Bomenroute Julianapark Stadskanaal

Page 1

Julianapark Stadskanaal BOMENROUTE


Het Julianapark, een monument 2

H et Julianapark, een monument In de jaren zeventig van de twintigste eeuw ontwierp de heer Simon Stedema, onderwijzer en bewoner van de Parkwijk een route langs de meest bijzondere bomen in het Julianapark in Stadskanaal. Het bijbehorende boekwerkje dat nagenoeg uit de circulatie was verdwenen, was aan een grondige herziening en modernisering toe. Op initiatief van de Werkgroep Groene Parkwijk - als onderdeel van de Wijkraad Parkwijk - en met subsidie van de gemeente Stadskanaal, is een vernieuwde Bomenroute tot stand gekomen. Het fraaie resultaat hiervan hebt u nu in handen. Het Julianapark is in de jaren dertig van de 20e eeuw aangelegd in de gemengde tuinstijl en is sterk be誰nvloed door de Engelse Landschapsstijl. Het karakter van het park met zijn grote vijver, de periode waarin het is het ontstaan, nl. in de tijd van de grote depressie in de 20e eeuw, en de grote verscheidenheid aan exotische bomen, is voor het Rijk aanleiding geweest het park als rijksmonument aan te wijzen. Het feit dat het park voor de provincie Groningen uniek is en al met al een grote cultuurhistorische waarde vertegenwoordigd heeft zeker meegewerkt aan de plaatsing op de rijksmonumentenlijst. Aan de hand van de route komt u langs de meest bijzondere en opvallende bomen. De nummers bij de bijzondere bomen corresponderen met die in de Bomenroute. Tijdens de wandeling komt u twee opvallende objecten tegen. Het monument voor de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, waar de jaarlijkse gemeentelijke dodenher-


denking begint, is een grote zwerfkei. Het is ontworpen door gemeentearchitect Jacob Meinen. Het geliefde en fotogenieke beeldje “Roodkapje en de wolf� is van de hand van beeldhouwer Kees de Kruijff. Wij wensen u een prettige rondgang door het park. De Werkgroep Groene Parkwijk Stadskanaal, najaar 2012

Tegelijkertijd met dit nieuwe boekje is een tweetal werkbladen voor de hoogste groepen van het basisonderwijs gemaakt. Deze werkbladen zijn te downloaden op de afdeling Parkwijk op de website www.wijkradenstadskanaal.nl

3


De bomen

1. Hollandse linde (Tilia x europea) Aangeplant in Noordwest-Europa in parken en veel op oude markten en brinken. Ook als zogenaamde leilinden.

44

2. Gewone es (Fraxinus excelsior) Inheems in heel Europa. Groeit het liefst op vochtige, voedselrijke grond. Kan 40 meter hoog worden (de soortnaam Excelsior betekent hoger). Ook gekweekt als Goud-es, waarvan de takken en bladeren in de herfst goudgeel worden.


3. Treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’) Meestal kleiner dan de Gewone beuk, met afhangende takken. De entplaats is goed te zien! Kijk maar goed naar de dikke stam. Bladeren en bloemen als bij de Gewone beuk.

5


4. Vederesdoorn (Acer negundo) Inheems in Noord-Amerika, in moerassen en langs oevers van rivieren. Leverde vroeger esdoornstroop of -suiker. Hier aangeplant als sierboom. Hoogte 12 tot 15 meter. Samengesteld blad, met drie tot vijf blaadjes, lijkt op dat van de Esdoorn. De herfstkleur is heldergeel. Sikkelvormig gevleugelde vruchten.

6

5. Gele treurwilg (Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’) Bladeren smal met zijdeachtige haren aan beide kanten. Katjes in april-mei, ± 7 cm lang. Takken en scheuten in het vroege voorjaar goudkleurig.


6. Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Heptaloburn’) Heeft zevenlobbige (hepta = zeven) bladeren, diep ingesneden, groen in de zomer, prachtig rood in de herfst.

7. Reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’) Door het geel met groen gestreepte blad ziet deze cultivar er bont uit.

7


8. Rode beuk (Fagus sylvatica ‘Riversii’) Behoort tot de familie van de napjesdragers. Inheems in Europa. De Beuk wordt veel aangeplant voor houtproductie. Hoogte tot 30 meter, met een gladde, rechte stam. Levert hout dat niet splintert en daarom bij uitstek geschikt is voor speelgoed. Beukennootjes worden veel gegeten door vogels.

9. Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) Inheems in Midden- en Zuid-Europa. Aangeplant als beschuttende boom in straten en parken. Ook als erfbeplanting. De vruchten, met vleugels van 2,5 cm lengte, worden door de wind verspreid tot wel 250 meter van de stam.

