

Vakblad Asset Management







Toonaangevend internationaal adviesbureau is op zoek naar hoogopgeleide professionals.













Ga naar www.mainnovation.com of bel met Corine Vervelde op +31 (0)78 614 67 24














![]()


Vakblad Asset Management







Toonaangevend internationaal adviesbureau is op zoek naar hoogopgeleide professionals.













Ga naar www.mainnovation.com of bel met Corine Vervelde op +31 (0)78 614 67 24














VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland.
Concept en realisatie
Elma Media B.V.
Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl
Art Director
Kim Speleman
Martijn van der Wielen
Hoofdredactie
Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO
VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor
Doelmatig Onderhoud
Lange Schaft 7G Postbus 138 3990 DC Houten www.nvdo.nl info@nvdo.nl
VAM is een samenwerking met WCM
World Class Maintenance Boschstraat 35 4811 GB Breda 076 7631553 www.worldclassmaintenance.com info@worldclassmaintenance.com
Auteurs


Pieter Pulleman (Op alle vlakken werken aan slimmer en effectiever onderhoud)
Ellen den Broeder-Ooijevaar
Evi Husson (Optimaal renderen van assets nog meer centraal)
Genevieve Smaling
Maxime van Amersfoort (Zekerheid door inspecties aan de Beneluxbaan)
Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM)
Druk
Elma Media B.V.
Advertentie-exploitatie
Elma Media B.V.
Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl

Al in de vroege geschiedenis werd de olie- en krijtmethode gebruikt voor het inspecteren van zwaarden. Volgens de overlevering werden deze zwaarden tijdens het hardingsproces na het gloeien ‘afgeschrikt’ in olie. Men ontdekte dat deze olie binnendrong in defecten. De olie werd naar buiten getrokken door het te bestuiven met fijne kalk of krijtpoeder. Daardoor werden defecten meteen zichtbaar. Vele jaren later kregen onderdelen van stoomlocomotieven een vergelijkbare behandeling met olie, kerosine en kalkpoeder, waardoor zwakke plekken goed waarneembaar werden. Mooi hoe een simpele middeleeuwse methode langzaam, maar succesvol evolueerde naar penetrant onderzoek.


Toen rond 1930 het magnetisch onderzoek werd geïntroduceerd, verdrong deze nieuwe techniek in veel gevallen het gangbare penetrante onderzoek. Nu konden ook onderhuidse defecten worden opgespoord en was het mogelijk om gecoate of vuile oppervlakken beter te onderzoeken. Het gebruik van non-ferro materialen nam echter toe en daardoor bleef ook de penetrant-methode noodgedwongen in gebruik. En zie, nu zetten we een drone in om gebreken op te sporen, omdat we de onderzoeksmethode verder evolueerden.
Internet of Things ofzo
Ik vind evoluties niet altijd prachtig, zeker niet thuis. Vroeger liep je gewoon naar de tv om met een drukknop van Nederland 1 naar 2 of 3 te “zappen”. Nu hebben we thuis een smart tv en als je een keer een beweging met je arm maakt zit je meteen op een andere zender. Swipen vanaf je luie bank…. Ik raak ook nog al eens in de war. Net zoals er lang onduidelijkheid bestond over wat Asset Management eigenlijk is, lijkt dat nu het geval met Internet of Things (IoT). Dat komt misschien omdat iedereen het anders noemt; de Duitsers noemen het ‘Industrie 4.0’ en in Nederland hebben we het over ‘Smart Industry’. Deze begrippen zijn ook nog eens erg breed, waardoor de definitie niet altijd duidelijk is. Vaak wordt aan productierobots en nieuwe machines als 3D-printers gedacht, maar deze zijn op zichzelf niet ‘smart’. Daarnaast weten veel individuele bedrijven niet hoe ze moeten inhaken op de trend.

Internet of Things omvat het verbinden van apparaten die onderling informatie delen en hierop nieuwe toepassingen ontwikkelen. Alles met een stekker kan in principe worden verbonden met elkaar. Dus ook alle (moderne) machines en apparaten in een productieketen. Dit laatste wordt ook de Industrial Internet of Things genoemd. Naast een hogere efficiëntie door lagere kosten, liggen hier kansen voor nieuwe verdienmodellen in de Nederlandse industrie. Maar het is een complex onderwerp dat om verdieping vraagt. Zeker is in elk geval dat het succes van IoT afhangt van de samenwerking tussen twee sectoren die enorm van elkaar verschillen: de industrie en de IT.
Doorgaan
Daarom zeg ik laten we lekker doorgaan met evolueren, maar niet doorslaan. Want, zoals men in de middeleeuwen succes had met de olie en krijtmethode, zo hebben we vandaag nog steeds succes met ons onderhoud. We presteren ten slotte nog steeds als ’s werelds beste. Laat de evolutie toe, maar houd bestaande successen vooral vast. Alleen dan heeft evolueren zin.



18 januari vergeten we niet meer. Het was de dag waarop Nederland twee doden wist te betreuren, waarbij in Rotterdam een compleet dak van een rij huizen werd gestript, vergaderend Nederland niet vergaderde en bomen als luciferstokjes omvielen. Ik spreek over de ergste stormravage sinds tien jaar.
Dat er bij mij thuis verschillende voorwerpen, takken en geboomte in het rond vlogen, ben ik allang vergeten. Maar ik zal nooit vergeten dat de honderden medewerkers van onze collega lidbedrijven ProRail, VolkerRail, BAM infra en Strukton hebben bewezen dat onderhoud een groot maatschappelijk belang dient.
Voor sommigen begon hun dienst al vroeg. Een gewone dag met minder mooi weer. En toen begon het en eindigde het voor velen
‘Enorme logistieke klus, die nooit eerder voorkwam’
na een volledig nacht. Met man en macht werkten honderden professionals met verenigde krachten samen om alle getroffen sporen weer boomvrij te maken, om de tientallen kapotte bovenleidingen te repareren en om al die gestrande en kapotte treinen weer weg te slepen. Een enorme logistieke klus, die nooit eerder voorkwam.
Fantastische inspanning. Het was doorpakken, dat zeker. Vele reizigers waren gestrand en in verbondenheid kwam het respect voor al die mensen die zo’n fantastische inspanning hebben geleverd om ervoor te zorgen dat al het treinverkeer weer snel op gang kon komen. Daarbij geldt natuurlijk Veiligheid voor Alles en dat realiseert de reiziger zich terdege. In totaal vielen ten minste 70 bomen op de sporen en op 40 plekken raakte de bovenleiding flink beschadigd. Tussen Hoofddorp en Leiden zelfs over 2.5 kilometer.
Van ProRail begreep ik dat in de nacht na de ravage storm, de eerste treinen mondjesmaat weer gingen rijden, maar er toen nog zeker 80 beschadigingen hersteld worden. Honderden mensen, waaronder tientallen incidentbestrijders van ProRail, en zeker 50 ploegen van ondersteunende aannemersbedrijven zoals VolkerRail en BAM infra waren op dat moment op de been door heel het land. Hijskranen, grijpers, tractoren en ander materieel werd ingezet. Een klus die zijn weerga niet kende.
Maatschappelijke invloed van onderhoud. Dat het dak van het NVDO-gebouw eraf gestormd is, daar bellen we onze verhuurder wel voor. Een klus die naar mijn mening zo weer is geklaard. Maar, dat onze lidbedrijven in totale gezamenlijkheid het Nederlands maatschappelijk reizigersbelang zo hebben gediend als op 18 januari, daar maak ik een diepe buiging voor. Dat onderhoudsprofessionals bijna 24 uur aaneengesloten de burger hebben gediend, dat verdient ons aller grootste respect. Zo heeft onze achterban toch maar mooi weer aangetoond dat onderhoud van het grootste maatschappelijk belang is.
Bas Kimpel, Voorzitter NVDO
03 Voorwoord
04 Van de voorzitter

08 Op alle vlakken werken aan slimmer en effectiever onderhoud. > Vijfentwintig jaar geleden gingen alle machines bij Vrumona nog eenmaal per jaar vier weken plat voor revisie en onderhoud.

Samen werken aan volledige voorspelbaarheid in infra-onderhoud > Als er één sector is waar de impact van onderhoud ook bij het ‘grote publiek’ zichtbaar is, dan is dat de infrasector.
26 Optimaal renderen van assets nog meer centraal
32 Juridisering van de maatschappij
33 Gast column: Maatschappelijk belang
Van Graan naar Specialistische profielen. > Hij is een telg uit de vijfde generatie te Riele en zijn familiegeschiedenis gaat helemaal terug naar het bedrijf “Cannenburgh’s molen” aan het einde van de veertiende eeuw.
Onderhoud betovert! 12
Kort 14
Mobiele applicatie van invloed op operational excellence 16
Kort 19

36 Cursuskalender
Onderhoud is net zo belangrijk als nieuwbouw 24
Een beetje Opscheppen… 25

Zekerheid door inspecties aan de Beneluxbaan > Goed nieuws voor het openbaar vervoerbedrijf De Rotterdamse Elektrische Tram N.V. (RET)! Met de Rotterdamse Beneluxbaan is weinig mis.








Wie
Anton te Riele
Wat
A.J. te Riele Vaassen BV
Technische maalderij
Hij is een telg uit de vijfde generatie te Riele en zijn familiegeschiedenis gaat helemaal terug naar het bedrijf "Cannenburgh's molen" aan het einde van de veertiende eeuw. In die tijd was het een dwangmolen waar de boeren uit de omgeving hun tarwe verplicht lieten vermalen.
> Walsen profileren(riffelen). Anton te Riele heeft zijn vakkundigheid nog steeds te danken aan zijn vader en zijn oom, die, naast de molen, een riffelbedrijf begon waar met een tweedehands Hermanbank de walsen voor de tarwemaalderij geprofileerd werden en hij als klein jochie al graag kwam. Fantastisch dat die machine nog steeds in werking is, gemodernificeerd dat wel. Mede door zijn inspanningen staat er in Vaassen, op landgoed de Cannenburg, vandaag een modern bedrijf dat zich in Europa en ver daarbuiten mag meten met de grootste experts op het gebied van de technische maalderij en zijn gebruikte machinerie. Deze techniek en de bewerkingen worden nu en ook in de toekomst gewaarborgd. Te Riele blijft er vrij nuchter onder “Het is niet alleen aan mij te danken. Ik doe dit allemaal samen met mijn 2 neven en zo’n 30 Deense en Nederlandse specialisten”.
> Veel gevraagd. Te Riele wordt veel gevraagd, zowel in Nederland als daarbuiten. Hij is wat we noemen een echte generalist met specifieke specialismen waarvan hij zelf zegt; “Het profileren van walsrollen, klantgericht adviseren welke riffeling bij welk product past en het ondersteunen van klanten bij het oplossen van maalderijtechnische problemen, is mijn dagelijkse werk”. Zijn bedrijf is inmiddels agent van vele organisaties die een speciaal profiel vragen. “We hebben ook een eigen hightech machine ontworpen, die
‘Zeg wat je doet en Doe wat je zegt’
profileert de walsen voor de vermalingsindustrie. Ook voor China en ook voor de olie-industrie”. Waarom de hele wereld hem inschakelt is voor te Riele wel duidelijk; “wij verkopen geen loze praatjes en ik zeg wat ik doe en ik doe wat ik zeg”. Hij zet dat kracht bij door zijn eerlijkheid en betrouwbaarheid te benadrukken; “Elke molen heeft een hart, het diagram. Al die diagrammen liggen bij ons. Wij zullen nooit of te nimmer die diagrammen delen met anderen. Papieren kunnen slingeren, dus ik doe elk advies uit mijn hoofd”.
> Niet alleen. Monteren van lagers volgens de hydrolische SKF methode en complete maalcassetten monteren en demonteren is, naast het riffelen, het meest voorkomende werk op het bedrijf. Te Riele kan dat natuurlijk niet alleen en heeft buitendienst medewerkers die de klant op zijn eigen bedrijf ondersteunen in het wisselen van walsrollen. Te Riele leidt zijn mensen zelf op, die lopen twee jaar mee en kunnen dan zelfstandig aan de slag.
> Later. Het bedrijf wordt op termijn verkocht, want zijn kinderen zullen het niet overnemen. Zijn ambitie; “Mijn werk is mijn hobby en mijn hobby is mijn werk. Maar later wil ik op een andere manier gaan genieten van het leven. Wij reizen bijvoorbeeld graag. En ik ben pas 50, dus ik heb nog tijd genoeg om daar eens rustig over na te denken”. <


