Prikkels 2024-1 | Jubileumuitgave 10 jaar

Page 1

Het leukste magazine over cultuur op school van Plein C en Kunst Centraal

Iedereen in het onderwijs kan van tijd tot tijd wel een paar prikkels gebruiken! En daarom maken Plein C en Kunst Centraal drie keer per jaar Prikkels. Prikkels is al 10 jaar lang het leukste magazine over cultuur op school. Steeds staat een voor het onderwijs actueel thema centraal. Dit thema komt terug in lesideeën, achtergronden, nieuws en praktijkverhalen. Zo helpen we leerkrachten om cultuureducatie op de agenda te houden. In deze jubileumeditie hebben we relevante artikelen uit 10 jaar verzameld. Hoewel we Prikkels altijd maakten voor het basisonderwijs denken we dat deze bundeling ook heel inspirerend is voor vo-docenten. Daarom verspreiden we deze jubileumeditie niet alleen zoals we gewend zijn gratis onder basisscholen, maar sturen die ook toe aan scholen voor voortgezet onderwijs. pleinc.nl/prikkels kunstcentraal.nl/prikkels

Lesideeën, achtergronden en praktijkverhalen | 1 | 2024


Prikkels 10 jaar

Prikkels 10 jaar

2

59


Voorwoord Tekst: Mirjam de Heer gebaseerd op een tekst van Vibeke Roeper Illustraties: Marloes Toonen

Nieuwe wielen Het moment dat er 5.500 jaar geleden een creatief genie besloot om twee wielen aan een as te bevestigen veranderde de hele wereld. En dat is precies waarom we creativiteit moeten blijven stimuleren. En dat is waar Prikkels aan wil bijdragen, nu al 10 jaar lang. Mensen moeten altijd even wennen aan een nieuw idee. Dat was zo met de iPhone en waarschijnlijk was dat ook zo met het wiel. Nieuwe uitvindingen zijn immers onvoorspelbaar, ontregelend en ogenschijnlijk overbodig. Daar houden mensen niet van. Mensen kiezen liever voor gemak, zo zitten we in elkaar. Als we een nieuwe trui nodig hebben is het makkelijker, sneller en goedkoper om er een te kopen dan om zelf met breinaalden aan de slag te gaan. Als een deskundige ons een goed advies geeft, waarom zouden we dan een andere oplossing zoeken? Dat is immers het wiel opnieuw uitvinden en daar wordt niemand beter van. Of toch wel? Gelukkig is in de meeste scholen het ontwikkelen van creativiteit onderdeel van het strategisch beleid. Creativiteit hangt immers nauw samen met flexibiliteit, kritisch denken en ondernemerschap. Het is een onlosmakelijk onderdeel

van intelligentie. Er creatieve denkers kunnen makkelijker omgaan met alle toekomstige eisen die er aan hen gesteld worden. Maar hoe ziet een creatief proces eruit? En hoe geef je als school de ontwikkeling van creatief denken en handelen vorm? Elk kind wordt creatief geboren. Als leerkracht of docent wil je die creativiteit behouden. In deze jubileumeditie bundelen we daarom inspiratie voor basisschoolleerkrachten en vo-docenten om hiermee aan de slag te gaan. De artikelen zijn ontleend aan de Prikkelsnummers die wij 10 jaar lang maakten voor basisscholen. We kozen wat actueel en voor zowel leerkrachten als docenten in de vo-onderbouw toepasbaar is en verdeelden dat over zes actuele thema's.

Colofon Hoofdredactie: Mirjam de Heer (Arty Ads) Eindredactie: Marjolein Hovius (Zinnig tekstwerk) Redactie: Jolanda Konings (adviseur cultuuronderwijs Plein C), Roos Hogervorst-Krimp (adviseur communicatie Plein C), Bert Hagenaars (medewerker marketing & communi-

Prikkels is een gezamenlijke uitgave van Plein C en Kunst Centraal en komt tot stand met subsidie van de provincies Noord-Holland en Utrecht en het Fonds voor Cultuurparticipatie. Prikkels verschijnt drie keer per jaar. Oplage: 5.900 Verspreiding: basisscholen in NoordHolland en Utrecht ontvangen een gratis exemplaar. Tiende jaargang,

Veel leesplezier! Bron: Prikkels Creativiteit - 2016

catie Kunst Centraal) Marjolein Hovius (Zinnig Tekstwerk), Mirjam de Heer (coördinator marketing en communicatie Arty Ads), Tamara Oortwijn (ICC’er St. Rudolf Steinerschool, Haarlem), Jesse Smale (ICC’er Delteykschool Werkhoven) Vormgeving: Ykeswerk Lithografie: Martijn Blokland Drukwerk: Libertas Pascal

3

nummer 34, 2024 editie 1. Alle rechten voorbehouden. Deze rechten berusten bij Plein C en Kunst Centraalc.q. de betreffende auteur. ISSN: 2214-3777


Inhoud

Beeldtaal

06 Het ontsteken van een vuur 10 Mindmappen & kennis oogsten

Creatief met taal

18 Groot project met een groot effect 14 De kracht van vertellen

Kunst, Techniek & Wetenschap 20 Handwerklessen 22 Lang leve het ambacht

Talentontwikkeling

26 Kunst- en vliegwerk 28 Talent telt

Vakken verbinden

32 Droom, durf en verwonder! 35 Mijn rubric is een kapstok 36 Verbindend communiceren

Zicht op de wereld

40 Een wereld vol kunstenaars 43 Samen eten, samen leven 44 Evolutie naar gelijke kansen

Doen! 48 50 51 52 54 56 58

Kunstkijkdoos Heppie Ecologische voetafdrukken Steekje voor steekje De Goldbergmachine Muzikale lessen Helden of schurken?

4


Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Door kunstwerken of erfgoedobjecten te onderzoeken trainen leerlingen hoe zij informatie in een beeld kunnen lezen en woorden kunnen geven aan wat ze zien en ervaren. Zo worden ze zich bewuster van hun eigen aannames en oordelen en ontdekken dat je samen meer ziet dan alleen.


Achtergrond We vinden het fijn om alles onder controle te hebben. Met methodes, opbrengstgericht onderwijs en toetsen proberen we het onderwijs te beheersen. Steeds duidelijker wordt dat ook ‘loslaten’ veel oplevert. Hoe doe je dat? Deze wetenschappers en docenten helpen je hiermee.

Het ontsteken van een vuur Tekst: Margit Arts Illustraties: Mireille Schaap

“Synaps” roepen de kinderen in de klas van juf Cereescia Sandoval in San Diego verheugd als ze een fout maken. Ze hebben geleerd dat fouten maken iets is wat je viert. Want als je een fout maakt leer je iets. In je hersenen ontstaan nieuwe verbindingen tussen neuronen: een synaps. Hoe meer van dit soort verbindingen, hoe makkelijker je weer nieuwe dingen leert.

Mooie vragen stellen

Docent Dick van de Wateren haalt dit voorbeeld aan in de blog die hij bijhield toen hij een rondreis maakte langs scholen in de Verenigde Staten. In zijn boek ‘Verwonderen’ wil hij onderwijsprofessionals inspireren om vaker hun methodes los te laten. Methodes zijn vaak gericht op het aanleren van kanten-klare antwoorden. Van de Wateren wil laten zien dat juist het stellen van zinvolle vragen leerlingen veel verder kan brengen dan het aanleren van antwoorden die in de toekomst misschien wel achterhaald zijn. ‘Verwonderen’ is geen pleidooi om te stoppen met lesgeven en kennis af te schaffen. Van de Wateren benadrukt juist het belang

6


7


Achtergrond

1

2

Begin met nieuwsgierigheid. Uit onderzoek blijkt: door aan te sluiten bij de nieuwsgierigheid van kinderen, wordt informatie beter opgeslagen.

4 tips van Mark Mieras

3

4

Durf fouten te maken.

Durf het te laten gebeuren.

Durf het niet te weten.

Zorg dat fouten maken in de klas gestimuleerd wordt. Want van fouten maken leer je. Als je verwachting niet uitkomt, leer je iets nieuws!

Met andere woorden: laat het nadenken los. Door te doen, te bewegen of te maken.

Daag jezelf en je leerlingen uit om vragen te stellen, te twijfelen, en nieuwsgierig te zijn. Door te wachten met beslissen, kom je tot creativiteit.

van kennis. Hoe meer je weet en kunt, hoe meer je kunt verbinden. En dat is wat creatief denken eigenlijk is: dingen verbinden. Door leerlingen mooie vragen te stellen, stimuleren we alle aspecten van creativiteit: nieuwsgierigheid, volharding, fantasie, discipline en samenwerking.

Spelenderwijs leren

Kinderen kunnen van nature heel goed loslaten. Ze houden van experimenteren, knutselen en spelen. Maar ergens in de loop van de basisschool verdwijnen deze kwaliteiten. Niet zo gek, stelt wetenschapsjournalist Mark Mieras. Op school leer je namelijk gecontroleerd en stapsgewijs denken. Belangrijke vaardigheden, maar met loslaten en creatief denken, kun je ook een hoop leren. Simpelweg door te spelen en te doen. Als een kind ergens aandacht voor heeft, leert zijn brein. Ons brein probeert namelijk alles om ons heen betekenis te geven. Als een kind iets ziet of hoort, kan dit bij zijn verwachting passen of juist

verrassen. Hier zit het leermoment van de aanpassing. Dit leermoment kunnen we gebruiken in het onderwijs.

Jouw professionele ruimte

kracht van onderwijs, stelt Biesta. Dit is nodig om leerlingen op te laten groeien tot vrije en unieke individuen. Het opleiden van individuen die kritisch en creatief na kunnen denken is volgens Biesta een van de belangrijkste doelen van onderwijs. Hiervoor is een docent nodig die vanuit zijn pedagogische kennis en ervaring weet wat er nodig is. Die weet hoe je onderwijs uitdagend en inspirerend maakt. Om het met de woorden van toneelschrijver W.B. Yeats te zeggen: als leerkracht ben je niet bezig met het vullen van een vat, maar met het ontsteken van een vuur.

Dit risico is geen nadeel, maar juist de

Biesta benadrukt het belang van de professionele ruimte van de onderwijsprofessional. Leerkrachten moeten zich houden aan toetsen, methodes en individuele en groepsplannen. Al deze formaliteiten geven weinig ruimte voor eigen beslissingen en zijpaden. De mate waarin zij hun eigen talenten en passie kunnen volgen en leerlingen stimuleren die van hen te vinden is beperkt. Terwijl dat ook onderdeel is van onderwijs omdat

Bij de cultuurvakken worden kwaliteiten ontwikkeld die ideaal blijken te werken voor het leren. Je doet als leerkracht immers een stap achteruit. Je laat het kind zelf ontdekken en fouten maken, zonder dat je het resultaat vooraf bepaalt. Door te doen leert het kind. En door daarna te reflecteren leert het nog meer.

Maar het loslaten van een methode of een vast eindresultaat is best spannend. Je denkt minder grip te hebben op het proces en eindresultaat. Onderwijspedagoog Gert Biesta is daar duidelijk over: onderwijs brengt altijd risico met zich mee. Omdat het in onderwijs altijd gaat om interactie tussen mensen. Binnen menselijk contact heb je nooit alles in de hand, mensen zijn immers geen geprogrammeerde robots.

8


juist dat kinderen vormt tot autonome en verantwoordelijke personen. Als we het onderwijs minder dichtmetselen en meer openhouden, ontstaat er plek voor het ontsteken van dat vuur.

• Een plek • Tijd • Spullen • Aandacht • Vertrouwen

Klooien en ontdekken

Bij maken is ‘het niet weten’ heel belangrijk. Laat leerlingen gewoon beginnen zonder vooraf uitgedacht plan. Zo verlaag je de drempel om aan de slag te gaan. Dit maakt hen creatiever, vindingrijker en geeft meer zelfvertrouwen. Met haar stichting ‘Lekker samen klooien’ werkt Astrid aan haar missie om iedereen dingen te laten maken. Haar klooikoffers en ‘makersmaken posters’ zijn hulpmiddelen om hier in de klas mee aan de slag te gaan.

Astrid Poot werkt op een andere manier aan loslaten: door dingen te maken. Zij is ontwerper en docent techniek op een middelbare school en geeft daarnaast lezingen en workshops over ontdekkend leren. Dit noemt zij ‘de kunst van het maken’. Astrid Poot analyseerde het maakproces in haar lessen en kwam erachter dat dit steeds anders gaat. Ieder kind heeft een andere strategie of wil iets anders bereiken. De ene wil zomaar iets ontdekken, de ander wil een probleem oplossen of iets concreets leren. Een stappenplan is dus lastig voor te schrijven. Voor een goede maakles zijn volgens haar zes voorwaarden nodig: • Een goede start

Laat los!

Bovenstaande voorbeelden laten zien hoe je methodes en regie kunt loslaten en zo ruimte biedt voor creativiteit. Pak je professionele ruimte. Laat kinderen spelen. Leer ze vragen te stellen. Beoefen de kunst van het maken. En vier het maken van fouten: synaps!

9

Gert Biesta stelt dat het onderwijs invloed heeft op drie domeinen: + Kwalificatie: het verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen die kinderen kwalificeren om iets te doen. + Socialisatie: kinderen onderdeel maken van onze cultuur, tradities en democratie. + Subjectificatie: het vormen van kinderen tot autonome en verantwoordelijke personen. Bron: Prikkels Loslaten - 2018


xxxxxxxxx

10


In gesprek

Mindmappen & KLAAR VOOR DE 21STE EEUW MET IPC

Het International Primary Curriculum (IPC) is een integraal thematisch en creatief curriculum voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Het werd aanvankelijk ontwikkeld door multinational Shell, nu is IPC-Nederland een zelfstandig bedrijf. IPC wordt in meer dan 65 landen gebruikt op zo’n 1.800 scholen. Het besteedt veel aandacht aan 21ste eeuwse vaardigheden.

Kennis oogsten

Tekst: Hille Takken Foto: Martijn de Vries

Yvonne van Rookhuizen is zijinstromer en werkt sinds zes jaar als docent op de Paulusschool in Hilversum. Ze haalde haar Pabodiploma met e-learning. Ze coördineert culturele activiteiten op school en volgt een cursus voor IPC-coördinator. Wim de Weijer werkt meer dan veertig jaar als leerkracht op de Paulusschool. In 1972 werd hij schoolhoofd. Eerst als waarnemer, in januari 1973 werd hij het officiële schoolhoofd.

Yvonne: “Het IPC geeft docenten vrijheid. In units van vier à zes weken zitten vakken als aardrijkskunde en geschiedenis, maar niet lesje na lesje. Het kan een week lang alleen over muziek gaan, en dan weer afwisselend over techniek of natuur.” Wim: “In veel methodes zijn leerkrachten uitvoerder. Ik heb liever dat ze aannemers zijn, zelf nadenken over wat hun

11

leerlingen nodig hebben. Het gaat over onderwijs voor deze klas, van dit jaar. Dat houdt hen scherp.” Yvonne: “De unit thema’s zijn divers: ‘Nederland waterland’ of ‘media en communicatie’. Het IPC biedt geen leskisten of werkbladen. Als leerkracht steek je veel tijd in de voorbereiding. Het IPC biedt


In gesprek

“Heb liever dat docenten aannemers zijn, zelf nadenken over wat hun leerlingen nodig hebben.” suggesties voor onderzoeks- en verwerkingsactiviteiten, maar als kinderen die al vaak hebben gedaan, bedenk je alternatieven. Ook de leerdoelen stem je af op je klas.” Wim: “Zo’n zes jaar geleden keken we op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling uit naar een nieuwe aanpak voor de Paulusschool, omdat we de wereldverkennende en creatieve vakken meer samenhang wilden geven, en actueler wilden maken. Tot dan toe hadden we die vakken in eigen beheer thematisch ontwikkeld. We bekeken ook het totaliteitsonderwijs, een ‘alles in één’-methode met veel werkboeken. Dat vonden we te dwingend. We kozen daarom voor het IPC, als een van de eerste scholen binnen ons bestuur.”

Leerdoelen in kindertaal

Yvonne: “In het IPC doorlopen we vaste stappen. Het startpunt kleden we altijd leuk aan, zodat het uitnodigt tot leren.” Wim: “Als introductie bij de unit ‘Ontdekkingsreizigers’ hebben we ons uitgedost als mijnwerkers met helmen, touwen en zaklantaarns. De kinderen moesten raden wat we deden.” Yvonne: “Meteen daarna gaan we kennisoogsten: met een mindmap, een woordspin, of met tekeningen laten kinderen zien wat ze al weten van een thema. Die bevestigen we aan de wand. Dan vertel je wat ze verder gaan leren. De leerdoelen formuleren we in kindertaal. Op de wand laten we de voortgang van het leerproces zien. Leerlingen ontwikkelen hun eigen verantwoordelijkheid, door te evalueren of ze een doel hebben bereikt. Ze geven

dan aan: ‘Ik ben een beginner, een gevorderde of een beheerser.”

Onbekende toekomst

Yvonne: “Niemand weet hoe hun toekomst eruit ziet. Juist daarom zijn creatieve vaardigheden superbelangrijk. Het IPC speelt goed in op meervoudige intelligenties. Het ene kind luistert graag, het andere wil liever schilderen. Door ze gebruik te laten maken van elkaars talenten, zie je de groepsverantwoordelijkheid groeien.” Wim: “De maatschappij ontwikkelt zich razendsnel. Ik heb op school nog rijtjes uit het hoofd geleerd: Drenthe steekt turf, Limburg wint steenkool. Kennis veroudert, en vermenigvuldigt zich. Het is daarom belangrijk dat kinderen informatie op waarde leren schatten en zelf kritisch nadenken. We vroegen onze kinderen waarom ontdekkingsreizigers kunstenaars meenamen op avontuur. Voor de kinderen was het een ontdekking dat er toen geen fotografen bestonden.”

vakgebied zelfportretten getekend en bewerkt met photoshop. We hebben ook elkaars huizen bekeken.” Wim: “Of het IPC ook nadelen kent? Het onderwerp ‘Nederlandkunde’ mag meer worden ingevuld, vinden wij. Daarom ontwikkelt de gemeentelijke werkgroep Erfgoededucatie samen met ons een nieuwe unit rondom Cultuureducatie met Kwaliteit. De werktitel is ‘Oorlog en Vrede’. Hilversum heeft enkele straten vernoemd naar verzetshelden. De kinderen kiezen twee namen en vragen aan ouderen of zoeken op internet welke rol die verzetshelden hadden in de Tweede Wereldoorlog. Ook ontdekken ze hoe propaganda werkt. Het eindproduct wordt ook bruikbaar voor niet-IPCscholen. We zijn vooral positief over IPC. Kinderen vissen vaak vooraf al uit waar de nieuwe unit over gaat, zijn trots op hun portfolio’s en vertellen thuis meer over wat ze leren. Het IPC gaat om afwisselend, breinvriendelijk leren.” Bron: Prikkels 21st century skills – 2013

Yvonne: “Voor het vak kunstzinnige vorming lieten we voorbeelden zien van pentekeningen van nieuw ontdekte soorten. We vroegen de kinderen om in dezelfde stijl insecten te tekenen. Het doel werd geformuleerd als: ‘Ik kan met pen en inkt een insect tekenen.”

Nederlandkunde

Wim: “Het IPC besteedt ook geregeld aandacht aan internationaliseren, mens en samenleving.” Yvonne: “Bij het thema ‘Wij en mijn wereld’ hebben kinderen uit Irak, Iran, Marokko en Italië verhalen verteld bij hun vakantiefilmpjes. We hebben in een ander

12

Meer info: www.ipc-nederland.nl

ZO VERLOOPT EEN IPC-UNIT: → Startpunt: een prikkelende activiteit om enthousiasme te wekken → Kennisoogst aan de wand → Uitleg van het thema → Leerdoel formuleren en activiteiten kiezen → Evaluatie: met kinderen bespreken of ze het doel hebben behaald


xxxxxxxxx

Door kunst en cultuur te koppelen aan taal kunnen leerlingen op een andere wijze met taal bezig zijn en taal anders leren te gebruiken. Want naast spelling, grammatica, woordenschat en begrijpend lezen is taal ook verbonden met expressie, creativiteit en plezier. Met woorden geef je uitdrukking aan wat je denkt, voelt, beweegt en bezighoudt.

13


Groot project

In gesprek

met een

Cees Reuvecamp is directeur op basisschool ’t Gouden Ei, een gloednieuwe basisschool in Amsterdam Oost. Directeur Cees Reuvecamp stelde een heel nieuw team samen. Anneke Scholtens is schoolschrijver. Rond haar veertigste vond zij dat het tijd werd om te gaan doen wat ze al sinds haar jeugd het allerliefste wilde: verhalen schrijven voor kinderen en jongeren. In 1999 verscheen haar eerste kinderboek De Haak en in 2000 haar eerste jeugdroman Tussenstop.

Tekst: Hille Takken Foto: Martijn de Vries

14

Groot effect


Sinds 2010 is er in Amsterdam De Schoolschrijver. Een kinderboekenschrijver komt wekelijks langs om boeken onder de aandacht te brengen en schrijfles te geven aan groep 3-8. Zo vergroten kinderen hun woordenschat en daarmee groeit ook hun zelfvertrouwen.

Cees: “Op ’t Gouden Ei was de schoolschrijver meer dan welkom. Sommige klassen hadden een tijd lang steeds weer nieuwe leerkrachten gekregen. Leerlingen voelden zich in de steek gelaten. Daarom wilden we allereerst zorgen voor een goede sfeer op school. Ik heb hier in 2011 een nieuwe start gemaakt. Het gebouw is hetzelfde gebleven, maar het team is helemaal nieuw. We werken nu met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam, een methode om de onderwijskwaliteit snel sterk te verbeteren. Daar krijgen we ook geld voor. Wij hebben dat onder meer besteed aan beter taal- en leesonderwijs, ook omdat het taalniveau van onze vele allochtone kinderen beperkt is. Zo kun je de sfeer verbeteren, en tegelijkertijd veel leren. Toen ik hoorde dat we een Schoolschrijver konden adopteren, had ik de jaarplanning al rond. Onze grootste twijfel betrof de kosten. Toen een oplossing daarvoor was gevonden, was iedereen enthousiast. Natuurlijk kost zo’n groot project veel tijd. Ik heb het aan de leerkrachten overgelaten hoe ze dat oplosten. De meesten snoepten tijd af van de taallessen - dat halen ze na het project weer in.’

Een hond van woorden

Anneke: “Ik kwam op ’t Gouden Ei negen weken lang drie uur lesgeven aan de groepen 5, 6 en 7. Als Schoolschrijver kun je niet zelf je lessen plannen, je moet aansluiten op wat er uit de groep komt. Daar moet je voor openstaan. Ik wilde aan de slag met spannende verhalen. Toen ik daarnaar vroeg kwamen kinderen vaak met moord en doodslag. Bloed gutste uit afgehakte hoofden, er kwamen messen en pistolen in voor, veel politie ook. Ik denk dat ze ‘spannend’ associeerden met computerspelletjes en enge films. Als Schoolschrijver wilde ik met de kinderen onderzoeken hoe een saai verhaal

spannend wordt, zonder bloedvergieten. Ik ben begonnen met beeldgedichten: gedichten die een beeltenis voorstellen. We maakten bijvoorbeeld een hond van woorden. In het oor stond dan ‘oor’ en bij de bek ‘kwijl kwijl’. Dat een verhaal ook spannend kan zijn zonder bloed, heb ik laten zien met een fragment uit Boy, een boek van Roald Dahl; een jongetje is de held als hij in de winkel van een vieze vrouw een rat in een snoeppot stopt. Het gaat erom dat kinderen zich kunnen inleven. Later schreven ze ook afscheidsgedichten, met behulp van het boek ‘Doei Roos, ik zal je missen’. Ze mochten geen rijmwoorden gebruiken, anders gaat alle energie daaraan op. Kinderen namen afscheid van van alles en nog wat: een goudvis of een voetbal die kwijt is. Dat kon grappig zijn, of juist aangrijpend. Maar steeds waren ze trots erop. Voor de twaalf meest bevlogen kinderen heb ik een ‘talentenklas’ geformeerd. Door die naam alleen al, zag je ze groeien.” Cees: “Onderzoek laat zien dat leerlingen die een Schoolschrijver hebben gehad, actiever naar boeken zoeken en vaker zelfstandig een bibliotheek bezoeken. De leerkrachten doen ook nieuwe ideeën op. Anneke heeft ons team een fantastische middag bezorgd met een workshop: leerkrachten zijn zelf verhalen gaan schrijven om te ervaren hoe dat is en kregen tips voor schrijflessen aangereikt. Ze willen volgend jaar graag weer meedoen.”

Ouders betrekken

Cees: “Het project heeft veel van leerlingen en leerkrachten gevraagd, maar het levert ook veel op. De grootste winst is dat kinderen hebben ontdekt hoe leuk het is om verhalen te schrijven. En dan hebben ze ook nog eens leren letten op

15

DE SCHOOLSCHRIJVER Het project ‘De Schoolschrijver’ bestaat sinds 2010, en vooralsnog alleen in Amsterdam. Scholen betalen € 1.600, een fractie van de totale kosten. Stadsdelen en fondsen betalen mee aan de organisatie van het project en het loon van de schrijvers. Uitbreiding van De Schoolschrijver naar andere regio’s of gemeenten is afhankelijk van beschikbare financiering. www.deschoolschrijver.nl

zinsbouw, de opbouw van een verhaal en een plot leren bedenken. Dat is zoveel meer dan je kunt bereiken met een lesje uit een taalboek. Het was misschien een groot project, maar het effect is ook groot. Ook op sociaal vlak brengt het ons veel; kinderen luisteren nu naar elkaars verhalen. Moeilijker was het om ouders te betrekken. Ook dat is een van de doelen van de Schoolschrijver.” Anneke: “Misschien hebben ouders de Nederlandstalige uitnodiging niet begrepen. Nu willen we het nog eens proberen, met een tentoonstelling van gemaakt werk en een boekje waarin kinderen over hun cultuur vertellen.” Cees: “Misschien kunnen we ouders dan persoonlijk, bij de deur van het lokaal, aanspreken. Dat helpt, hoop ik. Want ieder kind wil gezien en gehoord worden – dat stimuleert het leren enorm.” Bron: Prikkels Taal – 2013


16


Achtergrond In Kamp Amersfoort liggen de verhalen voor het oprapen. Hoe maak je die verhalen relevant voor de leerlingen van nu? Carla Huisman, vakdocent literatuur, gelooft in de kracht van vertellen. Aan de hand van haar werk in Kamp Amersfoort geeft ze praktische tips voor docenten.

De kracht van vertellen Tekst: Carla Huisman en Mirjam de Heer Illustratie: Margo Vlamings

“De Tweede Wereldoorlog was iets dat mijn ouders hadden meegemaakt. Pas toen ik hier ging werken, realiseerde ik mij dat deze oorlog zo veel impact heeft gehad op mensenlevens en nog steeds doorwerkt. Ik ontmoette hier oud-gevangenen en nabestaanden en zag dat sommigen van hen heel goed konden vertellen over wat hen is overkomen en dat anderen volkomen stil vielen. Ik maakte mee hoe de gidsen de geschiedenis van het kamp doorvertelden aan bezoekers. Ik zag hoe de verhalen bezoekers raakten. En ik merkte hoe ze mij raakten. Als ik hier aan kom fietsen op een winterse dag, denk ik: ‘Als ik het nu al zo koud heb, wat zullen die mannen het dan koud gehad hebben in hun dunne gevangeniskleding.’ Als het hier in het voorjaar prachtig groen is, begrijp ik de term ‘schuldig landschap’ ineens zo goed. Meer dan 47.000 mensen

hebben hier gevangen gezeten en bij elk van die 47.000 hoort een verhaal. En bij al die verhalen ligt de kracht van vertellen.”

Het begint bij de feiten

1

“Een verhaal vertellen begint bij de feiten kennen. Hoe meer feiten je kent, hoe meer je kunt vertellen. We hebben hier bij Kamp Amersfoort een sterke onderzoeksgroep. Mede doordat archieven steeds opener worden, we samenwerken met andere organisaties én de digitale technieken een grote vlucht nemen, komen we steeds meer te weten.. Zo weten we nog niet eens zo lang dat hier meer dan 2.000 Joden zaten en ruim 4.000 (zeer) jonge mensen, waarvan de jongste nog maar een baby was. En we ontdekten dat er 313 geslaagde vluchtpo-

17

gingen zijn geweest. Het plaatje van hoe het hier was en wat er gebeurde, wordt steeds meer ingevuld. En dat maakt onze verhalen zorgvuldiger, nauwkeuriger en rijker.”

