TOM 1/2021

Page 1

TIJDSCHRIFT OUDE MUZIEK / 01 2021

ACHTER DE SCHERMEN | EEN NIEUW SEIZOEN OUDE MUZIEK | BEASLEYS DUBBELE ROOTS



2021

2022

GENIET EXTRA VOORDELIG VAN HET SEIZOEN OUDE MUZIEK

BESTEL NU UW ABONNEMENT Met een locatie-abonnement geniet u voordelig en gemakkelijk van het nieuwe Seizoen Oude Muziek. U profiteert van 15% korting en regelt alles in slechts één bestelling. Gaat u liever naar verschillende concertlocaties? Stel dan ook met korting uw eigen serie samen van vier of meer concerten.

OUDEMUZIEK.NL/ ABONNEMENTEN

Mocht een concert noodgedwongen worden geannuleerd, dan kunt u het aankoopbedrag altijd terugkrijgen.


OM TE BEGINNEN EEN NIEUWE LENTE VAN DE REDACTIE ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’. Meer dan ooit lijkt de beroemde dichtregel van Herman Gorter van toepassing te zijn. Hoopvol richten we de blik vooruit naar het moment waarop het (muziek)leven weer ontluikt na een lange periode van coronamalaise. Zo kijken we vooruit naar het volgende Seizoen Oude Muziek, niet alleen door middel van de bijgevoegde seizoensbrochure, maar ook met een bonte verzameling wetens(w)aardigheden. Verder belichten we de laatste tournees van het huidige seizoen, in de hoop dat die op enigerlei wijze plaats kunnen vinden. Omkijken doen we ook, de onlangs 85 jaar geworden Max van Egmond vertelt over zijn rijke carrière. Van de vaste rubrieken wordt ‘Instrumentaliteit’ wederom verzorgd door het Rijksmuseum, dat een aantal bijzondere oude muziekinstrumenten voor het voetlicht brengt. De eerste aflevering van deze jaargang is gewijd aan een Franse fluit, gemaakt van glas. Ook gaat in dit nummer een nieuwe rubriek van start: ‘Achter de schermen’. Hierin worden mensen geportretteerd die op de achtergrond betrokken zijn bij de Organisatie Oude Muziek. Clairy Polak, lid van de Raad van Toezicht, bijt het spits af. Naar aanleiding van de 500ste sterfdag van Josquin Desprez focust ‘Beeldspraak’ op beeltenissen van deze grote renaissancecomponist. ‘Uit de bron’ brengt een hilarisch verslag van een muzikale voorstelling in 1741. Een verhaal dat bij u ongetwijfeld een glim- of schaterlach teweegbrengt. We wensen u een gezond 2021 met veel – nogmaals Gorter citerend – ‘drank van muziek’. ■●

OM TE BEGINNEN Een nieuwe lente Van de redactie

2

Julien Léonard zoekt de diversiteit ‘Iedereen een eigen timbre’

12

Seizoen Oude Muziek 2021-2022 Toeren in de tijd

30

Into the Winds heeft een brede blik ‘De sluiproute van de emotie’

38

RUBRIEKEN Instrumentaliteit Muziekschatten in het Rijksmuseum Een Franse fluit van glas

10

Beeldspraak Renaissancecomponist overleed 500 jaar geleden Beelden van Josquin

16

Vriendenhart Met vooruitblik Festival Oude Muziek

25

Vriendenaanbiedingen

28

Seizoen Oude Muziek

29

Achter de schermen Een duizendpoot in een kleine Raad van Toezicht Clairy Polak

34

Uit de bron Een satirische brief uit 1741 (1) Hy vloekte als een scheepstrompetter

44

Cd-besprekingen

46

Berichten

50

Colofon

52


3

Juliette

Hitske

Loni

Fenneke

Judith

Xavier

Wilmer

Mark

Danielle

4

Wim

DE ORGANISATIE OUDE MUZIEK IN CORONATIJD In de voorgaande nummers deelden diverse musici hun ervaringen in deze coronatijd. Hoe houdt de Organisatie Oude Muziek zich eigenlijk staande in deze woelige tijden, en wat is er om deze zomer naar uit te kijken?

Laura

18

DE TUIN ALS UITVOEREND KUNSTENAAR Voor achttiende-eeuwse kunstenaars was de tuin een onuitputtelijke bron van verbeeldingskracht. Door middel van bomen, water en bouwwerken wilden architecten de bezoekers bepaalde emoties laten ervaren. Judy Tarling schreef een boek over deze retoriek.

22

MAX VAN EGMOND HEEFT GEEN TIJD OM TE STOPPEN In februari werd Max van Egmond 85 jaar. De bas-bariton is een van de laatste musici die het begin van de oudemuziekbeweging van zeer dichtbij hebben meegemaakt. Een terugblik van een man die vindt dat hij nooit te oud is om te leren.

40

BRITSE BELEEFDHEID EN ITALIAANSE EMOTIE Als kind van een Italiaanse moeder en een Britse vader belichaamt de tenor Marco Beasley het samenvloeien van tradities. Het project Due radici is een eerbetoon aan zijn dubbele roots. Hij vertelt hoe die zijn leven als mens en musicus hebben beïnvloed.


4

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

TEKST / Pieter Lucassen

BEELD / Anna van Kooij

KORT OP DE BAL DE ORGANISATIE OUDE MUZIEK IN CORONATIJD Ruim twaalf maanden na het uitbreken van de coronapandemie bereidt het team van de Organisatie Oude Muziek zich voor op een nieuwe festivaleditie. Hoe houdt de OOM zich staande in deze woelige tijden, en wat is er om deze zomer naar uit te kijken? Tijd voor een gesprek met zakelijk coördinator Juliëtte Dufornee en festivaldirecteur Xavier Vandamme.


KORT OP DE BAL / De Organisatie Oude Muziek in coronatijd

5


6

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

Ook interviews verlopen tegenwoordig anders dan ruim een jaar geleden ‘normaal’ was. We ontmoeten elkaar niet op kantoor maar via Microsoft Teams – een online vergaderplatform waar de Organisatie Oude Muziek (OOM) volop gebruik van maakt. Met een kop koffie in de hand schuiven zakelijk coördinator Juliëtte Dufornee en festivaldirecteur Xavier Vandamme digitaal aan voor een goed gesprek en een blik op de toekomst. Eén ding is zeker: er klinkt muziek aan het einde van de zomer.

H

Hoe gaat het met de Organisatie Oude Muziek?

Vandamme: ‘Het is zeker niet het makkelijkste jaar geweest, maar naar omstandigheden gaat het goed met ons. We hebben het eerste jaar van de coronapandemie niet doorgebracht in de overlevingsstand, integendeel. We hebben projecten neer kunnen zetten waar we best trots op zijn. Neem het alternatieve festivalprogramma met meer dan 200 online- en offlineconcerten door Nederlandse musici: dat hebben we met het team in acht weken tijd uit de grond gestampt, tot vreugde van velen. In dezelfde beweging hebben we voor brood op de plank gezorgd in huisgezinnen van vele tientallen musici. Met de steun van onze Vrienden konden we bovendien een compensatiefonds oprichten, waarmee we de musici van alle geannuleerde festivalen seizoensconcerten financieel hebben kunnen helpen. Dit zijn cruciale initiatieven voor het overleven van onze sector na corona. Heel eerlijk: ik had erop gerekend dat meer landelijke en internationale collega’s ons voorbeeld zou volgen. Maar goed, niet elke organisatie heeft zo’n hechte en geëngageerde donateurskring als wij, natuurlijk.’ Laten we maar meteen de grote vraag op tafel leggen: gaat het Festival Oude Muziek dit jaar door?

Foto: Foppe Schut

Dufornee: ‘Kort en krachtig: ja. Op dit moment zitten we nog midden in de tweede golf, of misschien wel aan het begin van een derde. Maar we hebben goede hoop dat de wereld er eind augustus anders uitziet. Het festivalprogramma van 2020 was een jaar geleden al volledig af. We hebben het festival toen geannuleerd net voor de brochure zou worden gedrukt… Dat was een hartverscheurend moment. Er is toen wel snel besloten om het festivalprogramma zoveel als mogelijk over te zetten naar 2021. Dat maakt dat we eigenlijk al vrij ver staan in de voorbereidingen.’ Vandamme: ‘Natuurlijk blijft veel onduidelijk. Daar moeten we goed op anticiperen. Hoeveel gasten mogen we bijvoorbeeld verwelkomen in de zaal, en wat betekent dat voor ons bedrijfsmodel? Hoe zit het met de internationale reisrestricties? Krijgen we alles wel voor elkaar met een thuiswerkend team? Heel wat vragen zullen de komende maanden nog zonder antwoord blijven. Maar alle mogelijke uitkomsten zijn geïntegreerd in een overkoepelend


KORT OP DE BAL / De Organisatie Oude Muziek in coronatijd

7

scenario waarmee we deze zomer toch een festival op kunnen zetten. Ook al wisselt de uiteindelijke vorm daarvan in functie van de coronaregels die dan zullen gelden. Het is een zaak van goed monitoren en snel schakelen waar nodig. Kort op de bal, zeg maar.’

Dufornee: ‘We staan hierin wel echt een jaar verder. Vorig jaar werden we, samen met de rest van de wereld, compleet overvallen door de coronacrisis. Nu hebben we met het alternatieve festival en de seizoensconcerten die wel doorgang konden vinden veel ervaring opgedaan. Bovendien zijn we niet de enige organisatie die concerten in coronatijd heeft georganiseerd. We zijn goed aangesloten bij de landelijke taskforce cultuur, en we wisselen veel informatie uit met onze nationale en internationale collega’s.’ Velen zullen blij zijn met dit perspectief. Toch roept het ook vraagtekens op. De coronacrisis zal in augustus nog niet voorbij zijn, dus het is haast niet voor te stellen dat het een ‘normaal’ festival wordt.

FESTIVAL OUDE MUZIEK 2021

Vandamme: ‘Een volledig festival met alles erop en eraan zal het hoogstwaarschijnlijk niet worden, dat weten we nu al. We zullen zeker rekening moeten houden met corona-gerelateerde restricties. Wordt TivoliVredenburg weer het drukbezette festivalhart dat het de voorbije jaren was? Ik durf het niet te beloven. Ook de datum waarop we het programma bekendmaken zal anders zijn: die halen we zover mogelijk naar achteren, naar 13 juni. Zo kopen we tijd. Hopelijk hebben we dan een beter beeld van hoeveel liefhebbers we echt mogen ontvangen in de concertzalen en hoeveel kaarten we dus in de verkoop kunnen zetten.’ Dufornee: ‘We doen ons uiterste best om teleurstellingen bij het publiek te voorkomen. Daarom zetten we in eerste instantie liever wat minder kaarten in de verkoop om daarna op te schalen als het mag, dan dat we alle sluizen meteen openzetten om in tweede instantie op onze stappen terug te moeten komen.’

FESTIVAL OUDE MUZIEK 2019 Foto: Marieke Wijntjes


8

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

Het gaat tot nu toe vooral over kaartverkoop en zaalcapaciteit, maar hoe zit het met de inhoud? Wordt het een programma zoals normaal, of eerder een kleinschalig Nederlands kamermuziekprogramma zoals we dat afgelopen zomer zagen?’ Vandamme: ‘Ik kan nog niet te veel van de inhoud prijsgeven. Dat heeft niet zozeer met corona te maken, maar vooral met onze mooie traditie om het festivalprogramma voor te stellen aan onze Vrienden tijdens een festivalpresentatie. Daar houden we graag aan vast. Wel kan ik alvast verklappen dat er een uitgebreide online programmering komt. Zelfs in het geval van een complete lockdown kunnen we dit onderdeel van het festival overeind houden. We hebben vorig jaar veel ervaring opgedaan met online programmeren en interageren, en dit zal een vast onderdeel van het Festival Oude Muziek blijven. Ook als we corona helemaal onder controle hebben. En zo hebben we wel meer programmaonderdelen die we zelfs met verregaande maatregelen in de lucht kunnen houden.’

‘Dus ja, een nieuw COVER BROCHURE SEIZOEN OUDE MUZIEK 2021/2022

Festival Oude Muziek én een nieuw Seizoen Oude Muziek’ Dit nummer van TOM komt tegelijk uit met de nieuwe brochure van het Seizoen Oude Muziek. Jullie durven het dus nu al aan om een nieuw seizoen te publiceren?

Het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 Muziek spreekt, let’s talk vindt plaats van 27 augustus tot en met 5 september. Het programma wordt bekendgemaakt op 13 juni. De voorverkoop voor Vrienden die € 80 of meer doneren begint op 15 juni, de voorverkoop voor Vrienden die € 40 doneren op 22 juni. De algemene kaartverkoop start op 1 juli.

Dufornee: ‘In tijden van corona is het makkelijker om een seizoen te organiseren dan een festival. In het seizoen kunnen we tournee per tournee bekijken wat mogelijk is. Gaat een tournee in maart niet door omdat we nog in een lockdown zitten, dan wil dat niet zeggen dat een tournee in april ook moet worden geannuleerd. Door de spreiding in de tijd kun je maatwerk verrichten. In het geval van een festival is het toch ook een beetje geluk hebben met hoe de situatie op dat moment is.’ Vandamme: ‘We zijn op alles voorbereid, maar we hopen natuurlijk vurig dat de maatregelen in augustus veel meer toelaten dan wat nu mogelijk is. Dus ja, een nieuw Festival Oude Muziek én een nieuw Seizoen Oude Muziek. We staan helemaal in de startblokken.’ ■●

De festivalpresentatie zal dit jaar digitaal plaatsvinden op 13 juni. Meer daarover leest u in het Vriendenhart op pagina 26. Wekelijks overleg via Microsoft Teams >


Juliëtte

Hitske

Loni

Fenneke

Judith

Xavier

Wilmer

Mark

Danielle

Wim


INSTRUMENTALITEIT

EEN FRANSE FLUIT VAN GLAS MUZIEKSCHATTEN IN HET RIJKSMUSEUM

Een van de parels in de muziekcollectie van het Amsterdamse Rijksmuseum is een glazen dwarsfluit uit het begin van de negentiende eeuw. De geschiedenis van het instrument is exact gedocumenteerd, wat het extra bijzonder maakt. Volg ons naar het Utrecht van Lodewijk Napoleon. We hebben allemaal wel eens geprobeerd om geluid te maken door in een fles te blazen of met een natte vinger over de rand van een glas te wrijven, of er met een vork tegen te tikken. Misschien hebben sommige lezers wel eens een ‘echt’ glazen muziekinstrument beluisterd, zoals de glasharmonica met roterende glazen schalen, of de glas-

harp die bestaat uit een aantal met water gevulde glazen. Glas werd ook gebruikt voor blaasinstrumenten, waaronder trompetten en fluiten. Hoewel de meeste van deze instrumenten louter ter decoratie dienden, waren er ook bespeelbare exemplaren bij. Een van de oudste bronnen waarin dergelijke instrumenten worden genoemd, is de uit 1547 daterende inventaris van de Engelse koning Hendrik VIII, die drie glazen fluiten vermeldt. De beroemdste bouwer van glazen instrumenten was Claude Laurent (1774-1849). Deze Franse klokkenmaker vestigde zich aan het einde van de achttiende eeuw in Parijs. In 1806 verkreeg hij een octrooi voor zijn flûtes traversières en cristal. Daarmee wilde hij een oplossing bieden voor de beperkingen van de houten fluit, die in zijn intonatie werd beïnvloed door temperatuur- en vochtigheidsverschillen. De glazen fluit was stabieler qua intonatie en had een stabieler geluid. Niet in de laatste plaats: hij woog minder en was visueel aantrekkelijk. Het materiaal dat Laurent voor zijn instrumenten gebruikte, was loodglas (doorgaans kristal genoemd). De hoge concentratie lood maakt het materiaal


11

TEKST / Giovanni Paolo Di Stefano BEELD / Claude Laurent, Glazen fluit, 1807. Rijksmuseum Amsterdam

LOUIS DROUËT geportretteerd door Nelson Mulnier, 1820. Bibliothèque National de France, Parijs

LODEWIJK NAPOLEON geportretteerd door Howard Hodges, 1809. Rijksmuseum Amsterdam

se fluitisten. Sommige kronieken spreken van concerten die in Amsterdam werden gegeven door de Fransman Julien Dubois en de Nederlander Arnoldus Dahmen, allebei spelend op Laurent-fluiten. Dahmens beste leerling was Louis Drouët (1792-1873), geboren in Amsterdam, die een van ’s werelds meest gevierde fluitisten van zijn tijd werd. Dit wonderkind werd reeds op veertienjarige leeftijd benoemd tot hoofdfluitist van het Nederlandse hof, chef de la musique du roi d’Hollande en privéleraar van zowel koning Lodewijk Napoleon als zijn echtgenote Hortense. Vanwege zijn rol aan het hof kreeg Drouët van de koning een met diamanten ingelegde Laurent-fluit. Op 10, 21, 22 en 23 maart 1808 maakte de Koninklijke Courant gewag van een concert dat de vijftienjarige Drouët in de Koninklijke Schouwburg in Utrecht zou geven. Aanleiding was het bezoek van een broer van de koning, Joseph Bonaparte, die op dat moment koning van Napels was.

De Laurent-fluit in het Rijksmuseum De fluit van Drouët is in 1962 aangekocht door het Rijksmuseum. Het instrument bevat ​​de volgende inscriptie: ‘Donnée par S. M. le Roi de Hollande, / en son Palais à Utrecht, / à M. S. Drouet première flute de la Musique de sa Majesté’. Deze tekst wordt gevolgd door de naam van de maker en het jaartal 1807, waardoor we dit exemplaar kunnen beschouwen als een van de oudste nog bestaande Laurents. Helaas is het instrument aangetast door glasziekte: een proces van chemisch verval dat microscopisch kleine scheurtjes heeft veroorzaakt en het bespelen ervan tot een riskante bezigheid heeft gemaakt. Daarnaast is de fluit zijn diamanten kwijtgeraakt, iets wat mogelijk al in de negentiende eeuw is gebeurd. Ondanks deze aantastingen behoort de Laurentfluit zonder twijfel tot de bijzonderste objecten van de Amsterdamse muziekinstrumentencollectie. ■●

helderder en transparanter, maar ook zachter en gemakkelijker om mee te werken en in te graveren. Laurent en de familie Bonaparte Al vrij snel nadat Laurent patent had gekregen werden zijn glazen fluiten een commercieel succes, mede vanwege de interesse van de keizerlijke familie. Napoleon Bonaparte, die een verdienstelijk amateurfluitist was, bezat meerdere Laurent-fluiten. Hij nam er zelfs een mee op zijn militaire tochten. Na de slag bij Waterloo haalde een luitenant van het overwinnende leger, Ralph Mansfield, het instrument uit de koets van de verslagen Napoleon en nam het mee naar huis. De fluit bleef tot 1952 in de familie Mansfield, totdat een particuliere verzamelaar hem kocht. Tijdens zijn ballingschap op Sint-Helena had Napoleon eveneens de beschikking over een Laurentfluit (thans te bezichtigen in het Museu Bacardí de Santiago in Cuba). Ook Napoleons jongere broer, Lodewijk, bezat verschillende instrumenten van Laurent. Tijdens zijn koningschap van Nederland promootte hij de glasfluit onder de Nederland-


12

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

‘IEDEREEN EEN EIGEN TIMBRE’ JULIEN LÉONARD ZOEKT DE DIVERSITEIT

s

inds 2005 exploreert Julien Léonard met zijn ensemble Musicall Humors het historische repertoire voor verschillende gambaformaties. Eind april bezoekt het gezelschap ons land voor een viertal concerten in het Seizoen Oude Muziek. We spreken Léonard over zijn liefde voor de gamba en de consortmuziek. Het videogesprek begint in deze tijd een beetje obligaat, maar daarom niet minder oprecht met de vraag: hoe gaat het? ‘Vooral het samenspelen met mijn collega’s van het consort heb ik gemist,’ zegt Léonard. ‘Ik zit hier in de buurt van Angoulême, de anderen zitten verspreid over Lille, Besançon en Utrecht. Het was onmogelijk om bij elkaar te komen. Verder heb ik het grote geluk op het platteland te wonen. Ik kan hier met mijn twee kleine kinderen makkelijker naar buiten dan mijn collega’s die op een klein appartementje in Parijs zitten. Bovendien bouw ik ook instrumenten. Onlangs heb ik een sopraangambaatje gemaakt voor mijn dochtertje van tweeënhalf jaar. Voor mijn zoon had ik er al een gebouwd toen hij pas 21 maanden oud was. Les geef ik hun nog niet hoor, ik laat ze spelenderwijs het instrument ontdekken. We hebben ook een piano in huis.’

‘Als mijn lerares trompet

Foto: Foppe Schut

had gespeeld, was ik nu trompettist’ Gamba spelende kleuters, dat is hoopgevend voor de wereld van de oude muziek. Ook Léonard zelf kwam op zeer jonge leeftijd in aanraking met het instrument. ‘Vijf was ik. Mijn moeder was administrateur van het conservatorium van Angoulême. Wanneer de kleuterschool uit was, zat ik vaak op haar te wachten in haar kantoor. Dat was de gamba-lerares Danièle Alpers opgevallen. Ze zei: “In plaats van je hier te zitten vervelen, kun je net zo goed bij mij gamba komen spelen, dat is veel leuker.” Zo is mijn liefde voor het instrument begonnen. Danièle had uitzonderlijke pedagogische vaardigheden. Als zij trompet had gespeeld, was ik nu trompettist. De gamba is trouwens zeer geschikt voor kinderen. De

TEKST / Jan Van den Bossche

BEELD / Flore Tricotelle



14

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

Jacques Offenbach (1819-1880) was een Franse componist en cellist van Duitse afkomst. Hij speelde een grote rol in de populaire muziek van de negentiende eeuw. Hoewel zijn opera Les contes d’Hoffmann nog steeds tot het vaste operarepertoire behoort, liggen zijn belangrijkste prestaties op het gebied van de operette. Dankzij het internationale succes van zijn stukken werd de operette een gevestigd genre.

MARIANNE MULLER CHRISTOPHE COIN Foto: Roscoe Rutter

frets helpen bij het vinden van de tonen, en je kunt van de kleine sopraangamba later moeiteloos overstappen op de grotere basgamba, want de stemming is dezelfde, alleen een octaaf lager. Zelfs Jacques Offenbach schijnt de gamba aanbevolen te hebben voor kinderen.’ UITGEBREIDE FAMILIE Maar het werd dus geen trompet, ook al leerde hij later wel hoorn spelen om met zijn vrienden in een orkest te kunnen musiceren. Na veertien jaar les bij Danièle Alpers schreef hij zich in aan het conservatorium van Lyon in de klas van Marianne Muller. ‘Van die twee vrouwen heb ik mijn liefde voor diversiteit gekregen. Muller wilde absoluut geen goeroe worden; geen van haar leerlingen speelt op dezelfde manier. Ik vind dat prachtig. Daarna heb ik me verder bekwaamd bij Christophe Coin in Parijs. In 2005 was ik finalist in de wedstrijd van Brugge en kreeg ik zin om mijn eigen ensemble op te richten. Daar ben ik trouwens snel van genezen. Je ziet de naam van Musicall Humors niet al te vaak, want ik ga niet de hele tijd achter subsidies aan. We werken van project tot project. Als er een onderwerp is dat ons genoeg interesseert, maken we er een project van. Ik heb geen zin meer om iedereen ter wille te zijn om iets te bereiken. Zoals Cyrano de Bergerac zei: “Ne pas monter bien haut, peut-être, mais tout seul!”’ (‘Misschien niet zo hoog klimmen, maar wel alleen!’) Léonards liefde voor de gambafamilie hangt ook samen met het enorme repertoire. ‘Het is een onuitputtelijke bron. Bovendien is de gambafamilie zeer uitgebreid: van de sopraangamba tot de violone: en dan heb je nog de lirone, de tromba marina, de baryton. De lyra viol is een grote fascinatie. Die notatie in tabulatuur waardoor je op allerlei verschillend gestemde instrumenten kunt spelen, dat past goed bij mij. Ik vind het moeilijk om opgesloten te zijn in één systeem. En als je ziet hoe de Engelsen hun gamba’s op zesendertig verschillende manieren stemmen, dat ze werkelijk alle mogelijkheden van het instrument benutten: dat heb ik altijd fascinerend gevonden.’ LANGE NEUS De tournee in het Seizoen Oude Muziek is aan de Lachrimae or Seven Teares uit 1604 van John Dowland gewijd. ‘Dowland had waarschijnlijk een nogal lastig karakter. Hij bleef nooit lang op dezelfde plek. Hij was naar Denemarken vertrokken nadat hij in Engeland naast een baan aan het hof had gegrepen. Hij beweerde zelf dat het te maken had met zijn katholicisme, maar dat klopt niet want er waren ook veel katholieken die carrière maakten in Engeland. Ik denk dat hij vanuit het buitenland zijn muziek in Londen bleef publiceren om een lange neus te maken naar het hof, om te zeggen: “Ik heb de baan niet, maar kijk eens naar mijn muziek!” Later kreeg hij onder James I trouwens wel een aanstelling. Na de publicatie van de prachtige Lachrimae moesten ze hem wel officieel erkennen.’ Een bundel die begint met zeven langzame stukken op hetzelfde thema, hoe pak je dat aan? ‘We hebben ervoor gekozen om danssuites samen te stellen. We combineren elke pavane met enkele andere dansen uit de bundel. Bovendien bespeel ik niet altijd de sopraangamba. Ik hou niet van die piramidale structuur van het symfonieorkest waarbij de leider altijd de bovenste stem heeft. Wij


‘IEDEREEN EEN EIGEN TIMBRE’ / Julien Léonard zoekt de diversiteit

15

wisselen voortdurend van instrumenten, waardoor je vijf verschillende gambaconsorts krijgt. Wanneer iemand anders de bovenste stem speelt, beïnvloedt dat de klank van het hele ensemble. En daarnaast hebben we natuurlijk Thomas Dunford die op zijn luit de oorspronkelijke diminuties van Dowland speelt, hij kan dat als geen ander. Die diminuties zijn ongelofelijk virtuoos; dat dwingt ons om de gaillardes in een rustig tempo te spelen, waardoor de aansluiting met de Lachrimae niet al te abrupt is.’

‘Je moet vooral vertrouwen hebben in je musici’

MADAME HENRIETTE SPEELT OP DE VIOLA DA GAMBA (1754), door Jean-Marc Nattier. Paleis van Versailles

SEIZOEN OUDE MUZIEK DOWLANDS TRANEN Musicall Humors / Julien Leónard 27-30 april 2021 oudemuziek.nl/ musicallhumors

CIRKEL Het brengt ons bij de vraag of consortmuziek niet eerder muziek is om te spelen dan om naar te luisteren. ‘Veel consortmuziek is overgeleverd in tafelpartituren; die werden op een tafel gelegd met de spelers eromheen. Wij gaan bij concerten altijd in een cirkel zitten. Ik zie dat als een manier om de luisteraar naar ons toe te halen. Verder is er de zoektocht naar de klank die het best bij het desbetreffende stuk past. Een gamba biedt ontzettend veel mogelijkheden om het timbre te variëren. Als het publiek bij een consort voortdurend dezelfde kleur hoort, dan doe je iets niet goed. Bij ons helpt het natuurlijk dat we onderling steeds van instrument wisselen. Ik neem graag een voorbeeld aan het Ensemble Clément Janequin van Dominique Visse. Alle stemmen hebben een eigen timbre. Soms is het interessant om elkaar te imiteren in een muzikale frase, maar het kan ook boeiend zijn om juist het verschil op te zoeken. Je moet vooral vertrouwen hebben in je musici. De zoektocht naar een homogene klank komt misschien voort uit een angst om de controle te verliezen. Je moet de verschillen accepteren, of zelfs aanmoedigen. Dat verheldert het discours.’ KAMERMUZIEK Léonard raakt enorm op dreef wanneer hij over het gambaconsort en zijn repertoire spreekt. Maar hij maakt zich ook zorgen. ‘Ik ben niet voor niks naar het platteland getrokken om me tevens aan de instrumentenbouw te wijden. De opera domineert nog steeds het landschap en dat bedroeft me een beetje. Het gaat ten koste van de kamermuziek. Ik vind het jammer dat het merendeel van de oudemuziekensembles zich in die richting ontwikkelt. Ik hoop zeer dat de kamermuziek uiteindelijk niet verdwijnt. Je ziet hoeveel geld er in Frankijk in de huidige crisis naar de Parijse opera gaat. Maar gelukkig is er een zeer goede generatie van jonge gambisten: Salomé Gasselin, Robin Pharo, Agnès Boissonnot-Guilbault… Zij spelen soms met ons mee. Ze zijn ook allemaal erg verschillend, ze zoeken hun eigen weg en dat is hoopgevend.’ ■●


BEELDSPRAAK

BEELDEN VAN JOSQUIN RENAISSANCECOMPONIST OVERLEED 500 JAAR GELEDEN

Vijfhonderd jaar geleden overleed Josquin Desprez. De grootste voorganger van Bach is hij wel genoemd. Een bewonderde componist, geboren in de omgeving van Doornik, die een grote carrière heeft gemaakt. Hij werkte in Cambrai, in Rome, in Milaan, in Ferrara, wellicht in Parijs en keerde terug naar zijn geboortestreek. Zijn laatste jaren bracht hij door in Condé-sur-L’Escaut en daar is hij ook begraven.

graf niet het enige dat de herinnering aan hem bewaart. Leerlingen en vrienden schreven composities om de meester na zijn dood te eren. De bekendste is Musae Jovis, een zesstemmig motet van Nicolas Gombert, op een tekst van de Nijmeegse componist Gerardus Avidius: ‘Josquin … overtreft de hemelse stemmen en zingt een aangenaam lied.’ Gombert memoreerde Josquin met een muzikaal standbeeld, zoals Josquin een ‘tombeau’ schreef voor zijn leermeester: Nymphes des bois, de Déploration de Johannes Ockeghem, een van zijn aangrijpendste werken. De grote faam van Josquin bezorgde hem ook een plaats in Petrus Opmeers Opus chronographicum orbis universi, een in 1569 voltooide en in 1611 gepubliceerde verzameling van korte biografieën van grote mannen, allemaal voorzien van een houtsnede met een portret.

