a*Mjniffijl

22. Een bladzijde uit het productieboek van Honoré Thoen, begin jaren vijftig. Een “loopriem voor kinders”, een “paardjes spel”, ook bedoeld als een soort gareel voor kinderen (totale lengte 2,36 m), en een “hondenriem”. De artikelen waren bestemd voor de Deinse firma Torck.

38


Een belangrijk deel van de productie had echter als basis een (plat) lint. Het ging daarbij hoofdzakelijk om riemen (“ceinturen”) en spiralen. De broek- en rokriemen waren één van de belangrijkste Injextru-producten uit de beginjaren. Ze werden tot begin van de jaren zeventig gepro­ duceerd. Een deel van de “ceinturen” was bestemd voor de binnenlandse markt, maar een ander deel ook voor toenmalig Belgisch Kongo (strikt genomen dus ook binnenland). De juiste verhouding is onbekend. De riemen werden gemaakt in diverse diktes, breedtes, lengtes, kleuren... En sommige waren ook blinkend. Dat glanzend effect was eigenlijk een toevalstreffer. Op een bepaald moment had men de cilinder te heet gemaakt, wat een glanzend resultaat gaf. Voortaan bereikte men het effect door het plastic dat uit de machine kwam te bewerken met een gasbran­ der. Men perste ook patronen in de riemen. De plasticlinten werden door een handmolentje gehaald, later werkte men met verwarmde rollen op de trek­ ker. De verdere afwerking die in een eigenlijke gebruiksklare riem resulteerde, gebeurde door de vrouwen. Die moesten de plasticlinten die op rollen van enkele tientallen meter het atelier binnenkwamen, eerst op de juiste leng­ te snijden. Vervolgens moest aan elke riem een topje geknipt worden, kwamen er gaatjes in de riem en werd met een tang een gat in de dubbel geplooide riem gemaakt waar de tong van de gesp moest komen. Het dichtlassen van de riem gebeurde met een lang mes dat verwarmd werd in een electrisch vuurtje. De plasticgesp was een product van TavernierHubaux. Julienne Cleppe weet nog dat de riemen bestemd voor de grootwarenhui­ zen van een mindere kwaliteit waren dan de andere. Een speciale toepassing waren de riempjes voor kinderwagens. Die riem­ pjes moesten een soort gareel vormen dat vastgemaakt werd aan de kin­ derwagen en aan de baby om te beletten dat die uit de wagen zou klaute­ ren. De riempjes waren bestemd voor de kinderwagen- en speelgoedfabri­ kanten Torck en Souplex uit Deinze. Een ander zeer bekend product van Injextru was zeker de spiraal. Deze spiralen werden reeds van in de eerste jaren gemaakt. De linten (5,5 mm breed, uit CA) voor de spiralen werden aanvankelijk op bobijnen gewonden, later gingen ze rechtstreeks van de machine in tonnen. De linten werden per twee, meestal van een verschillend kleur, met een speciale tang vastgegrepen. Door de tang van rechts naar links te bewegen 39


23. Frida De Rammelaere bij het produceren van een spiraaldraad, 1966. Op weg naar haar tweeduizendste exemplaar van de dag?

24. Beeld uit de film van 1964: hier de productie van waslijnen. De sisaldraad komt van een bobijn en gaat door de kop van de machine waar het een plasticlaag krijgt (zie ook foto 45).

40


over een door een electrische motor aangedreven ronddraaiende metalen staaf, werd het lint rond de baar (ca. 1 m 10) gewikkeld. De spiraal werd vervolgens afgeknipt, de baar uit de houder genomen en het werk herbe­ gon. Wanneer men voldoende staven met spiralen had, werden die in een lange smalle bak met heet water (70°) gedompeld om de spiraalvorm per­ manent te maken. Vervolgens werden de staven gekoeld in koud water en konden de spiralen van de staven geschoven worden. Het hele procédé was uitgewerkt door Honoré Thoen, de latere chef-technieker die toen nog officieel voor Erta werkte. De verdere afwerking en verpakking gebeurde door thuiswerkers (52). De spiralen werden hoofdzakelijk gebruikt om telefoonsnoeren te bekle­ den. Die snoeren waren toen nog niet voorgevormd zoals nu en verwarden dus makkelijk. De spiralen van Injextru moesten dit verhinderen. Ze wer­ den trouwens ook gebruikt als bescherming rond de bagagedragers van fietsen. De spiralen werden onafgebroken gedurende een zeer lange periode gemaakt. Frida De Rammelaere, die in de jaren ‘60 en ‘70 een groot deel van haar werktijd aan de spiraalmachine doorbracht, roemde er zich op dat ze tot 2000 stuks per dag kon “draaien”. Maar vele andere vrouwen lusten dit werkje niet en haalden ook zo geen hoge productiecijfers. Mede daar­ door besliste Injextru met de hele zaak te stoppen. De machine werd in 1981 verkocht aan een Duitse klant en dit betekende het einde van de spiraalproductie in Injextru. Deze Duitse klant, Ri-Arnold uit Bamberg, kocht de niet gespiraliseerde draad van Injextru nog tot begin 1986, maar ook in Duitsland bloedde de zaak tenslotte dood. Op basis van lintvormige elementen werden ook de zogenaamde “vliegenlinten” vervaardigd. De linten vormden samen een “vliegendeur”. Dit vliegengordijn werd in de zomermaanden in de deuropening gehangen om te beletten dat al te veel gevleugeld ongedierte de huiskamer binnen­ drong. De productie van de veelkleurige vliegengordijnen was dan ook seizoens­ gebonden. Tegen de zomer moesten soms heel wat overuren geklopt wor­ den om de vraag bij te houden. De vrouwen werkten dan wel eens in ploeg (tweeploegenstelsel). De vliegengordijnen werden niet continu gemaakt in Injextru. Ze werden reeds in de beginjaren geproduceerd, maar maakten vooral furore in de jaren zestig en zeventig, de plastic-decennia bij uitstek. Rond 1980 werd dit arbeidsintensieve artikel afgebouwd wegens de nieu­ we oriëntatie naar industriële halffabrikaten.

41


25. De arbeidster vooraan draait waslijn tot â&#x20AC;&#x153;marottenâ&#x20AC;?, 1966. Op haar tafel liggen ook reeds verpakte vliegengordijnen. Achter haar worden de vliegenlinten tot gordijnen omgetoverd.

42


Al heel vroeg paste Injextru ook het coatingprocédé toe. Op die manier werden waslijnen en elektriciteitsdraden gemaakt. De waslijnen hadden aanvankelijk een kern uit sisalkoord (op basis van bladvezels van de agave-plant). Pas veel later schakelde men over naar een kern van polypropyleenvezel. De productie van waslijn zou gestart zijn in het eerste IP-fabriekje, naast de Formica. De waslijnen van 10 of 20 meter werden door de vrouwen tot bundels gewikkeld (de zogenaamde “marotten”) en verpakt. Dit werkje werd ook veel door thuiswerkers gedaan (53). De productie van waslijn werd stopgezet in 1974 (54). Ook aan het coaten van elektriciteitsdraad waagde men zich. In SintDenijs-Westrem werd de koperdraad met een kaars verwarmd om de hechting met het plastic te vergroten. Die bestelling kwam van een Hollandse klant die echter nooit betaald heeft. Veel elektriciteitsdraad heeft men niet gemaakt in IP. De productie ver­ schoof immers naar gespecialiseerde ondernemingen die zich uitsluitend op dit product toelegden. Naast buizen en linten werden ook profielen gemaakt in Injextru. Rond 1948 extrudeerde Injextru bijvoorbeeld tochtwerende strips uit PVC (55). En eind 1949 leverde het extrusiebedrijf al profielen aan wagenmaker-carrossier Van Hooi uit Lier (nu autocarbouwer Van Hooi uit Koningshooikt) en aan Cobar uit Kortrijk (nu Barco-Kuurne). Oud-werknemer Lucien Bruneel herinnert zich nog dat in Sint-Denijs schoenprofielen gemaakt werden. Die werden op de zool van de schoen bevestigd. De profielen konden effen zijn of gekarteld en gestanst (er wer­ den tandjes uit het profiel gekapt) waardoor een soort imitatie van naai­ werk ontstond. De profielen werden op rollen van 50 m aan de schoenfa­ brieken geleverd. Industriële profielen vormden van in de beginjaren een belangrijk deel van de productie (vermoedelijk 40 procent). De opgesomde artikelen (56) werden in de meeste gevallen jarenlang, soms tot op heden, gemaakt. Het grootste deel van de productie was bestemd voor het binnenland, maar enkele producten (riemen, armbanden, isolatiekousen...) vonden ook hun weg naar de kolonie. De eerste jaren van het bestaan van Injextru waren moeilijk. De bedrijfsaccommodatie was onzeker en eigenlijk niet echt geschikt voor een bedrijf. Het machinepark was klein: tot 1955 werkte men uitsluitend 43


26. Foto van de achterkant van Injextru, die bij de bouwaanvraag van eind 1959 gevoegd was. Hij geeft een goed beeld van het lage, witte gebouwtje dat in 1956/1957 opgetrokken werd en waar de extruders opgesteld stonden. Het hok op de voorgrond links deed dienst als fietsenstalling.

27. Luchtfoto van Injextru, mei 1966. Langs de straatkant (onderaan links) herkennen we nog het oorspronkelijk hoevegebouw; daar­ achter de ruimte die in 1956/1957 gebouwd werd en vervolgens de nieuwbouw uit 1962 (maga­ zijn en productiehal). Helemaal achteraan de constructieafdeling met magazijn en garage. De ringweg is nog in aanleg. De riolering werd, volgens het Jaarverslag 1966 van Stad Tielt, midden 1966 voltooid. Tegen het einde van het jaar was de ringweg, met uitzondering van de kruispunten en aansluitingen, zo goed als voltooid. Van het industrieterrein Tielt Noord is hier niets te zien. De Injextru-arbeiders hadden dus nog altijd zicht op Kanegem-kerk.

44


met de drie tweedehandse Zwitserse extrusiemachientjes. De eerste twee jaren (1947-1948) waren verlieslatend. Maar in 1949 en 1950 werd winst gemaakt. Deze positieve trend kon echter niet aange­ houden worden. Van 1950 tot 1955 was de winst uiterst gering of werkte men met verlies.

2. De boom-jaren (1957 tot eind jaren zestig) Vanaf 1956 deed Verbeke enkele grote investeringen. Hij verruimde niet alleen zijn machinepark, maar vergrootte ook het bedrijf. In 1956 kocht Verbeke zijn eerste nieuwe extrusiemachine: een Schwabenthan. Twee jaar later werd een gelijkaardige machine bijge­ kocht. In 1956-’57 werd ook gebouwd (57). Achter de bestaande boerderij werd een deel van de “koterij” afgebroken en een nieuwe productieruimte gebouwd. De machines verhuisden dan van het voormalige woonhuis naar de nieuwe ruimte. De zaken gingen goed en enkele jaren later (in 1959) werden nieuwe, dit­ maal zeer ingrijpende bouwplannen opgemaakt. Architect was Jean Lauweryns uit Oostende, een neef van medevennoot Marcel. Het bouwdossier werd begin 1960 goedgekeurd (58). De plannen voorzagen in een ruime uitbouw langs de toen nog niet in aan­ bouw zijnde ringlaan. De bedrijfsgrootte verruimde daarmee van ca.250 tot ca. 1000 m2. In die jaren werden ook drie nieuwe extrusiemachines gekocht (Samafor, in 1961, 1962 en 1963). Terzelfdertijd werden twee van de drie Zwitserse machines naar het schroot verwezen. Bij de plechtige openstelling van de gebouwen op 13 april 1963 konden de bezoekers dan ook een moderne fabriek in ogenschouw nemen. In 1964 werd de constructieafdeling in een nieuwe ruimte ondergebracht en werd ook meer magazijnruimte gemaakt (achter nieuwbouw 1962). De jaren 1963-1964 waren ongetwijfeld de gouden jaren van Injextru. De omzet ging met sprongen omhoog, de winst was navenant en het perso­ neelsaantal steeg voor het eerst boven de vijftig uit.

De hoelahoep De enorme investeringen in machines en gebouwen van eindjaren vijftig, begin jaren zestig, waren ten dele mogelijk gemaakt door het succes van één product: de hoelahoep. De Tieltse publieke opinie is nog altijd over45


28. Voorontwerp voor de reclametekening voor de hoelahoep, van Benen Van de Velde. 1958. De tekening legt de nadruk op de veelzijdigheid van het speeltuig: het was geschikt voor man en vrouw, jongens en meisjes, jong en oud, dik en dun, leek en geestelijke en kon op verschillende manieren gebruikt worden: niet alleen draaiend rond de heupen, maar ook voortgedreven met de stok, als sportattribuut, als springtouw, in het zwembad,...

46


tuigd dat André Verbeke zijn succes aan dit speeltuig te danken heeft. Het is natuurlijk sterk overdreven om alle heil toe te schrijven aan dit ene pro­ duct, maar het is een feit dat de reuzenverkoop van de hoelahoep in 1958 Verbeke extra en onverwachte financiële stimuli gegeven heeft. Maar wat was nu die hoelahoep? De hoelahoep was niet meer dan een eenvoudige geribde buis in hoepelvorm die rond het lichaam in beweging moest worden gehouden. De kunst was het ding rond de heupen, middel, armen, benen, hals... te laten ronddraaien en dit zo lang mogelijk vol te houden. De echte liefhebber deed dit zelfs met verschillende hoepels tege­ lijk. De hoelahoep werd in 1958 in de Verenigde Staten op de markt gebracht door de speelgoedfabrikant Wham-O (die er evenwel pas in de jaren zestig een patent op nam). Daar werd de hoepel al snel een rage vooral nadat het tuig in een TV-show gedemonstreerd werd. In oktober 1958 overschreed de hoelahoep de oceaan en overspoelde ook Europa, Japan en ZuidAfrika... (59). De hoelahoep was een typisch product van de fifties. De oorlog was reeds lang vergeten, de economie herademde en kondigde de gouden jaren zestig aan. De jeugd begon zich te roeren en eiste meer vrijheid en zelf­ standigheid. Er ontstond een afgescheiden jeugdcultuur met eigen muziek: de rock ‘n roll. 1958 was niet alleen het jaar van de hoelahoep - en van de Expo - maar ook van deze wilde heupwiegende muziek. De hoelahoep-rage werd trouwens gestimuleerd door verschillende rockliedjes met de hoelahoep als onderwerp. Het bekendste was de Hula Hoopsong van Theresa Brewer, een Amerikaans liedje dat eind 1958 in de Vlaamse hitlijsten terecht kwam. Maar van de hoelahoepsong werden dra verschillende versies uitgebracht, ook een Nederlandstalige met Francis Bay, Jo Leemans en Freddy Sunders. In dit liedje zingt Jo Leemans trou­ wens dat ze het speeltuig eerst probeerde als afslankmiddel (60). De snelle verspreiding van de hoelahoep was ook te danken aan het feit dat de hoepel gemakkelijk te produceren was. Men had er enkel wat PVCkorrels en een extrusiemachine voor nodig. En dat was precies waarover André Verbeke beschikte. Toen hij de hoelahoep in de Brusselse Nieuwstraat opmerkte, moet hij dan ook onmiddellijk de mogelijkheden beseft hebben. Hij werd één van de tientallen Europese producenten van hoelahoeps. In 1982 schetste Verbeke zijn eerste ontmoeting met de hoelahoep als volgt : “Het was in de Brusselse Nieuwstraat dat ik voor het eerst zo’n Hoela Hoep zag demonstreren. Ik kocht er een paar tegen 150 frank het 47


29. Beeld uit de film van 1958: Injextru-werkneemsters (en één -werknemer) demonstre­ ren het gebruik van de hoelahoep terwijl collega’s toekijken. V.l.n.r.: De Bie Liliane, Yvonne Van Parijs, Jeannine Vanden Abeele, Norbert Bruneel, Anny Heytens en Germaine Bruneel.

30. Anneke Soetaert, een destijds populair zangeresje uit Ruiselede, demonstreert de Ipeehoep, 1966. Foto voor de promotiefolder van J.M. Bottequin.

48


stuk (61) en begreep onmiddellijk dat wij die dingen ook konden maken. Diezelfde dag nog nam ik kontakt met een groothandelaar uit Brussel en toen ie zei dat zijn Hoela Hoeps uit het buitenland kwamen liet ik uit­ schijnen dat wij die ook fabriceerden. De maandag erop kwam uit Brussel een bestelling van 5000 stuks binnen die onmiddellijk moesten geleverd worden. Ik moest wel een leugentje verzinnen want wij hadden nog geen enkele Hoela Hoep vervaardigd. Ik vroeg dus 8 dagen respijt omdat wij zogezegd de stroom bestellingen niet konden volgen. En zo zijn wij hals­ overkop gestart met de productie tegen een tempo van tienduizend Hoela Hoeps per dag. Iedereen, ook mijn vrouw en ik, werkten dag en nacht, weekdag en zondag om de vraag te kunnen voldoen. Ja, daar hebben we een frank aan verdiend, het was trouwens een echte rage.” (62) Verbeke gaf zijn meestergast Honoré Thoen onmiddellijk bij zijn terug­ komst in Tielt de opdracht zelf een matrijsontwerp te tekenen. De hoelahoep werd in Injextru in oktober 1958 in productie gebracht. André Verbeke was er dus snel bij. Hij moet op het Europese vasteland en zeker in België één van de eerste producenten geweest zijn: de hoelahoeps die hij in Brussel kocht waren geïmporteerd. De productiegegevens zijn op datum van 18 oktober 1958 onder de bena­ ming “Hoepla-Hoepla” (André Verbeke had de naam van het nieuwe speeltuig niet goed opgevangen) te vinden in een schriftje met profielontwerpen (63). De hoepel had een doorsnede van 94 cm, was 2,9 m lang en woog ongeveer 276 gram. De buis zelf had een diameter van 16/19 mm. De productie werd toen geschat op ongeveer 200 m per uur. Het productieproces, dat trouwens op film gezet werd, was zeer eenvou­ dig. De geëxtrudeerde slang werd op een grote bobijn gedraaid, deze slang werd geknipt en van de verschillende stukken werden vervolgens de uit­ einden afgezaagd om een glad oppervlak te bekomen. De uiteinden van de slang werden tenslotte aan elkaar gezet met een houten drevel waarin een nageltje geklopt werd en de hoepel was gebruiksklaar. Verbeke verkocht het afgewerkte product aan 25 fr het stuk (64). Tijdens het hoogtepunt van de rage - ongeveer drie weken - was de volle­ dige productie toegespitst op de hoelahoep. Alle machines werden aange­ past om hoelahoeps te kunnen spuien. Het is dus inderdaad mogelijk dat Injextru 10.000 hoepels per dag produ­ ceerde, zoals de bedrijfsleider verklaarde. Een productie van 200 m per uur geeft ons op 24 uur met vijf machines een totale productie van 24.800 of 8.276 hoepels (à 2,9 m) per dag. Wellicht kon men de geschatte uurproductie nog opdrijven en werden er op het hoogtepunt van de rage flink wat overuurtjes geklopt, zodat 10.000 49


LA

O

hoela h o e p

cnnlSL

SPORTIEF

SOYEI SPORTIF

30* RECHTS 3 0 'ADROITE 30*UH KS 39* A GAUCHE

31. De kijkkast ‘Speelgoed van vroeger...en nu' uit de tentoonstel­ ling ‘35 jaar plastiekleven in Tielt’, 1982. Ze geeft een uitstekend beeld van de speelgoedproductie van Injextru. Centraal staat de hoelahoep (hier een tweekleurig exemplaar uit de jaren tachtig) met daarrond de promotieontwerpen van Van de Velde uit 1958. Bovenaan, de promotie­ folder voor de Ipeehoep uit 1966 met links een foto van het Ruiseleeds zangeresje Anneke Soetaert als demonstrerende man­ nequin, en rechts de keerzijde van de promotiefolder met een tekening van Ernest Verkest. In de hoek boven links is een verpakte en een gebruiksklare Ipeehoep te zien. Onder de verpakte Ipeehoep zien we de speelgoedpareltjes die reeds van in het prille begin door Injextru geproduceerd werden (de kopkleppen zijn van latere datum). Aan de rechterkant van de kast lig­ gen verpakte skoebidoe’s en zijn ook vlechtwerkjes te zien. Ten slot­ te is ook nog een individueel ver­ pakt springtouw te bespeuren.


hoepels per dag inderdaad binnen de mogelijkheden lag. Er kon niet snel genoeg geproduceerd worden om aan de vraag te beant­ woorden. De klanten wachtten de bestellingen af aan de poort en probeer­ den hun vrachtwagens, camionetten, zelfs autobussen vol te stouwen met zo veel mogelijk hoelahoeps (65). Op de koop toe werd de productie eind november - op het hoogtepunt van de rage - geteisterd door een vijf dagen durende staking van de gas- en elektriciteitscentrale (66). De hoelahoep werd in de reclamefolders van Injextru voorgesteld als een speeltuig voor jong en oud. Bovendien was het meer dan speelgoed: het was een sportattribuut, bruikbaar bij allerlei turnoefeningen die de gezondheid ten goede kwamen. In de jaren 70, toen de hoelahoep terug in de belangstelling kwam, werd het aangeprezen als een uitstekend middel om een slank figuur te behouden of te bekomen. Injextru Plastics was de eerste Belgische producent van de hoelahoep en heeft een flink deel van de Beneluxmarkt bevoorraad. In 1970 - een slap jaar - lanceerde Injextru de hoelahoep opnieuw, in samenwerking met een klant die de strandwinkels aan de kust bevoor­ raadde. Het werd niet meer de rage van 1958, maar de hoelahoep werd wel een blijvende waarde in het speelgoedaanbod. Injextru produceerde grote (diameter 90) en kleinere (diameter 70) hoela­ hoeps en in 1981 werd de tweekleurige hoepel gelanceerd die tot 1988 in productie bleef. Er waren toen allerlei soorten hoelahoeps op de markt: fluorescerende, gevuld met bolletjes, met een snoep- of parfumgeur... Toen het speeltuig in september 1988 uit het programma genomen werd, verdween meteen een stukje geschiedenis. Het hoelahoepverhaal is een illustratie van één productengamma van Injextru: het speelgoed. Zoals hoger vermeld, werd reeds van in de aller­ eerste jaren speelgoedmateriaal geproduceerd nl. pareltjes, springtouwen en de skoebidoe. In 1959 werd die skoebidoe een rage, maar ook daarna bleef hij in pro­ ductie. De skoebidoe was in feite niet meer dan een dun slangetje in alle mogelijke kleuren waar de kinderen hun vlechtlust op konden botvieren. De meest creatieven maakten niet alleen kleine vlechtwerkjes maar ook allerhande figuurtjes en wat hun verbeelding hen ook maar ingaf. Tot de miliciens toe vlochten in 1959 kunstwerkjes die soms ter versiering aan de muts bevestigd werden. De skoebidoe wordt nu nog altijd gemaakt in Injextru, maar dan enkel nog op bobijnen, niet meer in individuele verpakking. 51


Extrusie van termoplastische stoffen F A B R IC A T IE PR O G R A M M A SIEBPROFIELEN VOOH DE MEUBELINDUSTRIE ...radio en televisiemeubels. - spiegellijsten, etalages... PROFIELEN VOOR DE BOUWNIJVERHEID ...trapneuzen, trapleuningen} deurprofielen, randprofielen voor muurplaten, dichtingsprofielen AFBIESPROFIELEN VOOR DE LEDERWARENNIJVERHEID EN AUTOMONTAGE vlechtband, vulbies, paspelband, afzetstrip, kofferpaspel... STOELENDRAAD EN BEKLEDING SSLANG terrasmeubelen, vouwstoelen, strandstoelen... TUINSLANG in diverse kleuren, doonneters eo wanddikten GASSLANG veiliger dan rubber/,. SOEPELE BUIZEN voor olie- en benzineleidingen verharden niet WASLIJN IN VERSCHILLENDE FRISSE KLEUREN vlekt niet, afwas baar, onverslijtbaar, trekkracht van 45 tot 225 kgr., ge­ leverd met spanner, in 10 m, 20 m verpakking, en in rollen van 100 xn DANSKOORD onverslijtbare volle draad met sierlijke en kleurige handvatten LINT VOOR VERSIERINGEN VAN ETALAGES EN SLUITWERK in diverse maten en kleuren SPIRALEN VOOR BEKLEDING VAN... telefoondraad, buizen, stalen terrasmeubelen, fietsen en moto’s, kinderrijtuigen, trapleuningen, etalages... BANDAGES VOOR KINDERRIJTUIGEN EN SPEELGQED TOEBEHOREN VOOR KINDERRIJTUIGEN LICHAMEN EN INKTHOUDERS VOOR STYLOS Bij het ontwerpen van bijzondere vormen en profielen aangepast aan de specifieke eisen van uw bedrijf, stellen wij graag onze ondervinding ter uwer beschikking. Bijna oneindige verscheidenheid in kleuren en modellen met of zonder relief, hard, half-hard of soepel, te combineren bij alle soorten materialen. Onze producten beantwoorden aan de ’ hoogste eisen tegenover tempera­ tuurwisselingen, vloeistoffen en Rchtimverking. MEUBELINDUSTRIE - BOUWNIJVERHEID - LEDERWARENNIJVER­ HEID - METAALWARENBEDRIJVEN - AUTOMONTAGEBEDRIJVEN KINDERWAGENBEDRIJVEN ...EN STEEDS NIEUWE TOEPASSINGS­ MOGELIJKHEDEN EENVOUDIGE TOEPASSINGEN... MET VERRASSENDE RESULTATEN Gaarne verstrekken wij u vrijblijvend advies over de toepassingsmogelijk­ heden van onze producten

IN JEX T R U -P L A ST IC S P.V.B.A, D E E N Z E S T E E N W E G , 176, T I E L T (W .-V L ) Telefoon (051) 405.55

32. Advertentie verschenen in de programmabrochure voor de Europafeesten editie 1963. De advertentie biedt een wellicht zo goed als uitputtende opsomming van de injextru-productie begin jaren zestig. De “paspels” waarnaar verwezen wordt bij de profielen voor de lederwarenindustrie, zijn omlijstingsprofielen.

52


Begin 1966 lanceerde Injextru de Ipeehoep. Het speeltuig bestond uit een balletje van 4 cm doorsnede dat bevestigd werd aan een plasticslang van 1 meter lang waarin een lus zat (67). Die paste rond een been waarna het balletje in beweging gezet moest worden en men telkens over het balletje diende te springen. De IP-hoep werd individueel verpakt in een zakje met een sluitkartonnetje. Het product had een tweetal jaar succes en kende in 1979 een kleine heropleving om daarna volledig te verdwijnen. De foto’s van de reclamecampagne uit 1966 tonen Ann Soetaert als demonstrerende mannequin. Ze was toen een bekend zangeresje uit Ruiselede (68).

De overige productie in de jaren zestig Maar Injextru was natuurlijk veel meer dan speelgoed. Rages zoals de hoelahoep konden de firma wel een extra stimulans geven, maar voor een solide uitbouw was het nodig dat men zich tot de industrie richtte en vanaf de jaren zestig gebeurde dit in toenemende mate. Begin jaren 60 maakte men nog grotendeels dezelfde artikelen (69) als in de beginjaren (met uitzondering van de Kongo-artikelen), nl. waslijnen, linten, spiralen, allerlei (tuin)slangen en buizen, lichamen en inkthouders voor balpennen.... Belangrijke binnenlandse afnemers van industriële profielen waren ver­ scheidene Deinse kinderartikelenfabrikanten, waarvan Torck en Souplex de belangrijkste waren. In dit Oost-Vlaamse stadje, op nauwelijks 15 kilo­ meter van Tielt gelegen, was namelijk sinds eind negentiende eeuw een belangrijke speelgoed- en kinderartikelennijverheid actief (70). Injextru produceerde voor deze industrie bijvoorbeeld de toebehoren en ook de banden voor de kinderwagens, de “bovenring” (zgn. “parkjoints”) voor kinderparken, enz... Voor Torck, die ook allerlei lig- en tuinmeubelen met een metalen frame produceerde, vervaardigde André Verbeke het zogenaamde bieskoord voor het vlechtwerk. Voor de meubelindustrie maakte men medio 1965 beschermprofielen die aangebracht werden rond tafelbladen en rugleuningen, of dienst deden als handvat voor deuren en lades. Voor de auto-industrie werden leidingen voor de assemblage en onderdelen voor de bekleding geproduceerd. Bekende klanten waren dan ook autofabrieken als Volkswagen, Renault en DAF (Eindhoven). Men leverde ook aan de elektronica-gigant Philips, eveneens in Eindhoven gevestigd. Dat kon bijvoorbeeld het profiel zijn voor de bekleding van het handvat van de transistorradiootjes die vanaf de 53


33. Foto van de In jex tru -k ijk k ast “Profielen voor keuken & meubel" in de Hallen van Kortrijk, 1969.

34. Gezellig samenzijn: André Verbeke en een deel van zijn personeel in zaal De Wildeman n.a.l.v. het huwelijk van Marcel Lauweryns, 1960. Lucien Bruneel (liggend) kreeg meteen een zetel cadeau voor zijn tien jaar dienst. Het bieskoord van dergelijke zetels werd door Injextru gemaakt voor de fabrikant Torck (bemerk de firmanaam op de armleuning). V.l.n.r. hurkend: André Verbeke, Nicole Hoste, Rita D’Haeyzeele, Marie-Jozef Vuylsteke, Germaine Bruneel, Rosette Dierckens, Walter Bruneel, Leona Tack, Frans Truyaert, Frans Vandendriessche, Oscar Bruneel ; staand: Achilles Derock, Christiane Ninclaus, Christiane Vroman.

54


jaren zestig furore maakten. Het is onvoorstelbaar hoeveel verschillende profielen Injextru vervaar­ digd heeft. Voor 1961 noteerde productieleider Honoré Thoen in zijn werkschriftjes een kleine 200 orders, waarvoor in de meeste gevallen een nieuw profiel gemaakt werd. In 1964 was dat aantal opgelopen tot een 250. De eigen matrijzenmakerij was één van de grootste troeven van Injextru. Daardoor kon elke bestelling op maat gemaakt worden. Slechts een klein deel van de omzet was bestemd voor de export (Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland). Vóór 1979 werd er immers geen doelbewuste exportpolitiek gevoerd. De verkoop aan het buitenland was eerder incidenteel en beperkte zich lange tijd tot zo’n 10 tot maximaal 15 procent van de verkoop. Injextru verkocht niet alleen rechtstreeks aan het buitenland maar werkte ook met buitenlandse agenten. Zo had men vanaf 1958 een verkoopsagent voor Nederland, Mr. Albers, die Philips als klant kon binnenhalen (71). Voor Frankrijk had men vanaf 1961 twee agenten (72). Voor de promotie en public relations steunde Injextru eveneens op haar aanwezigheid op beurzen en nijverheidstentoonstellingen. Reeds in 1948 nam Verbeke deel aan de handelsbeurs in Brussel (73). In 1961 was Injextru present op de eerste Europlasticabeurs te Gent. In 1965 en 1969 was het Tieltse bedrijf opnieuw van de partij. Europlastica is een jaarlijkse Europese beurs voor alles wat met plastics te maken heeft: machines, hulpstukken, grondstoffen, halffabrikaten en afgewerkte producten. Om de vier jaar ging die beurs in België door (eerst Gent, later Brussel, waar IPin 1973 aan deelnam). De andere jaren was dit in Parijs, Düsseldorf of Milaan (74). Maar ook lokaal bleef André Verbeke werken aan het imago van het bedrijf. In 1960 en 1965 nam Injextru, in het kader van de Europafeesten, deel aan de nijverheidstentoonstellingen in het Tieltse stadhuis. Verbeke heeft deze Europafeesten trouwens steeds in het hart gedragen. Tijdens de allereerste Europafeesten, in juli 1959, organiseerden de loka­ le plasticnijveraars een heus plasticcongres, waarover verder echter wei­ nig geweten is. Injextru nam met een kleurig versierde wagen deel aan de publiciteitsstoet die de folkloristische stoet voorafging en verscheidene straten, pleinen en huizen waren versierd met de veelkleurige plasticlinten van Verbeke. Het plasticbedrijf bleef trouwens tot 1976 de versiering van de Félix D’Hoopstraat bij de jaarlijkse Europafeesten voor zijn rekening nemen. Eerst met de eigen producten (linten en hoepels), later door vlaggemasten 55


ON

35. De Injextrustand op de Europlastica-beurs van 1965. Vooraan zien we allerhande profielen, daarnaast waslijnen, met daar onder slan足 gen en isolatiekousen. In het midden: een kindertuig, springtouwen, spira足 len, rietjes en ver足 moedelijk pareltjes. Bemerk boven links en rechts ook het Injextru-em bleem dat in 1964 door Emest Verkest ont足 worpen werd.


36. 1959: de eerste Europa-feest en. Injextru doet mee met een wagen in de publiciteitsstoet en is alom tegenwoor­ dig in het straat­ beeld: zijn linten versieren o.a. het socialistische Textielhuis (maar ook het liberale Amicitia en de Patersdreef, hier niet afgebeeld) en de Félix D'Hoopstraat. Ook Injextru zelf was feestelijk uitge­ dost met vlaggen, linten en bloemen. In de deuropening hangt natuurlijk een vliegengordijn van Injextru. In een volgende edi­ tie had Verbeke hoelahoeps gebruikt voor de (straat)versiering. Maar door de hitte gingen die doorhangen. Dat was natuurlijk niet zo’n mooie reclame!

57


37. Het voltallig Injextru-personeel, voor de ingang van het nieuwe gebouw, 13 april 1963. V.l.n.r. Zittend: Monique Van Parijs, Honoré Thoen, André Verbeke, Marcel Lauweryns, Frans Hoedt, Yvonne Van Parijs, Julien Deman, Luc Vervelghe ; Gehurkt: Adolf Degrande, Roger Craeymeeersch, Roger Decocker, Oscar Bruneel, Annie Van Rijckeghem, Christiane Vroman ; Staande. eerste rij: Nicole Desmet, Marie-Jeanne Tuyttens, M.H. Compemolle, Gaby Truyaert, Wilfried Ledoux, Frans Truyaert, Frans Vandendriessche, André Acx, Achiel Derock, Paul Van Rijckeghem, Christiane Ninclaus, Willy Lievrouw, Rita D’Haeyzeele, Frida De Rammelaere, Germaine Bruneel, Lena d’Haeyzeele, Andrea Van Keirsbilck, Yvette Deblauwe, Daisy Hoste, Yvonne Vandenbussche, Annie Heytens, Marie-Jozef Vuylsteke, Marcel De Soete, Monique Vroman ; Staande, tweede rii: Achiel Depaepe, Etienne Decraemer, Eric Degrande, Laurette Persyn, Bertha Struyve, Rita Deboever, Maurice Bruggeman, Walter Bruneel, Lucien Bruneel, Liliane Debie, Norbert Bruneel, André Verhamme, Remy Lievrouw, Roger Defour, Godfried Verhalle, Nicole Goessaert, Daniel Van Daele.


te plaatsen (75). In 1961 stortte Verbeke “in naam van al ons personeel” 1.116,25 fr aan het Europacomité “tot steun en wellukken van onze vermaarde Tieltse Europafeesten”. Het bedrag kwam overeen met één uur werken per werk­ nemer (76).

De verhouding werkgever-werknemer Hoe zat het met de sociale voorzieningen in het bedrijf ? Was het werkvolk tevreden of was er soms reden tot klagen ? Werd er soms gestaakt... ? Het moet gezegd dat de vakbond aanvankelijk niet zo sterk stond in Injextru en in de kunststofverwerkende bedrijven in het algemeen. Het ging immers om een jonge nijverheid en de vakbonden hadden nog wei­ nig vat kunnen krijgen op het personeel. Toch roerde er beginjaren zestig wat (77). De christelijke vakbond zette toen een actie op touw om behoorlijke lonen, een eindejaarspremie en een stelsel van “bestaanszekerheid” te bekomen. De arbeiders waren het immers moe “de naam te moeten dragen van ‘de man uit een arme-mensenbedrijf’”, aldus De Volksmacht (78). De arbei­ ders zagen in “dat de dagen van eerste begin voorbij zijn” en het ogenblik aangebroken was om van “een deel van de welvaart te genieten”. Maar volgens De Volksmacht vertoonden de Tieltse “plastiekpatroons” nog “middeleeuwse” gedragingen als het op syndicaal overleg aankwam. Sommigen hadden zelfs de neiging “om de klok op sociaal gebied achter­ uit te zetten.” (79). Er was dus nog werk aan de winkel. Vooral de lage lonen in de plasticverwerkende bedrijven in RoeselareTielt waren een doorn in het oog. In 1963 bedroeg het minimumloon er nog geen 30 fr, terwijl in andere sectoren de lonen sterk stegen en handwerklui minstens 35 fr per uur verdienden (80). Vanaf 1961 en vooral in 1963 werden verschillende vergaderingen geor­ ganiseerd door de christelijke vakbond. Daarop waren alle werknemers uit de plasticbedrijven uit Tielt (Erta, Injextru, Latexco) en Pittem (TavernierHubaux, Belplastics) uitgenodigd. De onderhandelingen met de werkgevers verliepen moeizaam, maar men boekte uiteindelijk succes zonder te moeten overgaan tot grote stakin­ gen (81). De meeste bedrijven gaven slechts schoorvoetend toe aan de eisen van de vakbond. Zo beweerden sommige werkgevers niet te behoren tot het pari­ tair comité van de scheikundige bedrijven. Of ze stelden duidelijk dat ze enkel onder dwang zouden toegeven aan de syndicale eisen (82). 59


ON

c

38. Feestmaaltijd ter gelegenheid van het huwelijk van Marcel Lauweryns in zaal De Wildeman, 1960 (zie ook foto 34). Een stralende André Verbeke (met achter hem Honoré Thoen) tussen zijn jongste werknemers. Jongeren onder de twintig kregen een lager loon dan hun oudere collega’s. V.l.n.r. de meisjes: Marie-Jozef Vuylsteke, Nicole Hoste, Christiane Ninclaus, Rita D’Haeyzeele, Leona Tack ; de jongens: Frans Truyaert, Norbert Bruneel, Godfried Verhalle en Norbert Verschaetse.


De vakbond klaagde anderzijds over de lage syndicalisatiegraad en het gebrek aan strijdlust bij de plasticwerknemers waardoor zijn positie tegen­ over de patroons veeleer zwak was. De eisen eind 1963 voor 10 procent loonsverhoging, een eindejaarspremie van 2 procent en een ernstig systeem van bestaanszekerheid (zie verder) werden dan ook maar gedeeltelijk gerealiseerd, met verschillen van bedrijf tot bedrijf. Alhoewel de patroons wel onderling overleg gepleegd hadden, had de vakbond toch met elk van de afzonderlijke patroons moeten onderhande­ len. Bij Erta wilde men aanvankelijk slechts 5 procent opslag geven en 1 procent eindejaarspremie, later werd de 10 procent loonsverhoging toch gehaald. Bij de Pittemse plasticbedrijven Tavemier-Hubaux en Belplastics werden de vakbondsvoorstellen onmiddellijk aanvaard. Injextru lijkt het meest weerstand geboden te hebben tegen de vakbondsinterventie. Verbeke wilde zich aanvankelijk beperken tot 2,5 procent loonsverho­ ging (zijnde de 2,5 procent van de index) en een eindejaarspremie van 500 fr. (83). Ook later bleek vooral André Verbeke het moeilijk te hebben met de vakbondsbemoeienissen, en hield hij zich wat afzijdig van het overleg vakbonden-patroons, alhoewel meer concrete informatie ontbreekt (84). Maar tenslotte moest ook hij er zich bij neerleggen dat de vakbonden in de plas­ ticbedrijven “een syndicaal feit” (85) geworden waren. Uiteindelijk konden de vakbonden mooie algemene akkoorden afsluiten waarbij minimumlonen vastgelegd werden voor de sector. Op 7 jaar tijd stegen de lonen met 85 procent. Eind 1962 verdiende een gewone productiearbeider in dagploeg minimum 31 fr per uur, eind 1969 was dat opgelopen tot 57,37 fr. (86). Ter illustratie geef ik hier de bruto-uurloonbarema’s voor de kunststofverwerkende nijverheid in West-Vlaanderen van maart 1964 (87). Voor de volledige loonreeks van 1957 tot 1996 verwijs ik naar de bijlagen.

Mannen (aanvang) Mannen (productiearbeiders of na 3 maanden) Gespecialiseerde arbeiders Ploegbazen Vrouwen (afwerksters) Vrouwen (productiearbeid)

Minimumloon In dagploeg 31,40 fr. 33,55 fr. 33,60 fr. 35,75 fr. 35,30 fr. 36,95 fr.

37,45 fr. 39,10 fr.

26,35 fr. 30,25 fr.

