Skip to main content

CIB info 110

Page 1


Het vastgoed netwerk

Jong gekocht: tijdelijke piek of structurele kentering?

Als syndicus in de frontlinie: conflictbeheer in mede-eigendom

Vernieuwde Huurbarometer analyseert markt nog diepgaander

Magazine van CIB, het Vastgoednetwerk

Halfjaarlijks tijdschrift: april – oktober 2026

Van alle markten thuis

Wie vandaag denkt dat vastgoed een rustige sector is, heeft duidelijk nog geen algemene vergadering van mede-eigenaars bijgewoond. De realiteit is dat onze vastgoedprofessionals midden in een samenleving staan die sneller verandert dan ooit. En dat voel je op elk niveau: in mede-eigendom, op de koopmarkt, op de huurmarkt en in de manier waarop we ons organiseren en professionaliseren. Topics genoeg dus voor deze nieuwe editie van CIB Info.

Neem de syndicus. Dat is al lang geen dossierbeheerder meer. Het is een conflictmanager, procesbegeleider en diplomaat in één persoon. Mede-eigendom is een mini-democratie. Eigenaars die willen investeren in energiezuinigheid botsen op buren die vooral naar de maandelijkse kost kijken. Jongere bewoners die vooruit willen, staan tegenover mensen die vooral stabiliteit zoeken. Voeg daar stijgende prijzen, strengere normen en een overdaad aan informatie aan toe, en je weet dat het vuur snel aan de lont kan zitten.

Conflicten horen er vandaag bij. Maar ze hoeven niet te escaleren. Professionele syndici maken het verschil door kennis, duidelijke communicatie en een stevige juridische basis. Conflictbeheer is geen bijzaak meer, het is een kerncompetentie. Daarom investeren we als sector via VIVO volop in opleiding. Wie sterker staat in zijn dossier, staat sterker in de vergadering. En dat komt uiteindelijk iedereen ten goede: bewoners, eigenaars én het gebouw zelf.

Die dynamiek zien we ook op de koopmarkt. Jongeren laten zich niet wegduwen naar de zijlijn. Integendeel. Ze bestormen de markt, zij het op hun manier. 1 op de 4 kopers is tegenwoordig jonger dan 30.

Dat bleek nog eens duidelijk in onze recente podcast Vastgoedpraat: jonge kopers wachten niet meer op het ideale moment. Ze rekenen scherp, kopen compacter of kiezen bewust voor renovatie. Ze zijn digitaal onderlegd, kritisch en verwachten transparantie.

Wie als makelaar vandaag jongeren begrijpt, begrijpt de toekomst van de markt. Dat vraagt begeleiding, heldere informatie en realistische verwachtingen. Geen verkooppraatjes, wel duidelijke cijfers en correcte duiding. Jongeren zijn bereid risico’s te nemen, maar niet om blind te springen. Ze willen partners die hen meenemen in het verhaal. Dat is geen trend, dat is een structurele verschuiving. En, niet te vergeten, ze zoeken ook anders naar vastgoed…

Dat jongeren sneller kopen, heeft ongetwijfeld te maken met de druk die ze op de huurmarkt ervaren. Kijk daarvoor maar eens naar onze recente Huurbarometer. Die toont opnieuw wat velen onder jullie voelen: stijgende huurprijzen, een krapper aanbod en duidelijke regionale verschillen. Dat is geen ideologische discussie, dat zijn cijfers. En cijfers liegen niet. Wie investeringen ontmoedigt, krijgt minder aanbod. Minder aanbod leidt tot druk op de prijzen. Zo simpel is het.

Wie de huurmarkt betaalbaar wil houden, moet dus ook investeren in investeringszekerheid. Verhuurders hebben nood aan stabiliteit en voorspelbaarheid. Zonder rendement geen nieuwe huurwoningen. Zonder nieuwe huurwoningen geen ademruimte op de markt. De barometer is daarom geen alarmbel om paniek te zaaien, maar een instrument om het debat te objectiveren.

Beleidskeuzes hebben gevolgen. Het is onze taak om die helder te benoemen. Net zoals in vele andere dossiers trouwens.

Adverteren in CIB info?

Voor informatie en reservatie kan

je terecht bij Veronique Van Hoorickx

› 09 242 49 88

› adverteren@cib.be

Vragen?

Heb je vragen, suggesties of ideeën?

Laat het ons weten via › communicatie@cib.be

Redactie:

Lukas Mareen, Tine Terryn, Laura Bombeke, Kristophe Thijs, CIB studiedienst

Ontwerp en druk: Graphius

Partners:

In dit nummer

VOORWOORD

Van alle markten thuis 3

VASTGOEDNIEUWS

Wat gebeurt er in vastgoedland? 6

RONDVRAAG

Als syndicus in de frontlinie: conflictbeheer in mede-eigendom 10

UIT HET CIB-HUIS

Vernieuwde Huurbarometer analyseert markt nog diepgaander 14

RONDVRAAG

Jong gekocht: tijdelijke piek of structurele kentering? 18

OPLEIDING IN DE KIJKER

AI in je vastgoedkantoor: van goede intenties naar een doordacht plan 22

DIENST IN DE KIJKER

Niet zomaar een opleiding: zo blijft VIVO ‘one step ahead’ 25

volg ons

Onze ledenconsulenten

Antwerpen

Ledenservice

› 09 222 06 22 › ledenservice@cib.be

Kust + West-Vlaanderen

Elke Uyttenhove

› 0477 92 88 17

› elke.uyttenhove@cib.be

Limburg + Vlaams-Brabant-Brussel

Michel Engelbosch

› 0473 83 97 61

› michel.engelbosch@cib.be

Oost-Vlaanderen

Haike Provo › 0473 64 47 60 › haike.provo@cib.be

Wat gebeurt er in vastgoedland?

FOD Economie kondigt controles bij Vastgoedmakelaars aan

De Economische Inspectie voert elk jaar controles uit in verschillende sectoren waarbij ze nagaat of de verschillende aspecten van de wetgeving worden nageleefd. De FOD Economie kondigde recent aan voor 2026 actief controles te zullen uitvoeren binnen de sector van de vastgoedmakelaardij.

Vrijstelling energieaudit of energieplan voor niet-residentiële gebouwen met EPC NR

Midden december werd een belangrijke wijziging in de regelgeving inzake energieaudits en energieplannen voor niet-residentiële gebouwen goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Niet-residentiële gebouwen en/of gebouwonderdelen die beschikken over een EPC NR zijn voortaan vrijgesteld van de verplichting tot het opstellen van een energieaudit en/of energieplan. Deze vrijstelling geldt onder de voorwaarde dat het EPC NR correct wordt opgeladen in de daarvoor voorziene webapplicatie.

KMO-plan 2026: CIB drukt mee stempel op syndicusbeleid

Begin deze maand stelde minister van KMO’s Eleonore Simonet het KMO-plan 2026 voor, met 89 concrete maatregelen om Belgische ondernemingen te versterken. Voor CIB springt vooral één zaak in het oog: een aanzienlijk deel van de maatregelen die specifiek mikken op syndici, komt rechtstreeks voort uit onze jarenlange beleidsvoorstellen, memoranda en overleg met de politieke wereld. Het plan vertaalt daarmee meerdere kernpunten die CIB consequent op tafel heeft gelegd. Dat is geen toeval, maar het resultaat van volgehouden belangenverdediging.

Bovendien geeft minister Simonet zo uitvoering aan het engagement uit het regeerakkoord om het beroep van syndicus aantrekkelijker te maken. Vanuit CIB erkennen we die politieke keuze en bedanken we de minister expliciet voor de concrete engagementen, die voor onze sector een reëel verschil kunnen maken.

Minister van Wonen stelt huurbelofte in vraag, CIB reageert

Het VRT-consumentenprogramma Winwin focuste begin januari op de huurmarkt. Zo was onze juriste Céline Van den Berghe te gast in het programma en werden ook nieuwsuitzendingen voorbereid naar aanleiding van het thema. Als reactie verstuurde Vlaams minister van Wonen Melissa Depraetere een reactie naar de media waarin ze opriep om meer praktijktesten te organiseren en het gebruik van de huurbelofte af te schaffen. Als CIB reageerden we al in de media en zullen we hierover met de minister in gesprek gaan om onze standpunten te duiden.

Wijzigingen procedure woningkwaliteit Een belangrijk onderdeel van het Vlaamse kerstakkoord is een uitgebreid pakket over sociale huisvesting. Dit omvat onder meer het aanpakken van de onderfinanciering van woonmaatschappijen, wijzigingen in toewijzingsregels, aanscherping van de taalvereiste en de inschrijvingsplicht bij de VDAB, en het voorstel van een nieuw Bindend Sociaal Objectief. Daarnaast worden bij dit pakket ook kleinere aanpassingen doorgevoerd, onder meer aan de procedures voor woningkwaliteitsbewaking. We gaan in dit artikel kort in op de laatste wijzigingen.

Parlementaire vraag over de invoering van het gebouwlabel voor appartementsgebouwen

In de Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat van 28 januari 2026 heeft Vlaams parlementslid Mieke Claes (NV-A) aan minister Hans Bonte uitleg gevraagd over de invoering van het gebouwlabel voor appartementsgebouwen.

Asbestattest gemene delen

2026 wordt een drukke periode voor wat het asbestattest voor de gemene delen betreft. Vanaf 31 december 2026 moet elke VME van gebouwen ouder dan 2001 beschikken over een asbestattest van de gemeenschappelijke delen. Bij elke overdracht van een privatief deel moeten vanaf die datum zowel het individuele asbestattest als het attest van de gemenedelen beschikbaar zijn. De VME is verantwoordelijkvoor het tijdig aanvragen van dit attest.

Makelaar in het vizier om aandacht af te leiden van hét fundamenteel probleem op de huurmarkt

Plots is de druk op de huurmarkt weer groot nieuws. Het consumentenprogramma WinWin besteedde er zowel op de radio als op televisie een volledige week aandacht aan. Afschaffen huurbelofte, praktijktesten, de huurwaarborg,… Met andere woorden de makelaar in het vizier, maar geen woord over de fundamentele en structurele problemen op onze huurmarkt. Met name dat de vraag het aanbod overstijgt, dat onze sector zijn stinkende best doet om voor iedereen onderdak te vinden, dat onze sector al jaren oplossingen aanreikt en voorstelt. Het leek wel alsof het fundamentele probleem van schaarste gisteren is ontstaan. Dat is het niet. Puur op basis van demografie konden we 15 jaar geleden al voorspellen wat er op til was. Wie vandaag verbaasd kijkt, heeft de voorbije jaren niet opgelet of heeft de cijfers genegeerd.

Gewone intrestaftrek afgeschaft sinds 1 januari 2026

Net voor het kerstreces werd de vereiste wet door de Kamer van Volksvertegenwoordigers aangenomen.

Ze verscheen op 30 december in het Belgisch Staatsblad. Het gevolg hiervan is dat de intresten die vandaag worden betaald op een krediet voor een niet-eigen woning niet langer in mindering kunnen worden gebracht van de onroerende inkomsten in de personenbelasting. Deze maatregel geldt zowel voor lopende als voor nieuwe kredietovereenkomsten. Intussen heeft de FOD Financiën ook de eerste verduidelijkende circulaire bij deze wetswijziging gepubliceerd.

Wijzigingen Mijn VerbouwLening per 01/01/2026

De Vlaamse Regering keurde op 12 december 2025 definitief een reeks wijzigingen aan het Energiebesluit van 19 november 2010 goed. Met dit besluit wordt onder meer gesleuteld aan de Mijn VerbouwLening.

De aanpassingen hebben vooral betrekking op de rentekorting: lagere inkomens krijgen extra korting en de rentevoet wordt inkomensafhankelijk. Daarnaast veranderen ook andere voorwaarden, zoals de inkomensgrenzen, het minimale leenbedrag en de soorten investeringen die in aanmerking komen.

Wijzigingen Mijn VerbouwPremie per 01/03/2026

De Vlaamse Regering keurde op 19 december 2025 definitief een reeks wijzigingen aan het Energiebesluit van 19 november 2010 goed. Met dit besluit wordt onder meer gesleuteld aan de Mijn VerbouwPremie.

De twee hoogste inkomensgroepen zullen geen Mijn VerbouwPremie meer kunnen aanvragen. De premies voor warmtepompen en warmtepompboilers blijven behouden, ook voor de hoogste inkomens.

De Mijn Verbouwpremie voor niet-residentiële gebouwen wordt volledig stopgezet.

Verplicht asbestattest bij verhuur vanaf 2030

Eind 2025 besliste de Vlaamse regering principieel dat vanaf 2030 een asbestattest verplicht zal zijn bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst.

Naar analogie met andere attesten zal de verhuurder het asbestattest aan de huurder moeten overhandigen uiterlijk voorafgaand aan de ondertekening. Deze nieuwe verplichting kadert in de tijdslijn richting 2032. Dat is het ogenblik waarop elke woning over een asbestattest moet beschikken. Zowel deze generieke verplichting als de regeling vanaf 2030 bij verhuur hebben uiteraard enkel betrekking op woningen met risicobouwjaar (<2001).

Belgische bouw- en vastgoedsector vraagt in open brief verlaagd btw-tarief voor nieuwbouw De Belgische bouwsector en vastgoedontwikkelaars vragen de federale regering om dringend een uniform verlaagd btw-tarief in te voeren voor de bouw en aankoop van de enige en eigen woning. Deze gerichte maatregel kan volgens Embuild, Bouwunie, BVS en CIB de betaalbaarheid van nieuwbouw snel verbeteren en de druk op de huurmarkt verlichten. Om de maatregel gericht en sociaal rechtvaardig te houden, kan naar analogie met het bestaande btw-stelsel voor sloop en heropbouw dit verlaagd btw-tarief worden beperkt in functie van de oppervlakte van de woning. Een gelijk speelveld voor wonen is volgens de vier organisaties noodzakelijk. Door nieuwbouw opnieuw haalbaar te maken, versterken we het aanbod, ondersteunen we de economie en geven we gezinnen opnieuw perspectief op een betaalbare en energiezuinige woning.

Verslag Huurbarometer: Nieuwe stap in de CIB-dataprojecten en start van Huurbarometer 2.0

Het verslag Huurbarometer vormt het startpunt van Huurbarometer 2.0. Bij het aanmaken van een dossier in RealSmart wordt het verslag automatisch gegenereerd en toegevoegd.

Geen extra stappen, geen tijdsverlies, wel nog meer marktcontext binnen handbereik. Dit biedt jou: sterkere, datagedreven huurprijsbepalingen, meer geloofwaardigheid en expertise én inzicht dat verder gaat dan gemiddelden en algemene cijfers.

Stedenbouwkundige inbreuk, instandhouding, bestraffing en doorverkoop

In ruimtelijk kwetsbaar gebied is het in stand houden van een stedenbouwkundige inbreuk een misdrijf op zich. Hierop staan zowel administratieve als strafrechtelijke boetes. "Wie na beboet te zijn de inbreuk niet herstelt, riskeert opnieuw een boete, en de overdracht van de kavel heft deze inbreuk niet op." Zo antwoordde de Minister van Omgeving na een parlementaire vraag.

Mijn VerbouwLening 2026: extra rentekortingen tot zelfs renteloos voor eigenaarbewoners uit de laagste inkomenscategorieën

Mensen met een laagof middeninkomen die energetische werken aan hun woning willen of moeten uitvoeren, kunnen beroep doen op Mijn VerbouwLening, de renovatielening van de Vlaamse overheid aan bijzonder voordelige voorwaarden. Vanaf 2026 krijgen eigenaarbewoners in de laagste inkomenscategorieën (categorie 3 en 4) een extra rentekorting, en in sommige gevallen kan de lening zelfs volledig renteloos zijn.

3 wijzigingsbesluiten aan het Verzameldecreet Omgeving 2024

Op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns keurde de Vlaamse Regering, na advies van de Raad van State, op 6 februari 2026 drie belangrijke wijzigingsbesluiten definitief goed. Deze besluiten voeren bepalingen uit het Verzameldecreet Omgeving 2024 verder uit. Het betreft wijzigingen aan het ‘Vrijstellingenbesluit’, het ‘Meldingsbesluit’ alsook het besluit met de ‘Limitatieve lijst van mogelijke vergunningsplichtige handelingen op gemeentelijk niveau’.

Brussels regeerakkoord: minder regels, wel controles op huurprijzen

Ingekorte vergunningsprocedures, hogere belastingvoordelen en vlotter verhuizen. In de beleidsverklaring van de kersverse Brusselse regering, onder leiding van de liberale partij MR, krijgen particulieren op de woningmarkt herwonnen vrijheid. De sociale woningbouw gaat wel door zoals gepland en sociale recepten uit de vorige legislatuur blijven behouden.

Toeristische verhuur: btw-verhoging voor actieve toeristische verhuur vanaf 01/03/2026

Op 1 maart 2026 stijgt het btw-tarief actieve toeristische verhuur van 6% naar 12%.

Belangrijk: de passieve toeristische verhuur blijft vrijgesteld Concreet word je dus enkel met de hogere btw geconfronteerd als je bij de verhuur ook linnenpakketten, ontbijt of onthaal op de locatie van het logies zelf voorziet. De inwerkingtreding blijft verbonden aan de datum van eerste opeisbaarheid. We vernemen informeel dat er overwogen wordt om een beperkte tolerantie in te voeren en zo rekening te houden met de boekingsdatum.

Vrijstelling omgevingsvergunning stekkerzonnepanelen sinds 01/03/2026

Medio 2025 bevestigde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns dat stekkerzonnepanelen onder het bestaande Vrijstellingenbesluit vallen en dus vergunningsvrij kunnen worden geplaatst. Tegelijk kondigde hij aan dat bij de herziening van het besluit een expliciete vrijstelling zou worden opgenomen. Op 6 februari 2026 keurde de Vlaamse Regering die wijziging definitief goed. Sinds 1 maart 2026 geldt een aangepaste vrijstellingsregeling voor zonnepanelen en zonneboilers, waarin duidelijk wordt bepaald in welke gevallen geen omgevingsvergunning vereist is.

CIB geeft advies op wetsvoorstel

Consumentenombudsdienst voor syndici Eind 2025 las je in onze nieuwsbrief dat CD&V-Kamerlid Leentje Grillaert uitpakte met een pleidooi voor strengere regels voor syndici. Hierbij werden drie wetsvoorstellen ingediend. Zo wil Grillaert de consumentenombudsdienst bevoegd maken voor geschillen rond gebouwenbeheer en syndici. Ze wil zo komen tot een uniform, centraal, efficiënt en buitengerechtelijk klachtenbehandelingssysteem. De commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitalisering van de Kamer van volksvertegenwoordigers heeft de bespreking aangevat en CIB om schriftelijk advies gevraagd.

› Meer weten over de vastgoedactualiteit? Ga naar de CIB Community (app)!

Samen met een ervaren coach werk je aan structuur, duidelijke keuzes en een manier van werken die meegroeit met je bedrijf. In 5 individuele sessies bouw je aan oplossingen die je 1 tot 2 jaar groeipijn kunnen besparen.

Zo bouw je niet alleen aan je onderneming, maar ook aan rust en vertrouwen in je rol als ondernemer.

Meer weten?

Ontdek hier alle details

Als syndicus in de frontlinie: conflictbeheer in mede-eigendom

Afval in de gang. Nachtlawaai van vakantiehuurders. Of een grote investering waar niet elke mede-eigenaar achter staat. Conflicten in mede-eigendom zijn onvermijdelijk. Syndici zitten daarbij in de frontlinie. Ze zijn geen rechter of politieagent, maar wel degene naar wie iedereen kijkt wanneer het moeilijk loopt. Drie syndici uit drie verschillende regio’s vertellen hoe zij omgaan met conflicten.

Wanneer we polsen naar de oorzaken van conflicten, dan komt geld steevast naar voren.

Steven Van Der Steen: “Vaak gaat het over investeringen die mede-eigenaars niet willen maken, of discussies over de verdeling van de kosten. Wat veel voorkomt: valt iets onder de gemeenschappelijke kosten of niet?

Neem een lek in de leiding in de schacht: de schacht is gemeenschappelijk, maar de leiding dient één appartement. Wie betaalt? Daarnaast zijn het vooral de klassieke problemen: geluidsoverlast, afval, …”

Jelle De Brauwer: “Bij ons gaat het vooral over overlast: fietsen op balkons, steps in liften, schoenen in de gang, …”

300 gebouwen, in de ruime regio Antwerpen, voornamelijk grote gebouwen met 100 tot 200 appartementen

“ Mensen mogen niet verwachten dat wij ons boekje te buiten gaan. Maar soms is dat moeilijk. Je wil tenslotte je klant niet verliezen.”

Vincent Vandekerckhove: “Aan de kust hebben wij vooral tweede verblijvers. Meestal zijn dat mensen die kapitaalkrachtiger zijn, dus geldproblemen stellen zich niet zo vaak. Wat wel veel voorkomt, zijn klachten over geluidshinder van huurders die op vakantie zijn. Zij nemen het niet altijd zo nauw met de regels. Wat ook speelt bij ons: het verschil in schoolvakantie tussen Vlaanderen en Wallonië. Soms komen Walen naar de kust op momenten dat het hier geen vakantie is en er aannemers aan het werk zijn. Dat zorgt natuurlijk voor klachten over hinder.”

• Merken jullie de laatste jaren een toename van conflicten?

Jelle: “Absoluut. Mensen hebben minder geduld, en alles moet veel sneller. Maar dat is een algemene trend in onze samenleving.”

Steven: “Door de opkomst van sociale media is het aantal conflicten exponentieel gegroeid. Maar vooral niet meer controleerbaar of beheersbaar. Neem nu de WhatsAppgroepen. De bedoeling is goed, maar ze leiden vaak tot eindeloze discussies en een aanhoudende stroom van berichten, vaak tot ’s avonds laat en in het weekend. Als syndicus kan je dat onmogelijk allemaal opvolgen. Hetzelfde zien we bij mailverkeer. Online hebben mensen geen filter en veranderen ze soms in echte toetsenbordterroristen.”

Vincent: “Mensen kunnen inderdaad heel grof zijn via mail, maar als je er dan een persoonlijk gesprek mee voert, zijn ze vaak veel milder. Bovendien denken mensen het soms ook beter te weten. Internet en AI spelen daarin een grote rol.”

Steven: “Ze komen soms met de gekste argumenten om hun gelijk te halen: artikelnummers van wetten die niet eens bestaan, wetgeving uit het buitenland, … Soms denk ik met heimwee terug aan vroeger, toen er nog geen internet en sociale media waren.” (lacht)

• Hoe gaan jullie om met die grote stroom aan berichten?

Jelle: “Reageren moet je sowieso doen. Dat hoort nu eenmaal bij klantvriendelijkheid. Wij antwoorden altijd dat we de mensen graag ontvangen op kantoor binnen x aantal weken om samen alle mails te overlopen. Dan blijft het erna meestal wel stil.”

Vincent: “Binnen de 48 tot 72 uur vertrekt er altijd een antwoord. Ofwel het effectieve antwoord, ofwel een bericht waarin staat wanneer ze een antwoord mogen verwachten.”

Steven: “Wij zijn bewust zelf niet aanwezig in WhatsAppgroepen. Er is in elk gebouw wel iemand uit de raad van mede-eigendom die aanwezig is in de groep en hierover communiceert met ons via mail. Deze persoon koppelt dan terug naar de groep.”

Vincent: “Wij zijn ook een toeristisch verhuurkantoor en verhuren appartementen in de gebouwen die we beheren. In bijna elke badstad hebben we ondertussen een kantoor. Veel mensen die op vakantie zijn, stappen gewoon binnen om iets te melden. Maar dan blijven ze soms een halfuur hangen om hun hele levensverhaal te doen. Dat komt natuurlijk niet altijd goed uit. Daarom lanceren we binnenkort een online tool waar mensen meldingen kunnen maken. Eind dit jaar evalueren we of dat een verschil maakt.”

• Wat doen jullie nog naast reageren op berichten?

Jelle: “Proactief beheer is cruciaal. Een goede en transparante communicatie speelt daarin een sleutelrol. Je doet er goed aan om altijd zo duidelijk en zo snel mogelijk te communiceren, ook over minder aangename zaken, zoals meerwerken of schadegevallen. Je dossiers goed voorbereiden en kennen is van groot belang. Zeker wanneer het over veel geld gaat. Als je aan de eigenaars de meerwaarde van de investeringen kan aantonen, dan gaan ze sneller akkoord.”

Steven: “Inderdaad. Als wij wijzen op mogelijke boetes of andere problemen die kunnen ontstaan, dan draaien ze meestal bij. Wij volgen met ons team ook trainingen om beter te communiceren, zoals de VIVO-opleiding ‘Omgaan met moeilijke situaties in een syndickantoor’.

Jelle De Brauwer

Syndicusdiensten.be Hasselt

130 gebouwen, in de regio Hasselt en Leuven, gebouwen met gemiddeld 40 appartementen per blok, maar ook gebouwen met meer dan 100 appartementen

“ Bemiddelen behoort wettelijk gezien niet tot ons takenpakket, maar we doen het wel. Praten kost tijd, en dat is tijd die we niet factureren. Je moet zelf bepalen hoever je daarin gaat.”

Je kan niet vermijden dat mensen brutaal zijn, maar je kan wel leren om er op een goede manier op te reageren.”

• En wat als het uiteindelijk toch een conflict wordt?

Steven: “Dan gaan wij in de eerste plaats gesprekken organiseren met alle betrokken partijen. We proberen zo tot een minnelijke oplossing te komen en een rechtszaak te vermijden.”

Vincent: “Wij gaan ook altijd in gesprek met de mensen. Heel veel conflicten kunnen wij zo oplossen.”

Jelle: “Bemiddelen is inderdaad in veel gevallen de oplossing. Of je kan met creatieve oplossingen komen. Dat deden wij bij een klacht over schoenen in de gang. De gang is gemeenschappelijk en dus horen schoenen daar niet. We brachten de schoenen bij de verloren voorwerpen onder en stuurden elke bewoner een brief hierover. Zo maakten we aan de persoon in kwestie duidelijk dat het niet kan. Erna is het niet meer gebeurd.” (lacht)

• Als bemiddelen niet helpt, welke stappen volgen er dan?

Steven: “Als alle andere middelen zijn uitgeput, dan is het aan de vrederechter om het conflict te beslechten. Dit is vooral het geval bij achterstallige betalingen.

Vincent: “Wij komen zelden in de rechtbank. We hebben onlangs wel de politie moeten laten tussenkomen voor een huurder die het te bont maakte: nachtlawaai, vandalisme, … Het ontspoorde volledig, maar dit is echt de uitzondering.”

Vincent Vandekerckhove

Servimo Syndic Oostduinkerke

214 gebouwen, aan de Belgische kust, van De Panne tot Blankenberge, een mix van grote en kleine gebouwen, veel tweede verblijven

“ Mensen verwachten hoe dan ook dat je iets doet. Als je zegt dat het je job niet is, dan kan dit slecht vallen en kan het een impact hebben op je relatie met de eigenaars.”

• Hebben mensen te hoge verwachtingen van de syndicus bij conflicten?

Jelle: “Bemiddelen behoort wettelijk gezien niet tot ons takenpakket, maar we doen het wel. Praten kost tijd, en dat is tijd die we niet factureren. Je moet zelf bepalen hoever je daarin gaat. Het is zoeken naar een evenwicht tussen je grenzen bewaken en klantvriendelijkheid.”

Vincent: “Mensen verwachten hoe dan ook dat je iets doet. Als je zegt dat het je job niet is, dan kan dit slecht vallen en kan het een impact hebben op je relatie met de eigenaars. Ik zie dat als een soort van PR. Als je de mensen tevreden wil houden en wil dat ze voor je blijven kiezen, dan moet je dat er gewoon bijnemen. Wij zitten natuurlijk wel aan de kust, waar veel appartementen 80% van het jaar leegstaan. Als er dan mensen zijn, dan vinden we het belangrijk om hen zo goed mogelijk te helpen.”

Steven: “Als syndicus worden we soms geacht op te treden als politieagent of rechter, maar dat zijn wij niet. Soms komen er klachten over overlast door prostitutie. We melden dat aan de stad, maar prostitutie is een vrij beroep, dus als die personen wettelijk in orde zijn, kunnen wij daar verder niks aan doen. Dat stuit op onbegrip. ‘Waarom betalen we eigenlijk een syndicus, als jullie toch niks doen?’, krijgen we dan te horen. Maar wat verwachten ze dan? Dat we met een knokploeg voor de deur gaan staan? Mensen mogen niet verwachten dat wij ons boekje te buiten gaan. Maar soms is dat moeilijk. Je wil tenslotte je klant niet verliezen.”

• Slagen jullie er steeds in om jullie neutraliteit te bewaren?

Vincent: “Je bent syndicus voor iedereen, dus handel je in het belang van iedereen.”

Steven: “Neutraliteit is cruciaal voor een syndicus. Als syndicus moet je zoveel mogelijk buiten het conflict proberen blijven en afstand bewaren.”

Vincent: “Je mag inderdaad niet te betrokken geraken. Als je het niet meer kan loslaten, dan kan je op den duur niet meer functioneren. Ik ken helaas collega’s die er om die reden mee gestopt zijn.”

Jelle: “Het helpt om vast te houden aan de feiten en de regels. Duidelijke afspraken op papier zijn daarom belangrijk. Ze bieden houvast bij conflicten.”

• Voldoet de wetgeving als het gaat over conflicten in mede-eigendom?

Steven: “Er zijn zoveel interpretaties mogelijk van bepaalde wetteksten dat ze door vrederechters verschillend worden toegepast. Neem opnieuw het voorbeeld van dat lek. De ene rechter zal oordelen dat dit een gemeenschappelijke kost is, de andere dat de privatieve eigenaar moet opdraaien.”

Jelle: “Een van onze VME’s heeft zo onlangs een procedure verloren. Het ging over het uitzicht van de raambekleding. Een eigenaar had zijn vensters afgedekt met aluminiumfolie. De andere eigenaars vonden dat dit het uitzicht verstoorde, maar de vrederechter dacht er anders over.”

Steven: “De wetgever zorgt soms ook voor extra conflicten. Als syndicus word je verplicht om allerlei taken op te nemen die de eigenaars vroeger zelf deden, zoals het aanvragen van premies. Als daarbij dan iets fout loopt, dan is niet de overheid, maar de syndicus de boosdoener. Nog zoiets: de hele energietransitie en renovatieverplichtingen. De budgetten waarmee dit gepaard gaat, leiden tot discussies omdat sommige mensen deze investeringen niet willen – of zelfs niet kunnen – maken.”

• Tot slot, hebben jullie tips en advies voor andere syndici?

Vincent: “Pak het meteen in handen en laat het niet aanslepen. Probeer steeds in gesprek te gaan met de betrokken partijen. Een gesprek van tien minuten kan je achteraf veel tijd en ellende besparen.”

Steven: “Denk wel altijd eerst rustig na vooraleer je reageert. Laat een conflictpartij steeds in zijn waarde en ga mensen niet kleineren of afbreken. Dat maakt het alleen maar erger met het risico dat je een klacht krijgt en je moet gaan verdedigen bij het BIV. Meestal worden die zaken geseponeerd, maar jij bent ondertussen wel veel kostbare tijd en geld kwijt.”

Jelle: “Rustig blijven en niet emotioneel reageren. En zorg ervoor dat je alles goed documenteert, zodat je altijd bewijs hebt mocht het ontsporen. Out of the box denken en zoeken naar creatieve oplossingen, dat kan ook soms helpen, zoals met de schoenen in de gang.” (lacht)

Frede Van In, Reallegal, huisadvocaat CIB Oost-Vlaanderen

“Er is een duidelijke tendens richting bemiddeling en alternatieve geschillenbehandeling”

Als advocaat komt Frede voornamelijk in aanraking met conflicten die wel eindigen in de rechtbank.

“Dat is bijvoorbeeld het geval in oudere gebouwen waar zware renovaties nodig zijn. Tegenstellingen tussen mede-eigenaars komen vaak naar boven op het moment dat de portefeuille moet worden bovengehaald. De wetgever bepaalt dat deze geschillen door de vrederechter worden behandeld en er geldt ook een strikte viermaandentermijn om beslissingen van de algemene vergadering te betwisten. Maar de laatste jaren zien we een duidelijke tendens richting bemiddeling en alternatieve geschillenbehandeling. Veel advocaten scholen zich bij tot professioneel bemiddelaar.”

“Sinds 1 september 2025 heeft elke rechtbank ook een schikkingskamer. Dit komt erop neer dat de rechter de zaak kan doorverwijzen voor een vrijblijvende, kosteloze bemiddelingspoging . Alternatieve geschillenbeslechting wordt gepromoot, maar niet elke zaak leent zich ertoe.”

“Persoonlijk ben ik van mening dat de wet niet te veel moet tussenkomen bij conflicten in mede-eigendom. Elke situatie is anders en vraagt een oplossing op maat. Dat kan je onmogelijk allemaal in wetgeving gieten. Het is zeer nuttig dat een syndicus in eerste instantie op een bemiddelende wijze te werk gaat en zo probeert te vermijden dat het juridisch wordt.”

De Keersmaeker, Dixit international

“Neen

zeggen is ook een volzin”

Ronald is docent bij VIVO en geeft de opleiding ‘Omgaan met moeilijke situaties in een syndickantoor’ “We reiken praktische handvaten aan die syndici onmiddellijk kunnen toepassen. Communicatie speelt een sleutelrol. Het is belangrijk om steeds op een veilige, begripvolle en verbindende manier te communiceren, zonder dat je hierbij je grenzen overschrijdt. Neen zeggen is ook een volzin. We spreken dan over sympathiek-dominant communiceren.”

“Daarnaast is het belangrijk om te weten wat je natuurlijke reactie is op conflicten. Inzicht in je eigen conflictreflex helpt om effectiever te reageren. Er bestaat geen wonderoplossing, maar we reiken wel een kapstok voor communicatie aan, waarbij achteraf niemand je iets kan verwijten. De meeste conflicten geraken uiteindelijk opgelost zonder tussenkomst van de rechter, maar als syndicus heb je zeker geen eenvoudige job.”

De opleiding volgen? Dit kan op donderdag 28 mei in Oostende, donderdag 4 juni in Berchem, of online op dinsdag 23 juni en maandag 17 augustus. Alle info en inschrijven: www.vivo.be

Ook op het Syndiccongres op 23 april in Brugge kan je Ronald aan het woord horen over conflicten in mede-eigendom. Inschrijven kan nog tot en met 10 april: www.syndiccongres.be.

Vernieuwde Huurbarometer

analyseert markt nog diepgaander

Dankzij een samenwerking met de UGent publiceerden CIB en Korfine recent de nieuwe en verbeterde Huurbarometer, met de cijfers voor 2025. Die zetten in de verf dat de huurmarkt evolueert naar een ‘nieuw normaal’. De kenmerken daarvan: structureel minder nieuwe verhuringen en een huurprijsstijging die tempert maar nog 1% boven de inflatie blijft. Voor beide elementen is er maar één reden: het aanbod dat te beperkt is ten opzichte van de grote en nog groeiende vraag. Dat vertaalt zich in een te krappe markt.

Voor 2025 zijn er vandaag 46.500 verhuringen geregistreerd in onze databank. We anticiperen dat daar maximaal nog 2.000 à 3.000 nieuwe verhuringen bij komen. Het resultaat: voor het eerst in onze datareeks zijn er minder dan 50.000 nieuwe verhuringen afgesloten via een vastgoedkantoor en dat terwijl het marktaandeel van vastgoedmakelaars in verhuur stijgt. De Woonsurvey 2023 van het Steunpunt Wonen toont dat: terwijl in 2018 26% van alle verhuringen (incl. sociale huur) via een vastgoedkantoor verliep, was dat in 2023 36%.

Het contrast met enkele jaren terug is groot. In 2024 waren er nog 51.500 nieuwe verhuringen. In 2023 en 2022 lag dat cijfer boven 58.000. 2021 was in de nasleep van corona-lockdowns een recordjaar, met meer dan 60.000 verhuringen. In 2020 en 2019 waren het er telkens meer dan 57.000.

Kortom: in het nieuwe normaal zijn er 9 à 10.000 verhuringen minder dan we vroeger gewoon waren. Het aantal nieuwe verhuringen daalt weliswaar minder snel dan in 2024. “Maar, elke woning minder is problematisch wanneer we al met een tekort kampen” , benadrukt Kristophe Thijs.

De cijfers bevestigen wat de vastgoedkantoren al lang aangeven: het aanbod is gewoon te krap. Elke nieuwe huurwoning kan uiteraard maar aan één huishouden verhuurd worden. In de studentensteden is dat huishouden vandaag soms ook: een groep van medehuurders. Maar die opkomst van medehuur doet de nood aan bijkomend aanbod niet afremmen. Voor wie zich al langer zorgen maakt over de steeds grotere kloof tussen vraag en aanbod op de huurmarkt, doen de cijfers uit de Huurbarometer dan ook echt alarmbellen afgaan. Een aanbodtekort heeft altijd een effect op de prijs. Dat effect is er ook wat de huurprijzen betreft.

Toch is het beperkter dan sommigen misschien denken. Diverse factoren verklaren waarom het onevenwicht tussen vraag en aanbod zich niet volledig kan vertalen in de prijs. “Ten eerste moet de verhuurder zijn prijs vooraf bepalen en afficheren. De prijs ligt dus vast. Op de huurmarkt wordt niet ‘geboden’. Kandidaat-huurders concurreren met elkaar op solvabiliteit, niet op wie de hoogste prijs kan betalen. De huurmarkt verschilt daarmee fundamenteel van de koopmarkt.” , aldus Thijs

Tweede factor is dat de huurprijzen nauw verbonden zijn aan de inkomensevolutie. Ze kunnen niet disproportioneel stijgen ten opzichte daarvan. Wie als verhuurder zijn pand te hoog prijst, kan ook vandaag nog moeite hebben om een huurder te vinden. Omdat die de huurprijs wel moet kunnen betalen. “Een verhuurder die de huur te hoog zet, doet zijn verhuurrisico stijgen (risico op achterstallen en wanbetaling). De juiste prijszetting is en blijft daardoor uitermate belangrijk” , vult Patrick Boterbergh aan.

Deze factoren verklaren waarom we sinds 2023 een geleidelijke tempering van de huurprijsevolutie zien. In 2025 steeg de gemiddelde prijs voor alle woningtypes samen met 4,5%. Dat is een percent minder dan in 2024 (5,6%). Toen was de prijsevolutie ook al afgezwakt tegenover (recordjaar) 2023 (6,5%). De huurprijsevolutie is dus zeer geleidelijk aan het toegroeien naar een niveau van ongeveer 1% boven inflatie.

Het is niet uitgesloten dat de huurprijzen de komende jaren ongeveer op dat elan verder zullen gaan. Zeker omdat de evolutie van de huurprijzen ook een kwaliteitstoename weerspiegelt. Dat blijkt verder in deze barometer wanneer we kijken naar de verdeling van de EPC-labels. Die bewijst dat de nieuw verhuurde woningen ook steeds energiezuiniger en kwalitatiever zijn.

De gemiddelde huurprijzen worden vooral gestuwd door de appartementen. Die maken immers net geen 70% uit van alle nieuwe verhuringen. Bij de appartementen zagen we in 2025 een meer gematigde prijsstijging van 4%, tegenover 5,5% in 2024.

Symbolisch belangrijk is dat de gemiddelde huurprijs voor het eerst de kloof van € 900 per maand heeft overschreden.Bemoedigend is tegelijk dat de mediaan huurprijzen minder hard doorstijgen. Voor appartementen is de mediaan huur in 2025 slechts met 3% toegenomen. De helft van de nieuwe verhuringen van appartementen gebeurt aan een huur van € 855 per maand of minder.

De trend sinds de start van de Huurbarometer is dat de huurprijsevolutie voor huurhuizen structureel hoger ligt dan voor appartementen. “Dat heeft te maken met een resem factoren, inclusief de ligging, de nog grotere vraagdruk naar gezinswoningen en het profiel van de huurders. 2025 is niet atypisch op dit vlak, met prijsstijgingen van 6% voor rijwoningen en 5,7% voor halfopen bebouwingen. Alleen bij de vrijstaande woningen gaat het met +3,3% duidelijk minder hard.” , aldus Thijs.

Voor alle woningtypes samen nadert de mediaanprijs ondertussen de kaap van € 900.

Aantal slaapkamers

Doorheen onze dataset domineren de tweeslaapkamerappartementen. Zij zijn ieder jaar goed voor ca. 61% van alle verhuurde appartementen.

1-slaapkamerappartementen vertegenwoordigen ongeveer 27%. Het restant bestaat quasi volledig uit 3 slaapkamers. Appartementen met 4 slaapkamers zijn er amper. En als ze er zijn, behoren ze hoofdzakelijk tot het luxesegment van penthouses en duplexen.

“Hoewel de prijsevolutie van jaar tot jaar kan verschillen zien we dat globaal sinds 2017 de prijs voor een 1-slaapkamerappartement het minst is toegenomen (+34,3%). Bij de 2-slaapkamerappartementen ligt de toename al wat hoger (+38,2%). De stijging bij 3 slaapkamers is echter verreweg het meest uitgesproken: +54,7%” , analyseert Patrick Boterbergh.

Bij de rijhuizen zien we hetzelfde fenomeen: de prijsstijging is meer uitgesproken naargelang het aantal slaapkamers toeneemt. Concreet: +26,6% bij 1 slaapkamer (ca. 9% van het totaal aantal rijwoningen)+35,2% bij 2 slaapkamers (ca. 33%-35% van het totaal) - +41,3% bij 3 slaapkamers (45-46%) - +59,8% bij 4 slaapkamers (9 à 10%).

Beeld van de huurmarkt volgens EPC-label

Het nieuwe Huurbarometerbestand laat voor het eerst ook toe om gegevens te ontsluiten over hoe de huurmarkt er uitziet op vlak van energiezuinigheid. We beschikken immers voor ongeveer 40% van alle verhuringen over informatie betreffende het EPC-label.

Uit deze cijfers blijkt dat de energiezuinigheid van de nieuwe verhuringen ieder jaar significant positief evolueert. Het aandeel E- en F-labels onder de nieuwe verhuringen daalt zeer sterk, tot 5,5% in 2025. In ruil daarvoor zien we het aandeel B- en vooral A-labels sterk toenemen.

In komende edities van de Huurbarometer is het de bedoeling om nog sterker in te zoomen op deze cijfers en bijvoorbeeld ook de relatie tussen EPC-labels en de huurprijs in kaart te brengen.

Lees alle details en cijfergegevens van de Huurbarometer op CIB.be (sectorinzichten)

Arthur Orlians

Mechels schepen van Wonen

Mechelen versoepelt bouwcode

Brussel is al lang de duurste centrumstad om te huren. Door een stijging van 44% in amper vijf jaar tijd neemt Leuven de tweede plaats in. Mechelen staat op plek drie en springt over Antwerpen. Bijna overal is er sinds 2020 een prijstoename tussen de 20 en 26%. Enkel Genk (+32%) steekt er bovenuit. Kortrijk en Roeselare (beide +19%) blijven er onder.

In de stad Mechelen was het in 2025 duurder om een appartement te huren dan in de provinciehoofdstad Antwerpen. De aantrekkelijkheid van de stad én de ligging spelen hier ongetwijfeld een bepalende rol in. "We weten dat onze stad duur is geworden. Dat komt omdat inderdaad omdat Mechelen een aantrekkelijke stad is geworden", zegt Arthur Orlians (Voor Mechelen), schepen voor Wonen.

"Enderzijds door onze goede ligging. We liggen heel centraal in het midden van de Vlaamse ruit: tussen Brussel, Antwerpen, Leuven en Gent. We hebben ook 2 stations, dus zijn heel bereikbaar. Daarnaast hebben we veel geïnvesteerd in het openbaar domein, zo zijn er groene pleinen en parken bijgekomen. Er is meer vraag dan aanbod, en daardoor stijgen de prijzen", zegt Orlians.

"We voeren daar ook beleid rond. We zetten in op de betaalbaarheid door meer sociale woningen en budgethuurwoningen te realiseren. Anderzijds gaan we ook onze bouwcode hier en daar versoepelen zodat er meer aanbod gerealiseerd kan worden, ook op de huurmarkt. En we helpen ook mensen bij renovaties. Het is belangrijk om in te zetten op een gezonde mix. We zijn ons ervan bewust, maar het is natuurlijk een moeilijke uitdaging", aldus de bevoegde schepen.

Asbestattest

Analyse van stalen binnen 48u

EPC

(niet)-residentieel & gemeenschappelijke delen

Elektrische keuring

Vrijblijvende offerte bij non-conformiteit

Combikeuringen

All-in one - éen bezoekmoment

Stookolie Wettelijke controle

Liften Periodieke preventieve controles

Jong gekocht: tijdelijke piek of structurele kentering?

Twintigers op de koopmarkt: tot een paar jaar terug klonk het bijna als een uitzondering. Een jong koppel dat een woning koopt, werd vaak bekeken als een gelukstreffer, geholpen door een uitzonderlijk inkomen, een stevige spaarbuffer of de spreekwoordelijke steun van mama en papa. Maar de cijfers tonen dat het beeld stilaan kantelt. Voor het eerst overschrijdt het aandeel kopers tussen 26 en 30 jaar de grens van 20%. Met andere woorden: meer dan één op vijf starters op de koopmarkt bevindt zich vandaag in die leeftijdscategorie.

Een symbolische drempel, maar tegelijk ook een duidelijke indicatie dat jongeren niet langer aan de zijlijn blijven staan. De vraag is allen: zien we hier een structurele evolutie of slechts een tijdelijke opleving?

Om hierop een antwoord te formuleren, gaan we in gesprek Lien De Cat van Immo Lachat en Sofie De Lille van Agence Vanden Abeele (Brugge) en Meuleman & Loeters (Oostkamp), beide jonge vastgoedprofessionals.

“Jongeren staan steeds vaker voor een keuze: ofwel kwalitatief huren en nauwelijks sparen, ofwel inleveren op wooncomfort om toch een buffer op te bouwen.”

“Er is enorm veel concurrentie. Starters en investeerders worden directe concurrenten van elkaar. Woningen geraken binnen enkele dagen verkocht, met meerdere biedingen.”

Sofie De Lille, Agence Vanden Abeele en Meuleman & Loeters

Lien De Cat, Immo Lachat

Jongeren haken niet af, ze stappen in Dat jongeren steeds later kopen, is jarenlang het dominante narratief geweest. En er zijn goede redenen waarom dat verhaal hardnekkig bleef hangen. Vastgoedprijzen stegen, het aantal alleenstaanden nam toe, de huurmarkt werd verstikkender en de eisen die banken stellen aan kredietnemers werden strenger. Het leek een logische conclusie: wie jong is, die wacht.

Toch zien we dat jongeren vandaag net snéller de stap naar een eerste eigendom zetten. Niet omdat kopen plots eenvoudiger is geworden, maar omdat de omstandigheden hen duwen én trekken richting de koopmarkt. “Vroeg eigenaar worden lijkt populair”, stelt Lien De Cat.

Voor een groeiend deel van de twintigers is huren geen aantrekkelijke tussenstap meer. De huurprijzen zijn hoog en de onzekerheid is groot. Lien: “Waar je pre-covid nog comfortabel kon huren én tegelijk sparen voor een eerste aankoop, is dat vandaag veel minder evident. Jongeren staan steeds vaker voor een keuze: ofwel kwalitatief huren en nauwelijks sparen, ofwel inleveren op wooncomfort om toch een buffer op te bouwen. Omdat kwaliteitsvol wonen belangrijk blijft, verschuift de voorkeur steeds vaker richting kopen. Niet alleen uit investeringslogica, maar ook omdat de klassieke tussenfase van enkele jaren huren en sparen stilaan onhaalbaar is geworden.”

Bovendien worden contracten niet altijd verlengd, is het aanbod beperkt en speelt het gevoel van ‘geld dat weg is’ mee. Wie een maandelijkse huur betaalt die dicht in de buurt komt van een afbetaling, begint zich vroeg of laat vragen te stellen.

En precies daar zit een van de verklaringen voor de stijgende instroom: jongeren blijven niet langer wachten op 'het perfecte moment', ze proberen sneller zekerheid te kopen. Al is dat niet de enige reden voor Sofie: “We merken dat zeker jongere koppels hun kans wagen op de koopmarkt net omdat ze zoveel concurrentie hebben om iets te kunnen kopen. Ze begeven zich vroeger op de koopmarkt omdat het traject vaak ook langer duurt.”

De jonge koper is beter voorbereid dan vroeger

Volgens de media gedragen jonge kopers zich vandaag anders dan hun voorgangers. Ze komen vaak goed geïnformeerd naar een bezoek. Ze hebben vooraf een simulatie gemaakt, dossiers gelezen en een duidelijk beeld van hun budget. Waar een bezichtiging vroeger soms begon met een vrijblijvende interesse, start ze

vandaag vaak met concrete vragen over EPC, renovatieverplichtingen, premies, keuringen en verwachte kosten.

“Vandaag zijn er heel veel online tools beschikbaar om simulaties te maken en panden te vergelijken.

Jongeren komen vaak goed voorbereid en hebben gedetailleerde vragen”, zo bevestigt Sofie.

“De omgekeerde beweging is er ook”, meent Lien. “Op Instagram en TikTok circuleren eindeloos veel video’s. Zowel makelaars die tips geven als jongeren die een inkijk geven in hun aankoopproces en hun valkuilen delen.”

Dat is niet toevallig. De woningmarkt is complexer geworden. De aankoopprijs is maar een deel van het verhaal: ook energieprestatie, renovatieplanning en financieringsmogelijkheden wegen zwaar door. Jongeren weten dat. Ze willen zekerheid en transparantie. “Waar vroeger veel meer belang werd gehecht aan foto’s, gaan jongeren vandaag de dag ook op zoek naar gedetailleerde informatie over de mogelijke renovaties, energieprestaties en financiering”, zo stelt Sofie. Lien countert dat dit ook gevaarlijk kan zijn: “De overvloed aan snel toegankelijke informatie zorgt soms voor misinformatie. Het is in zo’n gevallen de rol van de makelaar om te nuanceren of bij te sturen.”

Tweeverdieners domineren, alleenstaanden blijven kwetsbaar

Toch betekent de groei van het aantal jonge kopers niet dat 'de jeugd' massaal eigenaar wordt. Wie dieper kijkt, merkt dat het vooral tweeverdieners zijn die de statistiek omhoog trekken. Twee inkomens maken het eenvoudiger om een lening rond te krijgen, zeker wanneer banken streng kijken naar de verhouding tussen inkomen en maandlast. “Bovendien hebben tweeverdieners een grotere spaarcapaciteit en dus ook een grotere inleg”, stelt Sofie.

Alleenstaanden blijven in veel gevallen achter. “En dit ongeacht de leeftijd”, zegt Lien. “Met één inkomen wordt de toegang tot degelijk wonen systematisch kleiner, zowel voor wie wil huren als voor wie wil kopen.”

Vooral in stedelijke gebieden wordt het voor hen bijzonder moeilijk om een woning of zelfs een degelijk appartement te financieren. Het verschil tussen beide groepen wordt steeds zichtbaarder: niet alleen op basis van inkomen, maar ook op basis van familiale steun. Dat maakt van de koopmarkt niet alleen een economisch verhaal, maar ook een maatschappelijk verhaal. Wie de juiste ondersteuning heeft, kan vroeger starten. Wie dat niet heeft, moet vaak langer huren.

De rol van familie is vaak groter dan men toegeeft

Achter de schermen speelt ouderlijke steun bij heel wat jonge kopers een belangrijke rol. Soms gaat het om een schenking, soms om een voorschot op een erfenis, soms om een borgstelling. In andere gevallen kunnen jongeren langer thuis blijven en goedkoper wonen, waardoor ze meer kunnen sparen.

Het is een realiteit die mee verklaart waarom een deel van de twintigers de koopmarkt wél haalt. Tegelijk roept het vragen op: hoe toegankelijk blijft eigendom als familiale steun een noodzakelijke hefboom wordt? Lien: “Wie vandaag wil kopen heeft al snel zo’n 20% eigen middelen nodig. Een bedrag dat met een startersloon nauwelijks bijeen te sparen valt.” Sofie voegt er nog aan toe: “Financiële steun van familie speelt inderdaad een belangrijke rol, vooral bij jongere kopers. Dit is een belangrijke eerste opstap, zeker bij de aankoop van een eerste woning. Al zien we wel dat het aantal kopers dat financieel wordt bijgestaan de laatste jaren enorm is afgenomen.”

Kopen is opnieuw een vorm van zekerheid Eigendom biedt rust. Het geeft een gevoel van controle in een wereld die onzeker aanvoelt: economische schommelingen, stijgende kosten, strengere regelgeving, een huurmarkt die soms wispelturig is. Voor jonge kopers is een woning niet alleen een investering, maar ook een ankerpunt. “We merken dit zowel in het stedelijke Brugge, als in het eerder landelijke Oostkamp”, zegt Sofie.

“De kloof tussen een huurprijs en afkorten van een lening begint in beide regio’s heel klein te worden.”

Dat verklaart eveneens waarom sommige jongeren bewust kiezen voor een meer bescheiden woning of appartement, zolang ze maar eigenaar kunnen worden. Die droomwoning komt later wel. “Bovendien is het zo dat veel jongeren gezien de hoge prijzen en de beperkte financiële middelen verplicht worden tot de aankoop van een kleinere woning. De gedachte dat de aankoop van een droomhuis later volgt, is bijna gemeengoed geworden”, concludeert Sofie.

“Het klopt inderdaad dat jongeren vaak eerst een instapwoning zoeken”, zegt Lien. “Maar toch ligt ook daar de lat vaak al relatief hoog. Zelfs voor die eerste stap verwachten jonge kopers dat een woning aan een reeks duidelijke kwaliteits- en comfortcriteria voldoet. Daar komt bij dat ze vaak op zoek gaan naar precies die panden waar de concurrentie het grootst is: modern, lichtrijk, instapkaar en energiezuinig. Dat zijn tegelijk de woningen met de hogere vraagprijzen, meerdere kandidaten en bijgevolg vrijwel geen onderhandelingsruimte.”

Energie en renovatie worden doorslaggevend

Waar jongeren vroeger vooral op locatie en ruimte focusten, speelt vandaag ook energieprestatie een steeds grotere rol. Dat betekent niet dat iedereen plots een A-label eist, maar wel dat het EPC en renovatiepotentieel systematisch mee in rekening worden gebracht. Die verschuiving wordt inderdaad steeds duidelijker volgens Sofie: “Vooral in Brugge, waar we toch een patrimonium hebben van oude en ruime woningen zijn kopers bereid om in te boeten op buitenruimte, zolang een woning maar energie-efficiënt is of kan worden.”

“Buitenruimte wordt minder belangrijk, maar heeft wel nog een meerwaarde. Een terras of een klein tuintje zijn vaak al voldoende”, meent Lien. “Uitzondering hierop zijn woningen centraal in de grootsteden, waar ook appartementen zonder buitenruimte in trek zijn omdat er voldoende buitenleven is in de nabijheid.”

Voor veel jonge kopers is een woning waar een renovatie zich opdringt geen afknapper, op voorwaarde dat het plaatje klopt. Ze willen weten wat het kost, welke verplichtingen gelden en welke premies of financieringsmogelijkheden bestaan. “Wij merken wel dat jongeren niet afknappen op label B of C. Wanneer het echter om een label E of F gaat, wordt het moeilijker. De tijd waarin veel jonge kopers zonder aarzelen een totaalrenovatie aangingen, lijkt voorbij. De financiële risico’s zijn te groot, de onvoorspelbaarheid van het traject weegt vaak te zwaar door”, aldus Lien.

De aankoop wordt dus steeds vaker een combinatie van kopen én plannen. En dat is niet louter voor de kopers zo, aldus Sofie: “Ook de bank wil een overzicht van de totale kosten. Wat moet er nog gebeuren aan de woning, en welke kosten gaan hiermee gepaard. Een volledig en goed voorbereid dossier is ook hier onontbeerlijk.”

Meer druk op het betaalbare segment

De instroom van jonge kopers is niet zonder gevolgen voor de markt. Vooral in het lagere prijssegment neemt de concurrentie toe. Starters vissen in een vijver die al vrij krap is, en krijgen bovendien concurrentie van investeerders en doorstromers. “Een laag segment is er volgens mij niet meer”, lacht Sofie. “Er is enorm veel concurrentie, vooral voor woningen en appartementen die tussen 200.000 en 300.000 euro liggen. Starters en investeerders worden directe concurrenten van elkaar. Dat vertaalt zich ook in bezoekmomenten die vrijwel altijd onmiddellijk vol zitten.”

Het is dan ook niet verrassend dat de snelheid op dit goedkopere segment hoog ligt: panden zijn snel verkocht,

biedingen volgen elkaar sneller op en de marge om te twijfelen wordt kleiner. “Het is werkelijk indrukwekkend. Woningen geraken binnen enkele dagen verkocht, met meerdere biedingen”, stelt Sofie. “Klopt als een bus”, aldus Lien. “Een tweede bezoek inplannen is in deze markt dikwijls geen optie meer. Tegen dan is het pand vaak al verkocht.”

Dit wordt extra benadrukt door Sofie: “Het is belangrijk voor jonge kopers om snel te handelen, goed voorbereid te zijn en niet te lang te wachten. Doe je dit wel, dan kan dat leiden tot ondoordachte beslissingen waarvan de gevolgen niet altijd correct zijn ingeschat.”

Makelaar als gids in een complex traject

Deze evolutie heeft ook gevolgen voor de rol van vastgoedprofessionals. De makelaar wordt steeds minder een pure bemiddelaar, en steeds meer een gids. Wie jonge kopers begeleidt, begeleidt vaak hun eerste grote financiële beslissing. Dat vraagt heldere communicatie, correcte informatie en realistische verwachtingen. Lien: “Er wordt zeker en vast verwacht dat de makelaar allround kan begeleiden, informeren en zelfs meedenken.”

“Hier is wel enige nuance in te brengen”, vervolgt Sofie. “Jonge starters hebben inderdaad veel verwachtingen van hun makelaar. Het gaat om meer dan de transactie alleen. We nemen hierin de rol van gids op en proberen voldoende vertrouwen te geven en de relatie te doen groeien.”

Tegelijk biedt dit kansen. Wie erin slaagt jongeren professioneel en transparant te begeleiden, bouwt vertrouwen op en dat vertrouwen kan zich later vertalen in langdurige klantrelaties. “Dit is iets te kort door de bocht. Heel veel hangt af van het aanbod. Veel mensen gaan geen woning bij een andere makelaar laten schieten omdat ze een eerste woning bij een bepaalde makelaar hebben gekocht, hoe goed die ervaring ook was”, concludeert Sofie.

Een sterke klik kan op lange termijn zeker renderen, al is dat geen garantie op een toekomstige verkoopopdracht voegt Lien toe. “Wanneer jongeren later hun instapwoning verkopen, primeert steeds vaker het financiële plaatje. Waar vroeger vertrouwen, een goede ervaring of de gunfactor volstonden om naar dezelfde makelaar terug te keren, maken verkopers vandaag systematisch de vergelijking. Zelfs na een geslaagde samenwerking wordt de markt eerst opnieuw afgetoetst.”

Tijdelijke piek of blijvende trend?

De grote vraag blijft natuurlijk of de grens van 20% een beginpunt is van verdere groei, of eerder een tijdelijke opstoot. Veel hangt af van de economische context. Rente-evoluties, bouwkosten, energieverplichtingen en fiscale maatregelen zullen mee bepalen hoe toegankelijk eigendom blijft. “De economische context is inderdaad een zeer bepalende factor. De stijgende rente en de onzekerheid over de toekomstige bouwkosten zorgen ervoor dat jongeren minder lang willen huren, al blijft ook de koopmarkt een uitdaging”, zegt Sofie.

“We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar het is duidelijk dat mensen zich zo goed mogelijk aanpassen aan de huidige markt. Stijgende rentes en bouwkosten, strengere energienormen: ze maken de vastgoedmarkt niet gemakkelijker. De Vlaamse kooplust is echter zo diep verankerd dat meer nodig is vooraleer die echt zou afkoelen”, besluit Lien De Cat.

Toch lijkt één clausule nu al duidelijk: jongeren zijn geen randfenomeen meer op de koopmarkt. Ze zijn aanwezig, ze zijn actief en ze beïnvloeden het tempo van het betaalbare segment. Sofie is iets genuanceerder:

“Vastgoed wordt gekenmerkt door haar vele pieken. Alles is vergankelijk. Ik durf niet meteen stellen dat dit een blijvende trend zal zijn. Jonge kopers behoren tot een generatie die zich heel bewust is van de uitdagingen op de woningmarkt, maar die wel elke kans met beide handen vastgrijpt.”

Voor vastgoedprofessionals ligt hier een duidelijke opdracht: begeleiden met kennis van zaken, anticiperen op nieuwe verwachtingen en waken over haalbaarheid. Jong gekocht is geen mythe meer. Maar vanzelfsprekend is het evenmin.

AI in je vastgoedkantoor: van goede intenties naar een doordacht plan

AI is in korte tijd een vast gespreksonderwerp geworden op kantoor. Misschien heb je al geëxperimenteerd met automatische pandbeschrijvingen. Of je bekeek een demo van een schattingsmodel. Misschien overweeg je een chatbot op je website of een slimme zoekfunctie in je syndicdossiers.

De eerste stap zetten is vandaag niet meer zo moeilijk: de technologie is toegankelijk, collega’s delen hun ervaringen en je krijgt misschien zelfs al aanbiedingen van leveranciers van AI-toepassingen. De échte vraag is een andere: hoe zorg je dat AI geen losse proefballon blijft, maar een structureel onderdeel wordt van je werking?

Precies daar speelt VIVO op in met de gloednieuwe masterclass AI in vastgoed – van ambitie tot doordachte implementatie! Ze werken daarvoor samen met de AI-experts bij NXTGN.

AI WERKT. MAAR WERKT HET OOK IN JOUW KANTOOR?

Wie vandaag met AI aan de slag gaat, merkt al snel dat de software op zich zelden het probleem is.

De demo’s zien er goed uit, de resultaten ogen indrukwekkend en de chatbot reageert. Maar eens je het in je eigen kantoor gebruikt, begint het pas echt.

POV: JE BENT VASTGOEDBEMIDDELAAR…

Stel dat je als bemiddelaar een AI schattingsmodel inzet. In theorie krijg je snel een onderbouwde richtprijs. Handig voor een eerste gesprek met de verkoper. Tot je merkt dat sommige referenties in je databank verouderd zijn. Of dat er in jouw regio weinig recente transacties beschikbaar zijn. Of dat een verkoper vraagt: “Hoe komt dat systeem eigenlijk aan die prijs?” Dan volstaat het niet meer om te zeggen dat “de tool het zo berekend heeft”. Wie kijkt de berekening na? Wie past het model aan als de markt plots draait? Hoe leg je helder uit welke rol AI speelt in jouw advies? En blijft jouw eigen expertise zichtbaar, of verschuil je je achter een systeem?

POV: JE BENT SYNDICUS…

Voor syndici ziet het plaatje er gelijkaardig uit. Een slimme zoekfunctie in beheerdossiers kan een zegen zijn. In plaats van tien minuten scrollen, vind je in enkele seconden het juiste verslag of contract,

maar alleen als die dossiers op eenzelfde manier zijn opgebouwd. Wat als collega A documenten anders benoemt dan collega B? Wat als bepaalde info enkel in e-mails zit en niet in het dossier zelf? Of neem een systeem dat aangeeft dat een verwarmingsinstallatie waarschijnlijk binnenkort problemen zal geven. Dat is waardevolle informatie. Maar wat gebeurt er daarna? Wie krijgt die melding? Wie beslist of er effectief een technieker wordt gestuurd? Hoe wordt dat gecommuniceerd naar de mede-eigenaars? Dat zijn geen technische, maar organisatorische vragen. AI invoeren is dus meer dan een tool activeren. Het betekent nadenken over hoe het past binnen jouw kantoor, jouw processen en jouw dienstverlening.

ONS VERTREKPUNT:

HERKENBARE VASTGOEDCASES

In deze nieuwe masterclass ga je een volledige dag aan de slag met concrete situaties uit de vastgoed-praktijk. We werken rond herkenbare cases zoals:

• een chatbot die plots honderd vragen per dag krijgt;

• een schattingsmodel dat moet worden aangepast na een wetswijziging;

• een AI-toepassing die afhankelijk blijkt van ongestructureerde data;

• een leverancier die zijn prijsmodel wijzigt.

In kleine groepen analyseer je wat dit betekent voor je kantoor. Je bekijkt de impact op strategie, processen, rollen, governance en data. Je leert waar de echte knelpunten zitten en hoe je die vooraf kan inschatten.

Dat maakt deze opleiding fundamenteel anders dan een klassieke tooltraining. Je werkt niet alleen met AI, je werkt aan je organisatie.

WAT IS DE MEERWAARDE VOOR VASTGOEDBEMIDDELAARS?

Voor bemiddelaars ligt de meerwaarde van AI vaak in efficiëntie en klantcommunicatie. Sneller werken, beter inspelen op data en consistenter communiceren. Maar tegelijk moet je waken over je positionering en je klantbeleving. Een chatbot kan telefoons verminderen, maar telefoons zijn vaak momenten waarin vertrouwen wordt opgebouwd. Een automatisch gegenereerde tekst kan tijd besparen, maar moet blijven passen bij je tone of voice

In de masterclass leer je je AI-ambitie scherpstellen. Wat wil je als kantoor bereiken? Waar zit de grootste meerwaarde? En hoe vertaal je dat naar een concreet stappenplan dat realistisch is voor jouw werking?

EN VOOR SYNDICI?

Voor syndici ligt de focus vaak op efficiënt dossierbeheer, verslaggeving en onderhoudsplanning. AI kan daar een sterke ondersteuning bieden, maar alleen wanneer de basis klopt. Zijn je data en documenten voldoende gestructureerd? Zijn verantwoordelijkheden duidelijk afgebakend? Is er aandacht voor privacy en regelgeving? Hoe vermijd je dat automatisering extra complexiteit creëert? In deze masterclass leer je hoe je je kantoor versterkt met behulp van AI.

DRIE BOUWSTENEN DIE ALLES SAMENBRENGEN

De opleiding is opgebouwd rond drie duidelijke onderdelen. In het eerste deel werk je rond de voorwaarden

van een AI-ready organisatie. Je ervaart waar AI impact heeft: op strategie, verandering, talent, governance, processen, data en technologie. In het tweede deel krijg je voldoende technische basis om met vertrouwen in gesprek te gaan met leveranciers. Geen technische overload , wel helder inzicht in wat termen betekenen en welke keuzes je moet maken. In het derde deel werk je met een aankoopkader. Welke vragen stel je aan aanbieders van AI-toepassingen? Hoe schat je kosten en risico’s in? Hoe beoordeel je of een oplossing echt past bij jouw kantoor? We zorgen ervoor dat je vertrekt met een houvast én een concreet stappenplan.

NOG NIET ECHT THUIS IN AI?

Ook dan kan je bij VIVO terecht! In de masterclass Naar een competitief voordeel met generatieve AI ontdek je wat AI vandaag concreet kan in je dagelijkse werking: efficiënter schrijven, analyseren en structureren. Wat is het verschil tussen beide masterclasses?

De opleiding generatieve AI focust op toepassingen, terwijl deze nieuwe masterclass focust op implementatie. Wie eerst helder wil zien wat generatieve AI kan, start daar. Wie daarna de stap wil zetten naar structurele integratie in zijn kantoor, volgt deze implementatie masterclass. Zo bouw je stap voor stap aan kennis én verankering.

WAAROM AI VANDAAG ÉCHT TELT

De vastgoedsector verandert snel, digitalisering versnelt en klanten verwachten meer transparantie en snelheid. Tegelijk wordt ook de regelgeving steeds meer complex. AI kan daarbij een hefboom zijn, maar alleen wanneer ze bewust wordt ingezet. Als je vandaag tijd maakt om een duidelijke koers te bepalen, sta je morgen sterker. Niet omdat je alles doet wat mogelijk is, maar omdat je weet wààrom je iets doet. En wij bij VIVO helpen je graag om steeds een stapje voor te zijn.

ZELF AAN DE SLAG?

Wil je AI niet langer vrijblijvend bekijken, maar doordacht implementeren in jouw vastgoedkantoor? Schrijf je dan in voor de masterclass AI in vastgoed – van ambitie tot doordachte implementatie. Alle info en inschrijven via vivo.be/knows of scan de QR-code.

Dit AI-traject is in samenwerking met de AI-experts bij NXTGN, VLAIO, en VAIA.

Vermijd veiligheidsrisico’s: kies nu voor een

4G-lifttelefoon

2G en 3G worden uitgefaseerd en ook de vaste lijn maakt plaats voor glasvezel. Veel bestaande lifttelefoons zullen binnenkort niet meer werken. Als u dit niet op tijd controleert, dan brengt u de veiligheid van uw liftgebruikers in gevaar en bent u als syndicus niet in orde met de wettelijke verplichtingen.

Slim investeren

Indien u niet op tijd overstapt op een 4G-lifttelefoon zal de noodtelefoon niet meer werken. Dit brengt de veiligheid van uw liftgebruikers in gevaar bij een storing. Investeer niet langer in technologie die binnenkort verdwijnt en kies nu voor een 4G-lifttelefoon van Elseco. Onze oplossing is ook duurzaam op de lange termijn: de noodtelefoons van Elseco passen op elk type lift. U verandert van onderhoudsbedrijf? U behoudt uw lifttelefoon en Elseco programmeert het alarmnummer kosteloos om.

Vermijd opmerkingen op uw keuringsverslag

Een lifttelefoon geeft vaak aanleiding tot opmerkingen op keuringsverslagen en kan zelfs leiden tot een afkeuring van de lift. Zeker nu veel lifttelefoons onbruikbaar dreigen te worden door de uitfasering van 2G en 3G enerzijds en de vaste lijn anderzijds, wordt het nog belangrijker om proactief te handelen en een betrouwbare noodtelefoon in de lift te voorzien.

Veiligheid als topprioriteit

De lifttelefoon moet elke 72 uur getest worden, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. Elseco gaat een stap verder: wij testen onze meer dan 16.000 lifttelefoons elke 24 uur. Dankzij onze proactieve aanpak verhoogt u de veiligheid voor uw gebruikers. Onze techniekers zijn ook snel ter plaatse bij eventuele problemen.

Wanneer beroep doen op Elseco?

Loopt u tegen onderstaande zaken aan?

Uw vaste lijn wordt vervangen door glasvezel.

Uw noodtelefoon werkt nog via 2G/3G en wordt niet langer ondersteund door uw telecomoperator.

U ontvangt opmerkingen op uw keuringsverslag over de noodcommunicatie.

Uw lifttelefoon is defect.

U verandert van onderhoudsbedrijf en zoekt een onafhankelijke partner voor lifttelefonie.

Contacteer ons dan vandaag en kies voor een 100% betrouwbare lifttelefoon!

Contacteer ons via info@elseco.be

Meer info op elseco.be

Niet zomaar een opleiding: zo blijft VIVO ‘one step ahead’

Het opleidingsaanbod van VIVO is bij de meeste CIB-leden goed gekend. Wat minder zichtbaar is, is de dynamiek achter de schermen: het inhoudelijke denkwerk, de organisatorische puzzel, de strategische keuzes en de continue afstemming met de sector.

Wie goed kijkt naar het team, merkt trouwens dat je bij VIVO alvast een streepje voor lijkt te hebben als je Laura of Ann heet. Toeval of niet, diversiteit zit hier duidelijk niet in de voornamen, maar wél in talenten en expertise. Wat de teamleden van VIVO bindt is een grote dosis betrokkenheid en ondernemingszin.

We gingen in gesprek met het VIVO-team en geven je een blik achter de schermen van hun dagelijkse werking.

vlnr: Laura, Eva, Hilde, Michiel, Laura, Ann en Ann

Van opleidingsnood tot concreet aanbod

De basis van VIVO ligt bij de inhoud. Als teamlead ontwikkeling bewaakt Michiel het algemene opleidingsaanbod en de kwaliteit ervan. Hij ontwikkelt opleidingen binnen onder meer bouwtechnische thema’s, mede-eigendom en vastgoedbeheer. Eva focust op juridische, fiscale en commerciële thema’s. In nauw contact met experten, docenten en de CIB-studiedienst detecteert zij opleidingsnoden en vertaalt ze actualiteit en regelgeving naar concrete vorming. Samen vormen zij de inhoudelijke motor van het open aanbod, waarbij evaluaties systematisch worden meegenomen en snel geschakeld wordt bij wetswijzigingen.

Maatwerk

Naast het open aanbod ziet VIVO een groei in de opleidingen op maat. Als Business Developer van VIVO Tailored vertrekt Ann De Bruyne niet vanuit een algemeen thema, maar vanuit de opleidingsbehoefte van één kantoor. Ze onderzoekt waar strategische groeikansen liggen en welke vaardigheden versterkt moeten worden. Resultaat: geen standaardopleiding maar een opleiding of traject dat 100% aansluit bij het DNA van het kantoor.

Digitale leerervaringen

Digitalisering is een belangrijke pijler binnen VIVO. Laura Eeckhoudt produceert webinars on demand en bewaakt daarbij de kwaliteit: van voorbereiding met docenten tot opname en publicatie. Ze begeleidt ook nieuwe lesgevers en onderhoudt de relatie met de docenten. Daarnaast krijgt opleidingsinhoud een tweede leven via podcasts en korte ‘learning bites’, waardoor kennis flexibel en toegankelijk wordt gedeeld

Planning, administratie en communicatie

Achter elk aanbod schuilt een sterke organisatie. Ann Bruneel is het eerste aanspreekpunt voor inschrijvingen, BIV-uren en praktische vragen. Ze stelt de opleidingskalender samen, coördineert de planning en zorgt dat elke opleiding organisatorisch vlot verloopt. Laura Aernoudt verzorgt alle communicatie en de promotie van de VIVO-opleidingen. Van de socials, tot het schrijven van artikels voor magazines of nieuwsbrieven, tot het hosten van de podcast. Zo slaat ze de brug tussen expertise en doelgroep.

Een werk van lange adem Een apart luik binnen de werking zijn de congressen. Hilde en Michiel maken deel uit van de werkgroep die

het programma van het Syndic- en Vastgoedcongres uitwerkt. Dat proces start maanden op voorhand: thema’s bepalen, sprekers contacteren, programma structureren, afstemmen met communicatie en studiedienst. Wat voor deelnemers één dag inspiratie is, is voor de werkgroep een traject van acht maanden voorbereiding.

“De werking van VIVO is breed en veelzijdig”

Zegt Hilde. “Als leidinggevende bewaak ik de algemene VIVO-werking, maar gelukkig sta ik er niet alleen voor. Ik heb een heel geëngageerd en vooral enthousiast team achter mij dat steeds op zoek is naar vernieuwing.” concludeert ze fier.

De kracht van het CIB-huis

Binnen het CIB-huis wordt intens samengewerkt met alle aanwezige diensten. Die kruisbestuiving maakt dat VIVO snel kan inspelen op actualiteit en sectorwijzigingen. Hilde ziet die samenwerking als een strategische troef: “Door nauw samen te werken met andere diensten kunnen we sneller schakelen en onze inhoud verrijken.” De goede sfeer in huis zorgt voor een samenhorigheidsgevoel, wat de samenwerking alleen maar bevordert.

Veelvoudige energiebron

De energie binnen VIVO komt uit verschillende hoeken, maar vloeit mooi samen in één gedeelde drive.

Voor Michiel en Eva zit voldoening sterk in de inhoudelijke impact. Opleidingen waaraan maanden is gewerkt en die achteraf positieve evaluaties krijgen of zelfs extra sessies vragen... Dat is het bewijs dat hun werk het verschil maakt. Het analyseren van feedback en het voortdurend verfijnen van het aanbod geeft hen energie.

Voor de twee Laura’s speelt ook persoonlijke groei een belangrijke rol. Het feit dat ze binnen VIVO ruimte krijgen om ideeën uit te werken en nieuwe formats mee vorm te geven, werkt motiverend.

Bij Ann De Bruyne komt energie vooral uit het strategisch meedenken met kantoren. Wanneer een opleiding op maat echt aansluit bij de noden van een team en bijdraagt aan hun professionele groei, geeft dat een sterke voldoening. Ann Bruneel haalt dan weer energie uit de combinatie van klantencontact en organisatie: het gevoel dat alles praktisch klopt en deelnemers vlot geholpen worden.

Voor Hilde ligt de grootste kracht in het samenspel van al die elementen. Een geslaagd congres, een sterk nieuw format of positieve testimonials van klanten zijn nooit het werk van één persoon, maar van een hecht en complementair team. Het samen bouwen aan kwaliteit en impact, dát geeft energie.

Toekomstvoorspelling

De sector verandert snel. Digitalisering en AI bieden kansen om administratieve processen efficiënter te maken en communicatie gerichter in te zetten. Volgens Laura Eeckhoudt kan dat ruimte creëren om te experimenteren en nieuwe dingen uit te proberen. Daarnaast benadrukken meerdere collega’s dat opleidingen nooit overbodig worden. In een complexer wordende vastgoedwereld blijft kennis een concurrentievoordeel. Volgens Hilde ligt de toekomst in een slimme mix van technologie en menselijk contact. Administratie kan inderdaad eenvoudiger worden, maar expertise, interactie en vertrouwen blijven mensenwerk. Meer maatwerk, meer co-creatie met klanten en partners én meer hybride leervormen. Zo is VIVO altijd een stapje voor.

Wat dit verhaal toont, is dat VIVO geen verzameling van losse functies is. Het is een ecosysteem waarin uiteenlopende rollen samenkomen in één gedeelde missie: vastgoedprofessionals sterker maken in hun vak.

BESCHERM JE ACTIVITEITEN EN JE REPUTATIE.

Als Belgische vastgoedmakelaar ben je wettelijk verplicht je aansprakelijkheid te dekken via de basispolis van het BIV. Deze polis beschermt je bij schadeclaims van derden, diefstal door personeel, beroepsfouten en meer.

Om je nog beter te beschermen tegen de risico’s van je vak, biedt CIB in samenwerking met Concordia verschillende aanvullende waarborgen. Denk aan hogere verzekerde bedragen en rechtsbijstand bij disciplinaire verdediging.

Wil je nog ruimere bescherming?

Breid je polis dan uit met optionele verzekeringen, zoals aansprakelijkheid voor asbestdeskundigen en rechtsbijstand bij contractuele geschillen.

Voor meer info, surf naar cib-verzekerje.be

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook