GO!Mobility-1-2026

Page 1


GO!

MOBILITY

THEMA: MOBILITEIT VERBINDT

NEDERLAND BEREIKBAAR HOUDEN • DUURZAAMHEID IS OOK BLIJVEN

BESTAAN • BETAALBAARHEID • VEILIGHEID

COLUMN

Breng Nederland in 2026 weer in beweging

FRITS VAN BRUGGEN

Algemeen voorzitter RAI Vereniging

Op 12 december presenteerde Peter Wennink, oud-CEO van ASML, zijn rapport De route naar toekomstige welvaart. Naast zijn aanbevelingen om het verdienvermogen van Nederland te versterken waarschuwt hij voor netcongestie en hoge stroomkosten voor ondernemers, een dreigend tekort aan goed geschoold personeel en de trage bureaucratie bij het verlenen van vergunningen.

Wennink roept de politiek op om direct aan de slag te gaan en structureel te investeren in de toekomst en benadrukt de kosten van stilstand: Nederland blijft op veel terreinen afhankelijk van andere economieën en die afhankelijkheid zal alleen maar toenemen. Volgens mij mist hij daarom een belangrijk aspect: de onmisbare rol van goede mobiliteit en de toegevoegde waarde van de Nederlandse mobiliteitsindustrie. Vergeet niet: Nederland is welvarend geworden door internationale handel, waarbij logistiek een basisingrediënt is geweest voor onze welvaart. Denk bijvoorbeeld terug aan de succesvolle handelsbetrekkingen in de 17e en 18e eeuw, mogelijk gemaakt door een sterke maritieme sector. Daarbij helpt onze geografie: als rivierdelta zijn we een uitstekende uitvalsbasis gebleken om het achterland te bedienen, met één van de grootste wereldhavens als resultaat.

we dat onze bereikbaarheid, betaalbaarheid en concurrentiepositie achterblijft. Mobiliteit is geen luxe, maar een voorwaarde voor economische groei, sociale inclusie en internationale concurrentiekracht.

ECO-TRENDS - pag. 21

In 2026 passeren we de grens van 210.000 gedemonteerde voertuigen, voorspelt Auto Recycling Nederland

IN DE SPOTLIGHTS - pag. 22

Ingenieursbureau GIROTEC: Expertise in testen en homologatie

‘Zolang wij met elkaar in verbinding blijven staan, blijft Nederland in beweging’

Bij RAI Vereniging zeggen we: Mobiliteit Verbindt. In dit magazine laten ondernemers zien wat dat in de praktijk betekent. Bedrijven en mensen die dagelijks werken aan voertuigen, systemen en diensten die ervoor zorgen dat mensen naar hun werk kunnen, goederen hun bestemming bereiken en Nederland in beweging blijft. Hun verhalen maken duidelijk hoeveel vakmanschap, innovatiekracht en doorzettingsvermogen er nodig is om ons mobiliteitssysteem draaiende te houden. Ik ben daarom hoopvol dat de nieuwe regering inspiratie vindt bij de ruim 700 leden die zich bij RAI Vereniging inspannen voor mobiliteit. Zo bezocht ik laatst NXP en DAF, naast vele andere voorbeelden, beiden in Nederland gewortelde organisaties met internationale activiteiten, die baat hebben bij een stabiele en voorspelbare overheid.

MARKTANALYSE - pag. 24

De impact van vrachtverkeer zit vooral in gereden kilometers.

Nederland bereikbaar houden vraagt om beleid dat álle mobiliteitsoplossingen ondersteunt.

GO!FACTOR - pag. 26

Patrick Andriessen blikt met ons terug op de Jongeren Contact Groep van RAI Vereniging.

9

UITGESPROKEN- pag. 27

Rein Middelburg, Country Manager Benelux & Scandinavië bij Zero Motorcycles geeft zijn mobiliteitsvisie.

Voor de mobiliteitssector geldt een vergelijkbare urgentie: mobiliteit moet structureel op de politieke agenda. Er moet meer aandacht en financiële ruimte komen om innovaties en infrastructuur te versnellen, juist omdat veel technologische ontwikkelingen vastlopen door stroperige wet- en regelgeving en gebrek aan financiering. Nederland heeft een sterke maakindustrie, maar zonder duidelijk, voorspelbaar beleid en investeringen in slimme, duurzame mobiliteitsoplossingen riskeren

Om deze column positief af te ronden: ik ben ervan overtuigd dat als het nieuwe jaar in het teken komt te staan van effectieve samenwerking – tussen overheden, kennisinstellingen, ondernemers en politici – dat we Nederland weer in beweging kunnen brengen. Want alhoewel KPMG in opdracht van RAI Vereniging heeft berekend dat onze sectoren samen goed zijn voor zo’n 50 miljard EUR omzet, bijna 200.000 banen en dat 13 procent van de omzet wordt geïnvesteerd in onderzoek en innovatie, is de indirecte toegevoegde waarde van de Nederlandse mobiliteitssector hiervan een veelvoud. Ook komend jaar houdt RAI Vereniging – met alle dank aan secties, commissies, besturen en medewerkers – koers richting het vooruitbrengen van Nederland. Zolang wij met elkaar in verbinding blijven staan, blijft Nederland in beweging. ●

COLOFON

GO!Mobility is een uitgave van RAI Vereniging, postbus 74800, 1070 DM Amsterdam, telefoon (020) 504 49 49, www.raivereniging.nl.

GO!Mobility verschijnt 3 keer per jaar en is o.a. bestemd voor politici, overheidsinstanties, de media en leden van RAI Vereniging. Verspreiding vindt plaats op basis van controlled circulation.

GO!Mobility is ook als digitaal magazine te lezen op www.raivereniging.nl

PRODUCTIE

RAI Vereniging

REDACTIE

Erwin Randwijk, hoofdredacteur

REDACTIERAAD

Jeroen van de Braak, Tom van Steijn, Nadieh van Kesteren en Chantal Roelofs

Als je wilt verduurzamen, moet je het betaalbaar maken De mobiliteitstransitie versnelt, maar betaalbaarheid en uitvoerbaarheid komen steeds sterker onder druk te staan. Van fiscale stabiliteit tot een toekomstbestendige laadinfrastructuur: zonder duidelijke randvoorwaarden stokt de overstap naar zero-emissiemobiliteit. Zoals Huub Dubbelman, aftredend voorzitter van de sectie Personenwagens en Lichte Bedrijfswagens van RAI Vereniging, benadrukt: “Als je mobiliteit wilt verduurzamen, moet je mensen en bedrijven in staat stellen om mee te doen.” 6

Nederland staat voor grote mobiliteitsuitdagingen: toenemende filedruk, vollopende steden en groeiende druk op hulpdiensten. Toch blijft de motorfiets in beleid vaak buiten beeld, terwijl deze internationaal al langer een essentieel onderdeel van de mobiliteitsketen is. Het hardnekkige vrijetijdsimage belemmert het benutten van dit flexibele, ruimte-efficiënte en kosteneffectieve vervoermiddel. Zoals Tom Crooijmans, voorzitter van de sectie Motoren binnen RAI Vereniging, benadrukt: “Als we Nederland bereikbaar willen houden, moeten we álle mobiliteitsoplossingen benutten – en daar hoort de motorfiets volwaardig bij.”

REDACTIEADRES

GO!Mobility

RAI Vereniging Postbus 74800

1070 DM Amsterdam www.raivereniging.nl

Tel. 020 - 504 49 49

MEDEWERKERS

Sjoerd van der Linden

Ontwerp: Studio Baba Anousch (Iwan Daniëls)

Vormgeving: Drukkerij Aeroprint

Fotografie: Ton van Til

Illustraties: Onno Kortland

Druk: Drukkerij Aeroprint ISSN: 2212-8182

© 2025 RAI Vereniging alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere wijze, in elke vorm, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Dit magazine is gedrukt op duurzaam papier.

Bestuurlijke benoemingen

Gerard Bolder is door het Algemeen Bestuur benoemd tot nieuwe voorzitter van de sectie Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens met ingang van 1 januari 2026. Hij volgt Huub Dubbelman op die vele jaren met grote toewijding en betrokkenheid het voorzitterschap heeft vervuld. Gerard Bolder heeft uitgebreide ervaring binnen de automotive sector: zo was hij eerder Managing Director van Ford Nederland en vervulde hij internationale functies, waaronder Sales Director Europe voor lichte bedrijfswagens vanuit het Verenigd Koninkrijk. Ook binnen RAI Vereniging is hij geen onbekende; Gerard Bolder was bestuurslid in het Dagelijks Bestuur van de sectie en maakte

Harald Seidel is per 19 november 2025 toegetreden tot het Hoofdbestuur van RAI Vereniging.

Hij is op dit moment president en CEO van DAF Trucks N.V., een van de grootste truckfabrikanten van Europa. Seidel is daarnaast onder meer actief in de Board of Directors van de Europese brancheorganisatie ACEA.

Hij brengt actuele, relevante kennis over en een netwerk in de Nederlandse, Europese, maar ook wereldwijde innovatieve mobiliteitsindustrie.

In deze tijden van elkaar snel opvolgende geopolitieke ontwikkelingen ondersteunt dit de ambitie van RAI Vereniging om Nederland koploper te maken in innovatieve mobiliteit.

Harald Seidel kijkt ernaar uit om

Gerard Bolder, de nieuwe voorzitter van de sectie Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens

ik gekozen ben tot voorzitter van de sectie en Huub Dubbelman mag opvolgen. In mijn nieuwe rol zet ik mij graag in voor de collectieve belangen van de leden. De komende jaren blijft het vinden van de juiste balans tussen betaalbare mobiliteit, het realiseren van milieudoelstellingen en voldoende overheidsinkomsten een grote uitdaging.

Tijdelijke MRB-vrijstelling voorkomt dubbele heffing voor administratief verlaagde N2’s

Om te voorkomen dat administratief verlaagde N2-voertuigen vanaf 2026 met dubbele belasting worden geconfronteerd, is in het Belastingplan 2026 een oplossing gevonden.

De afgelopen maanden heeft RAI Vereniging intensief overleg gevoerd met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de RDW en andere betrokken partijen om dit knelpunt onder de aandacht te brengen. Dat leidde uiteindelijk tot concrete aanpassingen die moeten voorkomen dat duizenden ondernemers onnodig financieel worden benadeeld.

hij deel uit van het Hoofdbestuur. Daarnaast heeft Gerard Bolder ervaring als toezichthouder –onder meer bij de RDW en ARN.

Gerard Bolder: ‘Het is een eer dat

We zien dat het wegvallen van fiscale stimulansen voor elektrisch rijden de verduurzaming vertraagt, terwijl de betaalbaarheid van mobiliteit voor veel huishoudens onder druk staat. We moeten voorkomen dat autorijden een privilege wordt. Ook de randvoorwaarden, zoals laadzekerheid, moeten écht op orde zijn. ●

een actieve rol te spelen binnen het Hoofdbestuur: “Een sterke, innovatieve automotive

industrie is enorm belangrijk voor duurzame mobiliteit in Nederland. Daar lever ik graag een bijdrage

aan binnen het Hoofdbestuur van RAI Vereniging.” ●

Per 1 juli 2026 gaat in Nederland de nieuwe vrachtwagenheffing van start. Tegelijkertijd gaat vanaf 1 januari 2027 de MRB voor voertuigen fors omlaag, of terug naar nul. Voor een specifieke groep N2-voertuigen, administratief teruggekeurd tot onder de 3.500 kilo, dreigde daardoor een ongewenste situatie: deze voertuigen zouden zowel de vrachtwagenheffing als de reguliere motorrijtuigenbelasting (MRB) moeten betalen. Om die dubbele heffing te voorkomen, stelt het kabinet een tijdelijk nihiltarief voor

Oplossing in Belastingplan 2026 voorkomt dat administratief verlaagde N2-voertuigen vanaf 2026 met dubbele belasting worden geconfronteerd.

de MRB voor. Deze vrijstelling geldt van 1 juli 2026 tot 1 januari 2027, zodat eigenaren de tijd krijgen om zich op de nieuwe systematiek voor te bereiden.