28,50 fr. 32,40 fr. 61


Daarbij moet nog rekening gehouden worden dat arbeiders van de nacht­ ploeg 45 uur betaald werden voor 40 u arbeid, berekend op het dagploegloon (88). De ploegbazen verdienden bij Injextru gewoonlijk 9 procent meer dan hun collega’s. De categorie “gespecialiseerde arbeider” werd er niet toegepast. Op te merken valt ook dat vrouwelijke productiearbeidsters in 1963 4,5 fr minder verdienden dan hun mannelijke collega’s. Deze ongelijkheid werd geleidelijk kleiner, en werd waarschijnlijk helemaal weggewerkt eind jaren zestig. De meeste - zo niet alle - vrouwen werkten echter als afwerkster en niet aan de extrusiemachines. Deze vrouwen verdienden zes à zeven frank minder dan een gewone productiearbeider en dit verschil bleef bestaan. Tot 1980 bestond bij Injextru ook de categorie “meesteres”: de vrouwelijke chef van de afwerksters, die doorgaans 10 à 15 % meer verdiende dan haar collega’s, maar daarmee nog altijd niet het loonniveau van een mannelijke productiearbeider evenaarde. Jongeren onder de 20 kregen evenmin het volledig loon. Iemand van 14 ontving slechts 60 procent van het normaal loon ; bij een 17-jarige knaap was dat nog altijd maar opgelopen tot 70 procent. Een 19-jarige verdien­ de al 92,5 procent van het normale loon. Het betreft hier steeds de theoretische minimumlonen. Ik weet niet in hoe­ verre die ook effectief uitbetaald werden. Alvast wat Injextru betreft neem ik aan dat dit ook werkelijk gebeurde. Zo signaleerde een reporter bij de opendeurdag van april 1963 de minimumlonen op een prikbord (89). Vlak voor dit bezoek had Verbeke aan vertegenwoordigers van het ACV beloofd zich te houden aan de vigerende minimumlonen (90). En zoals blijkt uit loonlijsten uit het bedrijf, deed hij dat ook. Het systeem van de bestaanszekerheid werd pas in 1967 aanvaard door de werkgevers. Dit hield in dat bij eventuele werkloosheid de werkgever per dag inactiviteit een vergoeding betaalde en bij ontslag een afscheidspre­ mie volgens dienstjaren. Vanaf april 1968 zou de werkgever per werkne­ mer een boekhoudkundig krediet van 300 fr voorzien. Op die manier kon bij werkloosheid 35 fr per dag uitbetaald worden aan werknemers met een gezin en 30 fr aan werknemers zonder, en dit tot uitputting van het krediet. De eindejaarspremie werd ook een feit. Die premie werd als eerste voor 1962 uitbetaald bij het Pittemse Belplastics (750 fr.), gevolgd door Erta (1 procent) (91). Injextru weigerde aanvankelijk een premie uit te beta­ len (92), net zoals Tavernier-Hubaux, maar uiteindelijk deed Verbeke dit toch, een eerste keer voor het werkjaar 1963. De oorspronkelijke vakbondseis van een eindejaarspremie van 2 procent op het brutoloon werd dus niet direct gerealiseerd. Eindjaren zestig vroeg 62


de vakbond al 5 procent (93). Injextru was, gezien zijn kleine personeelssterkte, niet verplicht een werknemersraad samen te stellen. Wel was er een Veiligheidscomité, officieel: Comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen. Dergelijk comité was (en is) verplicht in elk bedrijf van minstens 50 werk­ nemers en moet erop toezien dat de werkgever de vereiste maatregelen tot bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers neemt. Het comité bestaat uit de bedrijfsleider, de chef veiligheid en de verkozen arbeiders. De eerste verkiezingen voor het veiligheidscomité werden op 29 april 1963 georganiseerd. Het ACV haalde de drie kandidaten, het ABVV had geen vertegenwoordiger (94). De christelijke vakbond stond er dus zeer sterk. Vier jaar later werden zelfs geen verkiezingen georganiseerd bij gebrek aan tegenpartij. Pas in 1971 kon het ABVV zijn eerste vertegen­ woordiger afvaardigen. Aangezien er geen verslagen zijn van de vergaderingen vóór 1971, ken­ nen we de agenda niet. Maar volgende punten zullen zeker ter sprake gekomen zijn op de samenkomsten. Zo werd in 1963 beslist om ‘s winters in de voormiddag gratis soep uit te delen aan de werknemers. Dit gebruik bleef bestaan tot in 1971 (95). Het werd afgeschaft toen iemand eiste dat er een geldelijke compensatie zou komen voor de ploegen die in de namiddag of avond werkten en dus niet konden profiteren van de soep (96). In oktober 1963 werden de ploegbazen vrijgesteld van productie voor con­ trole en leiding (97). Voortaan waren ze dus niet meer gebonden aan een eigen machine. Eind 1964 werd Injextru, samen met acht andere bedrijven, gelauwerd door het “provinciaal comité ter bevordering van de arbeid” omwille van haar inspanningen “om de arbeiders in een modern en verantwoord mid­ den te werk te stellen” (98). Deze onderscheiding (“met lo f’) heeft Injextru zeker te danken aan de nieuwe werkplaats die in 1963 feestelijk ingehuldigd werd. Een minder prettig voorval, dat ook in het veiligheidscomité zal bespro­ ken geweest zijn, was de kleine brand die Injextru teisterde in februari 1968. In het magazijn was in de vroege uurtjes brand uitgebroken. Doordat Oscar Bruneel uit de nachtploeg dit toevallig ontdekte, bleef de schade beperkt (99). Injextru was een klein familiebedrijf: kapitaal en directie waren afkomstig van de familie Verbeke (en in afnemende mate van Marcel Lauweryns). 63


39. Zicht op de constructiewerkplaats waar ook de matrijzen gemaakt werden, 1966. Etienne Decraemer (links, aan de freesmachine), Walter Bruneel (midden, aan de draai­ bank) en Eric Degrande (rechts, aan de laspost) waren gedurende kortere of langere perio­ de de ACV-vertegenwoordigers in het Veiligheidscomité. Etienne Decraemer maakte de beginperiode mee: hij vertegenwoordigde zijn collega’s van 1963 tot 1975, Eric Degrande deed dit van 1971 tot 1975 en Walter Bruneel van 1979 tot midden 1985.

40. Een beeld uit het grond­ stoffenmagazijn, 1957. Vooraan de weegschaal waarop de grondstoffen (in de zakken, hier PVC-compound van leve­ rancier Alplastic uit Tisselt) gewogen werden. Tot eind 1974 - toen de eerste vorkheftruck aangekocht werd - moest er zak per zak gelost worden, dikwijls 20 ton of 800 zakken aan een stuk. De veiligheidsaffiche (“uw vei­ ligheid is in uw handen”) hangt hier dus wel zijn plaats. Let ook op de BZN-achtige spreuken aan de muur. Dergelijke spreuken waren overal in de productiehal te zien.

64


De inbreng van de familie Verbeke zou nog toenemen eind jaren zestig, begin jaren zeventig toen de kinderen van André Verbeke in het bedrijf kwamen. Maar ook bij de werknemers zien we dit fenomeen optreden. Zo werkten er verschillende leden van de familie Bruneel (10 kinderen van Julien Bruneel) voor kortere of langere tijd bij Injextru (100). Lucien Bruneel was wel de recordhouder. Hij werkte van 1950 tot 1990 in Injextru en daarvoor was hij werknemer bij Formica geweest. Ook verschillende schoonbroers, -zusters en -kinderen van familieleden Bruneel vonden een inkomen in het kunststoffenbedrijf. Op die manier was in 1974 ongeveer l/5e van de arbeiders familiaal gelieerd aan de familie Bruneel. Bovendien was het bedrijf niet zo groot en waren de meeste werknemers Tieltenaren zodat iedereen iedereen kende. Het “familiale” karakter van het bedrijf beviel André Verbeke uitstekend. “Meneer André” hield eraan in voeling te blijven met zijn personeel. Over het algemeen schijnt er dan ook een prettige relatie bestaan te hebben tus­ sen werkgever en werknemer. Verbeke probeerde latente problemen op te vangen door een persoonlijk contact met zijn werknemers te onderhouden: “s’ Morgens sta ik vaak aan de ingang van de fabriek om iedereen te groeten [...] en wanneer ik dan geen goeiedag weerkrijg van iemand, is dat voor mij een sein om in de loop van de voormiddag te gaan peilen naar de gronden van die norse hou­ ding. Problemen, vaak uit de privé-sfeer, dienen immers om uitgeklapt te worden.” (101). Op die manier probeerde de bedrijfsleider te voorkomen dat er al te snel naar de syndicaten gestapt zou worden. Oud-werknemers getuigden trouwens dat André Verbeke regelmatig met de arbeiders op hun werkpost een praatje sloeg. Dit werd erg geappre­ cieerd (102). Bij twijfels over een te nemen beslissing aangaande zijn werknemers, stapte hij naar Marcel Linclau, de plaatselijke SP-voorzitter, om advies in te winnen. Verbeke had “een blind vertrouwen in diens wijze raad”, ver­ klaarde hij in een interview (103). Verbeke greep verschillende feestelijkheden (Pasen, Nieuwjaar...) aan om het contact met zijn personeel te verstevigen. Zo tracteerde hij bijvoorbeeld ook altijd op zijn verjaardag. Ook het paasfeest werd niet vergeten. Op Goede Vrijdag kreeg iedereen een paasgeschenk. In een bepaald jaar was dat bijvoorbeeld een plastic-ei (gemaakt door Formica) gevuld met snoepgoed (104). Maar de cadeautjes werden pas uitgedeeld na het gezamenlijk bidden van 65


41. Oude­ jaarsdag 1962 in Injextru. Bij die gelegen­ heid deelde André Verbeke de einde­ j a a r s p r em i e uit. Het personeel viert dus feest: Julien Deman speelt accor­ deon terwijl Honoré Thoen en Andrea Vankeirsbilck al kussend het jaar afsluiten. V.l.n.r. bovenste rii: Lucien Bruneel, Eric Degrande, Annie Van Ryckeghem, Walter Bruneel, Annie Heytens, Etienne Decraemer, Bertha Struyve, Marie-Jeanne Tuyttens, Christiane Vroman, Ademar Depaepe, Marie-Madeleine Compemolle, Oscar Bruneel, Marie-Jozef Vuylsteke ; rii daaronder : Marcel Desoete, Germaine Bruneel en Julien Deman (de anderen zijn onherkenbaar).

42. De gloednieuwe productieruimte in 1957. Prof. Patfoort (links) bezoekt Injextru voor BRT-opnames (zie ook foto 20). Naast hem André Verbeke, Achilles Derock en vertegen­ woordiger Frans Hoedt. Let op de spreuken op de muur: "De werkplaats is uwen thuis, daar is reinheid hoofdzaak, helpt er aan mee” en “Goed werk is veel werk”.

66


de rozenkrans in aanwezigheid van ‘Meneer André’. Dit was eigenlijk een traditie die meegebracht was uit de Formica-periode. Aanvankelijk werd de volledige productie stilgelegd voor dit gebeuren, later bleef toch nog een machine draaien, nog later nog meer... En niet alle werknemers waren even opgezet met dit godvruchtig gebruik... (105). Op die manier werd die paastraditie meer en meer uitgehold, om begin jaren zeventig helemaal te verdwijnen. De rozenkrans werd voor het laatst in Injextru in 1971 gebeden (106). André Verbeke hield er ook eigen gebruiken op na wat de eindejaarspre­ mie betrof - die een eerste keer voor het j aar 1963 uitbetaald werden. De bedrijfsleider maakte van het uitbetalen van de premie immers een feestelijke aangelegenheid. Op oudejaarsdag, in de voormiddag, werden alle werknemers uitgenodigd voor een feestje met muziek en dans in de bedrijfsgebouwen. Julien Deman, sinds 1961 magazijnier, later vertegen­ woordiger en tenslotte magazijnier-chauffeur, zorgde met zijn accordeon voor de ambiance. Nadat iedereen zijn premie gekregen had (waarschijn­ lijk 500 fr.) trok menigeen één of ander café in om het nieuwe jaar fees­ tend in te zetten. Vooral de Rozeboom, waarvan de dochters in Injextru werkten, was nogal populair (107). Die nieuwjaarstraditie werd de laatste keer gehouden in 1972 (108). Daarna werd de eindejaarspremie als een gewone loontransactie behan­ deld. Wel werden er nog kleine nieuwjaarsgeschenkjes uitgedeeld en in 1977 en ‘78 werd nog eens een nieuwjaarsreceptie gehouden in de nieu­ we productiehal IP2. Die heel eigen sfeer die dergelijke initiatieven - die trouwens niet vrij waren van enig paternalisme - uitstraalden, onderlijnen het familiale karakter van het bedrijf. Dit kwam bijvoorbeeld ook tot uiting in de vele opschriften die de muren van de werkplaatsen sierden. Zo werd de werkdrift aangevuurd met slo­ gans als: “IJver en inspanning banen de weg naar het sukses”, “Wat ge ook doet... doe het goed”, “Bemin uw werk en ‘t zal degelijk zijn”, “Helpt mekaar, dan is het werk niet zo zwaar”, “Een ander weet ook het een en het ander”... André Verbeke werd dan ook wel eens betiteld als de Tieltse Phil Bosmans. De contacten tussen de personeelsleden werden ook buiten het bedrijf onderhouden. Toen in 1967 het initiatief genomen werd om een voetbal­ competitie voor Tieltse bedrijven te organiseren, waren ook de Injextrupersoneelsleden onmiddellijk bereid een ploeg samen te stellen (109). De firma stond in voor de blauw-witte uitrusting. Deze voetbalcompetitie, waarbij bedrijven als Lannoo, Latexco, Verbeke, Erta, Seyntex, Titan... betrokken waren, bleef bestaan tot 1978 toen over67


43. De IP-voetbalploeg in het (eerste) seizoen 1968/1969. Injextru werd toen vijfde (op acht ploegen). V.l.n.r. onderste rii: Jean Maene, Norbert Dierckens, Francis Tassaert, Godfried Verhalle, onbekend (geen IP-werknemer) ; bovenste rii: Norbert Bruneel, André Galle (geen IP-werknemer), Eric Goemaere, Eddie Bruneel,... De Boever (geen IP-werknemer).

44. Het gezin Verbeke bij de feestelijke inhuldiging van de nieuwe bedrijfsgebouwen, 13 april 1963. V.l.n.r.: Eddie, André, Josée Vande Walle, Katie en Ludo.

68


geschakeld werd naar liefhebbersvoetbal (met caféploegen). Injextru speelde nooit kampioen, maar behoorde wel tot de beteren.

Tielt: plastiekstad ? Het succes dat Verbeke in de jaren zestig kende, kan niet beter geïllus­ treerd worden dan met de festiviteiten in 1963. Op 13 april van dat jaar werden immers de nieuwe gebouwen feestelijk ingehuldigd (110). Bij die gelegenheid werd ook een opendeurdag geor­ ganiseerd. De Tieltse bevolking kon een kijkje nemen in een modem kunststoffenbedrijf. Meteen werd het 15-jarig bestaan van de firma met de nodige luister gevierd. In de voormiddag werd het lint doorgeknipt in aanwezigheid van de fami­ lie Verbeke, Marcel Lauweryns en het Injextru-personeel. Bij die gele­ genheid toonden de werknemers hun sympathie voor hun firmaleider door hem - na een uitbundige lofrede op zijn vele kwaliteiten - met cadeaus te overladen. In de namiddag was er de opendeurdag waarbij een deel van het stadsbe­ stuur, met burgemeester Baert voorop, een rondleiding kreeg in de nieuwe gebouwen. Ook talloze andere notabelen, net als de afgevaardigden van de vakbonden en collega’s-industriëlen, ontbraken niet op het appel, evenmin als “de gewone, eenvoudige mensen”, zoals De Zondag ze bestempelde. De reactie van het publiek op de ruime productiehallen en de “amerikaans-uitziende burelen” was unaniem: “dat gelijkt hier haast geen fabriek, het is eerder een salon!”. Er was ook gezorgd voor een muzikaal intermezzo. De burgemeester was voor de gelegenheid vergezeld van de leden van de 118 American Army Band die in afwachting van een taptoe op het Rameplein, alvast op de Injextru-terreinen een staaltje van hun kunnen presenteerden. s’Avonds ging er in de beste Injextru-traditie een personeelsfeest door in de nieuwe gebouwen. Na een tombola en een glaasje werd het dansfestijn ingezet. Ook de familieleden van de werknemers waren uitgenodigd. De jukebox bleef spelen tot middernacht... De groei van Injextru vormde voor veel tijdgenoten het bewijs dat kunst­ stof het materiaal van de toekomst was. De Weekbode beschouwde de opkomst van de kunststofindustrie zelfs als het enige lichtpunt voor Tielt dat met een anders slabakkende industrie te kampen had (111). Begin jaren zestig werd immers steen en been geklaagd over de industrië­ le achteruitgang van Tielt, terwijl andere, naburige steden zoals Roeselare er duidelijk wel op vooruitgingen. Vooral de Tieltse textiel- en schoennij69


45. 13 april 1963: in de namiddag opendeurdag met bezoek van verschillende notabelen. V.r.n.L: AndrĂŠ Verbeke, burgemeester Jozef Baert, de bandleider van de 118 American Army Band, schepen Marcel Billiet, stadssecretaris Jozef Tack en schepen Maurice Neirinck, allen in bewondering voor de productie van waslijnen. Uiterst rechts is nog net de extrader in vooraanzicht te zien waar dwars door de kop een sisalkoord gaat die dan een plasticlaagje krijgt.

46. Een zicht op de ruime productiehal, 1963. Goed te zien is de Schwabenthan met trechter en mantel, en de rest van de extraderstraat: de bak met koelwater, de transportband en ten slotte de grote bobijn waarop het product gewikkeld werd. Op de achtergrond: de ruimte voor de afwerking (post-extrasie).

70


ALLES IN PLEXIGLAS

VU LKO PRIN staanders voor uitstalramen p.v.b-a. konische steunen voor glazen tafels , | H ulststraat 2 i graveerwerk in plexiglas T IE L T en twee-kleurige plastiek ; Tel. (0 5 1 )4 )3 0 3 ! lichtbakken en letters voor reklame , missaaldragers 1 1 , Fabrikatie van en canonborden Mogelijkheden voor 1 V U L K 0 L L A N - Bayer 1 Binnenhuis A rchitektuur : i1 wielen, rollen en wieltjesbanen in | * verlichting 1 plastische stoffen, 1 * tafelbladen ] i ! 11 zwenk en vaste vorken * versiering -

-

WIJ Mftwn volgent uw modoj ol tcOttt ! ■

A V E N A p.vi>.a

i

j vraag t dringend

JONGE WERKKRACHTEN

Klijtenstraat 5# T ielt (W .-VI.) TEL 051/40827

i

Burttl tn werkhuis :

, 1 i

i

— bij voorkeur legerdienst volbracht — voor opleiding In fabrlkaöe van pieshecht stoften.

Stocktmolenstraat 5

-

ER TA

M eer luxe M eer kom fort

PLASTICS

T I E L T n.v.

D A N K ZIJ...

S t.-A m a n d s tr a a t

7-9

4 1 4.32

-

HALFMATERIALEN VOOR BEWERKING zoals : slaven, buizen, latten, platen M BEWERKTE ONDERDELEN vlg ptan zoals : lagers, tandwielen, loopwielen •M.

TIELT -

TA V E R NIER

KUNSTSTOFPRODUKTEN

LATEXCO Tel. 414.31

Robert

412.56 i

FABRIKATIE VAN ALLE ARTIKELEN IN

SPUITQEQOTEN STUKKEN IN ALLE PLASTICS — Handelsartikelen — onderdelen voor de Industrie.

30 JAAR ERVARING IN DE KUNSTSTOFVERWERKING 35 ERKENDE ERTA-AGENTEN over- gans Europa: BelgIS - Nederland - Frankrijk - Gr.-H. Luxemburg Zwitserland - Liechtenstein - Italië - Zwitserland. —

S C H U I M R U B B E R

ERT A

MATRASSEN

=

KW ALITE IT

+

SERVICE

(d it wtoAns de p o re u s t e 'o e - 'r h a p warm 'ett 'tniot «'■ ;ric jr: •• '-ner I)

I KUSS

PLATEN ' en ■ — INDUSTRIËLE BENODIGDHEDEN

|

47. Tielt: plastiekstad. Advertenties voor Avena, Vulkoprin, Latexco en Erta uit De Weekbode, 16 april 1965.

71


verheid kenden na de oorlog moeilijke tijden, waarbij het tewerkgesteld personeel drastisch inkromp (112). Inderdaad, in 1966 telde Tielt slechts acht bedrijven waar meer dan 50 mensen werkten (drie daarvan telden meer dan 100 personeelsle­ den) (113). Daarbij hoorden drie “oude” textielbedrijven (Maes, Van Haute & Impe en Van Maele) waarvan de tewerkstelling afnam. Men hoopte dat nieuwe bedrijven, o.a. uit de plasticindustrie, voor een economische relance zouden zorgen. Injextru was immers niet het enige kunststofverwerkende bedrijf, maar tot het begin van de jaren zestig wel het bedrijf waar het meest personeel werkte. In 1959 werkte 44 man bij André Verbeke, tegen slechts 33 bij Erta (114). Blijkbaar maakte Erta in de jaren vijftig een crisis door. Maar vanaf de jaren zestig zette Erta een internationale structuur op. Het bedrijf ontwik­ kelde zich mettertijd tot een grote onderneming met een navenante tewerkstelling. Erta legde zich toe op de zogenaamde Engineering Plastics (kunststofonderdelen voor de industrie). Al in 1966 telde het 131 werkne­ mers en tegen 1974 waren dat er 271. De onderneming werd in 1976 over­ genomen door de Nederlandse holding DSM (115). Eind 1964 werd Vulkoprin gesticht. Het bedrijf legde zich toe op de pro­ ductie van zwaarlastwielen in Vulkollan (een soort kunstrubber, in Bayerlicentie). Bij Vulkoprin werkten aanvankelijk 10 personen, in 1974 was dat aantal verdriedubbeld (116). Een bekende naam in de Tieltse kunststofwereld werd het schuimrubberbedrijf Latexco. Het werd gesticht in 1954 op de grondvesten van brou­ werij Dinneweth en specialiseerde zich in latexmatrassen waarmee het vooral vanaf de jaren ‘80 een enorm succes kende. Waar de tewerkstelling in 1966 beperkt bleef tot 31 man, was dit aantal beginjaren negentig aan­ gegroeid tot 175 (117). Alhoewel de kunststofindustrie in Tielt dus mettertijd uitgroeide tot een sterke sector zou het toch nooit zo allesoverheersend zijn als de textiel- en schoennijverheid voor de oorlog. De Tieltse industrie, die zich vanaf de jaren zestig herpakte - ook door het aanleggen van industrieterreinen (Tielt Zuid, 1961; Tielt Noord, 1964) kenmerkte zich door een ruime diversiteit aan industrietakken. De kunst­ stofindustrie was één van die nijverheden, zij het een sterk groeiende.

3. De jaren zeventig: gered door de tuinmeubelen? In 1968 kwam Eddie, de zoon van André, in het bedrijf. In 1974 werd hij bestuurder en volgde daarmee zijn vader op. Dit gebeurde eerder stilzwij­ 72


gend zodat de overgang nauwelijks opgemerkt werd. Eddie Verbeke zette voor een groot deel het beleid van zijn vader voort. De andere zoon, Ludo, deed in 1971 zijn intrede als algemeen bediende. Hij kreeg de verantwoordelijkheid over de gebouwen en het wagenpark en was van 1986 tot 1996 traffic manager. Dochter Katie kwam eind 1972 in dienst van Injextru als receptioniste. Ze verliet het bedrijf kort nadat haar echtgenoot, Luc Dobbelaere, in 1979 in dienst kwam als verkoper. Injextru bleef dus meer dan ooit een familiebedrijf. De jaren zeventig waren moeilijke jaren, moeilijkheden die zich reeds vanaf 1965 aandienden, toen de omzet ging dalen. Pas in 1968 steeg de omzet opnieuw boven het niveau van 1964 uit. Eind jaren zestig gingen bovendien belangrijke klanten van Injextru in faling. De Deinse kinderwagen- en speelgoedfabrikanten Torck en Souplex legden er het bijltje bij neer. De negatieve trend kon aanvankelijk omgebogen worden, maar de BTW gooide roet in het eten (118). De (uitgestelde) invoering van de BTW in 1971 veroorzaakte immers een psychologische schok bij de consument, wat resulteerde in een paniekreactie met een inkrimpend verbruik tot gevolg. Er kwamen weinig bestellingen, de omzet van Injextru daalde en voor 1970 werd een flink verlies genoteerd, de eerste keer sinds 1954. Injextru kreeg het moeilijk en heel wat werknemers verheten het bedrijf. Ze trok­ ken naar Bekaert, het staaldraadbedrijf dat toen in Aalter een nieuwe ves­ tiging geopend had en hoge lonen bood (119). Dezelfde irrationele reactie als met de BTW-paniek zag men opnieuw een paar jaar later, in 1973, toen de OPEC-landen de oliekraan dichtdraaiden. De oliecrisis was er het gevolg van. Deze keer was de paniekreactie ech­ ter in het voordeel van Injextru: de stijgende olieprijzen zorgden wel voor duurdere grondstoffen, maar ook voor hogere omzetprijzen. De winst was navenant. De dure olie zorgde er echter wel voor dat Injextru in bepaalde periodes moeilijk aan grondstoffen kwam, wat dan weer een negatief aspect was. In z’n geheel genomen waren de jaren zeventig niet positief. De econo­ mische crisis het zich vooral in de tweede helft van het decennium voe­ len. In 1975 telde België een kwart miljoen werklozen, een aantal dat later nog zou verdubbelen. Als toeleverancier van de industrie was Injextru gevoelig voor deze reces­ sie. Alhoewel de omzet flink steeg, bleef de winst zeer beperkt.

73


48. De kinderen van AndrĂŠ Verbeke kwamen eind jaren zestig, begin jaren zeventig in het bedrijf terecht, foto januari 1977. V.l.n.r.: Eddie, Ludo, vader AndrĂŠ en Katie, hier afgebeeld bij het meest typerende Injextruproduct uit de jaren zeventig: de tuinmeubelen.

49. In januari 1970 werd de oude fabriek verbonden met het deel uit 1961.

74


Investeringen naar een nieuwe oriëntatie Injextru probeerde de crisis te counteren door nieuwe markten aan te boren en door fors te investeren in machines en gebouwen. In 1970 werd de oude fabriek (‘t Kelderke met de aanbouw van 1956) ver­ bonden met het gebouwencomplex uit 1961 waardoor de bedrijfsoppervlakte 3400 m: bereikte. Het nieuwe deel werd magazijnruimte met daar­ onder een open los- en laadruimte. Maar dit was slechts klein bier vergeleken bij de investeringen die in 1976/1977 volgden, waarover straks meer. Injextru had immers besloten zich meer toe te leggen op de markt van de harde plastiek. Dit zou tot uiting komen in de productie van tuinmeubelen, sierluiken en planchetten. Injextru richtte zich dus meer op de consumentengoederen en op de bouw­ nijverheid.

De productie in de jaren zeventig Somerset (tuinmeubelen) Al in 1967 had men geprobeerd onderdelen van tuinmeubelen te ma­ ken (120). Dit bleef echter beperkt tot een banklat in harde PVC waarin een houten lat geschoven werd en die afgesloten werd met plastic doppen. Dit was een gevolg van het wegvallen van de klanten Torck en Souplex waarvoor Injextru bieskoord had gemaakt waarmee het metalen frame van hun tuinmeubelen bekleed werd. Het verlies van die belangrijke klanten bracht Injextru op het idee zelf de tuinmeubelsector te bespelen. Maar aanvankelijk had dit weinig succes. De tuinmeubelfabrikanten ble­ ken nauwelijks geïnteresseerd in de banklatten van Injextru. De verkoop was gering. André Verbeke besloot begin 1970 dan maar zelf tuinmeubelen te ver­ vaardigen op basis van profielen uit hard PVC. Het eerste tuinmeubel dat de Injextru-hallen verliet was een mini-bank zonder rug. Het bankje bestond uit een zwart metalen onderstel met vijf plasticlatten in verschillende kleuren. Het geheel werd in Injextru geas­ sembleerd: de latten waren een eigen product, het onderstel werd inge­ kocht. Er werd een promotiecampagne opgezet en het bankje bleek aan te slaan. Het bleef in productie tot 1977. Dit mini-bankje werd het begin van het tuinmeubelassortiment. Er kwam een aparte afdeling tuinmeubelen binnen Injextru. De mini zonder rug werd al gauw gevolgd door een bankje met rug. Het 75


50. Mei 1971: de eerste Injextru-tuinmeubelen zijn een feit. Hier zien we het fameuze mini-bankje, de parkbank en een tafeltje. Alle meubels hebben nog een metalen onderstel en de latten zijn gevuld met hout. Bemerk ook de twee stoelen (geen IP-product) met blauw bieskoord dat door Injextru geproduceerd werd.

51. Het volledige tuinmeubelgamma in een advertentiefolder, ca. 1977. 1: terrasstoel met kussens ; 2: terrastafel ; 3: zwerftafel ; 4: piccolo ; 5: kinderzit ; 6: kin­ dertafeltje ; 7: somersetzetel met kussens ; 8: somersettafel ; 9: piknikstel ; 10: miramare met kussens ; 11: parkbank ; 12: parasol ; 13: parasolvoet.

76


assortiment tuinmeubelen vergrootte elk jaar. De metalen onderstellen werden ook vervangen door een onderstel uit PVC-latten, zij het dat de kern van de latten nog altijd hout bevatte. En dit hout zorgde voor flinke problemen. Al vlug (vermoedelijk in 1971 of 1972) bleek namelijk dat de houten kern in de latten rotte. Dit resul­ teerde natuurlijk in misnoegde klanten en schadeclaims. Injextru heeft haar afnemers jarenlang moeten vergoeden maar slaagde er niet in het ver­ trouwen voor 100 procent terug te winnen. Na deze onfortuinlijke ervaring werden de tuinmeubelen integraal uit hard PVC vervaardigd. Dit gebeurde na mei 1973. Het assortiment werd steeds uitgebreider. Tegen 1976/1977 beschikte Injextru over een volledige set terrasmeubelen met stoelen, tafels, tuin-, park-, en picknickbanken, bijzettafeltjes, ligzetels, aangepaste meubeltjes voor kinderen, enz... Injextru leverde toen ook al kussens en parasols mee en bood zijn meube­ len ook in het bruin aan. De meubelen werden vooral verkocht in tuincentra. Het ontwerpen van de meubelen gebeurde doorgaans door mensen uit het eigen bedrijf. Eddie Verbeke zelf leverde de nodige ideeën, maar ook zijn secretaresse Marleen Goudsmedt, en vooral Luc Vervelghe lieten zich niet onbetuigd. In 1975 kregen de tuinmeubelen een aparte merknaam: Somerset. Ook de tuinslangen en de vliegenlinten maakten deel uit van dit assortiment (121). In dat jaar en ook het volgende exposeerde Injextru haar tuinmeubelcollectie op de Vac-expo-beurs in Brussel: een gespecialiseerde, nationale beurs voor sport- en tuinartikelen. Grote firma’s als Vandemoortele (olieproducten), Flandria, Primus (sala­ mi), Eurocolor (verf) en de sportartikelenonderneming Snauwaert-Depla verdeelden de meubelen als premie voor hun verkopers. De promotiecampagnes werden ondersteund door luxueus drukwerk, weelderige vierkleurenfolders met foto’s van de Otegemse fotograaf Peter Labarque. Er kwam ook een speciale showroom in de onderneming waar het assor­ timent tentoongesteld werd. Al gauw werd Injextru geïdentificeerd met tuinmeubelen, alhoewel die slechts een beperkt deel van de productie uitmaakten. In 1981 werd de afdeling tuinmeubelen stilgelegd. Belangrijkste reden was dat Injextru de concurrentie met bedrijven die bijvoorbeeld tuinmeu­ belen uit twee stukken spoten, niet aankon. In vergelijking daarmee waren de Injextru-meubelen veel te arbeidsintensief. Bovendien wogen de publicitaire kosten, de steeds maar wisselende mode en de labiele weersomstandigheden, zwaar door op de productiekosten. 77


52. Het volledige Ventinellagamma voor een advertentiefolder, ca. 1977. De verschillende types sierluiken zijn hier te zien, net als een aantal afgeleide producten: een vliegendeur, een hor, een wind- of kamerscherm en een hekkentje. Let op de ongebruikelijke maar kunstzinnige setting, het werk van fotograaf Labarque. Deze aanpak bleek echter vanuit commercieel oogpunt minder goed aan te slaan.

78


Ventinella (sierluiken) Met de sierluiken werd ook beginjaren ‘70 gestart (namelijk in 1971). De luiken werden gecommercialiseerd onder de naam Ventinella. Later, medio jaren zeventig, werd het assortiment verruimd met hekkentjes en poortjes, muggenraampjes en windschermen... (122) De luiken bestonden in de meeste gevallen uit een kaderprofiel met (drie­ hoekige) schetjes (ook lamellen of gewoon latjes genoemd). Waar er aanvankelijk slechts twee types luiken waren (kaderprofiel van 50 of 70 mm breedte) kwam daar in 1976 ook nog een type 125 bij. Van elk type waren verschillende modellen verkrijgbaar. De meeste luiken Waren sierluiken, maar ze konden ook functioneel gebruikt worden met beslag of ijzerwerk. De sierluiken werden door middel van gleuven in de rug op haken in de muur gehangen: ze waren dus afneembaar. De functionele luiken (die dus effectief open en dicht konden draaien om het raam af te schermen) konden ofwel handbediend worden ofwel van binnen uit mechanisch geopend of gesloten worden door een kruk. Bij het Ventinella-assortiment hoorden zoals gezegd ook muggenramen (met vliegengaas), vliegendeur (waarvan het bovendeel functioneerde als muggenraam) en poortjes en hekkentjes. De luiken werden toegepast in de bouwsector: niet alleen in nieuwbouw, maar vooral bij verbouwingen werden veel Ventinella’s verwerkt. De eerste sierluiken (de zogenaamde Prefabella’s) werden in de IP-folders aangeprezen als “speciaal ontworpen voor prefab- en industriële wonin­ gen, ook voor chalets, tuinhuisjes, enz.” Het waren trouwens de enige producten die Injextru ook - en vooral rechtstreeks aan particulieren verkocht. Ze konden op maat gemaakt wor­ den en Injextru beschikte over een eigen plaatsingsdienst (een bedrijf dat in onderaanneming werkte). Wie door Tielt kuiert, merkt nu nog veel woningen met die typerende plastic-sierluiken. De luiken bleven in productie tot in 1980 maar de profielen ervoor wor­ den nog steeds gemaakt voor kunststofschrijnwerkers. De merknaam Ventinella bleef dus bestaan. Ook in de jaren tachtig was Injextru op de Batibouw-beurs aanwezig met de Ventinella-luiken.

Ipeewall (bouwprofielen) De bouwmarkt werd met nog een ander product bespeeld. Vanaf 1970/1971 maakte Injextru planchetten en hulpprofielen voor goot- en wandbekleding. De planchetten werden onder de naam Ipeewall op de 79


53. Enkele voorbeelden van profielen voor de bouwnijverheid, ca. 1977? (A) Een dubbele tapijtplint: het rugprofiel werd aan de muur bevestigd, het plintprofiel kon dan opgeclipst worden waarna de plint met tapijtstroken beplakt werd. (B) Een gewone plint in hard PVC. (C) Een toegepast voorbeeld van een profiel voor trapleuningen.

80


markt gelanceerd. Maar die productie werd al in 1973 stopgezet. Het gamma van het Tieltse bedrijf was te klein en het bedrijf kon de concur­ rentie onvoldoende weerwerk bieden (123). In 1976 kwamen de planchetten echter opnieuw in productie. Maar ook dat werd geen succes. De extrusie verliep zeer moeizaam doordat men met ongeschikte, tweedehandse machines werkte (124). Bovendien slaagde men er niet in om bijvoorbeeld met succes geperforeerde planchetten te produceren. De coördinatie tussen het “trekken” en het boren van gaatjes zorgde voor heel wat hoofdbrekens. Veel afgewerkte producten werden door misnoegde klanten terug naar Tielt gestuurd (125).

Extruplas (industriële profielen) Injextru bleef natuurlijk ook industriële profielen produceren. Dit gamma werd gegroepeerd onder de naam Extruplas. In 1977 vertegenwoordigden deze industriële profielen - die meestal op bestelling gemaakt werden iets meer dan de helft van de omzet (126). Begin jaren zeventig produceerde Injextru heel wat profielen voor de bouwnijverheid, zoals muurplinten, stootbanden, trapneuzen, handgrepen voor trapleuningen... En verder sierprofielen voor de meubelindustrie en het timmerbedrijf zoals allerhande T-profielen om tafelranden of rugleu­ ningen van stoelen te bekleden... Injextru was met zijn afbiesprofielen ook toeleverancier voor de lederwarennijverheid en de automontage. Tenslotte bleven de vaste waarden zoals tuinslangen, gasslangen en soepele buizen, waslijnen, springtouwen en spiralen nog altijd in productie. De productie van Injextru bestond medio jaren zeventig dus uit vier grote groepen. De grootste was Extruplas, gevolgd door het tuinmeubelassortiment Somerset, de luikenafdeling Ventinella en de planchetten Ipeewall.

Overinvesteringen ? De nieuwe productie van tuinmeubelen, luiken en planchetten kreeg voor­ al vanaf 1976 een serieuze uitbreiding. Toen kocht Injextru immers een grote productieruimte op het industrieter­ rein Tielt Noord (Galgeveld). Het gebouw was recht tegenover de onder­ neming aan de overkant van de ringweg gelegen. De verkoper was het oorspronkelijk Wakkens bedrijf Wallys Jeans dat het daar in 1972 opge­ trokken had, maar in 1976 zijn actieterrein naar Tunesië verlegde. Met de aankoop van die bedrijfsruimte kwam eindelijk een einde aan het gebrek aan magazijnruimte. Maar hoofddoel van de nieuwe aankoop was een eigenlijke tuinmeubel- en luikenfabriek op te richten. 81


54. In 1976 werd IP2 aangekocht, een ruim gebouwencomplex op het industrieterrein Tielt Noord, foto nov. 1986. Voor het gebouw staat het profdement, een sculptuur opgetrokken uit plasticprofielen, van Berten Van de Velde.

55. Binnenzicht van IP2, maart 1978. Rechts liggen heel wat profielen, die reeds op 45° gezaagd zijn, te wachten op verdere ver­ werking op de lasmachine daarachter. Carine Vanluchene staat aan de bandschuurmachine om de lasnaden weg te werken.

82


Het nieuwe bedrijf werd IP2 genoemd, terwijl het “moederbedrijf’ voor­ taan als IP1 bestempeld werd (127). In december 1976 werden daar voor het eerst tuinmeubelen gemaakt. De luiken- en planchettenafdelingen volgden spoedig zodat alle harde PVC in IP2 terecht kwam. Bovenop deze forse investering in bedrijfsruimte kocht Injextru in 1976/1977 ook nog eens vijf extrusiemachines: vier tweedehandse en één nieuwe machine. In 1976 werd de inboedel van een klein extrusiebedrijf uit Hoboken opge­ kocht. De twee extrusielijnen zouden dienst doen voor de productie van planchetten. Een jaar later werd de extrusieafdeling van Plascobel uit Overpelt overgenomen. Meteen was Injextru weer twee lijnen rijker. Achteraf gezien heeft Injextru in die jaren overgeïnvesteerd. Zo zou het vijf jaar duren vooraleer nog eens een nieuwe machine werd gekocht. En zoals gezegd, de nieuwe productie-eenheid in IP2 werd geen succes. De tuinmeubel- en planchettenafdeling werd in 1981 stopgezet (tegen 1980 was het aandeel van de tuinmeubelen in de omzet gedaald tot 2,15 procent). Toen ook de luikenproductie terug kwam naar IP1 betekende dit meteen het einde van de droom om van IP2 een volwaardige afdeling van hard plasticproducten te maken. IP2 deed daarna voornamelijk dienst als magazijnruimte. De voormalige refter werd in 1981-1983 ter beschikking gesteld van de heemkundige kring De Roede van Tielt: die gebruikte hem als bureauruimte voor een ploeg zgn. ‘BTK’-bedienden. In 1987 (en tot op heden) werd het geheel aan Erta verhuurd.

