{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

^Cÿ'Cierf-1 ^\7eu XZ&ïnuen ip a m a st ;.. * -, â 1

\a n lte c ro s

H Schaubr0

ö J\e<7nt BaAfieng

'■S-Penis ( H.-tten/w)

)?;oufr?ipiérn~] ik. /s"-'» •

Y ^ W Îc c k St/tnarJe, jf±r/> JL tZ e rkcu e si

?.

tlarten

v 4&su'>rs 4 fîa&sfapef \zZarzyÀej'f/f-_■>ƒ■; ^ T ’A oiU tixeU \ , «^7tu<?cet ■ & < /*

" ÿf

.%‘Xruifzda/e *S.BtU il

inÀt-us W te/sb ecfi .y iu ls t Q yqy'ik

t d e la ^ f â u ^ i

J>^.CSuevelÿ ,J

v

v \ S Ge2 clsJ£u#rtJjc s s L *H *. & JS ossuâÿ*â

- ^ Ê

T

f V

<

’^ £ <T£àunbouJv\p^L ^

Æ

Â

L

iCruy-snoufe

I)iJLch’< veç/.le m X\; f e ri’7

s*~£~7*îu/ien

£

rrn e .

(Cw*

Vvï/Sf/TT v ^ i< .


Het gaat allemaal in een

moeite door

w a n t bij d e

Bank van Roeselare en West - Vlaanderen kunt U

b e s t te r e c h t

v o o r w e rk e lijk al

u w fin a n c iĂŤ le z a k e n

w a t o o k d e a a rd o f d e o m v a n g e r v a n zij.

H e t is d e B a n k w a a r ie d e r e e n z ic h th u is v o e lt !

A g e n ts c h a p Tielt, M a r k t 2 4 .


DE ROEDE VAN TIELT 1Ieemkundigc Kring voor I icli vn tic gemeenten van tic vroegere Roede van Tielt. Lid van het W'estvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde. Voorzitter :

P. Vandepitte, Driesstraat 9, 8880 Tielt. Tel. 051/40.17.00 Ondervoorzitter : Gh. Vandeputte, Statiestraat 83, 8780 Oostrozebeke. Tel. 056/66.60.91 Secretaris : Ph. De Gryse, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt. Tel. 051/40.18.38. Redactie : J. Billiet, Tielt, redactiesecretaris P. Vandepitte, Tielt Gh. Vandeputte, Oostrozebeke Ph. De Gryse, Tielt F. Thiers, Tielt A. Van Doorne, Gent O. Vanlaere, Wingene R. Vanlandschoot, Tielt

Lidmaatschapsbijdrage: 200 fr. (te storten op P.R. 39.84.1 1 van De Roede van Tielt, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt). Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht. INHOUD VAN DIT NUMMER : Ph. De Gryse, Inleiding A. Lowyck, Werkdocument voor de studie van de Boerenkrijg in het Tieltse (2e deel) A. Van Severen, Leo D'Hulster (1784-1843), een vergeten dichter uit de Hollandse tijd (1e deel). O. Vanlaere, Onze windmolens. Gh. Vandeputte, De anti-mussengilde van Oostrozebeke E. Vattelin, IVeulebeke tijdens de meidagen Ph. De Gryse & W. Devoldere, Zo leefde gedurende het jongste halfjaar Divers Het Boekenhoekje van de Heemkundige

Wettelijk depot: D 1974/1623 1

blz.

2

blz.

4

blz. blz. blz. blz.

45

blz. blz. blz.

76 87

63 69 71

88

Druk E. Vevs, Tielt


INLEIDING

Zelfs een heemkundige kring zou eigenlijk alleen van goede tradities mogen houden. . . Het is dus niet met opzet dat wij u weeral zo lang hebben laten wachten op uw tijdschrift. Maar de toekomst brengt beterschap. Dit is geen ijdele belofte : onze jongste beheerraad zette een stap in de goede richting met de benoeming van een redactiesecretaris. Voor onderhavig nummer werkte hij nog maar gedeeltelijk mee. Einde september en in december mag u met zekerheid een aflevering van ons tijdschrift in uw bus verwachten. Onze kring was evenwel niet onactief tijdens de eerste helft van 1974. Wij zetten het jaar in meteen algemene ledenvergaderingen een lezing van E. Poel voorde over "de bijdrage van een heem­ kundige kring in de uitbouw van een streek : ruim telijk en cultureel". Met de steun van andere verenigingen brachten we vervolgens J. Decavele naar Aarsele — zijn geboortedorp - om er ons te spreken over de opkomst van het protestantisme in onze streek. Begin juni verleenden wij onze medewerking aan de enig mooie en zeer geslaagde tentoonstelling over "Volksaardewerk in Vlaanderen" te Zwevezele. Onze kring stond voor het eerst in voor enkele bladzijden geschiedkundige teksten in "In fo -T ie lt". En ten slotte trokken wij met een groepje leden naar het middeleeuws riddertornooi te Brugge. Statutair moest de helft van onze beheerraad begin 1974 aftreden. Dit bracht wat vers bloed mee; de samenstelling van de nieuwe beheerraad kan u lezen in onze actualiteitenrubriek, onder "T ie lt". Met grote spijt moesten wij het ontslag, om gezondheidsredenen, aanvaarden van twee trouwe beheerders : J. Lemey en O. Vanlaere. Deze laatste nam meteen ontslag als ondervoorzitter, maar b lijft aktief in de redactieraad. O. Vanlaere was één van de stuwende krachten bij het ontstaan van onze kring en vooral hij drong aan op het uitgeven van een tijdschrift. Aan beiden hartelijk dank voor de bewezen diensten. Als nieuw ondervoorzitter werd Gh. Vandeputte verkozen. Met de wijsheid eigen aan zijn leeftijd was hij reeds één der steunpilaren van onze kring, even geestdriftig en werklustig als de jongsten onder ons. Inmiddels schijnt de oproep van de voorzitter, in het vorig nummer, om oude gastronomische recepten in te sturen spijtig 2


genoeg geen gevolg te krijgen .. . Uiteraard zijn andere bijdragen ook welkom. Wij zullen niet beweren dat de kortste ook steeds de beste zijn, maar ze zijn wel enigszins zeldzamer en vyij zouden dus heel gelukkig zijn er een flin k pak te mogen ontvangen en te kunnen afdrukken. De oproep tot bereidwillige leden met tijd — nog een zeldzaam­ heid ? — werd evenmin beantwoord. Wij willen hem met grote aandrang herhalen, vooral met het oog op de twee grote activi­ teiten die wij op het programma staan hebben voor dit najaar : begin oktober de herdenking "350 jaar Paters Minderbroeders te T ielt" en, einde oktober & begin november, de heemkundige initiatiecursus "T ie lt en omliggende". Er is tenslotte nog een reden to t lichte ongerustheid : voor het eerst is het aantal leden en abonnees verminderd, ja zelfs be­ trekkelijk gevoelig geslonken (van 307 tot 260). Is de verhoging van de lidmaatschapsbijdrage daarvan de oorzaak ? Of het onregel­ matig verschijnen van het tijdschrift ?x De inhoud ervan ? Zeer graag ontvingen wij het oordeel van tevreden en ontevreden leden en lezers. En wie spant zich, samen met ons, persoonlijk in om het tij te doen keren ? Voorliggend nummer biedt u het vervolg van het zuiver weten­ schappelijk werk van A. Lowyck over de Boerenkrijg in het Tieltse. In een uitvoerige en diepgaande studie haalt A. Van Severen dichter Leo D'Hulster uit de vergeethoek; herinneren wij er terloops aan dat onlangs, mede door toedoen van onze kring, te Tielt een nieuwe straat naar Leo D'Hulster werd genoemd. Ge­ degen molen kenner O. Vanlaere vat in dit nummer een molen­ rubriek aan. Dat Oostrozebeke opnieuw aan bod komt, danken wij weer aan Gh. Vandeputte. E. Mattelin is uw gids doorheen Meulebeke in 1940. Onze aktualiteitenrubriek is u al voldoende bekend. Reeds wordt gedacht aan een gepaste eerste-lustrumviering in april 1975. Suggesties ? Ph. DE GRYSE.

3


WERKDOCUMENT VOOR DE STUDIE BOERENKRIJG IN HET TIELTSE.

VAN

DE

BIJLAGE I.

KORTE LIJST VAN GEMEENTEN WAAR DE BOERENKRIJG UITBRAK. AARSELE. Op 5 Brumaire (26 okt. ) kwam een compagnie brigands van over de Schelde de gemeente bevrijden. Ze begonnen met de vrijheids­ boom om te hakken, deden de storm klok luiden en verbrandden de papieren. Bij citoyen VERHAEGE kregen ze pistolen. In de nacht van 6 op 7 Brum. 1798 kwam een nieuwe kolonne van Schuiferskapelle onder aanvoering van hoofdman DERXSEN, gewoonlijk Biereman genoemd, smid van stiel. Ze vroegen de rest van de papieren en verbrandden ze, samen met de vrijheidsboom. Ook veldwachter VEREECKE van Kanegem nam deel aan een opstand, komend uit Deinze. Brigands: LIEBAERT, VANDEW ALLE JOZEF en PIETER VANDEWALLE. Bronnen. RAGBg. AM. 182.1.34.89.10; 44 PV.; RAG. AM. 1.2027.2.13 L. 126, 215, 273, 386, 387, 436; AL. 250, 316 en 317.

DENTERGEM. Op Brigandszondag werd de bevrijding een feit. Een halve compagnie brigands gewapend met stokken en sabels, openden de kerk, lieten de klok luiden en verbrandden feestelijk de papieren en de vrijheidsboom. Bronnen : AL. 491.

4


EGEM. (Zie Pittem). PIETER HEYDENS en JOZEF VAN MAELE uit Egem werden aangehouden te Oostrozebeke. Opgezochte Brigands : VAN SEVEREN, zoon uit het gemeentehuis, PIETER KINDT, leurder, WAMBREECKE, knecht. Zijn ook TURBOOT en IVO EECKMAN van hier ? Zij allen namen deel aan de bevrijding van de gemeente. Bronnen. RABg. AM. 182.1.2 grote lijst; L. 161, 189, 202, 344, 406, 410, 477, 412. Zie Pittem; AL. 291.

KOOLSKAMP. Brigands : gebroeders DAMMAN Ivo en Leo, JAN DE BLAERE. Bronnen. RABg. AM. 182.1.33.8879; en 182.1.33.8915 en id. 37.; PV2, L. 79, 80, 53, 185bis 154. AL. 210.

KANEGEM. Op 5 Brumaire (26 oktober) kwam hier een halve compagnie brigands aan. Ze waren maar gedeeltelijk gewapend met stokken, geweren en sabels. Ze kwamen van over de Schelde. Ze lieten de alarmklok gedurende een kwartier luiden en riepen de mannen op. Papieren, wetten en verordeningen werden verbrand. In de nacht van 6 op 7 Brumaire kwam een nieuwe groep onder leiding van hoofdman Derxens, smid te Schuiferskapelle, en vroegen de municipale agent of hij alles had afgegeven. Daarop werd zijn huis geplunderd, de papieren en de vrijheidsboom verbrand. De kolonne marcheerde verder naar Aarsele. Aangehouden brigands : GOETHALS Alexander, winkelier en handelaar in meel, 24 jaar. Opgezochte brigands : VEREECKEN Fr., veldwachter, 26 jaar, nam deel aan de opstand te Deinze en Aarsele. MARTENS Bernard, deserteur uit het Oostenrijkse leger, kleermaker; VERBEKE Auguste, werkman; Pastoor GOEMINNE Jac., onder­ pastoor DE BRABANDERE Leon Fransen MATHEUS. Bronnen. RABg. AM. 182.1.34.8910; LB; RABg. AM. 182.1.2. grote lijst. L. 5


87, 178, 179, 222, 421, 436, 126, 229, 237, L. 87; 126, 178, 179, 222, 229, 237, 421, 436, A L 191; 201 en 250.

MARKEGEM. Op Brigandszondag werd de gemeente bevrijd door een groep mannen enkel bewapend met stokken. Ze lieten de klok luiden en de municipale agent gaf hen de ''getimberde'' papieren, wetten en verorderingen alsook zes flessen wijn. Op "de plaats" werd de vrijheidsboom omgerukt en samen met de papieren verbrand. De groep kwam van Wakken. Opgezochte brigands: VAN KEIRSBILCK Jan; hij beukte te Wakken de deur in van het commissaris­ huis. Bronnen. RABg. AM. 182.1.34.8911 en 1.2027.2.13; L. 399; 401, AL. 320. PV. Markegem.

MEULEBEKE. Bevrijd op 26 of 27 oktober, werd onder feestgejuich de vrijheids­ boom plechtig neergehaald, terw ijl de gemeenteraad en de vrede­ rechter aanwezig waren. Op 9 Brumaire kwam een kolonne brigands met tamboer op kop in het dorp. Op 30 okt. herplantte een Franse kolonne de boom. Men zette er twee schildwachten bij. Gevangen brigand : Jan Frans MAES, 25 jaar, liedjeszanger, hij ontsnapte te Tielt, maar werd weer aangehouden;gesneuveld : Piet BAECKELANDT en 1 onbekende dode. Bronnen. RABg. AM. 8790 en 182.8 bis en 182.1. 26.8928 en 182.1. 26.8774 en 1.1996.37.1186 Rep. 1481; L. 8, 77, 149, 217, 252, 353. AL. 224. PV. Meulebeke.

OESELGEM. Op Brigandszondag, om 4 uur in de morgen, kwamen de brigands hier aan. Ze waren enkel gewapend met stokken. Ze lieten de klok een half uur luiden en eisten de ganzeroeren op bij de parochianen. De papieren, wetten en verordeningen werden verbrand op "de plaats". 6


Bronnen. RABg. AM. 182.1.34.8911 ; 43 PV; L.328; AL. 230 en 340.

OOSTROZEBEKE. Op Brigandszondag kwam hier een groep brigands aan. De bevrijding werd een uur door de klok geluid en de vrijheidsboom omgerukt. Deze gemeente was de brigands zeer gunstig gezind, want wat de commissaris van het onderzoek ook navroeg, niemand had er de brigands zien komen, noch weggaan. Aangehouden brigands : VAN SEVEREN Amand, kuiper, luidde de alarmklok en had de vrijheidsboom omgelegd (34 jaar); BAECKELANDT Jos., metser (34 j. ). Opgezochte brigands : MEYERS Jan, geboren te Keulen, metser (39 j.); SEGAERT Emm., werkman (45 j.); Fr. HUYS, dominicaan. Bronnen. RABg. AM. 182.1.34.8911; 47 PV.; RABg. AM. 1.2027.2.13.; L. 9, 77, 156, 194, 241, 315, 409 en AL. 317.

PITTEM. Op 6 Vendémiaire (Rozenkranszondag) werd hier door DE SIMPELAERE, VANSEVEREN, de gebroeders CALLEWAERT en VAN DEN BROUCKE een "blasphème commis sur la cocarde nationale française, q ui à été fouliée à pied publiquem ent". Zij beten erin met hun tanden. Op 25 oktober kwam commissaris Esmonnot, die te 3 u. 's nachts van Tielt vertrok, om vijf brigands aan te houden. Eén ontsnapte. Men betoogde op de markt. Een inwoner gaf hem "un coup de poing dans l'estomac, et m'a vom it des injures en langue flamande". Hij liet hem aanhouden, maar na een charge der huzaren werd hij zelf ontwapend, samen met brigadier Levaux, en moest de kerk laten openen, "e t par ce moyen ont dissipés les méchands". Op diezelfde 4 Brumaire (25 okt.) kon Esmonnot in het Tieltse elf oproerlingen aanhouden. Op 5 Brum. wordt Pittem te 7 uur door zes compagnies bevrijd. De stormklok wordt geklept. Esmonnot kwam af, liet de gevangenen over aan zijn kolonne en trok met de vijf gendarmen Crocq Cartelliez, Vincent, Bordaix en Crikle, het dorp binnen. Zij werden gevangen genomen, moesten voor de opgerichte Kalvarieberg, op het dorpsplein, knielen en werden in het dorp opgesloten. De brigands trokken op naar Tielt, samen met compagnies van 7


Zwevezele, Ardooie, Koolskamp en veroverden de stad. Zij komen daarna in verbinding met “ het Scheldeleger der Belgische vrij­ willigers” . Terwijl de brigands weg waren, kwam het overige deel van de kolonne Esmonnot bevrijden en zij vluchtten in allerijl naar Brugge. Op 6 en 7 Brumaire werd de storm klok opnieuw geluid (zie ook Tielt en omliggende, alsook de lijst der gevangenen van deze gemeenten). Aangehouden brigands : hoofdman MATHEUS

8


Leo; August ELSLANDER; Lieven DEVOS; Ignaas VERCRUYSSE; Jan VERHEYE; Lode VAN DAELE; Jan DE BLAERE, Jozef STRAGIERS; Jac. LESAFFRE (Oostenrijkse deserteur); Pieter HEYDENS en Jozef VAN MAELE. Opgezochte brigands : Dries DAMMAN, hoofdman en broer Ivo; Jozef W AFELAERT (nam een paard van een gendarm, die aanhoudingen kwam verrichten en vluchtte er mee); BOMMARREZ, Augustin; BOUTTE (molenaarszoon, hield de voiture van Esmonnot aan); Ivo CALLEWAERT; de zoon van Frans RIJSTHERE VERHELLE; EM. HEYDENS; DEVRIENDT (ferblanterie, horloges); VANSEVEREN, zoon uit het Gemeentehuis; P. VAN DEN HENDE, alsook Pieter KINDT, leurder en WAMBRECKE, knecht. Deze twee laatsten zijn waarschijnlijk uit Egem. Ge­ storven : Jan TURLOOT; Ivo EECKHOUT; Karei VAN WALLEGHEM, Lodewijk VAN DAELE en Lieven DEVOS. Bronnen. RABg. AM. 182.1.26. A. en 182.1.26.8774 en 182.1.37 en 182.1. 21.8909 en 182.1.2. grote lijst 3 LB.; AR. 130; AR. PrH. 15.2 en 15.4; Opdebeeck, La guerre, 20,; PV; L. 27, 28, 39, 53, 55, 72, 79, 80, 81, 130, 143, 145, 154, 161, 162, 187, 188, 202, 204, 209, 214, 227, 302, 314, 336, 344, 359, 366, 372, 389, 406, 410, 412, 415, 429, 430, 431, 442, 473. AL. 108 en 201-210 en 300-314.

RUISELEDE. Op 26 oktober komt hier de compagnie brigands van Schuiferskapelle langs. Ze zijn op weg naar Waregem. Omwille van de bevrijding van de gemeente op 27 oktober, werden commissaris Leduc, president Jan van Vrente en de veldwachters Deschijveren Schatteman, alsook veldwachter Van Der Gucht, die eveneens apotheker was, gedwongen te vluchten. De echtgenote van de gevluchte veldwachter P.J. Van Vrente werd gedwongen de soldij van de brigands te betalen. De Kalvarieberg werd "m e t plechtig­ heid" heropgericht. Op Allerzielen werd het dorp heroverd door de Fransen, en de Christus in het vuur gegooid, terwijl men de " Carmagnole" danste. De klokkekoorden werden doorgesneden, omdat men geklept had. Gevangen brigands : BRAED; VAN DE VOORDE; WADOUX Jacques, spion : hoofman Abraham VERBRUGGE; D'ERTOGE; Judocus DEVRIEZE : Judocus BRUANE, knecht; hoofdman Jan DECLERCK, glazenmaker; Jan MAES; Theresia GALLE, trok de stormklok opdat men de 9


brigands zou ter hulp trekken in de richting van Schuiferskapelle zij werd bijgenaamd BOGGE; Emmanuel DE SMET. Opgezochte brigands : VERDAEST Jan, hoofdman; Charles MATISE (MATTHYS ? ) hij beukte de poorten in van het commissarishuis, DIERDONCK en MESTDAGH. Bronnen. RABg. AM. 182.8.4 en 182.1.34.C. en 182.1.36 en 1.2027.2.1 Ibis; LB; AR 2; L. 40, 44, 92, 124, 126, 133, 146, 151, 173, 215, 217, 229, 237, 260, 316, 383, 423, 433, 478; Al. 209. PV. Ruiselede. SCHUIFERSKAPELLE. Op 5 Brumaire (26 oktober) te 10 uur wordt het gehucht bevrijd. Aanvoerder was smid DERXSEN, bijgenaamd Bierman, geboren te Setten (N. Nederland). Onderhoofdman was de Bruggeling Jacobus HEINDERICX, muldersgast bij landbouwer TREMMERIE. Eerst werden de Franse kokarden op de grond gegooid en vertrapt, daarna de vrijheidsboom omgerukt. Citoyen Matton, school­ meester, moet het kruis geknield kussen vooraleer het op "de plaats" opgericht wordt. Daarna tre kt men over Ruiselede naar Poeke, waar het kruis reeds heropgericht was. De vrijheidsboom wordt er "uitgesmeten". Men rukt verder op naar Waregem, waar men te 10 uur aankomt. Ook Aarsele w ordt in de nacht van 6 op 7 Brum. bezocht, 's Zondags was de compagnie van Schuiferskapelle te Tielt, waar ze tegen de gendarmerie vocht en 's avonds vierde men te Schuiferskapelle het terugtrekken der Fransen binnen K ortrijk. BIERMAN werd ter dood veroordeeld, maar wist te ont­ snappen. Ook HEINDERICX werd aangehouden. Jan HUYS, VAN LOKEREN werden hier opgezocht.

Bronnen. L. 73, 103, 126, 190, 195, 402, Al. 201 to t 210; 301.

St.-BAAFS-VIJVE. Op 6 Brumaire (27 okt.) kwam een kolonne, gevormd te Waregem, over St.-Elooi-Vijve hier aan. Ze bevatte 400 man en de ene compagnie was bewapend met geweren, de andere met stokken en zeisen. De municipale agent gaf de papieren, die verbrand werden op "de plaats", waar ook de vrijheidsboom omgehakt werd. 10


Aangehouden brigands : P. VLEI RICK (45 jaar) om de sleutels te halen van de toren, werkman; Ignaas TACK, deserteur uit het Oostenrijkse leger (27 jaar), werkman; Frans DEGRAEBEEL of CRABEEL. Bronnen. RABg. AM. 182.1.34.8911 en 1.2027.2.13 en 48 PV. 22 Frimaire; L. 337, 467., A L 303.

TIELT. Op 5 Brumaire (26 okt.) te 10 uur werd Tielt bevrijd door compagnies brigands komende van Pittem (zie deze gemeente). Politiecommissaris Priem wandelde in volle majesteit op de markt. Hij vluchtte binnen in de herberg "Fransch Schild", thans apotheek Wostijn (1948) en legde er de sluier en kocarde af. Over de muur vluchtte hij bij citoyen Delcambe en verborg zich in de paardenstal, 's Avonds ging hij huiswaarts, maar men kwam "scharminkelen". De ruiten van zijn huis werden ingegooid. Het "dom icile" van citoyen Esmonnot, kantoncommissaris, werd geschonden. De deur van zijn bureau werd met sabelstoten en bijlslagen ingebeukt. Ook de papieren van een kamer ernaast werden geplunderd. Aanvoerder was hier dokter REGELBRUGGHE. Daarna kwam het stadhuis aan de beurt. Hoofdman Jos. VERHEYE zocht de registers. Kapitein Frans DE COUR, hoofdman VERCRUYSSE en DE MEULEMEESTER waren aanwezig, terwijl de ontvangerij onderzocht werd. De kerk der paters werd opnieuw geopend. Het kruis bij de kerk werd hersteld en hoofdman VERHEYE vereerde als eerste "Ie crucifix". Toen de onderzoeksrechter later vroeg "Waarom gingt gij publiekelijk le ze n ? ", antwoordde hoofdman VE R H EYE : "omme de gedachtenisse van mijnen Saligmaeker te verheerlijcken". Op 27 oktober kwamen de brigands aan, waaronder boeren, gewapend met zeisen en vlegels. De anderen hadden sabels en "fusieken". Het secretariaat en de raadszaal werden ingebeukt, de vlaggen en "de plakkaten der wetten" meegenomen. Het enregistrement moest eraan geloven, de kas werd geplunderd alsook de persoonlijke bibliotheek van de ontvanger. De vrijheidsboom omgehakt. Ze vertrokken te 2 uur naar Pittem en vandaar naar Lichtervelde. Dezelfde dag werd de vrijheidsboom herplant en danste men de carmognole. Men besloot een burgerwacht, samen­ gesteld uit republikeinse burgers, op te richten. Er waren geen 11


I

01 -

i0 Staô - Sljielt

Eeuwfeest van &

V» «i «JSi*j &

-♦—!■

¥ ft

179 S = 1S 9 S

•!—♦■•

vereerd dooi de tegenwoordigheid yau den E d e le n

Heer

BARON

vV

R U ZETTE

Gouverneur yan West-Vlaaudereu.

^ mm & f

sü r

Prijs

*

■ *$ 1* ■

10 cent. V

y

t£ 5 ï o^J> J.-D . M innaert, drukker.

liefhebbers genoeg. Op Brigandszondag nam de groep van Schuiferskapelle de stad opnieuw in. Politiecommissaris Priem, vrederechter Coeur, belastingontvanger de Rommelaere, ontvanger van domeinen Maree, de ex-recolettenbroeder Van de Bosch, alsook de gemeenteraadsleden moesten eraan geloven. Gemeente12


raadslid Vanderbrugge werd mishandeld. De gendarmen kregen slagen en de gendarmerie werd geplunderd. Op 29 okt. werd hier de vrijheidsboom herplant, toen de Fransen terug kwamen en danste men de carmagnole, 's Anderendaags werd Tielt terug ingenomen door de brigands en daags daarna door de gendarmerie. Doodgeschoten brigands : te Doornik : F. DECOUR. Gevangen brigands : Chirurgijn Jan REGELBRUGGFIE, hoofdman; Inguelbert VAN DER SCHAEGE, jonkman; Jos VERHEYE (vader), koopman; drie gebroeders DEMEULEMEESTER, beenhouwers; Leo VANDEWEGHE, bakker; Jos. VANDEWEGFIE id.; Fr. VERDAEST, id.; VANALLEVELHE Roger “ cordonnier"; Armandus QUARTIER, mulder; FR. DERIJCK, herbergbaas; Romaan VANZEVEREN, kuiper; Pieter VAN WONTERGHEM, huurhouder; landbouwster-weduwe GAMPELAERE-CLAES, genaamd Nelleke Ornuyt; Emmanuel VERSTRAETE, timmerman; Bernard SAERTEL, draaier; Rosa VERDURE, "file use"; Jan FONTAINE, “ perruquier"; Pieter Q U IKELBERGHE, kleermaker; Pieter DECOCK, kleermaker; J.B. DERUYCK, werkman; Jozef VERSCHAEGE, id.; Emmanuel de KAYSER, id.; Jos de KAYSER, id.; Fr. CRABEEL (zoon), id; P. MAES, id.; Judocus GOEMAERE, id.; Armand RIVIERE, id.; Fr. SCHOUTEET en zoon; Charles LAMPAERT, landbouwer; Frans HOURY, Oostenrijks deserteur; Jan HUYS, landbouwer op grote hofstede; VAN DECASTE ELE Pieter. Opgejaagde brigands : Jozef LARMUSEAU, kapitein; Jos. VERLE, hoofdman, Oostenrijks deserteur; Pieter-Jan DERCXEN, smid van Schuiferskapelle, bijgenaamd “ Biereman"; Emmanuel GREFFIER en kapitein Jan FUSTER, landbouwer; Lieven SAMOIER's zoon, landbouwer; Willem VANBRUAENE, landbouwwerkman; Jan VALANCIEN, werkman; Bern. DENEERT, Oostenrijks deserteur; PIETER CORNEPERRE, DENERT, HALLAERT, Pieter MAES; onbe­ kende knecht VAN LOKEREN, Pieter PERSYN; Weduwe REGELBRUGHE; dochter SIMOENS, Jean Bte TUREYN, VAN CANEGHEM, VANDER DONCK, VANDESCHAEGE, VANMAELE, VAN WONTERGHEM, VERCRUYSSE, VOISIN. Speciaal weze hier vermeld aalmoezenier — pater Jacobus VERGAUWEN. Bronnen. RABg. AM. 1.1946.37 en 182.1.8909 en 182.1.26 zonder nummer en 182.37 en 1.2027.2; AR. dossier 90.2 en 15.4 en 3.1. en AR Pr M. passim T.52. gebruikt in Samyn, Fr. Revol. in VI., 157, 13


202, 125, 218, 321, 369, 445,

206,2 10 ;L 65, 72, 76, 89, 92, 98, 99, 102, 103, 114, 119, 126, 127, 157, 168, 170, 177, 181, 185, 192, 195, 206, 209, 238, 239, 240, 268, 285, 291, 292, 295, 296, 301, 313, 317, 322, 326,336bis. 343, 346, 351, 355, 356, 358, 362, 363, 376, 379, 386, 389, 390, 391, 405, 416, 417, 427, 432, 434, 455, 464, 469, AL. 303 en 403 to t 413.

WAKKEN De gemeente werd bevrijd op 6 Brumaire (27 okt.) te 10 uur door een compagnie brigands komende uit Waregem over St.-Elooi-Vijve en St.-Baafs-Vijve. De koster moest de sleutel van de kerk geven en men luidde gedurende anderhalf uur de klok. Het "Te Deum" werd gezongen door de pastoor Jan André VEREECKEN. Daarna hebben ze op het gemeentehuis en het secretariaat de papieren weggenomen en ze verbrand, samen met de vrijheidsboom. De deur van de municipale agent werd ingebeukt met een boomstan door Jan KEIRSBILCK uit Markegem. De overlevering wil dat de olijke Wakkenaars later de schade, door de Carmagnolen begaan aan hun kerk, door de Fransen lieten vergoeden. In elk geval is er een rekening op het proces te Amiens ingediend op de waarschijn­ lijk uitgevonden naam van citoyen Jean Baptise Waeken van 185,47 Frs. Die "staat" droeg nummer vier en werd goedgekeurd door de rechtbank van Amiens. Wakken is ook de enige gemeente, waar benevens "Leve de Keizer" ook "Leve de Paus" riep, tenminste voor zover onze opzoekingen reikten. Opgezochte brigands : VAN LAERE J.B. “ épicier" (44 jaar) en zoon Pieter (16 jaar); ALEXIS (44 jaar), werkman; BENISSI Lodewijk (20 jaar) id.; VEREECKEN J.A., pastoor (52 jaar). Uit het kanton Wakken : De SMET Benoit, " charon", VAN WASSENHOVE J., brouwer; ROBRECHTS Pieter, koopman, De BORCHGRAVE, VAN DIERDONCK. Bronnen. RABg.AM. 182.1.34 c en d en 182.1.34.8911 en 1.2027.2.13 en PV 14 Frimaire L. 3, 9, 20, 86, 87, 132, 151, 178, 179, 194, 222, 241, 303, 315, 337, 386, 399, 400, 401, 409, 413, 421', 435, 436, 479; AL. 304.

WINGENE. Het dorp werd bevrijd op 14

5 Brum., leverde minstens een


compagnie vrijwilligers. De hele gemeenteraad was brigandsgezind en steunde de brigands mild met geld. Op 8 Brum. werden hier 25 gendarmen onder COOMANS achteruit geslagen van Tielt to t Wingene. Ze vonden er 20 brigands, die er een kruis oprichtten. Volgens het verslag der gendarmen werden er twee gedood en ijlings vluchtte de gendarmerie naar Brugge. Gevangen brigands : zie lijst van Pittem. Bronnen. RABg. AM. 18.1.34. C.; L. 254; AL. 402 en 201.

ZWEVEZELE. Het dorp werd bevrijd op 26 oktober en men rukte op naar Tielt. Op 9 Brum. komen 6 compagnies brigands van Ardooie en een werfbureau geeft 46 escalins par tĂŞte. Te 5 uur van de volgende dag vertrokken de laatste drie compagnies en dan durfden de gendarmen een uur later het dorp naderen. Gevangenen (zie Pittem). Ondergedoken brigand : VERHELLE. Bronnen. RABg. AM. 182.1.26.8916 en 8920 en 37 L. 438; AL. 403.

15


BIJLAGE II.

LIJST VAN DE BOERENKRIJGERS IN HET TIELTSE. C. WAKKEN

3. ALEXIS.

— C. Wakken. Alexis, journalier. Avoir foncé la porte de l'agent et l'avoir pillé. Non arreté. LB. — Ouvrier. Wakken. Retraite inconnue (44 jaar). Prévenu d'avoir enfoncé la porte de la maison de l'agent de Wacken et d'avoir pillé. RABg. AM. 1.2027.2.13. — Alexis schijnt een "domestique” te zijn van de Vanlaere's en schijnt ais voornaam te staan onder de rubriek " onbekende Zie verder, nr. 400. INGELMUNSTER

8. BACKELANDT.

— Backelandt van Meulebeke (monument Kortrijk, OBV. 72 bis, RK. 984) Pieter Joseph, oud 48 jaren (Rl. 32., FT. 32., FT. 206., A Ing., BKK. 14.) geboren te Meulebeke (FT. 206., Alng., BKK. 14., TB. RBGB. 48) Vermoord op zijn hof te Ingelmunster bij zijn huis (FT. 206., BKK. 14., TB.RBGB. 49., SBKK.9.) om 1 uur in de namiddag (FT. 206.) op 27-10-1798 (Alng.) ingeschreven te Ingelmunster (TB.RBGB. 48., RI.32). — Backelandt Pieter brig. Meulebeke 1750-1798, MUDM. OOSTROZEBEKE

9. BAEKELAND.

— Baeckeland Joseph. C. Vacken. Maçon. Sonneur de tocsin, arreté. LB. — Maçon. Roosebeke. arreté. 34 ans. Zie Van Severen Armand, nota RABg. AM. 1.2027.2.13. C. WAKKEN

20. BENISSY.

— Benissy Louis. C. Wakken. Domestique. Vu dans les rassemble­ ments. Arreté. L.B. — Ouvrier, Wacken, arreté, 20 ans, d'avoir fait partie des brigands et d'avoir pillé chez l'agent de Wacken. RABg. AM. 1.2027.2.13.

SCHUIFERSKAPELLE — Zie Derxen. G.22 16

22 bis BIERMAN.


C. PITTEM

27. BOMMAREZ.

— Bommarez. Non arreté, retraite inconnu, dressé mandat d'amener. 16 Ventôse 7. Canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. PITTEM

28. BONTE

— Pitthem Boute fiis Auguste. A arreté la voiture d'Esmonot. Fils de meunier. L.B. — Bonte Augustijn (misschien Boute) non arreté, caché dans le canton dressé mandat d'amener. 16 Ventôse canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. — Augustijn Boutte, van de Kruisbergmolen (zie Boute). PITTEM

39 BOUTE.

— T. — Zie Bonte. C. RUISELEDE

40. BRAED.

— S. Génois, Braed Augustin, déjà arreté. LB. Zie Mestdach. LB. — Augustin Braed arreté, le dit Braed prévenu comme le premier ci dessus (Vandevoorde) fait partie des brigands et contraint des briqands également. C. Ruiselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2. C. RUISELEDE

44.BRUANNE.

— Bruanne Judocus C. Ruyselede Domestique Brigand arreté. L.B. — arreté le dit Judocus Bruanne prévenu d'avoir fait partie de la bande des brigands volontairement la journée du 5 et jours suivant et de tous temps s'est moqué des lois de la République. C. Ruiselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2. Il bis. domestique. Zou dat de domestique van Mestdagh niet zijn ? Zie Mestdagh. — Bruamme Judocus, brigand, Ruiselede, Fr. Tijd. MUDM, 82. — Zie nu Van Bruane. C. PITTEM

53. CALLEWAERT.

— Ives Callewaert — relletjes van 15 van de maand voor 3 Brum. arrêté — libre 29 frère de Léon. RABg. AM. 1.182.8. 8824. — Callewaert Ives non arrêté retraité dito (Coolscamp) dressé

17


mandat d'amener. 16 ventôse canton Pittem. RABg 1.2027.2.15 — P. 133; 154. C. PITTEM

AM

55. CALLEWAERT.

Leon Callewaert frère Ivens. — Zie Ives nr. 53. RABg. AM. 1.182.8.8824, blz. 1 en 2. — P. 153, 154. TIE LT — Zie Gampelaere. TIELT

65. CLEYS.

72.C ORNEPERRE.

— Pierre Corneperre, suspecté de brigandage se disant de Pythem et disant demeurer à Thielt depuis près de huit ans, sans passeport et sans carte d'inscription au register de population. Les procès verbaux constatant l'arrestation des 4 individus dessus ont été remis au juge de paix pour agir comme de droit. Esmonnot C. Thielt 18 Fructidor 7. RABg. AM. 1.1946.37 — 118. Rep. 1481. SCHUIFERSKAPELLE

76. CRABEEL.

— Die nu in 't kot zit, zone van den Chirurgijn van Capelle. T. 333. — Fr. Degraebeel LB. — Fois Crabeel fils arreté C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Zie degraebeel. KOOLSKAMP

79. DAMMAN.

— C. Pittem. Damman (deux frères) chefs; déserteur autrichien. Brigands non arreté LB-. — Damman Ivo frère aussi chef non arreté retraite Coolscamp dressé mandat d'amener. Canton 16 Ventôse an. 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. W aarschijnlijk jongste. — Je viens d'arreter le nomme Ive Daman de Coolscamp chef de la bande de mon canton, qui a prêché la foi aux habitants. Pittem 21 Nivôse 7. RABg. AM. 181.1.21.29726. — RDH, X V III. 380.

18


KOOLSKAMP

80. DAMMAN.

— C. Pithem. Damman, deux frères. Chefs, déserteur autrichien, brigand non arreté LB. — Léon Damman chef non arreté retraite inconnue dans le canton dressé mandat d'amener. Canton Pittem 16 Ventôse an 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. W aarschijnlijk oudste. — Je vous invite de me faire savoir le plus tô t possible si son frère Léon Damman (est déjà arreté) qui doit s'etre réfugié chez son oncle, ancien clerc d'église de Maria Kerke canton de Ghistele. Pittem 31 Nivôse 7. RABg. AM. 181.1.21.9726. — Veuillez donner des ordres pour qu’on arreté le chef de la bande de Coolscamp appelé Damman âgé de 20 à 25 ans fils de ce dit clercq de Coolscamp et maintenant sauvé chez son oncle C.D. clercq de la paroisse de Meerkerke pres d'Ostende de présent encore en cette commune. 22 brumaire. Hermite. RABg. AM. 181.1.24.9013. KOOLSKAMP

85 bis DE BLAERE

— Jean de Blaere de Coolscamp, prisionnier, 2 frimaire an 7. Arch. Pittem, kopie, nr. 275, blz. 29. WAKKEN

86. de Brochgrave.

— Petrus Judocus de Borchgrave. Zie levensschets in Gedichten door J. de Borchgrave. Gent. 1861.-AL. 15. KANEGEM/RUISELEDE

87. DEBRABANDERE.

— C. Vacken. Debrabander Léon. Ex vicaire. Suspect non arreté. LB. — De Brabandere Léon François 30 ans Caeneghem vicaire. 15 Nivôse 6 .LO.XVII. — Aalmoezenier De Brabander. AL. 9 — Zie RDH. X V III 380-382 Verkleed als ketellapper alsook RDH.XX. 343. Daaruit schreef iedereen af : Th. Sevens, Mgr. Cruysberg enz. RUISELEDE

92. DE CLERCK.

— Jean De Clerck arreté. Le d it Jean de Clerck vitrier de profession, prévenus comme chef des brigands dans plusieurs communes, 19 Nivôse 7, c. Ruiselede. RABg. AM. 1.2027.2. — Ruysselede. .. Ce vitrier deserteur autrichien vu à la tête de 19


brigands, non arreté. LB. — Ce citoyen Musschoot agent municipal de S. Georges fait rapport que sextidi dernier entre 11 et 12 h. du s o ir. . . un se nommant commisaire qu'on soupçonne être un vitrier de Ruyselede. RABg. AM. 182.1.18. F. — Gazette van Thielt, 10 Septembre. 1898. — 2° De Clercq, glazenmaker te Ruiselede (2) Waarschijnlijk een zoon van David en Maria De Backer, geboren in 1759 of 1760. — (2) = J'ai reçu votre lettre du 21 Brumaire par laquelle vous m'apprenez l'arrestation du nommé Declercq, vitrier, prévenu d'être un des chefs de la rébellion qui a éclaté dans votre canton. Staatsarchief Brugge (3). De echtelingen De Clercq- De Backer hadden twee zonen Frans van 1759 en Pieter van 1760. BKK. 20. Bemerk volgens gegevens boven dat het Jan is. — De Clercq, BDL. 95. 9., BDL. 97.57., TB. 35., OBV. 60., BTS. 29. — 4. Jan De Clercq, aanleider der Ruysseleedsche opstandelingen, tre kt naar Poeke, om den baron onderstand te vragen. 5. Tien burgers te peerde ('t gevolg van Jan De Clercq) trekken ten strijde langs Poëke en vandaar naar Ingelmunster. N.B. — De geweren, pistolen, sabels, enz. dezer mannen, zijn oorspronkelijke wapens van ten tijde van den Boerenkrijg (1799). X. Eeuwfeest van de Boerenkrijg, Tielt, 1899, blz. 21. TIE LT

95. DECOCK.

— Pierre Decock, tailleur, arreté. C. Tielt 14 Nivose 7. RABg. AM .1.2027.2.11. — T. 209. TIE LT

95. bis DE COUR.

— De Tieltenaar Frans Decour, die om de feiten van 26 October te Doornijk voor de kop geschoten G. 22. Zie Ducour. C. TIELT — Zie Fuster. C. TIE LT — C. Thielt Fr. Degraebeel. LB. — Zie Graebeel.

20

98. DEFUSTER.

99. DEGRAEBEEL.


C. H ELT

102. DE KAYSER.

— Joseph De Kayser ou Emmanuel onder C. Thielt. LB. — Emmanuel De Kayser ouvrier arreté, c. Tielt .14 Nivôse 7. RABg. AM. 1. 2027.2.11. — Naar Izegem. T. 367. 369. SCHUIFERSKAPELLE

103. DE KAYSER.

— Joseph De Kayser ou Emmanuel. LB. — Joseph De Kayser idem (ouvrier) arreté. C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Joseph de Keyser. T. 321. C. TIELT

114. DEMEULEMEESTER.

— Zie Meulemeester. — AL. 8. — Les trois frères DEMEULEMEESTER Bouchers. C. Tielt 17 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027. 2.11. Een genaamde Pieter Demeulemeester hoofd van bende van Tielt. BTS. 12 en 13. — Pierre Demeulemeester et frère Guillaume BT. 202. T IE LT

119. DENEERT.

— Bernard Deneert deserteur autricien caché. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Bernard Denert déserteur autrichien de la commune et canton de Tielt homme des plus suspects homme désigné comme ayant pris part dans les brigandages de Brumaire derusée homme qui depuis ce temps là je cherche et qui a toujours vécu en vagebondant, homme capable à tout, arreté. RABg. AM. 1.1946.37.1481. — Bernard den Herd, 26 ans, journalier. T. 279, 226, 281, 286, 292. — Denërt. T. 293, 297. — Zie Den Herdt. SCHUIF ER SKAPELLE

119 bis DEN BRUGGELING.

— Zie Heyndrick. T IE LT

119 ter DEN HERD.

— Bernard den Herd (zie Deneert)

21


C. RUISELEDE 124. DERTOGE. — Dertoge, arreté. Le d it Dertoge prévenu de complicité et d'avoir suivi les brigands mais par contrainte. C. Ruiselede. 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2. TIELT

125. DERUYCK.

- T. 217,202. — Jean Bte Deruyck, ouvrier. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. SCHUIFERSKAPELLE

126. DERXEN

— T. 327, 331, 342, 315, 323, 325. — C. Tielt Derxen Pierre Jean maréchal un de chefs des brigands. Non arreté. LB. — 5 Brum te 10 u. te Schuyferskapelle gewapend wierp drie­ kleurige cocarden op grond; vrijheidsboom. — Kristikruis-Burger Mallon schoolmeester. BTS. 22.7 Brumaire Hij dringt binnen in school BTS. 23. Tocht Poecke verteld BTS. 23. Viert Iseghem overwinning BTS. 24. Aanhouding 29 Nivose 20-1-99. BTS 25. Ruiselede — Poecke vrijheidsboom naar Kanegem. BTS. 26-27-6 Brumaire Aarsele-Schuiferskapelle. BTS. 27. — Ter dood veroordeeld voor Juni 99. B.T.S. 27-28. Schoonbroer v. Pieter V. De Walle, smid, Aarsele. BTS. 28. Brugge 1843. id. — 14 Nivose an 7, volgens getuigenis Esmonnot is Derxen vrij. Derxen appelé ordinairement Biereman marchai ferrant demeurant au hameau de Steuve-capelle, dépendant de Tielt, brigand caché, C. Tielt. 14 Nivose 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Schywen capelle . . . Le maréchal vu à la tête des brigands non arreté. LB. — L'on m'informe qu'un homme maréchal de profession demeurant à Schuyverscapelle canton Thielt et dont je n'ai pu découvrir le nom se trouvant à la tête de cette bande (à Aersele chez d'agent mu(nici)pal et à Canegem. RABg. AM. 1.182.34.8910. — Ook te Izegem. AL. — BTS. 22, 23 geboren van Setten (N. Braband) BTS. 26. — Ruiselede BTS. 26. OBV. 65. — Gazette van Thielt. 10 September 1898. — HG LT., 22, 24. — Zie Bierman.

