POËZIE KAN RUIMTES BEZWEREN, WAARIN EEN LICHAAM KAN LANDEN
‘verschroeide uiteinden van een snoer komen samen in je oeverloze oogbal je beweegt in afzetten en teruggrijpen de velden daartussen zwijgen een driedubbele naam zonder plafond’
maken voor de veelzijdigheid van een dubbele ervaringswereld.
Ik ben opgegroeid tussen drie verschillende talen en twee landen. Daardoor voelt het vaak alsof ik in een tussenruimte leef, die buiten de alledaagse taal valt, waarmee we onze identiteit articuleren. De witruimte tussen zinnen. Een dubbele bodem.
In een maatschappij die wordt gevormd door binair denken en waarin meerduidigheid vaak als iets bedreigends wordt gezien, val je snel buiten de taal, als je een identiteit hebt die zich in een scheur tussen landen bevindt. Omdat je altijd meerdere perspectieven leeft, belichaam je de nuance en ben je per definitie niet eenduidig.
Als je als maker meertalig werk schrijft, wordt er vaak een vertaling verlangt. Als je dit niet doet, moet daar een duidelijke en onderbouwde reden voor zijn. Meertaligheid wordt dus niet gezien als een natuurlijke manier van zijn, maar als een afwijking op een taalnorm, die aan de hand van diezelfde norm beoordeeld wordt.
In mijn poëzie wil ik deze tussenheid fysiek maken. Het is voor mij een plek om identiteit uiteen te zetten, en te onderzoeken hoe een ontworteld lichaam zich tot haar omgeving verhoudt. Ik zet verschillende talen naast elkaar, zonder dit te verklaren of te verantwoorden. Op die manier wil ik ruimte
Ik vind het heel belangrijk om in mijn werk te benadrukken dat taal veel meer is dan een efficiënt communicatiemiddel. Ik wil geen lineair verhaal vertellen, maar een associatieve ruimte oproepen, die een beroep doet op het onderbewuste van de lezer en hen uitnodigt om zich op een nieuwe manier tot taal te verhouden. Niet alleen als middel om betekenis over te brengen, maar als plek waar vaststaande verhoudingen bevraagd en opgerekt kunnen worden.
Poëzie kan ruimtes bezweren, waarin een lichaam kan landen.
Omdat ze de mogelijkheid geeft om met de regels van taal te breken, is het voor mij een goed medium om onderzoek te doen naar een ervaring die ook buiten gevestigde kaders valt.
‘bloedlijnen verbinden deze paspoortloze aanraking diepte onder je kussen blijft zich vullen met de eierschalen van een dove taal waarin je uitademt’
Wat ik interessant vind, is dat een taal die je niet hebt geleerd, maar die wel onderdeel van je familie is, ook deel van jezelf wordt. Zo ben ik bijvoorbeeld gedeeltelijk Bulgaars, maar heb ik die cultuur en taal amper meegekregen. De afwezigheid heeft een aanwezigheid. Poëzie is een plek om een stem te zoeken voor het woordeloze, en ruimte te geven aan ervaringen die zich afspelen buiten wat uitspreekbaar is.
