Page 1

PANESSAY jaargang 27 // nummer 2 // mei 2013

Faculteitsblad der M.F.V. Panacea


INHOUD Uit ‘t bestuurshok

183

Commissies & onderwijs nieuwe commissies, nieuwe mensen. Wie er een bonsaiboom-

184

Onderwijscolumn

188

Picturing the brain

190

Doodslag

192

onze glorieuze leiders brallen wat over de afgelopen maanden en hun wilde nieuwe plannen pje heeft en wie rare tongmanoeuvres doet, leest u hier

onze favoriete celbioloog met snor, prof. dr. Nico Bos, deelt zijn toekomstvisie met ons. Lezen! gek zijn is misschien wel een lichamelijke aandoening. Annerieke legt uit hoe we daarachter kunnen komen wij hebben na het lezen van het vervolg in deze beestachtig spannende reeks drie dagen niet kunnen slapen. U straks ook niet

Fotopagina

194

Casuspagina

196

Lekker!

199

met bezopen smoel stompzinnig staan grijnzen dat je over elf jaar oneindig chantabel wordt? Kijk snel of het een prematuur eind aan je droomcarrière als chirurg maakt een jongedame met niet al te bijzondere symptomen kan wel eens een bizarre aandoening hebben. Maar wat is het? dankzij dit epistel van Christiaan zullen onder andere aardbeien, druiven, chocolade en Kwekkeboomkroketten nooit meer hetzelfde smaken

DSM bijsluiter huisfilosoof Hidde legt even uit wat de valkuilen zijn van de DSM en hoe een

202

In hogere sferen drie moedige vrijwilligers hebben de herculische taak op zich genomen psy-

204

Co-column

207

Vrouwe Panacea

208

bijsluiter zou kunnen helpen

chedelica uit te proberen. Hier hun eerste reis door de schaduwzijde onzes bewustzijns.

ons aller Boukje heeft de laatste weken tussen snotterende huilbaby’s doorgebracht en wil haar ei kwijt. Begrijpelijk

meestertekenaar Gierveld over de neerwaartse spiraal in het hedendaags studentenleven

COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vijf keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3200 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres A. Deusinglaan 1 t.a.v. PanEssay 9713 AV Groningen // telefoon 06 31280600 // e-mail panessay@panacea.nl // praeses Christiaan Serbanescu-Kèle // hoofdredactrice Boukje van der Slik// redactie Annerieke Doff, Tessa Elling, Hidde Kleijer, Tom van Putten, Sandor Schokker, Christiaan Serbanescu-Kèle, Boukje van der Slik, Davith de Vries// lay-out Tessa Elling, Joël Mellema, Boukje van der Slik, Davith de Vries, José van der Waa // omslagfoto Boukje van der Slik // Sluitingsdatum volgende editie: vrijdag 24 mei 2013


182


Panacea

Uit ‘t bestuurshok De eerste maanden van ons bestuur in 2013 zitten erop. Het einde van het collegejaar begint al weer dichterbij te komen. De tijd vliegt echt razendsnel voorbij! Maar… Wat gebeurt er eigenlijk allemaal in Panacealand? Laten we eens terugblikken op de afgelopen paar maanden. We hebben een spetterend Valentijnsfeest gehad met ruim 700 bezoekers en het Benefietfeest waar geld werd ingezameld voor Filipijnse kinderen met een lichamelijke beperking. We zijn naar St. François Longchamp afgereisd voor een sneeuwovergoten wintersport. En we gingen voor het eerst in de geschiedenis van Panacea op Actieve Ledenweekend naar Ameland. Daarnaast hielden we onze lenteborrel in Villa Volonté met optreden van Doc ‘n Roll, warme hapjes en goedkope biertjes. Ook het symposium ‘The Brain After Tomorrow’ was zeer geslaagd en tot slot hebben we gezweet en geshined van Nijmegen tot aan Enschede tijdens de Batavierenrace. Het was echter niet alleen maar feesten, borrels en leuke activiteiten afgelopen tijd. Achter de schermen wordt iedere dag hard gewerkt om de vereniging stukje bij beetje naar een hoger niveau te tillen. Zo is er hard onderhandeld met boekenleveranciers en niet zonder resultaat. Voor de komende paar jaar is een nieuw contract afgesloten, waardoor jullie je boeken in de bestelperiodes nergens goedkoper kunnen bestellen dan via onze webwinkel. De service wat betreft bestellingen en leveringen van boeken blijft perfect. Ook zijn we er qua sponsoring weer wat op vooruit gegaan.

onderwijscolumn), nauwlettend in de gaten. Uiteraard houden we hierbij de belangen van de student in het oog, met betrekking tot bijvoorbeeld de studielast of het plannen van activiteiten. Tevens zijn we druk bezig met het ontwikkelen van een nieuwe huisstijl en de daarbij passende restyle van het huidige logo, welke zullen zorgen voor een uniforme en professionele uitstraling. We willen Epke Zonderland benoemen tot allereerste erelid van Panacea. En er is een nieuwe commissie opgestart voor de laatstejaars geneeskundestudenten. Deze zal voornamelijk borrels en cursussen gaan organiseren en functioneren als aanspreekpunt voor persoonlijke problemen op de stageplek. Er is dus genoeg gebeurd en nog van alles aan de gang binnen de vereniging. Voor nu kijken we erg uit naar de buitenlandse reis naar Kraków. Dit zien we stiekem toch wel een klein beetje als (verdiende) vakantie na de eerste paar maanden keihard werken. Verder liggen het gala, de musical in Martiniplaza en de Dies Natalis in het verschiet. Hopelijk tot ziens op een van de komende activiteiten! Liefs, Bestuur 2013

Verder proberen we steeds meer onderwijsgerelateerde activiteiten te organiseren, omdat we merken dat hier vanuit zowel studenten als de faculteit een groeiende vraag naar is. Ook wordt het onderwijs actief geëvalueerd en verbeterd door de JV’s en IBR’s. Daarnaast houden we de ontwikkelingen omtrent de learning communities, het aankomende curriculum voor geneeskunde in Groningen (zie ook de

Panessay • 2013:2 • 183


Commissies & onderwijs

COP COP

Onze grootste activiteit van het jaar is alweer geweest: het Benefietfeest! Het was weer een fantastisch feest met geweldige prijzen. Met jullie hulp hebben we veel geld opgehaald voor een goed doel: stichting Loop & Werk. Dit jaar is er nog een filmdag in PathĂŠ in aantocht. Stichting Loop & Werk zit op de Filippijnen, waar ruim 80% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. De stichting zet zich in voor lichamelijk gehandicapte kinderen en adolescenten, met fysiotherapie en protheses, zodat ze een betere toekomst hebben en een kans krijgen op een zelfstandig bestaan. Ook dit jaar hopen we een mooi eindbedrag te kunnen schenken aan dit goede doel!

AlumniCie AlumniCie

Zo langzaam maar zeker krijgt onze mooie AlumniCie meer herkenning in de faculteit. Net zoals bij iedere nieuwe commissie, is dit een langdurend proces. Waarschijnlijk zal ook in deze editie van de Panessay een blokje reclame voor Antonius Deusing, de alumnivereniging voor geneeskunde, staan. Lees dat blokje gewoon even door, want wat er staat klopt echt! Halverwege februari hebben we onze eerste activiteit georganiseerd, de Voorjaarsborrel. Het was een gezellige middag in de Brasserie compleet met kleine lezing, hapjes, drankjes en gesprekken tot laat in de avond. Deze dag was voor ons heel erg spannend, we hadden geen idee hoe succesvol het zou zijn. We kunnen nu zeggen dat het voor een eerste activiteit erg geslaagd was. Na de borrel hebben we veel nieuwe ideĂŤen gekregen en bovendien veel goede feedback. Wij staan natuurlijk altijd open voor verdere goede plannen en zijn te bereiken via alumni@panacea.nl Juist omdat onze eerste activiteit zo goed bevallen is, zijn we nu druk bezig met het voorbereiden van onze buitenactiviteit op zaterdag 8 juni. Dit zal een compleet verzorgde dag worden met een vullend programma. De komende tijd gaan we gebruiken om deze dag een nog groter succes te laten worden dan onze voorjaarsborrel. Dus houd ons in de gaten!

184


SympCie SympCie

Het symposium van 2013 is helaas alweer achter de rug, maar wij, SympCie’14, staan te trappelen om op 6 maart 2014 een nieuw, fantastisch symposium te organiseren! Alvast een kennismaking met de commissieleden: Oviédo, Vader Overste: Deze jongeman zit barstensvol enthousiasme en is daarmee een fantastische voorzitter. Als een pro komt hij met de gekste en wildste ideeën voor thema’s, geïnspireerd door TED-filmpjes. Daarbij moet je niet vreemd opkijken als hij zijn entree maakt met zijn ’denkhelm’ op, die hem daarbij helpt. Daarnaast is Oviédo een volleerd praktiseur van de Tonga Roll, waarmee hij onze heerlijke hapjes gemakkelijk wegwerkt. Gina, De Voedster: Deze exotische dame is secretaris én penningmeester. Zij zorgt er dus voor dat de centjes rollen op het juiste moment en dat alle wijze opmerkingen tijdens de vergaderingen letterlijk op papier verschijnen. Het is wel altijd een verrassing in welke taal deze notulen zijn, aangezien dit talenwonder ze ongeveer allemaal spreekt. Het feit dat ze zoveel eten kookt en meestal het opschepinitiatief neemt maakt haar tot De Voedster. Laura, De Eter: Je zult het misschien niet verwachten als je de slanke Laura ziet, maar deze dame kan eten als een slootgraver. Belangrijker is dat Laura verantwoordelijk is voor de briljante sprekers en verrassende workshops tijdens het symposium. Met haar creatieve uitspattingen, die ze nu nog uitstort op het maken van een dierentuin met scoubidoudieren, is deze taak Laura op het lijf geschreven. Maaike, Het Drankorgeltje: Na vorig jaar al de KampCie van de PanIC te hebben verblijd met haar aanwezigheid, heeft zij dit jaar de eer om het symposium tot een sensationele dag te brengen! Ook Maaike ontbreekt het niet aan creativiteit, zodat ze samen met Laura het perfecte koppel is om de meest waanzinnige sprekers en workshops te verzorgen. Wil je haar oogverblindende looks een keer in levende lijve bekijken, kom dan naar Volonté, waar ze de eer van de SympCie hooghoudt. Fienke, Het Plantje: Eigenlijk is Het Plantje geen waterdichte bijnaam voor Fienke, gezien de toestand waarin haar Bonsai-boom verkeert. Toch verdient ze de bijnaam aan haar waterbehoefte. Je kunt haar in de Dizko betrappen op het maken van de meest spectaculaire pasjes. Deze dancequeen zal samen met Michelle ervoor zorgen dat het symposium bekendheid krijgt tot in de verste uithoeken van het land. Michelle, De Baby: Michelle is de jongste van onze commissie, maar gelukkig gedraagt ze zich hier niet naar. Deze vlotte meid zorgt voor een kritische, Achterhoekse noot omdat ze zegt waar het op staat. De creabea heeft het fotoshoppen inmiddels onder de knie, erg handig voor de promotie! Naast studeren en de SympCie slaat deze sportieveling haar weg naar de tennistop bij Veracket.

