Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

Page 1

Op reis naar nieuwe bestemmingen Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

Tips + tricks regio e d t i u n e Ervaring

columns ws e i v r Inte

Tools



Over Platform Talent voor Technologie en Jet-Net & TechNet

6

Column

Fatima Tahtahi

4

Het vertrekpunt

9

Verbindingen tussen netwerken

Voorwoord 5

10

12

Interview

Hedzer van der Kooi

Tools Om beter samen te werken

Ik ga op reis en neem mee...

Column

17

Het reisgezelschap

Column

Wat heeft de reis gebracht?

30

Astrid Zwinkels

Interview

Waar gaan we naartoe?

31

26

Inspiratie opdoen

Henk Peters

39

Colofon

18

22

Tools

32

Interview

16

Brigitte Willemsen

Pieter Boerman

20

8

Tools

De reisleider

Aan de slag!

34

38

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken 

3


voor Over Platform Talent Net & TechNet Technolog ie en Jet-

T

echnologie is de grote aanjager van vernieuwing; achter elke innovatie die ons leven aangenamer maakt, zit technologie. We rijden steeds meer elektrisch, worden geopereerd met behulp van een robotarm, werken aan andere bronnen voor duurzame energie en zoeken naar oplossingen voor circulair bouwen. Met deze innovaties werken we aan een leefbare toekomst voor ons land. Nederland heeft die innovatiekracht nodig om te kunnen blijven groeien en voorop te blijven lopen. Dit kan niet zonder voldoende goed geschoolde technici. Platform Talent voor Technologie (PTvT) is de krachtenbundeling van Platform Bèta Techniek (PBT), TechniekTalent.nu en TecWijzer (Jet-Net & TechNet). PTvT heeft de missie om samen met overheid, bedrijfsleven (technische branches) en onderwijs, alle leerlingen in het funderend onderwijs kennis te laten maken met techniek en technologie. Hiermee draagt PTvT bij aan de ambities in het Techniekpact. Doel is dat meer jongeren kiezen voor een technische vervolgopleiding en een technisch beroep. Om dit te bereiken zet PTvT haar netwerk, infrastructuur en kennis in. PTvT levert zo een toegevoegde waarde aan alle partijen die zich hiervoor inzetten én verbindt initiatieven aan elkaar, zodat we samen meer impact hebben. Alle PTvT-activiteiten die gericht zijn op het primair en voortgezet onderwijs vallen onder het label Jet-Net & TechNet. De focus van deze activiteiten ligt op het verbinden van onderwijs en bedrijfsleven. Dit gebeurt door het bestaande netwerk van Jet-Net & TechNet te versterken en uit te breiden, en door de verschillende onderwijsnetwerken (w&t netwerken, Toptechniek in bedrijf, de regionale VO-HO netwerken en Sterk Techniekonderwijs) te ondersteunen bij duurzame samenwerking. Zo helpen we bij het opzetten van innovatief techniekonderwijs dat aansluit bij de behoeften van de beroepspraktijk, bieden we mogelijkheden om jongeren te inspireren voor technologie, en ontwikkelen we instrumenten die bijdragen aan een positieve beeldvorming van technologie bij jongeren. Ook stimuleren we ‘hybride docentschap’ en ‘een leven lang ontwikkelen’ in het onderwijs, zodat er voldoende en goede leraren beschikbaar blijven voor het bètatechnische domein.  

4

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


Voorwoord Járen geleden zijn we samen aan een reis begonnen. Samen op weg naar een betere aansluiting tussen verschillende onderwijsinstellingen, tussen het onderwijs en het bedrijfsleven, tussen theorie en praktijk. Ons doel: zoveel mogelijk leerlingen op een goede manier in aanraking laten komen met techniek en technologie, een bewuste studie- en beroepskeuze laten maken en het best mogelijke technisch onderwijs te krijgen, zodat zij goed zijn voorbereid op de arbeidsmarkt van vandaag en morgen. De regionale bètatechniek netwerken zijn pioniers op het gebied van regionale samenwerking. Met de overtuiging dat je samen verder komt, is men in de regio’s samen aan de slag gegaan om handen en voeten te geven aan nationale ambities. Met de regionale bètatechniek netwerken is een beweging in gang gezet onder scholen, het bedrijfsleven en overheden. Platform Talent voor Technologie (PTvT) mag hierin een faciliterende en ondersteunende rol vervullen. Het contact met de projectleiders, penvoerders en andere partners uit de netwerken is altijd leerzaam, nuttig en bijzonder geweest. Het is een genoegen om te mogen werken met mensen die altijd bereid zijn om hun ideeën en ervaringen met ons en met anderen te delen. Telkens weer blijkt dat daardoor kennis vermenigvuldigt. Het enthousiasme en de betrokkenheid in de regio is sterk voelbaar, en het mooiste is om te zien wat het effect is van de netwerken, wat het betekent voor de docenten, leerlingen en studenten. Deze publicatie is een terugblik op de reis die wij als PTvT met de regionale bètatechniek netwerken hebben

gemaakt. Het is een verzameling van tools, inzichten, geleerde lessen en hoogtepunten. We hopen dat mensen die nog op reis gaan, die willen aanhaken en die de reis gaan voortzetten, hiermee inspiratie opdoen en nieuwsgierig worden naar meer. De reis van de regionale bètatechniek netwerken gaat door. Samenwerken met anderen is belangrijker dan ooit – alléén kunnen we de uitdagingen van de toekomst niet aanpakken. Denk aan digitalisering, het lerarentekort, de groeiende vraag naar technici. De regionale bètatechniek netwerken hebben laten zien dat zij op regionaal niveau invulling kunnen geven aan grote uitdagingen en landelijk beleid. Vanuit PTvT reizen we graag met jullie verder om onze gezamenlijke ambities te blijven realiseren. Veel leesplezier. Namens alle mensen die via Platform Talent voor Technologie een bijdrage hebben geleverd,

top, k , E do R eg E dith Hilbin nk,   ries Schulti E milie de V Smit, an ia st ba e S olthoff, Mariek e W n Bree , Yorrick va it m S e k te Wie n Siu en Yuen-Tee

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

5


Het ver trekpunt Zesenveertig unieke regionale bètatechniek netwerken, diverse onderwijssoorten en verschillende focuspunten. Met één gemene deler: Ze leveren allemaal een bijdrage aan de toekomst van bètatechnisch onderwijs in Nederland!

Start VO-HO netwerk ArnhemNijmegen

Start VO-HO netwerk Oost

2010

Start VO-HO netwerk Noord

Start VOHO netwerk Amsterdam + VO-HO netwerk Utrecht

gionale Wat kenmerkt de reerken? bètatechniek netw aanpak •  Van individuele npak. aa erk tw naar ne ar een blijvende ma ’, ct oje •  Geen ‘pr uwe werkwijze. verandering en nie menwerking, •  Denken vanuit sa entie. niet vanuit concurr ifieke •  Focus op de spec erken van nm ke en es behoeft smark t. de regionale arbeid ies, •  Landelijke ambit ng. rki we uit regionale erken van rst ve en en •  Verbind ven. bestaande initiatie

6

Jet-Net & TechNet

Start VOHO netwerk Wageningen

2011

2012

Start Toptechniek in bedrijf met 17 netwerken

Start VOHO netwerk Brabant

Basisonderwijs

Regionale w&t netwerken De regionale w&t netwerken richten zich op het activeren en stimuleren van basisscholen om w&t en onderzoekend en ontwerpend leren (o&o) aan te bieden. De netwerken zetten zich in voor onderlinge kennisdeling en het etaleren van goede voorbeelden. Belangrijke aandachtspunten zijn het vergroten van het innovatief vermogen van scholen, het stimuleren van een open houding bij leerkrachten en schoolleiders en het versterken van de samenwerking binnen en buiten de school. Hierdoor wordt de implementatie van w&t een vliegwiel voor onderwijsvernieuwing en -ontwikkeling.

Meer weten? www.wetenschapentechnologieindeklas.nl

Op reis naar nieuwe bestemmingen

W&T: Wetenschap & Technolog ie

4.185 basisscholen

8

regionale netwerken


Havo/vwo + hog er onderwijs

Waarom, met wie en wanneer zijn we deze reis gestart? We stellen de regionale bètatechniek netwerken graag aan je voor.

28

ho-instellingen

354

havo/vwoscholen

Start Techniekpact

Start VO-HO netwerk Zuid-Holland

Start VO-HO netwerk Leiden

Start 8 W&T netwerken

Start VO-HO netwerk Limburg

10

regionale netwerken

Regionale VO-HO netwerken

Studiesucces in het hoger onderwijs begint in het voortgezet onderwijs. Het gaat dan om een optimale aansluiting, doorlopende vakvernieuwing en de professionele ontwikkeling van docenten. Met een focus op bètatechniek en langzaam verbredend naar alfa en gamma, koppelen de regionale VO-HO netwerken havo/vwoscholen, hogescholen, universiteiten en het bedrijfsleven aan elkaar. Dit gebeurt in een breed scala aan activiteiten, zowel voor leerlingen als voor docenten.

Meer weten? www.vohonetwerken.nl

Vmbo + mbo Tussen 2012 en 2015: Toptechniek in bedrijf groeit tot 21 netwerken

zijn erken tw e n De nd al beke m. a n o i g e r n naa un eig e h r e de d n o d je op n i v e z op De kkaar t netwer 20. pag ina

Tussen 2015 en 2016: Toptechniek in bedrijf groeit tot 26 netwerken

Tussen 2016 en 2019: Toptechniek in bedrijf groeit tot 28 netwerken

39 mbo-

instellingen

28

Toptechniek in bedrijf Binnen Toptechniek in bedrijf (TiB) versterken het beroepsonderwijs, overheid en het bedrijfsleven de kwalitatieve en kwantitatieve match tussen het technisch beroepsonderwijs en de vraag van de arbeidsmarkt. In 28 regionale netwerken van vmbo’s, mbo’s, bedrijfsleven en regionale overheid wordt gewerkt aan doorlopende leerlijnen, macrodoelmatigheid, samenwerking met het bedrijfsleven, LOB, professionalisering van docenten en onderwijsvernieuwing.

Meer weten? www.toptechniekinbedrijf.nl

regionale netwerken

383 vmbo-

instellingen

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

7


Column

Door Fatima Tahtahi, Teamleider bij het Ministerie van OCW

Een terugblik op de start en ontwikkeling van Toptechniek in bedrijf

T

optechniek in bedrijf (TiB) bestond ongeveer een jaar toen ik bij het ministerie van OCW begon als projectleider Techniekpact. Eigenlijk was TiB het jongere zusje van het grotere programma Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV’s).

Het bedrijfsleven was in mijn ogen nog te onzichtbaar, alhoewel ik later ontdekte dat het bedrijfsleven weldegelijk ook het vmbo in het vizier had. Het was de investering echt waard als vmbo-leerlingen de weg wisten te vinden naar het mbo en naar de ‘juiste’ sector op de arbeidsmarkt. Dit perspectief kon het programma ook bieden. Toptechniek in bedrijf vroeg ook van regio’s en scholen om kleur te bekennen, om zich heen te kijken en zich af te vragen: waarvoor zijn wij

8

Jet-Net & TechNet

hier en waarvoor leiden wij op? Voor mij miste er wel een element, namelijk de theoretische leerweg. Ik kreeg dat binnen dit programma in het begin niet goed aan de man, omdat de netwerken nog volop in ontwikkeling waren en het beroepsgerichte veld al lastig genoeg was. Daarom heb ik gepleit voor een apart programma naast TiB, namelijk het M-Tech programma. Met het doel om de twee programma’s, als het zover was, te integreren en het beste van twee werelden te combineren. Dit leverde eerst wat weerstand op, maar uiteindelijk hebben alle TiBregio’s de M-Tech scholen omarmd als volwaardig onderdeel van hun netwerk. Toptechniek in bedrijf stond voor de kracht van het vmbo en het belang van het vmbo voor de toekomst van het beroepsonderwijs. Het

Op reis naar nieuwe bestemmingen

T iB

i Tahtah Fatima programma vroeg om ambitie en doelgericht werken aan techniekonderwijs. Het maakte de weerbarstigheid zichtbaar van de opdracht van het onderwijs en het bedrijfsleven om meer leerlingen en studenten te interesseren voor techniek. Het bevatte ook alle lessen van eerdere programma’s zoals de VO-HO netwerken. Toptechniek in bedrijf kreeg snel een gezicht en sorteerde snel effect. En dat in de wereld van het onderwijs die, om verschillende redenen, niet zo snel verandert. Het maakte zichtbaar hoe lastig het is om samen te werken. Maar ook hoe een goede regionale aanjager en een sterke bestuurlijke verbinder met gezag, kunnen bijdragen aan een geslaagde samenwerking binnen en buiten het onderwijs. Een herkenbaar element in mijn huidige werk.  