Daarnaast wordt de wettelijke definitie van een vrachtwagen aangescherpt. De term ‘toegestane maximummassa’ maakt plaats voor een heldere omschrijving van de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand. Ook wordt vastgelegd hoe de maximummassa van voertuigcombinaties moet worden berekend, waarbij de toelaatbare massa van aanhangwagens en opleggers wordt meegeteld. De aanpassingen zijn opgenomen in een Tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2026. ●

Het vernieuwde RDW-erkenningenstelsel is een feit

Per 1 januari 2026 is het vernieuwde erkenningenstelsel van de RDW ingevoerd. Dit stelsel is mede ontwikkeld door RDW, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en RAI Vereniging.

In het nieuwe stelsel vormt de Basiserkenning de basis voor elk erkend bedrijf. Zonder deze erkenning kunnen geen andere erkenningen meer worden aangevraagd of behouden. Aan de Basiserkenning zijn specifieke erkenningen gekoppeld die passen bij de activiteiten van een bedrijf, zoals APK, Bedrijfsvoorraad, Handelaarskenteken, Demontage, Import of Kentekenplaatfabricage. Met deze opzet wil de RDW het systeem eenvoudiger, transparanter en eerlijker maken. De Basiserkenning bevat algemene eisen, zoals betrouwbaarheid, een gel-

dige KvK-inschrijving en een actuele VOG. Een belangrijk verschil met het huidige stelsel is dat de RDW meer digitaal toezicht houdt. Bedrijven registreren hun werkzaamheden –zoals voorraadmutaties, tenaamstellingen en keuringen – rechtstreeks in RDW-systemen. Hierdoor kan de RDW gegevens automatisch controleren en sneller ingrijpen bij fouten of onregelmatigheden.

Alle bevoegdheden binnen de erkenning

Bedrijfsvoorraad worden zelfstandige erkenningen. De bevoegdheden APK-keurmeester,

LPG-technicus en Tachograaftechnicus blijven bevoegdheden en vallen niet onder de Basiserkenning. Erkenningen zijn onafhankelijk van elkaar. Wordt een specifieke erkenning geschorst of ingetrokken, dan blijven andere erkenningen geldig. Wordt echter de Basiserkenning geschorst of ingetrokken, dan vervallen ook alle gekoppelde erkenningen. De RDW krijgt daarnaast nieuwe handhavingsmogelijkheden om integriteit te toetsen en te zorgen voor een veiliger en eerlijker speelveld. ●

Harald Seidel, president en CEO DAF Trucks N.V.

Bereikbaarheid

‘Nederland bereikbaar houden vraagt om beleid dat álle mobiliteits-oplossingen ondersteunt.’

Nederland staat op een kruispunt in de mobiliteitsontwikkeling. De filedruk neemt toe, steden slibben dicht en hulpdiensten worstelen steeds vaker met het halen van reactietijden doordat de openbare ruimte steeds voller wordt. Volgens Tom Crooijmans, voorzitter van de sectie Motoren binnen RAI Vereniging, is het daarom opmerkelijk dat één voertuigtype vrijwel nooit wordt meegenomen in beleidsdiscussies: de motorfiets. “In internationale steden wordt de motor al decennia gezien als een essentieel onderdeel van de mobiliteitsketen,” zegt hij. “Maar in Nederland leeft nog steeds het beeld dat de motor een vrijetijdsvoertuig is. Dat beeld is achterhaald en belemmert het benutten van oplossingen die we keihard nodig hebben.” Crooijmans wijst op de bewezen rol van motorfietsen in bijvoorbeeld de hulpverlening. Over de hele wereld worden motorfietsen ingezet door politie en brandweer omdat ze wél vooruitkomen waar auto's door drukte, smalle straten of infrastructuur worden tegengehouden. “Ook in Nederland kan één hulpverlener op een motor sneller ter plaatse zijn, de situatie beoordelen en bepalen of opschaling nodig is. Dat scheelt minuten én kosten en voorkomt de inzet van zware voertuigen die het verkeer nog verder ophouden.” Het is volgens hem een overtuigend voorbeeld van hoe motorfietsen bijdragen aan een flexibeler en efficiënter mobiliteitssysteem — precies wat Nederland nu nodig heeft. Daarbij past ook de groeiende aandacht voor moderne mobiliteitsvormen binnen arbeidsvoorwaarden, zoals het mobiliteitsbudget. “Dit geeft werknemers de vrijheid om zélf te kiezen welke vorm van vervoer het beste aansluit bij hun situatie. Motorfietsen zijn daarvoor uitermate geschikt: flexibel, efficient, kostenbewust en perfect passend bij wisselende reispatronen.”

De motor als volwaardig alternatief voor woon-werkverkeer

Naast de rol voor hulpdiensten ziet Crooijmans een groeiende kans voor motorfietsen in het dagelijks woon-werkverkeer. “Steden worden steeds autoluwer. Parkeren wordt duurder en schaarser, en het openbaar vervoer is niet overal een passend alternatief. Op trajecten waar de auto niet meer praktisch is en het ov geen volwaardig antwoord biedt, ontstaat ruimte voor de motorfiets.” Dat motorfietsen goedkoper zijn in aanschaf en gebruik versterkt deze trend. Ook werkgevers ontdekken dit: een ‘motor

van de zaak’ wordt steeds vaker interessant als zakelijke mobiliteitsoplossing. Niet alleen vanwege de lagere kosten en ruimtebesparing, maar ook omdat werknemers hiermee snel en flexibel kunnen reizen. Opvallend is dat vooral jongere generaties motorfietsen herontdekken. “Zij hechten minder waarde aan het bezit van een auto en kiezen mobiliteit die past bij flexibiliteit, kosten en tijd. De motor sluit daar naadloos op aan. Jongeren hebben geen behoefte aan een dure leaseauto als arbeidsvoorwaarde, maar wel aan vlot en betrouwbaar vervoer.” Toch blijft het imago van de motorfiets hardnekkig beïnvloed door oude vooroordelen. “De techniek is volledig meegegroeid,” benadrukt Crooijmans. “Moderne motoren beschikken over dezelfde veiligheidssystemen als auto’s zoals ABS, tractiecontrole en stabiliteitsprogramma’s. Bovendien bestaat motorkleding steeds vaker uit hoogwaardige, circulaire materialen, soms zelfs met geïntegreerde airbags. “Het beeld dat motorrijden per definitie gevaarlijk is, klopt niet meer. De techniek en de bescherming staan op een niveau dat dit echt niet langer rechtvaardigt.” Bovendien is motorrijden ook plezier. “Motorrijden is leuk, en dat geldt niet alleen voor recreatieve ritten, maar juist ook voor woon-werkverkeer en zakelijk gebruik. Een vorm van mobiliteit die efficiënt is én dagelijks plezier geeft, verdient een prominente plek in het mobiliteitsbeleid.”

Naar een eerlijker en veiliger rijbewijssysteem Wat daarbij een tweede obstakel vormt dat de groei van motorfietsen in Nederland belemmert, is het complexe rijbewijssysteem. “Om een motor met vol vermogen te mogen rijden, moeten bestuurders tot wel drie examens afleggen. Dat systeem is niet logisch,” stelt Crooijmans. “Wij pleiten niet voor het zomaar weggeven van een motorrijbewijs, maar voor een realistischer structuur. Een lichte motorfiets koppelen aan het autorijbewijs, onder voorwaarden en met goede instructie, is veilig en verantwoord en maakt motorrijden toegankelijker.” Hij benadrukt dat motorrijders bewuster deelnemen aan het verkeer omdat ze hun kwetsbaarheid beter begrijpen, wat hen volgens hem ook betere automobilisten maakt. “Veiligheid gaat niet alleen over het voertuig, maar ook over gedrag en educatie. Kijk naar de elektrische fiets: het gaat mis als mensen zonder training op

Duurzaamheid

te snelle voertuigen stappen. De oplossing is niet verbieden, maar zorgen voor passende instructie. Die logica moeten we ook toepassen op de motorfiets.” Een toegankelijker rijbewijssysteem is volgens Crooijmans essentieel om de motorfiets een realistische rol te geven in de mobiliteitsmix en om de overstap voor nieuwe doelgroepen laagdrempeliger, veiliger en logischer te maken.

De motorfiets past perfect in de stedelijke mobiliteit van de toekomst De manier waarop Nederlandse steden zich ontwikkelen, maakt de motorfiets volgens Crooijmans relevanter dan ooit. Autoluwe binnensteden, deelmobiliteit, strengere emissiezones en toenemende druk op ruimte vragen om oplossingen die compact, flexibel en efficiënt zijn. “In die puzzel past de motorfiets perfect,” stelt Crooijmans. “Motoren nemen nauwelijks ruimte in beslag, veroorzaken minder slijtage aan het wegdek en functioneren goed in dicht stedelijk verkeer. Elektrische auto’s belasten het wegdek, vragen veel ruimte. Motoren, zowel elektrisch of conventioneel, zijn lichter en compacter.” Toch krijgt de motorfiets als vrijwel enige vervoersvorm géén enkele fiscale stimulans, zelfs niet bij elektrificatie. “Dat remt de ontwikkeling,” zegt Crooijmans. “Er zijn prachtige elektrische motoren op de markt, maar zonder prikkels blijft de markt klein. Dat is een vreemde keuze in een tijd waarin we alle oplossingen nodig hebben om steden leefbaar en bereikbaar te houden.”

Een sector die zich verenigt en laat horen De motorbranche had jarenlang moeite om gehoord te worden in Den Haag, mede door een vrijetijds- of hobby-imago. Crooijmans ziet nu een duidelijke omslag. “We hebben binnen RAI Vereniging afgesproken dat we één stem naar buiten brengen. All Brands United noemen we dat. Zonder merkpet, maar één branche.” Dat betekent dat nagenoeg alle merken, zo’n 98%, die lid zijn van RAI Vereniging gezamenlijk optrekken in belangenbehartiging, evenementen en communicatie. De Motorbeurs in Utrecht is daarvan een schoolvoorbeeld. “We hebben uniforme standbouw: de buitenkant is één geheel, en binnenin creëert ieder merk zijn eigen wereld. Zo presenteren we ons als volwassen branche in plaats van versnipperde merken. Dat trekt bezoekers, journalisten én beleidsmakers. We verwachten dit jaar meer dan 100.000 bezoekers. Als branche zie je dan pas echt wat gezamenlijke zichtbaarheid doet.” Volgens Crooijmans is deze samenwerking essentieel om beleidsmakers te bereiken. “De politiek kijkt naar sectoren, niet naar merken. Alleen samen krijgen we de motorfiets structureel op de agenda.”

Een duidelijke boodschap: benut alle beschikbare opties Crooijmans sluit af met een heldere oproep. “Als we Nederland bereikbaar willen houden, moet de politiek de motorfiets volwaardig meenemen in het mobiliteitsbeleid.” Hij benadrukt dat de motorfiets niet dé oplossing is voor alle mobiliteitsproblemen, maar wél een bewezen en onmisbare schakel. “Wie mobiliteit serieus neemt, benut álle beschikbare opties. De motor hoort daarbij.” De sector staat klaar om die rol te vervullen. “Wij willen bijdragen aan bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Maar dan moet de politiek ons wel zien. Geef de motor een plek aan tafel, en Nederland blijft in beweging.” ●

‘Voor

Duurzaamheid zit in de hele keten, niet alleen in aandrijving De verduurzaming van de motorsector gaat verder dan alleen de motor zelf. Crooijmans wijst op de circulaire ontwikkelingen in motorkleding, waarin steeds vaker gerecyclede materialen worden gebruikt die na gebruik opnieuw kunnen worden ingezameld. “Dat hele ketendenken wordt steeds belangrijker. We nemen onze verantwoordelijkheid in hoe we produceren, en hoe we bijvoorbeeld kleding en batterijen hergebruiken en inzamelen.” Daarnaast ziet hij dat motoren een positieve bijdrage leveren aan de bredere duurzaamheidsdoelen van steden. “Duurzaamheid draait niet alleen om CO2-uitstoot, maar ook om ruimtegebruik, infrastructuurbelasting en efficiëntie. Motorfietsen passen daarin veel beter dan vaak wordt aangenomen.”

‘Duurzaamheid is ook blijven bestaan’

De Nederlandse carrosseriebouw is een wereld op zich. Bedrijven die met het grootste vakmanschap en precisie voertuigen en carrosserieën bouwen, aanpassen en vernieuwen — van opleggers tot zoutstrooiers en mestwagens. Volgens Pieter Dirk Rondaan, sectievoorzitter van Carrosserie NL binnen RAI Vereniging, is de sector volop in transitie. “Duurzaamheid gaat voor ons niet alleen over CO2 of grondstoffen,” zegt Rondaan. “Het gaat er ook om dat je als bedrijf kunt blijven bestaan en dat je toekomst hebt. Dáár begint echte duurzaamheid.”

Circulariteit zit in ons DNA Carrosseriebouwers zijn van nature circulair, benadrukt Rondaan. “We hergebruiken al onderdelen al ver voordat het een beleidsthema werd. Wij pakken dingen van vijftien jaar oud en maken ze weer als nieuw. Een opbouw die technisch nog goed is, krijgt bij ons een tweede leven.” De kracht van de Nederlandse carrosseriebouw ligt in vakmanschap en maatwerk. “Wij kunnen alles bouwen, van begin tot eind. En juist omdat we dat kunnen, kijken we steeds vaker hoe we slimmer en duurzamer kunnen werken. Niet meer alles opnieuw maken, maar hergebruiken wat nog waarde heeft.” Circulariteit vraagt ook om een andere manier van denken bij nieuwe generaties monteurs en engineers. Rondaan: “Ik zeg altijd: denk in legoblokjes. Kun je onderdelen ergens anders hergebruiken? Kun je modulair werken, zodat je delen kunt vervangen zonder de hele opbouw te vernieuwen? Dat is de toekomst. We moeten leren om in systemen te denken, niet alleen in producten.”

Samenwerking als sleutel tot vernieuwing

Waar bedrijven vroeger vooral zelfstandig opereerden, ziet Rondaan nu een duidelijke trend richting samenwerking binnen de sectie. “We werken graag samen met collega’s. De tijd dat iedereen zijn eigen eilandje had, is voorbij. Samen kom je verder, zowel technisch, organisatorisch én duurzaam.” Die samenwerking is niet uitsluitend tussen carrosseriebouwers

onderling, maar ook met toeleveranciers, scholen en klanten. “De Nederlandse klant is veeleisend. Die denkt soms dat hij het beter weet dan de standaardoplossingen en eerlijk gezegd, dat houdt ons scherp. Bij de gratie van die mentaliteit bestaat onze sector nog steeds. Er is en blijft markt voor werk dat specifiek is. Als je dat goed doet, is er werk genoeg.” Toch ziet hij dat schaalvergroting in de sector toeneemt. “Bedrijven worden samengevoegd of opgekocht, en dat verandert de dynamiek. Schaalvergroting gaat bij onze klanten veel

‘Duurzaamheid
gaat voor ons niet alleen over CO2 of grondstoffen. Het gaat erom dat je als bedrijf kunt blijven bestaan. Dáár begint echte duurzaamheid.’

sneller dan bij ons. Grote logistieke partijen stellen hogere eisen, willen sneller facturen, kortere levertijden, meer standaardisatie. Daar moeten wij in meegaan, zonder onze eigen kracht te verliezen.”

Digitalisering als fundament

Om aan die eisen te voldoen, investeren veel carrosseriebouwers in automatisering en digitalisering. “Automatisering is niet alleen een kwestie van software, maar van organisatie. Wie doet wat, wanneer, en hoe zorg je dat het proces blijft draaien — ook als iemand uitvalt? We gaan binnenkort aan de slag met ERP-systemen die het hele proces inzichtelijk maken. Zo kun je plannen, bijsturen en slimmer produceren.” Bovendien helpt digitalisering bedrijven om minder ad hoc en meer toekomstgericht te werken. “Je moet niet alleen bezig zijn met morgen, maar ook met overmorgen,” zegt Rondaan. “Bedrijven die alleen op de waan van de dag sturen, redden het niet meer. Als je wilt blijven bestaan, moet je je organisatie toekomstbestendig maken.” Sommige bedrijven, waaronder Rondaan, ontwikkelen zelfs eigen configuratoren voor klanten. “De keuze is niet reuze,” zegt Rondaan met een knipoog. “Wij hebben al voor u gedacht. De klant kan met een paar klikken zijn aanhanger samenstellen met standaardonderdelen. Dat bespaart tijd, voorkomt fouten en maakt ons proces efficiënter. Zo blijft er meer ruimte over voor écht maatwerk.”.

Tom Crooijmans:
een bereikbaar Nederland hebben we de motor nodig ’

Mensen blijven de basis

Een van de grootste uitdagingen in de carrosseriebouw is het vinden van goed personeel. “Human capital is en blijft hét thema,” zegt Rondaan. “Vind maar eens de juiste mensen. De nieuwe generatie bouwers is zeldzaam. Vaak krijgen we mensen binnen die het vak nog helemaal moeten leren. Je moet het organiseren, begeleiden en investeren in opleiding.”

Rondaan en RAI Vereniging werken daarom intensief samen met BBL-trajecten en technische scholen. “We hebben scholen om ons heen nodig,” legt hij uit. “De instroom is moeilijk, dus we moeten jongeren enthousiast maken. Dat begint met laten zien hoe mooi dit vak is: technisch, tastbaar, zichtbaar. Als je een aanhanger bouwt of een opbouw monteert, zie je direct het resultaat van je werk.” Ook binnen bedrijven verandert de cultuur. “We waren vroeger best directief — doen wat de baas zegt. Dat werkt niet meer. Jongeren willen meedenken, verantwoordelijkheid voelen. Je moet ze ruimte geven en laten groeien. Zo bouw je niet alleen voertuigen, maar ook de toekomst.”

Duurzaamheid als continuïteit

Duurzaamheid is voor Rondaan niet alleen een technische opgave, maar ook een kwestie van overleven als sector. “Kunnen we blijven bestaan als er weer iets gebeurt zoals COVID? Kunnen we blijven draaien en onze mensen aan het werk houden? Dat zijn ook duurzaamheidsvragen. We moeten zorgen dat we veerkrachtig zijn en dat we continuïteit kunnen garanderen.” Tijdens de pandemie hebben bedrijven geleerd hoe belangrijk zelfvoorzienendheid en flexibiliteit zijn. “We zijn meer aandacht gaan besteden aan onze eigen producten en productiecapaciteit. Zo hebben we bijvoorbeeld het volume van onze eigen chassisproductie verhoogd. Dat soort keuzes maakt je minder afhankelijk van externe factoren en toekomstbestendiger.”

Elektrificatie: tussen pionieren en pragmatisme

Een ander belangrijk thema is elektrificatie. Rondaan ziet het als onvermijdelijk, maar ook als complex. “Soms moet je het gewoon doen,” zegt hij nuchter. “Er is nog veel onduidelijk,

maar je kunt niet wachten tot alles geregeld is. We zitten in een tussenfase.”

De uitdaging zit vooral in de techniek. “Chassisbouw neemt toe, maar er is weinig ruimte aan het chassis zelf. We moeten zorgen dat alles past en functioneert, ook bij elektrische voertuigen. En, als je het chassis of de trailer onafhankelijk maakt van het trekkend voertuig, kun je nog lang vooruit — ook met diesel. Niemand weet precies hoe snel de elektrificatie van trucks gaat, maar zo hou je je geldstroom op gang en blijf je relevant. Elektrificatie is belangrijk, en je moet erin meegroeien.”

De toekomst: samenwerken en vasthouden aan vakmanschap

De toekomst van de carrosseriebouw ligt volgens Rondaan in samenwerking, vakmanschap en innovatie. “We moeten elkaar opzoeken. Samen kennis delen, samen opleiden, samen ontwikkelen. Alleen red je het niet meer.” Hij ziet een sector die zich stap voor stap aanpast aan nieuwe realiteiten, zonder haar ziel te verliezen. “Maken en bouwen is leuk, dat zit in ons bloed. Maar het wordt nog mooier als je het kunt hergebruiken. Als je onderdelen van van-

daag morgen opnieuw kunt inzetten. Dat is niet alleen duurzaam, dat is slim.” Ondanks alle uitdagingen is Rondaan optimistisch. “Er blijft werk. De Nederlandse carrosseriebouwer heeft altijd overleefd door zijn creativiteit en zijn vermogen om mee te bewegen. Als we dat vasthouden — samenwerken, automatiseren, en mensen blijven opleiden — dan hebben we ook in de toekomst bestaansrecht.”

Duurzaamheid als overlevingskunst De carrosseriebouw is in verandering, maar volgens Rondaan is dat niets nieuws. “We zijn altijd bezig geweest met aanpassen, verbeteren, vernieuwen. Alleen de snelheid ligt nu hoger.” Voor hem is duurzaamheid geen modeterm, maar een manier van denken. “Het gaat niet alleen om emissies of recycling. Het gaat om de vraag: kun je blijven bestaan? Kun je blijven werken, blijven bouwen, blijven leren? Dát is de essentie van duurzaamheid in onze sector.” En dus klinkt zijn boodschap helder: “Zoek de samenwerking op. Doe het samen. Denk in de lange termijn. Dan bouwen we niet alleen aan carrosserieën, maar aan een toekomst die blijft rijden.” ●

De tijd van eilandjes is voorbij. Samen kom je verder — technisch, organisatorisch én duurzaam.’

Betaalbaarheid

‘Als je wilt verduurzamen, moet je het betaalbaar maken’

De mobiliteitstransitie is in volle gang en de ambities rondom zero-emissiemobiliteit zijn groot. Elektrificatie van het wagenpark, de opkomst van zero-emissiezones en het streven naar schonere en slimmere mobiliteit staan hoog op de agenda van politiek, bedrijfsleven en samenleving. Toch dreigt een essentiële voorwaarde onder druk te komen te staan: betaalbaarheid. “Onze boodschap is helder,” zegt Huub Dubbelman, aftredend voorzitter van de sectie Personenwagens en Lichte Bedrijfswagens van RAI Vereniging. “Als je mobiliteit wilt verduurzamen, moet je mensen en bedrijven in staat stellen om mee te doen. Anders ontstaat er geen draagvlak, en zonder draagvlak geen transitie.”

Een onverwachte belasting die de transitie afremt

De recente discussie over de pseudo-eindheffing voor de zakelijke markt op benzine- of dieselleaseauto’s maakt volgens Dubbelman duidelijk hoe kwetsbaar de fiscale ondersteuning van de mobiliteitstransitie is. “Werkgevers worden ineens geconfronteerd met extra kosten, zonder dat daar stimulering tegenover staat. Terwijl juist nu stabiliteit en investeringsruimte cruciaal zijn voor de mobiliteitstransitie.

Bovendien veroorzaakt de

eindheffing in zijn huidige opzet grote negatieve uitwijkeffecten.

Werknemers gaan vaker kiezen voor een kilometervergoeding of mobiliteitsbudget en rijden vervolgens in een tweedehands benzineauto. Zo stijgt de uitstoot en loopt de verduurzaming vertraging op.” Gelukkig heeft de Tweede Kamer bij de behandeling van het Belastingplan er nog voor gezorgd dat er een korting in de bijtelling voor elektrische auto's deels behouden blijft. We hebben hier als RAI Vereniging samen met VNO, VNA en BOVAG een

Als je mobiliteit wilt verduurzamen, moet je mensen en bedrijven in staat stellen om mee te doen. Zonder betaalbaarheid ontstaat er geen draagvlak – en zonder draagvlak geen transitie.' — Huub Dubbelman, RAI Vereniging

actieve lobby voor gevoerd. Zeker niet genoeg, maar goed dat er wel geluisterd is naar de sector.

De heffing past in een breder patroon waarin fiscale spelregels te vaak en te plotseling veranderen. “Zonder duidelijke overgangsregelingen ondermijn je het vertrouwen van ondernemers en de

consument. Bedrijven willen investeren, maar alleen als ze weten waar ze aan toe zijn. Consumenten willen wel overstappen naar EV, maar alleen als dat betaalbaar is en, laten we dat ook vooral niet vergeten, het energienetwerk versneld verzwaard wordt zodat er ook geladen kan worden. Maatregelen zoals de

Investeringen in laadinfrastructuur

Bij de uitbreiding van het energienetwerk ziet Dubbelman een ver-

eindheffing schrikt af, net op het moment dat we versnelling nodig hebben. Lange termijnbeleid, duidelijkheid en consistent beleid is nodig.” Dubbelman wijst erop dat de zakelijke markt in Nederland een belangrijke aanjager is van de elektrificatie. “Zakelijke rijders nemen het belangrijkste deel van de nieuwverkopen voor hun rekening. Dat is essentieel, want die auto’s komen later op de tweedehandsmarkt terecht. Als je die elektromotor afremt, krijgt de hele keten daar last van.”

gelijkbare dynamiek: gebrek aan tempo, gebrek aan samenhang en een ontbrekende langetermijnvisie. “De autosector heeft miljarden geïnvesteerd in de elektrificatie van het wagenpark en wordt gehouden aan strenge CO2doelen, inclusief stevige sancties wanneer die niet worden gehaald. Maar voor het energienetwerk, dat cruciaal is om deze transitie mogelijk te maken, ontbreken verplichtingen.” Hier mist volgens hem een ketenaanpak en langetermijnvisie. “Als RAI Vereniging hebben we niet voor niets jaren geleden een laadpaalalarm afgegeven,” zegt Dubbelman. “Zonder een robuust netwerk stokt de transitie.”

Laadnetwerk bepaalt het draagvlak voor ZE-zones

Ook bij de invoering van zero-emissiezones ziet

Dubbelman een vergelijkbaar patroon. RAI Vereniging is een voorstander van ZE-zones, omdat ze bijdragen aan gezonde, leefbare binnensteden. Maar het succes staat of valt met de beschikbaarheid van laadinfrastructuur. “De ambitie van gemeenten om te verduurzamen ondersteunen wij volledig,” zegt Dubbelman. “Maar ondernemers kunnen alleen overstappen als er voldoende laadcapaciteit is, op de juiste plekken en met een netwerk dat meegroeit met de vraag.” Volgens hem is de praktijk nu te versnipperd: laadpleinen komen niet snel genoeg van de grond, netcapaciteit loopt achter en regionale verschillen zijn groot.

“Bedrijven die willen verduurzamen hebben behoefte aan zekerheid dat zij hun voertuigen altijd kunnen laden. Een goed gespreide en vooral toekomstbestendige, laadinfrastructuur is daarbij onmisbaar.”

Internationale wet- en regelgeving maken voertuigen duurder Naast nationale maatregelen hebben ook Europese regels een forse impact op de betaalbaarheid. Dubbelman wijst op ADAS-systemen, die verplicht worden voor nieuwe voertuigen.

“Deze technologieën maken auto’s veiliger en zijn nodig voor toekomstige autonome mobiliteit, maar ze maken voertuigen ook zwaarder en duurder. Daardoor stijgen niet alleen de aanschafprijzen, maar ook bijvoorbeeld de motorrijtuigenbelasting.” Hij pleit voor een realistische belastingstructuur die technologische vooruitgang ondersteunt. “Als fabrikanten investeren in lichtere

voertuigen met efficiënte systemen, moeten ze daarvoor worden beloond. Nu zie je dat vooruitgang leidt tot zwaardere voertuigen en dus hogere belastingen. Dat wringt.”

Daarnaast signaleert Dubbelman een scheve concurrentiepositie.

"Terwijl China al tien tot twaalf jaar geleden met een lange termijnvisie inzette op de elektrifica-

tie van mobiliteit, gedreven door explosief groeiende steden en ernstige luchtkwaliteitsproblemen, kwam de ontwikkeling in Europa veel moeizamer op gang. In China was elektrificatie de enige oplossing naar schonere steden, wat leidde tot massale investeringen, nieuwe fabrikanten en een enorme schaal in EV-productie. Europese merken beschikten destijds wel over elektrische

modellen, maar wisten die ontwikkeling niet door te zetten. Die combinatie van industriepolitiek en schaalvoordelen heeft China inmiddels een voorsprong gegeven. Als we dat niet onderkennen, verliezen we innovatiekracht én concurrentievermogen. Nederland is een kleine markt, maar kan op Europees niveau wel pleiten voor slimme en eerlijke kaders.”

Betalen naar gebruik als logische stap Om tot een eerlijker belastingsysteem te komen, werkt RAI Vereniging samen met ANWB, BOVAG, VNA en Natuur & Milieu in het Mobiliteit Coalitie Autobelastingen. De kern: betalen naar gebruik. “Wie weinig rijdt, betaalt minder. Wie meer rijdt of vervuilt, betaalt meer. Dat is eerlijker dan het huidige systeem, waarin

‘Als je wilt verduurzamen, moet je het betaalbaar maken’

Consumenten zoeken voorspelbaarheid

De consument blijft intussen vasthouden aan zekerheid. “Elektrisch rijden biedt veel voordelen, maar wordt nog te vaak als onvoorspelbaar ervaren,” aldus Dubbelman. “Prijstransparantie aan de laadpaal ontbreekt, fiscale voordelen veranderen voortdurend en niet iedereen kan thuis laden. Dan wint de vertrouwde benzineauto het op gebruiksgemak en voorspelbaarheid.” Volgens hem is dat logisch gedrag. “Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Als elektrisch rijden financieel risicovol voelt, haakt de massa af. Daarom is consistent beleid zo belangrijk.” Daar komt bij dat moderne auto’s aantoonbaar schoner zijn dan tien jaar geleden. “Ze zijn 30 tot 50 procent zuiniger en stoten daardoor minder CO2 uit. Maar door extra systemen worden ze ook zwaarder. Beleid moet die realiteit onderkennen, niet straffen.”

autobezit zwaarder telt dan gebruik,” zegt Dubbelman. Hij ziet daarin ook kansen voor deelmobiliteit, zeker in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is. “Als parkeren duurder wordt en het autobezit afneemt, past zo’n systeem veel beter bij de mobiliteit van morgen.” Daarnaast draagt het bij aan fiscale rust. “Als je weet wat je betaalt, kun je plannen. Dat geldt voor burgers, maar zeker ook voor bedrijven. Het stimuleert efficiënt gebruik zonder mobiliteit onnodig te beperken.”

Zakelijke markt vraagt om stabiliteit

Volgens Dubbelman is consistent beleid daarbij cruciaal. “Bedrijven moeten blijven investeren, zodat de instroom van zakelijke elektrische auto’s en daarmee het latere tweedehands aanbod op peil blijft. Maar dan moeten bedrijven wel durven investeren, en dat vraagt om consistent en betrouwbaar beleid.” RAI Vereniging pleit dan ook voor fiscale stabiliteit. “Jaarlijkse wijzigingen in bijtelling, subsidies of MRB ondermijnen

het investeringsklimaat. Wij willen meerjarenafspraken, zodat ondernemers en particulieren weten waar ze aan toe zijn.” Tegelijk waarschuwt hij voor een eenzijdige focus op de begroting. “Het ministerie van Financiën kijkt vaak vooral naar wat het kost. Maar ze vergeten wat het oplevert: schonere lucht, minder files, innovatie en bereikbaarheid. Dat moet anders als we echt stappen willen zetten.”

Van ambitie naar uitvoering

Voor Dubbelman is het helder: wie echt wil verduurzamen, moet beleid voeren dat werkt in de

praktijk. “Betaalbaarheid is geen bijzaak, het is de kernvoorwaarde. Zonder haalbare kosten voor particulieren en ondernemers komt er geen draagvlak, geen schaal en dus ook geen succes.” De mobiliteitstransitie vraagt om keuzes die perspectief bieden. “De sector investeert, de technologie is er, en de wil is groot. Nu is het aan de overheid om een stabiele koers te varen. Creëer rust, wees voorspelbaar en kies voor systemen die eerlijk zijn voor iedereen. Als je wilt verduurzamen, moet je het betaalbaar maken. Alleen dan krijg je de samenleving echt mee.” ●

Huub Dubbelman: 'Zonder stabiel en voorspelbaar beleid durven bedrijven niet te investeren, en stokt de verduurzaming.'

Veiligheid

‘We moeten het fietsland

van de

toekomst durven bouwen’

Nederland noemt zich graag hét fietsland van de wereld, maar onze verkeersveiligheid staat onder druk. De groei van het fietsverkeer dwingt tot keuzes die we te lang hebben uitgesteld. Paul Vreeburg, voorzitter van de sectie Fietsen van de RAI Vereniging, waarschuwt: als we de kracht van de fiets willen behouden, moeten we nu investeren in een moderne, veilige en toekomstbestendige fietsomgeving.

“De fiets is gezond, duurzaam en efficiënt, maar dat betekent niet dat onze infrastructuur en ons gedrag vanzelf meebewegen,” zegt Vreeburg. De groei van het fietsverkeer gaat sneller dan veel mensen beseffen. E-bikes zijn gemeengoed geworden, bakfietsen maken vast deel uit van het straatbeeld en lichte elektrische voertuigen verschijnen in allerlei vormen op het fietspad. Het benadrukt de kracht van de fiets als vervoermiddel, maar brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. “We moeten niet alleen trots zijn op het fietsland dat we wáren, maar vooral op wat we kúnnen worden. Dat vraagt om een bredere blik op veiligheid dan we de afgelopen jaren hebben gehad.” Vreeburg voegt toe: “Die urgentie werd onlangs opnieuw bevestigd door de SWOV, die waarschuwt dat zonder extra maatregelen het aantal verkeersslachtoffers blijft stijgen, vooral onder fietsers. Alleen trots op het verleden is niet genoeg om veilig mee te groeien met de fiets van morgen.”

Infrastructuur die onvoldoende meebeweegt

De drukte op het fietspad is in veel steden het nieuwe normaal. Maar de infrastructuur waarop al die bewegingen plaatsvinden, is ontworpen in een periode waarin fietsen gemiddeld 15 km/h reden en e-bikes, bakfietsen en speedpedelecs nog niet bestonden. Die tijd is voorbij. Vreeburg schetst een beeld van

een fietspad waarop voertuigen van verschillende snelheden, breedtes en gewichten door elkaar rijden. “Dan is het niet vreemd dat er wrijving ontstaat. Op veel plekken moeten we concluderen dat de ontwerpstandaard simpelweg niet meer past bij het verkeer van nu.”

In het buitenland is al te zien hoe het wél kan. Kopenhagen bouwde dertien volwaardige fietsautostrades en Parijs transformeerde in korte tijd van autostad naar fietsmetropool. Volgens Vreeburg heeft Nederland dezelfde potentie, maar benut het die onvoldoende.

“We moeten in de ruimte gaan denken. Letterlijk meer ruimte op het fietspad, maar

Gezondheid tegenover veiligheid: het helmdebat blijft genuanceerd Het helmdebat is een terugkerend thema in de discussie over fietsveiligheid. Een helm beschermt bij een val, daar is iedereen het over eens. Maar een helmplicht heeft onbedoelde bijwerkingen. Internationale voorbeelden laten zien dat mensen daardoor minder gaan fietsen, met name jongeren. En dat is precies wat we niet moeten willen. “Fietsen is actieve mobiliteit en daarmee één van de grootste gezondheidsbronnen van Nederland,” zegt Vreeburg. “Bij het nemen van een veiligheidsmaatregel moet je goed letten op mogelijke neveneffecten, zoals het risico dat

‘Veiligheid begint niet bij gedrag, maar bij de omgeving waarin mensen zich bewegen.’

ook duidelijkere keuzes: waar horen snelle fietsen, waar kunnen kwetsbare groepen veilig oversteken, en hoe richten we schoolroutes logisch in? Veiligheid begint niet bij gedrag, maar bij de omgeving waarin mensen zich bewegen.”

sommige mensen minder gaan fietsen."

Daarom kiezen RAI Vereniging, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en andere stakeholders bewust voor het stimuleren van vrijwillig helmgebruik. Niet door te verplichten, maar door het aantrekkelijk en normaal te

‘We moeten in de ruimte gaan denken: letterlijk meer ruimte op het fietspad, maar ook duidelijke keuzes over wie waar op de weg hoort.'

maken. Campagnes, zichtbaarheid en slimme productontwikkeling moeten helpen om een cultuurverandering op gang te brengen. “We willen dat de helm iets gewoons wordt,” zegt Vreeburg. “Zodra steeds meer mensen ’m dragen, volgt de rest vanzelf. Je verandert gedrag niet met een plicht alleen.”

Beleid dat niet meer past bij de realiteit

Hoewel verkeersveiligheid een vaste plek heeft op de politieke agenda, blijven structurele investeringen achter. Gemeenten worstelen met verouderde fietspaden, toenemende drukte en beperkte budgetten. Intussen stijgt

het aantal fietsslachtoffers en lijkt de ambitie ‘nul verkeersdoden’ in stilte te zijn losgelaten. “Dat is een verkeerd signaal,” zegt Vreeburg. Gemeenten willen vaak wel, maar zonder landelijke richting lukt het niet om grote stappen te zetten. Landelijke stimulering is volgens hem essentieel: het Rijk moet doelen stellen

en investeren, terwijl steden en dorpen de uitvoering doen. “Je kunt vanuit Den Haag geen fietspad in Woudenberg aanpassen, maar je kunt Woudenberg wél de middelen en de kaders geven om dat zelf te doen.” Ondertussen innoveert de fietsindustrie sneller dan het beleid kan bijhouden. E-bikes met ABS, permanente verlichting, remlichten, richtingaanwijzers en V2X-technologie zijn inmiddels realiteit. Maar die innovaties hebben pas effect als de infrastructuur meegroeit. “We kunnen wereldkampioen innovatie zijn,” zegt Vreeburg, “maar als de infrastructuur van 2005 blijft, benutten we die innovatie nooit volledig.”

Nationale regie is onmisbaar

Juist omdat gemeenten sterk verschillen in capaciteit, financiële slagkracht en expertise, is een nationaal kader nodig. Vreeburg pleit daarom voor een landelijk stimuleringsprogramma voor fietsinfrastructuur, vergelijkbaar met de Europese mobiliteitsfondsen waar steden met concrete plannen op kunnen instappen. “Zo’n programma zorgt voor uniforme ontwerpstandaarden, structurele financiering en een basiskwaliteit voor heel Nederland. Tegelijkertijd vraagt het om nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, die op lokaal niveau daadwerkelijk keuzes moeten maken over de inzet van middelen en de inrichting van het straatbeeld.

Alleen in die synergie tussen rijksbeleid en regionale uitvoering kan worden voorkomen dat de veiligheid van fietsers afhankelijk blijft van lokale begrotingen of toevallige politieke prioriteiten.” En die noodzaak wordt alleen maar groter. De groei van e-bikes en bakfietsen zet door, en nieuwe lichtgewicht voertuigen dienen zich aan. “Als we blijven werken zoals nu, loopt het uiteindelijk vast,” zegt Vreeburg. “Nederland moet ruimte maken. Letterlijk en figuurlijk.”

De rol van industrie, consument én gedrag

Veiligheid begint bij de kwaliteit van producten, maar eindigt bij de keuzes van mensen. “De industrie levert veilige fietsen en blijft investeren in innovatie,” zegt Vreeburg. “Maar

Je verandert gedrag niet met een plicht alleen. We willen dat de helm iets gewoons wordt, niet iets opgelegds.'

consumenten spelen óók een rol. Het kopen van inferieure producten, het opvoeren van fietsen of het negeren van regels brengt serieuze risico’s met zich mee.”

In dát bredere gedragsperspectief duiken illegale fatbikes vervolgens op. Niet omdat ze het probleem zijn, maar omdat ze illustreren hoe snel trends effect hebben op veiligheid. “De legale, goedgekeurde fatbikes zijn veilig; het zijn de opgevoerde, slecht gebouwde varianten die gevaarlijk zijn. Daarom hebben we als sector een keurmerk ontwikkeld,” zegt Vreeburg. “Zodat consumenten weten wat klopt en handhavers kunnen zien wat legaal is. Er hoeven geen nieuwe regels bij, we moeten vooral zorgen dat de bestaande regels eindelijk worden gehandhaafd.”

Tijd voor politieke moed Veiligheid mag nooit de sluitpost zijn van mobiliteitsbeleid. De industrie innoveert, consumenten bewegen mee en de urgentie is zichtbaar. Wat nu ontbreekt, is politieke daadkracht.

“Als we blijven praten zonder keuzes te maken, verliezen we het fundament van onze fietscultuur,” zegt Vreeburg. Zijn oproep aan Den Haag is glashelder: maak fietsveiligheid een nationale prioriteit en investeer structureel in een moderne, veilige en toekomstbestendige fietsomgeving.

“Wie Nederland vooruit wil helpen, moet de fiets niet alleen koesteren, maar ook beschermen. We moeten het fietsland van de toekomst durven bouwen,” zegt Vreeburg. “En dat begint vandaag.” ●

Aantal demontageauto’s stijgt: grens van 200.000 in zicht

Het aantal voertuigen dat in Nederland wordt afgemeld voor demontage zit opnieuw in de lift. Auto Recycling Nederland (ARN) verwacht dat het totaal dit jaar de grens van 200.000 passeert, na enkele jaren waarin het aantal juist uitzonderlijk laag was. Deze toename betekent voor autodemontagebedrijven dat zij meer auto’s verwerken en grotere materiaalstromen moeten verwerken.

Om goed op deze ontwikkeling te kunnen anticiperen, ontwikkelde ARN een nieuw voorspelmodel dat inzicht biedt in de instroom van demontageauto’s. “Maandelijks worden inmiddels bijna 17.000 auto’s afgemeld voor demontage”, zegt Minne Sandstra, data-analist bij ARN. Op basis van de beschikbare data verwacht hij dat het aantal dit jaar boven de 200.000 uitkomt. En die trend zet zich naar verwachting voort. “Ons model voorspelt dat we volgend jaar uit-

komen op ongeveer 210.000 auto’s die voor demontage worden aangemeld.” De afgelopen drie jaar bleek de methode betrouwbaar, met een afwijking van slechts vier procent. Met ruim tweehonderd ketenpartners zorgt ARN ervoor dat sloopauto’s verantwoord en efficiënt worden gerecycled. Hierdoor wordt meer dan 98% van elk voertuig opnieuw benut – een belangrijke bijdrage aan circulaire mobiliteit. ●

AanZET-regeling opnieuw open: € 78 miljoen aanschafsubsidie beschikbaar voor emissieloze trucks

Vanaf 27 januari 2026 gaat de Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks (AanZET) weer open. Hiermee kunnen ondernemers en nonprofit-organisatie aanspraak maken op een subsidie voor de aanschaf of financial lease van volledig emissieloze vrachtwagens. Met het beschikbare budget van € 78 miljoen is er ruimte voor ongeveer 1.100 nieuwe zero-emissie trucks. Later in 2026 volgt een tweede openstelling.

De eerder geopende subsidieronde van oktober 2025, was binnen 24 uur overschreven, een duidelijk signaal dat de sector wil blijven investeren. De AanZET

Slim laden én stroom terugleveren: ElaadNL introduceert ‘Netbewust laden’ én publiceert V2G- Implementation Guide

Deze winter gaat Nederland een nieuwe fase in wat betreft slimme laadinfra. Netbeheerders starten in samenwerking met laadpaalexploitanten met de campagne ‘Netbewust laden’ op ruim 5.200 publieke laadpalen. Tijdens de stroompiek op weekdagen tussen 16.00 en 21.00 uur wordt de laadsnelheid verlaagd om het elektriciteitsnet te ontlasten. Zodra de piek voorbij is, laadt de auto weer normaal door. Volgens ElaadNL en de netbeheerders blijft de laadzekerheid gewaarborgd, terwijl het gebruik van het net efficiënter wordt. Tegelijkertijd verscheen de V2G-Implementation Guide van ElaadNL, onderdeel van het Europese project SCALE. Deze handleiding biedt richtlijnen voor veilig en verantwoord terugleveren van stroom vanuit elektrische

auto’s aan woningen of het net. Dankzij deze gids is nu helder op welke technische eisen op het gebied van veiligheid, communicatie, certificering en registratie, bidirectioneel laden moet voldoen.

De initiatieven benadrukken dat de combinatie van slim laden én Vehicle-to-Grid (V2G) steeds concreter wordt en daarmee ook de stabiliteit van het elektriciteitsnet vergroot. Een belangrijke stap richting duurzame mobiliteit en toekomstbestendige energieinfrastructuur.

Bij grote bedrijven is het beeld heel anders. Dankzij schaalvoordelen en een sterker financieel fundament zien zij elektrische bedrijfswagens juist als kans. Emissieloos rijden draagt bij aan hun imago en levert indirect economisch voordeel op. ●

Van autobezit naar autogebruik – maar zonder doorbraak

Uit een nieuw achtergrondrapport van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat nieuwe vormen van autobeschikbaarheid, zoals private lease en autoabonnementen, wel groeien maar geen fundamentele omwenteling in de automarkt veroorzaken.

blijft daarmee een cruciale regeling om de transitie naar uitstootvrij goederenvervoer op tempo te houden, zeker nu zero-emissiezones dichterbij komen. Rogier van de Garde, voorzitter van de sectie Zware Bedrijfswagens vult aan:

“Het is positief dat er in de eerste openstelling € 78 miljoen beschikbaar is gesteld. Ook de verruiming van de aanvraagregels en de mogelijkheid tot uitstel bij langere opbouw-levertijden sluiten goed aan bij de praktijk. Zulke duidelijke randvoorwaarden maken het voor transportondernemers beter haalbaar om de stap naar elektrisch te zetten.” ●

De manier waarop Nederlanders toegang krijgen tot een auto verandert, maar minder ingrijpend dan vaak wordt verondersteld. Nieuwe vormen van autobeschikbaarheid winnen terrein, maar zorgen niet voor een structurele verschuiving weg van autobezit. Uit het KiM-rapport blijkt dat private lease inmiddels door circa 4,5 procent van de huishoudens wordt gebruikt. Autoabonnementen, waarbij flexibiliteit centraal staat, blijven met ongeveer 0,1 procent nog een niche.

Belangrijker is dat deze vormen van autobeschikbaarheid vooral bestaand autobezit vervangen en nauwelijks nieuwe automobilisten aantrekken. De auto blijft dus ook in leasevorm een vast onderdeel van het huishouden.

Na jaren van groei lijkt private lease een volwassen fase te hebben bereikt. Het KiM verwacht geen sterke verdere groei in de komende jaren. Slechts een

beperkte groep consumenten ervaart private lease als financieel aantrekkelijk alternatief. De belangrijkste drijfveer is gemak: geen hoge aanschafkosten en minder zorgen over onderhoud, verzekering en restwaarde. Toch is de impact niet te onderschatten. Private lease draagt bij aan een sneller vernieuwend wagenpark. Leaserijders kiezen relatief vaak voor nieuwe auto’s, waaronder elektrische modellen en voertuigen met moderne rijhulpsystemen. Daarmee speelt private lease een rol in de elektrificatie en modernisering van het Nederlandse wagenpark. ●

IN DE SPOTLIGHTS

GIROTEC – Van idee tot innovatieve realiteit

Veiligheid en betrouwbaarheid vormen het hart van elke vorm van mobiliteit. Maar achter de schermen van campers, bussen en andere speciale voertuigen schuilt een wereld vol technische details, regelgeving en testprocedures. Precies daar ligt de kracht van GIROTEC – een onafhankelijk ingenieursbureau dat zich richt op engineering, testen en homologatie van voertuigen. Wat begon als een gedeelde passie van twee techneuten, groeide in korte tijd uit tot een gewaardeerde partner voor de voertuigbouw van vandaag én morgen.

Van werkplaats tot ingenieursbureau

Het verhaal van GIROTEC begint bij Rob Engelen, die opgroeide in het familiebedrijf met een eigen autobedrijf. Al jong was hij gefascineerd door techniek en carrosseriebouw. “Ik vond het prachtig werk, maar ik vroeg me ook af hoe de toekomst eruit zou zien,” vertelt hij. “De opkomst van elektrische voertuigen maakte veel auto’s met een defecte batterij economisch total loss, ook als ze verder technisch nog prima waren. Dat zette me aan het denken over de toekomst.”

Na zijn opleiding Autotechniek werkte Rob in de rolstoelvoertuigbouw, waar hij Giel Simons ontmoette. De twee deelden een liefde voor techniek en functionele oplossingen die mobiliteit mogelijk maken. Ze bleven contact houden, bezochten samen beurzen en deelden hun ideeën. Toen Rob later in de machinebouw werkte en Giel ervaring opdeed met homologatieprojecten, besloten ze begin 2020 samen

GIROTEC te starten – midden in de coronaperiode.

“Terwijl de wereld stilstond, wilde iedereen ineens met een camper op vakantie. We bouwden onze eigen testbank en hadden meteen werk genoeg.”

Rob Engelen

Praktische engineering met diepgang

GIROTEC ondersteunt bedrijven die voertuigen bouwen of aanpassen – van chassis tot interieur. Het team adviseert, ontwerpt, test en begeleidt klanten door het volledige goedkeuringsproces bij de RDW, TÜV of buitenlandse instanties. Denk aan aanpassingen zoals stoelen, gordelverankeringen, draaiplateaus of dakconstructies – allemaal binnen de Europese richtlijnen R14, R16 en R145.