Panessay • 2013:2 • 185


PanIC PanIC

Zelf zijn we nauwelijks over de helft van ons eerste jaar, maar PanIC’13 is al druk bezig met de voorbereidingen voor het aankomende introductiekamp. De boekjes worden gedrukt, de promotie maakt overuren en de deadlines vliegen ons om de oren. Kortom, wij zijn nu al zeer druk om onze aankomende eerstejaars een WERVELENDE start van hun studententijd te kunnen geven. Aan het hoofd van deze fantastische commissie staat Eva, onze voorzitter. Streng doch rechtvaardig, leidt zij ons zooitje ongeregeld in goede banen. Haar rechterhand binnen de paarsgekleurde OffCie, secretaris Rachel, heeft van minuut tot minuut uitgestippeld wat er op het kamp gaat gebeuren. Voor het draaiboek moet je bij haar zijn. PanIC’13 is natuurlijk verloren zonder vice-voorzitter: Nick is de man waar we altijd op terug kunnen vallen . Onder andere zorgt hij voor WERVELENDE sponsoren. Degene die dit geld net zo makkelijk weer uitgeeft is onze penningmeester Chris. Hij kan af en toe spontaan in schreeuwen uitbarsten, maar is stiekem een echte knuffelbeer. Dit jaar is een lichtblauw viertal verantwoordelijk voor de geweldige PanIC-feesten. Stèfan staat binnen de FeestCie z’n mannetje als party-chief, maar wat wil je, als je dagelijks wordt omringd door de drie vrouwen binnen deze Cie? Als eerste Veerle: met haar fantasie zorgt zij voor ludieke promotieacties en jaloersmakende posters. Dan onze Lotte: zij haalt als enige dame al het geld binnen in plaats van het uit te geven en regelt de beste, meest vooraanstaande feestlocaties. Tot slot natuurlijk onze vlaai-etende, carnavalvierende Limburgse frèle Suzanne. Zij is ondertussen al druk bezig om een WERVELENDE act voor tijdens het kamp op touw te zetten. Zo komen we gelijk aan bij de KampCie. Prominent aanwezig in het groen, verzorgt dit kwartet de activiteiten overdag. Leader of the pack is Iris: met haar vlotte babbel krijgt zij meer voor elkaar dan menig ander. Zoals elk jaar leren we onze eerstejaars ook uitstekend zingen: Milou houdt de zangleraren in het gareel en zorgt dat deze onmisbare traditie blijft bestaan. Vervolgens is er een skileraar in ons midden. Als hij niet in Oostenrijk zit zal Sander de WERVELENDE mentorensollicitaties coördineren. Hierbij wordt hij bijgestaan door Danny: met zijn humor en grappen op commando zullen de sollicitaties hoe dan ook huilend van het lachen eindigen. Het introkamp is natuurlijk nergens zonder kookwonders, dit jaar in het rood. Chef de cuisine is Cato. De boodschappenlijst wordt telkens uitgebreider, maar zij houdt dit allemaal bij en onderhandelt voor scherpe deals met de supermarkten. Stephan is als enige man helemaal in z’n element in de KookCie: met bloed, zweet en tranen heeft hij voor ons WERVELENDE PanIC’13 logo gezorgd. Dan Maaike: met haar enthousiasme en creativiteit werkt ze zich een slag in de rondte om het boekje op tijd af te krijgen. Floor helpt haar hierbij, als ze natuurlijk niet rondloopt met een oranje vlag, of glazen groentepotten aan het verzamelen is. Met ons WERVELENDE thema ‘Van superheld tot zakenman, waar droomde jij vroeger van?’ wordt het kamp zeker onvergetelijk. Op het moment dat dit stukje wordt gedrukt is de deadline om je op te geven als mentor al verstreken, maar aangezien iedereen dit natuurlijk heeft gedaan, gaan we ervan uit jou te zien op kamp! Bedenk een briljante sollicitatie, imponeer ons en krijg de draai te pakken!

186


MusicalCie MusicalCie 16 mei is a Brand New Day! Ruim anderhalf jaar werkte de MusicalCie ’12-’13 aan hun versie van de musicalproductie The Wiz. Het begon met het uitkiezen van een musical, het zoeken naar een geschikte locatie en het vinden van een professionele regisseur, zangcoach en dirigent. Vervolgens werd er door middel van audities een cast vol enthousiaste geneeskunde-studenten samengesteld. Tegelijkertijd vormde er zich onder leiding van een dirigent, tevens geneeskunde-student, een orkest gevuld met studenten. Maandenlang repeteerden zij de wekelijkse repetitie-avonden vol spel, zang, dans, muziek en veel gezelligheid. Ook werd er hard gewerkt aan het zoeken van sponsoren om de waanzinnige kostuums en prachtige decorstukken mogelijk te maken. 16 mei 2013 is het dan zover; de dag waar zo hard voor gewerkt is en zo lang naar is uitgekeken. Laat je meenemen naar de wonderbaarlijke wereld van The Wiz in deze spetterende musical en koop je ticket op www. panacea.nl. Leden: 10,-. Niet-leden: 12,50.

Cuco CuCo

Wij willen ons graag even voorstellen, wij zijn de nieuwe CuCo! Nu zal de helft van jullie denken: CuCo? Nog nóóóóit van gehoord. Nou, vanaf nu zullen jullie deze toffe commissie niet meer vergeten! Pim is onze voorzitter, tweedejaars geneeskunde, 5e jaars student alweer. Hij is de papa van de drie eerstejaars meiden met wie hij in de CuCo zit. Dat zijn Eke, Liseth en Elske. Eke is de superenthousiaste Externe die overal voor in is. Hopelijk lukt het haar ook om leuke activiteiten binnen te slepen! Dan Liseth, die houdt van compleet losgaan wanneer ze daar zin in heeft. Zij zal zich bezighouden met het geld en de draaiboeken. Elske maakt dit jaar de posters en zal ervoor zorgen dat jullie allemaal naar onze activiteiten komen. Onze eerste activiteit staat al gepland, schrijf het in je agenda: 8 mei massage/triggerpoint. We zien jullie dan!

Panessay • 2013:2 • 187


Column

Nico Bos

Onderwijscolumn Learning communities Het buzz-woord binnen het onderwijs van de opleiding geneeskunde en zelfs binnen de universiteit wanneer gepraat wordt over onderwijsvernieuwingen, is “learning communities”. Het is wel grappig om te zien dat iedereen hier zijn eigen beeld bij heeft. De een zegt dat het een groep studenten is die samen een studie volgen, de ander zegt dat het alleen maar meer werk oplevert. De een zegt dat het gaat om allemaal dezelfde focus hebben, de ander zegt dat het gaat om de grootte van de groep. Hoe is bij ons eigenlijk de “buzz” ontstaan? Natuurlijk begon dat toen we 4 jaar geleden met de IBMG begonnen. Het feit dat ik tegen iedereen over de “IBMG” kan praten, geeft al aan dat er een soort “corporate identity” is ontstaan. Ik heb nog altijd moeite om een goede naam te verzinnen voor de Nederlandstalige bachelor hiertegenover, soms heb ik het over de “NL”, maar het is het afgescheiden deel IBMG tegenover de “rest”. Waarom heeft de IBMG nu een eigen gezicht? Natuurlijk is het Engels als voertaal een van de sterkst drijvende krachten geweest waardoor de IBMG zich heeft onderscheiden. Hierdoor kregen de IBMG-ers apart onderwijs en ontstond er een groep studenten die elkaar heel goed kennen en een sterk wij-gevoel hebben. De mooie sweater met het IBMGlogo en de IBMG-pin die alle studenten kregen bij hun afstuderen laten dit wel zien. Een tweede factor was de mix aan nationaliteiten. Ongeveer 70% van de studenten van de IBMG zijn van buitenlandse afkomst en zijn in Groningen