het begint als een druppel die van het plafond in een glaasje bruin water valt in een lichtkegel op de vensterbank
schrijf de lichamen open die tussen rotte aardappels en zonverwarmde gordijnen blijven haperen
wiwiwiwiwilkommen zuhause
de aders die worden gedragen door geladen speeksel tussen woorden
je slaapt op een geribbeld luchtmatras de stad onder je nagels ontsteekt om de paar weken
in je rug groeien gebroken dakpannen ze beginnen door de huid te priemen je kunt nergens tegenaan leunen ligt s nachts op je buik
het begint in het moment dat je handen het stuur loslaten dat moment duurt een jaar
het begint in de stem van een vrouw die in het Engels antwoordt als je in het Nederlands naar de weg vraagt strijkt neer in de schelle kreet van een vogel wiens soort je nergens kunt vinden
mijn rug regent in ontbrekende begrippen de hoek waarin je adem zijn hoofd afwendt
is een gedicht de plek om te zeggen mijn cellen zijn een nacht die niet in hun woorden past
waait rood in eierschalen waai ik in eierschalen rood
de overkant, onbewoonbaar houdt ons op onze plek mijn rug regent in restvormen ook al ben ik blond schaduwen kijk ik kapot
staar mijn handen open vingers open mijn daden open slik door blijf mij
rechtop in bochten wat betekent zeggen ‘ik’ als ‘ik’ de plek markeert waar ‘ik’ verdween en dan dronken in de trein zachtjes schrikken als je je eigen wang aanraakt
ik wil je iets zeggen in einer Sprache deren Stengel abgeschnitten während die Wurzeln noch onder de aarde liggen
in meinem Blick sind gelbe Löcher die sich ausdehnen ik heb iets voor je meegenomen geparfumeerde nepbloemen een klein metalen rondje dat onopgemerkt in mijn handpalm heeft gelegen
je handen zijn fabelachtig een woord dat steeds opnieuw gehalveerd wordt
deine Hände zijn aufwachen in een bed waarin je niet kunt blijven liggen ich kenne deine Beine unterwasser dacht dat je naar de zee af zou drijven als je in bad in slaap valt
ich habe dir was mitgebracht een treinreis vol lichaamloze ruimte de smaak van een klef broodje een zware kaak
we zitten naast elkaar in de auto of in een kamer of op het vliegveld das Schlucken heeft mijn keel opgerekt
als ik het papier omdraai valt een klein metalen rondje op de vloer
de afdruk van jouw lichaam in lakens waaraan ik mijn verte blijf meten
sie sagen dat je moet kiezen und kiezen ist schneiden in Wasser mein Gesicht aangelengd met wind so das es makkelijker zu trinken ist ich verliere dich lopend ich verliere jou in Supermärkten in alle Momente zwischen mein Gesicht aangeraakt wo es lekt en sleept een spoor van aarde door de kamer een puistig bos das nur in reflecties zichtbaar wordt meine Sprache is een ribbenkast die verstilt in een vensterbank immer noch da nachdem die Türen geschlossen immer noch da nadat die Hände gewaschen sie sagen dat je moet kiezen en ik verslik me in het gladde oppervlak van een vijver
PASH OK J E S STR ESS
FRANKA JANSEN
Herkennen jullie dat? Je moet echt dringend nieuwe kleding hebben, wat er nog in de kast ligt en hangt kan inmiddels echt niet meer. Nou is winkelen op zich best leuk, daar heb ik niet persé een hekel aan, maar dat passen!!! Dat is echt mijn persoonlijke hel! In zo‘n krap, warm pashokje met een enorme spiegel waarin je werkelijk iedere onvolkomenheid 30x vergroot ziet. En dan moet alles wat je aan hebt uit. Dat moet je dan ergens neerleggen of ophangen en dan begint de hel pas echt.
Al op het moment dat je je been in de eerste broekspijp stopt voel je al dat dat niet gaat passen. Dus been er weer uit, die broek weer ophangen en de volgende broek proberen. Ok, hij gaat aan, maar nu nog dicht.... nou ja, laat maar, uit maar weer. Bij broek nr 6 begin ik het echt Spaans benauwd te krijgen en ben ik het ook gewoon spuugzat. Maar, wonder boven wonder past hij! Vind ik hem leuk? Niet echt, maar who cares, hij past en dus mag hij mee naar huis. Misschien ga ik hem uiteindelijk toch nog wel leuk vinden.
Dan door naar een shirt. De eerste 4 zijn echt vreselijk, nr 5 is iets beter maar past ook niet echt lekker over die vreselijke mega jetsers van mij, dus uit maar weer. Nr 6 t/m 8 gaan het ook niet worden dus mijn laatste hoop is gevestigd op nr 9 en jawel, die past en is ook nog leuk! Hoera, hang de vlag maar uit.
Inmiddels zie ik eruit als een bezweette tomaat met overeind staand peenhaar, maar nu ik toch bezig ben moet ik nog een trui en een jasje zien te vinden.
De eerste 10 truien zijn het echt totaal niet, nr 11 is goed genoeg om mee te mogen. Als laatste het jasje en dat is godzijdank vrij vlot gevonden.