“Onze klanten zijn vaak kleine bedrijven met veel vakmanschap, maar weinig ervaring met regelgeving,” legt Giel uit. “Wij zorgen dat ze begrijpen wat nodig is om een voertuig veilig en goedgekeurd de weg op te krijgen.”

Toekomstgericht vakmanschap

Hoewel de meeste projecten draaien om campers, bedrijfswagens en rolstoelvoertuigen, merkt GIROTEC dat elektrische en waterstofvoertuigen steeds vaker op hun pad komen.

“Het is nog niet onze hoofdfocus, maar het speelt wel een grotere rol,” vertelt Giel. “We ondersteunen klanten bijvoorbeeld bij mechanische aanpassingen of aslastberekeningen. Bij elektrische voertuigen kun je vaak niet zomaar boren in dragende delen. Dan zoeken

we innovatieve oplossingen met lijmverbindingen of slimme verstevigingen.” Rob vult aan: “Zolang het bijdraagt aan veilige en duurzame mobiliteit, blijven we leren en meebewegen met de techniek.”

Innovatie uit eigen koker

Naast maatwerkprojecten ontwikkelt GIROTEC ook eigen producten, zoals een gordelsignaleringssysteem dat voldoet aan de nieuwste wetgeving. “Wanneer er extra zitplaatsen worden toegevoegd, is zo’n systeem verplicht,” zegt Rob. “Ons product is uniek omdat het geen voertuiggegevens nodig heeft en pas activeert op een zelfgemeten snelheid. Daarmee voldoet het eenvoudig aan de GSR2-eisen op het gebied van cybersecurity.” Het systeem is volledig EMC-gekeurd en wordt inmiddels toegepast in voertuigen in heel Europa.

Samen werken aan veilige mobiliteit

GIROTEC onderscheidt zich in de persoonlijke benadering. Geen groot kantoor met eindeloze afdelingen, maar een betrokken team dat klanten echt verder helpt. “Wat wij doen is uniek. Wij spreken de taal van de werkplaats én van de keuringsinstantie,” zegt Giel. “Dat maakt samenwerken zo prettig.”

Met hun kennis, toewijding en nuchtere aanpak hebben Rob Engelen en Giel Simons in korte tijd een sterke reputatie opgebouwd.

GIROTEC bewijst dat innovatie niet altijd groots hoeft te zijn – zolang het maar bijdraagt aan wat echt telt: mensen veilig en met vertrouwen op weg helpen. ●

Rob Engelen (rechts) en Giel Simons: ‘Wij spreken de taal van de werkplaats én van de keuringsinstantie. Zo maken we veilige mobiliteit praktisch haalbaar.’

MARKTANALYSE

Zero-emissiezones zetten MKB onder druk

De transitie naar zero-emissie stadslogistiek verloopt minder soepel dan vaak wordt aangenomen. Nieuw onderzoek van RAI Vereniging laat zien dat vooral MKB-ondernemers moeite hebben om aan te haken, terwijl grotere bedrijven juist voordeel halen uit de omschakeling. De verduurzaming van mobiliteit blijkt daarmee niet alleen een technische, maar vooral ook een economische en sociale uitdaging.

Uit de Monitor Lichte Bedrijfswagens 2025 van RAI Vereniging blijkt dat minder dan de helft van de ondernemers nog overweegt om emissieloze lichte bedrijfswagens in te zetten om toegang te houden tot zero-emissiezones. Dat aandeel is met tien procent gedaald ten opzichte van de monitor uit 2023. Ruim een derde van de ondernemers verwacht minder of helemaal geen opdrachten meer aan te nemen binnen deze zones.

De gevolgen zijn vooral zichtbaar bij het midden- en kleinbedrijf. Bedrijven met één tot vijf bedrijfswagens geven aan klanten in

zero-emissiezones te zullen verliezen. Velen van hen verwachten dat zij de investeringen in elektrische bedrijfswagens simpelweg niet terug kunnen verdienen. Meer dan de helft van deze ondernemers acht een overstap naar elektrisch zelfs onmogelijk. In plaats daarvan rijden zij hun huidige dieselvoertuigen langer door of wijken uit naar jong gebruikte voertuigen. Bij grotere bedrijven ontstaat een ander beeld. Zij zien emissieloze bedrijfswagens juist als een concurrentievoordeel. Elektrificatie draagt bij aan hun imago en levert indirect financieel rendement op. ●

Motorverkopen blijven groeien in uitdagende mobiliteitsmarkt

De Nederlandse motormarkt laat in 2025 opnieuw een opvallend stabiel groeibeeld zien. Uit recente cijfers van RAI Vereniging blijkt dat zowel de verkoop van nieuwe als gebruikte motorfietsen in het derde kwartaal is toegenomen. Daarmee onderscheidt de motormarkt zich positief binnen een mobiliteitssector die op veel fronten onder druk staat.

In de eerste drie kwartalen van het jaar zijn ruim 17.000 nieuwe motorfietsen geregistreerd, een

lichte maar consistente stijging ten opzichte van vorig jaar. Vooral het derde kwartaal springt eruit,

met een duidelijke plus in nieuwverkopen. Ook de occasionmarkt blijft sterk presteren: meer dan 120.000 gebruikte motorfietsen wisselden van eigenaar, waarmee de tweedehandsmarkt opnieuw harder groeit dan de nieuwverkoop.

Deze cijfers wijzen op een volwassen en veerkrachtige markt. Consumenten blijven investeren in motorfietsen, ondanks hogere kosten voor levensonderhoud en onzekerheid rond mobiliteitsbeleid. Motoren worden daarbij niet

CO2-uitstoot nieuwe personenauto’s in de EU: Nederland in de top

5

De gemiddelde CO₂-uitstoot van nieuw verkochte personenauto’s verschilt sterk per EU-land. In 2023 kwam het EU-gemiddelde uit op 107,8 g CO₂/km. De cijfers laten zien dat vooral Noord-Europese landen vooroplopen in de verduurzaming van het wagenpark.

Finland (60,9 g/km) en Zweden (61,0 g/km) voeren de ranglijst aan, gevolgd door Denemarken met 73,3 g/km. Nederland behoort met 74,2 g/km tot de top 5 van best presterende EU-landen. Daarmee laat Nederland niet alleen een lage absolute uitstoot zien, maar ook een van de sterkste dalingen ten opzichte van eerdere jaren. Dat onderstreept het effect van elektrificatie en consistent stimuleringsbeleid.

In veel andere landen is eveneens

alleen gezien als recreatief voertuig, maar steeds vaker ook als praktisch alternatief voor de auto, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer. De groeiende drukte op de weg en beperkte parkeerruimte in steden spelen daarbij een rol.

Opvallend is dat zowel particuliere transacties als verkopen via motorbedrijven toenemen, wat duidt op brede marktvraag. Grote merken blijven dominant, wat wijst op merkentrouw en een zekere consolidatie binnen het aanbod. ●

een duidelijke dalende trend zichtbaar, waaronder België, Frankrijk en Portugal. Italië en met name Duitsland vormen een opvallende uitzondering: daar is de gemiddelde CO₂-uitstoot in 2023 juist gestegen ten opzichte van 2022, wat het Europese gemiddelde onder druk zet.

Zuid- en Oost-Europese landen blijven achter, met Polen, Tsjechië en Estland op niveaus ruim boven de 130 g/km. De cijfers maken duidelijk dat de transitie naar schoner

vervoer in Europa ongelijk verloopt, maar dat Nederland tot de koplopers behoort. Nieuwe cijfers over 2024 worden binnenkort verwacht,

waarmee duidelijker wordt of de ingezette daling in de meeste landen doorzet en of Nederland zijn top-5 positie weet te behouden. ●

Veel kilometers worden gemaakt door weinig voertuigen

Voor de belasting van het wegennet is niet zozeer het aantal voertuigen bepalend, maar het aantal kilometers dat zij afleggen. Analyse van CBS-gegevens laat zien dat een relatief beperkte groep vrachtvoertuigen verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van de totale kilometrage in Nederland. Dit onderscheid is relevant bij de duiding van mobiliteitsontwikkelingen en marktanalyses rond infrastructuur, logistiek en verduurzaming.

De verdeling van vrachtvoertuigen over jaarkilometerklassen maakt duidelijke verschillen zichtbaar tussen voertuigtypen. Trekkers voor opleggers zijn sterk vertegenwoordigd in de hoogste kilometerklassen. In de categorie

voertuigen die meer dan 100.000 kilometer per jaar afleggen, vormen zij veruit de grootste groep.

Daarmee zijn bepalend voor het gebruik van het hoofdwegennet en voor de omvang van het langeafstandstransport, zowel nationaal als internationaal. Vrachtauto’s vertonen een ander gebruiksprofiel. Zij zijn vooral aanwezig in de middenklassen tussen 20.000 en 60.000 kilometer per jaar. Dit past bij hun functie in regionale distributie en stedelijke logistiek. Hoewel vrachtauto’s in aantallen substantieel zijn, is hun bijdrage aan de totale voertuigkilometers gemiddeld kleiner dan die van trekkers voor opleggers. De analyse van het CBS laat zien dat bereikbaarheid, emissies en infrastructuurbelasting sterker samenhangen met voertuigkilometers dan met voertuigaantallen. Maatregelen en analyses die uitgaan van kilometerproductie sluiten daardoor beter aan bij de feitelijke benutting van het wegennet. Het volledige onderzoek en de onderliggende cijfers zijn beschikbaar via het CBS. ●

De kracht van saamhorigheid

Met zichtbaar plezier blikt Patrick Andriessen terug op zijn jaren als voorzitter van de Jongeren Contact Groep (JCG), de voorloper van het nieuwe Jong RAI. Wat ooit begon als een kleinschalig initiatief binnen de sectie aftermarket, groeide uit tot een bruisend netwerk van jonge ondernemers en managers in de mobiliteitsbranche.

Een platform voor jonge leiders

De JCG ontstond in de tijd van Autovak, toen RAI Vereniging nog één sectie kende voor Aftersales, Industrie (nu Automotive Industry NL) en Equipment. “In die tijd had je veel familiebedrijven – grossiers, leveranciers – met jonge opvolgers,” vertelt Patrick. “De JCG bood hen een plek om elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren. Een soort kweekvijver voor de volgende generatie.”

Lid worden kon alleen op voordracht van minimaal twee andere leden, wat zorgde voor een hechte groep jonge leidinggevenden tussen de 25 en 45 jaar. “We organiseerden vier evenementen per jaar, waaronder een buitenlandse reis en een jaarfeest met diner –én vooral veel inspirerende gesprekken. Dat

‘Durf te vernieuwen, blijf verbinden en beweeg samen richting de toekomst van mobiliteit’

Patrick Andriessen, oud-voorzitter van de Jongeren Contact Groep (JCG)

samenspel tussen inhoud en gezelligheid maakte het uniek.”

Verandering in de sector

Toen Andriessen rond 2015 voorzitter werd, begonnen de verhoudingen in de sector te verschuiven. “Veel grossiers werden overgenomen door grotere partijen waardoor de groep langzaam verouderde en de instroom van nieuwe leden bleef uit.” Er werd geprobeerd te vernieuwen door ook leden uit andere secties toe te laten, zoals carrosserie en personenauto's. “Dat werkte deels, maar de tijdgeest veranderde. En toen kwam COVID en alles viel stil.”

Na de pandemie bleek het lastig de draad weer op te pakken. “We hebben besloten het mooi af te sluiten, met een laatste feest. De hamer heb ik letterlijk teruggegeven aan Fries (Heinis, directeur RAI Vereniging), die nu samen met Robin Veldhuizen met Jong RAI een nieuwe start maakt.”

Ruimte voor iets nieuws

Hoewel het even slikken was om JCG los te laten, ziet Patrick de vernieuwing als pure winst. “Soms moet je iets afsluiten om iets nieuws de

ruimte te geven", zegt hij. “En eerlijk: een beetje lef mag best. Jong RAI mag prikkelen, grenzen opzoeken, dingen nét even anders doen dan vroeger. Dat houdt het fris en aantrekkelijk. Daarbij zoeken zij leden vanuit alle secties. Dat zorgt voor veel meer kruisbestuiving en nieuwe energie.”

De formule blijft herkenbaar: inspirerende bijeenkomsten, bedrijfsbezoeken, leren van elkaar én plezier maken. “Iedereen vond het altijd geweldig om achter de schermen te kijken bij een fabriek of een innovatief bedrijf. Dat soort momenten verbindt.” En die behoefte om samen iets beleven is er nog steeds, merkt Patrick. “Leden snakten echt naar een nieuwe klassiekerrit, gewoon weer samen op pad met een glimlach achter het stuur. Dat gevoel van saamhorigheid blijft uniek.”

De waarde van verbinding Voor Patrick blijft één ding boven alles staan: de kracht van ontmoeting. “Of je nu van equipment bent, aftermarket of carrosserie –we delen dezelfde passie voor mobiliteit. Jong RAI laat zien dat verbinding de basis is van vernieuwing. En dat maakt het zo bijzonder.” ●

In deze rubriek laten we personen aan het woord die betrokken zijn bij of werkzaam in de mobiliteitswereld. Dit keer Rein Middelburg, Country Manager Benelux & Scandinavië bij Zero Motorcycles.

Wat is uw favoriete vervoermiddel?

De motorfiets, natuurlijk! Hoewel ik veel autorijd, zou ik eigenlijk vaker op de motor moeten stappen.

Wat vindt u van het mobiliteitsbeleid in Nederland?

De filezwaarte ligt inmiddels boven het niveau van vóór Covid en de stijging zet in hoog tempo door. Zelf sta ik regelmatig in de file en dat is niet alleen vermoeiend, maar ook zonde van de tijd die ik zoveel leuker zou kunnen besteden. Uit onderzoek van de Universiteit van Leuven blijkt dat wanneer slechts 10 procent van de automobilisten overstapt op de motor, de filedruk op de weg al met 40 procent af kan nemen en de verloren reistijd met 63 procent daalt. Als een kwart deze overstap maakt, verdwijnen files vrijwel volledig. Daarbij komt dat moderne, en in het bijzonder elektrische, motorfietsen niet alleen efficiënt ruimtegebruik combineren met vlotte doorstroming, maar ook stiller en schoner zijn.

Wat zou u als eerste veranderen als u het voor het zeggen had?

Iedereen van 25 jaar en ouder zou met een autorijbewijs op een 11 kW motor moeten kunnen rijden, zonder dat daarvoor een extra rijbewijs of aanvullende lessen nodig zijn. In Portugal werd deze regeling in 2009 ingevoerd - net als in 13 andere EU-lidstaten – en is volgens officiële cijfers geen toename van het aantal dodelijke

verkeersongevallen te zien; de daling zette er juist onverminderd door. Bovendien hebben we in Nederland een veel veiliger uitgangssituatie. Onze infrastructuur is beter, verkeersdeelnemers zijn gewend defensief te rijden doordat we van jongs af aan deelnemen aan het verkeer op de fiets.

Automobilisten houden hierdoor ook meer rekening met tweewielers en het dragen van beschermende motorkleding is hier heel gebruikelijk.

Vindt u dat het kabinet voldoende aandacht schenkt aan vervoersalternatieven, zoals de bus, de fiets of gemotoriseerde tweewielers?

De bus en de fiets krijgen terecht veel aandacht maar vooral motorfietsen blijven onderbelicht. Dat is zonde, want motorfietsen kunnen een belangrijke rol spelen bij het verminderen van files, het terugdringen van emissies (vooral elektrisch) en het efficiënter benutten van bestaande infrastructuur. Motorfietsen worden vaak gezien puur als hobby maar ze lossen tegelijkertijd mobiliteitsproblemen op. Ze zijn goedkoper in aanschaf en onderhoud dan een auto en bieden veel meer flexibiliteit.

Zou u zelf bereid zijn tenminste 1 keer per week de auto voor het werk te laten staan?

Zeker! Ik ga regelmatig met de fiets naar kantoor of met de motor naar zakelijke afspraken. .

Met welke politicus zou u wel eens van gedachten willen wisselen?

Met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, om te laten zien dat een 11 kW-regeling veilig kan. Het is belangrijk om daarbij te kijken naar wat andere landen heb-

ben gedaan, te beseffen hoe veilig de situatie in Nederland al is en te erkennen hoe veilig motorfietsen tegenwoordig zijn. De kwaliteit van motorkleding, ook dankzij airbagvesten, en techniek in helmen die hersenschuddingen helpen voorkomen, spelen hierbij ook een belangrijke rol.

Bovendien blijkt uit berekeningen dat een besparing van ruim 60% in reistijdvertraging op de weg jaarlijks zomaar 2 miljard euro voor de schatkist kan opleveren.

Hoe ziet het Nederlandse verkeersbeeld er over tien jaar uit?

Idealiter sluit het Nederlandse verkeersbeleid aan bij wat in veel Zuid-Europese landen gebeurt en wordt rijden op een 11 kW motor laagdrempeliger gemaakt. Dit zou

vanaf een bepaalde leeftijd toegankelijk moeten zijn, zonder onnodige extra verplichtingen. In België is vier uur les vereist voor een 11 kW motor met B-rijbewijs, wat mensen afschrikt en files rondom Antwerpen en Brussel heeft vergroot. We moeten een eerlijke analyse maken en deze kans serieus benutten. Bovendien gaat ons klimaat er steeds meer op lijken, waardoor we ontspannen en met een frisse neus op de motor naar het werk kunnen, zonder al te veel vertraging. Als we daarbij ook inzetten op elektrische motorfietsen, kunnen we mobiliteit verduurzamen zonder verlies aan plezier of flexibiliteit. De effectiviteit van onze economie kan er alleen maar op vooruitgaan! ●

Rein Middelburg

Jong RAI trapt af: de nieuwe generatie mobiliteitsmakers staat op

Met de oprichting van Jong RAI krijgt RAI Vereniging een bruisend nieuw netwerk voor jonge managers en talenten tot 40 jaar. Een plek waar de volgende generatie mobiliteitsprofessionals elkaar ontmoet, leert en invloed krijgt.

Voorzitter Robin Veldhuizen heeft één heldere boodschap: de toekomst van de mobiliteitsbranche begint nú.

RAI Vereniging maakt zich klaar voor de toekomst. Met de oprichting van Jong RAI ontstaat een nieuw platform dat jonge managers, talenten en toekomstig bestuurders samenbrengt. Het doel: verbinden, ontwikkelen en bouwen aan de volgende generatie mobiliteitsprofessionals. “De komende honderd jaar blijven we als RAI Vereniging een sterke gesprekspartner. Daarvoor moeten we nu investeren in de mensen die dat straks gaan doen,” zegt Nassau de Lange, public affairs adviseur bij RAI Vereniging en een van de drijvende krachten achter de oprichting van Jong RAI.

Van idee tot beweging

De behoefte aan een jongerennetwerk binnen

RAI Vereniging kwam vanuit meerdere hoeken. “We merkten dat de managementlaag tot zo’n veertig jaar lastig te bereiken is,” vertelt De Lange. “In de sectiebesturen zitten vaak directeuren of DGA’s, maar de ‘kroonprinsen’, de opvolgers, blijven buiten beeld. Terwijl de komende jaren juist een hele generatie aan directeuren en DGA's er mee stoppen.” Met dat besef werd Jong RAI geboren. Tijdens de eerste startersbijeenkomst, waarvoor zich binnen korte tijd het maximale aantal deelnemers aanmeldde, bleek meteen dat de behoefte groot is.

Jong RAI richt zich op jonge managers en professionals uit alle secties van de vereniging. Daarmee is het netwerk sectieoverstijgend, iets wat binnen RAI Vereniging niet eerder op deze schaal gebeurde. “We willen niet dat Jong RAI een verlengstuk van bestaande secties wordt,” benadrukt De Lange. “Het moet een platform zijn dat verbindt, inspireert en vernieuwt. Een plek waar jonge professionals elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen en thema’s bespreken die voor iedereen relevant zijn

Robin Veldhuizen, de nieuwe voorzitter van Jong RAI

– of je nu actief bent in de productie van zware bedrijfswagens of met de import van de gemotoriseerde tweewielers.”

Een netwerk voor de toekomst

Een kerngroep van jonge leden uit verschillende bedrijven vanuit alle secties werkt aan de opbouw van Jong RAI. De toon is duidelijk: het mag vernieuwend, verrassend maar ook in samenwerking met de mensen die al jaren de koers mee bepalen. “Wij willen samen met de ervaren bestuurders bouwen aan de toekomst van onze vereniging,” zegt Robin Veldhuizen, Network accountmanager bij Louwman en voorzitter van Jong RAI. “De huidige sectiebesturen vormen een sterke basis, en wij willen

Slim omgaan met netcongestie: ondernemers tonen lef én oplossingen

Netcongestie vormt voor steeds meer bedrijven een barrière bij het uitbreiden of verduurzamen van hun activiteiten. Nieuwe stroomaansluitingen laten op zich wachten, terwijl de bestaande netcapaciteit nauwelijks meegroeit met de vraag. Ondernemers moeten daardoor op zoek naar alternatieven om hun ambities toch waar te maken.

daar graag een nieuw perspectief aan toevoegen. Wij willen laten zien dat de toekomst niet vanzelf ontstaat - die bouw je samen.” Volgens Veldhuizen draait Jong RAI om meer dan alleen netwerken: “Het gaat om ontwikkeling, invloed en energie. Over thema’s praten die ons allemaal raken, zoals personeelstekort, digitalisering en de invloed van AI. En ja, we houden ook van gezelligheid. Er werd tijdens de eerste bijeenkomst al gesproken over studiereisjes. Dat zegt wel iets over de vibe.”

De kracht van verbinding Jong RAI wil een community van gelijkgestemden bouwen: jonge professionals die elkaar inspireren en versterken en samen willen bouwen aan de toekomst. Het streven is om in de komende maanden een bestuur te vormen met vertegenwoordigers uit verschillende secties. Vanuit dat bestuur worden de lijnen uitgezet voor het eerste volledige werkjaar, met events en thema’s die relevant zijn voor de hele mobiliteitssector. “Uiteindelijk willen we niet alleen leuke bijeenkomsten organiseren, maar ook echt iets bijdragen,” zegt Veldhuizen. “We willen invloed uitoefenen op hoe de vereniging en daarmee de mobiliteitssector zich ontwikkelt, zodat RAI Vereniging ook over honderd jaar nog springlevend is. Jong RAI moet die motor van vernieuwing zijn.”

Een toekomst vol ideeën Jong RAI belooft niet alleen een frisse wind binnen de vereniging te brengen, maar ook een kweekvijver te worden voor toekomstig leiderschap. Zoals Veldhuizen het samenvat: “Wij zijn de generatie die RAI Vereniging klaarstoomt voor de toekomst. Niet door te wachten tot we aan de beurt zijn, maar door nú te bouwen. En dat doen we lekker dwars, met energie en plezier.” ●

Om het thema netcongestie bespreekbaar te maken organiseerde de Duurzame Bedrijven Route samen met de provincie Zuid-Holland een bijeenkomst voor ondernemers, beleidsmakers en technici. De route is een landelijk platform dat duurzame initiatieven van bedrijven zichtbaar maakt en andere ondernemers inspireert. Uit onderzoek blijkt dat ondernemers vooral vertrouwen op hun eigen netwerk en op concrete praktijkvoorbeelden op het gebied van duurzaamheid.

Een van die bedrijven is Zuidwijk Carrosserieën in Alphen aan den Rijn. Bij de nieuwbouw van het bedrijfspand bleek de benodigde netaansluiting pas ruim een jaar later mogelijk. “Ik dacht eerst dat ze een typefout hadden gemaakt,” vertelt directeur Sander van Stenis. “De enige optie was een tijdelijke bouwaansluiting van 80 ampère, terwijl we 250 nodig hebben voor onze bedrijfsvoering.” Hij ging op zoek naar een oplossing. “Het doel was om met de nieuwbouw juist te verduurzamen. Een dieselaggregaat was daarom absoluut geen oplossing, ook niet tijdelijk.”

Samen met Tek Power werd een krachtige oplossing gevonden. Een combinatie van

zonnepanelen, batterijen en een geavanceerd energiemanagementsysteem (EMS). Dit systeem stuurt op kwartierniveau het hele energiesysteem aan en bepaalt hoeveel stroom direct kan worden gebruikt, wanneer er moet worden ingekocht en hoe pieken moeten worden opgevangen. Het EMS houdt rekening met weersverwachtingen, productiepieken en energietarieven zodat altijd voldoende stroom beschikbaar is en het bedrijf ook bij beperkte netcapaciteit probleemloos kan blijven draaien.