188

ver weg van thuis. Wanneer je zo’n ervaring deelt met een groot aantal lotgenoten, dan ontstaat er natuurlijk een sterke band en dat heeft zeker ook bijgedragen aan het wij-gevoel. Maar, is het daarmee een “learning community” geworden? Toen we in het eerste jaar begonnen waren met de IBMG, moest ik een aantal colleges geven. Ik gaf die colleges al jaren, dus ik wist precies hoelang ze duurden. Maar tot mijn verbazing kwam ik bij de IBMG niet verder dan tot 70% van mijn stof omdat ik heel veel vragen kreeg tijdens het college, waardoor ik veel meer interactief met de studenten in gesprek was, in plaats van mijn verhaaltje af te spelen. Ik was niet de enige met die ervaring; veel collega’s deelden dat gevoel. Dat geeft in ieder geval aan dat ook docenten een “ander gevoel” hadden wanneer ze colleges of practica aan de IBMG gaven en dat ze op dat moment ook bij de “learning community” hoorden. Ik denk echter niet dat ze daardoor zich zo sterk identificeerden dat ze zichzelf bij de IBMG vonden horen. Een andere factor was het profiel van de IBMG. Vanaf het begin is er gekozen voor een profiel “Global Health”. Daar is heel idealistisch mee begonnen en er werd regelmatig aandacht aan geschonken, maar het was niet echt structureel ingebed in het onderwijs. Studenten werden er ook niet echt op afgerekend. Er waren wel verplichte practica, maar daar gingen de studenten ongemotiveerd heen. Dat heeft eerder geleid tot een soort aversie tegen het onderwerp dan tot enthousiasme. In de eerste jaren van de IBMG zal het Global health profiel niet de belangrijkste bindende factor zijn geweest binnen de “learning community”. Met de komst van een nieuwe hoogleraar en een nieuwe coördinator is er dit jaar een nieuwe start gemaakt en ik merk dat dit een enorme verbetering heeft opgeleverd, waardoor de studenten nu echt met Global Health bezig zijn. Ten slotte was er de invoering van het bachelor-thesisproject. Een tweejarig, door de student zelfstandig uitgevoerd project dat eindigt in het schrijven van een bachelor-thesis. Het zelf moeten zoeken naar een onderwerp en een supervisor, het moeten organiseren van een eigen elective-periode heeft zeker geleid tot een sterke mate van zelfstandigheid. Wel was het voor veel studenten wel even wennen dat ze niet alles pasklaar voorgeschoteld kregen en dat ze er zelf voor verantwoordelijk waren. Uiteindelijk zijn de studenten trots op hun eindproduct. Dat bleek wel toen ik


veel commentaar kreeg toen per ongeluk een aantal titels van de bachelor thesis waren verwisseld tijdens de uitreiking van de bachelor diploma’s. Nu is dus het plan om de opleiding geneeskunde op te delen in vier learning communities, waarvan de IBMG er een is. Als je kijkt naar het uiteindelijke resultaat van de invoering van de IBMG, dan ben ik er van overtuigd dat als het lukt om 4 communities te laten ontstaan zoals de IBMG, dit zal leiden tot een verbetering van het onderwijs. Wel moet er goed gekeken worden naar de succesfactoren en de valkuilen van de IBMG als learning community. Het samen onderwijs volgen is een sterke succesfactor geweest, maar de reden hiervoor bij de IBMG was natuurlijk de Engelse taal. Wanneer de taal niet de dwingende reden is, moet goed gekeken worden wat dan de motivatie is om een bepaalde groep studenten samen hetzelfde onderwijs te laten volgen. De sterkere interactie tussen docent en student was zeker ook een succesfactor, maar dat was een toevalsbevinding

achteraf. Voor de learning communities zal een bewuste keuze gemaakt moeten worden om zulke interacties te bevorderen en moet er nagedacht worden hoe ook docenten zich thuis gaan voelen in een bepaalde learning community. De samenstelling en selectie van de studenten was ook een succesfactor. Dat had maar ten dele met de profilering te maken omdat niet alle studenten van de IBMG bewust voor het profiel gekozen hadden. Wanneer in de nieuwe learning communities het profiel een sterke bindende factor moet zijn, dan moet het vanaf het begin af aan sterk ontwikkeld zijn en goed ingebed zijn in het onderwijs. De academisering van de opleiding kan ook een sterke succesfactor zijn. De invoering van een zelfstandig uitgevoerd project waarbij de studenten zelf verantwoordelijk zijn, zoals bijvoorbeeld het bachelor thesis project in de IBMG, kan zeker leiden tot een meer zelfstandige student die kritisch bezig is om zichzelf te vormen. Ik geef de pen voor deze column door aan de geneeskundedocent van het jaar 2012, prof. dr. Frans Kroese.

Word als master gratis lid van de Medische Alumnivereniging Antonius Deusing! Als lid van de vereniging kan je: 1.

Gebruik maken van een netwerk vol kennis en ervaring

2. Hulp kunnen vragen hoe het is om als specialist in een bepaald vakgebied te werken 3. Hulp kunnen vragen om toe te worden gelaten tot een bepaald specialisme. Een keuze maken om bijvoorbeeld eerst onderzoek te gaan doen 4. Na je studie oude bekenden weer te ontmoeten op georganiseerde dagen 5. Verbondenheid met je oude universiteit, omdat deze een belangrijke rol heeft gespeeld voor je toekomst

Panessay • 2013:2 • 189


Medisch

Annerieke Doff

Picturing the brain Van alle specialismen bij geneeskunde is psychiatrie absoluut een bijzonder geval. Waar je bij vrijwel alle andere ziekten lichamelijk onderzoek kunt doen, wordt er bij psychiatrische aandoeningen vrijwel alleen naar symptomen gekeken. Alsof je huidkanker zou moeten onderscheiden van een moedervlek zonder dat je een biopt kunt nemen: niet onmogelijk, maar het maakt het zeker lastig. Maar er is een licht aan het einde van de tunnel: Functionele Neuroimaging. Een groot probleem in de psychiatrie is dat ziekten grotendeels op een subjectieve manier worden vastgesteld. Ziekten worden alleen onderscheiden door de symptomen die een patiënt laat zien: de patiënt heeft bepaalde verschijnselen, die (grotendeels) horen bij een bepaald ziektebeeld en daarvoor is een behandeling beschreven. Of de behandeling aanslaat hangt

190

ook af van wat de patiënt je vertelt over het beloop van de symptomen. Als een ziekte maar één specifiek symptoom heeft, en geen overlapping heeft met andere ziekten, dan is dit geen probleem. Maar hoe onderscheid je een unipolaire depressie van een bipolaire depressie (BP) als iemand zijn manische periode nog niet heeft gehad? Ook kan een manische periode lijken op een psychose, dus hoe onderscheid je BP dan van schizofrenie? Op dit moment wordt de diagnose grotendeels gebaseerd op wat de patiënt aangeeft over zijn symptomen. Natuurlijk spelen geobserveerd gedrag en op het beloop in de tijd ook een rol, maar objectieve biologische kenmerken niet. Als voorbeeld: de richtlijnen van de Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ) voor schizofrenie beginnen met de tekst uit DSM IV. Je ziet dat er meestal twee symptomen, soms zelfs maar één, genoeg zijn om de diagnose te stellen. Op deze manier kunnen twee schizofreniepatiënten totaal verschillende symptomen hebben, maar toch dezelfde ziekte. Je kunt je afvragen of deze mensen dan op dezelfde manier behandeld moeten worden.


Met behulp van neuroimaging proberen onderzoekers meer te weten te komen over psychiatrische aandoeningen. Een voorbeeld van neuroimaging is MRI: magnetic resonance imaging, kortweg beelden maken door middel van magnetische resonantie. Omdat verschillende weefsels verschillend reageren op magnetische krachten kun je, bijvoorbeeld, de hersenen in beeld brengen. Vooral functionele MRI (fMRI) wordt veel gebruikt. Bij fMRI wordt, door het verschil in magnetische eigenschappen van Hb en HbO2, in beeld gebracht waar het meeste zuurstofrijke bloed naar toestroomt. Hierdoor kun je dus zien waar de meeste activiteit is. Op dit moment wordt neuroimaging vooral gebuikt om andere oorzaken van symptomen, zoals ontstekingen, uit te sluiten. In de toekomst kunnen met behulp van neuroimaging objectieve verschillen tussen ziekten mogelijk duidelijker worden. Zo kun je ziekten indelen op basis van een biologische kenmerken in plaats van op basis van objectieve observaties van gedrag door patiënt en arts. Dan kun je met behulp van MRI betrouwbaardere diagnoses stellen. Op dit moment is het nog niet mogelijk om ziekten te onderscheiden met alléén neuroimaging. Een belangrijk nieuw inzicht hierbij heeft te maken met de ‘resting state’. Wetenschappers dachten altijd dat er tijdens rust weinig hersenactiviteit is, maar het tegengestelde blijkt waar: er is dan juist heel veel activiteit. Dit komt waarschijnlijk doordat mensen in rust bezig zijn met plannen, over zichzelf nadenken, etc. Juist de gebieden die hierbij actief zijn, laten een veranderd patroon van activiteit zien bij psychiatrische stoornissen. Dit is onder andere aangetoond bij schizofrenie. Als je een psychiatrische aandoening hebt, werken verschillende gebieden minder goed met elkaar samen, en sommige gebieden juist meer. Een voorbeeld van dit laatste bij schizofrenie zijn de gebieden in de hersenen die worden gebruikt voor taal (Broca en Wernicke) en het gebied dat je gebruikt om over jezelf na te denken (Default Mode Network). Waarschijnlijk zorgt onder andere deze overmatige samenwerking voor de hallucinaties die bij schizofrenie voorkomen. Verder hebben schizofreniepatiënten vaak een slecht inzicht in hun symptomen. Dit is te verklaren door de slechte samenwerking tussen hersengebieden die met zelfreflectie te maken hebben.

DSM IV richtlijnen schizofrenie GGZ Kenmerkende symptomen: twee of meer

van de volgende, elk gedurende één maand een

belangrijk deel van de tijd aanwezig (of korter bij succesvolle behandeling). • Wanen.

• Hallucinaties.

• Onsamenhangende spraak.

• Ernstig chaotisch of katatoon gedrag.

• Negatieve symptomen, dat wil zeggen vervlak-

king van het affect, gedachte- of spraakarmoede of apathie.

NB: slechts één symptoom uit criterium A is vereist indien de wanen bizar zijn, of wanneer hallucinaties bestaan uit een stem die voortdurend commentaar levert op het gedrag of de gedachten van betrokkene, of uit twee of meer stemmen die met elkaar spreken.

ook strategieën worden ontwikkeld om deze aandoeningen in de toekomst specifieker behandelen. Bovendien kan er meer duidelijkheid komen over veranderingen nog voordat de eerste symptomen zich presenteren, wat informatie geeft over risico en prognose. Het begin is gemaakt, maar er moet nog een hoop gebeuren. Duidelijk is dat functionele neuroimaging de wereld van de psychiatrie compleet kan gaan veranderen. Het kan een grote bijdrage gaan leveren bij het voorkomen, diagnosticeren en behandelen van veel verschillende aandoeningen. Toch blijft er dan nog een belangrijke en interessante vraag onbeantwoord: is afwijkende hersenactiviteit een symptoom of de oorzaak?

