__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

3

#

nr. 03 / 2020

Vakblad Asset Management

CIRCULAIRE AMBITIES

Informatief, Leuk en Leerzaam Circulair Bouwen Impact van Corona op de werkvloer Groen en circulair ondernemen


3

#

nr. 03 / 2020

Colofon VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland. Concept en realisatie Elma Media B.V. Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl Art Director Kim Speleman Martijn van der Wielen Hoofdredactie Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G Postbus 138, 3990 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl VAM is een samenwerking www.worldclassmaintenance.com https://itanks.eu Auteurs Pieter Pulleman (Circulair Bouwen –Ithaka- en Circulair asfalt voor circulair bedrijventerrein) Evi Husson (Modernisering van de VIRM) Mark Oosterveer, programmamanager bij iTanks (Inspire; Ervaring is circulaire kennis) Han van de Wiel (Stortplaatsen helpen de circulaire economie) WCM (Energieneutrale staalproductie) Hester Jansen (Onze schaftkeet was nog nooit zo schoon) Ellen den Broeder-Ooijevaar Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM), Sander Momberg (MME Group), Els van den Heuvel (NVDO) Druk Elma Media B.V. Advertentie-exploitatie Elma Media B.V. Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl

VOORWOORD <

Circulair; het is al heel normaal Deze editie van Vakblad Asset Management staat in het teken van Circulaire Ambities. Letterlijk betekent circulair; Cirkelsgewijs, Kringvormig, Rondgaand. Door bouwinstanties is het inmiddels een veel gebruikte term om producten te omschrijven die na gebruik volledig recyclebaar zijn. Na het recyclingsproces zijn de producten weer bruikbaar voor dezelfde doeleinden. Hierdoor wordt de cirkel bij wijze weer rond gemaakt. Het hebben van ambities is altijd goed en ook fijn, want dat stimuleert je geest, je manier van samenwerken en biedt mogelijkheden op vele vlakken. Dat geldt ook voor het hebben van circulaire ambities. Natuurlijk doen wij thuis oud papier in de blauwe container en gebruiken we het even later weer als gerecycled toiletpapier. Dat is al zo gewoon geworden, daar staan we niet eens meer bij stil. Dat geldt ook voor de glasbak waar ik vaste bezoeker ben. Ik besef allang niet meer dat mijn lege pot appelmoes even later gewoon weer op tafel staat, waarschijnlijk met een andere vulling. Het oude, lineaire model van het ‘winnen-maken-gebruiken-weggooien’ biedt geen weg terug voor afgedankte materialen, de circulaire economie wél. In de circulaire economie worden producten, onderdelen en grondstoffen na het einde van de gebruiksduur (liefst zo hoogwaardig mogelijk) teruggebracht in de keten. De circulaire economie biedt niet alleen voordelen voor het milieu, maar ook voor de economie. Als het gaat om circulaire ambities, mogen we ons inkoopbeleid niet vergeten. Circulair inkopen is eigenlijk meer een organisatiebeleid. Het gaat om het gehele proces van opdrachtgeverschap. Het is een wezenlijk deel van de missie en visie van de organisatie. Niet alleen de inkoopafdeling is verantwoordelijk. Het is dan ook belangrijk om draagvlak binnen de organisatie te hebben om met circulariteit aan de slag te gaan. En dan is er natuurlijk nog de Rijksoverheid, die samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden werkt aan een duurzame economie voor de toekomst. In deze circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In het Rijksbrede programma Circulaire Economie staat wat nodig is voor een circulair Nederland in 2050. Recent was ik op vakantie in eigen land, onder andere in een plaatsje tussen Venlo en Tegelen. In Venlo viel meteen het markante stadskantoor op. Het regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor besproeiing van de groene gevel. Zonnestraling wordt omgezet in energie en daar waar mogelijk wordt het licht en de warmte zoveel mogelijk benut. Ook grondwater draagt bij aan schone energie. Energieverliezen worden zoveel mogelijk tegen gegaan. Op deze manier zullen de energiekosten laag zijn. De groene gevel werkt als een groene long die schone lucht produceert voor de mensen en de stad. Door natuurlijk ventilatie stroomt de lucht door het gebouw. De gezonde lucht komt ten goede aan de productiviteit van de medewerkers. En dat maakt circulair bezig zijn nou zo leuk: Gemeente Venlo houdt zich actief bezig met het in kaart brengen van de sociale waarde die het pand genereert door een prettige, lichte en natuurlijke werkomgeving te bieden aan haar werknemers. Alleen al door het ziekteverzuim met 1% te verlagen, bespaart de gemeente 480.000 euro per jaar. Dan is productiviteitsverhoging vanwege een prettige omgeving nog niet eens meegenomen. En zo leiden onze circulaire ambities tot nieuwe resultaten die we heel normaal gaan vinden. Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO

3


VAN DE VOORZITTER <

Tweede leven De auto van mijn vrouw moest enige tijd geleden naar de garage voor een APK keuring. Er werd door de garage geconstateerd dat er condens in de koplamp zat waardoor de lichtopbrengst te laag was. Helaas was het vervangen van de rubber afdichting bij deze auto niet mogelijk en er moest een geheel nieuwe koplampunit worden besteld. Dit is maar een voorbeeld hoe fabrikanten over repareerbaarheid van hun producten denken. Dezelfde voorbeelden zijn legio als het gaat om elektronica en elektrisch gereedschap. Circulariteit is inmiddels een bekend begrip geworden. Er wordt veel over gepraat en bedrijven hebben goede voornemens in die richting. Als het gaat om de praktijk, zijn de echte succesverhalen nog zeldzaam. Natuurlijk kent iedereen wel een aantal voorbeelden van innovatieve bedrijven die producten aanbieden waarvan de stoffen en/of componenten kunnen worden hergebruikt, maar de praktische voorbeelden die op grote schaal door de industrie worden toegepast, blijven uit. Voorstanders van een circulaire economie, waar ik er een van ben, willen de transitie van niet circulair naar geheel circulair in één stap maken. Dat gaat mij te ver en is volgens mij een utopie. Bovendien komt circulariteit in nogal wat gevallen in conflict met duurzaamheid. Wat mij betreft zijn kleine stappen naar volledige circulariteit (zo dat

al bestaat) veel effectiever en realistischer. En juist hier hebben wij als onderhoudsvereniging een belangrijke rol te vervullen. Levensduurverlenging is mijns inziens een goede eerste stap op de weg naar circulariteit. Levensduurverlenging staat bij veel bedrijven binnen de industrie en infrasector al hoog op de agenda al lang voor het begrip circulariteit zijn intrede deed. Elke investeerder wil immers zo lang mogelijk geld verdienen aan zijn assets zonder een dure investering te hoeven doen in nieuwe assets. Toch zie ik op kleinere schaal binnen de industrie redelijk wat verspilling als het gaat om het vervangen van equipment, appendages en instrumentatie. Veel van deze componenten hadden door beter onderhoud (bijv. op tijd schilderen, op tijd smeren) een langer leven kunnen hebben. Veel andere componenten hadden in een ander bedrijf een tweede leven kunnen hebben. Waarom zijn Marktplaats en Ebay voor particulieren een begrip geworden en is een dergelijk concept binnen de industrie nog ver te zoeken. De liggen vol met overtollige kleppen en e-motoren die elders nog makkelijk ingezet kunnen worden, maar iedereen is nog zeer terughoudend om dit soort informatie met elkaar te delen. De NVDO wil zich sterk maken om hergebruik en betere onderhoudbaarheid en repareerbaarheid van assets te stimuleren. Dit in samenspraak met engineers die dit allemaal in hun ontwerp zullen moeten integreren. Waarom geen onafhankelijk platform creëren waarin de industrie hun assets aanbieden voor een tweede leven elders? In ben een regelmatig bezoeker van kringloopwinkels bij mij in de buurt. De aankoop van een leuk meubelstuk of bruikbaar apparaat geeft mij veel voldoening. Een bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire economie waarin de levensduur van assets steeds verder wordt opgerekt en assets meerdere malen, misschien voor verschillende functies, kunnen worden hergebruikt, zal ook bij de onderhoudsprofessional een goed gevoel en heel veel werk opleveren.

‘Magazijnen liggen vol met overtollige kleppen en e-motoren die elders nog makkelijk ingezet kunnen worden’ 4 juni 2020


Inhoud

03 Voorwoord

04 Van de voorzitter 08 Circulair bouwen: het beschikbare materiaal bepaalt het ontwerp > Circulair bouwen is anno 2020 geen noviteit meer. Dat is maar goed ook, want grondstoffen raken op en de klimaatverandering klopt steeds harder op onze deur.

12 Circulaire ambities binnen Service en Onderhoud

22 Bouw Rotterdam Ahoy Convention Centre op schema

27 Kort

32 Bewustwording komt voor de Impact

35 Gezamenlijke aandacht voor slim en duurzaam onderhoud

38 Noodzaak van circulaire economie

50

Ronde tafel: Impact van corona op de werkvloer

Veiligheid en Duurzaamheid; van onderzoek naar praktijk

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56

06 ‘Meer bewustzijn te creëren’> De in 1990 aan de Kweekschool voor de Handel afgestudeerde Vincent Nibbering begon zijn loopbaan als vestigingsmanager bij Punch Shoes & Fashion in München.

Cargill positief verrast door veelbelovend resultaat eerste BioVoice-ronde 14

Langs parallelle routes naar een energieneutrale staalproductie 18

Circulair asfalt voor circulair bedrijventerrein Schiphol Trade Park 24

Ervaring is circulaire kennis 28

Circulariteit in de Rotterdamse haven versnellen 36 Kort

37

Onze schaftkeet wasnog nooit zo schoon 40

Maintenance belangrijke spil bij modernisering van de VIRM 44

Stortplaatsen helpen de circulaire economie 48

Cursuskalender Casus

52

54 5


ww

Wie Vincent Nibbering

Wat Business Development Manager

‘Meer bewustzijn te creëren’ De in 1990 aan de Kweekschool voor de Handel afgestudeerde Vincent Nibbering begon zijn loopbaan als vestigingsmanager bij Punch Shoes & Fashion in München. Vanaf 1992 vervulde hij diverse commerciële functies binnen de Textiel dienstverlening (bij Lips Textielservice, Initial Hokatex en Vendrig). Na een dienstverband van zo’n 27 jaar bij familie- en beursgenoteerde ondernemingen stapte hij over naar Elis. Daar werkt hij nu als Business Development Manager.

Als Business Development Manager is Nibbering bij Elis verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het creëren van nieuwe klanten. Hij legt daarbij de focus op circulariteit, waarbij hij op zoek gaat naar partnerships voor de Elis’ Bedrijfskledingservice binnen die circulaire keten. Voor Nibbering is het circulair produceren van bedrijfskleding en het circulair gebruik daarvan heel belangrijk. Nibbering denkt graag mee aan circulaire oplossingen en verkondigt zijn missie dan ook binnen zijn industrie- en maintenancenetwerk om meer bewustzijn te creëren. “Als je het hebt over circulariteit, dan vind ik het leuk en verantwoord dat ons bedrijf met een partner als Frankenhuis uit Haaksbergen een “Re-Use”-oplossing gevonden heeft voor onze afgekeurde bedrijfskleding”. Frankenhuis maakt vilt van de afgekeurde bedrijfskleding van de klanten van Elis. i-DID, een echte Utrechts sociale onderneming, geeft mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt een kans om te integreren of te re-integreren op de arbeidsmarkt. Die medewerkers maken van het aangeleverde vilt van Frankenhuis nieuwe producten, zoals laptop sleeves, design tassen, telefoonhoesjes, organizers, (geluiddempende) interieurbekleding en wandpanelen bij bedrijven. Naast zijn werkende leven vindt Nibbering ontspanning bijzonder belangrijk. Hij is groot fan van de volksclub FC Utrecht en ambassadeur van Stichting Hartekind. “Zo schreef Vrougje Fikke van Fiksem een dubbelinterview over mij en Tommie van Alphen van FC Utrecht voor het Business Magazine van FC Utrecht. In dit interview komt

6 juni 2020

mijn passie voor netwerken en het leggen van verbindingen sterk naar voren. En daarmee is het lijntje naar de M.O.O.I. (Maintenance, Offshore, Onshore, Industry) Business Netwerkclub gelegd”. Door dit netwerk is Nibbering 4,5 jaar geleden in contact gekomen met het bestuur van Stichting Hartekind. Hij was meteen geraakt door deze geweldige maatschappelijke organisatie. “Nog geen 50 jaar geleden overleden bijna alle kinderen met een aangeboren hartafwijking en werd maar een heel klein percentage volwassen. Sindsdien hebben de behandelmogelijkheden een enorme vlucht genomen. Dit heeft ertoe geleid dat tegenwoordig meer dan 90% van alle kinderen met een aangeboren hartafwijking volwassen wordt. Toch is een hartafwijking nog steeds doodsoorzaak nummer 1 bij kinderen tot 15 jaar. Stichting Hartekind financiert wetenschappelijk onderzoek om hier een verschil in te maken”. Nibbering zet zich als ambassadeur belangeloos in voor Stichting Hartekind en hij doet dit vanuit een persoonlijke intrinsieke motivatie. Zo was hij actief betrokken bij het organiseren van veilingen voor Stichting Hartekind. Voor Nibbering is het belangrijk om tijdens de verschillende netwerkbijeenkomsten van M.O.O.I verbindingen te leggen tussen de zakelijke business partners uit de maintenancesector. “Met mijn zakelijke netwerk kan ik echt het verschil maken voor Stichting Hartekind en met de gelden ervan kunnen we zorgen dat de overlevingskansen van (ongeboren) kinderen met een hartafwijking sterk verbeterd worden”. <


ONTMOET Vincent Nibbering <

Vincent Nibbering Foto: privĂŠ collectie

7


INTERVIEW <

Foto: Bouwbedrijf Meliskerke

Circulair bouwen: het beschikbare materiaal bepaalt het ontwerp Circulair bouwen is anno 2020 geen noviteit meer. Dat is maar goed ook, want grondstoffen raken op en de klimaatverandering klopt steeds harder op onze deur. Er is dan ook afgesproken dat in 2050 de gebouwde leefomgeving in Nederland circulair moet zijn. De Zeeuwse GGZ-instelling Emergis was vier jaar geleden een van de voorlopers.

8 juni 2020


Poppe van Bouwbedrijf Meliskerke. Hij was betrokken bij de bouw van het skelet, de betonvloer en de renovatie van het bestaande deel van het Ithaka-gebouw. “Het begint met de zoektocht naar circulair materiaal: de markt hiervoor is nog klein waardoor het bij elkaar sprokkelen van materialen veel tijd kost. Een donorgebouw zoals in dit project is eigenlijk onmisbaar”.

> Materialen oogsten. Circulair bouwen gaat over het toepas-

‘Planning en voorbereiding zijn bij circulaire projecten nog belangrijker dan gewoonlijk’ Emergis wilde zijn kinder- en jeugdkliniek Ithaka in Kloetinge zo duurzaam mogelijk renoveren en uitbreiden. De vraag was hoe. Via de provincie kwam de instelling in contact met ontwikkelmaatschappij Economische Impuls Zeeland. Carola Helmendach van Impuls; “Impuls heeft diverse regionale bedrijven erbij betrokken, waaronder de architect, een ontwikkelteam helpen opzetten. We hebben ook meerdere subsidies voor het project binnengehaald, onder meer om onderzoek naar de materialen in het oude gebouw te kunnen doen. Ook is er na afloop een leerdocument opgesteld met ervaringen uit het bouwproject”.

> Planning en voorbereiding. Dat oude gebouw betrof het voormalige districtskantoor van Rijkswaterstaat in Terneuzen dat in 2016 op de nominatie stond om te worden gesloopt. Het gebouw werd volledig ontmanteld en de herbruikbare materialen werden afgevoerd, opgeslagen en vervolgens bewerkt voor toepassing in de kliniek. Mooie bijkomstigheid: in de opslag en bewerking van het materiaal speelde het werk- en leerbedrijf van Emergis een belangrijke rol. Cliënten van Emergis werden op deze manier betrokken in het circulaire bouwproces. “Planning en voorbereiding zijn bij circulaire projecten nog belangrijker dan gewoonlijk”, zegt projectleider Henri

sen van biobased materialen, remontabele materialen of het gebruik van herbruikbare materialen. Onder biobased valt bijvoorbeeld het gebruik van hout en olifantengras als toevoeging aan beton. Remontabel gaat over demonteren en opnieuw in elkaar zetten en de variant ‘hergebruik’ gaat over het toepassen van zoveel mogelijk materialen die zijn ‘geoogst’, bijvoorbeeld uit een oud pand. Voor de Ithaka-kliniek nam de architect de herbruikbare materialen van het Rijkswaterstaatgebouw als uitgangspunt voor zijn ontwerp. Dat is een andere rol: normaal levert hij een ontwerp aan, waarna de constructeur zijn werk doet en de inkoop van materialen kan beginnen. Nu bepaalden de beschikbare materialen het ontwerp. Het betreft onder meer een deel van de buitenkozijnen, binnendeuren, gevelbekleding, een grote hoeveelheid houten liggers en kolommen en stalen liggers. De architect werkte niet eerder op deze circulaire manier. Impuls wees hem op een workshop bij MVO Nederland over de uitgangspunten en aanpak van circulair bouwen.

> Materialenpaspoort. Om materialen van een bestaand pand opnieuw te kunnen gebruiken, is het cruciaal dat bekend is welke materialen er gebruikt worden, in welke kwaliteit en voor welke toepassing. Als een gebouw aan het einde van zijn levensduur is, is de waarde van de materialen beter in te schatten. Een materialenpaspoort aanleggen is inmiddels een gekende werkwijze hiervoor. Voor het Rijkswaterstaatgebouw was dit niet het geval en moest onderzoek plaatsvinden. Helmendach; “Om dit te kunnen doen hebben wij extra financiering kunnen bewerkstelligen”. Verder was het erg handig voor de ontmanteling dat er veel foto’s beschikbaar waren van de bouw van het kantoor. Bij de nieuwbouw van de kliniek is wel een materialenpaspoort, inclusief foto’s, aangelegd.

> Ketenpartners uitdagen. In het leerdocument zegt de architect; “Je moet de ketenpartners uitdagen de materialen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Zij moeten mede bepalen waar ze dat kunnen doen. De overgang tussen architect, constructeur en aannemer wordt vloeiender”. Uiteindelijk is dertig tot veertig procent van het oude gebouw hergebruikt. Het aandeel in de nieuw- en verbouw is circa dertig procent. Nieuwe materialen werden waar mogelijk circulair ingekocht. Poppe; “Je moet vanaf de start dingen heel anders organiseren. Hoe kan het gebouw in de toekomst weer eenvoudig uit elkaar, bijvoorbeeld. En dan realiseer je je dat je het gebruik van spijkers, lijm of pur moet beperken. Dat vergt een hele andere manier van denken en werken. We hadden te maken met grote overspanningen en wilden een deel van het hout laten lamineren en vingerlassen. Dat kon niet, omdat op bestaande materialen geen certificaten en keurmerken worden afgegeven. Dus hebben we een beperkte hoeveelheid nieuw FSC-hout met de juiste afmeting moeten inkopen”.

> Hinderpaal. De eisen in het Bouwbesluit kunnen een hinderpaal zijn bij circulair bouwen. Tijdens de bouw van het districtskantoor in 2000 was de eis dat binnendeuren 210 cm hoog moesten >

9


van de architect, van het bouwbedrijf, van iedereen. Maar, je moet ook stilstaan bij de eisen vanuit de financiering, zeker als je een ‘groene’ hypotheek met lagere rente wil, bij de wet- en regelgeving en juridische onderwerpen zoals garantie op installaties die je wilt hergebruiken. Als je het goed aanpakt is circulair bouwen overigens over de gehele levensduur niet duurder. De extra kosten zitten vooral in de extra arbeid”.

> Online marktplaats. De Ithaka-kliniek werd vorig jaar suc-

Foto: N.V. Economische Impuls Zeeland

>

zijn. Tegenwoordig is dat 230 cm. Idem voor bijvoorbeeld de ramen; de isolatie-eisen van nu zijn hoger dan die van toen. Helmendach; “De deuren konden we oplossen door het feit dat het deels een renovatieproject betrof en dan mag die oude maat nog wel. De mindere isolatiewaarde is gecompenseerd met extra zonnepanelen en zwaardere isolatie op andere plekken. Kern is: je moet het tijdig onderkennen en creatief zijn in de oplossing. Daarvoor moet dan vaak ook een berekening komen”. Poppe; “Dat bouwkundig rekenwerk heeft wel veel tijd gekost; al die details opnieuw tekenen en berekenen. Voor de houten draagconstructie zaten we al boven de zeventig tekeningen. Door de vele wijzigingen en berekeningen heb je soms wel het idee dat je wat achter de feiten aanloopt”.

> Arbeidsintensief. “Het was heel arbeidsintensief ”, blikt Helmendach terug. “Het was ook nieuw en onwennig om het zo in het groot te doen. Je gaat op een andere manier kijken naar het bouwproces. Het vraagt ook om een andere manier van vakmanschap,

‘Het vraagt ook om een andere manier van vakmanschap, van de architect, van het bouwbedrijf, van iedereen’ 10 juni 2020

cesvol opgeleverd. Impuls promoot het circulaire gedachtengoed in de provincie. Er is onder andere een kennisnetwerk Circulair Bouwen opgezet. Helmendach; “Die kring proberen we breder te maken om kennis nog meer te verspreiden. We denken na over een online marktplaats voor regionale herbruikbare materialen. Er is namelijk wel aanbod aan herbruikbare materialen, maar dat is vaak lastig te vinden. Ook zijn we in de recreatiesector actief. Er zijn al zo’n twintig ondernemers die circulaire plannen aan het ontwikkelen zijn. We zien namelijk dat in die sector eigenaren regelmatig hun gebouwen vernieuwen. Er zijn nu twee campings die het circulaire concept al in de praktijk hebben gebracht. Alle toeleveranciers worden betrokken om een accommodatieconcept te ontwikkelen, dat na tien jaar een update kan krijgen. Het idee is om geen materialen weg te gooien, maar om ze een tweede leven te geven binnen of buiten de camping. Het ontwerp zal dusdanig flexibel zijn, dat het eenvoudig zal zijn om na tien jaar gedateerde onderdelen te vervangen, waarbij de leverancier het op zich neemt om het materiaal of product een nieuwe bestemming te geven”. Poppe; “Het was ook leuk om te zien hoe iedereen meegaat in de nieuwe manier van denken, van de timmer- en andere vaklieden tot en met kantoor. Dat moet ook, want als je circulair wilt bouwen moet iedereen erachter staan. De vraag is wel telkens ‘wat is haalbaar en tot hoever moet je gaan?’. We hebben bijvoorbeeld gekeken of we een elektrisch aangedreven bouwkraan konden inzetten. Maar daarvoor bleek de bouwaansluiting onvoldoende. Dan wordt het lastig”. <

Foto: Bouwbedrijf Meliskerke


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN. โ€ข Wat is Asset Management? โ€ข Hoeveel onderhoud is juist genoeg? โ€ข Kunnen we met de onderhoudsfunctie waarde creรซren? โ€ข Wat is de rol van onderhoud binnen het Asset Management? โ€ข Wat is Predictive Maintenance en hoe geef ik dit vorm?

DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BRE GEN NG IN DE BACHEL EN WERKTUIGBOU OR WKUNDE DEELTIJD.

INFORMEER!

EXTRA START JUNI 2020 ECHNOLOGIE ONDERHOUDST EEN. IN HOOGEV

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD (HQRQGHUKRXGVRSOHLGLQJEรณ+RJHVFKRRO8WUHFKWKHOSWXLQXZHLJHQEHGUรณIGH DQWZRRUGHQWHYLQGHQRSGH]HYUDJHQ$DQGHKDQGYDQNDGHUVJHVWHOGGRRUKHW,QVWLWXWH RI$VVHW0DQDJHPHQW ,$0 HQGH(XURSHDQ)HGHUDWLRQRI1DWLRQDO0DLQWHQDQFH6RFLHWLHV ()106 ]รณQYHOHPRRLHUHVXOWDWHQHQIRUVHEHVSDULQJHQEHUHLNWEรณGHGHHOQHPHQGH EHGUรณYHQ'RRUGHEUHGHVFRSHRS]RZHO0DWHULDDONXQGH(QJLQHHULQJ,QVSHFWLHDOV 0DLQWHQDQFH0DQDJHPHQWELHGHQRQ]HRSOHLGLQJHQRSKHWJHELHGYDQ2QGHUKRXG SUHFLHVGLH LQWHJUDOH NHQQLVGLHQRGLJLVRPYHUGHUWHNXQQHQNรณNHQGDQKHWHLJHQ YDNJHELHGHQGDDUGRRUDDQWRRQEDDUEHWHUHUHVXOWDWHQWHERHNHQ โ€ข Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) โ€ข Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) โ€ข Post-HBO Onderhoud en Asset Management โ€ข Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

INFORMEER!

Start 30 september 2020 Start 1 oktober 2020 Start 8 oktober 2020 Start september 2020

$OOHJHQRHPGHRSOHLGLQJHQNXQQHQQDDUZHQVLQFRPSDQ\ RSPDDW YHU]RUJGZRUGHQ ,QIRUPHHUQDDUGHPRJHOรณNKHGHQ 0HHUZHWHQ"%HOPDLOQDDULQIR#FYQWQORINรณNRSwww.cvnt.nl

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN


IMPROVE <

Circulaire ambities binnen

Service en Onderhoud

Bedrijven die serieus nadenken over verantwoord grondstofgebruik en hoe ze een mogelijk toekomstige uitputting van onze aarde kunnen minimaliseren, kennen het begrip circulaire economie of een kringloopeconomie maar al te goed. Zij hebben reeds actie genomen en vernieuwende oplossingen en processen geïmplementeerd om de kringloop binnen hun bedrijf te faciliteren.

In het dagelijkse leven komen we dit fenomeen ook steeds vaker tegen. Bijvoorbeeld bij auto’s voor gemeenschappelijk gebruik. Hierdoor hoeven er minder auto’s geproduceerd te worden en neemt het grondstoffenverbruik af. Defecte auto’s worden gerepareerd en de onderdelen worden in andere auto’s gebruikt. De onderdelen die niet meer hergebruikt worden, worden uiteindelijk gerecycled. In dit voorbeeld zien we de drie stappen van een typische kringloop duidelijk terug: 9 Reduce (verminderen van het grondstofgebruik) 9 Reuse (hergebruik van producten en onderdelen) 9 Recycle (hergebruik van grondstoffen)

> Strategische rol. Kijkend naar ons eigen vakgebied, zien we gezamenlijke doelen die we met de circulaire economie nastreven. Denk aan de optimale inzet en het verlengen van de levensduur van onze beschikbare productiemiddelen. Herkenbare begrippen zoals

12 juni 2020

onderhoud, reparatie, verlenging van levensduur en hergebruik, tonen aan dat service en onderhoud een belangrijke strategische rol spelen in het behalen van deze doelen.

> Toepassing. “Via het verduurzamen van de Asset Life Cycle kunnen we al tijdens de ontwerpfase inzetten op duurzame en recyclebare materialen en deze gebruiken voor de productie, bouw en installatie van assets. Hiermee wordt de levensduur verlengd en bij vervanging hergebruiken we de onderdelen”, zegt Bas Horvers, SAP Enterprise Asset Management Consultant bij Ideo. “Denk ook aan nieuwe verdienmodellen: Bij het zogenaamde Servitisation levert de leverancier diensten in plaats van producten. De leverancier is daarbij zelf verantwoordelijk voor de kringloop van deze producten”. Horvers doelt daarbij op ontwerp, productie, bouw, installatie, operatie tot aan vervanging. “Het sturen op hergebruik is dan beter geborgd omdat het een onderdeel vormt van het verdienmodel van de leverancier”.


Foto: Ideo

“Daarbij presteren assets beter door het inzetten van innovatieve onderhoudsstrategieën. De productiviteit is dan efficiënter, er is minder energieverbruik en er wordt gunstiger omgegaan met grondstoffen. Zo wordt er ook beter ingespeeld op onnodige productie en/ of voorraden ter voorkoming van mogelijke risico’s”, aldus Horvers. “Net zoals auto’s die voor gemeenschappelijk gebruik ingezet worden, kunnen bedrijven ook investeren in specialistisch onderhoudsgereedschap dat door branchegenoten gedeeld kan worden”.

> Toetsen, meten, interpreteren, bijstellen. Zo zet SAP serieus in met Intelligence Asset Management (IAM), waarmee vooruitstrevende en innovatieve bedrijven hun circulaire ambities kunnen ondersteunen. De IAM suite van SAP maakt het mogelijk om relevante asset data vast te leggen en deze te ontsluiten naar de belanghebbende partijen in de ‘cirkel’. Op basis van hun ambities worden de juiste onderhoudsstrategieën opgesteld, vastgelegd en geëvalueerd. Deze strategieën worden getoetst door tijdens de operatie te meten, te interpreteren en bij te stellen. Op die manier kan de vraag of onze ambities waar worden gemaakt, sneller beantwoord worden. SAP IAM is in staat om de prestaties van de assets te verbeteren, onnodige risico’s te voorkomen en innovaties zoals Servitisation te ondersteunen. Daarnaast voorkomt SAP IAM ‘over-maintaining’ van de assets. <

‘SAP IAM voorkomt ‘over-maintaining’ van de assets’

13


ONDERZOEK <

14 juni 2020


Cargill positief verrast door veelbelovend resultaat eerste BioVoice-ronde Mkb’er Evodos uit Raamsdonksveer helpt multinational Cargill om biomassa efficiënter en effectiever te ontwateren. De twee bedrijven werken succesvol samen dankzij het BioVoice-programma, dat vraag en aanbod op het gebied van biobased innovatie bij elkaar brengt. Thomas Liefting van Cargill; “BioVoice is een ideaal programma om op een laagdrempelige manier een voor ons nieuwe technologie te testen”.

“Nee, ik kan niet te veel details geven over wat Evodos precies voor ons doet, want dan is onze voorsprong direct weg”, verontschuldigt Liefting zich. “Maar ik ben heel tevreden over de mogelijkheden die BioVoice biedt en over de resultaten van de testen met Evodos”.

beperkt in omvang, terwijl onze technologie geschikt is voor veel verschillende situaties, zoals met biomassa en de olie- en gassector. Echter, om de stap naar een platformtechnologie te kunnen maken, heb je een partner nodig die je de ruimte geeft om door te ontwik> kelen. BioVoice faciliteert dat”.

> Challenges. BioVoice werkt met zogenoemde challenges waarin een groot bedrijf vraagt om innovatieve biobased ideeën, producten of processen als oplossing voor een bestaand probleem. Startups en mkb’ers worden uitgenodigd zich aan te melden, waarna er een selectie plaatsvindt en bedrijven aan elkaar worden gekoppeld. Vervolgens worden de beoogde partners begeleid richting een innovatiecontract, waarin ze de doelstelling van de samenwerking vastleggen. De challenge die Cargill Bergen op Zoom begin vorig jaar lanceerde, was om een manier te vinden om biobased productstromen op een effectieve en energiezuinige manier te ontwateren.

> Game changing separatietechniek. Cargill levert onder meer voedings- en landbouwproducten aan afnemers wereldwijd. Het bedrijf heeft productie-units in zeventig landen en zo’n 155.000 medewerkers. Evodos ontwikkelt en bouwt innovatieve apparatuur waarmee het vaste deeltjes uit vloeistoffen haalt. Bas van Opdorp van Evodos; “Het is een game changing separatietechniek en een innovatief proces dat door ons is gepatenteerd. Wij veranderen hiermee processen, productstromen én verdienmodellen, omdat wij op een economische manier iets uit een vloeistof kunnen halen”.

> Opening naar nieuwe business. Bob Houpst is namens ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant de projectleider van BioVoice. Hij wees Evodos op de vraag van Cargill op het BioVoice-platform. Houpst; “Ik kende Evodos vanwege eerdere contactmomenten met REWIN”. Van Opdorp; “Het BioVoice-concept en de vraag van Cargill spraken ons direct aan. Voor ons is het een opening naar nieuwe business. Onze corebusiness zit in de algenteelt en is

‘Er zijn vergelijkbare producenten in de regio met andere typen biomassa die wij ook kunnen helpen’ 15


> > Ideale demo-omgeving. Evodos en Cargill selecteerden twee soorten biomassa om de scheidingstechnologie op te demonstreren. Liefting; “In het lab bleek al snel dat er muziek in zat. De volgende stap: opschalen en testen in een actieve fabrieksomgeving is echter niet eenvoudig, onder meer vanwege het veiligheidsaspect en milieuvergunningen”. De nabijgelegen Green Chemistry Campus (GCC) bood uitkomst. Van Opdorp; “De pilotplant van GCC is ideaal als demo-omgeving. Bovendien werd het hierdoor mogelijk om ook andere partijen, zoals Cosun en LambWeston/Meijer, een demo te geven”. Ook de demonstratie op GCC verliep succesvol. “Nu zetten we wel een proef in onze fabriek op: een duurtest van zes maanden om de fysieke grenzen van de machine op te zoeken. Daarnaast sturen we een kleinere demo-unit naar het R&D Centre van Cargill in Amerika”, aldus Liefting.

> Potentie. De potentie voor beide bedrijven is flink. “We hebben tientallen vergelijkbare plants. Als het hier werkt, kan het daar ook werken. Het levert een aanzienlijke energiebesparing op en het maakt van een residu een grondstof. Dat is een fijne bijkomstigheid die we vooraf niet hadden ingeschat, maar die in de demo’s naar voren kwam”. Van Opdorp; “Je komt niet altijd op dat punt. Normaal heb je een salesgesprek en dan kun je dat niet altijd duidelijk maken of aantonen. Nu was die drempel er niet. En met de financiële steun van de BioVoice voucher konden we al snel de demo doen, met het bekende positieve resultaat. Bovendien helpen de resultaten hier ons om andere markten te betreden. Er zijn vergelijkbare producenten in de regio met andere typen biomassa die wij ook kunnen helpen”.

> Wat betekent dit project voor de discipline Onderhoud. Voor het succesvol introduceren van een innovatieve technologie is een goede samenwerking tussen fabrikant en eindgebruiker noodzakelijk zegt Van Opdorp. “Om NPT tot een minimum te beperken is er training en ondersteuning nodig. De fabrikant moet bekend zijn met de specifieke gebruikerstoepassingen en daarmee mogelijk samenhangende operationele uitdagingen. Het preventief en regulier onderhoudsplan is een maatwerk dat aansluit op de toepassing en het process van de gebruiker. Door de toepassing van "internet of things" (IOT) technologie kan het onderhoud beperkt worden tot gepland en voorspelbaar wat de productiecapaciteit maximaliseert”. Evodos technology is een rotating equipment dat hoge G-krachten genereert tot 4500 G. Dit vereist creatieve oplossingen op het gehele scala van ontwerp , operationeel- en onderhoudsgebied. Door toepassing van een online lager conditie bewaking meldt de machine zelf via internet of SMS de conditie van de hoofdlagers. Hierdoor is het mogelijk om een eventueel onderhoudsmoment in te plannen op een gunstig moment voor de eindgebruiker. Reeds in het ontwerp is er een keuze gemaakt onderhoud tot een minimum te beperken dmv toepassing van hoogwaardige materialen als RVS 316 , duplex RVS en carbon, ook in de constructieprincipes worden bijvoorbeeld flexibele pennen gebruikt in plaats van vlakgeleiding om beweging van delen t.o.v. elkaar te voorkomen.

16 juni 2020

Wat is BioVoice? De weg van een goed idee naar een concreet nieuw product of nieuwe dienst is lang. En in de biobased en circulaire sector is die weg misschien nog wel moeilijker begaanbaar dan elders. BioVoice verbindt vraag en aanbod op het gebied van biobased/ circulaire innovatie en brengt hiermee vernieuwende ideeën naar de markt. BioVoice haalt de challenges uit de markt en publiceert ze. Mkb’ers en start-ups kunnen zich aanmelden op een challenge. Hierna volgt een selectieprocedure. Samen de biobased/circulaire transitie versnellen BioVoice is een samenwerkingsverband van regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN West-Brabant, de Green Chemisty Campus in Bergen op Zoom, de Rabobank en de Provincie Noord-Brabant. De Rabobank, de provincie en de Regiodeal Midden- en West-Brabant ondersteunen BioVoice financieel. Samen wil BioVOice dat innovatieve ondernemers en aanstormende biobased/circulaire talenten de ruimte en de mogelijkheden krijgen om hun idee of product te ontwikkelen en te vermarkten. Hiermee wordt het gezamenlijk doel gerealiseerd: het versnellen van de transitie naar een duurzame economie.

> Kwaliteit. Het principe van dynamic settling is in de basis reeds verschillend van andere centrifugaal technieken zoals bijvoorbeeld een decanter centrifuge waar componenten t.o.v. elkaar met een differentieel snelheid draaien en hierdoor wrijving, warmte en slijtage ontstaat. Van Opdorp; “Alle bovenstaande componenten in the life cycle of de unit worden gewaarborgd door een ISO kwaliteitssysteem dat reeds vanaf de binnenkomst van de goederen , assemblage tot en met de factory acceptance test alle onderdelen bewaakt en registreert”.