Daarna komen de keuzes

1

“Maar meer weten, meer feiten tot je beschikking hebben, maakt vertellen tegelijkertijd ook uitdagender. Want hoe combineer je de feiten tot een verhaal dat boeiend is voor de diverse bezoekersgroepen? Wat vertel je een groep nabestaanden? En wat een groep leerlingen van groep 7-8? En wat een vmbo-klas? In het museum wordt het verhaal van Kamp Amersfoort verteld aan de hand van tien personen en tien onderwerpen. We kozen heel bewust niet alleen voor helden


Achtergrond

“Jouw verhaal geeft ruimte aan andere verhalen.” 1 Carla Huisman

en schurken, want er is ‘de goede bewaker’ en de gevangene die zijn medegevangenen erbij lapte. Er is ‘de beul’ Kotalla en ‘de witte engel’ Loes van Overeem. Het is geen verhaal van goed óf fout, zwart óf wit. Er zijn oneindig veel grijstinten.”

Spullen en sporen helpen

1

“Om het verhaal zo goed mogelijk te kunnen vertellen, zijn er voorwerpen in het museum en sporen in het landschap. Tastbare, zichtbare dingen kunnen verhalen tot leven brengen. Iets kunnen voelen, horen, zien, ruiken of proeven maakt het echter, zeker voor kinderen. Daarin zoeken we niet alleen de zwaarte, maar ook de lichtheid. In het museum zie je naast de gevangeniskleding en instrumenten voor terreur persoonlijke eigendommen. Na hun werk maakten sommige gevangenen in hun barakken allerlei voorwerpen. Schaakstukken, fotolijstjes, speelgoed en bootjes getuigen van de behoefte van de gevangenen om mooie, persoonlijke dingen te maken. Hun ‘kunst’ hielp hen boven hun lijden uit te stijgen. Het maakte dat ze het volhielden.”

Vertellen is ook techniek

1

“Maar voor kinderen en jongeren zijn voorwerpen met uitlegtekstjes alleen niet genoeg. Het zijn onze rondleiders die de verhalen achter de voorwerpen tot leven brengen. De gidsen bij Kamp Amersfoort krijgen een opleiding, waarin ze natuurlijk

leren over de geschiedenis van het kamp, maar ook hoe je een verhaal kunt vertellen. Want verhalen boeiend vertellen moet je leren en (vaak) oefenen. We leren ze mensen aan te kijken en vragen te stellen, zodat de groep actief bij het verhaal betrokken blijft. We geven ze praktische tips als ‘laat stiltes vallen’, zodat bezoekers de verhalen kunnen laten bezinken en ruimte krijgen te reageren. We leren ze hun stem te gebruiken om het verhaal boeiend te maken. En we gebruiken voortdurend de plek waar we zijn: ‘Hier, bij deze poort waar jullie nu staan, zijn ruim 47.000 mensen dit kamp binnengegaan.’

bent? Ben je vrij als jij een onderduiker of vluchteling in huis neemt? Wat moet je daarvoor opgeven?

Sommige vrijwilligers gebruiken naast verhaaltechnieken ook speltechnieken. Soms helpt het kinderen om zich voor te stellen hoe iets was door het te spelen. Doodstil staan op de appèlplaats bijvoorbeeld of in de huid kruipen van een bewaker en een gevangene om erachter te komen welke dilemma’s zij tegenkwamen. Deze technieken helpen de gidsen om met de verhalen meer impact te maken.”

Het gesprek houdt niet op als de bezoekers weggaan. Zij nemen de verhalen mee. Ze denken erover na, hebben hun eigen associaties en praten er met anderen over. Jouw verhaal geeft ruimte voor een ander verhaal. Wees je daar als verteller van bewust en maak plek voor deze nieuwe verhalen.

Onderschat nooit de impact

1

“Wij vertellen over de keuzes die de mensen in het kamp maakten. En stellen de vraag: wat vind je van die keuze? Vervolgens vertalen we dat naar dilemma’s die we ook nu nog iedere dag tegenkomen. Waarom zijn er regels? Bestaan er goede regels? Houd ik me aan de regels? Kan een straf onterecht zijn? Hoe vrij ben ik? Hoeveel heb ik over voor de vrijheid van een ander? Ben je vrij als je je land ontvlucht

18

Er is in Kamp Amersfoort een muurschildering waarop je gevangenen aan het werk ziet die het prima naar hun zin lijken te hebben. Dat was niet hoe het hier was. Waarom zou de commandant dan toch zo’n tekening hebben laten maken? Aan de hand van zo’n ‘schilderij’ voeren we met de leerlingen gesprekken over fake news. Mag je iets mooier of anders maken dan het is als dat je beter uitkomt, mag je (een beetje) liegen als je reclame voor iets maakt?

Sommige luisteraars reageren meteen met vragen, met eigen verhalen of met een uitgesproken associatie. Maar er zijn er ook die stil zijn en pas veel later woorden of beelden geven aan wat hen geraakt heeft. Pas geleden was er een theatervoorstelling van een aantal jonge actrices van Theatergroep Na de Dam. Ter voorbereiding kregen zij een rondleiding van een van onze gidsen. Hij vertelde, maar het leek net alsof de speelsters op sommige plekken niet geïnteresseerd waren in zijn verhalen. Tot zijn verbazing kwam echter in de voorstelling juist dat onderdeel terug. Hij had hen, ook al had hij dat toen niet gemerkt, diep geraakt. Bron: Prikkels 1.001 verhalen - 2022


xxxxxxxxx

Techniek en wetenschap lijken heel exact en systematisch, maar net als in de kunsten gaat het ook daar om creativiteit, verwondering en onderzoek! Net als bij een creatief proces neem je de tijd om je op je onderwerp te oriënteren en het van alle kanten te onderzoeken. Je stelt je oordeel uit en blijft vragen stellen. Ook het maken, reflecteren en presenteren maken onderdeel uit van dit proces.

19


xxxxxxxxx

Tekst en foto’s: Tamara Roos (Artiance) en Ans Koopman (iPabo)

Tijd en ruimte om te ontdekken Meer info: Techniek- en mediakunstenaar Marcel Fraij woont in Zaandam. Hij werkt als vakdocent en ontwikkelt projecten voor scholen. Je vindt zijn portfolio op www.hemelsteen.nl.

“Kinderen vragen vaak: ‘Wat gaan we maken?’ Ik antwoord dan: ik weet het niet precies. En zo is het - je weet van te voren niet wat er uit zal komen.” Techniek- en mediakunstenaar Marcel Fraij leert kinderen niet wat kunst is, maar hoe je als een kunstenaar denkt en werkt. 20


Werkplaats

Bij een kunstenaar ligt van te voren het eindresultaat zelden vast. Als iets mislukt, wordt het pas echt interessant. Als je doorgaat als iets is mislukt, ontdek je dingen die je van te voren niet hebt kunnen bedenken. Probeer maar eens van een vouwblaadje een gesloten driehoek te maken. Het is goed mogelijk dat dat niet lukt, maar dat je dáárdoor wel allerlei andere interessante vormen ontdekt. Dat is ook wat ik kinderen wil leren in mijn lessen. Ik wil ze de ruimte geven om te ontdekken wat er allemaal kan met een materiaal of een techniek. In het project ‘Mislukte foto’s’ laat ik de leerlingen ontdekken dat mislukt niet automatisch lelijk hoeft te zijn, of slecht. ‘Aan de hand van een ‘mislukte’ foto praten we over wat mislukt is en of mislukt toch ook wel gelukt kan zijn. De kinderen gaan experimenteren met een camera en de verschillende technieken en kiezen tot slot zélf wat ze de meest bijzondere foto vinden. Dat leidt vaak tot verrassende keuzes! Ze hebben geleerd dat ze ook op een andere manier kunnen kijken naar de wereld en dat anders ook mooi kan zijn.

Alle ruimte

Ik ben eigenlijk toevallig in het onderwijs gerold, maar heb ontdekt dat werken met kinderen een heel logische aanvulling is van mijn kunstenaarschap. Ik kan me heel erg vinden in de Reggio Emilia methode, waarbij de ontdekkingstocht centraal staat. Maar waar ik tegenaan loop in mijn werk op scholen, is dat anderhalf uur veel te weinig is om werkelijk een creatief proces op gang te kunnen brengen. Dat heeft ruimte nodig en tijd. Daarom ben ik gestopt met mijn korte lessen en heb ik

21

samen met twee bevriende kunstenaars, Caroline de Roy en Joanne Zegers, het project WOW?! ontwikkeld: een naschools kunst- en techniekproject, waar de kinderen op de woensdagmiddag zelf voor kiezen. Tijdens schooltijd krijgen ze een introductie. Na schooltijd zijn ze welkom in de ateliers, zo lang als ze willen. We hebben in lege lokalen een bijzondere opstelling gemaakt van licht en constructie, en nodigen de leerlingen uit om een onmogelijk schaduwgebouw te maken met houten blokken, zwevende magneetplaten en lichtbronnen. Kinderen gaan nadenken over wat een gebouw kan zijn en ontdekken zelf wat je met schaduwen wel kunt bouwen, maar wat met gewone blokken niet lukt. Daarbij programmeren ze ook de lichtbronnen in de ruimte met behulp van een iPad. Dat proces van ontdekken en steeds weer uitproberen is bijzonder waardevol!

‘Ik kan het niet’

Leerkrachten beginnen vaak niet aan techniekonderwijs omdat ze vinden dat ze er te weinig over weten. Maar kennis is niet het belangrijkste. Ik geef kinderen een vertrekpunt en middelen om aan de slag te gaan, en begeleid ze zonder oordeel. Je moet vooral heel goed kijken hoe hun onderzoek zich afspeelt, zodat je ze kunt bieden wat ze bij hun proces nodig hebben. Ik ben ervan overtuigd dat kinderen door een onderzoekende houding tijdens de cultuurlessen, ook op andere gebieden hun talenten kunnen waarmaken.” Bron: Prikkels Techniek - 2015


Achtergrond Maken is een waardevolle manier van leren. In een zelfbedacht en eigengemaakt product geef je vorm aan ideeën, kennis en vaardigheden die je hebt. Maken stimuleert hoofd, hart én handen.

Tekst: Mirjam de Heer Illustraties: Aart-Jan Venema

Lang leve het ambacht ! Wat is maakonderwijs?

Maakonderwijs is leren door te doen. Meestal wordt maakonderwijs gekoppeld aan nieuwe technologie. Het gaat ook over ambachtelijke technieken en materialen. De huidige populariteit van het maakonderwijs hangt samen met de opkomst van het internet. Een eeuw geleden werd er alleen gemaakt in grote fabrieken met indrukwekkende machines. Het internet liet een nieuwe, virtuele wereld ontstaan. Moderne technologieën zijn goedkoop en overal beschikbaar. Door digitale fabricage zijn de ontwerpen nu ook makkelijk te delen. Je kunt je idee meteen thuis, op school of in je atelier omzetten in een product. We worden bijna als vanzelf makers.

Waarom zou je het doen? Een wereld vol makers heeft zo zijn voordelen. Doordat we producent zijn

in plaats van consument vullen we de wereld met nieuwe, slimme producten. En daar wordt niet alleen de economie blij van, maar wij zelf ook. Want als je zelf je omgeving vormgeeft, voel je je meer eigenaar. Een ander voordeel is dat leren door te maken een hele sterke en bestendige manier van leren is. Je bouwt aan je eigen kennis. Daar komt bij dat je je skills niet alleen ontwikkelt, je leert ook om je eigen vaardigheden en die van anderen te waarderen. We worden weer meer vakmensen. Iedereen, want de verbinding tussen techniek en ontwerp spreekt zowel jongens als meisjes aan.

Hoe geef je maakonderwijs vorm?

Per-Ivar Kloen is docent biologie en

22

informatica op De Populier, een school voor voortgezet onderwijs in Den Haag. Hij begon tien jaar geleden met maakonderwijs. Hij gebruikt drie verschillende vormen van opdrachten, die ook heel bruikbaar en herkenbaar zijn voor het basisonderwijs. Hij noemt ze: recepten, kaderopdrachten en vrije opdrachten. Recepten zijn opdrachten waarbij leerlingen een handleiding volgen. Recepten passen naadloos in het curriculum. Je weet precies wat leerlingen leren en hoe. Recepten zijn een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren. Nadeel is wel dat leerlingen geen vrijheid krijgen en daardoor minder gemotiveerd kunnen zijn. Ze hebben een expert en inspirator


xxxxxxxxx

“Wat ik hoor vergeet ik, wat ik zie onthoud ik, wat ik doe begrijp ik.” Confusius.

23


Achtergrond

“Recepten zijn een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren” Per-Ivar Kloen

nodig. Als docent maak je leerlingen duidelijk waarom het belangrijk is om deze techniek te leren. Ook doe je voor hoe de techniek werkt.

Oude patronen vervagen. Er ontstaat ruimte. Als docent ben je niet meer expert, maar je bent onderdeel van het netwerk van de leerlingen. Je leert met ze mee.

Bij kaderopdrachten krijgen leerlingen de vrijheid om een eigen product te maken, maar wel binnen een helder kader. Een mooi voorbeeld zijn wedstrijden. Ze passen goed binnen het curriculum en zijn goed te beoordelen. Doordat je het doel omschrijft (ontwerp een raket die zo ver mogelijk komt), is de opbrengst vooraf duidelijk. De meeste leerlingen zijn competitief en gemotiveerd, een enkeling niet. Deze opdrachten zijn als leerkracht goed te begeleiden. Stel wel vooraf samen met de klas vast waar je op gaat letten bij de beoordeling en bedenk waar de prijzen te halen zijn.

Bovendien: leerlingen leren om een haalbaar doel te stellen. Daar hebben ze jouw hulp als leerkracht hard bij nodig. De kunst is om het oorspronkelijke idee intact te laten, maar wel zo klein te maken dat het haalbaar en schaalbaar is. Als stap een lukt gaat de motor draaien en kan er veel. Meer dan ouders of leerlingen zelf vooraf hadden gedacht.

Bij vrije opdrachten mogen leerlingen maken wat ze willen. Er zijn leerlingen die hier vleugels van krijgen. Deze opdrachten passen minder goed bij het curriculum. Je weet immers vooraf niet wat er geleerd wordt en dit soort opdrachten kosten veel tijd. Maar je weet wel: ze leren heel veel! Als docent ben je vooral procesbegeleider. Soms moet je daarnaast inzetten op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden. Maar je helpt je leerlingen vooral om een haalbaar plan te maken.

Wat leer je er zelf van?

Het zoeken naar de balans tussen recepten, kaderopdrachten en vrije opdrachten en het begeleiden daarvan levert veel op. Bijvoorbeeld: leren wordt een sociale aangelegenheid. Elke leerling kan wel iets goed. En dat verandert de dynamiek in de klas. Er is meer gelijkheid en leerlingen gebruiken elkaar om te leren.

En tenslotte: doordat het denken op tafel ligt kun je makkelijker bijsturen. Een product is eigenlijk een gestold leerproces. Doordat het proces zichtbaar blijft kun je er na afloop goed op reflecteren. Sterker nog: andere leerlingen kunnen er ook weer van leren. Er ontstaat waardering voor makers en voor hun producten.

Hoe kunnen kunstenaars je helpen?

Kunstdocenten en kunstenaars zijn een grote inspiratiebron voor maakonderwijs. Kunst prikkelt de fantasie van leerlingen. Kunstenaars als Daan Roosegaarde en Iris van Herpen behandelen in hun werk maatschappelijke ontwikkelingen en ethische kwesties die voortkomen uit de nieuwe technologieën en nieuwe materialen die beschikbaar komen. Daan Roosegaarde maakte bijvoorbeeld smogtorens die van smogdeeltjes juwelen maken. En Iris van Herpen ontwierp voor de collectie ‘Radiation Invasion’ kleding die de onzichtbare straling en signalen die door moderne communicatiemiddelen om ons heen hangen zichtbaar maakt. Hun werk is een mooie aanleiding om

24

leerlingen te laten dromen over de wereld die zij willen maken. Bovendien sluit de manier van werken van kunstenaars goed aan bij het maakonderwijs. Kunstenaars hebben voortdurend te maken met recepten, wedstrijden en vrije opdrachten. Zij leren voortdurend, zelf en samen met anderen. Ze doorbreken patronen, experimenteren, durven het resultaat niet vooraf te weten. Zij kunnen leerlingen en leerkrachten heel goed met raad en daad terzijde staan. Maar niet alleen kunst, ook andere vakken zijn voor makers een grote bron van inspiratie. Daan Roosegaarde kijkt vaak naar de natuur. Mieren hebben immers geen fileproblemen. En algen kunnen licht maken zonder natuurlijke hulpbronnen uit te putten. Michiel Koelink, docent aan de Hogeschool van de Kunsten Amsterdam, moedigt leerkrachten aan hun brede blik te behouden. Hij pleit voor het integreren van kunst, technologie en bètavakken.

Doe jij ook mee?

Uitvinders, kunstenaars, ontwerpers, knutselaars, jong en oud, die producten bedenken en maken precies zoals zij dat zelf willen vormen samen een beweging: The Maker Movement. De drempel om mee te doen is laag. Jetnet, een landelijk netwerk dat bedrijven en scholen helpt om op het gebied van techniek, ICT en technologie samen te werken, ontwikkelt tools en organiseert bijeenkomsten. Op veel plekken zitten Fablabs, openbare werkplaatsen waar kinderen en volwassenen met interesse in wetenschap en techniek samenkomen. In deze werkplaatsen staan apparaten als 3D-printers en lasersnijders, waarmee gebruikers hun ideeën kunnen omzetten tot een product.


xxxxxxxxx

Talent is een mix van eigenschappen die ieder mens uniek maakt. Met behulp van de juiste context komen deze talenten tot uiting en kunnen verder ontwikkeld worden. Deze ontwikkeling is van groot belang. Zonder oefening is de kans groot dat het een potentieel talent blijft. Binnen cultuuronderwijs geef je ruimte aan je talent en geef je vorm aan wie je bent en wat je wilt zijn via muziek, dans, theater, beeldende kunst, nieuwe media, erfgoed en literatuur.

25


Essay De Coronacrisis plaatst ons in een tijdscapsule. Het normale leven vol afspraken, verplichtingen en recreatie staat stil. Iedereen zoekt naar een nieuwe balans tussen thuis werken, zorgen, leren en ontspannen. We moeten als het ware onze tijd opnieuw uitvinden.

Kunst- en vliegwerk Tekst: Mirjam de Heer Illustratie: Mireille Schaap

26


Maar wat is tijd? En hoe gaan mensen met tijd om? Iemand die al van kinds af aan is gefascineerd door de tijd is schrijfster en filosofe Joke Hermsen. Net als de klassieke filosofen is zij geïntrigeerd door de twee gezichten van de tijd. Aan de ene kant heb je chronos, de tijd die wij in stukjes hebben opgedeeld om onze samenleving te organiseren. Dat is de tijd die ons in staat stelt tijd te meten en afspraken met elkaar te maken. Chronos is de tijd waarvan je het gevoel hebt dat je er nooit genoeg van hebt op een dag.

kairos. Zij ziet zich in haar pleidooi gesteund door Socrates. Volgens Socrates heeft onderwijs maar één doel: kinderen leren om hun eigen verhouding te laten ontwikkelen in het omgaan met feiten. Socrates vond in leren kairos dus belangrijker dan chronos. Socrates wist ook hoe leerkrachten dat voor elkaar moesten krijgen: je moet scholè, rust inbouwen. Want uit rust groeien creativiteit, verbeeldingskracht en empathie. Het is ironisch dat ons woord school op dit woord voor rust is gebaseerd.

Behalve deze praktische, meetbare chronos is er ook nog een andere tijd: kairos. Kairos is de tijd die je voelt als je de tijd kwijtraakt doordat je in een flow zit. Kairos is als jij je eigen tijd bent geworden. Het is de tijd die ononderbroken stroomt, de tijd waarin creativiteit ontstaat en je verbeeldingskracht aan het werk gaat. Kairos is de tijd die je de ruimte geeft om je verleden te verwerken en nieuwe dingen te bedenken, de tijd van de groei.

Lerarenstaking

Balans

Leven in de tijd is een balans zoeken tussen chronos en kairos. Met chronos omgaan vraagt om planningsvaardigheid. Daarom leren we kinderen tijd te nemen om informatie te stampen en vaardigheden te oefenen. We vinden dat belangrijk omdat het hen in staat stelt om later zelfstandig hun leven te kunnen organiseren, om interactie te hebben met andere mensen en mee te kunnen draaien met de economie. Met kairos omgaan vinden we ook belangrijk. We vinden dat kinderen tijd moeten krijgen om hun mening te kunnen vormen, hun talenten te vinden, zich te verhouden tot de wereld om hen heen en daar hun eigen betekenis aan te geven. Joke Hermsen vindt dat er in de huidige samenleving te weinig ruimte is voor

Is de school zoals wij die nu kennen een plek van rust? De stakende leerkrachten op het Malieveld vonden van niet. Voor hen was er al maanden voor de Coronacrisis uitbrak sprake van een onderwijscrisis. Voor hen had chronos het onderwijs teveel overgenomen met zijn knellende roosters, meetbare doelen en klassenplannen. En voor de leerlingen? Ik ken geen kinderen die school ervaren als een plek waar je rust vindt. Daarvoor is de prestatiedruk te hoog.

Thuisonderwijs

En toen sloot de overheid de scholen. In een keer staat ons hele op chronos gebaseerde schoolsysteem even buitenspel. Ouders doen nog verwoede pogingen om schema’s op te stellen, planningen te maken en reguliere schooldagen thuis te organiseren. Maar er is geen houden aan. De wereld is even helemaal tot stilstand gekomen. Een mooi moment om opnieuw te beginnen, een nieuwe balans te bereiken. Een gouden kans voor kairos! Doordat leerkrachten op afstand komen te staan moeten kinderen zelfstandiger leren. Het vraagt van alle partijen creativiteit, kunst- en vliegwerk. We gaan terug naar de essentie: Wat is leren? En

27

wat hebben kinderen daarvoor nodig? Hoe kunnen leerkrachten kinderen tot kairos brengen?

Tips voor rust

Joke Hermsen heeft drie antwoorden: bezinnen, bezielen en bewegen. Bezinnen doe je als je je leerlingen niet alleen feiten geeft, maar hen ook leert die feiten te wegen. Bezinnen is reflecteren, open vragen stellen, hen de feiten laten rangschikken en laten zien dat je op grond van je achtergrond verschillende standpunten in kunt nemen ten aanzien van de feiten. Bezielen doe je als je hen verhalen laat horen, zien of lezen, die inspireren en betrokkenheid tonen. Zet niet alleen in op de meetbare vakken, maar behoudt je aandacht voor de bredere vorming van kinderen. Blijf hen ook geschiedenis, filosofie en cultuureducatie geven, niet alleen rekenen en taal. En bewegen doe je als je je leerlingen de kans geeft hun eigen creativiteit en verbeeldingskracht in te zetten. Als je hen uitdaagt zelf na te denken, op ontdekkingstocht te gaan. Het zou best wel eens kunnen dat we met zijn allen op een kantelpunt staan. Dat de manier waarop onze wereld was ingericht na deze crisis niet meer hetzelfde is als daarvoor. Laten we er samen voor zorgen dat dat voor het onderwijs gaat betekenen dat we wat minder gedicteerd worden door chronos en dat kairos wat meer ruimte mag krijgen. Als we beseffen dat de kinderen die we nu opleiden later dingen moeten gaan doen die we nu nog niet eens kunnen bedenken, dan weten we dat dat geen luxe wens is, maar bittere noodzaak. Even niet haasten… maar stil staan. Bron: Prikkels Even niet… - 2020


Achtergrond Talentvolle kinderen zie je vaak in de buurt van talentvolle volwassenen. Zij weten intuïtief hoe je een ‘talentmoment’ creëert. Uitdagen is het sleutelwoord. Tekst: Vibeke Roeper Illustraties: Dorrith Rem

Talent telt

28


Ken je deze al? De voordracht ‘Do schools kill creativity’ van Ken Robinson is inmiddels een klassieker. Maar Ken heeft ook gesproken over het belang van het ontdekken en ontwikkelen van talenten. Korte filmpjes met inspirerende fragmenten uit zijn speeches staan op YouTube: zoek op ‘Ken Robinson talent’.

“Omdat mijn moeder mij dwingt’ is het norse antwoord van Reijer (10) als pianoleraar Onno hem vraagt waarom hij naar de proefles is gekomen. Ik sta wat beschaamd naar het gesprekje te luisteren. Het heeft me inderdaad moeite gekost om Reijer mee te krijgen. Maar volgens mij heeft hij een muzikaal talent, dus daar moet je als moeder wat mee. En inderdaad, na die ene proefles is Reijer verkocht. Hij geeft Onno een hand en zegt plechtig: ‘Ik accepteer.’ Vanaf dat moment speelt Reijer elke dag - totaal níet gedwongen - een paar uur piano. Niet alleen de oefeningen van die week, maar ook alle eerdere stukken, en stukken die hij op YouTube vindt. Gaan we met vakantie, dan moet het keyboard mee. Al snel begint hij zelfs te componeren. Ik, de trotse moeder, zie een muzikale carrière in het verschiet.

Talent

Vierjarigen die alle automerken herkennen. Jonge voetballertjes die een waanzinnig spelinzicht blijken te hebben. Meisjes die uit de kleinste beweging kunnen afleiden hoe hun paard zich voelt. Talent komt tot uiting in een combinatie van aanleg en passie en leidt tot activiteiten die zoveel voldoening geven, dat kinderen er moeiteloos uren aan besteden. In de bekende theorie van Gardner kun je op wel negen manieren ‘knap’ zijn: taalknap, muziekknap, beeldknap, beweegknap, enzovoort. Jouw persoonlijke combinatie van intelligenties zie je terug in je talenten. Je talent ontwikkel je door er vaak en veel mee

bezig te zijn. Uit de muziekpsychologie komt de ‘10.000 uren-regel’ die stelt dat topmusici er op hun 21ste tenminste 10.000 uur studie op hebben zitten. En ook voor topdansers, topsporters, topschakers, topchirurgen en topkoks geldt: je wordt geen topper zonder eindeloos te oefenen en bezig te zijn met je vak. Gelukkig bestaat er zoiets als ‘flow’. De term werd bekend door psycholoog Csikszentmihalyi. Flow is de toestand waarin je raakt als je iets doet waar je goed in bent, en waarbij je een uitdaging voelt. Je bent gemotiveerd en je voelt je competent, waardoor je al doende leert en jezelf en anderen versteld doet staan van je kunnen. In flow vergeet je de tijd, en dat stelt je in staat om meer tijd te besteden aan jouw talent dan een ander ooit zou kunnen.

In de klas

Het onderwijs helpt leerlingen ontdekken waar ze goed in zijn, en geeft ze een basis voor hun verdere ontwikkeling. Sommige scholen doen dat onder de noemer ondernemend leren, ervaringsgericht werken of ontwikkelingsgericht onderwijs. Veel andere scholen nemen onderdelen van deze werkwijzen mee in vakoverstijgende projecten. Dat kan bij leerlingen leiden tot de ontdekking van onvermoede talenten. Zoals bij Dilan Yurdakul, die van huis uit niet met theater in aanraking kwam. Ze ontdekte haar talent voor acteren tijdens de groep 8-musical. Het was haar eerste podiumervaring, en

29


Achtergrond

“Je hebt iemand nodig die talent kan herkennen, ontlokken en benoemen.”

die smaakte naar meer. Ze koos voor een cultuurprofielschool, ging bij het schooltheater en een jeugdtheatergroep, en speelt nu in GTST. Volgens Dilan is het belangrijk dat de school zo’n kennismaking biedt. Maar het is net zo belangrijk dat een talent wordt herkend en de kans krijgt om op te bloeien. Onderwijskundige Ken Robinson vertelt in een lezing op YouTube over zijn interview met ex- Beatle Paul McCartney. Paul zat op de middelbare school in dezelfde klas als George Harrison. De muziekleraar was niet onder de indruk van hun muzikale talent, en de jongens zelf daardoor ook niet. Pas toen zij de andere helft van de band ontmoetten, en zich sámen begonnen te ontwikkelen, raakten ze overtuigd van hun kunnen. And the rest is history. Ontdekken kan dus heel goed op school gebeuren, maar als het om het ontwikkelen van culturele talenten gaat, is de school niet altijd de aangewezen plek. Peter van der Zant onderscheidt in zijn ‘talentenpiramide’ vier fasen van culturele talentontwikkeling: ontkiemen, verkennen, verdiepen en professionaliseren. Het ontkiemen gebeurt op school of thuis, verkennen vindt plaats in buitenschoolse cursussen of clubs. Verdiepen is iets wat in een vakopleiding of op hoog amateurniveau gebeurt, terwijl professionaliseren alleen is weggelegd voor de culturele talenten die er hun vak van maken. Elke fase heeft zijn eigen waarde voor de ontwikkeling van een leerling. Maar toptalent kan alleen bestaan als er een goede structuur is om dat niveau te bereiken.

