__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

TIJDSCHRIFT OUDE MUZIEK / 02 2019

dbd CO-CURATOR THOMAS HÖFT ZOEKT VERHALEN UIT NAPELS dbd ANN HALLENBERG TREEDT IN HET VOETSPOOR VAN FARINELLI dbd HET WONDER VAN SAN GENNARO dbd ALESSANDRO SCARLATTI: MEESTER VAN HET MUZIKALE DRAMA dbd EN NOG VEEL MEER ...


ADVERTENTIE

GENIET EXTRA VOORDELIG VAN HET SEIZOEN OUDE MUZIEK

BESTEL NU UW ABONNEMENT

Met een locatie-abonnement van het Seizoen Oude Muziek heeft u in één bestelling alles geregeld, en profiteert u bovendien van 15% korting voor iedere persoon die vier of meer concerten bezoekt. Kijk op oudemuziek.nl/abonnementen voor meer informatie.

M

UZ

.N IEK

O

M UDE

L/A

NE N O B

N

E ENT


OM TE BEGINNEN NAPELS HOREN VAN DE REDACTIE De traditie wil dat het voorjaarsnummer van TOM in het teken staat van het naderende Festival Oude Muziek. Het betekent in dit geval: Napels! Een tiendaagse muzikale stedentrip naar ZuidItalië, die zich afspeelt binnen de stadsgrenzen van Utrecht. ‘Eerst Napels zien, dan sterven.’ Deze woorden werden onsterfelijk dankzij Goethe, die het Italiaanse gezegde citeerde toen hij de stad in 1787 bezocht en getroffen werd haar schoonheid. Zeventien jaar eerder bracht de Engelse musicograaf Charles Burney al een bezoek aan de stad. Delen van zijn reisverslag kunt u lezen in dit nummer. Burney arriveerde met grote verwachtingen maar kreeg ook diverse teleurstellingen te verwerken, veroorzaakt door inferieure musici. De kwaliteit van de Napolitaanse componisten daarentegen stond voor hem buiten kijf. Dat is het mooie van muziek. Die inferieure musici die Napels dagelijks zagen zijn allang gestorven, maar de schitterende werken van componisten als Durante en Jommelli hebben we nog. Die kun je zo meenemen en in een festivalstad als Utrecht laten uitvoeren door de beste musici van dit moment. Dat is wat het komende Festival Oude Muziek belooft. Napels horen? De stad komt naar u toe! Op muziekgebied was Napels in vroeger eeuwen een van Europa’s metropolen, dankzij een hofleven, kerkmuziek, een groot operatheater en niet te vergeten een aantal instituten voor muziekonderwijs. Het wekt geen verbazing dat al die elementen elkaar hebben beïnvloed. De Italiaanse barokspecialist Giulio Prandi, naast Marco Mencoboni artist in residence tijdens het komende festival, vertelt in een interview hoe Napolitaanse kerkmuziek soms als opera klinkt. Het brengt hem tot de conclusie: ‘In Napels komt alles samen.’ Veel van die karakteristieke composities liggen nog altijd in bibliotheken van deze stad te wachten op herontdekking. Daar speelt Utrecht graag een actieve rol in. Diverse specialisten komen in dit nummer aan het woord. Een van de componisten die in het zonnetje wordt gezet, is Scarlatti. En dan bedoelen we nu eens niet Domenico, de componist van die geniale klaviersonates, maar zijn vader Alessandro Scarlatti, die het hoognodig verdient uit de schaduw van zijn zoon te treden. ■●

OM TE BEGINNEN Napels horen Van de redactie

2

Charles Burney doet verslag Groeten uit Napels

16

Klein Verslag over Graindelavoix Het menselijk gezang

20

‘Spanning tussen stijlen en conventies’ Giulio Prandi is artist in residence

26

Nieuwe wegen voor Camerata Trajectina Op reis naar Napels 31 La serva padrona van Pergolesi Meid aan de macht

32

Napels zingt voor San Gennaro Het bloedwonder

34

Oude muziek voor jongeren Ambassadors of Early Music

38

‘Chaos biedt ruimte, orde beknelt’ Het allerlaatste concert van het Daedalus Ensemble

40

RUBRIEKEN Beeldspraak Onbekommerd musiceren bij Luca Giordano Een scène die schuurt

14

Vriendenhart

27

Cd-aanbiedingen

29

Uit de bron Een muzikale schoolmeester in de Gouden Eeuw De dagboeken van David Beck (2)

44

Cd-besprekingen Colofon

50 54


3

4

STORIE NAPOLETANE Co-curator Thomas Höft gaat op zoek naar de verhalen van Napels. ‘In vijf thema’s willen we de mythes en werkelijkheden van de stad zo dicht mogelijk naderen.’

10

EEN NEUS VOOR AVONTUUR Artist in residence Marco Mencoboni wijdt zich onder meer aan Diego Ortiz. ‘Het is de meest slimme en smaakvolle polyfonie die je je kunt voorstellen.’

22 14

IN DE VOETSPOREN VAN FARINELLI De gevierde Zweedse mezzo Ann Hallenberg deed met de dirigent Stefano Aresi jarenlang onderzoek naar de beroemdste zanger van Napels: de castraat Farinelli.

46

Ziet u dit symbool bij een artikel? Dan staat er op onze website een Skype-interview met de musici. Kijk op oudemuziek.nl

DE ANDERE SCARLATTI De Napolitaanse componist Alessandro Scarlatti, vader van de bekendere Domenico, is tijdens het Festival Oude Muziek goed vertegenwoordigd. De Scarlatti-kenner Ignace Bossuyt introduceert deze veelzijdige componist, die een meester was van het muzikale drama.


4

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

TEKST /

BEELD /

Susanne Vermeulen

Marieke Wijntjes

‘STORIE NAPOLETANE’ THOMAS HÖFT IS CO-CURATOR VAN HET FESTIVAL OUDE MUZIEK 2019

‘Napels is één groot openluchttheater’


5


6

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

De Duitse schrijver, regisseur en dramaturg Thomas Höft is co-curator van het komende Festival Oude Muziek. Het is niet zijn eerste festivaleditie: we kennen hem door zijn medewerking aan het indrukwekkende project Musica Fugit in 2017 en zijn inbreng tijdens de Blijde Intrede-openingsavond vorig jaar. Dit jaar is de taak van Höft als co-curator nog breder. Hij is betrokken bij de enscenering van twee muzikale drama’s – straatopera met Pergolesi’s Il Ciarlatano en Scarlatti’s dramatische oratorium Agar et Ismaele – en cureert de reeks lezingen en discussies Storie napoletane – een vervolg op de succesvolle Huizinga Hours van vorig jaar.

IN

Utrecht werkt u mee aan een festival over Napels: wat vindt u daaraan het spannendst? Het contrast! Men kan zich in de huidige Europese Unie haast geen grotere tegenstelling indenken dan die tussen Utrecht en Napels. Naar mijn idee is Utrecht – en vergeef me mijn Duitse perspectief – een extreem efficiënte stad. Alles heeft een systeem, een orde. Iedereen is vriendelijk en correct, de bussen rijden op tijd, mensen zeggen de chauffeur gedag. En zo glijdt iedereen langs elkaar, zonder echt dichtbij te komen. Napels is het absolute tegendeel. Napels – en ook deze stad bekijk ik als een buitenstaander – lijkt volledig chaotisch en ongeorganiseerd te zijn. Als je niet oppast, bots je op elkaar of op een scooter. En om elke hoek, waar je ook kijkt, wachten raadsels en geheimen. Dat klinkt bijna cliché… Precies! Het is belangrijk dat te onderkennen. Als het over Napels gaat, loert het cliché om de hoek, en daarmee moet je heel voorzichtig zijn. Een mooi voorbeeld: ‘Napels is niet te redden’, wordt er gezegd. De mensen maken zich niet druk om dingen die niet acuut nodig zijn, en uit pure zorgeloosheid en nalatigheid rot de gemeenschap langzaam weg. Elke Noord-Europese journalist zou dat onmiddellijk verkopen als actuele kritiek op de ellende in de stad. Maar dat citaat is van de romeinse historicus Titus Livius, het is tweeduizend jaar oud. Op een gegeven moment weet je niet meer of de werkelijkheid het cliché heeft gevormd, of dat het cliché telkens weer nieuwe werkelijkheden schept.

GIOVANNI BATTISTA PERGOLESI Anoniem portret, late 18de eeuw. Napels, Conservatorio di Musica San Pietro a Majella

En wat betekent dat voor uw opdracht als co-curator? Ik moet veel dichterbij kijken. Veel preciezer differentiëren. Ik heb voor de reeks lezingen en discussies die we Storie napoletane noemen vijf thema’s uitgewerkt, waarmee we de mythes en werkelijkheden van de stad zo dicht mogelijk willen naderen. Het eerste thema is de hardnekkige klacht dat Napels, zoals de historicus Benedetto Croce het zei, ‘een paradijs is, bewoond door duivels’. Tegelijkertijd beschouwen de bewoners hun Napels al duizenden jaren als een bezette stad: eerst kwamen de Grieken, toen de Romeinen, de Goten, de Byzantijnen, de Noormannen, het huis Hohenstaufen, Anjou, de Spanjaarden, de Habsburgers, de


‘Storie napoletane’ / Thomas Höft is Co-curator van het Festival Oude Muziek 2019

7

Bourbons, en nu zijn het de Italianen. Uit dit alles ontstond een enorme opstandigheid. Er is een permanente tegencultuur, die van tijd tot tijd uitbarst in revoluties die vaak ook mislukken, zoals de opstand van de visser Masaniello in de zeventiende eeuw. Het feit dat de Napolitanen zichzelf in 1943 van de nazi’s hebben bevrijd, kun je hen niet ontnemen.

PULCINELLA Door Nicolas Bonnart, ca. 1680

ROBERTO SAVIANO Foto: Matteo Bazzi

Is die opstandigheid een karaktereigenschap van Napels? Ja, dat kun je zo stellen. Het blijkt ook uit ons tweede thema. De commedia dell’arte kun je beschouwen als een inventaris van Italiaanse karakters. Elke grote stad heeft zijn eigen figuur, zijn eigen wezen. Zo staat de opgeblazen, arrogante Dottore voor Bologna, de net zo rijke als oude en perverse koopman Pantalone voor Venetië, en de listige Brighella voor Bergamo. De belichaming van Napels in de commedia dell’arte is Pulcinella. De gebochelde, boerse man met de kwakende stem – ‘Pulcinella’ betekent letterlijk haantje – moet je je voorstellen als een soort historische Donald Duck: dom, egoïstisch, opvliegend, gierig en achtervolgd door pech. Maar wanneer het om eten gaat, is alles weer in orde. Zoals eten überhaupt het belangrijkste is in het leven… Natuurlijk is het veelzeggend dat zo’n figuur de vertegenwoordiging van Napels is. Maar zoals we ondanks alles van Donald Duck houden, zo houden we ook van Pulcinella. Hij is een heerlijk theatrale figuur. We moeten ons Napels hierbij voorstellen als één groot openluchttheater, en daarmee komen we bij ons derde thema. De Duitse filosoof en cultuurhistoricus Walter Benjamin schreef daarover in 1926 een belangrijk essay. Hij zegt dat Napels vooral functioneert als toneel voor zijn bewoners en bezoekers. De pleinen zijn arena’s, de balkons zijn podia en zelfs de kerken lijken meer op theaters dan op godshuizen. Dit inzicht is even briljant als tijdloos. Er is niets veranderd. Wanneer je nu naar Napels gaat, zie je hoe alles zich afspeelt in kleine of grote toneelscènes. Een man gebruikt zijn kleine veranda als podium voor zijn privéshow met tophits, jonge kerels laten hun scooters steigeren als wilde paarden, en in alle openheid trekt een vreemde processie langs met relikwieën en in trance verzonken gelovigen. Je voelt dat dit al duizenden jaren zo gaat.

‘Je voelt dat dit al duizenden jaren zo gaat’ Dat klinkt ook een beetje bedreigend… Dat zegt u. Maar inderdaad, onze vierde verhaallijn is de maffia. Het heeft geen zin dit onderwerp te vermijden, want de maffia, of beter gezegd de Camorra, is een realiteit van het leven in deze stad. De moedige en welsprekende journalist Roberto Saviano beschreef in zijn meesterwerk Gomorra de werkwijze van dit systeem en leeft sindsdien onder politiebescherming. Dit is de schaduwzijde van een samenleving die al eeuwenlang onder disfunctionele omstandigheden bestaat. Dat mag je niet uitwissen, ook niet als je een muziekfestival over Napels maakt. Maar je mag het evenmin generaliseren. Daarom stellen we ons met het vijfde thema de vraag hoe Napels als voorbeeld kan dienen. Dat klinkt misschien wat vreemd, als je denkt aan al die kritiek op de stad en haar bewoners.


8

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

FEMMINIELLI Beeld uit de documentaire Femminielli van Nino Pezzella, 2014

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 THOMAS HÖFT co-curator OPENINGSCONCERT vr 23 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg STORIE NAPOLETANE 11.00 / Janskerk za 24 aug: Een paradijs bewoond door duivels ma 26 aug: De stad als theater di 27 aug: Camorra: de kracht van La famiglia do 29 aug: Siamo Pulcinella za 31 aug: Napels als laboratorium van de toekomst IL CIARLATANO Paardenkathedraal za 24 aug, 14.30 uur zo 25 aug, 11.00 uur vr 30 aug, 14.30 uur za 31 aug, 14.30 uur zo 1 sep, 11.00 uur AGAR ET ISMAELE do 29 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal Neue Hofkapelle Graz Scarlatti: Agar et Ismaele oudemuziek.nl/ thomashoeft

Wat kunnen we dan leren van Napels? Er zijn goede redenen om Napels te zien als een laboratorium van onze toekomstige samenleving. In Napels kwamen en komen sinds mensenheugenis de meest verschillende mensen samen, en ze vinden wegen en manieren om met elkaar te bestaan. Hier overspoelen duizenden toeristen de stad, elke dag. Hier bestaat een creatieve scene, die heel fundamentele, heel verschillende ideeën over onze toekomst maakt. Hier is een traditie van tolerantie waar wij nog wat van kunnen leren. Al eeuwen zijn er in Napels femminielli, als vrouwen verklede mannen,die in de prostitutie werken en een leven leiden als ‘derde sekse’: geaccepteerde leden van de gemeenschap. Ze hebben eigen misdiensten, in een kerk buiten de stad. Ik vind dat er goede redenen zijn om vanuit Noord-Europa niet neerbuigend of meelijdend naar Napels te kijken, maar juist enthousiast en nieuwsgierig. We moeten luisteren naar wat de Napolitaanse verhalen, de storie napoletane, ons te vertellen hebben. Luisteren is een mooi sleutelwoord. Want we hebben het tot nu toe nog helemaal niet over muziek gehad, terwijl dit een muziekfestival is… Inderdaad. En het is nog wel een festival over historische uitvoeringspraktijk en oude muziek. Precies daarom is het zo belangrijk om de context te kennen waarin deze muziek ontstond. Dan heb ik het niet over de notatiewijze, vingerzettingen of stemming, ik heb het over alles waarover ik net heb verteld. Je kunt de Napolitaanse muziek uit de tijd rond 1647 niet begrijpen zonder te weten over Masaniello en de sociale verhoudingen in die periode. Je kunt Pergolesi niet interpreteren zonder het fenomeen Pulcinella te begrijpen. En je kunt de hele Napolitaanse muziek niet bevatten zonder een grondgevoel van de stad te hebben. Dat is een. Twee: alle kunstenaars die ons hun muziek hebben nagelaten, wilden daar iets mee zeggen. Ze zetten niet zomaar noten op papier, door hun muziek vertelden ze verhalen. En deze verhalen moeten wij opnieuw vertellen. Want er schuilt betekenis in hun muziek, betekenis waaraan vaak een voor ons nauwelijks voorstelbaar zwaar leven ten grondslag lag. Die inhoud moeten wij niet alleen respecteren, het moet ons ontzettend nieuwsgierig maken. Dat is waarom we oude muziek spelen en luisteren: ze heeft ons ook vandaag nog iets te zeggen. ■●


Title / Subtitle

9

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2018 zo 26 aug / 17.00 uur TivoliVredenburg, Hertz Le Concert d’Apollon / João Rival Rameau’s voorgangers oudemuziek.nl/ leconcertdapollon

De Spaanse koning Karel III TEKST /van Napels van 1734 tot 1759, portret BEELD Koning door / Agnes Raphael van der Horst Le Concert d’Apollon Anton Mengs, ca. 1765. Madrid, Museo del Prado


10

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

PURE ONTDEKKER MARCO MENCOBONI: ARTIST IN RESIDENCE MET EEN NEUS VOOR AVONTUUR

M

arco Mencoboni, artist in residence van het Festival Oude Muziek, presenteert in Utrecht drie programma’s. Natuurlijk staat daarin de themastad Napels centraal. Maar door zijn optredens loopt nog een andere rode draad: Marco Mencoboni als speurder naar vergeten repertoire en vervlogen technieken.