22


GODSDIENSTUG LEVEN TE TIE LT H. HART FEESTEN 1938 BLZ. 39 Het godsdienstig leven opnieuw bedreigd maar glorievol verdedigd. 31. B ord: "BOERENKRIJG tegen de Fransche over­ weldiging". 32. Boerenkrijg. a) Sanskulotten sleuren Priester, Paters, Penitenten en Augustinessen weg. b) Boerenjongens trekken ten strijde, voorzien van ruwe wapens en zingende het lied : "Onze Boeren". (Muziekbege­ leiding). c) Wagen : Het historisch fe it van Schuyffers-Kapelle. Op het voorplan : BIERMAN, hoofdman der boeren, van den Kapellewijk. herplant het kruis te Kapelle. Jaak de Bruggeling, ketser bij mulder Tremerie, dwingt den geus-schoolmeester Matoon voor het kruis te knielen en een kruisgebed te bidden. Op den achtergrond : Langs voorkant : een kerkgevel met gesloten deuren. Langs achterkant : open schuur waarin een priester mis leest. C. TIELT

127. DERYCK.

— Fois Deryck aubergiste arreté. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2. C. PITTEM

130. DE SIMPELAERE.

— Pierre De Simpelaere de ne pas vouloir arborer la cocarde, lorsqu'il était ordonné par le champêtre et de lui, avoir apportez un coups. RABg. AM. 182.1.8.8824. blz. 1. — Le nommé Simpelaire a été condanné à 8 jours dans prisonnement, (feiten op 15 voorgaande maand of 3 Brumaire). C. Pittem. RABg. AM. 182.1.8. blz. 1 — P. 153. C. WAKKEN

132. DE SMET.

— C. Vacken Desmet Benoist charon, Avoir tenu des propos sédicieux à la descente des Anglais, arreté. LB. — Zie nota Biekorf jrg. 33 (19) 173 nota 2. C. RUISELEDE

133. DE SMET.

— Emmanuel De Smet arreté. Le d it Emanuel De Smet prévenus d'avoir tenus des propos sédicieux la journée du 7 Brumaire et 23


crié dans son invresse vive l'Empereur. Ruiselede. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. PITTEM

19 Nivôse 7. C.

143. DEVOS.

— Devos Livin arreté, canton Pittem, 16 ventôse 7, RABg. AM. 1.2027.2.15, (gefulsiIjeerd te Rijsel, kleermaker, stond op zegenwagen Pittem 1948). — Die 28 Martii 1799 hora septima matutina mortuus et deinde sepultus est Insulis in Nosocomia utpote per Gallos transvectus Livinus De Vos maritus Mariae Joannae Crop, natusque in Deerlijk, aet, 60 ann. Parochiaal Dodenboek (meegedeeld door V. Arickx). — Een zekere kleermaker Devos binnengedrongen in burgerstand BTS. 14. — P. 154., t. 215., 220., Br. 201. C. PITTEM 145. DEVRIENDT. — C. Pittem Devriendt, ferblantier et horloger, brigand, non arreté, LB. — P. 154. RUISELEDE

146. DEVRISE.

— C. Ruiselede Devrise Judocus, turbulateur, arreté, LB. — Judocus Devrise, arreté. Le dit Judocus Devrise prévenus d'avoir dit que si la première classe des conscrits seriont contraint de partir qu'il feroit de sorte de faire assasiner tous les fonctionnaires du Canton de Ruiselede et a très souvient injuriez un assesseur du juge de paix lui disant c'est encore un français ne le menage pas. C. Ruyselede 19 Nivôse 7. RABg. AM . ’l . 2027.2.4. bis. C. WAKKEN of C. RUISELEDE

151. DIERDONCK.

— Le commisaire m'a donnée par écrit un nommé Dierdonck prévenue d'avoir publiquement injurée le gouvernement français, d'avoir tourné en ridicule les loix de la republique lors d'une proclamation faite par le commisaire d(irectoi)re ex(écut)if de (Ruislede ? ) sur la conscription militaire d'avoir dit publiquement qu'il ne voudrait être soldat de deux liards dans la république et d'avoir été le provocateur des huées et insultes qui ont été faites publiquement le même jour au dit canton qui se trouvait en fertion. RABg. AM. 1.181.26.8774.

24


KOOLSKAMP/ C. PITTEM

154. DU BLAERE.

— Jean Du Blaere arreté, canton Pittem 16 Ventôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. — Jean De Blaere de Koolcamp arreté le 2e Frimaire. T. 95. TIELT

157. DUCOUR.

— Fois Ducour boulanger arreté, C. Tielt, 14 Nivôse 7, RABg. AM. 1.2027. 2.11. Is dat dezelfde als de gefusilleerde van Doomijk ? Zie Decour — Aan hoofd der bende, bakker. BTS 12 en 14 waar geheel zijn beschuldiging verward is. BTS 15 en 19. — François Ducour. T. 197. 207. 216. 191. 217. 219. 241. 257. 208. — François Ducour, Boulanger patenté in de gevangenis te Brugge krijgt een certificaat. A.T.-, Registre aux proces verbaux des services de l'administration minicipale du canton de Thielt : Seance extraordinaire du 16 Brum. 7. EGEM

161. EECKHOUT.

— Eeckhout Ives caché Eeghem dressé mandat d'emener (canton Pittem) 16 Ventôse an. 7. RABg. AM. 1.2027.2.23. Waar­ schijnlijk uit Eegem. C. PITTEM

162. ELS LANDER.

— Augustin Elslander arreté mis en liberté (canton Pitthem 16 Ventôse an 7. RABg. AM. 1.2027.2.23. — Augustijn Elslander, oud officier der heerlijkheid Pittem. p. 154. T IE LT

167. FONTAINE

— Jean Fontaine, perruquier, C. Tielt 14 Nivôse 7, RABg AM. 1.2027.2.11. — Fils de Charles 26 ans. T. 223.225. C. TIE LT

168. FUSTER.

— Jean Fuster, Cultivateur, capitaine de bande, C. Tielt. 14 Nivôse 7. Caché. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Jean de Fuster. Rue Capelle Stock. T. 205. C. T IE LT

169. FUSTER.

— Emanuel De Fuster. T. '40. 25


32 ans, ex greffier de juge de paix. T. 219. C. TIE LT

170, GAMPELAERE.

— Isabella Claeys, Veuve Gampelaere, T. 208. T. 249. — La veuve Gameplaere arreté. C. Tielt, 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1. 2027.2.1.11. — La nommée dit Nelleke Ornuyt (? ) appelé la veuve Gampelaere. T. 216. TIE LT

177. GOEMARE.

— Zie Gouemare. KANEGEM

178.GOEMINNE.

— C. Vacken Goeminne Joseph, ex curé, suspect, non arreté. LB. — Goemine Jacques, 65 ans, Caeneghem, curé. LO. X V III. KANEGEM 179.GOETHALS. — C. Vacken Goethals Alexandre, m(archan)d de farines, a menacé les fonct(ionai)res. Publics, arreté. LB. — Goethals Alexandre, Boutiqueur, Caeneghem, arreté, 24 ans, d'avoir menacé l'agent municipal de Caeneghem, de le tuer et d'avoir fait partie des brigands. RABg. AM. 1.2027.2.13. C. TIELT

181.GOUEMARE.

— Gouemare Judoc ouvrier arreté. C. Tielt. 14 Nivôse. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Zie Goemaere. C. TIE LT

185.HALLAERT.

— Jan Hallaert. T. 205. RO ESELARE/PITTEM

187. HERMAN.

— AL. 7. Gezonden naar Brugge. — C. Roulers Hermant auteur et complice de brigandage, arreté. LB. — Was reeds gemengd in den opstand 21 mars, an 4. Vers Ie midi sur la place d'lngelmunster (domicilié à Pittem.) A.D. n° 241. — Verraden door Lhermitte (bli. 205). Vu à la barrière à Roulers chez Van Mullem (blz. 206). Resoluties (3 au 6 Brumaire an 7). RABg. 26


C. PITTEM 188. HEYDEISIS. — Heydens Emanuel caché — inconnu dressé mandat d'amener. 16 Ventôse 7. Canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. EGEM

189. HEYDENS.

— Heydens Pierre, arreté, 16 Ventôse 7, canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. — Pierre Heydens, arreté, 22 Nov., '98.T.95. — Pierre Heytens de et arreté à Eeghem (2 frimairae 7) A. Pittem kopie nr. 273 blz. 24. SCHUIF ERS KAPEL LE 190. HEYDERIX. — Jacobus de Bruggeling. BTS. 22. — Geboren te Brugge van St. Anna parochie oud 38 j. sedert 1796 muldersgast bij landbouwer Tremerie, Schuiferskapelle. BTS. 27. — Jacobus Heynderix de Bruggeling. AL. 8. — Schoolmeester. BTS. 22 en 23 (schoolmeesteren kruis). — T. 307, 319, 311. — HG LT, 2, 22-24, 39 — Jacobus Heynderix, "Den Bruggeling” genaamd,. ketser bij mulder Tremerie te Schuiferskapelle. G 22. — Ondertusschen trok Jacobus den Bruggeling naar het huis van een Geus — Schoolmeester Matton. Hij dwong Matton mee te gaan en verplichtte hem, m it de armen rekwijd open neer te knielen voor het kruisbeeld, dat de boeren aan het planten waren. G 22. C. TIE LT

192. HOURY.

— François Houry deserteur autrichien. 14 Nivose 7. C. Tielt. RABg. AM. 1.2027.2.11. OOSTROZEBEKE

194. HUYS.

— C. Vacken Huys François, ex dominicain. Tenu des propos contre le gouvernement, non arreté. LB. — Huys François, 43 ans. Oostroosbeke, Dominicain. LO .XVII. SCHUIFERSKAPELLE

195. HUYS.

— Jean Husse onder C. Tielt. LB. — Jean Huys, cultivateur, arreté. C. Tielt, 14 Nivose 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — T. 321,340. 27


EGEM 202. KINDT. — Eegem Kindt Pierre mendiant brigand, non arreté. LB. — Pierre Kindt, non arreté retraite présumé Eeghem, dressé mandat d'amener 16 Ventôse 7. Canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. — On vient d'arreter a l'instant le nommé Pierre Kindtqui s'est battu contre un gendarme. 21 Nivôse 7. RABg. AM. 181.1.21.9726. — Pierre Kindts d'Eeghem. T. 109. — Au citoyen Duprez, gendarme a T h ie lt. . . donner votre témoignage des faits commis par le nommé Pierre Kind, d'Eeghem qu'a eu lieu le Brimaire dernier, Arch. Pittem, Kopie, blz. 26 nr. 287. C. PITTEM

204. LAEDESOU.

— Pittem 15 troubles. Laedesou Jean. 30 arreté et libre. RABg. AM. 182. 1.8.8826. — P. 153. C. TIE LT

206. LAMPAERT.

— Charles Lampaert, cultivateur, arreté. C. Tielt, 14 Nivôse. RABg. AM. 1.2027.2.11. C. T IE LT

209. LARMUSEAU.

— AL. 8. — Joseph L'Armuseau, capitaine des brigands. C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Den 5 Februari 1797 haalde M. Larmuseau Van Hanewyck twee relikwien weder die hij insgelijks aan 't klooster gegeven had (I) archieven twee reçues in 't fr. BTS. Was dat familie ? — BTS. 19. over Pittem naar Roeselare. — PV. Tielt. — PV. Roeselare. — R.K. 2086-2089. — Vrij van vervolging 10 April 1800. Orfèvres, demeurant à Tielt, né à Courtrai. T. 261. 419. — Diezelfde voormiddag (26 okt.) nog drong door de Ooststraat (te Roeselare) een bende gewapende boeren uit Tielt en Pittem de stad binnen, ongeveer 200 man, aangevoerd door Larencson uit Tielt. Dat was een tweede inval in twee dagen. Onmiddellijk 28


trachtten de rebellen de klok op de Sint Michielstoren te luiden, maar de stadsmagistraten konden zulks verhinderen. Toen vertrok de groep naar Rumbeke en Izegem, de weer uitgehakte Vrijheidboom meeslepend. H. 11-05-73. Dit alles komt uit AR. Brussel 90 en 15. PITTEM

214. LESAFFERE.

— Jacques Lesaffere arreté canton Pittem. 1.2027.2.15. Is dezelfde als Saffere uit LB. — Zie Saffere. — P. 154. AARSELE

AM.

215. LYBAEPT.

— Pierre Jacob Lybaert, natif du canton de domestique habitant de ma commune. T. 269. — gevangen te Tielt. MEULEBEKE.

RABg.

Ruyselede,

217. MAES.

— C. S. Génois Maes Jacques. Chef de brigand déjà arreté. LB. Zie Mestdagh. LB. — Jean Maes arreté. Le dit Jean Maes prévenus d'avoir exécuté le desordre dans la journée du 5 et trouvé armée d'un baton, sans concarde et sans passeport. C. Rueselede 19 Nivôse. RABg. AM. 1.2027. L2. 11 bis. — Jean François Maes, âgé de 25 ans environs de la commune et canton de Meulebeke ayant autrefois couru les villages comme marchand de chanson évadés des maisons d'arret de Lille et signalé par vos feuilles de divers signalements. Reeds aange­ houden 16-17 fructidor. Brief geschreven Tielt 18 fructidor door Esmonot. RABg. AM. 1.1946. 37. n° 1186 Rep. 1481. — 6. Jean Maes, prévenu d'avoir excité desordre, la sédition. Trouvé dans le canton de Ruyselede sans cocarde, et sans passeport. Arreté le 12 Brumaire. RABg. A M .1.182.36. C. TIELT

218. MAES.

— Pierre Maes, ouvrier, arreté. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11., T. 205. — T. 522. KANEGEM

222. MARTENS.

— C. Vacken, Martens Bernard. Tailleur. Déserteur autrichien, non arreté. LB. 29


— Martens Bernard, tailleur, Caneghem. Non arreté. Inconnu (retraite). 30 j. Ex soldat autrichien fu g itif sans se faire parti des brigands. RABg. AM. 1.2017.2.13. PITTEM 227. MATHEUS. — AL. 14. — Chef arrête, uit canton Pittem, 16 Ventôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. — Matheus Leon, Brigand, Nota : suspecté d'avoir tué un volontaire Français de la colon de Vandamme à la rentrée dans la Belgique (1 ) arreté. (1 ) = Er waren vrijwilligers en nationale wachten uit Rijsel ter hulp gekomen om de rust te herstellen. Zie boven blz. 175. LB. — Zoudat generaal Vandamme niet zijn bij zijn intocht in het jaar 1794 ? — Schoenmaker. P. 154. C. RUISELEDE

229. MATISE.

— Charles Matise, non arreté, caché dans la commune de Caneghem. Le d it Charles Matise prévenue d'avoir menacé lecommisaire du directoir ex(écu)tif d'avoir aidée a enfoncer les dit portes et excité de faire détruire le dernier par les insurges. C. Ruiselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2. 11 bis. — Is dat een Mathys ? — Zie Mestdagh. C. RUISELEDE

237. MESTDAGH.

— S. Génois, Mestdagh, déjà arreté. LB. Geeft verkeerdelijk Mestdagh en consoorten onder "S Génois" prévenus arretés (zie onder meer Vandevoorde). — 1° Le citoyen Mestdagh prévenus d'avoir favorisé l'évasion de son domestique qui le 5 Brumaire me menaça effroiablement a l'approche des brigands et que si tô t que les dits brigands furent sur la place du d it canton le meme domestique du dit Mestdagh a été le premier qui a aidée a enforcer ma porte et excité les insurgés à me détruire. RABg. AM. 1.182.36. — Zou die domestique Bruanne judocus domestique. LB. niet zijn ofwel Charles Matise. Is hij van Kanegem ? T IE LT

238. MEULEMEESTER.

— Guillaume Meulemeester, détenu à Gand, zie Demeulemeester. 30


T. 205, 220, 244, 251.

C. TIELT

239. MEULEMEESTER .

— Trois frères. T. 189, 209. — Trois frères dont Ignace. T. 208, 215. — Zie Demeulemeester. C. TIELT

240. MEULEMEESTER.

— Pierre Demeulemeester. T. III, 205, 216, 220, 244, 265, 293. — Zie Demeulemeester. OOSTROZEBEKE

241. MEYERS.

— Meyenx Jean. C. Wakken. (O. Rozebeke in potlood) Maçon arreté sonneur de tocsin. LB. — Meyeux Jean maçon, Roosbeke, un natif de Cologne, arreté 30. Nota zie Van Severen Armand. RABg. AM. 1.2027.2.13. — Zou dat niet Meyers zijn ? MEULEBEKE

252. ONBEKENDE DODE.

— 't Volk van Meulebeke weet nog te vertellen dat de Fransen die van de botsing van Ingelmunster door Meulebeke weder­ keerden hier een man doodschoten, die over zijn halve deur lag te kijken. TB. 32. C. TIELT

274. ONBEKEND. KNECHT VAN LOKEREN.

— AL. 16. — Domestique, conducteur des chevaux de Pierre Van Lokeren. T. 369. TIELT

285. PERSYN.

— Pierre Persyn, aubergiste. T. 369. C. TIELT

291. QUARTIER.

— Amandus Quartier, meunier. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — T. 223, 247, 257. — Le citoyen Pierre Quartier a réclamé une déclaration en faveur de son frère Armand aussi détenu à Bruges. Hij verkrijgt dit. HT. MA. nrs. 26. Registre aux procès verbaux des séances de l'administration municipale du canton de Thielt : Séance extraordinaire du 16 Brum. 7. 31


C. TIELT

292. QUIKELBERGHE. — Pierre Quickelberghe, tailleur, arreté, C. Tielt. 14 Nivose 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. BT. 199. T. 223. TIELT

295. REGELBRUGGE.

— AL. 8. — Jean Regeuelbrughe, chirurgien, arreté. 14 Nivose 7.C. Tielt, RABg. AM. 1.2027.2.14. — Er is een Regelbrugghe Maurice, recollect bij zijnen broeder in de Hoogstraat (Fr. 14) die weigert eed van haat. Verraden door Maree (BTS. 13) Moeder Regelbrugge (BTS. 13) Geneesheer (BTS. 10) in vrijheid. — T. 189. T. 241, 249, 244. — geneesheer Regelbrugge van Tielt, G. 22. — Jean-François (Regelbrugge) Chirugien-accoucheur en cette commune. Vader Regelbrugge vraagt een "certificat de bonne conduite" voor zijn zoon, opgesloten in de gevangenis te Brugge. AT., nr. 26; Registre aux proces verbaux des séances de l'administration municipale du cantons de Thielt : Séance extraordinaire du 15 Brumaire, 7 année de la republique. TiELT

296. REGELBRUGGE.

— La veuve Regelbrugge. T. 189, 244. C. TIELT

301. RIVIERE.

— C. Tielt. Armand Riviere. LB. — Ouvrier arreté. C. Tielt. 14 Nivose 7. RABg. AM. 1. 2027.2.11. C. PITTEM 302. RYSTHERE. — Rysthere fils de François, non arreté, caché Beernhem. 16 Ventôse 7. Canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. Het is geen deknaam lijk verkeerdelijk in BIWVL. Er was immers een familie Rysthere te Beernem. C. WAKKEN

303. ROBERECHT.

— C. Vacken, Roberecht Pierre. Marchand. A tenu des propos séditieux, non arreté. LB. C. TIELT

313. SAERTEL.

— C. Tielt. Saertel Bernard. Tourneur. Brigand arreté. LB. 32


— Bernard Saertel, Tourneur arreté. C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. C. PITTEM -

314. SAFFERE.

C. Pittem Saffere. Déserteur autrichien. Brigand non arreté. LB. Echte naam is Lesaffere, (zie die naam).

OOST-ROOZEBEKE

315. SAGAERT.

— C. Vacken. Sagart Emmanuel, journalier, sonneur de tocsin, arreté. LB. ’ — Sagaert Emmanuel, journalier, Roosbeke, arreté, 45 ans, (nota idem als Vanseveren Armand). RABg. AM. 1.2027.2.13. Zie van Severen. — Is dat een Segaert ? C. RUISELEDE

316. SALLIET.

— S. Génois Sailliet Thérèse dit Bogge, instigatrice. Déjà arreté. LB. — Thérèse Sailliet, arreté. La dite Thérèse Sailliet prévenu soit disant pour avoir d it de sonner le tocsin dans la commune de Ruiselede pour inviter les brigands voler au secours des brigands dans la commune de la chapelle. 19 Nivôse 7. C. Ruiselede. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. Verkeerdelijk in BIWVL. : Galle. — Therese Sailliet, dit Bogge, jeune fille demeurant chez son père prévenu soi disant d'avoir dit de sonner les cloches au canton de Russelede pour inviter les brigands de voler au secours d'autres brigands en la commune de la chapelle. Arreté le 12 Brum. RABg. AM .1.182.36. C. TIELT

317. SAMOIER.

— Le fils de Livin Samoier, cultivateur, caché. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. Is dat Sambier ? C. TIELT — T. 220, 243. — Schoutteet fils, zie père. — BT. 202., 205. — Fils de François Schauteet.

321. SCHOUTTEET.

C. TIELT

322. SCHOUTTEET.


— C. Tielt, Schoutteet. Schoutteet père et fils, arreté, C. Tielt. 14 Nivose 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Frans Schoutteet. BTS. 14. — Frans Schoutteet père. BT. 201., 210., 215. — T. 220. TIELT

326. SIMOENS.

— Dochter Simoens in de Kortrijkstrate gevestigd. BTS. 13. — Is dezelfde als een van de Simoens Theresia en Barbara geboren te Tielt in RDH. X V III 30 Sept., T. 196. C. PITTEM

336. STRAGIERS.

— Joseph Stragiers, arreté. Pittem, 16 Ventose 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. — P. 154. ST.-BAAFS-VIJVE

337. TACK.

— C. Vaeken Tack Igance, journalier, déserteur autrichien, sans domicile, arrêté. LB. — Tack RABg. AM. 1.2027.2.13. C. TIELT

343. TUREYN.

— Jean Bte Tureyn, se disant de Gand, et potier de profession, nouveau débarqué sans passeport. Esmonet C. Tielt 18 Fructidor 7. RABg. AM. 1.1946.37 n° 118 b. Rep. 1481. EGEM

344. TURLOOT.

— Turloot Jean — non arreté, caché Eeghem dressé mandat d'amener. Waarschijnlijk Eegem want er volgen 2 cachés Eegem. 16 Ventose 7. Canton Pittem. RABg. AM. 1.2027.2.15. C. TIELT

346. VALANCIEN.

— Jean Valencien ouvrier caché. C. Tielt, 14 Nivose 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Domestique de la ferme Gilliaert. T. 369. C. TIELT

351. VANALLEVELHT.

— C. Tielt Vanallevelht (Roger) cordonnier. Brigand arrêté. LB. C. TIELT

355. VANBRUANE.


— Menuisier de profession, armé d'un carabin. T. 367. — Guillaume Vanbruane ouvrier cultivateur caché. C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Zie Bruanne. TIELT

356. VAN CANEGHEM.

— Van Caneghem Jean. T. 37.3. C. TIELT

358. VAN CASTEELE.

— C. Tielt Van de Castelle Pierre, brigand, arreté. LB. PITTEM

359. VAN DAELE.

— Van Daele Louis, arreté, C. Pittem. 16 Ventôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. Gefusilleerd Rijsel. — Die 15 Februari 1799 in Nosocomio mox citati (= hoger vermeld) Insulis obiit et sepultus est Ludovicus Van Daele maritus Godelieve Verbrugghe, Tilitanus aet, cire. an. AP. Doodboek, Pittem. Afschrift dank zij heer Valere Arikx. — Op de Wagen van herdenking 1948 Pittem 21 Oogst. P. 154. C. PITTEM

366. VAN DEN BROUCKE.

— Verscheurt papieren — relletjes te Pittem. Abraham Van den Broucke, maison cerné le 30, au point du jour. Ontsnapt. RABg. AM. 1.182.8.8824. — P. 153. C. PITTEM

372. VAN DEN HENDE.

— Pierre Van Den Hende, non arreté, domicile inconnu, 16 Ventôse 7. Canton Pittem. RABg. AM. 2027.2.15. — Ook Van den Heide geschreven. TIELT

376. VANDER DONCKT.

— Jean Vander Donckt T. 371. C. TIELT

379. VANDERSCHAEGE.

— C. Tielt Vanderschaege. LB. -- Inguelbert Vanderschaege, jeune homme arreté, C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. RUISELEDE

383. VANDEVOORDE.

— C.S. Génois. Vandevoorde Pierre déjà arrête. LB. 35


— Pierre Vandevoorde arreté. Le d it Pierre Vandevoorde à été un des adherens mais par contrainte des brigands la journée du 5 Brumaire. C. Ruyselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. — Le nommées Pierre François Vandevoorde et Augustin Braed pendant mon absance du dit canton se sont jo in t a la bande par contrainte areté du dits brigands et sur le soir du d it cinq se sont sauvés de la dite bande et se sont rendu de retour chez leur père au dit Ruyselede. 12. Brumaire. RABg. AM. 1.182.36. — Zie Mestdagh. LB. voor wat betreft de fo u t nopens canton S. Génois. AARSELE --

386. VANDEWALLE.

5 Joseph Vandewalle se disant de la commune d'Arzele canton Vacken arreté sans passeport a été remis en liberté d'après les témoignages avantageux de l'agent et un passeport lui a été envoyé. C.Thielt 18 Fructidor.RABg. AM. 1.1946.37.1471.

AARSELE

387. VANDEWALLE.

— Joseph Van de Walle is mijn zwager zegt Derxen. T. 337. — AL. 8. — Pieter Vandewalle, smid van ambacht te Aarsele, schoon­ broeder vanDerxen of Bierman. BTS. 28. Zie op die namen. C. PITTEM

389. VANDEWEGHE.

— C. Pittem Vandeweghe Boulanger, brigand arreté. LB. — Vandeweghe Louis, boulanger, arreté. C. Thielt, 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027. L2. L1. — Zie Vanweghe. TIELT — — — —

36

390. VANDEWEGHE.

Joseph Vandeweghe marié. Gevangen te Brugge. T. 241. Jos. V. D. Weghe, Boulanger. P. 215. Zie Vanweghe. Citoyen Van de Weghe, père . . . a réclamé à ce que cette administration lui delivre deux certificats de bonne conduite à savoir pour son fils Joseph homme marié domicilié en cette commune et l'autre pour son fils Leon Jeunchomme, Tous deux détenus en la maison d'arrêt à Bruges comme soupçonnés d'être de complicité au brigandages commis en ce canton le 5 du courant AT : Séance du 18 Brum. 7.

>


TIELT

391. VANDEWEGHE.

— Leo Vandeweghe, célébataire gevangen te Brugge. T. 241. — T. 217, 219. — zie zijn broeder Joseph onder nr. 390. MARKEGEM

399. VAN KEIRSBEICK.

— C. Vacken Van Keirsbeick Jean, maçon avoir enfocé la porte de l'agent de la commune, non arreté. LB. — Van Keirsbilck Jean, maçon — Markegem, non arreté retraite Markeghem. 46 ans prévenu d'avoir enfoncé la porte de l'agent de Wacken et d'avoir pillé. RABg. AM. 1.2027.2.13. C. WAKKEN

400 VAN LAER.

— C. Vachen Ventaer J. Bt. épicier. Vu dans les rassemblements. Non arreté. LB. — Vanlaer Jean Bte — épicier, Wacken, non arreté, à Gand en son domicile ordinaire, 44 jaar, pour avoir tenu des propos séditieux d'avoir fait des menaces envers les fonctionnaires public et d'avoir fait partie des brigands à Wacken le 6 au 7 Brumaire et avoir assistelorsque lamaison de l'agent municipale a été pillé. RABg. AM. 1.2027.2.13. C. WAKKEN

401.VANLAER.

— C. Vacken Vintaie sans profession a pillé les papiers chez les agents, non arreté. LB. — Vanlaer Pierre sans profession domicilié Wakken non arreté caché à Gand en son domicile ord(inaire), 16 ans. Zie nota van vader Vanlaer. De naam staat over geschreven en lijk t op Ventair. d'avoir pillé chez l'agent de Wacken et Markegem. RABg. AM. 1.2027.2.13. SCHUIFERSKAPELLE

402. VAN LOKEREN.

— AL. 16. Pieter Van Lokeren 24 j. BTS. 24. — naar Izegem chef. T. 369. C. TIELT

405. VANMAELE.

— J. Van Malle, in, Laboureur et deserteur autrichien brigand, forcené, arreté. LB. — Jean Vanmaele, deserteur autrichien, arreté, C. Tielt, 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. Is dat familie aan Jean Van 37


de Maele pastoor van abdy van Zonnebeke ? FR. 241. EGEM

406. VAN MAELE.

— Joseph Van Maele d'Eeghem arreté 23 Nov. 198. T. 95. — Joseph Van Maele arreté C. Pittem. 16 Nivôse 7.16 Ventôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. Is dat familie van Jean Van Maele priester abdy van Zonnebeke ? F R. 214. — Joseph Van Maele d'Eeghem, arreté à Roosebeke Canton d'Hooghede . . . Archief Pittem kopie blz. 24, nr. 273. OOSTROZEBEKE

409. VANSEVEREN.

— C. Vacken. Vanseveren Armand, tonnelier, sonneur de tocsin, arreté. LB. - Van Severen Armand; tonnelier, Roosbeke, arreté, 34 ans, pour avoir sonner le tocsin et coupé l'arbre de la liberté. RABg. AM .1.2027.2.13. — Zie Van Zeveren. EGEM of PITTEM

410. VAN SEVEREN.

— Eegem, Van Severen, fils de l'aubergiste de la maison commune (5) brigand non arreté (5) maison commune. Gemeentehuis LB.P. 154 zegt dat hij van Pittem is de zoon uit het schepenhuis. C. PITTEM

412. VAN WAMBEKE.

— C. Pitthem Van Wambeke. déserteur autrichien id. brigand non arreté. LB. — De echte naam zal wel Van Wambeke zijn. Is dat de zelfde persoon als Wambeecke uit Eegem LB. ? C. WAKKEN 413. VAN VASSENHOVE. — C. Vacken Vassenhove Jasqs., brasseur a menacé les fonction­ naires publics arreté. LB. C. TIELT

414. VANVEGHE .

— Joseph Vanveghe, boulanger arreté. C. Tielt. 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. Zie Vandeweghe. PITTEM

415. VAN WALLEGHEM.

— Die . . . Martie 1799 noctu insulis, utpote illuc per Gallos tranvectus in Nosocomio mortuus est et ibi sepultus est carolus 38


Van Walleghem, viduus Theresia de Leersnyder ex hac, aetatis 60 circiter annorum. AP. Doodboek Pittem (Dank zij heer V. Arickx). — P. 154. — Zijn naam stond op de zegewagen bij de herdenking te Pittem in 1948. C. TIELT

416. VAN WONTERGHEM.

— T. 364, 521. — C. Thielt P. Vanwonterghem. LB. — Pierre Vanwonterghem voiturier arreté. Nivôse 7.C. Tielt. RABg. AM. 1.2027.2.11. — een guillaume van Wonterghem weigert de kruisen en kapellen weg te doen. FR. 155. — Wij kennen 1° Pierre van Wonterghem, voerman te Thielt (1). (1 ) Le nommé Pierre Van Wonterghem, voiturier à Thielt a été arreté comme prévenu d'avoir participé à la rébellion. Staats­ archief Brugge. BKK. 20 en TB. 36. — Van Wonterghem Pieter voerman te Tielt. BDL. 97.57., BDL. 95. 9., TB. 95., BTS. 20., T. 80. C. TIELT

417. VAN ZEVEREN,

— Roman Vanzeveren, tonnelier, arreté C. Tielt, 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Zie Van Severen. KANEGEM

421. VERBEKE.

— C. Vacken. Verbeke Augt. ouvrier vagabond, non arreté. LB. — Verbeke Augustin, ouvrier Caneghem; non arreté, retraite inconnu, 21 ans, il est aussi fu g itif et sencé faire partie Brigands. RABg. AM. 1.2027.2.13. RUISELEDE

423. VERBREUGH.

— C.S. Génois. Verbreugh Abraham, chef de brigands, déjà arreté. LB. — Abraham Verbreugh arreté. Le dit Abraham Verbreugh, prévenu d'avoir fait partie des brigands la journée du 5 et d'avoir crié toute la nuit du 5 brumaire vive l'empereur. C. Ruiselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. — Abraham Verbreugh prévenu de brigandage et sédition par contrainte des insurgés, arreté le douze brum. RABg. AM. 1.182.36. 39


Bij vergissing in LB geplaatst onder het kanton S. Génois. C. TIELT

427. VERCRUYSSE.

— Eugene Vercruysse fils T. 361. PITTEM 429. VERCRUYSSE. — AL. 8. te Tielt hoofdman bij relletjes. — Vercruysse Ignace arreté mis en liberté. — C. Pittem 16 Ventôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. — BTS. herbergier Vercruysse Pittem; — Uit de herberg Italien. P. 154., T. 215, 203, 205., 216., 219., 265. — HGLT., 22-24. — G. 22. PITTEM

430. VERCRUYSSE.

— T. 219., 265. — Zou dat Jan Vercruysse niet zijn ? PITTEM

431. VERCRUYSSE.

— Pieter Vercruysse bij ontvanger. BTS. 12., T. 191.202. — P. 154. zie zonen Jan en Ignace. — T. 219., 265. C. TIELT

432. VERDAEST.

— Fois Verdaest boulanger arreté C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. Is 't niet Verhaest ? Zie n° 433. RUISELEDE

433. VERDAEST.

— C. Ruiselede, Verdaert Jean chef de brigands, non arreté. LB. — Kapitein Jan Verdaest. T. Op inliggend blad 2. C. TIELT 434. VERDURE. — Rose Verdure fileuse arreté C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. WAKKEN

435. VEREEKEN.

— C. Vacken, Vereeken Jean, André ex-curé, a chanté le Te Deum et le salut le jour de l'entrée des brigands, non arreté. LB. — Vereecken Jean André ex-curé wacken, non arreté 53 jaar pour 40


avoir chanté le safut et le Te Deum la nuit du six au 7 Brumaire. RABg. AM. 1.2027.2.13. — Staat niet op de lijst van de weigeraars van eed ? LO. KANEGEM

436. VEREEKEN.

— C. Vacken Verheeke. — François. Vu dans les rassemblements, non arreté. LB. — Vereecken François ex garde-champetre caeneghem, non arreté (retraite) à Caneghem 26 (ans) prévenu d'avoir fait partie des brigands aux environs de Deynse, Aersele etc. RABg. AM. 1.2027.2.13. TIELT

436. bis. JAKOBUS VERGAUWEN.

Geboren te Verrebroek op 19-02-1759, loopt kollege aan de Latijnse school te Mol (lagere cyclus) en te Gent bij de augustij­ nen. Franciskaans noviciaat te Audenaarde 11-09-1779 — filosofie te St.-Niklaaas 1780-81 — teologie te Brugge 1782-85, alwaar geprofest op 19-02-1784 — priester gewijd in St.-Baafs te Gent 18-12-1784 — eremis te Brugge 24-12-1784 — teologie verder te Gent to t 10-08-1786. Benoemd in Tielt 1786 to t aan zijn dood 12-05-1842. Aalmoezenier in de Boerenkrijg 1799 — president St.-Jozefkollege 1820-1839 — provinciaal en delegaat — generaal voor het herstel van de orde 1834. Hij was direkteur van oudwezenhuis aan de patersreke — sticht Franse school 1834-36 — stichter klooster Gent 1840. Hij staat afgebeeld op het boerenkrijgsmonument te Tielt. Het was oorspronkelijk in hout, thans in steen. — (BEEL), Levensschets in FREMAUT B., De serafijnsche Palmboom, blz. 522-564. — (BEEL), Een held u it den Franschen Tijd, Tielt, 1898, d.i. een overdruk van het voorgaande. DE LODDER, blz. 92-93. — DE WAELE W., P. Vergauwen, president van het St.-Jozefscollege 1820-1839 in "De Zondag", aflevering 31-36 (20-07-1968 to t 10-05-1968). — Levevan Pater Jacobus Vergauwen, Sint-Truiden, 1863. LEKEUSE M., Mère Marie Dominique, Clarisse. La Thérèse du Nord, Brussel, 1964. Godsdienstig Leven te Tielt. H. Hart Feesten, 1938 blz. 30 F RANCI SC AN A JRG. XX. Nr. 4. 1965 BLZ. 35. 129 LEKEUX, Martial, O.F. M. Mère Marie-Dominique, Clarisse. La Thérèse du Nord, — Bruxelles, Editions du Chant 41


d'Oiseau, 1964, 20 x 14 cm., 209 blz. Op blz. 87 schrijft de auteur : les franciscaines de Belgique doivent a la Mère Marie-Dominique Berlamont une éternelle reconnaissance. Dank zij haar invloed op P. JACOBUS VERGAUWEN, O.F. M. heeft de orde in België na de af­ schaffing tijdens de Franse Revolutie zich kunnen herstellen. Zuster Marie-Dominique (Julia Berlamont, 1799-1871) is de ziel geweest van de Coletinen (Clarissen te Brugge (Sinai) en van de vele stichtingen die daar zijn uitgegaan. GODSDIENSTIG LEVEN TE TIE LT H. HART FEESTEN 1938 BLZ. 30. Toen in 1839 het stadsbestuur niet inging op een verzoek van Eerw. P. JACOBUS VERGAUWEN gardiaan om een grootere geldsom voor de jaarlijksche prijsuitdeling, zag deze af van de hoogere leiding van 't college en het bestuur werd toever­ trouwd aan Eerw. Heer Ampe. Toen deze in 1843 ontslag nam, werden de Eerw. Paters door stad en bisdom overgehaald om het bestuur weer in handen te nemen. Eerw. Pater Hildefons Vergauwen werd principaal van de Latijnsche en Fransche klassen. — SAMYN J., De Fransche Revolutie in Vlaanderen, Oostende 1881, blz. 175-179., VAN CAENEGHEM K., Onze Boeren verheerlijkt, leper, 1903, blz. — VERSCHUERE A., De minderbroeders te Tieit, Tielt, (1933), blz. 183-185. — X., Eeuwfeest van den Boerenkrijg, blz. 23. ZWEVEZELE 438. VERHELLE. — Verhelle caché Zwevezele RABg. AM. 1.2027.2.15 gesigna­ leerd op 16 Ventôse an 7 Canton Pittem. Waarschijnlijk uit Zwevezele omdat hij daar ondergedoken was. C. PITTEM

442. VERHEYE.

— Verheye Jean arreté, canton Pittem 16 Ventôse an 7. RABg. AM. 1.2027.2.15. — P. 154. TIELT

443. VERHEYE.

— Joseph Verheye, koopman, gewapend met "schie". BST. 12 en 13. 42


— A L 2. — Joseph Verheyde, marchand, arreté, C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. — Interrogatoire qu'a subi le citoyen Joseph Verheye marchand dans la rue de Bruges, traduit devant le juge de paix. BT. 193-199., T. 216., 217., 219., 191. C. TIELT

446. VERLE.

— Joseph Verlé, Déserteur autrichein, chef de brigand caché. 14 Nivôse 7. C. Tielt. RABg. AM. 1.2027.2.11. Misschien Verleye want 't is 't slechts geschrift van Esmonot ! — Jozef Verleye met een cnodse gewapend bestormd de burger­ stand. BTS. 14., T. 201., 208., 209., 211., 215., 220., 221., ouvrier brasseur 261. rue St. Jean 325. C. TIELT

446 bis. VERLEYE.

— Zie n° 445. C. TIELT

455. VERSCHAEGE.

— Joseph Verschaege, ouvrier, arreté C. Tielt 14 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11. C. TIELT

464. VERSTRAETE.

— Emmanuel Verstraete menuisier arreté : C. Tielt 14 Nivôse. RABg. AM. 1.2027.2.11. — natif de Bruges. T. 222. ST.-BAAFS-VIJVE

467. VLEIRICK.

— V. Vacken Vleirick Pierre journalier sonneur de tocsin arreté. LB. — Vleirick, Pierre, journalier, Vive St. Bavon, arreté, 27 j. pour avoir été cherché les clefs pour sonner le tocsin (zie Vanseveren). RABg. AM. 1.2027.2.13. TIELT

469. VOISIN.

— Joseph Voisin. T. 361. C. PITTEM

473. WAFFELAERT.

— C. Pittem Waffelaert. a pris un cheval d'un gendarme, non arreté. LB. — Waffelaert Joseph caché Hulste ou Courtrai. canton de Pittem. 43


16 Ventôse an 7 RABg. AM. 1.2027.2.15. — Affaire dans la commune de Pittem . . . le citoyen Joseph Waffelaer domicilié sur la Place a Pittem a le 5 du present nous pris un gendarme par le corps sonnant a la porte du commissaire du directoire. Chez nous l'a egalement tire de son cheval et après que le gendarme était a terre, le dit Waffelaer a pris le cheval et partit chez lui . . . actuellement il est chez lui . . . 8 Vendémaire an 7. RABg. AM. 1.181.5. — P. 154. — Pieter Louis Waffelaer is grootvader van bisschop Waffelaer. Hij is uit Pittem Zie English Klokje St.-Baafs jg. 1958/24 Januari. EGEM 477. WAMBRECKE. — Eegem Wambrecke domestique brigand non arreté. LB. — Zie Van Wambeke. C. RUISELEDE

478. WAROUX.

— S. Génois Waroux Jacques, espion arreté. LB. Zie Mestdagh. LB. — Wadoux Jacques arreté. Le dit Jacques Wadoux prévenu d'être espion de la bande, des brigands C. Ruiselede 19 Nivôse 7. RABg. AM. 1.2027.2.11 bis. — Jacques Waroux prévenu d'être espion de la bande brigands, arreté 12 Brum. RABg. AM. 1.182.36. C. WAKKEN

479. WASSENHOVE.

— Zie van Vassenhove.

A. Lowqck

44


LEO D'HULSTER (1784-1843)

een vergeten dichter uit de Hollandse tijd

DEEL I BIBLIOGRAFIE

I. Werken over D'Hulster Pr. Van Duyse : L. D'Hulster's Lettervruchten, uitgegeven door P.V.D., met inleiding (Gent, Annoot, 1845). A. Vander Meersch : Biographie Nationale, tome VI, pp. 36-37. C.F.A. Piron : Algemeene Levensbeschrijving der Mannen en Vrouwen van België (Mechelen, J.F. Olbrechts, 1860). De Seyn : Biographie Nationale, tome I, p. 700. J. Brys : Leo D'Hulster, 1784-1843 in Album J. De Cuyper, 1966, pp. 107-116. Hij wordt eveneens vernoemd, respectievelijk besproken in : Th. Coopman & L. Scharpé : Geschiedenis der Vlaamsche Letter­ kunde van het Jaar 1830 to t heden (Roeselare, 1910). Kalff : Literatuurgeschiedenis, deel V II, p. 391 Te Winkel : Ontwikkelingsgang der Nederlandse Letterkunde (2e druk, 1925, deel VI, p. 378). K. Ter Laan : Letterkundig Woordenboek voor Noord en Zuid (Van Goor, 2e druk, 1951, p. 238). H.J. Elias : Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte (Antwerpen, 1963, deel I, p. 308). Bepaald gunstig is de bespreking in : Fr. De Potter : Geschiedenis der Vlaamsche Letterkunde in België, 45


sedert het begin der 19e eeuw (Roeselare, Stock, 185.8). G.D. Minnaert : Nederlandsch Leesboek. Proza en Poëzy der beste Nederlandsche schrijvers (Genten Leiden, 1872). J. de Saint-Génois : Messager des Sciences Historiques de Belgique (jaargang 1843, p. 223 en jaargang 1845, p. 183). Zie verder omtrent deze tijd : J.F.

Willems : Verhandeling over de Nederlandsche Tael (Antwerpen, 1824). J.O. Devigne : De zuid-Nederiandsche schrijvers van het tijdstip der Fransche overheersching (Antwerpen, 1873). E. Vander Straeten : Le Théâtre Villageois en Flandre (Bruxelles, 18 8 1 ,2dln). J. Bols : Leven en Werken der Zuid-Nederlandsche Schrijvers (Gent, 1904). 2. Uitgaven van zijn werken. Op één na, komen alle gedichten voor in Pr. Van Duyse : D'Hulster's Lettervruchten. Het gedicht :"De Verliefde" werd gepubliceerd in : — Gedichten en Verhandelingen van het K oninklijk Genootschap van Taal- en Dichtkunde te Antwerpen (Antwerpen, J.J. Janssens, 1825). Hierin verscheen eveneens de "Len te" en de "Toneelkunst". — Antwerpschen Almanach voor Nut en Vermaak (1822). Hierin verschenen eveneens de ode "Len te" en in de jaargang 1821 "Toneelkunst". In de bloemlezing van Minnaert werd het gedicht "H et Vaderland" opgenomen. In deze van dr. Pr. De Jonghe : "Handboek der Nederduitsche Tael- en Letterkunde ten dienste der gestichten van Middelbaer Onderwijs (Brugge, 1847)," vinden wij "De Fraeye Kunsten". Gedichten van hem verschenen ook in de "Gentsche Muzenalmanach" (1826) en de "Almanach voor Blijgeestigen" (1826). P. Lanssens : Verhandeling over het kunstmatig lezen, gevolgd van de voornaemste regels der uitgalm- en toneelkunde, met een keus van proza en dichtstukken (Brugge, C. De Moor, 1848), neemt op : "De Fraeye Kunsten" (pp. 206-208) en het proza­ werk : "Uitvindingen en ontdekkingen in Kunsten en Weten­ schappen (pp. 155-160)", dat de inleiding is van het prozawerk over hetzelfde onderwerp dat in de verzamelde werken voor­


komt. J.F. Heremans : "Bloemlezing u it Nederduitsche Dichters” (Van H. Van Alphen to t op onze tijd) (Gent, H. Hoste, 1853), neemt het gedicht "De Fraeye Kunsten" op. Het verdient op­ gemerkt te worden dat deze bloemlezing slechts werk van tien Zuid-nederlandse dichters bloemleest, namelijk van de leven­ de : Ph. Blommaert, J. Van Beers, J. Nolet der Brauwere van Steelant, J.M. Dautzenberg, J. A. De Laet, Pr. Van Duyse en van de overledene : J. Th. Van Ryswyck (t 1849), K. L. Ledeganck ( t 1847), J.F. Willems ( t 1846) en L. D'Hulster ( t 1843).