Het rampjaar 1980 Het gelijktijdig wegvallen van dergelijk groot deel van de productie bleef niet zonder gevolgen voor het bedrijf. Samen met de economische crisis die zich toen in België scherp begon af te tekenen, resulteerde één en ander in het rampjaar 1980. In dat jaar werd het grootste verlies in de geschiedenis van Injextru genoteerd. Vanaf eind 1980 verminderde het aantal bestellingen fors, terwijl het aan­ tal klachten steeg. In oktober lanceerde Eddie Verbeke een alarmkreet in het bedrijfsmededelingenblad IP-Tijdingen. Hij stelde dat het “gewoon­ weg slecht” ging met Injextru : “De lonen, energie, intresten stijgen steeds maar verder, maar de productiviteit daalt tot op een zeer gevaarlijk punt. Reklamaties komen er altijd bij, de afwezigheid groeit, de bestellingen dalen.” (128) De beheerder vroeg zijn personeel suggesties, die naamloos mochten zijn, maar dit leverde niets op. 83


In deze moeilijke periode reageerde de directie ook kregelig op het stijgend aantal afwezigheidsdagen ten gevolge van ziekte en ongeval­ len (129). Eind 1980 was het werkvolume dusdanig afgenomen, dat er opnieuw overgegaan werd tot tijdelijke werkloosheid (130). Zoals gezegd kampte Injextru met problemen in zijn tuinmeubel- en planchettenafdeling: het bedrijf kon niet concurrentieel produceren, kampte met technische pro­ blemen en een stagnerende bouwnijverheid. Eind 1980 had dit als resultaat dat de productie in IP2 werd stilgelegd waarmee formeel een einde kwam aan de tuinmeubel- en planchettenpro­ ductie. Er waren ook nog andere factoren die de slechte productiecijfers verkla­ ren. Zo was er de productieleider die zeer slecht presteerde, waartegen pas in maart 1981 ingegrepen werd. Bovendien was ook de leiding van het bedrijf verzwakt; in mei 1979 was de vrouw van André Verbeke onverwacht overleden. De bedrijfsleider heeft daar sterk onder geleden. Hij kon zich onvoldoende toeleggen op zijn onderneming. Anderzijds had zoon Eddie nog te weinig volmachten om daadwerkelijk te kunnen ingrijpen in het noodlijdende bedrijf. Deze grondige veranderingen leidden in 1981 tot een forse afvloeiing van een aantal werknemers. De tewerkstel­ ling zakte van 86 in 1980 tot 68 het jaar daarop. Ook 1981 bleef dus een moeilijk jaar. Bij alle turbulenties kwam nog eens dat er zich begin 1981 een zeer ernstig ongeval voordeed (131). Twee Injextru-arbeiders, Octaaf Vandewalle en Frans De Brabandere, werden bij herstellingswerken op het dak ver­ brand door kokende teer. Vooral Frans De Brabandere was er erg aan toe. Na verschillende huidtransplantaties over­ leed hij in april in het academisch zie­ frans de brabandere ° 1926 - t 1981 kenhuis van Leuven. Het was het eer­ ste en enige dodelijk arbeidsongeval in onderhoudsrnan injextru plastics 1975 - 1981 Injextru. Men zal begrijpen dat het economisch 56. Frans De Brabandere overleed op 14 en psychologisch klimaat in het bedrijf april 1981 aan de gevolgen van zware tijdens die jaren werkelijk een diepte­ brandwonden die hij opliep bij herstel­ lingswerken aan het dak. punt kende. 84


De verhouding werkgever-werknetner Eindjaren zestig had de vakbond reeds heel wat bereikt: hogere lonen, een eindejaarspremie, een syndicale premie, instelling van een systeem van bestaanszekerheid... Deze strijd ging verder in de jaren zeventig. De lonen bleven stijgen: ze verdriedubbelden bijna op tien jaar tijd. Eind 1970 verdiende een volwassen arbeider in dagploeg bijna 63 fr per uur, medio 1979 was dit opgelopen tot bijna 183 fr. In de jaren zeventig stegen de lonen trouwens veel sterker dan in de gou­ den jaren zestig. Gemiddeld waren de lonen jaarlijks met meer dan 14 pro­ cent toegenomen ! Ook de eindejaarspremie nam fors toe, zelfs in die mate dat in 1977 de zogenaamde dertiende maand werd bekomen. Toch waren de lonen in de plasticsector nog altijd lager dan in andere sec­ toren, aldus het ACV. Dit kwam doordat de sector gekenmerkt werd door KMO’s, in tegenstelling tot bedrijven uit de basischemie (132). Tegen het einde van de jaren zeventig moesten echter ook de vakbonden erkennen dat de crisis een domper zette op de vreugde. De syndicaten had­ den hun eisenbundel voor de CAO van 1978 bewust gematigd “met het oog op goede bedrijfsresultaten, en derhalve op een stabiele tewerkstel­ ling”. Het spook van de werkloosheid dreigde immers langs alle kanten. In ruil voor de welwillende houding van de vakbonden hadden de patroons zich geëngageerd om alles in het werk te stellen om afvloeiingen wegens economische redenen te vermijden en in eerste instantie naar gedeeltelijke werkloosheid over te gaan. Indien toch tot ontslagen overge­ gaan zou worden, zouden de vakbonden eerst geraadpleegd worden (133). De grootste klap kreeg de vakbond echter in 1980 te verwerken. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO verliepen zeer stroef. Door het ongun­ stig sociaal-economisch klimaat met aanzienlijke werkloosheid in ver­ scheidene plasticbedrijven had ook de vakbondsbasis niet gedurfd veel druk uit te oefenen. De collectieve arbeidsovereenkomst die eind dat jaar dan toch afgesloten werd, bood weinig perspectieven (134). De vakbonden hadden een totale loonstop moeten aanvaarden. Dit hield in dat de loonovereenkomst voor de hele periode telde en er geen tussentijdse aanpassingen waren; enkel de indexaanpassing bleef van toepassing. Ook de eisen tot werktijdverkorting had het syndicaat grotendeels moeten inslikken. In 1979 sprak de vakbond nog van een 36-uren week, een jaar later hield men het op 38 u. (135) Ook de Injextru-directie zag toen geen heil in arbeidsduurverkorting. 85


57. Het bijna voltallige personeel van Injextru gekiekt op 17 januari 1982, naar aanleiding van de tentoonstelling ‘35 jaar plastiekleven in Tielt’ die doorging in het Cultureel Centrum Gildhof. V.l.n.r. Eerste rii: Francis Tassaert, Lucien Bruneel, Luc Dobbelaere, Ludo Verbeke, Eddie Verbeke, André Verbeke, Marcel Lauweryns, André Verhamme, Rita Deboevere, André Acx, Luc Vervelghe, Hubert Braekevelt, Julien Deman ; Tweede rii: Carine Lambrecht, Linda Parmentier, Ludo Gelaude, Sonja Geluwie, Carine De Dobbelaere, Lily Lassuy, Marie-Jozef Verbrugghe, Marleen Goudsmedt, Rosy Couwelier, Jeannine Vanluchene, Yvette Bouckaert, Nicole Hoste, Annie Heytens, Jacqueline Hermans, Luc Vuylsteke, Heldri Volckaert, Roland Arickx, Georges Devos, John Van Dierdonck ; Derde rii: Eric Goemaere, Rita Verhamme, Marie-Helene Demeyere, Frida De Rammelaere, Carine Vanluchene, Lutgarde Snauwaert, Etienne De Craemer, Linda De Craemer, Katy Van Thoumout, Danny Ninclaus, Freddy Bruneel, Bart Demeyere ; Vierde rii: Jeannine Bottelberge, Patrick Verbeke, Michel Allaert, André Sander, Norbert Dierckens, Mare De Leeuw, Leon Versporten, Jacques Van Caillie, Willy Van Hecke, Oscar Bruneel, André Vandeweghe ; Vijfde rii: Carlos Bottelberghe, Danny D’Hont, Roland Aemout, Rudi Gelaude, Jerome Callens, Geert Deman, Walter Bruneel, Christiaan Callens, Paul Bruneel, Ronny De Craemer, John Braekevelt, Johan Braekevelt, Gino Tuyttens. Ontbreken: Oktaaf Vandewalle en Myriam Vandeweghe.


Eddie Verbeke hield zijn arbeiders in 1980 het volgende voor: “Vroeger als onze ouders en grootouders het lastig hadden, zegden ze: ‘Het gaat moeilijk, we zullen een beetje meer werken en er ons wel doorslaan’. Nu zeggen de vakbonden: ‘Het gaat moeilijk, we zullen een beetje min wer­ ken’ (136). Het was duidelijk dat de ongunstige economische toestand - en dat gold zeker voor Injextru - weinig ruimte liet voor onderhandelingen. Toch voorzag de CAO van 1980 een werkweek van 39 uur vanaf 1 janu­ ari 1981. Daarmee was voorlopig een eind gekomen aan een trend van werktijdver­ korting die reeds in de jaren zestig ingezet was. Toen werd overgeschakeld van een werkweek van 48 u naar één van 45 u. In de CAO van 1967 werd bepaald dat in december 1968 de werkweek tot 44 u beperkt zou wor­ den (137). In december van 1969 werd reeds overgeschakeld naar een 43uren werkweek. Elk jaar ging van de arbeidsweek één uur af, zodat men in 1972 bij een 40-uren werkweek belandde, wat geruime tijd zo zou blijven. Op vijf jaar tijd was de arbeidstijd dus met vijf uur verminderd: in 1967 werkte de plasticarbeider nog 45 u per week, in 1972 nog 40 u. Daarmee liep de kunststofsector vooruit op de algemene tendens. Ongetwijfeld was de arbeider in de plasticsector nooit zo “rijk” geweest als in de jaren zeventig. De lonen waren flink gestegen terwijl de arbeids­ duur drastisch ingekrompen was. De prijzen van de producten waren bovendien niet in dezelfde mate gestegen als de lonen, zodat het reële arbeidersloon nog aanzienlijker toegenomen was dan de nominale loonsstijgingen laten vermoeden. Die toegenomen welvaart is bijvoorbeeld ook af te leiden uit de trans­ portwijze van de werknemers bij Injextru (138). Terwijl in 1973 nog bijna 70 procent van de Tieltse personeelsleden te voet, met de fiets of per bus naar het werk kwam en de rest met de wagen of bromfiets, was het percentage “zachte” weggebruikers gedaald tot 60 procent in 1980. Eén op drie Tieltse werknemers bolden toen met hun eigen karretje naar Injextru, terwijl dat in 1973 nog maar één op vier was. Vanaf 1974 kwam Injextru trouwens financieel tussen beide in de ver­ voerskosten. Voor afstanden van meer dan 5 km betaalde de firma de helft van de vervoerskosten terug voor zowel spoor-, bus- of eigen vervoer en dit op basis van een sociaal abonnement van de NMBS (139). Deze werkgeverstussenkomst werd trouwens veralgemeend door de CAO van okto­ ber 1974(140.). Voor veel Injextru-werknemers was deze regeling echter niet van toepas87


00 00

58. Luchtfoto van Injextru, ca. 1988. Duidelijk zichtbaar is de in 1970 gemaakte verbinding tussen het gebouw aan de straatkant en de productieruimte uit 1961. De grijskleurige delen achter de nieuwbouw van 1962 werden in 1986/1987 bijgebouwd en deden dienst als magazijnruimte. Aan de overkant van de ringweg zien we het vroegere IP2 dat toen reeds verhuurd werd aan Erta (bemerk de vrachtwagen aan de achterkant) dat aan de bovenkant van de foto nog net te zien is.


sing, aangezien in de jaren zeventig meer dan 75 procent van de werkne­ mers afkomstig was uit Tielt zelf. Het overige personeel was voor het merendeel afkomstig uit een gemeente gelegen in het arrondissement Tielt. Het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing kwam ook in de jaren zeventig op regelmatige basis samen. Uit de verslagen van de ver­ gaderingen blijkt dat vooral aandacht besteed werd aan de ongevallen die voorkwamen in het bedrijf en hoe die voorkomen konden worden. Ook allerlei kleine zaken die de productie konden verbeteren of veiliger maken, kwamen aan bod. In 1974 werd veel aandacht besteed aan brandveiligheid. In het bedrijf werd een eigen brandweerkorps opgericht. Uit de ongevallenstatistieken blijkt dat vooral 1975-1976 en 1979-1980 slecht scoorden. Is er een relatie met het bedrijfsklimaat? Bij de sociale verkiezingen van 1971 bekwam het ACV twee verkozenen, het ABVV één. Vier jaar later lagen die verhoudingen net omgekeerd. In 1975 deden ook voor het eerst twee vrouwen hun intrede als verkozenen. Bij nieuwe verkiezingen in 1979 was het opnieuw de christelijke vakbond die de meerderheid haalde.

4. De feniks herrijst uit zijn as (de jaren tachtig en negentig) Na de rampzalige ineenstorting van Injextru in 1980 stond Eddie Verbeke voor de moeilijke en ondankbare taak het bedrijf terug gezond te maken. Hij besloot het bedrijf een nieuwe koers te laten varen. Vader André Verbeke hield het in 1981 voor bekeken en liet de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van Injextru volledig aan zijn zoon Eddie over (141). Na de slechte jaren 1979-1980 moest 1982 “het jaar van de kering” wor­ den. Voortaan zou het bedrijf zijn aandacht bijna uitsluitend richten op het ver­ vaardigen van industriële profielen. Deze profielen waren vóór 1980 goed voor zo’n 50 à 60 procent van de productie en dit aandeel moest gevoelig stijgen. Dat is ook gelukt: reeds in 1987 was dit productieaandeel geste­ gen tot 90 procent. Eerst en vooral werden de verlieslatende producten, zoals de planchetten en de tuinmeubelen, afgestoten. Ook de productie van de typische consumentengoederen werd geleidelijk afgebouwd. Met het draaien van spiralen werd in 1981 gestopt en de vliegenlinten moesten er eveneens beginjaren tachtig (na 1982) aan geloven. 89


De waslijnen waren reeds in 1974 afgevoerd (142) terwijl de tuinslangen pas in 1986 uit productie werden genomen. De hoelahoep bleef nog in productie tot in 1988. Maar toen ook dit product verdween, was duidelijk dat het Injextru van de jaren tachtig niet meer te vergelijken was met het bedrijfje uit de jaren vijftig. De omschakeling van consumentgerichte producten naar industriële half­ fabrikaten had z’n gevolgen voor de omzet. Van 1981 tot en met 1986 ver­ toonde de omzetcurve een licht dalende tendens. Pas daarna ging de omzet fluks de hoogte in; een evolutie die parallel liep met de exponentieel groeiende export. De afstoting van de arbeidsintensieve en consumentgerichte producten ging, zoals reeds aangehaald, ook gepaard met een forse afslanking in het personeelsbestand. Vooral in 1981 was die scherp. Maar de ommekeer uitte zich niet alleen negatief, integendeel. In de jaren tachtig werd opnieuw geïnvesteerd in machines en gebouwen. Vanaf 1983 werden elk jaar minstens één, meestal twee, nieuwe machines aangekocht. Dit was nodig: het machinepark verouderde, het was van 1976 geleden dat er nog een nieuwe machine de Injextru-productiehallen binnengekomen was. Ook de productieruimtes werden uitgebreid. In 1986/1987 ging de aan­ dacht vooral naar een uitbreiding van de magazijnoppervlakte (voor matrijzen, grondstoffen en goederen) (143). Enkele jaren later (1989/1990) werd achteraan een nieuwe extrusiehal van ca. 700 m2 opge­ trokken. Op de verdieping werd de matrijzenbouw ondergebracht (144).

Een strategie voor de toekomst Eddie Verbeke nam zich voor van Injextru een modem bedrijf te maken dat volgens moderne managementmethoden werkte. Zoals gezegd zou Injextru zich meer dan ooit toeleggen op industriële pro­ fielen. Het bedrijf wenste zich te profileren als toeleverancier voor de verwerkende industrie: de IP-profielen vinden een toepassing in de pro­ ductie- of assemblageactiviteiten van de meest diverse ondernemingen. Beginjaren tachtig stelde Injextru zich tot doel: “leider worden in indus­ triële profielextrusie uit thermoplastische kunststoffen, en dat in een straal van 300 kilometer”. In de praktijk beperkte de afzetmarkt zich tot de Benelux en Frankrijk tot aan Parijs. Dit is ook het gebied waarbinnen het contact met de klant via persoonlijke verplaatsingen kan gebeuren en de leveringen, met eigen vrachtwagens, binnen de 24 u mogelijk is. Als klein bedrijf moest Injextru een klantenservice bieden die beter was dan de grote producenten konden bieden. Dit idee kwam tot uiting in het 90


principe van co-makership (145). In een voortdurend overleg tussen fabri­ kant en klant wordt bekeken wat de precieze eisen zijn zodat het afge­ werkt product exact naar wens is van de klant. Deze noodzaak van een nauw overleg heeft ook te maken met het feit dat vele klanten van Injextru kleine en middelgrote bedrijven zijn die naar Injextru toestappen met enkel een ruwe schets of idee. Injextru moet dan optreden als probleem­ oplosser. Samen wordt dan een matrijs uitgedokterd die in de eigen matrij­ zenmakerij gemaakt wordt. De klant kan ook bepaalde eisen stellen naar verpakking toe. Daarenboven was Injextru niet vies van kleine bestellingen: “profielen die anderen eigenlijk liever niet maken.”

Injextru en de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen Injextru wilde zich profileren als een hoogtechnologisch bedrijf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de onderneming enthousiast meedeed aan allerlei initiatieven die de Vlaamse bedrijfswereld een innovatief imago moest bezorgen. Zo begroette Injextru met vreugde de DIRV-actie (Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen) die begin jaren tachtig gelanceerd werd door Gaston Geens, de voorzitter van de Vlaamse Regering. Met deze actie wilde men Vlaanderen uit de crisis werken door in het indus­ triebeleid meer ruimte te maken voor nieuwe technologie. In het kader daarvan werden vanaf 1983 de Flanders Technology International-beurzen georganiseerd in Gent. Injextru nam een eerste keer deel in 1985 (146). In 1987 was de Europastad door zes bedrijven vertegenwoordigd op Flanders Technology. Vier daarvan behoorden tot de kunststofsector: Axxis, Erta, Vulkoprin en Injextru (147). Vier jaar later was Injextru nog het enige Tieltse bedrijf op de beurs. Haar stand zag er zeer gedurfd en futuristisch uit ; centraal stond het profielenkasteel van beeldhouwer Jef Claerhout. In 1993 werd Injextru gelauwerd voor zijn vijfde deelname. Dat het bij Injextru om meer dan het aanmeten van een imago ging, blijkt ook uit de feiten. De toenemende automatisering die de jaren tachtig kenmerkte, ging ook aan Injextru niet voorbij. Reeds in 1980 werd de computer in het bedrijf geïntroduceerd (148). Hij werd aanvankelijk vooral gebruikt in de boek­ houding en de verkoopsadministratie. Later (1985) werd ook de produc­ tie- en magazijnadministratie geautomatiseerd (149). Sinds eind 1986 beschikte Injextru ook over een faxapparaat. Het verving de telex, die sinds 1977 in gebruik was en begin 1989 voorgoed naar het museum verwezen werd (150). 91


59. Een voorbeeld van een co-extruder (van boven naar beneden) die dwars op de hoofdextruder (van rechts naar links) is geplaatst. Beide extruders zijn aangesloten op éénzelfde matrijs, hier voor een tweekleurig rolluikprofiel (lamel), foto 1972/’73.

60. De futuristisch ogende Injextru-stand op Flanders Technology 1991. Centraal staat het profielenkasteel van Jef Claerhout.

92


De technische evolutie in de kunststofextrusie stond evenmin stil. Injextru probeerde daarin steeds als koploper te fungeren. Zo produceerde Injextru reeds in december 1970 zijn eerste profiel in coextrusie (151). Deze techniek brak vooral in de jaren tachtig door. In 1984 bezat IP drie co- of hulpextruders. Eén uit 1972, één uit 1973 en één van 1982(152). Bij co-extrusie wordt aan de hoofdextruder een hulpextruder geplaatst, waarop een gemeenschappelijke vorm gemonteerd wordt. Op die manier bekomt men een profiel in twee hardheden of twee kleuren (153). Co-extrusie kan dus een montagestap elimineren. Zo kunnen op een profielkern uit hard PVC flexibele lippen van zacht PVC geëxtrudeerd wor­ den. Dit vindt een toepassing bij cassettes voor industriële fotografische film waar de lippen de cassette afsluiten van licht, ter vervanging van de traditionele opgelijmde viltstrook. Een andere toepassing is het co-extruderen van trillingsdempende zachte kunststofstrips op stijve montageprofielen (154). Co-extrusie werd trouwens ook gebruikt voor meer eenvoudige producten zoals de tuinslang. In 1983 verving Injextru de groene doorschijnende tuinslang door de “zebra-slang”: een zwart-gele slang die verkregen werd door co-extrusie (155). Ook de tweekleurige hoelahoep was een co-extrusieproduct. Een andere evolutie in de kunststofwereld was de introductie van de zoge­ naamde technische kunststoffen. Dat zijn kunststoffen uit een minder gebruikelijke grondstof die gebruikt worden in zeer specifieke omstan­ digheden of toepassingen (156). Het gebruik van dergelijke materialen resulteerde dikwijls in technische hoogstandje zoals de productie van kunststofladers als verpakking voor computerchips. De in de jaren tachtig exploderende informatica- en elektronicawereld had behoefte aan verpakkingsladers die niet reageerden op de chips. De met roet gevulde laders die Injextru produceerde waren ver­ vaardigd uit een speciale soort polypropyleen. Daardoor werd electrische oplading, eigen aan kunststoffen, vermeden. Injextru was één van de eerste Europese fabrikanten van dergelijke ver­ pakkingsladers. Het eerste profiel in die soort verliet reeds in 1984 de Injextru-hallen (157). In 1989 produceerde Injextru, als eerste op het Europese continent, een chips-lader met een transparant venster. De pro­ ductie ervan eiste een verfijnde vorm van co-extrusie (158). Het vervaardigen van deze verpakkingspijpjes voor elektrotechnische materialen leverde Injextru in 1984 een 161ste plaats op in de DIRV-Top1000. Deze lijst klasseerde Vlaamse bedrijven volgens hun bijdrage tot de technologische vernieuwing. Dat Injextru zo hoog scoorde was een hele 93


61. Verschillende soorten laders voor electronische componenten, 1988.

62. Het indrukwekkende matrijzenmagazijn, dat zich boven de nieuwgebouwde (1989/1990) extrusiehal bevindt.

94


prestatie voor dergelijk klein bedrijf (159). Het is duidelijk dat ingewikkelde profielen zoals die voor de laders maar mogelijk waren door technische evoluties binnen de matrijzenmakerij. Vanaf 1988 werden ontwerpen met de computer getekend. Een jaar later werd de matrijzenmakerij uitgerust met een eerste Zwitserse draadvonkerosie-machine. Dit apparaat werkt computergestuurd. Daardoor verhoog­ de niet alleen de nauwkeurigheid bij het ontwerpen van de matrijzen maar ook de productiesnelheid. In vergelijking met de klassieke methode met draaibanken, frees- en slijpmachines was dit dus een hele vooruitgang ( 160). In 1991 besloot Injextru ook matrijzenbouw voor derden uit te voeren (161).

Betere producten door betere kwaliteitszorg Dat in Injextru dikwijls speciale profielen geproduceerd werden voor hoogtechnologische toepassingen, mag ons niet doen vergeten dat het merendeel van de profielen nog altijd in de meer traditionele industrie terecht kwamen. In 1990 werden bijna 40 procent van de IP-profielen verwerkt in de bouwindustrie, 12,5 procent belandde in de elektro-sector. De meubel- en de auto-industrie waren goed voor respectievelijk 7 en 4,5 procent van de productie. Tien procent van de profielen werd gebruikt voor “andere tech­ nische toepassingen”. De land- en tuinbouwsector nam 5 procent van de Injextru-profielen af terwijl 6 procent verwerkt werd voor huishoudelijke toepassingen. Het speelgoed was nog maar verantwoordelijk voor amper 0,5 procent van de productie (162). Ook deze profielen moesten van een onberispelijke kwaliteit zijn. Kwaliteit werd vanaf de jaren tachtig in Injextru een sleutelwoord. Een doorgedreven en systematische controle van de productie moest resulteren in kwalitatief hoogstaande producten. Lang voor integrale kwaliteitszorg (IKZ) tot een modewoord verwerd, was Eddie Verbeke bezig met de kwaliteitsgedachte. Een eerste poging in 1982 om binnen het bedrijf een eigen kwaliteitspolitiek door te voeren, kende echter weinig resultaat. Pas vanaf 1984, toen Dirk Vanderbeke als kwaliteitsingenieur aangenomen werd, boekte men resultaat. De kwali­ teitsbeheersing verliep in samenwerking met het West-Vlaams Centrum voor Kwaliteitszorg waarvan Eddie Verbeke geruime tijd beheerder was. Een doorgedreven kwaliteitszorg was trouwens een noodzaak geworden: steeds meer belangrijke klanten stelden als leveringsvoorwaarde dat het bedrijf zou werken volgens de IKZ-filosofie (163). 95


Industriële profielen voor verschillende toepassingsge­ bieden, 1988. De eerste twee producten worden nog steeds geprodu­ ceerd door Injextru.

63. Een dichtingsprofiel voor een Samsonitekoffertje.

64. Een toepassing uit de landbouwsector: dit geper­ foreerd verluchtingsrooster voor stallen werd aan de pla­ fond gemonteerd.

65. Profielen voor fluokaders die in de jaren tachtig een echte rage waren.

96


Aanvankelijk werd de kwaliteitszorg beperkt tot de productieafdeling, maar vanaf 1990 werden alle afdelingen (aankoop, ingangscontrole, ver­ koop, verzending, onderhoud...) van het bedrijf aan kwaliteits-controle onderworpen. In 1992 verleende Ford New Holland Injextru de Ford Q 101-norm. Deze norm is noodzakelijk om als toeleverancier erkend te blij­ ven (164). Men streefde er ook naar de ISO 9002-norm, een meer alge­ meen geldende standaard, binnen te rijven. Ondernemingen die beantwoorden aan deze norm worden makkelijker geselecteerd bij toeleveringskeuze. Op 13 september 1994 ontving Injextru dit fel begeerde certificaat (165).

Een groeiende buitenlandse omzet Injextru wilde ook de buitenlandse markt veroveren. Zoals gezegd viseer­ de men voornamelijk de Benelux en Frankrijk. Vóór 1979 was de uitvoer gering: gemiddeld 10 procent van de omzet was export. De buitenlandse verkoop gebeurde incidenteel. In 1979 werden de zaken echter professioneler aangepakt. Er werd een exportafdeling opge­ zet met Francis Tassaert als export manager. De uitvoer steeg aanzienlijk: van 18 procent van de omzet in 1985 tot 40 procent in 1990, waarna dit aandeel stabiel bleef. Het is dan ook niet overdreven te stellen dat de flinke omzetstijging vanaf 1985 voor het grootste deel te danken is aan de exponentieel groeiende export. Vooral Nederland, waar Injextru sinds eind jaren vijftig een stevige voet aan de grond had, vormde een groeiende markt. Vandaar ook de aanwe­ zigheid van het bedrijf op de Utrechtse VAT-beurs (Vakbeurs Algemene Toelevering). Op deze tweejaarlijkse beurs voor toeleveranciers was Injextru sinds 1976 aanwezig. De Nederlandse markt was in 1986 goed voor 10 procent van de omzet (166). In 1991 was 64 procent van de uitvoer bestemd voor dit land. Ruim een derde ging naar Frankrijk. Nederland en Frankrijk vormen dus de grootste exportlanden, de uitvoer naar andere landen is - statistisch gezien - ver­ waarloosbaar (167). De uitvoer in de jaren tachtig was dus beperkt tot hoofdzakelijk twee lan­ den. In de jaren zeventig was dat anders geweest. In 1976 was Duitsland nog goed voor bijna 44 procent (bijna uitsluitend spiralen) van de export, Nederland haalde bijna één derde binnen en Frankrijk zo’n 11 procent. Respectievelijk negen en twee procent van de uitvoer ging naar Engeland en Denemarken. De totale export bedroeg toen zo’n 10 procent van de omzet (168). 97


'O

oo

66. Export manager Francis Tassaert (rechts) op de Midestbeurs in Parijs 1990.


Niet alleen was de Nederlandse markt flink gegroeid in de jaren tachtig, ook het belang van Frankrijk was dus toegenomen. Voor dat land was de Midest-beurs belangrijk. Deze beurs werd afwisse­ lend in Lyon en in Parijs gehouden. Injextru nam echter slechts deel aan de Parijse editie omdat Lyon “te ver” was (169). Trouw aan haar comakershipfilosofie bundelde Injextru immers zijn aandacht op bedrijven in een straal van 300 à 350 km. In Frankrijk had Injextru sinds 1979 een agent, nadat de twee eerste agen­ ten er actief geweest waren van 1961 tot 1969. In de tussenliggende perio­ de had Injextru dus geen Franse agent. In de tweede helft van de jaren tachtig werkte men met vier, later drie, agenten in Frankrijk (170). Sinds 1995 wordt onze zuiderbuur echter rechtstreeks bewerkt. Een belangrijke industriële beurs in België was Eurotech die tweejaarlijks doorging in Brussel. Alhoewel die beurs vooral bedoeld was om binnen­ landse klanten te lokken, kende ze toch ook een uitstraling naar het bui­ tenland. Injextru nam sinds 1984 trouw deel aan die beurs (171). In de jaren zestig en begin jaren zeventig had Injextru ook deelgenomen aan Europlastica, de grootste Europese beurs voor toeleveranciers. Toen die vier-, later driejaarlijkse beurs niet langer in België doorging, haakte Injextru af. Wel trok Injextru vanaf 1979 met een bus naar de Düsseldorfse editie van Europlastica. Alle werknemers konden mee.

De verhouding werkgever-werknemers Gedurende de tweede helft van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig maakte België een economische crisis door. De regering zocht wanhopig naar een uitweg (het beruchte “einde van de tunnel” van de opeenvolgende Martens-regeringen), maar slaagde toch niet in haar opzet. De vakbonden reageerden met stakingen. Eind 1982 werd op twee opeen­ volgende dinsdagen het land platgelegd. Op 7 december werd er gestaakt in Limburg, Luik, Luxemburg, Henegouwen en West-Vlaanderen. De staking was een gevolg van het feit dat de werkgevers weigerden te onderhandelen “over een redelijke en solidaire oplossing van de grote werkloosheid”. Er waren toen nog altijd bijna een half miljoen werklozen. Het ACV zag als oplossing voor dit probleem werkherverdeling door de werktijd te verkorten (172). Het Injextru-personeel deed echter niet mee aan die staking. Toch stond er om 4u30 ‘s morgens en ook om 7u30 een stakingspiket met vreemde arbeiders aan de enige ingang van de onderneming. Ook Eddie Verbeke was er en alle werknemers konden zonder incidenten het bedrijf binnen. De directie was tevreden: “naar onze bescheiden mening doet men weinig 99


a lg e m e en g e b r u ik

â&#x2122;Ś 1 2 3 4

_ -

5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930-

b i j b ra n d i n e l e k t r . k a s t e n

inkom , b u r e a u 's g e l i j k s v l o e r + t u s s e n v e r d ie p + v e r d ie p e l e k t r . k a b in e t o o n - en v e r g a d e r z a a l g e l i j k s v l o e r : m a g a z ijn v e rp a k k in g v e r d ie p i n g : a f w e r k in g fie ts b e rg p la a ts alg e m e en m a g a z ijn s c h r ijn w e rk e r ij m a g a z ijn afg ew . p ro d u k te n idem v o n k ru im te la a d b ru g inkom ( s t e m p e lk l o k ) re fte r b u re a u p r o d u k t i e m a g a z ijn k l e i n g e r i e f m eetkam er + m a g a z ijn pasm ate n l o k a a l EHBO s a n ita ir p a r k in g e x tru s ie h a ll m a g a z ijn g r o n d s t o f f e n m a g a z ijn g e re e d s c h a p p e n k o n s tru k tie w e rk p la a ts k o m p re s s o re n h u is m a g a z ijn k o n s t r u k t i e w a te r v o o r z ie n in g e n p a p ie rv o o rra a d v u iln is c o n ta in e r u i t g a n g v ia r i n g l a a n g a r a g e d ie n s tw a g e n

67. Grondplan van Injextru Plastics, ca. 1988. Het plan duidt de verschillende punten aan waar de brandblustoestellen zich bevinden. Het plan kadert dan ook in de vergaderingen van het VeiligheidscomitĂŠ.

100


goed door werkwilligen en werklozen tegen elkaar in het harnas te jagen”. Volgens Injextru kon er enkel meer werk gecreëerd worden door meer te investeren en harder te werken (173). Maar ook in Injextru moest het personeelsbestand afgeslankt worden. Na de grote reorganisatie in 1981 volgden ook nog in 1984/1985 afvloeiin­ gen. Het aantal werknemers zakte daardoor onder de zestig. Later steeg de tewerkstelling opnieuw lichtjes. Eind 1996 telde het bedrijf alweer 71 werknemers (57 arbeiders en 14 bedienden). In de crisisjaren stegen ook de lonen niet meer zo sterk als vroeger. Begin 1980 verdiende een Injextru-arbeider in dagploeg 188,47 fr/uur, tien jaar later was dit opgelopen tot 283,55 fr. De grote loonsstijgingen die de jaren zeventig kenmerkten waren defini­ tief voorbij. Bij de CAO van 1980 hadden de vakbonden al een loonstop moeten aanvaarden en ook de volgende jaren stonden in het teken van loonmatiging. In 1986 werd zelfs een indexsprong toegepast. Eindjaren tachtig kwam er terug wat ademruimte en stegen de lonen opnieuw dui­ delijk. Eind 1996 verdiende een Injextru-arbeider in dagploeg 377, 57 fr/uur. Een arbeider met nachtdienst ontving nog 54 frank meer. Sinds 1980 was een nieuwe looncategorie in voege. De “eerste man” kreeg iets meer betaald dan een gewone ploegarbeider. Dit onderscheid werd ingevoerd om de arbeiders die meer verantwoordelijkheid opnamen te belonen (174). Voor de bedienden werd reeds in 1979 een anciënniteitspremie ingevoerd (100 fr/maand of 1200 fr/jaar) (175). Zoals aangehaald zagen de vakbonden heel wat heil in werktijdverkorting. Eind 1983 werd overgeschakeld naar de 38-uren werkweek (176). In de praktijk bleven de meeste kunststofbedrijven, ook Injextru, bij de 40-uren week. Dit werd gecompenseerd met betaalde compensatiedagen. Dit sys­ teem wordt tot op heden toegepast. Bij de CAO van 1985 werd ook bepaald dat voortaan de 58-jarige arbei­ ders op brugpensioen konden gaan. Bedoeling was natuurlijk om deze te vervangen door jonge, werkloze, krachten. Later werd die brugpensioen­ leeftijd verlaagd tot 57 jaar en vanaf 1991 mocht de werkgever ook de toe­ kenning van het brugpensioen niet meer weigeren (177). Bij Injextru maakte elke werknemer die in aanmerking kwam gebruik van deze regeling. De vergaderingen van het veiligheidscomité gingen ook in de jaren tach­ tig en negentig door op hetzelfde stramien. De aandacht ging vooral naar 101


o to

68. Onder meer de groeiende aandacht voor kwaliteitszorg vergde van de arbei足 ders heel wat disci足 pline. Hier zien we Geert Verholle die aan zijn lijn zijn profiel nauwkeurig opmeet en de nodige gege足 vens noteert om sta足 tistische verwerking mogelijk te maken. Elke arbeider moet zijn eigen producten controleren. Deze procescontrole noemt men SPC (statistic proces control); het maakt deel uit van IKZ. Foto nov. 1995.


ongevallen en hoe ze te voorkomen. De aandacht voor veiligheid werd ook op een speelse manier gestimuleerd door in 1986, 1988 en 1990 een wedstrijd te organiseren rond dit aspect. In 1983 werd voor het eerst een preventieve inenting met het griepvaccin georganiseerd voor de werknemers. Gemiddeld liet zich ongeveer één derde inenten. Pas in 1984 werd een algemeen rookverbod ingevoerd in Injextru. Dat dit zo laat gebeurde in vergelijking met andere bedrijven, heeft te maken met het feit dat André Verbeke een verstokt roker is. Hij is steeds vergezeld van zijn onafscheidelijke CD-sigaar. Bij de sociale verkiezingen van 1983 en 1987 behaalde het ACV twee van de drie vertegenwoordigers. In 1991 waren alle drie de verkozenen van ACV-strekking. Vier jaar later veroverde het ABVV opnieuw twee zitjes in het veiligheidscomité. Alhoewel het comité voor veiligheid de facto de functie van syndicale afvaardiging vervulde, was er tot 1991 geen officiële vakbondsvertegenwoordiging in Injextru. De toestand werd eind dat jaar geregulariseerd. Voortaan werd er twee­ maandelijks vergaderd (twee ACV-ers en één ABVV-er). Op de agenda staan punten betreffende tewerkstelling, investeringen, werkvooruitzichten... In 1993 kwam het echter tot een botsing met Eddie Verbeke. Het ACV wou deelnemen aan de algemene staking die op 24 november georgani­ seerd werd uit protest tegen de besparingsmaatregelen van de regering Dehaene. De bedrijfsleider kon hier niet mee akkoord gaan. Desondanks was het stakingspiket (deze keer met eigen werknemers) op post en slaagde het ACV erin het bedrijf drie uur lang lam te leggen. Ook in andere Tieltse bedrijven werd het werk neergelegd. Dit was de enige staking bij Injextru in haar vijftigjarig bestaan, met uit­ zondering van de staking in 1951 in Sint-Denijs-Westrem. We kunnen ons tenslotte nog de vraag stellen of de werkdruk in de loop der jaren toegenomen is bij Injextru. Zeer vermoedelijk wel. Ik denk hier vooral aan de grote aandacht voor kwaliteitszorg vanaf de jaren tachtig. Het streven naar een grotere en voor­ al een betere productie stelde de arbeiders ongetwijfeld voor uitdagingen. Plant manager Luc Vervelghe in 1995: kwaliteitszorg “eist aan elke machine een voortdurende aandacht voor het te leveren product. Om het uur moeten de arbeiders zich (...) melden voor meting en kontrole van het product en dienen (ze) het resultaat te noteren op het kwaliteitsblad. Ik kan je verzekeren dat dit een ernstige inspanning vergt van alle werknemers, 103


69. Dit toestel, hier bediend door productieverantwoordelijke Christian Vervacke, projec­ teert het profiel op een scherm zodat nauwkeurig kan gelet worden op mogelijke afwijkin­ gen (foto 1991).

104


van de nachtploeg in het biezonder.” (178) . De tijd dat de arbeiders het zich konden permitteren om van hun machine weg te lopen om een babbeltje te slaan met hun werkmakkers, is reeds lang voorbij. Overigens werd dit niet erg geapprecieerd door de directie en soms werd er wel eens tegen uitgevaren, maar in de jaren zeventig was het nog een veel voorkomend euvel (179). Begin jaren tachtig werd de arbeidsdiscipline trouwens strikter. In 1983 werd bijvoorbeeld vastgelegd dat er niet meer gegeten mocht wor­ den aan de werkpost. Dit moest uitsluitend gebeuren tijdens de schafttijd. In het drieploegenstelsel was er voor de voor- en namiddagploeg een kwartier betaalde pauze en voor de nachtploeg was dit een half uur (180). In datzelfde jaar werd ook gemeld dat het uitlenen van bedrijfsmateriaal aan banden werd gelegd, om misbruiken te voorkomen. Er werd eveneens beslist dat geen dichte familieleden (ouder-kind, broer-zuster, man-vrouw) meer aangeworven zouden worden, dit “om op een gezonde basis te kun­ nen werken en bij eventuele mistevredenheid van het ene familielid, deze niet over te dragen op het andere” (181). Deze stelling werd evenwel later herzien en familieleden kregen gelijke kansen, of zelfs de voorkeur. Was de werkdruk bij de arbeiders ongetwijfeld toegenomen, dan was dit evenzeer het geval bij de bedienden. In 1982 haalde export manager Francis Tassaert herinneringen op aan 1966 toen er blijkbaar een losse en ongedwongen ambiance heerste in de burelen: “elke dag aperitieven en een koffiepauze ’s namiddags van niet één maar twee of drie kwartiertjes. Dan zaten we in zijn bureau (van André Verbeke] en mocht er niet over de zaak gepraat worden.” ( 182). Maar dit bleef waarschijnlijk niet duren. Met de no nonsensecultuur van de jaren tachtig deed ook het begrip ‘stress’ zijn intrede.

Injextru en cultuur Injextru is sinds 1984 mede-sponsor van het Festival van Vlaanderen, dat in dat jaar voor het eerst Tielt aandeed. Maar lang daarvoor had de Injextru-directie en vooral Eddie Verbeke blijk gegeven van een interesse voor kunst en cultuur. Deze culturele belangstelling kwam duidelijk tot uiting in de tentoonstel­ ling die ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de firma doorging in het Tieltse Gildhof. De tentoonstelling “35 jaar plastiek in Tielt”, opgezet met de medewer­ king van de heemkundige kring, combineerde op een unieke manier geschiedenis (het bedrijf en de straat waarin het gelegen is) en kunst. Verschillende kunstenaars waarmee Injextru een binding had, waren ver105


o Os

70. In 1996 was Injextru hoofd­ sponsor van het beeld van Briek Schotte, van de hand van Jef Claerhout.


tegenwoordige! op dit evenement. Vooreerst was daar beeldhouwer Jef Claerhout. Reeds in 1972, bij het 25jarig bestaan, had het IP-personeel een kunstwerk van zijn hand aan André Verbeke geschonken. De metaalsculptuur verbeeldt een volledige extruderstraat. Op de tentoonstelling in 1982 was Claerhout aanwezig met het beeld “Ariadne”: een zittende vrouw waarvan de kluwen draad uit het mythologische verhaal vervangen was door een plastictouw. Eveneens van zijn hand was het “Meisje met hoepel”, wat duidelijk genoeg is. De samenwerking tussen het kunstoffenbedrijf en Jef Claerhout werd ook nadien verder gezet. In 1990 maakte hij een “profielenkasteel”: een sculp­ tuur opgetrokken uit plasticprofielen en bevolkt door metalen figuurtjes. Recent (1996) was Injextru hoofdsponsor van zijn beeld van Flandrien Briek Schotte dat in Kanegem opgesteld werd, nadat Injextru eerder al andere beelden van Claerhout co-sponsorde, zoals Olivier de duivel (1984) en Tanneken Sconyncx (1994). Nog meer kunstenaars waren op de tentoonstelling van 1982 aanwezig: schilders Berten en Dirk Van de Velde, Willy De Sauter, fotograaf Peter Labarque die voor Injextru jarenlang het publicitair fotowerk verzorgd heeft, en nog vele anderen. Ook Emest Verkest was er: hij had in de jaren zestig publicitair tekenwerk voor Injextru uitgevoerd en ontwierp in 1964 het bekende IP-embleem.

Aan de vooravond van de vijftigste verjaardag... Begin jaren negentig was Eddie Verbeke druk bezig met de toekomst van Injextru. In 1992 was hij ernstig ziek geweest. De tweede generatie kwam op zijn hoogtepunt en er moest nagedacht worden over de opvolging en de toe­ komst van het bedrijf. In 1996 besliste de algemene vergadering de vennootschap over te dragen. Sneller dan verwacht - Eddie Verbeke dacht aan vier jaar om de zaak over te laten - daagde een valabele koper op: de NV Iplast Holding. Deze WestVlaamse groep (met thuisbasis in Waregem) zag met de verwerving van Injextru de mogelijkheid om zich te diversifiëren binnen de kunststofverwerking. Iplast heeft namelijk vooral ervaring met de extrusie van kunststofplaten. Injextru had van haar kant voldoende vertrouwen in de indus­ triële ervaring en ambitie van haar overnemer om Injextru “met succes de toekomst in te loodsen” (183). De overdracht is sinds 31 december 1996 een feit en op 30 juni 1997 ver­ laat Eddie Verbeke definitief “zijn” Injextru.

107


71. December 1996: Eddie Verbeke overhandigt de sleutels van Injextru Plastics aan Eric Stoffens, de voorzitter van de Raad van Bestuur. Meteen wordt een periode afgesloten.

108


Eindbeschouwing Om de eigenheid van Injextru te beklemtonen, wil ik afsluiten met een summiere vergelijking tussen Injextru en Erta. Injextru is steeds een familiebedrijf gebleven. De familie Verbeke zorgde zowel voor het kapitaal als voor de directie. Erta werd reeds in 1976 over­ genomen door een grote buitenlandse holding. De familie Tavernier kon niet langer zelf instaan voor het nodige kapitaal dat dergelijke grote onder­ neming vereiste. Erta is inderdaad veel sneller gegroeid dan Injextru. Reeds in de jaren zestig had het bedrijf buitenlandse vestigingen en telde het meer dan 200 werknemers. Injextru had gemiddeld zo’n vijftig à zestig mensen in dienst. De afzet was tot het begin van de jaren tachtig voor een zeer groot deel bestemd voor het binnenland. Tot die tijd vormden de consumentengoederen een belangrijk deel van de productie. Erta had reeds vanaf de jaren vijftig gekozen voor de industrie en de consumptieartikelen afgestoten. Injextru is dan ook te typeren als een familiebedrijf, dat steeds klein geble­ ven is, maar toch een constante groei gekend heeft en altijd zelfstandig gebleven is. Met de overname door de Iplast-holding en het vertrek van Eddie Verbeke is daar nu een einde aan gekomen.

