Page 1

WWW.NKBV.NL | SEPTEMBER 2017 | NR 4

NR 4 | SEPTEMBER 2017

BERGSPORTMAGAZINE VAN DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE KLIM- EN BERGSPORT VERENIGING

k p calm munro’s, mrs en ridges in grt-briaië

WWW.NKBV.NL

KLIEN N Z Op fossielenjacht in stormachtig Dorset

SPATE

Munro hoppen in drie dagen

COAST TO COAST

In de voetsporen van Alfred Wainwright


‘OP DE BANK BELEEF JE GEEN AVONTUREN.’ Casper, Bever hoofdkantoor. Buitenspeler. Het liefst ben ik buiten. Dat is altijd al zo geweest. Buiten is een speeltuin voor me, een plek waar ik dingen meemaak. Avonturen die je niet op de bank voor de tv of op kantoor achter je computer kunt beleven. Buiten gaat sporten vanzelf, het voelt natuurlijk. Ik heb de grootste lol terwijl ik ondertussen fit word. Nog steeds ben ik elke keer als ik naar buiten mag, net zo blij als toen ik kind was. BEKIJK CASPERS FAVORIETE BUITENGEAR OP BEVER.NL/BUITENMENS/CASPER

WINTERSE AVONTUREN BELEVEN DOE JE MET DE JUISTE GEAR EN MET 10% KORTING ALS NKBV LID. Bekijk alle voordelen op bever.nl/nkbv


Inhoud

Kijk voor meer informatie op nkbv.nl, hoogtelijn.nl, twitter.com/nkbv en op facebook.com/de.nkbv.

ACTUEEL 07 08 14 78 88 90

Voorwoord Joachim Driessen Op de Hoogte Ontmoetingen met Maria NKBV voor jou Gespot Vooruitblik

THEMA: GROOT-BRITTANNIË 16 18 24 29 30 34 38 42 44 46 50 56 61

Keep Calm Langs de 3000’ers van Wales Klimmen in Dorset Eerste hoogtelijnen in Schotland Munro hoppen in drie dagen De geschiedenis van Britse klimclubs Cuillin Ridge Traverse Markt & Materiaal van Britse bodem Dagwandeling in het Peak District 15 klimbestemmingen in Groot-Brittannië Interview met klimlegende Joe Brown Coast to Coast Walk Hekkensluiter

16

THEMA: GROOT-BRITTANNIË Het ruige landschap en de vriendelijke bevolking nodigen uit tot geweldige bergsportvakanties aan de andere kant van het water. Het weer is wat onbestendig en misschien loopt niet alles zoals je het had gepland, maar is dat niet juist onderdeel van de beleving? Keep calm and carry on.

MALTA

WANDELEN

Klimmen vanuit zee

64 Walser boeren: vluchtelingen

72

van hun tijd

74 Margherita Peak, Oeganda 82 Via ferrata’s in de Dolomieten

KLIMMEN 72 Klimroute op Malta

EN VERDER 62 71 81 87

Fictie: Obsessie Medisch: EHBO-set Jubileum regio Maashoek Chamlang: boek over de eerste Nederlandse vrouwenexpeditie

64 WALSERWEG

Het gras is groener aan de andere kant van de berg

4 | HOOGTELIJN 4-2017

34 KLIMCLUBS

Een club voor iedereen


stand

Perziktaart

“Ah, de Vogezen! Ik zou zeggen: perziktaart in Auberge Le Huss.â€? Zo reageert Hoogtelijnredacteur Ernst Arbouw op mijn vakantiegroet. Ik vind de herberg op de kaart, maar mijn oog valt op iets anders: ‘Lionel Terray’ staat er bij een symbool voor een hut. Een van de grootste Franse alpinisten wordt blijkbaar geĂŤerd met een eigen hut in de Vogezen. Daar wil ik naartoe. Terray heeft een bijzondere band met ons land en is erelid van de toenmalige Koninklijke Nederlandse Alpen Vereniging (KNAV).

42

MARKT & MATERIAAL

Van Britse bodem

62

Erop af dus. Het ritje brengt ons bij een boerderijachtig gebouw van vaalgeel beton. De luiken zijn dicht, de naam Refuge Lionel Terray ontbreekt. Op de borden bij de hobbelige, doodlopende weg staat alleen dat het gebouw het onderkomen is van de Ski Club VallÊe Wesserling, genoemd naar het textieldorp vlakbij. Dan hebben wij een mooier eerbetoon voor Terray. Op de website van de NKBV staat een link naar de Nederlandse film Presque des Frères (Bijna broers) over de bijzondere band van Terray met Tom de Booij en over het initiatief van beide bergbeklimmers om te komen tot een gedegen alpiene opleiding in ons land. De film laat een heel wat warmer gevoel voor Terray achter dan de dichte schuur aan de Rue de Frenz in Kruth.

50 JOE BROWN

Onbekende legende

FICTIE

Obsessie

Peter Daalder

Hoofdredacteur Hoogtelijn peter.daalder@hoogtelijn.nl

WWW.NKBV.NL | SEPTEMBER 2017 | NR 4

NR 4 | SEPTEMBER 2017

24

k p calm munro’s, mrs en ridges in grt-bria iÍ

DORSET

WWW.NKBV.NL

Avonturen tussen fossielen

BERGSPORTMAGAZINE VAN DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE KLIM- EN BERGSPORT VERENIGING

KLIEN N Z Op fossielenjacht in stormachtig Dorset

01_HL0417_R01_cover.indd 1

SPÂ ATE

Munro hoppen in drie dagen

COAST TO COAST

Op de cover: zicht op Loch Coruisk en de Cuillin Ridge vanaf Sgurr na Stri. De Cuillin Ridge op het eiland Skye is een graat van 12 kilometer over 36 pieken. Meer over deze zwarte vulkaan lees je vanaf pagina 38.

Foto: Jolanda Linschooten

In de voetsporen van Alfred Wainwright

17-08-17 14:13

HOOGTELIJN 4-2017 |

5


Iragna, Ticino, © Per Kasch

Laat je inspireren op Facebook.com/MySwitzerlandNL of op MySwitzerland.com


Joachim

Duurzaamheid De NKBV streeft naar een duurzame relatie met leden en alle partijen in het veld. Duurzaamheid is ook een kernwaarde als het gaat om natuur, milieu en sociale waarden. We brengen dit zo goed mogelijk tot uitdrukking in een duurzame inkoop en bedrijfsvoering. Hoogtelijn en onze reis- en cursusgidsen worden verpakt in composteerbare biofolie en drukken we op FSC-papier: papier uit duurzaam beheerde bossen (een keurmerk met goedkeuring van het Wereld Natuur Fonds). Voor onze correspondentie gebruiken we 100% recycled papier. De ledenpasjes zijn gemaakt van 100% afbreekbaar pvc. We schenken duurzame koffie (Peeze), hebben een CO2-neutrale postbezorging en dataopslag, en promoten het reizen per openbaar vervoer naar bergsportbestemmingen.

Klimmen in het onbekende Beter de bergen in met de NKBV NKBV-leden profiteren van voordelen en kortingen en ontvangen vijf keer per jaar Hoogtelijn. Met je lidmaatschap draag je bij aan het onderhoud van hutten en paden in de Alpen en het behoud van klimgebieden. Tip je vrienden om ook NKBV-lid te worden. Ze kunnen zich aanmelden op nkbv.nl en zien daar welke voordelen het lidmaatschap hen nog meer biedt.

Opzeggen lidmaatschap

Het NKBV-lidmaatschap loopt per kalenderjaar. Wil je je lidmaatschap voor volgend jaar beëindigen? Doe dat dan vóór 1 november op MijnNKBV.nl. Je ontvangt dan per e-mail een bevestiging van je opzegging. Na 1 november wordt je lidmaatschap automatisch verlengd voor het volgende kalenderjaar. Kijk voor meer informatie over het lidmaatschap op nkbv.nl. Partners van de NKBV

Er zit natuurlijk altijd enige tijd tussen het schrijven van mijn voorwoord en het moment dat de Hoogtelijn bij jou op de mat valt. Zo komt het dat ik nu met mijn gezin aan de voet van de Elbrus in de Kaukasus zit om midden in de zomer op ski’s deze hoogste berg van Europa te beklimmen, terwijl bij jou de zomer op haar einde loopt.

D

e tocht op de Elbrus is natuurlijk geen expeditie meer. Hoewel het met vier kinderen, van wie de jongste 13 jaar is, toch wel aanvoelt als expeditie. Het is vooral een avontuur in een vreemd land met ander eten en andere gewoontes en vooral ook heel veel bagage. Op school vertellen dat je in de zomervakantie gaat skiën, is voor de kinderen best bijzonder en thuis met dertig graden ski’s waxen, vond de buurt dan weer wat raar. Voor het bestuur zijn expedities belangrijk. Nederlandse klimmers die op zoek gaan naar het onbekende, of dat nou nieuwe routes zijn of bergen in onbekend terrein. De Commissie Expedities & Alpiene Topsport (CEAT) probeert expedities te stimuleren met geld en advies. Iedereen die avontuurlijke plannen heeft, is bij dezen van harte uitgenodigd om zich te melden bij de CEAT, om te kijken of zij in deze plannen iets kan betekenen.

Helaas wordt het steeds lastiger iets nieuws en onbekends te vinden en misschien is het in een tijd met studiedruk en werkgevers die een half jaar klimsabbatical niet goed snappen, steeds moeilijker om de tijd ervoor te vinden. Ook hier kunnen we helpen. De Expeditie Academie, die vorig jaar met een tweede lichting is gestart, helpt om het klimmen in het onbekende te stimuleren. Acht jonge, enthousiaste klimmers zijn op weg naar hun eerste echte expeditie onder leiding van Nederlandse berggidsen en ervaren NKBV-instructeurs. In de volgende Hoogtelijn, nummer 5, lees je meer over de vorderingen en ervaringen van het team.

Joachim Driessen, voorzitter NKBV mail: voorzitter@nkbv.nl twitter: @jdriessen06

HOOGTELIJN 4-2017 |

7


Bij een ongeluk op de Becca di Monciair (3544 meter) zijn begin juni Jan Cees Breek (57) en zijn zoon Boris (20) uit Paterswolde omgekomen. Bij het ongeval kwam ook hun 38-jarige berggids om het leven. Het ongeluk gebeurde op ongeveer 3200 meter hoogte, de precieze toedracht is niet duidelijk. Jan Cees Breek werkte als chirurg in het Martini Ziekenhuis in Groningen. Boris studeerde technische geneeskunde aan de Universiteit Twente. De Kaunergrathütte in de Ötztaler Alpen heeft sinds begin juli het zogeheten milieukeurmerk van de Duitse- en de Oostenrijkse bergsportvereniging. Het keurmerk is bedoeld voor hutten die voldoen aan de hoogste eisen op gebied van milieubescherming en energie-efficiëntie. De hut, eigendom van de sectie Mainz van de Duitse Alpenvereniging DAV, kreeg de onderscheiding na uitgebreide sanering van huttenfaciliteiten. De Kaunergrathütte is een van de hoogstgelegen hutten in Oostenrijk (2817 meter). De NKBV krijgt een bijdrage van ruim drie ton van de Nederlandse Loterij. Dat is eerder dit voorjaar bekend gemaakt. De vereniging gebruikt het bedrag van 305.617 euro onder meer voor het opleiden van instructeurs en ondersteuning van het Nederlands Team Sportklimmen. De Nederlandse Loterij is in 2016 ontstaan uit een fusie van de Staatsloterij en de Lotto. De organisatie doet jaarlijks een bijdrage aan een aantal goede doelen en aan top- en breedtesport in Nederland. Dit jaar gaven de gefuseerde loterijen 42 miljoen euro aan (top)sport. Het Zwitserse ministerie van Cultuur heeft de subsidie voor het Alpines Museum in Bern met 75 procent gekort. Het museum moet het voortaan doen met 250.000 frank in plaats van 1,02 miljoen. Het onlangs gemoderniseerde museum krijgt veel bijval uit binnen- en buitenland na het bericht over de hoge korting. Directeur Beat Hächler is strijdbaar: “Het wordt een zware klim. Maar met een sterke touwgroep pakken we dit aan.”

8 | HOOGTELIJN 4-2017 | ONDER REDACTIE VAN ERNST ARBOUW

Ragna Debats wint EK Skyrunning De Nederlandse hardloopster Ragna Debats werd op 8 juli Europees kampioen Skyrunning, categorie Ultra, tijdens het EK in Val d’Isère. De wedstrijd in het Franse skidorp voerde over 68 kilometer langs sneeuwvelden en gletsjers tot de top van de 3653 meter hoge Grande Motte. In verband met de condities was de route met 200 meter ingekort. Twee weken voor het kampioenschap won Debats al met een nieuw parcoursrecord de Olympus Marathon in de skyrunning World Series, een wedstrijd van 44 kilometer en 3200 hoogtemeter naar de top van de berg Olympus in Griekenland. Debats finishte daar in 5:18:20, ruim dertien minuten sneller dan de nummer twee.

Foto Archief Ragna Debats

Minder dan de helft van de wandelaars in GrootBrittannië neemt kaart en kompas mee als ze op stap gaan. Dat schrijft de Britse cartografische dienst OS in een stuk naar aanleiding van cijfers van bergreddingsdiensten in Engeland en Wales. Bij bergsporters onder 24 jaar zou nog maar 35 procent kaart en kompas gebruiken, de rest vertrouwt op mobiele apps. Volgens OS is een kwart van de bergreddingen te voorkomen met kaart en kompas.

Skyrunningkampioenschappen worden gehouden in drie disciplines: Sky (tot 50 kilometer), Ultra (meer dan 50 kilometer) en Vertical (bergop, gemiddelde hellingshoek meer dan 25 graden).

Zwitsers echtpaar na 75 jaar uit gletsjerijs De lichamen van een Zwitsers echtpaar dat sinds 1942 werd vermist, zijn op 14 juli teruggevonden in het ijs van de Tsanfleuron gletsjer, boven het plaatsje Chandolin in Wallis. Het paar, Marcelin en Francine Dumoulin, verdween in augustus 1942 toen zij op weg waren om hun koeien te melken. Hun lichamen werden op de

afsmeltende gletsjer gevonden door een medewerker van de skilift. Het echtpaar had zeven kinderen. Een 79-jarige dochter reageerde opgelucht op het nieuws: “Al die jaren heb ik de hoop dat mijn ouders gevonden zouden worden niet opgegeven. Zij krijgen nu eindelijk een waardige rustplaats.”

Vier nieuwe Nederlandse Mountain Leaders Na een traject van ruim drie jaar zijn Marcel van Lienden, Reinier Bos, Olivier Bello en Pierre Looman geslaagd voor hun opleiding tot International Mountain Leader (IML). Het viertal kreeg het IML-speldje na een afsluitende beoordeling in Chamonix. De opleiding International Mountain Leader

Foto Frank Rempe/NLAIML

op de hoogte

Heb je nieuws voor Op de Hoogte, mail het naar hoogtelijn@nkbv.nl. Meer bergnieuws vind je op nkbv.nl, of volg ons op Facebook en Twitter.

(UIMLA) is, naast de berggidsenopleiding (UIAGM) een van de twee internationaal erkende opleidingen voor bergsportprofessionals. Bij zogeheten mountain leaders ligt het accent in de opleiding vooral op het bewegen en beleven van de bergwereld. Daarbij komen ook onderwerpen als flora en fauna, geologie en cultuur aan bod. De opleiding van IML’s wordt onder meer verzorgd door de Nederlandse Associatie voor International Mountain Leaders. Kijk voor meer informatie op nlaiml.org.

De nieuwe IML’s Pierre, Olivier, Reinier en Marcel.


Gletsjers in de Alpen smolten dit voorjaar sneller dan gebruikelijk door het ongewoon warme lenteweer. Dat schrijft het KNMI op basis van cijfers van de Oostenrijkse meteorologische dienst en de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). De combinatie van een relatief droge winter en een extreme hittegolf in juni zorgen vooral op lagergelegen gletsjers voor grotere afsmelting. Winterse sneeuwval zorgt niet alleen voor toename van gletsjervolume, het sneeuwdek vormt ook een beschermende, reflecterende laag die het ijs beschermt tegen warmte en zonnestraling. Dit voorjaar lag op de Oosten-

rijkse gletsjers gemiddeld 25 procent minder sneeuw dan normaal. Dat dunnere sneeuwdek kreeg ook nog eens te maken met de op een na warmste junimaand van de afgelopen 251 jaar. Vanaf 19 juni is het tien dagen achter elkaar boven de 30 graden geweest. Sterke gletsjerafsmelting en extreem voorjaarsweer kunnen voor bergsporters gevaarlijk zijn. Door terugtrekking van gletsjers komt instabiele bodem bloot te liggen en worden routes moeilijk begaanbaar of zelfs onbereikbaar. Daarnaast kan de kans op steenslag toenemen. Kijk voor meer informatie op bit.ly/2uyLru9.

Hathersage is het hart van klimmen in de Peak, en Outside het hart van Hathersage: een prachtige winkel met alles wat je buitensporthart begeert. Aan het plafond een museum: oude schoenen, gordels, hardware. Klimlegende Ron Fawcett, die 30 jaar geleden 100 ‘Extremes’ op een dag soleerde, werkte hier ooit. “Komt Ron Fawcett nog wel eens langs?”, vraag ik. “Jazeker,” zegt de verkoper, “hij was hier vanochtend nog.” Ik ben terug in 1987. Met klimmaat Peter Willemse sta ik in Outside plots oog in oog met Ron, nietiger en menselijker dan we ons hadden voorgesteld, maar tegelijk een oneindige bron van energie. “Can I help you lads with anything?” vraagt Ron. De handen waarmee hij Masters Edge opende, rusten op een roze klimtouw. Tot mijn oneindige verbazing – we hebben niets nodig en nog minder geld – mompelt Peter “Ik wil dat touw.” We verlaten Outside met het gezegende touw en beginnen onze ontdekking van de Peak. [Ico Kloppenburg] Heb je ook een leuk bergverhaal meegemaakt? Mail je anekdote van 120 woorden naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. En Passant.

Go. Tell It, Wandelen in de bergen maakt je klein, het weerspiegelt op een natuurlijke wijze de grootsheid van het landschap en laat zien, hoe beperkt wij eigenlijk zijn. Wat een weelde aan vergezichten, Het gevoel van stilte, de rust om je heen. Wat een voorrecht! Hier te mogen gaan. Komt hier ooit een einde aan? Ben dankbaar, wanneer je het hebt mogen beleven, Het mensenleven duurt maar even. Voor hen die na ons komen geldt, Bergen, hebben het eeuwige leven.

En paant

Fawcett

Louis Bouhuijs schreef ons een brief waarin hij vertelt hoe hij vroeger als lid van onze vereniging actief was. Zo was hij onder andere 23 jaar bergsportinstructeur. “Op dit ogenblik ben ik 85 jaar en gaan mijn gedachten vaak terug naar die mooie tijd. Soms schrijf ik mijn herinneringen op, zo is ook dit gedicht mij ontsproten.”

Illustratie Toon Hezemans

Foto KNMI/foto-webcam.eu

Gletsjers smelten door extreem warm voorjaar

Lezersreactie

HOOGTELIJN 4-2017 |

9


David Bacci klimt Slovak Direct op Denali Nederlander-in-Italië David Bacci klom begin juli in Alaska de zogeheten Slovak Directroute op Denali (6190 meter). De route wordt gekenmerkt door zware omstandigheden en grote technische moeilijkheden. Daar komt bij dat er geen mogelijkheid is om voortijdig terug te keren; de enige manier om uit de route te komen, is verder klimmen. Dat maakt de route – ook – psychologisch loodzwaar. Bacci won eerder dit jaar de NKBV BergsportAward voor de beklimming van Cerro Torre in 2016.

Foto’s David Bacci

op de hgte

EXPEDITIENIEUWS

NKBV-lid Olivier Vriesendorp (47) uit Amstelveen bereikte 21 mei via de noordkant de top van Mount Everest (8848 meter). Daarmee voltooide hij de Seven Summits, de beklimming van de hoogste toppen van de zeven continenten. Vriesendorp, die de top van Everest beklom als lid van een commerciële expeditie en met gebruik van kunstmatige zuurstof, had vijf jaar nodig voor zijn ronde langs de continenten. “Ik was op zoek naar iets waar ik veel energie in kwijt kon, een manier om grenzen op te zoeken”, verklaarde hij tegen de Amsterdamse krant Het Parool. Expeditiegenoot Bas Jan van Stam (42) bereikte op 21 mei ook de top van Everest. Zij zijn voor zover bekend de enige Nederlanders die de berg dit jaar van de noordzijde beklommen.

10 | HOOGTELIJN 4-2017

Foto Olivier Vriesendorp

Olivier Vriesendorp voltooit Seven Summits


Foto Geertjan Lassche/Frank Moll

In Memoriam Evert Wesker

Onverstoorbaar, kleurrijk en authentiek Een man met een bruinverbrande kop loopt het basiskamp binnen. Geruit overhemd, grijze baard; opvallende, grijze ogen. Hij heeft het helemaal gehad. “Dit was hem dan”, zegt hij met een stevig Amsterdams accent. Zijn twee wandelstokken plant hij voor zich in de grond. Iemand geeft van buiten het beeld een mok dampende thee aan. “Dat was dus de laatste keer.” Elders in dezelfde film, de documentaire Hemelbestormers van Geertjan Lassche, over een expeditie naar Cho Oyu in het voorjaar van 2014, staat diezelfde broodmagere man met diezelfde bruinverbrande karakterkop in de keukentent, een beetje afzijdig van een groep kibbelende tochtgenoten, licht gebogen, met zijn armen gekruist voor z’n borst. Als hij spreekt, luistert iedereen. “Laten we nou eens proberen om niet op de buitenwereld over te komen als een stel ruziënde klimmers”, begint hij voorzichtig. En dan, minder voorzichtig: “Dat is het bekende cliché in de pers waar ik een zak schijt van krijg.” Zie daar Evert Wesker (64), meer dan dertig jaar een van de meest schilderachtige figuren in de Nederlandse bergsport. Intelligent, voor niemand bang, een tikje laconiek en vooral recht voor z’n raap. Op 22 mei maakte hij een eind aan zijn leven. Wesker raakte min of meer toevallig verzeild in het expeditieklimmen. In de vroege jaren tachtig kreeg hij een foldertje in handen over de beklimming van Gorogondo Peak (5650 meter) in de Karakoram. Hij schreef

zich in en in de zomer van 1983 vertrok hij richting Pakistan. De jaren daarop maakte Wesker tochten in Nepal en Alaska en in 1988 opnieuw in Pakistan, waar hij tijdens een expeditie naar Gasherbrum II een tent deelde met René de Bos, die later als eerste Nederlander de top van Mount Everest bereikte. Op Gasherbrum ontstond een hechte vriendschap die bijna dertig jaar zou duren. “Evert was Evert”, vertelt De Bos. “Ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. Hij was helemaal zichzelf.” Vaak was dat leuk – het maakte Wesker de kleurrijke figuur die hij was. Een enkele keer leidde het tot gevaarlijke situaties. De Bos vertelt hoe hij in 1990 met Wesker Mont Blanc beklom. “Ik heb nog steeds geen idee waarom een superintelligente man de Mont Blanc omschrijft als een ‘toeristische molshoop’ en dan met veel te dunne kleren en een paar wollen wanten probeert de top te bereiken.” Het incident kostte Wesker uiteindelijk een vingertop, maar het had net zo makkelijk slechter kunnen aflopen. Wesker was niet alleen actief in de Himalaya. Hij maakte lange solo-skitochten in Scandinavië en trok in 1993, 1994 en 1996 op ski’s over het zee-ijs langs de kust van West-Groenland, de laatste tocht als soloexpeditie. “Ik kreeg niemand mee, dus toen ben ik maar in m’n eentje gegaan”, was zijn vrij droge commentaar. “Van tevoren heb ik nog wel even nagevraagd hoe groot de kans was om een ijsbeer tegen te komen. Ik heb

weinig zin om ’s nachts wakker te worden met een beer in m’n tent.” Wesker was beroemd –of noem het berucht – om zijn breedsprakigheid. Vooral over onderwerpen die hem nauw aan het hart lagen – bergen en bergsport, geologie, klimaat, politiek – kon hij onverstoorbaar doorpraten, met stap-voor-stap analyses, bronvermeldingen, historische verwijzingen en wijdere context, zelfs als zijn gesprekspartners allang waren afgehaakt. Zelf was hij zich daar goed van bewust. Hij omschreef zichzelf ironisch als ‘high-altitude chatterbox’ – hooggebergte kletskous. “Soms roept iemand ‘Wesker, kop houden’, en dan houd ik effe een tijdje m’n kop”, vertelde hij daarover in een interview met Hoogtelijn. In een expeditiecarrière van dertig jaar bereikte Wesker nooit de top van een achtduizender, al probeerde hij dat verschillende keren. Een paar keer had hij pech, een paar keer was hij net op het verkeerde moment op de verkeerde plek op de berg voor een toppoging. Ook hier was hij vrij droog in z’n commentaar: “Soms lukken dingen niet. Tsja.” Ondanks zijn indrukwekkende lijst van niet-gehaalde toppen, groeide Wesker uit tot een beeldbepalende en vooral alom gerespecteerde figuur in de Nederlandse expeditiebergsport. Dat lag aan zijn taaiheid, zijn enorme doorzettingsvermogen, maar misschien wel vooral aan zijn onverstoorbare authenticiteit. Evert was Evert.

HOOGTELIJN 4-2017 |

11


op de hgte

VRAAG & ANTWOORD

Maaike Romijn

Maaike Romijn voorzitter Werkgroep Paraclimbing

Ontwikkeling van de paraklimsport NKBV-bestuurslid Maaike Romijn (38) is benoemd als voorzitter van de Werkgroep Paraclimbing van de internationale sportklimfederatie IFSC. De komende tijd gaat ze zich richten op professionalisering van de sport. Gefeliciteerd, je bent benoemd tot voorzitter van de Werkgroep Paraclimbing van de internationale sporklimfederatie. Om bij het begin te beginnen: wat doet jullie werkgroep? Op dit moment is paraklimmen als sport eigenlijk nauwelijks ontwikkeld. De komende tijd gaan we beleid maken over die ontwikkeling. Wat wordt het wedstrijdformat? Hoe bereiken we atleten? Dat soort vragen. Verder hebben we op dit moment de Paralympische Spelen van 2024 in het vizier. Op dit moment is de IFSC nog geen lid van het Internationaal Paralympisch Comité. Om dat te bereiken moeten we bijvoorbeeld eerst zorgen dat we een goede internationale competitie op poten zetten.

En wat wordt jouw rol als voorzitter? De visie en de beleidslijnen formuleren, zorgen voor de juiste vergezichten. Zorgen dat onze visie verankerd wordt binnen de IFSC. Wat een voorzitter doet, zeg maar. Even kort: hoe werkt paraklimmen eigenlijk? Eenvoudig gezegd: iedereen gaat aan een touw omhoog. Daarmee bedoel ik dat er maar één discipline is: lead climbing. Bij paraklimmen wordt niet aan boulderen of speed climbing gedaan. Uiteindelijk zijn dat denk ik disciplines waar deze atleten hun talent wat minder goed in kwijt kunnen. Binnen het lead klimmen wordt het veld zo

veel mogelijk opgedeeld in categorieën voor klimmers met vergelijkbare beperkingen zodat je een evenredige competitie krijgt. Hoeveel paraklimmers zijn er internationaal? En in Nederland? In Nederland hebben we het Nederlands Team dat bestaat uit Fedde Benedictus en Renske Nugter, met Berber Brouns als coach, maar verder is het een sport die zich nog erg moet ontwikkelen. Het kan natuurlijk best dat er buiten het zicht van de NKBV nog ergens klimmers actief zijn, maar dat weet ik niet. Internationaal zie je dat Oostenrijk en de Oost-Europese landen bezig zijn met het bij elkaar brengen van forse teams, maar ook daar geldt dat de sport eigenlijk van de grond af moet worden opgebouwd.

Paraklimmers Fedde Benedictus en Renske Nugter.

12 | HOOGTELIJN 4-2017

Foto Zout Fotografie

Foto feddebenedictus.nl

Je zei dat het minstens 2024 is voordat klimmen een sport is op de Paralympics. Op dit moment hebben we nog geen concreet tijdpad, maar als we richten op 2024, moeten we zorgen dat de sport voor de Spelen van 2020 zo’n beetje op de rails staat. Klimmen is een kleinere sport, zonder Olympische traditie; paraklimmen is een klein onderdeel van een kleine sport. Hoe gaan jullie het publiek en de atleten warm maken? Dat is dus precies de vraag. Op dit moment is er bijvoorbeeld nauwelijks een talentinfrastructuur waarmee goede klimmers tijdig worden herkend en ondersteund. Voor zo’n infrastructuur zijn we in de eerste plaats afhankelijk van de nationale sportfederaties. De vraag is dus eigenlijk hoe we nationale bonden, zoals de NKBV, kunnen helpen bij het herkennen en ondersteunen van talentvolle paraklimmers.


SPORTKLIMNIEUWS

Op het NK Boulder 2017 in Amsterdam hebben Kim van den Hout en Tim Reuser de Nederlandse titels gepakt. De Amsterdamse Van den Hout wist met één poging minder dan de Leidse Tiba Vroom de meeste tops te behalen. Rotterdammer Tim Reuser prolongeerde zijn titel bij de heren. Ervaring bleek het verschil te maken tussen de 29-jarige Van den Hout en de andere vijf finalisten, die stuk voor stuk ruim tien jaar jonger zijn dan de routinier. In een pittige finale, waarbij de routebouwers het de deelneemsters flink moeilijk hadden gemaakt, had de Amsterdamse aan één top genoeg. Ze had in totaal een poging minder nodig dan Tiba Vroom, en twee minder dan de Eindhovense Julia Meijer, die daarmee haar nationale titel overdraagt aan Van den Hout. Tim Reuser had in de bloedstollend spannende eindstrijd één poging minder nodig voor het behalen van de bonusgreep. De Rotterdammer wist alle vier zijn finaleboulders te toppen in zes pogingen, net als Elko Schellingerhout uit Eindhoven. Leidschendammer Don van Laere werd met evenveel tops, maar in negen pogingen, derde.

Foto Zout Fotografie

Van den Hout en Reuser winnen NK Boulder 2017

Kim van den Hout tijdens het NK Boulder.

Foto Michiel Nieuwenhuijsen

Bouldermagie met Don en Michiel Begin juni klom Jong Oranje klimmer Don van Laere in het Zwitserse Magic Wood bij Chur door de 8B-grens heen. Waarschijnlijk is de 18-jarige Don de jongste Nederlander die deze graad ooit heeft geboulderd. Aan coach Michiel Nieuwenhuijsen, die deze boulder zelf in 2011 al had getopt, had Don een uitstekende leermeester. Nieuwenhuijsen zelf waagde overigens zelf ook nog een poging op de rotsen van Magic Wood. De teambegeleider van het Nederlands Team Sportklimmen topte er Deep Throat (8B), drie 8A+ en vijf 8A boulders. Check het videokanaal van Michiel voor beelden van zijn bouldertops: vimeo.com/user4949053.

Julia Meijer in Argentière.

Nederlands succes in de zomer Foto Aukje van Weert

Geen rust voor de klimmers van het Nederlands Team Sportklimmen afgelopen zomer. Hoewel de nationale competities in juli en augustus stilliggen, is het internationale World Cupcircuit in deze maanden altijd in volle gang. Het Nederlands Team gooide hoge ogen tijdens World Cups en European Youth Cups. Zo behaalde Jorg Verhoeven halve finales en finales in Villars en Chamonix. Julia Meijer pakte de zilveren plak tijdens de European Youth Cup Boulder in Argentière en Tiba Vroom werd derde op de European Youth Cup Boulder in Sofia. Nikki van Bergen zat deze zomer in de lappenmand met een knieblessure.

MOUNTAIN NETWORK richtlijn logogebruik

MNlOgO sTAANdE vARIANT

MNlOgO lIggENdE vARIANT

de staande variant mag alleen gebruikt worden als een soort ‘label’. geplaatst vanuit de bovenkant van de pagina of vanuit de bovenkant van een illustratie-/fotokader

Indien plaatsing van de staande variant niet mogelijk is, gebruik dan de liggende variant van het logo. Op een witte ondergrond het logo met de grijsblauwe letters, op een donkere actergrond of op een foto de versie met witte letters.

Partners van het Nederlands Team Sportklimmen

Partners nationale wedstrijden

HOOGTELIJN 4-2017 |

13


Ontmoetingen met Maria

Ws gegroet Een top is pas een top met iets van de mens erop. Dat zou je bijna denken als je de gemiddelde bergtop betreedt. Vaak staat er een kruis, soms niet meer dan een steenman, om te laten zien: wij hebben op deze top gestaan. Maar zoals er mensen zijn die hun appelgebak zonder slagroom en hun wijn zonder krans willen, zijn er ook mensen die bergen zonder ornament blieven. Aan hen wordt nooit iets gevraagd.

1

Het kruis is ongetwijfeld de meest gebruikte versiering van onze Westerse bergtoppen. Maar er is een hoek van de Alpen waar ze graag kiezen voor Maria. Vooral in de Italiaanse Alpen is Madonna populair. Is er een verband met het gerucht dat Italianen moederskindjes zijn? Wie bovenkomt en Maria ontmoet, ontkomt eigenlijk niet aan een fotomoment. Van al die momenten hebben we er een paar verzameld.

1 Corno Buola (Aostadal, Italië) Rifugio Arp ligt in een idyllisch landschap van glinsterende meertjes en bescheiden bergtoppen met een formidabel uitzicht op de Mont Blanc. Het pad naar de top van de Corno Bussola (3023 meter) is met een paar voetsteunen, een laddertje en kettingen gezekerd, maar niet moeilijk. Op het topplateau staat een gigantisch metalen kruis met aan de voet een kleine Madonna. [Noes Lautier]

2

14 | HOOGTELIJN 4-2017

| ONDER REDACTIE VAN ICO KLOPPENBURG

2 Tour Ronde (Frankrijk) Bart Cuppens komt op een schitterende dag boven op de Tour Ronde, in het Mont Blancgebied. En Bart, liefdevol als hij is, deelt zijn vreugde met de verstilde maagd op de top. [Ico Kloppenburg]

3 Dent du Géant (Frankrijk) Het is 1988 en de dag voor deze foto bleek de beklimming van de Dent du Géant voor mij en mijn touwgenoot Peter Paul van Montfort niet haalbaar vanwege extreme wind. nu lukte het wel en was er niet alleen sprake van een prachtige klimdag, maar kwam ook het fantastische landschap tot zijn recht. [Raymond Haan]

4 Monte moropas (zwitserland/Italië) In het Zwitserse Saasdal begint bij het Mattmarkstuwmeer de oude smokkelroute naar de Monte Moropas, de grens met Italië op 2868 meter. Een goudkleurige Madonna geeft die grens aan.

3


8 9 7

Boven kan het druk zijn, want vanuit het Italiaanse dorp Macugnaga gaat er een kabelbaan tot de Rifugio Oberto Maroli vlak onder de pas. [Peter Daalder]

5 Schwarzs (Wais, Zwitserland) Bij de Schwarzsee boven Zermatt vind je de alpinistenkapel Maria zum Schnee. Aan het pad naar de Hörnlihütte staat deze houten Maria-met-kind. Het verhaal gaat dat twee mannen uit Zermatt op de Theodulpas verdwaalden in de mist. Ze spraken af dat ze een kapel zouden laten bouwen als ze gered werden. En zo geschiedde. Klimmers die de top van de Matterhorn hebben gehaald, gaan op de terugweg naar de kapel als dank voor hun succesvolle beklimming. [Femke Welvaart]

6 Mont Emilius (Aostadal, Italië)

8 Cima Grande (Dolomieten, Italië)

Bij de start van de beklimming van de Mont Emilius meldde mijn tochtgenoot dat hij duizelig was en niet verder kon. Ik had daar geen last van en ging door. Ik genoot in m’n eentje van de beklimming, de stilte en het uitzicht op het Mont Blancmassief dat ik maar een uurtje had, maar dat de Madonna op de top elke dag heeft. [Noes Lautier]

7 Gran Paradiso (Italië) De gemakkelijkste vierduizender van de Alpen noemen ze Gran Paradiso, maar door de drukte bereikt lang niet iedereen de top-Madonna. [Robert Weijdert]

Joyce Heckman en ik klommen de noordwestgraat van de Cima Grande (2999 meter) in de jaren zeventig. Indertijd dachten we dat we de sporen van de beroemde Angelo Dibona – eerstbeklimmer, 8 augustus 1909 – waren gevolgd. Later bleek dat die kante al in 1908 door de onbekende Rudl Eller (solo) was gedaan. Maar de route wordt nog altijd de Spigolo Dibona genoemd. [Robert Eckhardt]

9 Bea di Nona (Aostadal, Italië) Robert Weijdert beklom misschien wel meer toppen in het Aaostadal dan welke Nederlander ook. Zo ook de Becca di Nona (3142 meter), waar hij deze Madonna ontmoette. [Robert Weijdert]

5 4

6

HOOGTELIJN 4-2017 |

15


Thema: Groot-Brittannië

Kp calm De Brexitonderhandelingen zijn in volle gang, maar die houden ons niet tegen. Het ruige landschap en de vriendelijke bevolking nodigen juist uit tot geweldige bergsportvakanties aan de andere kant van het water. Toegegeven: het weer is er over het algemeen wat onbestendiger dan in de Alpen, maar is dat niet juist onderdeel van de beleving? Soms lopen de dingen anders dan gepland en moet je onderweg je route wijzigen of je plannen bijstellen. Keep calm and carry on. En wie weet grijpt het grillige UK-virus ook jou bij de lurven. 18 24 29 30 34 38 42 44 46 50 56 61

Langs de 3000’ers van Wales Klimmen in Dorset Eerste hoogtelijnen in Schotland Munro hoppen in drie dagen De geschiedenis van Britse klimclubs Cuillin Ridge Traverse Markt & Materiaal van Britse bodem Dagwandeling in het Peak District 15 klimbestemmingen in Groot-Brittannië Interview met klimlegende Joe Brown Coast to Coast Walk Hekkensluiter

16 | HOOGTELIJN 4-2017 | TEKST

FEMKE WELVAART | FOTO FRANK HUSSLAGE


THEMA GROOT-BRITTANNIË

HOOGTELIJN 4-2017 |

17


3000’ers Wales

Langs de van

Of hoe de dingen anders lopen dan gepland

S Neem de kaart van Noord-Wales en een potlood en trek een lijn langs alle toppen van meer dan 914 meter hoog – 3000 voet. Die lijn is een route, en die route volgden Ernst Arbouw en Laurens Aaij. Tot op zekere hoogte. 18 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST ERNST ARBOUW | FOTO’S LAURENS AAIJ

oms lopen dingen niet zoals de bedoeling was. Dan heb je een idee dat op papier hartstikke mooi is, maar komt er eigenlijk zodra je het uitvoert, niets van terecht. Het gaat er natuurlijk om hoe je daarmee omgaat. Je kunt je verzetten en stijfkoppig doorgaan met je plan, want dat was nou eenmaal het plan, en zo had je dat afgesproken, of je zegt: “Oké, jammer, volgende keer beter.” Dan zet je ergens op een mooie plek je tent op en drink je de volgende ochtend een kop koffie in de zon. En dan ziet alles er ineens heel anders uit. Dit verhaal eindigt met een tent op een mooie plek, en een kop koffie. Het begint met een plan. Wel een mooi plan trouwens.


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Verspreid over Noord-Wales, min of meer van Conwy tot Llanberis, liggen vijftien bergen van drieduizend voet en hoger. Verspreid is niet het goede woord. Ze liggen keurig op een rij. Van Foel Fras in het noorden tot Snowdon in het zuiden kun je een potloodlijn over de kaart trekken die op één na alle toppen aandoet, en die laatste top, Yr Ellen, ligt maar een klein stukje naast die lijn. Ons plan was om die denkbeeldige potloodlijn, plus uitstapje naar Yr Ellen, te volgen, met rugzak, tent, twee avondmaaltijden en een thermosfles. Vijftien toppen. Zeven stuks plus een lange afdaling op dag één, vijf op dag twee gevolgd door weer een lange afdaling, en drie op de laatste

dag, dit keer gevolgd door een afdaling met het toeristenstoomtreintje van Snowdon terug naar Llanberis.

Natte wolk En zo staan Laurens en ik op een vrijdagochtend in het voorjaar op de stoep in Pon y Pent, een dorpje nauwelijks tien kilometer van de kust, met aan de ene kant van de weg uitzicht op een rivier die bij laagwater bijna droogvalt en aan de andere kant weilanden, een pub, lammetjes en knalgeel bloeiende brem. Dan een asfaltweggetje, een karrenspoor en een paadje door het veen. Daarachter liggen Foel Fras, Garnedd Uchaf en nog

HOOGTELIJN 4-2017 |

19


Voor het uitzicht wegtrekt, peilen we een nieuwe kompaskoers

Gelukkig vinden we een perfect vlak stukje gras voor onze tent.

vijf toppen met onuitspreekbare namen. Eerst gaat het omhoog. 923 meter vanuit het dal tot de top van de 942 meter hoge Foel Fras. Op papier is het een eenvoudige tocht, tot het paadje door het veen oplost in het niets en de lage, donkergrijze lucht verandert in dichte mist en regen. In de verte vlekt de zon over het dal, boven ons verdwijnt de helling in een natte wolk.

Kompaskoers We moeten een zijdal oversteken en dan ergens aan de overkant tussen de stenen en het gras verder omhoog. “Volgens mij loopt daar een spoor”, probeer ik. “Mwww. Ik weet het niet”, antwoordt Laurens. We waren van tevoren gewaarschuwd: op een mooie dag is het eenvoudig je weg te vinden, maar op slechte dagen, en daar zijn er hier veel van, is navigeren een uitdaging. Laurens haalt de dubbelgevouwen landkaart uit zijn zak. Het pad dat we volgen

op de kaart, en dat feitelijk niet bestaat, gaat eigenlijk niet naar Foel Fras maar naar Garnedd Uchaf, de tweede berg op ons rijtje. Op enig moment moeten we een afstekertje maken om op de eerste top te komen. Heel veel discussie is niet nodig: als we sowieso ergens van het pad af moeten om een kompaskoers te volgen en als het pad op de kaart in werkelijkheid niet bestaat, dan kunnen we net zo goed direct een kompaskoers volgen. Een paar minuten later lopen we tussen het hoge gras, rotsblokken en verborgen kuilen in het veen, in een zo recht mogelijke lijn naar ons doel. Met het kompas in de hand probeer ik herkenningspunten op de helling te vinden. “Zie je die schapen daar? Die kant moeten we op.” “En als die schapen ondertussen weglopen?” “Iets verderop staan ook schapen. Dan volgen we die.” De top van Foel Fras bestaat uit een veld van keien en stenen met in het midden een trig point, een vierkante pilaar die vroeger werd gebruikt voor landmetingen.

Foto links Trig Point: de top van Foel Fras (942 meter). Foto rechts Pub in Pon y Pent.

20 | HOOGTELIJN 4-2017


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Scherpe stenen op de top van Foel Grach.

“Pffffffgg”, vat ik de stemming samen. “Hhhhhgg”, bevestigt Laurens. Het is drie uur ’s middags, we hebben zojuist vier uur (vier uur!) gedaan over zeshonderd hoogtemeter en oh ja: we hebben nog zes toppen en een afdaling te gaan. Gelukkig is ondertussen wel de zon doorgebroken. In de luwte van een stenen muurtje drinken we thee terwijl we onze jassen en regenbroeken laten drogen in de wind.

Komt goed Het noordelijke deel van de tocht over de drieduizenders gaat over Carneddau, de grootste aaneengesloten hoogvlakte van Engeland en Wales. Tussen wolkenflarden en nevelbuien kijken we in de diepte, naar de Ierse Zee en het eiland Anglesey. Aan de andere kant kijken we over heuvels en dalen en heide en weide. Zodra er een gaatje in de bewolking is, proberen we onze route uit te stippelen. Tussen aankomende regenbuien kunnen we het volgende deel van onze route zien: eerst gaan we door een klein zadel omhoog naar Garnedd Uchaf en dan over een brede kam door naar Foel Grach. “Die punt daar opzij, hoort die er ook bij?” “Bij die smalle rotsgraat? Ja, die hoort er ook bij. Maar daar komen we veel later pas.” Voor het uitzicht wegtrekt, peilen we een nieuwe kompaskoers. Terwijl we verder lopen, begin ik zachtjes te twijfelen aan ons plan. Het is bijna vier uur ’s middags, er liggen nog zes toppen voor ons en dit is niet de zwaarste van de drie dagen. Tussen de scherpe stenen op de top van Foel Grach staat Laurens me op te wachten. “Weet je”, begint hij. “Ja, ik denk dat ik het weet.” “Misschien zijn die rugzakken een beetje groot.” Alles wat we nodig hebben, dragen we mee: een tent, twee

avondmaaltijden, brood, kaas, koffie en vooral een heleboel water. Onderweg zijn geen stroompjes of beekjes om water uit te tappen en dat betekent dat we al het drinkwater dat we nodig hebben – water voor overdag, avondeten, thee, ontbijt – zelf moeten dragen. “Ik heb geen zin om straks in het donker af te dalen”, zeg ik. We gaan al zo lang met elkaar op pad dat ik precies weet wat Laurens nu gaat antwoorden. “Mwa. Komt goed.”

Schemering Zo rijgen we de ene top aan de ander: Carnedd Llewelyn (wind, nu en dan zon), Yr Ellen (donkere lucht, naderende buien, uiteindelijk toch maar overgeslagen), Carnedd Dafydd (stromende regen). Op weg naar Pen yr Ole Wen, de laatste top van vandaag (wind, aanhoudende regen), verandert de kleur van de wolken. Het is nog nauwelijks merkbaar, maar het wordt langzaam avond. Als we op de top staan, is het aan het schemeren. Met het kompas zoeken we in het halfdonker tussen rotsen naar het juiste pad. Terwijl in de diepte koplampen over de weg gaan, klauteren we over natte blokken tussen heide en hoog gras. We vinden een spoortje dat weer verdwijnt, en dan nog een, en dan nog een. Laurens pakt nog een keer de dubbelgevouwen kaart. Van waar ik sta, zie ik alleen nog hoe het licht van zijn hoofdlampje over de kaart schijnt. Vanaf een groot rotsblok kijk ik hoe hij met de gps peilt waar op de helling we precies zijn. Eigenlijk is de situatie vrij overzichtelijk: het is donker, het regent, we zijn moe en we staan op een puinhelling waar we het pad niet kunnen vinden. Er is maar een reden om verder te gaan: we hebben nog maar een halve liter water. Niet genoeg voor het eten, laat staan voor thee of koffie of ontbijt.

HOOGTELIJN 4-2017 |

21


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Foto links Op papier is het een eenvoudige tocht. Foto rechts ’s Ochtends in de zon ziet alles er ineens anders uit.

Klauteren

Na nog eens een minuut of tien dalen in het stikdonker willen mijn benen niet meer, en belangrijker: mijn hoofd wil ook niet meer. “Als we ergens een plekje vinden, mogen we van mij de tent opzetten”, opper ik. “Verstandig plan”, klinkt het van onder het hoofdlampje voor me. En dan vindt Laurens (“Mwa, komt goed”) tussen de stenen, in het donker, op een helling van 45 graden, binnen drie minuten een perfect vlak stukje gras, precies groot genoeg voor een tentje. Van het laatste water maken we twee mokjes thee.

De volgende ochtend dalen we af naar Idwal Cottage, aan de voet van de berg. Bij daglicht blijkt de route slechter dan we in het donker dachten. Er zijn grote blokken, hele grote blokken en passages waar we moeten klauteren, maar nergens is iets dat lijkt op het wandelpad dat op de kaart staat. ’s Middags zetten we de tent in Cwm Idwal, een zijdalletje met prachtig uitzicht over de hellingen van Pen yr Ole Wen. Terwijl we in de zon in het gras zitten, vliegt een reddingshelikopter rondjes rond Tryfan, de volgende top op onze oorspronkelijke route. Vier keer rukt de bergredding die middag uit, waarvan een keer voor een dodelijk verongelukte wandelaar. Soms, besluiten we, is het beter om te zeggen: oké, jammer dan, volgende keer beter.

Welsh 3000’ers Route

De route langs de Welsh 3000’ers is een bergtocht langs vijftien toppen verspreid over drie massieven in Noord Wales. Hoewel de route nergens hoger komt dan 1085 meter – de top van Snowdon – is het een zware tocht. De route is nergens gemarkeerd (ook niet met steenmannen), het zicht is vaak slecht, op delen van de route is geen pad en op twee beklimmingen (Tryfan en Crib Goch) moet je klauteren. De afdaling van Pen yr Ole Wen is moeilijk te vinden. Ervaring met kaart en kompas en liefst gps is vereist. Verder is ervaring met klauter- en klimroutes absoluut noodzakelijk. Op Tryfan en Crib Goch kun je snel en vrij diep vallen. Op lange zomerdagen is het voor getrainde wandelaars mogelijk de route in 24 uur af te leggen. Het is dan wel raadzaam om zo veel mogelijk gebruik te maken van aanvullend vervoer. Probeer de tocht niet (zoals wij) met kampeeruitrusting. Eet en slaap onderweg in de jeugdherbergen in Idwal Cottage en Pen Y Pass, zodat je met een minimale rugzak (thermosfles, lunch, regenjas) op pad kunt.

Reizen

Openbaar vervoer in Groot-Brittannië is prijzig en minder goed georganiseerd dan in Nederland. Voor de meeste bestemmingen, vooral in klim- en wandelgebieden, is het verstandig om met een (huur)auto te reizen. Wij vlogen van Amsterdam naar Liverpool (Easyjet) en huurden daar een auto waarmee we in minder dan twee uur naar Llanberis reden. Het is mogelijk om de verschillende delen van de tocht te bereiken met de bus, maar ook hier geldt: een auto of taxi is beter. Met name het beginpunt in het noorden (of het eindpunt, als je in omgekeerde richting loopt)

ligt ver van doorgaande wegen. Als je kiest voor openbaar vervoer, wordt het een lange dag. Een van onze belangrijkste conclusies: als we een taxi hadden gehad naar een goed startpunt, hadden we de route waarschijnlijk uitgelopen.

Accommodatie

Er zijn jeugdherbergen bij Pen y Pass (onder Snowdon) en bij Idwal Cottage (tussen Pen yr Ole Wen en Tryfan). Voor de start en na de finish zijn talloze overnachtingsmoglijkheden. Zoek in de omgeving van Betws-y-Coed en Llanberis.

Eten & Drinken

In Llanberis zijn (afhaal)restaurants, pubs en winkels. Verder is er onderweg alleen een kleine snackbar (koffie, cola en broodjes) bij Idwal Cottage. In Betws-y-Coed zijn twee supermarktjes en verschillende restaurants.

Kaart & Kompas

De route staat in z’n geheel op OS Landranger 115, Snowdon (1:50.000). Er bestaat ook een 1:25.000 kaart (Snowdon / Yr Wyddfa) – die geeft meer detail, maar de keerzijde is dat hij een enorm formaat heeft. Tip: gebruik onderweg de 1:50.000 kaart en neem de 1:25.000 mee als back-up bij twijfelgevallen. De route is vooral bij slechte weersomstandigheden lastig te vinden. Een eenvoudige gps kan je veel zoeken puzzelwerk besparen. Meenemen dus.

Nuttige links

• welsh3000s.co.uk • mudandroutes.com/welsh-14-peaks-challenge-walk • gwynedd.gov.uk (informatie over openbaar vervoer)

HOOGTELIJN 4-2017 |

23


Avonturen tuen foielen Klimmen in Dorset

Klimmen in Groot-Brittannië. Wie dan alleen denkt aan klimmen op nuts en friends loopt hopeloos achter. In Dorset zijn eindeloos veel routes goed behaakt. Aan zee. En natuurlijk kun je er nog altijd prima trad klimmen, en prachtig wandelen, en er de mooiste fossielen vinden. Tijd voor een bezoek aan de Engelse zuidkust.

W

at is er beter om je vakantiegevoel aan te wakkeren dan een veerboot die aanlegt bij witte krijtrotsen. Voeg daarbij het gevoel van vlinders in de maagstreek. Want we gaan niet alleen wandelen in een onbekend gebied, we gaan ook klimmen op zijn Brits. Dat betekent in elk geval ook: zelf zekeringen aanbrengen, oftewel trad klimmen. En, als het weer het toelaat, die andere tak van de klimsport proberen: soleren boven zee, met een nat pak als beloning. En dan is er nog een attractie waar we benieuwd naar zijn: zijn er echt zo veel fossielen te vinden? De zonsondergang bij aankomst in Portland is alvast veelbelovend: de schitterende kustlijn glimt in de laatste zonnestralen.

24 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST ICO KLOPPENBURG | FOTO’S FRANK HUSSLAGE

Portland kalksteen Matt en Andy zijn erg Brits en allesbehalve de flitsende kliminstructeurs die we hadden verwacht. Ze nemen ons mee naar Blacknor Beach, waar we heel eenvoudig beginnen met een graatroute op een enorm rotsblok bij de zee. Het heet Fallen Slab en zat ooit stevig vast, hoog boven ons in de wand. Hier zijn de routes behaakt en de waarderingen Frans, dus voelt het snel vertrouwd. Na een paar mooie opwarmers lopen we verder langs de eindeloze kust. De rots bestaat uit prachtige Portland kalksteen, soms doorspekt met zwarte vuursteen, soms met colonetten en andere grillige vormen. “Dat noemen we nou druipsteen”, zegt Matt. “Eigenlijk klimmen we dus in een grot,


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Typisch Engels zomerweer bij Lulworth Cove.

in Slings Shot (5). Die laatste route ziet er van beneden indrukwekkend uit, maar biedt zo veel onverwacht goede grepen dat ik me in totale verwondering laat zakken aan de tophaak. Als Matt me vraagt wat ik van de route vind, komt er maar één woord naar boven en stamel ik: voluptuous. Lachend bekent hij dat het de eerste keer is dat hij iemand een klimroute met die term hoort omschrijven. Maar hij is het zeker met me eens: de route is zo overdadig dat je soms niet weet welke greep je moet kiezen. Rond Slings Shot zitten binnen 100 meter aan beide kanten nog drie routes uit de top 50 – Reptile Smile (6a+), Downtown Julie Brown (6c) en England’s Dreaming (7a+) – en nog een hele serie sterrenroutes. Namen om van te watertanden en allemaal lopen ze over die prachtige druipsteen, in het Engels flowstone. De rots is steil, maar zeker niet overhangend, en dus vermaken we ons met een wedstrijdje ‘no hands rest’, liefst op de hakken, met de rug tegen de wand. En dan dat uitzicht, waarvan je nooit genoeg krijgt: een eindeloze film van zee en witte rots, waar passende geluiden van krijsende meeuwen en rustige branding onder zijn gemonteerd.

De zee wordt soms iets wilder.

waarvan de helft door erosie in zee is gestort.” Bijzonder is het zeker en kieskeurig als we zijn, kiezen we alleen routes uit de ‘top 50’ van de klimgids. Wat verder opvalt: er is voor elk wat wils: van eenvoudige routes voor de modale klimmer tot stevige ‘test pieces’ voor wie de grenzen opzoekt. De meeste routes hier zijn loodrecht of iets liggend: voor grote overhangen en daken kom je in andere gebieden aan je trekken, zoals Swanage.

Voluptueus Ondertussen is het on-Brits aan het zomeren en staan we af en toe toch te zweten op de rots. Mooie plaatjes levert dat zeker op, bijvoorbeeld in de geweldig graatroute Pregnant Pause (6a+) of

“Dat er bij Portland zo veel sportklimroutes zijn behaakt, is eigenlijk toeval”, legt Matt uit. Eén van de grote pioniers van het gebied, Peter Oxley, wijdde zijn leven aan het ontsluiten van het gebied. Daarbij is de keuze gemaakt dat er boorhaken mochten worden gebruikt in een beperkt gebied. Het maakt het gebied, zeker voor ons continentals wel een stukje toegankelijker. Dat geldt trouwens niet voor de paadjes waar je overheen gaat om de rotsen te bereiken. Staan boven aan de klif vaak bordjes om te waarschuwen of hekken om je tegen te houden, hier beneden is dat anders. Zoals in veel klimgebieden in de wereld is het ongezekerd bereiken van de routes objectief gezien het gevaarlijkste onderdeel van de trip.

Fossielen De rots is niet alleen van topkwaliteit, maar ook nog eens doorspekt met fossielen. Dat maakt het voor ons alleen maar interessanter. En omdat de kalksteen hier tijdens de Jura ontstond, wordt de kust ook wel Jurassic Coast genoemd. Overigens is het schiereiland van Portland niet alleen bij klimmers beroemd vanwege de goede kwaliteit kalksteen. Alle huizen in de omgeving zijn gebouwd van

HOOGTELIJN 4-2017 |

25


Abseil op weg naar het avontuur.

de lokale steensoort. En toen St. Paul’s Cathedral in Londen bij de grote brand van 1666 in vlammen opging, was er maar één steensoort goed genoeg om een nieuwe kathedraal uit op te trekken. Voor St. Paul’s werden trouwens alle stenen met fossielen afgekeurd. Verder zijn ook Buckingham Palace en het Pentagon van deze steensoort gebouwd. Gevolg is wel dat het middendeel van het schiereiland van binnen aardig is uitgehold door alle steengroeven.

Lulworth Cove De tweede dag bezoeken we Lulworth Cove, een prachtige baai tussen Portland en Swanage. We ontmoeten Jim, type jonge labrador, die ons meeneemt over Lulworth Estate. Anders dan de dag ervoor krijgen we een typisch Engelse zomerdag: grillige wolkenluchten, veel wind en af en toe een bui. Dat kan Jim natuurlijk niet deren en in niets anders dan een fleece en korte

over een aantal jaren is dit deel van de kust in zee verdwenen broek gaat hij met ons mee op stap. Stunning is het juiste Engelse woord dat hoort bij het uitzicht op dit deel van de kust. Overal zien we inhammen en vooral de grote rotsbogen in zee zijn eyecatchers. De beroemdste daarvan heten Durdle Door (nee, Potter-fans, geen Dumbledore!) en Stair Hole. Hier zijn legio mogelijkheden voor DWS, oftewel deep water solo. Mark of the Beast (7c) en Horny Lil’ Devil (F7a) zijn daarvan misschien wel de meest bekende. Helaas (of gelukkig?) is klimmen op Lulworth Estate verboden. Als we Jim vragen naar het waarom van het verbod legt hij uit dat

26 | HOOGTELIJN 4-2017

ze geen zin hebben om constant toeristen te moeten redden die klimmers nadoen. Nu al bestaat een belangrijk deel van zijn werk uit het redden van mensen die in de problemen zijn gekomen bij het wandelen langs de kust. En uit het opruimen van de troep die groepen bezoekers achterlaten. Met meer dan een miljoen bezoekers per jaar ligt het natuurlijk voor de hand dat de belasting voor de natuur aanzienlijk is, zeker in een gebied dat zo aan weer en wind onderhevig is. Daarom gaat veel tijd zitten in het bijhouden van wandelpaden, vernieuwen van trappen en beveiligen van erosiegevoelige plaatsen.

Open geologieboek We lopen nu op een beroemde langeafstandwandeling, het South West Coast Path. Dat slingert ruim 1000 kilometer langs de Britse zuidkust en trekt veel wandelaars. Het pad geeft zicht op wat je gerust een open geologieboek kunt noemen. Op sommige plekken liggen de lagen sedimenten keurig naast elkaar geplooid in de prachtigste vormen. In het bezoekerscentrum is in filmpjes en maquettes duidelijk te zien hoe dit deel van de kust is ontstaan. Duidelijk wordt dan ook dat de huidige situatie een tijdelijke is: over een x-aantal jaar zal dit deel van de kust in zee zijn verdwenen. Terwijl het uitzicht op de kust hier vijf sterren krijgt, kun je dat niet altijd zeggen van wat er net achter de kust ligt. De geweldige locatie wordt toch wat ontsierd door een enorme camping, waar de caravans in eindeloze rijen naast elkaar staan. Natuurlijk gun je iedereen dit uitzicht, maar het is toch bijzonder om zo’n camping pal naast een werelderfgoedplek te zien. Het is een fenomeen dat ook in Portland opvalt: op een plek waar onze mond openvalt van het uitzicht zijn gewoon wat rommelige bedrijfjes te vinden. Is het omdat de Britten een paar duizend kilometer mooie kust hebben, dat ze niet erg kieskeurig hoeven te zijn?


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Foto Ico Kloppenburg

Reusachtige fossielen liggen overal.

Ico in de klassieker Tensor II.

Fossil Forest Het pad daalt af tot een dal dat Scratchy Bottom heet. Deze plek werd vroeger door smokkelaars gebruikt om contrabande aan land te brengen en ’s nachts over het land te verspreiden. We dalen door een geul af naar het strand. Gelukkig hangt er een oud touw, want zonder hadden we de glibberige geul niet zonder uitglijden kunnen afdalen. Beneden op het kiezelstrand wijst Jim ons op het karkas van een soort dolfijn. We lopen verder, langs de prachtige krijtbogen en de soms verticaal geplooide aardlagen. Aan Lulworth Cove godzijdank geen grote bebouwing, maar alleen een paar bootjes en een klein restaurant, waar we wat eten. Na de lunch wandelen we verder naar het oosten, klimmen omhoog tot een uitzichtpunt en zoeken naar het Fossil Forest. Beneden aan het klif herkennen we inderdaad in de rotsen de vormen van boomstronken. We struinen verder naar het oosten en stuiten op het hek dat een groot militair gebied afsluit. Hier mag je wandelen, tenzij er geoefend wordt. Het is wel van belang dat je op de open paden blijft, omdat alleen daar alle munitie echt wordt opgeruimd. Als het beste deel van de middag erop zit, leidt ons rondje ons terug naar Lulworth Cove en verlaten we over het sfeervolle pad de baai. De kennismaking met deze parel zit erop en we rijden naar de badplaats Swanage, waar we verblijven in het oer-Britse hotel The Limes. De eigenaresse is zo mogelijk nog Britser en een en al behulpzaamheid. Haar motto – Please, don’t suffer in silence – is gemeend en haar gastvrijheid oprecht.

Trad klimmen Flexibiliteit is een kernkwaliteit van elke buitensporter. Na overleg met onze gids Matt vertrekken we de volgende ochtend vroeger dan gepland: het belooft ’s middags slecht weer te worden. Behalve Matt en Andy gaat ook kliminstructrice Kelly met ons mee, voor een dagje klimmen op nuts en friends. We parkeren de auto in een onooglijke mini Vinexwijk en lopen door het groene land naar het zuiden, de zeelucht tegemoet. Na bijna twee kilometer neemt de helling toe en dalen we af naar de kust. We beginnen vandaag op Guillemot Ledge en zijn meteen blij dat we locals bij ons hebben. Want waar wij toch echt flink de tijd nodig zouden hebben om ons te oriënteren (Boven welke route zitten we? Waar is hier het abseilpunt?) beginnen zij zonder aarzelen met het inrichten van een abseil. Zonder haken, natuurlijk.

Aan mij de eer om de eerste lengte van de klassieker Tensor II voor te klimmen. Het is even zoeken bij het dak, maar de grepen zijn goed en de zekeringen bomproof. De boodschap ‘blijf lekker onder je gebruikelijke klimniveau’ heb ik goed in mijn oren geknoopt: het leggen van nuts en friends maakt het klimmen avontuurlijk genoeg. Na nog een paar lengtes trad klimmen, gaan we naar Dancing Ledge, een deel van het gebied dat wel is behaakt. Matt nodigt me uit om, boven zee, een poging te doen in Mariana’s Trench Coat. Het is een flinke 6b+ overhang en blijkbaar kom ik aarzelend over, want Matt stuurt me omhoog met de onvergetelijke woorden “These holds look like they might explode, but they won’t.” Vlot klim ik tot voorbij de derde haak als ik een greepje vol belast en voordat ik er erg in heb, ondersteboven vlak boven zee hang. Gelukkig klimt Kelly de route ook zonder de uitgebroken greep netjes uit, maar helaas zit een tweede poging er voor mij niet meer in. Onze gids heeft haast en het weer zou slecht worden. Gelukkig is er nog wel genoeg tijd voor een pint of ale op het terras van de pub Square and Compass. Uitzicht op zee, een paar prachtige routes op zak en een biertje in de hand: dit smaakt naar meer! Drie dagen Dorset en onze bucketlist is bijna afgevinkt: sport- en trad klimmen, wandelen en fossielen zoeken zijn gelukt. Toch zijn er redenen genoeg om hier terug te komen, al was het maar omdat we ons zeker nog eens moeten wagen aan een deep water solo.

Klimmen aan de zuidkust van Engeland Afstand

Dorset ligt aan de (meestal) zonnige zuidkust van Engeland, op ruim 700 kilometer van Utrecht.

Getijden en broedseizoen

Let bij het klimmen op de getijden. Er zijn ook speciale regels in het broedseizoen. Meer informatie op thebmc.co.uk/ modules/RAD.

Gids & Kaart

Alle informatie over klimmen in Dorset kun je lezen in de onvolprezen Rockfax

gids van Dorset. Verder is de Outdoor Leisure Map nr. 15, Purbeck & South Dorset, schaal 1:25.000 nuttig.

Accommodatie

Wij verbleven in Portland in hotel The Heights (heightshotel.com). In Swanage logeerden we in het kleine hotel The Limes (limeshotel.net). De klimmerscamping Tom’s Field ligt ideaal (tomsfieldcamping.co.uk). De pub die we bezochten, ligt in Worth Matravers, met uitzicht op zee en een winkeltje met fossielen erbij.

HOOGTELIJN 4-2017 |

27


THEMA GROOT-BRITTANNIĂ‹

Onderzoek op Schotse berg levert eerste hoogtelijnen op

Cadeau voor

In de achttiende eeuw werd tijdens een experiment om de massa van de aarde te meten, min of meer bij toeval de hoogtelijn uitgevonden. De berg die zich hier perfect voor leende, was de bijna symmetrische Schiehallion in het Schotse Perthshire.

N

a een eerder mislukte poging van Isaac Newton om de gravitatiewet (zijn theorie over de zwaartekracht) aan te tonen, trok de Britse astronoom Nevil Maskelyne in 1774 naar het Schotse Perthshire, waar hij vier maanden lang onderzoek deed bij de 1083 meter hoge Schiehallion. Deze berg leende zich goed voor zijn onderzoek, vanwege zijn bijna perfect symmetrische vorm en omdat er weinig andere bergen in de buurt lagen die de metingen konden beĂŻnvloeden. Maskelynes theorie was, dat als hij de massa en het volume van de berg kon bepalen, het ook mogelijk was om de massa van de aarde te meten.

Newtons gravitatiewet

De gravitatiewet van Newton beschrijft de aantrekking tussen voorwerpen door de zwaartekracht. De theorie was dat als je de massa van een berg kunt bepalen, en de mate waarin deze de afwijking van de aantrekkingskracht van de aarde veroorzaakt, je ook de gemiddelde dichtheid van de aarde zou kunnen bepalen. En daarmee het gewicht van de aarde en de dichtheid van andere hemellichamen.

Schietloodje Maskelyne heeft gemeten in hoeverre een schietloodje werd beĂŻnvloed door enerzijds de aarde en anderzijds de aanwezigheid van de massieve berg. Op een plek waar geen bergen of dalen waren, hing het loodje door de aantrekkingskracht loodrecht naar beneden. Bij de berg hing het loodje iets scheef, richting de berg. Hiermee toonde Maskelyne aan dat de berg inderdaad invloed heeft en dat Newtons gravitatiewet wel waar moest zijn. Maskelyne kon met behulp van de loodmetingen een inschatting doen van het verschil in de dichtheid tussen de berg en de aarde in haar geheel. Op basis van heel voorlopige aannames over de vorm en het volume van de berg, berekende hij dat de aarde in haar geheel een ongeveer twee keer zo grote dichtheid moest hebben als de berg.

Hoogtelijnen als bijproduct

Foto Neil Williamson

cartografen Om de aanname van Maskelyne te bevestigen, deed een team van landmeters honderden metingen uit alle mogelijke posities. Om vervolgens uit al die getallen het volume en daarna de massa van de berg te kunnen berekenen, werd de wiskundige Charles Hutton gevraagd. Aan de hand van een kaart waarop de landmeters alle getallen hadden geschreven, die correspondeerden met de metingen op en om de berg, zag Hutton dat als je met een potlood punten van gelijke hoogte met elkaar verbond, de getallenbrij een stuk overzichtelijker werd. Aan de hand van die lijnen kregen de onderzoekers inzicht in de totale vorm en helling van de berg. En zo werd dus als toevallig bijproduct de hoogtelijn uitgevonden, die tot op heden nog steeds wordt gebruikt in de cartografie.

De berekeningen op en rond de Schiehallion leidden tot de eerste hoogtelijnen.

Een op kennis gebaseerde gok En die massa? Dankzij de berekeningen van Hutton konden ze het volume van de berg bepalen. Met een aanname van de dichtheid van het korstgesteente (2500 kg/m3), kon vervolgens de massa van de berg worden bepaald en van de aarde en van alle andere belangrijke hemellichamen, zoals de zon, maan en andere planeten. Het team kwam tot de conclusie dat de dichtheid van de aarde twee keer zo groot is als die van de Schiehallion en er dus in de kern van de aarde materiaal met een veel grotere dichtheid aanwezig is, namelijk de metalen nikkel en ijzer. Het experiment met de Schiehallion had overigens wel een tekortkoming: het bleek niet mogelijk om een juist getal te krijgen zonder de werkelijke massa van de berg te kennen. Voor het gemak was Hutton er namelijk vanuit gegaan dat de berg dezelfde dichtheid had als die van normale gesteenten, maar dit was niet meer dan een op kennis gebaseerde gok. Bron: Bill Bryson, A short history of nearly everything. En met dank aan Ron Bloksma, Michel Fugers en Tom van der Putte.

TEKST FEMKE WELVAART | HOOGTELIJN 4-2017 |

29


Munro hoppen in 3 dagen

Speeddate met

30 | HOOGTELIJN 4-2017

Schotland

| TEKST EN FOTO’S JAN FOKKE OOSTERHOF


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Al jaren ben ik smoorverliefd op Schotland. En wat doe je dan? Dan ga je daten! Schotland heeft zich inmiddels bewezen als bereikbare bestemming, waar je eenvoudig een weekend naartoe kunt om te genieten van desolate berglandschappen en Schotse whisky. Opnieuw trok ik naar het land van de haggis, dit keer om mijn vriendin Iris te laten kennismaken met de oneindige mogelijkheden. En dat alles in slechts drie dagen. Speeddaten dus.

M

aandag 2 januari vertrekken we ’s ochtends vroeg uit Amsterdam om op donderdagmiddag weer voet op Nederlandse bodem te zetten. We hebben dus drie volle dagen om Schotland te verkennen. Dat blijkt zelfs met tegenslag te lukken.

Carpoolen Omdat de Schotten Nieuwjaar wat langer doortrekken (om zich af te zetten tegen de Engelsen) rijden er nauwelijks bussen op 2 januari. Het lukt ons om met een lokale bus en trein Balloch te bereiken, een dorpje ten zuiden van Loch Lomond, het langste zoetwatermeer van Schotland. Vanaf hier gaan we liften.

Zo komen we niet alleen in het noorden, maar maken we ook kennis met de vriendelijke bevolking. Eerst zitten we in de auto bij een vriendelijke dame met haar knuffelhond die ze inzet voor kinderen die langdurig in het ziekenhuis verblijven. Dan neemt een Indiaas echtpaar ons mee. Hij werkt hier tijdelijk, zij is op bezoek. Ze sightseeën een dagje. Ze overleggen of ze – net als wij – naar Glencoe gaan, een van de ruigste spots van Schotland. Ze besluiten anders, dus moeten we bij de splitsing uitstappen. Gelukkig stopt de eerstvolgende auto, van een expat die een avond wil fotograferen in Glencoe, vanwege de sneeuwtoppen en heldere lichtval. Met zijn SUV dropt hij ons midden in de vallei na het kleine Bridge of Orchy, vernoemd naar de oude stenen brug.

HOOGTELIJN 4-2017 |

31


Uitzicht vanaf de Sgorr Nam Fiannaidh (967 m), een Munro boven Glencoe.

Glen of Weeping Iris is inmiddels ook onder invloed van dit magistrale, ruige land. Gretig lopen we de bogs in en laten we het weidse en desolate van de omgeving op ons inwerken. Op verschillende plekken zien we mensen tot hun enkels in het water staan om de vergezichten

Het hotel is een baken van warmte in de verlaten vallei te fotograferen. Ook wij soppen door de vallei, rugzak om de schouders, en nemen de stilte in ons op. “Goh,” zegt Iris, “als de vakantie nu voorbij zou zijn, was het al geslaagd. Ik snap je!” We stampen verder door de vallei van Glencoe waar zo veel is gebeurd in het verleden. Het bloedbad op 13 februari 1692 bijvoorbeeld, toen 38 leden van de clan MacDonald of Glencoe door leden van de Campbell clan werden gedood. De vallei wordt daarom ook wel Glen of the Weeping genoemd.

Spoorzoeken Pas als het ineens donker is, realiseer ik me dat in Schotland de zon al om vier uur onder gaat. We zijn op zoek naar de West Highland Way, een Lange Afstand Wandelpad (LAW) dat duidelijk

gemarkeerd en ook in het donker prima te volgen is. Helaas vinden we het niet. Dus buigen we terug naar de weg en volgen die tot Kings House Hotel, een baken van warmte en luxe in de verlaten vallei. Omdat het hotel wordt gerenoveerd, slapen we in een tijdelijk Bunkhouse met 32 bedden. Och, wat smaakt die eerste Guinness uitstekend! De tweede ook trouwens. De volgende ochtend is het regenachtig en winderig, zoals je in dit land verwacht. We vullen onze thermos met een liter koffie en gaan op pad. Gezien de omstandigheden besluiten we een etappe van de duidelijk gemarkeerde West Highland Way te volgen, die ons van Kings House Hotel via de Devil’s Staircase naar het dorp Kinlochleven voert. De Devil’s Staircase is een kronkelende klim die naar een 550 meter hoge richel leidt. Vanaf hier strekt de vallei Glencoe zich uit naar het zuiden en zie je de Buachaille Etive Mor liggen, wat mij betreft de mooiste, meest karakteristieke berg van Schotland. Dit is tevens het hoogste punt op de West Highland Way, maar voor ons is dat niet genoeg: we slaan een zijpad in en pakken de Beinn Bheag van 616 meter nog even mee. Het lawaai van de wind en de wapperende jassen doet Iris even vrezen, maar het went snel. Dit is Schotland.

Sir Hugh Munro In de afdaling komen we een tengere Schot op een mountainbike tegen die klappertandend een praatje met ons maakt. Wij weten dan nog niet dat hij ons juist daarom morgenochtend een lift zal geven… Outdoorliefhebbers vinden elkaar. In Kinlochlevin drinken we een pint of lager en nemen de bus naar Glencoe Village, van waaruit we morgen onze eerste Munro gaan ‘doen’. Een Munro is een Schotse berg of heuvel met een hoogte van minimaal 3000 voet ofwel 914,4 meter. Munros ontlenen hun naam aan Sir Hugh Munro (1856–1919), die als eerste een complete lijst van deze bergen, de Munros Table, opstelde in 1891. De huidige lijst van de Scottish Mountaineering Club telt 284 Munro’s. Ik heb er nog 260 te gaan…

Tegenslag Zonnen op de top, en dat op 4 januari!

32 | HOOGTELIJN 4-2017

We nemen onze intrek in het heerlijke hotel Clachaig Inn, dat ik ken van eerdere avonturen en dat in 2016 tot Pub van het jaar werd verkozen. Met ruim 200 soorten whisky onder de bar moet dat ook wel. Er is een luxe lounge aan de voorzijde en de heerlijk


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Uitzicht op Glencoe Village vanaf de Pap of Glencoe.

ruige Boots Bar aan de achterzijde, waar we onze intrek nemen bij de kachel met een knisperend vuur. De volgende ochtend hebben we wat tegenslag. We zoeken de aanlooproute naar de Bidean nam Bian (1150 meter), een prachtige Munro waarvoor we de Hidden Valley passeren, maar kunnen de route niet vinden. Zo zonde: we hebben weinig tijd, vandaag is het weergaloos weer, het moet nu gebeuren. Dus besluiten we dat we liftend naar de Pap of Glencoe te gaan, die ik twee keer eerder beklom. Een berg met een spectaculair uitzicht; Iris moet immers wel in deze korte tijdsspanne Schotland voor altijd leren waarderen...

James Bonds geboortegrond We steken de duim nog maar net op of John, de bibberende mountainbiker van gisteren, stopt met gierende banden en zet ons exact aan de voet van de klim af. Zonder aarzeling klimmen we, zonder pad, in een rechte lijn de berg op. Dat is het mooie aan Schotland: Rights of way en The freedom to roam. Zolang je je aan de regels houdt en geen sporen nalaat, mag je op de meeste plekken genieten van the great outdoors en zelfs wildkamperen. De Pap of Glencoe is een heuvel die prominent in het landschap van Glencoe staat. Glencoe zou de geboorteplaats zijn van actieheld James Bond. Zo werden er voor de film Skyfall opnamen gemaakt in deze omgeving.

Once in a lifetime Vanaf de top kijken we uit over het meer dat zich uitstrekt naar enerzijds Loch Lomond en anderzijds de zee. Terwijl ik op de top rondjes loop om het uitzicht van alle kanten te bekijken, gaat Iris in de zon liggen (en dat op 4 januari!). We besluiten een poging te doen om ook de aangrenzende Munro te pakken, Sgorr nam Fiannaidh (967 meter). Via een niet al te moeilijke klim zijn we er sneller dan verwacht. Het uitzicht is fenomenaal. Zwijgend laten we een en ander op ons inwerken: Ben Nevis, de hoogste Munro van Schotland, bedekt door een dikke laag sneeuw, en een panorama van 360 graden met alleen maar bergen, toppen en desolate wildernis. Voldaan zitten we op de top en laten de stilte op ons inwerken. Een verdwaalde klimmer maakt foto’s van ons en vertelt dat hij hier zojuist een fietsmaat van tien jaar geleden ontmoette. De man kwam van de Aonach Eagach, een tocht over een steile kam, waarvan de Lonely Planet zegt: “You should do it

once in a lifetime.” Ik kijk vanaf onze top recht op de kam en weet wat mij de volgende keer naar het fantastische Schotland zal brengen. Beneden laten we ons de eerste whisky goed smaken. Iris heeft geen ervaring met whisky drinken. Ik raad haar aan sipjes te nemen, uiterst klein, en ze tien keer haar mond rond te laten gaan, zodat haar mond went aan de alcohol en ze de diepere tinten gaat proeven. Het werkt (nog) niet. We moeten terugkomen, besluiten we, dampend voor het knetterende vuur.

Speeddate Speeddaten werkt! Met een grote grijns bekent Iris dat ze na deze drie dagen Munroist wil worden en dus alle 284 toppen boven de 3000 voet met me wil beklimmen. Sterker nog: emigreren is een reële optie…

Wandelen in Schotland West Highland Way

De West Highland Way is het populairste wandelpad van Schotland en dat is niet voor niets. Het pad knoopt alle juweeltjes van de Schotse woeste natuur aan elkaar: langs de oevers van Loch Lomond passeer je Ben Lomond, je loopt door Glen Falloch, steekt de Rannoch Moor over, voorbij Buachaille Etive Mor, belandt via het Glencoe ski centre in de roemruchte vallei Glencoe, beklimt de Devil’s Staircase, passeert via Glen Nevis de Ben Nevis en loopt het bergsportstadje Fort William in. Kijk voor meer informatie op west-highland-way.co.uk.

Accommodatie

Een centraal gelegen hotel van waaruit je dagtochten kunt maken en Munro’s kunt beklimmen, is het Kings House Hotel in Glencoe. Dit hotel wordt tot juli 2018 gerenoveerd, maar je kunt zo lang gebruikmaken van de zeer nette, schone

en sfeervolle kamers in het tijdelijke Bunkhouse. Kijk op kingshousehotel.co.uk. Een andere optie is het fantastische en sfeervolle hotel Clachaig Inn: clachaig.com. Een toonbeeld van Schotse gastvrijheid en traditie. Zeker de Boots Bar aan de achterzijde is een heerlijke plek om bij te komen van je avontuurlijke wandelingen.

Gids, kaart en website

• West Highland Way, Glasgow – Fort William, inclusief Ben Nevis & Glasgow City Guide, van Charlie Loram & Jim Manthorpe. Uitgever: Trailblazer, ISBN 1-873756-54-2. • West Highland Way, Recreational Path Guide, van Anthony Burton. Uitgever: Aurum Press, ISBN 1854103911. • Footprint West Highland Way map. ISBN 9781871149500. • Kijk ook op buitensport-schotland.nl, een platform voor wandelen, fietsen en klimmen in Schotland.

HOOGTELIJN 4-2017 |

33


“Strictly for men�, besloten in december 1857 twintig heren toen zij de eerste bergsportvereniging ter wereld oprichtten: de Britse Alpine Club. Waarom? Vanwege de fysieke en mentale beperkingen op het gebied van bergbeklimmen die vrouwen zouden hebben. Het waren andere tijden en de Nederlandsche Alpen-Vereeniging moest nog ruim veertig jaar op haar oprichting wachten.

Britse klimclubs

Een club

voor

iedereen Gwen Moffat in Spiral-Stairs.

34 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST ICO KLOPPENBURG EN FLORIAN VAN OLDEN


THEMA GROOT-BRITTANNIË

I

n de 150 jaar na de oprichting van de Alpine Club zouden nog honderden Britse bergsportverenigingen worden opgericht, sommige net zo elitair, andere met weer heel andere, soms eigenaardige, regels. Aanvankelijk was er geen plek voor vrouwen, noch voor mannen van eenvoudige komaf, maar na verloop van tijd kon elke bevolkingsgroep zich verenigen in een eigen bergsportvereniging.

Gouden eeuw van het alpinisme De oprichting van de Alpine Club luidde een tijdperk in dat later de gouden eeuw van het alpinisme werd genoemd. Alpinisme was niet meer uitsluitend het middel van wetenschappers of militairen om op hoogte hun werk te kunnen doen. Het was een doel op zich geworden. Vanaf nu was plezier in het klimmen en heldendom voldoende motivatie om de bergen in te trekken. Toch stond die wetenschappelijke traditie nog dicht bij de Alpine Club. De eerste voorzitter van de club, John Ball, was naast alpinist en politicus, ook wetenschapper. Hij verkeerde in de kringen van Charles Darwin en werd voorzitter van de Alpine Club, twee jaar voordat Darwin zijn On the origin of species uitgaf. De vooraanstaande wetenschapper John Tyndal verdedigde hartstochtelijk het controversiële werk van Darwin, maar deed zelf belangrijk onderzoek naar de eigenschappen van licht (naar zeggen kwam hij met de juiste verklaring waarom lucht boven ons blauw is). Hij was ook vooraanstaand lid van de Alpine Club en combineerde zijn beklimmingen met onderzoek naar de bewegingen van gletsjers. Tyndal behoorde tot de eerste beklimmers van de Weisshorn. Deze generatie klimmers wilde grenzen verleggen en hun exploraties en bevindingen vastleggen. De Alpine Club kwam daarom elk jaar met een nieuw naslagwerk voor alles wat met klimmen te maken had: de Alpine Journal. Dit is meteen het oudste klimtijdschrift. Ook kwam de club met een officieel clubtouw, gemaakt van manilla hennep, dat met hun kwaliteitskeurmerk werd verkocht. Lange tijd was het klimmen in Groot-Brittannië voorbehouden aan wie zich de dure vakanties naar het vasteland kon veroorloven. Opvattingen over hoe een alpinist zich zou moeten gedragen, veranderde onder de elitaire klimmers die zich hadden verenigd in de Alpine Club nauwelijks. Dennis Grey beschrijft het in een artikel over de klassenverschillen in de Britse klimgemeenschap: “1. Make your travel arrangements through Thomas Cook; 2. Keep your ice axe firmly in front of you; 3. Follow the guides because they know the way.”

Arbeidersklasse levert eliteklimmers De mentaliteit van deze generatie klimmers in de gouden eeuw van het alpinisme werkte goed voor het beklimmen van nieuwe

hoge toppen of het maken van lange overschrijdingen. Jonge, sterke Britse klimmers zetten hun financiële middelen en exploratiedrang in om samen met lokale berggidsen onbeklommen vierduizenders te veroveren. Hoewel dezelfde mentaliteit Mallory en Irvine ver brachten op Mount Everest, werkte het uiteindelijk minder goed in de Alpen. De grote steile Alpennoordwanden, nog onbeklommen, vroegen om een ander type klimmer. Eentje die risico’s durfde te nemen en die goed kon rotsklimmen. Je kon die nieuwe generatie klimmers vinden in de industriesteden Sheffield, Liverpool en Manchester: klimmers uit een eenvoudig milieu die hun eigen boontjes dopten en met minimale middelen op Britse massieven klommen. Europa kenden ze alleen door hun ervaringen aan het front en geld om de bakens in het alpinisme te verzetten hadden ze niet. Jongemannen uit arme boeren- of arbeidersgezinnen in de Alpenlanden hadden wat dat betreft meer geluk. De Schmidbroertjes fietsten zonder geld naar de Matterhorn om vervolgens een route

Foto links Lucy Walker, een van de oprichters van de Ladies Alpine Club. Foto midden Leden van de Everestexpeditie in 1922. Foto rechts Everestverkenners in 1921.

‘Wouldn’t it be jolly to have a Women’s Climbing Club?’ door de noordwand te openen. De prestaties van Anderl Heckmaier (tuinman) en Ricardo Cassin (zoon van een mijnwerker) op de noordwand van de Eiger en de Grandes Jorasses zijn legendarisch. Zij verlegden de grenzen van het rotsklimmen, in navolging van leermeester Comici, naar de zesde graad. Pas in de jaren vijftig meldde een generatie Britse klimmers zich weer op het toneel van de elite-alpinisten. Joe Brown en Don (The Villain) Whillans, beiden aanvankelijk loodgieter, vonden wel de aansluiting met de topklimmers in de Alpenlanden. (Lees ook het interview met Brown op pagina 50.) Dat deden zij met historische beklimmingen op de Dru, Aguille de Blaitière en Mont Blanc (de beroemde Freneypijler). Met hun achtergrond, ambities en jeugdige bravoure vonden ze weinig aansluiting bij de leden van de Alpine Club, maar ze kregen er wel steun. Onder hun vleugels richtten ze in 1953 hun eigen Alpine Climbing Group op.

Vrouwen klimmen zonder mannen “Gosh, wouldn’t it be jolly to have a Women’s Climbing Club with not a man in sight!” Wie de opmerking maakte, Eleanor Winthrop Young of misschien Emily (Pat) Kelly, is niet duidelijk. Maar het was deze gedachte, uitgesproken tijdens een klimtocht in Snowdonia, Wales, in 1921, die leidde tot de oprichting van de eerste nationale vrouwenklimvereniging in de wereld: The Pinnacle Club. Een club uitsluitend voor vrouwen die bovendien al goed konden

HOOGTELIJN 4-2017 |

35


hienveld 1-2 fc.adv 27.3.2003 14.33 B&R Pagina 1

Wij verzetten bergen voor u

WIJ VERZETTEN Specialist in gen n i r e k e z r e v t r o bergsp BERGEN VOOR U adv.heinfield_210x135.indd 1

W.A. Hienfeld b.v. Postbus 75133, 1070 AC Amsterdam T 0031 (0)20 - 5 469 469 F 0031 (0)20 - 6 427 701 E info@hienfeld.nl Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden

18-03-15 15:29

Specialist in bergsportverzekeringen High tenacity, waterproof upper with Honey-Comb Guard abrasion resistant inserts. Low profile, La Sportiva Cube sole by Vibram. 75133 1070 AC Amsterdam The most advanced technology for mountaineers meets 0031(0)20 - 5 469 469 the unmistakeable design 0031(0)20 - 6 427 701 of the TRANGO range. Trango Tower: theinfo@hienfeld.nl future is now.

W.A. HIENFELD B.V. Postbus Telefoon Telefax E-mail

Voor informatie: Koninklijke NKBV te Woerden. www.lasportiva.com Become a La Sportiva fan @lasportivatwitt Val di Fiemme, Trentino

SHOP NOW ON WWW.LASPORTIVA.COM


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Foto links Boek over Alison Hargreaves op de K2. Foto rechts Boek over Don Whillans.

was van de BMC, is de Rucksack Club, opgericht in 1902 in Manchester. Ook voor deze club geldt ballotage, maar de status van de club is wat minder elitair dan die van de twee eerdere clubs. Dat geldt ook voor de Wayfarers’ Club, die uit 1906 stamt en in Liverpool is opgericht. Niet elitair, maar wel alleen voor mannen! Hoewel de website duidelijk maakt dat in de praktijk vrouwelijke (klim)partners van harte welkom zijn bij de activiteiten. rotsklimmen. De getalenteerde klimster Pat Kelly zou een jaar later tragisch verongelukken op de Tryfan. Young werd de eerste voorzitter van de Pinnacle Club. Misschien was de Pinnacle club wel de eerste onafhankelijke club voor klimmende vrouwen, maar al in 1909 hadden enkele vrouwen zich verenigd in de Ladies Alpine Club. Maar zij associeerden zich nog sterk met de illustere Alpine Club, die het tot 1977 volhield om geen vrouwen toe te laten in hun midden. Beide clubs hadden leden die veel hebben betekend voor de ontwikkeling van het vrouwenklimmen en het alpinisme in het algemeen. Een van de oprichters van de Ladies Alpine Club was Lucy Walker, toen al legendarisch vanwege haar beklimming (als eerste vrouw) van de Matterhorn in 1871. Vanuit de Pinnacle Club werden ruim een eeuw later grenzen verlegd door vrouwen als Gwen Moffad, de eerste vrouwelijke berggids in Groot-Brittannië en schrijver van meer dan dertig detectiveromans, en Alison Hargreaves, die na haar solobeklimming van de Eiger Noordwand ook solo en zonder zuurstofflessen de Mount Everest en Kangchenjunga beklom. Helaas verongelukte ze in 1995 op de terugweg van de top van de K2.

Verenigd in de BMC Geoffry Winthrop Young, echtgenoot van Pinnacle Cluboprichter Eleanor Winthrop Young, had in 1917 al een imposante carrière als alpinist achter de rug, toen hij door een explosie aan het Oostenrijkse front zijn linkerbeen verloor. Niet dat het hem belemmerde om daarna met een kunstbeen de Matterhorn en de Zinalrothorn te beklimmen, maar hij had nu meer tijd voor het schrijven van een standaardwerk over klimtechnieken en zijn voorzitterschap van de Climbers Club. Zijn ideeën over een overkoepelende organisatie voor klimverenigingen werden pas concreet toen hij in 1941 voorzitter werd van de meer vooraanstaande Alpine Club. In die positie kreeg hij het voor elkaar om samen met 23 andere clubs de British Mountaineering Council (BMC) op te richten. Voor alle klimmers “Regardless of race, religion or political party.”

Illustere namen Wie op de website van de BMC gaat grasduinen in de lijst van aangesloten verenigingen, vindt er honderden, met een aantal illustere namen. En achter al die verenigingen en namen gaat een verhaal schuil. We lichten er een paar uit. Geschiedenis genoeg bij de Climbers Club, opgericht in 1898. Deze vereniging ontstond uit de Society of Welsh Rabbits, die al in 1870 was opgericht en meer gericht was op rotsklimmen in Groot-Brittannië dan concurrent de Alpine Club. De Climbers Club is open voor ervaren klimmers, maar nog altijd moet je eerst langs een ballotage: twee leden moeten je voordragen en die mogen geen familie zijn. Een andere club die medeoprichter

Een derde bijzondere club met geschiedenis is de genoemde Pinnacle Club, uitsluitend voor vrouwen toegankelijk en opgericht in 1920. De club richt zich niet op het organiseren van cursussen of opleidingen: voorwaarde voor lidmaatschap is dat je een “competent climber” bent en een aanbeveling hebt van een van de leden. Doel van de club is dus vooral het samen klimmen en het organiseren van expedities. Ook bij het minder elitaire Vertigirls klimmen alleen vrouwen. In tegenstelling tot de Pinnacle Club richt deze club zich juist wel op opleiding, en met name voor de groep vrouwen met fysieke en psychische problemen. Een laatste opvallende vereniging is Not So Trad, een klimclub voor de LGBT-groep.

Overtuiging en afkomst Naast deze clubs met een specifieke doelgroep zijn er ook clubs waar mensen elkaar vinden met een bepaalde overtuiging of sociale afkomst. Zo is er de Red Rope Walking & Climbing Club, met “socialist, left-wing and alternative roots”. Maar het is meer dan roots, want de club is er trots op dat socialisme en “green ethics” ook nu nog hoog in het vaandel staan. Ook de Unemployed Climbers Club heeft een duidelijke doelstelling: het mogelijk maken van buitensportactiviteit voor gezinnen uit de omgeving van Brighton die minder kapitaalkrachtig zijn en het bestrijden van NDD – Nature Deficit Disorder – bij de jeugd. Een vreemde eend in de bijt, maar wel een club met een duidelijke doelstelling, is de Clwb Mynydda Cymru. Hun doel: “Hyrwyddo mynydda trwy gyfrwng y Gymraeg”, oftewel Promoting mountaineering through the medium of Welsh. En net zoals wij sportverenigingen kennen die verbonden zijn aan een bedrijf, geldt dat ook voor de UK. De Londense politie heeft bijvoorbeeld een eigen bergsportclub, of het in 1913 opgerichte K Fellfarers, een vereniging die is verbonden aan het bedrijf K-shoes, dat later is overgenomen door Clarks.

Outcasts Ten slotte is er een categorie verenigingen die opvallen door hun bijzondere naam. Zo zijn er clubs met ronkende namen als Wok and Rice Club, The Outcasts, The Over the Hill and Just Around the Corner (OHJAC) Club of de Cliffhangers Climbing Club. Het beeld van de Britse samenleving dat uit dit verenigingsoverzicht naar voren komt, is wat versnipperd. Of misschien moeten we het ‘verzuild’ noemen. Kijk bijvoorbeeld naar de Christian Rock & Mountain Club. Ze omschrijven zichzelf als een grote nationale club die openstaat voor alle belijdende christenen. Die moeten dan wel de geloofsbelijdenis van de club (Declaration of Faith) ondertekenen. Eigenlijk lijkt het in ons land dus wel mee te vallen met die verzuiling.

HOOGTELIJN 4-2017 |

37


Cuillin Ridge Traverse

Overschrijding

36

van

pieken

Het fijne aan Schotland is dat je vrijwel overal mag wildkamperen. Dus slaan Paul en ik ons kampement op aan de voet van de Bla Bheinn, met 928 meter de op een na hoogste berg van Skye. Voor ons is het een inklimberg, met een mooi uitzicht op de Black Cuillin, de zwarte vulkaan die we later deze reis beklimmen.

W

e kijken uit op een wirwar van graten en toppen. De Cuillin Ridge zelf moet nog even wachten; eerst gaan we naar de zeekliffen bij het dorpje Elgol, waar de rotsen totaal andere vormen hebben dan die in België of Duitsland. Hier kunnen we onze touwtechnieken doornemen en wat spannende stukjes klimmen boven de zee.

Midges Het is eind september, de dagen worden al korter. Toch bedenk ik terwijl we in de avondschemer onze spullen inpakken, dat dit de ideale tijd is voor een beklimming. We zijn hier namelijk niet voor het eerst: allebei maakten we in eerdere vakanties kennis met de beruchte midges. Tegen muggen kun je nog iets beginnen, maar midges kunnen je avond behoorlijk verzieken. In deze tijd van het jaar hebben we er veel minder last van en blijft het ultrafijne gaas om ons te beschermen zelfs in onze tas.

38 | HOOGTELIJN 4-2017

is hem zelfs gelukt om de tocht op één dag twee keer heen en weer te rennen. En natuurlijk is er weer iemand die het op zijn fiets deed. Allemaal heel amusant, maar de grote vraag is hoe wij deze bergketen gaan benaderen. De inhoud van onze rugzakken is onderworpen aan een streng regime. Uit het klimgidsje scheuren we de pagina’s die over de tocht gaan. Alleen die gaan mee. Ons avondeten zal bestaan uit een combinatie van ondefinieerbaar spul uit een pakje met heet water. De lichte Jetboil die we van een vriend lenen, zorgt voor dat laatste.

Eerste hindernis

Veel veranderd

We beginnen onze tocht vanuit Glen Brittle, aan de voet van het Cuillingebergte. Gek genoeg is de camping gesloten, maar omdat we anderen hun tent in het wild zien opzetten, doen wij dat ook. De volgende ochtend lopen we rustig naar het begin van de zuidgraat, Loch Coir’ a’ Ghrunnda.

Ik realiseer me dat het best lang geleden is dat ik voor het laatst klom in de bergen en dat het klimmateriaal in de tussentijd is vernieuwd en dat zekertechnieken zijn veranderd. Sommige dingen die ik vroeger deed, zijn nu not done. Geen achtjes meer en ook geen Ausgleich (krachtendriehoek) zonder knoop. Paul kocht speciaal voor de tocht een vederlicht veertigmetertouw. Het touw is dubbel-, tweeling- en enkel touw ineen. Ik wist niet eens dat dat bestond! Bij het voorbereiden stuitte ik op een aantal grappige Youtubefilmpjes over de Black Cuillin-overschrijding. Bijvoorbeeld van een lokale gids die de hele twaalf kilometer lange tour half rennend deed op zijn approachschoenen. Het

Vanaf het meertje waar we ons laatste drinkwater kunnen bijvullen, gaan we recht omhoog de graat op. De rotsen voelen al gauw vertrouwd onder mijn voeten en handen, echt moeilijk is het klimmen niet. Even later komen we aan bij de TD Gap (Thearlaich Dubh Gap), een tien meter diepe inkeping in de graat. Dit is de eerste grote hindernis waarin we na een korte abseil terecht komen. Het is een kort glad stuk waar ik me doorheen moet worstelen. In het gidsje zag ik al een foto van een klimmer die met een verwrongen grimas door de passage heen komt. Ik denk dat ik hem perfect imiteerde.

| TEKST ESRON SCHREYER | FOTO’S PAUL SCHOT EN ESRON SCHREYER


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Klimmen op de Isle of Skye.

Welke kant moesten we nou op? Oriënteren voorbij de In Pinn.

Perfecte dag Even later staan we al op de hoogste top van de reeks, de Sgurr Alasdair. In de verte kunnen we de Inaccessible Pinnacle, oftewel In Pinn, al zien. Dichterbij gekomen begrijp ik steeds meer waarom het ding zo heet. Een file van klimmers is erop bezig. Deze mensen zijn helemaal naar boven gelopen om alleen dit kleine stukje graat te doen. We hebben allebei geen zin om achteraan te sluiten. Het valt me trouwens op dat we in deze paar dagen met uitzonderlijk mooi weer geen enkele andere touwgroep tegenkomen die de hele graatoverschrijding doet. Van een aantal locals hoorden we dat ze meerdere pogingen hebben moeten doen om de tocht in zijn geheel te doen. Waar zijn ze? Dit had hun dag kunnen zijn!

Gedesoriënteerd De In Pinn laten we letterlijk links liggen. We klimmen door en weg van de drukte totdat we weer alleen zijn op de graat. Zo komen we erachter dat oriëntatie op zo’n lange graat nog best een uitdaging is. Het routeverloop is niet altijd een kwestie van het hoogste graatje volgen. Na wat ingewikkelde bewegingen op, langs en onder gendarmes komen we gedesoriënteerd weer bovenop de graat terecht. Bijna duizelig klimmen we een tijdje door. Ik kijk in de verte om me te heroriënteren. “Verrek, hoort dat meertje daar beneden niet aan de andere kant te liggen?” We draaien ons verbaasd om, waarna ons uitzicht weer klopt. Met het meertje rechts van ons klimmen we de andere kant uit. Halverwege de tocht wordt de graat breder. We kunnen op vrij veel plekken een riant bivak maken en onze reserves aanvullen. Een ‘bemoedigend’ berichtje verschijnt op mijn telefoon van een Britse vriend die ons onderdak had geboden op weg naar de Isle of Skye. Met on-Britse stelligheid schrijft hij: “The Black Cuillins are bloody hardcore. You’re never gonna make it.” Oh? Echt? De opmerking lost het laatste beetje twijfel in mij op en vastberaden over de plannen van morgen kruip ik in mijn slaapzak. Tegen het ochtendgloren voel ik een paar druppeltjes uit de lucht komen. Nee toch. Het zal niet waar zijn. Dit zou de spoedige voortgang wel eens kunnen belemmeren. Maar gelukkig zet de

Oriëntatie op zo’n lange grt blijkt nog best n uitdaging HOOGTELIJN 4-2017 |

39


PROG RE SS B E YON D LOG IC NOW WITH WRIST HR

SUUNTO SPARTAN SPORT WRIST HR

Spartan Wrist HR Ad HL2 2017 210 x 135 + 5mm.pdf.indd 1

22/03/2017 21:29

VEILIG OP TOERSKI AVONTUUR Ga met mij mee! Toerskiën beginners Silvretta, Oostenrijk • Toerskiën gevorderd Haute Route, Frankrijk • Toerskiën in de arctic Lyngen Alps, Noorwegen • Toerskiën én freeriden Alborz Mountains, Iran •

Bekijk alle reizen en laat je inspireren:

www.jellestaleman.nl

MOUNTAIN NETWORK Jelle heeft zijn activiteitenaanbod ondergebracht bij Mountain Network. Met vijf klimcentra, een outdoorlocatie in de Ardennen en het onderdeel klim- en bergsportreizen, biedt Mountain Network een totaalaanbod van een indoor beginnerscursus tot het beklimmen van de seven summits.


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Foto links Fenomenaal uitzicht vanuit ons bivak op de Cuillin Ridge. Foto rechts Op weg naar Isle of Skye kom je langs Eilean Donan Castle.

Geweldig

regen niet door. Wel zijn we nu klaarwakker, dus gaan we maar meteen op weg. We proberen er flink de vaart in te houden, want bij elkaar is het toch nog een behoorlijk eindje scrambelen. Tegen het eind van de dag komen we voor de keus te staan: of het laatste torentje meepakken en in het donker terugliften naar het begin van de route, of onderlangs lopen en nog profiteren van het halfuurtje licht dat overblijft. De keuze is snel gemaakt: we slaan het laatste torentje over.

Na een afdaling van ongeveer twee uur komen we eindelijk aan bij Sligachan Bridge. Nu pas ontspannen we. We gooien de rugzak van onze schouders en feliciteren elkaar met de beklimming. Na vijf minuten stopt er een luxe terreinwagen, bestuurd door de kapitein van de veerboot die op het eiland Raasay vaart. Als we vertellen dat we net de overschrijding hebben gedaan, vindt hij dat zo geweldig dat hij vijftig kilometer omrijdt om ons op onze bestemming te brengen. Als een hovercraft glijdt het ding over de weg, terwijl het Cuillinmassief langzaam in de schemer verdwijnt. Ik leun achterover en glimlach. De klimsport mag dan wel veranderd zijn, dit gevoel na een beklimming is nog precies hetzelfde.

We zijn onderweg! Op de achtergrond, nog in de verte, de In Pinn (Inaccessible Pinnacle).

De Black Cuillin De Black Cuillin is een massief op het eiland Skye, in het noordwesten van Schotland. Het is een oude vulkaan en bij elkaar vormen zesendertig pieken een graat van twaalf kilometer lengte. Het gesteente bestaat uit basalt en gabbro en is zo magnetisch dat oriëntatie met een kompas geen

zin heeft. Ook is het op veel plekken scherp en ruw. De overschrijding van de graat gaat in alpiene stijl en is in zijn soort ongeëvenaard in Groot-Brittannië.

Moeilijkheid

De moeilijkheid van de Cuillin zit hem vooral in de lengte, in

combinatie met de weersomstandigheden die vaak tegen kunnen zitten. Je moet snel kunnen schakelen in je touwtechnieken. Je wisselt regelmatig tussen solo en lopende zekering. Een paar keer zeker je een stuk uit vanaf een standplaats en je komt een paar abseils tegen.

Het grootste gedeelte van de route moet je vanwege de lengte zonder touw doen. Aangezien de tocht vrij lang is, wordt er meestal halverwege een bivak gemaakt. De meesten doen de overschrijding van zuid naar noord.

HOOGTELIJN 4-2017 |

41


markt & materil

VAN BRITSE BODEM In Nederland noemen we het materiaal, Amerikanen zeggen gear. Britten zijn gek op hun kit, bij voorkeur van eigen bodem. Terecht, vanwege hun rijke historie en omdat er nog steeds veel mooi materiaal wordt ontworpen en gemaakt op de Britse eilanden.

Hoezo laagjes?

Opgericht in Sheffield, maakte Rab Carrington vanuit zijn eigen ervaring als klimmer materiaal voor andere klimmers. Een van die producten was de vapour-rise; een vroege vorm van de softshell, gericht op het snel afvoeren van zweet en het buitenhouden van wind. Een concept dat inmiddels ingehaald lijkt door het laagjesprincipe, maar toch nog steeds, in alle simpliciteit, prima werkt! Het hier afgebeelde Rab Vapour-Rise Alpine Jacket is ontworpen voor alpien klimmen in de zomer.

Mountain running

Britten zijn gek op Mountain Running. De OMM, oftewel Original Mountain Marathon, organiseert al 50 jaar wedstrijden. Naast de organisatie van events maakt het bedrijf ook materiaal voor skyrunners. Een voorbeeld is de OMM Phantom 12 rugzak. Met 12 liter net groot genoeg om de minimaal vereiste kit voor een race in mee te nemen, maar met een gewicht van slechts 190 gram zeker leanweight, zoals OMM het noemt.

€ 179,95 / 370 gram rab.equipment/eu

€ 115 (£ 100) theomm.com

Uniek

In het Welshe Llanberis, midden in Snowdonia National Park, maakt DMM al een paar decennia klimmateriaal. Wie kent niet hun hardware: cams, zekeringsmateriaal en karabiners. De DMM Belay Master (93 gram), een extra beveiligde HMS karabiner, wordt al jaren genoemd in de paklijst voor onze C1-cursus.

PHD is een bijzonder bedrijf. Alhoewel het ‘pas’ in 1998 is opgericht, heeft Pete Hutchinson een rijkdom aan ervaring in bergsport en het maken van materiaal daarvoor; hij maakte al donskleding en donzen slaapzakken voor Britse expedities in de jaren ’70. In die tijd richtte hij overigens het bedrijf Mountain Equipment op, dat nog steeds – en niet onverdienstelijk – bestaat. Maar omdat hij daar niet de producten kon maken die hij wilde maken, startte hij PHDesigns (PHD). Een mooi voorbeeld van het expeditiespecifieke materiaal dat PHD maakt, is de Xero 1000: een slaapzak met een Typical Operating Temperature (TOT) rating van -38˚ Celsius, die toch maar 1860 gram weegt.

€ 20,50 dmmclimbing.com

€ 787 (£ 683) phdesigns.co.uk

Extra veilig

42 | HOOGTELIJN 4-2017 | ONDER REDACTIE VAN SIETO VAN DER HEIDE


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Gebruik jij ook onverwoestbaar materiaal dat de tand des tijds heeft doorstaan? Mail het ons! hoogtelijn@nkbv.nl.

Gouwe ouwe

Friend, niet cam

Weliswaar recent overgenomen door het Italiaanse Salewa, is Wild Country, gevestigd in het Engelse Peak District, toch zeker een merk dat niet mag ontbreken in deze rubriek met Britse spullen. Bekend van de bijna 40 jaar oude Friend (nee, niet cam). De Wild Country Friend is wel met zijn tijd meegegaan en is nu verkrijgbaar als New Friend. De nieuwe Friend heeft nu twee assen. Gewicht en prijs zijn afhankelijk van het gekozen formaat: een rode Friend met maat 1.0 weegt 134 gram.

€ 74,95 (maat 1.0) wildcountry.com

Het oude doosje Onderin het binnenvak van elke rugzak die Annemiek meeneemt op haar tochten, stopt ze een klein zwart doosje. Het komt onderweg maar zelden tevoorschijn, maar als het nodig is, dan biedt het vaak redding in hopeloze situaties. In het doosje heeft Annemiek een setje met naaigarnituur gestopt: naald en draad (“IJzergaren, onverwoestbaar”), een paar knopen uit de oude doos van haar moeder en natuurlijk een paar veiligheidsspelden. “Ik heb er onderweg een winkelhaak in een broek mee gerepareerd, een rugzak aangepast en knopen van kledingstukken aangenaaid. Maar meestal help ik anderen uit de brand, die iets moeten repareren.”

Voor hillwalkers

Met een oorsprong in Newcastle begon Berghaus (toen nog LD Mountain Centre) in de jaren zestig met het importeren en verkopen van bergsportmateriaal. Al snel ging het merk ook zelf spullen ontwerpen en produceren, zoals rugzakken. Tegenwoordig maakt Berghaus high-end materiaal in hun Extremlijn, maar ook spullen voor de meer bescheiden hillwalker. Voor die categorie is deze Island Peak Jacket Gore-Texjas een mooi product.

€ 280 berghaus.com

Het doosje dateert van 1980, toen ze 17 jaar was en met haar oudere zus op Interrail ging. Sindsdien heeft ze het op elke reis bij zich. En Potter’s, ooit het vaste merk keelpastilles van haar vader? Dat merk bestaat nog steeds, wel verpakt in andere doosjes.

Annemiek Markus allround bergsporter NKBV-lid sinds 1985

HOOGTELIJN 4-2017 |

43


dagwandeling Wandelen in het Peak District

Dales & Edges

Klimmers op Stanage.

Het mooiste moment van de dag komt als we bijna rond zijn, terug bij de Checkers Inn. Boven op Froggatt Edge gaat de zon onder en passeren we een steencirkel uit de prehistorie. Het gouden licht, dat vanuit het westen over het dal van de Derwent op de stenen valt, betovert ons. In stilte dalen we af door het bos tot we precies uitkomen bij de Inn, waar de betovering wordt verbroken onder een pint of bitter.

D

e dag begon met een start langs de rivier de Derwent. Weilanden en bosschages, met schapen en natuurstenen huizen. Engelser wordt het niet en de herfstkleuren maken het plaatje compleet. Na bijna acht kilometer, in Hathersage, zijn we toe aan koffie. De koffie bij Cintra’s Tearoom is Brits. Helaas. Maar de cake ook, gelukkig!

44 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST EN FOTO’S ICO KLOPPENBURG

Heilige grond Naast ons bespreken jonge rotsklimmers hun plannen voor de gritstone edges boven het dorp. Voor ons ligt de klim naar Stanage Edge, langs de Plantation: heilige grond voor klimmers. We nemen een kijkje bij de beroemde blokken, aaien Deliverance en lopen door tot op de Edge, het eerste hoogtepunt van de dag. Hier is het

Avondlicht op Froggatt.


THEMA GROOT-BRITTANNIĂ‹

Een bui nadert Stanage.

Dagwandeling in het Peak District

Het gebied tussen Manchester en Sheffield, het Peak District, is een schitterend gebied om te wandelen en klimmen, vlak bij de oude industriĂŤle centra van Engeland. Hier is ook de start van de beroemde Pennine Way, een wandeling van 463 kilometer, dwars door het gebied. Vanuit Manchester rijdt een authentiek treintje door de Peak.

Route

De rondwandeling die wij maakten, kun je op elke plek beginnen. Onze start was bij de Checkers Inn, onder Froggatt Edge, en liep met de klok mee langs Grindleford en Hathersage (dorpjes met kleine stations), via Stanage, Burbage en Froggatt terug naar de Inn. Totale afstand is ongeveer 25 kilometer. Foto boven Richting Upper Padley. Foto links Molensteen langs het pad.

Kaarten & GPS

Kaarten: de OL1 en OL24 van Ordnance Survey (1:25.000). GPS: je kunt een GPS-track van onze wandeling downloaden via strava.com/activities/751388153 of scan de QR-code.

druk, en terecht, want het uitzicht is geweldig, ondanks de bui. Louter Engelsen zien we, schoolklassen en grijze duiven door elkaar heen. De rust keert weer als we doorsteken naar Burbage Edge, waar we het lage pad onder de rotsen nemen. Na 18 kilometer kruisen we de grote weg en gaan we verder langs het riviertje en door een prachtig bos tot we bij Upper Padly zijn. Even zoeken naar de klim naar Froggatt, de laatste van de dag. Een dag om niet te vergeten.

HOOGTELIJN 4-2017 |

45


15 go-to klimbestemmingen in Groot-Brittannië

Routes rotsen en

regio’s

Waar moet je zijn als je wilt klimmen in Groot-Brittannië? Goede vraag, lastig antwoord. Er zijn honderden gebieden, duizenden rotsen. Om je toch een beetje op weg te helpen, zetten we hier (onze) vijftien favorieten op een rij.

N

Foto Masa Sakano

atte rots met nergens een boorhaak, halverwege een angstaanjagende epic, en aan het eind van de dag 473 milliliter warm bier in een ijskoude pub. Zie daar de clichés over rotsklimmen in het Verenigd Koninkrijk: het weer is slecht, de kroegen zijn slecht, de maten en gewichten en vooral de moeilijkheidsgraden vormen een ondoorgrondelijk systeem en je moet alles klimmen op nuts en friends, wat dan weer leidt tot vreselijke avonturen. Zoals dat geldt voor de meeste vooroordelen, is het hoofdzakelijk onzin met een vleugje waarheid. Ja, de moeilijkheids-

1 Commando Ridge, Bosigran In een straal van 10 kilometer rond Land’s End liggen 22 massieven met bij elkaar bijna 1200 routes. Dan is de vraag: waar moet je beginnen? Bosigran Ridge (VDiff, zie kader met moeilijkheidswaarderingen op pagina 49), ook bekend als Commando Ridge, is een lange maar relatief makkelijke route op een scherpe granietgraat boven de (vaak) kolkende oceaan. Alles wat een mens nodig heeft voor fijne dag uit.

46 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST ERNST ARBOUW

2 South Devon en Dartmoor In en rond nationaal park Dartmoor in het graafschap Devon liggen 27 bouldergebieden met “ruw graniet en zachte landingen”. Vorig jaar verscheen (eindelijk) een goede topo van de omgeving, het kernachtig getitelde Dartmoor, uitgegeven door de toonaangevende Climber’s Club. Verder is online zeer veel materiaal beschikbaar.

graden (en maten en gewichten) zijn voor buitenstaanders ondoorgrondelijk en boorhaken zijn zeldzaam, maar voor wie weet waar hij moet zoeken, zijn er voldoende behaakte routes in alle moeilijkheidsgraden te vinden. Groot-Brittannië is groot, en van Land’s End tot het uiterste noorden van Schotland liggen duizenden rotsmassieven met tienduizenden routes, als het er niet meer zijn. Om je een beetje op weg te helpen, volgt hier onze bucketlist van routes, rotsen en regio’s die je in elk geval gezien moet hebben.


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Foto Chris

4 Portland

Foto Aleksl Aaltonen

3 Lundy Het eilandje Lundy ligt in het Bristol Channel en is de aangewezen bestemming voor trad climbing op z’n avontuurlijkst. De rotsen liggen allemaal aan de westzijde van het eiland, wat betekent dat het er regelmatig onstuimig wordt. Waarom zou je er dan naartoe gaan? Vanwege dat avontuur dus, en vanwege de ambiance, en voor de Devil’s Slide (HS, 4a), een 130 meter hoge graniet-glijbaan die oprijst uit zee. Trivia: het woord lundy is Oudnoors voor papegaaiduiker.

Als je zoekt naar goed behaakte vierde- en vijfdegraadsroutes, dan is het schiereiland Portland, aan de zuidkust bij Weymouth, een perfecte bestemming. Rond de hele kust van het eiland bevindt zich de grootste verzameling behaakte routes in lage moeilijkheidsgraden. Op pagina 24 lees je meer over dit veelzijdige gebied.

6 Heart of Darkness, Pembroke

5 Harrison’s Rock, Kent

Je hebt klassiekers en je hebt enorme klassiekers. Heart of Darkness valt in de tweede categorie. De route, aan de zuidwestkust van Wales, staat te boek als de ultieme Hard Very Severe: “Nergens extreem moeilijk of buitengewoon gewaagd, maar wel met overal angstaanjagende exposure.”

Foto Masa Sakano

Foto Ryan Brooks

Harrison’s Rock is het grootste massief van de Southern Sandstone, een verzameling klimgebiedjes onder de rook van Londen. Vanwege de extreem zachte rots gelden hier speciale eisen. Zo mag er alleen aan toprope worden geklommen, maar klimmers mogen zich na de route niet aan het touw laten zakken. Route uitklimmen en omlopen dus. Harrison’s Rock ligt in een bosrijke omgeving, waardoor het op warme dagen aangenaam blijft. De keerzijde is dat sommige routes na regen lang nat blijven.

8 Cenotaph Corner en Cemetery Gates, Llanberis Pass, Noord-Wales

7 Clogwyn Du’r Arddu, Llanberis Pass, Noord-Wales Clogwyn Du’r Arddu, of Cloggy voor liefhebbers, is een enorme rotswand aan de noordkant van Snowdon in Wales. Het massief wordt omschreven als “een van de mooiste en beste klimrotsen van Groot-Brittannië.” Inderdaad: waar wacht je nog op?

Vooruit dan: nog twee routes in Llanberis Pass: Cenotaph Corner en Cemetery Gates, op Dinas Cromlech, aan de noordkant van de pas. Twee klassiekers die in de vroege jaren vijftig werden geopend door Joe Brown (zie ook het interview met Brown op pagina 50). Cenotaph Corner (E1 5c) loopt door een perfecte hoekversnijding en wordt in de klimgids voor Llanberis omschreven als “de beroemdste route van Groot-Brittannië.” Cemetery Gates (E1 5b, 4c) loopt iets meer naar rechts over de graat.

Klimmers in Wales die goed toegankelijke routes met meer bescheiden moeilijkheidsgraden zoeken, kunnen terecht in Ogwen Valley. Op korte afstand van de weg liggen van oost naar west onder meer Tryfan Fach, the Milestone Buttress en Idwal Slabs (en nog zeventien andere massieven). De meeste routes zijn goed bereikbaar vanaf de weg en vooral in het weekend kan het snel druk worden. Wees er dus vroeg bij.

Foto Mike Bean

Foto Chris Balnes

9 Ogwen Valley, Noord-Wales

HOOGTELIJN 4-2017 |

47


THEMA GROOT-BRITTANNIË

11 Malham Cove

Als je de gritstone rotsen van het Peak District zou moeten samenvatten in vier woorden, dan zou het zijn: niet hoog, wel zwaar. De zogeheten edges zijn bijna nergens hoger dan vijftien meter, maar wat de rots mist in hoogte wordt ruimschoots goedgemaakt door de moeilijkheid: aflopende grepen, krachtige passen, lastige handverklemmingen, dat soort dingen. Stanage Edge is het bekendste massief, op loopafstand (drie kilometer) van het dorpje Hathersage (camping, curry, verschillende bergsportzaken) en op fietsafstand van Sheffield.

Malham Cove is een fenomenale rotswand in het zuidelijke deel van het nationaal park Yorkshire Dales. De wand loopt een beetje gebogen, wat een beschut gevoel geeft. Halverwege de routes en helemaal bovenaan zitten twee grote overhangen. Er zijn ongeveer honderd routes, behaakt en trad, vanaf (Franse) moeilijkheidsgraad 7b.

14 Tower Ridge, Ben Nevis, West Highlands Tower Ridge op Ben Nevis is 820 meter. Dat is lang, maar niet moeilijk. De route is gewaardeerd als Diff, ruwweg tweedegraads rotsklimmen, en vaak is het makkelijker dan dat. De uitdaging zit hem in het vinden van de route – er zijn veel dwaalspoortjes – en in de lengte. De aanloop duurt een paar uur, dan is er de route zelf, en dan is er de afdaling van 1300 meter. De beloning voor die marathon is een ouderwetse day on the mountain, waarbij je uitkomt op de top van de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk.

Britse moeilijkheidswaardering In Groot-Brittannië wordt voor de moeilijkheidswaardering van klimroutes een op het eerste gezicht verwarrend systeem van adjectieve en technische graden gebruikt. De zogeheten adjectieve graad is een aanduiding voor de gehele moeilijkheid van de route en houdt rekening met technische moeilijkheid, maar ook met zekeringsmogelijkheden en algeheel risico. Adjectieve waardering begint bij Mod (van Moderate) en loopt vervolgens op naar Diff (Difficult), VDiff (Very Difficult), Severe, Hard Severe, Hard Very Severe en de extreme graden E1 tot en met momenteel E11. Vanaf Hard Severe (HS) of Very Severe (VS) krijgen de routes ook een technische moeilijkheidsgraad, een cijfer en letter die een indicatie geven van de moeilijkste passage van de opeenvolgende touwlengtes. Cemetery Gates in Llanberis Pass wordt

bijvoorbeeld gewaardeerd als E1 5b, 4c – Extremly Severe, het moeilijkste stuk van de eerste touwlengte is 5b, in de tweede touwlengte 4c. Om het verwarrend te houden: de technische graden zijn niet vergelijkbaar met de (veel) meer gebruikelijke Franse of UIAA-waardering. In de meeste klimgidsjes (en online) kun je tabellen vinden waarin de Britse waardering wordt vergeleken met andere systemen. Een kleine waarschuwing is daarbij wel op z’n plaats: zo’n tabel geeft een redelijke indicatie, maar het vertalen van klimgraden is geen exacte wetenschap. Vergelijk het met het vertalen van een Franse menukaart met Google Translate – het geeft een aardig idee van wat je op je bord krijgt, maar je loopt altijd kans op een verrassing. Kijk voor meer informatie op nkbv.nl/kenniscentrum en zoek op ‘moeilijkheidswaardering’.

Foto Mark Somerville

Borrowdale en Langdale zijn goede plekken om te beginnen in het Lake District. De twee plaatsen hebben een groot aantal routes van meerdere touwlengtes, oplopend in moeilijkheid van Diff tot E4. Top tip: benader de routes als bergtochten; neem een rugzak met lunch, thermosfles en – vooral – regenkleding mee.

13 Glen Coe, Schotland Glen Coe heeft alles: rots in de zomer, sneeuw en ijs in de winter, spectaculair landschap en aan beide uiteinden van het dal een pub en de Climber’s Bar. Reken daarbij nog de goede bereikbaarheid (relatief, het blijft Schotland) en je hebt je ideale bestemming gevonden. De meeste klimmerij is aan de zuidkant van het dal, op Buchaille Etive Mor en de Three Sisters (Aonach Dubh, Gearr Aonach en Beinn Fhada). In Glen Etive, ten zuiden van Glen Coe, liggen de Etive Slabs, voor liefhebbers van wrijvingsplaten met adembenemend lange run-outs.

Foto Subflux

12 Borrowdale en Langdale

Foto Fras333

10 Stanage Edge, Peak District

15 Old Man of Stoer Als een gewone zeeklif niet genoeg avontuur is, dan kun je altijd een van de Schotse sea stacks proberen; vrijstaande rotsnaalden in zee waarbij alleen al het bereiken van de eerste grepen een expeditie op zichzelf is. Zwemmen, rubberbootjes, wetsuits, touwtraverses – en dan moet je nog naar de top. De drie bekendste sea stacks zijn de Old Man of Hoy op de Orkney’s en Am Buachaille en de Old Man of Stoer in het uiterste noordwesten van het Schotse vasteland. Over de Old Man of Stoer lopen minstens zeven routes, waarvan de eenvoudigste (en meest bekende) de Original Route (VS, 5a) is. Toegevoegde moeilijkheid zijn de grote jagers die halverwege de wand nestelen en klimmers van enige afstand bespugen met kleverig braaksel. Tip: trek oude kleren aan.

Andere favorieten? Duizenden rotsen en tienduizenden routes; hoe kom je dan tot een selectie van vijftien gebieden? Het antwoord is simpel: persoonlijke voorkeur. Deze selectie van vijftien hotspots is precies dat: een selectie. Heb je zelf andere favorieten? Of zijn er gebieden waar je nooit meer naartoe wilt, al kreeg je geld toe? Laat het ons weten via Twitter (@Hoogtelijn) of stuur je reactie naar hoogtelijn@nkbv.nl.

HOOGTELIJN 4-2017 |

49


Joe Brown (86) – de beste klimmer ter wereld

Onbekende

legende

Hij stond als eerste op de Kangchenjunga, hij opende klassieke moeilijke lijnen in de Alpen en maakte verspreid over de Britse eilanden een stuk of duizend eerstbeklimmingen. Toch is Joe Brown (86) relatief onbekend. De verklaring is simpel: hij mijdt de spotlights. De afgelopen zestig jaar hield hij precies twee lezingen en hij geeft nooit interviews. Bijna nooit.

V

oor de deur van de arbeiderswoning aan de rand van Manchester, stond onverwacht een telegrambezorger. Bericht voor Joe Brown, bouwvakkersknecht en klimmer: “INVITED KANGCHENJUNGA EXPEDITION STOP LETTER FOLLOWING STOP CHARLES EVANS.” “Verbaasd is niet het goede woord. Ik was verbijsterd. Ik had twee seizoenen geklommen in de Alpen. Dit was beter dan het winnen van de loterij.” Joe Brown (86) is moe. Vanochtend is hij bij een stom ongeluk met zijn hoofd tegen de rand van de tafel gevallen en hij heeft net een paar uur bij de eerste hulp gezeten. Links boven op zijn hoofd zit een stuk steriel gaas met daaronder een snee van bijna tien centimeter. Morgen moet hij opnieuw naar het ziekenhuis, maar dan voor een al eerder geplande operatie, en ondertussen wordt hij ook al vier jaar behandeld voor prostaatkanker. Door chemotherapie en bestraling heeft hij last van botontkalking, waardoor hij vorig jaar spontaan zijn dijbeen brak. “Ik liep door de schuur en hoorde ineens pang. Gelukkig kon ik me nog net vastgrijpen aan de deur.” Nu ligt hij op bed, met een paar kussens in zijn rug. Moe en lichamelijk verzwakt, en met een verse hoofdwond, maar nog altijd haarscherp. Over klimroutes en gebeurtenissen van zestig, soms zeventig jaar geleden vertelt hij alsof ze vorige week zijn gebeurd.

50 | HOOGTELIJN 4-2017 | TEKST ERNST ARBOUW | FOTO’S LAURENS AAIJ

Brown is een legende – de beste klimmer ter wereld van wie niemand heeft gehoord. In 1955 bereikte hij met George Band als eerste de top van de 8586 meter hoge Kangchenjunga, een jaar later bereikte hij de westtop van de Muztagh Tower in de Karakoram. Met zijn al net zo legendarische klimpartner Don Whillans (1933-1985) opende hij klassieke lijnen in de Alpen en verspreid over Groot-Brittannië maakte hij eerstbeklimmingen van meer dan duizend rotsroutes. Eind jaren zestig opende hij een klimwinkel in Llanberis in Noord-Wales, met uitzicht op Snowdon. Het bedrijf is tien jaar geleden verkocht, maar Brown woont nog steeds in Llanberis. Vanuit zijn slaapkamerraam kan hij precies de top van Snowdon zien.

Working class “Charles Evans wilde voor Kangchenjunga alleen maar mensen die goed met elkaar overweg konden. Ik heb nog altijd spijt dat ik nooit heb gevraagd hoe hij aan mijn naam kwam. Ik kende hem niet en voor zover ik weet, kende hij mij niet. Hoe kon hij nou weten dat ik goed in het team zou passen?” In tegenstelling tot een groot deel van het team was Brown nooit in de Himalaya geweest, maar in zijn twee seizoenen in de Alpen had hij wel aantal spraakmakende beklimmingen gemaakt, waaronder een tweedaagse beklimming van de Aiguille du Dru. “Ik had wel gehoord van de expeditie, maar ik dacht dat het


THEMA GROOT-BRITTANNIË

‘Wat heb ik nou helemaal gedaan; ik heb een beetje geklommen’ HOOGTELIJN 4-2017 |

51


Wie is… Joe Brown Joe Brown (86) werd geboren als zevende kind in een arbeidersfamilie in Manchester. Hij ontdekte het klimmen min of meer toevallig, tijdens zwerftochten over de Moors met zijn vrienden. Hij bleek een natuurtalent. Vanaf de late jaren veertig was hij een van de beeldbepalende Britse klimmers, zowel op rots in het Verenigd Koninkrijk als in de Alpen en daarbuiten. In 1955 bereikte hij met George Band de top van Kangchenjunga (8586 meter), de derde berg van de wereld en op dat moment de hoogste nog onbeklommen top. Een jaar reisde hij met een team van vier personen – voor die tijd een opvallend klein team – naar de Muztagh Tower (7276 meter) in de Karakoram. Brown en zijn touwgenoot Ian McNaught-Davis beklommen de westelijke top van de berg, een dag later haalden de twee andere klimmers, Tom Patey en John Hartog, de hoofdtop. Daarmee gaven ze een Frans team dat de berg via een andere route probeerde te beklimmen het nakijken. Brown wordt algemeen gezien als de beste rotsklimmer en allround alpinist van zijn generatie. In 2011 werd hij koninklijk onderscheiden als Commander of the British Empire (CBE) voor zijn ‘ diensten voor de bergsport’.

1951 Eerstbeklimming Cenotaph Corner (E1, 5a), Dinas Cromlech, Noord-Wales 1952 Eerstbeklimming Cemetery Gates (E1 5b, 4c) 1954 Aiguille de Blaitière westwand / fissure Brown, Franse Alpen, met Don Whillans 1955 Eerstbeklimming Kangchenjunga (8586 meter) met George Band. 1956 Westelijke top Muztagh Tower (7276 meter) met Ian McNaught-Davis. 1957 Huwelijk met Valerie (Val) Melville Gray. 1966 Opening bergsportzaak Joe Brown Shops in Llanberis, Wales. 1967 Beklimming Old Man of Hoy (Schotland), live uitgezonden door de BBC. 1984 Herhaling Old Man of Hoy voor BBC, met dochter Zoe. 2011 Koninklijke onderscheiding (CBE) voor “services to rock climbing and mountaineering.”

52 | HOOGTELIJN 4-2017

‘Het was nooit bij ons opgekomen dat we een vlag nodig zouden hebben’ team helemaal in kannen en kruiken was. Oxbridge-types, jongens die elkaar kennen van de universiteit. Daarom was ik zo overdonderd door die uitnodiging.” Brown was de enige klimmer met een working class achtergrond. Hij groeide op in een arme buurt in Manchester als jongste van zeven kinderen, zonder vader, die toen Brown twee maanden was overleed aan de gevolgen van een ongeluk tijdens zijn werk. Brown werkte als bouwvakkersknecht, de rest van de deelnemers waren – inderdaad – Oxbridge-types, jongens die elkaar kenden uit de studentenklimclubs van Oxford en Cambridge. Een deel van de klimmers – Charles Evans, George Band, Tom Bourdillon, kende elkaar bovendien al van de Britse Mount Everestexpeditie van 1953, waar Evans en

Band als eerste klimmers ooit de zuidtop bereikten. “Mijn achtergrond is nooit een probleem geweest, helemaal niet. Uiteindelijk weet ik nooit helemaal zeker hoe de anderen naar mij keken, maar er is op geen enkel moment wrijving geweest. Ik heb hier ergens een kopie van George Bands dagboek, waarin hij zijn indruk van de andere deelnemers opschrijft. Over mij schrijft hij dat ik ‘wat problemen heb met de Engelse grammatica.’ Helemaal raak, dacht ik.” Uiteindelijk bereikten Brown en Band op 25 mei 1955 vrijwel de top van de berg. Vrijwel, want het laatste stukje, een sneeuwkegel van een meter of vijf, lieten ze onbeklommen. Expeditieleider Charles Evans had de autoriteiten van het toenmalige Sikkim toegezegd dat de teamleden niet verder zouden klimmen dan nood-


THEMA GROOT-BRITTANNIË

jaren veertig, gebukt onder de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het land lag in puin en de economie stond onder druk door de enorme oorlogsleningen die de regering noodgedwongen had afgesloten. Tijdens die periode, de zogeheten austerity, heerste wijdverspreide schaarste en was voedsel gerantsoeneerd. “Ik was een beetje het lievelingetje van m’n moeder. Als ik in het weekend op pad ging, kreeg ik van mijn moeder een groot deel van ons rantsoen voor de rest van de week. Grote stukken kaas, suiker, dat soort dingen.” Klimmen gebeurde op spijkerschoenen of in technisch moeilijke routes op stevige wollen sokken. “En we hadden henneptouw. Fijn en soepel als het droog is, maar als het eenmaal nat is, kun je er niets meer mee. Het wordt zo stijf dat je er nog geen knoop in kunt leggen.”

Don Whillans

zakelijk was om te weten dat de top bereikbaar was. “Het was officieel een verkenningsexpeditie. We hadden niet eens een vlag bij ons. Het was nooit bij ons opgekomen dat we een vlag nodig zouden hebben.” “We zouden doorgaan tot we wisten dat de top haalbaar was, maar dat wisten we pas vijftien voet onder de top. Als je een grote berg beklimt, dan weet je dat je soms een bult ziet waarvan je denkt dat het de top is. Als je dan op die bult staat, zie je iets verder misschien nog een bult, en zo ga je steeds een stukje verder.” De allerlaatste meters naar de top van Kangchenjunga worden ook nu nog steeds niet geklommen. “Ik vond de eigenlijke top van een berg nooit zo belangrijk. Het ging me altijd om de technische moeilijkheden. Weet je dat

ik bijvoorbeeld ook nooit op de top van de Dru heb gestaan?”

Rechtopstaande waterval “Het is toeval dat ik klimmen ontdekte. We zwierven in onze vrije tijd vaak met een groepje vrienden over de moors, buiten de stad. Op een dag zagen we in de verte een straal water de lucht in gaan. Dat was Kinder Downfall, een waterval die door de harde wind recht omhoog werd geblazen. We waren natuurlijk nieuwsgierig, maar om bij de waterval zelf te komen, moesten we een stuk klimmen; twintig, misschien dertig meter. Het gevoel dat ik daar kreeg, die intense vreugde, was zo goed dat ik vanaf dat moment elk weekend ben gaan klimmen. Regen, sneeuw, het gaf me niet wat voor weer het was.” Groot-Brittannië ging in die tijd, de late

Met een groepje bevriende klimmers, allemaal working class jongens, vormde Brown eerst de Valkyrie Club en later de Rock and Ice, klimclubs die in het weekend bij elkaar kwamen op de rotsen van Noord-Wales, het Peak District of in de Lakes. Tijdens een van die klimweekends leerde hij Don Whillans kennen. “Ik had een route voorgeklommen – Sloth, in The Roaches, aan de zuidkant van het Peak District. Midden in de route zit een dak van drie meter en mijn touwgenoot zei dat hij het niet kon naklimmen. Don liep daar ook rond en hij vroeg of hij het mocht proberen. Hij had zes weken klimervaring, maar was overduidelijk een briljante klimmer.” Zo ontstond een van de beste, meest succesvolle en vooral meest legendarische touwgroepen ooit: Joe Brown en Don Whillans, de een ingetogen en analytisch, de ander extravert en met een onberekenbaar humeur, allebei ijzersterk en technisch uitzonderlijk begaafd. “Don was berucht. Hij was een beetje als een Jack Russell: altijd blaffen en ontzettend agressief. Hij was een klein mannetje, maar hij had er geen enkel probleem mee om gasten van twee koppen groter aan te vallen. Op dinsdagavond kwamen we met de Rock and Ice bij elkaar bij de YMCA in Manchester. Dan zaten we met één kop thee de hele avond plannen te maken voor het weekend. Eén keer kreeg Don onderweg naar huis ruzie met een busconducteur, waarop hij hem

HOOGTELIJN 4-2017 |

53


TERRE The Original Compact Towels Compact & Lichtgewicht Antibacterieel Sneldrogend Super absorberend In diverse maten en kleuren

www.rubytec.com

VERKRIJGBAAR BIJ DE MEESTE OUTDOORWINKELS

MFS®-VAKUUM-SYSTEM

Terre towel AD 210 x 135.indd 1

09/08/2017 14:25

COMFORT OP HET HOOGSTE NIVEAU MFS®-VAKUUM-SYSTEM SPEZIELLE POLSTERSCHÄUME SPECIALE SCHUIMVOERING Weiches geweven Manschettenpolster Zacht, schuimretikuliert bovenaan.

MFS®-VAKUUM-SCHAUM MFS® VACUÜMSCHUIM Exakte und druckfreie Anpassung an jede Fußform Drukverlagend, past zich perfect aan elke voet im Knöchel-, Manschetten und Laschenbereich. Bis aan; hetreichend. gebiedDer rond veter in denin Ballen Fuß de wirdenkels, weich aber enghaakjes umschlossen. en – oogjes, tot aan de bal van de voet. De voet wordt zacht, maar strak omhuld. RETIKULIERTERSCHUIM SCHAUM GEWEVEN bis in den Zehenbereich, garantiert eine perfekte Anzorgt voor een perfecte pasvorm tot aan passung. het gebied rond de tenen.

SPEZIELLE POLSTERSCHÄUME Weiches Manschettenpolster retikuliert

MFS®-VAKUUM-SCHAUM Exakte und druckfreie Anpassung an jede Fußform im Knöchel-, Manschetten und Laschenbereich. Bis in den Ballen reichend. Der Fuß wird weich aber eng umschlossen.

Vakuum Lady Ultra

Vakuum Men Ultra

mei_Anz_VakuumMen_Hoogte_210x135_MAI14.indd 1

RETIKULIERTER SCHAUM bis in den Zehenbereich, garantiert eine perfekte Anpassung.

www.meindl.de

15.05.14 11:01


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Bonington is dat ik niet hoefde te leven van klimmen. Ik was bouwvakker, later buitensportinstructeur en daarna hadden we de winkel.” Ondanks, of misschien juist wel dankzij, Browns plekje buiten de publieke spotlights kreeg hij in de loop der jaren vooral in Groot-Brittannië legendarische status. Een van de beste klimmers ooit, iemand die zonder borstklopperij, en zonder het van de daken te schreeuwen, de ene na de andere klassieke route opent. “Nog steeds hoor. Ik kan in Llanberis niet

‘Don Whillans had altijd de pest aan mijn vriendinnetjes’ zo tegen de grond sloeg. Kwam de chauffeur erbij, sloeg hij die ook tegen de grond.” “Ik ben er nooit achter gekomen waar zijn agressie vandaan kwam. Nou ja: hij kwam een keer aanzetten met een gezicht vol schrammen. Dus ik vroeg wat ’ie had gedaan. ‘Ik heb gevochten met m’n moeder.’ Heel bijzonder.” “Ik heb hem nooit zelf zien vechten, maar ik heb wel gezien dat hij bijvoorbeeld Slim Sorrel bedreigde, een van mijn andere klimmaten. Don was vreselijk jaloers, hij haatte m’n andere vrienden, maar als we met z’n tweeën waren, dan was hij rotsvast. Honderd procent betrouwbaar. Ik kan niemand bedenken met wie je beter op een moeilijke berg kunt zitten.” Aan de andere kant van het bed schuift Browns vrouw Val op haar stoel: “Hij heeft mij een keer bedreigd, tijdens een weekend in het Lake District. Ik had voorgesteld om met mijn auto naar een bepaalde route te gaan, waarop hij explodeerde. Hij dacht dat ik hem een beslissing opdrong en daar kon hij niet tegen.” Ze zegt het lachend – alsof het gaat om een natuurverschijnsel waarover ze na al die jaren hooguit een beetje verbaasd is. “Hij was zo kwaad dat de twee grootste mannen van de Rock and Ice hem in bedwang moesten houden.” Brown schudt zijn

hoofd: “Don had altijd de pest aan mijn vriendinnetjes. Uiteindelijk was het een eenvoudige keus: trouwen met Val of klimmen met Don. Allebei was onmogelijk.”

Publiciteitsschuw Brown mijdt publiciteit. Hij geeft vrijwel nooit interviews (“Na dit gesprek geef ik nog één allerlaatste interview, de afspraak staat al”), hij schreef één boek en in zestig jaar tijd gaf hij welgeteld twee lezingen over de beklimming van Kangchenjunga. De tweede keer was begin maart, tijdens het Llanberis Adventure Mountain Film Festival. Aanleiding was een online video van een lezing van teamgenoot Norman Hardy, die – en dit is misschien typerend – volgens Brown te weinig krediet gaf aan expeditieleden die niet de top bereikten. “Geen van de anderen werd genoemd, terwijl ze allemaal enorm veel werk hadden verzet. Ik vond het belangrijk om voor één keer het hele verhaal te vertellen, to put the record straight.” Hij verschuift op z’n bed: “Ik kwam van het podium en ik dacht: bugger, dat heb ik flink verprutst. Er was van alles dat ik nog had willen zeggen. Zal je altijd zien.” “Ik had goed geld kunnen verdienen met lezingen, dat wist ik echt wel, maar ik heb er altijd een hekel aan gehad. Het verschil tussen mijzelf en iemand zoals Chris

ongestoord naar de pub. Wildvreemden onderbreken me in een schot tijdens het poolbiljarten.” Hij is even stil: “Dat was eigenlijk al zo in 1948, voordat ik in militaire dienst ging. Heel beschamend: mensen die naar me toe kwamen om een heel verhaal af te steken over ‘die Joe Brown’ – wat moet je dan in hemelsnaam zeggen?”

Commander of the British Empire Na een heel leven zo veel mogelijk buiten de spotlights kwam een paar jaar geleden onverwacht erkenning. In 2011 werd Brown onderscheiden met een zogeheten CBE (Commander of the British Empire), een koninklijke onderscheiding die hij kreeg voor ‘diensten voor de bergsport’. “Een koninklijke onderscheiding is bollocks, totale kletskoek. Mensen die nooit een klap hebben uitgevoerd worden geridderd omdat ze af en toe een donatie doen aan de juiste politieke partij.” En dan, iets rustiger: “Nou ja, voor iemand van mijn afkomst uit een arbeidersgezin uit een arme buurt van Manchester, is het toch een eer. Maar uiteindelijk is het betekenisloos. Wat heb ik nou helemaal gedaan? Ik heb een beetje geklommen.”

HOOGTELIJN 4-2017 |

55


Foto Mark Healey

Foto Karen Roe

voetsporen

In de

van

Coast to Coast Walk

Alfred Wainwright

De Engelse wandelaar en schrijver Alfred Wainwright pionierde in 1972 in het noorden van Engeland en reeg al wandelend de nationale parken Lake District, Yorkshire Dales en North York Moors aaneen. Het resultaat: de Coast to Coast Walk, een ruim 300 kilometer lange wandelroute tussen de Ierse Zee en de Noordzee. Alfred noteerde alles wat hij onderweg tegenkwam in een eigenzinnige wandelgids. Elk jaar nemen duizenden wandelaars zijn woorden ter hand en lopen van St. Bees Head naar Robin Hood’s Bay. Ook wij gingen de uitdaging aan.

O

p het strand van St. Bees liggen mooie kiezels. Ik steek er twee in mijn broekzak. Eentje om, zoals de traditie van de Coast to Coast Walk voorschrijft, de hele tocht met me mee te dragen en bij Robin Hood’s Bay in zee te gooien en eentje om als aandenken te bewaren. “Niet vergeten om ook je linkervoet in de Ierse Zee te dompelen voordat je vertrekt!” roept iemand. Ook dat is een traditie die bij de Coast to Coast Walk hoort, dus gaan de schoenen en sokken weer uit en dompel ik mijn tenen in het koude water. Voor de zekerheid sla ik er de aantekeningen van Alfred nog even op na; we hebben aan alle voorwaarden voldaan en de voettocht kan beginnen.

Eerste mijl We beklimmen South Head en North Head ten noorden van St. Bees, indrukwekkende kliffen op zo’n negentig meter boven zee. “One mile done”, schrijft Alfred bemoedigend, “and still going strong!” De vuurtoren van St. Bees markeert die eerste mijl. Het licht ervan is op zee over een afstand van 40 kilometer zichtbaar en dat is nodig ook, want de kust is hier verraderlijk. Verderop gaat het pad landinwaarts. Pas over een kleine twee weken zullen we weer zee zien. Het door Alfred bejubelde pad over de Dent is afgesloten, maar er is een alternatief: over de bijna net zo hoge en minstens net zo groene Flat Fell. Het uitzicht over de omgeving is prachtig – weidser dan je verwacht van een bult van slechts een paar honderd meter hoog. We zien de toppen van het Lake District al aan de horizon.

56 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST MARIEKE VAN KESSEL | FOTO’S DIM VAN DEN HEUVEL

Lake District Ennerdale Water wordt geflankeerd door ruige heuveltoppen met stoere namen als High Stile en Red Pike. Langs de zuidoever ligt een slingerend rotspad net boven de waterlijn. Het is eerst smal en rotsachtig, later breed en glibberig. We komen via een brug over de Liza uit op een tamelijk saai pad door het Ennerdale Forest. Het alternatief is een hooggelegen route over High Stile, maar Alfred waarschuwt ons: die is “hard” en “rough-going” en daardoor niet geschikt bij slecht weer. We volgen dus maar beter dit pad tot aan het einde van het dal, waar ons alsnog een stevige klim wacht: langs de Loft Beck naar boven, naar Honister Pass. In de harde wind genieten we van het panorama: de langgerekte gletsjerdalen van Ennerdale, Buttermere en Crummock met de karakteristieke meren, van elkaar gescheiden door de ruggengraat van High Stile. We dalen via een oude tolweg af naar Seatoller, dat de dubieuze eer heeft de natste plaats van Engeland te zijn (er valt meer dan drie meter regen per jaar!). De eerste dikke druppels vallen gelukkig pas als wij allang in de pub achter een pint zitten. We verlaten Rosthwaite via de loop van Stonethwaite Beck en Greenup Gill. Het smalle pad langs de beek is bezaaid met stenen en gaat eerst gestaag en later steil omhoog, naar Greenup Edge. We ploeteren tot aan Lining Crag en lassen dan een korte pauze in. Een passerende Engelsman schiet in de lach als hij onze thermosflessen ziet: “Any time is tea time!” We komen hem op het venijnigste stukje van de klim opnieuw tegen:


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Passage uit Wainwrights gids.

“Always, at Keld, there is the music of the river... and some of its waterfalls.”

hijgend en met een rood aangelopen hoofd, een set wandelkaarten van de ‘C2C’ om zijn nek. Ik wijs naar de stompe rotspunt die volgens de beschrijving Greenup Edge zou moeten zijn. “U bent er bijna!” “Bijna?” roept hij. “Bijna? We zijn nog niet eens halverwege!” Hij tikt op mijn wandelkaart. “Jij leest dit ding zeker ondersteboven!” Hij mompelt iets over watjes en doorzetters en over stug doorgaan, veegt de zweetdruppels van zijn voorhoofd en zet er vervolgens de pas in, want zijn vrouw is gewoon doorgelopen. “Ik kom eraan, my love! Ik ben geen watje!” Eenmaal boven bepalen we gezamenlijk onze positie en stelt hij zich voor als Brian. Als we weer opkijken van de wandelkaart is zijn vrouw Abigail er al vandoor: “Ik weet het zeker, we moeten deze kant op!” “Eenmaal getrouwd heb je niks meer te zeggen”, verzucht Brian en snelt achter haar aan. De top van Greenup Edge blijkt een drassig heideveld waar we tot aan onze enkels in wegzakken. Abigail struikelt en Brian waadt naar haar toe. “O dear, mijn vrouw zinkt! Hou vol, ik kom je redden, my angel!” Wij moeten zo lachen dat we niet voelen hoe de drab ook in onze schoenen sijpelt.

Verkleumd De zon schijnt, dus we lopen op Alfreds advies via de toppen Calf Crag, Gibson Knott en Helm Crag naar Grasmere: “De leukste wandeling is een bergwandeling en de leukste bergwandeling is een bergkamwandeling en de leukste bergkamwandeling is er een die verschillende bergtoppen met elkaar verbindt.” De volgende dag zijn de weergoden ons minder goed gezind. We wilden eigenlijk via de Helvellyn (950 meter) naar Patterdale, maar de smalle kam – Striding Edge – is ronduit gevaarlijk bij regen. Jammer. De lucht boven Angletarn Pikes is loodgrijs en er staat een harde wind. Het is te koud om lang te pauzeren, dus klimmen we verder richting The Knott. Hoe hoger we komen, hoe lager de bewolking hangt. Het zicht bedraagt nog maar enkele tientallen meters, waardoor we moeite hebben om het pad te vinden en op de hooggelegen bergkam High Street belanden in plaats van op de

Weids uitzicht vanaf Carlton Moor (401 meter).

lager gelegen route langs Haweswater Reservoir. Verkleumd en vermoeid komen we na lang dwalen aan in Shap, waar we bijkomen onder een warme douche in de Greyhound Inn.

Yorkshire Dales Na de toppen van het Lake District is het kalksteenplateau bij Oddendale even wennen. Kale rotsen met groeven waarlangs regenwater naar beneden sijpelt, allerlei fraaie plantjes, mossen en varens. Alfred heeft al gewaarschuwd voor een anticlimax: “Level walking instead of up and down, trees and fields and villages

‘O dear, mijn vrouw zinkt. Ik kom je redden my angel!’ instead of rough and lovely hills: lovely yes, but not excitingly beautiful.” Maar ach, de plaatselijke tea rooms serveren verse scones en de herberg van Kirkby Stephen is gevestigd in een kerk. We dineren in de houten banken en slapen in een stapelbed in een kamer recht boven het altaar. Nine Standards Rigg – de top van Hartley Fell – is vernoemd naar negen uit de kluiten gewassen steenmannen die op ons neer lijken te kijken terwijl we naar boven klauteren. Volgens een oude legende zijn ze er neergezet om plunderende Schotse troepen te misleiden; van grote afstand hebben ze namelijk wel wat weg van Engelse legertenten. Aannemelijker is dat het grensstenen zijn, omdat hier ooit de grens van het graafschap lag. Nine Standards Rigg ligt overigens ook op de geografische helft van de Coast to Coast, namelijk op de waterscheiding tussen de Ierse Zee en de Noordzee. De bodem hier is kwetsbaar en om erosie tegen te gaan, zijn er drie verschillende wandelroutes die, afhankelijk van het seizoen, moeten worden gevolgd. We worden

HOOGTELIJN 4-2017 |

57


North York Moors

Foto boven Het strand van St. Bees bij eb. Foto links Beggar’s Bridge, een stenen boogbrug over de Esk.

over White Mossy Hill gestuurd, die beter Black Muddy Hill had kunnen heten. Het waarom laat zich raden...

Desolaat “In Keld klinkt altijd de muziek van de rivier ... en van haar watervallen!” schrijft Alfred. Er valt behalve die fraaie watervallen weinig te beleven. Het gehucht bestaat uit een paar huizen en een kerk. De camping ligt in het open veld en wordt druk bezocht. Niet zozeer door wandelaars, maar vooral door knutjes. Mijn yoghurt ziet er in luttele seconden uit als stracciatella. Maar we laten onze avond niet verpesten, want we hebben wat te vieren: “Keld is halfway!” Het Swaledale oogt desolaat, bij vlagen zelfs surrealistisch. We passeren de ruïnes van een boerderij, Crackpot Hall, en van enkele oude mijnen. Vroeger hoopte men ertsaders bloot te leggen door de grond te spoelen, waarbij tevens alle vegetatie en voedingsstoffen uit de bodem werden weggevaagd. Nog geen takje klimop groeit er op de restanten van Blakethwaite Smelt Mill en de Old Gang Smelt Mill. Iets verderop staan afgedankte mijnbouwmachines weg te roesten tussen een hoop stenen. Het lege landschap blijkt een voorbode van wat komen gaat zodra we de Yorkshire Dales hebben verlaten: een soort agrarisch niemandsland. We zullen er kilometers lang lopen over asfalt, tussen weilanden en boerderijen door. Weinig enerverend, maar het is niet anders. Het schiet zo in elk geval wel lekker op met de kilometers.

58 | HOOGTELIJN 4-2017

Beacon Hill is de eerste in een reeks imposante toppen binnen de grenzen van het North York Moors National Park. De moors strekken zich als een hoogpolig tapijt met groene, beige en paarse tinten uitnodigend voor ons uit. Het pad is geplaveid met grote, vierkante stenen. En het is er stil, heel stil. We komen er niemand tegen, op een bejaarde dame na die haar oude teckel uitlaat. We groeten elkaar en ze wijst naar onze wandelschoenen. “Ah, de Coast to Coast Walk!” Of we ervan genieten? Jazeker! Ze glimlacht en vertelt over haar jeugd in Engeland en over de vele wandeltochten die ze maakte. Ze zucht diep. De tijd gaat veel te snel, ze is al in de tachtig en niet meer zo fit. Nee, zelf heeft ze de Coast to Coast Walk nooit gelopen. Ze wijst richting het oosten. Het is niet ver meer naar de Noordzee. Als we goed kijken, zien we de haven van Middlesbrough al liggen. We worden voortgedreven door een harde wind. Over Live Moor, Carlton Moor, Cringle Moor, Cold Moor (dat zijn naam eer aandoet), Hasty Bank, Urra Moor. We ritsen onze jassen helemaal dicht en trekken het koordje van de capuchon nog eens extra aan. We verwachten elk moment een flinke plens regen, maar het dreigende wolkendek waaiert langzaam uiteen en maakt plaats voor een vriendelijke blauwe hemel. We worden nagestaard door een kudde schapen, die de begroeiing kort houdt. Het pad wordt vlakker en rechter – we lopen over het het voormalige tracé van een spoorlijn. Ons einddoel van vandaag is The Lion Inn at Blakey Ridge, geopend sinds 1553. Het plafond is er trouwens ook van laatmiddeleeuwse hoogte, zodat we onze welverdiende versnapering gebukt moeten bestellen. Het Glaisdale blijkt door de RAF te worden gebruikt voor oefeningen. Straaljagers halen allerhande capriolen uit boven de moors, op slechts een paar honderd meter boven ons hoofd. Toegegeven, het is een spectaculair gezicht, maar het lawaai is oorverdovend en vele kilometers verderop, tot in het naburige Eskdale, nog te horen.

Drassig Vroeger liep er een tolweg voor paard en wagen tussen Egton Bridge en Grosmont. De tarieven hangen nog op een groot bord aan het tolhuis en dateren van zo’n zeventig jaar geleden. Maar sinds het bestaan van motorvoertuigen en treinen reist iedereen via asfalt of per spoor naar Grosmont. Alleen wandelaars wagen


THEMA GROOT-BRITTANNIË

“There it is!”, roept Alfred. We kijken in de richting van zijn tekening en zien inderdaad Robin Hood’s Bay liggen. In zijn gids tekende Alfred Wainwright Robin Hood’s Bay, het eindpunt van de Coast to Coast Walk.

zich nog op de tolweg, waarvan de bestrating grotendeels is overwoekerd met onkruid en mossen. We turen vanaf Sleights Moor naar de horizon. Is dat Robin Hood’s Bay? Nee, dat is Whitby. We kunnen Robin Hood’s Bay net niet zien – het ligt nog verscholen achter heidevelden en bossen. Alfred waarschuwt ons: “Het wordt wat drassig, maar wat maken die natte voeten nou uit als je bijna in Robin Hood’s Bay bent?” We banjeren zo’n beetje kriskras door het heideveld, want een duidelijk pad is er niet. De sporen van onze voorgangers zijn gevuld met modderig water. Onze wandelschoenen in een mum van tijd ook. Dat we nu na zoveel mijlen nog steeds niet weten dat Alfred met ‘drassig’ altijd ‘kleddernat’ bedoelt... “But then, suddenly, there it is: Robin Hood’s Bay!” Hoewel er ook een asfaltweg ligt, leidt er voor de Coast to Coastwandelaar maar één weg naar Robin Hood’s Bay: een hooggelegen pad over de kliffen. We staan stil en kijken naar de Noordzee bij Maw Wyke Hole. Het moet even tot ons doordringen. De andere kant van Engeland! Ruim driehonderd kilometer, honderdnegentig mijl, dertien dagen. We gaan over de laatste toppen: White Stone Hole, Cow & Calf. We passeren Ness Point, een oud uitkijkpunt van de kustwacht. “There it is!” roept Alfred. We kijken in de richting van zijn tekening. We zien pittoreske huizen met witte muren en rode daken en zeemeeuwen op de schoorstenen. We zien de vloed die het dorp met de voeten in het water lijkt te hebben gezet. We zijn er. Robin Hood’s Bay! “I finished the walk with regret,” zei Alfred zelf over de Coast to Coast Walk. Ik weet niet hoe ik me voel als ik mijn rechtervoet in de Noordzee doop en er een golf over mijn tenen en broekspijpen spoelt. Moe. Trots. Ik haal de steen uit St. Bees uit mijn broekzak en gooi hem in het water. Het enige dat ons nu nog rest, is een pint om op onze prestatie te proosten. We bedanken Alfred Wainwright voor zijn aangename gezelschap. Dan valt het boek dicht en is hij ineens verdwenen.

Coast to Coast Walk Route

De Coast to Coast Walk is een tocht door het noorden van Engeland van in totaal ruim 300 kilometer. De meeste wandelaars doen er circa twee weken over. De Coast to Coast Walk gaat vaak over goed begaanbare paden, die bij slecht weer wel zeer drassig en glibberig kunnen zijn. Het is belangrijk dat je wandelschoenen waterdicht zijn en een goed profiel hebben. In het Lake District kun je, afhankelijk van het weer, vaak kiezen tussen een hoge route (over een top) of een lage route. In de Yorkshire Dales en in de North York Moors zijn soms paden (tijdelijk) afgesloten om de kwetsbare bodem te beschermen. Volg de borden. Let op: de Coast to Coast Walk is niet officieel gemarkeerd! Je hebt dus een kaart en kompas (of een GPS) nodig. Onze ervaring is wel dat je regelmatig een bordje met ‘Coast to Coast’ (of de afkorting ‘C2C’) tegenkomt, zodat je niet snel verdwaalt. Alfred Wainwright beschreef de route van west naar oost, maar je kunt hem uiteraard ook van oost naar west lopen. Het voordeel is dat het mooiste gedeelte – door het Lake District – dan het slotstuk is.

Reis

Omdat de Coast to Coast Walk een zogenaamde lijnwandeling is, kun je het best met het openbaar vervoer naar het begin- en eindpunt reizen. Startpunt St. Bees is per trein bereikbaar vanuit

Newcastle (165 kilometer). Eindpunt Robin Hood’s Bay is per bus en trein bereikbaar vanuit Hull (100 kilometer). Er gaan dagelijks veerboten vanuit IJmuiden naar Newcastle en vanuit Rotterdam (Europoort) naar Hull.

Accommodatie

Wij verbleven op campings (in een eigen tent), in jeugdherbergen en in B&B’s. Omdat de Coast to Coast Walk populair is, raden we je aan om alle accommodaties, met uitzondering van campings, vooraf te boeken. Zeker wanneer je in de maanden juni, juli en augustus op pad gaat. Zoek hiervoor online op ‘Coast to Coast Walk’ + ‘accommodation’. Je kunt bij sommige aanbieders tegen betaling ook je bagage laten vervoeren. Een Nederlandse reisorganisatie die de Coast to Coast Walk als individueel arrangement aanbiedt, is Travellers (travellers.nl).

Informatie

• A Coast to Coast Walk, A pictorial guide, Alfred Wainwright – Geïllustreerde wandelgids, door Alfred Wainwright zelf geschreven en geïllustreerd. Leuk voor wetenswaardigheden onderweg en als aandenken! • Walking the Coast to Coast Walk, Terry Marsh – Recente (2017) wandelgids van Cicerone Press. • Ordnance Survey Explorer maps OL4, OL5, OL19, OL26, OL27, OL30, 302, 303, 304 (ook verkrijgbaar als set onder de naam Wainwright’s Coast to Coast Walk map set).

HOOGTELIJN 4-2017 |

59


FJÄLLRÄVEN

B E RGTAGEN Engineered for a life above the tree line where the trees don’t grow but your spirit does.

f j a l l r av e n. n l /b e r g ta g e n


THEMA GROOT-BRITTANNIË

Britse sloten

Heensluiter Willem Kienhuis liep ook het Coast to Coastpad, in 2013. Tijdens deze wandeltocht viel het hem op dat iedere landeigenaar zijn eigen hekwerk heeft ontworpen en dat elk hek is afgesloten met een bijzonder slot. Hij stuurde ons een greep uit zijn slotencollectie. Een passende afsluiter van dit Britse thema.

TEKST FEMKE WELVAART | FOTO’S WILLEM KIENHUIS | HOOGTELIJN 4-2017 |

61


62 | HOOGTELIJN 4-2017

Illustratie Martien Bos


FICTIE

Obsessie Een verhaal van Michelle van der Kind

I

k kijk naar boven, ik ben klaar, eindelijk kan ik mijn berg beklimmen. De omgeving is mooier geworden dan ik had verwacht. Vanaf mijn kampeerplek naast de keukentafel zie ik de wolken voorbij trekken. Vijf gaten hakte ik, in vijf vloeren. Het dakraam heb ik opengezet zodat de vogels vrij spel in huis hebben. Een merel heeft een nest gemaakt op de linnenkast in de hoogste slaapkamer. De bewoners van het pand zijn op wereldreis, ik mag op hun kat passen, ik hoef voorlopig niet bang te zijn dat ze terug komen. Veel meer dan oppassen heb ik in mijn leven niet te doen. Geen werk, geen huis, geen bergen. Als je in de stad woont, vloeit het één logisch voort uit het ander, maar wat mij betreft sluit het elkaar niet uit. Hoe lang is het geleden dat ik op de zolder van dit majestueuze grachtenpand een kettingzaag en een breekijzer vond? Het is of ik hier al maanden rondzwerf. Wanneer heb ik voor het laatst mensen gezien? Mijn natuur is ongerept. Er is niemand hier. De stroom viel twee dagen geleden al uit. ’s Nachts is het hier donkerder dan in de stad. Gisterenavond zette ik mijn tent op in de keuken, de bedden zijn nu te stoffig om in te slapen. De regen druppelt op mijn tentdoek. Het water uit de leiding die ik tijdens de werkzaamheden heb geraakt en die het tapijt in de bibliotheek veranderde in het mos aan de noordzijde van een berg, klettert over de rand van het gat in het keukenplafond. Ik heb geluk dat er in het midden van de vloer een afvoerputje zit. Af en toe rolde er vannacht puin met de stroom mee, dat meestal met een klap op de keukentafel viel. De piano, waarvan een poot gevaarlijk in het gat steekt als een stalactiet in de overhang, wiebelt wel wat, maar blijft godzijdank hangen. Ik heb er voor de zekerheid wat stenen van de badkamervloer op gelegd. Toen ik vanmorgen de tent openritste, lag tussen het puin de kat, zijn tong uit zijn bek. Zeker mis gesprongen terwijl hij op de vogels joeg. Ik roer in het pannetje. Het vlees ruikt eigenlijk best lekker. Moet ik me nu schuldig voelen? Ik ben alleen.

Mijn voorraad is op. Hoe kan ik anders? Ik loop naar de rotsen, streel met mijn handen het steen. Nog even, tot de zon achter de rand van het dakraam verdwijnt, dan zal ik eindelijk klimmen. Dankzij het water, het stof en het puin doet de weg naar boven natuurlijker aan dan de muren in de klimhal. Sinds mijn ongelukkige val die ik vijf jaar geleden in de Franse Alpen maakte, heb ik niet meer geklommen. Een zekerfout van mijn partner. Vandaag kan alleen ik fouten maken. Er is niemand om me te zekeren. Mijn schoenen knellen nog altijd. Ik stap de wand in. De rotsen voelen ruw en koud, mijn handen zijn het niet meer gewend. Langs de boom klim ik omhoog. Ik denk heel ver weg het geluid van een piano te horen, maar als ik mijn voeten verplaats, verdwijnen de noten. Ik ben het niet verleerd. Mijn lichaam voelt stram, maar de bewegingen komen vanzelf. Ik klim langs de grot, waar ik moet opletten voor losliggend gesteente, daarna langs de waterval omhoog. Vlak naast me verdwijnt een zwaluw in een rotsspleet, heel ver weg hoor ik auto’s toeteren. Er steekt wind op. Ik adem diep in en sluit mijn ogen. Geuren van vroeger bereiken mijn neus, lavendel van de velden in het dal en van wilde tijm onderaan de rots. Ik zie sneeuwtoppen in de verte en een dal met ruisende bomen, en heel ver onder me een kerktoren waarvan ik de slagen ieder half uur kan horen. De helling aan de overkant valt al in de schaduw, ik ruik de kou uit de grond komen. Ik zou hier nog lang willen hangen, maar mijn onderarmen verzuren. Ik ben die kleine greepjes niet meer gewend. Ik klim door, probeer vaart te maken om de verzuring minder kans te geven. Via het overhangend gedeelte, waarin ik krachtig moet klimmen op dikke tufa’s bereik ik eindelijk de top, gillend van voldoening. Uitkijkend over de andere bergtoppen, waar aan de overkant vier reigerjongen worden gevoerd door hun ouders en turend over het dal, waar ik in de diepte de mensen weet die van hun werk naar huis fietsen of naar de kroeg gaan, vaart een werkschip een container met puin de stad uit.

HOOGTELIJN 4-2017 |

63


Walser boeren: vluchtelingen van hun tijd

Het gras is

groener berg

van de

aan de andere kant

Het begint ongeveer acht eeuwen geleden. Arme boeren, vaak met grote gezinnen, kunnen te weinig verbouwen op de moeilijk te bewerken en voedingsarme berghellingen in het Zwitserse kanton Wallis. De Walser trekken weg, op zoek naar betere oorden. De Walserweg, waarvan we hier twee delen beschrijven, volgt hun ontdekkingsreis door het Zwitserse kanton Graubünden tot in de Oostenrijkse plaats Brand.

D

e Walser trekken vanaf het einde van de 12e eeuw weg in alle richtingen. Naar Berner Oberland, Uri, Tessin, maar vooral naar Graubünden, waar ze overal hun sporen achterlaten. Deze zijn met name terug te zien in de Walser nederzettingen, herkenbaar aan de karakteristieke boerderijen en schuurtjes. Via Vorarlberg en Liechtenstein komt een aantal Walser in de 14e eeuw terecht in het Klein Walsertal. Dit wordt gezien als het eindstation van de laatste grote volksverhuizing in de Alpen.

Walser museum We zitten in een Walser boerderij middenin Klosters, in het Nutli Hüschi. Dit huisje van Christian Nutli doet nu dienst als Walser Heimatmuseum. Stoere donkerbruine boomstammen, ruwe houten balken, rondom de kamer stevige banken tegen de muren, kleine ramen van flessenglas. Een haard om te koken en om het

64 | HOOGTELIJN 4-2017

huis warm te krijgen. Een warme sfeer, waarin gastvrouw Barbara Gujan vertelt hoe het er rond 1565 aan toe gaat, het jaar dat Nutli zijn huis bouwt. Ze leven er met de hele familie in twee ruimtes, boven de koeien en het andere vee. De oven verwarmt het huis en is tevens fornuis. Het moet er propvol zijn geweest. Benauwd, vol met rook. Kinderen scharrelen er rond met hun speelgoed, Beinachüa, gemaakt van dierenbotten. Het eten is wat de pot schaft, vaak eenzijdig voedsel. Als ze geluk hebben, groeit er wat graan, waarvan brood gebakken wordt. En is er wol van de schapen. Water komt uit de pomp, buiten, evenals het toilet, een gat in de grond meestal. Ze leven van de opbrengst van de melk, de wol en wat er op het land verbouwd kan worden. Op sommige plaatsen maken ze kaas. En ze werken niet alleen op de boerderij maar vaak ook in de bosbouw – zwaar en lastig werk.

| TEKST MARUSJA AANGEENBRUG EN PETER DAALDER | FOTO’S MARUSJA AANGEENBRUG EN AART MARKIES


Foto David Coulin

Foto links Speelgoed van kinderen, gemaakt van dierenbotten. Foto rechts Barbara Gujan in het Nutli Hüschi in Klosters.

om te ontdekken. Hun nederzettingen zijn eenvoudig te herkennen: losstaande huizen op enige afstand van elkaar.

Sterke band De Walser zijn in de loop van enkele honderden jaren uitgewaaierd over een groot deel van de westelijke Alpen. Of het de grote gezinnen waren, natuurrampen, klimaatverandering of ziektes zoals de pest; de reden van vertrek is niet met zekerheid te zeggen. De Walser hebben in elk geval een drang naar avontuur en gaan het vertrek naar een onbekende omgeving niet uit de weg. Door de eeuwen heen hielden ze altijd een band, niet met hun oorspronkelijke leefomgeving maar wel met elkaar. Er is nog steeds een levendige Walserverein, waar taal, gebruiken en cultuur levend worden gehouden.

Walserweg Graubünden is een van de gebieden waar veel Walser terechtgekomen zijn, en vaak ook weer verder zijn getrokken. Dwars door het kanton loopt de Walserweg, een langeafstandswandeling in 23 etappes van meer dan 300 kilometer lang, van de San Bernardinopass naar Brand in Oostenrijk. Het zijn routes die de Walser ook hebben afgelegd in hun zoektocht naar ‘groener gras’ en routes waar ze met handelswaren en vee overheen trokken. De route loopt soms dwars door bergweiden en over passen, soms door lieflijke dalen en krappe kloven. Wij lopen enkele etappes, in de voetsporen van de boeren en hun families op zoek naar betere leefomstandigheden.

Mystiek

Foto van de nederzetting Medergen uit het boek Walserweg Graubünden (Rotpunktverlag, Zürich 2017).

Hoog op de berg De Walser, die hun eigen taal blijven spreken, zijn de vluchtelingen van hun tijd. Ze worden niet overal even vriendelijk ontvangen. In de dalen en makkelijker toegankelijke gebieden in de bergen wonen de Retoromanen al. Op veel plaatsen worden de Walser alleen getolereerd in de minder aantrekkelijke delen van het dal: aan de noordzijde, waar de zon minder schijnt, en op almen boven de 1500, 2000 meter. Daar waar maar een deel van het jaar mensen wonen omdat ze er geen brood in zien om te boeren, kunnen de Walser terecht. En alleen als de plaatselijke heersers het toelaten, want de grond is grotendeels in bezit van de katholieke kerk. En als het op een plek niet lukt, trekken de Walser verder. Ze reizen vaak hoog door de bergen, op zoek naar andere dunbevolkte gebieden. Steeds weer blijken er nieuwe dalen

De zon schijnt ’s ochtends vroeg al veelbelovend in Safien Turrahus, een gehucht in het achterste stukje van het Safiental en startpunt van etappe 4. Het water van het riviertje Rabiusa glinstert, in de verte klinkt de ijle schreeuw van een bergmarmot. Aan de linkerkant van het dal staan een paar boerderijen, gebouwd in de typische Walser stijl. Voor wie nieuwsgierig is naar de bouwwijze van de Walser, is er in Turrahus een kleine tentoonstelling over de Walser stallen: hoe ze werden gebouwd en welke functie ze hadden. Nog tot in de 20e eeuw werden de stallen en huizen op dezelfde manier gebouwd als eeuwen geleden: door balken kruiselings op de hoeken te leggen en de daken te bedekken met houtplaatjes of leisteen. Het heeft duidelijk flink geregend de laatste dagen. Het eerste stuk, langs koeien die aan de overkant van het riviertje een voor een omhoog kijken, is vooral een drassig en modderig pad. Vanaf het dorpje Thalkirch, waar het oudste kerkje van het dal staat, wordt het snel droger. Het pad voert omhoog, langs de huizen de weilanden in. Eenmaal in het bos lopen we de schaduw in. Tussen de bomen liggen begroeide rotsblokken, de sfeer is bijna mystiek door het gedempte licht dat tussen de bomen door naar beneden valt. Een hert springt tevoorschijn. Bovenop een rotsblok staat het minutenlang roerloos te kijken, alsof het verbaasd is hier wandelaars te zien.

HOOGTELIJN 4-2017 |

65


Rabiusa..

Camaner hutten.

Piz Beverin.

66 | HOOGTELIJN 4-2017

Walserweg bij Thalkirch.

Een typische Walser nederzetting in Sunnistafel.


De 300 kilometer lange Walserweg bestaat uit 23 etappes. Foto links Het dorp Thusis. Foto rechts Het is koud en nat in augustus.

Veehouderij Het Safiental is een smal, doodlopend dal. In het zuiden, oosten en westen sluiten hoge bergruggen het af. Eeuwenlang was het hele dal alleen te voet bereikbaar. Het heeft steile hellingen, doorsneden door kloven met beekjes en watervallen. Van oudsher wonen hier vooral veeboeren. De Walser die zich hier rond 1300 vestigden, lieten zich niet tegenhouden door de ruwe geologische en klimatologische omstandigheden. Ze kapten het bos en bouwden hun boerderijen op de open plekken. Daarbij zorgden ze ervoor dat iedereen voldoende eigen grond om zijn huis kreeg. De Walser waren er al vroeg in gespecialiseerd om runderen te houden en hadden dus veel grond nodig. Elke boerderij had bovendien een aantal stallen en separate hooischuren. Zo ontstonden de typische Walser nederzettingen: huizen die als het ware zijn uitgestrooid over de weiden, met grote afstand ertussen. De Camaner Hütten waar we onderweg langskomen, zijn niet willekeurig uitgestrooid: ze staan strak op een rijtje langs het pad. De hutten, op 1958 meter, scheiden de hooilanden van de alpenweiden. Vroeger produceerden de boeren hier kaas en zuivel: elke boer had zijn eigen dieren en bewerkte de melk zelf. Tegenwoordig doen de boeren dat gezamenlijk. In Safien Platz, het eindpunt van etappe 4, vinden we onder andere een winkeltje waar het zelfbediening is. Tijd voor wat brood met kaas die door Safier boeren is gemaakt. Op een bankje voor Gasthaus Rathaus, met de zon in het gezicht en uitzicht op een bekken van de waterkrachtcentrale, genieten we van de eenvoudige maaltijd.

De trap op Vanaf Safien Platz is het mogelijk om een zijspoor van de route te bewandelen: de Walserweg Safiental. Deze gaat dwars door het smalle dal en kan in beide richtingen gelopen worden. Wie de eigenlijke route wil vervolgen, neemt etappe 5 vanaf Safien Platz over de Glaspass naar Thusis. Tot ver in de twintigste eeuw waren de bewoners in het dal grotendeels zelfvoorzienend, pas in 1885 kwam er een weg door het hele dal. Toch was het dal nooit helemaal van de buitenwereld afgesloten. De Glaspass was aan deze kant van het dal de snelste weg richting Thusis in het brede Domleschg, stroomdal van de Hinterrhein. Dit dorp, aan de voet van de Heinzenberg, was het handelscentrum van de regio. Het is bijna niet te geloven dat de Walser boeren regelmatig te voet over de pas trokken om hun waren te verkopen op de markt in Thusis. De beklimming naar de pas is op sommige plekken, met name in het – gelukkig schaduwrijke – bos, namelijk zo steil

dat hij ook wel Stäga (trap) wordt genoemd. Dit deel van de route is een zogenaamde Polenweg, een naam die verwijst naar de Tweede Wereldoorlog. Aan het begin van de oorlog vluchtten duizenden Poolse soldaten vanuit Oost-Frankrijk de grens met Zwitserland over, toen ze tijdens de Blitzkrieg werden omsingeld door Duitse troepen. De Polen bleven tot 1945 geïnterneerd in Zwitserland en werden door het hele land aan het werk gezet. Hier en daar is de weg netjes geplaveid met hobbelige stenen, op sommige plekken zijn houten treden en leuningen aangelegd.

Ontruimd Na de snelle, maar forse klim komen we in het gehucht Inner Glas, niet meer dan een paar huizen in Walser stijl bij elkaar. Hierboven valt het verschil tussen het smalle Safiental en het brede en zonnige Domleschg pas goed op. Hier is een stop bij Gasthaus Beverin aan te raden. Niet alleen om te pauzeren, maar ook vanwege het magnifieke uitzicht op de Piz Beverin (2998 meter). Daarna wandelen we verder, vandaag een etappe waarin we vooral dalen. Het pad voert langs de verlaten Walser nederzetting Masügg. Tot 1870 waren deze huizen bewoond, maar het nabijgelegen bergriviertje Schwarzer Nolla zorgde voor zo’n sterke erosie dat de huizen moesten worden ontruimd. De route voert vanaf Masügg door verschillende dorpjes tegen de helling van de Heinzenberg naar beneden. Helaas betekent deze route relatief veel asfalt. Hoe verder richting dal, hoe meer huizen we tegenkomen die in een heel andere stijl zijn gebouwd: gepleisterde huizen in Retoromaanse stijl. Deze zijn ook veelvuldig te vinden in Thusis, het eindpunt van de etappe. Het is wel duidelijk dat Thusis van oudsher al een handelsplaats is. Vroeger had het dorp grote betekenis vanwege de ligging aan de noord-zuidverbinding door de nauwe en beruchte Via Malakloof. Nog steeds trekt het dorp

HOOGTELIJN 4-2017 |

67


Onder het Schweizertor vlak voor de overgang naar Oostenrijk.

mensen uit de omgeving aan: nu vooral dankzij de grote supermarkten. In Thusis lijken de stilte en afgelegenheid van het Safiental ineens mijlenver weg.

Historische grond Vanaf Thusis slingert de Walserweg etappes lang verder door Graubünden, tot hij bijna de landsgrens over gaat richting Brand, het einde van de route. Vanaf Klosters lopen we via Sankt Antoniën naar de Carschina Hütte, de laatste stop voordat we Oostenrijk inlopen via het Cavelljoch. We lopen op historische grond. Steeds weer gaan de gedachten naar de Walser die hier liepen. Honderden jaren geleden. Zonder kaart, zonder gps-track die in de mist de juiste richting aangeeft. Zonder Gasthaus onderweg waar we opdrogen van de hagelbui

Het is spelletjesdag in de hut en de droogruimte is overvol en een kop warme chocolademelk drinken. Wat hadden de Walser voor bescherming tegen de regen? Een hoed misschien, een cape, maar meer toch niet? Ze hadden een stok om het vee mee bij te sturen, alle paadjes waren geitenpaadjes, of zou er wel eens een handelaar de berg zijn overgestoken? Hadden ze hun vee bij zich, kleine kinderen? Hoe deden ze dat onderweg met eten en drinken? Hadden ze oog voor de prachtige natuur, voor het opvallend witte gesteente dat mooi afsteekt tegen de groene weides?

Geheim teken In de diepte van de Gafier Platten, tussen Klosters en Sunnistafel, hebben mensen met witte stenen een vorm gelegd op de groene ondergrond. Van bovenaf lijkt het een geheim teken, een signaal dat vroeger al gauw als duivels werd gezien. Komt het noodweer waarin we terechtkomen van de duivel? Deze tocht maakt onze waardering voor de Walser alleen maar groter. Terwijl wij door de

modder en de plassen lopen op het spoor dat is omgeploegd door een kudde koeien voor ons, wordt de tocht van de Walser steeds heroïscher. In de Walser nederzetting Sunnistafel staat al honderd jaar een eenvoudige herberg, sinds zestig jaar in het bezit van de familie van de waardin. Zij woont er al 31 zomers. Het is er warm en droog, de bedden zien er aanlokkelijk uit en alle natte rommel kan in de gelagkamer drogen op en rond de spekstenen kachel. Naast de waardin zitten twee bekenden die haar gezelschap houden op deze doodstille dag. We zijn in het dal van Sankt Antoniën, waar de grote open vlakten de Walser toegelachen moeten hebben, want hier bouwden ze een paar fraaie nederzettingen die nog steeds worden bewoond door boeren met een Walser naam. In veel namen, zoals Flütsch in Sankt Antoniën, zie je dat verleden terug.

Beperkt zicht We klimmen naar de paal met een bordje, het enige dat nog te zien is nadat de regen eerst in hagel en nu in fijne sneeuw is overgegaan. Het zicht is beperkt, maar en af en toe is er hoog boven ons opeens een stukje te zien van de Sulzfluh, een mooie klettersteig (zie Hoogtelijn #1, 2017, pagina 70), die al even snel weer wordt opgeslokt door de mist en de sneeuw. Pas vlak voor de Carschina Hütte krijgen we die in zicht. De ontvangst in de hut is allervriendelijkst. Hier zit een stel jonge mensen dat zichtbaar van het leven in de hut geniet. De huttenwaard, ook berggids, vraagt naar de omstandigheden en gaat verder met het schoonmaken van de groenten voor het avondmaal. Het is spelletjesdag in de hut en de droogruimte is overvol. De natste spullen kunnen boven de kachel. In het begin ruik je het vocht en de damp die van de kleding en de schoenen komt, maar dat is na een half uur ook gewoon geworden. Het is droog en warm! Even later wordt de soep opgeschept door ‘Mountain Diva’ Nina, die het woord diva in sierlijke letters op haar hand liet tatoeëren. Wat een vrolijke waardin!

Poedersuiker Het sneeuwt nu hard. De volgende morgen is het bar koud en is alles bedekt onder zeker tien centimeter sneeuw. We lopen richting Oostenrijk en hebben geluk dat een gezin vóór ons diezelfde route loopt. Dat scheelt een hoop zoekwerk naar het pad. Het is begin augustus, maar wij lopen erbij als dik ingepakte winterwandelaars. De Walser hadden destijds geen hut en hoe wisten ze nou waar ze de berg over moesten? Of hadden ze mensen die eerst de route gingen verkennen? Langzaam verdwijnt de sneeuw als poedersuiker op een warme pannenkoek. Gevolg: nog meer blubber. Het pad daalt voortdurend en kruipt steeds dicht tegen de steile bergwanden van de Drusenfluh. Een steil smal pad slingert omhoog naar het Schweizertor, een oude smokkelroute. Nu niet aan te raden met al dat glibberen.

Foto links Opeens ligt er ’s ochtends een pak sneeuw bij de hut. Foto midden Bijzondere steile trap in de Carschina Hütte. Foto rechts Drukte in de Carschina Hütte.

68 | HOOGTELIJN 4-2017


Meer informatie Online vind je veel informatie over de route, het museum en de Walserweg. • walserweg.ch • walserverein-gr.ch • museum-klosters.ch • vorarlberg-alpenregion.at/brandnertal • safierstaelle.ch (tentoonstelling Safien Turrahus) • carschina.ch (Carschina Hütte) Geheimzinnige vormen op de Gafier Platten.

We volgen de normale route naar de grens, waar een verroest bord op een grenspaal aangeeft dat we Oostenrijk in lopen. Wat hebben smokkelaars moeten afzien, want ook dit was in gebruik als smokkelroute. En we zijn er nog niet. In de diepte ligt de Lünersee, een fraai stuwmeer waar je omheen kunt lopen, met aan het begin en halverwege een café. Op de stuwdam staat de Douglas Hütte, nog steeds een hut, maar vooral café-restaurant voor dagtoeristen. Onder aan het pad vanaf het Cavelljoch kun je verse melk van de koeien die hier wat rondhangen kopen, of een glas bier. Het is er zelfbediening. En graag ook afruimen.

Grote mogelijkheden Destijds was er geen meer, geen uitspanning en geen kabelbaan naar de bushalte. Maar de Walser waren verrukt over wat ze zagen. Een enorm weids dal met grote mogelijkheden. En pas later begrepen ze dat er vanaf beneden geen weg was naar Brand, het dorpje dat ze na de pas als eerste tegenkwamen. Het was een afgesloten dal dat werd beheerd door Graf Hartmann von Werdenberg-Sargans, die in 1347 twaalf Walser families toeliet. Hun tegenprestatie was dienstplicht, in dienst van de graaf, en betaling van een vastgestelde som, deels voor de graaf en een klein deel voor de kerk. De geschiedenis van de Walser, van oorsprong katholiek, is hier goed vastgelegd. De Walser sloten zich bij de katholieken aan, hoewel ze in Graubünden vaak waren bekeerd door de reformatie. De kerk nam deze nieuwe zielen op en documenteerde nauwkeurig wat er met die gezinnen in Brand gebeurde.

Bedevaart Voor veel Walser eindigde de tocht in Brand, waar Manfred Beck, evenals zijn vader en opa en drie geslachten daarvoor,

burgemeester was van het dorp. Hij heeft de geschiedenis van de Walser opgetekend en er voor gezorgd dat een paar oude gebouwen, waaronder de vroegere school, behouden zijn gebleven. Het einde van de Walserweg voelt een beetje als het einde van een bedevaart. De tocht is volbracht. We hebben onderweg genoten van de bergen, maar ook nagedacht over de Walser. Over hun ontberingen, over hun wil om te slagen. Daarvoor hebben we veel respect. En geeft het inspiratie? Of plaatst het ons hectisch bestaan in een ander daglicht? Zeker, dat doen de bergen zelf al, maar wie begrijpt wat de Walser voor een wat beter bestaan over hadden, kan alleen maar heel diep buigen en de pet afnemen.

Alles over de Walserweg

Er is geen boek dat zo nauwgezet en uitgebreid de Walserweg in Graubünden beschrijft als de ‘bijbel’ van Irene Schuler. In 2010 verscheen de eerste druk, in mei van dit jaar de derde, geheel herzien. Het aantal etappes is uitgebreid van 19 naar 23, omdat een aantal etappes zeer lang was. Schuler, geograaf, boekhandelaar en lange afstandswandelaar, beschrijft in 320 pagina’s niet alleen de etappes door Graubünden, maar schildert ook de Walser geschiedenis en beschrijft Walser overblijfselen. Een noodzakelijke gids voor wie de ontdekkingstocht van de Walser op de voet wil volgen. Walserweg Graubünden, Irene Schuler Uitgave: Rotpunktverlag, 2017 (rotpunktverlag.ch) ISBN: 978-3-85869-734-9, CHF 39,90

HOOGTELIJN 4-2017 |

69


HEEL NEDERLAND WINT Wij zijn Nederlandse Loterij. De naam achter zeven bekende kansspelen. Samen gaan wij voor een gezonder, socialer en gelukkiger Nederland. Daarom investeren we onze opbrengst in de Nederlandse samenleving. Met een flink deel daarvan steunen we doelen op het gebied van sport en bewegen. Samen maken we sport en beweging bereikbaar voor iedereen. Van jong tot oud, van Olympisch tot paralympisch, en van revalidatie tot gehandicaptensport. Want kinderen krijgen bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen door te sporten, ouderen maken meer contact en de maatschappij wordt sterker door gezonde en fitte mensen. Door mee te spelen met één van onze kansspelen, weet je één ding zeker: je draagt bij aan een gelukkiger en gezonder Nederland.

NEDERLANDSELOTERIJ.NL


Deze rubriek is geschreven door de Medische Commissie van de NKBV. Heb je vragen? Kijk op nkbv.nl/kenniscentrum onder het kopje Medisch of vul het formulier in via goo.gl/D4Y2ZB.

Wat neem je mee?

Wat mag niet ontbreken in je EHBO-kit?

Ben je buiten actief en loop je een kleine verwonding op, dan kun je die vaak eenvoudig zelf behandelen. Maar dan moet je wel de juiste EHBO-set bij je hebben. Wat is handig om mee te nemen tijdens het klimmen, wandelen of fietsen in de bergen?

R

ecent verscheen een artikel in the Journal of Travel Medicine (online te vinden op https://doi.org/10.1093/jtm/taw088) waarin auteurs Brandenburg en Locke een overzicht geven van veelvoorkomende verwondingen in de bergsport. Letsel aan botten en spieren, verrekkingen, verstuikingen en verwondingen van de huid waren de medische problemen die het vaakst werden gezien.

Pijnstillers Verwondingen gaan vaak gepaard met pijn. Daarom is het verstandig om pijnstilling in de EHBO-kit te doen. Bijna iedereen mag paracetamol gebruiken, ongeacht andere medicijnen. Let bij kinderen wel op de juiste dosering. Daarnaast mogen veel mensen een middel als ibuprofen gebruiken. Gezonde volwassenen zonder maagklachten of medicijngebruik mogen ibuprofen en paracetamol ook combineren. Overleg met je huisarts of apotheek als je twijfelt over het gebruik van deze pijnstillende middelen.

Steun Bij verstuiking of letsel aan spieren of botten is er behoefte aan steun en bescherming. Een elastische zwachtel biedt steun. Je kunt ook een spalk maken van meegenomen materiaal, zoals je matje, een uitneembaar

frame van je rugzak, of een deel van een wandelstok. Met behulp van sporttape zet je dit vast. Je kunt dus inventief zijn met je materiaal, of je neemt een Sam Splint mee. Deze veelzijdig inzetbare spalk is onder andere verkrijgbaar in de NKBV-webshop: nkbvwebshop.nl/samsplint. Om rust te bieden, kan een mitella voor letsel van hand, arm of schouder praktisch zijn. Je kunt ook de onderkant van een t-shirt dat het slachtoffer draagt omhoogvouwen en zo de aangedane arm fixeren met een veiligheidsspeld.

Bacteriedodend middel Wonden kun je het best eerst reinigen. Spoel de wond met water en desinfecteer hem daarna met bijvoorbeeld Sterilon of Betadine. Vervolgens verschilt de behandeling per soort wond: • Druk bij een snijwond de wondranden voorzichtig samen en fixeer dit met zwaluwstaartjes of een hechtpleister. Daarna kun je een snelverband gebruiken om het bloeden verder te stelpen. • Een schaafwond kun je aan de lucht laten drogen. Wil je voorkomen dat de wond aan kleding plakt, dan kun je hem verbinden met vette gazen, een absorberend gaasje

• pijnstilling (paracetamol en ibuprofen) • elastische zwachtel(s), liefst in twee maten • sporttape • spalkmateriaal • Sterilon of Betadine • zwaluwstaartjes of hechtpleister • vette gazen • absorberende gazen • fixatieverband • reddingsdeken • mitella • veiligheidsspeld • naald • pincet • handschoenen

medisch

EHBO-set

Kijk ook op nkbv.nl/ kenniscentrum en zoek op EHBO-set.

en een zwachtel ter fixatie. • Blaren behandel je zo nodig met speciale pleisters of tape. (Meer over de behandeling van blaren lees je in Hoogtelijn #2, 2017 op pagina 63.)

Reddingsdeken en pincet In alle gevallen is afkoeling of oververhitting een punt van zorg: denk daarom aan een reddingsdeken. Voor splinters of het aanprikken van blaren zijn een naald en een pincet handig. Het pincet gebruik je ook voor teken. Neem voor je eigen bescherming handschoenen mee voor als je andermans bloedende wond moet behandelen.

Omstandigheden Pas de hoeveelheden van de verbandmiddelen aan op de omstandigheden. Ben je bijvoorbeeld met een grote groep ver verwijderd van professionele medische hulp, dan neem je meer mee dan wanneer je met z’n tweeën een dagtocht maakt. Zorg dat je bekend bent met de inhoud van je EHBO-set, dan zal je het makkelijker gebruiken. Natuurlijk, elke gram voel je in de rugzak, maar een EHBO-set hoort bij het buitensporten!

TEKST SANDER VAN DER PLAS | ILLUSTRATIE TOON HEZEMANS | HOOGTELIJN 4-2017 |

71


Klimroute

Randjes, slopers en spleten op Malta

Klimmen vanuit zee Zon, zee en strand: klinkt dat als een luie vakantie? Op Malta kun je juist ook het tegenovergestelde beleven. Buiten de (te warme) zomermaanden is dit eiland in de Middellandse Zee de ideale plek om te wandelen, mountainbiken, duiken, snorkelen, en… sportklimmen.

W

aar ken je het eiland Malta van? Van oorlogen en strijd misschien. Van de kruisvaarders, die hun hoofdkwartier hadden in de vestingstad Valletta tot en met de Tweede Wereldoorlog, toen Malta als strategisch hoofdkwartier werd gebruikt door de Engelsen. Misschien ken je het ook van de Azure Window: een grote boog van kalksteen. Afgelopen winter is deze grootse attractie ingestort, helaas.

Marianne in een spel van spleten en schaduwen.

Gelukkig zijn er nog meer van dat soort bogen te vinden, op minder toegankelijke plekken.

Veelzijdig Wat Malta voor mij bijzonder maakt is de rust. Als klimmer kun je de hele dag alleen in een gebied zijn, hoef je geen gladde afgeklommen routes te klimmen, en geniet je de hele dag van de heerlijke zon en zee. Vind je dat niet genoeg? Dan ga ik nog even verder. (Nee, het Maltezer toeristenbureau heeft me hier niet voor betaald.) Op Malta kun je alles met de bus doen. Of je neemt je fiets mee in het vliegtuig en doet alles fietsend! Verder is het eten er heerlijk en goedkoop (voor 10 euro eet je al een goede avondmaaltijd in een restaurant). Op klimgebied is er voor elk wat wils: van 4a tot en met 8b+/8c. Multipitch, boulderen, enkele touwlengtes, en deep water solo. Er is niet één gebied, maar over het hele eiland en op het nabij gelegen Gozo kun je allerlei verschillende gebiedjes vinden. Zo kun je een bezoek aan een oude wachttoren, de azuurblauwe zee, een van de vele kerken of de opera combineren met een halve of hele dag in een klimgebiedje. En wil je even niet klimmen, dan is een wandeling langs de kust, of bijvoorbeeld rondom het eiland Gozo echt een aanrader.

Natte voeten Het eiland Gozo is prachtig, maar het hoofdeiland Malta heeft zeker ook unieke routes. Rutger, die ons had uitgenodigd, suggereerde om samen de route Klin Selvagg in het gebied Ix-Xaqqa te doen. Maximaal 5b, vijf touwlengtes, alles ruimschoots behaakt met moderne haken en standplaatsen. Aan het einde kun je terug abseilen of over een breed en makkelijk pad teruglopen naar de bus (of fiets of auto).

72 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST MARIANNE VAN DER STEEN | FOTO’S MARIANNE VAN DER STEEN EN DENNIS VAN HOEK

Dennis klimt voor in Klin Selvagg.

De route begint letterlijk in de zee. Wanneer die wild is, worden je voeten in de eerste touwlengte bij elke golf bijna nat. Gelukkig is het klimmen, zelfs voor de waardering, makkelijk en zijn er voldoende haken. Iets hoger kom je op bijzondere kalksteen met scherpe door de zee gevormde randjes. Eerst denk je: oef, dit gaat lastig worden, tot je zo’n randje vasthebt en denkt: oh, dit kan eigenlijk wel, en de volgende en volgende… De route is net liggend, waardoor je niet heel veel kracht in je armen nodig hebt en gelukkig is niets glad, dus vinden je schoenen genoeg grip.


Klimmen op Malta

De hond? Die gaat het liefst mee!

Seizoen

Beste tijd: eind september tot begin november en eind maart tot mei. In de winter kan het er behoorlijk regenen en stormen en in de zomer kan het er bloedheet zijn (45 graden).

Reis

Afhankelijk van wanneer je boekt, kun je al vanaf 75 euro van Schiphol naar Malta vliegen. Malta hoort bij Europa, dus je betaalt er met euro’s en de talen die er worden gesproken, zijn Maltees en Engels. Alle bewegwijzering is in het Engels en ook in de bus kun je met Engels terecht.

Accommodatie

nodig, want je bent zo weer boven. Genoeg tijd om nog een paar soortgelijke routes in de buurt te klimmen of verder te wandelen naar het restaurantje en daar een ijsje te eten. Of je gaat naar het sportklimgebiedje waar je een overhangende 5b probeert of misschien de uitdaging aangaat in de net zo overhangende 8b.

Over het hele eiland kun je overnachten in B&B’s, maar ga ook zeker een paar dagen naar Gozo. Kamperen is minder populair en wildkamperen is niet aan te raden (dikke kans dat je in een jachtgebied kampeert).

Route

Benieuwd naar de klimroute? Marianne van der Steen en Dennis van Hoek maakten een video: kijk op vimeo.com/ 211737221/60be6dd10d of scan deze QR-code.

Foto boven Vast ritueel: voorbereiding met topo. Foto onder Fijne randjes bieden houvast.

Alles uit de kast De volgende lengte heeft een paar verticale scheuren, maar is ook gewoon behaakt. Zo kun je al je skills uit de kast halen. Van randjes, naar slopers, naar spleten. Als je met z’n drieën klimt, heeft iedereen wel een ander stukje als favoriet. Hogerop krijg je steeds meer uitzicht, tot je over de zee uit kan kijken naar het oneindige en je de ronding van de aarde op de horizon ziet. De standplaatsen zijn op handige plekken, een plateautje, een richel, je zou er onderweg een goede lunch kunnen houden. Al is dat niet

Gastheer Rutger klimt na.

HOOGTELIJN 4-2017 |

73


Margherita Peak, Oeganda

Drijfnat paradijs Een tocht naar Margherita Peak in een notendop? Vijf dagen Mud Masters op een van de mooiste plekken van de wereld, omringd door extreem vriendelijke mensen met een groot hart voor ‘hun’ berg. Het is een trekking voor fitte en ervaren bergsporters en de mooiste en meest indrukwekkende die Rinske Brand tot nu toe maakte. Het blijkt ook een race tegen de klok: nog even en de gletsjers van het Rwenzorigebergte zijn verdwenen…

74 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST EN FOTO’S RINSKE BRAND


W

ie aan bergtochten in Afrika denkt, denkt al snel aan de Kilimanjaro. Als een van de Seven Summits is de berg een vinkje op menig bucketlist. Maar over de berg wordt ook gezegd dat het er te druk is, te duur, weinig uitdagend en met vieze en te volle hutten onderweg. Dat vooruitzicht vond ik weinig aanlokkelijk. In mijn zoektocht naar een alternatief ontdekte ik het Rwenzorigebergte in Oeganda. Daar ligt Margherita Peak, de hoogste top van Mount Stanley. Deze nummer drie op de lijst van hoogste toppen van Afrika is met 5109 meter nog steeds indrukwekkend, maar veel minder bekend. Terwijl per jaar 20.000 mensen de Kilimanjaro op gaan, kiest slechts een handvol trekkers voor de net iets lagere toppen in de Rwenzori. 1000 mensen bezoeken nu elk jaar het Rwenzori National Park en slechts een derde daarvan gaat ook werkelijk richting Margherita Peak. Dat is minder dan één klimmer per dag! Een beklimming van Margherita heeft ook nog eens de reputatie de mooiste trek ter wereld te zijn. De top is nu nog met ijs bedekt, maar volgens wetenschappers is dat binnen tien jaar verleden tijd. Dat liet ik me geen twee keer zeggen.

Solo

Afwisseling Op deze eerste dag lopen we naar Sine Camp op 2680 meter. We passeren dorpen en velden waar koffie, cassave, bonen, gierst en aardappelen worden geteeld, lopen urenlang door loofbos en komen daarna aan bij het bamboebos. De klim is bij tijd en wijle erg steil, maar prima te doen. Na vijf uur lopen, komen we net voor zonsondergang aan bij de hut. Joshua vertelt me dat zijn organisatie alle hutten op deze trek heeft gebouwd en onderhoudt. De hut kan tien personen hebben, maar ik heb hem helemaal voor mezelf alleen. Joshua ontpopt zich ook als een uitstekende kok en zijn maaltijden bevatten veel verse groenten en fruit. Om kwart over zeven doet het oerwoud het licht uit en om acht uur lig ik in bed.

Foto links De start van de trekking ligt in het dorp Kilembe (1450 m). Foto rechts Bijna de gehele trekking ligt in het Rwenzori Mountains National Park.

Voor vertrek leert een zoektocht op Google mij een aantal zaken. Allereerst dat er in vergelijking met de andere pieken in Afrika weinig over te vinden is. Maar dat wat ik vind, spreekt me enorm aan. Op een van de natste plekken op deze aardbol is de flora onbeschrijflijk mooi. Daarbij leer ik dat het zeker geen gemakkelijke berg is. “Alleen voor de werkelijk fitte klimmer”, waarschuwt de enige organisatie die trekkings naar de top aanbiedt op haar website. Slechts een paar dagen lopen, veel en snel stijgen en dalen, en een erg lange topdag. Het contact via e-mail met die reisorganisatie verloopt zo soepel en professioneel dat ik binnen een paar dagen besluit de trek te boeken. Mijn vertrek is al over twee weken. Op zo’n korte termijn krijg ik niemand meer mee, dus is mijn eerste solotocht een feit. Nou ja, ‘solo’: een klein leger aan gidsen en dragers gaat met me mee de berg op.

Regenlaarzen Via een vlucht naar de internationale luchthaven Entebbe en een binnenlandse vlucht naar provinciestadje Kasese, arriveer ik twee dagen na vertrek vanaf Schiphol in het basiskamp op 1450 meter. Daar ontmoet ik mijn gids Joshua en de dragers. Na een check van mijn materiaal en het ondertekenen van verschillende waivers neemt hij ruim de tijd om mij te voorzien van …. regenlaarzen. Online had ik al wel iets gelezen over modder onderweg en hoe deze laarzen dan uitkomst zouden bieden, maar van wat me werkelijk te wachten stond, had ik nog geen idee.

Gids Joshua in de mist, een weersomstandigheid die hardnekkig is in de Rwenzori.

HOOGTELIJN 4-2017 |

75


Mijn regenlrzen gn de komende tijd niet mr uit Met regenlaarzen over rotsige paadjes op weg naar het derde kamp.

Foto links Het onderkomen in Bugata camp. Foto rechts Aankomst bij Bugata camp op 4062 meter.

Op dag 2 hebben we 1000 hoogtemeters te overbruggen. We lopen langs enorme varens en rotsen bedekt met mos. Alles is knalgroen. Het pad biedt continu afwisseling: we klauteren over rotsen, klimmen langs boomwortels, zakken af en toe weg in modder; het maakt allemaal deel uit van de tocht. Ook de bewolking is een vaste reisgezel. 300 dagen per jaar is het gebergte in nevelen gehuld, dus de uitzichten zijn schaars. Bij een beekje houden we stil. Ik maak een paar foto’s en bedenk me dat ze allemaal zo het magazine in kunnen. Niet door mijn fotografeerkwaliteiten, maar omdat het gefotografeerde zo adembenemend mooi is. Het blijkt inmiddels ook tijd om de schoenen in te wisselen voor regenlaarzen. Wat ik inmiddels weet, is dat die dingen de komende dagen niet meer uit gaan. De dag eindigt in Mutinda camp op 3688 meter. In twee dagen ruim 2000 meter stijgen, blijkt iets te veel van het goede. Hoofdpijn en koude rillingen zijn inmiddels de bekende tekenen van milde hoogteziekte.

Grip Op dag 3 valt het hoogteverschil mee. De volgende hut, Bugata Camp, ligt op 4062 meter. De tocht is alleen geen gemakkelijke. Vandaag wisselen we het oerwoud in voor de alpiene zone. Wat in Oeganda betekent: meer modder. Moddermoeras deze keer, met verraderlijke plekken. Ruim vierenhalf uur lopen we door de modder, hier en daar afgewisseld met over rotsen klauteren. Een voordeel van de regenlaarzen is dat ze een enorme grip blijken te hebben op rotsen. Door modder lopen, is een uiterst vermoeiende aangelegenheid. Opletten bij elke stap die je zet, voeten slim laten landen op wankele graspollen, evenwicht houden over boomstammen. Als je dat niet doet, loop je de kans dat een been verdwijnt in de zuigende modder. De omgeving maakt heel veel goed. Het landschap blijft onverminderd adembenemend. Maar ook de bewolking blijft. Gelukkig is Bugata Camp schoon en droog.

Topdag Dag 4 is een korte dag. We dalen naar Butawu Camp op 3974 meter. De dagen beginnen hier een stuk later dan ik gewend ben van andere trekkings. Het ontbijt wordt geserveerd rond acht uur en pas tegen negenen vertrekken we. Omdat de loopdagen relatief kort zijn, is het ook niet nodig om vroeger te vertrekken. Mijn symptomen van hoogteziekte zijn inmiddels helemaal verdwenen en de kriebels beginnen te komen. Het is bijna tijd voor de topdag! De regen die al dagen met regelmaat uit de hemel valt, maakt me minder uit. Joshua heeft uitgelegd dat neerslag zorgt voor een beter begaanbare gletsjer. Dat klinkt als een goed vooruitzicht. Ik trek na het ontbijt weer mijn regenlaarzen aan. De tocht naar Margherita Camp, de hut vlak voor de top, brengt – geen verrassing meer – nog meer modder! Maar ook veel rots en hier en daar wat klauterwerk. De begroeiing wordt schaarser en regen verandert in sneeuw. Op 4485 meter staan we stil bij de laatste hut voor de top en tot mijn verbazing vind ik daarin drie andere reizigers. De eerste mensen die ik tegenkom in al die

76 | HOOGTELIJN 4-2017


Uitzicht vanaf Bugata camp.

dagen. Zij zijn net terug van een succesvolle toppoging en zitten duidelijk diep in hun reserves. Ik krijg geweldige foto’s te zien en hoor verhalen over verticale en horizontale traverses en steile en keiharde gletsjers. Om 03.00 ’s nachts, op dag 7, gaat de wekker. Ik rits me – volledig aangekleed - uit mijn slaapzak en hoef alleen mijn donsjas en schoenen nog aan te trekken. Een goed voorbereid mens telt voor twee tenslotte. In het pikdonker begint onze tocht over spitse rotsen. Ik weet dat het afzien naar de top rond de vijf uur gaat duren. Over de afdaling, die direct daarop volgt, denk ik liever nog even niet na. Inmiddels hebben we versterking gekregen van een extra berggids. Elke groep gaat met minimaal twee gidsen omhoog. Mijn eenpersoonsgroep dus ook. Na wat pittig loop- en klauterwerk komen we aan bij de eerste gletsjer. Tijd voor de touwen. Deze zachtglooiende gletsjer dient als welkome herstelperiode. Direct erna begint de uitdaging: twee verticale en één horizontale traverse over rots. Na meer stijgen over rots wacht de grootste uitdaging: gletsjer nummer twee is steil en een stuk langer dan de eerste. Maar het dagenlange lopen door de regen zorgt hier voor een beloning. Op de gletsjer ligt dankzij al die neerslag een broos laagje sneeuw. Net genoeg voor grip. Maar de klim is alsnog pittig, heel pittig. Mijn hart bonst in mijn keel en de ijle lucht biedt niet voldoende zuurstof voor herstel. Mijn kuiten verzuren enorm en ik vervloek mijn belabberde voorbereiding. Die crossfit workouts trainen op explosieve kracht, maar duidelijk niet op langdurig uithoudingsvermogen. Ik neem me plechtig voor terug in Nederland onmiddellijk het hardlopen weer op te pakken, en het fietsen. Op onze stijgijzers vervolgen we onze weg over rotsen. Het is nu wederom klauteren en net als ik me afvraag waar die top toch gebleven is, doemt deze voor ons op. Half verborgen onder de verse sneeuw vinden we het bord. Margherita Peak geeft ons net een minuut uitzicht op het Rwenzorigebergte voor de bewolking weer dichttrekt en ons het uitzicht ontneemt.

Paradijs Over de afdaling kan ik kort zijn: dat is dezelfde weg terug en het gebeurt in de helft van de tijd. Op de piekdag loop je dan niet alleen terug naar Margherita Camp, maar naar nog een kamp lager. Die afdaling is geen sinecure, zeker niet op regenlaarzen. In krap 48 uur lopen we meer dan 24 uur van die tijd. Exact zeven dagen na vertrek uit het basiskamp meld ik me er opnieuw. Ik krijg een oorkonde als bewijs van de geleverde inspanning, maar tijd om er bij stil te staan, is er niet. Na een warme douche spring ik in de auto met chauffeur die me naar de gorillatrekking zal brengen. Een enorme tourist trap waar ik me met liefde in laat vallen.

Foto boven Een van de twee rotswanden op weg naar de top, die met top ropes wordt beklommen. Inzet links Rinske op de top Inzet links Summit selfie met gidsen Joshua en Richard.

Het afscheid van Rwenzori is niet definitief. Nog voor de gletsjers verdwenen zijn, kom ik hier terug. Terug naar het allernatste stukje paradijs op aarde.

Trekking in de Rwenzori Mountains Reis

Vluchten gaan naar Entebbe, de internationale luchthaven van Oeganda. Vanaf daar kun je met een binnenlandse vlucht verder, of met de auto (met chauffeur).

Accommodatie

Hostels en hotels zijn er in verschillende prijsklassen, maar opvallend is dat de goede middenklasse ontbreekt. Hostels zijn goedkoop, maar houd er rekening mee dat in Oeganda basic ook wel echt basic betekent.

Routes

Je komt alleen met een gids het Rwenzori National Park in en gidsen volgen de

normaalroute. Mensen die een extra uitdaging willen of meer dagen hebben, kunnen – met hun gids – van deze route afwijken en extra toppen in het programma opnemen. Dit zijn vaak wel tochten voor de zeer ervaren en superfitte klimmer.

Seizoen

Het beste seizoen voor Margherita Peak is van november tot en met januari en van juli tot en met augustus.

Organisatie

In het gebied zijn twee reisorganisaties actief, maar Rwenzori Trekking Services is wat mij betreft verreweg de beste en meest betrouwbare: rwenzoritrekking.com.

HOOGTELIJN 4-2017 |

77


bijschrift

Topvlagfoto Lago di Ledro Remco van Bergen stuurde ons deze foto, die hij maakte tijdens een dag klettersteigen met Miranda, Vivian, Timo en Marc. “We startten met de via ferrata F. Susatti naar de top van de Cima Capi op 909 meter”, vertelt hij, “en gingen verder via de M. Foletti naar Bivacco M. Arcione. Vervolgens klommen we via de Sent dei Camminamenti naar de top van de Cima Rocca op 1089 meter, waar de foto is gemaakt, en omlaag over de Sentiero delle Laste. Het was een prachtige dag met veel verdedigingswerken uit de Eerste Wereldoorlog waar je deels doorheen loopt. De klettersteig gaat

Foto Remco van Bergen

nkbv voor jou

Kijk voor het laatste verenigingsnieuws op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook: facebook.com/de.nkbv.

door grotten en tunnels met een fantastisch uitzicht over het Gardameer.” En die wat wonderlijke topvlag? “Op de top kwamen we erachter dat de paklijst niet compleet is: topvlag vergeten! Dat overkomt ons niet meer!” Gelukkig bood Photoshop uitkomst.

Stuur je NKBV-topvlagfoto in en maak kans op mooie prijzen

Heb jij afgelopen zomer een topvlagfoto gemaakt en hem nog niet met ons gedeeld? Stuur de foto dan voor 30 september naar communicatie@nkbv.nl of deel hem op social media met #topvlag #nkbv. Zo maak je kans op leuke prijzen, zoals een Osprey Sirrus 50 rugzak (dames- of herenmodel), een The North Face cheque t.w.v. € 150 en een Swiss Travel Pass!

Ook op het strand verzekerd Win kaarten

voor de E.O.F.T. In oktober komt de European Outdoor Film Tour weer naar Nederland: een filmtour met korte outdoor multisportfilms vol adrenaline. Tussen 6 en 25 oktober draait de E.O.F.T in bijna twintig Nederlandse steden. Wil je kans maken op gratis kaarten? Houd dan de NKBVnieuwsbrief van eind augustus in de gaten! Geen prijs? Koop dan je kaarten via eoft.eu/nl.

78 | HOOGTELIJN 4-2017

Dat de NKBV-reisverzekering je avontuurlijke bergsportvakanties dekt, is bij ruim 75% van onze leden wel bekend, maar dat het ook dekking geeft voor een strand- of duikvakantie, weet niet iedereen. Dus als je een jaar niet naar de bergen gaat, maar wel lekker gaat ontspannen tijdens een strandvakantie, ook dan biedt de NKBV-reisverzekering uitkomst. Heb je nog geen NKBVreisverzekering en wil je aan het einde van dit jaar nog weg? Na 1 oktober kun je hem extra voordelig afsluiten via mijnnkbv.nl. Voor maar 15 euro ben je dan voor de rest van het jaar verzekerd. Op nkbv.nl/verzekeringsactie lees je alle details van deze actie.


Op ontdekkingstocht buiten de piste De winter staat voor de deur! De NKBV is al maanden druk met het ontwikkelen van een mooi reizen- en cursusaanbod, leerzame vlogs en interessante artikelen over avonturen buiten de piste. In SnowWorld Zoetermeer organiseren we in november speciale workshopweken met sneeuwschoenwandelen en toerskiën, en op de NKBV Bergsportdag, op 21 januari 2018, komt een winterplein. Hiermee vervalt de Off-pistedag. Kennismakingsweken in november Wil je ook wel eens ervaren hoe het is om op sneeuwschoenen te wandelen?

Of hoe het voelt om met stijgvellen omhoog te lopen? Volg dan een van onze kennismakingsworkshops in SnowWorld Zoetermeer. Op 13, 14 en 16 november organiseren we de workshops Sneeuwschoenwandelen en op 20, 21 en 23 november de workshops Toerskiën. De prijs van deze workshops is € 50. Kijk voor meer informatie in de meegestuurde Winterreisgids (pagina 14 en 26) of kijk op bergsportreizen.nl. Hier vind je ook informatie over andere winterse workshops, zoals IJsklimmen, Lawinekunde en Piepertraining.

Waarom krijgen NKBV-leden korting in berghutten?

Foto Tristan Kwant

In berghutten die eigendom zijn van een Alpenvereniging krijgen NKBV-leden veel korting. Dat is geregeld via het Gegenrechtfonds, een samenwerking

tussen de huttenbezittende verenigingen in de Alpen en Pyreneeën. De NKBV betaalt jaarlijks zo’n 400.000 euro aan dit Gegenrechtfonds, waaruit het onderhoud van de hutten en wandelpaden wordt gefinancierd. Omdat de NKBV het erg belangrijk vindt dat haar leden optimaal kunnen genieten van de bergen, dragen we voor ieder volwassen lid 9 euro af aan dit fonds. Via jouw contributie draag je dus, wellicht zonder het te beseffen, bij aan het in stand houden van de infrastructuur in berggebieden. En om je daarvoor te bedanken, geven de hutten van Alpenverenigingen je korting op overnachtingen in hun hut.

Foto Rogier van Rijn

Twt m met de @NKBV Noel Verhoeven @nojevive 29 jul. #basiskamp Scottish Highlands gaat van start! @NKBV Rien Jans @rienjans 23 jul. Afgelopen week basistraining gedaan alpiene technieken (sneeuw en ijs) van @NKBV in Oostenrijk. Super! #vernagthutte Marieke @marie_ke1977 23 jul. Voor @Hoogtelijn op pad in Zweeds Lapland. Elke meter van de Kungsleden tussen Hemavan en Ammarnäs is een feestje! OPEN Rotterdam @openrotterdam 21 jul. @NKBV Klimmer Tim Reuser is één van Rotterdams nieuwe sporttalenten #boulderen http://bit.ly/2ttqaCP #010nu #open010 Maaike. @MaaikeRomijn 19 jul. Vorige week nog derde op het NK en nu pakt Julia zilver op European Youth Cup! #talent #boulderen #sportklimmen #RoadtoTokyo2020 @NKBV Teun Driessen @Drie1188 8 jul. Was me het dagje weer wel! Fantastisch. NK boulder 2017. #categoriedoorlusklus http://ift.tt/2tUZ86G NH Sport @NHSport_ 10 jul. Amsterdamse Van den Hout wint NK Boulder #nhsport #klimsport #nkboulder @NKBV http://bit.ly/2sVAP9n Sven Pechler @spechler 8 jul. Als spiderman klimmen ze vandaag omhoog tijdens NK Boulderen in de Apollohal! Mooie toevoeging op @urbansportsweek #USWA2017 MudSweatTrails @MudSweatTrails 8 jul. BREKEND: @RagnaDebats Europees Kampioene Skyrunning in Val d’Isere! #hightrailvanoise #skyrunning @Skyrunning_com Mark Veerman | Pica @Uitgeverij_Pica 7 jul. Hoe cool is dit? Boulderen op het Museumplein! #USWA2017 Peter Janssen @PeerJanssen 21 jun. Vanavond huttentocht 2017 uitgezet in de Dolomieten @NKBV @Hoogtelijn

HOOGTELIJN 4-2017 |

79


hikeTicino

Excursions in Ticino. > 4,000 km of trails

29 Premium Itineraries

> 500 points of interest

2 UNESCO sites

> 300 km mapped with Google Street View Trekker

App

Website

Infopoint

The App hikeTicino will help you discover the itineraries closest to you.

Plan your itinerary and much more, on the Ticino Turismo website.

Many tourist offices in the area are available to meet all your needs.

hike.ticino.ch


Meer informatie over de 15 NKBV-regio’s vind je op nkbv.nl/de-nkbv/regio-s.

Op zoek naar vrijwilligers

Jubileum op een historisch monument

Regionieuws

Open dag regio Maashoek

De regio Maashoek heeft 2800 leden van wie er ongeveer 150 vrijwilliger zijn. “Dat is een mooie verhouding”, aldus regiovoorzitter Pierre Smetsers en regiosecretaris Angélique Jacobs, maar ze zijn net als andere regio’s voortdurend op zoek naar nieuwe vrijwilligers. “Die zijn van groot belang voor ons cursusaanbod en de organisatie van (klim)weekenden en wedstrijden in de regio. En op de Fliegerhorst helpen vrijwilligers bij het onderhoud van de klimtuin.” Kijk op nkbv.nl/vacatures voor een overzicht van de vacatures in de NKBV-regio’s. Dat kan voor eenmalige projecten zijn of een vraag naar bestuursleden of instructeurs.

De Fliegerhorn.

Drie zware Amerikaanse en Engelse bombardementen doorstond de commandotoren van de Duitse luchtmachtbasis Fliegerhorst, iets ten oosten van Venlo. Toen in september 1944 in Son, Nijmegen en Arnhem geallieerde luchtlandingen werden uitgevoerd, sloegen de Duitse soldaten op de vlucht en vernietigden ze veel gebouwen op de basis. Ook toen bleef de betonnen toren overeind. Evenals een grote barak waar manschappen werden ondergebracht achter de ruim twee meter dikke muren.

W

aar eens de Flugleiter de piloten van de Luftwaffe naar hun doelen dirigeerde, staat nu een gezellige berghut waar de NKBV-regio Maashoek vergadert, cursussen verzorgt en bezoekers ontvangt. Inmiddels is de indrukwekkende, stoere toren bestempeld tot rijksmonument. Ook de bunker moet in de huidige vorm blijven bestaan. Binnen is een groot boulderhonk gebouwd, zijn toiletten en douches gemaakt, is er een instructieruimte en opslag voor materiaal.

Fliegerhorn Een ander opvallend bouwsel op het terrein van bijna een halve hectare is de Fliegerhorn, ontworpen door een lid van de regio en zelf gebouwd. De horn is een complete ‘berg’ met grillige vormen, waaronder een grote stalactiet

De commandotoren is het paradepaardje van Klimtuin Fliegerhorst.

en een stukje met spleten, het geheel opgesierd met een steenbok en een topkruis met bijbehorend topboek. Tegen de toren is vrij recent een drytoolwand gebouwd. Naast klimmen, boulderen en klettersteigen wordt op het terrein ook instructie gegeven en kun je oefenen in abseilen, tokkelen, spleetklimmen en slacklinen. Voor wie dat niet allemaal in één dag kan behappen, is er zelfs een kampeerveldje.

deze verrassende locatie middenin de natuur. Pierre Smetsers is niet alleen regiovoorzitter maar ook voorzitter van de stichting die Klimtuin Fliegerhorst beheert. “Iedereen die lid is van een bergsportvereniging en verzekerd is, kan bij ons terecht. Ook leden en groepen van andere regio’s zijn uiteraard welkom. Voor een paar euro klim je hier een hele dag. Wij maken het gezellig: bij mooi weer buiten en anders in de bunker of in onze berghut.”

Feest op 3 september

Kijk voor meer informatie over de klimtuin op fliegerhorst.nl.

De toren wordt nu al 25 jaar ‘aangevallen’ door klimmers, boulderaars en klettersteigers. Honderden gekleurde grepen sieren de toren die vooral wordt gebruikt door de NKBV-regio Maashoek, die dit jaar 60 jaar bestaat. Beide jubilea worden gevierd op zondag 3 september met een open dag van 10.00-17.00 uur op

NKBV-regio Maashoek

In de grillig gevormde regio Maashoek is Venlo het centrum, ingeklemd tussen de Waal bij Nijmegen, Oss, Roermond en de Duitse grens.

TEKST PETER DAALDER | FOTO’S MARCEL VAN NIES | HOOGTELIJN 4-2017 |

81


Durven dromen Via ferrata’s in de Dolomieten

82 | HOOGTELIJN 4-2017

| TEKST GERARD DEN TOONDER | FOTO’S GERARD DEN TOONDER EN AAD VUYK


Gerard en Aad op de top van Piz Boe, bij Rifugio Capanna Piz Fassa.

Enigszins beduusd zitten we aan tafel. Overdonderd door zo veel schoonheid, luxe en deze geheel andere wereld. Net terug van drieduizend meter, uit de Dolomieten, waar het koud was, nu in museum Firmian van Reinhold Messner, de man die mij stimuleerde om te dromen van grote hoogten.

H

et museum Firmian van Reinhold Messner is overweldigend mooi: een eeuwenoude kasteelruïne hoog boven de stad, opnieuw ingericht met strak cortenstaal. Zo te zien is er een leger stylisten aan het werk geweest. Messner, de levende legende die met zijn boeken het vuur voor de bergen in mij deed oplaaien.

“Ich wollte einmal hoch hinaufsteigen um tief in mich hinabzusehen” – Reinhold Messner

Eerder die week wandelen we door het Vallunga, waar het eerst groen is en later grijs en geel en stenig, naar Rifugio Puez op 2475 meter. We zijn in de Geisler Gruppe in de Dolomieten. In het piepkleine Lager met twaalf man proberen we een paar uur slaap te pakken om de volgende dag op tijd te vertrekken, op weg naar Sassongher (2665 meter). Thuis leek dat op de kaart amper tweehonderd meter hoger dan de hut. Dat klopt, maar nu blijkt dat het een fraaie vrijstaande berg is, waarvoor we eerst diep in een ravijn moeten afdalen.

“Ich bin nicht hinaufgegangen, um zu sterben, ich bin hinaufgegangen, um zu leben” – Reinhold Messner

Rifugio Piz Boe.

“Cheerio!” roep ik als we in de lawaaiige hut de rugzakken ophijsen en vertrekken. Als één man draait een groep Engelsen zich om en ze groeten verbaasd lachend terug. We vertrekken naar ‘onze berg’, de Sassongher. Naarmate we dichterbij komen, begin ik te twijfelen. Het ziet er onmogelijk steil uit. Maar volgens de topo zijn er stukken met via ferrata. Zal ik niet meegaan? Zal ik bij Edmar en Kees blijven, die op de helling naar de Forcella di Sassongher zullen wachten? De Engelsen passeren ons, routiniers op leeftijd met karaktervolle koppen. Ik hak de knoop door. Ik weet dat het er altijd steiler uit ziet dan het werkelijk is. Dus ga

HOOGTELIJN 4-2017 |

83


Rienk in de via ferrata Vallon.

Boven op het Sellamassief.

Op Piz Boe.

ik gewoon omhoog. Het is een les van lang geleden, bij de beklimming van de Pain de Sucre, toen een oude klimmer me met deze wetenschap gerust stelde. De afdaling is steil tot we op het smalle zadel op 2435 meter komen, waar de klim begint. Hier treffen we opnieuw de Engelsen, die ons voor laten gaan. Van hen gaan slechts twee door naar de top. Ik hoor een onzichtbare steenlawine kletteren. Het blijft maar doorgaan en er zitten zo te horen grote stenen bij. De steile route zigzagt over de helling. Een dwarse doorsteek is beveiligd met een stuk kabel. Dan het laatste stuk met veel lucht om me heen. Daar is de top, met dat grote kruis! Het waait er hard en ik heb het koud. Vanaf de top belt mijn broertje Rienk ons andere broertje, Marc. Hij is vandaag jarig. Ondertussen stelt Aad zijn camera in op de zelfontspanner. We poseren, gaan er nog een keer goed voor staan, we juichen alsof we een achtduizender hebben beklommen. Dik duizend meter onder ons ligt Passo Gardena, waar de wereld klein is en alles gewoon doorgaat. Tijdens de afdaling lijk ik ineens wakker te worden. Ben ik nu al halverwege? Ik stond kennelijk op de automatische piloot. Helemaal in gedachten verzonken. Ondanks het gevaarlijke terrein, het losse gruis, de diepte naast het paadje, het gaat

84 | HOOGTELIJN 4-2017

allemaal vanzelf. We volgen de bordjes, eerst de 5, dan de 15, linksaf over de 11. Het is jas aan, jas uit. Loop je uit de wind, dan is het bloedheet. Maar in de wind is het kil en om de volgende bocht is het weer snijdend koud. Lang lopen we langs het massief. Rakelings langs en onder hoge verticale gele en geelzwarte rots door. Het is gescheurd. Hopelijk blijft het liggen. We gaan de 11 op. Of liever gezegd in; het is een lange kloof die zich steeds versmalt en dan weer open gaat. De route is eindeloos en stijgt met vals plat. Telkens weer denken we op de bovenkant van dit enorme massief te zijn, wat relatief plat is. Maar het valt altijd tegen in de bergen. De zon stooft mijn rug terwijl een Patagonische wind door de kloof tocht.

“Berge sind nicht ‘fair oder unfair’, sie sind nur gefährlich” – Reinhold Messner

De huttenwaard van Rifugio Piz Boe raadt ons de door hem aangelegde route aan. De Ludwig Weg. Alpien terrein onder Piz Boe langs, naar de graat die aansluit op de route naar Rifugio Kostner. Het is er zoeken naar spaarzaam aangebrachte en verschoten markering. Over de smalle graat gaan we langs


Op de Sassongher.

we juichen alsof we n achtduizender heen bekloen

enorme dieptes met vergezichten. Ter vervolmaking van al dit geluk schijnt de zon op een manier zoals die alleen op een herfstdag in de Dolomiten kan schijnen: laag en verschroeiend. We duiken een loodrecht dal in, dalen joelend snel langs de kabels. Het hutje is er een om verliefd op te worden. Een klokkentorentje bovenop, gezellige kussens, de waard geeft de bloemen water en binnen in de knusse Stube staat een enorme opgezette Oehoe. We nemen slechts een snelle cappuccino, want we moeten door. Maar dan belanden we in een file... Een stoeltjeslift brengt hordes mensen boven, die net als wij de via ferrata Piz da Lech willen doen. Voor het groepje Amerikanen voor ons is deze route duidelijk te hoog gegrepen. Veel te moeilijk, het schiet niet op. Zodra we de kans krijgen, gaan we erlangs en gauw verder omhoog. Alle opgespaarde energie komt er nu uit. Daar is de top al! Piz da Lech, waar het ook druk is. Gezellig druk. De route terug naar de hut is niet eenvoudig. Alpien terrein. We steken enorme puinvelden door, op zoek naar via ferrata Vallon. Hier is niets en niemand. In de verte ruist een waterval langs zwarte rots. In de stilte ben ik plotseling het voortdurende gepraat van Rienk en Aad beu. Ik laat een gat vallen, ik wil even rust. De via ferrata heeft een heel ander karakter: wenig begangen. Slappe kabels en lastige passages. De waterval komt dichterbij en ik krijg al visioenen van de Watervalschoorsteen, de spleet op de Eiger waar de klimmers zich doorheen moeten worstelen en als het niet vriest geheel doorweekt boven komen.

“Die wunderbaren Dinge im Leben sind die Dinge, die Sie tun, nicht, was Sie haben” – Reinhold Messner

Via ferrata Pisciadu Tridentina bevindt zich helemaal aan de andere kant van het massief, aan de kant van Passo Gardena. Hij begint daar in het dal en gaat zo’n 650 meter omhoog. De

Citaten van Messner in het museum Firmian.

waard van onze hut, Vaia Lodovico, tevens berggids, schat in dat wij de alternatieve route erheen wel kunnen nemen. Dat wil zeggen, direct bij de hut de kloof in. Hij waarschuwt, de kabels zitten wat los en de rotsen ook. Juist op dat moment komt een helikopter laag over de hut om daarna behoedzaam in de kloof te dalen. Ook de via ferrata Pisciadu Tridentina is druk, heel druk. Tientallen, misschien wel honderden klimmen voor en achter ons. Gezinnen die een dagje komen klettersteigen, zoals wij in Nederland een dag naar het strand gaan. Complete gezinnen, opa mag ook mee. Via de top van Piz Boe op 3152 meter, gaan we naar de Funiviagondel en terug naar de auto. En dan komen we in de stilte van het eeuwenoude kasteel Firmian. Een van Messners zeven musea. Cultuur, kunst en geschiedenis, bergsportgeschiedenis. In een paar uur zijn we plots van de ene wereld in de andere terechtgekomen. Ik loop door zalen met Nepalese en Tibetaanse beelden. Ik zie een enorme gebedsmolen en waan me even in het klooster in Dingboche. Ik kijk naar schilderijen van bergen, zie oude en nog oudere bergsportmaterialen. Ik ben blij dat we de omweg maakten om dit museum te bezoeken. Ik weet dat Messner niet bij iedereen geliefd is, maar mij stimuleerde hij om te dromen van grote hoogten.

HOOGTELIJN 4-2017 |

85


The new Eiger Extreme Collection.

25,000 hours of development. 25 new products. By athletes for athletes. Dani Arnold – Mammut Pro Team mammut.com


Dans met de vrijheid Eerste Nederlandse vrouwenexpeditie naar de Chamlang (1988)

Veel klimboeken hebben een heroïsch tintje. Ze gaan meestal over inspanningen en tegenslagen voordat het doel wordt behaald, vaak de top van een berg. De schrijvers verkeren nog in een roes en zitten vol bergadrenaline als ze hun avonturen op papier zetten. Veel tijd en ruimte voor enige reflectie is er dan vaak niet. Myra de Rooy doet het anders en schrijft na bijna dertig jaar een boek over de beklimming van de Chamlang door Nederlands eerste vrouwenexpeditie.

Foto boven Myra de Rooy na een lawine tussen Cornercamp en Bergschrundkamp. Foto links Rust in het basiskamp na het uitzoeken van materiaal. Foto midden Myra de Rooy in de noordwand. Foto rechts De expeditieleden, v.l.n.r: Annet Boom, Myra de Rooy, Marjolein Meere, Frederike Bloemers, Janka van Leeuwen en Gerda de Goede.

H

et is 1987. Een idee is geboren: een geheel uit Nederlandse vrouwen samengestelde expeditie. Het doel is de oosttop van de Chamlang in Nepal, 7290 meter, slechts eenmaal eerder beklommen door een expeditie van de Brit Doug Scott. Nepalezen gaan alleen mee voor sjouwwerk naar het basiskamp en een enkele Sherpa voor transport van spullen naar hogere kampen en voor de verzorging in het basiskamp. De vrouwen klimmen zonder Sherpagidsen. Een jaar later gaan ze werkelijk op pad. Initiatiefnemer Myra de Rooy, expeditieleider Frederike Bloemers, Gerda de Groene, Janka van Leeuwen, Marjolein Meere en Annet Boom, die zich als minst ervaren klimmer vooral richt op haar taak als expeditie-arts. De plannen worden lacherig en wat denigrerend ontvangen. De expeditie krijgt sponsors die ‘passen’ bij de vrouwen: huidverzorgingsproducten en OMO – een “jong, modern en dynamisch wasmiddel voor de vrouw van deze tijd”, hoofdsponsor wordt het nieuwe koffiemerk Rosta van Douwe Egberts. “Een stevige krachtige koffie. De klimsters zijn op grote hoogte zeker van een stevige kop koffie”, aldus de reclamefolder.

Warme vrouwenlichamen De groep verbindt zich voor media-aandacht aan De Telegraaf, de krant waarvoor geen superlatief te veel is: “Een keiharde training in overleven. Een gevecht met de natuur. Geen uitdaging te gek, geen berg te hoog. De vrouwen zwoegen en geven het uiterste”, schrijft de verslaggever die meegenomen wordt op trainingskamp in de Alpen. “Drie warme vrouwenlichamen houden je in leven”, staat in chocoladeletters in de krant. Het is een citaat van de expeditieleider over een eventueel bivak dat dreigt als ze de hut niet halen vanwege de slechte conditie van de verslaggever. De zes vrouwen krijgen veel aandacht. Goedele Liekens, de Belgische

seksuoloog met een eigen televisieshow, is vooral geïnteresseerd in het toiletgebruik op grote hoogte. En voor de mooie plaatjes moeten de vrouwen met een pak OMO abseilen vanaf de Utrechtse Domtoren. Dan zijn de zes “koffiedames” (NRC) klaar voor actie op hun “theekransje op 7000 meter” (Limburgs Dagblad).

Mooi document Uiteindelijk beklimmen vijf van de zes vrouwen de Chamlang, de ‘sneeuwwitte vogel’ in de buurt van de Makalu. Myra de Rooy, geoloog, fotograaf, schrijver en bergbeklimmer, weet er na 29 jaar een spannend en onderhoudend verhaal over te schrijven, gebruikmakend van de dagboeken van de klimmers. Afwisselend schrijft ze over verleden en heden, waarbij allen terugkijken op hun onderneming in 1988. Het is een mooi document geworden over de eerste en tot nu toe enige Nederlandse vrouwenexpeditie. En rijkelijk voorzien van foto’s van de expeditie. De Chamlang had, zo concludeert De Rooy, een onuitwisbare invloed op het leven van de deelnemers. En het zorgde voor een levenslange vriendschap, ondanks de fricties die er ook waren op de berg. Iedereen heelhuids terug en bovendien succesvol, dat was belangrijk. Bergbeklimmen niet als spel met de dood of waaghalzerij, maar volgens De Rooy eerder als een levenslustige dans met de vrijheid.

Win een gesigneerd exemplaar!

Alle zes vrouwen van de expeditie hebben een exemplaar van het boek gesigneerd, dat wij mogen verloten. Wil je kans maken op dat exemplaar? Stuur dan voor 1 november 2017 een e-mail naar hoogtelijn@nkbv.nl onder vermelding van Win Chamlang.

Chamlang, de eerste Nederlandse vrouwenexpeditie, Myra de Rooy Uitgeverij Dato, 2017 (lecturis.nl) ISBN 978-94-6226-222-5 € 29,95

TEKST PETER DAALDER | FOTO’S CHAMLANG EXPEDITIE | HOOGTELIJN 4-2017 |

87


gespot

Volg @hoogtelijn op Twitter voor het laatste nieuws van de redactie. Tips zijn welkom op hoogtelijn@nkbv.nl.

Een majoor in de bergen

Norton of Everest, The biography of E.F. Norton, soldier and mountaineer, Hugh Norton Uitgever: Vertebrate Publishing, 2017 (v-publishing.co.uk) ISBN: 978-1-910240-92-2 £ 12,99

Edward Felix Norton, roepnaam Teddy, was een van de meest opmerkelijke Britse bergsporters. Hij was deelnemer aan de grote Everestexpedities van 1922 en 1924. Van de laatste werd hij zelfs de klimleider omdat Geoffrey Bruce daarvoor een te weinig stabiele gezondheid had. De ouders van Norton hadden een chalet in Zwitserland waar hij en zijn broers het rotsklimmen leerden. Toch was zijn uitverkiezing een verrassing. Norton was beroepsmilitair en bracht een groot deel van zijn loopbaan door in India. Daar leerde hij Hindoestaans en bleek hij goed om te kunnen gaan met de lokale bevolking. Dat maakte hem geschikt

als deelnemer en hij kreeg voor de tweede keer acht maanden vrijstelling van actieve dienst. Majoor Norton trok opnieuw de bergen in. Zijn prestatie op de Everest was opmerkelijk. Vanuit Tibet klom hij samen met Howard Somervell zonder zuurstof tot een hoogte van bijna 8600 meter. Dat werd pas 56 jaar later verbeterd door Messner en Habeler. De route die de twee Britten in 1924 kozen, heeft nu zelfs zijn naam: het Norton Couloir. Problemen met zijn ogen waren de belangrijkste reden om de beklimming te stoppen. Het einde van zijn epische klim.

In zijn biografie, geschreven door zijn jongste zoon Hugh, beleeft Teddy de nodige avonturen als militair, onder andere als tijdelijk gouverneur van Hong Kong, wat hem de rang van luitenant-generaal oplevert. De aimabele Norton blijkt ook een groot natuurliefhebber die honderden vlinders, motjes en plantjes verzamelt. Bovendien is hij een zeer verdienstelijk schilder. Het boek geeft een goede indruk van het leven van een militair en zijn gezin in het Britse Gemenebest. Aangevuld met schitterende historische foto’s is het een aanrader voor wie geïnteresseerd is in een boeiend deel van de Britse (klim) geschiedenis. [Peter Daalder]

Andere plannen Er zijn van die boeken die je met liefde en plezier al je bestaande vakantieplannen laten vergeten en daarvoor in de plaats één nieuwe bestemming bieden voor je eerstkomende trip. Geen discussie meer, dáár wil je heen. The Scottish Bothy Bible van Geoff Allan is zo’n boek. Het is geen boek over vakantie naar onmetelijk hoge toppen in Verweggistan of naar een onbereikbaar eiland in de Stille Zuidzee. Nee, je pakt gewoon de pont vanuit IJmuiden en gaat aan de wandel in Schotland. Verspreid over de heuvels en langs de stranden van Schotland ligt een halfverscholen netwerk van voormalige landarbeidershuizen, berghutjes en boerderijtjes die een wandelaar een waterdicht onderdak bieden. Qua comfort dekt de term ‘stenen tenten’ de lading het best. Geïllustreerd met prachtige foto’s presenteert Allan zo’n 100 bothy’s. Na een gedegen inleiding over het verschijnsel bothy, de geschiedenis ervan en de gedragsregels ter plekke beschrijft hij per hutje een of twee routes ernaartoe, de benodigde

kaarten, de bereikbaarheid met openbaar vervoer en eventuele bijzonderheden als sluiting tijdens een jachtseizoen. Allans voorliefde voor tochten in het stille en muggenvrije winterseizoen komt duidelijk terug in de beschrijvingen en foto’s. Kaarten kopen, goede regenspullen, muggenolie inpakken en gáán! [Frank Husslage]

Abseilen met de Escaper Hoe vaak kom je nou echt nieuwe producten tegen in de klimsport? De Franse firma Beal heeft met de Escaper in elk geval iets bedacht dat de tongen los maakt. Abseilen aan een enkel touw kan voortaan dankzij deze revolutionaire vinding. Te zien op de Facebookpagina van Beal: facebook.com/beal.official/ videos/1754083811298297. (Of scan de QR-code.) Met dank aan Kees Breek in de Facebookgroep BuitenKlimmen.

The Scottish Bothy Bible, Geoff Allan Uitgever: Wild Things, 2017 (wildthingspublishing.com) ISBN 9 781910 636107 € 22,95

88 | HOOGTELIJN 4-2017 | ONDER REDACTIE VAN FRANK HUSSLAGE EN ICO KLOPPENBURG

HET NUT VAN DE HELM… Dat een helm je niet alleen beschermt tegen vallende stenen en andere objecten weten we natuurlijk. Op instagram.com/p/BVA6H9yjboL (of scan de QR-code) demonstreert Jorg Verhoeven nut en noodzaak van de klimhelm. Laat het een les zijn voor iedereen….


Allemaal? Met de Combin de la Tsessette beklom Henk Vink dit jaar als eerste Nederlander alle vierduizenders van de Alpen. Volgens de officiële UIAAlijst die 82 toppen telt. Er is ook een UIAA-lijst die de subtoppen van boven de vierduizend meter meetelt en die komt tot 128 stuks. De Brit Dave Wyne-

4000m, climbing the highest mountains of the Alps, Dave Wyne-Jones Uitgever: Whittles Publishing, 2017 (whittlespublishing.com) ISBN 9781849951722 € 31,00

Losse greep Jones heeft ook alle Alpiene vierduizenders geklommen, maar dan volgens de lijst van Collomb, die 52 toppen telt. Wyne-Jones is de eerste om te erkennen dat er nog honderd andere lijsten te bedenken zijn, langer en korter, en dat deze lijst hoofdzakelijk een excuus was om heel veel prachtige klimtochten te maken. In het boek 4000m beschrijft hij al deze beklimmingen. De verhalen zijn een feest der herkenning. Voor wie niet als superatleet binnen een half jaar, maar als gewone sterveling in een half mensenleven al deze toppen klimt, horen de soms vergeelde diareproducties er ook bij: lange haren, roze-groene klimbroeken en paarse Koflachs geven een werkelijk prachtig tijdsbeeld van het alpinisme in de afgelopen decennia. Wyne-Jones lardeert zijn klimverhalen met informatieve hoofdstukken over bergsport voor leunstoelalpinisten: hoe gaat dat nou met voeding, veiligheid, weer, kleding et cetera. Een in mijn ogen overbodige toevoeging, waardoor 4000m op twee gedachten hinkt qua lezerspubliek. [Frank Husslage]

Weg met Google Eigenlijk hoef je niets meer over toer- en off-piste skiën in de Dolomieten te googelen als je dit boek eenmaal in handen hebt. Op de eerste paar bladzijden wordt in een oogopslag duidelijk hoe dit zeer volledige boek is opgebouwd. De tochten en routes zijn in acht verschillende sectoren van de Dolomieten te vinden. Het kaartje, schema en mooie beeldmateriaal geven een zeer compleet en duidelijk beeld van de tocht. Maar het allerbeste in Freeriding in the Dolomites is toch wel de beschrijving. Met tips over het beste tijdstip, de stand van de zon en sneeuwomstandigheden gedurende het winterseizoen lijkt het net alsof je in gesprek bent met de auteur zelf. Heb je een vraag? Het antwoord staat er vast en zeker in. Weg met Google dus. [Mirte van Dijk]

Het schoonmaken van een nieuw klimgebied is niet zonder risico. Er zit nog wel eens wat los. Of heel veel zit los…. Kijk op vimeo.com/210319644 of scan de QR-code.

Klassiekers herschreven Klimmen in Cornwall heeft voor mij iets mythisch, al was het maar omdat het zo’n uitstulping in zee is waar een land echt ophoudt. De bekendste route is waarschijnlijk de Bosigran Ridge, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog Britse commando’s trainden. Maar er is meer, ontzettend veel meer mooi graniet te klimmen. Pal boven de vaak enorme golven die vanaf de oceaan binnenrollen. Andy Marche heeft voor de Climbers Club honderden routes opnieuw beschreven in een eerste van twee nieuwe gidsen voor de zuidwestelijkste punt van Engeland. De gids beschrijft alle routes tussen St. Ives in het noorden en Land’s End in het zuiden. Voor een eventuele regenachtige dag biedt March zijn lezers nog dik dertig pagina’s zeer leesbare klimhistorie van het gebied. [Frank Husslage]

Cornwall, Bosigran and the North Coast, Andy March Uitgever: Climbers Club, 2016 (climbers-club.co.uk) ISBN 978-0-901601-99-5 € 21,50

GROOT OP INTERNET

Freeriding in the Dolomites, Francesco Tremolada Uitgever: Versante Sud, 2016 (versantesud.it) ISBN 978-8-8986-0990-1 € 44,95

Wie herinnert zich de site Climbing.nl? De plek met het forum waarop je alles besprak over klimmen? Nu hebben we Siked! en er zijn allerlei facebookpagina’s waar gelijkgestemden elkaar vinden: Buiten Klimmen, Dutch Climbing Community, Alpine Climbing. Maar vlak toch ook het ouderwetse forum niet uit en van al die fora is Reddit.com de grootste. Ruim 100.000 mensen zijn geabonneerd op reddit.com/r/climbing en brengen allerlei discussies naar voren, posten links naar filmpjes, et cetera. Tien tips voor beter abseilen? Je vindt het. Etiquette op de rots? Er wordt over geschreven. Wel erg Amerikaans georiënteerd, maar zeker interessant om eens te bezoeken.

HOOGTELIJN 4-2017 |

89


vruitblik

Hoogtelijn 5-2017 verschijnt op 17 november

Colofon Hoogtelijn is het officiële tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). Het verschijnt vijf keer per jaar. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht heeft, zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn. Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn.

Redactie

Peter Daalder (hoofdredacteur) Femke Welvaart (eindredacteur) Ernst Arbouw, Mirte van Dijk, Sieto van der Heide, Frank Husslage, Marieke van Kessel, Ico Kloppenburg, Anne van Leeuwen, Florian van Olden, Ivar Schute.

Klimmen op de Wendenstöcke

Medewerkers

Suzan van der Burg, Jody Hagenbeek, Dim van den Heuvel, Christine Tamminga, Peter Uijt de Haag (correctie), Saskia Gottenbos (cartografie), Toon Hezemans (illustraties).

Redactie-adres

NKBV, t.a.v. Hoogtelijn, Postbus 225, 3440 AE Woerden hoogtelijn@nkbv.nl, hoogtelijn.nl

Advertentie-exploitatie

Patrick Baars Postbus 225, 3440 AE Woerden 0348-484066/06-18653645 patrick.baars@nkbv.nl

De geschiedenis van berghutten

Productie en vormgeving

Handwerk in de schoenenfabriek

Studio ManagementMedia, Hilversum Anita Baljet

Druk

Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 40.000 ISSN: 1387-862X

Los abonnement

Niet-leden kunnen zich abonneren op Hoogtelijn voor € 22,50 per jaar. Kijk op nkbvwebshop.nl.

Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging

Benidorm

Niet voor pensionado’s

90 | HOOGTELIJN 4-2017

Bellen 0348-409521 Bezoeken Houttuinlaan 16-A, 3447 GM Woerden Schrijven Postbus 225, 3440 AE Woerden Fax 0348-409534, info@nkbv.nl Betalen Bank: IBAN NL84RABO0161417213 BIC RABONL2U


TOP VERZEKERD VOOR AL JE VAKANTIES IN DE SNEEUW OF OP HET STRAND S SLECHT €30,75 * AR PER JA

Avontuurlijke wintersporters gaan met de NKBV top verzekerd op pad (ook buiten de piste). Ga je op rondreis, strand- of stedenvakantie? Ook dat dekt de NKBVreisverzekering. Voor slechts €30,75* ben je het hele jaar overal ter wereld verzekerd van opsporing, redding en repatriëring. Reisbagage, geneeskundige kosten, wettelijke aansprakelijkheid en ook rechtsbijstand zijn gedekt. * Prijs van de NKBV-verzekering in 2017. Voor afsluiten, de premie en de polisvoorwaarden kijk op nkbv.nl/verzekering.

KONINKLIJKE NEDERLANDSE KLIM- EN BERGSPORT VERENIGING I WWW.NKBV.NL


We are the bond stronger than any rope. Everything we make is designed by climbers, for climbers. Each piece is crafted by peak and crag to give you absolute protection, comfort and mobility when you really need it.

W W W.R AB.EQUIPMENT

Wintercollectie nu in Rab-shops bij Kathmandu in Amsterdam, Utrecht en Nijmegen

Hoogtelijn 4/2017  

Voor deze nazomerse Hoogtelijn steken we het water over en wandelen en klimmen we in Groot-Brittannië. Het weer is er wat onbestendig en lan...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you