Op de inmiddels verdwenen grafsteen stond: ‘Chy gist Sire Josse Depres / Prevost de cheens fus jadis [...] Trepassa l’an 1521 le 27 d’aoust’ [Hier ligt Meester Josse Depres / die vroeger proost was van deze plaats / Hij overleed in het jaar 1521 op 27 augustus].

‘JOSQUIN OVERTREFT DE HEMELSE STEMMEN’

Veel van zijn leven is in nevelen gehuld. Ook over de best gedocumenteerde periodes is veel onzeker. Toch is zijn

Na de pausen, keizers en koningen volgen de kunstenaars. Josquin staat op


17

TEKST / Johan Oosterman BEELD / Uit: Petrus Opmeer, Opus chronographicum orbis universi, Antwerpen 1611.

PORTRET VAN EEN MUSICUS toegeschreven aan Leonardo da Vinci (1485). Milaan, Pinacoteca Ambrosiana

dezelfde pagina als Leonardo da Vinci, met wiens grootheid hij wel werd vergeleken, en de dichter Jovianus Pontanus. Het kleine portret toont de componist met een karakteristiek hoofddeksel uit de late middeleeuwen. Haast terloops kijkt hij de beschouwer aan. De houtsnede is gebaseerd op een portret dat in het bezit was van Petrus Jacobi, cantor en organist van de Brusselse Sint Goedele. Het portret was bedoeld als onderdeel van een triptiekje voor de kapel waarin Jacobi begraven was. Tijdens de Beeldenstorm is het triptiek en daarmee het oorspronkelijke portret verloren gegaan. Hoe Jacobi eraan kwam en wat zijn relatie met de componist was, weten we niet, maar zijn waardering getuigt eens te meer van de roem van Josquin. Waarheidsgetrouw Vermoedelijk is de houtsnede tamelijk waarheidsgetrouw. Het is de enige afbeelding

waarvan zeker is dat het om Josquin gaat. Toch zijn er ook andere portretten die hem mogelijk afbeelden. De beste papieren heeft het Portret van een musicus in de Pinacoteca Ambrosiana te Milaan. Op het perkamenten blad met muzieknotatie dat de musicus vasthoudt zijn, zo blijkt uit recent onderzoek, zes moeilijk leesbare letters te zien bij zijn rechterwijsvinger. Vermoedelijk stond er ‘Josqin’. Het schilderij wordt toegeschreven aan Leonardo da Vinci, die net als Josquin rond 1485 aan het hertogelijk hof in Milaan verbonden was. De twee mannen, beiden ongeveer dertig jaar oud, hebben elkaar gekend en moeten elkaar gewaardeerd hebben. Josquin maakte een onuitwisbare indruk. Composities om hem te gedenken, geschriften die hem prijzen: zijn roem is tot op de dag van vandaag blijven voortduren zonder grote onderbrekingen. De kracht van zijn werk en zijn

met vragen omgeven levensverhaal spelen een belangrijke rol in Het motet voor de Kardinaal, een historische roman van Theun de Vries uit 1960. We zien Josquin hier door de ogen van Wolf, de hoofdpersoon, die afkomstig is uit de Nederlanden en na omzwervingen in Ferrara belandt. Daar hoort hij muziek die hem ten diepste raakt, en hij roept de meester, die zijn blik naar hem richt: ‘een gezicht zoals ik er in de steden van het Gelderse en Brabant en in Henegouwen vele gezien had: een sterke, gladgeschoren tronie van een omstreeks vijfendertigjarige, ernstig en niet te ernstig, ver van knap, maar mannelijk; de blik openhartig, tintelend grijs, spotlust zonder boosaardigheid.’ Het kleine portret van Iosqivnvs Pratensis kijkt ons aan uit een ver verleden. Een wankel houvast voor wie een voorstelling wil maken van het karakter van een groot componist. Zijn ware gezicht kennen we door zijn muziek. ■● Bronnen Willem Elders, Josquin des Prez en zijn muzikale nalatenschap. Hilversum: Verloren, 2011. Theun de Vries, Het motet voor de Kardinaal. Amsterdam: Querido, 7e druk 1989.


18

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

DE TUIN ALS UITVOEREND KUNSTENAAR Een dag in een achttiende-eeuws paradijs

’RUÏNE’ IN PAINSHILL PARK Foto: Dave Williams

GOTISCHE UITKIJKTOREN IN PAINSHILL PARK TITELPAGINA VAN BENTON SEELEYS DIALOGUE UPON THE GARDENS AT STOW (1749)

TEKST / x Judy Tarling

BEELD / Judy Tarling


De tuin als uitvoerend kunstenaar

wE

genieten van de verschillende manieren waarop muziek onze emoties beïnvloedt. Ook de schoonheid van de natuur kan emotie overbrengen. Hoe voelen we ons als we een tuin bezoeken? Maakt een bloementuin ons blij? Nodigt een bos uit tot beschouwing? Brengt een bruisende waterval ons aan het schrikken en worden we vervolgens gekalmeerd door een meer? Deze en andere vragen stelt de Engelse musicus en auteur Judy Tarling aan de orde in haar nieuwe boek Landscapes of Eloquence? Finding rhetoric in the English landscape garden. Al sinds mensenheugenis proberen wij het paradijs te herscheppen waaruit Adam en Eva ooit werden verbannen. In de achttiende eeuw stonden de bewondering voor en imitatie van de natuur centraal bij het creëren en ‘uitvoeren’ van het paradijs dat de Engelse landschapstuin voor een verwachtingsvol publiek was. Voor de achttiende-eeuwse kunstenaar was de tuin een onuitputtelijke bron van verbeeldingskracht. Planten, bomen, water en bouwwerken moesten bij de bezoeker bepaalde emoties opwekken. Net als in een muziekstuk of een gesproken voordracht, maar dan zonder geluid. Bezwaren tegen de buitensporige beknotting van de natuur in Franse tuinen, zoals in Versailles met zijn kortgeknipte groene sculptuur en geometrische indeling, luidden de ontwikkeling in van de zogenoemde ‘Engelse’ stijl. Deze droeg de gedachte uit van de tuin als sympathisant van wat Alexander Pope ‘de geest van de plaats’ noemde. Elke tuin werd bewoond door de natuur, gepersonifieerd door de geest van de desbetreffende plaats. Deze geest dicteerde hoe het landschap moest worden beheerd. Iedere menselijke inmenging moest worden verbloemd door onregelmatigheid; er mocht geen enkele suggestie van rechte lijnen, regelmaat of symmetrie zijn.

Alexander Pope was een dichter en tuinarchitect. In een brief aan Lord Burlington zette hij de basisregels van de nieuwe stijl uiteen, die vervolgens in de Chiswicktuin van Burlington in de praktijk werd gebracht.

19

De nieuwe stijl werd al snel gezien in Castle Howard, Yorkshire, een spectaculair landhuis op een heuvel met uitzicht op een landschap dat wemelde van de klassieke tempels en meren. Sculpturale voorstellingen van de ook bij veel barokcomponisten populaire Metamorfosen van Ovidius sierden een wildernisbos bij het huis. De invloedrijke Lord Burlington – hij was ook de beschermheer van Händel – was bevriend geraakt met de architect William Kent, die toentertijd in Italië verbleef. Burlington, Kent en Pope werden ‘tuinvrienden voor het leven’. Naar verluidt zou Kent ‘over het hek zijn gesprongen en hebben laten zien dat de hele natuur een tuin was’. Het is een verleidelijk beeld: Händel en Kent samen aan het diner in Burlington House in Londen. Veel Engelse landgoedeigenaren lieten kunstmatig gevormde groene elementen uitgraven en verwijderen. Een door Pope opgestelde satirische ‘verkooplijst van verwaarloosde vormsnoei’ vermeldt: ‘Adam en Eva in Yew; Adam in de grote Storm een beetje verbrijzeld door het omvallen van de Boom der Kennis; Eva en de slang in zeer florerende staat’. Verder ‘Een paar reuzen, onvolgroeid, om goedkoop verkocht te worden’ en ‘De Ark van Noach in Holly, staand op de berg; de ribben een beetje beschadigd door gebrek aan water’.

De dichter en de kluizenaar Pope had een sterke invloed op de ontwikkeling van de landschapstuin, niet in de laatste plaats door zijn eigen tuin, die uitkeek op de Theems in Twickenham. In zijn tuin bevond zich ook een grot. ‘De peinzende dichter in zijn kluis’ was een thema dat in veel tuinen navolging vond. John Miltons ‘harige gewaad en bemoste cel’ werd op veel plaatsen opnieuw geconstrueerd, veelal versierd met rustieke botten, kiezelstenen en slakkenhuizen. De grot, als object van klassieke poëzie, paste uitstekend in het nieuwe concept van de landschapstuin. De atmosfeer van zo’n kluis kon de bezoeker naar een andere wereld voeren. Hij bood kansen op magische of angstaanjagende ervaringen, waaronder het betreden van de onderwereld. Charles Hamilton van Painshill Park in Surrey had zelfs een echte kluizenaar in dienst. Die werd overigens ontslagen nadat hij zich te buiten was gegaan in de plaatselijke kroeg. Het tuinpubliek varieerde van persoonlijke vrienden tot internationale bezoekers. De bekendere tuinen hadden een papieren ‘reisgids’, net als tegen-

John Milton, de auteur van Paradise Lost, schreef L’Allegro en Il Penseroso. Deze gedichten, op muziek gezet door Händel, waren een bron van inspiratie voor landschapsarchitecten.


Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

woordig. De gids voor Stowe Landscape Gardens in Buckinghamshire bevat een aardige dialoog tussen twee mannelijke bezoekers die tijdens een wandeling op een heg stuiten. Ze geven commentaar op wat ze zien. ‘Ik begrijp niet wat deze groteske heg hier doet,’ zegt de een, waarop de ander antwoordt: ‘Geniet je er tijdens een concert niet van als het orkest enkele ogenblikken volledig zwijgt? Je verbeelding wordt dan een tijdje aan zichzelf overgelaten. Hier is het net zo: deze heg komt tussenbeide om je wakker te houden.’ Je denkt meteen aan Händels gebruik van dramatische stiltes, waarmee de componist hetzelfde beoogt.

HA-HA IN ROUSHAM PARK

Manipulatie en misleiding In tegenstelling tot de moderne tuin, die voornamelijk bedoeld is om te ontspannen, manipuleerde de toenmalige tuin de gevoelswereld van de bezoeker zodanig dat hij of zij contrasterende stemmingswisselingen ervoer, zoals ook het geval kan zijn bij de verschillende delen van een muziekstuk of hoofdstukken van een boek. Speciale faciliteiten zoals bouwwerken of stoelen boden de mogelijkheid om even stil te staan en ​​ het uitzicht te bewonderen, als retorische figuren die de emoties van het publiek aanwakkeren tijdens een toespraak. Deze objecten werden gescheiden door minder opwindende verbindingspaden die naar de volgende bezienswaardigheid leidden. Het dicht bij elkaar plaatsen van dergelijke objecten werd net als in de retorica gezien als een teken van slechte smaak. Miltons ‘Towers and battlements ... boosom’d high in tufted trees’ werden op veel plaatsen gerealiseerd en boden de mogelijkheid om omhoog te klimmen en vanuit die uitkijkpost de gehele tuin te bezien. Een dergelijke ervaring was in Painshill Park ook mogelijk vanuit een Turkse tent en een gotische tempel.

Misleiding, een van de kernvaardigheden van de redenaar, was een belangrijk element in de landschapsarchitectuur. Humphry Repton beweerde dat misleiding essentieel is voor alle kunsten en dat de ontmaskering daarvan met genot gepaard gaat.

TURKSE TENT IN PAINSHILL PARK

20

In de tuin kwam misleiding op diverse manieren voor. Zo kon een met bomen gemaskeerde grens een uitgestrekter landgoed suggereren. Een verrassende ha-ha (een constructie waarbij een zichtbare muur of omheining is ‘verborgen’ in een droge gracht – red.) kon de grens tussen de lusthof en de omringende natuur wegnemen (zie afbeelding). Een kronkelig stuk water, zoals hiernaast, kon de indruk wekken van een in de verte verdwijnende rivier, maar bij nader inzien een meer blijken te zijn. En een ogenschijnlijk oude, met klimop bedekte ruïne kon zomaar van tamelijk recente datum zijn.

Het paradijs uit Als de retorica wordt beschouwd als de cultuurtaal van de achttiende eeuw, deelde de landschapstuin, die kunst en natuur in evenwicht bracht, deze taal zeker met de poëzie, de schilderkunst en de muziek. En als wij op onze beurt openstaan voor hoe de ‘tuin nieuwe stijl’ zijn publiek engageerde, kunnen we hem door de tijd heen tot ons horen spreken. De twee heren in Stowe moeten het in ieder geval naar hun zin hebben gehad, want aan het einde van hun bezoek verlieten ze de tuin ‘met de grootste tegenzin, zoals de duivel zou hebben gedaan vanuit het paradijs’. ■●

Humphry Repton, genoemd in de roman Mansfield Park van Jane Austen, was de laatste van de grote landschapsarchitecten. Hij publiceerde zijn ideeën in een reeks boeken die hij baseerde op de locaties waar hij werkte.


21

Uitzicht vanuit de gotische tempel in Painshill Park


22

‘NOOIT TE OUD OM TE LEREN’ MAX VAN EGMOND HEEFT GEEN TIJD OM TE STOPPEN

TEKST / x

Txt

BEELD / x

In februari werd Max van Egmond 85 jaar. De internationaal gerenommeerde bas-bariton is een van de laatste musici die het begin van de oudemuziekbeweging van zeer dichtbij hebben meegemaakt. Hij blikt met ons terug. Wanneer we Van Egmond spreken heeft hij net zijn eer-

ste corona-prik gehaald, maar dat hij tot de zogenoemde ‘kwetsbare groep’ behoort, is hem niet aan te zien. Hij stopte nog maar enkele jaren geleden met zingen en tot aan het begin van de lockdown ging hij een paar keer per week zwemmen; nu fietst en wandelt hij. Naar aanleiding van zijn verjaardag was hij net begonnen met het boeksta-

ven van een aantal herinneringen in een eigen ‘opstel’. Een ideaal startpunt voor een vraaggesprek. Van Egmond werd in 1936 op Java geboren. Na de oorlog kwam de familie naar Nederland, waar hij reeds als tiener de nieuwe wereld van de oude muziek inrolde. ‘Ik was op het juiste moment op de goede plaats; wij woonden namelijk in Naarden. Op mijn zeventiende kwam ik in het koor van de Nederlandse Bachvereniging terecht, waar ik jaarlijks prettig gehersenspoeld werd met de muziek van Bach. In Naarden waren ook vóór de grote barokrevolutie van de jaren zeventig al musici die Bach wilden ‘afstoffen’. De dirigent Anthon van der Horst schafte de coupures in de MatthäusPassion af. Het klavecimbel werd vervangen door twee orgels, en de blokfluiten en de viola da gamba werden in ere hersteld. De organist Albert de Klerk begeleidde de recitatieven niet meer vanuit de hapklare realisaties van de uitgever maar improviseerde op basis van de becijferde bas. Aan dit alles mocht ik mij jaar na jaar laven. Tegelijk kreeg ik privé-zangles van Tine van Willigen. Zij propa-


23

TEKST / Jan Van den Bossche

geerde een ontspannen en natuurlijke manier van zingen en wees mij de weg in de liedkunst en het oratorium. De natuur had mij een talent gegeven dat zeker niet voor alles geschikt was, maar juist wel voor de barokmuziek. Dat is bij de specialisten niet onopgemerkt gebleven.’ Nachtelijke escapades Ondertussen kwam ook in Utrecht, waar Van Egmond enkele jaren sociologie studeerde, een ware ‘Bach-rage’ op gang, onder andere bij het Utrechts Studenten Koor en Orkest. ‘De motor van het USKO was de Bach-vorser Hans Brandts Buys. Zijn boekje 48 preludia uit 1950 doet vandaag nog verrassend actu-

(CAPTION) LUCAS CRANACH THE ELDER SALOMÈ ca. 1530 Oil on board, 87 x 58 cm, Szepmuveseti Muzeum JOHANN SEBASTIAN BACH (Museum of Fine Arts), Budapest

TON KOOPMAN TEKST / Foto: Foppe Schut x BEELD / WAALSE KERK AMSTERDAM x

eel aan. Zijn tomeloze energie viel samen met de jeugdige overmoed van de studenten. Na een non-stop repetitieweekend voerden we op één avond alle zes cantates van het Weihnachtsoratorium uit. Na afloop trokken we weer naar het repetitielokaal om ook nog Mozarts Krönungsmesse van blad te spelen en zingen, tot het ochtendgloren. Er zijn dus ook studenten die hun nachtelijke escapades een culturele wending geven.’ Maar Naarden en Utrecht waren niet de enige brandhaarden Txt ■● van de jonge beweging. Van Egmond was als solist betrokken bij het eerste Nederlandse optreden van Nikolaus Harnoncourt. ‘In Groningen had de dirigent Johan van der Meer het jonge Concentus Musicus van de cellist Harnoncourt uitgenodigd voor de begeleiding van Bachs Magnificat. In de auto had ik een paar jonge barokfanaten meegenomen die deze sensatie niet wilden missen. Terugrijdend waren zij ontdaan dat de zangers niet gelijkzwevend zongen, terwijl het orkest wel zo gestemd

was. Schuldbewust telefoneerde ik de volgende dag met Harnoncourt. Die stelde mij gerust met de mededeling dat het menselijk strottenhoofd zich automatisch voegt naar de onderliggende harmonieën.’ In de Waalse Kerk in Amsterdam was Van Egmond in 1973 een van de solisten bij de legendarische eerste samenwerking tussen Ton Koopman en Philippe Herreweghe. ‘Zonder veel omhaal organiseerden zij een JohannesPassion met barokke speelen zingwijze. Ook hier mocht ik het begin observeren van verschillende wereldcarrières. Herreweghe was toen nog student geneeskunde; hij heeft mij vóór zijn doorbraak als dirigent weleens begeleid in liederen van Schubert. René Jacobs, die toen de altpartij zong, was aanvankelijk leraar klassieke talen. Hij was toen al een wandelende encyclopedie. Dat hij furore zou maken als dirigent was geen verrassing.’


24

AFSCHEIDSCONCERT tijdens het American Bach Soloists Festival MAX VAN EGMOND 2006

‘ALS JE MIDDEN TACHTIG BENT, MOET JE NIET DENKEN DAT JE ALLES WEL GEZIEN HEBT’

Van plaatopnamen tot online zangconcours Van Egmond zocht ook een weg tot persoonlijke ontplooiing. Het was de tijd dat platenlabels nog een cruciale rol vervulden. De jonge zanger klopte aan bij Telefunken in Hamburg. ‘Daar was producer Wolf Erichson net begonnen met de serie Das alte Werk, met Leonhardt, Harnoncourt, Brüggen, de gebroeders Kuijken en anderen. Mij engageerde hij op grond van een auditiebandje: ‘U bent precies het soort zanger dat ik nu zoek.’ Erichson was een bruggenbouwer; hij legde contacten tussen talrijke Europese ensembles en solisten. Zijn pièce de résistance was natuurlijk de opname van alle Bach-cantates, met Leonhardt en Harnoncourt. Vanaf de eerste plaat was ik erbij. Maar Erichson had ook oog voor het kleinere ‘kruimelwerk’. Hij bracht van mij enkele soloplaten uit met een repertoire van Hildegard von Bingen tot Maurice Ravel. Later werd ik vanuit België benaderd door Jérôme Lejeune, die daar was begonnen met het label Ricercar. Zijn werk was te vergelijken met dat van Erichson in Duitsland.’

De platen brachten Van Egmond bekendheid in de hele wereld. Hij concerteerde op ongeveer alle continenten met een schier oneindige lijst van gerenommeerde dirigenten. Die internationale bekendheid resulteerde ook in jarenlange educatieve activiteiten, met zomercursussen van Mateus (Portugal) tot Oberlin (Ohio). NoordAmerika werd zijn tweede thuis. Hij gaf zijn afscheidsconcert in 2018 in San Francisco; de uitvoering van de solocantate Der Friede sei mit dir (BWV 158) is op YouTube te vinden. Terugkijkend op pakweg zeventig jaar oude muziek haalt Van Egmond graag mooie herinneringen op, maar van nostalgie geen spoor. ‘Zoals gebruikelijk bij een beweging gaan de scherpe kantjes er wat af en groeien de kampen naar elkaar toe. Dat zal zich de komende jaren verder consolideren, denk ik. Het lijkt me een gezonde ontwikkeling. Maar als je midden tachtig bent, moet je niet denken dat je alles wel gezien hebt. Je bent nooit te oud om te leren. Zo was ik onlangs jurylid bij een online zangconcours. Kortom, ik heb geen tijd om te stoppen.’ ■●


VOORWOORD

25

VRIENDENHART XAVIER VANDAMME directeur-bestuurder

Zoals u in het openingsartikel kunt lezen zijn we achter de schermen vol vertrouwen bezig met de voorbereidingen voor een nieuw Festival Oude Muziek. We kunnen niet wachten totdat we de concertzaaldeuren weer mogen opengooien om u te verwelkomen bij wat we allemaal zo gemist hebben: een écht concert, met échte musici en écht publiek. Ondanks onze goede hoop zal de coronacrisis in de zomer nog niet voorbij zijn. Door de pandemie zullen sommige zaken komend festival anders zijn dan anders, waaronder de Vriendenbijeenkomst en de voorverkoopdata. Daarover praten we u graag bij in dit Vriendenhart. Rest mij niets anders dan u nogmaals te danken voor uw niet-aflatende steun in deze bijzondere tijden. Tot in de zomer! ■●


26

VRIENDENHART

SAVE THE DATE ONLINE FESTIVALPRESENTATIE

NOTEER ALVAST IN UW AGENDA: ZONDAGMIDDAG 13 JUNI Deze middag stellen we het nieuwe festivalprogramma online aan u voor in een talkshow die we zullen livestreamen vanuit de Janskerk in Utrecht. Onder leiding van gastvrouw Clairy Polak bespreken festivaldirecteur Xavier Vandamme, artistiek adviseur Jed Wentz en co-curator Frits van Oostrom het thema en programma van het Festival Oude Muziek 2021. Uiteraard is er ook ruimte om zelf vragen te stellen aan de aanwezigen. De officiële uitnodiging ontvangt u medio mei per e-mail.


SAVE THE DATE

VOORVERKOOP FESTIVAL OUDE MUZIEK START EEN MAAND LATER

BELANGRIJKE DATA

Wegens de coronapandemie start de kaartverkoop van het Festival Oude Muziek Utrecht 2021 later dan normaal. Zo hebben we meer zicht op het aantal personen dat we in de concertzalen mogen verwelkomen en kunnen we beter inspelen op de coronamaatregelen die tijdens het festival gelden. Hiernaast hebben we de belangrijkste data voor u op een rijtje gezet. We zullen u tijdig een e-mail sturen met praktische informatie over de voorverkoop. Heeft u in de tussentijd andere vragen, dan kunt u altijd contact met ons opnemen via info@oudemuziek.nl of 030 232 9000. ■●

11 juni programma bekend op oudemuziek.nl 13 juni online festivalpresentatie 15 juni start voorverkoop Vrienden € 80+ 22 juni start voorverkoop Vrienden € 40+ 1 juli start reguliere kaartverkoop 27 augustus t/m 5 september Festival Oude Muziek 2021

27


28

VRIENDENAANBIEDINGEN

Bestel onderstaande cd’s eenvoudig via oudemuziek.nl/vriendenaanbiedingen of via de bon in dit tijdschrift

SONG OF BEASTS: FANTASTIC CREATURES IN MEDIEVAL SONG ENSEMBLE DRAGMA RAMÉE RAM 1901 Met dieren in de muziek valt meer dan één cd, misschien wel een hele dierentuin te vullen. Het Ensemble Dragma heeft vijftien Italiaanse en Franse composities uit de veertiende en vijftiende eeuw verzameld waarin echte beesten of fabeldieren een rol spelen. In levendige kleuren schildert het gezelschap de middeleeuwse verbeeldingswereld. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

CAVALIERI IMPERIALI: ZENOBI & SANSONI, THE GREAT CORNETTO MASTERS INALTO O.L.V. LAMBERT COLSON RICERCAR RIC 419 Liefhebbers van oude muziek kunnen zich met dit album laven aan het geluid van de zink (cornetto). De zachte, warme klank laat zich uitstekend mengen met andere instrumenten, zoals trombones en violen. Zinkspeler Lambert Colson en zijn compagnons weten al deze facetten op sublieme wijze voor het voetlicht te halen met repertoire uit de bloeiperiode van dit instrument.

J.S. BACH: CONCERTOS FOR TWO HARPSICHORDS OLIVIER FORTIN, EMMANUEL FRANKENBERG, ENSEMBLE MASQUES ALPHA CLASSICS 572 De klavecimbelconcerten van Bach zijn grotendeels arrangementen die hij zelf maakte van oudere concerten. Dit geldt ook voor het drietal dubbelconcerten op dit album van Ensemble Masques en de klavecinisten Olivier Fortin en Emmanuel Frankenberg. Hun interpretaties zijn bezield, intelligent en verfrissend. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

P. VERDELOT: MADRIGALS FOR FOUR VOICES PROFETI DELLA QUINTA O.L.V. ELAM ROTEM PAN CLASSICS PC 10422 Philippe Verdelot werd geboren in Frankrijk, maar maakte vooral carrière als kapelmeester van de Dom van Florence in de jaren twintig van de zestiende eeuw. Zo was hij een pionier in het toen specifiek Italiaanse genre van het madrigaal, waarvan er op deze cd 22 klinken. De uitvoeringen van het ensemble Profeti della Quinta zijn weldadig sonoor en expressief. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

SERENISSIMA: A MUSICAL PORTRAIT OF VENICE AROUND 1726 PERNILLE DEVILLERS, THE 1750 PROJECT RAMÉE RAM 1902 Het ensemble The 1750 Project wil de periode 1720-1750 voor het voetlicht brengen door middel van een muzikale tijdreis die verschillende Europese steden aandoet. In de eerste episode nemen de musici de luisteraar mee naar Venetië. De lichte toets overheerst in dit geslaagde startpunt, dat nieuwsgierig maakt naar het vervolg van de reis. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

TŮMA, BIBER: ANIMAM GEMENTEM CANO PLUTO-ENSEMBLE O.L.V. MARNIX DE CAT, HATHOR CONSORT O.L.V. ROMINA LISCHKA RAMÉE RAM 1914 De titel van deze cd verwijst naar de ‘zuchtende ziel’ van het Stabat mater, hier te horen in een emotioneel geladen toonzetting uit 1748 van František Tůma, een Boheemse componist die carrière maakte in Wenen. Daarnaast klinkt het droevig-serene Requiem van Heinrich Biber. De zangers en instrumentalisten presenteren deze twee werken in kleine bezetting en met grote zeggingskracht. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19


29

SEIZOEN OUDE MUZIEK 2020/2021

22-24 APRIL 2021

INTO THE WINDS GOTISCH GEFLUISTER De winnaars van het Internationaal Van Wassenaer Concours 2019 verzorgen een expeditie terug in de tijd. Met oude blaasinstrumenten schetst het jonge ensemble een klankbeeld van de late middeleeuwen en vroege renaissance, waar troubadoursliederen en vroege dansen ook buiten klonken. Laat u meevoeren naar imposante burchten, kronkelende steegjes en kunstige kathedralen.

27-30 APRIL 2021

13-20 MEI 2021

MUSICALL HUMORS / JULIEN LÉONARD DOWLANDS TRANEN

MARCO BEASLEY & STEFANO ROCCO EEN LEVENSREIS IN MUZIEK

Een langzaam naar beneden rollende traan: dat is het beeld achter het dalende viernotenmotief dat John Dowlands alom bekende Lachrimae, or seaven teares doordringt. De bitterzoete klanken van de luit en gamba’s van Musicall Humors laten klaaglijke, trieste, oude en ware tranen stromen. Meer informatie oudemuziek.nl/musicallhumors

Meer informatie oudemuziek.nl/intothewinds

Mocht een concert vanwege de coronamaatregelen geannuleerd moeten worden, dan kunt u het aankoopbedrag altijd terugkrijgen.

Van Italië naar Engeland en weer terug: in een van de persoonlijkste concertprogramma’s die hij ooit maakte, gaat Marco Beasley op zoek naar zijn eigen muzikale wortels. Metgezel in dit muzikale avontuur is de snarentovenaar Stefano Rocco, met wie Beasley al tijdens zijn studententijd in Bologna musiceerde. De muzikale tocht strekt van Claudio Monteverdi tot Nick Drake, met tussenstops bij componisten als Pierre Guèdron en Henry Purcell. Meer informatie oudemuziek.nl/beasley


30

TOEREN IN DE TIJD SEIZOEN OUDE MUZIEK 2021-2022 TEKST / Sofie Taes

1349 1363

KAREL IV VAN BOHEMEN EERT KAREL DE GROTE Karel IV hield van kronen. Voor zijn keizerlijke benoeming in Aken liet hij een wel heel bijzonder exemplaar vervaardigen: een hoofdtooi met in reliëf gesneden edelstenen die zijn affiniteit met Karel de Grote benadrukken. Het respect voor zijn legendarische voorganger blijkt ook uit de liturgische muziek die Karel IV oplegde aan zijn bisdom: gregoriaans uit de Karolingische renaissance en het twaalfde-eeuwse officie voor de gedenkdag van Karel de Grote.

MACHAUT OP HET LIEFDESPAD Niet met een enkel gedicht, maar met een monumentaal boek: zo gaf Guillaume de Machaut gestalte aan zijn liefdesverhaal. In Le livre dou voir dit (1363-1365) blikt de Ars Nova-pionier in brieffragmenten, gedichten en muziek terug op de romance met zijn jonge bewonderaarster Peronne.

6-7 mei 2022 KAREL IV EN KAREL DE GROTE Tiburtina Ensemble / Barbora Kabátková

9-12 dec 2021 MACHAUT: MIJN HART, MIJN KASTEEL, MIJN SCHAT Contactus

1415

GOUD VOOR LANDINI De Squarcialupi Codex bevat niet enkel schitterende Trecentomuziek maar ook prachtige miniaturen van componisten met hun favoriete instrumenten. Die van Francesco Landini troont boven alle andere uit: zijn portatieforgel is volledig met bladgoud bedekt. 6-10 apr 2022 ZINNELIJKE BALLADES UIT HET TRECENTO laReverdie / Claudia Caffagni & Christophe Deslignes

1533

JOSQUINS MILLE REGRETZ WORDT GEDRUKT IN PARIJS Josquin Desprez en Nicolas Gombert stammen niet alleen uit verschillende polyfonistengeneraties, ook hun carrièrepad en stilistische ontwikkeling liepen andere richtingen uit. Een opvallend kruispunt is Mille regretz: een vierstemmig treurlied van Josquin dat door Gombert werd herwerkt tot zesstemmig chanson in sterk contrapuntische stijl. 28 apr - 1 mei 2022 GOMBERT: OP-EN-TOP POLYFONIE Cappella Amsterdam / Daniel Reuss


31

Dat de tournees van het Seizoen Oude Muziek kriskras door Nederland voeren, zijn we inmiddels gewend. Maar met de nieuwe lichting concerten gaat de reis ook naar alle uithoeken van de muziekgeschiedenis. Van goudgerande Ars Nova tot barok in een twintigste-eeuws jasje: onderstaande tijdlijn verzamelt weetjes rond de muziekstukken en componisten op de verschillende concertprogramma’s. Kijk voor meer informatie over de tournees in de bijgevoegde seizoensbrochure of op oudemuziek.nl.

1594

SWEELINCKS EERSTE UITGAVE Met zijn eerste publicatie – een chansonbundel uit 1594 – maakte Nederlands grootste toondichter meteen ook zijn debuut als ‘Sweelinck’. Om niet geheel duidelijke redenen zou de meester van de Oude Kerk zich voortaan niet alleen naar zijn vader (‘Pieterszoon’) vernoemen, maar ook de achternaam van zijn moeder Elske Jansdochter Sweeling adopteren.

1609

1623

1638

WILLIAM BYRD, STAMVADER VAN DE VIRGINALISTEN, STERFT Onder de componisten die in Tudor-Engeland het klavier naar het zenit van de muziekpraktijk hebben gestuwd, spannen William Byrd, John Bull en Thomas Tomkins de kroon. Hoewel het virginaal symbool staat voor hun ingenieuze, virtuoze compositiestijl, is het repertoire doorgaans ook geschikt voor klavecimbel of orgel. 16-20 feb 2022 A FANCY FOR TWO Yoann Moulin & Pierre Gallon

20-24 okt 2021 SWEELINCKS PSALMEN Gesualdo Consort Amsterdam / Harry van der Kamp

EEN KLASSIEKER VAN PRAETORIUS Een superhit kan zijn schepper maken of kraken. Michael Praetorius viel een dubbel lot te beurt: het succes van zijn hymnen heeft zijn veelzijdigheid doen vergeten, maar liederen als Wie schön leuchtet der Morgenstern zijn wel evergreens gebleken.

OPHEF IN LA CHAMBRE BLEUE De ‘blauwe kamer’ in Hôtel de Rambouillet was niet enkel een literaire salon maar ook het decor van een hevige pennenstrijd. De inzet: twee rivaliserende sonnetten die heel Parijs in ‘jobelins’ en ‘uranistes’ verdeelden.

23-26 okt 2021 MONSIEUR SWEELINCK Doulce Mémoire / Denis Raisin Dadre

15-19 dec 2021 KERST VÓÓR BACH Vox Luminis / Lionel Meunier

1-4 apr 2022 DE BLAUWE SALON Deborah Cachet & Sofie Vanden Eynde


32

TOEREN IN DE TIJD SEIZOEN OUDE MUZIEK 2021-2022

1649

JACOB VAN EYCK VOLTOOIT DER FLUYTEN LUST-HOF Wat Marin Marais is voor de gamba en John Dowland voor de luit, is ‘joncker’ Jacob van Eyck voor de blokfluit. Hoewel hij Utrecht in de eerste plaats diende als stadsbeiaardier, was Van Eyck ook een begenadigd blokfluitist. Zijn 150 werken, verzameld in Der Fluyten Lusthof, vormen een uniek oeuvre dat onder blokfluitisten een legendarische status geniet. 11-14 nov 2021 BLOKFLUIT EN LUIT IN TWEEGESPREK Lucie Horsch & Thomas Dunford

1668

BUXTEHUDE VINDT DE BAAN (EN VROUW) VAN ZIJN LEVEN In de zomer van 1668 sloot Dieterich Buxtehude twee belangrijke overeenkomsten. Op 23 juli tekende hij zijn contract als ‘Werkmeister’ aan de Marienkirche in Lübeck, op 3 augustus trouwde hij met Anna Margarethe Tunder. Inderdaad: de dochter van Franz Tunder, Dieterichs voorganger als kerkorganist én pionier van de stylus phantasticus. 18-23 jan 2022 MUSICA FANTASTICA La Rêveuse / Florence Bolton & Benjamin Perrott 16-20 mrt 2022 BUXTEHUDE: MEESTER AAN HET ORGEL Ton Koopman & Catherine Manson

1710

DE BARBAARSE ZARZUELA VAN SEBASTIÁN DURÓN In de zomer van 1710 was El imposible mayor en amor, de nieuwe zarzuela van Sebastián Durón, een laaiend succes in Frankrijk. In Spanje viel het werk minder in de smaak: de componist werd ervan beschuldigd het muziekerfgoed te vervuilen met ‘frivole barbarismen’. Het kan verkeren: vandaag geldt de muziek van Durón en tijdgenoten als Guerau, De Torres en De Nebra als het klinkende equivalent van wat in de kunst de ‘Siglo de Oro’ of Spaanse Gouden Eeuw wordt genoemd. 6-10 okt 2021 SPAANS GOUD Núria Rial & Accademia del Piacere / Fahmi Alqhai

1726

DEBUUT VAN VIVALDI’S PRIMA DONNA Het verliefde hart dwaalt zoals een pelgrim langs onbekende paden, klinkt het in de Vivaldi-cantate Qual per ignoto calle. Over het amoureuze leven van de componist is nagenoeg niets bekend, maar een prima donna had hij wel: Anna Girò, de piepjonge zangeres die bij introk en zijn vaste reisgezel werd. 24-28 nov 2021 VIVALDI, VIRTUOSO! PRJCT Amsterdam / Maarten Engeltjes


33

1741

1862

DOOD VAN EEN KOFFIEHUIS-HOUDER 30 mei 1741 was een trieste dag voor Leipzig: Gottfried Zimmermann, eigenaar van het gelijknamige koffiehuis, blies zijn laatste adem uit. Met hem stierf een innovatieve entrepreneur die klanten lokte met gratis topconcerten van onder anderen Johann Sebastian Bach in ruil voor een betaalde consumptie. 18-22 mei 2022 BARISTA BACH Ensemble Masques / Olivier Fortin & Emmanuel Frankenberg

PALESTRINA STAAT OP Wie in de negentiende eeuw polyfonie wilde zingen, kwam als vanzelf terecht bij Palestrina: de eerste renaissancecomponist van wie het integrale oeuvre in een moderne editie werd gepubliceerd. Het Officium Ensemble kiest Palestrina’s Missa Hodie Christus natus est als basis voor zijn kerstconcert. 20-22 dec 2021 KERSTMIS IN DE RENAISSANCE Officium Ensemble / Pedro Teixeira

1897

EERBETOON AAN EEN MYSTICUS IN ZWOLLE Thomas a Kempis werd begin vijftiende eeuw een boegbeeld van de Moderne Devotie. Zijn teksten duiken geregeld op in liederen die door de hervormingsbeweging werden gebruikt om geloofsboodschappen te delen en het gebed te ondersteunen. Oog in oog staan met de legendarische mysticus kan in Zwolle, waar zijn schrijn en een negentiendeeeuws grafmonument worden bewaard. 10-13 feb 2022 OP PELGRIMSTOCHT MET THOMAS A KEMPIS Le Miroir de Musique / Baptiste Romain

1953

DE TRIOMF VAN CHARPENTIER In 1953 schreef de musicoloog Carl de Nys geschiedenis met de ontdekking van een onbekend barokmotet. Het Te Deum van MarcAntoine Charpentier genoot in een bewerking van Guy Lambert zoveel weerklank dat de European Broadcasting Union de openingsmaten adopteerde als Eurovisie-herkenningstune. 15-16 jan 2022 CHARPENTIERDAG met o.a. Bob van Asperen, Duo Serenissima, Ricercar Consort en Ensemble Correspondances


34

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

ACHTER DE SCHERMEN

CLAIRY POLAK

EEN DUIZENDPOOT IN EEN KLEINE RAAD VAN TOEZICHT

je

kunt Clairy Polak geen groter plezier doen dan haar vragen iets te ondernemen wat ze nog niet eerder heeft gedaan, maar waar wel haar hart ligt. Dat gebeurde toen ze in 2018 toetrad tot de Raad van Toezicht van de Organisatie Oude Muziek. In deze eerste aflevering van de nieuwe rubriek ‘Achter de schermen’ maken we nader kennis.

Clairy Polak is een veelzijdig mens: alles wat ze onderneemt, omarmt ze. Ze begon haar loopbaan begin jaren tachtig als schrijvend journalist, werd daarna een graag gehoorde radiopresentator (in 1998 uitgeroepen tot ‘beste radiomaker’) en vertrok uiteindelijk naar de televisie. Ze werd bekend door programma’s als Buitenhof en Nova, en won de Sonja Barend Award (2010) voor het beste televisie-interview. In 2012 en 2013 was ze de stem van het Radio 4-programma De Klassieken, maar we kennen haar de voorbije tien jaar vooral als presentatrice van het maatschappelijkfilosofische programma Het Filosofisch kwintet, dat in de zomermaanden door omroep HUMAN wordt uitgezonden. En sinds 2018 zit ze dus in de Raad van Toezicht van de Organisatie Oude Muziek. We associëren uw naam met journalistiek, scherpe interviews, politiek, en vooral ook met Amsterdam. Hoe bent u bij de Utrechtse Organisatie Oude Muziek terechtgekomen?

FESTIVAL OUDE MUZIEK 2019 Foto: Marieke Wijntjes

TEKST / Agnes van der Horst

‘Die associatie met Amsterdam klopt wel. Maar ongeveer twee jaar geleden was Johan van de Gronden, de huidige voorzitter van de Raad van Toezicht (RvT), bij mij te gast in Het Filosofisch Kwintet. Hij hadiemand nodig voor de RvT en ik zou ‘een aanwinst’ zijn. Ik vond het meteen ontzettend leuk en na een gesprek met Xavier Vandamme was het rond. Dat was vlak voor het Festival Oude Muziek 2019 met als thema Napels, dus ik viel met mijn neus in de boter. Utrecht kende ik nog maar een klein beetje. Als bureauredacteur van de VARA was ik regelmatig aanwezig bij de uitzendingen van het radioprogramma Spijkers met Koppen, die in Utrecht werden opgenomen. Maar door het festival maakte ik pas echt kennis met de stad en al die prachtige kerken waar de concerten plaatsvinden. Ik had geen idee dat Utrecht zo mooi was. En dan die muziek!’ (lacht) ‘Het was echt Clairy in Wonderland.’

BEELD / Wikimedia, Vera Kok



36

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

Tussen 2012 en 2014 presenteerde u het muziekprogramma De Klassieken. Wat is uw band met muziek? ‘Al mijn hele leven heb ik iets met kunst en cultuur. Mijn werkend bestaan begon ik als schrijvend journalist bij de Uitkrant en vervolgens werkte ik voor verschillende culturele radio- en tvprogramma’s. Daarnaast was ik jurylid van een theaterfestival en zat ik in het bestuur van het Grachtenfestival. Sinds jaar en dag heb ik een passe-partout voor de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw. Kortom, ik ben dol op klassieke muziek.’

‘Het festival ontsluit muziek die voor veel mensen nog raadselachtig is’ MONTEVERDI geportretteerd door Bernardo Strozzi, ca. 1630.

En hoe zit het met oude muziek? ‘De barok was me bekend, maar de renaissance was behoorlijk nieuw voor me. Het was ontzettend leuk om daarmee kennis te maken. Tijdens het Napoli-festival heb ik met volle teugen die muziek in mij opgezogen. Eerlijk gezegd is het nog wel zo dat ik alles wat ouder is dan de barok niet snel thuis opzet. Mijn favoriete componist in de oude muziek is Monteverdi, maar dat was al zo voordat ik bij de Organisatie Oude Muziek kwam. Ik ben erg gaan houden van renaissancemuziek maar ben er nog niet zo mee vertrouwd. Juist daarom is het festival zo fantastisch: het ontsluit muziek die voor veel mensen nog raadselachtig is. Ik vind de manier waarop de organisatie dat doet – vooral met het festival en voor een groot publiek – enorm aansprekend: met een themagerichte aanpak, en een gevarieerde en kwalitatief hoogstaande invulling van het programma, waarbij soms ook theatrale en museale facetten de muziek ondersteunen.’

BIJ HET FILOSOFISCH KWINTET Foto: Anna van Kooij


CLAIRY POLAK IN WONDERLAND / Een duizendpoot in een kleine Raad van Toezicht

37

In een interview met de pianist Paolo Giacometti zei u eens niet te snappen waarom oude muziek moet worden uitgevoerd op de instrumenten van die tijd. Vindt u dat nog steeds? ‘Ja, ik zou het eigenlijk niet moeten zeggen, maar dat is nog steeds zo. Het heeft denk ik te maken met de manier van luisteren. Eigenlijk moet ik anders gaan luisteren. Weet je, ik ben een amateur in de oorspronkelijke betekenis van het woord: een liefhebber. Ik heb niets tegen oude instrumenten, alleen klinken ze me nog niet zo gemakkelijk in het oor. Gelukkig heb ik hier binnen de Raad van Toezicht nog geen ruzie over gekregen.’ (lacht) Wat doet de Raad van Toezicht eigenlijk, en wat is uw specifieke functie? ‘Wij kijken hoe de directeur met de centen omgaat. Maar belangrijker én plezieriger is dat we bij heel veel onderwerpen inhoudelijk betrokken worden, zoals bij de invulling van het festival, maar ook bij eventuele problemen van de organisatie of het personeel. Wat we vooral mogen en moeten doen is sparren en dat stellen we enorm op prijs. Een speciale functie heb ik niet, ik denk mee en soms lees ik teksten na van het bestuur, maar eigenlijk is dat laatste totaal overbodig want die zijn altijd prima. En ja, waarom Johan van de Gronden míj nu zo’n ‘aanwinst’ voor de RvT vindt, dat moet je hem maar vragen.’

‘We worden bij heel veel onderwerpen inhoudelijk betrokken’ FESTIVAL OUDE MUZIEK 2019 Foto: Marieke Wijntjes DOMTOREN Foto: Foppe Schut

Ten slotte, toch ook nog maar even over de coronaverwikkelingen… ‘Tja, mijn eerste festival in 2019 was voorlopig ook meteen het laatste. We hebben een heel raar jaar achter de rug. Er moest een nieuw soort festival worden bedacht. De editie van 2020 werd veel kleiner maar vond dit keer door het hele land plaats, en dat werd zo ontzettend gewaardeerd! Het was verrukkelijk om te zien hoe blij iedereen was dat er toch nog iets was georganiseerd.’ Hoe staat de Organisatie Oude Muziek er nu voor, komen er nieuwe festivaledities? ‘Ik weet zeker dat het festival, hoe dan ook, weer terugkomt. We zijn er ook al druk mee bezig. Maar de opzet en omvang ervan zullen natuurlijk afhankelijk zijn van hoe de crisis zich ontwikkelt.’ ■●


38

‘DE SLUIPROUTE VAN DE EMOTIE’

INTO THE WINDS HEEFT EEN BREDE BLIK

Gotische bezieling, schatgraven in vervlogen eeuwen, jagen op zeldzame sonoriteiten. Als er een lintje bestaat voor meeslepende muzikale beeldspraak, mag het meteen naar de teksten van het jonge Franse ensemble Into the Winds. Blazend op blokfluiten, schalmeien, trombones en bazuinen hebben ze al verschillende prijzen in de wacht gesleept. Tijdens het Van Wassenaer Concours 2019 overtuigden ze niet alleen de vakjury; ze kaapten ook de AVROTROS-radioprijs en de OOM-prijs. Als beloning debuteren ze eind april in het Seizoen Oude Muziek.

TEKST /

Guido van Oorschot

Het begon allemaal in Tours, zegt Anabelle Guibeaud. Samen met Adrien Reboisson leidt ze het ensemble, dat een basisbezetting kent van vier blazers en een slagwerker. ‘In Tours is ooit het renaissance-ensemble Doulce Mémoire van Denis Raisin Dadre neergestreken. Hij geeft er ook les aan het conservatorium, net als de bekende dubbelrietspeler Jérémie Papasergio. Ze hebben een geweldige oudemuziekafdeling op poten gezet, voor muziek uit de vijftiende en zestiende eeuw kun je nergens in Frankrijk beter terecht. De signatuur past bovendien perfect bij de streek, de Touraine, met al die renaissancekastelen langs de Loire.’ Met drie medestudenten op het conservatorium vormde Guibeaud een blokfluitkwartet. ‘We namen ook les in andere blaasinstrumenten en volgden vakken als improvisatie en renaissancedans. Later hebben we masterclasses gevolgd bij specialisten als Ian Harrison. Hij is zo’n beetje de enige op de wereld bij wie je schalmei kunt leren spelen. Daarbij heeft hij met zijn eigen ensemble, Les Haulz et les Bas, in de afgelopen decennia een schat


39

FINALISTEN INTERNATIONAAL VAN WASSENAER CONCOURS 2019 Foto: Marieke Wijntjes

aan ervaring opgebouwd.’ Les Haulz et les Bas is een alta cappella, de historische naam voor een groep luide blazers die vooral in de buitenlucht speelde. ‘Een alta cappella weerspiegelde rijkdom en macht, ze werd vaak ingezet bij ceremoniële momenten. Daarnaast hebben wij ook het instrumentarium van de bassa cappella, zoals blokfluiten, voor de zachtere muziek die binnenskamers klonk. Op die manier kunnen we de klankkleur enorm variëren.’ Bronnen voor blaasmuziek in de renaissance zijn er volgens Guibeaud amper. ‘Uit traktaten valt doorgaans weinig op te maken. We moeten het eerder hebben van literaire teksten, kronieken en

‘NA AFLOOP VERTELLEN MENSEN VAAK DAT ZE TOT IN HET DIEPS VAN HUN ZIEL ZIJN GERAAKT’ iconografie. Een programma maken vergt dan ook veel verbeelding. We kampen bijvoorbeeld met het feit dat veel instrumentale renaissancemuziek bestaat uit korte

SCHALMEI, POMMER (ALT), POMMER (TENOR) Encyclopædia Britannica

stukjes, denk aan feestelijke fanfares. Met vijftig mopjes van vijftig seconden stel je natuurlijk nooit een aantrekkelijk programma samen. We gooien de netten dan ook wijder uit: we spelen ook dansmuziek en arrangementen van vocaal repertoire.’ Into the Winds geeft zijn concerten titels als Dwars door Parijs en Het boek der mirakels. Guibeaud: ‘We kiezen steevast een heldere verhaallijn. Vergelijk het met film: een goede dramaturgie neemt het publiek als vanzelf bij de hand. Ons programma in het Seizoen Oude Muziek heet Gotisch gefluister. Dat heeft trouwens ook een theatraal kantje. We beginnen met muziek uit de middeleeuwen en gebruiken daarbij een forse bazuin. Vanuit die ietwat stugge stukken maken we een tijdreis naar de renaissance, met bijvoorbeeld de soepele polyfonie van Josquin Desprez en een basse danse van Pierre Attaignant. Ik gebruik voor het programma weleens de metafoor van een lichtstraal: eerst fel en geconcentreerd, gaandeweg milder en breder.’ Guibeaud beseft dat Into the Winds muziek speelt die buiten de luisterroutine

van het gemiddelde publiek valt. ‘Maar ik ben altijd weer verbaasd hoe goed het wordt opgepakt. Na afloop vertellen mensen vaak dat ze tot in het diepst van hun ziel zijn geraakt. Met de alta cappella weten we steevast te overrompelen. Die instrumenten hebben zo’n sterke fysieke uitwerking, elke vezel in je lijf trilt. Iemand mag nog zo rationeel en beheerst in elkaar zitten, deze muziek kiest simpelweg de sluiproute van de emotie.’ ■●

SEIZOEN OUDE MUZIEK GOTISCH GEFLUISTER Into the Winds 22-24 april 2021 oudemuziek.nl/ intothewinds


40

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

‘BRITSE BELEEFDHEID EN ITALIAANSE EMOTIE’ MARCO BEASLEY EERT ZIJN DUBBELE ROOTS

v

an Italië naar Engeland en weer terug, langs de levenslijnen in zijn hand en de pieken van zijn gevoelswereld: het programma van de tour Due Radici (‘twee wortels’), waarvan ook een in eigen beheer uitgegeven cd/lpopname is verschenen, is misschien wel het persoonlijkste dat Marco Beasley (*1957) ooit maakte. Als kind van een Italiaanse moeder uit Napels en een Britse vader uit Coventry belichaamt hij het samenvloeien van tradities. We spraken de tenor over zijn dubbele roots en hoe die hem als mens en musicus hebben gevormd. De muziek kwam al vroeg het leven van de jonge Marco binnen. ‘Mijn ouders bespeelden geen instrument maar hielden wel enorm van muziek. Ze luisterden veel naar de radio, zongen met en voor elkaar en dansten in de grote eetkamer. Mijn tien jaar oudere broer speelde gitaar, dat vond ik als klein jongetje fascinerend. Op mijn vierde ging ik naar de kleuterschool. Daar leerde ik allerlei liedjes en gedichtjes, en ook hoe je je stem kunt gebruiken bij het opzeggen en zingen daarvan. Aan het eind van dat jaar zette mijn vader mij een keer op tafel en liet me verschillende versjes voordragen. Met een bandrecorder legde hij dit vast. De opname heb ik nog steeds. Op de nieuwe cd/lp staat een nummer dat we toen hebben opgenomen: La solitudine. De tekst roept ons op om de eenzaamheid te ontvluchten en onze medemens in vriendschap te omarmen. Hoe actueel kan het zijn?’

COVERBEELD CD/LP DUE RADICI

TEKST / Joost van Beek

VLIEGBREVET Hoewel muziek in de familie Beasley dus een belangrijke rol speelde en speelt, was het zeker geen uitgemaakte zaak dat Marco er zijn brood mee zou gaan verdienen. ‘Mijn vader was piloot van beroep. In 1945 maakte hij deel uit van de geallieerde luchttroepen. Zo kwam hij in Italië terecht en heeft hij mijn moeder ontmoet. Mijn passie voor vliegen en vliegtuigen is dus niet uit de lucht komen vallen. Op mijn twintigste begon ik met de opleiding tot piloot. Het eerste jaar heb ik mijn vliegbrevet gehaald. Omdat ik het vervolg van de opleiding niet kon bekostigen en niet de ambitie had om in

BEELD / Marieke Wijntjes



42

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

het leger te gaan, is het helaas bij dat ene jaar gebleven. Daarna viel ik een beetje in een gat, ik wist niet goed wat ik zou gaan studeren. De rechtenstudie die ik vervolgens begon was ook niet echt een succes: in twee jaar tijd heb ik één examen afgelegd.’ (lacht) Het was uiteindelijk een vriend die Beasley op het spoor zette van de musicologiestudie in Bologna. ‘Daar heb ik toen eerst vier maanden ‘illegaal’ rondgelopen om te zien of het wat voor me was. En dat was het! Op een gegeven moment heb ik mijn vader gebeld met de mededeling dat ik in het paradijs was beland. Ik leerde er onder andere oude muziek in de originele bronnen lezen, dat was echt een openbaring. De zangers en instrumentalisten uit de tijd van Gabrieli hadden alleen hun eigen partij op de lessenaar. Als je dan niet goed telt en niet naar de andere partijen luistert, ben je echt verloren. Kortom, luisteren naar de anderen, dat is voor mij het geheim van de polyfonie.’

MARCO BEASLEY STEFANO ROCCO Illustraties: Paola Brancato

CATHY BERBERIAN De opleiding in Bologna gaf ook de eerste aanzet tot de zangcarrière van Beasley. ‘Zingen kon ik wel, maar ik was daarin niet geschoold. Verschillende studiegenoten, waaronder mijn huidige projectpartner Stefano Rocco, hadden me horen zingen. Op hun aandringen ben ik lid geworden van het universiteitskoor. Naast dat ik het heerlijk vond om in het koor te zingen, was het een mooie aanvulling op de theorielessen. Nadat ik enkele zomercursussen zang had gevolgd, ontmoette ik in 1982 de Amerikaanse mezzosopraan Cathy Berberian. Zij had een zeer open geest en een repertoire dat varieerde van Monteverdi tot The Beatles. Haar brede, vernieuwende blik sprak me aan, van zo iemand wilde ik les krijgen! Maar om in de zangklas van Berberian terecht te komen moest je auditie doen. Er waren slechts tien plekken beschikbaar – en heel veel gegadigden.’

‘Luisteren naar de anderen is het geheim Marco Beasley over het ontstaan van Due Radici: ‘Het idee kwam op rond mijn zestigste verjaardag. Dat is zo’n leeftijd waarop veel mensen de balans van hun leven opmaken. De keuze om hiervoor samen te werken met mijn compagnon de route Stefano Rocco, met wie ik al meer dan veertig jaar muziek maak en bevriend ben, lag voor de hand. De ‘vertraging’ die de coronacrisis afgelopen jaar met zich meebracht heeft me geholpen om dit project eindelijk en in alle rust te realiseren. Ik zie dit programma als een eerbetoon aan iedereen die een rol speelt of heeft gespeeld in mijn leven, op welke manier dan ook. In die zin kun je het gerust autobiografisch noemen.’

van de polyfonie’ ‘Mijn keuze voor de auditie was Now, o now, I needs must part van John Dowland, een lied dat me zeer na aan het hart ligt. Na het eerste couplet stopte ik, in de veronderstelling dat Berberian er wel genoeg van zou hebben. Maar dat was niet zo. “Er zijn toch nog meer coupletten?” zei ze. “Ga door.” Tot mijn vreugde werd ik toegelaten. Na die tiendaagse cursus legde ze me twee opties voor. Óf ik ging me richten op een carrière als operazanger, óf ik zou een weg kiezen waarbij ik een eigen identiteit ontwikkelde op de manier die me het beste lag. Het is dus dat laatste geworden. Hoewel ik maar een korte periode van Berberian les heb gehad, ze overleed het jaar daarop, is zij van fundamentele betekenis geweest voor mijn loopbaan als zanger. Haar kennis en fantasie hebben me geraakt en zijn een verhelderende stimulans geweest. Ze heeft een afdruk nagelaten op mijn manier van muziek begrijpen.’


‘BRITSE BELEEFDHEID EN ITALIAANSE EMOTIE’ / Marco Beasley eert zijn dubbele roots

Ivano Fossati (*1951) is een singersongwriter uit Genua. Hij maakte van 1969 tot 1972 deel uit van de progressieve rockgroep Delirium, maar richtte zich daarna op zijn solocarrière.

43

HET RENAISSANCELIED ALS BASIS Het oudemuziekrepertoire van Beasley loopt van het gregoriaans tot de tweede helft van de zeventiende eeuw. ‘Verder dan Purcell ga ik niet, wat niet wil zeggen dat ik die grens nooit eens oversteek. Maar in het renaissancelied voel ik me het meest thuis. Daarin blijf ik iedere keer weer nieuwe dingen ontdekken, al onze levenservaringen zitten in die teksten.’ ‘Daarnaast hou ik van de muziek van vandaag, en ook die maakt deel uit van ons project. Daarin zitten vaak elementen van vroeger: teksten, melodieën, ritmes. In zekere zin gaan die composities voor mij terug naar de wortels van het late renaissancelied. Zo zingt bijvoorbeeld Ivano Fossati in zijn Mio fratello che guardi il mondo met sprezzatura, een typisch element uit de ‘recitar cantando’-stijl (‘zingend spreken’). Met cross-overs heb ik minder. Ik heb wel ooit meegewerkt aan projecten met jazz- of rockarrangementen van oude muziek; dat was leuk maar het heeft mij niet overtuigd. Er wordt gauw afbreuk gedaan aan het verhaal en de context van een lied.’

‘Details kunnen doorslaggevend zijn’ Beasley is een echte publieksspeler, maar sterallures zijn hem volledig vreemd. ‘Als ik op het podium sta, ben ik me ervan bewust dat iedereen zijn of haar eigen verhaal heeft bij de muziek. Dat maakt de interactie heel persoonlijk. Juist daarom vind ik het zo belangrijk om aandacht te hebben voor details: die kunnen doorslaggevend zijn of je de luisteraar raakt of niet. Eigenlijk bestaat het ideale publiek uit mensen die volstrekt onbevangen en niet gehinderd door voorkennis naar je luisteren. Zo kan de muziek het best landen, om het in vliegtermen te zeggen.’ (lacht) DE NIEUWE AUDIO-UITGAVE is geproduceerd in een gelimiteerde oplage van driehonderd exemplaren. Meer informatie is te vinden op www.marcobeasley.it

SEIZOEN OUDE MUZIEK DUE RADICI: EEN LEVENSREIS IN MUZIEK Marco Beasley & Stefano Rocco 13-20 mei 2021 oudemuziek.nl/beasley

MIX Hebben de due radici van Beasley op de een of andere manier ook zijn ontwikkeling als musicus beïnvloed? ‘Niet heel erg, denk ik. Ze hebben er wel mede voor gezorgd dat ik een multiculturele benadering uitdraag en veel waarde hecht aan cultureel erfgoed.’ Met een twinkeling in de ogen: ‘Maar misschien zou je wat die twee nationaliteiten betreft kunnen zeggen dat ik een mix ben van Britse beleefdheid en Italiaanse emotie.’ ■●


UIT DE BRON

HY VLOEKTE ALS EEN SCHEEPSTROMPETTER EEN SATIRISCHE BRIEF UIT 1741 (1)

een muziekkenner, en zijn schrijfstijl verraadt een Duitstalige achtergrond. In dit eerste van twee artikelen: het moeizame begin. A. D. E. verhaalt hoe hij een uitnodiging heeft gekregen als luisteraar aanwezig te zijn, samen met een vriend, volgens hem geen gering kender en oeffenaar der Muzyk. De twee heren was een solooptreden van een virtuoze violist in het vooruitzicht gesteld. Het zal er niet van komen. Bij binnenkomst heerst in de kamer vooral chaos:

De verreezene Hollandsche Socrates, luidt de titel van een weekblad dat in 1741 dertig maandagse afleveringen heeft gekend. Later dat jaar verschenen ze ook gebundeld. Vermoedelijk zijn de bijdragen het werk geweest van een collectief. Ronduit hilarisch is de in briefvorm gestelde aflevering van 10 april, waarin een zekere A. D. E. vanuit Utrecht levendig verslag doet van de manier waarop een zeker collegium musicum een huiskamer onveilig weet te maken. De auteur is duidelijk

Orpheus Zoonen, gewapend met Strykstokken, Dwarsfluiten, Hobois en Tabakspypen in een kring geslooten. Hij wordt bestookt met vragen en krijgt zelfs een keuring van twee violen in de maag gesplitst, de ene gebouwd door Steiner, de andere een Boumeester. De eigenaren raken bijna slaags, zo tevreden zijn beiden over hun eigen speeltuig. Net op tijd klinkt het signaal.

Ik verbeelde my zo als ik de Consert-Zaal intrad, in een Babilonische Raadsvergadering verscheenen te zyn: Vermits eenige der Heeren leeden het zodanig drok hadden met allerlei diskoerssen en redeneringen, andere met een aanvang te maken van hunne instrumenten te stellen en de overige zo veel præludiums en caprises maakten, dat ’er weinig acht wierd gegeven op alle de eerbiedige complimenten en strykkades, die ik by myn intreede deed.

Silentium! Silentium! hou je lui daar wat stil! riep de Kapelmeester en eerste Violist, met een ontzagchlyke stem, die als een achtvoets-Orgel-trompet door de kamer klonk. Hier heb je de Conserten van … van … wagt een beetje, ik zal jou lui den Tytel eens voorlezen; daar op begon hy al hakkelende: Con … ser … ti … ei lieve snuit de Kaars eens, dat ’s immers geen fyn licht, want het brand zoo donker, dat men er niets by zien kan! laat zien! waar ben ik daar gebleven? ja: tot Amsterdam, chez Etienne Roger, Marchand en Musique. Heeren daar zal je lui wat Exellents hooren! dat ’s een neusje van een Zalm, daar je ooren op zullen vergasten.

Op zeker moment wordt A. D. E. door de geheele zwerm van

Klaarblijkelijk staat op de lessenaar een editie gereed


45

TEKST / Thiemo Wind BEELD / Titelpagina De verreezene Hollandsche Socrates

van de Amsterdamse muziekuitgever Roger. Eerst moeten de instrumenten nog gestemd worden, wat tot een kakofonie en wonderlijke taferelen leidt. Snaar na snaar knalt, terwijl de cellist andere problemen heeft: Hy vloekte als een Scheepstrompetter, en riep alle booze Geesten tot hulp, om de schroeven van zyn Bas, die telkens los sprongen, te doen stand grypen. Nu stond de eene Schroef niet, of de andere sprong weer los. Ondertusschen gebruikte hy, in die razerny, den hals van

zyn violoncello tot een quispedoor, spoog en saliveerde het eene schroefgat in en ’t andere wederöm uit. Buiten twyffel was hy den gantschen avond onklaar geweest, ten zy hy door myn vriend niet was geholpen met een stukje kryt ’t geen die van de schoorsteenmantel nam en hem overreikte, om zyn schroeven te verstrammen. Eindelyk, na lang zukkelens, herstelden zich alle de partyen wederom in hunne voorige gelederen, rontsom de Lessenaar en by het Clavier; en nu door den Principalist gevraagt zynde: of sy alle gesteld en

klaar waren? wien met een eenparig ja! beantwoord wierd, ving men alle te gelyk aan ’t speelen. Een van de musici veroorzaakt door zijn fysieke bewegingen zoveel luchtturbulentie, dat de bladzijden van de baspartij op het klavecimbel spontaan omslaan en de klavecinist, cellist en fagottist zich genoodzaakt voelen luid hou op! hou op! te schreeuwen. Intussen moet de altviolist met een boetveerdige troni bekennen dat hij een heel ander stuk aan het spelen was… Het zesde Consert! Heeren! herhaalde de Primo Concertino & Principalissimo Violino-speelder. Waar na men op nieus te gelyk aanving met speelen. (Wordt vervolgd.) ■●

Nicolaes Aartman (1713-1793), Interieur met musicerend gezelschap. Amsterdam, Rijksmuseum

Bron De verreezene Hollandsche Socrates, ‘s-Gravenhage: Johannes de Cros, [1741], 113-120.


46

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

CD’s

SONG OF BEASTS: FANTASTIC CREATURES IN MEDIEVAL SONG ENSEMBLE DRAGMA RAMÉE RAM 1901

TEKST / Joost van Beek (JvB) Geerten Jan van Dijk (GJvD) Eddie Vetter (EV)

Met dieren in de muziek valt meer dan één cd, misschien wel een hele dierentuin te vullen. Het Ensemble Dragma heeft vijftien Italiaanse en Franse composities uit de veertiende en vijftiende eeuw verzameld waarin echte beesten of fabeldieren een rol spelen. Ze kunnen het trotse uithangbord zijn, zoals het luipaard in het stadswapen van Lucca. Met halsbrekende coloraturen bezingt Johannes Ciconia in Una panthera de deugden van de Toscaanse stad. Of ze kunnen een prooi vormen van menselijke jachtlust, zoals in I cani sono fuora van dezelfde Ciconia (wiens naam overigens ‘ooievaar’ betekent): ‘De honden zijn buiten voor de jacht! Huil, vossen!’ Vaak ligt de symboliek voor de hand, zoals in Selvaggia fera. In dit madrigaal vergelijkt Francesco Landini zijn geliefde met een hert dat telkens voor hem op de vlucht slaat. De mythische vogel feniks steekt zich periodiek in brand om verjongd uit de as te verrijzen. Het dier is meestal een symbool van Christus, maar in Fenice fu bekent een vrouw dat zij ooit een feniks is geweest maar nu getransformeerd is in een tortelduif. Om het beeld kracht bij te zetten laat Jacopo da Bologna de stemmen hartstochtelijk koeren. Liefde speelt in de meeste liederen een hoofdrol, maar ook de Bijbel is niet ver weg als Guillaume de Machaut in zijn ballade Une vipère verzucht: ‘In het hart van mijn geliefde huist een adder die met zijn staart haar oor dichtstopt zodat zij doof blijft voor mijn droevige klachten.’ Als je hem mag geloven, is het een nare beestenboel in het innerlijk van de door hem aanbeden vrouw: ‘In haar mond woont een schorpioen die nooit slaapt en mijn hart heeft doodgestoken.’ Alsof dat nog niet genoeg is, voegt hij eraan toe: ‘En er zit een basilisk in haar lieflijke blik.’ De basilisk is een fabeldier met de bijzondere gave dat hij met zijn blik kan doden. Niet alles is dus rozengeur en maneschijn in deze ‘songs of beasts’. Het ensemble Dragma, bestaande uit Agnieszka Budzińska-Bennett (zang en harp), Jane Achtman (vedel) en Marc Lewon (luit, vedel en zang), combineert spelenderwijs muziek met iconografie. Het album wordt vergezeld door een video met animaties op YouTube, gebaseerd op afbeeldingen uit meer dan veertig bestiaria. Zo schildert de groep in levendige kleuren de middeleeuwse verbeeldingswereld. EV


CD’S Cd’s

47

ANTICO: THE OLDEST PLAYABLE ORGAN IN THE WORLD KALEVI KIVINIEMI FUGA 9464

P. VERDELOT: MADRIGALS FOR FOUR VOICES PROFETI DELLA QUINTA O.L.V. ELAM ROTEM PAN CLASSICS PC 10422

J. OCKEGHEM: LES CHANSONS CUT CIRCLE O.L.V. JESSE RODIN MUSIQUE EN WALLONIE MEW 1995

De Basilique de Notre Dame de Valère

Ook het ensemble Profeti della Quinta

De eerste cd van dit mooi verzorgde

in het Zwitserse stadje Sion is van-

heeft het afgelopen jaar amper kun-

dubbelalbum begint met Josquins

wege haar hoge ligging en stoere

nen optreden vanwege de pandemie.

klaagzang op de dood van Johannes

uiterlijk een imposante verschijning.

Des te meer tijd kon de groep beste-

Ockeghem (1497), de tweede eindigt

De kerkburcht herbergt een bijzon-

den aan een bijzonder project met

met de klaagzang die Ockeghem zelf

der pronkstuk: het naar verluidt

vierstemmige madrigalen van Philippe

zo’n veertig jaar eerder had gecompo-

oudste bespeelbare orgel van de we-

Verdelot.

in

neerd op de dood van Gilles Binchois.

reld. Met een geschiedenis die ver-

Frankrijk, maar maakte vooral carriè-

Tussen deze twee uitersten zingt het

moedelijk teruggaat tot omstreeks

re als kapelmeester van de Dom van

ensemble Cut Circle, bestaande uit

1370 zou dat best wel eens kunnen

Florence in de jaren twintig van de

twee vrouwen en vier mannen, de 22

kloppen, al is de claim onder orgel-

zestiende eeuw. Zo was hij een pio-

chansons die aan Ockeghem worden

kenners niet onomstreden. Het acht

nier in het toen specifiek Italiaanse

toegeschreven. Het is even schrik-

registers tellende instrument staat

genre van het madrigaal. De zettin-

ken van het geloei aan het begin van

in middentoonstemming (bepaalde

gen zijn nog betrekkelijk eenvoudig,

Josquins klaagzang. Elke subtiliteit of

intervallen klinken glaszuiver en an-

zonder ingewikkelde polyfonie of ver

sereniteit lijkt het ensemble vreemd

dere juist loeivals), en met dat ge-

doorgevoerde

Uitzon-

te zijn. Maar na deze ongenuanceerde

geven heeft de Finse organist Kalevi

derlijk voor dit doorgaans uit mannen

hartenkreet vinden de zangers in hun

Kiviniemi

ge-

bestaande ensemble: een vrouw (Gio-

emotionele aanpak ook fijnere tonen

houden toen hij dit vier eeuwen om-

vanna Baviera) zingt de sopraanpartij.

om de overwegend melancholieke

vattende programma samenstelde.

Vier van de 22 madrigalen worden niet

stemming uit te drukken, met het vol-

Het festijn begint met de veertien-

gezongen, maar gespeeld door een

le behoud van de felheid van het leven

de-eeuwse Robertsbridge Codex en

consort van gamba’s. Of de uitvoerin-

die zij in de ongelooflijk rijkgescha-

eindigt bij Giacomo Carissimi in de ze-

gen nu vocaal of instrumentaal zijn,

keerde muziek waarnemen en met

ventiende eeuw. Kiviniemi, die zijn re-

ze zijn weldadig sonoor en expressief.

verve overdragen op hedendaagse

putatie in niet geringe mate dankt aan

De suggestieve muziek geeft als het

luisteraars. Zo zijn de chansons meer

uitvoeringen van romantisch reper-

ware vleugels aan de teksten, die ver-

dan vijf eeuwen na het ontstaan nog

toire op reusachtige instrumenten,

vuld zijn van zoete en soms bitterzoe-

springlevend. EV

speelt het twintigtal werken met ken-

te liefdesgevoelens. EV

natuurlijk

rekening

nis van zaken en hoorbaar plezier op Sions kleine maar o zo fijne orgel. JvB

Deze

werd

geboren

chromatiek.


48

Tijdschrift Oude Muziek / 01 2021

CAVALIERI IMPERIALI: ZENOBI & SANSONI, THE GREAT CORNETTO MASTERS INALTO O.L.V. LAMBERT COLSON RICERCAR RIC 419

SERENISSIMA: A MUSICAL PORTRAIT OF VENICE AROUND 1726 PERNILLE DEVILLERS, THE 1750 PROJECT RAMÉE RAM 1902

J.S. BACH: CONCERTOS FOR TWO HARPSICHORDS OLIVIER FORTIN, EMMANUEL FRANKENBERG, ENSEMBLE MASQUES ALPHA CLASSICS 572

Liefhebbers van oude muziek kunnen

Het Belgische ensemble The 1750

De klavecimbelconcerten van Bach

zich met dit album van InAlto laven

Project is opgericht met een zeer spe-

zijn grotendeels arrangementen die

aan het geluid van de zink (cornetto).

cifieke doelstelling: de periode 1720-

hij zelf maakte van oudere concerten.

De zachte, warme klank laat zich uit-

1750 voor het voetlicht brengen door

Dit geldt ook voor het drietal dubbel-

stekend mengen met andere instru-

middel van een muzikale tijdreis die

concerten op het album van Ensem-

menten, zoals trombones en violen.

verschillende Europese steden aan-

ble Masques: BWV 1062 is een bewer-

Treedt de zink meer solistisch naar

doet. De eerste episode speelt zich

king van het geliefde dubbelconcert

voren, dan weet de weke toon een

af in La Serenissima, oftewel Venetië.

voor twee violen, BWV 1060 is van

intense melancholie op te roepen.

Daar begon omstreeks 1726 de galan-

oorsprong vermoedelijk een dubbel-

Zuiver intoneren vraagt een enorme

te stijl in opmars te komen, vooral met

concert voor hobo en viool en vooral in

virtuositeit van de musici. Zinkspeler

dank aan de componist Nicola Por-

die reconstructie populair geworden,

Lambert Colson en zijn compagnons

pora, die vanuit Napels in de gondel-

en BWV 1061 is waarschijnlijk terug te

weten al deze facetten op sublieme

stad was neergestreken. Het acht-

voeren op een werk van de nog jonge

wijze voor het voetlicht te halen met

koppige gezelschap onder aanvoering

Bach voor twee klavecimbels zónder

repertoire uit de bloeiperiode van dit

van de hoboïst Benoît Laurent voert

orkest. Als uit de hand gelopen toe-

toch wel wat exotische instrument. Te

de luisteraar mee naar een denkbeel-

gift klinken Bachs Preludium en fuga

horen is een innig Madonna mia pietà

dige soiree in een van de vele palazzi.

in Es BWV 552, nu niet als monumen-

van Lassus, maar ook een jubelende

Naast een tweetal composities van

taal orgelwerk maar in een bewerking

achtstemmige sonate van Schmelzer.

Porpora klinken werken van Domeni-

voor twee klavecimbels. Naast helde-

Tegelijk is deze cd een ode aan twee

co Scarlatti, Sammartini en, hoe kan

re polyfone structuren en ritmische

historische meesters op de zink:

het ook anders, Vivaldi. De heldere

finesses levert dit arrangement ook

Luigi Zenobi en Giovanni Sansoni, die

sopraanstem van Pernille Devillers is

nieuwe effecten op. Een lage grom

dit repertoire destijds lieten klinken

geknipt voor dit repertoire. Ook voor

op het orgel wordt bijvoorbeeld een

aan het Habsburgse hof. Een heerlijke

het overige overheerst de lichte toets

indringende bons op het klavecimbel.

cd. GJvD

in dit geslaagde startpunt van de reis

Interessant en verfrissend, maar door

van The 1750 Project. De nieuwsgierig-

Olivier Fortin en Emmanuel Franken-

heid naar het verdere verloop van de

berg vooral ook intelligent en bezield

expeditie is gewekt. JvB

uitgevoerd. GJvD


CD’S

49

TŮMA, BIBER: ANIMAM GEMENTEM CANO PLUTO-ENSEMBLE, HATHOR CONSORT RAMÉE RAM 1914

A. VANDINI: COMPLETE WORKS ELINOR FREY (CELLO), E.A. PASSACAILLE PAS 1079

G.A. HOMILIUS/C.P.E. BACH: LUKAS PASSION IL FONDAMENTO O.L.V. PAUL DOMBRECHT PASSACAILLE 1052

De titel van de cd verwijst naar de

Op de cover van de cd prijkt een kari-

In de periode dat Carl Philipp Emanuel

‘zuchtende ziel’ van het Stabat mater.

katuur van de Italiaanse cellovirtuoos

Bach Musikdirektor van Hamburg

Het is hier te horen in een versie uit

Antonio Vandini (1691-1778). De aan-

was, moest hij ieder jaar een nieuwe

1748 van František Tůma, een Bo-

dacht wordt direct getrokken door

compositie aanleveren voor de ere-

heemse componist die carrière heeft

het karakteristieke hoofd met uitpui-

diensten in de vastentijd. Vanwege

gemaakt in Wenen. In de met hevige

lende bovenlip en een kolossale neus.

deze setting mocht het werk niet

emoties geladen zetting tekent hij

Kenners zal echter nog iets anders

langer dan een uur duren. In 1775

met diep zuchtende motieven het

opvallen. Vandini houdt zijn strijkstok

kwam hij met een Lukaspassie onder

verdriet van de moeder die treurt bij

op de ‘ouderwetse’ manier vast: met

zijn eigen naam aanzetten. Die toe-

het kruis waaraan haar zoon is gena-

de hand onder, net als bij de viola da

eigening was niet terecht, concludeer-

geld. Zijn landgenoot Heinrich Biber

gamba. Op de foto in het cd-boekje

den Amerikaanse onderzoekers dik

raakt in het ruim vijftig jaar eerder

is te zien dat de celliste Elinor Frey

twee eeuwen later: Bach heeft alleen

gecomponeerde Requiem eveneens

de strijkstok op dezelfde wijze vast-

wat praktische aanpassingen verricht,

droevige snaren, waarin niettemin

houdt. Haar celloklank is dan ook wat

zijn tijd- en studiegenoot Gottfried

een serene sfeer overheerst. De tien

kleiner en milder dan we van een cello

August Homilius moet als de eigen-

zangers van het Pluto-Ensemble en

gewend zijn. Het gehele oeuvre van

lijke componist worden beschouwd.

de negen instrumentalisten van het

Vandini past op deze cd van een dik-

Diens componeerstijl vertoont alle

Hathor Consort presenteren de twee

ke vijftig minuten en omvat naast zes

kenmerken van de Empfindsamer Stil:

werken in kleine bezetting, maar de

sonates voor cello en basso continuo

elegante melodieën, functionele har-

bescheiden omvang gaat niet ten

slechts één concert voor cello en strij-

monieën en dynamische contrasten.

koste van barokke grandeur in tutti-

kers. De fraaie galante muziek wordt

De overwegend ingetogen uitvoering

passages, terwijl de zeggingskracht

nergens snoeperig. Dat is met name

van Il Fondamento doet de muziek

in de intiemere delen gewaarborgd is.

te danken aan de expressieve virtuo-

alle recht – met het terzet ‘In stil-

Tussen de bedrijven door speelt het

siteit waarmee Elinor Frey haar cello

ler Tränen’ als hartroerend hoogte-

voortreffelijke consort spannende in-

overvloedig laat schitteren. GJvD

punt. De acht zangers, onder wie

strumentale composities van onder

haute-contre Reinoud van Meche-

anderen Biber en diens leraar Johann

len, nemen zowel de soli als de koor-

Heinrich Schmelzer. EV

gedeelten voor hun rekening. Het heeft even geduurd, maar Homilius heeft dan toch zijn naam op de cover staan. JvB


50

BERICHTEN

berichtEN EVA COUTAZ OVERLEDEN

EVA COUTAZ Foto: Josep Molina

TRILCE NAVARRETE Foto: Roy Borghouts

Eva Coutaz, een van de drijvende krachten achter het onafhankelijke platenlabel Harmonia Mundi, is 26 januari jongstleden op 77-jarige leeftijd overleden. Coutaz begon haar carrière bij het Franse label in 1972 als persvoorlichter. Al snel groeide zij door tot hoofd productie. Bijna dertig jaar lang hield ze toezicht op het artiesten- en repertoirebeleid. In totaal begeleidde ze meer dan achthonderd opnames. Ze werkte langdurig en nauw samen met vooraanstaande musici en gezelschappen gespecialiseerd in de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk, waaronder de contratenor Alfred Deller, de dirigenten René Jacobs, William Christie en Philippe Herreweghe, het Freiburger Barockorchester, het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik Berlin. Na het overlijden van haar echtgenoot Bernard, die het label in 1958 oprichtte, trad Eva Coutaz in 2010 aan als CEO van het bedrijf. Harmonia Mundi werd in 2015 overgenomen door PIAS.

TRILCE NAVARRETE TOEGETREDEN TOT VRIENDENBESTUUR De onderzoekster Trilce Navarrete is onlangs toegetreden tot het bestuur van de Stichting Vrienden Oude Muziek. Navarrete is gespecialiseerd in de historische en economische aspecten van digitaal erfgoed. In 2014 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam met een proefschrift over de digitalisering van collecties van Nederlandse musea. Als docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam doceert ze onder andere over de waarden en economische aspecten van kunst en cultuur. Daarnaast verzorgt ze regelmatig gastcolleges bij museologieprogramma’s in het buitenland, adviseert ze de European Group of Museum Statistics en is ze bestuurslid van het International Committee for Documentation van de International Council of Museums. Trilce Navarrete: ‘Als bestuurslid van de Stichting Vrienden Oude Muziek wil ik helpen om nieuwe Vrienden te bereiken en de zichtbaarheid van de prachtige muziek en kennis die het Festival Oude Muziek presenteert te vergroten. In het bijzonder zal ik mij inzetten om jongere generaties aan te moedigen oude muziek te ontdekken.’


ADVERTENTIE

NIEUWE TITELS

Ludwig Sen�l (c.1490–1543): A Catalogue Raisonné of the Works and Sources

Josquin David Fallows

“The book is a major achievement, and stands as the most authoritative account in any language of Josquin’s life and works.”

Volume 2: Catalogue of the Sources – Abbreviations, Bibliography, Indexes Volume 1: Catalogue of the Works

(Patrick Macey in Renaissance Quarterly)

Stefan Gasch, Sonja Tröster, Birgit Lodes Vol. 2 - 412 p., 2020, Paperback, ISBN 978-2-503-58479-9, € 50 eISBN 978-2-503-58480-5 Beschikbaar in OPEN

ACCESS

www.brepolsonline.net

Vol. 1 - 682 p., 2019, Paperback: ISBN 978-2-503-58420-1, € 50 eISBN 978-2-503-58426-3

The Production and Reading of Music Sources Mise-en-page in manuscripts and printed books containing polyphonic music, 1480–1530

Nu beschikbaar in paperback

xviii + 522 p., 2020, Paperback: ISBN 978-2-503-56674-0, € 50

Hearing the City in Early Modern Europe Tess Knighton, Ascención Mazuela-Anguita (eds.)

Thomas Schmidt, Christian Thomas Leitmeir (eds.)

xl+541 p., 339 b/w ill. + 58 colour ill., 2018, Paperback: ISBN 978-2-503-57961-0, € 75

428 p., 65 b/w ill., 2018, Paperback: ISBN 978-2-503-57961-0, € 65

Music in the Art of Renaissance Italy, 1420–1540

Pietro Antonio Locatelli A Modern Artist in the Baroque Era

T. Shephard, S. Raninen, S. Sessini, L. Stefanescu

Fulvia Morabito, Engl. Transl. Warwick Lister

iv + 408 p., 227 colour ill, 2020, ISBN: 978-1-912554-02-7, € 140

xix + 287 p., 20 b/w ill., 2018 Hardback: ISBN: 978-2-503-58017-3, € 100

Journal of the Alamire Foundation 12/1 (2020) The Stomius Partbooks: Music and Dissent in Reformation Salzburg

Journal of the Alamire Foundation 12/2 (2020)

All prices exclude VAT & shipping costs

The Leuven Chansonnier I

David J. Burn, Sarah Ann Long (General eds)

David J. Burn, Sarah Ann Long (General eds) 205 p., 31 b/w ill, 12 b/w tables, 2020, Paperback: ISBN 978-2-503-58734-9, € 32

132 p., 33 b/w ill. + 18 colour ill., 2020 Paperback: ISBN 978-2-503-58811-7, € 32

Beschikbaar in OPEN

Beschikbaar in OPEN

ACCESS

www.brepolsonline.net

ACCESS

www.brepolsonline.net

info@brepols.net – www.brepols.net – www.brepolsonline.net – Tel: + 32 14 44 80 20


52

Colofon

COLOFON

Tijdschrift Oude Muziek ISSN 0920-6649 jaargang 36 / nr. 1 – maart 2021 verschijnt 4x per jaar uitgave en productie Stichting Organisatie Oude Muziek Utrecht adres Plompetorengracht 4 3512 CC Utrecht +31 (0)30 232 9000 info@oudemuziek.nl www.oudemuziek.nl vormgeving Doretta Rinaldi lay-out Esther de Bruijn drukwerk en bindwerk BCM coverbeeld Foppe Schut redactie Hitske Aspers Juliëtte Dufornee Xavier Vandamme Jed Wentz Joost van Beek en Laura van den Boogaard, eindredactie medewerkers aan deze uitgave Geerten Jan van Dijk, Giovanni Paolo Di Stefano, Agnes van der Horst, Pieter Lucassen, Guido van Oorschot, Johan Oosterman, Sofie Taes, Judy Tarling, Jan Van den Bossche, Eddie Vetter, Thiemo Wind heeft u vragen of opmerkingen? bereik ons via info@oudemuziek.nl of 030 232 9000 adverteren tarieven via 030 232 9000 of www.oudemuziek.nl miniadvertenties voor particulieren, € 15 per 4 regels, 140 lettertekens, bewijsexemplaar € 5 donateur worden Voor een bijdrage van € 40, € 80, € 160 of € 1000 aan de Stichting Vrienden Oude Muziek ontvangt u 4x per jaar het Tijdschrift Oude Muziek met alle gegevens over het Festival Oude Muziek en onze concerten. Tevens krijgt u dan de Vriendenpas, waarmee u in aanmerking komt voor diverse kortingen. Zie oudemuziek.nl voor alle bijbehorende voordelen of bel met 030 232 9000. Voor mensen met een leesbeperking is dit tijdschrift ook op cd verkrijgbaar. Inlichtingen: Dedicon, Postbus 24, 5360 AA Grave, 0486 486 486. Het volgende nummer verschijnt medio juni 2021.


N

LINKE

K DOOR T F J I L IE B

KING D

CHEN EEN S

N, KINGE N E H C N OF S E T A G M LE L F NEE OVER O N N E ZIEK.N E T U T E A M W G E E D MEER N@OU K.NL/L E E I D Z N U E WILT U I EM VR P OUD P VIA O O K S J I N K MET O T C A T CON 9010. 2 3 2 0 OF 03


OP ZOEK NAAR EEN CADEAU WAAR IEMAND EEN JAAR LANG PLEZIER VAN HEEFT? GEEF EEN VRIENDENLIDMAATSCHAP CADEAU EN LAAT EEN ANDER GENIETEN VAN ALLE VRIENDENVOORDELEN.

DEEL UW LIEFDE VOOR OUDE MUZIEK Meld uw vriend, collega of familielid eenvoudig online aan via oudemuziek.nl/cadeau. De gelukkige krijgt dan zo snel mogelijk een vriendenpas, een welkomst-cd en de laatste editie van het Tijdschrift Oude Muziek thuisgestuurd.

MEER WETEN: OUDEMUZIEK.NL/CADEAU


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.