109


BIJLAGEN


OMZET INJEXTRU PLASTICS (1947-1996)

JAAR

(I) TOTALE OMZET

1947 1948 1949 1950 1951 1952 1953 1954 1955 1956 1957 1958 1959 1960 1961 1962 1963 1964 1965 1966 1967 1968 1969 1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996

251 1420 1759 2954 2842 2606 4153 5324 5541 7521 8708 12673 16875 22385 19668 22592 27910 32138 30474 29209 28370 33979 38730 37139 43196 48357 58571 77271 68939 93817 105589 108219 116101 124138 115298 126281 135504 136615 143300 140854 183100 218613 216664 264544 272047 274545 253228 275806 289829 299056

(II) OMZET BUITENLAND

(III) TOTALE OMZET GEÏNDEXEERD

9800 6000 8600 10600 9800 19300 22200 13400 15500 20800 23200 26000 23940 50840 70730 83060 104680 112190 113470 100417 106065 110155 103540

1639 8997 10348 17530 15422 14015 22335 28208 29160 38947 43839 52928 83303 110477 95240 107886 129346 144229 131410 121010 114215 131472 143576 133522 147100 155727 174711 199251 160111 202570 214145 211579 215913 214569 184350 186795 187036 179007 180501 176391 228487 264762 259103 302828 299354 299352 260543 294137 296754 299056

(I) (II)

De omzetcijfers x 1000 fr., afgeronde cijfers. Omzetcijfers buitenland x 1000 fr., afgeronde cijfers. Slechts beschikbaar vanaf 1974. (III) Geïndexeerde omzet x 1000 fr. Uitgedrukt in frank van 1996.

111


LONEN KUNSTSTOFVERW. INDUSTRIE W.-VL. & INJEXTRU [1]

01-02-1957 1959 01-06-1962 01-03-1963 01-09-1963 01-07-1964 01-07-1965 01-07-1966 01-06-1967 01-05-1968 01-06-1969 01-05-1970 01-06-1971 01-04-1972 01-07-1973 01-07-1974 01-07-1975 01-08-1976 01-06-1977 01-07-1978 01-07-1979 01-08-1980 01-07-1981 01-08-1982 01-06-1983 01-10-1984 01-06-1985 01-04-1987 01-04-1988 01-04-1989 01-06-1990 01-08-1991 01-06-1992 01-04-1993 01-06-1994 01-11-1996

Afwerking

Referentieloon

15,75

22,50 25,00 28,95 29,80 30,55 34,50 35,45 42,65 44,40 48,30 53,00 58,05 65,96 73,15 86,95 101,50 123,15 136,15 149,70 157,70 169,10 185,15 196,50 211,83 222,08 235,75 240,50 244,50 255,40 267,50 285,45 304,20 317,45 328,80 340,40 354,20

23,70 24,30 27,00 30,15 34,35 35,80 39,00 42,80 46,90 54,50 60,00 72,35 85,15 104,60 115,60 129,95 137,20 147,80 162,15 172,10 185,98 196,23 208,25 212,45 216,45 226,80 238,34 255,15 272,60 285,20 295,90 306,85 319,30

Dagploeg

30,00 31,85 32,65 36,65 40,40 45,35 46,90 51,10 56,00 61,30 69,40 77,15 91,72 107,01 130,07 143,77 158,04 167,05 179,11 196,09 208,15 224,18 234,43 248,84 253,85 259,17 270,72 283,55 303,29 323,97 338,08 352,50 386,86 377,70

Nachtploeg 27,00 [2] [3] 32,55 35,85 [4] 36,75 |4] 41,25 45,45 50,70 [5] 52,80 57,50 63,00 [6] 68,89 [7] 77,49 86,65 104,29 121,66 148,70 164,35 180,67 190,60 204,35 223,71 237,50 255,33 265,58 281,92 287,60 295,84 309,03 323,67 346,82 370,36 386,49 400,64 414,77 431,59

Referentieloon = loon van productiearbeider na 3 maand, in dagarbeid. Dagploeg = ofwel voormiddag-, ofwel namiddagploeg [1] Het betreft hier de bruto minimumlonen. Tot 1963 komen de gegevens uit De Volksmacht, daarna zijn ze afkomstig van het bedrijf zelf. Waar de gegevens voorhanden waren, heb ik steeds vergeleken met de lonen uit De Volksmacht. [2] In 1957 is er enkel sprake van een nachtvergoeding van 20 %. Blijkbaar werd deze pas later opgesplitst in een dag- en een nachtvergoeding. [3] Dit loon wordt vermeld in De Volksmacht, 9 dec. 1977, zonder verdere specificatie. [4] Nachtploeg = (dagploegloon) x 45/40. [5] Volgens De Volksmacht moest Injextru deze loonbarema’s reeds vanaf 1 mei 1966 betalen. De lonen vanaf 1juli moesten eigenlijk respectievelijk zijn : 35,1 ; 43,55 ; 46 ; 51,75. Deze lonen betaalde Injextru pas vanaf 1 dec. 1966. [6] Volgens De Volksmacht moest dagploeg 56,05 en nachtploeg 63,20 krijgen. [7] In de CAO van 22 okt. 1969 werd onderscheid gemaakt tussen “pressers” (machinearbeiders) Ie en 2e klasse. Injextru betaalde zijn arbeiders volgens de 2e klasse.

112


PERSONEELSBESTAND INJEXTRU PLASTICS (1947-1996)

JAAR

ARBEIDERS

BEDIENDEN

TOTAAL

1947 6 0 6 1948 8 1 9 1949 12 1 13 1950 15 1 16 1951 1952 1953 18 1 19 1954 20 1 21 1955 1956 25 2 27 1957 25 3 28 1958 37 3 40 1959 36 3 39 1960 36 3 39 1961 35 3 38 1962 34 4 38 1963 53 5 58 1964 46 6 52 1965 47 6 53 1966 9 43 52 1967 42 8 50 1968 49 8 57 1969 12 59 71 1970 48 9 57 1971 50 11 61 1972 48 13 61 1973 48 12 60 1974 52 12 64 1975 51 12 63 1976 57 13 70 1977 67 13 80 1978 64 13 77 1979 64 14 78 1980 69 17 86 1981 54 14 68 1982 52 14 66 1983 53 13 66 1984 54 13 67 1985 48 14 62 1986 41 13 54 1987 46 13 59 1988 52 13 65 1989 46 13 59 1990 56 13 69 1991 14 57 71 1992 54 13 67 1993 52 14 66 1994 52 14 66 1995 51 14 65 1996 51 13 64 Voor bepaalde jaren waren geen gegevens voorhanden. Voor de jaren waarbij we konden verge­ lijken met belastingsgegevens uit het Stadsarchief (1948-1950 ; 1959 ; 1965-1976 ; 1982-1983) bleken er soms verschillen te zijn. Vooral voor 1948-1950 waren die groot. Vermoedelijk hebben de hierboven gepresenteerde cijfers, afkomstig uit het bedrijf zelf, enkel betrekking op de fabrieksarbeiders en zijn de thuiswerkers (actief tot eindjaren â&#x20AC;&#x2122;70) hierin niet inbegrepen. Vanaf de jaren zeventig hebben de cijfers betrekking op het aantal ingeschreven arbeiders in het 2e trimester van het j aar. Vanaf eind jaren tachtig werkt Injextru ook met interim-arbeiders. Deze zijn niet opgenomen in de tabel.

113


LIJST HUIDIGE WERKNEMERS INJEXTRU (Toestand 30/06/1997 met jaar indiensttreding) Aemout Roland Allemeersch Ives Arickx Roland Billiet Lieven Bossuyt Danny Bottelberge Jeannine Braekevelt Johan Bruneel Eddy Bruneel Oscar Bultinck Stefaan Buysse John Caenepeel Stephan Callens Christiaan Callens Peter Claeys Willy Coopman Bart Damas Hubert De Beis Marc De Craemer Linda Defour Rik De Keyser Peter De Leeuw Marc Delepierre Andy De Rammelaere Stefaan Derock Bjom De Smet Patrick Duyvejonck Danny Galle Werry Gelaude Johan Gelaude Ludo Gelaude Rudi Go Joyalin Goemaere Eric Goudsmedt Marleen Hautekier Danny Karimjee Michel Lanckriet Jan Lassuy Lily Martens Bernard Pattin Bart Sabbe Christine Sander AndrÊ Snauwaert Lutgarde Strobbe Geert Tassaert François Van Callie Jacques Vandenbulcke Stefaan

114

(1980) (1987) (1972) (1994) (1989) (1973) (1974) (1987) (1960) (1995) (1990) (1986) (1977) (1997) (1990) (1989) (1997) (1987) (1972) (1988) (1996) (1971) (1997) (1988) (1992) (1992) (1985) (1990) (1988) (1979) (1995) (1990) (1966) (1969) (1989) (1987) (1987) (1980) (1982) (1983) (1989) (1990) (1977) (1991) (1966) (1968) (1990)

Vandendriessche Filip Vandenheede Didier Vanderbeke Dirk Vander Plaetse Martine Vandeweghe Myriam Vande Weghe Yvan Vanluchene Canne Vanluchene Jeannine Van Slambrouck Andy Van Walleghem Pedro Verbeke Patrick Verhamme Rita Verholle Geert Verkest Marc Verlinde Christophe Vermeulen Tony Versporten Leon Verstraete Ronald Vervacke Christian Vervelghe Luc Vervisch Danny Volpato Christophe Vuylsteke Luc

(1987) (1988) (1984) (1993) (1978) (1985) (1985) (1971) (1996) (1996) (1974) (1979) (1990) (1986) (1990) (1987) (1980) (1995) (1989) (1961) (1990) (1997) (1963)


BIBLIOGRAFISCHE NOTA Voor deze studie heb ik mij vooral gebaseerd op gegevens afkomstig uit het bedrijf zelf. Ook Eddie Verbeke had reeds heel wat materiaal verza­ meld. Een belangrijke bron waren de Ip-tijdingen, een bedrijfskrantje (meestal beperkt tot één bladzijde) dat sinds midden 1970 verscheen. Het bevat allerlei puntjes betreffende nieuwe producten of machines, arbeidsrege­ ling, nieuwe werknemers, nieuwtjes betreffende het familiale leven van de werknemers (geboortes, huwelijk, overlijden...),... maar ook soms sterk uitgewerkte historische terugblikken op een afgesloten periode. Ik denk hier speciaal aan de geschiedenis van de tuinmeubel- en luikenproductie en de verwerving van IP2. Verder waren van belang twee schriftjes die chronologisch, vanaf 1947, jaarlijks, de voornaamste gebeurtenissen in verband met het bedrijf acte­ ren. Het betreft hier als het ware de annalen van Injextru. De schriftjes werden samengesteld en bijgehouden door Eddie Verbeke. De informatie voor de beginperiode (1947-1970) komt uit de meest diverse hoeken. De schriftjes worden in de eindnoten aangehaald als ‘Kroniek IP’, gevolgd door een jaartal. Aangezien Eddie Verbeke zich sterk interesseert voor de geschiedenis van zijn bedrijf, houdt hij veel materiaal bij. Ik heb dan ook gebruik kunnen maken van talrijke knipsels, zowel uit de algemene als uit de meer gespe­ cialiseerde pers. Eddie Verbeke beschikt ook over een zeer uitgebreid foto-archief. Het heeft betrekking op de periode vanaf de j aren dertig tot heden. Dit visueel archief schetst op haar manier een beeld van de geschiedenis van de onderneming. Uniek zijn ook de korte filmpjes over Injextru. Ééntje uit 1958 gaat voor­ namelijk over de productie van de hoelahoep, het andere uit 1964 schetst een algemeen beeld van de productie. Verder kon ik een beroep doen op diverse documenten over het bedrijf: oprichtingsakten, het verslagboek van de algemene vergaderingen van de aandeelhouders, het register van de aandeelhouders en de vennoten, de balans, de verslagen van het veiligheidscomité vanaf 1971, en verder allerlei cijfermateriaal betreffende personeelsaantallen, lonen, omzet... Andere boekhoudkundige documenten en correspondentieregisters waren niet meer aanwezig of niet beschikbaar. Deze documenten dienen in veel gevallen maar tien jaar bewaard te worden door het bedrijf. Uitgewerkte studies over de (Tieltse) kunststofindustrie zijn schaars. Van belang was vooral het artikel van Jef Claerbout dat een algemene geschie­ denis geeft van de Belgische kunststofnijverheid. Helaas kon ik twee, 115


mogelijks interessante, werkjes over de Tieltse plasticindustrie niet in han­ den krijgen. Het betreft de studies van Vanheyste Mia (Plastics in Tielt, 1971) en van Demarey Martine (De plastiekverwerkende nijverheid in Tielt, 1982). Zelf heb ik verschillende oud-personeelsleden (arbeiders) geïnterviewd. Ik dank hun voor hen bereidwillige medewerking. Het betreft vooral men­ sen die de beginperiode meegemaakt hebben. Van een aantal van de geïn­ terviewden overspant hun professionele carrière bijna het volledig bestaan van Injextru, zodat dit interessante getuigenissen opleverde. Het was helaas niet meer mogelijk om André Verbeke of Marcel Lauweryns te interviewen. Hun gezondheidstoestand liet dit niet meer toe. Wel komt André Verbeke, onrechtstreeks, via interviews voor dag- en weekbladen, aan het woord. Ik kon ook steeds een beroep doen op Eddie Verbeke, sinds 1968 werk­ zaam in het bedrijf en vanaf de jaren tachtig bedrijfsleider. Informatie over Injextru waarbij niet naar voetnoten verwezen wordt, is dan ook meestal afkomstig van Eddie Verbeke. Mijn speurtocht in de archieven leverde vooral materiaal op over uitbatingsaanvragen en personeelsaantallen. Voor de syndicale strijd heb ik mij gebaseerd op De Volksmacht, het ledenblad van het ACV. Het archief van de Roede van Tielt bezit de vol­ ledige collectie van 1945 tot 1991. De artikels over de kunststofnij verheid geven vooral informatie over de afgesloten CAO’s. Zelden komen indivi­ duele bedrijven ter sprake. Voor meer gedetailleerde informatie over het bronnenmateriaal, verwijs ik naar de eindnoten. Peter STRUYVE

116


AFKORTINGEN ART Archief Roede van Tielt (Tielt) IP Injextru Plastics IPT IP-tijdingen PAB Provinciaal Archief West-Vlaanderen (Brugge) SAT Stadsarchief Tielt EINDNOTEN 1. Voor een gedetailleerd overzicht van de ontwikkeling van de kunststoffen, zie: DAEMS Wim, Van kaas tot kunststof. - In : Eos. - jg. 13 (1996), nr. 2, p. 6-17. Voor de ontwikkeling van de Belgische kunststofindustrie, zie : CLAERBOUT Jef, Vijftig jaar kunststoffenindustrie in België. - In : Het Ingenieursblad, jg. 50 (1981), p. 296306. 2. TAVERNIER André, Geschiedenis familie "Tavemier” te Pittem. - [z.j.], 6 p., Onuitgegeven typoscript. Het gaat hier over een werkje van de zoon van Robert waarin de jeugdjaren van zijn vader beschreven worden. 3. Robert Tavemier stond in Roeselare ingeschreven als "handelaar”. Met dank aan Willy Vallaey, archivaris van het Roeselaars stadsarchief, voor de gegevens. 4. Zie bv. De West-Vlaming, 13 nov. 1927, 20 nov. 1927, 18 feb. 1928. 5. CLAERBOUT Jef, a.c., p. 298. De auteur situeert dit in 1926, maar dit zal eerder 1927 geweest zijn, aangezien Tavernier in 1926 nog niet in Roeselare woonde. Claerbout baseerde zich, naar hij mij telefonisch mededeelde, hoofdzakelijk op mon­ delinge informatie van de oudste zoon van Robert, André Tavemier. Er is geen aanvraag tot het openhouden van een “gevaarlijk, ongezond en hinderlijk gesticht” - wat men nu een milieuaanvraag zou noemen - bekend, wat normaal nood­ zakelijk was voor een industriële activiteit. Opzoekingen in het Roeselaars stadsar­ chief en in het Provinciaal Archief, Bmgge door resp. Willy Vallaey en mijzelf, waren zonder resultaat. 6. Telefonisch gesprek met André Tavernier, 24 juli 1997. Hij is de broer (°1919) van Robert en kwam als kind wel eens in de werkplaats in Roeselare. Voor de informatie over de corozonoten en de bewerking van schelpen, zie VAN OSS, Warenkennis en technologie. - 6e dr. - dl. 6. - Amsterdam : De Bussy, 1958, p. 408-412. Er bestonden ook taguanoten, die groter waren dan de corozonoten, maar blijkbaar niet verwerkt werden bij Tavemier. 7. Mondelinge informatie van Jef Claerbout. 8. Dit is West-Vlaanderen. - Brugge : Flandria, 1959-1962, p. 719 en 1603. 9. SPILLEBEEN Geert, 50 jaar Deceuninck Int. : profiel van een reus : kunststof-leader in de bouw. - In : Karaat, jg. 1 (1991), nr. 2, p.19. 10. CLAERBOUT Jef, a.c., p. 298, situeert de oprichting van Galacor in 1930. 11. PAB, 7383/27061, Aanvraag van SV Werkhuizen Galacor, Pittem, 25 juli 1934. De toelating van de Bestendige Deputatie werd op 4 jan. 1935 verleend. Bij deze aan­ vraag wordt Robert Tavemier evenwel nergens vermeld. Er zijn in het gemeentear­ chief van Pittem ook geen vroegere aanvragen (dan die van 1934) bekend (telefoni­ sche mededeling). 12. Telefonisch gesprek met André Tavemier, 24 juli 1997 ; Volgens CLAERBOUT Jef, a.c., p. 298, trok Robert Tavemier zich in 1933 terug uit Galacor om Formica te stichten. Toch zitten we hier met een (chronologisch) probleem. Als de breuk zich in 1933 voordeed, waarom vraagt Galacor dan eind 1934 nog de toelating om een bedrijf op

117


13. 14. 15.

16. 17.

18. 19.

20.

21. 22.

23. 24. 25. 26. 27. 28. 29.

30. 31.

118

te starten in de Kauwstraat. Was de breuk toen nog misschien niet definitief en richt­ te Tavemier zijn nieuw bedrijf in Tielt op zonder medeweten van zijn partners ? Dit is West-Vlaanderen. - Brugge : Flandria, 1959-1962, p. 1035. SAT 2276, nr. 198 ; PAB 7275/23119. PAB 7389/27258. Toelating werd verleend door de Bestendige Deputatie op 15 feb. 1935. In dit dossier zit ook de brief van Robert Tavemier, gericht aan het Tieltse schepencollege, waarin hij de overbrenging van zijn bedrijf van de St.-Janstraat naar de Kazernestraat vraagt. Deze brief dateert van 17 november 1934. De naam was bedacht door pater Daniël Vande Walle (1906-1997), schoonbroer van Robert Tavemier. De mier bleef tot op vandaag het embleem van Erta. Gebaseerd op de belasting op de motoren en het personeel van 1933-1939, SAT 1850-1856. De gegevens komen dus van de firma zelf. De personeelsleden werden opgesplitst in “halve” en “volle” werknemers. Halve werknemers waren jonger dan 18 en werden niet beschouwd als volledig gekwalificeerd personeel. Ook de thuis­ werkers moesten meegeteld worden. Interview met Wemer Tavemier (zoon van Robert), 8 juli 1994. Kroniek IP. André Verbeke had de lagere school in Tielt gevolgd (het zogen, klein college) en ging daarna naar de technische school in Oostakker en Gent (SintAntonius). Hij kon als elektricien aan het werk bij Hector Dufour (in ’t Kroonstraatje in Tielt) aan 0,75 fr./u. tot zijn legerdienst in 1934. Deze en volgende alinea’s zijn gebaseerd op : CLAERBOUT Jef, a.c., p. 298 en 303; Erta... of het begin van de kunststofindustrie in de streek. - In : Karaat, jg. 1 (1991), nr. 2, p. 18 (interview met Herwig Tavemier, jongste zoon van Robert) ; interview met Wemer Tavemier, 8 juli 1994 en ART, Archief Verbaeys, nr. 294, brochure ‘Erta’ (1975). CLAERBOUT situeert de aankoop van de eerste spuitgietmachine in 1935, Wemer Tavemier in 1936. Dit is ook het jaartal dat vermeld wordt in de Erta-brochure van 1975. Herwig Tavemier houdt het op 1939. Dit wordt bevestigd door een belastings­ aangifte uit 1943 waarin de firma zelf opgeeft dat de spuitgietmachines dateren uit 1939 (SAT 1885, Belasting op de motoren en het personeel, 1943). Daarom lijkt 1939 toch de meest aanvaardbare datum. SAT 1881, Belasting op de motoren en het personeel, 1939. Over de Formica tijdens WO II, zie ook RAVYTS Kurt en STRUYVE Peter, Het Tieltse 1940-1945 : bedreigd, bezet, bevrijd. - Tielt : De Roede van Tielt, 1995, p. 178-180. PAB 7257/23119. De Bestendige Deputatie gaf zijn toelating op 27 juni 1941 ; SAT 2781, nr. 54. CLAERBOUT Jef, a.c., p. 298 en 303. Die bevoegdheid kreeg André Verbeke officieel, per brief, op 1 oktober 1943. RAVYTS Kurt en STRUYVE Peter, o.c., p. 400-401. Kroniek IP, 1946 ; Vluchtig speurwerk in de eerste vier maanden van 1946 van Le Soir leverde niets op. 35 jaar plastiekleven in Tielt. - In : De Zondag, [15] jan. 1982. Het opnemen van het begrip injectie in de bedrijfsnaam is wel wat eigenaardig. Had Verbeke misschien aanvankelijk de bedoeling om ook deze techniek toe te passen ? De naam Injextru is trouwens door André Verbeke zelf bedacht. Bijlage van het Belgisch Staatsblad dd. 30 jan. 1947, nr. 1694. Ron HERMANS, Van hoelahoep tot chipbeschermer. - In : Trends, 29 nov. 1985, p. 89-97. O.a. met een interview met Eddie Verbeke. Over de participatie van Robert Tavemier in de nieuwe vennootschap bestaan uit­


32. 33. 34. 35.

36.

37.

38.

39. 40. 41. 42.

43.

44.

45. 46. 47.

eenlopende versies. Volgens de familie Tavemier hield André Verbeke zijn schoon­ broer doelbewust uit Injextru. Bijlage van het Belgisch Staatsblad dd. 18 april 1947, nr. 6582 ; Bijlage van het Belgisch Staatsblad dd. 20-21 feb. 1950, nr. 2752. Bijlage van het Belgisch Staatsblad dd. 9 feb. 1957, nr. 2445. Kroniek IP, 1947. Gegevens gebaseerd op SAT 1889-1890, Belasting op de motoren en het personeel, 1948-1949. Er is wel een verschil met de gegevens afkomstig van Injextru zelf, vol­ gens dewelke in die jaren resp. slechts 9 en 13 mensen voor IP werkten. Een precieze startdatum is niet bekend. André Verbeke diende geen vergunningsaan­ vraag in. Dit is jammer omdat die aanvragen dikwijls heel wat informatie geven over de start van het bedrijf. Pas in 1970 (!) kreeg Injextru een officiële exploitatiever­ gunning van de provincie. AMELS Wim, De geschiedenis van de Tour de France. - Valkenswaard : SportExpress, cop. 1984, p. 54-55 ; VAN DER WAL Reina & GROEN Rob, Tour de France van A tot Z. - Amsterdam : Sports and Free-time Int., cop. 1989, p. 27-28. De Tour de France van 1947 ging op 25 juni van start. Interview Lucien Bruneel, 1 feb. 1997 en Julien Verbrugge, 25 jan. 1997. André Verbeke was in die mate ontevreden over de Zwitserse grondstof dat er een proces van kwam (Kroniek IP). Interview Julien Verbrugge, 25 jan. 1997. Een precieze bouwdatum is er niet. Ik vond in het stadsarchief geen bouwaanvraag voor 1948. Dit gebouwtje bestaat nog altijd. Het staat naast elektro- en computerzaak DLE, in de Stoktmolenstraat. Kopie in extenso der akten nrs. 20909-20910 verschenen in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad dd. 30 oktober 1949. De naamsverandering is er ook gekomen omdat in die periode de Amerikaanse firma Formica (van de gelijknamige laminaatplaten) zijn beschermde merknaam kwam verdedigen. Dit is West-Vlaanderen. - Brugge : Flandria, 1959-1962, p. 1390. In feite was René reeds in 1947 zelfstandig begonnen in de plasticbranche. Maar omdat hij van plan was naar Amerika te emigreren, liet hij zijn bedrijf over aan Belplastics. Toen hij uiteindelijk toch niet emigreerde, werd René directeur bij Belplastics. Het boterde echter niet en hij richtte in 1951 zijn eigen bedrijf op. (schriftelijke getuigenis van Martha Hubaux, weduwe van René Tavemier, mei 1997). Het bedrijf Tavemier-Hubaux bestaat nog altijd en telt nu ongeveer 45 werknemers. Dit is West-Vlaanderen. - Brugge : Flandria, 1959-1962, p. 1857. Aanvankelijk was Avena gehuisvest aan de Stoktmolenstraat in het gebouwtje dat Verbeke in 1948 opgericht had. In 1970 werd het bedrijf overgebracht naar het industrieterrein Tielt Noord. Avena wordt, anno 1997, gerund door Herman Vande Walle, zoon van André. André Vande Walle moet reeds ten tijde van Formica bezig geweest zijn met plexi­ glas. Nog in 1950 werd Formica-Erta omschreven als “een knopenfabriek met bene­ vens een afdeling voor plastiek en plectieglas”, VAN DEN BUSSCHE André, Sociaal onderzoek, [1950], onuitgegeven typoscript (ART, Archief Verbaeys, nr. 360). SAT 3395, Brief van André Verbeke aan stadsbestuur 16 mei 1950. Interview Julien Verbrugge, 25 jan. 1997. Interviews met Julienne Cleppe, 27 jan. 1997 en met Denise Claeys, 1 feb. 1997.

119


48. 49.

50.

51. 52.

53.

54. 55. 56.

57. 58. 59.

60.

61.

120

De Volksmacht, editie Gent-Eeklo, 17 maart 1951 ; Interview Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997. Kroniek IP, 1951. Waarschijnlijk gaat het hier over ir. Geerinckx die rond 1950 op­ trad als raadgevend ingenieur van de PVC-industrie, zie CLAERBOUT Jef, a.c., p. 302. Voor de volgende alinea’s betreffende de productie baseer ik mij, tenzij anders ver­ meld, op de getuigenissen van Julien Verbrugge, 25 jan. 1997, Julienne Cleppe, 27 jan. 1997, Denise Claeys, 1 feb. 1997, het echtpaar Lucien Bruneel-Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997 en het echtpaar Etienne De Craemer-Anaïs Bruneel, 7 feb. 1997. Kroniek IP, 1953. Zo bijvoorbeeld door de broer van André Verbeke, Pol, samen met diens vrouw. Ze “topten” de spiralen om een recht uiteinde te krijgen en verpakten ze in dozen per 250 stuks. De afgesneden uiteinden werden trouwens per kleur gesorteerd en gingen terug naar de fabriek voor recyclage. Het echtpaar verwerkte per dag maximaal 10.000 stuks. Ook springtouwen, waskoorden en rietjes werden door deze thuiswer­ kers verpakt (interview Yvonne Simoens, weduwe Pol Verbeke, 12 feb. 1997). Het echtpaar stopte deze activiteit begin 1978, na ongeveer 20 jaar dienst (Kroniek IP, 1978). Met hoeveel thuiswerkers Injextru gewerkt heeft, blijft onbekend. Onder andere door de moeder van André Verbeke, tot het einde van haar leven (t 1954). Een andere thuiswerker die waskoorden verwerkte, was Arthur De Wever, Hoogstraat (interview Yvonne Simoens, 12 feb. 1997). Kroniek IP, 1974. CLAERBOUT Jef, a.c., p, p. 302. Naast de beschreven vaste waarden in de productie werden ook nog soms andere arti­ kels gemaakt. Julien Verbrugge wist bijvoorbeeld te vertellen dat in Tielt zogenaam­ de “helmbandjes” voor de gemotoriseerde rijkswacht (“de zwaantjes”) vervaardigd werden. Dat was een smal afbiesprofiel van enkele centimeters breed ter garnering van de helmen van de rijkswacht. Het rode bandje had een vlakke bodem maar was bol van boven. Er zijn geen bouwplannen bekend. Bouwdossier IP, Technische Dienst Stad Tielt. Bouwaanvraag aan stad van 8 jan. 1960, toelating van de provincie op 11 april 1960. De uitvinders van de hoelahoep zouden het concept overgenomen hebben van Australische kinderen die met een bamboehoepel speelden. De hoepel als speelgoed is trouwens al eeuwenoud. Er bestaan Egyptische afbeeldingen en in de Europese Middeleeuwen en ook later nog werd de hoepel door de kinderen voortgedreven met een stok (zie de afbeelding op het bekende schilderij van Pieter Breugel). Over de geschiedenis van de hoelahoep : WHITE Gwen, Antique toys and their background. - London : Chancellor, 1971, P- 127-129 ; LANGLEY SOMMER Robin, Toys of our génération. - Wigston : Magna Books, 1992, p. 12. Met hartelijke dank aan Mare Wellens van het Mechelse Speelgoedmuseum voor het bezorgen van de gegevens. Het muzikale aspect van de hoelahoep werd belicht in het BRT Radioprogramma Rockola van 20 en 27 maart 1990. De luisteraars konden een oproep doen naar bepaalde liedjes uit de oude doos. Zo deed ook Eddie Verbeke die vroeg naar de hoelahoepliedjes, terwijl André Verbeke vertelde over hoe hij in contact was gekomen met de hoelahoep. 150 fr. van 1958, is nu ongeveer 745 fr. Dit is een bijna ongeloofwaardig hoog bedrag, zeker als men weet dat een arbeider toen nog geen 30 fr. per uur verdiende.


62. 63. 64. 65. 66. 67. 68.

69.

70.

71. 72. 73. 74. 75. 76. 77.

78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86.

Anderzijds: het gaat om een rageproduct waarvan men weet dat de prijzen soms onredelijk kunnen zijn, het werd dan nog verkocht in Brussel en bovendien waren luxe-consumptieartikelen toen nog zeer duur. Een LP kostte in 1959 bijvoorbeeld nog 252 frank, bijna het dagloon van een ongeschoolde arbeider (Geschiedenis van de kleine man. - 3e, herw.dr. - Brussel : BRT, 1983, p. 212). 35 jaar plastiekleven in Tielt. - In : De Zondag, [15] jan. 1982. De promotieaffiche, die te zien is in het Hoelahoepfdmpje, staat gedateerd op 31 okt. 1958. André Verbeke pendelt naar de kust. - In : De Weekbode, 17 jan. 1997 (Interview met André Verbeke.) IPT, 5 mei 1988. De Volksmacht, 29 nov. 1958. Schriftje met profielontwerpen, IP-hoep-ontwerp gedateerd op 10-1-1966. IPT, 16 nov. 1987. Nog in 1982 dacht IP eraan speelgoed te commercialiseren. Toen werd geëxperi­ menteerd met zogenaamde Topertjes’ : 2 stukjes buis (diameter 100 mm, lengte 90 mm) die met bieskoord verbonden waren. Het speeltuig werd echter nooit gecom­ mercialiseerd. IPT, 20 april 1982 en 25 juni 1982. Een goed overzicht geeft de advertentie in Dit is West-Vlaanderen. - Brugge : Flandria, 1959-1962, p. 1861 (de vermelding dat een derde van de productie voor export bestemd is, is volgens Eddie Verbeke echter foutief), de advertentie in de programmabrochure van de Europafeesten editie 1963 en het artikel ‘Tielt plastiekstad" in De Weekbode, 16 april 1965. Voor een summier overzicht van die industrie, zie VAN DOORNE Veerle, Deinze : pionier van kinderartikelen. - In : Bijdragen tot de geschiedenis der stad Deinze en van het land aan Leie en Schelde, jg. 58 (1991), p. 215-224. Kroniek IP, 1958. Kroniek IP, 1961. Ze bleven actief tot 1969. Kroniek IP, 1948. IPT, 26 juni 1972 ; Kroniek IP, 1965. Kroniek IP, 1976. ALLIET Rudi [e.a.], Tielt : een hart in Europa. - Tielt : De Tieltse Perskring, 1983, p. 25. Eindjaren vijftig hadden de vakbonden hun eerste resultaten behaald. In 1957 werd een eerste CAO voor de West-Vlaamse plasticnijverheid ondertekend. Twee jaar later was er een nieuwe CAO. In beide gevallen werden de CAO’s gevolgd door sta­ kingen omdat sommige patroons de akkoorden niet wilden naleven (De Volksmacht, 26 jan. 1957, 3 okt. 1959, 24 feb. 1962). Waar precies gestaakt werd, wordt niet ver­ meld. De Volksmacht, 6 april 1963. De Volksmacht, 28 april 1962. De Volksmacht, 28 sept. 1963. Begin 1963 wordt er wel van een staking gesproken in Pittem en in Izegem (De Volksmacht, 25 jan. en 23 feb. 1963). De Volksmacht, 28 april 1962 en 16 juni 1962. De Volksmacht, 18 jan. 1964. De Volksmacht, 30 jan. 1965. De Volksmacht, 18 jan. 1964. In De Volksmacht vond ik voor de jaren '60 loongegevens op 16 juni 1962, 2 feb. 1963, 16 maart 1963, 28 sept. 1963, 18 april 1964, 13 feb. 1965, 3 dec. 1966, 30 sept.

121


87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98.

99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114.

115.

116.

122

1967, 8 maart 1969 en 14 juni 1969. De Volksmacht, 18 april 1964. Later werd voor de nachtvergoeding ook gewerkt met een surplus-percentage op het referentieloon (loon van een productiearbeider na 3 maand, in dagarbeid). Schitterend geslaagde inhuldiging der nieuwe fabrieksgebouwen Injextru Plastics. In : De Zondag, 20 april 1963. De Volksmacht, 16 maart 1963. De Volksmacht, 2 feb. 1963 en 23 maart 1963. De Volksmacht, 16 maart 1963. De Volksmacht, 15 maart 1969. De Volksmacht, 27 april en 11 mei 1963. Kroniek IP, 1963. Interview Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997. Kroniek IP, 1963. Negen Westvlaamse bedrijven, waarbij Injextru Plastics onderscheiden. - In : De Zondag, 12 december 1964. Reeds in 1959 had Injextru van het plaatselijke Werk van de Akker een prijs ontvangen voor zijn mooie voorgevel. En in 1971 werd het bedrijf door het Provinciaal Tuinbouwcomité bekroond met een Ereprijs in de wed­ strijd “Groenvoorziening voor Nijverheids- en Handelscomplexen” die in 1970 georganiseerd was. Kroniek IP, 1969. In 1956 was er ook een bijna-brandje geweest toen de thermostaat van de acetaat-oven niet afsloeg. Zie Vergadering Comité Veiligheid ..., juni 1976. IPT, 13 feb. 1974 ; zie ook IPT, 7 jan. 1992. 35 jaar plastiekleven in Tielt. - In : De Zondag, [15] jan. 1982. Interview Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997. André Verbeke pendelt naar de kust. - In : De Weekbode, 17 jan. 1997. Interview Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997 ; interview Denise Claeys, 1 feb. 1997. Telefonisch gesprek met Etienne De Craemer, 7 april 1997. Kroniek IP, 1971. Interview Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997. Kroniek IP, 1963. IP-sport Tielt, [z.d.], onuitgegeven brochure met de geschiedenis van de IP-voetbalploeg. Schitterend geslaagde inhuldiging der nieuwe fabrieksgebouwen Injextru Plastics. In : De Zondag, 20 april 1963. Tielt Plastiekstad. - In : De Weekbode, 16 apil 1965. BAERT Jozef, Industriële activiteit en bevolkingsaangroei der stad Tielt, onuitgege­ ven nota, Tielt, 1962. Belasting op motoren en personeel, 1966. (Stad Tielt, lopend archief, nr. 484.241/ 242). Het textielbedrijf Vandevyvere telde 49 werknemers. Belasting op motoren en personeel, 1960. (Stad Tielt, lopend archief, nr. 484.241/242). Het gaat over een telling van Tieltse ondernemingen op vraag van het Ministerie van Arbeid, inspectie sociale wetten, district Roeselare, gedateerd op 27 juli 1960. De telling werd opgemaakt op basis van “de gemeentebelastingen”. Dat zal dan de belasting op motoren en personeel voor het jaar 1959 geweest zijn. Jaycees Tielt, Bedrijfsleven in Tielt, 1994 ; Industrieterreinen in het Tieltse : rondrit 26 oktober 1974. - Onuitgegeven brochure van de Werkgroep Economische Expansie. Jaycees Tielt, Bedrijfsleven in Tielt, 1994. In 1993/1994 werkten er 45 mensen ;


117.

118. 119. 120. 121. 122. 123. 124. 125. 126. 127.

128. 129. 130. 131. 132. 133. 134. 135. 136. 137. 138. 139. 140. 141.

142. 143. 144. 145. 146. 147. 148. 149. 150. 151.

Nieuw plastiekbedrijf in Tielt. - In : West-Vlaanderen Werkt, 7 (1965), p. 146 ; Industrieterreinen in het Tieltse : rondrit 26 oktober 1974. - Onuitgegeven brochure van de Werkgroep Economische Expansie. Jaycees Tielt, Bedrijfsleven in Tielt, 1994 ; VERBRUGGE Julien en VANDEPUTTE André, Meer dan honderd jaar Kasteelwijk-Tielt. - Tielt : Kasteelfeesten ’95, [1995], p. 42-43. De BTW zou normaal reeds in 1970 ingevoerd worden, maar ging uiteindelijk pas van kracht op 1 januari 1971. Kroniek IP, 1970. De geschiedenis van de Injextru-tuinmeubelen wordt belicht in IPT, 1 juli 1981, 8 juli 1981 -23 sept. 1981. IPT, 23 aug. 1976. IPT, 29 sept. 1975, 3 aug. 1976. IPT, 1 maart 1971, 23 jan. 1978. IPT, 16 juni 1987. Interview met Lucien Bruneel en Frida De Rammelaere, 1 feb. 1997. IPT, 5 dec. 1977. De geschiedenis van IP2 wordt behandeld in IPT, 30 maart 1987, 17 april 1987, 23 april 1987, 27 april 1987, 18 mei 1987, 9 juni 1987, 16 juni 1987, 23 juni 1987, 6 juli 1987, 24 aug. 1987, 2 nov. 1987. IPT, 7 okt. 1980. 1PT, 6 maart 1981. IPT, 5 nov. 1981. Zie krantenknipsels in IPT, 27 feb. 1981 ; IPT, 17 en 27 april 1981. De Volksmacht, 9 dec. 1977. De Volksmacht, 10 maart 1978. De Volksmacht, 28 nov. 1980. De Volksmacht, 6 juli 1979 en 12 sept. 1980. IPT, 17 okt. 1980. De Volksmacht, 30 sept. 1967. IPT, 27 sept. 1973 en 15 sept. 1980. IPT, 4 feb. 1974. De Volksmacht, 2 nov. 1974. In de marge weze nog opgemerkt datInjextru in 1985veranderde van een PVBA naar een NV (Naamloze Vennootschap). Zo werd de beheerraad bestuursraad en sprak men voortaan niet meer van de afgevaardigde beheerder maar van de gedele­ geerde bestuurder. Deze functie werd waargenomen door Eddie Verbeke. Wel werden er nog tot circa 1980 waslijnen elders aangekocht en als Injextru-product verkocht. IPT, 17 feb. 1986 en 30 jan. 1987. IPT, 26 jan. 1989. MEULENAER Guido, Injextru Plastics : met co-makership klanten winnen. - In : Industrie, nr. 30, nov. 1986, p. 42-48. 1PT. 13 maart 1985. Zes Tieltse bedrijven op Flanders Technology. - In : De Weekbode, 8 mei 1987. De andere bedrijven waren het studiebureau Belconsulting en het textielbedrijf Seyntex. IPT, 7 aug. 1980 ; Kroniek IP, 1979. IPT, 2 dec. 1985. IPT, 14 feb. 1989. Kroniek IP, 1970.

123


152. IPT, 13 feb. 1984. 153. IPT, 1 dec. 1987. 154. SCHEYS G., Coëxtrusie : maatwerk in kunststof. - In : TM technisch management, jg. 15 (1987), nr. 10, p. 29-34. 155. IPT, 23 maart 1983. Bij de eerste productieproeven was men vertrokken van een zwart-witte slang, maar deze kleurencombinatie lag de consument niet zo. 156. Zie hierover ook : West-Vlaanderen Werkt, sept./okt. 1984. 157. IPT, 20 april 1984 ; MEULENAER Guido, a.c., p. 42-48. 158. IPT, 26 april 1989. 159. IPT, 18 juni 1984. Erta behaalde de 63ste plaats. 160. Voordat Injextru een draadvonkerosie-machine bezat, werd reeds vonkwerk uitbe­ steed aan Barco, maar voor de meeste matrijzen werd toch een “freesoplossing” gezocht. 161. IPT, 25okt. 1991. 162. IPT, 26 maart 1991. 163. IPT, lófebr. 1987. 164. IPT, 16 maart 1992 en 18 mei 1992. 165. IPT, 21 nov. 1994. 166. IPT, 23 april 1986. 167. IPT, 6 juli 1993. 168. IPT. 6 juni 1977. 169. IPT, 2 april 1986. Injextru nam deel in Parijs in 1980, 1987, 1989 en een laatste keer in 1990 (IPT, 16 nov. 1987 ; Kroniek IP, 1987). Vanaf 1990 ging de Midest trouwens jaarlijks in Parijs door. 170. IPT, 9 nov. 1989 ; IPT, 16 nov. 1987 ; Kroniek IP, 1979. 171. In de jaren zeventig had IP ook deelgenomen aan die beurs in 1976 (Luik), 1977 (Gent) en in 1978 (Brussel). Zie Kroniek IP, 1977 en 1978 ; IPT, 15 sept. 1976. In 1994 behaalde Injextru op Eurotech de eerste prijs voor de beste stand (Eurotech Trophy ’94). 172. De Volksmacht, 3 dec. 1982. 173. IPT, 13 dec. 1982. 174. In feite verving de nieuwe categorie de vroegere “gespecialiseerde arbeider” die vanaf begin jaren zeventig bestond, met dien verstande dat de “eerste man” meer ver­ diende dan de “gespecialiseerde arbeider”. 175. Kroniek IP, 1979. 176. IPT, 16 november 1983. 177. De Volksmacht, 12 april 1985, 27 maart 1987, 3 mei 1991. 178. Injextru Plastics Tielt huldigt kwaliteitswerk. - In : Het Nieuwsblad, 5 dec. 1995. 179. IPT, 15 sept. 1975. 180. IPT, 5 juli 1983. 181. IPT, 18 april 1983. 182. Francis Tassaert [...]. - In : Het Nieuwsblad, 10 maart 1982. 183. Persmededeling van Erik Stofferis, voorzitter Raad van Bestuur, 2 december 1996.