8


11. Moerascypres (Taxodium distichum) Bladverliezende naaldboom, afkomstig uit Noord-Amerika. Dichtbij, of in het water staande, vormen ze ademwortels. Kan 45 meter hoog worden.

10. Noorse esdoorn (Acer platanoides) Vruchten met bijna horizontaal afstaande vleugels. De bladeren hebben fijngepunte lobben.

9


12. Reuzenzilverspar (Abies grandis) Inheems in het westen van Noord-Amerika. Kan daar wel 90 meter hoog worden. De platte naalden van ongelijke lengte staan in twee rijen. Ze zjin van boven donkergroen en hebben aan de onderzijde twee witte strepen.

13. Goud-es (Fraxinus excelsior ‘Aurea’) Takken en bladeren worden in de herfst heldergeel.

10


14. Ruwe berk (Betula pendula) Vanwege de sierlijk hangende vorm en de mooie, witte schors veel aangeplant in tuinen en parken. Berken komen in bijna heel Europa voor; de Zachte berk zelfs nog binnen de Poolcirkel.

15. Kaukasische zilverspar (Abies nordmanniana) Inheems in de Kaukasus en in de gebergten rond de Zwarte Zee (Noordoost Turkije). De naalden staan dicht opeen. Kegels 15 cm lang.

11


16. Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) Inheems in de Kaukasus en Noord-Iran. Schors diep ingesneden. Heldergroene bladeren, 25 tot 45 cm lang, veervormig samengesteld (als bij de Es). Noten met groene vleugels, hangen in trossen.

17. Japanse cypres of Sawara cypres (Chamaecyparis pisifera ‘Filifera’) De naam pisifera verwijst naar de zeer kleine, erwtvormige kegels. Lange, hangende, draadvormige twijgen.

12


18. Hulst (Ilex aquifolium) Groenblijvende boom, inheems in West-Azië en Europa. Kan vele eeuwen oud worden. Takken met bessen gebruikt als kerstversiering.

19. Treur-es (Fraxinus excelsior ‘Pendula’) Hangende takken. Bladeren en bloemen als bij de Gewone es.

13


14


15


20. Hibacipres (Thujopsis dolobrata) Afkomstig uit de vochtige bergbossen van Japan. Naalden groter dan bij de Thuja-soorten, donkergroen en glanzend van boven en met twee witte strepen aan de onderkant.

21. Zilverlinde (Tilia tomentosa) Bladeren donker en gerimpeld aan de bovenkant en grijs en donzig aan de onderkant.

16


22. Haagbeuk (Carpinus betulus) Behoort tot de Berkenfamilie, dus geen napjesdrager. Nootjes met drielobbige schutbladen hangen in trosjes aan de takken.

23. Treurberk (Betula pendula ‘Youngii’) Heeft dezelfde kenmerken als de Ruwe berk (nr. 14 op blz. 11.) maar heeft hangende takken. “pendula” betekent “hangend”.

17


24. Kastanje of Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) Inheems in Noord-Griekenland en AlbaniĂŤ. In de 16e eeuw naar Nederland gekomen en hier aangeplant als sierboom in parken, tuinen en langs straten. Kastanjes zijn voor mensen niet eetbaar!!

25. Zwarte els (Alnus glutinosa) Groeit op vochtige, moerassige grond en langs sloten en riviertjes.

18


19


26. Plataan (Platanus x hispanica) zie vorige pagina Herkenbaar aan het vlekkerige uiterlijk van de stam. Door de groei knapt de boom voortdurend uit zijn vel, waardoor stukken van de schors loslaten en de geelwitte bast zichtbaar wordt.

27. Tulpenboom (Liriodendron tulipifera) Liriodendron tulipifera is afkomstig uit oostelijk NoordAmerika waar de soort ook een belangrijke houtleverancier is. Zijn naam ontleent hij aan de vorm van zijn groenachtig gele bloemen, die op tulpen lijken.

20

28. Venijnboom of Taxus (Taxus baccata) Altijd groene, struikvormige boom met platte naalden. Kan wel duizend jaar oud worden. Bladeren en zaden zijn zeer giftig!! Van het harde, duurzame hout werden in de oudheid schietbogen gemaakt. In het Groninger museum is een taxusboog te zien, gevonden in de Veenhuizerstukken (omgeving Stadskanaal).


29. Westerse levensboom (Thuja occidentalis) Afkomstig uit het oosten van Amerika. Hier aangeplant als sierboom en voor heggen.

30. Steeliep of Fladderiep (Ulmus laevis) De steeliep is een inheemse boom. Deze boom is van de andere Europese iepen gemakkelijk te onderscheiden door zijn gesteelde bloemen en de gewimperde vruchtvleugels. Verder kenmerkend voor de steeliep zijn de, alleen aan de onderkant behaarde, bladeren die een extreem scheve bladvoet en een dubbel gezaagde bladrand hebben. De steel-iep komt vooral voor in rivier- en beekdalen. Hij stelt weinig eisen aan de vochttoestand van de bodem. Wel verlangt deze boom een relatief voedselrijke bodem.

21


31. Gewone zilverspar (Abies alba) Inheems in de Middeneuropese berggebieden, op hoogten van 800 tot 1.800 meter. Kan een hoogte bereiken van 45 meter en een stamomtrek van 5 meter. Aangeplant voor houtproductie. De naalden hebben witte strepen op de rugzijde.

22

32. Beukenhaag Wordt gevormd door de Gewone beuk (Fagus sylvatica). Deze zogenaamde berceau (foto blz. 15) is één van de weinige in het Noorden van ons land. Berceaus stammen uit de tijd dat het voor gegoede dames mode was er zo wit mogelijk uit te zien. Dit was om zich te onderscheiden van werkende mensen. Die hadden, doordat ze veel in de buitenlucht kwamen, een getaande huidskleur. In zo’n berceau kon men buiten wandelen en toch uit de zon blijven. Op enkele plaatsen zijn nog berceaus aanwezig, zoals in de Prinsentuin in de stad Groningen en op het landgoed De Braak in Paterswolde.


34. Alpenden of Arve (Pinus cembra) Inheems in de Alpen en de Karpaten op hoogten tot 3.000 meter en in Siberië. Naalden in bundels van vijf.

33. Blauwe atlasceder (Cedrus libani ‘Glauca’) Inheems in het Atlas-gebergte van Algerije en Marokko. De naalden zijn blauwgroen. Cilindervormige kegels met platte toppen, ongeveer 8 cm lang.

23


36. Coloradospar of Blauwspar (Picea pungens ‘Koster’) Oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika (Colorado, Utah en Nieuw-Mexico). Verschillende cultivars. De naalden van deze cultivar zijn zilverblauw.

35. Westerse hemlockspar (Tsuga heterophylia) De sierlijke, snelgroeiende conifeer komt voor aan de westkust van Noord-Amerika. De boom bereikt daar een hoogte van 80 m. In Europa kan hij tot 40 m hoog worden. De boom geeft de voorkeur aan kustgebieden met hoge luchtvochtigheid en vocht in de bodem.

24


25


37. Gewone spar of Fijnspar (Picea abies) De fijnspar is een conifeer uit Noord- en Centraal-Europa. Hij wordt veel aangeplant in tuinen en parken. Tevens wordt de fijnspar gebruikt als kerstboom. Een volwassen fijnspar kan tot 50 m hoog worden. Het hout dat gewonnen wordt uit de fijnspar is vuren. De oudste boom ter wereld is mogelijk een fijnspar in de Zweedse provincie Dalarna. De leeftijd van deze boom werd in 2008 geschat op 9555 jaar.

38. Hinokicypres (Chamaecyparis obtusa) De Hinokicypres is afkomstig uit Japan en is ook ge誰mporteerd in NoordAmerika. Het is een langzaam groeiende boom die 35 meter hoog kan worden. Het hout wordt in Japan gebruikt in de bouw. Er zijn veel houten tempels van deze houtsoort gemaakt.

26


40. Parasolden (Sciadopitys verticillata) Had v贸贸r de IJstijd een zeer groot verspreidingsgebied in Europa. Naalden kenmerkend, afgeplat, met twee witte banden aan de onderkant.

39. Japanse notenboom (Ginkgo biloba) Bladverliezende boom. De enige vertegenwoordiger van een plantentype, dat wijd verspreid was in prehistorische tijden. Bijzonder zijn de parallel lopende bladnerven. Bladeren waaiervormig, aan de top ingesneden.

27


Ginkgo biloba Gedicht von Johann Wolfgang von Goethe 15. September 1815 An Marianne von Willmar Dieses Baums Blatt, der von Osten meinem Garten anvertraut, gibt geheimen Sinn zu kosten, wie’s den Wissenden erbaut. Ist es ein lebendig Wesen, das sich in sich selbst getrennt, sind es zwei die sich erlesen, dass man sie als eines kennt? Solche Fragen zu erwidern fand ich wohl den rechten Sinn, fßhlst Du nicht an meinen Liedern, dass ich eins und doppelt bin?

FotograďŹ e en druk: Peter Russchen, Bedum


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.