Verbindingen tussen netwerken

E

en van de mooiste kanten van het reizen is dat je nooit weet wie of wat je tegen gaat komen. Wanneer de reiziger open staat voor nieuwe vrienden en interessante verbindingen, kunnen mooie ervaringen ontstaan. In de afgelopen jaren zijn er in het kader van het Techniekpact diverse programma’s geweest die zijn aangehaakt op de reis van de regionale bètatechniek netwerken, zoals de po-vmbo pilots, M-Tech en STEM Teacher Academy. Sterk Techniekonderwijs, dat in 2019 is gestart, bouwt voort op de (relaties en ervaringen van de) bestaande bètatechniek netwerken.

Po-vmbo pilots Zes netwerken van scholen uit po en vmbo deden mee aan een pilot waarin zij samen op zoek gingen naar manieren om een duurzame samenwerking voor wetenschap en technologie te realiseren. Meer weten over wat deze pilots hebben opgeleverd en over de werkzame principes in de samenwerking tussen po en vmbo? Kijk op bit.ly/2Ccv8WC M-Tech Aandacht voor bèta en technologie in vmbo-tl liep nog achter. Daarom werd van 2014 t/m 2016 het M-Tech programma uitgevoerd, waarin meer dan honderd vmbo-tl scholen participeerden. Deze scholen werkten aan de

pijlers onderwijsvernieuwing, professionalisering, LOB, samenwerking in de keten en samenwerking met het bedrijfsleven. Doel was dat meer vmbo-tl leerlingen een bewuste en beargumenteerde keuze voor een technische vervolgrichting maken. Sinds 2016 werken de M-Tech scholen verder aan deze ambitie als volwaardig onderdeel van de Toptechniek in bedrijf netwerken. Meer weten over M-Tech? Kijk op bit.ly/2NCxEL7 STEM Teacher Academy Het programma STEM Teacher Academy (2014 - 2017) heeft eraan bijgedragen dat de kennis van (toekomstige) bètatechniekdocenten in het voortgezet onderwijs up-todate is, zodat zij technologische veranderingen in hun onderwijs kunnen opnemen en hun leerlingen contextrijk les kunnen geven. STEM Teacher Academy stelde (aankomende) docenten in staat te werken aan hun professionalisering. Het programma bestond uit vijf programmalijnen: •  BedrijfsDOTs •  Cursus bètaberoepen in de les •  Leraar in bedrijf •  Leraar in onderzoek •  Bedrijfsstages Lerarenopleiding Voor de uitvoering van deze programmalijnen is gekozen voor een regionale aanpak. In de regio komen lerarenopleiding, docenten

en het bedrijfsleven immers samen. Een groot aantal regionale VO-HO netwerken en Toptechniek in bedrijf netwerken heeft meegedaan aan de STEM Teacher Academy. Meer weten over de STEM Teacher Academy? Kijk op techniekpact.nl/ stem-teacher-academy Sterk Techniekonderwijs In het kader van de regeling Sterk Techniekonderwijs (STO) krijgen regio’s vanaf januari 2020 geld om te werken aan sterk, aantrekkelijk en innovatief techniekonderwijs, dat leerlingen goed voorbereidt op een opleiding en op werk in de regio. In de regio werken vmbo-scholen, mbo-instellingen en het regionaal bedrijfsleven samen aan de realisatie van de plannen. Daarnaast worden het basisonderwijs, hoger onderwijs en de regionale overheid betrokken bij de plannen en bij de uitvoering. In een groot deel van Nederland vormen de Toptechniek in bedrijf netwerken de basis voor de STO-regio’s. Op regionaal niveau worden ook de partners uit de w&t netwerken betrokken. Op deze manier komen het po en het (v)mbo op een praktische en efficiënte manier samen. Meer weten over Sterk Techniekonderwijs? Kijk op sterktechniekonderwijs.nl  

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

9


O

pbrengsten en succesfactoren door de bril van een netwerkdeelnemer: Hedzer van der Kooi (mbodocent) over het TiBgevoel binnen zijn netwerk Toptechniek in bedrijf (TiB) Noordoost Brabant.

i er Koo d n a v r Hedz e

Reisverhaal

is mbon de Kooi Hedz er va Willem et Koning h ij b t n e c h do in Den Bosc 1 Colleg e t e h n kker va en kar tre rk e t og ramma S reg ionale pr nderwijs. Techniek o

10

Hoe ben jij bij Toptechniek in bedrijf betrokken geraakt?   “Eigenlijk kwam dat doordat een paar mbo-studenten teruggingen naar hun oude vmbo-school en klaagden dat de onderwerpen waar ze examen in hadden gedaan, zoals koelsystemen en motoren, op het mbo weer van voren af aan behandeld werden. Het vmbo trok daarop bij ons – het mbo – aan de bel. Ik had al contact met een aantal vmbo-scholen vanwege het sectorwerkstuk. Dit maakte dat ik werd gevraagd of ik dit probleem wilde oppakken. Uiteindelijk is er daardoor een versneld traject ontstaan. Toen TiB startte werd ik al gauw door de projectleider benaderd. Met TiB kwam er ruimte in tijd en middelen om de versnellingsroute autotechniek goed gestalte te geven, van hap-snap naar een gedegen aanbod met zowel technische vakken als avo-vakken, gegeven door een vaste groep collega’s.”

Wat hield het voor jou in om deel uit te maken van het TiB-netwerk?   “Bijna elke maand zaten we met elkaar om de tafel over het curriculum, letterlijk de boeken naast elkaar, om afspraken te maken over het versnelde traject van de vakmanschapsroute. Elke vmbo-school heeft zijn eigen lijn, eigen PTA, curriculum en lessenpakket. Door TiB zijn alle vmbo’s dezelfde methode gaan gebruiken, hebben ze lintstages ingevoerd, zodat de leerlingen meer praktijkervaring kunnen opdoen, en zijn er afspraken gemaakt over het verplicht volgen van de keuzevakken ‘motoren’, ‘elektro’ en ‘onderstellen’. Aansluitend aan het vmbo-examen halen de leerlingen in zeven weken het eerste leerjaar mbo. Na de zomervakantie stromen ze in in leerjaar 2 van de opleiding (Bedrijfs)

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


autotechnicus (mbo2) of Eerste (Bedrijfs)autotechnicus (mbo3). Ze lopen twee dagen stage en volgen drie dagen een programma op het mbo. De enkele leerling die voor tweewielers gaat, krijgt een apart programma.”

Heeft TiB jouw werk als docent veranderd of beïnvloed?   “Je wereld wordt groter. Het verrijkt je werk als docent, want je ziet en hoort meer. Van vmbodocenten hoor je hoe het er in het vmbo aan toegaat. Je krijgt een beter beeld van de leerling. Daardoor kun je samen veel beter schakelen: wat hebben leerlingen nodig? Daar gaat het uiteindelijk om.”

Wat is nodig om er een succes van te maken en hoe doe je dat?   “Onderling contact is erg belangrijk. Afstemmen kost tijd, terwijl wij als docenten die tijd liever gebruiken om plannen uit te voeren. We hebben als docenten gedurende drie jaar regelmatig behoorlijk intensief bij elkaar gezeten. Zo kijk je niet alleen naar je eigen onderdeel, maar zie je het bredere plaatje. De vraag waar we steeds naar teruggingen was: ‘is dit nou wel een voordeel voor de leerling?’ Als je elkaar meeneemt in de gedachte achter de activiteiten, dan slaat de vlam over. Mbo-collega’s uitten bijvoorbeeld wel eens twijfels: doen we hier wel goed aan? Deze leerlingen komen niet zoals vroeger na 4 of 3 jaar gediplomeerd op de arbeidsmarkt, maar door de versnelling al na 2 jaar, op hun 18e. Als ik dan met een presentatie voor een groep van 60 collega’s uitleg wat het traject inhoudt en hoe de leerlingen erop reageren, dan keert het vertrouwen terug en gaat het leven. Of ze zien met eigen ogen bij een stagebezoek hoe zelfstandig de studenten zijn.”

Welke inzichten heb je opgedaan; wat heeft TiB jou geleerd?   “In TiB zijn we vooral bezig geweest met verbetering van de aansluiting vmbo-mbo en nog niet met wat daarvoor en daarna gebeurt. Als het erom gaat jongeren te interesseren voor techniek, dan heb je het over een traject dat loopt van de basisschool tot aan werk. Het versneld traject werkt super, maar is niet geschikt voor iedereen. Het zijn meestal jongens die van jongs af aan bezig zijn met sleutelen, bij hun vader of ergens anders. Deze leerlingen weten ook al heel

goed wat ze willen en we moeten hen niet afremmen. Daartegenover staan veel vmbo’ers die juist de breedte nodig hebben om uit te zoeken wat bij ze past. De jongeren die weten dat ze de werkplaats in willen, kiezen voor deze smalle opleiding en zijn daar bewust mee bezig. Dit zijn de leerlingen met olie in hun bloed.”

Kun je een moment terughalen waarop je dacht: ‘Hier doe ik het voor’?   “Het meest gaaf vind ik het om oud-leerlingen van deze route die we binnen TiB hebben ontwikkeld, na een jaar of vijf in een bedrijf bezig te zien als technisch specialist. Soms begeleiden ze dan al zelf leerlingen. Ze hebben een grote persoonlijke ontwikkeling doorgemaakt. We vergeten soms dat er méér is dan vakkennis. Het mooist vind ik het om de trots in de ogen van leerlingen te zien bij de diploma-uitreiking, als ze ook zélf beseffen dat ze iets kunnen en echt iets hebben bereikt.”

Hoe zorg je dat de samenwerking de moeite waard blijft?   (Lacht) “Dat is precies de vraag voor Sterk Techniekonderwijs. In het TiB-netwerk hebben we elkaar goed leren kennen. We gingen steeds uit van het belang van de leerling. We hebben gemerkt dat je niet zomaar kunt afspreken dat je een bepaald ‘model’ op alle scholen gaat invoeren. Het moet haalbaar zijn voor de deelnemende scholen. TiB gaat naadloos verder in Sterk Techniekonderwijs. Dat lukt alleen doordat we in de afgelopen jaren echt een band met elkaar hebben opgebouwd. In Sterk Techniekonderwijs gaan we verbreden, verdiepen en vmbo-onderwijsinnovatie oppakken. We gaan in werkgroepen rond die onderwerpen zoeken naar oplossingen waar de leerling wat aan heeft.”

Wat zou je morgen anders willen?   “Meer differentiëren in het onderwijs, maar dat is morgen niet in één keer geregeld. Ik zou het onderwijs willen omgooien, zodat er veel meer plek is voor jongeren met verschillende leerstijlen en niveaus, en dat er ruimte is voor jongeren om levensvaardigheden op te kunnen doen, zodat het zelfredzame mensen worden. We hebben het steeds over doorlopende leerlijnen. Leerlingen gaan door. En zij verschillen steeds meer in wat ze kunnen en wat ze nodig hebben. Misschien moeten we het wel veel meer hebben over doorlopende vaardigheden!”  