Bovendien kan het systeem warmte bufferen en warmtepompen aansturen waardoor zowel de elektriciteits- als warmtevraag optimaal kan worden beheerd. Inmiddels bespaart Zuidwijk flink op vastrechtkosten én hebben zij zekerheid over de energievoorziening. Hierdoor blijft het bedrijf volledig operationeel op een aansluiting die feitelijk veel te klein is voor de normale belasting. Lachend vult Van Stenis aan: “De netbeheerder geloofde niet dat het kon!” Ook warmteterugwinning kwam aan bod. Zuidwijk ontwikkelde een plan om restwarmte van een nabijgelegen broodbakkerij te benutten voor het eigen productieproces. Dat initiatief strandde op regelgeving: wie warmte levert aan

anderen, wordt al snel als energieleverancier aangemerkt. “Dat moet echt anders. De techniek is er, maar wet- en regelgeving werkt verduurzaming nog te vaak tegen,” aldus Van Stenis.

Wethouder Gert van der Ham, binnen de gemeente Alphen aan de Rijn verantwoordelijk voor duurzaamheid, benadrukte het belang van lokale samenwerking: “Netcongestie is een monster waar we samen iets aan moeten doen. De overheid kan faciliteren, maar het zijn uiteindelijk de bedrijven die de stappen zetten. Daarom is het zo mooi om te zien dat er bedrijven zijn die de deur voor anderen openzetten.” Adviseur Energietransitie Maarten Sessink van de provincie Zuid-Holland gaf aan dat netcongestie inmiddels alle beleidsterreinen raakt, van mobiliteit, werken tot woningbouw. “In de provincie lopen meer dan 140 pilots rond energiehubs, coaches en collectieve warmteoplossingen, ondersteund door verschillende ontzorgingsprogramma's. We denken mee met ondernemers en vastgoedeigenaren om de congestieproblematiek aan te pakken.” Daarnaast werkt de provincie aan een meerjarige investeringsagenda om netcongestie tegen te gaan. Tot slot zet de provincie vol in op collectieve warmtenetten. Een uitdaging zó belangrijk, dat het warmtesysteem Zuid-Holland de status van nationaal belang heeft bereikt.

Dennis van de Ridder, coördinator van de Duurzame Bedrijven Route, pleitte ervoor om koplopers meer ruimte te geven: “Ondernemers luisteren niet naar beleidstaal, maar wel naar elkaar. Juist daarom is het zo waardevol dat bedrijven hun ervaringen delen.”

De bijeenkomst bij Zuidwijk Carrosserieën maakte één ding duidelijk: de wil en de techniek zijn er. Nu moeten wetgeving en uitvoering in hetzelfde tempo gaan meebewegen. ●

GASTCOLUMN

De kracht van de fysieke ontmoeting

In een steeds digitaler wordende wereld, met alle gemakken van online communicatie, blijft de fysieke ontmoeting de meest krachtige verbinding die er is. Deze overtuiging, die ik dagelijks heb gezien en ervaren, heb ik opgedaan in de 10 jaar dat ik als Sales Manager bij RAI Amsterdam werkzaam was.

Manuel Marsilio

World Bicycle Industry Association

Een goed evenement inspireert, brengt de gehele industrie in de vorm van vraag en aanbod samen, bevordert cohesie en verbinding, en helpt exposanten hun zakelijke doelstellingen te behalen.

Met deze uitgangspunten vertrok ik zeven jaar geleden uit de Amsterdamse RAI, toen de beurzen BedrijfsAutoRAI, Taxi Expo, Fleet Expo en de AutoRAI tot een einde kwamen.

Op dezelfde dag dat ik de RAI uitliep, had ik een afspraak met een ‘life coach’; over de autoposters die vroeger boven mijn bed hingen en het bouwen van een elektrische radiografisch bestuurbare auto als hobby project als kind. Mijn toekomstige pad werd in één middag duidelijk. Ik ga zelf auto evenementen organiseren rondom de thematiek emissievrije voertuigen. ‘Waar vindt het plaats?’, was haar laatste vraag. ’In het hol van de leeuw; Circuit Zandvoort’, antwoordde ik en mijn bedrijf was geboren.

Auto's roepen emotie op, en in deze energietransitie hebben we geen fossiele brandstoffen meer nodig hebben om onszelf of goederen te verplaatsen. Ik wil de markt inspireren en laten ervaren dat het echt kan! De vooroordelen en praktische bezwaren over elektrisch rijden moeten worden weggenomen door de juiste informatie en ervaring te verschaffen.

Mijn concept werd reëel: de EV Experience moest hét jaarlijkse platform worden. Hier wil ik duizenden bezoekers inspireren over de vele emissievrije mobiliteitsoplossingen. De locatie op het circuit was perfect; het gaf bezoekers de kans zich even 'Max Verstappen' te voelen en tegelijkertijd te ervaren wat de voordelen van elektrisch rijden zijn. Met de juiste kennis en kunde kunnen we de markt inspireren om emissievrije mobiliteit te omarmen.

De EV Industrie is innovatief en volwassen aan het worden, en de EV Experience is meegegroeid. Tal van exposanten sluiten zich jaarlijks aan om hun (potentiele) relaties te ontmoeten en inspireren. Hierdoor komt de markt in stroomversnelling en verduurzaamt het wagenpark van Nederland.

‘Voel de kracht, hoor de stilte, ontdek de energie en Ervaar Elektrisch tijdens de EV Experience’

Afgelopen oktober vond de 6e EV Experience plaats in samenwerking met de RAI Vereniging als Maatschappelijk Partner. Voor mij als organisator voelde de cirkel daarmee rond. Deze markt heeft een rijke historie van fysieke ontmoetingen, en juist omdat mobiliteit mensen verbindt, zal de industrie altijd behoefte hebben aan waardevolle evenementen zoals de EV Experience.

De 7e editie van EV Experience vindt aankomend jaar plaats van 24 t/m 26 september 2026 op Circuit Zandvoort en geeft bezoekers de kans om een proefrit te maken met een EV, bedrijfswagen, E-Truck, E-bike, Motor, Cargo Bike of Light Electric Vehicle. Ik nodig u graag uit voor een bezoek! ●

Maarten Pompen

Founder EV Experience

“Fietsen is overal ter wereld een belangrijke aanjager van duurzaamheid. Ik ben vereerd om op dit niveau te mogen werken en de rol van onze industrie op de mondiale agenda te versterken,” aldus Manuel Marsilio.

vakbladen, BOVAG, ANWB en wordt voorgezeten door bestuurslid van de sectie Fietsen van de RAI Vereniging Jack Duis. De winnaar wordt op 9 februari bekendgemaakt tijdens het B2B-festival in Den Bosch.

BRON: FIETSAWARDS.NL

Voor het eerst meer autokilometers dan voor corona Nederlandse personenauto’s reden in 2024 samen 726 miljoen kilometer meer dan voor de pandemie (+0,6 procent). Gemiddeld per auto werd er juist 5,7 procent minder gereden dan voor de pandemie. Dat de totale kilometers toch toenemen komt doordat er meer auto’s zijn. Er waren in 2024 9,9 miljoen auto’s in gebruik, tegenover 9,3 miljoen in 2019.

BRON: CBS

Nieuw platform voor slachtoffers en omstanders verkeersongevallen

Per 1 oktober 2025 is Manuel Marsilio benoemd tot Industry & Road Safety Ambassador van de World Bicycle Industry Association (WBIA). In deze rol vertegenwoordigt hij de wereldwijde fietsindustrie bij onder meer de Verenigde Naties, de WHO en de komende COP-klimaattop. WBIA wil hiermee het belang van fietsen sterker positioneren als oplossing voor klimaatverandering, volksgezondheid en verkeersveiligheid. Marsilio krijgt een centrale rol in het VN-decennium voor duurzame mobiliteit (2026–2035) en gaat bijdragen aan internationaal beleid.

Inschrijving Fiets Awards zijn geopend

De inschrijvingen voor de Fiets Awards 2026 zijn geopend! De Fiets Awards worden jaarlijks georganiseerd door RAI Vereniging met als doel de fietsindustrie te stimuleren tot productvernieuwing. Oogmerk is om nieuwe, innovatieve fietsen, accessoires en toepassingen op het gebied van fietsen extra onder de aandacht van het publiek te brengen. Alle fietsen worden door een merk onafhankelijke vakjury kritisch bekeken, beoordeeld én in de praktijk getest. De vakjury bestaat uit vertegenwoordigers van diverse

Slachtofferhulp Nederland heeft een nieuw platform gelanceerd: “Jij was daar ook”. Het platform (jijwasdaarook.nl) is een online ontmoetingsplek voor mensen die betrokken zijn geweest bij een verkeersongeval. Op die manier hebben slachtoffers, nabestaanden, omstanders en helpers de mogelijkheid om elkaar op een veilige manier te vinden en contact te leggen. Via jijwasdaarook.nl kunnen betrokkenen een ongeval terugvinden of aanmelden. Alleen als beide partijen dat willen, kunnen ze vervolgens met elkaar in contact komen via een beveiligde chat. Persoonlijke gegevens blijven beschermd; alle communicatie vindt plaats binnen het platform. Slachtofferhulp Nederland beheert de omgeving en ziet toe op veiligheid en zorgvuldigheid.

BRON: FIETSERBOND

Duitsland houdt elektrische vrachtauto’s tot 2031 vrij van Maut

De Duitse regering houdt elektrische vrachtauto’s tot en met 2031 vrij van de Maut. De vrijstelling zou eind 2025 aflopen, maar wordt verlengd zodat vervoerders meer zekerheid hebben bij investeringen in zero-emissietrucks. De regeling geldt op alle Duitse snelwegen en op een groot deel van de Bundesstrassen. De maatregel past binnen het Duitse klimaatbeleid, waarin elektrisch goederenvervoer een belangrijke rol krijgt. Tegelijkertijd ziet Duitsland dat de markt nog tijd nodig heeft om voldoende voertuigen en laadcapaciteit beschikbaar te krijgen. De vrijstelling moet die overgang versoepelen.

BRON: EVOFENEDEX

Alle data zijn onder voorbehoud. Voor een actuele update van de bijeenkomsten check de website van RAI Vereniging: www.raivereniging.nl

MOTORBEURS

19 februari - 22 februari

De MOTORbeurs is het grootste jaarlijkse motorevenement van Nederland en vindt plaats in Jaarbeurs Utrecht. De beurs brengt motorliefhebbers, fabrikanten, importeurs en dienstverleners samen.

FIETS AWARDS

9 februari

De Fiets Awards zijn jaarlijkse prijzen voor de beste fietsinnovaties, waaronder Fiets van het Jaar, E-bike van het Jaar en Cargo Bike van het Jaar, beoordeeld door een vakjury op kwaliteit, innovatie en gebruiksgemak.

Mobility Shift 2025

UITREIKING GOUDEN RAI WIEL

23 maart

De uitreiking van het Gouden Wiel is een jaarlijkse onderscheiding van RAI Vereniging voor personen of organisaties die zich bijzonder hebben ingezet voor de ontwikkeling van veilige, duurzame en bereikbare mobiliteit in Nederland.

KLASSIEKERRIT

6 juni

De Klassieker Rit van RAI Vereniging krijgt een vervolg. Een ontspannen dag voor liefhebbers van klassieke auto’s, motoren en fietsen, waarin samen rijden en genieten centraal staan.

RAI Vereniging verbindt politiek, beleid en praktijk

Tijdens de EV Experience en de Mobility Shift op Circuit Zandvoort liet RAI Vereniging zien hoe de Nederlandse mobiliteitssector samenwerkt aan de transitie naar elektrisch en duurzaam vervoer. Op uitnodiging van RAI Vereniging bezochten fractie- en beleidsmedewerkers leden die vooroplopen in elektrificatie. Tijdens presentaties en paneldiscussies, waaronder het KPMG-rapport Kengetallen mobiliteitssector, werd duidelijk dat de automotive-industrie een sterke en innovatieve sector is met grote economische betekenis. Kamerleden benadrukten het belang van stabiel beleid en samenwerking.

RAI Vereniging toont zo hoe elektrisch rijden werkelijkheid wordt en duurzame mobiliteit verder vorm krijgt.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.