> Nieuwe challenges. Dit voorjaar start een nieuwe serie challenges, vertelt projectleider Houpst. Er doen nieuwe challengers mee en het concept wordt iets aangepast. Houpst; “De eerste challengeronde vorig jaar was voor alle partijen nieuw. We zijn allemaal heel tevreden over de resultaten, maar er zijn ook leermomenten. De verplichte fulltime deelname aan de twee weken durende challengeweeks gaan we anders organiseren. Het was een one size, fits all concept en dat wordt maatwerk, afgestemd op de behoefte van de deelnemer en uitgesmeerd over een langere periode. Het doel blijft het afsluiten van een innovatiecontract tussen challenger en deelnemer”. Cargill heeft al vier thema’s op het oog die hij in de volgende ronde wil inbrengen. “Het is voor ons belangrijk dat we innovatieve ideeën horen en dat we jonge ondernemers bereiken. Er gebeurt zoveel en het is moeilijk om dat allemaal te weten te komen. Het scouten van nieuwe technologie is noodzakelijk voor ons werk. Wij zijn positief verrast door deze eerste ronde. Het brengt ons meer dan verwacht en we gaan er zeker mee verder”. <


Netwerken Beheer en Onderhoud Asset Management 7HFKQLHN Branchevereniging

&RQGLWLHEHZDNLQJ 3UHVWDWLHPDQDJHPHQW Maintenance Academy .HQQLVRQWZLNNHOLQJ

Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring Maak onderdeel uit van Europaâ&#x20AC;&#x2122;s grootste netwerk

>> Word lid!

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als â&#x20AC;&#x2122;s werelds beste helpt te presteren.

De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.

Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!

Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot

Ã¥

Ã¥

å å å å

*URRWVWH QHWZHUN YDQ (XURSD (fysiek en digitaal) 5HJLRQDOH DFWLYLWHLWHQ 9DNLQKRXGHOLMNH NHQQLV HQ QHWZHUN &RPSOHHW SRUWIROLR 0DLQWHQDQFH $FDGHP\ &ROOHFWLHYH DERQQHPHQWHQ RS YDNEODGHQ

å å å å

.HQJHWDOOHQ 7UHQGV 9LVLH (NVDO Onderhoudskompas) 3ODWIRUP 0DWHULDDONXQGH ZHWHQVFKDSSHOLMNH 3XEOLFDWLHV ZDDURQGHU Visiedocumenten .RUWLQJHQ RS RQV FXUVXVDDQERG YDQ GH 19'2 Maintenance Academy -RQJHUHQERDUG

Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-eï¬&#x192;ciency zijn belangrijke themaâ&#x20AC;&#x2122;s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan >> /DQJH 6FKDIW*   $3 +RXWHQ _ 3RVWEXV    '& +RXWHQ      _ LQIR # QYGRQO _ ZZZQYGRQO

17


INTERVIEW <

Langs parallelle routes naar een energieneutrale

staalproductie

Tata Steel in IJmuiden produceert jaarlijks zo’n zeven miljoen ton staal. De staalproducent probeert dat zo duurzaam mogelijk te doen. De twee belangrijkste aspecten daarin zijn de circulariteit van het product staal en het verminderen van de CO2-uitstoot. “In 2050 hopen we energieneutraal staal te kunnen maken”.

Zo efficiënt mogelijk met je energie omgaan is onlosmakelijk verbonden met de staalproductie, waar de marges altijd onder druk staan en de component energie in de prijs groot is. Sinds 1990 is de hoeveelheid energie die nodig is voor het maken van een ton staal met meer dan dertig procent gedaald. IJmuiden is een van de energiezuinigste staalfabrieken ter wereld. Energie besparen en zo duurzaam mogelijk produceren zijn dus geen nieuwe onderwerpen bij Tata Steel, vertelt Annemarie Manger, directeur Sustainability & HSEQ. “Daar zijn we al heel lang mee bezig.

Warmband plakken Foto: Tata Steel

Het is natuurlijk wel zo dat het nog nadrukkelijker op de agenda is gekomen, dankzij het Klimaatakkoord. Maar ook doordat mogelijkheden om duurzamer te werken, toenemen”.

> Vier miljoen ton CO2 minder. “De klimaatdoelstellingen van Parijs lijken ver weg, maar 2030 begint voor ons morgen al vanwege de benodigde modificaties aan de assets. Over tien jaar willen we vier miljoen ton CO2 minder uitstoten per jaar, dat is ongeveer een derde van de totale CO2-reductie die aan de industrie is opgelegd. Verder weg, in 2050, hebben we de ambitie om CO2-neutraal staal te kunnen maken, hopelijk op basis van waterstof ”. Waterstof maken kost heel veel elektriciteit en dat doe je idealiter met groene energie. Daarom is waterstof iets voor na 2040, legt Manger uit. “De beschikbaarheid van voldoende windenergie vanaf de Noordzee is bijvoorbeeld belangrijk hiervoor”.

> 100 megawatt-waterstoffabriek. Ondertussen werkt Tata Steel samen met chemiebedrijf Nouryon en Port of Amsterdam aan het H2ermes-project, een 100 megawatt-waterstoffabriek op het terrein in IJmuiden. Bedoeling is om met groene energie tot 15.000 ton waterstof per jaar te maken. De fabriek moet over vier jaar operationeel zijn en energie leveren voor duurzame staalproductie en aldus zorgen voor minder CO2-uitstoot. De waterstof moet ook beschikbaar komen voor gebruikers in de regio, bijvoorbeeld voor emissievrij openbaar vervoer en transport en verwarming van gebouwen. Dankzij deze fabriek wordt er nu al gewerkt aan een distributienetwerk voor waterstof voor de Metropool Regio Amsterdam.

18 juni 2020


Dompel Verzinklijn Foto: Tata Steel

‘Staal is ook herbruikbaar: op een gelijkwaardig of hoger niveau dan het oorspronkelijk gebruik’

> Korte termijn. Voor de middellange termijn zet Tata Steel in op het afvangen en opslaan van CO2 in lege gasvelden onder de Noordzee, het zogenoemde CCS: Carbon Capture Storage. Met EBN (Energie Beheer Nederland) inventariseert Tata Steel welke gasvelden in aanmerking komen. Samen met Gasunie en Port of Amsterdam onderzoekt Tata Steel de mogelijkheden om het bestaande leidingnetwerk te gebruiken, zodat er een CO2-netwerk ontstaat in het Noordzeekanaalgebied waarop partijen CO2 kunnen afleveren of afnemen. “CO2 opslaan in lege gasvelden is breed geaccepteerd als oplossing in dit geval. Want het gaat hier over lege gasvelden in zee. Het wordt wereldwijd toegepast en er is bewijs dat het werkt”. Op de wat langere termijn komt CCU in beeld: Carbon Capture and Usage. Hierbij worden hoogwaardige restgassen uit het productieproces opgevangen en zodanig bewerkt dat ze kunnen dienen als grondstof voor de glastuinbouw of chemische industrie.

> Duurzamere maaktechnologie. In IJmuiden is de afgelopen jaren hard gewerkt aan een nieuwe, duurzamere technologie voor het maken van staal. Deze nieuwe technologie, HIsarna, vraagt minder energie en de CO2-uitstoot neemt met ten minste twintig >

19


Hisarna Foto: Tata Steel

>

procent af. “Dat is zonder afvang. Met afvang loopt het op tot tachtig procent”. HIsarna bestaat uit een reactor waar bovenin ijzererts wordt ingevoerd. Het erts wordt bij een hoge temperatuur vloeibaar gemaakt in een cycloon en druppelt op de bodem van de reactor waar steenkoolpoeder wordt geïnjecteerd. Het koolpoeder reageert

met de gesmolten erts, waarbij vloeibaar ruwijzer ontstaat als basismateriaal voor de productie van hoogwaardig staal. Het gas dat HIsarna uitstoot, is geconcentreerd CO2. De technologie maakt een aantal voorbewerkings-stappen overbodig en stelt minder strikte eisen aan de kwaliteit van de grondstoffen. Dit resulteert in een

‘De ambitie is om onderhoud honderd procent voorspelbaar te maken, wat bijdraagt aan een lager energieverbruik en daarmee aan onze duurzaamheidsdoelstellingen’ 20 juni 2020


enorme efficiëntieverhoging. Het verlaagt het energieverbruik, dringt de CO2-uitstoot terug met twintig procent en verlaagt de uitstoot van fijnstof, zwaveldioxide en stikstofdioxide met ten minste zestig procent.

> Proeffabriek. In IJmuiden staat nu een proefinstallatie met een capaciteit van 60.000 ton. Op termijn moet er een commerciële HIsarna-fabriek komen in IJmuiden. “We zitten midden in het leerproces, ook voor onderhoud. Alles gebeurt in een cycloon en dat zorgt voor heel andere productie-omstandigheden en een ander slijtageproces. Traditioneel heb je een sinter- en pelletfabriek nodig als tussenprocessen, met heel veel slijtage en hun eigen CO2-uitstoot. Dat wordt totaal anders”. Het proefproject loopt nu ruim vier jaar en er worden constant nieuwe proeven gedaan om het proces nog energiezuiniger te krijgen. “Staal van auto’s kun je moeilijk hergebruiken omdat het verzinkt is. HIsarna kan het zink wel scheiden, waardoor we het auto-staal kunnen gebruiken. Dat is pure winst”.

> Circulariteit. Staal is van nature honderd procent recyclebaar. Het staal dat bijvoorbeeld na demontage van gebouwen en bouwwerken vrijkomt, wordt nagenoeg volledig gerecycled. Staal is ook herbruikbaar: op een gelijkwaardig of hoger niveau dan het oorspronkelijk gebruik. “Klanten vinden het ook steeds belangrijker. Ze willen weten hoe wij onze CO2-uitstoot terugbrengen en hoeveel staal we recyclen. Sommige afnemers willen zelfs een duurzaamheidsaudit uitvoeren, wat prima is, want daar leren we van”.

> Grondstoffenverbruik terugdringen. “Erts blijft nodig, maar de grondstof is al heel circulair. Er gaan weinig materialen verloren tijdens het productieproces en dat nog verder optimaliseren heeft constant onze aandacht. De gassen die ontstaan tijdens de staalproductie gebruiken we voor energieopwekking en daardoor zijn we nagenoeg zelfvoorzienend qua energiebehoefte. Van de restproducten die ontstaan tijdens productie gaat 99 procent terug het proces in. We kijken continu naar onze producten om te zien of het duurzamer kan. Dat doen we met zogenoemde Life Cycle Analysis, een tool waarmee we vaststellen hoe duurzaam het productieproces is van nieuwe productontwikkelingen. Blijkbaar doen we iets goed, want hiervoor ontvingen we een Steelie Award van de Worldsteel Association”.

> Blikfabriek. Verpakkingsstaal (blik) en duurzaamheid liggen dicht bij elkaar, zegt Manger. Tata Steel ontwierp en bouwde een nieuwe fabriek waar duurzaam staal wordt verbonden met een polymeer, zodat de blikken in één productiegang gemaakt worden en de traditionele tussenstappen niet meer nodig zijn. “Energiezuiniger, veiliger en een schoner productieproces”. Met Dow Chemicals werkt de staalproducent in een pilot aan een manier om CO en CO2 om te zetten in grondstoffen voor de chemische industrie.

> Parallelle route. “Het opschalen van een nieuwe technologie is niet eenvoudig. Daarom lopen we parallel een andere route met CCS, dat wel een bewezen technologie is. CCU biedt vervolgens allerlei opties om nuttige producten te maken. Met World Class Maintenance werken we aan duurzame onderhoudsconcepten in Fieldlab Techport Smart Maintenance. De ambitie is om onderhoud honderd

Annemarie Manger Foto: Tata Steel

Puzzelen met corona “Ik ben nu ruim een half jaar actief in deze functie. Het was een ‘zachte landing’ omdat ik vanuit engineering al betrokken was bij CO2-reductie. In eerste instantie dacht ik ‘duurzaamheid, veiligheid, milieu en kwaliteit; dat gezondheidsdossier zal wel meevallen’. En toen kwam Covid-19. Alle kantoormedewerkers werken nu vanuit huis, maar onderhoud en productie gaat grotendeels door. Direct vanaf het begin van de coronacrisis hebben we lopen puzzelen: wat kan op afstand, wat kan slimmer. Houden we kantines open, welke extra persoonlijke beschermingsmiddelen zijn nodig? We zorgen ervoor dat tijdens werkzaamheden de anderhalvemeterregel in acht wordt genomen, we plaatsen schermen waar dat kan en nodig is. Als iets door twee man binnen anderhalve meter moet worden uitgevoerd, dan zorgen we voor de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Bepaalde onderhoudstaken zijn daarnaast uitgesteld, bijvoorbeeld omdat de Italiaanse leverancier niet kon komen. Ik ben supertrots op de flexibiliteit van onze mensen in de fabrieken die de boel draaiende houden én op de thuiswerkers die in een hele nieuwe dynamiek blijven werken aan alle verbeteringen in onze processen”.

procent voorspelbaar te maken, wat bijdraagt aan een lager energieverbruik en daarmee aan onze duurzaamheidsdoelstellingen”. “We werken veel samen met andere industriepartijen en met de overheid. Het energie- en CO2-vraagstuk overstijgt de behoefte van één bedrijf. Er is nationale infrastructuur nodig voor een waterstofnet, bijvoorbeeld. Je moet ook goed kijken hoe je elektriciteit overal veilig en betrouwbaar krijgt. En ook de businesscase moet kloppen. Door corona lijkt er vertraging te ontstaan in de uitvoering van de Europese Green Deal, maar wij gaan door met onze plannen. Helderheid is daarbij wel gewenst”. <

21


EUROMAINTENANCE <

Bouw Rotterdam Ahoy

Convention Centre op schema Rotterdam Ahoy staat aan de vooravond van een enorme uitbreiding. Aan de Zuiderparkweg verrijst op dit moment een groot nieuw gebouw met daarin een gloednieuw auditorium en meeting rooms. In dit nieuwe gebouw zal volgend jaar op 29 t/m 31 maart EuroMaintenance plaatsvinden, terwijl in de Beurs- & Eventhallen de vakbeurs Maintenance NEXT wordt georganiseerd.

Het Rotterdam Ahoy Convention Centre bestaat uit het grootste auditorium van Nederland met een maximum capaciteit van 2.863 vaste stoelen (en uit te breiden naar 4.000) en maar liefst 35 breakout rooms. Het is daarmee de perfecte plek voor congressen.

> Veelzijdig inzetbaar. Rotterdam Ahoy kan straks ook gebruik maken van gloednieuwe meetingrooms voorzien van state-of-the-art faciliteiten. Op de tweede en derde etage worden 35 van deze ruimtes gecreëerd die los van elkaar of gezamenlijk kunnen worden gebruikt.

Rubouw gereed Foto: Paul Martens

Deze vergaderruimtes zijn geschikt voor vijftig tot duizend personen. “En daar zijn we hartstikke blij mee, omdat alle workshops tijdens EuroMaintenance in huis kunnen plaatsvinden” zegt Pieter Bas Dujardin, Projectmanager Rotterdam Ahoy. Ze zijn op verschillende manieren in te delen, door middel van schuifwande De grootste ruimte, ‘De Rotterdam’ gedoopt, biedt organisatoren een vloeroppervlak van 2500 vierkante meter.

> Bouw op schema. De bouw van het Rotterdam Ahoy Convention Centre ligt volledig op schema. De ruwbouw is gereed en de installaties zijn geplaatst en worden de komende maanden op de systemen van de huidige accommodatie aangesloten, ingeregeld en getest. De afbouw is nu in volle gang en in de tweede helft van de zomer zullen leveranciers starten qua inbouw en inrichting. In het najaar zullen de eerste evenementen plaatsvinden. Dujardin; “De vloer en een twinkelend lichtjesplafond in de nieuwe entree zijn een voorproefje van het RACC. "Het ziet er niet alleen goed uit, voor bezoekers zal het nieuwe gebouw straks ook heel comfortabel voelen en workshopleiders, de TOPsprekers, de sponsoren en alle betrokkenen zullen zich snel veilig en welkom voelen”.

> De feiten. Er wordt heel, heel erg veel geïnvesteerd. Naast maar liefst 9000 lichtarmaturen, ligt er inmiddels 43 kilometer voedingskabel en 95 km datakabel. Naast 65 km isolatiebuis, zijn er vier trafo’s geplaatst om het hele complex van stroom te kunnen voorzien. En dan zijn er ook nog eens 35 verdeelkasten per verdieping. Dujardin; “Onze aannemer Heijmans zorgt ervoor dat er 248 toiletten komen, 60 kilometer vloerverwarmingsslangen en om de kou buiten de deur te

22 juni 2020


RACC Foto: Zwartlicht

houden, zijn er 17 luchtgordijnen gemonteerdâ&#x20AC;?. Om ervoor te zorgen dat er 425.000 kuub frisse lucht in het gehele gebouw is, is voorzien in 330 nozzle plenums.

> Vijftig jaar Ahoy. In september moet de sleuteloverdracht plaatsvinden, waarna een soft-launch periode van start gaat. Die loopt tot het einde van het jaar. Begin 2021 volgt de grand opening. In september 2020 wordt het gebouw opgeleverd, en in januari 2021, als Ahoy 50 jaar bestaat, is de feestelijke opening.

> Unieke conventie. Eind maart vindt het grootste Asset Management event plaats dat Europa ooit gezien heeft: EuroMaintenanceNEXT. De unieke samenwerking tussen de NVDO, Rotterdam Ahoy en de EFNMS brengt zowel de belangrijkste ontmoetingsplaats voor opdrachtgevers, overheid, contractors en leveranciers als Europaâ&#x20AC;&#x2122;s grootste Asset Management conferentie samen. Lees meer op www.euromaintenancenext.com <

Bouw op schema Foto: Rotterdam Ahoy

23


INNOVATIE <

Asfalteren 100% HERA Foto: KWS

Circulair asfalt voor circulair bedrijventerrein

Schiphol Trade Park Dertienduizend ton volledig gerecycled en duurzaam geproduceerd asfalt is er gebruikt voor de infrastructuur van business park Schiphol Trade Park. “Ook in de deklaag en dat is bijzonder,” zegt projectleider Martijn Slot van KWS. Het circulaire asfalt sluit perfect aan op de visie van gebiedsontwikkelaar SADC dat alle ontwikkelingen op het terrein moeten bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie. Slot; “We deden elders al enkele pilots met dit asfalt, maar nog niet eerder op deze schaal en nog niet eerder op een bedrijventerrein. Of het spannend was? Niet echt. Dit gerecyclede asfalt is wat stugger in de uitvoering en afwerking. Er is daarom een extra man nodig voor

24 juni 2020

het afwerken van de randen. Je wilt geen open structuur, dus kou en regen zijn taboe bij de aanleg. Je bent dus wat meer afhankelijk van het weer en daar moet je in de planning wel rekening mee houden. Dat is één van de lessons learned: dat je wat meer ruimte neemt in


de planning”. Het feit dat het gerecycled asfalt is, heeft geen effect op het onderhoud. “Het onderhoud is hetzelfde en de levensduur is hetzelfde of zelfs langer.”

> Leerproces faciliteren. Rob de Wit, projectmanager gebiedsontwikkeling van gebiedsontwikkelaar SADC; “We krijgen die kans voor het toepassen van nieuwe technieken en materialen ook vanuit onze aandeelhouders. Het is onderdeel van de visie en maakt het mogelijk om nieuwe technologische snufjes een plek te geven, zoals het gerecyclede asfalt uit het HERA-systeem. Het is een mooi resultaat dat voldoet aan de eisen. Tijdens het aanbrengen van het asfalt in koudere periodes leerden we dat het dan minder goed gaat. Dat is het leerproces dat wij faciliteren en zo maken we samen een product stap voor stap beter. Dat is onze rol en dat is heel waardevol, voor de aannemer en voor ons. Zo open moet je er als opdrachtgever die innovaties zoekt ook wel in staan, anders krijg je geen inschrijvers”. Slot; “Samen onderzoek je wat mogelijk is. Het moet wel functioneren en ook de toekomstige beheerder moet de gebruikte materialen en methode accepteren. Je kunt wel heel exotische biobased bestratingsmaterialen toepassen, maar als je later een steen moet vervangen, moet dat ook op een duurzame manier te realiseren zijn. De businesscase moet dan ook kloppen, waarbij je meer moet kijken naar de total cost of ownership dan naar de initiële investering”.

> Circulaire economie. Bij de aanleg van Schiphol Trade Park, net naast de A4, zijn de principes van een circulaire economie zoveel mogelijk toegepast. Op bedrijvenparken wordt vaak alleen het hoognodige aangelegd qua (groen)voorzieningen, maar Schiphol Trade Park gaat verder met onder meer groenvoorzieningen en wandelroutes, gedeeld transport tussen OV-haltes en bedrijfslocaties, waterretentie, aandacht voor biodiversiteit en faciliteiten om gebruikers te verbinden. Distributiecentra en andere gebouwen zijn all electric en circulair gebouwd. Er is veel aandacht voor een groene en natuurinclusieve uitstraling. De eerste gebruikers zijn inmiddels operationeel.

> Bijdrage aan transitie. SADC (Schiphol Area Development Company) is de uitvoeringsorganisatie die Schiphol Trade Park en andere bedrijventerreinen in de Amsterdam Airport Regio ontwikkelt. SADC heeft vier aandeelhouders (elk voor een kwart): de gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam, de provincie Noord-Holland en Schiphol Group. Alle ontwikkelingen van SADC moeten bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie, legt De Wit uit. “We zetten in op het volledige spectrum van duurzaamheid: de boven- en ondergrondse infra, de gebouwen, de beeldkwaliteit, de leefbaarheid, de veiligheid, de biodiversiteit; dat maakt het wezenlijk anders dan veel bedrijventerreinen elders. Wij zijn hiermee koploper in Europa”.

> Indirecte verhitting. KWS scoorde als beste op de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI-uitvraag) voor het aanleggen van een circulaire hoofdinfrastructuur op Schiphol Trade Park. KWS is geselecteerd omdat het zowel ten aanzien van de producten, het bouwproces als de overdracht aan de beheerder de principes van een circulaire economie zoveel mogelijk toepast. Belangrijk aandeel hierin is weggelegd voor het gerecyclede asfalt uit het HERA-System van de Rotterdamse Asfaltcentrale waar KWS deels eigenaar van is. Recycling van asfalt gebeurt in de meeste asfaltcentrales door directe verhitting van het oude asfalt samen met de ‘nieuwe ingredienten’ van asfalt.

‘Meer kijken naar de total cost of ownership dan naar de initiële investering’ Het HERA-System (Highly Ecologic Recycling Asphalt System) werkt met indirecte verhitting. De veroudering van de bitumen in het oude asfalt door het opnieuw verwarmen, is door deze systematiek minder, waardoor het oude asfalt vijf keer vaker kan worden hergebruikt dan bij conventionele recyclingmethoden. Andere voordelen: lagere uitstoot van schadelijke gassen, geen geuremissies, minder primaire grondstoffen nodig en lagere stookkosten. De HERA-methode is in eigen huis ontwikkeld bij de Rotterdamse Asfaltcentrale en werkt volledig op duurzame energie. De totale CO2-uitstoot van de asfaltproductie is 75 procent lager dan bij een reguliere productiemethode.

> Materialenpaspoort. KWS gebruikt op Schiphol Trade Park ook een duurzame betonvariant voor het straatwerk. Slot; “Betonbanden met daarin olifantsgras (Miscanthus) uit de regio verwerkt, waardoor er minder cement nodig is. Bovendien neemt olifantsgras tijdens de groei CO2 op, door toepassing in de betonbanden ligt die CO2 nu ‘opgeslagen’’. De rioolbuizen zijn van het duurzamere polypropeen in plaats van pvc. Daarnaast rijdt al het dieselmaterieel op de schoonste variant van CO2-saving diesel, een brandstof op >

De markt uitdagen SADC faciliteert ook wetenschappelijk (praktijk)onderzoek. Binnenkort start in het gebied een onderzoek naar geluidsadaptief bouwen, waarbij het type bebouwing, verschillende gebouwconfiguraties en de gebruikte materialen voor afscherming tegen vliegtuiggeluid worden getest. De Wit; “Gek genoeg is daar nog nooit onderzoek naar gedaan. Wij vinden het belangrijk om in te zetten op dit soort innovaties, die antwoord geven op de vraag hoe we onszelf en de wereld helpen verbeteren en hoe we nog meer circulair kunnen worden. Dat betekent dat je aan de voorkant een uitvraag bedenkt die de markt uitdaagt. Het vraagt ook om visie van de inschrijvers.”

25


> basis van afval- en reststromen. “Om het echt circulair te maken is een Madaster-materialenpaspoort aangemaakt en gekoppeld aan het BIM-model, zodat de beheerder op elk moment per locatie kan zien welke materialen zijn gebruikt, inclusief materialeneigen-schappen en milieueffect. Een materialenpaspoort geeft inzicht in de hergebruiksmogelijkheden in de toekomst en is overigens ook erg handig voor het onderhoud”.

slagstoffen in de materialen zou mooi zijn, om de circulaire keten te dichten. Ook het gebruik van bestaande materialen die vrijkomen uit gesloopte panden kan beter. Een breder gebruik van materialenpaspoorten is daarvoor belangrijk. Een persoonlijke wens is dat er nog meer aandacht komt voor het inpassen van natuur. Dat aspect moet je aan de voorkant meenemen”. <

> Asset Management. De Wit; “Geredeneerd vanuit Asset Management, zouden we het project nu opleveren aan de gemeente voor het toekomstig beheer. Daar worstelen we nog wel wat mee. Het gebied is nu 4-sterren BREEAM gecertificeerd. Als de gemeente het terrein van ons overneemt, moeten ze ook de specificaties en kwaliteitsniveaus overnemen die bij die BREEAM-certificering horen, terwijl ze eigenlijk gewend zijn aan andere standaarden. Het leerpunt hier is dat je de beheersorganisatie vanaf het begin moet meenemen in de keuzes die je maakt op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Misschien kiezen we ervoor om het beheer en onderhoud zelf te managen of ten dele, maar daar moeten we onze organisatie dan nog wel op inrichten”.

> Toekomst. Richting de toekomst ziet De Wit mogelijkheden voor een ‘meer intelligente inrichting’, bijvoorbeeld met sensoren die de degradatie van materialen monitoren, zodat de beheerder beter zicht heeft op de levensduurontwikkeling. “Meer biobased toe-

‘Om het echt circulair te maken is een Madastermaterialenpaspoort aangemaakt en gekoppeld aan het BIM-model’

Circulair asfalt Foto: KWS

26 juni 2020


Kort Europese Plastics Pact Het eerste doel uit het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 is ambitieus, maar niet onhaalbaar: in 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Van het plastic om je mueslireep tot je shampoofles: over vijf jaar is al het plastic dat we dagelijks gebruiken recyclebaar of te hergebruiken. Dat is een van de doelstellingen waar meer dan 80 ondertekenaars van het Europees Plastics Pact hun handtekening onder hebben gezet. Zodat we zorgen voor minder plastic afval, veel meer hergebruik en veel meer recycling. Het is voor het eerst dat zoveel verschillende partijen, van supermarkt en snoepfabrikant tot overheden, zich hier op Europese schaal gezamenlijk voor inzetten.

Wat zegt de minister erover? Stientje van Veldhoven, Minister voor Milieu en Wonen; “Als we de klimaatdoelen van Parijs willen halen, moeten we naast schone energie ook naar schone grondstoffen kijken. Ik vind dat we elk klein beetje plastic in de toekomst opnieuw moeten kunnen gebruiken en zo uit

onze oceanen en milieu houden. Zodat we de aarde schoner en gezonder achterlaten aan volgende generaties. Dat is geen gemakkelijke taak, maar door samen te werken met al deze partijen op Europese schaal kàn het wel. Ik ben trots dat we hier de eerste stappen voor hebben gezet”.

Schone oceanen en veel meer hergebruik Het Europese Plastics Pact bestaat uit afspraken tussen plasticproducenten, grote bedrijven, overheden en recyclers. Het pact bevat vier inhoudelijke doelen waar ondertekenaars zich aan hebben gebonden per 2025: • Maak plastic verpakkingen volledig recyclebaar en waar mogelijk geschikt voor hergebruik • Verminder onnodig plasticgebruik en gebruik van plastic gemaakt uit aardolie met ten minste 20% • Verbeter de huidige capaciteit van inzameling, sortering en recycling met ten minste 25% • Gebruik ten minste 30% gerecycled plastic in nieuwe verpakkingen en producten <

Duurzaam asfaltproductieproces LEAB van BAM heeft CROW certificaat Het duurzame asfaltproductieproces waarmee BAM Infa Nederland Laag Energie Asfalt Beton (LEAB) produceert is door het Asfaltkwaliteitsloket van CROW gecertificeerd. Claims over lagere CO2-uitstoot, MKI-score, civieltechnische eigenschappen en de verwerkbaarheid zijn hiermee door de deskundigen van het Asfaltkwaliteitsloket gevalideerd. Er is nu dus geen reden meer om asfalt niet op deze duurzame manier af te nemen. “Door tijdens het productieproces gebruik te maken van schuimbitumen kunnen wij de productietemperatuur verlagen van 165oC naar zo’n 110oC. Hierdoor hebben we op onze asfaltcentrales minder gas nodig om asfalt te produceren en stoten we ook minder CO2 en stikstof uit”. Dat zegt Rémy van den Beemt, Hoofd Technologie bij BAM Infra.

700.000 ton LEAB De asfaltcentrales van BAM zijn nu in staat om vrijwel alle asfaltmengsels, waaronder ZOAB- en SMA-mengsels, op grote schaal op deze duurzame manier te produceren. Inmiddels ligt er in Nederland al meer

dan 700.000 ton LEAB-geproduceerd asfalt. Deze hoeveelheid is tot stand gekomen door intensief samen te werken met onze opdrachtgevers die ook overtuigd waren van de noodzaak om deze innovatie de ruimte geven.

Stapelen BAM werkt ook aan andere oplossingen om de asfaltmarkt te verduurzamen, zoals het behalen van hoge recyclingpercentages in de deklagen en langere levensduur van onze mengsels. Van den Beemt; “Het mooie aan de LEAB-technologie is dat we deze innovaties op elkaar kunnen stapelen. We kunnen dus verschillende innovaties toepassen op één mengsel”. “BAM heeft altijd naar de toekomst gekeken door in te zetten op de ontwikkeling van duurzame productiemethodes. Hiermee dragen wij bij aan het behalen van de gestelde klimaatdoelstellingen van onze opdrachtgevers. Dat we nu deze erkenning hebben gekregen van CROW is echt een kroon op ons werk!” <

27


INSPIRE <

Ervaring is circulaire kennis Het leuke van aan projecten werken, is dat er een kop en een staart aan de klus zit, dat er aan het eind meestal een tastbaar resultaat is en dat er met een bekwaam team doelgericht gewerkt kan worden volgens een strak plan. Een mooie mix van een doel, middelen, enthousiasme en inzet. Maar hoe kan het toch dat grootschalige (onderhouds)projecten regelmatig uit de pas lopen op planning, budget en kwaliteit? André Kik, principal consultant bij AMPS Delft zegt het te weten.

Projecten zijn elke keer anders, anders zou het geen project zijn. Maar de kans dat projecten uitlopen in tijd, geld of andere zaken is wel steeds gelijk. Wat is die constante factor die daar een rol in speelt? Kik helpt bedrijven om dat boven water te krijgen. Kik; “Door een gestandaardiseerde aanpak waarbij de nadruk ligt op organisatorische risico’s is het mogelijk nauwkeurige voorspellingen te doen over grootschalige nieuwbouw- en onderhoudsprojecten. Dit concept is het afgelopen decennium wereldwijd succesvol toegepast op een reeks aan projecten omdat het in staat is de dynamiek tussen alle betrokken partijen binnen een project te kwantificeren als afgeleide van gedragskarakteristieken van de aansturende- en uitvoerende groep. Daarnaast kan een dergelijke concept worden gezien als een brug tussen twee werkwijzen: het Anglo Saksisch model en het Rijnlands model”.

> Ruimte. “Iedereen heeft tijd en ruimte nodig om informatie tot zich te nemen en te verwerken tot een goed besluit. De een doet dat sneller dan de ander maar in de veelvoud van mails, videovergaderingen, projectmeetings en andere afleidingen per dag moet je ook tijd vrijmaken om de informatie goed te verwerken”. Kik beschrijft hiermee direct de zwakke plek in veel (project-)organisaties. Uiteraard kan je vragen snel en goed behandelen, maar sommige zaken kosten meer tijd. Kik; “Misschien herken je het wel: Je mailbox loopt vol, er staat een aantal partijen te wachten en je wilt de zaken wegwerken. Dan ga je prioriteiten stellen in wat er eerst gedaan wordt. Maar wat doe je? Is de mail van de directeur belangrijker dan die van de klant?” Afhankelijk van de bedrijfs- en landscultuur worden keuzes gemaakt. “Nog een voorbeeld. Je zit met zes mensen in een projectvergadering en de directeur belt of je even tussendoor langs kan komen voor een korte vraag, laat je de zes mensen even wachten of de directeur?”

28 juni 2020

> Verschil. Naast de tijd om te besluiten heb je ook kennis nodig. Van jezelf of van collega’s. Kik; “Bij projecten zoals onderhoudstops heeft men dagelijks overleg met het projectteam. Daar zit een berg kennis en ervaring aan tafel om bij verrassingen zo snel mogelijk te kunnen schakelen. Als het projectteam dan door ziektes of verlof uit minder mensen bestaat, neemt de kans op foutieve besluiten toe. Aan de Universiteit van Stanford is een model ontwikkeld dat al dit soort factoren gebruikt om het succes van een project te bepalen. Dit model toont aan de hand van menselijke gedragseigenschappen aan waar en hoeveel vertraging er ontstaat omdat informatieverwerking en besluitvorming onder druk komen te staan”.

> Succes. Het juiste besluit hangt ook af van het doel dat nagestreefd wordt. Kik; “Je ziet een duidelijk verschil in ‘succes’ als je kijkt naar projecten bij bijvoorbeeld de overheid en in de industrie. Een project bij de overheid is succesvol als de stakeholders tevreden zijn en het imago positief is beïnvloed. Kosten zijn daar minder belangrijk. In de industrie zijn dát vaak de doelen waar het succes aan wordt afgemeten; Is het project op tijd, binnen de scope en binnen budget afgerond?” Hij vult aan; “Een ander doel levert andere besluiten. Tenminste, als de organisatie daar goed voor is ingericht. We kunnen met het model vooraf aangeven of projecten gaan slagen en waar zwakke plekken zitten in de organisatie”.

> Te laag. De ervaringen die Kik met zijn onderzoeken heeft, laten ook zien dat in veel organisaties de besluitvorming laag in de organisatie wordt gelegd om zo snel te kunnen schakelen op afwijkingen. Maar daar is Kik niet altijd een voorstander van. “Vaak zijn die mensen niet getraind in het verwerken van veel en complexe informatie. Dat zijn ervaren vakmensen, maar niet automatisch managers. Ook dat verschil is waarneembaar. Deze mensen krijgen


Foto: NVDO

soms snel en te veel verantwoordelijkheden en zullen dan uit trots of ambitie geen ‘nee’ zeggen. Met de bijbehorende risico’s op uitlopende projecten. Je moet de mensen trainen om besluiten te kunnen nemen. Anders leg je de verantwoording te laag in de organisatie”.

> Kennis. Kik is er snel bij om aan te geven dat in alle lagen van de projectteams ook juist veel kennis zit. En die kennis moet je in een gezonde organisatie ook weten aan te boren. “Je kunt de vergadering ingaan met de donderpreek ‘we lopen uit en jullie doen het fout’ of je legt de vraag voor hoe we met zijn allen de vertraging kunnen voorkomen. Dat gaat om hetzelfde probleem maar een andere aanpak. Ik zie vaker in vergaderingen dat meningen de besluitvorming verstoren. Mijn advies is op zulke momenten dan ook: geef niet je mening, stel eens een vraag!”

> Fit. Techniek is zelden de reden dat projecten uitlopen. Menselijk gedrag en de dynamiek in- en tussen organisaties zijn meestal de oorzaak. Het loont om te bekijken of mensen naar dezelfde doelen streven en of ze daar de juiste informatie en de juiste competenties voor hebben. Wordt er bijvoorbeeld gestuurd op de laagste prijs of de hoogste waarde? Dat laatste kan uiteindelijk voordeliger zijn door minder uitloop, minder rework en een tevreden klant. Ook helpt het als mensen het vertrouwen krijgen om besluiten te nemen en de backup hebben om daar over te overleggen. Verder moeten projectorganisaties ‘fit for purpose’ zijn. Soms levert een extra onderaannemer onevenredig meer communicatie- en beslismomenten dat je het beter zelf kunt doen. Het loont om de ervaring van teamleden te gebruiken om daar de juiste keuzes in te maken. Er zijn legio factoren die het succes van een project of organisatie beïnvloeden, elk met een eigen gewicht of impact. Toch geeft Kik aan dat met al deze factoren een scherpe voorspelling van het succes te maken is. Na een korte inventarisatie bij een projectorganisatie volgt een online vragenlijst over hoe de projecten worden uitgevoerd en geleid. Deze worden gebruikt in het model dat Kik gebruikt om de zwakke plekken te vinden. En met

succes. De gebruikte data is in de loop der jaren gevalideerd aan de hand van de uitkomsten van een groot aantal projecten. Daarmee is een gestandaardiseerde aanpak van enig projectanalyse mogelijk. Hij sluit af; “Ik druk me soms te overtuigd uit als ik mensen vertel waar het misgaat, maar achteraf krijg ik dan toch een mailtje dat ik gelijk had. Natuurlijk help ik liever om de projecten goed te laten verlopen door de zwakke plekken aan te pakken. Dat is veel constructiever”. <

‘Er zijn legio factoren die het succes van een project of organisatie beïnvloeden, elk met een eigen gewicht of impact’ 29


TO THE NEXT LEVEL <

Asset Dynamics: Asset Management to the next level Inzicht in de huidige en toekomstige staat van complexe technische systemen helpt om goede beslissingen over assets te nemen. Assets worden steeds meer â&#x20AC;&#x2DC;smartâ&#x20AC;&#x2122;. Voorspellend (of predictief) onderhoud op basis van monitoring van assets is de norm. Assets die nog niet voorzien zijn van sensoren en asset-management-systemen die nog niet werken op basis van voorspellingen lopen achter. De reikwijdte van deze voorspellingen is echter nogal beperkt, betreft vaak individuele installaties of afzonderlijke objecten en is gericht op ingrijpen op de korte termijn.