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

11


P O A G IK REIS E N M E E N K I ME E…

I

k ga op reis, maar wat neem ik eigenlijk mee? Welke bagage is er nodig om een succesvolle reis met elkaar te maken? Dat vroegen we aan de netwerken – ervaringsdeskundigen bij uitstek – en aan een aantal experts.

Het reisgezelschap In de beginjaren van de aandacht voor meer bèta en techniek richtte de stimuleringsprogramma’s zich vooral op een individuele aanpak. Elke sector had een eigen programma en elke instelling deed individueel mee. Al snel werd duidelijk dat er bondgenoten nodig zijn om de ambities te kunnen realiseren. Met dit besef deed de netwerkaanpak zijn intrede. Een hoofdkenmerk van een netwerk is dat het functioneert op basis van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid van partners, voor zolang zij zich gecommitteerd voelen aan een gezamenlijke opdracht. Maar, zo kunnen we constateren, dat gaat niet vanzelf.

Het kompas In de afgelopen periode hebben de netwerken samen met hun critical friends en PTvT van tijd tot tijd bekeken wat de succesfactoren zijn in een netwerkaanpak. Op basis van de praktijk kunnen we drie typen randvoorwaarden onderscheiden, die ook door de literatuur1 worden ondersteund:

het kompas waarom & wie) STRATEGISCHE RANDVOORWAARDEN
(= een duidelijke urgentie? *  Is er sprak e van partners betrokken? *  Zijn de relevante wat de verschillende partners bindt? *  Is het duidelijk ‘leiders’ die zich aan de doelen committeren? *  Zijn er regionale

(= wat) AGENDASETT ENDE RANDVOORWAARDEN

analyse van het vraag stuk gemaakt? *  Is er een goede ndende visie en een gezamenlijke ambitie? *  Zijn er een verbi a recht aan ieders belang? *  Doet onze agend

(= hoe) RANDVOORWAARDEN IN
DE UITVOERING _ 1.  Zie bijvoorbeeld Smulders, Voncken & Westerhuis. (2013). Regionale samenwerking in goede banen. Den Bosch: ecbo

12

Jet-Net & TechNet

le projectleiding , met bestuurlijk mandaat? *  Is er een professione urzaming? *  Is er oog voor verdu lerend vermogen? *  Is er sprak e van de relationele kant? *  Is er aandacht voor

Op reis naar nieuwe bestemmingen

—>


Gedoe dat de moeite waard is De overeenkomst tussen reizen en samenwerken: het is en blijft ‘gedoe’. Zijn al mijn reisgenoten mee? Gaan we de goede kant op? Hebben we alles nog bij ons? Maar de regionale bètatechniek netwerken hebben laten zien: als je erin investeert, dan is het gedoe de moeite waard en leidt de reis tot prachtige resultaten en tot mooie herinneringen om op terug te kijken.

STRATEGISCHE RANDVOORWAARDEN •  TIP: Het is belangrijk dat er een gezamenlijke identiteit gaat leven: Wat verbindt ons? Wat is onze gezamenlijke opgave? 
 •  TIP: De aard, de ernst en de oorzaken van het probleem dat met de samenwerking aangepakt wordt, moet voor de deelnemers glashelder zijn. Zonder gevoel van urgentie is er geen beweging. •  TIP: Het bevordert de samenhang, voortgang en resultaten van het netwerk wanneer (regionale) boegbeelden, personen met een zekere statuur, zich aan de doelen van het netwerk committeren. •  TIP: Doen er bedrijven mee in het netwerk? Bedrijven willen in het algemeen graag samenwerken met het regionale onderwijs, maar het is goed om te beseffen dat dit niet de dagelijkse praktijk van een bedrijf is. Het is belangrijk om elkaar eerst te leren kennen en elkaars wensen en belangen beter te begrijpen. Ga op zoek naar wederzijdse kansen, wees helder over je verwachtingen (een goed gedefinieerde vraag) en maak duidelijke afspraken.

“We realiseren draagvlak op ieder niveau in de organisatie. Investeren in het bestuurlijke niveau is bijvoorbeeld belangrijk voor de continuïteit. We zijn duidelijk over wederzijdse verplichtingen en verwachtingen.” Martin Bruggink (vakdidacticus Bètasteunpunt Zuid-Holland)

. .. “ Eén van onze succesfactoren is de samenwerking met ongebruikelijke partners, zoals musea, fablabs en de bibliotheek. We begeven ons als onderwijs in een regionaal ecosysteem en hier vinden we talloze potentiële partners.” – Bart van der Laar (oud-netwerkcoördinator VO-HO Netwerk Noord)

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

13


agendasettende randvoorwaarden •  TIP: Het is cruciaal om een gezamenlijk ambitie met een gedeelde urgentie te formuleren, die in lijn is met de individuele belangen. Je bent op zoek naar een gedeeld besef dat er door de samenwerking iets te winnen valt. Een aantal vragen om te bespreken zijn: wat is onze gezamenlijke opgave? Welke wederzijdse voordelen van samenwerking zijn er? Wat is er nodig om de uitdagingen in de regio aan te gaan? Hebben we hierover dezelfde beelden? •  TIP: Begin niet met de hoevraag. De kernvraag die mensen in organisaties zichzelf zouden moeten stellen is: wat willen we samen teweegbrengen? Begin niet met de vraag hoe je iets wilt bereiken (de methode/ oplossing) vóórdat je weet wat je wilt bereiken. Vervolgens is het zaak om met elkaar te bekijken wat de beste methode is om het doel te bereiken, hoe je het beoogde teweeg kunt brengen. Op deze manier ben je helemaal vrij om de juiste methode te kiezen, in plaats van te denken vanuit de bestaande organisatie. Zo ontstaat innovatie.

14

Jet-Net & TechNet

•  TIP: Breng de context van de reis goed in kaart! Het is belangrijk om heldere doelstellingen te koppelen aan de regionale behoeften. Elke regio kent eigen regionale uitdagingen (zoals leerlingendaling, voortijdig schoolverlaten, jongeren met een migratieachtergrond) en specifieke bedrijvigheid (zoals scheepsbouw, ICT, aardbevingsbestendig bouwen, dataopslag). Daarom heeft elk TiB netwerk een regiovisie opgesteld, waarin is vastgelegd wat de regionale uitdagingen zijn en hoe men deze gezamenlijk gaat aanpakken. •  TIP: Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Gebruik aanpakken van andere netwerken die succesvol zijn gebleken. Inventariseer met elkaar wat geleerde lessen en wat verbetermogelijkheden zijn. Kijk ook naar succesverhalen uit andere netwerken.

“Het belangrijkste dat ik geleerd heb: je moet er constant aan trekken, de boel warm houden. Steeds vragen stellen als ‘Wie is verantwoordelijk voor wat?’ en ‘Wie kan het overnemen als het even niet lukt?’” – Mariet Brouwers (Stichting Sirius, EWT-netwerk)

Soms dreig je een aantal van je reisgenoten kwijt te raken. Dan speelt de projectleider of coördinator van een netwerk een belangrijke rol. “Soms moet je de rol die je hebt weer even in herinnering brengen, bijvoorbeeld als het intern lastig wordt en het project even niet meer zo scherp op het netvlies van de directie staat. Op het moment dat de werkgroepen tijdelijk even ‘inkukelen’, is het aan de projectleider om de club bijeen te roepen en de boel nieuw leven in te blazen. Even een pas op de plaats: wat is er aan de hand? We hadden een ambitie, vinden we die nog steeds belangrijk? Waarom zakt het nu dan in? Muziekje en pilsje erbij, dat helpt. Zonder meteen in de schuldvraag of slachtofferrol te duiken, maar het ook niet uit de weg te gaan.” Jan Jansen (Toptechniek in bedrijf Noordoost Brabant)

Op reis naar nieuwe bestemmingen


randvoorwaarden in de uitvoering •  TIP: Stimuleer dat de deelnemers gezamenlijk concrete activiteiten ondernemen (samenwerken is niet één keer in de zes weken overleggen). •  TIP: Zorg ervoor dat het netwerk van iedereen is en niet alleen van de projectleider. 
 •  TIP: Naast de inhoud van de samenwerking, is ook de organisatie van het partnerschap belangrijk. Om daadkracht en vertrouwen te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat er sprake is van duidelijke afspraken met wederzijdse verplichtingen. Besteed bij de start van de samenwerking niet te veel tijd aan discussies over de governance. Getouwtrek over de vorm, en machtsverhoudingen kunnen leiden tot vertraging en doven het enthousiasme van betrokkenen uit. Het is voldoende om bij de start de ‘spelregels’ van de samenwerking vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst.

•  TIP: Aandacht voor de relationele kant van de samenwerking zorgt voor onderling vertrouwen. Dit maakt de samenwerking robuust. Wanneer je een goed contact hebt met elkaar, ontstaan er minder snel conflicten en los je ze sneller op. •  TIP: Als je in algemene termen en klinkende volzinnen praat, denk je al gauw dat je elkaar begrijpt. Maar het is belangrijk dat je aan woorden en begrippen dezelfde betekenis toekent. Doorvragen dus! •  TIP: Succesvolle samenwerkingen blijven hun ambities en behaalde resultaten monitoren en evalueren. Relevante vragen zijn bijvoorbeeld: beantwoordt de samenwerking nog aan onze gezamenlijke doelstellingen, leidt het tot de gewenste resultaten, wat werkt en wat (nog niet), hoe gaan we dit in de toekomst beter doen? Maar ook: zijn we allemaal nog tevreden? Moeten we de doelstelling misschien aanpassen?

de experts t pen jaren tijden s he Ex perts die de afgelo d en wa ar va n eer ass de rev ue zijn gep kenn isprog ram ma er en Ruben va n en zijn: Esther Klast jul lie hier de tips lez nema rie Ma rs va n n Common Eye, An Wendel de Joode va n de Hogeschool dy Sn ippe, lector aa For a ch an ge, Dr. Ru siness Un iversity t aa n Nyen rode Bu Inholland en docen als critical friend ken, onderzoeker en en tot slot Eva Vonc ch niek in bed rijf. verbonden aa n Topte

“De lange adem is heel belangrijk. Er zijn veel hobbels op de weg. Wij zijn al vanaf 2000 aan de slag met dit type activiteiten en we zijn altijd doorgegaan.” Jamila de Jong (Food Valley Netwerk VO-HO)

Zorg ervoor dat er op regionaal niveau volop kennisdeling en inspiratie wordt georganiseerd. José Vosbergen (Stichting Surplus) heeft in de praktijk ervaren wat de kracht van de netwerken is: “De gedachte is dat je sneller leert wanneer je het met meerdere scholen samen doet: je hebt meer succesverhalen om te delen, iedereen merkt dat fouten maken mag en het is meteen duidelijk dat er meerdere wegen naar Rome leiden.”

Tot slot Durf samen ambitieus te zijn en zoek naar creatieve oplossingen voor de regionale uitdagingen van nu en in de toekomst. Als er íets blijkt uit de ervaringen van de afgelopen jaren, dan is het wel dat dit leuk, uitdagend en leerzaam is.

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

15


Tools

Om beter samen te werken Een greep uit de tools die zijn gemaakt voor en door de regionale bètatechniek netwerken. Reflectietool samenwerken Met deze reflectietool voor samenwerking breng je samen met samenwerkingspartners het gesprek op gang, reflecteer je op de huidige samenwerking, bepaal je waar extra aandacht nodig is en maak je afspraken over de vraag: ‘hoe nu verder?’ Deze reflectietool is ontwikkeld binnen het programma Versterking Samenwerking Lerarenopleidingen en Scholen (kortweg VSLS) en wordt door veel van de regionale bètatechniek netwerken gebruikt.

Quickscan voor w&t Met deze quickscan breng je in beeld waar jouw school staat als het om wetenschap- en technologieonderwijs (w&t) gaat. De uitkomst helpt om met collega’s het gesprek aan te gaan om w&t verder invulling te geven.