Talentmoment

Als school de plek is waar je (cultureel) talent ontdekt, heb je dus iemand nodig die dat talent kan herkennen, ontlokken en benoemen. In een onderzoek van de universiteiten van Groningen en Utrecht - gepubliceerd op www.talentenkracht. nl - gaat het om de interactie tussen kind, leerkracht en materiaal. Talentvolle kinderen, zeggen de onderzoekers, zie je vaak in de buurt van talentvolle volwassenen, die gebruik maken van talent ontlokkende situaties, problemen en materialen. Daarmee creëren zij een zogenaamd ‘talentmoment’. Zo pakt Jeannette van Dijk (44) dat in haar lespraktijk ook aan. Dat is niet toevallig: Jeannette studeerde aan het conservatorium en speelde 15 jaar viool bij grote orkesten. Maar het onderwijs trok, en tien jaar geleden begon ze aan de Pabo. Nu werkt ze als groepsleerkracht op de Delftsche Schoolvereeniging. Door haar eigen achtergrond pikt ze talenten bij haar leerlingen snel op. Jeannette: “Ik ben altijd op zoek naar de talenten van mijn leerlingen, en ik vind het heel belangrijk dat die talenten worden gezien. Juist die kinderen waarbij dingen soms niet vanzelf gaan, zoals de dyslecten of de ADHD’ers, blijken vaak op een ander vlak een geweldig talent te hebben. Ik merkte bijvoorbeeld dat een van mijn leerlingen - echt een draak in de klas - heel erg mooi kan zingen. Hij maakt nu zelf een lied voor de musical, zodat zijn talent de ruimte krijgt. Daarom vind ik de cultuurvakken ook zo belangrijk: je ziet een heel andere kant van een leerling. Het leren is tegenwoordig zo gericht op de cognitieve vakken. Het extra materiaal voor de

30

slimme kinderen is vaak gericht op nóg meer kennis. Waarom kiezen we bij deze kinderen niet voor een extra uitdaging in de vorm van beeldende vorming, drama of muziek?”

Uitdaging

Jeannette doet haar best om samen met de vakleerkracht muziek meer muziek en drama de school in te brengen. Het strakke rooster met voor elk vak een vast aantal onderwijsminuten maakt het bijna onmogelijk om daar goed de ruimte voor te nemen. ‘Ik heb niet meer minuten voor muziek dan mijn collega’s, dat zou niet kunnen. Maar mijn invulling is wel anders. Ik besteed mijn cultuurbudget aan een echt goed concert. In de klas draaien we vaak LP’s, en we praten over de muziek die we horen. Het analyseren en ontleden van een vraagstuk is ook iets wat ik als violist heb geleerd en wat ik gebruik in mijn lessen. Zo probeer ik mijn leerlingen steeds nieuwe uitdagingen te bieden.’ Reijer is intussen 16 en heeft nog steeds muziekles. Zijn passie is omgeslagen in milde tegenzin. Tegenwoordig vindt hij zijn uitdaging in het knutselen aan ‘antieke’ game-apparaten. Maar soms kan hij zomaar achter de piano gaan zitten en achter elkaar al zijn favoriete stukken spelen. En hoort hij een leuk melodietje, dan speurt hij het internet af naar de muziek en oefent tot hij het onder de knie heeft. Een muzikale carrière zal het niet worden, maar hij heeft alles in de vingers om zijn hele leven voor zijn plezier muziek te maken. Dat is het fijne van talent: als je het eenmaal hebt ontdekt, dan is het voor de rest van je leven van jou. Bron: Prikkels Talent - 2013


xxxxxxxxx

Het onderwijs biedt de wereld vaak nog in afgebakende vakken aan, terwijl de echte wereld één geheel is. Veel scholen zoeken daarom naar meer samenhang om het onderwijs voor leerlingen betekenisvoller te maken. Ook binnen de kunsten zelf vermengen disciplines zich in bijvoorbeeld mixed media of mediakunst.

31


xxxxxxxxx

32


Essay “Nederland is het enige land waarin methodes centraal staan binnen het onderwijs. In alle andere landen is het beroep van leerkracht er een van onderwijs geven én onderwijs ontwerpen.” Moniek Warmer begeleidt scholen bij het ontwikkelen van hun eigen onderwijs.

Droom, durf en verwonder! Tekst: Mirjam de Heer Illustratie: Jip van den Toorn

“Ik ben geschoold als leraar beeldend en Nederlands. Mijn eerste baan was 32 jaar geleden. Ik was lerares Nederlands op een MAVO in een arme wijk van Rotterdam. Geen leerling in de hele school die boeken las. Daarom las ik ze voor. Dan waren ze stil en werden gegrepen door het verhaal. Ik wilde hen helpen om hun fantasie te ontwikkelen. Om zichzelf te ontdekken. Daarom organiseerde ik een bezoek aan een voorstelling van het Ro Theater. We bereidden het bezoek voor door te bespreken hoe je je in een theater gedraagt, wat je aan doet. Het werd een groot succes: kinderen voelden zich betrokken, ze hoorden erbij. Kunst was ook voor hen. Zo ontdekte ik mijn missie: kinderen laten ervaren dat kunst je

raakt, je aan het denken zet en op nieuwe gedachten kan brengen.

Logisch

Als ik nu terugkijk naar mijn eerste school is er veel veranderd: cultuureducatie is vanzelfsprekender geworden. Er zijn weinig scholen meer die het niet logisch vinden dat de klas van tijd tot tijd naar een voorstelling of museum gaat. Als gevolg daarvan kunnen leerlingen meer aan. Het is niet snel te moeilijk of te vaag. Kinderen van nu zijn meer gewend dat kunst iets is waar je een mening over kunt en mag hebben. Ik bouwde de kunstlessen uit. Ik was niet bang dat de theatervoorstellingen, gesprekken in de klas of maaklessen

33

ten koste zouden gaan van de examenresultaten. Bij Nederlands doe je examen in tekstbegrip. Kunst gaat over begrip, over de rust nemen om meer te zien, meer te begrijpen, verbanden te zoeken. De andere talen en de zaakvakken, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, zijn precies zo. Voor leerkrachten die zelf hun lessen maken is integratie van vakken heel gewoon. Zij gaan uit van vragen die bij de leerlingen leven. Bijvoorbeeld vragen als: Wat is vrij? Wat is tijd? Dat zijn vragen waar je moeiteloos alle vakken aan kunt koppelen. Als ik een les ontwerp zoek ik bij de vraag een kunstwerk. Mijn les begint dan met samen kijken en bespreken wat


Essay

we zien, wat er in het kunstwerk gebeurt. Kinderen zeggen dan vaak dingen die je niet verwacht.

Lentekriebels

Het is belangrijk om de tijd te nemen om de bovenliggende vraag te formuleren. Ik heb een keer met een team een bestaand voorlichtingsprogramma, ‘Lentekriebels’ vertaald naar een project over verbinding. Het kunstwerk dat ik erbij zocht was een performance van Marina Abramovic. Zij zat aan een tafeltje in het Museum of Modern Art. Bezoekers konden op de stoel tegenover haar plaats nemen. De kinderen waren gefascineerd. Na afloop schreef de docent de reacties en ideeën van de kinderen op. Deze werkte ze uit in allerlei vakgebieden. Bij taal gingen de kinderen op zoek naar verbindingswoorden. Ze ontwierpen en maakten een lichaamsdeel dat communiceren kon. Ze oefenden bij drama met non-verbale communicatie. Ze verdiepten zich bij biologie in de nestjes die vogeltjes maakten. Naar aanleiding van dat ene filmpje lag er een heel scala aan leermogelijkheden rondom ‘Verbinding’ open. Deze manier van werken vraagt twee dingen: loslaten en een nieuwe structuur. Als je een beeldende les gaat geven waarin kinderen een lichaamsdeel ontwerpen dat communiceert begin je met inspirerende voorbeelden en met een gesprek over waaraan je ziet dat iets communiceert. En als je de les koppelt aan een bepaalde vaardigheid, bijvoorbeeld papier maché, dan demonstreer je eerst die vaardigheid. Je ontwerpt niet het eindresultaat, maar het proces. De kracht van werken vanuit een kunstwerk is dat je aansluit bij waar kinderen zelf mee bezig zijn. Neem daarbij

niet genoegen met de eerste antwoorden. Vraag door. De eerste vier dingen die ze noemen zijn soms heel voor de hand liggend. En dan ineens noemt iemand iets dat het hele onderwerp kantelt. En dat is iets prachtigs om mee te maken. Ik was een keer in een kleuterklas om met de kleuters na te denken over sport. De eerste vier begonnen over een tekening, maar de vijfde wilde een sportauto bouwen van dozen. En toen gebeurde er iets waar ik nog altijd kippenvel van krijg. Ineens stelden we onszelf vragen: wat is sport eigenlijk? Is autorijden wel sport?

Het onverwachte

Methodes zijn geschreven door leerkrachten. Het zijn pogingen van collega’s om onderwijs te ontwerpen. Dat kan helpen, maar je kunt het ook naast je neerleggen. Ik gun leerkrachten dat ze de moed vinden om te durven schuiven in lessen, ze aan te passen, naar hun hand te zetten, zich te focussen op hun belangrijkste taak: kinderen zien. Het onverwachte is daarbij geen vijand, maar een vriend. En niets is zo onverwacht als kunst. Het staat daar ineens in je klas, in de gymzaal of in het theater en het roept vragen op. Het past niet in de methode, maar het raakt, jezelf en de kinderen. Neem je tijd om het samen te onderzoeken. Er kunnen vast ook dingen weg. Een Vaderdag cadeautje knutselen, alle opdrachten maken. Niet alles ‘moet’. Schrappen schept ruimte. Ruimte om in gesprek te gaan met de kinderen, om eens bij een collega te gaan kijken, om het onverwachte te laten gebeuren. Mijn advies aan leerkrachten die vakken willen integreren? Droom, durf en verwonder!” Bron: Prikkels Mixen Mag - 2019

“Het onverwachte is geen vijand, maar een vriend.” Moniek Warmer 34

Moniek Warmer is educatief ontwerper. Ze is werkzaam als ZZP’er voor onder meer Kunst Centraal, Landschap Erfgoed Utrecht en diverse musea. Daarnaast is zij betrokken bij www. neuewelle.nl, een collectief met een website met actuele kunstbronnen die als inspiratie in het onderwijs gebruikt kunnen worden.


Missie geslaagd

Mijn rubric is mijn kapstok Anna Kok, cultuurcoördinator op het Niftarlake College in Maarssen, volgde de training cultuurcoördinator vo van Kunst Centraal, Mocca en FleCk. Zij maakte een rubric om zichzelf te bevragen wie ze als cultuurcoördinator wil zijn en wat ze wil bereiken. Het idee “In mijn rubric heb ik al mijn ambities gestopt en in stapjes verwoord. Bijvoorbeeld: ik wil als cultuurcoördinator zichtbaar zijn in school. Dat start met culturele activiteiten voor leerlingen binnen het curriculum. Beter is: rekening houden met niveau en behoefte van de leerling en ook activiteiten voor docenten. Echt excellent wordt het als alle leerlingen gelijke kansen en mogelijkheden krijgen om te participeren en je docenten informeert over het aanbod van culturele instellingen in de buurt.” Het doel “Toen ik cultuurcoördinator werd wist ik niet goed waar ik moest beginnen. Daarom volgde ik de training cultuurcoördinator vo. Dat raad ik iedere beginnende cultuurcoördinator aan! In de cursus kwam ik erachter dat de cultuurcoördinator méér is dan de kunstsectie, het is de verbinder binnen school die alle secties samenbrengt en het overzicht heeft over de inzet van cultuur op de hele school.” De cultuurpartner “Wat ik ontzettend inspirerend aan deze opleiding vond is om in een groep te zitten met allemaal mensen die op een andere school werken, maar wel allemaal dezelfde pet op hebben. Van iemand die cultuurcoördinator is op een grote cultuurprofielschool tot iemand met een school van 400 leerlingen waar de cultuurcoördinator als een kleine taak erbij wordt gezien. Ik heb tijdens de opleiding heel veel contact gehad met mijn medecursisten. Het is echt een netwerk.” En… “De rubric die ik maakte om mijn werk mee te evalueren is mijn kapstok. Die gebruik ik nog steeds heel vaak. Ik sta te trappelen om aan de slag te gaan: een overzicht schetsen van wat wij allemaal op school aan cultuur doen, verbinden, samenbrengen en een plan maken. Maar ik heb Kunst Centraal nodig om mijn vuurtje aan te wakkeren en boven de dagelijkse drukte uit te stijgen. Zij brengen mij weer op het pad dat ik gauw vergeet, maar wel het liefst bewandel.” Tekst: Mirjam de Heer Foto: Marieke Duijsters

Meer info www.kunstcentraal.nl/agenda


Achtergrond Hoe kan ik verbinding krijgen met kinderen en hoe breng ik kinderen in verbinding met zichzelf? Hoe kan ik beter samenwerken met mijn team? En hoe voer ik gesprekken met ouders? Verbindend communiceren is een houding die je voor al deze vragen veel kan brengen.