Na zo‘n 2,5 uur sta ik, bezweet en bekaf, met een volle tas weer buiten. Help mij herinneren dat ik dit voorlopig echt niet meer moet doen!
we doen maar wat
we neigen naar de hemel ook al is hij leeg verwachtingsvol en met lege handen
we rekken onze ruggen pijnigen onze nekken om de glorie ach de glorie te zien
oh en ah roepen we komt het al het doet zo’n zeer duurt al zo lang
en wie het langste staat het mooiste staat wie het bangste staat krijgt niets
er is geen god die lacht hanengekraai of vleugelruis alleen de aarde rond en rond maar dat kan het niet zijn
bestel hier
In Wat het landschap denkt presenteren fotograaf Pieter Leeflang en dichter Wibo Kosters een staalkaart van bijna een decennium samenwerken. Vier reeksen met meer dan 50 foto's en bijbehorende gedichten over natuur, mens, scheppingskracht en vernietiging.
Wat het landschap denkt -dreamscapes in woord en beeld. Hardcover
ISBN 978-94-92994-51-6.
Prijs: € 30, verkrijgbaar bij alle boekhandels
TEKST: ALIED VAN DER MEER EN BEELD: NICO JOOSTING BUNK
ONDERGRONDSE VERHALEN
Er is een lezing over de handelswegen van de Hanzesteden. Over het Grote Kerkhof met de vele botten en gebitten uit het verre verleden loop ik naar de stadhuiszaal. Daar zullen de archeologen ons vertellen over wat ze hebben opgediept in gele en bruine aardlagen en op de bodem van middeleeuwse putten. Alles blijft bewaard in de grond lijkt het wel. Je kan er een tijdje achteloos overheen lopen, maar ooit spoelt het bloot, graaft iemand een kuil voor iets anders en val je erin, sta je oog in oog met de begraven zaakjes uit het verleden. Zo peins ik tussen de powerpointplaatjes door.
Wat ik onthouden heb, is dat archeologen van vandaag de dag vooral zijn geïnteresseerd in poepresten. In het DNA van de poep kunnen ze zien welk voedsel, maar ook welke parasieten er veelvuldig of juist zelden gevonden werden in de Hanzestad Deventer. En dus waar het reguliere handelspartners, brede stromen aan goederen en mensen betrof of wanneer het juist over een zeer exclusief tripje, een exotisch product ging. Het schijnt me toe dat je met zo’n onderzoek zomaar uit kan komen bij een hoogstwaarschijnlijk eenmalig bezoek van een kalief uit het verre oosten die bij zijn eerste en laatste avond bij een Deventer familie een granaatappel meebrengt. De pater familias snijdt het geval open, slikt de opgelepelde smurrie snel door, glimlacht beleefd, gaat over op bier. De een-
na-oudste dochter is de enige die de glibberige pitjes wil proeven, stukbijt tussen haar scherpe tanden en ’s nachts ziek wordt. De eitjes van een verre vlieg. Het binnenste gif in de pit. Zeg het maar. De rest van de familie slaapt rustig door. De dochter bezoekt fladderend in haar nachthemd zeven keer de poepdoos achter het huis en blijft bij de achtste keer voor dood liggen. De kalief vertrekt bij het ochtendkrieken met de eerste de beste kogge en niemand heeft iets door. Tot vier eeuwen later een paar Deventer archeologen ontdekken wat er die avond van de 21e juni 1657 gebeurd is. En een powerpointplaatje destilleren uit de resten van de poepdoos. Ze kunnen hun geluk niet op.
YELLOW MAN
Zo hier en daar laat hij zich zien; de gele man. Een mysterieuze verschijning die op geheimzinnige wijze terloops opduikt in de openbare ruimte. Er is weinig over hem bekent.
Eigenlijk niets.
Behalve dat hij geel is. Yellow. Zo is hij ook aan zijn naam gekomen. In de volksmond is hij “de gele man” gaan heten. Vanwege zijn kleur.
Snobs noemen hem “the Yellow Man” of “Yellow Man”.
Er wordt gefluisterd dat er een verband zou bestaan tussen de afname van de criminaliteit en zijn onverhoedse verschijning op willekeurig welke plek.
Er zijn ook al verwijzingen naar het klimaat of de stikstofdepositie gemaakt.
Hoe het ook zij; de gele man is niet meer weg te denken uit het straatbeeld.
En dat is eigenlijk toch wel een hele geruststelling.
REINIER
OFF GRID
Je moet het er écht voor over hebben, maar je eigen koers kiezen in het leven kan. Dat bewijst Tom die met Steffie in Meda de Mousa (Portugal) net onder de Serra da Estrella medio 2022 een verwilderd propriedade aankocht.
Onlangs gingen we op werkbezoek en kregen een inkijkje in het bijzondere leven van deze twee avonturiers die gestaag werken aan hun paradijsje op aarde. Het propriedade ligt zo’n 2,5 kilometer gelegen van de bewoonde wereld en alleen onverhard bereikbaar. Geen electriciteit, wateraansluiting, kabel, riool of wat dan ook.
Bij alles wat je hier doet verbindt je het verleden met de toekomst door het nu. Dat moet weloverwogen.
De historische agrarische (onder) waterkanalen hier komen van pas bij het maken van een nieuwe water opslag- en beheerplan, met strikte scheiding tussen Hemel-, bron- en drinkwater.
De jonge eucaliptusbossen op de naast gelegen gronden vormen daartegenover weer een risico op branden. Het is dus ook alert leven in een vluchtplan.
Al het werk gaat in het ritme van de Estrallese Portugees; 'alles heeft tijd nodig met een goed maal op z'n tijd'. Após o trabalho concluído, celebramos a vida.
Dit laaste trekt vooral ook mij aan.
VERBEKE FOUNDATION
De Verbeke Foundation is een private kunstsite die geopend werd op 1 juni 2007 door kunstverzamelaars Geert Verbeke en Carla VerbekeLens.
Cultuur, natuur en ecologie komen er samen. De ruimte herbergt een indrukwekkende verzameling van moderne en hedendaagse kunst en biedt als kunstenvrijplaats ook kansen aan jonge kunstenaars.
Met zijn 12 hectare natuurgebied en zijn 20.000 m² overdekte ruimten is de Verbeke Foundation één van de grootste privé-initiatieven voor hedendaagse kunst in Europa. De loodsen van het vroegere transportbedrijf van Geert Verbeke werden omgebouwd tot unieke expositieruimtes. Eén van de gebouwen werd ingericht om de uitzonderlijke verzameling collages en assemblages tentoon te stellen. De Verbeke Foundation is in een aanhoudend groeiproces. Kunstenaars kunnen er in residentie verblijven en grotere en kleinere tentoonstellingen wisselen elkaar af, waardoor de foundation er elke dag anders uitziet, zoals een ademend organisme.
GESCHIEDENIS
In het begin van de jaren 1990 begonnen Geert en Carla Verbeke-Lens kunst te verzamelen. Na een initiële interesse voor abstracte schilderkunst werd de collectie geheroriënteerd naar collages en assemblages van hoofdzakelijk Belgische kunstenaars.
De afgelopen jaren werd de verzameling verder uitgebreid naar hedendaagse kunst en naar bio-art.
COLLAGES EN ASSEMBLAGES
De kern van de privéverzameling bestaat uit een uitzonderlijke collectie van zo’n 6000 collages en assemblages voornamelijk uit de twintigste eeuw. Een aparte ruimte werd ingericht om een deel van deze collectie permanent tentoon te stellen.
HEDENDAAGS KUNST
De Verbeke Foundation wenst een plek te zijn waar cultuur, natuur en ecologie samenkomen. Het werk van bioartiesten en van kunstenaars die met levende materialen werken (planten, dieren, geuren) sluit hier naadloos bij aan. Sinds de opening van de Verbeke Foundation in 2007 kon de verzameling uitgebreid worden met hedendaagse werken en in situ gebouwde installaties.
“Vuur, welk vuur had in Géricault gebrand bij het schilderen van zijn Vlot van de Medusa? Hij had er meer dan achttien maanden aan gewerkt en verschillende voorstudies gemaakt.”
HET VLOT VAN DE MEDUSA
de debuut-roman van kunstenaar en schrijver S. Emdee
In een dorpje in het departement Nièvre in Frankrijk gaat Robert Hummekus, een uitgerangeerd museumdirecteur, op zoek naar een verborgen kunstschat. Bijna zestig jaar geleden beleefde zijn vader Theo in dat dorp zijn eerste liefde en hij heeft Robert op het spoor gezet van verloren meesterwerken in de dorpskerk. Hij gaat niet alleen op reis. Zijn rugzak zit vol met trauma’s en tragische fami-liegeschiedenis. En zijn bijzondere brein schakelt voortdurend naar allerlei weetjes, feiten en gebeurtenissen uit zijn verleden. Voor iedereen die van kunst en architectuur houdt, iets heeft met het Franse platteland of de IJsselvallei; een fascinerend boek!