Het opzetten en onderhouden van een duurzame samenwerking met het bedrijfsleven Samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs helpt om goed, uitdagend en up-todate technisch onderwijs te organiseren. Deze handreiking biedt houvast om zo’n samenwerking vorm te geven: wat komt erbij kijken om de samenwerking met bedrijven aan te gaan, te onderhouden en door te ontwikkelen? Je krijgt aanknopingspunten om het gesprek aan te gaan, voorbeelden van gezamenlijke activiteiten, mogelijke samenwerkingsvormen, informatie over het organisatorisch vormgeven van de samenwerking en geleerde lessen uit bestaande samenwerkingsverbanden.

16

Jet-Net & TechNet

Business Model Canvas

e rivat n ek-p delle nden erba Publiinessmo urzame ngsv werki men bus r een du ing lle sa esvo . k o r cc o e v n su erheid enw ov en va varing rwijs en sam de de er , on

op eerd sleven Gebas bedrijf en tuss

Elke nieuwe of bestaande samenwerkingsstructuur kent een ‘business model’. Waar werk je samen naartoe en hoe doe je dat? Het Business Model Canvas helpt je om de verschillende bouwstenen van je samenwerking helder te krijgen, ideeën te toetsen en keuzes te maken. In de publicatie ‘Publiek-private Businessmodellen voor een duurzame samenwerking’ van Jet-Net & TechNet krijg je met behulp van het canvas een kijkje in de succesvolle aanpakken van samenwerkingen tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid.

Op reis naar nieuwe bestemmingen

Alle t oo te vin ls zijn www den op .je publi t-net.nl/ catie -rbtn


Column

Door Pieter Boerman, directeur Pre-U, Universiteit Twente

15 jaar bètatechniek beleid met VO-HO netwerken: lumpsum en outreach

V

roeger, toen de wereld nog overzichtelijk was en er nog meer geld beschikbaar was voor wetenschap en technologie, was er in Nederland iets bijzonders aan de hand. Vakvernieuwingscommissies met experts van vo-scholen, universiteiten, hogescholen en vakverenigingen waren bezig met vakontwikkeling en professionalisering van vodocenten. Het ultieme doel stond voorop: een goede onderwijsloopbaan van leerlingen en studenten stimuleren. De driehoek ‘vakontwikkeling - professionele ontwikkeling aansluiting vo-ho’ was geboren, en bleek sterk en toekomstbestendig. Een onbetwiste hoofdrol werd gespeeld bij het vak Natuur, Leven & Technologie (NLT). Met inhoudelijke trekkracht en visie en met veel uithoudingsvermogen en enthousiasme, werkten docenten en een (zeer klein) ondersteunend bureau, jarenlang aan de ontwikkeling en implementatie van NLT. Ik vind het met terugwerkende kracht een prachtvoorbeeld van een opgebouwde infrastructuur, die in feite aan de basis heeft gestaan van de huidige VO-HO-netwerken. Net zoals bij NLT, werden ook de vaksteunpunten voor wis-, natuuren scheikunde een feit. Biologie, O&O en informatica volgden.

VOOH n Boerma r e t e i P

Landelijke en regionale activiteiten en afstemming zorgden voor brede regionale steunpunten voor de vakontwikkeling, professionele ontwikkeling en aansluiting vo-ho. Jarenlang is er veel en goed werk verzet door de sectoren vo en ho: de infrastructuur van samenwerking tussen school en universiteit/ hogeschool.

jaar ervaren ze de samenwerking eigenlijk als heel nuttig. De opgebouwde infrastructuur kan goed benut worden om diverse beleidsissues te stimuleren die samenwerking in de keten vergen. Denk aan studiekeuze, 1e generatie HO-studenten, lerarentekort, docentprofessionalisering en curriculumvernieuwing.

Met de OCW-impuls voor de Regionale Ambitieplannen werden de universiteiten en hogescholen uitgedaagd om te verbreden: niet alleen samenwerken op gebied van bèta-techniek, maar ook bij de talen en de zaakvakken. Kortom: aandacht voor alfa- en gammadomeinen. Ondertussen hebben (bijna) alle universiteiten en hogescholen goed lopende regionale VO-HO netwerken met programma’s voor pre-university-onderwijs en voor docentprofessionalisering en vakontwikkeling. De regionale agenda’s zitten vol met activiteiten, en landelijk worden initiatieven genomen, zoals de jaarlijkse Hannover Messe Challenge.

Een van mijn favoriete onderwerpen die ik daar graag aan toevoeg is: outreach en kennisvalorisatie in de onderwijskolom. Graag nodig ik de ministeries, NWO en KNAW uit om de infrastructuur van de regionale VO-HO netwerken ook te benutten bij de verspreiding van wetenschappelijke kennis via het onderwijs. Toekomstige generaties wetenschappers en ingenieurs zitten nu ergens in die onderwijspijplijn. Het is zeer relevant om deze leerlingen en hun docenten vroegtijdig bij wetenschappelijk onderzoek en ontwerp te betrekken. Door onderwijsontwikkeling te koppelen aan outreach-activiteiten en kennisvalorisatie dragen we zelf bij aan de ontwikkeling van toekomstig wetenschappelijk talent! Als in (alle) onderzoeksvoorstellen de paragraaf over kennisvalorisatie een link legt naar onderwijsontwikkeling in het funderend onderwijs, dan word ik heel blij: onderwijsontwikkeling die gaat over inhoud, mensenwerk en een lange adem.  

Toch moet me een belangrijke kwestie van het hart. De VOHO netwerken zijn als entiteit weggestopt tussen de lumpsum gefinancierde sectoren VO en HO. Elke nieuwe generatie bestuurders en bewindspersonen moet hieraan wennen: van wie zijn ze nu eigenlijk? Pas na een paar

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

17


H Reisverhaal

et reisverhaal van Brigitte Willemsen (provincie Gelderland) over de rol van de provincie in het versterken van de impact van w&t netwerken

n illemse W e t t i Brig sen is Brigitte Willem nderwijs en ac counthouder O ojectleider Arbeidsmarkt, pr eidswijs en Gelderland Arb de Gelderse coördinator van Techniekpacten.

Waarom heeft de provincie Gelderland zich verbonden met de ambitie om alle basisschoolleerlingen in aanraking te brengen met wetenschap en technologie?   “In de loop van de tijd is de provincie op een andere manier naar onderwijs- en arbeidsmarktvraagstukken gaan kijken. Door het Techniekpact kwamen we in contact met het primair onderwijs; voor de provincie een nieuw werkveld. Het onderdeel ‘Kiezen’ van het Techniekpact werd een aantal jaren geleden vooral gezien als meer op promotie gerichte activiteiten. Daar begon het bij mij te kriebelen. Omdat je in èlk werkveld te maken krijgt met techniek en technologie, is een structurele en preventieve aanpak belangrijk. Anders mis je de boot. De werknemers van de toekomst hebben een open mindset nodig om een dynamische markt te betreden. Dat leer je door op school al onderzoekend en ontwerpend te leren. Juist omdat interesses al jong worden gewekt, is het belangrijk om vroeg te beginnen, met een brede scope. Dàt vindt de provincie belangrijk.”

Wat is de toegevoegde waarde van de provincie voor de w&t netwerken?   “Om w&t meer in het DNA van de Gelderse basisscholen te krijgen, speelt de provincie graag een verbindende en stimulerende rol. We kunnen een ‘sneeuwbaleffect’ creëren door te stimuleren dat scholen en andere instanties elkaar weten te vinden en de goede verhalen en lessons learned doorvertellen. Er zijn in het Gelderse ongelofelijk veel aanbieders op techniekgebied. Naast verbinden, zien we het daarom ook als onze taak om te ontwarren en wat helderheid en overzicht te scheppen. Op dit moment brengen we in kaart waar de scholen staan als het gaat om de implementatie van w&t, welke initiatieven er zijn in het Gelderse en waar scholen behoefte aan hebben. Als we dat weten, kunnen we als provincie onderbouwd en gericht faciliteren.”

18

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


Waarom heeft het meerwaarde om in netwerken hieraan te werken?   “Scholen kunnen heel veel leren van elkaar en van andere betrokken instanties. Met Jet-Net & TechNet hebben we een quick scan uitgevoerd, waarbij scholen is gevraagd naar de huidige stand van zaken, hun wensen en behoeften en ook knelpunten. Op basis van deze informatie zijn scholen ingedeeld in verschillende groepen: starters, ontwikkelaars, koplopers en vernieuwers. Voor alle groepen is ontwikkeling mogelijk en ook alle drie de groepen hebben die behoefte, maar je moet voor elke groep iets anders doen. We zijn er trots op dat Jet-Net & TechNet ons benaderde en dat we nu gerichter stappen kunnen zetten.”

Juist omdat interesses al jong worden gewekt, is het belangrijk om vroeg te beginnen, met een brede scope. Waar ben je terugkijkend het meest trots op?   “Onderwijs zit best ‘strak in het systeem’. Als je meer aandacht wilt besteden aan techniek, moet je dus niet in de ‘curriculumreflex’ schieten, maar onderzoeken hoe je wetenschap en technologie in alle vakken kunt laten terugkomen, met respect voor de schoolcultuur. Zo is er een school in Nijmegen die het heel goed is gelukt om, in lijn met de kerndoelen, afscheid te nemen van de leerpaden en een transitie te maken naar integratie van w&t. De school vroeg ons om ondersteuning bij de ontwikkeling van hun concept in de vorm van een projectsubsidie. Dat heeft ons de ogen geopend: het kan ècht en we hebben een rol in om dit ‘goud’ als good practice te verspreiden.”

Wat moet er gebeuren om w&t te integreren in het basisonderwijs?   “Het besef dat technologie overal is, moet eerst landen bij alle betrokkenen: van bestuur, schoolleiders, docenten en leerlingen tot aan ouders. Iedereen in dat

‘eco-systeem’, dus niet alleen de enthousiaste eenling, moet doordrongen zijn van het belang. De verplichting van aandacht voor w&t helpt. Door de vele aandacht en communicatie komt er een grotere beweging op gang. Om die op gang te houden, zijn er continu nieuwe impulsen nodig. Het is belangrijk dat het onderdeel wordt van het systeem, zowel op de scholen als in de pabo, zodat het niet voelt als iets is wat er bíjkomt. Dat is een grote exercitie, die vraagt om los te durven laten wat je gewend bent. Zoiets doe je niet in een paar jaar tijd.”

Wat heeft dit traject voor jou persoonlijk betekend?   “Als echt ‘alfa-meisje’ ben ik wijzer geworden in techniek. Ik snap nu veel beter de voldoening die mijn vader haalde uit zijn beroep als technisch tekenaar. Dat techniek overal is – kijk bijvoorbeeld naar de zeven werelden van techniek – dat heb ik in deze rol echt ervaren en dat kan ik nu ook beter uitdragen.”

Hoe wist je als provincie dat je met nieuw beleid op de goede weg zat?   “Door continu met alle partners in gesprek te zijn. Bijvoorbeeld door onze toegevoegde waarde te checken en door vragen te stellen als: ‘Als je diep in je hart kijkt, wat zou je dan nog meer willen, waar je nu niet aan toekomt?’ Dan kom je zaken op het spoor en kun je mensen gaan betrekken.”

Hoe zorg je ervoor dat samenwerking in een netwerk de moeite waard blijft?   “De samenwerking in het w&t netwerk is redelijk soepel verlopen en is gestart met veel respect voor wat er allemaal al op de scholen gebeurt. Soms moet je ook durven zeggen dat het efficiënter kan en verschillende ‘tafels’ samenvoegen. Als je je richt op partijen waar de energie zit, dan kun je echt meters maken.”

Waarmee zouden wat jou betreft morgen alle basisscholen moeten starten?   “Kijk in je directe omgeving welke bedrijven er zitten, benut werkende ouders en ga zoeken naar verbindingen die je kunt maken in je lessen, zodat techniek en technologie gaat leven. In elk bedrijf is techniek te vinden. Benut die mogelijkheid en maak er ervaringen van!”  