Adres van de auteur : Peter Struyve, Driesstraat 41, 8700 Tielt 124


Rouwdienst

ALGEMENE ELECTRICITEIT

Debusschere E.&L.

DHONDT

d Bruggestraat 43 - 8700 TIELT Tel. (05 1)40 07 15 Fax (051) 40 73 37 GSM (075) 32 77 08

Stationstraat 103 8700 TIELT Tel. (051)40 02 27

Privaat- en industriële installaties Laagspanningsinstallaties Winkelverlichting Studie - Advies - Uitvoering

CULTUUR LIGT ONS

□ BANK VAN ROESELARE 0 Ó n z e

B a n k

kuituur

v a n

( A ) t o t (z

G R 5 E L H /E S T ELECTRABEL<? MENS,

MILIEU

EN E N E R G I E

Kortrijksestraat 86 - 8700 TIELT Tel. (051)42 31 11


DE ROEDE VAN TIELT

Driemaandelijks heemkundig tijdschrift 28ste jaargang, nr 4 - december 1997 Afgiftekantoor 8700 Tielt


A U T O C A R S -R E IS B U R E A U

Il

I 1ll

ï* ” \

i

________

L

DE MEIBLOEM een onderneming die reeds 63 jaar lang met troeven als VEILIGHEID - KOMFORT - KLASSE

U een héél aparte belevenis bezorgt !

imimoibil © !!»» Kasteelstraat 149 - 8700 TIELT Tel. (051) 40 18 23 - Fax (051) 40 51 93 V o o r al u w é é n d a a g s e o f m e e rd a a g s e re iz e n L U X E a u to c a rs • • • • •

Binnen- en buitenlandse reizen Cars van 30 - 40 - 54 - 67 tot 87 plaatsen Cars uitgerust met air-conditioning, video, toilet, bar Aanhangwagen beschikbaar Liftcar

VERNIEUWEN EN HERSTELLEN VAN ZETELS, SALONS, STOELEN EN ZITBANKEN

z4RGENTK uw appeltje voor de dorst

STEEDS DE BETERE VOORWAARDEN Kris Tanghe Kantoorhouder

B0UCKAERT D AN IEL Félix D'hoopstraat 33 8700 TIELT Tel. (051) 40 42 30

leperstraat 8 8700 Tielt Tel. (051)40 39 53 Fax (051)40 56 79


DE ROEDE VAN TIELT Heemkundige Kring voor de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt, d.i. Aarsele, Dentergem, Egem, Gottem, Kanegem, Lotenhulle, Markegem, Meulebeke, Oeselgem, Oostrozebeke, Pittem, Poeke, Ruiselede, Schuiferskapelle, Sint-Baafs-Vijve, Tielt, Vinkt, Wakken, Wielsbeke, Wingene, Wontergem, Zwevezele. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde. Voorzitter : P. Vandepitte, Driesstraat 7-9, Tielt - (051) 40 17 00 Ondervoorzitter : P. Callens, Waterstraat 18, Pittem - (051) 46 71 90 Sekretaris-penningmeester en verantw. uitgever :

Ph. De Gryse, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt - (051) 40 18 38

Redactie : V. Baert, J. Billiet, Ph. De Gryse, W. Devoldere, Fr. Hollevoet, R. Ostyn, P. Vandepitte Lidmaatschapsbijdrage : 700 fr., te betalen op rekening 000-0398411-32 van De Roede van Tielt, Stoktmolenstraat 32/3, Tielt Verschijnt viermaal per jaar. - Wettelijk Depot : BD 25413 Er worden geen losse nummers verkocht. Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ingestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in "De Roede van Tielt" mogen slechts overgeno­ men worden met toestemming van de redactie. Kaft : detail van de kaart van het graafschap Vlaanderen door Robert de Vaugondy, zoon, 1762. INHOUD VAN DIT NUMMER (28ste jg„ nr 4, december 1997) J. Buyck, Andries Benoit Stéven : de eerste Tieltse drukkerboekverkoper. Aanvullende biografische en bibliografische gegevens. Redactie, Streekgenoot Gwy Mandelinck K. Degroote, Een gevoel van fierheid L. Martens, De man van Watou R. Van de Perre, De poëzie van Gwy Mandelinck G. Dumez, De dichter met de grasmaaier A. Korteweg, Een Vlaming die ik erg bewonder G. Mandelinck, Wat langzaam scheidt, blijft altijd duren

blz. blz. blz. blz. blz. blz. blz. blz.

126-164 165-166 167-168 169-173 174-177 178-181 182-184 185-187

bvba Drukkerij Desmet-Dhondt, Wakken


ANDRIES BENOIT STÉVEN: DE EERSTE TIELTSE DRUKKER-BOEKVERKOPER. AANVULLENDE BIOGRAFISCHE EN BIBLIO­ GRAFISCHE GEGEVENS INLEIDING De voorliggende bijdrage is een ‘aanvulling-vervolg’ op het artikel van V. Arickx, De Tieltse drukker-uitgevers Stéven, Michiels, Horta en Lannoo (1791 - 1929), De Roede van Tielt, XXVII, 1996, 2, pp. 42 - 108. In tegenstelling tot de bijdrage van Arickx beperkt volgend stuk zich tot de familie van Andries Benoit Stéven, de eerste Tieltse drukker. In zijn bij­ drage stelt Arickx ondermeer de vraag wanneer Stéven in Tielt begon te drukken, of er naast de door hem aangehaalde werken nog boeken door Stéven in Tielt werden gedrukt en of Stéven nog andere nationale goede­ ren in Tielt en omstreken opkocht. Deze studie wil op dergelijke vragen een antwoord geven en tevens een licht werpen op vele andere facetten van de eerste Tieltse drukker en zijn zoon, eveneens drukker. Ook vullen we de lijst met ‘Tieltse’ drukwerken uit Stévens Gentse periode aan en geven we voor vele van Stévens druk­ werken - soms reeds door Arickx aangehaald - een concrete vindplaats. Ook vermelden we nog niet eerder vermelde ‘Tieltse’ werken uitgegeven door weduwe en zoon Stéven. Zo wordt ook de Tieltse bibliografie met een aantal eenheden uitgebreid.

I) ANDRIES BENOIT STÉVEN A) Zijn aankomst en verblijf in Tielt A.B. Stéven trouwde op 29 november 1783 in Tielt met Francisca Van de Graveele zonder huwelijkscontract. Wel werd er een onderhandse overeenkomst opgesteld waarbij aan de langstlevende een som van 50 pond toegewezen werd. Hij verklaarde daaraan te willen verzaken ten voordele van de gemeenschap. Hij verlangde dat daar geen enkel gebruik zou worden van gemaakt, nu niet en ook later niet. Wat door de voogd aanvaard werd in naam van minderjarigen (1). Na zijn huwelijk moet Stéven zich in Tielt hebben gevestigd, want zijn kinderen werden er in 1784, 1785, 1786 enz. geboren en gedoopt. Zijn naam komt echter niet voor in de pointingrollen van de jaren 1783, 1784 en 1785, wat erop wijst dat hij zeker geen hoofdbewoner van een huis was 126


in Tielt-Binnen. Waarschijnlijk woonde hij de eerste jaren in bij zijn schoonouders. Een eerste bewijs van zijn handelsactiviteit te Tielt vinden we pas in een rekening van Petrus François De Goesin uit het jaar 1786 (ut infra). Waar Stéven toen te Tielt was gevestigd, kon niet worden na­ getrokken daar de pointingrollen van de jaren 1786 t.e.m. 1791 niet bewaard gebleven zijn. Waarschijnlijk was Stéven sinds 1786 gevestigd in de woning met het nummer 37 op de Markt (2). Deze woning, genaamd het cleen schaek (3) bevond zich tussen twee herbergen: ’t Schaek en De Wildeman, respectievelijk uitgebaat door Gilles Wauters en François De Volder. In totaal verbleven in 1793 een zestal personen in de woning (4), onder wie twee mannen (5). De totale oppervlakte van huis en tuin bedroeg 1 bunder 200 roeden (6). Deze woning was evenwel geen eigendom van Stéven. Net als de herberg ‘t Schaek behoorde deze woning toe aan de familie De Caigny. Stéven ging tijdens zijn verblijf in Tielt niet over tot de aankoop van deze woning (7). B) Stéven als boekbinder en -verkoper (1786 - 1791) Tijdens zijn eerste Tieltse jaren was Stéven boekbinder - net als zijn schoonvader Franciscus Van de Graveele - en boekverkoper, zo blijkt uit een rekening van de Gentse boekdrukker en -verkoper Pierre François II De Goesin (8): ‘ontfangen van den Bode van Thielt de somme van seven guldens negen stuyvers over leve ringen van boeken voor A.B. Steven boekbinder tot Thielt, Gend, 13 jannuary 1786, (getekend P.F. De Goesin, fils). (9). De door Stéven bij Pierre François II De Goesin en later Charles Pierre De Goesin - derde zoon van Pierre François II (10) - geplaatste bestellingen waren nauw verbonden met de vakken gegeven aan de leerlingen van het Tieltse Franse pensionnaat (lager onderwijs) van Jean Baptiste D’Haeyere en aan de studenten van het Tieltse Sint-Jozefscollege (secundair onder­ wijs). In het leerplan in 1777 ingevoerd voor de colleges, waren Latijn en gods­ dienst de hoofdvakken alhoewel ze in vergelijking met het vorige vige­ rende leerplan een pakket uren moesten inleveren ten gunste van de nieu­ we vakken Grieks, Frans, moedertaal, geschiedenis, aardrijkskunde en wetenschappen. Theater werd vervangen door scholastieke oefeningen (11). Bij Jean-Baptiste D’Haeyere stonden de volgende vakken op het pro­ gramma: lezen en schrijven in het Vlaams en Frans, cijferen en boek­ houden (12). 127


De eerste duidelijk gepreciseerde bestelling - die bewaard is gebleven van Stéven bij De Goesin gebeurde in juli 1790. Toen bestelde Stéven 50 nederduytsche sprakkunst door J. des Roches in albis (niet gebonden), item 2 dito gebonden Deze werken werden door de Tieltse bode Gortebeke geleverd op 6 juli 1790. De rekening beliep in totaal 6 gulden 9 stuivers en werd als volgt bereikt: de niet ingebonden spraakkunst kostte 2 72 stuiver - Stéven kreeg er bij afname van 48 exemplaren 2 gratis - de ingebonden versie kostte 4 'h stuiver. Stéven liet weten dat hij deze reke­ ning bij zijn eerstkomende bezoek aan Gent bij De Goesin zou vereffenen (13). Dit zou ook bij de volgende bestellingen het geval zijn. Op 28 september 1790 bestelde Stéven de volgende uitgaven, die, behal­ ve de uitgave van Fleury, allemaal bij De Goesin gedrukt werden (14): ‘... - 4 exemplaren Kerkelijke historie door d’heer Fleury, 16 deelen in 8° Brugge, ..., - 50 kleyne dictionnaeren, 60 sprackkunst door J. des Roches - 6 ars metrica (seu ars condendorum eleganter versuum ad usum gymnasii SS. Trinitatis Lovanii, 8°, 52 p) (15) ...’. In de brief waarin deze bestelling was opgenomen deelde Stéven aan De Goesin mee dat hij vanaf die dag samenwerkte met de Gentse boekbinder Burio, die hij had leren kennen tijdens een bezoek aan Gent. Deze Burio had zijn werkplaats aan de Dampoort in Gent. Goesin moest in opdracht van Stéven volgende zaken naar Burio versturen: ‘ ... - 3 costum van G ent, - 6 costum van Corterijk ( 16), - 2 notarius belgicus (oft ampt der notarissen, verdeelt in theorie en practyque, door Joan. Bapt. Josephus Huygens, in 8°), - 1 generaele tafel (van de materiën begrepen in de gedecreteerde) costumen (van Vlaenderen, eerst gemaekt door Mr. Laureyns vanden Hane Advocaet ... gecorrigeert van menigvuldige fouten, erreuren ende obmissien ...) door de Ronghe (Advocaet van den voorseyden Raedt, 1780) - 50 (Het kleyn) Palm-hof (... gebeden ..., in 12 °, 238 p.) - 24 Onderwijzinghe (ende oprechtinghe van het broederschap van de geduerige aenbiddinghe van den mensch-geworden Godt ... voor het bis­ dom van Gend, petit in 12°, 50 p).

C) Stéven als boekdrukker - en verkoper (1791 - 1794) Om boeken te mogen drukken en verkopen was in de Oostenrijkse perio­ de een vergunning nodig. Deze vergunning moest worden aangevraagd aan de Keizer, maar in concreto was het de Geheime Raad die zich boog 128


over het al dan niet toekennen van deze vergunning. Stéven richtte in fe­ bruari 1791 een aanvraag naar de keizerlijke administratie om zich als drukker in Tielt te mogen vestigen. Een copie van dit verzoekschrift werd op 1 maart 1791 bezorgd aan de bisschop van Gent - Monseigneur Lobkowitz - met de vraag of laatstgenoemde het wijselijk vond deze vergun­ ning te verlenen (17). Op 8 maart 1791 liet de bisschoppelijke administra­ tie aan de Geheime Raad het volgende weten: ‘... Hierbij laten wij weten en bevestigen wij dat, gezien de getuigenis van de heer pastoor van Tielt, Adriaan Benedict STEVENS uit de vermelde parochie op wettige wijze is gehuwd, het katholieke geloof aankleeft en een deugdelijke, rechtschapen en voorbeeldige levenswandel heeft, zodat van die kant niets zijn vraag tot het uitoefenen van het drukkersberoep in de weg staat. In deze overtuiging verzegelen en versturen wij deze brief. Getekend Nuytens, secretaris Monseigneur Lobkowitz ’ (18). Bij de Geheime Raad zelf werd de aanvraag van Stéven behandeld door raadslid De Aguilar. Op 19 maart 1791 kwam hij tot het volgende advies, dat hij in de voltallige vergadering naar voren bracht: ‘In verband met het verzoek van André Stevens, inwoner van Tielt, Kasselrij Kortrijk, met de vraag naar het toekennen van een octrooi dat hem zou toelaten het beroep van boekhandelaar uit te oefenen. De adviesgever heeft vastgesteld dat, overeenkomstig de verordening van 25 juni 1729, de aanvrager de daar­ mee verband houdende bewijsstukken heeft voorgelegd en dat hij zich niet heeft laten opmerken tijdens de troebelen. Hij is van mening dat men op dat verzoek kan ingaan en voegt daaraan toe dat dit ook gunstig zou zijn voor de bevolking omdat er - op de grote steden na - in heel dit kanton geen enkele officiële boekverkoper te vinden is. De raad beslist zich toe te voegen naar dit advies en aan zijne Majesteit aan te bevelen om aan de aanvrager het bedoelde Oktrooi toe te kennen en toe te sturen ’ (19). Na beraadslaging besliste de Geheime Raad de vergunning toe te kennen aan Stéven. Op 24 maart 1791 werd het besluit tot toekenning uitgevaar­ digd. Door dit besluit kreeg Stéven de toestemming om zowel in Tielt als te Kortrijk boeken te drukken, te kopen en te verkopen (20). Tevens werd vastgelegd welke boeken er verkocht mochten worden en aan welke wet­ ten Stéven zich moest onderwerpen: ‘Leopold, aan allen die deze brieven zullen zien, gegroet. Wij hebben het ootmoedige verzoek ontvangen van André Stevens, wonende in Thielt, Kasselrij Kortrijk, waarin hij ons een oktrooi vraagt dat hem zou toelaten het beroep van drukker en boeken­ verkoper uit te oefenen hetzij in Thielt, hetzij in Kortrijk. Hierbij laten wij weten dat wij, na het advies van onze dierbare en toegewijde Algemene Voorlopige Raad van Vlaanderen te hebben ingewonnen dat gunstig staat 129


tegenover het nederige verzoek van de vermelde Stevens, hem met deze brief toestaan om alle activiteiten van Drukker en Boekverkoper in de genoemde steden van Thielt en Kortrijk uit te oefenen. Hij mag er alle boeken die niet verdacht o f afgekeurd zijn verkopen en verspreiden zonder onze toestemming o f in ieder geval door de censuurcommissie vooraf­ gaandelijk werd bezocht en beoordeeld. Daarbij dient hij zich nauwgezet te schikken naar onze ordonnanties en bevelschriften die uitgevaardigd werden o f zullen worden in verband met het drukken en verkopen van boe­ ken ... ' (21). Tevens werd van Stéven gevraagd dat hij ‘... prêtera le serment dû et per­ tinent es mains de Messire Henri De Crumpiper Conseiller d ’Etat, Commandeur de l ’Ordre Royal de Sainte Etienne .... ’. Stéven legde deze eed af op 21 april 1791 en zo kon hij van die dag af beginnen met het druk­ ken en verkopen van boeken in Tielt (22). Eén van zijn eerste drukwerken, naast de andere al vermeld door V. Arickx, was een gevolg van de herinvoering in 1790 van het theateronderricht in het Sint-Jozefscollege (23). Op 30 en 31 augustus 1791 werd het stuk ‘Adonias’ opgevoerd. Het programma voor deze voorstelling werd gedrukt door Stéven: ‘Adonias. Opgedraegen aen de zeer edele, wyze en voorzigtige heeren, mynheeren hoog-pointers en vry-schepenen der casselrye van Cortryk. Mitsgaeders aen de Roeden der voorzeyde Casselrye, Stigters der Latynsche Schooien binnen THIELT, door welkers mildheyd de jaerlijksche pryzen zullen uytgedeelt worden. Zal vertoont worden door de studerende jongheyd van het collegie der stede van Thielt, onder de bestiering der EE. PP. Minder-broeders Recollecten. Den 30 en 31 van Oegst-maend 1791 ’, Uyt de Drukkerye van A.B. Stéven, Tot Thielt, 4 °, 4 p. Dit drukwerk is bewaard in het archief van het Sint-Jozefscolle­ ge, nr. 71 (24). De toenemende activiteit, die al ten dele kon afgeleid worden uit de sa­ menwerking met een andere boekbinder, dwong Stéven in februari 1792 ertoe Charles-Pierre De Goesin te vragen hem een drukkersgast te bezor­ gen ‘... maer het moet eenen persewerker zijn, die zeer bekwaem is, waer over al veel zal verpligt blijven want tegenwoordig den zelven zeer noodig hebben ... ’ (25). De Gentse drukker kon hem evenwel niet helpen. Samen met deze brief ontving Stéven de levering die hij op 8 februari had besteld. De volgende zaken werden hem door de Tieltse bode Cortebeke bezorgd: - 2 costumen van Cortrijk gebonden a 32 ‘A stuiver (totaal 3 gulden 5 stui­ ver) 130


ÿ •]. P à E D R A E G E N • I A E N D E Z Ê E R É D E L E , W Y Z B ^ E N VOORZ1GT1GE H E E R E ÎT, M Y N H Ë E R E N

R O.ÖG-P OI N T E R S ■ÈN F R Y-S CH E P E N E N H E R C J S S E L R Y E V A N CO R T R Y K. ?‘v

mildhcya de jaerlyksche pryzèn ; ■ \ZA. L

t worden.

^ D R D E N

T E RJTO O .

DOOR

DE

STU DERENDE J Q N G H E YD ■' S P A N

HET

COELEGIE

DER

STEDE

VAN

en

T M IM

J L TÿVfMr-

Onder de k^ieiiog.Jer.iU^PJP: M indù’j^rocders' Deii 30 en

fijen zal beginnen ten twee teren naer'jqùddali

' ’•

- r"-

-

U yi de Drukkerye yan A B. S t é v e n / . *

m

'

131


- 6 (De Naervolginge van Christus, in ‘t Latyn beschreven door) Thomas a Kempis (en vertaelt door den Eerw. P. Heribertus Rosweydus, Priester der Societeyt Jesu. Van nieuws oversien, 12 °, 340 p.) a 9 stuiver (totaal 2 gulden 14 stuiver)... ’. In totaal beliep deze bestelling dus 5 gulden 19 stuiver. Tevens vermeldde De Goesin welke de verkoopprijzen van deze werken waren voor Stéven: de costumen van Cortryk dienden verkocht te worden aan 37 'h stuiver en de Thomas a Kempis aan 10 stuivers (26). Stéven bestelde op 2 mei 1793 ‘...25 kleynen dictionnairen in albis... (27). Precies vier maanden later, bij het begin van het nieuwe schooljaar, lever­ de C.P. De Goesin de volgende zaken aan de Tieltse drukker en boekver­ koper: - 6 nederduytsche sprackkonst door des Roches gebonden a 5 st(uivers), totaal 1 gulden 10 stuivers - 6 petits dictionnaires fransch en vlaemsche, totaal 1 gulden 12 stuivers - 2 notarius belgicus gebonden à 24 stuivers, totaal 2 gulden 8 stuivers - 52 voor 48 nederduytsche sprackkonst door des Roches in albis a 10 oor­ den, totaal 6 gulden - 52 voor 48 petits dictionnaires fransch en vlaemsch in albis à 31/2 stui­ ver, totaal 8 gulden 8 stuivers. Het totaal van de rekening bedroeg 19 gulden 19 stuivers. Maar hiermee waren de schoolbestellingen nog niet ten einde. Op 9 september, zes dagen na de vorige levering, gaf Stéven de volgende grote bestelling door: - 100 nederduytsche sprackkonst a 10 stuivers, totaal 12 gulden 10 stui­ vers - 100 petit dictionnairen fransch en vlaems a 31/2 stuiver, totaal 17 gul­ den 10 stuivers - 25 ars metrica a 5 stuivers, totaal 6 gulden 5 stuivers - 3 syntaxis des poterii a 18 stuivers, totaal 2 gulden 14 stuivers - 12 christelyke bewerkingen (voor alle de dagen van ‘t jaer) door Crasset (van de Soc.Jesu.Vertaelt in de Nederduytsche Taele, Vierden druk, van nieuws overzien, 12 °, 4v) a 2 gulden, totaal 24 gulden - 12 Thomas a Kempis a 5 stuivers, totaal 3 gulden - 2 imitatien Jésus Christ a 5 stuivers, totaal 10 stuivers - 1 7 parvum caeleste palmetum (R.P Wilh. Nakateni, in 18°) a 6 stuivers, totaal 4 gulden 5 stuivers - 25 palimier celestifrans en vlaems a 31/2 stuiver, totaal 4 gulden 7 stui­ vers - 5 dito, totaal 17 stuivers 2 oorden 132


Het bedrag van deze bestelling bedroeg 75 guldens 18 stuivers 2 oorden. Ze zou door Stéven niet worden betaald in contant geld. Stéven stelde immers een ruilactie voor. In ruil voor de levering van de beschreven wer­ ken zou Goesin 38 exemplaren van het door Stéven in 1792 gedrukte ‘De Verheventheden van Maria o f Meditatiën voor de feest-dagen van de bezoeking en de zuyvering der H. Maegd Maria. Gevolgt naer het Fransch van den beruchten Priester Duquesne’ (28) toegestuurd krijgen. Dit was een vierdelig werk en het werd door Stéven verkocht voor 2 gulden. Naast deze bestelling vroeg Stéven aan De Goesin ook 13 ‘ars metrica en poë­ tica (varia poëmatum praecepta complectens, petit in 8°, 91 p.)’ te leveren aan Louis Burio, door Stéven omschreven als ‘... mynen binder ... ’ (29). Deze werken werden op 14 september geleverd (30). De weduwe van P.F. II De Goesin liet Stéven echter op 13 september weten niet in te stemmen met de door Andries voorgestelde ruil: ‘... in antwoort op Uw geworden van negensten desen maend hebbe d ’eere U te melden dat ik mijnen zoon gesproken hebben nopende die wisselinge die ik geenzins toe en toestemme (in consentie), bidde dit niet qualyk te nemen (31).

-

In 1793 publiceerde Stéven, naast de ‘Nieuwen Vaderlandschen Almanach voor het jaer O.H. 1793’ en ‘Nieuwen Nederlandschen Voorschriftboek ... ook nog het volgende werk: Cathechismus Romanus. Cathechismus van het concilie van Trenten, voor eerst op bevel van den paus Pius V, In het licht gegeven, in ‘t jaer 1572, daer naer, op bevel van Clemens den XIII. Wederom uytgegeéven in ‘t jaer 1761, en nu getrouwelyk overgesteld in de nederlandsche Tael in ‘t jaer 1793. ... Zeer voordelig, ja zeer noodzakelyk, aen alle Persoonen, die belast zyn met de Zielzorg. Tot Thielt, by A.B. Stéven, Boekdrukker, Binder en Verkooper, op de merkt. Met Goedkeuring, 1793. - Eerste deel, Inhoudende het Symbolum des Geloofs, de H. Sacramenten in ‘t algemeyn, en het H. Sacrament des Doopsels, 8°, 348 p. Dit deel begint met volgende mededeling: ‘Goedkeuring. Alhoewel alle de Persoonen, met de Ziel-zorge in deze Landen belast, de Latynsche Taele kundig zyn; oordeele ik nogtans dat deéze Overzetting van den noyt-volprezen Roomschen Catechismus, in het Nederduytsch zeer wel gedaen, nuttig zal wezen, en aen véél Ziel-zorgers tot groot gemak zal dienen. Gegeéven te Gend den 15 Juny 1793. G.F. de Grave, Boek-keurder. L. Maroux, d ’ Opbracle. - Tweede deel. Inhoudende het vromsel, het H. Sacrament des Autaers, de Biechte, het H. Olysel, het Priesterschap en het Houwelyk, 8°, 281 p. 133


- Derde deel. Inhoudende de thien Geboden Gods en het Gebed des He eren, 8°, 412 p. Deze cathechismus wordt bewaard in de Bibliotheek van de Faculteit Godsgeleerdheid K.U. Leuven: nr. 268.164. Stéven leverde ook in 1793, in opdracht van het stadsbestuur, enkele boe­ ken aan de meisjesschool, dit voor een totaal bedrag van 7 schellingen 8 grooten (32). Op 23 januari 1794 verzocht Stéven Goesin ‘... te willen zen­ den naer Louis Burio boekbinder te weten 2 pastorale diocesis gandavensis in albis en hem te willen uyt mynen naem belasten van de zelve te bin­ den naer gewoonte ... ’. Tevens bestelde Stéven nog een exemplaar van dit werk, dat door voerman Gortebeke moest worden bezorgd (33). Dit werk werd door Goesin verkocht aan 3 gulden 10 stuivers per exemplaar (34). De volgende bestelling kwam er op 13 april 1794: ‘verzoeke ... o f voer­ man Gortebeke logeerende in den Oliphant tot Gend te willen afzenden twee douzyne boekskens van den Jubilé, verhopende het 13 gratis ? Beliefter al meer te zenden in commissie zal die tragten te verkopen Deze werken werden bij Stéven geleverd op 18 april. Zoals door Stéven verhoopt, kreeg hij een dertiende exemplaar gratis, de andere twaalf had­ den een kostprijs van 2 stuivers per exemplaar (35). De laatste bestelling die Stéven als Tieltse boekverkoper bij Goesin plaats­ te, gebeurde op 18 augustus 1794. Hij bestelde ‘... een werk van Crasset gebonden o f gebrocheert... ’. Dit werk werd hem door voerman Gortebeke één dag later geleverd en kostte 3 gulden 4 stuivers (36). Op het ogenblik dat die laatste bestelling werd doorgegeven, hadden de Fransen hier al de macht overgenomen: de Franse republikeinse troepen bereikten de omgeving van Tielt op 14 juni 1794 (37). Op dat moment waren er nog Oostenrijkse soldaten bij Stéven ingekwartierd (38). Het duurde echter tot 21 juni 1794 vooraleer de Fransen de controle over het Tieltse verwierven (39). Op 24 juni sloeg brigade-generaal Van Damme zijn kamp op te Tielt. De generaal verbleef bij notaris Jean Charles De Roo (40), zijn gevolg werd ingekwartierd bij burgers op de Markt. Sol­ daten die niet tot het gevolg behoorden, werden in de omliggende straten ingekwartierd. Van de militairen die onder het bevel stonden van Van Damme werd niemand bij Stéven ingekwartierd en dat bleef zo de rest van het lopende jaar (41). Van Damme zelf verbleef slechts één dag in Tielt: op 25 juni vertrok de brigade-generaal samen met een bataljon ruiters om Deinze in te nemen (42). Tot 30 september 1794 werden er geregeld Franse militairen bij inwoners uit de centrumstraten ingekwartierd (43).

134


D) Verplaatsing activiteit naar Gent (1794 - 1812)

1) Stéven als krantenuitgever (1794 - 1796) De Franse overheersing bood Stéven nieuwe mogelijkheden. Tijdens één van zijn bezoeken aan de Arteveldestad moet Stéven op de hoogte zijn gebracht van het feit dat de ‘Gazette van Gend’ sinds 3 juli 1794 niet meer verscheen. De bedoeling die Stéven had met de verplaatsing van zijn acti­ viteit naar Gent was waarschijnlijk een vervangproduct voor deze krant op poten te zetten. Stéven vestigde zich in de Arteveldestad ‘op den hoek van d ’Ajuyn-leye naest de Visch-merkt N° 253’ (44) en nog vóór de uitgave van zijn eerste officiële drukwerk, lanceerde hij er op 2 oktober 1794 het eerste nummer van de ‘Vaderlandsche Gazette van Gend’. J.F. Vander Schueren (45) had de uitgave van de echte ‘Gazette van Gend’ op zich genomen in september 1794. De vorige privilegehouder was de weduwe van drukker J. Meyer. J. Begyn drukte het blad voor diens reke­ ning tot 3 juli 1794. Nadat J.F. Vander Schueren zich met alle waarborgen had omringd begon hij op 22 september 1794 (81 dagen na de laatste publicatie van het blad en 10 dagen voor de eerste uitgave van Stévens Vaderlandsche Gazette) met de publikatie van de krant. Het feit dat Vander Schueren 10 dagen vroeger dan Stéven begon met de heruitgave van de krant wijst erop dat hij de operatie van Stéven had voorzien. Waarschijnlijk had hij eerder in de maand het Gentse publiek ingelicht door middel van een vlugschrift onder de titel ‘Aenvang en Vervolg van de ontdekte Saemenzwering gesmeed door den Verraeder Robespierre en zyne Aenhangers als ook den Dood en andere straffen daer op gevolgt, en de maetregelen diesaengaende genomen (46). Ondanks het feit dat Vander Schueren hem de loef had afgestoken en dat de meerderheid van de Gentse lezers aan hun oude ‘Gazette’ trouw ble­ ven, bleef Stéven doorwerken. Wellicht verwachtte hij, dankzij de voor hem gunstige politieke omstandigheden, zijn concurrent binnen korte tijd op de kniëen te krijgen. Zijn ‘Vaderlandsche Gazette van Gend’ had een klein octavo-formaat, verscheen driemaal per week, - dinsdag, donderdag en zaterdag - en kon inzake republikeins nieuws met een groot aantal pri­ meurs voor de dag komen. Dit kwam door de goede contacten die Stéven met de nieuwe Franse bestuurders onderhield. Het blad vond echter wei­ nig lezers buiten de kring van republikeinsgezinden, die geen grote omvang had. De volgende ‘Tieltse’ advertentie was de enige die betrekking had op de vroegere woonplaats van de uitgever. Deze annonce verscheen in het eer­ ste en tweede nummer: ‘Dat den borger Guillaume Cans, Docter en Apotheker binnen de Stede van Thielt blyft continueren in het verkoopen 135


van zyne poeders welkers veeltyds gevonden word in de Tarwe, de gone van de zelve believen gediend te wezen, konnen zig van nu voorts by hem adresseren, hy zal hun uytleggen op wat maniéré de zelve moeten gebruykt worden. Ondertusschen mag een ider verzekerd zyn daer van te zullen genieten het gewenscht uytwerksel, gelyk reeds de Lands-luyden omst­ reeks Thielt van over 10. à 12. jaeren genoegzaem hebben ondervonden. Den prys om eenen zak te zaeyen, inhoudende zes vate, is eenen schelling wisselgeld. N.B. De zelve Poeders zyn ook bekomelyk by den borger Francies Braet, tot Ruysselede, bode op Thielt den welken insgelyks aen de Lands-luyden zal verleenen den noodige instructie. ’ (47). Waarschijnlijk zette het uitblijven van succes A.B. Stéven er toe aan zijn toevlucht te nemen tot een hardere vorm van concurrentie. In het laatste nummer van de ‘Vaderlandsche Gazette’ (30 december 1794) richtte hij de volgende ‘Waerschouwing’ tot zijn lezers: ‘Wy voorkomen onze Inschryvers dat wy met het eyndigen van de eerste dry maenden, te weeten den 12. Nivose aenstaende (of 1 January 1795 ouden styl) deze Vaderlandsche Gazette niet meer zullen uytgeven op den gewoonelyken voet, maer gelyk de Gendsche Gazette altyd voor dezen wierd uytgegeven; ’t is te zeggen: den Maendag en Donderdag, in het zelve Formaet, zelve Papier en voor den Prys van 5. Livres par Trimester. ’(48). (Alle 39 nummers van de ‘Vaderlandsche Gazette van Gend’ zijn bewaard geble­ ven. Vindplaats: UBG G. 3289) (49). Met het bericht in het laatste nummer van de ‘Vaderlandsche’ was de geboorte van de dubbelganger, de valse ‘Gazette van Gend’, aangekondigd. Het nieuwe blad werd twee dagen later, op 1 januari 1795, ten doop gehouden door ‘het comité van Waekzaemheyd dezer Stad Gend’. Stévens nieuwe krant was een duidelijke dubbelganger van de ‘Gazette van Gend’ want ze droeg dezelfde titel en had nagenoeg hetzelfde motto ‘Vryheyd. Gelykheyd. ’ in plaats van ‘Vryheyd, Gelykheyd, Onpartydigheyd. ’. De krant had het volgende onderschrift: ‘Met goed-keuring van het Comité van Waekzaemheyd deze Stad Gend’. De titel werd versierd door een vignet, waarin pijlenbundels, schaal van Justitia en lauriertakken door een phrygische muts waren bekroond. Het formaat was net hetzelfde als dat van de echte ‘Gazette van Gend’\ Stévens krant bevat ook twee kolommen per bladzijde, telde per afleve­ ring acht bladzijden, waarvan de vier laatste, - weer eens zoals bij de echte ‘Gazette van Gend’ - de titel ‘Vervolg’ dragen. Noch Stéven, noch Vander Schueren - uitgever van de echte 'Gazette van Gend’ gewaagden op enig ogenblik van eikaars bestaan. Zelfs aan het ver­ 136


dwijnen van haar dubbelganger zal de echte ‘Gazette’ geen regel wijden. De valse ‘Gazette van Gend’ liep uitdrukkelijk met haar republikeinse gevoelens te koop. De uitvoerige verslagen van de vergaderingen der Nationale Conventie in Parijs kwamen steevast op de eerste bladzijden, terwijl zij in de krant van Vander Schueren beknopt vermeld stonden tus­ sen het vele internationale nieuws. Maar toen het ‘Comité de Salut Public’ op 10 februari 1795 in Parijs enke­ le maatregelen i.v.m. de openbare opinie nam, was het lot van het ‘Comité van Waekzaemheyd’ maar ook dat van de hiermee nauw verbonden ‘Gazette’ van Stéven bezegeld. De vijftiende aflevering (19 februari) droeg onder haar titel geen vermelding meer van het ‘Comité’. Het zes­ tiende nummer (23 februari 1795) was meteen het laatste nummer van de valse ‘Gazette van Gend’. In dit laatste nummer liet Stéven uitschijnen dat hij ermee ophield door ‘overlast van bezigheden ’ (50) maar veeleer lagen politieke en fincanciële overwegingen ten grondslag aan het einde van de krant: de verdwijning van Stévens beschermheer, het ‘Comité van Waekzaemheyd’, de druk van de publieke opinie tegen de vervalsing van haar traditioneel nieuwsblad, het tekort aan ‘annoncen’ (geen enkele i.v.m. Tielt werd gepubliceerd) en een aangekondigde verhoging van de belasting op de kranten. Met de opoffering van zijn krant wilde Stéven waarschijnlijk zijn commerciële belangen vrijwaren (51). (Alle zestien nummers van de ‘Gazette van Gend (Steven)’ zijn bewaard gebleven. Vindplaats: UBG G. 3290 (52). Hetzelfde jaar zou Stéven echter nog een poging wagen met de ‘Dagelykschen Courier van het Departement van de Schelde’. Het eerste nummer verscheen op 20 oktober 1795 onder het motto ‘Vryheyd, gelykheyd, echtheyd’\ formaat: in-4°, 2 kolommen. Het blad verscheen 2 maal per week voor een prijs van ‘zeven schellingen wisselgeld voor dry maenden’. Deze krant kan omschreven worden als een gewoon nieuwsblad, zoals blijkt uit het editoriaal van het eerste nummer: ‘Prospectus. Aengezien de toerus­ tingen, aengaende de legers over den Rhyn, alsmede die der Italiaensche kusten, langs hoe meer ernstig worden; zoo heb ik besloten een Dag-blad uyt-te-geven, het welk op het nouwkeurigste al het nieuws diesaengaende, zal bevatten: alsmede het meerkweerdigste wat in de gentsche uytgebreydheyd onze Republiek geschied. ’ (53). Maar ook deze krant bleek geen succes, het laatst gekende nummer verscheen op 30 januari 1796 (54). (Drie nummers van deze krant zijn nog bewaard: 1, 4 en 12. Bewaarplaats: UBG J. 2114) (55).

2) Stéven als drukker van Tielts administratief drukwerk (1796 -1798) Na het stopzetten van zijn krantenactiviteit concentreerde Stéven zich op 137


het uitvoeren van drukwerk voor de Gentse municipaliteit en de adminis­ tratie van het Scheldedepartement. In opdracht van de Tieltse stadsbestuur voerde Stéven ook verschillende opdrachten uit. Een overzicht: - 11 floréal an IV (30 mei 1796): ‘Item betaelt aen A B Steven tot dry pond twee schellingen over leveringe van papier & pennen ’ (56) - 2 fructidor an IV (19 augustus 1796): ‘200 exemplaire: extrait du Registre des Déclarations de Mariage du Canton de Thielt, 1 feuille in piano: 8 gulden 10 stuivers’ - 19 vendémiaire an VI (10 oktober 1797): ‘900 exemplaires pasports, dont un cent sur timbres de 25 centimes: 27 gulden ’ en ‘Déboursé pour ces 100 timbres: 13 gulden 12 stuivers 3 penningen’. - 6 nivôse an VI (26 oktober 1797): ‘200 exemplaires Patentes sur tim­ bres: 6 gulden ’ en ‘Déboursé pour ces 200 timbres: 27 gulden 4 stuiver 6 penningen’ (57) - An VII: ‘Item payé au Citoyen Steven imprimeur pour fraix d ’impression: Livres 27.15’ (58). Stéven was echter niet de enige drukker die voor de Tieltse municipaliteit werkte. Drukker Ivo Callewaert uit Kortrijk stond in voor het drukken van de ‘matrice de rôle’ voor de grond- en personele belasting en van affiches (59). Deze aanplakbrieven werden ook soms gedrukt bij Bogaert in Brugge (60), terwijl drukker Versluys, ook uit Brugge, instond voor het drukwerk bestemd voor de politie (61). Stéven leverde tijdens deze periode geen Tielts gelegenheidsdrukwerk. Zo werden bijvoorbeeld de programmaboekjes voor de toneelopvoeringen door de studenten van het Tieltse college nu door de Brugse drukker F. Van Eeck gedrukt. Ook ander drukwerk i.v.m. met het Tieltse kwam in deze periode niet van Stévens persen.

3) Het overlijden van zijn Tieltse echtgenote Op 5 floréal jaar V (24 april 1797) overleed de echtgenote van Andries, Françoise Van de Graveele (° Tielt, 15 september 1764). Op verzoek van Andries werd er op 11 vendémiaire jaar VI (2 oktober 1797) een boedelstaat opgesteld. Deze werd opgemaakt samen met de vader van de overle­ dene, François Van de Graveele. Bij het overlijden van zijn vrouw had Stéven vijf drukpersen waarvan de waarde op 100 gulden per stuk werd geschat. Na aftrek van de begrafeniskosten werd de totale inboedel (hui­ zen, gronden, drukpersen, voorradige boeken, juwelen enz.) geschat op 11.897 gulden 17 stuiver en 4 denieren. Het contract in 1783 opgesteld door Stéven en zijn echtgenote, waarbij de langstlevende vijftig ponden groot aan de gemeenschap zou schenken, werd door Stéven uitgevoerd 138


(62).

