Page 1

STAD IN TRANSITIE WINTER 2014

VERTROUWEN IN DE Stad: NIEUW-WEST De participerende overheid gemeenteraadsverkiezingen 2014 Broedplaats Noord De Coรถperatie Grondstoffen uit afvalwater Apps for smart citizens flexibele woningmarkt Stadsdorpen Zelfbouw 2.0 LOSSE VERKOOP E 3,95


TIJDELIJK IS HET NIEUWE PERMANENT WWW.DEZWIJGER.NL


voorwoord

Nieuw begin of doorpakken? Voor je ligt de tweede editie van Nieuw Amsterdam. We geven wederom een inkijkje in de stad die ingrijpend aan het veranderen is. De stad Amsterdam die bruist van de innovatie. Dan gaat het over apps die de mondige burger nieuwe instrumenten in handen geven om hun invloed te vergroten, zelfbouw om de woningmarkt in beweging te krijgen, hergebruik van afval door er designertassen van te maken, Stadsdorpen waarin bewoners met en voor elkaar zorg organiseren, en de coöperatie van ‘bewondernemers’ als alternatief voor de verzorgingsstaat. Het gaat ook over de gemeentelijke overheid die voor een enorme reorganisatie staat, over gebiedsgerichte aanpak, bestuurlijke hervorming en politici die met nieuwe beloftes de strijd om de gunst van de kiezer met elkaar aangaan. 2014 is voorlopig nog een jaar van veel uitdagingen en evenzoveel vraagtekens. Hoe we die vraagtekens tegemoet treden, drukt een belangrijk stempel op de antwoorden die we gaan vinden. Staan we voor een nieuw begin of pakken we door op de reeds ingeslagen weg? Wat mij betreft kiezen we voor het tweede. Hoe aanlokkelijk het soms ook is om de resetknop in te drukken en opnieuw te beginnen; er is de afgelopen jaren zoveel geïnvesteerd en opgebouwd, dat we wel gek zouden zijn om daar niet de vruchten van te gaan plukken. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat dit makkelijk zal zijn. Sterker nog, wellicht wacht ons juist in de komende jaren wel de zwaarste opgave van de innovatiegolf die de afgelopen jaren over de stad is heen gespoeld.

De tijd is aangebroken dat de vele experimenten en ontwikkelingen die de stad rijk is worden doorgezet, uitgebreid, opgeschaald en verduurzaamd. Dat vereist lef en het maken van soms lastige keuzes. Ieder vanuit zijn eigen positie, maar als collectief vanuit samenwerking. En daar schuilt het risico, want het lijkt erop dat veel partijen 2014 vooral willen gebruiken om het vizier naar binnen te richten. Mijn oproep is juist om nog meer het contact met de wereld om je heen te zoeken. Hervormingen, reorganisaties, nieuwe initiatieven; om ze echt zinvol te laten zijn is het noodzakelijk om dat met elkaar op te pakken. Anders zijn we de wereld van gisteren aan het ontwikkelen. 2014 is het jaar waarin Pakhuis de Zwijger nog nadrukkelijker de verbinding met de stad zal opzoeken. Niet alleen binnen onze eigen muren, maar juist ook daarbuiten. Wij gaan onze expertise en ondersteuning in de Amsterdamse buurten en wijken aanbieden om nieuwe ideeën verder te helpen en het realiseren te versnellen. De focus ligt dan met name op het verbinden van stakeholders in specifieke gebieden. Dwars door de kokers heen, gericht op innovatie. De grote uitdaging is om het kleine en het grote, de bottom-up en top-down, de kennis en de praktijk samen te brengen en elkaar te laten versterken. Daarvoor is ruimte nodig om te experimenten en de durf om die ruimte te pakken. We moeten vooral niet gaan zitten afwachten. Doen is het devies. Op onze inzet kun je in ieder geval rekenen. Een goed jaar gewenst! Egbert Fransen Directeur Pakhuis de Zwijger

Bert Spaan, developer bij Waag Society, heeft in het kader van het Europese Smart City Service Development Kit (SDK) project een kaart gemaakt waarop alle 9.866.539 gebouwen van Nederland te zien zijn. Op basis van gegevens uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zijn de gebouwen ingekleurd naar de tijd waarin ze zijn gebouwd. Dat levert prachtige nieuwe beelden op van onze steden, zoals je kan zien op de cover van dit magazine. Waag Society heeft met de SDK de volgende stap gezet in open data: een systeem dat open data van overheden verzamelt en uniform en real time toepasbaar maakt. De CitySDK verzamelt bronbestanden bij data-eigenaren, beschrijft de bronbestanden, koppelt data aan referentiebestanden (zoals de BAG) en stelt de data vervolgens beschikbaar via een uniforme webservice.

citysdk.waag.org

1


INHOUDSOPGAVE

5

14

19

stadsdelen

gemeenteraads verkiezingen

column

Lokale initiatieven geven kleur aan de zeven stadsdelen

Burgers versus overheid

Josien Pieterse & Mieke van Heesewijk

20

27

28

vertrouwen in de stad

Column

Nieuw-West

Chris Sigaloff

30 wijkpartners De buurt kan het beter

33 interview Frank van Erkel

38 tijdelijkheid VLLA

45

forbidden urban art walks Glamourising (Nieuw-)West

54 tijdelijkheid KANTOR

2

Nieuw Amsterdam #2

In hou dso pga ve

60 jaar nieuw-west De herontdekking van een stadsdeel

32 tijdelijkheid Op de Valreep

36 coรถperatieve democratie Pak door op bestuurlijke hervormingen

39 kunst in de publieke ruimte Met verbeelding de stad in beweging brengen

50

51

tijdelijkheid

rollende keukens

DOKA

...veroveren de stad

55

61

Broedplaats van de stad

Tanja den Broeder

amsterdam-noord

column


INHOUDSOPGAVE

Winter 2014

+ STOPERA

+ HERMITAGE, THEATERSCHOOL, JOODS HISTORISCH MUSEUM, NEDERLANDSE FILMACADEMIE, ACADEMIE VAN BOUWKUNST, ETC.

+ GEMEENTELIJKE DIENSTEN + ROETERSEILAND CAMPUS

62

+ AMSTELCAMPUS

+ VOLKSHOTEL, TROUW, STUDENT HOTEL

+ FD, BNR, MARKTPLAATS

69

73

knowledge mile

apps voor smart citizens

de stad als sociaal laboratorium

De slimste straat van Amsterdam

Slimme meters voor slimme burgers

De verzorgingsstaat voorbij

79

81

84

column

flexibele woningmarkt

zelfbouw 2.0

Willem Verbaan

Stimuleren van doorstroom

Het tweede leven van zelfbouw in Amsterdam

+ PHILIPS, DELTA LLOYD, RABOBANK

KnowledgeMile.indd 1

17/12/13 17:25

89 column Eeva Liukku

94 De circulaire stad Mooie dingen van afval

101

schat aan grondstoffen Hoe haal je nog meer uit afvalwater

109

In hou dso pga ve 110

90 Gebiedsontwikkeling De kansen van een Amerikaans ontwikkelmodel

99 column Anoek Nuyens

105 de coรถperatie Geld verdienen met idealen

113

column

stadsdorpen

column

Michiel Schwarz

Amsterdamse ouderen zorgen voor elkaar

Farida Farhadpour

114

119

120

boeken

websites

colofon en volgende uitgave

3


stadsdelen

Lokale initiatieven

westpoort

N oord

west nieuw

c entru m

west

oost

Zuid

LOKALE INITIATIEVEN GEVEN KLEUR AAN DE ZEVEN STADSDELEN Zuid oost

De gemeente Amsterdam kent een bijzonder bestuurlijk stelsel: de gemeente is opgedeeld in 7 stadsdelen met een eigen bestuur. Met ingang van dit jaar zullen de deelraden in fases vervangen worden door bestuurscommissies, die aangestuurd worden vanuit de centrale stad.

Yannick Sonne Redacteur Nieuw Amsterdam

De wereldwijde beeldvorming van Amsterdam wordt bepaald door grote iconische projecten zoals het Rijksmuseum en EYE. Voor de Amsterdammer zelf geldt een andere wetmatigheid. Dichtbij huis, in de wijken en de buurten van de stadsdelen zijn het de lokale initiatieven die voor de dynamiek zorgen en de couleur locale bepalen.

Van energiecoรถperatie Zuiderlicht in Zuid tot de Groene Mondriaan in Nieuw-West. Van Samen Kappen in Zuidoost tot Food Village in Noord. En van De Coppel in West tot ZZPlace in Oost. Via de Stadberichten van Nieuw Amsterdam wordt iedereen die dat wenst iedere werkdag op de hoogte gehouden van deze pareltjes van de stad. Meld je aan via: nieuwamsterdam.nu/stadbericht

5


stadsdelen

Amsterdam-Noord

Food Village Hoe leven varkens ook alweer ‘in het echt’? In Food Village in Noord kun je dat zien. Begin oktober zijn daar twintig varkens losgelaten die op het grote terrein lekker kunnen rennen en woelen. Crowdfunders kunnen investeren in deze varkens, en krijgen er producten voor terug van dieren die een vrolijk leven hebben geleid.

creativecitylab.nl © Rosanne Schenk

dijk 270 Koffiebar en ijssalon Dijk 270 in een pittoresk dijkhuisje aan de Buiksloterdijk gaat een echte wijkonderneming worden. Gerund door vrijwilligers en ondernemers uit de buurt, zonder subsidie. Nog geen gelikte zaak, maar volop in ontwikkeling en met veel gezelligheid. Dus ondernemers en vrijwilligers van Noord: ga eens langs!

fb.com/dijk270

doetank Een grauwe buurt waar het contact tussen bewoners wel wat beter kan. Hoe doe je dat? Leg met z´n allen een moestuin aan! Bij het Waterlandplein deden veertig buurtbewoners dat afgelopen voorjaar. Het resultaat mag er wezen: meer onderling contact, een mooier straatbeeld en smullen uit eigen buurt.

doetank.org

broedstraten Kunstenaars die geen atelier kunnen betalen en straten die wel wat kunst kunnen gebruiken. Floor Ziegler verbond die twee aan elkaar en bedacht de Broedstraten. Dat resulteerde onder meer in een jazzconcert bovenop het dak van een bedrijfspand, buurthonden die in een modeshow hun mooiste outfit tonen en buren die met klapstoelen hun plein tot een concertzaal maken.

broedstraten.nl

6


stadsdelen

Amsterdam-Oost

motuin Hoe breng je groen dichtbij bewoners van de grote, drukke stad? Bijvoorbeeld met een tuin op wielen! MoTuin staat voor Moestuin, maar ook voor Mohammed’s Tuin (de oprichter) en voor Mobiele Tuin. Want deze moestuin met broeikas, zadenruilbank en werkruimte rijdt door de Transvaalbuurt om de wijk samen te brengen en te vergroenen.

Openbare Werkplaats

zzplace

© Studio Gerry Hurkmans

tugela85.nl

© Eva DeCarlo

De creatieve revolutie is hier! Want maken is allang niet meer voorbehouden aan fabrieken. In de Openbare Werkplaats kan iedereen werken met professionele machines. Professionals en leken helpen elkaar met bijvoorbeeld metaal- en houtbewerking. De werkplaats heeft rariteitenkabinetten vol met gekke onderdelen die wachten tot er iets creatiefs mee gebeurt.

ZZPlace is een fijne werkplek in warm gezelschap. ZZPlace heeft alle faciliteiten die een professional nodig heeft. De plek wordt bewoond door lieve sociale zzp-ers die voor elkaar klaar staan. Ook is er een aparte ruimte voor o.a. masseurs die door een coach begeleid worden naar zelfstandig ondernemerschap. In ruil hiervoor krijgen huurders gratis massages.

openbarewerkplaats.nl

zzplace.nl

Museum Zonder Muren Kunst heeft geen statig gebouw nodig om gezien te worden. De woningen in de Transvaalbuurt dienen als expositieruimte. Afgelopen najaar bijvoorbeeld, werden bijzondere lichtinstallaties getoond voor de ramen van bewoners. Museum zonder Muren wil ook in andere buurten aan de slag. Binnenkort wellicht dus ook bij jou op de vensterbank!

museumzondermuren.com

7


Wij investeren in veilige en leefbare wijken. Dat doen we

bewoners organiseren bijna alles in de buurtwerkkamer zelf,

graag samen met u. Er zijn allerlei manieren om uw wijk en

professionele begeleiding is slechts op de achtergrond aanwezig.

uw woonomgeving te verbeteren. Doet u mee?

Dat maakt de buurtwerkkamer laagdrempelig. Het zelfvertrouwen van buurtbewoners groeit snel. De vrijwilligers zetten zich vooral

Buurtwerkkamer

in voor de buurt. Ze plakken banden, onderhouden tuinen, ruimen

Wilt u iets voor uw buurt betekenen? Heeft u zin uw handen uit

rommel op. Soms organiseren ze spelletjes voor kinderen of voor

de mouwen te steken? In de buurtwerkkamer ontmoeten buurt-

ouderen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

bewoners elkaar. Samen ontplooien ze hun talenten. Ze doen er vrijwilligerswerk en leren van elkaar. Zo doen ze ook werkervaring

Doe mee

op en krijgen ze ritme in hun leven. In de buurtwerkkamer werken

Iedereen, met of zonder baan, is welkom om vrijwilliger te

we samen met instanties die zich richten op mensen zonder

worden. U kunt zich aansluiten bij een van de vrijwilligersteams

uitzicht op werk, zoals DWI.

om de buurt beter te maken. Is er nog geen buurtwerkkamer bij u in de wijk, maar zou u dat graag willen? Laat het ons weten,

Het werkt!

dan kijken wij wat er mogelijk is!

Bij de buurtwerkkamer kan iedereen binnenlopen en vijf minuten later aan het werk zijn. We gaan uit van ieders talenten, zodat

Meer weten?

iedereen doet waar hij goed in is en wat hij leuk vindt. De buurt-

Kijk voor meer informatie op www.eigenhaard.nl/in-uw-wijk

Buurtwerkkamer Eigen Haard in uw wijk


stadsdelen

Amsterdam-Zuid

Energiecoöperatie Zuiderlicht

In het Stadiongebied in Zuid hebben bewoners van 180 woonarken de handen ineen geslagen om de wijk te vergroenen. Samen investeren zij in het verduurzamen van woningen en openbare voorzieningen. Van de bioscoop tot de voetbalclub. En van high-tech tot hele simpele oplossingen. Op naar een schone metropool!

zuiderlicht.nu

eet u mee? Aan tafel ontstaan de mooiste gesprekken. ‘Eet u mee?’ koppelt kokers aan eters zodat nieuwe sociale contacten ontstaan. ‘Bijvoorbeeld de meneer die ik voor het eerste etentje spontaan uitnodigde bij het groentenschap in de supermarkt. “En u wilt mij daarvoor inviteren?” zei hij oprecht getroffen,’ aldus oprichter Fabienne Brunett. Via de site kun je je opgeven om mee te eten of te koken.

eetumee.nl © Bas Uterwijk

city bins ‘If you can dream it, you can do it.’ Dit citaat van Walt Disney staat op een prullenbak rond de Albert Cuypmarkt. Buurtbewoonster Monica Spanjer kwam met het idee om bekende citaten van historische figuren uit de recente wereldgeschiedenis op speciale prullenbakken te projecteren, om zwerfvuil tegen te gaan. In Berlijn is een soortgelijk initiatief al een groot succes.

citybins.nl

old school Mbo-instellingen kiezen regelmatig voor nieuwbouw om moderne vormen van lesgeven te kunnen aanbieden. Slopen dus, die oude panden? Niets daarvan. Het ROC-pand bij de RAI is getransformeerd in een creatieve hotspot. De voormalige aula doet dienst als cultuurpodium en de ruimtes van de horecaopleiding zijn nu restaurant. En alles lekker oldschool!

oldschoolamsterdam.com Eric Matser, Résonance-Vioolbouw

9


stadsdelen

Amsterdam-Centrum

join the pipe De duurzame waterpunten van Join the Pipe staan onder andere op het Leidseplein. Je kunt voor nop je flesje vullen. Het doel? Mensen meer kraanwater en minder water uit vervuilende flesjes uit de winkel laten drinken. En niet te vergeten: eerlijkere verdeling van water over de wereld. in november werd op het Museumplein het 300ste, gouden waterpunt geopend.

join-the-pipe.org

Urban Popup Leegstaande kantoren genoeg, maar er is ook grote behoefte aan woningen. Heel snel transformeren dus, vinden ze bij Urban Popup. Met handige plug-en-play badkamers en keukens bijvoorbeeld, die je razendsnel kunt plaatsen. Vanwege de minimale ingrepen zijn er nauwelijks vergunningen nodig. Een modelwoning vind je aan de Nes.

urbanpopup.nl Š Menno van der Meer

pink parking

10

Brouwerij de Prael

Het enorme roodmarmeren Fortisgebouw aan het Rokin wordt over een tijdje gesloopt. De bank maakt plaats voor kleinschaligere panden met dure winkels. Tot die tijd mogen kunstenaars in het bankgebouw exposeren. In de oude parkeergarage heeft kunstenaar Selwyn Senatori alle muren beschilderd. De opbrengst van het betaald parkeren gaat naar Pink Ribbon.

Kun je als onderneming winst genereren en toch een sociale functie hebben? Brouwerij de Prael bewijst dat het kan. Deze kleine, oud-Hollandse brouwerij aan de Oudezijds Voorburgwal brouwt Nederlandse, Belgische en Duitse stijlen bier ĂŠn heeft mensen met een beperking in dienst, die moeilijk elders werk kunnen vinden. Cheers!

pinkparking.nl

deprael.nl


stadsdelen

Amsterdam-West

eenmaal © Jaap Scheeren

Iedere grootstedeling koestert het gevoel: je thuisvoelen en toch alleen en anoniem deelnemen aan het grootstedelijk gewoel. Bij restaurant Eenmaal in de Kolenkitbuurt is eten in gezelschap niet mogelijk. Er staan alleen tafeltjes voor één persoon, waar je al mijmerend een heerlijk viergangenmenu kunt nuttigen. Weg met het taboe op alleen zijn!

fb.com/popupeenmaal

Bo Ooming Baarsjes ‘Laat jezelf zien!’ Dat is het motto van Bo0oming Baarsjes. Met ludieke, creatieve activiteiten als Cine*baars, waar iedere eerste woensdagavond van de maand een film wordt vertoond. Maar ook met Cine*Cook, Cafe de Cine*baars en Radio Cine*baars zetten de initiatiefnemers de wijk op een positieve manier op de kaart. Bo0oming Baarsjes is lowbudget en wil open zijn voor iedereen.

booomingbaarsjes.nl © Michel Bles

© Olga Ganzha

Bookstore Foundation

de coppel Bos en Lommer barst van de creatieve zelfstandigen, maar het gaat natuurlijk om de som der delen. Daarom koppelt De Coppel al die mensen op hun online platform aan elkaar. Maar er is meer. Zo promoot De Coppel met BoloBloeit producten die gemaakt zijn door creatieve BoLo’ers, te koop op de BoloBloeit markt en in de webshop. Vorig jaar had BoloBloeit een eigen etalage en een pop-upstore zit in de pijplijn!

decoppel.nl bolobloeit.nl

The Bookstore realiseert in samenwerking met Stadgenoot goedkope woonruimte voor kunstenaars uit alle disciplines. De kunstenaars organiseren verschillende projecten. Buurtbewoners krijgen bijvoorbeeld workshops van een modeontwerper en in het pop-up restaurant kunnen ze iets bijverdienen door goedkoop te koken voor de buurt. Ook zijn er twee ruilwinkels, een bibliotheek, een fietsen-reparatieservice, een literatuuravond en een kunstgalerie.

bookstoreproject.nl

11


stadsdelen

Amsterdam Nieuw-West

De Groene Mondriaan Rond het Mondriaanplein wonen veel mensen uit agrarische streken in Turkije of Noord-Afrika. Al die agrarische kennis kan goed worden ingezet in de buurt. In de Groene Mondriaan gebeurt dat nu. De lokale bouwmarkt doneerde hout voor kweekbakken en het meubilair is gemaakt van Amsterdams kaphout. Van de 26 bakken zijn er 24 voor buurtbewoners, één voor gezonde lunches voor leerlingen van de aangrenzende basisschool en één voor de Voedselbank.

fb.com/degroenemondriaan

Klushuizen in de Klarenstraat De tijd dat je alles maar moest accepteren wat de projectontwikkelaar voor je huis bedacht is voorbij. In de Klarenstraat kunnen potentiële kopers samen met een architect de renovatie van het casco van het gebouw bepalen. Daarna kunnen zij zelf hun eigen woning (laten) afbouwen zo luxe of sober als ze dat zelf willen. De tijd van echte bouw- en woonvrijheid is hier!

klarenstraat.nl

de serre De Serre kreeg vanaf eind 2012 geen subsidie meer, waardoor sluiting dreigde. Een groep bewoners en ondernemers heeft dit kunnen voorkomen, want sinds juni 2013 is De Serre als maatschappelijke onderneming zonder subsidie in handen van de buurt zelf. In het pand worden onder andere theater-, salsa-, taal- en kinderactiviteiten georganiseerd en kun je vergaderen, koffie drinken of dineren met buurtgenoten.

deserre-amsterdam.nl

12

COFFEE MANIA In hippe wijken zijn veel koffiebarretjes. Die passen in de cappuccino-lifestyle van succesvolle stedelingen. CoffeeMania is net zo hip, maar vind je juist in buurten die buiten de radar van de happy few vallen. CoffeeMania biedt werk-, stage- en participatieplekken en organiseert activiteiten voor bewoners. En je kunt je er met je latte net zo cosmopolitisch voelen.

coffeemania.nl


stadsdelen

Amsterdam-Zuidoost

samen kappen Iedereen wil er mooi verzorgd uitzien. Samen kappen is een gratis kapsalon voor buurtbewoners die een gewone kapper niet kunnen betalen. Mensen die graag voor kapper willen leren, krijgen een kans en er komen een hoop mensen op af die voor welzijnswerkers anders moeilijk te bereiken zijn.

buurthuizenzuidoost.nl

Š Hans Mooren

Metro Movies

Reclameman en designer Hans Meiboom trekt met zijn studio samen op met transformatieplatform Glamourmanifest om van zijn eigen stadsdeel Zuidoost een aangenamere plek te maken. Samen organiseerden zij vorig jaar Metro Movies; een openluchtbioscoop met korte films onder metrostation Bullewijk waar allerlei verhalen over de stad en over Zuidoost samenkwamen.

studiomeiboom.nl fb.com/metromoviesamsterdam

HubHolendrecht Het is hoog tijd om Holendrecht-West wat positiever op de kaart te zetten. Daarom startte transformatieplatform Glamourmanifest een buurtblog (website) met nieuws en verhalen uit de buurt en informatie over activiteiten die worden georganiseerd door bewoners en organisaties. Laat je gidsen door Holendrecht!

hubholendrecht.nl

glamourmanifest.nl

Casa Jepie Makandra Casa Jepie Makandra betekent letterlijk ‘Huize help elkaar’ en dat is dan ook precies wat hier wordt gedaan: het helpen en ondersteunen van ouderen en mensen met beperkingen en andere hulpvragen in hun dagelijks leven. Deze buurtwerkkamer staat ook open voor mensen die even niet meer weten waar aan te kloppen, en geholpen willen worden met hun sociale problemen.

casajepiemakandra.nl

13


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Lijsttrekkers

Gemeenteraads verkiezingen Lijsttrekkers over 2014 burgers versus overheid Jorie Horsthuis Politicoloog en freelance journalist

14

Moestuinen in Oost, broedplaatsen in West en een parkkamer in Noord. Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2014 worden burgerinitiatieven massaal omarmd en bejubeld door politiek Amsterdam. Maar hoe belangrijk vinden de politieke partijen de ontwikkeling van deze vormen van doe-democratie nu echt? En in hoeverre zijn zij bereid een deel van de publieke taken - en daarmee macht - daadwerkelijk aan burgers over te dragen? Pakhuis de Zwijger organiseerde in september 2013 het eerste lijsttrekkersdebat, speciaal rond dit thema, en voelde ook in de afgelopen maanden verschillende politici aan de tand. Conclusie: de eerste openingen zijn er, maar er moet nog veel gebeuren voordat de burger echt aan zet is. >>


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Overheidsparticipatie

>> De legitimiteit van het huidige politieke bestel lijkt steeds

meer op losse schroeven komen te staan. ‘Politieke partijen dansen al een paar jaar op een feest dat allang voorbij is,’ zei Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob), tijdens zijn lezing voorafgaande aan het lijsttrekkersdebat in Pakhuis de Zwijger. Met het feest doelt Wallage op de representatieve democratie. ‘De basisredenering is ons komen te ontvallen: dat je op verkiezingsdag niet alleen je stem uitbrengt, maar ook een mandaat geeft,’ stelde Wallage. ‘Voor de actieve, zelfbewuste, redelijk opgeleide burger is dat nu helemaal niet meer het geval. Die wil op woensdag kunnen stemmen en op donderdag de partij van zijn keuze over de knie kunnen nemen. Hij is namelijk niet van plan om vier jaar te wachten voordat hij weer zijn stem mag uitbrengen.’ Amsterdam is een treffend voorbeeld van deze maatschappelijke ontwikkeling: hier nemen actieve burgers geen genoegen meer met vage uitspraken over de toekomst van de stad. De gemeentelijke organisatie gaat in de komende jaren op de schop en Amsterdammers willen betrokken worden bij dat proces. ‘Tot drie keer hebben we onze hand uitgestoken,’ zei Eisse Kalk, voorzitter van de Burgerinitiatiefgroep Lokale Democratie, voorafgaand aan het lijsttrekkersdebat. ‘Tot drie keer toe is die geweigerd.’

actieve burgers nemen geen genoegen meer met vage uitspraken over de toekomst van de stad

Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur

De groep besloot begin vorig jaar zelf een serie discussies op te zetten, op zoek naar nieuwe vormen van democratie in Amsterdamse wijken en buurten. Het manifest dat daaruit voortkwam is aangeboden aan de politiek - met tien opgaven voor de stad en het dringende verzoek meer vertrouwen te stellen in de eigen kracht van burgers. ‘Van burgerparticipatie moeten we naar overheidsparticipatie,’ zei Kalk aan het einde van zijn voordracht, en hij haalde Rotterdam aan, waar vijftig procent van het geld dat vrijkomt door het opheffen van de stadsdelen in een stimuleringsfonds voor burgerinitiatieven wordt gestopt. ‘We kunnen nog wat leren van 010,’ zei hij met een glimlach tegen een zaal vol Amsterdammers. Dat de rol van de overheid moet veranderen, daar zijn alle politieke partijen het zo langzamerhand wel over eens. De huidige verzorgingsstaat is simpelweg niet meer te betalen, en de samenleving is dusdanig in beweging dat veel instituties en werkwijzen sterk verouderd zijn. Maar hoe die nieuwe rol precies vorm moet krijgen, daarover lopen de meningen sterk uiteen. Sinds het kabinet Rutte-II de term ‘participatiesamenleving’ muntte, duikelen politici over elkaar heen om duidelijk te maken wat onder die term moet worden verstaan - en wat niét. Ook het Loslaten in vertrouwen, de titel van het rapport dat Jacques Wallage schreef met zijn Raad voor het openbaar bestuur, leidt tot veel discussie. Want hoe ver zou de overheid moeten gaan met dat loslaten? >>

15


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Sociaal-doe-het-zelf recht

DE OVERHEID MOET RISICO’S DURVEN NEMEN >> ‘De overheid moet zich niet terugtrekken, maar Pieter Hilhorst, lijsttrekker van de PvdA

uitstrekken,’ zei Pieter Hilhorst, lijsttrekker van de PvdA in Amsterdam, tijdens het debat in Pakhuis de Zwijger. ‘Ik pleit niet voor een kleinere overheid, maar voor een andere overheid.’ Hij wil burgers de macht geven het heft in eigen handen te nemen als ze denken dat ze een publieke taak beter kunnen uitvoeren dan de overheid. Daarvoor wil hij een ‘sociaal doe-het-zelf-recht’ in het leven roepen. ‘Er zijn genoeg mensen die de overheid gaan zien als een sta-in-deweg,’ zei hij tijdens de presentatie van het boek Sociaal doehet-zelven dat hij samen met cultuurpsycholoog Jos van der Lans schreef. ‘En soms is dat totaal terecht.’ Hij noemde het voorbeeld van ouders die zelf een kinderdagverblijf willen beginnen en daarbij worden tegengewerkt omdat ze geen diploma pedagogisch medewerker hebben. ‘Ik zie het als mijn taak om zulke zotte regels op te ruimen.’

Marijke Shahsavari, lijsstrekker van het CDA

Wat hem betreft worden burgers die een publieke taak willen overnemen en dat beter en wellicht ook goedkoper kunnen daar in de toekomst uit publieke middelen voor beloond.

Eric van der Burg, lijsttrekker van de VVD

Marijke Shahsavari, lijsttrekker van het CDA, wil bij het potentieel financieren van dergelijke burgerinitiatieven wel een kanttekening plaatsen: ‘We proberen naar een kleinere overheid te gaan, en moeten heel goed kijken waar we ons geld wel en niet aan uitgeven,’ zei zij tijdens het verkiezingsdebat. ‘Als we als overheid besluiten dat we een bepaalde taak niet meer gaan uitoefenen, kunnen we ons geld niet vervolgens geven aan een initiatief dat die taak oppakt. We moeten wel op onze centjes letten.’ Volgens Eric van der Burg, lijsttrekker van de VVD, zijn de tekorten op de begroting in combinatie met een vitale maatschappij voor de overheid juist aanleiding om zich op sommige terreinen terug te trekken. ‘Wat mij betreft komt er een fundamenteel andere samenleving waarin de overheid zich met veel minder zaken bemoeit,’ zei hij. >>

16


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Kleine overheid voor kerntaken

>> Als liberaal benadrukte hij voorstander te zijn van een kleine overheid die zich alleen maar bezighoudt met kerntaken. ‘Niets doen zou voor de overheid veel meer een optie moeten zijn.’ Zijn woorden leidden tot enige ontzetting bij de andere partijen. ‘Burgerinitiatieven zijn voor de VVD aanleiding om te bezuinigen,’ reageerde Pieter Hilhorst. ‘Die initiatieven krijgen daardoor dus niet meer ruimte, maar worden in de steek gelaten.’

Ruimte geven aan de burger: dat is iets waar veel partijen in Amsterdam wel wat voor lijken te voelen. Maar hoe ziet dat er in praktijk dan uit? ‘De overheid moet risico's durven nemen,’ zegt Rutger Groot Wassink, lijsttrekker van GroenLinks. ‘Ambtenaren zijn getraind in het oplossen van problemen, maar die aanpak is achterhaald. Zij zullen meer moeten vertrouwen op de eigen kracht van de samenleving en geen mooie plannen moeten belemmeren omdat ze niet zouden passen binnen de regels.’ Volgens hem spelen ambtenaren nu nog te veel op veilig, uit angst om afgerekend te worden op dingen die verkeerd kunnen gaan. ‘Er is moed voor nodig om dat te doorbreken.’ Op dat punt is Jan Paternotte, lijsttrekker van D66, het met Groot Wassink eens. Met een voorbeeld uit Amsterdam-Noord probeerde hij tijdens het verkiezingsdebat duidelijk te maken hoe ambtenaren soms hun kop boven het maaiveld moeten uitsteken om een goed initiatief te kunnen laten slagen. Bewoners uit de Van der Pekbuurt wilden een paar plantenbakken aan de rand van een pleintje neerzetten, maar hun plan viel niet binnen de officiële regels. ‘Het heeft een jaar geduurd voordat er een ambtenaar opstond die zo dapper was om te zeggen dat dat mocht,’ vertelde Paternotte. ‘Dapper, want zo'n ambtenaar zit natuurlijk aan een koordje van de deelraad - en als er iets misgaat, krijgt hij daarvan de schuld. Dus hebben we bestuurders nodig die zeggen: ik accepteer dat het af en toe misgaat.’ >>

niets doen zou voor de overheid veel meer een optie moeten zijn

Rutger Groot Wassink, lijsttrekker van GroenLinks

Jan Paternotte, lijsttrekker van D66

Laurens Ivens, lijsttrekker van de SP

17


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

Cultuuromslag

>> Die cultuuromslag bij de overheid is volgens Groot

Floor Ziegler van de Noorderparkkamer

Firoez Azarhoosh van buurtcentrum de Meevaart

Wassink een van de grootste uitdagingen van deze tijd. ‘We moeten toe naar een andere overheid, die burgers veel nadrukkelijker betrekt bij het bestuur.’ Als voorbeeld noemt hij de bestuurscommissies, die na de verkiezingen van maart 2014 in de plaats zullen komen van de stadsdelen. ‘Met die gemeentelijke herindeling ontstaat er een grote kans om bewoners medeverantwoordelijk te maken voor de wijkaanpak - niet alleen voor de begroting, maar ook voor het uiteindelijke resultaat. Ik zie daar nog veel te weinig van in de plannen, en daar maak ik me zorgen over.’ Ook Laurens Ivens, lijsttrekker van de SP, vindt dat de gemeente met haar reorganisatieplannen niet ver genoeg gaat. ‘Die bestuurscommissies hadden er wat ons betreft helemaal niet hoeven komen - die extra bestuurlijke laag is ons een doorn in het oog. Maar nu ze er toch komen, hoop ik dat het platte, democratische plekken worden waar professionals zitten die zorgen dat de deuren voor de buurt altijd openstaan. Amsterdammers kunnen namelijk heel goed zelf bepalen wat het beste is voor hun buurt.’ Maar dat die Amsterdammers ondanks al deze mooie woorden toch nog heel vaak tegen muren aanlopen als ze met een goed idee komen, bevestigden de initiatiefnemers die op de avond waren uitgenodigd om met de politici in discussie te gaan.

ZONDER MIJ KUNNEN JULLIE HET NIET

18

‘Op één dag hebben we wel met tien ambtenaren te maken die allemaal met een deel van dat park bezig zijn,’ zei Floor Ziegler van de Noorderparkkamer. ‘We moeten de hele tijd rekening houden met hun belangen. Er wordt maar steeds gezegd: ‘de burger moet het zelf doen’, maar dan moeten we elkaar daar wel in gaan helpen. Ik kan ontzettend veel voorbeelden noemen van projecten die gestrand waren als wij niet een beetje eigenwijs waren geweest.’ >>


GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN

column

nieuw burgerschap >> Firoez Azarhoosh van buurtcentrum de

Meevaart in Oost wilde zelfs nog wel een stapje verder gaan. Volgens hem lijken politici maar niet te begrijpen dat het de burger is die nu aan zet is, en niet de overheid. ‘Geef nou toe, we hebben in de samenleving een gigantisch probleem,' zei hij tegen de aanwezige lijsttrekkers. 'Dan kunnen jullie hier wel ingewikkelde termen gebruiken over hoe je dat denkt te gaan oplossen - maar zonder mij kunnen jullie dat niet.’ Jacques Wallage, voorzitter van de Rob, vatte het probleem van de politiek in zijn lezing kernachtig samen: politici leven volgens hem nog in de illusie dat je vanuit het stadhuis de stad kunt besturen, terwijl je met veel meer spelers te maken hebt die ook hun invloed uitoefenen op de ontwikkelingen. Daarom eindigde hij zijn betoog met een oproep aan de kiezer: ‘Beoordeel de verkiezingsprogramma's op de procesanalyse die ze maken: wat zijn de problemen, met wie gaan we daarover praten en welke richting hopen we op te gaan? Beoordeel ze niet op wat ze u concreet aan maatregelen beloven, want volgend jaar is alles weer anders.’ ••

lokaledemocratie.wordpress.com rob-rfv.nl

De verhouding tussen burgers en overheid verandert. De toenemende plichten waarmee burgers zich geconfronteerd zien, worden niet vertaald in een groeiend pakket aan burgerrechten en instrumenten om aan deze nieuwe rol invulling te geven. De overheid geeft besluitvorming niet graag uit handen en vindt het moeilijk om openheid van zaken te geven. Dit vertaalt zich in een groeiende argwaan jegens politici, een dalende opkomst tijdens de Tweede Kamerverkiezingen en een afname van de ‘natuurlijke’ autoriteit van traditionele instituties. Het vraagt niet alleen om een nieuwe invulling van burgerschap en van de verhouding tussen burgers, politiek en bestuur, maar ook om nieuwe en praktische methoden van inspraak en medezeggenschap, om nieuwe vormen van democratische besluitvorming. Deze ontwikkeling is niet uniek voor Nederland. Netwerk Democratie was eind oktober 2013 co-organisator van de conferentie Borders to Cross in Pakhuis de Zwijger, waar tientallen internationale initiatieven zich verzamelden om ideeën uit te wisselen over democratische vernieuwing. Het afgelopen jaar ontwikkelden we tevens de website volgdewet.nl. Deze website laat zien hoe actuele wetten totstandkomen en maakt ook zichtbaar hoe je als burger invloed uit kunt oefenen op het wetgevingsproces. Het openbaar bestuur moet haar legitimiteit steeds opnieuw verwerven en verantwoording afleggen voor besluitvorming. Transparantie van het besluitvormingsproces en participatie van burgers zijn hierin van cruciaal belang. In november 2013 zijn we gestart met ‘Maak de wet!’ Daarmee willen we laten zien dat de overheid te weinig gebruik maakt van innovatieve technologische middelen en te weinig open staat voor constructieve ideeën vanuit de samenleving. In een levendige democratie moeten burgers immers meer gelegenheid hebben om mee te denken. Een logisch onderdeel van dit proces is dat burgers zelf alvast beginnen met de opzet van een wetsvoorstel, in dit geval voor het volksinitiatief. Netwerk Democratie gaat samen met Agora Europa en het Referendum Platform aan de slag met een voorstel voor het agenderend referendum, ook wel volksinitiatief. Dit biedt burgers meer mogelijkheden zelf onderwerpen op de politieke agenda te krijgen. Dat doen wij met de hulp van eenieder die dat wil.