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

19


Utrecht Regionaal Steunpunt Leiden

EWTZH

Bètasteunpunt Zuid-Holland

U-Talent

Woerden

Gooi en Vechtstreek TechNet Eemland

KTW&T

Twente

Regionale w&t netwerken

Regionale VO-HO netwerken

Toptechniek in bedrijf

Radboud Pre-University College & HAN College of Technology

Gelderland

KWTG

Smart Building Rivierenland

De Onderwijsingenieurs

Het Techniek Loket Noordoost-Brabant

Food Valley Netwerk VO-HO

Midden-Brabant

Drechtsteden

West-Brabant

Brainport WTE

Techniekketen Noord- en Midden-Limburg

Regionaal VO-HO Netwerk Limburg

Zuid-Limburg

elschap Reisg ez

Holland Rijnland

Haaglanden

Rijnmond

Techniek Innovatienetwerk Zeeland

Talent in Zicht, Zeeland

Zeeuws-Vlaanderen

Regionale bètatechniek netwerken (2019)

Op reis naar nieuwe bestemmingen

Jet-Net & TechNet

20


De netwerken

Dit is ons reisgezelschap O

EWT

m meer jongeren in aanraking te brengen met techniek en technologie en de keuze voor een technische (beroeps)opleiding aantrekkelijker te maken, zijn de regionale bètatechniek netwerken opgezet. De netwerken werken hard aan het kwalitatief verbeteren en structureel inbedden van technologie in de gehele onderwijskolom. Ieder netwerk heeft zijn eigen specifieke vraagstukken en bijpassende oplossingen. In opdracht van het ministerie van OCW helpt PTvT als strategisch partner bij het opstarten, op snelheid komen en tot slot zelfstandig laten Noord-Holland Noord voortbestaan van de netwerken.

Masterplan Techniek Amsterdam Bètapartners

Friesland

Flevoland

KWTO

Zwolle

Bètapunt Noord

Regionaal VO-HO Netwerk Noord

Groningen

Drenthe

Zuidoost-Groningen

Regionaal VO-HO Netwerk Oost

Noordoost Overijssel

21

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken


Wat heeft de reis gebracht? Om te zien wat de reis heeft gebracht, is van doorslaggevende betekenis wat er op lokaal niveau plaatsvindt. Bij de individuele docent, student en ondernemer. Al deze regionale elementen samen hebben een positief effect op landelijk en internationaal niveau. Hierbij een greep uit de opbrengsten op regionaal niveau.

“Het samen optrekken van het netwerk KTWT, het wetenschapsknooppunt en de werkplaats onderwijsonderzoek heeft de samenwerking in de regio Utrecht sterker gemaak t. We gaan nu samen verder in het PO Partnerschap regio Utrecht.” Vincent Jonker (KTWT)

“De innovat iespots van EWTZH laten zien dat innovat ie perfect kan en moet aansluiten bij de onderw ijsontwi kkelingen van scholen.” Hein van den Bemt (EWTZH )

Eén van de directeu ren van een vmbo-school uit het netwerk van TiB Noord-Holland Noord: “We zijn met z’n allen daadkrachtig begonnen aan Sterk Techniek Onderw ijs. Dat dit nu zo vlot en voortva rend gaat is te danken aan Toptech niek in bedrijf!”

“Het mooie van het Deltapla n Techniek is het collectief urgentiebesef bij bedrijfsleven, onderw ijs en lokale overheden over de noodzaa k van betere profiel- en schoolkeuzes van kinderen. De weg hiernaa rtoe is dan ook gericht op het opdoen van ervarin gen ín de techniek en niet informatie óver de techniek!” – Bart Coppes (TiB Midden-Brabant)

22

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen

“Onze leerlingen hebben van onze samenwerking kunnen genieten tijdens de fantastische techniekmanifestatie ‘Game On regio Breda’, waarin we techniek en technologie beleefden.” – Charlotte Groenhout (TiB West-Brabant)

“We hebben in Zeeuws-Vlaanderen in cocreatie met het mbo en het bedrijfsleven een Vakmanschapsroute Techniek én een state-ofthe-art techniekfaciliteit neergezet met een brede oriëntatie en doorlopende leerlijnen gericht op regio-relevante opleidingen. Hierin kunnen we voor leerlingen flexibiliteit en maatwerk genereren. We zijn trots op het traject en de resultaten.” – Ruud Eggermont en Piet de Witte (TiB Zeeuws-Vlaanderen)

“Het Techniek Innovatienetwerk Zeeland neemt vijf scholen mee door het DNA van Zeeland, Wind, Water en Zon. Workshops, gastlessen, bedrijfsbezoeken en een TIZ-dag voor docenten zijn belangrijke onderdelen hiervan. De scholen wisselen hun contacten en ervaringen uit. Het netwerk is de spil voor de ontwikkeling van Sterk Techniek Onderwijs in de regio!” • Stef Abrahamse en John Leeman (TiB Zeeland)

“Het eigenaarschap van Professional meets Talent (PmT) is ingebed in de organisatie van deelnemende scholen én wordt bekostigd vanuit eigen budget. Stagebegeleiders, leerlingen en bedrijven ‘ontmoeten’ elkaar via de website van PmT.” – Ronald Stam (TiB Holland Rijnland)


Wat heeft de reis gebracht?

“Voor de TechnoHub Woerden bouwen leerlingen & studenten Hub!Fietsen: leerlingen van het Futura College (praktijkschool) gaan afgedankte stationsfietsen demonteren en reviseren. Zij leren bij De Goey autoschade spuitgieten in de spuitcabine. Studenten van het Minkema College vmbo-b/k gaan binnen het keuzevak fietstechn iek de fietsen monteren. Studenten van Smart Technolog y (mbo Rijnland) maken de fietsen ‘smart’ door een app te ontwikkelen waarmee ze meegenomen kunnen worden door gebruikers. Ook worden de fietsen uitgerust met sensoren die de luchtkwal iteit meten en komt er een monitorin g op onderhoud. Samen met bedrijven gaan de studenten Elektrotechniek de fietsen ombouwen tot elektrische fiets.” – Annewieke Baank (TiB Woerden)

“U-Talent verbindt niet alleen de HO-instell ingen aan 48 middelbare scholen, maar zorgt er bovendien voor dat leerlingen en docenten aan elkaar gekoppeld worden. Leerlingen kijken over de schoolmuren heen en docenten raken geïnspireerd door hun wetenschappelijke collega’s en visa versa. De kwaliteit van het onderwijs neemt daardoor enorm toe – voor alle betrokkenen!” • Egbert Boerma (U-Talent)

“Het technisch onderwijs en bedrijfsleven in de regio Eemland hebben gezamenlijk een podium gecreëerd voor vervolgopleiding en beroepska nsen, en hebben vmbo-leerlingen een inspirerend zicht gegeven op hun toekomst. Enthousia ste verhalen van technische vakmensen en jongeren zijn aanstekel ijk. En daar zijn we trots op.” – Jan Kleijbergen (TiB, Stichting TechNet Eemland)

“Binnen ons TiB-netwerk hebben we in twee jaar tijd een prachtig concept neergezet: het keuzevak robotica voor vmbo dat plaatsvindt op het mbo. Dit is ontwikkeld door vo- en mbo-docenten samen, om zowel de vakinhoud als pedagogisch-didactische aspecten te waarborgen. Het resultaat: mooie projecten, enthousiaste leerlingen, korte lijntjes tussen de docenten vo en mbo en een structuur die werkt en breder in te zetten is. En als kers op de taart: 75% is ingestroomd in een technische opleiding!” – Ilonka Mekes (TiB Utrecht)

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

23


Wat heeft de reis gebracht?

“Als je jezelf als docent in de 21e eeuw wil professionaliseren, moet je vooral kunnen samenwerken met anderen. Het samenwerkingsproject ‘21st century professionals’ is ontstaa n door samenwerking tussen drie TiB regio’s in de provincie Overijssel en de technische fondsen en wordt door vmbo- en mbo-docenten zeer positief beoordeeld.” – Arie Koning (TiB Zwolle)

“Een mooi voorbeeld is de versnelde vakmanschapsroute bij Mobiliteit&Logistiek. Hierbij zijn de programma’s van 4 vmbo-scholen en het mbo afgestemd. Binnen de vakmanschapsroutes willen we de leerling en verder krijgen door middel van verdieping , verbreding en eventueel versnelling.” – Mariek e Trip en Hedzer van der Kooi (Het Techniek Loket Noordoost Brabant) “De samenwerking tussen het mbo en vmbo naar een hoger niveau brengen door 5 schoolbesturen en 6 techniekscholen bij elkaar te brengen is inspirerend. Leerlingen en techniekbedrijven worden daar beter van!” > Jan van Nierop (TiB Zuid-Limburg)

“Bij Pax Christi vmbo Druten ontwier pen en bouwden brugkla sleerlin gen hun carnava lswagen s samen met het Tech-lok aal Maas en Waal en Huisma n Etech Experts. – Jan Heeres en Wilma de Wolf (TiB Rivierenland)

“Door Toptech niek in bedrijf Groningen is er een structu reel platform ontstaa n waarbij kleine scholen, met een vakdocent voor soms twee techniekprofielen gezamenlijk met andere ‘eenpitters’ kunnen werken aan goede inhoud van de techniekopleid ingen.” – Adri Merten s (TiB Groningen)

24

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


Noord- en Midden Limburg heeft een platform ontwikkeld voor iedereen met een passie voor technologie: www.123technologie.nl. “123Technologie verbindt leerlingen en studenten en andere geinteresseerden in techniek met bedrijven in de techniek. Je kan verhalen uit de praktijk lezen, het opleidingsaanbod uit de regio Noord- en Midden Limburg zien, ondernemers in de regio bekijken én je kunt direct solliciteren op vacatures of stageplekken.” – Han van Helmond (TiB Noord- en Midden-Limburg)

“Tijdens een netwerkbijeenkomst voor natuurkundedocenten stond ik met beide benen op de grond, maar heb ik met behulp van een VR-bril toch bovenop een windmolen kunnen staan, de techniek van windmolens kunnen ervaren en stilgestaan bij de milieuaspecten.” – Vincent van Eijden (Radboud Pre-University College & HAN College of Technology)

“In september 2019 zijn we gestart met een gezamenlijke DOT (Docent Ontwik kelteam) waarin we hedendaagse, levensechte opdrachten ontwikkelen waarbij 21st century skills centraa l staan. Om dit te kunnen realiseren moet je ook een goed netwerk hebben, en dat hebben we hier!” – Jamila de Jong (Food Valley Netwerk VO-HO)

“Met alle betrokken VO-HO netwerken organiseert VO-HO Netwerk Oost het grootste ‘Schoolreisje van Nederla nd’ op het gebied innovat ie, wetenschap, technologie en maatschappelijke uitdagin gen. De Hannover Messe Challen ge bedient zo’n 750 leerlingen en is een prachtvoorbeeld van een unieke samenwerking tussen scholen, hogescholen en universiteiten!” – Pieter Boerma n (VO-HO Netwerk Oost)

“Mooie, inspirerende en vakoverstijgende ervarin gen, voor zowel docenten als leerlingen en grensoverschrijdend leren voor po-vo-ho, dat is het resulta at van de BedrijfsDOT’s, opgezet als activiteiten voor docentprofessionaliseri ng. Terwijl de één (BedrijfsDOT Fablab) zich richt op het integreren van het maakonderwijs in de lessen op school, richt de ander (BedrijfsDOT Leeuwa rden) zich op een intensievere samenwerking met het regiona le bedrijfsleven. Een waardevolle aanvull ing op de activiteiten binnen ons netwerk.” – Maaike de Heij (VO-HO Netwerk Noord)

“Door de organisatie van concrete activiteiten gericht op kennisdelen, verbinden en ‘SamenWerken’ krijgen leerkra chten, medewerkers van bedrijven en van andere organisaties, inspirat ie en concrete handvatten. Dit deden we het afgelopen jaar bijvoorbeeld bij de KWTO-netwerkbijeenkom sten bij Voortman Steelgroup Rijssen, Enexis Zwolle en de Cultuur-Techniekfabriek Kennissessie in Deventer.” • Gerard Vennema n en en Patty van Scherpen zeel (KWTO)

“We zijn deskundig in het verbinden van w&tkennis en -ervaring. Talent ontmoet talent op onze w&t-cafés, tot nu toe door 2000 leerkrachten bezocht. Vanweg e dit succes gaan we hier ook in de toekomst mee door.” - Grietha de Boer, Anke Postma en Helmar Rouwenhorst (Bètapunt Noord) “Wij zijn trots op de longrea d 2018-2019 van Stichtin g WTE. In dit digitale epos blikken we terug op vier jaar Stichtin g WTE, vier jaar Kiezen voor Technologie. Via drie artikelen gaan we back to basic, w&t voor dummies, zogezegd” >> Harry Cornelissen (Stichting WTE)

“KWTG nodigt scholen uit te starten met Expedit ie Edison, een spel dat leerkra chten prikkelt en toerust op onderzoekend en ontwerpend leren. Zo worden teams geënthousiasmeerd en gemotiveerd om met Wetenschap- en Technologieonderwijs aan de slag te gaan. Samen leggen zij de basis voor het eigen w&t-beleidsplan.” - Jacquel ine Goedha rt (KWTG)

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

25


WAAR GAAN WE NAARTOE?

De 46 regionale bètatechniek netwerken hebben de afgelopen jaren hard gebouwd aan regionale samenwerking, vernieuwing van onderwijsinhoud en de aansluiting in de keten en met het bedrijfsleven. We staan nu voor de vraag: hoe verder? Waar gaan we met elkaar naar toe? Hoe kijken we naar verduurzaming, wat weten we al en hoe kunnen we een stap(je) verder zetten?

En we gaan nog niet naar huis... Waar begonnen we? Om duurzaam antwoorden te vinden op het techniekvraagstuk, spelen meer spelers een rol dan alleen de school. Vanuit die gedachte zijn er de laatste jaren op regionaal niveau bètatechniek netwerken opgezet, waarbij het techniekvraagstuk werd opgepakt als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Naast onderwijsinstellingen zijn bijvoorbeeld ook het bedrijfsleven, regionale overheden en ouders betrokken.

De reis gaat door Bouwen aan een netwerk is echter nooit ‘klaar’. Een netwerk is immers aan verandering onderhevig. In het beleid, in onderwijssectoren en op de arbeidsmarkt doen zich veranderingen voor, die nieuwe oplossingen vereisen. Voorbeelden van ontwikkelingen die in de context van de regionale bètatechniek netwerken momenteel een rol

26

Jet-Net & TechNet

spelen zijn: Sterk Techniekonderwijs, Curriculum.nu en het lerarentekort. Tegelijkertijd zijn er nieuwe partners die willen aanhaken of die juist andere samenwerkingen aangaan, en is er sprake van personele wisselingen. Deze dynamische context vraagt van de netwerken dat ze voortdurend meebewegen en steeds weer aan de slag gaan met samen leren, samen beter worden en samen innoveren. Maar hoe zorgen we ervoor dat de netwerken, de samenwerking en de resultaten ook in de toekomst blijven voortbestaan en zich verder ontwikkelen? Met het oog op de beëindiging van de financiële ondersteuning, zijn de netwerken sinds de zomer 2018 in ‘verduurzamingssessies’ met elkaar in gesprek gegaan over de volgende fase van hun reis.

Op reis naar nieuwe bestemmingen

Waar gaan we heen? Als we spreken over ‘verduurzamen’, waar hebben we het dan over? •  Aan de ene kant gaat het over borgen en structureel inbedden. De bètatechniek netwerken zijn bezig met inhoudelijke en organisatorische vernieuwing: ze ontwikkelen producten, nieuwe inhoud, leertrajecten, aanpakken, professionaliseringsactiviteiten, goede LOB en aantrekkelijke onderwijsprogramma’s. Hiermee vertalen de netwerken nationale beleidsdoelstellingen in concrete regionale acties, die vervolgens een vaste plek krijgen in de organisatie en het curriculum. •  Aan de andere kant is vernieuwen nooit ‘klaar’. Hoewel ieder netwerk een eigen geschiedenis, omgeving en dynamiek heeft, staan ze allemaal voor de opgave om zich blijvend verder te ontwikkelen en in de veranderlijke, dynamische context steeds weer aan de slag te gaan met nieuwe uitdagingen.


Onderwijsinnovatie Dat doet een beroep op zaken die bij elke vernieuwing komen kijken: organiseren, agenderen, zorgen voor gezamenlijk belang, vitale coalities sluiten, et cetera. Veel netwerken werken gaandeweg ook aan een verandering van mindset en aan een cultuurverandering. De netwerken hebben de opgave om relevante samenwerking te continueren als stevige professionele basisstructuur voor ‘wat ze teweeg willen brengen’ en om te anticiperen op ontwikkelingen. De betrokken partners moeten met andere woorden veranderingsbekwaam worden en blijven. Verduurzamen is (met elkaar) leren en meebewegen: goed kijken, analyseren, ontwikkelen, bijstellen en verbeteren. Dat betekent ook dat je als netwerk in staat moet zijn om je eigen leer- en verbetercyclus in te richten. Elk netwerk heeft te maken met deze uitdaging, waardoor het heel waardevol kan zijn om onderling uit te wisselen en van en met elkaar te leren.

De literatuur leert ons dat netwerken, zoals de regionale bètatechniek netwerken, zich heel goed lenen om onderwijsinnovatie tot stand te brengen. Begin dit jaar verscheen een overzichtsstudie1 over de vraag hoe netwerken kunnen bijdragen aan duurzame onderwijsvernieuwing. De auteurs concluderen onder andere: •  dat de breedte van een netwerk en de aanwezigheid van ‘verbinders’ in het netwerk een positief effect kunnen hebben op onderwijsvernieuwing. •  dat duurzaam vernieuwen niet pas in de eindfase speelt, maar van meet af aan aandacht vraagt. Je moet vanaf het begin een vinger aan de pols houden: gaan we door, en zo ja, hoe dan? Wat moeten we bijstellen en stopzetten? •  dat investeren in de relaties tussen de netwerkpartners cruciaal is om te komen tot een diepgaand begrip, eigenaarschap en een breed draagvlak voor de vernieuwing.

Als de resultaten en ervaringen van de regionale bètatechniek netwerken een voorbode zijn voor de toekomst, dan gaan we nog een mooie en lange reis tegemoet. Bron: Duurzaam samenwerken in regionale bètatechniek netwerken, Eva Voncken (2018 & 2019)

_ 1.  März, V., Gaikhorst, L., Mioch, R., Weijers, D., & Geijsel, F. P. (2017). Van acties naar interacties. Een overzichtsstudie naar de rol van professionele netwerken bij duurzame onderwijsvernieuwing. Amsterdam/Diemen: RICDE, Universiteit van Amsterdam/NSO-CNA Leiderschapsacademie.

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

27


S TIP UIT DE EHBO-DOO Maak een reisverslag Zichtbaarheid van het netwerk is een essentieel onderdeel van verduurzaming. Door te laten zien wat het netwerk inhoudt, welke ambities het heeft en welke resultaten er zijn behaald, blijf je in de regio je belang laten zien. Door samenwerking kan iets teweeg worden gebracht wat alleen nooit was gelukt. Het is goed om deze

amen Sa men verduu rz

Samen verduurzamen? Zorg dat je goed nadenkt over de volgende thema’s:

successen in de etalage te zetten.

S TIP UIT DE EHBO-DOO Los durven laten Aan één van de thematafels tijdens de verduurzamingssessie stond de vraag centraal hoe je het netwerk en alle mensen eromheen betrokken houdt. Men was het met elkaar eens dat een netwerk continu moet meebewegen en soms ook moet kunnen loslaten. Het krampachtig vasthouden van een netwerk dat niet meer werkt, is geen goed idee. Dit betekent dat je je oorspronkelijke ideeën of bepaalde mensen moet kunnen en durven

Meer lezen hierover en benieuwd naar tips vanuit verschillende netwerken? Bekijk de intermezzo’s over duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken op www.jet-net.nl/publicatie-rbtn

laten gaan, bijvoorbeeld omdat het niet bijdraagt aan de gezamenlijke ambitie. De deelnemers beaamden dat loslaten lastig is, maar dat het onvermijdelijk is omdat je je alleen dan als netwerk steeds weer opnieuw kunt uitvinden.

28

Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


TIP UIT D E EHBO-D OOS Benut bestaande regionale netwerken

De reis van PTvT naar de toekomst met de regionale bètatechniek netwerken

Het is de uitdaging om de regionale bètatechniek netwerken ook in de toekomst te blijven benutten. Zoals Esther Klaster (Common Eye) beschrijft in haar promotieonderzoek naar top-down gestimuleerde regionale netwerken: “Het verknopen en daarmee benutten van bestaande regionale netwerken is effectiever dan het telkens voor nieuwe problemen of projecten opzetten van nieuwe netwerken. Bestaande regionale netwerken kunnen sneller projecten opstarten en boeken betere resultaten, voor een belangrijk deel omdat ze kunnen voortbouwen op bestaande vertrouwensrelaties.”

PTvT werkt ook de komende jaren hard aan de doelstelling dat iedereen de kans moet krijgen (en gestimuleerd wordt) zijn/ haar eigen potentieel ten aanzien van technologie te ontdekken, te ontwikkelen en te onderhouden, zodat: •  Alle leerlingen in het funderend onderwijs de kans krijgen hun bètatechnische en ICT vaardigheden te ontwikkelen (10-op-10). •  Er voldoende en goed opgeleide technici en ICT’ers zijn om te voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt (4-op-10).

Ook nu de reis een andere richting krijgt, zijn de bètatechniek netwerken als koplopers belangrijke partners voor PTvT. Zij richten zich op innovatie en vervullen landelijk en regionaal een voorbeeldfunctie. Zij zijn een belangrijke sparringpartner voor PTvT. PTvT wil de komende jaren de netwerken dan ook blijven ondersteunen en faciliteren en gezamenlijk met hen blijven werken aan een open en innovatief onderwijsklimaat, waarin jongeren in aanraking blijven komen met technologie en de wereld van morgen.  

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

29


W& T

Het netwerkeffect van de w&t netwerken

D

at de w&t netwerken beweging creëren in de regio is duidelijk. Maar wat is dan dat netwerkeffect waar we het over hebben? Wat is de meerwaarde van samenwerking in de w&t netwerken? We vroegen het aan Astrid Zwinkels van het ministerie van OCW. Astrid Zwinkels ziet als beleidsmedewerker Primair Onderwijs van het ministerie van OCW mooie dingen gebeuren binnen de w&t netwerken. Ze is onder de indruk van de onderlinge samenwerking, die veel verder gaat dan het kijken naar wetenschap en techniek. Zwinkels: “Deze besturen kijken breder: naar onderzoekend & ontwerpend

30

Jet-Net & TechNet

Astrid

Z wink

els

leren en met veel oog voor het duurzaam ontwikkelen van schoolbeleid, zodat het bij leerlingen en leraren echt beklijft. Het vormgeven van w&t heeft in de verschillende besturen mooie innovatiestrategieën opgeleverd, waarbij verschillende elementen uit een veranderaanpak in de praktijk werden gebracht. Zo wordt er bijvoorbeeld in een van de succesverhalen niet met één, maar twee techniekcoördinatoren per school gewerkt. Zo kan je met elkaar sparren en zorg je ervoor dat de ontwikkeling doorgaat, zelfs als één een nieuwe baan krijgt.” Volgens Zwinkels laten dit soort keuzes zien hoe je beleid in scholen kunt verduurzamen. Een ander mooi voorbeeld dat ze zag ging over een training ‘hoe ga ik om met weerstand in mijn team’ of een module ‘veranderkunde’. De besturen in dit netwerk hadden heel scherp dat wanneer je met onderwijsvernieuwing bezig bent, of het nu om techniek gaat of niet, je altijd te maken hebt met weerstand en dat je beleid pas succesvol is als je hiermee om weet te gaan.  