INLEIDING Een periode in de letterkundige geschiedenis, die weinig bekend is en gewoonlijk beschreven wordt als een tijd, die geen enkel werk van enige kunstwaarde voortbracht, is de eeuw die loopt van onge­ veer 1750 to t rond 1850 en de overgang vormt van het Classicisme naar de Romantiek. In die jaren leefden in onze streken nochtans enorm veel mensen, die zich met literatuur en dan vooral met poëzie onledig hielden. Hen ontbrak het echter vooral aan twee zaken : verfijnd taalgevoel, taalkennis en poëtische bezieling. Deze toestand is historisch te verklaren : onze taal had stilaan, onder de druk van vreemde overheersers, haar glans en gezag ver­ loren, waardoor de bovenlaag der bevolking geleidelijk aan ver­ franst was. Deze tendens was reeds merkbaar onder de Boergondiërs (1), werd nog sterker onder de verlichte vorsten van het Oostenrijkse huis der Habsburgers (2) en vond zijn bekroning ge­ durende de Franse bezetting. Door het dekreet van 13 juni 1803 omtrent het opstellen van openbare akten in het Frans en het keizerlijk besluit van 21 december 1812 omtrent de verplichte Franse nevenvertaling in de Vlaamse dag- en weekbladen, werd het Frans officieel als de enige cultuurtaal van onze gewesten opge­ drongen (3). Al die tijd bleef de moedertaal nochtans beoefend in de Rede­ rijkerskamers, waarvan de leden vooral gerecruteerd werden uit de middenstand. Dit maakte dat het Nederlands stand hield. Hier werden zelfs pogingen gedaan, om de taal te zuiveren en te ver­ rijken. Dat lukte evenwel niet altijd. "E r kwam leven, ja, geestdrift in de oude Rederijkersgenootschappen, die beurtelings prijskam­ pen openden, op welke broederlijke feesten de overwinnaars met 47


lauweren gekroond werden, en het valt niet te betwijfelen of dit moest de letteroefenaren bezielen met hoop en ijver" (4). Een voorbeeld hiervan is het verbond dat gesloten werd tussen de Kamers van enkele Westvlaamse steden — Brugge, leper, K ortrijk en Oostende — waar de verfransing veel minder vaste voet gekregen had dan in Oost-Vlaanderen en vooral in Brabant, om jaarlijks om beurten een prijskamp in te richten (5). Natuurlijk was het ingediende werk, zuiver literair beschouwd, van geen hoogstaande kwaliteit, maar het verzekerde in de moedertaal het contact tussen volk en kunst. Tot de meestgevierde van de talrijke schrijvers uit die droeve tijd behoren : L. Pluvier, die een geschiedenis van Filips de Schone schreef, de Antwerpenaren Van der Sanden en Pauwels, de Gentenaar De Wolf, de toneelschrijver Pater Stevens van Lier en J.B.J. Hofman van Kortrijk. Bij de dichters genoten vooral bekendheid : Kanunnik Coninckx (1750-1839), A. Duncan (1765-1834), P.J. Ceulemans (17751851), B. De Smet (1776-1868) (6). Als een zonnige dageraad na een stormnacht, begroetten al onze letterkundigen — eenieder die in die tijd wat school gelopen had, voelde zich letterkundige, zoniet dichter — de vereniging met Noord-Nederland als de redding van onze taal en literatuur. Een verbetering van de toestand kon niet uitblijven. Koning Willem I was wezenlijk begaan met de taaltoestanden in de Zuidelijke Nederlanden en vaardigde heilzame besluiten uit, die een regeling voor het onderwijs voorzagen, het Nederlands to t officiële taal bevorderden, een bescherming van de Rederijkers­ kamers bevatten, enz. (7). De standen en personen, die mondig genoeg waren om hun mening kenbaar te maken, stonden echter over het algemeen niet aan de zijde van de vorst. De clerus leerde het volk, dat de godsdienst zou kunnen lijden onder het gebruik van een protestantse taal, zoals het Nederlands. Ambte­ naren en leidende standen waren over het algemeen verfranst en zagen in de verplichting het Nederlands te gebruiken, een supple­ mentaire last of een gevaar voor hun betrekking, daar zij die taal niet of slechts onvoldoende kenden. Ten slotte gebruikte een ge­ deelte van de bevolking het Frans als wapen tegen de hen onpopu­ laire Noord- Nederlanders (7 bis). Men mag dus zeggen dat een belangrijk gedeelte van de bevolking, dat zijn opinie kon uiten, anti-Willem gezind was. De letterkundigen waren evenmin sympa­ thiek, omdat hun werk ouderwets aandeed in zijn verstarde vormen en geen vergelijking kon doorstaan met de alhier betrekkelijk goed gekende Franse literatuur. Hoe paradoksaal het ook moge klinken, de werkelijke opbloei zou 48


slechts komen na de Belgische omwenteling van 1830, omdat de beweging dan wel degelijk uit het volk kwam en niet meer van boven opgelegd werd door de staat (8). De voornaamste dichters van die periode, waarvan het merendeel nog slechts bij naam ge­ kend is, zijn A. D'Huygelaere (1774-1850), Th. Van Loo (17781851), K.A. Vervier (1794-1877), D. Cracco (1791-1860), J.-Fr. Willems (1793-1846), J.A. De Jonghe (1797-1861), Mevr. Van Ackere-Doolaeghe, Pr. Van Duyse (9). Een dichter van die tijd, die grote waardering bij zijn tijdgenoten genoot — hoewel hij niet veel geschreven heeft en slechts in tijdschriften en almanakken gepubli­ ceerd heeft — was Leo D'Hulster.

(1) (2) (3)

Stechter : Histoire de ia Littérature Néerlandaise en Belgique (1886), pp. 247-248. Stecher : o.c., p. 272. Stecher : o.c., p. 275 e.v. — De Potter, o.c., pp. 7-8 D. Sleeckx : De Patriottentijd - De Jacobijnen in België (Gent, 1889) C. Cortebeeck : De Franse Omwenteling in België (Gent, 1899) Fr. Van den Berghe : De Fransche overheersching in België (Gent, 1904) J.-F. Willems : Verhandeling over de Nederlandsche Taal (Antwerpen, 1824) E. Van der Straeten : Théâtre villageois en Flandre (Bruxelles, 1881, 2 delen). J. O. Delvigne : o.c. (4) De Potter, o.c. p.8 Vele z.g. patriottenliedjes, tegen de Fransen gericht, werden toen gedicht. Een gedeelte hiervan vindt men in : Verslagen en Mededelingen van de Kon. Vlaamse Akademie, 1921, sept., pp. 714-719. (5) De Potter, o.c., p. 9 (6) Stecher, o.c., pp. 273-274; De Potter, o.c., pp. 9-26; J.O. Delvigne, o.c., Bloem­ lezing ; Coopman en Delamontagne. (7) De Potter, o.c., pp. 51-52 en pp. 59-60. V. Fris : De Regeering van Koning Willem I, de Belgische Omwenteling en de Stichting van het Koninkrijk België (in Vlaamsch België sedert 1830, Gent, 1905, pp. 85-232). P. Fredericq : U it vader Bergmann's gedenkschriften (Gent, 1895) A. Prayon van Zuylen : De Belgische Taalwetten (Gent, 1892) G. Blauwkuip : De Taalbesluiten van Koning Willem I (Amsterdam, 1920) (7b) Een belangwekkend artikel over de schuld van Willem I aan de Belgische Omwente­ ling, schreef H.W.J. Knoop in "De Gids" van augustus 1857. (8) Over deze tijd kan men raadplegen : G. Höfken ; Vlamisch Belgien (1848) Fr. Oetker : De Vlaamsche Taalstrijd Hoffman von Fallersleben : Die Vlàmische Bewegung P. Hamelius : Histoire politique et litteraire du mouvement flamand (1895) L. Picard : Geschiedenis van de Vlaamsche beweging (1937) M. Lamberty : Philosophie der Vlaamsche Beweging (1937) H. J. Elias : o.c., deel I (1963) (9) Bloemlezing uit hun werk bij Coopman en Delamontagne, o.c. Aangaande deze tijd vindt men ook enkele nota’s bij dr. J. Ten Brink, Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde, 1897. Nadere bijzonderheden over de geciteerde schrijvers : Biographie Nationale.

49


I. LEVEN Leo D'Hulster werd op het einde van het Ancien Régime, in de laatste jaren van de regering van Maria-Theresia, op 15 januari 1784, geboren te Tielt. Tielt was in die tijd een provinciestadje met ongeveer 7.000 in­ woners, waar een zeker intellectueel leven bestond : enkele scholen en een rederijkerskamer, genaamd "In 't Wilde gebloeit, reeds bestaende voor het jaer 1539", zoals vermeld wordt in een verzameling van dichtwerken, geschreven voor een wedstrijd van de Kamer in 1850 (1 ). Zijn vader baatte er een tabakshandel uit, zoals de vader van Petrus Behaegel, de taalhervormer uit het begin van de 19e eeuw (2). Deze handel was gelegen in de Kortrijkstraat, op de plaats van het pand nr. 1 en was eigendom van de familie (2 bis). Behaeghel en D'Hulster hebben samen school gelopen en waren jeugdvrienden, hoewel men al eens beweerd heeft dat zij, uit beroepsnijd van de ouders, nooit goed met elkaar konden opschieten. Het is enkel na 1838, toen de spellingsoorlog in volle hevigheid woedde, dat zij weinig vriendelijk tegenover elkaar kwamen te staan. Het is ten andere dan dat D'Hulster op een pittige manier een oordeel velt over zijn jeugdgezel in het puntdicht "Aen den Heer en Mr Behaegel" (3) : Heer van Accentenburg en Meester van de Spelling Die duizend woorden in gespitste benden schaert. Had gij u nooit belast met zulk een hersenkwelling Wat moeite had gij niet u en ons gespaerd. Het gezin D'Hulster bestond uit vier kinderen : Catharina (geb. 1783), Leo (1784), Angélique (1787) en Lodewijk (1790) (3bis). Leo D'Hulster schijnt een buitengewoon begaafde jongen geweest te zijn : in het jongenspensionaat van de heer D'Haeyere te Tielt, blonk hij uit onder zijn mede studenten. In deze school, gelegen aan de Krommewal, waren in 1798 meer dan honderd leerlingen ingeschreven, die er in het Frans en in het Nederlands onderwezen werden (3ter). Gezien de heer D'Haeyere weigerde de eed van trouw aan de Republiek af te leggen, werd hij door de overheid van zijn functie ontheven en opgevolgd door een beëdigde, Lodewijck De Vlemynck. Vanaf 1798, het jaar van D'Haeyere's ontslag, diende D'Hulster als ondermeester in te springen. De school verloor echter het grootste gedeelte van haar leerlingen, zodat op het "Fête de la jeunesse" slechts 17 kinderen in de stoet opstapten (4). 50


Blijkbaar gaf D'Hulster privé-onderwijs als onbeëdigde en asso­ cieerde zich opnieuw met D'Haeyere toen deze in 1802 terugkeer­ de. Hijzelf bleef in Tielt als onderwijzer werkzaam to t in 1805. Dat jaar zag hij de kans zijn behoefte aan ruimere ontwi kkeling te voldoen en werd leerling van het College der Paters Recolletten te Tielt, waar hij van 1806 to t 1809 zijn humaniorastudies voleindig­ de (4bis). De zesde, vierde en tweede humanioraklas volgde hij niet, maar begon onmiddellijk in de vijfde (Figura major), die hij als primus verliet. Ook in de derde, die hij daarna aanvatte, behaalde hij de eerde plaats en kreeg de vermelding "probus ac omni virtutum genere ornatus", wat in de geschiedenis van het college slechts éénmaal zou zijn voorgekomen tussen 1678 en 1848 (4ter). Het volgende jaar vat hij de Retorica aan en na wat aanpassings­ moeilijkheden, beëindigde hij ook dat jaar als laureaat. Het jaar 1809 was in ieder geval een belangrijk jaar : niet alleen verliet hij als primus het college, maar in oktober trad hij binnen in het Groot Seminarie te Gent. Ondertussen was zijn vader over­ leden. In het Seminarie ging zijn aandacht vooral naar de studie van het Latijn, een taal waarvoor hij zich sterk interesseerde. Hij ontving de kruinschering op 24 december 1810, maar zou niet verder opklimmen in de wijdingen, gezien hij in april 1811 reeds het Seminarie verliet. Hij had immers ondervonden, dat niet de geestelijke staat maar wel het onderwijs zijn ware roeping was (5). Het is dan ook in het openbaar onderwijs dat wij hem van nu af aan aantreffen en waarin hij zich zal opofferen to t hij, lichamelijk volledig geknakt, zijn ontslag moest aanvragen. Zijn leraarstijd is een bijna voortdurende opgang : begonnen als onderwijzer in het gesticht van de heer Eugène Deschamps te Melle, werd hij in 1813 bij Keizerlijk besluit aangesteld als leraar in de grammatika aan het College te Dendermonde. Nog maar pas was het Nederlands Huis hier aan het bewind of hij bekwam de vererende bevordering to t professor aan het Gentse Atheneum, dat toen nog Collège Royal heette (15-04-1815). Zoals altijd kweet hij zich vol zorg en toewijding van zijn taak, zodat hem al spoedig, in plaats van het leraarschap van de Kleine Figuur, de taak van leraar Nederlands werd opgedragen (6-6-1816). De vaste benoeming volgde in mei 1818 en ter zelfdertijd werd hij aangesteld als titula­ ris van de laagste Latijnse klas. Hetzelfde jaar nog kreeg hij de bevordering to t klasleraar van de vijfde en op 1-10-1823 van de derde. Prudens Van Duyse, die later te Gent collega zou worden van onze 51


dichter, schreef over ham als leraar (6) : "Hier sprak hij aan die jeugd, welke men Virgilius en Cicero in de hand stelde, ook van BiIderdijk en Van der Palm : Sinds jaren is hij die leerwijze, zij moge dan door renegaten tegengekant worden of niet, getrouw gebleven". "En Gent, het oude Gent met zijn Vlaemsche burgers, was er hem dankbaer over". Ph. Blommaert schrijft hieromtrent (7) : "Den Vaderlande ten uiterste toegenegen, wist hij de liefde to t hetzelve, zelfs onder vreemden dwang zijnen leerlingen in te boezemen, en de verknochtheid aan de landtaal te versterken, daar hij echt Nederlander, overtuigd was dat een volk, slechts door de volledige kennis en beoefening der moedertaal, to t een hoogere beschaving kan opgeleerd worden". De Belgische Staat schijnt zekere rancunes gehad te hebben tegen deze trouwe dienaar van het Verenigde Koninkrijk der Neder­ landen. Samen met De Potter werd hij gedegradeerd om onderwijs te geven in de laagste twee klassen van het Atheneum. Wij weten niet wat de magistraat van Gent ertoe bewogen heeft deze vernedering terug goed te maken, maar in ieder geval kreeg hij in 1833 opnieuw de leiding over zijn vertrouwde derde klas. Hoeveel pijn deze geschiedenis hem berokkend heeft, b lijkt uit een brief, die hij richtte aan het bestuur van het Atheneum (7 bis). Zijn gestel was evenwel niet tegen zijn werklust opgewassen, en na lange jaren strijd tegen een slopende ziekte, moest hij eindelijk het emeritaat aanvragen. Dit werd hem in 1838 verleend. (8). Ook op andere gebieden moest hij zijn activiteiten beperken. Zo schreef hij aan Snellaert : "D oor de langdurige aanhoudendheid mijner ziekte in de lectuur een last vindende, zie ik af van mijn inschrijving voor het belangrijke "Kunst- en Letterblad" (9). Vermelden wij nog dat D'Hulster ondertussen in het huwelijk was getreden met een juffrouw D'Huyvetter en dat uit dit huwelijk geen kinderen voortkwamen. Sedert 1806 had hij ook zijn kans gewaagd in het dichten. Hij hoedde zich voor overproduktie en, hoewel hij eerst sterk retorisch beïnvloed was, wist hij zich gaandeweg van de slentertaal van zijn Zuidnederlandse tijdgenoten vrij te maken en richtte hij zich meer naar de taal en de literaire modes van onze noorder­ buren. Nochtans bleef het schoolwerk het grootste gedeelte van zijn tijd in beslag nemen zodat hij niet zoveel kans had om aan letterkunde te doen. Zijn hele dichterlijke nalatenschap is vervat in slechts 15 gedichten en één puntdicht, in totaal 1386 verzen.

52


Die gedichten zijn ofwel geschreven voor prijskampen (Des Menschen Val en Verlossing), ofwel gelegenheidsgedichten (Moe­ derlijke toejuiching), ofwel vertalingen (Lente- Ode, Aenspraak van Moloch), ofwel meer zelfstandige en persoonlijke werken : "De Fraeye Kunsten", "H et ware geluk", "De tooneelkunst", "H e t Vaderland", "De verliefde".. Enkele van deze werkjes verschenen in tijdschriften (zie hier­ boven : bibliografie), de andere bleven onuitgegeven. Hij moet nochtans het inzicht gekoesterd hebben ze te bundelen en te laten drukken, zoals b lijk t uit een uitlating van Pr. Van Duyse (10), maar waarschijnlijk zal de ziekte, die hem verplichtte hetzelfde jaar het onderwijs te verlaten, benevens de arbeid, die hij besteed­ de aan het spellingsvraagstuk, dit plan opzij geschoven hebben. In 1836 werd door de regering een commissie aangesteld, die een regeling voor de spellingskwestie moest zoeken. Er waren hierom­ trent verschillende strekkingen, waarvan de voornaamste die van Siegenbeek (verdedigd door D'Hulster) en de oudere van Des Roches (11) en Sewel waren. Deze laatste schrijvers stonden de dubbele vokaalspelling voor en vonden een aanhanger in Pieter Behaegel (12). Onder de zeven personen, die aangewezen werden om te oordelen over dit belangrijk vraagstuk, dat al heel wat stof had doen opwaaien, bevond zich ook L. D'Hulster. Behaegels theorieën werden verworpen en, nauwgezet en werk­ zaam als altijd, gaf L. D'Hulster een verslag uit (1838), "zoo on­ wederleggelijk dat Behaegel zelf overtuigd, niet beproefde te ant­ woorden" (13) en het volgende jaar reeds volgde een "Woorden­ lijst voor spelling en uitspraak" (13 bis), die de bedoeling had enigszins orde te scheppen in de totale verwarring, die er heerste. Een bespreking van dat werk gaf Pr. Van Duyse in de "Bijdragen". Hierin beschrijft hij op conciese wijze de werkmethode van D'Hulster die, hoewel hij een geleerd man was, steeds beknopt en algemeen verstaanbaar wilde blijven : " . . . geen zware, onverteer­ bare kost, geen tot verscheidene boekdelen uitgedeid werk : hij kent de kunst, hij kent de regel : En schrijven kan hij niet, die zich niet kan bepalen, 't Is vaste spijs, die hij opdischt (14). Leo D'Hulster overleed te Gent in mei 1843 en werd op 18 mei bijgezet op het kerkhof van St.-Amandsberg. Zeer veel volk woonde de uitvaart van de dichter en leraar bij, waarbij de lijkrede werd gehouden door Prudens Van Duyse (15).

53


(1)

"Verzameling der Verdienstelijkste Dicht- en Prozastukken die in den Tooneei- en Letterkundigen Prijskamp . . . door de maatschappij van Rhetorika van Thieit, op den 2 0 Mei 1850 uitgeschreven, zijn ingezonden" (Thielt, 1850). De gezellen van het "Roosje" worden reeds vermeld in 1402. De Kamer ontving haar eerste stedelijk oktroo't in 1462 en werd gedoopt in 1518 (zie het tijdschrift "West Vlaanderen”, X lle jaargang, 1963, nr. 70, p. 260). (2) Over Behaegel : zie Biographie Nationale. Van Duyse drijft de spot met hem in een drietal gedichten en in een open brief. Zie ook Prof. M. Sabbe : U it den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815-30 (Hoofdstuk 5 - Antwerpen, 1939). (2bis) Stadsarchief Tielt — geciteerd door Brys, o.c., p. 108. (3) Van Duyse : o.c., p. 62. (3bis) Stadsarchief Tielt - geciteerd door Brys, o.c., p. 108. (3ter) J. Samyn : Fransche revolutie in Vlaanderen en in 't bijzonder te Tielt (Brugge, 1888, p. 119 ss.) (4) Van Duyse : o.c., p. X III. (4bis) Archief Paters Minderbroeders te Tielt — Brys, o.c. (4ter) Brys, o.c., p. 109. (5) A. Van der Meersch : Biographie Nationale, t. V I, p. 36. (6) Pr. Van Duyse : Bijdragen, nr. 33 (30-11-1838). (7) Ph. Blommaert : De nederduitsche schrijvers van Gent (Gent, 1861, p. 415). (7bis) Archief stadsbibliotheek Gent, reg. U 3, D. 2, geciteerd door Brys o.c., p. 110 : "Vous avez eu la bonté de me nommer de nouveau professeur de Syntaxe. Permettez-moi, Messieurs, d'épancher les sentiments dont me pénètre cet acte de générosité : quelque affligeante que dût être pour moi la décision de l'année dernière, la joie que je ressens de cette réhabilition est bien plus grande que la douleur que j'éprouvais alors". (8) Over dit jaartal bestaat er geen eensgezindheid. A. Van der Meersch (Biographie Nationale, t. V I, p. 36), geeft 1830 op, maar dit kan op een drukfout berusten. Piron (Levensbeschrijving. . . . p. 175), De Seyn (Biographie Nationale, t. I, p. 100), Pr. Van Duyse (Inleiding) en Ph. Blommaert (o.c., p. 41 5) geven 1838 op. J. de Saint Génois spreekt integendeel van 1840 (Messager des Sciences, 1843, p. 223). (9) Brief van 27 december 1841 (Gentse Universiteitsbibliotheek, G 15.755 22). (10) Bijdragen, 33 bis, 1838 : "Wij hebben hier maar één woord meer bij te voegen en dit woord zal voor ons publiek eene goede tijding zijn : de heer D'Hulster stelt zich voor een verzameling zijner gedichten uit te geven". (11) Bibliografie van Behaegel in M. Sabbe, o.c., pp. 70-71. (12) Een goed beknopt opstel over hem in Biographie Nationale, dl. 6. (13) Ph. Blommaert : o.c., p. 416. (14) Pr. Van Duyse : Bijdragen, nrs 33-33bis, 1838. (15) Pr. Van Duyse : Inleiding, p. X II.

54


2. D'HULSTER ALS DICHTER EN GELEERDE. Niettegenstaande D'Hulster eerder weinig geschreven en nog minder gepuliceerd heeft, werd hij algemeen erkend als een groot dichter en ontving hij in die hoedanigheid en ook als geleerde de hoogste onderscheidingen. Zo schreef Ph. Blommaert (1) over hem : "Den vaderlande ten uiterste toegenegen, wist hij de liefde tot hetzelfde, zelfs onder vreemden dwang zijnen leerlingen in te boezemen en de verknocht­ heid aan de landtaal te versterken, daar hij, echt Nederlander, overtuigd was dat een volk, slechts door de volledige kennis en beoefening der moedertaal to t eene hoogere beschaving kan opge­ leid worden". Pr. Van Duyse (2) voegde daaraan toe : "Geheel zijn levensloop was een strijd tegen de onwetendheid, onder welk gewaed zij zich verdook, en al had zij den schoolmeesterlijken tabberd aangetrok­ ken". Ten slotte typeerde de gemeentesekretaris van Tielt, Van den Berghe, (3) hem als volgt : "Den Heer D'Hulster hebben wij gekend : hij kon in zijn vlaemsche rondborstigheid geene vreemde naaping verdragen. De man sprak zoo wel, zoo klaer, zoo zuiver zijne moedertael, hij droeg haer eene zoo hartelijke toegenegen­ heid, dat men innerlijk afkeer gevoelde met hem Fransch te spreken". D'Hulster was reeds in 1820 briefwisselend lid benoemd van het "Antwerpsch Tael- en Letterlievend genootschap". In 1821 werd hij to t sekretaris van de Fonteinisten te Gent aange­ steld. Ten gevolge van een onenigheid verliet hij deze Kamer en stichtte, samen met Kesteloot en L. De Potter, de maatschappij "Regat Prudentia V iris" (4). Hij leverde zeer veel werk in d it ge­ nootschap, waar hij sekretaris werd en in die hoedanigheid een verzamelbundel uitgaf : "Verhandelingen en Prijsverzen" (5). In 1815 werd hij lid van de "Société des Beaux Arts et des Lettres" te Gent, zoals b lijk t uit een brief van 20-11-181 5 aan de sekretaris van die vereniging gericht (5bis). In 1822 werd hij lid benoemd van de Rotterdamse maatschappij "Verscheidenheid en Overeenstemming"; in 1824 van de Rhetorikakamer "Alpha et Omega" te leper; in 1828 van het Koninklijk Genootschap "Concordia" te Brussel; in 1843 van de "Maatschap­ pij voor Toneel- en Letterkunde Yver en Broedermin" te Brugge en van het "Nederduitsch Taal- en Letterkundig Genootschap" te Brussel. Ook na de Omwenteling en de Belgische Onafhankelijkheid, vielen 55


hem nog enkele belangrijke onderscheidingen te beurt, hoewel hij een vurig verdediger van de Groot-Nederlandse staat geweest was (

6).

In 1839 schreef de Belgische regering een prijskamp uit voor het bezingen van 's lands onafhankelijkheid. Er werd een jury samen­ gesteld om over de ingezonden werken te oordelen en zij werd per taalgroep ingedeeld. D'Hulster speelde er als lid een aktieve rol in en schreef behartenswaardige dingen over de taal- en letterkundige toestanden in ons land. Wij citeren (7) : "Malgré l'oppression qui pesait depuis 40 ans sur la langue flamande et le dédain que l'on n'a que trop longtemps cherché à déverser sur notre littérature, les habitants de nos provinces n'ont cessé de cultiver leur poésie avec beaucoup de zèle et de persévérance. Non seulement dans les villes, mais dans les villages mêmes des deux Flandres ont lieu souvent des concours de poésie, et cet usage fréquent date de l'existence de nos anciennes chambres de Rhétorique. Reste à voir à quel point nos jeunes poètes réussissaient : question qui vient d'être résolue par le dernier concours de Bruxelles. Les Flamands et les habitans des provinces Wallonnes ont traité le même sujet. Personne ne contes­ tera qu'en beautés poétiques le morceau Flamand ne l'emporte de beaucoup sur la pièce française". De provincie Oost-Vlaanderen, waar hij gedurende meer dan 25 jaar trouwe dienst in het onderwijs leverde, erkende ook zijn ver­ diensten. Hij was lid van de "Commissie van Vier", voor toezicht en bestuur van de Normaalscholen. In het verslag van de Besten­ dige Deputatie lezen wij dat hem deze onderscheiding te beurt gevallen was "pour son caractère honorable et ses lumières". Om ons een idee te vormen omtrent zijn opvattingen over taal- en letterkunde, halen wij hier nog een passus aan uit zijn Verslag over het spellingsvraagstuk" (8) : "Hoe ! Zal een minnaer van onze letterkunde Helmers, Bilderdijk, Tollens, enz. uit de handen wer­ pen omdat die dichters Hollanders zijn ? ". "Zullen wij, die sedert de 16e eeuw onze tael veronachtzaemden, terwijl de Noordnederlanders dezelve zoo vlijtig beoefenden, de vruchten hunner taelkundige nasporingen dwazelijk verwerpen ? ". "H ier hoor ik eenigen zeggen dat die vruchten in vele gevallen, voor het grootste gedeelte der vlaemsch sprekenden ongehoorde nieuwigheden zijn. Met dusdanige redenering verheft men eene eeuwige hinderpael tegen alle voortgang in de tale; in ons geval van taelbeschaving immers moet de vraeg niet zijn "hoe men spreekt en schrijft", maer "hoe men behoorde te spreken en te schrijven". "Want uitspraek en spelwijze moeten bij onze gezamenlijk to t tael56


beschaving medewerken. De noordelijke talen zijn zeker ver van de zachtheid der zuidelijke, maer, men moet het bekennen, terwijl de Engelschen, de Duitschers, de Hollanders immer zich bevlijtigden hunne tael te beschaven en zooveel mogelijk te verzachten, bleef onze Vlaemsche ruw, hard, moeylijk in de uitspraek Zoals wij reeds zegden, vond hij overal onverdeelde lof en bijval. Zelfs Kalff (9), die anders vlug klaar stond om onze Zuid-Nederlandse dichters te veroordelen, vond nog iets goeds in zijn oeuvre : "Hier en daar echter begint iets op te komen, en zich op te richten. Wij hebben het oog op de, in zuivere doch conventionele taal geschreven verzen der atheneumleeraren D'Hulster en Cracco". J. Stecher (10) stelt hem op één lijn met de grootste góden der literatuur van die tijd, als hij schrijft : "E t quant aux poètes, tels que L. D'Hulster, Willems, Van Loo, Vervier, De Vos et quelques autres, ce petit nombre, c'est à peine/si, au milieu de l'agitation des partis, ils pouvaient faire sonner quelques vers classiques, en opposant le goût des Latins où la sévérité des Hollandais à la rimaille mythologique et barbare des Rederijkers". Piron slaat hem als dichter niet zo hoog aan, evenmin trouwens als de overige dichters van zijn tijd (11) : "als . .. letterkundige be­ hoort hij to t een tijdstip dat weinig voortgebracht heeft". Integendeel verdient hij, volgens deze schrijver, hoger geschat te worden als geleerde en professor : "n o o it een grafdicht heeft een gelukkiger toeëigening bekomen . . . col ligite ne pereant.. . . 's Mans gedachtenis verdient in gezegend aendenken bij al de Nederlanders te blijven". Vol lof over hem is Prudens Van Duyse, en dat overal waar hij handelt over de leermeester van zijn broeder en zijn collega aan het Gentse Atheneum (12). Hij schreef o.m. (13) : "D'Hulster, die gedurende lange tijd , immers van 1815 tot 1830, de hoofddichter van Vlaenderen was". Na zijn dood, dichtte hij ten andere een sapphische ode voor zijn vriend (14). De vader van de Vlaamse Beweging, J. Fr. Willems, had eveneens een hoge dunk van onze dichter en in zijn bekende epos "Aen de Belgen" vernoemt hij hem als enige Zuid-Nederlander naast de meest bekende Noord-Nederlanders (15) : 185Eer nog Corneilles Cid de wereld mogt bekoren, Was hier in Nederland het treurspel al herboren; Reeds bloeiden Vondel, Hooft met roem in Amstelstad, Toen Frankrijks schouwtooneel nog geen Rotrou bezat; Natuer had vader Cats haer lessen al gegeven, 57


190 Eer La Fontaine's geest zijn fabels had geschreven, En, vóór Racine, had De Groot in zinrijk dicht, Den godsdienst en der deugd een outer opgerigt. Nog b lijft die dierbare in haer volle glorie prijken, Nog roemt zij op den gloed van vruchtbar Bilderdijken, 195 Nog prijse ze eep D'Hulster, en verhoogt een Van der Palm, Nog is haer altaer niet ontbloot van wierook walm. Zelfs Coopman en Scharpé (16) spreken in 1910 nog met achting over hem als over "een voor zijn tijd keurig schrijver en als een bescheiden en ontwikkeld man". Zij verontschuldigen zich zo vlug over deze figuur heengegleden te zijn met er op te wijzen dat hij feitelijk buiten het bestek van hun studie valt, die handelt over de literatuur na 1830 en D'Hulster na 1830 nagenoeg niet meer dicht­ te. Verder citeren zij hem nog samen met de voornaamste leden van de Nederduitsche Academie, zoals de Leuvense rektor Kanun­ nik De Ram, David, Coninckx, Ledeganck, Van Duyse, Snellaert, Rens, Bormans en Serrure. Een andere tijdgenote, mevrouw Van Ackere uit Diksmuide, toen nog ju ffro uw Doolaeghe, schreef over hem in haar lange tijd klas­ siek gebleven gedicht "Aen de Belgische Dichters" (17) : Gy, D'Hulster, Visser, gy, Renier, Bevingert stout de gouden lier En plant in vasten grond der Muzen eerestande. In het verdienstelijke werkje dat hij aan deze periode wijdde, spreekt De Potter (18) met onverdeelde lof over L. D'Hulster. Hij looft hem, samen met Van Ryswyck, als één der verdienstelijkste gestorven dichters. Verder heet het dat hij terecht aangezien wordt voor een van de beste dichters uit West-Vlaanderen en tenslotte schrijft hij : "Temidden van al de drukke zorgen en bezigheden die het Openbaar Onderwijs hem gaven, wist hij nog altijd edele zangen aan het Vaderland te bieden. Het is vooral in zijn lyrische gedichten dat hij groote verdiensten bezit, getuige de schoone, krachtige oden : "De Fraaije Kunsten" en "H et Vaderland". Ten slotte krijgt hij nog een vermelding bij het dichterschap van de Hollandse periode in het recentere werk van dr. H.J. Elias (19). In verscheidene bloemlezingen werden gedichten van de Tieltse dich­ ter opgenomen. Dit is o.m. het geval in deze van dr. Pr. J. De Jonghe (20), in deze van Schrant (21 ), waarin hij naast J. Fr. Willems en Th. Van Loo 58


Wijzen wij er verder nog op, dat ook het Franstalig Gentse week­ blad "messager des Sciences Historiques de Belgique” (24) een artikel w ijd t aan L. D'Hulster. J. de Saint Génois, die er de steller van is schrijft o.m. : " . . . qui avait obtenu pour sa diction pure et son goût pour la littérature classique un rang distingué parmi les poètes flamands” , en verder "dans ces diverses fonctions il se distingua constamment pour son zèle et son amour pour la langue maternelle, à la culture de la­ quelle il consacrait presque tous ses instants. Une instruction vaste et variée se réunissait chez lui à de la verve et une intelligence d'élite. La littérature flamande perd en lui un appui laborieux et a ctif". In een ander nummer van hetzelfde tijdschrift (25) heet het, ter gelegenheid van de uitgave van zijn werk door Pr. Van Duyse en van de vervaardiging van zijn borstbeeld door Fr. De Bosschere : " . . . seront un juste hommage rendu à la mémoire de ce littérateur distingué, dont le talent, le caractère honorable et les lumières ont été justement appréciés par ses nombreux élèves et amis". Aldus klinkt het oordeel van de tijdgenoten over de man, die nooit rust kende en steeds in de bres bleef voor de verdediging van zijn moedertaal. D'Hulster werd door zijn generatiegenoten aangezien voor de voor­ naamste dichter uit de periode van de hereniging met Noord Nederland. Hij wordt door hen hoger aangeslagen dan b.v. Willems, Serrure of Van Ryswyck. Dat dergelijke titels echter vergankelijk zijn, b lijk t voldoende uit het feit, dat hij voor het ogenblik praktisch totaal vergeten is, en zijn naam alleen nog voorkomt in gespecialiseerde werken. Nochtans heeft hij onloochenbare verdiensten gehad en dit niet alleen als dichter, maar ook als leraar en taalkundige. Het feit dat hij, die het grootste gedeelte van zijn leven in het onderwijs sleet, één der weinigen was die zijn taal beheerste, vlot en voor die tijd bijzonder feilloos schreef, verdient reeds gememo­ reerd te worden. Dat hij daarnaast al zijn krachten aanwendde om de betere nederlandse dichters en prozaïsten te leren kennen aan onze jeugd en, over het algemeen, Noord-Nederland als voorbeeld steld, geeft hem een grote verdienste. De geschriften, waardoor hij een eind stelde aan de zinloze spel­ lingsoorlog van die tijd , maken hem ook to t een belangrijk figuur van zijn generatie. Dat hij ten slotte ook als dichter niet volledig mag vergeten worden, zullen wij trachten te bewijzen in de hiernavolgende blad­ zijden, waarin wij zijn poëtisch oeuvre van meer nabij zullen be­

59


de enige Zuidnederlander is; in deze van Minnaert (22), waarin slechts drie dichters van vóór 1835 vermeld worden, namelijk K. L. Ledeganck, Th. Van Ryswyck en D'Hulster, die een onderschei­ ding als klassiek dichter krijgt. (23). schouwen. Nu reeds kunnen wij zeggen dat zijn naam ongetwijfeld mag b lij­ ven vernoemd worden naast en zelfs vóór die van dichters, die nog in praktisch alle bloemlezingen vermeld worden, zoals J. Fr. Willems, Pr. Van Duyse, Serrure, Van Ryswyck en andere.

A. Van Severen

(1) (2) (3) (4)

(5)

60

Ph. Blommaert, o.c.,p.415 Van Duyse, Inleiding, p. X II Van Duyse, Inleiding, p. X V III Heel wat bijzonderheden over die Kamer, vindt men in haar eigen uitgave : "Wetten der Maatschappij voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde onder de zinspreuk van Regat Prudentia Viris te Gend" (Gend, A.B. Steven, 1821). Daarin kunnen wij o.m. lezen dat er drie soorten leden waren : werkende, niet-werkende, en leden van verdienste, waarvan de eersten verplicht waren een spreekbeurt te geven, de tweeden alle vergaderingen dienden bij te wonen en de derden alleen tot plicht hadden luister aan de Kamer bij te zetten door er lid van te zijn. De vergaderingen gingen door op de eerste dinsdag van iedere maand. Later werd er een wekelijkse vergadering op donderdag bijgevoegd. Als stichters van de maatschappij worden genoemd : Van Toers, staatsraad Schrant, Kesteloot, Mahne, hoogleraren Hye-Shoutheer, geheimschrijver bij het stadsbestuur D'Hulster en De Potter, leraren aan het Koninklijk College De aktiviteit van D ’Hulster is ons bekend uit de "Verslagen wegens den Staat en de werkzaamheid der Maatschappij van Nederlandsche Taal- en Letterkunde te Gent, gedurende het maatschappelijk jaar 1821-1822" (1822-23, 1823-24) door J.M. Schrant (Gent, A.B. Steven). In het verslag van 1821-22, blz. 4-7 bindt men eveneens enkele interessante details over het ontstaan der Maatschappij. De geheimschrijver gaf volgende voordrachten : 1821-22 — 3 Louwmaand : Uittreksel uit een oud, weinig bekende Vlaamsche


dichter. Sprokkelmaand: enkele taalkundige nasporingen over het woord Gend (D'Hulster verdedigde de spelling Gend t.o.v. Gent.) Deze tekst konden wij niet terugvinden. 7 Bloeimaand : dichtstuk "Filippine van Vlaanderen". Schrant voegt er een samenvatting van het dichtstuk bij. 1822- 2 3 7 Louwmaand: dichtstuk "H et Vaderland". Hieroo volgt een waarderende bespreking van het werk en een citaat van de laatste strofe. 1823- 24 4 Slagtmaand : voorlezing van het bekroonde werk van Renier (Deerlijk) : "De Slag bij Kortrijk". In de verzamelbundel "Verhandelingen en Prijsverzen” prijkt slechts één gedicht buiten de prijsverzen, namelijk "H et Vaderland” (blz. 158-166). Voorts schreef hij ook tweemaal een "Nieuwjaarswensch” voor de Kamer, namelijk in 1825 en 1828. Ter gelegenheid van een banket op 4 december 1825 gehouden, schreef hij een "Gendsch Liedeken". (5bis) "J'ai reçu avec plaisir la lettre par laquelle vous me faites l'honneur de m'annoncer que la S. d.B.A. de cette ville m'a nommé membre de la classe de littérature. Quoique mes talents soient très faibles pour mériter un pareil honneur, si cependant le zèle et l'amour pour les lettres peuvent y suppléer, je me ferai toujours gloire d'être membre de votre société" (Gentse Univ. Bibl. — G 11562). (6) Pr. Van Duyse : Nalatenschap van J. Fr. Willems (Den Haag, M. Nygoff, 1856, p. X IV ). (7) Pr. Van Duyse : ibid. p. 325 (8) Pr. Van Duyse : Uitgave van D ’Hulster's werk, p. 148-149. (9) Kalff : o.c., p. 298-299. (10) J. Stecher, o.c., p. 298-299. (11) Pirion, o.c., p. 1 75. (12) Zie o.a. Bijdragen, nr. 33 (1818) — De Inleiding tot D'Hulster’s Gedichten. — De uitgave van J. Fr. Willems' werken. (13) Pr. Van Duyse : Nalatenschap van J. Fr. Willems, p. 326. (14) Is opgenomen, met een opdracht aan Goetghebuer, in een verzameling van enkele werkjes en brieven van Van Duyse, berustend inde Gentse Universiteitsbibliotheek (nr G 8503/35) Heilig, ja, zal de eer van den braven D'Hulster Voor uw kroost, o Thielt, in alle eeuwen wezen — Kostelijk, 't door zijn hand voor uw blanke voeten Neergeleid offer 3

Dichtkunst, gij zweegt stom in ons oord, doordaverd van het Fransch klaroen, en het Vlaemsch zonk peilloos Rijmaers kwakten schor, in hun vurige poelen : D'Hulster zong de eerste ! Zong hij 't vaderland, en met warmen kunstzin De eedle kunsten, krans van de levenslente, Van den Ouderdom, op verrukte wieken Zweefden zijn toonen Zong hij Edwards bruid in de kerkboeyen, Forsche torengloed en volteêder meêly' Braken als om strijd, uit zijn dichterboezem Vlaemsch als een Breidel !

61


"Vlaemsch en basterdtael" o, dit zijner luimen Democritisch kind is een scherpe roskam, Flandrophoob ten straf, die het valsch gesteent houdt Voor diamanten. Waerde dichter, zie op uw Thielt ter neder; 't lijdt en worstelt fel, als de tael der vaedren — zing eeen hymnus, vol van vertrouwend hopen Ons in het harte Ons, met zaligheid uw gelaet hervindend. Zing een hymnus, vriend, die onze 'ziel gebeester'. En haer gloeyen doe als uw eigen ziel, Strale der Gods zon ! Gij, verfrankeld ras, zoo ge u nog kunt heffen Van uit 's afgronds diep, dat uw aert verzwolgen, U het brein omwolkt en het hart verlaegd heeft. Zoo gij de waerde Van een Vlaming nog, van een Vaderlander, Van een dichter, stout of volgeestig zingend. Half gevoelen kunt : zoo gij nog kunt blozen, Bloost bij dit borstbeeld ! (15) P. Van Duyse : Nalatenschap . . . ,p. 41 en w . (16) Coopman en Scharpé, o.c. (17) M. Doolaeghe : Aen de Belgische Dichters. Geciteerd door Coopman en Scharpé, o.c. (18) De Potter, o.c., p. 85 (19) dr H. J. Elias ; Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte (Antwerpen, 1963), dl. 1, p. 308. (20) dr De Jonghe : o.c., p. 283. (21) Schrant : Proeven van Nederlandse Dichtkunden (1827) (22) Minnaert : o.c., p. 312 (23) Minnaert : o.c., p. 223 (24) jaargang 1843, p. 223. (25) jaargang 1845, p. 183.

62


ONZE WINDMOLENS

TER INLEIDING. De betekenis van de windmolen in het verleden, is niet licht te overschatten. Gedurende eeuwen was hij, na het kerkgebouw, het belangrijkste aantrekkingspunt in ons dorps-en zelfs (klein-) stads­ leven. Als voorbeeld naast talrijke andere, halen wij aan dat in de oude renteboeken, staten van goed, enz. betreffende Wingene, de weg van dat dorp naar Zwevezele ook herhaaldelijk aangeduid wordt met de benaming “ de straete naer den lendackermeulen Trouwens : hoeveel wegen, straten of zelfs paden zijn er niet, die hun bestaan danken aan een windmolen ? Wie kent een dorp, of zelfs een stad, waar geen molenstraat of molenhoek te vinden is ? Anderzijds ontdekken wij door deze studie welke problemen een molenaar soms op te lossen kreeg, vooreerst inzake de oplei­ ding, later het plaatsen van zijn zoon of zonen. Zo wordt het ongemeen boeiend, het " trekken" van een molenaarsgeslacht te volgen, generatie na generatie. Op dit punt hopen wij later, en afzonderlijk, terug te komen. De windmolens hadden de wind in zeilen to t de tweede helft van de negentiende eeuw : de opkomst en doorbraak van het stoommaalbedrijf had voor gevolg, dat jaarlijks een aantal molen­ kruisen uit ons landschap verdwenen. De elektrische drijfkracht bracht vanzelfsprekend de genadeslag. Nu de tijd van de windmolens al een eind achter ons ligt, is men ineens als het ware op basis van de wet van vraag en aanbod, bijzondere waarde gaan zien in de minder dan vijf procent, die overeind gebleven zijn. Het Rijk houdt er beschermend de hand boven en menige oudheidkundige vereniging is ermee begaan. Wij kunnen derhalve gerust zijn : een minimum aantal exemplaren zal behouden blijven. Helaas, minder eenvoudig is het met de molenaars : die zijn zomaar niet te behouden. De " meulenaers van style", zoals wij het vaak geschreven vinden in oude akten, zijn nagenoeg niet meer te 63


vinden; opvolgers evenmin ! Binnenkort zullen àl de nog over­ levende molens stokstijf achterblijven, overeind, ja, maar zielloos. De kunst zal erin bestaan onze laatste molens staande te houden en er een hart in te denken. Door het nagaan van hun verleden, door het opsporen en wedersamenstellen van al deze generaties molenaars, waarvan er bepaalde opklimmen to t in de middel­ eeuwen. Dit is dan ook onze opzet : binnen de ruimte van de Roede van Tielt, de geschiedenis van onze windmolens napluizen, én de vaak ingewikkelde puzzel van enkele molenaarsgeslachten pro­ beren uit te schrijven. Het is een werk van lange adem en diepgronden. Leemten zullen te dulden zijn. Maar, wachten to t alles compleet is, is . . . wachten op de dood ! Laten wij liever léven, en maar van wal steken . . . Een minimum van technico-historische gegevens is echter onont­ beerlijk. Wij hebben het hier uiteraard over de molens in onze streek. — Oorspronkelijk (denkelijk vanaf de twaalfde eeuw) vinden wij de houten korenwindmolen, op teerlingen. Deze houdt stand to t het einde toe. Voorbeeld : Poelbergmolen, Tielt. — Zeker omstreeks 1400 bestaat al de houten oliemolen, even­ eens op teerlingen, voor het behandelen van koolzaad, lijnzaad, enz. Uiterlijk ziet hij er nagenoeg uit als de korenmolen. — Vermoedelijk in de zestiende eeuw al werden molens gebouwd, die én als korenmolen én als oliemolen dienst deden. — De stenen molens zijn in onze buurt eerst aanzienlijk later verschenen : op een paar uitzonderingen na, dateren alle uit de negentiende eeuw. — Vlak bij talrijke windmolens vinden wij, zeker sedert het einde van de zestiende eeuw, een paardemolen of rosmolen (rossekot). Zo kon er ook gemalen worden bij windstilte. — Oktrooi : sedert de tijd van Keizer Karei, zo menen wij, was de officiële vergunning of oktrooi vereist om een molen te bou­ wen. Hieraan was verbonden de verplichting jaarlijks een "redevance” of vergoeding (belasting) te betalem Aan deze verplichtingen kwam een eind met de Franse Revolutie (1789). Zo is het te verklaren dat in de daaropvolgende jaren een aan­ zienlijk aantal molens gebouwd werd.