Verbindend communiceren Tekst: Eva Maria Schneijderberg en Mirjam de Heer Illustraties: Mireille Schaap

Verbindende of geweldloze communicatie is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg. Hij werkte als burgerrechtenactivist en zocht naar een manier van communiceren die moralistische oordelen vermijdt en recht doet aan ieders behoefte. In de vroege jaren 60 richtte hij het internationale centrum voor Geweldloze Communicatie op. Rosenbergs idee achter verbindende communicatie is dat we allemaal dezelfde behoeften hebben. Overal op aarde, los van geslacht, leeftijd, geloof, cultuur of ras hebben we allemaal behoefte aan veiligheid, begrip, liefde, vrijheid en creativiteit. Bovendien willen we van nature allemaal heel graag bijdragen aan het vervullen van de behoeften van anderen. Rosenberg gaat ervan uit dat al ons gedrag voortvloeit uit onze pogingen om onze behoeften te vervullen.

Onderliggende behoefte

Als je als leraar het gedrag van je leerlingen gaat zien als een uiting van behoeftes dan kom je los van de oordelen die je misschien over dat gedrag hebt. Kijk bijvoorbeeld eens wat je ziet gebeuren bij creatieve, vrije opdrachten. De ene leerling slaat meteen aan het experimenteren met het materiaal, de ander blokkeert. De eerste leerling kan blij zijn omdat de kunstopdracht appelleert aan zijn behoefte aan uitdaging en creativiteit. De tweede is misschien wel angstig omdat hij niet weet wat je van hem verwacht en hij behoefte heeft aan meer duidelijkheid. Vaak hoor of zie je het als kinderen aanlopen tegen onvervulde behoeften. “Stomme opdracht’, zegt er een en gooit boos de materialen in de hoek. Of: “Ik begrijp het nog niet, wat moeten we nu doen?”, vraagt een ander. Er zijn

36

ook kinderen die stilletjes in opperste wanhoop naar hun tafeltje kijken en ineens halverwege de les in tranen uitbarsten. Al deze reacties laten zien dat wij elk andere manieren hebben om signalen af te geven als onze behoeften niet zijn vervuld. De eerste leerling wordt boos, de tweede vraagt om meer duidelijkheid, de derde toont verdriet. Allemaal signalen die je de weg wijzen naar de behoeften die er leven.

Creatieve lessen

Als leerkracht heb je niet alleen te maken met de behoeften van anderen, je hebt ook te maken met wat je zelf nodig hebt. Onderwijs is geen fabriek. Je bent leerkracht geworden omdat je bij wilt dragen aan de ontwikkeling van kinderen. Je wilt graag vertrouwen voelen dat je bijdraagt aan hun leerproces. Voor velen is het daarnaast belangrijk om structuur,


37


Achtergrond

“Zou je het graag zelf willen doen?”

overzicht, helderheid en samenwerking te ervaren.

kunt dan bij de ander checken of hij daar nieuwsgierig naar is.

Het is aan jou om te kiezen wat je doet met de signalen van leerlingen. Probeer je het door jou gewenste gedrag af te dwingen of steek je in op de relatie en zoek je naar verbinding? De creatieve lessen lenen zich goed voor dit verbindingsproces. Je kunt even een stapje terug doen en kijken wat er nou daadwerkelijk bij een kind gebeurt. Wat maakt dat het ene kind het materiaal niet deelt? Heeft hij even de tijd en ruimte nodig om zich eigenaar te voelen en kan hij daarna pas weer delen? Wat maakt dat het andere kind niet op zijn stoel blijft zitten? Heeft hij behoefte aan beweging voor hij weer gefocust aan iets bezig kan zijn? Behoeftes zien is een sleutel voor verbinding in het onderwijs en daarbuiten.

Het verbindend proces

Empathisch luisteren

Je kunt kinderen en ook jezelf helpen hun behoeftes te leren kennen door empathisch te luisteren. Veel mensen hebben de intentie om goed te luisteren. Toch blijkt het lastig te zijn om écht te luisteren. Om even weg te blijven van het geven van advies, je mening of het delen van je eigen ervaring. Als je écht luistert ben je met je volledige aandacht bij de ander, zodat die ruimte heeft om te onderzoeken wat hij nodig heeft. Misschien krijg jij daarna ook een idee, je

Net als het creatief proces bestaat ook het verbindend proces uit vier fases en net als het creatief proces is het niet lineair, maar verloopt het cyclisch. Het verbindend proces begint bij jouw eigen waarneming. “Ik zie dat jouw blad nog leeg is.” Of bij een drama-opdracht: “Ik heb jou nog niet gehoord.” Het is heel belangrijk dat je je waarneming niet kleurt. Dus niet: “Ik zie dat jij niets doet.” Of: “Ik zie dat jij niet meedoet.” Iemand kan heel hard aan het werk zijn in zijn hoofd of meedoen, zonder dat jij dat ziet. De tweede fase is het gevoel van de ander. Ook dat vul je niet in, maar je vraagt ernaar. “Hoe voel jij je? Voel je twijfel?” Of “Voel je je gehaast?” Of: “Voel je je gespannen?” Door te vragen naar het gevoel van de ander geef je de ander ruimte om zichzelf te laten zien of horen. Daarna komt de behoefte van de ander. Bij een volwassene kun je vragen of hij behoefte heeft aan bijvoorbeeld ruimte, inspiratie, focus of autonomie? Bij kinderen doe je dat ook wel in een zin. “Heb je meer plek nodig?” Of: “Heb je iets nodig waardoor je ideeën krijgt?“ Of: “Is

38

het belangrijk voor je om je te kunnen concentreren?” Of: “Zou je het graag zelf willen doen?” De vierde en laatste fase is een verzoek of strategie. Bijvoorbeeld: “Vind je het leuk om even bij andere kinderen te gaan kijken?” Of: “Wil je misschien in tijdschriften bladeren?” Of: “Zullen we samen hardop nadenken over deze opdracht?” Misschien zelfs wel: “Zullen we even muziek opzetten?” Dit verbindend proces past heel goed bij de eerste twee fases van het creatief proces, waarin je kinderen probeert te inspireren en stimuleert om op onderzoek uit te gaan. Sommige kinderen hebben daar weinig in nodig van jou. Die willen een uitdagende vraag en gaan zelf hun inspiratie kiezen en onderzoek doen. Andere kinderen hebben iets anders nodig. Je kunt erachter komen wat dit is door verbinding te maken. Eva Maria schneijderberg (leerkracht, internationaal gecertificeerd trainer Nonviolent Communication en moeder) verdiept zich sinds 2012 in Verbindende Communicatie en geeft trainingen aan leerkrachten in het basisonderwijs. www. levenverrijkendonderwijs.nl. Bron: Prikkels Verbinden – 2021


xxxxxxxxx

Een kunstenaar laat in zijn werk aan de wereld zien hoe hij zich voelt of hoe hij tegen de wereld aankijkt. Erfgoed laat ons de sporen zien van een wereld die er was. Met kunst en erfgoed verrijk je burgerschapsonderwijs, identiteit, multi perspectiviteit, diversiteit & inclusie, duurzaamheid en participatie en krijgen leerlingen handvatten om na te denken over hun eigen positie in de wereld.

39


Essay “In ieder mens schuilt een kunstenaar. Dat zijn wij vergeten. We hebben het maken van kunst toebedeeld aan een select groepje specialisten. Maar kunst maken is geen specialisme. Het is een lens waardoor we naar de wereld kunnen kijken, een mindset. En die mindset bezit iedereen.”

Een

wereld vol kunstenaars Tekst: Mirjam de Heer Illustratie: Valesca van Waveren

Merlijn Twaalfhoven is een kind van muzikanten. Zijn moeder was dwarsfluitiste, zijn vader blokfluitbouwer. Hijzelf speelde viool en studeerde aan het conservatorium. Toch werkt hij nu niet als muzikant, maar als componist en cultureel ondernemer. Na zijn studie ontdekte hij dat hij geen orkeststoel ambieerde, maar iets heel anders. Hij wilde met zijn kunst het verschil maken, daar waar dat nodig is. Dus reisde hij de wereld rond. Hij bezocht oorlogsgebieden en vluchtelingenkampen. Hij maakte muziek voor, maar vooral mét mensen. In 2017 richtte hij The Turn Club op, een samenwerkingsverband van creatieve denkers en makers. Samen zoeken zij naar manieren om de brug te

40

kunnen slaan tussen kunstenaars en de samenleving.

Op reis

“Ik ben opgegroeid op de vrije school, zonder rapporten en cijfers. Niet prestaties, maar nieuwsgierigheid en verhalen stonden centraal. Toen ik op een reguliere middelbare school kwam, was ik verbaasd dat iedereen leren scheen te beschouwen als een soort wedstrijd. Pas op de vooropleiding van het conservatorium voelde ik me weer door docenten meegenomen in hun nieuwsgierigheid. Ze waren met mij op reis. We stelden onszelf een vraag en gingen op zoek.


xxxxxxxxx

41


Essay

“Kunst kan overal gemaakt worden en door iedereen.” Ik denk dat dat een belangrijke opdracht is aan het onderwijs: begin bij een vraag. Dan is er meteen een vanzelfsprekende, logische relatie tussen je les en het leven. Nu krijgen leerlingen vaak een hele bak theorie, waar ze niet op zitten te wachten. En als dan de vragen komen, dan houdt het op. Dan zegt het onderwijs: zie maar hoe je het later in je leven een keer gaat toepassen. Ik zou dat omdraaien. Kijk welke vragen er leven bij kinderen en ga met hen die vragen bekijken door de lenzen van de diverse vakken.

De mindset van de kunstenaar

Ik zie kunst als een lens, zoals rekenen, taal, wereldoriëntatie en natuur ook een lens zijn; een mindset. Wie kijkt door de ogen van een kunstenaar kijkt anders dan door de ogen van een natuurkundige. Een kunstenaar kijkt met een open blik. Er is geen oordeel, geen waarheid, er zijn geen beperkingen. Alle ervaringen, gevoelens en gedachten doen ertoe. Een kunstenaar geeft daar vorm aan. Ik doe dat met klank, maar anderen met bijvoorbeeld beweging, kleur of tekst. Kunstenaars gebruiken hun verbeeldingskracht. Ze leggen verbindingen en nieuwe relaties. Ze zijn creatief. Ze maken. Het gebruiken van de mindset van de kunstenaar wordt in onze samenleving vaak ontmoedigd. Dat vind ik heel

problematisch. Wij leven in een samenleving waar veel verbintenissen verbroken zijn. We hebben ons denken en voelen uit elkaar gehaald. Familiebanden zijn losser. Er is geen commitment meer aan de kerk of aan de gemeenschap. Vakgenoten zijn niet meer verbonden in gildes. We hebben van onze samenleving een grote berg losse legosteentjes gemaakt. Ook het onderwijs hebben we uit elkaar gerafeld in losse blokjes.

Geestelijke gezondheid

In deze grote berg met losse steentjes zijn mensen zich vreselijk verloren gaan voelen. Ze missen de verbinding. De oplossing zit in die mensen zelf. Ze bezitten het vermogen om te maken, om te bouwen, om de losse steentjes te verbinden. Maar doordat we hen verteld hebben dat kunst hoort bij een select groepje van specialisten die tegen betaling op een podium in een theater of concertzaal hun ding doen, zijn ze vergeten dat ze dit vermogen bezitten. En dat is zonde! Erger nog: het is ongezond! Voor de geestelijke gezondheid van mensen en dus voor de hele wijde wereld is het beter als we ophouden om kunst in te blikken. The Turn Club wil kunst los maken van de conventies. Kunst kan overal gemaakt worden en door iedereen. Als ik muziek maak dan wil ik dat de mensen in de zaal mee doen. Als je

42

chef-kok bent kun je ook met eenvoudige ingrediënten als brood en melk de meest fantastische maaltijden maken. Juist het contrast van eenvoud en vakmanschap maken iets lekker. Ik nodig mensen uit om actief deel te nemen aan het spel.

Stem

En dat is het leuke. Als je deelneemt is kunst ineens niet meer intimiderend. Het is dichtbij. Het is samen. Het is open. Het is ook van jou. Vaak als mensen een mooie ervaring delen dan is dat óf een natuurervaring, óf een kunstervaring. Dat mensen dat als positief benoemen heeft te maken met de aandacht en openheid die ze op dat moment voelden, de verbondenheid. Ze keken met een kunstenaarsmindset en voelden zich rijker. Dus: leerkrachten, zie de kunstenaar in je leerling. Stel hen vragen en laat hen er met een kunstenaarsmindset naar kijken. Help hen open te staan, geef hen de middelen om te verbeelden en neem hun werk serieus. Geef hen hun stem in deze wijde wereld.” Merlijn van Twaalfhoven beschreef zijn ideeën over de kunstenaarsmindset in een bevlogen boek ‘Het is aan ons, Waarom we de kunstenaar in onszelf nodig hebben om de wereld te redden. Bron: Prikkels De wijde wereld - 2021


missie geslaagd xxxxxxxxx

Samen eten, samen leven Midden in de Indische buurt in Amsterdam staat De Indische Buurt School. Mustapha Khaddari werkt daar als adjunct-directeur. Hij vertelt enthousiast over hoe juist de ouders grip hebben gekregen op het verbinden van de school met de buurt. Het idee In de Indische buurt wonen kinderen uit alle windstreken, met een gemengde school als gevolg. Maar hoe zorg je dat nieuwkomers en bestaande ouders in gesprek komen? Hoe maken we van onze school een buurtschool, een plek waar culturen samenkomen? Zo ontstond het project ‘Ouders ontmoeten ouders’. Het doel Jaarlijks organiseren we een aantal themaavonden over wat er speelt in de buurt. Elke avond start met eten, want dat zorgt voor verbinding en gesprekken Zo ontstaan er als vanzelf verhalen tussen ouders en ontstaat betrokkenheid bij de school en de buurt. De school wil een afspiegeling van de buurt zijn, waar er samen wordt geleefd en iedereen elkaar kent. De cultuurpartner In de beginjaren van het project was er een incidentele subsidie vanuit het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Hierdoor heeft de Verhalenman, Karel Baracs, de eerste jaren een bijdrage kunnen leveren. Tegenwoordig is de school een Unesco-school en een Amsterdamse Familieschool waardoor het mogelijk is om dit project en vele andere te kunnen organiseren. En... Inmiddels wordt het project geheel georganiseerd door ouders. Van de kinderopvang tijdens de avond tot de invulling van de thema’s, de hele organisatie ligt in handen van ouders. Door deze enorme betrokkenheid kunnen ouders hun eigen rol spelen binnen de school en leveren ze een bijdrage aan de ontwikkeling van hun kinderen. Bron: Prikkels Grip - 2023

43

Tekst: Tamara Oortwijn Foto: Stephanie Driessen


Achtergrond xxxxxxxxx “Sinds mensenheugenis trekken mensen van plekken van wanorde naar plekken van orde” zei Jaap De Hoop Scheffer eens in een interview. De mens is een rondtrekker, maar vindt het van nature ook lastig om dat wat hij heeft verzameld te delen met nieuwkomers. Migratie brengt naast verrijking ook polarisatie met zich mee.”