Op reis naar nieuwe bestemmingen


Inspiratie opdoen

Tools

Leer van de ervaringen en producten gemaakt voor en door de regionale bètatechnieknetwerken.

Inspiratiemap Onderzoekend en ontwerpend spelen In de inspiratiemap ‘Onderzoekend en ontwerpend spelen’ vind je 40 activiteiten voor w&t met kleuters. De praktische lesideeën hebben in de klas hun waarde voor peuters en kleuters bewezen.

Praktijkvoorbeelden van Toptechniek in bedrijf Het is niet nodig om zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Laat je inspireren door de best practices, praktijkvoorbeelden en interviews vanuit alle hoeken van het land op de website.

Collegetour handboek: voor samenwerken tussen scholen en bedrijven Sinds 2015 organiseert Bètapartners Collegetours, waarbij diverse scholen en bedrijven samenwerken in de regio en interessante programma’s samenstellen voor bovenbouwleerlingen. Met dit Collegetourhandboek kun je zélf aan de slag met het organiseren van een Collegetour of een ander soort bedrijfsbezoek in je regio. Je krijgt een concreet stappenplan voor het organiseren van een Collegetour, ziet wat dit soort activiteiten oplevert voor leerlingen, docenten en bedrijven en krijgt handvatten voor het inbedden van de Collegetours binnen het Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA).

Praktijkvoorbeelden van de VO-HO netwerken Wat kunnen we leren van de meer dan 10 jaar aan ervaring van de VO-HO netwerken? In de publicatie ’Doorlopend leren van tot HO’ vind je portretten en lessen uit de praktijk.

Alle t oo te vin ls zijn www den op .je publi t-net.nl/ catie -rbtn

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

31


O

pbrengsten en succesfactoren door de bril van een netwerkdeelnemer: Henk Peters is vo-docent en deelnemer van het Netwerk Noord, een VO-HO netwerk dat zich bezighoudt met vaken onderwijsvernieuwing en professionalisering van docenten.

Reisverhaal

Wat maakt dat jij al jaren deelneemt aan het Netwerk Noord?

eters Henk P

“Van oudsher ben ik bezig met onderwijsvernieuwing. Zo was ik bijvoorbeeld betrokken bij de ontwikkeling van een nieuw schoolconcept, bij de ontwikkeling van competentiegericht onderwijs, de organisatie van Docent Ontwikkel Teams (DOT’s) samen met de Hanze Hogeschool, de ICT-route en projectonderwijs. De drang naar vernieuwing zat er altijd al in bij mij. Netwerk Noord is voor mij een prima manier, om door mee te doen aan DOT’s, steeds weer geïnspireerd te raken. Ik ben ook gaan meedoen omdat ik het interessant vond voor mijn eigen ontwikkeling. Je mag mij zeker een enthousiaste deelnemer noemen.”

Welke activiteiten vinden plaats in het netwerk?

nt rs is doc e Henk Pete n e kunde nask/nat uur ling h het Kamer n aa r o t n e L, m g e (vmbo T e ll o C s e n On g en. ) in Gronin havo, vwo+

32

Jet-Net & TechNet

“Docentprofessionalisering via DOT’s is het hart van de activiteiten van Netwerk Noord. In zo’n Docenten Ontwikkel Team komen docenten van verschillende vo-scholen en soms van de hogeschool ongeveer acht tot tien keer per jaar bij elkaar op het FabLab, de RUG of op de deelnemende scholen. Je leert, je hoort hoe anderen zaken oppakken en je doet er nieuwe ideeën op, bijvoorbeeld over toepassingsmogelijkheden in de school. Ik doe elk jaar mee aan een van de DOT’s. Momenteel is dat de BedrijfsDOT FabLabs, georganiseerd door FabLab in Groningen. Dat is een open werkplaats met enthousiaste medewerkers die steeds nieuwe technologieën en apparatuur aandragen: lasersnijders, 3D-printers, t-shirts bedrukken.”

Op reis naar nieuwe bestemmingen


Hoe werken de netwerkactiviteiten door in de scholen?

Wat levert de samenwerking in een DOT jou op voor je dagelijkse werk?

“Je ziet dingen bij elkaar en je hebt het erover: ‘Dat is gaaf, kunnen we dat bij ons ook doen?’ Ik ben bijvoorbeeld actief gebruiker en initiator van de e-L@bs. Vier scholen uit het netwerk hebben er inmiddels een, elk met een eigen thema, zoals robotica of programmeren. Mijn eigen school heeft een e-L@b Media Art Design. Deze scholen hebben ook zelf 3D-printers, Arduino en lasersnijders in huis. Een e-L@b moet je zien als een open werkplaats voor leerlingen, waar al die apparatuur staat. In de pauzes zit het daar vol. Echt niet met alleen maar jongens; het is fifty-fifty. Ze zitten er vaak al vóór het eerste uur en om vier uur moet je ze de deur uitschoppen.   Projecten die binnen de BedrijfsDOT worden ontwikkeld, worden daarna vaak door meerdere scholen opgepakt. Op onze school zijn we bezig met het opzetten van een minecraftserver, zodat leerlingen voor de vakken geschiedenis en aardrijkskunde opdrachten in de eigen minecraftomgeving kunnen doen. Op een andere school wordt AstroPlant uitgevoerd met metingen van wat een plant op Mars of op de maan echt nodig heeft. In de eigen school halen we ideeën van docenten op. De docent is dan eigenaar, maar hoeft bijvoorbeeld niet zelf te programmeren. Zo krijg je een olievlekwerking in de school.”

“Je wordt op nieuwe ideeën gebracht en je ziet good practices. Je leert, je deelt en je breidt je eigen netwerk uit. Doordat je elkaar kent, ga je makkelijk tussen de bijeenkomsten door bij elkaar op school kijken. Er is een doorlopende communicatie. Vanuit de e-L@ bs organiseren de scholen ‘Klooiavonden’ voor vo- en po-docenten over wisselende thema’s, bijvoorbeeld: hoe kun je het e-L@b benutten in de klas? Dat is een laagdrempelige manier om docenten die wat willen, daarbij te ondersteunen. Dat maakt de samenwerking de moeite waard.”

Waarom vind je het belangrijk dat leerlingen kennismaken met nieuwe technologie en praktische toepassingen?

“Dat zijn de e-L@bs in de scholen. Die zie ik als verlengstuk van de BedrijfsDOT, omdat je op dezelfde manier en met dezelfde apparatuur ook in de school kunt leren en werken. Met een aantal collega’s ben ik hard bezig om de e-L@bs de klas in te halen. Bij techniek is dat een eitje. Bij een vak als kunst lukt het ook, bijvoorbeeld met stop-motion. Er kan nog véél meer. Het is fantastisch dat het e-L@b als open werkplaats voor leerlingen fungeert en dat ze daar zelfstandig hun ding kunnen doen. Een leerling met een profielwerkstuk over een zelfrijdende auto kan lekker aan het werk in het e-L@b, omdat daar alle kennis en materialen aanwezig zijn.”

“Zwart-wit gesteld: het onderwijs is in de afgelopen 100 jaren amper veranderd, terwijl de maatschappij enorme veranderingen heeft doorgemaakt. Een van de taken van het onderwijs is leerlingen voor te bereiden op de maatschappij. Daar zit een gat in van pak-‘m-beet zeventig jaar…   Het netwerk maakt zich sterk voor onderbouwde keuzes van leerlingen. Dat hoeft niet per se een bètakeuze te zijn. Alleen maar theoretisch of schools onderwijs doet geen recht aan leerstijlen van leerlingen. Dóen is het allerbelangrijkste voor leerlingen. Als je leerlingen de ruimte geeft, kunnen ze ervaren waar hun interesse ligt en kunnen ze hun talenten ontwikkelen. Dat kan ook bij vakken zoals Nederlands of Spaans: laat leerlingen bijvoorbeeld een anderstalig journaal maken. We hebben bijvoorbeeld ook een NAO-robot met spraakmodules, waarmee leerlingen kunnen communiceren.”

Welk inzicht of welke eyeopener was voor jou de afgelopen jaren belangrijk?   “Elk kind in het basisonderwijs is leergierig. Met een beetje mazzel is dat nog steeds zo als het kind naar het vo gaat. Daar worden leerlingen in hokjes gestopt. Als je die hokjes wegbikt, zul je zien dat leerlingen uit zichzelf heel mooie en leerzame dingen gaan maken. Projecten en maakonderwijs helpen daarbij. Als leerlingen bijvoorbeeld leren programmeren, leren ze ook andere vaardigheden en competenties, zoals samenwerken en plannen.”

Op welke opbrengst van het netwerk ben je het meest trots?

Wat zou je morgen willen veranderen met het oog op de overgang van het voortgezet onderwijs naar hoger onderwijs?   “Ik zou graag willen dat er binnen het vo veel meer duidelijkheid komt over de vaardigheden die leerlingen nodig hebben om te slagen in het hoger onderwijs. Dat is echt nog een ondergeschoven kindje.”  

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

33


De reisleider De netwerken hebben de afgelopen jaren een mooie reis afgelegd. Ieder netwerk had hierbij zijn eigen specifieke vraagstukken, uitdagingen en oplossingen. Daarbij werden ze, in opdracht van het ministerie van OCW, ondersteund door PTvT. Je zou kunnen zeggen dat PTvT tijdens deze reis de rol van reisleider vervulde: van tevoren aanjagen om te starten aan de reis en samen de eerste stappen te zetten, ondersteuning bieden bij het uitzoeken van de route, het verzamelen van het juiste materiaal en de juiste reispartners. Tijdens de reis helpen met het vullen van een koffer vol kennis, handvatten en inspiratie, en tussendoor zorgen voor reflectie en uitwisseling. Een reisleider kan advies geven over mooie plekken om te bezoeken, maar het hangt af van het reisgezelschap hoe ze hiermee omgaan en hoe ze dit beleven. De netwerken zijn verschillend. Zo bevindt elk netwerk zich in een andere fase. Er zijn bijvoorbeeld netwerken die al heel lang goed functioneren, netwerken die net zijn begonnen en netwerken die door bepaalde ontwikkelingen weer van voor af aan moeten beginnen. Daarnaast heeft elk

netwerk te maken met specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld regionale behoeftes van de arbeidsmarkt of krimp, en hebben de netwerken verschillende ondersteuningsbehoeften.

er speelt en waar een netwerk bij is gebaat. Daarom is een goede en consistente relatie tussen PTvT en de netwerken altijd belangrijk geweest. Hierdoor kan PTvT ondersteuning op maat bieden.

Leren van anderen is het meest effectief wanneer de vorm en de inhoud van het leren aansluiten bij de eigen ontwikkelbehoeften. Om leerprocessen op gang te brengen moet je goed geworteld zijn in de netwerken, zodat je echt weet wat

We blikken terug op de verschillende manieren waarop PTvT haar rol heeft vervuld. Welke mechanismen/ interventies zijn kansrijk om de netwerken verder te helpen? De onderstaande figuur geeft de verschillende onderdelen van die aanpak weer.

inspiratie KENNIS INSPIRATIE nis &en ken Onderdele

n

Kennisprogramma Een kennisprogramma bestaat uit activiteiten waarin het draait om de ontwikkeling van nieuwe kennis en het delen van bestaande kennis. De w&t netwerken, Toptechniek in bedrijf en de regionale VO-HO netwerken hebben ieder hun eigen kennisprogramma, gebaseerd op de vragen en uitdagingen van de netwerken. Ook landelijke partners, zoals ministeries, en regionale partners, zoals de Techniekpact landsdelen, zijn hierbij nauw betrokken. Zo kunnen ook zij van het kennisprogramma leren.

34

  Jet-Net & TechNet

Op reis naar nieuwe bestemmingen


In het kennisprogramma is leren van elkaar een belangrijk aandachtspunt. Het stelt voorlopers in staat om te blijven innoveren – voor hen is PTvT een sparringpartner en verbinder. En het stelt anderen in staat om te leren van de voorlopers; zij hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden en komen sneller up-to-speed door gebruik te maken van beschikbare materialen en kennis over de do’s and don’ts.

De meerwaarde van een kennisprogramma Wat levert een kennisprogramma de netwerken op? Allereerst

biedt het toegang tot de enorme hoeveelheid kennis, ideeën,

Financiële middelen

aanpakken en contacten die de

Om een beweging op gang te brengen, kan een financiële impuls helpen. De netwerken zijn in de afgelopen jaren financieel ondersteund door het ministerie van OCW. Elk netwerk heeft zijn eigen uitdagingen en aanpakken en kon zelf – binnen bepaalde kaders – bepalen hoe deze middelen werden besteed. De verantwoording van de financiële ondersteuning werd altijd gekoppeld aan leren. De focus lag daarbij op het reflecteren op de samenwerking en de bereikte resultaten.

netwerken gezamenlijk hebben. Door het kennisprogramma is er een landelijke community van regionale netwerken ontstaan, waar altijd een ander netwerk is te vinden dat met dezelfde uitdagingen bezig is.

Het kennisprogramma bestaat onder andere uit: •  Offline kennisdeling en intervisie, bijvoorbeeld in de vorm van projectleidersbijeenkomsten of de steunpuntraden. •  Instrumenten: zie pagina’s 16, 31 en 38 voor een greep uit de tools. •  Online kennisdeling: publicaties en handreikingen over ‘wat werkt’ (zowel uit onderzoek als ervaringen in de praktijk). •  Het delen van goede voorbeelden. •  Trainingen en workshops.

middelen& DATA MIDDELEN en data

Van zelf opnieuw het wiel uitvinden wordt immers niemand beter. Door deze ontmoetingen in het kennisprogramma leren de leden van een netwerk elkaar kennen en nemen zij ook onderling contact met elkaar op buiten het kennisprogramma om. Ze worden wijzer van elkaar over wat wel en wat niet werkt, en kunnen hun

Data en Monitoring

eigen aanpak aanscherpen door

Meten is weten. Gedurende een langere periode de vinger aan de pols houden, levert nuttige informatie op voor de netwerken, PTvT en voor opdrachtgevers en stakeholders. De netwerken krijgen zo aan de hand van specifieke regionale data zicht op hun voortang en ontwikkeling. Voor PTvT maakt het benchmarking, aanpassingen in de aanpak en gerichte interventies mogelijk. En landelijke opdrachtgevers en stakeholders kunnen door te monitoren tijdig bijsturen.

met elkaar te sparren. Daarnaast krijgen de netwerken toegang tot instrumenten die speciaal voor hen zijn ontwikkeld. Dit helpt de netwerken om zélf aan de slag te gaan en hun eigen positie in de regio te versterken. Dat alle netwerken worden gezien en gehoord, werkt zeer stimulerend en geeft een positieve impuls aan ontwikkelingen binnen het netwerk. Doordat netwerken hun aanpakken en successen met elkaar delen, krijgen zij ook beter zicht op waar ze goed in zijn en waar ze trots op mogen zijn.

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

35


Peerreviews

De zelfscan van TiB

netwerken als bij de regionale

de auditgesprekken, de peerreviews

VO-HO netwerken hebben in het

en de doelstellingen van het TiB

kader van gezamenlijk leren

programma, is in 2016 de zelfscan

peerreviews plaatsgevonden.

ontwikkeld. De zelfscan reikt de

Het peerreviewsysteem van de

regio’s thema’s en vragen aan

regionale VO-HO netwerken is in

over de activiteiten, ambities en

2016 ontwikkeld en uitgevoerd.

beoogde resultaten en de samenhang

Met begeleiding van PTvT en SLO

hiertussen. De regio’s bepalen zelf

wisselden drie of vier netwerken

op welke manier zij de zelfscan

volgens een vaste opzet good

vormgeven, zodat het aansluit bij de

Leren in en tussen netwerken

practices, knelpunten en leervragen

fase en behoeftes van het betreffende

Veel regio’s zijn hard bezig met de organisatie en uitvoering van hun plannen. Het is nog niet overal vanzelfsprekend dat er oog en aandacht is voor systematisch leren en voor reflectie. Maar het is juist belangrijk om als reiziger af en toe even stil te staan en jezelf de vraag te stellen: zijn we nog op de goede weg? Leidt dit pad tot de plek waar we heen wilden? PTvT heeft het lerend vermogen van de netwerken de afgelopen jaren op verschillende manieren gestimuleerd. Naast het kennisprogramma en de verantwoordingscyclus, worden hiervoor peerreviews en zelfscans ingezet.

uit. Om aanvullende input voor de

netwerk. Dus: wie nodigen we uit,

peerreview te verkrijgen, werd een

wie begeleidt ons, welke werkvorm

digitale enquête uitgezet onder VO-

gebruiken we? De toegevoegde

docenten en VO-schoolleiders. Een

waarde van de zelfscan zit vooral in

secretaris maakte een rapportage

het gesprek, het gezamenlijke leren.

van de peerreviewgesprekken, met

Ook geeft de zelfscan een concreet

onder andere de leeropbrengsten en

beeld van waar de regio staat, waar

actiepunten voor de netwerken.

men trots op kan zijn, wat er in de

Voorbeelden van monitorgegevens zijn: •  De onderwijsdata die beschikbaar zijn gesteld aan de Toptechniek in bedrijf regio’s in het kader van het thema ‘behoud technisch vmbo’. •  Cijfers en trends over de in-, door- en uitstroom in het technisch onderwijs via de Monitor Techniekpact.

36

Jet-Net & TechNet

Zowel bij de Toptechniek in bedrijf

Op basis van de geleerde lessen uit

regio nog te doen staat en hoe dit op te pakken. Ten slotte geeft de scan

Lees het Kwaliteitshandboek van de regionale VO-HO netwerken om meer te leren over hoe zij kwaliteitszorg aanpakken. Meer informatie over het peerreviewsysteem van Toptechniek in bedrijf is te vinden in de publicatie ‘Help de regio aan zet’. Beide documenten staan op www.jet-net.nl/publicatie-rbtn Op reis naar nieuwe bestemmingen

zicht op waar andere regio’s mee bezig zijn.

De zelfscan van TiB en achtergrondinformatie vind je op www.jet-net.nl/publicatie-rbtn


NETWERK netwerk Netwerkondersteuning Door de jaren heen fungeerde PTvT als kritische vriend van de netwerken. Er wordt meegedacht met de netwerken over hun planvorming, hun ontwikkeling en over de uitwisseling met anderen. Ook stimuleert PTvT dat er beweging komt in een regio en worden (nieuwe) belangrijke ambassadeurs betrokken bij het netwerk, zoals schoolleiders, bestuurders, provincies, bedrijven en enthousiaste en betrokken docenten. Maar een kritische vriend houdt de netwerken ook af en toe een spiegel voor als het gaat over ambities, resultaten en samenwerking. PTvT helpt bijvoorbeeld bij: •  het formuleren van een visie die aansluit bij de regionale arbeidsmarkt; •  het maken van een regioplan en het vertalen van regionale ambities tot een subsidieaanvraag; •  het aansluiten bij regionale en landelijke ontwikkelingen; •  het continu kritisch blijven op het samenwerkingsproces en de activiteiten.

Regionale en landelijke samenwerking Alleen ben je sneller, samen kom je verder. Om meer impact te realiseren, werkt PTvT intensief samen met anderen. Zo worden verbindingen gelegd tussen verschillende netwerken, wanneer PTvT signaleert dat men iets van elkaar kan leren of kansen ziet voor nieuwe samenwerking. Het is succesvol gebleken om eigenaarschap breder te beleggen dan in eerste instantie logisch lijkt. Zo kan het een versterking zijn om andere, (ook niet uitvoerende) organisaties, zoals branches of de provincie, een bepaalde regierol te geven. Daarom worden partijen zoals de brancheverenigingen, de raden (VO-raad, PO-Raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen, VSNU), landelijke en regionale overheden betrokken.

Meer lezen over de manier waarop PTvT de netwerken stuurt en stimuleert? Bekijk de publicatie ‘Impactrijke veranderingen’ op www.jet-net.nl/publicatie-rbtn

Wat heeft PTvT geleerd over de ondersteuningsaanpak

voor de regionale bètatechniek netwerken?

•  Leg het eigenaarschap in de regio •  Bied maatwerk en werk vraaggericht •  Ga voor persoonlijk contact •  Gebruik expertise, maar zet praktijkervaring centraal •  Bouw structurele ontmoeting in tussen reisgezelschappen •  Verbind verantwoording aan samen leren

Wisselwerking tussen landelijk beleid en regionale acties PTvT fungeert ook als vertaler van beleid naar de praktijk en vice versa. PTvT faciliteert bijvoorbeeld het gesprek tussen de netwerken en het ministerie van OCW. De netwerken maken niet alleen zichtbaar hoe beleid in de praktijk vorm krijgt, maar kunnen ook worden benut bij de implementatie van actuele beleidsthema’s. De netwerken blijven daarbij altijd zelf in de lead.

Duurzame samenwerking in regionale bètatechniek netwerken

37


Tools Aan de slag! Zelf aan de slag? Een greep uit de tools die zijn gemaakt voor en door de regionale bètatechnieknetwerken. Website wetenschap & technologie in de klas De website wetenschapentechnologieindeklas.nl staat vol met publicaties, instrumenten, praktijkvoorbeelden en praktisch lesmateriaal dat gebruikt kan worden om w&t een vaste plek in je klas en in het schoolcurriculum te geven.

Onderwijs- en arbeidsmarktdata Waar ga je je als regionaal netwerk op richten? Wat is de stand van zaken in jouw regio in het onderwijs en op de arbeidsmarkt? Data en de trends zijn belangrijke hulpmiddelen om jullie ambities scherp te stellen.

Bèta&TechMentality

ols zijn Alle to n op e te vind et.nl/ jet-n www. tie-rbtn a public

38

Jet-Net & TechNet

Het Bèta&TechMentality model geeft het onderwijs en het bedrijfsleven een nieuwe kijk op jongeren en hoe zij betrokken zijn – of kunnen worden – bij bèta en techniek; door uit te gaan van de waarden en drijfveren van de jongeren zelf.

Op reis naar nieuwe bestemmingen


COLOF0N

Dit magazine is een uitgave van Platform Talent voor Technologie November 2019 Platform Talent voor Technologie Postbus 14004, 3508 SB Utrecht

www.ptvt.nl SAMENSTELLING Marieke Wolthoff Wieteke Smit

VORMGEVING BUREAUBAS

TEKST

Eva Voncken Wieteke Smit Jildau Vellinga

COÖRDINATIE

Rosenmullers Organisatie & Communicatie

EINDREDACTIE

Tekstbureau Elise Schouten

DRUK

Drukproef

MET SPECIALE DANK AAN

Fatima Tahtahi-Post, ministerie van OCW; Pieter Boerman, Universiteit van Twente; Astrid Zwinkels, ministerie van OCW; Hedzer van der Kooi, Koning Willem 1 College; Brigitte Willemsen, Provincie Gelderland; Henk Peters, O2G2; Beatrice Boots, PTvT; Emilie de Vries Schultink, PTvT; Edith Hilbink, PTvT; Sebastiaan Smit, PTvT; Erica Wortel, PTvT; Joëlle Bemelman, PTvT.


Magazine


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.