4) Drukwerk voor het Tieltse tijdens het Consulaat en het Keizerrijk (1805 -1812) Stéven drukte tijdens het Consulaat en het Keizerrijk geen administratief drukwerk meer voor de Tieltse gemeenteraad (63), wel stond hij in voor het drukwerk van verschillende Tieltse scholen en Tieltse auteurs. Voor het Sint-Jozefscollege, opnieuw geopend in 1801, nadat het op 17 maart 1798 op bevel van de Franse overheid was gesloten (64), werden door Stéven volgende prijsdelingen gedrukt: - Exercitatio Scolastica, pubice habenda in aula collegii Tiletani lil Fructidoris anni XIII (21 aug. 1805.) Hora 9 ante et 2 post meridiem, dedicata providissimis amplissimisque viris dominis Mayero, Adjunctis ac Membris Municipalis Concilii urbis Tiletanae, proefati Collegii Mecoenatibus liberalissimis, quorum munificentia annua Pramia distribuentus. Gandavi, ex Typographia A.B. Stéven, 4°, 8 p. Vindplaats: Archief Sint-Jozefscollege, nr. 72 (65). - Exercitatio scholastica dedicata providissimis amplissimisque viris dominis mayero, adjunctis, ac membris municipalis concilii oppidi Tiletani, munificenttissimis humaniorum litterrum mecoenatibus habebitur in aula gymnasii Tiletani, sub moderamine Presbyterorum oratorii proefati oppidi die 21 Augusti 1806, hora 10."'“, et 2.d“, post meridiem. Exercitatione finitâ, Liberalitate praefatorum ornatissemorum Dominoruù, annua praemia in singularum artium Palaestra promerita, distribuentur horâ quartâ postmeridiand, Gandavi, Typis A.B. Stéven, in Foro Grani, 4°, 8 p. Vindplaats: Archief Sint-Jozefscollege, nr. 73. - Sub dei adjutorio nee non immaculatae virginis mariae patrocinio exercitationes litterariae habebuntur in aula gymnasi Tiletani a studiosa juventute sub moderamine RR. PP. MinoriG recollectirum 23 Aug. anni M.D. CCC VUIL Hord nond ante et tertid post meridiem. Dedicata provi­ dissimis amplissimisque viris dominis mayero, adjunctis, mebrisque concili municipalis. Oppidi Tiletani, dicti Gymnasii liberalissimis. Maecenatibus. Quorum munificentia annua distribuentur praemia, Gandivi, Typis A.B. Stéven, Typographi in Foro grani, 4°, 8 p. Vindplaats; Archief Sint-Jozefscollege, nr. 74 (66). Steven stond ook in voor het drukken van een lofdicht dat een leerling uit naam van de medeleerlingen had opgedragen aan pater Henricus De Crick op diens feestdag de 15° juli. Het gedicht is voorafgegaan en gevolgd door een chronogram en krijgt als toemaat een rebus die samengesteld is uit 139


twee chronogrammen. Wie de rebus kon oplossen, wist meteen in welk jaar het gedicht werd opgedragen: 1811. De titel van het gedicht luidt als volgt: ‘Sacra Modulatlo Congratulans Venerando Patri Henrico De Crick, Collegi Tiletani Gymnasiarchae’ (67), Gandavi, typis A.B. Steven, Typographi in Foro Grani, 1 p. Het is onduidelijk waar een origineel van dit gedicht te vinden is. Een kopie en vertaling ervan door Jos Baekelandt werden opgenomen door Paul De Lodder in zijn ‘Geschiedenis van het Sint-Jozefscollege van Tielt’ (68). Stéven drukte ook werken voor de Franse kostschool van Jean-Baptiste D’Haeyere (° Machelen, 12.04.1758, + Tielt, 17.01.1824) (69) en zijn zoon-hulpmeester Bernard. De volgende werken dienen te worden toege­ voegd aan het overzicht van V. Arickx: - Distribution des prix aux élèves de J.B. D ’Haeyere par messieurs le maire et adjoints de la ville de Thielt, le 23 juin 1807, A Gand, chez A.B. Stéven, Imprimeur, Marché aux Grains, 20 p. Dit werk is voorzien van een blauwe kaft. Vindplaats: RAB, FF, 2924. - Discours prononcé par B. D ’Haeyere, fds, à l ’occasion de la distribu­ tion annuelle des prix aux élèves du pensionnat de Thielt, le 28 juillet 1811, A Gand, chez A.B. Stéven, Imprimeur, Marché aux Grains, 1811, 8°, 9 p. Vindplaats: UBG G 22488. - Grond-regelen der Fransche tael, zoodanig beschikt om op korten tyd een vast denkbeeld en kennis te hebben van de negen delen der rede. Gemaekt tot gebruyck der leerlingen in het pensionnaet van Thielt, onder de bestiering van J.B. D ’Haeyere. Vierden druk. Op nieuws overzien en verbetert. Tot Gend, By A.B. Stéven, Boekdrukker en Boekverkooper op de Koorn-merkt, 1807, 12°, XXIV-162-1 p. Vindplaats: UBG G 13006. Naast drukwerken voor Tieltse scholen leverde Stéven echter ook het drukwerk dat werd gebruikt in een school uit de omgeving van Tielt. Stéven stond immers in voor de uitgave van de eerste werken van Pierre Behaegel (° Tielt, 28.08.1783 - + Brugge, 11.12.1857). Behaegel opende - na een verblijf van enkele jaren in het buitenland - op 7 maart 1808 een pensionaat in Wakken. Hij nam deze school over van Jan Jozef Renier (70). In een aankondiging in de ‘Gazette van Gend’ van 12 oktober 1807 had Behaegel de opening van de Wakkense school bekend gemaakt. Volgende vakken zouden er worden gedoceerd: ‘... de grondregels der vlaemsche, fransche en latynsche taelen, volgens de grond-beginsels der fransche taele in het licht gegeven door (den zelven) Petrus Behaegel... ’. Het ver140


melde werk werd uitgegeven door Stéven: - Grondbeginselen der Fransche Taele, Te Gend; by A.B. Stéven, Boekdrukker en - Verkooper 1807 (71). Behaegel publiceerde ook gelijkaardige werken over de ‘Vlaemsche en Latynsche tael - Grond-beginsels der Latynsche tael; door Petrus Behaegel; Letter-verplaetsing, he ! lege pubertas. De vooroordeelen afgeleyd hebbende, “ onderzoekt alles; behoudt het géén goed is Te Gent, Op de Koornmerkt; by A.B. Stéven, Boekdrukker-en-Verkooper, s.d., 52 p. Vindplaats U B G G 3713, G 12416. - Grondbeginsels der Vlaemsche tael, Te Gent, by A.B. Steven, Boekdrukker- en verkooper, 1809, 12°. De samenwerking tussen Stéven en Behaegel ging echter verder dan het uitgeven van werken. Na zijn aanstelling tot directeur van de kostschool in Wakken kreeg Behaegel van Stéven de opdracht om samen met de Gentse letterkundige P. Benau, de woordenboeken ‘Vlaemsch - Fransch’ en ‘Fransch - Vlaemsch’ van de hand van Des Roches te herwerken en aan te vullen. Behaegel stond in voor het deel ‘Nieuw Nederduytsch en Fransch Woorden-boek’, Benau voor het deel ‘Nouveau dictionnaire françois-flamand’ (72). Bij de uiteindelijke uitgave door Stéven werd Be­ haegel echter niet als auteur vermeld, het ‘Nieuw Nederduytsch ’ woorden­ boek werd net als het Franse-Nederlands deel toegeschreven aan P. Benau: Nieuw Nederduytsch en Fransch Woorden-boek, opgesteld volgens de laetste uytgaven der Woordenboeken van de Fransche Academie, van Trévoux, Halma, Des Roches, Winkelman, enz.; inhoudende eenige duyzende woorden meer, dan den meest vermeerderden druk van Des Roches, en alwaer men deézen laesten voorde vlaemsche spelling gevolgd hééft; Door P. Benau, Te Gend, By A.B. Stéven, Drukker en Boek-verkooper, op de Koorn-merkt, n° 14, 1809, 884 p. De herdrukken van de verschillende ‘grondbeginselen ’ werden echter niet meer bij Stéven gedrukt, maar wel bij F.J. Bogaert-De Clercq (Gent), Bogaert-Dumortier (Brugge) en Weduwe Demoor en zoon (Brugge) (73). De ‘Tieltse’ drukwerken van Stéven beperkten zich evenwel niet tot het schoolmilieu. Zo werden ook de werken van Jacquemyns Joseph (° SintMaria-Oudenhove, 1774 of 1784, + Dadizele, 08.06.1852) (74), ‘gezondheyds beampten ’ in Tielt tijdens de eerste jaren van de negentiende eeuw, door Stéven gedrukt. De volgende zes werken van de hand van Jacque­ myns zijn bekend: 141


- Nouwkeurige beschouwing van de koey-pokskens; in de welke alles op eene zeer verstaenbaere wyze, door vraegen en antwoorden, verhandelt word, ‘t geen de jonge Lieden, tot hunne gerustheyd, zouden konnen begeeren te weeten ontrent dezen onfaelbaren voorbehoed-middel tegen de verslindende kinder-pokken, Te Gend, byA.B. Stéven, Boek-drukker en Boek-verkooper, op de Koorn-merkt, 1809, 8°, 66 p. Vindplaats: UBG G 3599, UBG H. 2700, Centrale Universiteitsbibliotheek Leuven RA 1480 en RA 2788. Tegenover de titelpagina van dit werk staat de volgende notitie: ‘Overeenkomstig met de Wet van den 19 Julius 1793, heb ik twee afdruk­ sels van dit werksken doen berusten in de nationale Boekzaal: ik verwit­ tig dus een iegelyk dat de afdruksels die door my niet getekent zyn, voor onegte zullen aenzien worden, en dat men de verkoopers der zelve zal behandelen ingevolge de bovengemelde Wet. ’ Hierna volgt een hand­ tekening van Jacquemyns. - Tableau d ’une nouvelle dénomination des dijférens genres d ’accouchemens et délivrances par J. Jaequemyns, Chirurgien, Accoucheur et Officier de santé à Thielt, département de la Lys, Gand, A.B. Stéven, 1807 (75). - Van het bloed-verlies geduerende de zwangerheyd, onder en naer de baering, van het miskramen, en van aile de bloedstortingen. Na den laetsten, verbeterden en vermeerderden druk van het Fransch in het Vlaamsch overgezet en met aantekeningen vermeerderd door J. Jacquemyns, heel­ meester, geboortshelper en gezondheyds beampten binnen Thielt, depar­ tement der Leye, Gend, A.B. Stéven, 1808, 8° (76). - Tafereel van vergelyking der natuerlyke Kinder-pokken, ingeëntte Kinder-pokken en ingeëntte Koey-pokskens, in hunne uytwerksels op de menschen en op de saemen-leéving. In ‘t licht gegeéven door bevel van den geneés-kundigen Raed der Koninglyke Jennersche Maetschappy, voor de uytroeying van de Kinder-pokken, door J. Addington, in het vlaemsch overgezet door J. Jacquemyns, Gend, A.B. Stéven, 1809, 8°. - Geneeskundig gedenkschrift over het schaedelyk gebruyk der geest-ryke en ontsteékende dranken by de eerst-verloste vrouwen, door J. Jacquemyns, Gend, A.B. Stéven, 8° (77). - Vergelykende beschouwing van de natuurlyke kinderpokken, de geënte kinder-pokken, en de vaccine o f geënte koepokken, en hunnen uytwerkingen op den mensch en op het gezelschap. {Overgesteld uit het Engelsch van J. Addington), door J. Jacquemyns, Gend, A.B. Stéven, s.d., In folio 142


plano (78).

Het volgende werk handelt ook over een Tieltenaar, Petrus Luyck (79), maar het kader waarin deze publikatie moet gezien worden is erg ondui­ delijk, maar qua uiterlijk vertoont het grote gelijkenissen met het lofdicht dat Stéven drukte voor pater De Crick (ut supra): Novo regi venerando domino domino Petro Luycx regium legis novae sacrificium regi regum primitus consecranti Tileti 25 september anno, Gandavi, typis A.B. Stéven, Typographi in Foro grani, 1809, f°, 1 p. Gete­ kend in handschrift: Henricus De Crick. Vindplaats: UBG G 3875 (4). Op 5 februari 1810 werd een bijzondere wet op de drukkerij en boekhan­ del uitgevaardigd. Hierbij werd een ‘Direction de l ’Imprimerie et de la Librairie ’ opgericht om orde op zaken te stellen. Het aantal drukkers per departement werd beperkt (80). In Gent werd het aantal boekdrukkers uitgevers gereduceerd van 14 tot 6. Mochten hun bedrijf blijven uitoefe­ nen: Bogaert-Declerq, Poelman, Ch. Fernaud, J.N. Houdin, P.J. De Goesin-Verhaeghe en A.B. Stéven. Deze laatste twee stonden omschreven als de beste drukkers van het departement en gaven vooral werken over wetenschap, kunst en letterkunde uit (81).

5) Stéven als opkoper van Tieltse nationale goederen en van Tielts onroerend goed Stéven was tijdens het Directoire (oktober 1795 - november 1799) erg bedrijvig op de openbare verkopingen van de nationale goederen. In totaal kocht hij 7 van de 55 nationale goederen uit het kanton Tielt (= Tielt en het toenmalig gehucht Schuiferskapelle). Het eerste lot (plakbrief nr. 60) dat hij kocht was een hoeve met bijhorend akkerland. De totale oppervlak­ te van dit lot bedroeg 2 bunder 3 gemeten en 26 roeden. Deze boerderij was voorheen eigendom van een klooster uit Deinze en werd gehuurd door Jean Van Damme. Dit lot werd op de plakbrief als volgt beschreven: ‘een huis met een strodak, opgetrokken in baksteen zonder verdieping, met een keuken, twee kamers en een keldertje, een zolder, een schuur en een aanpalende koeienstal. Daarbij nog, ten zuiden van het huis en palend aan de schuur, twee houten en met stro gedekte varkensstallen. Dit huis, de stal en de schuur hebben een grondige opknapbeurt hard nodig. Het geheel bevindt zich op een erf met een tuin ..., Noord daarvan woont Zacharias Van Lokeren, oost La Pierre, zuid Emmanuel Verschage, west loopt de Oude Pittemweg... ’ (82). Op 2 ventôse an VI (20 februari 1798) kocht Steven dit lot voor een bedrag van 100.200 fr.

143


Het tweede goed (plakbrief nr. 60) was een perceel akkerland met een oppervlakte van 3 bunder, voorheen eigendom van het Tieltse Alexianenklooster en gehuurd door Jean Hillebode. Op 2 ventôse an VI (20 februari 1798) kocht Stéven dit lot samen met Petrus Antonius Roelandts (83) voor de som van 140.000 fr. Ook het derde goed (plakbrief nr. 60), een perceel akkerland met een oppervlakte van 1 bunder 5 gemeten 74 roeden, tevens voormalig eigendom van het Tieltse Alexianenklooster en gehuurd door Joseph De Clercq werd opgekocht door Stéven en Roelandts. Ditmaal be­ droeg de verkoopsprijs 69.100 fr. (84). Dit stuk land was gelegen in sec­ tie L. Op 27 ventôse an VI (17 maart 1798) kocht Stéven voor een bedrag van 100.100 fr. een huis en aanpalende grond (plakbrief nr. 65) - voorheen eigendom van de Sint-Sebastiaangilde - voor een bedrag van 100.100 fr. Dit huis, enkel gelijkvloers en met 3 vensters, diende als lokaal van de gilde en was gelegen in de Nieuwstraat, nummer 32 (85). Het bijhorende terrein was tweeledig. Een eerste gedeelte was de tuin met een oppervlak­ te van 10 roeden, het tweede stuk was een weideland met een oppervlakte van 29 roeden. Die twee stukken stonden ingeschreven in de Nieuwstraat, respectievelijk nummers 78 en 79 (86). Pierre Galle, die reeds voor de ver­ koop dit huis huurde, bleef ook huurder na de eigendomsoverdracht (87). Op dezelfde dag, 17 maart 1798, kocht Stéven nog een huis (ingeschreven als Markt nr. 24) en aanpalende tuin (ingeschreven als Markt nr. 73) (88), tot aan de inbeslagname toebehorend aan de Sint-Jorisgilde en gehuurd door weduwe Lefevre (plakbrief nr. 65). Het lot was als volgt beschreven: ‘... een huis, waarvan een deel is bedekt met pannen en het ander deel met leistenen, op getrokken uit bakstenen ... met binnen in een keuken, twee kamers en een zolder, ... het geheel gebouwd op een stuk grond met een oppervlakte van 406 vierkante roeden, grenzend aan de noordzijde van de Markt van Thielt ... ’ (89). Voor dit lot betaalde Steven 320.100 fr. Ook na de aankoop door Stéven bleef het huis en aanpalende tuin verhuurd aan weduwe Lefevre (90). Het goed waar Stéven het meeste geld veil voor had, was het klooster­ gebouw van de Tieltse Grijze Zusters-Penitenten, gelegen in de Bruggestraat. Het lot werd op plakbrief nr 136 als volgt beschreven: ‘Kanton Thielt. Lot V Het kloosterpand van de vroegere Grauwe ZustersPenitenten, gelegen in Thielt, in twee loten opgesplitst, namelijk: - Het eerste lot bestaat uit een kerk, een sacristie, een brouwerij, de verblijfplaats voor krankzinnige vrouwen. Het lot staat uitvoerig beschre­ ven in het schattingsverslag en op een bijhorend figuratief plannetje en 144


wordt geschat een jaarlijkse opbrengst te vertegenwoordigen van 450 fr en 9000 Fr waard te zijn (algemene kosten en expertisekosten 50,50fr). - Het tweede lot bestaat uit meerdere gebouwen, twee moestuinen, een boomgaard en een weide die samen 1357 vierkante roeden en uitvoerig beschreven staan in het reeds vermelde schattingsverslag. Dit lot wordt geschat jaarlijks 425 te kunnen opbrengen en een waarde van 8730 fr te vertegenwoordigen, 230 fr. voor de bomen inbegrepen (algemene kosten en expertisekosten 50 fr) (91). Die twee loten werden op 24 nivôse an VII (13 januari 1799) door Stéven opgekocht voor de som van 505.800 fr. (92). Stéven verhuurde vanaf prai­ rial an VII (mei-juni 1799) een lokaal in het kloostergebouw aan de lage­ re meisjesschool die op 28 december 1798, op voorstel van regerings­ commissaris Esmonnot, werd opgericht. Deze school stond onder de lei­ ding van Marie Schelle, echtgenote van de Tieltse politiecommissaris Priem (93). De municipaliteit betaalde een jaarlijks huurgeld van 264.50 fr. (94). Later werd de huur vastgesteld op 150 fr. (95). Op 6 januari 1804 verkocht Stéven het vroegere klooster aan Bernard de Rammelaere (96): ‘... In persoonen den borger André Benoit Stéven, boek­ drukker woonende binnen de voornoemde stad Gend, op de Kooremerkt, ..., aen ende ter acceptatie van Pieter de Rammelaere, zoon van Bernardus, over zijnen voornoemden vader..., in kope te hebben aenveirt alle de batimenten van het gewezen klooster der penitenten der Grauwe Zusters binnen de gemelde stede van Thielt, bestaende in eene kerke, klooster, huyzinge en verdere gebouwen, alsmede de erve waerop alle het zelve is staende ... ’. Stéven bleef echter wel eigenaar van de boomgaard en de tuin van het klooster: ‘... niet gereserveert dan alleen den bogaert en lochting, alsmede de partye meersch daer aen paelende, alle welke niet mede verkocht en word, ...’ (97). Op 4 mei 1806 ondertekenden Bernard de Rammelaere en Stéven een verklaring waarin de plichten van beide partijen i.v.m. de tuin en boomgaard werden vastgesteld (98). Het laatste lot van de nationale goederen dat Stéven opkocht, werd op plakbrief nr. 137 als volgt omschreven: ‘Kanton Thielt. Lot XXIV. Een huis opgetrokken op een erf van 17,5 vierkante roeden, gelegen aan de Grote Markt in Thielt, afkomstig van de vroeger (= nu afgeschafte) (klooster-)gemeenschap van de H. Alexis in vermelde plaats (Thielt), bewoond door J(ean) de Volder, voor 9 jaar die ten einde lopen in het jaar VII, en voor een jaarlijkse huurprijs van 154 Fr. Het gebouw wordt geschat jaar­ lijks 160 Fr te kunnen opbrengen en is op zich 5200 Fr waard ... ’ (99). Stéven verwierf dit huis voor de som van 71.000 fr. (100). 145


Wanneer men aanneemt dat voor de loten die Stéven opkocht samen met Petrus Antonius Roelandts elk van de opkopers de helft van het bedrag voor zijn rekening nam, dan besteedde Stéven maar liefst 1.201.750 fr. aan de aankoop van zeven loten (op een totaal van 55 loten in het kanton Tielt). Stéven staat hiermee samen met Petrus Delcambe aan de top inza­ ke het aantal opgekochte Tieltse loten (101), maar Stéven nam 27.5 % van de totale prijs voor zijn rekening (de som van alle 55 verkochte loten = 4.370.821 fr.), terwijl Delcambe 596.445 fr. besteedde aan de aankoop van zijn loten, 13.6 % van het totale verkoopsbedrag. Steven kocht geen nationale goederen aan gelegen in de andere gemeen­ ten van de vroegere roede van Tielt, ook niet te Pittem (102). Wel ging hij over tot de aankoop van meerdere nationale goederen gelegen in het Scheldedepartement. De verwerving van goederen gelegen in dit departe­ ment werd door Stéven aangevat vóór zijn aankopen van nationale goe­ deren in Tielt. In totaal kocht hij in het departement 22 artikelen - gron­ den, weiden, bossen, huizen en hoeven - met een totale oppervlakte van 30 hectare (103). Die nationale goederen werden niet door Stéven alleen gekocht. Samen met Paulus, Dronckers, Borst - inwoners uit Axel - en De Vos en De Grave - respectievelijk advocaat en notaris in Gent - had hij een maatschapij opgericht met als enige doelstelling het verwerven van natio­ nale goederen. Stéven had, bij het overlijden van zijn echtgenote Francisca Van de Graveele, reeds 2177 gulden 16 stuiver in deze maat­ schappij ingevesteerd (104). Stéven had, naast de opgekochte nationale goederen, nog andere eigendommen in Tielt. In de Hoogstraat bezat hij de dubbelwoning nr. 2930, rond 1800 bewoond door Pierre Paaschal en Seynhaeve (105). Het huis met nummer 27 in de Leyaersboomstraat, gelegen in sectie E, behoorde hem ook toe. Deze woning werd verhuurd aan Jean Van Damme. Het eerste lot van de opgekochte nationale goederen waren de landbouwgronden die bij deze woning hoorden. In de Hoythoeckstraat, sectie M, bezat Stéven een woning en vijf aanpa­ lende stukken grond (bos, akker- en weideland) die hij verhuurde aan Pierre Cortevriendt. In sectie L verhuurde Stéven het volgende aan Jacques Verstraete: een molen, een woning en 2 stukken landbouwgrond, alle gelegen in de Tommehouckstraat. Uit een overzicht, enkele jaren later opgesteld, bleek Stéven te Tielt niet minder dan 11 huizen, waarvan 6 met tuin, en 13 percelen landbouwgrond te bezitten. Onder zijn huurders bevonden zich: - Louis De Vlaminck (voorzitter van de Tieltse rederijkerskamer “ ’t 146


Roosjen gebloeyt in ‘t wilde” en vader van Alfons, auteur van een studie over deze rederijkerskamer) - A.C. Priem (politiecommissaris in Tielt tijdens de Franse overheersing en getrouwd met Marie Schelle onderwijzeres in de lagere school voor meisjes) - Ignace Vande Graveele (broer van Stévens vrouw Francisca). Een woning met tuin gelegen in sectie L, die hij verhuurde aan Pierre Blancke, werd opgekocht door Jean Baptiste D’haeyere (106). Stéven bezat samen met Pierre Antoine Roelandts ook nog een vijftal stukken landbouwgrond (107). Stéven had echter ook bezittingen te Pittem, zo blijkt uit de matrice foncière van deze gemeente uit 1809 (108). Over de vroegere drukkerswoning op de Markt zijn de volgende zaken be­ kend. Toen Franse troepen in juni 1795 door de vroegere roede van Tielt trokken, werden op 11 juni twee republikeinse militairen in de woning van de Tieltse drukker ingekwartierd (109). Dit wijst er waarschijnlijk op dat het huis dat Stéven in Tielt had verlaten om zich in Gent te vestigen nog steeds als zijn huurwoning werd beschouwd. Het feit dat Stéven ook nog mee betaalt in de ‘pointinghe en ommestellinghe’ van het jaar 1795 (op­ gemaakt na een besluit van de kasselrij-administratie op 8 brumaire an IV, 30 oktober 1795) wijst ook in die richting (110). Omstreeks 1800 werd de woning aan de zuidkant van de Markt bewoond door Ignace Franciscus Vande Graveele, familie van de echtgenote van Stéven (111).

6) Zijn overlijden in Gent Andries Benoit Stéven overleed op 19 mei 1812 in Gent. Enkele dagen voor zijn overlijden had hij door middel van enkele notariële beschikkin­ gen zijn laatste wil op papier laten vastleggen. Op 16 mei kwam notaris Charles van Ghendt naar de drukkerswoning van Stéven (Korenmarkt nr. 14). Vier notariële akten werden die dag door de notaris opgesteld. Dit gebeurde telkens in aanwezigheid van de persoonlijke raadgever van Stéven, notaris Dominique Raman. De eerste akte betrof een huurovereenkomst (3-6 of 9 jaar naargelang de omstandigheden) tussen François Pauwels en Stéven. Pauwels huurde van Stéven een kelder ergens in Gent waarin hij het établissement ‘Het Fortuin’ uitbaatte. De jaarlijkse huurprijs werd bepaald op 533.33 fr. ( 112).

De tweede akte had betrekking op de zuster van Andries, Marie Anne Stéven. Zij was weduwe van Augustin Cutsaert en woonde in Kassei, waar 147


zij zakenvrouw was. Andries overhandigde aan notaris van Ghendt 1.500 Fr en liet acteren dat zijn zus elk jaar 250 fr. rente moest ontvangen van dit bedrag. Om dit bedrag jaarlijks te bekomen, vestigde Steven een hypo­ theek op zijn drukkerswoning, gelegen op de Gentse Korenmarkt (113). De laatste persoonlijke verzoeken van Stéven werden opgenomen in de derde akte. Over de gezondsheidstoestand van Stéven zelf wordt in deze akte het volgende vermeld: ‘Mijnheer André Benoit Stéven, drukker en boekenverkoper wonend hier in G ent... ziek te bed in een kamer op de eer­ ste verdieping met zicht op de binnenplaats en keuken, gezond van geest en bij zijn volle verstand, zoals de notaris en de getuigen gemakkelijk heb­ ben kunnen vaststellen door de manier waarop hij hen toesprak ... (Na) lezing met luide en duidelijke stem en in twee talen voor de vermelde erflater .... heeft hij verklaard alles goed te begrijpen en bij zijn besluit te blijven zoals het in zijn testament werd vastgelegd... ’ (114). Deze wilsbeschikking werd op uitdrukkelijk verzoek van de betrokkene zowel in het Nederlands als in het Frans in de akte opgenomen. Deze wilsbeschikking luidde als volgt: ‘Ik Andries Benoit Steven begeere beg­ roeven te worden met een uytvaert van de tweede classe, waer toe zal gebruyckt worden het waschlicht ende verdere kerckelijke ornamenten als in der gelijck dienst gebruyckt wort, met distributie van brod aen den aermen volgens goedduncken van mijne huysvrouwe. Dat er seffens naer mijn overlijden zullen gecellebreert worden tot ende met mijne begraevinghe vijftigh missen van requiem te verdelen in verscheyde kerkcken ende dat er voor stipendium zal betaelt worden eenen franc vijentwintigh centimes voor ieder. Voorts dat er tot Laevenisse van mijne ziele zullen worden gecelebreert worden soo spoedigh mogelijck nogh dryhondert missen van requiem ende dat er voor stipendium zal betaelt worden dryhondert wie seyghe eenen franc voor ieder. ’ (115). In de vierde en laatste akte gaf Andries de toestemming aan zijn tweede vrouw Angeline Verstraete (met wie hij was getrouwd op 31 oktober 1797, na het overlijden van zijn eerste echtgenote in Gent op 24 april 1797) om na zijn dood de drukkersactiviteiten verder te zetten: ‘Ik, André Benoit Steven, omwille van de genegenheid die ik koester voor mijn echtgenote Angeline Verstraete, vraag en verklaar door dit codicille (toevoeging bij mijn testament) en met goedkeuring van de bevoegde instanties, aan haar mijn drukkerszaak met alle bijhorende rechten over te dragen zodat zij na mijn dood van alle voorrechten daaraan verbonden blijft genieten’ (116). Drie dagen na het opstellen van deze akten overleed Steven in zijn druk­ kerswoning op de Korenmarkt.

148


II) WEDUWE STÉVEN EN ZOON Na het overlijden van Andries Benoit Stéven in Gent werd de dagelijkse leiding van de drukkerij, met de toestemming van de overledene, dus overgenomen door zijn tweede vrouw, Angeline Verstraete. Tot 1819 zou zij in samenwerking met haar zoon - ook Andries Benoit genaamd - , de drukkerij beheren. Onder haar leiding bleven de banden met het Tieltse bestaan. Voor de kostschool van Bernard D’Haeyere - die zijn vader als kostschoolhouder opvolgde - werden, naast de werken reeds aangegeven door V. Arickx, ook nog de volgende werken gedrukt: - L ’influence que les distinctions honorables et les récompenses publisques exercent sur l ’émulation, discours prononcé à l ’occasion de la dis­ tribution des prix du pensionat de Thielt; le 31 Août 1817, par Bernard D ’Haeyere, A Gand, De l ’Imprimerie de la Veuve A.B. Stéven, in 8°, 13 p. Vindplaats: UBG G 5978 (14). - Discours prononcé à l ’occasion de la distribution des prix, du pension­ nat de Thielt, le 29 août 1819 par Bernard D ’Haeyere, A Gand, De l ’im­ primerie de la Veuve Stéven et fds, Marché aux grains n° 34, 1819, 8°, 12 p. Vindplaats: UBG Acc 22885 (12). - Grond-regelen der Fransche tael, zoodanig beschikt om op korten tyd een vast denkbeeld en kennis te hebben van de negen delen der rede: gemaekt tot gebruyck der leerlingen in het pensionnaet van Thielt, onder de bestiering van J.B. D ’Haeyere. Zesden druk. Overzien en verbeterd, Tot Gend, By de Weduwe Stéven en Zoon, Boekdrukker en Boekverkoop er, op de Koorn-Merkt, 1819, 12°, XXIV-162 p. Vindplaats: UBG G 12985. Naast de werken voor de Franse kostschool, werd ook nog de volgende ‘dissertatio’ van de Tieltenaar Benedict-Guislain Kindt door weduwe Stéven uitgegeven: Dissertatio medica inauguralis, qua, hodierna doctrina de inflammatione in genere proponitur. Quam. annuente deo optimo maximo, ex auctoritate prorectoris academici Francisci-Petri Cassel, Phil. Nat. et Med. Doet. Bot et Hist. Nat. Prof. ordin. Nee non nobilissimae facultatis medicae decreto, pro gradu docotarüs, summisque in Medicina Honoribus ac Privilegiis. In academia Gandevensi rité ac légitimé consequendis publicé defendet, Benedictus Guislenus Kindt, Tiletanus, Nuperrimè Chirurgus secundae classis, vulgo (élève interne) in nosocomio civili et Academica. Die 20.à, fX.hns MDCCCXIX horâ meridianâ Gandavi, viduae Stéven et Filii, 1819, in 8°, 20 p. Vindplaats: UBG G 2872 (11)

149


III) ANDRIES BENOIT II STÉVEN Toen Andries Benedictus II Stéven - het enige kind uit het tweede huwe­ lijk van Andries Benoit Stéven met Angelina Verstraete - op 3 mei 1820 trouwde met Carolina Maria Roelandts, nam hij de leiding van de druk­ kerij over. De vader van de bruid was Petrus Antonius met wie A.B. I Stéven heel wat nationale goederen had opgekocht en daarnaast hadden zij samen nog enkele andere eigendommen. Ter gelegenheid van dit huwelijk werd het volgend werkje gedrukt: Bouquet offert, en caractères typographiques, à Monsieur André Benoit Stéven et Mademoiselle Charlotte-Marie Roelandts, Unis par les liens de l'Hymen, à Thielt, le 3 mai 1820, A leur retour dans la ville de Gand, après le voyage des Noces, Par le Prote et les Compagnons de l ’ancienne Typographie de Mad. Veuve Stéven & fds. Vindplaats: UBG G 8271. Andries II stond ook in voor het drukwerk van de Tieltse ‘Franse’ kost­ school (zie artikel Arickx). Ook verzorgde hij het drukwerk van een ver­ eniging met Tieltse inbreng. Stéven was immers de drukker van de Gent­ se maatschappij “Regat Prudentia Vires”. Medestichter van deze maat­ schappij was de Tieltenaar Leo D’Hulster (117). D’Hulster was in 1821 aangesteld tot secretaris van de Koninklijke Maatschappij van Rhetorika “De Fontein” in Gent. Na een ruzie verliet hij echter deze Kamer en sticht­ te, samen met o.a. Kesteloot en L. De Potter, de maatschappij “Regat Prudentia Vires”. De statuten van deze nieuwe maatschappij werden door D’Hulster en J.M. Schrant opgesteld. Zij stonden tevens in voor de beide aanvullingen uit 1822. Drukker van dienst was A.B. II Stéven: - Wetten der Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde, onder de zinspreuk van Regat prudentia vires, te Gend; opgerigt onder de bescherming van Zijne Exc. den H.E.G. Heer M.r A.R. FALCK, Minister voor het Openbaar Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën, Te Gend, Uit de drukkerij van A.B. Stéven, drukker der Maatschappij, 1821, 8°, 10 p. Vindplaats: UBG G 6165. - I.ste aanhangsel tot de wetten der Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde te Gend, Gend, A.B. Stéven, 1822, 8°, 4 p (118). Vindplaats: UBG G 6165. - II.de aanhangsel tot de wetten der Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde te Gend, Gend, A.B. Stéven, 1822, 8°, 2 p. Vindplaats: UBG G 6165. Naast de statuten van de maatschappij schreef D’Hulster ook enkele 150


Gedicht ter ere van Andries-Benoit II StÊven en Charlotte-Marie Roelandts n.a.v. hun terug­ keer in Gent na hun huwelijksreis. Ze huwden in Tielt op 3 mei 1820.

151


gedichten en liederen voor speciale gelegenheden binnen de maatschappij. Een overzicht: - Ter gelegenheid van het banket gegeven door de leden der Gendsche Maatschappij van Taal en Letterkunde, onder de zinspreuk: Regat prudentia vires; op den 11 van grasmaand, 1822, Gent, Uit de drukkerij van A.B. Stéven, 1822, 8°, 4 p. Getekend L.D. Vindplaats: UBG G 6165 (7) en G 8246. - Gendsch Liedeken gezongen op het banket der Maatschappij van Taal en Letterkunde te Gend, op den 11 van den Grasmaand 1822; door Angelus Adelof in zyn leven Rymdichter, gewoond hebbende in het Landeken van Herodus, bij den Briele, te Gend, Gent, Uit de drukkerij van A.B. Stéven, 1822, 8°, 4 p. Vindplaats UBG G 6165 (5) en G 8246. - Nieuwjaar-wensch aan de W.E. heeren leden der Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde Regat Prudentia Vires te Gend, door derzelver zaalbewaarden, 1825, Gent, A.B. Stéven, 1824, 8°, 3 p. Vindplaats: UBG G 6165 (11) - Gendsch Liedeken gezongen den 4 van December op het banket des verjaerdags der plechtige inwijding der Maetschappij Van Nederlandsche Tael en Letterkunde te Gend, onder de zinspreuk Regat prudentia vires, Gent, A.B. Stéven, 1826, 8°, 4 p. Getekend Angelus Ad. Vindplaats UBG G 6165 en G 8246. - Prijs-uitschrijving door de Gendsche Maatschappij van nederlandsche Taal en Letterkunde. Voor het jaar 1828, Gent, A.B. Stéven, 1827, 8°, 2 p. Vindplaats: UBG G 6165 (13). - Nieuwjaarwensch voor 1828, aan de leden der Gendsche Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde, Gent, A.B. Stéven, 1827, 8°, 2 p. Getekend D. Door den zaalbewaarder der maatschappij. Vindplaats: UBG G 6165 (14). In dit genootschap stopte D’Hulster zeer veel energie. Hij kreeg er dan ook de functie van secretaris. In deze hoedanigheid publiceerde hij in 1826 een verzamelbundel, die bij Stéven werd gedrukt. Het bleef echter bij dit eerste bundel: - Verhandelingen en prijsverzen uitgegeven door de Gendsche Maatschappij van Nederlandsche Taal en Letterkunde. Eerste bundel, Gend, Ter drukkerij van A.B. Stéven, Predikheerenkaai, n° 11, MDCCCXXVI, 8°, 202 p. Vindplaats: UBG G 6165 (4).

152


Van D ’Hulster werden niet enkel drukwerken i.v.m. de Gentse Maatschappij bij Stéven gedrukt, ook de volgende werken verschenen er: - Bij de aanstelling van den wel eerw. heer J.B. Brouwers, tot principaal van het Koninklijk Collegie van Gend, den 18den maart, 1826, Gend, Uit de drukkerij van A.B. Stéven, Predikheeren-kaai, nr. 11, 1826, 8°, 8 p. Vindplaats: UG G 19276 (6). - Ter Bruyloft van mynheer Henricus Judocus-Martinus De Rudder en ju f­ frouw Joanna Van Loo, In den echt vereenigd binnen Gent den 14 february, 1821, A.B. Stéven, in 8°, 4 p. Getekend D. Vindplaats UBG: G 8246(42). Net als zijn overleden vader investeerde A.B. II Stéven, samen met enke­ le vooraanstaande Tieltse figuren, in onroerend goed. Op 29 september 1823 werd overgegaan tot de aankoop van ‘... eene partije maaimeersch, nu ten deele in land gebragt, groot vijf en veertig roeden, tachtig ellen inbegrepene mate, gelegen te Thielt... ’. Dit stuk land werd verkocht door Jan Loontjens, brouwer en herbergier te Tielt die het op zijn beurt op 11 februari 1818 had aangekocht van Ivo Stéven, het derde kind uit het huwe­ lijk van A.B. Stéven en Francisca Van de Graveele. Volgende personen werden mede-eigenaar: ‘Karei Roelandts, notaris te Thielt, Ferdinand Roelandts, proprietaris te Thielt, Bernard Roelandts, proprietaris te Thielt, Maximiliaen Van Zantvoorde, fabricant te Thielt, Bernard DHaeyere, particulieren te Thielt, juffrouw Colete Roelandts, proprietarisse te Thielt en juffrouw Pelagie Roelandts, proprietarisse te Thielt’. De stukken grond ten oosten, zuiden en noorden van dit stuk landbouwgrond waren reeds eigendom de voomoemde personen, waaruit blijkt dat de investering in grond een familiale aangelegenheid was (119).

BESLUIT Andries Benoit Stéven was de eerste drukker-boekverkoper die zich in Tielt vestigde, een ontwikkeling die door de Geheime Raad positief werd onthaald. In deze hoedanigheid stond hij in voor de literaire bevoorrading en het drukwerk van enkele Tieltse scholen en het Tieltse stadsbestuur. Uit economische overwegingen nam hij in 1794 de beslissing zich in Gent te vestigen. Daar nam hij een mislukte start als krantenuitgever. Hierna bouwde Stéven zich echter een stevige reputatie op als drukker voor de Gentse municipaliteit en als drukker van voorname wetenschappelijke en literaire werken. Stéven bleef echter tijdens de eerste jaren van de Franse overheersing het drukwerk van de Tieltse municipaliteit en scholen ver153


Overlijdensbericht van Andries-Benoit II Stéven, zoon uit het tweede huwelijk van A.B. I Stéven.

154


zorgen. Zijn band met Tielt werd nog verstevigd door de aankoop van ver­ schillende nationale en andere onroerende goederen in Tielt. Tijdens het Consulaat en het Keizerrijk nam Stéven geen drukwerk meer voor de Tieltse gemeenteraad voor zijn rekening, maar des te meer voor vooraan­ staande Tieltse instellingen en figuren. Deze ontwikkeling werd na zijn dood door zijn weduwe en nadien door zijn zoon verder gezet zodat de band tussen de familie Stéven en de stad Tielt eigenlijk nooit vervaagde. Hopelijk kan deze tweede bijdrage de aanzet vormen tot het samenstellen van een bibliografie van alle drukwerken afkomstig uit het Tieltse, in navolging van verschillende reeds verschenen stadsbibliografieën (120). Johan BUYCK

Dankwoord Deze bijdrage kon niet worden verwezenlijkt zonder de bereidwillige medewerking van Bernard Mortier (Econoom Sint-Jozefscollege Tielt), Roland De Groote (Handschriftenzaal Universiteitsbibliotheek Gent), Annie Haeck (Stadsarchief Tielt), Ronny Ostyn & Philippe De Gryse (De Roede van Tielt), F.H. Collin (Bisschoppelijk Archief Gent) en Frans Gistelinck (Bibliotheek Faculteit Godgeleerdheid K.U. Feuven)

Lijst gebruikte afkortingen: ARB: Algemeen Rijksarchief Brussel BAG: Bisschoppelijk Archief Gent RAB, FA: Rijksarchief Brugge, Fonds Aanwinsten RAB, FF: Rijksarchief Brugge, Frans Fonds RAB, FGT: Rijksarchief Brugge, Fonds Gemeentearchief Tielt RAG: Rijksarchief Gent RVT: Archief Roede van Tielt SAT, MA: Stadsarchief Tielt, Modern Archief SAT, OA: Stadsarchief Tielt, Oud Archief SBT: Stadsbibliotheek Tielt UBG: Universiteitsbibliotheek Gent UBG, FHS: Universiteitsbibliotheek Gent, Fonds Handschriften

155


VOETNOTEN (1) Originele Franse tekst:

qu i a cco rd a it au su rvivan t le prélèvem en t d ’ une som m e

d e 5 0 livres de gros, il d éclaré y renoncer en fa v e u r de la com m unauté, voulant qu 'il n ’en so it f a it aucun em ploi ni p o u r le p ré sen t ni p o u r l ’a ven ir ce qui f u t a cc e p té et consenti, au nom d es m ineurs, p a r le tu te u r ... ’.

RAB, FA, 4640, ‘E tat e t inventaire estim a tif d e s bien s et charges existants à la m or­ tuaire d e F ran çoise Van de G raveele, fille de F rançois e t de M arie van Assche, née à Thielt, départem en t de la Lys, en l ’année 1764, épou se d ’A n dré B enoit Steven, im prim eur en cette com m une de Gand, d écéd ée le cin q flo r é a l 5. me année R épubli­ cain e ... ’, pag. 2.

(2)

SAT, OA, 122, ‘L yste van d ’huysen gen u m m eroteert binnen de stede van Thielt m et de naem en van de w oon plaatsen ende elckx num ero gedaen ten ja e r e 1793, prim o de M a rk t’.

(3) (4)

Deze woning was in 1782 en 1783 bewoond door Joannes Bossy, in de jaren 1784 en 1785 door Catharine Van Beveren (SAT, OA, 458-461 ). Het eerste echte bewijs van zijn aanwezigheid in dit huis vinden we in de pointingrol van 1792 (SAT, OA, 462). Daar de gedrukte werken telkens verwijzen naar Stéven op de Markt, kan aangenomen worden dat Stéven sinds 1786 in dit huis verbleef. Huidige situering: Markt 37. L. CALLENS, H uizen op de Tieltse M arkt, s.l., s.d., p. 17. SAT, OA, 121, Gedeeltelijke bevolkingstelling 1793, ‘N om ber d e r zielen van de M e rk t’.

(5) (6) (7)

(8)

(9) (10)

(11)

(12)

156

SAT, OA, 122, ‘L yste van d ’huysen .. . ’ SAT, OA, 462, ‘P ointinghe en ... 1 7 9 2 ’. SBT, Fonds Microfilms, Microfilm 127 (Archief Utah Nr. 1121756), Nummer Ge­ meentearchief Tielt 2475, Register van wettelijke akten, 1782 - 1793. Dat Stéven dit huis niet bezat, maar dat het wel eigendom was van Anthoine De Caigny, blijkt uit de verkoop van de grond horende bij herberg de Wildeman die op 18 juli 1789 werd verkocht aan François De Volder die reeds deze herberg in zijn bezit had. SBT, Fonds Microfilms, Microfilm 98 (Archief Utah Nr. 1120400), Nummer Ge­ meentearchief Tielt 0454, Register van wettelijke akten, 1792 - 1796. Pierre François II De Goesin werd in 1722 geboren als tweede zoon uit het huwelijk tussen Pierre François I De Goesin (° Leuven, 19 maart 1671 - + Gent, 22 januari 1740) en Jeanne Pétronille Verloock (+ 16 juni 1771). Hij verkreeg zijn drukkers­ vergunning op 1 oktober 1744. Zes jaar later trad hij in het huwelijk met Anne-Marie De Wilde, dochter van François. Hij overleed op 28 maart 1787, zijn echtgenote overleed in april 1800. F. VANDERHAEGHEN, B ibliographie gantoise. R echerches su r la vie et les tra ­ vaux d es im prim eurs de G an d (1483 - 1850), Gent, 1869, III, p. 367 - 368. UBG, FHS, nummer 5897, Correspondance Goesin, nr. 152. Rekeningsbewijs 13 januari 1786. Charles Pierre Goesin werd geboren op 2 juni 1760 in Gent. Na zijn studies aan het college van Saint Omer hield hij zich bezig met de boekenverkoop in zijn winkel gelegen in de Veldstraat in Gent. Bij hem verschenen ook enkele drukwerken. Hij overleed in Gent op 29 maart 1842. F. VANDERHAEGHEN, op.cit., IV, pp.346 - 353. D. VANDEKERCKHOVE, D e p e rio d e van de on derw ijsh ervorm ers (1745 - 1848), in: 300 jaar College, Tielt, Sint-Jozefscollege, 1986, pp. 42-44. L. NEYT, G en eraties Tieltenaars op de schoolbanken. Van V laam se en Franse


(13) (14) (15)

(16)

K o stsch o o l to t lagere afdelingen van h et S in t-Jozefscollege, Tielt, De Roede van Tielt, 1983, p. 7. UBG, FHS, nummer 5987, ... nr. 153. AB. Stéven aan Goesin, Tielt, juli 1790 met berekening van de totale kostprijs door Goesin. Ook de uitgaven aangekocht in de hierna beschreven bestellingen, werden gedrukt door Pierre François II De Goesin, tenzij anders aangegeven. De cursieve tekst is de tekst zoals door Stéven gebruikt in zijn bestellingen. Indien beschikbaar werd ter verduidelijking de volledige titel van het bedoelde werk, net als de bibliografische gegevens, tussen haakjes opgenomen. Deze werkwijze werd ook bij de volgende bestellingen gevolgd. Deze twee uitgaven maakten deel uit van volgende reeks: ‘Keuren ende costum en m itsg a ed ers den deel-boeck van den landen van den Vrynen, verryckt m et de notulen van M re L aureyns Vanden H ane A d v o ca et van den R aede in Vlaenderen, P ierre F rançois D e G oesin, G en dt '.

( 17) ( 18) (19)

BAG, Fonds Acta Episcopatus Gandavensis, Register XL11, 1790-1791, bijgevoegde brief, 77 a. ibid., folio 77 verso. Dit is een vrije vertaling van de Latijnse tekst. ARB, Conseil Privé Autrichiennes, 1058/B, ‘E xtrait du p ro to c o le du com ité p ro v iso i­ rem ent éta b li p o u r les affaires du con seil privé, 19 m aart 1791: ‘S u r la requete d ’A n d ré Stevens, h abitan t d e Thielt, C h âtellen ie de Courtai, dem an den t l ’octroi nécessaire p o u r exercer la profession de libraire. L ’a vis on t vû que le su ppléan t pro d u it conform ém ent à l ’E dit du 25 ju in 1729 les attestation s afférantes et q u ’il ne s'e st p a s distin gu é pen dan t les trou bles estim e qu 'on pou rroit lui acco rd er sa dem an ­ de, a jou tan t que cela seroit avan tageu x au P ublic parce que dan s tout ce canton, hors d es g ra n d es villes, il n ’y a p a s de L ibraires O ctroyés. L e com ité résolu t de se con form er au sentim ent de l ’a visa n t et d e p ro p o s e r à son E xcellence d ’a g ré er que l ’on expédie en fa v e u r du suppliant l ’O ctroi q u ’il d em a n d e’.

(20)

(21 )

Alhoewel Stéven pas op 24 maart 1791 de toestemming kreeg om boeken te kopen en te verkopen, deed hij zulks al vanaf 1786. Een verklaring voor deze tegenstrij­ digheid kon bij het ter perse gaan van deze bijdrage nog niet worden aangegeven. Originele Franse tekst: ‘L éopold à tous ceux qui présen tes, verron t salut. Nous avon s reçu l ’hum ble supplication e t requete d A n d r é Stevens, dem eu rant à Thielt, C h âtelle­ nie d e Courtrai, tendante à obten ir nos lettres d ’octroi, à l ’effet de p o u v o ir exercer l ’Im prim erie e t la L ibrairie so it dan s la m em e ville de Thielt so it dan s celle de C ourtrai, sa v o ir faison s, q u ’aien t en su r ce l ’a vis de notre ch er e f f é a l C on seil P rov(isoire) G en (eral) de Flandre inclinant fa vo ra b lem en t à l ’Iiumble su pplication e t requete du d it A n dré Stevens, nous lui avon s octroyé, con senti e t a cco rd é de grâce sp écia le p a r ces présen tes, q u ’il pu isse et p o u rra exercer les fo n c tio n s d ’im prim eu r e t d e L ibraire dan s notre ditte ville de Thielt au dan s celle de C o u r tr a i, e t y vendre e t distrib u er tou tes so rtes de livres non su spects ni reprouvés, san s p o u r ce m épren­ dre aucunem ent vers nous à la ch arge e t condition toute fo is q u ’il n ’im prim era rien san s notre perm ission et con gé et à m oins q u ’il ne sera p réa b lem en t visité et a p prou vé p a r les com m is à la censure d es livres, e t en autre q u ’il se réglera p o n ctu ­ ellem en t selon nos ordonnances e t p la ca rd s fa its et à fa ire au f a it de l ’Im prim erie et de la L ibraire ... ’.

(22) (23) (24)

ibid;, ‘P atentes d ’im prim eu r et L ibraire en fa v e u r d ’A n dré S te v e n s’, Besluit Léopold - 24 maart 1791. D. VANDEKERCKHOVE, op.cit., p. 45. Nummers afkomstig uit L. NEYT, Inventaris van h et Sin t-Jozefscollege Tielt, Tielt,

157


(25) (26)

(27) (28)

(29) (30) (31) (32)

Luc Neyt, 1981, 37 p. UBG, FHS, nummer 5897, ... nr. 155. A.B. Stéven aan De Goesin in de Veltstraete tot Gent, Tielt, 8 februari 1792. UBG, FHS, nummer 5897,... nr. 156: ‘... w a t aen gaet van eenen persdru kker en kan ik U niet b e s o rg e n ... ’, C.P. Goesin aan Mr A.B. Stéven, boekdrukker tot Thielt, Gent, 10 februari 1792. UBG, FHS, nummer 5897, ... nr. 158. A.B. Stéven aan D’Heer Goesin boekdrukker in de Veltstraete tôt Gend, Tielt, 2 mei 1793. Van dit werk zijn er naast het exemplaar uit de Openbare Bibliotheek Kortrijk nog minstens 2 exemplaren bewaard gebleven: - Bibliotheek Faculteit Godsgeleerdheid K.U. Leuven: Nr. PBM 248.159.4 / DUQU Verh. (Sint-Michielsstraat 6, 3000 Leuven) - Bibliotheek Salesianen van Don Bosco: Nr. QX.1/077.1-2. (Don Boscolaan 15, 3050 Oud-Heverlee). UBG, FHS, nummer 5897,... nr. 160. A.B. Stéven aan D’Heer De Goesin tot Gend, Tielt, 9 september 1793. UGB. FHS, nummer 5897, ... nr. 159 ... UGB, FHS, nummer 5897, ... nr. 161. Brief C.P. De Goesin (vo o r m ijnen m oeder) aan Mr A.B. Stéven, boekdrukker tot Thielt, Gent, 13 september 1793. SAT, OA, 755, ‘Item b eta elt aan A.B. Steven o v e r leveringhe boeken aan de m eyskensschole, £ 0 - 7 schellingen - 8 g ro o te n ’.

(33) (34) (35) (36) (37)

UBG, FHS, nummer 5897,... nr. 163. A.B. Stéven aan D’Heer Goesin, Tielt, 23 janu­ ari 1794. UGB, FHS, nummer 5897,... zonder nummer, Brief C.P. Goesin aan Mr A.B. Stéven, boekdrukker tot Thielt, Gent, 24 januari 1794. UBG, FHS, nummer 5897, ... nr. 162: Brief A.B. Stéven aan D’Heer De Goesin boekdrukker in de Veldstraete tot Gend, Tielt, 13 april 1794. UBG, FHS, nummer 5897, ... nr. 164. A.B. Stéven aan D’Heer De Goesin Boekdrukker in de Veldstraete tot Gend, Tielt, 18 augustus 1794. SAT, MA, 1317, Brief Gilles Wauters aan de municipale administratie van het kan­ ton Tielt: ‘... n a er het inkom en d e r Fransche R epublicaen sch e troepen a lh ier gearriveert den 2 6 p ra iria l 2de J a er d e r R epubliek ... '.

(38)

SAT, OA, 830, 'Lyste van de huyzen binnen Thielt die nog n iet g elo g eert zijn m et troupen, visite 16 ju n i 1 7 9 4 ’.

(39)

RAB, FGT, 0040, ‘S taet van becostin ge cleven de aen leverin ge van w agens, karren en peerden, logem enten a ls m ede leverin ge van B ra n d th o u t... d ’yn setin e d e r prochie van Thielt g e d a e n ’t se d ert den 21 d e r M aendt Juny 1794 aen de Fransche Troupen

(40)

(41)

Jean Charles de Roo werd geboren te Ruiselede op 26 december 1747. Op 18 maart 1773 huwde hij te Brugge Catherina Theresia Gilliodts. Zij hadden negen kinderen, waaronder Carolus Josephus die in 1830 lid van het Nationaal Congres was en nadien volksvertegenwoordiger werd. De Roo overleed te Tielt op 17 maart 1834. Meer over zijn familie en openbare functies voor en tijdens de Franse overheersing: J. BUYCK, H et kanton Tielt tijden s de F ranse p e rio d e (1794 - 1814). D e nieuwe instellingen en hun p o litiek e w eerslag, Gent, U.G. (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1996,11, p. 40. RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, ‘Logem enten binnen de stede van Thielt van

(42)

J. BUYCK, op.cit., I, p. 53.

M ilitaire d e r fra n sc h e republiek, 24 - 2 5 ju n i 1 7 9 4 ’.

158


(43)

RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, ‘Logem enten ... 24 ju n i 1794 - 3 0 septem ber 1794'.

(44) (45)

(46)

Vaderlandsche G azette van G end, Nummer I, p. 8. Jean François Van der Schueren werd geboren in Gent op 11 oktober 1751. Hij kreeg zijn drukkersvergunning op 4 mei 1778. Op 16 november 1779 huwde hij met MarieMadeleine Van den Haute. In 1781 behaalde hij een poëzieprijs tijdens een wedstijd in Wakken. Hij overleed op 6 juli 1804. Na zijn overlijden verkocht zijn weduwe de drukkerswoning met inboedel aan F.J. Bogaert. F. VANDERHAEGHEN, op.cit., IV, pp. 205 - 206. In een 'Nota ’ verantwoordde Vander Schueren zich als volgt: 1A lz o o ’e r vo o r a ls nu geen gazetten in Vlaenderen gedru kt worden, zou het m isschien aen onze waren va derlan ders n iet onaengenaem zyn, indien w y dagelyks h et bezon derste u yt de jo u rnals van Vrankryk en andere nieuw sbladeren vertaelden en uytgaven. d a e r b y v o e ­ gen de h et m eerkw eerdigste, d a t e r in de N ederlan den en om streeks voorvalt; gelyk o ok d e Ordonnantiën, A rrestatien, P roclam atien d ie opzichtelyk to t de N ederlan den g egeven w ordende. Z oo h aast de zaeke d e r schrikkelyke sam enzw eirin ge za l afgedaen zyn, hopen w y daerm ede aenvang te nemen, ‘t is m et d it vooru ytzich t d a t w y aen h et h oofd van d it B lad gesteld hebben n° I. ’

(47) (48) (49)

Vaderlandsche G azette van G end, nummer I en II, p. 5. Vaderlandsche G azette van G end, nummer XXXIX, p. 400. Nummer VI is ook apart bewaard onder het nummer G. 23290( 1) F. VANDENHOLE, Inventaris van nieuw-, vak en kiesbladen. Tweede sterk ver­ m eerderde u itgave m et bibliografisch e ann otaties en geografisch - chronologische index, Gent, Rijksuniversiteit Gent - Centrale bibliotheek, 1977, p. 449.

(50)

‘H et o verla st van bezigheden zo o van den O p ste ld er a ls U ytg ever dezer, ten dien ste van d e Republiek, stellen hun in d ’on m ogelykh eyd van ‘t zynen tyde hunne G azette uyt te geven en d e zelve nog lan ger te continueeren. Z oo on derrigt d eze h et pu bliek en zyne ln sch ryvers d a t deze G azette de laetste is, die hy za l uytgeven, tot d a t de om standigheden zullen toelaten d eze a rb e y d te hernem en: hy bedan kt dus zo o zyne bezondere a ls open baere L ezers o v e r de gunste m et de w elke zy zyne G azette van deszelfs beginne to t nu toe ontfangen hebben. ’ G a zette van G end, nummer 16.

(51)

Dit onderdeel over Stévens krantenperiode is een synthese van E. VOORDECKERS, Een du b b elg a n g er van de G azette van G en d in 1795, Handelingen Maatschappij

(52) (53) (54) (55) (56) (56)

voor Geschiedenis en Oudheidkunde Gent, XVII, 1963, pp. 231 - 239. F. VANDENHOLE, op.cit., p. 170. F. VANDERHAEGHEN, op.cit., VI, p. 247. E. VOORDECKERS, B ijdrage to t de gesch ieden is van de G entse P ers, R epertorium (1 6 6 7 - 1914), Leuven-Parijs, Nauwelaerts, 1964, pp. 149 - 150. F. VANDENHOLE, op.cit., p. 97. Deze exemplaren bleken bij opvraging voorlopig te ontbreken in de collectie. RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, Rekeningsbewijzen van ‘pointinghe en ommestellinghe jaar 1795’. SAT, MA, 1317, Rekeningsbewijzen jaar VI, ‘E tat d e l'im pression fa ite s p o u r Ie se r­ vice d e l ’adm in istration m unicipale du canton de Thielt, D épartem en t de la Lys, p a r A.B. Stéven, Im prim eur du D épartem en t d e l ’E scaut à Gand, 6 n ivôse an VI'.

(57)

SAT, MA, 1169, Stadsrekening Jaar VII, ‘4 ° chapitre: fra ix de bureau, fra ix de regi­ stres d e l ’éta t c iv il’.

(58)

SAT, MA, 1169, Stadsrekening Jaar V en VI:

159


- Item aen Ivo C alew aert, boekdrukker o v e r som m e van ses guldens o v e r leveringen vijftig exem plairen zijn de annoncen van d e r fe e ste Thielt, dus in livers to t 11.4.00 (livres) - Item aen Ivo C alew aert, boekdrukker tot C ortryk de som m e van dryen tachentig guldens ses stu yvers o v e r drukken van tabellen vo o r de contributien logem en t billieten d eclaratien & dus in fra n sch e livers: 152.19.11 (livres)

(59)

SAT, MA, 1169, Stadsrekening Jaar VII: - Item p a y é c(itoye)n C alw aert, im prim eur a C ou rtray p o u r fra ix d ’im pression des fe u ille s d e la m atrice d e rôle de la contribution fo n c ière et celle personnelle, som m e d e 9 7 .5 0 fr.

(60)

SAT, MA, 1169, Stadsrekening Jaar VII: - Item p a y é au c(itoye)n B ogaert, im prim eur a B ruges p o u r fra ix d ’affiches, la

(61)

SAT, MA, 1169, Stadsrekeningen 1/11/1796 - 1/11/1797: - Item beta elt aan J(ean B aptiste) D ’H ooghe o v e r versch otten het doen drukken

som m e de 2 4 .0 0 fr.

d'exem plairen d e r p o lic ie aen den dru kker Versluys to t Brugge, som van 6 gulden 10 schellingen 8 grooten.

(62)

RAB, FA, 4640, ‘E tat e t inventaire estim a tif d e s biens e t ch arges existants à la m o r­ tuaire d e F rançoise Van de G raveele, ... ’

(63)

(64) (65)

(66)

SAT, MA, 1169, Rekeningen an VIII - an XII. SAT, MA, 1170, Rekeningen an XIII - 1812. SAT, MA, 1171, Rekeningen 1812- 1815. D. VANDEKERCKHOVE, op.cit., pp. 52 - 54. Deze prijsdeling is in tweevoud bewaard gebleven. Tussen de twee exemplaren is er wel een verschil qua bladgrootte. De archiefnummers zijn afkomstig uit: NEYT Luc, Inventaris van h et SintJ o zefscollege Tielt, Tielt, Luc Neyt, 1981, 37 p. Deze prijsdeling eindigt met de volgende mededeling: L itterario exam ine pera cto solem nen praem ioru m distribu tion em excipiet ora tio latina in laudem quam hab.At Leo D ’H u lster L ogices Alummus.

(67) (68)

(69) (70)

(71) (72) (73)

Vertaling: Hymne van gelukwensen voor onze vereerde Vader, opgedragen aan pater Henricus De Crick, Overste van het college van Tielt. Een origineel van dit gedicht werd door E.H. Jan De Cuyper, pastoor van OnzeLieve-Vrouwekerk te Kortrijk, afgestaan aan E.H. Paul De Lodder in het jaar 1960. P. DE LODDER, G esch ieden is van het S in t-Jozefscollege, s.l., s.d., pp. 94 - 100. Meer over de familie en de openbare functies tijdens de Franse overheersing van deze kostschoolhouder: J. BUYCK, op.cit., II, p. 19. H. LIPPENS-BEHAEGEL, E squisse biograph iqu e d e P ierre Behaegel, savan t gram airien. Etude su r la p a rt q u ’il a p rise au m ovem en tflam an d, Annales de la Société d’Emulation, Derde reeks, VII, 1872, pp. 179 - 182. J. HUYGHEBAERT, U it Wakkens literaire g lo rietijd , Biekorf, XC, 1990, 1, pp. 418 -419. H. LIPPENS-BEHAEGEL, loc.cit. J. DEVOLDER, A lgem en e bibliografie van p u blikaties uitgegeven in de Z uidelijke N ederlanden voor de p erio d e 1800-1829, Gent, Rijksuniversiteit Gent - Centrale bibliotheek, 1989,1, p. 117, B 193 - 199. Voor meer info rond het leven en werk van deze kostschoolhouder, naast de hierbo­ ven vermelde werken, zie ook: L. HOERNAERT, P ie te r Behaegel. Een voorstu die to t h et leven en het w erk van de W estvlaam se kostsch oolh ouder en “T a elleera er”,

160


(74)

s.d., 119 p. (exemplaar RVT, Fonds Verbaeys, doos 23, bundel 14) De preciese geboortedatum van deze arts is onduidelijk. L. Van Elaut heeft het over 1774, hoewel hij daar zelf twijfels bij heeft. F. Vanderhaeghen houdt het bij 1784. Jozef was één van de negen kinderen uit het huwelijk tussen Jan-Baptist Jacquemyns en Isabella De Vlaminck. Jozef huwde met ene Bouckaert. Zij hadden twee kinde­ ren: Louise en Isodoor. Hij verliet Tielt om zich als medisch student in te schrijven, waarschijnlijk in Luik, waar later ook zijn jongere broers gingen studeren. ‘Heelmeester’Jacquemyns stichtte eind 1809-begin 1810 een katoenbedrijf te Tielt dat echter spoedig weer zou verdwijnen. L. VAN ELAUT, Van uit St M aria-O udenhove n aar Waasland, Tielt en D adizele: het leven en het w erk van de g en eesh eer J o ze f Jacquem yns, in: Jaarboek 1955-56 van de Z ottegem se Culturele Kring, pp. 3 9 - 46.

(75) (76) (77)

F. VANDERHAEGHEN, ibid., IV, p. 382. C. VANEECKHAUTE, L even sstan daard en tew erkstellin g in Tielt 1700 - 1900, Gent, R.U.G. (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1982, p. 141. J. DEVOLDER, op .cit ., II, p. 696, J-69. ibid., II, p. 788, L-510a. J. JACQUEMYNS, N ouw keurige beschouw ing van de koey-pokskens; in de w elke a l l e s .... ‘Berigt. By den drukker d e é se r zyn gedrukt en te bekoom en de volgen de w e r­ ken ’.

(78) (79)

(80) (81)

(82)

F. VANDERHAEGHEN, op.cit., IV, p. 392. Petrus Luyckx werd geboren te Laame in 1741. Hij huwde met Anna Ludovica Goemaere en had zes kinderen. Overleed te Tielt op 19 februari 1807 na een uitge­ breide politieke loopbaan. Meer over deze Petrus Luyckx, zijn familie en openbare functies voor en tijdens de Franse overheersing: J. BUYCK, op.cit., II, p. 61. J. VAN DE WIELE, G entse drukkers en drukkerijen, Tijdschrift voor geschiedenis en industriële cultuur, VII, 1987, 1, p. 11. H. COPPEJANS-DESMEDT en J. HUYGHEBAERT, H et culturele leven in onze p ro vin cies o n der Frans bew ind. H et departem en t van de Schelde, Gemeentekrediet van België, XXXXII, 1988, 2, p. 64. Originele Franse tekst: ‘une m aison cou verte de p a ille bâtie en briqu es san s etage contenant une cuisine deux cham bres e t un p e tit sillier, un grenier, un gran ge e t une éta b li p o u r vach es attenantes. E nsem ble bâtie en bois e t cou vert en p a ille zu d de la m aison deux eta b les p o u r p o ris tenante a la grange. La dite m aison eta b le en (sic) g ra n g e ont besoin beau cou p de réparation, le tout b â ti su r un en clos a v e c ja rd in ... au N ord Z achari Van Lokeren, L ’E st La Pierre, Z ud Em m anuel Verscliage, L ’O u est le vieux chem in d e Pitthem . ’

(83)

(84) (85)

RAB, FF, 639, Plakbriefnummer 60, ‘canton de Thielt’ article de vente 7. Petrus Antonius Roelandts werd geboren te Tielt op 13 juni 1736. Hij huwde op 29 november 1784 te Eksaarde met Dorothea Theresia Hellyn. Samen hadden ze negen kinderen, waaronder Marie Philippe die in het huwelijk trad met Maximiliaan van Zantvoorde. Petrus overleed te Tielt op 10 september 1814. Gedurende gans zijn leven bekleedde hij vooraanstaande openbare functies zoals schepen en ontvanger van Tielt. Over zijn familie en zijn openbare functies voor en tijdens de Franse over­ heersing: J. BUYCK, op.cit., II, pp. 69 - 71. RAB, FF, 623, Tafel van de verkoopsakten van de nationale domeinen, Leiedepartement, Kanton Tielt. SAT, MA, 1741, Matrice de rôle, an VIII, Première Partie, Maisons et batimens, arti­ cle n° 20.

161


(86)

(87)

SAT, MA, 1741, Matrice de rôle, an VIII, Propriétés Non Bâties, Article n° 15, Stéven A.B. De eigendommen beschreven onder artikel 15 werden verkeerdelijk toe­ geschreven aan ‘Citoyen Stevens à Bruges’. RVT, Fonds Verbaeys, Doos nummer 21, bundel nummer 45, ‘G ilde Sint Sebastiaan

(88) (89)

SAT, MA, 1741, Matrice de rôle, an VIII, Propriétés Non Bâties, Article n° 15. Originele Franse tekst: ‘une m aison d o n t une p a rtie est cou vert des pan n es (sic) et

te Tielt d o o r A . Im p e ’.

une p a rtie en a rdoises con stru it en briqu es ... une cuisine deux cham bres et un g re­ nier, ... la tou t battie dan s un en clos tout ensem ble quatre cen t six verges abou tissan t N o rd d e la P lace au M arch é de Thielt

(90) (91)

SAT, MA, 1741, Matrice de rôle, an VIII, Première partie, Maisons et batimens, arti­ cle n° 19. Originele Franse tekst: ‘Canton de Thielt. V. La m aison conventuelle d es ci.dev. S oeu rs-G rises pén iten tes, sise à Thielt, d iv isé é en deux lots, com m e suit, savoir: - le p rem ier lo t con siste en une église, sacristie, brasserie, logem en t des fo lle s e t au ­ tres bâtim en ts plu s am plem en t désign é p a r le p ro c ès-verb a l d ’estim ation et plan fig u r a tif y jo in t, estim ée être d ’un revenu annuel de 4 5 0 fra n c s e t d ’un p rin cip a l de 9 0 0 0 fra n c (frais com m uns & d'ex p ertise 5 0 .5 0 f r ) - le 2m con siste en p lu sieu rs bâtim ents, deux jardin s, verg. e t p ra irie, contenant ensem ble 1357 verg. de terrain s plu s am plem en t énoncées, au d it p ro c ès-verb a l d ’estim ation, le d it lo t estim é être d ’un revenu annuel de 4 2 5 f r e t d ’un prin cipal, y co m p ris 2 3 0 fr. p o u r valeu r d es arbres, ci 8 7 3 0 fr.

(frais com m uns & d ’expertise

5 0 fr.

(92) (93)

(94)

RAB, FF, 650, Plakbrief nummer 136, ‘Canton de Thielt’, article de vente 5. RAB, FF, 623, Tafel van de verkoopsakten ... J. DEGUFFROY, B ijdrage to t de stu die van h et an alfabetism e en d e gesch ieden is van h et la g er on derw ijs te Tielt (1 7 9 5 - 1856), Leuven, K.U.L. (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1966, pp. 91 - 95. SAT, MA, 1169, Stadsrekening Jaar VII: - ‘Item p a y é au citoyen Steven à G an d p o u r trois m ois de lo yer de la m aison occu pé p a r l ’institu trice de l ’éco le p rim aire échu le 3 0 thermidor, 6 5 .3 0 fr. ’ - ‘Item p a y é au m êm e p o u r un m ois de lo y e r de la d ite m aison, 2 1.76 fr. ’. Dit zijn de

(95) (96) (97) (98) (99)

enige vermeldingen van huurbetalingen aan Stéven in de bewaarde stadsrekeningen.’ J. DEGUFFROY, op.cit., pp. 9 5 -1 1 7 . J. BUYCK, op.cit., I, p. 157. RVT, Fonds Verbaeys, Doos nummer 20, bundel nummer 98: Officieel afschrift van de verkoopsakte van het gewezen klooster van de Grijze Zusters. RVT, Fonds Verbaeys, Doos nummer 20, bundel nummer 98: Afschrift van de akte tussen B. de Rammelaere en A.B. Stéven, 4 mei 1806. Originele Franse tekst: ‘Canton de Thielt. XXIV. Une m aison, con stru ite su r un te r­ rein de 171/2 verg., sise gran de p la c e à Thielt, prov. de la ci-dev. Com m unauté de St. A lexis du dit lieu, o ccu pé p a r J(ean) de Volder, p o u r 9 années, qui expiront l ’an 7, m oyennant un rendage annuel de 154 fr., estim é être d ’un revenu de 160 fr. e t d ’un p rin cip a l de 5 2 0 0 fr. ’

RAB, FF, 651, Plakbrief nummer 137, ‘Canton de Thielt', article de vente 29. (100) RAB, FF, 623, Tafel van de verkoopsakten ... (101) RAB, FF, 623, Tafel van de verkoopsakten ... (102) RAB, FF, 623 en 625 Tafel van de verkoopsakten arrondissementen Brugge en Kort­ rijk.

162


(103) J. LAMBERT, Inbeslagnam e en verkoop van de nation ale goederen , Handelingen Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, XIV, 1960, pp. 195 -203. (104) RAB, FA, 4640, 'Etat e t inventaire ... ’, pag. 6. (105) SAT, MA, 1741, Matrice de rôle, an VIII, Première partie, Maisons et bâtimens, arti­ cle n° 19. (106) SAT, MA, 1742, Grondbelasting, 16 messidor an XI (5 juli 1803), Article 530, Stéven, imprimeur à Gand. (107) SAT, MA, 1742, Grondbelasting, 16 messidor an XI (5 juli 1803), Article 531, Stéven et Roelandts Pierre Antoine. (108) Met dank aan V. Arickx voor deze informatie. (109) RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, ‘Logem enten ... 11 ju n i 1 7 9 5 ’. (110) RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, ‘P ointinghe en om m estellinghe ... d e r stede van T h ielt’ 1795, Markt. (111) A. IMPE, B ijdragen vo o r d e G esch ieden is van Thielt en het Thieltsche, VI. E enige b ew on ers van den St-Jacob en de fa m ilie van p rie ste r D e Foere, De Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, XIX, 1941, p. 258 - 259. (112) RAG, Fonds Notariaat afgestaan door notaris De Wilde, Notariaat Charles van Ghendt, 43, N° d ’ordre 70, N° de répertoire 173, date d ’acte 16/5. (113) ibid., N° d’ordre 71, N° de répertoire 174, date d'acte 16/5. (114) Originele Franse tekst: ‘... Le sieu r A n dré B enoit Stéven im prim eur et libraire d e ­ m eurant dan s cette ville de G a n d .... m alade au lit dan s une cham bre au p rem ier étage donnant vue su r la cou r e t cuisine, sain d 'e sp rit m ém oire e t ju g em en t ainsi q u ’il est apparu aux d it n otaire e t tém oins qui lui a é té fa c ile d ’en ju g e r su r sa con servation e t discou rs ... ‘en w a t v e r d e r:’... lectu re en haute et in telligible voix et dan s deux langues au dit testateu r ... il a d écla ré com prendre le tout et d 'y p ersevere r com m e experim ent les intentions e t dernières volon tés ... ’.

(115) ibid., N° d'ordre 71 BIS, N° de répertoire 175, date d ’acte 16/5. (116) Originele Franse tekst: ‘Je A n dré B enoit Steven p a r l ’inclination que j e p o rte vers m on épou se A ngeline Verstraete : Je P ris / Je d is / Je déclaré p a r m on p resen t c o d i­ cille d e lui transm ettre sous l ’approbition de qui de d ro it m on profession d'im prem erie a vec tou t les d ro its y atten em ts e t successifs voulent que M adite E pou se jo u is ­ se a pres m a m o rt de toutes les p réro g a tives qui y son t attachées. '

ibid., N° d'ordre 72, N° de répertoire 176, date d ’acte 16/5. (117) Leo D’Hulster werd geboren te Tielt op 15 januari 1784. Hij was de zoon van Jan, tabakshandelaar in de Kortrijkstraat, en van Jacoba Van Zieleghem. Hij overleed in Gent in mei 1843 en werd op 18 mei bijgezet op het kerkhof van Sint-Amandsberg. A. VAN SEVEREN, Leo D ’H u lster (1784-1843), een vergeten d ich ter uit de H ollandse tijd ( I e deel), De Roede van Tielt, V, 1974, pp. 50-53. (118) J. DEVOLDER, op.cit., III, p. 1414, W-123. (119) RVT, Fonds Ongeklasseerd Archief, Afschrift door notaris Joseph Ernest Antoine Emmanuel Mulle van de verkoopsakte van een stuk landbouwgrond, geregistreerd te Tielt op 2 oktober 1823. Dat de aankoop van onroerende goederen een familie-aangelegenheid was, blijkt uit de verwantschappen van de verschillende aankopers: A.B. Stéven trad in het huwe­ lijk met Charlotte Roelandts. Karel, Ferdinand, Bernard, Coleta, Pélagie zijn respec­ tievelijk broers en zusters van haar. Maximiliaan Van Zantvoorde trad op 4 / 5 /1809 in het huwelijk met Marie Philippe Roelandts, tevens een zuster van Charlotte. Theresia Eugenia, opnieuw een zuster van Charlotte, trad op 22 / 6 / 1815 in het

163


huwelijk met Bemardus D’Haeyere. Hieruit blijkt dat alle aankopers verweven zijn met Petrus Antonius Roelandts, vader en schoonvader van alle genoemde aankopers. J. BUYCK, o p .c it, II, p. 70-71. J. BUYCK, D e Tieltse schepenen en gem een teraadsleden tijden s de F ranse o v e r­ heersing (1794-1814): gen ealogisch e inform atie, Manuscript, Verschijnt begin 1998 bij V.V.F.-afdeling Tielt. (120) Enkele voorbeelden van uitgewerkte stadsbibliografieën: F. VANDER HAEGEN, B ibliographie gantoise. R echerches su r la vie et les travaux d es im prim eurs de G an d (1483-1850), Gent, 7 delen. J. BROUCKAERT, D en derm ondsch e dru kpers, Dendermonde, 1890, supplementen 1894, 1898, 1910. D.J. VAN DER MEERSCH, A udenaerdsche dru kpers 1479-1830, Oudenaarde, 1864. A. DIEGERICK, E ssai de bibliograph ie yp rio se; Etude su r les im prim eurs yp ro is 1547-1834, leper, 1873-1881. Herdruk 1966.

164


STREEKGENOOT GWY MANDELINCK Eind van de jaren zeventig gaven we de aanzet voor een ambitieus project, “Streekgenoten met de pen”. Dit resulteerde in een grote tentoonstelling en de uitgave van een uitvoerig overzicht van deze streekgenoten (De Roede van Tielt, jg. 15, 1984, nr 3/4). In onze bibliotheek is er een aparte afdeling met werken van streekgeno­ ten en de steekkaarten van duizenden werken die zij publiceerden. Een onschatbare bron. Eén van die streekgenoten werd 60 jaar. Naar aanleiding daarvan werd door de gemeente en een comité ad hoe op zaterdag 26 april 1997 in Wakken een viering opgezet met als ingrediënten een academische zitting en de onthulling van een gedenkplaat aan het geboortehuis van Guido Haerynck / Gwy Mandelinck. We brengen hier de toespraken van burgemeester Koen Degroote, van minister Luc Martens, van letterkundige Rudolf van de Perre, van auteurjournalist Gaston Durnez, van dichter en hoofdconservator van het Nederlands letterkundig museum in Den Haag Anton Korteweg en ten slotte van de gevierde dichter zelf. De redactie bedacht de titels. De redactie

De gedenkplaat aangebracht aan het geboortehuis, Kapellestraat nr 22.

165


GWY MANDELINCK (ps. voor Guido Haerynck) “Wakken, 23-1-1937 - Bibliothecaris - Algemene leiding Poëziezomers Watou - Redactielid Dietsche Warande en Belfort

Publicaties - Het oogbad, poëzie. Brugge, Orion, 1970. - De wijzers bij elkaar, poëzie. Brugge, Orion, 1974. Tweede druk : 1975 - De Westhoek, een beeldend verhaal. Tielt-Bussum, Lannoo, 1979. Tweede en derde druk : 1980. - De droefheid is in handbereik, poëzie. Tielt-Bussem, Lannoo, 1981. Tweede druk : 1983. - Van lied en steen. Brieven aan Willem Vermande re. Tielt-Bussum, Lannoo, 1983. - De Weshoek, vijfmaal, Brussel, Historia, 1987. - De Buitenbocht, poëzie, Tielt, Lannoo, 1989. - Dwangschrift, gelegenheidsuitgave, Desmet, Wakken, 1997. - Overval, poëzie, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1997.

Onderscheidingen Prijs van de Vlaamse Poëziedagen (1972). A. Merghelynckprijs van de Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1973). Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen (1977). Yangprijs (1982). Vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs van de Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1982). Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies periode 1981-1985. 166


EEN GEVOEL VAN FIERHEID Vandaag ben ik een gelukkig mens aangezien ik u allen mag verwelkomen op een heugelijke gebeurtenis, met name op de hulde aan onze Wakkense dichter Gwy Mandelinck, alhier geboren als Guido Haerynck. Deze begroeting richt ik tot u zowel in naam van de gemeentelijke over­ heid als in naam van het inrichtend comité. De voorbereidingen om tot deze dag te komen, waren lang en ieder keek verlangend uit naar het moment dat nu is aangebroken en dat - hoe kan het anders ? - straks achter de rug zal zijn. Maar een dag als vandaag vervult ons met een gevoel van fierheid. Wakken heeft immers een van zijn zonen uitgezonden. En we mogen gerust stellen : we hebben er veel eer van gehaald. Dit gevoel van fierheid moet ik een beetje delen met mijn collega en con­ frater, de burgemeester van Poperinge, maar gedeelde vreugde is dubbele vreugde. Ook zijn we gelukkig omdat Gwy Mandelink, eens hij was uitgezonden, nooit de band heeft verloren met deze streek. De indruk die dit laagland op hem maakte in zijn jeugd is nog steeds weerspiegeld in zijn werk. Ik herinner mij de gewaardeerde aanwezigheid van Guido op heel wat plaat­ selijke activiteiten, spreekbeurten voor bepaalde verenigingen, zijn peterschap van het toneelgezelschap Mandelinck en de veelvuldige familiale en vriendschappelijke contacten. Ondanks de internationale bekendheid en waardering die hij geniet, heeft hij altijd de eenvoud weten te bewaren en bleef hij een toegankelijk persoon. Voor ons, politici, is kunst soms een veeleer onbekend terrein dat vraagte­ kens oproept. Toch is het een noodzaak dat kunst, politiek en bedrijfsle­ ven elkaar vinden en elkaar steunen. Het kan de verbetering van onze levenskwaliteit alleen maar ten goede komen. Aldus is het ook een duur­ zame plicht dat wij de ‘groten’ uit ons volk eer betuigen. Het is niet de eerste keer dat een soortgelijke eerbetuiging in ons dorp plaatsvindt. Voor verscheidene figuren, zowel uit de kunst- als uit de poli­ tieke wereld, is Wakken ofwel de voedingsbodem geweest ofwel het tref­ punt waarop bepaalde levenswegen elkaar kruisten. Aan die figuren werd in het verleden ook hulde gebracht en als blijvend aandenken prijken er op verscheidene plaatsen bronzen herinneringsplaketten. Die culturele trend, die dus veelal gepaard gaat met de aanwezigheid van sterke persoonlijk­ heden, moet hier voort gevolgd worden. Twee ondersteunende initiatieven dienaangaande zij« vooreerst de beschermingsprocedure van het dorpsgezicht en van enkele monumenten die opgestart werd door het Vlaams ministerie van Cultuur en anderzijds

167


de uitbouw van het Provinciaal Domein de Baliekouter. Omwille van deze aandacht voor ons gewest, wil ik namens de gemeente de vertegenwoordigers van beide instanties ook hartelijk danken. Geachte vergadering, uw talrijke aanwezigheid hier is vooreerst een steun voor onze zoon Gwy Mandelinck. Moge het voor hem ook een stimulans zijn om zijn culturele werk op dezelfde manier voort te zetten en uitstra­ ling te geven. Tot slot hoop ik dat u aangenaam moogt terugblikken op uw bezoek aan Wakken. U bent hier allen steeds welkom. Koen DEGROOTE

Wakken, 26 april 1997. Met burgemeester Koen Degroote.

168


DE MAN VAN WATOU Vier officiële sprekers op de viering van de zestigste verjaardag van Gwy Mandelinck : het is voor mij een al even officieel bewijs van de rijkdom en de veelzijdigheid van de persoonlijkheid van ‘de man van Watou’. Heel graag wil ik op deze academische zitting mijn welgemeende feest­ groet brengen aan de man, die niet alleen Vlaanderen, maar ook Nederland en een groot stuk van Frankrijk anders naar kunst heeft leren kijken en luisteren. Eind juni wordt, dit keer met Panamarenko als centrale gast, voor de zeventiende keer het startschot gegeven voor de poëziezomer van Watou. Er wachten Gwy Mandelinck, zijn vrouw en zijn medewerkers nog enke­ le maanden van druk en nerveus regelen en schikken, denken en herden­ ken, telefoneren en faxen voor de kunstwerken en gedichten weer eens hun plaats hebben gevonden en de bezoekers aarzelend, onzeker, soms ook onrustig hun weg zoeken door een stuk wereld die hun wordt getoond. De geschiedenis van de Watouse poëziezomers gaat terug tot het jaar 1980. Toen organiseerde Gwy Mandelinck, volledig in de geest van de tijd, een soort ‘alternatieve artiestenmarkt’ waarop literatuur, beeldende kunst en ambachten centraal stonden. Watou kraakte die dag in al zijn voe­ gen : 15 000 mensen, de een al alternatiever dan de andere, namen het dorp letterlijk en figuurlijk in. En Mandelinck, hij nam een jaar rust, hij wilde nadenken, vermijden dat in de euforie om wat zo mooi was geweest, fouten gemaakt zouden wor­ den. Twee jaar na de artiestenmarkt werd opnieuw een happening georga­ niseerd, maar het accent werd al meer op het experiment gelegd. En het jaar nadien werd radicaal gekozen voor hedendaagse kunst. De zomers van Watou hadden hun formule gevonden. Toch aarzel ik hier om te spreken van een ‘formule’. Het zou de uitdaging voor Gwy Mandelinck al te zeer minimaliseren mocht hij telkenjare weer kunnen terugvallen op een vast stramien. Uiteraard is Watou binnen het artistieke circuit, dit van de poëzie en dit van de beeldende kunst, een begrip gewor­ den. Een begrip dat staat voor de gedurfde aanpak, voor een verregaande confrontatie van disciplines en ideeën, en, de rode draad die over alle edi­ ties van de poëziezomers is gespannen, de kwaliteit. Als er dan toch naar een formule gezocht dient te worden, dan kan het misschien deze zijn : Watou stelt vragen, maar biedt geen pasklare ant­ woorden. Vragen over het wezen van de kunst, vragen over de maat­ schappelijke relevantie ervan, vragen over de persoonlijke beleving ervan die verschilt van individu tot individu, vragen kortom over het menselijke bestaan. Wie in de zomers van Watou verdwaalt, hapt wel even naar adem. 169


170 Watou, 1994. V.l.n.r. : Jan Hoet, Roger Raveel, Guido Haerynck.


Watou, 1996. V.l.n.r. Guido Haerynck, Rutger Kopland.

171


Altijd al heeft Watou gegokt op het eigenzinnige en het onverwachte, zowel voor de artiest als voor de bezoeker. Watou is anderzijds, om Remco Campert te citeren, ook ‘een daad van bevestiging’. Wie als dichter of beeldend kunstenaar ongehavend van Watou terugkeert naar de schrijfkamer of het atelier, weet zich bevestigd in zijn creatieve eigenheid. De lijst van schrijvers en beeldende kunstenaars die ondertussen Watou hebben aangedaan, biedt een staalkaart van de hedendaagse kunst in Vlaanderen en Nederland. Alleen al een overzicht van de centrale gasten die telkens een zomer lang de volle aandacht kregen, bewijst dit : Camiel van Breedam, Godfried Vervisch, José Vermeersch, Roger Raveel, Hugo Claus, Jan Fabre, Roel D'Haese, Marcel Broodthaers, Carlo Mistiaen, Aernout Mik en, zoals reeds gezegd, voor de komende zomer Panamarenko. De eigenheid van Watou is daarnaast gelegen in de confrontatie van beeld en woord. Watou staat voor het opheffen van de beschotten tussen de ver­ schillende kunstdisciplines. Ook in deze confrontatie kiest Mandelinck voor het eigenzinnige, het niet-voor-de-hand-liggende. In wezen gaat het tijdens de poëziezomers van Watou om een eenheid van tegenstellingen. Het doet mij denken aan de filosoof Heraclitus, die ooit schreef : ‘Het tegengestelde past bijeen, uit het verschillende komt de mooiste harmonie voort, en alles ontstaat op de weg van de strijd’. De verborgen harmonie, zegt Heraclitus nog, is sterker dan de zichtbare. Zo krijgt Watou voor de artiesten en de bezoekers iets van een ontdek­ kingstocht, die telkens weer onverwachte facetten van ons bestaan bloot­ legt. Het moge duidelijk zijn : Watou is Watou niet meer sinds Gwy Mandelinck er in 1979 neerstreek. In een dorp dat letterlijk op de grens ligt, worden grenzen opgeheven. Watou wordt iedere zomer weer een ‘internationaal’ dorp. En ook de grenzen in de tijd worden doorbroken. Precies in een dorp waarvan heel het centrum in 1985 werd gepromoveerd tot ‘beschermd dorpsgezicht' klopt voor een tweetal maanden het hart van het moderne hedendaagse kunstgebeuren. Dergelijke optie kadert perfect in het beleid dat ik als minister van Cultuur voer. De dynamiek die van deze aanpak van kunst uitstraalt, draagt mijn volle waardering weg. En aansluitend bij mijn bevoegdheid binnen het domein van de monumen­ tenzorg, ben ik bijzonder verheugd dat met Watou daadwerkelijk wordt bewezen dat ‘beschermen’ ook kan betekenen ‘actualiseren’. Als bescher­ ming van monumenten of dorpsgezichten enkel zou betekenen dat alles daarmee wordt stilgezet, dan hoeft het voor mij helemaal niet. In de con­ frontatie van wat was en in de tijd zijn betekenis heeft gehad, met actuele 172


stromingen en denkbeelden komt een maatschappij ook echt tot leven. Dames en heren, als ik mij heb willen beperken tot de betekenis van de kunstzomers van Watou en de manier waarop Gwy Mandelinck als drij­ vende kracht achter dit gebeuren leeft en werkt, dan heeft dit te maken met het feit dat de eminente sprekers die hier vandaag nog op het programma staan, u tenvolle zullen kunnen overtuigen van andere, maar even boeien­ de aspecten van zijn persoonlijkheid. Mijnheer Mandelinck, ik vermoed dat het u wellicht enige moeite heeft gekost de stilte van de Westhoek achter u te laten om hier vandaag zo nadrukkelijk ‘vooraan’ te komen staan. Maar : u verdient het ! Dat het gebeurt naar aanleiding van uw zestigste verjaardag, lijkt me lou­ ter bijkomstig. Minder bijkomstig is het feit dat de viering in uw geboor­ tedorp Wakken plaatsvindt. Ik wil het gemeentebestuur van harte danken en gelukwensen met de initiatieven rond Gwy Mandelinck, die hoe dan ook ergens altijd wel een beetje Wakkenaar zal blijven. En om nog even terug te keren op Watou : in het jaar 2000 viert de poëziezomer zijn twintigste editie. Ik durf er nu al iets op verwedden dat Gwy Mandelinck daar iets heel speciaals zal van maken. Luc MARTENS

Watou, 1997. V.l.n.r. : Guido Haerynck, H. d ’Udekem d ’Acoz (voorzitter van de provincie­ raad van West-Vlaanderen), minister en mevrouw Luc Martens.

173


DE POËZIE VAN GWY MANDELINCK (*) Toen Gwy Mandelinck in 1971 vrij laat - hij was toen 34 - met Het oogbad debuteerde, kon niemand vermoeden dat zijn dichterschap de volgen­ de kwarteeuw de evolutie zou kennen, die tot zijn in het najaar te ver­ schijnen nieuwe bundel Overval heeft geleid. Nochtans is zijn poëzie gekenmerkt door een aantal constanten, die er op wijzen dat ze een onmis­ kenbare en herkenbare eenheid vormt : het werk van een dichter dus met een eigen signatuur, een eigen stem. Een productief dichter is hij nooit geweest, in die zin dat de dichtbundels zich met een voorbeeldige regelmaat opvolgden. Integendeel. Zij ver­ schenen met steeds grotere tussenruimten, omdat bij Mandelinck aan elke bundel, aan elk gedicht zelfs, een lang rijpingsproces voorafgaat. Zijn zo vaak geroemde visuele ingesteldheid is van die aard dat het zien van de dingen steeds geleid heeft tot bezien en zich via een proces van verinner­ lijking en stilte heeft omgezet in een inzien. Zoiets als aanschouwen dat beschouwen wordt. Aan dat inzicht heeft hij vorm gegeven door de her­ scheppende en ordenende kracht van taal en structuur. Ook dat is een constante in zijn poëzie, evenals het feit dat hij in zijn woord- en beeldgebruik zijn oor te luisteren legde bij de plasticiteit van de volkstaal. Gewoonten en gebruiken, spreuken en zegswijzen, terend op de diepere bewustzijnslagen, wist hij zo te integreren, dat ze een archetypi­ sche draagwijdte kregen en op die wijze de strict persoonlijke ervarings­ wereld overstegen. Iemand die zo het leven tot poëzie transformeert, kan zich nooit tot een grote productie lenen, omdat hij onmiddellijk doorstoot tot de kernpunten van het bestaan. Als er dan toch sprake kan zijn van een evolutie, dan is die eerder te vin­ den op het vlak van een interne verschuiving in dezelfde thematiek en in de toenemende versobering die haar aan de taal, de vorm onderwerpt. Een bondig overzicht van zijn poëzie moge dit even verduidelijken. De debuutbundel Het oogbad baadt nog in een weelde van beelden, die eerder verblindend dan verhelderend werkten, omdat de aanknopingspun­ ten met de concrete realiteit nog te abstract bleven. Toch had Mandelinck geleerd - gezien eigenlijk - hoe de cyclische terugkeer van de seizoenen, met de afwisseling van nacht en dag, duisternis en licht, ook de menselij­ ke gedragingen bepaalt. De wijzers bij elkaar (1974), driejaar later, was juist wél bezield met de adem van het (dagelijks) leven en dat verklaarde meteen de onmiddellijke en grote weerklank, zowel bij het lezerspubliek als in de kritiek en zelfs bij andere dichters, want Mandelinck kreeg zowaar epigonen ! Op het eerste gezicht is de thematiek in De wijzers bij elkaar beperkt tot de microkosmos van ouders, vrouw en gezin (verleden, 174


heden, toekomst) en had de sfeer iets euforisch en idyllisch, omdat de zon er, op het middaguur van het leven, nog ‘aan overuren’ deed. Het opmerkelijke echter was, dat de dichter deze vertrouwde thema’s ‘nieuw’ had gemaakt door zijn specifiek taal- en beeldgebruik. Wie niet verder dan de oppervlakte keek, zal niet gemerkt hebben dat deze micro­ kosmos deel uitmaakt van het grotere kosmisch geheel en hoe de uitge­ beelde geluksmomenten uiteindelijk overschaduwd worden door de vergankelijkheidsidee. Ook in het schijnbaar kommerloze geluk tekenen zich ‘kleine barsten’ af, omdat niets bestendig is. Juist die ervaring zal in Mandelincks volgende bundels steeds duidelijker op de voorgrond treden. Zoals de titel De droefheid is in handbereik (1981) het zeven jaar later liet uitschijnen, is droefheid niet ver weg. Welke droefheid ? In feite bevat deze bundel een allegorisch verhaal van liefde, verlies en dood. De dichter heeft het toegespitst op één bepaalde vrouw, een ‘zij’, die verschillende gedaanten aanneemt en symbool kan zijn van elke mens. De tekens van het groot verdriet, het is een wennen als van schoenen die zij inloopt op het weekste van de voet. Het feest van het leven wordt in deze bundel intens uitgebeeld, maar de regie ervan is in handen van de dood. Opnieuw wordt de dood echter ont­ daan van zijn afschrikwekkend karakter, zowel door de cyclische wetma­ tigheid waaraan hij in de visie van de dichter beantwoordt, als door de behoefte aan schoonheid en stilering : de bewuste taalzorg en de strenge ambachtelijkheid. Zij zorgen andermaal voor het evenwicht en vangen de onderhuidse angst en de existentiële onrust van de dichter harmonisch op. Al bij al had de behandeling van de thematiek in De droefheid is in hand­ bereik nog iets vrijblijvends, omdat Mandelinck tot dan toe nog niet recht­ streeks geconfronteerd geweest was met de dood van de meest naastbestaanden. Anders is dat in de twee resterende bundels, waarin het heen­ gaan van beide ouders de inspiratiebron, of beter de aanleiding vormt. In De buitentocht (1989) is dat de jarenlange ziekte van zijn moeder en haar afsterven. Toch brengt de bundel geen directe weergave van het gestadige proces van geestelijke en fysische aftakeling, die de ziekte van Alzheimer veroorzaakt. De gedichten zijn ook geen ‘moedergedichten’ (het woord ‘moeder’ komt zelfs niet voor). De ervaringen, in concreto opgedaan bij het ziekbed, zijn toegeschreven naar een partnerrelatie, opnieuw naar een ‘jij’. Op die wijze heeft Mandelinck zich niet alleen gevrijwaard van pathetische belijdenislyriek (wat het gezien het onder­ werp had kunnen worden), maar heeft de thematiek andermaal een boven­ persoonlijk karakter gekregen in de ongewone spankracht, die leven, lief175


de en dood met elkaar verbindt. In de bundel groeit ze uit tot één lang, hal­ lucinant afscheid ( ‘wat langzaam scheidt, blijft altijd duren’), zonder dat het sterven zelf ter sprake komt. Hoewel De Buitentocht eveneens een beeldrijke bundel is, werd hij geschreven in een erg gecondenseerde, haast klassieke vorm, wat niet betekent dat het een gemakkelijke bundel is. Tientallen gedichten in voor­ bereiding, werden uiteindelijk herleid tot negentien ‘definitieve’, waarin de niet alledaagse thematiek is samengebald. In die evolutie naar versobering heeft Gwy Mandelinck een voorlopig hoogtepunt bereikt, meen ik, met zijn persklare bundel Overval. Hij zal een dertigtal gedichten omvatten, maar ze bestaan telkens uit slechts twee kwatrijnen. Het doorgedreven zuiveringsproces vertoont er een opvallen­ de trefzekerheid. De klassieke allures worden nog in de hand gewerkt door de muzikaliteit, die de dichter verwerft met een in het oog springend gebruik van binnenrijmen en assonanties. Zij verzekeren weer het even­ wicht, want een ‘prettige’ bundel is Overval inhoudelijk immers niet. Zoals reeds aangestipt werd hij geconcipieerd tegen de achtergrond van de dood van de vader, maar ook hier vormt dit gebeuren niet het hoofdthema. Het is alleen maar de aanleiding tot het verder aftasten van de condition humaine, van de menselijke staat. In het eerste deel van de tweeledige bundel is dat de ervaring van het ouder worden en al wat dit aan verlies impliceert. De jij en de ik proberen elkaar om de tuin te leiden, maar willens nillens worden ze ontmaskerd. Ik zetje op het dode spoor en zoek geduldig mee naar wat ik zelf verberg. Andermaal heeft Mandelinck, op zijn specifieke wijze, de beeldspraak geïntegreerd in de dagdagelijkse realiteit of eigenlijk andersom : het was­ sen en strijken, het eten bereiden en dergelijke meer onthullen op verras­ sende wijze de vaak schrijnende innerlijke belevenissen. Even onthutsend en beklemmend is het tweede deel, waar de dichter in het afsterven van de vader zijn eigen spiegelbeeld herkent en erkent : de enige échte erfenis, die geen woorden nodig heeft. Ik citeer het slotgedicht ‘Erfenis’ : Nu het ouderpaar is uitgedragen, weegt wat hangen bleef er zwaar ; de kalk rondom de spijkers brokkelt op de grond. Zij die gewicht aan onze dagen gaven lijken nu te zweven in het rond. Elkaar de stofjes uit de ogen sparend, erven wij dat sterven. Nog voor de grendels schuiven, sluiten wij ons buiten.

176


Met een in omvang beperkt œuvre (totdusver werden slechts een 100-tal gedichten uitgegeven), heeft Gwy Mandelinck een dichtwerk tot stand gebracht, dat zijn onbetwistbare plaats heeft veroverd in de ontwikkeling van de hedendaagse Vlaamse poëzie, hoewel hij - zoveel is duidelijk - tot geen enkele stroming of mode kan gerekend worden. Zijn poëzie kan steeds meer klassiek genoemd worden in de oorspronkelijke betekenis van het woord, dat niet alleen ‘voortreffelijk’ en ‘voorbeeldig in zijn soort’ betekent, maar ‘waaraan blijvende waarde wordt toegekend’. Een dichter die tot dergelijk werk in staat is, verdient het door de gemeenschap gele­ zen én geëerd te worden. Rudolf VAN DE PERRE (*) Deze tekst verscheen al in het tijdschrift ‘Vlaanderen’, jg. 46, nr 3, mei-juni 1997, blz. 237-238.

Wakken, 26 april 1997. Guido Haerynck onthult de gedenkplaat samen met zijn echtgeno­ te Agnes Hondekijn.

177


DE DICHTER MET DE GRASMAAIER Enkele jaren geleden heb ik in Watou iets moois gezien ! Je kunt tegen­ woordig in Watou véél zien, vooral in de zomer. Maar dit was iets héél bij­ zonders. Op een zonnige namiddag arriveerde ik in de stille straat van de Kapelanie, toen mijn gevoelig oor werd getroffen door een geronk zoals je dat op zonnige vrije dagen kunt horen in alle tuinwijken van ons land : het gestotter en gebrom van een motor. Naderbij tredend, zag ik een gebrilde man van middelmatige gestalte met een aarzelende gang achter een grasmaaier stappen. Met de ene hand duwde hij de machine moeizaam over het gazon. Met de andere hand poogde hij iets te doen aan een wit papier dat op een karton aan het stuur was vastgemaakt. Het was duidelijk dat hij eigenlijk een derde hand nodig had. Nog wat dichterbij komende, herkende ik de gebrilde man en zag wat hij doende was te verrichten. De gebrilde man was mijn goede oude vriend Gwy Mandelinck. En hij pro­ beerde, terwijl hij het gras afreed, enkele woorden op het papier te schrij­ ven. Sindsdien noem ik hem wel eens een Hofdichter, en zijn grasmaaier een Pegasus. Dan lacht hij met een brede grijns en slaat met zijn rechterhand zo vriendschappelijk op mijn schouderblad, dat ik weken later nog altijd zijn vriendschap voel. Van alle vervoermiddelen, die ik al door Gwy Mandelinck bestuurd heb gezien, lijkt de grasmaaier mij het veiligste. Treinen zijn ook wel geschikt voor hem, maar het is mij opgevallen dat er de jongste jaren, sinds hij er mee rijdt, voortdurend meer spoormannen in staking gaan. Auto’s, dat weet ik zeker, hebben schrik van hem. Ik heb mij al samen met hem in een auto gewaagd en ik hoorde onmiddellijk, dat het tussen hem en de machi­ ne niet boterde. Er steeg een geronk en gegrol waarvan ik nooit goed heb geweten wie het veroorzaakte, terwijl de wegen van de Westhoek zich plotseling in vreemde bochten wrongen. Wat vliegtuigen betreft, geen enkel toestel kan zo’n hoge vlucht nemen als Gwy Mandelinck zelf. Gwy Mandelinck is een wereldreiziger, maar dan per grasmaaier. Hij is een globetrotter in zijn tuin. Precies daar komt hij heel ver. Gwy Mandelinck begeeft zich op tocht via de kunstenaars die bij hem arriveren als in de Zoete Inval. In hun bagage zit alles wat hij nodig heeft, woorden die hem overrompelen en in vervoering meevoeren, beelden die van zijn dorp een universum maken waarin hij met zevenmijlslaarzen rondwan­ delt, genietend van de stilte tussen al dat lawaai. Want er is niets waar hij zo van houdt als de stilte. Daarom vult hij zijn dorp iedere zomer met geruchten uit alle windstreken. Zijn kalme witte 178


Wakken, 26 april 1997. V.l.n.r. : burgemeester Koen Degroote, AndrĂŠ Desmet, Geertrui Haerynck, Marie-Jeanne Deman, Jan Haerynck, Jan Byttebier, Guido Haerynck, Denise Decock, Denis Haerens, Dries Haerynck.


huis gonst dan van de stemmen, zijn doodlopende straat wordt een druk­ ke doorgang naar de oneindigheid. Des te beter voelt hij hoe deugdzaam de stilte van de winter is. Hoe angstaanjagend ook. Gwy Mandelinck kan niet stil zijn zonder de mensen rond zich. Ik probeer dan ook niet meer hem uit zijn huis weg te lokken. Ooit heb ik gedacht, dat ik hem mee zou kunnen nemen op reis. “Want gij moet er eens uit”, zei ik. Dat lukte nooit en het zal nooit lukken. Hij ontsnapt het best als hij thuis blijft. Ik denk nu aan zijn schuilnaam. Toen Guido Haerynck zich als jonge man wegstopte onder een schuilnaam, gaf hij zich meteen bloot. Want wij ver­ gissen ons als wij denken dat een schuilnaam bedoeld is om zich te ver­ bergen. Een schuilnaam, zeker een schuilnaam van een artiest, kan veel onthullen. Toen Guido zich wilde herdopen, dacht hij aan de rivier die nabij zijn geboortehuis loopt en hij legde een link naar de Mandei. Hij noemde zich een Mandelinck, een zoon van de streek waar hij ter wereld kwam en zijn jeugd beleefde. Zijn voornaam gaf hij een middeleeuwse toets, wat, naar verluidt, een herinnering is aan zijn liefde voor de middelnederlandse poëzie. Zo maakte zijn schuilnaam meteen duidelijk, hoe­ zeer hij verbonden is met zijn land van herkomst en zijn taal van thuis. Die verbondenheid is gebleven en soms manifesteert zij zich bewust of onbe­ wust in zijn verzen. In een gedicht uit zijn nieuwe bundel zorgt zijn geboortedorp voor een diepzinnige woordspeling over “wakken in zijn hoofd”. Woorden zeggen altijd meer dan zij zeggen. Mij trof altijd zijn grote verbondenheid met zijn ouderlijk huis. Het geluk dat uit zijn eerste verzen straalde, was een afglans van zijn kindertijd in de woning van zijn moeder en vader. Ik ben altijd weer ontroerd door de eer­ bied en de bewondering waarmee hij, in en buiten zijn gedichten, spreekt over deze mensen die hem voor het leven hebben getekend met hun volk­ se aristocratie en hun kunstzinnige wijsheid. Zonder hen is ook zijn latere werk ondenkbaar, de poëzie waarin hij nadenkt over hun heengaan, terwijl zij bestendig in hem aanwezig zijn. In elke spiegel blijft hij zijn vader ont­ moeten. Uit de verhalen die hij op weemoedige avonden vertelt, uit de geest die hij oproept als hij zijn vader ter sprake brengt, heb ik mij een beeld gevormd van een Westvlaming die leefde in de sfeer van het “ontwakende volk” waarover Hugo Verriest in deze gemeente zo vurig heeft gesproken. Vader Mandelinck (met zijn goede voornaam) was een ambachtsman die het harde leven verguldde met zijn boeken en zijn toneel, in de traditie van een volk dat zichzelf moest optillen en opwerken. Ik heb geen moeite om de man uit Wakken te herkennen in de man die Watou tot een cultureel begrip heeft gemaakt. Toen ik in ’t begin van de jaren zeventig met Gwy Mandelinck kennis 180


maakte, gold hij als “de dichter van het geluk”. Een van de beelden waar zijn poëzie zo overdonderend rijk aan is, was toen al bijna spreekwoorde­ lijk geworden : “een blijde nederzetting is dit huis waar de zon aan over­ uren doet”. Een ogenblik dreigde dit beeld zelfs een beetje zijn artistieke faam te schaden. Want in die tijd was het geen mode om de zon te bezin­ gen. Zeker niet als zij boven je ouderlijk huis bedrijvig was. Mandelinck heeft dat gekke vooroordeel glansrijk overwonnen. Eigenlijk ontmoette ik Gwy Mandelinck pas nadat ik Guido Haerynck had leren kennen. Of beter, ik maakte eerst kennis met zijn betere ik, zijn Agnes. Zij was de leerlinge, later vriendin van mijn vrouw, beiden afkom­ stig uit hetzelfde Streuvels-land. Ik heb wel eens verondersteld, dat de taalgevoelige Guido zijn Agnes heeft uitverkoren vanwege haar familie­ naam, een naam die zo mooi oud Vlaams, zo middeleeuws klinkt : Hondekijn. Een naam die bovendien, zo zei ik dan, verwijst naar de beroemde cartograaf uit zijn eigen gemeente, Hondius. Maar Guido glim­ lachte geheimzinnig. Hij had natuurlijk nog andere redenen. Agnes bete­ kent “heilig, zonder schuld”. Het huis dat Agnes voor Guido heeft bezield en bevolkt, was altijd ook een huis voor ons, hun vrienden. Ontelbare uren heb ik daar mogen doorbrengen, waaronder enkele van de ontroerendste uit mijn leven, toen de zon nooit meer overuren scheen te willen. Wij heb­ ben er troost gevonden in de poëzie en de wijn van de vriendschap. En ooit hebben wij daar een bijzonder contract gesloten. Op een late avond, bij een fonkelend glas, heb ik Gwy Mandelinck een contract laten signeren met zijn hartebloed. Daarin belooft hij dat hij zich niet door de Stem van de Buitenwereld zal laten overrompelen, maar dat hij op tijd en stond zijn grasmaaier door de tuin zal voeren, met op het stuur een karton en een wit papier. Want hij is allereerst een dichter. Ik ben aangesteld tot bewaker van dit contract en ik controleer zorgvuldig dat hij het nakomt. Het resultaat zullen wij deze zomer kunnen zien in zijn nieuwe bundel. Dank u wel, Guido. En dank u wel, Agnes. Gaston DURNEZ

181


EEN VLAMING DIE IK ERG BEWONDER Laat ik vrolijk beginnen, met enkele regels van J.C. Bloem, die je onge­ twijfeld kent, Gwy, dan kan ik altijd nog zien hoe ik verder ga. Ingelijfd bij de bedaarden wordt het hart, dat geen tegenstand bood. Men begint met het leven te aanvaarden en eindelijk aanvaardt men de dood. Zo is dat, in het algemeen. Maar ingelijfd bij de bedaarden ben jij in elk geval nog lang niet - hoe zou een dichter dat trouwens ook kunnen zijn zonder z’n dichterschap te verliezen ? En wat dat eindelijk aanvaarden van de dood betreft - je bent nog maar zestig. Het bereiken van die leeftijd is al erg genoeg. Zeker in Vlaanderen, waar je dan kennelijk een Acade­ mische Zitting moet trotseren, om het allemaal nog erger te maken dan het al is. Dat nu eenmaal zo zijnde ben ik blij, dat ik hier het woord mag voe­ ren, want je behoort tot de drie Vlamingen die ik erg bewonder. Ik zal je zeggen waarom. J.B. Charles, net als ik ook uit Leiden, maar anders dan ik al 14 jaar dood, vroeg zich eens af : schreef ooit de buurt een verhaal, of het komitee een gedicht ? Dat was nogal rhetorisch. Het antwoord daarop is natuurlijk een volmon­ dig ‘neen’ ! Dingen die er werkelijk toe doen, die creativiteit vereisen en doorzettingsvermogen, worden immers nooit tot stand gebracht door “een buurt”, door een collectief, maar altijd door een bevlogen enkeling. Die moet natuurlijk wel geholpen worden : financieel door een overheid, moreel door een vrouw, of zoiets, maar dat doet aan die vaststelling niets af. Als prachtig exemplaar van zo’n onderneming van een bevlogen enke­ ling, al dan niet bijgestaan door een soort Onze-Lieve-Vrouwe-vanAltijddurende-Bijstand, zie ik Watou, Ons Erfdeel en Het Poëziecentrum, en dat is de reden van mijn ongeveinsde bewondering voor respectievelijk Gwy Mandelinck, Jozef Deleu en Willy Tibergien. Het zijn alledrie hard­ nekkige volhouders voor wie ik, vanuit mijn confortabele positie van goed gesubsidieerde collega cultuur-uitdrager, een groot respect heb. Het is hier de plaats om op te merken, mede namens mijn duizenden landgenoten die iedere poëziezomer de verre reis naar Watou ondernemen en die dat zeker niet uitsluitend doen omwille van het hommelbier, dat het uiterst betreu­ renswaardig is dat het begrip Watou, want dat is het, ook bij ons, mijnheer de minister, dit jaar cultureel ambassadeur af is, en daarom twee miljoen Belgische franken moet missen. Op het gevaar af dat me verweten wordt dat ik me met binnenlandse aangelegenheden bemoei, wil ik hier toch 182


graag een beroep doen op het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap om Watou mogelijk te blijven maken, hoe dan ook. Niet dat anders een culturele Tiendaagse Veldtocht van onze kant dreigt, maar wel omdat het ronduit stom zou zijn als Vlaanderen het welig poëtisch huis, Watou, waar wij zijn als genoden, om zeep zou helpen. Genoeg hierover, het is tenslotte een feestdag. Ik heb me, Gwy, vaak afge­ vraagd waar je het allemaal voor deed, met Agnes als de zojuist genoem­ de O.-L.-V. Ik denk het antwoord in de poëziezomer van 1995 gevonden te hebben, in het Douviehuis, om preciezer te zijn in Jan Fabre’s Vliegenvangerskamer bij Achterbergs gedicht ‘Punt’. Je weet, die kleve­ rige, vettige, van het plafond neerhangende vliegenvangers van Fabre hin­ gen vroeger, uiterst werkzaam, in de keukens van de boerderijen. Ze werk­ ten voortreffelijk - het was een akelig gezicht om te zien hoe goed, al die zwarte vliegenlijkjes, als krenten in een krentenbrood. Ik verdenk je ervan Watou als een reusachtige vliegenvanger te gebruiken. In je winterse een­ zaamheid ontwerp je die, met een rare combinatie van engelengeduld en duivels vernuft. De dichter is voor jou, anders dan bij Achterberg, geen koe, maar een vlieg. En ze laten zich graag vangen, daar in die inmiddels fameus geworden “aars van Vlaanderen” van jou. Je hebt ze dan een zomer lang in je macht. Het verschil tussen een echte vliegenvanger en de metaforische vliegenvanger die je poëziezomer is, is natuurlijk, dat je dichters in je poëziezomer tot leven gewekt worden, en die stuiptrekken­ de vliegen aan dat lijmlint bepaald niet. Goed, Gwy, hoe slaag je er telkens opnieuw in een stukje, in cultureel opzicht woest en ledig, Vlaanderen om te toveren tot een fascinerende en inspirerende foyer des arts, een soort Santiago de Compostella voor poë­ zieliefhebbers ? Ik denk dat dat komt, omdat je een unieke entourage Watou is een dorp zoals een dorp moet zijn, een soort archetype - dienst­ baar weet te maken aan je eigenzinnige confrontaties van beeldende kunst met poëzie, en dat steeds in een wat andere, verrassende, combinatie. De ene keer heeft iedere dichter zijn eigen kunstenaar, de andere keer staat een beeldend kunstenaar (Vermeersch, Raveel, Fabre) centraal, en dan weer een dichter : Claus. Je verandert je formule steeds, en dat moet ook, en je zorgt er zodoende voor dat de bloei van Watou ieder jaar weer op een andere wijze schoon is. Ga zo door, want er wordt door jou in het Siberië van Vlaanderen, iedere zomer opnieuw, natuurlijk wel iets groots verricht, toute proportion gardée, zoals ze honderd meter van je vandaan zeggen. Zorg er daarbij voor datje niet doodgeknuffeld wordt door de autoriteiten, zeker niet als die geen subsidie geven. En denk vooral ook aan je eigen gedichten. Je bent in de eerste plaats dichter, altijd geweest, Gaston Durnez zei het al, geen vliegenvanger. Dat is uiteindelijk een bijbaan. Dat 183


je dat bent moet je jezelf niet ontstelen door je jaarlijkse Winterreise-inde-geest ten behoeve van mooie zomers voor je collega’s, daar in Watou. Dat doe je, gelukkig, ook niet, gezien de verschijning in september aan­ staande van Overval, bij de Arbeiderspers. In Nederland werd je tot op heden ondergewaardeerd, of liever gezegd, nauwelijks opgemerkt. Wij hebben geen oog, het spijt me, dat ik dat moet vaststellen, voor Nederlandse poëzie die niet in Nederland, maar in Vlaanderen wordt uitgegeven. Eén gedicht van je in onze poëziebloemle­ zing bij uitstek, die van Komrij, en geen enkel in de Spiegel van de Nederlandse poëzie van Warren - dat zegt genoeg. Ik zou willen dat daar verandering in kwam. Als ik afga op het prachtige gedicht “Verlies” dat de annunciatie van je bundel in de aanbiedingscatalogus van de Arbeiderspers kracht bijzet, dan denk ik dat dat moet kunnen. Ik lees het, als hommage aan de dichter die Gwy Mandelinck eerder dan wat ook is. Chantal Pattyn heeft dat ook al gedaan. Maar waarom mag je een prachtig gedicht niet nog een keer horen ? Dat lijkt me een passend slot voor mijn bijdrage aan deze middag. VERLIES Er zit een dreiging in de wallen onder onze ogen en op de bedrand hebben wij onszelf met moeheid zo belogen dat er onverwacht wat aarzeling ontstaat, een nacht die liefde overslaat. Wij leggen ons - ontmaskerd als een paar - de afstand op, die egels met hun stekels prikken door elkaar. Zo wennen wij aan een verlies dat lijkt op wat ons bij het bukken uit de zakken glijdt. Anton KORTEWEG

184


WAT LANGZAAM SCHEIDT, BLIJFT ALTIJD DUREN “Wat langzaam scheidt, blijft altijd duren”. Misschien had ik voor dat vers moeten opteren, als burgemeester Degroote mij vroeg wat er op het plaket tegen de gevel van het geboorte­ huis zou worden aangebracht. Maar de pijn van een altijddurend afscheid mocht het vandaag niet halen op de ingehouden roes. “Waar de zon aan overuren doet, heeft men zich dagen verslapen”. De neiging een grens te verleggen, dat werd een beetje mijn vuistregel. Ook als ik nog een heel broze hand had. Vitaliteit en verstilling, het ambi­ gue, het tegenstrijdige, dat vuurwerk tussen twee keien : ik heb dat altijd nodig gehad om overeind te blijven. Al moet ik toegeven dat er tussen die begrippen nauwelijks hiërarchie was te brengen. Anarchie onder controle : dat was een beetje mijn uitgangspunt. Vanaf mijn tiende jaar kende ik het verlangen vast te leggen met woorden niet wat ik hoorde, niet wat ik voel­ de, maar wat ik zag. Het visuele was altijd zo sterk, zo expansief aanwe­ zig dat ik nauwelijks wist waaraan te beginnen. Het vraagt tijd om te zoe­ ken naar het punt waarrond de muggen dansen in de lucht. Dat geeft je de kans af te wachten, te lanterfanten, geraffineerd lui te zijn, je productie te beperken. Poëzie schrijven, wordt dan aan een dwangschrift werken, straf schrijven honderd keer, heen en weer, op de keerzij­ de van een volgeschreven blad zoeken naar de gewenste nuances. Een vreemd vak. Je wordt een galeiboef op brede wateren. Maar de zee­ post zorgt altijd voor verrassingen, voor boodschappen in een fles. Toch geen sinecure. Wie te diep in het water zoekt, moet ook water leren slik­ ken. Ik heb die zeepost geopend als ik op die zomerse middag de dood aftast­ te zodra ik ging liggen in één van de doodskisten opgestapeld in het ate­ lier aan de Markegemstraat, hier dichtbij. Ik heb mijn zeepost gelezen in het gezicht van de archetypen. Ik denk aan de straatkinderen die het roest van hun prikkeldraad door mijn taal leerden trekken. Ik denk aan de dorpsgekkin, die zo mooi de werkelijkheid in opspraak bracht. Ik denk aan die absurdistische uittocht van duizenden soldaten in 1945. En elke sol­ daat kon mijn grootvader langs moederszijde zijn, in 1918 gestorven in Noord-Frankrijk en begraven in het zand van een oorlogskerkhof in De Panne. Zouterig zand is conserverend, ook voor archetypen. En dat blijft nawerken. Ik heb de zeepost gevonden thuis in de Kapellestraat, in die merkwaardige bibliotheek waarin Dostojewski een ereplaats had en die een beetje de souffleur was van mijn vader als die zijn rol dreigde te ver­ geten, niet alleen op scène maar ook in het leven. Ik heb die geheimzinni­ 185


ge boodschappen gevonden in rituelen die leken op vertraagde gebaren uit oude films, in die vele halve nederlagen die tegen wil en dank bewerkt werden tot halve overwinningen. Maar slechts al actief tennissend heb ik geleerd hoe je met het heetste water deuken uit de pingpongballen, uit de mensen en uit jezelf haalt. Dan brak de tijd aan om op reis te gaan. Niet via reisbureaus, maar vaak op handen en knieën. Tijd voor wereldreizen ter plaatse. Via Tielt, via Kanegem (een naam die ik koester) en dan Watou. De kilometerteller liegt er niet om : elke poëziezomer wordt een groot deel van de omtrek van de aarde afgelegd op zoek naar dat andere, het niet-toeristische, het nietcommerciële, het unheimliche, het experiment. Bestaat er een delicater opdracht dan twee kunstdisciplines met elkaar ver­ zoenen ? Daar moet schade van komen als je niet op je hoede bent. Want als je voor de klimweg kiest, moet je weten dat een leuning soms vlugger dan de roltrap stijgt. Een misgreep is niet uitgesloten. En wij helpen dat risico nu reeds vele jaren aandikken door poëzie op straat te leggen (die wil zelfs overreden worden), door tableaus met een miljoenenwaarde de schimmel te laten trotseren, door de meest progres­ sieve architect van België een triomfboog te laten neerleggen op het marktplein in de vorm van gekantelde containers, door topkunstenaars met een totaal verschillend en onberekenbaar temperament en met een eigenzinnige visie samen te brengen in huizen die meer gekraakt dan afge­ huurd lijken te zijn. Zo zitten wij soms heel dicht bij het illegale. Wie een al te klassieke visie op de kunst in Watou zoekt, voelt zich onveilig, voelt zich bedrogen. En dat is geen toeval, dat is een bewuste keuze, die noch mijn directe entourage, noch mijn vrouw, noch mijzelf spaart. Via het experiment, via een wat verontrustende LAT-verhouding poëziebeeldende kunst zijn wij zelfs in een vorm van artistiek “internationalis­ me” terechtgekomen. En een kosmopolitisch parfum begon de laatste jaren te concurreren met de geur van varkensstallen. Weinig op deze aard­ bol is ons nu nog vreemd : Vermeersch, Raveel, Claus, Fabre, D’haese, Broodthaers, Panamarenko : en nog zovele anderen, en nog zovele dich­ ters van formaat : ze bonken op deuren, ze doen aan artistiek grensverkeer. Een Japanse uitgever en collectioneur belde mij vorig jaar vanuit Zaventem met de melding dat hij anderhalf uur later met een taxi voor mijn deur zou staan en dat hij voor drie maanden een dichter nodig had in Japan. Volgens de meest recente gegevens wordt Watou ’95 in de nabije toekomst heel exact uitgewerkt in een Japans dorp. De telefoon en de fax zijn aan duidelijke slijtage toe. De wereld stroomt binnen. Moeten wij ondertussen schotbalken zoeken ? Zandzakjes aansleuren om onszelf te beveiligen ? 186


Blijf gewoon jezelf, jongen, gaf mijn moeder mij als lijfspreuk mee. En als de story van de poëziezomers geen verhaal is met een open einde, dan is het er wellicht toch één met grote openheid. Vandaag heeft Wakken mij teruggeroepen. Bij zo’n feestelijke roep valt er te danken. Wie ik ondubbelzinnig liefhad, vindt zichzelf terug in frag­ menten van mijn gedichten. Dat daarin een literair ik niet noodzakelijker­ wijze een biografisch ik werd, behoort tot de risico’s die je neemt als je je aan het schrijven zet. Toch moet de naam hier vallen van Agnes, mijn vrouw, zij deelde samen met de kinderen inspiratief wat bijna ondeelbaar leek. Zij is daarenboven die ijzersterke schouder waarop soms heel mijn gewicht terecht kan. Ik dank ook mijn ouders die zich geborgen houden dicht tegen de Wakkense kerkmuur én in mijn gedichten. Of die daar vei­ lig zijn, kan ik alleen maar vermoeden. Ik dank mijn familie voor de rit­ selende nestwarmte. Onomwonden mag ik zeggen dat de jonge Wakkense burgemeester en zijn ijverige entourage alle lof verdienen voor deze fees­ telijke stunt. Vooral omwille van hun doorzettingsvermogen en het feit dat ik mij nogal stiekem opstelde als een vlieger aan de grond. Ook de diverse sprekers wil ik danken. De heer minister van cultuur die zichzelf de moed toeeigent te zeggen over West-Vlaanderen wat in Brussel niet valt te verzwijgen. Ik dank de precieus synthetiserende Rudolf Van de Perre, ik dank de ontwapenende woordstrateeg en vriend Gaston Durnez, ik dank Anton Korteweg, die in het Noorden een grote verantwoordelijkheid draagt tegenover de literaire wereld en in het Zuiden zijn tweede, creatieve adem loswandelt. Ik dank Chantal Pattyn die met haar stem en haar look meerwaarde aan de gedichten gaf. Ik dank de twee, drie vrienden (ik noem geen namen) die mijn gedichten lezen als die nog gedeeltelijk in het klad zitten. Hun gom heeft mij vaak overtuigd van de efficiëntie van wit. Mijn lievelingskleur. Ik dank tenslotte alle aanwezi­ gen. Ze hebben niet getobd. Ze zijn zomaar gekomen. Zo probeerde ik ook zonder omwegen terug te keren vanwaar ik kwam. En die retour is nog niet ten einde. “Wat langzaam scheidt, blijft altijd duren.” Gwy MANDELINCK (Guido Haerynck)

187


Adressen van de auteurs : Johan Buyck, Klijtenstraat 77, 8700 Tielt Koen Degroote, Markegemstraat 88, 8720 Wakken Luc Martens, Ten Hove 32, 8800 Roeselare Rudolf Van de Perre, Blaekmeers 81, 1790 Hekelgem Gaston Durnez, Nieuwendijk 16, 2222 Itegem Anton Korteweg, Wasstraat 23, 2313 J.B. Leiden, Nederland Guido Haerynck, Kapelaanstraat 2, 8978 Watou

INHOUD VAN DE 28ste JAARGANG (1997) nr 1, maart 1997 R. Ostyn, ‘In zilver een keper van keel Het verhaal van Tielts wapenschild R. De Brabandere, 17-de eeuwse reconstructie van de Vorte Bossen in Ruiselede Fr. Hollevoet, Afgevaardigden uit de Roede van Tielt (1404 - 1476) Fr. Hollevoet, Aarseelse vrijbuiter vermoordt Markegemnaar in Wakken (1592)

blz. 2-17 blz. 18-29 blz. 30-36 blz. 37-40

nr 2, juni 1997 I. Ceyssens, Benjamin Christiaens (1844-1931) I. Demarrez, Meerlingen in de parochieregisters van Meulebeke (1625-1797)

blz. 42-59 blz. 60-80

nr 3, september 1997 R Struyve, Van hoelahoep tot industrieel profiel : de geschiedenis van Injextru Plastics (1947 - 1997) in het licht van 70 jaar kunststofverwerkende industrie in Tielt en Pittem

blz. 2-124

nr 4, december 1997 J. Buyck, Andries Benoit Stéven : de eerste Tieltse drukker-boekverkoper. Aanvullende biografische en bibliografische gegevens. Redactie, Streekgenoot Gwy Mandelinck K. Degroote, Een gevoel van fierheid L. Martens, De man van Watou R. Van de Peire, De poëzie van Gwy Mandelinck G. Dumez, De dichter met de grasmaaier A. Korteweg, Een Vlaming die ik erg bewonder G. Mandelinck, Wat langzaam scheidt, blijft altijd duren

188

blz. 126-164 blz. 165-166 blz. 167-168 blz. 169-173 blz. 174-177 blz. 178-181 blz. 182-184 blz. 185-187


Rouwdienst DHONDT

ALGEMENE ELECTRICITEIT

Debusschere E.&L.

Bruggestraat 43 - 8700 TIELT Tel. (051)40 07 15 Fax (051)40 73 37 GSM (075) 32 77 08

Stationstraat 103 8700 HELT Tel. (051)40 02 27 B

Privaat- en industriële installaties Laagspanningsinstallaties Winkelverlichting Studie - Advies - Uitvoering

C U LTU U R LIG T ONS

§ 1

□ BANK VAN ROESElflRE [3 Ó

n z e

B

a n k

v a n

(A )

t o t

(z )

» « .

makenwegraag#

energie ö

vrij.

G R 5ELLVE5T ELECTRABEL-0 MENS.

MILIEU

EN

ENERGIE

Kortrijksestraat 86 - 8700 TIELT Tel. (051) 42 31 11


.

â&#x2013;

Profile for Roede van Tielt vzw

De Roede van Tielt Jaargang 1997  

De Roede van Tielt Jaargang 1997  

Advertisement