Josien Pieterse en Mieke van Heesewijk oprichters Netwerk Democratie

netdem.nl volgdewet.nl

19


vertrouwen in de stad nieuw-west

de lucas community: bewondernemers in osdorp

Joachim Meerkerk Strateeg en programmamaker Pakhuis de Zwijger

20

Buiten op het plein van een oud schoolgebouw in Osdorp zijn ondergrondse ovens gemaakt. Het zijn er nu twee, en binnenkort komt er nog een bij. ‘De mediterraanse ovens worden gemaakt door kunstenaars die boven in het pand zitten. Ze zijn bedoeld om met Marokkaanse tajines te koken. Gestoofd vlees. Eerst marineren en dan uren in de houtgestookte oven. Met weinig budget zou je hier een fantastisch buitenevenement kunnen organiseren.’ Aan het woord is Mostafa El Filali, toonzetter in de vernieuwing van de wijkaanpak in de hoofdstad. Met hart, ziel en een innovatieve geest is hij één van de drijvende krachten achter de Lucas Community. Gelegen in een stukje Amsterdam dat in ieder opzicht ver weg van de historische binnenstad lijkt te liggen. >>


Vertrouwen in de stad

Lucas Community

>> De Lucas Community is een netwerk

van bewoners dat vanuit passie en ondernemerschap zelf werkt aan de verbetering van de eigen buurt en wijk. Die bewoners ontwikkelen hun eigen initiatieven en hebben zich zowel fysiek in een gebouw, als productief in samenwerking aan elkaar verbonden. De Lucas Community streeft naar een onafhankelijke positie ten opzichte van institutionele partijen. Het doel is om de activiteiten duurzaam te organiseren, onder andere door ze steeds weer te richten op ontplooiing van bewoners. ‘Mensen uit deze buurt gaan niet naar de Efteling, die leven van tien tot vijftien euro per dag. Velen hebben een structureel probleem: hun uitgaven zijn hoger dan hun inkomsten. Ontmoetingen zoals in een buurthuis zijn mooi, maar ik probeer de informele economie hier op gang te krijgen.’ Met veel passie vertelt El Filali over zijn visie. Volgens hem is er een rigoureuze omslag nodig. ‘Het huidige systeem helpt ons niet verder in het oplossen van de

problemen in achterstandswijken zoals hier. Het werkt eerder averechts.’ Vanuit zijn werkgever Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW) kreeg de Marokkaanse Amsterdammer de ruimte om te experimenten met nieuwe werkvormen. Hij koos Nieuw-West en in het bijzonder Osdorp als pilot. Die plek was een aandachtsgebied in de wijkaanpak. In dat kader kwam er budget vrij voor bewoners om zelf initiatieven te ontwikkelen en eigen keuzes te maken. Voor El Filali een belangrijke kans om te investeren, maar daarvoor was wel meer nodig dan alleen maar die vrije ruimte. ‘Ik heb de bewonersbudgetten nooit als een cadeau ingezet, maar dat gebeurde wel. Ik ben altijd blijven vragen: wat als het stopt? Hoe verder? Ik heb gekozen voor een andere vorm: sociaal ondernemerschap dat in het verhaal van de buurt past. Als iemand een idee heeft, vraag ik: “Wat wil je? Een buurtfeest? Dat kost 2000 euro.” En dan ga ik doorvragen.

“Heb je kinderen? Wat als ik je zeg dat je voor de helft van dat bedrag een jaar lang huiswerkbegeleiding kunt financieren?” Eén dag feest verdampt, tegenover een jaar huiswerkbegeleiding, maar je moet die keuze wel eerst helder krijgen. En ook dan moet je verder denken: aan volgend jaar en het jaar daarop. Wat ik geleerd heb uit dat soort gesprekken is dat je veel meer uit mensen kunt halen als je anders handelt. Als je de juiste vragen stelt.’ >>

wie is mostafa el filali?

© Nico Boink

Mostafa El Filali is adviseur Wijkontwikkeling bij het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW). Vanuit zijn werkzaamheden op de afdeling Innovatie en Ontwikkeling heeft hij samen met buurtbewoners de Lucas Community opgezet. Hij woont zelf ook in Osdorp. Inmiddels besteedt hij nog een paar uren aan Lucas Community vanuit ASW, en bijna drie keer zoveel eigen uren.

21


Vertrouwen in de stad

Urbaniahoeve

>> Bewondernemers

Eerst werken, dan feesten

‘Dat feesten is een cultuurding,’ stelt El Filali. ‘We zijn er aan gewend geraakt. In de jaren die achter ons liggen is dat gevoed door het overschot aan subsidies. Het was vanzelfsprekend dat er geld was en hulpverleners die je echte problemen op kwamen lossen, waren er ook in overmaat. Het werk van de instituties heeft een hoop geld gekost, maar er is nooit goed nagedacht over waar het geld heen ging en welk effect dat op de lange termijn heeft.’ Het publieke domein is geprofessionaliseerd en de samenleving heeft geleerd te klagen. El Filali organiseert daarom bewust bijeenkomsten zonder overheid erbij. ‘Laat mensen zelf maar eens verantwoordelijkheid nemen. De oude cultuur heeft ervoor gezorgd dat mensen zo denken. Klagen en de kraan gaat open. Klagen over de slechte kwaliteit van het onderwijs,

Urbaniahoeve

© Urbaniahoeve

Een bewondernemer bevindt zich ergens tussen bewoner en ondernemer. Dat omvat meer dan wonen, leven en werken. Het is geen klassieke bewoner die consumeert en klaagt, maar iemand met passie en ondernemerschap die inspeelt >>

Urbaniahoeve creëert eetbare landschappen, zogenaamde foodscapes, in de stedelijke openbare ruimte. Dit doen ze samen met buurtbewoners en lokale initiatieven door ‘kijkgroen’ te vervangen door ‘eetbaar groen’. Ze zien de stad als erf, waar voedsel verbouwd wordt en de oogst publiekelijk toegankelijk is. Eerder werkten zij al aan foodscapes in de Schilderswijk in Den Haag en de DemoTuin in Amsterdam-Noord. Dit jaar is een start gemaakt met Buurttuin Lucas. Samen buurtbewoners van de Lucas Community heeft Urbaniahoeve een stenen plein omgetoverd tot een heuse buurttuin. Gestart met enkel zaaibakken, waarin planten worden gekweekt, is het de bedoeling dat deze zich ontwikkelt tot een weelderige eetbare tuin, die samen met de buurt is ontworpen. Dit is de eerste stap richting Foodscape Wildeman, waar steeds meer locaties in de Wildemanbuurt onderdeel van worden. Eetbare planten worden gezaaid en boomgaarden geplant en in de openbare ruimte worden buitenovens geplaatst.

urbaniahoeve.nl

22

over zwerfafval, over hondenpoep.’ El Filali wil die houding aanpassen. ‘Het geld (van de overheid - red.) is van ons, neem dan ook niet een passieve houding aan. Wees bewust. Je woont in een verloederde buurt. Eerst werken, dan feesten. Zo deden de boeren in Marokko dat ook: eerst zaaien, dan oogsten en dan feesten. We moeten af van het klagen en consumeren. Een bewoner is een co-producent die veel meer kan betekenen voor de buurt door het zelf ook te gaan doen. De mensen die dat doen noemen we hier bewondernemers.’


Vertrouwen in de stad

Makers+co

makers+co Makers + co verbindt onder het motto ‘Iedereen is een maker!’ de hedendaagse ambachtsmens met sociale innovatie. In het Makers Lab wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van nijverheid. Deze worden ingezet bij lokale buurtprojecten, waarbij ieders talenten en vaardigheden welkom zijn. De projecten komen vaak voort uit een behoefte van buurtbewoners en lokale ondernemers, waaronder het initiatief ‘Wij maken Mooi Wildeman’. Ook met andere organisaties, beleids- of cultuurmakers worden projecten uitgevoerd. Het mooie is dat ontwikkelde concepten en producten meteen worden toegepast in de buurt. Makers + co is een programma van The Beach, ontwerpatelier voor creatieve innovatie.

makersenco.nl thebeach.nu

© Studio WVDV

>> op lokale behoeften. Het komt

met het besef dat je een project kunt verzelfstandigen door het op een slimme manier te organiseren en na te denken over de balans tussen uitgaven en inkomsten. Een voorbeeld is de Cultuursalon: een open ruimte met een podium. Een plek voor buurtmoeders om lekkere hapjes te maken, waar lezingen gehouden worden en waar muziek wordt gemaakt. ‘Als hier iets gebeurt

en men eet en drinkt, dan wordt er genoeg verdiend om de kosten te dekken. Daaronder valt een bijdrage aan huisvestingskosten, de afschrijving van het meubilair en een vergoeding voor vrijwilligers en artiesten. Kleine bedragen, maar je moet het wel kunnen dekken. Zoiets kan uitgroeien tot een groot succes en sommigen worden zelfs ZZP’er. Dan worden je uren ook kosten. Die keuze maakt de bewondernemer zelf,

maar je moet dan wel in staat zijn om het kostendekkend te houden. De community stelt ook dat je een eerlijk tarief moet hanteren. Hier krijg je niet de kans om rijk te worden, maar wel om je te ontwikkelen tot een zelfstandig en zelfvoorzienend persoon. Als je winst maakt moet je een deel afstaan aan de community. Anderen kunnen het gebruiken om nieuwe initiatieven te ontwikkelen.’ >>

23


Vertrouwen in de stad

>> Op weg naar een coöperatie

De Lucas Community is het netwerk van bewondernemers. Zij werken samen en maken elkaar sterker. De toegevoegde waarde ontstaat in de afstemming en het samen doen. Kosten kunnen zo worden ingeperkt en vanuit co-creatie ontstaan nieuwe ideeën. Wellicht het belangrijkste resultaat is dat het ook de basis vormt voor een stevig sociaal netwerk. Bewoners verbinden zich met elkaar op basis van een gedeelde ambitie voor hun eigen buurt en wijk. Op termijn moet de Lucas Community een coöperatie worden. Dan vormen de bewondernemers een gezamenlijke organisatie waarin kansen en mogelijkheden voor elkaar en nieuwe toetreders worden gecreëerd. Voor die bewondernemerscoöperatie moeten nog randvoorwaarden worden gesteld, maar de meeste kristalliseren zich in de praktijk al uit.

Wij maken Mooi Wildeman

‘Het eindplaatje is een coöperatie van bewondernemers, maar we willen dit proces niet te snel formaliseren. Het belangrijke verschil met andere coöperaties is dat je bewoner van Osdorp moet zijn. Dat is nummer één. Ook moet je de basisprincipes van de bewonderneming kunnen naleven. Ga je commercieel, dan gaat een deel naar de community. Je kunt er ook uitstappen, maar dan moet je ook weg uit de community en verlies je een deel van je eigen propositie. Hoeveel je moet afstaan moet nog vastgesteld worden, maar het heeft een belangrijke functie in de duurzaamheid en zelfstandigheid van de community. Als we een systeem zijn dat zelfvoorzienend is, dan hebben we geen geld nodig van het stadsdeel of van subsidieverstrekkers. Heb je een idee, maar geen geld voor basismateriaal, dan leg je het idee voor aan de communityraad.

Wordt de buurt beter van een buurtcateraar, een werkplaats voor reparaties aan rollators of zonneenergie? Zo ja, dan gaat daar geld naartoe.’ In de toekomst moet dat geld deels in eigen valuta worden opgebracht. Daarmee moet de informele ruileconomie meer structuur krijgen, maar wel vrij blijven van de perverse prikkels van de euroeconomie. Door de tijd en talenten van bewoners te koppelen aan hun eigen basisbehoeften en die van anderen ontstaat er een andersoortige economie. Voor mensen die met vragen op dat vlak rondlopen zal deze veel meer relevantie hebben. >>

wij maken mooi wildeman

© Mira de Graaf

In de Wildemanbuurt werken bewoners en lokale organisaties samen om als ‘Wij maken Mooi Wildeman’ hun wijk de mooiste van Amsterdam te maken. Mensen die elkaar nog niet (goed) kenden, ontmoetten elkaar bij Café Mooi Wildeman en leerden nieuwe vaardigheden tijdens maakworkshops. In de afgelopen twee jaar werd zo een begin gemaakt met het zichtbaar maken van de aanwezige kennis en ervaring uit de buurt en met het versterken van het lokale netwerk. In het door The Beach samen met Amsterdams Steunpunt Wonen geïnitieerde programma ligt de nadruk op zélf leren ontwerpen en maken van oplossingen voor de buurt. Ontwerpers, architecten en kunstenaars uit de buurt of van erbuiten werken met bewoners samen aan projecten. Vaak is het doel het creëren van een prettigere leefomgeving. Dit laatste zie je op verschillende manieren terug, bijvoorbeeld in Buurttuin Lucas (zie kader Urbaniahoeve) waar buurtkunstenaars de tuin vormgeven met uitingen die verwijzen naar de verschillende culturen die de buurt rijk is. Ook de behoefte aan goede speelplekken voor buurtkinderen werd omgezet in actie. In een reeks workshops verwezenlijkten zij hun ideeën en Stadsdeel Nieuw-West maakt mogelijk dat de ontwerpen daadwerkelijk een plek krijgen.

fb.com/mooiwildeman

24


Vertrouwen in de stad

>> De betaalbaarheid van voorzieningen

wordt dan direct verbonden aan de mogelijkheden en capaciteiten die in de wijk zelf worden gevonden, in plaats van financiële middelen die van buitenaf moeten komen. Die informele ruileconomie heeft volgens El Filali ook een activerend karakter. ‘Je maakt geld door daadwerkelijk wat te doen - een andere manier is er niet. Zo gaat niets verloren in zo’n lokale economie. Alles wat je gaat bureaucratiseren en institutionaliseren absorbeert een deel van dat verhaal. Alles wat je zelf kan doen, maakt het betaalbaarder.’ Samenwerking staat voorop in de Lucas Community. Dat geldt voor de leden onderling, maar ook met de andere partijen in de wijk. El Filali ziet daarvoor vele mogelijkheden. ‘Je kan elkaars diensten benutten, bijvoorbeeld door gezamenlijke trainingen te organiseren. Maar het kan ook het samen aanleggen van een tuin zijn. Dan moet je in visie en werkwijze wel op elkaar aansluiten. Dit is een arme buurt, dus laten we het groen productief maken voor bewoners. Het gras wordt bijvoorbeeld gemaaid door een bedrijf. Daarvoor wordt geld gevraagd aan arme huurders.’ Huurders betalen vijftien euro per maand aan tuinbijdrage en je kan er alleen naar kijken. Dat is volgens El Filali het oude systeem. De community is van mening dat groen dienstbaar moet zijn. Plant dan liever bloemkool in de parken. Daarom werden er moestuinen aangelegd met hulp van The Beach en Urbaniahoeve. ‘Kunstenaars die helpen bij de tuinen willen hun stempel drukken, maar belangrijk is dat zij eerst luisteren naar wat bewoners willen. De druk op kruiden in de moestuinen was zo groot, dat de plantjes niet eens de kans kregen om te groeien. >>

Buurtwet

Amsterdamse buurtwet in wording In tijden van veranderende bestuurlijke stelsels, meer ondernemerschap in de wijken en meer ‘doe-het-zelf’ is het tijd voor de volgende fase van de Amsterdamse wijk- en buurtontwikkeling: het opstellen van de Amsterdamse buurtwet. Het College en de Raad juichen een dergelijke buurtwet van harte toe, omdat het meer eigenaarschap en betrokkenheid in wijkontwikkeling geeft, meer ‘doe-het-zelf’ in plaats van ‘het-latengebeuren’. Het idee is overgewaaid uit Engeland, na bezoek aan diverse gezelschappen in Londen. In Engeland heb je de Localism Act, die regelt dat alles zoveel mogelijk lokaal gebeurt. Onderdeel van de Localism Act zijn de community rights: rechten voor lokaal georganiseerde bewoners om bijvoorbeeld een bod te doen op een vrijkomend gebouw en het recht om mee te doen in aanbestedingen van publieke dienstverlening. Maar Amsterdam is Londen niet. Wij maken onze eigen Amsterdamse buurtwet! Een wet bevat rechten en plichten en is daarmee een voet tussen de deur van het huidige systeem. Een recht is iets wat je kunt aanvechten bij de bestuursrechter wanneer je vindt dat jou onrecht is aangedaan. Daarom is een recht vervat in woorden, in artikelen en procedures; een constellatie met systeemeisen. Maar elk systeem vraagt ook om afbakening; wie wel en wie niet, wat wel en wat niet. En het gekke van deze tijd is dat we juist ruimte willen. Ruimte om het zelf te doen, ruimte om te mogen oefenen. Ruimte voor buurtbewoners om zich nog meer te organiseren, met meer zelfbeheer, minder regels en meer vrijheid om te verdienen door juist zelf te exploiteren. Eigenlijk is dus vooral de vraag hoe we vertrouwen in een wet vervatten. Wat mij betreft gaat de Amsterdamse buurtwet vooral over dit vertrouwen in de kracht van burger- en bewonerscollectieven en -initiatieven. Over ruimte geven, maar ook over een andere samenwerkingsrelatie tussen buurt, wijk en stad. De eerste contouren voor de rechten op vastgoed, op diensten en op meer doe-het-zelf hebben we. Nu snel verder inkleuren voor andere portefeuilles en voorzieningen. De uitdaging is om mogelijk te maken wat wenselijk is. En dat wat wenselijk is, is een lokale afweging, die in gesprek met bewoners, ondernemers, instellingen en overheid gemaakt moet worden. De kunst is om te komen tot een Amsterdamse buurtwet die dat mogelijk maakt, zonder vooraf te willen vastleggen wat, wanneer en door wie. Juist vanuit het vertrouwen dat bottom-up bouwen van deze buurtwet het beste werkt.

Hettie Politiek

Programmamanager Amsterdamse Wijkaanpak

amsterdam.nl/wijkaanpak

25


Vertrouwen in de stad

Garage Notweg

>> Mensen willen eten en gebruiken.

Garage Notweg Garage Notweg is een broedplaats voor creatieve en maatschappelijke bedrijfjes midden in Osdorp. In 2007 ontdekten jongeren van Pal West de voormalige Renault Garage en zagen hierin dé plek voor hun modeshow. Ymere, eigenaar van het pand, ontwikkelde de locatie samen met Bureau Broedplaatsen tot een bedrijfsverzamelgebouw. Door het investeren in maatschappelijk vastgoed probeert de corporatie een bijdrage te leveren aan sociaaleconomische wijkontwikkeling. Sinds 2012 ligt de nadruk in Garage Notweg op het creëren van arbeidsplaatsen. Dit noemen zij ook wel het concept Vliegwiel voor werkgelegenheid. De ondernemers uit het pand bieden bewoners uit Amsterdam Nieuw-West een kans om een stap te maken richting de arbeidsmarkt. Projecten die daartoe geïnitieerd worden zijn zeer divers: van catering tot textielbewerking en van weerbaarheidstraining tot Nederlandse les. Bovendien biedt men werk, stages en leerwerktrajecten aan. Daardoor werknemers ervaring kunnen opdoen en daardoor gemakkelijker doorstromen naar een reguliere baan, een eigen bedrijfje of een passende opleiding.

garagenotweg.nl

26

We vragen kunstenaars hun creatieve talenten in te zetten om die dromen te realiseren.’ The Beach en Urbaniahoeve geloven ook in die benadering van onderop, dus daar werkt de Lucas Community graag mee samen. Revolutionaire ideeën voor de buurt, vanuit een ecologischtechnische invalshoek. Het is altijd van de buurt, dat is het uitgangspunt. Ontwerptechnisch moet het ook kloppen, maar dat komt op de tweede plaats. ‘Als je die twee op goede manier kan managen zit je goed. De kunstenaars hebben geleerd de ideeën van bewoners een centrale plek te geven in het ontwerp.’

Kansen in crisistijd

De Lucas Community is ontstaan nadat de ernaast gelegen Garage Notweg een bedrijfsverzamelgebouw werd met social design als gemene deler. De bewoners die daar tot op dat moment gevestigd waren, zochten naar een nieuwe locatie. Het pand waarin de Lucas Community nu is gevestigd, is van het stadsdeel en stond leeg. Het was zo verwaarloosd dat men geen gebruiker kon vinden. Drugsgebruik, hang jongeren - een vergeten gebied. De reinigingsdienst van de gemeente kwam er bijvoorbeeld niet meer. Het pand zou gesloopt worden en was daarmee afgeschreven. Bij de beleidsmakers, maar ook bij de bewoners. ‘Laten we dan met nieuwe avontuur beginnen,’ dacht El Filali. >>


Vertrouwen in de stad

>> ‘Door de crisis biedt het systeem je op dit

moment deze kansen. Het systeem is moe. Het kan niet meer en wil niet meer. Die kansen moet je grijpen, maar dat kost ook investeringen. Maandenlang zijn we alleen maar met het gebouw bezig geweest. Dat is in principe verloren tijd wat betreft de activering, maar het voordeel voor bewoners is dat ze het pand voor een heel laag bedrag kunnen krijgen. En ze kunnen er meer aan veranderen. Het pand is losgelaten door het systeem en biedt daarom meer ruimte voor ingrijpende verandering.’ Ook voor El Filali is dit een leerproces. ‘Als het gebouw niet zo groot was, was het misschien niet gelukt. Mensen gaan zich hechten aan hun eigen plek. Een coöperatieve beweging op gang brengen was dan niet mogelijk. Dat zie je nu in Bos en Lommer. Daar is het wel gelukt om zelfstandige initiatieven op poten te zetten, maar het gemeenschappelijke gevoel, dat is lastig. Hier identificeren mensen zich inmiddels met de Lucas Community. Er is een gezamenlijke structuur.’ De Lucas Community is in februari 2013 geopend en afgaande op de afgelopen maanden zal er de komende jaren alleen maar meer veranderen. Het bewonersinitiatief is begonnen met een kernteam dat alleen de benedenruimte in gebruik had. De rest van het gebouw was leeg. ‘Toen gingen bewoners zelf nieuwsgierig rondkijken,’ vertelt El Filali. ’Wat ze aantroffen was een grote ruimte met de verwarming nog aan, maar helemaal leeg. “Waarom is dit?” vroegen ze me. Ik weet dat wel, maar zij moeten dat zelf ontdekken. Pas dan komt de discussie op gang en gaat men dingen ondernemen.’ ••

column

R&D in de sociale sector Vroegtijdige schoolverlaters, langdurige werkloosheid, gebroken gezinnen, sociale isolatie. Allemaal maatschappelijke vraagstukken die diep verankerd zijn en dikwijls verergerd worden door onze traditionele institutionele reacties. Om nieuwe technologische oplossingen te ontwikkelen, investeren bedrijven fors in onderzoek en ontwikkeling. Apple investeert 11 miljoen euro per dag aan conceptontwikkeling en snelle gebruikerstesten. Microsoft besteedt bijna 17% van zijn omzet aan Research & Development (R&D). Maar belangrijker dan de hoogte van het bedrag, is waar het geld naartoe gaat: het ontwikkelen en testen van mogelijke oplossingen. De sociale sector doet wel aan Onderzoek & Evaluatie, maar niet aan R&D. Dat is een fundamenteel verschil. Waar het ene juist na afloop van een project plaatsvindt, gaat R&D vooraf - en geeft het vorm - aan het doen. In de sociale sector wordt onderzoek gebruikt om oplossingen te valideren in plaats van nieuwe oplossingen te genereren. Een gemiste kans, aangezien successen in de sociale sector alleen kunnen worden gerealiseerd door een systematisch proces van observeren, maken, reviseren, verwerpen en opnieuw creëren, oftewel prototyping. Wat als de sociale sector een soortgelijk R&D-proces zoals in de tech-sector toepast? Wat als er in plaats van in onderzoek, pilots en eindevaluaties geïnvesteerd wordt in een systematisch R&D-proces? Voor de sociale sector zou dat tot stand moeten komen op basis van de knowhow van sociale wetenschappers, ontwerpers, professionals, beleidsmakers en burgers. Het moet zich richten op concrete, actuele en lokale bestaande maatschappelijke uitdagingen in de samenleving. Oplossingen moeten al experimenterend ontwikkeld worden met en door mensen die de uitdaging zelf doormaken, in plaats van vóór hen door goedbedoelende professionals die denken dat ze weten wat het beste is. Dan pas is het mogelijk dat er transformaties plaatsvinden in diep verankerde waarden en gedragingen. Het proces van het ontwikkelen van oplossingen samen met mensen kan helpen om duurzame vernieuwing mogelijk te maken. Met andere woorden: het is niet alleen de oplossing die transformatie mogelijk maakt; het is actieve deelname aan het maken van die oplossingen!

Chris Sigaloff

lucascommunity.nu

voorzitter van Kennisland, denk- en doetank voor maatschappelijke vernieuwing

Op de hoogte blijven van leuks uit Nieuw-West? Check nicenieuwwest.nl

kennisland.nl © Kennisland (CC BY-SA)

27


zestig jaar nieuw-west

Herontdekking van een stadsdeel

Zestig jaar Nieuw-West De route werd van tevoren bepaald, de invulling ontstond onderweg. Het programma Nieuw-West Open vierde de zestigste verjaardag van Amsterdam Nieuw-West in een reis van zestig weken ‘NieuwWest verkennen’. Hoe kunnen we de ziel van de plek tevoorschijn toveren in een interactief proces tussen burgers, professionals en kunstenaars? En hoe houden we de ziel levend? Wanneer is werkelijk sprake van cocreatie? Deze vragen vormden de aanleiding voor een sociaalcultureel programma ter ere van het zestig jarig bestaan van de voormalige Westelijke Tuinsteden Osdorp, Slotervaart, Geuzenveld en Slotermeer, die nu samen Stadsdeel Nieuw-West vormen.

28

Opening Nieuw-West in the Picture, december 2012 © Thomas Lenden

© Jur Engelchor Fotografie

Iris Dik Curator en initiatiefnemer NW Open

De herontdekking van een stadsdeel Met 135.000 inwoners is NieuwWest tegenwoordig het grootste stadsdeel van Amsterdam, een stad op zich. Van september 2012 tot en met november 2013 werd telkens een volgende buurt symbolisch opnieuw geopend. Uitgangspunt waren de bestaande kwaliteiten van plekken en mensen. Met buurttours en gesprekken op locatie, met speciaal ontwikkelde locatievoorstellingen en exposities. Stadsdeel Nieuw-West dankt zijn dynamiek en diversiteit aan drie generaties pioniers. In de jaren vijftig was de moderne wijk in wording één grote zandvlakte.

Er kwamen vooral mensen uit de oude stad en uit de provincie op af. Dat veranderde in de jaren zeventig, met de instroom van immigranten, met name uit Marokko en Turkije. De stedelijke vernieuwing sinds de millenniumwisseling trok enthousiaste ZZP’ers en tweeverdieners naar het gebied. De stedenbouwkundige Cornelis Van Eesteren dacht als rechtgeaarde Modernist sociale problemen te kunnen oplossen door een uitgekiend stedenbouwkundig ontwerp. Maar al snel bleek de maatschappij na de jaren zestig in rap tempo te veranderen. >>


zestig jaar nieuw-west

NW Open

Bewoners zijn actiever betrokken bij hun buurten >> Ook de grootschalige stedelijke

vernieuwing in het vorige decennium was van hogerhand opgelegd. Stedelijke planners maakten gebruik van vastgelegde leefstijltypologieën. Inzet was het verhogen van het aandeel huishoudens met hogere inkomens. Er werd veel gesloopt en gemeenschappen werden uit elkaar getrokken. De crisis heeft verandering gebracht in die werkwijze. Bewoners van Nieuw-West zijn actiever betrokken bij de vormgeving van hun buurten, en worden daarbij geholpen door bewonersinitiatieven en creatieve ondernemers. De viering van zestig jaar Nieuw-West viel samen met het begin van een opgaande lijn, dankzij de sociale en fysieke vernieuwing, de inzet van allerlei verschillende mensen en ook dankzij de tijdgeest. Gebiedsgerichte culturele impulsen kunnen inspireren tot een andere beeldvorming en een meer gepassioneerde omgang van burger en professional met (jong) erfgoed in de publieke ruimte. Sinds de visie Erfgoed en Ruimte is de monumentenzorg meer ontwikkelings- en gebiedsgericht geworden. Ook de lokale verhalen en gebruiken krijgen aandacht. Tegenwoordig mag je onder cultureel erfgoed zo ongeveer alles verstaan wat de publieke ruimte bepaalt: zelfs de verhalen over plekken en de oude, huidige en ook toekomstige gebruikers ervan.

Nieuw-West is nog niet af. Je kunt er ademen, dankzij het overdadige groen, de ruimtelijke opzet en de diversiteit. Dat trekt meer en meer mensen die de binnenstad te toeristisch vinden. Bij de Sloterplas zouden nog aantrekkelijke en kleinschalige ontmoetingsplekken gecreëerd kunnen worden, mits ruimte overblijft voor rustzoekers. Geïnspireerd door Jardin du Luxembourg in Parijs en de zitjes op de New Yorkse High Line de tot stadspark omgebouwde goederenspoorlijn - bedacht NieuwWest Open een vrij toegankelijk terras dat meetrok van gebied naar gebied. De huidige generatie twintigers en dertigers is in NieuwWest geboren en getogen. Ze hebben over het algemeen een andere culturele achtergrond, maar zijn wél echte Amsterdammers. Ze zien vooral de positieve kanten van het stadsdeel, en naarmate het beter met ze gaat, willen ze er blijven wonen. Zelfbouwprojecten trekken niet alleen de nieuwe pioniers aan maar ook huidige bewoners, zoals bij Getijenveld een groep mensen van Turkse afkomst die collectief huizen laat bouwen. De zestig jaar jonge stad heeft al veel meegemaakt. Verschillende generaties en culturen leven naast elkaar en langs elkaar heen. Of ze botsen, zoals de oudere pioniers en de jongere generatie die elkaar in de publieke ruimte nauwelijks ontmoeten en er een heel andere leefstijl op nahouden.

Maar een toenemende groep wil elkaar graag leren kennen en samen aan een leukere buurt bouwen. Dat was onder andere merkbaar tijdens de verschillende dialogen tussen de oudere en jongere generaties in Nieuw-West Open. Aansluitend was er ruimte voor cultuur, zoals de cabaretvoorstelling over discriminatie, de vertelvoorstelling over zestig jaar werk in Nieuw-West of de community theatervoorstelling over geluk in de Anton Struikbuurt. Uit die laatste voorstelling kwam het initiatief voor een geluksdisco voort. De architectuur, pleinen en parken vormen een staalkaart van de naoorlogse bouwgeschiedenis. Soms zie je die tijdlagen botsen. Dat werd zichtbaar tijdens de zeer populaire buurttours: fiets- en wandeltochten waarbij bewoners, ondernemers en professionals samen het gebied ‘uitkamden’. Bijzonder was dat velen daarbij hun deur openden: de bewoners van de nieuwe laagbouw, maar ook van de monumentale flats op grote hoogte, de broedplaatsen en de Moskee. Zelfs op een besneeuwde januaridag verzamelde een grote groep om zich te laten verwennen met een hapjesroute langs ‘eetstraat’ Johan Huizingalaan. ••

nwopen.nl vaneesterenmuseum.nl nieuwwestexpress.nl nicenieuwwest.nl

29


wijkpartners

Vitale wijken

DE BUURT KAN HET BETER © Sander Baks

WIJKPARTNERS

Vitale wijken maken en houden

Liedewij Loorbach Freelance journalist

30

Wijken vitaal maken en houden, dat kan de buurt zelf het beste, vindt woningcorporatie Eigen Haard. De woningcorporatie omarmt daarom buurtorganisaties en maakt ze tot hun wijkpartners. ‘Zij kunnen veel dingen beter dan wij.’ Khalid laat nog een keer zien hoe je met de bezem het spinnenrag uit de sponningen boven de deur veegt. Mike (22), met een neongeel hesje aan, doet hem na en maakt het klusje af. Ondertussen mopt Dominic (21) de betonnen gang. ‘Je moet deze jongens wat vaker laten zien hoe iets moet,’ zegt Mirjam Menebhi Benhraba, wijkbeheerder in de Suha-buurt in Nieuw-West, met een glimlach.

Elke tiende van de maand maakt de groep jongens van Multi Plus Zorg de portieken schoon in de wijk waar ze zelf ook wonen. Het zijn jongens met een licht verstandelijke beperking, met gedragsproblemen of een psychiatrische stoornis. Jongens die het niet lukt om in het gewone leven mee te draaien. Bij Multi Plus Zorg (MPZ) krijgen ze een woonplek en werkbegeleiding. Ze maken schoon in opdracht van Eigen Haard. Een paar jaar geleden sloot de corporatie een zogenaamde wijkpartnerovereenkomst met MPZ. Sindsdien helpen de twee elkaar waar mogelijk. De jongens wonen in huizen van de corporatie, als de buurt volgend jaar gesloopt wordt, verhuizen ze naar een wijk verderop, ook naar woningen van Eigen Haard. >>


wijkpartners

>> ‘Wijkpartners zijn organisaties

of sociale ondernemingen die voortkomen uit de buurt en dichtbij de bewoners staan,’ zegt Gert Dijkstra, manager Woonservice van Eigen Haard. Meer en meer zoekt de corporatie samenwerking met dit soort organisaties ‘uit de leefwereld’. Zij weten veel beter wat er speelt, weten wie waar zit, kunnen bewoners activeren en informeren.’ Daar kan de corporatie goed gebruik van maken. ‘Wij zijn er erg bij gebaat als mensen elkaar kennen in een wijk. Als samen leven lukt, dan hebben mensen oog voor elkaar, helpen ze elkaar door moeilijke tijden. Dan is er minder huurachterstand, zijn er minder huisuitzettingen, is er minder spanning in de wijk.’ ‘Het gevaar voor de vaak kleine buurtorganisaties is dat ze of institutionaliseren of dat de grote professionele partij hen werk uit handen neemt,’ zegt Dijkstra. ‘Wij gaan juist een gelijkwaardige relatie met hen aan.’ De wijkpartners krijgen in ruil voor hun activiteiten vaak korting op de huur van een ruimte. En soms wat extra financiële ondersteuning, zegt Dijkstra. De corporatie heeft nu elf van zulke partners. Even verderop in Nieuw-West, op de Johan Huizingalaan vlak aan de Sloterplas, zit STOC, Stichting Turks Onderwijs Centrum, ook een wijkpartner van de woningbouwvereniging. Directeur Ismail Ercan draait al jaren mee in de wijk, en verzorgt behalve allerlei onderwijs ook buurtactiviteiten. STOC begeleidt daarnaast stagiaires van het ROC en de Hogeschool van Amsterdam.

Samenwerking met de leefwereld

Bewonerscommissies mogen in zijn ruimte vergaderen. De middelbare school vraagt hem voor gastlessen over het schoonhouden van de buurt. Hij kent de buurt als geen ander. In 2014 wil STOC meer doen om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan, en met Stichting Present werkt Ercan aan een plan om tuinen op te knappen van mensen die zelf hun tuin niet meer kunnen onderhouden. Elske de Ronde van Eigen Haard zette STOC het afgelopen jaar een aantal keer in om schoonmaakacties in de buurt te organiseren. ‘Dat werkt heel goed. Ze werken heel zelfstandig en zijn initiatiefrijk,’ zegt De Ronde. ‘Ik leg hem iets voor, en dan gaat hij er meteen mee aan de slag. En dat is handig, want we kiezen liever voor kleinschalige opruimacties dan één keer per jaar iets groots met een hoop tamtam en een springkussen voor kinderen.’

Laat zien dat je gelooft in mensen ‘Wij maken onderscheid tussen organisaties uit de systeemwereld en organisaties uit de leefwereld,’ zegt Dijkstra. Met de grote zorginstellingen sluit de corporatie duidelijke contracten af, met wijkpartners als MPZ een overeenkomst waarin de twee elkaar iets beloven.

Soms gespecificeerd met het aantal schoonmaakacties dat de wijkpartner per kwartaal organiseert, of het aantal activiteiten dat een sociaal ondernemer verzorgt voor de buurtkinderen. ‘Maar als die activiteiten niet allemaal plaatsvinden, dan volgen er geen boze brieven of boetes,’ zegt Dijkstra. ‘Dan gaan we in gesprek. Het gaat bij deze overeenkomst om vertrouwen. Als het niet lukt, dan doen we het volgend jaar anders, of niet.’ Volgens Hettie Politiek, programmamanager wijkaanpak van de gemeente Amsterdam, is het belangrijk om te proberen geld in de wijk te houden, en buurtbewoners zoveel mogelijk zelf te laten doen. ‘Je ziet dat veel organisaties zoekend zijn om dat voor elkaar te krijgen. Dit is een mooi voorbeeld van hoe het kan.’ De corporatie hoopt de komende jaren meer wijkpartners te vinden. Bezuinigingen en werk uit handen geven spelen daarbij geen rol, zegt Dijkstra. ‘Geld doet er niet toe. De manier van werken is gewoon veel beter. Vroeger werd er ook wel met partijen in wijken gewerkt, maar echt vertrouwen was er niet van grote instanties. Een handtekening zetten onder een samenwerkingsovereenkomst, dat deed niemand. Uiteindelijk wilden de grote partijen alle controle houden. Je moet laten zien dat je echt gelooft dat mensen het zelf kunnen. Want dat kunnen ze ook.’ ••

eigenhaard.nl multipluszorg.nl turksonderwijscentrum.nl stichtingpresent.nl

31


TIJDELIJKHEID

Het dierenasiel dat sinds 1927 gevestigd was in een oude ammoniakfabriek aan de Polderweg in Stadsdeel Oost sloot in 2007 zijn deuren. Het prachtige monumentale pand zou een horecabestemming krijgen, middenin de nieuwbouwwijk die nog in het daaropvolgende jaar van de grond zou komen. Door de crisis op de woningmarkt liet de eerste paal echter lang op zich wachten. Zodoende bleef ook het voormalig dierenasiel lange tijd leeg staan, waardoor het pand ernstig in verval raakte. Tot het pand in de zomer van 2011 door een collectief van jonge Amsterdammers werd gekraakt. Zij werkten zich door hopen puin, overblijfselen van dode duiven en menselijke uitwerpselen

Op de Valreep

en knapten het gebouw met eigen spaargeld aanzienlijk op. ‘Op de Valreep’ was geboren en organiseert sindsdien muziekavonden, filmvertoningen en evenementen voor buurt- en stadsbewoners, zonder subsidie of winstoogmerk. De organisatie van de Valreep is laagdrempelig: iedereen is welkom een eigen activiteit te organiseren. Toen het stadsdeel eerder dreigde het pand te ontruimen tekenden buurtbewoners massaal een petitie voor behoud van het collectief. De initiatiefnemers van Op de Valreep werden bovendien door 250 buurtbewoners vergezeld bij inspraak in de raadsvergadering van het stadsdeel. Nu de ontwikkelaar de plannen voor de nieuwbouwwijk

op de valreep 32

komend voorjaar wil voortzetten wordt Op de Valreep alsnog met sluiting bedreigd. Het collectief zou zich graag willen bestendigen en gezamenlijk het gebouw willen kopen. Met toegang tot stromend water en stadsverwarming zou het collectief om te beginnen tegemoet willen komen aan de geplande horecabestemming in de wijk. Maar de ambities van de Valreep reiken verder. Het voormalig dierenasiel moet een ‘platform voor verandering’ blijven, waar iedereen maatschappelijke en culturele activiteiten kan organiseren. ‘Een huiskamer voor de buurt en een vrijplaats voor de stad,’ aldus Sara Best, één van de oprichters. ••

valreep.org


interview

Frank van Erkel

De Participerende en Improviserende Overheid een Interview met programmadirecteur frank van erkel

Jorie Horsthuis

Politicoloog en freelance journalist

© Suzanne de Bruin

Frank van Erkel bij de opening van het Magneet Festival in 2011 © Tom van der Leij

‘Laten we eerlijk zijn: het is natuurlijk wel een mammoettanker. En een mammoettanker verander je op open zee niet van vandaag op morgen in een vloot speedbootjes.’ Toch heeft Frank van Erkel, programmadirecteur Organisatieontwikkeling bij de gemeente Amsterdam, er alle vertrouwen in. De lokale overheid moet de komende jaren veranderen in een ‘flexibele, daadkrachtige en compacte’ organisatie, en aan hem de taak om deze grootschalige transitie te begeleiden. ‘Het zijn kleine stapjes die we zetten, maar die zijn heel belangrijk voor het grotere geheel. Continu zijn we alert: wat gaat er goed, waar kunnen we van leren? En dan zie je dat de boel echt al in beweging is.’ >>

33


Interview

Cultuuromslag

>> Grote vellen papier hangen

aan de muren van de afdeling Organisatieontwikkeling, op de vijfde verdieping van het stadhuis. In deze ruimte worden vanuit alle hoeken van de stad ideeën verzameld voor de toekomst van Amsterdam. Wat zijn je dromen, waar haal je inspiratie uit? Sommige vellen papier zijn helemaal volgeschreven, andere nog opvallend leeg. Hier is een proces gaande, en het team van Van Erkel zit er middenin. Aan statafels in de open ruimte kunnen de medewerkers op een alternatieve manier vergaderen - met uitzicht over de daken van de binnenstad. ‘De samenleving verandert razendsnel, en de overheid heeft daar geen gelijke tred mee gehouden,’ zegt Van Erkel, die tijdens het interview nog gauw een broodje kaas naar binnen schuift omdat het van lunchen in deze drukke weken nauwelijks komt. ‘Thema’s poppen op en gaan net zo snel weer onder, partners veranderen continu, mensen organiseren zich steeds meer zelf in platte netwerken. Als overheid moet je daarop inspelen, snel kunnen reageren. Aan hiërarchische relaties en stabiele instituties heb je in deze tijd niet meer zo veel.’

De huidige plannen voor grote veranderingen in de organisatiestructuur van de gemeente ziet Van Erkel dan ook als een ‘gouden kans’ om gelijktijdig een fundamentele omwenteling te stimuleren in de cultuur van de ambtelijke organisatie. Niet meer reguleren, maar faciliteren. Niet meer het voortouw nemen bij initiatieven in de buurt, maar kijken wat bewoners zelf al organiseren. ‘Vroeger bedachten wij als overheid een programma, en dan zeiden we tegen de buurtbewoners: we vinden het belangrijk dat u participeert. Maar bewoners kunnen heel goed zelf bedenken wat goed is voor hun buurt. Moeten wij dan als overheid niet nederig aankloppen en vragen: heeft u er misschien wat aan als wij ook meedoen? Dan gaan we van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en dat is iets totaal anders.’ De bestuurscommissies die na de verkiezingen van maart 2014 in de plaats zullen komen van de stadsdelen, moeten volgens Van Erkel de ogen en oren worden van de buurt. ‘Van bolwerk moeten zij veranderen in netwerk, in een plek

wie is frank van erkel?

waar groepen samen komen met goede ideeën. Ik wil het leiderschap bij onze medewerkers stimuleren en hen de vrijheid geven om binnen bepaalde kaders zelf te bepalen wat zij denken dat het beste is. In de interactie met de buurt moeten zij hun professionaliteit optimaal kunnen benutten.’ Medewerkers moeten minder focussen op beleid en meer op uitvoering. Resultaten zullen in de nieuwe structuur nog belangrijker zijn - en transparant worden gemaakt. Deze cultuuromslag in het ambtelijke apparaat ziet Van Erkel als één van de grootste uitdagingen van de komende jaren. ‘Sommige medewerkers voelen zich onzeker over die nieuwe aanpak, en het is belangrijk dat dat gevoel niet omslaat naar onveiligheid. Aan ons de taak om een veilig en prettig klimaat te scheppen waarin zij met de nieuwe manier van werken kunnen experimenteren. Gegarandeerd gaat er dan af en toe wat mis, maar dat moeten we accepteren, dat hoort erbij.’ Op een nog op te richten Amsterdamse School zullen medewerkers opleidingen kunnen volgen om hun talenten verder te ontwikkelen en hun prestaties te verbeteren. ‘Velen zijn juist blij met deze veranderingen’, meent Van Erkel. ‘Die hebben een hekel aan de bureaucratie, aan al die dikke rapporten. “Het houdt ons af van ons echte werk,” zeggen ze, en ze kijken er naar uit om het heel anders te gaan doen.’ >>

Frank van Erkel is Programmadirecteur Organisatieontwikkeling bij de gemeente Amsterdam. Met zijn team begeleidt hij de grootschalige transitie die de lokale overheid de komende paar jaar zal ondergaan. Tot halverwege 2013 werkte hij als stadsdeelsecretaris in Amsterdam-Oost.

34


Interview

Organisatieontwikkeling

Bob Kassenaar werkte tien jaar lang als vervoersplanoloog bij Publieke Werken en dertig jaar als adviseur van het college bij de gemeente Amsterdam. Hij gaf onder andere advies over structuurplannen, ruimtelijke investeringen, grotestedenbeleid en wijkaanpak. Sinds zijn pensioen is hij betrokken bij de nieuw te vormen bestuurscommissies in Amsterdam en werkt hij als adviseur voor de opleiding Urban Management aan de HvA.

Organisatieontwikkeling

wie is bob kassenaar? >> Toch is niet iedereen even

optimistisch over de uitkomst van de veranderagenda van de gemeente. ‘Cultuuromslag is een verschrikkelijk moeilijke opgave,’ zegt Bob Kassenaar, die zelf veertig jaar voor de gemeente Amsterdam heeft gewerkt en momenteel bezig is met zijn memoires. ‘Alle reorganisaties die ik heb meegemaakt - en dat zijn er nogal wat - beginnen met goede bedoelingen en een mooie visie. Uiteindelijk is toch iedereen weer bezig zijn eigen positie veilig te stellen.’ Volgens Kassenaar zit er bovendien een aantal opvallende paradoxen in de plannen. ‘Ze pleiten voor horizontale netwerkvorming, maar ondertussen vloeien er juist weer meer bevoegdheden terug naar de centrale stad. Als ze echt zo graag samen willen werken met buurtbewoners, waarom zijn die dan niet betrokken bij de hervormingen?’

Een gemiste kans, vindt Kassenaar. ‘Intern is het lastig om fundamentele veranderingen door te voeren. Ze hadden onafhankelijke partners moeten uitnodigen om mee te denken, om aan de bel te trekken als het de verkeerde kant op dreigt te gaan. Zonder tegenkracht red je het niet.’ Frank van Erkel vindt het nog te vroeg voor dergelijke kritiek. ‘We staan pas aan het begin van het proces, er is geen blauwdruk. Laten we nou eerst eens kijken hoe ver we komen. Als je alleen let op de grote beweging raak je snel gefrustreerd - daarom richt ik me liever op de kleine stappen. Zoals gezegd: deze omwenteling heeft tijd nodig.’ ••

De gemeentelijke organisatie gaat op de schop. Ten eerste maken de stadsdelen na de verkiezingen van maart 2014 plaats voor bestuurscommissies. Het maken van beleid wordt voortaan vanuit de centrale stad gedaan, terwijl de concrete, gebiedsgerichte uitvoering een taak van de bestuurscommissies wordt. Ten tweede zullen de huidige 26 diensten opgaan in vier overkoepelende clusters, die vanuit de centrale stad zullen worden aangestuurd. Dat zijn Sociaal & Veilig, Ruimte & Economie, Dienstverlening & Informatie en Ondersteunende Bedrijfsvoering. De clusters zullen flexibel worden ingericht voor de specifieke doelen en vraagstukken van de stad. Volgens de gemeente levert dat een heldere taakverdeling en minder overlap tussen organisatie-onderdelen op. Door de reorganisatie zullen naar schatting 950 banen verdwijnen. In 2016 zal de hele operatie afgerond zijn.

cultuuromslag is een verschrikkelijk moeilijke opgave 35


Coรถperatieve democratie

Bestuurlijke hervormingen

DE COร–PERATIEVE DEMOCRATIE Laten we stoppen met doormodderen. Het is tijd om het publieke domein rigoureus anders te organiseren. De grote instituties die ons jarenlang hebben bediend maken hun beloftes niet meer waar. De politiek heeft het vertrouwen van de burgers al een tijd geleden verloren. We moeten ons heil elders zoeken. Nieuwe manieren ontwikkelen en vooral: andere mensen aan het roer zetten. Samen en van onderop. Met de coรถperatie gaan we de democratie redden! In Amsterdam barst het van de initiatieven van burgers die zelf iets voor hun buurt doen. Speeltuinen die door de gemeente worden gesloten vinden nieuwe beheerders in omwonenden, en nieuwe netwerken zoals StadsdorpZuid en de Lucas Community organiseren zelf zorg- en welzijnsdiensten. Bewoners van de Indische Buurt beheren zelf buurtcentrum de Meevaart en op vele braakliggende terreinen zijn mensen met elkaar moestuinen gestart. Met hun activiteiten vullen deze Amsterdammers niet alleen de gaten die vallen nu institutionele partijen moeten bezuinigen, ze zijn ook onderdeel van een bredere bottomup beweging. Ze voelen de noodzaak om uit hun individuele bubbel te komen, hun buurtgenoten te leren kennen en samen dingen te ondernemen.

Enorme energie

Bij Pakhuis de Zwijger zijn wij bijna dagelijks getuige van de enorme energie die daarbij vrijkomt. Wij zien niet alleen hoe de initiatieven zelf zorgen voor een herleefd gemeenschapsgevoel in de eigen buurt, ook valt op hoe ze zich onderling met elkaar verbonden voelen. Ze vinden elkaar in een gedeelde ambitie om weer eigenaar van hun stad te worden, niet in het minst gevoed door het vertrouwen dat ze zijn kwijtgeraakt in de politiek en de overheid.

36

PAK DOOR OP BESTUURLIJKE HERVORMINGEN! Nieuwe initiatieven schieten als paddestoelen uit de grond en hun impact op de stad wordt alsmaar groter. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het experiment met wijkondernemingen. Begon dat vooral in het domein van kunst en cultuur, nu worden ook complexere vraagstukken zoals zorg, werkgelegenheid en onderwijs hun werkterrein.

Belang van erkenning

Met de toegenomen rol en importantie van maatschappelijke initiatieven komen er nieuwe vragen naar boven. Een fundamentele vraag is of met deze ontwikkeling de democratie in gevaar komt. Waar blijft het belang van de niet zo zelforganiserende burger? In een onlangs verschenen manifest stellen initiatiefnemers zelf dat erkenning van hun activiteiten als nieuwe democratische macht de voorwaarde schept voor het veel bepleite loslaten en overdragen van publieke taken. Ze willen graag dat hun rechten worden vastgelegd en dat ze over middelen kunnen beschikken waarmee ze aan het werk kunnen. Maar om hun die verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen daadwerkelijk toe te kennen is het zoeken naar een manier om het initiatief van enkelen te waarborgen in het belang van velen. >>


Coöperatieve democratie

Bewoners aan het roer

>> Behoeften van burgers

De coöperatie biedt misschien wel een uitgelezen mogelijkheid. De ervaringen met zorgcoöperaties in dorpen zoals Hoogeloon en Austerlitz vind ik uiterst leerzaam. Het belangrijkste resultaat daar is niet zozeer de besparing op de zorgkosten, maar een aanbod dat tot stand komt uit de wensen en behoeften van burgers zelf. Door bewoners te verenigen in een wijkcoöperatie en die coöperatie budgeteigenaar te maken voor publieke diensten en voorzieningen kunnen bewoners echt aan het roer gaan staan. Actieve burgers, een wijkonderneming of een sociaal ondernemer kunnen dan een beroep doen op de coöperatie voor bijvoorbeeld financiering, waarmee ze gelijk ook gestuurd worden vanuit wat de gemeenschap wil. Daarmee wordt de coöperatie een democratisch instrument.

Organiseren als coöperatie

In het buurtcentrum de Meevaart onderzoekt men momenteel de mogelijkheden om zich te organiseren als coöperatie. Ook is daar recentelijk in samenwerking met de gemeente een bewonersonderzoek gedaan naar de maatschappelijke opgaven zoals burgers die zelf beleven. Bovendien puilt de Indische buurt uit van het eigen initiatief. Ingrediënten genoeg om een mooi experiment met de coöperatieve democratie te starten. •• Dit artikel verscheen eerder als column in Tijd voor Samen, burgercoöperaties in opkomst.

Samen en van onderop

Joachim Meerkerk

Strateeg en programmamaker Pakhuis de Zwijger

NIEUWAMSTERDAM STAD IN TRANSITIE

In de Stadberichten belichten we iedere werkdag een voorbeeld van de stad in transitie. Van lokale experimenten van burgers tot evenementen, boeken en films. Ondermeer op het gebied van zelfbouw, sociaal ondernemerschap, stadslandbouw, crowdfunding en nieuw eigenaarschap. De Stadberichten zijn onderdeel van Nieuw Amsterdam, het platform waarin we de stad van de toekomst verkennen. Wil jij de Stadberichten iedere dag ontvangen? Meld je dan aan op dezwijger.nl/nieuwsbrieven voor de nieuwsbrief. Tips voor de redactie? Stuur ze naar communicatie@dezwijger.nl.


tijdelijkheid

VLLA

VLLA Hard to find, easy to love

Slotervaart 2007. In ‘de achterbuurt van Nederland’ rommelt het nadat een agent een jongen van Marokkaanse afkomst uit de buurt neerschoot. Landelijke media verspreidden beelden van brandende auto’s en woedende jongens met capuchons. Na zeven jaar wijkvernieuwing is het August Allebéplein veranderd: minder aangiftes, minder inbraken en véél minder geweld. Het succesverhaal wordt onderstreept door de komst van creatieve club VLLA, die zich vestigde in een pand dat voorheen

in het teken stond van de dood. Het voormalige uitvaartcentrum wordt nu bevolkt door creatieve ondernemers en kunstenaars. ‘Het is een graadmeter dat het de goede kant op gaat met de buurt,’ zei burgemeester Van der Laan bij de opening in 2010. ‘Iedereen met talent of inspiratie is bij ons welkom,’ aldus Onno van der Grinten, eigenaar van VLLA. Bij de open barbecue bijvoorbeeld. ‘Iedereen neemt iets mee.’ Op vrijdag organiseren de initiatiefnemers VLLA op vrijdag. ‘Dan nodigen we een band of DJ uit, en zijn er kraampjes van

mensen die iets bijzonders aanbieden dat bij de sfeer van de muziek past,’ vertelt Onno. Buurtjongeren zijn ‘de bodyguards’ van VLLA. ‘Laatst vroeg één van hen of hij z’n graffiti skills mocht laten zien. Nu is onze auto zijn canvas.’ Het pand is tijdelijk beschikbaar gesteld door de Key. De legendarische feesten, de net aangelegde tuin, het kindertheater, de jazzavonden, de minimarkt en al die andere activiteiten die Slotervaart doen opleven, kunnen wat initiatiefnemers betreft nog jaren mee. ••

vlla.nl

38


kunst in de publieke ruimte

Cascoland

Kunst als interventie in de publieke ruimte Met verbeelding de stad in beweging brengen Kunst in de publieke

Leonoor Bergen

Programmamaker Pakhuis de Zwijger

ruimte. Klinkt muf en ouderwets? Niets is minder waar. Buiten op straat voltrekt zich een stille revolutie. Hoe kunnen de kunsten zich nadrukkelijker met de samenleving verbinden? In de wijken werken kunstenaars die het antwoord daarop allang gevonden hebben.

Š Mark Weemen

Fiona de Bell en Roel Schoenmakers zetten in 2004 Cascoland op, een internationaal kunstenaarsnetwerk dat de publieke ruimte vormgeeft. Cascoland wil met participatieve kunstprojecten bewoners laten zien dat ze zelf kunnen meedoen aan de inrichting van hun maatschappij. Zeven jaar lang was Cascoland actief in het buitenland. De eerste jaren vooral in Zuid-Afrika, later ook in bijvoorbeeld Peru en BraziliĂŤ. Cascoland werkt per project met wisselende interdisciplinaire teams van architecten, ontwerpers en performers. >>

39


kunst in de publieke ruimte

Ontwerpproces

© Ruben Abels

>> Goed om je heen kijken

als kunstenaar moet je zowel op ambtelijk als straatniveau communiceren

40

Als zo’n team aan een nieuw project begint, neemt het eerst uitgebreid de tijd om de omgeving te leren kennen. Fiona: ‘We trekken de wijk in, kijken wat ons opvalt op straat, we praten met bewoners. In de publieke ruimte stellen we onszelf steeds de vraag wat de relatie is tussen de ruimte, het werk dat wij daar doen en het publiek. Ons ‘publiek’ dat zijn de bewoners en andere gebruikers van een gebied.’ Om ervoor te zorgen dat hun ontwerpen daadwerkelijk gebruikt worden, betrekt Cascoland buurtbewoners bij het ontwerpproces. ‘We zijn voortdurend met ons publiek in overleg, net als met de overheid trouwens. Als kunstenaar in de publieke ruimte moet je zowel op ambtelijk als op straatniveau kunnen communiceren.’ Roel: ‘Als je op straat vraagt wat mensen in de wijk willen veranderen, dan is het antwoord standaard een voetbalveldje of een speelplaats. Wij filteren de informatie en bedenken een creatieve oplossing. Het interpreteren en vertalen van informatie, dat is onze belangrijkste functie als kunstenaars in de publieke ruimte.’ >>


kunst in de publieke ruimte

>> Kolenkitbuurt

Sinds 2010 houdt Cascoland kantoor in een Piggelmeewoning - een piepkleine seniorenwoning uit de jaren vijftig - in de Kolenkitbuurt in Amsterdam West. De Kolenkit stond bovenaan de lijst met Vogelaarwijken. In 2003 is een vernieuwingsplan voor de wijk opgesteld om de armoedeproblematiek aan te pakken en het leefklimaat te verbeteren. Er komt nieuwbouw en een aantal woonblokken wordt gerenoveerd. Cascoland richt zich zowel op de herinrichting van de buurt als op het creëren van arbeidsplaatsen en het stimuleren van talentontwikkeling. In eerste instantie betrof het een pilot van een half jaar in samenwerking met Stadsdeel West en woningbouwcorporatie Rochdale. Roel: ‘Die periode bleek te kort, we waren eigenlijk net begonnen. We zitten hier sinds augustus 2010. Pas

Buurtprojecten

het laatste jaar hebben we het gevoel dat onze projecten betekenis krijgen.’ Zo is het Logeerhuis, voor bezoekers van krap behuisde wijkbewoners, een groot succes. Het idee ontstond door verhalen van kinderen uit de buurt die vertelden dat ze vaak moe zijn omdat ze op de bank moeten slapen als er bezoek uit het buitenland komt. Net als het kantoor van Cascoland is het Logeerhuis gevestigd in een Piggelmeewoning aan het Piet Paaltjenspad. Het zit bijna altijd vol en wordt nu beheerd door een groep vrouwen uit de buurt. Ook de KookKit, de wekelijkse lunch op het Jan van Schaffelaarsplantsoen die verzorgd wordt door kooktalenten uit de buurt loopt steeds beter. Er komen zelfs mensen uit andere delen van de stad naartoe. Creatieven uit de broedplaatsen uit de buurt gebruiken de lunch als onmoetingsmoment.

Tijdens een wandeling langs de verschillende projecten van Cascoland wijst Roel op het stadsdeelkantoor aan de A10. Hij zegt: ‘Stadsdeel West begrijpt dat het dit soort initiatieven nodig heeft om de wijk in beweging te krijgen. Het stadsdeelkantoor kijkt uit over het Jan van Schaffelaarplantsoen waar onze KookKit en Mobiele Tuintjes staan, en waar de kippen die we hier samen met buurtbewoners houden, rondscharrelen. De bestuurders kijken dus letterlijk mee met wat hier gebeurt. We zijn veel met ze in gesprek en hebben hierdoor een goede relatie met het stadsdeel opgebouwd. Binnenkort worden de stadsdelen geherstructureerd en staan de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur. Het is maar de vraag of nieuwe bestuurders ons de ruimte blijven geven.’ >>

KookKit op het Jan van Schaffelaarplantsoen © Fiona de Bell

41


kunst in de publieke ruimte

Pink Pony Express

>> Brood, daar zit energie in

het maakproces is belangrijker dan het eindproduct

Oogst Tuintjes Triangle Parcking Brussel Š Julie Guiches

In wat vroeger dienst deed als slaapkamer van de Piggelmeewoning, staat nu een groot zwart vat. ‘Hier komt de broodvergister, een grote versie van de vergister die we met Pink Pony Express voor het project Supernatural ontwikkeld hebben,’ vertelt Fiona. Pink Pony Express deed in 2011 een residency bij Cascoland en signaleerde een groot rattenprobleem in de Kolenkit. Die komen af op de grote hoeveelheden brood die door bewoners in de bosjes worden gegooid. Brood is in veel culturen heilig en mag niet worden weggegooid. Het stadsdeel heeft om het rattenprobleem te lijf te gaan drie speciale broodcontainers in de wijk neergezet. Pink Pony Express bestudeerde de inhoud van de bakken en maakte er een tentoonstelling van. De vele soorten brood vormen een afspiegeling van de wijk en haar inwoners en eetculturen. Pink Pony Express en Cascoland ontdekten dat er meer kan met oud brood: als je het in een vat met speciale bacteriĂŤn stopt, kun je het vergisten. Het gas kun je gebruiken. EĂŠn witbrood is goed voor ĂŠĂŠn uur koken op een gaspit. Met dat gegeven gaan de kunstenaars nu verder. In de woning aan het Piet Paaltjenspad zal de eerste door bewoners gerunde buurtbakkerij van Amsterdam verrijzen. HoofdingrediĂŤnt: het ingeleverde oude brood van mensen uit de wijk. Cascoland en Pink Pony Express zijn op dit moment met woningbouwcorporatie Eigen Haard aan het bekijken of in ĂŠĂŠn van de nieuwbouwblokken in de wijk een vergister kan komen die op de stadsverwarming kan worden aangesloten. Dan verwarmen bewoners hun huizen met hun eigen oude brood. Ook andere wijken hebben al interesse getoond voor het opwekken van energie door middel van een broodvergister.

Verhuisdienst

Schaatsuitleen Jan van Schaffelaarplantsoen Amsterdam West Š Iris Vetter *37&LPMFOLJU@TDIBBUTFO

Het nieuwste project van Cascoland in de Kolenkit is de Verhuisdienst. De komende jaren wordt de buurt ingrijpend gerenoveerd en zullen veel mensen moeten verhuizen. Maar dat is duur en vaak is tijdelijk vervangende woonruimte nodig. Cascoland heeft een mobiel, multifunctioneel inzetbaar kunstwerk ontworpen: een verhuiswagen waarmee buurtbewoners elkaar voor een klein bedrag kunnen verhuizen. Door een mobiele slaap- en kookunit in de wagen te plaatsen, transformeert de wagen in een logeerhuis voor buurtbewoners die tijdelijk hun huis uit moeten. De Verhuisservice brengt bovendien economische activiteit in de buurt: vrijwilligers die de wagen besturen, kunnen punten verdienen waarmee ze bij winkels in de buurt kunnen betalen. Dit is het soort kunstwerk dat Cascoland typeert. De makers willen in de publieke ruimte geen conceptuele kunst neerzetten, maar maken werk dat een verbinding aangaat met de bewoners en onderdeel is van de ontwikkelingen in de wijk. ••

cascoland.nl pinkponyexpress.nl

42


kunst in de publieke ruimte

Amsterdams Fonds voor de Kunst

Amsterdams Fonds voor de Kunst Het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) ondersteunt de kunsten in Amsterdam. Alle disciplines, kunstenaars en kunstorganisaties, van amateur tot professioneel, kunnen een aanvraag doen. Het AFK heeft twee regelingen voor het ondersteunen van projecten en programma’s: de regeling ‘Professionele Kunst voor het maken en presenteren van kunst’ en de regeling ‘Cultuurparticipatie voor het betrekken van Amsterdammers bij kunst en cultuur’. Het fonds hecht veel belang aan cultuurparticipatie in de stad. Directeur Clayde Menso: ‘Voor ons is het belangrijk dat mensen in de stad bij projecten betrokken worden. Het is een manier om draagvlak voor de kunsten te creëren.’ Het AFK ondersteunt de in dit artikel besproken projecten van Cascoland en Pink Pony Express. Interventieprojecten in de publieke ruimte worden bij het AFK gefinancierd vanuit de regeling Cultuurparticipatie. Omdat de projecten van Cascoland en Pink Pony Express tot stand komen in nauwe samenwerking met bewoners uit de Kolenkitbuurt, vallen ze onder community art.

Community art projecten vertalen een maatschappelijk vraagstuk naar een kunstproject. Voorwaarde is dat een bepaalde groep mensen door een professionele kunstenaar benaderd wordt of omgekeerd, en dat het kunstwerk samen gemaakt wordt. Voor het AFK is bij community art projecten het maakproces belangrijker dan het eindproduct. Beleidsmedewerker Eefke van Nuenen zegt hierover: ‘We kijken als een kunstenaar een project voorstelt heel goed naar de haalbaarheid. Hoe ga je mensen bereiken en bij je project betrekken? Hoe voorkom je dat het te arbeidsintensief en te duur wordt? Daarnaast is artistieke kwaliteit belangrijk. We stellen ons bij een aanvraag niet zozeer de vraag ‘is dit kunst?’, maar we ondersteunen projecten omdat er mensen met een artistieke visie aan meewerken. Het doel is sociaal-maatschappelijk, kunst is het middel. We laten ons graag overtuigen door de goede ideeën van een kunstenaar.’

Het AFK ondersteunde de afgelopen jaren meerdere projecten op het snijvlak van kunst in de publieke ruimte en community art. Museum Perron Oost bijvoorbeeld blaast nieuw leven in het twintig jaar geleden door kunstenaar Joep van Lieshout geredde Perron Oost. Het museum gebruikt kunst om bewoners, ondernemers en kunstenaars op de Oostelijke Eilanden met elkaar in contact te brengen en met elkaar te verbinden. KijkRuimte Noord is een tweejarig kunstproject dat door artistiek onderzoek en interventies een bijdrage wil leveren aan het ontwerp en de ontwikkeling van de publieke ruimte. KijkRuimte is een ontmoetingsplek voor de verschillende kunst- en culturele gemeenschappen in Amsterdam Noord. Internationale kunstenaars worden uitgenodigd om met een frisse blik de buurt in te trekken en hun bevindingen in kunstwerken te vertalen.

afk.nl museumperronoost.nl kijkruimte.nl

wie is clayde menso?

Clayde Menso is geboren en getogen Amsterdammer. Hij studeerde Cultureel Maatschappelijke Vorming en bedrijfskunde. Na zijn studie werkte hij als producent in de culturele sector. Bij Stichting Doen startte hij vervolgens zijn loopbaan in de fondsenwereld. In 2007 werd hij adjunct-directeur van het AFK. Sinds juni 2013 is hij er directeur. © Jean van Lingen

43


Voor kunstenaars en culturele organisaties met ambitie, tegen 3% rente, met een voordelig trainings- en begeleidingsprogramma. www.AmsterdamseCultuurlening.nl Genomineerd voor de Accenture Innovation Award.


urban art walks

Muurkunst in Nieuw-West

Forbidden Urban Art Walks Glamourising (Nieuw-)West

Drie jaar geleden kwamen Anna, Nicole en Dianne op het idee om van de kale pilaren bij het Station Sloterdijk een open art museum te maken. De vergunning liet even op zich wachten, maar is inmiddels binnen. In de tussentijd hebben zij niet stilgezeten en het Tales of the Nine-project in Nieuw-West opgezet. Voor dit project zijn er inmiddels al meer dan twaalf muurkunstwerken gemaakt, verspreid door het stadsdeel, met elk een eigen verhaal en eigen thema, gerelateerd aan de wijk. De dames nemen je tijdens hun Forbidden Urban Art Walks mee langs de muren van de wijk via het ‘verboden pad’: een alternatief dat niet op de toeristische kaart staat. ••

talesofthenine.tumblr.com artches.org Fotoreportage: Nicole Blommers

45


46


47


48


49


tijdelijkheid

DOKA

Tijdelijkheid uit het boekje: in de kelder van het Volkskrantgebouw in Oost is binnen vijf dagen de nieuwe club DOKA (Donkere Kamer) uit de grond gestampt, die ongeveer tot maart blijft bestaan. De edgy, zweterige danskelder vervangt ‘Canvas op de 7e’, dat nu wordt omgebouwd. Sinds de redactie van de Volkskrant in 2007 het pand aan dagbladboulevard Wibautstraat verliet, veroverde Canvas de zevende

verdieping, boven een zestal etages met creatieve bedrijvigheid. Mede door het metropolitane uitzicht, de rauwe graffitikunst en het vaste thuispubliek van creatievelingen, werd Canvas een blijvertje. DOKA fungeert als experimenteerruimte voor het nieuwe Canvas, dat groter wordt en een kleine, achtste verdieping krijgt. Een selectie van de muzikale experimenten in DOKA komen in het nieuwe

Canvas terug. ‘De avond van Eddy de Eagle Museum had een fijne huiskamersfeer, en ook de avond van Aspirations en de punkpop van SubbaCultcha waren een groot succes,’ vertelt organisator Ewa. ‘Die gaan we vast in het nieuwe Canvas terugzien.’ DOKA heeft een muzikale richting die een stuk rauwer en extravaganter is, onder het maaiveld mag de volumeknop immers helemaal om! ••

doka-amsterdam.nl canvas7.nl

DOKA rauw en extravagant © Leonor von Salisch

50


rollende keukens

Succesverhaal

rollende keukens veroveren de stad

Yannick Sonne

Redacteur Nieuw Amsterdam

Š Juliette Helming

Food trucks, of in het Nederlands: rollende keukens, zijn in Amsterdam bezig aan een opmars. Verouderde wetgeving belemmert de culinaire wagens om de stad verder te veroveren. Daar lijkt nu verandering in te komen. Gaan de creatieve en duurzame gerechten van de rollende keukens de hegemonie van de hotdog- en patatkraam op straat doorbreken? >>

51


rollende keukens

Verouderd vergunningssysteem

koffiebarretjes op bakfietsen en keukens in oude busjes nemen de openbare ruimte over >> ‘Hoppa’ klinkt het uit een felgekleurd busje. Steff Veldkamp is kok en straatartiest ineen. Met zijn excentrieke food truck van ‘Vleesch noch Visch’ staat hij op festivals zoals de Rollende Keukens. Voor €6,50 kun je bij hem een Griekse pita met vega-gyros, tzatziki, rode ui en oregano krijgen die hij op een theatrale manier voor je neus bereid. ‘Vroeger werd ik weggestopt in keukens van restaurants, terwijl ik graag wil zien hoe mijn eten aankomt. Mijn eten moet gewoon een wow-factor hebben.’

© thehospages.com

© thehospages.com

© thehospages.com

52

De food truck van Veldkamp staat niet op zichzelf. Steeds vaker zijn er in Amsterdam kleine en grote events waar een bont gezelschap van kleurrijke keukens op wielen bezoekers trakteert op kleine, smakelijke gerechten. Restaurants in trucks, koffiebarretjes op bakfietsen en keukens in oude busjes nemen dan plots de openbare ruimte over. De bekendste is zonder twijfel het Weekend van de Rollende Keukens, dat ieder jaar bij de Westergasfabriek plaatsvindt, en dit jaar in mei toe is aan de zevende editie. ‘Toen we de Rollende Keukens zeven jaar geleden voor het eerst organiseerden moest ik hard op zoek naar dertig deelnemers. Vorig jaar heb ik honderd aanvragen moeten afwijzen,’ zegt initiatiefnemer Igor Sorko van de Rollende Keukens. Ondanks het succes heeft street food van hoge kwaliteit de Amsterdamse straten nog niet veroverd. Het straatbeeld wordt nog altijd gedomineerd door de hotdog-, ijs- en oliebollenkramen met hun vette happen. Strenge regelgeving rond straatverkoop zorgt ervoor dat de rollende keukens nog bijna nergens langs de straat staan. De ventplaatsen die er zijn kennen allemaal wachtlijsten van jaren. Vergunningen liggen bijna uitsluitend bij hotdog- en ijskramen. Op straat mag, met het oog op de volksgezondheid, namelijk geen verse, bederfelijke waar verkocht worden, maar alleen producten waar geen bereiding ter plaatse nodig is. ‘De wet die de straatvent van voedsel regelt, stamt uit 1930, toen er nog nauwelijks koelsystemen waren,’ zegt Veldkamp van Vleesch noch Visch. ‘Het vergunningssysteem is daar nog steeds op gebaseerd, terwijl we al lang in een andere tijd leven.’ >>


rollende keukens

>> Street food is een fenomeen dat is overgewaaid uit de

Verenigde Staten. In San Francisco bepalen food trucks al jaren het straatbeeld. De groep mensen in San Francisco die duurzaam, gevarieerd en eerlijk eten belangrijk vindt, is net als in Amsterdam groot. Fans prijzen de levendige straatcultuur waar de food trucks voor zorgen. Naast een reeks festivals ligt sinds 2012 midden in de stad ´SOMA StrEat Food Park’, waar permanent food trucks staan die telkens rouleren, zodat het aanbod steeds weer anders is. ‘San Francisco is ons grote voorbeeld,’ zegt Amsterdams raadslid Rik Winsemius (PvdA). Samen met Marco de Goede (GroenLinks) diende hij in oktober 2013 een initiatiefvoorstel in om de regels rond straatvent te verruimen. ‘Laat iedereen op straat maar kennismaken met het eten uit al die culturen in de stad. Met dit voorstel gaan we Amsterdam een beetje aan deze tijd aanpassen.’ Het raadslid noemt het zonde dat al die jonge ondernemers door de gemeente belemmerd worden. ‘Met minimale investeringen kunnen een boel mensen met passie aan de slag.’ Zelfregulering door een vereniging van straatvent ondernemers moet de kosten voor controle voor de gemeente drukken.

San Francisco

‘Al die regels blokkeren mijn dromen,’ zegt Roos van Andel van de Pieper Mobiel, een houten wagen in de vorm van een aardappel, waar je ook groentenhapjes kunt kopen. ‘Ik wil de wereld een beetje mooier maken, en daarom ook niet de hoofdprijs vragen voor wat ik verkoop. Maar dat wordt ook moeilijk met die dure vergunningen.’ Initiatiefnemer Igor denkt dat het vooral lastig wordt met selecteren. ‘Straks gaan er 250 wagens de straat op - dat kan niet. Daar zitten ook een hoop Unox-wagens tussen. Maar wie gaat bepalen wat er mag staan en wat niet?’ Hoewel street food in San Francisco ongekend populair is, is het ook daar niet alleen maar feest. De uitbaters strijden al jaren tegen verregaande regulering, omdat gewone restaurants de food trucks als bedreiging ervaren. ‘Wat eens een spannende underground food scene was, gedreven door vooruitziende punkers, is nu mainstream, en doordrenkt van politieke intrige,’ schreef de Los Angeles Times. Gaan wij dat ook krijgen als de rollende keukens de straat op mogen? ‘Dat is een kwestie van dingen goed regelen,’ stelt Winsemius van de PvdA. ‘Ventplaatsen strategisch verdelen, zodat het één het ander niet bijt.’ Het raadslid hoopt dat zijn voorstel nog dit voorjaar een verandering van het gemeentebeleid oplevert, zodat de rollende keukens bij de eerste voorjaarszon de Amsterdamse straten op mogen. ••

rollendekeukens.nl vleeschnochvisch.com

piepermobiel.nl somastreatfoodpark.com

53


tijdelijkheid

KANTOR

KANTOR

Wie zich het grijze kantorengebied bij station Sloterdijk voor de geest haalt, denkt niet onmiddellijk aan een bruisend cultureel centrum. Dit was voor heel even anders, toen het eerste weekend van oktober 2013 de initiatiefnemers van KANTOR neerstreken in de Bright Offices. Twee dagen lang vulden zij vijf verdiepingen leegstaande kantoorruimte met kunst, performances, muziek en eten.

Five floors of boundless imagination

Nieuwe, nog onbekende talenten en artiesten konden zich presenteren aan het grote publiek, maar ook de gevestigde orde liet zich zien. De dames achter KANTOR, bestaande uit de gebundelde krachten van PUP en PaardenKracht, hadden namelijk niet de minste partijen aan zich weten te binden voor het weekend. STRP, IDFA, Het Nationaal Ballet, Foam, de Kleine Komedie, EYE en vele anderen namen een deel van de

programmering voor hun rekening. Met het culturele evenement wil de organisatie aandacht vragen voor de grootschalige kantorenleegstand in de stad en deze leegstand een nieuwe bestemming geven. Vanwege het grote succes van de eerste editie, worden momenteel gesprekken gevoerd met vastgoedeigenaren, die hun pand ter beschikking willen stellen voor een weekend KANTOR. ••

kantorweekend.com

© Julie Weber voor VICE

54


Amsterdam Noord: broedplaats van de stad

Foto Y-helling NDSM-werf © Stichting NDSM-werf

Hoe de Noorderlijke IJ-oevers gingen bruisen Liedewij Loorbach

Freelance journalist

Het was mid jaren negentig en de stad knapte zijn jasje uit. Jonge Amsterdammers wilden buitenspelen, maar waar kon dat nog? Niet meer op de Silodam. Niet meer op het KNSM-eiland. De vrijbuiters staken het IJ over. Ruimte, zochten ze. Een plek om lawaai te maken. Een plek waar de politie niet meteen door buren op je wordt afgestuurd. Een plek waar je een bouwwerk kosteloos gewoon een paar weken kan laten staan, net als je bus. ’Er is nog steeds zoveel ruimte in Noord langs de oever. Je kunt er nog zoveel doen,’ zegt Jaap Schoufour, hoofd van Bureau Broedplaatsen van de gemeente. ‘Maar dat is niet meer voor iedereen weggelegd, die tijd is voorbij. De rafelranden zijn nu elders. Zaandam, Weesp, Slotervaart. Want sinds 2005 geldt de Noordelijke IJ-oever als succesgebied.’ >>

55


amsterdam noord

NDSM-werf

NDSM-Werf

© Sander Baks

De komst van MTV en HEMA naar de NDSM-werf leek het begin van het einde van het tijdperk van creatieve vrijbuiters op de oude scheepswerf in Noord. Maar Stichting NDSM-werf waakt over de creatieve kant van de karakteristieke plak beton aan het IJ. Met het ‘Self Made Future’ programma legt de stichting naast de vastgoedplannen een stevige cultuurvisie voor de werf. ‘Van alle stakeholders hebben we input gevraagd,’ zegt stichtingdirecteur Anne Marie Hoogland. ‘Alle kunstenaars die op de werf zitten, maar ook de bedrijven en de nautische industrie.’ Hoogland is de grote lijnen aan het uitzetten en denkt nu al na over SAIL 2015 en de grote IJ-Triënnale die in 2016 moet plaatsvinden. ‘Daar willen we zoveel mogelijk kunstenaars van de werf bij betrekken.’ Bovendien streeft ze naar drie duidelijke programmalijnen voor de werf: innovatie in scheepsbouw, innovatie in de evenementenbranche en fair trade, fair product en fair transport.

ndsm.nl/en/story/selfmadefuture

>> Van grijze, verwaarloosde muis heeft

in 2002 werd nog gedacht: NDSM gaan we slopen 56

de Noorderlijke IJ-oever zich in een jaar of vijftien ontwikkeld tot een bruisende plek waar iedereen wil zijn. Waar ooit grote industrie en bedrijven stonden, tikken nu digitale kunstenaars op hun laptop, wordt gedineerd en gefeest.

Van de NDSM-werf aan de westkant, via de Tolhuistuin met Overhoeks recht tegenover Centraal Station tot het Hamerstraatgebied in het oosten: Noord langs het IJ is hip, happening en popelt om zich te

ontpoppen tot nog veel meer. Hoe is dat zo gekomen? ‘Dat de stad zich naar het water toe moest keren, werd eind jaren tachtig beleid,’ zegt Schoufour. ‘Men zag het licht. Water werd niet meer gezien als barrière of als een stuk grond dat je niet kon gebruiken om op te bouwen, maar als meerwaarde. Als ruimte om op uit te kijken, als een plek waar je op kunt varen, in kan zwemmen. Als iets wat ons identiteit geeft: wij zijn een waterstad.’ Het was net op tijd om het Oostelijk Havengebied te redden van demping. >>


amsterdam noord

Hamerstraatgebied

wie is jaap schoufour? >> ‘Ik heb plannen gezien waarin al

© Nicole Blommers

het water daar vervangen was door straten. Als stad weer aan het water komen, dat betekent dat er iets te halen moet zijn, en dat je er moet kunnen komen. Dus met publieksfuncties en toegankelijkheid,’ vertelt Schoufour. Daarom is het Muziekgebouw aan ‘t IJ er gekomen, en al die horeca in het Oostelijk Handelsgebied. In die visie hoorde

Jaap Schoufour is sinds 2004 hoofd van Bureau Broedplaatsen (BBp) van de gemeente Amsterdam. Met een pragmatische aanpak helpen Schoufour en zijn collega’s ondernemers en kunstenaars leegstaande grote panden te transformeren tot broedplaatsen waarin kunstenaars en creatieven kunnen werken. Vaak tijdelijk, vaak met horeca.

amsterdam.nl/pmb

ook het ontwikkelen van de Noordelijke IJ-oever. Schoufour: ‘Het idee dat dat waardevol zou zijn, is ook uitgekomen. Als je nu bij Pllek zit op het NDSM-terrein en je ziet de zon ondergaan over die grote plak water met in de verte de Silodam, dat is toch ontroerend mooi?’ De oude scheepswerf was het eerste grote gebied dat de omwenteling inging van oud en achenebbisj naar nieuw elan.

‘In 2002 werd er nog gedacht: NDSM gaan we slopen. Nog eventjes mensen daar iets leuks laten doen, en dan gaan we aan de slag,’ vertelt Schoufour. ‘En halverwege de zero’s kwam er een omslag in het denken: Noord is echt belangrijk.’ Dat inzicht gaven de kunstenaars, zeggen sommigen. ‘Ach ja, in dat verhaal geloof ik niet zo,’ zegt Schoufour. >>

Hamerstraatgebied Het Hamerstraatgebied zit in de lift! Het stuk Noord aan ‘t IJ ten oosten van het IJplein is nu nog een mooi allegaartje van bedrijvigheid. Een seksclub, autohandelaren, garages en loodsen waarvan je geen idee hebt wat erin gebeurt. Maar het gebied waar Stork zat, is aan het veranderen. Vorig jaar opende iFabrica, een werkplaats voor hi-tech doe-het-zelvers, op het Storkterrein dat omgedoopt is tot De Overkant. Daar zit ook visrestaurant Stork, dat weer naast Dansmakers zit, waar moderne dansers trainen en voorstellingen worden gehouden. Eerder pionierde al restaurant Hotel de Goudfazant iets verderop. Muziektheater M-Lab werd later zo ongeveer buurman, en Monk Boulder Gym trekt kids en volwassen klimmers van heinde en verre naar de voorheen troosteloze uithoek in Noord. De komst van de Jumbo versmarkt moet de fase inluiden van een nieuwe ontwikkeling. Vorig jaar veranderde stadsdeel Noord de bestemming van het gebied, van bedrijventerrein tot woon-werkgebied. Eigen Haard is van plan binnen tien jaar de eerste nieuwe woningen te verhuren.

ifabrica.nl deoverkant.com

57


amsterdam noord

A Lab

>> ‘Grote projectontwikkelaars hadden

zelf ook wel gezien dat het een uniek gebied is. Het succes van de werf is te danken aan het succes van de stad. Als de krakers en kunstenaars er niet waren geweest, dan was het nu waarschijnlijk volgebouwd met hoge woontorens. Dat is wel een grote verdienste van de krakers en kunstenaars, dankzij hen is heel veel karakter behouden gebleven.’ Dat Shell rond 2000 haar verhuizing begon te plannen van hun gigantische, voor buitenstaanders ontoegankelijke, terrein recht tegenover Centraal Station, naar nieuwbouw iets

verderop, betekende het begin van de ontwikkeling van de Buiksloterham. De gemeente maakte een deal met het oliebedrijf, saneerde de grond en maakte die bouwklaar voor onder meer woningbouw. In 2009 vertrok het oliebedrijf uit de Shelltoren, in 2008 vonden al de eerste culturele programma’s plaats in de Tolhuistuin. Eigenlijk zou ING een groot deel van het gebied ontwikkelen, maar door de crisis ketste die deal in 2011 af. ING zou onder meer de gebouwen A Lab en Groot Lab transformeren. >>

Was de crisis niet gekomen, dan was A Lab nu een groot, degelijk bedrijfspand geweest. Maar de grote ontwikkeling ging niet door, en dus grepen de kleine partijen hun kans. De gemeente gaf, behalve financiële steun, broedplaatsontwikkelaar Codum voor vijf jaar de ruimte om van het voormalige Shell-laboratorium een pand te maken waar start-ups en professionals elkaar ontmoeten en waar multidisciplinaire creatieven op het gebied van (nieuwe) media en technologie hun gelijken vinden. Een pand vol game developers, animators, filmmakers, webbouwers en interactive designers. Een deel van het pand is bestemd voor kunstenaars uit die vakgebieden, de creatieve éénpitters; het andere deel voor bedrijven die al verder zijn. Vorig jaar klapten de eerste ondernemers er hun laptop open. Een van de prominente bewoners van A Lab: De Correspondent van Rob Wijnberg.

A LAB 58

a-lab.nl decorrespondent.nl


amsterdam noord

Schoonschip

Schoonschip Jarenlang werkten de initiatiefnemers aan het plan: een ecologische woonwijk op het water. Vorig jaar hoorden ze dat ze de wijk ook echt mogen gaan bouwen. Op het Johan van Hasseltkanaal in Amsterdam-Noord. Schoonschip heet het initiatief van Marjan de Blok, die nauw wordt bijgestaan door het bestuur met Thomas Sykora, Marnix van de Poll en Sjoerd Dijkstra. De ambitie: het meest duurzame woonproject van Nederland neerleggen. De woonboten moeten zo energieneutraal mogelijk worden, en de bewonersgroep moet in en rond de wijk evenveel energie produceren als verbruiken. De 48 huishoudens, verdeeld over 30 woonarken, gaan zich straks verwarmen aan het biogas uit hun eigen poep en pies. Van het deel dat niet verwerkt kan worden tot energie, wordt mest gemaakt. En die kan weer gebruikt worden in de kassen op de daken, waar bewoners hun eigen voedsel kunnen kweken. Warmte die in de zomer teveel wordt geproduceerd, wordt opgeslagen in het water onder de woonboten, om in de winter weer te kunnen gebruiken. De wijk moet het innovatielaboratorium worden voor vernuftige nieuwe technologie op het gebied van energie en duurzaamheid. Sociale energie is voor Schoonschip ook belangrijk. Niet alle woningen worden koop of komen in de vrije huur. Een paar woningen zullen voor sociale huur zijn, zodat de woonwaterwijk alle lagen van de bevolking kan herbergen. Bovendien willen de initiatiefnemers voorzieningen delen. Auto’s, gereedschap, misschien wel ruimtes. Zo zijn de bewoners niet alleen energiezuinig doordat hun woning slim is aangelegd, maar ook door hun dagelijkse routine. En de wijde omtrek is dan weer welkom om te komen kijken hoe, en of, dat werkt.

schoonschipamsterdam.org

59


amsterdam noord

Tolhuistuin

tolhuistuin

© Francis Broekhuijsen

>> ‘Wethouder Maarten van Poelgeest

Zo’n zestig jaar vormde Shell een grote, ontoegankelijke burcht in Noord. De grote hekken eromheen dwongen iedereen die aan de andere kant van het terrein wilde zijn om te fietsen. Noord begon niet op het moment dat je de klep van het pontje afliep, maar het moment dat je het Shell-terrein voorbij was. Not anymore. Techniek schreed voort, waardoor Shell het grote materieel kon vervangen en kon inkrimpen. Voilà, een heel stuk Amsterdam, hartje centrum eigenlijk, weer beschikbaar voor Amsterdammers. De Tolhuistuin werd als eerste aangepakt. Het mooie park met prachtige oude bomen, een idylle zo dicht bij Centraal Station, moest een nieuw kloppend, bruisend hart worden. Al in 2008 zou het groots opengaan. Met in de voormalige Shell-kantine aan ‘t IJ onder meer een grote (muziek) zaal, twee kleinere zalen, twee expositiezalen, een café-restaurant en twee dansstudio’s. Paradiso gaat de zalen mee programmeren. Helaas volgde tegenslag na tegenslag, nu is er weer vertraging doordat is gebleken dat het volledige ventilatie- en verwarmingssysteem in het hoofdgebouw vervangen moet worden. Op volle kracht draait de boel dus nog niet, maar ‘s zomers worden er sinds 2008 al volop theater, muziek en markten geprogrammeerd in de tuin. Bovendien zitten de oude gebouwen vol creatieve bedrijven. Platenlabel Excelsior houdt er kantoor, Eddie de Eagle geeft er roemruchte feestexposities, DUS Architects heeft een joekel van een 3D-printer in de tuin gezet waarmee ze een grachtenpand voor Noord willen printen. DUS is ook onderdeel van de Open Coöp die zetelt in de Tolhuistuin. Een van die activiteiten: het café Pussy Galore, is te zien vanaf de Buiksloterweg. Sinds vorig jaar experimenteren ze er met voedsel, verkopen ze er lokaal gebrande, gebrouwen, gefermenteerde en geslingerde koffie, chocola, honing, fris en andere zaken.

tolhuistuin.nl eddietheeaglemuseum.com dusarchitects.com

60

wilde gebouwen niet weer jaren leeg laten staan tot er een nieuwe projectontwikkelaar gevonden was,’ zegt Schoufour. Dus werd A Lab een broedplaats voor digitale kunstenaars en aanverwante bedrijven, voor de tijd van vijf jaar. Restaurant Hotel de Goudfazant was in 2006 de eerste dissonant tussen de garages, autohandelaren en opslagloodsen. Wat hen aantrok in de locatie was de grootsheid ervan. Ruimte op een grote kade om te doen wat je maar wil, wijds uitzicht over het IJ, een mooie karakteristieke loods die te betalen was. Met alles wat eromheen zit heeft het restaurant weinig te maken. ‘Je zou kunnen zeggen dat Hotel de Goudfazant een succes werd ondanks de buurt,’ zegt Niels Wouters, één van de eigenaren. ‘Ik denk dat er bij ondernemers wel kwartjes zijn gevallen toen ze bij Goudfazant aan het eten waren,’ zegt Schoufour. ‘Het was wel even moeilijk te vinden, maar nu ik het weet is het hartstikke dichtbij. En je kan er ook nog eens je auto parkeren.’ Hoewel er intussen veel is bijgekomen, is volgens Wouters het gebied in de basis nog hetzelfde gebleven. Toch beziet hij de juichende verhalen over de gebiedsontwikkeling kritisch. ‘Waarom moet alles ontwikkeld worden? >>


amsterdam noord

>> Ga hier tien minuten bij de Dirk

van den Broek staan en je ziet veel gajes. Die wonen hier. Die woonden misschien eerst in de Pijp, wat allemaal leuk moest worden. Of in de Indische Buurt, dat moest ook allemaal leuk worden. En nu moet dat hier ook gebeuren. Maar waar moeten die mensen dan heen?’ Schoufour vraagt zich af of de Noordelijke IJ-oevers niet eigenlijk een stuk van

column

de zuidkant van de stad is. ‘Op het NDSM-terrein zie je vooral hoger opgeleide, cultureel ontwikkelde types. Die zijn in stadsdeel Noord echt ondervertegenwoordigd.’ Wouters vindt het ook wel eens vervreemdend dat er in zijn zaak op een goede avond ‘driehonderd blanken zitten te dineren in de armste buurt van Nederland’. Het zal nog wel even duren. ‘De makelaarstypes die hier in

2007 op de scooter voorbij raceten zijn weer verdwenen,’ aldus Wouters, maar als het gebied zich langs de juichende lijnen door ontwikkelt, dan voelt Hotel de Goudfazant zich niet meer thuis. ‘Dan wordt het een soort IJburg. Daar rijdt niemand voor om.’ ••

ndsm.nl hoteldegoudfazant.nl

Mijn Janushoofd Bijna dagelijks ga ik met de pont aan de kop van het Centraal Station het IJ over: richting Buiksloterweg. Als je geluk hebt dartelen er wat meeuwen boven je hoofd. En zonder mist of regen is er dan even tijd, voor een paar minuten, om een uniek ‘stedelijk moment’ te ervaren. Zie de brede, gekromde waterweg, de grote schepen die heen en weer glijden. Achter je de monumentale overkapping van het station. Voor je, nog honderden meters weg, viert het filmmuseum EYE op naast de obsolete Overhoekstoren terwijl je verderop de belofte van een verloren en hervonden, stadsdeel weet: Amsterdam-Noord. Die ervaring maakt dat je tegelijkertijd naar voren en naar achter wilt kijken. Je wilt het allemaal meemaken. De beelden vloeien in elkaar over, aaneengeregen door de bruuske vluchtbeweging van een vrijmoedige zilvermeeuw. Deze zintuigelijke prikkeling versmelt tijd en ruimte even tot een psychedelische eenheid. Go, Bro! Op de boeg van de pont reikt mijn geestesoog boven mij uit, naar de lucht. Ik kijk uit over de stad. Voor mij zie ik een deel van de stad waar nog veel ruimte is; veel groene maar vaak ook afgetakelde, vervuilde braakliggende ruimte die de monofunctionele wijken hier en daar wat op een kier zet. Achter mij een enorme verdichte stad die wankelt op een veertiende eeuws fundament. Voor mij veel werkloosheid, achter mij een Zweeds samenlevingsmodel waar vaders en moeders hijgerig met hun bakfiets een dubbel inkomen bij elkaar peddelen. Voor mij een aantal onaffe bruggen dat ontsluitingen belooft voor Hoofdnet Fiets. Achter mij hoor ik het stadscentrum kreunen onder aanhoudende verkeersconstipatie. Zuchtend voetvolk hoor ik, dat zich schurend overgeeft aan vormen van ongewenste intimiteit met zwalkende toeristenmeutes die immers ook recht

hebben op een feestje, in de hedonistische gedoogzone van de wereld. Ik zie vlottende stagnatie. Stagnerende vlotheid. Ik zie dat er te veel is en te weinig. Ik ben dit jaar vijftig geworden; ik ben dus op de helft. Mijn Janushoofd, Janus als god van poorten met twee gezichten, ontsluit nu voor mij ook mijn persoonlijke transitie van geboorte naar dood, van komen en heengaan. Ik sta, begrijp ik nu, in de kracht van mijn leven! Achter mij zie ik mijn hijgerige pogingen, niet gehinderd door enige kennis, om in de kieren van de stad mee te bewegen met de kraakbeweging, wat uiteindelijk zal leiden tot vormen van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) avant la lettre. Voor mij zie ik moedig en geïnspireerd collectief opdrachtgeverschap chargeren op braakliggende gronden en waterzijdes waar vooralsnog, en over het algemeen, een redelijk gevulde buidel ontsluiting mogelijk maakt. Iemand fluistert ‘gentrificatie’ en m’n PsyGoogle serveert mij een duistere definitie: ‘oudbakken vorm van Stedelijke Vernieuwing die sociale pijler marginaliseert’. Stop it, Bro! Wanneer mijn nek is uitgewiebeld, voel ik dat mijn handjes gaan kriebelen. Waar weinig is moet meer mogelijk worden, en waar meer is mag het wat minder. Transitie: ‘t kraakt en het schuurt. Als vijftig jarige D.I.Y. punk zeg ik tegen ons: Wij zijn goed bezig! Wetende dat het nog slechter zal worden en juist daardoor zo veel beter kan door nog meer bezielde verbinding wellicht tussen Haves & Have Nots?

Tanja den Broeder Ambassadeur Platform Eetbaar Amsterdam en initiatiefnemer C.E.L. & Co. (Civiel Ecologisch Lab)

eetbaaramsterdam.wordpress.com

61


+ STOPERA

knowledge mile + HERMITAGE, THEATERSCHOOL, JOODS HISTORISCH MUSEUM, NEDERLANDSE FILMACADEMIE, ACADEMIE VAN BOUWKUNST, ETC.

+ GEMEENTELIJKE DIENSTEN + ROETERSEILAND CAMPUS

+ AMSTELCAMPUS

+ VOLKSHOTEL, TROUW, STUDENT HOTEL

+ FD, BNR, MARKTPLAATS

+ PHILIPS, DELTA LLOYD, RABOBANK

62


knowledge mile De slimste straat van amsterdam

63


Veertien nabeschouwingen en vraaggesprekken* over de meest recente aflevering van VPRO Tegenlicht op: #09 #10 #11 #12 #13 #14 #15

woensdag 29 januari dinsdag 04 februari woensdag 12 februari woensdag 19 februari woensdag 26 februari woensdag 05 maart woensdag 12 maart

#16 #17 #18 #19 #20 #21 #22

woensdag 19 maart woensdag 26 maart woensdag 02 april woensdag 09 april woensdag 16 april woensdag 23 april woensdag 30 april

*Data onder voorbehoud

Kijk op tegenlicht.vpro.nl en dezwijger.nl/tegenlicht voor meer informatie over de onderwerpen en data van de Tegenlicht Meet Ups. Tegenlicht wordt vanaf zondag 26 januari wekelijks uitgezonden rond 21.05 uur op Nederland 2.

Pakhuis de Zwijger | www.dezwijger.nl | info@dezwijger.nl | Piet Heinkade 179 | Amsterdam | 020 7884444

PLATFORM VOOR CREATIE EN INNOVATIE


knowledge mile

Kunstcluster

De slimste straat van Amsterdam ligt langs de Wibautstraat. Tenminste, in de nabije toekomst, stellen Matthijs ten Berge en Sabine Niederer, respectievelijk directeur van Amsterdam Creative Industries en hoofd van Kenniscentrum CREATEIT. ‘We willen de kennis die overal zit met elkaar verbinden.’

Sexy

Vanaf het Amstelstation tot aan het Waterlooplein strekt zich een gebied uit met ongekende mogelijkheden, weet Ten Berge. ‘Als je naar de kaart van Amsterdam kijkt, zie je dat er heel veel kennis is geconcentreerd op en rond de Wibautstraat en Weesperstraat. Dat begint bij de multinationals die bij het Amstelstation zijn gevestigd: bedrijven als Philips en Delta Lloyd, maar ook BNR en Marktplaats. Verderop heb je de creatieve bedrijven in de herontwikkelde gebouwen van Trouw en de Volkskrant daar komen straks ook nog hotels bij.’

Kunstcluster

Iets verderop ligt de Amstelcampus. ‘Daar zijn straks 44 duizend studenten gehuisvest,’ zegt Ten Berge. ‘Honderd meter naar het oosten heb je de Roetereilandcampus, met nog eens duizenden studenten. Op de Wibautstraat zitten ook alle gemeentelijke diensten: daar bevindt zich enorm veel kennis over bijvoorbeeld het managen van een stad.’ Daarachter ligt het kunstcluster met de Hermitage, de Hortus, het Joods Historisch Museum en vestigingen van de Hogeschool voor de Kunsten - de Filmacademie, de Academie van Bouwkunst, Beeldende Vorming en de Theaterschool. Helemaal aan het einde ligt de Stopera. ‘Wij willen de kennis die overal zit met elkaar verbinden. En dat proces op en rond die kilometer fysiek en virtueel laten zien.’ De zogenaamde Knowledge Mile is een speerpunt voor Amsterdam Creative Industries, het Centre of Expertise voor de creatieve industrie, dat nu een klein jaar bestaat. Het is een initiatief van drie hogescholen: de Hogeschool van Amsterdam, de Hogeschool voor de Kunsten en Inholland. ‘De komende vier jaar gaan we kijken hoe we de kennis en ervaring die op deze opleidingen bestaan aan elkaar kunnen koppelen,’ aldus Ten Berge. Het gaat in totaal om 33 opleidingen op tien locaties op of langs de Wibaut- en Weesperstraat, met in totaal zo’n dertienduizend studenten en twintig lectoraten. Van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) en de Filmacademie tot Communication and Multimedia Design Amsterdam en Informatica.

‘We zijn nog heel erg in ontwikkeling,’ vertelt Ten Berge. ‘In september zijn we gestart met 28 verschillende onderzoeksprojecten. Die zijn allemaal ontstaan uit vragen vanuit de creatieve industrie en maatschappelijke organisaties, die ook mee investeren. Het zijn dus publiekprivate projecten. Kenmerkend is dat ze veelal ontstaan op het snijpunt van technologie en creativiteit; daar waar de meeste ontwikkeling plaatsvindt. Om het sexy te zeggen: disruptive creative technology.’ Een voorbeeld is de combinatie van mode en technologie. Ten Berge: ‘Onze HvA-lector Hein Daanen, die zich bezighoudt met fashion technology, werkt samen met AMFI aan de aanleg en verrijking van een 3D-database met kenmerken van stoffen. Daarmee wordt het mogelijk om driedimensionaal kleding te modelleren en ontwerpen. Dat is belangrijk: grote modemerken vragen om die kennis. Bovendien creëer je met deze manier van ontwerpen ook een duurzamere keten, omdat je alles kunt aanpassen aan de klant, en je geen magazijnen vol overbodige kleding meer hebt.’ Sabine Niederer kijkt hoe de ambitie voor de Knowledge Mile HvA-breed gedragen kan worden, vult aan: ‘Hein Daanen en AMFI-onderzoekers werken voor het maken van die database samen met de lector digital archiving, Geert-Jan van Bussel. We spelen hiermee niet alleen in op de marktvraag en op de vraag naar duurzaamheid. Op deze manier bewaar je ook de vakkennis die er bij een instelling als AMFI is op het gebied van stoffen en hun eigenschappen. Een mooi voorbeeld van het slim verbinden van expertise, technologie en creativiteit.’ >>

Slim verbinden van expertise, technologie en creativiteit Nicole Santé

Freelance journalist

65


knowledge mile

Slimme stedeling

>> Games

© Raymond Taudin Chabot

wie is matthijs ten berge? Matthijs ten Berge is directeur van Amsterdam Creative Industries, het landelijke kenniscentrum voor de creatieve industrie en ICT. De Knowledge Mile verbindt onderzoek en onderwijs binnen het centrum aan innovatievragen vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen op en rond de Wibautstraat.

Een andere even voor de hand liggende als verrassende relatie is die tussen de Filmacademie en het HvA-lectoraat Games & Play van lector Ben Schouten. ‘Het is eigenlijk vreemd dat het verrijken van zowel film als games met elkaars technieken nog niet is gebeurd,’ zegt Ten Berge. ‘Beide velden kunnen daar enorm van profiteren.’ De verbindingen blijven zeker niet beperkt tot de founding partners van de Amsterdam Creative Industries. Niederer: ‘Voor de ontwikkeling van de Knowledge Mile hebben we de ronde gedaan bij alle lectoraten en opleidingen en hier ook andere HvA-domeinen voor uitgenodigd om na te denken over wat de toegevoegde waarde is wanneer je domeinen bijeen brengt. Collega’s van het Domein Techniek stelden een samenwerking voor waarin de waterketen in deze omgeving centraal staat. Met een partner als Waternet zouden we dan kunnen kijken hoe de waterketen in deze buurt kan verbeteren. Het helpt heel erg om dat in een afgebakend gebied te doen - daarmee kun je een minicyclus creëren, waarbij het gezuiverde afvalwater van een bedrijf bijvoorbeeld kan dienen als sproeiwater voor de Hortus of de tuinen van de Hermitage. Bij zo’n project betrek je dan de buurt. Met de kennis die we in huis hebben, proberen we samenwerking tussen bewoners te stimuleren of te faciliteren. Op deze strook kunnen we van alles testen, ontwikkelen en exposeren. Dat spreekt hopelijk tot de verbeelding.’ >>

© Raymond Taudin Chabot

wie is sabine niederer? 66

Sabine Niederer is algemeen manager van CREATE-IT Applied Research aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij zet zich in voor toegepast onderzoek en de samenwerking van onderzoek en onderwijs met de partijen aan de Knowledge Mile. Daarnaast is zij als PhD-onderzoeker en coördinator verbonden aan het Digital Methods Initiative, bij Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam.


knowledge mile

>> Slimme stedeling

Het stimuleren van de zelfredzaamheid en handelingsbekwaamheid van de burger is bij alle projecten een belangrijke factor. ‘De onderzoeken gaan altijd over het ontwikkelen of versterken van de slimme, mondige stedeling,’ aldus Niederer. ‘En dat dan op de plek waar ze wonen, werken of leven. Wij willen daar een concrete bijdrage aan leveren, door specialisten en eindgebruikers bij elkaar te zetten om oplossingen te ontwikkelen voor alledaagse maatschappelijke vraagstukken. Vaak gaat het om kleine maar belangrijke doelen, zoals het langer laten thuiswonen van ouderen. Ben Kröse, lector Digital Life, is bezig met het slimme gebruik van bestaande technologie daarvoor. Bijvoorbeeld beveiligingscamera’s zo aanpassen, dat je wordt gewaarschuwd wanneer iemand is gevallen. Hij doet dat samen met bewoners, mantelzorgers en verzorgingstehuizen. Het is een voorbeeld van een living lab situatie zoals we dat graag zien.’ Soms is het ook gewoon een kwestie van bestaande initiatieven en partijen aan elkaar verbinden. Niederer: ‘Waag Society heeft een Smart Citizen toolkit ontwikkeld waarmee burgers zelf allerlei metingen kunnen verrichten. Bijvoorbeeld hoe schoon de lucht om hen heen is. Zij zouden aan de Knowledge Mile kunnen samenwerken met het bewonersinitiatief Oost voor Schone Lucht!, die misschien belangstelling hebben voor het zelf meten van de kwaliteit van de lucht in de buurt. Als we in de buurt een rol kunnen spelen, al is het maar door dergelijke partijen aan elkaar te koppelen, dan brengen we onze ambitie van een kennisinfrastructuur in de praktijk.’

Ontwikkelen en versterken van de slimme, mondige stedeling

Potentie

Potentie

Ten Berge: ‘We zijn nu alles rond de Knowledge Mile in kaart aan het brengen en praten de komende tijd met alle betrokken partijen. Het grappige is dat iedereen met wie je erover praat ziet wat er hier aan de hand is, en dat er heel veel potentie is.’ Niederer vult aan: ‘Daarnaast proberen we ook goed duidelijk te krijgen wat de hot topics zijn in de onderwijswereld. We willen onze studenten zo goed mogelijk uitrusten voor de nabije toekomst in een snel veranderende wereld. Daar hoort zo’n project over digitaal modeontwerpen bij, maar ook het ontwikkelen van datawijsheid - hoe vind je kennis en hoe komt de kennis die je vindt tot stand? Daar doet onze lector Geert Lovink met zijn onderzoeksgroep al jaren onderzoek naar. Uiteindelijk is de bijdrage van studenten aan de Knowledge Mile, als gebruiker en bewoner, heel belangrijk.’ ‘Ook op de langere termijn: daarom werken we in een project over het nieuwe uitgeven met alumni in plaats van met studenten. Uitgeverij Amsterdam Creative Industries Publishing is een uitgeverij en een plek waar onderzoeksresultaten op innovatieve wijze worden aangeboden, gedocumenteerd en gepubliceerd. Een groep studenten heeft in het MediaLAB Amsterdam van de HvA en in opdracht van de opleiding journalistiek van de UvA een app voor een digitaal magazine ontwikkeld. Daarop bouwen ze nu voort met een publicatie voor GEA, een consultancy bedrijf op het gebied van media en communicatie. Zo houden we de studenten langer betrokken.’ Ten Berge: ‘De volgende stap is om programma’s los te laten op het hele gebied en met alle partners, de kennisinstituten, overheden, bedrijven, organisaties en bewoners, aan de slag te gaan. En we hopen dat we door de focus op dit gebied te leggen, ook kennis van buiten aan kunnen trekken en iedereen meedenkt over hoe we dit tot een heel slim gebied kunnen ontwikkelen. Uiteindelijk kan de Knowledge Mile een maatschappelijk geënte versie worden van wat Strijp-S in Eindhoven is voor design. Een plek waar we grootstedelijke uitdagingen op een innovatieve manier aanpakken.’ ••

amsterdamcreativeindustries.com create-it.hva.nl wibautstraat.com

67


smart citizens

Meten is weten

apps for smart citizens Slimme meters voor slimme burgers

Liedewij Loorbach

Freelance journalist

liedefiximperium.com

burgers zijn geen eentjes of nullen

Met je iPhone meten wat die scooter je neus in blaast? Kan gewoon. De metende burger rukt op. Dankzij nieuwe technologie en de drang om de overheid te controleren en te beïnvloeden. En als je zelf kan meten, kun je misschien zelf iets veranderen. Milieudefensie helpt burgers in grote steden om zelf de luchtkwaliteit te meten in hun straat en op het schoolplein. Dicht bij de ringwegen, waar de snelheid omhoog ging van tachtig naar honderd kilometer per uur. Mensen die in de buurt van de A10-West wonen, leven gemiddeld 79 dagen korter door de snelheidsverhoging, bleek uit eerder onderzoek van Milieudefensie. Belofte van de overheid: ademt u rustig verder, we blijven heus binnen de norm. De resultaten van de burgermeting van een jaar, verwacht in maart, zullen worden aangeboden aan de regering. In de zomer van vorig jaar kwam iSPEX op de markt, een opzetstuk voor de iPhone waarmee je de helderheid van de lucht meet. De doorzichtigheid is een aanwijzing voor de hoeveelheid fijnstof in de lucht. Hoe kleiner de mate van doorzichtigheid, hoe viezer de lucht. De meting van één iPhone zegt niet zoveel, maar als veel mensen door heel Nederland meten en je voegt die gegevens samen, dan krijg je informatie waar je wat mee kunt. Ook Waag Society hoefde er niet hard aan te trekken om de honderd Smart Citizen Kits, die onder meer koolstofmonoxide en stikstofdioxide meten, bij burgers te plaatsen. Genoeg vrijwilligers die graag zelf willen zien hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit, in plaats van naar de site van de GGD te gaan die op zestien plekken in en rond Amsterdam live laat zien wat er in de lucht zit. Waarom gaan burgers zo enthousiast in op de techniek die geboden wordt? ‘Je hebt een sterke

retoriek van slimme steden,’ zegt Frank Kresin van Waag Society. ‘Dat zijn steden waar de overheid allerhande data gebruikt over het gedrag van de burgers om de stad efficiënter in te richten. Burgers worden daarin gereduceerd tot klanten die je kunt beïnvloeden zoals je wilt. Steeds meer beslissingen worden genomen door systemen en algoritmen die je niet ziet en waarop je geen invloed hebt.’ Niet iedereen wil gereduceerd worden tot een van de nullen of eentjes in het digitale systeem. ‘Door zelf te meten, neem je het heft in handen.’ Vanuit de gedachte ‘Burgers aan de macht’ is in Barcelona de Smart Citizen Kit ontwikkeld. Bovendien geloven mensen niet meer blindelings wat de overheid hen aan cijfers voorschotelt. ‘Het vertrouwen is geschaad,’ zegt Kresin. ‘Door zelf te meten kunnen we onze eigen gegevens naast die van de overheid leggen, of op zijn minst het beeld completer maken.’ >>

69


smart citizens

Smart Citizens Kit

>> ‘Wantrouwen is een van de redenen waarom mensen willen meedoen

aan de metingen,’ beaamt Ivo Stumpe van Milieudefensie. Logisch dat de eerste meetapparatuur die voor burgers beschikbaar is, gebruikt kan worden voor iets wat we niet zien en waar we dus weinig grip op hebben: luchtvervuiling. Kresin denkt dat meetapparatuur voor de kwaliteit van het water en voor geluidsoverlast ook snel beschikbaar komt. Allemaal ontwikkeld door technici die via open source platforms de burger inzicht willen geven in hun eigen omgeving. Het gaat Milieudefensie er niet alleen om aan te tonen hoe vies de lucht is, zegt Stumpe. ‘Er zijn ook mensen die meten op plekken die helemaal niet zo vies blijken te zijn. Dat kan dan een teleurstelling zijn, maar het laat zien hoe belangrijk verkeer is voor de kwaliteit van de lucht. Op drukke wegen is de lucht vies, driehonderd meter verder blijkt het veel minder erg te zijn. Daarmee kun je ook naar je wethouder: verkeersbeleid is heel belangrijk.’ Voor de Smart Citizen Kit werkt Waag Society samen met partners Amsterdam Smart City en Amsterdam Economic Board. Twee organisaties waar de gemeente Amsterdam aan deelneemt. Waag Society ziet de Smart Citizen Kit dan ook niet als iets wat gegevens verzamelt om de overheid terecht te wijzen. ‘Ik hoop dat het zelf meten de informatiepositie verbetert van zowel de burger als de overheid.’ >>

Smart Citizen Kit Veel plek heb je niet nodig om te meten hoe het gesteld is met de luchtkwaliteit rond je huis. Het moederbord van de Smart Citizen Kit is niet groter dan een bierviltje. Daarop zitten sensoren die koolstofmonixide (CO), stikstofdioxide (NO2), temperatuur, lichtintensiteit, geluid en luchtvochtigheid meten. Kosten: 150 euro. Waag Society gaf honderd van deze mini meetstations in bruikleen aan Amsterdammers. Zo’n 75 kits hebben onderdak gevonden bij particulieren, de rest bij scholen en andere instellingen. Eén van de stations hangt aan de gevel van het eigen kantoor van Waag Society, aan de Waag op de Nieuwmarkt. Alle stations gaan drie maanden meten, daarna worden de resultaten naast elkaar gelegd. ‘Het gaat ons niet alleen om de resultaten, we willen heel graag dat iedereen begrijpt wat hij meet. En daardoor ook begrijpt wat de resultaten betekenen.’ In het voorjaar volgt een bijeenkomst waar alle deelnemers met elkaar de resultaten bespreken.

smartcitizen.me waag.org/en/project/smart-citizen-kit

70


smart citizens

iSpex

ispex In de zomer van 2013 zijn maar liefst tienduizend iSPEX-opzetstukjes voor de iPhone verkocht. In combinatie met een app kunnen de iPhonebezitters de fijnstof in de lucht meten. Op een heldere dag, dus met blauwe lucht, werkt de meting het beste. Want hoe doorzichtiger de lucht, hoe minder fijnstof er in zit. Wie meet, meet dus de doorzichtigheid van de lucht. iSPEX werd ontwikkeld door onder meer Rijksuniversiteit Leiden en het RIVM. Eén meting zegt niet zoveel, want nauwkeurig is de meting niet. Daarom moeten er zoveel mogelijk metingen tegelijkertijd plaatsvinden. De eerste meetdag op 8 juli leverde zesduizend metingen op, op de tweede ‘Nationale iSPEXmeetdag’ op 5 september vorig jaar werden 2400 metingen doorgestuurd. Bij het ter perse gaan van dit magazine waren de wetenschappers nog druk bezig met het analyseren en interpreteren van de data voor een wetenschappelijke publicatie.

ispex.nl

>> De burger die zelf meet, gaat volgens Kresin niet alleen met de

cijfers zwaaien naar de politiek, maar bekijkt ook zijn eigen gedrag. ‘Door actief bezig te zijn met meten sta je dichter bij het probleem,’ zegt Kresin, ‘en wil je dus ook bijdragen aan de oplossing.’ Als je zelf hebt gemeten dat de luchtvervuiling voor jouw deur erg hoog is, neem je misschien toch vaker de fiets naar de supermarkt. Gewoon omdat je je buren ook niet die slechte lucht wil aandoen. ‘Het belangrijkste is om een gesprek te krijgen, tussen burgers, en tussen burger en overheid, op basis van juiste gegevens,’ zegt Kresin. ‘Dan voer je een beter gesprek.’ Hoe dan ook gaat de beweging van de metende burger groeien, vermoedt Kresin. ‘Nu heb je nog een kastje nodig voor al die metingen, maar straks kun je van alles meten met je telefoon. Bovendien komen er veel krachtiger algoritmen om patronen te herkennen en gaan we met z’n allen veel beter begrijpen hoe we die patronen dan moeten interpreteren. Ik denk echt dat daardoor nieuwe kennis gaat ontstaan, en uiteindelijk een betere, schonere stad.’ ••

milieudefensie.nl amecboard.com amsterdamsmartcity.com

wie is frank kresin? Frank is research director bij Waag Society, instituut voor creatieve technologie en sociale innovatie. Hij is verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma, geïnteresseerd in het toepassen van technologie voor maatschappelijke innovatie en auteur van het Smart Citizen manifest.

waag.org

71


sociaal laboratorium

Burgers doen het weer zelf

De stad als sociaal laboratorium De verzorgingsstaat voorbij Steden barsten bijna uit hun voegen van de bruisende, sociale initiatieven. Oude instituties zijn vastgelopen, burgers doen het weer zelf. Soms met de rug tegen de muur.

Jos van der Lans

Zelfstandig onderzoeker en publicist

josvdlans.nl

Nico de Boer

Zelfstandig onderzoeker en publicist

nicodeboer.com

Vlak voor zijn officiële aantreden als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ontvouwde Kim Putters in het Amsterdamse debatcentrum De Balie zijn visie op de toekomst van Nederland. De eeuwig jeugdig ogende voormalige PvdAsenator moest nog wat wennen aan zijn nieuwe rol, maar zijn boodschap was die avond in mei helder: ‘De Nederlandse verzorgingsstaat transformeert richting een verzameling verzorgingssteden. (…) Ze schrapt niet zozeer instituties, maar verandert wat ze doen. In het perspectief van de verzorgingsstad is het niet het Binnenhof dat uniforme regels en eisen stelt, maar juist op hoofdlijnen stuurt, leert loslaten en variatie toestaat.’ Nu heeft het SCP in het verleden met het doortrekken van trends de plank weleens misgeslagen, maar met deze voorspelling zal Putters zich geen buil vallen. De transformatie van verzorgingsstaat naar verzorgingsstad is immers al volop aan de gang.

Sterker nog: die transformatie is eigenlijk nog breder dan Putters schetst. Niet alleen de ‘verzorging’ gaat van staat naar stad, dat geldt ook voor werk, energie, onderwijs, huisvesting, woningbouw. Op al die terreinen zien we steden als een nieuw en dynamisch werkterrein opkomen, als de plek waar burgers het initiatief nemen en waar de echte innovaties plaatsvinden. Over wat voor innovaties gaat het? Laten we eens kijken naar twee uitersten. Aan de ene kant barsten steden bijkans uit hun voegen van de leuke en bruisende initiatieven van - doorgaans (maar lang niet altijd) jonge - burgers. Er zijn inmiddels al heel veel woorden voor gemunt: doedemocratie, sociaal doe-het-zelven, burgerkracht. Wie op de hoogte wil blijven van de vitaliteit van deze eindeloze reeks initiatieven doet er verstandig aan zich te abonneren op het dagelijkse Stadbericht van Pakhuis de Zwijger. >>

73


sociaal laboratorium

Participatie samenleving

>> De Stadberichten leveren je een dagelijkse portie

nieuwstedelijke arbeidsvitaminen. Interessante mensen, frisse apps, grappige festivals, verplaatsbare tuinen, clubhuizen in zelfbeheer, bibliotheken die gered worden door burgers. Je zou bijna vergeten dat we in de diepste economische crisis sinds de jaren tachtig leven. Er is kennelijk niet alleen mistroostigheid. Er stroomt energie door de stad, niet alleen in Amsterdam, zeker niet alleen in Amsterdam, maar overal. Van Groningen tot Bergen op Zoom, van Heerlen tot Den Helder. Dat is de ene kant van het verhaal. Aan de andere kant zijn dezelfde Nederlandse steden momenteel het toneel van de grootste hervorming van de verzorgingsstaat ooit: het Rijk schuift voor zo’n vijftien miljard aan taken naar de gemeenten, die ongeveer tien miljard krijgen om die op hun eigen manier uit te voeren. Met name de langdurige zorg (voor ouderen en anderen met verstrekkende beperkingen) gaat op de schop. Een groot deel van de verzorgings- en verpleeghuizen sluit de komende jaren zijn deuren. In de wijken, bij de mensen thuis, moet zorg-nieuwe-stijl gaan plaatsvinden. Maar niet alleen de langdurige zorg wordt gedecentraliseerd, een soortgelijke weg gaat bijna de hele jeugdzorg, het instrumentarium om mensen aan het werk te helpen en het passend onderwijs. Elke zichzelf respecterende gemeente is zich daar terdege op aan het voorbereiden, onder meer door ‘sociale wijkteams’ op te zetten: teams van professionals die op een breed terrein van wanten weten - van zorg tot werk en schulden - en tegelijk moeten voorkomen dat burgers gebruik gaan maken van dure, tweedelijns voorzieningen. Het lijken twee heel verschillende werkelijkheden. Aan het ene uiterste de swingende wereld van stadslandbouw, energiecollectieven en thuisafgehaald.nl, aan het andere uiterste de moeizame pogingen om de zorg voor ouderen nog een beetje op peil te houden door een beroep te doen op naasten en buren. In de Troonrede verpakte de regering deze beweging in de wat verhullende term ‘participatiesamenleving’. Maar als je wat preciezer kijkt, zijn het twee uitingen van dezelfde ontwikkeling: de oude instituties zijn vastgelopen en burgers besluiten het zelf te gaan doen - soms uit eigen beweging, soms met hun rug tegen de muur.

74

Nieuw­stedelijke arbeids­vitaminen: er stroomt energie door de stad De bal ligt dus bij de burger, nadat deze de afgelopen decennia bij de overheid en bij de markt lag. Helemaal voor het eerst in de geschiedenis is dat natuurlijk niet. Sterker nog: op de keper beschouwd is de twintigste-eeuwse staatsafhankelijkheid een uitzondering. Eeuwenlang dopten burgers - ook als ze formeel geen burger genoemd konden worden - hun eigen boontjes, zij het vaak in kommervolle omstandigheden. Tot in de twintigste eeuw speelde de staat op sociaal vlak de tweede, zo niet derde viool, na informele burgerverbanden en levensbeschouwelijke organisaties. Van ziekenhuizen tot woningcorporaties, sociale zekerheid en welzijnsinstellingen - zo goed als de hele verzorgingsstaat is gebouwd op initiatieven van burgers. Van oudsher waren er in het ‘maatschappelijk middenveld’ machtige verzuilde koepels die - net als de liberalen - de overheid liever geen prominente rol zagen spelen. Pas na de Tweede Wereldoorlog nam de nationale overheid die rol op zich, mede gedreven door de beproevingen van de crisisjaren en de daarop volgende oorlogsgruwelen. De grondslag daarvoor werd in 1942 gelegd door de Engelse jurist William Beveridge, die de opdracht had gekregen van de regering om na te denken over een nieuw systeem van sociale zekerheid, dat op nationaal niveau mensen meer bestaanszekerheid moest bieden dan allerhande kleine sectorale steunfondsen tot dan deden. Met zijn rapport Social Insurance and Allied Services, in 1944 gevolgd door Full Employment in a Free Society, legde Beveridge het fundament voor een kordate machtsgreep van de nationale overheid in het vormgeven van een nieuwe welfare state. >>


sociaal laboratorium

>> De invloed van het Beveridge-rapport

was groot. Niet alleen in Engeland (dat er onder meer de National Health Service aan overhield) maar in alle landen van West-Europa trok de nationale staat de macht naar zich toe om de wederopbouw ter hand te nemen en de voedingsbodem voor nieuwe oorlogen uit te bannen. De Nederlandse regering in ballingschap zette al in 1943 de commissie-Van Rhijn aan het werk, die een op Beveridge voortbouwend Nederlands stelsel van sociale zekerheid moest uitwerken. De opbouw van dat stelsel werd na de oorlog kordaat ter hand genomen. Al in 1947 bracht minister van Sociale Zaken Willem Drees een Noodwet Ouderdomsvoorziening tot stand die in 1957 werd vervangen door de AOW, het pensioen voor iedereen. Maar ook op andere terreinen nam de Rijksoverheid het voortouw. Het leverde een imposant staaltje nationale wetgeving op: de Wet op de Bejaardenoorden (voor een welverdiende oudedagsvoorziening) in 1961; de Algemene Bijstandswet (van genade naar recht) in 1965; de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO, werknemers die niet meer kunnen werken krijgen tachtig procent van hun inkomen gegarandeerd) in 1967; en in 1968 de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), die mensen zorg moest bieden tegen onverzekerbare risico’s en het noodlot. Dat was in net iets meer dan tien jaar een kolossaal wetgevingsproject. Worden de jaren zestig nog wel eens beschouwd als het decennium van de zelfontplooiing, de flower power, de popcultuur en het individualisme historisch gezien is er meer reden om ze te zien als de hoogtijdagen van de verstatelijking.

Geschiedenis van de verzorgingsstaat

Eind jaren zestig was het welvaartsbouwwerk in grote lijnen voltooid. Maar: de wittebroodsweken van de nieuwe ‘verzorgingsstaat’ waren heel kort. De inkt van de nieuwe wetten was nog maar net opgedroogd toen het hele bouwwerk in zijn voegen begon te kraken. In combinatie met de economische hoogconjunctuur hadden ze welvaart voor iedereen binnen handbereik gebracht, maar hoe zat het met het welzijn? Moesten we daar ook niet mee aan de slag? Het progressieve kabinet-Den Uyl maakte het begrip welzijn tot de hoeksteen van het regeringsbeleid. Aanvankelijk was dat welzijn het toefje slagroom boven op de welvaart, maar na de oliecrisis en de economische recessie die daarop volgde keerde die verhouding om: welzijn werd de tegenhanger van welvaart. We moesten op zoek naar ‘de kwaliteit van het bestaan’ en in de zoektocht moest ook het naoorlogse bouwwerk van de verzorgingsstaat het ontgelden. Een mooie illustratie daarvan is wat Jo Hendriks, staatssecretaris Volksgezondheid in het kabinetDen Uyl, in 1976 schreef: ‘Hoe belangrijk de verworvenheden van de verzorgingsmaatschappij ook mogen zijn, zij houden het gevaar in zich de mensen onmondig en onzelfstandig te maken. De mensen hebben de directe betrokkenheid bij eigen en andermans welzijn voor een groot deel verloren. Zij hebben steeds meer geleerd pijn en verdriet te ontlopen en verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid af te wentelen. Zij hebben ‘geleerd’ de zorg voor de eigen gezondheid uit te besteden aan een steeds volmaakter lijkend gezondheidszorgsysteem.

Van de andere kant wordt de verantwoordelijkheid voor eigen welzijn langzamerhand geheel van de mensen afgenomen door de alom tegenwoordige verzorgingssystemen.’ Tegen die achtergrond voelde Hendriks zich gedwongen naar andere wegen om te zien. ‘Wegen die de mensen minder afhankelijk maken van de verzorgingssystemen. De nadruk zal hierbij moeten liggen op zelfhulp, vrijwilligerswerk, kleinschaligheid van organisatie en decentralisatie van bestuur.’ Deze woorden hadden zomaar uit de mond kunnen komen van de huidige staatssecretaris Martin van Rijn, maar die was toen nog maar een tweedejaars student economie in Rotterdam. Nee, hier spreekt een verre voorganger van hem, te midden van de roemrijke jaren zeventig. En hoeveel reden was er toen helemaal om zo bezorgd te zijn? Om een indicatie te geven: in de AWBZ ging ten tijde van deze Hendriks omgerekend nog maar zo’n twee miljard euro om, een schijntje in vergelijking met de 25 miljard van nu. >>

mensen zijn niet meer betrokken bij elkaars welzijn

75


sociaal laboratorium

>> Staatssecretaris Hendriks was niet

de enige die zich zorgen maakte over de effecten van de verzorgingsstaat. Eind jaren zeventig begonnen ook vooraanstaande sociologen de trom te roeren. In 1978 verscheen onder redactie van Jacques van Doorn en Kees Schuyt de bundel De stagnerende verzorgingsstaat. Wie het boek nu leest wrijft zich regelmatig in de ogen. Is dit al in 1978 geschreven? Beide sociologen spreken in glasheldere taal over de onbetaalbaarheid, de bestuurlijke onbeheersbaarheid, the rise of expectations van burgers, het welzijnsconsumentisme, de overdaad aan regelingen. Van Doorn muntte in zijn bijdrage de term ‘expertocratie’, een vorm van moderne samenleving waarin steeds meer beroepskrachten zich opwerpen als de deskundigen (‘experts’) bij uitstek om steeds preciezer gedefinieerde problemen onder hun hoede te nemen. De beide sociologen concluderen: ‘Het is wellicht vooral uit dit technocratische karakter van het stelsel te verklaren dat men allerlei consequenties niet heeft voorzien en geen antwoord weet op de vraag hoe men verder moet, nu de scheuren in het bouwwerk zichtbaar worden.’ In de jaren tachtig dringt zich steeds nadrukkelijker een oplossingsrichting op: de overheid moest uit de ‘cockpit’ van de samenleving. De Amerikaanse president Ronald Reagan vertolkte dat sentiment nog het meest kernachtig met zijn beroemde uitspraak: ‘De overheid is niet de oplossing voor onze problemen; de overheid zelf is het probleem.’ Neoliberale gedachten knaagden steeds dieper aan het grote, logge bouwwerk van Beveridge.

76

Decentralisatie

de overheid moet uit de cockpit van de samenleving In Nederland zetten de kabinettenLubbers zich aan de verbouwing onder de noemer: no nonsense. Weg met de opsmuk, terug naar de kern, de bomen groeien niet langer tot in de hemel. En zo brak een lange periode aan waarin de nationale overheid moeizame pogingen deed om de verzorgingsstaat uit handen te geven. Sleutelwoorden waren ‘decentralisatie’ en ‘marktwerking’: lagere overheden en de markt moesten het stokje overnemen. Vaak gebeurde dat in combinatie: zo werd al in 1985 het welzijnswerk (buurthuizen, opbouwwerk, peuterspeelzalen en dergelijke) van Rijk naar gemeenten overgeheveld. De lokale bestuurders en ambtenaren vingen dat prima op maar zetten wél hun stempel op het welzijnswerk, volgens de toen heersende opvattingen: ze deden er alles aan om in het kader van new public management (de overheid als bedrijf) grote welzijnsinstellingen te creëren, die ze als marktpartij konden behandelen om er hun ‘welzijnsproducten’ in te kopen. De drie enorme decentralisaties die het kabinet-Rutte momenteel uitvoert, passen in deze trend: ze schrijven een nieuw hoofdstuk in een ontwikkeling die al vanaf begin jaren tachtig is ingezet. De introductie van marktelementen loste de problemen in de organisatie van zorg en welzijn niet op. Integendeel, aan de vlijmscherpe observaties van Van Doorn en Schuyt uit 1978 zijn alleen maar dimensies

toegevoegd. Onze expertocratie is nog verder versnipperd, verkokerd, bureaucratischer geworden en al helemaal niet goedkoper. Nog sterker dan toen zitten we met een systeem, een ‘institutionele logica’ die vervreemd is van de leefwereld van burgers. Want bij alle verschillen tussen een staatsregime en een marktregime is er minstens één belangrijke overeenkomst: de burger wordt er in zekere zin gedeformeerd. Onder het staatsregime tot een rechtssubject dat via verkiezingen of vormen van interactieve besluitvorming zijn invloed kan doen gelden maar zich verder volgens de regels moet gedragen; onder het marktregime tot een (soms kritische) consument die diensten kan inkopen. Beide regimes gaan niet uit van een zelfstandig ondernemend en handelend sociaal subject. Zo roepen ze de vervreemding over zich af. Dat is een tragische paradox: staat en markt hebben beide stevig bijgedragen aan de emancipatie van burgers, maar kunnen die emancipatie niet bijbenen. De overheid beteugelde in hoge mate de vijf Giant problemen (bestaansonzekerheid, onwetendheid, ongezondheid, armoede en werkloosheid), waar de welfare state van Beveridge het hoofd aan moest bieden; de markt maakte onderdanen tot (kritische) consumenten. Zo hebben ze ertoe bijgedragen dat burgers manser zijn dan ooit: beter opgeleid, gezonder, mobieler, mondiger, vitaler. Om vervolgens hun greep te verliezen. >>


sociaal laboratorium

>> Het lijkt op het verhaal van de tovenaarsleerling: burgers nemen het initiatief meer en meer in eigen hand.

Burgers stonden aan de wieg van de instituties die vanaf het midden van de twintigste eeuw werden verstatelijkt. En ook in de afgelopen decennia waren het niet alleen geleerden die de verzorgingsstaat bekritiseerden - die kritiek kwam ook van professionals en burgers/cliënten die zich niet thuisvoelden in de institutionele logica van staat en markt. Ze voelden zich betutteld, te weinig persoonlijk behandeld, veronachtzaamd en zetten hun eigen alternatieven op. Dat begon al aan het begin van de jaren zeventig, toen kritische hulpverleners de autoritaire wereld van de kinderbescherming en jeugdhulpverlening aan de kaak stelden en Release en het JAC oprichtten als een alternatieve vorm van hulpverlening aan en omgaan met jongeren. Het waren de jaren dat psychiaters en hun inrichtingen van hun voetstuk werden gehaald door een coalitie van cliënten, studenten en professionals die streden voor kleinschaligheid, menselijkheid en vermaatschappelijking in de omgang met geestesziekten.

Emancipatie van burgers

Er loopt een rechtstreekse lijn van de alternatieve hulpverlening via de zelfhulpgroepen en de wegloophuizen tot recente initiatieven als Eropaf!, de EigenKrachtconferenties en de achter-de-voordeurprojecten. Het zijn allemaal uitdrukkingen van het ongenoegen over de instituties van de verzorgingsstaat die hun ‘cliënten’ de regie ontnamen en bovendien collectief faalden als mensen met te ingewikkelde problemen te kampen hadden. Die vernieuwingsbeweging resulteerde ook in nieuwe instituties. Sterk tot de verbeelding spreekt het verhaal van Jos de Blok en zijn Buurtzorg Nederland. De van oorsprong wijkverpleegkundige De Blok was leidinggevende in de thuiszorg. Steeds vaker moest hij verpleegkundigen vertellen hoe ze hun werk moesten doen en steeds nadrukkelijker had hij het gevoel dat het niet goed was. Bovendien zag hij de band tussen professional en cliënt steeds oppervlakkiger worden. Voor een praatje was geen tijd (en geld). De Blok nam ontslag en begon in 2007 in Hengelo met een nieuwe aanpak, kleinschalig georganiseerd, buurtgericht en zelfsturend. Buurtzorg werkt in buurten met kleine teams van maximaal twaalf medewerkers, die binnen een aantal algemene condities een grote vrijheid hebben om de zorg voor hun klanten naar eigen inzichten te regelen. >>

© Buurtzorg

77


sociaal laboratorium

>> Intussen is Buurtzorg uitgegroeid

tot een organisatie met 640 teams, 7000 medewerkers en een omzet van zo’n tweehonderd miljoen euro. En dat zonder managers. Er zijn alleen enkele regiocoaches en er is een geavanceerd IT-systeem. Wat al die initiatieven met elkaar verbindt, is de enorme inzet van mensen en de blijvende ervaring van eigenaarschap: ‘cliënten’ en professionals houden controle over hun eigen werk, hun eigen leven - precies het gevoel dat staat en markt niet kunnen oproepen. Daarin stemmen deze initiatieven in de zorg overeen met die in de swingende wereld van de urban farming, energiecollectieven enzovoort: een afkeer van de oude, verticale instituties en een bijna opgewonden voldoening van het zelf doen. Wat beide bewegingen ook bindt is het lokale karakter. Dat betekent niet dat ze per se in een buurtje of wijk vorm krijgen: we leven in een global village en dankzij het internet zijn verbindingen gauw gelegd. Het betekent wel dat er nabijheid wordt georganiseerd zonder te streven naar universalisme: het is al mooi als je voor een groep gelijkgestemden iets leuks kunt realiseren. Daar heb je dus noch overheid noch andere verticale instituties voor nodig. Een derde overeenkomst is dat de grenzen tussen burgerinitiatief, markt en overheid vervagen: sociaal ondernemers geven kooklessen aan kinderen in de Rotterdamse Agniesebuurt, zzp’ers combineren werkruimte met activiteiten in het Amsterdamse stadsdeel NieuwWest of met een buurtfunctie in Amersfoort, de Coffee Company organiseert ontmoeting - voorbeelden te over.

78

Netwerksamenleving

Deze beide bewegingen lijken niet alleen op elkaar, ze kunnen elkaar ook versterken. Dat bewijzen de ‘bewonersbedrijven’ die momenteel in verschillende steden tot ontwikkeling komen. Daarin creëren bewoners in hun wijk hun eigen circulaire economie, onafhankelijk van subsidies. Zo’n bedrijf functioneert sinds maart 2013 in de grootste achterstandswijk van Nederland, de Leeuwarder wijk Heechterp-Schieringen. Het verricht publieke taken (zoals beheer van de openbare ruimte en woningen), biedt een plek aan werklozen uit de buurt, leidt mensen op en versterkt de samenhang in de buurt. En met de revenuen starten ze weer nieuwe sociale projecten in de wijk. Zijn we daarmee terug bij af? Was de naoorlogse verzorgingsstaat à la Beveridge een historische vergissing, die we nog slechts hoeven af te schaffen om voortaan alles weer opgelucht over te laten aan het burgerinitiatief? Uiteraard niet, daarvoor is de samenleving te complex geworden. Door de toegenomen mobiliteit wonen familieleden verder van elkaar, waarmee een vanzelfsprekende vorm van bekommernis is uitgehold. De arbeidsparticipatie van vrouwen is sterk toegenomen, waardoor de traditionele dragers van de informele zorg grotendeels zijn weggevallen. Zelfs in een hoogontwikkeld land als Nederland hebben anderhalf miljoen mensen boven de zestien jaar grote moeite met lezen en schrijven. Dat betekent niet per se dat ze zich niet kunnen redden, maar eenvoudiger wordt het er niet op. Tegen zulke problemen vermag burgerinitiatief veel, maar niet alles. Net zo min als urban farming grootschalige landbouw

kan vervangen en kleinschalig opgewekte energie een volledig alternatief is voor energiecentrales, zullen burgerinitiatieven staatszorg overbodig maken. Het gaat op al die terreinen om nieuwe verhoudingen tussen klein en groot, tussen wat mensen zelf kunnen en de dienstbaarheid van instituties, tussen eigen belang en publiek belang, tussen burgerkracht, markt en staatsbemoeienis. Dat is niet minder dan een copernicaanse wending: niet langer draait alles om de staat en de professionele interventies. Niet alles draait meer om het aanbod van grote instituties. Voor de (staats)instituties is dat een buitengewoon lastige opgave. Zij moeten zich opnieuw uitvinden, zoals Kim Putters terecht beweerde in zijn ‘toekomstbeeld voor Nederland’. Zij moeten zich opnieuw enten in een netwerksamenleving, die systematisch knaagt aan de oude, verticaal georganiseerde instituties. Het daagt deze uit zich opnieuw uit te vinden en zich horizontaal te organiseren. In feite is dat wat een organisatie als Buurtzorg in de praktijk brengt. Zij legt macht en verantwoordelijkheden weer bij de professionals die het werk met burgers verrichten. Ze herstelt daarmee in een eigentijds jasje een werkwijze die in het grote institutionele geweld van de laatste decennia verloren is gegaan. Zo moet er een nieuwe sociale infrastructuur ontstaan. Maar die oude orde geeft zich niet zonder meer gewonnen. Opleidingen, financiering, organisatie, verantwoording, aansturing - alles is ingericht op het zo snel en efficiënt mogelijk leveren van diensten aan mensen die als consument worden opgevat onder gelijktijdige vermijding van alle mogelijke risico’s. >>


sociaal laboratorium

>> Dat is een vicieuze cirkel, gechargeerd gesteld: burgers

eisen diagnoses en zijn vanuit hun consumentenrol kritisch over de dienstverlening, professionals zijn doodsbang een diagnose te missen en schroeven hun protocollen hoog op, politici grijpen elk incident aan om zich electoraal te profileren met ferm beleid en nieuwe regels, ambtenaren worden scherpe inkopers van verstrekkingen die ze kunnen afrekenen zonder naar de maatschappelijke resultaten te kijken. Die vicieuze cirkel fungeert als een vliegwiel dat leidt tot steeds meer van hetzelfde. Dat vliegwiel afremmen vergt nogal wat. Misschien wel het ergste wat er kan gebeuren is datgene wat momenteel gebeurt: alle actoren blijven ongeveer doen wat ze altijd al deden, op één na. Dat zijn de burgers - en dan met name de zorgbehoevenden onder hen. Die moeten afzien van dienstverlening en hun zorg (weer) zelf gaan organiseren. En dat noemen we dan ‘participatiesamenleving’. Dat is pokeren over de ruggen van de kwetsbaren. Er moet veel meer veranderen: andere instituties, andere professionals, een andere manier van sturen en politiek bedrijven. En vanuit al die perspectieven moeten burgers in een andere positie komen. Leidend, sturend, beslissend. Daarvoor bestaat geen nationaal receptenboek meer. Beveridge is dood. In de steden komen alle mogelijkheden voor die verandering bij elkaar: burgers die het heft in handen nemen, horizontale organisatiemodellen met behulp van moderne ICT, een lokale overheid die samenhangend beleid kan maken van arbeid tot zorg. Tegen die dynamiek zouden de gemeenteraadsverkiezingen van maart wel eens het begin van een nieuw tijdperk kunnen markeren. Niet zozeer vanwege de te verwachten aardverschuivingen in het partijpolitieke landschap, maar omdat de steden zelf ingrijpend aan het veranderen zijn. Zo wordt het lokale het laboratorium bij uitstek van sociale innovaties. De verzorgingsstaat voorbij. •• Dit essay verscheen eerder in De Groene Amsterdammer en maakt onderdeel uit van een reeks waarin de Boer en van der Lans in de aanloop op de gemeenteraadsverkiezingen het veranderende sociaalpolitieke landschap in Nederland verkennen. Dit essay en de overige artikelen worden gebundeld in het boek Decentraal, de stad als sociaal laboratorium, dat in februari 2014 gepubliceerd wordt.

column

Creative destruction De samenleving verandert steeds sneller. De opvattingen over de stad veranderen ook. Trefwoorden: de toenemende complexiteit, betrokkenheid van burgers, nieuwe toetreders en meer geïntegreerde contractvormen. De aandacht verschuift van bouwen naar beheer en daarmee is er meer aandacht voor de lifecycle van de gebouwde omgeving en voor nieuwe organisatievormen. Ook onze sociologische en demografische werkelijkheid is fors veranderd. De burger heeft weinig vertrouwen meer in banken en overheden en zoekt naar nieuwe verhoudingen: klein is het nieuwe groot. De beroepsbevolking is krimpende en vergrijst. Ons economisch paradigma verandert, de perioden van mateloze groei lijken voorbij, duurzaamheid als nieuw concept komt op. De overheid trekt zich terug en laat ruimte, mede uit budgettaire nood, voor nieuwe structuren. Naast voorbeelden van private infrastructuur komen er nu ook voorbeelden van privaat beheerde gebieden, zoals Food Center Amsterdam. In dienstensectoren zoals de bancaire wereld en de transportsector heeft de introductie van ICT in de supply chains enorme transities bewerkstelligd. Maar ook in andere maakwerelden vonden enorme transities plaats en worden termen gebruikt als Business Process Reengineering en Lean het zodanig opnieuw organiseren van productieprocessen. Vaak zijn hierbij besparingen gerealiseerd van tientallen procenten. Ook de wereld van de gebouwde omgeving zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Het ‘oude geld’ is op, de grote opdrachtgevers vragen allen om meer waarde voor minder geld. Daardoor komen er doorbraken die wijzen op andere verhoudingen en betere prestaties. Het beheer van een gebouw of een gebied wordt van strategische waarde in de samenleving. We zien dat het weer opleven van de stad met al haar fascinerende facetten nieuwe ontwikkelingen brengt. Vooral op gebiedsniveau ontstaan nieuwe vormen van samenwerking: coöperaties en wijkondernemingen voor bijvoorbeeld beheer van de ruimte en energieopwekking. In het proces van voortdurende innovatie vernietigen succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude. De Oostenrijkse econoom Schumpeter gebruikte de term creative descruction hiervoor. Creative destruction volop aanwezig in Amsterdam.