Figuur 1: Waarde-ladder van analyses (referentie Gartner)

30 juni 2020


Figuur 2: Asset Dynamics levert een integrale kijk op assets in hun context, in dit geval van infrastructuur en verkeersmanagement

Asset Dynamics voor langere termijn inzichten Asset Dynamics maakt de sprong naar predictief en zelfs prescriptief Asset Management op strategisch niveau (zie figuur 1): wat is op de langere termijn nodig voor complexe systemen of zelfs portfolio van systemen? Denk bijvoorbeeld aan alle infrastructurele kunstwerken van Nederland of een vloot van schepen. Hiervoor is het onvoldoende om alleen te werken met patroonherkenning uit historische data. Data gedreven analyses zijn waardevol, maar niet zaligmakend. Inzicht in de fundamentele werking van systemen is noodzakelijk. Met deze fundamentele inzichten kunnen systeem dynamische modellen worden gebouwd. Hierbij kan data-analytics behulpzaam zijn. Asset Management ‘to the next level’ betekent dat de wereld van modelleren een hand geeft aan data-analyse. Asset Dynamics is rechtsboven op de waarde-ladder van analyses gepositioneerd.

Asset Dynamics voor assets in hun context

In figuur 2 wordt de scope van Asset Dynamics weergegeven specifiek voor toepassing in de infrastructuur. De gangbare scope van predictive/prescriptive analyses is in het algemeen die van de infrastructuur en installaties (de fysieke assets) en vandaar uit naar het beheer en onderhoud ervan. Binnen Asset Dynamics vindt integratie plaats met de primaire functie van die fysieke assets; in dit geval het verkeer en het zorgen voor een veilige en vlotte doorstroming middels verkeersmanagement.

Over Copernicos Als u geïnteresseerd bent in hoe assets zich op de langere termijn in hun context ontwikkelen, neem dan contact op met Copernicos. www.copernicos.com – info@copernicos.com

Met Asset Dynamics wordt het mogelijk scenario-analyses te doen, om verschillende mogelijke toekomsten samen te verkennen. Niet alleen van het asset zelf (de individuele objecten) maar ook van het totale netwerk én van de (toekomstige) context waarin de assets dienen te functioneren. Asset Dynamics houdt dus ook rekening met het gebruik van het asset en met de impact op het milieu. Dit maakt integrale analyses mogelijk waarbij naar verschillende aspecten in hun samenhang wordt gekeken zoals gebruik, kosten, opbrengsten, veiligheid, milieu, conditie en onderhoudswerklast.

31


INTERVIEW <

LWM Kruiningen Foto: Lamb Weston

Bewustwording komt voor de Impact Preventie van afval begint in de ontwerpfase. Is het product bijvoorbeeld eenvoudig te assembleren en te verpakken? Ben u vanaf het begin bewust dat een seriegrootte idealiter aansluit bij de capaciteit van machines en de verpakkingsgrootte bij het materiaal. Zorg er bijvoorbeeld voor dat u zoveel mogelijk met hersluitbare verpakkingen werkt. Synergie tussen disciplines is de sleutel tot succes.

Bij Lamb Weston / Meijer beschouwt men verduurzaming als een ‘licence to operateom te produceren’, een proces van continu verbeteren. “Dat was onze overtuiging toen we begonnen met ons duurzaamheidsprogramma in 2011 en dat blijft onze drijfveer richting de

32 juni 2020

toekomst”, zegt Dennis Braamse, Manager Asset Management (TEC) bij de aardappelverwerker in Kruiningen. “Daarom hebben we bijna drie jaar geleden duurzame teelt van een basisprincipe opgewaardeerd tot een focusgebied en als 7e thema


Dennis Braamse Foto: Lamb Weston

‘Het is van groot belang dat je iedereen in je organisatie meeneemt in de processen’

toegevoegd aan onze duurzaamheidsagenda. We blijven de externe ontwikkelingen op de voet volgen en zijn ons bewust van de urgentie achter het klimaatakkoord van Parijs om uitstoot van broeikasgassen te verlagen”. Braamse noemt daarbij de focus op de circulaire economie en de noodzaak om nieuwe manieren te vinden om voedselverspilling te minimaliseren en positieve effecten te creëren op de omgeving. Preventief inzetten op het voorkomen van afval, hoort daar natuurlijk bij.

> Bij het begin beginnen. “Toen we met ons duurzaamheidsprogramma begonnen, was het doel om te kijken naar de totale keten en specifiek te focussen op die gebieden waarop we een directe impact hadden. We zijn nu klaar om onze horizon te verbreden en ons ook te richten op die onderdelen in onze keten waarop we invloed hebben”. En dat begint bij bewustwording, aldus Braamse die de ontwerpfase van groot belang acht.

> Iedereen meenemen. “Wij noemen het leading practices. Dat zijn onze (levende) documenten waarin we nieuwe inzichten bijhouden. Niet alleen wat goed gaat, maar ook wat minder goed gaat. Zo krijgen we een helder inzicht in waarom we ooit bepaalde keuzes hebben gemaakt”. Zo kun je kinderziektes uit de engineeringfase al vanaf het begin bijsturen. Inzichten in alleen het reduceren van afval

doen we niet. We kijken naar het hele plaatje, zoals waterbeheersing en energiebesparing. Bij dit soort trajecten zetten we duurzaamheid centraal”. Braamse geeft aan dat het niet bij plannen maken blijft. Het is van groot belang dat je iedereen in je organisatie meeneemt in de processen. “Dat doen we bij voorkeur in meetings. Fabrieken zijn onze interne klanten en daar gaan we regelmatig langs om duurzaamheidsaspecten onder de aandacht te brengen”.

> Samen, ook extern. Het meest logische gebied in de circulaire ambitie is de aardappelteelt. Lamb Weston / Meijer kan de grootste impact maken door nauw samen te werken met haar telers. “Ons belangrijkste doel is het creëren van meetbare impact, vooral op die gebieden waarop we de meeste invloed hebben. Momenteel is een gezonde bodem een belangrijk mondiaal thema. Het is essentieel dat we deze uitdaging met voldoende middelen en focus aanpakken”. Er zijn zelfs telers die beschikken over prachtige technologie, zoals drones die de teelt of de bodem meten. De verkregen data kan Lamb Weston / Meijer dan goed gebruiken bij haar Asset Management strategie. “Door hierover met elkaar in gesprek te gaan, komen we samen stap voor stap tot nieuwe technologieën ten gunste van de optimalisatie van het aardappelgebruik. Wij helpen dan bij die technologie”.

> Circulair met warmte. Bij de fabriek in Kruiningen is twee jaar geleden gestart met de levering van restwarmte uit het bakproces aan de buren, Wiskerke Onions (JWK). JWK gebruikt deze warmte voor het drogen van versgeoogste uien in een nieuwe, uiterst duurzame opslagloods. Braamse; “Dit is een win-win-situatie, omdat hun warmtebehoefte het grootst is op het moment dat die van ons het laagst is. Dit stelt JWK in staat 500.000 m3 aardgas te besparen, terwijl wij onze totale CO2-uitstoot met 875 MT CO2 per jaar omlaag brengen. Dit komt overeen met het jaarlijks energieverbruik van circa 300 Nederlandse huishoudens”.

> Aardappelschil is geen afval. Het gewicht van een aardappel bestaat voor circa 8% uit schil. Ongeveer 20% van Lamb Weston’s diepvriesproducten wordt verkocht met schil, maar de meeste klanten geven de voorkeur aan frites zonder schil. “Toch is het juist de schil waarin wij al lang geïnteresseerd zijn” zegt Braamse. Momenteel wordt de schil verwijderd in een stoomschiller en gebruikt als veevoer, wij willen echter weten of we de schil op een effectievere manier kunnen benutten, anders dan op het product laten. Om deze reden hebben we, in samenwerking met Wageningen Food & Biobased Research, een onderzoeksprogramma opgestart binnen het door de Nederlandse overheid gesubsidieerde CARVE-programma”. CARVE is gericht op het minimaliseren van voedselverspilling en het >

33


Lamb Weston® is een wereldwijd toonaangevend merk in kwalitatief hoogwaardige aardappelproducten. De producten worden verkocht in meer dan 100 landen over de hele wereld. Lamb Weston / Meijer bedient markten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Tevens heeft Lamb Weston / Meijer (LW/M) een joint venture opgericht met de Russische Belaya Dacha Group en is de eerste fritesfabriek in Rusland in bedrijf genomen. LW/M levert diepgevroren aardappelproducten zoals Twisters®, Potato Dippers en Connoisseur Fries aan klanten in de Foodservice, Quick Service en Retail. Het bedrijf levert ook gedroogde aardappelvlokken voor de voedingsmiddelenindustrie. LW/M is al meer dan 25 jaar toonaangevend in innovatie, door inventieve producten te ontwikkelen die gemak toevoegen aan de activiteiten van haar klanten. Vanaf het veld waar de aardappelen geteeld worden tot en met de proactieve samenwerkingen met klanten legt LW/M de lat altijd hoger. Het bedrijf exploiteert zes fabrieken: vier in Nederland, één in het Verenigd Koninkrijk en één in Oostenrijk. Lamb Weston / Meijer biedt werk aan 1.400 mensen.

>

verhogen van valorisatie door producenten. In het onderzoek werd gekeken naar bioraffinage van aardappelschillen in voedingsingredienten of andere componenten.

> Valorisatie en beyond. Binnen Lamb Weston / Meijer besteden we veel aandacht aan valorisatie. Daarbij is het idee dat we wetenschappelijke kennis en techniek combineren door deze toegankelijk te maken voor derden. Valoriseren heeft als doel nieuw ontwikkelde technologie en kennis, die aanwezig is bij de onderwijsinstellingen, wordt aangewend ten gunste van de maatschappij. Braamse; “Samenwerken met Wageningen doen we graag om onze valorisatie (bijproducten) naar een hoger doel brengen. Bijvoorbeeld: kunnen we de aardappelschil ook anders gebruiken dan alleen voor

‘Niet afwaarderen naar een lagere vorm dan voedsel. Restromen dus nuttig gebruiken’ 34 juni 2020

veevoer? Je moet dan wel zorgen dat je aangesloten blijft en dit soort technologie in het Asset Management beleid geïntegreerd kan worden. Als dat zo is, dan doen we een review op onze onderhoudsstrategie en bepalen we welke impact het op de installatie heeft. We kijken daarbij ook naar onze werkmethodieken zoals RCM in relatie tot het falen van de asset”.

> Overbevolking laat ons handelen. “Als we voedselverspilling echt verder willen terugdringen en bijdragen aan voedselzekerheid, dan weten we dat we dat niet alleen kunnen. We moeten manieren vinden om anderen te beïnvloeden, niet alleen in onze keten, maar ook in onze sector of zelfs op grotere afstand van onszelf. Dat is een van de redenen waarom we transparant zijn over onze duurzaamheidsdoelstellingen en onze prestaties”. Braamse geeft het voorbeeld van aardappelzetmeel. “We blijven onderzoek doen naar het gebruik van hoogwaardig wit (natief ) aardappelzetmeel, met als doel dit materiaal ecologisch hoogwaardiger te benutten dan nu het geval is”. Dit zetmeel komt vrij bij het snijden van aardappelen tot frites en andere vormen. Door de sterke hechting- en bindingseigenschappen kan dit zetmeel worden gebruikt voor diverse toepassingen, waaronder bioplastics, behanglijm en boorspoeling. “Wij willen dit liever zelf inzetten als voedingsingrediënt”. Braamse zegt dat het allemaal te maken heeft met de overbevolking in 2060. “Laten we dan nu al kijken of we met dezelfde resourses de voedselvoorziening voor iedereen kunnen garanderen. Dus niet afwaarderen naar een lagere vorm dan voedsel. Restromen dus nuttig gebruiken.

> De mensen achter het product. Binnen Asset Management is samenwerking binnen de thema’s en tussen de mensen cruciaal. Onderhoud en Productie kunnen niet zonder elkaar. “Wat je gaat zien is de complexiteit van systemen in een combinatie met de rol van automatisering. Je moet samen dezelfde ‘taal’ spreken. Wij vinden dat productie dichter naar techniek moet komen en andersom moet de techneut de technologie beter gaan begrijpen. De grenzen moeten vervagen om een multidisciplinair team te creëren. Daar zijn we nog niet, maar we werken er wel naartoe. Als we prachtige ingewikkelde systemen opzetten, moeten we samenwerken om de assets betrouwbaar te laten blijven. Mooie machines zonder het juiste onderhoud zijn gedoemd tot falen”. Braamse denkt dat er op langere termijn een ander type maintenance professional zal zijn. “Als we met z’n allen blijven investeren in onszelf, dan blijft de aardappelverwerkende industrie actueel en kunnen we misschien nog veel verder doorontwikkelen in onze circulaire ambities. Voor mij geldt dat ik graag toegevoegde waarde wil bieden aan onze organisatie als het gaat om de omslag van traditioneel organisatiedenken naar procesdenken”. <

LWM Kruiningen: processen’ Foto: Lamb Weston


GAST COLUMN <

Gezamenlijke aandacht voor slim en duurzaam onderhoud Het streven naar duurzaamheid lijkt ver weg in een tijd waarin COVID-19 mogelijk voor de grootste economische teruggang sinds de grote depressie in de jaren 30 gaat zorgen. Nationaal en internationaal loopt onze samenleving snel schade op.

Het voorbestaan van veel organisaties staat hierdoor op het spel. Het is te verwachten dat onze samenleving er anders uit zal zien na de crisis. Aandacht voor onderhoud en duurzaamheid is dan ineens ver weg. Voor onderhoud en duurzaamheid liggen er echter niet alleen bedreigingen, maar naar mijn mening ook nieuwe uitdagingen en kansen. Bijvoorbeeld als het gaat om het nog beter benutten van bestaande kapitaalgoederen en het verlengen van de levensduur. Dit kan niet alleen voor een beter financieel rendement voor stakeholders zorgen, maar heeft vaak ook direct invloed op het gebruik en verlies van kostbare en eindige grondstoffen. Slim onderhoud kan hiermee dus ook een directe bijdrage aan duurzaamheid geven. Als onderhoudsmanager manage je namelijk niet alleen de asset, maar indirect ook de grondstoffen die hierin verwerkt zijn. Als het einde van de levensduur wordt bereikt is dan hergebruik of recycling mogelijk? En hoe zorg je er voor dat grondstoffen zo goed mogelijk bruikbaar blijven voor toekomstig gebruik en niet ongemerkt belanden in een ongewenste afvalverbranding. Om deze keuzes te kunnen maken zijn inzichten nodig, want hoe weet je bijvoorbeeld of je zonder gevaar onderhoud uit kunt stellen of de bestaande levensduur kunt verlengen? Onderzoek laat zien dat er al veel waardevolle theoretische inzichten rondom onderhoud en duurzaamheid zijn. Er valt echter nog steeds veel te winnen in de daadwerkelijke toepassing van deze principes. Hiervoor zijn bedrijven, die al extra geĂŻnvesteerd hebben in onderhoud, nu in het voordeel en hebben daarmee al een beter inzicht in hun kapitaalgoederen. Deze organisaties kunnen nu beter onder-

Jan Braaksmaâ&#x20AC;&#x2122; Foto: Jenne Hoekstra

bouwd hun onderhoudsbeleid bijstellen. Maar ook organisaties die dit tot nu toe in mindere mate hebben gedaan, hebben juist ook nu kansen om zaken zoals levensduurverlenging en circulariteitsprincipes toe te passen. Dit kun je als organisatie vaak niet alleen, actieve samenwerking binnen en buiten organisaties is juist in deze moeilijke tijd hard nodig om het verschil te kunnen blijven maken. Universiteiten kunnen hierin een belangrijke rol in spelen. Ik merk in de dagelijkse (op dit moment digitale) praktijk dat er, ondanks de hectiek, een groot aantal organisaties is die juist nu de samenwerking binnen en buiten de organisaties proberen te versterken. Door de huidige situatie is er soms ook onverwacht ruimte voor deze activiteiten. Mede door deze positieve en constructieve instelling in onderhoudsland zie ik hierin bevestiging dat we er samen wel weer bovenop komen. < Dr. Jan Braaksma, Universiteit Twente, Leerstoel Maintenance Engineering

35


KIJK OP <

Atzo Nicolai Voorzitter Deltalinqs

Circulariteit in de Rotterdamse haven versnellen De Rotterdamse haven, nog steeds de grootste van Europa, gonst van de bedrijvigheid. Het Haven-Industrieel Complex, met alle internationale verbindingen, is er één om trots op te zijn. Al die bedrijvigheid kent ook een keerzijde: er zijn ontstaan veel afvalstromen die nog te weinig gerecycled worden. Omdat in Nederland niet genoeg verwerkingscapaciteit aanwezig is wordt veel procesafval daarom geëxporteerd. “Er worden de laatste tijd op diverse vlakken afspraken gemaakt om dat te veranderen, maar vooralsnog blijven die steken in goede bedoelingen. Dat willen we veranderen”! In 2050 moet de Rotterdamse haven klimaatneutraal en circulair werken. Dat betekent dat een deel van de activiteiten in de haven er anders uit komt te zien. Er zullen wellicht minder traditionele productiebedrijven zijn en meer recyclingbedrijven. Succesvolle voorbeelden zijn er al, zoals het circulair recyclen van asfalt of het chemisch en/of mechanisch recyclen van diverse kunststof soorten als PET, PP en PE tot een volwaardige primaire grondstof. Mijn pleidooi in de klimaatdoelstelling is: denk groot, maar begin klein. Het hoeft niet allemaal in één keer, maar start gewoon met de stappen die je vandaag kunt zetten – stel die niet uit tot volgend jaar”. Wat betekent dat voor nu? “Bedrijven kunnen nu serieus aan de slag met hun reststromen. Tot nog toe ligt hun focus op productie en gaat het bij de reststromen voornamelijk over de tarieven om ‘ervan af te komen’. Het veranderen van deze mindset is stap één. Wanneer je restromen als potentiële grondstoffen gaat bezien, kom je tot crea-

36 juni 2020

Atzo Nicolai, Voorzitter Deltalinqs, de belangenbehartiger van meer dan 95% van alle logistieke, haven- en industriële bedrijven in de mainport Rotterdam Foto: Deltalinqs

tievere én lucratievere oplossingen. Deltalinqs wil daaraan bijdragen, via ons Deltalinqs Climate Program. Zo bieden we een circulaire scan aan, waarin we in kaart brengen waar de huidige afvalstromen naartoe gaan en hoe dat slimmer en schoner kan. Ook helpen we bedrijven om in clusters te gaan denken wanneer het gaat om afvalstromen. Denk daarbij aan plasticrecycling, maar ook aan diverse slibstromen. In de haven zijn veel schakels in de keten aanwezig maar ontbreken er ook nog een aantal. Wanneer het lukt om de producenten, transporteurs, recyclers en afnemers van secundaire grond- en bouwstoffen intensiever samen te laten werken, komt een industriële symbiose steeds dichterbij”. Kunnen de bedrijven dat allemaal zelf? “Nee. Om te beginnen hebben we de overheid nodig, om verduurzaming te steunen en te versnellen. Het gloednieuwe samenwerkingsverband Versnellingshuis Energietransitie Rotterdamse Haven en Industrie zal daarbij helpen, om de barrières op het gebied van regelgeving, financiën en vergunningen te slechten. Verder zullen marketeers en consumenten veranderingen in gang kunnen zetten. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om kunststof verpakkingen. Wanneer je weet dat een zwart plastic vleeswarenbakje bijna niet recyclebaar is, maar een doorzichtig bakje wel, ziet het er misschien minder chic uit, maar is het wel vele malen beter voor het milieu. Tenslotte hebben we de nieuwe generatie nodig. De jeugd heeft de toekomst en op de hierboven genoemde werkwijze maken wij deze generatie enthousiast voor een baan in de haven. Ik hoor steeds meer innovatieve geluiden van bedrijven die serieus bezig willen zijn met verduurzaming en circulariteit. Het is mijn hoop dat jongeren zich hierdoor aangetrokken voelen en hun steentje gaan bijdragen aan verduurzaming van het havengebied”. Kortom: ik zie de haven van Rotterdam als een mooi gebied, met veel potentie voor circulariteit. Tegelijkertijd vind ik wel dat dat te langzaam gaat. Deltalinqs zal voorop blijven lopen in het stimuleren en versnellen van de energie- en grondstoffentransitie van het Rotterdamse Haven-Industrieel Complex. Circulariteit is daarin een van onze speerpunten. <


Kort Limburg gaat voor circulaire afvalverwerking Huishoudelijk afval bestaat voor een groot deel uit nieuwe grondstoffen en moeten daarom beter en meer circulair verwerkt worden. Dat vinden Afval Samenwerking Limburg (ASL, een samenwerkingsverband van Limburgse gemeenten) en de Provincie Limburg. De Provincie draagt € 200.000 euro bij in het onderzoek dat de mogelijkheden voor een hogere verwaarding van grondstoffen uit ons afval verkent. Dit onderzoek leidt tot een plan van aanpak voor de nieuwe aanbesteding van de Limburgse afvalcontracten, in 2023/2024.

De verkenning gaat onder meer in op verkenning van de Europese aanbestedingsstrategie, het opstellen van een grondstoffenatlas en materiaalbalans, inventarisatie van regionale circulaire kansen en afvalstromen en het opnieuw afstemmen van bestuurlijke afspraken.

wordt een groot gedeelte van ons huishoudelijk afval naar Wijster in Drenthe getransporteerd om verwerkt te worden. Dat is een afstand van 250 km. Het onderzoek brengt de mogelijkheden in beeld om dit afval in samenwerking met bedrijven in Limburg te verwerken. Dat is duurzamer en slimmer!”

Niet-herbruikbaar afval bestaat niet Gedeputeerde Ruud Burlet (Duurzaamheid, Circulaire Economie, Afval en Recycling); “In Limburg zijn we in vergelijking met andere provincies al heel goed bezig als het gaat om het scheiden van afval. Maar we moeten wel blijven innoveren en kritisch kijken naar de ketens. Niet-herbruikbaar afval bestaat niet. Daarom zetten we nu samen met de Limburgse gemeenten, verenigd in ASL, volop in op circulaire, duurzame verwerking”.

Samen met bedrijven, onderwijs en onderzoek Inmiddels zijn vanuit ASL gesprekken gestart met de Brightlands campussen in Venlo en op Chemelot om te verkennen welke rol zij kunnen spelen in het circulair verwerken van huishoudelijk afval. Om een gezonde en duurzame toekomst voor Chemelot te kunnen garanderen, zullen ook hier energie- en reststromen naar nieuwe grondstoffen voor processen omgezet moeten worden. Ook de Universiteit Maastricht is aangehaakt vanwege hun kennis en kunde op het gebied van gedragsbeïnvloeding: hoe kan de burger de afvalstromen nóg beter gaan scheiden?

Over Afvalsamenwerking Limburg Afval Samenwerking Limburg (ASL) is een samenwerkingsverband van 30 Limburgse gemeenten voor afvalverwerking. ASL stelt zich tot doel om ingezameld (huishoudelijk) afval op een efficiënte wijze, kostenbewust en zo verantwoord mogelijk voor het milieu te laten verwerken. “Het is zonde dat afval de provincie uit gaat om bewerkt en verwerkt te worden”, zegt Hans van Haren programmamanager van ASL. “Nu

Het onderzoek moet in november gereed zijn om een start te maken met de aanbesteding van huishoudelijk afvalstromen. <

‘Het is zonde dat afval de provincie uit gaat om bewerkt en verwerkt te worden’ 37


VISIE <

Noodzaak van

circulaire economie De wereldbevolking blijft sterk groeien. Hierdoor neemt de vraag naar grondstoffen toe, terwijl de voorraad afneemt. De Rijksoverheid werkt daarom samen met het bedrijfsleven om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. In deze circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.

Foto: NVDO

38 juni 2020


Door slimmer om te gaan met grondstoffen kunnen mensen in de toekomst welvarend leven op een gezonde planeet, met een duurzame en sterke economie. Een circulaire economie is nodig om drie redenen: 1. Gebruik van grondstoffen; De wereldbevolking groeit sterk: de afgelopen 100 jaar is de wereldbevolking verviervoudigd. In 2050 zijn er naar verwachting zelfs ruim negen miljard mensen. De vraag naar grondstoffen neemt hierdoor snel toe, terwijl de beschikbare hoeveelheid afneemt. Mensen gebruiken deze grondstoffen onder andere voor voedsel, drinkwater, onderdak, kleding en elektrische apparaten 2. (On)afhankelijkheid andere landen; Veel grondstoffen komen nu uit het buitenland, zo haalt Nederland veel magnesium uit China. In een circulaire economie is Nederland veel minder afhankelijk van deze landen. Producten die eerder werden vernietigd en verbrand, worden in de toekomst gebruikt om grondstoffen uit te halen 3. Invloed op het milieu; Auto’s, treinen en vliegtuigen werken op brandstoffen als diesel, benzine en kerosine. Het winnen en verbruik van deze grondstoffen heeft invloed op het milieu. Daarnaast zorgt het ook voor meer energieverbruik en een hogere CO2-uitstoot. Een circulaire economie heeft minder negatieve invloed op het milieu en zorgt voor een lagere CO2 uitstoot

> Doelstellingen circulaire economie. Het kabinet heeft drie doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken: 1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu 3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen

> Wat vindt de onderhoudssector? Aandacht voor Duurzaamheid staat op nummer 6 in de Top Tien Trends NVDO Onderhoudskompas. De stabiliteit van deze trend in relatie tot een circulaire economie is niet verrassend, aangezien er geen grote veranderingen zijn op het gebied van wet- en regelgeving. Met het gehele Nederlandse bedrijfsleven is de race voor het behalen van de Klimaatakkoord doelstellingen van 2030 nog in volle gang. Ondanks al deze maatregelen is berekend dat er nog veel moet gebeuren om het doel van 49 procent minder uitstoot ten opzichte van 1990 te halen.

‘Groei in gecombineerde systemen’ Een positieve ontwikkeling is het bedrag dat door bedrijven wordt geïnvesteerd in groene technieken. Waar in 2017 nog bijna 3,4 miljard euro werd geïnvesteerd, is in 2018 voor bijna 4,4 miljard euro gebruik gemaakt van de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA en Vamil). Dit is een stijging van bijna 30%! Het grootst aantal aanvragen vanuit bedrijven richtte zich op elektrisch vervoer, duurzame gebouwen en circulair ondernemen. Een aanvullende positieve wending is de groei van investeringen in duurzame gebouwen. Dat de groei heeft plaatsgevonden betekent dat bedrijven bereid zijn een extra stap te zetten voor duurzaamheid.

> Energietransitie. Deze extra stap zal ook nodig zijn voor het bereiken van de afspraken met betrekking tot de energietransitie. In 2023 moet 16% van alle energie in Nederland duurzaam opgewekt worden. In 2020 zal dit percentage 14% moeten zijn. In 2019 is het percentage duurzaam geproduceerde energie gestegen van 7,4 naar 8,6%. De verandering zal vooral een boost krijgen door windparken die op dit moment nog in opbouw zijn. Tot die tijd moet de winst vooral komen uit het verduurzamen van huizen en gebouwen, dus meer focussen op het vervangen van aardgas. Voor de onderhoudssector zal deze transitie ook de benodigde verandering meebrengen.

> Installateur moet aan de bak . Vooral de installatiebranche heeft te maken met de gevolgen. Zo zal de rol van de installateur steeds meer verwikkeld worden met de rol van architect. Opdrachtgevers willen namelijk in eerste instantie gebouwen die duurzaam zijn. Daarna wordt pas gekeken naar de uiterlijke kenmerken van het gebouw. Daarnaast krijgt de installatiebranche een meer verbindende rol. Juist door de benodigde connectie met netbeheerders, meetbedrijven en energieleveranciers zal de installateur vaker fungeren als een verbindende schakel. Ook wordt de installatiebranche complexer. De nieuwe innovaties en technieken, zoals het Internet of Things, zorgen voor een groei in gecombineerde systemen. Dit zorgt voor een shift in de nodige kennis binnen installatiebedrijven. Hier is kennis van warmte- en elektrotechniek niet meer genoeg. Dit heeft uiteindelijk als gevolg dat er nog meer investeringen nodig zijn in goed opgeleid personeel. <

39


WET- EN REGELGEVING <

Foto: NVDO

Onze schaftkeet was nog nooit zo schoon Werken in de 1,5 meter samenleving: hoe gaat dat er straks uitzien? Niemand die het precies weet, maar in de bouw en bij installatiebedrijven hebben ze er inmiddels ervaring mee opgedaan. Eenvoudig is het niet, maar het kan wel. “We zagen vrij snel in dat vervoer een probleem zou gaan worden in de bouw, daar hoef je geen helderziende voor te zijn”, aldus Johan Keuning van de Friso Bouwgroep. Dus hoe doe je dat dan als je tóch veilig door wilt werken aan je bouwprojecten? Bij Friso hoefden ze daar niet lang over na te denken. Voor het vervoer werd in eerste instantie een beroep gedaan op de medewerkers. Of ze bereid waren met eigen vervoer naar het werk te komen. “Ze wilden allemaal meewerken, dat vind ik superleuk om te zien. De één op de fiets en een ander met de auto van de partner die toch thuis werkte”. Niettemin; het bedrijf telt 500 werknemers en niet iedereen heeft vervoer naar de bouwplaats. Er werd contact gelegd met een lokaal autobedrijf: binnen een dag was het voor elkaar dat er 20 bedrijfswagens klaar stonden. Dat was allemaal nog voordat er een protocol Samen Veilig Doorwerken werd gepubliceerd met regels over hygiëne, over afstand

40 juni 2020

houden en over duidelijke communicatie met collega’s en klanten. De bouw en de techniek werken nu al enkele weken met de protocollen. Woordvoerder Richard Massar van Bouwend Nederland is blij dat de overheid zich zo coöperatief opstelde en dat het protocol zo snel van de grond is gekomen. “Ondanks de coronacrisis blijft de woningnood gewoon hoog. Het zou vreselijk zijn als we de bouw ook dicht moeten gooien, terwijl we met aanpassingen gewoon door kunnen werken. Met dit protocol spreekt de overheid de intentie uit om de sector aan de gang te houden”.

> In de weer met doekjes en glorix. Bij bouwbedrijf Burgy werken in totaal honderdtien mensen en gewoonlijk lopen er tien op een bouwplaats. “Dat maakt het voor ons íets makkelijker om aan het protocol te voldoen”, vertelt directeur Jeroen Wienbelt. “Het blijft wel zoeken hoor, voor iedereen. We moeten bijvoorbeeld nadenken


‘Met dit protocol spreekt de overheid de intentie uit om de sector aan de gang te houden’ over de schaftbewegingen: de mensen mogen niet meer met z’n allen tegelijk schaften. En dan hebben we op een aantal bouwplaatsen eenrichtingsverkeer gecreëerd om te voorkomen dat mensen tegen elkaar aanlopen. Dat gaat eigenlijk best goed. Totdat er ineens bezoek is van een architect of een lichtadviseur. Die mensen kennen onze nieuwe regels nog niet: dat geeft onrust.’ Over de jongens op de bouwplaats is Wienbelt meer dan tevreden: ‘Ze zijn de hele dag met gele doekjes en glorix in de weer! Ik hoop dat ze dat na de corona ook volhouden. De schaftkeet is nog nooit zo schoon geweest”. “Als we echt stil zouden vallen, dan houdt Burgy dat niet lang vol”, aldus Wienbelt. “Je kunt nog zo’n gezonde bedrijfsvoering hebben, maar drie maanden geen werk, dat overleven er weinig. Dan moet je terugvallen op je spaarpotje en op de staat. Gelukkig draaien onze werken nog door”. Doorwerken doet ook wat met de mentaliteit van de medewerkers: “Het gevoel dat je met z’n allen de schouders eronder zet en dat iedereen meehelpt om het protocol zo goed mogelijk uit te voeren, dat geeft energie. Als iedereen thuis zou zitten, dan gaat de fut er snel uit”.

> Gereedschap delen of niet? Niet alle regels uit het protocol Samen Veilig Doorwerken blijken even makkelijk te realiseren, zo merkt algemeen directeur Aukje Kuypers van technisch dienstverlener Kuijpers. “Zo staat er dat mensen die buiten werken geen gereedschap aan elkaar mogen uitlenen. Dat blijkt in de praktijk best lastig. Schoonmaken van het gereedschap is volgens mij het hoogst haalbare. Bedrijfseconomisch is het voor ons niet mogelijk om voor elke medewerker elk gereedschap aan te schaffen”. Een ander knelpunt is volgens Kuypers dat niet iedereen de regels direct kent en eigen heeft gemaakt. “Voordat alles écht bij iedereen in het hoofd zit, voordat je van een nieuwe regel een gewoonte hebt gemaakt: ik heb wel eens gelezen dat het één maand kost om één gedragsverandering te laten inslijten. Laat staan een heel protocol bij onze 1.300 mensen. Of de hele bouwsector”.

mooi beeld van wat wél en níet werkte”. Dé les van Keuning: stel jezelf eerst eens even netjes voor. En vraag vervolgens waarom een medewerker zich niet aan een bepaalde afspraak houdt. Kortom, ga in gesprek in plaats van iemand te vertellen wat er fout is. Alleen dán heeft het zin om iemand aan te spreken”.

> De kracht van de polder in corona-tijden. Terugkijkend naar de periode waarin het protocol voor de bouw en de techniek tot stand kwam, kan Dick Reijman, woordvoerder van Techniek Nederland alleen maar lovend zijn over de rol van de Nederlandse overheid. “Die intelligente lockdown houdt ons echt aan de gang. Vergelijk dat met Italië waar alleen bedrijven die in de primaire levensbehoeften voorzien, door mochten gaan. Vanaf het begin van de crisis is ons uitgangspunt geweest: Als het veilig kan, werken wij door. Eigenlijk is dát het idee van de 1,5-metereconomie. Samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en ondersteund door andere branches en de vakbonden hebben we snel goede afspraken kunnen maken. We hebben ook intensief overleg gevoerd met partijen als het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat. Zo is het gelukt om zoveel mogelijk lopende projecten door te laten gaan en zelfs naar voren te halen. Zo houden wij bedrijven overeind en werkgelegenheid in stand. Onze voorzitter Doekle Terpstra heeft hierin een sleutelrol gespeeld: in deze moeilijke tijden merk je dat de polder nog altijd uitstekend werkt”. <

> Het werkt, zo’n protocol! Volgens Keuning zit de grootste uitdaging van 1,5-metereconomie juist in het volhouden van de maatregelen. “De statistieken van het RIVM worden wat positiever en sowieso valt het aantal besmettingen in Noord-Nederland erg mee. Daarmee loop je de kans dat mensen iets makkelijker met de regels omgaan, een ander een keer op de schouders slaan”. Friso Bouwgroep heeft gelukkig ervaring opgedaan met ‘elkaar aanspreken op onveilig gedrag’. “Zo hebben we bijvoorbeeld workshops gedaan met acteurs die zich opzettelijk niet aan de regels hielden. Onze medewerkers moesten hen daar dan op aanspreken. Dat gaf een

Foto: Rijksoverheid

41


ONDERHOUD <

Ronde tafel: Impact van corona op de werkvloer Onderhoudsstops uitstellen, werken op anderhalve meter van elkaar, minder contact met je medewerkers, versnelde implementatie van nieuwe technologie, extra kosten; corona heeft flinke impact op het dagelijks werk. Tegelijkertijd stimuleert het creativiteit en flexibiliteit. “Het is één grote verandersessie”, zegt Fred van der Veen van Royal FrieslandCampina. Onlangs vond een online Ronde Tafel Meeting (RTM) plaats over de impact van corona op de werkvloer. De sessie was een initiatief van de NVDO Sectie Food, Beverage & Farma. Ger Willems, Asset Management Engineer bij MSD Animal Health, Paul Woldhek, hoofd TD bij Peijnenburg, Fred van der Veen, Technical Manager bij FrieslandCampina Beilen en Gerben van der Bolt, teamlead Maintenance bij Mars, beantwoordden de vragen van de bijna dertig deelnemers. Gespreksleider namens NVDO was Remco Jonker, voorzitter van de betreffende NVDO Sectie.

> Direct. “Als we alle maatregelen hadden moeten voorbereiden, waren we maanden bezig geweest. Nu moesten we direct overgaan tot actie”, zegt Van der Veen. Het is een beeld dat door de andere panelleden wordt bevestigd. Het instellen van ploegendiensten, het weren van extern bezoek, het uitstellen van revisies en stops, extra toegangscontroles met gezondheidscheck en werkplekken op minimaal anderhalve meter zijn de meest gehoorde maatregelen. Werkzaamheden die vanuit huis kunnen, vinden veelal vanuit huis plaats”. Dat werkt prima, zegt Woldhek. “De mensen missen vooral de sociale contacten”.

> Predicitive Maintenance. Het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden zorgde bij de een voor onverwachte stilstand, terwijl het bij een ander juist minder impact had dan verwacht. Het versneld invoeren (of uitbreiden) van predictive maintenance vormt hier mogelijk een deel van de oplossing richting de toekomst, hoewel niet ieder panellid het daarmee eens is. Hoe dan ook moet uitgesteld onderhoud ingehaald worden. Ook is er sprake van extra kosten omdat contractors die ter elfder ure noodgedwongen werden afgezegd deels werden gecompenseerd.

> Controleren externen. Omdat het controleren van externen lastig is, waren contractors in de meeste gevallen niet welkom. ‘Bet-

42 juni 2020

ter safe than sorry’ blijkt het devies van de asset owners. Nu de coronamaatregelen recentelijk zijn versoepeld, zijn onderaannemers, onder voorwaarden, op veel plaatsen weer welkom. Overigens blijkt dat er ook onderaannemers zijn die zelf geen risico wensen te nemen en daarom niet komen.

> Virtuele veiligheidsrondes. Veiligheidsrondes lopen of de status van apparatuur checken is lastig vanaf de keukentafel. Woldhek liep vanaf zijn werkplek thuis virtueel mee door de fabriek dankzij Skype op de telefoon van de onderhoudsmonteur. Niet ideaal, maar wel werkbaar, geeft hij aan. Ook het team ‘bij elkaar houden’ is lastiger als je elkaar niet fysiek ontmoet. Bij MSD komt men nu op vrijdagmorgen virtueel bij elkaar, en gespreksleider en consultant Jonker gaat nu niet zoals gewoonlijk een keer per maand naar kantoor, maar een keer per week een uur. Virtueel, dat wel.

> Positieve veranderingen. Covid-19 zorgt ook voor positieve veranderingen. Zo is online vergaderen inmiddels alom geaccepteerd, evenals thuiswerken. Willems vertelt dat bij MSD vanwege compliance-regels een ‘echte’ handtekening bij veel werkzaamheden verplicht is. “Nu is de digitale handtekening heel snel ingevoerd”. Om inspecties waarvoor twee personen nodig zijn te voorkomen, experimenteert MSD met smart glasses. Zo kan een expert op afstand meekijken met de monteur in de fabriek. Al met al is de ervaring vanuit het panel dat de mensen de maatregelen en nieuwigheden over het algemeen snel accepteren, waarbij juist de sociale momenten (hoe organiseer je de pauze in de kantine, bijvoorbeeld) het lastigste zijn. Van der Veen; “Uiteindelijk heb je het over een change en hoe je daarmee omgaat. Duidelijkheid geven en blijven communiceren, elke dag weer, vormen de crux. Mensen zijn bereid om te veranderen, mits de stip op de horizon duidelijk is. Dat zorgt voor draagvlak”. <


Maak kennis met SMTO®2020 van Van Meeuwen Services

Smeertechnisch onderhoud optimaliseren?

lubrication

Q

services

www.vanmeeuwen.com

Q

Q

systems

Begin gedegen en goed voorbereid aan het optimaliseren van het smeertechnisch onderhoud. Wij helpen graag met de eerste stap. Bel of mail en vraag naar de mogelijkheden.

Q

chemicals

The Netherlands +31 (0)294 494 494

Q

Q

education

Maak zelf je keuze uit 3 opties

Belgium +32 (0)53 76 76 00

43


OPGELEVERD <

Maintenance belangrijke spil bij modernisering van de VIRM NS streeft ernaar om fossielvrij, circulair en groen te ondernemen om zo Nederland duurzaam bereikbaar te maken. EĂŠn van de projecten om deze ambitie waar te maken, is de modernisering van dubbeldektreinen van het type Verlengd InterRegio Materieel (VIRM).

Gedemonteerd Foto: Ronald Terlouw

44 juni 2020


“Na zestien tot achttien jaar intensief gebruik, zijn treinen doorgaans aan het einde van hun technische levensduur. Door gericht levensduurverlengend onderhoud is deze periode nog wat op te rekken. Maar, wil je onderdelen reviseren en upgraden naar de nieuwste veiligheids-, milieu- en klanteisen, dan is een rigoureuze aanpak nodig: de aanschaf van nieuwe treinstellen OF de bestaande treinen volledig strippen tot het casco, onderhoud en revisie uitvoeren en waar nodig moderniseren. Met technische verbeteringen, upgrades en een nieuw fris design kunnen ze opnieuw worden ingezet om reizigers voor minstens zestien jaar te vervoeren”, zegt Ronald Terlouw, Senior Production Engineer bij NS. In 2011 viel de beslissing om dubbeldektreinen van de serie VIRM 1, met in totaal 415 rijtuigen te moderniseren in plaats van te vervangen door nieuwe. Ook VIRM2 en 3, die later zijn aangeschaft, zullen worden gemoderniseerd terwijl momenteel het opstellen van het afwegingskader voor de modernisering van VIRM4 in volle gang is. Terlouw; “Qua modernisering moet worden gedacht aan verbeteringen aan de tractie- en het remsysteem waardoor de trein stiller accelereert en gelijkmatiger remt, een verbeterd klimaatsysteem dat zich aanpast aan de hoeveelheid reizigers in de trein, intelligente LED-verlichting in plaats van TL-verlichting die zich aanpast aan de hoeveelheid aanwezig daglicht, nieuwe toiletten met een gesloten bioreactorsysteem waardoor lozen op het spoor niet langer nodig is, een flush-dak constructie voor een betere stroomlijning van de trein en een licht, fris interieur”.

Is het niet mogelijk om een onderdeel terug te plaatsen, dan is stap twee het zoeken naar een andere, waardevolle bestemming. De Vos; “We gaan daarvoor onder meer in gesprek met onze afvalpartners. Zij halen afval op om het weer in een grondstof om te zetten. Neem de raamrubbers van de rijtuigen. Na inzameling worden hier speelplaatstegels van gemaakt die als ondergrond kunnen dienen onder speeltoestellen in de buitenlucht”.

> Grondstoffen in kringloop houden. “NS wil fossielvrij, cir-

> Doorpakken. OZien de partners geen mogelijkheden voor

culair en groen ondernemen”, zegt Ilse de Vos van Eekeren. Zij is als Manager Circulair verantwoordelijk voor de pijler circulair ondernemen binnen NS. “Dit betekent niet alleen het verduurzamen van de VIRM tijdens onderhoud en revisie, maar ook dat we alle grondstoffen in de kringloop houden”. Geen eenvoudige opgave. Terlouw; “De eerste stap is nagaan of onderdelen na onderhoud zijn terug te plaatsen in de rijtuigen. In de eerste serie hergebruiken we 86 procent van het oude materiaal. Denk aan het casco, isolatiemateriaal, trappen, elektrische en pneumatische onderdelen. Vaak zijn kleine aanpassingen, een nieuwe laklaag of een software-update voldoende. Andere onderdelen worden gereviseerd en kunnen dan weer een hele tijd mee”.

hergebruik, dan stopt de zoektocht niet. De Vos licht toe met een voorbeeld. “De zijwanden van de rijtuigen zijn gemaakt van thermo hardende composieten die, omwille van strengere brandveiligheidseisen, niet kunnen worden teruggeplaatst. Als we voor deze wanden geen nieuwe bestemming zouden vinden, zouden we ze >

Revisie in het kort De VIRM’s worden gemoderniseerd in een productielijn met 22 stations, vergelijkbaar met de productielijnen in automotive bedrijven. Iedere twee werkdagen schuift een rijtuig op naar het volgende station. Doorgaans is een rijtuig 44-45 dagen in productie voor hij volledig is vernieuwd. Sinds Covid-19 is de werkwijze enigszins aangepast. In plaats van vier diensten draait de productielijn momenteel in drie diensten per twee dagen, waardoor de doorlooptijd ongeveer een vierde langer is geworden. Hierdoor is het mogelijk om met gepaste afstand van elkaar de revisiewerkzaamheden uit te voeren.

Plaatsen van vloeren Foto: Ronald Terlouw

‘De maintenance afdeling is betrokken in het ontwerpstadium’ 45


> moeten storten aangezien het materiaal niet kan worden verbrand in verbrandingsovens. Dat is het laatste wat we willen. Via een zoektocht kwamen we terecht bij Hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij waren net een onderzoek gestart om end-of-life thermo hardende composieten recyclebaar te maken. We zijn meteen in dit project gestapt als eerste leverancier. Uit dit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de zijwanden te ‘vervlokken’. Nu kijken we samen met ProRail of het mogelijk is om daar dwarsliggers voor het spoor van te maken. Zo krijgt bijna al het materiaal een tweede leven. Van treinvloeren zijn circulaire tafeltennistafels, tafelvoetbaltafels en akoestische wanden gemaakt, oude jashaken gaan tegenwoordig door het leven als kapstokhaken of deurklinken en instaptredes zijn onder meer geïntegreerd in meubilair van een duurzame AH to Go op Utrecht Centraal. De Vos; “Uiteindelijk zijn we erin geslaagd om 13% van het restmateriaal een nieuwe waardevolle bestemming te geven zodat nog 1% restafval overblijft. En ook die laatste procent willen we nog verder verduurzamen”.

> Samenwerken en kennis delen. Om circulariteit mogelijk te maken, is samenwerken en kennis delen van belang. De Vos; “Ongeveer twintig jaar geleden stond circulariteit minder op het netvlies dan nu. Tegenwoordig wordt vóór de aanschaf van nieuwe treinseries met alle disciplines afgestemd wat nodig is om de cir-

Plaatsen van de ramen Foto: Ronald Terlouw

46 juni 2020

‘Om circulariteit mogelijk te maken, is samenwerken en kennis delen van belang’


culaire ambitie waar te maken”.Terlouw; “De maintenance afdeling is betrokken in het ontwerpstadium. Ze hebben een stem in de Europese aanbestedingen vanuit hun discipline en stellen onder meer eisen aan de vervangings- en revisietermijn van onderdelen, de snelheid en het gemak waarmee onderdelen zijn uit te wisselen en de bereikbaarheid en de bevestiging van onderdelen.” De ervaring, opgedaan bij de modernisering van de VIRM1, wordt meegenomen in nieuwe projecten. “In de VIRM1 bestaan de vloeren uit een linoleumlaag die is verlijmd op de houten vloer waardoor ze niet meer kunnen worden gescheiden en gerecycled. In de volgende treinserie wordt niet langer linoleum, maar rubber op het hout bevestigd, niet met lijm, maar met dubbelzijdige tape. Aan het einde van de levensduur kunnen we het rubber (wel met enige moeite weliswaar) verwijderen en apart recyclen.”

Station 14 Links en 16 rechts’ Foto: Ronald Terlouw

> Review. Na de oplevering van de eerste VIRMm1, de zogenaamde Pré-Try-Out, hebben onderhoudsmonteurs de meest voorkomende onderhoudswerkzaamheden er op uitgetest. Terlouw; ”Op die manier betrekken we de maintenance afdeling bij het optimaliseren van het definitieve ontwerp op het gebied van onderhoud”. Hij geeft een voorbeeld van een aanpassing naar aanleiding van deze review. “De usb-aansluitingen zullen naar verwachting regelmatig moeten worden vervangen door het intensive gebruik. Deze usb-aansluitingen hebben we gedeeltelijk extern laten ontwerpen, waardoor er in eerste instantie minder oog was voor het eenvoudig demonteren. Het snoer wordt in deze aansluitingen doorgaans geschroefd of gesoldeerd aan de usb-aansluiting. De wens van de maintenance afdeling was om na tien centimeter snoer een stekkertje te plaatsen zodat bij uitwisseling nog maar twee schroeven en een stekkertje los moeten. Dankzij de kennis en ervaring van monteurs kunnen, door een eenvoudige aanpassing in het ontwerp, tijdens het onderhoud veel tijd en kosten worden bespaard”.

> Circulaire mindset. De maintenance en productie afdeling kreeg geleidelijk aan een circulaire mindset. Terlouw; “Voor de circulaire ambitie is het belangrijk om continu aandacht te schenken aan circulariteit en steeds met heel het team te zoeken naar duurzame, circulaire oplossingen. Soms zit het in ogenschijnlijk kleine dingen. Neem het plaatsen van nieuwe stoelen in de gemoderniseerde rijtuigen. Deze worden geleverd in containers en beschermd met plastic hoezen. De containers stuurden we terug waarna ze opnieuw werden gevuld voor een volgende levering. De monteurs verzamelden de plastic hoezen om te recyclen. Een monteur vond dit niet voldoende passen bij onze circulaire ambitie. Hij kwam met het idee om niet alleen de container, maar ook de hoezen terug te sturen. Met enige moeite hebben we de leverancier kunnen overtuigen om ook de hoezen terug te nemen en te hergebruiken. Circulair en duurzaam ondernemen is een traject dat we gezamenlijk aanpakken en dat is mooi om te zien”. <

Feiten en cijfers – VIRMm* – NS wil fossielvrij, circulair en groen ondernemen – De modernisering van VIRM1 (Bouwjaar 1994-1996; 34x4-wagenstellen en 47x6-wagenstellen) loopt van september 2016 tot eind 2020\De modernisering van VIRM2&3 (Bouwjaar 2002-2003; 13x4-wagenstellen en 31x6-wagenstellen) staat gepland van begin 2021 tot eind 2023 – VIRM4 (Bouwjaar 2006-2007; 51x4-wagenstellen) zal naar verwachting van 2024 tot eind 2027 worden gemoderniseerd – 86,2% van de onderdelen van de VIRM1 zijn hergebruikt (Casco, isolatie, trappen, elektrische en pneumatische besturingspanelen, bijna alle plafondpanelen, leuningen, batterijen, draai- en wielstellen, klimaatkanalen, deuren en kleppen, balkonkasten, …) Deze 86,2% komt overeen met 54.442 kg (van de 63.156 kg), wat een materiaalbesparing oplevert van ruim 20 miljoen kilo voor VIRMm1 – Aangezien geen nieuwe materialen moeten worden geproduceerd, voorkomt het hergebruik van de onderdelen in totaal 18 miljoen euro aan negatieve ecologische impact – 2,61% (oftewel 1.646 kg) is elders hergebruikt, denk aan traptredes, jashaken, vloeren, overige plafondpanelen – 9,99% (samen 6.309 kg) is gerecycled: ramen (glas, rubber en aluminium), een aantal elektrische panelen en pijpen, verlichting (TL-armaturen), stoelframes (Aluminium, staal en kunststof ) – Er is bij VIRMm1 nog 1,2% verbranding met energieterugwinning – Door bewuste keuzes te maken in het toepassen van nieuwe onderdelen bij de modernisering, werd een besparing op het energieverbruik van 2,7% gerealiseerd *Na modernisering krijgt de afkorting VIRM een extra ‘m’

47


TECHNIEK <

Col du VAM’ Foto: Attero

Stortplaatsen helpen de circulaire economie De circulaire economie en de stortsector kunnen niet zonder elkaar. Hoe groter de vraag naar schone afvalketens, des te groter de behoefte om reststoffen te storten. Voormalige stortplaatsen transformeren ondertussen in recreatiegebieden en energieparken. “Kringlopen helemaal sluitend maken en alle vrijkomende afvalstromen voor de volle honderd procent hergebruiken, is een ideaalbeeld dat voorlopig niet gaat lukken”. Dat zegt Bert Krom, algemeen directeur van Afvalzorg. ”Na zorgvuldig hergebruik en recycling blijven er altijd restmaterialen over die niet hergebruikt of gerecycled kunnen worden, of zelfs niet opnieuw in de keten mógen om de ketens schoon te houden”, aldus Krom. Schoonhouden betekent dat stoffen die niet in de keten thuishoren verbrand of gestort worden. “De hoeveelheid gestorte materialen is niet groot”, stelt Krom vast. Tegenwoordig gaat het om drie procent van het totale afval, ofwel twee miljoen ton. “Die hoeveelheid is al jaren min of meer stabiel, afgezien van enkele pieken en dalen als gevolg van beleidswijzigingen. Minder dan twee miljoen ton is volgens mij nauwelijks mogelijk”.

> Uit kringloop halen. De circulaire economie en storten zijn nauw met elkaar verbonden. Sterker nog, ze kunnen niet zonder elkaar. De afvalwetgeving is ook duidelijk over storten: schadelijke stoffen die niet op onschadelijke wijze verwerkt kunnen worden, moeten uit de kringloop worden verwijderd en gestort. Robert Corijn, marke-

48 juni 2020

tingmanager bij Attero; “Een aantal gevaarlijke stoffen willen we in Nederland niet in het milieu hebben. Denk aan de immense opgave om asbestdaken van zeer zorgwekkende stoffen boerenschuren te verwijderen. Dat asbest moeten we ergens op een veilige plek onderbrengen. Stortplaatsen zijn daar ideaal voor”. Niet alleen voor asbest is storten de enige oplossing, ook voor zeer verontreinigde grond, niet-recyclebaar en niet-brandbaar afval en stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu.

> Hoogwaardige zuivere kwaliteit. Nout van Kempen, directeur material resource management bij SUEZ, dat zelf geen stortplaatsen exploiteert, benadrukt ook de band tussen de circulaire economie en storten. “Om afval circulair te maken is hoogwaardige zuivere kwaliteit nodig. Na sortering en bewerking blijven er deelstromen over die niet voor circulaire verwerking in aanmerking komen. Als deze niet op een duurzamere manier te verwerken zijn, door bijvoorbeeld laagwaardig materiaalhergebruik of energieopwekking, is storten de enige oplossing voor deze deelstromen. Dat heeft niet de voorkeur, maar soms kan het niet anders”.


> Bodemas schoonmaken. De innige band tussen de circulaire economie en de stortsector is goed te zien bij de inspanning van de afvalsector om de bodemas van afvalenergiecentrales (AEC’s) te recyclen. Volgens de Green Deal ‘Verduurzaming nuttige toepassing AECbodemas’ moet volgend jaar alle bodemas schoon zijn. Corijn; “Dat recyclen doen we steeds hoogwaardiger. Tot voor kort werd honderd procent van de bodemas als een zogeheten IBC-bouwstof hergebruikt, onder meer als funderingsmateriaal onder snelwegen. Tegenwoordig passen we het materiaal hoogwaardiger toe. We maken het schoon en halen verontreinigingen als zware metalen eruit. Daardoor recyclen we niet alles, maar 85 procent van de stroom. De overige vijftien procent residu brengen we noodgedwongen naar de stort”.

‘Minder dan twee miljoen ton storten is volgens mij nauwelijks mogelijk’ > Wet van behoud van ellende. De wet van behoud van ellende, noemt Corijn het feit dat milieugevaarlijke stoffen niet verdwijnen. Het concentreren van ‘ellende’ doet Attero mede bij de grondreiniging. “We concentreren de gevaarlijke stoffen in een zo klein mogelijke stroom, zodat we de rest hoogwaardig kunnen recyclen. Hoogwaardige recycling gaat dus onherroepelijk gepaard met het storten van reststromen. Hoe meer circulair we werken, hoe groter de residuen zullen worden”.

> Tijdelijke opslag. Stortplaatsen hebben in de circulaire economie niet alleen een onmisbare functie als achtervang, ze zijn ook een ventiel. Het zijn goed geoutilleerde locaties (voorzieningen als weegbruggen, een onderafdichting en bufferruimtes zijn aanwezig) voor de tijdelijke opslag van afval, als het aanbod gedurende een bepaalde tijd groter is dan de vraag. Krom; “Bij pieken, bijvoorbeeld als de AEC’s onvoldoende capaciteit hebben, slaan wij het afval tijdelijk op. Nu onze economie aantrekt, komt er in Nederland meer afval vrij waarvoor de AEC’s tijdelijk geen capaciteit hebben. Dan bieden stortplaatsen uitkomst”.

Verwerken van asbest Voor sommige materialen die nu nog worden gestort, bestaan binnenkort mogelijk betere verwerkingsmethoden. Asbest is hiervan een voorbeeld. Er worden pogingen ondernomen asbest om te zetten tot een onschadelijk product. In afwachting daarvan kunnen stortplaatsen asbest tijdelijk opslaan. Bert Krom, algemeen directeur van Afvalzorg; “Als deze verwerkingsmethode van asbest gaat lukken, kan ik me voorstellen dat je afvalstoffen waarin asbest is verwerkt gaat bufferen op stortplaatsen. Zo kun je de asbestverwerkers verzekeren van een permanente aanvoer van materiaal”. Krom is overigens sceptisch over deze oplossing voor het verwerken van asbest. “Het is duur en het kost energie en daarnaast blijft storten een heel veilige verwerking van asbest - asbest is inert en levert geen milieubelasting in de vorm van gas of verontreinigd water”.

