Page 1

safe juni // juli 2011 â‚Ź 2,95

03

Business // Beleggen // Beleven

Thema Inve

steren in de toekoms t

Optimistisch Klaas Wester van Fugro

geld

versla inflatie zomer Duur genieten voor weinig dik Obesitas is big business Shake it 15overheerlijke zomercocktails

uitdaging Hoe voeden we straks 9 miljard monden?


Safe 03 2011

inhoud

Colofon Safe is een uitgave van Hachette Filipacchi Media Nederland BV Singel 468, 1017 AW Amsterdam Telefoon 020-5353 600 E-mail info@safemagazine.nl

Hoofdredactie Rob Stallinga Chef redactie Jacqueline van Vollenhoven Redactie Robeco Liesbeth Mourits Eindredactie Jojo Oomes Artdirection Jannie van de Goor Vormgeving Sue Cowell Medewerkers aan dit nummer Willemijn van Benthem/Nico de Bruin Léon Cornelissen/Dick Duyves/Martin Dijkstra Maarten Gaillard/Maurits Giesen Peter van Kleef/Frank van Lonkhuyzen Bart Muhl/Carolyn Ridsdale/Frank Ruiter Kick Smeets/Froukje Wattel Uitgever Luc van Os Sales director Maarten Vrij Sales Michael Eedens/Esthel Jansen NL Media Advertising Group Joan Muyskenweg 6 1096 CJ Amsterdam Telefoon 020-262 3000 E-mail sales@nlmag.com Marketing Jessica Jansen Productie Arjan Ottevanger Databasemanagement Marike Bongers/Marjolein Otte Lithografie Studio Online Druk QuadWinkowski, Polen Distributie losse verkoop Van Gelderen, Gilze Safe wordt kosteloos toegezonden aan relaties van Robeco en Rabobank. Klanten met een Rabo-effectenrekening kunnen zich voor informatie vervoegen bij hun plaatselijke Rabobank. Relaties van Robeco kunnen voor informatie bellen naar 0900-8040 (10 cpm) en hun adreswijzigingen sturen naar Robeco, Postbus 2100, 3000 CC, Rotterdam. Copyright: Hachette Filipacchi Media Nederland BV. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.



safe

16 36

24

10

44 Start 7 C  atastrofe Japan gaat moeilijke tijden

tegemoet. 8 B  oekrecensie De schaduwkant van de vrije markt. 9 M  ooi duurzaam Architect Nanne de Ru wint de Maaskantprijs voor jonge architecten.

Finance 10 M  eer mensen, meer rijkdom, meer rende­

ment Drie grote demografische ontwikkelingen spelen beleggers in de kaart. 16 B  odemspeurder ‘Wij weten dat er nog voldoende olie en gas is. Het is alleen moeilijk te vinden.’ Topman Klaas Wester van AEXfonds Fugro beziet de toekomst met opti-

misme, ook als de economie radicaal overschakelt op alternatieve energie. 22 T ien vragen over het nut van dividend- aandelen. 23 D  e portemonnee van... sterrenkok Ron Blaauw. 24 D  e onzichtbare vijand Fasten your seatbelts. Robeco waarschuwt voor toe­ nemende inflatie. Beleggers doen er volgens het Rotterdamse fondsenhuis goed aan maatregelen te nemen om hun vermogen te beschermen. 31 B  escherm Antarctica Als we minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, kan de Zuidpool ook in de toekomst ongerept blijven.

34 Q  &A Een prangende financiële kwestie

Dossier

Finish

vraagt om een oplossing. 35 C  heck Martin Schijneman is het speuren naar de beste beleggingen moe. Hij wil nu de helft van zijn vermogen beleggen in aandelen en de andere helft in obligaties. Lekker makkelijk. Maar is het ook slim? 36 M  aak je niet dik Ook in opkomende markten grijpt obesitas nu om zich heen. Anders eten, fijne fitness en een slimmere gezondheidszorg kunnen het tij keren. Dat is met recht een gezonde beleggingstrend.  40 R  isk Volkskrant-journalist Frank van Workum begint een winkel in nieuw antiek. ‘Het gaat gewoon lukken.’ 42 K  ijk Katoen uit China.

44 D  uur genot voor weinig Eten bij leerling-

65 N  ieuw tekenen Werk van honderd

koks. Muziek in het concertgebouw. Genieten hoeft niet veel te kosten.

Style 54 C  hill! Strawberry kiss, Tasmanian devil

en dertien andere overheerlijke zomercocktails. Ook zonder alcohol! 60 Z omerconcerten Swing mee met Zomer­ coryfee Eric Vloeimans, voel je bloed stromen bij de warme ritmes van AfroCubism en luister heel stil naar Quirine Viersen die het celloconcert van Dvorák speelt. 64 P  uzzel mee en maak kans op een St. Gerlach wellness-arrangement voor twee personen.

Nederlandse hedendaagse kunstenaars in het Stedelijk Museum Schiedam. 66 A rt & Travel New Museum in Manhattan 67 G  adgets Vier gadgets en een boek voor blije kinderen op de achterbank. 68 K  ost dat? Steen.

Robeco 69 Een  overzicht van de prestaties en voor­

uitzichten van de Robeco-fondsen 82 C  olumn Volgens Léon Cornelissen is

Amerika niet Griekenland. Cover Getty Images

safe




Safe 03 2011

inhoud

Colofon Safe is een uitgave van Hachette Filipacchi Media Nederland BV Singel 468, 1017 AW Amsterdam Telefoon 020-5353 600 E-mail info@safemagazine.nl

Hoofdredactie Rob Stallinga Chef redactie Jacqueline van Vollenhoven Redactie Robeco Liesbeth Mourits Eindredactie Jojo Oomes Artdirection Jannie van de Goor Vormgeving Sue Cowell Medewerkers aan dit nummer Willemijn van Benthem/Nico de Bruin Léon Cornelissen/Dick Duyves/Martin Dijkstra Maarten Gaillard/Maurits Giesen Peter van Kleef/Frank van Lonkhuyzen Bart Muhl/Carolyn Ridsdale/Frank Ruiter Kick Smeets/Froukje Wattel Uitgever Luc van Os Sales director Maarten Vrij Sales Michael Eedens/Esthel Jansen NL Media Advertising Group Joan Muyskenweg 6 1096 CJ Amsterdam Telefoon 020-262 3000 E-mail sales@nlmag.com Marketing Jessica Jansen Productie Arjan Ottevanger Databasemanagement Marike Bongers/Marjolein Otte Lithografie Studio Online Druk QuadWinkowski, Polen Distributie losse verkoop Van Gelderen, Gilze Safe wordt kosteloos toegezonden aan relaties van Robeco en Rabobank. Klanten met een Rabo-effectenrekening kunnen zich voor informatie vervoegen bij hun plaatselijke Rabobank. Relaties van Robeco kunnen voor informatie bellen naar 0900-8040 (10 cpm) en hun adreswijzigingen sturen naar Robeco, Postbus 2100, 3000 CC, Rotterdam. Copyright: Hachette Filipacchi Media Nederland BV. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.



safe

16 36

24

10

44 Start 7 C  atastrofe Japan gaat moeilijke tijden

tegemoet. 8 B  oekrecensie De schaduwkant van de vrije markt. 9 M  ooi duurzaam Architect Nanne de Ru wint de Maaskantprijs voor jonge architecten.

Finance 10 M  eer mensen, meer rijkdom, meer rende­

ment Drie grote demografische ontwikkelingen spelen beleggers in de kaart. 16 B  odemspeurder ‘Wij weten dat er nog voldoende olie en gas is. Het is alleen moeilijk te vinden.’ Topman Klaas Wester van AEXfonds Fugro beziet de toekomst met opti-

misme, ook als de economie radicaal overschakelt op alternatieve energie. 22 T ien vragen over het nut van dividend- aandelen. 23 D  e portemonnee van... sterrenkok Ron Blaauw. 24 D  e onzichtbare vijand Fasten your seatbelts. Robeco waarschuwt voor toe­ nemende inflatie. Beleggers doen er volgens het Rotterdamse fondsenhuis goed aan maatregelen te nemen om hun vermogen te beschermen. 31 B  escherm Antarctica Als we minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen, kan de Zuidpool ook in de toekomst ongerept blijven.

34 Q  &A Een prangende financiële kwestie

Dossier

Finish

vraagt om een oplossing. 35 C  heck Martin Schijneman is het speuren naar de beste beleggingen moe. Hij wil nu de helft van zijn vermogen beleggen in aandelen en de andere helft in obligaties. Lekker makkelijk. Maar is het ook slim? 36 M  aak je niet dik Ook in opkomende markten grijpt obesitas nu om zich heen. Anders eten, fijne fitness en een slimmere gezondheidszorg kunnen het tij keren. Dat is met recht een gezonde beleggingstrend.  40 R  isk Volkskrant-journalist Frank van Workum begint een winkel in nieuw antiek. ‘Het gaat gewoon lukken.’ 42 K  ijk Katoen uit China.

44 D  uur genot voor weinig Eten bij leerling-

65 N  ieuw tekenen Werk van honderd

koks. Muziek in het concertgebouw. Genieten hoeft niet veel te kosten.

Style 54 C  hill! Strawberry kiss, Tasmanian devil

en dertien andere overheerlijke zomercocktails. Ook zonder alcohol! 60 Z omerconcerten Swing mee met Zomer­ coryfee Eric Vloeimans, voel je bloed stromen bij de warme ritmes van AfroCubism en luister heel stil naar Quirine Viersen die het celloconcert van Dvorák speelt. 64 P  uzzel mee en maak kans op een St. Gerlach wellness-arrangement voor twee personen.

Nederlandse hedendaagse kunstenaars in het Stedelijk Museum Schiedam. 66 A rt & Travel New Museum in Manhattan 67 G  adgets Vier gadgets en een boek voor blije kinderen op de achterbank. 68 K  ost dat? Steen.

Robeco 69 Een  overzicht van de prestaties en voor­

uitzichten van de Robeco-fondsen 82 C  olumn Volgens Léon Cornelissen is

Amerika niet Griekenland. Cover Getty Images

safe




Tekst Rob Stallinga

start

DIT KEER . Ramp op ramp Moeten we Japan opgeven? . Hotstock Bodemonderzoeker TGS Nopec . Top-5 Vrijemarktsympathisanten . Boek Het neoliberalisme als utopie . Interview Architect Nanne de Ru

Veerkracht gevraagd Arm Japan. De Japanse economie draaide al niet lekker en onlangs kwam er nog eens een aardbeving, een tsunami en een nucleaire ramp bij. Los van het verdriet om het enorme aantal slachtoffers – het dodental kan oplopen tot 25 duizend – staat het land nu voor de immense opdracht de materiële schade te herstellen. De rekening kan oplopen tot 210 miljard euro. Hiervan komt naar schatting veertig procent terecht bij de Japanse regering. Dat wordt lenen. Nemen we bovendien in aanmerking de Japanse staatsschuld, die inmiddels zo’n tweehonderd procent van het bnp bedraagt (dat percentage is drie maal zo hoog als dat van de Nederlandse overheidsschuld), dan rijst de vraag: hoe gaat Japan dat allemaal betalen? Lukas Daalder, senior beleggingsstrateeg bij Robeco, heeft daarop

Beeld Hollandse Hoogte

geen antwoord. Hij vreest het moment dat de huidige lage rente omhoog gaat. ‘Dit betekent duidelijk een verslechtering van de structurele schuldpositie van Japan. De ramp is géén blessing in disguise, zoals sommige economen opperen. Ik heb mijn twijfels over de kredietwaardigheid van Japan op de lange termijn.’ Nee, Daalder is niet erg optimistisch over de economische toekomst van Japan. Dat wil niet zeggen dat hij oproept de Nikkei te mijden. ‘Aandelen zijn inmiddels wel goedkoop.’ Kopen dus? Daalder: ‘Ehhh, dat zeg ik niet. In een wereldwijde aandelenportefeuille is uiteraard altijd ruimte voor Japanse aandelen, maar de gevaren zijn een stuk groter geworden. Het is nog maar de vraag of beleggers voldoende worden gecompenseerd voor de extra risico’s die zij lopen.’

safe




Ontvang Safe Magazine nu 6 maanden gratis In Safe, het magazine van Robeco, leest u alles over financiĂŤn, beleggen, genieten en lifestyle. Wilt u ook Safe Magazine 6 maanden gratis en geheel vrijblijvend ontvangen?

Vraag Safe Magazine hier aan


finance demografie

MEER mENSEN, MEER GELD, MEER RENDEMENT Demografische veranderingen hebben impact op beleggingen. Drie beleggingsspecialisten van Robeco houden er nadrukkelijk rekening mee. ‘Meer ouderen betekent dat meer mensen op reis gaan. Dat is de reden dat we in de portefeuille ruimte hebben gemaakt voor een cruisemaatschapij.’

Tekst Rob Stallinga 10 safe

Beeld Hollandse Hoogte en Getty Images


demografie finance

Beleggen is vooruitzien. Dat is dus ook weten waar het naartoe gaat met de wereldbevolking. Drie grote demografische veranderingen vragen dringend om een passend beleggingsantwoord.

1 Tussen nu en 2050 neemt de wereldbevolking toe van zes tot negen miljard. 2 Grote delen van de ontwikkelde markten krijgen te maken met vergrijzing. 3 In de opkomende markten groeit een welvarende middenklasse die hetzelfde comfort wenst als die wij gewend zijn. Wat zijn de economische gevolgen van deze demografische veranderingen? Wat doet het met de wereld? Drie beleggings­ pecialisten van Robeco buigen zich over de verregaande implicaties van deze veranderingen. Wij stellen ze aan u voor. Klaas Smits is productmanager van het themafonds SAM Sustainable Agribusiness Equities, ook wel food en agri genoemd. Het fonds wordt geleid door duurzaam vermogensbeheerder SAM in Zwitserland en belegt in bedrijven die zich richten op de productie van voedsel in de ruimste zin. Het fonds boekte in 2010 een rendement van 22 procent. Jack Neele is manager van het themafonds Robeco Global Consumer Trends Equities. Dit fonds rust op drie pijlers: de digitale consument met zijn honger naar gadgets, de rijker wordende consument in de opkomende markten en de behoeften van de ouder wordende consument in de ontwikkelde markten. Het themafonds heeft de afgelopen jaren een krachtig visitekaartje afgegeven. Vorig jaar scoorde het fonds een plus van 35 procent. In de afgelopen vijf jaar, inclusief de crisis dus, boekte Robeco Global Consumer Trends een gemiddeld rendement van zeven procent per jaar. Fondsmanager Patrick Lemmens ten slotte bestiert het themafonds Robeco New World Financials. Het fonds opereert in een lastige markt. Het ging het jaar 2010 uit met een

plus van veertien procent, maar over de laatste vijf jaar boekte het een negatief rendement. De financiële sector was duidelijk niet de sector waarin je in de afgelopen periode moest zitten, zo weet ook Lemmens. ‘Het is een sector waarin je een aantal jaren goede rendementen behaalt en dan komt de klap. Het beste is om dan er niet in te zitten en op het dieptepunt weer in te stappen.’ New World Financials heeft het inderdaad sinds het laatste grote dieptepunt op 9 maart 2009 opvallend goed gedaan. Aandeelhouders zagen de koers van het fonds met 142 procent stijgen, zestien procent beter dan de sector. New World Financials belegt in financiële instellingen die opereren in opkomende landen waar de pene­ tratie van bank- en verzekeringsproducten nog laag is. New World gaat ook over de veranderende regels in het bank­ wezen. Er zijn bedrijven die daarvan gebruikmaken. Een andere belangrijke trend is de groei in vermogensbeheer. Alle drie de themafondsen zijn gericht op groei. Dat moet mooie rendementen opleveren. Lemmens: ‘Economische groei en inflatie bij elkaar opgeteld bedraagt de komende jaren zo zes procent. Daarbovenop wil je gecompenseerd worden voor het risico dat je loopt. Dan kom je op tien procent. Ik streef ernaar om daar nog eens vier procent bovenop te verdienen.’ Neele: ‘Wij willen het niet vier maar vijf procent beter doen dan de markt.’ Smits weigert percentages te noemen, omdat aandelenkoersen daarvoor te grillig bewegen. Wel kijkt hij optimistisch vooruit. ‘De trend is dat de vraag naar voedsel toeneemt en het aanbod moeite heeft om daaraan te voldoen. Daarom verwacht ik dat mijn fonds bovengemiddeld zal presteren.’ Maar wat zijn de concrete gevolgen van de drie grote demografische trends van nu en straks? Wat doet dat met de mondiale economie? Wat betekent dat voor onze aarde? In vijftig uitspraken leggen Klaas Smits, Jack Neele en Patrick Lemmens uit hoe deze trends hun beleggingsbeleid bepalen.  >

Times Square, New York Rechterpagina: Shibuja area, Tokio

safe 11


finance demografie

De wereldbevolking neemt tussen tot 2050 met de helft toe. Welke bedrijfstakken groeien even hard mee?

1 Smits: ‘Meer mensen hebben meer voedsel nodig. De extra vraag komt vooral uit Azië en Noord-Afrika. Wij zien kansen voor met name bedrijven die in het begin van de voedselwaardeketen zitten en in deze gebieden een voet tussen de deur hebben. Denk aan zaadveredelaars, mestproducenten, kortom bedrijven die helpen om de productie te vergroten.’ 2 Smits: ‘Het voedsel moet ook op de juiste plekken terechtkomen. Wij verwachten een sterke groei van transportbedrijven die de agrarische producten op de plaatsen krijgen waar ze gevraagd zijn.’ 3 Smits: ‘Het produceren van voedsel zal duurder worden. Dat gaat ten koste van de marges van bedrijven als Unilever en Nestlé.’

4 Neele: ‘Ik geloof in bedrijven die in opkomende landen aan de primaire voedselbehoeften voldoen. Zo hebben wij in de portefeuille een plaatsje vrijgemaakt voor het Chinese Want Want. Dat verkoopt via zevenhonderdduizend verkooppunten rijstcrackers, noedels, zuivelproducten en andere populaire producten in Azië.’

natuurrampen neemt toe. Het wordt steeds lastiger om dat nog te verzekeren De verliezen worden zo groot dat de private sector ze niet kan betalen.’

Keerzijde van de wereldwijde bevolkingsgroei is dat er een nog groter beroep wordt gedaan op de schaarse grondstoffen van moeder aarde. Waar leidt dat toe?

7 Smits: ‘Zoals we nu bezig zijn, kunnen we zelfs met het huidige aantal mensen niet langer doorgaan.’ 8 Neele: ‘Grondstoffenschaarste zou kunnen leiden tot meer protectionisme. Dat is een gevaar voor de wereld­economie.’ 9 Smits: ‘Het is technologisch geen probleem om meer voedsel te produceren, maar of dit allemaal op de juiste plek terechtkomt, is een ander verhaal. Als een groot rijstexporteur als Vietnam plotseling besluit om de rijstexport te staken, hebben omringende landen een groot probleem. Ik ga ervan uit dat de voedselprijzen ook de komende vijf tot tien jaar flink zullen bewegen. De consument zal moeten wennen aan hevige prijsschommelingen.’

5 Lemmens: ‘Voor financials is de bevolkingsgroei interessant, omdat de algemene vraag naar huizen en wegen toeneemt. Dat moet allemaal worden gefinancierd. Daar spelen sommige banken op in.’

10 Lemmens: ‘Naar de gevolgen van de bevolkingsgroei kun je op twee manieren kijken. Op een negatieve manier door te wijzen op de mogelijkheid van oorlog en hongersnoden. Ik geloof meer in de optimistische visie, waarbij innovatie zorgt voor voldoende voedsel en een schonere wereld. Ik heb daarom financiële instellingen in mijn portefeuille opgenomen die deze innovaties financieren.’

6 Lemmens: ‘Een groot risico is wel dat een deel van de hardst groeiende steden op breuklijnen liggen. De impact van

11 Neele: ‘Gelukkig hebben de opkomende landen veel geleerd van de fouten die hier zijn gemaakt.’

12 safe

Luieren op zee


demografie finance

12 Lemmens: ‘In China zijn de regels voor CO2-uitstoot strenger dan hier. Dat dwingt westerse autofabrikanten om schonere auto’s te bouwen dan de regels hier voorschrijven.’

markten. Daarnaast beleg ik ook in spelers uit Europa en de Verenigde Staten die juist in de opkomende landen hun groei willen realiseren.’

13 Smits: ‘Zeventig procent van het water dat de mens consumeert is voor food en agri. Dat is niet langer nodig als je ophoudt met het uitgooien van grote hoeveelheden water over het land en overgaat op fijnmazige irrigatie.’

19 Lemmens: ‘De ondoorzichtigheid van opkomende markten is wel een probleem. Zo heb ik geen posities in Chinese banken, omdat ik geen enkel zicht heb op hun kredietportefeuilles.’

14 Lemmens: ‘Technologie die wij hier ontwikkelen om water schoon te maken, wordt op grote schaal door China ingekocht. Bijvoorbeeld door het private equity bedrijf Origo. Ja, daarin is het fonds belegd.’

Trend 2: de vergrijzing. Terwijl de bevolking in grote delen van de wereld toeneemt, neemt zij in andere delen af. Wat zijn de economische gevolgen van vergrijzing?

Zijn de landen waar de extra mensen komen te wonen ook de landen waar beleggers hun geld naartoe moeten brengen?

15 Neele: ‘Wij geloven zowel in lokale bedrijven die lokale producten aanbieden, als in westerse bedrijven die producten verkopen die men in Azië graag wil hebben maar niet zelf kan maken, zoals champagnes en andere luxegoederen.’ 16 Smits: ‘Food en agri belegt een kwart van zijn geld in opkomende markten. Dat is veel in vergelijking met de benchmark.’ 17 Neele: ‘Inmiddels komt de helft van de omzet van horloge­maker Swatch uit China. Het is een voorbeeld van hoe grote internationale ondernemingen profiteren van de economische groei in de opkomende landen.’

18 Lemmens: ‘Het is een mix. Zo’n 22 procent van mijn portefeuille bestaat uit financiële instellingen in opkomende

Bagagebanden op de luchthaven van Stockholm

20 Lemmens: ‘Vergrijzing kan leiden tot een tekort aan arbeidskrachten. Pensioenstelsels komen onder druk. De economische werkelijkheid verandert. Oudere mensen hebben andere wensen dan jongere.’ 21 Smits: ‘Je krijgt een heel andere opbouw van je economie. De servicesector wordt groter, de industrie kleiner.’ 22 Neele:‘Meer ouderen betekent dat er meer mensen op reis gaan. Dat is de reden dat we in de portefeuille ruimte hebben gemaakt voor een cruisemaatschappij. De gemiddelde cruiseganger is 50-plus.’ 23 Smits: ‘Vergrijzing gaat ten koste van economische groei. Een belangrijke reden dat opkomende landen zo hard groeien is puur omdat het aantal mensen daar toeneemt.’

24 Smits: ‘Belangrijker dan te kijken naar de ontwikkeling van het bnp is om te letten op de ontwikkeling van het besteedbare inkomen. Zolang dat stijgt, zal niemand problemen hebben met een afnemende economische groei.’  > safe 13


finance demografie

25 Neele: ‘Ik denk dat oudere mensen meer geld te besteden hebben. Het gedeelte dat ze uitgeven aan voedsel, wordt kleiner. Terwijl uitgaven aan kleding, reizen en auto’s juist toenemen.’

agri in lijn met andere sectoren. In de toekomst zal food en agri bovengemiddeld presteren. Ik hoop dat pensioenfondsen dat ook begrijpen. En ook dat zij inzien dat het fonds een goede inflatiehedge is.’

26 Smits: ‘Ik vraag me af of onze kinderen nog zo rijk zullen zijn als wij.’

Trend 3: Meer mensen in de opkomende landen hebben meer geld uit te geven. Welke bedrijven profiteren daarvan?

27 Lemmens: ‘Zolang wij het geld niet opmaken en keurig doorgeven aan onze kinderen, zullen zij niet armer zijn.’ Hoe gaat het verder met het pensioenstelsel?

28 Lemmens: ‘De trend is duidelijk: mensen moeten het steeds meer zelf doen. Ze zijn steeds meer verantwoordelijk voor de beleggingsrisico’s die ze lopen.’ 29 Neele: ‘De vraag is of je pensioensparen wel aan de mensen zelf kunt overlaten.’

34 Neele: ‘Ten eerste natuurlijk die bedrijven die producten leveren aan de consument in opkomende landen. Wij beleggen daarom in daar aanwezige warenhuisketens. Maar ook zien we veel potentie in bedrijven die producten leveren die ze in de opkomende landen niet hebben. Autoproducent BMW is daarvan een mooi voorbeeld. De Chinezen zijn zelfs bereid om een premie te betalen als de BMW niet in eigen land, maar echt in Duitsland is gemaakt.’

30 Smits: ‘Ik zie een heel nieuwe financiële adviesindustrie ontstaan.’

35 Smits: ‘Mensen met meer geld eten anders. De Chinees is niet langer tevreden met een kom rijst en een kippenbout. Hij wil ook rundvlees. Dat doet een extra beroep op landbouwgrond en op water. Daar spelen wij op in.’

31 Smits: ‘Pensioenfondsen zitten helaas nog altijd in een keurslijf. Als de rendementen slecht zijn, moeten zij in steeds veiligere obligaties beleggen. Dan koop je obligaties met nul procent rendement. Dat is niet vol te houden.’

36 Lemmens: ‘Ik ben niet bang dat het kopieergedrag in Azië ten koste gaat van de winsten van westerse luxemerken. Als je iets van luxe wilt hebben en je kunt het betalen, dan wil je dat het echt is.’

32 Lemmens: ‘Door de regelgeving vluchten pensioen­ fondsen naar alternatieve beleggingen, zoals hedgefondsen, private equity, et cetera. Daarvan probeert mijn fonds te profiteren.’

37 Neele: ‘Opvallend is dat de duurste cognac in China het beste verkoopt.’

33 Smits: ‘Historisch gezien is de performance van food en 14 safe

38 Neele: ‘In Azië wordt heel veel gegokt. Daar houden Aziaten van. Gokbedrijven zien hun winsten daarom sterk toenemen.’

Autobeurs in Beijing


demografie finance

39 Lemmens: ‘Het zal niet verbazen dat wij veel zien in private banking.’ 40 Neele: ‘In de opkomende markten is het bedrijfsleven minder transparant. Pas als ik het management heb gezien en gesproken, wil ik de stap wagen.’ 41 Lemmens: ‘In de opkomende markten zijn nog veel financiële producten te verkopen. Daar zijn vooral westerse financials goed op ingericht. Zij hebben de meeste ervaring om de mensen de financiële producten te bieden die zij willen. Natuurlijk zullen zij de lokale mentaliteit wel moeten begrijpen. Zo zijn Aziaten wat betreft beleggen veel meer op de korte termijn gericht dan wij.’ 42 Neele: ‘Voor de elektronische marktleiders van vroeger, zoals Sony, Panasonic en Philips, valt er in de toekomst niet veel te verdienen in consumentenelektronica. De volumes gaan weliswaar omhoog, maar de marges omlaag. Wij beleggen in geen van die bedrijven.’ 43 Lemmens: ‘Ik zie de positie van de grote westerse financiële instellingen niet in gevaar komen door de komst van nieuwkomers. Bestaande partijen met grote marktaandelen blijven dominant. Daar kom je niet zomaar tussen. Een overnamegolf zie ook ik niet snel op ons af komen, want de geschiedenis leert dat een financiële instelling lastig is te integreren. Bovendien, waarom zouden banken uit India of China hiernaartoe komen als in de eigen thuismarkt nog zo veel te winnen is.’

Onderwijl lopen de prijzen van grondstoffen almaar op. Dat is toch niet goed voor de ontwikkeling van de inflatie en daarmee de consumentenbestedingen.

44 Smits: ‘Wij hebben hoge grondstoffenprijzen nodig. Voor de agrarische sector is dat een stimulans om meer te produceren. Hogere prijzen lokken investeringen in technologische ontwikkelingen uit.’

Shibuya area, tokio

45 Lemmens: ‘Een beetje inflatie is alleen maar goed. Voor banken en verzekeraars, maar ook voor beleggers. Bij een lage rente worden te veel risico’s genomen, waardoor ongewilde situaties kunnen ontstaan.’ 46 Neele: ‘Wij houden de prijzen van grondstoffen in de gaten. H&M hebben we onlangs verkocht, omdat de katoenprijs zo is gestegen. Hierdoor zijn de marges flink onder druk gekomen.’ 47 Smits: ‘Innovatie kan ervoor zorgen dat de agrarische sector in opkomende landen niet alleen meer produceert, maar ook stabielere opbrengsten geeft. Boer en financier worden daar beiden beter van.’ 48 Lemmens: ‘De markt van soft commodities is altijd verstoord geweest door de royale toekenning van subsidies. Iedereen wilde immers zijn eigen voedsel produceren. Ik weet niet waar het met de handel in agrarische producten naartoe gaat: meer globalisering of meer protectionisme.’ 49 Smits: ‘Protectionisme is een reëel gevaar. Egypte haalt tachtig procent van zijn graan uit Rusland. Dat is voor het land een groot risico.’

50 Lemmens: ‘China koopt grote delen van Afrika op om zijn grondstoffen veilig te stellen. Niet de zucht naar meer rendement, maar het verlangen naar veiligheid is de reden van dit beleid.’ ■ safe 15


finance inflatie

24 safe

Beeld Hollandse Hoogte


Tekst Peter van Kleef

vechten tegen inflatie

â–˛

Het brood bij de bakker is nog goed te betalen, prijzen in de horeca rijzen allerminst de pan uit en wie zich nieuw in de kleren wil steken, lijkt ook niet veel duurder uit dan een paar jaar geleden. Alleen aan de pomp en op de jaarlijkse energierekening krijgt inflatie een gezicht. De onzichtbare vijand die ongemerkt aan het zo zorgvuldig opgebouwde vermogen knabbelt. Onophoudelijk en, als de doemdenkers gelijk krijgen, in toenemende mate. Beleggers doen er goed aan een begin te maken met het opwerpen van een dam rond hun portefeuille tegen inflatie.

president Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB). Om de inflatie te beteugelen, verhoogt hij dit jaar nog een paar keer de korte rente, zo is de verwachting

safe 25


‘Een deel van de beleggers ziet toekomstige inflatie als een risico dat in de beleggingsportefeuille moet worden afgedekt, maar er is ook een groep die inflatie juist ziet als een kans’

‘The most powerful force in the universe is compound interest.’ Rente op rente zorgt voor een versnelde aanwas van het vermogen. Het is een economische wet waarmee veel beleggers rekenen. Waarmee ze zich rijk rekenen. Wie 28 jaar lang 2,5 procent rente opstrijkt, ziet zijn spaarsaldo in die periode verdubbelen. Of Albert Einstein echt ooit gezegd heeft dat rente op rente de grootste kracht in ons universum is, valt niet meer te bewijzen. Maar dat die uitspraak aan het genie wordt toegeschreven, zegt al veel over het waarheidsgehalte ervan. Want ja, rente op rente is inderdaad een nauwelijks te onderschatten fenomeen. Het vervelende is dat deze financiële wet ook omgekeerd geldt – en dat is precies waar bijna geen enkele belegger serieus rekening mee houdt: de vernietigende werking van inflatie op het zo zorgvuldig opgebouwde kapitaal. Jaarlijks knabbelt inflatie onvermoeibaar aan de beleggingsportefeuille, vaak zonder dat beleggers er erg in hebben, laat staan dat ze ermee rekenen. Inflatie is daarmee de onzichtbare vijand van beleggers. Onzichtbaar en te vaak onderschat. Erg verwonderlijk is dat niet, want in de westerse wereld is inflatie al twee decennia een non-issue. Het percentage waarmee de waarde van ons geld afneemt, komt al zo’n twintig jaar niet meer structureel boven de twee à 2,5 procent uit, ongeveer conform de officiële bovengrens van twee procent die de Europese Centrale Bank (ECB) hanteert. Toch neemt het aantal doemdenkers dat hoge inflatie tot zelfs uit de hand gierende inflatie in de nabije toekomst onvermijdelijk acht, gestaag toe. Juist door de jarenlange rust aan het inflatiefront lijken zij vooral roependen in de woestijn te zijn. Bovendien valt de gerealiseerde inflatie in de belangrijkste westerse economieën voorlopig mee, al loopt die onmiskenbaar op. Het is allemaal wat minder onschuldig dan het op het eerste gezicht lijkt, vindt Lukas Daalder, strateeg bij Robeco. ‘Het beeld is wel een beetje vertekend, bijvoorbeeld doordat de banengroei in de Verenigde Staten niet geweldig is. De productiecapaciteit is laag, er staat nog veel mankracht langs de zijlijn en er komen niet bepaald een half miljoen banen per maand bij. 26 safe

Dat creëert het gevoel dat het met die inflatie wel meevalt.’ Daalder verwijst daarmee indirect naar de output gap (zie kader): het verschil tussen de werkelijke productie in een land en de maximale productie die de economie van het land aankan zonder oververhit te raken.

Tweede ronde

Van Weimar tot Zimbabwe Ruim twee procent inflatie in Europa, bijna vijf procent in het Verenigd Koninkrijk, een goede zes procent in China – het valt in het niet bij de hyperinflatie in de Weimarrepubliek (1919-1933). De Duitsers kampten met de schuldaflossing die was vastgelegd in het verdrag van Versailles na de Eerste Wereldoorlog, waar later de beurskrach nog eens bovenop. En ze blonken uit in het drukken van ongedekt geld. Eerst om de oorlog te financieren, later om de schuld af te lossen. Een Amerikaanse dollar was voor WO I nog 4,20 Duitse mark waard, in 1922 was dat al honderd keer zoveel: 420 mark. En dat was nog maar de aanloop tot de echte hyperinflatie. Op 24 juli 1923 was een dollar 414.000 mark waard, tweeënhalve maand later was een dollar vijf miljard mark waard. Duitse burgers reden met een krui­ wagen vol papiergeld naar de winkel voor een brood. Die periode is meer dan een voetnoot in de Euro­ pese geschiedenis. Het is ook nu nog het schrikbeeld van alle Duitse economen, politici en centrale bankiers en kleurt voor een groot deel het Europese monetaire beleid, dat er juist daarom zo anders uitziet dan het ruime monetaire beleid van de Amerikaanse centrale bankier, Ben Bernanke. Ook deze eeuw heeft al zijn hyperinflatie gekend. In het Zimbabwe van dictator Robert Mugabe moesten de afgelopen jaren regelmatig nieuwe bankbiljetten worden verzonnen met nog meer nullen. In 2008 liep de inflatie op tot – een geschatte – 230 miljoen procent op jaarbasis. Prijzen verdubbelden elke dag.

Ondertussen is de inflatie in het Verenigd Koninkrijk opgelopen tot 4,4 procent en de Bank of England houdt rekening met vijf procent voor het eind van het jaar. Dat zijn serieuze cijfers. ‘Inflatie is dus al een probleem’, meent Daalder, ‘ook al is het Britse cijfer vertekend door de btw-verhoging van vorig jaar. Maar de tweede ronde – looninflatie – klopt al aan de deur, terwijl de voedsel- en energieprijzen ook gewoon blijven oplopen.’ Natuurlijk zijn de Britten ook in dit opzicht linksrijders op de financiële snelweg. De inflatie in continentaal Europa ligt een flinke tik lager, net boven de twee procent, en daarmee keurig binnen de pylonen die de ECB heeft uitgezet. Maar Europa is eigenlijk niet in één cijfer te vangen, vindt Daalder. Vooral Duitsland kleurt dat cijfer. De werkloosheid ligt er op het laagste niveau sinds de eenwording en de Ifo Geschäftsklima – de index die de prijsverwachtingen weergeeft – staat op het hoogste niveau sinds de val van de Muur. Nederland en België hebben ook historisch lage werkloosheid als gevolg van hun economische banden met deze economische grootmacht. Het gevolg is wel dat de Duitse chemievakbond al een looneis van zeven procent op tafel heeft gelegd en ook IG Metall, de vakbond voor de metaalindustrie, stelt traditiegetrouw zeer hoge looneisen. Daarmee verschuift de aandacht langzaam van hoge grondstof- en voedselprijzen naar de tweede ronde van de tradi­ tionele inflatiecyclus: looninflatie. Werknemers willen een hoger salaris vanwege gestegen kosten van levensonderhoud. Geen wonder dat de ECB, die in Duitsland zetelt, dat nauwgezet volgt en steeds vaker geluiden laat horen dat de rente zal stijgen. De ECB grijpt daarmee vermoedelijk veel eerder naar het rentewapen dan de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), en >


inflatie finance

Ben Bernanke, baas van de Amerikaanse centrale bank, de FED. Hij beschouwt de huidige oplopende inflatie als tijdelijk. Niemand, die weet, wanneer hij de rente weer zal optrekken en een einde maakt aan de stimuleringsmaatregelen.

Beeld Hollandse Hoogte

safe 27


finance inflatie

‘Ondanks de ramp in Japan, de onlusten in de Arabische wereld en de begrotingscrisis in Europese landen wordt toch steeds gehint op een renteverhoging’

dat terwijl de economische groei in Europa fragieler lijkt dan die in de Verenigde Staten, afgezien van Duitsland. De inflatie in de VS is laag, maar ook daar plaatst Daalder kanttekeningen bij. ‘De Federal Reserve kijkt vooral naar de kerninflatie, waarbij voedsel en olie niet meetellen. Het gevolg daarvan is dat de huren voor bijna veertig procent meewegen in dat cijfer en die hebben zo langzamerhand wel de bodem bereikt.’ Dat zou betekenen dat inflatie in de VS de komende jaren ook nog maar één kant op kan: omhoog. In Europa heeft de ECB zich ondertussen in een hoek geschilderd, denkt Daalder. ‘Ondanks de ramp in Japan, ondanks de onlusten in de Arabische wereld en ondanks de begrotings­ crisis in diverse Europese landen wordt toch steeds gehint op een renteverhoging. Voor de ECB is er wat dat betreft geen weg terug meer.’ Het effect zal evenwel cosmetisch zijn. Een renteverhoging van een kwart procent of een half procent zal nauwelijks enige impact hebben. ‘De rente is nu één procent bij een inflatie van twee procent in de eurozone. Dan heb je feitelijk een negatieve reële rente. Dat wordt met twee kwartjes net weggewerkt, meer niet.’

Gevaren Het grootste probleem – en meteen de belangrijkste reden waarom doemdenkers rekenen op forse inflatie – blijven natuurlijk de overheidsfinanciën in veel westerse landen. Een land dat kampt met een te grote staatsschuld heeft twee geijkte manieren om zich daaraan te ontworstelen. Of het bezuinigt fors, of het werkt het tekort weg door economische groei. Als dat laatste niet in reële termen kan (dus met échte groei), dan maar in nominale termen. Met andere woorden: wie de economische problemen niet te boven kan groeien, kan inflatie creëren om op die manier de schulden terug te brengen. Van die strategie wordt de Amerikaanse centrale bank beschuldigd. Met QE2 (Quantitative Easing 2, het programma van monetaire stimulering van de economie) drukt de Fed extra geld bij zonder dat daar extra waarde tegenover staat. Dat kan zorgen voor inflatie. Een gevaar is dat beleggers extra 28 safe

de Mythe van de output gap Output gap. Het is een term uit het woordenboek van macro-economen. Maar omdat juist de output gap vaak wordt aangehaald als reden waarom economen denken dat het wel zal loslopen met inflatie, is het de moeite waard in te zoomen op die term. De output gap geeft het verschil aan tussen de huidige economische groei van een land en de maximale groei. Theoretisch is groei natuurlijk onbegrensd, maar in dit geval gaat het om de maximale groei totdat er oververhitting van een economie ontstaat. Oververhitting leidt tot inflatie, en daarmee zijn we bij de kern van het betoog. Het gaat dus om de speelruimte die een economie heeft om door te groeien zonder dat oververhitting en te hoge inflatie de kop opsteken. Volgens veel economen is die output gap in ontwikkelde wereld nu nog groot. Er is nog vrij veel werkloosheid. Bij hogere economische groei kunnen werklozen dus instromen zonder dat er looninflatie ontstaat. Maar de theorie van de output gap is niet onomstreden. Vooral omdat het berekenen ervan niet zo simpel is als het lijkt. Edin Mujagic, econoom en vaandeldrager van de inflationista’s in Nederland, vindt dat het argument aan alle kanten rammelt. Mujagic denkt dat de output gap helemaal niet te berekenen valt. Hij vergelijkt het met iemand die geblinddoekt langs de snelweg staat en moet inschatten wat het verschil is tussen de actuele snelheid en de topsnelheid van een auto die hij voorbij hoort razen. Een onmogelijke klus die hooguit een grove schatting kan opleveren, oordeelt Mujagic. ‘Dat is echter exact wat economen moeten doen om de output gap te meten.’ Bron: inflatieblog.nl

rente vragen voor de kredieten die zij in de toekomst aan Amerika verstrekken. Ook andere overheden kunnen hiermee te maken krijgen. De kapitaalmarktrente loopt in de regel op als obligatiebeleggers denken dat een land niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het Verenigd Koninkrijk is wat dat betreft bijna een testcase die de rest van Europa met argusogen zal volgen. De inflatie in het VK ligt op 4,4 procent, maar de kapitaalmarktrente staat bijna een procent lager. De Britten hebben de financiële markten er tot nog toe van kunnen overtuigen dat de hoge inflatie een tijdelijk fenomeen is. Het risico bij de gestaag oplopende Britse inflatie is echter dat die op een gegeven moment niet meer te stoppen is. Tot nog toe slagen de Britse evenwichtskunstenaars er wonderwel in op het slappe koord te blijven balanceren. Daalder is niet bang dat de inflatie in opkomen­ de markten – in China bedraagt die nu al meer dan zes procent – uiteindelijk het fatale zetje zal geven. ‘Stijgende loonkosten in China kunnen tot hogere productkosten in het Westen leiden, zeker, maar andere goedkopere productielanden, zoals Vietnam, staan al te trappelen om de rol van China over te nemen. Vooralsnog wordt de inflatie vooral opgedreven door de stijgende grondstoffenprijzen. Tijdelijk of structureel, het maakt veel zaken zeker duurder, maar biedt beleggers volgens Daalder ook kansen. ‘Stijgende voedselprijzen zijn nadelig voor mensen met weinig geld, maar maken investeringen in innovatie wel aantrekkelijk en juist die investeringen zorgen uiteindelijk voor de toekomstige economische groei en welvaart.’ De strateeg onderscheidt uiteindelijk drie trends die voor structurele inflatie kunnen zorgen. Schaarste door de toenemende welvaart en de groeiende middenklasse in opkomende markten, vergrijzing die tot een tekort aan arbeidskrachten en dus hogere looneisen kan leiden in westerse economieën en de staatsschulden. Hyperinflatie ziet Daalder nog niet aan de horizon, wél de eerste waarschuwingstekenen die aangeven dat beleggers nu al goed moeten nadenken over hoe ze het inflatiespook kunnen tackelen.  >


finance inflatie

‘Het grootste gevaar in inflatietijden zit ‘m vooral in laagrisicobeleggingen, zoals cash, deposito’s en normale obligaties.’

‘Inflatie biedt ook kansen’ Al meer dan twintig jaar hebben Nederland en andere ontwikkelde landen nauwelijks te maken gehad met serieuze inflatie. De laatste maanden staat die echter meer en meer op de radar van zowel professionele als particuliere beleggers. Onderzoek onder klanten van Robeco leverde vorig jaar het beeld op dat beleggers wel degelijk oog hebben voor inflatie. Maar er is wel een groot verschil in hoe beleggers naar het inflatiespook kijken. ‘Een deel van de beleggers ziet toekomstige inflatie als een risico dat in de beleggingsportefeuille moet worden afgedekt, maar er is ook een groep die inflatie juist ziet als een kans. Als prijzen oplopen, valt er ook goed te beleggen in aandelen van bedrijven of in sectoren die daarvan kunnen profiteren’, stelt Edith Siermann, Chief Investment Officer Fixed Income. Natuurlijk holt inflatie de waarde van een porte­ feuille uit. Hoewel inflatie op dit moment vooral een probleem is van opkomende markten, loopt het cijfer ook in Europa op. Bij een inflatie van drie procent over een periode van tien jaar is een beleggingsportefeuille van honderdduizend euro bijna gehalveerd, tot 54.000 euro. Dat wil zeggen, als het beleggingsrendement over dezelfde periode nul is. Volgens Siermann moet inflatie vanuit de bestaande portefeuille bespeeld worden. Daarbij is de hamvraag of de belegger zich tegen geldontwaarding wil indekken of juist wil profiteren van inflatie. ‘Het is verstandig via simulaties te kijken hoe een portefeuille zich gedraagt in inflatietijden. Zit je goed of heb je een portefeuille die in een inflatietijdperk underperformt? Hoe kun je de portefeuille in dat geval aanpassen om het inflatierisico te sturen?’ Pas als die vraag is beantwoordt, kan gekeken worden naar de producten die ingezet kunnen worden. In grote lijnen onderscheidt Siermann drie interessante beleggingsproducten.

30 safe

1 Inflation linked bonds Het meest voor de hand liggend zijn de inflatie­ gelinkte obligaties: obligaties waarvan de coupon meebeweegt met de gerealiseerde inflatie. Vanwege de inflatiecomponent in de obligaties zijn ze ook de beste bescherming, omdat ze de geldontwaarding één op één opvangen. Deze inflation linked bonds zijn bijna altijd staats­ obligaties, van oudsher vooral die van westerse economieën, maar sinds enkele jaren geven ook opkomende landen als Brazilië inflation linked bonds uit. Deze landen betalen op deze obligaties vaak wat meer rente, zeker als de inflatie moeilijk te beteugelen blijkt, maar ze hebben hierdoor wel een grote afzetmarkt. 2 Obligaties met actief rentebeheer De tweede soort producten die geschikt zijn om het inflatierisico af te dekken zijn producten die de blootstelling aan de rente actief kunnen sturen. Het beleggingsfonds Robeco Flex-o-Rente is daarvan een goed voorbeeld, vindt Siermann. ‘Dit fonds kan zowel een positieve als een negatieve rentegevoeligheid hebben. Normaal gesproken daalt een obligatie in waarde als de rente stijgt, maar bij dit fonds hoeft dat niet zo te zijn en kan de waarde van de obligaties zelfs oplopen bij stijgende rente.’ Maar ook ‘normale’ obligatiefondsen zijn met een extra inflatiebescherming uitgerust. Zo heeft het Robeco All Strategy Euro Bonds een variant met een ingebouwde inflatie swap, zeg maar een verzekering tegen oplopende inflatie. 3 Aandelen in de grondstoffensector De derde manier om inflatie te bespelen is door te investeren in beleggingscategorieën die hun winsten zien stijgen als de inflatie oploopt. Aandelen binnen de thema’s grondstoffen, basismaterialen en energie zijn dan de aangewezen kandidaten. ‘De correlatie met inflatie is hierbij historisch minder dan 1:1, ook omdat de bron van inflatie kan verschillen. Deze sectoren reageren over het algemeen heftiger bij inflatie en kun je dus prima toevoegen aan een portefeuille als je extra inflatieexposure wilt.’ Het is wel van belang te weten wat de inflatie veroorzaakt. Zijn dat de stijgende grondstoffenprijzen, is dat het opstuwende effect van economische groei of is er sprake van loon­ inflatie? Vooral in het eerste geval kunnen deze sectoren extra rendement opleveren. Het grootste gevaar in inflatietijden zit ’m vooral in laagrisicobeleggingen, zoals cash, deposito’s en normale obligaties. Niet voor niets liet voormalig staats­ secretaris van Financiën Willem Vermeend in maart optekenen dat sparen in het huidige systeem geen zin meer heeft. De rente op depo­ sito’s staat lager dan de optelsom van vermogensrendementsheffing en inflatie.

En vastgoed dan? Opvallend genoeg ziet Siermann geen heil in onroerend goed, een sector die meestal klakkeloos wordt opgedreund in het rijtje sectoren dat geschikt is om inflatie te bespelen. ‘Historisch gezien doet vastgoed het niet bijzonder goed in tijden van inflatie. Het gevoel dat onroerend goed een veilige haven is bij inflatie leeft wel, maar de cijfermatige onderbouwing ontbreekt.’ Daarbij moet wel worden aangetekend dat er slechts een beperkt aantal periodes is geweest van langdurige inflatie boven het normale niveau. Sinds de inflatietijdperken van begin jaren zeventig en begin jaren tachtig zijn er wat dat betreft geen relevante data meer voorhanden. Strateeg Lukas Daalder voegt daaraan toe dat vastgoed inderdaad weinig oplevert zolang de inflatie oploopt. Pas als de inflatie gepiekt is en de kapitaalmarktrente oploopt, is er wel sprake van (enige) bescherming.

Groeten uit Frankfurt De Europese Centrale Bank doet er vanuit Frankfurt alles aan om de jonge generatie bij te scholen. Zo werd vorig jaar een campagne over inflatie, deflatie en prijsstabiliteit gelanceerd met een heus leerboek en bijbehorende filmpjes. Uit het leerboek: ‘Inflatie en deflatie zijn belangrijke economische verschijnselen die negatieve gevolgen hebben voor de economie. Inflatie kan worden gedefinieerd als een algemene of breed gefundeerde stijging van de prijzen van goederen en diensten over een langere periode die dientengevolge leidt tot een daling van de waarde van geld en derhalve de koopkracht ervan. Deflatie wordt vaak gedefinieerd als het tegenovergestelde van inflatie, namelijk als een situatie waarin het algehele prijspeil over een langere periode daalt. Als er geen inflatie of deflatie is, kunnen we zeggen dat er prijsstabiliteit is wanneer, gemiddeld, de prijzen noch stijgen noch dalen, maar gedurende een zekere periode stabiel blijven. Als men bijvoorbeeld voor € 100 hetzelfde mandje goederen kan kopen als, zeg, één of twee jaar geleden, dan kan dit een periode van absolute prijsstabiliteit worden genoemd.’ Bron: ECB


finance gezond leven

gezond leven finance Tekst Jacqueline van Vollenhoven met dank aan Cleo Scheerboom Illustratie Carolyn Ridsdale

Afvalrace

De wereld gaat gebukt onder een zwaar probleem. Alleen al in Nederland is het aantal te dikke mensen sinds 1970 met 25 procent toegenomen. En nu de opkomende economieën naar westerse stijl gaan eten en bewegen, is het hek van de dam. Zo dik zijn en blijven wil niemand; de mensheid gaat meer bewegen, beter eten, anders leven. Dat levert een interessante beleggingstrend op.

36 safe

Wie te dik is, moet zijn leven opnieuw uitvinden. Léontine van Meggelen kan het weten. Als topsporter – ze haalde als schaatsster de nationale selectie – is ze genoeg met haar eigen kracht en gezondheid bezig geweest om te weten hoe het is om er dingen voor te doen of te laten. In de jaren dat ze op wereldniveau over het ijs vloog, studeerde ze ook: voeding en diëtetiek. Als diëtist en sportdiëtist werkte ze na haar sportcarrière in een diabeteskliniek en een obesitaskliniek. Nu heeft ze Invorm, haar eigen praktijk voor adviezen voor gezond leven. Ze coacht de voetballers van Feyenoord op het gebied van voeding, maar krijgt ook veel mensen in haar praktijk met gewichtsproblemen. Vaak kinderen. Dat zal niet verbazen als je bedenkt dat over­ gewicht hét gezondheidsprobleem is van onze tijd, ook bij kinderen. In 2006 berekende TNO al dat van alle meisjes in Nederland zeventien procent te zwaar is en 3,3 procent obesitas heeft. Voor jongens waren de cijfers veertien en 2,6 procent. Cijfers die slechts punten waren op een steil stijgende curve die wereldwijd wordt waargenomen – en die alweer naar boven zijn opgeschoven. In Nederland alleen al is de helft van de bevolking eigenlijk te zwaar, één op de tien volwassen is obees en één op de zeven kinderen heeft gewichtsproblemen. De kinderen die Van Meggelen in haar praktijk ziet, behan­ delt ze het liefst alleen in samenwerking met de ouders. Ze constateert dat een kind zomaar voedingsadviezen of een dieet meegeven niet werkt. Ze wil ze dan ook alleen behan­ delen als de ouders en de rest van het gezin meedoen en meedenken. De hele omgeving moet om, wil de aanpak succes hebben. Van Meggelen: ‘Vooral de ouders moet je motiveren om de leefstijl van het hele gezin te veranderen. Als een kind constant te horen krijgt: “jij mag een appel en de rest krijgt chocola”, ja, dat werkt natuurlijk niet. Het pro­ bleem is vooral: veel te veel sapjes met suiker erin. Meestal is het bewegen bij kinderen nog wel in orde, vooral als ze veel buitenspelen. Mijn advies is: elke dag van de week een uur bewegen. En een of twee keer per week een conditie­ verbeterende sport. Maar als ouders zelf hun eet- en beweegpatroon niet aanpassen, lukt het niet.’ Overgewicht grijpt diep in het leven van deze kinderen in. Ze worden gepest op school, ze durven zich niet uit te kle­ den met gym, ze liggen eruit en kunnen niet meekomen. Het komt voor dat zo’n kind thuis anders wordt behandeld dan de rest, een probleemkind wordt. Daarom moet de hele leefwereld van het kind veranderen, te beginnen bij de ouders. Maar ook de crèche, opa’s, oma’s en de vele

anderen die invloed op de opvoeding hebben en kinderen graag wat lekkers geven, moeten inzien dat ze bezig zijn dagelijks zoete, zoute en vette hapjes in een kinderleven op elkaar te stapelen. ‘Eigenlijk’, verzucht Van Meggelen, ‘zouden we terugmoeten naar de opvoeding van de jaren zeventig. De porties waren kleiner, de verleidingen minder, en nee was nee. Nu is overal discussie over.’ Die verzuchting is begrijpelijk, als je bedenkt dat sinds 1980 het aantal volwassenen met gevaarlijk overgewicht wereld­ wijd bijna verdubbeld is en dat het percentage nog steeds groeit. In 2008 bleek één op de tien mannen en bijna één op de zeven vrouwen te lijden aan vetzucht. Wereldwijd is dus één op de negen mensen veel te dik, terwijl ongeveer een derde van alle mensen op aarde ‘gewoon’ te dik is.

Meer dan nodig Sinds we niet meer met een speer achter ons wegrennende voedsel aan hoeven te hollen, maar als landbouwers onze akker beplanten, zit eigenlijk al de klad in het gezonde leven. Die trend naar meer, dikker, ongezonder is dus niets nieuws, lijkt het, maar is de laatste kwart eeuw wel angstwekkend versneld. Nu we bijna met z’n allen in grote steden wonen, we voor spel en werk gekleefd zitten aan schermen en hoog­ stens nog moeten hollen om de tram te halen – onze biefstuk ligt immers rustig in de supermarkt op ons te wachten – verbaast het hoogstens dat nog niet iederéén te dik is. Als we het tij niet keren, voorspellen geleerden, gebeurt dat ook. ‘Waarom worden we zwaarder?’ vraagt ook Nederlands belangrijkste voedsel- en obesitasgeleerde Jaap Seidell zich af in zijn zojuist verschenen boek Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht. Zijn antwoord is simpel: ‘We zijn meer gaan eten dan we nodig hebben.’ Dat is niet dom van ons, maar natuurlijk, legt hij uit. De primitieve mens is er op gebouwd periodes van voedselschaarste te doorstaan. Hoe? Door vetreserves op te slaan. Genetisch zijn we daar­ om voorbestemd om zoveel mogelijk te eten zolang het

Obesitas? Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie zijn overgewicht en obesitas een abnormale of excessieve vetophoping die gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Met een BMI van 25-30 spreekt men van overgewicht, bij 30-40 van obesitas en daarboven van morbide obesitas, oftewel, in de vriendelijkere term van de WHO: Obesity type 3. Wereldwijd zijn er meer dan een miljard volwassenen te zwaar en zeker driehonderd miljoen van hen lijdt aan obe­ sitas, 22 miljoen kinderen onder de vijf jaar zijn te zwaar.

safe 37


finance gezond leven

gezond leven finance Tekst Jacqueline van Vollenhoven met dank aan Cleo Scheerboom Illustratie Carolyn Ridsdale

Afvalrace

De wereld gaat gebukt onder een zwaar probleem. Alleen al in Nederland is het aantal te dikke mensen sinds 1970 met 25 procent toegenomen. En nu de opkomende economieën naar westerse stijl gaan eten en bewegen, is het hek van de dam. Zo dik zijn en blijven wil niemand; de mensheid gaat meer bewegen, beter eten, anders leven. Dat levert een interessante beleggingstrend op.

36 safe

Wie te dik is, moet zijn leven opnieuw uitvinden. Léontine van Meggelen kan het weten. Als topsporter – ze haalde als schaatsster de nationale selectie – is ze genoeg met haar eigen kracht en gezondheid bezig geweest om te weten hoe het is om er dingen voor te doen of te laten. In de jaren dat ze op wereldniveau over het ijs vloog, studeerde ze ook: voeding en diëtetiek. Als diëtist en sportdiëtist werkte ze na haar sportcarrière in een diabeteskliniek en een obesitaskliniek. Nu heeft ze Invorm, haar eigen praktijk voor adviezen voor gezond leven. Ze coacht de voetballers van Feyenoord op het gebied van voeding, maar krijgt ook veel mensen in haar praktijk met gewichtsproblemen. Vaak kinderen. Dat zal niet verbazen als je bedenkt dat over­ gewicht hét gezondheidsprobleem is van onze tijd, ook bij kinderen. In 2006 berekende TNO al dat van alle meisjes in Nederland zeventien procent te zwaar is en 3,3 procent obesitas heeft. Voor jongens waren de cijfers veertien en 2,6 procent. Cijfers die slechts punten waren op een steil stijgende curve die wereldwijd wordt waargenomen – en die alweer naar boven zijn opgeschoven. In Nederland alleen al is de helft van de bevolking eigenlijk te zwaar, één op de tien volwassen is obees en één op de zeven kinderen heeft gewichtsproblemen. De kinderen die Van Meggelen in haar praktijk ziet, behan­ delt ze het liefst alleen in samenwerking met de ouders. Ze constateert dat een kind zomaar voedingsadviezen of een dieet meegeven niet werkt. Ze wil ze dan ook alleen behan­ delen als de ouders en de rest van het gezin meedoen en meedenken. De hele omgeving moet om, wil de aanpak succes hebben. Van Meggelen: ‘Vooral de ouders moet je motiveren om de leefstijl van het hele gezin te veranderen. Als een kind constant te horen krijgt: “jij mag een appel en de rest krijgt chocola”, ja, dat werkt natuurlijk niet. Het pro­ bleem is vooral: veel te veel sapjes met suiker erin. Meestal is het bewegen bij kinderen nog wel in orde, vooral als ze veel buitenspelen. Mijn advies is: elke dag van de week een uur bewegen. En een of twee keer per week een conditie­ verbeterende sport. Maar als ouders zelf hun eet- en beweegpatroon niet aanpassen, lukt het niet.’ Overgewicht grijpt diep in het leven van deze kinderen in. Ze worden gepest op school, ze durven zich niet uit te kle­ den met gym, ze liggen eruit en kunnen niet meekomen. Het komt voor dat zo’n kind thuis anders wordt behandeld dan de rest, een probleemkind wordt. Daarom moet de hele leefwereld van het kind veranderen, te beginnen bij de ouders. Maar ook de crèche, opa’s, oma’s en de vele

anderen die invloed op de opvoeding hebben en kinderen graag wat lekkers geven, moeten inzien dat ze bezig zijn dagelijks zoete, zoute en vette hapjes in een kinderleven op elkaar te stapelen. ‘Eigenlijk’, verzucht Van Meggelen, ‘zouden we terugmoeten naar de opvoeding van de jaren zeventig. De porties waren kleiner, de verleidingen minder, en nee was nee. Nu is overal discussie over.’ Die verzuchting is begrijpelijk, als je bedenkt dat sinds 1980 het aantal volwassenen met gevaarlijk overgewicht wereld­ wijd bijna verdubbeld is en dat het percentage nog steeds groeit. In 2008 bleek één op de tien mannen en bijna één op de zeven vrouwen te lijden aan vetzucht. Wereldwijd is dus één op de negen mensen veel te dik, terwijl ongeveer een derde van alle mensen op aarde ‘gewoon’ te dik is.

Meer dan nodig Sinds we niet meer met een speer achter ons wegrennende voedsel aan hoeven te hollen, maar als landbouwers onze akker beplanten, zit eigenlijk al de klad in het gezonde leven. Die trend naar meer, dikker, ongezonder is dus niets nieuws, lijkt het, maar is de laatste kwart eeuw wel angstwekkend versneld. Nu we bijna met z’n allen in grote steden wonen, we voor spel en werk gekleefd zitten aan schermen en hoog­ stens nog moeten hollen om de tram te halen – onze biefstuk ligt immers rustig in de supermarkt op ons te wachten – verbaast het hoogstens dat nog niet iederéén te dik is. Als we het tij niet keren, voorspellen geleerden, gebeurt dat ook. ‘Waarom worden we zwaarder?’ vraagt ook Nederlands belangrijkste voedsel- en obesitasgeleerde Jaap Seidell zich af in zijn zojuist verschenen boek Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht. Zijn antwoord is simpel: ‘We zijn meer gaan eten dan we nodig hebben.’ Dat is niet dom van ons, maar natuurlijk, legt hij uit. De primitieve mens is er op gebouwd periodes van voedselschaarste te doorstaan. Hoe? Door vetreserves op te slaan. Genetisch zijn we daar­ om voorbestemd om zoveel mogelijk te eten zolang het

Obesitas? Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie zijn overgewicht en obesitas een abnormale of excessieve vetophoping die gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Met een BMI van 25-30 spreekt men van overgewicht, bij 30-40 van obesitas en daarboven van morbide obesitas, oftewel, in de vriendelijkere term van de WHO: Obesity type 3. Wereldwijd zijn er meer dan een miljard volwassenen te zwaar en zeker driehonderd miljoen van hen lijdt aan obe­ sitas, 22 miljoen kinderen onder de vijf jaar zijn te zwaar.

safe 37


finance gezond leven

gezond leven finance

kan, en we blijven dat ook doen als het altíjd kan, zoals in steeds grotere delen van de wereld het geval is. Het liefst zoet, zout en vet, dat zit in ons geprogrammeerd. Naarmate de wereldbevolking groeit, de urbanisatie een hoogtepunt bereikt en in voormalige arme landen de welvaart toe­ neemt, zijn steeds meer mensen in staat om zich wat we noemen een ‘westerse levensstijl’ aan te meten: weinig bewegen en door de voedselindustrie extra lekker gemaakt eten tot ons nemen. En zo belanden we weer in spreekkamer van Leontine van Meggelen. Heeft het behandelen van te dikke kinderen eigenlijk wel succes? De cijfers wijzen er immers op dat zo’n zeventig procent van alle dikke kinderen dikke volwassenen wordt? Van Meggelen bereikt zeker positieve resultaten wanneer de hele omgeving van het kind meewerkt. Boven­ dien trekt succes de omgeving mee de goede kant op: ‘Pubers met gewichtsproblemen komen uit zichzelf als ze zien dat hun vrienden resultaat boeken.’ Tegen obesitas is beslist iets te doen, is haar overtuiging. Maar daar is volgens haar wel een rigoureuze verandering van onze manier van eten en leven voor nodig, een nieuwe infrastructuur als het ware. ‘Ouders die zeggen: “Mijn kind eet elke dag één zakje minichips, dat is toch normaal?” en die dan verbaasd zijn dat hun kind dik wordt. Dat moet veranderen.’

Beleggingskansen De strijd tegen de toename van obesitas is een belangrijke, langetermijntrend voor beleggers. De analisten van het SAM Healthy Living fonds nemen een groeiende hang naar een gezonde levensstijl waar, als onderdeel van een meer algemeen bewustzijn van de noodzaak van duurzaamheid. De gevolgen van obesitas liegen er niet om: hoge bloed­ druk, hartkwalen, kanker, te hoog cholesterol, depressie en

BMI? De Body Mass Index – ook wel Quételet Index, genoemd naar de negentiende-eeuwse Belgische oerstatisticus die hem uitvond – geeft op een globale manier aan of iemand normaal, (te) dun of (te) dik is. Het getal wordt verkregen door iemands gewicht te delen door het kwadraat van zijn lengte. Zo heeft iemand die 70 kilo weegt en 1.75 m lang is een BMI van 22,9. ‘Normaal’ dus. 38 safe

Boek Jaap Seidell en Jutka Halberstadt, Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht, Bert Bakker, € 17,95. Overgewicht begrijpelijk beschreven vanuit een wetenschappelijk én maatschappelijk perspectief. Over oorzaken, gevolgen en mogelijke en onmogelijke oplossingen.

vooral diabetes om de belangrijkste te noemen. In de VS heeft al zo’n tien procent van de bevolking suikerziekte en het lijkt erop dat Aziaten al bij lagere BMI-waarden diabetes ontwikkelen dan westerlingen. Analist Gabriela Grab, die meewerkte aan het onderzoek dat SAM in 2007 naar deze trend deed, vertelt: ‘In de VS, waar goed cijfermateriaal beschikbaar is, kunnen de kosten voor deze vorm van dia­ betes oplopen tot tweehonderd miljard dollar per jaar. Dat zijn echt ongehoorde cijfers en het is duidelijk dat er actie ondernomen moet worden. Er is geen land waar de gezond­ heidszorg dit soort toenemende kosten op den duur zal kunnen opbrengen. Voor ons als beleggers ligt de focus dan ook op preventie.’ ‘Dat geldt ook voor China’, vervolgt Grab. Het is een opko­ mende markt, die al sinds de economie groeit een even hard groeiende obesitasproblematiek kent. Daar zal men zeker ook met oplossingen komen. Ook in de VS is al sprake van regelgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een fat tax en soda tax, waardoor producenten van te vette of suikerhoudende voedselproducten hun prijzen moeten verhogen. We kijken dan ook naar een bedrijf als Pure Circle, een bedrijf dat, vooral voor de Aziatische markt, een calorievrije, gezonde suikervervanger maakt op basis van een inheemse plant in Peru. Via een nieuw procedé kan het nu toegevoegd worden aan industrieel bewerkt voedsel. En we kijken naar de vele, vele producenten van dieetvoeding en maaltijd­

vervangers. Een dieet moet je lang volhouden. Een voor­ beeld is Herbalife, dat een shake maakt die je in landen als Mexico en India per glas kunt drinken in een bar, als vervan­ ger van je lunchsandwich. Je voelt je lid van een grote club en ziet dat het werkt.’ Grabs fonds ziet kansen in heel diverse sectoren binnen deze beleggingstrend. Obesitas bestrijd je immers met een scala aan maatregelen. De sport- en bewegingsmarkt is belangrijk, denk aan merken als Nike en Adidas. Maar ook aan nicheplayers als Lululemon, dat kleding verkoopt en sportklasjes organiseert die motiverend werken. ‘De echte beleggingskansen zitten dus in fitness, dieetvoeding, maar ook in nichebedrijven. Dat gaat over meer dan obesitas natuurlijk, maar dat is wel een van de belangrijkste drivers achter het fonds. We hebben altijd een grote weging gehad in het voedingssegment, daarin zit het grootste opwaartse potentieel.’ Het feit dat mensen bewuster gaan leven – gedeeltelijk als gevolg van de groeiende obesitascijfers – maakt dat mensen ook bereid zijn om meer te betalen voor beter, vaak organisch voedsel. Nicheplayers maken misschien minder omzet dan grote ketens, maar hun marges groeien harder, zelfs in Europa, waar ze al op een behoorlijk niveau lagen, en zeker in Amerika, waar slechts een heel kleine markt voor organische

voedselproducten bestond. Een ecoketens als de Amerikaanse biologische supermarktketen Whole Foods Market laten mar­ ges zien van zo’n vijf procent, waar gewone voedselverkopers niet verder komen dan twee tot vier procent.’ Healthy Living Het beleggingsuniversum voor obesitas is groot en divers: Voeding Nestlé: streeft naar gezondere voedingsproducten Pure Circle: suikervervangers Herbalife: voedingssupplementen en health clubs Fitness Lululemon Athletica: Canadese producent van sportkleding Life Time Fitness: sportcentra voor het hele gezin Gezondheidszorg Novo Nordisk: Deense insulineproducent Fresenius: Duitse producent van dialyseapparatuur Roche: Zwitserse marktleider in kankermedicijnen

safe 39


finance gezond leven

gezond leven finance

kan, en we blijven dat ook doen als het altíjd kan, zoals in steeds grotere delen van de wereld het geval is. Het liefst zoet, zout en vet, dat zit in ons geprogrammeerd. Naarmate de wereldbevolking groeit, de urbanisatie een hoogtepunt bereikt en in voormalige arme landen de welvaart toe­ neemt, zijn steeds meer mensen in staat om zich wat we noemen een ‘westerse levensstijl’ aan te meten: weinig bewegen en door de voedselindustrie extra lekker gemaakt eten tot ons nemen. En zo belanden we weer in spreekkamer van Leontine van Meggelen. Heeft het behandelen van te dikke kinderen eigenlijk wel succes? De cijfers wijzen er immers op dat zo’n zeventig procent van alle dikke kinderen dikke volwassenen wordt? Van Meggelen bereikt zeker positieve resultaten wanneer de hele omgeving van het kind meewerkt. Boven­ dien trekt succes de omgeving mee de goede kant op: ‘Pubers met gewichtsproblemen komen uit zichzelf als ze zien dat hun vrienden resultaat boeken.’ Tegen obesitas is beslist iets te doen, is haar overtuiging. Maar daar is volgens haar wel een rigoureuze verandering van onze manier van eten en leven voor nodig, een nieuwe infrastructuur als het ware. ‘Ouders die zeggen: “Mijn kind eet elke dag één zakje minichips, dat is toch normaal?” en die dan verbaasd zijn dat hun kind dik wordt. Dat moet veranderen.’

Beleggingskansen De strijd tegen de toename van obesitas is een belangrijke, langetermijntrend voor beleggers. De analisten van het SAM Healthy Living fonds nemen een groeiende hang naar een gezonde levensstijl waar, als onderdeel van een meer algemeen bewustzijn van de noodzaak van duurzaamheid. De gevolgen van obesitas liegen er niet om: hoge bloed­ druk, hartkwalen, kanker, te hoog cholesterol, depressie en

BMI? De Body Mass Index – ook wel Quételet Index, genoemd naar de negentiende-eeuwse Belgische oerstatisticus die hem uitvond – geeft op een globale manier aan of iemand normaal, (te) dun of (te) dik is. Het getal wordt verkregen door iemands gewicht te delen door het kwadraat van zijn lengte. Zo heeft iemand die 70 kilo weegt en 1.75 m lang is een BMI van 22,9. ‘Normaal’ dus. 38 safe

Boek Jaap Seidell en Jutka Halberstadt, Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht, Bert Bakker, € 17,95. Overgewicht begrijpelijk beschreven vanuit een wetenschappelijk én maatschappelijk perspectief. Over oorzaken, gevolgen en mogelijke en onmogelijke oplossingen.

vooral diabetes om de belangrijkste te noemen. In de VS heeft al zo’n tien procent van de bevolking suikerziekte en het lijkt erop dat Aziaten al bij lagere BMI-waarden diabetes ontwikkelen dan westerlingen. Analist Gabriela Grab, die meewerkte aan het onderzoek dat SAM in 2007 naar deze trend deed, vertelt: ‘In de VS, waar goed cijfermateriaal beschikbaar is, kunnen de kosten voor deze vorm van dia­ betes oplopen tot tweehonderd miljard dollar per jaar. Dat zijn echt ongehoorde cijfers en het is duidelijk dat er actie ondernomen moet worden. Er is geen land waar de gezond­ heidszorg dit soort toenemende kosten op den duur zal kunnen opbrengen. Voor ons als beleggers ligt de focus dan ook op preventie.’ ‘Dat geldt ook voor China’, vervolgt Grab. Het is een opko­ mende markt, die al sinds de economie groeit een even hard groeiende obesitasproblematiek kent. Daar zal men zeker ook met oplossingen komen. Ook in de VS is al sprake van regelgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een fat tax en soda tax, waardoor producenten van te vette of suikerhoudende voedselproducten hun prijzen moeten verhogen. We kijken dan ook naar een bedrijf als Pure Circle, een bedrijf dat, vooral voor de Aziatische markt, een calorievrije, gezonde suikervervanger maakt op basis van een inheemse plant in Peru. Via een nieuw procedé kan het nu toegevoegd worden aan industrieel bewerkt voedsel. En we kijken naar de vele, vele producenten van dieetvoeding en maaltijd­

vervangers. Een dieet moet je lang volhouden. Een voor­ beeld is Herbalife, dat een shake maakt die je in landen als Mexico en India per glas kunt drinken in een bar, als vervan­ ger van je lunchsandwich. Je voelt je lid van een grote club en ziet dat het werkt.’ Grabs fonds ziet kansen in heel diverse sectoren binnen deze beleggingstrend. Obesitas bestrijd je immers met een scala aan maatregelen. De sport- en bewegingsmarkt is belangrijk, denk aan merken als Nike en Adidas. Maar ook aan nicheplayers als Lululemon, dat kleding verkoopt en sportklasjes organiseert die motiverend werken. ‘De echte beleggingskansen zitten dus in fitness, dieetvoeding, maar ook in nichebedrijven. Dat gaat over meer dan obesitas natuurlijk, maar dat is wel een van de belangrijkste drivers achter het fonds. We hebben altijd een grote weging gehad in het voedingssegment, daarin zit het grootste opwaartse potentieel.’ Het feit dat mensen bewuster gaan leven – gedeeltelijk als gevolg van de groeiende obesitascijfers – maakt dat mensen ook bereid zijn om meer te betalen voor beter, vaak organisch voedsel. Nicheplayers maken misschien minder omzet dan grote ketens, maar hun marges groeien harder, zelfs in Europa, waar ze al op een behoorlijk niveau lagen, en zeker in Amerika, waar slechts een heel kleine markt voor organische

voedselproducten bestond. Een ecoketens als de Amerikaanse biologische supermarktketen Whole Foods Market laten mar­ ges zien van zo’n vijf procent, waar gewone voedselverkopers niet verder komen dan twee tot vier procent.’ Healthy Living Het beleggingsuniversum voor obesitas is groot en divers: Voeding Nestlé: streeft naar gezondere voedingsproducten Pure Circle: suikervervangers Herbalife: voedingssupplementen en health clubs Fitness Lululemon Athletica: Canadese producent van sportkleding Life Time Fitness: sportcentra voor het hele gezin Gezondheidszorg Novo Nordisk: Deense insulineproducent Fresenius: Duitse producent van dialyseapparatuur Roche: Zwitserse marktleider in kankermedicijnen

safe 39


style zomerconcerten

De Robeco Zomerconcerten komen eraan, een zomerfeest in het Concertgebouw. Een muzikale zomervakantie, waarin je zo’n beetje alle continenten aandoet. Van Bohemen tot Wenen, van Mali tot Cuba. Jazz, klassiek, wereldmuziek, pop en alle verbindingen daartussen. Goede reis! Tekst Jacqueline van Vollenhoven Fotografie Maurits Giesen

60 safe


zomerconcerten style

3 x Eric Vloeimans ‘Er ligt een programma waar ik met mijn hart en mijn ziel en mijn zaligheid achter sta’ Probeer trompettist Eric Vloeimans niet in een hokje te stoppen. ‘Kunnen we iets afspreken?’ begint hij dringend het telefoongesprek. ‘Noem het geen jazz, wat ik doe. Als je mijn muziek jazz noemt, doe je die tekort. Ik speel met Eric Vaarzon Morel, Kytecrash, symfonieorkesten en strijkers, ik speel natuurlijk ook met mijn eigen band Gatecrash. Er zijn zoveel invloeden, ik wil dat allemaal weten. Weten wat mensen doen, waar ze het vandaan halen. Daarmee kan ik dan aan de slag. Van jazz heb ik al veel geleerd, er zitten zoveel lagen in, er zitten woorden in, zinsstructuren. En enorm veel technische informatie, voor je hoofd én voor je instrument. Dat laatste betekent voor een trompettist ongelooflijk veel, beheersing van de techniek maakt mij vrij. Dan kan ik doen wat er in mijn hoofd opkomt. Ik moet die “embouchure” goed bijhouden. Ik kan niet na een vakantie van twee weken zomaar een concert spelen. We leggen als organisatie en musici onze wijsheden en eigenwijsheden naast elkaar. Verlangens en mogelijkheden. Stijlen, compo­nisten, arrangeurs. Er ligt een programma waar ik met mijn hart en mijn ziel en mijn zaligheid achter sta. Op een andere manier zou ik ook helemaal niet kunnen werken.’

safe 61


style zomerconcerten

Programma Eric Vloeimans

Programma Quirine Viersen

62 safe

20 juli Robeco Summer Night: Vloeimans goes to the movies

Eric Vloeimans en sopraan Claron McFadden en het Metropole Orkest spelen en zingen beroemde filmmuziek. ‘Het Metropole Orkest hoort tot de wereldtop en de Summer Night is een feest, voor iedereen. Wat past daarbij? Filmmuziek. Mijn muziek roept beelden op, hoor ik vaak. Ik maakte de muziek voor de film Majesteit, speelde het thema in Terug naar kust en ook Komt een vrouw bij de dokter heb ik gedaan. Dat wil ik laten terugkomen, en andere filmmuziek die ik boeiend vind: het thema uit The Godfather, hartstikke mooi. Soldaat van Oranje ook. James Bond! En dan natuurlijk: Ennio Morricone, een van de grootsten. Claron McFaddon zingt prachtige sopraanpartijen van hem. Het concert is een mix van arrangementen, eigen

18 juli Britse juweeltjes

Quirine Viersen speelt het celloconcert van William Walton. Verder: Ralph Vaughan Williams, Fantasia on a Theme by Thomas Tallis; Edward Elgar, Enigmavariaties, op. 36 ‘Walton spelen was een grote wens. Het celloconcert is een fantastisch stuk dat ten onrechte weinig gespeeld wordt. Voor mij is hij bijzonder omdat hij heel trouw is aan zichzelf. Je kunt Waltons stijl met niets ver­ gelijken. Dat maakt het ook moeilijk. De enige met wie hij misschien te vergelijken is, is Korngold. Een onge­ looflijke componist, die naar Hollywood is gegaan. Walton heeft ook filmmuziek geschreven, dat verbaast niet als je delen van het cello­concert hoort. Beelden in klank omzetten, dat doet Walton ook, een ongeloof­ lijke fantasie in klanken. We delen die verbeelding, het publiek en ik, het is een con­ tact van mens tot mens.

composities en schatten uit de bibliotheek van het Metropole Orkest. Zo hadden ze een prachtige Morriconemedley klaarliggen. Zelf ik heb onder meer een stuk geschreven waarin je je in het Cuba van de jaren ’50 waant. Van Martin Fondse, een geweldige arrangeur en musicus, spelen we een kamermuziekstuk, Paraiso, geïnspireerd op On the Waterfront van Berstein. En Claron heeft prachtige filmmuziek meegenomen van de Belgische componist Nicolaas Lens. Ik ben er erg enthousiast over.’

20 juli Vloeimans joins the Navy

Eric Vloeimans, Peter Masseurs en Colin Bender (a.k.a. Kyteman) pakken uit met de Marinierskapel. Peter Masseurs ken ik van een concert waarin ik speel­ de met Wende en het Concert­ gebouworkest. Peter is een geweldige trompettist. Hij is

Ik wil mensen echt ráken in alle emoties die er zijn en die het stuk in zich heeft.’

3 augustus Gevarieerde pianotrio’s

David Grimal (viool), Quirine Viersen (cello), Silke Avenhaus (piano) Robert Schumann, Phantasiestücke, op. 88; Frank Martin, Trio sur des mélodies populaires irlandaises; Antonín Dvorák, Pianotrio in f, op. 65, B 130 ‘Bij het concert van 3 augus­ tus speel ik zelf mee met alle stukken. Ik ben erg blij dat de Phantasiestücke van Schumann op het programma staan, omdat ze heel onbe­ kend zijn. Als ik de essentie van Schumanns muziek voor mezelf wil typeren, komen de woorden ‘veranderlijk’ en ‘breekbaar’ bij me op. Sterke, heel snelle stemmingswisse­ lingen heeft hij. Juichend, bedroefd. Daar heb ik altijd iets mee gehad. De Zwitser Frank Martin is zo mogelijk nog onbekender. Van hem

helaas met pensioen, maar het Concertgebouw is natuurlijk altijd een beetje zijn stamkroeg geweest én hij is zijn loopbaan begonnen bij de Marinierskapel. Zelf heb ik als kind bij de Heinekenfanfare gespeeld; mijn vader was bakker en werkte bij Heineken. De laatste tien jaar krijg ik veel uitnodigingen van fanfare- en harmonie­ orkesten van over de hele wereld. Die willen dan wel eens “iets anders doen”. Nou, dan zijn ze bij mij hele­ maal aan het goede adres. Iedereen moet het naar zijn zin hebben. Peter speelt het trompetconcert van de Franse componist Jolivet. Er zijn composities van mij en van Martin Fondse en ik heb Colin Benders gevraagd twee stukken te schrijven. Het wordt een prachtige avond.’

28 augustus Vloeimans flies to Heaven De sky is the limit: jazz, pop en klassiek.

heb ik zijn celloconcert en een ballade opgenomen op cd, zijn muziek gaat al lang met mij mee. Martin is heel indivi­ dueel en hij hield, net als ik, veel van de natuur. Die conse­ quente trouw aan zichzelf spreekt mij enorm aan. Weinig mensen weten dat hij lang in Nederland heeft gewoond. Hij is ook met weinig anderen te vergelijken, hij leefde in een volkomen eigen wereld. Daar hou ik wel van.’ 

25 augustus Quirine Viersen speelt Dvorák Residentie Orkest o.l.v. Andrew Grams, Quirine Viersen (cello) Antonín Dvorák, Cello­ concert in b, op. 104; Antonín Dvorák, Slavische dans in e, op. 46 nr. 2; Antonín Dvorák, Slavische dans in g, op. 46 nr. 8; Johannes Brahms, Derde symfonie in F, op. 90; Johannes Brahms, Hongaarse dans nr. 1; Johannes Brahms, Hongaarse dans nr. 6

‘Vorig jaar heb ik een concert gedaan met het Paradiso Orchestra, waar allerlei klas­ sieke ensembles bij elkaar komen om nieuwe muzikale avonturen te beleven. Dat wil ik dolgraag nog eens meemaken. Martin Fondse komt erbij, die kan niet alleen prachtig piano spelen, maar ook vibrandoneon, dat is een blaasaccordeon met piano­ toetsen. We hebben een aan­ tal stukken geschreven en gearrangeerd. Het zijn ont­ zettend leuke, enthousiast werkende mensen, orkest­ musici, maar fris – ze staan open voor alles. Ik dacht: als ik dit nu in het Concert­ gebouw kan krijgen, dan hebben we weer een volle zaal, zeker met de solisten die ik erbij gevraagd heb: Jürgen van Rijen, dé klassie­ ke trombonist van Neder­ land. En sopraan Tania Kross. Ongelooflijk spannend, heel dynamisch en volkomen nieuw. Beter kun je het niet omschrijven.’

‘Dvorák begon aan dit cello­ concert toen hij een paar jaar in Amerika woonde en heimwee had naar Tsjecho­ slowakije. Er zit een enorme tragiek in, hij had verdriet over de dood van zijn schoonzus­ je, van wie hij erg veel hield. Die lange reis naar Amerika en terug – je hoort het alle­ maal. Zelf kan ik blij zijn als een kind, maar ook heel zwaarmoedig. Dat heeft niets te maken met mijn keuze voor deze muziek hoor, ik hou net zoveel van Tsjaikovski’s Rococovariaties. Maar ik ben heel blij met Dvórak. Mijn eerste Zomerconcert was dit celloconcert, nu 21 jaar gele­ den. Toen was ik 17. Vorig jaar mei speelde ik het bij mijn eigen debuut in Amerika. Ik was hoogzwanger en voelde zelf precies de juiste dosis weemoed, melancholie en heimwee. Maar ook blijd­ schap, dat ik daar stond. Intussen is onze kleine Katja geboren. Ik ben weer gegroeid als mens en als musicus. Dat hoor je ook.’


zomerconcerten style

Zomercoryfee: topcelliste Quirine Viersen ‘Hoe beter het gaat, hoe minder men beseft dat het technisch moeilijk is’ Quirine Viersen wordt in recensies bijzonder geprezen onder meer om haar fenomenale beheersing van de techniek. Viersen is blij met die lof, vooral, zegt ze, ‘omdat je door een perfecte beheersing van het instrument de techniek tijdens de uitvoering juist kunt vergeten. Het is voor mij ontzettend belangrijk om boven de materie te staan. Zo heb ik de vrijheid om het verhaal te vertellen. Een verhaal dat elk concert weer anders is. Dat is het mooie, het waanzinnige van muziek.’ Een nadeel is wel dat haar spel daardoor misschien ‘makkelijk’ klinkt, alsof het vanzelf gaat. Viersen: ‘Hoe beter het gaat, hoe minder men beseft dat het technisch moeilijk is. En daar gaat het mij ook niet om. Er zitten zoveel meer lagen onder en wanneer je de techniek beheerst, kun je daar al je aandacht aan geven.’ Viersen heeft keihard moeten werken om overeind te blijven. Dat het haar is gelukt om nu tot de groten van het concertpodium gerekend te worden, zegt veel over haar toewijding, liefde en zelfdiscipline. Misschien heeft haar intense, bewuste manier van leven en werken daarmee te maken, en ook haar hang naar eerlijkheid en introspectie: ‘Belangrijk is dat je dicht bij jezelf blijft. Zowel in de keuze van je repertoire, hoe uiteenlopend de periodes en stijlen ook kunnen zijn, als in het moment waarop je vindt dat je klaar bent om nieuwe grenzen op te zoeken.’ 

safe 63


Ontvang Safe Magazine nu 6 maanden gratis In Safe, het magazine van Robeco, leest u alles over financiĂŤn, beleggen, genieten en lifestyle. Wilt u ook Safe Magazine 6 maanden gratis en geheel vrijblijvend ontvangen?

Vraag Safe Magazine hier aan


Safe Magazine nr. 3 2011  

Safe Magazine nr. 3, inkijkexemplaar. Interesse in artikelen over geld, beleggen, economie, trends en lifestyle? Ontvang dan Safe Magazine 6...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you