TOM 3/2021

Page 1

TIJDSCHRIFT OUDE MUZIEK / 03 2021

dbd INTERVIEW MET CO-CURATOR FRITS VAN OOSTROM dbd MATTHIJS DE CASTELEIN EN ZIJN DIVERSCHE LIEDEKENS dbd HARRY VAN DER KAMP OVER ZIJN BAND MET SWEELINCK dbd EN NOG VEEL MEER ...




OM TE BEGINNEN RETORIEK IN DE KUNSTEN VAN DE REDACTIE Over twee weken gaat het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 van start. Deze TOM wil vooruitblikken en de spanning (en voorpret) nog verhogen. Zo vertelt artistiek adviseur Jed Wentz in het openingsartikel over de interactieve tentoonstelling rond acteertechnieken uit de zeventiende en achttiende eeuw die in de Janskerk te bezoeken is. Ook lezen we over het nieuwe platform eMTV – Early Music Television – waardoor het festival definitief een hybride online/offline gedaante krijgt. Als co-curator ontvangt Frits van Oostrom tijdens het festival een reeks gasten met wie hij de retoriek in al haar dimensies zal bevragen. Verder lezen we over Nico van der Meels onderzoek naar de rederijker Matthijs de Castelein en leren we meer over het fascinerende luitmanuscript La rhétorique des dieux. Guido van Oorschot interviewt Denis Raisin Dadre, muzikaal leider van Doulce Mémoire, over de Missa pro defunctis van Eustache du Caurroy. Stefan Grondelaers spreekt met Marcel Pérès over zijn uitvoering van Machauts Messe de Nostre Dame. En wat zou het festival zijn zonder vrijwilligers? Yvonne Postma, vrijwilligerscoördinator van de Organisatie Oude Muziek, deelt haar ervaringen in de rubriek ‘Achter de schermen’. De maand oktober staat grotendeels in het teken van Jan Pieterszoon Sweelinck, die vierhonderd jaar geleden overleed. Harry van der Kamp vertelt over zijn liefde voor de Orpheus van Amsterdam. Maar eerst, een tijdschrift en festival gewijd aan retorische gebaren van welke soort dan ook: vocaal, instrumentaal, fysiek, muzikaal, gesproken, gezongen én geschreven. Veel plezier! ■●

OM TE BEGINNEN Retoriek in de kunsten Van de redactie

2

Co-curator Frits van Oostrom ‘Een hoogtepunt uit mijn loopbaan’

10

Doulce Mémoire vertolkt requiem met grafrede Afscheid van een koning

14

Het Festival Oude Muziek online Early Music Television

16

Marcel Pérès over Machauts Messe de Nostre Dame ‘Zonder versiering lukt het niet’

22

Internationaal Van Wassenaer Concours Baroque Edition 33 Het summum van de Franse luitkunst La rhétorique des dieux Piyyutim en het kruistochtrepertoire Representatie en racisme in oude muziek Lorenzo Ghielmi over de retoriek van het sterven De pest als bron van inspiratie

34

36

42

RUBRIEKEN Instrumentaliteit Muziekschatten in het Rijksmuseum De ‘schellenboom’ en de turkomanie

20

Beeldspraak Een dichter superieur in zijn ironie Portretten van Hendrik van Veldeke

24

Vriendenhart Cd-aanbiedingen

29 31

Achter de schermen 46 ‘Veel aan het festival te danken’ Yvonne Postma, vrijwilligerscoördinator Uit de bron Jonker Jacob en zijn hospita Als Van Eyck ‘Van Dyck’ wordt…

50

Seizoen Oude Muziek Cd-besprekingen Colofon

52 54 58


3

4

LET’S ACT In de Janskerk komt een interactieve tentoonstelling rond gebaren en acteertechnieken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Artistiek adviseur Jed Wentz geeft aan wat we van deze tentoonstelling kunnen verwachten. ‘Interdisciplinariteit’ blijkt een kernbegrip.

26

DE CASTELEIN EN ZIJN DIVERSCHE LIEDEKENS Camerata Trajectina presenteert samen met Frank Willaert een programma rondom Matthijs de Castelein. Wie was deze zestiendeeeuwer en hoe onderscheidde hij zich van andere rederijkers?

38

HARRY VAN DER KAMP OVER ZIJN BAND MET SWEELINCK Op 16 oktober aanstaande is het precies vierhonderd jaar geleden dat Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) stierf. Harry van der Kamp, basbariton en ensembleleider van het Gesualdo Consort Amsterdam, vertelt hoe zijn liefde voor de muziek van Sweelinck groeide en bleef.

44

PROSERPINA IN ‘ATTITUDEN’ Historische acteertechnieken van Johannes Jelgerhuis en het melodrama van Goethe en Eberwein zijn de ingrediënten voor de Proserpina-productie van het Festival Oude Muziek Utrecht 2021. De sopraan Laila Cathleen Neuman vertelt hoe en waarom zij deze elementen combineert.


4

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

TEKST /

BEELD /

Jed Wentz

Jean-François de Troy, La mort de Créüse, ca. 1745 Toulouse, Musée des Augustins. Foto: Daniel Martin

LET’S ACT EEN INTERDISCIPLINAIRE TENTOONSTELLING


LET’S ACT / Een interdisciplinaire tentoonstelling

5


6

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

Deze zomer breken we het festival open in de richting van theater en andere kunstvormen. In de Janskerk wijden we een interactieve tentoonstelling aan gebaren en acteertechnieken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Artistiek adviseur Jed Wentz geeft aan wat we van deze tentoonstelling kunnen verwachten. ‘Interdisciplinariteit’ blijkt een kernbegrip.

I

nterdisciplinariteit is een rage in de academische wereld. Er bestaan allerlei vormen en smaken: interdisciplinariteit, transdisciplinariteit, multidisciplinariteit, etc. Al deze termen verwijzen naar subtiel verschillende manieren waarop onderzoekers nieuwe inzichten proberen te verkrijgen door kennis uit afzonderlijke academische disciplines te combineren.

ARNOLD DOLMETSCH gefotografeerd door Alvin Langdon Coburn, 1916

Ook uitvoerenden uit verschillende kunstdisciplines begeven zich via artistiek onderzoek sinds kort op het vlak van interdisciplinariteit. Voor sommige musici is deze aanpak niet nieuw. De wortels van artistiek onderzoek liggen in de oudemuziekbeweging. Het is in feite net zo oud als de notie ‘oude muziek’ zelf. Zoals ik in mijn zesdelige lezingenreeks voor het Seizoen Oude Muziek 2018/2019 en de Universiteit Leiden al betoogde, is oude muziek een discipline in wetenschappelijke zin, omdat het een afgebakend onderzoeksgebied betreft en specifiek op muziek gerichte onderzoeksmethoden gebruikt. Maar het is ook, en vooral, een discipline die uitvoerende musici bewust en met plezier aan zichzelf opleggen om kunst te creëren. Met andere woorden: de musicus raadpleegt historisch materiaal zodat hij of zij oude muziek op een meer historische manier kan uitvoeren. Om oude muziek uit te voeren moet de musicus dus tot op zekere hoogte een historicus en onderzoeker worden. Hoe werkt dit? Musici die zich bezighouden met oude muziek halen hun informatie uit allerlei soorten historische bronnen – traktaten, historische opnames, iconografie, originele instrumenten, etc. – en gebruiken deze informatie in hun uitvoeringen. Ze spelen de muziek niet enkel zoals ze die ‘voelen’, maar combineren gevoel met kennis en experiment. Ze vormen hypothesen, proberen deze uit, en toetsen ze aan de kennis die ze in historische bronnen hebben gevonden. Vervolgens begint dit hele proces opnieuw.

‘We creëren een interactieve ervaring voor de bezoeker’ Neem bijvoorbeeld een pioneer als Arnold Dolmetsch (18581940). Zonder zich ervan bewust geweest te zijn, was hij een artistiek onderzoeker avant la lettre. Dolmetsch bracht musicologie, organologie, culturele geschiedenis en vaardigheden uit de gitaarbouw samen en liet deze kennis interageren met zijn eigen


LET’S ACT / Een interdisciplinaire tentoonstelling

7

inzichten en ervaringen als musicus. Deze belichaamde en wetenschappelijke kennis gebruikte hij in zijn concerten en opnames. Hoewel zijn inzichten inmiddels radicaal zijn veranderd door de generaties musici die in zijn voetspoor traden, heeft zijn onderzoeksmethode de tand des tijds doorstaan. Lang voordat interdisciplinariteit in de academische wereld in de mode was, vormde het al de hoeksteen van de oude muziek.

JOHANNES JELGERHUIS in de rol van Rhamnes

In de loop der jaren is er binnen de oudemuziekbeweging veel ontdekt: vergeten repertoires en instrumenten zijn weer tot leven gewekt en door het publiek omarmd. Sommige critici van de oudemuziekbeweging betogen daarom dat het tijd is om verder te gaan. Zij hebben misschien gelijk als we het nut van oude muziek enkel zoeken in het onthullen van vergeten partituren en instrumenten. Oude muziek zal echter nooit haar relevantie verliezen als we het beschouwen als een uitdaging, als een avontuur om onze hedendaagse smaak te verkennen door onszelf door de lens van het verleden te bekijken. Wetenschappelijk disciplines zoals musicologie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, filosofie en literatuur staan als onderdeel van de geesteswetenschappen immers ook niet voor de studie van dode en verloren culturen; ze geven een beeld van de levende mannen en vrouwen die vandaag met die cultuur omgaan. In deze geest van speels experiment en nieuwsgierigheid organiseren we tijdens het aankomende festival een tentoonstelling met de naam Let’s act. TENTOONSTELLING De titel Let’s act is een knipoog naar de titel van het festival: Muziek spreekt – Let’s talk. Net zoals spraak wordt muziek gegenereerd door de verbeelding, de spieren, het hart en de gedachten van de musicus. Met een tentoonstelling over historisch acteren benadrukken we de rol van het lichaam en belichaamde kennis in muzikale uitvoeringen. We dagen de musici en het publiek uit om op een speelse manier kennis te maken met historische acteertraining. Door houdingen en bewegingen zelf uit te proberen, leren we te voelen wat een gebaar kan veroorzaken in ons eigen lijf. Het biedt ook ruimte voor reflectie. Hoe voelen en uiten we onze emoties vandaag de dag? Hoe verschilt dit van vroeger tijden? Welke implicaties heeft dit voor onze muzikale en theatrale voorkeuren, en voor onze dagelijkse interpersoonlijke communicatie? Wat kunnen historisch acteertechnieken, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal ons in het Zoom-tijdperk over onszelf leren?

LAILA CATHLEEN NEUMAN Foto: Marek Olbrzymek

De tentoonstelling Let’s act is een product van de meerjarige samenwerking tussen het Festival Oude Muziek Utrecht en de Academy of Creative and Performing Arts van de Universiteit Leiden. De expositie wordt gecureerd door de sopraan en Leidse promovenda Laila Cathleen Neuman en mijzelf, in mijn hoedanigheid van universitair docent aan de Universiteit Leiden. Neuman doet onderzoek in het archief van Johannes Jelgerhuis (1770-1836), een acteur die aan het begin van de negentiende eeuw in Amsterdam actief was. Ze brengt Jelgerhuis’ acteerlessen, zoals bewaard in zijn manuscripten en in de gepubliceerde verhandeling Theoretische lessen over de gesticulatie en mimiek (1827), zowel in haar gesproken als gezongen acteerrollen in de praktijk. Op basis van Jelgerhuis’ verhandeling en


8

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

andere historische bronnen creëren we een interactieve ervaring voor de bezoeker. Filosofie, kunstgeschiedenis, cognitieve psychologie, theater en muziek worden allemaal samengebracht om nieuw licht te werpen op de complexe relatie tussen emoties, lichamen, uitvoerenden en het publiek in het theater van de achttiende eeuw en vandaag.

BEZOEKERS IN HET THEATER DRURY LANE

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 TENTOONSTELLING LET’S ACT Janskerk vr 27 aug za 28 aug zo 29 aug ma 30 aug di 31 aug wo 1 sep do 2 sep vr 3 sep za 4 sep

/ / / / / / / / /

09.30-20.00 10.30-20.00 13.00-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-17.00

gratis toegang oudemuziek.nl/ tentoonstelling

Neuman: ‘Jelgerhuis was niet alleen een acteur, hij was ook schilder en pedagoog. In zijn verhandeling gebruikte hij afbeeldingen om de toneelleerling op te leiden. Hiervoor zette hij niet alleen eigen illustraties in, maar ook schilderijen van andere kunstenaars en voorbeelden uit de beeldhouwkunst. De student moest de beelden observeren totdat hij het ene gebaar als het ware voor zijn ogen kon zien overvloeien in het andere. Verder beschreef Jelgerhuis de verschillende elementen die de opleiding van een acteur vormden – waaronder gezichtsuitdrukkingen, gebaren en bewegingen op het podium – allemaal volgens de idealen rond decorum en schoonheid van zijn tijd. We willen de bezoeker hier een voorproefje van geven, een eerste ontmoeting waarbij de verschillende elementen van de acteerkunst eerst afzonderlijk worden gepresenteerd en vervolgens samenkomen. Zonder de bewegingen fysiek te ervaren, is het misschien lastig om de potentie van Jelgerhuis’ afbeeldingen te zien. Hun zeggingskracht wordt echter direct duidelijk wanneer de bezoeker de fysieke houdingen zelf tot leven brengt door middel van verbeelding, emotie, adem en beweging.’ Na de houdingen en gezichtsuitdrukkingen uit het achttiendeeeuwse theater zelf uitgeprobeerd te hebben, zal de bezoeker de hedendaagse inspanningen op het gebied van historisch acteren beter kunnen beoordelen. Leden van het Dutch Historical Acting Collective zullen op film demonstreren hoe alle elementen eruitzien wanneer ze samengevoegd worden tot reeksen van theatrale passies. Tot slot wordt de bezoeker uitgedaagd om alle opgedane kennis toe te passen op een schilderij van de Franse schilder JeanFrançois de Troy (1679-1752) dat allerlei gebaren en uitingen van de hartstochten weergeeft. Dit theatrale tableau laat zien dat passies uit de schilderkunst, het theater en de muziek gebaseerd waren op gemeenschappelijke esthetische en filosofische principes. Aaron Hill (1685-1750), de Engelse toneelschrijven er acteercoach, beschreef het vinden en uitdrukken van de passies als ‘verrukkelijk’ en ‘gemakkelijk’. In de tentoonstelling Let’s act benadrukken we daarom het belang van speelsheid en nieuwsgierigheid. Maar hoe leuk het ook zal zijn om de gebaren en gezichtsuitdrukkingen van de acteurs zelf uit te proberen, de tentoonstelling heeft ook een dieper doel: door een interdisciplinaire ervaring te ontwerpen die we in ons eigen lijf kunnen voelen, hopen we aan te tonen dat oude muziek als discipline niet hoeft te drijven op een nostalgie naar het verleden. Gemotiveerd door onze passie voor oude muziek, ons respect voor de kunst en een grenzeloze nieuwsgierigheid naar wie we vandaag zijn, proberen we het verleden letterlijk tot leven te brengen in onze eigen harten, hoofden en ledematen. Doet u mee? ■●


LET’S ACT / Een interdisciplinaire tentoonstelling

Têtes d’expression van Le Brun en Chodowiecki.

9


10

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

‘EEN HOOGTEPUNT UIT MIJN LOOPBAAN’ FRITS VAN OOSTROM CO-CUREERT HET FESTIVAL OUDE MUZIEK 2021

DE

retorica, het centrale thema van het Festival Oude Muziek Utrecht 2021, vindt haar basis in het woord. Niet vreemd dus dat het artistieke team van het festival besloot om een taalgeleerde uit te nodigen als co-curator. Hoogleraar middeleeuwse letterkunde en meervoudig gelauwerd auteur Frits van Oostrom werkt mee aan het openingsconcert, waarin Ensemble Correspondances en Sébastién Daucé de Membra Jesu nostri van Dieterich Buxtehude uitvoeren. Daarnaast ontvangt hij gedurende het festival een reeks opmerkelijke gasten in zijn eigen Let’s talkshow! Hierbij zal de retoriek in al haar dimensies worden bevraagd. Nu zijn de vragen echter aan hem gericht. Van Oostrom ontvangt me in zijn fraaie huis aan de rand van de historische stadskern van Delft. Na anderhalf jaar Zoom-gesprekken en Skype-interviews is het een weldaad om met een gesprekspartner aan dezelfde tafel te zitten. Bovendien blijkt Van Oostrom de gedroomde gastheer voor een festival dat Let’s talk als motto heeft. Het gesprek komt moeiteloos op gang en meandert, ongehinderd door enig retorisch voorschrift, langs een brede waaier van onderwerpen die al dan niet met het hoofdthema te maken hebben. Eruditie heeft een prijs.

Foto: Remke Spijkers

TEKST / Jan Van den Bossche

De uitnodiging om een muziekfestival mede te cureren moet als een verrassing gekomen zijn. De muziek is niet uw thuishaven. ‘Ik ben beslist geen kenner, maar wel een oprechte liefhebber. Mijn ouders hadden een uitgebreide collectie grammofoonplaten waarvan ik er hier nog veel heb liggen. En ze hadden een goede smaak. Ik herinner me magische namen als Dietrich Fischer-Dieskau en Kathleen Ferrier. De Last Night of the Proms was thuis een begrip. Ik herinner me die televisiebeelden, en ook wel de muziek. Het waren de jaren vijftig. Het was geluidstechnisch allemaal nog vrij simpel, maar je wist niet beter. Verder ben ik ook opgegroeid met popmuziek, hoor. Ik was een Beatles-jongen: een klein beetje ondeugend en vernieuwend, maar niet zo gewaagd als The Rolling Stones. Mijn eerste klassieke concerten bezocht ik tijdens mijn studententijd. Ik ging naar het Concertgebouw in Amsterdam,

BEELD / Frits van Oostrom. Foto: Brian Smeulders



12

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

maar bezocht ook concerten in Utrecht. Ik heb het oude Tivoli nog zien afbranden. De eerste klassieke lp’s die ik zelf kocht waren de Brandenburgse concerten van Bach. Later heb ik mijn drie zoons meegenomen naar het Concertgebouw, alle drie apart. Ik had ze bewust niet al te veel voorbereid en juist dan zie je hoe diep ze onder de indruk zijn, alleen al van het gebouw. Dat is de onderwijzer in mij: je moet mensen nieuwe dingen voorhouden, of het nu biologie is of Debussy. Ik ben een groot bewonderaar van Leonard Bernstein; hij was als pedagoog onovertroffen, en ondertussen ook een geniaal dirigent, pianist en componist.’