MARCO MENCOBONI’S EARLY MUSIC TUTORIALS Ze zijn op YouTube te vinden, de komische inleidingen die Marco Mencoboni sinds 2016 maakt voor het Festival Oude Muziek. Liggend in bad schildert hij bijvoorbeeld in anderhalve minuut de betovering van muziek in de Venetiaanse San Marco. Door Italië sjezend in een oude cabrio werpt hij licht op de geheimen van het klavecimbel. Wat cantus firmus is, maakt Mencoboni verkleed als kruidenier duidelijk via de bliepjes van een kassa. Even vermakelijk is de scène in de fictieve Bistrot Bach. In een knappe dubbelrol als gast en ober zet hij uiteen hoe het zit met de afkortingen BWV, TWV en BuxWV. youtube.com/ FestivalOudeMuziek

TEKST / Guido van Oorschot

Hij was een puber van veertien toen de oude muziek met donder en bliksem zijn leven binnenviel. Het gebeurde in de Kerk van het Heiligste Sacrament in Ancona, aan de Adriatische kust in Noordoost-Italië. Daar moet je heen gaan, had zijn orgelleraar gezegd. Mencoboni herinnert zich hoe hij op een stormachtige zondagmiddag, midden in de winter, in de kerkbankjes aanschoof. ‘Ik zag hoe een oude man langs een koord naar zijn klavecimbel schuifelde. Hij ging zitten en speelde Couperin en Bach, de Chromatische fantasie en fuga. Opeens viel het licht uit.’ Maar de klavecinist speelde door, alsof er niets aan de hand was. En dat was er ook niet voor Ralph Kirkpatrick, de Amerikaanse pionier die sinds een paar jaar blind was. ‘Dus daar zaten we te luisteren in het donker,’ zegt Mencoboni, ‘minstens een halfuur lang, terwijl bliksemschichten de kerk af en toe verlichtten. Ik werd op slag verliefd op het klavecimbel.’ Tussen Ancona toen en Utrecht nu ligt de rijping van Marco Mencoboni. In vier decennia is hij uitgegroeid tot een muzikant die ertoe doet. De artist in residence van het komende festival is een ontdekker pur sang, eerst van het klavecimbel, daarna van zichzelf, later van obscuur repertoire en afgedankte technieken. De concerten in Utrecht zullen het staven. Met zijn groep Cantar Lontano werpt Mencoboni licht op de onbekende, Napolitaanse kant van de Spanjaard Diego Ortiz. Hij zal laten horen hoe in Francesco Durante een voorloper schuilt van Mozart. En solo, op het klavecimbel, waagt Mencoboni zich aan Giovanni Maria Trabaci, op wiens grillige noten hij inmiddels zwaar traint. MONNIKENLEVEN Maar eerst vertelt Marco Mencoboni (1961) over de ontdekking van zichzelf. Hij begint zijn ontboezeming met een aanloop: ‘Eind jaren tachtig studeerde ik orgel in Italië en klavecimbel in Nederland, eerst bij Ton Koopman, later bij Gustav Leonhardt. Ik heb drie jaar in Amsterdam gewoond en leidde een monnikenleven. Dag na dag was het Bach, klavecimbel, orgel, Bach, klavecimbel, orgel.’

BEELD / Marieke Wijntjes


12

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

TITELPAGINA van Ignacio Donati’s Sacri concentus

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 CANTAR LONTANO / MARCO MENCOBONI artist in residence zo 25 aug, 13.00 uur Lutherse Kerk Napels klavierstad: Trabaci (klavecimbelrecital) wo 28 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal Diego Ortiz: vesper in surround sound za 31 aug, 17.00 uur Jacobikerk Francesco Durante: Missa per i morti oudemuziek.nl/ cantarlontano

Eenmaal terug in Italië, met het diploma op zak, kon Mencoboni als solist weinig kanten op. ‘Wat er aan oudemuziekseries bestond, werd voornamelijk gevuld met coryfeeën uit Noordwest-Europa. Tot mijn geluk kon ik gaan meespelen in Hespèrion XX van Jordi Savall. Om te beginnen leerde ik gerenommeerde musici kennen. Maar vooral kwam ik erachter dat ik geen monnik wás. Na al die jaren studeren in m’n eentje was het een bijna spirituele ervaring te merken hoe fijn samenspelen is. In mijn zelfgekozen isolement was ik misschien een uitstekende solist geworden, maar ik besloot dat het roer om moest.’ Hij richtte zijn eerste ensemble op, Sacro e Profano. Met de violist Luigi Mangiocavallo wierp Mencoboni zich op baroksonates. En in 1993, op speurtocht in de bibliotheek van Bologna, deed hij een ontdekking die hem naar adem deed happen. ‘Ik sloeg een boek open met vocale muziek van Ignacio Donati, Sacri concentus, uitgegeven in 1612. In het voorwoord beschrijft Donati hoe vocale muziek in kerken werd uitgevoerd. Ik raakte zowat van de kaart, zo groot was de schok toen ik las over de vergeten techniek van het cantar lontano. Het was alsof ik op zoiets vanzelfsprekends stuitte als water. Niemand die het zag, maar eeuwenlang lag het onder de oppervlakte te wachten.’ LICHAMELIJKE RESONANTIE Cantar lontano betekent zoveel als ‘zingen op afstand’. In de zeventiende-eeuwse praktijk betekende het vooral: zingen op afstand van het orgel. Mencoboni kwam erachter dat koorzangers in een kerk niet op een kluitje bleven staan, maar uitzwierven over de ruimte. En dat had gevolgen. Hoe zing je min of meer gelijk? Hoe houd je hetzelfde tempo? Mencoboni: ‘Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat minimaal één zanger oogcontact houdt met de man achter het klavier. Of door in ieders stemboek de baslijn van de organist op te nemen. Hoe dan ook had cantar lontano uitwerking op het tempo. Er is een overstelpende hoeveelheid bewijs dat de tactus langzaam was, veel langzamer dan we nu gewend zijn. Als je cantar lontano uitprobeert, begrijp je ook meteen waarom. Als je niet traag zingt, kun je de stukken simpelweg niet uitvoeren.’ Daarbij, aldus Mencoboni, krijgen zangers een ander begrip van de noten. ‘Mathematisch gelijk zingen lukt niet. Dissonanten krijgen een extra, ruimtelijke werking. Al met al brengt cantar lontano zangers in een droomachtige staat van zijn. Het wekt een lichamelijke resonantie op, ook bij het publiek. Het voelt alsof een kerk vol mensen dezelfde hartslag krijgt.’ AMPER SJOEGE Wie het aan den lijve wil ervaren, gaat het komende festival naar geestelijke motetten van Diego Ortiz en Napolitaanse tijdgenoten. Alweer zo’n vondst van Mencoboni: we kennen de Spanjaard Ortiz vooral als de gambist die in 1553 Trattado de glosas publiceerde, een praktische leerschool voor improviseren en versieren. ‘Bij mij was het niet anders,’ zegt Mencoboni. ‘Tot 2005. Bij het samenstellen van een Napolitaans programma stuitte ik op Ortiz’ bundel Musices liber primus uit 1565. Ik sloeg aan het transcriberen en werd getroffen door de schoonheid van de noten. Het bleek de meest slimme en smaakvolle polyfonie die je je kunt voorstellen.’ Ortiz schreef de stukken in zijn tijd als maestro de capilla in Napels, het koninkrijk dat sinds 1501 onder Spaans bewind viel.


PURE ONTDEKKER / Marco Mencoboni: artist in residence met een neus voor avontuur

13

In het voorwoord beroept hij zich op beroemde voorlopers als Ockeghem en Josquin. ‘Zijn Napolitaanse collega’s geeft hij daarentegen een draai om de oren,’ zegt Mencoboni. ‘Die zouden amper sjoege hebben van mooie muziek.’ Bij dit concert zet Mencoboni trouwens ook het barokorgel in van TivoliVredenburg. ‘Ik plaats er een bastrombone en een violone naast, en voorspel een concert vol kleur en dynamiek.’ MISSING LINK Bijna twee eeuwen later, in 1746, publiceert Francesco Durante de Messa de’ morti voor twee koren en vijf solisten. Met cantar lontano heeft die dodenmis niets te maken, zegt Mencoboni. ‘Maar met Mozart des te meer. Als je Durante hoort, weet je meteen waar Mozart de inspiratie voor zijn requiem vond. Als wonderkind, rond z’n veertiende, werd hij van noord naar zuid door Italië gesleurd. Aan de stijl van het requiem merk je dat hij zijn oren wijd open heeft gehouden. Ik durf zelfs te stellen dat de Napolitaanse stijl van Durante een missing link vormt tussen de barok en Mozart. Een andere missing link, maar dan tussen renaissance en barok, heet Giovanni Maria Trabaci. Rond 1600 componeert hij in Napels vocale werken en klaviermuziek. De harmonische en ritmische bevliegingen van zijn toccata’s behoren tot de vroegste klavierstukken die het predicaat ‘barok’ verdienen. Trabaci liep er zelfs mee vooruit op de grote toetsenist van de Sint-Pieter in Rome, Girolamo Frescobaldi.

‘Die prachtige, rare stukken zijn op een klavecimbel amper te spelen’

MARCO MENCOBONI Foto: Lorenzo Franzi DIEGO ORTIZ Portret op de titelpagina van zijn Trattado de glosas FRANCESCO DURANTE Gravure door Heinrich Eduard Winter, 19de eeuw. Parijs, BnF.

Aan die kennis heeft Marco Mencoboni deze maanden weinig. Zijn probleem met Trabaci ligt in het fysieke. Hij lacht: ‘In een onbewaakt ogenblik heb ik ja gezegd op het verzoek van Xavier Vandamme een solorecital te wijden aan Trabaci. Nou, ik kan je verzekeren, die prachtige, rare stukken zijn op een klavecimbel amper te spelen, zelfs niet met mijn kolenschoppen van handen. Ik oefen me blauw en hoef nog net niet naar de sportschool.’ ■●


BEELDSPRAAK

EEN SCÈNE DIE SCHUURT

TEKST / Johan Oosterman BEELD / Luca Giordano: Vier musicerende vrouwen, ca. 1659. Amsterdam, Rijksmuseum

ONBEKOMMERD MUSICEREN BIJ LUCA GIORDANO

Zingende monden, het is een lastig onderwerp. Vaak zie je maar nauwelijks dát er gezongen wordt. En als de monden wel wijdgeopend zijn, ontstaat er toch snel een wat ongemakkelijke aanblik. De zingende mens klinkt vaak goddelijk maar ziet er niet altijd zo uit. Vier musicerende vrouwen van Luca Giordano, een schilderij op doek van 54 x 100 cm dat zich in het Rijksmuseum bevindt, heeft veel aantrekkelijks maar schuurt ook en roept bovendien verschillende vragen op. Er is niet veel over het werk geschreven, en dat geeft aangenaam veel ruimte voor vragen en bespiegelingen.

Luca Giordano werd in 1634 geboren in Napels en overleed 71 jaar later in zijn geboortestad. Tussendoor werkte hij overal waar er maar werk voor hem was en waar hij

nieuwe invloeden kon opdoen: Rome, Venetië, Florence en ook jarenlang in Spanje. Zijn productiviteit was enorm, wat hem vermoedelijk de bijnaam Luca fa presto (‘Luca werkt

snel’) bezorgde. Hij was zo bedreven in het navolgen van stijlen die in de mode waren dat hij bekendstond als de Proteus van de schilderkunst. Vier musicerende vrouwen stond lang bekend als werk van de Venetiaanse schilder Veronese. Het schilderij roept allerlei vragen op. Om te beginnen: wie zijn die vier vrouwen? Waarom is een van hen zwart? Is dat een toevallige keuze, of refereert het misschien aan het thema van de vier delen van de wereld? In de zestiende eeuw onder-


15

scheidde men vier werelddelen: Europa, Afrika, Azië (die al in de middeleeuwen bekend waren) en Amerika. Die vier continenten, allegorisch weergegeven, waren in de kunst van de zestiende en zeventiende eeuw geliefd en sierden vaak de plafonds van imposante ontvangstruimtes. Ook Giordano schilderde de vier continenten, waarbij Europa, Amerika en Azië verbeeld werden door een witte vrouw en Afrika door een zwarte vrouw. Dit doek was mogelijk een beknopte verwijzing naar dat thema, maar misschien wilde hij zijn voorstelling ook simpelweg een exotische uitstraling geven. Het werk roept de vraag op hoe Giordano aankeek tegen die zwarte vrouw. En in aansluiting daarop dient de vraag zich aan hoe wij haar zien in deze voorstelling. Twee van de vier vrouwen zingen, de andere twee houden een instrument vast: een fluit en een luit. Waarom deze twee, wat betekenen deze instrumenten? In de middeleeuwen en ook later nog hebben deze instrumenten een uitermate dubbelzinnige connotatie. Het bespelen van de luit staat vaak voor het

bespelen van het vrouwelijke geslachtsorgaan, de suggestie die een fluit oproept hoeft eigenlijk niet te worden uitgelegd. Dit schilderij kan heel goed een seksuele betekenis hebben die voor ons wellicht verborgen lijkt, maar die voor de tijdgenoot van Giordano maar al te duidelijk was. En dan krijgt de extatische blik van een van de zingende vrouwen een betekenis die aansluit bij wat muziekinstrumenten symboliseren. Terug nu naar de twee zingende vrouwen. Ze staan wat achteraf, maar trekken volop de aandacht. De vrouw die het vurigst en haast in extase zingt, richt haar ogen naar de hemel. De meest linkse vrouw kijkt zo te zien wel met aandacht naar de bladmuziek. Zij zingt ingetogener. Maar wat zingen ze? Een duet? En bestaan er duetten voor twee vrouwenstemmen begeleid door luit en fluit? De onzichtbaarheid van de compositie die ze zingen, en dus ook van de tekst daarvan, maakt nieuwsgierig en vormt een aansporing tot een zoektocht in het geheugen of in archieven. Het schilderij van Giordano prikkelt de verbeelding, maakt nieuwsgierig naar wat

LUCA GIORDANO Zelfportret (ca. 1692)

die vrouwen zingen, naar wat ze precies doen, naar de betekenis van deze voorstelling. Je zou bijna vergeten dat je er ook naar kunt kijken als een scene van onbekommerd musiceren, een scene die vrolijk maakt en die schuurt. ■●

Literatuur Bert Treffers e.a., Van Titiaan tot Tiepolo: Italiaanse schilderkunst in Nederlands bezit, Rotterdam, Museum Boymans-van Beuningen, 1989, cat.nr. 68. Italian Paintings from the Seventeenth and Eighteenth Centuries in Dutch Public Collections, Bernard Jan Hendrik Aikema, Ewoud Mijnlieff, Mandy Sikkens, Gert Jan van der Sman, Bert Treffers. Florence, Centro Di, 1997.


16

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

GROETEN UIT NAPELS Charles Burney doet verslag

DE

Engelse musicograaf Charles Burney reisde door Europa met het oog op een te schrijven General history of music. In een dagboek deed hij verslag van de staat waarin de muziek zich her en der bevond. In oktober 1770 bezocht hij Napels, dat soms aan zijn hoge verwachtingen voldeed maar soms ook helemaal niet. Een greep uit zijn belevenissen.

NAPELS § 146. Hier kwam ik met het grootste denkbeeld van volmaaktheid waarin men de muziekpraktijk ooit zou kunnen aantreffen. Voornamelijk hier hoopte ik dat mijn oren zouden worden verkwikt door de fijnste muzikale wellust die Italië vermag te verschaffen. De overige steden bezocht ik om een bepaalde arbeid tot stand te brengen die ik mijzelf had opgelegd. Maar hier hoopte ik mij terdege te verlustigen. Welke muziekvriend zou anders kunnen denken van een oord dat een Farinelli, een Jommelli, Leo, Pergolesi, Piccinni, Porpora, de beide Scarlatti’s en ontelbare andere componisten, zangers en spelers heeft voortgebracht? In hoeverre mijn verwachting vervuld is, zal de lezer kunnen opmaken uit het volgende verhaal, doordat ik telkens zodra ik iets gehoord of gezien had mijn gevoelens erover getrouw heb opgetekend, zonder enige bewuste vooroordelen of eenzijdigheid. […]

NAPELS Zicht op Napels, 1748, door Joseph Vernet. Parijs, Louvre

§ 148. Ten behoeve van knapen die van de muziek hun beroep willen maken zijn er in deze stad scholen, net zo ingericht als de Venetiaanse voor meisjes. Zoals de kwekelingen aldaar vermaard zijn om hun smaak en nette uitvoering, zo hebben die van de school van Napels sinds lang de naam de beste componisten te worden. […] § 150. Donderdag 18 oktober bezocht ik ’s morgens Signor Piccinni, een beleefde, aangename man, klein van gestalte en, voor een Napolitaan van zulk een vurige, muzikale geest, vrij ernstig in zijn houding. […] Aangezien mijn eerste onderzoekingen de Napelse conservatoria of muziekscholen betroffen en hijzelf in een van die huizen opgevoed was, waardoor men zijn berichten voor ge-

TEKST / Charles Burney (1770), Nederlandse vertaling: Jacob Wilhelm Lustig (1786), bewerking: Thiemo Wind

BEELD / Charles Burney, gravure naar Sir Joshua Reynolds, 1781


18

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

CHARLES BURNEY door Sir Joshua Reynolds, 1781. Londen, National Portrait Gallery

loofwaardig en toereikend kon houden, legde ik hem over vier punten vragen voor die ik hier samen met zijn antwoorden zal neerschrijven: 1. Hoe oud zijn deze instellingen? De conservatoria stammen uit aloude tijden, wat blijkt uit het feit dat een van die gebouwen reeds dreigt in te storten. 2. Hoe worden ze genoemd? San Onofrio, La Pietà en Santa Maria di Loretto. 3. Hoeveel leraren en scholieren zijn er? Ieder huis heeft twee opperkapelmeesters; één onderzoekt en verbetert de composities van de leerlingen terwijl de ander op het zingen past en lessen geeft. Dan zijn er ook twee ondermeesters (mæstri secolari); één voor de viool, één voor de violoncel, hobo, waldhoorn enz. Het aantal scholieren bedraagt in het eerstgenoemde conservatorium 90, in het tweede 120, en in het derde 200. 4. Op welke leeftijd komen ze op school en verlaten ze die? Men neemt knapen aan van acht à tien tot twintig jaar. Als ze jonger binnen komen, moeten ze acht jaar blijven. Zijn ze ouder, dan worden ze moeilijker aangenomen als ze in de studie en beoefening van de muziek niet reeds een goed begin hebben gemaakt. Wanneer men na verloop van enige jaren in die knapen geen genie ontdekt, dan worden ze ontslagen om plaats te maken voor anderen. Sommigen neemt men aan als kostgangers en dezen moeten voor het onderwijs betalen. Zij die de leerjaren hebben doorstaan, stelt men aan tot onderwijzers van minder gevorderden. In beide gevallen echter mogen ze naar believen het conservatorium verlaten. […] § 157. Vrijdagochtend 26 oktober had ik het genoegen Signor Jommelli, die de avond tevoren van het platteland naar de stad gekomen was, te zien en te spreken. Hij is buitengewoon zwaarlijvig, heeft iets in zijn tronie dat op Händel lijkt, hoewel hij veel beleefder en zachtzinniger overkomt. Ik trof hem aan terwijl hij in nachtrok aan het klavier zat te schrijven, zich bezighoudend met een nieuwe opera die hem tijd en nadenken genoeg moet kosten. Nadat hij de aanbevelingsbrief van Padre Martini en mijn bedoelingen had begrepen, zei hij dat een muziekgeschiedenis als ik van plan was samen te stellen in Italië zeer verwaarloosd wordt. Over de thans sterk achterop geraakte muziekscholen wilde hij me nader bericht verschaffen en mij na mijn terugkeer in Londen zelfs toezenden wat ik maar verlangde. En dus nam ik zeer voldaan afscheid van deze grote man, die zonder twijfel onder de tegenwoordig levenden een der eersten is in zijn kunst. § 158. Immers, als ik de hedendaagse operacomponisten van Italië naar mijn oordeel over hun verdiensten zou rangschikken, dan was het als volgt: Jommelli, Galuppi, Piccinni en Sacchini. Intussen valt het moeilijk te beslissen wie van de eerste twee het hoogst te waarderen is. Jommelli’s werken zijn vol verheven, edele gedachten, met smaak en geleerdheid uitgedrukt; Galuppi is rijk aan verbeeldingskracht, vuur en gevoelens; Piccinni heeft in de komische stijl al zijn voorgangers verre overtroffen en Sacchini lijkt in de ernstige schrijfwijze meer te beloven dan wie ooit. […]

NICCOLÒ JOMMELLI door Pier Leone Ghezzi, ca. 1753 NICCOLÒ PICCINNI door Hippolyte Pauquet, 19de eeuw

§ 163. Na het middagmaal [woensdag 31 oktober] bezocht ik de schouwburg van San Carlo, ten einde van Jommelli’s opera de proef te horen. Er waren nog maar twee bedrijven gereed maar deze behaagden mij buitengewoon, de ouverture uitgezonderd, die te snel afbrak en daardoor niet aan mijn verwachting beantwoordde. De aria’s


GROETEN UIT NAPELS / Charles Burney doet verslag

19

en de begeleide recitatieven (accompagnamento’s) daarentegen hadden bijzondere voortreffelijkheden en mij kan het niet heugen dat er een was die geen oplettendheid wekte. De opera werd Demophoon genoemd. De eerste zanger was Aprile, en de eerste zangeres Bianchi. Nooit hoorde ik een operazangeres vrijmoediger en ongedwongener zingen. Ze heeft bovendien een aanminnige zoetluidendheid, is zeer toonvast en bezit een uitstekend portamento. Aprile toonde, bij een zwakke, ongelijkmatige stem, een vaste intonatie, een fraaie triller, veel smaak, een nette uitdrukking en een edele lichaamsgestalte. De overige zangers waren allen boven het middelmatige en zulke waren ook nodig voor deze muziek, die in een moeilijke schrijfwijze was gevat en die meer effect had door de instrumenten dan door de zangstemmen. […] De bouwtrant van dit operahuis ie edel en sierlijk. Het verbeeldt een segment van een ovaal, aan de toneelzijde afgesneden. Er zijn zeven rijen loges, op iedere rij dertig, de drie onderste rijen uitgezonderd, die er vanwege de daar aangelegde koninklijke loge maar 29 hebben. Iedere loge pronkt met tien of twaalf gemakkelijke stoelen en op de parterre zijn vijftien rijen banken, op elk waarvan dertig personen zeer ruim naast elkaar kunnen zitten op lederen kussens, met gevulde rug- en brede armleuningen. §164. Op Allerheiligen, 1 november, kuierde ik ten minste twee mijl naar de kerk van de Incurabili, waar men mij een goede muziek had doen verwachten. Maar ik vond die ellendig. Van daar ging in naar diverse andere kerken, waar louter sobere muziek, die eveneens slecht werd uitgevoerd, mijn oren prangde. […]

TEATRO SAN CARLO IN NAPELS Het originele OUDE operahuisMUZIEK werd in SEIZOEN 1816 door brand verwoest en in tien maanden weer opgebouwd.

MIDDELEEUWSE LIEDEREN HET HUIDIGE TEATRO MET GIRLPOWER SAN CARLO Anne Azéma & Shira Kammen wo 20 mrt / 20.30 Maastricht, Cellebroederskapel do 21 mrt / 20.15 Westzaan, Zuidervermaning vr 22 mrt / 20.15 Deventer, Penninckshuis

§167. ’s Avonds [zaterdag 3 november] begaf ik mij naar de eerste openbare vertoning van Signor Jommelli’s opera Demophoon op het grote toneel van San Carlo, alwaar de heer Hamilton mij een plaats had verschaft in zijn loge. De pracht van dit schouwspel blijft voor mij onbeschrijflijk: op de heiligendag van San Carlo en de naamdag van de koning van Spanje was dit huis niet alleen dubbel verlicht, maar ook volgepropt met kostelijk uitgedoste lieden. Voor iedere loge hing een spiegel, drie tot vier voet lang en twee tot drie voet breed, waarvoor zich twee grote waskaarsen bevonden, waardoor de glans vanaf het toneel en uit de loges teruggekaatst bijna te sterk en te belastend voor het oog werd. De koning en koningin waren in hun loge, die in lengte en breedte de ruimte van vier andere beslaat. Vanwege hun aanwezigheid maakte het gepeupel thans veel minder lawaai dan anders, naar men mij vertelde. Gedurende de hele voorstelling maakte geen enkele hand aanstalten om te klappen, ofschoon de toehoorders over de muziek zeer voldaan schenen. […] ■●

za 23 mrt / 16.00 Ammerzoden, Kasteel Ammersoyen zo 24 mrt / 14.30 Amerongen, Kasteel Amerongen, Koetshuis oudemuziek.nl/azema

BRONNEN Charles Burney, The present state of music in France and Italy, Londen 1773. Jacob Wilhelm Lustig (vert.), Rijk gestoffeerd verhaal van de eigenlijke gesteldheid der hedendaagsche toonkonst; of Karel Burney’s, doctor in de musiekkunde, dagboek van zyne, onlangs gedaane, musicale Reizen door Frankrijk, Italie en Duitschland, Groningen 1786.


HET MENSELIJK GEZANG

KLEIN VERSLAG OVER GRAINDELAVOIX

Who, TivoliVredenburg, Utrecht. Ik liet me tamelijk willoos meevoeren door de stroom, naar boven en naar beneden, langs zalen en zaaltjes die uitpuilden, tot ik uiteindelijk met moeite een staplaats vond in de Grote Zaal, schuin achter het podium. Ik zag alleen een drumstel.

HET ENSEMBLE GRAINDELAVOIX gaf op 10 november jl. onder leiding van Björn Schmelzer een indrukwekkend marathonconcert tijdens het Utrechtse festival Le Guess Who?, in samenwerking met het Festival Oude Muziek. Op het programma stonden de lamentaties van Carlo Gesualdo. Wim Boevink, antropoloog en verslaggever voor Trouw, was bij het concert en beschreef zijn ervaringen in dit Klein Verslag, dat we graag met u delen. Als u nu denkt: daar had ik bij willen zijn, dan kan dat. Op vrijdag 30 en zaterdag 31 augustus gaat Graindelavoix opnieuw de uitdaging aan in het Festival Oude Muziek.

Het muziekgebouw was een kolkende machine. Met moeite al had ik er buiten een plaats kunnen vinden voor mijn fiets en eenmaal binnen werd ik opgenomen in een maalstroom van bezoekers die zalen in- en uitdreven en overal rijen vormden, voor toiletten en bars, soms bij een toegang tot een zaal stuitend op beveiligers, die de druk poogden te kanaliseren. Zaterdagavond, het intussen fameuze festival Le Guess

Ik verliet de zaal na een paar nummers en kwam Johan Gijsen tegen, mededirecteur van het festival. Ik had werkelijk een spitsuur getroffen op het festival en Johan sprak over bottlenecks en de complexiteit van de programmering en de wensen van artiesten. Artiesten van wie de meesten slechts in zeer kleine kring bekend waren, maar die iedereen, op de vleugels van Le Guess Who, wilde zien. En toch, ik besloot de knetterende, éénentwintigste-eeuwse energiecentrale te verlaten en fietste tien eeuwen terug naar de van oorsprong elfdeeeuwse Janskerk, een van de vele andere locaties van het festival. Graindelavoix performs Carlo Gesualdo – ‘Tenebrae Responsoria’ (The Complete Cycle) had ik in het programmaboek-


21

TEKST / Wim Boevink BRON / Trouw, De Verdieping; blz. 20 (13 november 2018) BEELD / Tim van Veen (Le Guess Who, 10 november 2018)

Carlo Gesualdo

je gelezen, een samenwerking met het Utrechtse Festival Oude Muziek. Vier uur lang gezang – tot diep in de nacht. Toen ik de kerk naderde, leek alles donker; uit de hoge ramen viel nauwelijks licht. Het interieur, nog door Saenredam geschilderd, bood een wonderlijk schouwspel. Tussen de zijbogen waren

over de volle lengte van de kerk aan weerszijden stoelen opgesteld, terwijl in het middenschip een groepje vocalisten een cirkel vormde om een aan een koperen stang bevestigde gloeilamp, die hun gezichten bescheen. Voor het overige was al het licht gedempt, en de mensen in de stoelen waren teruggebracht tot vage gestalten. De liturgische nachtgezangen uit de Heilige Week van Gesualdo, een zestiende-eeuwse Italiaanse componist en edelman, wekten even vervreemding op voor wie net van buiten kwam, uit de 21ste eeuw, voorbij aan het gelal ook van studentenkroegen aan het omliggende kerkplein, maar naarmate de onrust week, en de drukte, en je wende aan het zacht in- en uitsluipen van het publiek, nam die a-cappellamuziek in die golvende meerstemmigheid steeds meer bezit van je, kroop in je wezen en woelde daar iets los, een onbewuste herinnering, zoals de madeleine in de lindebloesemthee bij Proust, en ik was diep in het oude Griekenland, in een kaarsverlicht kerkje, en hoorde de gezangen van de monniken, onder de blikken van iconen.

Het was alsof je daar, in die Janskerk, een tijd herbeleefde die je nooit eerder beleefde, alsof de tijd zelf werd opgeheven, die stemmen tilden je op. En toen ik mijn ogen opende, zag ik dat ook die van anderen gesloten waren, ze luisterden naar iets in zichzelf. Tegenover me had een vrouw haar hoofd op de schouder van een man gelegd en hij liet zijn hoofd weer rusten tegen het hare. Ach, de menselijke zangstem, en de gave van de transformatie. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 vr 30 aug, 20.00 uur za 31 aug, 20.00 uur Janskerk Graindelavoix Marathonconcert: Gesualdo’s lamentaties oudemuziek.nl/ graindelavoix


22

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

‘HARD WERKEN, MAAR OOK HEEL LEUK!’ ANN HALLENBERG TREEDT IN DE VOETSPOREN VAN FARINELLI

H De Zweedse mezzosopraan Ann Hallenberg zingt in alle grote operahuizen en festivals, van Milaan, Venetië en Madrid tot Wenen en Berlijn. Tot nu toe nam ze meer dan veertig cd’s op, de cd Luigi Marchesi met Stile Galante was BBC Music Magazine Opera Choice.

CARLO MARÍA BROSCHI OFTEWEL FARINELLI Portret door Jacopo Amigoni, 1750. Madrid, Real Academia de Bellas Artes de San Fernando

TEKST / Jan Van den Bossche

aar repertoire reikt van Monteverdi tot Mahler, maar ze heeft een bijzondere affiniteit met de late barok. Haar cd Carnevale 1729 werd door de internationale pers jubelend ontvangen. Met het ensemble Stile Galante van Stefano Aresi brengt de Zweedse sopraan Ann Hallenberg in het komende Festival Oude Muziek een soortgelijk programma met nieuwe ontdekkingen uit de Napolitaanse opera. In de hoofdrol: de fameuze castraat Farinelli. Anne Hallenberg is een referentie geworden op het gebied van de late barok, maar ze noemt zichzelf zeker geen specialist. Ze kreeg een zeer klassieke opera-opleiding. ‘Ik heb geen gespecialiseerd instituut bezocht, zoals Bazel of Den Haag. Maar ik denk dat een gezonde stem eigenlijk alles zou moeten kunnen zingen. Natuurlijk zijn er de verschillende stijlen, maar puur vocaal is er nauwelijks verschil tussen Verdi en Monteverdi. Ik heb echt geluk gehad met mijn leraar, Erik Sædén. Hij zei: “Kijk in de spiegel en controleer of er spanning is in je gezicht of in je hals. Als er geen spanning meer is: zing!” Het is een erg simpele benadering, maar ik geloof erin. Als wij zangers ons daaraan houden, krijgen we geen problemen en kunnen we ook langer doorgaan met zingen. We zijn gewoon over een grens gegaan. Alles werd steeds harder en hoger. En op een gegeven moment is het gewoon te veel.’ Sinds enige tijd geeft ze ook zelf les. Daar heeft ze lang over geaarzeld. ‘Het is een grote verantwoordelijkheid, ik vind het nog steeds eng. Ik kan mijn leerlingen niet in hun stem kijken, ik weet niet precies wat ze doen. En zij moeten vertrouwen hebben in wat ik zeg. Mogelijk begrijpen ze me verkeerd en gaan ze de verkeerde kant op. Maar ik vind het toch leuk om te doen en ga mijn lespraktijk wat uitbreiden. Ik leer er namelijk zelf ook veel van.’ KIJKEN WAT ER STAAT Het barokke repertoire ontdekte ze in de laatste jaren van haar opleiding. ‘Als mezzosopraan met een zwak voor coloraturen heb je niet zoveel te doen in het negentiende-eeuwse operarepertoire. Maar in de achttiende eeuw is juist ontzettend veel te beleven. De

BEELD / Nancy Glor en Mood Photostudio


24

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

Händel-cd van Anne Sofie von Otter, van ergens midden jaren negentig, was voor mij een eyeopener. Er was dus meer dan Messiah of het Weihnachts-Oratorium.’ Op een collectie met greatest hits zul je Hallenberg niet snel betrappen. Liefst vermijdt ze de platgetreden paden. ‘In het begin was ik een beetje bang voor het klassieke repertoire. Je wordt meteen met alle grote stemmen vergeleken en er wordt van je verwacht dat je het ook precies zo zingt. Daarom werk ik zo graag met dirigenten als Gardiner en Herreweghe. Niet de traditie volgen, maar kijken wat er staat en je afvragen wat de componist ermee bedoelde. Je moet dan natuurlijk nog wel je eigen beslissingen maken. Je maakt je niet altijd geliefd als je Mozart of Rossini op die manier benadert. Mensen hebben altijd verwachtingen.’

Stefano Aresi: ‘Naast de aria’s van Farinelli voegen we in dit programma stukken toe die een beeld geven van het muzikale landschap aan het hof van de Spaanse koning Ferdinand VI. We spelen bijvoorbeeld enkele militaire marsen, die daar werden gebruikt om de tijd aan te geven. Dat zullen onze musici dus ook doen tijdens het concert.’

ZONDER ADEMHALEN Hallenberg gaat altijd terug naar de bronnen, vaak samen met haar man, de musicoloog Holger Schmidt-Hallenberg. Deze keer was het vooral Stefano Aresi, muzikaal leider van het Amsterdamse ensemble Stile Galante, die het onderzoek deed. Op het programma voor het Festival Oude Muziek staan aria’s van componisten als Nicola Porpora en Giovanni Antonio Giay uit een persoonlijk manuscript van Farinelli, met handgeschreven coloraturen. Hoewel geboren in Andria beschouwde de zanger zich een Napolitaan. Bijna 25 jaar lang werkte hij aan het Spaanse hof, van waar hij in 1753 het manuscript naar Maria Theresia van Oostenrijk stuurde, om haar te laten zien wat hij avond aan avond zong. Farinelli had een heel bijzondere positie in de entourage van de koning, hij was

Farinelli met vrienden door Jacopo Amigoni, ca. 1750-52

Stefano Aresi leerde Ann Hallenberg kennen via haar echtgenoot. ‘Holger had me gevraagd om mee te werken aan een van zijn wetenschappelijke uitgaven. Ik vertelde hem over mijn onderzoek naar Luigi Marchesi, die andere grote Napolitaanse castraat. Ik zei dat ik niemand kende die deze muziek zou kunnen zingen, en toen stelde hij me aan zijn vrouw voor. We skypeten met elkaar en hadden meteen een klik. Die Marchesi-cd hebben we toen opgenomen in zeer moeilijke omstandigheden. We zaten in een museum en om de haverklap ging het alarm af. Maar Ann heeft niet één keer gemopperd. Ze is heel professioneel. Ze zei: “Ik wil dat jij me zegt wat je wilt, gebruik me als je instrument.” Ze is geïnteresseerd, nieuwsgierig, en ze vindt de muziek belangrijker dan zichzelf.’

PRIVÉJET Ze wordt vaak geassocieerd met de vocale capriolen uit de laatbarokke opera, maar haar praktijk is nog steeds zeer divers. Hallenberg heeft naar eigen zeggen geen voorkeur voor deze of gene periode. ‘Ik probeer het wel een beetje in blokken in te delen, want van de ene op de andere dag schakelen van romantiek naar barok is wel mogelijk, maar niet raadzaam. Ik heb nu de Farinelli-aria’s op de piano staan. Het is erg hard werken! Ook heel erg leuk natuurlijk, maar oh dear, wat gaat hij over grenzen heen. Het lijkt wel alsof hij wil laten zien waartoe hij allemaal in staat is. En dat was nogal wat! Als Farinelli nu leefde zou hij een superster zijn, met een privéjet.’


‘HARD WERKEN, MAAR OOK HEEL LEUK!’ / Ann Hallenberg treedt in de voetsporen van Farinelli

STEFANO ARESI is van huis uit blokfluitist en musicoloog. Hij heeft met veel dirigenten uit de oude muziek samengewerkt, maar vindt zichzelf zeker geen dirigent. ‘Als muzikaal leider ben ik vooral een coach. Mijn werk vindt tijdens de repetities plaats. Ik werk aan alle details, van de makelij van de hoborieten en de snaren tot de laatste triller. Maar tijdens het concert blijft ik op de achtergrond, een barokorkest moet alleen kunnen functioneren.’

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 di 27 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal Ann Hallenberg, sopraan Stile Galante / Stefano Aresi Farinelli! Farinelli! oudemuziek.nl/ stilegalante

25

de enige musicus met directe toegang tot de vorst. Het uitvoeren van zijn eigen originele versieringen is volgens Hallenberg de beste manier om iets van die muziek te begrijpen. Hallenberg: ‘Dat we die oorspronkelijke, handgeschreven coloraturen van Farinelli zelf nog hebben is ongelooflijk interessant. We weten precies wat hij zong. En hoe vreemd het soms ook is, ik zing elke noot! Het is ontzettend moeilijk. Soms zijn er twaalf maten zonder de minste kans op een ademhaling. Farinelli liet precieze instructies na over hoe hij wilde dat de coloraturen worden gezongen: inderdaad zonder ademhalen tussendoor. Misschien bluft hij hier, maar hij was natuurlijk niet voor niets zo beroemd. Wij verkennen de mogelijkheden. De grote valkuil is dat je zo’n virtuoze coloratuur vooral probeert te overleven. Het moet wel muziek blijven. Het is mijn werk om ze te laten klinken alsof ze op het moment ontstaan. De timing gaat soms om microsecondes. Dat is hard werken, maar ook erg leuk. Mijn hond houdt er niet van. Hij verlaat de kamer wanneer ik deze stukken zing.’

INTERESSANT Ann Hallenberg is niet bang om uitgekeken te raken op de late barok. Volgens haar is er materiaal voor nog zeker twintig programma’s en evenzoveel cd’s. ‘Er is zo veel mooie en onbekende muziek. Ik heb hier wel vier of vijf programma’s liggen. Vaak is het een kwestie van kill your darlings, want als je onbekend repertoire presenteert moet je de allerbeste stukken uitzoeken. Mensen vergelijken ze met de bekende componisten en dan krijg je al gauw te horen dat het “interessant” was.’ Ondertussen is Ann Hallenberg een internationale ster die vooral in de grote concertzalen en operahuizen te horen is. Ze heeft veel zin in haar optreden in Utrecht: ‘Ik kijk uit ernaar uit om het nieuwe Tivoli-Vredenburg te zien. In de beginperiode van het festival kwam ik er vaak, maar nu is het even geleden. Ik ben blij dat de oude Grote Zaal behouden is. Het is zo’n intieme plek om op te treden.’ ■●


26

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

‘SPANNING TUSSEN STIJLEN EN CONVENTIES’ GIULIO PRANDI IS ARTIST IN RESIDENCE

psalm componeerde hij in 1751 voor de Santa Maria dell’ Anima in Rome, en de stijl van het stuk past bij het streven van de paus om de kerkmuziek te moderniseren. Je ziet hier bijna geen contrapunt, het is alleen maar theater.’

De Italiaanse barokspecialist Giulio Prandi is, naast Marco Mencoboni, artist in residence tijdens het komende Festival Oude Muziek. Met zijn Coro e Orchestra Ghislieri geeft hij drie concerten. Wat zijn de plannen? ‘We beginnen met geestelijke werken van de Napolitaanse stile nuovo. Dit repertoire is het geestelijke equivalent van de opera, met solisten en veel emotie. Pergolesi’s Mis in d is pas in 2016 voor het eerst gepubliceerd. Het is een meesterwerk en toont een heel andere kant van deze componist, tenminste, vergeleken met zijn beroemde Stabat mater. Het is een stralend stuk, vol drama en licht en energie.’ ‘We combineren deze mis met het Dixit Dominus van Niccolò Jommelli. Hij was de beroemdste en best betaalde operacomponist van zijn tijd. Deze

‘Durantes Magnificat, waarmee we ons tweede concert openen, is lang toegeschreven geweest aan Pergolesi. Francesco Durante was zijn leraar en is een van de minder bekende, maar fundamentele meesters van de Napolitaanse school. Dit stuk is zijn manifest: zó, vond hij, moet de moderne stijl in de geestelijke muziek klinken.’ ‘We zetten het Magnificat naast het Stabat mater van Emanuele D’Astorga. Hij componeerde dit stuk in 1707 in Rome en je voelt de invloed van Corelli en Händel. Maar ook de polyfone traditie van Napels verloochent zich niet. Ik vind het een van de beste Stabat maters van de achttiende eeuw.’ ‘Het derde programma is tegengesteld aan het eerste: het Miserere van Jommelli en de Missa de Madrid van Domenico Scarlatti vertegenwoordigen de stile antico, de ‘renaissancestijl’ van de achttiende eeuw, met gregoriaanse gezangen en contra-

TEKST / Susanne Vermeulen BEELD / Pieter Kers

punt. Maar ook hier hoor je de invloeden van de opera. Die spanning tussen stijlen en conventies fascineert me. In dit repertoire vind je sporen van traditie en vernieuwing, van opera en strenge polyfonie. Er is wederzijdse invloed. In geestelijke muziek die rechtstreeks uit de opera lijkt te komen, heb je monumentale fuga’s, in stukken vol polyfonie hoor je de opera. In Napels komt alles samen.’ ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 CORO E ORCHESTRA GHISLIERI / GIULIO PRANDI artist in residence za 24 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal Magistraal stemmenspel: Pergolesi en Jommelli zo 25 aug, 17.00 uur Domkerk La vergine napoletana: Durante, D’Astorga di 27 aug, 17.00 uur Geertekerk Tussen kerk en theater: Jommelli en Scarlatti oudemuziek.nl/ghislieri


VOORWOORD

27

VRIENDENHART XAVIER VANDAMME directeur-bestuurder

Het programma van het 38ste Festival Oude Muziek is bekend: bij dit tijdschrift ontvangt u ook de nieuwe festivalbrochure. Dit jaar richten we de schijnwerpers op de rijke muzikale erfenis van Napels. Met meer dan tweehonderd concerten, lezingen en workshops wordt Utrecht van 23 augustus tot en met 1 september opnieuw het hoofdtoneel van de oude muziek. U vindt het complete programma ook op oudemuziek.nl. Dit nieuwe festival zou er niet zijn zonder u. Vrienden maken het Festival en Seizoen Oude Muziek mogelijk: het afgelopen jaar heeft de Stichting Vrienden Oude Muziek € 220.000 bijgedragen aan diverse projecten voor zowel festival als seizoen. Daarmee heeft u het verschil gemaakt. We zijn blij dat we u (opnieuw) als Vriend mogen verwelkomen. Hartelijk dank voor uw steun! ■●


28

VRIENDENHART

MAATJE WORDEN Het Festival Oude Muziek en De Tussenvoorziening – een maatschappelijke organisatie gericht op opvang, (begeleid) wonen, schuldhulpverlening en dagbesteding voor dak- en thuislozen in de stad en regio Utrecht – slaan de handen ineen. Samen willen we met twee projecten de verbindende kracht van kunst en cultuur onderstrepen en hopen we nog meer mensen blij te maken met de mooiste oude muziek, voor en achter de schermen. Ruim twintig jaar geleden werd het Maatjesproject door De Tussenvoorziening opgericht om mensen die weinig sociale contacten hebben, te helpen weer onder de mensen te komen. Het principe is simpel: een vrijwilliger wordt aan een deelnemer gekoppeld en samen ondernemen ze activiteiten.

De maatjes kunnen samen van alles doen: een kopje koffie drinken op het terras, een concertbezoek of meelopen in een van de vrijwilligersteams van het Festival Oude Muziek. Belangrijk is vertrouwen en gezelligheid. De meeste deelnemers hebben in hun leven al genoeg hulpverleners om zich heen: het is juist prettig om het eens niet over problemen te hebben, maar leuke dingen te doen en het sociale netwerk te vergoten. Wilt u maatje worden? Kijk voor meer informatie op oudemuziek.nl/maatjes


VRIENDENAANBIEDINGEN

29

Bestel de cd's eenvoudig online via oudemuziek.nl/vriendenaanbiedingen of via de bon in dit tijdschrift

DE TOEGIFT

J.S. BACH: FORGOTTEN ARIAS MAARTEN ENGELTJES, PRJCT AMSTERDAM SONY CLASSICAL 19075932442

GEEF EEN TOEGIFT Wij willen graag dat iedereen kan genieten van het Festival Oude Muziek. Daarom presenteert het festival dit jaar voor de tweede keer De Toegift. Wanneer u online of via het bestelformulier uw festivalkaarten bestelt, kunt u een vrijwillige bijdrage leveren van € 12,50 voor De Toegift. Met het bedrag dat we op deze manier ophalen, betalen we kaarten voor mensen met minder financiële middelen. De kaarten komen bij geïnteresseerden terecht via het partnerschap met De Tussenvoorziening. ■●

Luisteren naar Engeltjes verveelt geen moment. Hij vormt een weldadige eenheid met het barokensemble PRJCT Amsterdam, dat hem aandachtig begeleidt en ook van zich laat horen in de instrumentale inleidingen van twee cantates. Hoewel deze aria’s allerminst tot een ‘vergeten’ repertoire behoren, zal het programma in de smaak vallen bij kenners en liefhebbers en allen die de onvergankelijke schoonheid van Bachs muziek willen (her)ontdekken. Normale prijs ca. € 21 Vriendenprijs € 18

RORE, LUZZASCHI, GESUALDO, MONTEVERDI: AMOR, FORTUNA ET MORTE PROFETI DELLA QUINTA PAN CLASSICS PC 10396 De vijf zangers van Profeti della Quinta hebben onlangs een tournee door Nederland gemaakt met een programma dat grotendeels ook op deze cd staat. Het bevat madrigalen over liefde, dood en de grillen van het lot. De zangers zijn met hun intens geconcentreerde vertolkingen inspirerende gidsen. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19


30

VRIENDENAANBIEDINGEN

LEGATEN EN NALATEN

CAVALLI: MISSA 1660 GALILEI CONSORT O.L.V. BENJAMIN CHÉNIER CHÂTEAU DE VERSAILLES SPECTACLES CVS 006 Ter gelegenheid van het huwelijk van Lodewijk XIV en de Spaanse infanta Maria Theresia bestelde de Franse ambassadeur in Venetië een mis bij Cavalli. Wellicht ging het om dit stuk, dat het Galilei Consort nu heeft opgenomen. Het ensemble leunt stevig op de imposante akoestiek (maar niet het orgel) van Versailles’ slotkapel, waar ze de dubbelkorigheid mooi doen spreken. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 19

LONDON CIRCA 1700. PURCELL & HIS GENERATION LA RÊVEUSE O.L.V. FLORENCE BOLTON & BENJAMIN PERROT MIRARE MIR 368 De komende jaren mogen we van La Rêveuse een driedelig portret verwachten van Londens barokke wedergeboorte, de periode na Cromwells Commonwealth. De bekendste componist op dit eerste, volledig instrumentale luik moest wel Henry Purcell worden. In zijn kielzog volgt muziek van zijn broer Daniel en van Blow, Finger, Draghi en Croft, het ene werk nog subtieler dan het andere. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 18

MUY HERMOSA ES MARÍA: VILLANCICOS FROM LA REAL AUDIENCIA DE QUITO MÚSICA TEMPRANA O.L.V. ADRIÁN RODRÍGUEZ VAN DER SPOEL COBRA 0068 Música Temprana presenteert op deze cd religieuze liederen die omstreeks 1700 zijn ontstaan in Ecuador en vult ze aan met arrangementen van volksliedjes die oorspronkelijk door vrouwen bij het werk zouden zijn gezongen. Samen vormen ze een aantrekkelijk programma, dat enthousiast en met verve voor het voetlicht wordt gebracht met zeven zangers en vijf instrumentalisten. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 18

A PORTUGUESA. IBERIAN CONCERTOS & SONATAS ANDREAS STAIER, ORQUESTRA BARROCA CASA DA MÚSICA PORTO HARMONIA MUNDI HMM 902337 De fortepianist Andreas Staier stelde een hoogst onderhoudend programma samen met Portugese en Spaanse muziek. De enige echte Portugees is Carlos Seixas; van Boccherini klinkt een alle-remmen-los XL-versie van het kwintet opus 30/6, vol Madrileense nachtgeluiden. Corbett en Avison kijken zuidwaarts met respectievelijk een ‘Portugees’ concerto en een verrukkelijke Scarlatti-bewerking. Normale prijs ca. € 23 Vriendenprijs € 18

Misschien staat u liever niet stil bij het moment dat u er niet meer bent. Toch kunt u de bestemming van uw nalatenschap alleen tijdens uw leven precies regelen. Wellicht wilt u uw nalatenschap deels omzetten in muziek, door het Seizoen en Festival Oude Muziek te steunen. Dit kan door de Stichting Vrienden Oude Muziek op te nemen in uw testament. Als u overweegt de Stichting Vrienden op te nemen in uw testament of als u behoefte heeft aan meer informatie, dan komen we graag met u in contact. We kunnen u helpen bij het opstellen van uw nalatenschap, of koppelen u aan onze notaris (Hermans & Schuttevaer Notarissen N.V). Maar hoe u het ook wilt inrichten: we zijn u altijd dankbaar. Kijk voor meer informatie op oudemuziek.nl/legaten of neem vrijblijvend contact op via j.dufornee@oudemuziek.nl


31

OP REIS NAAR NAPELS NIEUWE WEGEN VOOR CAMERATA TRAJECTINA

Ze zijn dé ambassadeur voor het Nederlandse repertoire uit de zestiende en zeventiende eeuw: Camerata Trajectina barst ook na 43 jaar nog van de ideeën. Repertoire genoeg. Na het veel te vroege overlijden van twee kopstukken van het ensemble, Louis Grijp en Erik Beijer, waren de ‘cameraatjes’ daarom stellig: we gaan door. Tijdens het komende Festival Oude Muziek wendt Camerata de blik naar Napels. ‘Voor ons stond altijd boven water dat Camerata groter is dan onszelf,’ vertelt Arjen Verhage, luitist en sinds 2016 verbonden aan het ensemble. ‘Ons repertoire is het Nederlandse erfgoed. Dat tot klinken brengen is een missie op zich. Het onderwerp verdient dat we doorgaan. Met het wegvallen van Louis en Erik is er tegen wil en dank ook ruimte ontstaan voor nieuwe

TEKST / Susanne Vermeulen BEELD / Jacqueline Imminkhuizen

mensen en nieuwe impulsen. De voorstelling in het Festival Oude Muziek grijpen we bijvoorbeeld aan om met meer zangers te werken.’

man wist de hele overheid te overrompelen. Heinsius moest vluchten voor zijn leven, met achterlating van al zijn boeken en spullen.’

Tijdens het komende festival treedt Camerata Trajectina in de voetsporen van de talloze Nederlandse componisten en kunstenaars die in de zeventiende eeuw naar Italië trokken om er de cultuur op te snuiven. Verhage: ‘Schilders als Gerard ter Borch, componisten als Cornelis Schuyt en mogelijk zelfs Sweelinck ondernamen zo’n ‘grand tour’. Zij brachten Italiaanse muziek mee terug, zoals madrigalen, motetten en liederen. Die circuleerde hier flink. Daarnaast begonnen ze ook te componeren in de Italiaanse stijl en taal.’

De muziek die Camerata kiest voor de voorstelling komt uit Nederlandse bronnen. Verhage: ‘De bundel Nervi d’Orfeo werd in 1605 in Leiden gedrukt en bevat madrigalen van componisten als Marenzio en de Napolitanen Felis en De Macque. Ook het ’canto napoletano’, het Napolitaanse lied, was in Nederland erg geliefd.’ ■●

‘We volgen in onze grand tour het reisverslag van de dichter en classicus Nicolaas Heinsius, die in 1647 naar Italië ging. Hij verbleef lang in Florence en Rome maar wilde ook naar Napels. De stad was in Spaanse handen en daarom was het als Nederlander – tenslotte in oorlog met de Spanjaarden – niet eenvoudig om daar te komen. Uiteindelijk wist hij een vrijgeleide te krijgen.’ ‘In Napels had Heinsius de tijd van zijn leven. Maar hij had pech: de opstand van Masaniello brak uit. Deze visser-

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 do 29 aug, 15.00 uur TivoliVredenburg, Hertz Camerata Trajectina Grand tour, bestemming Napels oudemuziek.nl/ cameratatrajectina


MEID AAN DE MACHT GLI ANGELI BRENGT NAPELS’ BEROEMDSTE OPERA

Stephan MacLeod met Gli Angeli

Uberto, aristocraat en eeuwige vrijgezel, ontfermt zich al sinds haar kindertijd over Serpina, aards en scherp van tong. In ruil voor kost en inwoning runt zij het huishouden, maar niet zonder dat ze haar werkgever, voogd én love interest het leven (zoet) zuur maakt. Als de getergde Uberto besluit te trouwen – wat het einde zou betekenen voor haar comfortabele positie – komt Serpina in actie: de bruidsklokken zullen luiden voor één vrouw, en die vrouw is zijzelf. Met hulp van de zwijgzame butler Vespone lokt ze een willige

Uberto handig in de val en warempel: niet alleen wordt de dienstmeid inderdaad de vrouw des huizes, maar bovendien bloeit al snel ook ware liefde op. Zo leest samengevat Pergolesi’s pocketopera La serva padrona. Vier jaar geleden voerde Gli Angeli Genève het werk uit op uitnodiging van een groot Zwitsers bedrijf, nu wordt de productie van de regisseur Lorenzo Malaguerra hernomen in Utrecht. Op de vraag welke twist Malaguerra aan het verhaal gaat geven, lacht de artistiek leider

Stephan MacLeod: ‘Wie de tekst leest, ziet al snel dat er niets meer te vertellen valt dan wat er staat. En gelukkig maar, want het korte libretto is ontzettend goed gemaakt. Je kunt er eigenlijk niets aan veranderen.’ La serva padrona past in een traditie waar moderne operaliefhebbers zich nauwelijks iets bij kunnen voorstellen. Tussen de aktes van een volumineuze opera seria, in dit geval Pergolesi’s Il prigioniero superbo, vlocht de componist (of een andere auteur) komische intermezzi in twee, soms


33

TEKST / Albert Edelman

GIOVANNI BATTISTA PERGOLESI

BEELD / Marieke Wijntjes

drie bedrijven. Zo kon het publiek even ademhalen zonder uit de sfeer van het theater te hoeven stappen. Dat Pergolesi’s korte werk, samen met het Stabat mater, de tand des tijds zonder schrammen heeft doorstaan, verbaast MacLeod niet: ‘La serva padrona is van begin tot eind nauwelijks vijftig minuten, maar in die korte tijd ontvouwt zich een complete opera buffa avant la lettre, in zakformaat. In de twee karakters lezen we tegelijk een rake kritiek op de klassensamenleving en een portret van een stereotiep koppel. Het is een zedenschets die me doet denken aan films uit het Italiaanse neorealisme, scherp getekend, direct herkenbaar.’ ‘Pergolesi portretteert met

LORENZO MALAGUERRA Foto: Julie Lachance

zijn muziek bovendien perfect hoe Uberto en Serpina met elkaar spreken, hoe ze elkaar op de zenuwen werken, met alle tics en neuroses die bij een relatie horen. Ik vind vooral Serpina heel begrijpelijk: ze lijkt koste wat kost te jagen op een hogere plek in de maatschappij, maar als de maskers vallen, blijft empathie over. Je voelt warmte van beide kanten. De taal van Uberto en Serpina is verre van karikaturaal: geen dialect zoals je vaak ziet in de commedia dell’arte, maar dagelijkse dialoog die past bij hun respectievelijke sociale positie.’ Al blijft de klassenstrijd binnen de plot beperkt, het werk zelf kreeg in 1752 een revolutionaire zweem. Enkele jaren na de Parijse première – Pergolesi was al ruim vijftien jaar dood – werd de opera er de spreekwoordelijke knuppel in het hoenderhok van de ‘querelle des bouffons’. Die strijd tussen meeslepende traditie en luchtige vernieuwing – of kort door de bocht: tussen Rameau en Rousseau – smeedde uit Pergolesi’s kleinood een nieuw genre, de opéra comique. Wat het Utrechtse festivalpubliek mag verwachten? Vocale excellentie, dat sowie-

so. Bénédicte Tauran, volgens MacLeod ‘de beste Susanna die je je kunt voorstellen’, is ook geknipt voor de rol van Serpina, ‘al komt zij veel feller en meer politiek geëngageerd uit de hoek dan haar zielsverwant in Mozarts Nozze di Figaro.’ Uberto ligt in handen van Furio Zanasi. En MacLeod zelf? ‘Ik mag alles vanuit de orkestbak organiseren, muziek dirigeren die eigenlijk geen dirigent behoeft, heerlijk. In Utrecht ga ik me uitleven, het wordt leuk!’ ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 za 24 aug / 15.00 & 17.00 uur Stadsschouwburg Utrecht Gli Angeli Genève / Stephan MacLeod Pergolesi’s La serva padrone: meid aan de macht oudemuziek.nl/ gliangeligeneve


34

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

HET BLOEDWONDER Napels zingt voor San Gennaro

T

ot op de dag van vandaag is Napels een nogal on-Italiaanse stad. Meer dan duizend jaar lang was het de hoofdstad van het zuiden van Italië, zelfs – naast Istanbul – van het hele Middellandse Zeegebied. De schrijver Dominique Fernandez, auteur van Porporino of, De mysteries van Napels (1975), definieerde de stad als de enige Latijns-Amerikaanse metropool in Europa. Geen gekke gedachte. In elk geval is het de enige hoofdstad ter wereld met een muzikale stichtingsmythe: die van de zingende zeemeermin Partenope. Napels groeide door het laag op laag stapelen van gebouwen en beschavingen van verschillende vreemde overheersers. De vier oerelementen versmelten met elkaar in de antieke rituelen van de stad: de zachte lucht, doordrongen van gezang, het water van de zee en de barokke fonteinen, de aarde die trilt door voortdurende aardbevingen, het verwoestende vuur van de ingeslapen maar nimmer uitgedoofde vulkaan.

San Gennaro Juist in het vuur vindt een van de populairste en meest bediscussieerde mysteries van de stad zijn oorsprong: het wonder van het bloed van San Gennaro. Het verhaal draait om de bisschop van Benevento, Gennaro (Januarius). In het jaar 350, tijdens de christenvervolgingen onder Diocletianus, werd hij in een brandende oven opgesloten. Het vuur deed hem niets: hij kwam ongedeerd weer te voorschijn en stierf pas nadat hij met een zwaard was onthoofd. Zijn bloed zou zijn opgevangen door een vrome Napolitaanse vrouw, die het in twee glazen ampullen bewaarde. Ruim tachtig jaar later, vertelt de legende, zouden deze ampullen aan de nieuwe bisschop Severus zijn overgedragen. Hij liet het hoofd van San Gennaro in processie door de stad Napels gaan en droeg zelf de twee

TEKST / Dinko Fabris

VERTALING / Huub van der Linden

BEELD / San Gennaro verschijnt ongedeerd uit de oven. Door Jusepe de Ribera, 1646. Napels, Reale cappella del Tesoro di san Gennaro


36

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

ampullen. En toen gebeurde het wonder: het bloed in de ampullen werd weer vloeibaar, alsof het pas net uit het lichaam van de heilige was gevloeid. In werkelijkheid werd het wonder pas eeuwen later in de kronieken opgetekend, om precies te zijn op 13 augustus 1365. Maar sindsdien heeft het zich steeds opnieuw voltrokken. Tijdens het liturgisch jaar zijn drie feestdagen – in september, december en mei – aan de heilige gewijd. Dan wordt het bloed van San Gennaro in processie rondgedragen door de stad en wordt het, voor de ogen van het opgetogen volk, opnieuw vloeibaar. Wanneer dat niet gebeurt, wat in al die eeuwen gelukkig maar zelden is voorgekomen, betekent dat rampspoed voor de stad.

Rampspoed De Napolitaanse liefde voor San Gennaro is sinds het begin verbonden met gevaren en rampen. Na een verschrikkelijke pestepidemie in 1527 besloten de stadsbewoners een speciale kapel voor San Gennaro te bouwen in de kathedraal. De werkzaamheden begonnen echter pas in 1608 en werden veertig jaar later voltooid. In de tussentijd richtte in 1630 een nieuwe pestepidemie verschrikkingen aan en barstte in 1631 de Vesuvius uit. Hierdoor kreeg Gennaro definitief zijn status als de officiële beschermheilige van de stad, ook al had Napels in die tijd al twintig andere beschermheiligen (tegenwoordig zijn het er niet minder dan tweeënvijftig). Als Gennaro levend uit een brandende oven was gekomen, dan zouden zijn lichaam en bloed de Napolitanen voor altijd beschermen tegen het vuur van de Vesuvius.

HET BEELD EN HET BLOED VAN SAN GENNARO worden in processie rondgedragen. Foto: Renato Nicois, 2018

Muzikale feesten De Reale cappella del Tesoro di San Gennaro (kapel van de schat van San Gennaro), beschilderd door grote kunstenaars als Lanfranco en Domenichino, werd in 1646 ingewijd. In dit jaar werd ook het muzikale ensemble van de kapel opgericht, dat de muziek verzorgde bij de drie jaarlijkse feesten voor San Gennaro. De zes wijken (piazze of ‘pleinen’) waarin het bestuur van de stad was opgedeeld, organiseerden om beurten de feestdag in mei, de twee andere feesten kwamen voor rekening van het stadsbestuur en van het bestuur van de schatkapel, een lekenorganisatie die nog altijd de eigendommen van deze rijke kapel beheert. Voor 19 september, de belangrijkste feestdag, werden drie nachten met ‘luminarie’ georganiseerd met [verlichte] stellages, muziek en vuurwerk. Maar de hoofdrol was (en is) weggelegd voor de herhaling van het bloedwonder, dat zich ook voltrok tijdens het feest in mei. Kapelmeester Francesco Provenzale De taken van de kapelmeester van de Reale cappella waren beperkt. Behalve de drie feesten van San Gennaro was de cappella alleen aanwezig bij de belangrijkste religieuze feesten van de stad. Maar het prestige van deze klus was zo groot dat de beste zangers en instrumentalisten erom wedijverden. Francesco Provenzale, de belangrijkste Napolitaanse componist van de zeventiende eeuw, werd in 1686 kapelmeester als opvolger van Giovanni Cesare Netti. Op dat moment was hij al ruim twintig jaar ook de kapelmeester van het stadsbestuur van Napels. In deze functie bemoeide hij zich met de processies en muziek voor San Gennaro buiten de kathedraal, in de straten en pleinen eromheen. Vooral de zogenaamde ‘pirami-


Het bloedwonder / Napels zingt voor San Gennaro

37

de’ van de architect Cosimo Fanzago, een marmeren praalobelisk met een standbeeld van de heilige, was een belangrijke plek. In 1699 werd de toen zesenzeventigjarige Provenzale uit zijn functie als kapelmeester van de schatkapel ontheven, ‘om reden van zijn genoemde onkunde, die klaarlijk blijkt uit zijn oeroude composities die tijdens alle uitvoeringen alhier al jarenlang steeds worden herhaald’. In zijn plaats werd zijn collega Cristofaro Caresana gekozen: een ‘persoon van aantoonbare kunde’.

DINKO FABRIS is musicoloog en werkt al dertig jaar samen met Antonio Florio en zijn Cappella Neapolitana. Samen hebben ze veel Napolitaanse meesterwerken van de vijftiende tot de negentiende eeuw herontdekt. Ook is de oudemuziekafdeling van het conservatorium San Pietro a Majella in Napels door hen opgezet.

Zingen voor San Gennaro Caresana was geboren in Venetië maar verhuisde als tiener naar Napels. Een flink deel van zijn ongeveer honderddertig bewaard gebleven composities (bijna allemaal zelf geschreven handschriften, die worden bewaard in het Girolamini-archief in Napels) draagt de aantekening ‘voor San Gennaro’. Het interessantst zijn Caresana’s cantates waarin de personages van San Gennaro en Partenope samenkomen: een afspiegeling van de dubbele ziel van de stad, de christelijke en de heidense. Het zijn deze cantates die Cappella Neapolitana tijdens het openingsconcert van het Festival Oude Muziek tot klinken brengt, waarmee iets van de ziel van Napels in het noorden tot leven wordt gewekt.

‘In Napels wonnen de mysteries en rituelen nog aan kracht door muziek en vooral door zang’ Lichaam en bloed zijn altijd fundamentele onderdelen van de christelijke riten geweest, maar in Napels wonnen de mysteries en rituelen nog aan kracht door muziek en vooral door zang. Want, zoals theaterhistorici weten, het is de zang die alles wat op het toneel gebeurt geloofwaardigheid verleent. Het toneel in dit geval: de wereld. Cappella Neapolitana zingt over de stad met haar onwaarschijnlijke stichting door de zeemeermin Partenope, de stad die is overgeleverd aan een magisch bloedritueel om te voorkomen dat ze in mysterieuze dieptes wegzinkt. Gezang dat bezweert en betovert. ■●

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 vr 23 aug, 20.00 uur TivoliVredenburg, Grote Zaal Cappella Neapolitana / Antonio Florio Openingsconcert oudemuziek.nl/ openingsconcert


38

AMBASSADORS OF EARLY MUSIC OUDE MUZIEK VOOR JONGEREN

FLOOR VAN DALEN

Waarom zou je ambassadeur voor oude muziek worden? Eenvoudig, volgens Floor van Dalen (29): ‘De schoonheid en intimiteit van oude muziek zijn ongeëvenaard.’ Van Dalen is een van de Ambassadors of Early Music, een community die door het Festival Oude Muziek in het leven is geroepen voor jonge oudemuziekliefhebbers. Ze zingt zelf, in een amateurkoor. ‘Je komt in een andere sfeer terecht als je met renaissancemuziek bezig bent. Je trekt je even terug, niet alleen als je zelf deze muziek maakt, maar ook als je ernaar luistert.’

Wie zich aanmeldt als Ambassador of Early Music, en dat is mogelijk tot 35 jaar, kan tijdens het Festival Oude Muziek meegenieten van de muziek en van activiteiten met gelijkgestemde geesten. Concertkaarten

van het Festival Oude Muziek zijn met korting te koop en er worden evenementen georganiseerd, zoals festival-previews en borrels. Met een stapelkorting kunnen Ambassadors hun vrienden meenemen

naar de concerten. ‘Wat ik ervaar als ik zing,’ vertelt Van Dalen, ‘krijg ik ook mee als ik luister: je bent samen bezig met muziek die een sterke aantrekkingskracht heeft. Vijfstemmige Josquin bijvoorbeeld: als zangers moet je heel goed naar elkaar luisteren, alle stemmen zijn even belangrijk. Omdat die muziek zo intiem is, voel je je ook als luisteraar nauw betrokken bij wat er onder de musici gebeurt. De uitwerking is zeer krachtig.’ ‘Onlangs bezocht ik een concert van het Seizoen Oude Muziek in Zwolle: Cinquecento zong het Requiem van Morales. Schitterend! Dat concert demonstreerde precies wat ik bedoel met een kleine groep musici die maximaal effect bereikt.’ ‘Ik probeer altijd mensen uit mijn omgeving over te halen om naar concerten te gaan. Je kunt ook naar de schouwburg of naar het museum, maar waarom niet eens naar oude muziek? Het is een genre dat toegankelijk is, niet bombastisch, maar rustgevend en zelfs meditatief. Dat heeft ook te maken met de kerken waar-


39

TEKST / Frederike Berntsen BEELD / Marieke Wijntjes

in deze muziek vaak klinkt.’ Ook Henk Vogel (25), zelf organist, is Ambassador of Early Music. Hij beaamt: ‘Muziek op oude locaties, dat spreekt me erg aan. Oude muziek is vaak voor kerken geschreven, die akoestiek past erbij, het een versterkt het ander. Vorig jaar gaf Björn Schmelzer met zijn zangers van Graindelavoix een memorabele uitvoering in de Nicolaikerk. Je kon als luisteraar om de musici heen lopen – de ruimte bood die mogelijkheid. In een reguliere concertzaal zijn podium en luisteraar bijna altijd van elkaar gescheiden.’ ‘Koormuziek in een kerk: de

GRAINDELAVOIX in de Nicolaikerk tijdens het Festival Oude Muziek 2018. Foto’s: Foppe Schut

galm die de ruimte vult kan bedwelmend zijn. Omdat de klanken weerkaatsen tussen de gewelven weet je soms niet waar het geluid vandaan komt. Dat vind ik magisch.’ Met andere Ambassadors selecteren Vogel en Van Dalen hun favoriete festivalconcer-

ten. Ook bedenken ze plannen, zoals ontmoetingen met de artiesten. De groep wil de komende jaren uitgroeien tot een hechte gemeenschap met een gedeelde liefde voor oude muziek. ‘Wanneer je je aanmeldt als Ambassador of Early Music neem je een abonnement op schoonheid en verstilling, op mindfulness in muziek,’ zegt Vogel. ‘Een abonnement op het onverwachte ook: je bent op een bepaalde plek en je weet niet wat voor uitwerking de muziek op je zal hebben. Ik kan erdoor overvallen worden, en dan ben ik ademloos.’ ■●

Meer weten of aanmelden? oudemuziek.nl/ ambassadors

Henk Vogel


40

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

‘CHAOS BIEDT RUIMTE, ORDE BEKNELT’ HET ALLERLAATSTE CONCERT VAN HET DAEDALUS ENSEMBLE

H

Het is gek hoe weinig er mogelijk is in een gesprek met een artiest die ermee stopt na het concert dat de aanleiding vormt voor het gesprek: je kunt eigenlijk alleen de balans opmaken. Nu loont terugblikken bij Roberto Festa beslist de moeite: in 1986 richtte hij het Daedalus Ensemble op waarmee hij mooie cd’s maakte, en – goeddeels onder de radar – ideeën testte waarmee iconoclasten als Björn Schmelzer twintig jaar later zouden choqueren. Dankzij die ideeën blijft het handjevol geniale, en de hele reeks gewoon goede cd’s van Daedalus opvallend fris en relevant klinken. Vóór Daedalus klonk polyfonie zo onthecht als het genre cerebraal leek: de norm in de jaren tachtig was de kristallen ensembleklank en de bedwelming-zonder-paddo’s van Britse groepen als het Hilliard Ensemble en de Tallis Scholars. Echt menselijk werd polyfonie pas in 1991, met de mijlpaal-cd El Cancionero de la Catedral de Segovia: de schrijnende somberheid van Isaac’s Morte che fay klonk als een kniestoot uit de keel van Maria Cristina Kiehr, die van Festa niet als een knaapje hoefde te kleuren maar als volbloedvrouw mocht zingen. Nog later toonde Festa dat er theater en zelfs circus schuilt in polyfonie: om nooit te vergeten was het Daedalus-concert met de Canzoni villanesche alla Napolitana, laat staan de Britse Napolitaan Marco Beasley die met lichaam en gebaren betekenis maakte voordat er één noot werd gezongen.

MARCO BEASLEY Foto: Priska Ketterer

TEKST / Stefan Grondelaers

Daedalus, Festa en Beasley komen in augustus naar Utrecht met een programma dat qua repertoire nauw aansluit bij de Canzoni villanesche, met het verschil dat Festa dit keer ook zoekt naar de impact van de islam op zestiende-eeuwse Napolitaanse muziek. Hij vertelt: ‘Nu staat de moresca centraal. Die term duikt voor het eerst op in een Spaans document uit 1156 als verwijzing naar een krijgsdans die de strijd tussen christenen en Arabieren symboliseert. In de renaissance ontdoet de moresca zich van haar gedaante als oorlogsdans, en in Napels hult ze zich in het kleed van de villanesca, waaraan ze haar driestemmige opzet ontleent, de bewegingen in parallelle kwinten, en het kleurrijke poëtische universum. Ze schenkt Napels bovendien twee nieuwe personages: de Turcho – de ongelovige krijger –, en de Mora, de Moorse vrouw die

BEELD / Bob Saintes


42

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

een verleiding belichaamt die nog verraderlijker is dan die van de villanella (letterlijk “boerenmeisje”). De Mora beschikt als extra wapen over het mysterie dat haar omhult als een exotische, sensuele sluier. Het is de fascinatie voor een plaats “ver weg, het bekende voorbij”, die met deze Moorse schone tot leven komt. In de moresca ontstaat het fenomeen dat men later exotisme zal noemen, en dat zijn hoogtepunt in de negentiende-eeuwse schilderkunst kent.’ U zult het een saaie vraag vinden, maar wat voor muziek is dit eigenlijk? Sommige moresca’s zijn als madrigaal bewaard, maar er zijn er ook die de etnomusicoloog Roberto De Simone en zijn Nuova Compagnia di Canto Popolare als volksliederen uitvoeren. ‘Tijdens de renaissance worden twee categorieën van de Latijnse literatuur in ere hersteld: de vis tragica [vis (Lat.) = kracht] die zich in muzikaal opzicht vertaalt in madrigalen, motetten en missen, en de vis comica, waartoe alle strofische vormen van poëzie en muziek behoren: canzoni, villanelle, strambotti, etcetera. De vis tragica stelt de componist in staat complexe stukken te schrijven in de affectrijke dissonante stijl van de Venetiaanse school van Willaert. De strofische poëzievormen spreken en zingen de sermo humilis, een taalgebruik dat past bij de eenvoud en het spontane karakter van de vis comica. Moresca’s zijn dus geen madrigalen, maar met traditionele muziek hebben ze evenmin veel te maken. De jaren zeventig waarin Roberto De Simone actief was, waren de jaren waarin de Italianen hun dialecten en muzikale tradities herontdekten, en nogal wat materiaal is aan die ‘ontdekkingsijver’ aangepast. Veel liederen die De Simone zijn Nuova Compagnia in de mond legde, zijn zestiende-eeuwse villanelle die hij populariseerde door de tekst te vertalen naar een Napolitaans dat heel anders is dan het Napolitaans van de renaissance.’

DANZA MORISCA uit het Trachtenbuch van Christoph Weiditz, Ms. 22474 ca. 1530/40, blz. 107-108. Neurenberg, Germanisches Nationalmuseum

De volkse en etnische instrumenten die u graag gebruikt in dit repertoire hebben dan ook niet folklore of cross-over als doel, neem ik aan? ‘Ik gebruik klank altijd om beelden te creëren. In ons programma figureert inderdaad een oud (Arabische luit) die ze in het Napels van de zestiende eeuw wellicht nooit gezien hebben. Voor mij is het echter essentieel een sonore evocatie te creëren van de reis die de moresca aflegt van Zuid-Spanje tot aan de schaduw van de Vesuvius. Dat ik met die oud de mensen voor het hoofd stoot die historische en archeologische correctheid belangrijk vinden, kan me eigenlijk niet zoveel schelen. Weet je, ik wil mijn partituren als een röntgenfoto kunnen lezen, al is het jammer dat zelfs röntgenfoto’s geen toegang bieden tot de emoties die onder de noten zitten: de muziek is namelijk de enige kunst die direct toegang heeft tot wat vroeger de ‘lagere vermogens van de ziel’ werden genoemd, de vermogens die ontsnappen aan het oordeel en de controle van de rede. Maar zestiende-eeuwse muziek is gelukkig geconstrueerd volgens een grammatica van affecten en emoties: het humanisme heeft ons een serie conventies nagelaten die ons in staat stelt te weten welk affect een bepaalde muzikale frase moet verbeelden. Er bestaat dus een nauw verband tussen de manier waarop de muziek is geschreven en de emotie die ze moet overbrengen.’


Het allerlaatste concert van het Daedalus Ensemble / ‘Chaos biedt ruimte, orde beknelt’

Roberto Festa: ‘Ik heb A Calascione van Pasquini ooit vrijwillig verminkt door aan de gevraagde instrumenten (twee violen en een orgel) een flamencogitaar toe te voegen, die natuurlijk niks met Italië te maken heeft, maar alles met het Spanje dat Napels in de zestiende eeuw eigenlijk was. Met canzone napoletana is het zoals met de pizza: het zijn bij uitstek symbolen van de Napolitaanse identiteit, maar eigenlijk Spaanse uitvindingen.’

43

Daedalus Ensemble

U heeft de afgelopen dertig jaar altijd grondig onderzoek gedaan voor uw projecten, maar hoedt zich ervoor te suggereren dat uw waarheid de enige is… ‘Omdat er niet één waarheid is, en omdat ik bovendien een afkeer heb van perfectie. Leonardo da Vinci vroeg zijn collega-schilders om nooit de laatste penseelstreek op het canvas aan te brengen, omdat die het gebaar is van de arrogante schilder die gelooft in perfectie. Ik heb een afkeer van perfectie als daarmee schoonheid van een absolute orde wordt bedoeld. Van orde krijg ik koude rillingen. Ik heb geleerd het leven te beschouwen vanaf de kant van de chaos. Chaos biedt ruimte, orde beknelt.’ Voor wie, zoals u, van oordeel is dat je ‘de muzen hoort te verenigen om het emotionele DNA van een partituur te ontsluiten’, moet het een godsgeschenk zijn opnieuw te kunnen werken met het theaterdier Marco Beasley. ‘Bij Marco heeft inderdaad alles betekenis: zang, voordracht, beweging. We leerden elkaar kennen toen we achttien jaar oud waren. Ik speelde fluit in Bachs Actus tragicus, Marco zong, in het Duits. Die avond werd er gefeest en zoals gewoonlijk ging dat door tot in de vroege ochtend. Toen ik hem tijdens dat feest hoorde zingen, besloot ik dat we samen een cd moesten maken.’

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 wo 28 aug, 17.00 uur TivoliVredenburg, Hertz Daedalus Ensemble / Roberto Festa Daedalus, addio… oudemuziek.nl/ daedalus

Nu we bij het einde van dit gesprek zijn gekomen, durf ik te vragen wat ik eigenlijk niet mocht vragen: gaat u echt stoppen na dit concert? Wat gaat u doen met de rest van uw leven? ‘Ik denk dat het beste antwoord is: er gewoon het zwijgen toe doen.’ ■●

‘Weet je, ik wil mijn partituren als een röntgenfoto kunnen lezen’


UIT DE BRON

DE DAGBOEKEN VAN DAVID BECK (2) EEN MUZIKALE SCHOOLMEESTER IN DE GOUDEN EEUW

Het manuscript van dit tweede dagboek dook pas in 2011 weer op bij een veiling in Amsterdam, en is nu in bezit van het Gelders Archief in Arnhem. Het beslaat de periode van 1 januari 1627 tot 6 november 1628, waarin het tijdvak van mei tot augustus 1628 ontbreekt. Begin 1625 was Beck van Den Haag naar Arnhem verhuisd, waar het stadsbestuur hem als schoolmeester had benoemd. Hij had er kost en inwoning bij de familie Roer. De dagboeken van de schoolmeester David Beck (1594-1634) zijn unieke bronnen voor onze kennis van het dagelijks leven in de Gouden Eeuw. En ook van het muziek- leven, omdat Beck behalve tekenaar en dichter een verwoed amateurmusicus was. Zijn Haagse dagboek uit 1624 was al langer bekend, recent is ook zijn Arnhemse dagboek van enkele jaren later boven water gekomen. In deze tweede aflevering van een tweeluik: Arnhem 16271628.

Net als in het Haagse dagboek schrijft Beck in Arnhem weinig over zijn school, maar over het dagelijks leven des te meer. Hij zingt veel en heeft aan zijn instrumentarium van viool en blokfluit een citer toegevoegd. Moest Beck in 1624 het verlies van zijn echtgenote Roeltje verwerken, in Arnhem is hij op vrijersvoeten. Zo schrijft hij minnedichten voor Geertruijdt Noot, met wie hij in 1630 in het huwelijk zou treden. Het dichten was een muzikale activiteit, want vaak lag aan de woorden een bestaande melodie ten grondslag, een principe dat we tegenwoordig contrafactuur noemen. Nadat Geertruidt voor een paar dagen met

haar broer naar Emmerik was vertrokken, noteerde Beck: Thuijs naer den eten dichte ick een absentieliet op G.N. afwesen, op de voise: Ou luis, tu soleil de mon ame. (18 augustus 1628) De air Où luis-tu soleil de mon âme was van Pierre Guédron. Als muzikale basis voor nieuwe teksten zou de melodie pas omstreeks 1640 populair worden in de Nederlandse Republiek. Dat Beck er vroeg bij was, is wel te verklaren: de oorspronkelijke air van Guédron stamt uit het eerste Livre d’airs de différents Autheurs (1608) van Gabriel Bataille en Beck bezat hiervan een exemplaar. Uren was hij er zoet mee: Sanck tot midnacht in de airs van Bataille eer ick slapen ging. (7 oktober 1627) Mogelijk was het onder invloed van deze Franse airs dat Beck zelf begon met componeren. Op 16 juli 1627: Ick maeckte an den avont de eerste 2 airs of wijskens op musijcknooten van mijn leven, ging vroeg slaepen. Twee weken later liet hij ze corrigeren door Valentino Hackenberger, de rector van de Latijnse school: Ick besocht de rec-


45

TEKST / Thiemo Wind BEELD / Het Arnhemse dagboek van David Beck: titelpagina.

toor ten 4 uijren die mijn airs corrigeerde ende 1 uijrken op de clavesingel speelde, waeronder ick ende zijne Frits zongen den 50 ende 100 psalm ende Susanne un jour. Bij de rector kwam hij geregeld over de vloer. Dan werd er gewoonlijk gemusiceerd. Dat het klavecimbel Becks bijzondere belangstelling had, bleek al uit zijn Haagse dagboek. In Arnhem lukte het hem een eigen exemplaar te kopen. Op 26 maart 1628: Ick was ten 2 uijren tot joffer Haeften ende kocht haere clavecingel voor 15 gl. [gulden] […] lietse thuijs halen ende reijnigde se. Een week later, op 2 april: Ick was al den naermiddag op mijn camer bij Joannis der Lit den speelman, die mijn clavecingel stelde [stemde]. Die avond: Naer den eten raesde ick noch 1 uijr of 2 op de clavecingel. Beck was bar trots op zijn aanwinst, graag liet hij het aan zijn vrienden zien. De Lit kwam het instrument op 21 april repareren en vanaf de volgende dag was hij Becks leraar: Joannis begon mij an den avont te leeren op de

clavecingel. De maanden die volgden oefende de schoolmeester plichtsgetrouw wat De Lit hem opgaf. Tot Becks opmerkelijke observaties in zijn dagboeken behoort het fenomeen van de aubade, een nachtelijk eerbetoon, vaak vanuit amoureuze motieven. In de nacht van 25 op 26 augustus 1627 wordt hij erdoor gewekt: Ging tijdelijk [bijtijds] slapen ende hoorde nachts voor Althofs huijs in onse steeg een schoone aubade van clavecingel, violon ende fluijten. Een klavecimbel is niet bepaald een instrument dat je op straat zou verwachten. Ook vier maanden later deed zich weer zo’n aubade voor, aan de overkant van het huis. ■●

Moderne uitgave Mijn voornaamste daden en ontmoetingen – Dagboek van David Beck, Arnhem 1627-1628, uitgegeven door Jeroen Blaak. Hilversum: Verloren, 2014. Het originele manuscript is te raadplegen via de website van het Gelders Archief, geldersarchief.nl (onder ‘bronnen’).

GEZICHT OP ARNHEM (detail) door Jan van Goyen, 1644. Rijksmuseum Amsterdam JAN STEEN Aubade (ca. 1675). Praag, Nationale Galerij

DE AIR OÙ LUIS-TU SOLEIL DE MON ÂME van Pierre Guédron, uit het eerste Livre d’airs de différents Autheurs (1608) van Gabriel Bataille.


46

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

EER AAN DE VADER Alessandro Scarlatti, meester van het muzikale drama

DOMENICO SCARLATTI portret door Domingo Antonio Velasco, 1738. Alpiarรงa (P), Casa dos Patudos

TEKST / Ignace Bossuyt

ALESSANDRO SCARLATTI anoniem portret, ca. 1720. Bologna, Museo internazionale e biblioteca della musica

CHRISTINA VAN ZWEDEN mecenas van Scarlatti, door David Beck (neef van schoolmeester David Beck), ca. 1650. Stockholm, Livrustkammaren


Eer aan de vader

47

stof, evenals de meeste van zijn liturgische werken (zoals meerdere psalmen Miserere en Latijnse lezingen voor de Goede Week).

A

lessandro Scarlatti is met klavierwerken, kamermuziek, cantates en het oratorium Agar e Ismael goed vertegenwoordigd tijdens het komende Festival Oude Muziek. Als muzikaal leider van de koninklijke kapel is hij groot geworden in Napels, waar hij genres als cantate en oratorium flink moderniseerde door elementen uit de opera in te voegen. Ignace Bossuyt, emeritus hoogleraar van de Katholieke Universiteit Leuven en Scarlattikenner, introduceert deze veelzijdige componist. ‘Napels is het talent van mijn zoon onwaardig en Rome biedt geen onderdak aan de muziek, die er leeft als een bedelaar. Mijn zoon is als een jonge arend van wie de vleugels zijn uitgegroeid, die niet in ledigheid in het nest kan blijven en van wie ik de vlucht niet kan tegenhouden.’ Met deze woorden geeft de Siciliaanse componist Alessandro Scarlatti in een brief van 30 mei 1705 aan Ferdinando de’ Medici, de groothertog van Toscane, zijn ongezouten mening over de toestand van het muziekleven in de twee steden waar hij zelf zijn carrière uitbouwde, Rome en Napels, en waar hij geen heil zag voor zijn getalenteerde twintigjarige zoon Domenico. Uiteindelijk vond Domenico een vaste stek en een geprivilegieerde muzikale functie op het Iberische schiereiland, eerst in Lissabon, daarna in Madrid. Uit de decennia die hij daar verbleef dateren de meer dan vijfhonderd eendelige klaviersonates, waar zijn naam en faam tot op heden aan verbonden blijven. Als gevolg van de populariteit van deze verfijnde pareltjes is de muziek van zijn vader Alessandro in zijn schaduw gebleven – ten onrechte. Zijn omvangrijke oeuvre is van superieure kwaliteit. Van de meer dan honderd opera’s bleef ongeveer een derde bewaard, van de circa veertig oratoria bijna de helft. De meer dan zeshonderd cantates liggen in talrijke bibliotheken nog grotendeels onder het

Rome en Napels Zoals toen courant was, bepaalde het mecenaat van kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders de carrière van een musicus. Alessandro’s loopbaan als componist vormt hierop geen uitzondering. Hij werd in 1660 geboren in Palermo als telg van een muzikale familie. In 1672 week het gezin uit naar Rome. Zijn talent ontplooide zich erg snel, want in 1679 had hij al succes met een eerste opera. Hij kwam er in contact met invloedrijke mecenassen, zoals Christina, de naar Rome geëmigreerde koningin van Zweden, en de kardinalen Pietro Ottoboni en Benedetto Pamphili. Een publiek operahuis zoals in Venetië was er in Rome niet, en toen de paus opera-uitvoeringen verbood, week Scarlatti uit naar Napels, waar hem in 1684 de leiding werd aangeboden van de hofkapel van de Spaanse vicekoning. In 1703 keerde hij voor enkele jaren terug naar Rome, waar hij de steun genoot van markies Francesco Maria Ruspoli, die er ook de jonge Georg Friedrich Händel begunstigde. In 1709 vestigde Scarlatti zich opnieuw als kapelmeester in Napels, onder de nieuwe vicekoning, kardinaal Vincenzo Grimani. Zijn muziek viel echter steeds meer ten prooi aan kritiek, die vooral gericht was tegen de complexiteit ervan. De smaak evolueerde naar minder geleerde en meer onderhoudende muziek. Hij vond vooral soelaas in opdrachten van zijn Romeinse beschermheren (opera’s, oratoria en liturgische muziek), die er een conservatievere smaak op nahielden. Bij zijn overlijden op 22 oktober 1722 liet Scarlatti niet alleen een groot gezin en een berg schulden na, maar ook honderden partituren waarmee hij vooral had voldaan aan de artistieke prestigezucht van aristocratische mecenassen, die tot meerdere eer en glorie van hun eigen persoon elkaar in onderlinge artistieke wedijver graag de loef afstaken.

De cantate als experimenteel genre De elite aan wier wensen Scarlatti in Rome en Napels voldeed, bestond uit kenners die hem toelieten het beste van zichzelf te geven, zonder toegevingen aan de eisen van een betalend, op sensatiezucht belust publiek zoals in Venetië. Ondanks die sterk persoonlijke toets volgde hij ook de trends van die tijd. Wellicht de belangrijkste evolutie in zijn carrière, die liep van 1679 tot 1721, was de structurele en stilistische toenadering tussen de drie centrale genres: opera, oratorium en cantate.


Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

De cantate (cantata da camera) was het intieme genre voor de wekelijkse bijeenkomsten van intellectuelen in de paleizen van de aristocratie. De bezetting was doorgaans beperkt tot één stem met basso continuo, soms met toegevoegde instrumenten (vooral violen). Heel wat edellieden in Rome behoorden tot de befaamde Arcadische Academie, een erudiet gezelschap dat zich bezighield met de heropleving van de poëzie en in het verlengde daarvan de cantate een ereplaats gaf. Zij waren verzot op verfijnde muziek op basis van pastorale thema’s, met herders en herderinnen zich in een fictief arcadisch paradijs vermaakten met liefdesperikelen. In de cantates voor deze uitgelezen ‘literati’ kon Scarlatti naar hartenlust experimenteren, onder meer met verfijnd contrapunt en ongewone harmonische wendingen. Zijn rijke en subtiele harmonische palet lokte wel kritiek uit van buitenstaanders, zoals van de Duitse componist en theoreticus Johann David Heinichen die zijn harmonie ‘unnatürlich’ und ‘gewaltsam’ vond, en van de Engelse muziekhistoricus Charles Burney, die Scarlatti wel bewonderde maar over zijn harmonie schreef: ‘His modulation, in struggling at novelty, is sometimes crude and unnaturel.’ In navolging van de opera kreeg de cantate wel meer en meer een stereotiepe opbouw, gebaseerd op de systematische afwisseling tussen vaak dramatische recitatieven en meer op reflectie of affectuitdrukking gerichte aria’s. De aria zelf evolueerde naar een type dat vanaf circa 1700 nagenoeg de exclusiviteit verwierf: de driedelige da capo-aria volgens de opbouw ABA, dus met een herhaling van het eerste deel (A), na een al dan niet muzikaal contrasterend middendeel (B).

De opera De eerste die de aandacht vestigde op Scarlatti als een dramatisch natuurtalent was de Zweedse

koningin Christina, nadat de negentienjarige in 1679 in Rome vanuit het niets met een succesrijke opera op het toneel was verschenen. Dat was het begin van een carrière van meer dan veertig jaar. Het opvallendste kenmerk van zijn operaproductie, die overwegend bestemd was voor Napels, is gelegen in de evolutie van de aria tot de da-capostructuur waarbij de deelname van instrumenten als ‘gesprekspartner’ essentieel was. Stilistisch bleef Scarlatti de op het contrapunt gestoelde ‘stile antico’ trouw, waarbij hij de diverse partijen als gelijkwaardige, interactieve partners behandelde. De structurele uitbreiding van de aria leidde tot een reductie van het aantal, wat de dramatische coherentie ten goede kwam. Zijn opera’s zijn overwegend ernstig van toon en vormen een hoogtepunt van de opera seria, waarbij voor komische personages en leuke intermezzi steeds minder plaats was. De thematiek was hoofdzakelijk ontleend aan de oudheid, vooral de Romeinse geschiedenis, met heldhaftige figuren die verwikkeld waren in een tweestrijd tussen de private sfeer (de liefde) en het algemeen belang. Scarlatti slaagde erin de personages in de aria’s treffend te karakteriseren, waarbij hij ook steeds meer begeleide recitatieven inlaste, die de dramatische impact verhoogden. Dit wijst alweer op het belang van de instrumenten in functie van het drama.

Het oratorium Het oratorium dankt zijn ontstaan en zijn naam aan de paraliturgische bijeenkomsten die vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw werden gehouden in de gebedszaal (het oratorium) van bloeiende religieuze broederschappen. De genootschappen die rekruteerden in de hogere

Pagina uit La Griselda, de laatste opera van Scarlatti (1721). Londen, British Library

Zicht op Napels, door Caspar van Wittel (Vanvitelli), ca. 1700. Napels, Banco Commerciale Italiana

48


Eer aan de vader

kringen zongen en baden in het Latijn, de meer volkse broederschappen in de volkstaal. De uitbreiding van het muzikale aandeel resulteerde in de loop van de zeventiende eeuw in twee types: het oratorium latinum, met als boegbeeld Giacomo Carissimi (1605-1675), en het oratorio volgare, dat een hoogtepunt kende in het oeuvre van Alessandro Stradella (1644-1682). Op het door hen gebaande pad ging Scarlatti verder, waarbij de steeds nauwere band met de opera de opvallendste tendens werd, onder meer door de overname van de da capo-aria en door het gebruik van een nieuw geschreven libretto (in plaats van de vroegere letterlijke ontleningen aan de Bijbel). Als bijzonder getalenteerde dramaticus slaagde Scarlatti er ook binnen dit genre in de wisselende emotionele situaties van de personages trefzeker te verklanken. Hij ontleende die meestal aan de Bijbel (zoals in Agar et Ismaele esiliati uit 1683, zijn eerste oratorium latinum), verder aan heiligenlevens en aan een schare allegorische figuren. Het merendeel van deze op religieuze thema’s gebaseerde oratoria was bestemd voor uitvoering in de gebedshuizen van de broederschappen of in de privéverblijven of theaters van zijn aristocratische mecenassen, vooral in Rome.

Instrumentale muziek Scarlatti’s bijdrage tot het zuiver instrumentale repertoire bleef beperkt. Deze werken omvatten onder meer een reeks toccata’s en variaties voor klavecimbel, een aantal concerti grossi en vooral sonates voor traverso en strijkers. Deze laatste componeerde hij hoofdzakelijk in 1725, het jaar van zijn overlijden, speciaal voor de beroemdste traversospeler van zijn tijd: Johann Joachim Quantz, de privéleraar van de fluitspelende koning Frederik van Pruisen, die toen Napels bezocht. Het zijn knappe werkjes waarin de solist en het ensemble elkaar in concerterende dialoog uitstekend aanvullen. ■●

49

ZIJN OPERA’S ZIJN OVERWEGEND ERNSTIG VAN TOON EN VORMEN EEN HOOGTEPUNT VAN DE OPERA SERIA

FESTIVAL OUDE MUZIEK UTRECHT 2019 ALESSANDRO SCARLATTI za 24 augustus, 11.00 uur TivoliVredenburg, Hertz Erik Bosgraaf met Cordevento Scarlatti en Fiorenza: concerten voor blokfluit zo 25 augustus, 17.00 uur Geertekerk Scherzi musicali / Nicholas Achten Alessandro Scarlatti: kamercantates wo 28 augustus, 13.00 uur Lutherse Kerk Bart Naessens Napels klavierstad: Alessandro Scarlatti do 29 augustus, 20.00 uur Stadsschouwburg Utrecht Die Neue Hofkapelle Graz Scarlatti: Agar et Ismaele vr 31 augustus. 15.00 uur TivoliVredenburg, Hertz A nocte temporis / Anna Besson De reis van Quantz zo 1 september, 17.00 uur Geertekerk L’Escadron volant de la reine Caresana, Ziani, Scarlatti: Settimana santa zo 1 september, 17.00 uur TivoliVredenburg, Hertz B’Rock met Lucie Horsch Leo, Durante en Scarlatti: concerten voor blokfluit oudemuziek.nl/scarlatti


50

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

CD’s

J.S. BACH: FORGOTTEN ARIAS MAARTEN ENGELTJES, PRJCT AMSTERDAM SONY CLASSICAL 19075932442

TEKST / Albert Edelman (AE) Eddie Vetter (EV) Thiemo Wind (TW)

Toen hij een jaar of vijf was, zong Maarten Engeltjes als jongenssopraan voor het eerst in Bachs Matthäus-Passion. Het raakte hem in het diepst van zijn ziel. Volgens de toelichting bij de cd noteerde zijn moeder kort daarna in een dagboek: ‘Maarten luistert alleen maar naar Bach.’ Het is bijna alsof de jongen toen al wist dat hij de rest van zijn leven deze muziek wilde zingen en dertig jaar later Forgotten arias van de componist zou uitbrengen op het gerenommeerde label Sony Classical. Deze titel is misleidend want de aria’s behoren allerminst tot een vergeten repertoire. De Nederlandse countertenor mikt duidelijk op een publiek dat niet thuis is in Bachs geestelijke cantates. Hij heeft de aria’s losgeweekt uit hun religieuze context, ervan overtuigd dat ze met hun spirituele en emotionele zeggingskracht ook zonder liturgische overwegingen hedendaagse luisteraars kunnen raken. Muziek geeft de woorden vleugels, maar heeft nu eenmaal van zichzelf een minder vastomlijnde betekenis dan de woorden zelf. Zo heeft Bach twee geestelijke composities op deze cd ook gebruikt in een huwelijkscantate. De aria’s hebben zelden een dramatisch karakter. Ze roepen de sluimerende ziel op tot waakzaamheid, loven Jezus als goede herder of smachten naar verlossing uit het aardse tranendal. Ze hebben meestal een rustgevende werking en strelen de oren met hun tijdloze schoonheid. Hoewel het ariagenre uit Italië afkomstig is en Engeltjes zegt te streven naar een meer ZuidEuropese benadering, overheerst in zijn interpretatie toch een noordelijke sfeer, wel warm en innig, maar eerder ingetogen dan extravert. Zijn stem is soepel wendbaar in de coloraturen en stabiel in lange lijnen. Daarbij maakt hij opvallend weinig gebruik van contrasten in de dynamiek. Aangezien ook de kleuring van de tonen binnen de perken blijft, zou een en ander kunnen leiden tot een zekere monotonie, maar luisteren naar Engeltjes verveelt geen moment. Hij vormt een weldadige eenheid met het door hemzelf opgerichte barokensemble PRJCT Amsterdam, dat hem aandachtig begeleidt en ook van zich laat horen in de instrumentale inleidingen van twee cantates. Geen ‘vergeten aria’s’ dus, maar wel een programma dat in de smaak zal vallen bij kenners en liefhebbers en allen die de onvergankelijke schoonheid van Bachs muziek willen (her)ontdekken. EV


CD’S Cd’s

51

CABEZÓN: TIENTOS, DIFERENCIAS Y GLOSADAS LÉON BERBEN, ORGEL AEOLUS AE 11171

RORE, LUZZASCHI, GESUALDO, MONTEVERDI: AMOR, FORTUNA ET MORTE PROFETI DELLA QUINTA PAN CLASSICS PC 10396

CAVALLI: MISSA 1660 GALILEI CONSORT O.L.V. BENJAMIN CHÉNIER CHÂTEAU DE VERSAILLES SPECTACLES CVS 006

Sinds kort is Léon Berben organist

De vijf zangers van Profeti della

Twee jaar voordat hij in 1662 Parijs

van de St. Andreaskirche in Ostön-

Quinta hebben onlangs een tournee

verraste met Ercole amante, leverde

nen. Daar bespeelt hij een van de

door Nederland gemaakt met een

Francesco Cavalli al zijn diensten ter

oudste orgels van de wereld. De oor-

programma dat grotendeels ook op

meerdere eer en glorie van de jonge

spronkelijke delen stammen nog uit

deze cd staat. Het bevat madrigalen

Lodewijk XIV. Opnieuw was hij pion

het begin van de vijftiende eeuw. Op

over liefde, dood en de grillen van het

in een diplomatieke meesterzet, dit

deze cd wijdt hij zich aan werken van

lot. Monteverdi’s broer beschouwde

keer niet uit Mazarins koker, maar van

Antonio de Cabezón (ca. 1510-1566),

Cipriano de Rore als een voorloper

de Franse ambassadeur in Venetië. De

de blinde hofmusicus van Karel V en

van de ‘seconda prattica’, waarin

gezant spaarde kosten noch moeite

Filips II. Het Duitse orgel past met

muziek in dienst van de tekst moest

om het huwelijk van de jonge koning,

zijn beperkte mogelijkheden wonder-

staan. Waar Petrarca in een gedicht

maar vooral ook de lang voor onmo-

wel bij deze vroege Spaanse muziek.

de versregels niet laat rijmen om-

gelijk gehouden vrede tussen Frank-

Jaren later zou Gilles Brebos de grote

dat zijn verdriet niet in rijm past,

rijk en Spanje, te vieren. Hij lokte de

orgels van het Escorial bouwen, maar

gaat Rore expres ‘lelijk’ compone-

beste instrumentalisten en zangers

Cabezón bespeelde nog traditionele

ren en tegen de regels zondigen,

van de opera naar de kerk voor een

instrumenten. Léon Berben heeft zich

want leed valt niet te rijmen met een

luxueuze mis van Cavalli, met cen-

bij de soms wat overdadige versierin-

harmonieuze componeerstijl. Zulke

traal een ‘lofpreek’ over de kwalitei-

gen onder meer laten leiden door het

experimenten leidden tot de wran-

ten van Maria Theresa van Spanje en

contemporaine traktaat van Diego

ge dissonanten van Gesualdo en de

haar bruidegom Lodewijk. Het Galilei

Ortiz, dat eigenlijk bestemd is voor

hartstochtelijke dramatiek van Mon-

Consort leunt stevig op de imposan-

de viola da gamba. Zijn spel is tot in

teverdi, zoals in Lamento della ninfa

te akoestiek (maar niet het orgel) van

de puntjes historisch verantwoord,

en Lamento d’Arianna (hier gezongen

Versailles’ slotkapel, waar ze de dub-

maar ook bijzonder levendig met het

in de madrigaalversie). De zangers

belkorigheid mooi doen spreken. AE

volle behoud van het verrassend im-

van Profeti della Quinta zijn met hun

provisatorische karakter dat veel van

intens geconcentreerde vertolkingen

Cabezóns muziek kenmerkt. EV

inspirerende gidsen. In Monteverdi krijgen zij steun van de al even voortreffelijke luitist Ori Harmelin. EV


52

Tijdschrift Oude Muziek / 02 2019

LONDON CIRCA 1700. PURCELL & HIS GENERATION LA RÊVEUSE O.L.V. FLORENCE BOLTON & BENJAMIN PERROT MIRARE MIR 368

MUY HERMOSA ES MARÍA MÚSICA TEMPRANA O.L.V. ADRIÁN RODRÍGUEZ VAN DER SPOEL COBRA 0068

A PORTUGUESA. IBERIAN CONCERTOS & SONATAS ANDREAS STAIER, ORQUESTRA BARROCA CASA DA MÚSICA PORTO HARMONIA MUNDI 902337

De komende jaren mogen we van La

In de avontuurlijke zoektocht naar La-

Niet via de kortste, maar wel via de

Rêveuse een driedelig portret ver-

tijns-Amerikaanse barokmuziek pre-

vruchtbaarste route slaagden de ko-

wachten van Londens barokke weder-

senteert Música Temprana op deze

ningen van Portugal en Spanje erin

geboorte, de periode na Cromwells

cd religieuze liederen die omstreeks

hun hofcultuur op net zo’n stralend

Commonwealth waarin het culturele

1700 zijn ontstaan in Ecuador. Het

peil te brengen als hun Franse riva-

leven letterlijk was stilgevallen. Engel-

Ensemble Villancico is enkele jaren

len deden. Uit het oosten kwamen

se oren hongerden naar input uit con-

geleden de groep al voorgegaan in

de Italianen aangevaren, terwijl En-

tinentaal Europa – dat gaat blijkbaar

de ontginning van dit interessante

gelse handelaars thuis konden getui-

in golven… – en lieten zich gretig mee-

gebied. De stukken bevinden zich

gen van de barokke grandeur op het

voeren op Italiaanse, Franse en Duitse

in een verzamelcodex in Ibarra, een

Iberisch schiereiland. Andreas Staier

klanken. De bekendste componist op

stad op meer dan tweeduizend meter

stelde een hoogst onderhoudend

dit eerste, volledig instrumentale luik

hoogte in de Andes. Een villancico is

programma samen, waarin hij soms

moest wel Henry Purcell worden, mu-

een meerstemmig lied bestaande uit

de leiding neemt van het barokorkest

zikale spons bij uitstek, maar helaas

coupletten en een refrein. De boerse

uit Porto onder aanvoering van Huw

veel te jong overleden. In zijn kielzog

origine van het genre (‘villano’ bete-

Daniel, soms met hen soleert, en in

volgt muziek van zijn broer Daniel en

kent boer) is er vaak nog aan af te

het geval van een Scarlatti-sonate

van Blow, Finger, Draghi en Croft, het

horen. Mogelijk zijn sommige door

ook alleen te horen is. De enige ech-

ene werk nog subtieler dan het ande-

nonnen gemaakt. De artistiek lei-

te Portugees is Carlos Seixas, verte-

re. De blokfluit van Sébastien Marq

der Adrián Rodríguez Van der Spoel

genwoordigd met twee compacte

primeert, maar ook artistiek leider

vult ze aan met arrangementen van

concertjes, terwijl Boccherini het hek

Florence Bolton zelf treedt met een

volksliedjes die oorspronkelijk door

mag sluiten met een alle-remmen-los

indringende gambasonate van Finger

vrouwen bij het werk zouden zijn ge-

XL-versie van het kwintet opus 30/6

voor het voetlicht. Verstilling, voor mij

zongen. Samen vormen ze een aan-

vol Madrileense nachtgeluiden. Cor-

altijd al de troef van La Rêveuse, komt

trekkelijk programma, dat enthousi-

bett en Avison kijken op hun beurt

eigenlijk het best tot haar recht in een

ast en met verve voor het voetlicht

zuidwaarts met respectievelijk een

intiem live-optreden, maar dankzij

wordt gebracht door de zeven zan-

‘Portugees’ concerto en een verruk-

deze mooie opname hebben we al een

gers en vijf instrumentalisten van het

kelijke Scarlatti-bewerking. Niet al

glimp om te koesteren. AE

ensemble. EV

deze parels zijn even hard gepoetst, maar maken samen toch een glanzend juweel. AE


CD’S

J.S. BACH: CONCERTOS FOR ORGAN AND STRINGS BART JACOBS & LES MUFFATTI RAMÉE RAM 1804

DEBUSSY: JEUX, NOCTURNES, PRÉLUDE À L’APRÈS-MIDI D’UN FAUNE LES SIÈCLES O.L.V. FRANÇOIS-XAVIER ROTH HARMONIA MUNDI 905291

Wat een droomproductie is deze cd

Aan het begin van de twintigste eeuw

van het Brusselse barokorkest Les

speelden strijkers nog op darmsna-

Muffatti: goed gespeeld, goed op-

ren en de bouwwijze van blaasinstru-

genomen, goed uitgelegd. Ook de

menten was hier vanzelfsprekend op

prachtige kopie van een orgel van

afgestemd. Het is daarom zinvol om

Silbermann helpt hieraan mee. In de

ook muziek uit die periode op histo-

Georgenkirche van Rötha bij Leipzig

rische instrumenten te verkennen. De

staat het op een balkon, in Bornem

dirigent François-Xavier Roth en zijn

bij Antwerpen echter gelijkvloers,

orkest Les Siècles zijn er volop mee

wat de strijkers een comfortabele

bezig. Konden we eerder in deze ko-

plaats geeft direct rond de orgel-

lommen de loftrompet steken over

bank – en in de orgelklank – van Bart

hun integrale uitvoering van Ravels

Jacobs. Zo vanzelfsprekend als het

Daphnis et Chloé, nu zetten zij de

lijkt, ‘orgelconcerten van Bach’, zo-

oren op steeltjes met drie werken

veel puzzelwerk was nodig om tot de

van Debussy: de Prélude à l’apres-mi-

verrukkelijke pastiches op deze cd te

di d’un faune, Jeux en de Nocturnes.

komen. Leidend is de hypothese dat

Overbekende werken, maar ze komen

allerlei nu bekende werken wellicht

hier als nieuw uit de was. De transpa-

ooit als orgelstuk zijn begonnen, of

rantie en de gelaagdheid zorgen voor

toch minstens in zo’n versie zijn ge-

de ene sensatie na de andere, de

speeld door de meester zelf. Mooier

muziek komt zo dichtbij dat je haar

nog: Bach gaf in 1725 een recital op

voor het gevoel bijna kunt aanraken.

het Silbermann-orgel van Dresden, en

Daarbij is Roth een voortreffelijke di-

een aantal van de hier gekozen stuk-

rigent. Deze Parijse studio-opname

ken sluiten wonderwel aan op dat

gaat vergezeld van een dvd met een

toen gloednieuwe instrument. Een

live-uitvoering die gemaakt is in Gra-

echo van de meesterhand? AE

nada. TW

53


54

Colofon

COLOFON

Tijdschrift Oude Muziek ISSN 0920-6649 jaargang 34 / nr. 2 – mei 2019 verschijnt 4x per jaar uitgave en productie Stichting Organisatie Oude Muziek Utrecht adres Plompetorengracht 4 3512 CC Utrecht +31 (0)30 232 9000 info@oudemuziek.nl www.oudemuziek.nl vormgeving Doretta Rinaldi lay-out Esther de Bruijn drukwerk en bindwerk BCM coverbeeld Pier Luigi Valente redactie Thiemo Wind, hoofdredactie Susanne Vermeulen, eindredactie Xavier Vandamme Jed Wentz Juliëtte Dufornee medewerkers aan deze uitgave Frederike Berntsen, Ignace Bossuyt, Albert Edelman, Dinko Fabris, Stefan Grondelaers, Guido van Oorschot, Johan Oosterman, Jan Van den Bossche, Eddie Vetter heeft u vragen of opmerkingen? bereik ons via redactie@oudemuziek.nl of 030 232 9000 adverteren tarieven via 030 232 9000 of www.oudemuziek.nl miniadvertenties voor particulieren, € 15 per 4 regels, 140 lettertekens, bewijsexemplaar € 5 deadlines voor adverteren periode 15 februari - 15 mei: 2 januari periode 15 mei - 15 augustus: 1 april periode 15 augustus - 15 november: 1 juni periode 15 november - 15 februari: 1 oktober donateur worden Voor een bijdrage van € 40, € 80, € 160 of € 1.000 aan de Stichting Vrienden Oude Muziek ontvangt u 4x per jaar het Tijdschrift Oude Muziek met alle gegevens over het Festival Oude Muziek en onze concerten. Tevens krijgt u dan de Vriendenpas, waarmee u in aanmerking komt voor diverse kortingen. Zie www.oudemuziek.nl voor alle bijbehorende voordelen of bel met 030 232 9000. Voor mensen met een leeshandicap is dit Tijdschrift ook op cd verkrijgbaar. Inlichtingen: Dedicon, Postbus 24, 5360 AA Grave, 0486 486 486. Het volgende nummer verschijnt medio augustus 2019.


55

KLAVIEREN IN ZUTPHEN GEELVINCK MINIFESTIVAL Nieuw in het Seizoen Oude Muziek: Klavieren in Zutphen. Een feestelijke zaterdag lang zijn we te gast in deze oude stad, waar jong talent zal spelen op de historische instrumenten van het Geelvinck Muziek Museum. Deze collectie bevat een rijkdom aan fortepiano’s en tafelpiano’s, de eerste rechtopstaande piano’s en pianola’s. In de schijnwerpers tijdens deze eerste editie: Felix en Fanny Mendelssohn. Broer en zus waren muzikale wonderkinderen. Als man kon Felix zijn talenten veel makkelijker ontwikkelen, maar Fanny’s composities zijn even fascinerend. Hun sonates en vooral de Lieder ohne Worte behoren tot het geliefde pianorepertoire dat op deze dag zal klinken. Met: Matthias Havinga, Olga Pashchenko, Petra Somlai, Diederik Ornée, Petra van Langen, Yana Borisova, Elisabeth Hetherington, Artem Belogurov, Sophie Lamberbourg, Laura Fernández Granero en Frans Haagen. Bekijk het complete programma op oudemuziek.nl/ klaviereninzutphen za 18 mei Zutphen, Geelvinck Muziek Musea en locaties in de binnenstad

LA GALANÍA / RAQUEL ANDUEZA DE SPAANSE GOUDEN EEUW Met sopraan Raquel Andueza keert een ster terug naar Nederland. Haar warme maar transparante stem, verbluffende kleurenpalet en stralende podiumprésence bezorgden haar een grote schare aan trouwe fans. Ditmaal navigeert ze met een instrumentaal duo door het beste van wat het tijdperk van Sebastián Durón – een van de boegbeelden van de Spaanse Gouden Eeuw – aan muziek te bieden had. Deze folias, zarabandas, morenas en gitanas vormen een feestje voor stem en instrumenten. di 21 mei / 20.30 Dronten, De Meerpaal, Kleine Zaal wo 22 mei / 20.15 Delft, Lutherse Kerk do 23 mei / 20.15 Leeuwarden, Waalse Kerk vr 24 mei / 20.00 Zeist, Kerk van de Evangelische Broedergemeente za 25 mei / 20.15 Ammerzoden, Kasteel Ammersoyen zo 26 mei / 15.30 Maastricht, Cellebroederskapel

LOCATIES EN PRIJZEN € 24 | Vriend € 20 CJP/student € 10 met uitzondering van: Dronten € 13 | Vriend € 11,50 Rotterdam € 32 | Vriend € 25 | CJP/<26 € 10 Zutphen Dagkaart: € 65 | Vriend € 55 Ochtend + middag: € 50 Vriend € 45 Avond: € 24 | Vriend € 20 oudemuziek.nl/ klaviereninzutphen Bestel online via oudemuziek.nl. NB: Kaartverkoop voor concerten in België verloopt alleen via de betreffende concertzalen. Kijk voor uitgebreide informatie op oudemuziek.nl of vraag de brochure aan via 030 232 9000.


2019-202 0

HET CONCERTGEBOUW AMSTERDAM

ADVERTENTIE

BESTEL NU ONZE BIJZONDERE SERIE OUDE MUZIEK 2019-2020

Reserveer vóór 1 juni uw abonnement en betaal voor de hele serie € 255,-. Na 1 juni zijn 1e rangskaarten los te koop à € 49,-.

ZATERDAG 5 OKTOBER 2019, 14.15 UUR

ZATERDAG 8 FEBRUARI 2020, 14.15 UUR

Orfeo Orchestra, Purcell Choir, György Vashegyi dirigent o.a. Gloria van VIVALDI

Collegium 1704, Václav Luks dirigent STRADELLA San Giovanni Battista

ZATERDAG 16 NOVEMBER 2019, 14.15 UUR

ZATERDAG 14 MAART 2020, 14.15 UUR

Coro e Orchestra Ghislieri, Giulio Prandi dirigent Requiem van MOZART en JOMMELLI

La Cetra Barockorchester & Vokalensemble Basel Andrea Marcon dirigent TORRI La vanità del mondo (Nederlandse première)

ZATERDAG 11 JANUARI 2020, 13.00 UUR

Il Pomo d’Oro, Francesco Corti dirigent HÄNDEL Orlando

ZATERDAG 11 APRIL 2020, 14.15 UUR

Concerto Köln, Christian Curnyn dirigent Werken van LOCATELLI , ZELENKA en HEINICHEN

U kunt op drie manieren bestellen: • ONLINE www.concertgebouw.nl/series/ntr-zaterdagmatinee • TELEFONISCH Concertgebouwlijn 020 6718345, dagelijks van 10-17 uur • KASSA Maandag tot en met vrijdag geopend van 13-19 uur, zaterdag en zondag van 10-19 uur. Als er geen avondconcert is, sluit de kassa om 17 uur.

zaterdagmatinee.nl

een concertserie van


19 0 2 l a v i t s Fe o n a i p e t For tphen & Amsterdam

inck Het Geelv in Zu


MEER WETEN: OUDEMUZIEK.NL/GILDE

Profile for Organisatie Oude Muziek

TOM 02 / 2019  

TIJDSCHRIFT OUDE MUZIEK 02 / 2019 Alessandro Scarlatti en het muzikale drama; co-curator Thomas Höft zoekt verhalen uit Napels; zingen voor...

TOM 02 / 2019  

TIJDSCHRIFT OUDE MUZIEK 02 / 2019 Alessandro Scarlatti en het muzikale drama; co-curator Thomas Höft zoekt verhalen uit Napels; zingen voor...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded