Page 4

Butfen gekeken

Op weg naar de Zweedse lente Kap Arkona, 10-4- '02 Als we uitstoppen, scheert de eerste langs. Een door de snelheid vertekende grauwe schim, hooguit 20 cm boven het wandelpad. "Door, een sperwer" roep ik hem achterna. Voelt hij zich bekeken? In ieder geval neemt hij "op zijn sperwers" een bruuske bocht. Ik kon nog net zijn staartbonden zien vooraleer hij de helling afzeilt en snel zigzaggend tussen de bomen verdwijnt. "Heb je hem gezien ? Hij kwam hier op 3 meter voorbij ... " vraag ik aan Hodewig moor alles bijéén heeft dit zich in een fractie van een seconde afgespeeld. "Nee, ik keek net naar de andere kont. We zullen moor zeker direct onze verrekijker nemen ?" Zo gezegd, zo gedaan. Terwijl ik de telescoop uit de koffer hooi, komt een tweede en een derde sperwer langs. Even spelen ze krijgertje op de opstijgende zeewind boven het talud moor vervolgen don in elkaars kielzog hun weg. De toon is gezet. Ik weet nu wat ik kon verwachten. Die laatste twee heeft Hodewig ook gezien: "Is dot normaal ? Zo direct 3 ochteréén ?" Het antwoord is éénvoudig. We staan op het noordelijkste puntje van Rügen: de kustlijn van het eiland buigt hier of en ligt hier ruwweg west-oost georiënteerd. Alle trekvogels die hier op het water van de Baltische zee "botsen" buigen noodgedwongen met de kustlijn mee oostwaarts of om uiteindelijk terecht te komen aan de vuurtoren van Kop Arkono, het "point of no return". We kunnen vanaf hier de rood/zwart gestreepte vuurtoren zien. Alle Scandinavische sperwers die, al of niet opzettelijk, via dit eiland Duitsland de rug toe keren, worden door de topografie van de westelijke en oostelijke kustlijn hier verzameld. Terwijl we het pad naar de vuurtoren aflopen, kijk ik voortdurend achterom. De kust is hier naar Belgische maatstaven wondermooi. Geen flatgebouwen, geen spuuglelijke campings, geen villa's in de duinen, niks ... Achter de kustlijn is er open veld met hier en door een boerderij weggestoken tussen groepjes bomen. De kuststrook is een steil talud met zo'n 30 m hoogteverschil. Op de helling zelf is er grazige vegetatie met lijsterbessenstruiken en ook hogere bomen die de stevige zeebries moeten trotseren. Op sommige plaatsen wordt de helling onderbroken door diepe erosiegeulen die dicht begroeid zijn met duindoornstruweel. Ik ben hier ol 2 mooi eerder geweest. Ik vraag me dikwijls of waarom ik toch altijd dezelfde plekken opzoek. Vandaag hoef ik niet long no te denken. Als je halverwege de helling naar omlaag kijkt kon je, omlijst door de tokken van de bomen, het strand en het blauwe zeewater zien. Bovenop het kusttolud loopt een wandelpad waar je door het hoogteverschil een vrij uitzicht hebt op kilometers Baltische Zee. Wie biedt meer? Ik weet ondertussen ook waar dot kanonnetje stoot waaruit al die sperwers worden afgeschoten. Met de kijker houd ik even het bewuste bosje in het oog: "Eén, twee, drie, vie, ... JA. Herladen nu: één, twee, drie, vier vijf, ... JA, euh, JA" Dot laatste was een dubbelschot want er doken twee sperwers tegelijk op aan de horizon. Het duurt ongeveer een minuut voor ze hier belanden. Het steile talud naar de zee toe is een zegen want de meeste vogels passeren hier op ooghoogte. "Door, was dot geen mannetje ? " wijst Hodewig als een volgende razende roelond longsjokkert. Zonder twijfel: oranje borst, blauwgrijze rug en gele ogen. De éne no de andere sperwer stormt ons voorbij, net alsof ze schrik hebben te loot te komen op een belangrijke afspraak.

2

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2005  

De Boomklever Maart 2005  

Profile for nsgd
Advertisement