LEONARD BERNSTEIN Foto: Allan Warren

Uw passie voor onderwijs bracht u tot het voorzitterschap van de commissie die in 2006 de Canon van Nederland samenstelde. Daarin komt de muziek er bekaaid vanaf. ‘Ik ben eigenlijk erg trots op die canon. Door te werken met “vensters” werd het geen dwingend manifest en lieten we veel ruimte. Maar mijn grote spijt is inderdaad dat er geen venster voor de muziek in zit. Het was een ingewikkeld proces dat meer dan een jaar in beslag nam. Wélke muziek dan, was de vraag. Sweelinck heeft nu eenmaal niet de statuur van Rembrandt. Ik heb voorgesteld om het Concertgebouworkest erin op te nemen. Als je dat in de klas laat horen, is er toch altijd een kind dat denkt: wauw! En die wordt dan later een bezoeker van het festival. Maar in de eindfase is dat venster gesneuveld, en helaas is dat bij de recente herziening niet rechtgezet.’ Behalve in de muziek zelf bent u ook erg geïnteresseerd in de verhalen eromheen, de achtergronden, de geschiedenissen van premières, de reacties van het eerste publiek. In het aanzwengelen van dat discours ligt tijdens het komende festival ook uw rol, begrijp ik? ‘Toen ik gevraagd werd, had ik een dubbel gevoel. Bij muziek is het juist zo heerlijk om niet te hoeven praten. Anderzijds kan een goed verhaal de ervaring enorm verdiepen. Wat de historische uitvoeringspraktijk betreft hoor ik meer bij de rekkelijken dan bij de preciezen. Ik heb grote bewondering voor het historische onderzoek. Het valt me ook op dat in de oude muziek de musicus en de muziekwetenschapper zo vaak verenigd zijn in één persoon. Maar de enige geschiedenis die zin heeft is een levende geschiedenis; je doet het voor je eigen tijd. Dat bewonder ik zo aan het Festival Oude Muziek, dat het steeds die link met onze tijd weet te leggen. Dat zal ik ook in mijn Let’s talkshow! nastreven.’

MAARTJE VAN WEEGEN Foto: Janita Sassen JAAP DE JONG Foto: Universiteit Leiden FRANK WILLAERT Foto: Diana Dimbueni

Was het niet gek om als specialist in de middeleeuwse letteren gevraagd te worden voor een festival dat aan de retorica gewijd is, en dus voor een groot deel aan de barokmuziek? ‘De retorica speelde ook tijdens de middeleeuwen een belangrijke rol. Het vak was standaard onderdeel van het studieprogramma, van de zeven vrije kunsten die overal werden onderricht. Maar de middeleeuwse bronnen onthullen minder dan die uit de zeventiende en achttiende eeuw. We mogen als mediëvisten al blij zijn als we een tekst hebben, laat staan noten. Een componist als Machaut was een geweldige artistieke persoonlijkheid en ongetwijfeld ook een theatrale verschijning. Alleen, we hebben daar geen beschrijvingen van. Daar komt dus veel reconstructie en “inlegkunde” aan te pas. Daarover ga ik het in mijn talkshow met emeritus hoogleraar Middelnederlandse letterkunde Frank Willaert hebben.’


‘EEN HOOGTEPUNT UIT MIJN LOOPBAAN’ / Frits van Oostrom co-cureert het Festival Oude Muziek 2021

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 PROF. DR. FRITS VAN OOSTROM co-curator OPENINGSCONCERT BUXTEHUDES MEMBRA JESU NOSTRI vr 27 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal LET’S TALKSHOW! Janskerk Gratis toegang za 28 aug, 12.30 uur Een leven lang spreken over muziek met Maartje van Weegen ma 30 aug, 12.30 uur De kraamkamer van de retoriek met prof. dr. Ineke Sluiter & dr. Adriaan Rademaker di 31 aug, 12.30 uur Retorike ende musike met prof. dr. Frank Willaert wo 1 sep, 12.30 uur Muziek en retoriek bij de Paus met prof. dr. Paul van Geest do 2 sep, 12.30 uur De retoriek van de toneelschrijver met Tom Lanoye vr 3 sep, 12.30 uur Muziek in de politiek met prof. dr. Jaap de Jong za 4 sep, 12.30 uur De retoriek van het Festival Oude Muziek met Xavier Vandamme & dr. Jed Wentz oudemuziek.nl/vanoostrom

13

Hoe is het eigenlijk met de retorische vaardigheden van onze huidige leiders gesteld? ‘Het verschilt erg per land. In de Verenigde Staten is het ondenkbaar dat je in de politiek iets bereikt zonder retorisch talent. Obama en Trump zijn elk op hun eigen manier bedreven redenaars. Ze geven vaak de indruk dat ze improviseren, maar hun toespraken zijn altijd goed geconstrueerd. Denk aan de toespraak op de begrafenis van de doodgeschoten zwarte dominee Clementa Pinckney waarbij Obama Amazing Grace begon te zingen. Achteraf beweerde hij dat hem dat spontaan was ingevallen, maar daar geloof ik niks van. Ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kennen een grote retorische traditie, denk maar aan Churchill, ook al vind ik de woordenkramerij in het Engelse Lagerhuis de laatste jaren steeds kinderachtiger worden. Angela Merkel is dan weer een tegenvoorbeeld. Toen zij een paar jaar geleden een speech gaf in Harvard merkte je dat het Amerikaanse publiek vooral uit beleefdheid bleef luisteren. In Nederland waren Wiegel en Den Uyl goede sprekers. Jesse Klaver heeft het geprobeerd, met wisselend succes. Welsprekendheid valt in ons land niet per se goed. Ook bij Thierry Baudet niet, met zijn Hegel-citaten. In die zin was Fortuyn succesvoller. Hij was heel theatraal, met zijn “At your service”. Mark Rutte moet het vooral hebben van zijn kennis van zaken. Hij mag bijna niet geestig zijn en is ook niet erg vaardig in het kiezen van zijn beelden. Alhoewel, toen hij Nederland vergeleek met een vaasje dat we niet uit onze handen mochten laten vallen, werd daar enorm mee gespot, maar ik vond dat zo slecht nog niet. Daarbij speelt ook de stem een belangrijke rol, en dat is grotendeels een kwestie van genade. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld simpelweg geen fijne stem. En Thatcher heeft haar stem bijvoorbeeld getraind om hem donkerder te krijgen. De stem is een belangrijk onderdeel van wat in de retorica de actio wordt genoemd, de uitvoering dus. Daarover zal ik in mijn talkshow spreken met prof. dr. Jaap de Jong. En natuurlijk met de presentatrice Maartje van Weegen!’

‘Op een toegankelijke manier bespreken’ Afgaande op dit gesprek belooft de Let’s talkshow! een zeer brede kijk op het festivalthema te bieden. ‘Het moet vooral geen gymnasiastenbijeenkomst worden. Je kunt makkelijke dingen moeilijk maken, daar zijn Duitse professoren erg goed in, maar ik houd er vooral van om relatief moeilijke dingen op een toegankelijke manier te bespreken. De lijst van mijn gasten lijkt misschien een beetje een parade van professoren, dat is nu eenmaal mijn wereld, maar ik heb ze wel uitgezocht op hun talent om toegankelijk te communiceren. Ik kijk er hoe dan ook enorm naar uit om me tien dagen lang in het festival onder te dompelen. Ik ben altijd een hooguit incidentele bezoeker geweest en had nooit kunnen denken dat ik er zo betrokken bij zou raken. Ik weet nu al dat het een van de hoogtepunten uit mijn loopbaan wordt.’ ■●


14

AFSCHEID VAN EEN KONING DOULCE MÉMOIRE VERTOLKT REQUIEM MET GRAFREDE

‘Illustere vorsten! Huilt om uw koning Hendrik IV!’ Zo galmde het op 30 juni 1610 door de Notre-Dame van Parijs. En zo galmt het eind augustus door de Utrechtse Domkerk, wanneer Denis Raisin Dadre met zijn ensemble Doulce Mémoire aantreedt voor de Missa pro defunctis van Eustache Du Caurroy. De muzikaal leider, aan de telefoon vanuit Tours, geeft alvast een voorproef.

In het hart van het concert staat een grafrede die het verdriet over de vermoorde koning Hendrik IV met allerlei retorische middelen tot uitdrukking brengt. De tekst is authentiek, zegt Raisin Dadre. ‘Ik stuitte erop in de Bibliothèque nationale in Parijs. Met 37 andere grafredes prijkt hij in een zeventiende-eeuwse bundel. Sommige van die teksten zijn kil en afstandelijk, vol plichtmatige verwijzingen naar de Oudheid. Maar de rede die daags voor Hendriks uitvaart in de Notre-Dame werd uitgesproken, is opmerkelijk persoonlijk van toon.’ Voor een goed begrip riep Raisin Dadre de hulp in van Nicole Rouillée, een specialist in historische uitspraak en gestiek. ‘De voordracht moest vanaf elke plek in de kerk te volgen zijn. Dat vergde een stem met een geschikt timbre en voldoende draagkracht. De spreeksnelheid moest ook wat lager zijn dan gebruikelijk, met lange klinkers en geprononceerde medeklinkers. Er kwam zelfs een beetje vibrato aan te pas: Ill-ú-hú-stres! Een kernbegrip als “dood” werd met fysieke gebaren onderstreept. Het werkte, ooggetuigen meldden dat er massaal werd gehuild. Deze spreektechniek


15

TEKST / Guido van Oorschot

DENIS RAISIN DADRE met Doulce Mémoire Foto: Rodolphe Marics

BEELD / Henry IV van Frankrijk geportretteerd door Frans Pourbus de Jongere, ca. 1600-1625. Musée du Louvre, Parijs

werd tot in de twintigste eeuw in Frankrijk beoefend, toen maakten microfoons er een eind aan. De redenaar die we mee naar Utrecht brengen, Philippe Vallepin, beheerst deze techniek als geen ander.’ Requiem van Du Caurroy Dat de grafrede in Parijs klonk, staat vast. Dat het requiem van Du Caurroy ook werd uitgevoerd, valt niet onomstotelijk te bewijzen. ‘Maar aannemelijk is het wel,’ zegt Raisin Dadre. ‘Ik heb veel ceremonies rondom het Franse koningshuis bestudeerd. Ooggetuigenverslagen gaan vaak over zaken als kleding, tot de lengte van jurken aan toe. Over muziek schrijft men amper. Dat is niet gek, musici behoorden nu eenmaal tot het lagere personeel. Wat Hendriks uitvaart betreft gaan we af op een mededeling van de barokcomponist Sébastien de Brossard. Hij omschreef Du Caurroy’s stuk als “het requiem van Franse koningen”. En laten we eerlijk zijn: rond 1610 is er geen enkele Franse dodenmis die met dit stuk kan concurreren.’ Voor welke gelegenheid Du Caurroy zijn requiem schreef is niet duidelijk. Hij was er in Parijs in elk geval niet bij. Hij

overleed in 1609, een jaar voor Hendrik, na een carrière als maître de la chapelle du Roi. ‘Hij was allesbehalve een vernieuwer,’ zegt Raisin Dadre. ‘Ik beschouw Du Caurroy eerder als de laatste vertegenwoordiger van de grote polyfone traditie. Een geniale vertegenwoordiger, want de oude meerstemmigheid vlamt bij hem magistraal op. We voeren zijn requiem al meer dan twintig jaar uit en het stuk kan me nog steeds tot tranen toe ontroeren. Vraag me niet hoe, daar krijg ik de vinger maar niet achter. Ik vergelijk Du Caurroy weleens met Mozart. Waren diens harmonieën en ritmes nu echt zoveel specialer dan die van tijdgenoten? Toch zit in zijn muziek iets wat je omverwerpt.’

de ruimte tot in elke uithoek vult. In 1999 bracht Doulce Mémoire het stuk al eens uit op cd. Behalve zinken, dulcianen en trombones gebruikten de musici ook een orgel. ‘Toen nog wel,’ zegt Raisin Dadre. ‘Een jaar later las ik in een Franse bron over instrumenten bij dodenmissen: organum tacet, het orgel zwijgt. In Utrecht wordt de klank dus wat kaler. Dan komt het requiem alleen maar beter uit.’ ■●

De uitvoering van Doulce Mémoire Doulce Mémoire opent in de Domkerk met een Pavane pour Henry le Grand, gespeeld door blazers en slagwerk. Er klinken psalmen van Du Caurroy en zijn zestiendeeeuwse voorganger Claude Goudimel. Langs de pilaren zullen sobere gregoriaanse lijnen glijden, waarna de vijfstemmige pracht van Du Caurroy’s Missa pro defunctis

Du Caurroy: requiem voor een koning di 31 aug, 20.00 uur Domkerk

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 DOULCE MÉMOIRE / DENIS RAISIN DADRE

MET NAGESPREK

Lejeunes Printemps: ritmische revolte do 2 sep, 17.00 uur TivoliVredenburg, Hertz oudemuziek.nl/ doulcememoire


16

EARLY MUSIC TELEVISION

HET FESTIVAL OUDE MUZIEK ONLINE

Het Festival Oude Muziek Utrecht presenteert eMTV: Early Music Television, een omvangrijk online programma waarmee we het festival deze zomer direct in uw huiskamer casten en streamen. Dit online festival vormt de perfecte aanvulling op uw fysieke concertbezoek. Geniet dagelijks van de mooiste concerten, live vanuit de Grote Zaal van TivoliVredenburg, speciaal opgenomen in de Kerk van de Evangelische Broedergemeente in Zeist of opgediept uit onze schatkist met hoogtepunten van eerdere festivaledities.

PHILIPPE JAROUSSKY Foto: Simon Fowler

TEKST / Juliette Dufornee BEELD / Foppe Schut

Zoekt u meer verdieping? De Let’s talkshow! van cocurator Frits van Oostrom, de Zomerscholen en de What’s new?-lezingen zijn ook gewoon vanuit uw luie stoel te volgen. Het online programma kent bovendien enkele binge-waardige momenten waarmee u een hele dag onder de pannen bent: wat te denken van de (semi)finale van het Internationaal Van Wassenaer Concours, of de livestreams van de Getijdendag vanuit de Willibrordkerk?

Met het aanmaken van een gratis account op oudemuziek.nl/emtv kunt u al een groot deel van de online programmering bekijken, voor enkele concerten vragen we een toegangsprijs. De prijs per concert staat vermeld in de festivalwijzer en op onze website, maar u geniet het voordeligst met een passe-partout die recht geeft op alle online concerten. De concerten en lezingen blijven bovendien tot en met 12 september online staan: een keer (of twee) extra genieten kan dus ook. Het volledige online aanbod staat in de festivalwijzer, op oudemuziek.nl/festivalschema en op de volgende pagina van dit tijdschrift. ■●

CHRISTINA PLUHAR Foto: Anna van Kooij


17

HOE WERKT HET?

U maakt een gratis account aan via oudemuziek.nl/ emtv Het volledige online aanbod met uitzendtijden vindt u op oudemuziek.nl/emtvgids. Klik op het concert van u keuze: door op de knop ‘meer informatie’ te klikken, komt u op een pagina waar u meer kunt lezen over het programma en de uitvoerenden. Indien dit een gratis concert is kunt u, nadat u bent ingelogd, de uitzending toevoegen aan uw mijn eMTV-profiel door op de knop ‘voeg toe’ te klikken. Betaalde concerten rekent u af door op ‘bestel’ te klikken, waarna het concert automatisch terug te vinden is in uw mijn eMTV-profiel. U komt op uw mijn eMTV-profiel door rechts bovenin de website, naast de zoekbalk, op ‘mijn eMTV’ te klikken. Vrienden kunnen met korting kaarten kopen. U activeert uw vriendenkorting door de couponcode die u per mail heeft gekregen in te voeren in het couponveld tijdens het betaalproces. Heeft u geen mail ontvangen of bent u de code kwijt? Neem dan contact met ons op via vrienden@oudemuziek.nl. Nadat het concert voor het eerst is uitgezonden blijft de video tot en met 12 september online staan: u kijkt het concert dus zo vaak terug als u wil. Onlineconcerten rekent u stuk voor stuk af: het is niet mogelijk om meerdere concerten in één keer af te rekenen. Wel kunt u een passe-partout voor het volledige online festival kopen, waarmee u voordelig het hele online programma kunt bekijken. Meer uitleg over het aanmaken van een account, het toevoegen van concerten aan uw mijn eMTV-profiel en andere hulp bij het kijken vindt u op oudemuziek. nl/kijkhulp. Staat uw vraag er niet tussen of heeft u een opmerking of suggestie? Neem contact met ons op via emtv@oudemuziek.nl.

KIJKTIPS zo 29 aug 2021, 20.00 uur Philippe Jaroussky & L’Arpeggiata / Christina Pluhar Passacalle de la follie Live vanuit TivoliVredenburg, Grote Zaal Toegangsprijs: € 15 Zet Christina Pluhar en haar ensemble L’Arpeggiata samen met Philippe Jaroussky op het podium en je bent verzekerd van een spectaculair concert. Ditmaal verrassen deze gouden musici met een programma vol hoofse liederen waarin tekstuele expressie de boventoon voert. di 31 aug 2021, 11.00 uur Capriola di Gioia, Bart Naessens & Amaryllis Dieltiens Porpora: Napolitaan & kosmopoliet Gratis In de loop van de muziekgeschiedenis heeft Napels talloze van zijn zonen uitgezonden om de wereld te veroveren. Barokmonument Nicola Porpora behoort ongetwijfeld tot de meest succesvolle onder hen. Zijn carrière voerde hem langs Rome, Venetië, Wenen, Dresden en Londen. Met cantates, operafragmenten en instrumentaal werk portretteert het Belgische ensemble Capriola di Gioia deze ondernemende Napolitaan. do 2 sep 2021, 15.00 uur La Sfera Armoniosa & Stefanie True / Mike Fentross Händel in Rome Toegangsprijs: € 7,50 Rome, 1707. Georg Friedrich Händel trekt er als ambitieuze twintiger op uit om het transalpine kunstenmekka, zijn muziektrends en zijn supersterren te leren kennen. Sopraan Stefanie True diept de mooiste melodieën op uit twee van Händels Romeinse cantates. Met een triosonate die vermoedelijk tot zijn vroegste Italiaanse werken behoort, laat La Sfera Armoniosa horen wat de jongeman toen al in zijn mars had.


18

VRIJ 27 AUG

ZA 28 AUG

ZO 29 AUG

MA 30 AUG

DI 31 AUG

07.00

09.00

09.30

Zomerschool: Jordi Wiersma (I) live vanuit de Willibrordkerk

Zomerschool: Jordi Wiersma (II) live vanuit Instituto Cervantes

Zomerschool: Casper de Jonge live vanuitde Janskerk

Zomerschool: Jed Wentz live vanuit de Janskerk

Enrico Baiano online only

Bertrand Cuillier online only

Carole Cerasi online only

Capriola di Gioia online only

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Claron McFadden & Mike Fentross online only

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Postscript online only

Radio Antiqua online only

Dutch Baroque Orchestra online only

Pluto Ensemble online only

What’s New? live vanuit de Janskerk

What’s New? live vanuit de Janskerk

What’s New? live vanuit de Janskerk

What’s New? live vanuit de Janskerk

Castello Consort online only

Philippe Jaroussky & L’Arpeggiata live vanuit TivoliVredenburg

Capriccio Stravagante & Voces Suaves live vanuit TivoliVredenburg

Ensemble Odyssee online only

Abchordis Ensemble online only

Coro e Orchestra Ghislieri online only

la fonte musica online only

Richard Egarr online only

10.00

11.00

12.00

12.30

14.00

15.00

18.00

18.30

20.00

Online Opening: Ens. Correspondances & Frits van Oostrom live vanuit TivoliVredenburg

21.00

22.00


19

WOE 1 SEP

DO 2 SEP

VRIJ 3 SEP

ZA 4 SEP

ZO 5 SEP

Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk Zomerschool: Rebecca Schaefer live vanuit de Janskerk

Zomerschool: Leo Lousberg live vanuit de Janskerk

Internationaal Van Wassenaer Concours live vanuit TivoliVredenburg Artem Belogurov & Ocatvie DostalerLalonde online only

Zomerschool: Anne Smith live vanuit de Janskerk

Zomerschool: Fred Jacobs live vanuit de Janskerk

Zomerschool: Rebekah Ahrendt live vanuit de Janskerk

Elisabeth Hetherington & David Mackor online only

Ricercar Consort online only

Internationaal Van Wassenaer Concours live vanuit TivoliVredenburg Olga Pashchenko online only

Erik Bosgraaf, Itzhar Elias & Alessandro Pianuo online only

Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

Let’s talkshow! live vanuit de Janskerk

CantarLontano online only

Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk Eva Saladin, Daniel Rosin & Johannes Keller online only

La Sfera Armoniosa online only

Daedalus Ensemble online only

Bob van Asperen online only

Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk

New Collegium online only

What’s New? live vanuit de Janskerk

What’s New? live vanuit de Janskerk

What’s New? live vanuit TivoliVredenburg

What’s New? live vanuit Instituto Cervantes

Vox Luminis live vanuit TivoliVredenburg

a nocte temporis live vanuit TivoliVredenburg

Gli Angeli Genève live vanuit TivoliVredenburg

Le Concert d’Apollon online only

Getijdendag Psallentes live vanuit de Willibrordkerk

Sollazzo Ensemble online only

Les haulz et les bas online only

Passe-partout online programma € 80

Vox Luminis & Il Gardelino online only

Gratis concerten

Betaalde concerten


INSTRUMENTALITEIT

DE ‘SCHELLENBOOM’ EN DE TURKOMANIE IN EUROPA MUZIEKSCHATTEN IN HET RIJKSMUSEUM Tussen de veertiende en de zestiende eeuw was het Ottomaanse Rijk een van de sterkste politieke en militaire machten. Het was het centrum van interculturele betrekkingen tussen de oosterse en westerse wereld. Hoewel de Turken door het grootste deel van Midden- en WestEuropa als krijgsvijand en bron van terreur werden beschouwd, waren veel Europese kunstenaars gefascineerd door hun mysterieuze cultuur en had deze een sterke invloed op de westerse kunst, muziek en literatuur. Tussen de zeventiende en negentiende eeuw werd de Turkse kunst en cultuur geïmiteerd en geïdealiseerd in de turkomanie, een kunststroming die zich over heel Europa verspreidde. Mozarts Die Entführung aus dem Serail is de beroemdste achttiendeeeuwse opera die door deze idealiserende fascinatie is beïnvloed. Ook de schellenboom, waarvan een mooi exemplaar in het Rijksmuseum staat, is een voorbeeld van dit culturele fenomeen.

Turkse militaire muziek Muziek speelde een centrale rol in het Ottomaanse leger. Het elitekorps van het leger, de Janitsaren, beschikte over muziekkapellen (mehter) die onophoudelijk op het slagveld speelden om de troepen aan te moedigen en hun moreel hoog te houden. Hun muziek was geïmproviseerd, waardoor er geen composities overgeleverd zijn en onze kennis zich grotendeels beperkt tot de muziekinstrumenten waarop ze speelden. Janitsarenbands bestonden uit luide instrumenten die angst en verschrikking opriepen bij de vijandelijke troepen, zoals trompetten, schalmeien, pauken, grote trommen en cimbalen. De westerse mogend-


21

TEKST / Giovanni Paolo Di Stefano

OTTOMAANSE MUZIEKKAPEL 1863, door Arif Pasha.

BEELD / Schellenboom. Rijksmuseum, Amsterdam

HISTORISCHE OPTOCHT bij het tweede eeuwfeest van de Utrechtse Hogeschool, 1837, door Victor Adam.

heden waren onder de indruk van deze Ottomaanse legerbands en introduceerde ze ook in hun eigen krijgsmachten. Tegen het einde van de zeventiende eeuw had zowel koning Jan III Sobieski van Polen als koning Augustus II de Sterke van Saksen en Polen een Turks-geïnspireerde muziekband in dienst. De Ottomaanse militaire muziek beïnvloedde ook Europese componisten. Muzikale ‘Turkse’ effecten werden nagebootst met bestaande westerse instrumenten en met nieuwe soorten percussie, zoals grote trommen, cimbalen en triangels. Tussen het einde van de achttiende en begin van de negentiende eeuw werden deze instrumenten opgenomen in Europese orkesten en militaire muziekkorpsen. Tot de jaren 1820 waren zelfs veel piano’s voorzien van een Janitsarenregister, waarmee de grote trom, triangel en cimbalen middels een pedaal konden worden nagebootst. De schellenboom De schellenboom is het meest bizarre en visueel boeiende Europese percussie-instrument dat werd ontwikkeld om ‘Turkse’ muzikale effecten te

creëren. Het bestaat uit een stok met bellen en/of schellen die aan een soort Chinese hoed van messing hangen. Deze hoeden werden meestal bekroond door een Turkse halve maan. De schellenboom wordt verticaal vastgehouden en op en neer geschud. Geen enkele Ottomaanse bron vermeldt de schellenboom echter als instrument van de mehter. Tegen het einde van de achttiende eeuw verscheen het voor het eerst in Europa, waar het mogelijk was geïnspireerd door het ontwerp van de Ottomaanse militaire standaarden. Het is ook mogelijk dat de schellenboom een Europese imitatie was van de cewhan, een kleine Turkse rammelaar met bellen. In de negentiende eeuw, toen de schellenboom populair was bij Europese militaire muziekkorpsen, werd het ook door de Ottomanen zelf geadopteerd. Het instrument van het Rijksmuseum De Fransen introduceerden de schellenboom in de BataafsFranse tijd (1795-1813) in het huidige Nederland. Een prachtig voorbeeld van een schellenboom uit het begin van de negentiende eeuw bevindt zich in het Rijksmuseum. Het

bestaat uit twee koperen Chinese hoeden die allebei worden bekroond door een halve maan. Een koperen slang met opengesperde kaken is om de stok gewikkeld. Het geluid wordt geproduceerd door zeventien koperen belletjes. De meeste schellenbomen zijn ongesigneerd en werden gemaakt door bouwers van koperen blaasinstrumenten. Zo ook het anonieme exemplaar van het Rijksmuseum. Volgens de archieven van het museum was het ‘gedragen door den eleve muzikant A. Maas, Kapelmeester J. Barnevel, Majoor Boelen, Kolonel F (?) Stroecker. 12e Afdeeling Infanterie’. Halverwege de negentiende eeuw behoorde het instrument toe aan Sietze Johannes Roosdorp, een verzamelaar van militaire memorabilia. In 1895 werd het toegevoegd aan de collectie van het Rijksmuseum. Het instrument is tot en met 4 december 2021 te zien in zaal 0.9 (Special Collections, begane grond). ■●


22

‘ZONDER VERSIERING LUKT HET NIET’ MARCEL PÉRÈS OVER MACHAUTS MESSE DE NOSTRE DAME

bewaard gebleven. Het manuscript van Apt, bijvoorbeeld, is een praktijkmanuscript dat echt bedoeld is voor uitvoering: het bevat een aantal versies van elk misdeel, waaruit de uitvoerder tijdens de mis kan kiezen. Die Kyries en Gloria’s zijn voor het gemak ook nog eens samen gerubriceerd. De Messe de Nostre Dame is het eerste misordinarium dat als één geheel is samengesteld, en dat hoor je ook duidelijk over de delen heen.’

De Franse organist en dirigent Marcel Pérès is al vier decennia berucht vanwege zijn make-overs van de heiligste huisjes uit de oude muziek. In Utrecht verankeren Pérès en zijn Ensemble Organum de veertiendeeeuwse Messe de Nostre Dame van Machaut in de volkse harmoniseringstradities waaruit alle gecomponeerde polyfonie ooit ontsprong. De cd-registratie uit 1997 was buitengewoon controversieel. De live concertbeleving tijdens het aankomende Festival Oude Muziek Utrecht belooft echter een overweldigende

ervaring te worden. Pérès is al aan het warmdraaien voor dat feest. De Messe de Nostre Dame wordt steevast bejubeld als de eerste volledige miscyclus. Is dat een kwaliteitswaarmerk? ‘Het is echt geniale muziek, maar wat is de waarde van een dergelijke claim voor een repertoire waarvan maar een fractie is bewaard? We kennen de namen van duizenden componisten uit de veertiende eeuw van wie geen noot muziek is overgeleverd. Van het pauselijke hof in Avignon is uit die periode een berg uitstekende maar anonieme muziek

Dat de componist Guillaume de Machaut is, zal de reputatie van de Messe ongetwijfeld een boost hebben gegeven… ‘Omdat we de maker kennen, hebben we in elk geval een beter beeld van de functie van de compositie. Guillaume De Machaut was niet alleen componist, maar ook dichter en diplomaat. Hij was actief in een aantal polyfone genres, maar het leeuwendeel van zijn oeuvre bestaat uit eenstemmige troubadoursliederen, waarin Machaut zichzelf een expert in de hoofse en nietzo-hoofse liefde toont. Zou het kunnen dat de enige mis die hij in de herfst van zijn leven componeerde bedoeld is om zijn ziel te redden na


23

TEKST / Stefan Grondelaers

MACHAUT op een veertiendeeeuwse miniatuur

BEELD / Marcel Pérès met Ensemble Organum

HET KYRIE uit de Messe de Nostre Dame van Guillaume de Machaut

het wereldse gerotzooi? Dat het oeuvre van Machaut goed bewaard is, heeft overigens vooral te maken met de middelen en de energie die hij aan het einde van zijn leven kon investeren in zorgvuldige inventarisatie. Machaut was in ieder geval de eerste componist die zich goed bewust was van zijn status.’ Bijzonder aan uw opname van de Messe is dat u het polyfone karakter ervan nadrukkelijk verbindt met spontane meerstemmige tradities. ‘Wij gebruiken de term “polyfonie” tegenwoordig voor gecomponeerde meerstemmigheid, maar tot laat in de negentiende eeuw was spontane, geïmproviseerde meerstemmigheid een heel gewone praktijk in de liturgie. Inmiddels is die traditie uitgeroeid, maar op afgelegen plekken in Corsica en Sardinië vind je er nog de restanten van: daar krijg je spontane harmoniseringen van een eenstemmige melodie die men fauxbourdon (letterlijk “valse bas”) noemt. Omdat het polyfone compositiemodel dat Machaut hanteert weinig meer is dan een formele implementatie van spontane fauxbourdon, wilde ik nagaan

wat er zou gebeuren als ik in mijn ensemble Corsicaanse zangers zou integreren die die spontane praktijk gewend zijn. Geen gering risico, waarvoor ik destijds flink op mijn donder heb gehad (lacht). De meeste critici geloven dat polyfonie moet klinken zoals bij The Tallis Scholars: uiterst esthetisch, maar enigszins onderkoeld. Niks mis mee, maar het is fout te beweren dat dat Britse model het enige juiste is.’ Vanuit onze ervaring met renaissancepolyfonie hebben we tegenwoordig de neiging om meerstemmige muziek als een verticaal gegeven te beschouwen, maar ik heb de indruk dat bij u de nadruk vooral op de retoriek en ornamentatie van de individuele lijnen ligt... ‘Bij Machaut is polyfonie een stapelvorm van stemmen die bovenop de gregoriaanse melodie zijn geplaatst: waar die stemmen botsen, ontstaat soms harmonie, maar daar moet je ook voor werken. De Oosters aandoende ornamentatie die men mij soms kwalijk neemt is in dit opzicht ontzettend belangrijk, want zonder versiering lukt het echt niet. Een ornament is geen verfraaiing of een frivoliteit: het

is een soort energie die ons naar een akkoord leidt, die ons in staat stelt een contrast te creëren tussen wat stabiel en dynamisch is. Schrijf maar op dat je zonder ornamentatie de invariante architectuur van een stuk nooit tot leven gewekt krijgt.’ ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 za 28 aug, 20.00 uur Domkerk Ensemble Organum / Marcel Pérès Machauts Messe de Nostre Dame oudemuziek.nl/ ensembleorganum


BEELDSPRAAK

PORTRETTEN VAN HENDRIK VAN VELDEKE EEN DICHTER SUPERIEUR IN ZIJN IRONIE

De afbeelding op briefkaartformaat (11,4x15,3 cm) laat een dichter zien die zijn liedjes niet zomaar voor de vuist weg verzint, maar goed overweegt wat hij opschrijft. Het is een ‘dichtersportret’ dat werd gemaakt lang nadat de dichter overleden was: Veldeke leefde van 1140/50 tot ongeveer 1190. Helemaal verzonnen is de afbeelding echter ook niet.De tekenaar die Veldeke weergaf, moet het begin van diens eerste lied goed hebben gelezen:

Een denkende dichter. Een lege banderol. Een boom met zes vogels. En boven deze afbeelding het opschrift: ‘Maister Hainrich von Veldeg’. Het Weingartner Liederhandschrift is omstreeks 1310-1320 geschreven en geïllustreerd in of nabij Konstanz. Van alle dichters die Frank Willaert in zijn imposante boek Het Nederlandse liefdeslied in de Middeleeuwen bespreekt, is Hendrik van Veldeke de eerste dichter van wie we de naam kennen, en een van de weinigen die is afgebeeld.

Ez sint guotiu niuwe maere, Daz die vogel offenbaere Singent, dâ man bluomen siht. Zen zîten in dem jâre Stüende wol, daz man vrô waere, Leider des enbin ich niht: Mîn tumbez herze mich verriet, Daz muoz unsanfte unde swaere Tragen daz leit, daz mir beschiht. [Het is goed nieuws / dat de vogels luidkeels / zingen, waar men bloemen ziet. / Bij dit jaargetijde / zou het passen dat men vrolijk was, / maar helaas, dat ben ik niet: / mijn dwaze hart heeft mij verraden / en moet nu treurig en somber / het leed verdragen, dat mij te beurt valt.]


25

LIEDEREN VAN HENDRIK VAN VELDEKE Codex Manesse, fol. 30v.

TEKST / Johan Oosterman BEELD / Hendrik van Veldeke. Weingartner Handschrift. Konstanz, 1310-1320. Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, HB XIII 1, fol. 57r

Het voorjaar is uitbundig, vogels zingen, maar de dichter is bedroefd. Niet veel later, en zo’n zeventig kilometer naar het zuidwesten, werd Veldeke nog eens afgebeeld, ditmaal in de uit Zürich afkomstige Codex Manesse (ca. 1300-1340). Opnieuw zien we een denkende dichter omringd door vogels, maar nu tussen bloeiende bloemen. Op zijn rechterschouder staat een eekhoorntje. Bovendien zijn er een wapen en een helmteken geschilderd, tekens van Veldekes hoge afkomst. De afbeelding is veel groter (25x35 cm) en uitbundiger van uitvoering

Hendrik van Veldeke. Codex Manesse, Zürich, 1300-1340. Heidelberg, UB, Cpg 848, fol. 30r.

en in kleurgebruik dan de afbeelding in het Weingartner Liederhandschrift. De Codex Manesse is de belangrijkste verzameling liederen uit de middeleeuwen: het bevat werk van 140 auteurs en vrijwel de volledige Duitse Minnesang is aanwezig. Er is jaren aan dit prestigeproject gewerkt en de faam van de verzameling weerspiegelt dit. De afbeeldingen zijn zo bekend dat ze ons beeld van de hoofse wereld in sterke mate bepaald hebben. Net als bij Veldeke is ook bij andere auteurs vaak sprake van een sterke relatie tussen tekst en beeld. De Codex Manesse is een liederenverzameling waarin de oogverblindende illustraties fungeren als wegwijzer en als leeswijzer: ze laten zien waar het werk van weer een nieuwe dichter begint, en ze geven een summiere typering van al die dichters. Veldekes ironie Veldeke wordt op de afbeeldingen in beide manuscripten als bedroefde, haast melancholische dichter neergezet. Maar wie zijn werk goed kent, weet dat dit een vertekend beeld is. Veldeke is superieur in zijn ironie. Willaert laat

overtuigend zien dat Veldeke speelt met de conventies van de Minnesang waarin de liefde van de ik-persoon onvervuld moet blijven, waarin hij zwelgt in zelfbeklag. De ik-persoon zinspeelt juist op de lichamelijk liefde en suggereert wat daarvan het genoegen kan zijn, maar ook hoe dat tot misverstanden kan leiden. De leeswijzer die de miniaturen in beide liedverzamelingen bieden, zet de lezer op een verkeerd spoor. Veldeke is niet in gedachten verzonken omdat hij de hoofse onbereikbaarheid koestert en voldoening vindt in ongeluk; hij overweegt eerder spitsvondig hoe hij het spel van de hoofsheid kan ontregelen, omdat de vreugde van de liefde en het leven te verkiezen zijn boven het eeuwige onbeantwoorde verlangen. Misschien zien we in de Manesse Codex daarom ook een lichte glimlach op het gezicht van de dichter… ■●

Literatuur Frank Willaert, Het Nederlandse liefdeslied in de Middeleeuwen. Amsterdam: Prometheus, 2021. De bronnen digitaal Weingartner Liederhandschrift: digital. wlb-stuttgart.de/purl/bsz319421317 Codex Manesse digi.ub.uni- heidelberg.de/diglit/cpg848


26

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

MATTHIJS DE CASTELEIN EN ZIJN DIVERSCHE LIEDEKENS

DETAIL TITELBLAD DIVERSCHE LIEDEKINS, 1574

TEKST / Nico van der Meel

BEELD / Rechts: Matthijs de Castelein op de titelpagina van de Rotterdamse druk van Pyramus en Thisbe, 1612.