Vijfentwintig jaar geleden gingen alle machines bij Vrumona nog eenmaal per jaar vier weken plat voor revisie en onderhoud. Medio jaren negentig werd overgestapt naar onderhoud op basis van daadwerkelijke draaiuren en nu zet de limonadefabrikant de eerste stappen op het gebied van smart maintenance.
Ruud van der Burg is maintenance engineer bij Vrumona in Bunnik. Met bijna dertig jaar ‘op de teller’ (Van der Burg startte in 1989 bij de limonadefabrikant), is hij bij uitstek geschikt om de ontwikkelingen door de jaren heen te benoemen.
> Onderhoudsplannen. “Destijds ging elke lijn één keer per jaar stil voor groot onderhoud. Dat heeft veel nadelen: misschien vervang je bepaalde onderdelen te vroeg, of als je bij de opstart een storing kreeg, had je geen idee waaraan het lag. Ook voor de afdeling logistiek was het lastig om op de stilstand te anticiperen. Tegenwoordig werken we met onderhoudsplannen op basis van draaiuren”. Vrijwel alle plannen worden binnen acht uur afgehan-

deld en elke lijn staat gemiddeld eens per twee à drie weken een dag stil voor onderhoud. Het overige werk wordt in een van de twee jaarlijkse stops gedaan die een week duren.
> Acht productielijnen. Limonadefabrikant Vrumona ontstond net na de Tweede Wereldoorlog. In 1951 opende het bedrijf een nieuwe, moderne fabriek in Bunnik. Tegenwoordig staan er acht operationele productielijnen in Bunnik. Er zijn twee zogenoemde Mono PRB’s: plastic returnable bottles worden op deze lijnen opgeblazen en afgevuld. Er is een bliklijn die 90.000 blikjes per uur verwerkt, en een lijn die ieder uur 60.000 kleine flesjes afvult voor het horecakanaal. Er is een lijn die de glazen flessen Sourcy (mineraalwater) vult en een die bag-in-box premixen (siroop) verwerkt. Tot slot zijn er nog twee lijnen die grote en kleine TetraPak-drankpakken afvullen. Behalve deze productielijnen gaat het om tanks met roerwerk voor het maken van de limonades, plus reinigingsinstallaties, een ketelhuis en pompen voor de zes eigen waterbronnen (waarvan één voor het eigen merk mineraalwater: Sourcy).
> Engineering Projecten Team. Vrumona kent een Engineering Projecten Team (EPT) en een afdeling Onderhoud. Van der Burg valt samen met een collega maintenance engineer onder het EPT. Verder bestaat het team uit een projectleider, een modificatieleider, twee software engineers en een tekenaar. Een maintenance engineer bij Vrumona werkt over de hele keten. Storingen en onderhoudsplannen, het Document Management Systeem, de bill of material, het drukvatenbesluit (PED) en het materials management, het hoort er allemaal bij. Het onderhoudsteam bestaat uit monteurs en onderhoudscoördinatoren. Beide teams vallen rechtstreeks - via een teamleider- onder de manager operations. De onderhoudsmonteurs hebben tegenwoordig allemaal een machinespecialisatie. Voor de meer eenvoudige taken huurt Vrumona zo nodig een dienstverlener in.
Continue verbeteren. Total Productive Maintenance (TPM), een methodiek waarin kleine multidisciplinaire teams continue werken aan het verbeteren van de productiviteit van de fabriek, vormt al ruim een twaalf jaar de basis voor het werk van Van der Burg en zijn collega’s. “Het grote voordeel van TPM is dat iedereen dezelfde richting op gaat. Het is eenvoudiger om taken over te nemen, er is meer eigenaarschap. Van tijd tot tijd nemen we met een team van specialisten een machine onder de loep: wat kan er beter? Je moet met TPM wel oppassen dat je niet te veel met de papieren bezig bent in plaats van met de patiënt”.
> Gemakkelijker maken. Waar de gemiddelde maintenance engineer zich vooral bezighoudt met het analyseren van storingen en het verbeteren van het onderhoud, doet Van der Burg meer. “Ik ben de schakel tussen de IT-afdeling en de gebruikers van het ERP-systeem SAP. Mijn rol is vooral om het voor de eindgebruikers gemakkelijker te maken”. Hij noemt de rapportage tool Every Angle (een add-on voor SAP) waarmee het een stuk eenvoudiger is voor bijvoorbeeld een monteur, magazijnbeheerder of onderhoudscoördinator om een rapportage uit SAP te halen. “Met één druk op de knop”. Ook is er bij verschillende apparatuur, zoals elektromotoren en meetinstrumenten, een directe link in SAP naar de documentatie op het webportal van de leverancier. “Zo heb je snel de juiste informatie, die je zelf niet bij hoeft te houden”. Van der Burg houdt wel van flexibiliteit en maatwerk: als er op basis van onderhoudsplannen


















Maintenance Academy





Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring >> Word lid! Maak onderdeel uit van Europa’s grootste netwerk
De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als ’s werelds beste helpt te presteren.
De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.
Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot
(fysiek en digitaal)
(NVDO Onderhoudskompas)
Visiedocumenten
Maintenance Academy
Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-efficiency zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!
of incidenteel werk materiaal besteld moet worden, wordt dit gecontroleerd met een lijst die met Every Angle gegenereerd wordt. “Het geeft meer mogelijkheden om extra informatie toe te voegen, zoals verbruiken en levertijden.” De hele systematiek leidde ertoe dat de onderdelenvoorraad ongeveer met de helft verminderde terwijl de leverberouwbaarheid naar de productie gelijk bleef op 99,8 procent.
> Uitproberen. Het SAP-systeem van Vrumona is een ‘stand alone’ systeem, legt Van der Burg uit. “Dat betekent dat we hier wat gemakkelijker dingen kunnen uitproberen dan wanneer het onderdeel is van een netwerk. Every Angle is door ons tien jaar geleden opgepikt en wordt nu ook gebruikt binnen het netwerk. Idem voor het Document Management Systeem waarin voor elke bill of material van een asset op ieder niveau een actuele tekening digitaal plus de eventuele EPL’s (Een Punts Lessen) beschikbaar zijn. En omdat
‘Ik ben de schakel tussen de ITafdeling en de gebruikers van het ERPsysteem’
de maintenance engineers hier heel allround werken, over de hele keten, gebeurt het werk effectiever en sneller in vergelijking met het moederbedrijf, waar de taken veel meer gescheiden zijn”.
> Meer invloed. Van der Burg constateert dat de ‘invloed’ van maintenance door de jaren heen wel wat is toegenomen bij Vrumona. Bij nieuwbouwprojecten wordt de projectleider van het EPT betrokken, die op zijn beurt de maintenance engineer erbij haalt. “Wij kunnen dan vanaf de start meedenken over standaardisatie, documentatie en eventuele gewenste aanpassingen. Die samenwerking met de afdeling inkoop gaat eigenlijk steeds beter. De huidige Manager Operations ziet ook dat onderhoud heel belangrijk is. Voor de vullijn voor de kleine horecaflesjes bijvoorbeeld, moeten we 144 vulkranen vervangen. Dat soort posten moet je wel opnemen in je onderhoudsbudget, of als Capex (investering-red). Of als een bepaald meetinstrument niet meer geleverd wordt en niet één op één vervangen kan worden; dan moet je dat met gepland onderhoud op tijd aanpakken. Managers erboven ‘zien’ dat niet altijd, dus die moet je overtuigen”.
> Voorstel. En of het ‘invloed’ is, of gewoon je werk doen, voor Van der Burg maakt het niet zoveel uit. Hij haalt een tekening tevoorschijn van het leidingnetwerk in de fabriek. “We hebben nu een voorstel gedaan om alles na te lopen en opnieuw te labelen en om SAP waar nodig aan te vullen met de juiste informatie. Als de gegevens completer zijn, kunnen we de bill of material updaten en vervolgens de onderdelenvoorraad bijwerken. Met als resultaat dat de (storings)monteur beter en sneller zijn werk kan doen, wat weer goed is voor de fabriek als geheel”.
> Taken verschuiven. “Ik zou wel willen dat monteurs meer tijd zouden krijgen om zich in te lezen op een inspectie of vervanging. Wat is de laatste stand van zaken, wat is er de vorige keer gebeurd? Dat soort dingen. Taken verschuiven overigens beetje bij beetje. De monteurs verwerken zelf vanuit de werkorder een activiteitenrapport om bijvoorbeeld een onderhoudsplan aan te laten passen of een nieuwe werkorder aan te maken, of voor te bereiden, die vervolgens naar de onderhoudscoördinator gaat. Die kan hierdoor op zijn beurt weer taken gaan doen die eigenlijk bij de maintenance engineer thuishoren. En daardoor kan de maintenance engineer weer meer tijd vrijmaken voor innovatie, bijvoorbeeld richting smart maintenance”.
> Condition based maintenance. Er wordt in Bunnik deels gewerkt op basis van condition based maintenance. Thermografie wordt ingezet voor het inspecteren van de schakelkasten en er vinden trillingsmetingen plaats op de grote lagers van de vullijnen en op cruciale pompen. “Die grote lagers liggen niet op voorraad, ook niet bij de leverancier. Dus daarom wil je goed de toestand weten”. Inspecties vinden één keer per drie maanden plaats. Er wordt bespaard op het preventieve onderhoud (inspecties).
> Van data naar informatie. Vorig jaar is gestart met een Manufacturing Execution System dat diverse meldingen van een asset kan registreren en doormelden. “Dat levert enorm veel data op en de kunst is om daar informatie van te maken. Voor elke melding die het systeem geeft moet de betreffende operator vier dingen aangeven: symptoom, oorzaak, remedie en actie. Met die informatie kunnen wij als maintenance engineers weer aan de slag”.
Er is ook een OI-link starterkit (verbinding tussen sensor en netwerk, inclusief diagnostische tools) aangekocht van ifm electronics waarmee de E&I afdeling kan ‘spelen met Industry 4.0’, zoals Van der Burg het noemt. “Die materie ligt sowieso meer in het verlengde van hun werkzaamheden”.
Jos Edebroek, senior monteur van de E&I afdeling, is mede verantwoordelijk voor het elektrische onderhoud van het machinepark. Een belangrijk onderdeel daarvan is het gebruik van sensoren en hun toepassing. Edebroek: “Wij maken al jaren gebruik van de sensoren en de AS-I lijn (Actuator and Sensor Interface –red.) van ifm electronics. Een logische opvolging hiervan kan zijn het gebruik van IOlink, waarmee je vanuit je ERP-systeem ‘in’ de asset kan kijken. De reden dat we hiervoor hebben gekozen is dat wij op deze manier de mogelijkheid hebben om onze elektromonteurs kennis te laten maken met IO-link. Zo proberen wij ons voor te bereiden op de mogelijkheden van de toekomst waarbij Industrie 4.0 een grote rol zal gaan spelen, om storingen op elektrische componenten voor te kunnen zijn”.
‘Technische beschikbaarheid is ongekend hoog’


In 36 jaar heeft de Python niet alleen voor veel herinneringen gezorgd, maar ook een totale afstand van 309.435 km afgelegd. Na bijna acht keer de wereld rond is het tijd voor een grote opknapbeurt. Het 350.000 kilo wegend Efteling-icoon is daarom tot en met 30 maart a.s. in onderhoud. Daarbij wordt de baan afgebroken en weer opnieuw opgebouwd. De ritbeleving blijft hetzelfde, want de loopings, dubbele kurkentrekker en helix komen in het nieuwe ontwerp terug.
Frank Poels loopt al enkele jaren mee in de Eftelingorganisatie. “Toen ik in deze fabelachtige organisatie begon, kon ik mijn opgedane leerervaring bij Tim Zaal aan de Hogeschool Utrecht goed gebruiken in mijn service engineering-omgeving. En nu put ik daar eigenlijk nog steeds uit, ook als Uitvoerder van het bouwproject van de Python”. Bij de Efteling barst het van de assets die we als bezoeker allemaal zien. Wat de bezoeker niet ziet is het beheer en onderhoud ervan. De lopende vernieuwing van de Python is een mooie gelegenheid om het maatschappelijke belang van onderhoud in een publieke omgeving eens zichtbaar te maken.
Met een eerste knip in de baan werd gestart met de ontmanteling van de Python in de Efteling. In ruim twee weken werd de achtbaan op hoogte in stukken gesneden met snijbranders. Vervolgens werd de Efteling-achtbaan met een grote hydraulische tang in stukken van ca. 3.000 kilo geknipt, die werden afgevoerd en omgesmolten. Poels is er best trots op. “Dit kunnen we natuurlijk niet alleen en zo’n hydraulische tang hebben we zelf niet, dus dat werd door contractor CSM Steelstructures geregeld. Groot onderhoud aan een attractie als de Python is voor de Efteling een uitdaging, mede doordat het park het hele jaar geopend is. Veel onderhoud gebeurt daarom voor openingstijd van het park of in de avonduren en zelfs ’s nachts. “De afbouw van de Python vond wel tijdens openingstijd van het park plaats, maar dit hebben we zo soepel en stil mogelijk kunnen doen door de inzet van de hydraulische tang”.

