Page 1

NATUURSTUDIEGROHP DIJ LEL.AND

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang 31

-

iuni 2003


NA TUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur Voorzitter: Paul Herroelen Leuvensesteenweg 347,3370 Boutersem, 016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg,02.687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal, 02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4,3020 Herent, 016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23.81.84

Kelle Moreau, Kerspelstraat 20,3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Joris Menten,W. De Croylaan 49/21,3001 Heverlee, 0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42,1320 Tourinnes-la-Grosse, 010.86.24.66

Wouter De Smet,Studentenwijk Arenberg 21 (408),3001 Heverlee

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Wouter De Smet,Studentenwijk Arenberg 21 (408),3001 Heverlee

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20,

3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be •

Broedvogelatlasproject: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg,

02.687.47.34, freek@village.uunet.be •

Watervogeltellingen, trektellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal,

02.767.26.38,kvschare@vub.ac.be

Werkgroep zoogdieren Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau,

Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Werkgroep ongewervelden Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60,3001 Heverlee,

016.23 .81.84,andre.verboven@chello.be

Planten Werkgroep Themaverantwoordelijke: Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee. 0495.27.53.93

joris menten@merck.com _

Website www.natuurpunt.be/dijleland

Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@topica.com


De Boom.klever

BUrrEN GEKEKEN Je moet blijven proberen."

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .......................

34

PLANTEN Nieuw in het Dijleland: de plantenatlas !. ...................37 Akkergeelster na 7 5 jaar herontdekt in Bertem ......... 40 .

VOGELS Eerste waarneming van Griel Burhinus oedicnemus voor het Dijleland 44 . . . . . . . . ............ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . ...

BBV-project: u broedvogelt toch ook ?

.46

............ . . . . . . . . . .

De tweede Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis voor het Dijleland

.47

. . . . . . . . . . ...........................

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving. Maart - mei 2003............. " ....."."." " ....50

ACTIVITErrEN Vogels op de plateaus

.

.......

............

.

. " ..............70

...........

Activiteitenkalender juli - oktober 2003

....

.

"."............. .72


Buiten gekeken

Je moet blijven proberen... Ik fiets nu al twee volle dagen in dit woud rond. Voor iemand die hier "zomaar op vakantie" komt , lijkt dit bos misschien wel op Meerdaalwoud. Ik moet toegeven, er zijn oppervlakkige overeenkomsten. Sommige boswegen doen ook mij wel eens even vergeten dat ik me hier een slordige 2000 km oostelijk van BelgiĂŞ bevind. Ook de buizerden zouden bij ons niet ontbreken. Het verschil blijkt al wel uit een soort die zowel "thuis" als hier voorkomt. Telkens ik hier een specht hoor hakken, is dit het signaal om mijn fiets aan de kant te zetten. In dit "woodpecker's paradise" komen namelijk alle 8 Europese spechtensoorten voor. Na enkele minuten zoeken, een zomerse bebladering geeft zijn vogels niet zomaar prijs, wordt mijn moeite bijna steeds beloond met een zwarte specht: de soort moet hier ongelooflijke dichtheden halen. Als je verder kijkt dan grote bomen, groene bladerdaken en beschaduwde boswegen zie je onmiddellijk dat de geografische afstand tussen een V laams bos en dit Poolse oerwoud weerspiegeld wordt in een even grote ecologische barriere tussen de 2. Een uitbundig bloemrijke vegetatie siert de iets meer open plaatsen: prachtklokje, hokjespeul, vleugeltjesbloem, kluwenklokje, verfbrem, echt walstro, akkerklokje, hengel, zwarte gifbes, heelkruid . Het zijn allemaal planten die je pakweg in een bos in de Gaume ook ontmoet maar vermits ik een uitgesproken zwak heb voor kalkflora doet het extra deugd enkele van mijn botanische favorieten hier ook te vinden.

Daar blijft het echter niet bij: leverbloempje , vertakte graslelie,

grootbloemig vingerhoedskruid, Turkse lelie en zelfs een gladiolensoort. Een rare gewaarwording: het is alsof door het continentale klimaat een aantal bergplanten hier ook op veel lagere hoogte kan groeien. De absolute topper is Melampyrum nemorosum: een hengelsoort die sterk gelijkt op wilde weit maar met diep blauwpaarse schutbladen. Ik ken deze soort al uit Hongarije. Ik val dus bij wijze van spreken niet meer "plat op mijn gat" maar de omschrijving "mooiste plant van Europa" die ooit in Grasduinen stond is bepaald niet overdreven. Het is hier verdomd moeilijk om je aandacht te focussen op die of die soort want boven deze bloemige bermen wemelt het van de interessante vlinders. Gisteren heb ik op zo'n prachtige bosweide mijn net even rondgezwaaid met als resultaat 7 soorten parelmoervlinders, morgenrood, kleine weerschijnvlinder. Vandaag, mijn laatste dag alweer, heb ik gereserveerd voor een lange fietstocht op zoek naar de wisenten. Op de camping doen allerfei verhalen de ronde. Een Duits koppel zit hier al 2 weken en heeft alleen nog maar hun koeienvlaaien gevonden: "Nur Scheisse" Een Nederlandse familie zag eergisteren "daar en daar" een groep van 15 "maar se ghinge ferder het bosj in". Vanzelfsprekend heb ook ik de voorbije dagen al uitgekeken naar deze reuzen maar noppes. De campinguitbater kan niet geloven dat ik er nog geen gezien heb (they are everywhere ...) moor ja, hij woont hier natuurlijk ... 34


Buiten gekeken

Het is trouwens niet de eerste keer dat ik lang en tevergeefs zit te zoeken naar deze woudbison. Vier jaar geleden was ik hier de eerste keer, in augustus. De obligate wandeling in het nationale park hoort er dan zowat bij. Naast het grappige Engels van de gids kregen we ook een handige tip mee over een open plek in het bos waar je een grote kans zou hebben om de "zubry'' in levende lijve te aanschouwen. Diezelfde avond zat ik er al, goed verscholen op een hoogzit. Ik kan me die avond nog zo voor de geest halen:Voor mij strekt zich een bosweide van zo'n honderd meter breed en een 250 meter diep. Op de kaart wordt duidefijk dat zich hierrond vierkante kilometers bos uitstrekt, dat ziet er uitstekend uit.. Gewapend met de kijker, schetsboek en fototoestel in de aanslag wacht ik tot de schemering valt. Een half uur later hoor ik geschater achter mij en vijf minuten daarna komt een vrolijke groep Italianen onder mijn houten toren voorbij. "Godver, dat zijn die van deze morgen. Ik dacht nooit dat die de moeite zouden 11 nemen van ... denk ik bij mezelf. Met veel gelach en geleuter beklimmen ze de andere uitkijktorens aan de rand van de weide. EĂŠnmaal boven staan ze recht aan de balustrade van hun toren alsof het een kraaiennest is en ze elk moment "land in zicht" naar beneden moeten roepen. Hun zomerse bloesjes moeten voor een wisent vanop een halve kilometer zichtbaar zijn. Ik zucht, zo gaat het niet lukken.Tien minuten later acht ik het voor bekeken. Drie groepen Italianen die elkaar allerlei bedenkingen toeroepen van de ĂŠne kant naar de andere kant van wat even tevoren een even idyllische als veelbelovende plek was, dat is er teveel aan. Ik vloek inwendig want het was voorwaar geen sinecure om mijn statief langs die houten trapjes omhoog te hijsen. 11Ciao" roepen ze als ze me herkennen als ik mijn gerief terug naar de begane 1 grond versleur en even later iets dat klinkt als 1Viva Belgio" ". 11 Ze moesten eens weten . .. Enkele hevige windstoten verdrijven deze beelden uit een vorige Polenreis. De eerste druppels vallen nu en ik schuil onder een reusachtige linde. Tien minuten later schijnt alweer de zon. Even verder loopt hier langs een dennenbos op veen. Ik heb vandaag ook al sparrenbos op veen, berkenveen en alle mogelijke varianten gezien plus de overgangen naar drogere gemengde bostypes. Zure bodems, kalkrijke ondergrond, droog, nat: het is er allemaal. Geen wonder dat de floralijst hier ellenlang wordt. Als de bui over is kom ik aan een beekdal in het bos. Aan beide zijden van het riviertje strekt zich laagveen uit. Tijdens het middagmaal verschijnen 2 buizerden en een schreeuwarend aan de einder. Het elektrisch geluid van een krekelzanger weerklinkt vanuit een wilgenstruik, voor de rest heerst er volmaakte stilte. In de late namiddag, ik heb ondertussen al 20 kilometer bos achter de wielen, geef ik het bisonpoject uiteindelijk op. "Weeral mislukt" flitst er door mijn hoofd terwijl ik een grindweg door het bos terugfiets naar de camping in Gudki. In een flits zie ik iets enorm bruinzwart in de wilgenroosjes staan. Ik smijt alle remmen dicht. Dat was een ... Aan de overkant van de weg is er nu hevig gedruis in het struikgewas en een tweede wisent springt 5 meter voor mij de weg op. 35


Buiten gekeken

Het grint spat onder zijn hoeven alle kanten op, in twee sprongen is hij aan de overkant verdwenen. Wat een kolos, ik ben onbewust een paar stappen achteruit gegaan, mijn fiets ligt een meter voor mij .. Als ik voorzichtig de wisenten in het bos achtervolg blijkt dat helemaal geen probleem. Ze storen zich nauwelijks aan mijn aanwezigheid. Hun gestalte overtreft moeiteloos alle verwachtingen met een schofthoogte tot aan mijn hoofd hoeven ze van mijn nu ook niet echt schrik te hebben. Terwijl ik wat schetsen maak van dit imposante duo hoor ik fietsers aankomen op de weg. Ze zingen luidkeels Hollands en het moet dus wel dat sympathieke koppel zijn van de camping. Op de fiets kijken ze naar natuur in Polen. Als ze vlakbij zijn roep ik luid: "Hallo" Remmen worden dichtgeknepen. De wisenten geven geen krimp. "Hallo?" klinkt het nu aarzelend terug vanop de weg. "Ik ben het, 'ze' zijn hier, vlakbij" antwoord ik hen. Na enig opgewonden gemompel:"Wisenten??

Wacht, we komen". De wisenten snuiven alleen de

lucht van de nieuwkomers even op en negeren hen dan totaal. Een kwatier daarna laten we hen rustig verdwijnen in de ondergroei. Kristiaan: Schitterend zeg dat jij ons gehoord had. Ik: "Wat waren jullie eigenlijk aan het zingen?" 's Avonds zijn we door Polen op de camping uitgenodigd op een barbecue van een lam; ik praat nog wat na met mijn nieuwe partner in bison: Kristiaan. "Wat hem zo treft in Polen?" Zij zien het per slot van rekening van op de fiets en ik vanuit de auto. Ik ben eigenlijk wat afgunstig op hen want van op de fiets moet het hier puur genieten zijn. "Die geweldige houten huizen" steekt hij van wal onmiddellijk onderbroken door zijn vriendin: "En .. . en die hooioppertjes. En ... en: die boerenkarren met paard". "Hier zie je meer grauwe klauwieren dan merels" en even later haalt hij nog een prachtige boutade naar boven: Geelgorzen, dat is de enige soort die we nog meer gezien hebben dan grauwe klauwier. "Of ze al uitgenodigd zijn door ...". Zij: Weet je nog dat oud boertje die "" Waarop hij: Of die oude vrouw, daar waar we gegeten hebben aan die brug met al die roodmussen. Het is nog een gezellige avond geworden. Het oerbos Puszcza Bialowieska heeft uiteindelijk toch zijn prijsbeest moeten laten zien. Ik heb er wel hard mijn best moeten voor doen.

Herwig

36


Planten

Nieuw in het Dijleland: de plantenatlas ! 340

bladzijden met verspreidingskaartjes

Sinds het oprichten van de maillijst 1Dijleland' is in de regio van het Dijleland de dynamiek rond natuurhistorie sterk toegenomen. Toen vorig jaar discussie kwam over het al dan niet zeldzaam voorkomen van Blaassilene of de Aardaker, kwam ook een hiaat in onze streekkennis naar voor. Slechts enkele personen konden deze vragen beantwoorden... Sinds de publicatie van de Atlas van de Belgische en Luxemburgse flora 1f:

.

;;z .

(Van Rompoey & Delvosalle, 1972) en met de oprichting van Flo.wer ( 199 5) is de kartering van plantensoorten in een stroomversnelling gerookt. De eerste gaf aan waar welke soorten reeds waargenomen waren, de tweede zorgde voor het adequaat opslaan van de gegevens en een eerste (ver足 nieuwde) verwerkingen. Door het bestaan van Flo.Wer zijn de vele gegevens van de floristen uit de streek eenduidig opgeslagen. Hierdoor kon het beeld uit de eerste planten足 atlas van de verspreiding van de plan足 ten in het Dijleland geactualiseerd worden. Het vastleggen van de kennis van deze enkelingen in een wijd verspreid en toe足 gankelijk document leek dan ook een noodzakelijke stap. Op deze wijze zou

elke actieve buitenmens steeds kunnen nagaan hoe het met deze of gene plantensoort gesteld is. Tevens is het voor de behoeders van het natuurschoon in onze regio een document dat regionale zeldzaamheid of kenmerkendheid kan staven. Daarom is er voor elke bibliotheek van de streekkenner een nieuwe aanwinst:

Areaal: Het Dijleland, o.m. de (delen van) gemeenten Tervuren, Kortenberg, Herent, Leuven, Holsbeek, Linden, Bierbeek, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Hoeilaart.

Uiterlijk en variatie: De exemplaren van de plantenatlas laten zich gemakkelijk herkennen. Centraal is er een flexibele ruggegraad, waarrond steevast co

400 37


Planten

witte, rechthoekkige vlakken geordend zijn. Het gros van deze vlakken kent een analoog patroon: verspreidingskaartjes van plantensoorten op km-hok niveau. Enkele

bladzijden

tekst

('streek' producten,

ter

relatie

bespreking

van

de

eerste

abiotiek-vers pr eiding

van

de

resultaten planten,

medewerkers,suggesties voor verder onderzoek, ...) vullen deze kaartjes aan. Als verdere verwerking zijn daarenboven kaartjes weergegeven van de socio­ ecologische groepen. De hoofdkleuren van de meeste exemplaren zijn zwart­ wit, in oudere exemplaren verkleuren meer hokken in andere tinten (gaande van zwart tot kleuren).

Verspreiding: Alle leden van de Natuurstudiewerkgroep Dijleland, VHM of Flo.Wer. Het is een voorlopige weergave van de actuele kennis (databank Flo.Wer). Het is nu reeds duidelijk dat deze onvolledig is. Om deze kennis zo wijd mogelijk te verspreiden wordt de kostprijs gedrukt, evenals gemakkelijk reproduceerbaar ter beschikking gesteld.

V liegtijd: De atlas wordt tegen kostprijs verdeeld. Daarom worden geen over­ tollige exemplaren aangemaakt. Elke geïnteresseerde moet daarom voor 31 juli 2003 voorinschrijven. De deadline voor de tweede lichting is 30 september. Vervolgens wordt net het benodigde aantal exemplaren aangemaakt en ie­ dereen toegezonden. Daarna zal op het secretariaat van de VHM, tegen waar­ borg van 50 euro, het origineel uitgeleend kunnen worden om het zelf te kopië­ ren.

Biotoop: De ontbijt- of de salontafel. Het is de bedoeling dat deze atlas continu geraadpleegd wordt om na te gaan welk hok nog ontgonnen is, welke soort in jouw buurt nog niet 'gestreept' is of wat de recentste excursie aan nieuwe hok­ ken opleverde.

Levensloop: In het ideale geval is de 'waarde' van dit boekje beperkt. Onmid­ dellijk na publicatie komen er immers vele honderden aanvullingen op de actu­ ele kennis. Het is de bedoeling dit boekje regelmatig te actualiseren (bvb bin­ nen 5 jaar), maar vooral op internet aanvullingen te publiceren. Dit laatste is echter nog in larvaal stadium.

Bestel

voor

31

juli de nieuwe

Verspreidingsatlas van de Planten i11: het Dijleland (1975

-

2002)

Stort 20 EUR op rekeningnummer 230-0028521-23 van VHM, Waversebaan 66, 3001 everlee met vermelding "Plantenatlas Dijleland + naam". Graag ook een mailje me de zelfde vermelding(+ postadres) op VHM.infocentrum@skynet.be

38


Planten

. 4-. 7

. 4-. 6

. 5- . 1

. 4-. 8

5-

.

2

.

. 5- . 3

'

-� ) l--+--4--�/ ......

.

...... '

(

. 5-. 6

\. .

.

(.

.

.

,,,,ir. :.,.V.

. 5-. 5

':!

· �

.

. 5-. 4

�-i-< .

1

·1 t

, /. J --t---t-+--+---+-i�-+--+-+-+-+-.....{ ---+--+-1-+-+--+---+-+-+--+--+-+-+--�1,., . / " .

•.

·

.

·

·

.

. '(. V · · ·V· . . ". / . \

. _y":.

Q)

.

·

.

.

--- .

..

.

.

1.1"

Fig. 1: Klimopbremraap.

/

.

Leuven staat er zogezegd vol mee, maar misschien

ook in jouw tuin . Om het eerst een hokje doorgeven ? . 4-

. 4-. 6

.

.

7

. 5-

. 4• . 8

.

. 5- . 2

1

1

--0...

l

1

":"'� .

..... '

.

-i� .

(

-+ .·� . -+---.-��

-+-

.

. .

.

.

.

.

.

.

.

.

'•

.

.

.

.

{

.

. · ·�'·

' · •

.

-

_y'rr.

.

5-

.

6

1

. 1" •

(.

.r.

·.

. ·-. :�!'-'� .

: .+-+-+-+-+-+-+-+-+-+--t·.� ·�

"

.

. •

. •

-t-

.

.

,-..i1 -+--+-+-+--+--t--t-11-T-t--t-1 1 � ·-+-1--+-+--+--+-i--t--+--t-i ++•

,__ . . ·

.�--+ç... . -!-+--+-+-1-+-'f-+-+-+----t� . r. . •

. /. . .. �/ . . \ .

.

.

1

'./'

.--T--.--+-+-+---+--+' +-+-+' -1. •

. 5- . 5

..

.v

......

/:

5- . 4

(..

����.�� •

.

.

\. � . .

� · .

... "

Q)

5- . 3

lY .

,

.

....

.

'-.

-

Fig. 2: Groot Spiegelklokje. Wie ontdekt nieuwe vindplaatsen in de omliggende akkers? 39


Planten

Akkergeelster na 75 jaar herontdekt in Bertem In 2001 meldde Steven Bouillon op het e-mail netwerk Dijleland het voorkomen van een Geelster, mogelijk Weidegeelster, op het akkerplateau van Bertem. Er kwam weinig reactie . .. Slechts het volgende jaar werd deze plant weer ge­ zocht en uiteindelijk gedetermineerd als Akkergeelster. Gezien deze soort uit­ gestorven werd gewaand in Vlaanderen, is dit wellicht een van de belangrijkste recente botanische vondsten uit de regio. In 2003 werd er gezocht naar meer vindplaatsen in de buurt; 1 zekere en 2 mogelijke bijkomende vindplaatsen werden gevonden.

Beschrijving De Geelsterren

( Gageo) zijn een plantengeslacht van de Leliefamilie (Uliaceae),

met wereldwijd een honderdtal soorten. Het zijn bolgewassen met smalle lijnvormige bladeren en langgesteelde bloemen in een open scherm. De bloem­ dekbladeren zijn geel met aan de buitenkant een groene middenstreep en spreiden zich tijdens bloei min of meer stervormig uit. Alle Belgische soorten zijn voorjaarsbloeiers en de bovengrondse organen van de plant zijn tegen eind mei al bijna verdwener\ In België komen 4 soorten Geelster voor: Akkergeelster (Gogea vil/osa), Schede­ geelster (G. spothaceo), Weidegeelster (G. pratensis), en Bosgeelster (G. lutea). Akkergeelster is te onderscheiden van de andere Geelsterren aan de behaarde bloemsteeltjes en gewimperde stengelbladen.

Verspreiding De Akkergeelster komt voor in Midden- en Zuid-Europa, aangrenzend Zuidwest­ Azië en het A tlasgebied. Vlaanderen ligt aan de NW-grens van het versprei­ dingsgebied. In de Belgische plantenatlas uit 1979 [2] wordt de verspreiding van de Akker­ geelster weergegeven door

110"

voor waarnemingen van voor 1930 en "x" voor

waarnemingen van na 1930. De kaart vertoont enkel wat o's en een enkel x'je in het uiterste Zuiden van Belgie. Voor Vlaanderen zijn er slechts 14 uurhokken (4x4 km) met waarnemingen van voor 1930 weergegeven. De historische ver­ spreiding concentreerde zich in Midden-België (leemplateaus), enkele hokken in de Lesse-valleL en in het uiterste Zuiden van België (Gaume). In Midden­ . België was de soort blijkbaar niet echt zeer zeldzaam. De "Ge illustreerde Flora voor België" vermeldt in de 9de druk uit 1950 [3] nog dat de soort 11Vrij alge­ meen" was. (Dit is wellicht een overblijfsel van de eerste druk uit 1892, want in 1950 was de soort ook al geruime tijd niet meer gevonden in Vlaanderen en 40


Planten

uiterst zeldzaam in Wallonië.) Ook in Nederland was de soort historisch niet zeld­ zaam in zand- en lössakkers in Zuid-Limburg. De Belgische Flora [5] vermeldt voor de huidige Belgische verspreiding enkel Lotharingen, en "Vroeger ook in Kempen, Brabant en Maasdistrict. Met verdwij­ nen bedreigd in het gebied van de Flora". Uit Vlaanderen waren tot nu geen waarnemingen van na 1930 bekend. Ook in Nederland werd de soort gedu­ rende tientallen jaren als uitgestorven beschouwd. Sinds 1969 bleek echter dat de soort niet uitgestorven was, maar nog verspreid in oude kerkhoven en kasteel­ parken voorkwam, naast enkele groeiplaatsen in de löss-akkers in Nederlands Zuid-Limburg.

De Akkergeelster is een typi­ sche plant van vrij droge, losse,

kalk-

h oudende

en

humus­

grond.

De

Nedelandse Ecologische flora beschouwt als het we­ zenlijke kenmerk van de standplaatsen een "gedo­ seerde bodemverstoring" dit betekend dat de grond wel een zekere mate van bodembewerking heeft on­ dergaan, maar dan geruime tijd niet verstoord is.

Histo­

risch was het dan ook een soort van zand- en löss-ak­ kers [6].

Akkers ondergaan

echter tegenwoordig wel­ licht te ingrijpende bodem­ bewerkingen, waardoor de soort in akkers erg is achter­

Akkergeelsfer; Bertem. Foto: Frank Van de Meufter

uitgegaan. In Nederland en Groothertogdom Luxemburg houdt de Akkergeelster vooral stand op kerkhoven, en in oude tuinen en kasteelparken.

Die groeiplaatsen

vertonen de beperkte bodembewerking die de soort nodig heeft. Misschien is het dan ook verwonderlijk dat in Vlaanderen de Akkergeelster niet werd her­ ontdekt op een kerkhof of stadstuin, maar in een akkercomplex in het zwaarte­ punt van zijn historische verspreiding. Nuja, als je de aseptische properheid van de Vlaamse kerkhoven ziet, is dit misschien niet zo vreemd ...

41


Planten

Voorkomen in Regio Leuven De Akkergeelster is al minstens 150 jaar uit de omgeving van Leuven bekend; in het Herbarium van de RUG bevinden zich exemplaren uit "Beerthem", verza­ meld door de botanist Kickx in de periode 1820-1875. Deze exemplaren komen uit hetzelfde 4x4 km karteringshok ( e5-22) als de nu bekende vindplaatsen. De laatst bekende vondst uit de regio Leuven komt uit 1926 te Egenhoven [1] De recent ontdekte vindplaatsen bevinden zich in holle wegen in het akker- en weidecomplex tussen Korbeek-Dijle en Bertem (Figuur 1). Hieronder beschrijven we de vindplaats met het grootste aantal exemplaren Akkergeelster; dit is ook de vindplaats die Steven Bouillon in 2001 ontdekte. Nadien werden in de om­ geving nog 1 zekere en 2 mogelijke verdere vindplaatsen ontdekt door Piet De Becker en NSG Dijleland. Bij de mogelijke vindplaatsen gaat het om vegeta­ tieve exemplaren, die met Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) verward kunnen worden. De grootste vindplaats ligt in een holle weg aan de zuidrand van het plateau tussen Korbeek-Dijle en Bertem. De planten bevinden zich aan de oostkant van de weg, beschaduwd door een oude hakhoutstronk van Eik. De bodem is hier een vrij kalkrijke leembodem die al eeuwenlang door de mens gecultiveerd wordt. Begeleidende soorten, genoteerd op 30-Maart-2003 door de Planten­ werkgroep van NSG Dijleland, zijn weergegeven in Tabel 1. Naast Akkergeelster werden er nog enkele typische soorten van droge, kalkrijke bodems als Beemdkroon (Knautia arvensis), Hoenderbeet (Lamium amplexicoule), Marjo­ lein (Origanum vu/gare), en Borstelkrans (Clinopodium vu/gare) gevonden. In holle wegen in de nabijheid werden ook nog Knolsteenbreek (Saxifroga granulata), Kleine bevernel (Pimpinello saxifrago), Koningskaars (Verbascum thapsus), Rapunzelklokje (Campanula rapunculus), en Zandraket (Arobidopsis thaliano) genoteerd.

Akkerhoombloem Beemdkroon 13oerenwormkruid aorstelkrans Dagkoekoeksbloem Gewone duivekervel Gewoon duizendblad Hoenderbeet Kleefkruid � leine klaver Kleine veldkers Klimopereprijs Kraailook Tabel 1 42

:

Cerastium arvense Knautia arvensis rranacetum vu/gare 'clinopodium vu/gare lSilene dioica icumaria officinalis IA chillea millefolium lf._amium amplexicaule Golium aparine tTrifolium dubium 'Cardamine hirsuta !veronica hederifo/ia lA//ium vinea/e

!Kroontjeskruid Wilde marjolein Paarse dovenetel Ridderzuring IRobertskruid Scherpe boterbloem Speenkruid St-Janskruid Veldlathyrus Gewone vogelmelk Vogelwikke Witte dovenetel !Zachte ooievaarsbek

l,Euphorbia helioscopia Origanum vu/gare 'Lamium purpureum IRumex obtusifolius !Geranium robertianum IRanunculus acris Ranuncu/us ficaria IHieracium perforatum IJ.athyrus pratensis lornithoga/um umbellatum IVicia cracca ILamium album !Geranium molle

Begeleidende planten van Akkergeelster te Bertem (30 maart 2003)


.

�-

.

«

' �-. 1

. 4-. i

. �

.

1

·

;

"'!

$.. z·

_

-t:t.

.,r.. ;J

·

l

IB" ' :...:--1... --'�....

_;_ · ·"� I --'5---' . '--1.: Uit: Verspre1dingsatlas van

·-rb�� :l:.�.- !t-���=-b.�,· ":. :�.�:�· , :•

· "' J •

··

. .

";i

·

'

r.

,

Planten 1

de Planten in het Dijle/and

,

1•

• •• •

·

· ·• l'

(1975-2002). De getoonde

;

'

: 1

o pperv lakte

1

-

·

is

het

Dijle/and gedefn i ieerd als

. · · . 1de gemeenten Tervuren, - · . -1 · · Herent, "- Kortenberg, ·._ � 1-.. · · ,._ - . 1 ·_ ' .� ' '.1 · ._--. ·I.'""" ...,. � • ·-i· ..-.. · ..._·.. · ,i..""· � · ,.._..,__. --1-�-� 1 ' ·· · ·i · · �!•1 --�· · 1. Leuven, Holsbeek, Unden, l ' " 111 .lil 1 --L. � �� l'rt--1-f-t\ 1 ' " 1" ' ' (' 'e u �! r ·: .: .:_ �. _.._ __ ____....-_.,_ -1 _.... i� .,., .. k'-.'" "' ·:,__ · 1 ; .

�!

·

...'...."""'

"

1

.

l

·

·

·

·

·

1

t

�i::::� � �::,;e; :�

'J

��1: •.��� · ·:·-�:-· �·�F:· ��· �i:· : '. : : �;:;: : : : : : : ::: : :; ; 1. . . v,. - ;.t::.- ·:- :·::�:- :::·:- �---::=t'�:'.:=�- �- :=:;. · �:�=-�-��- =-�:-: .. �.... ::: ...,, -<!i . .,..._,,,. "' · :-��

_

'

!

-I,...,. _ •

� !· .

ti

·

,

.,.

'

1•

·

i.

'

1•

·

·

·

·

Hoetlaart. De lijnen tonen

·

de waterlopen van het

.

.

. .

. -l

1 "

.

:" '

1.

".

.."." .._

·

···

· L>''. , ·.f· . ·

'

·

·

·

ken zijn de km-hokken on-

·

derzocht in de periode 1975-2002; de vindplaat-

•.

".1

....,

Voer en ten Westen van de Dijle. De gestipte hok-

. . +-,�...., ,... _-+--; ._ , . +--t. -t -t--t . . +-Vi ...,. 1 --v"'-.1 -1r-1 .i · 1/ I f\ . ! · l.Y : ! • " • • -·--·�J· 1i-4..-1-. . .:. .. __:_i_ ·..:_ .� .. .'. .. h i--�._..----�-----------+-----"

·

Di;ïeland De vindplaatsen liggen ten luiden van de

1: .

sen van Akkergee/ster ZJÏn

Figuur!: Verspreiding van Akkergee/ster in het Dij/eland

in de donkergnji:e hokken.

Opmerkelijk is dat de vindplaats van Akkergeelster zich in het centrum van een weidecomplex bevindt. Dit is een indicatie dat de huidige akkerbouw niet meer de geschikte omstandigheden creëert voor deze bedreigde plantensoort. Ver­ der biedt de hakhoutstronk waarschijnlijk een verdere bescherming van de plan­ ten tegen grondbewerking, bemesting, en pesticiden.

De toekomst

Een enkele vindplaats biedt slechts een zeer beperkt houvast voor zulk een zeld­ zame plant. Een uitgeweken tractor, "verbetering" van de holle weg, een en­ kele bespuiting met plantenbestrijdingsmiddelen, ... kan deze groeiplaats ver­ nietigen. Gelukkig zijn er nog verdere vindplaatsen ondekt in de nabijheid, zo­ dat deze soort toch wat meer kans heeft op overleving. De beheersplannen, uitgewerkt door Regionaal Landschap Dijleland, bieden wellicht ook verdere bescherming en uitbreidingsmogelijkheden voor de botanische rijkdom van dit eeuwenoude cultuurlandschap in onze streek.

Hopelijk blijft de Akkergeelster

ook de volgende eeuwen een onderdeel van onze flora. Referenties 1)

Delvosalle, L et al. {1969) "Plantes rares,

disparues. ou menacees de disparition en Belgique :

l'appauvrissement de la flore indigene" Ministere de l'agriculture - Administration des eaux et forets.

4. 2) lambinon. J et al. {1998) "Flora van Belgie, het Groothertogdom Luxemburg. Noord-Frankrijk en de

Service des reserves naturelles domaniales et de la conservation de la nature. N°

Aangrenzende Gebieden - Derde Druk" Nationale Plantentuin van Belgie. Meise

3) Moe leod, J & Staes, G { 1950) "Geillustreerde Flora voor Belgie - 9e uitgave" De Sikkel, Antwerpen 4) van der Meijden, R {1990) "Heukels' Flora van Nederland -" Wolters-Noordhoff, Groningen

5) van Rompaey. E & Delvosalle, L {1979) "Atlas van de Belgische en Luxemburgse Flora - Pteridofyten en Spermatofyten" Nationale Plantentuin van Belgie, Meise

6) Weeda, EJ et al. {1991) "Nederlandse Oecologische Flora - Wilde Planten en hun Relaties

Joris Menten

4" IVN

43


Vogels

Eerste waarneming van Griel Burhinus oedicnemus voor het Dijleland Hoeft het gezegd: het voorjaar is een periode waar het vogelkijken stevige pie­ ken haalt. Omdat de vijver- en moerasgebieden in de Dijlevallei reeds intensief en met succes afgespeurd werden door collega-vogelkijkers, besloot ik m'n actieterrein in het voorjaar van 2003 te verleggen naar de plateaugebieden van Bertem en Huldenberg. Doortrekkende Paapjes Saxicola rubetra en Tap­ uiten Oenanthe oenanthe - ik vind dit nu eenmaal geweldige vogels - zijn dan steeds present op de plateaus en maken van het eentonige "akkerspeuren" een onderhoudende bezigheid. Trouw aan mijn zelfontwikkeld credo "zonder hoge verwachtingen het veld in trekken en veel kilometers maken" slaagde ik er in een beperkte, maar mooie serie plateauwaarnemingen op te tekenen. Vooral tijdens de begindagen van mei zat er duidelijk elektriciteit in de lucht ter hoogte van het Leefdaals plateau. Op 2 mei ontdekte ik een mannetje Engelse kwikstaart Motacilla (flava) flavissima tussen een groep van 11 Noordse kwik­ staarten Motacilla (flava) thunbergi aan de Bredeweg te Leefdaal, hier vloog tevens een Zwarte Wouw Milvus migrans over. Op 3 mei vond ik de Engelse kwik terug, ditmaal in gezelschap van minimum 19 Noordse Kwikken. Nadat ik hier­ over enkele sms-berichtjes rondstuurde en tijdens het wachten op een toe­ snellende vogelkijker, speurde ik om de tijd te doden nog 's de omliggende akkers af. Tot mijn vreugde en verbazing kreeg ik een pleisterende Zilverplevier Pluvialis squatarola in m'n kijker te pakken. De vogel, een man geheel in zomer­ kleed - werd jammer genoeg opgejaagd door een ploegende tractor en ver­ dween hoog kringend uit het zicht. De volgende dag - 4 mei - leverde een plateauwandeling langs de Bredeweg "slechts" een Zwarte Wouw op. De aan­ wezige Noordse kwikstaarten werden nu geteld op minimum 25 exemplaren. Gestimuleerd door voorgaande waarnemingen, besloot ik op de avond van 5 mei nog een "tapuitenronde" af te werken op het Leefdaals plateau. Dit le­ verde niet alleen een mooie groep van 11 Tapuiten en 1 Paapje op, ook een vrouwtje Blauwe Kiekendief Circus cyanus en een jagend vrouwtje Grauwe Kiekendief Circus pygargus tekenden die avond present. Genoeg om met grote voldoening huiswaarts te keren, ware het niet dat ik aan de 11telpostheuvel" heel eventjes en met het blote oog een vogel zag opvliegen die mij meteen het beeld van een Griel Burhinus oedicnemus deed oproepen. De vogel ver­ dween achter de horizon. Na beklimming van de heuvel kreeg ik de vogel ein­ delijk in m'n kijker te zien en kon ik m'n vermoeden bevestigen. De Griel vloog een tweede maal op, om in glijvlucht op een tegenoverliggende akker te lan­ den. Na verwittiging van enkele vogelkijkers, werd nog een speuractie gehou­ den, echter zonder een spoor van de vogel te zien. De volgende dag werd de vogel om ca. 13.30 uur door een groepje "twitchers" teruggevonden langs de 44


Vogels

Bredeweg. Deze melding veroorzaakte een toestroom van vogelkijkers en ve­ len kregen de gelegenheid om de Griel tot in de late avonduren te observeren. Veel bijzonderheden - voor zover mogelijk bij een veldwaarneming van een Griel - werden hierbij niet genoteerd, al zouden sommige waarnemers geop­ perd hebben dat het een "juveniel" exemplaar betrof. Herkenning van onvol­ wassen vogels in het veld is echter moeilijk {Marchant 1986) en over de vogel van leefdaal zijn in dit verband geen eenduidige observatiegegevens bekend.

Status in Vlaams-Brabant De vogel van Leefdaal betreft de eerste waarneming van deze soort voor het Dijleland. Het archief van Paul Herroelen - met dank aan Paul - leert ons dat dit het vierde of vijfde geval en de eerste voorjaarswaarneming betreft voor V laams­ Brabant. Volgende gevallen zijn bekend: •

Oktober 1901, 1 ex. aangeboden op de Brusselse markt. De herkomst van deze vogel is echter onduidelijk.

September 1932, 1 ex. geschoten, T ienen

28 augustus 1950 Sint-Genesius-Rode {Lippens 1954: 154)

Van 7 tot 9 juli 1994 vertoefde een exemplaar te Testelt (R. De Fraine en R. Verboven, Oriolus 1994: 76)

Andere waarnemingen tijdens het voorjaar 2003 in de lage landen betroffen een exemplaar bij Longchamp (prov. Namen) op 15 april {Driessens 2003)en een vogel op 9 mei te Zijp, Noord-Holland {Dutch Birding website).

Migration trap ? Naast de bovengenoemde waarnemingen, werden nog meer interessante voorjaarsvogels gezien op het Leefdaals plateau: o.a. een Velduil Asio flammeus op 20 april, een Duinpieper Anthus campestris op 8 mei en een late Goudplevier Pluvialis apricaria op 10 mei werd hier waargenomen (Moreau 2003) Men kan zich de vraag stellen of de concentratie van al deze opmerkelijke waarnemin­ gen berust op toeval, een verhoogde vogelkijkactiviteit ter plekke of dat bij­ voorbeeld de geografie hier een rol speelt. Het spits toelopende plateau van Leefdaal helt in het noordoosten af naar het punt waar de lager gelegen Dijlevallei en de vallei van de Voer elkaar vinden. Deze natuurlijke grens wordt nog eens geaccentueerd door de E40 autosnelweg en de nauw op elkaar aansluitende agglomeraties van Bertem en Leuven. Dit voedt de idee van een •migration trap' tijdens de voorjaarstrek. Migrerende vogels, in het bijzonder de soorten gebonden aan open landschap, worden op hun trek naar het noorden enigszins opgehouden ter hoogte van het Leefdaals plateau door voornoemde buffers. Hierdoor ontstaat er een ophoopeffect, foeragerende "steppevogels" aarzelen even op de laatste geschikte gronden, alvorens actief verder te trek­ ken. Suggestief in dit verband is dat bij vergelijkbare zoektochten naar Tapuiten en andere doortrekkende vogels dit voorjaar, de zuidelijker gelegen plateaus 45


Vogels

(Huldenberg, Loonbeek, Duisburg) aanzienlijk minder scoorden. Of deze hypothese ook enige grond heeft, kunnen we alleen maar toetsen door de komende lentes het Leefdaals plateau op te nemen als vaste vogelkijkstop op onze weekenrondjes doorheen de Dijlevallei. Ik heb voor volgend voorjaar alvast mijn hoop gesteld op een pleisterende Morinelplevierl Referenties Driessens G. 2003. Recente meldingen, België. Dutch Birding 25: 199-202. Marchant J. et al. 1986. Shorebirds: an identification guide to the waders of the world, London, 238239. Moreau K. 2003.

Opmerkelijke waarnemingen in de Dijlevallei en omgeving.

Maart - mei 2003.

Boom.klever 31 :50-70

Frederik Fluyt

freek@village.uunet.be

BBV-project:

u

broedvogelt toch ook?

Na drie jaar intensief inventariseren voor de Vlaamse Broedvogelatlas, zal NSG Dijleland ook de komende jaren het broedvogelbestand in regio Leuven blijven opvolgen. Dit gebeurt in het kader van het project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen (SVV-project) onder de landelijke coördinatie van het Instituut voor Natuurbehoud. Het BVV-project houdt een monitoring in van zeldzame, kolonievormende en exotische broedvogels. De soorten die voor regio Leuven(= de gemeenten Bertem, Bierbeek, Haasrode, Herent, Kortenberg, Leuven en Oud-Heverlee) in aanmerking komen zijn ondermeer Geoorde Fuut, Aalscholver, Roerdomp, knobbelzwaan, Blauwe reiger, Roek, Zomertaling, Bruine Kiekendief, Grauwe Kiekendief, Havik, Wespendief, Porseleinhoen, Kleine Plevier, Watersnip, Ijsvogel, Bijeneter, Oeverzwaluw, Grote Gele Kwikstaart, Grauwe Klauwier, Europese Kanarie, Kruisbek , Grauwe Gors en Middelste Bonte Specht en alle exoten. Om het project in regio Leuven te coördineren, vond op 7 mei van dit jaar te Heverlee een overleg plaats tussen de participerende broedvogeltellers. Met de betrokkenen werden afspraken gemaakt over de afbakening van onderzoeksgebieden en gerichte soorteninventarsisaties. Aanvullende en losse gegevens blijven echter meer dan welkom. Vermoedt u bijvoorbeeld een broedgeval van een van bovengenoemde soorten - alleen al het voorkomen tijdens het broedseizoen vormt in veel gevallen reeds een indicatie - dan kunt u dit melden aan de regiocoördinator of aan archivaris Kelle Moreau (zie binnenkaft). Frederik Fluyt Coördinator regio Leuven Project Bijzondere Broedvogels Vlaanderen E-mail: freek@village.uunet.be Meer ino: www.instnat.be/broedvogels 46


Vogels

De tweede Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis voor het Dijleland Het staatsnatuurreservaat 'Vijvers van Oud-Heverlee', gelegen in de Vlaamse Dijlevallei net ten zuiden van Leuven, betreft traditiegetrouw één van de be­ langrijkste locaties voor pleisterende en overwinterende Wintertalingen Anas c recc a in regio Leuven. Vooral het moeilijk overzienbare veldje Pitrussen Juncus effusus langs de oostoever van de Heulpoel (Oud-Heverlee/Zuid) oefende in

vroegere jaren de grootste aantrekkingskracht uit op deze soort, maar exacte aantallen waren steeds moeilijk te bepalen en sterk afhankelijk van de activiteit van de vogels. De doorgegeven aantallen schommelen dan ook zeer sterk, zelfs binnen een dag. De voorbije twee jaren liggen de weilanden ten westen van het Zilvermeer (Oud-Heverlee/Noord) en langs de Dijle er ook heel nat bij, een toestand die niet enkel steltlopers en andere trekvogels naar beneden lokt maar ook om andere redenen voor veel jolijt onder de plaatselijke vogelkijkers zorgt. Zo werd deze plek immers een van de nieuwe uitverkoren verblijfplaat­ sen voor de in regio Leuven overwinterende Wintertalingen. met als groot voor­ deel dat ze hier veel makkelijker telbaar zijn. Tijdens de herfst van 2002 werden op en rond de Vijvers van Oud-Heverlee, na enkele minder goede najaren voor de soort, weer grotere aantallen geobserveerd met als absoluut maximum 337 ex. op 1 november 2002 (Moreau, 2002). Ook tijdens de daarop volgende win­ termaanden december en januari werd de kaap van de 200 ex. meermaals overschreden terwijl in februari nog maximaal 97 ex. werden geteld op de 22e {Moreau, 2003) en in maart maximaal 78 ex. op de 30e. Tijdens de eerste decade van april bleven tussen 50 en 60 ex. continu aanwe­ zig, meestal in de noordelijkste natte weilanden langs het Zilvermeer. Op vrijdag 11 april 2003 besliste ik mijn lunchpauze door te gaan brengen in het gebied 'Vijvers van Oud-Heverlee' om er te gaan zoeken naar de eerste pleis­ terende Regenwulp Numenius phaeopus voor het Dijleland, die tevens de vroeg­ ste ooit voor Vlaams-Brabant was. Op een vrouwtje Zomertaling Anas querquedula en een Tureluur Tringa totanus na viel er in deze noordelijke wei­

landen op het eerste gezicht niet veel nieuws te bekijken ten opzichte van de vorige dagen zodat ik besliste de aanwezige groep Wintertalingen eens nauw­ keuriger te bekijken. Vele vogelaars hadden in deze periode reeds een standaardprocedure gemaakt van het afspeuren van de Wintertalingen aan­ gezien e r tijdens d e maanden februari en maart 2 00 3 z ow e l in de onweersbekkens op de Woluwe te Vilvoorde als in het Mechels Broek meerdere keren een mannetje Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis werd waarge­ nomen, en de vogel verplaatste zich samen met Wintertalingen (Toorman, 2003). Maar in de Dijlevallei leidde zoekwerk naar de soort dit jaar nog niet tot resulta­ ten en ook op deze dag was dat niet zo te Oud-Heverlee/Noord. Rond 13u15 verplaatste ik me dan verder zuidwaarts naar de Heulpoel waar ik een half uur 47


• · •=== nm=

c=s-

= ---=:.·:;:.t� re••::.;,, h

Vogels

later een achttal Wintertalingen en een koppel Zomertalingen in het telescoop­ beeld kreeg, afwisselend verdwijnend en terug tevoorschijn komend tussen de Pitrussen. Het viel me snel op dat één van de Wintertalingmannetjes geen hori­

zontale witte schouderstreep vertoonde tussen de vleugels en de flanken, maar wel een verticale witte streep vooraan op de zijborst, wat enkel kan wijzen op een mannetje Amerikaanse Wintertaling. De vogel was zich druk aan het poet­ sen, klapperde meermaals met de vleugels en richtte zich enkele keren lood­

recht op het water op. Andere verschilpunten met Wintertaling, zoals het gro­ tendeels ontbreken van de gele lijnen rond de groene oogvlekken en het don­ geobserveerd nauwkeurig niet konden voor h oofd, ke rd ere worden{waarnemingsafstand ongeveer 150m, 20-60x zoomoculair). Na enkele minuten verdween de vogel spijtig genoeg tussen de dichte vegetatie en kwam tijdens het daaropvolgende kwartier niet meer tevoorschijn, zodat de totale waarnemingsduur slechts enkele minuten bedroeg. Maar voldoende voor een positieve determinatie van de vogel. Ik verwittigde snel een aantal vogelaars, en ik verliet de locatie rond 14u {dringend terug gaan werken}. Die namiddag en avond, alsook tijdens het volgende weekend van 12 en 13 april werd door velen naar de vogel gezocht, telkens zonder resultaat. Vanaf 12 april waren de meeste Wintertalingen uit het gebied trouwens verdwenen, tot maximaal een twintigtal ex. pleisterden tot op het einde van de maand en op 10 mei werd hier het laatste ex. van het voorjaár opgemerkt {med. L. Hendrickx & A. Boeckx}. Het is dus niet ondenkbaar dat de Amerikaanse Wintertaling al op

12 april samen met zijn palearctische verwanten vertrokken was. Omwille van de vele schuilmogelijkheden voor watervogels lijkt het anderzijds best mogelijk dat de vogel al eerder dan op 11 april te Oud-Heverlee of elders in de Dijlevallei aanwezig was en daar een tijdje onopgemerkt bleef.

Status en voorkomen van de soort in België, Vlaams-Brabant en het Dijleland De Amerikaanse Wintertaling Anos corolinensis werd in 1991 door Livezey voor het eerst als aparte soort voorgesteld, en daarbij dus afgesplit van de Wintertaling Anos crecco, op basis van vergelijkende morfologie. In 1999 voegden Johnson & Sorenson daar nog genetische bewijzen aan toe. Tegenwoordig wordt de

soort Amerikaanse Wintertaling door de meeste homologatiecomités als een geldig taxon b e s c h ouwd. I n België wordt de s o o r t opgenomen i n Homologatiecategorie I , wat betekent dat d e soort te homologeren i s i n heel het land (BAHC & Red. Carpodacus, 2001 ). Voor België werden tot en met 2002 8 gevallen van Amerikaanse Wintertaling, allen solitaire mannetjes, aanvaard door het Belgisch Avifaunistisch Homologatiecomité (BAHC). Na de eerste ge­ vallen op 28/03/65 en 26/04/65 te Harchies was het wel wachten tot 1989 voor de volgende waarneming van deze soort in ons land. Sindsdien nam het aantal waarnemingen in heel W-Europa sterk toe, in Nederland bijvoorbeeld wordt de soort sinds 1995 jaarlijks genoteerd. In totaal werden er bij onze noorderburen tot en met 2002 26 gevallen aanvaard, waaronder één duo. 48

Het merendeel

"


Vogels

van de waarnemingen in België valt in de periode half maart - eind april (Toorman 2003). Ook de vogel van Oud-Heverlee/Zuid sluit hier mooi bij aan. Er werd in België tot op heden ook één waarneming van een mogelijke hybride Wintertaling x Amerikaanse Wintertaling aanvaard, op 5/04/97 te Genappe (Waals Brabant). Het betrof hier een vogel zonder witte schouderstreep maar ook zonder witte zijborststreep. Het geval van 11/04/03 betreft de tweede Amerikaanse Wintertaling voor het Dijleland, na een mannetje dat van 19/02 tot en met 9/04/91 werd gezien te Neerijse/Grote Bron, in de Doode Bemde en te Oud-Heverlee/Zuid (Hens,2000). Dat was bovendien de eerste waarneming voor Vlaams-Brabant. De tweede waarneming voor de provincie kwam er eerder dit voorjaar. Op 6/02/03 ont­ dekte E. Toorman immers een mannetje Amerikaanse Wintertaling in de onweersbekkens op de Woluwe te Vilvoorde, waar de vogel nog kon bekeken worden tot en met 10/02. Later was hij hier terug present van 14 tot 19/02 en op 7, 9 en 10/03 (Toorman, 2003; versch. waarn.). Op 3/03 namen Regis Nossent en Ken Lossy bovendien een mannetje waar in het Mechels Broek (med. R. Noss­ ent). Aangezien er toen geen vogel in Vilvoorde aanwezig was, lijkt het zeer waar­ schijnlijk dat het om hetzelfde exemplaar ging. Maar toen op 9/03 zowel een Amerikaanse Wintertaling werd gezien te Vilvoorde (Vogellijn) als in het Mechels Broek (F. Van de Meutter & J. Soors) rees er twijfel over deze optie. De vogels werden immers ongeveer op hetzelfde tijdstip gezien (med. R. Nossent). Hoe het ook zij, de kans is zeer groot dat de vogel van Oud-Heverlee dezelfde is als degene van eerder te Vilvoorde en/of in het Mechels Broek. In het voorjaar van 2003 werden in België ook nog Amerikaanse Wintertalingen gezien te Hensies (Henegouwen) o p 2 3 e n 24/02 (Toorman, 2003) en te Steendorp

(0-

Vlaanderen)op 18/03 (Driessens, 2003). Referenties . BAHC & Redactie Carpodacus (2001) - Welke vogels zijn in België aan homologatie onderworpen? Carpodacus 2{ 1): 25-33. Driessens, G. (2003) - Recente meldingen : België. Dutch Birding 25(3):199-202. Hens, M. (2000) - Avifauna van het Dijleland. Gedocumenteerde soortenlijst 1901 - 2000. In: Vogels in het Dijleland (M. Hens, Red.). De Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdefing Leuven, Leuven, pp. 185 - 238. Johnson, K.P. & M.D. Sorenson (1999) - Phylogeny and biogeography of dabbling ducks{genus Anas): A comparison of molecular and morphological evidence. The Auk, 166(4): 792-805. Livezey, B.C. (1991) - A phylogenetic analysis and classification of recent dabbling ducks (Tribe Anatini) based on comparative morphology. The Auk, 108: 471-507. Moreau, K. (2002) - Opmerkefijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, september november 2002. Boom.klever 30(4):136-151 . Moreau, K. (2003) - Opmerkefijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, december 2002 - februari 2003. Boom.klever 31(1 ):14-27. Toorman, E. (2003) - Een Amerikaanse Wintertaling Anas (crecca) carolinensis in de onweersbekkens op de Woluwe te Vilvoorde. De Nieuwsgier, 2(7):1-4.

Kelle Moreau kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be 49


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, Maart - mei 2003 Dit overzicht van opmerkelijke en Interessante vogelwaarnemingen in de Dljlevallel en omgeving beslaat voornamelijk de periode maart - mei 2003. De bestreken regio omvat hoofdzakelijk de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode juni - augustus 2003 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 septem­ ber 2003 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 0486/ 125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be. Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Witgat, Watersnip, Houtsnip, Stormmeeuw, Zilvermeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Kerkuil, Steenuil, IJsvogel, Zwarte Specht, Middelste Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Kramsvogel, Koperwiek, Vuurgoud­ haan, Sijs, Putter, Goudvink, Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Zoals reeds eerder aangekondigd worden alle exoten vanaf nu niet meer in de seizoensoverzichten gepresen­ teerd maar onder de vorm van een jaaroverzicht op het einde van het jaar. Er werd bij de samenstelling van dit verslag ook sterk op gelet dat er gefocust wordt op waarnemingen uit de Vlaamse Dijlevallei. Bij de Grote Zilverreiger wer­ den evenwel ook Waalse waarnemingen opgenomen omwille van de frequente verplaatsingen van deze reigers over de taalgrens. Ook werd een pleisterende Kraanvogel te Gastuche opgenomen. Het eerste deel van dit verslag behandelt een aantal vogelsoorten op de con­ ventionele manier. Vele hiervan zijn echter trekvogels, die dan ook niet meer opnieuw werden opgenomen in het tweede deel van dit verslag, met name de eerste aankomstdata van de rest van onze trekvogelsoorten. Een getal tussen haakjes achter de soortnaam slaat op het aantal waarnemingen dat tijdens de behandelde periode voor deze soort ontvangen werd.

Rotgans Branta bernic/a 31 /03

l ad te Oud-Heverlee/Z (B. Nef)

Het betreft hier de vierde waarneming van deze soort voor het Dijleland en de derde maartwaarneming. De enige meiwaarneming was een ex. te Oud­ Heverlee op 5 mei vorig jaar. 50


Vogels

Bergeend Tadorna tadorna Er werden voor het voorjaar van 2003 meer dan 160 waarnemingen van pleiste­ rende Bergeenden ontvangen uit het Dijleland. Op 1 en 2/03 verbleven in to­ taal 29 ex. in het gebied Neerijse/Grote Bron - Doode Bemde - Sint-Agatha­ Rode/Grootbroek (B. Nef). Vanaf dan namen de aantallen gestaag af tot 1O ex. op 13/04 en 6 ex. op 3/05 (versch. waarn.). Intussen werd ook steeds meer in de natte weilanden van Oud-Heverlee gepleisterd. Op 24-25/05 zaten hier voor •t laatst dit voorjaar 2 ex. (J. Nysten, L. Hendrickx, B. Nef), mogelijk hetzelfde duo werd op 26-27 /05 aangetroffen op de Tersaertplas te Neerijse (G. Bleys, F. Geenen, K. Moreau). De late aanwezigheid van verschillende koppels Bergeenden en het territoriale gedrag dat soms kon worden vastgesteld, deden de hoop op één of meerdere broedgevallen vergeefs weer oplaaien.

Smient Mareca penelope Groepjes van 1 à 5 Smienten werden gedurende de ganse maand maart 2003 op nagenoeg alle grotere vijvers in de Dijlevallei waargenomen (versch. waarn.). Het lentemaximum werd bereikt op 25/03, met 12 ex. te Sint-Agatha-Rode/Groot­ broek, 2 ex. te Neerijse/Grote Bron en 2 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef, S. Peten). Vanaf 6/04 werd de soort ten Z van Leuven enkel nog te Neerijse/Grote Bron genoteerd (versch. waarn.), met het laatste mannetje op 12/04 {J. Nysten). Ten N van Leuven verbleef een mannetje tot minstens op 20/05 te Kessel-Lo/ Leopoldspark (B. Markey, R. Guelinckx).

Pijlstaart Anas acuta Tijdens de maand maart en tot op 20 april 2003 verbleven er continu Pijlstaarten in de streek. Het maartmaximum bedroeg 8 ex. op 15/03 (5 ex. te Oud-Heverlee/ N en 3 ex. te Neerijse/Grote Bron;· B. Nef). Op 12/04 zat er nog telkens een kop­ pel te Neerijse/Grote Bron en in de Doode Bemde (J. Nysten, B. Saveyn, B. Nef). Vanaf dan bleef enkel nog een koppel ter plaatse op de Grote Bron (K. Mor­ eau, B. Nef, B. Creemers, J. Nysten, W. Claes). Ze werden hier voor 't laatst ge­ zien op 20/04 (B. Nef).

Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis 11/04

co 13u45 1 m te Oud-Heverlee/Z, tegen de pitrussen aan, blijft enkele

minuten zichtbaar alvorens tussen de vegetatie te verdwijnen (K. Moreau) (zie artikel elders in dit nummer)

Zomertaling Anas querquedula Eerste waarnemingen: 16/03

1 m te Florival/Z (B. Nef)

19 /03

2m 1 v te Neerijse/Kliniekvijvers (B. Nef) 51


Vogels Vanaf 21 /03 tot op 23/04 werden Zomertalingen in de zuidelijke Dijlevallei quasi dagelijks waargenomen, met maxima van 6 ex. op 30/04 (1m1v te Oud-Heverlee/ N, 3m1v te Neerijse/ Kliniekvijvers; M. Walravens) en 7 ex. op 05/04 {4m3v te Oud-Heverlee; F. Fluyt). Op 23/04 zat er nog slechts 1m te Oud-Heverlee/N {G. Vandermeulen) en het was wachten tot op 24-25/05 vooraleer hier terug 1 m verbleef (J. Nysten, B. Net}. Buiten de Dijlevallei werd de soort genoteerd te Heverlee/ Abdij van Park (2m 1 v op 23/04; K. Moreau) en te Kessel-Lo/ Leopoldspark ( 1 v op 24-27/03, met 2v op 26/03; B. Markey). Spijtig genoeg kon­ den ween nergens broedaanwijzingen bekomen worden. Kuifeend Aythya fuligula

x

Tafeleend Aythya ferina

1m te Neerijse/Grote Bron (J. Nysten, B. Net, K. Van Scharen, F. Fluyt, M. Walravens) De vogel maakte af en toe uitstapjes: 05/03 1 m te Oud-Heverlee/N (E. Le Docte, F J Meerman) 31/03 1 ex. te Oud-Heverlee/Zoete Waters (B. Nef) 13/04 1 m te Oud-Heverlee/N (J. Nysten, B. Saveyn, B. Net) Op 31 /05 verscheen de vogel terug te Oud-Heverlee/N (B. Nef). 01/03-20/04

Brilduiker Bucephala clangula

15/03 16/03

2m te Neerijse/Grote Bron (B. Nef, K. Van Scharen, J. Nysten, M. Bekkers, K. Moreau) 1m te Neerijse/Grote Bron {M. Walravens, B. Nef)

Nonnetje Mergel/us albe/lus

01/03 02-03/03

2ml Ov te SAR (J. Nysten, B. Net, L. Hendricďż˝ A. Smets, A. Boeckx} 2m8v te SAR (B. Net, M. Walravens, E. Toorman, F. Claerbout)

Grote Zaagbek Mergus merganser

17/03 's avonds 1 v/imm over Leuven (J. Mergeay) 21/03 l v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (S. Peten) 22-23/03 1m1 v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef e.a.) Kwartel Coturnix coturnix

1 zp te Duisburg (F. Fluyt) 10/05 tss 16u15 en 17u 4 roepposten op het plateau Leefdaal-Korbeek-Dijle (K. Moreau) Op het plateau te Leefdaal worden vervolgens nog roepende Kwartels gehoord op 17/OS (S. Bouillon), 18/0S (F. Fluyt), 2S/05 (F J Meerman} en 27/OS (3 ex.; K. Moreau). 27/04

52


Vogels

Geoorde Fuut Podiceps nigricollis 25 en 30/03, 11 /04 1 ad zomerkleed te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek ( S. Peten, B. Nef, B. Saveyn}

Aalscholver Phalacrocorax carbo sinensis T ijdens vorige voorjaren werd in het Dijleland al wel eens een Aalscholver opge­ merkt die rondvloog met takken of zelfs één die een tak aanbood aan zijn uit­ verkoren partner. Net zoals twee jaar terug in de Doode Bemde kwam het dit jaar weer tot nestbouw, te Sint-Agatha-Rode deze keer. Eind februari werd in het Grootbroek immers een nestbouwend koppel opgemerkt (versch. waarn.}. Ook nu bleef het broedgeval echter zonder resultaat, op 23/03 werd voor de laatste keer een broedend ex. waargenomen. Vanaf dan verbleven nog slechts enkele ex. te Sint-Agatha-Rode, maar die besteedden geen aandacht aan het nest.

Purp�rreiger Ardea purpurea Twee meldingen werden ontvangen: 04/05 1 ex. vrij laag over Bertem/plateau (S. Bouillon) 06/05 1 ad laag naar W over Kessel-Lo/Leopoldspark {B. Markey)

Grote Zilverreiger Casmerodius albus De periode maart - mei 2003 was nog goed voor 60 doorgegeven waarnemin­ gen van Grote Zilverreigers in de Dijlevallei. Op 1 /03 werden voor de laatste keer dit voorjaar met zekerheid 3 ex. waargenomen in het gebied tussen Sint­ Agatha-Rode/Grootbroek en Pécrot (F. F luyt, B. Nef). Tot op 9/03 werden hier nog enkele keren 2 ex. samen gezien, namelijk op 4, 8 en 9 /03 (B. Nef, F. F luyt). Vanaf dan volgden er tot begin april verschillende dagen met meerdere waar­ nemingen op verschillende plaatsen (versch. waarn.), maar uitsluitende waar­ nemingen van meerdere ex. samen werden enkel nog bekomen op: 24/03

2 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (A. Smets)

05/04

2 ex. in de Doode Bemde (S. Horemans, T. Roels}

Later werden enkel nog solitaire individuen gezien. De laatste Grote Zilverreiger zat op 10/05 in de Doode Bemde (B. Nef}. Ook in de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem/Erps-Kwerps werd de soort weer waargenomen, namelijk 1 ex. van 10 tot en met 20/03 (J Rutten, J. Mergeay, M. Depauw, R. Guelinckx}. ..

53


Vogels

Roerdomp Botaurus stellaris 08/03

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef) 1 ex. te Florival/Z (B. Nef)

15/03 27-29/03 1 ex. te Neerijse/Grote Bron (terreinploeg Doode Bemde) 30/03 1 ex. in de Doode Bemde, langs de zuidelijkste vijver (P. De Becker)

Ooievaar Ciconia ciconia 04/03 06/03

1 ex. naar N over Oud-Heverlee/N (W. Desmet) om 1Ou251 ex. naar N over Oud-Heverlee/N (G. Meeus)

07/03

1 ex. naar N over Oud-Heverlee/N (W. Desmet)

13/03

rond 16u30 min. 1 ex. over Leuven/Diestsestraat

14/03

om 12u20 cirkelt 1 ex. boven Neerijse/waterzuiveringsstation (

(J.

Bogaert)

D. Vanderlinden) 22/03 24/03

3 ex. naar N over Oud-Heverlee/Z (B. Nef) om 1Ou1O 1ex. over de Doode Bemde (A. Smets)

30/03

om 11u30 10 ex. naar N over Neerijse/Grote Bron

(K.

Van Scharen,

Natuurpunt Brussel), dezelfde groep om 12u09 over Leuven (R. Guelinckx), om 18u30 3 ex. hoog boven de Doode Bemde (P. De Becker)

(K. Moreau)

13/04

om 14u45 1 ex. naar Zover Haasrode

03/05

1 ex. over Oud-Heverlee/Z (B. Nef)

20/05

om 17u45 1 ex. hoog over Bertembos (richting P lanckendael?) (F. Vandekeybus)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 21/04

om 1Ou 2 ex. over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (2 Waalse vogelkijkers)

11/05

rond 19u30 1 ex. boven de Dijlevallei, valt in te Oud-Heverlee (F. F luyt)

Ooievaar sp. Ciconia sp. 15/03

om 1Ou452 ex. naar N over W inksele/Manhattan-studio's

(E. Le Docte)

Wespendief Pernis apivorus Aprilwaarnemingen: 21 /04

om l 3u15 1 ex. naar NW over Haasrode/Blandenstraat

27/04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx)

(K. Moreau)

In mei werden 14 waarnemingen genoteerd. Duo's waren er op 24/05 te Sint­ Agatha-Rode (L. Hendrickx) en op 31/05 te Neerijse/Grote Bron (B. Nef). Balts werd waargenomen te Sint-Agatha-Rode op 11, 17 en 18/05

54

(J. Nysten).


Vogels

Rode Wouw Milvus milvus 03/03 19/04 26/04

gedurende 5 min 1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Claerbout) om 16u 1 ex. naar N over Oud-Heverlee/Z (L. Hendrickx)

06/05

om l 9u30 l ex. naar N over Leefdaal/plateau (K. Moreau)

om 11uso 1 ex. naar ZW ten0 van Kortenberg (M. Depauw)

Zwarte Wouw Milvus migrans 25/04

om 6u45 1 ex. rustig naar NO over Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

27/04

l ex. te Oud-Heverlee (E. Branquart, Jeunes et Nature)

02/05

l ex. naar N over Korbeek-Dijle/telpost (F. Fluyt, A. Boeckx)

04/05

om 13u 1 ex. over Oud-Heverlee/N (S. Goethals, L. Deschampelaere), om l 4u30 1 ex. naar O over Oud-Heverlee/Z (Blanchy), om 15u 2 ex. te Sint-Agatha-Rode (L. Hendrickx, B. Nef), om 15u50 l ex. naar 0 over Bertem/plateau en vervolgens.naar Z boven de Dijlevallei (F. Fluyt, F. Vandeputte, K. Moreau)

12/05

om 12ul 5 1 ex. over Meerbeek/pompstation (A. Smets)

18/05

1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

20/05

om 18u15 2 ex. naar Z over Bertembos

26/05

1 ex. over Neerijse/Tersaert (G. Bleys,

F.

(F.

Vandekeybus)

Geenen)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus Eerste waarnemingen: 1 ex. hoog naar N over Sint-Agatha-Rode (F. Fluyt, B. Net) 29/03 05/04

1 ad v laag naar N over Korbeek-Dijle/Oud-Heverlee (F. Fluyt)

Vervolgens werden verspreid over de periode 12/04 - 11/05 nog 24 ex. geno­ teerd. Het enige duo vloog op 19/04 over Oud-Heverlee/N (K. Van Scharen) en een trio op 13/04 over Haasrode (K. Moreau).

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In totaal werden voor de periode maart - mei 2003 16 waarnemingen van Blauwe Kiekendieven ontvangen. Tien waarnemingen vielen verspreid over de maand maart, met drie mannetjes: 04/03

1 m te Bertem/grote radar (E. Le Docte)

16/03

1m naar0 over de Doode Bemde (J. Nysten)

29/03

1 ad m te Korbeek-Dijle/plateau (F. Fluyt)

In de derde decade van april en de eerste van mei volgden deze gevallen:

(F.

21/04

1 ad v jagend te Korbeek-Dijle/plateau

27/04

1v naar0 over Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

05-06/05

's avonds 1 jagend v te Leefdaal/plateau (met donkere onder­

Fluyt)

vleugels) (F. Fluyt, K. Van Scharen, K. Moreau) 08/05

1 v ter plaatse te Bertem/plateau (S. Bouillon) 55


Vogels

Een laatste laat vrouwtje werd op 18/05 jagend opgemerkt te Bertem/Helle­ gracht (K. Moreau, J. Nysten, F J Moerman e.a.), zij aan zij met een vrouwtje Grauwe Kiekendief.

Grauwe Kiekendief Circus pygargus Er werden 4 waarnemingen van Grauwe Kiekendieven ontvangen: 1v hoog naar N over Bertem/plateau (S. Bouillon) 20/04 05/05

's avonds 1 jagend v te Leefdaal/plateau (F. F luyt}

16/05

om 16u30 1m naar N over Terlanen (H. Roosen) om 13u30 1 jagend v te Bertem/Hellegracht (K. Moreau, J. Nysten, F J

18/05

Moerman e.a.)

Kiekendief sp. Circus sp. 18/04 20/04

2v te Leefdaal/plateau, voorkeur Blauwe (B. Creemers) 1v te Leefdaal/plateau, voorkeur Blauwe (G. Bleys, F. Geenen)

04/05

1 ex. boven Duisburg, voorkeur voor Grauwe (F. F luyt)

Arend sp. Aquila sp. 01/05

1 ex. naar NW over Sint-Agatha-Rode, beantwoorde meest aan Bastaardarend Aquila clanga (J. Nysten) ·

Visarend Pandion ha/iaetus P.

04/04

om 17u26 1 ex. naar N over Egenhovenbos (R. Guelinckx,

09/04

rond de middag 1 ex. naar Z over Oud-Heverlee/Z (W. Desmet} om 18u30 1 ex. vanuit W /NW naar Z over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek,

10/04

Lorent)

keert zich vervolgens om en verdwijnt weer naar N (H. Roosen} 12/04

om 11u30 1 ex. naar N over Oud-Heverlee/N (K. Van Scharen, J. Nysten, B. Saveyn, K. Moreau)

13/04

om 14u 1 ex. naar N over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Net), om 14u50 1 ad naar N over Haasrode (K. Moreau)

(P.

14/04

om l 5u45 1 ex. boven de Doode Bemde

16/04

rond l 3u 1 ex. cirkelend boven Oud-Heverlee/N&Z, vangt uiteindelijk

V ranckx}

te OHZ een vis (W. Desmet} 18/04

om 17u30 1 ex. naar N over Neerijse/Grote Bron (B. Creemers}, om 17u45 dezelfde vogel naar N over Oud-Heverlee/Z (B. Saveyn, M. Schurmans, W. Desmet, S. Horemans, K. Moreau,

P.

Collaerts}

19/04

1 ex. naar N over de Doode Bemde (B. Nef)

26/04

l ex. te Oud-Heverlee/N (B. Net}

27/04

1 ex. over de Doode Bemde (B. Vercoutere}, 1 ex. over Sint-Agatha­ Rode (E. Branquart, Jeunes et Nature)

01/05

1 ex. over Neerijse/Grote Bron (F. F luyt}

56


Vogels

Smelleken Fa/co columbarius 16/03

om 13u31 1 jagend v te Leefdaal/plateau (K. Moreau} 1m naar N over SAR (B. Net), 1 ex. te Terlanen (E. Le Docte, F J Meer­

06/04

man) rond 18u50 1 ex. naar N over Oud-Heverlee/Z (K. Moreau, M.

14/03

Schurmans) 12/04

1 ex. opvliegend te Bertem/Zwanenberg (F. Geenen, G. Bleys, H. Bleys)

26/04

's ochtends 1 ex. langs Gasthuisberg (G. Meeus}

Slechtvalk Fa/co peregrinus

l 0/04

1 jagend ex. over Leuven richting Heverlee (R. Guelinckx) om 15u03 1 ex. boven Leefdaal/Weebergbos (K. Moreau) rond 15u30 1 ex. boven Leuven/centrum (K. Moreau)

13/04 18/05

om 18u 1O 1 ex. naar 0 over Sint-Agatha-Rode (K. Moreau) tss 14u en 1 Su 1 jagende ad boven Neerijse/Ganzemansstraat

09/03 06/04

(K. Moreau)

Porseleinhoen Porzana porzano Ondanks verwoede nachtelijke pogingen van meerdere gedreven vogelaars werd in de Doode Bemde slechts zeer sporadisch een Porseleinhoen gehoord (tweede helft mei) (P. De Becker).

Kraanvogel Grus grus 01/03

om 14u20 22 ex. over Sint-Agatha-Rode (med. L. Hendrickx}

04/03

om 17u05 75 à 80 ex. naar NO over Heverlee/Leuven

05/03

om 15u55, 17u en 17u03 min. 70 ex. eerst over Oud-Heverlee/N (B.

(T.

Roels}

Creemers), vervolgens over Heverlee/Sportkot (J. Lambrechts) en dan over Leuven (M. Depauw} 06/03

om 3u 3 kleine groepen oud over Wilsele-Putkapel (W. Rommens)

07/03

6 ex. over Leuven, blijven even boven Kleine Begijnhof cirkelen

(E.

Lambrecht) 02/04

om 22u30 een groep oud naar NO over Heverlee/Korbeek-Losestraat (W. Claes)

Net ten Z van de taalgrens pleisterde op 22-23/03 1 ad te Gastuche/les grands prés (B. Nef).

Zilverplevier Pluvialis squatorola 03/05

1 ex. in zomerkleed pleisterend op akker te Bertem-Leefdaal/Brede­

weg, later door tractor opgejaagd en hoog kringend uit het zicht verdwenen (F. Fluyt, K. Van Scharen) Het betreft hier het achtste gekende geval van deze soort voor het Dijleland en 57


Vogels

het eerste in 25 jaar {na 1-3 ex. van 7 tot 28/10/79 te Oud-Heverlee). Van de 8 gevallen vielen er drie in het voorjaar (maart 1, mei 2), 4 in het najaar (septem­ ber 2, oktober 2) en 1 in de winter (december).

Goudplevier Pluvialis apricaria 04/03

tss 13u en 13u 1O min.122 ex. ( 16+20+39+47 ex.) over Leuven/ Peterselie gang {F. Van de Meutter)

10/05

rond 15u 1 ex. oud te Korbeek-Dijle/telpost {K. Moreau}, later hier 1 ex. rondvliegend, ingevallen maar niet meer teruggevonden (nog wel gehoord} {L. Hendrickx, A. Boeckx)Het betreft hier de eerste mei­ waarneming voor de streek sinds min. 1975.

Kleine Plevier Charadrius dubius Eerste waarnemingen: 20-22/03 max. 3 ex. te Terlanen/Bilande 22/03

(S.

Peten, F. Vandeputte)

1 ex. te OHZ (B. Nef)

In totaal werden nadien 56 waarnemingen van groepjes van 1 à 3 ex. ontvan­ gen, vooral afkomstig van Terlanen/Bilande en de natte weilanden van Oud­ Heverlee. Op 15/04 werd een ex. gezien te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau). Broedgegevens: Reeds op 25/03 baltsten de Kleine Plevieren van Terlanen en diepten ze een nestkuiltje uit (H. Roosen}. Toch duurde het tot op 4/05 vooraleer echt gebroed werd (H. Roosen). Op 12/05 werd het koppel hier echter voor de laatste maal waargenomen. Op 17 /05 werd net ten Z van onze regio broedgedrag vastge­ steld op de fabrieksterreinen van Tudor te Archennes (F. F luyt).

Scholekster Haematopus ostralegus 03/04 13/04 12/05 15/05

1 ex. te Oud-Heverlee/N (S. Peten) 1 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef} 1 ex. over T ildonk - Herent (P. Luyten) 1 ex. te Tervuren/Park (L. Anseaume}

Bonte Strandloper Calidris alpino 21 /03

1 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet, S. Peten, K. Moreau, B. Creemers}

25/03

1 ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen, S. Peten, F. Vandeputte} 1 ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen)

02/04

05-06/04 1 ex. te OHN (B. Nef, K. Moreau, L. Hendrickx, M. Walravens)

58

-


Vogels

Kleine Strandloper Calidris minuta 09/05

vanaf 1 Su20 1 ex. in voorjaarsrui te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx, K.

Moreau, M. Schurmans, B. Creemers, F. Fluyt, K. Van Scharen, J. Nysten), wordt om 20u niet meer waargenomen

(A.

Boeckx, S. Horemans)

Het gaat hier om de 13° waarneming van Kleine Strandloper voor het Dijleland en de vierde voorjaarswaarneming (maart 1, april 1, mei 2).

TemminckS Strandloper Calidris temminckii 09/05

vanaf 11u30 4 ex. te Oud-Heverlee/Z (L. Hendrickx, B. Creemers, K.

Moreau, M. Schurmans,

A.

Boeckx, S. Horemans, F. Fluyt, K. Van Scharen)

Deze vogels vormen het vijfde geval van de soort voor het Dijleland, na een ex. ook te Oud-Heverlee op 12/05/02.

Regenwulp Numenius phaeopus De eerste pleisterende Regenwulp voor het Dijleland en tevens de vroegste voor V laams-Brabant werd op 5/04 om 8u30 foeragerend aangetroffen in de komgronden te Oud-Heverlee/Z - Korbeek-Dijle (F. Fluyt). Later werd hij terugge­ vonden in weilanden te Korbeek-Dijle (F. Fluyt, K. Van Scharen, J. Nysten). De vogel bleef vervolgens in de buurt pleisteren tot op 14/04 (versch. waarn.). De tweede en derde pleisteraar volgden al gauw, want van 19 tot 21/04 wer­ den te Oud-Heverlee/Z 2 Regenwulpen teruggevonden (B. Creemers, F. Fluyt, B. Net, M. Schurmans, W. Desmet, J. Nysten, B. Creemers). Uiteindelijk werd ook op 24/04 (M. Schurmans) en op 28/04 (W. Desmet) nog een ex. gezien te Oud­ Heverlee.

Grutto Limosa limosa 15/03

rond 16u20 1 ad zomer cirkelend boven Wilsele/N vliegend, vindt geen geschikte invalplek en trekt na enkele minuten verder naar N (K. Mor­ eau, K. Van Scharen, M. Bekkers, J. Nysten)

09/05

vanaf de middag 7 ad zomer te Oud-Heverlee/N (B. Creemers, L. Hendrickx, K. Moreau, M. Schurmans, F. Fluyt, A. Boeckx, S. Horemans, J. Nysten)

Zwarte Ruiter Tringa erythropus 20-23/03 1 ad win te Oud-Heverlee/N (W. Desmet, K. Moreau, B. Creemers, S. Peten, H. Roosen, J. Nysten, M . Walravens, B. Nef, L. Hendrickx) 06/04

1 ad win te Florival/Veeweidevijver (K. Moreau)

20/04

1 ad (bijna in zomerkleed) te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx, S. Horemans, M . Tomballe, D . Vanderlinden, F. Fluyt, J. Nysten, B. Nef)

12/05

1 ex. te Oud-Heverlee/Z

(A. Smets)

59


Vogels

Tureluur Tringo totonus 20/03 2 ex. te Terlanen/Bilande (S. Peten, F. Vandeputte) 21-22/03 1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, B. Creemers, S. Peten, W. Desmet, 25/03

H. Roosen, J. Nysten, M. Walravens, B. Nef) 1 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef)

04-06/04 1 ex. te Oud-Heverlee/N (R. Guelinckx, P. Lorent, B. Saveyn, Nysten, B. Nef, L. Hendrickx, M. Walravens)

F.

F luyt, J.

11-14/04 1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, J. Nysten, B. Saveyn, B. Nef, L. Hendrickx, M. Schurmans) 22/04 26/04 09/05

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Schurmans, W. Desmet) 1 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef) 1 ex. te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx, K. Moreau, B. Creemers, M. Schurmans, A. Boeckx, S. Horemans, F. Fluyt, K. Van Scharen, J. Nysten)

Groenpootruiter Tringa nebularia Eerste waarneming: 17/04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans)

Vanaf deze datum kon de soort onafgebroken tot op het einde van de behan­ delde periode verwacht worden, er werden 77 waarnemingen ontvangen (versch. waarn.), grotendeels afkomstig van de natte weilanden van Oud­ Heverlee. Op 23/04 werden hier maximaal 13 ex. waargenomen (L. Hendrickx, S. Horemans, K. Moreau, M. Schurmans, B. Saveyn) en op 26/04 tot 14 ex. (B. Net). Andere waarnemingsplaatsen waren de Doode Bemde met 5 ex. op 23/ 04

(F.

Fluyt) en 3 ex. op 25/04 (M. Schurmans, P. Vranckx) en Neerijse/Grote Bron

met 1 ex. op 26/04 (B. Net). Op 18/05 werden te Oud-Heverlee voor 't laatst 4 ex. gezien (S. Horemans), tot het einde van de mei bleef 1 ex. pleisteren in de zuidelijke weilanden (F. F luyt, J. Nysten, B. Net, S. Horemans).

Poelruiter Tringa stognotilis 18-20/04 1 ad overgangskleed te Oud-Heverlee/N (A. Smets e.v.a.) Na een Poelruiter op 23/04/84 te Florival en één op 06/05/90 te Neerijse/Kliniek­ vijvers is dit het derde geval van deze soort voor het Dijleland.

Bosruiter Tringo gloreolo Opvallend vroege Bosruiters dit voorjaar: 13/04

rond 13u 1 ex. te Oud-Heverlee/N (J. Nysten)

16-17/04 1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Van Scharen, M. Schurmans) 20-23/04 2 ex. te Oud-Heverlee/N&Z (L. Hendrickx, M. Tomballe, D. Vanderlinden, J. Nysten, S. Horemans, F. Fluyt, M. Schurmans, W. Desmet, K. Moreau,

B. Saveyn) 21 /04

om 12u 1 ex. roepend naar N over Sint-Agatha-Rode

26/04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef)

60

(F.

Fluyt)


Vogels

's namiddags kortstondig 3 ex.te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx) 27/04 2 ex. te Oud-Heverlee/Z (B. Creemers, B. Net, K. Moreau) 03-04/05 05, 08 en 10/05 1 ex. te Oud-Heverlee (A. Smets, F. Fluyt, B. Saveyn, K. Moreau, B. Creemers, G. Louette), hier later op de dag 3 ex.

(L.

Hendrickx,

A. Boeckx) 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (FJ Meerman)

11/05

Bokje Lymnocryptes minimus 02/03

nog steeds 1 ex. te Veltem-Beisem/Molenbeekvallei

15/03

1 ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen)

25/03

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (S. Peten)

06/04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

(J.

Wellekens)

Kemphaan Philomachus pugnax 15-16/03

5v te Terlanen/Bilande (H. Roosen, F. Vandeputte, F. Fluyt)

17-18/03

8 ex. te Terlanen/Bilande (F. Vandeputte, F. Fluyt, S. Peten)

20/03

9 ex. te Terlanen/Bilande (S. Peten, F. Vandeputte)

21-22/03

1 ex. te Terlanen/Bilande (S. Peten, E. Le Docte, H. Roosen, W. Desmet,

21/03

J.

Nysten)

7 ex. in de Doode Bemde (1m) (P. De Becker), 1 v te Oud-Heverlee/N (S. Peten, K. Moreau, B. Creemers, W. Desmet)

22-25/03

2 ex. te Oud-Heverlee/N (J. Verliefden, B. Nef, L. Hendrickx, W. Desmet, K. Moreau, M. Schurmans, B. Saveyn)

23/03 28 en 29/03

2 ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen) resp. 1v en 1m te Oud-Heverlee/N (W. Desmet, M. Schurmans)

05/04

1 ex. te Terlanen/Bilande (F. Vandeputte)

06/04

4 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

08-10/04

5 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet, M. Schurmans, B. Creemers, S. Horemans, S. Peten)

13/04

1 v te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, L. Hendrickx, M. Schurmans, B. Nef)

22/04

1 v te Oud-Heverlee/N&Z (M. Schurmans, W. Desmet, L. Hendrickx, K. Moreau, B. Saveyn)

Griel Burhinus oedicnemus Eerste waarneming voor het Dijlelandl 05-06/05 1 ex. op het plateau Leefdaal - Korbeek-Dijle (F. Fluyt e.v.a.) (zie artikel elders in dit nummer).

Dwergmeeuw Larus minutus 19/04 vanaf 17u 6 ad zom + 1 juv pleisterend te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx, B. NĂŞf, F. Fluyt) 61


Vogels

Pontische Meeuw Larus cachinnans 02/03

1 ad te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (M . Walravens)

17/03

1 ad te Oud-Heverlee/N (K . Moreau)

Zwรกrte Stern Chlidonias niger 20/04

's ochtends 1 ex. kortstondig te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, dan verder naar NO (F. Walterus)

26/04 17/05

5 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef) rond 16u kortstondig 3 ex. te Oud-Heverlee/N (L . Hendrickx)

Zomertortel Streptopelia turtur 28/04 29/04

1 ex. over Oud-Heverlee/Z (A. Smets) 1 ex. ter plaatse te Heverlee/Bremstraat (G . Bleys)

02/05 10/05

1 zp te Oud-Heverlee/Z (A. Smets)

17/05 27/05

2 zp te Florival/Z, 2 zp tussen Oud-Heverlee en Korbeek-Dijle

(F.

Fluyt)

3 zp te Florival (F. Fluyt) 1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Veeweidestraat (K. Moreau), 3 ex. over de Doode Bemde (H. Roosen)

Velduil Asio flammeus 20/04

rond 9u 1 ex. op het plateau te Korbeek-Dijle (G. Bleys, F. Geenen)

Hop Upupa epops 07/05

's ochtends 1 ex. te Overijse/Zavelborre (F. Vandeputte)

Draaihals Jynx torquil/a 22/04

1 ex. in tuin te Heverlee/Groenstraat (A. Verboven, F. Fluyt)

Boomleeuwerik Lul/ulo arborea 02/03

's voormiddags min. 15 ex. te Heverleebos/Den Rooi (H. Blockx, J. Verliefden)

04/03

1 ex. over Leuven/Peterseliegang (F. Van de Meutter)

05/03

1 ex. over Leuven/stadspark (F. Van de Meutter)

07/03

2 ex. naar 0 over Leuven/stadspark (F. Van de Meutter)

16/03

om 12u20 1 ex. over Heverlee/Kerspelstraat (K. Moreau)

Engelse Kwikstaart Motacilla flavissima 02-03/05 1m pleisterend te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, A . Boeckx, A. Smets, K. Van Scharen}

62


Vogels

1m pleisterend te Leefdaal/plateau {F. Vandeputte) 08/05 Dit betreft de 9° (en 10°?) waarneming van deze soort in het Dijleland.

Noordse Kwikstaart Motacilla thunbergi 01 /05

min. 3m2v te Winksele (in groepje van 7 'gele' Kwikken) (J. Vanautgaerden)

02/05

min. 11 ex. pleisterend te Korbeek-Dijle/telpost (F. Fluyt, A. Boeckx, A. Smets)

03/05

min. 19 ex. pleisterend te Korbeek-Dijle/telpost, 1 koppel te Bertem/ AKW (F. Fluyt, K. Van Scharen), 1 ad m te Haasrode/zandgroeve (K.

04/05

Moreau} min. 25 ex. pleisterend te Korbeek-Dijle/telpost (F. Fluyt, K. Moreau)

09/05

1 zeker ad m te Haasrode/zandgroeve+ 1 zeer waarschijnlijk ex. (met donkere kop, veel donkerder dan bij de aanwezige mannetjes f/ava, witte wenkbrauw enkel achter oog) (K. Moreau)

12/05

2 ex. te Terlanen/Bilande (F. Vandeputte)

21/05

nog steeds het verdachte mannetje te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau, B. Saveyn, M. Schurmans)

Duinpieper Anthus campestris 28/04

1 ex. op braakakker ten Z van Heverlee/Abdij van Park, eerst rond 16u auditief, rond 16u30 ook visueel (K. Moreau)

08/05

kortstondig 1 ex. ter plaatse te Leefdaal/plateau, dan verder naar N, mogelijk verder weer ingevallen (S. Bouillon)

Boompieper Anthus trivia/is 08/04 13/04

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Rodebos (J. Mergeay) rond 16u30 1 ex. naar N. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau) 14-20/04 meerdere trekkers over Heverlee en Bertem (G. Bleys) 16/04

1 ex. in struikje· te Terlanen/Bilande (F. Vandeputte)

18/04 21/04

1 zp te Oud-Heverlee/Z (A. Smets) 1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans), 1 ex. over Sint-Agatha-Rode (F. Fluyt)

25/04

om 14u30 2 ex. in een boom te Oud-Heverlee (S. Peten}

05/05

2 ex. over Oud-Heverlee (A. Smets)

10/05

2 ex. te Sint-Agatha-Rode/Rodebos (H. Roosen}

25/05

1 zp te Haasrode/Blandenstraat (K. Moreau}

Waterpieper Anthus spinoletta (43) Laatste waarneming op 21/04 met enkele ex. te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans).

63


Vogels

Klapekster Lanius excubitor 03/03

tss 15u40 en 16u30 te Heverleebos/ Rooi (S.Horemans)

05/03

l ex. te Heverleebos/Rooi (J.Verliefden} om 12u 1 ex. in de Doode Bemde (E. Macquoy} 07/03 08-09/03 1 ex. te Oud-Heverlee/Rooi (J. Nysten, E. Toorman} 30-31/03 1 ex. in de Doode Bemde (P.De Becker)

Pestvogel Bombycilla garrulus rond 14u worden 3 ex. ontdekt te Haasrode/Blandenstraat {M. Van 30/03 Ermen, G. Plattau), de vogels blijven tot aanwezig het donker aanwezig {K. Moreau, H.Blockx, H. Dierickx, F.Fluyt, K.Van Scharen, B. Nef, B. Creemers, B. Saveyn, L. Hendrickx)

Witsterblauwborst Luscinia svecica cyanecula Op 16/03 werd in de Doode Bemde het eerste ex.voor 2003 opgemerkt {P. De Becker, B. Nef}. Het duurde tot op 27/03 vooraleer hier met zekerheid meerdere ex. te vinden waren {3 zp; B. Nef). In totaal werden dit voorjaar 12 territoria gekarteerd in de Dijlevallei { 1 te Oud­ Heverlee/Z, 9 in en rond de Doode Bemde, 2 te Sint-Agatha-Rode) (versch. waarn.). Op 21/03 werd in de Doode Bemde een mannetje gezien zonder enig wit in de blauwe borst, zoals een L.s. magna!! {S. Peten).

Nachtegaal Luscinia megarhynchos 16/04

rond 15u 1 ex. visueel in lage struiken ten Z van Heverlee/Abdij van Park (K. Moreau)

16-18/05 1 ex. enkele keren visueel en auditief te Bertem/Hellegracht (K. Moreau} 21/05 om iets voor au 2 zp te Erps-Kwerps/Silsombos (A.Smets, FJ Meerman, E. Le Docte}

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus 18/04

1 zingend m te Sint-Joris-Weert/Appelfabriek (J. Butaye)

23/04

1 m ten 0 van Oud-Heverlee/Z (J. Menten)

28/04

1 zingend m te Sint-Agatha-Rode/Hoekstraat (A. Smets}

10-17/05

1 zp te Oud-Heverlee/Vaalbeekstraat 1 koppel te Florival/Z {K. Moreau)

27/05

(T. Roels}

Roodborsttapuit Saxico/a rubicola 16/03

l v in de Doode Bemde (J. Nysten}

29-30/03 l m te OHN, ook zingend {W. Desmet, L.Hendrickx, B. Nef, F. Vandeputte)

64


Vogels

13/04

1 zp te Korbeek-Dijle/plateau (K . Moreau)

10/05

2 koppels te Kwerps/Vallei van de Zuurbeek (M. Depauw)

Groenlandse Tapuit Oenanthe oenenthe leucorhoa 25/04

1m te Huldenberg/plateau, in 't gezelschap van een 1gewoon' m

(F. Fluyt) In vorige jaren werden reeds 1O vogels van deze ondersoort geringd door Ring­ groep Leuven, maar het is de eerste keer dat een ex. bij een veldwaarneming gedetermineerd kan worden.

Beflijster Turdus torquatus 15/04

rond 10u30 4m te Heverlee/Bremstraat (G . Bleys), in de late namiddag

hier 2m 1v {W. Desmet, H . Roosen), om 20u 10 1m te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

Cetti's Zanger Cettia cetti Op 4/05 werd rond 11 u 1 zp ontdekt langs de spoorweg in de Doode Bemde (S . Goethals). Vanaf ca 20u werd de vogel terug gehoord (B. Nef, K. Moreau, A. Smets, M. Walravens, J. Nysten, F. Fluyt). Het gaat hier om de eerste waarne­ ming in de Dijlevallei sinds 1978. De Cetti's Zanger bleef nog minstens tot eind mei aanwezig (M. Schurmans, F. Fluyt, K. Moreau, B. Nef e.a.).

Spotvogel Hippo/ais icterina 09/05

1 zp te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

half mei 2 zp te Leefdaal/Brede Weg, 1 zp in de DB (langs dreef) (F. Fluyt) 26/05 27 /05

4 zp rond Neerijse/Tersaert (G. Bleys, F. Geenen) 1 zp te Neerijse/Ganzemansstraat, 1 zp te Florival/Z (K. Moreau), 1 ex.

in de Doode Bemde (H. Roosen) 28/05

1 zp te Leuven/Naamsestraat {B. Saveyn)

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus 10 en 16/04

1 zp te Oud-Heverlee/Z (M. Schurmans, W. Desmet)

14/04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans}

27/05

1 zp te Florival/Z, 1 zp te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

Braamsluiper Sylvia curruca 2003 blijkt een Braamsluiperrijk voorjaar in petto te hebben, met volgende waar­ nemingen: 28/04

1 zp te Oud-Heverlee/Z (A. Smets)

02-04/05 1 zp te Leefdaal/Grensstraat (A. Smets) 05-23/05 1 zp te Leuven/parking Kolenmuseum (F. Volckaert, K. Moreau, F. Van 65


Vogels

06/05 09/05 10/05 25/05 29/05

de Meutter, W. Desmet} 1 zp te Leuven/stadspark (F. Van de Meutter} 2 zp te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau) 1 zp te Bertem/Koeheide (A. Verboven) 1 zp te Haasrode/Blandenstraat (K. Moreau) 1 zp bovenaan de parking te UZ Gasthuisberg (G. Meeus)

Fluiter Phylloscopus sibilatrix Enige waarneming: 1 zingend ex. in de wilgentoppen te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt) 24/05

Grauwe Vliegenvanger M uscicapa straita 30/04

1 ad te Leuven/parking Kolenmuseum (K. Moreau)

04/05

1 territorium in tuin Veldweg Huldenberg (F. Fluyt, A. Verboven, met, B. Creemers, W. Leers, J. Nysten)

W. Des

22-23/05 1 ad te Leuven/parking Kolenmuseum (K. Moreau, F. Van de Meutter)

Buidelmees Remiz pendulinus 25/03

1 ex. naar N over OHN (B. Nef)

Wielewaal Oriolus oriolus Eerste data van alle ingestuurde locaties: 02/05 1 zp te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (A. Smets) 04/05 09/05 10/05 15/05

1 zp in de Doode Bemde (B. Nef) 1 ex. te Oud-Heverlee (W. Claes) 2m1v te Neerijse/Grote Bron (F. Fluyt), 1 zp te Sint-Agatha-Rode/Rode­ bos (H. Roosen) 1 ex. oud te Heverlee/Militair Domein (K. Moreau)

Keep Fringil/a montifringilla Laatste waarnemingen: 09/03

enkele ex. in groep V inken in Heverleebos

21/03

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (B. Creemers)

(E. Toorman)

Europese Kanarie Serinus serinus 14/04

1 zingend m in tuin te Heverlee/Groenstraat (A. Verboven)

Barmsijs Carduelis cabaret/flammea 01/03

Stal ex. te Heverteebos/Den Rooi (A. Smets, A. Boeckx)

02/03

vanuit de rietbosjes 1 ex. over SAR/V ijverstraat (F. F luyt)

66


Vogels

05/03

3 ex. te Leuven/stadspark (J. Mergeay)

Kruisbek Loxia c urvirostra om 13u40 2 ex. over Heverlee/Naamsesteenweg (J. Rutten) 07/03 15/03 27/05

1 roepend ex. in Mollendaalwoud (G. Meeus) 4 ex. luid roepend hoog naar W over de Doode Bemde (H. Roosen)

Fenologie Boomvalk Fa/co subbuteo { 16) 25/04

2 jagende ex. te Oud-Heverlee (S. Peten)

27 /04

1 ex. te OHN (F. Fluyt, E. Branquart, Jeunes et Nature)

Oeverloper Actitis hypo/eucos (80) ,

12/04

1 ex. te OHZ (L. Hendrickx)

15/04 .

2 ex. te AVP (J. Grootjans, K. Moreau)

Koekoek Cuculus canorus 15/04

1 roepend ex. te Winksele (J. Wellekens), 1 ex. te Oud-Heverlee/N

(M. 16/04

Schurmans)

1 roepend ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (S. Peten)

Gierzwaluw Apus opus 15/04

om l 6u45 4 ex. boven Leuven (B. Saveyn), om 20u 1 ex. boven Leuven (M. Schurmans)

16/04

1 ex. te Veltem (M. Depauw)

Oeverzwaluw Riparia riparia 24/03

om 13u30 6 ad te Oud-Heverlee/Z (M. Schurmans, K. Moreau), om 16u20 3 ad naar N over Neerijse/Grote Bron (K. Moreau)

25/03

2 ex. te Sint-Agatha-Rode (S. Peten)

Boerenzwaluw Hirundo rustica 21/03

1 ex. over Heverlee/Abdij van Park (R. Guelinckx)

23/03

1 ex. te Heverlee/Abdij van Park (J. Grootjans)

Huiszwaluw Delichon urbica 12/04

1 ex. te Korbeek-Dijle (S. Bouillon)

17/04

1 ex. over Bertem/plateau {S. Bouillon)

67


Vogels

Gele Kwikstaart Motacilla flava 05/04 13/04

enkele ex. te Terlanenveld (H. Roosen) 2m ter plaatse te Korbeek-Dijle/plateau+ 4 ex. naar N (K. Moreau), 2 ex. te Oud-Heverlee/N

( J.

Nysten)

Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros 09/03

1m te Leefdaal/Korbeekstraat (K. Van Scharen)

11/03

1 zp te Bertem (S. Bouillon)

Paapje Saxicola rubetra ( 19) 06/04 19/04

1 ex. ten Z van Bertem (G. Bleys) 1 ex. in ruigte tss Oud-Heverlee en Korbeek-Dijle (B. Creemers, B. Nef), 1 ex. te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

Tapuit Oenanthe oenanthe (20) 17/04

1m kortstondig ter plaatse te Bertem/plateau (S. Bouillon}

22/04

1m te Korbeek-Dijle/pateau (S. Horemans)

Sprinkhaanzanger Locustella naevia 23/04 2 zp in de Doode Bemde (B. Vercoutere, F. Fluyt) Pas op 21/05 werd een waarneming ontvangen van op een andere locatie in de regio, namelijk 1 zp te Erps-Kwerps/Silsombos {A. Smets, FJ Moerman, E. Le Docte).

Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus 16/04

1 zp te OHN (M. Schurmans)

Pas op 04/05 worden Kleine Karekieten op andere locaties gezien: 2 zp te Heverlee/Abdij van Park (G. Sterckx) en 4 zp in de Doode Bemde (W. Claes, M. Walravens, K. Moreau).

Bosrietzanger Acrocephalus palustris 04/05

1 zp te Oud-Heverlee/Z (B. Nef, K. Moreau)

05/05

1 zp in de Doode Bemde (S. Horemans, D. Vanderlinden, M. Tomballe)

Grasmus Sylvia communis 18-20/04 1 ex. in de Doode Bemde (H. Dierickx, W. Claes, M. Walravens) 22/04 1 zp te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans, K. Van Scharen), 1 zp te Meer­ beek/ Grevenbos (F J Meerman), 1 zp te Haasrode/industriet�rrein Nysten)

68

(J.


Vogels

Zwartkop Sylvia atricapilla 22/03 24/03

1 zp in de Doode Bemde (M. Walravens) 1m in ruigte tss Oud-Heverlee en Korbeek-Dijle (W. Desmet), 1 m te Oud­ Heverlee/N (W. Desmet, K. Moreau)

Tuinfluiter Sylvia borin 11/04 27/04

1 zp te Heverlee/Abdij van Park (J. Grootjans) 1 zp te Oud-Heverlee/Z (W. Claes)

Fitis Phyl/oscopus trochilus 28/03 29/03

1 zp te Kessel-Lo/Kesselberg (B. Markey) 1 zp te Tervuren/Kapbos (M. Segers)

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Medewerkers en correspondenten Lemuelle Anseaume, LP Arnhem, Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Blanchy, Geert & Herman Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Steven Bouil­ lon, Etienne Branquart, V incent Bulteau, Jan Butaye, Free Claerbout, Paul Claes, War Claes, Frank Claessens, Peter Collaerts, Bart Creemers, Jos Cuppens, Johan De Baere, Piet De Becker, Herwig De Meyer, Michel De Meyer, Mark Depauw, Lieven en Frans Deschampelaere, Wouter Desmet, Hadewig Dierickx, Francis Dondeyne, Jean-Philippe Ferette, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Sven Goethals, Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Luc Hendrickx, Maarten Hens, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, Jeunes et Nature asbl., Marcel Jonkers, Eva Lambrecht, Jorg Lambrechts, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Mark Lehouck, Koen Leysen, Pieter Lorent, Gerald & Michel Louette, Patrick Luyten, Eddy Macquoy, Eric Malfait, Hans Marijns, Bram Markey, Gert Meeus, Joris Menten, Joachim Mergeay, Frieder Jan Meerman, Kelle Moreau, Bart Mulkens, Bruno Nef, Regis Nossent, Paul Nuyts, Johan Nysten, Stephan Peten, Gert Plattau, Alain Reygel, Toon Roels, Wouter Rommens, Hans Roosen, Jos Rutten, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Maurice Segers, Axel Smets, Geert Sterckx, Marita Tomballe, Erik Toorman, Johan Vanautgaerden, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Filip Vandeputte, Dirk Vanderlinden, Geert Vandermeulen, Gilbert Vandezande, Myriam Van Ermen, Didier Vangeluwe, Lieven Van Hellemont, Marc Van Meeu­ wen, Pieter & Koen Vanormelingen, Bart Van Rossum, Kris Van Schoren, Joey Van Tonder, Bart Vantorre, Veronique Verbist, Andre Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Werner Verhoeven, Irene Verhuizen, Johan Verliefden, Guy Verrijdt, Luc Vervoort, Rlip Volckaert, Paul Vranckx, More Walravens, Frans Walterus en Jan Wellekens. 69


Activiteiten

Vogels op de plateaus Een sfeerverslag van de activiteit op 4 mei 2003

Het is nog redelijk vroeg in de ochtend als ik met mijn (inmiddels wijlen) krotfiets te velde vertrek richting de afspraakplaats aan de molen te Loonbeek. U heeft het goed door, beste lezer, ik maak nog een ommetje. Boven de vijvers van Oud-Heverlee hangt mist.

In de Doode Bemde kom ik

Bruno Nef tegen. Een sprinkhaanzanger begroet ons. Een blauwborst zingt voor de laatste maal deze ochtend. We spreken o.a. over de zilverplevier, de noordse en Engelse gele kwikstaarten die gezien zijn de dag ervoor in de buurt van de trektelpost van de Brede Weg. De zon brandt al lichtjes in onze gezichten, hoe­ wel het nauwelijks acht uur is. Dit moet wel een schitterende dag worden... � Even later Het zal niet meer lang duren of de kerktoren van Loonbeek slaat half negen. Alle protagonisten, zijnde Walther Leers, André Verboven, Johan Nysten, gelegenheidsgids Frederik Fluyt, Bart Creemers en ikzelf, zijn reeds gearriveerd. We beslissen de plateaus van Loonbeek en Huldenberg aan te doen. Na een korte verplaatsing per auto of kreunend per fiets naar de camping van Loonbeek zetten we vandaar stapsgewijs onze zoektocht in naar de antagonisten, zijnde de plateauvogels en andere plateaubeesten. 11Ja, Het geluid van een spekkende elektriekdraad klinkt boven onze hoofden. hier... grauwe gors !" roept onze gids wijzend naar twee laag overtrekkende forse zangvogels.

We zijn meteen allen alert. Vanaf nu is het opletten geblazen: elke gele kwik wordt onderzocht of het geen speciale ondersoort is. Elk paaltje of lapje grond wordt gecontroleerd op een paapje of een tapuit. Elke meter lucht wordt afgespeurd naar een cirkelende roofvogel. We wandelen via een asfaltweg de berg af, de zandgroeven van de Ganzemansstraat tegemoet, waar verleden jaar een koppeltje bijeneter tot broe­ den kwam. Daar kan de oeverzwaluwenkolonie natuurlijk niet onopgemerkt blijven. Ertussen cirkelen ook enkele huiszwaluwen. V ia een aardeweggetje terug het plateau van Loonbeek op. Hier krijgen we de kans om een nadere blik te werpen op de gele kwikken die zich hier prima laten zien. De veldgids wordt er bij gehaald om de deelnemers te wijzen op de kenmerken van de verschillende ondersoorten en de verschillen tussen het mannetje en het vrouwtje. De vogels ter plaatse vertonen allemaal een blauwe kop met duidelijke oogstreep: flava's dus, dat staat vast. Even ontstaat er ver­ warring als een van de deelnemers zowaar een exemplaar met een bleke kop in het oog krijgt 1 Om niet blijvend verstrikt te geraken in het kluwen van de gele kwikkentaxonomie, zetten we spoedig de tocht verder . 70


Activiteiten

Boven gekomen aan de Hollestraat te Loonbeek, waar in het najaar wel eens een trektelpostje wordt bemand, kunnen we al gauw een koppeltje tapuiten gadeslaan. Er bidt ook een torenvalk en boven het Tersaertbos op thermiek een buizerd. Het is anders gene vette qua roofvogels.

Het wordt stilaan warmer en de vlinders hebben dit graag: distelvlinders, kool­ witjes, atalanta's, dag­ pauwogen, kleine vos­ sen, ... Hoog boven ons kwettert een leeuwerik.

Het land­

schap is hier echt wonder­ schoon. We naderen d e b a a n Huldenberg - Duisburg en ontdekken een steenuil. Even later maakt een zin­ gende grauwe vliegen­ vanger in een tuin ons nieuwsgierig, maar hij laat zich niet zien.

Tapuit; plateau van Leefdaal. 2 mei 2003. Foto: Freden"k Fluyt

We kruisen nu de baan en maken een lusje aan de Rattenberg. De zon maakt nu het plateau drukkend heet en dat betekent nog meer vlinders: koninginnepages!!! V ijf passeren de revue. We naderen ondertussen enkele weilanden In de buurt van de Rattenberg. Volgens onze gids maken we daar een goede kans om een paapje te zien. Ter plaatse aangekomen worden onmiddelijk de prikkeldraden gescreend en ja hoor, we krijgen twee paapjes in het vizier. Zoals voorspeld zitten de vogels op de prikkeldraad vanwaar ze regelmatig het gras induiken, jagend achter insecten. Langs een houtkant ontdekken we een grasmus en meerdere zang­ posten geelgors. Het wordt nu stilaan ellendig warm, mijn maag knort al en er komen geen nieuwe soorten vlinders of vogels. Frederik begint dan maar over ijsjes eten. Even later bereiken we weer de auto en de fietsen en u kan al raden hoe het verder gaat...

Wouter Desmet wouterkedesmet@hotma1Z com

71


Activiteiten

Activiteitenkalender juli tot oktober 2003 De plaats van samenkomst blijft ongewijzigd nl. De Bodart-parking naast de ring {tegenover Capucienenvoer) te Leuven. Een tweede afspraakplaats wordt aangeduid bij iedere activiteit als ze bekend is bij de opmaak van de kalender. Bij slechte weersomstandigheden worden de belangstellenden verzocht con­ tact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit. Zondag 13 juli 2003 Inventarisatie van planten en ongewervelden van het Eiken­ bos en omgeving te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Gemeentehuis te Bertem, leiding: J. Menten (tel.: zie binnenkaft) Woensdag 16 juli hamsterzoektocht op het plateau van Leefdaal. Afspraak om 20:00 uur aan de 11blikvanger" Bredeweg Leefdaal. Leiding: B. Vercoutere {tel.: 01 6-44 70 92) Zaterdag 26 juli: Initiatie en Inventarisatie Libellen en Waterjuffers Afspraak om 14:00 uur Doode Bemde - Parking Reigerstraat, leiding: J. Menten en A. Verboven {tel.: zie binnenkaft) Let op: bij slecht weer gaat deze activiteit niet door. Zaterdag 16 augustus 2003

Inventarisatie van planten en ongewervelden

van de Zwanenberg te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Gemeentehuis te Bertem, leiding: J. Menten (tel.: zie binnenkaft) Zondag 17 augustus 2003 Start trektellingen te Leefdaal, TIP Bredeweg contact F. Fluyt (tel.: zie binnenkaft) Zaterdag 30 augustus: Initiatie en Inventarisatie Libellen en Waterjuffers Afspraak om 14:00 uur Doode Bemde - Parking Reigerstraat, leiding: J. Menten en A. Verboven. {tel.: zie binnenkaft) Bij slecht weer gaat deze activiteit niet door. Zondag 14 september: Planten en Ongewervelden inventarisatie Koeheide Af­ spraak 14:00 Gemeentehuis Bertem, leiding: J. Menten (tel.: zie binnenkaft) Zaterdag en Zondag 04 en 05 okt

Vogelkijkdagen

Zaterdag 11 oktober Watervogeltelling Voor afspraak contacteer K. Van Scharen {tel.: zie binnenkaft) Zondag 12 en 26 oktober: Simultane trektelling

-

Er wordt geteld te Bredeweg

Leefdaal en Hollestraat Loonbeek. Contact: resp. K. Van Scharen of F. Fluyt

72


Draaihals, Heverlee

-

Pestvogel, Haasrode

22 april 2003

-

30 maart 2003


VUBPR::ss

€ 14,90

Uitgeverij VUBPRESS Woversesteenweg 1077 B- 1160 Brussel

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

De Boomklever Juni 2003  
De Boomklever Juni 2003  
Advertisement