Page 1

pijntheoretische benadering m.b.t. drukpuntmassage door Peter W.B.Oomens research on posturology

Inleiding In 1990 publiceerde ik in het Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (1) het artikel ‘podo-orthesiologie: een pijntheoretische benadering’ (NTIG, 1990, 6(39), 105/107). Deze behandelvorm is tegenwoordig algemeen bekend als podoposturale therapie. Toen al introduceerde ik het begrip neuromodulatie, doelende op de nietfarmacologische variant. Andere neuromodulerende technieken zijn: • • • • • • • • • •

Massage Shiatsu Acupressuur Vibratie Acupunctuur Needling Dwarse frictie Reflexzonetherapie Manuele therapie Tapen

Podoposturale therapie (houdingstherapie op podologische grondslag) op haar beurt kan worden beschouwd als een techniek binnen de posturologie, het wetenschappelijk denken t.a.v. houdingsbeïnvloedende technieken (http:www.drbody.nl). Met bovengenoemde behandelvormen deelt de podoposturale therapie als aangrijpingsorgaan: de huid. Podoposturale Therapie (voorheen podo-orthesiologie): •

Deze houdingstherapie is gebaseerd op het gegeven dat iedere verworven (chronische) houdingsafwijking zich vertaalt naar een bijbehorende, asymmetrische voetbelasting. De haarloze voetzool kent een veelheid aan receptoren (zenuweinden), met verschillende taken, maar daarnaast ook drukgevoelig. Deze laatste groep speelt een belangrijke rol bij het houdingsgevoel en de beïnvloeding van de houding.

1


Verklaring van de werking: Bij een op een (baro)podoscoop (lichtspiegel voor het bekijken van de voetzool) staande patiënt, brengt het onder de voetzool leggen van een elementje met een dikte van slechts 1 à 2 mm een onmiddellijke en zichtbare verandering van de voetdruk met zich mee: vaak subjectief merkbaar, verder meetbaar en reproduceerbaar. Mits specifiek geplaatst en bij een intact zenuwstelsel. Deze dunne elementjes worden op een eveneens dun zooltje geplakt, individueel, en links en rechts bijna altijd verschillend. Zolang op deze zooltjes wordt gestaan en gelopen, behouden deze hun werking. Deze methode wordt al sinds eind jaren zeventig van de vorige eeuw in Nederland beoefend. Niet alleen verandert de voetbelasting hierdoor, maar ook de hierbij behorende houding. Vaak reageren de pijnklachten hierop positief. Zelf heb ik ruim twintig jaar succesvol met deze behandelvorm gewerkt.

Mechanoreceptoren van de voet De oorspronkelijke verklaring betreffende de werking van de zooltjes kwam van dr. René Jacques Bourdiol (2), een Franse arts. Volgens hem zou de propriocepsis een centrale rol spelen. Voor een gedetailleerde uitleg verwijs ik naar zijn literatuur hierover. De propriocepsis speelt m.i. hierbij zeker een (belangrijke) rol, maar niet de centrale die Bourdiol stelt. Volgens Bourdiol prikkelen deze elementjes direct de intrafusale gamma-vezels, parallel liggend binnen de intrinsieke voetspieren. Dat zou dan moeten gebeuren door de dermis, de epidermis, het subcutane weefsel en de plantair gelegen aponeurose heen (bij elkaar soms 5 mm) (3). Dat is onrealistisch en wordt m.i. terecht door medici betwijfeld. De effecten blijken echter aantoonbaar, reden waarom ik in 1989 mijn hypothese heb gepubliceerd, de werking primair via de drukgevoelige huidreceptoren van de voetzool te verklaren (4). Exteroceptieve prikkeling dus! De propriocepsis ‘bereidt’ de weg, stelt als het ware de drempel in, de huiddrukprikkel bereikt het alfa-motorneuron in het ruggenmerg en ontlaadt zich vervolgens door de gevoeligheidsinstelling. Vervolgens past het gehele systeem zich weer razendsnel aan. Men spreekt dan ook van co-activatie van het alfagammasysteem (5). Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de intrinsieke voetspieren.. Ook hiervoor zij naar de literatuur verwezen (6). Pijn

2


Daarmee is echter nog niet de directe pijnbeïnvloeding vanuit de voetzool verklaard. Pijnprikkels worden doorgegeven via zogenaamde nociceptieve vezels aan het centrale zenuwstelsel (CZS). Deels middels A-delta (gemyeliniseerd: primaire pijn) en C-vezels (niet-gemyeliniseerd: secundaire pijn). Deze prikkels kunnen onderdrukt/geremd worden door dikke, niet nociceptieve A-alfa en A-beta vezels. Het is dan ook denkbaar dat segmentale prikkeling van de voetzool, bijvoorbeeld drukpunt massage, een remmende werking op de pijnprikkels heeft. Immers dikke A-beta vezels van bijvoorbeeld de Vater, Pacini en Merkel receptoren remmen dan de nociceptieve, segmentale input van de A-delta en C-vezels. Dit zou een mogelijke verklaring van reflexzone-achtige therapieën kunnen zijn!

Let op Het is absoluut ondenkbaar dat via segmentale beinvloeding het gehele lichaam rechtstreeks wordt bereikt! Vanuit de voet worden uitsluitend de segmenten L 4 t/m S 2 beïnvloed (dermatomen en myotomen). Daarnaast zijn er geen viscero-afferenten vanuit de onderste extremiteiten gevonden. Daar verder het orthosympatische zenuwstelsel (efferent) zijn oorsprong vindt in de nucleus intermediolaterales van de segmenten C 8 –Th 1 t/m L 2 is een beïnvloeding vanuit de voet eveneens niet denkbaar. Een sacrale reflexmatige parasympatische reactie daarentegen lijkt wel mogelijk Toeval of niet: blaascontrole lijkt als neveneffect vaak wel positief te reageren. Overige neuromodulatietechnieken Hierbij denk ik bij de voet met name aan: • • • • •

Mobilisatie (manuele therapie) van de voetbeentjes en voetgewrichten; Shiatsu massage; Reflexzonetherapie (onder voorwaarden); Tapen; Acupressuur.

Vanaf de enkel kunnen ook de overige in de inleiding genoemde segmentale behandelingen worden ingezet. Belangrijk hierbij is het lokaliseren van de juiste zogenaamde triggerpoints. Vanaf een schema lezen is één ding, het via ervaring lokaliseren vraagt veel oefening.

3


Het mediale geleng vormt een verende constructie tijdens het (hard)lopen. Het ‘opvullen’, c.q. steunen van dit geleng verhindert juist deze vering . . .

Tot slot: Massage, mits deskundig uitgevoerd, wordt vaak als weldadig beoordeeld. Dat geldt zeker ook voor voetmassage. Bij wat er dan precies gebeurt, staan we niet altijd stil. Zeker, je merkt het warm en roder worden, vaatverwijding dus, het bindweefsel dat wat soepeler aanvoelt, maar dat er mogelijk andere reacties zijn, juist op plaatsen die niet gemasseerd worden, is minder bekend. Deze reacties worden m.i. segmentaal bepaald. Helaas zijn er nog altijd gezondheidswerkers die hier ‘niet in geloven en/of er zich tegen afzetten’. Net zo goed als zij die menen dat de voet gesteund moet worden. De voet is een dynamische, veerkrachtige structuur, die ‘begrepen dient te worden! Steunen van een dergelijke structuur is wat mij betreft een laatste optie. Wijk bij Duurstede Februari 2013 Peter W.B. Oomens research on posturology Villa d'Este Vesta 15 3962 LP Wijk bij Duurstede Netherlands tel: +31 343 442563 mob: +31 6 41995554 peteroomens@xs4all.nl peter@oomens.net http://www.drbody.nl

4


Literatuur: 1. Podo-orthesiologie: een pijntheoretische benadering. Door Peter W.B.Oomens. Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde, 6(39), 1990, 105/107 2. Pied et Statique. R.J.Bourdiol. Maisonneuve - Paris, 1980, ISBN 2-7160-0072-7 3. De huid als aangrijpingspunt. H.Bour. Stafleu, Alphen aan de Rijn, hoofdstuk 4, 1985 4. Segmentale facilitatie. P.W.B.Oomens. Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde, mei 1989, 443-447 5. Prochazka, A., Hulliger, M., Zangger, P., Appenteng, K.: Fusimotor Set: New evidence for alfa-independent control of gamma-motoneurones during *o'u"rn"rlt in the awake cat. Brain Research1, 985,3 39,1 36-140 6. Evaluation and Retraining of the Intrinsic Foot Muscles for Pain Syndromes Related to Abnormal Control of Pronation Bahram Jam, Mphty (Manip), BScPT, FCAMT 7. Website: http://www.drbody.nl

5

pijntheoretische benadering m.b.t. drukpuntmassage  

wat zijn de effecten van drukpuntmassage op met name de voetzool

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you