Het onderzoek naar de werking van de hersenen is erg belangrijk, omdat je een beter inzicht krijgt in wat er precies fout gaat bij verschillende psychiatrische aandoeningen. Dit kun je niet alleen gebruiken om ziektebeelden te onderscheiden. Er kunnen

Panessay • 2013:2• 191


Verhaal

Tom van Putten

Doodslag Deel 3 In het vorige deel was het Nemo en Boris gelukt om het stoffelijk overschot van Freek-Jan te laten verdwijnen, door van het lichaam een snijzaalpreparaat te maken. Twee weken later gaat het verhaal verder. Waar de fuck ben ik? Nemo keek met zijn ogen half dichtgeknepen naar het plafond. Een plafond wat voor hem onbekend was. Hij ging rechtop zitten. Een onverbiddelijke hoofdpijn golfde door zijn hoofd. Even rustig aan. De hoofdpijn ebde wat weg en hij nam de kamer in zich op. Het was een nette, opgeruimde kamer. Naast hem lag een mooie studente op haar buik te slapen, haar lange donkere haren wild uitgespreid. Hoe heette ze ook alweer? Hoe was hij hier gekomen? Hij kon het zich slecht herinneren. Hij wist nog dat ze rustig waren begonnen in de Drie en daarna nog wat andere clubs en cafés hadden bezocht. Het stond hem bij dat iemand had beweerd dat hij vier dubbele whisky’s nooit binnen kon houden. Hij had gewonnen. Dat moest wel met zo’n enorme kater. Langzaam probeerde hij overeind te komen en hij voelde de hoofdpijn weer opkomen. Nee, dacht hij, dit gaat niet lukken. Hij ging op de rand van het bed zitten en begon zich zo goed en zo kwaad als dat kon aan te kleden. Toen hij voorover boog om zijn schoenen aan te trekken had hij het gevoel alsof zijn hersenen zich door zijn voorhoofd probeerden te boren. Mijn God. Mijn God, wat een avond. Die vier dubbele whisky’s waren toch niet zo’n goed idee. Een luid gehamer deed hem opschrikken. Hij stond op, liep naar het raam en keek tussen de lamellen door naar buiten. Toen zijn ogen aan het licht gewend waren zag hij de oorzaak van het gehamer: bouwvakkers. Waarom moesten die arbeiders nou op vrijdagochtend aan de straat werken. Er zijn ook nog mensen die wél wakker moeten worden. Het gehamer stopte. Ga een behoorlijke baan zoeken, sneerde hij in zijn gedachten. Het gehamer ging weer verder en hij voelde de hoofdpijn steeds erger worden. Met een zucht begon hij zijn overhemd te zoeken.

There’s a special rung in hell reserved for people who waste good scotch. [...] I must say, damn good stuff, Sir. – Lt. Archie Hicox, Inglorious Basterds

192

‘Neem, gisteravond was leuk hè?’ hoorde hij opeens. Ze was wakker geworden van het gehamer. Nemo keek haar met een geveinsde glimlach aan: ‘Ja dat kan je wel zeggen, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Moeten we vaker doen.’ - ‘Dat komt wel goed,’ antwoordde ze met een ondeugende glimlach. Ze stapte uit bed en trok een badjas uit de kast. Hij voelde zich met de minuut slechter worden. ‘Ik voel me niet zo goed, ik ga naar huis als je het niet erg vindt.’ –‘Nee, je ziet er ook wat ziekjes uit,’ zei ze, terwijl ze een bezorgde blik op hem wierp. Hij liep een beetje onvast naar de deur toe. ‘Bedankt voor alles. We gaan bellen, oké?’ – ‘Maar je hebt mijn nummer nog niet.’ Shit, dat is ook zo. ‘Oh, ik dacht dat ik ‘m al had, mijn fout, geef maar dan.’ Ze begon enthousiast haar nummer op te noemen. Zwijgzaam vulde Nemo het nummer in. Zijn telefoon vroeg naar de naam van het nieuwe contact. Haar naam. The million dollar question. Geen idee. Hij vulde maar wat in. ‘Volgens mij klopt het zo,’ zei hij met een overdreven vrolijkheid in zijn stem. ‘Geef maar, ik controleer het wel.’ Nog voor Nemo kon protesteren had ze zijn telefoon al in haar handen. Hij zette zich schrap voor de explosie. ‘Dingetje?! Dat is hoe je mij noemt?! Je weet mijn naam niet eens meer?!’ Snel pakte hij zijn telefoon af en trok de deur achter zich dicht zodat hij haar verontwaardigde reactie niet meer hoefde te horen. Nou, dat ging lekker. Een beetje onwennig liep hij de trap af. De misselijkheid werd steeds erger. Toen hij de frisse ochtendlucht in stapte voelde hij dat hij de controle over zijn lichaam begon te verliezen. Een antiperistaltische beweging van zijn oesofagus probeerde zijn niet-bestaande maaginhoud eruit te gooien. Een bouwvakker stootte zijn collega aan en wees naar Nemo. De ander zei iets in het Pools en ze begonnen hard te lachen. Nemo rechtte zijn rug, veegde het braaksel van zijn kin en haalde zijn fiets van het slot. Ja, lach maar, arbeider, maar ik hoef tenminste niet iedere morgen op mijn knieën stenen in de grond te slaan. En daarbij, braken is meemaken. Hij stapte op zijn fiets en liet de lachende straatwerkers achter zich. Thuis aangekomen probeerde hij wat water te drinken en keek op zijn mobiel. Elf uur. Nog genoeg tijd om te slapen. Misschien zou hij vanavond toch nog uitgeslapen bij tutor kunnen zijn. Voor hij het bed in dook pakte hij een emmer en zette die naast zijn bed. Hij ging op de rand van het bed zitten en braakte al


het water uit. Lang leve de emmer. Het slapen ging moeizaam. Dan sliep hij weer even, dan was hij weer wakker. Het leek een oneindige cyclus. Tot om vijf uur de wekker ging. Hij maakte zich klaar voor tutor en stapte op de fiets. Bij de faculteit aangekomen stalde hij zijn fiets en liep naar de lounge toe. ‘Nemo!’ Nemo keek zoekend om zich heen. Het was Boris.’ Gast, wat zie jij eruit, lange nacht gehad?’ – ‘Ja, zoiets, gisteren het tentamen gemaakt en dat moest natuurlijk gevierd worden,’ bracht Nemo grijnzend uit. ‘Heb je trouwens nog mooie preparaten ontleed?’ Boris liep naar hem toe en begon glimlachend te praten. ‘Ja, ik had echt één met een enorme lever, kijk, ik heb er wat foto’s van gemaakt.’ Hij haalde zijn telefoon uit zijn zak en begon een sms’je te typen. Politie was op de faculteit, heb het preparaat vernietigd. ‘Oh, gaaf man, mag ik eens kijken?’ Nemo pakte de telefoon aan en begon te typen: Mooi, dan zijn er geen bewijzen meer, heb de kleding verbrand. Boris keek wat geruster en pakte de telefoon aan. ‘Hier, nog een laatste foto,’ zei hij luid, ’daarna moet ik echt naar huis.’ Mooi zo, dit doen we niet nog eens. Risico was te groot. ‘Spreek je later,’ en hij liep de lounge uit. ‘Sorry, kan ik jou even spreken?’ Een onbekende jongen keek Nemo vragend aan. ‘Ja, ik denk het wel’, zei Nemo langzaam. ‘Waar gaat het over?’ - ‘Loop anders even mee, dan kunnen we even in stilte praten.’ Nemo volgde de jongen richting de kluisjes. De jongen droeg felgroene schoenen. Ze kwamen hem bekend voor. ‘Ik hoorde dat de politie de afgelopen dagen op de faculteit is geweest. Een jongen is verdwenen en een schoonmaakster is mishandeld. Ze zijn nu op zoek naar twee mannelijke studenten. Weet jij daar iets vanaf?’ Nemo was verrast door deze vraag. ‘Nee, hoezo? Ik dacht dat dat een flauwe grap was van een studentenvereniging.’ - ‘Lul niet,’ zei de jongen kil. ‘Ik heb alles gezien, ik stond in de fietsenkelder en ik hoorde opeens een harde klap. Ik keek door de deur naar boven en daar zag ik jou een aantal

reanimatiepogingen doen.’ De groene schoenen, natuurlijk, nu wist hij waarom die schoenen hem bekend voorkwamen.‘Vervolgens sleepte je het lichaam weg richting de kluisjes en dat heb ik zelfs gefilmd.’ Nemo kon geen woord uitbrengen. Dus toch, er was toch iemand geweest.

En daarbij, braken is meemaken. Hij stapte op zijn fiets en liet de lachende straatwerkers achter zich.

‘En wat ga je nu doen dan?’ Vroeg Nemo gespannen. ‘Me aangeven?’ – ‘Dat zou ik kunnen doen,’ antwoordde de jongen, ‘alleen zouden we daar allebei niet beter van worden. Ik wil elke maand 500 euro. De ene helft van het geld stop je elke maand in mijn kluisje op de faculteit. De andere helft maak je over. Je hebt 24 uur om dit te doen. Als ik na die 24 uur nog steeds geen geld heb, dan zal de politie een anoniem pakketje krijgen met daarin een usb-stick en een verklarende brief. Op die usb-stick staat een filmpje dat de politie maar beter niet kan zien als jij en je maat op vrije voeten willen blijven.’ ‘Je bluft’, zei Nemo quasinonchalant, terwijl hij zich rustig probeerde te houden. ‘Misschien, maar wil je het riskeren?’ zei de jongen met een gemene glimlach. ‘Ik laat aan het einde van de maand wel weer van me horen, ga jij in de tussentijd maar eens maximaal bijlenen. Fijne dag nog.’ En hij liep weg. Nemo’s knieën trilden. Zijn brakheid was op slag verdwenen. Met zijn handen de muur aftastend naar steun liet Nemo zich langzaam op de grond zakken. Kut. Dit had hij niet verwacht. Hij was even uit het veld geslagen door het gesprek wat zojuist had plaatsgevonden. Een getuige. Een filmpje. Wat nu? Zag hij een potentieel nieuw anatomiepreparaat? No way, Boris wilde het niet meer doen. Daar was hij heel duidelijk in. Goed dan, er rest mij geen andere keuze. Ik geef mezelf aan. Wordt vervolgd…

Panessay • 2013:2 • 193


Foto’s

194


Panessay • 2013:2 • 195


Casuspagina

Davith de Vries

Dr. House in de praktijk Een jonge vrouw met kortademigheid bij inspanning Tijdens je coschappen zie je tussen de dozijnen snotterende kinderen, vaginistische vrouwen en anemische oude bazen de meest bijzondere casussen. De patiënten, en hun aandoening, blijven je jarenlang bij en zijn waardevoller voor je klinische blik dan de meeste tekstboeken. Dit jaar verschijnt in elke editie zo’n uniek verhaal. Op de polikliniek longgeneeskunde zien we mevrouw B. Nouwt, een 21-jarige studente psychologie, vanwege progressieve kortademigheid bij inspanning. Ze sinds jaren bekend met matig-ernstig astma, gepaard gaande met bronchiale hyperreactiviteit op mist en rook, en atopische constitutie met allergieën voor o.a. katten en cavia’s. De astmatische klachten werden tot voor kort succesvol behandeld door de huisarts met inhalatiecorticosteroïden ( Flixotide [fluticason] ) en een kortwerkend sympaticomimeticum ( Ventolin [salbutamol] ), maar sinds ongeveer een jaar heeft ze in toenemende mate last van kortademigheid, die slecht reageert op een extra pufje Ventolin. De huisarts heeft haar hierop naar ons doorverwezen. Eerste differentiaal diagnostische gedachten? Wat zou je nu willen weten?

Anamnese

De klachten van kortademigheid blijken uitsluitend aanwezig bij fysieke en mentale inspanning. Mevrouw Nouwt vertelt dat ze moet hijgen en puffen bij het fietsen tegen de wind in, of na het oplopen van een hoge trap. Verder geeft ze aan dat ze bij het maken van haar huiswerk soms een benauwd gevoel krijgt en dan wat dieper gaat zuchten. De arts grapt of dit ook specifiek bij bepaalde vakken optreedt, zoals

196

statistiek, maar bij verduidelijking blijkt er sprake van daadwerkelijke kortademigheidsklachten bij concentratie. Er zijn geen aanvallen in rust, met name geen klachten ‘s nachts. Er is geen sprake van bijkomende verschijnselen zoals een pijnlijk of beklemmend gevoel op de borst, hartkloppingen, zweten, misselijkheid of duizeligheid. Ze bemerkt soms wel tintelingen en enig krachtsverlies in haar linker arm, maar deze klachten zijn niet per se gekoppeld aan inspanning. Patiënte heeft nu geen last van hoesten, verkoudheid of koorts. Afgelopen jaar is ze echter wel regelmatig ziek geweest (luchtweginfecties) waarvoor ze soms met antibiotica is behandeld. Tijdens dit ziek zijn was er weinig sputumproductie, nooit hemoptoë en slechts kortdurend lichte koorts. Ze voelt zich verder niet moe, slaapt goed en is niet afgevallen. Er wordt gevraagd naar de veranderingen van de leefomgeving van patiënte, die mogelijk een exacerbatie van haar astma zouden kunnen veroorzaken. Ze blijkt net haar propedeuse psychologie gehaald te hebben en woont al ruim een jaar op kamers in Groningen. De kamer is in een nieuwbouwcomplex, waar ze een eigen kamer met wc heeft maar de keuken en badkamer deelt met 4 anderen. De hygiëne lijkt op orde te zijn; een van haar huisgenoten heeft ook astma, dus bij stof en huisdieren zijn ze niet gebaat. Uit de tractusanamnese komen slikklachten naar voren; ze merkt dat ze vast voedsel niet altijd even goed wil zakken, hierbij doet het pijn ter hoogte van het sternum en heeft ze water nodig om de brok goed weg te krijgen. In overige tracti geen afwijkingen. Naast de pufjes gebruikt mevrouw Nouwt geen medicatie, anticonceptie is geregeld met Mirena-spiraal en condoomgebruik.

Lichamelijk onderzoek

We zien een niet-zieke, jonge vrouw met normaal postuur van mediterraanse komaf. Vitale tekenen: tensie rechterarm 119/80 mmHg, linkerarm 105/95 mmHg, pols 70/min, ademfrequentie 14/min, temperatuur 36,8°C. Hart: normale harttonen met wisselend gespleten 2e toon, geen souffles, regelmatig ritme. Longen: expiratoire stridor bij snel ademen, bij auscultatie verder geen bijzonderheden.


Perifere vaten: onderste extremitieit: krachtige pulsaties in liezen (aa. femoralis) en aan de voeten (aa. tibalias anterior, aa. dorsalis pedis); bovenste extremiteit: rechterarm krachtige pulsaties in oksel (a. axilaris), elleboogsplooi (a. brachialis) en pols (a. radialis), linkerarm minder krachtige maar wel voelbare pulsaties.

Aanvullend onderzoek

Longfunctie (spirometrie): vitale capaciteit (VC)

99%, FEV1 87%, geen verbetering na verneveling met salbutamol (Ventolin). Zowel de in- als expiratoire curve zijn afgeplat, passend bij een intra-thoracale luchtwegobstructie. Metacholineprovocatietest: geen reactie Algemeen labonderzoek: geen afwijkingen, RAST negatief. ECG: sinusritme, freq. 70/min, normale hartas, intraventriculaire geleidingsvertraging (breed QRS-complex) passend binnen de normen, overige geleidingstijden normaal, geen tekenen van ischemie (ST-segmentveranderingen). Fietsergometrie (‘inspannings-ECG’): max. behaalde belasting 160 Watt (115% van voorspeld). Goede tensieopbouw, geen ritmestoornissen, een enkele extrasystole (PVC / VES). Stopreden: dyspnoe, geen pijn op de borst, geen tekenen van ischemie. Echocardiogram: goede linker- en rechterkamerfunctie, geen diastolische dysfunctie. Geen klepafwijkingen. Kamerwanddiktes normaal, geen hypertrofie.

Geen aanknopingspunten voor intracardiale congenitale hartafwijkingen. X-thorax: geen afwijkingen in het longbeeld, verdenking op afwijkende configuratie van de aorta, met name een rechts draaiende aortaboog. Wat zou er precies aan de hand zijn? Leg haar verschillende klachten naast elkaar. Hoe zou je ze kunnen verklaren? Hoe wil je dat verder onderzoeken? Wat zou je advies zijn over de behandeling?

Diagnose en uitleg

De diagnose luidt: congenitale aorta-anomalie in de vorm van een rechtsdraaiende aortaboog en een dorsaal van de trachea en oesofagus verlopende arteria subclavia sinistra, met hierbij inspanningsafhankelijke beklemming van de trachea, de rechterhoofdbronchus en de oesofagus (zie illustratie). De precieze diagnose is uiteindelijk gesteld op basis van CT- én MR-angiografie van de thorax. Een afwijkende configuratie van de aorta is een zeldzame aandoening, het komt voor bij ongeveer 1 op de 3000 pasgeborenen. Een rechtszijdig verlopende aortaboog, zoals bij deze patiënte, is de op één na meest voorkomende variant, met een prevalentie van ongeveer 1 op de 10.000 onder volwassenen. Een rechtszijdige aortaboog gaat in veel gevallen gepaard

Panessay • 2013:2 • 197


met een congenitale hartafwijking, met name tetralogie van Fallot, truncus arteriosus, pulmonalis- of tricuspidalisatresie en transpositie van de grote vaten. Dit zijn overigens ernstige hartafwijkingen, die altijd in de eerste levensmaanden tot jaren aan het licht zullen komen; door de matige prognose hiervan is de prevalentie van een rechtsdraaiende aortaboog onder volwassenen lager dan onder pasgeborenen. In dit geval was sprake van de meest gebruikelijke subvariant van een rechtsdraaiende aortaboog, waarbij de linker arteria subclavia aan de rechterkant van de trachea (en dus Verschillende anatomische varianten van de aortaboog. rechts van de middenlijn) B. normale situatie, F. situatie bij patiënte, verder A, C, D, E: afsplitst van de aorta, overige voorkomende varianten. om vervolgens met een bocht van 180 graden, achter de trachea en oesofagus langs, terug te lopen naar links. De anatomie duizelt u waarschijnlijk in het hoofd op dit moment, dus kijk nog eens naar het plaatje en lees de zin dan nog eens. Door deze afwijking raken trachea, rechterhoofdbronchus en oesofagus bekneld tussen de dikke aortaboog en de achterlangs lopende a. subclavia. Dit treedt logischerwijs vooral op bij verhoging van het hartminuutvolume, zoals tijdens fysieke en mentale inspanning, waarbij het compliante vaatsysteem uitzet om de toegenomen bloeduitstroom op te vangen. De systemische bloeddruk stijgt daarbij overigens wel, maar minder dan wanneer de vaten niet uit zouden zetten (zoals bij aderverkalking).

in doorsnee (normaal: 20-25mm). De verdrukking van de oesofagus zorgt voor de dysfagische klachten, en de linker arteria subclavia kan op zijn beurt weer in de verdringing komen wanneer de oesofagus (voedsel) of de grote luchtwegen (inspanning, salbutamol!) uitzetten. Deze beknelling kan de bloedtoevoer naar de linkerarm beperken (de subclavia gaat immers over in de a. axilaris en daarna de a. brachialis), wat zich kan uiten in tintelingen, krachtsverlies, verminderd voelbare pulsaties en een bloeddrukverschil ten opzichte van rechts. Daarentegen waren er bij patiënte gelukkig geen (congenitale) cardiale afwijkingen, zoals bleek uit de hartecho. In afwezigheid van de eerder genoemde congenitale hartafwijkingen is de prognose van een aorta-anomalie over het algemeen gunstig. De mate van klachten hangt af van de soort afwijking, maar ook binnen dezelfde anatomische variant wisselt de ernst van de symptomen van patiënt tot patiënt. Afhankelijk van ernst van de klachten en de anatomie is vaatchirurgische reconstructie mogelijk, maar meestal wordt eerst een conservatief beleid gevolgd. Vanwege een verhoogde kans op aneurysmatische ontwikkeling van de thoracale aorta en afsplitsende vaten is periodieke controle (bijv. eens per jaar) wel geadviseerd. Bij deze casus waren een longarts, cardioloog, vaatchirurg en een in angiografie gespecialiseerde radioloog betrokken. Een hoogleraar vaatchirurgie van het AMC is geconsulteerd om de therapeutische opties uiteen te zetten. De afwijking van patiënte zou corrigeerbaar zijn middels sternotomie en aortaboogreconstructie, of via endovasculaire weg (dwz. het opvoeren van opvouwbare stents langs een katheterdraad, meestal via de liesslagaderen). In goed overleg met de patiënte is besloten, gezien haar beperkte klachtenpatroon, voorlopig niet tot zo’n ingrijpende operatie over te gaan. Bij controle blijkt dat ze goed om heeft leren omgaan met de kleine beperkingen die de afwijking haar bezorgt. Ze wordt desalniettemin voorlopig jaarlijks gezien door de longarts en de vaatchirurg. De vermelde persoonsgegevens zijn aangepast om herleiding tot een individuele patiënt te voorkomen.

Hoe verklaren we nu precies alle symptomen van patiënte? De beklemming van de grote luchtwegen zorgt voor een intrathoracale luchtwegobstructie, wat de kortademigheid bij inspanning, alsmede de stridor bij snelle ademhaling en de verlaagde, niet op salbutamolinhalatie reagerende FEV1 verklaart; op het smalste punt was de trachea van patiënte 10mm

198


Column

Christiaan Serbanescu-Kele A. Ouweteur

Lekker! Aandoeningen die zijn vernoemd naar eten Dames en heren. Ik houd van eten. U ook. Daarom een eetlustopwekkend stukje over ziektebeelden en hun symptomen die vernoemd zijn naar voedsel. Kort stukje pathofysiologie – om op te vreten! - en etymologie – om te smúllen. Blueberry muffin rash

Teken van dermale erythropoëse. Klassiek geassocieerd met rubella-infectie in utero: de zwangere vrouw draagt het rodehondvirus haematogeen over op de foetus. Deze raakt geïnfecteerd, gaat allemaal rare shit doen en om de één of andere reden kan de foetus dermale erythropoëse ontwikkelen – het aanmaken van rode bloedcellen in de huid, in plaats van in de milt en de lever (vroeg-foetaal) of het beenmerg (later in de levenscyclus). Dit geeft paarsblauwe vlekken over het hele kind, die geinig genoeg een beetje het aspect hebben van een bosbessenmuffin. Differentiaaldiagnostisch moet aan elke TORCH-infectie (Toxoplasmosis, Other, Rubella, Cytomegalovirus, Herpes simplex) worden gedacht, die allemaal dit beeld kunnen veroorzaken. Haemolytische aandoeningen

van de pasgeborene kunnen ook aanleiding geven tot dermale erythropoëse. Het neuroblastoom, de meest voorkomende kwaadaardigheid op deze leeftijd, moet door middel van biopsie worden uitgesloten: cutane laesies van een gemetastaseerd proces (ook van een aantal andere tumoren, zoals het rhabdomyosarcoom) kunnen op de blueberry muffin rash lijken. Ik heb gepoogd op te zoeken wat de exacte verklaring is voor de dermale erythropoëse bij virusinfecties in utero, maar ik heb dit nergens kunnen vinden. Mijn beste gok is dat de infecties voor een diepe anaemie zorgen, waarop een extreme reactie van erythropoietine (EPO), waarop de foetus/neonaat, die fysiologisch nog niet helemaal reageert zoals wij zouden doen, ook in de huid bloedcellen gaat maken.

Vleesboom

Oké, niet helemaal genoemd naar voedsel, maar te onsmakelijk om hier niet te noemen. Vleesboom is de paupernaam voor het myoma uteri: een goedaardige tumor van het spierweefsel van de baarmoeder. Dat ziet eruit zoals het klinkt: een woekering van rozige, rode massa. Eet smakelijk, de volgende keer dat u een Kwekkeboomkroket nuttigt (graag gedaan voor die associatie die u waarschijnlijk nog nooit zou hebben gemaakt, die nergens op slaat maar tóch uw eetlust verpest).

Verkazende necrose

Mycobacterium tuberculosis heeft de merkwaardige gave om menselijk longweefsel (en eigenlijk elk ander orgaan) te transformeren tot een gelige, zompige brei die nog het meest lijkt op een smerige kaas die sinds januari 1987 achter een radiator in een vochtige ruimte verstopt heeft gelegen. Ongetwijfeld zijn de geur en de smaak er ook naar. Dit proces is zo goed als de handtekening van de tuberkelbacil, verwekker van de aandoening die in jargon de tering wordt genoemd. Typisch is dat je zelfs met de microscoop geen idee meer kunt vormen over de originele vorm van het weefsel – cellen zijn niet meer als dusdanig te herkennen, alles is één homogene massa.

Prune belly syndrome

U dacht geen buikspieren te hebben? Heeft u wel. Ze zitten alleen zo diep verstopt onder die gemoedelijke, beschermende, heerlijk warme laag blubber dat u ze niet ziet. Had u het prune belly syndrome gehad, echter, had u écht geen buikspieren. Dit syndroom met geinige naam wordt gekenmerkt door een triade van symptomen: de (soms gedeeltelijke) afwezigheid

Panessay • 2013:2 • 199


van buikspieren, afwijkingen in de tractus uropoëticus en ten slotte, in het geval van de heren: bilateraal cryptorchisme (niet indalen van de teelbal). Een buik zonder buikspieren gaat onder druk van alle organen uitzetten en is niet netjes plat, maar gaat kreukelen. Zo krijgt de buikwand het uiterlijk van een gedroogde pruim, hence the name.

Aardbeiencervix

Lekkerrrrr! Heeft u een nachtje liggen black-and-deckeren zonder rubber, blijkt uw partner u met het altijd gezellige protozoön Trichomonas vaginalis te hebben volgeblaft. Balen! U bent nu de trotse eigenaar van een felrode cervix met mooie wittige afscheiding, die best wel lijkt op een heerlijke rode, verse, rijpe aardbei die erom schreeuwt om door u geconsumeerd te worden. Het liefst met royale laag suiker. Eet smakelijk!

Chocoladecyste

Wees blij dat u dit stukje niet vóór Pasen heeft gelezen, want de gynaecologen hebben nog een mooie aandoening naar voedsel genoemd. Endometriose, kort gezegd de aanwezigheid van baarmoederweefsel waar het niet hoort, doet elke maand wat baarmoeders elke maand doen: bloeden als een rund. Dit is geen probleem als de afwijking op een plek zit waar het weg kan, maar zit het bloed opgesloten en kan het nergens heen, ontwikkelt zich over lange tijd een holte met jaren oud bloed. Snijdt de gynaecologisch chirurg zo’n holte open, stroomt er een stroperige bruine vloeistof uit, die ongemakkelijk veel lijkt op heerlijke, gesmolten chocolade die u over een grandioze taart zou gieten, of misschien wel op de lekkere chocoladevulling uit die superdeluxe bonbon die op dit moment in uw mond uiteenknapt. Daarom dus de naam: chocoladecyste. Bon appétit.

Druiventroszwangerschap

Mensen die niet weten waar ze het over hebben, noemen de beruchte molazwangerschap zo. Als gevreesde oorzaak van bloedverlies in het eerste trimester is de molazwangerschap altijd slecht nieuws. De moeder voelt zich normaal zwanger (door het extreem hoge hCG heeft ze soms overdreven zwangerschapsklachten), maar er is in utero slechts een soort placenta te vinden, zonder foetus. Oorzaak is vaak een abnormaal chromosoomaantal in het pre-embryo, die op de één of andere manier leidt tot woekering van de trofoblastcellen. Het resultaat is een op een druiventros lijkende rotzooi die graag gaat bloeden. Bijzonder aan deze zwangerschap is dat er in 2 tot 3% een zogeheten choriocarcinoom uit ontwikkelt: een zeer maligne, uitzonderlijk vroeg metastaserende tumor – die zich overigens over het algemeen goed laat behandelen met chemotherapie. Imperatief is daarom curettage zo spoedig mogelijk nadat de mola is gevonden.

200


Ansjovispasta

Amoeben als Entamoeba histolytica zijn een zo nu en dan opduikende oorzaak van dysenterie (diarree bestaande uit bloedverlies). Ze vreten zich in de darmwand en voelen zich daar helemaal lekker. Vroeg of laat hebben ze vaak de neiging om de snelweg die de vena portae heet op te gaan en bij afslag ‘lever’ een verblijfsplaats te zoeken. Resultaat zijn amoebale leverabcessen. De lol is, dat als je ze aspireert, er een stinkende massa vol brokjes uitkomt die doet denken aan ansjovispasta.

Peau d’orange

Een mammacarcinoom (voor de lieve sjaarsjes: borstkanker!) is nooit lachen. Sommige gevallen laten zich goed behandelen, sommige gevallen niet. Het laatste geldt meestal in de aanwezigheid van een peau d’orange, een sinaasappelhuid. Wijdverspreide lymfangitis carcinomatosa (tumoreuze ontsteking van lymfevaten) in het mammaweefsel geeft de borst een sinaasappelachtige aanblik, door haar roodgele ontstekingskleur en vele regelmatige putjes over het

gehele oppervlak. De peau d’orange is een slecht prognostisch teken, omdat het (lymfogene) verspreiding all over the place impliceert: chirurgische behandeling is meestal niet meer aan de orde.

Redcurrant jelly stool

Invaginatie, ook wel intussusceptie, is een geinig ziektebeeld waarbij de darm zichzelf opeet. Als een piratentelescoop uit 1750 schuift de darm in elkaar, waarbij één deel in het andere schuift. Dit gebeurt meestal als reactie op een zwelling in de darmwand, waarbij de darm de zwelling voor een klem gekomen object aanziet. De meest typische locatie is de ileocoecale overgang en de meest typische presentatie is op jonge kinderleeftijd (als een resultaat van de vele reactieve lymfeknopen in het darmweefsel, die later vermindert). Omdat dit meer mechanische belasting levert dan de tere wandjes van kinderdarmen aankunnen, vallen deze uit elkaar. Het resultaat is een mengsel van bloed en débris dat eigenaardig veel lijkt op bosbessenjam.

Panessay • 2013:2 • 201


Medisch

Hidde Kleijer

DSM bijsluiter Hoe de f*ck kan dat nou? Kinderen hebben geen ADHD, want ADHD bestaat niet. Klinkt vreemd? Toch is het, zij het enigszins gechargeerd, wel de realiteit. Het punt is dat niet iedereen goed begrijpt waarom dit het geval is. Filosofie to the rescue! DSM

De Diagnostic and Statistical Manual (DSM) of mental disorders is niets anders dan een categorisering die handig blijkt te zijn. Net als de taxonomie van het dierenrijk, stelt de DSM categorieën op, gebaseerd op bepaalde eigenschappen (symptomen) die veelal samen voorkomen. Deze indeling is in lang niet alle gevallen zaligmakend, maar zorgt er wel voor dat we met zijn allen weten waar we het over hebben. Laten we als voorbeeld depressie nemen. De DSMIV vertelt ons dat er twee kernsymptomen aanwezig moeten zijn om te kunnen spreken van een depressieve stoornis: een depressieve stemming en anhedonie (verlies van interesse of plezier). Daarnaast moeten er in totaal vijf symptomen aanwezig zijn uit een lijst van negen andere, zoals vermoeidheid en insomnia of juist hypersomnia (ik bedoel maar…). Het mag duidelijk zijn dat dit een vrij heterogene groep patiënten oplevert, maar dergelijke afspraken helpen wel. Het geeft hulpverleners maar ook wetenschappers een referentiekader. Daarnaast voorspelt de

202

DSM indeling vrij goed welke behandeling zal werken. Kortom, het is een geweldig hulpmiddel. Het gaat echter niet om een diagnose in de zin dat er een oorzaak van of verklaring voor de symptomen wordt gegeven. De patiënt krijgt dus in feite geen extra informatie wanneer hij hoort dat zijn symptomen passen bij een depressieve stoornis.

De filosofische bijsluiter

Depressie en ADHD bestaan in die zin dus niet. Het zijn gaan vastomlijnde entiteiten, maar labels gebaseerd op praktische overwegingen, statistiek en conventies. Net zoals de meter ook niet bestaat: het is slechts een conventie, zij het een erg handige. Een DSM-“diagnose” is dus meer een hulpmiddel dan een verklarende diagnose en hier kan verwarring ontstaan. Vandaar het idee van een tweetal Groningse filosofen om het idee van de DSM als medicijn op te werpen. Vanuit dit idee hebben zij een bijsluiter geschreven zoals patiënten die ook bij medicamenten meekrijgen, maar dan nu eentje die hoort bij de depressieve stoornis. Ze beschrijven hier wat dat label inhoudt, wat de samenstelling ervan is (de mogelijke symptomen), wanneer en hoe het te gebruiken is, wanneer het niet te gebruiken is, wat voor invloed het heeft op het leven, wat de houdbaarheid is en geven waarschuwingen bij het gebruik. De speerpunten van deze bijsluiter zijn de volgende: 1. De uitleg en waarschuwing dat het om een categorisering gaat en niet om een verklaring of een oorzaak.


2. Te gebruiken: • Als hulpmiddel om uit te leggen aan anderen wat er met u aan de hand is • Als hulpmiddel in de communicatie met hulpverleners om uw problemen goed aan te kunnen pakken 3. Niet te gebruiken: • Als excuus of vrijbrief voor het hinderen van uzelf en anderen • Als kapstok om uw problemen aan op te hangen • Als een ziekte waaraan u lijdt die u vrijpleit van uw verantwoordelijkheden

Het nut

Persoonlijk vind ik deze bijsluiter een briljant idee. Ik heb namelijk het gevoel dat DSM-labels vaak misbruikt worden door patiënten en verkeerd begrepen worden door hun omgeving. Een vriend van me die een autistische jongen begeleidt kwam laatst nog met een goed voorbeeld. Zijn autist (zoals hij hem liefkozend noemt) probeert onder van alles uit te komen met zijn autisme als excuus, tot op het punt dat de diagnose hemzelf in de weg gaat zitten. ‘Hoezo kan jij je jas niet gewoon ophangen omdat je autisme hebt?’

Het inzicht dat een DSM-label jou niet vertelt wat je allemaal nog wel en niet kunt lijkt mij erg waardevol. Daar kunnen zowel patiënten als hun omgeving heel wat aan hebben.

Achtergrond Timo Kuipers en Joost Kraaijenbrink zijn

masterstudenten wijsbegeerte aan de RUG en de

bedenkers van de Filosofische bijsluiter bij de DSM.

Zij presenteerden hun creatie bij een onderzoeksbespreking bij de psychiatrie. Dit stuk is een reflectie

van die presentatie. Als filosofen proberen zij: ‘niet

aan psychiatrische en psychologische professionals voor te schrijven hoe of wat iets geduid dient te worden. Binnen die praktijk zit het wel goed. De bijsluiter inclusief doosje is slechts een gimmick

Panessay • 2013:2 • 203


Reportage

Tom, Hidde en Christiaan

In hogere sferen Zoals u allen op wonderbaarlijke wijze al te weten bent gekomen, getuige de vele vragen aan de redactie en enkele verontwaardigde gezichtjes op de ALV: drie heren hebben zich opgeworpen om voor u af te dalen tot de diepste krochten van het menselijk brein. Deze vrijwilligers - deze onloochenbare helden - zullen als ware kosmonauten van de geest de wondere wereld der psychedelica induiken en in elke PanEssay verslag uitbrengen van een geestverruimend middel. Zij riskeren lijf en leden, zodat u veilig vanuit uw leunstoel meer te weten zult komen over de diepste geheimen aan de grenzen van ons bewustzijn. Aristoteles, Tarantino en Stalin beginnen deze editie relatief onschuldig, om elkaar en u beter te leren kennen eer ze aan de zware hallucinogenen gaan. In volgend epistel leest u het verslag van een mooie avond, die het begin van een epische ontdekkingsreis heeft ingeluid: met hun culinair talent en een flinke dosis hasj hebben de drie kosmonauten een over-overheerlijke hashbrownie gemaakt. Het recept, het effect en de recensie leest u hieronder. Recept - Huismerk browniemix - Roomboter - 1.7 gram hash Toen we aan dit experiment begonnen hadden we niet echt een recept. Als eerste hebben we de hash fijngemalen (geloof me, dat moet met een vijzel en niet met ander geïmproviseerd keukengerei, zoals wij deden). De fijngemalen hash hebben we au-bain-marie in de boter gesprenkeld, zodat de THC in de boter trekt. Vervolgens hebben we, keukenprinsen als we zijn, het recept van de browniemix gevolgd voor een uitstekend resultaat. THC, wat doet u nu?

204

Het magische ingrediënt waar wij zo moeilijk hard van gaan spacen is THC. Maar hoe werkt deze geestverruimende stof nou precies? THC, ook wel bekend als tetrahydrocannabinol, komt in ons geval via de gastro-intestinale weg in het bloed. Tussen het moment van eten en het begin van de eerste merkbare effecten zat bij ons ongeveer tweeënhalf uur.

In de hersenen treedt THC uit de bloedbaan en werkt het op de cannabinoïdereceptoren, hier zijn twee verschillende soorten van, CB1 en CB2. CB1 zorgt voor psychologische effecten en CB2 zorgt voor fysiologische effecten. Deze receptoren liggen op verschillende plekken in de hersenen: de basale ganglia, de hippocampus, het cerebellum en in de hersenstam. In de normale situatie zijn deze receptoren gevoelig voor de lichaamseigen stof anandamide. THC en anandamide zorgen door middel van second messenger cascades voor een afname van prikkelgeleiding in de cel, met als gevolg dat er minder neurotransmitters vrijkomen en we daar moeilijk hard stoned van worden. Voor alles wat je eet, drinkt, rookt of spuit geldt: doe het met mate. THC is hierop geen uitzondering. Incidenteel gebruik richt geen blijvende schade aan (uitzonderingen daargelaten, wij zijn niet aansprakelijk voor eventuele sterfgevallen na een eerste joint). Ben je toch zo stom om elke dag THC te gebruiken, dan zijn er wel risico’s aan verbonden. Bij dagelijks gebruik zal je last krijgen van geheugenverlies en een verminderde leercapaciteit. Daarnaast correleert THC gebruik met psychoses. Dus, mocht u opeens stemmetjes horen, dan kan het komen door het dagelijks nuttigen van de pretsigaret. Ervaringen Aristoteles: Stalin had al zo’n drie kwartier een partiële Broca afasie en een stompzinnige, maar intens gelukkige grijns op zijn smoel. Tarantino en ik konden hier iets harder om lachen dan normaal,


bleek toen ik de volgende ochtend filmpjes op de iPhone aan het terugkijken was. Andere effecten bleven echter uit. Opeens ervoer ik toch iets: tintelingen in de extremiteiten die zich binnen mum van tijd verspreidden door de rest van mijn lichaam. Met een zucht van verlichting liet ik dit heerlijke gevoel over me heenkomen en ging zo mogelijk nog comfortabeler liggen op mijn bank. Nog nooit was de film ‘Dude where is my car’ zo grappig en opgebouwd uit allerlei diepere lagen. Voor diegenen die de film niet kennen: dit is zoiets als een diepere betekenis in de liedjes van J. Bieber horen; borderline auditoire wanen dus. Ik had wel eens eerder hasj en wiet gerookt als joint, via de waterpijp en de bong, daar werd ik altijd wel melig en sloom van, maar dit was van een totaal andere orde. Er kwam bij mij een ongelooflijk snelle associatieve gedachtenstroom op gang. Heerlijk, totdat de aftitelingmuziek van de film me begon te irriteren en er negatieve gedachten op gang kwamen. Dit eindigde in een martelgang op de plee helaas; kleine bad trip. Toch zou ik het zo weer doen, van je fouten leer je. Ervaringen Stalin: Er gebeurt een hele tijd niets. Opeens raast een gevoel door mijn aderen alsof iemand mijn beide carotiden afklemt. Ik roep uit: “WAT DE FUCK?!”. Vijf tellen later is alles weer normaal. Als Tarantino en Aristoteles vragen wat er aan de hand is, kan ik het niet uitleggen. “Het zal wel moeheid zijn geweest”, zei ik. Het gevoel komt steeds vaker en duurt steeds langer. En dan gebeurt het: alsof iemand me optilt en me face-down in een zwembad vol watten gooit, doet de THC eindelijk haar nobele werk. Een schokgolf van zachte donzigheid legt mijn lichaam volledig lam. Alsof ik in een verroest middeleeuws harnas zat, kostte het herculische inspanningen om mijn ledematen te bewegen. Maar waarom zou ik? Dit was niet het moment om actief te zijn, dit was het moment om achterover te leunen en te genieten. De wereld was in breedbeeld. Ik kon het alleen niet uitleggen. Behalve wat onsamenhangend gebral bestaande uit louter lidwoorden en voorzetsels kwam er namelijk weinig informatie uit mijn normaliter behoorlijk grote muil. Achteraf eloquenter verwoord, valt het gevoel nog het best te beschrijven als een staat van verhoogd sensorisch bewustzijn waar allerlei details opvallen aan de randen van het blikveld, gek genoeg gecombineerd met een wazigheid over alles wat beweegt. Bijkomend verschijnsel was een bizar gevoel

van derealisatie: mijn ledematen voelden als de extremiteiten van iemand anders. Mijn linkerbeen, liggend op het rechter, voelde niet als mijn linkerbeen, maar dat van een persoon naast mij. Ik moest over alle handelingen bewust nadenken – routineklusjes als veters strikken vergden titanische denkkracht. Het voelde alsof de hasj de verbindingskabels tussen lichaam en geest had losgetrokken - en dat voelde goed. Ervaringen Tarantino: De brownies zelf bezaten een sterke, kruidige smaak van hash en chocolade die zich gestaag verspreidde over mijn smaakpapillen. Twee uur later begonnen er lachbuien te komen, maar verder effect bleef uit. Een zacht gegiechel vertelde me dat Stalin reeds was opgestegen. Aristoteles en ik keken elkaar ongeduldig aan. Was dit dan het enige effect?

En dan gebeurt het: alsof iemand me optilt en me face-down in een zwembad vol watten gooit

Hell no! Een ongeëvenaard gevoel volgde, wat het beste te omschrijven was als ontspanning van lichaam en geest in zijn puurste vorm. Het was alsof zuiver geluk door mijn arteriën vloeide. Ik verruilde mijn plekje op de bank voor een matje naast de verwarming. Het effect was een deken van warmte die mij liefdevol toedekte. In mijn gelukzalige toestand zag ik hoe een normaal zo welbespraakte Stalin tevergeefs pogingen deed om zijn sensaties onder woorden te brengen, terwijl Aristoteles face-down in een schijnbaar vegetatieve toestand op de bank lag. Ondertussen raakte ik langzaam maar zeker de oriëntatie in de tijd kwijt. Ik schrok op met de gedachte dat de mini-pizza’s al uren in de oven lagen te verkolen, terwijl ze er maar vijftien minuten in zaten. Tevens veranderde een bedroevend slechte film van 85 minuten, over twee gasten die hun auto kwijt waren, opeens in een drie uur durende queeste die zich kon evenaren met films als The Lord Of The Rings. Kortom, het was een prachtige avond. Om toch nog iets educatiefs toe te voegen hebben we een tweetal leerpunten uit deze ervaring kunnen halen: 1) Begin niet om 10 uur ’s avonds met het eten van hashbrownies, aangezien we tot vier uur ’s ochtends aan het genieten waren. 2) Eet van te voren geen flinke maaltijd waar een achtkoppig Afrikaans gezin een maand van kan eten, want dan duurt het namelijk nogal lang voordat de effecten merkbaar worden. Wordt zeer zeker vervolgd…

Panessay • 2013:2 • 205


206


Co-column

Boukje van der Slik

Co-column Daar ben ik weer, dit keer vol ervaringen van de kinderafdeling. Iedereen vraagt zich natuurlijk al weken af of ik weer een arts heb geprikt of kinderen heb ziek gemaakt. Nee, wees gerust (of teleurgesteld), dat is niet gebeurd. De kinderen hebben mij ziek gemaakt. Snottebellen, hoestbuien, koortsstuipen: je maakt het allemaal mee in het Beatrix Kinderziekenhuis! Ik begon mijn coschap met geruchten spokend in mijn hoofd over colonnes coassistenten, ronddwalend over de afdeling op zoek naar werk. Toen ik maandagochtend de achttien co’s bij de overdracht zag zitten werd ik bang, maar ik kwam er snel achter dat er genoeg afdelingen waren om over verdeeld te worden. Met goede moed begon ik met twee specialistische weken bij endocrinologie, reumatologie en nefrologie. Je hebt voor deze weken discipline nodig, want er is niemand die je mist als je er niet bent. Braaf als ik ben heb ik alle mogelijke poli’s bijgewoond en de tijd meestal goed gevuld. Soms ook niet, maar na vier koppen choco creame, vijf Facebookchecks en een uur naar een beeldscherm staren kwam ik meestal wel een verpleegkundige tegen, diep in de stress, vragend of iemand een spoedje wilde zien. En dan sprong ik op: pick me, pick me! Doei verveling, hallo verantwoordelijkheid en lekker zelf aan het werk! Mijn geduld loonde dus wel en daardoor ben ik bijna iedere dag met een voldaan gevoel naar huis gegaan. Het valt dus reuze mee zolang je zelf maar achter dingen aangaat. Oké, voordat ik nu te veel wijze woorden ga blaten laat ik jullie een blik werpen op wat leuke momenten van mijn coschap op de poli. Op de polikliniek nefrologie kwam een knalblonde eeneiige tweejarige tweeling de spreekkamer binnen. Huilend en krijsend als twee sirenes, alsof hun leven ervan af hing. En ik snap dat zo’n überblije coassistent bij de deuropening dan ook niet helpt. Voordat we zaten had ik al een piep in mijn oren en had ik me in mijn hoofd laten steriliseren. Toch zagen ze er ongelooflijk cute uit in hun mini-Uggs. Ze hadden allebei een plaszakje om urine op te laten vangen. De een trok de plaszak er al meteen af en de weeïge geur van urine drong tot in mijn hersenen door. Dat hield me alert, zullen we maar zeggen. Zijn tweelingbroertje vond dat er erg interessant uitzien, want ja, wat

je tweelingbroertje doet, wil jij ook doen. Gelukkig hebben we dat met 3 man sterk kunnen vermijden. Eindelijk, het consult kon beginnen. Na een hectisch gesprek (respect voor de arts-assistent) begon de bloeddrukmeting: de sirenes begonnen weer. Broertje numero uno in de houdgreep, met smartphone voor de neus (helpt al-tijd) en pompen maar. Na vijf metingen had broertje numero dos wel door dat hem hetzelfde te wachten stond. Op magische wijze heb ik hem stil weten te krijgen en zijn bloeddruk was nog nooit zo keurig geweest. De ouders blij, de arts blij en ik ook blij. De piep in mijn oren heeft nog drie dagen geduurd. Maar toch heb ik de sterilisatie weer ongedaan laten maken, in mijn hoofd tenminste.. In het begin van een consult moeten de meeste kinderen even ontdooien door bijvoorbeeld een gekke bek te trekken of een compliment te geven (“Wat ben jij al een grote jongen!”) Maar toen ik op een ochtend meeliep op de poli groeihormoon (kinderen die te klein/groot zijn) en ik dat wilde zeggen, was ik blij dat het vroeg in de ochtend was en mijn hersenen dan altijd een aantal seconden trager werken voordat ze daadwerkelijk de actie ondergaan. Ik heb me net in kunnen houden, maar ik schaamde me dood. Na twee weken produceerde mijn neus meer snot dan alle neuzen van de kinderen op de poli bij elkaar en had ik dienstweek. Eindelijk zelf de handen uit de mouwen steken. Toen heb ik pas echt geleerd hoe het is om een consult te voeren met kinderen. Ieder kind heeft buikpijn, hoofdpijn en is misselijk als je er naar vraagt. Bij navraag aan ouders blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Zo’n check is dus erg belangrijk en neem lang niet alles serieus, al kunnen kinderen soms ook weer bloedeerlijk zijn. Lastig... Je merkt het al: op de kinderafdeling gaat alles anders. De consulten zijn rommelig, lawaaierig en duren vaak langer door een dubbele anamnese. Van te voren weet je niet of het kind mee gaat werken, wat er aan de hand is of hoe het kind en de ouders (!) zich gedragen. Dit maakt het super interessant, want geen consult is hetzelfde. De geruchten zijn wat mij betreft absoluut niet waar, het is maar wat je er zelf van maakt!

Panessay • 2013:2 • 207


Vrouwe Panacea

208

Henk Gierveld


Mei: 3 7 7 7 8 13 16 17-22 23 29 31 Juni: 4 5 8 10-13 10 10 11 11 12 12 15-16 18

Activiteitenkalender Galabal der M.F.V. Panacea: ‘Promiscuous’ Masterraad cursus ‘Anesthesie & Intuberen’ CuCo Workshop Triggerpointmassage Pre-BRC borrel IBR1: Doctors Without Borders Evening ProMed & Panacea Pubquiz Musical THE WIZ Buitenlandse Reis naar Krakau Gangfeest Lezing Radiologie: Thoraxbeoordeling Masterraad Co-Borrel Deluxe JV2: Medische Missersavond JV3: Oh Oh Coschappenavond AlumniCie Buitenactiviteit Dies Natalis COP Filmdag JV3/IBR3 Bachelor Diner AkCie Eindfeest Spoco Voetbaltoernooi CuCo Cocktailworkshop Docent van het Jaar Verkiezing AkCie Zeilweekend Halfjaarlijkse ALV


PanEssay Mei 2013  

The Faculty paper of the Groningen Medical Students' Association M.F.V. Panacea

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you