64


DE WINDMOLENS VAN WINGENE. Vooraleer te starten met de geschiedenis per molen, wensen wij de volgende punten aan te stippen. — In de middeleeuwen, periode waarover wij uiteraard het minst gedocumenteerd zijn, waren te Wingene al meerdere wind­ molens opgericht. Wat ervan overbleef in 1700, heeft, op twee na, standgehouden to t in onze tijd, wij bedoelen minstens to t eind 19e eeuw, — Omstreeks 1850 zijn er te Wingene acht molens : daterend van vóór 1700 : Poelvoordemolen, Lentakkermolen, Plaatsmolen, Leenmolen. daterend van na 1700, maar nog oktrooitijd : Zandbergmolen. daterend van na de Franse Revolutie : Driekoningemolen (Velde'ns), Pijpemolen, Deneweth's molen. — Het zal wel niet uitzonderlijk heten over de middeleeuwse tijd hier alleen vage of slechts enkele precieze gegevens te vinden : bij gebrek aan (bestaande ? ) documenten , moeten wij ons beperken to t wat wij konden vinden. En het zal de lezer niet onbekend zijn hoe moeilijk de, soms zeer verspreide, archie­ ven hun geheimen prijsgeven. — Onze studie delen wij als volgt in : I. De vóór 1700 verdwenen windmolens. II. De vier oudste molens van de acht. III. De vier jongste molens van de acht. 1. DE VOOR 1700 VERDWENEN WINDMOLENS. 1. Apoteker J. Fraeyman maakt in zijn opstel over de molens van Wingene, gewag van een molen, die volgens D. De Somviele, ooit in de Ratelinge zou gestaan hebben. Dit komt ons onwaar­ schijnlijk voor, gezien we er niet het minste spoor van konden vinden, zelfs niet — en dit is voor ons doorslaggevend — in de plaatselijke toponymie. Wij zullen hierbij dan ook niet langer verwijlen. 65


2.

IVolen tegen de Rozendalestreat. In het renteboek van de heerlijkheid van de Hauweelse, anno 1466 (fo. XVI v°), is er sprake van een partij land en veld, liggende "ande noorts van paescaris vandgote alymuellene . . . metter noorts neffens dhoyr jan beellaerts beits, streckende toot over den rysbergschen kerkwech . . . " Deze kerkweg is zonder twijfel de Rozendalestraat. En wie zegt Beelaert, heeft het over de zuidkant van de Rijsbergse. In het landboek van 1756 nog is er sprake van de Beelaertvijver, precies waar het nieuwe klooster van St.-Elooi staat. Ander­ zijds vinden wij op de kaart van ± 1654 van de heerlijkheid van het hof van Wingene, het "oliemeulenvelt", en wel langs de Rozendalestraat, namelijk een groot veld tussen de huidige Heremeersstraat en de Doornstraat. Zelfs in het landboek van 1756 komt dezelfde benaming nog voor. Redelijkerwijs kun­ nen wij derhalve besluiten, dat deze oliemolen moet gestaan hebben ergens in de hoek gevormd door de Rozendaelestraat en de Doornstraat. Helaas, andere sporen van het bestaan van deze molen vonden wij niet. Wellicht is hij vroeg verdwenen. Zeker is dat hij in 1577 al weg was, want in het penningkohier van dat jaar is hij niet te vinden.

3. Molen tegen de H. Sacramentstraat. a.

In de staat van goed, opgemaakt ten sterfhuize van de echtge­ note van TRISTRAM GOEDTGHEBUER, overgebracht op 25.11.1426, is als eigendom vermeld, een huis en erve, groot twee bunder en een oliemolen "staende up svaders leenken". Er zijn geen verdere gegevens nopens o.m. de plaats waar het leen zich bevindt. b. In het dénombrement van de heerlijkheid van Poelvoorde, ge­ daan door Jan Dreeling in 1402, lezen wij " . . . item Trystram Ghoetgebuer hout een leen van den voorseiden goede . . . groot wesende twee ghemeten lands". De molen staat dus op een achterleen van Poelvoorde. c. In het penningkohier van 1577 wordt Balter BAERT belast voor zijn "oliemuelen staende â het Sacraments straetkin", waarvan hij eigenaar en gebruiker is. d. Het tweede deel van het landboek van 1756 (20e begin, art. 9) vermeldt een partij land, genaamd "het stam pcot", tegen de oostzijde van de H. Sacramentstraat (waar nu de woning nr. 32 staat). Welnu, dit stuk land viel onder Poelvoorde. 66


e.

f.

Volgens het renteboek van Poelvoorde anno 1500, fo. 41 r°, is dit land eigendom van de weduwe en erfgenamen van Jacob BAERT; later, een deel ervan, van Paschier BAERT; en nog later, twee gemeten, van Balter BAERT. Wij schrijven : later, want er zijn geen data te vinden. In hetzelfde renteboek anno 1678 (art. 192) lezen wij, in ver­ band met d it stuk land : " . . . bijcoope van Jan van Hollebeke ende tanneken devriese faJaurs sijne huysvr. . . twee gemeten iant genaempt het stampcot daer den olie meulen placht te staen. . . west het H. Sacrament straetien. . . " En art. 187 leert ons wie Laurs Devriese was : "Laurs devriese fs. Zegers .. . eene behuijsde hoe daer Zeger Devriese ende francijne BAERT p i acht te woon en . . . " Wij menen weinig aan Fantasia te offeren, door uit deze ge­ gevens het volgende te distilleren. In 1402 was Tristram Goetgebeur eigenaar van een leen, gelegen onder Poelvoorde, langs de H. Sacramentstraat. Zeker in 1426, en wellicht al eerder, stond daar zijn oliemolen of stampkot. In de loop van de 15e eeuw moet dit stuk land cijnsland geworden zijn, aangezien dit voorkomt in het renteboek van 1500. In hetzelfde jaar zijn de erfgenamen van Jacob Baert er eige­ naars van, daarna (dezes zoon ? ) Paschier, en nog later (Paschiers zoon ? ) Balter; en in deze hoedanigheid wordt deze laatste in 1577 belast. Zodus, de Baert's waren zowat 100 jaar eigenaars (en uitbaters ? ) van deze oliemolen. Wanneer deze molen gesloopt werd, is niet uit te maken. Na 1577 natuurlijk. Het feit dat hij in 1678 vermeld wordt als er gestaan hebbende, doet ons besluiten, bij wijze van gissing, dat hij tussen 1625 en 1675 verdwenen is. O. Vanlaere BRONNEN Molen in de Rozendalestraat R.A.B. Fonds Van Caloens 111 R.A.K. Oud Stadsarchief, voorlopig nr. 1123 R. A.K. G.A. Wingene 70 S. A.G. Penningcohier Wingene Molen in de H. Sacramentstraat R.A.K. Weverij Den Ber f° 24 r° R.A.K. R. A.K. Aanwinsten 3123 R.A.K. S. A.G. Penningscohier Wingene

G.A. Wingene 71 Aanwinsten 2081 en 2082 67


DE ANTI-MUSSENGI LDE VAN OOSTROZEBEKE In het Parochieboekje van Oostrozebeke is er sprake van een feest dat in 1816 ingericht werd door de lokale mussengilde. Bij nader onderzoek is gebleken dat deze maatschappij ontstond in 1802 en dat de eerste aanval tegen de mussen in Vlaanderen u it­ ging van Oostrozebeke. Inderdaad, de "Gazette van Gend" van Primidii II Germinal jaar 10 (1 april 1802) deelt mee dat te Oostrozebeke tot stand gekomen is "een zekere soort van societeyt ter vernieling van het schaedelyk en verdervende gedierte der musschen" met als verklaring voor het oprichten van deze ver­ eniging "de schade die d it verdervende gedierte aen veld en tuyngewassen sedert een menigte van jaeren heeft toegebragt" De nieuwe vereniging had on middel lijk bijval want vanaf het eerste jaar telde ze honderd leden. Het verheugde de nieuwe gilde dat haar voorbeeld navolging vond in de omliggende gemeenten. Aan de argumentatie van de natuurvrienden stoorden ze zich niet. In de Gazette van Gend schreven zij ondermeer : "W ij hopen dat dit schadelijk gevogelte spoedig zal uitgeroeid worden. Het feit dat Plinius, in zijn "Naturalis Historia", de mussen op het vlak van de voortteling boven alle dieren schijnt te verheffen en om deze reden de mussen aan de wagen van Venus worden ge­ spannen, laat ons koud." Men kan merken, dat onze mussenvijanden geen ongeletterde mensen waren maar rederijkers van ter plaatse, die graag, met een zekere opgeblazenheid, hun belezenheid ten toon spreidden. Jaarlijks werd een voorzitter gekozen, in wiens handen ieder lid de 11e Germinal (1 april) 10 mussen, gevangen of gedood op het grondgebied van de gemeente moest binnen brengen. Niet iedereen beschikte over behoorlijk schietgerief, velen trokken uit op mussenvernietiging met een blaaspijp. Voor ieder ontbrekende mus of voor iedere mus waarvan men kon bewijzen dat ze in een ander dorp gekocht of omgebracht was, werd een boete opgelegd van 7 stuivers — boete die ten goede kwam aan de armen van de parochie. Een zekere J.V.D.W., die zijn naam niet voluit wenste te 68


schrijven, was de eerste voorzitter. De oorlog tegen de mussen viel niet in de smaak van de natuur­ beschermers en lokte een pennetwist uit. Een vogelvriend uit Eke, een zekere Malengie, veroordeelde de werking van de Rozebeekse anti-mussengilde. In een artikel, verschenen in de Gazette van Gend onder de titel "Vrede aan de Musschen'', vroeg hij de voor­ lopige intrekking van de oorlogsverklaring aan de mussen "to t'e r tyd dat het manifest van 't gedierte, bewyzende de tytels van hun nuttigheyd to t hun kenisse kome". Malengie was een belezen man. In een goed gedocumenteerd betoog, zich refererend aan St. Pierre, Réamur en andere natuurhistorici, bekende hij dat de mus schade veroorzaakt aan veld en tuingewassen. Doch dat die schade niet te vergelijken is met deze door de rupsen teweeg gebracht. Hij stelde voor bij iedere dode mus tien rupsennesten te voegen. De bezadigde taal van Malengie maakte geen indruk op de leden van de Rozebeekse maatschappij. De 11de Floréal van het jaar 10 zond de voorzitter naar de Gazette, onder de hoofding "Oorlog to t' er dood aan de musschen',' het verslag van een buiten­ gewone bijeenkomst. Het voorlezen op deze vergadering van het artikel van Malengie was niet van aard de gemoederen te bedaren. Integendeel, de verbintenis werd aangegaan nog 5 mussen meer boven het aanvankelijk bepaalde getal te leveren. Er werd besloten de actie met verdubbelde kracht door te drijven. Als rechtvaar­ diging voor zijn oorlogsmanifest haalde de voorzitter de wet van 26 Ventôse van het jaar V aan handelend over de te nemen maat­ regelen ter beveiliging van de oogst en verwees ook naar het "Schouwtoneel der Natuur" van Leclerq, waarin te lezen stond dat de mussen leven van granen en zaden en niet van rupsen. De volgende voorzitter, die zoals zijn voorganger, zijn naam niet voluit schrijft, tekent met de initialen P.N.D.L. In de Gazette van Gend van 5 Germinal jaar 12 (26 maart 1804) deelt hij mede dat zijn vereniging ''meer en meer haere verwachtinge vervuld vindende door de wezenlijke voordeelen uyt deze heylzame inrichtinge ontstaen" besloten heeft, met grote plechtigheid een "luysterycke eere medaille" te overhandigen aan diegene die de 20e Germinal eerstkomend boven het aantal mussen door de sta­ tuten vastgesteld er het meest zou inbrengen. De prijsuitdeling zou doorgaan in het gemeentehuis en opgeluisterd worden door "het uytspreken van een wydlopige redevoeringe alsook door het geven van een luysterlyken bal''. Onder het Franse bewind schijnen de mensen van onze streek de dansjeukte in het lijf gehad te hebben. Bij de boogschutters, de toneelspelers en waarom ook niet bij de mussenvangers eindigde 69


het gildefeest met een danspartij. Men trok naar een vrijgemaakte schuur, naar de zolder van een herberg of, bij gunstig weder, naar een boomgaard en er werd gedanst to t het krieken van de dag. Over de bedrijvigheid van de anti-mussengilde in de loop der volgende jaren is weinig geweten. Er werden in Oost- en WestViaanderen veel dergelijke verenigingen gesticht. Voor het laatst vernemen we nog iets over de mussengilde in 1816. Op kermisdinsdag, 9 oktober 1816, werd te Oostrozebeke, vooralle mussen­ gilden, een feest georganiseerd. Op het programma stond : Aan de vereniging die het grootste aantal mussen inbrengt wordt een zilveren vergulde mus geschonken. De twee prijs is een zilveren medaille. De tweede zilveren medaille wordt toegekend aan de verst af­ gelegen gilde. De mededingende verenigingen worden verzocht "m et alle teekens van eere" af te komen. Dit feest bracht veel volk op de been in de gemeente. Het verslag over deze feestelijkheden is ondertekend door A.L. de Smedt. Hoe het verder verliep met deze eigenaardige gilde van Oost­ rozebeke is niet bekend. Geraadpleegde bronnen : Parochieboek van Oostrozebeke — 1874. Gazette Van Gend 1802 De Vlaamsche Kunstbode 1903. Gh. Vandeputte

70


MEULEBEKE TIJDENS DE MEIDAGEN 1940. Wanneer ik onderstaande foto's van het geteisterde Meulebeke tijdens W.O.II bezie, gaan mijn herinneringen terug naar de dagen 26 en 27 mei. Op deze dagen brak de hel boven Meulebeke los : de schade werd niet zozeer door luchtbombardementen, dan wel door de beschietingen aangericht. Zowel ons leger als dat van de vijand beschoten Meulebeke. De lijf-aan-lijf gevechten woedden in alle hevigheid : hierbij sneuvelden 86 met naam gekende Belgische militairen en werden een 25-tal burgers gedood, voor het grootste gedeelte vluchtelingen, alhoewel er ook enkele Meulebekenaars omkwamen. Het gemeentebestuur kon slechts 13 graven van D uit­ se militairen registreren, alhoewel er eigenlijk veel meer sneuvel­ den. Voeg daarbij de enkele honderden gekwetsten en je kan je een idee vormen over de omvang van de gevechten. De Duitse troepen vielen Meulebeke binnen uit de richting Ingelmunster. Deze hadden de nacht van 25 op 26 mei doorge­ bracht tussen Beselare en Passendale : via Wervik waren ze de Leie overgetrokken. In de namiddag van de 26e mei waren het kasteel "Ter Borcht" evenals de "V u ilp u t" het "Hoge" en "de Paanders" reeds in handen van de overvallers. Het andere gedeelte werd eerst op de 27e mei ingenomen, want het Belgisch leger moest ten allen prijze de spoorweg Tielt-Meulebeke behouden to t 10 u.'s voormiddags, om de achterhoede van het Engelse leger toe te laten nog tijdig in te schepen in de Westvlaamse havens. De gekende toneel­ auteur Frans Meers uit Antwerpen werd hierbij samen met een achttal anderen — naar men beweert — geëxecuteerd door de vijand op Bosterhout. Een ander staaltje van de oorlogsgruwel is wel dat in de nacht van 26 op 27 mei het been werd geamputeerd van een Belgisch soldaat in de ast Vande Vijvere langs de Pittemstraat : een kaars, een handzaag en een bijl waren hierbij de instru­ menten, bij gebrek aan chirurgische apparatuur. Deze soldaat over­ leefde het niet en werd achter de ast begraven. Edgard Mattelin

71


A-

b-

H e t h u is m e t geheel in de re c h te rh o e k de b r o u w e r ij R o e la n ts -S o u b ry , n ie t m eer g e re sta u re e rd o f h e rb o u w d , is v e rd w e n e n en in g e lijfd b ij de p a rk in g a c h te r de k e rk .

H e t h u is van de k in d e re n D ĂŠ fra y ĂŠ , K a p e lle s tra a t 1, th a n s h e rb o u w d .

72


C- D e S ta tie s tra a t m e t lin k s de p u in e n van de h u iz e n ,th a n s de nrs 6 en 8, re c h ts de m s 1-3 en 5.

D-

E en z ic h t g e n o m e n v a n u it de â&#x20AC;&#x153; k e rk e m e e rs e n â&#x20AC;? a c h te r " D e O lif a n t â&#x20AC;? .

73


E-

D e O o s tz ijd e van de M a r k t m e t " D e B e e râ&#x20AC;? , de h u iz e n G o e th a ls ,e n z .

F-

H e t ka ste e l B o s s u y t, nu v e rd w e n e n en o p g e n o m e n in de p a rk in g a c h te r de k e rk .

74


G-

D e m a rk tp la a ts m e t d o o r h e t B e lg isch leger a c h te rg e la te n wagens van de g e z o n d h e id s d ie n s t en m u n itie k is te n van de a r tille r ie .

75


ZO LEEFDE GEDURENDE HET JONGSTE HALFJAAR . . .

I. AARSELE 1 . De nieuwe Belgische ere-consul te Moiine (USA) stamt uit Aarsele: Miss Dolores Bultinck is immers de dochter van Maurice Bultinck, afkomstig uit Aarsele. 2. Net als vorig jaar : daling van de bevolking. Er zijn nu nog 2.969 Aarselenaren. (zie 1973/74). 3. De V.V.V. 't Tieltse zou bereid zijn de Delmerensmolen aan te kopen, en aldus te redden, (zie 1973/8)

4. Op 19 maart in het Parochiaal Centrum : Dr. Johan Decavele, stadsarchivaris te Gent, geboortig van Aarsele, spreekt over "De opkomst van het protestantisme in de streek van Tielt in de 16e eeuw". Avond ingericht door onze Kring, in samen­ werking met DF-Aarsele en -Tielt en VF-Tielt. 76


II. DENTERGEM 5. Bij gelegenheid van de 11 novemberviering worden ver­ scheidene oudstrijders 14-18 met het Kruis van Officier in de Orde van LÊopold II met zwaarden onderscheiden. 6. Maurice Delmotte, bekend figuur, voorzitter of bestuurslid van talrijke verenigingen, overlijdt te Waregem. *

7. Burgemeester De Keyzer legt de eerste steen van de jeugdsporthalle. 8. Christine I wordt de nieuwe meibruid. (zie 1973/12) 9. "H et Veldbloempje" kent een overweldigend succes met de opvoering van "De Wonderdokter".

III. EGEM 10. De plaatselijke KAJ werd tienjarig, hetgeen op passende wijze gevierd werd in november.

IV. KANEGEM 11. Prijzen worden uitgedeeld aan de laureaten van de actie "Kanegem Bebloemd". 12. Op 22 januari verloor de gemeente haar oudste inwoonster : 77


Marie Elodie De Caluwé, bijna 96 jaar oud. 13. Met veel luister wordt het 50-jarig bestaan van de plaatselijke BGJG gevierd.

V. MEULEBEKE 14. Op voorstel van de Gemeentelijke Culturele Raad wordt een ontspanningsavond ingericht met medewerking van de ver­ schillende plaatselijke culturele verenigingen. 15. De muziekmaatschappij "Deugd is vreugd" huldigt en vereremerkt verscheidene personen. 16. De oude herberg "De Zwarte Leeuw" wordt vermoedelijk binnenkort gesloopt. 17. De Karei van Manderghesellen spelen "Harten Twee, Harten Drie". 18. Treeske (M. Thérèse Lapeere heet ze in de officiële registers) die zich reeds 20 jaar lang verdienstelijk maakt in de klein­ kunst, wordt verdiend gehuldigd.

VI. OOSTROZEBEKE 19. Veel bijval oogstte de toneelgroep "De Groeiende Ginste" met een opvoering van "De Wonderdokter", (zie 1971 /61 )

V II. PITTEM 20. Op 17 november werd het 15-jarig bestaan gevierd van het Halewyn-jeugdkoor. Deze Pittemse "kultuurparel" wordt, sinds zijn ontstaan, geleid door mej. Anna Coussens. 21. Germain De Jaeghere werd laureaat van de Arbeid. 22. Na 29 jaar verblijf verlaat Frans Denys onze gemeente, waar hij 24 jaar lang als DF-voorzitter fungeerde. 23. De brandweer kon een nieuwe wagen in gebruik nemen. Volgens V. Arickx bestaat de brandweer alhier precies 150 jaar: in 1823 immers werd voor het eerst een brandspuit gekocht, en wel te Brugge voor 150 gulden. 24. Toneel op 2 december met opvoering van "De Vader" door Antigone Kortrijk. Drie weken later geeft de Pittemse KLJ een opvoering ten beste : "Hoogheid, uw kameel staat voor".

78


25. Julien Degraeve, leraar bij de Maristen en beheerder Catho Kortrijk, wordt de nieuwe DF-voorzitter.

26. Drie gouden en één diamanten kloosterjubileum bij de Broeders Maristen : Jules Vandevelde, Henri Vinckier, Denis Siongers en Aloïs Bruneel. 27. Zuster Herminie De Sutter, gewezen overste van het bejaarden­ centrum, overleed op 3 januari.

V III. RUISELEDE 28. De vrijwillige brandweer neemt afscheid van bevelhebber Amaat De Baets, sgt Verhalle en foerier R. Huyghelier. 29. Vier ingezetenen gehuldigd op het gemeentehuis als laureaat van de Arbeid.

IX. SCHUIVERSKAPELLE 30. Begin november wordt bij Gérard Van Renterghem (Grietjesgalgestraat) 1140 kg uiterst gevaarlijke oorlogsmunitie opge­ graven. 31. Voor het eerst in haar geschiedenis telt de gemeente minder dan 1000 inwoners : 995,(zie 1971/102)

79


X. TIELT 32. Voorlichtingsvergadering door de provincie ingericht in onze Europahal voor gemeenteraadsleden van het arrondissement over het werkdocument van de provincie i.v.m. fusies van ge­ meenten. Brengt weinig aarde aan de dijk : vragen en op­ merkingen weinig talrijk en over het algemeen weinig indrin­ gend, antwoorden zeer vaag en ontwijkend. (19 november) 33. Op 19 november is de BRT te gast "Ten Huize van" Michiel Vandekerckhove, geboren Tieltenaar.

34. Gemeenteraad van 21 november : er wordt principieel beslist 3.500 m2 grond te verkopen aan de Staat voor het optrekken van een 4 verdiepingen tellend financieel centrum in de Tram­ straat, met parking voor 40 wagens./Meerderheid stemt ver­ deeld over voorstel L. De Rammelaere om 50.000 fr. toe te kennen aan aktie 11.11.11; voorstel verworpen. / H. Verslype interpelleert over fusies van gemeenten, maar slaagt er niet in de meerderheid een standpunt te doen innemen zodat op 80


deze zitting ten slotte alleen een plan van de V.B.-groep bekend geraakt. 35. Dezelfde avond houdt het Aktiecomité van de Kortrijkstraat, n.a.v. zijn eerste lustrum, een persconferentie, waar o.m. ook over fusies wordt gepraat : het comité is van oordeel dat Tielt in de toekomst 20 à 25.000 inwoners zou moeten tellen. Een ta lrijk publiek neemt dan deel aan het avondfeest. 36. Op 22 november sluit voor de eerste maal in zijn geschiedenis het landbouwcomité van het gewest Tielt zijn jaaractiviteiten af met een avondfeest. Deze vereniging voor alle landbouwers, zonder onderscheid van politieke overtuiging, is afhankelijk van het ministerie van landbouw en telt alhier 290 leden. Marbel Billiet wordt gehuldigd bij zijn afscheid als secretaris. 37. Met net oog op het openen van een dialoog zet burgemeester D. Vander Meulen in een persoonlijke brief (dd. 23 november) aan alle gemeenteraadsleden van het arrondissement zijn persoonlijk fusieplan uiteen. Voorgesteld wordt ons arrondisse­ ment to t vijf kernen te herleiden, o.m. een gemeente TieltMeulebeke-Pittem-Egem-Schuiferskapelle. 38. E.H. Monstrey (° Koekelare 1946) op 25 november plechtig als medepastoor op St.-Pieters geïnstalleerd, ter vervanging van E. H. Desmet. 39. Jongste in de rij serviceclubs te Tielt : de Kiwanis. Officiële start begin december. 40. De gemeenteraad beslist op 19 december 630.000 fr. te be­ steden aan aanpassingswerken aan de Europahal : sanitair, kleedkamers, berging, bar moeten deze zaal geschikter maken voor culturele en sportmanifestaties. 41. Nu Tielt over een stedelijk zwembad beschikt (zie nr. 196), moest het er van komen : er werd een "Tieltse Zwemclub” gesticht. Maurits Baertsoen voorzitter. 42. De Kon. Tieltse Sportclub, afdeling Wielertoerisme, huldigt op 15 december Jozef Billiet (algemeen kampioen en hoogste


aantal rally's) en Dirk Vanderplaetse (reed zonder uitzondering alle 30 zondaguitstappen mee). 43. Antoon Vander Plaetse krijgt op 22 december in zijn geboorte­ stad een waardige en stemmingvolle posthume hulde. Jozef Vervenne spreekt op de opening van de tentoonstelling, Michiel Vandekerckhove op de academische zitting. Aan de familie wordt het eerste exemplaar overhandigd van het speciaal Antoon Vander Plaetse-nummer van. het tijdschrift "Vlaanderen" (voor wie het nog niet wist : uitgegeven bij Lannoo, Tielt). 44. Was 1973 voor Tielt op gebied van de wielersport rijk gevuld, met 12 wedstrijden, 1974 belooft nog beter : 15 wedstrijden + 2 veldritten. 45. De Tieltenaren beschikken nu ook over een volwaardig reis­ bureau. Te oordelen naar het aantal belangstellenden, tour­ operators en vertegenwoordigers van luchtvaartmaatschappijen op de openingsreceptie wordt het een succes. 46. Uit het jaarverslag van de RMZ b lijkt dat Tielt 169 arbeids­ plaatsen méér had in 1972 dan in 1970. 47. Het Promotiecomité is klaar met zijn "dossier" over het open­ baar vervoer in het Tieltse (zie nr. 213). Het is eigenlijk slechts een waslijst van desiderata (verplaatsing van haltes, lichte wijzigingen in uurroosters), met hier en daar een méér vooruit­ strevend voorstel, maar wie een herstructureringsplan, steu­ nend op een gedurfde globale visie van het probleem, ver­ wachtte, komt bedrogen uit. De voorgestelde wijzigingen zouden wel een verbetering zijn, maar ze moeten nog doorge­ voerd worden . . . 48. De hulpdienst 900 wordt voor Tielt (+ 11 andere gemeenten) reeds 10 jaar lang verzorgd door dhr & mevrouw André Beggia. Voor 4.375 oproepen legden ze in die tijdspanne zowat 105.000 km af. 49. Negentien grafici (constructivisten) van 9 verschillende nationaliteiten, waaronder Tieltenaar Albert Rubens (zie nrs 72/1972 en 110/1972), stellen tentoon in Malpertuis. • 50. Op initiatief van de Cultuurraad, en in samenwerking met de OAK-Biblioteek en de Kunstacademie, wordt een cursus "Panorama van de moderne kunst" ingericht voor volwas­ senen. 51. Herman Verschelden, directeur en ziel van kelderteater Malpertuis, behaalt te Gent het Hoger Diploma van Voor­ drachtkunst. Een titel waarmee slechts heel weinigen kunnen pronken ! 82


52. Gervais Windels verovert te Turnhout de titel van nationaal biljartkampioen vrijspel, tweede klasse. Volgend jaar speelt hij in eerste. 53. Maurits Baertsoen (° Dentergem 1923) gevierd : 25 jaar per­ soneelslid van het ACV. Zijn vrije tijd brengt hij door als voor­ zitter KWB-St.-Jozef, bestuurslid Produktiviteitscentrum W.-VI., ondervoorzitter bestuur arrondissementeel ACW, raads­ heer bij het Arbeidshof, secretaris van de Stedelijke Culturele Raad, bestuurslid Tieltse Sportclub, voorzitter Tieltse Zwemclub. Daarbij zorgt hij nog voor een kroostrijk gezin zonen. 54. Met nochtans méér uitwijkingen (376) dan inwijkingen (342) ' haalde Tielt het einde van 1973 met 20 inwoners méér. Nu telt men er 14.176, waaronder 66 vreemdelingen, (zie nr 69/1973) 55. Op ons grondgebied deden zich, in 1973, 314 verkeersonge­ vallen voor (1 dode, 25 zwaar gewonden) tegenover 334 in 1972 (2 doden, 19 zwaar gewonden). De verkeersveiligheid steeg dus met ruim 6 %. 56. Gemeenteraad einde januari : opcentiemen klimmen op van 1300 to t 1400, belasting op afhalen huisvuil van 200 tot 300 fr. overige belastingen blijven ongewijzigd./Goed nieuws voor de vissers : aanleggen van kweekvijver tussen Stokerijstraat en Poekebeek in vooruitzicht gesteld. / Rekening houdend met de inkomsten, maar aflossingen en renten buiten beschouwing gelaten, rekent men op een jaarlijks bedrag van 1 miljoen fr. aan werkingskosten voor het stedelijk zwembad. / Na de brandramp te Heusden, brengt H. Verslype de veiligheid in de Tieltse scholen ter sprake. Blijkens een brief van de brandweerbevelhebber werden practisch alle vrije instellingen reeds herhaaldelijk op tekortkomingen terzake gewezen, evenwel zonder reactie. Na Heusden nam het college wel spontaan het initiatief om een vergadering brandweer-ouders te beleggen en zou men vervolgens maatregelen treffen. 83


57. Edouardo Manet kwam bij Malpertuis de creatie voor Vlaande­ ren van zijn stuk "Madeleine of de greep van de macht" bijwonen. Naar verluidt, was hij vol lof voor regisseur en spelers. 58. Nu reeds drie clubs voor wielertoerisme te Tielt : de Kon. Tieltse Sportclub — de Eurotrappers — en de jongste : WTC Tielt Sportief, met als voorzitter Norbert Ver Eecke. 59. De derde jaarlijkse algemene ledenvergadering van onze kring verloopt rimpelloos. Onze beheerraad is nu samengesteld als volgt : J. Billiet, H. Carlier, R. Declerck, Ph. De Gryse, J. Nemegheer, P. Vandepitte, Fr. Thiers, R. Vanlandschoot en R. Vanneste (allen van Tielt), J. Neirinck (Aarsele), M. Perseyn (Roeselare), Gh. Vandeputte (Oostrozebeke), A. Van Doorne (Gent). Voor Omer Vanlaere, die als beheerder en ondervoor­ zitter ontslag nam om gezondheidsredenen, had de voorzitter een bijzonder woord van dank. Gh. Vandeputte werd later door de beheerraad ondervoorzitter verkozen. / Na het statu­ taire gedeelte onderhoudt lie. Et. Poelvoorde ons over "De Bijdrage van een heemkundige kring in de uitbouw van een streek: ruim telijk en cultureel", (zie nrs 90/1972 en 109/1973) 60. Het stadsbestuur ontving een bouwaanvraag vanwege de N.M.B.S. voor een nieuw station ! 61. Feest in "D 'A rke van Noë" : het echtpaar Noé Van Huile — Declercq viert zijn 30e huwelijksverjaardag, tevens de 30e ver­ jaardag van de firma. Dhr Noël Stevens, die reeds 25 jaar als bediende met d'Arke meevaart, alsook dhr. Callens worden onderscheiden. 62. Na Setcraft (zie nr 198) richt de N.V. Impérial Tufting Company Tielt een fabriek op (tapijtweverij). De produktie zou reeds starten in juni 1974. Vóór einde 1975 : 120 arbeids­ plaatsen, later : 300. 63. Einde februari bespreekt de gemeenteraad, op aanvraag van de V.B.-oppositie, een fusiedossier (85 blz.) door het Schepen­ college opgesteld onder de titel : "T ielt, centrumfunctie” . Voorgesteld wordt een gemeente van 32.937 inwoners te vormen bestaande uit Egem, Pittem, Tielt, Schuiferskapelle, Ruiselede, Kanegem, Aarsele en Dentergem. Dat de omliggen­ de gemeenten zeker niet geestdriftig zijn, b lijkt uit het feit dat zij slechts heel weinig cijfers en gegevens hebben medegedeeld voor het opstellen van bedoeld dossier en uit het feit dat ver­ scheidene burgemeesters, die het verslag aangeboden kregen, er geen belangstelling voor hadden, zodat het hen dan ook niet 84


werd overhandigd ! 64. Kinderkoor Regina Pacis, sinds méér dan 10 jaar onder leiding van Anna Coussens uit Pittem, luistert de hoogmis van 10 maart op in de parochiekerk van Wingene. 65. Mini-Amadabetoging op 4 maart tegen de legerhervormingsplannen en de repressie in de scholen. 66. Tweede halfvastenkarnaval op 16 maart. Kinderkarnavalstoet, waar animo, uitbundigheid en geestdrift, net als vorig jaar overigens, zo bij deelnemers als bij toeschouwers, ver te zoeken waren. Bal met prins Roger Decock en prinses mevrouw Callewaert. (zie nr 96/1973)

1e prijs voor Carine Vande Sompele als heks. 67. Victor De Cock, 80 jaar, wordt door de Nationale Strijdersbond, afdeling Tielt, gehuldigd : sinds stichting (1935) lid, secretaris 1952-1970, sindsdien voorzitter, oudste NSB-voorzitter van West-Vlaanderen. 68. Zedelgem, 13 maart : Bart Vosters, Paul Vergote en Heidi Depont, leerlingen van het Tieltse Atheneum, behalen titels op het provinciaal atletiekkampioenschap van het rijksonderwijs. 69. Leonie De Leye op 8 april reeds 103 jaar oud. (zie nr 166/1971). 70. De bekende Café "Keizer Karei” in de St.-Janstraat zal er, wegens wegeniswerken, moeten aan geloven. Als het u een 85


troost kan wezen : enkele huizen dichter bij de Markt rijst reeds een nieuwe "Keizer Karei". ? 71. Een uitverkochte Europahal voor de variete-avond van Zanglust : weinig eigentijds, maar nog steeds uiterst gegeerd door een vrij breed publiek. Niettegenstaande enkele technische storingen, een afwisselend geheel, waarvan de toeschouwers snoepten to t 1 uur in de morgen. 72. Touring Wegenhulp en de stedelijke Politie slaan de handen in mekaar om een preventieve fietsencontrole te houden in alle Tieltse onderwijsinstellingen.

XI. WINGENE 73. Op 14 december : groots familiefeest bij het plaatselijk DF. Op de feestavond wordt terecht hulde gebracht aan Remie Braeckevelt, die 40 jaar geleden het DF stichtte te Wingene. (zie 1973/227) 74. Onverwachts overlijden van Jozef Persyn, voorzitter van de COO en lid van de Kerkfabriek. 75. Voorzitter van de pas gestichte cultuurraad wordt Philippe Ryckaert, (zie 1973/230). Philippe DE GRYSE voor Tielt

en

Wilfried DEVOLDERE voor de andere gemeenten (ClichĂŠs "De Zondag")

86


DIVERS

- In ons tijdschrift (2e jg., 1971, nr. 2, blz. 4-21) werd een u it­ voerige bijdrage van Jozef Huyghebaert opgenomen onder de titel : De jonge Constant Vanden Berghe van 1800 to t 1847 : "Iveraer voor volksgeluk". Wie het even boeiend vervolg op dat artikel wil lezen, kan dat in het tijdschrift Rollariensia, V, 1973, blz. 114-125, waar J. Huyghebaert het heeft over : Arrondissementskommissaris Constant Vanden Berghe (Roeselare-Tielt) en zijn aktie ten bate van de landbouw. — Door het Gemeentekrediet van België wordt een prijs Pro Civitate uitgeloofd ter bekroning van een werk dat eeh belang­ rijke bijdrage vormt to t een plaatselijke of gewestelijke ge­ schiedenis. De prijs is voorbehouden aan houders van een diploma van licentiaat (geschiedenis, filologie, kunstgeschiedenis en oudheidkunde, wijsbegeerte en letteren) of van doctor in de wijsbegeerte en letteren. De prijs bedraagt 20.000 fr in geld. Komen in aanmerking : onuitgegeven oorspronkelijke werken steunend op oorspronkelijk (gedrukt of onuitgegeven) bronnen­ materiaal en systematisch hiernaar verwijzend, die elders nog niet werden bekroond en niet werden verspreid. De werken, getypt in drie exemplaren, moeten ingestuurd worden vóór 1 september 1974. Het volledig reglement kan geraadpleegd worden op ons secretariaat. — Belgisch Zicht post kaarten Archief. In het B.Z.A. (Bergstraat 74 — 1000 Brussel — tel. 02/13.26.45) kan mén prentbriefkaarten van dorp en stad en fantasiekaarten kopen en verkopen. Er zijn twee eenheidsprijzen : 5fr. en 10 fr. per kaart. Dit archief is open elke dag, behalve op zondag, van 13 to t 19 uur. - OOSTKAMP : PRIJSGESCHIEDENIS. De gemeente Oostkamp schrijft een prijs uit voor geschiedenis. De prijs bedraagt 50.000 fr. in geld. Iedereen mag aan de prijs­ kamp deelnemen. Komen in aanmerking onuitgegeven oor­ spronkelijke studies van minstens 50 getypte bladzijden die nog niet werden bekroond en die steunen op oorspronkelijk bronnenmateriaal. De studie moet een belangrijke bijdrage vormen to t de geschiedenis van de gemeente Oostkamp. De inzending dient te gebeuren vóór 1 september 1975. Inzage van het volledig reglement op ons sekretariaat. 87


— Het X L IIIe Congres van de Federatie der kringen voor Ge­ schiedenis, Oudheidkunde en Folklore van België heeft plaats te Mechelen van 21 tot 25 augustus te Sint-Niklaas. Verdere in­ lichtingen hierover zijn te bekomen op het secretariaat. — Belangstellenden kunnen van 28 juni tot 20 oktober terecht in het Groeningemuseum, Dyver 12, te Brugge voor de tentoon­ stelling Meesterwerken uit Praag 1450/1750. — Wij danken erenotaris A. Verkest en de heren R. Vanland­ schoot, Jonckheere en P. Vandenberghe, allen van Tielt, voor de documenten en boeken die ze aan de kring schonken. — Ruiselede : op 21 juli werd officieel het Woudlopers-pad inge­ wandeld. De tocht is een uitstekende kennismaking met het Bulskampveld en, over méér dan 4 km, met de Ruiseleedse bossen. Totale lengte : 7,9 km. Vertrekpunt : Kruiskerkestraat. Er werden voldoende wegwijzers aangebracht. Een foldertje is beschikbaar op het gemeentehuis. Auteur : M. De Muyt. Natuurlijk warm aanbevolen.

HET BOEKENHOEKJE VAN DE HEEMKUNDIGE

— Henri ZUTTERMAN : Oedelem in oude prentkaarten. 80 oude prentkaarten of foto's. 260 fr (verzending inbegrepen) op bank­ rekening van auteur : KB 473-5011421 -71, Oedelem. — Lucien VANACKER : De geschiedenis van het gemeentelijk onderwijs te Ardooie. 39 blz., 16 foto's, 1973. Bestellen bij auteur, gemeentesecretaris, Ardooie. (Het gaat in feite om nr. 2 van 10e jg., mei 1973, van "De Zonnebloem", schoolblad van de gemeentelijke lagere en bewaarschool te Ardooie.) — Fons VERMEERSCH : Op zoek naar spijs en drank. Gastrono­ misch West-Vlaanderen. Lannoo, Tielt, 1974, 181 blz. — Guido LAMS : Wingene Sint-Jan 1913-1973 : 60 jaar parochie. Gestencild, 49 blz. Bestellen bij auteur, Galgenstr. 29, Wingene. — Julien VANDEPUTTE : De molens van het arrondissement Oudenaarde — Oudenaarde, 1974 (adres van de auteur : Kassei 2, 9480 Denderhoutem) 88


Adressen van de auteurs : A. Lowyck, Legeweg 20, 8200 Brugge - St.-Andries A. Van Severen, Torhoutsesteenweg 57, 8200 Brugge - St.-Andriés O. Vanlaere, Rozendaelstraat 4, 8050 Wingene Gh. Vandeputte, Statiestraat 83, 8780 Oostrozebeke E. Mattelin, Spoorweglaan 3, 8860 Meulebeke Ph. De Gryse, Kastanjelaan 1,8880 Tielt W. Devoldere, Oostwijk 21, 8870 Pittem

leder auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem in­ gestuurde bijdrage. Bijdragen verschenen in «De Roede van Tielt», mogen slechts overge­ nomen worden met toestemming van de redactie.


’j s e ' +/

X »->n e o jT t e + e r j-

ji-.u’i’/

’ÏJV^

c o tt

-usmr

£ t nour~'

7e r e

‘ fa

3-Zi-ck

\ ’

^ r ^ iZ

**>♦«*: ,5 i ‘, g

M

j

i

!

JÉf!»JE<

« ,t^ 5 H i;s ;c/a

.v p l t 'i

C c u k e /a fë //M : fH g  J H n e m ty l/

«/ j

ms?- 'tfîç/uolî

.

r

/ y /t ü /e A t

1

»

,

^ Z e v e A e rk e

â

v

/

J

Ji ?

& & > -a ï/)k

Z u tP e z e /e

^ \\

'"ld y ^Y1 i z A te /t jnszrpu^K Vuf ^

—'^oltu £ 2 / ’er&eno

. / />AC/7

V

Huna/ieSi *£■ ..ja

~*P)lk°oZ,u-0;' 3 S $ *"T

I&

►-

} 2 *1 < s‘m '' j ' jrr '-»r , '■‘Cj£»\'>

!/\ ïX ,

v * V v 'v ’

,„ , \

Cc hcamCn

5L?*M

\ JV W *

^

XV. „

X

Z a d iït

c

_ c. ,... f t o r s e /e X £

Z o Z e rC ^

ito

, ;*^. V-S *F|

C ^ r Xha//rö0x.r\\

^ O’, A; î r•> ^—v. 1)< ƒâTC * AS i'% . :V*v, J ï v>-; \ \ k JZjfu&üiT c^vXH M -„7 é-( ,, yT ^V I

Æ T ’î p ü

k f& c t a n c - jS t *

,

■<

—'--•- Z &

s & A e2uv£

'i

<&* \ V § * «

vâr

OU

t

M

V*

o rtc o n

V,

o ttfo f *

•“• \JU>fiararie

r&,.

rufu.e

Caf>y

<fBoLs+Cremilr 'b&fAai

F ;,-'l #.

’d e

.V

yntnùcreK^r'e/en^zMhzni ) 3 / M .*0(1 , »o. C. w

f*/d 2isyfi/r///*m>

e p\

//

tc o le t s '

\

ït'ffTourcoj

s ~ ~ Z 'C ^ r ( \ P 'n

^ iX a g a r 'a z r u n a

l

»C

ÏZ /lS fA

'JSÊrs/js Ij / / *

N VÎC-C A a tc /’e F ^ ^ . * ,

E A I, W a

,

L rs P h tó

-P r é v ô té .

7.'

'*r//.

une

C H H U wK®ë'S ïL - r ’"^ ^ o-io cA c^

'e n A o v e

:

t i i j /

s ^ f/ f a L 'C

o .,\<5f» l. <f «aitV;

'a to

a rn e fo n '**

iN ie u i^ i't p

c

. * * J

yf^^ jAKO-itvJ U IL

T .i» f

^ ïA liS ^ j/r

& a f> /> a rr

^ D ra n o u fre

H i,

vey>et M

ffiÀtstcnt/ancAe^

’tttecatfe M eutem -±

X 1J * L w ^

c

£ -% P ™ “ C

•?

%

//lp

>

# % *re k

^ jr c r . v

tto u y è a

^ X ;c,i7//^ ° u b a

'o i t a - *ta ry u e

Ccmm 7’ifdUr Za*nAreA‘dr', 'tg trreSlagare Jr -Deuoc/ut, c^jù ^Â Sàn -è^r fa-.

I

Ureuc ^

ec

& on {■ M e m p e to o i'r ti.


^ tfLfU/ll

nnl O ' O: n11

'tiiW '/i \e l

r;.v, ^

r

)2> W 'iv iT )Mrru

ïj

i l . j. , l .

V ' '-tr

/

r.

" x - iï o o jà f }

J 'ie n r tc /ià r e

r

g

i k V r i V / / i / > —v

r

a

, ,, //

A DeHret'van Beden

't/fluu.>\lhmhi.‘ii

A l (e r e *

W ïLiendt 'JfS L a tulen het M e i'te tJ e c c le te ^ Jl

i$LYevele <C$r

i Vcmeeehet ^ <danledtv vie\

« a s * 'teute.

i ir fv '

TluM

tje a n / , 'achten <>>,

fRoeckb

Jfitctyelen ■ /j / *

7 ///jr

%

'■^ d e A t r eck/ e X^tBoeterheu ^

’B i k X n t M l

A-.

fferj tte/t

A la e ltfin v e l ,

"

f cthet r J , £ J r ^ " ' , 3 * <£ A h

M U e j'e k M t n

11/ ^

<

>t(1

i[

/ <

s

' S fJ u ltU /e V e M fJ e r J J e

* 5 q p t it /e /im i( v n

1

eChnt

» /*

l M i ) rL /f\e d d *y i\ dt i -,^ / t"

n/pene*

■I n e f i n un L ,fer& ^j / l ’" " S i M l)

■Jeeg Item \ll,i/h ,i h e m X ll. m À 'dAbelc/ieps

L

^

.

,£ƒ!, 1

O u g /u

•ï Hoedt Jende, \ j j uee *

i

£//,>? Ifdrrft’Ù u?

v ie n t

’B e U e g /^

- l l i i feV °B7\U\/'f?jc' [ffjpifa /

Ru teerde/: (ren te t tr. (•■ - a< ( o u e d h e m v.

1 .3 \ / / , •/,•//// ' L e t t r d£eviet/

* ■•■••■ 1,' a v / . , M J-

<-t.

•. ;

'

7s

A1

A nuntnuv M i

%Tuite,reau y n e te n iV te T ^ t^ y ^

'

^dj/uë*

j oJiAv/ddr ^ XltturJlA^ Â-'e •Ore ' ’ V k '1' LemAatt A J ■£Lunda.r


ONTELBAAR

zijn de diensten die de Bank U kan verstrekken zowel wat geldbeleggingen als wat kredieten betreft. Een goede raad ... bespreek in vertrouwen al uw financiĂŤle zaken met een deskundige van de

BANK VAN ROESELARE EN W ES T - V LA A N D E R E N

zo wint U zeker tijd en geld !

Agentschap Tielt, Markt 24


DE ROEDE VAN TIELT Heemkundige Kring voor Tielt en de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

Voorzitter :

P. Vandepitte, Driesstraat 9, 8880 Tielt. Tel. 051/40.17.00 Ondervoorzitter : Gh. Vandeputte, Statiestraat 83, 8780 Oostrozebeke. Tel. 056/66.60.91 Secretaris: Ph. De GrysĂŠ, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt. Tel. 051/40.18.38. Redactie : J. Billiet, Tielt, redactiesecretaris P. Vandepitte, Tielt Gh. Vandeputte, Oostrozebeke Ph. De Gryse, Tielt F. Thiers, Tielt A. Van Doorne, Gent O. Vanlaere, Wingene R. Vanlandschoot. Tielt Lidmaatschapsbijdrage : 250 fr. (te storten op P.R. 39.84.11 van De Roede van Tielt, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt). Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht.

INHOUD VAN DIT NUMMER

A. Van Severen, Leo D'Hulster (1784-1843), een vergeten dichter uit de Hollandse tijd (2e deel)

blz. 2

W. Devoldere, Beelden uit het oude Pittem

blz. 28

O. Vanlaere, Onze windmolens. Wingene.

blz. 33

Wettelijk depot : D/1974/1623-3

Druk E. Veys, Tielt


LEO D’HULSTER (1784-1843), een vergeten dichter uit de Hollandse tijd (2e deel)

3. DICHTERLIJKE ARBEID.

Hiervoor zegden wij reeds dat L. D’Hulster zijn literaire loopbaan in 1806 begon. In dat jaar schreef hij immers «Des Menschen Val en Verlossing» (1), een stuk dat wij bezwaarlijk een aanwinst voor ons letter­ kundig patrimonium kunnen noemen. Als wij het evenwel in zijn ontstaanperiode, de donkere Franse bezettingstijd, plaatsen, mogen wij waarlijk spreken van een meer dan gewone klank. Be­ grijpelijkerwijze was het gedicht niet vrij van de meeste reto­ rische hebbelijkheden van die periode, maar reeds horen wij hier en daar een vers dat naar Bilderdijk of Helmers zweemt. De aangewende retoricastijl was trouwens vereist opdat dit werk zou kunnen bekroond worden, daar het opgesteld werd als ant­ woord op een prijsvraag, uitgeschreven door het dichtgenoot­ schap van Wakken. Gezien het merendeel der literatuurvrienden niet meer vertrouwd zijn met de toestanden, die rond 1800 in de Retorikakamers heer­ sten, geven wij hierna een kort overzicht van hun werking (2). De beroepende Gilde, zoals de Kamer genoemd werd, die een wedstrijd inrichtte, kondigde de te behandelen onderwerpen af in één of ander gedicht, door de zogenaamde dichtmeester ver­ vaardigd. Prachtiger staaltjes van onkunde en wansmaak kan men zich moeilijk indenken, zelfs niet in de 18e eeuw, waarbij men noch­ tans volledig aanleunde. Een paar voorbeelden mogen volstaan. Op 8 juli 1827 zonden de «Dichtkunstminnaers van Rousselaere» het volgende in het licht: Komt : reden — heldenstoet ! AppolJos gunstelingen! Laet ons het lauwergroen om uwe schedlen wringen! Stap onze reênzael in, beklem den Helicon, Dat -d’eerkrans op uw borst blinke als een’ middagzon! Kom! laet geen agterdogt uw Kunstmin onderdrukken Geen onregt, nog bedrog zal d’eerglans u ontrukken,

2


Of volgende verzen uit het sonnet (sic), dat de «Beminders van Harte» van Menen op 21 oktober 1827 tot de dichters richtten : Beminnaars van de Kunst! geachte Redevaadren! Komt, plukt de glorieblaân, met luister-vol geweld, Een golvend dichtvuur stroom door boezem, ziel en aadren, Wijl gij de vingren op de snaar der citer steld. Ja, Meenen steld voor U het redestrijdperk open. Wat prikkel kan U meer tot de kunstoefning nopen! De leynimf wacht u af met smakkend ongeduld. Gewoonlijk werden er tien prijzen per prijskamp uitgeloofd : twee voor het heldendicht, twee voor het lierdicht, twee voor de zoge­ naamde kamervraag (3), één voor het schoonste geschrift, één voor het beste voorlezen, één voor het best zingen van een lier­ dicht en één voor de mooiste intrede. De kunstrechters moesten vooraf, in de handen van de vrede­ rechter, een eed afleggen, waarbij ze verklaarden «voorafgaan­ delijk geen kennis gehad te hebben van de mededingende stukken, en de eereprijzen naar verdienste, althandts volgens ge­ weten, te zullen toewijzen». ’s Morgens vroeg verzamelden alle leden van de Kamer en samen met de afgevaardigden van de vreemde Maatschappijen, vorm­ den zij een stoet, die door de bijzonderste straten van het dorp of de stad trok. Gewoonlijk defileerden hierin ook afgevaardigden van de voor­ naamste ambachten en andere bestaande gilden, een muziek­ maatschappij en een groep, die een uitbeelding van de Parnassuçberg gaf. De meeste zorg werd natuurlijk besteed aan de pre­ sentatie van de Kamers, die mededongen voor de prijs van de mooiste intrede. Zodra de stoet teruggekeerd was in het gildenhuis, sprak de voorzitter van de inrichtende Maatschappij een redevoering uit, waarin gewoonlijk de nadruk gelegd werd op het nut van de Rederijkerskamers, wat als inleiding diende tot de eigenlijke wedstrijd. De rechters namen plaats en de voordracht van de verschillende werken nam een aanvang. Raakte men dezelfde dag niet klaar, dan ging men de volgende dag verder. Als alle stukken voorgedragen waren, kwamen de rechters samen voor een korte beraadslaging, waarna uitspraak gedaan werd in de schouwburg of wat daarvoor doorging (4).

3


Om terug te keren tot het gedicht «Des Menschen val en verlos­ sing»: het vangt aan met een dichterlijke omschrijving van het onderwerp en een invokatie tot het geloof: o troostelijk geloof, gij, strael van ’t godlijk wezen . . . dat hun moet sterken. Daarna begint de eigenlijke behandeling van het thema, met een beeld van het geluk in het aards paradijs, gestoord door de val van Adam en Eva. Daarop volgt een ellenlange beschrijving van de wereld en zijn ellende, vol pathetische en retorische volzin­ nen, overladen met bijvoeglijke naamwoorden, uitroepings- en vraagtekens en dies meer. Tot slot komt de Heiland en brengt de redding. Ongetwijfeld is het werkje nog volledig in de aard van het einde- 18e-eeuwse modestuk, maar toch wordt de smaak niet zoveel geweld aangedaan als dit het geval is bij het lezen der ge­ wrochten van het grootste gedeelte der dichters van die tijd (5). Het zijn nog altijd de statische, dreunende Alexandrijnen, die de dichter aanwendt, met verzen door koppelrijmen gebonden (schema: aa-bb-cc, afwisselend staand en slepend). Pr. Van Duyse ziet er een navolging van Milton’s «Paradise lost» in en wel van de aanvang van de eerste en het einde van de vierde zang. D’Hulster kende dit werk slechts uit vertaling zodat er van het œuvre van de grote Engelse dichter niet veel meer te be­ speuren valt dan het brede gebaar van het vers, dat echter bij een minder begaafd dichter zoals D’Hulster, al spoedig tot breedsprakerigheid leidt. Van de gedichten over dit onderwerp ingezonden, bestaat een verzameling (6), die een merkwaardige compilatie van slechte smaak is. Boven dit platte steken alleen het werk van onze dichter en dat van de blinde Noordnederlandse schrijfster, Petronilla Moens (7), uit. Negen jaar later, in 1815, kwam D’Hulster opnieuw met een ge­ dicht voor het voetlicht, nogmaals een gelegenheidswerk. Zijn broer Lodewijk, die — zoals hoger reeds vermeld — geeste­ lijke was geworden, verbleef nog in het Seminarie, toen Napoleon zijn berucht geworden hervormingen wilde doorvoeren. Een van de maatregelen, die hij trof, was het verkiezen van een nieuwe bisschop te Gent, Mgr. Labrue. Het merendeel der semi­ naristen weigerde hem als dusdanig te erkennen en werd wegens zijn weerspannigheid naar Wezel verbannen (1813). Onder hen bevond zich Lodewijk. Zo kwam het dat hij slechts twee jaar later de priesterwijding kon ontvangen. Hij werd benoemd tot onderpastoor te Kruibeke, de-

4


servitor te Burcht (1821), pastoor van St.-Jan te Poperinge (1828) en van St.-Pieter te leper (1836), waar hij in 1855 overleed. Op die wat laattijdige priesterwijding verplaatst de dichter zich in de ge­ moedstoestand van de kristelijke moeder, die met ontroering deze plechtigheid bijwoont. Dit is het thema van «Moederlijke toejuiching ter gelegenheid der Eerste Misse van Lodewijk D’Hulster» (8). Het verdient aangestipt te worden hoeveel de dichter er in die en­ kele jaren op vooruitgegaan is wat betreft zuiverheid van gevoel, beeldspraak en taal. Was zijn eerste gedicht nog volledig in de ban van de oude Rederijkerij, nu maakt hij zich resoluut los uit dit keurslijf en weet hier en daar reeds een geheel eigen toon te treffen. Er zijn nog passages, en zij zijn talrijk, waar hij tamelijk vlak of retorisch gezwollen blijft, maar de nieuwe klank is er en zal geleidelijk ruimer veld winnen om de slentertoon tenslotte geheel te verdringen. Dit is des te merkwaardiger, daar er geen enkele proef ligt tussen beide werkjes en er dus hoogstwaarschijnlijk geen ernstige pogingen van de dichter zullen geweest zijn. Ten andere wordt nergens naar andere gedichten uit die periode gerefereerd. Be­ schouwt men het gedicht in zijn geheel, dan vallen vooral de aan­ vang en het slot op door hun goede, natuurlijke toon, waarachter een werkelijke ontroering schuil gaat, zoals men dit in gelegen­ heidsverzen zelden ontmoet. Spijtig genoeg valt hij bepaald tegen in een groot gedeelte van het stuk, waarin hij de moeder volzinnen en gezegden in de mond legt, die op dergelijk heugelijk feest helemaal niet passen. Inspi­ ratie hoeft men hier niet te zoeken en, helaas, ook niet altijd een fijne en beschaafde smaak. Als voorbeeld van die wansmaak, citeren wij hieronder de strofe, verzen 49 tot 56 : Dan wankt de wraekroê reeds der grimmige oppermagt: Het barre en kille Noorden Gaat zwanger van den dood, en Gods verlossingskracht Barst uit op Neva’s boorden Dat vrij en talloos heir Europa siddren moet door euveldaên en moorden, Godslasteringen brake in verstgelegen oorden, Eén blaes ... de dwingeland en zijn benden zijn niet meer. Schril steekt dergelijke fraseologie af tegen de werkelijk-mooie eerste strofe, waarin men het kloppen van een levend moederhart hoort en waarin geen plaats is voor valse pathos:

5


Hoe wordt dit zalig uur, mijn felontroerd gemoed Met hemelheil omtogen : Nu juicht mijn moederhart, nu stroomt me een tranenvloed Uit de opgeheven oogen. U dankt mijn hart en mond ’k Wijde u mijn vreugdezang, o godlijk Alvermogen, Die mij, door mijn gebeên, door mijn geween bewogen In ’s levens avondtijd deze englenblijdschap jont. Uit dit voorbeeld blijkt reeds dat hij er stilaan toe komt afstand te doen van het kunst- en vliegwerk der Rederijkers. In een enkel geval blijft hij zelfs volledig vrij van gezwollenheid en valse beeld­ spraak. Het rijmschema heeft hij ook gewijzigd en hij zoekt niet voort­ durend meer zijn heil in alexandrijnen, maar wisselt deze af met drievoetige jamben, in deze orde: A 3 A 33 AAA. Het rijmsysteem is evenmin hetzelfde gebleven maar is kunstiger en aangenamer van vorm : a b a b c b b c. Alles bij elkaar genomen, mogen wij zeggen dat hij zich goed­ deels hersteld heeft van zijn jeugdzonden, die toch maar één ge­ dicht ontsieren, en dat hij een man geworden is met een rijk en teer gemoed, dat zich weliswaar nog niet overal uit, gebonden als hij is aan conventionalisme. Toch heeft hij reeds een lange weg afgelegd als men een doorsneevers uit het eerste gedicht vergelijkt met de aanhef bijvoor­ beeld van de «Moederlijke Toejuiching». Het volgende stuk dat wij in de verzameling van Van Duyse aan­ treffen is: «Aenspraek van Moloch» (9), een eerste proeve van vertaling van onze dichter. Het is geïnspireerd op de tweede zang van Milton’s «Paradise Lost», waar Satan een redevoering houdt voor zijn volgelingen en hen er op wijst dat het nutteloos is de strijd tegen de hemelingen verder te zetten. Zodra hij zweeg, doch laten we Milton hier zelf aan het woord : He ceased, and next him Moloch sceptred King; Stood up, the strongest and the fiercest spirit That fought in heaven, now fiercer by despair: Spijtig genoeg gaat veel van de mannelijke kracht van Milton ver­ loren in de vertaling van D’Hulster, die blijkbaar onvoldoende Engels kende om het origineel te volgen en zich derhalve baseer­ de op de Franse vertaling van De Lille. Veel van de oorspronke­ lijke schoonheid van het werk ging hierdoor teloor. Behoudens enkele passussen, waarbij men meer aan De Lille dan aan Milton moet denken, en die vermoeien door hun al te lange

6


perioden, treft men ook verschillende staaltjes van vertaling aan, waarvan de zuiverheid zeldzaam was in de twintiger jaren van de vorige eeuw en die ook nu genietbaar zijn. Om een treffende vergelijking te maken, kan men een andere ver­ taling van hetzelfde gedicht naslaan, namelijk de 18e-eeuwse Noordnederlandse van L. Paludanus (10), zo men ten minste de moed kan opbrengen haar tot het einde toe te lezen. Om tot de inhoud van het stuk terug te keren : Satan wenste alle verdere operaties tegen de Hemel te staken, maar de tempera­ mentvolle Moloch kan er geen vrede mee nemen en verwijt Satan en de andere duivels hun lafheid. Hij slingert hen krachtige ver­ wijten naar het hoofd omdat zij zich op het beslissende ogenblik wensen terug te trekken. Ziehier hoe D’Hulster in een gesmijde taal, de redevoering weergeeft: 10 Wraek! open oorlog aen dien wreker van ons leed! Gij staet naer ’s dwinglands kroon, en zoudt gevaren vrezen! 21 Wat lafheid! op! vliegt heen, trotseert de dwinglandij Verbrijzelt 't helsch gewelf, vernielt de slavernij! Komt, laet ons door den hoon zijn bitse gramschap tarten : Grijpt uw boeyen aen, gesmeed tot onze smarten : 25 Elk werktuig onze pijn zij ’t werktuig onzer wraek : 35 O kon ik ’t hemelsch hof met schrik en wraek vervolgen, Den dwingland vertreên, en dan, verbrijzeld, rollen Van poel tot jammerpoel, met ’t smookend overschot Van hel, van hemeltroon, van Engelen, van God! Hij spreekt, fronst zijn gelaet en, knarsend op de tanden, 80 Ziet dreigend naer omhoog, en grimlacht : de oogen branden, Zijn blik, zijn woedend hart, dat met gevaren spot, Verkonde een wissen val elk anderen dan God. Vóór 1825 verscheen nog een tweede proeve van vertaling, dit­ maal uit de fijne Horatius. De ode «Solvitur acris hiems» kreeg als titel mee «De Lente» (11 ). D’Hulster is soepel in zijn vertalingen : bij Milton’s werk was de toon vast en mannelijk, zoals blijkt uit bovenstaande voorbeel­ den, is hij thans losser en speelser. Maar hier treffen wij geen hinderlijke overladenheid of onzuivere beelden meer aan. Het stuk is in zijn geheel een homogeen, flink werkje, hoewel de toon soms wat op het schoolse af is.

7


Beter dan verder commentaar, zal nochtans een overname van het gedicht de mogelijkheden van de vertaler doen uitkomen:

Lente De ruwe winter vlugt : de lieve lentetijd Vertoont zich weêr op vleuglen der Zefieren; De drooge kiel, die reeds ’t herlevend strand ontglijdt, Gaet weer op wind en golven zegevieren. Het vee verlaet den stal, en hijgt naer ’t jeugdig gras, De boer verlangt weêr ploeg en spa te slijten; En de akker, die zoo lang door rijp verzilverd was, Verspreidt opnieuw zijn groene geurtapijten. Zie ginds den blijden dans, bij ’t scheemren van de maen, Der Nimfenrei en der Bevalligheden; ’t Is Venus, die ze leidt en voordanst, wijl Vulkaen Zijn reuzengrot doet dreunen door het smeden. Kom, vlecht, o Sextius, een lente — bloemenkrans, Of sier uw kruin met frissche mirteblâren; En snel in ’t lomrig bosch, bij d’eersten morgenglans Met ’t offerlam, geschikt voor Pans altaren! De dood, o waerde, klopt aen ’t prachtig vorstenslot, Zoowel als aen de schaemle hut der armen : De rasvervlogen duer van ’s menschen levenslot. Vergunt ons niet een lange hoop te omarmen. Verdubbel uw genot : de jaren snellen heen : Straks gaet de nacht des doods u overvallen,. Straks sluit zich Pluto’s kuil voor eeuwig op uw schreên, Daer heerschen min, noch dans, noch schatrend mallen. Daer zal geen lekkre wijn, in blijde koningsfeest, Op Lycidas gezondheid zijn gedronken, Dien gij, en al de jeugd, als ’t puik der schoonen preest, En die welhaest de maegden zal ontvonken.

8


Vooraleer zijn grootste en tevens zijn mooiste gedichten te be­ spreken, vermelden wij terloops het moraliserende stukje «Een Christen» (12). Iemand die niet volgens de wetten leeft, kan wel de schijn wekken gelukkig te zijn, doch het blijft alles schijn. In werkelijkheid is slechts hij gelukkig, die in alles zijn plicht vervult. Dit is het onderwerp, en een hoge poëtische vlucht hoeven wij dan ook niet te verwachten, zoals wij nimmer bij D’Hulster stoute fantasie aantreffen. Alles in zijn werk blijft zeer redelijk en waar hij al eens aan de werkelijkheid wil ontkomen, ontmoeten wij meestal stereotiepe beelden, aan andere dichters ontleend. Toch is het gedicht zuiver en net afgewerkt, niets erin stoort of stuit, het blijft alleen maar een prozaverhaal, geritmeerd en op rijm. Het rijmschema is a b b a, de strofe is achtlijnig, waarvan het eerste en laatste vers uit viervoetige, de andere uit zesvoetige jamben bestaan. Zo komen wij tot het grotere werk vanU huister. Als eerste hebben wij de ode «De Fraeye Kunsten» (13), waarvan wij de ontstaansgeschiedenis en andere inlichtingen vinden bij Pr. Van Duyse en Blommaert (14). In 1817 had de «Maatschappij van Schoone Kunsten» te Gent een wedstrijd uitgeschreven voor teken-, schilder- en beeldhouwwerken. Het bekroonde oeuvre werd tentoongesteld en de dichter, die de expositie bezocht, schijnt vooral getroffen geweest te zijn door twee werken, een schilderij van Van Bree, de heldenmoed van Van der Werf voorstellend en een beeld van Venus-Afrodite door Colipigne. Het gedicht begint met een schets van al het nuttige en het goede dat de kunsten reeds op aarde gebracht hebben. De kunst is immers een geschenk van God : 15 om knagend ziele verdriet te stuiten, deedt gij een bron van heil ontspruiten;, hij deelde (de mens, n.v.d.s.) in uw hemelmagt, voelde in zijn borst een vuer ontbranden, kreeg uwe scheppingskracht in handen. 20 en heeft de Kunsten voortgebragt. Waar de kunsten hoog in aanzien staan, kan ongeluk of boosheid onmogelijk standhouden. De kunst is als de natuur:

9


31 zoo zien wij, uwen natuer omtogen door ’s winters rouwfloers, als verkwijnt, hoe door het liefelijke vermogen der Lente haest die rouw verdwijnt. Daarna geeft hij een beschrijving van wat hij rondom zich ziet en wat door de kunsten werd voortgebracht : het gebouw zelf waarin hij zich bevindt, de beelden, de schilderijen. Daarna zingt hij ook nog de lof van de muziek- en dichtkunst. Dit werk is al te programmatisch om tot de werkelijke, absolute kunst te behoren. Men bemerkt al te gemakkelijk dat hij in op­ dracht van een Maatschappij schreef en dat de zang niet spon­ taan uit zijn hart komt. Nochtans kan men hem geen verwijten maken wat taal of beeld­ spraak betreft. Alleen enkele samentrekkingen van woorden, noodzakelijk voor het ritme of het rijm, doen in onze oren storend of minstens ongewoon aan, maar waren in die tijd legio, zelfs bij de beste dichters. Een tweede groot gedicht, dat ten andere enigszins in de lijn ligt van het voorgaande, is «De Toneelkunst» (15), dagtekenend van 1821. Het is een lied op de macht en de invloed van het toneel. De schil­ derkunst ontstak reeds zovelen in bewondering, talrijk waren zij die de lof zongen van de dichtkunst, hoeveel meer en beter zou dit niet passen op de toneelkunst : Maer wie, die ’t schoone der Poëzij En Schilderkunst mag saêm vereenen? Beweging en gevoel leeft in haer schilderij : ’k Hoor aen de Dichtkunst haer der Goden tael ontleenen : 25 ’k Zie beurtelings op haer gelaet, Gevoel of wreedheid, schrik of woede, liefde of haet Nu, prooi van rampspoeds geselroede, Zucht, jammert zij bij wreede boezemsmart, Dan wekt haer vlammend oog, haer donderende woede 30 En schrik en ijzing in mijn hart. Volgen dan nog taferelen uit enkele, beroemde klassieke werken, waarvan de beschrijving wel wat te opgeschroefd en te overge­ voelig is om echt te zijn. Zijn werk is niet meer zo retorisch als op het einde van de 18de eeuw, maar hij leunt meer aan bij de wijze van schrijven en

10


denken van de Romantiekers. Spijtig genoeg echter, heeft onze Romantiek nooit echt grote kunstenaars voortgebracht. D’Hulster heeft ook nog bij andere gelegenheden zijn grote liefde voor het toneel tot uiting gebracht. Waarschijnlijk stamt zij nog uit zijn Rederijkersperiode, waarin het toneel wel de belangrijkste vorm van culturele ontplooiing was. In de redevoeringen, die hij voor de Fonteinisten uitsprak, wees hij op de rol en de plichten van de Rederijkers: «Kunstminnaren, die u aen de tooneeloefeningen toewijdt, verliest nimmer uit het oog het edel doelwit, naer welke aloude voorgangers streefden : het beoefenen der moedertael en de zedelijke beschaving der menschen» (16). «Ja, elk tijdstip der geschiedkunde bewijst het: in alle eeuwen heeft de tooneelkunst den grootsten invloed gehad op den smaek der volkeren, maer veel grooteren op beschaefdheid, zedeleer en volkskarakter» (17). Een volqend qroot gedicht is getiteld «Het Vaderland» en dateert van 1829 (18). Dit stuk is een van zijn best bekende werken en levert het bewijs, zoals zijn gehele leven trouwens, van zijn oprechte Vlaamsge­ zindheid. Het past er nogmaals op te wijzen dat hij in de Franse bezettings­ tijd reeds, door geschrift en onderwijs, deed wat hij kon tot op­ beuring van zijn volk. Toen de zozeer door hem gewenste en toe­ gejuichte hereniging der Nederlanden falikant uitliep, bleef hij niet bij de pakken zitten, maar met de beperkte krachten, waar­ over hij beschikte, nam hij de taak op zich te redden wat kon. Het is begrijpelijk dat een van zijn beste gedichten aan het beminde vaderland gewijd is. Op romantische wijze zoals dit op het einde van de 18e eeuw in de mode was, beschrijft hij hoe hij gezelschap en vertier verlaat, om op het kerkhof de graven op te zoeken van hen die hem dier­ baar waren en de band vormen met het vaderland. Luistert hoe hij dit in waarlijk welluidende verzen zegt : 1 Als de avond op de ontkleurde dalen Het vale rouwfloers nederdringt; Als ’t weemlend heir der woudkoralen Natuer het laetste loflied zingt, 5 En, onder hut en vorstendaken De mensch een stille rust gaet smaken Voor geest en afgematte leên; Wat magt drijft mij, vermoeid van slaven,

11


Vaek mijmerend naer gindsche graven, 10 Naer ’t rustverblijf der dooden heen?

15

20

25

30

Daer toch zijn geen genoeglijkheden Tot heul voor ’t fel gefolterd hart, Daer rijst het merk, voor al mijn schreden, Van diepen rouw en bittre smart Geen Filomeles orgelslagen, Maer ’s woesten nachtuils somber klagen, Of ’t naer gezucht eens rampgenoots; Of ’t hol gebrom der grafgewelven, Als weer de spade een kuil gaet delven Voor nog een nieuwe prooi des doods Maer onder gindsche grafgesteente Rust alles wat me ooit dierbaer was : Rust mijner oudren kil gebeente, Mijn ega’s en mijn broeders asch. Daer laet ik stille tranen vloeijen; Voel sterker ’t hart aen deugden boeijen, En zie, bij ’t Kruis op ’t graf geplant, ’t Verleden en de toekomst leven, En twee, mij heilige, beelden zweven, Mijn godsdienst en mijn Vaderland!

Dan vangt hij aan met het eigenlijke loflied op het vaderland : Ja, ’t Vaderland! geheiligde aarde! Waer, als de mensch het licht ontving, Zijn moeder dankbre tranen paerde Met ’s vaders dankbre zegening; 35 Waer gij, in uwer oudren oogen Bescherming van de wet geniet; En waer de held om eerlaurieren, Bij ’t wappren van ’s lands krijgsbanieren 40 Voor ons in ’t veld zijn bloed vergiet.

Daarna beschrijft hij enkele voorbeelden van heldhaftige vader­ landsliefde, geput uit de klassieke oudheid: Brutus, Tullius, Catilina, Cato. Hij wijst er op dat, hoe onherbergzaam sommige streken ook zijn, zij toch boven alles geliefd zijn door hun bewoners.

12


Tenslotte richt hij een oproep tot vaderlandsliefde aan alle Neder­ landers : Ja, Vaderland! uw liefdevonken Doorgloeijen elk regtschapen hart Gij schenkt, ook zelfs in ’t stof gezonken, Een roem die graf en eeuwen tart. 245 O mogten op uw wenk de Belgen, Die adeloude glorietelgen, Hun vorst omstuwend hand aen hand, Het zij in vrede of oorlogswoeden, Geen zucht, geen andre wensch voeden 250 Dan heil en roem voor ’t Vaderland! In de oorspronkelijke uitgave, klonk het vers 246 enigszins anders : Vereend aan Batos eedle telgen. Gezien de gewijzigde staatkundige verhoudingen, oordeelde D’Hulster het wijzer de tekst aldus aan te passen, om de nieuwe Belgische heersers niet voor het hoofd te storten. Ph. Blommaert (18bis) en Pr. Van Duyse waren vol lof voor dit werk en al doet het genre bepaald verouderd aan, dan stellen wij toch vast dat de dichter zijn taal op een degelijke manier han­ teert, dat zijn beeldspraak, hoewel romantisch en ietwat ge­ zwollen, nooit wansmakelijk noch bombastisch wordt. Het beeld is vaak.frisser dan bij sommige van zijn Noordnederlandse tijdgenoten, zoals Helmers e.a., wat nog eens bewijst dat D’Hulster een zeer grote inspanning geleverd heeft om zijn taal­ kennis bij te werken. Hij is erin geslaagd haar te zuiveren en te verrijken, zoals weinig Vlamingen in die periode het gekund hebben. Kleiner van omvang is het gedicht «Aen de gelukkigen» (19), een lyrisch werkje, zonder pretentie, maar waarin de dichter een zuivere, poëtische toon weet te treffen.. Men merkt onmiddellijk dat dit stuk, evenals «De Lente» niet op bestelling of voor een wedstrijd werd gemaakt, maar aan een dichterlijke opwelling te danken is. De aanhef is waarlijk gelukkig te noemen :

13


1 Aen ’t vreugdevol banket des levens neêrgezeten, Waer alles, als om prijs, uw zinnen streelt en vleit, Kan nooit, o sterveling, uw geest den heilstaet meten, Door d’Allerzeegnaer op uw levensbaen verspreid. Alles gaat u mee, alles lukt u : Maer in het diep gevoel dier aersche zaligheden, Wanneer ge in gansch den loop van uwe levensbaen, 15 In frissche lommer niets dan roozen moet betreden, En ’t hart U steeds met vreugd op vreugd wordt aengedaen; Wanneer in ’t midden van een vriendental gezeten, U de ambrozijn verkwikt, u nektar tegenvloeit; Wanneer u kommerloos, ja, met het reinste geweten, 20 Elk uer, elk oogenblik 't vermaek nog hooger groeit; Hoort gij dan nooit, o mensch! in ’t boeten uwer lusten, Een jammerende kreet weêrgalmen in uw hart; Komt nooit een dof gezicht uw heilgenot ontrustend, Klinkt nooit in uw gemoed een stem van wee en smart? Een ander lyrisch gedicht is «De Verliefde», het enige liefdesge­ dicht van D’Hulster en tevens, bij ons weten, het enige vers dat niet voorkomt in de uitgave van Van Duyse. In de inleiding hebben wij reeds aangestipt in welke publikaties dit werkje te vinden is (19bis), waaruit wij kunnen opmaken dat het alleszins vóór 1822 geschreven werd. Het is een pretentieloos gevalletje, dat in onze oren wel wat hoog­ dravend klinkt, maar waarin de vreugde en het geluk op een sympathiek-aandoende manier doorklinken. Wij vermoeden dat het gedicht, dat slechts 42 verzen telt, geïnspi­ reerd werd door en opgedragen aan zijn toekomstige echt­ genote, maar hieromtrent hebben wij toch geen bevestiging. Het is in ieder geval één der zeldzame liefdesgedichten uit de periode van 1800 tot 1830 en daarom drukken wij het hierna in extenso af. Monarchen! uw magt moge al de aerde beslaen; Steeds heersche ’t ontzag aen uw zij; Uw krijgsroem omstrale u, met lauwren gelaen, En streve Alexander voorbij : ’k Stel boven uw glorie, uw legers, uw troon, Uw staten, uw pralen, uw purper en kroon, De liefde van mijne Sofij.

14


Zoekt, dichters en zangers! uw hoogste genot in klanken en kunstpoëzij, Ik sta naer geen gunst van der dichteren goed : Geen vers, geen toonmelodij Is liever, is zachter, is zoeter aan ’t oor Dan mij zijn de woordjes en zuchtjes, die ’k hoor Uit ’t mondje van mijne Sofij. De minnaer van Flore sta fier en verrukt Op ’t zien van zijn bloemkwekerij, Een bloempje, tenzij door haer handje geplukt, Heeft weinig bekoorlijks voor mij : Wat schoonheid de lelie en ’t roosje bekrans, De lelie en ’t roosje verliezen hun glans In 't bijzijn van mijn Sofij. Dat goudzucht met angst vele schatten vergaer; Zij vare den Ganges op zij; Dat ’t goud, in het leed en het zweet en ’t gevaer, Den heblust voldoe en verblij! ’k Bezit toch veel meer dan gantsch indien aenschouwt, Veel meer dan gesteenten en paerlen en goud : Mijn schat is mijn lieve Sofij. Stoor woedende winter, uw buijen vrij uit! ’k Voel nooit uw geweldenarij; Dat ’t Zuiden zijn dondrende orkanen ontsluit; Er zijn geen orkanen voor mij : Zijn elders en winden en stormen aen ’t woên, Lief weder, zefiertjes, en lentesaizoen, Zijn altijd bij mijn Sofij. Zoo razende krijgszucht, op lijken getroond, Mijn Vaderland immer bestrij! Vreest ooit het gewest, dat mijn liefste bewoont, Voor ’s vreemdelings dwingelandij, Dan gord ik mij moedig en fier tot den strijd, En grif op mijn wapen, der vrijheid gewijd : «Mijn koning en mijn Sofij»!

15


In 1826 schreef hij «Het Vlaemsch en de Basterdtael» (20), een felle aanklacht tegen de volksvreemden in den lande. Deze aanklacht is niet zozeer bitter dan wel vernietigend door zijn sarcasme en zijn vele plaatsen thans nog genietbare humor. Na 1830 heeft D’Hulster een paar strofen aan dit gedicht toege­ voegd (21), die vooral de verkiezingen in het onafhankelijke België op de korrel namen. In iedere strofe wordt de tegenstelling tussen Flamingant en Franskiljon op een bepaald punt belicht. Wij laten hier een paar voorbeelden volgen, die voor zichzelf spreken :

1 ’t Is Vlaemsch dat men het nette en schoone minne, Om fraey te zijn in ’t oog van zijn vriendinne Door sierlijkheid, in ’t vrijen, overwinne Elk’ hinderpael. 5 Maer om zich voor artist te doen passeren Zijn bokkebaard pikzwart te mucileren, En kinderen en dames effrayeren Is basterdtael. 17 ’t Is Vlaemsch, getrouw in ’t hart aen woord en eeden, Nooit van het pad der vroomheid af te treden, bij schijn van eer geen arglist ooit te smeden tot anders kwael; Maer op den ramp van andren speculeren Den braven borst koelbloedig ruïneren, Niet door verlies, maer fraude, bankroeteren Is basterdtael. 25 ’t Is Vlaemsch, vol vlijt tot godsdienstoefeningen Met godvrucht in den tempel in te dringen, Om ’s Heeren of te hooren of te zingen, In heilige prael; Maer ijverig de tempel frequenteren, Om den amant daer in te rencontreren, En billets-doux en lonkjes te echangeren, Is basterdtael.

16


’t Is Vlaemsch naer ’t regt zijn vonnis steeds te schikken, 50 Om de ondeugd van de misdaed af te schrikken, En elke daed te wegen, te wikken Met trouwe schael; Maer in het but van hooger te plaiseren, Justitie en convictie violeren, 55 Om meer en meer employen te attraperen, Is basterdtael. ’t Is Vlaemsch, waer ’t kan met eer en regt geschieden, Zijn taelgenoot bescherming aen te bieden, En met der daed zijn voorstand te bedieden In heusch onthael; 85 Maer, daer in ’t land de vreemden domineren, Den Vlaming van zijn rechten ecarteren, En alles dus bij ons fransquilloneren, Is basterdtael. ’t Is Vlaemsch, vol drift voor ’t vaderland te ontgloeijen 90 Zijn zucht aen al wat edel is te boeijen En Vlaendrens tael en roem te doen herbloeijen In zegeprael; Maer waenwijs tael en land vilipenderen. Beschaemd zijn zich een Vlaming te avoueren, 95 Zijn moederspraak niet durven employeren Is basterdtael.

De twee strofen, die hij er, zoals gezegd, na de Omwenteling van 1830 bijvoegde, zijn bitterder van toon en stroever van vorm :

’t Is Vlaemsch, dat elk den vrijen weg der rede In de oefening van ’t heiligst regt betrede, En nooit door vrees, door dreigen, list noch bede Vrijwillige fael! Maer dwaeslijk aen zijn keus te renonceren Zich bij den neus te laten conduiseren, Een onbekende in ’t kiezen designeren Is basterdtael.

17


’t Is Vlaemsch het licht, dan waer het is te vinden, Te koestren, zich bij dage te verbinden Opdat de nacht voor half- en starreblinden Niet nederdael; Maer steden doen door dorpen ecraseren Voor mannen, die het land representeren, En ja of neen op wenken prononceren Is basterdtael. In dezelfde zin, en wellicht geïnspireerd door dit gedicht, schreef Van Ryswyck later zijn «Apenspel» (22). Nog in hetzelfde jaar 1826 schreef D’Hulster de grote romance «Filippine van Vlaenderen» (23). Dit werk is gebaseerd op de geschiedenis van Filippine, dochter van Gewijde van Dampierre, die verloofd was met Edward I van Engeland, maar op listige wijze door zijn politieke tegenstrever, de koning van Frankrijk, naar zijn land gelokt en gevangen ge­ nomen werd om er tenslotte de dood door de giftbeker te sterven. Hoewel dit romantisch werk wat langdradig aandoet, weet hij toch op talrijke plaatsen de juiste toon te treffen en een epische vaart te geven aan zijn gedicht. Zo beschrijft hij de schone Filippine, onkundig nog van het nood­ lot dat haar bedreigt : 25 De blijde strael van ’t eerste morgenlicht, Een lenteglans de neevlen doorgeblonken, het lachje van een pasgeboren wicht, Verrukte mij door hare tooverlonken Die schoone, om wie ’t oud Troje in puinen viel, 30 Had zelve in haer ’t volmaekste beeld gevonden! En de amberlucht van Edens morgenstonden Was niet zoo rein als de onschuld van haer ziel. Alles is reeds in orde gebracht voor het aanstaande huwelijk als de uitnodiging tot een afscheidsbezoek aan Frankrijks koning haar bereikt : 97 De graef vertrekt, voor geen verraed beschroomd Zal hij zijn telg in ’t Fransche rijk verzeilen, En haer, die niets dan heil en liefde droomt, 100 Zelf in de magt van hare beuls gaen stellen

18


Dan ook . . . hoe zou de graef in argwaen treên? Zij scheen als kind des konings welbehagen; Daer sleet ze in 't Hof hare eerste levensdagen . . . Men spoedt de reis naar Frankrijks grenzen heen. In Frankrijk aangekomen, worden zij evenwel niet met open armen ontvangen, maar in de gevangenis geworpen. De oude graaf poogt nog zijn dochter te verdedigen : 145 En Guido sluit zijn dogter aen zijn hart, En grijpt het stael om moedig zich te wreken, En klemt haer meer, en zwiert de kling, en tart Zijn beulenrot, verbaesd terug geweken. Doch vruchtloos wil de grijsaerd hun weêrstaen : 150 Zijn zwakke moed kan slechts zijn lot verzwaren : De koning durft een vorst van tachtig jaren Ontwaepnen, en in ketenen doen slaen. Vader en dochter trachten elkanders leven te redden, maar vruchteloos : 177 Maer vruchtloos bloedt haer hart, en ’t bloedt zo zeer! Dat schoone, nog veel schooner dan haer tranen, Ligt voor den Vorst, neen, voor een beul ter neer, 180 Kan zich geen weg naer ’t hart diens tijgers banen : Het volk in Vlaanderen hoort wat er gebeurd is en loopt te wapen. In de Leievlakte te Kortrijk ontmoet het de Franse legers en wordt de slag van de Gulden Sporen geleverd : Reeds trapt en dringt en strijdt der Belgen schaer 210 Op hoopen van gevelde Lelianen : Geen vijands moed, geen groeijend lijfsgevaer Weerhoudt de vaert van onze legervanen, Een vreugdekreet dringt door de wolken heen En doet den klank der zegegalmen hooren : 215 De Franschman vlugt : de slag der Gulden Sporen Siert Neêrlands grond met nieuwe krijgstrofeen. Doch de Franse vorst lost zijn prooi niet en verplicht het meisje de giftbeker te drinken om het leven van haar vader te redden.

19


236 Zij zucht en brengt den beker aen haer lippen . . . Het gif, dat haer allengs met dood kleur verft, Dringt voort en woedt, en brandt door borst en ader, Zij zijgt ter neêr, bidt voor haer grijzen vader, 240 Smeekt het oog haer beul voor hem . . . en sterft. Een kleiner werkje is het korte gedicht «Gezegende Ouderdom» (24), waarin hij de zonnestraal, die op een winterdag door het wolkendek breekt, vergelijkt meteen grijsaard, die nog gezond is naar lichaam en geest. In stoere Alexandrijnen weet hij de vergelijking op een degelijke, vloeiende wijze uit te werken, waarbij weer eens opvalt hoe zuiver zijn taal is en welke goede smaak hij bezit bij de keuze van woorden of beelden. Is de natuurbeschrijving tamelijk sterotiep en de constructie nogal gewrongen, dan is het tweede deel weer te rangschikken bij zijn beste werk. «Het Waer Geluck» (25) is een leergedicht, waarin de ongetwij­ feld vrome en voorbeeldige D’Hulster op een vaak persoonlijke wijze, zijn geloof belijdt. Zonder twijfel bezit het stuk naast de gaven ook de gebreken van het genre. Wij kunnen er vooral de nobele opvattingen van de dichter in loven evenals zijn streven niet in holle woordkramerij te vervallen en steeds sober te blijven. Ten bewijze dat hij zelfs een dergelijk onderwerp, dat nu niet be­ paald voor dichterlijke ontboezemingen geëigend is, ver van retorisch gefrazel weet te houden, volgt hieronder een kort frag­ ment : 61 Maer, wie zal dan, helaes! op aerd gelukkig zijn? Maer hij, wiens open hart aen kalme deugd gewijd 75 De vrede en eendragt mint in ’t stille burgerleven, Door heiige Christenpligt volijvrig, aengedreven, In alles wat hij doet niet ziet naer eer of goud, Maer in verneedring God, ja God alleen aenschouwd; Die zich slechts schat en voor den hemel wil vergaderen, 80 Standvastig aengekleefd den Godsdienst zijner vadren, Zijn eigen waen bestrijdt, zijn driften moedig temt, Aen zulk een mensch heeft God het waer geluk bestemd.

20


Wij kunnen hierbij nog opmerken dat het geloof van D’Hulster weinig strijdbaar was, maar volledig ingekapseld in Verlichting en kleinburgerlijkheid. Ten slotte schreef hij nog een «Nieuwjaerswensch van den Knaep der Letterkundige Maetschappij te Gend» (26). Deze berijmde nieuwjaarswens is geadresseerd aan Laval, de knecht van de Letterkundige maatschappij te Gent. Hij beperkt zich evenwel niet tot de conventionele wensen, maar profiteert van de gelegenheid in een geestige uitweiding de schil­ ders van uithangborden en schrijvers van publiciteitsteksten een veeg uit de pan te geven wegens hun gebrekkige taal en spelling. Hij citeert heel wat Gentse uithangborden, o.m. «hier scheirt en coffert men» (coiffeert), «de Gaudblomme», «in het Schiepken», «hier loozert (logeert) men», «hier vercoept men houilliecoölen (steenkolen)», «in den Patrizot» (Patriot). Dit werkje is zonder pretentie en is een zuiver gelegenheidsge­ dicht. Het heeft alleen waarde in die zin dat hier nog eens duide­ lijk D’Hulsters voortdurende zorg voor taalzuivering aan het licht komt.

(1) Pr. Van Duyse : Uitgave . . . p. 1-4. (2) Heel wat gegevens hieromtrent zijn te vinden in een werkje dat in 1850 te Tielt verscheen onder de naam «Verzameling der verdienstelijkste Dicht- en Prozastukken die in den Toneel- en Letterkundigen Prijskamp, die met de krachtdadige ondersteuning van het Staatsbestuer door de Maetschappij van Rhetorica van Thielt, op den 20 mei 1850 uitgeschreven, ter mededinging zijn ingezonden» en dat o.m. de prijsverzen bevat van een lofdicht op D'Hulster. Zie ook M. Luwel : De Rederijkers te Brugge, in het tijdschrift West-Vlaanderen, jg. XII, nr. 70, 1963, p. 225 e.v. (3) Deze bestond hierin dat men een gegeven onderwerp voor de vuist in dicht­ maat behandelde, zonder de vergaderzaal te hebben verlaten. (4) Ter illustratie volgt hier nog de prijsverdeling van de reeds hogervermelde wedstrijd, gehouden te Tielt in 1850, en in voornoemd werkje opgenomen. «Yverzucht». Deftig vak : 6 mededingers. Enige prijs, zilveren eremetaal, aan Louis Caestecker van Brugge (oud 14 jaar) met de alleenspraak «Het bedelkind uit Savoyen». Boertig vak: 7 mededingers. Enige prijs, zilveren eremetaal, aan Joseph Blondeel (oud 12 jaar) van Brugge, met de alleenspraak «De Schoolmeester op de prijsdeeling».

21


Juffrouwen: liefhebbers. 6 mededingsters. Enige prijs, zilveren verguld eremetaal : Juffr. Eugenie De Terre (Gent) met de alleenspraak: «Een arme Moeder». Deftig vak (1ste klas), 17 mededingers. Eerste prijs, gouden eremetaal : Em. Merckaert (Geraardsbergeri), met de alleenspraak «Lodewijk of wraek en wanhoop». Tweede prijs, zilveren verguld eremetaal : Félix Larmuseau (Kortrijk) met «De losbandige». Deftig vak (2de klas) : 35 mededingers. Eerste prijs, zilveren verguld eremetaal: B.H. De Vriend (Gent) met «Karal de Vijfde». Tweede prijs, zilveren eremetaal: H. Serleys (Zottegem) met: «Het uur der Doodstraf». Boertig vak : 38 mededingers. Eerste prijs, zilveren verguld eremetaal : Jh. Van Impe (Ninove) met : «Pieter, een domme dienstbode». Tweede prijs, zilveren eremetaal: B. De Ruyter (Brugge), met: «De Burge­ meester van 't Dorp». Derden prijs, zilveren eremetaal : Mortier-Jacquin (Kortrijk) : «Anwen met de listige weduwe». Luisterrijke intrede. Eerste prijs, zilveren eremetaal : maatschappij van Rhetorica «Yzer en Broedermin» te Brugge. Tweede prijs, zilveren eremetaal: maatschappij van Rhetorica te Roeselare. Eervolle vermelding : maatschappij van Rethorica te Izegem. Poëzie — Lofdicht op L. D’Hulster : Enige prijs, gouden eremetaal : Eugeen Stroobant (Brussel) met een dicht­ stuk met kenspreuk «Thielt zal bij 'roemvol kroost hem tellen». Proza — Redevoering op de voor- en nadelen der Genootschappen van Ambachten en Neringen, zoals zij bestonden voor de Omwenteling van 1789. Enige prijs, gouden eremetaal : Edouard Van Biesbrouck (Langemark). (5) Om er maar enkele te noemen, die faam en roem genoten in hun tijd : A. Cluwen, De Potter, J.V.O. Bruyn, Oosterwijk-Bruyn, J.M. Van Beverwijk, J. Mirstrasz, R H. Van Someren, M.J. Vander Maesen, Pater Stevens. J.B. Hofman, A. Stichelbaut, enz. De meeste van deze schrijvers werden gebloemleesd in «Gedichten en Ver­ handelingen . . .» (Antwerpen, 1825). (6) Dit werk is getiteld : «Den Mensch door Adams val gebragt in slaverny; ge­ rukt door 's Heylands dood uyt Satans heerschappij». (7) Beide gedichten komen voor in Van Duyse’s uitgave van D’Hulster. Ten andere zou de eerste prijs aan deze dichteres zijn uitgereikt, ware zij in per­ soon aanwezig geweest om haar gedicht voor te lezen (zie Te Winkel, o.c., p.378). (8) Van Duyse : Uitgave . . . p. 5-8. (9) Van Duyse : Uitgave . . . p. 9-12. (10) L. Paludanus : Het paradijs verloren (Amsterdam, 1730). (11) Van Duyse : Uitgave . . . p. 35-36. (12) Van Duyse : Uitgave . .. p. 21-24. (13) Van Duyse : Uitgave . . . p. 13-16. (14) Van Duyse : Inleiding Blommaert : o.c., p.417.

22


(15) Van Duyse: Uitgave . . . p. 17-20. (16) Van Duyse: Uitgave . . . p. 139. (17) Van Duyse: Uitgave . . . p. 140. (18) Van Duyse: Uitgave . . . p. 25-34. (18bis) Ph. Blommaert, o.c., p. 416. «Een uitmuntend lierzang, die tot de best van dit soort behoort. Diep ge­ voelde gedachten worden er dichterlijk en beeldrijk uitgedrukt in een kracht­ volle taal, en storten den toehoorder dezelfde geestdrift in, die den zanger bezielde. Het plaatst den dichter onder de voornaamste dezer tijdvaks en werd in vele bloemlezingen als voorbeeld overgenomen». (19) Van Duyse : Uitgave . . . p. 37-38. (19bis) Zie inleiding, hierboven. (20) Van Duyse: Uitgave . . . p. 39-43. (21) Van Duyse: Uitgave . . . p. 146-147. (22) The. Van Ryswyck : Luimen, blz. 159 — uitgave 1842. (23) Van Duyse : Uitgave . . . p. 53-61. (24) Van Duyse: Uitgave . . . p. 44-45. (25) Van Duyse: Uitgave . . . p. 46-49. (26) Van Duyse: Uitgave . . . p. 50-52.

23


4. PROZA.

Het prozawerk van D’Hulster is zeer beperkt en bevat, buiten de reeds aangehaalde verslagen van de staatsprijskamp voor poëzie en het spellingsvraagstuk, een vulgariserend opstel «Over de Uit­ vindingen en Ontdekkingen in Kunsten en Wetenschappen, welke door Nederlanders zijn gedaan geweest» (1). Het werk is zonder pretentie en bezit geen grote wetenschappe­ lijke waarde. Het is een typische compilatie met als enig doel de aandacht te vestigen op het belangrijk aandeel van de Neder­ landen in de wetenschappelijke vooruitgang en op het domein van de kunst. Het opstel is vooral bestemd voor het onderwijs en vormde ongetwijfeld een belangrijke bijdrage tot de Vlaamse her­ leving, door de aandacht die het oproept voor het groots verleden van ons volk. Het werd trouwens in Groot-Nederlandse zin geschreven zonder onderscheid te maken tussen Noord- en Zuidnederlanders. De taal is, zoals steeds bij D'Hulster, verzorgd en opmerkelijk vlekkeloos en in die zin kan men Pr. Van Duyse volgen, die de wens uitte dat de inleiding in de bloemlezingen zou worden op­ genomen en dat het gehele werk aan de jeugd ter studie zou voorgelegd worden. In 1834 schreef D’Hulster nog een studie over de «Reinaert» (2). Dit werk is in het Frans gesteld en is een recensie van de uitgave van de «Reinaert» door J.-Fr. Willems. Hij is vol lof voor de verdiensten van de uitgever die, «een merk­ waardige bijdrage geleverd heeft tot de heropbloei van de natio­ nale fierheid», en treedt volledig diens standpunt bij waar hij de prioriteit van de Nederlandse versie op deze van andere taal­ gebieden voorhoudt.

(1) Pr. Van Duyse : Uitgave van D'Hulsters werken, blz. 63-118. (2) Pr. Van Duyse : Uitgave . . . p. 119-129.

24


5. BESLUIT.

Wij poogden een beknopt overzicht te geven van de volledige letterkundige arbeid van D'Hulster. Zijn bedrage tot de literatuur is weliswaar niet groot, maar toch belangrijk genoeg om meer bekendheid te genieten dan tot nog toe het geval was. Zoals wij reeds zegden, schreef hij zijn gedichten vooral in de periode der Vereniging van de Nederlanden. Nochtans publiceerde hij zijn eerste verzen reeds in 1806, in de duisterste periode, die onze literatuurgeschiedenis wellicht ge­ kend heeft (1). Het einde van de 18e eeuw was buitengewoon droevig geweest voor de taalkennis en, aansluitend, voor de literaire produktie. Toen het Oostenrijkse gezag zich enigszins gestabiliseerd had en men zich aan een zekere herleving van het geestesleven mocht verwachten, smoorden de Brabantse omwenteling en onmiddel­ lijk daarna de Franse bezetting het jonge leven in de kiem. Wij bezaten niets om weerstand te bieden aan de Franse cultuur, die samen met de Franse legers onze streken overspoelde en, omdat wij zo zwak waren, drong de verfransing ook veel dieper door dan waar ook in Europa. Alleen enkele Rederijkerskamers vegeteerden nog en het is precies op een prijsvraag van één van die Kamers, dat D'Hulster zijn eerste gedicht schreef. Door de hereniging met Noord-Nederland mocht men normaal voorzien dat onze taal- en letterkunde een reveil zouden kennen. Dit is slechts zeer gedeeltelijk uitgekomen, eensdeels omdat de hereniging te kort van duur was, anderzijds omdat politieke over­ wegingen een dam opwierpen tegen de nauwe samenwerking met het Noorden.

25


Het is en blijft de grote verdienste van D’Hulster dat hij van die korte pauze gebruik heeft gemaakt om in het Noorden in de leer te gaan en zijn taal te hebben getoetst aan de letterkundige werken, die daar verschenen. Het valt niet te loochenen dat hij veel meer taal-feeling bezat dan zijn schrijvende taal- en landgenoten. Op gebied van woordkeuze, van gebruik van uitdrukkingen en zinswendingen, wist hij een zuiverheid te bereiken, zoals niemand anders in Vlaanderen. Zuiver literair is hij een overgangsfiguur. Historisch wortelt hij nog in de Rederijkerskamers met hun oude tradities, die echter hol en zonder betekenis geworden waren, maar langzamerhand weet hij zich te ontdoen van hun retorische rompslomp en van hun classicistische neigingen, om zich schuchter tot de romantiek te bekeren. Hij is wat men zou kunnen noemen een preromantisch dichter, die het nieuwe geluid reeds vernomen heeft, maar er nog niet toe gekomen is het volledig te absorberen. Verschillende elementen zijn reeds aanwezig, die in de richting duiden : het teruggrijpen naar de eigen nationale geschiedenis, de Weltschmerz, de liefde voor de natuur, de kerkhofpoëzie, enz. D’Hulster is er zich waarschijnlijk nooit van bewust geweest aat hij als lyrisch dichter had kunnen doorbreken; hij heeft onge­ twijfeld de neiging tot zuiver persoonlijke expressie onderdrukt om in alles, ook in zijn gedichten, zijn opvoedende rol verder naar behoren te vervullen. Aldus was hij ongetwijfeld niet zonder verdiensten. Hij heeft, zij het misschien te sterk moraliserend, de bevolking gewezen op haar rechten en haar plichten, hij heeft de mensen willen warm maken voor eigen taal en geschiedenis, hij heeft de strijd tegen de verbastering, op welk gebied dan ook, tot zijn levensdoel ge­ maakt. Dat zijn tijdsgenoten hem zo hoog achtten en een zo gunstig oor­ deel over hem velden, bewijst wel dat zijn stem een diepe weer­ klank gevonden had.

26


Hij is in zijn werk noch in zijn leven een barricade-flamingant ge­ weest, geen bard die zijn volk te wapen riep. Hij was een stille werker, die de funderingen hielp leggen van het gebouw dat de volgende generaties zouden optrekken. Hij heeft het taal-wapen gescherpt omdat hij ervan overtuigd was dat men geen strijd kon voeren voor de ontvoogding van het volk zonder een degelijke en grondige kennis van de moedertaal. Zoals zoveel stille werkers is D’Hulster in de vergeethoek geraakt. Noch als volksopvoeder noch als literator verzorgde hij zijn publi­ citeit, zodat zijn naam spoedig uit de officiële geschiedschrijving verdween. Wij drukken de hoop uit dat deze korte studie het hare zal bijdragen om deze figuur in eer te herstellen. Hij speelde zeker geen eersterangrol, maar had ongetwijfeld zijn betekenis in de culturele ontvoogding van ons volk en vormt een onmisbare schakel in de literatuurgeschiedenis van Vlaanderen.

A. Van Severen

(1) Zie o.m. Eug. De Bock : Verkenningen in de 18e eeuw (Antwerpen, 1963).


BEELDEN UIT HET OUDE PITTEM W. Devoldere

1. Een lokale traditie schrijft het bouwen van een kerk te Pittem toe aan Robrecht de Fries (1071-1093). Van de oude Romaanse bidplaats is de toren en de noordelijke muur van het hoogkoor bewaard gebleven. Andere gedeelten zouden dagtekenen uit de 15e eeuw. In 1905 nam pastoor Bernolet het initiatief tot her­ stelling en vergroting van de kerk. De foto hier is in feite een tekening van J. English van 1913 t.g.v. de Verbiestfeesten. Boven de tekening staat echter : «dorpskerk van P. Verbiest, 1623». Men heeft er echter geen rekening mee gehouden dat het traptorentje aan de zuidmuur slechts opgetrokken werd in 1759.


2. Op 10 augustus 1913 werd het Verbieststandbeeld onthuld. Dit ging gepaard met grootse feestelijkheden. Ferdinand Verbiest werd geboren te Pittem op 9 oktober 1623. Hij vertrok in 1657 als zendeling naar China. Hij werd voorzitter van het sterrekundig hof. Hij stierf te Peking op 28 januari 1688. Op de foto enkele promotors : v.l.n.r. Jef Valckenaere (componist van de cantate), de grote gangmaker E.H. Henri Blondeel en pater Leo Van Dijck, scheutist. De jongen en de man rechts zijn onbekend.

P IT I II LM

.iindsfih&f

Ui tg. Veys

3. De Plaatsmolen werd hersteld na zijn verwoesting in 1386. Als oudst bekende molenaar wordt Jan Joye rond 1550 vermeld. Waarschijnlijk opnieuw vernield tijdens de Geuzentijd was hij in 1615 reeds opnieuw opgebouwd. De foto dateert van 1900. In 1910 werd de huidige stenen molen gebouwd. In 1949 werd hij buiten werking gesteld, het jaar erop werden de zeilen verwijderd.


4, In 1913 tekende J. English eveneens de «Quickmote». In Biekorf, 1968, blz. 321-331, vinden we een interes­ sant artikel van V. Arickx «De Quickmote Pittem». Hij schrijft terecht : de Quickmote is een van de historisch meest belangrijke woningen van Pittem geweest. Eerst als verkeerd aangewezen geboortehuis van F. Ver­ biest en als het huis waar Kan. Carton in 1802 het levenslicht heeft gezien. Deze omwalde eigendom lag even buiten de dorpskom, aan de noordkant van de weg naar Tielt, een vijftigtal meter ten westen van de afge­ broken «Torremolen» of «Baerts molen». De huizen op de Quickmote zouden volgens H. Liebrecht rond 1895 afgebroken zijn. (hij schreef dit in «L’Expansion Belge», dec. 1911). Zie ook het allereerste nummer van «De Roede van Tielt» (dec. 1970) met het artikel van V. Arickx over «De Quickmote».

5. De westkant van de Markt werd in 1658 samen met vele hoeven, huizen, schuren en schelven in brand ge­ stoken. Na de brand werd de Markt vergroot, hier lag immers alles platgebrand. Even die huizen overlopen. Links zie je de «Casino». Hier woonde o.m. Petronilla Boussy (geb. Tielt 1723, overl. Pittem, 1824) Zij is de meest recente Pittemse honderdjarige. Het grote witte herenhuis is het geboortehuis van graaf Félix Amand de Müelenaere (1793-1862), de eerste Eerste Ministeer van het «onafhankelijke» België. Hij was tevens de eerste gouverneur van West-Vlaanderen (1830-1849). Het «Gemeentehuis Estaminet» staat rechts op de foto. Een eerste «Schepenhuys» werd gebouwd rond 1624. In 1652, schrijft V. Arickx, werd het «huys van de prochie» herbouwd in plak en stak. De rekening spreekt van kalk, stro, stenen, deil, enz.


WS83SĂ&#x160;I

jttHHĂ&#x153; 6. We blikken ook even terug in de straten van Pittem. Hier krijgen we de Kauwstraat. In het inmiddels verdwenen gebouw links woonden tal van belangrijke families. Het was hier ook dat pater Ferdinand Verbiest geboren werd, en niet zoals oude Pittemnaars beweren op de Quickmote.


7 Het meest pittoreske straatje van Pittem was misschien wel het Kerkstraatje. Ook deze foto dateert uit 1913. Links zie je een speldewerkster. De dorpskom werd zwaar gebombardeerd op 26 mei 1940, het Kerkstraatje was ook erg getroffen. Na de oorlog werd het puin opgeruimd en werd dit mooie steegje omgebouwd tot een brede straat.

8. In ««Pittem», 1951 schrijft V. Arickx : Inde 16e eeuw, en wellicht reeds vroeger, stond er langs de oude heer­ weg Brugge-Kortrijk op het ««plein te Rijseleinde» een gasthuis of een zn. ««passante lieden huus» geheten ««het hospitaal van Sint-Jacob te Rijseleinde». Hierbij hoorde ook een kapel. Jaarlijks trok de O.-L.-Vrouwprocessie op derde Pinksteren naar deze kapel. Op de plaats waar het huidige molenhuis van de Rijseleindemolen staat, stond vroeger het eigenlijke gasthuis. De foto toont ons de Brugsebaan in 1900 ... Rechts de herberg De Rijseleinde. Hier werd o m. in 1664 de Ardooise chirurgijn Guil. Teurloot doodgestoken door Gillis de Simpelaere ««in different, raeckende t ’meesteren van seker jonck kint». Tussen 1624 en 1642 noteerde V. Arickx te Pittem 19 manslagen met dodelijke afloop en één kindermoord ...


ONZE WINDMOLENS WINGENE. (vervolg)

II. de vier oudste van de acht.

Willen wij chronologisch werken (en dat bedoelen wij), dan moet Poelvoorde het eerst aan de beurt komen. Hoewel zonder bewij­ zen in handen, houden wij het hierbij. Tenzij de Lentakkermolen ... Maar zéker geen andere !

DE POELVOORDEMOLEN

Poelvoorde was een heerlijkheid, niet zoveel jonger dan die van Wingene zelf, en bijna even belangrijk. Het foncier lag ongeveer 2 km. ten oosten van Wingene-dorp, richting Ruiselede. De molen stond langs de weg naar Ruiselede, tegen de zuidkant ervan, zowat 400 m. ten noorden van het kasteel van Poelvoorde. Volgens de traditie — bewijzen vonden wij tot op heden niet — stond een vorige Poelvoordemolen in de zuid-oosthoek, gevormd door de voormalige «Thieltschen Brugghewegh» (nu Schuiferskapellestraat) en «de straete naer den Hecke» (nu Ruiseleedse Stw.). Wanneer de tweede molen in de zuid-westhoek gebouwd werd, zien wij verder dan wel. Beide waren houten korenmolens, op teerlingen.

I. De eerste molen.

De ons oudst bekende vermelding ervan dateert van ± 1383, wan­ neer, na de slag bij West-Rozebeke, de goederen van de heer van Poelvoorde verbeurd verklaard werden : «... item 1 corenmuelne». Wij durven besluiten dat de molen eigendom was van het kasteel, een banmolen dus. In 1401 of 1402 kwam de heerlijkheid bij kope aan Jan Dreeling. In het dénombrement, gedaan in 1402, staat te lezen : «... ’t goed ende heerscip te Poelvoorde ... met eenen windmuelne der up staende ....Deze laatste woorden zijn niet duidelijk : eigendom of geen eigendom van de heer? Trouwens ... 33


Stand van de Poelvoordemolen Âą 1840. Wij kunnen aannemen dat deze toestand, ongewijzigd, die was van Âą 1600, toen de nieuwe molen gebouwd werd door de heer van Poelvoorde.


Jan Deborghere : in de staat van goed, opgemaakt in 1528 naar

aanleiding van het overlijden van molenaar Jan Deborghere, vin­ den wij als eigendom : «... een muelne also die ghestaen ende gheleghen es met de mueleweghe er toe behorende & ... een huusse der neffens staende mids een bogaerdekin ... gheheeten de muelene te Poelvoorde ... item noch ... een half bunder lants ...» Hier is de molen dus geen eigendom (meer) van de heer. En de «wal»? Die is niet vermeld; tenzij de wal zou begrepen zijn of in de molenweg, of in het land. In elk geval is het vreemd dat de molenweg gespecifieerd wordt, en niet de wal. Misschien stond de molen zelf op cijnsgrond. In elk geval ... Rijkaard Pharizeel : in 1577 is eigenaar van de molen Rijkaart Pharizeel fs. Matthijs; maar de molenwal pacht hij van de heer van Poelvoorde. Weinige jaren daarna echter (denkelijk in 1482, te oordelen naar een nota van dr. Carton, maar zonder bronopgave) is de molen afgebrand en Pharizeel, even later, overleden. Dit alles weten wij uit volgende tekst, getrokken uit een afrekening van de ontvanger van Poelvoorde : «ontfaen van Ryckaert Pharizeel fs. Mathys die in pachte ghebruuct heeft den muelewal daer de muelen up s taet... ende vermochte den heere te anverdene de voors muelene ... de welcke muelene nu verbrandt es ende es den voors Ryckaerdt overled ... Annopende de jaeren daernaer volghende es bleven de voorn muelene onbedient duer ver­ branden vandien ...» Om welke reden de heer van Poelvoorde de molen «anveerd» heeft, weten wij niet. Jammer dat wij geen pre­ cieze datum konden vinden, waarop de rekening opgemaakt werd : met zekerheid kunnen wij zeggen dat het na 1580 moet ge­ beurd zijn. Anderzijds laat de tekst verstaan dat de molen al eigen­ dom was van Poelvoorde, toen hij afbrandde.

li. De tweede molen.

Zo weten wij ook dat niet zonder uitstel, maar na jaren, de nieuwe molen (nu in de zuid-westhoek) gebouwd werd. Wij vermoeden dat dit niet eerder gebeurd is dan begin 1600, namelijk na de troebelen die onze streken teisterden tegen het einde van de 16e eeuw. Pieter Dejaeghere : is de eerstvolgende molenaar te Poelvoorde, die wij aantreffen in de parochieregisters vanaf 1648, naar aanlei­ ding van de geboorte van zijn zoon Joannes. Hij sterft op 21 januari 1665, misschien wel bij een ongeluk, want de overlijdensakte zegt : «subitanee obiit». Volgens de staat van goed is het nu duide­

35


lijk dat de molen eigendom is van het kasteel : «item tgoone dat dit sterfhuijs goet ofte quaet vindt an mynheere van poelvoorde van m eullenpacht ..... Na Dejaeghere is er weer een leemte, tot in 1680. Wij ontdekten namelijk dat in dat jaar Frans Depoortere op de molen was. Wij weten het uit een rekening van de voogden, ten sterfhuize van Jan Van Hollebeke «overleden op d’heerlijkheit van poelvoorde» in december 1680 : «item betaelt aen Frans de poortere over leverijn van een vat tarwen m e e l ...». Depoortere was er nog in 1682, want zijn dochter werd

geboren in juni van dat jaar. Rond 1690 kwam dan Van Craeymeersch op Poelvoorde. Jan van Craeymeersch. Denkelijk is het zo gegaan : in de jaren 1680 was te Tielt-Kapelle (Schuifers) een Jan Van Craeymeersch molenaar. Zijn vrouw stierf in 1686, 5 kinderen achterlatend. Hij­ zelf overleed echter te Wingene in 1692, op Poelvoorde. Op dat moment was zijn zoon, eveneens Jan, al getrouwd en op de Poelvoordemolen. Het feit echter, dat wij een andere zoon, Antoon, vinden, die te Wingene trouwt (en in de Beer gaat wonen), en ook een dochter, doet ons aannemen dat vader Jan met zijn gezin al even eerder de Poelvoordemolen betrok. Zoon Jan zou in dat geval zijn vader te Poelvoorde opgevolgd zijn. Hij verwekte er 3 dochters en 2 zonen. De oudste van deze laatste, Jan (sedert minstens 5 generaties was de oudste een Jan), stierf ongehuwd in 1726. De andere zoon, Franciscus, werd de stamhouder en molenaar. Op 16 juli 1731 trouwde hij met Barbara Demeulenaere. 12 kinderen zou hij krijgen, waarvan de oudste zoon Joannes gedoopt werd (wat dacht UI). Toen, einde 1735, kwam de plaatsmolen vrij, vermoede­ lijk wegens het overlijden van Judocus Vercoutere; en ... Franci­ scus pachtte hem. Hierdoor kwam de Poelvoordemolen nu vrij, en Jacobus Derynck kwam er op met kerstdag 1735. Het geslacht Derynck wortelt diep in het verleden als molenaars. Een belang­ rijke tak kwam tot ontwikkeling te Ardooie. Op Bergmolen (op het hoge, tussen Ryselende en het dorp) verwekte Adriaan Derynck, tussen 1686 en 1718, veertien kinderen. Eén ervan, Jacobus, werd er geboren op 28 juli 1708. Te Ardooie getrouwd in april 1732, had hij al twee kinderen toen hij het molenhuis te Poelvoorde betrok, einde 1735. Nog zes kinderen zouden te Wingene geboren wor­ den; alles bij elkaar drie zonen en vijf dochters. De «maal-zucht» hadden deze zonen blijkbaar in het bloed, want — de oudste, Joannes-Jacobus, kwam op de molen van Emelgem terecht; — Petrus-David, oudste van de te Wingene geborenen, zou vader te Poelvoorde opvolgen; 36


— Judocus, jongste van de bende, vond zijn weg te Tielt, op de Tommemolen. Petrus-David Derynck : hij werd te Wingene geboren op 14 april 1736, leerde zijn ambacht bij vader en trouwde in 1775 met Theresia Devriese, kleindochter van de stamvader te Wingene van Mo­ nica Devriese, moeder van G. Gezelle. Inmiddels (waarschijnlijk sedert 1770/71 al) had Petrus-David vaders plaats in de molen ingenomen. Wij leiden dit af uit het feit, dat Jacobus Derynck te Tielt einde mei 1772 overleed. Te Tielt: wij nemen aan dat hij Judocus, het «kakelnestje», uitgeleide gedaan had ... De vruchtbaarheid van het geslacht Derynck werd door PetrusDavid waargemaakt : in 18 jaar werden eerstzes zonen en dan nog drie dochters in het molenhuis geboren. Toen vader Derynck stierf op 16 maart 1809 (moeder Theresia was een jaar tevoren overle­ den), waren nog zeven kinderen in leven. Een paar van deze kinde­ ren hebben sporen nagelaten in het 19e-eeuwse Wingene. Om deze reden verwijlen wij even bij de naam van elk van hen : — (Judocus , de oudste zoon, was einde 1797 overleden). — Jacobus, leerde thuis malen, trouwde te Tielt in 1808 en betrok de molen «t’enden d’Hoogstraete» (in de hoek, gevormd door de Deinzesestw. en de Driesstraat). Vandaar trok hij naar de Stedemolen (leperstraat), waar hij stierf in 1843. — David, maalde thuis tot zijn 45 jaar. In 1824 trok hij naar Tielt om alleen nog aan koopmanschap te doen. Getrouwd te Wingene in 1825, overleed hij te Tielt in 1849. — Eu genius, maalde eveneens thuis tot in 1928; hoewel wat zieke­ lijk, trouwde hij in mei van dat jaar, staakte het malen en ging in de herberg De Beer wonen. Hij stierf er begin 1831. — Clement, DE molenaar van Poelvoorde. Alleen achtergebleven na het huwelijk van zijn broers, trouwde hij, in oktober 1828, met Monica Vandierendonck, die al enkele jaren meid was in het molenhuis. Op hem komen wij terug. — Karei, jongste zoon. De gemeenschap Derynck had in 1817 het voormalige Schuttershof (Egemstraat) aangekocht, en Karei ging er brouwen. Hij trouwde in 1821 en overleed in 1870. Zijn dochter Adeleide zou Jan-Bapt. Verkest huwen. — Ludovica stierf ongehuwd in 1818, op dertigjarige leeftijd. — Francisca, het jongste kind van het gezin Derynck, trouwde in 1819 met weduwnaar Francis Vanden Brande, koopman en molenaar op de Zandberg, en o.m. vader van de latere burge­ meester Karei Vanden Brande. Zij overleed in 1879. Clement Deryunck : was derhalve de in-stand-houder van het maalbedrijf op Poelvoorde; de laatste, want geen van zijn twee

37


zonen zou er nog wat aan doen. Isidoor had het wel geleerd, maar gaf het op bij zijn huwelijk in 1861, om de hofstede ’t Sarros te betrekken. Wellicht was het hen duidelijk dat, met het opkomen van het stoommaalbedrijf, de concurrentie niet haalbaar zou zijn. Clement zelf, ouder wordend, liet het malen over aan knechten. In 1864 — hij was 81 geworden — gaf hij er de brui aan. Mathilde Papeleu, eigenares van Poelvoorde en van de molen, besloot toen deze laatste te verkopen. Dit besluit lag voor de hand : de molen had, gezien zijn ouderdom, allicht meer dan gewone herstellingen nodig; en vooral, de opkomst van de «vapeur»-concur-rentie ... Hoe dan ook, de verkoping gebeurde te Wingene, voor notaris Erard, op 30 april 1864. Koper was een zekere August Vanvlaenderen : In de koopakte staat te lezen: «thans nog landbouwer woonende te Meerendree.» Bijzonder opvallend is, dat alleen de molen verkocht werd, met de molenberg (alles bij elkaar ca. 8 aren). Dus geen kwestie van molenhuis, of land, of om het even wat. Ook de rosmolen werd meeverkocht, maar met de verplichting deze af te breken; de rosmolen stond namelijk buiten de bovengenoemde 8 aren. Mulder Derynck verhuisde naar een kleinere woning op het latere St. Jan, tegen de Keukelstraat. Hij zou ersterven op 17 oktober 1865. Toen gebeurde het ongelooflij­ ke : minder dan vijf maanden na de aankoop van de molen, op 24 september namelijk, vond men Vanvlaenderen die zich verhangen had; en in de molen nog wel. Hij was amper 33 jaar. De weduwe bleef nog een jaar of wat op Poelvoorde en kocht inmiddels, op 21 juli 1866, het molenhuis (ook van Mathilde Papeleu natuurlijk). Zij verpachtte molen en huis aan Leopohd Baele, en vertrok naar Tielt. Baele kwam van Vinderhoute; hij moet er gauw geaard hebben, want op 6 mei 1873 kocht hij de hele «doening», met molen en al. En ... de molen draaide voort. Leopold stierf op 29 april 1903, acht ongehuwde kinderen achter­ latend : zes dochters en twee zonen. Maar — de molen draaide voort, tegen alle stoom-concurrentie in. Emiel Baele, één der beidezonen overleed in 1915; maar Jules, in de volksmond alleen gekend als «baaske» Baele, maalde voort ... en zou meteen de laatste «mulder» van Poelvoorde worden. Want, werd Baaske oud, de molen was het al lang, en geraakte «t’enden» geleefd. Zo is het dan gebeurd dat hij, in de vroege morgen van 14 mei 1947 ineen­ gezakt is. En Baaske heeft het nog twee jaar uitgehouden, tot 18 mei 1849. Wij vragen nog even aandacht vooreen paar punten van betekenis in de geschiedenis van deze molen.

38

«


a. De rosmolen : bij de Poelvoordemolen stond een «rossekot»; dat weten wij o.m. door de bovengemelde koopakte van 1864. Wanneer is die rosmolen er gekomen? — In de staat van goed, opgemaakt in mei 1723 na de dood van de molenarin, is er nog geen sprake van; dus was hij er nog niet. — Het landboek van 1756 heeft het over «... diversche partijen ... waer op staet den meulen ...» Geen sprake van rosmolen. Strikte zekerheid geeft deze tekst niet, want het landboek is alleen precies inzake «landen, bosschen, meerschen, ettingen ende velden, vijvers ...» — In het «rapportende dénombrement», gedaan door J. F. Opsomer op 25.1.1759 (heerlijkheid van Poelvoorde), lezen wij: «... diversche partijen ... met den meulen wal, coorenwint ende rosm eulen.... Wij besluiten dat de rosmolen vermoedelijk dateert van 1757/58; zeker is hij er gekomen tussen 1723 en 1758. b. Het Molenhuis : erzou geen probleem zijn in dit verband, mocht het landboek van 1756 niet het molenhuis vermelden NAAST de molen, dus aan de zuidzijde van de grote weg. Het staat er uitdruk­ kelijk, maar wij kunnen het niet geloven, want volgens andere stukken en documenten woont de molenaar aan de overzijde, dus ten noorden van de grote weg (Wingene-Ruiselede) : — Renteboek van Poelvoorde, anno 1678 art. 111 : «een ... stuck lants ... paelende oost de hofstede daer het meulen huys op staet ... suyt de straete naer den hecke ...» — Landboek van 1756 (waarvan wij juist een tekst bestrijden!): «een behuysde hofstede daer Jacob Derynck w oont... oost ende suyt de straete ...» — Dit zelfde huis, ten noorden van de grote weg, was het molen­ huis tot de molen instortte in 1947. c. Een restantje van de leenroerige tijd en van het regime der banmolens, ontdekten wij in een pachtbrief van 14 april 1815. De nieuwe pachter van het kasteelhof (van Poelvoorde), Peter-Jozef Maenhout, «... is gehouden van te laeten malen alle het gone hij noodig heeft voor de consomptie van zijn hof op den molen van den heer proprietaris ...» O. Vanlaere

39


BRONNEN

ARA, Rekenkamer, reg. nr. 1163 (fo. 28) RAK, Aanw. 3123 (afschriften van verschillende akten) RAK, Wezerij 42 (fo 1 v°) (sterfh. J. Deborghere) SAG, Penningkohier van Wingene RAK, Wezerij Obrecht, losse staten (sterfh. P. Dejaeghere) RAK, Wezerij ongekl. st. v. goed (sterfh. J. Van Hollebeke) RAK, Wezerij Lammertin, losse staten (sterfh. M. Van Eerboudt) RAK, Wezerij ongekl. st. v. goed, pak C. 10 (A. Van Nieuwenhuyse) RAK, Aanw. 2082 RAK, Notariaat-Persyn (Clauwaert anno 1815) RAK, Notariaat-Persyn ((Erard anno 1864) RAK, Aanw. 3124 (nota’s Carton) ARA, Rekenkamer 19453 (fo. 5, r° + v°)

BOEKEN, TIJDSCHRIFTEN, enz ... gratis ter beschikking der leden op het secretariaat — 1874-1974. Eeuwfeest Cyriel Verschaeve. Ardooie. 28 april 1974 - 10.30 u. (Programmabrochure met o.m. een bijdrage van Elias Dupon, Wies Moens en Lucien Van Acker). — Volksaardewerk in Vlaanderen, (Catalogus tentoonstelling Zwevezele. 8-16 juni 1974. — J. Mansion. K. De Flou, A. Carnoy, H.J. Van De Wijer, Inleiding tot de studie van de Vlaamsche Plaatsnamen, Brussel, 1929 — H.J Van De Wijer, Bibliographie van de Vlaamsche Plaatsnaamkunde, Brus­ sel. 1928. — Dr. Jan Lindemans. Toponymie van Opwijk, Brussel. 1930. — Pascal Delameillieure. Loteling en Loting, 16 blz.. geïll., Vlaamse Toeristische Bibliotheek, nr 166, aug. 1973. — Michiel Mispelon. Ons voorgeslacht. Dertig lezingen over practische familiekundige opzoekingen, uitgezonden door BRT Gewestelijke Omroep WestVlaanderen. januari-juli 1973. Gestencild. 71 blz. — Omer Vanlaere. Wingene in oude prentkaarten, Zaltbommel. 1972. 38 foto’s. — Dr. Jozef Weyns. Het huisraad in de Vlaamse Volkskunde, Kredietbank, 1974, 30 blz.. geïll. — Programmaboekje. 1913-1974. Diamantenjubileumviering : 60 jaar stationswijkkermis Tielt. (met o.m. : Jozef Vandeputte : Geschiedenis O.L.V.parochie Tielt. — Geschiedenis van de O.L.V.-processie. — Geschiedenis Feestcomité Stationswijk. — Volgorde der vroegere O.L.V.-processie. — Noêlia Persyn : Broeder Lucien Van Damme). — Gemeente Ruiselede, Woudloperspad. (Foldertje samengesteld door Maurits

De Muyt). — A Nuiver en O.J. Reinders. Oudheid en Middeleeuwen, Verhalen en schetsen voor de Hoogste Klasse der Volksschool, Groningen. 1878, 138 blz. — Guido Lams. De Heerlickeden van Wingene, 1973, gestencild, 57 blz. 40


x w ‘ .v/ '*■ 4-

U W O,

^i^j^fiUUtekèifLi'weer,

■ iü ’

\l o r i

s j :z ï 4 v ’,,’

r yih t/ij / ;

W //IA

V u lh ’/S S I S o hto r,

— o ",

0 R o u te n fio r p ’_ T ^ <4^. A -

-4«=-

A

'

y

R 'o e /,^

&

1A

' h K ^ R l A aveu

I c h te a e m

^ -.A

c a /

&

V.

■ so kiù u kerko A J O ,C Jacab

/

^ R u n e n d ,il,

a T, a E sene

( 11

^ ?<’ i u r l u n i t

% .E v ,/e ir,ï//e

1

_

Molen Tv vet

, Yc/uieeken

.

1« » K o r te n u in c k jj, J ieu fértA l- ï. R u e n M ■ ,& W e t'k ,u ie

H atU sajnen

P -^ tO lico t

**

*

£\&cr<z/7 v?/

T fb o /n e n

*AVT7/-y;v/4T U U i *

. ^

n .a e - tl im e r la n le

B oven M .

Z W ieken

\ t 'iollenur Ch.

4

n J P, ’♦ i Ji y—-sX

/# o

'hap ■

,

<><'u t c iÿ is n f î » - &o , ...r ~H v te e u/ .„ île ^

i p r p f c C/à?>

j -_ . 4

' , , n, iP U illl? c

a

Iia b o tr B o esb

(Stpveken^ke^ck

ƒ

-

_ _

P la in e d e T o ^ t^ r fio h ti.

.Leen M

■'ine

/

u*~-

B n n /e t v

t !>’M i c h e l ClhXf ï

B e e s t A f.e

'èrre

ï. tHuenken

i'tv m e e l e

Prio lp k y e ° ’ S°Si?enhov,

lS A n to m e

JP ie td X R o o h e e k

te r d h u ie k „ ....... ° ù e tx ^ Klerken î t < t-fp l£ d è tiB la n & a e rt- * ^ E o ln ip p t-'h e e e k e "•*•*.......... . îfl ^ B ^ v.ila n e C /i te r H e e o l <C h id o /L -b i, •O L û n d a tick M ,

ï

l e l ^ n ^ k e d d £ J S ^ ' ‘t \ f^ j^ g * * * * BboS le } e X . ^ d o n k e r .r /ie r e n U J P j i% f ïg k 7 / 'o o rc u itiè^te ~ ~ l f * f w j$ $ jfö d & K tu 'k \ ^ m e n b e n tM : $ /\jT « J e ,n ^en h ervK T . S v - S B e r e - e /io te 'E

^

& M

SteerP'tit

...

/-s_/y ^ ‘l'U .K u ù ifti, '.)7 U Jean J ton

», Àr ••••.>...?..••’

^

X

OU.■ s o it

\n e u k e r h k e

■- U .G e v t'tje O U leh /T ck

r ^ v

%

JO ost

■» ¥.

B ever t * </a;/' . *- ; 7 ' _

■’ - ' i W t

artter v i t ’t

a

-j î &

. J M lf a l Cenee

<Vo t Ï"V. S te in p e lM •

M i,

'a±--

\r À - ^ ° iJ O a ille t

Q pll'ene,

ï

4- j 4

4

" ,

C_

,

o

y

î k

tiî

S -’

^

euvritr

*

S BJieeeU -

V<.

[leppsjuddu

J atuü &t : e

ïk H

S a /n ié

taJieee/L

± ÏH u b ei'tt

"popeC hip J ifin /e i -eC

lU j'ln v n j' &

to h

& yzv ichap

«>

put'àrè •': ï

%

^v

11

-

7v^ v_.'- î 4 '

ÏX o jyeA r.

t ■/

f./3 W

M B ô d e iv P - ^ ^ d ^ -

_

, In on dation ,

vide* en °

••

, <<r v S

f i

1

A lv e r

ù in J lf.

•Jlet/ern

1 l

./.<v • /l e j/ ie m A ï ‘

A

"dur-delhteîlera• * b h k /À iu

t- ’* - \ M e j l n p j e C. h ty h r .r e û ih Y . td e C M v e y ^ \ . . Tusùce*\le JS en in > TA

■■m A

Mje i

jtm d trdte y t^%P u d ' a r ^ p ït^ h h z é k M ^

...

W uei’le e td

Y '-.,

i

Ü • iv i

{

g u ■ ■ h p fp h e f U ; , t / ? ; 'a n m itip e ' ■ . ,d' ..b M

\

TH olledeck

m m p

^ P kllebeek

,VuA

1

r.iA

Sfefefwcnÿ

G o tn tr Cab

e o jin ê J r~

Po.rtl

Beefep £\Capa.

y/' i/, V//.A

\( o n m u m .

fk lP VÙ n


,

/

>» »i » ^

o

j 6<t*1

si'

a

11} ^2^

/

£

'

I>

oo

R

V Q

'OüStU

r

>

f//<7/<.-/'<7•</<’/• l n •/\etch a / ■<’

Ie 7 'VOt'dC i» V W ^ r v ’....

..-••i / 7 \

h w .lJ x !

G

R

V

I

A DeJlfM'van BcHevi

,

«

I.a n d e a l Mei ft

Ui

™ *v

U e rc k e

ï

\

tReee/ete ^

m

>

PapJ v o o r d

i^.VW'eVf’ i /('7 'd'J'fhlt' )

£

'iZJeanTxdtn'ii

li'in a c jiu

id m ite.

À

& f lt ’/lc7n J h i/d i/C

TViUendries

d(l<A n lu h r o

V v ‘i'U > '

>

/'f i ïAi/ K / f , ) »»V’

Sonu’iijtv i

SPiun /

,

'•achten

>'*,>' »>! j ' / / ^ " ’X

* '"o j Ru^lJ‘

Ecahciii

rij».

f» . A ( V ie r j,

\

,'etende v / j A

,, re ld t

^fiaeckbootm

* j— ufn/icni

\a

;i ) , / »5 w dS ,\7 )o tre Q ,

HL*. de K t rekt

~

'(tern\, ■o \ f

, ’T

I.c/ulc.

s

X&hoüit'heckr m

-m ' P u

’ 'i U 7 / '/■ /v _ "kPXj.i'cqJunn hl,t//ea/iem%Jf. • v > J ^ Ou/jheni

X I:

'achv/<7‘\

î

IZ te • hkX iiA ‘r >

M a•tidel nder

■Irweltniu\i tertt f

1

,>

AA ]/n

h f i /t’cf/pven J<au e ile n

a

/»1V >.{

/.p i^ m b iia o

T .anqeveldl-'-uJrotle "o

i

J / / / L fcrJio/e i n t ■oj?;»mjfcHi ' / /X\ ^M o/Ieheke | * J H S tW 'nn/pC/Mei^c/ck i.) ch'/icryf- ’ ; 7/ A S / O V? ;V>jl i G / T • a 1 -**£&£

& J Ô Ijn. /

---- riich\pjt‘/i

cl)ie*'tlizn\ck^

e n d s f'

‘>*

^ •y ^ A la e /e fh ifc / -,

) liü tf/( r

ï

V

!

P lo o jh o > i.y \ -k

■i l . H e r

. - î - î 'i

}»'?'. ‘ .Oitaehefi / x ■£

~ ^e -

? i:iC V %

_ ..'ïW ;

*

• r x bbi leth JPo

■ A'~^~yi9CLzer/wtt r/.y. t

ge* I, uvh

\ir a u j£ . i * * * a: ' ï 'efrried: .

(h o u .

7

o i x

d \

L' c^iusrijuccti

v/^i

(I y

jffjlh

'j^ L

"Zh

'%t,v?iK'rA? \ w

.

i/inef/iov,

h ^ - v ‘ \-!litn ,lln

\fStapj-hc

_

^ ^ ^

_ ___

> . /»

_ v 7

^ $ Ë $ y

=• •

<A

.7

,

^ , i l — , O n

Y H 'v 'n : , !

Vtho

j■

° I Pcteahcm

~r ' AA

/ cw te ff't


ONTELBAAR

zijn de diensten die de Bank U kan verstrekken zowel wat geldbeleggingen als wat kredieten betreft. Een goede raad ... bespreek in vertrouwen al uw finarrciĂŤle zaken met een deskundige van de

BANK VAN ROESELARE EN W EST- VLAA NDEREN

zo wint U zeker tijd en geld !

Agentschap Tielt, Markt 24


DE ROEDE VAN HELT Heemkundige Kring voor Tielt en de gemeenten van de vroegere Roede van Tielt. Lid van het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde

Voorzitter :

P. Vandepitte, Driesstraat 9, 8880 Tielt. Tel 051/40.17.00 Ondervoorzitter : Gh. Vandeputte, Statiestraat 83, 8780 Oost rozebeke. Tel. 056/66.60.91 Secretaris : Ph. De Gryse, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt. Tel 051/40.18.38. Redactie : J. Billiet, Tielt, redactiesecretaris P. Vandepitte, Tielt Gh. Vandeputte, Oostrozebeke Ph. De Gryse, Tielt F. Thiers, Tielt A. Van Doorne, Gent O. Vanlaere, Wingene R. Vanlandschoot. Tielt Lidmaatschapsbijdrage : 250 fr. (te storten op P.R. 39.84.11 van De Roede van Tielt, Kastanjelaan 1, 8880 Tielt). Verschijnt viermaal per jaar. Er worden geen losse nummers verkocht.

INHOUD VAN DIT NUMMER : Fr. De Poorter, Mijn schooljaren tijdens de eerste Wereldoorlog

blz. 3

J. Vander Meulen, Het volkse lied als spiegel van een tijd

blz.16

Ph. De Gryse en W. Devoldere, Zo leefde gedurende het jongste halfjaar

blz.22

Kaart van de Kasselrij Kortrijk

blz.36

Divers

blz.37

Het boekenhoekje van de heemkundige

blz.39

Abonnees, leden en ereleden 1974

blz.40

Wettelijk depot : D/1974/1623-4

Druk E. Veys, Tielt


INLEIDING

De tweede helft van 1974 werd gekenmerkt door heel wat activi­ teiten. Na het bezoek aan het riddertornooi te Brugge (21.7.74) en het «aflopen» van het Woudloperspad te Ruiselede (22.9.74) kwamen de twee hoofdbrokken : de viering van 350 jaar paters minderbroeders te Tielt met o m. de tentoonstelling en de cursus «kunstvorming en streekgeschiedenis» die over vijf zaterdagen liep. De tentoonstelling in het patersklooster lokte een enorme belangstelling en de twee folders die er gratis werden aange­ boden zijn een blijvende herinnering aan een groots opzet (zie ook rubriek divers). De cursus mocht eveneens een succes ge­ noemd worden. Hoewel het momenteel moeilijk is een aantal mensen bijeen te krijgen en dan bovendien zoveel van hun vrije tijd te vergen, was de belangstelling ruim en intens: het aantal cursisten groeide aan en we noteerden ruim dertig inge­ schrevenen. Ook inhoudelijk was de cursus een succes. Hij opende een aantal perspectieven op totnogtoe onontgonnen domeinen in de streekgeschiedenis. Hierop komen we in één van de volgende nummers trouwens uitvoerig terug. Toch zijn er grote problemen. De regie van posterijen meldde ons dat we effectief vier aparte nummers moeten brengen om verder als tijdschrift van de gunsttarief te kunnen genieten. De druk­ kosten blijven stijgen. Anderzijds willen we het peil van de vroegere uitgaven behouden. Daarom beslisten we voortaan vier nummers per jaar te brengen. Noodgedwongen moeten we het lidgeld op 250 frank brengen. We rekenen op uw begrip en voegen eraan toe dat we niettegenstaande deze prijsverhoging niet alle uitgaven zullen kunnen dekken. De financiële toestand is werkelijk moeilijk !!!

Stort nu uw lidgeld van 250 frank. Wellicht wordt U erelid : minimum 500 frank. Zo houdt U uw heemkundige kring leefbaar.

2


MIJN SCHOOLJAREN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

In 1914 brak de eerste Wereldoorlog uit. Dat is alweer 60 jaar geleden. Het aantal mensen dat de oorlog beleefde en er nog kan over vertellen om de geest van deze tijd te doen herleven, vermindert voortdurend. De pastoor van Ardooie, Frans De Poorter, was zo bereidwillig om zijn herinneringen op papier te zetten. Ook som­ mige van onze trouwe lezers kunnen hun belevenissen uit deze tijd op papier zetten. Mag dat artikel als een uitnodiging gelden ? (NvdR)

A. TE KANEGEM Ik was nog geen negen jaar toen het Duitse leger op 4 augus­ tus 1914 België binnenviel. Zuster Scholastica, een kleine maar kordate onderwijzeres, wist ons aan het verstand te brengen dat de grote Europese mogendheden de neutraliteit van België had­ den gewaarborgd en hoe de Duitse troepen dus wederrechtelijk door ons land trokken om Frankrijk aan te vallen. Ik herinner mij nog dat ze op de landkaart de stad Visé aanwees en verder de versterkte steden Luik, Namen en Antwerpen. U moet weten : bij dat «dul» zusterke moesten we reeds al de steden van België van buiten kennen en die op de kaart kunnen aanduiden. De vakanties duurden toentertijd immers geen drie maanden ! De grote vakantie viel samen met de maand septem­ ber : de schoolkinderen konden dan aardappelen helpen rapen. Kanegem heeft in die tijd twee grote pastoors gehad : pastoor Demaitre die zulk een luisterrijke kerk had gebouwd, deels met eigen middelen, en na hem pastoor Hector Claeys, de geschied­ kundige vorser, die tal van heiligenlevens heeft geschreven, be­ paald van de apostels van Vlaanderen : Sint-Maarten, SintAmand, Sint-Elooi en Sint-Arnold. Zijn rijzige gestalte boezemde eerbied in. Geheel Kanegem beantwoordde geestdriftig zijn oproep om in geest van boete en vurige vaderlandsliefde deel te nemen aan een speciale bidprocessie naar de verre bedevaartkapel in de Oosthoek. Ik meen dat het op 15 augustus was. Het was snikheet en de lange sliert bid­ dend volk trok voort als in een wolk van stof. Bijna iedereen droeg een driekleurig Belgisch strikje; sommigen hadden de vader­ landse kokarde opgestoken : dat vreemd woord heb ik toen ge­ leerd. Wij, schooljongens, hadden reeds dikwijls gezien hoe me3


juffrouw Maria Carpentier, de dochter van het gemeentehuis, het toch zo druk had met het maken van al die patriottische strikjes! Bij de kapel baden wij nog wat voort de rozenkrans, totdat de pastoor met ontroering in zijn stem het «Gebed voor België» las, waarin de woorden voorkwamen : «O God onzer vaderen, be­ scherm het katholieke België !» Iedere dag kort na de middag werd in de kerk de rozenkrans gebeden (1). Ook te Aarsele werden de godsdienstige oefeningen massaal gevolgd. Iedere avond na het Lof werd een korte processie gehou­ den en op de zondagen trok men in boeteprocessie naar de veraf­ gelegen bedevaartkapellen; op het feest van O.-L.-Vrouw-HalfOogst bepaald naar de kapel van O.-L.-Vrouw Troost-in-Noord tegen de Keibos (2). Weldra kwamen er vluchtelingen aan : ze waren van de streek van Mechelen. Ze maakten ons ook bang voor de «gruweldaden» van de overweldigers. «De Duitsers hebben geheel de stad Leuven in brand gestoken», zegden ze. Zuster Mathilde, de vereerde overste van de kloosterschool, zorgde voor het goed onthaal, alsook de zeer bekwame gemeenteontvangster, Valérie De Zutter, weduwe van de onderwijzer Be­ noit De Cock, over wie mijn vader steeds met veel achting sprak, omdat hij bij die «meester» zoveel geleerd had. Zij was de raad­ geefster in allerlei moeilijke gevallen. Honderden keren is zij daar­ voor naar Tielt gegaan, bijna steeds te voet. Met haar hulpcomité heeft ze zeer veel eetwaren bij de boeren rondgehaald en ook kleren en geld bij de andere inwoners (3). Thuis hoorde ik zeggen dat notaris Viaene van Aarsele, als voorzitter van een gelijkaardig hulpcomité, ook kon rekenen op de milde steun van de inwoners. Intussen was het algemene mobilisatie. Dat woord begreep ik spoedig, toen ik hoorde zeggen dat deze en gene klas ook opge­ roepen was, vooral wanneer onze bevriende paardenknecht, Adiel Lambrecht, nog zeer lang onder de wapens zou moeten blijven. Zijn moeder, een weduwe, schreide toch zo aandoénlijk. Ze hield de herberg in «Aarsele-Kapelle» open, een oude plattelandse af­ spanning gelegen op het kruispunt van de «Gentsche Straete» van Tielt naar Gent en de Vijvesche Pontweg, van Brugge over Ruiselede en Kanegem naar de pont over de Leie. God weet hoeveel legers daar voorbij getrokken zijn, vooraleer de steenweg van Tielt naar Deinze en die van Ruiselede naar Dentergem aangelegd werden. Wij woonden daar dichtbij, helemaal tegen de grens met Ka­ negem. Zolang we nog klein waren, liepen wij met de kinderen van


de buren naar de school van Kanegem : het was maar tien minu­ ten. Maar vanaf het schooljaar waarin we onze plechtige commu­ nie zouden doen, moesten wij naar Aarsele op school : een halfuur ver ! Het heeft nog een hele tijd geduurd eer de Duitsers daar aankwamen. Eerst verschenen, steeds in een vlucht, de beruchte Ulanen om het terrein te verkennen : vreselijke ruiters met lange lansen. Ze losten enige schoten en waren weer weg. Onze gebuur, Dobbelaere, kwam heel ontdaan naar ons gevlucht: hij had de kogels door zijn grote mand horen zoeven, terwijl hij aardappelen uitdeed ! Met doodsverachting drongen ze diep door in het gebied dat door onze burgerwacht bezet was. Te Aarsele bliezen ze de spoorweg op. Bij mijn nonkel, François Loontjens, niet ver van «De Flessche» tussen Tielt en Kanegem, kwamen eens twee soldaten van de «Garde Civique» binnen gevlucht : «Wij kunnen daartegen niets doen, helemaal alleen !» riepen zij bevend. Naderhand heeft men nochtans van uit Tielt, onder bescherming van de burger­ wacht, de spoorweg weer hersteld. De toenmalige hoofdonderwijzer van Aarsele, meester Hono­ rée Lambert, heeft al de oorlogsgebeurtenissen uitvoerig be­ schreven in vijf cahiers. Jammer genoeg, is enkel het eerste be­ waard gebleven (4). In dat eerste schrift lees ik nu dat op zondag 23 augustus geweldig veel vluchtelingen aankwamen vanuit Wetteren, Gent, Gaver en Kruishoutem. «De Duitsers drijven al de weerbare mannen voor zich uit», riepen ze. Nu was er geen hou­ den meer aan. Ik zal het nooit vergeten welke paniek al de men­ sen aangreep. Die maandag is ook in de herinnering blijven leven als «schuwe maandag». Wie niet kon vluchten, zocht een schuil­ plaats op hooizolders, in stallingen, zelfs in uitgevoerde beerput­ ten. Ja, er waren er die in de schouw van de open haard kropen! Na een paar dagen begon de terugkeer. Ze kwamen bedrem­ meld terug, de velen dieto t in de bossen van Wingene, Beernem en Hertsberge gevlucht waren. Het was vals alarm geweest. Om er de moed in te houden zong men vaderlandse liedjes in de trant van : «We zijn van het Vlaamse bloed en strijden met leeuwenmoed ...» (5) Ofwel : «Ik heb een vliegmachien zien vliegen; Het was een Duitse, zonder liegen. Ze hebben ernaar geschoten, ze hebben ze gepast en ze hangt te Aalter in de sperrebossen vast!» En nadat we eens een luchtschip boven Aalter hadden zien drijven, vonden we er een variante op : «Ik heb een Zeppelin zien vliegen

5


...» Intussen hoorden we naar het oosten toe heel ver kanongebul­ der. «Het zijn de forten van Antwerpen», zei men. «Ze houden stand !» Meester Honoré Lambert stipt aan dat op 6 en 7 oktober Engelse en Franse troepen per spoor langs Aarsele optrokken naar Antwerpen. Maar enkele dagen later was een deel van het Belgisch leger langs de steenweg van Deinze naar Tielt in aftocht : een haveloze, afgematte troep. Antwerpen was dan toch gevallen. Nog een geluk dat het Belgisch leger had weten te ontsnappen ! Op woensdag 14 oktober verschenen de eerste Duitse troepen te Aarsele : een leger zonder einde dat oprukte naar het westen, paardenvolk, voetvolk, artillerie, in dichte drommen, felle m ili­ taire liederen zingend : «Victoria, mit Herz und Hand ...» en «Die Wacht am Rhein ... Deutschland musz gröszer sein!» Eer ze bij ons in de Westhoek aankwamen, had moeder nog een grote mand eieren voor hen gereed gezet aan de voordeur. «Ze zijn dan zo wreed niet», zei ze. Toch had ze ons, de kinderen, weggestopt. «Men kan nooit weten», zei ze, «als ze ons vermoor­ den, dan zijt gij daar nog.» In onze schuilplaats hoorden we ze opgetogen roepen in een luide vreemde taal. Weldra kwam moeder ons halen : «Ze zullen u geen kwaad doen», zei ze. Ze hadden spoedig de grote eiermand geledigd en ze betaalden ook, maar in Duits geld : «in Marken». Ze kochten ook hennen, die ze kookten boven grote houtvuren, die ze tussen stenen aanlegden. Een officier die in de voorkeuken kwam, gaf mij een ledige blikken sigarettendoos en zette mij op zijn knieën. Hij vroeg mijn naam en toen ik zei : «Frans», riep hij lachend : «Franz mit der Lanz !» en daar hij Fritz heette, moest ik dan telkens zeggen : «Fritz mit der Mütz !» Ze droegen ronde grijze mutsen met op de voorzijde een mooi rond schildje. Maar ze bezaten ook zwarestalen helmen, waarin bijna hun hele hoofd en hun nek stak. Van binnen zaten er lederen kussentjes in. Ik keek ook met be­ wondering naar hun zwaar lederen gordelriem en op het sluitstuk las ik : «Gott mit uns». Ze waren van alles goed voorzien. Er waren er ook die uit grote pijpen in gleier of steen rookten. Het was grove kerftabak, die goed rook. Allen verkeerden in de beste stemming. Ze koesterden een grote verering voor hun Keizer; als voor een vader. «Morgen solIten sie weiter ziehen. Aber bald wird der Krieg vorüber sein». Maar het werd Kerstdag en er scheen nog geen spoedig einde aan de oorlog te komen. We wisten dat het Duitse leger bleef steken aan de IJzer. Wanneer ze het niet konden horen, zongen we er een liedje over :

6


«De Duitse keizer wordt van langs om grijzer; maar niet van langs om wijzer met al zijn volk te zenden naar de IJzer : ze moeten voorzeker allemaal dood !» Ze werden niet meer ingekwartierd in schuren en hooizolders, maar in de huizen. Bij ons sliepen er drie in een kamer en een tiental op de zolder. Dat driemanschap bestond uit een Pruisische onderofficier, een ernstige protestant, die dikwijls in de bijbel las; een immer opgewekte blozende jongen uit Baden, die steeds «Mutta» zegde tot mijn moeder en ten slotte een Elzasser, die soms woordenwisselingen had met de Pruis. Wanneeer de ande­ ren het niet hoorden, liet hij zich niet zo geestdriftig uit over het verloop van de oorlog. Hij was zelfs ietwat Fransgezind en sprak ook soms trans met mijn moeder. De jongens op de zolder waren een jolige bent. Ze dronken veel «Schnaps» en vierden rond hun kerstboom op hun manier Weihnacht. Dat was schoon : zo een sparreboompje versierd met brandende veelkleurige kaarsjes. Zo iets had ik nog niet gezien ! Ze zongen ook kerstliederen en andere met begeleiding van muziekinstrumenten. De volgende avonden kwamen ze geregeld naar de keuken en speelden op muziekin­ strumenten die ik niet kende. Eenmaal in de week was er verdeling van de rantsoenen voor de hele buurt. Er kwam dan een officier van elders, die mij niet vertrouwde. Ik had goed «Bitte schön» te zeggen; ik kreeg niets en toen ik met andere jongens nieuwsgierig ging loeren, riep hij boos : «Donnerwetter ! Los ! Heraus ! Pasz mal auf !» We leerden rap Duits en konden ook spoedig «Verfluchter Schweinhund !» zeggen, wanneer ze het niet hoorden. We «klauwden» ook soms klontjes suiker en brokjes carbid. We wisten : «Van de Duitsers stelen is geen zonde!» Mijn ouders hadden ook hun grootste petroleumlamp laten veranderen in een carbidlantaarn, die, als ’t lukte, een zeer heldere klaarte verspreidde. Wij, kwajongens, hadden ook al spoedig ge­ vonden hoe men met een brokje carbid te laten oplossen in water onder een vast gestampte ledige blikkendoos, deze met een harde knal kon doen in de lucht vliegen. We moesten maar van op zekere afstand een vlammetje tegen het gaatje houden dat we van boven erin geslagen hadden. Vooral op weg naar school leer­ den we veel dergelijke dingen! We speelden zelfs met poeder dat we uit de geweerkogels haalden en uit achtergelaten Belgische kogels smolten we het lood dat erin stak. Natuurlijk mochten onze ouders dat niet weten, evenmin dat we sigaretten van de Duitsers rookten. Zo nu en dan eentje of een half stukje in broe­

7


derlijk delen. De oorlog had voor de schooljongens ook zijn aan­ gename kanten; ook al bracht Sint-Niklaas dan niet veel. En was het koud, we droegen dan warme sloffen in onze klompen. In de school te Kanegem waren we niet te beklagen!

B. TE AARSELE Met het schooljaar 1916-1917 moest ik overgaan naar de ge­ meenteschool van Aarsele om daar de «grote lering» te volgen, voorbereidend tot mijn plechtige communie. E.H. Fraeys was toen waarnemend pastoor. Hij was moeten vluchten als pastoor van Handzame en hij had een onderkomen gevonden in het ouderlin­ gengesticht Sint-Antonius. De pastorie was lange tijd volledig bezet door de Duitsers. Zijn voorganger, pastoor Billiau, was reeds twee jaar voordien gestorven tengevolge van een hartkwaal, op­ gedaan door kommer en verdriet bij het begin van de oorlog. Zijn schone nieuwe kerk had hij juist voor de oorlog voorzien van nieuwe meubelen : vier biechtstoelen en koorgestoelte in gotische stijl, overeenkomend met de stijl van de kerk de pas geschilderd was. Tussenin was onderpastoor Deroulez dienstdoende pastoor geweest. De oude ziekelijke pastoor Fraeys is ook niet lang pastoor geweest. Hij werd opgevolgd door pastoor Vanden Berghe, die ook was moeten vluchten als pastoor van Staden. Deze was de broer van de vicaris-generaal van het bisdom Brugge. In deklas van «oppermeester Lambert» vonden wij het goed : hij kon zo boeiend les geven en hij wist met jongens om te gaan ! Aan hem en aan de onderpastoor Corty is het te danken dat mijn plechtige communie een onvergetelijk keerpunt geweest is in mijn leven. Niet dat ik er dan reeds aandacht priester te worden; maar ze gaven ons verantwoordelijksbesef. We moesten het Veni Crea­ tor van buiten leren om het schoon te zingen bij onze intrede in de kerk op de grote dag. De vernieuwing van onze doopbeloften aan de doopvont namen we ook zeer ernstig op. Zo ook onze toe­ wijding aan O.-L.-Vrouw, terwijl we in processie door de kerkgan­ gen trokken, uit volle borst het Magnificat zjngend. Ja, het was een heuglijke dag, die Passiezondag op 17 maart 1917. Het vroor nog altijd dat het kraakte. Reeds veel weken lang konden we op het ijs glijden, terwijl de groten schaatsten. Wat jammer dat de klokken niet mochten luiden op zulk een dag !Ten andere de Duitsers hadden twee klokken gestolen. Er was veel veranderd sinds het begin van de oorlog. Het uurwerk was één uur vervroegd en ’s zomers twee uren. Ze eisten arbeiders 8


op om voor het leger te gaan werken . Van Aarsele en Kanegem waren er een dertigtal die moesten gaan werken te Sleihage tus­ sen Roeselare en Staden. De weigeraars werden opgespoord en naar Sedan weggevoerd om daar in nog veel groter gevaar te werken voor het Duits leger. Van de Aarseelse opgeëisten zijn er drie niet teruggekeerd. Ik heb nog altijd een paar strofen onthouden van het volkslied dat onze weggevoerden van Sleihage zongen. De opgewekte wijs hield er de moed in (5). Zo begon het : «We zitten in ’n barak/maar toch op ons gemak en drinken en spelen/het kan ons niet vervelen.» Verder wordt de galgenhumor bijtend sarcastisch : «En als we zijn gear/iveerd / dan is de soepe gereed van rapen en van beten / ’t is slechter of voor de geten. Een derde van een brood / ze krijgen ons nog niet dood ! Nen lepel marmalade en dat smeren we op ons brood. Het is te weinig om te leven / en te veel om dood te gaan. Ouders lief, en wil daarom niet treuren ! Want de krijg en zal niet lang meer duren, («deuren») En we zijn gezworen kameraden / en alzo blijven wij al te gader.» Niet ver van de school op de kouter legden de Duitsers een vliegplein aan. We hebben dikwijls staan kijken naar de oefenvluchten. Een helper moest eerst de schroef in gang draaien. In het begin van de oorlog was het een zeldzaamheid een vliegtuig te zien. Maar nu zagen we er alle dagen en soms ook een luchtgevecht. We moesten ook af en toe naar de kelder vluchten. Op een nacht vielen rond onze hofstede een vijftal bommen. Wisten de bondgenoten dat er in onze boomgaard een barak stond met munitie ? Immers niet ver van Aarsele-Kapelle had het Duitse leger een groot oefen­ plein aangelegd tussen het Kapellebos en het Berenbos. Bijna dagelijks werd er geoefend met geschut van mijnenwerpers, een soort kleine kanonnen. Op zekere dag sprong een stuk kapot en een soldaat werd dodelijk gewond. Men heeft hem in die barak neergelegd. Hij was reeds dood en ik mocht hem eventjes zien. Deze akelige herinnering is mij bijgebleven. Eerst zou die barak daar opgericht geweest zijn voor Russi­ sche krijgsgevangenen. Feit is dat in de verste oosthoek van de hoog afgerasterde kampplaats een lange «Abord» gegraven werd, waarvan ik onmiddellijk de noodzakelijkheid begreep. Wel zijn er Russen opgesloten geweest in een ander «Lager», niet vervan het station, waar ze soms moesten arbeiden en aardappelen en bieten «klauwden» om hun honger te stillen. Ze sneden ook vogeltjes in hout, die ze voor wat brood aan de kinderen verkochten. 9


Het eten van de Duitsers was thans ook niet meer zo goed als bij het begin van de oorlog. Ze werden grimmig en bitsig en deden dikwijls huiszoeking naar verborgen voorraden. De boeren moes­ ten hun graan en aardappelen inleveren. De molens mochten niet meer malen. De afromers en de karnen werden verzegeld. De melk moest naar de melkerij van Aimé Debeil gebracht worden. Maar de boeren vonden er toch iets op om te karnen en te malen. Eerst met een soort grote koffiemolen en later met een echte stenen molen onder een verborgen afdak, waarbij twee of drie kloeke mannen draaiden dat ze zweetten. De kuiper maakte ook kleine handkarnen en zelfs waren er boeren die de zegels wisten te openen en ze daarna weer te sluiten. Ze waren zeer vindingrijk. Ze maakten ook kaas, al hadden ze dit vroeger nooit gedaan. Van de hennen die door de Duitsers geteld werden, moesten de eieren ingeleverd worden. Daarom werden kleine Engelse hennetjes en eenden en ganzen gehouden. Ook al de varkens en koeien moesten aange­ geven worden en men kwam ze «ringen». Niettemin haalden de boeren soms de ring uit het oor van een zwaar volwassen dier om diezelfde ring-met-nummer in het oor van een kleiner te steken. Dit voor eigen bevoorrading en voor de zwarte markt! Niet te verwonderen dat de boeren benijd en erg beknibbeld werden. Ik heb nog een stuk onthouden van het liedje dat men «op hun kap» zong, op de melodie van het lied van de opgeëiste arbeiders (5) : «Zeg vrienden voor het lest /, O ja, het ware beter best dat al die rijke boeren moesten oorlog voeren. Het ware veel eer gedaan /, ze zouden er zelf op slaan. Ge zoudt ze daar zien vliegen / en ze zouden ons niet bedrie­ gen! Want dan zouden klein of groot / allen vechten totter dood. Ouders lief, en wil daarom niet treuren; Want de krijg en zal niet lang meer deuren. En we zijn gezworen kameraden / en alzo blijven wij al te gader!» De ergste smokkelboeren waren de tabakboeren in onze streek, daar deze teelt hier voor de oorlog niet voorkwam, tenzij in kleine oppervlakten en dan meestal voor persoonlijk gebruik. In het be­ gin hadden we leren sigaretten roken van de Duitse soldaten; thans leerden wij ook zelf sigaretten maken van eigen gesneden tabak en op weg naar school rookten we die soms ook, hoewel toch niet te veel. Andere nieuwe teelten, die op grote schaal ver­ bouwd werden, waren raapkolen, savooikolen en witte kolen. Er werd ook veel koolzaad gewonnen voor de olie. Ter ontlasting van de landbouwers bedenke men echter dat de Duitsers er wel voor 10

F


zorgden dat er niet veel overbleef voor de zwarte markt; dat ze ge­ regeld varkens, koeien en paarden deden leveren en niet betaal­ den, tenzij met waardeloze bons. Op het einde van de oorlog hadden we geen enkel paard meer om-het land te beploegen en we hadden nog slechts twee koeien over. We leerden die trekken: maar dat was een slameur! Overigens zouden de achteruittrek­ kende Duitse troepen ze weldra ook gestolen hebben en daarom verborgen wij ze in een stromijt. Men moet ook weten dat er, behalve de kleine bankbiljetjes die door de gemeentebesturen gedrukt werden, geen ander geld in de handel was dan Duits papieren geld en dat dit na de oorlog diende ingeleverd te worden. Bovendien moesten de boeren na de oorlog grote oorlogswinsten betalen. Alzo kwam er van oorlogs­ schade weinig of niets in huis. Kort na de oorlog was mijn broer onder de wapens in Duitsland en hij toonde soms bankbiljetten van zoveel of zoveel «Mi11ionen Mark» ! In het laatste jaar van de oorlog leed de kleine man veel ontbering. Dikwijls werden hennen, konijnen, varkens en zelfs koeien gestolen, hoewel de stallen zorgvuldig gesloten werden. We leerden dat mensen die echt in nood verkeerden, mochten «stelen»; maar er werd ook gestolen voor de zwarte markt en hier en daar was er soms een boer die zelf één van zijn dieren zogezegd liet stelen. Maar gewoonlijk kwam hij er ook niet goed van af ! Hij werd nog zwaar beboet. Er werden ’s nachts soms grote populie­ ren geveld. Want er waren bijna geen steenkolen meer te verkrij­ gen en dan nog peperduur! In school hebben we ook koude geleden, vooral toen deze door de Duitsers bezet werd en wij in de kerk moesten les krijgen; iedere klas kwam enkele uren en kreeg taken mee naar huis. God zij dank dat de Verenigde Staten ons geholpen hebben door de stichting van het «Hulp- en Voedingscomité voor België». In Aarsele was het «komiteit» eerst gevestigd in het magazijn van Charles Houttekier en later ook nog in de winkel van mevrouw De Smet in de Sterrestraat, dus in de woning waar nu haar zoon, de Ere-Hoofdinspecteur E.M. De Smet, woont.

C. IN HET COLLEGE TE TIELT Einde september 1918 ging ik met twee kameraden uit de buurt naar het college van Tielt. Hun vader voerde ons met paard en wagen, samen metonze matrassen en koffers. Hetwaren kleine «Amidonkoffertjes», want we mochten iedere week naar huis om 11


mondvoorraad. De matrassen waren opgevuld met koolzaadkaf «koolzaadpaille’s», zegde men. «Kaf van haver stoof te veel», zegde de principaal, «dit is wel zachter, maar niet zo gezond». Je moet weten dat men naast koper, zink en wapens ook de wol had moeten inleveren. Er zat wel nog heel wat voorraad verborgen in de plafonds van de woningen. Men spon er wolgaren mede : dikke oneffen sajet ! Van de schaapherder, Kamiel Demarrrez van Kanegem, die dikwijls op ons land zijn schapen kwam hoeden, leerde ikspinnen met een klein eigengemaakt spinrokje. Het was grove draad, maar zoveel te warmer. Hier en daar werd ook vlas gesponnen; maar het kleuren viel niet mee. In het college zaten we opeengeperst in sterk bevolkte klas­ sen. Het grootste deel van het college was bezet door Duitsers. Ik heb ze varkens zien slachten op de speelplaats. We moesten dik­ wijls verhuizen van klaslokaal, ook bij burgers. We aten in de kelders, waar we tijdens de lessen ook soms moesten vluchten, wanneer de sirene loeide. Ons menu was dikwijls hetzelfde : soep van raapkolen, aardappelen met bruine bonen of soms zelfs paardebonen en een klein stukje «vreemden Henri», zoals we zegden, Amerikaans spek, dat vreemd rook. Voor het vieruurtje twee dunne sneden zwart brood met varkensvet, «smout». De principaal, E.H. Vanden Abeele, die later deken van Diksmuide werd, deed nochtans zijn uiterste best voor de bevoorra­ ding. E.H. Vandenbussche was directeur van het klein college; maar hij surveilleerde ook voor de groten. We zaten soms samen. Dan had hij het niet onder de markt : hoewel zeer vroom, kon hij zich gloeiend kwaad maken. Hij had bijna geen stem en kon zich moeilijk verstaanbaar maken. Verder heb ik toen als leraren ge­ kend : de heren De Cuyper, Tack, Devisschere, Vander Schelden, Mattheeuws, Verschuere, Deleersnyder en Van Halst, die leraar was in de Rhetorica. We moesten veel van buiten leren en zo is veel mij nu nog bijgebleven. Uit deze tijd ken ik nog van buiten : «Petit poisson devriendra grand, pourvu que Dieu lui prête vie» of «Le Laboureur et ses enfants» met alszedeles : «Travaillez, prenez de la peine ...» om niet te vergeten het lang gedicht van Deken De Bo : «Het was koud op de Poelberg; het vroor en het sneeuwde / de stem van de snijdende noordenwind schreeuwde ...» Zo tot de laatste regel die pastoor-deken Darras onvergetelijk heeft gemaakt : «De engel van troost was de deken van Thielt». In een van de hoogste klassen zat toen pater Octaaf Devreese, die enkele zeer boeiende artikels geschreven heeft over deze tijd en daarna in «’t Halletorentje», het orgaan van de oudleerlingen12

e


bond van het St.-Jozefscollege te Tielt. Naderhand ben ik te weten gekomen dat eronder de leerlingen van Meulebekeeen spion was, die in samenwerking met het spionagenet van Izegem en Rumbeke berichten naar onze bondgenoten overbriefde. Er waren vage geruchten dat het front van het Duits leger doorbroken was. We zagen ook al eens een verkenningsballon, een «zwijn» zoals we dat noemden. Uit deze tijd heb ik het liedje van Poelkapelle onthouden, althans het eerste strootje (5) : «Te Poelkapelle daar was een boer; hij wilde schieten en hij had geen poer. Hij moeste vluchten, hij koste niet ...» Op zekere dag in oktober kreeg ik toelating om na de lessen naar huis te gaan : mijn jas was gescheurd. Ik liet mijn hele bezit achter en heb het nooit terug gevonden. Want ’s anderendaags moesten allen naar huis, uitgenomen de groten, die samen met de leraars door Duitse gewapende soldaten gedeporteerd werden naar Gent. Zo heeft men mij naderhand verteld. Alleszins ging het te Aarsele op die dag ook zo. Al de «weerbare mannen» moesten zich op doodstraf of toch het allerergste, melden op de speelplaats van de meisjesschool. Toen mijn vader zag dat ze in de val gelopen waren en zouden meegenomen worden, kon hij nog ontsnappen. Al de anderen werden weggedreven tot in de streek van Nazaret en zijn slechts na veel tribulaties thuis geraakt. De Duitsers trokken nu in allerijl achteruit, alles rovend wat ze konden. De houten molen van Van Wassenhove, op het kruispunt van de Molenstraat en de Haantjensstraat, hebben ze toen met springstof vernield. Ze hebben ook getracht de kerktoren van Aarsele op te blazen. Gelukkig werd enkel de toegang tot de toren vernield alsook de linker zijbeuk. Onmiddellijk na de wapenstil­ stand heeft pastoor Vanden Berghe gezorgd voor de voorlopige herstelling en de kerk laten dichtmaken met teerdoek. Ondertus­ sen was er misgelegenheid in twee kapellen, nl. in de klooster­ school en in hetSint-Antoniusgesticht. Maar in de eerste weken na de bevrijding was het nog te gevaarlijk. De dorpskom, de Oosthoek en het Hooge werden door de Duitsers beschoten, die nog een drietal weken stand hielden aan de Leie te Deinze. Nooit zal ik die voormiddag vergeten toen we aan AarseleKapelle de eerste Franse soldaten mochten verwelkomen : paar­ denvolk met lange lansen. De vreugde was onbeschrijflijk ! De weduwe Blancke, een boerin van over de Berenbos, zag ik wenen van blijdschap, omdatze hoopte nu weldra haarzonen, die soldaat waren, terug te zien. Maar men zei dat het Belgisch leger meer naar het noorden optrok in de richting van Maldegem. Pastoor Claeys noteerde in zijn Liber Memorialis dat de eerste Franse 13


soldaten in Kanegem arriveerden om 10 uur in de voormiddag op 19 oktober 1918. De volgende drie weken tot na de wapenstilstand op 11 no­ vember stond ons hofplein, de boomgaard en de weide onder de brede populieren vol met Franse paarden, die van al die bomen de schors afbeten. Maar dat was niets : we waren nu voor goed be­ vrijd en de Franse soldaten hielpen vader het land beploegen voor de «zaaidhede». Alles was blijven liggen. Vader kon goed met hen omgaan. De Fransen hadden veel en goed eten. Ze deelden mede van hun wit brood en deelden zelfs chocolade uit. Dit hadden wesinds lang niet meer gezien. Ze lieten ook van hun «pinard» proeven : een lichte jonge rode wijn en ze leerden ons iets van de Marseil­ laise en van de Madelon. Twee families van Deinze, die op ons hofplein met hun overdekte wagen stonden, konden goed met de Fransen praten. Zo ook de familie van de hoofdinspecteur, Arthur Loontjens van Wevelgem, die naar zijn zuster, Emma Loontjens, in de Oosthoek van Aarsele gevlucht was en, toen het hier ook ge­ vaarlijk werd, tot bij ons overgekomen was. Tijdens de beschieting van Aarsele zijn dan nog ettelijke militaire en burgerlijke slachtof­ fers gevallen (6). Omtrent een week na nieuwjaar ging het college opnieuw open. In het begin waren er nog geen twintig internen; maar na enige weken waren er reeds een honderd. Er was nog altijd gebrek aan steenkolen. Tielt verkeerde nog enigermate in de feestroes van de overwinning. Sommigen droegen zelfs een klein schildje met de Belgische kleuren en de aanroeping : «H. Hart van Jezus, bescherm België». Ze hebben het niet lang gedragen : al spoedig vernamen we van de Vlaamse Oudstrijders welk een fransdolle politiek de legeroverheid gevolgd had en nog volgde. Had men de Vlaamse Heldenhuldezerkjes niet tot steengruis vernield in de aanleg van we­ gen ? Onze hulpsurveillant, E.H. Van Haute, die als legeraalmoe­ zenier nog enige tijd zijn uniform aanhield, vertelde ook soms hoe het eraan toeging aan het Ijzerfront, zodat veruit het grootste deel van de gesneuvelden Vlamingen waren, daar de meeste Franssprekenden een plaatsje op de «arrière» hadden weten te bemach­ tigen : dat waren de «embusqués». Enige maanden later, tijdens de zomer, mochten we het front bezoeken: een schoolreis per spoor naar Diksmuide! Vandaar deden we dan lange tochten te voet langs onbegaanbare wegen. «Daar en daar heb ik gelegen», zei E.H. Van Haute, en daar stond ook een plankje met de waarschuwing : «Danger de mort». «Pour les flamands la même chose !» zei men.» Ginds schreef men met 14


rode verf op de abri’s : «Hier ons bloed ! Wanneer ons recht?» Vooral toen in het volgend schooljaar Max D’Hondt, een echte frontsoldaat, zijn studies in Tielt kwam voortzetten, werd dit col­ lege het beruchte leeuwennest met de strijdleuze van René De Clercq : «Hameren, Hameren, Vlaamsche smeder!» Fr. DE POORTER.

BRONNEN Vooral mijn geheugen! Ziehier nochtans enkele bibliografische gegevens : 1) Liber Memorialis, register berustend in de pastorie te Kanegem. Het verwondert mij dat de historicus, pastoor H. Claeys, zo weinig erin aangetekend heeft. 2) In het Liber Memorialis van de pastoors van Aarsele zijn er ook weinig gegevens over de oorlog zelf. 3) De huidige secretaris van Kanegem, ook een De Zutter P., zegde dat zijn kozijn, Karel De Lille, de notities van zijn groottante, Valé­ rie De Zutter, gedeponeerd heeft in het archief te leper. 4) Honoré LAMBERT, Aerseele in de Oorlog; 1e Cahier : van 2 augustus 1914 tot 9 januari 1915. Berust bij dhr. J. Neirinck, ereschoolhoofd te Aarsele. 5) Wie kent de volledige tekst van deze oorlogsliedjes ? 6) Gemeente AERSEELE, Herinneringsboek over de onthullingsfeesten van het Monument ter eere van de gesneuvelden, opgeeischten en burgerlijke slachtoffers uit den oorlog 1914-18, 1926. Op blz. 11 worden 12 soldaten, 3 opgeëisten en 10 burgers ver­ meld. 7) Ten slotte betuig ik nog mijn dank aan de heer EreHoofdinspecteur, E.M. De Smet, alsook aan Kanunnik Oscar Verbeke, secretaris van het bisdom Brugge, die mij de volgende necrologische jaartallen bezorgde : Demaïtre Gustaaf (1841-1910); Claeys Hector (1855-1925); Billiau Richard (1851-1915); Déroulez Joris (1872-1962); Fraeys Isidoor (1846-1918); Vanden Berghe Richard (1856-1923); Corty Joseph (1879-1950); Vanden Abeele Oscar (1874-1954); De Cuyper Firmin (1886-1957); Tack Emiel (1882-1959); Devisschere Cyriel (18851973); Vander Schelden Alidor (1884-1954); Mattheeuws Achiel (1881-1962); Vanden Bussche Raphaël (1883-1941); Verschuere Octaaf René (1889-1963); Van Halst Leo (1883-1930); Van Haute Gaston (1886-1953); Deleersnijder André (° 1892, rustend pastoor Dadizele). 15


HET VOLKSE LIED ALS SPIEGEL VAN EEN TIJD

Moorden, uitvindingen en andere gebeurtenissen vormden vroe­ ger vaak de stof om er een lied op te «broderen». Veelal nog met een stuk zedenles erin verweven. De tekst leefde onder het volk en werd soms op papier gezet. Hier dan enkele voorbeelden (zie ook het artikel van Fr. De Poorter).

UITSPRAAK DER MOORD TE WYNGENE H. Vande Voorde veroordeeld tot de Doodstraf door het Assisenhof van Westvlaanderen.

1.

’t Jaar negentien honderd en negen, Was Wyngene gedompeld in rouw Daar vondt men ontsteld en verlegen In haar bed vermoord eene vrouw, De man ging dan zelf niet naar boven Om ’t lijk zijner vrouwe te zien Zoo werd die moord op hem geschoven Hij werd voor den dader aanzien.

2. Wat later werd hij dan gevangen Door Gerechtdienaars van de wet Zoo werd hij tot elkeens verlangen Te Brugge, achter ’t slot gezet ’t Gerecht kwam alles ’t onderzoeken Waarom hij die moord had begaan Men onderzocht zelfs zijne boeken Of er een diefstal was begaan. 16


3.

Zijn gezegde kon niet meer baten Dat hij daar onschuldig aan was Toen werd hij niet meer los gelaten Getuigen die spraken zeer kras Die zaak werd nu laatst opgeroepen Te BRUGGE voor het tribunaal De deur van de Rechtbank ging open, Den toeloop was groot in de zaal.

REFREIN. Nooit heeft hij die vrouwe bemind Hij was op een ander gezind. Zoo bezeten door ’t Kwaad Dacht hij op een misdaad, Hij was op zijn vrouwe gestoord Zonder reden pleegde hij moord Nu zit hij in ’t gevang Voor G’heel zijn leven lang.

4. Daar hoort men getuigen verkonden Dat hij op speelreis eenen brief En ook nog Goudwerk heeft gezonden Dit alles al naar een oud lief Van dié groote reis t ’huis gekomen Ging hij bij zijn oude vriendin, Zijn vrouw heeft dat alles vernomen Dat trof haar het hart en de zin.

5. Eens was zij naar haar huis gereden, Hij zond haar nen brief, onverwacht Daar schreef hij in, ik heb nu reden Te scheiden dat is mijn gedacht Ja, Gij hebt mij laflijk bedrogen Zeker zoo een vrouw wil ik niet 17


Maar dat was deerlijk gelogen Die vrouw miek daarin veel verdriet.

6.

Na ’t pleidooi van zijn advokaten, Ging de jury dan ook in beraad Voor hem kon er nu niets meer baten Elk dacht hij heeft die moord begaan Zijn straf werd hem dan afgelezen. De stilte in de zaal was zeer groot En zoo werd hij aldaar verwezen, Zij luide voor hem tot der dood.

REFREIN Gij kondet gelukkig leven, Al zonder tegenspoed, Uw vrouw had niets misdreven Zij leefde braaf en goed, Gij bracht haar zonder reden, Zoo vreeselijk ter dood, De straf die g’hebt op heden Is waarlijk niet té groot.

SOLDATEN LEVEN IS PLEZANT

1.

’k Ben soldaat, en piot nu bij het eerste Te Gent, ben ik in het regiment Dé sergant, is toch waarlijk ook geen beeste Maar ik doe hem dikwijls een prezent Maar mijn vriendin, werkt best naar mijnen zin. 18


Refrein

Sapristie, mijn Stanske zie mij geeren Want zij zend mij alle weke wat duim kruid Daarmee kan ik feesten, zuipen, smeeren Nondebleu, dat doet mij hier zoo goed ’t Smaakt zoet.

2.

Stanske is een lief meisje van mijn streke Zij is dienstmeid, Ja die lieve schat Zij is vrij, zoo ne keer of vier te weke En dan gaan wij wand’len in de stad Gaan wij naar ’t bal, dat kost mij niemedal.

3. Mijn Stance, kwam mij laatstmaal hier bezoeken Ja, zij kwam recht de kazeerne bin Z’had bij haar eenen korf gevuld met koeken En een hespe voor de kapitein Dat kwam van pas, wij smulden ’t op al ras,

4. Ik koop nooit geenen tabak of sigaren Stanske geeft mij dat op uur en tijd ’k Mag mijn geld al voor mijne pintjes sparen Zoo een leven wordt ik soms benijd ’t Is veel en toch, vraag ik maar achter nog.

5. ’k Zat ne keer met mijn Stanske in 't Salonsken ’t Was daar lekkers, o, daar was het fijn Kreeg daar wijn uit de flesch, met een bonbonsken En ik werd gekust van ’t lieve Klein Zoo gaat gewis, als den baas van huis is.


6.

Zoo een lief moet men waarlijk teer beminnen Ne goe soldaat trekt ook zijnen plan zijt ge dwaas, daar is niets mede te winnen, Ik doe mijn best, ’k profiteer ervan, Dat is plezant, met zoo een lief aan d'hand,

ALLES PER ELECTRIEK

1.

Het is bekend als dat het nieuwe element Werkt zoo komiek men noemt het nu den Elektriek Ja, ieder man die proffiteert er nu ook van ’t Zij heer of boer wil het in huis, of op de koer Wat een gemak den electriek steekt men op zak Zoo gaat men uit achter een lief of eene bruid En met dienen draad is men dan in staat Te trekken op maat.

Refrein Per Elektriek Kan men oud en jonge meisjes vrijen Dat gaat komiek Ja, ge trekt ze met dien draad aan uwe zije.

2.

Komt de man ’t huis en maakt hij dan te veel gedruis Neemt het machien ge zet het hem op zijne knien Gij doet nen trok en hij krijgt dan ne felle schok 't Zij droog of nat hij vliegt er van al op zijn gat Zoo blijft hij stil en hij doet alles naar uw wil En met dien draad zijt gij dan ook zeker in staat Hem dan onverlet alzoo zonder fret te smijten in bed 20


3. Hebt gij ne zoon die ’t huis daar speelt den hogen toon Die nog al lang in d’herberg zit wees maar niet bang Met het machien laat gij dan eens die toeren zien Gij trekt hem mee al naar de woning zeer te vree Wilt gij voortaan uw dochter niet laten uitgaan Legt ze den draad rond haren hals het kan geen kwaad Zoo zit ze dan stil al naar uwen wil Zij kan niet op dril.

4. Den electriek verspreid klaar licht ’t is magnifiek De zon en maan mag er nu ook van onder gaan Wij kan hier voort den electriek zoo als men hoort Is hier de baas, hij loopt vooruit als eenen haas Per electriek rolt ieder tuig, en speelt ’t muziek ’t is ieders zin en het is nog maar een begin Wij zullen nog zien dat er een machien De dood zal doen vlien.

Teksten ter beschikking gesteld door Jan Vander Meulen

21


ZO LEEFDE GEDURENDE HET JONGSTE HALFJAAR

I. AARSELE 76. In de dorpskerk werd een nieuwe en aangepaste kruisweg opgehangen, van de hand van de heer Vonck, kunstenaar uit de Gentse Sint-Lucasschool. 77. Burgemeester Vander Meulen legt de eerste steen van de nieuwe sociale woonwijk nabij de Delmerensmolen. Dit betekent meteen een rem op de uitwijking van de Aarselenaars. 78. DF-voorzitter André De Cock nam ontslag en wordt opgevolgd door Guido Verstrynghe. 79. Meester Callewaert werd, ingevolge het ontslag van Jozef Neirinck, tot nieuw schoolhoofd benoemd. 80. Op 7 september waren de Toneelvrienden in feest, en met reden. Gérard Willemyns en Omer Devolder zijn namelijk reeds vijftig jaar actief op de planken.

II. DENTERGEM 81. De karabijnschutters «Flamingo-schutters» laten flink van zich horen. Zij behaalden de wisselbeker. Nu ze die voor de derde opeenvolgende maal behaalden, blijft die definitief in hun bezit. 82. Het mannenkoor «Sint-Stefanus» kwam in de actualiteit dank zij een uitzending van de hoofdmis voor de B.R.T. 83. Burgemeester De Keyzer wil een schoner Dentergem : hij wenst een verfraaiing van de dorpskom en van de aanpalende straten. 84. De C.O.O. zal overgaan tot de bouw van huisjes voor bejaarde personen. Deze wijk zal een andere toekomstmogelijkheid bieden voor bejaarden die een beetje zelfstandig van hun verdiende rust willen genieten.

22


85. Will Tura was het die de feestmarkt openknipte, geflankeerd door burgemeester De Keyzer en voorzitter van het feestcomité Benoni Vandemaele. 86. De misdienaars maakten een uitstapje met de familie naar Scherpenheuvel en Halle, dit onder leiding van E.H. Van Houtte.

III. EGEM 87. Zeventig jaar terug telde Egem 58 dorpscafeetjes. De bekende vroegere herberg «Het Kruiske» moet verdwijnen voor de aanleg van een bredere en nieuwere weg Egem-Egem-Kapelle.

88. De meeste landbouwwegen zullen eerstdaags verbreed wor­ den tot 3,5 m. Egem bekwam ook een klasseverheffing.

IV. KANEGEM 89. Adiel Lemey kreeg het gouden eremetaal van de B.G.J.B.. Het was in 1924 dat de nu 86-jarige Adiel, samen met Basiel De Zutter, aan de oprichting van een plaatselijke bond voor «kroostrijke» ge­ zinnen werkte. 23


V. MEULEBEKE 90. Ter gelegenheid van de voorjaarsfoor organiseert de Meulebeekse kunstenaarskring een groepstentoonstelling. De heer Willy Verschelde uit Dentergem stelt de werken aan het publiek voor. 91. Op 28 april 1899 werd het christelijk Ziekenfonds van Meulebeke gesticht. Het is dus 75 jaar geleden, wat meteen een reden tot feestelijkheden was. 92. Zondagmorgen 28 april schrikt Meulebeke o p : kleermaker Dirsan Claerhout werd vermoord. 93. Door de plaatselijke Rode Kruis-afdeling werd een cursus van «helper» georganiseerd. De uitreiking van de diploma’s werd ge­ combineerd met een intiem avondfeest. 94. De herstelling en verplaatsing van de Bosterhoutmolen zal meer dan twee miljoen fr. kosten. 95. Op 19 veroorzaakte een hevige vuurhaard 5 miljoen brand­ schade in de houtzagerij van G. Carpentier in de Pittemstraat. 96. De schuttersgilde «De Eendracht» werd vijftig jaar geleden opgericht. De enige overlevende van de stichters is de 88-jarige Emma D’Heygers. 24


97. De sporthal VILO - Ter Borcht werd op 25 mei onder een zeer grote belangstelling ingewijd. 98. Op 92-jarige leeftijd overleed te Kortrijk E.H. Scherpereel, rustend pastoor. Hij werd pastoor te Meulebeke in 1937.

99. Kunstschilder Renaat Saey stelde ter gelegenheid van de ker­ mis zijn werken tentoon in de receptiezaal van het gemeentehuis. 100. Batjesprins en -prinses werden resp. Franky Verhoye en Christelle, dit tijdens de succesvolle braderie te Marialoop. 101. Meulebeke kende opnieuw succes met zijn treinreis : dit jaar ging de tocht naar Knokke. 102. Drie kunstenaars stellen tentoon tijdens de kermis. Onder hen de plaatselijke kunstenaar Herman Mertens met houtsneden en lino’s. 103. Na de raadszitting werden verschillende laureaten van de arbeid op het gemeentehuis ontvangen : Julien Vandecasteele, Daniel Vandaele, Wilfried Serroels, Noël Minneen Raphaël Casier. 104. De gemeentewerklui beschikken nu ook over een hydrauli­ sche kraan. 25


VI.

OOSTROZEBEKE

105. Niet minder dan 150 wielrijders namen deel aan de fietsenrally. Het ging over een trip van 18 km doorheen Oostrozebeke. 106. In augustus grijpt het 6e internationaal Volksdansfestival plaats. Daarbij werd ook nog een feestmarkt en artiestenkermis georganiseerd.

VII. PITTEM 107. De laureaten van de opstelprijskamp ingericht door het DF werden bekroond. Ze brachten een bezoek aan drukkerij «Het Volk». 108. In intieme kring werd hulde gebracht aan Jozef Kyndt, die gedurende 25 jaar uitstekend werk verrichtte op het gemeente­ huis. 109. Op 8 mei trad de Loridan’s Kring «Met Hert en Ziel» weer op met «Kitty liegt nooit». De gilde (die opgericht werd door not. Alfred Loridan in 1903) was sedert 1954 ingesluimerd. Apoteker Jan Denecker(kleinzoonvan Achiel Denys) werd tot nieuw voorzit­ ter verkozen. 110. Na 18 jaar medepastoor geweest te zijn, verlaat E.H. A. Vandewalle Pittem om pastoor te worden te Lombardsijde. 111. Tijdens het eerste kermisweekend werd, na tientallen jaren onderbreking, opnieuw ringsteking te paard gehouden. Deze werd gewonnen door Mare Coghe. 112. De 80e Zotte Maandag was zo mogelijk nog «zotter» en prachtiger dan de voorgaande jaren. 113. Samen knipten burgemeester Gelaude en senator Vannieuwenhuyse het lint door dat toegang gaf tot het nieuwe voetbalveld, nabij de sporthalle. We schrijven zondag 11 augustus. 114. E.H. Christophe Thienpont werd benoemd tot nieuwe mede­ pastoor, in vervanging van E.H. Vandewalle. E.H. Thienpont werd geboren te Brugge in 1941. 26


115. De Posterijlaan komt in een nieuw kleedje, evenals de Sta足 tionsstraat. De Tieltsestraat kreeg een nieuw laagje tarmac. Rio足 leringswerken en uitbreiding van de openbare verlichting in de Heidenskerkhofstraat werden eveneens uitgevoerd. 116. K.A.V.-Pittem is 50 jaar jong : het was in 1924 dat onderpas足 toor Noppe samen met enkele dames besliste tot het oprichten van de K.A.V. 117. Minister Michel onthulde een gedenkplaat en meteen was de sporthal officieel geopend, nadat ze reeds in gebruik was sedert ju li 1973. 118. Voor de derde maal wint het Davidsfonds de intervenigingenkwis, ditmaal meer spel dan kwis (oktober). VIII. RUISELEDE 119. Op de gemeente greep van 20 april tot 5 mei de veertien足 daagse van Kunst en Cultuur plaats. Op het programma noteren we een collectieve tentoonstelling, een jazzoptreden, een volkskunstavond en jeugdstraattekenen. 120. Het was de derde maal dat de molenfeesten georganiseerd werden. Het geheel vormde zoals vorige jaren een kleurig kijkstuk. 27


121. 32 wandelende Ruiseledenaars stappen naar Veere in Zeeuws-Vlaanderen. 122. Stefaan Pottie werd verkozen tot nieuwe praeses van de Ruiseleedse studenten. 123. Aan verdienstelijke ACV-ieden werden syndicale eretekens uitgereikt door Jef Houthuys. 124. Op 22 september werd het Woudloperspad bewandeld door een groepje leden van onze kring. Aan de start werden wij verwel­ komd door een eervol trio : de burgemeester, een schepen en een gemeenteraadslid. Naar het einde van de wandeling toe werden, in «De Nieuwe Snoeibijl», bij ons lid Laura Van Wonterghem, de boterhammen, de koffie en het bier nu eens heemkundig aange­ pakt.

IX. TIELT 125. Gemeenteraad begin april : belasting van 40.000 fr. op ont­ breken parkeerplaats bij nieuwbouw of grote verbouwing; aanbe­ steding COO-flatgebouw : 23,5 miljoen; reglement op bescher­ ming hoogstammige bomen. 126. Tieltse uitgeverij Lannoo publiceert van Tieltenaar Fons Vermeersch : «Op zoek naar spijs en drank. — Gastronomisch WestVlaanderen». 127. Bedrijfsvoetbal : ploeg Vande Riviere, die voor het eerst aan het tornooi deelneemt, wordt kampioen voor Erta, Lannoo, Injextru, Verbeke-Dubar, Martens en Seyntex. 128. Eerste (en laatste?) naaktflitserteTieltop20 april. Rond onze Halletoren, hoe kon het anders? 129. Het zevende seizoen van kunstgalerij Imago sluit met een tentoonstelling, van 21 april tot 5 mei, van werken van Tieltenaar Willy De Sauter. Meteen sluit Imago definitief de deuren. Het mis­ staat zeker niet hier enige woorden van lof en waardering uit te spreken voor L. Tack en E. Verkest, die zeven jaar lang, op eigen krachten en met een opmerkelijk doorzettingsvermogen, Imago op een hoog peil wisten te houden. 28


130. Tijdens het laatste week-end van april viert het kleinkunstcen­ trum Harlekijn, met een 50e optreden (wel een dozijn kunste­ naars), zijn derde verjaardag. 131. De Stichting Lodewijk De Raet wijdt een week-end aan de jeugdproblemen in het Tieltse. 132. Naar aanleiding van de 100e verjaardag van de geboorte van C. Verschaeve werd, in de binnentuin van het St.-Jozefscollege, waar hij 15 jaar lang leraar was, een bronzen borstbeeld onthuld. 133. Tieltenaar Frank Bogaert stelt ten toon te Brugge. 134. DF-Tielt deze keer gastheer voor kwis met afdelingen Wingene, Pittem en Meulebeke. Voor de 3e keer behaalt Wingene de eerste plaats.

135. Ruim 60 gehandicapten op zwemfeest in ons stedelijk zwem­ bad ingericht door de Tieltse Zwemclub. 136. B.G.J.G.-gewest Tielt bestaat 50 jaar. Professor Van Mechelen eregast op het stadhuis, waar gewestvoorzitter Emiel Devos o.m. bondig de geschiedenis van de vereniging schetst. Waarna feest in het Vijverhof.

137. Het Stedelijk Zwembad opnieuw in de belangstelling: 200 kijkers voor een puike duikersdemonstratie. 138. Lions Club Tielt, Peeds gesticht op 15 november 1961, maar pas officieel erkend op 2 mei 1964, viert zijn 10-jarig bestaan. 29


139. André Plettinck en Alfons Vanraepenbusch, beiden tewerk­ gesteld in het station teTielt, tellen 25 jaar dienst bij de NMBS. Een medaille waard. 140. Fons Vermeersch ontvangt het Joachim Beuckelaer-eremerk voor zijn letterkundig pleidooi voor de gewestelijke keuken (zie nr 126). Uitreiking gebeurt door Jozef Weyns, voorzitter van het Na­ tionaal Verbond voor Heemkunde en hoofdconservator van het Museum te Bokrijk. 141. Zomerfeest op Mariënhoeve reeds aan zijn 20e uitgave toe. 142. Tieltse Bouwmaatschappij 50 jaar. Balans: 526 sociale wo­ ningen. Sinds de start, in 1923, is Henri Eeckhout secretaris. In «De Zondag» van 14 juni verscheen, in grote trekken, de geschiedenis van de maatschappij door de huidige voorzitter, senator R. Vannieuwenhuyze. 143. Het VTI wint de 4e atletiekbeker van Tielt voor jongens voor het college en het atheneum. Bij de meisjes wint, zoals vorig jaar, de H. Familie voor Regina Pacis, het atheneum en Sancta Maria (Ruiselede). 144. Sinds 28 juni zijn de rijkswachtburelen overgebracht van de Blekerijstraat naar de F. D'hoopstraat nr 9. In afwachting dat kre­ dieten beschikbaar zijn om te bouwen op reeds aangekochte gronden in de Europawijk. 145. Martine Desmet (Ruiselede) en Vera Stroobant (Gits), leerlin­ gen aan Regina Pacis te Tielt, behalen de 5e, resp. 7e plaats op het nationaal interscolair dactylotornooi te Tienen. 146. Tijdens de Europafeesten : luchtdopen per helicopter. 147. Wie wat wil vernemen over 20 jaar judo te Tielt kan best «De Zondag» van 12 en 19 juli ter hand nemen. Iedere Tieltenaar weet inmiddels wel dat Octaaf Devooght, Willy Vermote en Lucien Snauwaert de steunpilaren van de judoclub zijn. 148. De 80-jarige Leon Impe is reeds 55 jaar stadsbeiardier. 149. ABS-boerenbetoging tijdens de wekelijkse markt van 18 juli. 30


150. Tielt 2e in interstedentornooi te St-Malo (Fr.). Ploeg onder leiding van Arseen Baeckelandt samengesteld uit leden van de Tieltse Zwemclub, Atlas, Judocub en Blancefloer (sedert een 7-tal maanden de opvolger van «Elkerlyc»). 151. Een oude landelijke herberg langs de steenweg op Schuiferskapelle, «’t Kloefke», door de Zonnegroep in gebruik genomen als ontmoetings- en vriendschapscentrum. 152. Voor de 60e maal «statiekerremesse» te Tielt. Rijk gevuld programma, met wat modernere feestelijkheden en nieuwe initia­ tieven. Op de foto : voorzitter Gaston Ameye (I) en deken Roger Lecat (r). Ontbreekt spijtig genoeg op dit fotografisch appel : de werklustige secretaris Jozef Vandeputte. In het kader van deze viering wordt, op 15 augustus, in de O.L.V.kerk een gedenkplaat onthuld ter nagedachtenis van Broeder Lu­ cien Van Damme (Tielt 1932 - Kindu 22.7.64).

153. Vanaf 2 september meisjes en jongens van het Bijzonder Lager Onderwijs (B.L.O.) samen in één gebouw, namelijk in de Peperstraat. Er zijn daar 9 klassen. Het B.L.O. voor jongens startte te Tielt in 1959. 154. De jaarlijkse algemene vergadering van de Westvlaamse Scheidsrechters ging dit jaar door in onze Europahal. 31


155. Voor het volgend seizoen: een nieuwkomer in de Tieltse bedrijfsvoetbal: FC Quintynboys, opvolger van FC Schuiferskapelle (die op 25 augustus zijn laatste match speelde). 156. Begin september, bekendmaking van het officiële voorstel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken inzake samenvoeging van gemeenten. Wat Tielt betreft, wordt voorgesteld : Tielt + Kanegem + Aarsele + Ruiselede + Schuiferskapelle (+ eventueel Dentergem). 157. Zwemclub Wingene behaalt 1e plaats op zwemmeeting, in ons zwembad ingericht op 13 september, voor Tielt en Wielsbeke. 158. Tijdens «grote» kermis van september: 2e Kleinveeshow, waar 50 deelnemers 800 dieren tentoonstellen. De winnaars ko­ men uit Waregem, Aalter, Roksem, Tielt, St-Michiels, Aartrijke, Rumst, enz. ... 159. Eenvoudige, maar warme en succesrijke viering van 350 jaar Minderbroeders te Tielt. Onze Kring stond in voor de tentoonstel­ ling, die gehouden werd in verscheidene lokalen van het klooster en honderden nieuwsgierigen lokte. Op de foto: voorzitter Paul Vandepitte, als inleider van de tentoonstelling, naast Pater Gardi­ aan.

32


160. De gemeenteraad beslist op 16 oktober een leergang Toneelspeelkunst in te richten aan de Stedelijke Muziekacademie. Le­ raar wordt Robrecht De Spiegelaere, zeker geen onbekende voor wie regelmatig de opvoeringen van ons kelderteater Malpertuis bijwoont. 161. «Verschaeve» van Bert Verhoye kent een private opvoering in Harlekijn. Ingevolge allerhande druk moest initiatiefnemer Jacky Vanmaele inderdaad afzien van een openbare vertoning in de «Movy». De plaatselijke VTB en DF-afdelingen hadden gezamen­ lijk propaganda voor dat stuk betreurd en opgeroepen tot weige­ ring van iedere vorm van medewerking. Een indrukwekkend aan­ tal rijkswachters zorgde ervoor dat ter plaatse alles vrij rustig bleef; de protestbetoging bleef beperkt tot scheldwoorden en geroep. 162. Enig in de Tieltse geschiedenis, buiten de verkiezingsperio­ den? Een open brief (2 bladzijden) van de burgemeester in alle bussen, in antwoord op een reeks beschuldigingen verschenen in het plaatselijk V.U.-blad «Op de kop». 163. Op 19 oktober : charter-day van de Jong Eckonomische Ka­ mer, met o.m. gastspreker A. Vlerick en een tentoonstelling van Tieltse kunstschilders. 164. Op hetzelfde ogenblik : eerste les van de heemkundige initiatiecursus ingericht door onze kring. Er kan van een succes ge­ sproken worden, want gedurende vijf opeenvolgende zaterdagen tellen wij om en bij de 30 aandachtige cursisten. 165. Niet alleen de industrie, maar nu ook de vakbond kent de lopende band : Jef Houthuys in persoon komt, in «De Gilde», niet minder dan 180 eretekens opspelden voor 25, 35, en 45 jaar lid­ maatschap van het ACV. 166. Een resem sportkampioenen en -vedetten op de dansavond op 31 oktober ingericht door het feestcomité St.-Jansstraat in de Europahal. 167. Op 15/16 november spreekt Romain Vanlandschoot te Leuven op het colloquium «De ontwikkeling van de Vlaamse Be­ weging tijdens de eerste wereldoorlog». De inrichting berustte bij de K.U.L. 33


X. WINGENE 168. In feeststemming werd twintig jaar «Moeder Gezelle» beleefd. Met deze studentenvereniging werd gestart op 7 maart 1954 in «De Oven». 169. Ook twintig jaar activiteit voor de KVG : de Katolieke Vereni­ ging voor Gehandicapten. 170. Onder ruime belangstelling werd een nieuw wandelpad te Wildenburg opengesteld. 171. Een eerste initiatief waarmee de cultuurraad uitpakte was het organiseren van een tentoonstelling van kunstwerken in Wingens bezit. 172. Begin juni greep de officiële opening plaats van het parochi­ aal centrum «De Futsel». 173. Door specialisten werd de kerktoren in een speciaal stalen karkas gestoken, dit om dringende herstellingswerken te kunnen uitvoeren. *

34


174. Ter gelegenheid van het 50-jarig kloosterleven van Zr. Gertrudis en 60-jaar kloosterleven van Zr. Mechtildis en Zr. Tarcilla werd door de kloostergemeenschap een jubileumfeest georga­ niseerd. 175. In september had «Spel met grenzen» plaats. De ploegen waren : Sint-Jan, Sint-Elooi, Sint-Amand, Sint-Pieter en SintJoris.

XI. ZWEVEZELE 176. De chiro heeft haar derde lustrum bereikt. Reden dus om feest te vieren. 177. In juni hield «die Minstrele» een tentoonstelling in het kader van het folklorejaar en dit onder het motto «Volksaardewerk in Vlaanderen». Een erg verzorgde en geslaagde onderneming die een groot aantal bezoekers lokte. Ph. De Gryse voor Tielt

W. Devoldere voor de andere gemeenten

35


— In het stadhuis van Tielt hangt een schilderij (249 x 230 cm) dat de kaart van de k a s s e lr ij K o rtrijk voorstelt in de 17e eeuw. De R o e d e v a n T ie lt was één van de vijf onderdelen van deze kasselrij. Het schilderij geeft zeer veel details en is met monnikengeduld uitgevoerd. Totnogtoe was hiervan geen goede foto voorhanden. Na herhaalde pogingen slaagde één van onze leden, Jaak Billiet, erin een goede foto van het schilderij te maken. Dank zij zijn belangloze inzet kunnen we deze fo to v a n 29 x 24 cm in e e n m o o ie m a p le v e re n te g e n d e prijs v a n 100 fr a n k (verzendingskosten niet inbegrepen — om die te vermijden kunnen leden uit Tielt of omgeving die deze map wensen, bij voorkeur de map met de foto afhalen op het secretariaat). Wacht niet om te bestellen, de voor­ raad is beperkt !!!

36


DIVERS — Wij danken de heer Eddy Verbeke (Tielt) voor de documenten die hij aan de Kring heeft geschonken. — Wij een namiddag vrij heeft voor een gezondheidskuur en kennis wenst te maken met Wingens ongeschonden natuurschoon, kan het wandelpad Wildenburg afstappen, 7 km lang; er is ook een kortere weg. van 3 km, met rode pijlen aangeduid. Vertrekpunt : kasteel 't Blauwhuis, halverwege tussen Wingene-dorp en de afrit Beernem van de A5. Er is een folder beschikbaar op het gemeentehuis van Wingene.

— Voor 65-plussers herinneren we eraan dat zij slechts de helft van de toegangsprijs betalen voor het bijwonen van onze manifestaties. Daar­ om : vergeet niet je Plus-3-pas aan te vragen !

ER IS ZOVEEL TE DOEN IN JE g » TIJD De pensioenleeftijd kan boeiend worden. Eindelijk volop bezig zijn met zaken waarin U at lang beiang stelde. Allerhande culturele bezigheden kunnen voor de derde leeftijd het ieven waardevol en verrijkend maken. Als M inister van Nederlandse Cultuur heb ik daarom een heel programma op het oog om zoveel mogelijk gelegenheden beter, gemakkelijker en goedkoper in uw bereik te brengen. Uw PLUS-3-PAS is daarvoor een sleutel. Hij zal U voorrang en voorrecht verlenen.

PLUS-3-PAS. Cultureel Paspoort Derde Leeftijd

Met hartelijke groeten.

Ministerie voor Nederlandse Cultuur RIKA DE BACKER - VAN OCKEN

— Ter gelegenheid van het 350 jarig bestaan van hun klooster te Tielt hebben de paters minderbroeders twee folders uitgegeven : «Kort overzicht van 350 jaar minderbroeders te Tielt» en «Korte gids bij het bezoek aan kerk en klooster der minderbroeders (Tielt)». We kunnen deze twee keurig opgestelde folders gratis bezorgen aan onze abon­ nees die hiervoor belangstelling hebben. Omslagen en posttarieven zijn nu erg duur. Daarom volgende schik­ king : wie de folders wenst te ontvangen, krijgt die meegestuurd met het eerstvolgende nummer; wil hij die onmiddellijk ontvangen, dan verhoogt hij zijn lidgeld met 15 frank om de verzendingskosten te dekken.

37


— Wie belangstelling heeft voor de s y lla b u s van de cursus «Kunstvorming en streekgeschiedenis» die wij in de maanden oktober en november 1974 organiseerden, kan die aanvragen. Na storting van 80 frank wordt deze cursus van ca. 50 blz. opgestuurd (verzendings­ kosten inbegrepen). De voorraad is zeer beperkt.

— Op zaterdag 5 april 1975 wordt in Torhout de g o u w d a g van h et W e s tv la a m s V e rb o n d v a n k rin g e n v o o r h e e m k u n d e georganiseerd In de voormiddag wordt het thema monumentenzorg behandeld. In de namiddag is er een ge­ leide tocht langs de Houtlandroute. Belangstellenden zijn welkom in Torhout. Wie het volledige programma wenst, verwittigt het secretariaat.

De culturele kring «Die Minstrele» organiseert van 1 tot 9 juni een tentoonstelling «Sinte-Aldegonde in de volksverering» in de Ste-Aldegondekerk te Zwevezele. Vooropening op vrijdag 30 mei om 20u30 met orgelconcert.

38


HET BOEKENHOEKJE VAN DE HEEMKUNDIGE — Koen Rotsaert. P r ie s te r F o n te y n e e n h et F o n te y n is m e te B ru g g e . 112 blz.. 150 fr op rekening nr 716-020.3924-29 van Heemkundige Kring M. Van Coppenolle, Brugge. — Luc Schepens. V a n v la s k u ts e r to t F ra n s c h m a n . B ijd ra g e to t d e g e s c h ie d e ­ nis v a n d e W e s tv la a m s c h e p la tte la n d s b e v o lk in g in d e 19e e e u w , Kortrijk, 1973, 295 blz., 8 reproducties, 22 tabellen, 4 losse bijlagen. Besteladres: W.E.S.. Baron Ruzettelaan 33, 8320 Brugge 4. Prijs : 371 fr. — Guido Lams. D e H e e r lic k e d e n v a n W in g e n , Wingene, bij de auteur (Galgen­ straat 29), 1973, 57 gestenc. blz., ill. — In het jaar van de volkskunde (1.4.74-1.4.75) verschenen o.m. D e fo lk lo ris tis c h e tijd s p ie g e l v a n B e lg ië , 480 blz., 200 illustraties. Druk­ kerij Mertens, 123 Nieuwland, 1000 Brussel. R. Lambrechts, B e z e m en k ru is , 400 blz.. 60 blz. illustraties, kunstlederen band met goudstempel - 675 fr. bij voorintekening bij R. Lambrechts, Herentalsesteenweg 21. 3100 Heist-op-den-Berg, PR 000-0871853-17. Dr Jozefs Weyns (+), V o lk s h u is ra a d in V la a n d e re n . Naam, vorm, geschiedenis, gebruik en volkskundig belang der huiselijke voor­ werpen in het Vlaamse land van de middeleeuwen tot de eerste wereldoor­ log. monumentale luxe-uitgave in vier delen, uitgegeven in eigen beheer, «Ter Speelbergen», Beerzel, Antwerpen. — Tegen ledenprijs bij ons te bekomen : H. Stalpaert. V o lk s k u n d e v a n B ru g g e , Brugge, 1974 300 blz.. 120 afb. luxeuitgave. A. Sanderus. V e r h e e r ly k t V la a n d r e , 3 delen in opbergboos (alleen de ge­ bonden uitgave is nog in voorraad) Dr C. Devyt en G. Van Damme D e w in d m o le n s van B e lg ië , Tielt, 1975 ca. 350 blz., meer dan 275 foto's, kunstlinnen band met zilveropdruk. — Onze stadsgenoot Henri Mullebrouck speurde jarenlang naar humoristische woorden, zegswijzen en spreuken uit de Vlaamse volkstaal. Nu brengt hij het resultaat van deze jaren inspanning : 9.000 humoristische gezegden, onder­ gebracht in vier brochures van 80 pagina's, met illustraties van Ernest Verkest. Je kan « V la a m s e v o lk s ta a l b ro n v a n h u m o r» nu bestellen door 200 frank over te schrijven op PR 000-0584627-08 van Henri Mullebrouck. Oude Stationsstraat 14. 8880 Tielt (port niet inbegrepen).

Stort nu uw lidgeld van 250 frank. Wellicht wordt U erelid : minimum 500 frank. Zo houdt U uw heemkundige kring leefbaar.

39


ABONNEES, LEDEN EN ERELEDEN 1974

Abonnees worden aangeduid met een A, leden met een L. Ereleden worden ver­ meld in hoofdletters. AALTER (9880) L Deguffroy José, Ter Weibroeck 29 L Stockman Luk, Brugstraat 103 AARSCHOT (3220) A Van Hecke Guido, Herseltsesteenweg 4 AARSELE (8890) A Claeys Frans, Staatsbaan 4 A De splenter - Labens Esther, Staatsbaan 35 L Gemeenteschool, Schoolstraat 5 L Neirinck Jozef, Vinktstraat 54 L Van Bruwaene Luc, Staatsbaan 116 L Van Overschelde Jos, Hoogstraat 18 L Van Renterghem Ivan, Tieltsesteenweg 73 L Van Ryckeghem Hubert, Hoogstraat 25 L Verbrugghe Frans, Marktplaats 13 L Werniers Georges, Statiestraat 32 AMSTERDAM A Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde, Keizersgracht 569-71 ANTWERPEN (2000) A Stadsbiblioteek, Conscienceplein 4 ARDOOIE (8850) L De Poorter Frans, Marktplein 23 A Vanacker Lucien, Beverenstraat 22 BAMBANG (Filipijnen) A De Lodder Julien, Catholic Mission BAVIKHOVE (8752) L Maertens - Verkinderen Maria, Kervijnstraat 57 BEVEREN-LEIE (8749) L De Bel Et., Deken Debostraat 71 BRASSCHAAT (2130) L Thiers Emiel, Bloemenlei 1

40


BRUGGE L Bleyaert Gérard, Ketsbruggestraat 11 A De Meester J., Dijver 2 L Dewulf Romain, Oude Zak 13 A Franchoo Gérard, Rijselstraat 169 A Gidsenbond, St-Jansdreef 31 L Penninck Jozef, Legeweg 133 A Ronse Hubert, Oude Oostendesteenweg 33 A Stalpaert Hervé, Bossuytlaan 9 A Van Nieuwenhuyse Gaston E., Nijverheidstraat 88 L Vrielynck Marcel, Notelarendreef 2 BRUSSEL (1050) A Office International de Librairie, Marnixlaan 30 DENTERGEM (8898) L Marysse Marcel, Kerkstraat 1 L Orde van de Meibruid, Kapittelstraat 12 L Spiessens José, Stationsstraat 21 L Vandekerckhove Fr., Groeneweg 7 A Van Houtte L., Kerkstraat 2 DRONGEN (9810) L De Wulf Guido, Vinkendal 10 A Huys Paul, Steenweg Gent-Deinze 28 EGEM (8871) L VANDECAVEYE Emiel, Kolonel Naessensstraat 22 EREMBODEGEM (9440) L Braet André, Keppestraat 35 GENT (9000) L De Bruyne - Maes Yvonne, Sportstraat 144 L Van Doorne Arthur, Visserij 216 L Vanneste Raf, Gérard Duivelstraat 1 GOTTEM (9803) L Gaublomme Valère, Ardeense Jagersstraat 5 HERTSBERGE (8042) A Vanlaere Antoon, Waardammestraat 7 HEULE (8710) L Verbeke Jozef, leperstraat 161 IEPER (8900) L De Lille Karei, Cartonstraat 40 A Katholieke Centrale Vereniging voor Lektuurvoorziening, Meenseweg 29 IZEGEM (8700) A Colpaert Roger, Koornmarkt 15


IZENBERGE (8992) A Vanheule Lodewijk, KANEGEM (8891) A Aangenomen Openbare Biblioteek, Kerkstraat 16 A Danneels Henri L Demeire Mare, Ruiseledestraat 5 ll DeZutter Paul, Markt 6 L Vande Voorde Maurits, Vinktstraat 1 KNESSELARE (9890) A Goegebuer Louis-Michel, Kloosterstraat 85 L Ryserhove Alfons, Kloosterstraat 46 KNOKKE (8300) A Van den brande Jos (Mevr.), Blancgarinstraat 1 KOOLSKAMP (8851) L Delesie Albert, Ardooiestraat 16 L Strobbe Karei, Lichterveldestraat 3 L Volckaert A. (Mevr.), Ardooiestraat 86 K O R T R IJ K (8 5 0 0 )

L Arickx Valeer, Sint-Denijsseweg 4 L De Brabandere Jan, Sint-Denijssestraat 187 L Demedts André, Condédreef 21 L Hostens Jozef, Diksmuidekaai 6 A Rijksarchief, G. Gezellestraat A Roelstraete Johan, H. Verrieststraat 157 LAUWE (8520) A Vanlaere Suzanne, Grote Molenstraat 46 LEUVEN (3000) ■L Cloet Michel, Brabançonnestraat 86 A Seminarie voor Volkskunde, Mgr Ladeuzeplein 21 A Lagrain Robert, Groot Begijnhof 21 LOVENDEGEM (9920) L Neirynck Willem, Vaartstraat 9 MALDEGEM (9990) L Van Maldeghem Jeroom, Kleitkalseide 145 MARKE (8510) A de Bethune Emmanuel, Kasteeldreef 10 M E E T K E R K E (80 02 ) A

G e ld h o f Jo s ep h C., D o rp w e g 2 2 a

M E R E L B E K E (92 20 ) L

42

W y ffe ls C a rlo s , C y rie l B u yssestraat2


MEULEBEKE (8860) L Casteleyn Robrecht, Spoorweglaan 4 A Gemeentebestuur L Mattelin Edgard, Spoorweglaan 3 L Verkest Jules, Karei Van Manderstraat 2 NEVELE (9850) L Janssens Antoine. A.C. Vandercruyssestraat 60 OEKENE (8811) A Houthaeve Robert, Stampkotstraat 11 OOSTENDE (8400) A De Gryse Arsène, Albert I promenade 42 OOSTROZEBEKE (8780) A Bonte Jean-Marie, Vlissingestraat 19 A Bonte Marcel, Stationsstraat 122 A Coucke Luc, Hoogstraat 147 L Defoer A., Meulebekesteenweg 1 A Degroote Caroline, Wielsbekestraat 65 A Openbare Biblioteek Centrum, Stationsstraat 15 L Vaernewijck Georges, Hoogstraat 7 A Vandekerhove, Rietbeekstraat 36 L Vandeputte Ghislain, Statiestraat 83 A Vankeirsbilck Etienne, Kalbergstraat 101 L Van Loo J.K., Meulebekesteenweg 5 L Van Overbeke Jozef, Markt 23 A Verlinde Georges, Grotstraat 16 A Viaene André, Lindestraat 8 OUD-HEVERLEE (3031) A De Mey A., Waversebaan 99 PITTEM (8870) L Coussens Anna, Egemstraat 6 L Debusschere Karei, Nieuwstraat 9 L Defour Guido, Tiengebodenstraat 13 L Devoldere Wilfried, Oostwijk 21 L Lambrecht Jozef, Kauwstraat 37 L Van Daele Sylvère, Stationsstraat 7 L Vande Wiele Albert, Egemsestraat 4 L Van Holm Pol, Nachtegaalstraat 1 L Vergote Gillis, Kauwstraat 47 RANCHI (Indië) A Vandekerckhove Willy, Box 9 RIJMENAM (2830). A De Winter-Vandekerckhove Madeleine, Hoogstraat 50


ROESELARE (8800) A Denys Frans, Knapenstraat 30 A Huyghebaert Jozef, Beverenaardeweg 42 L PERSYN MARCEL, Stijn Duboislaan 2 RUISELEDE (8080) A De Muyt Maurits, Waterboordstraat 4 L De Paepe Oscar, Bruggestraat 118 A Gemeentebestuur L Poelvoorde Etienne, Bruggestraat 51 A Van Wonterghem Laura, Kruisbergstraat 19 A Verhaeghe F., Kasteelstraat 15 SCHUIFERSKAPELLE (8881) L Vandermeulen Erik, Dorp 57 A Vrije Aangenomen Openbare Biblioteek, Dorp 68a SINT-AMANDSBERG (9110) L Gheysen Louisa-M., Schoolstraat 38 L Rombaut R., Grondwetlaan 4 SINT BAAFS VIJVE (8799) L Vanhoutte Michel, Molenstraat 2 SINT ELOOIS WINKEL (8768) L Carton Robert, Kapelsestraat 28 SINT MAARTENS LATEM (9830) L Van Maele Jules, Twee Dreven 8 TIELT (8880) A Alliet Lucien, Schuiferkapelsesteenweg 29 L Ameye Gaston, Stationsstraat 14 L Ameye Marcel, Beernegemstraat 36 A Ampe Joseph, Hoogstraat 40 L Averhals Frans, Markt 10 L Baert Jozef, St Jansstraat 111 L BANK VAN ROESELARE EN WEST-VLAANDEREN, Markt L Billiet Germain, Kortrijkstraat 81 L Billiet Jaak, Stationsstraat 64 L Bossaert Michel, Grote Hulststraat 28 A Carlier Bernard, F. D’Hoopstraat 22 L Carlier Henri, Deken Darraslaan 7 L Chevrolet Paul, Beernegemstraat 40 A De Bleeker André, Kortrijkstraat 59 L De Brabant Nestor, Rame 16 L De Buck Hubert, Hollandlaan 14 L Declerck Robert, Hondstraat 6 L Declercq Aimé, leperstraat 82 L DECREUS WILFRIED, Hoogstraat 75 A Dedeurwaerder Gérard, Kasteelstraat 119 L De Gryse Philippe, Kastanjelaan 1 A Delember Bonfils, Beernegemstraat 34

44


A L L L L A L L L A L L L L L L A L A L L L L L A A L L L L A A L A L L A A L L L L L L L L L L L L L L A

Demarey Frans, Plantinstraat 27 De Muelenaere Marc, Hulststraat 17 De Rammelaere Luc, Kistestraat 20-3 Devos Emiel, Ruiseledesteenweg 5 D’haveloose Georges, Hulstplein 16 Dierckens Eugène, Sterrestraat 23 Elslander Robert, Hulststraat 20 Ghekiere Yvonne, Kortrijkstraat 37 Goethals Lydie, Lindenlaan 61 Goethals Paul, Grote Hulststraat 28 Gryp Odile, Tramstraat 6 Haazen K., Kortrijkstraat 17 Haeck Luc, Waaiberg 6 Haerynck Guido, Pontstraat 27a Huys Leon, Stationsstraat 32 Impe Johan, leperstraat 17 Instituut H. Familie, Hulstplein 32 Langerock Jan, Kortrijkstraat 29 Lannoo Godfried, Kasteelstraat 99 LAUWERYNS MARCEL, Driesstraat 15 Lemey Jean, Ontvangerstraat 2 Lenoir Jozef, Nieuwstraat 23 Linclau Marcel, Huttegemstraat 18 Loontjens Louir Kortrijkstraat 59 Loosvelt Henri, Krommewalstraat 20 Maes Lionel, Stationsstraat 23 Mesuere Rudolf, Sterrestraat 25 Neirinck Maurice, Europalaan 16 Nemegheer Joris, Kasteelstraat 55 Neyt Luc, Bruggestraat 48 Nolf Marguerite, Stationsstraat 41 O.A.K. Biblioteek, Lakenmarkt Paters Minderbroeders, Kortrijkstraat 17 Rooryck H., Stationsstraat 30 Rosseel Roland, Sterrestraat 13 Rotsaert André, Plantinstraat 30 Rubens Frans, Kistestraat 20 Sint-Jozefscollege, Kortrijkstraat 59 Snauwaert Lucien, Hondstraat 75 De Cock (Mevr.), Grote Hulststraat 63 Stevens Noël, Oude Pittemstraat 33 Tack Jozef, Beneluxlaan 51 Tack Luc, St Michielsstraat 46 Tanghe A. Robert, Oude Stationsstraat 101 Thiers Frans, Kortrijkstraat 23 Tuyttens Arsène, Europalaan 40 Vanacker Noël, Stocktmolenstraat 9 Van Daele Adiel, Lindenlaan 18 Vandenberghe Piet, Kastanjelaan 18 Vandenbulcke Michel, leperstraat 3 EVandepitte Paul, Driesstraat 9 Vandeputte André, Kasteelstraat 142 Vander Meeren Maurits, Waaiberg 4

45


L L A L L L L L L L L L L A L L L L L A L L A A L L A L L L L A L L L L L

Vander Meulen Daniël, F. D'hoopstraat 48 Vander Meulen Jan, Kasteelstraat 26 Vander Plaetse Germaine, St Jansstraat 107 VANDER PLAETSE MAURICE, Kortrijkstraat 92 Vande Walle Fernand, Hoogstraat 44 Van Doorne Walter, Beneluxlaan 6 Vanhazebrouck Marie-Louise, Kortrijkstraat 37 Van Houtte Hendrik, Hoogstraat 26 Van Huile Nie, Hoogstraat 62 Vanlandschoot Romain, Hondstraat 4 Van Maele Franz, Deinzesteenweg 6 Vanneste Robert, leperstraat 84 Vannieuwenhuyze Roger, Hulstplein 28 Vanthemsche Esther en Jozef, St Jansstraat 36 Van Wonterghem Antoon, St Jansstraat 40 Verbaeys André, Tramstraat 15 Verbeke Albert, Sterrestraat 16 VERBEKE ANDRE, F. D Hoopstraat 170 Verbeke Raymond, Nieuwstraat 8 Verbrugge Julien, Pontweg 8 Vergucht Luc, Galgenveldstraat 12 VERGUCHT MARCEL, Burggraaf Vande Vyverelaan 26 Verhelst Marcel, Lindenlaan 12 Verkest Antoon, St Jansstraat 34 Verkest Ernest, Rame 23 Vermeire José, Keidam 73 Verslype Herman, Kasteelstraat 188 Vervaeke Gérard, Pontstraat 45 Vervenne Jozef, Hoogstraat 70 Vervloet Victor, Luxemburglaan 3 VEYS ERIK, leperstraat 18 Viaene Johan, Meulebeeksesteenweg 11a WARNEZ FIRMIN, Bedevaartstraat 82 Wauters Gabriel, leperstraat 27 Wittevrongel Albert, St Michielsstraat 76 Wittevrongel Robert, Stedemolenstraat 46 Wostyn Lutgart, Nieuwstraat 18

VARSENARE (8202) A Dhondt Rik, De Manlaan 20 VEURNE (8480) A Stadsbiblioteek, Grote Markt 1 A Van Gelder Etienne, Weststraat 6 VINKT (9806) L Michem Frans, Heerdweg 13 WAKKEN (8788) A Vandenbulcke Roger, Markegemstraat 146 WEMMEL (1810) A Lemey Cyrille, Koningin Astridlaan 168

46


WEVELGEM (8610) L Vanduynslager Hubert, Lauwestraat 3 WINGENE (8050) L Anseeuw Antoon, Kerkplein 5 L Braeckevelt Remi. Zandbergstraat 44 A Callebaut Roger, Predikherenstraat 33 L C’ ,r ; klbrecht, Pastorijstraat 38 A Christiaens André, Beernemstraat 8 A Deblaere Roger, Bruggestraat 87 L Debrabandere Godfried, Tieltstraat 10 L Deschepper Robert, Bruggestraat 63 L Desoete Joris, Lammersdam 3 A Gemeentebestuur A Lams Guido, Galgenstraat 29 L Maes Rafaël, Egemsestraat 67 A Neirinck Daniël, Hillesteenweg 2 L Persyn Willy, Ratelinge 11 A Pyfferoen André, Tieltstraat 62 A Rijckaert Philippe, Markt 17 L Van Canneyt Jozef, Bruggestraat 28 L VAN DE VOORDE ANDRE, Bruggestraat 50 L Vanlaere Omer, Rozendaelstraat 4 A Van Parys Jozef, Tieltstraat 18 A Verkain Elfrida, Bruggestraat 15 ZEDELGEM (820) A Claeys Léon-Jozef, Ruddervoordestraat 40 ZELE'(9140) L Coucke Albert, Dendermondsesteenweg 4 ZWEVEZELE (8060) L Callewaert Marcel, Lichterveldestraat 28 L Deldycke (Mevr.), Lichterveldestraat 8 L Verbeure Raoul, Bruggestraat 29 R u ila b o n n e m e n te n

— — — — — — — — — — — — — — —

Handelingen K. Geschied- en Oudheidkundige Kring, Kortrijk ’t Beertje, Westvlaamse Volkskundigen, Brugge Jaarboek, Geschied- en Heemkundige Kring, Waregem De Leiegouw, Kortrijk Ons Doomkerke. Oostkamp Gemeentekrediet van België, Brussel Franciscana, Sint-Truiden Bachten de Kupe, Westende Het Brugs Ommeland, Brugge De Gidsenkring, Brugge Het lepers Kwartier, leper Appeltjes van het Meetjesland, Knesselare Ter Cuere, Bredene Mededelingen van het A.P.T., Tielt Ten Mandere, Izegem


— — — — — — —

Rollariensia, Roeselare Jaarboek, Kunst- en Oudheidkundige Kring, Deinze Bos en Beverveld, Oedelem Wamblinis, Wemmel Handelingen Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde, Gent Het Graafschap Jette, Brussel Het Land van Nevele, Landegem

V e r le n e n e e n w e r k in g s to e la g e :

— Stad Tielt — Provincie West-Vlaanderen — Ministerie van Nederlandse Cultuur

Stort nu uw lidgeld van 250 frank. Wellicht wordt U erelid : minimum 500 frank. Zo houdt U uw heemkundige kring leefbaar.

48


s.caet*/ny/n

V

J .e tn e o h e tn

'tinnekAjLi'WPt’i 3

3.

■ft

A io e r e

/

( u u i.it

w« 'ickè> rsM

a im n ijiii'tvi

&-WV* X _ # / * & 77vX ; 7 7 /Z /i/V / yX c V-, £ ,

t

K o s e k h n s k e rk e

t

^

T

& /^A^ÆX * v1 ,

a

-

,

'

klerken .#

Av’H eest

lU i r . L« l a i l h * ,

i

?/

%, - , .

o'tannvt c ^j, --------

te r /le n e k Ho In ....i rijp ■ 'leeeie

KfhmwnJ'ou

J’

ai.

..

« **» *»

.

"•/••

S U te n C h a ü .

/?,

JtJean A ton

x

o^ B e r S «OU r4- ^

^

° i

°

, ( ristpJy'e

ABtelenX^ookerk

....

-^

« v ,,,^ ,,,.» *

Jehoeeken

~

1 l l t k ^ H i-rusiee: *_

a

L T o u u JuntU

k o r t e n u iu e l

*i«t- •fenkens/wven U4 / ip P h n f , , ^r :\ StaetibervAT. M ¥ï tm t l' 1’

-J

\

.

%y^A eiiB lan lciert * Vi i

o

o

t JA ntolne

'* .

,

v _ ï\j*< 'l i r r a i

) Wocnnen

>' .1 i '

u n en.lt /e

y & ïïe r k e 'n e ^ Beutèrt.U ¥. X u e n J y U /Ul H o tits iU n e n ■ Oheol i . t x .i e n l

l' c •/<’/ < 7 /

-.

^

l* a

/£ °

iellCdI ' ^ É h \ ^ n ^

*

&//

- \ r .rt>uitl,t'!oo ^ ,n ’e u lt7 \•/le )y > ii 4^1 a„ „ , r a 7/,. koene

>

i / C Jlf'W 'rt v . —

P l a i n e ile T o

z, a

ï ,<

füoUenua'h. *

/i-7’

*

O. .h e e l «t

*

*^4 -tó.

~

ile t o i. tg <><>uter-nu>n / / > A i ?T, * ’n C M s ) He mie ^

/? ,j»r/

,ü tw.

.V V /c Æ

/

'

*

.a

ba b

Uil/

Te/Ut’th ’m

U .u tk in

, 4

//, >« ten fio/T _ ï

B e e s t AT l

)Z ,v /* .J / r

itrruie \ w l^n u reke/i^ken \ck

\ s e P fe 0 ,

l o,>/•.,/ ^ -v

1 &

;

^ i7 «# /J& P F ó'.Jfie/ie/i ’A

A ,

y

ï.'

^ r -G e e n v 'e

■' Vy ' ,

v

S

r

i

toute

r< > f-ïH i a.

tx m

( J lie ^ c h e n tK a e ^ /P / P t ù o ' c l Rr oym b J t v cà\ ii-Hi/h7iïr\tfc -H u

=jyiroe/\

4- ' ^ ^ L"* T V

J S ^te in je lM

r- " )i'A

1 - I - ( /çL/.* o

> Wüjncene

tJVaillet

¥ p^ . ï HesoeM Fitck '

'ïriu ittitlen 0

c oƒ

r. UUlo'lhVthr * Jhfo m in tfA ■/& ° y (/ OüfderAi*. 7/#oj

E- S^

\

pC nunkrt\C

^ ? b e x *

/ ^*<7^ tS r-

,

y n -t/r m

^ j j

c •’

K

re Cab

? iL b if/H e p itn U

{l 1 0

'ÏR a^ \ > ( '. U r ~ - '- U h J

v

'^jtdeGhelvs

«Tttsbc?

,

Af en in

i

7lU f

¥

B/ahsbel/

•^jhntbrt

r ‘

JCiU^i'Ijpi'M -8- , Loketsen JCemtn t

wC% a p .- ; . . ^iapei

u tla

'i

JV/ 'ie AC/i :

<Va7//\ 1

11 ■

tapa*

±Sr/wc,Afi

CrOtJibr Cab. \t \jn T in im l

(X

Vjnw&

obdiru

Profile for Roede van Tielt vzw

De Roede van Tielt Jaargang 1974  

De Roede van Tielt Jaargang 1974  

Advertisement