> TD goed georganiseerd. Met ‘wij’ bedoelt Poels de technische organisatie. In de jaren zeventig en tachtig groeiden de technische afdelingen binnen de Efteling explosief. Met de stroom aan nieuwe attracties (bijna jaarlijks kwam er een nieuwe bij), werd de vraag naar technische kennis en vakspecialisten steeds groter. De technische afdelingen waren onderverdeeld in een aantal onderdelen met elk een eigen manager. De werkplaats was gevestigd in het pand waar tegenwoordig een deel van het museum huisvest. Nu is dat wel anders en groeit men steeds meer naar een Asset Management organisatie. De scoop beperkt zich niet alleen meer tot techniek en het oplossen van storingen. Er wordt nauw samengewerkt met Planning & Beheer, Groenbeheer en de afdeling Projecten. Pim van der Ven

Goed opgeleide technisch specialisten net zo belangrijk als de fysieke assets Foto: NVDO

Technische- of procesinnovaties kunnen bijdragen aan het efficiënt omgaan met verouderende assets. Door slimme innovaties toe te passen kan ofwel de levensduur verlengd worden, ofwel leiden tot verbeteringen in het onderhoud. Iets dat bij nieuwe assets makkelijker doorgevoerd kan worden, maar voor sommige technische organisaties een hele uitdaging blijkt te zijn om zich hierop in te richten.
Die uitdaging zit ‘m vooral in de beschikbaarheid van assets. “Als de betrouwbaarheid niet hoog is, dan gaat de beschikbaarheid natuurlijk achteruit”, aldus Piet van der Linden, CEO LT Group en interim voorzitter NVDO Sectie Suto. Uit het NVDO Onderhoudskompas blijkt dat 64% van de assets zich in het midden van de levensduur bevindt. Daarnaast is een kwart van de totale assetbase aan het einde van de technische levensduur. Circa 6 procent van de assets is voorbij de geplande levensduur en ook 6% heeft reeds in nieuwe assets geïnvesteerd. “Het is goed nieuws dat een deel van de assets reeds vervangen is” volgens Van der Linden. “Gelukkig zien we de investeringen knallend omhoog gaan. Denk maar aan de gebouwde omgeving waar investeren in infrastructuur en kantoorpanden booming business is”.
LCC geen toverwoord, maar wel handig
Als scheidend voorzitter van de NVDO Sectie Suto spreekt Van der Linden over Asset Life Cycle management, waarbij minder verstoringen en meer punctualiteit centraal staan. Hij adviseert daarbij de methodiek van Life Cycle Costing (LCC) te hanteren. “Zo kun je de totale kosten van assets zo goed mogelijk in kaart brengen. Hierbij wordt gekeken naar de complete asset life cycle; van het aankopen tot het uitfaseren of recyclen. Ook draagt het gebruik van LCC bij aan een verhoogde Operational Excellence. Doordat aan de hand van de levensduur van een asset het onderhoud en investeringen bepaald worden, wordt optimaal gebruik gemaakt van de kwaliteit die een asset kan leveren en de kosten waartegen dit gebeurt. Een belangrijke voorwaarde is daarom dat de verwachte levensduur van
een asset juist bepaald wordt”. Meestal is dat niet de vooraf vastgestelde levensduur, maar hangt dit af van het gebruik en onderhoud gedurende de levensduur, meent Van der Linden.
De mens is ook een asset
Van der Linden hecht groot belang aan het feit dat we niet alleen aandacht voor fysieke assets moeten hebben. “Ook de mens beschouw ik als een asset en die verdient ook onderhoud”. Als CEO van de LT Group heeft hij er dagelijks mee te maken. “Je moet je professionals boeien, binden en trainen met als doel vooruitgang van zowel de opdrachtgever als de professional zelf”. Dagelijks dragen zijn professionals actief bij aan het succes van projecten en daarmee aan het bedrijfs-resultaat van de opdrachtgevers. “Goed opgeleide technisch specialisten met kennis van de branche en passie voor hun werk. Met de professionals die direct of als zzp-er voor ons werken, hebben wij een netwerk om ons heen van ervaren en gedreven mensen met potentie, wilskracht en vakkennis. Door deze mensen te begeleiden en op te leiden blijft hun kennis up-to-date”. In het Financieel Dagblad werd recent nog melding gemaakt van het feit dat koplopers met vaste banen weer groeien.
‘De
Match, match, match
Met de tekorten op de technische arbeidsmarkt in combinatie met een verouderende asset base, komt het maatschappelijk belang van onderhoud steeds meer op de voorgrond. “Daarom is het van het grootste belang dat de tekorten niet in paniek worden opgelost, maar wel overwogen. De juiste professional bij de juiste bedrijfsomgeving. De ene organisatie is nu eenmaal verder in IoT dan een traditionele onderhoudsomgeving”. Van der Linden hecht dan ook grote waarde aan de juiste match. “Dat komt niet alleen het maatschappelijk belang ten goede, maar ook de verdere professionalisering van alle assets, zowel de fysieke als de menselijke”. <
‘Facts & Figures Python’
betekent niks anders dan dat de volgende activiteit binnen het Python-project wordt uitgevoerd wanneer de voorgaande daarom vraagt, niet eerder en niet later. Vanaf het begin zijn alle partijen bij de planning betrokken, zowel intern als extern. Dit maakt het Python-project lekker duidelijk en vooral beheersbaar”. Van der Ven geeft aan dat dit geen nieuwe aanpak is. “we gebruiken het al langer bij projecten. “We brengen dan alle betrokkenen bij elkaar en we maken ieders activiteiten inzichtelijk. Zodoende kun je alles op elkaar afstemmen. Dit creëert betrokkenheid onderling en je kunt van te voren knelpunten actiever tackelen. Er ontstaat een gezamenlijk doel”.
Niet alleen dat is waar Poels blij mee is. Het project kent een uitstekende procesbeheersing, korte doorlooptijd en er blijven geen onopgeloste problemen achter. Het commitment bij alle betrokkenen is hoog.
> Kom werken bij de Efteling. Bij de Efteling werk je samen met 2600 collega’s binnen een unieke omgeving. Je werkt met assets als de Baron met de meest innovatieve technieken, maar ook met technieken zoals die worden gebruikt bij de Python, of zelfs de technieken die in de allereerste sprookjes zitten verwerkt. Terwijl je zou denken dat ‘iedereen’ graag bij de Efteling wil werken, heeft het attractiepark in Kaatsheuvel ook te maken met deze trend. De huidige krapte op de arbeidsmarkt wordt veroorzaakt door een kwantitatief- en kwalitatief personeelstekort. Het kwantitatieve personeelstekort neemt toe door enerzijds de vergrijzing en anderzijds door de aantrekkende economie. Het kwalitatieve tekort wordt veroorzaakt door onvoldoende aanwas vanuit de nieuwe generatie technische vakmannen. Daarnaast maakt onbekend, onbemind. “Niet iedereen weet dat een team van ruim 140 technische collega’s achter de schermen er alles aan doet om de beleving van een dagje Efteling voor onze gasten onvergetelijk te maken”. < is binnen de Efteling Manager Planning & Beheer. Hij vertelt dat het inhoudelijke en uitvoerende werk door de jaren is veranderd. “Bij alle werkzaamheden geldt dat we naar de hoogst mogelijke beschikbaarheid streven en daar ben ik trots op, want de technische beschikbaarheid is bij ons in het park ongekend hoog”.
> Voorspellend Onderhoud. Om de openstelling van de achtbaan op 31 maart a.s. mogelijk te maken, is er nog werk aan de winkel! De Efteling Python attractie was bij de opening in 1981 de eerste achtbaan op het Europese vasteland. Daarnaast was het ook Europa’s eerste achtbaan met vier inversies. Die bijzondere status wil het park in Kaatsheuvel natuurlijk wel behouden. Efteling’s bevlogen Van der Ven voegt er met plezier aan toe dat bij de bouw van de nieuwe Python ingezet wordt op voorspellend onderhoud. “Zo plaatsen we andere sensoren waarbij een constante monitoring eenvoudiger wordt. En hoewel het meerjarenonderhoudsplan van de achtbaan vrijwel gelijk is aan wat we al hadden, gaan we wel over op bijvoorbeeld ledverlichting, nieuw type bekabeling, andere remmen en daarmee zetten we in op duurzaamheid”. De organisatie zet in op een toegankelijk systeem waarin alle technische medewerkers informatie kunnen opvragen en eenvoudig en eenduidig kunnen rapporteren. “Dat geldt voor alle assets binnen de Efteling”.
> Lean. Na de ontmanteling staan alleen het station en de lift nog overeind. De opbouw vindt plaats in segmenten, waarbij gebruik wordt gemaakt van een leanplanning. “Onze lean planning
Week 2 Het afbreken van het eerste baandeel vond plaats op 11 januari
Week 3 Op 18 januari is de gehele baan afgebroken
Week 4 De eerste kolommen zijn geleverd en geplaatst op 25 januari
Week 5 Maandag 29 januari werd het eerste baandeel geplaatst. Dit is tevens het eerste baandeel van de 1e looping. Twee dagen later is de 1e looping geheel zichtbaar
Week 9 Vanaf 1 maart wordt gestart met de aanleg van het gebied, meandering, beplanting, etc. en wordt het laatste baandeel geplaatst
Week 12 19 maart wordt gestart met de eerste testritten
Week 13 26 tot en met 30 maart vindt de TÜV inspectie plaats
















































Efficiëntie en effectiviteit worden steeds belangrijker in Asset Management. Enerzijds omdat er een steeds hogere productie van productielijnen wordt verwacht, waardoor gewenste en ongewenste stilstand geminimaliseerd dient te worden. Anderzijds is het steeds moeilijker om aan gekwalificeerd personeel te komen. Dit komt door een krappe arbeidsmarkt en onvoldoende aanwas van technisch geschoold personeel. Dit laatste is geen nieuws, maar wel aanleiding om nieuwe werkmethodieken te hanteren.
> Standaardiseren. Om operational excellent te kunnen presteren, kan standaardisatie van administratie en uitvoering van onderhoudswerkzaamheden van groot nut zijn. Nu is dan ook het moment om kennis te borgen en op een efficiënte manier aan te bieden aan nieuwe medewerkers, zodat ze snel up-to-speed zijn. Een mobiele applicatie voor de uitvoering van werkzaamheden helpt om de vastlegging van uitgevoerde werkzaamheden te structureren en daarmee te standaardiseren.
Een mooi voorbeeld van hoe dat werkt vinden we bij een bedrijf uit de voedingsmiddelenindustrie met verschillende fabrieken wereldwijd. Afgelopen jaar is de papieren werkbon vervangen door een digitale werkbon. De mobiele app is snel in gebruik genomen door de grotere fabrieken. Werkvoorbereiders en planners hebben na de introductie van de app inzicht in de actuele status van werkbonnen. Daarnaast hebben de planners veel meer flexibiliteit in het toewijzen van werkzaamheden gedurende de dag. Technici hoeven

Altijd up to date met de digitale werkbon. Foto: Ideo

namelijk niet meer naar het kantoor te komen om nieuwe werkbonnen op te halen. Doordat zij hun rapportage direct invoeren via de app in het onderhoudssysteem, worden er minder fouten gemaakt en is de onderhoudsdata betrouwbaarder geworden.
> Betrouwbare asset data. De mobiele app zorgt er dus voor dat de maintenance professional tijdens zijn werkzaamheden over de juiste informatie beschikt. Actuele assetgegevens en -handleidingen zijn continu inzichtelijk en helpen tevens bij een eenduige registratie. John van Rooij van Ideo legt de nadruk op het belang van die registratie; “Hierbij worden bijvoorbeeld reparatietijden, downtime, oorzaak en oplossing van de storing en verbruikte materialen eenvoudig, maar vooral ook eenduidig vastgelegd. Allemaal zaken die direct en foutloos in het onderhoudssysteem opgeslagen worden. Asset data wordt betrouwbaarder en onnodige productiestops worden beperkt”. Van Rooij geeft aan dat het dus niet ophoudt bij het verhogen van de efficiëntie van de technici alleen.
> Fases. Wanneer er nog sprake is van een papieren werkbon, dan wordt de informatie van deze bonnen overgenomen in het Asset Managementsysteem. “We noemen dat in een groeicurve naar Mobile Excellence, fase 1”, aldus Van Rooij. “De tweede fase is de digitalisatie van de werkbon. Hierbij gaan maintenanceprofessionals op pad met een app, kunnen ze snel reageren op nieuwe
‘Niet geheel duidelijk welke activiteiten waarde toevoegend zijn’
werkzaamheden en wordt alles digitaal afgehandeld. Al snel ontstaat de behoefte aan meer informatie om werkzaamheden efficienter uit te voeren en groeit men door naar de derde fase. Denk hierbij aan het beschikbaar stellen van documentatie of extra gegevens uit de onderhoudshistorie”. De laatste fase van de groeicurve is de integratie met andere systemen en processen.
> Operational Excellence. De klant betrouwbare producten of diensten leveren tegen een concurrerende prijs geleverd op de meest gemakkelijke manier, dat is de definitie van Operational Excellence. Om aan deze definitie te kunnen voldoen, betekent dit dat organisaties hun processen moeten inrichten op een manier dat er een goede balans is tussen kwaliteit, prijs en tijd/snelheid. Om deze balans te behouden, is het van belang dat elke activiteit in de keten kritisch beoordeeld wordt op zijn toegevoegde waarde. Van Rooij; “Wanneer een activiteit dus geen waarde toevoegt op één van de punten van kwaliteit, prijs of snelheid, kan deze wellicht anders ingericht worden. Typisch gezien, is het bij veel bedrijven niet geheel duidelijk welke activiteiten waarde toevoegend zijn en welke niet en nog belangrijker, hoeveel tijd en geld besteed wordt aan deze activiteiten. Een eerste stap richting Operational Excellence is daarom het inzichtelijk maken van de huidige processtromen binnen een organisatie”. Dat daar een mobiele app behulpzaam bij kan zijn, is evident. <
UITDAGINGEN IN DE INDUSTRIE MET BETREKKING TOT ONDERHOUD VEREISEN BEWEZEN OPLOSSINGEN EN BEST PRACTICES DIE OOK ECHT WERKEN. MET STORK PERFORMANCE MAINTENANCE BIEDT STORK EEN AANPAK WAARMEE ONZE ONDERHOUDSKENNIS EN PRAKTIJKERVARING WORDEN GEKOPPELD AAN DE DOELSTELLINGEN VAN ONZE KLANTEN.

Een praktijkvoorbeeld:
UITDAGING
Drie jaar geleden neemt Stork het totale onderhoud, management én uitvoering, over bij een middelgrote oudere olieterminal. Dit inclusief de aansturing van circa 150 subcontractors: van steigers tot schoonmaak. Het onderhoud is op dat moment reactief en ongestructureerd. Het wordt getypeerd als “brandjes blussen”.
De uitdaging is om het onderhoud een bijdrage te laten leveren aan de doelstellingen van de terminal: veilige en compliant operatie met een optimale beschikbaarheid van de terminal tegen voorspelbare kosten.
OPLOSSING
Na een grondige analyse van de werkprocessen én de cultuur op de terminal heeft Stork stapsgewijs wijzigingen doorgevoerd. Uitgangspunt was om de onderhoudsorganisatie te wijzigen
van ‘reactief’ naar ‘planmatig’. Hiervoor is een maintenanceplan opgesteld en zijn heldere ‘workflows’ ingericht, waarop de organisatie is aangepast. Zo is er een strikte scheiding van taken ingevoerd tussen werkvoorbereiding en uitvoering, en zijn de werkstromen voor storingen en planmatig werk gescheiden, waardoor het planmatig werken niet verstoord kan worden door de binnenkomende “brandjes”.
Dit proces wordt gestuurd en gerapporteerd naar de klant aan de hand van eenduidige KPI’s, die worden gevolgd in een dashboard, met criteria over techniek, kosten, HSSEQ, medewerkers en klanttevredenheid.
RESULTAAT
Na drie jaar is een enorme vooruitgang geboekt. Er heerst rust; er is een stabiele organisatie met grote voorspelbaarheid en voornamelijk gepland onderhoud. Enkele KPI’s:
Stijging van de Hands on ToolTime met 11%
Daling van de backlog met 32%
Daling van het aantal storingen met 27%
Kostenreductie van >20%
Het onderhoud heeft een nieuw ‘level’ bereikt.
Meer weten over Stork Performance Maintenance?
Van Deventerlaan 121
3528 AG UTRECHT 088 - 08 91 000 www.stork.com Maries.vanAert@stork.com
Onderzoeksteam van links naar rechts:






Nederlandse bedrijven focussen zich met name op lage kosten en minder dan andere landen op een Customer intimacy fabricagestrategie. Een jaar eerder concludeerden we juist dat een goede mix van strategieën de High Performance Organisations (HPO’s) onderscheidt van Low Performance Organisations (LPO’s). Hier is dus werk aan de winkel voor Nederland!
Ook zien we dat Nederland laag scoort op toekomstvastheid van de asset en de efficiëntie en effectiviteit van onderhoud. Een strategie gericht op Operational Excellence kan helpen bij het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van het onderhoud, en daarmee de effectiviteit van de assets. Lichtpunt is dat Nederlandse bedrijven bezig zijn met radicale innovaties. Op langere termijn is dit een strategie die zal bijdragen aan High Performance, waarmee een leidende positie in Nederland veel meer gegarandeerd kan worden.
We zien daarbij een drietal aanbevelingen voor de maintenancesector; 1. Richt je niet alleen op het verlagen van de kosten van onderhoud, maar ook op een Customer Intimacy en Operational Excellence. De juiste balans zorgt voor high performance
2. Ga door met de huidige focus op radicale innovatie. Dit is op langere termijn de winnende strategie
3. Vergeet niet op de korte termijn middels incrementele innovatie stappen te maken. Lange termijn denken is goed, maar ook op de korte termijn kan er winst behaald worden, wat bijdraagt aan een betere positionering van de Nederlandse bedrijven in de wereld
Universiteit Amsterdam en de NVDO tekenden voor een samenwerking waarbij de aanbevelingen nader worden onderzocht. Op basis van de ontwikkelde radarplot kan de manufacturing strategie van bedrijven met de benchmark worden vergeleken en tevens beoordeeld worden op basis waarvan investeringen plaatsvinden en hoe leveranciers hierop aansluiten. Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in maatstaven en KPI’s die in fabricagecontracten worden gebruikt, en welke consequenties dat heeft voor innovaties in het onderhoudsproces.
Het onderzoek start in het eerste kwartaal 2018. Publicatie van de resultaten wordt eind september 2018 verwacht. <
Onderzoek wordt geleid door professor Frank Verbeeten
Verbeeten is sinds 1 januari 2018 hoogleraar Accounting aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 2013 is hij als hoogleraar Accounting verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht School of Economics (U.S.E.). Daarnaast was hij sinds 2016 tevens hoogleraar Management Control aan de Vrije Universiteit, waar hij betrokken is bij het Eerder was hij onder meer als universitair hoofddocent aan de UvA verbonden, en als senior manager aan Deloitte.

Als er één sector is waar de impact van onderhoud ook bij het ‘grote publiek’ zichtbaar is, dan is dat de infrasector. De afsluiting van de Merwedebrug bij Gorinchem ligt bij menig A27-forens nog vers in het geheugen. Maar ook kleinere incidenten, zoals gaten in het wegdek of lekkende persleidingen zorgen voor gespreksstof. “Data verzamelen en analyseren is de rode draad voor nieuwe inzichten in en nieuwe vormen van onderhoud”, zegt Ruben Ogink van infra-fieldlab Camino.
Veel van de bestaande infrastructuur in Nederland nadert het einde van de technische levensduur. Een van de vragen waarmee asset owners worstelen is of die technische levensduur wel klopt? Te vroeg vervangen, betekent kapitaalvernietiging. Te laat vervangen vergroot het risico op storingen. Veel infra is ook niet ontworpen en gebouwd voor de belastbaarheid die het tegenwoordig te verduren heeft. Tegelijkertijd beschikken veel asset owners over minder specifieke technische kennis dan voorheen en vertrekken er ook nog eens een hoop kennishouders vanwege de vergrijzing. Ondertussen verwacht de gebruiker dat alles het altijd doet.
> Veilige omgeving. “Kortom, we hebben een uitdaging”, lacht Ruben Ogink van World Class Maintenance (WCM). Een belangrijk deel van het antwoord komt door innovatie in het kader van smart maintenance, meent de projectleider van Fieldlab Camino. Het samenwerkingsverband heeft als doel om het onderhoud aan infrawerken honderd procent voorspelbaar te maken. Ogink: “In de praktijk werkt het fieldlab zo dat een asset owner een vraag of ambitie op tafel legt en geïnteresseerden daarop kunnen aanschuiven”. Hierop worden dan mogelijke oplossingen ontwikkeld, waarbij de asset owner van een sturende rol naar een meer faciliterende rol verschuift. In de ‘veilige omgeving’ van het fieldlab kunnen de diverse partijen op deze manier volop experimenteren en nieuwe kennis ontwikkelen.
> Twee clusters. Op dit moment kent het fieldlab twee clusters: water en rail. In het railcluster zitten de asset owners NS en ProRail, in het watercluster Rijkswaterstaat, de gemeenten Almelo en Enschede, Waterschap Vechtstromen, provincie Overijssel en Sitech Services dat de assets op Chemelot beheert. “Allemaal asset owners, omdat we vinden dat je bij de probleemeigenaar moet beginnen”. Belangrijke reden voor de ‘natuurlijke partners’ NS en ProRail om mee te doen in Camino is overigens de al aangehaalde veilige omgeving van het fieldlab. “Het gaat niet alleen om wat ze willen delen aan informatie, maar ook om wat ze mogen delen met marktpartijen. Het fieldlab is daarvoor een bruikbare omgeving”.
> Moving lab. NS en ProRail kijken in Fieldlab Camino naar twee probleemgebieden. De eerste is bovenleiding en pantograaf (de stroomafnemer bovenop de locomotief) met als vraag: welke
‘Als je real time kunt sturen, kan je vitale infra beschermen’
invloed heeft materiaalgebruik op schade, slijtage en onderhoud van de bovenleiding? De tweede is wielen en spoorstaven: wat is de interactie ten opzichte van elkaar? Heeft de spoorstaaf invloed op het onderhoud aan de trein en vice versa? Ter ondersteuning van deze initiatieven liggen er twee ambities: het ontwikkelen van een gezamenlijk IT-platform met bijbehorende analyseomgeving voor de hele rail-sectoren het realiseren van een zogeheten moving lab. “Nu rijden er speciale meettreinen rond om de conditie van het spoor te meten. Dat gebeurt eens in de zoveel tijd en dit verstoort de dienstregeling. Tegelijkertijd rijden er dagelijks passagiers- en goederentreinen die ook uitgerust kunnen worden met andere en meer sensoren. Dat levert informatie op die kwalitatief mogelijk minder is, maar wel vaker en meer beschikbaar komt dan met een meettrein”.
> Sluis Eefde. In het watercluster gebeuren verschillende dingen, onder meer rondom de sluis in Eefde en het riool van Almelo. Rijkswaterstaat breidt het sluiscomplex Eefde uit met een tweede sluis. Het contract voor de nieuwbouw en het onderhoud is gegund, de geplande oplevering is in 2020. “Dat betekent dat we de komende twee jaar de tijd hebben om te meten en testen en proeven te doen op de bestaande sluis om nieuwe inzichten op te doen inzake in te richten onderhoud. Verschillende delen van de sluis worden hiervoor uitgerust met sensoren”. SCADA-data die nu


alleen gebruikt wordt om na een incident te kunnen achterhalen wat er mis ging, zal binnen CAMINO ook gebruikt worden voor het onderhoud.
> Zelflerend real time control system. De gemeente Almelo participeert in het watercluster om (samen met partners) een zelflerend real time control system (RTC) te ontwikkelen voor het rioolstelsel. Het real time control system stuurt de installaties in het rioolsysteem aan, bijvoorbeeld stuwputten (schuiven) en pompen. Als het hard regent krijgt het systeem commando’s om het water een bepaalde kant, of kanten, op te sturen om wateroverlast en riooloverstorting te voorkomen. “Door het systeem zelflerend te maken, kunnen commando’s anders of sneller ervoor zorgen dat het water een bepaalde kant opgaat”.
> Vitale infra beschermen. Marcel Roordink, adviseur Riolering en Water bij de gemeente Almelo: “We denken dat een zelflerend systeem beter zal werken en daardoor beter overlast kan voorkomen. Als je real time kunt sturen, kan je vitale infra beschermen. Bijvoorbeeld het water ondergronds zo sturen dat de weg naar het ziekenhuis niet onderloopt, of dat je het uit de buurt van je tunnels houdt”. De verwachting is dat een zelflerend systeem minder onderhoud nodig zal hebben. Ogink: “De data die het systeem straks oplevert, zullen we ook gebruiken voor het verder verbeteren van onderhoud en het energieverbruik”.
> Frisse blik. Het onderwerp stond intern al een tijdje op de agenda, vertelt Roordink, maar de vraag was wat de beste aanpak zou zijn. Nu, binnen de setting van het fieldlab, zorgen de deelnemende partners voor een frisse blik vanuit hun vakgebied en zit er schot in de zaak. “We zijn samen sinds augustus bezig. Er is een aantal sessies geweest en er ligt een plan van aanpak, de werkpakketten zijn ingevuld en er is een planning”. Als het systeem straks werkt, komt het ook beschikbaar voor andere partijen. “Waterschappen kunnen het bijvoorbeeld toepassen op oppervlaktewater”.
> Inspectierobot. Er is nog een andere casus, zegt Roordink. Om de vraag hoe lang het riool nog meegaat te kunnen beantwoorden, willen diverse partijen een inspectierobot met allerlei sensoren het riool insturen om de staat ervan te meten, bijvoorbeeld de wanddikte van buizen. “Daar heb je andere sensoren voor nodig en daar werken we met diverse partijen aan mee, evenals monitoringssystemen op vaste plekken. Maar het is allebei nog in een pril
stadium en eigenlijk nog te vroeg om daar wat over te zeggen”. “Tot slot gaan we ook kijken naar beschikbare ‘open data’ en wat we daarmee kunnen. Het gaat erom dat je op een andere manier naar bestaande bronnen kijkt. In Azië is bijvoorbeeld een test gedaan met de analyse van twitterberichten over wateroverlast om de locatie en mate van overlast vast te stellen”.
> Businesscase. Terugkijkend naar het afgelopen jaar signaleert projectleider Ogink dat het de asset owners niet per se gaat om het verlagen van de onderhoudskosten. “Veiligheid en beschikbaarheid zijn minstens zo relevant. De NS zegt bijvoorbeeld: als we door goed onderhoud één trein meer kunnen laten rijden, dan is de businesscase al snel goed. Of neem de sluis bij Eefde: als de sluis faalt, dan hangen daar bijvoorbeeld forse boeteclausules aan voor de beheerder. De sluis heeft namelijk een belangrijke functie in het hele Twentekanaal. Als falen door goed onderhoud kan worden vermeden, dan is de businesscase voor de beheerder snel rond”.
> Aanbestedingsregels. Ook het feit dat er door de asset owners actief gewerkt wordt met diverse partijen, is een belangrijk ding, zegt Ogink. “Natuurlijk heb je resultaten nodig, maar het feit dat publieke partijen samenwerken met de markt om samen oplossingen te vinden, is goed. Aanbestedingsregels zijn in deze natuurlijk wel iets om rekening mee te houden. Daarom gaat gaandeweg in een traject de lead over van de asset owner naar een deelnemende marktpartij. Die kan vervolgens voor eigen risico en rekening testen bij de infra eigenaar en weet dat hij werkt aan een oplossing van een probleem dat in de praktijk ook wordt gezien en herkend”.
> Toekomstvisie. Een onderwerp waarmee fieldlab Camino nog aan de slag wil, is een meer integrale aanpak bij het verzamelen van data. Ogink: “Nu is het veel versplinterd, iedereen doet zijn ding. Het riool is een mooi voorbeeld, dat ligt voor een deel bij de gemeente en voor een deel bij het waterschap. Als je structureel data met elkaar uitwisselt, ook op het gebied van onderhoud, dan is er een wereld te winnen. Maar het gaat ook om de impact van bv een langsrijdende trein op het nabijgelegen riool. Hierover is nog heel weinig bekend. Zo willen we samen van sub-optimalisatie naar een integrale optimale monitoring. Dat is ons hogere doel”.
Tot slot haalt Ogink de rol van de politiek aan. “Voor veel infra owners geldt dat het publieke organisaties zijn, waarvan het hoofd politiek gekozen is. De minister, een wethouder, een dijkgraaf; de politieke zichtbaarheid en wat er gebeurt (of wat er niet gebeurt) op het gebied van onderhoud is direct aan elkaar gekoppeld. In die zin is het positief dat Cora van Nieuwenhuizen, de nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat, begin december smart maintenance aanhaalde in een overleg als een manier om slimmer en beter om te gaan met bestaande infra. Als het onderwerp in Den Haag op de agenda staat, dan werkt dit als een katalysator voor lokale overheden”.
Ogink is bezig om het samenwerkingsverband uit te breiden met nieuwe clusters. Er liggen plannen voor een cluster Tunnels en een cluster Smart Energy. “Het is de afgelopen tijd wel duidelijk geworden dat er een noodzaak is vanuit de infra asset owners om aan de slag te gaan. De setting van een fieldlab is daarvoor een mooi vehikel” <

Atlas Copco Rental is uw partner tijdens onderhoudsprojecten
We leveren een totaalconcept: ontwerp van uw (tijdelijke) installatie, service en de logistiek. Of het nu gaat om eenvoudige, complexe, grote, kleine projecten, onze experts staan dag en nacht voor u klaar.
www.atlascopcorental.nl







Kijk op Maatschappelijke invloed van onderhoud door:
Henk Akkermans, Directeur World Class Maintenance (WCM)
“Het gaat eigenlijk om twee dingen, misschien drie, als het gaat over de maatschappelijke impact van onderhoud. Het eerste hangt samen met: waar willen we heen met Nederland? Alles moet duurzamer, de CO2-uitstoot moet omlaag, we moeten samen de hele energietransitie volbrengen; hiervoor moeten allerlei processen goed verlopen. Slim onderhoud is dan essentieel.”
“Het tweede is dat onderhoud een belangrijke economische sector is, waarin veel geld verdiend wordt, ook als exportproduct. Het idee is vaak dat onderhoud alleen gaat om bestaande installaties in Nederland, maar dat is allang niet meer zo. Denk maar aan alle onderhoudstaken die je tegenwoordig remote kunt doen. Maar ook het onderhoud aan en het beheer van de reserveonderdelen van de F-35 voor meerdere landen is export. Of neem een Vanderlande dat 24/7 het hele jaar door service en onderhoud verricht aan bagageafhandelingssystemen op luchthavens wereldwijd. Goed voor de werkgelegenheid en de kennispositie van de BV Nederland.”
“Het derde punt ligt in het verlengde van het eerste en is meer cultureel. Het gaat dan om de waardering voor het feit dat alles blijft werken en draaien. Onderhoud is net zo belangrijk als nieuwbouw. Zonder goed onderhoud heb je een probleem in je operatie. Door de digitalisering zullen die twee wel meer door elkaar heen gaan lopen. Als je de positie van een windturbine aanpast op de wind, zodat hij minder slijt, is dat dan operations of onderhoud”?
“Er is ook een impact op het onderwijs. Een belangrijk deel van de techniekstudenten gaat niet in de techniek werken. Ook is het aantal vrouwelijke techniekstudenten nog laag. Daar liggen dus nog volop mogelijkheden. De digitalisering en de smart-maintenance mogelijkheden die daardoor ontstaan, vragen om een andere manier van opleiden. Eigenlijk moet dat sowieso gebeuren, de traditionele manier met het aanpassen van een curriculum duurt veel te lang. De Solar Challenge en de Ocean Cleaner zijn goede voorbeelden van hoe het anders kan.”
Kijk op Maatschappelijke invloed van onderhoud door:
Bas Kimpel,
Voorzitter Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud

“Straten vol met afval, talloze stroomstoringen, infecties als gevolg van vervuild kraanwater, milieu- en veiligheidsincidenten in de industrie, onbetrouwbaar openbaar vervoer, oneindig lange files als gevolg van slechte wegen en afgesloten bruggen, dijkdoorbraken brengen onze maatschappij tot stilstand”.
“Bij dit rampscenario zullen de mensen het belang van goed onderhoud echt gaan inzien. Jammer dat pas dan ons werk de aandacht van de maatschappij krijgt. Laten we met elkaar hopen, en eraan blijven werken dat dit nooit zover gaat komen als in het geschetste scenario”.
“Het is jammer dat wij het belang van onderhoud alleen maar duidelijk kunnen maken aan de hand van rampscenario’s. Dit terwijl er, zonder die nare situaties, boeiende en interessante verhalen te vertellen zijn over de honderd duizenden mensen die dagelijks met passie en inzet hun werk doen. De maatschappelijke invloed van onderhoud is groot, ook al is die vaak onmerkbaar”.
“Laten we onze bescheidenheid als techneuten een beetje laten varen en laten we gewoon eens gaan opscheppen over onze prestaties en innovaties in ons vakgebied. Onze verhalen zijn écht de moeite waard! Wij weten dat als groep van ruim 300.000 professionals wel, maar weet de wereld buitens ons vakgebied dat ook? Laten wij ervoor blijven zorgen dat ons werk onmerkbaar blijft en dat wij het verschil niet gaan ervaren tussen onvoldoende, slecht onderhoud en onderhoud van wereldklasse”.
“Ik ben er in elk geval zeker van dat wij hier in Nederland op wereldniveau presteren en we hiermee een groot concurrentievoordeel hebben op de landen om ons heen. Als WCM en NVDO zullen wij overheid en industrie met onze dienstverlening blijven ondersteunen om dit niveau te behouden en verder te versterken. Zeker nu wij onderhoud centraal binnen het kader van Asset Management hebben geplaatst. Uw bijdrage als lid en/of participant wordt hierbij zeer op prijs gesteld”. <

Beheer- en onderhoudscontracten voor onderhoud, nieuw- en verbouw in drie cruciale onderdelen’ Foto: Heijmans
Schiphol is continu in bedrijf, niet alleen overdag, maar ook ’s nachts, 24/7. Afgelopen jaar reisden 68,4 miljoen passagiers van, naar of via Schiphol en bedroeg het vrachtvolume 1,75 miljoen ton. Met bijna 500.000 vliegbewegingen per jaar is het één van de grootste luchthavens van Europa. Slim Asset Management is essentieel om te zorgen voor een zo hoog mogelijke beschikbaarheid van de infrastructuur en faciliteiten.
Om het Asset Management in goede banen te leiden, heeft Schiphol met Heijmans in april 2011 onderhoudscontracten getekend voor een periode van vijf jaar. In 2016 werden deze contracten nog eens verlengd met drie jaar tot april 2019. ‘Het betreft drie beheer- en onderhoudscontracten voor onderhoud, nieuw- en verbouw in drie cruciale onderdelen’, zegt Ted van den Broek, directeur Heijmans Asset Management Schiphol. “Een eerste onderdeel is vluchtafhandeling: het onderhoud en de aanleg van start-, landings- en andere banen waartoe ook het hemelwaterafvoerstelsel, de velden en vliegveldverlichting behoren. Een tweede deel betreft de bereikbaarheid van Schiphol: de infrastructuur op het openbaar toegankelijk terrein, van verhardingen van rijbanen tot parkeerplaatsen en andere voorzieningen die zorgen voor een goede bereikbaarheid. In het derde onderdeel zijn alle voorzieningen voor transport van
elektriciteit gebundeld, denk aan de verkeersregelingsinstallaties, het netwerk van energietransport en distributie. Voor deze drie onderdelen voeren we zowel de operationele als de tactische dienstverlening uit, zowel het reguliere als het levensduur verlengend onderhoud. Het gaat hierbij om een partnerschap waarbij Heijmans geen puur uitvoerend aannemer is, maar meedenkt in advies, ontwerp- en onderhoudsstrategie. Samenwerking is daarbij een erg belangrijke bouwsteen”.
> Flexibiliteit. Asset Management op Schiphol brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Alexander van Dam, manager asset services Heijmans: ‘De veiligheid van reizigers, bezoekers en personeel is prioriteit nummer één. Dat vraagt om strikte procedures en zorgvuldige voorbereiding: van controle van mensen en goederen tot speciale begeleiding bij werk aan luchtzijde. Maar het vraagt ook om flexibiliteit: weersomstandigheden kunnen bijvoorbeeld last minute de hele planning doorkruisen.’
> Hinderbeleving. De impact van de werkzaamheden op de reizigers, oftewel de hinderbeleving moet minimaal zijn. “We streven ernaar hinder zoveel mogelijk te voorkomen. Maatregelen die we hiervoor nemen zijn bijvoorbeeld het creëren van separate routes van en naar terminals, het plaatsen van een nette afscherming, het uitvoeren van werkzaamheden op passagiersluwe tijdstippen,… Alle maatregelen zijn daarbij afhankelijk van waar je op dat moment welke werkzaamheden uitvoert en er wordt steeds uitvoerig overlegd met de betrokken partijen. Dit betekent dat het soms nodig is om zaken op een andere manier uit te voeren dan men gewend is. Waar je in andere omstandigheden bijvoorbeeld kunt rekenen op een opslagterrein vlak bij de uit de voeren werkzaamheden, moet een andere oplossing worden bedacht om de impact op de reizigers zo laag mogelijk te houden. Een slimme organisatie is onontbeerlijk”.
> Duur. Op zowel tactisch als operationeel gebied is beheer en onderhoud op Schiphol erg complex. Van den Broek: “Als groot onderhoud van een landingsbaan bijvoorbeeld staat ingepland voor negen weken en vier dagen, dan is heel de wereld hierover geïnformeerd. Indien de deadline niet wordt gehaald, zou dat een impact hebben op de operatie van Schiphol en op omwonenden. Er moet daarom erg strategisch worden nagedacht wanneer en op welke manier het onderhoud moet plaatsvinden”. Niet alleen de duur, maar ook de omvang en de periode in het jaar spelen een belangrijke rol. “Het reguliere en grote onderhoud moet bijvoorbeeld zodanig worden ingepland dat het niet in de hoogseizoenen plaatsvindt. Tegelijkertijd willen we de frequentie van onderhoud zo laag mogelijk houden door werkzaamheden te clusteren. We zijn daarom voortdurend bezig om zowel op tactisch als uitvoerend niveau te bekijken hoe we de impact van onderhoud op Schiphol en haar gebruikers, enerzijds de passagiers, anderzijds de luchtvaartmaatschappijen, te verminderen”.
Om een ideale periode van onderhoud aan een landingsbaan te bepalen spelen meerdere factoren een rol. Denk aan weersomstandigheden, de beschikbaarheid van systemen, mensen, middelen, de status en beschikbaarheid van andere landingsbanen, vakantieperiodes, veiligheidsaspecten, capaciteit, overlast voor omwonenden, kosten, techniek, gebruiksvoorschriften, reglementen… En weersomstandigheden. Het vliegverkeer gebruikt de Kaag-
baan bijvoorbeeld vooral bij westenwind. Tegelijkertijd mag het niet vriezen in de onderhoudsperiode aangezien vorst de planning danig in de war kan sturen. Bij het aanbrengen van antiskid en markeringen moet de ondergrond erg droog zijn. Uit verzamelde data blijkt dat er in de periode van maart tot en met juni minder westenwind waait en de kans op vorst is laag. Van den Broek: “Diverse parameters die een rol kunnen spelen worden verzameld, onderzocht, samengevoegd en nauwgezet tegen elkaar afgewogen zodat een goede en reële planning tot stand komt”.
> Lean. In 2017 werd van zaterdag 18 maart tot en met woensdag 26 mei groot onderhoud verricht aan de Kaagbaan. Van Dam: “Voor het onderhoud is gekozen voor een integrale aanpak om de frequentie van de werkzaamheden te kunnen verlagen”. De baan werd bijna in zijn geheel van nieuwe asfaltlagen voorzien met antiskid, een stroeve bovenlaag voor een groter remeffect.


‘Een slimme organisatie is onontbeerlijk’


De hemelwaterafvoergoten waar de zwaarste categorie vliegtuigen overheen rijden werden vernieuwd de zijkanten van de baan werden vernieuwd er werd een volledig nieuwe verlichtingsinstallatie van 1.500 energiezuinige ledlampen geïnstalleerd, samen met bijbehorende apparatuur en bekabeling, de omringende grasvelden werden hersteld en voorzien van drainage en nieuw gras en tot slot werd er een extra hoofdafvoer met een diameter van 1,5 meter aangelegd in het kader van toekomstige uitbreidingen. Van den Broek: “Vanuit uitvoeringsoogpunt zouden de werkzaamheden in eerste instantie elf of twaalf weken moeten duren.
Vervolgens ga je in gesprek met alle stakeholders en ga je de plannen nog verder optimaliseren om de uitvoeringstermijn nog verder in te korten. Ook in de verdere voorbereiding en uitrol hebben we leansessies gehouden zodat meerdere betrokken partijen vanaf het begin op de hoogte waren van de situatie en vanaf het begin kon meedenken hoe de planning perfect in elkaar kon worden geschoven”.
> Optimalisatie. Een van de optimalisatieoplossingen die werd bedacht om te komen tot een strakkere planning is het ter plekke recyclen van asfalt. De oude asfaltlaag werd van de baan gefreesd ‘Kaagbaan werd bijna in zijn geheel van nieuwe asfaltlagen voorzien met antiskid’ Foto: Heijmans

‘Duurzame technieken voor een langere levensduur’ Foto: Heijmans
waarna werd begonnen met asfalteren door middel van een asfalttrein met meerdere machines tegelijkertijd om de efficiëntie te vergroten. Tientallen vrachtwagens voerden ongeveer 2.000 ton asfalt per dag aan. In totaal werd er ongeveer 65.000 ton gebruikt waarvan 55.000 gerecycled asfalt, een proces dat grotendeels op Schiphol zelf plaatsvond. Door dit op Schiphol zelf plaats te laten vinden, werd veel materiaal hergebruikt, er was minder transport en dus minder dieselverbruik en tegelijkertijd werd voorkomen dat de wegen van en naar Schiphol zouden dichtslibben door bouwverkeer.
“Door een strakke planning, het clusteren van werkzaamheden en een goede samenwerking met meerdere partijen, konden de werkzaamheden van de Kaagbaan zo worden geprogrammeerd dat de operatie (het vliegverkeer) en omwonenden zo min mogelijk last hadden van het onderhoud terwijl er eveneens is gekeken naar duurzame technieken voor een langere levensduur”.
> Duurzaamheid. Schiphol hecht veel waarde aan een duurzame toekomst dus ook op het gebied van onderhoud. Bij het vervangen van de halogeenlampen door ledverlichting werd bijvoorbeeld ook de gehele voeding van de lampen in de grond onder de landingsbanen vervangen. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om naast ledverlichting een volledig energiezuinige lichtinstallatie
De Kaagbaan is gebouwd in 1960 en dankt zijn naam aan de Kagerplassen waar de vliegtuigen overheen vliegen als ze gebruik maken van deze baan. Het is de meest zuidelijke baan, loopt van zuidwest naar noordoost en is 3.500 meter lang en 45 meter breed. Op Schiphol werd van zaterdag 18 maart tot en met woensdag 26 mei groot onderhoud verricht aan de Kaagbaan. In deze periode werd deze landingsbaan buiten gebruik gesteld. Dit jaar is gekozen voor een integrale aanpak, waarbij in ruim negen weken tijd verschillende soorten werkzaamheden werden gecombineerd. Aansluitend aan het groot onderhoud, werd de landingsbaan tot dinsdag 13 juni in tien nachten geveegd om de laatste loskomende steentjes weg te halen. Tijdens het vegen was de baan gesloten voor vliegverkeer.
te realiseren. Resultaat is dat 60 tot 80% energie kan worden bespaard met het nieuwe systeem Tegelijkertijd gaan de nieuwe lampen veel langer mee. Waar de baan voorheen om de drie jaar buiten gebruik moest worden gesteld om alle lampen te vervangen, is dat nu om de zeven tot vijftien jaar nodig. De ledverlichting is daarbij ook minder storingsgevoelig.
Optimaal laten renderen van de assets
De nadruk op een langere levensduur van assets en tactische dienstverlening is toegenomen, stelt van den Broek: “De focus ligt de laatste jaren sterk op het op basis van data en kennis vooraf bepalen hoe we de assets optimaal en zo duurzaam mogelijk kunnen laten renderen. In het verleden werden werkzaamheden een aantal keer per jaar ingepland, vaak met een hogere frequentie dan noodzakelijk. Tegenwoordig wordt veel meer naar optimalisatiemogelijkheden gekeken en wordt onderhoud gebundeld zodat de beschikbaarheid van de assets wordt vergroot. Dat is de verschuiving in de onderhoudsstrategie van Schiphol die de laatste jaren is doorgevoerd”.
> Inspectief onderhoud. Een van de methodes om op basis van kennis en data de werkzaamheden in te plannen is het gebruik van filmbeelden voor inspectief onderhoud. Van Dam: “Op de banen rijdt een auto bijvoorbeeld met een bepaalde snelheid rond en maakt daarbij filmbeelden. Deze worden later in een bepaald systeem geanalyseerd zodat we schadebeelden kunnen opmerken. Aan de hand daarvan kan een onderhoudsprogramma worden uitgerold. Bij het hemelwaterafvoerstelsel doen we iets vergelijkbaar. Hier maken we gebruik van bepaalde camera’s op karretjes. Ook de output van de verlichting wordt nauwkeuring gemonitord. ‘Als je ziet dat op een bepaald tijdstip de output van de verlichting geringer wordt, dan is dit een signaal om ze preventief te vervangen of te reinigen. Op basis van inspectief onderhoud (afhankelijk van de plek is dit een tweewekelijkse, halfjaarlijkse of jaarlijkse inspectie), bepalen we wat nodig is om storingen te voorkomen”. > Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid zijn heel belangrijk en zwaarwegend op een locatie als Schiphol. Van den Broek: ‘Bij bepaalde onderdelen, zoals energielevering wordt een bepaalde redundantie geëist zodat bij storingen of onderhoud niemand hinder ondervindt. De onderhoudsstrategie is erop geënt om zo min mogelijk een impact te hebben op het dagelijkse reilen en zeilen. Dit is alleen mogelijk door een goede samenwerking, partnerschap en vertrouwen en daar werken we jaar in jaar uit aan.’










HYDRA™: Een nieuwe standaard in bundelreiniging
Innovatie loopt als een rode draad door de geschiedenis van Mourik. Wij zoeken altijd al naar methodes voor een betere, efficiëntere en veiligere industrie.

Hydra, de robotic exchanger cleaning, is hét voorbeeld waarmee wij er voor zorgen dat u homogeen schone bundels krijgt én inzicht in de conditie van uw bundels. U weet wat u kunt verwachten.
Schoner, sneller + maximale uptime. Met Mourik, +31-10-296 54 00.

Foto: Applus RTD
Voor de inspectie van lasverbindingen van pijpleidingen en opslagtanks, dient er gebruik gemaakt te worden van een vorm van nondestructief onderzoek om de laskwaliteit te garanderen. Idealiter een (kosten)efficiënte, betrouwbare, snelle en kwalitatief hoogstaande onderzoeksmethode. Applus RTD heeft een digitaal real-time radiografisch inspectiesysteem ontwikkeld waarmee dat kan; de RTD RAYSCAN.
Het innovatieve inspectiesysteem maakt gebruik van röntgenstraling, die door materialen heen kan. Het systeem is specifiek ontworpen voor inspectie van lasnaden van nieuw-constructie pijpleidingen en opslag tanks, en is uitermate geschikt voor zowel koolstof staal als exotische RVS legeringen. Voor een volledige inspectie beweegt systeem éénmaal langs de lasnaad van de pijp of tankwand, waarbij een scan van de las gemaakt wordt. Er kan een zogeheten ‘Double Wall Single Image’ (DWSI) of een Single Wall Single Image’ (SWSI) opname gemaakt worden, en de resultaten zijn direct digitaal zichtbaar.
Wat betekent dit voor het non-destructief onderzoek?
Henri van Bavel, Quality Assurance Officer bij Applus+ RTD geeft aan dat het systeem veel kosten kan besparen binnen de constructie van pijpleidingen en LNG tanks. “Het systeem kent voordelen, zo is het milieuvriendelijk en veilig. Door gecollimeerde röntgenstraling en de afscherming van de scanner, wordt de hoeveelheid straling drastisch verminderd. Hoe meer straling een bron of röntgentoestel uitzendt, hoe groter de afzetting die nodig is, waarbij het stralingsniveau tot een acceptabel niveau is gereduceerd. Bij conventionele opname-
technieken zijn afzettingen van 40 meter om de stralingsbron niet ongebruikelijk, terwijl met de scan in veel gevallen een afzetting van tweemeter om het systeem heen voldoende is”.
Kosten besparen
“Non-destructief onderzoek ligt doorgaans op het kritieke pad tijdens nieuwbouw van offshore pijpleidingen. Lange belichting- en ontwikkeltijden van conventionele filmopnamen zorgen hierbij voor vertraging; de productie kan pas verder gaan wanneer de las is goedgekeurd. RTD RASYCAN is een oplossing. Korte belichtingstijden en direct resultaat (geen ontwikkeltijd nodig) zorgen ervoor dat het non-destructief onderzoek niet meer op het kritieke pad ligt. Bovendien heb je geen films of chemicaliën meer nodig”, aldus Van Bavel.
In de praktijk
De digitale beelden beschikken over een verbeterde kwaliteit in vergelijking met films en de informatie wordt digitaal bewaard, zodat de mogelijkheid bestaat om de resultaten direct te delen. De ‘DWSI’ techniek, waarbij geen apparatuur in de pijp wordt gebruikt, is toepasbaar op diameters tussen 2 en 36 inch Met de SWSI techniek (hierbij zit het röntgentoestel in de pijp) en kunnen diameters daarboven onderzocht worden. Afhankelijk van de specificaties van het te onderzoeken object zal voor een ander type scanner gekozen worden.
“We hebben inmiddels een behoorlijk track-record opgebouwd met het systeem”. aldus Van Bavel. “Het systeem is succesvol ingezet op een reeks van projecten, zoals Deep Panuke voor de kust van Nova Scotia in Canada. Maar ook in de Wick en Evanton spoolbases in Schotland en in de IJmuiden Spoolbase in Nederland en de Vigra Spoolbase in Noorwegen”.
‘Voor elk wat wils zullen we maar zeggen’
Andere oplossingen
“Er zijn ook andere oplossingen, zoals CR en DR, oplossingen die kwalitatief beter zijn dan de conventionele technieken en kosten kunnen besparen binnen het onderhoud. Uiteraard zijn er naast radiografisch onderzoek nog andere mogelijkheden om niet destructief onderzoek uit te voeren”, zegt Van Bavel. Hij denkt daarbij aan geautomatiseerd ultrasoon onderzoek (AUT), Guided Wave onderzoek, en bijvoorbeeld IWEX. “Guided Wave onderzoek is uitermate geschikt voor leidingen die moeilijk bereikbaar zijn. Bij IWEX wordt gebruikt gemaakt van ultrasoon geluid waarbij middels de Full-Matrix Capture techniek het onderzochte object in 3D wordt afgebeeld met een zeer hoge detectie nauwkeurigheid. Voor elk wat wils zullen we maar zeggen”.

Bas van Gent, Exhibition Director EasyFairs. Foto: EasyFairs

Maintenance is een gevestigde serie specialistische vakbeurzen voor industrieel onderhoud en Asset Management met succesvolle edities in onder andere Dortmund, Antwerpen en Zürich. Hier komt op 17, 18 en 19 april voor het eerst de editie in Gorinchem bij. De vakbeurs biedt een relevant en oplossingsgericht platform voor fabrikanten, importeurs, toeleveranciers en dienstverleners binnen de industriële sector op het gebied van onderhoud en Asset Management.
Oplossingsgericht totaalplatform
Het delen van kennis, innovaties en huidige en toekomstige technologieën, welke bijdragen aan het optimaliseren van het proces, staan tijdens dit driedaagse evenement centraal. Maintenance Gorinchem biedt een breed platform waar oplossingen voor het totale proces te vinden zijn. Van onderhoud tot inspectie en van IT tot veiligheid. Bas van Gent is Exhibition Director at Easyfairs en is trots op de samenwerking met de NVDO. “Wij werken inmiddels al vele jaren met de branchevereniging uit Houten samen binnen andere initiatieven en zien de inhoudelijke bijdrage van de NVDO als zeer waardevol. Het gaat om het delen van kennis op het gebied van Condition Based Maintenance, maar ook over Data Asset Management en de impact van de human factor. Allemaal steengoeie thema’s die passen bij het totale beursconcept”.
Maintenance Gorinchem wordt op 17, 18 en 19 april 2018 gehouden in Evenementenhal Gorinchem. Op deze dagen is het evenement te bezoeken van 10.00 tot 17.00 uur. Een bezoek is gratis bij voorregistratie. Belangstellenden kunnen zich registreren via de website: www.maintenance-gorinchem.com De NVDO tref je in standnummer I06.

Jubileum
De NVDO is natuurlijk al jarenlang intensief betrokken bij Maintenance Next in Ahoy Rotterdam, maar meent met de nieuwe beurs Maintenance in Gorinchem haar jubileumjaar (de NVDO bestaat in 2018 55 jaar!) nog meer kracht bij te zetten. In de tussentijd wordt niet alleen gewerkt aan Maintenance Next in 2019, maar ook aan EuroMaintenance 2020. Van Gent ziet de samenwerking met de NVDO met groot plezier tegemoet; “We verwelkomen tijdens de Vakbeurs Maintenance niet alleen eindbeslissers van multinationals, maar ook de lokale bedrijven met specialistische vraagstukken. Exposanten ontmoeten onder meer productiebeheerders, inkopers, plant managers, maintenance professionals, bedrijfstechnici en veiligheidsingenieurs. Ik ben er trots op dat we verschillende sectoren zullen ontmoeten zoals fabrieks- en machinebouw, (petro)chemie, kunststof, metaal, hout, papier en pulp, elektrotechniek, energie en nutsbedrijven, infrastructuur, (proces) waterbehandeling en food & beverage. Allemaal sectoren die in de NVDO-achterban zijn vertegenwoordigd”.
NVDO Programma 17 april
14.30-15.00 uur; “Robotica in de MKB sector”
Egbert-Jan Sol, directeur programma bureau bij Smart Industry, Nederlands 4e industriele revolutie
15.00-15.30 uur; “Predictive Maintenance”
Marcel Morsing, Founder MaxGrip, MaxGrip
NVDO Programma 18 april
14.00-14.30 uur; "Het nieuwe onderhoudsbeleid” Deel I
Damon Visser, Owner en Senior Maintenance Consultant
ProMaint
14.30-15.00 uur; “Data Asset Management” Deel II
Damon Visser, Owner en Senior Maintenance Consultant ProMaint
NVDO Programma 19 april
10.30-11.00 uur; “Techiek en de human factor”
Nico Castelijn, M&R FM Manager Aspen Oss
11.00-11.30 uur; “Opzetten van een competentieprofiel”
George Brown, Onderwijskundig adviseur K&E




Wegdek moet in goede staat zijn’ Foto: NVDO
Met de toenemende juridisering van de Nederlandse maatschappij wordt aansprakelijkheidsrecht steeds vaker als toevluchtsoord gezien. Voor de onderhoudsmarkt vormt de toenemende juridisering van de maatschappij een risico wanneer onderhoudswerkzaamheden bijvoorbeeld worden uitbesteed. Het is belangrijk voor bedrijven om de risico’s zoveel mogelijk in te perken. De kosten van een juridische procedure kunnen immers hoog zijn.
Een term die vaak met deze ontwikkeling in verband wordt gebracht is claimcultuur. Hoewel het Nederlandse rechtssysteem geenszins een claimcultuur kent zoals die in Amerika, heerst er enige discussie in Nederland of de macht van consumenten niet moet worden vergroot door bijvoorbeeld het beter mogelijk maken van massaclaims. Er is een wetsvoorstel ingediend, dat de afwikkeling van massaschade via een collectieve actie beter mogelijk moet maken . Een collectieve schadevergoedingsactie dient als stok achter de deur om partijen tot een schikking te bewegen. Om Amerikaanse toestanden (zoals blackmail settlements) te voorkomen, moet een schadevergoedingsactie pas mogelijk zijn nadat de rechter een verklaring voor recht heeft uitgesproken dat de aangesproken partij onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gedupeerden. Idealiter is de collectieve schadevergoedingsactie er alleen om schadeverhaal door gedupeerden in individuele procedures te voorkomen. Het is echter efficiënter en effectiever dit schadeverhaal collectief af te handelen.
> Schadeclaims stijgen. Alhoewel bedrijven zich kunnen verzekeren tegen onverwachte schade, kunnen de kosten van een juridische claim hoog oplopen. Uit gegevens van Achmea blijkt, dat het
U bent gevallen en nu hebt u letselschade. Heel vervelend, zeker als u uw schade op niemand kunt verhalen. Maar struikelde u over een losliggende stoeptegel of putdeksel? Binnen de gemeentelijke grenzen heeft de gemeente een onderhoudsplicht. Zij moet zorgen dat het wegdek in goede staat is, dat stoeptegels recht liggen en niet te veel uitsteken, dat een opgebroken gedeelte van de weg is afgezet.
In de wet staat dat geformuleerd in Artikel 6:174 lid 1 BW; “De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend”.
De weg moet dus goed onderhouden worden en mag geen gevaarlijke situaties veroorzaken voor gebruikers. Gebeurt dit wel? Misschien kunt u dan de gemeente aansprakelijk stellen voor achterstallig onderhoud. De gemeente is echter niet aansprakelijk voor elke valpartij die op de openbare weg plaatsvindt. Tot op zekere hoogte wordt van u als voetganger verwacht dat u zelf oplet. Bent u gestruikeld over een losliggende stoeptegel en was het hoogteverschil minder dan 3 centimeter, dan wordt er vanuit gegaan dat de valpartij uw eigen schuld is. Dit is echter een richtlijn (CROW) en geen harde scheidslijn. Daarnaast moet de gemeente de tijd hebben gehad om het gebrek te herstellen. Wanneer er bijvoorbeeld een putdeksel wordt losgehaald door vandalen en iemand er direct daarna over struikelt, is het lastig om de gemeente aansprakelijk te stellen voor nalatigheid.
aantal schadeclaims dat in de afgelopen jaren bij Nederlandse wegbeheerders is neergelegd, met bijna 60% is gestegen. Het gaat hier dan zowel om claims met betrekking tot materiële schade als om letselschadeclaims. Dit, terwijl veel gemeenten in de afgelopen jaren hebben bezuinigd op het onderhoud van hun wegen. Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat er geen verband tussen deze twee zaken bestaat. Onderhoudsbedrijven en asset owners moeten deze risico’s constant afwegen en in een verder juridiserende maatschappij wordt het belang van het inperken van deze risico’s steeds groter. <

Het was zo’n mooi idee. Nederland zou het eerste land worden met een Minister van Onderhoud. Begin van deze eeuw, toen ik nog in het bestuur zat van de NVDO, was dat ons streven. Onderhoud was zo belangrijk voor de Nederlandse economie, dat moest op de hoogste agenda van ons land besproken worden.
Een groep wijze mannen van de NVDO kreeg de opdracht om een lobby op te zetten in Den Haag. Diverse beleidsbepalers werden benaderd over deze nieuwe ministerspost. Vergaderingen, etentjes, borrels, alles werd ingezet om het doel te bereiken. Helaas zonder succes. Lobbywerk op het Binnenhof vraagt om hele specifieke competenties, anders dan die van onze leden. De Minister van Onderhoud is er nooit gekomen. Nee, zelfs geen staatssecretaris.
Wat had het mooi geweest als het wel was gelukt. Juist nu is er dringend behoefte aan een Minister van Onderhoud. Of liever een Minister van Nationale Assets. Kijk eens wat voor uitdagingen er de komende jaren afkomen op onze assets. Dijken die verhoogd moeten worden, defensiematerieel dat niet aan de inzetbaarheidseisen voldoet, olieplatforms die ontmanteld moeten worden en een maakindustrie die aan modernisering toe is. En dan heb ik het niet eens over onze verouderde bruggen en riolering, een overbodig wordend gasnetwerk en steeds kritisch wordende kerncentrales.
Ons land heeft sinds de Tweede Wereld Oorlog een fantastisch asset portfolio opgebouwd, maar na 50-60 jaar is deze nu sterk aan het

verouderen. Onderzoek toont aan dat 44% van onze maakindustrie tussen 2015 en 2025 einde levensduur bereikt. Een zelfde beeld is zichtbaar bij onze infrastructuur. Voor het eerst in onze geschiedenis hebben we te maken met een cross-sectorale verouderingsgolf van onze assets. Onderhoud alleen is niet voldoende meer. We moeten meer en meer werken aan modernisering, levensduurverlenging en vervanging van onze assets.
Het maatschappelijk belang van Maintenance en Asset Management is enorm en onze regering moet hier bewust van worden. De NVDO kan en moet hier een rol in spelen. Misschien niet met een nieuwe ministerspost, maar wel met een doelmatige visie op het beheer en onderhoud van onze nationale assets. <
Mark Haarman
Managing Partner Mainnovation
OPGELEVERD <

Goed nieuws voor het openbaar vervoerbedrijf De Rotterdamse Elektrische Tram N.V. (RET)! Met de Rotterdamse Beneluxbaan is weinig mis. Wie over de A4 richting Europoort reed, zag zwarte leksporen over het beton van de baan lopen. Voor de RET reden voor een onderzoek, omdat dergelijke signalen elders in de regio op lekkage aan de metrobanen wezen.
Het vervoersbedrijf nodigde drie partijen uit voor het schrijven van een plan van aanpak voor de metrobaan die stamt uit het begin van deze eeuw. Ingenieursbureau Westenberg uit Harderwijk bleek de meest geschikte partij op basis van de prijs én het ingediende plan. Aan hen was de schone taak inspecties uit te voeren om achter de oorzaak van deze leksporen te komen, zodat de RET aan het verhelpen ervan kon werken.
Het traject van enkele kilometers lang, werd onderworpen aan gespecialiseerde inspecties voor civieltechnische kunstwerken. De nabijheid van de A4 en vele oliepijpleidingen schiepen daarbij lastige werkomstandigheden en vroegen om een kundige aanpak van het onderhoud en de inspecties. Ingenieursbureau Westenberg consta-

Binnenzijde van de trogliggers waarin de metrosporen zijn aangebracht. Nagenoeg bij elke kolom is er sprake van wateraccumulatie, vuilophoping rondom de hemelwaterafvoeren en lekkage langs de voegrubbers. Foto: Ingenieursbureau Westenberg
teerde dat de baan waterdicht was en dat de RET de voegen mee kon nemen in hun meerjarenonderhoudsplanning. RET’s positieve ervaringen over de samenwerking, maakte de NVDO nieuwsgierig naar het Ingenieursbureau en haar aanpak bij deze opdracht en vroeg Emile Hoogterp, technisch directeur om hun aanpak.
> Conform CUR117. “Niet voor niets inspecteren wij grofweg 1 op de 5 van de civieltechnische kunstwerken in Nederland, dat neerkomt op zo’n 10.000 projecten op jaarbasis. Kennis van beton, hout, staal en metselwerk passen onze specialisten toe op zowel grote als kleine kunstwerken”, vertelt Hoogterp. “Van houten planken over een slootje tot de Erasmusbrug en de Kiltunnel”. Procedures, regels en eisen voor inspecties, advies en onderzoeken die conform CUR117


‘Het niet tijdig uitvoeren van onderhoud en reparaties levert simpelweg de meeste negatieve



worden uitgevoerd, leveren duidelijkheid aan de opdrachtgever. Het plan was om vanuit deze CUR-aanbeveling de inspecties te starten. In eerste instantie deden ze een visuele inspectie van de steunpunten, waarbij zij trachtten uit de schade die zijzelf constateerden conclusies te trekken. “We zouden daarna een grootschalig onderzoek starten, maar dit bleek niet nodig te zijn”, aldus Hoogterp. “We gaven de RET aan met alle plezier de kilometers lange baan te willen controleren met hoog- en laagwerkers. Aan de hand van onze visuele bevindingen konden we zowel een goed advies geven voor de beheerders, als enorm op de onderzoekskosten besparen.”. Direct met groot materieel inspringen was in dit geval dus niet nodig.
De zichtbare lekkageplekken werden aangetroffen en door snel de bron te achterhalen kon het juiste advies worden bepaald. In het geval van de Beneluxbaan bleek de olie niet door het beton heen te lekken, maar via de zijkant er door heen te sijpelen. “Schades door lekkages kennen niet een eenduidige oorzaak, ondanks dat het een veelvoorkomend probleem is bij metro- en spoorbanen”, aldus Hoogterp. Daarom moet er altijd naar de werkelijke aanleiding gezocht worden. “Het beton kan bijvoorbeeld verkeerd zijn aangebracht, verouderd zijn of niet goed zijn onderhouden”. De verwering die daaruit voort komt, is volgens hem een grote bron van schade. Bij de aanvraag van de Beneluxbaan besprak Ingenieursbureau Westenberg met de RET dat ze het onderzoek eerst eenvoudig wilden insteken. “We gaven aan eerst de oorzaak en het bijbehorende risico in kaart te willen brengen om ons vervolgens specifiek te kunnen richten op die paar punten”.
> Periodieke controles. Deze aanpak is redelijk uniek en Hoogterp benadrukt dat dit niet altijd toepasbaar is. Zo is deze strategie niet inzetbaar bij aanbestedingen van een meerjarenonderhoudsplan en bij soortgelijke projecten kan de schade om meer onderzoek vragen. Zo vond het ingenieursbureau de bron van lekkages van een spoorwegviaduct door vindingrijk en creatief te zijn. “Door met diverse kleurstoffen water van bovenaf in te stromen en te kijken waar het beneden uit kwam, konden wij voorspellen wat de veroorzaker was”.
In hun adviserende rol benoemen ze ondeugdelijke voegovergangen en grondpakket, tot het meest voorkomende probleem. De voegovergangen boven of onder het object zijn dan lek, waardoor het via deze overgangen naar beneden stroomt. “In het grondpakket kan ook de waterkerende constructie ontbreken en vaak is er verwering te zien in het beton”. Hoogterp is van mening dat de leeftijd van een civieltechnische kunstwerk niet altijd een goede indicator is voor de omvang van het letsel. “Het gaat hier voornamelijk over de gebruiksbelasting, de vermoeidheid en aantasting”. Naast lekkages kampen deze trajecten voornamelijk met aanrijschade en verslechterd beton door bijvoorbeeld het strooien van zout. Tijdens deze instandhoudingsinspecties wordt de toestand in beeld gebracht en worden de bijbehorende maatregelen vastgesteld om het kunstwerk gedurende zijn levensduur in stand te houden.
> Maatschappelijke invloed. Het niet tijdig uitvoeren van onderhoud en reparaties levert simpelweg de meeste negatieve gevolgen voor de burgerij. Kleine schades zijn snel op te lossen en volgens Hoogterp kunnen deze gemakkelijker tussen de bedrijven door of ‘‘s nachts worden verholpen. “Natuurlijk staat elk project op zichzelf, maar vaak geldt dat het uitstellen van klein onderhoud uiteindelijk leidt tot noodzakelijk grootschalig onderhoud. En daardoor moet een viaduct of tunnel ineens voor een langere periode dicht, wat voor veel meer overlast zorgt”. Bedrijven stellen onderhoud het liefst lang uit waardoor de uiteindelijke schade tegenvalt. Ook speelt, volgens Hoogterp de manier waarop periodiek onderhoud door grote partijen wordt uitgevoerd een belangrijke rol. “Zij kiezen er vaak voor om grootschalig onderhoud te plegen en dus trajecten meerdaags te sluiten”. Om de doorstroom zo min mogelijk te belasten, werkt Ingenieursbureau Westenberg tijdens zo’n opdracht samen met de opdrachtgever aan een goedwerkend plan. “’Ik vroeg hen wat zij wilden met de verkeersmaatregelen. Zij gaven toen aan dit aan ons over te willen laten”. Hierop is het bureau een slim plan gaan schrijven waarbij één gedeelte van het viaduct gesloten moest worden vanwege de grote overspanning en de overige geopend konden blijven. Als gevolg waren ze in prijs het goedkoopste en scoorden ze enorm op het behoud van de doorstroom. Dit leverde zowel voordelen op voor de opdrachtgever als de inspecteurs. <
De cursist is na afloop van de cursus Meerjarenonderhoudsplanning in staat: een Programma van Eisen voor Instandhouding op te stellen, bezien vanuit dwingend recht, regelend recht en beleid. Hij kan een meerjarenonderhoudsplanning van (bouwkundig) onderhoud maken en weet om te gaan met onderhoudskengetallen en projectanalyses om de eigen meerjarenonderhoudsplanning mee te kunnen vergelijken.
Onderwerpen
• Onderhoudsplanning als onderdeel van de bedrijfsbeheersing (control): meetbare doelstellingen en meetbare output en Het verzamelen van gegevens via gerichte inspecties (b.v. NEN 2767)
• Welke eisen worden er per discipline aan een conditiemetingmeerjarenplan gesteld?
• Directe toepassingen van inspecties NEN 2767. Hoe doe je dat?
• Het in beeld brengen van de bestaande conditie

van de gebouwenvoorraad: Het opstellen van een meerjarenonderhoudsplanning (budgettering), Het meten en controleren van onderhoudscondities, Het ondersteunen van vastgoedbeheer en –beleid en communicatie
• Indirecte toepassingen NEN 2767. Hoe doe je dat?
• Het opstellen van een activiteitenplan op basis van het meerjarenonderhoudsplan, Het uitwerken ervan naar een jaarplan, Het in beeld brengen van te verwachten kosten Het uitvoeren van projectvoorbereiding en invullen van bestekken, Het opstellen van (resultaatgerichte) onderhoudscontracten en Het overdragen van verantwoordelijk-heden bij aanvang of beëindiging van (resultaatgerichte) onderhoudscontracten
• Afgeleide besturingsproducten van meerjaren beheerplannen:
• Objectoverzichten, Basis Programma van Eisen per object. Inspectierapportages (ruimtelijk, esthetisch, functioneel, technisch en wettelijk), Meerjarenplanningen (naar tijd en geld) en Financiële meerjaren planningen, vastgoeddossiers, productkaarten
• Rapporteren van bevindingen in een meerjaren onderhoudsplan
Door het toepassen van risicomanagement op praktijkgerichte vraagstukken wordt niet alleen de kennis overgebracht, maar leert men ook wat de impact is van de methodiek voor uw organisatie. Ook wordt duidelijk wat de verhouding is tussen de kosten en de opbrengsten bij het implementeren van de risicomanagement.
Doel
Deze cursus stelt u in staat om risicomanagement voor beheer en onderhoud toe te passen gedurende de gehele levenscyclus van een technische installatie.
Onderwerpen
• Kader van risicomanagement
• Gebruik van risicomatrices
• Gebruik van risicogetallen
• Toepassen van kosteneffectiviteit
• Werken met scenario’s en tools
• Uitvoeren van risicoanalys
• Interpreteren en communiceren van resultaten
• Realiseren van risicobewust denken, organisatiebreed


Werkvoorbereiding geeft antwoord op onder meer de volgende vragen;
hoe moet het werk worden uitgevoerd, welke materialen zijn benodigd, hoeveel uren zijn nodig, wat is de doorlooptijd van het werk en welke specifieke hulpmiddelen/gereedschappen en veiligheidsmaatregelen zijn noodzakelijk? De werkvoorbereidingsfunctie dient daarnaast overzicht te hebben over het totale werkpakket, inclusief het werk dat door derden zal worden uitgevoerd.
Doel
Het doel van de cursus is te leren om op een verantwoorde en efficiënte manier om te gaan met het werkvoorbereidings- en planningsproces en daarnaast inzicht te krijgen in de complexiteit en toegevoegde waarde van de werkvoorbereidingsfunctie.
Onderwerpen
Dag 1
• Visie op onderhoud en op de rol van de werkvoorbereiding
• Belangrijke begrippen met betrekking tot voorbereiding en planning
• Het onderhoudsproces en de bijdragen van de werkvoorbereider
• Optimalisatie en prioriteiten stellen
• Functieprofiel van de werkvoorbereider
Dag 2
• Coördinatiemethoden en standaardisatie
• Case 1: standaardisatie van werkmethoden
• Invloed van de installatieconditie op werkvoorbereiding
• Het archief van de werkvoorbereider: opzet van mini-files
• Case 2: werkvoorbereiding en calculatie
Dag 3
• Plantijden, soorten tijdsbesteding en reduceren van vermijdbare verliestijden
• Hands on Tool Time (HOTT)
• Zin en onzin van gangbare calculatiemethodieken
• Soorten planning en relatie met uitbesteding
• Case 3: opbouw weekplanning
• Relevante prestatie-indicatoren
• Stappenplan voor duurzame verbetering van de werkvoorbereiding
De term “Operational Excellence” staat van origine voor het zo efficiënt mogelijk aanbieden van een product of dienst. Tegenwoordig is het een fundamenteel onderdeel van goed presterende organisaties. Bedrijven hebben door de jaren heen al in detail uitgewerkt hoe ze hun productieproces “operational excellent” moeten inrichten. Onderhoudsprocessen vragen echter een geheel eigen benadering. De principes zijn dezelfde, de uitwerking is soms totaal anders dan bij productieprocessen.
Doel
Na het volgen van de cursus “Operational Excellence in Perspectief” kent de cursist het totaalmodel van operational excellence in onderhoud en heeft hij of zij een basis om verder te kunnen werken aan het opzetten van een Operational Excellence binnen zijn onderhoudsorganisatie.
Onderwerpen
• De geschiedenis en de basisprincipes van Operational Excellence
• Het verband tussen Lean, TPM en Asset Management
• Een totaalmodel voor Operational Excellence in onderhoud
• Een aantal onderwerpen uit het model:
– Afstemmen van het onderhoud op de bedrijfsstrategie, budgettering en KPI’s
– Organisatiestructuur
– Preventief onderhoud
– Autonoom onderhoud
– Werkstroombeheersing
– Competentiemanagement
– Informatiebeheer
– Reservedelenbeheer
– Cultuur, verandermanagement en implementatie
– Continue verbetering
Geautomatiseerde conditiebewaking van assets wordt steeds goedkoper. Parameters kunnen op locatie of via internet worden uitgelezen. Het is laagdrempelig om nieuwe machines te voorzien van allerhande sensoren. Soms lijkt het of het adagio wordt gevolgd: “niet omdat het moet maar omdat het kan”. Toch heeft het een flinke impact, er komen minder mensen bij de assets en, zeker bij het upgraden van bestaande assets, vergt het een investering. Wanneer levert het nu echt op om IoT toe te voegen?
“Condition Based Maintenance komt neer op het controleren van de toestand van een asset en die te vervangen of te repareren wanneer een bepaalde afkeurwaarde is overschreden. CBM is erop gebaseerd dat vrijwel alle storingen waarschuwen dat ze zich aan het ontwikkelen zijn. Deze waarschuwingen worden potentiële storingen genoemd: “P”, aldus Pieter Jan Hische, partner bij Operational Excellence Transfer.
> Storing voorkomen. Door de waarschuwing vooraf, is er tijd om maatregelen te treffen om de gevolgen van de storing te beperken of te voorkomen. Afhankelijk van die maatregelen, moet de responstijd lang genoeg zijn. “Om “P” niet te missen moet het interval van de CBM-taak korter zijn dan het interval tussen het optreden van de afkeurwaarde “P” en het falen “F”. Het verschil tussen het PF-interval en het interval van de CBM-taak is de tijd die overblijft; de responstijd. Als er vaker wordt gecontroleerd, wordt de overschrijding van de afkeurnorm sneller gevonden en dan is er dus een groter deel van het PF-interval “over” om maatregelen te treffen”.
Zomaar een voorbeeld; het interval dat tussen de afkeurwaarde van de trillingsenergie (P) en het falen van het lager (F), als gevolg van


vermoeiing, wordt ingeschat op tenminste drie maanden. Het repareren en weer opstarten van de pomp vergt een week. Het buffervat dat dan leeg raakt, leidt tot gederfde inkomsten. Door elke twee maanden de trillingen van het lager te meten, blijft er tenminste een maand over om het vat te vullen, zodat de pomp vervangen kan worden zonder dat de productie wordt onderbroken.
> Productiestop voorkomen. Wat nu, als het twaalf weken duurt om een nieuwe pomp te bestellen, te vervangen en weer op te starten? Hische; “Er zou dan tenminste elke drie maanden minus twaalf weken gecontroleerd moeten worden om voldoende responstijd over te houden. Dat is praktisch niet uitvoerbaar en de fysieke controle valt dus af als strategie. Wanneer continuebewaking wordt toegevoegd, kan bij het overschrijden van de afkeurnorm direct worden besteld en wordt een productiestop voorkomen. Bij continuebewaking kan de responstijd toenemen tot het gehele PF-interval”.
Als fysiek en geautomatiseerd conditiebewaken beide praktisch uitvoerbaar zijn en de moeite waard, dan is automatiseren een goede investering als de som van plaatsingskosten en de gemiddelde kosten van het repareren van de bewaking lager zijn dan de kosten van het uitvoeren van de fysieke controle, gerekend over een zelfde periode. “Er is ook nog een indirect kennisaspect” volgens Hische. “Door continu te meten, wordt waardevol inzicht verkregen in de ontwikkeling van de storing. Het blijft wel van belang om de asset ook ter plekke te volgen en de ervaring te behouden hoe de asset zich in de praktijk gedraagt”. <
Op 13, 14, 15 maart organiseert de NVDO in samenwerking met Operational Excellence
Transfer de driedaagse Basiscursus Reliabilitycentred-Maintenance II (RCM2) in Eindhoven.
Doel
• Bewust worden van het belang van storingsgevolgen en hoe deze beheerst worden op een effectieve wijze
• De RCM2-taal en het belang daarvan leren, voor onderhoud, operatie en engineering
• Leren om onderhouds- en operationele strategieën af te wegen op technische haalbaarheid en toegevoegde waarde en tegelijkertijd de veiligheid en milieu-integriteit leren te maximaliseren
• In staat zijn om deel te nemen in een projectteam dat RCM2 toepast op een asset onder de leiding van een RCM2-facilitator


Het kleinste drupje olie op precies de goede plek. Minder storingsminuten door de juiste smering. Een hoger rendement van machines door beter gekwalificeerde handen. Een hogere productiecapaciteit en lagere Total Cost of Ownership (TCO). Handige hulpmiddelen om het smeertechnisch onderhoud veilig uit te voeren. Zomaar een paar voorbeelden van tastbare effecten van onze expertise in smeermiddelen en smeersystemen. Voor uiteenlopende markten en toepassingen. Voor optimale prestaties van uw productiemiddelen, uw assets.