Page 1

Reineringen Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Du

ivenstraat 22

Verschijnt driemaal per jaar • Jaargang 1, nummer 2 (september 2010)

✎ Voorwoord Bedankt

Wat moesten we verwachten? We hadden geen enkel idee. Nog eens een tijdschrift. Misschien wel verdwaald tussen de andere post en reclamefolders. En dan nog eens zo’n vreemde naam. Jullie respons heeft echter onze stoutste verwachtingen overtroffen. Meer dan 200 mensen uit Kontich en Waarloos hebben zich spontaan geabonneerd op ons nieuw tijdschrift. En we zijn daar echt blij om. Het zou natuurlijk beter kunnen. Stel dat iedereen nog een extralid aanbrengt. Dat zou ons absoluut meer ademruimte en armslag geven, want zoals iedereen wel weet, koken kost geld. Het is in ieder geval belangrijk om op het ingeslagen pad verder te gaan en via kwalitatieve bijdragen een vast lezerspubliek in ons dorp te kunnen opbouwen. Daar kunnen we samen aan werken. Inderdaad samen, want Reineringen staat vanzelfsprekend ook open voor bijdragen van jou. Vind je zelf schrijven toch een stap te ver, aarzel dan niet om ons suggesties te doen om dit tijdschrift beter te maken en om zoveel mogelijk mensen te kunnen bereiken. Natuurlijk is dit niet het enige kanaal dat nieuws brengt over het reilen en zeilen van onze heemkundige kring. Het loont ook de moeite om onze bijdragen te lezen in het Informatieblad van de gemeente Kontich of in Kontich-Waarloos hier en nu. Heb je er eentje gemist, bezoek dan gewoon eens onze website en daar vind je alle verhalen terug: www.museumkontich.be. Ondertussen staat de tijd niet stil. Dat betekent dat we enkele belangrijke evenementen achter de rug hebben. In juni bracht Ward Adriaens, conservator van het Joods Museum van Deportatie en Verzet in de Mechelse Dossinkazerne, een uiterst gewaardeerde lezing over netwerking in de tweede wereldoorlog. En op de tentoonstelling in het Nederlandse Goes excelleerden

onze merklappen als nooit tevoren. De interesse voor die waardevolle stukjes stof kent in Nederland zijn gelijk niet. Het enthousiasme was dan ook massaal met meer dan 12.000 bezoekers. Kontich goes international, het gebeurt niet elke dag op zo’n grote schaal. En ondertussen wordt het najaar ook erg druk. Om te beginnen is er natuurlijk de Open Monumentendag. Ook al is er al enkele jaren wat sleet op de formule (de lijst met monumenten is nu eenmaal niet onuitputtelijk), toch proberen we elk jaar om op een zinnige manier aan het project deel te nemen. Dit jaar staat in ieder geval het oud-gemeentehuis van Kontich in de kijker. Het gebouw bestaat 150 jaar, heeft eventjes het gevaar gelopen om te verdwijnen, maar is nu een ijkpunt in het dorp. Trouwen in de raadzaal is niet enkel kiezen voor elkaar maar ook kiezen voor een historisch kader. De juiste combinatie dus. We hopen dat we je verder in dit nummer genoeg interessante artikels kunnen aanbieden om je heemkundige, volksculturele of historische nieuwsgierigheid aan te scherpen en om nu reeds reikhalzend uit te kijken naar het volgende nummer dat tegen Kerstmis moet verschijnen. Met de publicatie van Reineringen willen we bewijzen dat onze heemkundige informatie niet enkel over het verleden gaat, maar dat net het verleden ons stof biedt om na te denken over het heden en de toekomst. We danken jou in ieder geval voor de steun en de kansen die je ons hebt geboden. De redactie Frank Hellemans, Paul Catteeuw en Paul Wyckmans


INHOUDSTAFEL: Pagina 1: Bedankt Pagina 2: 1940: per fiets op zoek naar ons regiment Pagina 4: Partizanen tussen Mechelen en Leuven tijdens WO II Pagina 5: 75 jaar Prins Boudewijnlaan in Kontich Pagina 8: Vol chloor - Schoensmeer als cadeau Pagina 11: Waddisdaffeuriet? Van Herten die geen herten zijn en Schutters die geen schutters zijn Pagina 13: Al gezocht op het internet naar onze kring en zijn museum? Pagina 14: Agenda

1940: per fiets op zoek naar ons regiment Dit is het tweede deel van de herinneringen aan de mobilisatie, opgetekend door Joseph Coveliers, toenmalig gemeentesecretaris. Op donderdag 16 mei 1940 was hij ’s avonds laat nog met de fiets vertrokken, samen met Jos Sermeus, gemeenteontvanger, Frans Van Elshocht, politiecommissaris, Joris Sansen, later notaris, en Louis Van Put. Zij werden opgeroepen om “hun eenheid te vervoegen”, maar waren niet bepaald gehaast. Via Steenhuffel, Velzeke-Ruddershoven, Meulebeke en Bikschote waren zij in Koksijde aangekomen, waar zij voor de vijfde en de zesde nacht onderdak hadden gevonden. De tekst van het originele typoscript van 1983 werd licht aangepast aan de hedendaagse normen.

De Panne – Vooroorlogs vakantieplezier

werd gevonden, deels bij de ouders van een zekere Gerard, die op de belastingen te Kontich gewerkt heeft. Daar sliepen Frans Van Elshocht en ik. De twee anderen sliepen bij de familie Van Pollaert, in de leegstaande villa van een veearts. Daar waren nog andere personen geïnstalleerd, meer bepaald enkele (?) van Brussel, een Woensdag 22 mei zekere beenhouwer Van Pollaert uit Brasschaat en een De volgende dag in de voormiddag gingen we dochter van Gregoor Braeckmans met haar kindje. Het andermaal naar de grens te Adinkerke. De grens was logeren ging opperbest. In Oostvleteren ontmoetten we weerom gesloten en deze maal voor onbepaalde tijd. We ook nog een bediende van de post van Kontich. kregen de raad om ons te begeven naar de gendarmerie in De Panne. Dat deden we en we werden van daaruit Donderdag 23 mei De volgende dag zouden we dan naar Poperinge gaan. gedirigeerd naar Poperinge. We besloten onze fietsen te laten staan bij de mensen In de namiddag zouden we de tocht aanvatten. Gezien van Oostvleteren in de leegstaande villa met het oog ze echter de toestand van mijn knie en de krachtinspanning te behouden voor later. We marcheerden dus te voet naar die de makkers zich om beurt moesten getroosten om Poperinge en op de middag waren we daar. Op de Grote me (met een koord) vooruit te trekken, raakten we tot Markt werd ons evenwel door een officier duidelijk de gemeente Oostvleteren. gemaakt dat al de niet-geüniformeerde militairen zich Daar hadden we geluk. Louis Van Put, die even naar Oostende moesten begeven. Wij gingen dus maar achtergebleven was, ontmoette een zekere Jef Van Neste te voet terug de baan op naar Oostvleteren. Onderweg (als ik me goed herinner), die beweerde logement voor hielden we een militaire camion tegen maar we konden ons vier in Oostvleteren te zullen vinden. Dit logement er slechts een paar kilometer verder mee geraken. Tot overmaat van tegenslag begon het nog te regenen zodat 2 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


we moesten gaan schuilen in een schuur. Zo kwamen we eindelijk te Oostvleteren toe en overnachtten er bij dezelfde mensen als de voorgaande dag.

Vrijdag 24 mei

’s Anderendaags vertrokken we dan maar met verse moed naar Oostende, over Veurne waar we voor de derde maal passeerden. Op de Grote Plaats ontmoetten we Bertje Van Reeth van Kontich. Verder ging de tocht over Schore, Slijpe, Sint-Pieters-Kapelle waar we middagmaalden, Leffinge en dan Oostende, waar we arriveerden rond 16 uur. We waren pas Oostende binnen langs de Torhoutsesteenweg, of er vlogen verscheidene vliegtuigen boven ons hoofd. We zagen al de mensen binnenvluchten en liepen metterhaast ook een winkel in. We waren juist op tijd want een paar ogenblikken nadien vielen de bommen naar beneden. Op een paar plaatsen ontstond brand. Een van deze branden nam zelfs zodanig geweldige uitbreiding dat het zelfs tot de volgende dag duurde vooraleer hij gedoofd was. Nu, aan blussen viel omzeggens niet te denken.

Royal Palace Hotel, Oostende – Ooit mondain, sinds de oorlog verwaarloosd en nu klaar voor de sloop …

we tegengekomen waren (twee politieagenten van Antwerpen en de gemeentesecretaris van Stekene) ons zegden dat ze door de gendarmerie naar de gemeente Stavele verwezen werden. Op de gendarmerie zegde men ons evenwel dat we ons moesten gaan melden in het Palace Hotel en dat we daar onze bestemming zouden krijgen. Wij dan naar het Royal Palace Hotel, dat in zijn bloeitijd een heel schoon hotel was, doch dat naar het schijnt sinds jaren gesloten was, wegens de onmogelijkheid waarin de directie zich moet hebben bevonden om het onderhoud ervan te verzekeren. In het midden van het onmetelijke gebouw bevond zich een wonderschone balzaal die er echter reeds fel gehavend begon uit te zien. We vroegen dan aan de officier wat er ons te doen stond. Die zei dat we ons moesten laten inschrijven bij een in vorming zijnd bataljon, doch dat het ons toegelaten was wegens het gevaar van luchtbombardementen de nacht door te brengen buiten het hotel. Wij dan maar terug naar buiten. We zouden echter een ander logement opzoeken.

Wij gingen onze fietsen na het bombardement binnen in een winkel plaatsen en liepen met de eigenares, die ons een sleutel ter hand stelde, naar de dichtst bijgelegen schuilplaats. Het bombardement was evenwel voorbij en wij hadden absoluut geen goesting om ons te laten beschieten in het zeer blootgestelde Palace Hotel, waar al de jongens tussen 16 en 35 jaar bijeenverzameld werden. We zouden dan maar ergens anders logement zoeken, te meer daar het al bijna 19 uur geworden was. We vonden dit logement in een herberg-restaurant in Ostende Extensions (richting Mariakerke), waar we voor 5 frank de man per nacht konden logeren. ’s Avonds hadden we voor ons drieën (Jos, Louis en ik) een doos pilchards gekocht, die ons opperbest smaakte. Daarna gingen we naar het strand om de zon te zien ondergaan, wat een heel mooi schouwspel was. Ongelukkig had ik Ondertussen had Louis Van Put zich kunnen een verkoudheid opgedaan in het hoofd die echter later binnenloodsen in het appartement van zijn schoonzuster. op de borst zakte. Wij vonden onderkomen op de grens tussen Oostende en Mariakerke, boven een kruidenierswinkel waar in Zondag 26 mei het seizoen appartementen verhuurd werden. Bij onze ’s Zondags gingen we naar de halfachtmis en nadien kamers was zelfs een klein keukentje bij, wat heel naar de plaatscommandant in de Koninklijke straat leuk was vermits we er de volgende morgen konden in (Koningsstraat? red.). Het duurde natuurlijk een hele ontbijten. wijl eer we die straat vonden. We vroegen er om inlichtingen en men verwees ons andermaal naar het Volgende keer het laatste deel met een verrassende Palace Hotel. Vruchteloos zochten we ook naar de ontknoping… Mocht u ook in het bezit zijn van een familie Van Frausem teneinde eventueel daar onze gelijkaardige tekst die waard is om gepubliceerd te fietsen achter te laten tot na de oorlog. ’s Middags worden, laat het ons weten! dineerden we voor 10 frank in ons logementshuis. ’s Namiddags gingen we nog eens op informatie naar de gendarmerie in Oostende, aangezien drie man die Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 3


Partizanen tussen Mechelen en Leuven tijdens WO II Ward Adriaens, historicus en conservator van het Joods Museum van Deportatie en Verzet te Mechelen (Dossinkazerne) heeft zich gespecialiseerd in de partizanenbeweging. Hij gaf op vrijdag 11 juni 2010 een druk bijgewoonde lezing hierover voor onze kring in de cafetaria van Cultuurpunt Sint-Jan. Als bevoorrecht getuige van de vele mensen die hem hun verhaal kwamen doen, gidste hij ons onvermoeibaar, systematisch en anekdotisch flink gestoffeerd doorheen deze weerstandsbeweging die in de driehoek LeuvenAarschot-Mechelen tijdens WO II, te midden van verschillende andere actieve verzetsgroeperingen, weerwerk bood aan de Duitse bezetter en zijn adepten van het Vlaams nationalisme en de Nieuwe Orde uit de regio en ver daarbuiten. Drie elementen kwamen vlijmscherp uit zijn voordracht te voorschijn:

aanhang keerden. In deze organisaties verenigden zich boeren, werkmannen, staatsbedienden, winkeliers, dagloners, aannemers, industriëlen en renteniers, over de grenzen van geloof en politieke overtuiging heen: katholiek en vrijzinnige aan de zijde van communist en politiek dakloze. Ze hadden slechts één gezamenlijk devies: het verslaan en verdrijven van de Duitse vijand samen met het uitschakelen van zijn gehate en binnenlandse handlangers.

3. Partizanen in actie

Vertakkingen, onderafdelingen en lokale cellen werden gevormd door slechts enkele mensen (5 à 10). Uit voorzichtigheid. Detachementen werden opgezet in Boortmeerbeek, Kampenhout, Hofstade, Muizen en Putte, ondersteund door tientallen helpers. Zo waren ze perfect op de hoogte van troepenbewegingen, plaatsing van luchtafweer en verlichting, inhoud van treinstellen en tijdstabellen, doortocht op het kanaal MechelenLeuven e.a., ingelicht als ze waren door bevoorrechte antennes op het gemeentehuis van Boortmeerbeek, sluismeesters, seingevers, spoorwegwerkmannen, machinisten, … Sabotage en terreur werden natuurlijk beantwoord met gijzelneming, razzia’s, controle, gevangenneming, foltering, deportatie en fusillering.

Ward Adriaens

Op www.museumkontich.be bij lezingen kan u hierover meer gedetailleerde informatie vinden. Ward Adriaens 1. Waarom weerstand in deze regio? De regio Leuven-Aarschot-Mechelen werd tijdens de schreef er een boek over: ”Partizaan Storms”, Eerste Wereldoorlog geconfronteerd met het brutale en verkrijgbaar bij de auteur zelf. U kan het inkijken in het moorddadige optreden van de Duitse invaller. Belgisch Documentatiecentrum van de Kon. Kring voor patriottisme na de wapenstilstand bij grote delen Heemkunde, Duivenstraat 22, Kontich, elke van de bevolking, de ontnuchtering bij het aanhoren maandagavond tussen 20.00 en 22.00 uur. van de verhalen verteld door zonen en echtgenoten teruggekeerd uit het slijk van de IJzer en de Vlaamse Paul Wyckmans afkeer voor Nederlandsonkundige legerleiders bepalen de politieke tegenstellingen tijdens het interbellum, samen met een voortschrijdende verarming van de bevolking die lijdt onder een economische crisis. Velen vluchten dan ook in 1940 maar worden snel ingehaald door het Duitse leger. Ze kunnen niet anders dan getraumatiseerd terugkeren naar geplunderde huizen, krijgsgevangen militairen in de familie, de eerste antisemitische maatregelen van de bezetter, postjes grabbelende Vlaams-nationalistische sympathisanten en verplichte tewerkstelling in Duitsland.

2. Wie ging in het verzet?

Snel organiseerden zich heterogene groeperingen die zich al of niet gewapend tegen de bezetter en zijn 4 • Reineringen 2

Boortmeerbeek, Transport XX

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


75 jaar Prins Boudewijnlaan in Kontich

Prins Boudewijnlaan, kerk Elsdonk

Als kind fietste ik al met vader langs de Prins Boudewijnlaan naar een grootoom. Hij was boer in Edegem en we haalden er melk. Na onze ‘plechtige communie’ gebruikten we deze snelle verbinding met Antwerpen als een racebaan om binnen het halfuur naar ons college op de Antwerpse Meir te ‘vliegen’. Toch is deze brede verbinding met Antwerpen eerder recent in de geschiedenis van Kontich. Door de industriële revolutie vanaf 1800 trokken mensen vanuit de landbouwgebieden rond Antwerpen naar de stedelijke industrie en de haven. En zo ontstond er op het einde van de negentiende eeuw een ware zoektocht naar betaalbare volkswoningen in de zuidrand van de stad. Tezelfdertijd zochten gegoede burgers het groen op om ruimer en rustiger te leven en zo de stedelijke walm van houtkachels in de winter en de stank van paarden in de zomer te ontvluchten.

In de loop van de volgende decennia slaagde de firma Extensa erin om verschillende andere bouw- en vastgoedmaatschappijen, intussen opgericht met hetzelfde doel, te annexeren of ermee te fuseren. Op die manier kreeg de stad Antwerpen de gelegenheid tot aankoop van een aantal gebieden zowel voor parkuitbreiding (Den Brand, Nachtegalenpark, Middelheim, …) als voor de aanleg van grote lanen, zoals de Middelheimlaan, de Groenenborgerlaan, … en de daarbij horende verkavelingen voor prestigieuze bouwprojecten. Nog voor de Eerste Wereldoorlog trok men een verbinding van de Mechelse Poort (Grote Steenweg Berchem) tot aan Berchem-kerkhof. De Prins Boudewijnlaan lag er nog niet. Door al deze verkavelingen vanuit Antwerpen richting Wilrijk bereikte men zeer snel de Krijgsbaan en verder Edegem. Het domein van het Kasteel Elsdonck werd zo in villapercelen voor welstellende Antwerpenaren verkaveld. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam tussen Krijgsbaan en Fort 5 een nieuwe sociale woonwijk ‘Garden City’ met verschillende winkels en later ook een kerk. Helaas hadden deze bewoners geen rechtstreekse verbinding met Edegem, tenzij via Oude-God.

Wanneer in het begin van de 20e eeuw het schietveld rond de Antwerpse forten gedeeltelijk mocht worden bebouwd, kwamen de kasteelheren in de verleiding om delen van hun domein te verkavelen. Zo ontstond in 1910 de n.v. Extensa met de Kontichse familie dela Faille in de bestuurraad. Toeval of niet, rond diezelfde periode werd er ook een officiële commissie opgericht die advies moest uitbrengen over de uitbreiding en de ruimtelijke ordening ten zuiden van de stad. Prins Boudewijnlaan, inhuldiging (1933)

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 5


aansluiten op de N1, ter hoogte van de spoorwegbrug van de Grote Steenweg. De aanleg werd goedgekeurd, maar de belofte werd nooit ingelost.

Prins Boudewijnlaan, hoeve Huygelen

Einde 1926 kregen de burgemeesters van Berchem, Wilrijk, Edegem en Kontich een uitnodiging van de al vernoemde officiële studiecommissie tot inrichten van de Antwerpsche agglomeratie voor het bijwonen van een vergadering ten huize “Extensa”. Ingenieur August Mennens had de opdracht gekregen om een baan te ontwerpen van Berchem-kerkhof tot in Kontich aan de Molenstraat. Alleen onze Kontichse burgemeester De Coninck lag dwars. Hij voorzag ernstige verkeerscongestie voor de Molenstraat en het centrum. Niets nieuws onder de zon dus. Toch werd hij over de streep getrokken met de belofte dat deze baan zou worden doorgetrokken en ten zuiden van Kontich

Uiteraard diende deze prestigieuze weg met voor elke rijrichting twee baanvakken en een dubbele bomenrij met fietspad in het midden om de gronden van Extensa te kunnen verkavelen maar… alle kosten voor de aanleg, die door de gemeenten niet bij de overheid invorderbaar waren, werden door Extensa gedragen. Men zou voor minder toehappen. Toch duurde het nog tot na de Tweede Wereldoorlog vooraleer de nationale overheid de beheerskosten op zich nam. Tot dan voorwaar een zware financiële dobber voor de gemeenten Edegem en Kontich. De Prins Boudewijnlaan loopt over een afstand van 900 meter vanaf de Edegemse Beek op Kontichs grondgebied. Ze was nog niet helemaal afgewerkt toen ze op 17 juli 1933 toch al plechtig werd ingehuldigd. De pers van toen vermeldt dat alle genodigden plaatsnamen op een tribune die langsheen de Prins Boudewijnlaan was opgesteld. Ze keken er naar een wielerwedstrijd voor beroepsrenners. De koers was gefinancierd door de bestuurraden van de belanghebbende maatschappijen en kreeg de medewerking van de sportminnende kringen van Kontich. Er waren 82 vertrekkers.

Prins Boudewijnlaan, hoeve Huygelen

6 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


De Koninklijke Harmonie “Sint-Cecilia” en “Vrede en Vermaak” zorgden voor de muzikale animatie. Vervolgens had op het Groeningenhof een ontvangst plaats en ’s avonds had in de feestzaal van de dierentuin ‘Le Paôn Royal’ op het Astridplein nog een luisterrijk banket plaats, als afsluiter van die historische en betekenisvolle dag. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de ‘prinselijke’ laan in Kontich door het Engelse leger gebruikt als garage, atelier en testbaan voor tanks waarbij af en toe een schot (per abuis?) werd gelost, niet altijd zonder levensgevaar. Moeder, met mijn pasgeboren oudste broertje in de armen, was gelukkig niet al te groot toen in april 1945 een mitrailleurkogel zich, boven hun hoofden, door een slaapkamerruit van het ouderlijke huis in de Transvaalstraat boorde. ‘Her Majesty’s Army’ betaalde later, gelukkig voor Kontich, de heraanleg waarbij de oorspronkelijke kasseien werden vervangen door beton. Het enige fietspad tussen de bomen werd naar de rechterzijde van de weg verlegd. De dubbele rij linden in het midden bleef behouden. Wie herinnert zich niet het idyllische beeld van dorpelingen die met trap- en andere ladders in de eerste week van juli (net voor de kermis) lindebloesems kwamen plukken en zich zo, na het drogen ervan, voorzagen van een gratis jaarvoorraad lindethee. In 1970 kort na het verdwijnen van de spoorlijn langsheen de Krijgsbaan verdween ook de spoorwegbrug in Mortsel. De zo lang verwachte doortrekking aan de Molenstraat te Kontich kwam er dan toch, zij het slechts gedeeltelijk tussen 1969 en 1972. De Prins Boudewijnlaan werd doorgetrokken als snel(le)weg, tot aan een volgende stop op de fles, het oude treinstation van Reet, wat daar en verder door dan weer in de volgende decennia voor verhitte discussies leidde over een mogelijke aansluiting met de A12 in Boom. Voorbij de kerk van Sint-Rita sloot deze expresweg aan op het op- en afrittencomplex van de E10 (nu E19).

Prins Boudewijnlaan, bevrijding

brede fietspaden en voetpaden maken er inderdaad een ‘koninklijke laan’ van, ook voor snelfietsers. Paul Wyckmans (Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de ‘Geschiedenis van de Prins Boudewijnlaan’ van André Van Elshocht, ‘De Gazet van Kontich’ van 15 juli 1983 en ‘De Geschiedenis van Kontich’ van Robert Van Passen.)

De verkeerscongestie te Kontich, de stop op de flessenhals van Molenstraat en Mechelsesteenweg, waaraan burgemeester F.J. de Coninck al in 1926 refereerde, blijft dus bestaan en zelfs jaarlijks aangroeien. Nog steeds is er geen directe verbinding tussen de Prins Boudewijnlaan en de N1 Antwerpen– Brussel. Vandaag ligt de Prins Boudewijnlaan er netjes bij, resultaat van de laatste vernieuwingswerken in 20012002. Toen werd het betonnen wegdek stukgeslagen en gebruikt als bedding voor zacht rijdend asfalt. Nieuwe Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 7


Vol Chloor In de rubriek Vol chloor belicht Paul Wolff vanaf dit nummer een onderwerp uit de volksculturele wereld op een manier die net iets anders is dan het stijf wetenschappelijke. Soms badinerend, soms ernstig, maar altijd met de voeten op de grond. Zou folklore inderdaad vol chloor zitten? Of is er iets anders aan de hand? Aan de lezer om te oordelen. En te reageren.

Schoensmeer als cadeau Stel je eens even voor. Je bent een frivsse bruid en je stormt dolgelukkig aan de arm van je nieuwe, want nog altijd teerbeminde echtgenoot de kerk uit. De laatste tonen van de bruidsmars galmen nog na en je wandelt op rozen. Stroppende acolieten hebben je zojuist vijf euro lichter gemaakt omdat je nergens in je trouwkleed een zak hebt voor muntstukken. Aan het portaal krijg je dan minstens 5 kilo ongepelde - dus veel gezondere - rijst over je euforisch bruidshoofdje heen. En je wordt - ondanks de zon verblind door het geflits van een leger fototoestellen, zo erg dat zelfs de laatste winnaar van de Ronde van Frankrijk er jaloers op zou worden. Voor je in de glimmende oldtimer stapt, geef je nog snel de vrijheid aan het obligate koppel witte duiven om tegen de dichtstbijzijnde hoogspanningskabels aan te knallen. Kortom, het is een perfecte trouwdag. En, oh ja, stroppen gebeurt eigenlijk allang niet meer. Het oude gebruik van enkele misdienaars die je met een lint bij het buitengaan tegenhouden om toch maar een kleverige cent te krijgen. Wie kan zich dat nog herinneren? Stel je dat echter allemaal eens even voor. En stel je dan ook voor dat plots uit de nietsvermoedende massa een 73-jarige grijsaard opduikt en voor jou op zijn knieën gaat zitten en plots je - overigens splinternieuwe - lakschoentjes (maat 37) begint te poetsen. De grijsaard waarvan sprake is helemaal geen vreemde maar de wekelijkse biljartgabber van je vader in De Fortuin. Je hebt overigens in je vroegste jeugdjaren nog bij hem op de schoot gezeten. En nu zit die man daar op zijn knieën voor jou en opent zijn doosje Ça-va-seul. Wat zou jij doen? Het is een vriendin van mij ergens in een klein, niet eens zo verafgelegen Kempisch dorpje overkomen. En zij wist gewoon niet wat ze moest doen. Ze bleef als aan de grond genageld. Wat overigens de ideale positie is om je schoenen te laten poetsen. Ze kon zelfs geen woord uitbrengen toen de Ça-va-seul door middel van een borstel met echt varkenshaar - maar verder wel totaal ongewild - op haar maagdelijk wit bruidskleedje terechtkwam. Bovendien was het smeer blauw en haar lakschoentjes zalm (maar dan van een Canadese variëteit). De meeste omstanders waren evenzeer verbijsterd. Alleen demente bejaarden, gepatenteerde dorpsgekken of schoolmeesters met pensioen halen zo’n belachelijke toeren uit. Maar onze grijsaard stond bekend als een aardige man die in geen van deze drie categorieën thuishoorde. Hij was zelfs geen schoenlapper 8 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


geweest. Nee, de man was in zijn actieve leven gewoon melkboer geweest. Een aantal mensen vonden de scène beledigend, maar ondertussen kreeg onze vliegende melkbrigade - na de eerste verrassing - toch wel wat lachers op zijn hand. Want zeg nu zelf, zo’n tafereel zie je toch niet elke dag. En het bleef tenslotte een huwelijksfeest. En zoiets hou je best gezellig. Ook ons bruidje toverde haar mooiste glimlach op haar engelachtig gezichtje. Voor zoiets kun je toch niet boos worden. Alleen, wat had dit allemaal te betekenen? Schoenen poetsen, allemaal goed en wel, maar hier moest toch iets achter steken. De vader van mijn vriendin fluisterde zijn nieuwe schoonzoon iets in het oor. En die knikte. Alhoewel onbegrip uit zijn trouwe - want pasgetrouwde - ogen bleek. Onze grijsaard blonk de lakschoenen van de bruid en meteen ook een groot deel van haar ragfijne panty’s op zodat ze nog meer glommen als ervoor. Daarna richtte hij zich op en probeerde een hoofse buiging, wat voor een ex-melkboer geen vanzelfsprekende zaak is. En toen stopte de bruidegom hem een briefje van tien euro toe. En dat maakte de verwarring bij de omstanders pas compleet. Waarom geef je geld aan een – nota bene steenrijke - melkventer op rust die op een huwelijksfeest zijn dwaze fratsen - in plaats van yoghurt - komt verkopen. Hier klopt toch iets niet. En alhoewel de brave man bij ontvangst van zijn fooi verdween, bleef het voorval toch het gespreksonderwerp van de dag. Hier zou ik kunnen ophouden met dit merkwaardige verhaal. Maar net zoals de genodigden op het huwelijksfeest zouden er ook enkele lezers op hun honger blijven zitten. Ik durf er zelfs een volle pint in De Wipschutter op verwedden dat minstens drie vierde van het lezerskorps eigenlijk ook niet weet waarover het gaat. En als ik een heel klein beetje eerlijk wil zijn dan moet ik toegeven dat ook ik last had met het verhaal. Ik weet wel waar Abraham zijn mosterd haalt, maar ik wist niet waar de melkventer zijn Ça-va-seul had gehaald. Mijn reactie was daarom ook even eenvoudig als onthutsend. Op een trouwfeest - trouwens ook elders - ga je niet aan andermans schoenen prutsen. Dat zijn toch geen manieren. En dus ging ik op zoek naar een uitleg. Want er moest een verklaring zijn. En eigenlijk is die vrij eenvoudig. Het gaat hier om een aloud volksgebruik dat in de Kempen en wijde omstreken in zwang was. Dus, misschien ook wel in Kontich en Waarloos. Vroeger deed men dit voor een beetje armengeld. Al kan ik moeilijk geloven dat Ça-va-seul toen al in zwang was. Maar kom, dat is een detail. Het is dus zoals met zoveel gebruiken. Wat origineel en volkseigen is, gooien we rustig overboord. Vreemde gebruiken halen we echter met graagte binnen. Het lijkt wel de omgekeerde wereld. Je struikelt tegenwoordig over de ooievaars die je vanuit de Vlaamse voortuintjes staan aan te gapen met een stuk linnen in hun snavel. En dat terwijl 99,9% van alle baby’s allang voor Pampers heeft gekozen. De bloemkolen zijn jaren geleden reeds terug richting groenteveiling van St.-KatelijneWaver vertrokken. Of in het beste geval naar Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 9


een receptie op een dienblad naast een dipsausje ter gelegenheid van een nieuwe wereldburger. En wat gebeurt er dan wanneer zo’n oud gebruik nog eens opduikt? Dan kijken wij wereldvreemd toe en vragen ons af wat er aan de hand is. En we zijn eventueel bereid om die personen met afwijkend gedrag te laten colloqueren. Het kan ook omgekeerd. Dat men ons laat geloven dat zogenaamde gebruiken in stand worden gehouden, zonder dat we daar controle op hebben of het inderdaad wel zo is. In heel wat Griekse restaurants bijvoorbeeld gaan rond tien uur de lichten uit, wordt sirtaki gedanst en gooit men borden kapot op de grond. Daarbij wil men ons laten geloven dat dit een eeuwenoude traditie is die op elk Grieks huwelijksfeest wordt gedaan om als het ware geluk voor het bruidspaar af te smeken. Maar hier is iets grondig fout. Ten eerste, zo goed als nergens wordt dit gebruik in Griekenland nog toegepast. Of het zou in een bergdorp moeten zijn dat nauwelijks in contact is geweest met de moderne samenleving. En ten tweede, de sirtaki is helemaal geen volksdans die in eeuwenlange tradities is geworteld. De sirtaki is een kunstdans die gemaakt werd – op muziek van Mikis Theodorakis – voor de film Zorba, de Griek in 1964. Het oervoorbeeld van een Griekse dans voor alle buitenlanders is dus een mooie creatie van de choreograaf Giorgos Provas. Of hoe we met plezier om de tuin worden geleid bij het verorberen van souvlaki en feta. Wij, mensen van de 21e eeuw, houden van invented traditions. En van bizarre gewoontes die we dan maar als normaal inschatten. Geloof je me niet? Bestudeer dan meer eens de naamgeving hier te lande. We worden met de meest vreemdsoortige namen om de oren gekletst. Van Sean over Bjørn naar Zion Noah of Kenji. Durf je echter je eigen kind een origineel Vlaamse naam geven, dan zijn er mensen die vragen waar je het in godsnaam vandaan haalt. Noem je dochter maar eens Adelheid of je zoon Hildebrand. Alleen dromers doen zoiets. Waarom zover zoeken als je je dochter gewoon Wendy kunt noemen. Een vreemde wereld toch. Moraal van het verhaal. Als je mij ooit met Ça-va-seul en borstel aan het portaal van een kerk betrapt, weet dan dat ik vecht tegen de onwetendheid. En wees mild. Want van schoensmeer alleen kan een mens niet leven. Paul Wolff

10 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Waddisdaffeuriet? “Wat is dat voor iets?” vragen vele bezoekers zich af wanneer ze ons museum bezoeken en geconfronteerd worden met sommige voorwerpen. Hier zie je er zo één. Het lijkt vertrouwd maar toch is er iets aan wat vervreemdend werkt. Zo’n goede honderd jaar geleden was het een vanzelfsprekend stuk vaatwerk. De bourgeoisie – ook in ons dorp – gaf er een Franse naam aan. Ken je die? Of kan je uitleggen wat er specifiek is aan dit kleinood? Stuur dan je antwoord (met als onderwerp “Wedstrijd Reineringen 2”) naar reineringen@gmail.com – een klassieke gele briefkaart naar ons adres (Reineringen, Duivenstraat 22, 2550 Kontich) telt ook. Laat ons ook weten met welke prijs we jou een plezier kunnen doen: een merklappen-verjaardagskalender, het fotoboek “Archiefbeelden Kontich” of een (verlenging van je) abonnement op “Reineringen”. We verwachten je mail of briefkaart ten laatste op 31 oktober! In ons volgende nummer krijgt iedereen uiteraard de oplossing. En een nieuwe opgave …

Van Herten die geen herten zijn en Schutters die geen schutters zijn “Onze familienamen” werd een van de populairste artikels uit de eerste aflevering van “Reineringen”. Toch bleek een en ander niet zo simpel te zijn als de specialist dr. Frans Debrabandere het voorstelde. Volgens zijn “Woordenboek van de familienamen” is De Her(d)t een “bijnaam naar de diernaam, wellicht naar de huisnaam”. In Duitsland betekent het woord “Herde” kudde en “Hirt” herder, een beroepsbenaming die uiteraard makkelijk kon evolueren naar een familienaam. Ook in Kontich en omstreken blijkt de herkomst van de naam “De Herdt” eerder terug te gaan naar het beroep. Tot die bevinding komt ons medelid en (vrijwillig) archivaris-ad-interim van onze gemeente Luk Du Mont. U leest het in zijn reactie op ons artikel.

vinden we de naam ook regelmatig terug in Aartselaar, Duffel, Hove, Edegem, Reet, Rumst en Waarloos. Vanaf 1600 komt hij in deze streken algemeen voor. Wij vonden meer dan 2000 personen met deze naam in Kontich en omgeving vóór 1800. Deze vorm is in oorsprong terug te brengen tot Herde, wat kudde betekende. In de loop van de tijd is de naam dan vervormd tot De Herdt en De Hert. In de periode vóór 1650 vinden we vooral de naam De Herde of De Herd terug. Later duikt meer de naam De Herdt op. De jongste benaming De Hert vinden we pas in hoofdzaak vanaf de 18e eeuw. Een belangrijk gegeven is ook dat vroeger De Herde werd gebruikt in de mannelijke vorm terwijl men Sherde(n) gebruikte voor de vrouwen. Dit fenomeen doet zich voor met vele namen bv. De Keyser – Skeysers, De Koninck – Skonincks, De Meyer – Smeyers, etc.

De op dit ogenblik veel voorkomende naam De Herdt of De Hert laat vermoeden dat de oorsprong moet worden gezocht bij de dierennaam “hert“, doch niets Heel wat van de nu nog in Kontich - Waarloos en is minder waar. De oudste ons bekende schrijfwijze omgeving wonende families De Herdt en De Hert zijn van de naam De Herd(t) in onze streek gaat terug tot de vorm: De Herde, Herde, Den Herde, D’herde, Sherden en Sherdensone. De naam komt in deze vorm veelvuldig voor in de omgeving van Kontich. Een van de oudste vermeldingen vonden we in een document uit 1292 waarin sprake is van Laurentius De Herde die door hertog Jan van Brabant in een brief wordt vermeld. Hij had te Kontich een tiende te leen van jonkvrouw Beatrix, de echtgenote van Wouter van Ekove. Ook in het leenboek van Vrijselle, een leenhof gelegen onder Kontich, uit 1504 vinden we dat Jan en Claus De Herde er goederen te leen hebben. Verder

De herder, een belangrijk beeld in de christelijke iconografie

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 11


afstammelingen van ene Wouter De Herde die circa 1535 in Kontich of Waarloos geboren werd. Op 14-04-1658 werd een van zijn nakomelingen geboren als Maximiliaan De Herd, van wie later dan weer een zoon Cornelius De Herdt geboren werd te Waarloos. Van deze Cornelius De Herdt werden dan weer kinderen geboren te Reet waaronder een zoon Cornelius die als De Hert staat opgeschreven. Het betreft hier de rechtstreekse voorouders van de familie De Hert die in Kontich beter gekend is als de familie van “Den Draaier“. Bij de familie van oudonderwijzer Jos De Hert vond deze naamsverandering pas plaats in 1716 toen Joannes Cornelius De Hert geboren werd als zoon van Jacobus De Herde. Hetzelfde fenomeen vonden we terug bij de naam De Schutter. Deze naam verwijst wel voor het grootste deel naar personen die met een boog of geweer schieten. We ondervonden echter dat dit niet altijd het geval is. Toen wij de stamboom van de familie De Schutter maakten kwamen we op een bepaald moment begin 1600 in Berlaar en Gestel terecht. Het viel ons op dat hier regelmatig, zowel in de parochieregisters als in de schepenbrieven, De Scutter of Scutter werd geschreven. Dat het hier niet om een verschrijving ging was ons al snel duidelijk want in documenten van verschillende aard en oorsprong kwam steeds weer dezelfde schrijfwijze voor. Er moest dus een verklaring zijn voor deze schrijfwijze. Uiteindelijk vonden we dat een Scutter de ambtenaar was die in de dorpen het losgebroken vee moest vangen (scutten) en in een afgesloten ruimte (scutbocht) onderbrengen. De eigenaar kon dan na betaling, van een boete en van een vergoeding voor de aangebrachte schade, zijn dier(en) komen ophalen. Begin 1700 zien we dat deze oude schrijfwijze uitsterft en algemeen de schrijfwijze De Schutter wordt gebruikt. Ook voor nog andere namen zijn de verklaringen soms niet wat ze lijken We denken hier o.a. aan De Keyser, De Koninck, Van Den Broeck en vele andere. Maar die verhalen houden we voor een volgende gelegenheid. Luk Du Mont.

Uit het leenboek van Vrijselle anno 1504: Item Jan de herde te vore Claus de herde draecht te leene twee bundere lants ende een half luttel min oft meer gelegen tymerdonck

Uit het leenboek van Vrijselle anno 1504: Item de selve Jan de herde draecht te leene twee bunders Lants ende een half luttel min oft meer ooc gelegen tymmerdonck. 12 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Al gezocht op het internet naar onze kring en zijn museum? Wie een beetje lukraak Heemkunde Kontich of Kon. Kring voor Heemkunde Kontich intikt in zijn zoekmachine bv. Google, krijgt onmiddellijk een link naar het museum. Ervaren internauten gebruiken echter www.museumkontich.be. Dat werkt sneller. Zo bereik je moeiteloos de startpagina van het museum en onze kring. Ons gewaardeerd medelid Guido Pede ontwierp deze site en treedt nog altijd op als webmaster. Onmiddellijk krijg je op de home page een overzicht van nieuwigheden in de programmatie, doorklikmogelijkheden naar recent verschenen artikels, enkele sfeerbeelden van en een toelichting over het opzet van onze collecties in het museum op het Sint-Jansplein: archeologie en heemkunde. Echte erfgoedfanaten vinden via de voorziene links de meest voorkomende erfgoedinstanties in Vlaanderen.

De activiteitenkalender biedt de bezoeker een overzicht van een goed gevuld werkjaar, enkele publicaties die nog verkrijgbaar zijn en het opzet van onze Kontichse inspanningen voor archeologie in samenwerking met AVRA, de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie. Praktische info Museum - Kring levert wat een bezoeker vooraf graag weet: openingsuren, mogelijkheden voor groepsbezoeken, geleide nocturnes, vrije bezoeken tijdens de opening van de cultuurdienst en de vergoedingen hiervoor. Vermelding van de sluitingsdagen schakelt nutteloze verplaatsingen uit. Wie wil aansluiten als ‘vriend van het museum’ kan zijn overschrijving invullen met de gegevens, vermeld op deze pagina.

Tot slot worden de leden van de raad van bestuur met Wie ons ‘virtueel museum’ bezoekt en een voorsmaakje functie, adres en bereikbaarheid voorgesteld in Raad wenst te krijgen van enkele bezienswaardigheden van Bestuur Heemkundekring. kan genieten van een aantal systematisch geordende Voor leden, vrienden en sympathisanten van het prachtige, vergrootbare foto’s. museum levert deze site nuttige informatie of een aanspreekpunt voor je heemkundige vragen. Webstek: http://www.museumkontich.be Paul Wyckmans

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 13


Agenda Zaterdag 25 september van 14 tot 18 uur: cultuurmarkt op de Mechelsesteenweg tot op de hoek met de Duffelsesteenweg in Kontich-dorp. Ook onze Kring zal voor een infostand zorgen en je o.m. verrassen op filmpjes uit de oude doos. Om 16 uur prijsuitreiking van de fotozoektocht, georganiseerd in samenwerking met de Fietsersbond. Tot donderdag 30 september: Staf Van Elzen – Joris Olyslaegers In beeld, in de kapel, Cultuurpunt Altena (woensdag van 14 tot 18 uur, donderdag van 18 tot 21 uur, vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur). Joris (1939 – 1998) is een figuur die jarenlang de culturele scène van Kontich mee heeft bepaald. Als binnenhuisarchitect, kunstkenner, levensgenieter, eerste voorzitter van de cultuurraad, conservator van het heemkundig museum, lesgever aan de GASK, schilder, tekenaar, kalligraaf, steenkapper of kenner van merklappen heeft hij vele mensen begeesterd of aan het werk gezet. Overal in het Kontichse culturele leven zijn er referenties aan hem. Eén voorbeeldje maar: de Sint-Martinusput die naar zijn plannen uit zijn as is herrezen. Staf (1915 – 1987) was een erkend kunstschilder. Hij stelde in Parijs tentoon, wat toch van zijn talent getuigt. Hij was ook de eerste directeur van de Gemeentelijke Academie voor Schone Kunsten. Er is nog een vervolgtentoonstelling In reflectie gepland in de loop van 2011, waarvoor alle kunstenaars worden uitgenodigd nieuw beeldend werk in te zenden, geïnspireerd als eerbetoon aan beide overleden voortrekkers. Vrijdag 12 november om 20 uur in het Museum (Sint-Jansplein): “Verborgen boodschappen”, lezing door Leo Wuyts, ere-biliothecaris van het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen. Aan de hand van een vijftal (geprojecteerde) schilderijen uit de periode 1585 – 1621 formuleert hij bedenkingen in verband met de religieuze polemieken binnen de kerkelijke schilderkunst in deze roerige tijden. Uit ervaring weten we dat je geboeid aan de lippen zal hangen van deze gerenommeerde specialist en belezen causeur! Gratis voor onze leden en vrienden-abonnees. December: in het midden van deze maand mag je het derde nummer van Reineringen verwachten!

Goes (Merklappententoonstelling), Hilde Schollen geeft uitleg Goes (Merklappententoonstelling), burgemeester Luc Blommaerts met wethouder Goes

14 • Reineringen 2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Interessant tijdschrift? Zin om de volgende nummers te blijven ontvangen? Schrijf dan €15,00 over op rekening 415-5044221-42 van Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich vzw 2550 Kontich met vermelding van uw naam, adres, en “Reineringen”. U bent dan meteen ook lid van de “Vrienden van het museum”

Goes (Merklappententoonstelling)

Goes (Merklappententoonstelling), Hilde Schollen wordt geëerd door de conservator van Goes

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen 2 • 15


Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 1 (2010) 2 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Frank Hellemans en Paul Wyckmans Eindredactie: Frank Hellemans Grafische vormgeving: Bruno Catteeuw Druk: Drukkerij Hendrickx, Schelle Verantwoordelijke uitgever: Paul Wyckmans, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2010 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): 15 euro Te betalen op rekeningnummer 415-5044221-42 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen” Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, B-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com 16 • Reineringen 2

Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, B-2550 Kontich www.museumkontich.be

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Reineringen - 1/2 (2010)  

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you