Evolutie naar gelijke kansen

Tekst: Astrid Elburg en Mirjam de Heer Illustratie: Deborah van der Schaaf

Astrid Elburg is een migrantenkind. Na de onafhankelijkheid van Suriname kwamen haar ouders naar Nederland. Ze groeide hier op en heeft aan den lijve ondervonden dat mensen die anders zijn niet vanzelfsprekend worden gevonden. Als honoursdocent bij de faculteit Sociale Wetenschappen aan de VU, zet zij studenten aan het denken over de conditie van de democratische rechtstaat, de impact van de technologie op ons gedrag en ‘Anders zijn’ in deze tijd. Zij ziet inclusie als het voordeel willen zien van ‘anders’ en het managen van weerstand daartegen.

In theorie hebben wij in Nederland via artikel 1 in onze wetten vastgelegd dat iedereen dezelfde kansen krijgt. In onze dromen en verbeelding is het misschien ook wel zo. Maar iets voortdurend roepen maakt het nog geen realiteit. En daar zit de spanning. Want we horen tot de biologische soort mens, maar gedragen ons nog lang niet altijd menselijk. In ons gedrag zijn we voortdurend aan het categoriseren, aan het zoeken naar wat de norm is en wijzen alles dat daarvan afwijkt af. Dat is anders, minder, vreemd, raar…

44

Veiligheid

Dat zoeken naar de norm dient een doel: we voelen ons veiliger als we de norm kennen. Maar daardoor veroorzaken we onveiligheid voor mensen die ‘anders’ zijn. Deze andere mensen die er niet bij horen lopen daardoor sociaal risico. Ze worden gepest of raken geïsoleerd. Een voorbeeld. Wij hebben in onze samenleving bepaald dat we praktische beroepen economisch lager waarderen dan theoretische beroepen. Wij vinden het kennelijk normaal dat bijna 80% van de beroepsbevolking die praktisch opgeleid is lager gewaardeerd


wordt. De directeur van een MBO-opleiding in het land vertelde mij ooit dat een groot deel van MBO-studenten kampt met een gevoel van minderwaardigheid. Dat is verre van humaan. Michael Sandell, hoogleraar politieke wetenschappen en filosofie aan Harvard, schrijft in zijn laatste boek ‘De tirannie van verdienste’ onder meer dat wij ten onrechte economische, culturele en politieke macht hebben gekoppeld aan IQ. Daarmee doen wij de mensen die buiten de norm vallen tekort. Wij hebben intelligentie maar ook creativiteit te nauw gedefinieerd en zien

daardoor niet de vermogens van mensen met een hoge emotionele, fysieke of sensitieve intelligentie. Zij bezitten waardevolle eigenschappen die wij nu niet hetzelfde waarderen als intellect. Daardoor zien wij deze mensen over het hoofd. We verwachten niet dat zij kwaliteiten hebben. Denk bijvoorbeeld aan de mensen die niet goed Nederlands spreken of de kinderen uit arme gezinnen, waarvan we lage verwachtingen hebben.

Gepersonaliseerd onderwijs Wat mij betreft zit de oplossing zowel in

45

het onderwijssysteem als bij de leerkrachten zelf. Scholen moeten voldoen aan de normen van overheden en de inspectie en worden afgerekend op toetsresultaten. Daardoor blijft de zoektocht en waardering van intelligentie, ondanks alle goede bedoelingen van individuele leerkrachten, in stand. Er zijn voorbeelden van leerkrachten die het regime ontstijgen en die wél het potentieel van ál hun leerlingen zien en hen inspireren. Deze leerkrachten hebben allen één ding gemeen: ze zijn in staat


Achtergrond

“Onderzoek en verwonder je.” Astrid Elburg

om individuele kwaliteiten te ontsluiten. Ze zien wat het individu uniek, ánders maakt en stralen uit dat in elk kind een fantastisch mens schuilt met talenten die ontwikkeld kunnen worden. Die leerkracht personaliseert door deze houding zijn onderwijs en optimaliseert de kansen van zijn leerlingen. Deze leerkrachten kunnen hun behoefte aan categoriseren ontstijgen en zijn daardoor in staat om elk kind, jongens, meisjes, sensitieven, socialen, intellectuelen, auditieven, beelddenkers, autisten en al die anderen aan te moedigen. Ze zien ook het belang van alle kinderen binnen de groep én binnen de maatschappij.

Onderzoek

Wat deze leerkrachten kunnen is niet uniek. Deze specifieke eigenschap is te leren, te modelleren. De eerste stap is kritisch te kijken naar wat wij de norm zijn gaan vinden en je daarvan los te maken. Daarna kun je focussen op de vraag: wat heeft dit individu nodig om zich optimaal te ontwikkelen? Blijf daarbij je eigen veronderstellingen bevragen. Onderzoek en verwonder je.

Ik heb gewerkt met een kind met autisme dat sociaal niet sterk was. Hij is erg gepest en heeft daardoor niet eens de basisschool afgemaakt. Ook later in zijn jong volwassen leven bleef hij bang voor jongens. Vanaf zijn zolderkamer leerde hij gamen en weet nu alles over het programmeren van computers. Na een korte training sociale vaardigheden levert hij sinds een paar jaar, inmiddels in de 30, een essentiële bijdrage aan onze samenleving door onder meer de politie te helpen bij de bestrijding van cybercriminaliteit. Het is mede de taak van leerkrachten om kinderen te helpen om weerbaarder te worden tegen de norm van de samenleving, hen te stimuleren hun ‘anders zijn’ te omarmen. Als jij je als leerkracht zo gedraagt, zullen de leerlingen volgen. Door aandacht te geven aan wat mensen bijzonder maakt kunnen we voor elk kind de kansen scheppen die het nodig heeft om zich volledig te ontplooien. Dat is inclusief gedrag.

Inclusief gedrag

En inclusief gedrag is nodig. Onderzoek uit de sociale wetenschappen wijst uit dat in de toekomst steeds meer mensen zich vestigen in de stad. In 2050 zal twee-derde

46

van de wereldbevolking in steden leven. Daar zijn allerlei oorzaken voor, zoals opwarming van de aarde en de zoektocht naar betere levensomstandigheden. Als wij steeds dichter op elkaar wonen zullen wij gezonde sociale gedragingen moeten ontwikkelen. We zullen kortom de voordelen van anders zijn moeten benutten. Bij wet en regelgeving hebben we de zaken over gelijke kansen en gelijkwaardigheid al prachtig geregeld, nu is het aan ons om te zoeken hoe het dan moet. We moeten evolueren in gedrag vanuit het besef dat gelijke kansen zullen bijdragen aan een meer evenwichtige en veilige samenleving voor iedereen, ongeacht geslacht, leeftijd en etniciteit. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we ons willen ontwikkelen en onze schouders eronder zetten. Hoe meer mensen de norm bevragen, hoe meer wij in staat zullen zijn om waarde toe te voegen en hoe meer kansen onze kinderen krijgen, zonder aanziens des persoon. Bron: Prikkels Kansen Zat - 2021


xxxxxxxxx

Speciaal voor basisschoolleerkrachten maakten we een selectie uit tien jaar kunstwerklessen en snelle lessen in Prikkels. Allerlei kunstdisciplines en technieken komen aan de orde, van erfgoed tot borduren, van beeldend tot literatuur. Je kunt ze gebruiken als kant en klare lesideeën of als inspiratie om zelf in je klas met thema's aan de slag te gaan.

doen! 47


Kunstwerk Een kijkdoos is vaak een schoenendoos met een kijkgaatje aan de voorkant en een doorzichtig vel in de bovenkant voor invallend licht. Beetje saai, toch? Zo’n kijkdoos gaan we dus juist niet maken.

Kunstkijkdoos

Onderbouw Verzamel

Haal uit de supermarkt grote dozen en zet die dozen op school op hun kant, met de opening naar je toe. Er komt dus geen kijkgaatje, je kunt meteen de doos inkijken. Er valt zo ook genoeg licht naar binnen, zodat je geen doorschijnend papier in de bovenkant hoeft te plakken. Verder heb je stevig papier, verf, lapjes, stukjes hout en ander klein knutselmateriaal nodig.

Aan de slag

Kies een thema. Zoals de onderwaterwereld of het oerwoud. Bespreek in de klas wat er bij dit thema hoort en wat je in je kijkdoos zou kunnen laten zien. Vervolgens gaan de kinderen aan de slag.

Bespreek

Bespreek de werkstukken met de groep. Iedereen heeft enthousiast zijn best gedaan, dus natuurlijk is er eerst voor iedereen een compliment. In de kijkdoos moest diepte worden gemaakt. Hoe hebben de leerlingen dat voor elkaar gekregen? En er moest een verhaal te zien zijn. Welke originele oplossingen zijn er bedacht?

Laat zien!

Geef de werkstukken niet meteen mee naar huis, en laat ze ook niet verspreid door je lokaal staan, maar stapel ze op tot een grote wand en maak er een indrukwekkende tentoonstelling van. Liefst natuurlijk op een centrale plek in de school, tenslotte zijn jullie trots op het resultaat!

48

Diepte aanbrengen vijf tips 1. Plaats halverwege de doos een wand, met openstaande deur of ramen. 2. Maak gebruik van coulissen die je vlak achter elkaar plaatst. 3. Om de ruimte nog meer kracht bij te zetten, kun je (fiets)lichtjes in je kijkdoos verwerken. 4. Als je ergens een spiegel schuin in je doos neerzet, zal je merken dat je opeens een ruimte kan maken. 5. Wil je achterin een landschap hebben, schilder deze dan eerst op stevig papier en plak deze in een ronde boog achterin de doos; zo werk je storende hoeken mooi weg.


Meer tips

Kijk voor meer tips, uitgebreide instructies én inspiratie op www.prikkelsonline.nl Of kijk op www.robkomen.nl

Bavelaartje

Bron: Prikkels Kijken – 2016

Tekst en foto’s: Rob Komen

Bovenbouw Verzamel

Een van de oudste vormen van een kijkdoos is een Bavelaartje. De naam komt van een Nederlandse timmerman, Cornelis Bavelaar. Google maar eens op deze naam en bespreek de kijkdozen van Bavelaar in de klas. Zo’n kijkdoos gaan we maken. Verzamel niet te grote dozen – schoenendozen zijn prima – en knutselmaterialen, papier en verf, ledfietslichtjes en spiegelend materiaal.

Aan de slag

Kies vooraf een gezamenlijk thema. Bespreek wat er allemaal in de kijkdoos neergezet kan worden en noteer elk idee. Zo ontstaat een lijst met mogelijkheden en ideeën. Laat die lijst met suggesties tijdens het project in de klas hangen. Bespreek vervolgens hoe de leerlingen dit ruimtelijk kunnen uitwerken, zodat ze aan de slag gaan met een plan.

Bespreek

Bekijk met de groep de werkstukken en laat de leerlingen reflecteren op het werk van hun klasgenoten. Hoe hebben zij ruimte in hun kijkdoos gemaakt? Welke originele oplossingen zijn er bedacht?

Laat zien!

Een Bavelaartje heeft vaak een lijst, zodat het net een schilderijtje lijkt. Plak een lijst van stevig karton om de randen van de doos, en hang de dozen als schilderijtjes aan een wand. Of presenteer de werkstukken buiten de school, bijvoorbeeld bij een winkel in de etalage, of in een bibliotheek.

49


xxxxxxxxx Snelle les Gedicht: Joke van Leeuwen Beeld: René Windig

© Plint www.plint.nl

Geluk is een eindeloze inspiratiebron. Schrijf er eens een gedicht over. Een Elf bijvoorbeeld.

Gelukspoëzie Lees dit gedicht en bespreek het in de klas: wat vertelt het gedicht? Waar gaat het over? Hoe voel je je als je het leest?

Prikkels. Helemaal opgeladen? Dan kan het schrijven beginnen. Een Elfje is een gedicht van elf woorden, verdeeld over vijf regels. Gebruik deze spelregels:

Nu maken de kinderen zelf een gedicht: een Elfje over ‘geluk’. Laat ze eerst een woordweb maken door te associëren bij het woord: wat is geluk, wanneer voel je je gelukkig, hoe maak je iemand anders gelukkig? Je kan ook een filosofisch gesprek voeren, zoals in het artikel over filosoferen met kinderen in deze

Regel 1 - één woord (opdracht: geluk) Regel 2 - twee woorden: iets dat je associeert met geluk Regel 3 - drie woorden: schrijf nu iets over jezelf en het onderwerp Regel 4 - vier woorden: begin met ik of je, en schrijf weer over het onderwerp Regel 5 - één slotwoord

50

Wil je er een mooi cadeautjes van maken, daoe dan als Plint en laat ieder kind er een tekening bij maken. De tekst plus tekening kan je vervolgens scannen en op allerlei materialen (laten) afdrukken. Meer inspiratie nodig? www.plint.nl en voor gratis lesbrieven: www.poeziepaleis.nl Bron: Prikkels Geluk – 2017


Snelle les Tekst: Jesse Smale en Mirjam de Heer Beeld: groep 7 Delteyschool Odijk

© Plint www.plint.nl

Iedereen gebruikt een stukje van de aarde. Hoe groot is dat van jou? Doe de test op voetafdruktest.wnf.nl.

Ecologische voetafdrukKen Hoeveel aarde had jij nodig? 2,4? In deze les ga je je ecologische voetafdruk vormgeven zodat je hem niet kunt vergeten. • Verzamel eerst met de klas verschillende schoenen. Bekijk vooral ook de onderkant, het profiel. Want met dat profiel maak je afdrukken! Zet de rollertjes, A3 vellen en verfborden klaar. Schorten om en drukken maar! • Gebruik voor de afdrukken de kleuren van de aardbol: donkergroen, licht-

groen, lichtblauw en donkerblauw. Werk in viertallen. Leg op elk tafeltje een schoen en een kleur. Elke leerling begint op zijn eigen plek. Rol de onderkant van de schoen in met de verfroller en maak een afdruk op je vel. • Schuif dan met vel en al door naar de volgende plek. Maak een tweede voetafdruk met de schoen en de kleur die je daar aantreft. Kijk vooraf goed naar het profiel van de schoen en de plek van de afdruk. Je kunt ervoor

51

kiezen de schoenen naast elkaar af te drukken als voetstapjes. Je kunt ook in een boogjes- of stervorm drukken. Of misschien werk jij liever kris kras? Ga door tot je jouw ecologische voetafdruk af hebt. Het moeilijkst is om een halve voetstap te maken of een 0,4 voetstap. Misschien moet je daar het allerkleinste schoentje voor nemen? Of een schoen met een hakje? Bron: Prikkels Groen - 2019


Kunstwerk Tekst: Greet van Duijn Beeld: Plein C

Steekje voor steekje

Onderbouw:

Kaartje van kant Bekijk Bekijk eerst samen de verschillende borduurtechnieken die je kunt gebruiken voor het borduren van lijntjes en vlakjes. Vraag kinderen ook om voorbeelden van borduurwerk van thuis mee te nemen en bekijk die ook samen. Teken Maak een eenvoudige tekening in potlood op een kaart van dik karton. Kies voor een simpel figuurtje, een dier, een bloem of een voorwerp. Trek de lijntjes van je tekening om met een zwarte stift. Daarna mag je de tekening inkleuren met waterverf of kleurpotlood.

Borduren is weer helemaal hip! En dat is niet zo gek, want borduren ontstresst! En iedereen kan het. Dus verzamel naalden en verschillende kleurtjes katoengaren en viltjes en ga aan de slag.

Bron: Prikkels GTST – 2014

52

Prik Kies een kleur garen en knip een stuk af van 50cm. Nu mag je met behulp van de gaatjes borduren. Je kiest zelf waar je lijntjes maakt en waar vlakjes. En gebruik je ook ergens een viltje? Of werk je zonder? Je hoeft niet je hele tekening te borduren. Je kunt ook stukjes open laten. Geef Wie ga je blij maken met jouw zelf geborduurde kaartje?


Middenbouw:

Een kanten huisje Vertel Wist je dat meisjes vroeger leerden om kleding en linnengoed te versieren met borduurwerk? Voor hen was het toen een vak op school. Sommige kunstenaars borduren ook, maar niet alleen op textiel. Berend Strik borduurt op foto’s, Loekie Smeets borduurt op wandtegels, en Brett Bara versiert uitgeblazen eieren met borduursteken! Wij gaan borduren op een plankje. Zaag Ieder kind zaagt uit een rechthoekig plankje van 5 bij 10 cm twee hoekjes. Zo wordt het plankje ineens een echt

huisje! Eerst tekenen ze op het huisje raampjes, een deur of misschien wel iets heel anders: een boom, hartjes of een kat. Boor en borduur Met een dun boortje maak je gaatje op de getekende lijnen. Nu mag je met behulp van de gaatjes de tekeningen in een zelfgekozen kleur borduren. Je kiest zelf waar je lijntjes maakt en waar vlakjes. Hang op Draai een oogje in de punt van het dak. Nu kun je je huisje ophangen.

Bovenbouw:

Een homemade telefoOnhoesje Borduur Pak je ontwerp er nu bij en knip uit andere kleuren vilt de figuurtjes uit je ontwerp. Je naait ze op de strook. Behalve vilt kun je natuurlijk ook kraaltjes op de strook naaien of losse steekjes toevoegen. Als de versiering klaar is, vouwen je de strook dubbel en naait hem aan de zijkanten dicht.

Ontwerp Versieringen op tassen en telefoonhoesjes, wat kun en wil je daarmee zeggen? Zet je je naam erop, het symbool van je favoriete superheld of gewoon een lief hartje of bloemetje? Maak nu een ontwerp voor jouw eigen telefoonhoesje. Knip We gaan werken met vilt. Want daarmee kan alles. Het werkt makkelijk, rafelt niet en is er in allerlei kleuren. Kies je eigen kleur en leg je telefoon op het vilt. Knip nu uit het vilt een strook die twee keer zo lang is als je telefoon. Zorg dat de strook aan de boven, onder en zijkanten twee centimeter groter is dan je telefoon.

Werk af Met een stukje elastiek en een knoopje maak je een simpele sluiting voor je telefoonhoesje. En als je je telefoon graag om wilt hangen maak je er ook nog een lint of koord aan vast.

53


Kunstwerk xxxxxxxxx

Tekst: Marjolein Hovius Illustratie: Noël Boittin

De Goldbergmachine Onderbouw:

Een levende reactieketTing Knip!

Download op kunstcentraal.nl/prikkels/ reactie/de-goldbergmachine, print de kaartjes en knip ze uit. Op elk kaartje staat een actie in het rood en een reactie in het groen. Het kaartje vertelt je dus op welke actie je wacht en welke reactie je geeft. Er is één startkaartje waar geen rood icoontje op staat.

Oefen!

Schud de kaartjes en deel ze uit in de klas. Leg je leerlingen vervolgens uit dat ze wachten tot ze een ander kind zien doen wat er op het rode icoontje staat en dat zij vervolgens moeten doen wat er op het groene icoontje staat. De kinderen kunnen bij hun tafeltje blijven staan, het kan ook in een kring.

Rube Goldberg was een cartoonist die heel ingewikkelde machines tekende die iets heel simpels uitvoerden. Zijn machines maakten gebruik van een ketting van acties en reacties. Domino Day is bijvoorbeeld een kettingreactie van domino-steentjes.

54

Actie!

Het kind met alleen het groene icoontje is het begin van de reactieketting. Alle anderen staan stil en doen alleen iets als ze zien gebeuren wat er op hun rode icoontje staat. Dat wordt dus goed opletten!

Herhaal!

Gelukt? Schud de kaarten en begin opnieuw! Of doe de ketting nog een keer en probeer hem sneller te doen. Ook leuk om te gebruiken voor een weekopening. En je kunt natuurlijk zelf allemaal nieuwe kaartjes erbij verzinnen. Veel plezier!


xxxxxxxxx

Bovenbouw:

Plak je reactie Onderzoek!

Met een actie zet je een reactie in beweging. Op welke manieren kun je zo’n beweging doorgeven? Voorbeelden zijn: dominosteentjes, knikkerbanen, een bal, een autootje of een (elektrisch) treintje. Welke manieren kunnen jullie allemaal verzinnen? Hadden jullie ook gedacht aan een ballon die leegloopt, een elastiek dat terugveert, een wipwap of iets dat van boven naar beneden valt? Of aan een paal met een touw en iets zwaars aan het uiteinde? Wikkel het touw om de paal en als je het loslaat draait het gewicht in steeds grotere cirkels. En wat denk je dat er gebeurt als je je telefoon een schuine plank legt en op trilstand zet?

Bouw!

Verdeel de klas in groepjes van drie. Elk groepje kiest een manier uit om de beweging door te geven. Daarna bouwt het groepje een proefinstallatie en oefent ermee. Wat werkt wel en wat niet? Wat is de beste manier om ervoor te zorgen dat de reactie die je hebt bedacht ook echt gebeurt?

Combineer!

Elk groepje laat zijn actie en reactie zien aan de klas. Nu wordt het tijd om er een reactieketting van te maken. Samen spreken jullie een logische volgorde af om alle onderdelen aan elkaar te rijgen. Bedenk een goede actie om mee te starten én een goede reactie om mee te eindigen. Bijvoorbeeld een grote toren die omgegooid wordt of een muziekinstrument waar geluid uit komt.

55

Plak!

Plak een lijn van schilderstape op de vloer van de klas of het speellokaal. Verdeel het in stukken en nummer ze. Elk groepje krijgt een nummer en bouwt achtereenvolgens zijn onderdeel in het juiste stuk. Alle onderdelen samen vormen een nieuwe Goldbergmachine. Kijken of het werkt… Bron: Prikkels (Re)actie - 2023


Kunstwerk Tekst: Jeroen Roelofs Illustraties: Dorrith Rem

Onderbouw:

De muzikale speeltuin Speel Maak een kring. Geef elke leerling een instrument en laat hen daar om de beurt drie verschillende geluiden mee maken. Heb je geen instrumenten dan kun je ook voorwerpen nemen waarmee je geluid kunt maken.

Vier muzikale lessen van Jeroen Roelofsen, muziekdocent bij Hart Haarlem.

Musiceer Tijd voor een bezoek aan de muzikale speeltuin! Teken of schrijf nu op het bord alle speeltoestellen die genoemd zijn, kriskras door elkaar. Wijs een toestel aan. De leerlingen die dit toestel hebben gekozen, mogen dan hun geluid maken. Wijs dan het volgende toestel aan. Samen vorm je het speeltuinorkest! Misschien wil wel een van de leerlingen een keer de dirigent zijn?

Kies Vraag iedere leerling wat hij of zij het leukste toestel in een speeltuin vindt. Welk geluid uit het instrument past het beste bij dit toestel? Experimenteer Laat de leerlingen experimenteren met hun instrument. Ga coachend aan de slag: als een leerling vindt dat

een schommel op één toon gespeeld moet worden dan is dat prima, maar vraag wel hoe je dan een schommelend effect krijgt (versnellen/vertragen, harder/zachter).

Bron: Prikkels Jongen / meisje – 2014

56


Middenbouw:

Een eigen notenschrift Introduceer Muziek kun je op allerlei manieren spelen: hoog, laag, hard, zacht, snel, langzaam. Om andere spelers uit te leggen hoe een muziekstuk gespeeld moet worden, kun je dit opschrijven met woorden, maar dat geeft veel tekst. Daarom is het notenschrift bedacht. Wij gaan ons eigen notenschrift bedenken.

moet worden. De tweetallen tekenen elk teken op een eigen A4vel.

Teken Verdeel de klas in tweetallen en geef elk tweetal twee tegengestelde parameters mee (hoog en laag of hard en zacht of snel en langzaam. Laat de tweetallen elk twee tekens ontwerpen die vertellen hoe de muziek gespeeld

Reflecteer Kies samen de tekens uit die het beste werkten. Wat maakte dat die tekens zo duidelijk waren? En welke tekens werkten niet zo goed? Waardoor zou dat komen? Nu mag één van de leerlingen de dirigent zijn.

Hang op! Hang de A4’tjes met tekeningen aan de waslijn. Zing nu met de klas een bekend liedje. Bijvoorbeeld: vader Jacob. Wijs steeds een A4’tje aan. De groep zingt het lied op deze wijze. Snappen jullie elkaars tekens? En waarom wel of waarom niet?

Bovenbouw:

Vreemde klanken voorbeeld horen en vertellen welke instrumenten ze horen. De klas luistert mee. Probeer ook te benoemen wat de verschillen zijn, tussen jouw voorbeeld en het nummer dat de leerlingen kozen. Worden de instrumenten bijvoorbeeld heel anders gebruikt?

Luister Laat de leerlingen luisteren naar drie populaire bands en vraag ze wat voor instrumenten ze horen. Zorg dat je voorbeelden divers zijn. Kies bijvoorbeeld een singer songwriter met alleen gitaar en zang en een groot georkestreerde band.

Breid uit Neem zelf ook muziekfragmenten mee met hetzelfde instrumentarium, maar dan met bands die voor de meeste leerlingen onbekend zijn. Je zult zien: doordat de leerlingen eerst aan de slag zijn geweest met muziek die voor hen bekend was worden vreemde klanken makkelijker geaccepteerd.

Kies Vraag vervolgens aan de leerlingen om in groepjes thuis een muziekstuk uit te kiezen die hetzelfde instrumentarium heeft als één van de voorbeelden die je hebt laten horen. Check De groepjes laten een voor een hun

57


Snelle les Tekst: Sietske Dreschler

Helden of schurken?

Standbeelden houden de herinnering levend aan onze helden uit het verleden. Maar wie bepaalt wie een held is en van wie we een standbeeld laten maken? En is wie we vroeger een held vonden, dat nu nog steeds? Een erfgoedles in kritisch denken en goed burgerschap! Stap 1 Maak of zoek een foto van een standbeeld van een historische figuur. Denk bijvoorbeeld aan Willem van Oranje, J.P. Coen, Pieter Stuyvesant, Michiel de Ruijter, Piet Hein, Aletta Jacobs, Anne Frank of Wilhelmina Drucker. Elke leerling zoekt bij zijn beeld ook een filmpje of informatie zodat hij weet wie deze persoon is en waarom er een standbeeld van deze persoon is gemaakt. Bespreek de beelden en deel de kennis met elkaar. Stap 2 Is het standbeeld een goede manier om de herinnering aan deze persoon levend te houden? Vind jij met de wetenschap van nu deze figuur een held of een schurk? En waarom? Maak een poster waarin je jouw mening geeft! Stap 3 Hang alle helden- en schurkenposters op. Welke voor- en tegenargumenten zie je? Hoe dachten ze vroeger over deze figuur? En is dat anders dan jij nu? En zo ja, waardoor zou dat komen? Bron: Prikkels Beweging - 2018

58


Prikkels 10 jaar

Prikkels 10 jaar

2

59


Het leukste magazine over cultuur op school van Plein C en Kunst Centraal

Iedereen in het onderwijs kan van tijd tot tijd wel een paar prikkels gebruiken! En daarom maken Plein C en Kunst Centraal drie keer per jaar Prikkels. Prikkels is al 10 jaar lang het leukste magazine over cultuur op school. Steeds staat een voor het onderwijs actueel thema centraal. Dit thema komt terug in lesideeën, achtergronden, nieuws en praktijkverhalen. Zo helpen we leerkrachten om cultuureducatie op de agenda te houden. In deze jubileumeditie hebben we relevante artikelen uit 10 jaar verzameld. Hoewel we Prikkels altijd maakten voor het basisonderwijs denken we dat deze bundeling ook heel inspirerend is voor vo-docenten. Daarom verspreiden we deze jubileumeditie niet alleen zoals we gewend zijn gratis onder basisscholen, maar sturen die ook toe aan scholen voor voortgezet onderwijs. pleinc.nl/prikkels kunstcentraal.nl/prikkels

Lesideeën, achtergronden en praktijkverhalen | 1 | 2024


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.