Matthijs de Castelein en zijn Diversche liedekens

27

een stadsdeel van Oudenaarde, maar in de zestiende eeuw was het nog een zelfstandige stad op de rechteroever van de Schelde. Casteleins achternaam – dat zoveel betekent als ‘kasteelbewoner’ of ‘slotvoogd’ – suggereert een adellijke afkomst, maar uit biografisch onderzoek is daar niets van gebleken. Zijn naamspreuk als dichter, ‘Wacht wel ’t Slot’, was niet alleen een aansporing voor de lezer om zijn teksten helemaal uit te lezen, maar ook een mooie toespeling op de betekenis van zijn achternaam.

Die borstkins al rondt, / Den lachenden mondt / Doen my terstondt, heel verjolysen. Diversche liedekens, lied 20

OP

een festivaleditie gewijd aan welsprekendheid verdienen de rederijkers een ereplaats. Camerata Trajectina en emeritus hoogleraar Middelnederlandse letterkunde Frank Willaert doen een greep uit het werk van Matthijs de Castelein (ca. 14851550). Wie was deze zestiende-eeuwer en waarin onderscheidde hij zich van andere rederijkers? Tenor Nico van der Meel ging op onderzoek uit. Biografische gegevens over Matthijs de Castelein zijn schaars. In de afgelopen twee eeuwen hebben enkele letterkundigen en historici zich met grote tussenpozen beziggehouden met werk en leven van Castelein. De meeste aandacht ging steeds uit naar Casteleins hoofdwerk, De Const van Rhetoriken. Volle aandacht voor zijn Diversche liedekins ontstond pas toen Korneel Goossens in 1943 een moderne uitgave tot stand bracht, weliswaar zonder muzieknoten, maar met inleiding en annotaties. Matthijs de Castelein woonde hoogstwaarschijnlijk zijn leven lang op An ’t Spey, tegenwoordig de Louise Mariekaai, in Pamele. Tegenwoordig is dit

Professie Er zijn geen aanwijzingen dat hij aan een universiteit heeft gestudeerd. Toch ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig en belezen man. Zo bevat zijn werk allerlei klassieke, mythologische en bijbelse voorvallen en namen. Rond 1512 werd hij tot priester gewijd, en iets later benoemde de bisschop van Kamerijk (Cambrai) hem tot notaris. Vlakbij zijn huis lag de Onze‑Lieve‑Vrouwekerk, waar hij eerst als diaken en later als kapelaan aan verbonden was. In deze hoedanigheid droeg hij missen op en nam hij deel aan het officie. Belast met de zielzorg was hij niet. Zijn levensvervulling vond Castelein echter in de rederijkerij. Hij was zeer actief en schopte het tot factor (artistiek leider) van twee rederijkerskamers: Pax vobis in Audenaerde en De Kersauwe in Pamele. Zijn hoofdwerk, De Const van Rhetoriken, schreef hij de periode 1538-1548. Het is een handleiding voor het schrijven en voordragen van gedichten en toneelstukken, vormgegeven als 239 negenregelige balladen. Tussen deze balladen door geeft hij honderden voorbeelden van allerlei, soms bizarre dichtvormen. Het boek heeft tot ver in de zeventiende eeuw een grote invloed gehad op de rederijkerscultuur.

Ick ducht wy niet meer zullen vergaren: / Rijck Godt waer is den tijt ghevaren? Diversche liedekens, lied 13

In De Const van Rhetoriken beschrijft hij ook de bijzondere manier waarop hij liederen maakte. Hij creëerde zijn liederen niet met een bekende melodie in zijn hoofd, zoals gebruikelijk was, maar begon met het schrijven van een gedicht dat als eerste


Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

TITELBLAD DIVERSCHE LIEDEKINS 1574

28

strofe diende. Daarbij gebruikte hij liefst een gecompliceerde, rederijkerswaardige vorm. Vervolgens componeerde hij een melodie voor deze eerste strofe, en schreef hij de overige strofen op deze melodie. Het gevolg is dat Casteleins liederen vrijwel allemaal een unieke vorm hebben. Voor voorbeelden verwijst hij naar zijn ‘liedekin boucskin’.

Doen clam ick op haer buyckskin, / En sy ontfijnck mijn steelkin. Diversche liedekens, lied 25

Diversche liedekens Dat liedboekje moet in de jaren na Casteleins dood verloren zijn gegaan, want ruim twintig jaar later moest de Gentse drukker Ghileyn Manilius naar eigen zeggen stad en land afreizen om Casteleins liederen, inclusief hun melodieën, te verzamelen en op te tekenen. In 1574 gaf hij Casteleins bundel uit onder de titel Diversche liedekens. Daarin staan 31 liederen, de meeste op noten gezet en enkele met een verwijzing naar de melodie van een ander lied uit de bundel. Slechts één lied, Een nieu liedt op de zeven ween, bestaat alleen uit tekst zonder melodieverwijzing. Dit Marialied is ook om andere reden uitzonderlijk: het is het enige religieuze lied in de bundel. Het overgrote deel van de liederen gaat over de liefde in al haar facetten. De gravure op de titelpagina kondigt dit al aan: een man en een vrouw zitten gezellig samen onder een boom naast een fontein. We komen in de liederen veel liefdesverdriet tegen, maar ook troost; we zien onmogelijke liefde, bedrog en venijn, maar ook onverbloemde erotiek. Het is opvallend hoe tijdloos de emoties zijn die Castelein verwoordt.

Bij deze grote overvloed aan minneliederen ontstaat snel het vermoeden dat Castelein minder met religieuze zaken bezig was dan je van een priester zou verwachten. Het is echter ook mogelijk dat Manilius specifiek op zoek was naar liederen over de liefde. In ieder geval kende Castelein de geneugten van de liefde uit eigen ervaring: hij had bij zijn huishoudster een zoon verwekt. Toen moeder en kind door omstandigheden niet meer bij hem konden blijven wonen, bleven de verhoudingen warm. In 1547 sloot Castelein een lijfrente af op naam van deze Abraham, wetende dat hij als bastaardzoon niet in de erfenis zou kunnen delen. Na Casteleins dood zette Abraham zich op zijn beurt in om het nog onuitgegeven werk De Const van Rhetoriken in druk te laten verschijnen.

De schoonheyt uwer oghen / Heeft uwen eers bedroghen. Diversche liedekens, lied 2

Een aantal van Casteleins liederen moet aardig wat furore hebben gemaakt. Zo vinden we het lied Ghepeys ghepeys vol van envyen bijvoorbeeld terug in het Antwerps liedboek (1544) en het Aemstelredams Amoreus lietboeck (1589). Daarnaast wordt een van de Souterliedekens (1540) op de melodie van Ghepeys ghepeys vol van envyen gezonden en staat in Het ierste musyck boexken van Susato (1551) een vierstemmige polyfone zetting van het lied, met een duidelijke referentie naar Casteleins melodie. De Diversche liedekens zijn echter niet altijd populair geweest. De expliciete erotiek in sommige liederen heeft in de afgelopen eeuwen menigmaal tot onderwaardering en zelfs tot censuur geleid. Hoog tijd dat de Diversche liedekens van Matthijs de Castelein nu weer eens zorgvuldig onder de loep worden genomen. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 REDERIJKER AAN HET WOORD Camerata Trajectina & Frank Willaert Gasthuis Leeuwenbergh (ConcertLab) za 4 sep, 13.00 & 15.00 uur zo 5 sep, 13.00 & 15.00 uur oudemuziek.nl/rederijker


VOORWOORD

29

VRIENDENHART XAVIER VANDAMME festivaldirecteur

Muziek spreekt – Let’s talk: het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 staat voor de deur! Van 27 augustus tot en met 5 september hopen we u te ontmoeten bij een van onze concerten in de Utrechtse binnenstad, of online voor de uitgebreide programmering op ons nieuwe platform eMTV (Early Music Television). Dit jaar breken we het festival meer dan ooit open in de richting van theater en andere kunstvormen. In de Janskerk kunt u elke dag een bezoek brengen aan onze tentoonstelling Let’s act waarbij we muziek koppelen aan theater, beeldende kunst, keramiek en meer. Ik wil u nogmaals danken voor uw niet aflatende steun die we in deze onzekere tijden onverminderd mogen ontvangen. Het festival wordt werkelijk gedragen door onze Vrienden, en dat is hartverwarmend. ■●


30

VRIENDENHART

VRIENDEN MAKEN MOGELIJK: TENTOONSTELLING LET’S ACT De tentoonstelling Let’s act is iedere dag gratis te bezoeken in de Janskerk. Deze interactieve tentoonstelling is gewijd aan gebaren en acteertechnieken uit de zeventiende en achttiende eeuw. We zoeken daarbij ook toenadering tot de cognitieve psychologie van vandaag. We dagen u uit om houdingen en bewegingen zelf aan te nemen. Zo voelen we wat een gebaar kan veroorzaken in ons eigen lijf. Al doende ontcijferen we de barokke acteerstijlen en schilderkunst. De tentoonstelling is geopend van vrijdag 27 augustus tot en met zaterdag 4 september. De openingstijden per dag vindt u op deze pagina en op oudemuziek.nl/tentoonstelling. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 TENTOONSTELLING LET’S ACT Janskerk vr 27 aug za 28 aug zo 29 aug ma 30 aug di 31 aug wo 1 sep do 2 sep vr 3 sep za 4 sep

/ / / / / / / / /

09.30-20.00 10.30-20.00 13.00-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-20.00 10.30-17.00

gratis toegang oudemuziek.nl/ tentoonstelling


VRIENDENAANBIEDINGEN

DE TOEGIFT

GEEF EEN TOEGANGSKAARTJE CADEAU Wij willen graag dat iedereen kan genieten van het Festival Oude Muziek Utrecht. Daarom presenteert het festival dit jaar opnieuw ‘De Toegift’. Een donatie van € 12,50 helpt mensen met beperkte financiële middelen. Met het bedrag dat we op deze manier ophalen, betalen we kaarten voor mensen voor wie een concertbezoek een lastig bereikbare droom is. We werken hiervoor samen met De Tussenvoorziening. ‘Geef een Toegift’ is ontstaan op initiatief van de Verenigde Podiumkunstenfestivals, het samenwerkingsverband van meer dan 40 landelijke festivals, en benadrukt de verbindende kracht van kunst en cultuur. Via het festivalschema en de concertagenda op oudemuziek.nl kunt u een of meerdere Toegiften geven. ■●

31

Bestel onderstaande cd’s eenvoudig via oudemuziek.nl/vriendenaanbiedingen of via de bestelbon in dit tijdschrift

HEINRICH ALBERT’S PUMPKIN HUT DOROTHEE MIELDS & HATHOR CONSORT O.L.V. ROMINA LISCHKA RAMÉE RAM 1913 Schuilend voor de Dertigjarige Oorlog legde componist Heinrich Albert in Königsberg een moestuin aan die niet alleen pompoenen voortbracht. Zijn gevlochten hut was een ontmoetingsplaats voor denkers, dichters en kunstenaars. Het Hathor Consort en de sopraan Dorothee Mields brengen dit genootschap tot leven met schitterende muziek van onder anderen Albert, Schütz, Scheidt en Hammerschmidt. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

LE COUCHER DU ROI: MUSIC FOR LOUIS XIV’S CHAMBER LES MUSICIENS DU ROI O.L.V. THIBAUT ROUSSEL CHÂTEAU DE VERSAILLES SPECTACLES CVS029 Thibaut Roussel reconstrueerde een middernachtelijk concert zoals de Zonnekoning dagelijks aan het hof kreeg voorgeschoteld. Op het delicate programma staat muziek in uiteenlopende kleine bezettingen van onder anderen Lalande, Lully, De Visée, Marais en François Couperin. Op de bijgevoegde bonus-dvd schittert het paleis van Versailles als decor. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19


32

VRIENDENAANBIEDINGEN

GEEF EEN LIDMAATSCHAP CADEAU

優 YUU: GENTLENESS AND MELANCHOLY KAORI UEMURA RAMÉE RAM 1915 Het Japanse karakter 優 (Yuu) staat voor melancholie en tederheid. De gambiste Kaori Uemura stelde aan de hand dit karakter een programma samen met stukken die verdriet vertolken en troost brengen. Met haar fijnzinnige en doorleefde spel treft Uemura de sfeer en het karakter van de muziek van Hume, Forqueray, Marais, Telemann en Abel feilloos en raakt ze de luisteraar recht in de ziel.

A. SCARLATTI: SONATE A QUATTRO LES RÉCRÉATIONS RICERCAR RIC 422 Twee violen, een altviool, en een cello… Alessandro Scarlatti verbande het klavecimbel nadrukkelijk uit zijn Sonate a quattro. Hoewel het een laat experiment uit de consortkunst lijkt, klinkt de muziek modern dankzij Scarlatti’s fascinatie voor de dissonante neigingen van Gesualdo, van wie een gagliarda klinkt. Les Récréations navigeert de verrukkelijk complexe werken met precisie en gemak.

Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

SCULPTING THE FABRIC: WORKS BY CAVALLI, MERULA, VITALI LA VAGHEZZA AMBRONAY AMY 313 Geïnspireerd door de Engelse muziektheoreticus Roger North (1651-1734), die musiceren zag als beeldhouwen, boetseert het jonge Italiaanse ensemble La Vaghezza op dit album met klanken. De uitvoeringen op dit album. De zestiende- en zeventiende-eeuwse sonates, canzona’s en gearrangeerde liederen klinkt spontaan en recht uit het hart, alsof er geen partituur aan te pas kwam. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

Op zoek naar een origineel cadeau? Verras iemand met een vriendschap en steun tegelijkertijd het Festival en Seizoen Oude Muziek. Afhankelijk van het soort cadeaulidmaatschap (40, 80 of 160 euro) geniet de ontvanger van verschillende vriendenvoordelen, zoals vier keer per jaar het Tijdschrift Oude Muziek, voorsprong op het bestellen van festivalkaarten en natuurlijk korting op al onze concerten. Daarnaast krijgt de ontvanger een welkomst-cd en de meest recente uitgave van het Tijdschrift Oude Muziek thuisgestuurd. Indien gewenst kunt u hier een persoonlijke boodschap aan toevoegen. Het cadeaulidmaatschap stopt automatisch. ■●

AVISON: CONCERTI GROSSI BASED ON SONATAS BY DOMENICO SCARLATTI TIENTO NUOVO O.L.V. IGNACIO PREGO GLOSSIA MUSIC GCD 923526 Charles Avinson transformeerde een selectie klavecimbelsonates van Domenico Scarlatti in sprankelende orkestwerken. De uitvoering van Tiento Nuovo biedt alles wat barokmuziek zo aantrekkelijk maakt: adembenemende stromen aan snelle bewegingen, maar ook intense overpeinzingen in de langzame delen. Benieuwd naar de oorspronkelijke klavecimbelsonates van Scarlatti? Ook daar staan er vier van op deze cd. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19


33

INTERNATIONAAL VAN WASSENAER CONCOURS BAROQUE EDITION

Winnaars IVWC 2019

De zaallichten doven, geroezemoes wordt gefluister, zweetdruppels kriebelen in handpalmen: de spannende wedstrijdronden van het Internationaal Van Wassenaar Concours (IVWC) zijn ieder jaar weer een hoogtepunt in het festivalprogram-

Het Internationaal Van Wassenaer Concours is gratis toegankelijk. Het is noodzakelijk om vooraf gratis kaarten te bestellen via oudemuziek. nl of de festivalreserveringslijn (maximaal 2 kaarten per persoon per dag). In- en uitlopen tussen de optredens door is toegestaan. Wilt u liever thuis van deze wedstrijd genieten? Kijk dan naar de livestream op eMTV (Early Music Television): oudemuziek.nl/emtv.

ma. Na een editie met vroeg repertoire in 2019 staat dit jaar weer in het teken van muziek uit de barok (16001750). Net als voorgaande jaren zullen de ensembles worden beoordeeld door een jury bestaande uit internationaal gerenommeerde musici. De juryvoorzitter is dirigent en klavecinist Krijn Koetsveld, artistiek leider van het Nieuw Bach Ensemble en Le Nuove Musiche. Hij wordt bijgestaan door de sopraan Stefanie True, luitist en theorbist Fred Jacobs, blokfluitiste Inês d’Avena, en onze artist in residence: violiste Eva Saldin. In de halve finale op woensdag 1 september krijgt ieder

TEKST / Hitske Aspers BEELD / Marieke Wijntjes

ensemble twintig minuten de tijd om de jury én het publiek te overtuigen van hun spel. Na drie ensembles is er steeds een moment voor het commentaar van de juryleden. Dit gebeurt op het podium. Alle musici en het voltallige publiek kunnen zo horen wat de juryleden van de uitvoeringen vonden. Soms zullen ze het helemaal eens zijn met elkaar, maar het komt ook voor dat er verschillende inzichten en beoordelingen zijn. In de finale op vrijdag 3 september strijden de vier beste ensembles om verschillende geldprijzen en een tournee in het Seizoen Oude Muziek. Moedigt u uw favorieten aan? ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 INTERNATIONAAL VAN WASSENAER CONCOURS wo 1 sep, 10.00 - 16.00 TivoliVredenburg, Hertz Halve finale vr 3 sep, 10.00 - 15.00 TivoliVredenburg, Hertz Finale oudemuziek.nl/ivwc


34

LA RHETORIQUE DES DIEUX

HET SUMMUM VAN ZEVENTIENDE-EEUWSE FRANSE LUITKUNST

manuscript gebruikte hij materiaal van belangrijke kunstenaars als Eustache Le Sueur (1617-1655), Robert Nanteuil (1623-1678) en Abraham Bosse (ca. 1604-1676). Voor de versieringen op de omslagband werd de goudsmid Claude Ballin ingezet. Hun prachtige werk moest bijdragen aan het doel dat Chambré voor ogen stond: het onsterfelijk maken van de mooiste luitstukken van de illustre Denis Gaultier (1597/16031672), een van de bekendste Franse luitisten van zijn tijd. TEKST / Fred Jacobs BEELD / Anne-Achille de Chambré en Denis Gaultier gegraveerd door Robert Nanteuil. Bibliothèque nationale de France.

Het pronkmanuscript La rhétorique des dieux (ca. 1652), tegenwoordig in het bezit van het Kupferstichkabinett in Berlijn, is wellicht de meest in het oog springende bron op het gebied van de zeventiende-eeuwse Franse luitmuziek. De luitisten Fred Jacobs, Michal Gondko en Anthony Bailes presenteren

tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 elk een luitrecital met muziek uit dit indrukwekkende manuscript. Daarnaast schetst Fred Jacobs in zijn Zomerschoollezing de culturele en historische context waarin de bundel tot stand kwam. Als voorschot op deze festivalcomponenten introduceert Jacobs het manuscript alvast. La rhétorique des dieux werd vervaardigd in opdracht van Anne-Achille de Chambré (?-1685), een rijke Parijzenaar en gentilhomme de Monsieur le Prince. Voor de illustraties in het

In La rhétorique des dieux staan in totaal 56 luitstukken van Gaultier genoteerd. Meer dan de helft daarvan is voorzien van titels gebaseerd op de Griekse mythologie, de oude Romeinse geschiedenis, diverse opmerkelijke vrouwelijke personages, en de persoonlijke inspiratie van de componist zelf. Zo bevat het manuscript onder andere tombeaux ter herinnering aan zijn vrouw en aan een collegaluitist. De meeste stukken zijn voorzien van commentaren die aansluiten bij de titels. Ze zijn geschreven in het verfijnde Frans dat gebruikelijk was in zeventiende-eeuwse Parijse salons.


35

Griekse modi De luitstukken in La rhétorique des dieux zijn gegroepeerd volgens de twaalf oude Griekse modi en worden elk geïntroduceerd door een gewassen pentekening van Abraham Bosse die verwijst naar de passies die de betreffende modus moet oproepen. De beeldtaal van Bosse is gebaseerd op de beschrijvingen van de muziektheoreticus Antoine Parran zoals opgetekend in zijn Traité de la musique théorique et pratique (Parijs, 1639). Als we puur van Gaultiers muziek uitgaan dan zien we echter dat de toonsoorten die hij gebruikt niets te maken hebben met de oude modi. Het lijkt erop dat die worden gebruikt als een soort expressief devies waarmee de verschillende hartstochten, waar in de begeleidende teksten bij de stukken naar verwezen wordt, via de muziek van Gaultier bij de luisteraar worden losgemaakt. Het belangrijkste thema van La rhétorique des dieux is dan ook de welsprekendheid van Denis Gaultier, die als redenaar in staat is om ‘op perfecte wijze het karakter van de passies’ over te brengen. Hij wordt beschouwd als de bemiddelaar tussen de goden van de oudheid en de kring van kenners en liefhebbers rond Anne-Achille de Chambré. Parijse salons Het oeuvre van Denis Gaultier kan niet los gezien worden van de Parijse salons die in de eerste helft van de zeventiende eeuw als paddenstoelen uit de grond schoten. In Frankrijk bestond na de

gruwelijke godsdiensttwisten aan het einde van de zestiende eeuw een grote behoefte aan cultivering van het taalgebruik, herleving van goede manieren en het uitdragen van principes van klassieke schoonheid in spraak, schrift, muziek en gebaar. In de Parijse hôtels particuliers kwamen adel, haute bourgeoisie, dichters, toneelschrijvers en intellectuelen daarom bij elkaar om zich over te geven aan sprankelende conversatie, maar ook om de nieuwste stukken van een componist als Denis Gaultier te beluisteren. De veranderingen die vanaf circa 1620 plaatsvonden op het gebied van de interieurarchitectuur boden hiervoor een ideale gelegenheid. Op initiatief van Madame de Rambouillet, wier salon in haar chambre bleue wereldberoemd zou worden, ontstond de gewoonte om privé-appartementen zo in te delen dat de bezoeker vanuit een antichambre naar een chambre en van daaruit naar het kabinet geleid werd. Het kabinet was het kleinste vertrek, het meest privé en alleen toegankelijk voor intimi. Eenvoudig in grootsheid, krachtig in zachtzinnigheid Verschillende zeventiendeeeuwse bronnen noemen een gelambriseerd kabinet, waarvan er in Parijs nog enkele bestaan, de ideale plek om de muziek van de Franse luitisten te spelen en te beluisteren. Diezelfde bronnen hebben het meestal over een luit ‘die spreekt’ en een bespeler die ‘een redenaar’ moet imiteren. In Frankrijk wordt daarbij de nadruk gelegd op zowel helderheid als duidelijkheid maar

ook op delicaat en zacht spel. De Franse kunsthistoricus Marc Fumaroli (1932-2020) schreef over de schilder Eustache Le Sueur, die ontwerptekeningen maakte voor La rhétorique des dieux, dat het bij hem vooral gaat om ‘de kunst om eenvoudig te zijn in grootsheid, krachtig in zachtzinnigheid’. Fumaroli had die woorden ook voor Denis Gaultier kunnen gebruiken. Beide meesters zullen elkaar waarschijnlijk ontmoet hebben in de salon van Chambré, toen deze speelde met de gedachte om een monument op te richten voor zowel de luit als de ‘retoriek van de goden’. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 LA RHÉTORIQUE DES DIEUX za 28 aug, 11.00 uur Fred Jacobs paroles et pensées TivoliVredenburg, Hertz do 2 sep, 11.00 uur Michal Gondko tombeau et consolation TivoliVredenburg, Hertz vr 3 sep, 11.00 uur Anthony Bailes Apollon orateur Gasthuis Leeuwenbergh (ConcertLab) za 4 sep, 9.30 uur Zomerschool: Fred Jacobs Het tijdperk van La rhétorique des dieux Janskerk oudemuziek.nl/luit


36

REPRESENTATIE EN RACISME IN OUDE MUZIEK

PIYYUTIM EN HET KRUISTOCHTREPERTOIRE

De laatste jaren hebben principes als diversiteit, representatie, en een groeiend bewustzijn rond racisme en andere vooroordelen grote invloed gehad op de samenleving. Ook binnen de oudemuziekbeweging zijn vragen gesteld over het gebrek aan representatie van verschillende gemeenschappen en de aanwezigheid van composities die haatdragende taal en intolerantie verspreiden. Representatie Hoewel we weten dat minderheden, vrouwen en armen een

rijk muzikaal leven hadden, is hier vrijwel niets van in muzieknotenschrift bewaard gebleven. Het materiaal dat wel is overgeleverd bestaat voornamelijk uit ‘woorden zonder muziek’, oftewel liedteksten zonder muzieknotatie, of ‘muziek zonder woorden’: mondeling overgeleverde melodieën zonder stamboom of geschiedenis. In de concertzaal horen we over het algemeen de muziek die in de meest toegankelijke vorm bewaard is gebleven. Deze programma’s vormen geen getrouwe weerspiegeling van de historische werkelijkheid.

Met Ensemble Lucidarium hebben we geprobeerd deze onevenwichtigheid recht te trekken door nauwgezet respectabele vervalsingen samen te stellen op basis van liedteksten, historische informatie en muziek uit omringende culturen en de orale traditie. Het idee van een ‘juiste’ melodie is immers, net als de nadruk op muzieknotatie, eerder een moderne dan een historische houding. Het is een kwestie van prioriteiten stellen: meer dan het nastreven van zogenaamde historische nauwkeurigheid is het mijn doel om het publiek te laten beseffen dat er minderheden bestonden, dat deze kunst maakten en dat zij contact hadden met andere culturen. Racisme Tijdens het aankomende Festival Oude Muziek Utrecht geef ik na afloop van mijn concert met Ensemble Lucidarium een lezing getiteld Confronting racist rhetoric in early music. De keuze voor de term ‘racistische retoriek’ is wellicht niet helemaal juist. ‘Haatspraak’ of ‘de taal van intolerantie’ zou waarschijnlijk nauwkeuriger zijn, vooral omdat ons concertprogramma zich concentreert op


37

TEKST / Avery Gosfield BEELD / De kruisiging en de koperen slang. Initiaal van psalm 68, Peter Lombard, Commentary on Psalms, Parijs? 1166. Bremen, Staats- und Universitätsbibliothek ms. a. 244, fol. 113v.

anti-judaïsche retoriek (waarin Joden worden veroordeeld om hun geloof) in plaats van antisemitische retoriek. Tot nu toe hebben de meeste programma’s van Ensemble Lucidarium geprobeerd om een positieve boodschap te verspreiden, waarbij de nadruk lag op perioden waarin de Joden en hun buren op overwegend vreedzame manieren samenleefden. Vanwege de opkomst van extreemrechtse groeperingen kreeg ik echter het gevoel dat het tijd werd om de diepere wortels van racisme en intolerantie in Europa te onderzoeken en om te kijken naar de gevolgen van haatretoriek in de geschiedenis. Enkele van de meest geliefde werken binnen de oude muziek, van de Cantigas de Santa Maria tot Bachs Johannes-Passion, bevatten teksten met een antijudaïstische, vrouwenhatende, islamofobe en racistische retoriek. Wanneer ze worden uitgevoerd, worden aanstootgevende teksten soms ongewijzigd gelaten, soms opgeschoond, en soms weggeredeneerd in de programmatoelichting. Het uitwissen van aanstootgevende teksten bestendigt

het idee dat het onschadelijke overblijfselen zijn uit een andere tijd. Hierdoor ontstaat een verkeerd beeld van de geschiedenis. Het bleef namelijk niet bij liedteksten alleen: deze woorden werden vaak omgezet in geweld of repressieve maatregelen die schade toebrachten aan echte mensen. Kruistochtliederen en piyyutim Neem bijvoorbeeld het genre van de kruistochtliederen. Deze teksten en hymnen ter ere van de kruisvaarders en hun tochten behoren inmiddels tot de meest geliefde stukken binnen de oude muziek. Het achtergrondverhaal van deze liederen bestaat echter uit echte bloedbaden. Zo decimeerden deelnemers van de beruchte Volkskruistocht in 1096 onder aanvoering van graaf Emich von Flonheim de Joodse gemeenschappen van Speyer, Worms en Mainz (ShUM in het Hebreeuws). Hoewel de aanslagen door bijna alle gezagdragers werden veroordeeld, bleven diezelfde autoriteiten zelf nog steeds een anti-judaïstische retoriek verspreiden. In dr. Peter Sh. Lenhardts verzameling middeleeuwse piyyutim (postbijbelse Hebreeuwse gedichten) gewijd aan de massamoorden in de ShUM-steden, zien we dat de kruistochten als een soort katalysator werkten voor een massale artistieke uitbarsting, ditmaal gevoed door verdriet. Wanneer we in onze concerten een kruistochtlied als Jerusalem mirabilis confronteren met een muzikale zetting van de piyyut Elohim al domi

le-dami (‘G*d, laat mijn bloed niet in vrede rusten’), kunnen we de gevolgen laten zien van anti-judaïsche retoriek en tegelijkertijd een stem geven aan de slachtoffers ervan. Dit is onze manier om een geliefd, maar gebrekkig repertoire in perspectief te plaatsen, en te proberen de oude muziek te verbreden en te diversifiëren. Ik denk dat we als musici de verantwoordelijkheid hebben om onze kennis van het verleden te gebruiken in de strijd tegen hedendaags onrecht. De massamoorden in de ShUM-gemeenschappen worden inmiddels beschouwd als een voorbode van de Holocaust. Het verhaal van een charismatische leider die, geholpen door enkele gewillige geestelijken en edelen, een groep ongeschoolde mensen inspireert om een minderheid in hun midden aan te vallen, verliest helaas nooit zijn relevantie. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 wo 1 sep, 17.00 uur Ensemble Lucidarium / Avery Gosfield Op weg naar Jeruzalem: kruistochtliederen Gasthuis Leeuwenbergh (ConcertLab) wo 1 sep, 18.30 uur What’s new? Avery Gosfield Confronting racist rhetoric in early music Gasthuis Leeuwenbergh (ConcertLab) oudemuziek.nl/gosfield


38

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

LANG ZAL SWEELINCKS MUZIEK KLINKEN HARRY VAN DER KAMP OVER ZIJN BAND MET SWEELINCK

op

16 oktober aanstaande is het precies vierhonderd jaar geleden dat Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) stierf. Reden genoeg om de ‘Orpheus van Amsterdam’ in het Seizoen Oude Muziek in het zonnetje te zetten. Het Gesualdo Consort Amsterdam gaat op tournee met meerstemmige psalmzettingen en liederen van de Nederlandse componist. Basbariton en ensembleleider Harry van der Kamp vertelt hoe zijn liefde voor de muziek van Sweelinck groeide en bleef.

BASBARITON HARRY VAN DER KAMP (74) studeerde onder andere bij Max van Egmond aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Hij begon als koorzanger bij Cappella Amsterdam en was twintig jaar actief bij het Nederlands Kamerkoor, waar hij van 1980 tot 1987 ook als artistiek adviseur aan verbonden was. Begin jaren ‘80 richtte Van der Kamp het Gesualdo Consort Amsterdam op. Met dit madrigaalensemble gespecialiseerd in zestiendeen zeventiende-eeuwse muziek nam hij de complete vocale werken van Jan Pieterszoon Sweelinck op.

Als initiator van Het Sweelinck Monument heeft Van der Kamp een bijzondere band met de muziek van Sweelinck. Het ‘Monument’ is een cd-boekuitgave met opnamen van het gehele oeuvre van de componist: van de geestelijke en wereldlijke vocale werken tot de stukken voor orgel en klavecimbel. In 2010 was dit muzikale eerbetoon voltooid. De uitgave omvat in totaal 23 cd’s en acht geïllustreerde boeken met daarin vakspecialistische artikelen over Sweelinck, zijn werk en zijn tijd. Wanneer kwam u voor het eerst met Sweelinck in aanraking? ‘Toen ik midden jaren ’60 in Amsterdam psychologie ging studeren, had ik helemaal niets met muziek, laat staan dat ik van Sweelinck had gehoord. Toch ben ik vrijwel direct gaan zingen in het koor van de Vrije Universiteit. Uit dat koor ontstond een kwartet waarmee ik optrad. Jan Boeke, de leider van het Amsterdams Kerkmuziekgezelschap (nu Cappella Amsterdam), gaf aan dat we maar eens auditie moesten doen voor zijn koor. Ik werd aangenomen en heb er drie jaar lang diensten en vespers gezongen. In die tijd raakte ik in de ban van de muziek van Sweelinck.’ Waar merkte u dat aan? ‘Het is nog steeds lastig om mijn vinger er precies op te leggen. Toen ik zijn muziek voor het eerst zong, dacht ik: deze muziek heeft iets professioneels, iets knaps. We voerden ook werken uit van componisten als Heinrich Schütz, dat is ook niet niks, maar Sweelinck had iets typisch. Zijn muziek is prachtig om samen te zingen. Ondertussen was mijn motivatie voor de studie psychologie

TEKST / Maartje Stokkers

BEELD / Allard Willemse



40

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

JAN PIETERSZOON SWEELINCK (1562-1621) werd in Deventer geboren als zoon van organist Pieter Swibbertszoon. Het gezin verhuisde naar Amsterdam toen Pieter Swibbertszoon aangesteld werd als organist van de Oude Kerk. Een aantal jaren na diens dood nam Sweelinck de functie van zijn vader over. Hij bouwde een internationale reputatie op als organist en componist van orgel- en klavecimbelwerken en vocale muziek. Ook als pedagoog had Sweelinck een grote aantrekkingskracht. Vooral vanuit Noord-Duitsland kwamen jonge musici, waaronder Samuel Scheidt, naar Amsterdam om les van hem te krijgen.

verdwenen. Ik heb nog even rechten geprobeerd, maar dat was het ook niet. Omdat ik mijn studiebeurs inmiddels kwijt was, werd ik steward bij de KLM.’

JAN PIETERSZOON SWEELINCK geportretteerd door J.H. Muller, 1624. Stadsarchief Amsterdam

MEER SWEELINCK IN HET SEIZOEN OUDE MUZIEK Ook Doulce Mémoire is dit najaar in het seizoen te horen met muziek van Sweelinck. Van 23 tot en met 26 oktober gaan Denis Raisin Dadre en zijn ensemble op tournee met minder bekende chansons van de componist. Meer informatie: oudemuziek.nl/doulcememoire

En de muziek? ‘Ik was al die tijd blijven zingen en dacht op een bepaald moment dat ik er maar echt wat mee moest gaan doen. Dus deed ik begin jaren ’70 toelatingsexamen aan het conservatorium. Op eigen initiatief heb ik op een bepaald moment auditie gedaan voor het Nederlands Kamerkoor, waarvan ik uiteindelijk twintig jaar lid ben geweest. Daarnaast heb ik ook barokopera’s gezongen, maar ik kwam tot het besef dat ik niks ben op de bühne. Ik kon niets met al die regieaanwijzingen… Wat maakt het uit of ik dat ene stapje wel of niet naar links doe? Ik dacht: “Als ik maar weet hoe ík het wil, dan kan ik me makkelijker laten overtuigen door iemand met een andere mening, omdat ik dan het verschil beter zie.” Meestal werkte dat wel. Soms vond ik het natuurlijk gewoon onzin. Maar je moet wel echt zelf een idee hebben, een uitgangspunt.’ Wat was uw uitgangspunt? ‘Ik realiseerde me dat ik veel waarde hecht aan precisie, dat je bijvoorbeeld op de juiste manier intoneert. Intoneren is het échte zuivere zingen: van reine kwint tot een grote of ‘ruime’ sext; het is met je oren wijd open zoeken naar al die intervallen. Dit is een heel precies karwei. De precisie zit hem daarbij ook in de articulatie van alle snelle versieringsnootjes en in het strak, vibratoloos zingen van de lange lijnen. Met de mensen die zich samen met mij ontwikkeld hadden in het Nederlands Kamerkoor – met wie ik in muzikale zin opgroeide – vormde ik een vruchtbare bodem voor een later project als Het Sweelinck Monument. Het begon bij het Nederlands Kamerkoor. Daar werkten we met verschillende dirigenten, om te kijken wat die van Sweelincks muziek maakten. Zo haalde ik als artistiek adviseur Peter Phillips, Philippe Herreweghe en William Christie binnen om Sweelinck te dirigeren. Dat leidde tot drie opnames. Jammer genoeg vond men het daarna niet meer interessant genoeg. Toen heb ik het maar zelf aangepakt – ik ben gewoon alles van Sweelinck gaan opnemen en uitgeven, van de psalmzettingen tot de liederen en de klavierwerken. Met het Gesualdo Consort Amsterdam ben ik opnieuw uitgekomen bij hoe het allemaal begon: het zingen in kleiner ensemble verband, soms met instrumentale begeleiding.’ Het Sweelinck Monument drijft op uw overtuiging. Hoe wilde u Sweelinck laten klinken? ‘Ik had in elk geval een duidelijk idee van hoe ik het wilde. Zo moest alles solistisch bezet zijn, dus met één stem per partij. Sweelinck had een groepje van acht mannen. Hun namen staan op een lijstje dat hij zelf opstelde. Ze waren in het dagelijks leven kooplieden en ’s avonds zeer verdienstelijke zangers. De vier- tot achtstemmige psalmen zongen ze bij een van hen thuis, waarna er stevig gedineerd werd. Ook had ik nog altijd houvast aan de manier waarop Jan Boeke met Cappella Amsterdam werkte. Bij hem vormde de tekst de leidraad: helderheid en verstaanbaarheid in de voordracht stonden voorop. Sweelincks muziek is groots in de combinatie van tekst en toon. De technieken die je als jonge zanger leert, moet je in de uitvoering van zijn muziek loslaten.


LANG ZAL SWEELINCKS MUZIEK KLINKEN / Harry van der Kamp over zijn band met Sweelinck

41

Zo moet je geen legato gebruiken, anders gaat het ten koste van de verstaanbaarheid en wordt het één grote brij.’

GESUALDO CONSORT AMSTERDAM Foto: Hans Hijmering

Waarom werkt u overwegend zonder begeleidend basso continuo? ‘Ik weet zeker dat al het continuospel dat in uitvoeringen van Sweelincks muziek klinkt origineel niet van hem is. Waarom zou je Sweelincks muziek dan toch uitvoeren met begeleidend continuo? Omdat het met die ondersteuning makkelijker zingen is. We hebben Sweelincks muziek tijdens concerten zelf ook wel eens met een orgeltje erbij uitgevoerd. Soms heeft de tweede stem de laagste noot, maar moet je die dan ook spelen? Als je de gehele baslijn speelt, maak je gekke sprongetjes. De stemmen van Sweelinck zijn door elkaar heen gevlochten. Dat meerstemmige lijnenspel is een horizontaal weefsel, dat hoor je. Met een basso continuo eronder krijg je een verticaal muziekbeeld en dan gaat dat horizontale effect verloren.’ Welke muziek van Sweelinck klinkt er tijdens de tournee? ‘We zetten zeven- en achtstemmige psalmzettingen tegenover twee- en driestemmige Rimes françoises et italiennes. Zo hoor je mooi het verschil tussen de grote en kleine bezetting. De Rimes behoren tot Sweelincks beste wereldlijke gezangen. Deze chansons en madrigalen zijn luchtiger en makkelijker dan de psalmzettingen. Hij schreef ze, zoals hij zelf aangaf, om zich te oefenen in ‘compleet’ componeren. In een twee- of driestemmig lied moet het niet klinken alsof er iets mist. Het moet vol en compleet klinken. De enige componist die dat ook kon was Johann Sebastian Bach.’

SEIZOEN OUDE MUZIEK GESUALDO CONSORT AMSTERDAM / HARRY VAN DER KAMP Sweelincks psalmen wo 20 okt / 20.00 Utrecht, Pieterskerk do 21 okt / 20.15 Westzaan, Zuidervermaning vr 22 okt / 20.15 Deventer, Penninckshuis za 23 okt / 20.15 ’s-Hertogenbosch, Willem Twee toonzaal zo 24 okt / 20.15 Amsterdam, Muziekgebouw aan ’t IJ, Grote Zaal oudemuziek.nl/ gesualdoconsort

Waarom maakte Sweelinck zettingen van Franstalige psalmen en niet van Nederlandse vertalingen ervan? ‘Allereerst werd er in Sweelincks tijd veel Frans gesproken. Daarnaast lopen de zestiende-eeuwse Nederlandse vertalingen van Petrus Datheen en Philips van Marnix van Sint-Aldegonde gewoon niet. Het is in mijn ogen dus logisch dat Sweelinck koos voor het Frans. Een interessant punt is dat we in contact kwamen met iemand die onderzoek heeft gedaan naar de originele Franse uitspraak in Amsterdam in de tijd van Sweelinck. Voor de opnames van Het Sweelinck Monument hebben we ook een coach in de arm genomen. Die leerde ons dat alle s’en aan het eind van een woord toen ook uitgesproken werden. En dat roi bijvoorbeeld moet klinken als roè. Ook de nasale klanken bestonden niet: un werd gewoon uitgesproken als uh. Zo komen die teksten wonderbaarlijk goed over. Het geeft meer reliëf.’ ‘Het is inmiddels alweer een tijd geleden dat we Sweelincks muziek met het Gesualdo Consort Amsterdam hebben uitgevoerd. Maar die muziek zingen, aandacht schenken aan de tekstbehandeling, dat blijf ik echt leuk vinden. Wanneer je er zo intens mee bezig bent, jezelf zo diep ingraaft, word je steeds perfectionistischer en ambitieuzer. Het is echt geen wonder dat in mijn begindagen als zanger de vonk van Sweelinck en het zingen van zijn muziek al op mij oversprong.’ ■●


42

DE PEST ALS BRON VAN INSPIRATIE LORENZO GHIELMI OVER DE RETORIEK VAN HET STERVEN

TEKST / Joost van Beek BEELD / Santiago Torralba

Als woorden geen troost meer bieden, zoekt de mens zijn toevlucht tot muziek. Ook toen Milaan rond 1630 door een pestepidemie werd getroffen, vond verdriet een uitweg in nieuw gecomponeerde motetten en missen. Tijdens het aankomende Festival Oude Muziek Utrecht brengt La Divina Armonia onder de noemer Retoriek van het sterven moderne premières van een aantal van deze werken. We spraken de artistiek leider van het gezelschap, Lorenzo Ghielmi, over de achtergrond en de totstandkoming van het programma.

De pest woedde in Milaan van 1629 tot 1631 en liet er diepe sporen na. Uiteindelijk stopte de teller bij 64.000 doden, waarmee bijna de helft van de bevolking was weggevaagd. Onder de slachtoffers bevonden zich vele componisten en musici. De link van dit programma met de coronapandemie kan bijna geen toeval zijn, maar is dat wel. ‘Het komt natuurlijk samen, maar we waren er al veel langer mee bezig. De bedoeling was om het resultaat van ons onderzoek vorig jaar tijdens het festival te presenteren, maar dat ging niet door. Ook zes andere concerten werden geannuleerd. Gelukkig is van uitstel geen afstel gekomen,’ aldus Ghielmi. De focus van het programma van La Divinia Armonia ligt op muziek die voor, tijdens en na de epidemie in Milaan het levenslicht zag. De componist Michelangelo Grancini (16051669) levert een substantieel aandeel. Hij werkte als kerkmusicus in diverse parochiekerken in Milaan, voordat hij in 1630 werd benoemd tot organist van de Dom. Later zou hij er ook kapelmeester


43

LA PIAZZA SAN BABILA IN MILAAN tijdens de pest van 1630. Wagens vervoeren de doden om ze te begraven. Gravure door Melchiorre Gherardini, ca. 1630. Società Storica Lombarda, Milaan LA DIVINA ARMONIA KATHEDRAAL VAN MILAAN AAN DE PIAZZA DEL DUOMO

worden. ‘Het motet Civitatem nostra circunda Domine is een gebed om goddelijke genade en bescherming. Quam vilis et quam deformis heeft de vorm van een concerto en verklankt de noodkreet van de door de pest verwoeste stad. Verder voeren we twee delen uit Grancini’s Requiem uit. Zijn motet Vox exultationes ten slotte is een soort danklied, geschreven toen de epidemie op haar retour was. Hopelijk markeert dit werk ook nu een positieve ontwikkeling.’

IN DE DOM VAN MILAAN LAG DE FOCUS OP HET VOCALE ASPECT Hoe bent u te werk gegaan bij het samenstellen van het programma? ‘Samen met de musicoloog Daniele Torelli ben ik op zoek gegaan naar toonzettingen van teksten die bij het thema passen, zoals Dies irae, De profundis of Ad te Domine levavi. Dat was best een klus. Soms vonden we een tekst mooi maar de muziek niet,

een andere keer was het omgekeerde het geval. Het kwam ook voor dat we de tekst en de muziek passend vonden, maar de bezetting niet. Verder heb ik veel moeten redigeren en transcriberen, ik denk dat ongeveer een kwart van het programma uit bewerkingen bestaat. Als je bedenkt dat destijds alle partijen hun eigen partituur hadden, kun je je voorstellen dat er in het maken van zo’n transcriptie aardig wat tijd en werk zit. We wilden uiteraard ook een gevarieerd programma samenstellen. Sommige stukken hebben alleen het orgel als begeleidingsinstrument, andere werken hebben een rijker continuo en instrumentale ritornelli. Er valt overigens nog wel wat interessants te zeggen over het kerkelijke gebruik van instrumenten in die tijd. In de Dom van Milaan was men tamelijk strikt en waren er naast het orgel zelden andere instrumenten te horen, de focus lag op het vocale aspect. In de parochiekerken, zoals de Santa Maria presso San Celso, lag dat anders: daar klonk tijdens de vieringen ook instrumentale muziek. Zo klinkt tijdens

ons concert een sonate van Giovanni Paolo Cima (ca. 15701630), de toenmalige organist van de San Celso. Ook hij viel ten prooi aan de pest. Vermeldenswaardig zijn verder nog Aquilino Coppini (?-1629), van wie we een religieuze tekst op een seculier madrigaal van Monteverdi uitvoeren, en Sigismondo d’India (ca. 1582-1629). Diens late religieuze motetten ademen de stijl van Palestrina, maar dan met modernere elementen daaraan toegevoegd. Ik vind het best jammer dat de Milanese muziek uit deze periode relatief weinig wordt uitgevoerd. Want hoe meer ik deze muziek bestudeer, hoe meer ik ervan ga houden.’ ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 zo 29 aug, 22.30 uur Pieterskerk La Divina Armonia / Lorenzo Ghielmi Retoriek van het sterven oudemuziek.nl/ghielmi


44

PROSERPINA IN ‘ATTITUDEN’

HISTORISCHE ACTEERTECHNIEKEN IN EEN MELODRAMA VAN GOETHE & EBERWEIN

Op 4 februari 1815 ging Proserpina in première in Weimar. De hoofdrol in dit melodrama met een tekst van Johann Wolfgang von Goethe en muziek van Carl Eberwein werd vertolkt door de actrice Amalie Wolff. Goethe was zo tevreden met deze

uitvoering dat hij zelf in een brief aan Carl Friedrich Zelter en in een publicatie van het Morgenblatt beschreef wat er zo bijzonder aan was. Het waren niet alleen de decors en de compositie, maar ook Wolffs kostuum en de gebaren à la Lady Hamilton en Henriette Hendel Schütz waarmee Wolff de tekst en muziek tot uitdrukking bracht. Hamilton en Schütz stonden allebei bekend om hun suggestieve ‘attituden’, expressieve lichaamsposes, geïnspireerd door de schilder- of beeldhouwkunst. De beschrijvingen van Goethe vormden een inspiratiebron voor de Proserpina-productie voor het Festival Oude Muziek Utrecht 2021. Daarnaast put ik voor de interpretatie van Proserpina onder meer uit het oeuvre van de Nederlandse acteur, schilder en tekenaar Johannes Jelgerhuis. Het oeuvre van Jelgerhuis Johannes Jelgerhuis Rienkzoon (1770-1836) maakte van 1805 tot zijn dood deel uit van het toneelgezelschap van de Amsterdamse Schouwburg. Zijn passie voor het theater is zichtbaar in zijn vele schetsen

en dagboeken met informatie over kostuums en acteertechnieken die in verschillende Amsterdamse archieven worden bewaard. Ook schreef hij een handboek voor acteurs, getiteld Theoretische lessen over de gesticulatie en mimiek (1827-1829).

‘DE MUZIEK IS NU EENS STUWEND, DAN WEER AFWACHTEND EN SCHILDEREND VAN AARD.’ Hierin spoort hij de lezer aan om voorbeelden van antieke beelden te bestuderen, zoals de kopieën die in het gebouw van het genootschap Felix Meritis te Amsterdam stonden, om daaruit inspiratie te putten voor zowel de verbeelding als de lichaamshoudingen die op het podium kunnen worden aangewend. De lichaamshoudingen die Jelgerhuis beschrijft en illustreert verwijzen net als die van Hamilton en Hendel naar het ideaal van de klassieke schoonheid en contrasten in het lichaam. Ook drukken ze meestal een bepaalde hartstocht of passie uit, zoals


45

TEKST / Laila Cathleen Neuman BEELD / Lady Hamilton als Circe, geportretteerd door George Romney, 1782. Waddesdon Manor.

vreugde, woede of verachting. De gravures van Hamilton en Hendels attituden, alsook de klassieke beeldhouwkunst en de vele illustraties in het werk van Jelgerhuis, vormen de basis van Proserpina’s bewegingen in de productie die tijdens het festival te zien is. De studie van de lichaamshoudingen in deze bronnen resulteert idealiter echter niet in een statische imitatie ervan. Het doel is juist om deze houdingen tot leven te brengen met beweging, adem en emotie, zodat zij een eenheid vormen met de tekst van het melodrama en met Proserpina’s gedachtewereld. Ook het kostuum van deze productie is geïnspireerd op gravures van Jelgerhuis waarin aanwijzingen over kostuums in de klassieke (Romeinse en Griekse) stijl te vinden zijn. Muziek, voordracht en beweging In samenwerking met ensemble Postscript zoek ik naar manieren om de tekst en bewegingen te laten versmelten met de muziek. Het doel is om stem, beweging en muziek overeen te laten komen met Proserpina’s contrasterende gemoedstoestanden: de warme en vreugdevolle

herinnering aan haar vriendinnen, de machteloosheid in haar nieuwe positie als koningin van de onderwereld, en angst en wanhoop bij de dreiging van naderend onheil. Artem Belogurov van Postscript heeft het melodrama uit 1815 bewerkt voor kamerensemble en het ensemble streeft er op basis van historische bronnen naar om Eberweins muziek zó uit te voeren dat het samen met Goethes tekst de verbeeldingskracht aanwakkert. Op het ene moment weerspiegelt de muziek Proserpina’s gedachten en gevoelens, op het andere moment roept het juist nieuwe gedachten bij haar op. De muziek is nu eens stuwend, dan weer afwachtend en schilderend van aard. De muziek wordt op zo’n manier aangewend dat ze, zoals Goethe zelf aangeeft, ‘eigentlich als der See anzusehen ist, worauf jener künstlerisch geschmückte Nachen getragen wird, als die günstige Luft, welche die Segel gelind, aber genugsam erfüllt, und der steuernden Schifferin, bei allen Bewegungen, nach jeder Richtung willig gehorcht’ [eigenlijk als het water te zien is, waarop het kunstig versierde scheepje gedragen

JOHANNES JELGERHUIS Twaalf studies van acteurs en actrices, ca. 1800-1820. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam AMALIE WOLFF-MALCOLMI geportretteerd door Johann Friedrich August Tischbein, ca. 1798-1805.

wordt, als de juiste wind, die de zeilen licht, maar genoeg vult, en de sturende scheepsvrouw bij elke beweging, in iedere richting gewillig gehoorzaamt]. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2021 PROSERPINA LAILA CATHLEEN NEUMAN & POSTSCRIPT Gasthuis Leeuwenbergh (ConcertLab) za 28 aug, 13.00 & 15.00 uur zo 29 aug, 13.00 & 15.00 uur Inleiding door dr. Jed Wentz oudemuziek.nl/proserpina


46

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

ACHTER DE SCHERMEN

YVONNE POSTMA, VRIJWILLIGERSCOÖRDINATOR ‘VEEL AAN HET FESTIVAL TE DANKEN’

ZE

werken voornamelijk achter de schermen en zijn tegelijk het gezicht van het Festival Oude Muziek Utrecht: de ruim honderd vrijwilligers. Ze worden aangestuurd door Yvonne Postma, die sinds halverwege de jaren negentig tijdens het festival de functie van vrijwilligerscoördinator vervult. Samen met haar echtgenoot betrok ze een kleine twintig jaar geleden de voormalige tuinmanswoning van Huis te Linschoten, toentertijd een van de locaties van het Seizoen Oude Muziek. Een bijzonder fraaie omgeving voor een interview.

VRIJWILLIGERS EN MEDEWERKERS 2018

Yvonne, die we op haar verzoek met haar voornaam aanspreken, is al ongeveer 35 jaar bij het festival betrokken. ‘Tijdens de editie van 1985, na een concert van het Hilliard Ensemble, sprak ik in de gang van Vredenburg een man aan met de vraag hoe je festivalvrijwilliger kon worden. Die man bleek Frans de Ruiter te zijn, de toenmalige festivaldirecteur. Hij verwees me door naar zijn vrouw Tineke, die hoofd productie was. Daarna was het al snel beklonken. Het jaar daarop begon ik als vrijwilliger. In die periode heb ik van alles gedaan, van boekjes vouwen en podia opbouwen tot musici naar locaties rijden. Net als nu het geval is waren de vrijwilligers verdeeld over teams, alleen was alles toen veel kleinschaliger en minder professioneel georganiseerd. Je moest over een flinke dosis improvisatievermogen beschikken. Hoewel elk team een coördinator had, was er geen verbindende schakel tussen de afdeling productie en de vrijwilligers. Er is mij toen gevraagd of ik die rol op me wilde nemen en daar heb ik van harte ja op gezegd.’ LUISTEREND OOR Wat doet een vrijwilligerscoördinator zoal? ‘Er zijn verschillende soorten teams, zoals concertteams, een vervoersteam en een fringeteam, dat de gratis concerten van veelbelovende jonge musici begeleidt. Een team bestaat uit negen à tien vrijwilligers inclusief twee coördinatoren die de taken verdelen. Met hen heb ik veel contact en overleg. Nadat ik van productie het festivaldraaiboek heb

TEKST / Joost van Beek

BEELD / Marieke Wijntjes



48

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

ontvangen ga ik aan de slag met het samenstellen en indelen van de teams. Eerst voer ik gesprekken met potentiële nieuwe vrijwilligers, daarna schrijf ik de bestaande vrijwilligers aan met de vraag of ze weer mee willen doen. Bij het verdelen van de teams over het festival houd ik rekening met locaties, aanvangstijden en dergelijke. Ik probeer alles graag zo gelijkwaardig mogelijk te verdelen, zo blijft het voor de vrijwilligers leuk en afwisselend. Als het festival eenmaal aan de gang is, ga ik langs de locaties voor een praatje en een luisterend oor. In organisatorisch opzicht is er dan voor mij niet zo veel meer te doen, behalve als er dingen niet goed gaan. Concerten beluister ik tijdens het festival bijna niet, ik heb daarvoor dan gewoon niet genoeg rust in mijn hoofd. Hooguit ga ik even een half uurtje bij een repetitie zitten. Na het festival wordt er uiteraard grondig geëvalueerd. Van die evaluaties is het festival door de jaren heen een stuk professioneler geworden, ook ten aanzien van de vrijwilligers zelf: toen ik destijds begon moest je bijvoorbeeld zelf je pakketje brood meenemen, nu is er catering geregeld.’

VRIJWILLIGERS AAN HET WERK TIJDENS HET FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2016 Foto: Foppe Schut

‘GEERTEKEREN’ Wie denkt dat de functie van vrijwilliger een mooie ingang is om naar topuitvoeringen van oude muziek te kunnen luisteren, heeft een te romantisch beeld. ‘Het is vooral heel hard werken. Tegen nieuwe vrijwilligers zeg ik altijd: houd de maandag na het festival maar vrij om bij te komen. Onze mensen zijn al uren voor een concert actief op de locatie. Voordat de repetitie begint moeten de lessenaars, het podium, de inrichting van de zaal en het licht in orde zijn. Tijdens de repetitie blijft er één vrijwilliger achter als aanspreekpunt voor de musici. Een uur voor het concert is iedereen weer present. Dan zetten we de laatste puntjes op de i en tellen we af tot het moment dat de deuren open gaan voor het publiek. We controleren de toegangskaarten en wijzen de bezoekers hun plek. Tijdens de uitvoering houden we toezicht. Na afloop moet er opgeruimd worden. Als er de volgende dag een kerkdienst is, moet de locatie ‘gekeerd’ worden; dat moet soms ’s nachts, na het late avondconcert nog gebeuren. Op een gegeven moment werd daar in de Geertekerk een soort wedstrijd van gemaakt: welk team kan het snelst de ruimte weer in de normale opstelling terugbrengen. Daar hadden we zelfs een nieuw werkwoord voor bedacht: ‘geertekeren’. Het record staat geloof ik op twintig minuten, haha.’

‘Ik zou best een boek kunnen vullen met smeuïge anekdotes’ BAKFIETSTEAM Het is slechts één van de vele smeuïge anekdotes uit de lange festivalloopbaan van Yvonne. Lachend: ‘Ja, daar zou ik best een boek mee kunnen vullen. Vroeger had je bijvoorbeeld het marktteam. Dat moest tijdens de concerten in Vredenburg alle deuren bewaken, zodat de concertbezoekers niet vanuit de zaal naar de


YVONNE POSTMA, VRIJWILLIGERSCOÖRDINATOR / ‘Veel aan het festival te danken’

49

Oude Muziek Markt konden sluipen. Daar moest je namelijk een apart kaartje voor kopen. Of het bakfietsteam, dat als een soort vliegende keep langs alle locaties reed om zo nodig de voorraad waterflesjes, lampjes, muziekstandaards, programmaboekjes en dergelijke aan te vullen.

‘Uit het festivalwerk zijn aardig wat vriendschappen en relaties voortgekomen’ HILLIARD ENSEMBLE Foto: Marco Borggreve

YVONNE WORDT IN HET ZONNETJE GEZET VOOR HAAR VERJAARDAG Foto: Foppe Schut

Na de avondconcerten gingen we regelmatig naar Café DeRat op de hoek van de Lange Smeestraat en de Springweg. Daar zaten we dan tot diep in de nacht, onder het genot van hapjes die de moeder van de barkeeper speciaal voor ons had gemaakt. Een mooie persoonlijke herinnering is dat ik ooit in de foyer van Vredenburg om middernacht door het Hilliard Ensemble ben toegezongen ter ere van mijn verjaardag. Mijn man is trouwens ook in de festivalperiode jarig. Onze familie en vrienden hebben zich er intussen bij neergelegd dat een feestje er dan niet inzit.’ STAANDE OVATIE Tot een paar jaar geleden moest een festivalvrijwilliger tien dagen achter elkaar beschikbaar zijn. Dat bleek in de praktijk voor veel mensen een steeds lastiger voorwaarde. ‘Een aantal jaar geleden is de verplichte beschikbaarheid teruggebracht naar tien dagdelen. We hopen daarmee ook meer jongeren te kunnen strikken. In mijn begintijd bestonden de teams trouwens vrijwel helemaal uit studenten. Sommigen van hen zagen we later terug op het festivalpodium, erg leuk!’ Dat Yvonne trots is op ‘haar’ mensen, is zonneklaar. ‘Nou en of, ik heb bijzonder veel waardering voor hen. Ze zijn zeer betrokken, vriendelijk en flexibel. De musici zijn eveneens lovend. En Xavier Vandamme noemt de vrijwilligers altijd heel nadrukkelijk in zijn speech vlak voor het slotconcert, waarop het publiek meestal reageert met een staande ovatie. Onderling kunnen de vrijwilligers het ook goed met elkaar vinden, de teamleden hebben een hechte band met elkaar. Ook buiten het festival om spreken ze met elkaar af om een hapje te eten, een concert te bezoeken of samen te musiceren. Ja, uit het festivalwerk zijn aardig wat vriendschappen en relaties voortgekomen. En zelf heb ik er ook heel veel aan te danken.’ ■●


UIT DE BRON

ALS VAN EYCK ‘VAN DYCK’ WORDT… JONKER JACOB EN ZIJN HOSPITA

De naam van Jacob van Eyck (1589/90-1657) is voornamelijk verbonden met Utrecht, waar de blinde jonker als beiaardier en ‘directeur van de klokwerken’ meer dan dertig jaar zijn stempel heeft gedrukt op de rijke klokkencultuur van deze voormalige bisschopsstad. Op mooie zomeravonden speelde hij virtuoos blokfluit op het Janskerkhof, repertoire dat werd vereeuwigd in de twee delen van Der Fluyten Lust-hof. Naar zijn leven is al sinds het einde van de negentiende eeuw onderzoek gedaan. Het Utrechts Archief is tegenwoordig goed ontsloten, ook digitaal. De kans dat er nog ‘nieuwe’ documenten

opduiken, lijkt daarmee klein. Toch kunnen we in dit artikel twee biografische bronnen aan het reeds bekende materiaal toevoegen. Een woord van dank gaat naar Henk Bruisten, die het belangrijkste document aan het licht heeft gebracht. Dat deze bron zo lang onopgemerkt heeft kunnen blijven, heeft alles te maken met een leesfout: een archiefmedewerker zag een exuberante hoofdletter E aan voor een D en las zodoende ‘Jacob van Dijck’. Het betreft een notarisakte van 2 maart 1648. Op die dag vervoegde een zekere Henrickghen Franß Verweij, weduwe van Jacob Gerritß Blom, zich bij de Utrechtse

notaris Nicolaes de Cruijff. Zij verklaarde ‘dat Jor Jacob van Eijck haer comparante eenige merkelijcke somme van penningen tot haer noottelijcke sustentatie ende onderhout hadde verstreckt ende verschooten, tot verseeckeringe ende op affcortinge vande welcke sij comparante voor desen gecedeert ende overgegeven heeft alle alsulcken huijsraet ende mobile goederen mitsgaders linnen en wollen als zij comparante hadde, geene vandien uytgesondert’. Al Henrickghens roerende goederen werden dus onomkeerbaar eigendom van Van Eyck, in ruil voor een som geld die hij haar had verstrekt. Wat was hier aan de hand? De persoon van Henrickghen Blom-Verweij was al bekend uit het testament dat Van Eyck in 1654 liet opmaken: ze was zijn hospita. Hij legateerde aan haar een bedrag van honderdvijftig gulden en een lijfrente van zeventig gulden per jaar. Door de notarisakte uit 1648 komen we iets meer te weten over hun relatie. Als weduwe kon Henrickghen klaarblijkelijk niet gemakkelijk rondkomen. Vermoedelijk is zij kort voor die tweede dag van maart 1648 Van Eycks hospita


51

geworden en heeft de blinde jonkheer haar hiermee financieel gered. Dat alle roerende zaken zijn eigendom werden, inclusief het linnengoed en de wollen dekens, roept de vraag op wie vanaf dat moment eigenlijk bij wie inwoonde. De woning behoorde geen van beiden toe, die werd gehuurd. Toen Van Eyck in 1657 overleed, woonde hij op de Oudegracht, pal tegenover de Reguliers- of Weesbrug (tegenwoordig buitensportwinkel Kathmandu). Henrickghen woonde daar al in 1644: op 1 oktober van dat jaar trouwde haar dochter Maria Blom met een zekere Gerrit van Bunnick en zij gaf toen de Reguliersbrug als adres op. Nu weten we dus dat Van Eyck hier op zijn minst de laatste negen jaar van zijn leven heeft gewoond. Johannes Dicx Van Eyck was zelf niet aanwezig toen de notaris de akte opmaakte. Hij liet zich vertegenwoordigen door een getuige, en ook die kennen

DE WEES- OF REGULIERSBRUG IN UTRECHT met rechts het huis waar Jacob van Eyck en zijn hospita woonden.

TEKST / Thiemo Wind

we. Het was Johannes Dicx, die Van Eycks belangrijkste erfgenaam zou zijn, de executeur van zijn testament, en zijn opvolger als stadsbeiaardier. Van Dicx zijn drie solovariatiewerken voor blokfluit overgeleverd in het tweede deel van ’t Uitnemend Kabinet (1649), een verzamelbundel die de Amsterdamse muziekuitgever Paulus Matthijsz gelijktijdig liet verschijnen met de tweede editie van het eerste deel van Van Eycks Der Fluyten Lust-hof. Tot op heden waren deze drie werken het vroegste levensteken van Johannes Dicx. In mijn dissertatie over ‘Jacob van Eyck en de anderen’ heb ik het vermoeden uitgesproken dat hij degene is geweest aan wie de blinde Van Eyck zijn noten heeft gedicteerd, en dat hij als dank deze drie stukken heeft mogen publiceren. De notarisakte geeft concrete voeding aan deze suggestie: het is nu voor het eerst dat we zeker weten dat Dicx al in het voorjaar van 1648 Van Eycks assistent was. Omstreeks

deze tijd zal Van Eyck zijn laatste composities aan het papier hebben toevertrouwd.

Uit een doopboek van de Domkerk, 24 oktober 1652.

BEELD / Notarisakte van 2 maart 1648, fragment. Het Utrechts Archief

Een tweede bron Van Eycks naam verkeerd gelezen, zou het vaker zijn gebeurd? Dit blijkt inderdaad het geval! Op 24 oktober 1652 brachten een zekere Willem van Bunnick en zijn echtgenote Gerrigjen in de Utrechtse Domkerk een zoon naar het doopvont, Henric. Willem zal een broer zijn geweest van Gerrit, de echtgenoot van Maria Blom. En wie waren de getuigen bij de doop? ‘Joncker Jacob van Eijck’ en ‘Henric Blom’. Met laatstgenoemde is ongetwijfeld Henrickghen bedoeld. Ook over de identiteit van eerstgenoemde kan geen misverstand bestaan, tenzij je de naam leest als ‘Jacob van Dijck’. ■●

Notarisakte Het Utrechts Archief, 34-4 Notarissen stad Utrecht 1560-1905, inv.nr. U034a002, akte 114 (ook digitaal). Doopakte Het Utrechts Archief, 711 DTB, inv.nr. 5, p. 60 (ook digitaal). Literatuur Th. Wind, Jacob van Eyck and the Others – Dutch Solo Repertoire for Recorder in the Golden Age, Utrecht 2011.


52

2021

2022

DOULCE MÉMOIRE / DENIS RAISIN DADRE MONSIEUR SWEELINCK VAN DE MAKERS VAN HET FESTIVAL OUDE MUZIEK

NÚRIA RIAL & ACCADEMIA DEL PIACERE SPAANS GOUD Een gouden stemgeluid en tonnen podiumprésence: wie Núria Rial eenmaal aan het werk heeft gezien, vergeet haar nooit meer. Samen met Accademia del Piacere duikt de Spaanse sopraan in het barokrepertoire van haar thuisland. Met muziek van José de Nebra voor een koninklijk huwelijk, spektakelrijke zarzuela’s van hofcomponist Sebastián Durón, improvisaties op flamboyante dansen en eigen werkvan Fahmi Alqhai gaat dit programma moeiteloos over van theatraal naar vorstelijk en fenomenaal. wo 6 okt / 18.30 & 21.00 Utrecht, TivoliVredenburg, Hertz do 7 okt / 20.00 Amsterdam, De Waalse Kerk vr 8 okt / 20.15 Eindhoven, Muziekgebouw Eindhoven, Kleine Zaal Za 9 okt / 20.30 Maastricht, Sint-Janskerk zo 10 okt / 15.00 Antwerpen (B), AMUZ

GESUALDO CONSORT AMSTERDAM / HARRY VAN DER KAMP SWEELINCKS PSALMEN De muziek van Jan Pieterszoon Sweelinck en de stemmen van het Gesualdo Consort Amsterdam vormen een droomhuwelijk. Het vocale collectief onder leiding van Harry van der Kamp oogstte wereldwijd lof voor zijn grensverleggende opname van Sweelincks complete vocale oeuvre. Ditmaal doet het vocaal ensemble een greep uit Sweelincks zeven- en achtstemmige psalmen en de ‘Rimes françoises et italiennes’. wo 20 okt / 20.00 Utrecht, Pieterskerk do 21 okt / 20.15 Westzaan, Zuidervermaning vr 22 okt / 20.15 Deventer, Penninckshuis za 23 okt / 20.15 ‘s-Hertogenbosch, Willem Twee toonzaal zo 24 okt / 20.15 Amsterdam, Muziekgebouw aan ‘t IJ, Grote Zaal

Dat Jan Pieterszoon Sweelinck precies 400 jaar geleden overleed, kunnen we niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Met een uniek programma gewijd aan Sweelincks minder bekende chansons, tekenen Denis Raisin Dadre en Doulce Mémoire voor een van de meest opvallende muzikale eerbetonen van het jaar. Het ensemble brengt de muziek terug naar haar originele Franse toonhoogte en laat de liedteksten schitteren in hun Oudfranse uitspraak. Kortom: de Orpheus van Amsterdam staat een glorieus eresaluut te wachten. za 23 okt / 20.15 Amsterdam, Muziekgebouw aan ‘t IJ, Grote Zaal zo 24 okt / 20.30 Almere, Kunstlinie, Kleine Zaal ma 25 okt / 20.00 Utrecht, Pieterskerk di 26 okt / 20.30 Rotterdam, Laurenskerk


53

PRJCT AMSTERDAM / MAARTEN ENGELTJES VIVALDI, VIRTUOSO!

LUCIE HORSCH & THOMAS DUNFORD BLOKFLUIT EN LUIT IN TWEEGESPREK De mooiste gesprekken zijn die tussen gelijkgestemde zielen. Dat is het uitgangspunt van deze exquise conversatie tussen de instrumenten van Lucie Horsch en Thomas Dunford: twee jonge sterren aan het oudemuziekfirmament. Uitgelezen repertoire voor blokfluit uit de renaissance en barok wisselt af met luitmuziek van onder meer John Dowland. Uiteraard zijn de twee musici ook samen te horen, in wat het meest intieme programma van dit seizoen belooft te worden. do 11 nov / 20.30 Rotterdam, Laurenskerk vr 12 nov / 20.15 Haarlem, Lutherse Kerk za 13 nov / 20.30 Zwolle, Grote Kerk zo 14 nov / 14.15 Eindhoven, Muziekgebouw Eindhoven, Kleine Zaal

De enthousiaste continuogroep van PRJCT Amsterdam en het zoetgevooisde stemgeluid van Maarten Engeltjes gidsen dit programma langs kronkelende liefdespaden door bijna een eeuw barokmuziek. Vivaldi kaapt het leeuwendeel van de aandacht weg en toont zich van zijn meest duistere zijde in aria’s van verraad en wrok, die met coloraturen en duivelse capriolen de wanhoop van een in het nauw gedreven hart verklanken. wo 24 nov / 20.00 Zeist, Kerk van de Evangelische Broedergemeente do 25 nov / 20.15 Westzaan, Zuidervermaning vr 26 nov / 20.15 Deventer, Penninckshuis za 27 nov / 20.00 Amsterdam, De Waalse Kerk zo 28 nov / 11.00 ‘s-Hertogenbosch, Willem Twee toonzaal

LOCATIES EN PRIJZEN Normaal € 25 Vriend € 21 CJP/student € 10 met uitzondering van: Almere, Kunstlinie € 15 / Vriend € 13 CJP/Pas 65 € 12 Amsterdam, Muziekgebouw aan ‘t IJ € 33 / Vriend € 26,50 Eindhoven, Muziekgebouw Eindhoven Núria Rial & Accademia del Piacere € 27 / Vriend € 22 Lucie Horsch & Thomas Dunford € 24 / Vriend € 20 Rotterdam, Laurenskerk € 33 / Vriend € 26 Utrecht, TivoliVredenburg € 34 / Vriend € 30 Bestel online via oudemuziek.nl of telefonisch via 030 232 9010 (ma-vr 10-16 uur). Kijk voor uitgebreide informatie op oudemuziek.nl of vraag de brochure aan via 030 232 9000.


54

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

CD’s

BACH: ORGAN LANDSCAPES (WALTERSHAUSEN & ANSBACH) JÖRG HALUBEK O.L.V. JONATHAN COHEN BERLIN CLASSICS 0301591BC & 0301595BC

TEKST / Joost van Beek (JvB) Geerten Jan van Dijk (GJvD) Albert Edelman (AE)

Onder de noemer Bach Organ Landscapes is de Duitse oudemuziekspecialist Jörg Halubek begonnen aan een integrale opname van de orgelwerken van Johann Sebastian Bach. Hij heeft daarvoor tien achttiende-eeuwse instrumenten uitgekozen, waarvan de meester er destijds zelf een aantal heeft bespeeld. De eerste twee dubbel-cd’s zijn opgenomen in Thüringen, waar Bach ongeveer de helft van zijn leven heeft doorgebracht. Het orgel van Waltershausen werd in 1730 opgeleverd door Tobias Gottfried Heinrich Trost, een orgelbouwer die bekend stond om zijn innovatieve werkwijze. Een man naar Bachs hart, zogezegd. Hier speelt Halubek het Dritter Theil der Clavier-Übung. De benaming ‘klavieroefenboek’ is in dit geval een understatement, want de collectie is een culminatie van alles waar Bach tot dan toe mee bezig was geweest: vormen, stijlen, technieken, enzovoorts. Het hart van de verzameling bestaat uit tien bewerkingen van liederen die in de lutherse liturgie een centrale plaats innamen, geflankeerd door het magistrale Preludium & Fuga in Es. In Arnsbach staat een orgel van Johann Christoph Wiegleb uit 1738. Het werd in de loop der eeuwen zodanig gewijzigd dat er weinig meer van het oorspronkelijke concept te herkennen viel. Daarom kreeg de Nederlandse firma Reil de opdracht om een restauratie/reconstructie uit te voeren; het indrukwekkende resultaat van die klus werd in 2007 gepresenteerd. Halubek speelt hier de Leipziger Choräle, een zeer gevarieerde verzameling van achttien koraalbewerkingen, met Nun komm, der Heiden Heiland (BWV 659) als bekendste onderdeel. Specifieke registratievoorschriften werden toentertijd door componisten niet gegeven, zodat de speler de vrije hand had in het kiezen van de gewenste klank. Die vrijheid nam Bach als organist overigens zelf ook, vaak tot verbijstering – die echter geleidelijk overging in bewondering – van de toehoorders. Beide orgels bieden een enorme keur aan klankkleuren en daar maakt Halubek dankbaar en creatief gebruik van. Zijn doorleefde en verzorgde spel is een lust voor het oor. Ook de ogen worden verwend: de uiterlijke vormgeving van beide uitgaven is bijzonder fraai. En daarmee is de koek nog niet op, want de speciaal in het leven geroepen website organ-landscapes.com bevat extra audioen beeldmateriaal van de reis van Halubek, zelfs in 360° virtual reality. Die bonus maakt dit boeiende klankbeeld compleet. JvB


CD’S Cd’s

55

LE COUCHER DU ROI: MUSIC FOR LOUIS XIV’S CHAMBER LES MUSICIENS DU ROI O.L.V. THIBAUT ROUSSEL CHÂTEAU DE VERSAILLES SPECTACLES CVS029

優 YUU: GENTLENESS AND MELANCHOLY KAORI UEMURA RAMÉE RAM 1915

vaak

Iedere dag exact om acht uur ’s och-

In vroeger tijden werd melancholie

een zekere allure: Barbizon, Laren,

tends werd Lodewijk XIV gewekt

als een onmisbaar bestanddeel van

Étaples, weg van de massa reflecte-

door een kamerheer. Het dagelijkse

de kunst beschouwd. Je zou het ge-

ren zij op en experimenteren zij in de

hofritueel in Versailles dat daarmee

cultiveerde zwaarmoedigheid kunnen

natuur. Ook muzikanten kenden zul-

in gang werd gezet had veel weg van

noemen. Veel componisten zetten de

ke vrijplaatsen, meestal in steden of

een theaterstuk. Alles werd tot in de

viola da gamba in om een stem te ge-

hoven, te midden van hun betalende

details geregisseerd door de Zonne-

ven aan pijn en hartzeer. Denk aan de

publiek. Romina Lischka introduceert

koning. De componisten en musici

smartelijke aria ‘Es ist vollbracht’ in

een uniek semi-ruraal voorbeeld uit

aan het hof zorgden voor de bijbeho-

Bachs Johannes-Passion. De gambis-

Königsberg. Schuilend voor de Dertig-

rende soundtrack. Dat gebeurde zeer

te Kaori Uemura stelde aan de hand

jarige Oorlog legde componist Hein-

regelmatig groots en meeslepend tij-

van het in haar geboorteland Japan

rich Albert (1604-1651) er een moes-

dens extravagante muziek- en dans-

gebezigde karakter 優 (Yuu) een pro-

tuin aan die niet alleen pompoenen

voorstellingen, maar vlak voor het

gramma samen vol droefgeestige

voortbracht, maar ook een ontmoe-

slapengaan wenste de vorst het alle-

muziek van Hume, vader en zoon de

tingsplaats werd voor denkers, dich-

maal wat meer ingetogen. Theorbist

Sainte-Colombe, Forqueray, Marais,

ters en kunstenaars. In zijn gevloch-

Thibaut Roussel reconstrueerde een

Telemann en Abel. Is het dan somber-

ten hut was onder meer de ‘vader

dergelijk

concert

heid troef op deze cd? Nou nee: het

van de Duitse poëzie’ Martin Opitz te

voor deze puntgave productie. Op

begrip 優 omvat naast melancholie

vinden. Het Hathor Consort en de on-

het delicate programma staat muziek

ook tederheid. Muziek als de vertol-

overtroffen sopraan Dorothee Mields

in uiteenlopende kleine bezettingen

ker van verdriet én de brenger van

brengen dit hut-genootschap tot le-

van onder anderen Lalande, Lully, De

troost. Met haar fijnzinnige en door-

ven met moraliserende maar schitte-

Visée, Marais en François Couperin.

leefde spel treft Uemura de sfeer en

rende muziek van Albert zelf en zijn

Op de bijgevoegde bonus-dvd is een

het karakter van deze stukken feil-

muzikale netwerk: zijn neef Schütz,

heel aantal tracks nogmaals te be-

loos en raakt ze de de luisteraar recht

maar ook Scheidt, Hammerschmidt,

luisteren, maar dan met het paleis

in de ziel. JvB

Schein, Johann Bach… Voor dit album

van Versailles als decor. Zeker als het

werd Lischka’s uitgelezen gamba-

gaat om de residentie van de Zonne-

band uitgebreid met onder anderen

koning wil het oog natuurlijk ook

Lambert Colson op cornetto en Sophie

wat. GJvD

HEINRICH ALBERT’S PUMPKIN HUT DOROTHEE MIELDS & HATHOR CONSORT O.L.V. ROMINA LISCHKA RAMÉE RAM 1913 Kunstenaarskolonies

hebben

Gent op viool. Samen maakten zij zonder meer een van de mooiste consortcd’s van de afgelopen tijd. AE

middernachtelijk


56

Tijdschrift Oude Muziek / 03 2021

SCULPTING THE FABRIC: WORKS BY CAVALLI, MERULA, VITALI LA VAGHEZZA AMBRONAY AMY 313

OFFICINA ROMANA: A WONDER LAB AT THE DAWN OF THE 18TH CENTURY CARLO VISTOLI & LE STAGIONI O.L.V. PAOLO ZANZU ARCANA A485

A. SCARLATTI: SONATE A QUATTRO LES RÉCRÉATIONS RICERCAR RIC 422

De titel van deze eersteling van het jon-

Het pauselijk hof, een eindeloze voor-

Twee violen, een altviool, en een

ge Italiaanse ensemble La Vaghezza

raad aristocraten, sprankelende col-

cello… een strijkkwartet dus? Ja en

is gebaseerd op een betoog van Roger

lega’s, geld: Rome had (en heeft) het

nee, want hoewel Alessandro Scarlatti

North

Engelse

allemaal. De Eeuwige Stad werkte als

het klavecimbel nadrukkelijk uit zijn

muziektheoreticus zag musiceren als

een magneet op musici vanuit heel

Sonate a quattro verbande, zou het

beeldhouwen: ‘sculpting the fabric’.

Europa. De briljante klavierspeler

nog even duren voordat het concept

Ook voor de vijf instrumentalisten

Paolo Zanzu stelde een mooi program-

‘strijkkwartet’ met alles erop en eraan

van La Vaghezza gelden klanken als

ma samen waarin de stad wordt be-

standaard werd. Het zijn eigenlijk late

materiaal om te boetseren en te ver-

licht als een wonderlijk laboratorium

experimenten in de consortkunst die

sieren. Dit enerverende vertrekpunt

dat de muziekgeschiedenis en vooral

rond 1700 al flink terrein had verlo-

daagt de musici uit om de muziek

de vocale repertoires een ongekende

ren aan de barokke basso continuo-

steeds opnieuw uit te vinden. En dat

duw in de rug gaf. We horen behalve

praktijk. En toch klinkt de muziek mo-

is te horen: hun uitvoering van zes-

een enkele hit en veel virtuoze parels

dern dankzij Scarlatti’s fascinatie voor

tiende- en zeventiende-eeuwse so-

van bekende componisten een heuse

de dissonante neigingen van niemand

nates, canzona’s en gearrangeerde

première van een aria uit Giunio Bru-

minder dan Gesualdo, van wie een

liederen klinkt spontaan en recht uit

to, een collectieve opera van Cesarini,

toen al honderd jaar oude gagliarda

het hart, alsof er geen partituur aan

Caldara en Alessandro Scarlatti ter

klinkt. Dat de uitvoering niet zelden

te pas kwam. De bloemlezing die La

ere van de Duitse keizer, die overleed

de intensiteit krijgt van een vette

Vaghezza presenteert is gevarieerd,

voordat het werk kon worden uitge-

Schubert of Beethoven is absoluut

zowel qua bezetting als atmosfeer.

voerd. Countertenor Carlo Vistoli ver-

de verdienste van Les Récréations,

Composities van Gabrieli, Cavalli en

vult zijn rol prima, hoewel af en toe

bestaande uit Matthieu Camilleri,

Monteverdi worden afgewisseld met

een beetje vlak, maar de instrumen-

Sandrine Dupé, Clara Mühlethaler en

muziek van minder bekende tijdge-

talisten zijn de ware sterren van deze

Keiko Gomi. Ook de luitist Étienne

noten als Falconieri, Fontana en Vi-

opname: blokfluitist Tiam Goudarzi en

Galletier is op enkele tracks te horen.

tali. De opbouw is duidelijk: vanaf de

Tami Troman op viool voorop. AE

Zij navigeren de verrukkelijk com-

(1651-1734).

Deze

eerste track, het geestdriftige Ballo

plexe werken met precisie en gemak,

detto Eccardo van Merula, wordt in

wat doet uitkijken naar hun volgende

vijftien tracks toegewerkt naar de

opname. AE

geconcentreerde verstilling van Rossi’s Sinfonia nona. GJvD


CD’S

57

AVISON: CONCERTI GROSSI BASED ON SONATAS BY DOMENICO SCARLATTI TIENTO NUOVO O.L.V. IGNACIO PREGO GLOSSIA MUSIC GCD 923526

GRÉTRY: RICHARD CŒUR DE LION LE CONCERT SPIRITUEL O.L.V. HERVÉ NIQUET CHÂTEAU DE VERSAILLES SPECTACLES CVS028

ERLEBACH: HARMONISCHE FREUDE MUSICALISCHER FREUNDE LE BANQUET CÉLESTE O.L.V. DAMIEN GUILLON ALPHA 725

Veel van de muziek van Charles

De komische opera Richard Cœur

2.500 werken schreef Philipp Heinrich

Avison (1709-1770) is in de schaduw

de Lion wordt gezien als een van de

Erlebach (1657-1714), maar door een

blijven staan van die van zijn popu-

beste werken van de in Luik geboren

brand kort na zijn dood zijn er slechts

laire tijdgenoten. Als er tegenwoor-

André-Ernest-Modeste Grétry (1741-

een handvol van bewaard gebleven:

dig iets van Avison wordt uitgevoerd,

1813). Deze ‘reddingsopera’ is ge-

een handschrift en enkele edities.

dan zijn dat in de regel zijn concerti

baseerd op een legende over de ge-

Uit dit schaarse materiaal komt het

grossi. Die kunnen dan ook zeker de

vangenschap van de Engelse koning

beeld van een fantasierijke, gevoelige

concurrentie aan met de creaties van

Richard I in Oostenrijk en zijn red-

componist naar voren die met zijn tijd

barokreuzen als Händel en Corelli. De

ding door de trouwe schildknaap

meeging en enerzijds gefascineerd

ironie wil echter dat juist deze relatief

Blondel de Nesle, die zich vermom-

was door de muziek van Lully en

populaire concerten van Avison voor

de als blinde troubadour. In Blondels

anderzijds door Italiaanse invloeden.

een groot deel gebaseerd zijn op no-

lied Une fièvre brûlante imiteert

Damien Guillon duikt met zijn Banquet

ten van een collega. Avison plunder-

Grétry middeleeuwse muziek. Hij ge-

Céleste in Erlebachs gezellig getitel-

de naar hartenlust uit het enorme

bruikt deze melodie ook als terug-

de bundels Harmonische Freude mu-

arsenaal aan klavecimbelsonates van

kerend thema, een techniek die zal

sicalischer Freunde (1697 en 1710).

Domenico Scarlatti en transformeerde

uitgroeien

leid-

Lees het niet verkeerd: de vreugde

deze in sprankelende orkestwerken

motieven in de opera’s van Wagner.

blijkt vooral contemplatief, want de

waarbij een klein ensemble het moet

De beeldregistratie vanuit de Opéra

eenvoudig opgezette aria’s met af

opnemen tegen een groter orkest. De

Royal de Versailles op de bijgevoeg-

en toe een virtuoze toets raken aan

uitvoering door Tiento Nuovo biedt

de dvd verdient de voorkeur boven

de vergankelijkheid van de mens. Die

alles wat barokmuziek zo aantrekke-

de audio-cd, al was het maar van-

moraal kleurt Erlebach op alle mo-

lijk maakt: adembenemende stromen

wege de vrij lange gesproken dialo-

gelijke manieren, van streng (kerk)

aan snelle bewegingen vol energie en

gen. Daarnaast vraagt de muziek van

lied tot operatesk lamento. Voor wat

virtuositeit, maar ook intense over-

Grétry gewoonweg om spektakel. De

verlichting tussen die zware, prachtig

peinzingen in de langzame delen.

meeste indruk maken de hartstoch-

gezongen kost zorgen twee flitsende

Benieuwd naar de oorspronkelijke

telijke aria’s, fraai gezongen en aan-

sonates. Hier kunnen violisten Marie

klavecimbelsonates

stekelijk begeleid vanuit de orkest-

Rouquié en Simon Pierre, en gambiste

Ook daar staan er vier van op deze

bak

Isabelle Saint-Yves echt stralen. AE

cd. GJvD

ensemble Le Concert Spirituel. GJvD

van

Scarlatti?

door

tot

de

Hervé

bekende

Niquet

en

zijn


58

ADVERTENTIE

COLOFON

Tijdschrift Oude Muziek ISSN 0920-6649 jaargang 36 / nr. 3 – augustus 2021 verschijnt 4x per jaar uitgave en productie Stichting Organisatie Oude Muziek Utrecht adres Plompetorengracht 4 3512 CC Utrecht +31 (0)30 232 9000 info@oudemuziek.nl www.oudemuziek.nl vormgeving Doretta Rinaldi lay-out Esther de Bruijn drukwerk en bindwerk BCM coverbeeld Anonymous, naar Le Brun redactie Laura van den Boogaard, eindredactie Xavier Vandamme Jed Wentz Juliette Dufornee Hitske Aspers Wim van de Laak medewerkers aan deze uitgave Joost van Beek, Jan Van den Bossche, Geerten Jan van Dijk, Albert Edelman, Avery Gosfield, Stefan Grondelaers, Fred Jacobs, Nico van der Meel, Laila Cathleen Neuman, Guido van Oorschot, Johan Oosterman, Giovanni Paolo Di Stefano, Maartje Stokkers, Thiemo Wind heeft u vragen of opmerkingen? bereik ons via info@oudemuziek.nl of 030 232 9000 adverteren tarieven via 030 232 9000 of www.oudemuziek.nl miniadvertenties voor particulieren, € 15 per 4 regels, 140 lettertekens, bewijsexemplaar € 5 donateur worden Voor een bijdrage van € 40, € 80, € 160 of € 1000 aan de Stichting Vrienden Oude Muziek ontvangt u 4x per jaar het Tijdschrift Oude Muziek met alle gegevens over het Festival Oude Muziek en onze concerten. Tevens krijgt u dan de Vriendenpas, waarmee u in aanmerking komt voor diverse kortingen. Zie oudemuziek.nl voor alle bijbehorende voordelen of bel met 030 232 9000. Voor mensen met een leeshandicap is dit Tijdschrift ook op cd verkrijgbaar. Inlichtingen: Dedicon, Postbus 24, 5360 AA Grave, 0486 486 486. Het volgende nummer verschijnt medio november 2021.


ADVERTENTIE

Seizoen 21/22 Vergeten een voorstelling over dementie Ester met Shiva Feshareki Lied der Liederen muziek van Di Lasso en Daniel-Lesur Weihnachts-Oratorium met Freiburger Barockorchester DoReMiFaSol met Paul Van Nevel Di Lasso’s Tranen van Petrus met koormuziek en dans Matthäus-Passion met het Residentie Orkest #uncut Bestel nu uw kaarten voor het nieuwe concertseizoen! www.nederlandskamerkoor.nl


ADVERTENTIE

Capella de la Torre kunstenfestival Maastricht met prelude in Sittard-Geleen

Moeder Aarde

22 - 26 september

Earth Music

Dit Duitse topensemble van zangers en blazers brengt het programma Earth Music, met een brede waaier van muziek uit de renaissance en de vroege barok. • za 25 | 20.00u | theater aan het vrijthof

Pluto-ensemble

o.l.v. Marnix De Cat

Palestrina Vesperhymnes | Lassus Benedicite (a 6) Janequin Le chant des oiseaux | Sweelinck Caeli enarrant

Seconda Prat!ca en Cantus Modalis Josquin des Prez · In Memoria Mea

Een programma rond de Missa Mater Patris van de 500 jaar geleden overleden Franco-Vlaamse componist Josquin des Prez.

Met de vesperhymnes componeerde Palestrina een cyclus over de schepping, met voor elke dag een hymne, behalve voor zaterdag, de rustdag. Donderdag is voor de vogels, virtuoos en beeldend verklankt in het beroemde chanson van Janequin. • zo 26 | 15.00u | sint servaasbasiliek

• vr 24 | 17.00u | onze lieve vrouwebasiliek

Cantates van Graupner

Ad Mosam Barock

Met de cantates Erde Luft und Himmel krachen en Was ist der Mensch? Ein Erdenkloss! uit het overweldigende oeuvre van Christoph Graupner plaatst het ensemble Ad Mosam Barock de overweldigende natuur tegenover de nietigheid van de mens. • do 23 | 20.00u | johanneskerk, sittard (openbare repetitie) • za 25 | 15.00u | theater aan het vrijthof

Van 22 t/m 26 september staat Musica Sacra Maastricht in het teken van ‘Moeder Aarde’. Dit thema vormt de rode draad in de programmering van dit vijfdaagse kunstenfestival, dat plaatsvindt in de historische binnenstad van Maastricht, met een prelude in Sittard-Geleen.

t kijk voor het volledige programma op musicasacramaastricht.nl



GEEF OM

DE TOEKOMST

VAN KLASSIEK Support klassiek talent en geef hen het podium dat ze verdienen AVROTROS geeft jonge talenten, zoals de Young Bach Fellows, een uniek podium door met hen professionele opnames te maken. Hiermee presenteren de musici zich via radio en tv aan het grote publiek. Zo kunnen zij zich verder ontwikkelen en waarborgen wij de toekomst van klassieke muziek in Nederland. Word nu lid en ontvang 3 x per jaar ons magazine inclusief talent-cd (ook als download). Uw eerste editie: de Young Bach Fellows. Kijk op: avrotros.nl/detoekomstvanklassiek

Word lid voor slechts 7,50 per jaar


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.