Willem Verbaan Schrijver en emeritus lector Vastgoedeconomie HvA

synergie-advies.nl hva.nl/urbanmanagement

79


AMSTERDAM CONNECTED 16 januari 2014 | PAKHUIS DE ZWIJGER, grote zaal | 17.30 - 22.30 uur Toegang is gratis. Meld je aan via: www.dezwijger.nl/amsterdamconnected

400 years Canals, 125 years Royal Concert Gebouw Orchestra, 40 years Van Gogh Museum, 225 years Felix Merites, 175 years Artis

25 years internet, 20 years DDS and 20 years AMS-IX Amsterdam viert met een symposium dat Nederland 25 jaar geleden, als tweede land in de wereld, werd aangesloten op het internet en vijf jaar later Freenet De Digitale Stad (DDS) en internetknooppunt AMS-IX werden opgericht. Looking back, looking forward Deze mijlpalen verdienen het om gevierd te worden en daarom brengt Amsterdam vele pioniers van toen en nu op 16 januari bij mekaar; om herinneringen op te halen en de balans op te maken. Wat waren de meest opvallende ontwikkelingen in

Amsterdam en welke rol speelt de stad nu in hèt mondiale medium? En heeft het internet de verwachtingen van een meer open, gelijkwaardige wereld kunnen waarmaken? Het is echter ook tijd om vooruit te kijken. De recente onthullingen van Edward Snowden hebben duidelijk gemaakt het internet van toen nog niet geheel is toegerust op de mondialisering van nu. Welke stappen moeten er gemaakt worden op het gebied van hardware, politiek en regelgeving om het internet ook in de toekomst houdbaar te laten zijn.

Sprekers op de avond zijn onder andere: Piet Beertema (CWI 1988), Marleen Stikker (DDS), Arno Lubrun (Facebook), Dick Buschman (Achtung!), Ot van Daalen (Bits of Freedom), Prof. Walter Hoogland (UvA), Geert Lovink (Institute of Network Cultures), Olaf Kolkman (NLnet Labs), Prof. Cees de Laat (UvA), Karin Spaink (Bits of Freedom), Prof. Andy Tanenbaum (VU), Kees Neggers (SURFnet), Simon Hania (TomTom), Victor Hayes (TU Delft) en Werner Vogels (Amazon).


Op weg naar een flexibele woningmarkt

Joost Zonneveld

Zelfstandig journalist voor onder meer Het Parool en Nul20

joostzonneveld.nl

Wonen in Amsterdam? Probeer maar eens een plekje te vinden. De woningmarkt zit muurvast. Want heel veel mensen willen in Amsterdam wonen terwijl de bouw van nieuwe woningen achterblijft. We nodigden Eef Meijerman, directeur van het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW) en Gerard Anderiesen, bestuurder bij Stadgenoot uit om hun licht te werpen op de huidige woningmarkt. Zit de oplossing in wat meer flexibiliteit?

Amsterdam is ongekend populair. Sinds 2009 groeit de bevolking met tienduizend zielen per jaar. Die enorme toename heeft ermee te maken dat gezinnen in de stad blijven wonen, maar ook omdat Europeanen uit alle hoeken van het continent naar Amsterdam komen. En natuurlijk de Nederlandse studenten en afgestudeerden. De druk op de woningmarkt is daardoor heel groot. Dat wordt nog eens versterkt doordat de bouw van nieuwe woningen door de crisis steeds moeilijker is geworden. Er wordt wel gebouwd, maar minder dan voorheen. >>

81


flexibele woningmarkt

>> Grote plannen zoals het tweede deel

van IJburg laten op zich wachten en ook de vernieuwingen van NieuwWest en Noord gaan langzamer dan gedacht. Woningcorporaties kunnen als gevolg van de crisis, en mogen van de overheid, minder soorten woningen bouwen en moeten zich vooral tot hun sociale huurwoningen beperken. De gemeente hoopt daarom dat particulieren hun eigen huis gaan bouwen. En dan is er nog het stimuleren van de bouw van meer huurappartementen in het middensegment, dat nu een beetje begint te lopen. Het middensegment is eigenlijk de categorie die nu tussen wal en schip valt: mensen voor wie het kopen van een huis te duur is en die te veel verdienen voor een sociale huurwoning. In Amsterdam staan nog steeds veel sociale huurwoningen, maar die zijn moeilijk te krijgen omdat het overstappen naar een andere woning, die vaak groter en duurder is, een te grote financiële stap is. Dus blijft iedereen zitten waar hij zit. In de afgelopen jaren zijn wel veel meer studentenwoningen gebouwd.

Tijdelijke contracten

In nieuwbouw, maar ook in kantoren die al lang leegstonden. De vraag naar nieuwe studentenwoningen lijkt desondanks oneindig te zijn. Dat is zo ongeveer de situatie op de Amsterdamse woningmarkt op dit moment. Inderdaad, probeer maar eens een plek te vinden. Maar zijn er ook oplossingen denkbaar? Kan de zogenoemde doorstroming weer op gang komen? Eef Meijerman van ASW: ‘De kloof tussen sociale huur en koop is nu veel te groot, daar moet echt iets aan gebeuren. Mensen die willen verhuizen, moeten daar meer kansen voor krijgen. Er moet vooral gebouwd worden.’ Gerard Anderiesen van Stadgenoot vindt dat er meer dan dat moet gebeuren: ‘Met meer bouwen alleen redden we het niet. Je zou willen dat de Amsterdamse woningmarkt als een dak met dakpannen is. Die liggen over elkaar heen waardoor het gemakkelijk is om van de ene naar de andere over te stappen.’ Onlangs zijn Stadgenoot, Ymere en Eigen Haard begonnen met de pilot Flexibel huren. Mensen met een lager middeninkomen krijgen korting op een huurwoning in de vrije sector als zij een sociale huurwoning verlaten. Hun huur wordt jaarlijks aangepast aan hun eventueel wisselende inkomen. Het toegankelijk maken van duurdere woningen, net als het

wie is eef meijerman?

Eef Meijerman (1954) is directeur van het Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW). Sinds de oprichting van het ASW in 1988 zit hij in de leiding van de organisatie die huurders en VVE’s ondersteunt over woonzaken, zoals huurprijzen, onderhoud en energie.

steunpuntwonen.nl

82

bouwen van huurwoningen voor de middeninkomens, moet ertoe leiden dat mensen naar een andere woning gaan zoeken. Maar er moet nog een flinke inhaalslag gemaakt worden. Meijerman: ‘Een deel van de oplossing kan in tijdelijkheid zitten. Dat gebeurt al op veel manieren in de stad. Van slooppanden tot studentenwoningen tot leegstaande kantoren.’ Anderiesen vindt dat ook een goede ontwikkeling. ‘Het is van belang om te kijken waar welke groep behoefte aan heeft. Jongeren nemen vaak genoegen met een kleine woning, maar ze willen wel midden in de stad zitten.’ Met het vijfjarencontract wil Stadgenoot jongeren voor bepaalde tijd een woning geven. Daarna hebben zij óf voldoende wachttijd opgebouwd óf zijn zij zoveel meer gaan verdienen dat ze kunnen huren of kopen in de vrije sector. Meijerman vindt dat geen slecht idee, maar wijst erop dat de corporaties met al die tijdelijke contracten wel een verantwoordelijkheid hebben. ‘Tien jaar wordt soms al als tijdelijk gezien, maar dat is langer dan mensen gemiddeld in een huis wonen. Je kan als verhuurder dan niet zomaar iemand op straat zetten.’ Anderiesen denkt niet dat het zo’n vaart zal lopen. ‘Wij denken dat het vijfjarencontract heel erg goed past bij een levensfase. Jongeren zijn flexibel. Als het na vijf, of eventueel tien jaar niet lukt om iets anders te vinden, dan lossen we dat dan wel op.’ De kans dat het vijfjarencontract er ook komt, is onlangs een stuk groter geworden omdat minister Stef Blok (Wonen) zich daar positief over heeft uitgelaten. Ook regeringspartijen VVD en PvdA steunen het initiatief. Anderiesen: ‘Voor jongeren kan een woning voor bepaalde tijd een >>


flexibele woningmarkt

Doorstroom

>> springplank zijn. Op een gegeven

moment willen zij, als het even kan, meer ruimte of in een grotere woning samenwonen.’ Anderiesen ziet het vijfjarencontract als een soort vervolg op de al langer bestaande campuscontracten voor studenten. De corporatiebestuurder zegt dat een contract voor bepaalde duur de huurder duidelijkheid geeft én dat een woning voor de doelgroep beschikbaar blijft. ‘Toen we nog geen campuscontracten hadden, bleken er ineens vijftigplussers in studentenwoningen te wonen. Maar daar zijn die woningen niet voor bedoeld. Je moet er dus voor zorgen dat woningen alleen beschikbaar blijven voor de doelgroep. Dat kan gemakkelijker als je dat voor een specifieke periode doet.’ Er zijn er meer voordelen: ‘Nu zijn er veel mensen die scheefwonen,’ zegt Anderiesen. ‘Zij verdienen eigenlijk te veel om aanspraak te maken op een sociale huurwoning, maar zij blijven zitten, ook al moeten zij sinds dit jaar wel meer huur betalen. Vijfentwintig procent van de mensen in een sociale huurwoning in Amsterdam zou als nieuwe bewoner geen sociale huurwoning meer krijgen. Met een contract voor bepaalde duur beperk je het probleem van scheefwonen, want als iemand vijf jaar later veel meer is gaan verdienen, dan moet hij of zij op zoek naar een woning buiten de sociale sector.’ Toch vindt Meijerman van ASW dat het beter zou zijn als Stadgenoot vooral vijfjarencontracten aan zou bieden in nieuwe woonruimte, zoals verbouwde kantoorgebouwen. ‘Omdat er al zoveel woningen voor ouderen of studenten zijn bedoeld, blijft er voor andere mensen die naar een woning zoeken steeds minder over.’

Wat is een campuscontract?

Daarnaast vindt de voorman van het ASW dat meer rekening gehouden moet worden met wisselende inkomens van mensen. ‘Niet iedereen verdient steeds meer geld. Zeker in deze moeilijke economische tijden, kan het per jaar sterk verschillen wat mensen verdienen. Ik vind dat er ook rekening gehouden moet worden met inkomensdaling.’ Volgens onderzoeksbureau Rigo kunnen vijfjarencontracten een positieve invloed hebben op de doorstroming in de Amsterdamse woningmarkt. Toch zal meer moeten gebeuren, want veel verschillende Amsterdammers zullen blijven concurreren om de schaarse ruimte in de stad. Een goedkope sociale huurwoning bij de Dam of een zelfbouwhuis met uitzicht op landelijk Noord, een leuke studentenwoning in de Indische buurt of een eengezinswoning in een rustig hofje in Zuidoost - in Amsterdam zijn veel verschillende soorten woningen, maar de wensen en mogelijkheden van Amsterdammers verschillen enorm. En dan kan dat per levensfase ook nog eens veranderen. Als het aan Anderiesen en Meijerman ligt, wordt het in ieder geval wat gemakkelijker om woningen flexibeler toe te wijzen, op een manier die beter dan nu aansluit bij de wensen en financiële mogelijkheden van de bewoners. ••

wswonen.nl

Een campuscontract is een tijdelijk contract voor studenten. Uiterlijk een half jaar na het beëindigen van de studie moet de studentenwoning verlaten worden. Daardoor ontstaat weer ruimte voor nieuwe studenten.

Wat is een vijfjarencontract?

Een vijfjarencontract is een plan van Stadgenoot. Het is een contract voor bepaalde duur, namelijk vijf jaar, bedoeld voor jongeren die nog te weinig woonduur hebben opgebouwd om een woning te vinden.

wie is gerard anderiesen? Gerard Anderiesen (1954) is bestuurder bij woningcorporatie Stadgenoot. Stadgenoot is een woningcorporatie die vrijwel alleen actief is in Amsterdam. Ze beheert 31.000 woningen en heeft naast het reguliere aanbod veel bijzondere woonruimte voor bijvoorbeeld studenten of senioren.

stadgenoot.nl

huurders.info

83


zelfbouw 2.0

Š Floris Lok

Het tweede leven van zelfbouw in Amsterdam

84


zelfbouw 2.0

Stadsontwikkeling

© Pakhuis de Zwijger

Zelfbouw is geen hype. Sterker nog, zelfbouw is zo oud als de weg naar Rome. De Amsterdamse grachtengordel is bijvoorbeeld geheel tot stand gekomen door middel van zelfbouw. Met het invoeren van de woningwet in 1901 werd een nieuw tijdperk ingeluid. Het maakte de weg vrij voor grootschalige woningbouwproductie zoals wij die nu kennen. Kleinschalige particuliere initiatieven verdwenen in de loop van de 20ste eeuw steeds meer naar de achtergrond. Tijdens de wederopbouwperiode was het zo goed als gedaan met zelfbouw. Woningbouwcorporaties bouwden complete nieuwe stadswijken in massaproductie om aan de enorme woningvraag te kunnen voldoen.

Simea Knip

Programmamaker Pakhuis de Zwijger

Anno 2014 is zelfbouw aan een tweede leven begonnen. Door individualisering en een nieuwe economische realiteit is zelfbouw weer terug van weggeweest. Er is geen geld meer voor grootschalige (sociale) woningbouwontwikkeling en de Amsterdamse woningmarkt zit op slot. Het goede nieuws is dat het monopolie op woningbouw is weggevallen en dit is een kans voor de potentiële zelfbouwer. Niet alleen de crisis, maar ook maatschappelijke onvrede zijn de motor van de zoektocht naar nieuwe modellen. De vraag naar passende en betaalbare woonruimte blijft en daarom nemen steeds meer mensen het initiatief om in eigen beheer een huis te bouwen. Ruben Maes, vaste moderator van het tweemaandelijkse Zelfbouwcafé in Pakhuis de Zwijger, noemt zelfbouw het exponent van de maatschappij in transitie. Zelfbouw past in een tijd van zelf doen, het is de participatiemaatschappij avant la lettre. In de loop van 2011 maakte de gemeente Amsterdam bekend op zoek te zijn naar duizend zelfbouwkavels. Maarten van Poelgeest, wethouder ‘Zelfbouw’ gemeente Amsterdam,

ziet zelfbouw als een succesvolle manier om op kleinschalige wijze de stad te blijven ontwikkelen. In het najaar van datzelfde jaar ging de zelfbouwcampagne ‘Wil je met me bouwen?’ van start met een zelfbouwmarkt op Strand West in de Houthavens. Zo’n tien jaar geleden was er al ervaring opgedaan met individuele vrije kavels aan de Scheepstimmermanswerf (Borneoeiland) en op IJburg. In deze beginjaren was zelfbouw weggelegd voor een selecte, vrij homogene groep uit de hogere inkomenscategorieën. Onder de pioniers bevinden zich opvallend veel architecten. Die hebben natuurlijk een goed zicht op het bouwproces en weten enigszins waar ze instappen. Daarnaast kunnen zij deze ervaring goed gebruiken om nieuwe opdrachten van zelfbouwers binnen te halen. Voor veel potentiële zelfbouwers geldt dat ze geen kaas hebben gegeten van ontwerp- en bouwprocessen. Jonge architecten met zelfbouwervaring bieden dan uitkomst. Inmiddels is het aanbod en ook de doelgroep flink uitgebreid. >>

85


Zelfbouw 2.0

Zelfbouwlocaties

aanbod/afname zelfbouwmarkten 2011-2013

kavels kavel 3A, Buiksloterham

beschikbaar optie in ontwikkeling bewoond teruggetrokken

kavel 3B, Buiksloterham

stand 26 november 2013

kavel 3C, Buiksloterham Koopvaardersplantsoen kavel 5, Buiksloterham Blok 0, Houthaven kavel 21, Buiksloterham van Noordtstraat waterkavel, Buiksloterham Buiksloterweg

Noorder IJdijk

Getijenveld A

Zeeburgereiland Getijenveld B Getijenveld C+D

Noorderhof Zuid

Amundsenhofje E. Wolffstraat

Lutkemeerweg

Steigereiland Podium

‘t Terpje

Maria Montessori

U.J. Klarenstraat Westlandgracht

Eenhoorn

Spijtellaantje

Pres. Kennedy plantsoen Zuidas Zuidas

Zaaiersweg Kop Weespertrekvaart

Amstelkwartier Amstelkwartier

Warmelo

‘s Gravendijkdreef Drostenburg

Kern Driemond 1e fase Kern Driemond 2e fase

aanbod kavels per typologie

99

199

totaal

22

30 Bouwgroep

Individuele Zelfbouw

VRIJSTAAND

Individuele Zelfbouw

NAAST ELKAAR

SAMEN IN HET KLEIN

SAMEN IN HET GROOT

1 Bouwgroep

SAMEN OP HET WATER

5

356

Bouwgroep BESTAAND GEBOUW

www.amsterdam.nl/zelfbouw

© maps.amsterdam.nl/zelfbouwkavels

>> Ging het eerst nog vooral om

individuele kavels en een enkele bouwgroep, op de kavelmarkt van 2013 was het aanbod fors uitgebreid. Daarnaast is er ook meer variatie in de kavelprijzen voor zelfbouwlocaties. Door de uitbreiding van het aanbod is zelfbouw weggelegd voor een grotere doelgroep. Door bijvoorbeeld met een groep een appartementengebouw in collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) te ontwikkelen, kun je de lasten verdelen. Ook voor deelnemers die minder thuis zijn in de bouwwereld wordt zelfbouw interessant. Samen sta je sterker:

86

door gezamenlijke onderhandelingen, afstemming en inkoop, kan de prijs flink worden gedrukt. Zelfbouw is hiermee ook haalbaar geworden voor een grote groep middeninkomens. Een mooie uitspraak van een klussende Rotterdammer: ‘We kwamen voor het huis, maar bleven voor de gezamenlijke tuin.’ Een andere zelfbouwvariant is de ‘kluswoningenaanpak’, die is overgewaaid vanuit Rotterdam. Bestaande gebouwen, vaak gelegen in een achterstandswijk, worden door een groep klussers omgetoverd tot individuele paleisjes. Het casco wordt aangepakt door het collectief,

waarna de inbouw voor rekening van de individuele klussers plaatsvindt. Klussen op de Klarenstraat, een jaren-vijftigflat in Nieuw-West van woningbouwcorporatie de Alliantie, is het eerste Amsterdamse klusproject. In het gebouw is ruimte voor dertig appartementen van verschillende afmetingen met een tuin, dakterras of balkon. De kopers kunnen zelf hun woning samenstellen door units horizontaal en/of verticaal samen te voegen. In november 2013 waren 26 van de dertig woningen verkocht en is de renovatie van het casco gestart. We kunnen stellen dat zelfbouw behoorlijk op stoom is gekomen. >>


Rotterdam

© ping-pong Design

Zelfbouw 2.0

Klushuizen in Rotterdam Het begon allemaal in de wijk Spangen in Rotterdam-West. Het Wallisblok was een sterk verloederd vooroorlogs bouwblok: drugsoverlast, criminaliteit en malafide huiseigenaren maakten er de dienst uit. De gemeente wilde het architectonisch interessante blok niet slopen. Na een studie kwam architect Ineke Hulshoff tot de conclusie dat het best opgeknapt kon worden door de toekomstige bewoners. Huiseigenaren dragen meer zorg voor hun huis en de buurt, zo was de gedachte ook bij de gemeente. De verkoopwaarde van de huizen bleek even hoog als de beschikbare subsidie voor de woningverbetering. Daarom werd besloten om de woningen ‘gratis’ weg te geven, wat in 2004 direct het Achtuurjournaal haalde. Dat ‘gratis’ bleek toch niet helemaal zonder kosten en voorwaarden: de bewoners vormden een kopersvereniging die als particulier opdrachtgever het grote renovatiewerk zoals nieuw gevelwerk, een nieuw dak en centrale verwarming door één aannemer moest laten uitvoeren. Om te voorkomen dat huisjesmelkers opnieuw hun intrede zouden doen, moeten de kopers minstens twee jaar na oplevering in het pand zélf blijven wonen. Vanwege de vrijheid in de woningindeling en renovatie, kwamen hier kansrijke bewoners op af die anders niet zo snel in het kansarme Spangen zouden gaan kopen. Door het collectief opdrachtgeverschap leerden de ondernemende bewoners elkaar ook nog eens goed kennen. Het Wallisblok bleek zo succesvol dat dit over andere achterstandswijken werd uitgerold - niet meer allemaal ‘gratis’, maar wel goed betaalbaar. Er zijn inmiddels meer dan tweehonderd kluspanden te vinden in Rotterdam.

Het Wallisblok en de klushuizen vielen in binnenen buitenland in de prijzen. In 2011 ontving de gemeente Rotterdam de EUROCITIES Innovation Award voor het hele project. Woningcorporaties en andere steden als Den Haag en Arnhem zijn met vergelijkbare projecten gestart. Het klushuis ‘de Zwarte Parel’ in Charlois is inmiddels een ware celebrity geworden: dit individuele woonpand van een architect won verschillende designprijzen, waaronder de publieksprijs van de Dutch Design Award, en het haalde the New York Times. En hoe gaat het, bijna tien jaar later, in de buurten zelf? In Katendrecht vind je aan de ene kant de nieuwe ‘yuppen-klussers’ en aan de andere kant de oude buurtbewoners die elk in hun eigen wereld leven. Die drukke tweeverdieners die de klushuizen bewonen blijken toch niet zoveel tijd te hebben om overdag in de buurt te investeren. Maar de buurten zijn veiliger, minder verloederd en hebben een minder slechte naam - daar profiteert iedereen van.

rotterdam.nl/zelfbouw rotterdam.nl/169huizen Eeva Liukku

Programmamaker debatcentrum Arminius en hoofdredacteur Vers Beton

87


Zelfbouw 2.0

Prototypes

© Johan Byloos

Prototypes en zelfbouwlocaties Op de eerste zelfbouwmarkt in 2011 werden twee typen kavels aangeboden. De Samen in het groot kavels voor bouwgroepen waar bouwers gezamenlijk appartementen kunnen bouwen in de Houthavens, in Buiksloterham en aan de Zuidas, en individuele kavels waar bouwers een geschakelde woning kunnen realiseren, in Buiksloterham, op Zeeburgereiland en in kleinere mate in stadsdeel Zuidoost. Dit laatste type kavel bleek het meest geliefd, het gehele aanbod werd op de dag van uitgifte al in optie genomen. Een jaar later was het aanbod op de zelfbouwmarkt al veel breder, zowel in type kavels als in locaties in de stad. Alleen al Stadsdeel Nieuw-West telde vijf locaties. Aan het reguliere aanbod werd door de Alliantie een bestaand gebouw met kluswoningen aan de U.J. Klarenstraat toegevoegd.

Maker schep: Arthur van Beek, campagne: Partizan Publik © Jørgen Koopmanschap

Het is denkbaar dat zelfbouwers in de toekomst zelfs hele buurten ontwikkelen

88

Ook maatschappelijk vastgoed werd voor het eerst ter beschikking gesteld. In Stadsdeel West kunnen bouwgroepen twee scholen transformeren tot woningen. In dit type zelfbouw is de bouwgroep niet met het bouwen belast, maar alleen met het aanpassen van het gebouw aan eigen wensen. Ook deze vorm bleek erg gewild. Daarom werden in 2013 het oude stadsdeelkantoor in stadsdeel Zuid en de school aan de Zaaijersweg in Oost vrij gemaakt voor zelfbouw. In 2012 was het Amstelkwartier dé nieuwe locatie. Naast de Samen in het groot kavels, voor appartementengebouwen met vijftien tot zestig woningen, werden hier ook grote individuele kavels aangewezen waar meerdere woningen op een kavel mogelijk zijn. Deze Samen in het klein kavels zijn geschikt voor kleine bouwgroepen tot vier woningen. Dat maakt ze financieel gunstig. Dit type kavel werd in 2013 ook in Buiksloterham aangeboden. In Nieuw-West werd afgelopen jaar een nieuwe manier van ontwikkelen geïntroduceerd. Voor de locatie Westlandgracht zijn bouwgroepen geselecteerd om mee te denken over de definitieve indeling van een kavel voor tachtig woningen en de daarbij behorende bouwregels. Wethouder Van Poelgeest gaf aan dat het denkbaar is dat zelfbouwgroepen in de nabije toekomst zelfs hele buurten ontwikkelen.


Zelfbouw 2.0

>> Er moet nog wel een aantal hindernissen

worden genomen. Met name aan het financieringsverhaal zitten nog wat haken en ogen. Ook de discussie over erfpacht en grondprijzen is een lastige. Daarnaast hekelen ook veel zelfbouwers de procedures voor aansluitingen van nutsbedrijven. Of je nu een klusser bent of je woning vanaf de grond zelf opbouwt, alle zelfbouwers hebben toch aantal kenmerken gemeen. Een beetje naïeviteit is mooi meegenomen; als je alles namelijk op voorhand al wist, dan was je er nooit aan begonnen. Een beetje realisme kan ook geen kwaad, er moeten betaalbare en werkbare oplossingen gevonden worden voor problemen ‘in-het-werk’. Handigheid is geen overbodige luxe; een handige doe-het-zelver of een handige regel-het-zelver (liefst beide). Goede onderhandelskills zijn ook een pré, vooral voor de minder draagkrachtige zelfbouwer. Een avontuurlijke instelling en doorzettingsvermogen zijn onontbeerlijke karaktereigenschappen van de zelfbouwer. Tot slot is de zelfbouwer een onverbeterlijke betweter en bemoeit zich ook liefst met zaken buiten zijn of haar eigen kaveltje. Ook de openbare ruimte en buurt worden vaak ook onderhanden genomen door een enthousiaste groep zelfbouwers. Dat het niet enkel rozengeur en maneschijn is, illustreert ook de volgende uitspraak: ‘Zelfbouw kost je je relatie en je rug,’ aldus Ruben Maes. Zelfbouw is dan ook niet geschikt voor iedereen. Maar als je de zelfbouwers vraagt of ze het weer zouden doen, is het antwoord volmondig ja. De eigen inbreng en keuzevrijheid weegt op tegen alle strubbelingen tijdens het proces. Het credo luidt dan ook: zelf bouwen is zelf bepalen! ••

amsterdam.nl/zelfbouw klushuizen.nl bsh5.nl

column

gezonde dosis naïviteit ‘En, is je huis al af?’ is de vraag die ik het vaakst gesteld krijg. Ik heb namelijk een klushuis in Rotterdam. Ik ben daar al drie jaar aan het klussen samen met mijn vriend. Om antwoord te geven op de vraag: Nee, het huis is nog niet af. Sinds de gemeente het project 169 klushuizen startte, is er inmiddels een hele scene klussers in de stad. Onze hangout is op zaterdagochtend bij de gratis koffieautomaat van de Bouwmaat. We wisselen tips uit en we roddelen over bouwprojecten van anderen die nóg veel meer vertraging oplopen. Over die klusser op Zuid die zijn hele achtergevel zag instorten. Of dat koppel dat met een foute aannemer in zee was gegaan. En, met enige jaloezie, over die architect die het hele project had uitbesteed aan een groep Slovenen die het in record tempo heeft afgebouwd. De cliché’s zijn waar. Zo’n klushuis is een test voor je relatie. Je begint aan een gigantisch project waarvan je niet exact weet wat erbij komt kijken, welke verborgen verrassingen het pand in petto heeft en waarvan de tijdsplanning en het budget steevast uit de hand lopen. Voor je het weet ben je twee jaar lang elk weekend en elke vakantie aan het stofhappen op de bouwplaats. Jij en je geliefde blijken er vervolgens een tegenovergestelde psychologie op na te houden om te dealen met zo’n groot project. Kortom: je hebt een gezonde dosis naïviteit nodig voordat je überhaupt aan een klushuis begint. Het is daarom prettig om eens het perspectief van een buitenstaander te horen over de klushuizen. Zo interviewde ik vorig jaar hoogleraar Ontwerp & Politiek Wouter Vanstiphout voor het online Rotterdams tijdschrift Vers Beton. Volgens hem moet Rotterdam een nieuwe identiteit ontwikkelen die nu eens niet gebaseerd is op de bouwdrift van groot, groter, grootst. Wat zou dat nieuwe verhaal dan moeten zijn? ‘De klushuizen zijn bijvoorbeeld iets waar de gemeente ongelooflijk trots op mag zijn, ook al is het bescheiden,’ antwoordde hij. ‘Tegelijkertijd is het weer helemaal niet bescheiden: het is net zo bescheiden als dat iemand een nieuw middeltje tegen hoofdpijn uitvindt.’ Zijn alle cliché’s waar? Nee, niet alle. We hebben niet één keer spijt gehad dat we er aan zijn begonnen. En dankzij Vanstiphout word ik er aan herinnerd dat het best een bijzonder project is waar we deel van uitmaken.

Eeva Liukku Programmamaker debatcentrum Arminius

Tip! Bekijk de Tegenlicht documentaire ‘Bouw ‘t zelf’ over zelfbouw via tegenlicht.vpro.nl

en hoofdredacteur Vers Beton

arminius.nu versbeton.nl

89


private commitment

Integrated Community Development

Private commitment in stedelijke gebiedsontwikkeling

Š Charlotte Mens

De kansen van een Amerikaans ontwikkelmodel voor Amsterdam

90

Traditionele gebiedsontwikkeling is niet meer. De huidige bouwopgave gaat vrijwel niet meer over nieuwbouw op nieuwe ontwikkellocaties, maar over de transformatie van bestaand stedelijk gebied. Veel partijen experimenteren met nieuwe manieren van ontwikkelen. Een voorbeeld daarvan is Integrated Community Development (ICD), een nieuwe stijl van gebiedsontwikkeling, overgevlogen uit de Verenigde Staten. >>


private commitment

Amstel III

Nederlandse pensioenfondsen investeren in buitenlandse stedelijke gebiedstransformatie >> Een Amerikaans model voor

gebiedsontwikkeling Vooralsnog wordt Integrated Community Development (ICD) vooral in de Verenigde Staten toegepast. Het is een innovatieve manier van ontwikkelen waarbij hardware (de stenen), software (de gemeenschap) en orgware (publiek en privaat beheer) voor langere tijd bij elkaar gebracht worden, gecommitteerd aan één ruimtelijk transformatiegebied. Een zogeheten private community developer neemt (mede)verantwoordelijkheid voor de totale ontwikkelopgave, van gebouwde omgeving tot sociale infrastructuur en buurtvoorzieningen. Hij of zij houdt kantoor in het gebied en is daarmee dus fysiek aan de ontwikkelopgave verbonden.

Simea Knip

Programmamaker Pakhuis de Zwijger

Nicolaas Veltman

voorzitter MCD Kennisnetwerk en ontwikkelmanager Grontmij

grontmij.nl

De private community developer heeft als taak om via actief omgevingsmanagement goede contacten en vertrouwen op te bouwen met alle publieke, private én particuliere stake- en shareholders. Deze integrale aanpak zorgt voor een positieve waardeontwikkeling van het vastgoed op de langere termijn en zorgt daarmee voor een gunstig klimaat voor investeerders en beleggers. Ook Nederlandse pensioenfondsen investeren in stedelijke gebiedstransformatie aan de andere kant van de oceaan. In de VS lijkt deze manier van ontwikkelen goed aan te slaan. Zou dit ook mogelijk zijn in een Nederlandse, of meer specifiek: een Amsterdamse context?

We’re here to stay!

In Amsterdam-Zuidoost werkt Glamourmanifest aan de transformatie van het monofunctionele kantorengebied Amstel III. Bij het ontwerp en de aanleg in de jaren zeventig gold Amstel III als een state of the art werkgebied in het toenmalige ruimtelijke ideaal van functiescheiding. Wonen, werken, recreëren, maar ook vervoersstromen werden in Amstel III - net als in de rest van de Bijlmermeer - strikt van elkaar gescheiden. In de jaren negentig is er veel commercieel vastgoed ontwikkeld in Amstel III. Hoogconjunctuur, optimisme en ruim voorhanden investeringskapitaal zorgden voor in totaal zo’n 700.000 vierkante meter kantoorruimte. Inmiddels is de situatie in Amstel III veranderd. Nog steeds geldt het kantorengebied als het derde economische cluster van Amsterdam en werken er ruim 26.000 mensen. Er is echter ook sprake van een leegstandspercentage van rond de 25 procent. Werken, wonen en recreëren zijn tegenwoordig niet meer los van elkaar te zien. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen, waaronder de opkomst van het Nieuwe Werken, de vele ZZP’ers en kleine bedrijfjes, is de grens tussen werk en vrije tijd aan het vervagen. Daardoor zal er structureel minder vraag zijn naar kantoorruimte. Glamourmanifest organiseert daarom collectieve actie om van Amstel III een aantrekkelijke stadswijk te maken. >>

91


private commitment

Strategische handelingsprincipes

Strategische handelingsprincipes van ICD 1. Alleen de allerkrachtigste

(hoog)stedelijke regio’s komen in aanmerking. De autonome ontwikkelpotentie is daar dusdanig groot, dat een lange termijn private commitment haalbaar en legitimeerbaar is.

Amstel III heeft voor vastgoedinvesteerders veel potentie >> Dat is geen gemakkelijke opgave;

de grote diversiteit van stakeholders maakt het complex en tussen de verschillende groepen is er beperkt contact en vertrouwen. Daarnaast bestaat er nauwelijks gevoel van betrokkenheid en eigenaarschap onder de dagelijkse gebruikers van Amstel III, mede door het top-down, efficiënte ontwerp. Huurders van kantoren worden steeds kritischer en stellen hoge eisen aan hun werkomgeving wat betreft duurzaamheid, uitstraling en levendigheid. Bij onvrede zeggen bedrijven al snel hun huurcontract op, zonder eerst in gesprek te gaan over een mogelijke oplossing. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat het leegstandspercentage van 25 procent structureel is bij ongewijzigd beleid.

92

Amstel III voldoet met gemak aan de eerste drie criteria van ICD (zie voor toelichting van de criteria het kader). Het gebied is ten eerste een van de belangrijkste werkgebieden van Amsterdam. Daarnaast is sprake van een disfunctionele vastgoedmarkt, want het is te eenzijdig gericht op kantoren. Ook heeft Amstel III voor vastgoedinvesteerders veel potentie. De laatste twee criteria komen nog niet voldoende uit de verf. Een eerste schaap over de dam kan zorgen voor een flinke zet in de goede richting. Het is echter de vraag of Amstel III wel voldoende autonome ontwikkelpotentie heeft. Draagvlak van publieke en private partijen in het gebied is belangrijk om de transitie door te maken, maar er is meer nodig om tot een succesvolle privaat gestuurde ontwikkeling te komen. >>

2. Er moet sprake zijn van een

‘disfunctionele’ vastgoedmarkt. Dat wil zeggen dat vanuit vastgoedoptiek het potentiële transformatiegebied niet goed functioneert, bijvoorbeeld door een teveel aan kantoren of een tekort op het gebied van wonen en voorzieningen.

3. Er moet binnen afzienbare tijd sprake zijn van een behoorlijk ‘vastgoedinvesteringspotentieel’. Denk aan bedragen groter dan 100 miljard dollar in vijf tot tien jaar. 4. Er moet sprake zijn van

publieke eensgezindheid over de transformatie. Dat betekent dat zowel de overheid als de betrokken private partijen het eens moeten zijn over de opgave.

5. Ook private investeerders

moeten bereidheid tonen in het gebied te willen investeren. Dit heet het multiple investors principe.


private commitment

Glamourmanifest

glamourmanifest

© Glamourmanifest

>> Er moet ook een stimulerende commerciële

dynamiek ontstaan, gebaseerd op risicobereidheid en sturing op economische toegevoegde waarde van het gebied. Voor een positieve ambitie waar iedereen beter van wordt is altijd wel draagvlak te vinden. Er zal echter een eerlijk mechanisme moeten zijn waarop risiconemers worden beloond om de totale positieve ambitie ook daadwerkelijk waar te maken. In de VS zie je dat de ICDaanpak in een gebied vooral maatwerk is om de juiste ambitie te formuleren. Op basis van dat vertrouwen durven stakeholders zelf verbetertrajecten te starten en durven zij dat voor gezamenlijke rekening en risico te doen. Sietske Voorn van Glamourmanifest kan zich grotendeels vinden in deze analyse. Zij wil er wel nog iets aan toevoegen: ‘Juist in Amstel III, met haar zeer diverse groep stakeholders en geringe ondelinge bekendheid, is het van groot belang om met kleine, luchtige stappen te werk te gaan. Je begint in dit gebied niet op nul, maar in veel gevallen op min tien. Natuurlijk moeten er mechanismen ontstaan waarbij initiatiefnemers worden beloond. Daarvoor is het echter zaak om de ambitie en potentie van Amstel III duidelijker en bekender te maken onder alle betrokkenen.’ ••

Glamourmanifest is een onafhankelijk platform voor real-time gebiedstransformatie en wil levendig en aantrekkelijk stedelijke gebied creëren. Glamourmanifest verbindt alle lokale stakeholders met elkaar en met lopende initiatieven, maar ook met het vormen van de gebiedsvisie en nieuwe initiatieven, bedrijven en gebruikersgroepen. Hun missie: meer champagne, rozengeur, poëzie en romantiek in het dagelijks werkbestaan! Glamourmanifest heeft Amstel III in 2010 ‘geadopteerd’ en is meteen begonnen met het opbouwen van een netwerk en een goed imago. Aanvankelijk richtte Glamourmanifest zich voornamelijk op het bouwen van een lokaal netwerk, door middel van een website, nieuwsbrief en social media. Maar ook door vele gesprekken met stakeholders van Amstel III, variërend van vastgoedeigenaar tot gebiedsgebruiker. Uiteindelijke doel is Amstel III stapsgewijs te transformeren tot een sprankelende stadswijk. Glamourmanifest organiseert daarom activiteiten die het gebied direct meer uitstraling en een sociaal karakter geven. Ondermeer door het organiseren van een open netwerkborrel, het plaatsen van gouden tuinkabouters, het eendaags filmfestival MetroMovies en het planten van lelies in de openbare ruimte. Hierdoor worden werknemers van Amstel III verrast, en potentiële nieuwe doelgroepen tegelijkertijd aangesproken. Glamourmanifest wordt vanaf het begin al ondersteund door onder andere Projectbureau Zuidoostlob en Stadsdeel Zuidoost. Meer dan twintig vastgoedeigenaren, waaronder Grontmij, hebben zich inmiddels aangesloten.

glamourmanifest.nl

93


de circulaire stad

Afval is hip

mooie dingen van afval de Circulaire Stad Je zou ‘m maar hebben. Die geweldig mooie designertas waarvan er geen tweede is. Eentje die zo uniek is, dat de vraag waar je die vandaan hebt, geheid komt. Deze tas heb je niet gekocht in een of andere jaloersmakende verwegbestemming. Maar gewoon in Amsterdam-West. En gemaakt van afval. Je leest het goed, een eye-catcher van vuilnis.

Maartje Rooker

Tekstschrijver en marktonderzoeker

maartjerooker.nl

94

Ontwerpster Nienke van der Meulen maakt van oude bankstellen prachtige tassen en portemonnees. Geschikte leren banken hoeft ze niet eens te zoeken, ze fietst er dagelijks tegenaan. Bevalt de kleur, dan vilt ze binnen een uur de bank met haar stanleymes. Et voilà, het basismateriaal voor een nieuw product is in handen. Gratis en vooral hartstikke duurzaam. ‘Leer is zo’n mooi en sterk materiaal. Ideaal voor hergebruik. Mijn klanten zijn super enthousiast.’ >>


de circulaire stad

Rough Edge

>> Haar Rough Edge-productlijn is een schitterend voorbeeld

van de circulaire stad: een stad waarin efficiënt wordt omgegaan met grondstoffen, energie en afval. Om dit te realiseren moet het gangbare lineaire consumptiepatroon - maken, gebruiken en weggooien - worden omgezet naar een circulair systeem: een kringloopeconomie waarin afval zo veel mogelijk wordt vermeden, of wordt hergebruikt tot een nieuw product. En dat loont. TNO maakte bekend dat een toename van de Nederlandse circulaire economie maar liefst 7,3 miljard euro omzet kan opleveren.

Van geitenwollen sok naar hip product

Om dit te bereiken zijn nieuwe duurzame initiatieven essentieel om slimme verbindingen tussen kringlopen en mensen te leggen. Én om mensen bewuster te maken van de noodzaak van een duurzame samenleving om hen vervolgens tot duurzaam handelen te prikkelen. Vraag je de gemiddelde Nederlander of duurzaamheid belangrijk is, dan zal men meestal ‘ja’ zeggen. Informeer je vervolgens naar wat men concreet doet, dan komen veel mensen niet verder dan dat ze hun glas- en papierafval apart wegbrengen en gloeilampen voor energiezuinige oplossingen hebben vervangen. Maar het scheiden van afval is nog geen gangbare mores. Volgens het Parool wordt in Amsterdam slechts 18% van het afval aangeboden voor hergebruik. Steden als Rotterdam (24%) en Utrecht (43%) scheiden hun afval beter en het landelijke gemiddelde is zelfs 50%. >>

© Rachel Sender

95


de circulaire stad

Bee Inc.

>> Onderzoeksbureau Motivaction heeft de afgelopen jaren

veel onderzoek gedaan naar het duurzaamheidsthema, en publiceerde onlangs de whitepaper Vijf tinten groen. In deze paper worden de verschillende houdingen ten aanzien van duurzaamheid geanalyseerd. Zo keek men in de jaren zeventig heel anders tegen duurzaamheid aan dan nu. Destijds was de houding meer idealistisch en activistisch, met een zweem van geitenwollen sokken. Na het dreigende rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome moesten we vooral autarkisch en zuinig zijn; nog een keer dat theezakje gebruiken. Tegenwoordig is duurzaamheid noodzakelijk én hip, met high-techmogelijkheden en luxe designerproducten. Liever stelen we de show met een designmeubel gemaakt van sloophout, dan de doorsnee Ikea Klippan-bank. Onderzoeker en adviseur Jorrit Hoekstra van Motivaction: ‘In de jaren ’70 was iets goeds doen voor het milieu een vaag begrip en werd er vooral de nadruk gelegd op consuminderen. Minder input is minder output. Tegenwoordig wordt er, vooral door bepaalde bevolkingssegmenten, bewuster en kritischer gekeken naar wat men wél wil consumeren. Hierbij krijgt ook de circulaire economie steeds meer aandacht. Waar komt dit product vandaan en waarvan is het gemaakt?’ Dit vertaalt zich in de hedendaagse guilt-free consumption: genieten van je aankoop zónder je druk te hoeven maken om het negatieve effect van je product. Hoekstra voegt toe dat schoonheid nu een zeer bepalende keuzefactor is: we willen een product wél mooi vinden. Of lekker. De hedendaagse consument heeft meer dan ooit een houding van what’s in it for me? Prima om duurzamer te consumeren, maar het plaatje moet er ook goed uitzien.

duurzaamheid is allang niet meer ‘geitenwollen sokken’ 96

© Karin Bareman

De creatieve industrie leent zich bij uitstek voor inspiratie. Van afval worden door ontwerpers mooie producten gemaakt waar consumenten graag mee voor de dag komen, zoals de uit bankstellen gemaakte tassen van Nienke. Er zijn vele andere te gekke initiatieven. Zo zaagt Bee Inc. uit gerooid hout uit de stad en nabije omgeving zogenaamde bijenkristallen. Dit zijn bijenhotels waar de wilde bij een geschikte nestplaats vindt. Deze houten honingraat is ontwikkeld door bijenonderzoeker Bram Cornelissen en ontwerper Aad Kruiswijk die zich hiermee inzetten tegen de bijensterfte. Kruiswijk: ‘We gebruiken bomen die anders zouden worden versnipperd. Daar maken we een prachtig product van dat ook nog eens een ecologische bijdrage levert.’ De reacties zijn enthousiast. Niet alleen van consumenten die hierin een duurzaam hip cadeau zien, ook bedrijven en gemeenten zijn erg geïnteresseerd. KPN ziet een samenwerking voor hun Bee Aware campagne en de Gemeente Amsterdam heeft maar liefst 400 Bee Inc. bijenkristallen voor de Groene Loper besteld, een ‘groen’ gebied tussen de Amstel en het Tropenmuseum. Binnenkort is ook de Bee Inc. Bommed te koop. Dit is een biologische zaadbom met een selectie van wilde bloemen dat specifiek wilde bijen aantrekt. Plant je die in de buurt van de bijenkristal, dan hebben de bijen na consumptie meteen een overnachtingsplek. >>


de circulaire stad

The Upcycle

>> Een ander inspirerend voorbeeld van de circulaire stad zijn

de producten van The Upcycle. Fietsgraag Nederland laat duizenden fietsen achter op de schroothoop. In Amsterdam alleen al zijn dat er 40.000. Daar zien de creatievelingen Hidde van der Straaten en Lodewijk Bosman een micro circulaire economie in: van oude fietsen creëren zij nieuwe fietsen en andere producten, zoals riemen, portemonnees en lampen, jawel, van oude fietslampen.

© Jerry Kooyman

The Upcycle-producten worden gemaakt in een sociale werkplaats in de eigen stad. Zo blijft de productie lokaal en worden er minder transportkilometers gemaakt. Bosman: ‘Het is echt een positieve cirkel. Alles wat je doet is goed. Afval wordt omgezet in super gave producten. We zetten mensen aan het werk die nergens anders een baan kunnen vinden. We hebben enthousiaste klanten, en we verdienen ons geld ermee. Erg People - Planet - Profit dus.’ >>

97


de circulaire stad

Mud Jeans

onze netwerken kunnen de transitie naar een duurzame samenleving beinvloeden

>> Kleding leent zich ook uitstekend voor hergebruik. Zie de

immense populariteit van de vele tweedehandskleding die we modieus ‘vintage’ noemen. Innovatief in het hergebruik van kleding is het lease-a-jeans concept van Mud Jeans. In plaats van een spijkerbroek te kopen, lease je er gedurende een jaar eentje die gemaakt is van organisch en gerecycled materiaal. Elke maand betaal je een klein bedrag. Na een jaar ruil je je broek in voor een andere. De oude jeans wordt gerecycled tot een nieuwe waardoor er veel minder katoen nodig is en duizenden liters water worden bespaard. Ook de andere elementen van de broek zijn zeer duurzaam: knopen worden gemaakt uit gerecyclede materialen en de verpakking is hergebruikt. Zelfs de kaartjes aan de kleding zijn van overgebleven biologisch katoenen snijafval. De Mud Jeans-doelgroep wordt steeds breder. Naast low-waistmodellen voor jongeren, richt het bedrijf zich nu ook op een oudere afzetmarkt met hogere modellen. Robert Bongers van Mud Jeans: ‘Het gaat goed, we groeien en hebben nu een diverse klantengroep. We krijgen leuke reacties van over de hele wereld. Zo vertelde iemand dat de broek nog nooit zo eigen had gevoeld, terwijl ze de broek dus least.’

98

Hoe verder te groeien?

Hoewel het goed gaat met deze circulaire initiatieven, zijn de marges nog klein. Om een bredere doelgroep aan te kunnen spreken, is aansluiting met grotere instanties één van de mogelijkheden. Zo is Bee Inc. op de goede weg met interesse vanuit gemeenten en bedrijven. The Upcycle biedt zijn producten nu ook aan op de markt van relatiegeschenken. Mud Jeans heeft grote ambities en heeft hier extra kapitaal voor nodig, maar merkt dat banken nog huiverig zijn voor duurzame initiatieven. Jorrit Hoekstra van Motifaction onderschrijft dit: ‘Duurzaam is een containerbegrip en wordt door de maatschappij op verschillende manieren begrepen. Uit ons onderzoek blijkt dat de argumenten van duurzaamheidsprofessionals eenvoudigweg nog te weinig aansluiten bij de belevingswereld van changemakers in de samenleving en beslissers in het bedrijfsleven.’ De kracht van deze invloedrijke veranderaars is dat zij beschikken over uitgebreide netwerken, actief zoeken naar nieuwe oplossingen en anderen weten te enthousiasmeren. Hiermee kunnen zij een transitie naar een duurzame samenleving (sterk) beïnvloeden. Zij hechten óók aan aspecten van duurzaamheid, maar vaker vanuit een eigen motivatie: interesse in trends, innovatie en technologie. >>


de circulaire stad

>> Deze waarden sluiten niet 100% aan bij de veel

idealistischer ingestelde duurzaamheidsinitiatieven, met als gevolg dat ambities niet volledig op één lijn liggen. Gelukkig zijn de genoemde initiatieven op de goede weg door hun netwerk uit te breiden met diverse instanties. ‘Zoek gedeelde belangen en stel concrete doelen,’ adviseert Hoekstra. ‘Zeg niet alleen dat je duurzaam wilt handelen, maar ook dat je hiermee bijvoorbeeld het waterverbruik met 30% naar beneden schroeft of zoveel kilo leer wilt recyclen. Spreek de taal van changemakers en het bedrijfsleven.’ Hij voegt toe: ‘En zeer belangrijk: verplaats je in je doelgroep. Wat leeft er onder hen, hoe kunnen zij worden verleid tot aankoop en hoe moet je ze aanspreken? Praat met ze.’ Er zijn positieve tekenen aan de wand dat de circulaire stad een gedeelde ambitie wordt. Op 12 november 2013 werden er in Amsterdam maar liefst twee Green Deals gesloten. De één betreft circulair inkopen waarbij koplopers uit het bedrijfsleven en publieke sector zich richten op het inkoopbeleid. Ondertekenaars zijn onder andere ABN AMRO, de Gemeente Amsterdam, Alliander, ING, Royal HaskoningDHV en ASR. De ander betreft een positie van Nederland en met name Amsterdam als hotspot voor een circulaire economie. Samen met de overheid, de Amsterdam Economic Board en belangenorganisaties MVO Nederland en Circle Economy worden vijftig initiatieven gestart die duurzame groei stimuleren. De creatieve industrie zal hier met alle inspirerende initiatieven een stimulerende rol in hebben. Er liggen veel kansen voor prachtige duurzame producten, een ondernemende geest en een groeiende belangstelling. En een funky fietslamp op je kantoordesk is natuurlijk veel gaver dan die standaardvariant van de groothandel. ••

motivaction.nl vandermeulennienke.nl beeinc.nl theupcycle.nl nl.mudjeans.eu In 2014 zal de programmareeks ‘de Circulaire Stad’ in Pakhuis de Zwijger gecontinueerd worden.

column

op zoek naar de ziel De meest natuurlijke reactie van de mens op een crisis, instabiliteit of dreigend gevaar is een veilige plek zoeken. Maar om een veilige plek te vinden moet je weten waar het gevaar vandaan komt. Dat is volgens socioloog Zygmunt Bauman tegenwoordig moeilijk vast te stellen omdat onze angsten abstract zijn. We voelen een ondefinieerbare angst voor het einde van de wereld of een volgende economische crisis. Daardoor zijn we geneigd ons permanent naar binnen te keren en alles wat vreemd en anders is te wantrouwen. Die naar binnen gekeerde beweging lijkt logisch, maar toch is er ook een beweging van mensen aan de gang die juist naar buiten trekt. Mensen die middenin de wereld staan en via lokale initiatieven zoeken naar maatschappelijke en innovatieve vormen die ons een houvast kunnen bieden, ook in tijden van crisis. Maar deze zogenaamde ‘beweging’ is nog jong en kwetsbaar. Om te begrijpen wat het kan betekenen moeten we haar in beeld brengen. Dat is een taak voor schrijvers, journalisten, filosofen en kunstenaars. In mijn werk, als journalist en theatermaker, begeef ik me graag in die beweging. Op de glibberige zijweggetjes en de nog niet belopen paden vind ik mijn verhalen. Toch is er een groot verschil: waar de journalist de beweging enkel beschrijft, kan de kunstenaar binnendringen in de ziel van zo’n beweging. Zij of hij luistert, kijkt, voelt en denkt. Dit maakt de beweging menselijk en daarmee toegankelijk. Om te zoeken, moet je naar buiten. Engageer je met de ruimte die je omgeeft, bevraag, wees vooral niet bang om iets niet te weten. Bedenk dat we het allemaal niet weten. Samuel Beckett helpt ons herinneren: ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.’ Twijfel. Infiltreer als een Trojaans Paard, teken op wat je ziet, kras het bij nader inzien weer door. En als je klaar bent, keer terug naar het theater en deel het met de toeschouwer. Daar ligt een belangrijke taak voor de hedendaagse theatermaker.

Anoek Nuyens

schrijver, theatermaker en dramaturg

anoeknuyens.com Dit is een verkorte versie van de column die Anoek Nuyens uitsprak tijdens de talkshow HALf6. ahk.nl/half6

99


ACICE_advertentie205x270.pdf

1

17/12/13

17:10

Talent + Knowledge + Business Amsterdam Creative Industries is het landelijke Centre of Expertise voor de creatieve industrie en ICT. Founding Partners Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland hebben met het Centre één voordeur gecreëerd voor praktijkgericht onderzoek, onderwijs en scholing. Zo zijn met Amsterdam Creative Industries 33 creatieve industrie en ICT opleidingen,10 locaties, 13.000 studenten en 20 lectoraten voor de industrie ontsloten.

Meer weten? www.amsterdamcreativeindustries.com


Schat aan grondstoffen

Afvalwater als bron

schat aan grondstoffen Hoe haal je nog meer uit afvalwater?

Nicole SantĂŠ

Freelance (cultuur)journalist onder meer voor Oor, Ad Valvas, Het Goede Leven en de Filmkrant

Een dak dat de opvang van regenwater regelt. Douchewater dat zichzelf verwarmt. Urine waar biogas uit wordt gewonnen. Het zijn een paar voorbeelden van innovatieve projecten waar het Amsterdamse Waternet een grote rol in speelt. Projecten die leiden tot een duurzamere stad, maar ook tot bijzondere samenwerkingen. >>

101


Schat aan grondstoffen

>> André Struker en Kees van der Lugt zijn beide werkzaam bij

het Strategisch Centrum van Waternet. Dit bedrijf werd in 2006 door het Waterschap Amstel Gooi en Vecht en de gemeente Amsterdam opgezet met als doel de efficiency en effectiviteit van de watercyclus te vergroten: doelmatigheid, duurzaamheid en het verbeteren van de dienstverlening.

Samenwerking

Struker: ‘De doelstellingen op het gebied van duurzaamheid zijn: klimaatneutraal worden in 2020 en zo effectief mogelijk omgaan met grondstoffen. Op de raakvlakken van water en energie, en water en afvalstoffen proberen we in dat kader concrete projecten van de grond te krijgen.’ Samenwerking is daarbij onontbeerlijk en Waternet maakt dan ook deel uit van verschillende netwerken en verbanden, met kennispartijen, bedrijfsleven en andere overheden. Zoals Amsterdam Smart City, Amsterdam Economic Board, Biobase Connection en Clean Capital, dat volgend jaar als een zelfstandige organisatie te werk gaat. De samenwerkingsverbanden leiden tot goede ideeën, kruisbestuiving, en concreet tot snellere invoering van innovaties en het op de markt zetten van slimme producten. Sinds november van dit jaar is er een structurele samenwerking met het Afval Energie Bedrijf (AEB) en het Havenbedrijf Amsterdam. Er is een aantal duurzame en innovatieve projecten opgezet dat binnen afzienbare tijd resultaten moet opleveren. Van der Lugt: ‘Als Waternet hebben we veel kennis en kunde, maar we kunnen ook veel laten zien. Ons gebied bestrijkt niet alleen Amsterdam, maar ook landelijk gebied tot aan Utrecht; heel divers en dynamisch dus. We willen innoveren en laten zien dat het kan.’

Biogas en struviet

Nu gaan we ook stoom terugkrijgen, waarmee het slib nog verder ontleed kan worden en er nog meer biogas uit geproduceerd kan worden. Het is een soort kleine kringloop, die de hele productieketen een stap verder brengt.’

Struviet

Een ander aansprekend project is de winning van struviet uit afvalwater. ‘Onze zuiveringsinstallaties werkten op een goed moment minder efficiënt doordat stoffen zich hechtten aan de binnenkant van de buizen,’ vertelt Van der Lugt. ‘Bij nader onderzoek bleek het struviet, de basis voor kunstmest.’ Struker: ‘We halen dat er nu uit voordat het afvalwater de buis in gaat. In eerste instantie levert het nog niet veel aan product op, maar de investeringen verdienen zich al terug door besparingen op onderhoud en beheer. Door binnen ons netwerk te roepen dat we struviet hebben, komen de marktpartijen, zoals producenten van kunstmest, vanzelf.’ Van der Lugt: ‘Nu wordt fosfaat nog geïmporteerd uit bijvoorbeeld Marokko en Jordanië - dus van buiten de Europese Unie. Omdat fosfaatwinning eindig is, zullen alternatieven nodig zijn voor bijvoorbeeld de productie van kunstmest. Dit project levert daar een bijdrage aan en past bovendien in de doelstelling van de Europese Unie om voor grondstoffen minder afhankelijk te worden van landen buiten de EU.’ Het idee is opgepakt in het samenwerkingsverband Biobase Connection. >>

Biogas

Een mooi voorbeeld van innovatie en samenwerking met het AEB en het Havenbedrijf is het winnen van biogas uit afvalwater. ‘Bij het schoonmaken van afvalwater komen gassen vrij die je kunt omzetten tot brandstof,’ vertelt Struker. ‘We zuiveren dat tot zo’n niveau dat het weer in het aardgasnet kan komen. We produceren inmiddels tien miljoen kuub gas per jaar en de auto’s van Waternet rijden erop. In het havengebied komen veel afvalstromen samen. Door die te clusteren kunnen we de productie vervier- of vijfvoudigen. Op dit moment zijn we met al die andere bedrijven in overleg om tot die clustering te komen.’ Bij de zuivering van het afvalwater blijft ook slib achter, een residu dat verbrand wordt bij het AEB. Van der Lugt: ‘Daarvoor krijgen we electriciteit terug waarmee onze zuiveringsinstallatie wordt aangedreven.

102

Snellere invoering van innovaties door samenwerking


Schat aan grondstoffen

>> ‘We hebben daar laten vallen dat we bezig zijn met een

struvietinstallatie. Daarvoor gebruiken we bijvoorbeeld de urine uit de watervrije toiletten die vanwege de duurzaamheid in de Heineken Music Hall zijn geïnstalleerd. Schiphol kwam deze innovatie ter ore. De luchthaven verwerkt maar liefst vijftig miljoen reizigers, zodoende kan nog veel meer urine hiervoor worden ingezet.’

Papier

Net als struviet, is ook cellulose een interessant bijproduct van het zuiveren van afvalwater. Struker: ‘Een van onze medewerkers kwam met het idee een nog fijnere zeef te gebruiken voor het water de zuiveringsinstallatie ingaat. Zo wordt nog meer cellulose afgevangen. Opvallend was dat er veel papier achterbleef. Als je dat apart zet, heb je plotseling een interessant product. Er zijn al marktpartijen heel enthousiast: het cellulose kan worden gebruikt als mengmiddel voor asfalt. Daarover zijn wij iets minder enthousiast, omdat daarmee de waarde van het product wordt gedegradeerd. Maar er is ook een bedrijf dat het wil benutten als vulmiddel voor bio-composiet, waarmee je hoogwaardige producten als verkeersborden of meubelen kunt maken.’ Niet alleen afvalwater inspireert tot innovatieve ontwikkelingen, ook bijvoorbeeld douchewater. Begin 2014 worden in een studentenflat in Uilenstede zogenaamde douchewarmtewisselaars geplaatst, waarmee op eenvoudige wijze het wegstromende warme douchewater wordt gebruikt om het instromende koude water te verwarmen. Van der Lugt: ‘Dat betekent een lagere energierekening, dus dat zou iedereen eigenlijk moeten willen. De vraag is alleen: wie neemt het initiatief? Omdat het nog niet duidelijk is wat het precies oplevert en welke haken en ogen eraan zitten, blijven logische partijen als woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars stilzitten. Met deze pilot, waarin we samenwerken met een woningbouwvereniging, kunnen we zien hoe het in de praktijk werkt, wat de kosten zijn en wat het oplevert. We hopen dat marktpartijen, zoals energienetwerkbedrijf Alliander, er daadwerkelijk iets mee gaan doen.’

Polderdak

Sommige innovaties leveren direct zichtbare resultaten, zoals het Polderdak op de recent geopende broedplaats Old School, aan de voet van de Zuidas. Het dak van het herontwikkelde voormalige ROC vangt het regenwater op, zodat er geen wateroverlast ontstaat. ‘Dat bestaat al langer,’ aldus Van der Lugt. ‘Maar normaal wordt bij dit soort sedumdaken het water opgenomen, het verdampt

Old School

en stroomt vervolgens door naar het riool. Hier komt het water terecht in een berging waar het op elk gewenst moment kan worden afgevoerd naar de riolering, of het oppervlaktewater. Bijzonder is ook dat het hele proces op afstand bestuurd en gemonitord kan worden.’ De vochtigheid van het dak wordt precies geregeld - belangrijk omdat daar ook de kruidentuin van het inpandige restaurant zich bevindt. Voor Waternet was dit een bijzondere onderneming, omdat hiermee ruimte werd gegeven aan eigen initiatief op het gebied van watercompensatie. Struker: ‘Regenwater dat op verharde oppervlakten zoals gebouwen valt, moet opgenomen worden door de ondergrond. Vaak wordt dit gecompenseerd door ruimte voor extra oppervlaktewater te creëren. In dit geval gebruiken we de wateropslagmogelijkheden van een groen dak. We gaan het twee jaar intensief volgen, om inzicht te krijgen in de resultaten en om in te grijpen als het toch niet goed gaat.’ De innovatoren zijn heel enthousiast over de mogelijke reikwijdte van een dergelijk project. ‘Het is een heel interessant product,’ aldus Van der Lugt. ‘Als je dit in de stad kunt uitdragen, is iedereen erbij gebaat. Het is een vorm van isolatie, waterberging en een extra groenvoorziening. Het zou prachtig zijn als we dit zouden kunnen koppelen aan een initiatief als dat van Wubbo Ockels, die de uitdaging aangaat om twee hectare natuur extra op de daken in de grachtengordel te bewerkstelligen.’ Struker beaamt dat: ‘Amsterdam zou er een stuk groener uit gaan zien. En je hebt mooie koppelingen met andere sectoren: water, energie en voedsel. Dat is precies wat we zoeken.’ Alle innovaties leiden uiteindelijk tot een duurzame stad - en daarmee tot een aantrekkelijke plek voor bedrijven uit binnen- en buitenland. Van der Lugt: ‘Met al deze voorbeelden wordt Waternet het visitekaartje van Amsterdam. We lokken bedrijven naar de regio en zorgen voor de export van innovatieve producten.’ ••

waternet.nl oldschoolamsterdam.com

Meer Amsterdamse initiatieven die innovatief met hun afvalwater omgaan:

hannekesboom.nl schoonschip.nl metabolic.nl degroenegriffioen.nl

103


Een bank die met u samenwerkt

en haar netwerk met u deelt.

De Rabobank biedt u de kracht van de coรถperatie. Als coรถperatieve bank gelooft de Rabobank in de kracht van het collectief. Samen bereik je immers meer dan alleen. Daarom kunt u niet alleen gebruik maken van onze kennis, maar ook van de kennis van onze klanten. Zo komen we samen verder.

www.rabobank.nl/amsterdam Samen sterker


Opnieuw in de belangstelling

De coöperatie

Geld verdienen met idealen

De coöperatie is terug

© Aukje Dekker

Een leegstaand gebouw omvormen tot buurtcentrum of werkplek voor creatieve bedrijven, verantwoord voedsel inkopen, duurzame energie opwekken. Steeds meer maatschappelijk betrokken burgers en ondernemers ontdekken dat je in een coöperatie idealen en inkomsten goed kunt combineren.

Richard Mooyman

Freelance journalist voor onder andere Het Parool

richardmooyman.nl

De coöperatie staat sinds het uitbreken van de crisis opnieuw in de belangstelling. Sommigen beschouwen de coöperatie zelfs als het antwoord op de excessen van de vrije markteconomie. De leden zijn immers de baas, niet hijgerige topmanagers die worden opgejaagd door beurskoersen en bonussen. Nieuwe coöperaties zijn vaak kleinschalige initiatieven die niet alleen de buurt of de wereld een beetje beter proberen te maken, maar ook inkomsten willen genereren. Want een coöperatie is een onderneming, die eigendom is van de leden. >>

105


De coöperatie

Afrikaanderwijk Coöp

Betaald werk dankzij buurtcoöperaties In de Afrikaanderwijk in Rotterdam koken buurtbewoners in de Wijkkeuken of maken ze kleding in het Wijkatelier. In de buurt gemaakte spullen zijn te koop in de Wijkwinkel. Vrijwilligerswerk? Nee, het gaat om coöperatieve werkplaatsen waar geld wordt verdiend. Zo’n zestig mensen hebben betaald werk dankzij nieuwe coöperaties die deze achterstandswijk sterker moeten maken, zowel in economisch als sociaal opzicht. In een voormalig gemaal opende begin 2013 ook het Wijkwaardenhuis de deuren, een plek voor nieuwe samenwerkingsvormen, ontmoetingen, cursussen, debat en presentaties. Drijvende kracht achter al deze initiatieven is de stichting Freehouse van beeldend kunstenaar Jeanne van Heeswijk. In 2008 begon zij op de kwakkelende Afrikaandermarkt met het ontwikkelen van nieuwe producten, diensten en kramen. Mede dankzij de samenwerking met kunstenaars en ontwerpers kreeg de markt een nieuwe impuls. De Wijkkeuken en het Wijkatelier draaien volgens Van Heeswijk ‘heel redelijk’ gezien de economische situatie. ‘Er hoeft geen geld bij, ze zijn subsidievrij. Voor de Wijkwinkel geldt dat nog niet. Dat is meer een showcase voor dingen uit de buurt.’ Coöperaties kunnen de positie van de wijk versterken, zegt Van Heeswijk. Zowel op financieel als sociaal gebied. ‘Vaak wordt er in de Afrikaanderwijk door anderen geld verdiend, zoals consultants of uitzendbureaus. Maar niet door mensen in de wijk zelf. Een coöperatie kan ervoor zorgen dat wat er in de wijk wordt gemaakt en verdiend, ook in de wijk blijft. Het gaat dan niet alleen om geld, maar ook om kennis en talent. Dat willen we hier houden en verder ontwikkelen. De meerwaarde moet ten bate komen aan de wijk.’ De verdiensten vloeien volgens een verdeelsleutel terug in de wijk, aldus Van Heeswijk. Naar culturele en sociale programma’s, maar ook naar gelieerde bedrijven. De middenstand profiteert eveneens. ‘We proberen zo veel mogelijk lokaal in te kopen. In plaats van naar de groothandel te rijden, doen wij inkopen op de markt.’ Daarnaast verdienen dus zestig mensen een boterham dankzij de coöperaties.

De inkomens zijn min of meer gelijkwaardig, aldus Van Heeswijk. ‘We proberen het een beetje eerlijk te verdelen. Het verschil tussen het hoogste en laagste inkomen is niet groot.’ Volgens Van Heeswijk is nu de tijd rijp voor een volgende stap: een overkoepelende coöperatie. Deze Afrikaanderwijk Coöp moet gaan meedingen naar opdrachten die te groot zijn voor kleinere buurtinitiatieven. ‘Bij een Europese aanbesteding krijg je te maken met allerlei voorwaarden. Verzekeringen, certificeerbaarheid, een administratie die moet zijn ingericht volgens een bedrijf als Deloitte. Voor een wijkkeuken is dat natuurlijk ridicuul en niet haalbaar. Maar via een overkoepelende coöperatie kan je dat soort zaken wel regelen.’ Naast de coöperatieve werkplaatsen kunnen ondernemers en stichtingen uit de buurt meedoen onder de paraplu van deze grote wijkcoöp. ‘Diensten en services die van buiten komen, gaan we in de wijk zelf organiseren.’ Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld schoonmaak, onderhoud en zorg. Van Heeswijk waarschuwt dat buurtcoöperaties geen excuus voor de overheid mogen zijn om te bezuinigen, of zich terug te trekken. ‘Het is zeker niet de bedoeling dat de overheid het budget voor buitenonderhoud schrapt met als argument dat de buurt het zelf wel kan doen.’

wie is jeanne van heeswijk? Jeanne van Heeswijk (1965) is beeldend kunstenaar. Sinds 2008 zet zij zich met Stichting Freehouse in voor de Rotterdamse Afrikaanderwijk, onder meer door het opzetten van collectieve werkplaatsen.

jeanneworks.net

106

freehouse.nl


De coöperatie

Open Coöp

>> Er mag winst worden gemaakt. Dat geld

kan worden gebruikt voor de coöperatie of ideële projecten, maar mag ook aan de leden worden uitbetaald. De coöperatie lijkt misschien een modern fenomeen, maar het tegendeel is waar. De eerste coöperaties van boeren en arbeiders ontstonden al in de negentiende eeuw. Nederland telt ruim 2600 coöperatieve bedrijven, waaronder bekende namen als Rabobank, Friesland Campina en Achmea. Artsen, accountants en advocaten werken ook wel samen in coöperaties. Niets nieuws dus? Toch wel. Er is sprake van een herontdekking en herwaardering van de coöperatie. Het aantal groeit, onder meer op het gebied van energie, voedselinkoop en leefbaarheidsprojecten. Voorbeelden zijn de Open Coöp in Amsterdam en de buurtondernemingen van Freehouse in Rotterdam. Maar er gebeurt meer. De nieuwe coöperatie Amsterdam Energie heeft als doel om groene energie (uit zon, wind, biovergisting) op te wekken en af te nemen. Foodcoop Amsterdam noemt zich een ‘duurzame, culinaire do-it-yourself-supermarkt’. Voedsel wordt zoveel mogelijk lokaal bij boeren en de groothandel ingekocht. Leden kunnen hun boodschappen op vaste dagen ophalen, maar het is wel de bedoeling dat ze een handje helpen. Vokomokum is een biologische en vegetarische voedselcoöperatie, die op een soortgelijke manier werkt. In de Baarsjes wordt een voormalig schoolgebouw gerund door de wijkcoöperatie MidWest, opgericht door buurtbewoners. In deze ‘creatieve verzamelplek’ worden studio’s, vergaderruimte en werkplekken verhuurd. Ook is er ruimte voor theater, muziek en filmvoorstellingen. Het rendement, zowel financieel als sociaal, vloeit volgens MidWest terug naar de wijk. >>

Open Coöp

© Open Coöp

Eigenwijze, creatieve ondernemers die samenwerken. Een community op basis van vriendschap en ondernemerschap. En niet te vergeten een biologische kantine, met zelfgebrande koffie en bier uit eigen brouwerij. Welkom bij de Open Coöp in Amsterdam-Noord, ‘een anarcho-kapitalistisch experiment in gedeeld eigenbelang’. De Open Coöp beoogt een kruisbestuiving tussen technologie, kunst, eten, ambacht en ontwerp. De Open Coöp is geen gesubsidieerde broedplaats, beklemtoont initiatiefnemer Thijs Middeldorp van Partizan Publik en Amsterdam Energie. ‘De coöperatie is een bedrijf.’ De leden investeren in de coöperatie, maar delen ook in de winst. Met de kantine, workshops en evenementen heeft Open Coöp ook een publieke functie. Middeldorp: ‘De coöperatie is een economische vereniging met verschillende praktijken, zoals architecten, vormgevers, campagnemakers en webprogrammeurs. Ook hebben we eigen koks en een koffiebrander.’ Onder de zeventien deelnemende bedrijven bevindt zich DUS Architects, dat een grachtenpand bouwt met een grote 3D-printer. ‘We besmetten elkaar in denken en handelen,’ zegt Middeldorp. Een ander voordeel volgens hem: Open Coöp is een soort gezamenlijk merk. Dat kan helpen bij het binnenhalen van nieuwe klanten en opdrachten. ‘Alle leden die ergens een bedrijfspresentatie of pitch doen, vertellen over Open Coöp. Zo help je elkaar. En ook huren we elkaar in voor klussen. Samen staan we sterker.’

opencoop.nl partizanpublik.nl

107


De coöperatie

>> De directe omgeving krijgt een

opknapbeurt en er komt een buurtboomgaard. Interessante initiatieven die bijdragen aan de hernieuwde glans van de coöperatie. Toch doen burgers en ondernemers die ook een coöperatie willen oprichten er verstandig aan om kritisch te bekijken of dit wel de beste organisatievorm is. Een coöperatie is een onderneming die winst kan uitkeren aan de leden. Als er geen winstoogmerk is, kan een vereniging een goed alternatief zijn. ‘Dat is laagdrempeliger,’ zegt Josta de Hoog, die bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur onderzoek deed naar coöperaties. ‘Je hoeft voor de oprichting niet altijd naar een notaris, zoals bij een coöperatie. Vooral voor burgerinitiatieven kan een vereniging interessant zijn.’ De Hoog waarschuwt voor te hoge verwachtingen rond coöperaties. ‘Er is in zekere zin sprake van een hype, maar een coöperatie is niet de oplossing voor zaken als de financiële crisis, dat is te abstract.’ Waarvoor dan wel? ‘Een coöperatie kan goed werken om een concreet probleem aan te pakken. Als je inkoopt als coöperatie heb je meer macht om veranderingen te bewerkstelligen dan als individu.

108

De financiën

Je kunt dus effectiever werken aan bijvoorbeeld een transitie naar een duurzame energie- en voedselvoorziening.’ Formuleer een duidelijk doel, adviseert De Hoog. Ook als er een idealistische kant aan zit. Thijs Middeldorp van Open Coöp raadt hetzelfde aan. ‘Een helder en zakelijk geformuleerd kerndoel geeft focus. Je kunt heel lange discussies krijgen als een appelcoöperatie ook peren wil gaan verkopen. En zorg dat je ongeveer dezelfde tijdshorizon hebt, gaat het om één jaar of twintig jaar?’

coöperatie is niet de oplossing voor alle problemen De Open Coöp is geen losse verzameling ondernemers, aldus Middeldorp. ‘We delen emoties over anders omgaan met eigenaarschap - boosheid, maar ook om nieuwsgierigheid en vrolijkheid. De meeste mensen hier hoeven niet veel geld te verdienen, maar het moet wel een eerlijke boterham zijn. We besmetten elkaar in denken en handelen.’ Behalve het gezamenlijk huren van het voormalig pand van Shell aan de Tolhuisweg is het doel van de coöperatie om een vernieuwende bijdrage te leveren aan het oplossen

van maatschappelijke vraagstukken. Aan goede bedoelingen en ambities dus geen gebrek. Nieuwe leden moeten zich inkopen. Voor een bedrijf komt dat neer op een bedrag van enkele duizenden euro’s. Maar niet iedereen wordt toegelaten. ‘We bewaken de diversiteit van de groep en het moet wel klikken.’ Middeldorp vindt het heel spannend om met een coöperatie te experimenteren. ‘Coöperaties bestaan al zo’n 150 jaar, maar wij zijn wel de eerste creatieve coöperatie.’ Het blijft dus een beetje pionieren, maar dat maakt het volgens Middeldorp ook leuk. Volgend punt: de financiën. Ontwikkel een goed businessmodel, zegt De Hoog. ‘Dat is ook belangrijk als je geen winst wil maken. Je moet er dan wel voor zorgen dat je geen verlies maakt.’ Open Coöp maakt inmiddels winst, voornamelijk uit de verhuur van ruimtes en de omzet van de kantine. Middeldorp: ‘Een deel blijft in de coöperatie, een ander deel keren we uit aan de leden.’ Andere belangrijke tip van De Hoog: ‘Denk na over een goede manier om leden te betrekken.’ Besluitvorming kan bij een coöperatie wel wat langer duren, aldus De Hoog. ‘Dat kan nadelen hebben, maar dat hoeft niet altijd.’ >>


De coöperatie

>> Bij Open Coöp besluiten leden

via het consensusmodel, vertelt Middeldorp. ‘Dat is behoorlijk traag. Je moet iedereen mee zien te krijgen. Als een lid belangrijke bezwaren heeft, dan moeten we daar wel iets mee doen. Sommige leden willen graag dat we gezamenlijk gaan acquireren, anderen hebben daar geen behoefte aan.’ Middeldorp is heel positief over coöperaties, maar ook hij waarschuwt voor te hooggespannen verwachtingen. ‘Aan coöperaties kleven tegenwoordig buzz-woorden als do-it-yourself, idealisme en zelfredzaamheid. Dat is allemaal prima, maar we moeten wel nuchter blijven. Een coöperatie is niet de oplossing voor alle problemen. Toch ben ik wel heel blij dat er nu op brede schaal wordt nagedacht over eigenaarschap.’ Na ruim anderhalve eeuw is de coöperatie als organisatievorm dus nog lang niet versleten. Met een coöperatie kun je ook 21ste-eeuwse vraagstukken te lijf. Zorg in ieder geval wel voor een helder geformuleerde doelstelling en voldoende aandacht voor financiën en ledenparticipatie. Prettige vergadering! ••

amsterdamenergie.nl foodcoop.nl vokomokum.nl midwestamsterdam.wordpress.com

column

een nieuwe lokaliteit Op nieuwamsterdam.nu staat een interactieve kaart die Pakhuis de Zwijger afgelopen zomer maakte van meer dan honderd bottom-up initiatieven die de laatste jaren zijn opgekomen in de stad. Het treffende van de kaart is dat het in één beeld de ‘sociale energie’ van de stad zichtbaar maakt. Zie hier de kracht van het lokale. De groeiende golf aan lokale initiatieven is een wereldwijde beweging. Er is een nieuw elan van zelf doen, maken en ondernemen in de buurt. Lokaal gebruik van internet leidt tot allerlei nieuwe communities. De herwaardering van het lokale is één van de kenmerken van een nieuwe tijdgeest. We zien de opkomst van een nieuwe mentaliteit en cultuur die ik ‘sustainisme’ heb genoemd, gericht op sociaal duurzame levenstijlen. Één voorbeeld: de enorme groei van lokale boerenmarkten. In de VS waren er vijftien jaar geleden een paar duizend, nu zijn er meer dan 8000 lokale boerenmarkten. Iedere week komen er wel vier of vijf bij. Lokaal is de nieuwe trend. Maar het zou een vergissing zijn om de drang naar het lokale te zien als een romantische terugkeer naar het dorpsleven. In een tijd dat we 24/7 verbonden kunnen zijn met de rest van de wereld, staat ‘lokaal’ niet meer tegenover ‘mondiaal’. Zeker in onze stedelijke leefstijl, zijn we tegelijk buurtbewoners en wereldburgers. Think global, act local is één van de slogans van de duurzaamheidsbeweging. In het sustainisme-tijdperk is ‘lokaal’ niet zo zeer een plaatsbepaling, een locatie op de kaart, maar wordt het een kwaliteit an sich. Een uiting van lokale verbondenheid en menselijke maat. Het zijn lokale relaties die betekenis geven aan ‘het lokale’. Samen met buurtbewoners iets opbouwen in de wijk, iets delen of uitwisselen, weten wie je brood bakt. Dat de lokale boerenmarkt je in contact brengt met de boer is minstens zo belangrijk als de lokale herkomst van de producten. ‘Lokaal’ als verbindende kwaliteit is dus iets anders dan lokaal als aanduiding van schaal of locatie. Willen we meesurfen op de golf van de sociale energie die spreekt uit de kaart van Nieuw Amsterdam dan zullen we op allerlei manieren het lokale opnieuw moeten uitvinden, benoemen en vormgeven. Zo maken we nieuwe vormen van lokaliteit.

Michiel Schwarz Sustainism Lab

sustainism.com © Stefan Wieland / Etsy

109


STADSDORPEN

Zorgcoöperaties

Stadsdorpen in Amsterdam Amsterdamse ouderen zorgen voor elkaar Voor een dorpsbewoner is het de normaalste zaak van de wereld: als buren zorg je voor elkaar. Is de buurman ziek dan ga je langs met een pan soep. Buren en familie regelen onderling de extra zorg die een bejaarde tante tijdelijk nodig heeft. In de stad ligt dat anders. Het stadse leven is individualistisch. Het is niet vanzelfsprekend dat je de buren kent, laat staan dat je ze vraagt om boodschappen voor je te doen. Voor veel ouderen is dat problematisch. Bij wie klop je aan als vrienden en familie niet in de buurt wonen of geen tijd voor je hebben? Toch willen steeds meer ouderen in de stad zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dat wil ook het kabinet. De drempel voor een plaats in een verzorgingstehuis wordt vanaf 2015 veel hoger. Leonoor Bergen

Programmamaker Pakhuis de Zwijger

In de inmiddels twintig Amsterdamse stadsdorpen helpen senioren elkaar om zo lang mogelijk actief, gezond en veilig thuis te blijven wonen. StadsdorpZuid, het meest bekende en oudste stadsdorp is geïnitieerd door een betrokken groep buurtbewoners uit de Apollo- en Prinses Irenebuurt. Initiatiefnemer en voorzitter Jacques Allegro hield zich in 2009 bezig met vergrijzingsproblematiek. In dat kader maakte hij reizen naar Duitsland en de Verenigde Staten.

110

Vooral de aanpak van het Amerikaanse Village to Villagenetwerk inspireerde hem tot de oprichting van StadsdorpZuid. Het Village to Village-netwerk zoekt de oplossing voor vergrijzingsproblemen in grote steden niet in het opzetten van nieuwe voorzieningen, maar in wat er binnen de gemeenschap al bestaat. Village to Village wil ‘dorpen’, of die zich nu in landelijke gebieden of in de grote stad bevinden, ondersteunen door ledenorganisaties op te richten die de gevolgen van de vergrijzing kunnen opvangen. De dorpen worden bestuurd door leden en geleid door vrijwilligers en betaalde stafleden.

Zij zorgen voor betaalbare diensten zoals transport, gezondheidsprogramma’s, klussen, sociale en educatieve activiteiten. Allegro liet zich ook inspireren door het Brabantse dorp Hoogeloon, de allereerste zorgcoöperatie van Nederland. Zorgcoöperatie Hoogeloon, opgericht in 2005, is in alle opzichten een succesverhaal. Veel ouderen klaagden voorheen dat er in het dorp te weinig thuiszorg was. Voor bepaalde diensten moest men reizen naar het nabijgelegen Bladel. Voor zorginstellingen was het niet rendabel om in het kleine Hoogeloon te werken. >>


STADSDORPEN

>> De inwoners van Hoogeloon hebben

daar een stokje voor gestoken door hun eigen zorgcoöperatie op te richten. Dankzij de vrijwillige inzet van dorpsbewoners kunnen veel ouderen thuis of in elk geval in het dorp blijven wonen. De coöperatie vult de zorg van familie en vrienden aan met vrijwillige of professionele zorg, al naargelang de behoefte. Vrijwilligers worden ingezet voor de klussen- en vervoersdienst. De coöperatie heeft drie verpleegsters in dienst. Met hulp van vrijwilligers zijn zij in staat in het dorp aan huis verpleegkundige zorg te verlenen. Dit jaar zijn op initiatief van de coöperatie twee zorgvilla’s gebouwd, bedoeld voor psychogeriatrische patiënten die niet thuis kunnen blijven wonen maar voor wie het wel wenselijk is om in hun vertrouwde omgeving te blijven. Zo ver is het in Amsterdam nog niet. Het eerste stadsdorp in Amsterdam-Zuid begon in 2010 als proefproject. Het dienstenen activiteitenprogramma van StadsdorpZuid doet denken aan dat van het Village to Village-netwerk. Van Zorgcoöperatie Hoogeloon werd het coöperatieve organisatiemodel overgenomen. ‘Een coöperatie is écht van de leden,’ zegt Allegro hierover. ‘De leden vormen gezamenlijk het hoogste orgaan.

StadsdorpZuid

Het begrip coöperatie brengt het gevoel van eigenaarschap meer met zich mee dan het idee van een vereniging.’ StadsdorpZuid telt inmiddels 360 leden. Eén op de zes ouderen uit de buurt is lid. Grote besluiten worden genomen in de ledenvergadering, die minimaal één keer per jaar plaatsvindt. De dagelijkse gang van zaken wordt geregeld door het bestuur, ondersteund door een parttime coördinator. De coöperatie wil blijven groeien, maar houdt goed in de gaten

© Geert Snoeijer

dat ze niet teveel bureaucratiseert. Juist aan het informele contact tussen de leden wordt veel belang gehecht. Volgens Allegro is sociale binding in de beginjaren van een stadsdorp belangrijk. Hij zegt: ‘Samen dingen doen is de basis om elkaar te ondersteunen en te helpen.’ Het is de kurk waar de ledenorganisatie op drijft. StadsdorpZuid lijkt daarin succesvol. Vijftig van de 360 leden hebben op een of andere manier een actieve rol. Ze leiden bijvoorbeeld de filmclub of de wandelclub, die

bestaat uit een groep ouderen die op zondagochtend met elkaar wandelen. ‘Zondag is voor veel mensen een moeilijke dag,’ vertelt Allegro. ‘Als je weduwe of weduwnaar bent en je familie woont ver weg, dan kan de zondag, traditioneel de dag die met familie wordt doorgebracht, eenzaam zijn. Zo’n wandeling aan het begin van de dag helpt eenzaamheid tegen te gaan.’ Uit de activiteitenclubs komen ook weer nieuwe activiteiten en vriendschappen voort. Leden inspireren elkaar om samen dingen te ondernemen. StadsdorpZuid heeft nog iets bedacht om de sociale cohesie tussen leden te bevorderen. Het werkveld is onderverdeeld in tien zogenaamde binnenbuurten. Twee á drie keer per jaar wordt in een binnenbuurt door één van de leden een bijeenkomst georganiseerd. Zo leren mensen hun nabije buren kennen. Allegro: ‘Het is prettig om te weten wie je buren zijn en wat je voor elkaar kunt betekenen. Het verhoogt bovendien het gevoel van veiligheid in de buurt.’ Het bestuur organiseert regelmatig lezingen en borrels in een hotel in de buurt. Een eigen locatie om samen te komen, is er niet. Allegro: ‘We zoeken plaatsen in de buurt waar we ons thuis voelen: scholen, vergaderlocaties van de Rabobank.’ >>

111


stadsdorpen

>> StadsdorpZuid is inmiddels zo ver,

dat het naar de toekomstige rol van de vereniging durft te kijken. De gemiddelde leeftijd van de leden is 75. Zowel het aantal senioren als het aantal ouderen dat intensieve zorg nodig heeft zal de komende jaren snel oplopen. Het stadsdorp zoekt naar manieren om aan de behoeftes van de leden te kunnen blijven beantwoorden. Zo wordt naar het voorbeeld van de zorgvilla’s in Hoogeloon bekeken wat de mogelijkheden zijn voor kleine woonzorgvoorzieningen voor ouderen in de buurt en voor dagopvang voor licht dementerenden. Aan de andere kant van de stad timmert Stadsdorp Nieuwmarkt flink aan de weg. Oprichtster Heleen van Deur nam StadsdorpZuid als voorbeeld, maar koos voor Stadsdorp Nieuwmarkt wel een andere vorm. Van Deur: ‘Wij hebben geen formele status. Dat is niet omdat we nog in oprichting zijn, zoals vaak wordt gedacht, maar omdat wij geen vereniging of coöperatie willen worden. In een dorp hoef je ook geen vereniging op te richten. Wij zien onszelf meer als een beweging.’ Bovendien wil Stadsdorp Nieuwmarkt zo min mogelijk bureaucratie. Lidmaatschap werkt bureaucratie in de hand, vindt Van Deur. Buurtbewoners kunnen zich kosteloos

112

Stadsdorp Nieuwmarkt

bij Stadsdorp Nieuwmarkt aansluiten. Dat is een ander verschil met StadsdorpZuid, waar alleenstaanden €7,50 en stellen €11,25 per maand betalen. Bij Stadsdorp Nieuwmarkt gebeurt alles vooralsnog op vrijwillige basis. Net als in Zuid staat ook in de Nieuwmarktbuurt het bevorderen van sociaal contact tussen buurtbewoners centraal. Van Deur zegt daarover: ‘Mensen kennen elkaar hier niet, zoals in een dorp. Dus organiseren we ontmoetingen op mooie locaties en zijn we op zoek naar een stamcafé.’

In één jaar tijd hebben zich al 240 geïnteresseerden gemeld. ‘Ik zie het op dit moment als onze grootste uitdaging om onder senioren een mentaliteitsverandering teweeg te brengen. Een groot deel van deze groep is aan de verzorgingsstaat gewend geraakt. Wij proberen een omgangscultuur op gang te brengen, waarin vitale senioren zich inzetten voor niet-vitale buurtbewoners en daar zelf op termijn ook van kunnen profiteren.’

Stadsdorp Nieuwmarkt denkt erover om het stadsdorp open te stellen voor alle leeftijdsgroepen. ‘We zijn een senioreninitiatief met als doel om senioren zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Tegelijkertijd zijn we een dorp. Is dat niet voor alle leeftijden? Wij willen graag jongere leden bij het stadsdorp betrekken, maar het is de vraag hoe onze agenda er dan uit gaat zien,’ zegt Van Deur. Stadsdorp Nieuwmarkt overweegt om een jongerentak op te zetten, die eigen thema’s kan agenderen. Werk is bijvoorbeeld een relevant onderwerp. ‘Daar kunnen de senioren met hun werkervaring een waardevolle bijdrage leveren. Je creëert een soort gilde waarin ouderen en jongeren ervaringen over hun vakgebied uitwisselen.’ Naast het organiseren en stimuleren van sociale activiteiten heeft Stadsdorp Nieuwmarkt de ‘DAM’ (Diensten en Activiteiten Markt) in het leven geroepen. Het systeem is simpel: bij elke bijeenkomst staat er een groot bord waarop mensen vraag en aanbod kunnen plaatsen. Van het uitlaten van de hond en het opendoen van de deur voor de loodgieter, tot het geven van Franse les. Twee persoonlijke bemiddelaars koppelen vraag aan aanbod. Is er een match, dan is er in de woorden van Stadsdorp Nieuwmarkt een ‘dammetje >>


stadsdorpen

>> gebouwd’. In gesprek met Waag Society en

het online platform Peerby wordt nu bekeken of het DAM-bord gedigitaliseerd kan worden. Lukt dat, dan krijgen mensen inlogcodes voor de digitale marktplaats en gaat het stadsdorp een smoelenboek maken. Het systeem wordt open source, zodat straks ook andere stadsdorpen het kunnen gebruiken. StadsdorpZuid en Stadsdorp Nieuwmarkt staan inmiddels stevig in de verf. Vooral StadsdorpZuid krijgt daarbij de nodige aandacht van pers, beleidsmakers en instellingen die willen samenwerken. Daarmee wordt terughoudend omgesprongen. Allegro: ‘We willen zelf tot ontwikkeling komen en ons niet laten beperken door samenwerkingspartners. We willen de vrijheid hebben om de stadsdorpen in te richten zoals wij denken dat dat moet.’ Wekelijks worden de oprichters benaderd door mensen uit het hele land die ook een stadsdorp willen beginnen. Alleen al in Amsterdam zijn dat er inmiddels twintig. Zowel Allegro als Van Deur signaleren in de ontwikkeling van de stadsdorpen een typisch Amsterdamse verscheidenheid. Elk stadsdorp heeft zijn eigen kleur, gekoppeld aan het karakter van de buurt. De invulling is wel overal min of meer hetzelfde. Om zo veel mogelijk kennis en ervaringen te delen worden zogenaamde uitwisselingsdagen voor de Amsterdamse stadsdorpen georganiseerd. Er wordt bovendien nagedacht over een netwerk van stadsdorpen. Allegro: ‘Tot nu toe mag elke organisatie zich een stadsdorp noemen. Op het moment dat we een netwerk gaan vormen moet je misschien een omschrijving maken van wat een stadsdorp is. Maar ook hiervoor geldt: we willen nieuwe ontwikkelingen niet in een bepaald kader dwingen en zo lang mogelijk overal voor openstaan.’ ••

stadsdorpzuid.nl

column

Participatie kun je niet afdwingen De samenleving heeft weer een nieuwe naam: de participatiesamenleving. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wie heeft deze naam bedacht? En wat kunnen we daarmee? Links en rechts worden bijeenkomsten georganiseerd over hoe de overheid de burgers aan het participeren kan krijgen. Maar is deze benadering niet een nieuwe variant van de aloude illusie van de maakbare samenleving? ‘Participeer!’ is bovendien een paradoxaal commando; net zoiets als ‘wees spontaan’. Verantwoordelijkheid nemen en klakkeloos doen wat je voorgeschreven wordt, gaan principieel niet samen. Kent u iemand die door het commando ‘doe wat!’ ineens zo wordt gegrepen dat hij zich met hart en ziel ergens voor gaat inzetten? Je kunt mensen verplichten tot bepaalde acties, maar gedreven en duurzaam zullen die acties niet zijn. Participatie vraagt om motivatie van binnenuit. En die ontstaat als een kwestie je na aan het hart ligt. De discussie rondom de participatiesamenleving gaat op dit moment vooral over de onbetaalbare verzorgingsstaat en een herverdeling van de beschikbare middelen. De overheid vindt dat de burger aan zet is. Burgers vinden dat ze al veel teveel belasting betalen en er weinig voor terug krijgen, terwijl begrippen als participatie en samenleving over onderlinge verhoudingen gaan en wat we met elkaar (willen) delen. Samenleven impliceert op zichzelf al gemeenschappelijkheid en medeverantwoordelijkheid. Voor de overheid, en eigenlijk voor ons allemaal, zijn er andere vragen die veel relevanter zijn: wat vinden we werkelijk belangrijk in de samenleving? Wat zijn onze gedeelde waarden? Hoe gaan we nu om met die waarden? Willen we het anders? Als we ons hierop richten komt vanzelf ook de vraag welke rollen er zijn en hoe we samen kunnen zorgen dat onze gedeelde waarden ook worden waargemaakt. De huidige transitie in de samenleving gaat in mijn ogen onder andere over het zoeken naar andere verhoudingen. Het gaat over met elkaar samenleven en niet voor of over elkaar denken en beslissen. Het is een zoektocht naar gelijkwaardigheid terwijl er verschillende en ongelijke rollen blijven bestaan. Twee hamvragen: wat ligt ons na aan het hart in de samenleving en hoe realiseren wij die gemeenschappelijke ambities op basis van gelijkwaardige ongelijkheid?

stadsdorpnieuwmarkt.nl zorgcooperatie.nl vtvnetwork.org peerby.com

Farida Farhadpour Leiderschapstrainer en organisatieontwikkelaar

aramesh.nl

113


boeken

Sociaal Doe-het-zelven

Culturele kansen

Connect: Design for an Empathic Society

Pieter Hilhorst & Jos van der Lans

GabriĂŤl van den Brink & Dick de Ruijter

Sabine Wildevuur, Dick van Dijk, e.a.

De overheid moet anders georganiseerd en we moeten de kracht van burgers gebruiken waar dat kan. Maar nadrukkelijk niet zoals in de participatiesamenleving van Rutte. De talloze praktijkvoorbeelden illustreren een krachtig pleidooi voor de burger als producent van de publieke zaak niet als consument.

Veertig jaar integratiebeleid heeft niks opgeleverd? Twee Tilburgse wetenschappers komen tot een hele andere conclusie. In een schets van een staalkaart van Amsterdam stellen zij dat de tijd van papieren beleidsvorming voorbij is. Culturele kansen is een pleidooi voor democratisch handelen in de alledaagse praktijk. Actieve burgers wijzen je de weg.

Vergrijzing. De hele wereld moet er aan geloven. De auteurs van dit boek zijn designers en ontdekten de kracht van connectedness met de media van nu als krachtige oplossing tegen sociale problemen rond ouderdom, zoals eenzaamheid. Daarin draait het niet om nieuwe vormen van gedrag, maar helpen zoeken naar het stimuleren van menselijk contact in alledaagse routines.

fb.com/sociaaldoehetzelven

uitgeverijprometheus.nl

bispublishers.nl

Collaborative consumption Pieter van de Glind De consumptiemaatschappij slaat een nieuwe weg in: digitale communicatiemiddelen hebben het ons mogelijk gemaakt goederen en diensten eenvoudig aan elkaar te verhuren, uit te lenen en te delen. De alom geprezen masterscriptie van Pieter van de Glind schetst de mogelijkheden die ons consumenten nog te wachten staan.

collaborativeconsumption.com

114

The City at Eye Level

Het Weer in de stad

Stipo

Sandra Lenzholzer

Stedelijke plinten, de begane grond van gebouwen, zijn extreem belangrijk voor de beleving van de stad. Wie door de stad loopt, ervaart op ooghoogte de omgeving en voelt zich daardoor thuis in de stad, of juist niet. The City at Eye Level laat planners, eigenaren, managers en ontwerpers zien wat er nodig is om goede plinten en daarmee een aangename stad te realiseren.

Een prachtig aangelegd plein waar je wegwaait, een moderne stadswoning waarin je ’s zomers door de hitte niet kan slapen. Iedereen kent voorbeelden van stedelijke architectuur waarvan het ontwerp onvoldoende rekening houdt met het stadsklimaat. In deze publicatie wordt op begrijpelijke en beeldende wijze uiteengezet hoe uitgekiend stadsontwerp het comfort in de stad kan verhogen.

thecityateyelevel.com

nai010.com/weerindestad


boeken

Maurice Specht studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en is gepromoveerd op een studie naar burgerparticipatie in drie Europese steden. Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de Stad. Meer informatie over het lectoraat: www.inholland.nl/dynamiekvandestad

Lectoraat Dynamiek van de stad

De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren. De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.

Sociaal ondernemerschap

Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.

Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving

Van de brave naar de eigenwijze burger

R. de Brabander (m.m.v. anderen). Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap. (2009). G. Walraven, y. van Heerwaarden en J. Hofs (redactie). Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg. (2010). G. Walraven en c.J. Pen (redactie). Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten. (2011) A. odé en G. Walraven (redactie). Binding en burgerschap. Buurtbetrokkenheid in Rotterdam en Den Haag. (2013)

Erik Sterk Maurice Specht Guido Walraven (redactie)

8802OmslagInHollandEIND2.indd 1

De Flexibele Stad Tom Bergevoet & Maarten van Tuijl

Eerder verschenen bij het lectoraat Dynamiek van de Stad: G. Walraven, R. de Brabander en D. Peters (redactie). Overbruggen en verheffen. Werken aan sociaal kapitaal in de stad. (2009)

Deze publicatie doet verslag van een actie- en literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap 3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek debat over de rol van sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap voor de publieke zaak.

ISBN 978-90-441-3113-0

LEcToRAAT DynAMiEk VAn DE STAD Het lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en sociaal ondernemerschap. Het lectoraat doet praktijkgericht onderzoek vanuit een multidisciplinair perspectief, met oog voor processen en effecten van stedelijke dynamiek en met aandacht voor politieke, economische, sociale, culturele en fysieke aspecten.

19-09-13 13:58

The World We Made

Sociaal ondernemerschap

Jonathon Porritt

Erik Sterk, Maurice Specht & Guido Walraven

De bouwsector verkeert in crisis. Dit boek presenteert een nieuwe, flexibele ontwikkelwijze die oplossingen biedt voor de uitdagingen van nu. In plaats van nieuwbouw het bestaande transformeren, de invloed van gebruikers verhogen en omgaan met voorspelbaarheid. Vijftig gerealiseerde projecten tonen hoe de flexibele stad er concreet uit kan zien.

Hoe ziet de geschiedenis die voor ons ligt eruit? Een geschiedenisleraar in het jaar 2050 blikt met zijn leerlingen terug op key events, technologiedoorbraken en lifestyle revoluties die de wereld tot een schone en rechtvaardige plek hebben gemaakt. Dit kán werkelijkheid worden - de keus is aan ons.

Sociaal ondernemers werken als changemakers krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren. Deze publicatie doet verslag van een actieen literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap van nu. Over mensen die de stad willen verbeteren, op eigen risico, soms tegen wil en dank.

naipublishers.nl

phaidon.com

eriksterk.nl

Design Activism

Nieuw Kapitaal

Tegen verkiezingen

Alistair Fuad Luke

Ruimtevolk

David van Reijbrouck

De designwereld wordt nog steeds beheerst door commercieel denken. Het onderwijs voor designers moet meer ruimte geven voor duurzaam ontwerp. Design kan een politieke en sociale kracht zijn die onze leefwereld ten goede kan veranderen. Dit boek wijst de weg in die zoektocht.

Iedereen is op zoek naar nieuw kapitaal nu de oude economie achterhaald lijkt. Het nieuwe kapitaal is ons sociale kapitaal en samenwerken vormt hiervoor de basis. In het jaarboek van het kennisplatform Ruimtevolk worden middels een selectie van blogs en interviews nieuwe vormen van kapitaal voor ruimtelijke ontwikkeling verkend.

Steeds minder mensen gaan stemmen en daadkrachtig besturen wordt problematisch. Ons democratisch systeem is volgens Van Reijbrouck ‘vermoeid’. Zijn oplossing: loten! Dat geeft onze futloze democratie weer pit en betrekt burgers opnieuw bij wat ons allen aangaat.

designactivism.net

ruimtevolk.nl

debezigebij.nl

115


boeken

-

HIJACKED RIES THAT 10 STO URE CONVERSATION THE POP CULT -

Maak Plaats! Provincie Noord-Holland & Vereniging Deltametropool

Storytelling on steroids

Oude muren, nieuwe buren

John Weich

Rogier Alleblas

Auto’s hebben niet de toekomst. Het openbaar vervoer wel. Deze studie brengt de ontwikkelingsmogelijkheden van OV-knooppunten door middel van een speciaal ontwikkeld ‘vlindermodel’ in beeld. Want steden en dorpen met grote bus- en treinstations hebben goud in handen.

Een merk kan niet meer overleven met zijn producten alleen, maar heeft een verhaal nodig. Storytelling is daarom het nieuwe toverwoord. In dit boek gaat Weich op zoek naar iconische brands en culturele bewegingen die hebben bijgedragen aan de triomf van storytelling. Van Ted Talks tot Jay-Z en BMW.

Veel voormalige volkswijken in grote steden veranderen. Oorspronkelijke bewoners trekken weg. Grootscheepse renovaties en nieuwe, hippe bewoners veranderen de wijk. Fotograaf Rogier Alleblas heeft een fascinatie voor deze transformaties en legt die vast in zijn foto’s. Wat gebeurt er met een ruimte wanneer alles binnen die setting verandert?

noord-holland.nl

bispublishers.nl

www.dejongehond.nl

De zucht naar goed bestuur in de stad

Stedelingen veranderen de stad

Green Dream

Frank Hendriks & Gerard Drosterij

Mariska van den Berg

Winy Maas, Pirjo Haikola & Ulf Hackauf

Goed stadsbestuur is al een eeuwenoud thema. Kijk maar naar de beroemde glas-in-loodramen van het Bredase stadhuis, waar klassieke waarden van goed bestuur worden uitgebeeld. Wat kunnen we leren van al die pogingen van steden om tot beter bestuur te komen? Dit boek zoekt naar antwoorden bij gemeentebesturen van Almere, Amsterdam en Den Haag.

Dit boek onderzoekt de talloze bewoners die met hun initiatieven zelf hun buurten aanpakken in Nederland en daarbuiten. Wat drijft hen? Hoe is hun relatie met overheden? Historische voorbeelden laten in dit boek de potentie van deze initiatieven zien en bieden inspiratie voor een andersoortige relatie tussen overheid en burgers.

Groen is fashionable, maar haar groeipotentieel blijft onbenut. ‘Starchitect’ Winy Maas van architectenbureau MVRDV stelt dat ‘groen’ anders gedefinieerd moet worden. ‘Groen’ is nog te vaak een marketingfaçade. In dit boek onderzoekt hij de potentie van groene architectuur, want groene gebouwen alleen, zo stelt hij, maken nog geen groene stad.

boomlemma.nl

trancity.nl

naipublishers.nl

117


‘Alleen De Groene Amsterdammer houdt het nog bij geestelijk voedsel van superieure kwaliteit’ (Remco Campert in de Volkskrant)

Probeer De Groene vijf weken gratis groene.nl/probeer5keer


websites

popupcity.net

timebank.cc

sustainablecitiescollective.com

Het online platform The Pop-Up City bericht over modulaire hotels, parasite cinemas, rooftop farms en opvouwbare huizen. Kortom: alle innovaties die onze toekomstige steden veranderen. Het internationale netwerk van redacteuren is altijd op jacht naar slimme ontwerpen en een bruisend stadsleven. Binnenkort ook in 250 pagina’s full colour!

Spullen delen is leuk, maar vaardigheden delen via een online platform is dat ook. Timebank is een voor iedereen toegankelijk middel om diensten uit te wisselen met andere Timebankers, in ruil voor tijd, in plaats van geld. Een Timebank-uur werken kun je weer inzetten om een uur werk te vragen van iemand anders. En niet alleen in Amsterdam, maar internationaal. Geen euro’s meer nodig.

Het Sustainable Cities Collective is altijd groeiende en heeft geen betaalde redactie. Iedereen in de wereld van stedenbouw, architectuur en het sociale domein kan bijdragen aan dit platform. Van overal in de wereld stromen aansprekende initiatieven, essays en opinies binnen met oplossingen om onze steden te verduurzamen.

konnektid.com

smartplanet.com

citinerary.net

De site van Konnektid is nog in bètaversie, maar het idee is even eenvoudig als sterk. Via dit platform ontmoet je mensen die je nog niet kent, en die je iets kunnen leren, je inspireren of je helpen een probleem op te lossen. Direct, live en in je eigen buurt. Konnektid koppelt mensen aan elkaar die écht iets voor elkaar kunnen betekenen.

SmartPlanet is een online magazine waar je alles kunt vinden over slimme technologie op het vlak van transport, duurzame ondernemingen, architectuur, gezondheidszorg en wetenschap. In de secties Smart Businesses, Smart Technology en Smart People word je in sneltreinvaart en met schitterend visueel materiaal bijgepraat over de duurzame stand van zaken.

Op reis gaan met de Lonely Planet of Capitoolgids onder je arm is leuk. Nog leuker: op sleeptouw genomen worden door een local die je alle toffe plekken van Amsterdam laat zien. Op basis van je interesses word je gekoppeld aan de meest geschikte local. Weg met al die toeristische bullshit, laat gasten Amsterdam als locals ervaren!

119


colofon Nieuw Amsterdam #2, Stad in Transitie

is een uitgave van Stichting Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 181K, 1019 HC Amsterdam, tel.: 020 - 62 46 380

dezwijger.nl

Hoofdredacteur: Egbert Fransen Eindredacteur: Dymphie Braun Redactie: Jitske van der Kooi en Yannick Sonne

redactie@nieuwamsterdam.nu

Met bijdragen van: Leonoor Bergen, Nico de Boer, Iris Dik, Jorie Horsthuis, Simea Knip, Robin de Kruijff, Jos van der Lans, Liedewij Loorbach, Joachim Meerkerk, Richard Mooyman, Hettie Politiek, Maartje Rooker, Nicole Santé, Charlot Schans en Joost Zonneveld Columnisten: Tanja den Broeder, Farida Fahradpour, Mieke van Heesewijk, Eeva Liukku, Anoek Nuyens, Josien Pieterse, Michiel Schwarz, Chris Sigaloff en Willem Verbaan Art Direction & Design: Het Hoofdbureau i.s.m. xpublishers, Amsterdam Coverbeeld: Bert Spaan, Waag Society Drukwerk: Veenman, Rotterdam © 2014 - Stichting Pakhuis de Zwijger

Nieuw Amsterdam verschijnt 4 keer per jaar als magazine en 48 weken per jaar op alle werkdagen als online stadbericht. De uitgaven doen bericht over de stad in transitie: over de creatieve economie, over nieuwe verhoudingen tussen de systeemwereld en de bottom-up beweging in de stad. Over ondernemen in de wijk en tijdelijkheid als nieuwe praktijk in gebieds- en gebouwontwikkeling. Over nieuwe coöperatieve organisatiemodellen en alternatieven voor zorg en welzijn en over sociale innovatie, sustainist design en het streven naar een circulaire stad. Stadmakers staan centraal in de programmering van Pakhuis de Zwijger en ook in de Nieuw Amsterdam-berichtgeving over nieuwe initiatieven, proeftuinen, stadslaboratoria en broedplaatsen in de stad.

nieuwamsterdam.nu/stadbericht

120

volgende uitgave

NIEUW AMSTERDAM #3 VERSCHIJNT OP 7 april 2014 : M et o n d e r an d e r e GEMEENTE AMSTERDAM STRATEGISCH PLAN 2025 VERTROUWEN IN DE STAD STADSDEEL ZUIDOOST PLACEMAKING INTERVIEW FRED KENT DE AMSTERDAMSE BUURTWET DE STAAT VAN DE STAD: HOE BEPERKEN WE ARMOEDE EN TWEEDELING IN DE STAD? DE CIRCULAIRE STAD BIOBASED ECONOMY EEN NIEUW SEIZOEN STADSLANDBOUW WATER REPUBLIC 2025 ONDERNEMEN IN DE WIJK: NOORDERPARK- EN INDISCHE BUURT TRUST TIPS & TRICKS VOOR COMMUNITYBUILDING CITY EMBASSY BERLIN: PRINZESSINNENGARTEN, HOLZMARKT, PLATOON KUNSTHALLE, MARKTHALLE NEUN, THE WYE EN BETAHAUS GREAT PLACES TO WORK: IMPACT HUB, A LAB, KRUX, SPACES E.A. AMSTERDAM METROPOLITAN SOLUTIONS MIT, TU DELFT EN WAGENINGEN UNIVERSITEIT SLAAN BASISKAMP OP


24 februari 24 maart 22 april 2014

dezwijger.nl/ destaat vandestad

Een avondvullend programma met twee uitgebreide college’s van hoogleraren over de staat van de stad in hun domein, met aan het einde van het programma een tweegesprek. Pakhuis de Zwijger | www.dezwijger.nl | info@dezwijger.nl | Piet Heinkade 179 | Amsterdam | 020 7884444

PLATFORM VOOR CREATIE EN INNOVATIE


! N U STE MET EEN BIJDRAGE VAN € 20 PER JAAR KUNNEN WIJ VOOR JOU PROGRAMMA'S BLIJVEN MAKEN

Vriend van De Zwijger

dat spreekt voor zichzelf

WWW.DEZWIJGER.NL/VRIEND

Nieuw Amsterdam #2  

Nieuw Amsterdam doet bericht over de stad in transitie: over de creatieve economie, over nieuwe verhoudingen tussen de systeemwereld en de b...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you