> Opwekken duurzame energie Tal van stortplaatsen ontwikkelen zich ook tot energieparken. Duurzame energie is één van de twee pijlers onder de circulaire economie. “Stortplaatsen kunnen een steentje bijdragen aan de energietransitie. Op onze stortlocatie in Tilburg komen bijvoorbeeld windmolens te staan”, vertelt Corijn. Op verscheidene stortplaatsen in het land wordt een zonnepark gerealiseerd door het plaatsen van zonnecellen. Veel voormalige stortplaatsen krijgen nieuwe zinvolle bestemmingen, bijvoorbeeld als golfterrein of recreatiegebied. Fraai voorbeeld is de ‘Col du VAM’, een nieuwe fietsroute op de voormalige Drentse stortplaats, met een gemiddelde stijging van tien procent, een kasseienstrook en een lange afdaling. <

‘Om afval circulair te maken is hoogwaardige zuivere kwaliteit nodig’

> Stortplaatsen als recycle-centra. Er is in Nederland geen actieve stortplaats te vinden waar uitsluitend wordt gestort. Ze worden bijvoorbeeld ook gebruikt als recycle-centra. Attero voert op de eigen locaties diverse recyclingactiviteiten uit. Denk aan grondreiniging, baggerspeciebewerking en puinrecycling. “Stortplaatsen zijn daarvoor ideaal. Ze liggen niet in de bewoonde wereld, er is volop ruimte voor opslag en er zijn voorzieningen aanwezig, zoals een onderafdichting die voorkomt dat stoffen uitlogen naar de bodem”. Zonnepark Wieringermeer Foto: Afvalzorg 49


VEILIG WERKEN <

‘De basis in het gebruikte materiaal’

Foto: MME Group

50 juni 2020


Veiligheid en Duurzaamheid; van

onderzoek naar praktijk Recentelijk kondigde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aan dat vanaf 2021 de milieuprestatie-eisen voor woningen en gebouwen strenger worden en dat in 2030 woningen twee keer milieuvriendelijker moeten zijn dan nu. Dit is onderdeel van het Rijksbrede programma, waarmee in hetzelfde jaar 50% minder abiotische grondstoffen worden gebruikt. Hiermee moet circulair bouwen worden aangejaagd. Deze schaalvergroting zorgt voor de vraag om regulering met betrekking tot het kader van waaruit moet worden geopereerd. Momenteel is het materialenpaspoort een belangrijke schakel in dit kader.

Het materialenpaspoort stelt een bouwer in staat om een gedetailleerd overzicht te genereren met betrekking tot de gebruikte materialen en hun toepassingsbereik op het gebied van bijvoorbeeld recyclebaarheid en demontabelbaarheid. Hierbij is het ultieme doel dat bouwbedrijven alleen betalen voor het daadwerkelijke gebruik van de materialen.

speelgoed. Het gebruik van (potentieel) risicovolle materialen, kan dus een bedreiging vormen voor de gesloten waardeketen binnen deze economie. Om de veiligheid- en gezondheidsrisico’s te minimaliseren, dienen dus in de ontwerpfase keuzes gemaakt te worden in relatie tot welke waardeketen het product gebruikt gaat worden.

> Onderzoek. Om dit te borgen, zijn binnen DIRECT twee onder> DIRECT. “Het materialenpaspoort is echter niet allesomvattend en sluit niet uit dat er geen bewerking plaatsvindt aan de (her) gebruikte materialen”, zegt Sander Momberg Compliance Manager bij MME Group. “Om die reden is het RIVM, als onderdeel van het Strategisch Programma RIVM (SPR), gestart met het traject Design Inclusively foR a safe and sustainable circular EConomy Transition (DIRECT)”. Momberg is daar blij mee, want “de circulaire economie wordt immers door velen gezien als noodzakelijk voor het bereiken van de klimaatdoelen, voorzieningszekerheid en de verscheidene duurzame ontwikkelingsdoelen. Het is dus belangrijk om stil te staan bij het feit dat circulariteit, veiligheid, gezondheid en duurzaamheid niet per se met elkaar samenvallen”.

> Transitie. Momberg onderstreept de doelen van DIRECT. “Niet alleen het leveren van kennis ten aanzien van een veilig en duurzaam ontwerp vind ik belangrijk. Juist het stimuleren van het veiligheids- en duurzaamheidsaspect in de onderzoeks- en ontwikkelfase hiervan, is wat mij betreft cruciaal. Een goed moment om de transitie naar circulariteit duurzaam, veilig en gezond in te richten, is tijdens de onderzoeks- en ontwikkelingsfase van stoffen, producten en processen”. Momberg denkt dan aan het gebruik van kunststoffen, waarbij verschillende additieven zorgen voor specifieke eigenschappen. Het verwijderen of wijzigen van die additieven kan hierbij bijvoorbeeld lijden tot milieuschade, terwijl het niet wijzigen van de samenstelling kan lijden tot gezondheidsrisico’s door toepassing in bijvoorbeeld

zoeksvragen geformuleerd. Ten eerste wordt onderzocht op welke manier een circulair ontwerp bijdraagt aan een veilig en duurzaam ontwerp. Ten tweede wordt de vraag gesteld op welke wijze de implementatie van veilig en duurzaam circulair ontwerp binnen de R&D-fase kan worden geïmplementeerd. Momberg; “Hierbij wordt uitgegaan welke informatie, vanuit de supply chain en stakeholders, van belang is voor de R&D-fase. Hoewel ontwikkeling en regulering ongetwijfeld mee zullen groeien met de schaalvergroting van circulair gebruik van materialen, biedt de Rijksoverheid ons inmiddels ook prima handvatten”.

> Aan de slag. Momberg meent dat het traject van DIRECT niet alleen in de onderzoeksfase van belang is, hij ziet ook het belang voor Maintenance en indirect een waardevolle toevoeging aan het niveau van veilig werken. “Zoals al benoemd, ligt de basis in het gebruikte materiaal. De chemische samenstelling, alsook verschillende bewerkingen, zoals warmtebehandelingen en machineren, kunnen van invloed zijn op de levensduur van een betrouwbare constructie. In het geval van circulair gebruik van materialen, spelen ook weersinvloeden en belasting een rol”. Om te verzekeren of en, zo ja, in welke mate de materiaaleigenschappen zijn beïnvloed tijdens het gebruik, zijn verschillende technieken toe te passen. Momberg; “Wanneer we in alle (overgangs)fasen van het gebruik van materialen beproefde protocollen weten op te stellen, dan dragen we niet alleen zorg voor de duurzaamheid, maar ook voor de veiligheid van de volgende generatie” <.

51


CursusKalender 8 september; ISO 55000 in één dag! De NVDO cursus “ISO 55000 in één dag!” geeft deelnemers waardevol inzicht in de wereldwijde normering. U maakt kennis met de inhoud en heeft aan het eind van de dag een helder en compleet inzicht in de integrale eenduidige aanpak die de norm voorschrijft. Let op: de training gaat specifiek in op de ISO 55.000 serie en behandelt slechts in hoofdlijnen het vakgebied van Asset Management, met als doel de norm te verduidelijken.

Onderwerpen

Doel

Wat is ISO 55000 en hoe draagt het bij aan goed Asset Management • De relatie tussen ISO 55000 en andere management systemen (bijvoorbeeld ISO 9001) • Basisvereisten van een Asset Management Systeem • Toepassen van de norm • Asset Management in combinatie met Verantwoord Ondernemen • Uitgelicht: Risicoanalyse, het belang van data management en het Strategic Asset Management Plan (SAMP)

Deelnemers hebben na deze eendaagse training inzicht in de toepassingsmogelijkheden van de ISO 55000 en kennen de integrale eenduidige aanpak die de norm voorschrijft.

Nota bene: Bij deelname aan deze eendaagse ISO 55000 cursus is uiteraard de norm, deel I inbegrepen!

15, 16 en 17 september; Reliability-Centered Maintenance III (RCM3) Met RCM3 bepaalt u welke onderhoudstaken moeten worden toegepast op een systeem en met welke interval deze taken moeten worden uitgevoerd. RCM3 biedt ook de oplossing om te bepalen in welk geval het beter is om een storing bewust af te wachten of een storing te bestrijden met een wijziging van het ontwerp, het gebruik of door het verbeteren van instructies, kennis of vaardigheden.

Onderwerpen • Risico’s inventariseren en beoordelen • Maatregelen bepalen om de risico’s effectief te beheersen • Kiezen uit de verschillende soorten onderhoud en operationele strategieën op basis van technische haalbaarheid en toegevoegde waarde

52 juni 2020

• Vereiste intervallen bepalen van onderhoudstaken • De gemeenschappelijke RCM3-taal; met gedeelde doelstellingen voor onderhoud, inspectie en productie en hoe de onderlinge samenwerking tussen deze afdelingen succesvol Asset Management mogelijk maakt • De juiste Asset Management beslissingen nemen voor optimale prestaties van technische systemen en tegelijkertijd veiligheid en milieu-integriteit maximaliseren • Bereiken van compliance - onderhoudsstrategieën opstellen die voldoen aan de ISO-standaards voor Asset Management en risicomanagement (ISO55000 en ISO31000) Na de cursus bent u in staat om deel te nemen in een projectteam dat RCM3 toepast op een asset onder leiding van een RCM3-facilitator


22, 23 september; Maintenance Engineering in de Praktijk De Maintenance Engineer moet snel kunnen schakelen tussen de details van de dagelijkse problemen en beschikt over een helikopterview om een compleet overzicht van die gesignaleerde problemen te krijgen. Tenslotte moet hij zijn voorstellen voor eventuele oplossingen duidelijk en overtuigend kunnen presenteren. De taak van de maintenance engineer is om verstoringen in het productieproces en het onderhoudsproces te herkennen, te elimineren en vooral te voorkomen. Daartoe is er veel samenwerking nodig met andere bedrijfsfuncties.

Doel Het doel van deze cursus is om de (toekomstige) maintenance engineer in zijn dagelijkse werk een goede ondersteuning te bieden.

Onderwerpen Dag 1 • De plaats en functie maintenance engineering in de organisatie • Het takenpakket van de maintenance engineer • De relatie tussen de onderhouds- en productiefunctie • Het afstemmen van productie- en onderhoudsdoelstellingen • De kern van maintenance engineering: borgen en verbeteren van de prestatie van produktiemiddelen • De gereedschapskist van de maintenance engineer • Het analyseren en reduceren van storingen • Het opstellen van verbeterplannen Dag 2 • Het doel en het ontwerpen van onderhoudsconcepten • Van onderhoudsconcept naar onderhoudsbeheersing • Praktijkvoorbeelden onderhoudsconcept • Het invoeren van onderhoudsconcepten in de eigen organisatie • Het borgen en bijsturen van onderhoudsconcepten in de praktijk • De invloed van onderhoudsconcepten op het bedrijfsresultaat • De effectiviteit en de efficiëntie van de maintenance engineer

Start 15 september; Leergang Life Cycle Value Het programma bestaat uit zes modules, waarbij de eerste vijf modules bestaan uit een middag/avond sessie van 16.00 tot 20.00 uur en de laatste module uit een volledige dag. De leergang gaat uit van “action learning”, hetgeen betekent dat de onderwezen theorie met oefeningen en praktijkcases wordt ondersteund. Naast handvatten om de geleerde werkwijzen en technieken in de praktijk te implementeren, ontwikkelt de cursist een strategie en plan om daadwerkelijk binnen de eigen onderneming in te voeren. Module 1 The economics of Maintenance & Asset Management Module 2 Benchmarking Module 3 Life Cycle Management Module 4 Big data en Predictive Maintenance Module 5 KPI sturing & Change Module 6 The Great Asset Management Experience Tijdens dit unieke onderhouds- en Asset Managementspel kunt u als deelnemer al het geleerde in de praktijk brengen en neemt u het in kleine teams tegen elkaar op. U stuurt op waarde onder meer door de koers van uw virtuele Onderhouds- en Asset Management organisatie steeds opnieuw aan te passen aan nieuwe uitdagingen. Het team dat de meeste waarde creëert wint en ontvangt de prestigieuze award.

Cursisten ontvangen tevens de volgende publicaties; “Value Driven Maintenance & Asset Management” “Design for Maintenance: guidelines to enhance the maintainability, reliability and supportability of industrial products”

NVDO MAINTENANCE ACADEMY HOUDT REKENING MET HET “NIEUWE NORMAAL” en houdt ten minste 1,5 meter afstand tussen cursisten en docent tijdens de lessen en in de pauzes! 53


Maintenance Engineering bij Vattenfall De Vattenfall Magnum-centrale in Eemshaven is een gasgestookte centrale met 3 units van 470 Mw. Een belangrijk kenmerk van deze units is dat deze snel op en af kunnen regelen. Dat is nodig omdat het aanbod van stroom steeds meer varieert door de toename van stroomopwekking uit zon en wind. Het belangrijkste doel van de Magnum-centrale is om het netstroom stabiel te houden. Het speelt daardoor een belangrijke rol bij de energietransitie. Sinds de ingebruikname van de centrale in 2013 is de functie van Maintenance Engineering stevig verankerd in de organisatie. Vier maintenance engineers hebben hun aandacht verdeeld over statische equipment, roterende equipment en EMRA (Electro, Meet & Regel en Automatisering). Johan Dijkstra is de Maintenance Engineer voor statische equipment en verantwoordelijk voor alle niet bewegende assets zoals ketels en leidingen.

Verantwoordelijke functie Maintenance Engineers bij Vattenfall houden zich bezig met de midden- en lange termijn en adviseren de Installatie Manager. Dijkstra; “Het is aan ons om steeds te zoeken naar de optimale balans tussen veiligheid, beschikbaarheid/betrouwbaarheid en kosten. We bepalen de optimale strategie voor preventief onderhoud en zijn verantwoordelijk voor kritische reservedelen. We komen met modificatievoorstellen als we op basis van analyse denken daarmee kosten te kunnen verlagen. Omdat Vattenfall vanwege de consequenties van Covid-19 met noodzakelijke kostenbesparingen wordt geconfronteerd, is het onderbouwen van voorstellen met een goede business case nog belangrijker geworden dan het al was”. De Maintenance Engineers zorgen ook voor de compliance: alle wettelijk verplichte onderhoudsactiviteiten worden tijdig en juist uitgevoerd. “Maar, we worden ook betrokken bij grotere, complexe of terugkerende storingen”, aldus Dijkstra. “Daarbij treden we dan vooral op als facilitator in een groep van experts.” Dijkstra is zijn carrière begonnen bij de Marine en heeft daarna veel ervaring opgedaan in diverse rollen bij onder andere energie-centrales van ENGIE en RWE. Sinds 1,5 jaar is hij werkzaam als maintenance engineer bij Vattenfall en dat bevalt hem uitstekend.

Competenties Volgens Dijkstra vraagt de rol van Maintenance Engineer uiteenlopende competenties. Kennis van de installaties is natuurlijk belangrijk, maar ook vaardigheid in onderhoudsmethodieken zoals RCM en

Johan Dijkstra Foto: Vattenfall

3 september; Start Leergang R&ME De leergang R&ME is erop gericht dat de deelnemers beter in staat zijn een faciliterende rol te vervullen, als spin in het web van continu verbeteren. Het resultaat is dat zij gestructureerd en systematisch verbeterprojecten begeleiden. Met andere woorden; de deelnemers worden “kampioen” in aanpak en methoden, in het ondersteunen van teams bij het kritisch analyseren van vraagstukken en het zoeken naar creatieve oplossingen. Meer generalist dan specialist! Tijdens de leergang ligt de nadruk op het verwerven van vaardigheden: • Vaardigheid in methoden voor het effectief en efficiënt oplossen en voorkomen van storingen en problemen, om de prestaties van assets te verbeteren, zoals methoden voor Root Cause Analyse (RCA), Reliability Centred Maintenance (RCM) en predictive maintenance • Vaardigheid in methoden voor het verbeteren van onderhoudsprocessen, zoals methoden voor lean maintenance • (Inter)persoonlijke vaardigheden om persoonlijke effectiviteit in de rol als R&ME te vergroten, zoals het onbevangen kunnen leiden van verbetergroepen

RCA, presentatie-vaardigheden en facilitatorvaardigheden. Dat was voor Dijkstra ook een reden om deel te nemen aan de Leergang Vaardigheden voor Reliability & Maintenance Engineering. “Je moet als Maintenance Engineer verantwoordelijkheid willen nemen voor een deel van de installaties en daarover op alle niveau’s van de organisatie kunnen meepraten”. Om de rol van een maintenance engineer goed in te kunnen vullen, is volgens Dijkstra een goed ingericht en gebruikt CMMS onontbeerlijk. Historische onderhoudsgegevens zijn de basis voor analyse, voor het kunnen sluiten van de PDCA-cirkel. Daarnaast is een binnen de gehele organisatie gehanteerde risico-matrix voor ons cruciaal. Bij het bepalen van preventief onderhoud, het prioriteren en het beoordelen van voorstellen wordt steeds gewerkt met de risico-matrix. “Maar het is ook belangrijk dat je als maintenance engineer de gelegenheid krijgt om te doen waarvoor je bent aangesteld en dat je daarvoor wordt gewaardeerd”. Bij Vattenfall is de toegevoegde waarde van de Maintenance Engineer al jaren duidelijk en Dijkstra ziet zich voorlopig nog wel even als Maintenance Engineer acteren. “Dit is helemaal mijn ding. Ik voel me als een vis in het water.” <

54 juni 2020


!$6!.#%$ .$43/,54)/.3 Ä&#x2020; 'LJLWDO5DGLRJUDSK\ Ä&#x2020; 3KDVHG$UUD\ Ä&#x2020; 7LPHRI)OLJKW'LIIUDFWLRQ

!,ONGER,IFE

WWWMME GROUPCOM


AMprove your Asset Performance! AMproer

Mprover

Hoe kunt u de duurzaamheid van uw assets analyseren?

AMprover® software Met onze risicomanagement software kunt u o.a.: Duurzaamheid assets analyseren Risico's bepalen en slim beheren Levensduur assets bepalen (LCC) Betrouwbaarheidsberekeningen uitvoeren (RAMS/SIL)

Met de inzet van Duurzaam Asset Management kunnen organisaties een bijdrage leveren aan duurzaamheidsdoelstellingen. AMprover® 4.1 helpt u, aan de hand van reviews, impact- of risicoanalyses tactische keuzes te maken in welke assets het duurzaamst ingezet kunnen worden. Met deze analysevorm kunnen asset managers een financiële onderbouwing opstellen voor hun asset keuze.

a mainnovation company

www.traduco.nl | info@traduco.nl | 072-572 65 25

Profile for NVDO

VAM3 Juni 2020 Circulaire Ambities  

VAM3 Juni 2020 Circulaire Ambities  

Profile for nvdo7
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded